/akn/nl/act/gemeente/2024/CVDR696193 /join/id/stop/work_006 /akn/nl/act/gm0119/2020/omgevingsplan /join/id/stop/work_019 2025-05-14 2025-05-14 /akn/nl/act/gemeente/2024/CVDR696193/nld@2025-06-11 /join/id/proces/gm0119/2020/Bruidsschat-InstellingInitieleRegelingVersieDoorRijk /join/id/proces/gm0119/2024/4_28_integraletekstvervanging /join/id/proces/gm0119/2024/doel_229_6fc03f666ada4937adb22a39294d2f20 /join/id/proces/gm0119/2025/doel_133_ddcf8e48950d4e81b8255abf9dadc90a 2025-06-11 2025-06-11 /akn/nl/act/gm0119/2020/omgevingsplan/nld@2025-05-14;4 /akn/nl/act/gm0119/2020/omgevingsplan /akn/nl/act/gm0119/2020/omgevingsplan/nld@2025-05-14;4 /join/id/stop/work_019 v1 Omgevingsplan gemeente Meppel Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1.1 Begripsbepalingen 1 Begripsbepalingen die, op de dag van de inwerkingtreding van de Omgevingswet, zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet en in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op hoofdstuk 22 van dit omgevingsplan. 2 Bijlage I bij dit omgevingsplan bevat begripsbepalingen voor de toepassing van dit omgevingsplan. Artikel 1.2 Van toepassing verklaring De regels van dit omgevingsplan zijn van toepassing op de locatie 'nieuwe regels'. Artikel 1.3 Voorlopige regels 1 De regels in hoofdstuk 22 zijn van toepassing op het grondgebied van de gemeente Meppel. 2 In afwijking van het bepaalde in artikel 1.3, eerste lid is een deel van de regels van hoofdstuk 22 van toepassing op de locaties: a. 'voorlopige regels 1' b. 'voorlopige regels 2' Hoofdstuk 2 Doelen en omgevingswaarden Afdeling 2.1 Doelen Artikel 2.1 Doelen omgevingsplan Dit omgevingsplan is, met het oog op de doelen van artikel 1.3 van de Omgevingswet, op de locatie 'nieuwe regels' gericht op het in overeenstemming met de Omgevingsvisie van de gemeente Meppel: a. duurzaam zijn van de gemeente in alle opzichten b. zijn van een schone, natuurlijke en gezonde gemeente c. zijn van een levendige en leefbare gemeente voor haar inwoners en de regio d. kwalitatief en inclusief groeien van de gemeente Artikel 2.2 Doelen Binnenstad-Centrumschil Ter plaatse van de locatie Binnenstad en Centrumschil is dit omgevingsplan, met in acht name van de doelen genoemd in Artikel 2.1, gericht op: a. het bestendigen van het ten tijde van het vaststellen van deze wijziging bestaande gebruik binnen het deelgebied 'Binnenstad-Centrumschil' b. actualisatie van de regels die voor dit deelgebied gelden op grond van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan c. het volgens de vereisten van de Omgevingswet regelen van evenementen in het deelgebied 'Binnenstad-Centrumschil' d. het beschermen van het cultureel erfgoed in het met dit omgevingsplan aangewezen gemeentelijk beschermd stadsgezicht Binnenstad-Centrumschil en beeldbepalende panden e. het waarborgen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving Artikel 2.3 Doelen Transformatiegebied Noordpoort Ter plaatse van de locatie transformatiegebied Noordpoort is dit omgevingsplan, met in acht name van de doelen genoemd in Artikel 2.1, gericht op: a. de transformatie van Noordpoort naar een klimaatbestendig woongebied b. het mogelijk maken van een deel van de woningbouwopgave in Meppel c. de beëindiging van het bestaande gebruik als industrieterrein en bedrijventerrein d. het realiseren van de nieuwe Noordelijke Stadsentree voor een betere bereikbaarheid e. het verbeteren van de verkeersveiligheid en de gezondheid ter plaatse van de Steenwijkerstraatweg ter hoogte van de Watertorenbuurt f. het borgen van het gebruik van duurzame warmtebronnen g. het borgen van de ruimtelijke kwaliteit en de kwaliteit van de openbare ruimte h. het borgen van een goede ruimtelijke integratie van voldoende parkeerruimte i. het bereiken van een naar prijsklasse evenwichtige samenstelling van de woningvoorraad conform artikel 8.21 lid 1 sub e van het Omgevingsbesluit j. het (stimuleren van het) realiseren van sociale huurwoningen Artikel 2.4 Doelen beeldbepalende panden Ter plaatse van de locatie beeldbepalend pand is dit omgevingsplan, met in acht name van de doelen genoemd in artikel 2.1, gericht op: 1 Behoud en instandhouding object Behoud en instandhouding van het historisch object als geheel en van zijn samenstellende historische delen is uitgangspunt. 2 Instandhouding oorspronkelijke karakteristieken Behoud en instandhouding van de uiterlijke verschijningsvorm van het beeldbepalend object voor zover oorspronkelijk of voor zover deze de oorspronkelijke verschijningsvorm ondersteunt is uitgangspunt. Wanneer bij jongere aanpassingen van een ouder volume, bijvoorbeeld een Interbellum-gevel in een 19e-eeuwse boerderij, deze latere verbouwing op zichzelf een (nieuwe) architectuurhistorische waarde vertegenwoordigt, worden hedendaagse ingrepen aan zo’n jonger gebouwdeel aan deze jongere waarde afgemeten. Instandhouding heeft betrekking op de volgende aspecten, elementen en karakteristieken van het beeldbepalend object: hoofdvorm, massa-opbouw, hoogte en silhouet, inclusief kapvorm, kaphelling en kaprichting, hoofdopzet en ontwerp gevel(
- s)en dak/kap Afwerking, detaillering & ornamentiek gevels en dak/kap Materiaal, kleur en textuur 3 Herstel aantastingen Bestaande aantastingen van het oorspronkelijke ontwerp van gevels, afwerking, detaillering en ornamentiek, materiaal en kleur: toewerken naar herstel van de oorspronkelijke toestand of optisch hiermee vergelijkbaar. Dit is van toepassing op activiteiten waarvoor een omgevingsvergunning is vereist en op onderdelen van het exterieur die worden vervangen en/of aangepast binnen de vergunningaanvraag. 4 Verduurzaming gevels en kap Verduurzaming van gevels en kap zichtbaar vanaf de openbare ruimte: zoveel mogelijk onzichtbaar uitvoeren. Vervanging van enkel glas door isolatieglas: indien mogelijk uitvoeren binnen bestaand kozijn- en raamhout. Indien niet mogelijk: behoud van oorspronkelijke indeling, verhoudingen, profielen, dieptesprongen en kleur, of optisch hiermee vergelijkbaar. 5 Aanpassingen object Aanpassingen aan het object zijn beperkt mogelijk, mits de architectonische karakteristieken intact blijven en er wordt aangesloten op de architectuurtaal en mate van verfijning van het oorspronkelijk ontwerp of op die van latere aanpassingen met eigen architectuurhistorische kwaliteiten. Hierbij kan gedacht worden aan het toevoegen van een aanbouw, het maken van een dakkapel of het aanbrengen van een dakterras. Afdeling 2.2 Omgevingswaarden Hoofdstuk 3 Programma's Hoofdstuk 4 Aanwijzingen in de fysieke leefomgeving Afdeling 4.1 Aandachtsgebieden Artikel 4.1 Brandaandachtsgebied - aanwijzing De locatie 'brandaandachtsgebied' is in het omgevingsplan van de gemeente Meppel opgenomen, om de gebruiker er op attent te maken dat hier een brandaandachtsgebied zoals bedoeld in artikel 5.12, lid 1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving ligt. De precieze ligging van dit brandaandachtsgebied kan worden geraadpleegd via het Register Externe Veiligheidsrisico's. Artikel 4.2 Explosieaandachtsgebied - aanwijzing De locatie 'explosieaandachtsgebied' is in het omgevingsplan van de gemeente Meppel opgenomen, om de gebruiker er op attent te maken dat hier een explosieaandachtsgebied zoals bedoeld in artikel 5.12, lid 2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving ligt. De precieze ligging van dit explosieaandachtsgebied kan worden geraadpleegd via het Register Externe Veiligheidsrisico's. Artikel 4.3 Geluidaandachtsgebied industrie - aanwijzing De locatie 'geluidaandachtsgebied industrie' is in het omgevingsplan van de gemeente Meppel opgenomen, om de gebruiker er op attent te maken dat hier een aandachtsgebied zoals onder meer bedoeld in artikel 5.78r en artikel 5.78s van het Besluit kwaliteit leefomgeving ligt. De precieze ligging van dit geluidaandachtsgebied kan worden geraadpleegd via het geluidregister zoals bedoeld in artikel 11.51, lid 1 van het Bkl. Artikel 4.4 Geluidaandachtsgebied spoor - aanwijzing De locatie 'geluidaandachtsgebied spoor' is in het omgevingsplan van de gemeente Meppel opgenomen, om de gebruiker er op attent te maken dat hier een aandachtsgebied zoals onder meer bedoeld in artikel 5.78r en artikel 5.78s van het Besluit kwaliteit leefomgeving ligt. De precieze ligging van dit geluidaandachtsgebied kan worden geraadpleegd via het geluidregister zoals bedoeld in artikel 11.51, lid 1 van het Bkl. Artikel 4.5 Geluidaandachtsgebied gemeentewegen - aanwijzing De locatie 'geluidaandachtsgebied gemeentewegen' is in het omgevingsplan van de gemeente Meppel opgenomen, om de gebruiker er op attent te maken dat hier een aandachtsgebied zoals onder meer bedoeld in artikel 5.78r en artikel 5.78s van het Besluit kwaliteit leefomgeving ligt. De precieze ligging van dit geluidaandachtsgebied kan worden geraadpleegd via het geluidregister zoals bedoeld in artikel 11.51, lid 1 van het Bkl. Artikel 4.6 Geluidaandachtsgebied provinciale wegen - aanwijzing De locatie 'geluidaandachtsgebied provinciale wegen' is in het omgevingsplan van de gemeente Meppel opgenomen, om de gebruiker er op attent te maken dat hier een aandachtsgebied zoals onder meer bedoeld in artikel 5.78r en artikel 5.78s van het Besluit kwaliteit leefomgeving ligt. De precieze ligging van dit geluidaandachtsgebied kan worden geraadpleegd via het geluidregister zoals bedoeld in artikel 11.51, lid 1 van het Bkl. Artikel 4.7 Geluidaandachtsgebied rijkswegen - aanwijzing De locatie 'geluidaandachtsgebied rijkswegen' is in het omgevingsplan van de gemeente Meppel opgenomen, om de gebruiker er op attent te maken dat hier een aandachtsgebied zoals onder meer bedoeld in artikel 5.78r en artikel 5.78s van het Besluit kwaliteit leefomgeving ligt. De precieze ligging van dit geluidaandachtsgebied kan worden geraadpleegd via het geluidregister zoals bedoeld in artikel 11.51, lid 1 van het Bkl. Afdeling 4.2 Beperkingengebieden Artikel 4.8 Brandvoorschriftengebied - aanwijzing De locatie 'brandvoorschriftengebied' is aangewezen als een brandvoorschriftengebied zoals bedoeld in artikel 5.14, lid 2 onder a van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Artikel 4.9 Explosievoorschriftengebied - aanwijzing De locatie 'explosievoorschriftengebied' is aangewezen als een explosievoorschriftengebied zoals bedoeld in artikel 5.14, lid 2 onder b van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Artikel 4.10 Bodemfunctieklasse industrie - aanwijzing De locatie 'bodemfunctieklasse industrie' is aangewezen als gebied met bodemfunctieklasse industrie zoals bedoeld in artikel 5.89p van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Artikel 4.11 Bodemfunctieklasse wonen - aanwijzing De locatie 'bodemfunctieklasse wonen' is aangewezen als gebied met bodemfunctieklasse wonen zoals bedoeld in artikel 5.89p van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Artikel 4.12 Omgeving van het monument - aanwijzing De locatie 'omgeving van het monument' is aangewezen als omgeving van rijksmonumenten, provinciale monumenten, gemeentelijke monumenten en beeldbepalende panden op grond van artikel 5.130, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Doel is om aantasting van de omgeving van rijksmonumenten, voorbeschermde monumenten en monumenten die op grond van het omgevingsplan zijn beschermd te voorkomen, voor zover die monumenten door die aantasting worden ontsierd of beschadigd. Artikel 4.13 Bebouwingscontour geur - aanwijzing De locatie 'bebouwingscontour geur' is aangewezen als bebouwingscontour geur, zoals bedoeld in artikel 5.97 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Artikel 4.14 Bebouwingscontour jacht - aanwijzing De locatie 'bebouwingscontour jacht' is aangewezen als bebouwingscontour jacht zoals bedoeld in artikel 5.165a van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Artikel 4.15 Bebouwingscontour houtkap - aanwijzing De locatie 'bebouwingscontour houtkap' is aangewezen als bebouwingscontour houtkap zoals bedoeld in artikel 5.165b van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Artikel 4.16 Zone industrielawaai - aanwijzing De locatie 'geluidaandachtsgebied industrie' is aangewezen als zone zoals bedoeld in artikel 3.6 lid 1 onder a van de Aanvullingswet geluid Omgevingswet. Afdeling 4.3 Cultureel erfgoed Artikel 4.17 Bouwhistorische verwachting - aanwijzing De locatie ‘bouwhistorische verwachting' is aangewezen als gebied met bouwhistorische verwachtingswaarde. Artikel 4.18 Gemeentelijk beschermd stadsgezicht - aanwijzing De locatie 'gemeentelijk beschermd stadsgezicht' is aangewezen als gemeentelijk beschermd stadsgezicht Binnenstad-Centrumschil Meppel. De regels van dit omgevingsplan zijn gesteld met het oog op het beschermen van het behoud, herstel en de uitbouw van de cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van het gebied en zijn gebouwen. Deze waarden komen onder meer tot uitdrukking in: a. profielen van de openbare ruimten en in zichtlijnen; b. kleinschaligheid en bebouwingskarakteristieken zoals gevelindeling, detaillering en materiaalgebruik. Artikel 4.19 Historische binnenstad - aanwijzing De locatie 'historische binnenstad' is aangewezen als deelgebied historische binnenstad en maakt deel uit van het gemeentelijk beschermd stadsgezicht. De regels van dit omgevingsplan zijn gesteld met het oog op het beschermen van het behoud, herstel en de uitbouw van de cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van het gebied en zijn gebouwen. Deze waarden komen onder meer tot uitdrukking in: a. de historische hoogte van de bebouwing in de binnenstad van één tot twee, en hooguit drie lagen plus kap, met zijn naar boven toe spits lopende gebouwbeëindigingen als beeldbepalend voor het silhouet van de stad. De kappen als gebouwbeëindiging zijn in dit opzicht niet alleen een architectonisch element, maar vormen tevens een stedenbouwkundige kernkarakteristiek van dit stadstype; b. de combinatie van historische wateren met de aan het water gebonden objecten als sluizen, bruggen, kades; c. de uitzichten over de wateren heen op aangrenzende historische bebouwing en delen van de historische stad; d. het stelsel van straten, grachten, stegen en gangen uit het pre-industriële en industriële tijdperk inclusief de locatiespecifieke, historische profielen en rooilijnen en de ruimtelijke beslotenheid; e. de herkenbaarheid van de historische hoofdwegen en hoofdstraten in hun beloop, profiel, het doorlopende karakter van hun rooilijnen en gevelwanden en hun stedelijk karakter van de bebouwing uit het pre-industriële en industriële tijdvak. Artikel 4.20 Voorstraat en Woldstraat - aanwijzing De locatie 'Voorstraat en