Omgevingsplan gemeente Someren (Someren)
Waar gaat deze regeling over?
Dit omgevingsplan van de gemeente Someren stelt regels en doelen vast voor de fysieke leefomgeving, gericht op een evenwichtige ontwikkeling en bescherming van diverse aspecten zoals wonen, natuur, veiligheid en gezondheid. Het plan beschrijft welke functies en activiteiten zijn toegestaan in verschillende gebieden en welke specifieke regels gelden voor bepaalde zones.
Voor wie: Inwoners, bedrijven en organisaties die activiteiten uitvoeren of plannen hebben in de gemeente Someren; Iedereen die te maken heeft met de inrichting, het gebruik en het beheer van de fysieke leefomgeving in Someren.
In één oogopslag
- Land
- Nederland
- Rechtsgebied
- Gezondheids- en farmaceutisch recht
- Artikelen
- 885
- Bron
- cvdr.overheid.nl
- Tekst opgehaald op
- Uitleg bijgewerkt op
Wat regelt deze regeling?
- De doelen voor de fysieke leefomgeving in de gemeente Someren, zoals het beschermen van een goed woon- en leefklimaat en het waarborgen van de veiligheid.
- De aanwijzing van verschillende gebiedstypen, waaronder natuurgebied en landelijk gebied, met elk hun eigen specifieke doelen en toegestane functies.
- De aanwijzing van beperkingengebieden, zoals rond buisleidingen (gas en riool) en waterkeringen, met specifieke regels voor activiteiten binnen deze zones.
- De toepassing van begripsbepalingen uit dit omgevingsplan en uit landelijke wetgeving zoals de Omgevingswet.
Voor wie geldt deze regeling?
- Inwoners, bedrijven en organisaties die activiteiten uitvoeren of plannen hebben in de gemeente Someren.
- Iedereen die te maken heeft met de inrichting, het gebruik en het beheer van de fysieke leefomgeving in Someren.
Wat zijn de kernpunten?
- Het omgevingsplan heeft als algemeen doel een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en het beschermen van een goed woon- en leefklimaat.
- Binnen een "natuurgebied" zijn functies zoals agrarisch bedrijf, natuur, recreatie en wonen toegestaan, met als doel onder andere het vergroten van de landschappelijke kwaliteit.
- Binnen een "landelijk gebied" zijn functies zoals agrarisch bedrijf, bedrijf, horeca, maatschappelijk, natuur, nutsvoorziening, openbaar gebied, recreatie, sport, veehouderij, water en wonen toegestaan, met als doel onder andere het bevorderen van een duurzame agrarische sector.
- In "beperkingengebieden" rond buisleidingen (gas en riool) en waterkeringen gelden specifieke regels voor activiteiten zoals het aanbrengen van diepwortelende beplanting, het verlagen of ophogen van de bodem, en het aanleggen van oppervlakteverhardingen, om de instandhouding en bescherming van deze voorzieningen te waarborgen.
Gezondheids- en farmaceutisch recht
Gezondheids- en farmaceutisch recht
Wettekst
Wettekst
Inhoudsopgave (885)
- Artikel 1.1
- Artikel 2.1
- § 4.1
- Artikel 4.1
- Artikel 4.2
- Artikel 4.3
- Artikel 4.4
- Artikel 4.5
- Artikel 4.6
- § 4.2
- Artikel 4.7
- Artikel 4.8
- Artikel 4.9
- Artikel 4.10
- Artikel 4.11
- Artikel 4.12
- Artikel 4.13
- Artikel 4.14
- Artikel 4.15
- Artikel 4.16
- Artikel 4.17
- Artikel 4.18
- Artikel 4.19
- Artikel 4.20
- Artikel 4.21
- § 4.3
- Artikel 4.22
- Artikel 4.23
- Artikel 4.24
- Artikel 4.25
- Artikel 4.26
- Artikel 4.27
- Artikel 4.28
- Artikel 4.29
- Artikel 4.30
- Artikel 4.31
- Artikel 4.32
- Artikel 4.33
- Artikel 4.34
- Artikel 4.35
- Artikel 4.36
- Artikel 4.37
- Artikel 4.38
- Artikel 4.39
- Artikel 4.40
- Artikel 4.41
- Artikel 4.42
- Artikel 4.43
- Artikel 4.44
- Artikel 4.45
- Artikel 4.46
- Artikel 4.47
- Artikel 4.48
- Artikel 4.49
- Artikel 4.50
- Artikel 4.51
- Artikel 4.52
- Artikel 4.53
- Artikel 4.54
- Artikel 4.55
- Artikel 4.56
- Artikel 4.57
- Artikel 4.58
- Artikel 4.59
- Artikel 4.60
- Artikel 4.61
- Artikel 4.62
- Artikel 4.63
- Artikel 4.64
- Artikel 4.65
- Artikel 4.66
- Artikel 4.67
- Artikel 4.68
- Artikel 4.69
- Artikel 4.70
- Artikel 4.71
- Artikel 4.72
- Artikel 4.73
- Artikel 4.74
- Artikel 4.75
- Artikel 4.76
- Artikel 4.77
- Artikel 4.78
- Artikel 4.79
- Artikel 4.80
- Artikel 4.81
- Artikel 4.82
- Artikel 4.83
- Artikel 4.84
- Artikel 4.85
- Artikel 4.86
- Artikel 4.87
- Artikel 4.88
- Artikel 4.89
- Artikel 4.90
- Artikel 4.91
- Artikel 4.92
- Artikel 4.93
- Artikel 4.94
- Artikel 4.95
- Artikel 4.96
- Artikel 4.97
- Artikel 4.98
- Artikel 4.99
- Artikel 4.100
- Artikel 4.101
- Artikel 4.102
- Artikel 4.103
- Artikel 4.104
- Artikel 4.105
- Artikel 4.106
- Artikel 4.107
- Artikel 4.108
- Artikel 4.109
- Artikel 4.110
- Artikel 4.111
- Artikel 4.112
- Artikel 4.113
- Artikel 4.114
- Artikel 5.1
- Artikel 5.2
- Artikel 5.3
- Artikel 5.4
- Artikel 5.5
- Artikel 5.6
- Artikel 5.7
- Artikel 5.8
- Artikel 5.9
- Artikel 5.10
- Artikel 5.11
- Artikel 5.12
- Artikel 5.13
- Artikel 5.14
- Artikel 5.15
- Artikel 5.16
- Artikel 5.17
- Artikel 5.18
- Artikel 5.19
- Artikel 5.20
- Artikel 5.21
- Artikel 5.22
- Artikel 5.23
- Artikel 5.24
- Artikel 5.25
- Artikel 5.26
- Artikel 5.27
- Artikel 5.28
- Artikel 5.29
- Artikel 5.30
- Artikel 5.31
- Artikel 5.32
- Artikel 5.33
- Artikel 5.34
- Artikel 5.35
- Artikel 5.36
- Artikel 5.37
- Artikel 5.38
- Artikel 5.39
- Artikel 5.40
- Artikel 5.41
- Artikel 5.42
- Artikel 5.43
- Artikel 5.44
- Artikel 5.45
- Artikel 5.46
- Artikel 5.47
- Artikel 5.48
- Artikel 5.49
- Artikel 5.50
- Artikel 5.51
- Artikel 5.52
- Artikel 5.53
- Artikel 5.54
- Artikel 5.55
- Artikel 5.56
- Artikel 5.57
- Artikel 5.58
- Artikel 5.59
- Artikel 5.60
- Artikel 5.61
- Artikel 5.62
- Artikel 5.63
- Artikel 5.64
- Artikel 5.65
- Artikel 5.66
- Artikel 5.67
- Artikel 5.68
- Artikel 5.69
- Artikel 5.70
- Artikel 5.71
- Artikel 5.72
- Artikel 5.73
- Artikel 5.74
- Artikel 5.75
- Artikel 5.76
- Artikel 5.77
- Artikel 5.78
- Artikel 6.1
- Artikel 6.2
- Artikel 6.3
- Artikel 6.4
- Artikel 6.5
- Artikel 6.6
- Artikel 6.7
- Artikel 6.8
- Artikel 6.9
- Artikel 6.10
- Artikel 6.11
- Artikel 6.12
- Artikel 6.13
- Artikel 6.14
- Artikel 6.15
- Artikel 6.16
- Artikel 6.17
- Artikel 6.18
- Artikel 6.19
- Artikel 6.20
- Artikel 6.21
- Artikel 6.22
- Artikel 6.23
- Artikel 6.24
- Artikel 6.25
- Artikel 6.26
- Artikel 6.27
- Artikel 6.28
- Artikel 6.29
- Artikel 6.30
- Artikel 6.31
- Artikel 6.32
- Artikel 6.33
- Artikel 6.34
- Artikel 6.35
- Artikel 6.36
- Artikel 6.37
- Artikel 6.38
- Artikel 6.39
- Artikel 6.40
- Artikel 6.41
- Artikel 6.42
- Artikel 6.43
- Artikel 6.44
- Artikel 6.45
- Artikel 6.46
- Artikel 6.47
- Artikel 6.48
- Artikel 6.49
- Artikel 6.50
- Artikel 6.51
- Artikel 6.52
- Artikel 6.53
- Artikel 6.54
- Artikel 6.55
- Artikel 6.56
- Artikel 6.57
- Artikel 6.58
- Artikel 6.59
- Artikel 6.60
- Artikel 6.61
- Artikel 6.62
- Artikel 6.63
- Artikel 6.64
- Artikel 6.65
- Artikel 6.66
- Artikel 6.67
- Artikel 6.68
- Artikel 6.69
- Artikel 6.70
- Artikel 6.71
- Artikel 6.72
- Artikel 6.73
- Artikel 6.74
- Artikel 6.75
- Artikel 6.76
- Artikel 6.77
- Artikel 6.78
- Artikel 6.79
- Artikel 6.80
- Artikel 6.81
- Artikel 6.82
- Artikel 6.83
- Artikel 6.84
- Artikel 6.85
- Artikel 6.86
- Artikel 6.87
- Artikel 6.88
- Artikel 6.89
- Artikel 6.90
- Artikel 6.91
- Artikel 6.92
- Artikel 6.93
- Artikel 6.94
- Artikel 6.95
- Artikel 6.96
- Artikel 6.97
- Artikel 6.98
- Artikel 6.99
- Artikel 6.100
- Artikel 6.101
- Artikel 6.102
- Artikel 6.103
- Artikel 6.104
- Artikel 6.105
- Artikel 6.106
- Artikel 6.107
- Artikel 6.108
- Artikel 6.109
- Artikel 6.110
- Artikel 6.111
- Artikel 6.112
- Artikel 6.113
- Artikel 6.114
- Artikel 6.115
- Artikel 6.116
- Artikel 6.117
- Artikel 6.118
- Artikel 6.119
- Artikel 6.120
- Artikel 6.121
- Artikel 6.122
- Artikel 6.123
- Artikel 6.124
- Artikel 6.125
- Artikel 6.126
- Artikel 6.127
- Artikel 6.128
- Artikel 6.129
- Artikel 6.130
- Artikel 6.131
- Artikel 6.132
- Artikel 6.133
- Artikel 6.134
- Artikel 6.135
- Artikel 6.136
- Artikel 6.137
- Artikel 6.138
- Artikel 6.139
- Artikel 6.140
- Artikel 6.141
- Artikel 6.142
- Artikel 6.143
- Artikel 6.144
- Artikel 6.145
- Artikel 6.146
- Artikel 6.147
- Artikel 6.148
- Artikel 6.149
- Artikel 6.150
- Artikel 6.151
- Artikel 6.152
- Artikel 6.153
- Artikel 6.154
- Artikel 6.155
- Artikel 6.156
- Artikel 6.157
- Artikel 6.158
- Artikel 6.159
- Artikel 6.160
- Artikel 6.161
- Artikel 6.162
- Artikel 6.163
- Artikel 6.164
- Artikel 6.165
- Artikel 6.166
- Artikel 6.167
- Artikel 6.168
- Artikel 6.169
- Artikel 6.170
- Artikel 6.171
- Artikel 6.172
- Artikel 6.173
- Artikel 6.174
- Artikel 6.175
- Artikel 6.176
- Artikel 6.177
- Artikel 6.178
- Artikel 6.179
- Artikel 6.180
- Artikel 6.181
- Artikel 6.182
- Artikel 6.183
- Artikel 6.184
- Artikel 6.185
- Artikel 6.186
- Artikel 6.187
- Artikel 6.188
- Artikel 6.189
- Artikel 6.190
- Artikel 6.191
- Artikel 6.192
- Artikel 6.193
- Artikel 6.194
- Artikel 6.195
- Artikel 6.196
- Artikel 6.197
- Artikel 6.198
- Artikel 6.199
- Artikel 6.200
- Artikel 6.201
- Artikel 6.202
- Artikel 6.203
- Artikel 6.204
- Artikel 6.205
- Artikel 6.206
- Artikel 6.207
- Artikel 6.208
- Artikel 6.209
- Artikel 6.210
- Artikel 6.211
- Artikel 6.212
- Artikel 6.213
- Artikel 6.214
- Artikel 6.215
- Artikel 6.216
- Artikel 6.217
- Artikel 6.218
- Artikel 6.219
- Artikel 6.220
- Artikel 6.221
- Artikel 6.222
- Artikel 6.223
- Artikel 6.224
- Artikel 6.225
- Artikel 6.226
- Artikel 6.227
- Artikel 6.228
- Artikel 6.229
- Artikel 6.230
- Artikel 6.231
- Artikel 6.232
- Artikel 6.233
- Artikel 6.234
- Artikel 6.235
- Artikel 6.236
- Artikel 6.237
- Artikel 6.238
- Artikel 6.239
- Artikel 6.240
- Artikel 6.241
- Artikel 6.242
- Artikel 6.243
- Artikel 6.244
- Artikel 6.245
- Artikel 6.246
- Artikel 6.247
- Artikel 6.248
- Artikel 6.249
- Artikel 6.250
- Artikel 6.251
- Artikel 6.252
- Artikel 6.253
- Artikel 6.254
- Artikel 6.255
- Artikel 6.256
- Artikel 6.257
- Artikel 6.258
- Artikel 6.259
- Artikel 6.260
- Artikel 6.261
- Artikel 6.262
- Artikel 6.263
- Artikel 6.264
- Artikel 6.265
- Artikel 6.266
- Artikel 6.267
- Artikel 6.268
- Artikel 6.269
- Artikel 6.270
- Artikel 6.271
- Artikel 6.272
- Artikel 6.273
- Artikel 6.274
- Artikel 6.275
- Artikel 6.276
- Artikel 6.277
- Artikel 6.278
- Artikel 6.279
- Artikel 6.280
- Artikel 6.281
- Artikel 6.282
- Artikel 6.283
- Artikel 6.284
- Artikel 6.285
- Artikel 6.286
- Artikel 6.287
- Artikel 6.288
- Artikel 6.289
- Artikel 6.290
- Artikel 6.291
- Artikel 6.292
- Artikel 6.293
- Artikel 6.294
- Artikel 6.295
- Artikel 6.296
- Artikel 6.297
- Artikel 6.298
- Artikel 6.299
- Artikel 6.300
- Artikel 6.301
- Artikel 6.302
- Artikel 6.303
- Artikel 6.304
- Artikel 6.305
- Artikel 6.306
- Artikel 6.307
- Artikel 6.308
- Artikel 6.309
- Artikel 6.310
- Artikel 6.311
- Artikel 6.312
- Artikel 6.313
- Artikel 6.314
- Artikel 6.315
- Artikel 6.316
- Artikel 6.317
- Artikel 6.318
- Artikel 6.319
- Artikel 6.320
- Artikel 6.321
- Artikel 6.322
- Artikel 6.323
- Artikel 6.324
- Artikel 6.325
- Artikel 6.326
- Artikel 6.327
- Artikel 6.328
- Artikel 6.329
- Artikel 6.330
- Artikel 6.331
- Artikel 6.332
- Artikel 6.333
- Artikel 6.334
- Artikel 6.335
- Artikel 6.336
- Artikel 6.337
- Artikel 6.338
- Artikel 6.339
- Artikel 6.340
- Artikel 6.341
- Artikel 6.342
- Artikel 6.343
- Artikel 6.344
- Artikel 6.345
- Artikel 6.346
- Artikel 6.347
- Artikel 6.348
- Artikel 6.349
- Artikel 6.350
- Artikel 6.351
- Artikel 6.352
- Artikel 6.353
- Artikel 6.354
- Artikel 6.355
- Artikel 6.356
- Artikel 6.357
- Artikel 6.358
- Artikel 6.359
- Artikel 6.360
- Artikel 6.361
- Artikel 6.362
- Artikel 6.363
- Artikel 6.364
- Artikel 6.365
- Artikel 6.366
- Artikel 6.367
- Artikel 6.368
- Artikel 6.369
- Artikel 6.370
- Artikel 6.371
- Artikel 6.372
- Artikel 6.373
- Artikel 6.374
- Artikel 6.375
- Artikel 12.1
- Artikel 12.2
- Artikel 12.3
- Artikel 12.4
