← Nederland

Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Deurne houdende regels omtrent arbeidsvoorwaardenregeling CAR/UWO (Deurne)

Kort samengevat

Dit besluit van de gemeente Deurne regelt de arbeidsvoorwaarden voor haar medewerkers, gebaseerd op de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling (CAR) en de Uitwerkingsovereenkomst (UWO), met specifieke regels over aanstellingen, inzetbaarheid en sociale voorzieningen bij organisatieveranderingen.

Wat het reguleert

Wie het aangaat

Kernpunten

Wettekst
Obsah (6)Artikel 2Artikel 3Artikel 4Artikel 5Artikel 6Artikel 7

lege van burgemeester en wethouders van de gemeente Deurne houdende regels omtrent arbeidsvoorwaardenregeling CAR/UWO1 Algemene bepalingen 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen Voor de toe

Artikel 2Aanstelling

Lid 1Aanstelling geschiedt in vaste dienst of in tijdelijke dienst voor bepaalde tijd. Lid 2Een aanstelling voor bepaalde tijd eindigt van rechtswege. Lid 3 In artikel 2, lid 3, van het Reglement burgerlijke stand gemeente Deurne, zijn benoemingsperioden opgenomen voor buitengewone ambtenaren van de burgerlijke stand. Het is mogelijk om kortere aanstellingen te verlenen dan in dit Reglement is opgenomen.

Artikel 3Vergoeding

Lid 1 De buitengewoon ambtenaar ontvangt een vergoeding per voltrokken huwelijk of geregistreerd partnerschap gelijk aan vijf maal het uurloon behorende bij het hoogste bedrag van schaal 8 van de CAR/UWO. Lid 2 De vergoeding bedoeld in het eerste lid, wordt opgehoogd met: de vakantietoelage als bedoeld in artikel 6:3, tweede lid, van de CAR/UWO; de eindejaarsuitkering als bedoeld in artikel 3:18a van de CAR/UWO; de vergoeding van 8,6% ter compensatie van het niet genieten van het vakantieverlof;

Artikel 4Aanspraken bij ziekte

Lid 1Bij ziekte van de buitengewoon ambtenaar jonger dan de AOW-gerechtigde leeftijd zijn de artikelen 7:1 tot en met 7:3 (definities, begeleiding en recht op bezoldiging bij ziekte), 7:9 tot en met 7:14 (verplichtingen en sancties) en 7:19 tot en met 7:21 (samenloop doorbetaling salaris en uitkering) van de CAR/UWO van overeenkomstige toepassing. Lid 2Voor toepassing van dit artikel wordt onder vergoeding verstaan: het gemiddelde van het totaal aan vergoedingen bedoeld in artikel 3, over de 12 maanden onmiddellijk voorafgaande aan de eerste dag van ongeschiktheid van de buitengewoon ambtenaar. Voor zover de ambtenaar op deze datum zijn betrekking functie nog geen 12 maanden heeft vervuld, wordt gerekend met het bedrag dat hem gemiddeld per maand is toegekend over de periode waarin hij in dienst is. Lid 3Voor de toepassing van dit artikel wordt onder de eerste dag van ongeschiktheid van de buitengewoon ambtenaar verstaan: de dag waarop de ambtenaar is aangewezen om een huwelijk of geregistreerd partnerschap te voltrekken, waarvoor hij wegens ziekte is verhinderd. Lid 4Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen.

Artikel 5

Ontslag en schorsing Lid 1 Ontslag kan worden verleend overeenkomstig de artikelen 8:1 (op verzoek), 8:2 en 8:2a (na ouderdomspensioen), 8:3 (wegens reorganisatie), 8:4 en 8:5 (wegens volledige en gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid), 8:6 (wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid), 8:7 en 8:8 (overige ontslaggronden), 8:11 (wegens FPU), 8:12 en 8:12:1 (van rechtswege en tussentijdse ontslag uit tijdelijke aanstelling) en 8:13 (als disciplinaire straf) van de CAR/UWO. Lid 2 Schorsing van de buitengewoon ambtenaar vindt plaats overeenkomstig artikel 8:15:1 en 8:15:2 van de CAR/UWO.

Artikel 6Overige rechten en verplichtingen

De artikelen 15:1, 15:1b tot en met 15:1g (verplichtingen rond integriteit), 15:1:12 (vergoeding van schade), 15:1:15 (beoordeling van de ambtenaar),15:1:16 (uniform of dienstkleding), 15:1:19 (verbod betreden arbeidsterrein), 15:1:20 (infectieziekten), 15:1:22 (reis- en verblijfkosten), 15:1:23 tot en met 15:1:25 (vergoeden van schade) en 15:2 van de CAR/UWO zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 7Plichtsverzuim

De buitengewoon ambtenaar die de hem opgelegde verplichtingen niet nakomt of zich overigens schuldig maakt aan plichtsverzuim, kan disciplinair worden gestraft, overeenkomstighoofdstuk 16 van de CAR/UWO. Artikel 2.6. Artikel 1 De vergoeding voor de werkzaamheden is in het algemeen alleen op medewerkers van buiten de gemeentelijke organisatie van toepassing. De buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand (babs) is een ambtenaar in de zin van de Ambtenarenwet. Omdat de CAR/UWO niet op hem van toepassing is, geldt een afzonderlijke rechtspositieregeling (artikel 125 Ambtenarenwet). Artikel 2In artikel 2, lid 3, van het Reglement Burgerlijke Stand van de gemeente Deurne zijn benoemingsperioden opgenomen voor buitengewone ambtenaren van de burgerlijke stand. Hierbij wordt opgemerkt dat het mogelijk is om kortere aanstellingen te verlenen. Een aanstelling kan opnieuw tijdelijk verleend worden. De flexwetbepaling geldt niet omdat de CAR/UWO en het Burgerlijk Wetboek (7:615 BW) niet van toepassing zijn. Artikel 3Artikel 125 van de Ambtenarenwet stelt dat voor ambtenaren nadere regels voor de bezoldiging (behouden, wordt zo genoemd in de Ambtenarenwet) moeten worden getroffen. Artikel 3 van deze regeling voorziet hierin. Per huwelijk of geregistreerd partnerschap wordt een vergoeding uitbetaald waarin de vakantietoelage en eindejaarsuitkering zijn verdisconteerd. De berekeningsystematiek is dezelfde als die in de CAR/UWO. 1 januari 2017 Voorbeeld berekening: Op basis van salarispeil 1 januari 2017 Salaris per verrichting € 105,54 (= 5 maal 1/156e deel van € 3.293,00 max. 8) Vakantietoelage € 8,44 (8% van € 105,54) Eindejaarsuitkering € 6,33 (6% van € 105,54) Compensatie vakantie-uren € 9,08 (8,6% van € 105,54) Totaal € 129,40 bruto per huwelijk of geregistreerd partnerschap. Afkopen niet genoten vakantie In het vierde lid wordt het recht op vakantie-uren, dat de “normale” medewerker heeft op grond van artikel 6:2 van de CAR, afgekocht door het toekennen van een vergoeding van 8,6%. Vakantieaanspraken worden afgekocht vanwege het oproepkarakter van de werkzaamheden. Het aanspraak maken op wettelijke vakantiedagen in het uurloon is niet meer toegestaan sinds de uitspraak van het Europese Hof van 16 maart 2006. In deze rechtspositieregeling ten behoeve van de babsen is de afkoop van vakantiedagen toch gehandhaafd. Reden daarvoor is dat de babs in verband met zijn hoofdfunctie al gebonden zal zijn aan het opnemen van het wettelijk minimum aan vakantie. In de praktijk zijn babsen bovendien veelal vrij om huwelijken in te plannen. Artikel 4De regeling verklaart de CAR/UWO op het punt van doorbetaling bij ziekte van toepassing op de babs jonger dan de AOW-gerechtigde leeftijd. Achtergrond hiervan is het dwingende karakter van de sociale wetgeving die zieke medewerkers (voor zover jonger dan de AOW-gerechtigde leeftijd) rechten en plichten toekent. Eerste dag van ongeschiktheid: in lid 3 is bepaald welke dag als eerste ziektedag geldt. Het is niet de bedoeling dat de babs direct bij aanvang van het ziekteverzuim de vergoeding krijgt doorbetaald, maar pas vanaf het tijdstip dat hij een huwelijk zou sluiten als hij niet ziek was geweest. In de praktijk van de babs is niet altijd duidelijk of en wanneer de eerste ziektedag valt en daarmee op welk moment de doorbetaling bezoldiging vergoeding ingaat, bijvoorbeeld omdat een rooster ontbreekt of dat de babsen zelf voor vervanging zorgen. In een voorkomend geval wordt, afhankelijk van de regelmaat waarmee de babs werkzaamheden verricht, een (fictieve) eerste ziektedag bepaald. Ook het tijdstip van uitbetalen van de doorbetaling bij ziekte wordt in een voorkomend geval nader bezien (bijvoorbeeld per maand, per jaar, na herstel). De babs is verplicht zo spoedig mogelijk zijn verhindering tot werken door te geven; in artikel 6 van deze regeling is artikel 15:1d van de CAR/UWO op de babs van toepassing verklaard. Ook het artikel 7:9 lid 4 (verzuimprotocol) van de CAR/UWO is van toepassing verklaard op de babs. Artikel 5De babs wordt geschorst en ontslagen door het college van burgemeester en wethouders (Burgerlijk Wetboek, Boek 1: artikel 16). Artikel 125 van de Ambtenarenwet stelt dat voor schorsing, ontslag en uitkering nadere regels worden getroffen. Er wordt een limitatieve opsomming gegeven van de ontslaggronden voor de babs, onder verwijzing naar de CAR/UWO. Opgemerkt wordt dat ontslag na ouderdomspensioen niet verplicht is. Artikel 8:2 tweede lid en 8:2a bieden de mogelijkheid om een gepensioneerde in dienst te houden dan wel te nemen. Het dienstverband met een gepensioneerde is op grond van artikel 8:2a eenvoudig te beëindigen. Artikel 6De rechten en verplichtingen van hoofdstuk 15 van de CAR/UWO worden hier voor een groot gedeelte ook op de babs van toepassing verklaard. Voor de inhoud van de artikelen wordt verwezen naar de CAR/UWO. Enkele opmerkingen hierover: De eed of belofte is niet van toepassing verklaard op de babs omdat eedaflegging reeds op grond van het BW verplicht is. Personeelsbeoordeling is van toepassing omdat in de ontslaggrond onbekwaamheid/ongeschiktheid ander dan’ aan de orde kan zijn. Een beoordeling kan bij toepassing van die ontslaggrond van belang zijn, evenals bij een weigering om opnieuw een aanstelling te verlenen. De vergoeding van kosten bij dienstreizen is van toepassing verklaard. De reguliere bepalingen over schadevergoeding door en aan de ambtenaar zijn van toepassing verklaard. In het algemeen kan gezegd worden dat de gemeente aansprakelijk is voor fouten van ondergeschikten en een zorgplicht heeft ten aanzien van de ondergeschikten zelf. Gemeenten kunnen bij aansprakelijkheid voor schade terugvallen op de aansprakelijkheidsverzekering die persoonsschade, zaakschade en vermogensschade dekt. Onder deze verzekering valt een ruime groep van ondergeschikten van de gemeente, waaronder de babs. Ook valt hieronder de babs die slechts voor één enkele gelegenheid werkzaamheden verricht. 2.7 Paritaire commissie Inhoudsopgave Artikel 1 Samenstelling commissie Artikel 2 Verantwoordelijkheden Artikel 3 Werkwijze Dit reglement dient ter uitvoering van de bepaling in artikel 10d:23 CAR-UWO De bepalingen in dit reglement hebben landelijke binding voor alle gemeenten. Artikel 1 Samenstelling commissie Lid 1 Het college stelt een commissie in als bedoeld in artikel 10d:24 CAR-UWO. De commissie bestaat uit: een lid, aan te wijzen door het college; een lid, aan te wijzen door de werknemers. een vaste onafhankelijk voorzitter (welke door de 2 andere leden wordt gekozen); Voor elk lid wordt een plaatsvervanger benoemd. Lid 2De commissie wordt bijgestaan door een ambtelijk secretaris. Artikel 2 Verantwoordelijkheden Lid 1De commissie heeft als taak het college desgevraagd te adviseren: over de naleving van tussen het college en de ambtenaar gemaakte afspraken in het kader van het Van werk naar werk-contract; over eventuele verlenging van het Van werk naar werk-contract, zoals bedoeld in artikel 10d:22; over geschillen voortvloeiend uit het Van werk naar werk contract. Lid 2Een verzoek om advies als bedoeld in lid 1 kan worden gedaan door of namens het college of door de betrokken ambtenaar. Lid 3De commissie brengt een bindend advies uit. Artikel 3 WerkwijzeLid 1De commissie kan belanghebbenden en bij de voorbereiding en uitvoering van het Van werk naar werk-contract betrokkenen horen. Lid 2Het college en de betrokken ambtenaar zijn verplicht alle gevraagde informatie te verschaffen aan de commissie. Lid 3Vergaderingen van de commissie zijn niet openbaar. Lid 4De commissie brengt haar advies schriftelijk uit, binnen vier weken na de aanvraag daartoe. 3 Salaris en vergoedingsregelingen 3 Salaris en vergoedingsregelingen Inhoudsopgave 3.1. Procedureregeling functiebeschrijving en -waardering 3.2. Beloningsbeleid 3.2.a Dienstgratificatie 3.3. Cafetariamodel 3.4. Overwerk en buitendagvenstervergoeding 3.5. Toelagen 3.5.1. Toelage onregelmatige dienst 3.5.2. Toelage wacht- en consignatiediensten 3.6. Vergoedingen 3.6.1. Vergoeding dienstreizen 3.6.3. Vergoeding stemlokaal (medewerkers) 3.6.4. Piketregeling 3.6.5. Stagevergoeding 3.7. Overige aanspraken/compensaties 3.7.1. Fietsenplan 3.7.2. Parkeren medewerkers en bestuurders 3.7.3. Dienstkleding 3.7.4. Arbo hulpmiddelen 3.7.5. Bedrijfshulpverlening/EHBO 3.7.6. Bedrijfsfitness 3.7.7. Personeelsverzekeringen 3.1. Procedureregeling functiebeschrijving en -waardering InhoudsopgaveArtikel 1 Definities Artikel 2 Vaststelling functiebeschrijvingen Artikel 3 Vaststelling waarderingen Artikel 4 Vaststelling conversietabel Artikel 5 Voorbereiding indelingsadvies, indelingsbesluit, bezwaar Artikel 6 Nieuwe en gewijzigde taken Artikel 7 Wijziging functiebeschrijvingen Artikel 8 Overgangs- en slotbepalingen Artikel 1 Definities Functie: Het samenstel van taken en of werkzaamheden dat, afgeleid uit de taakstelling van de organisatie, is opgedragen aan een functiehouder. Functiebeschrijving: De normbeschrijving dan wel de lokale functiebeschrijving die een resultaatgerichte weergave is van aard, overwegend karakter, niveau en complexiteit van taken. Normbeschrijving: De generieke functiebeschrijving zoals opgenomen in het normbestand van HR21. De normbeschrijving is voorzien van een vaste waardering (puntenreeks). Lokale functiebeschrijving: De volgens het format van HR21 lokaal gewijzigde normbeschrijving of toegevoegde (nieuwe) functiebeschrijving. Functiehouder: de medewerker in de zin van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling en/of Uitwerkingsovereenkomst (CAR/UWO) van de gemeente Deurne of de werknemer met wie een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht, als bedoeld in artikel 2:5 van de CAR, is aangegaan. Functiewaardering: Het bepalen van de relatieve functiewaarde van een functiebeschrijving aan de hand van de in HR21 vastgelegde waarderingsmethode. Het college: Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Deurne. Directie: De algemeen directeur/gemeentesecretaris en de directeur organisatie. Managementteam: De directie en afdelingshoofden. Externe deskundige: Een door de systeemhouder (VNG) erkend deskundige inzake de ontwikkeling, toepassing en werking van HR21. Gecertificeerde gebruiker: De volgens de normering van de extern deskundige opgeleide lokale gebruiker die geautoriseerd is om te werken met HR21. Artikel 2 Vaststelling functiebeschrijvingenLid 1De directie selecteert, in samenspraak met de externe deskundige en een gecertificeerde gebruiker, per functie een normbeschrijving uit HR21. Indien de normbeschrijving voor de functie onvolledig is, dan wel een voor de functie dekkende normbeschrijving niet beschikbaar is, wordt een lokale functiebeschrijving opgesteld. Lid 2De geselecteerde normbeschrijving(