woldstraat' is aangewezen als deelgebied Voorstraat/Woldstraat en maakt deel uit van het gemeentelijk beschermd stadsgezicht. De regels van dit omgevingsplan zijn gesteld met het oog op het beschermen van het behoud, herstel en de uitbouw van de cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van het gebied en zijn gebouwen. Deze waarden komen onder meer tot uitdrukking in: a. de ruimtelijke opzet van de buurt; b. de breedte van de Woldstraat; c. lange, rechte straten met strakke voorgevelrooilijnen; d. een riant profiel en sterk representatieve bebouwing uit het begin van de 20e eeuw voor de Woldstraat; e. een zeer breed profiel, bomenrijen en karakteristieke bebouwing van veel twee-aan-twee gekoppelde panden voor met name de Woldstraat; f. de kappen als gebouwafsluiting; g. de opmerkelijk gelijkaardige hoogte van de bebouwing aan de Woldstraat en de Voorstraat-Lombokstraat-Javastraat van één laag hoog plus kap en de grotendeels gelijke maatvoering van de bouweenheden. Artikel 4.21 Koninginnebuurt - aanwijzing De locatie 'Koninginnebuurt' is aangewezen als deelgebied Koninginnebuurt en maakt deel uit van het gemeentelijk beschermd stadsgezicht. De regels van dit omgevingsplan zijn gesteld met het oog op het beschermen van het behoud, herstel en de uitbouw van de cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van het gebied en zijn gebouwen. Deze waarden komen onder meer tot uitdrukking in: a. lange, rechte straten met strakke voorgevelrooilijnen; b. de gelijkaardige hoogte van de bebouwing van één laag hoog plus kap; c. de grotendeels gelijke maatvoering van de bouweenheden. De vroeg-20e eeuwse historische bebouwing in het zuidelijk deel van de Emmastraat met zijn ondiepe voortuinen, twee lagen plus kap wijkt van dit schema af; d. de grotendeels individuele dwarskap met topgevel, met elk een eigen voordeur aan de straat; e. de kappen als gebouwafsluiting en als afzonderlijke stedenbouwkundige laag. Artikel 4.22 Weerdstraat en Oude Boazstraat - aanwijzing De locatie 'Weerdstaat en Oude Boazstraat' is aangewezen als deelgebied Weerdstraat en Oude Boazstraat en maakt deel uit van het gemeentelijk beschermd stadsgezicht. De regels van dit omgevingsplan zijn gesteld met het oog op het beschermen van het behoud, herstel en de uitbouw van de cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van het gebied en zijn gebouwen. Deze waarden komen onder meer tot uitdrukking in: a. lange, rechte straten met strakke voorgevelrooilijnen; b. een aaneenschakeling van panden met doorgaans de korte zijde naar de straat ('diephuizen'); c. de kappen als gebouwafsluiting, in verschillende varianten voor de verschillende typologieën; d. de grote mate van spitsheid en verfijning van bouwvolumes op het niveau van het dakenlandschap. Artikel 4.23 Oude Indische Buurt - aanwijzing De locatie 'Oude Indische buurt' is aangewezen als deelgebied Oude Indische Buurt en maakt deel uit van het gemeentelijk beschermd stadsgezicht. De regels van dit omgevingsplan zijn gesteld met het oog op het beschermen van het behoud, herstel en de uitbouw van de cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van het gebied en zijn gebouwen. Deze waarden komen onder meer tot uitdrukking in: a. langskappen, onderbroken door expressieve topgevels, die tegenoverliggend aan smalle, tamelijk stenige straten staan; b. het v-vormige patroon van de buurt. Hierdoor maken de straten met elkaar een scherpe hoek en zijn er geen dwarsstraten; c. de gelijkaardige volume-opbouw (hoogtes, dieptes, kapvormen, in- en uitspringingen); d. de kappen als gebouwafsluiting; e. de karakteristieke tuinmuren die de op de hoeken van bouwblokken de binnenterreinen van de openbare ruimte afscheiden en die integraal uitmaken van de architectuur. Artikel 4.24 Indische buurt-west - aanwijzing De locatie 'Indische buurt west' is aangewezen als deelgebied Indische buurt-west en maakt deel uit van het gemeentelijk beschermd stadsgezicht. De regels van dit omgevingsplan zijn gesteld met het oog op het beschermen van het behoud, herstel en de uitbouw van de cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van het gebied en zijn gebouwen. Deze waarden komen onder meer tot uitdrukking in: a. de wijze waarop de blokjes van elkaar gescheiden zijn, door middel van gangen of zijerven naar het achtererf tussen alle blokjes en individuele woningen in, en op die plekken waar de straat de hoek omgaat of een richtingverdraaiing heeft; b. het kenmerkend verschil tussen rijwoningen van één laag plus kap voor de sociale woningbouw en de twee lagen plus kap voor de middenstandswoningen; c. de hoge kappen; d. de kleine variaties in volume-opbouw (hoogtes, dieptes, kapvormen, in- en uitspringingen); e. de semi-gesloten bouwblokken die deze woningblokjes vormen. Hierdoor zijn de achterkanten van de woningen en de achtertuinen goed zichtbaar. Artikel 4.25 Zeeheldenbuurt-west (Jeruzalembuurt) - aanwijzing De locatie 'Zeeheldenbuurt west' is aangewezen als deelgebied Zeeheldenbuurt-west (Jeruzalembuurt) en maakt deel uit van het gemeentelijk beschermd stadsgezicht. De regels van dit omgevingsplan zijn gesteld met het oog op het beschermen van het behoud, herstel en de uitbouw van de cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van het gebied en zijn gebouwen. Deze waarden komen onder meer tot uitdrukking in: a. de bejaardenwoningen van architect Romke de Vries, bestaand uit twee lagen aan de straatzijde en één laag aan de achterzijde; b. de afsluiting vindt plaats door middel van lange, oost-west georiënteerde woningblokken, waardoor hier een asymmetrische straat ontstaat; c. de ruime stedenbouwkundige opzet met veel groen, diepe achtertuinen, diepe voortuinen in combinatie met een breed straatprofiel; d. betrekkelijk lage bebouwing en het ontbreken van kopblokken; e. het gemeenschappelijk groen in de hof tussen de Romke de Vries bejaardenwoningen, in zijn open opzet. Artikel 4.26 Prinses Beatrixplantsoen - aanwijzing De locatie 'Prinses Beatrixplantsoen' is aangewezen als het deelgebied Prinses Beatrixplantsoen en maakt deel uit van het gemeentelijk beschermd stadsgezicht. De regels van dit omgevingsplan zijn gesteld met het oog op het beschermen van het behoud, herstel en de uitbouw van de cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van het gebied en zijn gebouwen. Deze waarden komen onder meer tot uitdrukking in: a. de gelijkaardige plaatsing van de bebouwing op de kavel: (grotendeels) in dezelfde voorgevelrooilijn en met riante voortuinen; b. de dominantie van de typologie van individuele villa's en twee-onder-een-kapwoningen, met een gelijke hoogte van twee lagen plus kap; c. kappen die soms zijn doorgetrokken tot de bovenkant van de begane grondlaag en daarmee een zeer expressief uiterlijk krijgen. Artikel 4.27 Beeldbepalend pand - aanwijzing De locatie 'beeldbepalend pand' is aangewezen als beeldbepalend pand. Het overzicht van de beeldbepalende panden en de waardering per pand is opgenomen als bijlage VII. De volgende onderdelen van de beeldbepalende panden zijn beschermd. Beschermde delen gebouw a. voorgevel, zijgevel(
- s)en achtergevel van het hoofdgebouw en van historische aan- en uitbouwen, grenzend aan of zichtbaar vanaf de openbare ruimte. b. Dak en kap van het hoofdgebouw en van historische aan- en uitbouwen grenzend aan of zichtbaar vanaf de openbare ruimte. c. Overige historische objecten op het erf indien deze in de toelichting op de aanwijzing zijn vermeld en voor zover grenzend aan of zichtbaar vanaf de openbare ruimte. d. Bouwwerken, niet gebouwen zijnde: de delen die in de toelichting op de aanwijzing zijn vermeld Beschermde waarden architectuur. Onderstaande waarden zijn beschermd voor zover zij behoren tot het oorspronkelijk ontwerp of tot een latere waardevolle aanpassing van het oorspronkelijk ontwerp, of hier op overtuigende wijze in vernieuwde of gerestaureerde vorm naar verwijzen. a. Hoofdvorm, massa-opbouw, hoogte en silhouet, inclusief kapvorm, kaphelling en kaprichting. b. Hoofdopzet en ontwerp gevel(
- s)en dak/kap: hoofd- en subindelingen gevel(
- s)en kap; vorm, grootte, aantal en situering vensters en deuren; vorm, grootte, aantal en situering dakkapellen & schoorstenen; hoofdopzet en ontwerp (winkel)pui; hoofdopzet plint en aansluiting op maaiveld; type afsluiting/beëindiging gevel; vensterindeling (vormtaal kozijn- en raamhout, inclusief staal als materiaal). c. Afwerking, detaillering & ornamentiek gevels en dak/kap: metselverband en metselornamentiek, karakter voegwerk; stuc-, natuursteen-, beton-, metaal- of tegelafwerking en bijbehorende ornamentiek en detaillering; ornamentiek gevels en dak (onder andere sluitstenen, boogvelden, strekken, lijstwerk) detaillering kozijn- en raamhout, inclusief negges, dieptesprong en profilering, en inclusief glas-in-lood; detaillering en profilering houten onderdelen gevel(
- s)(onder andere gootlijst, klossen, windveren, boeiboorden, afwerking dakkapellen, voordeuren); detaillering winkelpui, inclusief negges, diepteprongen, profilering en ornamentiek en origineel glas-in-lood); type dakbedekking. d. Materiaal en kleur (hieronder tevens begrepen de specifieke uitdrukking van het material en de kleur, inclusief textuur): afwerkingsmaterialen gevels en kap; materiaal en kleur metselwerk en ornamentiek in gevels en kap; materiaal en kleur dakpannen/andere dakafwerking; materiaal en kleur kozijnen en ramen; materiaal en kleur houten onderdelen gevel; materiaal en kleur glas. Niet-beschermde waarden (aan beschermde gevels en dak/kap): Wijzigingen aan de gevel(
- s)en kap die na de bouwfase zijn aangebracht en geen architectuurhistorische waarde vertegenwoordigen en/of de kwaliteit van het oorspronkelijk ontwerp hebben aangetast. Artikel 4.28 Gemeentelijk monument - aanwijzing De locatie 'gemeentelijk monument' is aangewezen als gemeentelijk monument. De monumentale waarden van het gemeentelijk monument zijn opgenomen in bijlage VI. Artikel 4.29 Provinciaal monument - aanwijzing De locatie 'provinciaal monument' is aangewezen als provinciaal monument. De monumentale waarden van het provinciaal monument zijn opgenomen in bijlage V. Artikel 4.30 Rijksbeschermd stadsgezicht - aanwijzing De locatie 'rijksbeschermd stadsgezicht' is aangewezen als Rijksbeschermd stadsgezicht Meppel Zuid. Het aanwijzingsbesluit is opgenomen als bijlage VIII. De begrenzing van het Rijksbeschermd stadsgezicht is opgenomen in bijlage IX. De regels van dit omgevingsplan zijn gesteld met het oog op het beschermen van het behoud, herstel en de uitbouw van de cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van het gebied en zijn gebouwen. Deze waarden komen onder meer tot uitdrukking in: a. voor de Stationsweg: 1. lineair karakter; 2. symmetrische profielindeling; 3. voortuinen die de overgang vormen naar de openbare ruimte; b. voor het Zuideinde: 1. lineair karakter; 2. met uitzondering van het gedeelte ten noorden van de Weerdstraat, een overwegend a-symmetrische profielindeling, waarbij in zuidelijke richting de rooilijn onregelmatiger wordt; 3. verdichting in de richting van de Binnenstad, door aaneengesloten bebouwing en smallere parcellering; c. voor het Wilhelminapark: 1. een centrale vijver met in noordelijke richting een centrale en symmetrische as, waaromheen een padenstructuur in gebogen vormen; 2. de Parklaan vormt (in het verlengde van de noord-zuidas) het verbindende element tussen het park en de Stationsweg; 3. de wegenstructuur rond het park heeft een kenmerkende profielindeling met een smalle rijbaan en groene bermen zonder trottoir, die de zichtrelatie tussen park en bebouwing ondersteunt. Artikel 4.31 Molenbiotoop - aanwijzing De locatie 'molenbiotoop' is aangewezen als molenbiotoop. In dit gebied zijn de regels in dit omgevingsplan mede gesteld met het oog op de bescherming van de belevingswaarde en het functioneren van een molen. Artikel 4.32 Te verwachten archeologisch monument - aanwijzing De locatie 'te verwachten archeologisch monument' is aangewezen als (aantoonbaar) te verwachten archeologisch monument. Afdeling 4.4 Evenemententerreinen Artikel 4.33 Evenemententerrein Wilhelminapark - aanwijzing De locatie 'evenemententerrein Wilhelminapark' is aangewezen als evenementerrein. Het Wilhelminapark is het oudste park van Meppel en grenst aan De Reest en is voorzien van een vijver omgeven door groen en wandelpaden. Artikel 4.34 Evenemententerrein Binnenstad - aanwijzing De locatie 'evenemententerrein Binnenstad' is aangewezen als evenemententerrein. De binnenstad van Meppel wordt bij tijd en wijle gebruikt als evenemententerrein. Dit evenemententerrein bestaat uit de verschillende pleinen die de binnenstad rijk is én een gedeelte van de straten die in de binnenstad liggen. De verschillende pleinen die onderdeel uitmaken van dit evenemententerrein, worden in de volgende artikelen beschreven. Artikel 4.35 Evenemententerrein Binnenstad Kerkplein - aanwijzing De locatie 'evenemententerrein Binnenstad Kerkplein' is aangewezen als evenemententerrein. Het Kerkplein is het grootste plein van de binnenstad van Meppel. Het plein ligt in het hart van de stad, naast de Grote Kerk of Maria Kerk. Aan het plein grenzen horecazaken: van restaurants tot uitgaansgelegenheden, allen met ruime terrassen. Daarnaast ook nog enkele andere bedrijven uit het mkb-segment. Artikel 4.36 Evenemententerrein Binnenstad De Wheem - aanwijzing De locatie 'evenemententerrein Binnenstad De Wheem' is aangewezen als evenemententerrein. De Wheem bestaat uit een langgerekt plein met aan weerszijden grote terrassen van restaurants, waardoor het plein verder versmald wordt. Er grenzen ook nog enkele andere bedrijven uit het mkb-segment aan dit plein, zoals een opticien en een boekhandel. Artikel 4.37 Evenemententerrein Binnenstad Groenmarkt - aanwijzing De locatie 'evenemententerrein Binnenstad Groenmarkt' is aangewezen als evenemententerrein. De Groenmarkt is een herontwikkeld horecaplein, omringd door uiteenlopende horecazaken met ruime terrassen.Op dit plein staan houten banken in de vorm van de letters “Meppel”, deze zijn verplaatsbaar en kunnen in het kader van de veiligheid tijdens een evenement tijdelijk op een andere locatie geplaatst worden. Artikel 4.38 Evenemententerrein Binnenstad Prinsenplein - aanwijzing De locatie 'evenemententerrein Binnenstad Prinsenplein' is aangewezen als evenemententerrein. Naar aanleiding van de herontwikkeling en vergroening van dit plein in 2023, heeft het Prinsenplein veel ruimte ingeleverd als het gaat om evenementen. Er is ruimte gemaakt voor gratis zitgelegenheid, meer openbaar groen en een fietsparkeerplaats. Alleen een klein, laag podium kan op dit plein nog opgebouwd worden om de terrassen van de aanwezige horecazaken van entertainment te voorzien. Ook kan één van de op het plein aangebrachte “pramen” (bankjes in de vorm van een boot) gebruikt worden voor kleinschalige optredens. Artikel 4.39 Evenemententerrein Binnenstad kruising Hoofdstraat-Kruisstraat - aanwijzing De locatie 'evenemententerrein Binnenstad kruising Hoofdstraat-Kruisstraat' is aangewezen als evenemententerrein. Door de vestiging van een restaurant (dat in het weekend ’s avonds dienst doet als uitgaansgelegenheid) met terras en verderop in de straat een ijssalon met ruim terras is hier een nieuw “pleintje” ontstaan. Dit kan zich lenen voor een klein podium en mobiel entertainment tussen de (horeca-)bedrijven. Naast de horecazaken bevinden zich op/rond deze kruising allerhande winkels. Artikel 4.40 Evenemententerrein Binnenstad Slotplantsoen - aanwijzing De locatie 'evenemententerrein Binnenstad Slotplantsoen' is aangewezen als evenemententerrein. Naar aanleiding van de renovatie die dit park in 2023/2024 krijgt, de aanwezig flora en fauna in het park, plus de herontwikkeling van het naastgelegen winkelpand naar woonbestemming, zijn evenementen met versterkte muziek en grote tenten/podia die boomkronen en -wortels kunnen beschadigen hier niet langer gewenst. Kleinschalige evenementen die de flora en fauna in het park niet verstoren zijn wel mogelijk. Artikel 4.41 Evenemententerrein Ogterop - aanwijzing De locatie 'evenemententerrein Ogterop' is aangewezen als evenemententerrein. Op het sportveld achter Schouwburg Ogterop worden jaarlijks één of maximaal twee circussen ontvangen in Meppel, maar kan ook dienst doen als terrein voor kleine(