- Artikel 12.5
- Artikel 22.1
- Artikel 22.2
- Artikel 22.3
- Artikel 22.4
- Artikel 22.5
- Artikel 22.6
- Artikel 22.7
- Artikel 22.8
- Artikel 22.9
- Artikel 22.10
- Artikel 22.11
- Artikel 22.12
- Artikel 22.13
- Artikel 22.14
- Artikel 22.15
- Artikel 22.16
- Artikel 22.17
- Artikel 22.18
- Artikel 22.19
- Artikel 22.20
- Artikel 22.21
- Artikel 22.22
- Artikel 22.23
- Artikel 22.24
- Artikel 22.25
- Artikel 22.26
- Artikel 22.27
- Artikel 22.28
- Artikel 22.29
- Artikel 22.30
- Artikel 22.31
- Artikel 22.32
- Artikel 22.33
- Artikel 22.34
- Artikel 22.35
- Artikel 22.36
- Artikel 22.37
- Artikel 22.38
- Artikel 22.39
- Artikel 22.40
- Artikel 22.41
- Artikel 22.42
- Artikel 22.43
- Artikel 22.44
- Artikel 22.45
- Artikel 22.46
- Artikel 22.47
- Artikel 22.48
- Artikel 22.49
- Artikel 22.50
- Artikel 22.51
- Artikel 22.52
- Artikel 22.52a
- Artikel 22.53
- Artikel 22.54
- Artikel 22.55
- Artikel 22.56
- Artikel 22.57
- Artikel 22.58
- Artikel 22.59
- Artikel 22.60
- Artikel 22.61
- Artikel 22.61a
- Artikel 22.62
- Artikel 22.62a
- Artikel 22.63
- Artikel 22.64
- Artikel 22.65
- Artikel 22.66
- Artikel 22.67
- Artikel 22.68
- Artikel 22.69
- Artikel 22.70
- Artikel 22.71
- Artikel 22.72
- Artikel 22.73
- Artikel 22.74
- Artikel 22.75
- Artikel 22.76
- Artikel 22.77
- Artikel 22.78
- Artikel 22.79
- Artikel 22.80
- Artikel 22.81
- Artikel 22.82
- Artikel 22.83
- Artikel 22.84
- Artikel 22.85
- Artikel 22.86
- Artikel 22.87
- Artikel 22.88
- Artikel 22.89
- Artikel 22.90
- Artikel 22.91
- Artikel 22.92
- Artikel 22.93
- Artikel 22.94
- Artikel 22.95
- Artikel 22.96
- Artikel 22.97
- Artikel 22.98
- Artikel 22.99
- Artikel 22.100
- Artikel 22.101
- Artikel 22.102
- Artikel 22.103
- Artikel 22.104
- Artikel 22.105
- Artikel 22.106
- Artikel 22.107
- Artikel 22.108
- Artikel 22.109
- Artikel 22.110
- Artikel 22.111
- Artikel 22.112
- Artikel 22.113
- Artikel 22.114
- Artikel 22.115
- Artikel 22.116
- Artikel 22.117
- Artikel 22.118
- Artikel 22.119
- Artikel 22.120
- Artikel 22.121
- Artikel 22.122
- Artikel 22.123
- Artikel 22.124
- Artikel 22.125
- Artikel 22.126
- Artikel 22.127
- Artikel 22.128
- Artikel 22.129
- Artikel 22.130
- Artikel 22.131
- Artikel 22.132
- Artikel 22.133
- Artikel 22.134
- Artikel 22.135
- Artikel 22.136
- Artikel 22.137
- Artikel 22.138
- Artikel 22.139
- Artikel 22.140
- Artikel 22.141
- Artikel 22.142
- Artikel 22.143
- Artikel 22.144
- Artikel 22.145
- Artikel 22.146
- Artikel 22.147
- Artikel 22.148
- Artikel 22.149
- Artikel 22.150
- Artikel 22.151
- Artikel 22.152
- Artikel 22.153
- Artikel 22.154
- Artikel 22.155
- Artikel 22.156
- Artikel 22.157
- Artikel 22.158
- Artikel 22.159
- Artikel 22.160
- Artikel 22.161
- Artikel 22.162
- Artikel 22.163
- Artikel 22.164
- Artikel 22.165
- Artikel 22.166
- Artikel 22.167
- Artikel 22.168
- Artikel 22.169
- Artikel 22.170
- Artikel 22.171
- Artikel 22.172
- Artikel 22.173
- Artikel 22.174
- Artikel 22.175
- Artikel 22.176
- Artikel 22.177
- Artikel 22.178
- Artikel 22.179
- Artikel 22.180
- Artikel 22.181
- Artikel 22.182
- Artikel 22.183
- Artikel 22.184
- Artikel 22.185
- Artikel 22.186
- Artikel 22.187
- Artikel 22.188
- Artikel 22.189
- Artikel 22.190
- Artikel 22.191
- Artikel 22.192
- Artikel 22.193
- Artikel 22.194
- Artikel 22.195
- Artikel 22.196
- Artikel 22.197
- Artikel 22.198
- Artikel 22.199
- Artikel 22.200
- Artikel 22.201
- Artikel 22.202
- Artikel 22.203
- Artikel 22.204
- Artikel 22.205
- Artikel 22.206
- Artikel 22.207
- Artikel 22.208
- Artikel 22.209
- Artikel 22.210
- Artikel 22.211
- Artikel 22.212
- Artikel 22.213
- Artikel 22.214
- Artikel 22.215
- Artikel 22.216
- Artikel 22.217
- Artikel 22.218
- Artikel 22.219
- Artikel 22.220
- Artikel 22.221
- Artikel 22.222
- Artikel 22.223
- Artikel 22.224
- Artikel 22.225
- Artikel 22.226
- Artikel 22.227
- Artikel 22.228
- Artikel 22.229
- Artikel 22.230
- Artikel 22.231
- Artikel 22.232
- Artikel 22.233
- Artikel 22.234
- Artikel 22.235
- Artikel 22.236
- Artikel 22.237
- Artikel 22.238
- Artikel 22.239
- Artikel 22.240
- Artikel 22.241
- Artikel 22.242
- Artikel 22.243
- Artikel 22.244
- Artikel 22.245
- Artikel 22.246
- Artikel 22.247
- Artikel 22.248
- Artikel 22.249
- Artikel 22.250
- Artikel 22.251
- Artikel 22.252
- Artikel 22.253
- Artikel 22.254
- Artikel 22.255
- Artikel 22.256
- Artikel 22.257
- Artikel 22.258
- Artikel 22.259
- Artikel 22.260
- Artikel 22.261
- Artikel 22.262
- Artikel 22.263
- Artikel 22.264
- Artikel 22.265
- Artikel 22.266
- Artikel 22.267
- Artikel 22.268
- Artikel 22.269
- Artikel 22.270
- Artikel 22.271
- Artikel 22.272
- Artikel 22.273
- Artikel 22.274
- Artikel 22.275
- Artikel 22.276
- Artikel 22.277
- Artikel 22.278
- Artikel 22.279
- Artikel 22.280
- Artikel 22.281
- Artikel 22.282
- Artikel 22.283
- Artikel 22.284
- Artikel 22.285
- Artikel 22.286
- Artikel 22.287
- Artikel 22.288
- Artikel 22.289
- Artikel 22.290
- Artikel 22.291
- Artikel 22.292
- Artikel 22.293
- Artikel 22.294
- Artikel 22.295
- Artikel 22.296
- Artikel 22.297
- Artikel 22.298
- Artikel 22.299
- Artikel 22.300
- Artikel 22.301
- Artikel 22.302
- Artikel 22.303
- Artikel 23.1
- Artikel 5
/akn/nl/act/gemeente/2024/CVDR696421 /join/id/stop/work_006 /akn/nl/act/gm0847/2020/omgevingsplan /join/id/stop/work_019 2025-09-25 2025-09-25 /akn/nl/act/gemeente/2024/CVDR696421/nld@2025-10-24 /join/id/proces/gm0847/2020/Bruidsschat-InstellingInitieleRegelingVersieDoorRijk /join/id/proces/gm0847/2024/doel_114_ae3a93490c5d4a7bacd177a487e7e2fc /join/id/proces/gm0847/2025/doel_254_83c4f8675c4f4b6b8052ad01df7b3c69 2025-10-24 2025-10-24 /akn/nl/act/gm0847/2020/omgevingsplan/nld@2025-09-25;1 /akn/nl/act/gm0847/2020/omgevingsplan /akn/nl/act/gm0847/2020/omgevingsplan/nld@2025-09-25;1 /join/id/stop/work_019 1-0 Omgevingsplan gemeente Someren
Hoofdstuk 1
ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1.1Begripsbepalingen
1 Bijlage I bij dit omgevingsplan bevat begripsbepalingen voor de toepassing van hoofdstuk 2 t/m 22 van dit omgevingsplan.
2 Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I bij de Omgevingswet, bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit omgevingsplan, tenzij bijlage I bij dit omgevingsplan een afwijkende begripsomschrijving bevat.
Hoofdstuk 2
Doelen en omgevingswaarden
Afdeling 2.1
Doelen omgevingsplan
Artikel 2.1Doelen
Dit omgevingsplan is, met het oog op de doelen van artikel 1.3 van de Omgevingswet, gericht op: a. een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; b. het beschermen van een goed woon- en leefklimaat; c. het waarborgen van de veiligheid; d. het beschermen van de gezondheid; e. het beschermen van het milieu; f. het duurzaam veiligstellen van de openbare drinkwatervoorziening; g. het beschermen van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden; h. het behoud van cultureel erfgoed; i. het behoud van de uitzonderlijke universele waarde van werelderfgoed; j. de natuurbescherming; k. de instandhouding van het bosareaal binnen de gemeente; l. het tegengaan van klimaatverandering; m. het aanpassen van de fysieke ruimte aan de gevolgen van klimaatverandering, waaronder wateroverlast en hittestress; n. het waarborgen van een goede kwaliteit van bouwwerken; o. het behoeden van de staat en werking van infrastructuur voor nadelige gevolgen van activiteiten; p. het beheren van infrastructuur; q. het beheren van watersystemen; r. het beheren van geobiologische en geothermische systemen en ecosystemen; s. het beschermen van en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; t. het beheren van natuurlijke hulpbronnen; u. het beheren van natuurgebieden; v. het gebruiken van bouwwerken; w. het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen; x. het realiseren van een gemeentelijk natuurnetwerk; y. het doelmatig gebruiken van energie en grondstoffen; z. het bevorderen van een duurzame ruimtelijke en economische ontwikkeling van gebieden; aa. het waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat; ab. het bieden van voldoende fysieke en milieu-ruimte voor milieubelastende bedrijven en andere activiteiten, anders dan wonen; ac. het bevorderen van een duurzame ontwikkeling; ad. het kunnen overschakelen van fossiele energie naar hernieuwbare energie; ae. het kunnen produceren binnen gesloten kringlopen; af. het kunnen benutten van de openbare ruimte voor verkeer, parkeren en afvalinzameling; ag. het bieden van voldoende woonruimte; ah. het bereikbaar en toegankelijk maken van gebieden; ai. het doelmatig beheren van afvalstoffen; aj. het beschermen van grondgebonden veehouderijen als drager van het landschap; ak. het bevorderen van kringlooplandbouw en duurzame veehouderijen; al. het verlagen of voorkomen van emissies van geur van agrarische activiteiten; am. het bevorderen van een grotere variatie in de bedrijfsvoering van grondgebonden veehouderijbedrijven;
an. het voorkomen van leegstand van voormalige agrarische bebouwing; ao. het bevorderen van extensief recreatief medegebruik; ap. het beschermen en waar mogelijk vergroten van de openheid van het landschap; aq. het tegengaan van verrommeling van erven en terreinen en behoud van beeldkwaliteit van bebouwing; ar. het voorkomen en beschermen van mensen tegen infecties door het houden van landbouwhuisdieren; as. het behouden en herstellen van waardevolle bouwwerken en landschappelijke elementen; at. het behouden en waar mogelijk versterken van het natuurdoeltype overstromingsgrasland; au. het vergroten van de natuurbeleving en recreatieve waarde, zonder afbreuk te doen aan natuurwaarden; av. het behouden van een klimaatbestendig watersysteem; aw. het realiseren van een suburbaan woonmilieu in een groen-blauwe setting; ax. het realiseren van een hoge architectonische kwaliteit van het openbaar gebied en van bebouwing; ay. het realiseren van een fietsvriendelijk woongebied; az. het realiseren van een akoestisch aanvaardbaar woongebied; ba. het realiseren van een woongebied met een aanvaardbaar geurniveau; bb. het realiseren van een veilig woongebied; bc. het realiseren van een energieneutraal woongebied; bd. het realiseren van een klimaatbestendig woongebied; en be. het realiseren van een speel- en beweegvriendelijk woongebied.
Afdeling 2.2
Verplichte omgevingswaarden
Afdeling 2.3
Facultatieve omgevingswaarden
Hoofdstuk 3
Programma's
Afdeling 3.1
Programma's met programmatische aanpak
Hoofdstuk 4
Aanwijzingen in de fysieke leefomgeving
§ 4.1Gebiedstypen
Afdeling 4.1.1
Natuurgebied
Artikel 4.1Aanwijzing
Er is een gebiedstype natuurgebied.
Artikel 4.2Doelen
Binnen het gebiedstype natuurgebied gelden in aanvulling op artikel 2.1 de volgende doelen: a. het vergroten van de landschappelijke kwaliteit en het versterken van de Somerse identiteit; b. het realiseren van een vitaal, leefbaar en aantrekkelijk buitengebied; c. het bevorderen van een klimaatbestendig en onweerstaanbaar buitengebied; d. het bevorderen van een toekomstbestendige, duurzame en natuurinclusieve agrarische sector; e. het behouden, versterken en waar mogelijk ontwikkelen van waardevolle groenstructuren; f. het benutten van recreatieve potentie met oog voor natuur en landschap; g. het realiseren van een robuust netwerk van landschapselementen; h. het versterken van de ruimtelijke en ecologische kwaliteit; i. het beschermen van Natura 2000-gebieden; j. het voorkomen van verdroging van natuurgebieden; k. het behouden en waar mogelijk versterken van de landschappelijke structuren en waarden; l. het waarborgen van de beekdalstructuur en landgebruik in de omgeving; m. het behouden en versterken van het NatuurNetwerk Brabant; n. het realiseren van een geleidelijke overgang van bestaand natuurgebied naar omliggende landschap.