  1. en)en/of lokale functiebeschrijving(en), wordt/worden besproken binnen het managementteam en door directie voorlopig vastgesteld. De voorlopig vastgestelde normbeschrijving(
  2. en)en/of lokale functiebeschrijving(en), wordt/worden door de directie ter informatie aangeboden aan de ondernemingsraad (OR). Lid 3Indien sprake is van een organisatiebrede functiebeschrijvingssronde, of indien sprake is van een organisatorische verandering zoals bedoeld in artikel 25 lid 1 van de WOR, dan stelt de directie de OR in de gelegenheid advies uit te brengen over de voorgenomen vaststelling van de normbeschrijving(
  3. en)en/of lokale functiebeschrijving(en), Dit betreft advies op het functieboek. Artikel 25 lid 2 tot en met 6 en artikel 26 WOR zijn in dat geval van overeenkomstige toepassing. Lid 4Met inachtneming van het bepaalde in lid 2 of 3, legt de directie de functiebeschrijvingen ter vaststelling voor aan het college. Het college stelt de aldus voor de gemeentelijke functies tot stand gekomen (norm- en lokale) functiebeschrijvingen bij algemeen verbindend voorschrift vast. Artikel 3 Vaststelling waarderingenLid 1In opdracht van het college worden door de gecertificeerde gebruiker én externe deskundige, aan de hand van de in HR21 vastgelegde functiewaarderingsmethode, alle lokale functiebeschrijvingen gewaardeerd. Lid 2De waarderingsresultaten van de lokale functiebeschrijvingen worden ter toetsing aangeboden aan de directie. Lid 3De waarderingsresultaten worden opgenomen in een eindadvies functiewaardering aan het college. Het waarderingsadvies bevat in ieder geval: Een motivering, gerubriceerd per invalshoek en dimensie, van de subscores en de totaalscore per lokale functiebeschrijving; Een overzicht van de functiewaarderingsresultaten van alle lokale functiebeschrijvingen; Een gecombineerd overzicht van de functiewaarderingsresultaten van alle geselecteerde normbeschrijvingen en lokale functiebeschrijvingen; Een verslag van de toetsing als bedoeld in lid 2 van dit artikel. Lid 4Het college stelt de waarderingen vast met inachtneming van het eindadvies functiewaardering. Afwijking van het advies kan slechts plaatsvinden op basis van zwaarwegende argumenten. Het college stelt de waarderingen van de lokale functiebeschrijvingen en normbeschrijvingen bij. Artikel 4 Vaststelling conversietabelLid 1Het college stelt op basis van de vastgestelde gemeentelijke salarisstructuur, na verkregen overeenstemming binnen de commissie voor Georganiseerd Overleg, een conversietabel vast. Wijziging van de gemeentelijke salarisstructuur vindt niet plaats zonder overeenstemming binnen de commissie voor Georganiseerd Overleg. Lid 2Door middel van toepassing van de vastgestelde conversietabel worden de waarderingen van alle geselecteerde normbeschrijvingen en lokale functiebeschrijvingen omgezet naar functionele schalen. Artikel 5 Voorbereiding indelingsadvies, indelingsbesluit, bezwaarLid 1 De directie adviseert, na overleg met het managementteam en in samenspraak met de externe deskundige en gecertificeerde gebruiker, het college over de indeling van de functies in norm- en/of lokale functiebeschrijvingen. Lid 2 In geval van een organisatiebrede functiebeschrijvingssronde, of indien sprake is van een ingrijpende organisatorische verandering, wordt het indelingsadvies ter toetsing voorgelegd aan een indelingscommissie. De gecertificeerde gebruiker en/of extern deskundige zijn als adviseur(
  4. s)aanwezig bij de vergaderingen van de indelingscommissie. De indelingcommissie bestaat uit: een lid aan te wijzen door het bevoegd gezag, niet zijnde een bestuurder van de gemeente of anderszins werkzaam voor of bij de gemeente; een lid aan te wijzen door de werknemersdelegatie vanuit de commissie voor Georganiseerd Overleg, niet werkzaam bij of voor de gemeente of vaste adviseur van de werknemersdelegatie in de Commissie voor Georganiseerd Overleg; een voorzitter, aan te wijzen door de leden onder a en b. Lid 3Het college maakt aan de functiehouder schriftelijk bekend welke (norm- of lokale) functiebeschrijving zij voornemens is op de functie van toepassing te verklaren (indelingsbesluit). In het voorgenomen indelingsbesluit zijn tevens de gevolgen opgenomen voor de inschaling, het salaris en/of de bezoldiging. Lid 4De functiehouder wordt in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze over de indeling aan de norm- of lokale functiebeschrijving kenbaar te maken. De termijn voor het kenbaar maken van de zienswijze bedraagt 2 weken na het voorgenomen besluit. De zienswijze wordt schriftelijk en gemotiveerd kenbaar gemaakt aan het college. Het college legt de zienswijze ter advisering voor aan de directie. Lid 5De directie brengt binnen 4 weken na het verstrijken van de termijn van lid 4 een advies uit aan het college. Lid 6Het college neemt, met in achtneming van de eventuele ingediende zienswijze (lid 4) en het advies van de directie hierop (lid 5), binnen 3 weken een definitief indelingsbesluit. De functiehouder ontvangt een schriftelijk en gemotiveerd besluit in welke functiebeschrijving zijn functie is ingedeeld en welke de gevolgen zijn voor de inschaling, het salaris en/of bezoldiging. Deze mededeling is een besluit als bedoeld in artikel 1:3 van de Awb. Tegen dit besluit kan de functiehouder schriftelijk en gemotiveerd bezwaar maken bij het college. Artikel 6 Nieuwe en gewijzigde takenLid 1Indien aan een functiehouder, door of namens directie nieuwe of gewijzigde taken worden opgedragen, dan heroverweegt het college, na en met inachtneming van het advies van de directie, de indeling in de functiebeschrijving. Lid 2De directie legt het indelingsadvies uit lid 1 eerst ter advisering voor aan een interne FuWa-indelingscommissie. De gecertificeerde gebruiker en/of extern deskundige zijn als adviseur(
  5. s)aanwezig bij de vergaderingen van de indelingscommissie. De indelingscommissie bestaat uit: twee door de directie aan te wijzen afdelingshoofden en/of teamleiders; twee door de OR aan te wijzen leden (toehoorder); één P&O-adviseur een voorzitter, zijnde een lid van de directie Lid 3Indien de heroverweging leidt tot een nieuw indelingsbesluit, dan is het bepaalde in artikel 5 (met uitzondering van lid 2) van overeenkomstige toepassing. In het geval dat de heroverweging niet leidt tot een nieuw indelingsbesluit, dan wordt de functiehouder hiervan onverwijld in kennis gesteld. Artikel 7 Wijziging functiebeschrijvingenLid 1 Bij wijziging van de structuur, taken of doelstellingen van de organisatie wordt, onder verantwoordelijkheid van het college, door de directie bezien of de vastgestelde functiebeschrijvingen volledig en/of toereikend zijn. Het selecteren, wijzigen of opstellen van nieuwe functiebeschrijvingen verloopt volgens de procedure als beschreven in artikel 2. Lid 2Een verzoek tot heroverweging van de bestaande functiebeschrijvingen kan ook worden ingediend door de OR. Artikel 8 Overgangs- en slotbepalingenLid 1Het college kan nadere regels stellen omtrent hetgeen in deze procedureregeling is neergelegd voor zover aard en strekking van deze regeling zich daartegen niet verzet. Indien en voor zover bij nadere regels van deze regeling wordt afgeweken, dient hierover voorafgaand instemming te worden gevraagd aan de ondernemingsraad. Het bepaalde in artikel 27 lid 2 t/m 7 WOR is van overeenkomstige toepassing. Lid 2In gevallen waarin deze regeling niet of niet in redelijkheid voorziet beslist het bevoegd gezag. Lid 3 Deze regeling, welke kan worden aangehaald als ‘Procedureregeling functiebeschrijving en –waardering HR21 gemeente Deurne’, treedt terstond in werking na publicatie / bekendmaking dezes en vervangt alle voorgaande regelingen. Artikel 3.1. AlgemeenDe artikelen in de procedureregeling staan niet in de volgorde waarin het proces bij de implementatie verloopt. Hieronder is weergegeven wat de volgorde is bij het implementatieproces. Na afronding van het implementatieproces