- re)evenementen, bijvoorbeeld wijk- of buurtgebonden activiteiten. Hoofdstuk 5 Ontwikkelgebieden Afdeling 5.1 Transformatiegebied Noordpoort Paragraaf 5.1.1 Transformatieregels Artikel 5.1 Transformatiegebied Noordpoort - aanwijzing De locatie 'transformatiegebied Noordpoort' is aangewezen als ontwikkelgebied. De regels in deze afdeling zijn van toepassing in dit gebied. Artikel 5.2 Deelgebied Steenwijkerstraatweg - aanwijzing De locatie 'transformatiegebied Noordpoort deelgebied Steenwijkerstraatweg' is aangewezen als deelgebied Steenwijkerstraatweg in het ontwikkelgebied Transformatiegebied Noordpoort. Artikel 5.3 Deelgebied Oude Vaart - aanwijzing De locatie 'transformatiegebied Noordpoort deelgebied Oude Vaart' is aangewezen als deelgebied Oude Vaart in het ontwikkelgebied Transformatiegebied Noordpoort. Artikel 5.4 Deelgebied Schoolstraat - aanwijzing De locatie 'transformatiegebied Noordpoort deelgebied Schoolstraat' is aangewezen als deelgebied Schoolstraat in het ontwikkelgebied Transformatiegebied Noordpoort. Artikel 5.5 Deelgebied Stadsentree - aanwijzing De locatie 'transformatiegebied Noordpoort deelgebied Stadsentree' is aangewezen als deelgebied Stadsentree in het ontwikkelgebied Transformatiegebied Noordpoort. Artikel 5.6 Transformatiegebied Noordpoort - functietoedeling Op de locatie 'transformatiegebied Noordpoort' wordt een industrie- en bedrijventerrein getransformeerd naar een woongebied met ondergeschikte functies ten behoeve van de functies in het woongebied en het direct aangrenzende openbaar gebied en de bij deze functies behorende voorzieningen, zoals evenementen categorie A, groen, nutsvoorzieningen, speelvoorzieningen, verkeer, water, waterhuishoudkundige voorzieningen en andere voorzieningen die nodig zijn voor het goed functioneren van het transformatiegebied en de daarin voorkomende beoogde permanente gebruiksactiviteiten. Artikel 5.7 Deelgebied Steenwijkerstraatweg - ambities en uitgangspunten Kwaliteiten De verkavelingsstructuur van het deelgebied Bedrijventerrein Steenwijkerstraatweg is nog een overblijfsel van de oude Nijeveense ontginningsstructuur. Dit deelgebied kent een rechtlijnige regelmatige structuur van verkavelingslijnen, waterlijnen en zichtlijnen. Een belangrijke kwaliteit is de aanwezigheid van water in dit gebied. Hierbij gaat het zowel over De Drentsche Hoofdvaart als de oude jachthaven. De ligging van het gebied, grenzend aan de provinciale weg, is een belangrijke kwaliteit die bijdraagt aan de ontwikkelingspotentie van het gebied. Het handhaven van de rechtlijnige regelmatige structuur van verkavelingslijnen, waterlijnen en zichtlijnen op het bedrijventerrein Steenwijkerstraatweg is uitgangspunt bij de ontwikkeling, waarbij de overgang naar de Watertorenbuurt zorgvuldig moet worden vormgegeven. De eerste bebouwing in het gebied, een zaagmolen van rond 1850, stond op de plek waar de huidige Galgenkampsweg uitkomt op de Drentse Hoofdvaart. Ook de locatie van de scheepswerf kwam vroeg tot ontwikkeling, met aan het eind van de 19e eeuw een fabriek, gevolgd door de scheepswerf in 1948. De dwarshelling en de 200 meter lange werkhal uit die tijd zijn nog min of meer ongewijzigd aanwezig. Het deel ten zuiden van de grift werd aan het eind van de 19e eeuw ontwikkeld. Het deel ten noorden volgde pas vanaf de jaren 1950. Koers Het deelgebied Bedrijventerrein Steenwijkerstraatweg is een gebied dat zal transformeren naar een woongebied met ruimte voor de noordelijke Stadsentree. Opvallend is dat in dit gebied bijna geen “openbaar” groen voorkomt, ambitie is dan ook om groen toe te voegen. Bestaande bedrijven mogen nog tijdelijk blijven zitten, maar zullen op termijn moeten verplaatsen. Voor bestaande bedrijven is een tijdelijke regeling opgenomen op basis waarvan de bedrijfsactiviteiten gedurende een bepaalde, in dit omgevingsplan geregelde periode, (tijdelijk) voortgezet mogen worden. Het kwalitatief en kwantitatief ontwikkelen van ligplaatsen voor recreatiaef vaarverkeer is een uitgangspunt. Artikel 5.8 Deelgebied Oude Vaart - ambities en uitgangspunten Kwaliteiten Het bedrijventerrein Oude Vaart is een gebied met een afwijkende structuur ten opzichte van de oorspronkelijke verkaveling, zoals die op het bedrijventerrein aan de Steenwijkerstraatweg nog wel is te zien. De bebouwing is rommelig, en is met uitzondering van de herstelde oude bebouwing (diagonaal gebouwd), niet karakteristiek. De Drentsche Hoofdvaart is bepalend in het beeld tussen beide gebieden. De aanwezige kade wordt door de bedrijven langs de Oude Vaart niet gebruikt. Het deel van de Drentsche Hoofdvaart in dit gebied is gerealiseerd rond 1760. Hierlangs bevond zich een iets hoger gelegen jaagpad. De diagonale verkaveling van dit gebied kwam overeen met het gebied ten westen van de vaart. Rond 1910 ontstond hier de eerste bebouwing, die de diagonale verkaveling volgde. Medio de 20e eeuw werd het gebied rationeel verkaveld, opgehoogd en werden wegen aangelegd. De oude, diagonaal geplaatste bebouwing, werd grotendeels vervangen door nieuwe bebouwing. De woonwijk Haveltermade is gelijktijdig ontwikkeld en deze gebieden sluiten opvallend direct op elkaar aan. Koers Bedrijventerrein Oude Vaart is een deelgebied met veel kleinere en middelgrote bedrijven. Het betreft een bedrijventerrein dat op het punt staat te verloederen. In het gebied komen enkele kantoren voor, enkele kleine detailhandelsbedrijven en de gemeentelijke brandweerkazerne is er ook gevestigd. Aandacht dient er te zijn voor het tankstation waar ook LPG getankt kan worden. Deze functie heeft een risicocirkel die de mogelijkheden voor gebruiksactiviteiten in een deel van dit gebied en het aangrenzende deelgebied Schoolstraat beperkt. Het deelgebied Oude Vaart is een gebied dat zal transformeren naar een woongebied met ruimte voor de noordelijke Stadsentree. Voor bestaande bedrijven is een tijdelijke regeling opgenomen op basis waarvan de bedrijfsactiviteiten een bepaalde, in dit omgevingsplan opgenomen periode, (tijdelijk) voortgezet mogen worden. Voor het deelgebied Oude Vaart staat de verbinding vanuit de Haveltermade in oost-west richting voorop en een inrichting van het gebied met openbare ruimtes en routes vanuit deze wijk richting de Drentsche Hoofdvaart met in beginsel minimaal twee doorsteken in oost-westelijke richting. Deze ruimtes worden minimaal vormgegeven als wandeldoorsteek, met openbare groene verblijfskwaliteit waarlangs bebouwing een hoogwaardige uitstraling heeft. Artikel 5.9 Deelgebied Schoolstraat - ambities en uitgangspunten Kwaliteiten In dit deelgebied is de Schoolstraat de belangrijkste functionele structuur, waaraan moderne grootschalige gebouwen gelegen zijn. Het is een overgangsgebied tussen de bedrijvigheid en centrumfuncties. In het deelgebied zelf is geen bebouwing meer aanwezig. Koers Het deelgebied Schoolstraat bestaat uit de locatie van de voormalige AOC terra en de rotonde, deze locatie biedt perspectief voor ontwikkeling naar wonen. Dit potentieel wordt vergroot op het moment dat de problematiek van het LPG tankstation wordt opgelost. Het stedenbouwkundig karakter van het gebied, waar sprake is van een grote maat met een heldere structuur van weg en water, dient bij de ontwikkeling behouden te blijven. Paragraaf 5.1.2 Transformatiegebied Noordpoort - transformatie activiteiten Subparagraaf 5.1.2.1 Gebruiksactiviteiten transformatie - algemeen Artikel 5.10 Transformatigebied Noordpoort - algemeen gebruiksverbod Het gebruik van de gronden en bouwwerken voor gebruiksactiviteiten anders dan die op grond van dit omgevingsplan zijn toegestaan is verboden. Artikel 5.11 Gebruiksactiviteiten wonen - toegestaan 1 Ter plaatse van de locatie transformatiegebied Noordpoort is wonen toegestaan voor zover dat plaats vindt op een perceel en in een gebouw dat is gerealiseerd op grond van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.30. 2 In aanvulling op het eerste lid, zijn op de locatie transformatiegebied Noordpoort de navolgende, aan wonen ondergeschikte functies toegestaan: a. evenenementen (categorie A); b. groenactiviteiten; c. speelvoorzieningen; d. verkeer; e. water; f. andere voorzieningen die nodig zijn voor het goed functioneren van het transformatiegebied en de daarin voorkomende beoogde permanente gebruiksactiviteiten zoals omschreven in artikel 5.11, artikel 5.12 en/of artikel 5.13. 3 In aanvulling op het bepaalde in artikel 5.11, eerste lid is wonen ook toegestaan op de locatie beeldbepalend pand. Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.30 is in dat geval niet nodig. Artikel 5.12 Transformatiegebied Noordpoort - functiekaders woningbouw 1 Het totaal aantal woningen op de locatie 'transformatiegebied Noordpoort' is maximaal 1.000. 2 Per jaar mogen maximaal 357 woningen worden gebouwd. 3 Woningbouwontwikkelingen zijn alleen toegestaan indien een integraal stedenbouwkundig plan van het totale ontwikkelveld door het college is goedgekeurd. Het doel daarvan is ervoor te zorgen dat alle ontwikkelvelden in samenhang worden ontwikkeld. 4 Er is een register waarin het aantal verleende omgevingsvergunningen voor bouwactiviteiten, het daarmee te realiseren aantal woningen en type woning wordt bijgehouden. Artikel 5.13 Transformatiegebied Noordpoort - gebod woningbouw sociale huur 1 Het minimum aantal te realiseren sociale huurwoningen op de locatie 'transformatiegebied Noordpoort' is 16% van het maximum aantal te realiseren woningen als bedoeld in artikel 5.12, eerste lid. 2 De eigenaar van binnen het 'transformatiegebied Noordpoort' gelegen gronden, opstallen of registergoederen is gehouden op die gronden sociale huurwoningen te realiseren met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens dit hoofdstuk, zodat met de realisering van die sociale huurwoningen al dan niet in samenhang met de realisatie van sociale huurwoningen elders binnen het transformatiegebied voor het hele gebied ten minste wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 5.12, eerste lid, als op of na 30 April 2030: a. het feitelijke gebruik van die gronden afwijkt van de voor die gronden op grond van het in opgenomen functiekader beoogde gebruik; b. er voor die gronden nog geen omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit is verleend; c. het totaal aantal verleende omgevingsvergunningen voor een bouwactiviteit binnen het transformatiegebied Noordpoort ten behoeve van de realisatie van sociale huurwoningen voorziet in de realisatie van minder dan het in artikel 5.12, tweede lid bedoelde aantal woningen. 3 Aan de verplichting in artikel 5.13, eerste lid wordt voorlopig voldaan als binnen twee jaar na de datum bedoeld in artikel 5.13, tweede lid een ontvankelijke aanvraag om een omgevingsvergunning voor de bouw van het vereiste aantal sociale huurwoningen is ingediend. 4 De op grond van dit hoofdstuk toegestane tijdelijke gebruiksactiviteiten mogen, met inachtneming van de tijdsbeperking van die gebruiksactiviteit gedurende de in artikel 5.13, derde lid bedoelde periode van twee jaar worden voortgezet. 5 Aan de verplichting in artikel 5.13, tweede lid wordt voldaan binnen 5 jaar na de in dat lid bedoelde datum. 6 Voor zover de in artikel 5.13, tweede lid bedoelde eigenaar kan aantonen dat de realisering van het in artikel 5.13, eerste lid bedoelde minimumaantal anderszins verzekerd is, wordt de verplichting als bedoeld in artikel 5.13, tweede lid opgeschort totdat het minimumaantal daadwerkelijk binnen de in artikel 5.13, vijfde lid bedoelde termijn is gerealiseerd. 7 De verplichtingen in artikel 5.13, eerste lid en artikel artikel 5.12, tweede lid vervallen zodra het minimum aantal sociale huurwoningen als bedoeld in artikel 5.12, eerste lid feitelijk zijn gerealiseerd. Artikel 5.14 Transformatiegebied Noordpoort - woningbouw betaalbaar 1 Het aandeel betaalbare woningbouw is minimaal 50% op de locatie transformatiegebied Noordpoort. 2 Het college kan een maatwerkvoorschrift stellen indien niet kan worden voldaan aan het bepaalde in artikel 5.14, eerste lid, op de voorwaarde dat op de locatie met een ander initiatief een uitruil plaatsvindt. 3 Voordat een maatwerkvoorschrift als bedoeld in artikel 5.14, tweede lid wordt gesteld moet door de betrokken partijen voldoende aannemelijk zijn gemaakt dat er sprake is van een door beide partijen getekende overeenkomst waarin die afspraak is opgenomen met een kettingbeding. Subparagraaf 5.1.2.2 Gebruiksactiviteiten stadsentree Artikel 5.15 Toepassingsbereik 1 Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruik van gronden en bouwwerken voor verkeersactiviteiten op de locatie transformatiegebied Noordpoort deelgebied Stadsentree 2 Onder verkeersactiviteiten als bedoeld in deze subparagraaf wordt verstaan: a. het verkeersgerelateerd gebruik van wegen b. het verkeersgerelateerd gebruik van fiets en voetpaden c. het verkeersgerelateerd gebruik van civieltechnische (kunst)werken d. het verkeersgerelateerd ondergeschikt gebruik van overige voorzieningen, zoals parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen, groenvoorzieningen, dagreacreatieve voorzieningen, waterpartijen en waterhuishoudkundige voorzieningen, bergbezinkbassins. Artikel 5.16 Verkeersactiviteiten stadsentree - toegestaan Verkeersactiviteiten zijn toegestaan. Subparagraaf 5.1.2.3 Gebruiksactiviteiten Transportverdeelstation Artikel 5.17 Toepassingsbereik 1 Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor het in werking hebben van een transportverdeelstation voor elektriciteit op de locatie ‘zoekgebied transportverdeelstation Noordpoort'. 