Artikel 4.3Toegestane functies
Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties zijn binnen het gebiedstype natuurgebied de volgende functies toegestaan: a. agrarisch bedrijf, als bedoeld in Afdeling 5.1; b. agrarisch grondgebruik, als bedoeld in Afdeling 5.2; c. horeca, als bedoeld in Afdeling 5.4; d. maatschappelijk, als bedoeld in Afdeling 5.5; e. natuur, als bedoeld in Afdeling 5.6; f. openbaar gebied, als bedoeld in Afdeling 5.8; g. recreatie, als bedoeld in Afdeling 5.9; h. water, als bedoeld in Afdeling 5.12; i. wonen, als bedoeld in Afdeling 5.13.
Afdeling 4.1.2
Landelijke kern
Afdeling 4.1.3
Landelijk gebied
Artikel 4.4Aanwijzing
Er is een gebiedstype landelijk gebied.
Artikel 4.5Doelen
Binnen het gebiedstype landelijk gebied gelden in aanvulling op artikel 2.1 de volgende doelen: a. het vergroten van de landschappelijke kwaliteit en het versterken van de Somerse identiteit; b. het realiseren van een vitaal, leefbaar en aantrekkelijk buitengebied; c. het bevorderen van een klimaatbestendig en onweerstaanbaar buitengebied; d. het realiseren van een geleidelijke overgang van bestaand natuurgebied naar omliggende landschap; e. het versterken van de ruimtelijke en ecologische kwaliteit; f. het behouden, versterken en waar mogelijk ontwikkelen van waardevolle groenstructuren; g. het realiseren van een robuust netwerk van landschapselementen; h. het benutten van de recreatieve potentie met oog voor natuur en landschap; i. het behouden en waar mogelijk versterken van de landschappelijke structuren en waarden; j. het behouden van cultuurhistorische waarden; k. het bevorderen van een toekomstbestendige, duurzame en natuurinclusieve agrarische sector; l. het bevorderen van een duurzaam perspectief voor de agrarische sector.
Artikel 4.6Toegestane functies
Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties zijn binnen het gebiedstype landelijk gebied de volgende functies toegestaan: a. agrarisch bedrijf, als bedoeld in Afdeling 5.1; b. agrarisch grondgebruik, als bedoeld in Afdeling 5.2; c. bedrijf, als bedoeld in Afdeling 5.3; d. horeca, als bedoeld in Afdeling 5.4; e. maatschappelijk, als bedoeld Afdeling 5.5; f. natuur, als bedoeld in Afdeling 5.6; g. nutsvoorziening, als bedoeld in Afdeling 5.7; h. openbaar gebied, als bedoeld in Afdeling 5.8; i. recreatie, als bedoeld in Afdeling 5.9; j. sport, als bedoeld in Afdeling 5.10; k. veehouderij, als bedoeld in Afdeling 5.11; l. water, als bedoeld in Afdeling 5.12; m. wonen, als bedoeld in Afdeling 5.13.
§ 4.2Beperkingengebieden
Afdeling 4.2.1
Beperkingengebied buisleiding - gas
Artikel 4.7Aanwijzing
Er is een beperkingengebied buisleiding - gas.
Artikel 4.8Doelen
Binnen het beperkingengebied buisleiding - gas gelden de volgende doelen: a. de instandhouding en/of bescherming van een ondergrondse hogedruk aardgastransportleiding.
Artikel 4.9Specifieke regels voor activiteiten
Bij activiteiten binnen het beperkingengebied buisleiding - gas dient te worden voldaan aan: a. subparagraaf 6.3.2.5 diepwortelende beplanting aanbrengen; b. subparagraaf 6.3.2.6 bomen en andere opgaande beplanting vellen of rooien; c. subparagraaf 6.3.2.7 houtopstanden en hoogopgaande beplanting aanbrengen; d. subparagraaf 6.3.3.1 oppervlakteverhardingen aanleggen; e. subparagraaf 6.3.4.1 verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem; f. subparagraaf 6.3.4.2 diepploegen, diepwoelen en/of uitvoeren van anderen ingrepen in de bodem; g. subparagraaf 6.3.4.3 waterlopen, sloten en greppels graven, dempen dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren; h. subparagraaf 6.3.4.4 riolering, kabels, leidingen en drainage aanbrengen; i. subparagraaf 6.3.4.6 heiwerkzaamheden uitvoeren of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; j. subparagraaf 6.3.4.7 onroerende objecten plaatsen; k. paragraaf 6.4.1 algemene bepalingen bouwactiviteiten.
Afdeling 4.2.2
Beperkingengebied buisleiding - riool
Artikel 4.10Aanwijzing
Er is een beperkingengebied buisleiding - riool.
Artikel 4.11Doelen
Binnen het beperkingengebied buisleiding - riool gelden de volgende doelen: a. de instandhouding en/of bescherming van een ondergrondse rioolwatertransportleiding.
Artikel 4.12Specifieke regels voor activiteiten
Bij activiteiten binnen het beperkingengebied buisleiding - riool dient te worden voldaan aan: a. subparagraaf 6.3.2.5 diepwortelende beplanting aanbrengen; b. subparagraaf 6.3.3.1 oppervlakteverhardingen aanleggen; c. subparagraaf 6.3.4.1 verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem; d. subparagraaf 6.3.4.2 diepploegen, diepwoelen en/of uitvoeren van anderen ingrepen in de bodem; e. subparagraaf 6.3.4.3 waterlopen, sloten en greppels graven, dempen dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren; f. subparagraaf 6.3.4.6 heiwerkzaamheden uitvoeren of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; g. paragraaf 6.4.1 algemene bepalingen bouwactiviteiten.
Afdeling 4.2.3
Beperkingengebied hoogspanningsverbinding
Afdeling 4.2.4
Beperkingengebied waterkering
Artikel 4.13Aanwijzing
Er is een beperkingengebied waterkering.
Artikel 4.14Doelen
Binnen het beperkingengebied waterkering gelden de volgende doelen: a. de instandhouding en bescherming van dijken, kaden en andere voorzieningen ten behoeve van de waterkering.
Artikel 4.15Specifieke regels voor activiteiten
Bij activiteiten binnen het beperkingengebied waterkering dient te worden voldaan aan: a. subparagraaf 6.3.2.6 bomen en andere opgaande beplanting vellen of rooien; b. subparagraaf 6.3.3.1 oppervlakteverhardingen aanleggen; c. subparagraaf 6.3.4.1 verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem; d. subparagraaf 6.3.4.4 riolering, kabels, leidingen en drainage aanbrengen; e. paragraaf 6.4.1 algemene bepalingen bouwactiviteiten
Afdeling 4.2.5
Beperkingengebied watergang
Artikel 4.16Aanwijzing
Er is een beperkingengebied watergang.
Artikel 4.17Doelen
Binnen het beperkingengebied watergang gelden de volgende doelen: a. het beheer en onderhoud van de ter plaatse gelegen A-waterloop door het betreffende waterschap.
Artikel 4.18Specifieke regels voor activiteiten
Bij activiteiten binnen het beperkingengebied watergang dient te worden voldaan aan: a. subparagraaf 6.3.4.1 verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem; b. paragraaf 6.4.1 algemene bepalingen bouwactiviteiten.
Afdeling 4.2.6
Beperkingengebied vaarweg
Artikel 4.19Aanwijzing
Er is een beperkingengebied vaarweg.
Artikel 4.20Doelen
Binnen het beperkingengebied vaarweg gelden de volgende doelen: a. voor de bescherming van het doelmatig en veilig functioneren van de nabijgelegen vaarweg.
Artikel 4.21Specifieke regels voor activiteiten
Bij activiteiten binnen het beperkingengebied vaarweg dient te worden voldaan aan: a. paragraaf 6.4.1 algemene bepalingen bouwactiviteiten.
§ 4.3Thematische gebiedsaanwijzingen
Afdeling 4.3.1
Bodem
Afdeling 4.3.2
Bouwwerken
Afdeling 4.3.3
Cultureel erfgoed
Paragraaf 4.3.3.1
Aandachtsgebied monument
Artikel 4.22Aanwijzing
Er is een aandachtsgebied monument.
Artikel 4.23Doelen
Binnen het aandachtsgebied monument gelden de volgende doelen: a. het behoud en/of herstel van aanwezige cultuurhistorische waarden; b. de opbouw, het behoud, het herstel en waar mogelijk versterking van algemene cultuurhistorische waarden en kenmerken, daaronder ook begrepen landschappelijke, architectonische en (steden)bouwkundige waarden.
Artikel 4.24Specifieke regels voor activiteiten
Bij activiteiten binnen het aandachtsgebied monument dient te worden voldaan aan: a. paragraaf 6.4.1 algemene bepalingen bouwactiviteiten; b. paragraaf 6.7.3 monument slopen.
Paragraaf 4.3.3.2
Archeologie Subparagraaf 4.3.3.2.1 Archeologisch waardevol gebied - 1
Artikel 4.25Aanwijzing
Er is een archeologisch waardevol gebied - 1. Dit betreffen wettelijk beschermde archeologische monumenten.
Artikel 4.26Doelen
Binnen het archeologisch waardevol gebied - 1 gelden de volgende doelen: a. de instandhouding en bescherming van de in de grond aanwezige of te verwachten acheologische waarden.
Artikel 4.27Specifieke regels voor activiteiten
Bij activiteiten binnen het archeologisch waardevol gebied - 1 dient te worden voldaan aan: a. subparagraaf 6.3.2.5 diepwortelende beplanting aanbrengen; b. subparagraaf 6.3.2.6 bomen en andere opgaande beplanting vellen of rooien; c. subparagraaf 6.3.3.1 oppervlakteverhardingen aanleggen; d. subparagraaf 6.3.4.1 verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem; e. subparagraaf 6.3.4.2 diepploegen, diepwoelen en/of uitvoeren van andere ingrepen in de bodem; f. subparagraaf 6.3.4.3 waterlopen, sloten en greppels graven, dempen dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren; g. subparagraaf 6.3.4.4 riolering, kabels, leidingen en drainage aanbrengen; h. subparagraaf 6.3.4.6 heiwerkzaamheden uitvoeren of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; i. paragraaf 6.4.1 algemene bepalingen bouwactiviteiten.
Subparagraaf 4.3.3.2.2 Archeologisch waardevol gebied - 2
Artikel 4.28Aanwijzing
Er is een archeologisch waardevol gebied - 2. Dit betreffen locaties van zeer hoge archeologische waarden.
Artikel 4.29Doelen
Binnen het archeologisch waardevol gebied - 2 gelden de volgende doelen: a. de instandhouding en bescherming van de in de grond aanwezige of te verwachten acheologische waarden.
Artikel 4.30Specifieke regels voor activiteiten
Bij activiteiten binnen het archeologisch waardevol gebied - 2 dient te worden voldaan aan: a. subparagraaf 6.3.2.5 diepwortelende beplanting aanbrengen; b. subparagraaf 6.3.2.6 bomen en andere opgaande beplanting vellen of rooien; c. subparagraaf 6.3.3.1 oppervlakteverhardingen aanleggen; d. subparagraaf 6.3.4.1 verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem; e. subparagraaf 6.3.4.2 diepploegen, diepwoelen en/of uitvoeren van andere ingrepen in de bodem; f. subparagraaf 6.3.4.3 waterlopen, sloten en greppels graven, dempen dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren; g. subparagraaf 6.3.4.4 riolering, kabels, leidingen en drainage aanbrengen; h. subparagraaf 6.3.4.6 heiwerkzaamheden uitvoeren of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; i. paragraaf 6.4.1 algemene bepalingen bouwactiviteiten.
Subparagraaf 4.3.3.2.3 Archeologisch waardevol gebied - 3
Artikel 4.31Aanwijzing
Er is een archeologisch waardevol gebied - 3. Dit betreffen locaties van hoge archeologische waarden.
Artikel 4.32Doelen
Binnen het archeologisch waardevol gebied - 3 gelden de volgende doelen: a. de instandhouding en bescherming van de in de grond aanwezige of te verwachten acheologische waarden.
Artikel 4.33Specifieke regels voor activiteiten
Bij activiteiten binnen het archeologisch waardevol gebied - 3 dient te worden voldaan aan: a. subparagraaf 6.3.2.5 diepwortelende beplanting aanbrengen; b. subparagraaf 6.3.2.6 bomen en andere opgaande beplanting vellen of rooien; c. subparagraaf 6.3.3.1 oppervlakteverhardingen aanleggen; d. subparagraaf 6.3.4.1 verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem; e. subparagraaf 6.3.4.2 diepploegen, diepwoelen en/of uitvoeren van andere ingrepen in de bodem; f. subparagraaf 6.3.4.3 waterlopen, sloten en greppels graven, dempen dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren; g. subparagraaf 6.3.4.4 riolering, kabels, leidingen en drainage aanbrengen; h. subparagraaf 6.3.4.6 heiwerkzaamheden uitvoeren of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; i. paragraaf 6.4.1 algemene bepalingen bouwactiviteiten.
Subparagraaf 4.3.3.2.4 Archeologisch waardevol gebied - 4
Artikel 4.34Aanwijzing
Er is een archeologisch waardevol gebied - 4. Dit betreffen locaties met een hoge archeologische verwachting.
Artikel 4.35Doelen
Binnen het archeologisch waardevol gebied - 4 gelden de volgende doelen: a. de instandhouding en bescherming van de in de grond aanwezige of te verwachten acheologische waarden.
Artikel 4.36Specifieke regels voor activiteiten
Bij activiteiten binnen het archeologisch waardevol gebied - 4 dient te worden voldaan aan: a. subparagraaf 6.3.2.5 diepwortelende beplanting aanbrengen; b. subparagraaf 6.3.2.6 bomen en andere opgaande beplanting vellen of rooien; c. subparagraaf 6.3.3.1 oppervlakteverhardingen aanleggen; d. subparagraaf 6.3.4.1 verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem; e. subparagraaf 6.3.4.2 diepploegen, diepwoelen en/of uitvoeren van andere ingrepen in de bodem; f. subparagraaf 6.3.4.3 waterlopen, sloten en greppels graven, dempen dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren; g. subparagraaf 6.3.4.4 riolering, kabels, leidingen en drainage aanbrengen; h. subparagraaf 6.3.4.6 heiwerkzaamheden uitvoeren of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; i. paragraaf 6.4.1 algemene bepalingen bouwactiviteiten.
Subparagraaf 4.3.3.2.5 Archeologisch waardevol gebied - 5
Artikel 4.37Aanwijzing
Er is een archeologisch waardevol gebied - 5. Dit betreffen locaties met een middelhoge archeologische verwachting.
Artikel 4.38Doelen
Binnen het archeologisch waardevol gebied - 5 gelden de volgende doelen: a. de instandhouding en bescherming van de in de grond aanwezige of te verwachten acheologische waarden.
Artikel 4.39Specifieke regels voor activiteiten
Bij activiteiten binnen het archeologisch waardevol gebied - 5 dient te worden voldaan aan: a. subparagraaf 6.3.2.5 diepwortelende beplanting aanbrengen; b. subparagraaf 6.3.2.6 bomen en andere opgaande beplanting vellen of rooien; c. subparagraaf 6.3.3.1 oppervlakteverhardingen aanleggen; d. subparagraaf 6.3.4.1 verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem; e. subparagraaf 6.3.4.2 diepploegen, diepwoelen en/of uitvoeren van andere ingrepen in de bodem; f. subparagraaf 6.3.4.3 waterlopen, sloten en greppels graven, dempen dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren; g. subparagraaf 6.3.4.4 riolering, kabels, leidingen en drainage aanbrengen; h. subparagraaf 6.3.4.6 heiwerkzaamheden uitvoeren of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; i. paragraaf 6.4.1 algemene bepalingen bouwactiviteiten.