(2014)zal er sprake zijn van onderhoud. Dit staat beschreven in artikel 6 en 7. Implementatieproces Wie Artikel 1 Selectie normbeschrijvingen en eventueel opstellen lokale functiebeschrijvingen. Directie Gecertificeerd gebruiker Extern deskundige Artikel 2 lid 1 2 Bespreken geselecteerde normfuncties en eventueel opgestelde lokale functiebeschrijvingen Directie MT Artikel 2 lid 2 3 Waardering:lokale functiebeschrijvingen (Indien van toepassing, want de normfuncties zijn al gewaardeerd) College (opdrachtgever) Gecertificeerd gebruiker Extern deskundige Artikel 3 lid 1 4 Waardering:Toetsing lokale waarderingen (Indien van toepassing) Directie Artikel 3 lid 2 5 Waardering:Vaststellen lokale functiewaarderingen College Artikel 3 lid 3 6 Omzetten oude functieprofielen naar HR21 normfuncties. Directie, in overleg met MT Gecertificeerd gebruiker Extern deskundige Artikel 5 lid 1 8 Bij een organisatiebrede functiebeschrijvingsronde: Indelingscommissie Indelingscommissie Artikel 5 lid 2 9 Bij organisatiebrede functiebeschrijvingsronde: normbeschrijvingen en eventueel lokaal opgestelde beschrijvingen (=samen functieboek) ter advies voorleggen aan de Ondernemingsraad Directie OR Artikel 2 lid 3 10 Vaststelling van de normbeschrijvingen en lokale functiebeschrijvingen. Waardering:Vaststellen van de normwaarderingen en lokale waarderingen College Artikel 2 lid 4 Artikel 3 lid 4 11 Vaststelling conversietabel College Overeenstemming GO Artikel 4 12 Voorlopige bekendmaking van het indelingsbesluit Artikel 5 lid 3 13 Zienswijze Artikel 5 lid 4 en 5 14 Definitieve bekendmaking van het indelingsbesluit Artikel 5 lid 6 15 Bezwarenprocedure Artikel 5 lid 6 Onderhoud: Nieuwe indeling doen Artikel 6 Onderhoud: Nieuwe functiebeschrijving selecteren of maken Artikel 7 Artikel 2Dit artikel gaat over het selecteren van de HR21 normfuncties (=functieprofielen). Alle normfuncties samen vormen het functieboek van de gemeente Deurne (lid 1). Deze wordt ter advisering voorgelegd aan de Ondernemingsraad (lid 3), dit is alleen van toepassing bij een organisatiebrede beschrijvingsronde. Daarna wordt het functieboek vastgesteld door het college (lid 4). Tijdens het jaarlijkse onderhoud kan blijken dat er nieuwe normfuncties aan het functieboek moeten worden toegevoegd. Als dat van toepassing is, geeft lid 2 aan dat de Ondernemingsraad hierover geïnformeerd moet worden. Artikel 3 Dit artikel gaat over de procedure als uit HR21 geen normfunctie kan worden geselecteerd en er dus een lokale functiebeschrijving opgesteld én gewaardeerd moet worden. Als er dus geen lokale functies worden beschreven is dit artikel niet van toepassing. Artikel 4Alle HR21 normfuncties zijn voorzien van een vast punten aantal. Dit punten aantal wordt vertaald naar een conversietabel. Deze tabel wordt éénmalig met overstemming van het GO vastgesteld door het college. NB de medewerker kan geen bezwaar maken tegen de waardering van een functie. Artikel 5 Lid 1Dit lid gaat over de vertaling (=indeling) van de oude functie(profielen) naar de normfuncties HR21. Dit betekent dat er per functie(groep) wordt aangegeven in welke HR21 normfunctie deze is ingedeeld. Bijvoorbeeld: Oude profiel HR21 Normfunctie Dienstverlener A (KCC 1e lijn) = Medewerker Publiek X Medewerker Onderhoud = Medewerker technische uitvoering X Lid 3 en 4De medewerker krijgt eerst een voorlopige toewijzing van een HR21 normfunctie. Als hij het met de indeling niet eens is, kan hij binnen 2 weken een zienswijze indienen. Artikel 6Nadat HR21 is geïmplementeerd in de gemeente Deurne wordt er onderhoud gepleegd. Dat wil zeggen dat jaarlijks wordt bezien of er aanleiding is om een andere normfunctie toe te wijzen. De leidinggevende doet hiertoe een verzoek aan de directie. De directie legt het verzoek voor aan de interne FuWa-indelingscommissie. Deze commissie adviseert de directie om wel of geen andere HR21 normfunctie toe te wijzen. Artikel 7 Lid 1HR21 bevat 105 normfuncties. De gemeente Deurne zal slechts een aantal van deze normfuncties opnemen in haar functieboek. Het is mogelijk dat door allerlei ontwikkelingen de vastgestelde normfunctie niet meer aansluit. Als de FuWa-indelingscommissie tot het advies komt om een andere HR21 normfunctie toe te wijzen, dat niet in het functieboek is opgenomen, dan moet de procedure in artikel 2 worden gevolgd. Lid 2De OR kan een beroep doen op dit artikel als zij van menig is dat vanwege een wijziging in structuur, taken en doelstelling op organisatorisch niveau een heroverweging moet plaats vinden. Dit is dus niet van toepassing op functie- en/of individueel niveau. Hierin voorziet artikel 6. 3.2 Beloningsbeleid InhoudsopgaveBeloningsbeleid Inpassen en Belonen gemeente Deurne 1. Vaststellen salaris 2. Salarisverhogingen (incl. niet toekenning) 3. Inpassingsafspraken 4. Uitloopschaal 5. Garantietoelage 6. Gedifferentieerd belonen 7. Hardheidsclausule 8. Vaststelling Beloningsbeleid Inpassen en Belonen gemeente Deurne Per 1-1-2016 wordt het nieuwe hoofdstuk 3 CAR ingevoerd. Dit hoofdstuk is voor alle gemeenten bindend en heeft een standaard karakter. Dit betekent dat er geen afwijkingen mogelijk zijn ten voordele of ten nadele van de medewerker. Echter op basis van een aantal “kan”-artikelen kan het college nadere regels stellen. Deze zijn opgenomen in deze beleidsnotitie. Het gaat o.a om afspraken over de wijze van inpassing, bevordering en individuele beloning. In deze beleidsnotitie staan alle per 1-1-2016 geldende lokale afspraken rondom beloning bij elkaar. Hierbij zijn de oude afspraken zo veel als mogelijk overgenomen. De oude “regelingen” waarin vergelijkbare afspraken waren vastgelegd zijn per 1-1-2016 vervallen. 1. Vaststellen salarisArtikel 3:3 CAR regelt het vaststellen van het salaris en de mogelijkheid om iemand in de aanloopschaal te plaatsen. Beleid Deurne:Alle functie binnen de gemeente Deurne hebben een HR21 normfunctie toegewezen gekregen. De taken van de betreffende functie bepalen de HR normfunctie. De gemeente Deurne kiest niet voor een indeling op junior – medior – senior niveau. Dit zegt namelijk meer over het niveau van de medewerker dan het niveau en de aard van de taken. De inschaling daarentegen wordt wel bepaald door het niveau (opleiding, ervaring en bekwaamheid) van de medewerker. InschalingEen medewerker die nieuw indienst treedt, dan wel een andere voor hem een nieuwe functie gaat vervullen, wordt geplaatst in de aanloopschaal. De aanloopschaal is één schaal lager dan de functieschaal. Als de nieuwe medewerker bij indiensttreding voldoet aan alle functie-eisen (o.a. opleiding, ervaring en bekwaamheid) dan kan hij direct in de functieschaal worden geplaatst. De inpassing in de periodiek is onderhandelingsruimte (o.a. op basis van huidige salaris). Inpassing bij indiensttreding in de uitloopschaal valt onder 4. Garantietoelage. Schoolverlaters Voor het evenwicht in de organisatie wordt geprobeerd, daar waar mogelijk, om schoolverlaters een kans te geven om in te stromen. Schoolverlaters hebben vaak alleen een opleiding afgerond en weinig tot geen relevante werkervaring voor de functie. Zij voldoen daarmee niet aan de functie-eisen en krijgen een leertraject aangeboden om hen op het gewenste niveau te brengen. Als er sprake is van grote afstand tot de functie, waardoor er fors geïnvesteerd moet worden in begeleiding en opleiding (zowel in tijd als middelen) dan wordt het salaris vastgesteld in de schaal gelegen onder de aanloopschaal. Bij de aanstelling worden vervolgens afspraken gemaakt hoe de medewerker kan doorgroeien naar de aanloop- dan wel functieschaal. 1e jaar indienstIn het eerste jaar (in de nieuwe functie of indienst) worden 2 functioneringsgesprekken en een beoordelingsgesprek gevoerd om de ontwikkeling van monitoren. Het beoordelingsgesprek fungeert tevens om: te bepalen of de (eventuele) tijdelijke aanstelling wordt opgezet in een vaste aanstelling. of medewerker bevorderd kan worden naar de aanloop- of functieschaal (afhankelijk van de inschaling). 2. Salarisverhogingen (incl. niet toekenning)Artikel 3:4 CAR regelt de salarisverhogingen. Binnen Deurne is dat als volgt: A. Extra periodieke verhoging Een extra periodiek wordt toegekend op grond van zeer goede of uitstekende vervulling van de functie, vastgesteld op basis van een beoordeling. B. Bevordering naar een hogere salarisschaal Op basis van een beoordeling wordt bepaald of de medewerker die aangesteld is in een lagere schaal dan de functieschaal bevorderd kan worden naar de functieschaal. Uitgangspunt is dat hij voldoet aan alle aan de functie gestelde eisen. C. Geen periodieke verhoging bij onbetaald verlof De periodieke verhoging (artikel 3:4 CAR-UWO) wordt opgeschort met de tijd, doorgebracht met (100%) onbetaald verlof: indien de periode van onbetaald verlof 6 maanden of langer duurt. indien de periode van onbetaald verlof korter is dan 6 maanden. In deze gevallen wordt een afspraak gemaakt of deze tijd meegenomen wordt of niet. D. Geen periodieke verhoging bij ziekte > 6 maanden Bij een verhindering, langer dan 6 maanden, wegens volledige ziekte zoals bedoeld in hoofdstuk 7 CAR/UWO zal de periodieke verhoging zoals genoemd in artikel 3:4 CAR-UWO niet worden toegekend. Toelichting ziekte Op grond van artikel 7:8:2 CAR wordt de periodieke salarisverhoging tijdens ziekte in een lokale regeling uitgewerkt. Dit artikel is van toepassing op medewerkers die 6 maanden of meer volledig (100 %) ziek zijn. De datum van de periodieke verhoging is het uitgangspunt om te bepalen of er sprake is van ziekte over een periode van 6 maanden. Uitgangspunt bij de toekennen van een periodieke verhoging is opgenomen in artikel 3:4 CAR-UWO, namelijk dat een medewerker voldoende functioneert. Het functioneren van een medewerker die langdurig ziek is kan niet beoordeeld worden. 3. InpassingsafsprakenArtikel 3:6 CAR regelt in inpassing naar een hogere schaal. Het beleid van de gemeente Deurne is dat de inpassing als volgt tot stand komt: Medewerker heeft nog niet het maximum van de salarisschaal bereikt: het nieuwe salaris wordt vastgesteld op het bedrag in de nieuwe schaal gelegen onmiddellijk boven het salaris dat de medewerker in de oude schaal had. Het nieuwe salaris moet meer bedragen dan 75% van het verschil tussen het oude salaris en het nieuwe salaris. Is het verschil kleiner dan 75% dan wordt de medewerker ingeschaald in de volgende periodiek. De medewerker heeft het maximum van zijn salarisschaal bereikt: het nieuwe salaris wordt vastgesteld op het bedrag in de nieuwe schaal gelegen onmiddellijk boven het salaris dat de medewerker in de oude schaal had en tenminste € 45,- of meer bedraagt (bij een fulltime dienstverband). 4. UitloopschaalArtikel 3:7 CAR geeft aan dat gemeentes een uitloopschaal kunnen hanteren. Deurne heeft daaraan de volgende voorwaarden en regels gesteld: De medewerker die op het maximum van zijn functieschaal zit en meerdere jaren bovengemiddeld functioneert wordt naar de uitloopschaal bevorderd. Het bovengemiddeld functioneren moet blijken uit beoordelingen. De toekenning van de volgende periodiek in de uitloopschaal berust op dezelfde gronden: er moet wederom sprake zijn van bovengemiddeld functioneren. Schaal 13 is de hoogste uitloopschaal. 5. GarantietoelageArtikel 3:15 CAR biedt de mogelijkheid tot de toekenning van een garantietoelage. Binnen Deurne wordt de garantie toelage in de volgende situatie toegepast: Bij indiensttredingIndien op basis van onderhandeling een nieuwe medewerker niet ingepast kan worden in de functieschaal, maar wel in de uitloopschaal dan wordt het verschil (max. functieschaal en inpassing uitloopschaal) onder gebracht in een garantietoelage. De garantietoelage komt te vervallen als de medewerker bevorderd wordt naar de uitloopschaal. FunctiewaarderingAls door functiewaardering een functie lager wordt gewaardeerd dan wijzigt het salaris van de medewerker niet, wel de inpassing. Het verschil tussen de nieuwe inpassing (vaak de nieuwe functieschaal) en het oude salaris wordt ondergebracht in een garantietoelage. De garantietoelage is gebonden aan de functie die de medewerker op dat moment vervult. Bij een verandering van functie (niet zijnde herplaatsing) komt de garantietoelage te vervallen. Maatwerk 6. Gedifferentieerd belonenIn artikel 3:20 CAR wordt de mogelijkheid geboden om (een) medewerker(