2 Onder het gebruik van gronden en bouwwerken als transportverdeelstation voor elektriciteit wordt verstaan het gebruik als nutsvoorziening voor het verdelen van de elektriciteit met behulp van schakelkasten, zonder daarbij gebruik te maken van transformatoren. Artikel 5.18 Gebruik als transportverdeelstation voor elektriciteit 1 Het gebruik als transportverdeelstation voor elektriciteit is toegestaan. 2 De gezamenlijk oppervlakte die mag worden gebruikt voor een transportverdeelstation voor elektriciteit is op de locatie 'zoekgebied transportverdeelstation Noordpoort maximaal 360 m2. Subparagraaf 5.1.2.4 Tijdelijke bedrijfsactiviteiten deelgebied Bedrijventerrein Steenwijkerstraatweg - toegestaan Artikel 5.19 Toepassingsbereik 1 Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruik van gronden en bouwwerken voor tijdelijke bedrijfsactiviteiten op de locatie 'transformatiegebied Noordpoort deelgebied Steenwijkerstraatweg'. 2 Onder tijdelijke bedrijfsactiviteiten wordt verstaan: het uitvoeren van bedrijfsactiviteiten voor een beperkte duur. Artikel 5.20 Tijdelijke bedrijfsactiviteiten transformatiegebied Noordpoort deelgebied Steenwijkerstraatweg - toegestaan 1 De bedrijfsactiviteiten zoals die voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit artikel bestonden, mogen op de locatie 'termijn tijdelijke bedrijfsactiviteiten Noordpoort' worden voortgezet tot de aangegeven datum. 2 Onder bedrijfsactiviteiten als bedoeld in artikel 5.20, eerste lid wordt tevens begrepen: het wonen in een voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit artikel bestaande woning, voor zover die woning gelegen is in de directe nabijheid van een bedrijf en slechts voor zover dat noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering van dat bedrijf. Artikel 5.21 Tijdelijke bedrijfsactiviteiten transformatiegebied Noordpoort deelgebied Steenwijkerstraatweg - eerbiedigende werking geluid Als binnen de locatie 'transformatiegebied Noordpoort deelgebied Steenwijkerstraatweg' milieubelastende activiteiten onmiddellijk vóór het in werking treden van de Omgevingswet rechtmatig werden uitgevoerd en door het verlenen van een omgevingsvergunning zoals bedoeld in paragraaf 5.1.3 van dit omgevingsplan niet meer aan de regels uit afdeling 22.3 van dit omgevingsplan kan worden voldaan, zijn de strijdige regels uit afdeling 22.3 van dit omgevingsplan niet op deze milieubelastende activiteit van toepassing. Daarbij geldt als voorwaarde dat de milieubelastende activiteiten niet toenemen en op de milieubelastende activiteiten de regels uit subparagraaf 5.1.2.4 of subparagraaf 5.1.2.5 van toepassing zijn. Subparagraaf 5.1.2.5 Tijdelijke bedrijfsactiviteiten transformatiegebied Noordpoort deelgebied Oude Vaart - toegestaan Artikel 5.22 Toepassingsbereik 1 Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruik van gronden en bouwwerken voor tijdelijke bedrijfsactiviteiten op de locatie 'transformatiegebied Noordpoort deelgebied Oude Vaart'. 2 Onder tijdelijke bedrijfsactiviteiten wordt verstaan: het uitvoeren van bedrijfsactiviteiten voor een beperkte duur. Artikel 5.23 Tijdelijke bedrijfsactiviteiten transformatiegebied Noordpoort deelgebied Oude Vaart - toegestaan 1 Op de locatie 'bestaande gebruiksactiviteiten Noordpoort - toegestaan' mogen de bestaande gebruiksactiviteiten worden voortgezet. 2 De bedrijfsactiviteiten zoals die voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit artikel bestonden, mogen op de locatie 'termijn tijdelijke bedrijfsactiviteiten Noordpoort' worden voortgezet tot de aangegeven datum. 3 Onder bedrijfsactiviteiten als bedoeld in artikel 5.23, tweede lid wordt tevens begrepen: het wonen in een voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit artikel bestaande woning, voor zover die woning gelegen is in de directe nabijheid van een bedrijf en slechts voor zover dat noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering van dat bedrijf. Artikel 5.24 Tijdelijke bedrijfsactiviteiten transformatiegebied Noordpoort deelgebied Oude Vaart - eerbiedigende werking geluid Als binnen de locatie 'transformatiegebied Noordpoort deelgebied Oude Vaart' milieubelastende activiteiten onmiddellijk vóór het in werking treden van de Omgevingswet rechtmatig werden uitgevoerd en door het verlenen van een omgevingsvergunning zoals bedoeld in paragraaf 5.1.3 van dit omgevingsplan niet meer aan de regels uit afdeling 22.3 van dit omgevingsplan kan worden voldaan, zijn de strijdige regels uit afdeling 22.3 van dit omgevingsplan niet op deze milieubelastende activiteit van toepassing. Daarbij geldt als voorwaarde dat de milieubelastende activiteiten niet toenemen en op de milieubelastende activiteiten de regels uit subparagraaf 5.1.2.4 of subparagraaf 5.1.2.5 van toepassing zijn. Subparagraaf 5.1.2.6 Maatwerkvoorschriften transformatiegebied Noordpoort Artikel 5.25 Toepassingsbereik Deze subparagraaf is van toepassing op de locaties 'transformatiegebied Noordpoort deelgebied Oude Vaart' en 'transformatiegebied Noordpoort deelgebied Steenwijkerstraatweg'. Artikel 5.26 Maatwerkvoorschriften 1 Voor de regels genoemd in artikel 5.20 en artikel 5.23 kunnen maatwerkvoorschriften worden gesteld voor het verkorten of verlengen van de overgangstermijn voor de bedrijfsactiviteiten. 2 Het maatwerkvoorschrift als bedoeld in artikel 5.26, eerste lid kan worden gesteld als door het tempo van de transformatie van Noordpoort: a. het noodzakelijk is dat een bedrijf een kortere overgangstermijn heeft; b. het bedrijf langer kan blijven zitten, omdat het deel van het gebied waar het bedrijf zich bevindt later wordt ontwikkeld en geen verslechtering van het Natura 2000-gebied door de depositie van stikstof optreedt. Paragraaf 5.1.3 Sociale huuractiviteit - gebod Artikel 5.27 Gebod - instandhouding socialehuuractiviteit 1 Voor zover op de locatie transformatiegebied Noordpoort een woning in gebruik wordt genomen of in gebruik genomen is als sociale huurwoning en die sociale huurwoning nodig is om te voldoen aan het percentage als bedoeld in artikel 5.13, eerste lid, wordt die woning gedurende tien jaar na ingebruikname daarvan niet voor andere doeleinden gebruikt dan voor de gebruiksactiviteit wonen voor de doelgroep of doelgroepen als bedoeld in artikel 5.28. 2 artikel 5.11 is van overeenkomstige toepassing op het gebruik als bedoeld in artikel 5.27, eerste lid met in achtneming van de doelgroepbeperking zoals omschreven in artikel 5.27, eerste lid. 3 Voor zover een woning als bedoeld in het artikel 5.27, eerste lid voor een langere periode dan drie maanden niet gebruikt wordt voor de in dit artikel bedoelde gebruiksactiviteiten is de eigenaar van die woning gehouden het gebruik van die woning in overeenstemming te brengen met het toegestane gebruik op grond van dit artikel. 4 Onder 'voor langere periode dan drie maanden niet gebruikt wordt voor de in dit artikel bedoelde gebruiksactiviteiten' wordt mede verstaan: leegstand. Leegstand als gevolg van regulier onderhoud wordt niet onder dit artikel begrepen. Voor de beoordeling of sprake is van leegstand is niet relevant of er een lopende (huur)overeenkomst is ten behoeve van het gebruik van de betreffende woning. Artikel 5.28 Omschrijving doelgroep sociale huurwoningen Als doelgroep voor sociale huurwoningen als bedoeld in artikel 5.161c, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving wordt aangemerkt: ● huishoudens met een huishoudinkomen dat niet hoger is dan maximaal het norminkomen van een meerpersoonshuishouden als bedoeld in artikel 14 van de Wet op de huurtoeslag. Paragraaf 5.1.4 Bouwactiviteiten Subparagraaf 5.1.4.1 Gebouwen bouwen - vergunningplicht Artikel 5.29 Gebouw bouwen - toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het bouwen, verbouwen en in stand houden van gebouwen ter plaatse van de locatie gebouw bouwen - Transformatiegebied Noordpoort. Artikel 5.30 Gebouw bouwen - vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning een gebouw te bouwen en/of te verbouwen. Artikel 5.31 Gebouw bouwen - bijzondere aanvraagvereisten Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen, verbouwen of in stand houden van een gebouw worden de volgende gegevens en bescheiden ingediend: ● Een omschrijving van de wijze waarop het aangevraagde bouwwerk passend in de omgeving is gemaakt. ● Een omschrijving van de wijze waarop het aangevraagde bouwwerk in haar uiterlijke verschijningsvorm het beoogde gebruik tot uitdrukking laat komen. ● Een beschrijving van de voor de bouw gebruikte materialen en de wijze waarop deze conceptueel passen bij en bruikbaar zijn voor de maatschappelijke realiteit. ● Een beschrijving van de wijze waarop het uiterlijk van het aangevraagde bouwwerk een evenwichtige samenhang tussen helderheid en complexiteit heeft. ● Een beschrijving van de samenhangend stelsel van maatverhoudingen van het bouwwerk. ● Een beschrijving van de wijze waarop de gebruikte materialen, textuur en kleur het karakter van het bouwwerk ondersteunen en de ruimtelijke samenhang met de omgeving tot uitdrukking laat komen of de verwachte ontwikkeling daarvan duidelijk maakt. ● Een beschrijving van de zorg die is besteed aan de bouwkundige detaillering. ● Een precieze aanduiding van de locatie waarop het bouwwerk zal worden gebouwd. ● Een beschrijving van het aantal parkeergelegenheden die binnen het gebouw wordt gerealiseerd. ● Een onderbouwing van de akoestische gevolgen van het gebouw voor de geluidbelasting door het wegverkeerslawaai voor omliggende bestaande geluidgevoelige gebouwen. ● Een beschrijving van het bouwwerk waaruit het aantal bouwlagen van het bouwwerk kan worden afgeleid. ● Een beschrijving van de wijze waarop met de bouw van het bouwwerk wordt voorzien in voldoende wateropvang, het gebouw klimaatadaptief wordt gebouwd, natuurinclusief wordt gebouwd en circulair wordt gebouwd. ● Een beschrijving van het aantal voor sociale huur bestemde wooneenheden die binnen het gebouw wordt gerealiseerd. ● Een beschrijving van de wijze waarop het hemelwater van het bouwwerk wordt afgevoerd. ● Een beschrijving van de wijze waarop bij de bouw van het gebouw wordt geborgd dat bij een regenbui met een intensiteit van 70 mm/h geen ernstige wateroverlast optreedt. De beschrijving van de hiervoor beschreven aanvraagvereisten moet aansluiten bij de criteria die hieraan worden gesteld in de Beleidsregel Uiterlijk en Plaatsing Bouwwerken Noordpoort en de Beleidsregel Bouwen, Aanleggen en Ruimtelijk Inrichten Transformatiegebied Noordpoort. Artikel 5.32 Gebouw bouwen - instandhouding vergunningplichtige bouwwerken Het is verboden om een gebouw in stand te houden als daarvoor geen omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.30 is verleend. Artikel 5.33 Gebouw bouwen - beoordelingsregel relatie bouwwerk tot omgeving 1 De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.30 wordt alleen verleend als het aangevraagde bouwwerk passend is in de omgeving van dat bouwwerk. Of hiervan sprake is wordt beoordeeld aan de hand van de Beleidsregel Uiterlijk en plaatsing bouwwerken Noordpoort. 2 Bij de beoordeling als bedoeld in artikel 5.33, eerste lid wordt in ieder geval de relatie van het aangevraagde bouwwerk tot de aangrenzende openbare ruimte en andere gebouwen in de omgeving van dat bouwwerk betrokken. Artikel 5.34 Gebouw bouwen - beoordelingsregel relatie, vorm, gebruik en constructie 1 De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.30 wordt alleen verleend als het beoogde gebruik van het aangevraagde bouwwerk tot uitdrukking komt in de uiterlijke verschijningsvorm van dat bouwwerk. Of hiervan sprake is wordt beoordeeld aan de hand van de Beleidsregel Uiterlijk en plaatsing bouwwerken Noordpoort. 2 Bij de beoordeling als bedoeld in artikel 5.34, eerste lid wordt in ieder geval de samenhang tussen vorm, beoogd gebruik en constructie, alsmede de onderlinge logica tussen de elementen betrokken. Artikel 5.35 Gebouw bouwen - beoordelingsregel betekenis vormen in sociaal-culturele context 1 De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.30 wordt alleen verleend als de gebruikte materialen conceptueel passen bij en bruikbaar zijn voor de maatschappelijke realiteit. Of hiervan sprake is wordt beoordeeld aan de hand van de Beleidsregel Uiterlijk en plaatsing bouwwerken Noordpoort. 2 Bij de beoordeling als bedoeld in artikel 5.35, eerste lid worden de verwijzingen en associaties naar heden, verleden en toekomst, alsmede het gebruik van die vormen in relatie tot de bouwstijl betrokken. Artikel 5.36 Gebouw bouwen - beoordelingsregel evenwicht tussen helderheid en complexiteit 1 De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.30 wordt alleen verleend als het uiterlijk van het aangevraagde bouwwerk een evenwichtige samenhang tussen helderheid en complexiteit heeft. Of hiervan sprake is wordt beoordeeld aan de hand van de Beleidsregel Uiterlijk en plaatsing bouwwerken Noordpoort. 2 Bij de beoordeling als bedoeld in artikel 5.36, eerste lid worden elementen als symmetrie, ritme, herkenbare maatreeksen en/of materiaal gebruik betrokken. Artikel 5.37 Gebouw bouwen - beoordelingsregel schaal en maatverhoudingen 1 De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.30 wordt alleen verleend als het aangevraagde bouwwerk een voldoende samenhangend stelsel van maatverhoudingen heeft. Of hiervan sprake is wordt beoordeeld aan de hand van de Beleidsregel Uiterlijk en plaatsing bouwwerken Noordpoort. 2 Bij de beoordeling als bedoeld in artikel 5.37, eerste lid wordt de samenhang en hiërarchie van elementen zoals gevelvlakken, hellende daken, maar ook toegevoegde elementen zoals een dakkapel of aanbouw) betrokken. 