Paragraaf 4.3.3.3
Beschermd dorpsgezicht
Artikel 4.40Aanwijzing
Er is een beschermd dorpsgezicht.
Artikel 4.41Doelen
Binnen het beschermd dorpsgezicht gelden de volgende doelen: a. het behoud, beheer en herstel van de cultuurhistorische en landschappelijke waarden en de ruimtelijke structuur van het beschermd dorpsgezicht Laan ten Boomen.
Artikel 4.42Specifieke regels activiteiten
Bij activiteiten in het beschermd dorpsgezicht dient te worden voldaan aan: a. paragraaf 6.4.1 algemene bepalingen bouwactiviteiten.
Paragraaf 4.3.3.4
Cultuurhistorisch waardevol gebied
Artikel 4.43Aanwijzing
Er is een cultuurhistorisch waardevol gebied.
Artikel 4.44Doelen
Binnen cultuurhistorisch waardevol gebied gelden de volgende doelen: a. het behoud, het herstel of de duurzame ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden en kenmerken zoals beschreven in de Cultuurhistorische Waardenkaart; b. de bescherming van de cultuurhistorische waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden en bebouwing; c. het versterken van de cultuurhistorische waarden en kenmerken door rekening te houden met de aanwezige waarden en kenmerken bij de toedeling van functies en activiteiten.
Artikel 4.45Specifieke regels voor activiteiten
Bij activiteiten in cultuurhistorisch waardevol gebied dient te worden voldaan aan: a. subparagraaf 6.3.2.6 bomen en andere opgaande beplanting vellen of rooien; b. subparagraaf 6.3.3.1 oppervlakteverhardingen aanleggen; c. subparagraaf 6.3.4.1 verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem; d. subparagraaf 6.3.4.4 riolering, kabels, leidingen en drainage aanbrengen; e. subparagraaf 6.3.4.2 diepploegen, diepwoelen en/of uitvoeren van anderen ingrepen in de bodem.
Afdeling 4.3.4
Energie en natuurlijke hulpbronnen
Afdeling 4.3.5
Externe veiligheid
Paragraaf 4.3.5.1
Aandachtsgebied plaatsgebonden risicocontour
Artikel 4.46Aanwijzing
Er is een aandachtsgebied plaatsgebonden risicocontour.
Artikel 4.47Doelen
Binnen het aandachtsgebied plaatsgebonden risicocontour gelden de volgende doelen: a. het bereiken van een aanvaardbaar veiligheidsniveau van personen; b. het beperken van gevolgen van een ongeval bij een milieubelastende activiteit met extern veiligheidsrisico's.
Artikel 4.48Specifieke regels voor activiteiten
Bij activiteiten binnen het aandachtsgebied plaatsgebonden risicocontour dient te worden voldaan aan: a. paragraaf 6.2.2 kwetsbaar gebouw of locatie aanleggen, bouwen, wijzigen of toevoegen.
Paragraaf 4.3.5.2
Brandaandachtsgebied
Paragraaf 4.3.5.3
Explosieaandachtsgebied
Afdeling 4.3.6
Geluid
Paragraaf 4.3.6.1
Geluidsaandachtsgebied weg 0-50 meter
Artikel 4.49Aanwijzing
Er is een geluidsaandachtsgebied weg 0-50 meter.
Artikel 4.50Doelen
Binnen het geluidsaandachtsgebied weg 0-50 meter gelden de volgende doelen: a. het waarborgen van een aanvaardbaar niveau van geluidbelasting bij geluidsgevoelige gebouwen.
Artikel 4.51Specifieke regels voor activiteiten
Bij activiteiten binnen het geluidsaandachtsgebied weg 0-50 meter dient te worden voldaan aan: a. paragraaf 6.2.3 geluidsgevoelig gebouw of locatie aanleggen, bouwen, wijzigen of toevoegen; b. paragraaf 6.4.1 algemene bepalingen bouwactiviteiten.
Paragraaf 4.3.6.2
Geluidsaandachtsgebied weg 50-100 meter
Artikel 4.52Aanwijzing
Er is een geluidsaandachtsgebied weg 50-100 meter.
Artikel 4.53Doelen
Binnen het geluidsaandachtsgebied weg 50-100 meter gelden de volgende doelen: a. het waarborgen van een aanvaardbaar niveau van geluidbelasting bij geluidsgevoelige gebouwen.
Artikel 4.54Specifieke regels voor activiteiten
Bij activiteiten binnen het geluidsaandachtsgebied weg 50-100 meter dient te worden voldaan aan: a. paragraaf 6.2.3 geluidsgevoelig gebouw of locatie aanleggen, bouwen, wijzigen of toevoegen; b. paragraaf 6.4.1 algemene bepalingen bouwactiviteiten.
Paragraaf 4.3.6.3
Aandachtsgebied industrielawaai
Artikel 4.55Aanwijzing
Er is een aandachtsgebied industrielawaai.
Artikel 4.56Doelen
Binnen het aandachtsgebied industrielawaai gelden de volgende doelen: a. het waarborgen van een aanvaardbaar niveau van geluidbelasting bij geluidsgevoelige gebouwen.
Artikel 4.57Specifieke regels voor activiteiten
Bij activiteiten binnen het aandachtsgebied industrielawaai dient te worden voldaan aan: a. paragraaf 6.2.3 geluidsgevoelig gebouw of locatie aanleggen, bouwen, wijzigen of toevoegen.
Afdeling 4.3.7
Gezondheid
Afdeling 4.3.8
Infrastructuur
Paragraaf 4.3.8.1
Aandachtsgebied radarzone
Artikel 4.58Aanwijzing
Er is een aandachtsgebied radarzone.
Artikel 4.59Doelen
Binnen het aandachtsgebied radarzone gelden de volgende doelen: a. het voorkomen van verstoring van het radarbeeld.
Artikel 4.60Specifieke regels voor activiteiten
Bij activiteiten binnen het aandachtsgebied radarzone dient te worden voldaan aan: a. subparagraaf 6.3.2.7 houtopstanden en hoogopgaande beplanting aanbrengen; b. paragraaf 6.4.1 algemene bepalingen bouwactiviteiten.
Paragraaf 4.3.8.2
Vaarweg
Artikel 4.61Aanwijzing
Er is een gebied vaarweg.
Artikel 4.62Doelen
Binnen het gebied vaarweg gelden de volgende doelen: a. de bescherming van het doelmatig en veilig functioneren van de vaarweg.
Artikel 4.63Specifieke regels voor activiteiten
Bij activiteiten binnen het gebied vaarweg dient te worden voldaan aan: a. paragraaf 6.4.14 gebouwen ten behoeve van scheepvaart bouwen; b. paragraaf 6.4.28 bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van scheepvaart bouwen.
Afdeling 4.3.9
Landschap
Paragraaf 4.3.9.1
Landschappelijk waardevol gebied
Artikel 4.64Aanwijzing
Er is een landschappelijk waardevol gebied.
Artikel 4.65Doelen
Binnen het landschappelijk waardevol gebied gelden de volgende doelen: a. het behoud, herstel en/of de ontwikkeling van de aanwezige landschapswaarden.
Artikel 4.66Specifieke regels voor activiteiten
Bij activiteiten binnen het landschappelijk waardevol gebied dient te worden voldaan aan: a. subparagraaf 6.3.2.3 landschapselementen verwijderen; b. subparagraaf 6.3.3.1 oppervlakteverhardingen aanleggen; c. subparagraaf 6.3.4.1 verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem; d. subparagraaf 6.3.4.3 waterlopen, sloten en greppels graven, dempen dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren.
Paragraaf 4.3.9.2
Aardkundig waardevol gebied
Artikel 4.67Aanwijzing
Er is een aardkundig waardevol gebied.
Artikel 4.68Doelen
Binnen het aardkundig waardevol gebied gelden de volgende doelen: a. het behoud van de aanwezige aardkundige waarden.
Artikel 4.69Specifieke regels voor activiteiten
Bij activiteiten binnen het aardkundig waardevol gebied dient te worden voldaan aan: a. subparagraaf 6.3.2.3 landschapselementen verwijderen; b. subparagraaf 6.3.3.1 oppervlakteverhardingen aanleggen; c. subparagraaf 6.3.4.1 verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem; d. subparagraaf 6.3.4.3 waterlopen, sloten en greppels graven, dempen dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren.
Paragraaf 4.3.9.3
Hydrologisch waardevol gebied
Artikel 4.70Aanwijzing
Er is een hydrologisch waardevol gebied.
Artikel 4.71Doelen
Binnen het hydrologisch waardevol gebied gelden de volgende doelen: a. het behoud en/of herstel van de hydrologische waarden.
Artikel 4.72Specifieke regels voor activiteiten
Bij activiteiten binnen het hydrologisch waardevol gebied dient te worden voldaan aan: a. subparagraaf 6.3.2.3 landschapselementen verwijderen; b. subparagraaf 6.3.3.1 oppervlakteverhardingen aanleggen; c. subparagraaf 6.3.4.1 verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem; d. subparagraaf 6.3.4.3 waterlopen, sloten en greppels graven, dempen dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren.
Paragraaf 4.3.9.4
Visueel waardevol gebied - besloten
Artikel 4.73Aanwijzing
Er is een visueel waardevol gebied - besloten.
Artikel 4.74Doelen
Binnen het visueel waardevol gebied - besloten gelden de volgende doelen: a. het behoud van het besloten karakter van het landschap.
Artikel 4.75Specifieke regels voor activiteiten
Bij activiteiten binnen het visueel waardevol gebied - besloten dient te worden voldaan aan: a. subparagraaf 6.3.2.3 landschapselementen verwijderen; b. subparagraaf 6.3.3.1 oppervlakteverhardingen aanleggen; c. subparagraaf 6.3.4.1 verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem; d. subparagraaf 6.3.4.3 waterlopen, sloten en greppels graven, dempen dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren.
Paragraaf 4.3.9.5
Primaire groenstructuur
Artikel 4.76Aanwijzing
Er is een primaire groenstructuur.
Artikel 4.77Doelen
Binnen de primaire groenstructuur gelden de volgende doelen: a. het behoud en de bescherming van landschapselementen.
Artikel 4.78Specifieke regels voor activiteiten
Bij activiteiten binnen de primaire groenstructuur dient te worden voldaan aan: a. subparagraaf 6.3.2.3 landschapselementen verwijderen.
Afdeling 4.3.10
Lucht
Afdeling 4.3.11
Milieu algemeen
Paragraaf 4.3.11.1
Voormalige functionele binding
Artikel 4.79Aanwijzing
Er is gebiedsaanwijzing voormalige functionele binding. Dit betreft gevoelige objecten en functies die geen functionele binding meer hebben met het ter plaatse gevestigde en werkzame bedrijf.
Artikel 4.80Doelen
Binnen de gebiedsaanwijzing voormalige functionele binding geldende de volgende doelen: a. de bescherming en instandhouding van milieubelastende activiteiten door het ter plaatse en naastgelegen en feitelijk gevestigde en in werking zijnde bedrijf; b. de bescherming van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
Artikel 4.81Specifieke regels voor activiteiten
Bij activiteiten binnen de gebiedsaanwijzing voormalige functionele binding dient te worden voldaan aan: a. subparagraaf 6.5.11.1 wonen, specifiek artikel 6.337, derde lid; en b. zijn artikel 5.62 (geluid bij voormalige functionele binding), 5.85 (trillingen bij voormalige functionele binding), artikel 5.89e (slagschaduw bij voormalige functionele binding) en artikel 5.96 (geur bij voormalige functionele binding) uit het Besluit kwaliteit leefomgeving van toepassing.
Afdeling 4.3.12
Natuur
Paragraaf 4.3.12.1
Abiotisch waardevol gebied
Artikel 4.82Aanwijzing
Er is een abiotisch waardevol gebied.
Artikel 4.83Doelen
Binnen het abiotisch waardevol gebied gelden de volgende doelen: a. het behoud, herstel en/of de ontwikkeling van de aanwezige natuurwaarden; b. het behoud, herstel en/of de ontwikkeling van de aanwezige abiotische waarden.
Artikel 4.84Specifieke regels voor activiteiten
Bij activiteiten binnen het abiotisch waardevol gebied dient te worden voldaan aan: a. subparagraaf 6.3.2.3 landschapselementen verwijderen; b. subparagraaf 6.3.3.1 oppervlakteverhardingen aanleggen; c. subparagraaf 6.3.4.1 verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem; d. subparagraaf 6.3.4.3 waterlopen, sloten en greppels graven, dempen dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren.
Paragraaf 4.3.12.2
Ecologische verbindingszone
Artikel 4.85Aanwijzing
Er is een ecologische verbindingszone.
Artikel 4.86Doelen
Binnen de ecologische verbindingszone gelden de volgende doelen: a. de verwezenlijking, het behoud en het beheer van een ecologische verbindingszone.
Artikel 4.87Specifieke regels voor activiteiten
Bij activiteiten binnen het ecologische verbindingszone dient te worden voldaan aan: a. subparagraaf 6.3.3.1 oppervlakteverhardingen aanleggen; b. paragraaf 6.4.1 algemene bepalingen bouwactiviteiten.
Paragraaf 4.3.12.3
Natura 2000-gebied
Artikel 4.88Aanwijzing
Er is een Natura 2000-gebied.
Artikel 4.89Doelen
Binnen het Natura 2000-gebied gelden de volgende doelen: a. de bescherming van de waarden waarvoor het gebied is aangewezen; b. het behoud en herstel van biologische diversiteit; c. het voorkomen van (significant) negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van habitattypen en soorten.
Artikel 4.90Specifieke regels voor activiteiten
Paragraaf 4.3.12.4
Natuur Netwerk Brabant
Artikel 4.91Aanwijzing
Er is een Natuur Netwerk Brabant.
Artikel 4.92Doelen
Binnen het Natuur Netwerk Brabant gelden de volgende doelen: a. het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken en andere aanwezige waarden en kenmerken, zoals rust, stilte, cultuurhistorische waarden en kenmerken; b. het behoud, herstel, versterking en duurzame ontwikkeling van bosgebieden, kleinere bosjes en houtopstanden; c. het behoud, beheer en herstel van de waterhuishoudkundige situatie; d. de veiligstelling van ecosystemen met de daarbij behorende soorten, bestaande uit de meest waardevolle natuur- en bosgebieden en andere gebieden met belangrijke aanwezige en te ontwikkelen natuurwaarden; e. het behoud, herstel, versterking en duurzame ontwikkeling van de op de beheertypenkaart en de ambitiekaart van het Natuurbeheerplan Brabant vastgelegde ecologische, natuurlijke en landschappelijke waarden en kenmerken van deze gronden; f. de bescherming van de waterhuishouding en de hydrologische instandhoudingsdoelen.
Artikel 4.93Specifieke regels voor activiteiten
Bij activiteiten binnen het Natuur Netwerk Brabant dient te worden voldaan aan: a. subparagraaf 6.3.2.4 gewassen en beplanting verwijderen; b. paragraaf 6.4.1 algemene bepalingen bouwactiviteiten.
Paragraaf 4.3.12.5
Groenblauwe waarden
Artikel 4.94Aanwijzing
Er is een gebiedsaanwijzing groenblauwe waarden.
Artikel 4.95Doelen
Binnen de gebiedsaanwijzing groenblauwe waarden gelden de volgende doelen: a. het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van het watersysteem en daarmee samenhangende ecologische waarden en kenmerken; b. het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de landschappelijke waarden en kenmerken.