  1. s)een eenmalige beloning toe te kennen. De gemeente Deurne kent de volgende categorieën: Incentives Het gaat hierbij om situaties waar de leidinggevende vindt dat de medewerker iets extra’s verdient. De incentives zijn bedoeld als “boter bij de vis” en worden gegeven in de vorm bijvoorbeeld bloemen, bonbons of een andere geschenk (tot € 25,- ivm werkkostenregeling) of in de vorm van bonnen (NB vallen in vrije ruimte werkkostenregeling). Extra werkzaamheden, bijzondere inzet etc.Het gaat hierbij om niet reguliere werkzaamheden, inzet, etc., waarvoor (ook) andere vaardigheden nodig zijn. De eenmalige beloning is afhankelijk van inzet, duur etc en bedraagt maximaal € 1.000,- netto Indien de leidinggevende vindt dat er aanleiding is voor een gedifferentieerde beloning doet hij een voorstel aan de directie. 7. HardheidsclausuleDaar waar de artikelen uit hoofdstuk 3 CAR en de aanvullende beleidsafspraken uit deze notitie niet voorzien in voorkomende situaties, worde afspraken gemaakt in de lijn met deze notitie. De bevoegdheid ligt bij de directie en met inachtneming van het advies van de P&O-adviseur. 8. VaststellingOver de inhoud van deze notitie is op 10 december 2015 overeenstemming bereikt met het Georganiseerd Overleg en is vastgesteld met terugwerkende kracht tot 1-1-2016 door het college op 6 juni 2016. 3.2.a Dienstgratificatie Artikel 1 Dienstgratificatie gemeente DeurneDit artikel is alleen van toepassing op medewerker in dienst van de gemeente Deurne op 31-12-2015 én die hun dienstjubileum (= 25 of 40 jaar Deurne) bereiken vóór 31-12-2020. Vanaf 1-1-2021 komt dit artikel te vervallen. Lid 1 De ambtsjubileumgratificatie zoals bedoeld in artikel 3:19 CAR/UWO wordt verdubbeld indien de medewerker uitsluitend dezelfde tijd bij de gemeente Deurne werkzaam is geweest. Lid 2 Indien de medewerker eerder een gratificatie heeft ontvangen, als bedoeld in artikel 3:19 CAR/UWO mag de totale gratificatie niet meer bedragen dan het totale bedrag zoals bedoeld in lid 1. Lid 3 De medewerker komt ook voor deze gratificatie in aanmerking wanneer hij binnen vijf jaar na ontslag wegens: re-organisatie (behoudens als er sprake is van een actueel sociaal plan); arbeidsongeschiktheid van 80% of meer; een dienstjubileum zou vieren. De hoogte van de gratificatie is afhankelijk van het aantal dienstjaren en wordt naar evenredigheid (naar rato) berekend. (b.v. 23 jaar gewerkt voor Deurne betekent een gratificatie van 23/25ste van het maandsalaris + vakantietoeslag en eventuele salaristoeslagen (zie artikel 3:19 lid 2 CAR).Dit recht vervalt als het jubileum valt na het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd. Lid 4Bij gedeeltelijk ontslag (lid 3) wordt de proportionele ambtsjubileumgratificatie berekend naar rato van het aantal uren waarvoor ontslag wordt verleend. Artikel 3.2.a Artikel 1, Lid 3Een medewerker is van rechtswege ontslagen als hij de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt. Bij de toepassing van dit artikel wordt gekeken of de medewerker zijn jubileum had gehaald indien hij in dienst was gebleven tot zijn AOW-gerechtigde leeftijd. Deze leeftijd moet liggen voor 31-12-2016 Een voorbeeld:Mevrouw Jansen wordt ontslagen vanwege een reorganisatie op 1 januari 2014. Mevrouw Jansen bereikt op 1 juli 2014 haar AOW-gerechtigde leeftijd en zou haar 25 jaar jubileum vieren op 1 juli 2015. In dit geval maakt mevrouw Jansen geen aanspraak op de gratificatie omdat, als zij in dienst was gebleven tot haar AOW-gerechtigde leeftijd (1 juli 2014), zij ook niet haar 25 jaar jubileum had gehaald op 1 juli 2015. Uitwerking van artikel 1 DienstgratificatieIn deze uitwerking wordt vastgelegd hoe de berekening van de gratificatie plaats vindt in die gevallen waarbij het ambtsjubileum niet gelijktijdig met het dienstjubileum wordt gevierd. Deze uitwerking is bedoeld om uniformiteit in toekenningen van gratificaties te waarborgen. Bijvoorbeeld: Het 25-jarig ambtsjubileum (=overheid) wordt gevierd in 2006 en het 25-jarig dienstjubileum (= Deurne) wordt gevierd in 2013. Berekening gratificatie ambtsjubileum artikel 3:19 CAR = overheid Bruto maandsalaris jubileummaand 2006: € Vakantietoelage over dit bedrag (8%): € +/+ Eventuele salaristoelagen (conform artikel 1:1) in de betreffende maand € _______ +/+ Totaal: € bruto Af: de helft van het totaal € _______ -/- Toe te kennen bruto ambtsgratificatie € bruto De medewerker heeft recht op de helft van het maandsalaris, vakantietoeslag en eventuele salaristoelage in die maand van één maand = 50% De toe te kennen bruto ambtsgratificatie wordt netto uitbetaald. Berekening gratificatie dienstjubileum = Deurne Bruto maandsalaris jubileummaand 2013: € Vakantietoelage over dit bedrag (8%): € +/+ Eventuele salaristoelagen (conform artikel 1:1) in de betreffende maand € _______ +/+ Totaal: € bruto Af: reeds ontvangen bruto ambtsgratificatie € _______ -/- Toe te kennen bruto gratificatie dienstjubileum (=Deurne) € bruto De toe te kennen bruto gratificatie dienstjubileum wordt netto uitbetaald maar is begrensd tot het maximum van het bedrag van het maandsalaris dat de medewerker ontvangt op het moment van het 25 jarig ambtsjubileum. Over het (eventuele) meerdere wordt belasting ingehouden. Dit is een richtlijn van de belastingdienst waar wij ons aan moeten houden (diensttijduitkeringen of –verstrekkingen). Voorbeeld in cijfers:Berekening gratificatie ambtsjubileum 2006 Berekening gratificatie ambtsjubileum artikel 3:19 CAR = overheid Bruto maandsalaris jubileummaand 2006: € 1.155,00 bruto Vakantietoelage over dit bedrag (8%): € 92,40 +/+ bruto Eventuele salaristoelagen (conform artikel 1:1) in de betreffende maand € 0,00 +/+ bruto Totaal: € 1.247,40 bruto Af: de helft van het totaal € 623,70 -/- bruto Toe te kennen bruto ambtsgratificatie € 623,70 Bruto voor netto Berekening gratificatie dienstjubileum 2013 Berekening gratificatie dienstjubileum = Deurne Bruto maandsalaris jubileummaand 2013: € 1.246,59 Vakantietoelage over dit bedrag (8%): € 99,73 +/+ Eventuele salaristoelagen (conform artikel 1:1) in de betreffende maand € 0,00 +/+ Totaal: € 1.346,32 bruto Af: reeds ontvangen bruto ambtsgratificatie € 625,00 -/- Bruto gratificatie dienstjubileum (=Deurne) € 721,32 bruto Reeds netto uitbetaald (in 2006) € 625,00 -/- bruto voor netto Resteert: € 96,32 bruto Af: inhouding bijvoorbeeld belastingtarief 42% € 40,45 -/- Netto uit betalen: € 55,87 Totaal te ontvangen € 625,- + € 55,87,- € 680,87 netto 3.3. Uitvoeringsregeling Individueel Keuzebudget (IKB) Inhoudsopgave Artikel 1 Bestedingsdoelen Formulieren Uitruil woon-werkverkeer Uitruil woon-werkverkeer (toelichting) Artikel 1 BestedingsdoelenLid 1Het IKB kan ingezet worden voor de (landelijke) doelen zoals genoemd in artikel 3:29 lid 1 CAR. Lid 2Het IKB kan tevens ingezet worden voor de volgende lokale doelen (zie artikel 3:29 lid 2 CAR): fiets, zoals bedoeld in hoofdstuk 3 LAR; § 3.7.1 vakbondscontributie; bedrijfsfitness, zoals bedoeld in hoofdstuk 3 LAR; § 3.7.6 uitruil woonwerkverkeer 3.4. Overwerk en (buitendagvenster toelage) InhoudsopgaveArtikel 1 Overwerk Artikel 2 Buitendagvenstervergoeding Artikel 1 OverwerkLid 1De medewerkers zoals genoemd in § 4.1. Werktijden artikel 2a LAR Deurne kunnen alleen aanspraak maken op een overwerkvergoeding conform artikel 3:18 CAR-UWO. Lid 2Er is alleen sprake van overwerk indien de medewerker, genoemd in lid 1, daartoe van zijn leidinggevende expliciet een (dienst)opdracht heeft ontvangen. De leidinggevende geeft daarbij vooraf aan dat wanneer reguliere compensatie niet mogelijk is, er dan sprake is van overwerk. Artikel 2 (Buitendagvenster toelage)Conform artikel 3:12 CAR-UWO ontvangen medewerkers die onder de standaardregeling vallen een (buitendagvenster toelage) als zij expliciet een (dienst) opdracht van hun leidinggevende hebben gekregen om werkzaamheden te berichten buiten het dagvenster (zoals vastgelegd in artikel 4:2 CAR-UWO). 3.5. Toelagen Inhoudsopgave 3.5.1. Toelage onregelmatige dienst 3.5.2. Toelage wacht- en consignatiediensten 3.5.1. Toelage onregelmatige dienst Inhoudsopgave Artikel 1 Begripsbepaling Artikel 2 Toelage onregelmatige dienst FormulierenDeclaratieformulier bodes (diverse vergoedingen) Declaratieformulier onregelmatigheidsvergoeding Artikel 1 BegripsbepalingRooster:Een voor de medewerker door zijn leidinggevende vastgesteld rooster van vaste en/of wisselende werktijden. Brugdag:Door de gemeentesecretaris mag op jaarbasis maximaal 6 werkdagen als brugdag worden aangewezen. Aanwijzing vindt plaats voor het daarop volgende kalenderjaar na instemming door de Ondernemingsraad (zie ook § 4.2 artikel 5 LAR). Artikel 2 Toelage onregelmatige dienstLid 1Het recht op een Toelage onregelmatige dienst geldt alleen voor medewerkers zoals genoemd in § 4.1. Werktijden artikel 2a LAR Deurne. Lid 1aEr is sprake van een onregelmatige dienst als volgens het rooster de werktijden van een medewerker, genoemd in lid 1, vallen buiten de periode van: Maandag t/m vrijdag 08:00 – 18:00 uur en/of Zaterdag en Zondag De medewerker ontvangt hiervoor een toelage onregelmatige dienst conform artikel 3:11 CAR. Artikel 3.5.1. Toelichting artikel 2 lid 1 en 1aDe toelage onregelmatige dienst is alleen van toepassing op de bodes en de sporthalbeheerders. De medewerkers van de buitendienst hebben géén rooster die voldoet aan lid 1a, namelijk vóór 07:00 uur, ná 18:00 uur of in de weekenden. Het rooster van de medewerkers van de buitendienst is vastgelegd in § 4.1 Werktijden artikel 3 LAR Deurne. Toelichting artikel 2Er dient onderscheid gemaakt te worden tussen zondagen in de zin van artikel 4:5 CAR/UWO (regeling werktijd: maximaal 26 zondagen werken per jaar) én de vergoedingsregelingen (hoofdstuk 3 CAR/UWO). In artikel 4:5 CAR/UWO wordt aangegeven dat lokale feestdagen (Carnaval 2x, 5 mei en Goede Vrijdag, § 4.2 artikel 4) voor de regeling van de werktijd beschouwd worden als een zondag. Dat betekent dat in principe op een lokale feestdag niet gewerkt wordt. Gelijkstelling met een zondag betekent echter niet dat een vergoeding op een lokale feestdag gelijk gesteld wordt met een vergoeding op zondag. Dat is immers niet in hoofdstuk 4 (Arbeidsduur en werktijden) CAR/UWO geregeld, maar in hoofdstuk 3 (Salaris vergoedingen, toelagen en uitkeringen) CAR/UWO.Als er volgens rooster werkzaamheden worden verricht op lokale feestdagen, dan hangt het af van het tijdstip waarop de werkzaamheden worden verricht of er sprake is van een toelage onregelmatige dienst. Voor een eventuele vergoeding wordt aansluiting gezocht bij artikel 3:11 CAR. Brugdagen zijn werkdagen (maandag t/m vrijdag), waarvoor de medewerker zelf verlof moet inleveren. Werken op brugdagen valt niet onder artikel 4:5 lid 3 en 4 CAR/UWO en daarmee is sprake van een reguliere werkdag. Overigens hoeft degene die geacht wordt te werken geen verlof in te leveren. Of er sprake is van een toelage onregelmatige dienst, hangt af van het tijdstip waarop de werkzaamheden worden verricht. Voor een eventuele vergoeding wordt aansluiting gezocht bij artikel 3:11 CAR. 3.5.2. Toelage beschikbaarheidsdienst Inhoudsopgave Artikel 1 Begripsbepalingen Artikel 2 Deelname aan beschikbaarheidsdiensten Artikel 3 Toelage beschikbaarheidsdienst Artikel 4 Oproep vergoeding Artikel 5 Reistijd- en kilometervergoeding bij beschikbaarheidsdienst Artikel 6 Toelage bij ontheffing wacht- of consignatiedienst FormulierenFormulier wacht- en consignatiedienst Declaratieformulier bodes Artikel 1 Begripsbepalingen Medewerker De medewerker die op grond van artikel 2:1B tweede lid, sub c van de CAR/UWO wordt verplicht zich buiten de voor zijn functie vastgestelde werktijden ter beschikking te houden voor beschikbaarheidsdienst. Beschikbaarheidsdienst De bereikbaarheid van een medewerker buiten de normale werkuren voor meldingen of oproepen en tevens de beschikbaarheid om, indien noodzakelijk, als gevolg van de melding of oproep op de plaats van tewerkstelling werkzaamheden te verrichten. Melding Een binnenkomende mededeling (kennisgeving) over een gebeurtenis, geconstateerde waarneming of een geconstateerd feit, meestal in de vorm van een klacht of noodsignaal. Wachtdienstmedewerker De medewerker die gedurende de beschikbaarheidsdienst bereikbaar dient te zijn voor alle meldingen en die, indien noodzakelijk, binnen een uur na binnenkomst van de desbetreffende melding een aanvang met zijn werkzaamheden maakt op de plaats van tewerkstelling en/of die naar aanleiding van deze melding de noodzakelijke maatregelen treft inzake organisatie, inzet van personeel, inschakeling derden en administratie. Consignatiemedewerker De medewerker die gedurende de beschikbaarheidsdienst bereikbaar dient te zijn en zich beschikbaar dient te houden om, na oproep door de wachtdienstmedewerker, binnen een uur nadat hij is opgeroepen op de gemeentewerf (medewerker onderhoud) of gemeentehuis (bode) een aanvang te maken met de noodzakelijke werkzaamheden ter oplossing van een melding. Basisvergoeding De vergoeding per uur voor het bereikbaar en/of beschikbaar zijn voor de beschikbaarheidsdienst. Oproepvergoeding De vergoeding per uur voor het moeten uitvoeren van werkzaamheden als gevolg van een melding, gerekend vanaf het moment dat de medewerker zich vanaf zijn woonadres naar de plaats van tewerkstelling, de gemeentewerf of het gemeentehuis begeeft tot aan zijn thuiskomst. Brugdag Door de gemeentesecretaris mag op jaarbasis maximaal 6 werkdagen als brugdag worden aangewezen. Aanwijzing vindt plaats voor het daarop volgende kalenderjaar na instemming door de Ondernemingsraad. Artikel 2 Deelname aan beschikbaarheidsdienstenLid 1Iedere medewerker kán verplicht worden deel te nemen aan beschikbaarheidsdiensten ingevolge artikel 2:1B lid 2 sub c CAR/UWO. Lid 2De medewerker uit het team onderhoud en toezicht of met de functie van opzichter en toezichthouder of bode is verplicht deel te nemen aan beschikbaarheidsdiensten. Lid 3Voor beschikbaarheidsdiensten wordt door de leidinggevende jaarlijks een rooster opgesteld, zodat de medewerker vooraf inzicht heeft in welke periode hij zich beschikbaar dient te houden. Lid 4De leidinggevende kan na overleg met betrokkene(
  2. n)in het opgemaakte rooster wijzigingen aanbrengen. Artikel 3 Toelage beschikbaarheidsdienstLid 1De vergoeding voor beschikbaarheidsdienst is conform artikel 3:13 CAR (toelage beschikbaarheidsdienst). Lid 2De toelage beschikbaarheidsdienst is gebaseerd op een fulltime dienst verband en wordt als volgt berekend: Voor degene met een werkrooster met gemiddeld 36 uur het aantal uren van de week (7 x 24) minus 36 uur. Voor degene met een werkrooster van 40 uur, het aantal uren van de week (7 x 24) minus 40 uur. Over de overige uren wordt een percentage berekend. Lid 3Als er sprake is van een brugdag of lokale feestdag kunnen zich 2 situaties voordoen: De medewerker zit thuis en houdt zich beschikbaar. De toelage beschikbaarheidsdienst voor deze dag wordt beschouwd als een zondag. Dit is een lokale afwijking ten opzichte van de hoofstukken 3 en 4 van de CAR/UWO. De medewerker moet volgens rooster werkzaamheden verrichten. De toelage beschikbaarheidsdienst voor deze dag wordt beschouwd als een werkdag. Artikel 4 Oproep vergoedingLid 1De medewerker die wordt opgeroepen tijdens zijn beschikbaarheidsdienst ontvangt hiervoor een oproepvergoeding. Lid 2De oproepvergoeding voor medewerkers zoals genoemd in § 4.1. Werktijden artikel 2a LAR Deurne is gebaseerd op artikel 3:18 CAR-UWO (overwerkvergoeding). Lid 3De oproepvergoeding voor de overige medewerkers is overeenkomstig artikel 3:13 én 3:12 CAR-UWO (buitendagvenstertoelage). Lid 4De medewerker uit lid 2 kan ervoor kiezen om het overwerk in tijd danwel in geld te laten uitbetalen. Indien hij kiest voor opnemen van het verlof doet hij dit binnen twee weken nadat het overwerk heeft plaatsgevonden. Het andere gedeelte van de vergoeding zoals genoemd in artikel 3:18 van de CAR/UWO (toeslagpercentage) wordt altijd uitbetaald. Lid 5Als de medewerker wordt opgeroepen op een dag die door de gemeentesecretaris of teamleider Toezicht en onderhoud is aangewezen als een: brugdag (verplichte) verlofdag voor de buitendienst lokale feestdag wordt de oproepvergoeding voor deze dag uitbetaald overeenkomstig de oproepvergoeding op respectievelijk een maandag, dinsdag, woensdag, donderdag of vrijdag;