3 Niet vergunningplichtige onderdelen of elementen zoals vergunningvrij te plaatsen zonnecollectoren worden, voor zover zij bij de advisering zijn betrokken, bij de beoordeling van de aanvraag buiten beschouwing gelaten. Artikel 5.38 Gebouw bouwen - beoordelingsregel materiaal, textuur en kleur De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.30 wordt alleen verleend als de gebruikte materialen, textuur en kleur van het aangevraagde bouwwerk het karakter van het bouwwerk ondersteunen en bovendien de ruimtelijke samenhang van het bouwwerk met de omgeving daarin tot uitdrukking komt, of de te verwachten ontwikkeling daarvan duidelijk maken. Of hiervan sprake is wordt beoordeeld aan de hand van de Beleidsregel Uiterlijk en plaatsing bouwwerken Noordpoort. Artikel 5.39 Gebouw bouwen - beoordelingsregel detaillering 1 De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.30 wordt alleen verleend als voldoende zorg is besteed aan de bouwkundige detaillering. Of daar sprake van is wordt beoordeeld aan de hand van de Beleidsregel Uiterlijk en plaatsing bouwwerken Noordpoort. 2 Bij de beoordeling als bedoeld in artikel 5.39, eerste lid wordt de onderlinge samenhang van de gebruikte materialen en bouwkundige constructies, alsmede de vormgeving- en eigenschappen van de gebruikte materialen, mede in relatie tot ruimtelijke kwaliteit van de omgeving en de duurzame instandhouding van het gebouw, betrokken. Artikel 5.40 Gebouw bouwen - beoordelingsregel locatie De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.30 wordt alleen verleend als het aangevraagde gebouw is gelegen op de locatie 'gebouw bouwen - Transformatiegebied Noordpoort'. Artikel 5.41 Gebouw bouwen - beoordelingsregel parkeren 1 De gronden mogen slechts worden bebouwd onder de voorwaarde dat voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden. 2 Bij de omgevingsvergunning voor het bouwen als bedoeld in artikel 5.30 wordt aan de hand van de parkeernormen in de beleidsregel Nota maatwerk parkeernormen Noordpoort bepaald of sprake is van voldoende parkeergelegenheid. 3 Met de omgevingsvergunning voor het bouwen als bedoeld in artikel 5.30 kan worden afgeweken van de eis dat parkeren op eigen erf dienst plaats te vinden en de parkeernormen zoals opgenomen in de Nota maatwerk parkeernormen Noordpoort, mits dit geen onevenredige gevolgen heeft voor de omgeving en wordt voldaan aan de in de Nota maatwerk parkeernormen Noordpoort opgenomen regels en voorwaarden. Artikel 5.42 Gebouw bouwen - beoordelingsregel indirecte gevolgen geluid De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.30 wordt geweigerd als door het verlenen van de omgevingsvergunning en de daarmee samenhangende geluidreflecties door het aangevraagde gebouw sprake zal zijn van een significante toename van het geluid ter hoogte van reeds aanwezige of vergunde geluidgevoelige gebouwen, zoals bedoeld in artikel 5.78ai van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Artikel 5.43 Gebouw bouwen - beoordelingsregel maximum aantal bouwlagen De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.30 wordt op de locatie 'maximum aantal bouwlagen Noordpoort' alleen verleend als het aantal bouwlagen maximaal het aangegeven aantal bedraagt. Artikel 5.44 Gebouw bouwen - beoordelingsregel bouwen, aanleggen en ruimtelijk inrichten 1 De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.30 wordt alleen verleend als voldoende wordt voldaan aan de volgende voorwaarden, met dien verstande dat als op één of meer onderdelen onvoldoende wordt voldaan, dat gecompenseerd kan worden met een bovengemiddeld niveau van andere onderdelen, mits: a. er wordt voorzien in voldoende wateropvang; b. er klimaatadaptief wordt gebouwd; c. er natuurinclusief wordt gebouwd; d. er circulair wordt gebouwd. 2 Bij de beoordeling of voldoende wordt voldaan aan de verschillende in artikel 5.44, eerste lid bedoelde aspecten kan een onvoldoende op één of meer onderdelen gecompenseerd worden door bovengemiddelde maatregelen op andere, daar genoemde onderdelen. 3 Of een initiatief voldoende voldoet aan de verschillende in artikel 5.44, eerste lid bedoelde aspecten wordt beoordeeld aan de hand van Beleidsregel bouwen, aanleggen en ruimtelijk inrichten van het Transformatiegebied Noordpoort. Artikel 5.45 Gebouw bouwen - beoordelingsregel sociale huur De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.30 wordt geweigerd als door het verlenen van de omgevingsvergunning niet meer kan worden voldaan aan het bepaalde in artikel 5.12, tweede lid. Artikel 5.46 Gebouw bouwen - beoordelingsregel hemelwater 1 De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.30 wordt alleen verleend als het van het gebouw af te voeren hemelwater niet op een openbare riolering wordt geloosd. 2 In aanvulling op het gestelde in artikel 5.46, eerste lid geldt dat de aangevraagde omgevingsvergunning wordt verleend als is aangetoond dat het hemelwater met maximaal 1,6 liter per seconde per hectare van het gebouw wordt afgevoerd. Artikel 5.47 Gebouw bouwen - beoordelingsregel wateroverlast De omgevingsvergunning bedoeld in artikel 5.30 wordt alleen verleend als is aangetoond dat bij een neerslagintensiteit van 70 mm/h geen ernstige wateroverlast binnen het gebouw ontstaat en er geen hemelwater van buiten het gebouw instroomt. Artikel 5.48 Gebouw bouwen - beoordelingsregel veiligheid LPG-tankstation De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.30 wordt geweigerd als sprake is van het bouwen van een beperkt kwetsbaar gebouw of een kwetsbaar gebouw binnen een explosieaandachtsgebied van het LPG-tankstation aan de Ceintuurbaan 102-104, en dit tankstation gedurende het gebruik van het gebouw in werking is én het gebouw geen vluchtwegen heeft waardoor de gebruikers van de risicobron weg kunnen vluchten. Artikel 5.49 Gebouw bouwen - beoordelingsregel transportverdeelstation voor elektriciteit In afwijking van het bepaalde in artikel 5.43 is op de locatie 'zoekgebied transportverdeelstation Noordpoort' de bouwhoogte van een gebouw ten behoeve van een transportverdeelstation voor elektriciteit maximaal 4 meter. Subparagraaf 5.1.4.2 Brug bouwen - vergunningplicht Artikel 5.50 Toepassingsbereik Deze subparagraaf is van toepassing op het bouwen, verbouwen en in stand houden van bruggen ter plaatse van de locatie 'brug bouwen - transformatiegebied Noordpoort'. Artikel 5.51 Brug bouwen - vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning een brug te bouwen en/of te verbouwen. Artikel 5.52 Brug bouwen - beoordelingsregel maximum bouwhoogte De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.51 wordt alleen verleend als de bouwhoogte maximaal 15 meter is. Paragraaf 5.1.5 Aanlegactiviteiten Subparagraaf 5.1.5.1 Aanlegactiviteiten - vergunningplicht Artikel 5.53 Toepassingsbereik 1 Deze subparagraaf is van toepassing op het uitvoeren van aanlegactiviteiten op de locatie 'transformatiegebied Noordpoort'. 2 Onder aanlegactiviteiten wordt verstaan het uitvoeren van werken en werkzaamheden. 3 In afwijking van het bepaalde in artikel 5.53, eerste lid is deze subparagraaf niet van toepassing op de aanleg van de stadsentree met bijbehorende gronden op de locatie 'transformatiegebied Noordpoort deelgebied Stadsentree'. Hiervoor geldt het bepaalde in subparagraaf 5.1.5.2. 4 In afwijking van het bepaalde in artikel 5.53, eerste lid is deze subparagraaf niet van toepassing op: a. het bouwrijp maken van gronden; b. reguliere beheer- en onderhoudsactiviteiten; c. het dempen van watergangen; d. aanlegactiviteiten die vallen onder de reikwijdte van hoofdstuk 9 en waarvoor op grond van dat hoofdstuk een vergunningplicht geldt. Artikel 5.54 Aanlegactiviteiten - vergunningplicht 1 Het is verboden zonder omgevingsvergunning aanlegactiviteiten uit te voeren. Artikel 5.55 Aanlegactiviteiten - bijzondere aanvraagvereisten Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden op de locatie transformatiegebied Noordpoort, worden de volgende gegevens en bescheiden aangeleverd: ● Een beschrijving van de wijze waarop bij het uitvoeren van de werken en werkzaamheden stadsnatuur wordt ontwikkeld ● Een beschrijving van de wijze waarop bij het uitvoeren van de werken en werkzaamheden de aanwezigheid van groen wordt bevorderd en een klimaatadaptieve omgeving wordt gerealiseerd ● Een beschrijving van de wijze waarop de werken en werkzaamheden circulair zijn ● De beschrijving moet aansluiten bij de criteria die hieraan worden gesteld in de Beleidsregel Bouwen, Aanleggen en Ruimtelijk Inrichten Transformatiegebied Noordpoort. Artikel 5.56 Aanlegactiviteiten - beoordelingsregel mengpaneel duurzaamheidsmaatregelen 1 De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.56 wordt alleen verleend als voldoende wordt voldaan aan de volgende voorwaarden, met dien verstande dat als op één of meer onderdelen onvoldoende wordt voldaan, dat gecompenseerd kan worden met een bovengemiddeld niveau van andere onderdelen, mits: a. er wordt voorzien in voldoende wateropvang; b. een terrein klimaatadaptief worden ingericht; c. de stadsnatuur wordt bevorderd. 2 Bij de beoordeling of voldoende wordt voldaan aan de verschillende in artikel 5.54 bedoelde aspecten kan een onvoldoende op één of meer onderdelen gecompenseerd worden door bovengemiddelde maatregelen op andere, daar genoemde onderdelen. 3 Of een initiatief voldoende voldoet aan de verschillende in artikel 5.56, eerste lid bedoelde aspecten wordt beoordeeld aan de hand van Beleidsregel bouwen, aanleggen en ruimtelijk inrichten van het Transformatiegebied Noordpoort. Subparagraaf 5.1.5.2 Aanlegactiviteiten stadsentree Artikel 5.57 Toepassingsbereik Deze subparagraaf is van toepassing op het aanleggen van de stadsentree ter plaatse van de locatie transformatiegebied Noordpoort deelgebied Stadsentree. Artikel 5.58 Aanlegactiviteiten stadsentree - toegestaan Het aanleggen van wegen, paden, en civieltechnische werken ten behoeve van de stadsentree is toegestaan. Subparagraaf 5.1.5.3 Lozing van afvloeiend hemelwater Artikel 5.59 Toepassingsbereik De regels in deze subparagraaf zijn van toepassing op het lozen van afvloeiend hemelwater op de locatie 'transformatiegebied Noordpoort'. Artikel 5.60 Lozing van afvloeiend hemelwater - verbod 1 In afwijking van het bepaalde in artikel 22.144 is het verboden om afvloeiend hemelwater dat niet afkomstig is van een bodembeschermende voorziening op het vuilwaterriool te lozen. 2 In aanvulling op het bepaalde in artikel 5.60, eerste lid mag het afvloeiende hemelwater maximaal eenmaal per kalenderjaar gedurende een periode van maximaal 12 uur op het buitenterrein blijven staan tot maximaal 10 cm diep. Hoofdstuk 6 Gebruiksactiviteiten Afdeling 6.1 Algemene gebruiksregels Paragraaf 6.1.1 Regels voor alle gebruiksactiviteiten Artikel 6.1 Normadressaat Aan dit hoofdstuk wordt voldaan door degene die de activiteit verricht, tenzij anders bepaald. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit. Artikel 6.2 Verboden gebruiksactviteiten Gebruiksactiviteiten anders dan toegestaan in dit omgevingsplan zijn verboden. Artikel 6.3 Specifieke zorgplicht Degene die een activiteit als bedoeld in dit hoofdstuk verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de oogmerken, met het oog waarop de regels in de betreffende titel, afdeling of paragraaf zijn gesteld, is verplicht: a. alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b. voor zover deze niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten, voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd. Artikel 6.4 Specifieke zorgplicht gebruik bouwwerk 1 Degene die ter plaatse van de locatie 'Nieuwe regels' een bouwwerk gebruikt en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat dit gebruik tot gevaar voor de gezondheid of veiligheid kan leiden, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om dat gevaar te voorkomen of niet te laten voortduren. 2 Degene die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn handelen of nalaten in, op of aan een bouwwerk overlast of hinder veroorzaakt of kan veroorzaken voor de omgeving, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die overlast of hinder te voorkomen of niet te laten voortduren. Het gaat daarbij in elk geval om overlast of hinder door: a. het op hinderlijke wijze verspreiden van rook, roet, walm, stof, stank, vocht of irriterend materiaal; b. het veroorzaken van overlast door geluid, trilling, dieren of verontreiniging; en c. het nalaten van het normale onderhoud waardoor het bouwwerk zich niet in een zindelijke staat bevindt. 3 Het bepaalde in artikel 6.4, eerste lid is niet van toepassing op het gebruik van bouwwerken, bedoeld in afdeling 6.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving. Artikel 6.5 Specifieke zorgplicht staat en gebruik open erven en terreinen 1 De eigenaar of degene die uit anderen hoofde bevoegd is tot het treffen van voorzieningen aan het open erf of terrein en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat de staat van het open erf of terrein tot gevaar voor de gezondheid of de veiligheid kan leiden, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om dat gevaar te voorkomen of niet te laten voortduren. 2 Degene die een open erf of terrein gebruikt en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat dit gebruik tot gevaar voor de gezondheid of de veiligheid kan leiden, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om dat gevaar te voorkomen of niet te laten voortduren. 3 Degene die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn handelen of nalaten op een open erf of terrein overlast of hinder veroorzaakt of kan veroorzaken voor de omgeving, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die overlast of hinder te voorkomen of niet te laten voortduren. Het gaat daarbij in elk geval om overlast of hinder door: a. het op hinderlijke wijze verspreiden van rook, roet, walm, stof, stank, vocht of irriterend materiaal; b. het veroorzaken van overlast door geluid, trilling, dieren of verontreiniging; en c. het nalaten van het normale onderhoud waardoor het open erf of terrein zich niet in een zindelijke staat bevindt. Artikel 6.6 Maatwerkvoorschiften Het bevoegd gezag kan maatwerkvoorschriften stellen over de artikelen in dit hoofdstuk. Artikel 6.7 Bouwvalligheid nabijgelegen bouwwerk Met het oog op het waarborgen van de veiligheid wordt een bouwwerk niet gebruikt als door of namens het bevoegd gezag is medegedeeld dat het gebruik in verband met bouwvalligheid van een in de nabijheid gelegen bouwwerk gevaarlijk is. Artikel 6.8 Aanwezigheid brandgevaarlijke stoffen nabij bouwwerken 1 Op een open erf of terrein nabij een bouwwerk is geen brandgevaarlijke stof als bedoeld in tabel 6.8.1 aanwezig. 2 Het eerste lid is niet van toepassing als: a. de in tabel 6.8.1 aangegeven toegestane hoeveelheid per stof niet wordt overschreden, waarbij de totale toegestane hoeveelheid stoffen 100 kilogram of liter is; b. de stof deugdelijk is verpakt, waarbij: 1. de verpakking tegen normale behandeling bestand is; 2. de verpakking is voorzien van een adequate gevaarsaanduiding; en 3. geen inhoud onvoorzien uit de verpakking kan ontsnappen; en c. de stof wordt gebruikt met inachtneming van de op de verpakking aangegeven gevaarsaanduidingen. 