Artikel 4.96Specifieke regels voor activiteiten
Bij activiteiten binnen de gebiedsaanwijzing groenblauwe waarden dient te worden voldaan aan: a. subparagraaf 6.3.2.3 landschapselementen verwijderen.
Paragraaf 4.3.12.6
Ecologisch waardevol gebied
Artikel 4.97Aanwijzing
Er is een ecologische waardevol gebied.
Artikel 4.98Doelen
Binnen het ecologische waardevol gebied gelden de volgende doelen: a. behoud, herstel, versterking en duurzame ontwikkeling van de op de beheertypenkaart en de ambitiekaart van het Natuurbeheerplan Brabant vastgelegde ecologische, natuurlijke en landschappelijke waarden en kenmerken van het op deze gronden gelegen Natuur Netwerk Brabant; b. andere aanwezige waarden en kenmerken, zoals rust, stilte, donkerte en cultuurhistorische waarden en kenmerken; c. behoud, herstel, versterking en duurzame ontwikkeling van bosgebieden, kleinere bosjes en houtopstanden die vallen onder het beschermingsregime van het aanvullingsspoor natuur.
Artikel 4.99Specifieke regels voor activiteiten
Bij activiteiten binnen het ecologische waardevol gebied dient te worden voldaan aan: a. subparagraaf 6.3.2.3 landschapselementen verwijderen; b. subparagraaf 6.3.2.4 gewassen en beplanting verwijderen; c. subparagraaf 6.3.3.1 oppervlakteverhardingen aanleggen; d. subparagraaf 6.3.4.2 diepploegen, diepwoelen en/of uitvoeren van andere ingrepen in de bodem; e. subparagraaf 6.3.4.3 waterlopen, sloten en greppels graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren; f. paragraaf 6.4.1 algemene bepalingen bouwactiviteiten.
Afdeling 4.3.13
Water en watersysteem
Paragraaf 4.3.13.1
Aandachtsgebied waterhuishouding
Artikel 4.100Aanwijzing
Er is een aandachtsgebied waterhuishouding.
Artikel 4.101Doelen
Binnen het aandachtsgebied waterhuishouding gelden de volgende doelen: a. de bescherming van de waterhuishouding; b. het voorkomen van negatieve effecten op de hydrologische instandhoudingsdoelen van het hierbinnen gelegen Natuur Netwerk Brabant.
Artikel 4.102Specifieke regels voor activiteiten
Bij activiteiten binnen het aandachtsgebied waterhuishouding dient te worden voldaan aan: a. subparagraaf 6.3.4.1 verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem; b. subparagraaf 6.3.4.4 riolering, kabels, leidingen en drainage aanbrengen; c. subparagraaf 6.3.4.5 verlagen van de grondwaterstand.
Paragraaf 4.3.13.2
Aandachtsgebied behoud en herstel watersystemen
Artikel 4.103Aanwijzing
Er is een aandachtsgebied behoud en herstel watersystemen.
Artikel 4.104Doelen
Binnen het aandachtsgebied behoud en herstel watersystemen gelden de volgende doelen: a. de verwezenlijking, behoud, beheer en herstel van watersystemen.
Artikel 4.105Specifieke regels voor activiteiten
Bij activiteiten binnen het aandachtsgebied behoud en herstel watersystemen dient te worden voldaan aan: a. subparagraaf 6.3.3.1 oppervlakteverhardingen aanleggen; b. subparagraaf 6.3.4.1 verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem; c. paragraaf 6.4.1 algemene bepalingen bouwactiviteiten.
Paragraaf 4.3.13.3
Aandachtsgebied reservering waterberging
Artikel 4.106Aanwijzing
Er is een aandachtsgebied reservering waterberging.
Artikel 4.107Doelen
Binnen het aandachtsgebied reservering waterberging gelden de volgende doelen: a. het behoud van het waterbergend vermogen van dat gebied.
Artikel 4.108Specifieke regels voor activiteiten
Bij activiteiten binnen het aandachtsgebied reservering waterberging dient te worden voldaan aan: a. subparagraaf 6.3.3.1 oppervlakteverhardingen aanleggen; b. subparagraaf 6.3.4.1 verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem; c. subparagraaf 6.3.4.3 waterlopen, sloten en greppels graven, dempen dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren; d. paragraaf 6.4.1 algemene bepalingen bouwactiviteiten.
Afdeling 4.3.14
Overige gebiedsaanduidingen
Paragraaf 4.3.14.1
Bebouwingsconcentratie
Artikel 4.109Aanwijzing
Er een bebouwingsconcentratie.
Artikel 4.110Doelen
Binnen de bebouwingsconcentratie gelden de volgende doelen: a. het versterken van omgevingskwaliteit en het betrekken van deskundigen op dat gebied; b. het bieden van mogelijkheden van verdichting, met maatwerk.
Artikel 4.111Specifieke regels voor activiteiten
Bij activiteiten binnen de bebouwingsconcentratie dient te worden voldaan aan: a. paragraaf 6.4.26 schuilgelegenheden bouwen.
Paragraaf 4.3.14.2
Stalderingsgebied
Artikel 4.112Aanwijzing
Er is een stalderingsgebied.
Artikel 4.113Doelen
Binnen het stalderingsgebied gelden de volgende doelen: a. het reguleren van de regionale concentratie vee; b. het voorkomen van verdere leegstand.
Artikel 4.114Specifieke regels voor activiteiten
Bij activiteiten binnen het stalderingsgebied dient te worden voldaan aan: a. paragraaf 6.4.3 dierenverblijven bouwen.
Hoofdstuk 5
Functies
Afdeling 5.1
Agrarisch bedrijf
Paragraaf 5.1.1
Algemeen
Artikel 5.1Toepassingsbereik
Deze afdeling is van toepassing op locaties met de functie agrarisch bedrijf.
Artikel 5.2Doelen
Binnen locaties met de functie agrarisch bedrijf gelden de volgende doelen: a. een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; b. het beschermen van een goed woon- en leefklimaat; c. het waarborgen van de veiligheid; d. het beschermen van de gezondheid; e. het beschermen van het milieu; f. het duurzaam veiligstellen van de openbare drinkwatervoorziening; g. het behoud van cultureel erfgoed; h. het aanpassen van de fysieke ruimte aan de gevolgen van klimaatverandering, waaronder wateroverlast en hittestress; i. het waarborgen van een goede kwaliteit van bouwwerken; j. het behoeden van de staat en werking van infrastructuur voor nadelige gevolgen van activiteiten; k. het beheren van watersystemen; l. het beschermen van en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; m. het beheren van natuurlijke hulpbronnen; n. het gebruiken van bouwwerken; o. het doelmatig gebruiken van energie en grondstoffen; p. het bevorderen van een duurzame ruimtelijke en economische ontwikkeling van gebieden; q. het waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat; r. het bieden van voldoende fysieke en milieu-ruimte voor milieubelastende bedrijven en andere activiteiten, anders dan wonen; s. het bevorderen van een duurzame ontwikkeling; t. het kunnen overschakelen van fossiele energie naar hernieuwbare energie; u. het kunnen produceren binnen gesloten kringlopen; v. het bereikbaar en toegankelijk maken van gebieden; w. het doelmatig beheren van afvalstoffen; x. het beschermen van grondgebonden veehouderijen als drager van het landschap; y. het bevorderen van kringlooplandbouw en duurzame veehouderijen; z. het verlagen of voorkomen van emissies van geur van agrarische activiteiten; aa. het voorkomen van leegstand van voormalige agrarische bebouwing; ab. het bevorderen van extensief recreatief medegebruik; ac. het tegengaan van verrommeling van erven en terreinen en behoud van beeldkwaliteit van bebouwing; ad. het behouden en herstellen van waardevolle bouwwerken en landschappelijke elementen; ae. het realiseren van een hoge architectonische kwaliteit van het openbaar gebied en van bebouwing; af. het realiseren van een akoestisch aanvaardbaar woongebied; ag. het realiseren van een woongebied met een aanvaardbaar geurniveau.
Paragraaf 5.1.2
Specifieke regels voor activiteiten
Artikel 5.3Algemeen
Locaties met de functie agrarisch bedrijf zijn bedoeld voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf, niet zijnde een veehouderij of een glastuinbouwbedrijf, en daarmee samenhangende activiteiten. Daaronder begrepen de volgende inherent bijbehorende en ondergeschikte voorzieningen en invullingen bij de functie: a. tuinen, erven en terreinen; b. water zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen; c. waterberging, -infiltratie en riolering; d. allerlei vormen van beplanting en groen, zoals bomen, struiken en planten; e. landschapselementen, zoals een houtwal of een bomenlaan; f. verhardingen, (onverharde) paden, parkeerplaatsen en parkeervoorzieningen; g. extensief recreatief medegebruik.
Artikel 5.4Aanlegactiviteiten
Voor het aanleggen van werken en uitvoeren van werkzaamheden op een locatie met de functie agrarisch bedrijf dient voldaan te worden aan: a. paragraaf 6.3.1 algemene bepalingen aanlegactiviteiten; b. subparagraaf 6.3.2.1 landschappelijke inpassing aanleggen, in stand houden of verwijderen; c. subparagraaf 6.3.3.1 oppervlakteverhardingen aanleggen; d. subparagraaf 6.3.4.3 waterlopen, sloten en greppels graven, dempen dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren.
Artikel 5.5Bouwactiviteiten
Voor het bouwen op een locatie met de functie agrarisch bedrijf dient voldaan te worden aan: a. paragraaf 6.4.1 algemene bepalingen bouwactiviteiten; b. paragraaf 6.4.2 agrarische bedrijfsgebouwen bouwen; c. paragraaf 6.4.5 teeltondersteunende kassen bouwen; d. paragraaf 6.4.16 bedrijfswoning bouwen; e. paragraaf 6.4.18 bijgebouwen bij een woning bouwen; f. paragraaf 6.4.19 herbouwen woning; g. paragraaf 6.4.17 noodwoningen vernieuwen, veranderen of uitbreiden; h. paragraaf 6.4.21 overkappingen bouwen; i. paragraaf 6.4.22 terreinafscheidingen bouwen; j. paragraaf 6.4.23 agrarische bouwwerken, geen gebouwen zijnde bouwen; k. paragraaf 6.4.24 tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen oprichten; l. paragraaf 6.4.29 constructies voor het (ge)leiden van (lei)bomen bouwen; m. paragraaf 6.4.30 overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bouwen.
Artikel 5.6Gebruiksactiviteiten
Voor het gebruiken van een locatie met de functie agrarisch bedrijf dient voldaan te worden aan: a. paragraaf 6.5.1 algemene bepalingen gebruiksactiviteiten; b. subparagraaf 6.5.3.1 agrarische bedrijfsactiviteiten uitoefenen; c. subparagraaf 6.5.3.6 kleinschalige niet-agrarische nevenactiviteiten uitoefenen; d. subparagraaf 6.5.4.2 buitenopslag; e. subparagraaf 6.5.4.3 statische opslag als nevenactiviteit; f. subparagraaf 6.5.7.3 ondersteunende horeca aanbieden als nevenactiviteit; g. subparagraaf 6.5.7.4 routegebonden horeca aanbieden als nevenactiviteit; h. subparagraaf 6.5.8.7 kinderopvang en/of dagbesteding exploiteren als nevenactiviteit; i. subparagraaf 6.5.8.8 verlenen van zorg en/of dagbesteding als nevenactiviteit; j. subparagraaf 6.5.9.12 minicamping exploiteren als nevenactiviteit; k. subparagraaf 6.5.9.13 bed and breakfast exploiteren als nevenactiviteit; l. subparagraaf 6.5.9.14 groepsaccommodatie aanbieden als nevenactiviteit; m. subparagraaf 6.5.9.15 ondergeschikte dagrecreatie aanbieden als nevenactiviteit; n. subparagraaf 6.5.9.16 verhuren van fietsen/rijtuigen voor recreatief gebruik als nevenactiviteit; o. subparagraaf 6.5.11.1 wonen; p. subparagraaf 6.5.11.2 aan huis verbonden beroep uitoefenen; q. subparagraaf 6.5.11.5 huisvesten arbeidsmigranten in woningen; r. subparagraaf 6.5.11.7 huisvesten van arbeidsmigranten in woonunits, (sta-)caravans of vergelijkbare onderkomens.
Afdeling 5.2
Agrarisch grondgebruik
Paragraaf 5.2.1
Algemeen
Artikel 5.7Toepassingsbereik
Deze afdeling is van toepassing op locaties met de functie agrarisch grondgebruik.
Artikel 5.8Doelen
Binnen locaties met de functie agrarisch grondgebruik gelden de volgende doelen: a. een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; b. het beschermen van een goed woon- en leefklimaat; c. het waarborgen van de veiligheid; d. het beschermen van de gezondheid; e. het beschermen van het milieu; f. het duurzaam veiligstellen van de openbare drinkwatervoorziening; g. het beschermen van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden; h. het behoud van cultureel erfgoed; i. de natuurbescherming; j. het aanpassen van de fysieke ruimte aan de gevolgen van klimaatverandering, waaronder wateroverlast en hittestress; k. het waarborgen van een goede kwaliteit van bouwwerken; l. het behoeden van de staat en werking van infrastructuur voor nadelige gevolgen van activiteiten; m. het beheren van watersystemen; n. het beheren van geobiologische en geothermische systemen en ecosystemen; o. het beschermen van en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; p. het beheren van natuurlijke hulpbronnen; q. het gebruiken van bouwwerken; r. het doelmatig gebruiken van energie en grondstoffen; s. het bevorderen van een duurzame ruimtelijke en economische ontwikkeling van gebieden; t. het bieden van voldoende fysieke en milieu-ruimte voor milieubelastende bedrijven en andere activiteiten, anders dan wonen; u. het bevorderen van een duurzame ontwikkeling; v. het kunnen overschakelen van fossiele energie naar hernieuwbare energie; w. het kunnen produceren binnen gesloten kringlopen; x. het bereikbaar en toegankelijk maken van gebieden; y. het doelmatig beheren van afvalstoffen; z. het beschermen van grondgebonden veehouderijen als drager van het landschap; aa. het bevorderen van kringlooplandbouw en duurzame veehouderijen; ab. het verlagen of voorkomen van emissies van geur van agrarische activiteiten; ac. het voorkomen van leegstand van voormalige agrarische bebouwing; ad. het bevorderen van extensief recreatief medegebruik; ae. het tegengaan van verrommeling van erven en terreinen en behoud van beeldkwaliteit van bebouwing; af. het behouden en herstellen van waardevolle bouwwerken en landschappelijke elementen; ag. het realiseren van een hoge architectonische kwaliteit van het openbaar gebied en van bebouwing; ah. het realiseren van een akoestisch aanvaardbaar woongebied; ai. het realiseren van een woongebied met een aanvaardbaar geurniveau.
Paragraaf 5.2.2
Specifieke regels voor activiteiten
Artikel 5.9Algemeen
Locaties met de functie agrarisch grondgebruik zijn bedoeld voor al dan niet bedrijfsmatige agrarische doeleinden, inclusief tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen, en daarmee samenhangende activiteiten. Daaronder begrepen de volgende inherent bijbehorende en ondergeschikte voorzieningen en invullingen bij de functies: a. water, zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen; b. allerlei vormen van beplanting en groen, zoals bomen, struiken en planten; c. landschapselementen, zoals een houtwal of een bomenlaan; d. extensief recreatief medegebruik; e. voorzieningen van openbaar nut.