. Lid 6In afwijking van het bepaalde in lid 4, kan de leidinggevende bij bijzondere omstandigheden bepalen dat de medewerker het verlof aansluitend aan zijn dienst moet opnemen dan wel dat de medewerker het verlof krijgt uitbetaald. Artikel 5 Reistijd- en kilometervergoeding bij beschikbaarheidsdienstLid 1Voor de afstand die de medewerker moet afleggen om naar de plaats van tewerkstelling, de gemeentewerf of het gemeentehuis te gaan en vice versa, ontvangt hij, gerekend vanaf zijn woonadres, een kilometervergoeding conform de regeling vergoeding reis- en verblijfskosten. Lid 2De in het voorgaande lid genoemde vergoeding is niet van toepassing indien de medewerker gebruik maakt van een dienstauto. Artikel 6 Toelage bij ontheffing beschikbaarheidsdienstLid 1aDit artikel is alleen van toepassing op medewerkers van het team Onderhoud en Toezicht of medewerkers met de functie van opzichter en toezichthouder. Voor medewerkers van de functie van bode geldt onverkort artikel 3:16 CAR. Lid 1 Het college kan ambtshalve of op verzoek van het bepaalde in artikel 2 lid 1 en 2 geheel of gedeeltelijk ontheffing van deelname aan de beschikbaarheidsdienst verlenen in de volgende gevallen: indien hiervoor medische gronden aanwezig zijn; indien de medewerker de 62-jarige leeftijd heeft bereikt; indien er omstandigheden zijn waarbij deelname aan beschikbaarheidsdienst redelijkerwijs niet van de medewerker kan worden gevergd; indien hij 25 jaar onafgebroken consignatiedienst heeft verricht.