3 Het eerste lid is niet van toepassing op: a. brandstof in het reservoir van een verbrandingsmotor; b. brandstof in een verlichtings-, verwarmings- of ander warmteontwikkelend toestel; c. voor consumptie bestemde alcoholhoudende dranken; d. gasflessen tot een totale waterinhoud van 115 liter; e. dieselolie, gasolie of lichte stookolie met een vlampunt tussen de 61 °C en 100 °C tot een totale hoeveelheid van 1.000 liter; en f. brandgevaarlijke stoffen voor zover de aanwezigheid daarvan op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving of een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is toegestaan. 4 Bij het berekenen van de toegestane hoeveelheid, bedoeld in het tweede lid, onder a, wordt een aangebroken verpakking als een volle meegerekend. 5 In afwijking van het derde lid, aanhef en onder e, is de aanwezigheid van meer dan 1.000 liter van een oliesoort als bedoeld in dat onderdeel toegestaan als die oliesoort op zodanige wijze wordt opgeslagen en gebruikt dat het ontstaan van een brandgevaarlijke situatie en de ontwikkeling van brand voldoende worden voorkomen. Tabel 6.8.1 ADR-klasse (Classificatie volgens de Europese overeenkomst van 30 september 1957 betreffende het internationaal vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg (Trb. 1959, 171) Omschrijving Verpakkingsgroep Toegestane maximum hoeveelheid 2 UN 1950 spuitbussen & UN 2037 houders, klein, gas Gassen zoals propaan, zuurstof, acetyleen, aerosolen (spuitbussen) n.v.t. 50 kg 3 Brandbare vloeistoffen zoals bepaalde oplosmiddelen en aceton II 25 liter 3 excl. dieselolie, gasolie of lichte stookolie met een vlampunt tussen 61°C en 100°C Brandbare vloeistoffen zoals terpentine en bepaalde inkten III 50 liter 4.1, 4.2, 4.3 4.1: brandbare vaste stoffen, zelfontledende vaste stoffen en vaste ontplofbare stoffen in niet-explosieve toestand zoals wrijvingslucifers, zwavel en metaalpoeders 4.2: voor zelfontbranding vatbare stoffen zoals fosfor (wit of geel) en diethylzink 4.3: stoffen die in contact met water brandbare gassen ontwikkelen zoals magnesiumpoeder, natrium en calciumcarbide II en III 50 kg 5.1 Brandbevorderende stoffen zoals waterstofperoxide II en III 50 liter 5.2 Organische peroxiden zoals dicumyl peroxide en di-propionyl peroxide n.v.t. 1 liter Artikel 6.9 Bouwvalligheid nabijgelegen bouwwerk Met het oog op het waarborgen van de veiligheid wordt een open erf of terrein niet gebruikt als door of namens het bevoegd gezag is medegedeeld dat dit in verband met bouwvalligheid van een in de nabijheid gelegen bouwwerk gevaarlijk is. Artikel 6.10 Gebruik bodemgevoelig gebouw - informatieplicht Bij overschrijding van een waarde als bedoeld in artikel 5.89i lid 1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving wordt een bodemgevoelig gebouw, of een gedeelte daarvan, op een bodemgevoelige locatie alleen in gebruik genomen na de afronding van de bouwactiviteit en nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop de sanerende of andere beschermende maatregelen, zoals bedoeld in artikel 5.89k van het Besluit kwaliteit leefomgeving, zijn getroffen. Artikel 6.11 Ondergeschikte activiteiten Ondergeschikt aan de ter plaatse toegestane gebruiksactiviteiten zijn de volgende activiteiten, functies, bouwwerken en voorzieningen toegestaan: a. groenvoorzieningen; b. nutsvoorzieningen; c. parkeervoorzieningen; d. speelvoorzieningen; e. water en waterhuiskundige voorzieningen; f. wegen, fiets- en voetpaden. Artikel 6.12 Illegale bouwwerken - verbod In afwijking van het bepaalde in hoofdstuk 5 is het verboden om een bouwwerk als bedoeld in artikel 7.33 te gebruiken. Artikel 6.13 Voldoende parkeergelegenheid Voor het wijzigen van gebruik waarbij sprake is van een toename van de parkeerbehoefte geldt de voorwaarde dat op eigen terrein voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd en in stand gehouden. Of hiervan sprake is wordt beoordeeld aan de hand van de Nota Parkeernormen Gemeente Meppel. Artikel 6.14 Toegankelijkheid openbare buitenruimte - specifieke zorgplicht Degene die ter plaatse van de locatie 'Nieuwe regels' de openbare ruimte gebruikt, is verplicht ervoor zorg te dragen dat de openbare ruimte voldoende toegankelijk is voor personen met een functiebeperking. Afdeling 6.2 Activiteiten in de openbare ruimte Paragraaf 6.2.1 Groenactiviteiten Subparagraaf 6.2.1.1 Groenactiviteiten - toegestaan Artikel 6.15 Toepassingsbereik 1 Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruik van gronden en bouwwerken voor groenactiviteiten, ter plaatse van de locatie 'groenactiviteiten - toegestaan'. 2 Onder groenactiviteiten als bedoeld in deze subparagraaf wordt verstaan: a. de aanleg en het onderhoud van groenvoorzieningen; b. de aanleg en het onderhoud van bermen en (aanwezige) beplanting; c. de aanleg, onderhoud en gebruik van parken en plantsoenen; d. met daaraan ondergeschikt: de aanleg, het onderhoud en gebruik van parkeervoorzieningen, speelvoorzieningen, waterpartijen en waterhuishoudkundige voorzieningen, bergbezinkbassins, voet- en fietspaden, nutsvoorzieningen en kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen. Artikel 6.16 Groenactiviteiten - toegestaan Groenactiviteiten zijn toegestaan. Paragraaf 6.2.2 Verkeersactiviteiten Subparagraaf 6.2.2.1 Verkeersactiviteiten - toegestaan Artikel 6.17 Toepassingsbereik 1 Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruik van gronden en bouwwerken voor verkeersactiviteiten, ter plaatse van de locatie 'verkeersactiviteiten - toegestaan'. 2 Onder verkeersactiviteiten als bedoeld in deze subparagraaf wordt verstaan: a. het verkeersgerelateerd gebruik van wegen b. het verkeersgerelateerd gebruik van fiets en voetpaden c. het verkeersgerelateerd gebruik van civieltechnische (kunst)werken d. het verkeersgerelateerd ondergeschikt gebruik van overige voorzieningen, zoals parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen, groenvoorzieningen, dagreacreatieve voorzieningen, waterpartijen en waterhuishoudkundige voorzieningen, bergbezinkbassins. Artikel 6.18 Verkeersactiviteiten - toegestaan Verkeersactiviteiten zijn toegestaan. Paragraaf 6.2.3 Wateractiviteiten Subparagraaf 6.2.3.1 Wateractiviteiten - toegestaan Artikel 6.19 Toepassingsbereik 1 Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruik van gronden en bouwwerken voor wateractiviteiten, ter plaatse van de locatie 'wateractiviteiten - toegestaan'. 2 Onder wateractiviteiten als bedoeld in deze subparagraaf wordt verstaan: a. het gebruik van waterpartijen en waterhuishoudkundige voorzieningen; b. het gebruik van voorzieningen voor waterberging; c. het gebruik van waterlopen; d. het gebruik voor recreatief verkeer op het water; e. met daaraan ondergeschikt: het gebruik van groenvoorzieningen, dagrecreatieve voorzieningen, speelvoorzieningen en kunstwerken. Artikel 6.20 Wateractiviteiten - toegestaan Wateractiviteiten zijn toegestaan. Subparagraaf 6.2.3.2 Aanlegplaatsen - toegestaan Artikel 6.21 Toepassingsbereik 1 Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruik van gronden en bouwwerken voor aanlegplaatsen, ter plaatse van de locatie aanlegplaatsen - toegestaan. 2 Onder aanlegplaatsen worden aanlegplaatsen voor het recreatieve verkeer ter water verstaan. Artikel 6.22 Aanlegplaatsen - toegestaan Aanlegplaatsen zijn toegestaan. Paragraaf 6.2.4 Parkeeractiviteiten Subparagraaf 6.2.4.1 Parkeeractiviteiten - toegestaan Artikel 6.23 Parkeeractiviteiten - toepassingsbereik 1 Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruik van gronden voor parkeeractiviteiten, ter plaatse van de locatie 'parkeeractiviteiten - toegestaan' 2 Onder parkeeractiviteiten als bedoeld in deze subparagraaf wordt verstaan parkeren op parkeerterreinen en in parkeergarages. Artikel 6.24 Parkeeractiviteiten - toegestaan Parkeeractiviteiten zijn toegestaan. Afdeling 6.3 Nutsactiviteiten Paragraaf 6.3.1 Nutsactiviteiten - toegestaan Artikel 6.25 Nutsactiviteiten - toepassingsbereik 1 Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruik van gronden voor nutsactiviteiten, ter plaatse van de locatie 'nutsactiviteiten - toegestaan' 2 Onder nutsactiviteiten als bedoeld in deze subparagraaf wordt verstaan nutsvoorzieningen. Artikel 6.26 Nutsactiviteiten - toegestaan Nutsactiviteiten zijn toegestaan. Afdeling 6.4 Opslagactiviteiten Paragraaf 6.4.1 Huishoudelijke opslagactiviteiten - toegestaan Artikel 6.27 Huishoudelijke opslagactiviteiten - toepassingsbereik 1 Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruik van gronden voor opslagactiviteiten, ter plaatse van de locatie 'huishoudelijke opslagactiviteiten - toegestaan' 2 Onder huishoudelijke opslagactiviteiten als bedoeld in deze subparagraaf wordt verstaan het gebruik van garageboxen en bergingen ten behoeve van de opslag van huishoudelijke materialen en -apparaten en de stalling van voertuigen. Artikel 6.28 Huishoudelijke opslagactiviteiten - toegestaan Huishoudelijke opslagactiviteiten zijn toegestaan. Afdeling 6.5 Bedrijfsactiviteiten Paragraaf 6.5.1 Bedrijfsactiviteiten milieucategorie 1 Subparagraaf 6.5.1.1 Bedrijfsactiviteiten milieucategorie 1 - toegestaan Artikel 6.29 Toepassingsbereik 1 Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor bedrijfsactiviteiten ter plaatse van de locatie 'bedrijfsactiviteiten milieucategorie 1 - toegestaan'. 2 Onder bedrijfsactiviteiten milieucategorie 1 als bedoeld in deze subparagraaf wordt verstaan: a. bedrijfsactiviteiten van milieucategorie 1 zoals opgenomen in bijlage III; en b. zelfstandige kantoren. Artikel 6.30 Bedrijfsactiviteiten milieucategorie 1 - toegestaan Bedrijfsactiviteiten milieucategorie 1 zijn toegestaan. Subparagraaf 6.5.1.2 Bedrijfsactiviteiten milieucategorie 1 op de begane grond - toegestaan Artikel 6.31 Toepassingsbereik 1 Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor bedrijfsactiviteiten ter plaatse van de locatie 'bedrijfsactiviteiten milieucategorie 1 op de begane grond - toegestaan'. 2 Onder bedrijfsactiviteiten als bedoeld in deze subparagraaf wordt verstaan: a. bedrijfsactiviteiten van milieucategorie 1 zoals opgenomen in bijlage III; en b. zelfstandige kantoren. Artikel 6.32 Bedrijfsactiviteiten milieucategorie 1 op de begane grond - toegestaan Bedrijfsactiviteiten milieucategorie 1 zijn uitsluitend op de begane grond toegestaan. Subparagraaf 6.5.1.3 Bedrijfsactiviteiten milieucategorie 1 - vergunningplicht Artikel 6.33 Toepassingsbereik 1 Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor bedrijfsactiviteiten ter plaatse van de locatie 'bedrijfsactiviteiten milieucategorie 1 - vergunningplicht'. 2 Onder bedrijfsactiviteiten milieucategorie 1 als bedoeld in deze subparagraaf wordt verstaan: a. bedrijfsactiviteiten van milieucategorie 1 die niet zijn opgenomen in bijlage III. Artikel 6.34 Bedrijfsactiviteiten milieucategorie 1 - vergunningplicht Bedrijfsactiviteiten milieucategorie 1 zijn verboden zonder omgevingsvergunning. Artikel 6.35 Bedrijfsactiviteiten milieucategorie 1 - bijzondere aanvraagvereisten Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.34 wordt een kwantitatieve onderbouwing aangeleverd waaruit blijkt dat de gevolgen van deze activiteit op de omgeving gelijk te stellen zijn aan de gevolgen van de activiteiten van milieucategorie 1 die in bijlage III zijn opgenomen. Artikel 6.36 Bedrijfsactiviteiten milieucategorie 1 - beoordelingsregels De omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 6.34 wordt slechts verleend als: a. de bedrijfsactiviteit naar aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen is met een bedrijfsactiviteit van milieucategorie 1 die is opgenomen in bijlage III: b. hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: 1. de woonsituatie; 2. de milieusituatie; 3. de verkeerssituatie; en 4. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende percelen. Paragraaf 6.5.2 Bedrijfsactiviteiten milieucategorie 2 Subparagraaf 6.5.2.1 Bedrijfsactivteiten milieucategorie 2 - toegestaan Artikel 6.37 Toepassingsbereik 1 Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor bedrijfsactiviteiten ter plaatse van de locatie 'bedrijfsactiviteiten milieucategorie 2 - toegestaan'. 2 Onder bedrijfsactiviteiten milieucategorie 2 als bedoeld in deze subparagraaf wordt verstaan: a. bedrijfsactiviteiten van milieucategorie 2 zoals opgenomen in bijlage III; en b. zelfstandige kantoren. Artikel 6.38 Bedrijfsactiviteiten milieucategorie 2 - toegestaan Bedrijfsactiviteiten milieucategorie 2 zijn toegestaan. Subparagraaf 6.5.2.2 Bedrijfsactiviteiten millieucategorie 2 op de begane grond - toegestaan Artikel 6.39 Toepassingsbereik 1 Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor bedrijfsactiviteiten ter plaatse van de locatie 'bedrijfsactiviteiten milieucategorie 2 op de begane grond - toegestaan'. 2 Onder bedrijfsactiviteiten milieucategorie 2 als bedoeld in deze subparagraaf wordt verstaan: a. bedrijfsactiviteiten van milieucategorie 2 zoals opgenomen in bijlage III; en b. zelfstandige kantoren. Artikel 6.40 Artikel 5.48 Bedrijfsactiviteiten milieucategorie 2 op de begane grond - toegestaan Bedrijfsactiviteiten milieucategorie 2 zijn uitsluitend op de begane grond toegestaan. Subparagraaf 6.5.2.3 Bedrijfsactiviteiten milieucategorie 2 - vergunningplicht Artikel 6.41 Toepassingsbereik 1 Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor bedrijfsactiviteiten ter plaatse van de locatie 'bedrijfsactiviteiten milieucategorie 2 - vergunningplicht'. 2 Onder bedrijfsactiviteiten milieucategorie 2 als bedoeld in deze subparagraaf wordt verstaan: a. bedrijfsactiviteiten van milieucategorie 2 die niet zijn opgenomen in bijlage III. Artikel 6.42 Bedrijfsactiviteiten milieucategorie 2 - vergunningplicht Bedrijfsactiviteiten milieucategorie 2 zijn verboden zonder omgevingsvergunning. Artikel 6.43 Bedrijfsactiviteiten milieucategorie 2 - bijzondere aanvraagvereisten Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 6.42, wordt een kwantitatieve onderbouwing aangeleverd waaruit blijkt dat de gevolgen van deze activiteit op de omgeving gelijk te stellen zijn aan de gevolgen van de activiteiten van milieucategorie 2 die in bijlage III zijn opgenomen. Artikel 6.44 Bedrijfsactiviteiten milieucategorie 2 - beoordelingsregels De omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 6.42 wordt slechts verleend als: a. de bedrijfsactiviteit naar aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen is met een bedrijfsactiviteit in milieucategorie 2 die is opgenomen in bijlage III; b. hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: 1. de woonsituatie; 2. de milieusituatie; 3. de verkeerssituatie; en 4. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende percelen. Afdeling 6.6 Cultuur- en ontspanningsactiviteiten Paragraaf 6.6.1 Culturele activiteiten Subparagraaf 6.6.1.1 Culturele activiteiten - toegestaan Artikel 6.45 Toepassingsbereik 1 Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruik van gronden en bouwwerken voor culturele activiteiten ter plaatse van de locatie 'culturele activiteiten - toegestaan'. 2 Onder culturele activiteiten als bedoeld in deze subparagraaf wordt verstaan: a. activiteiten die zijn gericht op het gebruik ten behoeve van culturele instellingen en voorzieningen, zoals: 1. musea; 2. theater; 3. bioscopen; 4. ateliers; en 5. galerieën; b. culturele activiteiten die naar aard en invloed gelijk te stellen zijn aan de functies genoemd onder a. Artikel 6.46 Culturele activiteiten - toegestaan Culturele activiteiten zijn toegestaan. Paragraaf 6.6.2 Automatenhalactiviteiten Subparagraaf 6.6.2.1 Automatenhalactiviteiten- toegestaan Artikel 6.47 Toepassingsbereik 1 Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruik van gronden en bouwwerken voor automatenhalactiviteiten ter plaatse van de locatie 'automatenhalactiviteiten - toegestaan'. 2 Onder automatenhalactiviteiten als bedoeld in deze subparagraaf wordt verstaan: a. de exploitatie van een bedrijfsmatige activiteit als bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onder b, van de Wet op de kansspelen. 3 Onder bedrijfsmatige activiteiten als bedoeld in deze subparagraaf wordt verstaan: a. elke door de mens bedrijfsmatige of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, ondernomen activiteit die binnen een zekere begrenzing pleegt te worden verricht. Artikel 6.48 Automatenhalactiviteiten - toegestaan Automatenhalactiviteiten zijn toegestaan. Paragraaf 6.6.3 Seksinrichtingactiviteiten Subparagraaf 6.6.3.1 Seksinrichtingactiviteiten - toegestaan Artikel 6.49 Toepassingsbereik 1 Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruik van gronden en bouwwerken voor seksinrichtingactiviteiten ter plaatse van de locatie 'seksinrichtingactiviteiten - toegestaan'. 2 Onder seksinrichtingactiviteiten als bedoeld in deze subparagraaf wordt verstaan: a. activiteiten in voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waar bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden, waaronder in ieder geval functies als prostitutiebedrijven, erotische massagesalons, seksbioscopen, seksautomatenhallen, sekstheaters of een parenclubs, al dan niet in combinatie met elkaar, worden begrepen. Artikel 6.50 Seksinrichtingactiviteiten - toegestaan Seksinrichtingactiviteiten zijn toegestaan. Afdeling 6.7 Detailhandelsactiviteiten Paragraaf 6.7.1 Detailhandelsactiviteiten Subparagraaf 6.7.1.1 Detailhandelsactiviteiten - toegestaan Artikel 6.51 Toepassingsbereik 1 Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruik van gronden en bouwwerken voor detailhandelsactiviteiten ter plaatse van de locatie 'detailhandelsactiviteiten - toegestaan'. 2 Onder detailhandelsactiviteiten als bedoeld in deze subparagraaf wordt verstaan het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen (geen motorbrandstoffen zijnde) aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of dienstverleningsactiviteit aan huis zoals bedoeld in subparagraaf 6.16.1.1, subparagraaf 6.16.1.2 en subparagraaf 6.16.3.1. Artikel 6.52 Detailhandelsactiviteiten - toegestaan Detailhandelsactiviteiten zijn toegestaan. Subparagraaf 6.7.1.2 Detailhandelsactiviteiten op de begane grond - toegestaan Artikel 6.53 Toepassingsbereik 1 Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruik van gronden en bouwwerken voor detailhandelsactiviteiten ter plaatse van de locatie 'detailhandelsactiviteiten op de begane grond - toegestaan'. 2 Onder detailhandelsactiviteiten als bedoeld in deze paragraaf wordt verstaan: a. het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen (geen motorbrandstoffen zijnde) aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of dienstverleningsactiviteit aan huis zoals bedoeld in Subparagraaf 6.16.1.1, Subparagraaf 6.16.1.2 en Subparagraaf 6.16.3.1. Artikel 6.54 Detailhandelsactiviteiten op de begane grond - toegestaan Detailhandelsactiviteiten zijn uitsluitend op de begane grond toegestaan. Afdeling 6.8 Dienstverleningsactiviteiten Paragraaf 6.8.1 Dienstverleningsactiviteiten Subparagraaf 6.8.1.1 Dienstverleningsactiviteiten - toegestaan Artikel 6.55 Toepassingsbereik 1 Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor dienstverleningsactiviteiten ter plaatse van de locatie 'dienstverleningsactiviteiten - toegestaan'. 2 Onder dienstverleningsactiviteiten als bedoeld in deze subparagraaf wordt verstaan: a. het verlenen van economische en/of maatschappelijke diensten aan derden; b. bedrijf of instelling waarvan de werkzaamheden bestaan uit het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden, zoals: 1. kapperszaken; 2. schoonheidsinstituten; en 3. fotostudio's; c. dienstverleningsactiviteiten die naar aard en invloed gelijk te stellen zijn aan de functies genoemd onder b. Artikel 6.56 Dienstverleningsactiviteiten - toegestaan Dienstverleningsactiviteiten zijn toegestaan. Subparagraaf 6.8.1.2 Dienstverleningsactiviteiten - op de begane grond - toegestaan Artikel 6.57 Toepassingsbereik 1 Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor dienstverleningsactiviteiten ter plaatse van de locatie 'dienstverleningsactiviteiten op de begane grond - toegestaan'. 2 Onder dienstverleningsactiviteiten als bedoeld in deze subparagraaf wordt verstaan: a. het verlenen van economische en/of maatschappelijke diensten aan derden; b. bedrijf of instelling waarvan de werkzaamheden bestaan uit het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden, zoals: 1. kapperszaken; 2. schoonheidsinstituten; en 3. fotostudio's; c. dienstverleningsactiviteiten die naar aard en invloed gelijk te stellen zijn aan de functies genoemd onder b. Artikel 6.58 Dienstverleningsactiviteiten - op de begane grond - toegestaan Dienstverleningsactiviteiten zijn uitsluitend op de begane grond toegestaan. Subparagraaf 6.8.1.3 Dienstverleningsactiviteiten op de verdieping - vergunningplicht Artikel 6.59 Toepassingsbereik 1 Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor dienstverleningsactiviteiten ter plaatse van de locatie 'dienstverleningsactiviteiten op de verdieping - vergunningplicht'. 2 Onder dienstverleningsactiviteiten als bedoeld in deze subparagraaf wordt verstaan: a. het verlenen van economische en/of maatschappelijke diensten aan derden; b. bedrijf of instelling waarvan de werkzaamheden bestaan uit het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden, zoals: 1. kapperszaken; 2. schoonheidsinstituten; en 3. fotostudio's; c. dienstverleningsactiviteiten die naar aard en invloed gelijk te stellen zijn aan de functies genoemd onder b. Artikel 6.60 Dienstverleningsactiviteiten op de verdieping - vergunningplicht Dienstverleningsactiviteiten op de verdieping zijn verboden zonder omgevingsvergunning. Artikel 6.61 Dienstverleningsactiviteiten op de verdieping - bijzondere aanvraagvereisten Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het uitoefenen van dienstverleningsactiviteiten op een andere verdieping dan de begane grond wordt een beschrijving gevoegd van de daarmee samenhangende gevolgen van deze activiteit op de woonsituatie, milieusituatie, verkeerssituatie en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen. Artikel 6.62 Dienstverleningsactiviteiten op de verdieping - beoordelingsregels De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.60 wordt alleen verleend als: a. de woonsituatie; b. de milieusituatie; c. de verkeerssituatie; en d. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende percelen. Afdeling 6.9 Eenmalige of periodieke gebruiksactiviteiten Afdeling 6.10 Evenementenactiviteiten Paragraaf 6.10.1 Evenementenactiviteiten categorie A Subparagraaf 6.10.1.1 Evenementenactiviteiten categorie A - toegestaan Artikel 6.63 Toepassingsbereik 1 Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor evenementenactiviteiten categorie A ter plaatse van de locatie 'evenementen categorie A - toegestaan'. 2 Onder evenementenactiviteiten categorie A als bedoeld in deze subparagraaf wordt verstaan: lokale evenementen op dorps/wijk en buurtniveau. Deze evenementen dragen in belangrijke mate bij aan de binding tussen inwoners in de stad. Deze evenementen zijn vooral gericht op participatie, ontmoeting tussen inwoners en toeristisch-recreatieve promotie van de stad. Artikel 6.64 Evenementenactiviteiten categorie A - toegestaan Evenementenactiviteiten categorie A zijn toegestaan. Artikel 6.65 Beperking aantal bezoekers evenementenactiviteiten categorie A - toegestaan Het aantal bezoekers dat tegelijkertijd op het evenemententerrein aanwezig is, mag niet groter zijn dan 2,4 personen per vierkante meter open ruimte van het gehele evenemententerrein en mag op terrassen van het evenemententerrein niet groter zijn dan 0,5 personen per vierkante meter terras. Paragraaf 6.10.2 Evenementenactiviteiten categorie B Subparagraaf 6.10.2.1 Evenementenactiviteiten categorie B - toegestaan Artikel 6.66 Toepassingsbereik 1 Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor evenementenactiviteiten categorie B ter plaatse van de locatie evenementen categorie B - toegestaan. 2 Onder evenementenactiviteiten categorie B als bedoeld in deze subparagraaf wordt verstaan: lokale en regionale evenementen met groeipotentie. Dit zijn middelgrote evenementen die zich kenmerken door een min of meer vaste deelnemers/publieksgroep en die zich door een onderscheidende programmering/activiteiten richten op groei. De economische spin-off is er wel maar kan nog verder in omvang toenemen. Het programma richt zich in eerste instantie op een duidelijke hoofdactiviteit maar heeft kansen om door het toevoegen van side-events en/of versterking van de promotie verder te groeien. Bij deze categorie evenementen is een sterke variatie in bezoekersaantallen van een paar honderd tot enkele duizenden. Artikel 6.67 Evenementenactiviteiten categorie B - toegestaan Evenementenactiviteiten categorie B zijn toegestaan. Artikel 6.68 Beperking aantal evenementenactiviteiten categorie B - toegestaan Op de locatie 'maximum aantal evenementen categorie B' mag jaarlijks maximaal het aangegeven aantal evenementen van categorie B plaatsvinden. Artikel 6.69 Beperking aantal bezoekers evenementenactiviteiten categorie B - toegestaan Het aantal bezoekers dat tegelijkertijd op het evenemententerrein aanwezig is, mag niet groter zijn dan 2,4 personen per vierkante meter open ruimte van het gehele evenemententerrein en mag op terrassen van het evenemententerrein niet groter zijn dan 0,5 personen per vierkante meter terras. Paragraaf 6.10.3 Evenementenactiviteiten categorie C Subparagraaf 6.10.3.1 Evenementenactiviteiten categorie C - toegestaan Artikel 6.70 Toepassingsbereik 1 Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor evenementenactiviteiten categorie C ter plaatse van de locatie 'evenementen categorie C - toegestaan'. 2 Onder evenementenactiviteiten categorie C als bedoeld in deze subparagraaf wordt verstaan: evenementen met een lokaal een regionaal karakter. De evenementen hebben geen vaste doelgroep, maar zijn voor iedereen, zoals een volksfeest (Koningsdag). Deze evenementen richting zich met name op beleving. Artikel 6.71 Evenementenactiviteiten categorie C - toegestaan Evenementenactiviteiten categorie C zijn toegestaan. Artikel 6.72 Beperking aantal evenementen categorie C - toegestaan Op de locatie 'maximum aantal evenementen categorie C' mag jaarlijks maximaal het aantal aangegeven evenementen van categorie C plaatsvinden. Artikel 6.73 Beperking aantal bezoekers evenementenactiviteiten categore C - toegestaan Het aantal bezoekers dat tegelijkertijd op het evenemententerrein aanwezig is, mag niet groter zijn dan 2,4 personen per vierkante meter open ruimte van het gehele evenemententerrein en mag op terrassen van het evenemententerrein niet groter zijn dan 0,5 personen per vierkante meter terras. Afdeling 6.11 Horeca-activiteiten Paragraaf 6.11.1 Horeca-activiteiten categorie 1 Subparagraaf 6.11.1.1 Horeca-activiteiten categorie 1 - toegestaan Artikel 6.74 Toepassingsbereik 1 Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor horeca-activiteiten ter plaatse van de locatie 'horeca-activiteiten categorie 1 - toegestaan'. 2 Onder horeca-activiteiten categorie 1 als bedoeld in deze subparagraaf wordt verstaan: a. een complementair horecabedrijf dat is gericht op het hoofdzakelijk overdag bereiden en verstrekken van (niet of licht alcoholhoudende) dranken en eenvoudige etenswaren aan bezoekers van andere functies, met name functies als centrumvoorzieningen en dagrecreatie, zoals: 1. een automatiek; 2. een broodjeszaak; 3. cafetaria; 4. een koffiebar; 5. een lunchroom; 6. een ijssalon; 7. een petit-restaurant; en 8. een snackbar; b. horeca-activiteiten die naar aard en invloed gelijk te stellen zijn aan de functies genoemd onder a. Artikel 6.75 Horeca-activiteiten categorie 1 - toegestaan Horeca-activiteiten categorie 1 zijn toegestaan. Subparagraaf 6.11.1.2 Horeca-activiteiten categorie 1 op de begane grond - toegestaan Artikel 6.76 Toepassingsbereik 1 Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor horeca-activteiten ter plaatse van de locatie 'horeca-activiteiten categorie 1 op de begane grond - toegestaan'. 2 Onder horeca-activiteiten categorie 1 als bedoeld in deze subparagraaf wordt verstaan: a. een complementair horecabedrijf dat is gericht op het hoofdzakelijk overdag bereiden en verstrekken van (niet of licht alcoholhoudende) dranken en eenvoudige etenswaren aan bezoekers van andere functies, met name functies als centrumvoorzieningen en dagrecreatie, zoals: 1. een automatiek; 2. een broodjeszaak; 3. cafetaria; 4. een koffiebar; 5. een lunchroom; 6. een ijssalon; 7. een petit-restaurant; en 8. een snackbar; b. horeca-activiteiten die naar aard en invloed gelijk te stellen zijn aan de activiteiten genoemd onder a. Artikel 6.77 Horeca-activiteiten categorie 1 op de begane grond - toegestaan Horeca-activiteiten categorie 1 zijn uitsluitend op de begane grond toegestaan. Paragraaf 6.11.2 Horeca-activiteiten categorie 2 Subparagraaf 6.11.2.1 Horeca-activiteiten categorie 2 - toegestaan Artikel 6.78 Toepassingsbereik 1 Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor horeca-activiteiten ter plaatse van de locatie 'horeca-activiteiten categorie 2 - toegestaan'. 