Artikel 5.10Aanlegactiviteiten
Voor het aanleggen van werken en uitvoeren van werkzaamheden op een locatie met de functie agrarisch grondgebruik dient voldaan te worden aan: a. paragraaf 6.3.1 algemene bepalingen aanlegactiviteiten; b. subparagraaf 6.3.2.1 landschappelijke inpassing aanbrengen, in stand houden of verwijderen; c. subparagraaf 6.3.2.2 wadi en waterhuishoudkundige voorzieningen aanleggen, in stand houden of verwijderen; d. subparagraaf 6.3.2.3 landschapselementen verwijderen; e. subparagraaf 6.3.3.1 oppervlakteverhardingen aanleggen; f. subparagraaf 6.3.4.1 verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem; g. subparagraaf 6.3.4.3 waterlopen, sloten en greppels graven, dempen dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren.
Artikel 5.11Bouwactiviteiten
Voor het bouwen op een locatie met de functie agrarisch grondgebruik dient voldaan te worden aan: a. paragraaf 6.4.1 algemene bepalingen bouwactiviteiten; b. paragraaf 6.4.6 veldschuur bouwen; c. paragraaf 6.4.24 tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen oprichten; d. paragraaf 6.4.25 paardenbak oprichten e. paragraaf 6.4.26 schuilgelegenheden bouwen; f. paragraaf 6.4.22 terreinafscheidingen bouwen; g. paragraaf 6.4.30 overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bouwen.
Artikel 5.12Gebruiksactiviteiten
Voor het gebruiken van een locatie met de functie agrarisch grondgebruik dient voldaan te worden aan: a. paragraaf 6.5.1 algemene bepalingen gebruiksactiviteiten; b. subparagraaf 6.5.3.2 telen van gewassen en/of het houden van landbouwhuisdieren; c. subparagraaf 6.5.3.7 schuilgelegenheid bieden aan dieren; d. subparagraaf 6.5.3.8 opslag in een veldschuur.
Afdeling 5.3
Bedrijf
Paragraaf 5.3.1
Algemeen
Artikel 5.13Toepassingsbereik
Deze afdeling is van toepassing op locaties met de functie bedrijf.
Artikel 5.14Doelen
Binnen locaties met de functie bedrijf gelden de volgende doelen: a. het beschermen van een goed woon- en leefklimaat; b. het waarborgen van de veiligheid; c. het beschermen van de gezondheid; d. het beschermen van het milieu; e. het beschermen van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden; f. het behoud van cultureel erfgoed; g. de natuurbescherming; h. het tegengaan van klimaatverandering; i. het aanpassen van de fysieke ruimte aan de gevolgen van klimaatverandering, waaronder wateroverlast en hittestress; j. het waarborgen van een goede kwaliteit van bouwwerken; k. het behoeden van de staat en werking van infrastructuur voor nadelige gevolgen van activiteiten; l. het beheren van watersystemen; m. het beschermen van en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; n. het gebruiken van bouwwerken; o. het doelmatig gebruiken van energie en grondstoffen; p. het bevorderen van een duurzame ruimtelijke en economische ontwikkeling van gebieden; q. het waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat; r. het bieden van voldoende fysieke en milieu-ruimte voor milieubelastende bedrijven en andere activiteiten, anders dan wonen; s. het bevorderen van een duurzame ontwikkeling; t. het kunnen overschakelen van fossiele energie naar hernieuwbare energie; u. het kunnen produceren binnen gesloten kringlopen; v. het bereikbaar en toegankelijk maken van gebieden; w. het doelmatig beheren van afvalstoffen; x. het bevorderen van extensief recreatief medegebruik; y. het tegengaan van verrommeling van erven en terreinen en behoud van beeldkwaliteit van bebouwing; z. het behouden en herstellen van waardevolle bouwwerken en landschappelijke elementen; aa. het realiseren van een hoge architectonische kwaliteit van het openbaar gebied en van bebouwing.
Paragraaf 5.3.2
Specifieke regels voor activiteiten
Artikel 5.15Algemeen
Locaties met de functie bedrijf zijn bedoeld voor de uitoefening van een niet-agrarisch bedrijf en daarmee samenhangende activiteiten. Daaronder begrepen de volgende inherent bijbehorende en ondergeschikte voorzieningen en invullingen bij de functie: a. tuinen, erven en terreinen; b. water, zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen; c. waterberging, -infiltratie en riolering; d. allerlei vormen van beplanting en groen, zoals bomen, struiken en planten; e. landschapselementen, zoals een houtwal of een bomenlaan; f. verhardingen, (onverharde) paden, parkeerplaatsen en parkeervoorzieningen; g. extensief recreatief medegebruik; h. voorzieningen van openbaar nut.
Artikel 5.16Aanlegactiviteiten
Voor het aanleggen van werken en uitvoeren van werkzaamheden op een locatie met de functie bedrijf dient voldaan te worden aan: a. paragraaf 6.3.1 algemene bepalingen aanlegactiviteiten; b. subparagraaf 6.3.2.1 landschappelijke inpassing aanbrengen, in stand houden of verwijderen; c. subparagraaf 6.3.3.1 oppervlakteverhardingen aanleggen; d. subparagraaf 6.3.4.3 waterlopen, sloten en greppels graven, dempen dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren.
Artikel 5.17Bouwactiviteiten
Voor het bouwen op een locatie met de functie bedrijf dient voldaan te worden aan: a. paragraaf 6.4.1 algemene bepalingen bouwactiviteiten; b. paragraaf 6.4.7 bedrijfsgebouwen bouwen; c. paragraaf 6.4.16 bedrijfswoning bouwen; d. paragraaf 6.4.18 bijgebouwen bij een woning bouwen; e. paragraaf 6.4.19 herbouwen woning; f. paragraaf 6.4.17 noodwoningen vernieuwen, veranderen of uitbreiden; g. paragraaf 6.4.21 overkappingen bouwen; h. paragraaf 6.4.22 terreinafscheidingen bouwen; i. paragraaf 6.4.29 constructies voor het (ge)leiden van (lei)bomen bouwen; j. paragraaf 6.4.30 overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bouwen.
Artikel 5.18Gebruiksactiviteiten
Voor het gebruiken van een locatie met de functie bedrijf dient voldaan te worden aan: a. paragraaf 6.5.1 algemene bepalingen gebruiksactiviteiten; b. subparagraaf 6.5.4.1 bedrijfsactiviteiten uitoefenen; c. subparagraaf 6.5.4.2 buitenopslag; d. subparagraaf 6.5.4.3 statische opslag als nevenactiviteit; e. subparagraaf 6.5.4.4 kleinschalige nevenactiviteiten uitoefenen; f. subparagraaf 6.5.9.5 minicamping exploiteren; g. subparagraaf 6.5.9.12 minicamping exploiteren als nevenactiviteit; h. subparagraaf 6.5.11.1 wonen; i. subparagraaf 6.5.11.2 aan huis verbonden beroepen uitoefenen.
Afdeling 5.4
Horeca
Paragraaf 5.4.1
Algemeen
Artikel 5.19Toepassingsbereik
Deze afdeling is van toepassing op locaties met de functie horeca.
Artikel 5.20Doelen
Binnen locaties met de functie horeca gelden de volgende doelen: a. het beschermen van een goed woon- en leefklimaat; b. het waarborgen van de veiligheid; c. het beschermen van de gezondheid; d. het beschermen van het milieu; e. het beschermen van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden; f. het behoud van cultureel erfgoed; g. de natuurbescherming; h. het tegengaan van klimaatverandering; i. het waarborgen van een goede kwaliteit van bouwwerken; j. het behoeden van de staat en werking van infrastructuur voor nadelige gevolgen van activiteiten; k. het beheren van watersystemen; l. het beschermen van en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; m. het gebruiken van bouwwerken; n. het doelmatig gebruiken van energie en grondstoffen; o. het bevorderen van een duurzame ruimtelijke en economische ontwikkeling van gebieden; p. het waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat; q. het bevorderen van een duurzame ontwikkeling; r. het kunnen overschakelen van fossiele energie naar hernieuwbare energie; s. het kunnen produceren binnen gesloten kringlopen; t. het bereikbaar en toegankelijk maken van gebieden; u. het doelmatig beheren van afvalstoffen; v. het bevorderen van extensief recreatief medegebruik; w. het tegengaan van verrommeling van erven en terreinen en behoud van beeldkwaliteit van bebouwing; x. het behouden en herstellen van waardevolle bouwwerken en landschappelijke elementen; y. het realiseren van een hoge architectonische kwaliteit van het openbaar gebied en van bebouwing.
Paragraaf 5.4.2
Specifieke regels voor activiteiten
Artikel 5.21Algemeen
Locaties met de functie horeca zijn bedoeld voor de uitoefening van een horecabedrijf met bijbehorende voorzieningen. Daaronder begrepen de volgende inherent bijbehorende en ondergeschikte voorzieningen en invullingen bij de functie: a. water, zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen; b. waterberging, -infiltratie en riolering; c. allerlei vormen van beplanting en groen, zoals bomen, struiken en planten; d. landschapselementen, zoals een houtwal of een bomenlaan; e. verhardingen, hieronder begrepen tevens terrassen, (onverharde) paden, parkeerplaatsen en parkeervoorzieningen; f. extensief recreatief medegebruik; g. voorzieningen van openbaar nut.
Artikel 5.22Aanlegactiviteiten
Voor het aanleggen van werken en uitvoeren van werkzaamheden op een locatie met de functie horeca dient voldaan te worden aan: a. paragraaf 6.3.1 algemene bepalingen aanlegactiviteiten; b. subparagraaf 6.3.2.1 landschappelijke inpassing aanbrengen, in stand houden of verwijderen; c. subparagraaf 6.3.3.1 oppervlakteverhardingen aanleggen; d. subparagraaf 6.3.4.3 waterlopen, sloten en greppels graven, dempen dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren.
Artikel 5.23Bouwactiviteiten
Voor het bouwen op een locatie met de functie horeca dient voldaan te worden aan: a. paragraaf 6.4.1 algemene bepalingen bouwactiviteiten; b. paragraaf 6.4.7 bedrijfsgebouwen bouwen; c. paragraaf 6.4.16 bedrijfswoning bouwen; d. paragraaf 6.4.18 bijgebouwen bij een woning bouwen; e. paragraaf 6.4.19 herbouwen woning; f. paragraaf 6.4.21 overkappingen bouwen; g. paragraaf 6.4.22 terreinafscheidingen bouwen; h. paragraaf 6.4.29 constructies voor het (ge)leiden van (lei)bomen bouwen; i. paragraaf 6.4.30 overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bouwen.
Artikel 5.24Gebruiksactiviteiten
Voor het gebruiken van een locatie met de functie horeca dient voldaan te worden aan: a. paragraaf 6.5.1 algemene bepalingen gebruiksactiviteiten; b. subparagraaf 6.5.7.1 horecabedrijf exploiteren; c. subparagraaf 6.5.11.1 wonen; d. subparagraaf 6.5.11.2 aan huis verbonden beroep uitoefenen.
Afdeling 5.5
Maatschappelijk
Paragraaf 5.5.1
Algemeen
Artikel 5.25Toepassingsbereik
Deze afdeling is van toepassing op locaties met de functie maatschappelijk.
Artikel 5.26Doelen
Binnen locaties met de functie maatschappelijk gelden de volgende doelen: a. het beschermen van een goed woon- en leefklimaat; b. het waarborgen van de veiligheid; c. het beschermen van de gezondheid; d. het beschermen van het milieu; e. het beschermen van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden; f. het behoud van cultureel erfgoed; g. de natuurbescherming; h. het tegengaan van klimaatverandering; i. het aanpassen van de fysieke ruimte aan de gevolgen van klimaatverandering, waaronder wateroverlast en hittestress; j. het waarborgen van een goede kwaliteit van bouwwerken; k. het behoeden van de staat en werking van infrastructuur voor nadelige gevolgen van activiteiten; l. het beheren van watersystemen; m. het beschermen van en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; n. het gebruiken van bouwwerken; o. het doelmatig gebruiken van energie en grondstoffen; p. het bevorderen van een duurzame ruimtelijke en economische ontwikkeling van gebieden; q. het kunnen overschakelen van fossiele energie naar hernieuwbare energie; r. het bieden van voldoende woonruimte; s. het bereikbaar en toegankelijk maken van gebieden; t. het bevorderen van extensief recreatief medegebruik; u. het tegengaan van verrommeling van erven en terreinen en behoud van beeldkwaliteit van bebouwing; v. het voorkomen en beschermen van mensen tegen infecties door het houden van landbouwhuisdieren; w. het behouden en herstellen van waardevolle bouwwerken en landschappelijke elementen; x. het realiseren van een hoge architectonische kwaliteit van het openbaar gebied en van bebouwing.
Paragraaf 5.5.2
Specifieke regels voor activiteiten
Artikel 5.27Algemeen
Locaties met de functie maatschappelijk zijn bedoeld voor maatschappelijke doeleinden met bijbehorende educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele en/of levensbeschouwelijke voorzieningen en daarmee samenhangende activiteiten. Daaronder begrepen de volgende inherent bijbehorende en ondergeschikte voorzieningen en invullingen bij de functie: a. tuinen, erven en terreinen; b. water, zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen; c. waterberging, -infiltratie en riolering; d. allerlei vormen van beplanting en groen, zoals bomen, struiken en planten; e. landschapselementen, zoals een houtwal of een bomenlaan; f. verhardingen, (onverharde) paden, parkeerplaatsen en parkeervoorzieningen; g. extensief recreatief medegebruik.
Artikel 5.28Aanlegactiviteiten
Voor het aanleggen van werken en uitvoeren van werkzaamheden op een locatie met de functie maatschappelijk dient voldaan te worden aan: a. paragraaf 6.3.1 algemene bepalingen aanlegactiviteiten; b. subparagraaf 6.3.2.1 landschappelijke inpassing aanbrengen, in stand houden of verwijderen; c. subparagraaf 6.3.3.1 oppervlakteverhardingen aanleggen; d. subparagraaf 6.3.4.3 waterlopen, sloten en greppels graven, dempen dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren.
Artikel 5.29Bouwactiviteiten
Voor het bouwen op een locatie met de functie maatschappelijk dient voldaan te worden aan: a. paragraaf 6.4.1 algemene bepalingen bouwactiviteiten; b. paragraaf 6.4.7 bedrijfsgebouwen bouwen; c. paragraaf 6.4.16 bedrijfswoning bouwen; d. paragraaf 6.4.19 herbouwen woning; e. paragraaf 6.4.18 bijgebouwen bij een woning bouwen; f. paragraaf 6.4.21 overkappingen bouwen; g. paragraaf 6.4.22 terreinafscheidingen bouwen; h. paragraaf 6.4.29 constructies voor het (ge)leiden van (lei)bomen bouwen; i. paragraaf 6.4.30 bouwwerken, geen gebouwen zijnde bouwen.
Artikel 5.30Gebruiksactiviteiten
Voor het gebruiken van een locatie met de functie maatschappelijk dient voldaan te worden aan: a. paragraaf 6.5.1 algemene bepalingen gebruiksactiviteiten; b. subparagraaf 6.5.8.1 verzorgingstehuis exploiteren; c. subparagraaf 6.5.8.2 jongerencentrum exploiteren; d. subparagraaf 6.5.8.3 scouting exploiteren; e. subparagraaf 6.5.8.4 equitherapie aanbieden; f. subparagraaf 6.5.8.5 zorginstelling exploiteren.
Afdeling 5.6
Natuur
Paragraaf 5.6.1
Algemeen
Artikel 5.31Toepassingsbereik
Deze afdeling is van toepassing op locaties met de functie natuur.