Lid 2Als de medewerker aan de voorwaarden (artikel 1 lid 1) voldoet wordt aan hem ontheffing verleend en tegelijkertijd kan hij een afbouwtoelage ontvangen conform artikel 3:16 CAR. Lid 5De beëindigingstoelage wordt eenmalig en ineens uitgekeerd. Artikel 3.5.

  1. Artikel 3 Lid 3 sub aLokaal is de afspraak gemaakt dat de basisvergoeding op brugdagen en lokale feestdagen gelijk wordt gesteld met een zondag. De reden hiervoor is dat de medewerker wordt beperkt in zijn bewegingsvrijheid tijdens deze verlofdagen en daarom een vergoeding krijgt van 10% per uur. Lid 3 sub bDe medewerker die wordt ingeroosterd om reguliere werkzaamheden te verrichten op een brugdag of lokale feestdag krijgt de normale vergoeding van 5%. Deze medewerker weet immers van te voren dat hij werkzaamheden moet verrichten en zit niet thuis te wachten tot hij eventueel wordt opgeroepen. Lid 4Bij de berekening van de basisvergoeding worden de reguliere werkuren (36 uur voor de binnendienst en 36 plus 4 uur compensatieverlof= 40 uur voor de buitendienst) buiten beschouwing gelaten. Over de overige uren van de week wordt een vaste toelage berekend en uitbetaald. Artikel 4Lid 2Alleen medewerkers met bijzondere werktijden (artikel 4:3 CAR-UWO) kunnen nog aanspraak maken op een overwerkvergoeding (artikel 3:18 CAR-UWO). Lid 3Medewerkers die vallen onder standaard regeling werktijden (=regelruimte) die tijdens hun wachtdienst worden opgeroepen ontvangen een oproepvergoeding op basis van de (buitendagvenstertoelage) (artikel 3:12 CAR). In artikel 3:13 is opgenomen:De ambtenaar die valt onder de standaardregeling en die aangewezen is voor het verrichten van beschikbaarheidsdiensten als bedoeld in artikel 2:1B, tweede lid, onderdeel c, heeft over de uren buiten het dagvenster dat hij daadwerkelijk arbeid verricht recht op een (buitendagvenstertoelage). Artikel 4:2 CAR bevat de reikwijdte van het dagvenster: maandag tot en met vrijdag tussen 7:00 en 22:00 uur. Dit betekent dat alleen werkzaamheden buiten het dagvenster voor een extra vergoeding in aanmerking komen. Buiten het dagvenster vallen:Maandag tot en met vrijdag vóór 07:00 of na 22:00 uur (vergoeding 50%) Zaterdag (vergoeding 75%) Zondag (vergoeding 100%). Lid 4Wanneer de medewerker als gevolg van een melding werkzaamheden moet gaan verrichten, dan ontvangt hij daarvoor een oproepvergoeding. De tijd hiervoor gaat lopen vanaf het moment dat hij zich vanaf zijn woonadres naar de plaats van tewerkstelling, de gemeentewerf of het gemeentehuis begeeft en stopt op het moment dat hij weer thuiskomt.Deze oproepvergoeding bestaat uit: verlof gelijk aan het aantal volle uren van het overwerk; en een toeslagpercentage. De medewerker heeft de keuze uit opname of uitbetaling van het onder één genoemde verlof. Opname hiervan dient hij op een zo vroeg mogelijk tijdstip (binnen twee weken na afloop van de beschikbaarheidsdienst te doen. In afwijking hiervan kan de leidinggevende bij bijzondere omstandigheden bepalen dat de medewerker, wanneer bijvoorbeeld de uren van de consignatiedienst overlopen in de uren van het reguliere werkrooster (zoals het geval kan zijn bij gladheidsbestrijding), de vergoeding in verlof moet worden verstrekt en dat dit verlof direct aansluitend opgenomen dient te worden. Concreet betekent dit dat de medewerker na b.v. acht uur werken (consignatie-uren en normale werkuren tezamen) naar huis gaat (arbeidstijdenwet). Ook wanneer uit dienstbelang het verlof niet kan worden opgenomen, bijvoorbeeld omdat anders een opeenhoping van verlofuren gaat ontstaan, zullen deze uren worden uitbetaald. Voor de uitbetaling van de bovengenoemde oproepuren, alsmede voor het toeslagpercentage, is het bepaalde in artikel 3:18 van de CAR/UWO van toepassing. Hierbij is voor de bepaling van de hoogte van de vergoeding van belang op welke dag en/of op welk tijdstip is gewerkt. Wanneer de medewerker moet werken op een door de gemeentesecretaris als brug of lokale feestdag aangewezen dag, dan wordt de hoogte van de oproepvergoeding vastgesteld aan de hand van de overwerkvergoeding die normaal gesproken voor deze dag wordt uitbetaald overeenkomstig onderscheidenlijk een maandag, dinsdag, woensdag, donderdag of vrijdag. Zo wordt voor de hoogte van bijvoorbeeld de vergoeding (inclusief het toeslagpercentage) voor het werken op de vrijdag na Hemelvaartsdag aangesloten bij hetgeen in de CAR/UWO is geregeld ten aanzien van een reguliere vrijdag. Lid 5Voor de uitbetaling van de bovengenoemde oproepuren, alsmede voor het toeslagpercentage, is het bepaalde in artikel 3:18 van de CAR/UWO van toepassing. Hierbij is voor de bepaling van de hoogte van de vergoeding van belang op welke dag en/of op welk tijdstip is gewerkt. Wanneer de medewerker moet werken op een brugdag, een (verplichte) verlofdag voor de buitendienst of een lokale feestdag, dan wordt de hoogte van de oproepvergoeding vastgesteld aan de hand van de overwerkvergoeding die normaal gesproken voor deze dag wordt uitbetaald overeenkomstig onderscheidenlijk een maandag, dinsdag, woensdag, donderdag of vrijdag. Zo wordt voor de hoogte van bijvoorbeeld de vergoeding (inclusief het toeslagpercentage) voor het werken op de vrijdag na Hemelvaartsdag aangesloten bij hetgeen in de CAR/UWO is geregeld ten aanzien van een reguliere vrijdag. Artikel 6Sub ade medewerker kan ontheven worden van deelname aan de wachtdienst als het (aantoonbaar) medisch niet mogelijk is / verantwoord is. Sub b Medewerkers uit het team Onderhoud en Toezicht of met de functie van opzichter en toezichthouder worden vaker én langduriger opgeroepen tijdens hun beschikbaarheidsdienst als medewerkers met de functie van bode. Denk hierbij o.a. in de wintermaanden aan de gladheidsbestrijding. De praktijk en de ervaring leert dat naar mate de leeftijd hoger wordt in combinatie met veelvuldig onderbreken van de nachtrust tijdens een dienst, dit een zwaardere belasting is voor de medewerker. Vandaar de leeftijdsgrens van 62 jaar. Sub cHieronder valt bijvoorbeeld de medewerker die door omstandigheden (bv overlijden partner) alleen de zorg heeft over zijn minderjarige kinderen. Co-ouderschap etc. valt hier dus niet onder. 3.
  2. Vergoedingen Inhoudsopgave 3.6.
  3. Vergoeding Reis- en verblijfkosten 3.6.
  4. Vergoeding stemlokaal (medewerkers) 3.6.
  5. Piketregeling 3.6.
  6. Stagevergoeding 3.6.
  7. Vergoeding Reis- en verblijfkosten FormulierenDienstreis en verblijfskosten Declaratieformulier toezichthouders en opzichters (O&T) Vergoeding dienstreizen plaats van tewerkstellingHet gebouw, gebouwencomplex of terrein waar of van waaruit de betrokkene naar het oordeel van de leidinggevende gewoonlijk zijn werkzaamheden verricht. dienstreis de noodzakelijke verplaatsing van de medewerker zoals genoemd in artikel 3:21 CAR. Onder dienstreis overeenkomstig deze regeling dient mede verstaan te worden bezoeken aan seminars, korte (bedrijfs)cursussen, beurzen e.d. in dienstopdracht. Artikel 1 VergoedingenEen vergoeding voor reis- en/of verblijfskosten bij dienstreizen is op basis van declaratie (=werkelijke kosten obv bon) tot de volgende maximum bedragen

(2016): Zakelijke kilometers hoog tarief € 0,37 bruto per km* Zakelijke kilometer laag tarief € 0,09 netto per km Lunchcomponent (alleen tussen 12:00 - 14:00 uur) € 14,62 netto Dinercomponent (alleen tussen 18:00 - 21:00 uur) € 22,12 netto * Conform de fiscale richtlijnen wordt dit bedrag uitbetaald in een onbelast en een belast gedeelte.