2 Onder horeca-activiteiten categorie 2 als bedoeld in deze subparagraaf wordt verstaan: a. een horecabedrijf met een in het algemeen hoge bezoekersfrequentie gedurende de avond, dat is gericht op het bereiden en verstrekken van maaltijden en/of (alcoholische) dranken, zoals: 1. een bar; 2. een (grand)café; 3. een eetcafé; en 4. een restaurant; b. horeca-activiteiten die naar aard en invloed gelijk te stellen zijn aan de activiteiten genoemd onder a. Artikel 6.79 Horeca-activiteiten categorie 2 - toegestaan Horeca-activiteiten categorie 2 zijn toegestaan. Subparagraaf 6.11.2.2 Horeca-activteiten categorie 2 op de begane grond - toegestaan Artikel 6.80 Toepassingsbereik 1 Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor horeca-activiteiten ter plaatse van de locatie 'horeca-activiteiten categorie 2 op de begane grond - toegestaan'. 2 Onder horeca-activiteiten categorie 2 als bedoeld in deze subparagraaf wordt verstaan: a. een horecabedrijf met een in het algemeen hoge bezoekersfrequentie gedurende de avond, dat is gericht op het bereiden en verstrekken van maaltijden en/of (alcoholische) dranken, zoals: 1. een bar; 2. een (grand)café; 3. een eetcafé; en 4. een restaurant; b. horeca-activiteiten die naar aard en invloed gelijk te stellen zijn aan de activiteiten genoemd onder a. Artikel 6.81 Horeca-activiteiten categorie 2 op de begane grond - toegestaan Horeca-activiteiten categorie 2 zijn uitsluitend op de begane grond toegestaan. Paragraaf 6.11.3 Horeca-activiteiten categorie 3 Subparagraaf 6.11.3.1 Horeca-activiteiten categorie 3 - toegestaan Artikel 6.82 Toepassingsbereik 1 Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor horeca-activiteiten ter plaatse van de locatie 'horeca-activiteiten categorie 3 - toegestaan'. 2 Onder horeca-activiteiten categorie 3 als bedoeld in deze subparagraaf wordt verstaan: a. een horecabedrijf dat geheel of in overwegende mate gericht is op het verstrekken van nachtverblijf, zoals: 1. een hotel; en 2. een pension; b. horeca-activiteiten die naar aard en invloed gelijk te stellen zijn aan de activiteiten genoemd onder a. Artikel 6.83 Horeca-activiteiten categorie 3 - toegestaan Horeca-activiteiten categorie 3 zijn toegestaan. Paragraaf 6.11.4 Terrasactiviteiten Subparagraaf 6.11.4.1 Terrasactiviteiten - toegestaan Artikel 6.84 Toepassinsgbereik 1 Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor terrasactiviteiten ter plaatse van de locatie 'terrasactiviteiten - toegestaan'. 2 Onder terrasactiviteiten als bedoeld in deze subparagraaf wordt verstaan: a. het gebruik van een terras ten behoeve van horeca-activiteiten als bedoeld in Paragraaf 6.11.1 tot en met paragraaf 6.11.3. Artikel 6.85 Terrasactiviteiten - toegestaan Terrasactiviteiten zijn toegestaan. Afdeling 6.12 Maatschappelijke activiteiten Paragraaf 6.12.1 Openbare dienstverleningsactiviteiten Subparagraaf 6.12.1.1 Openbare dienstverleningsactiviteiten - toegestaan Artikel 6.86 Toepassingsbereik 1 Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor openbare dienstverleningsactiviteiten ter plaatse van de locatie 'openbare dienstverleningsactiviteiten - toegestaan'. 2 Onder openbare dienstverleningsactiviteiten als bedoeld in deze subparagraaf wordt verstaan: a. het geheel van activiteiten dat is gericht op het verlenen van diensten aan derden door een instelling met een overheidstaak, waarbij sprake is van een rechtstreekse relatie met het publiek; b. openbare dienstverleningsactiviteiten die naar aard en invloed gelijk te stellen zijn aan de activiteiten genoemd onder a. Artikel 6.87 Openbare dienstverleningsactiviteiten - toegestaan Openbare dienstverleningsactiviteiten zijn toegestaan. Subparagraaf 6.12.1.2 Openbare dienstverleningsactiviteiten op de begane grond - toegestaan Artikel 6.88 Toepassingsbereik 1 Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor openbare dienstverleningsactiviteiten ter plaatse van de locatie 'openbare dienstverleningsactiviteiten op de begane grond - toegestaan'. 2 Onder openbare dienstverleningsactiviteiten als bedoeld in deze subparagraaf wordt verstaan: a. het geheel van activiteiten dat is gericht op het verlenen van diensten aan derden door een instelling met een overheidstaak, waarbij sprake is van een rechtstreekse relatie met het publiek; b. openbare dienstverleningsactiviteiten die naar aard en invloed gelijk te stellen zijn aan de activiteiten genoemd onder a. Artikel 6.89 Openbare dienstverleningsactiviteiten op de begane grond - toegestaan Openbare dienstverleningsactiviteiten zijn uitsluitend op de begane grond toegestaan. Subparagraaf 6.12.1.3 Openbare dienstverleningsactiviteiten op de verdieping - vergunningplicht Artikel 6.90 Toepassingsbereik 1 Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor openbare dienstverleningsactiviteiten ter plaatse van de locatie 'openbare dienstverleningsactiviteiten op de verdieping - vergunningplicht'. 2 Onder openbare dienstverleningsactiviteiten als bedoeld in deze subparagraaf wordt verstaan: a. het geheel van activiteiten dat is gericht op het verlenen van diensten aan derden door een instelling met een overheidstaak, waarbij sprake is van een rechtstreekse relatie met het publiek; b. openbare dienstverleningsactiviteiten die naar aard en invloed gelijk te stellen zijn aan de activiteiten genoemd onder a. Artikel 6.91 Openbare dienstverleningsactiviteiten op de verdieping - vergunningplicht Openbare dienstverleningsactiviteiten op de verdieping zijn verboden zonder omgevingsvergunning. Artikel 6.92 Openbare dienstverleningsactiviteiten op de verdieping - bijzondere aanvraagvereisten Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het uitoefenen van openbare dienstverleningsactiviteiten op een andere verdieping dan de begane grond wordt een beschrijving gevoegd van de daarmee samenhangende gevolgen van deze activiteit op de woonsituatie, milieusituatie, verkeerssituatie en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen. Artikel 6.93 Openbare dienstverleningsactiviteiten op de verdieping - beoordelingsregels De omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 6.91 wordt slechts verleend als hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: a. de woonsituatie; b. de milieusituatie; c. de verkeerssituatie; en d. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende percelen. Paragraaf 6.12.2 Medische en sociaal-medische activiteiten Subparagraaf 6.12.2.1 Medische en sociaal-medische activiteiten - toegestaan Artikel 6.94 Toepassingsbereik 1 Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor medische en sociaal-medische activiteiten ter plaatse van de locatie 'medische en sociaal-medische activiteiten - toegestaan'. 2 Onder medische en sociaal-medische activiteiten als bedoeld in deze subparagraaf wordt verstaan: a. het geheel van activiteiten dat is gericht op het opsporen van ziekten en het aanwijzen van geneesmiddelen, evenals het beoordelen van de participatie en/of zelfredzaamheid van de mens in het kader van een vanuit een medische aandoening aanwezige beperking. b. medische en sociaal-medische activiteiten die naar aard en invloed gelijk te stellen zijn aan de activiteiten genoemd onder a. Artikel 6.95 Medische en sociaal-medische activiteiten - toegestaan Medische en sociaal-medische activiteiten zijn toegestaan. Subparagraaf 6.12.2.2 Medische en sociaal-medische activiteiten op de begane grond - toegestaan Artikel 6.96 Toepassingsbereik 1 Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor medische en sociaal-medische activiteiten ter plaatse van de locatie 'medische en sociaal-medische activiteiten op de begane grond - toegestaan'.. 2 Onder medische en sociaal-medische activiteiten als bedoeld in deze subparagraaf wordt verstaan: a. het geheel van activiteiten dat is gericht op het opsporen van ziekten en het aanwijzen van geneesmiddelen, evenals het beoordelen van de participatie en/of zelfredzaamheid van de mens in het kader van een vanuit een medische aandoening aanwezige beperking. b. medische en sociaal-medische activiteiten die naar aard en invloed gelijk te stellen zijn aan de activiteiten genoemd onder a Artikel 6.97 Medische en sociaal-medische activiteiten op de begane grond - toegestaan Medische en sociaal-medische activiteiten zijn uitsluitend op de begane grond toegestaan. Subparagraaf 6.12.2.3 Medische en sociaal-medische activiteiten op de verdieping - vergunningplicht Artikel 6.98 Toepassingsbereik 1 Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor medische en sociaal-medische activiteiten ter plaatse van de locatie 'medische en sociaal-medische activiteiten op de verdieping - vergunningplicht'. 2 Onder medische en sociaal-medische activiteiten als bedoeld in deze subparagraaf wordt verstaan: a. het geheel van activiteiten dat is gericht op het opsporen van ziekten en het aanwijzen van geneesmiddelen, evenals het beoordelen van de participatie en/of zelfredzaamheid van de mens in het kader van een vanuit een medische aandoening aanwezige beperking. b. medische en sociaal-medische activiteiten die naar aard en invloed gelijk te stellen zijn aan de activiteiten genoemd onder a. Artikel 6.99 Medische en sociaal-medische activiteiten - vergunningplicht Medische en sociaal-medische activiteiten op de verdieping zijn verboden zonder omgevingsvergunning. Artikel 6.100 Medische en sociaal-medische activiteiten op de verdieping - bijzondere aanvraagvereisten Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het uitoefenen van medische en sociaal-medische activiteiten op een andere verdieping dan de begane grond wordt een beschrijving gevoegd van de daarmee samenhangende gevolgen van deze activiteit op de woonsituatie, milieusituatie, verkeerssituatie en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen. Artikel 6.101 Medische en sociaal-medische activiteiten op de verdieping - beoordelingsregels De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.99 wordt slechts verleend als hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: a. de woonsituatie; b. de milieusituatie; c. de verkeerssituatie; en d. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende percelen. Paragraaf 6.12.3 Zorg- en welzijnsactiviteiten Subparagraaf 6.12.3.1 Zorg- en welzijnsactiviteiten - toegestaan Artikel 6.102 Toepassingsbereik 1 Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor zorg- en welzijnsactiviteiten ter plaatse van de locatie 'zorg- en welzijnsactiviteiten - toegestaan'. 2 Onder zorg- en welzijnsactiviteiten als bedoeld in deze subparagraaf wordt verstaan: a. het geheel van activiteiten dat is gericht op het lichamelijk en geestelijk ondersteunen van een ieder die niet zelfredzaam is, alsmede het verbeteren van het welbevinden, bestaande uit individuele en collectieve activiteiten en waarbij de aandacht is gericht op een actieve deelname aan de samenleving. b. zorg- en welzijnsactiviteiten die naar aard en invloed gelijk te stellen zijn aan de activiteiten genoemd onder a. Artikel 6.103 Zorg- en welzijnsactiviteiten - toegestaan Zorg- en welzijnsactiviteiten zijn toegestaan. Subparagraaf 6.12.3.2 Zorg- en welzijnsactiviteiten op de begane grond - toegestaan Artikel 6.104 Toepassingsbereik 1 Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor zorg- en welzijnsactiviteiten ter plaatse van de locatie 'zorg- en welzijnsactiviteiten op de begane grond - toegestaan'. 2 Onder zorg- en welzijnsactiviteiten als bedoeld in deze subparagraaf wordt verstaan: a. het geheel van activiteiten dat is gericht op het lichamelijk en geestelijk ondersteunen van een ieder die niet zelfredzaam is, alsmede het verbeteren van het welbevinden, bestaande uit individuele en collectieve activiteiten en waarbij de aandacht is gericht op een actieve deelname aan de samenleving. b. zorg- en welzijnsactiviteiten die naar aard en invloed gelijk te stellen zijn aan de activiteiten genoemd onder a. Artikel 6.105 Zorg- en welzijnsactiviteiten op de begane grond - toegestaan Zorg- en welzijnsactiviteiten zijn uitsluitend op de begane grond toegestaan. Subparagraaf 6.12.3.3 Zorg- en welzijnsactiviteiten op de verdieping - vergunningplicht Artikel 6.106 Toepassingsbereik 1 Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor zorg- en welzijnsactiviteiten ter plaatse van de locatie 'zorg- en welzijnsactiviteiten op de verdieping - vergunningplicht'. 2 Onder zorg- en welzijnsactiviteiten als bedoeld in deze subparagraaf wordt verstaan: a. het geheel van activiteiten dat is gericht op het lichamelijk en geestelijk ondersteunen van een ieder die niet zelfredzaam is, alsmede het verbeteren van het welbevinden, bestaande uit individuele en collectieve activiteiten en waarbij de aandacht is gericht op een actieve deelname aan de samenleving. b. zorg- en welzijnsactiviteiten die naar aard en invloed gelijk te stellen zijn aan de activiteiten genoemd onder a. Artikel 6.107 Zorg- en welzijnsactiviteiten op de verdieping - vergunningplicht Zorg- en welzijnsactiviteiten op de verdieping zijn verboden zonder omgevingsvergunning. Artikel 6.108 Zorg en welzijnsactiviteit - bijzondere aanvraagvereisten Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het uitoefenen van zorg- en welzijnsactiviteiten op een andere verdieping dan de begane grond wordt een beschrijving gevoegd van de daarmee samenhangende gevolgen van deze activiteit op de woonsituatie, milieusituatie, verkeerssituatie en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen. Artikel 6.109 Zorg- en welzijnsactiviteiten op de verdieping - beoordelingsregels De omgevingsvergunning als bedoeld in Artikel 6.107 wordt slechts verleend als hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: a. de woonsituatie; b. de milieusituatie; c. de verkeerssituatie; en d. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende percelen. Paragraaf 6.12.4 Educatieve en informatieve activiteiten Subparagraaf 6.12.4.1 Educatieve en informatieve activiteiten - toegestaan Artikel 6.110 Toepassingsbereik 1 Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor educatieve en informatieve activiteiten ter plaatse van de locatie 'educatieve en informatieve activiteiten - toegestaan'. 2 Onder educatieve en informatieve activiteiten als bedoeld in deze subparagraaf wordt verstaan: a. het geheel van activiteiten dat is gericht op geestelijke ontwikkeling en ontplooiing. b. educatieve activiteiten die naar aard en invloed gelijk te stellen zijn aan de activiteiten genoemd onder a. Artikel 6.111 Educatieve en informatieve activiteiten - toegestaan Educatieve