Artikel 5.32Doelen
Binnen locaties met de functie natuur gelden de volgende doelen: a. het beschermen van een goed woon- en leefklimaat; b. het waarborgen van de veiligheid; c. het beschermen van de gezondheid; d. het beschermen van het milieu; e. het duurzaam veiligstellen van de openbare drinkwatervoorziening; f. het beschermen van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden; g. het behoud van cultureel erfgoed; h. de natuurbescherming; i. de instandhouding van het bosareaal binnen de gemeente; j. het tegengaan van klimaatverandering; k. het aanpassen van de fysieke ruimte aan de gevolgen van klimaatverandering, waaronder wateroverlast en hittestress; l. het behoeden van de staat en werking van infrastructuur voor nadelige gevolgen van activiteiten; m. het beheren van watersystemen; n. het beheren van geobiologische en geothermische systemen en ecosystemen; o. het beschermen van en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; p. het beheren van natuurlijke hulpbronnen; q. het beheren van natuurgebieden; r. het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen; s. het realiseren van een gemeentelijk natuurnetwerk; t. het doelmatig gebruiken van energie en grondstoffen; u. het bevorderen van een duurzame ontwikkeling; v. het bereikbaar en toegankelijk maken van gebieden; w. het bevorderen van extensief recreatief medegebruik; x. het beschermen en waar mogelijk vergroten van de openheid van het landschap; y. het behouden en herstellen van waardevolle bouwwerken en landschappelijke elementen; z. het behouden en waar mogelijk versterken van het natuurdoeltype overstromingsgrasland; aa. het vergroten van de natuurbeleving en recreatieve waarde, zonder afbreuk te doen aan natuurwaarden; ab. het behouden van een klimaatbestendig watersysteem.
Paragraaf 5.6.2
Specifieke regels voor activiteiten
Artikel 5.33Algemeen
Locaties met de functie natuur zijn bedoeld voor bosbouwkundige doeleinden voor het behoud van duurzaam bosgebied en de groeiplaats ter plaatse en daarmee samenhangende activiteiten. Daaronder begrepen de volgende inherent bijbehorende en ondergeschikte voorzieningen en invullingen bij de functie: a. water, zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen; b. allerlei vormen van beplanting en groen, zoals bomen, struiken en planten; c. landschapselementen, zoals een houtwal of een bomenlaan; d. bestaande verhardingen en (onverharde) paden, parkeerplaatsen en parkeervoorzieningen ten behoeve van extensief recreatief medegebruik en/of onderhoud; e. extensief recreatief medegebruik.
Artikel 5.34Aanlegactiviteiten
Voor het aanleggen van werken en uitvoeren van werkzaamheden op een locatie met de functie natuur dient voldaan te worden aan: a. paragraaf 6.3.1 algemene bepalingen aanlegactiviteiten; b. subparagraaf 6.3.2.3 landschapselementen verwijderen; c. subparagraaf 6.3.2.4 gewassen en beplanting verwijderen; d. subparagraaf 6.3.3.1 oppervlakteverhardingen aanleggen; e. subparagraaf 6.3.4.1 verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem; f. subparagraaf 6.3.4.2 diepploegen, diepwoelen en/of uitvoeren van andere ingrepen in de bodem; g. subparagraaf 6.3.4.3 waterlopen, sloten en greppels, graven, dempen dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren.
Artikel 5.35Bouwactiviteiten
Voor het bouwen op een locatie met de functie natuur dient voldaan te worden aan: a. paragraaf 6.4.1 algemene bepalingen bouwactiviteiten; b. paragraaf 6.4.13 clubhuis hondensportvereniging bouwen; c. paragraaf 6.4.30 overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bouwen.
Artikel 5.36Gebruiksactiviteiten
Voor het gebruiken van een locatie met de functie natuur dient voldaan te worden aan: a. paragraaf 6.5.1 algemene bepalingen gebruiksactiviteiten; b. subparagraaf 6.5.10.2 opslag ten behoeve van de hondensport.
Afdeling 5.7
Nutsvoorziening
Paragraaf 5.7.1
Algemeen
Artikel 5.37Toepassingsbereik
Deze afdeling is van toepassing op locaties met de functie nutsvoorziening.
Artikel 5.38Doelen
Binnen locaties met de functie nutsvoorziening gelden de volgende doelen: a. het beschermen van een goed woon- en leefklimaat; b. het waarborgen van de veiligheid; c. het beschermen van de gezondheid; d. het beschermen van het milieu; e. het duurzaam veiligstellen van de openbare drinkwatervoorziening; f. het beschermen van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden; g. het behoud van cultureel erfgoed; h. het tegengaan van klimaatverandering; i. het aanpassen van de fysieke ruimte aan de gevolgen van klimaatverandering, waaronder wateroverlast en hittestress; j. het waarborgen van een goede kwaliteit van bouwwerken; k. het behoeden van de staat en werking van infrastructuur voor nadelige gevolgen van activiteiten; l. het beheren van infrastructuur; m. het beheren van watersystemen; n. het beschermen van en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; o. het doelmatig gebruiken van energie en grondstoffen; p. het kunnen overschakelen van fossiele energie naar hernieuwbare energie; q. het kunnen produceren binnen gesloten kringlopen; r. het kunnen benutten van de openbare ruimte voor verkeer, parkeren en afvalinzameling; s. het bieden van voldoende woonruimte; t. het bereikbaar en toegankelijk maken van gebieden; u. het doelmatig beheren van afvalstoffen.
Paragraaf 5.7.2
Specifieke regels voor activiteiten
Artikel 5.39Algemeen
Locaties met de functie nutsvoorziening zijn bedoeld voor nutsvoorzieningen van algemeen en openbaar belang en voorzieningen van openbaar nut, waaronder in ieder geval begrepen (ondergrondse) kabels en leidingen, openbare verlichting, bewegwijzering en straatmeubilair. Daaronder begrepen de volgende inherent bijbehorende en ondergeschikte voorzieningen en invullingen bij de functie: a. water, zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen; b. allerlei vormen van beplanting en groen, zoals bomen, struiken en planten; c. landschapselementen, zoals een houtwal of een bomenlaan; d. verhardingen en (onverharde) paden.
Artikel 5.40Aanlegactiviteiten
Voor het aanleggen van werken en uitvoeren van werkzaamheden op een locatie met de functie nutsvoorziening dient voldaan te worden aan: a. paragraaf 6.3.1 algemene bepalingen aanlegactiviteiten; b. subparagraaf 6.3.3.1 oppervlakteverhardingen aanleggen; c. subparagraaf 6.3.4.7 onroerende zaken plaatsen.
Artikel 5.41Bouwactiviteiten
Voor het bouwen op een locatie met de functie nutsvoorziening dient voldaan te worden aan: a. paragraaf 6.4.1 algemene bepalingen bouwactiviteiten; b. paragraaf 6.4.9 nutsvoorzieningen bouwen; c. paragraaf 6.4.21 overkappingen bouwen; d. paragraaf 6.4.22 terreinafscheidingen bouwen; e. paragraaf 6.4.29 constructies voor het (ge)leiden van (lei)bomen bouwen. f. paragraaf 6.4.30 overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bouwen.
Artikel 5.42Gebruiksactiviteiten
Voor het gebruiken van een locatie met de functie nutsvoorziening dient voldaan te worden aan: a. paragraaf 6.5.1 algemene bepalingen gebruiksactiviteiten.
Afdeling 5.8
Openbaar gebied
Paragraaf 5.8.1
Algemeen
Artikel 5.43Toepassingsbereik
Deze afdeling is van toepassing op locaties met de functie openbaar gebied.
Artikel 5.44Doelen
Binnen locaties met de functie openbaar gebied gelden de volgende doelen: a. het beschermen van een goed woon- en leefklimaat; b. het waarborgen van de veiligheid; c. het beschermen van de gezondheid; d. het beschermen van het milieu; e. het duurzaam veiligstellen van de openbare drinkwatervoorziening; f. het beschermen van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden; g. het behoud van cultureel erfgoed; h. de natuurbescherming; i. het tegengaan van klimaatverandering; j. het aanpassen van de fysieke ruimte aan de gevolgen van klimaatverandering, waaronder wateroverlast en hittestress; k. het behoeden van de staat en werking van infrastructuur voor nadelige gevolgen van activiteiten; l. het beheren van infrastructuur; m. het beheren van watersystemen; n. het beheren van geobiologische en geothermische systemen en ecosystemen; o. het beschermen van en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; p. het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen; q. het doelmatig gebruiken van energie en grondstoffen; r. het bevorderen van een duurzame ontwikkeling; s. het kunnen overschakelen van fossiele energie naar hernieuwbare energie; t. het kunnen benutten van de openbare ruimte voor verkeer, parkeren en afvalinzameling; u. het bereikbaar en toegankelijk maken van gebieden; v. het doelmatig beheren van afvalstoffen; w. het bevorderen van extensief recreatief medegebruik; x. het beschermen en waar mogelijk vergroten van de openheid van het landschap; y. het behouden en herstellen van waardevolle bouwwerken en landschappelijke elementen; z. het behouden en waar mogelijk versterken van het natuurdoeltype overstromingsgrasland; aa. het vergroten van de natuurbeleving en recreatieve waarde, zonder afbreuk te doen aan natuurwaarden; ab. het behouden van een klimaatbestendig watersysteem; ac. het realiseren van een suburbaan woonmilieu in een groen-blauwe setting; ad. het realiseren van een hoge architectonische kwaliteit van het openbaar gebied en van bebouwing; ae. het realiseren van een fietsvriendelijk woongebied; af. het realiseren van een akoestisch aanvaardbaar woongebied; ag. het realiseren van een woongebied met een aanvaardbaar geurniveau; ah. het realiseren van een veilig woongebied; ai. het realiseren van een energieneutraal woongebied; aj. het realiseren van een klimaatbestendig woongebied; en ak. het realiseren van een speel- en beweegvriendelijk woongebied.
Paragraaf 5.8.2
Specifieke regels voor activiteiten
Artikel 5.45Algemeen
Locaties met de functie openbaar gebied zijn bedoeld voor: a. voor het publiek toegankelijke groen-, water- en verkeersvoorzieningen; b. wegverkeer, verkeerskundige en waterhuishoudkundige doeleinden; c. verharde en onverharde wegen; d. verkeers- en erfontsluitingen, alsmede fiets- en voetpaden; e. water, zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen; f. allerlei vormen van beplanting en groen, zoals bomen, struiken en planten; g. landschapselementen, zoals een houtwal of een bomenlaan; h. voorzieningen van openbaar nut; i. extensief recreatief medegebruik.
Artikel 5.46Aanlegactiviteiten
Voor het aanleggen van werken en uitvoeren van werkzaamheden op een locatie met de functie openbaar gebied dient voldaan te worden aan: a. paragraaf 6.3.1 algemene bepalingen aanlegactiviteiten; b. subparagraaf 6.3.2.3 landschapselementen verwijderen; c. subparagraaf 6.3.3.1 oppervlakteverhardingen aanleggen; d. subparagraaf 6.3.3.2 onverharde wegen verharden; e. subparagraaf 6.3.4.4 riolering, kabels, leidingen en drainage aanbrengen; f. subparagraaf 6.3.4.7 onroerende objecten plaatsen.
Artikel 5.47Bouwactiviteiten
Voor het bouwen op een locatie met de functie openbaar gebied dient voldaan te worden aan: a. paragraaf 6.4.1 algemene bepalingen bouwactiviteiten; b. paragraaf 6.4.29 constructies voor het (ge)leiden van (lei)bomen bouwen; c. paragraaf 6.4.30 overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bouwen.
Artikel 5.48Gebruiksactiviteiten
Voor het gebruiken van een locatie met de functie openbaar gebied dient voldaan te worden aan: a. paragraaf 6.5.1 algemene bepalingen gebruiksactiviteiten; b. subparagraaf 6.5.2.1 activiteiten in openbaar gebied.
Afdeling 5.9
Recreatie
Paragraaf 5.9.1
Algemeen
Artikel 5.49Toepassingsbereik
Deze afdeling is van toepassing op locaties met de functie recreatie.
Artikel 5.50Doelen
Binnen locaties met de functie recreatie gelden de volgende doelen: a. het beschermen van een goed woon- en leefklimaat; b. het waarborgen van de veiligheid; c. het beschermen van de gezondheid; d. het beschermen van het milieu; e. het beschermen van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden; f. het behoud van cultureel erfgoed; g. de natuurbescherming; h. het tegengaan van klimaatverandering; i. het aanpassen van de fysieke ruimte aan de gevolgen van klimaatverandering, waaronder wateroverlast en hittestress; j. het waarborgen van een goede kwaliteit van bouwwerken; k. het behoeden van de staat en werking van infrastructuur voor nadelige gevolgen van activiteiten; l. het beheren van infrastructuur; m. het beheren van watersystemen; n. het beschermen van en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; o. het gebruiken van bouwwerken; p. het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen; q. het doelmatig gebruiken van energie en grondstoffen; r. het bevorderen van een duurzame ruimtelijke en economische ontwikkeling van gebieden; s. het waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat; t. het bevorderen van een duurzame ontwikkeling; u. het kunnen overschakelen van fossiele energie naar hernieuwbare energie; v. het bereikbaar en toegankelijk maken van gebieden; w. het bevorderen van extensief recreatief medegebruik; x. het tegengaan van verrommeling van erven en terreinen en behoud van beeldkwaliteit van bebouwing; y. het behouden en herstellen van waardevolle bouwwerken en landschappelijke elementen; z. het realiseren van een hoge architectonische kwaliteit van het openbaar gebied en van bebouwing; aa. het realiseren van een akoestisch aanvaardbaar woongebied; ab. het realiseren van een woongebied met een aanvaardbaar geurniveau; ac. het realiseren van een energieneutraal woongebied; ad. het realiseren van een klimaatbestendig woongebied; en ae. het realiseren van een speel- en beweegvriendelijk woongebied.
Paragraaf 5.9.2
Specifieke regels voor activiteiten
Artikel 5.51Algemeen
Locaties met de functie recreatie zijn bedoeld voor recreatieve doeleinden met bijbehorende recreatieve voorzieningen. Daaronder begrepen de volgende inherent bijbehorende en ondergeschikte voorzieningen en invullingen bij de functie: a. tuinen, erven en terreinen; b. water, zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen; c. waterberging, -infiltratie en riolering; d. allerlei vormen van beplanting en groen, zoals bomen, struiken en planten; e. landschapselementen, zoals een houtwal of een bomenlaan; f. verhardingen, (onverharde) paden, parkeerplaatsen en parkeervoorzieningen; g. voorzieningen van openbaar nut.
Artikel 5.52Aanlegactiviteiten
Voor het aanleggen van werken en uitvoeren van werkzaamheden op een locatie met de functie recreatie dient voldaan te worden aan: a. paragraaf 6.3.1 algemene bepalingen aanlegactiviteiten; b. subparagraaf 6.3.2.1 landschappelijke inpassing aanbrengen, in stand houden of verwijderen; c. subparagraaf 6.3.3.1 oppervlakteverhardingen aanleggen; d. subparagraaf 6.3.4.3 waterlopen, sloten en greppels graven, dempen dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren.
Artikel 5.53Bouwactiviteiten
Voor het bouwen op een locatie met de functie recreatie dient voldaan te worden aan: a. paragraaf 6.4.1 algemene bepalingen bouwactiviteiten; b. paragraaf 6.4.7 bedrijfsgebouwen bouwen, uitbreiden of wijzigen; c. paragraaf 6.4.8 (overdekte) recreatieve voorzieningen bouwen; d. paragraaf 6.4.10 gebouwen voor verblijfsrecreatie bouwen; e. paragraaf 6.4.11 sanitaire voorzieningen ten behoeve van een kampeerterrein bouwen; f. paragraaf 6.4.16 bedrijfswoning bouwen; g. paragraaf 6.4.18 bijgebouwen bij een woning bouwen; h. paragraaf 6.4.19 herbouwen woning; i. paragraaf 6.4.21 overkappingen bouwen; j. paragraaf 6.4.22 terreinafscheidingen bouwen k. paragraaf 6.4.27 bouwwerken, geen gebouwen zijnde bij een kampeerbedrijf bouwen; l. paragraaf 6.4.29 constructies voor het (ge)leiden van (lei)bomen bouwen; m. paragraaf 6.4.30 overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bouwen.