Artikel 2Vervoersmiddel

Lid 1Voor dienstreizen wordt gebruik te worden gemaakt van het openbare vervoer (2e klasse), de eigen fiets of bromfiets/(snor)scooter dan wel van via de gemeente beschikbaar gestelde vervoermiddelen. Lid 2In daartoe aanleiding gevende situaties kan, met toestemming van de leidinggevende, gebruik worden gemaakt van een eigen motorvoertuig (auto/motorfiets). Hiervan is o.a. sprake als reizen met het openbaar vervoer niet mogelijk of doelmatig is (b.v. door samen te reizen of hoeveelheid dossiers dat meegenomen moet worden) kan met eigen vervoer gereisd worden. Lid 3In daartoe aanleiding gevende situaties kan, met toestemming van de leidinggevende, naast het gebruik van openbaar vervoer tevens gebruik gemaakt worden van een (trein)taxi. Artikel 3 AfstandLid 1De standplaats/werkplek wordt als begin- en eindpunt aangemerkt. Het aantal kilometers wordt naar boven afgerond tot het naast hogere hele getal. Lid 2In afwijking van het bepaalde in het vorige lid kan de woning van de medewerker of een andere plaats als beginpunt respectievelijk eindpunt van de dienstreis worden aangemerkt, tenzij op de heenreis onderscheidenlijk de terugreis de plaats van tewerkstelling wordt bezocht. Lid 3De reguliere afstand woon-werkverkeer wordt verrekend met de afstand van de dienstreis. Artikel 4 Vergoeding reiskostenLid 1De vergoeding van de reiskosten met een openbaar vervoer middel vindt plaats op grond van de daadwerkelijk gemaakte kosten (2e klasse) Lid 2Indien de leidinggevende vooraf toestemming heeft verleend voor het gebruik van een eigen voertuig krijgt de medewerker een vergoeding conform het hoge tarief (zie artikel 1) Lid 3Krijgt de medewerker geen toestemming om met eigen vervoer te reizen en kiest hij er toch voor om dit te doen dan ontvangt het een vergoeding conform het lage tarief (zie artikel 1) Lid 4Ingeval dat lid 3 van toepassing is en de medewerker samen met tenminste 1 andere collega, die dezelfde dienstreis maakt, reist wordt het lage tarief verhoogd naar het hoge tarief per afgelegde kilometer. Deze dienstreis mag maar éénmaal gedeclareerd worden. Lid 5Als door de aftrek van woonwerkverkeer (artikel 3) de totale vergoeding lager uitvalt dan de gemaakte extra kosten (denk hierbij aan parkeer- of veerbootkosten) dan kunnen deze extra kosten gedeclareerd worden. In overige gevallen zijn deze kosten reeds opgenomen in de kilometervergoeding. Artikel 5 Vergoeding verblijfskosten De medewerker die noodzakelijk verblijfskosten maakt bij een dienstreis, heeft recht op een vergoeding van de werkelijk gemaakte kosten tot het tot het maximum bedragen genoemd in artikel

  1. Artikel 6 AvondvergaderingIndien de werkzaamheden het noodzakelijk maken dat de medewerker 3 dagdelen aanwezig moet zijn kan hij kiezen tussen: tussentijds naar zijn huisadres gaan en de extra gemaakte reiskilometers declareren of een maaltijd nuttigen in Deurne en de gemaakte kosten declareren tot een maximum zoals genoemd in artikel
  2. Artikel 7 Verzekering en aansprakelijkheidLid 1 Voorwaarde voor gebruik van een privé-vervoermiddel ten behoeve van een dienstreis is dat het vervoermiddel (auto/motor/bromfiets/(snor)scooter) dan wel de bestuurder (fietsgebruik) tegen wettelijke aansprakelijkheid (WA, voor schade toegebracht aan de persoon en goederen van derden) is verzekerd. Lid 2Bij gebruik van het motorrijtuig als bedoeld in artikel 3 lid 3 (geen toestemming), is het bepaalde in artikel 15:1:23, lid 2, van de Uitwerkingsovereenkomst niet van toepassing. Artikel 8 Declareren Lid 1Met het declaratieformulier kunnen de reis- en verblijfkosten voorzien van van originele nota's/betaalbewijzen/uitdraai OV-chipkaart én geaccordeerd door de leidinggevende gedeclareerd worden bij de salarisadministratie. Lid 2De declaraties worden zoveel mogelijk per maand verzameld en ingediend. Artikel 3.6.
  3. Artikel 1 Jaarlijks wordt door P&O de hoogte van de vergoedingen uit deze regeling vastgesteld. Voor de hoogte van de vergoedingen wordt aansluiting gezocht bij de Reisregeling binnenland. 3.6.
  4. Vergoeding stemlokaal (medewerkers) Lid 1 De medewerker die aangewezen wordt om zitting te nemen op het stembureau ontvangt hiervoor een vaste vergoeding. Lid 2De hoogte van de vergoeding bedraagt: € 184,00 (bruto) prijspeil januari
  5. Deze is als volgt opgebouwd:De werkdag wordt standaard, ongeacht de feitelijke inroostering, vastgesteld op 8 uur.Dus degene die op die dag vrij had krijgt 8 uur compensatie-uren erbij en degene die normaliter op die dag 8 uur zou werken, werkt deze nu ook maar op een andere locatie en laat de klok achteraf corrigeren met 8 uur. (Krijgt dus geen 8 uur extra). Alleen degene die normaliter 9 uur zou werken “mist” 1 uur maar dit wordt in principe gecompenseerd in geld. Alles boven de 8 uur is overwerk. Tijdens de verkiezingen wordt er 16 uur gewerkt op een stemlokaal. Van deze 16 uur wordt dus 8 uur aangemerkt al reguliere werktijd en overige 8 uur als overwerk. Het overwerk wordt uitbetaald (3 uur à 150% en 5 uur à 125%) op basis van uurloon van max. schaal
  6. De vergoeding in dit geval is dan: 3 x 150% x € 17,06 = 76,77 5 x 125% x € 17,06 = 106,63 Gelijke vergoeding: 183,40 af te ronden op € 184,00 bruto (voor iedereen). Artikel 3.6.3 De vergoeding is als volgt opgebouwd: De werkdag wordt standaard, ongeacht de feitelijke inroostering, vastgesteld op 8 uur. Dus degene die op die dag vrij had krijgt 8 uur compensatie-uren erbij en degene die normaliter op die dag 8 uur zou werken, werkt deze nu ook maar op een andere locatie en laat de klok achteraf corrigeren met 8 uur. (Krijgt dus geen 8 uur extra). Alleen degene die normaliter 9 uur zou werken “mist” 1 uur maar dit wordt in principe gecompenseerd in geld. Alles boven de 8 uur is overwerk (artikel 3:18 CAR). Tijdens de verkiezingen wordt er 16 uur gewerkt op een stemlokaal. Van deze 16 uur wordt dus 8 uur aangemerkt al reguliere werktijd en overige 8 uur als overwerk. Het overwerk wordt uitbetaald (3 uur à 150% en 5 uur à 125%) op basis van uurloon van max. schaal
  7. De vergoeding in dit geval is dan: 3 x 150% x uurloon schaal 6 5 x 125% x uurloon schaal 6 = Totaal vergoeding, afgerond op hele euro 3.6.
  8. Piketregeling (VRZOB voor de regionale rampenbestrijding en crisisbeheersing bevolkingszorg) De gemeente Deurne kan medewerkers aanwijzen voor het verrichten van piketdienst in de regio. De medewerker die piketdienst draait ontvangt hiervoor een vergoeding zoals bedoeld in de Piketregeling (VRZOB voor de regionale rampenbestrijding en crisisbeheersing bevolkingszorg) 3.6.
  9. Stagevergoeding FormulierenStage overeenkomst Lid 1 Het stagebeleid is in en afzonderlijke notitie uit gewerkt. Lid 2 De bruto stagevergoeding voor een stage bedraagt € 250,-. Lid 3 Voor deeltijdstages wordt de vergoeding naar rato uitbetaald. Lid 4 De stagiaire kan geen aanspraak maken op een vergoeding woon- werkverkeer tenzij: hij geen recht heeft op een vergoeding middels een andere regeling hij geen recht heeft op een gratis openbaar vervoerkaart voor studenten. Vergoed worden de daadwerkelijk gemaakte reiskosten van en naar de woonplaats op basis van openbaarvervoer 2de klasse indien de stagiaire woonachtig is op een op een afstand van 10 km of meer vanaf het gemeentehuis in Deurne. Lid 5De inzet van studenten of mensen met een werkervaringsplaats die geen vergoeding ontvangen kan beloond worden in de vorm van bloemen, bonnen, bonbons etc. tot € 25,- (ivm werkkostenregeling) 3.
  10. Overige aanspraken/compensaties Inhoudsopgave 3.7.
  11. Fietsenplan 3.7.
  12. Parkeren medewerkers en bestuurders 3.7.
  13. Dienstkleding 3.7.
  14. Arbo hulpmiddelen 3.7.
  15. Bedrijfshulpverlening/EHBO 3.7.
  16. Bedrijfsfitness 3.7.
  17. Personeelsverzekeringen 3.7.
  18. Fietsenplan FormulierenCafetariamodel fietsenplan verklaring + afbetaling Cafetariamodel fietsenplan uitleg rijwielhandelaar Het fietsplan is een lokaal doel in het Individueel keuzebudget (IKB). Zie artikel 3:27 t/m 3:33 CAR voor meer informatie én voorwaarden over het IKB. Lid 1 De verstrekking geschiedt alleen aan medewerkers van de gemeente Deurne. Lid 2 In dit verband worden onder medewerkers verstaan, degenen die volgens de collectieve arbeidsvoorwaardenregeling voor de sector gemeenten (CAR) zijn aangesteld. Lid 3 Een fiets voor het woon- werkverkeer kan éénmaal in een periode van 3 opeenvolgende kalenderjaren worden verstrekt. Lid 4 De fiets kan in maximaal 24 maanden worden afgelost met het IKB-budget (zie art. 3:28 CAR). Lid 5 De maximale vergoedingen die door de werkgever verstrekt worden zijn: voor de aanschaf van de fiets € 749,00; voor de fietsenbonnen en accessoires te samen € 240,00; voor de fietsverzekering € 110,
  19. Alle meerkosten b.v. duurdere fiets, komen voor eigen rekening en dienen ook zelf aan de fietsendealer betaald te worden. Lid 6 De medewerker die gebruik wil maken van deze regeling: Gaat na bij P&O of hij voldoet aan de gestelde voorwaarden en of hij gebruik kan maken van de regeling. b. Hij koopt de fiets en levert een factuur in bij de administratief medewerker P&O. De factuur wordt door de werkgever rechtstreeks betaald aan de fietsendealer tot de bedragen genoemd onder
  20. Samen met de administratief medewerker P&O wordt op een formulier aangegeven op welke wijze de aflossing van de fiets zal plaatsvinden (= formulier "Verklaring en afbetaling deelname fietsenplan gemeente Deurne”). Lid 7 Bij ontslag worden de nog niet verrekende bedragen in één keer verrekend met restant IKB danwel het salaris. (hierop is dus de normale loonheffing van toepassing). Een eventueel tekort dient binnen 1 maand na de datum van ontslag aan de gemeente te worden overgemaakt. 3.7.1 Fietsplan (T) Lid 3 De 3 opeenvolgende kalenderjaren worden als volgt berekend: Je koopt een fiets per 1-12-
  21. De kalenderjaren zijn 2015, 2016 en 2017.De medewerker kan weer deelnemen in 2018 weer deelnemen en hoeft niet te wachten tot december
  22. 3.7.
  23. Parkeren medewerkers en bestuurders FormulierenParkeren aanvraagformulier Parkeren toelichting Parkeren mutatieformulier Parkeren medewerkers en bestuurdersbestuurders Leden van het college. dienstplaatsen Gratis beschikbaar gestelde parkeerplaatsen voor medewerkers in verband met de uitoefening van hun functie. Het betreft de volgende functies: bodes landmeter toezichthouder en handhaver Lid 1De gemeente Deurne heeft de volgende mogelijkheden voor parkeren: Doelgroep Locatie Wijze van betalen Bestuurders en medewerkers Bedrijfsvergunning (=buiten) Maandelijks via salaris Bestuurders en medewerkers Parkeergarage onder het gemeentehuis en als deze vol is in parkeergarage Wolfsberg Maandelijks via salaris Bestuurders en medewerkers woonachtig buiten de kern Deurne Parkeergarage Wolfsberg gratis Ingehuurde medewerkers Bedrijfsvergunning (buiten) Volledige periode via acceptgiro vooruitbetalen (via Financiële administratie) Lid 2Een bedrijfsvergunning (parkeren buiten). Hierbij gelden de volgende voorwaarden: 1 kenteken per bedrijfsvergunning. je mag parkeren van maandag t/m vrijdag in de daarvoor vastgestelde gebieden. de kosten bedragen € 8,33 per maand. Ook bij aan- en afmelding in de loop van de maand. Lid 3Een abonnement voor in de parkeergarage onder het gemeentehuis. je mag twee kentekens doorgeven. je mag parkeren met een maximum van 50 uur parkeertijd per week tijdens reguliere werktijden. Bij langer parkeren wordt hiervoor het reguliere parkeertarief in rekening gebracht de kosten bedragen € 15,00 per maand. Ook bij aan- en afmelding in de loop van de maand. Parkeren is mogelijk op alle vrije plaatsen. je ontvangt een abonnementspas van Parking voor de toegang tot de parkeergarage voor het geval de kentekenherkenning van de parkeergarage buiten werking is of om andere reden je kenteken niet goed kan aflezen. Als je beschikt over een Deurnepas dan zal de Deurnepas fungeren als toegangspas. bij afmelding of uitdiensttreding dient de abonnementspas weer ingeleverd te worden. Lid 4 Een abonnement voor in de parkeergarage aan de Wolfsberg. Je mag twee kentekens doorgeven. Je mag parkeren met een maximum van 50 uur parkeertijd per week tijdens reguliere werktijden. Bij langer parkeren wordt hiervoor het reguliere parkeertarief in rekening gebracht. Er zijn geen kosten verbonden aan dit abonnement. Parkeren is alleen mogelijk op voor personeel aangewezen vrije plaatsen. Je ontvangt een abonnementspas van ParkKing voor de toegang tot de parkeergarage voor het geval de kentekenherkenning van de parkeergarage buiten werking is of om andere reden je kenteken niet goed kan aflezen. Als je beschikt over een Deurnepas dan fungeert de Deurnepas als toegangspas. Bij afmelding of uitdiensttreding dient de abonnementspas weer ingeleverd te worden. Lid 5Er wordt géén onderscheid gemaakt tussen fulltimers en parttimers. Lid 6Er vindt geen terugbetaling plaats van de bijdrage ingeval van vakantie, verlof of ziekte. Lid 7Om in aanmerking te komen voor een parkeervergunning of voor een parkeerabonnement dient men een schriftelijk verzoek in te dienen bij het team KCC via het daarvoor bestemde formulier. Lid 8Wijzigingen in kenteken doorgeven aan KCC via het wijzigingsformulier. 3.7.
  24. Dienstkleding Lid 1 Aan de medewerker die een functie vervult, waarvan het noodzakelijk wordt geacht dat daarvoor speciale kleding gedragen wordt, ontvangt van de werkgever: Persoonsgebonden dienst- en/of en werkkleding; Kleding en schoeisel die niet persoonsgebonden zijn, dan wel tijdelijk noodzakelijk worden geacht voor de uitoefening van de functie; Wettelijk vereiste veiligheidskleding en –schoeisel; Extra werkkleding en schoeisel, welke als gevolg van bijzondere werkomstandigheden of andere bijzondere oorzaken noodzakelijk zijn. Lid 2 De dienst- en werkkleding wordt naar behoefte vervangen, de leidinggevende beoordeelt welke kleding voor vervanging in aanmerking komt. Lid 3 De dienstkleding blijft eigendom van de gemeente Deurne. Lid 4 Bij vervanging als bedoeld in lid 2 kan de eerder verstrekte kleding in eigendom worden overgedragen aan de medewerker. Lid 5 Indien de medewerker de gemeentedienst verlaat of in verband met wijziging van zijn functie niet meer in aanmerking komt voor dienstkleding, kunnen de aan hem verstrekte kledingstukken aan hem in eigendom worden overgedragen tegen betaling van een daartoe naar evenredigheid vastgestelde waarde. Lid 6 Indien middels tussentijds onderzoek blijkt, dat de medewerker zich schuldig heeft gemaakt aan grove verwaarlozing van de aan hem verstrekte kledingstukken of achteloosheid bij het gebruik daarvan, of gebruik heeft gemaakt van kledingstukken buiten diensturen, kan de daardoor ontstane waardevermindering van de kledingstukken worden geschat en door inhouding op het salaris van de medewerker worden verhaald. 3.7.
  25. Arbo hulpmiddelen Lid 1 Onder Arbo hulpmiddelen wordt verstaan computerbrillen, aangepaste toetsenborden, muizen, aangepaste stoelen etc. Lid 2 Bovenstaande hulpmiddelen kunnen nadat de bedrijfsarts is geraadpleegd in overleg met de leidinggevende en de p&o adviseur worden aangeschaft. Lid 3 Computerbril: kosten eerst bij zorgverzekering declareren kosten die niet door zorgverzekering worden vergoed, worden door de gemeente Deurne vergoed tot een maximum van € 350,
  26. 3.7.
  27. Bedrijfshulpverlening/EHBO Lid 1 De medewerker die door het college is aangewezen als Bedrijfshulpverlener of verplicht is te beschikken over een geldig EHBO-diploma wordt in de gelegenheid gesteld de voor verlenging van het diploma of het certificaat benodigde bij- en/of nascholing te volgen. Lid 2 Kosten en tijd van de in het eerste lid bedoelde bij- en/of nascholing zijn voor rekening van de werkgever. 3.7.
  28. Bedrijfsfitness FormulierenBedrijfsfitness inschrijfformulier Bedrijfsfitness toelichting Bedrijfsfitness verklaring van deelname Bedrijfsfitness mutatieformulier Bedrijfsfitness is een lokaal doel in het Individueel keuzebudget (IKB). Zie artikel 3:27 t/m 3:33 CAR voor meer informatie én voorwaarden over het IKB. Lid 1 De werkgever stelt de medewerker in de gelegenheid om deel te nemen aan bedrijfsfitness bij Fitland. Lid 2 Deelname geschiedt geheel in eigen tijd van de medewerker. Lid 3 Bedrijfsfitness staat open voor elke medewerker met een dienstverband van tenminste 1 jaar. Lid 4 De medewerker die gebruik wil maken van bedrijfsfitness neemt hiervoor zelf contact op met het fitnesscentrum. Hij sluit rechtstreeks een overeenkomst af met het fitnesscentrum. Lid 5 De medewerker is zelf verantwoordelijk voor het tijdig doorgeven van wijzigingen en het stopzetten van het contract. Lid 6 De medewerker kan voor het betalen van de kosten gebruik maken van zijn IKB-budget (zie art. 3:28) 3.7.
  29. Personeelsverzekeringen De gemeente heeft voor medewerkers de volgende verzekeringen afgesloten: Aansprakelijkheidsverzekering: Deze is voor iedereen afgesloten die voor de gemeente Deurne werkzaamheden verricht. WABM (Werkgevers Aansprakelijkheid Bestuurders Motorvoertuigen) :De verzekering biedt dekking voor materiële- en/of letselschade die een medewerker tijdens een dienstreis kan lijden als gevolg van een ongeval, nadat de eigen verzekering is aangesproken. Collectieve ongevallenverzekering inclusief politiek molest: De verzekering biedt dekking bij schade ontstaan door politiek molest (schade die is ontstaan in conflictsituaties) en een uitkering indien een medewerker overlijdt of blijvend arbeidsongeschikt raakt. Ongevallen inzittenden verzekering bedrijfsvoertuigen: Deze verzekering biedt dekking voor alle inzittenden van een voertuig als zij als gevolg van een ongeval komen te overlijden of blijvend invalide raken. Dit is op alle autoverzekeringen (bestelauto- en personenautoverzekeringen) meeverzekerd. Deze verzekering is enkel van toepassing op eigen voertuigen van de gemeente. Aanspreekpunt voor alle verzekeringen is de administratieve ondersteuning van de afdeling ORE. 4 Werktijden en verlof
  30. Werktijden en verlof Inhoudsopgave 4.
  31. Werktijden 4.
  32. Vakantie en verlof 4.
  33. Werktijden Inhoudsopgave Artikel 1 Begripsbepalingen Artikel 2 Werktijden binnendienst Artikel 2a Bijzondere werktijden Artikel 3 Werktijden voor het team buitendienst Algemeen Artikel 4 Tijdverantwoording Artikel 5 Bezoek (huis)arts Artikel 6 Deelname vrijwillige brandweer (medewerkers) Artikel 7 Studie- en dienstreizen Artikel 8 Bezoek recepties of bijeenkomsten Artikel 1 Begripsbepalingen werktijd de periode tussen vastgestelde tijdstippen gedurende welke door de medewerker arbeid moet worden verricht; werkdageen dag waarop de medewerker arbeid moet verrichten; arbeidsduur de vooraf vastgestelde omvang van het aantal uren in een bepaalde periode gedurende welke door de medewerker arbeid moet worden verricht formele arbeidsduur per week de arbeidsduur per week volgens de aanstelling feitelijke arbeidsduur per weekde arbeidsduur zoals die voor de medewerker voor een bepaalde week is vastgesteld arbeidsduur per dagde arbeidsduur zoals die voor de medewerker voor een bepaalde dag is vastgesteld met in achtneming het bepaalde in artikel 4:2 CAR/UWO; werkroostereen voor de medewerker door zijn leidinggevende vastgesteld rooster van vaste en/of wisselende werktijden; verplicht werkrooster een voor de medewerker door zijn leidinggevende vastgesteld rooster van vaste en/of wisselende werktijden waarop door de medewerker werkzaamheden worden verricht overeengekomen werkroostereen door de leidinggevende en medewerker overeengekomen werkrooster bestaande uit de feitelijke arbeidsduur per week, de arbeidsduur per dag en zo nodig de werktijd overwerk Zoals bedoeld in § 3.4 artikel 1 LAR Deurne wisselende werktijdenwerktijden die niet iedere week gelijk zijn en die in een verplicht werkrooster zijn opgenomen. bedrijfstijden de tijden waarop een minimale bezetting geldt openingstijden Gemeentewerf de Gemeentewerf is op werkdagen vanaf een kwartier voor aanvang tot een kwartier na afloop van de werktijden geopend Artikel 2 Werktijden binnendienstLid 1De gemiddelde werktijd per week bedraagt 36 uur. Lid 2Overeenkomstig artikel 4:2 lid 2 CAR-UWO kan er gewerkt worden tussen: Maandag tot en met vrijdag 07:00 – 22:00 uur Lid 3Indien de medewerker meer dan 5,5 uur arbeid verricht op één dag, dan dient hij een pauze te nemen van tenminste 30 minuten. Lid 4De leidinggevende bepaalt in samenspraak met de medewerker of en zo ja welke werkzaamheden deze thuis mag uitvoeren en aan welke randvoorwaarden het thuiswerken moet voldoen en welke faciliteiten worden geboden. Thuiswerken geldt voor maximaal 1 dag per week. Lid 5 De bedrijfstijden liggen van Maandag tot en met donderdag 09:00 – 17:00 uur Vrijdag 09:00 – 16:00 uur Lid 6Uitgangspunt is dat vergaderingen, overleggen en dergelijke waaraan de medewerker dient deel te nemen gepland worden binnen de bedrijfstijden. Lid 7Buiten de bedrijfstijden kan de medewerker geen beroep doen op de faciliteiten zoals archief, helpdesk, bodes en catering. Lid 8De leidinggevende draagt er zorg voor dat tijdens de bedrijfstijden zijn afdeling of team adequaat bezet en bereikbaar

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.