Artikel 5.54Gebruiksactiviteiten
Voor het gebruiken van een locatie met de functie recreatie dient voldaan te worden aan: a. paragraaf 6.5.1 algemene bepalingen gebruiksactiviteiten; b. subparagraaf 6.5.7.2 pleisterplaats exploiteren; c. subparagraaf 6.5.7.3 ondersteunende horeca aanbieden als nevenactiviteit; d. subparagraaf 6.5.9.1 natuurkampeerterrein exploiteren; e. subparagraaf 6.5.9.2 verenigingskampeerterrein exploiteren; f. subparagraaf 6.5.9.3 kampeerbedrijf exploiteren; g. subparagraaf 6.5.9.4 groepsaccommodatie exploiteren; h. subparagraaf 6.5.9.6 kampeerterrein exploiteren; i. subparagraaf 6.5.9.7 bed and breakfast exploiteren; j. subparagraaf 6.5.9.8 vogelasiel exploiteren; k. subparagraaf 6.5.9.9 dagrecreatiebedrijf exploiteren; l. subparagraaf 6.5.9.10 parkeren ten behoeve van een recreatiebedrijf; m. subparagraaf 6.5.9.11 uitoefenen van sport en spel ten behoeve van een recreatiebedrijf; n. subparagraaf 6.5.9.12 minicamping exploiteren als nevenactiviteit; o. subparagraaf 6.5.9.13 bed and breakfast exploiteren als nevenactiviteit; p. subparagraaf 6.5.11.1 wonen; q. subparagraaf 6.5.11.2 aan huis verbonden beroepen uitoefenen.
Afdeling 5.10
Sport
Paragraaf 5.10.1
Algemeen
Artikel 5.55Toepassingsbereik
Deze afdeling is van toepassing op locaties met de functie sport.
Artikel 5.56Doelen
Binnen locaties met de functie sport gelden de volgende doelen: a. het beschermen van een goed woon- en leefklimaat; b. het waarborgen van de veiligheid; c. het beschermen van de gezondheid; d. het beschermen van het milieu; e. het beschermen van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden; f. het behoud van cultureel erfgoed; g. het waarborgen van een goede kwaliteit van bouwwerken; h. het beheren van watersystemen; i. het beschermen van en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; j. het beheren van natuurlijke hulpbronnen; k. het beheren van natuurgebieden; l. het gebruiken van bouwwerken; m. het bevorderen van een duurzame ontwikkeling; n. het bereikbaar en toegankelijk maken van gebieden; o. het tegengaan van verrommeling van erven en terreinen en behoud van beeldkwaliteit van bebouwing; p. het behouden en herstellen van waardevolle bouwwerken en landschappelijke elementen; q. het realiseren van een hoge architectonische kwaliteit van het openbaar gebied en van bebouwing; r. het realiseren van een akoestisch aanvaardbaar woongebied; s. het realiseren van een speel- en beweegvriendelijk woongebied.
Paragraaf 5.10.2
Specifieke regels voor activiteiten
Artikel 5.57Algemeen
Locaties met de functie sport zijn bedoeld voor het verrichten van sportactiviteiten en daarmee samenhangende activiteiten. Daaronder begrepen de volgende inherent bijbehorende en ondergeschikte voorzieningen en invullingen bij de functie: a. tuinen, erven en terreinen; b. water, zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen; c. waterberging, -infiltratie en riolering; d. allerlei vormen van beplanting en groen, zoals bomen, struiken en planten; e. landschapselementen, zoals een houtwal of een bomenlaan; f. verhardingen, (onverharde) paden, parkeerplaatsen en parkeervoorzieningen; g. voorzieningen van openbaar nut, waaronder in ieder geval begrepen (ondergrondse) kabels en leidingen, openbare verlichting, bewegwijzering en straatmeubilair.
Artikel 5.58Aanlegactiviteiten
Voor het aanleggen van werken en uitvoeren van werkzaamheden op een locatie met de functie sport dient voldaan te worden aan: a. paragraaf 6.3.1 algemene bepalingen aanlegactiviteiten; b. subparagraaf 6.3.3.1 oppervlakteverhardingen aanleggen; c. subparagraaf 6.3.4.3 waterlopen, sloten en greppels graven, dempen dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren.
Artikel 5.59Bouwactiviteiten
Voor het bouwen op een locatie met de functie sport dient voldaan te worden aan: a. paragraaf 6.4.1 algemene bepalingen bouwactiviteiten; b. paragraaf 6.4.7 bedrijfsgebouwen bouwen; c. paragraaf 6.4.22 terreinafscheidingen bouwen d. paragraaf 6.4.29 constructies voor het (ge)leiden van (lei)bomen bouwen; e. paragraaf 6.4.30 overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bouwen.
Artikel 5.60Gebruiksactiviteiten
Voor het gebruiken van een locatie met de functie sport dient voldaan te worden aan: a. paragraaf 6.5.1 algemene bepalingen gebruiksactiviteiten; b. subparagraaf 6.5.10.1 hondensportschool exploiteren.
Afdeling 5.11
Veehouderij
Paragraaf 5.11.1
Algemeen
Artikel 5.61Toepassingsbereik
Deze afdeling is van toepassing op locaties met de functie veehouderij.
Artikel 5.62Doelen
Binnen locaties met de functie veehouderij gelden de volgende doelen: a. het beschermen van een goed woon- en leefklimaat; b. het waarborgen van de veiligheid; c. het beschermen van de gezondheid; d. het beschermen van het milieu; e. het beschermen van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden; f. het behoud van cultureel erfgoed; g. de natuurbescherming; h. het aanpassen van de fysieke ruimte aan de gevolgen van klimaatverandering, waaronder wateroverlast en hittestress; i. het waarborgen van een goede kwaliteit van bouwwerken; j. het behoeden van de staat en werking van infrastructuur voor nadelige gevolgen van activiteiten; k. het beheren van watersystemen; l. het beschermen van en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; m. het gebruiken van bouwwerken; n. het doelmatig gebruiken van energie en grondstoffen; o. het bevorderen van een duurzame ruimtelijke en economische ontwikkeling van gebieden; p. het waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat; q. het bieden van voldoende fysieke en milieu-ruimte voor milieubelastende bedrijven en andere activiteiten, anders dan wonen; r. het bevorderen van een duurzame ontwikkeling; s. het kunnen overschakelen van fossiele energie naar hernieuwbare energie; t. het kunnen produceren binnen gesloten kringlopen; u. het bereikbaar en toegankelijk maken van gebieden; v. het doelmatig beheren van afvalstoffen; w. het beschermen van grondgebonden veehouderijen als drager van het landschap; x. het bevorderen van kringlooplandbouw en duurzame veehouderijen; y. het verlagen of voorkomen van emissies van geur van agrarische activiteiten; z. het bevorderen van een grotere variatie in de bedrijfsvoering van grondgebonden veehouderijbedrijven; aa. het voorkomen van leegstand van voormalige agrarische bebouwing; ab. het bevorderen van extensief recreatief medegebruik; ac. het tegengaan van verrommeling van erven en terreinen en behoud van beeldkwaliteit van bebouwing; ad. het voorkomen en beschermen van mensen tegen infecties door het houden van landbouwhuisdieren; ae. het behouden en herstellen van waardevolle bouwwerken en landschappelijke elementen; af. het realiseren van een hoge architectonische kwaliteit van het openbaar gebied en van bebouwing.
Paragraaf 5.11.2
Specifieke regels voor activiteiten
Artikel 5.63Algemeen
Locaties met de functie veehouderij zijn bedoeld voor de uitoefening van een veehouderij, de uitoefening van een agrarisch bedrijf en al dan niet bedrijfsmatige doeleinden, inclusief tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen en daarmee samenhangende activiteiten. Daaronder begrepen de volgende inherent bijbehorende en ondergeschikte voorzieningen en invullingen bij de functie: a. tuinen, erven en terreinen; b. water, zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen; c. waterberging, -infiltratie en riolering; d. allerlei vormen van beplanting en groen, zoals bomen, struiken en planten; e. landschapselementen, zoals een houtwal of een bomenlaan; f. verhardingen, (onverharde) paden, parkeerplaatsen en parkeervoorzieningen; g. extensief recreatief medegebruik.
Artikel 5.64Aanlegactiviteiten
Voor het aanleggen van werken en uitvoeren van werkzaamheden op een locatie met de functie veehouderij dient voldaan te worden aan: a. paragraaf 6.3.1 algemene bepalingen aanlegactiviteiten; b. subparagraaf 6.3.2.1 landschappelijke inpassing aanleggen, in stand houden of verwijderen; c. subparagraaf 6.3.3.1 oppervlakteverhardingen aanleggen; d. subparagraaf 6.3.4.3 waterlopen, sloten en greppels graven, dempen dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren.
Artikel 5.65Bouwactiviteiten
Voor het bouwen op een locatie met de functie veehouderij dient voldaan te worden aan: a. paragraaf 6.4.1 algemene bepalingen bouwactiviteiten; b. paragraaf 6.4.2 agrarisch bedrijfsgebouwen; c. paragraaf 6.4.3 dierenverblijven bouwen; d. paragraaf 6.4.4 gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde bij veehouderijen uitbreiden; e. paragraaf 6.4.5 teeltondersteunende kassen bouwen; f. paragraaf 6.4.16 bedrijfswoning bouwen; g. paragraaf 6.4.18 bijgebouwen bij een woning bouwen h. paragraaf 6.4.19 herbouwen woning; i. paragraaf 6.4.21 overkappingen bouwen; j. paragraaf 6.4.22 terreinafscheidingen bouwen; k. paragraaf 6.4.23 agrarische bouwwerken, geen gebouwen zijnde bouwen; l. paragraaf 6.4.24 tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen bouwen; m. paragraaf 6.4.29 constructies voor het (ge)leiden van (lei)bomen bouwen n. paragraaf 6.4.30 overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bouwen.
Artikel 5.66Gebruiksactiviteiten
Voor het gebruiken van een locatie met de functie veehouderij dient voldaan te worden aan: a. paragraaf 6.5.1 algemene bepalingen gebruiksactiviteiten; b. subparagraaf 6.5.3.3 veehouderij exploiteren; c. subparagraaf 6.5.3.4 productiegerichte paardenhouderij exploiteren; d. subparagraaf 6.5.3.5 gebruiksgerichte paardenhouderij exploiteren als nevenactiviteit; e. subparagraaf 6.5.3.6 kleinschalige niet-agrarische nevenactiviteiten uitoefenen; f. subparagraaf 6.5.4.2 buitenopslag; g. subparagraaf 6.5.4.3 statische opslag als nevenactiviteit; h. subparagraaf 6.5.7.3 ondersteunende horeca aanbieden als nevenactiviteit; i. subparagraaf 6.5.7.4 routegebonden horeca aanbieden als nevenactiviteit; j. subparagraaf 6.5.8.7 kinderopvang en/of dagbesteding exploiteren als nevenactiviteit; k. subparagraaf 6.5.8.8 verlenen van zorg en/of dagbesteding als nevenactiviteit; l. subparagraaf 6.5.9.12 minicamping exploiteren als nevenactiviteit; m. subparagraaf 6.5.9.13 bed and breakfast exploiteren als nevenactiviteit; n. subparagraaf 6.5.9.14 groepsaccommodatie aanbieden als nevenactiviteit; o. subparagraaf 6.5.9.15 ondergeschikte dagrecreatie aanbieden als nevenactiviteit; p. subparagraaf 6.5.9.16 verhuren van fietsen/rijtuigen voor recreatief gebruik als nevenactiviteit; q. subparagraaf 6.5.11.1 wonen; r. subparagraaf 6.5.11.2 aan huis verbonden beroep uitoefenen; s. subparagraaf 6.5.11.5 huisvesten arbeidsmigranten in woningen; t. subparagraaf 6.5.11.7 huisvesten van arbeidsmigranten in woonunits, (sta-)caravans of vergelijkbare onderkomens.
Afdeling 5.12
Water
Paragraaf 5.12.1
Algemeen
Artikel 5.67Toepassingsbereik
Deze afdeling is van toepassing op locaties met de functie water.
Artikel 5.68Doelen
Binnen locaties met de functie water gelden de volgende doelen: a. het beschermen van een goed woon- en leefklimaat; b. het waarborgen van de veiligheid; c. het beschermen van de gezondheid; d. het beschermen van het milieu; e. het duurzaam veiligstellen van de openbare drinkwatervoorziening; f. het beschermen van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden; g. de natuurbescherming; h. het aanpassen van de fysieke ruimte aan de gevolgen van klimaatverandering, waaronder wateroverlast en hittestress; i. het behoeden van de staat en werking van infrastructuur voor nadelige gevolgen van activiteiten; j. het beheren van infrastructuur; k. het beheren van watersystemen; l. het beheren van geobiologische en geothermische systemen en ecosystemen; m. het beschermen van en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; n. het beheren van natuurlijke hulpbronnen; o. het beheren van natuurgebieden; p. het realiseren van een gemeentelijk natuurnetwerk; q. het bevorderen van een duurzame ontwikkeling; r. het bereikbaar en toegankelijk maken van gebieden; s. het doelmatig beheren van afvalstoffen; t. het bevorderen van extensief recreatief medegebruik; u. het beschermen en waar mogelijk vergroten van de openheid van het landschap; v. het behouden en herstellen van waardevolle bouwwerken en landschappelijke elementen; w. het vergroten van de natuurbeleving en recreatieve waarde, zonder afbreuk te doen aan natuurwaarden; x. het behouden van een klimaatbestendig watersysteem.
Paragraaf 5.12.2
Specifieke regels voor activiteiten
Artikel 5.69Algemeen
Locaties met de functie water zijn bedoeld voor waterhuishoudkundige doeleinden en voorzieningen ten behoeve van de aan- en afvoer van water en waterhuishoudkundige voorzieningen ten behoeve van water, waterberging en infiltratie. Daaronder begrepen de volgende inherent bijbehorende en ondergeschikte voorzieningen en invullingen bij de functie: a. extensief recreatief medegebruik.
Artikel 5.70Aanlegactiviteiten
Voor het aanleggen van werken en uitvoeren van werkzaamheden op een locatie met de functie water dient voldaan te worden aan: a. paragraaf 6.3.1 algemene bepalingen aanlegactiviteiten; b. subparagraaf 6.3.4.3 waterlopen, sloten en greppels graven, dempen dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren.
Artikel 5.71Bouwactiviteiten
Voor het bouwen op een locatie met de functie water dient voldaan te worden aan: a. paragraaf 6.4.1 algemene bepalingen bouwactiviteiten; b. paragraaf 6.4.14 gebouwen ten behoeve van scheepvaart bouwen; c. paragraaf 6.4.28 bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van scheepvaart bouwen.
Artikel 5.72Gebruiksactiviteiten
Voor het gebruiken van een locatie met de functie water dient voldaan te worden aan: a. paragraaf 6.5.1 algemene bepalingen gebruiksactiviteiten; b. subparagraaf 6.5.4.5 scheepvaart.
Afdeling 5.13
Wonen
Paragraaf 5.13.1
Algemeen
Artikel 5.73Toepassingsbereik
Deze afdeling is van toepassing op locaties met de functie wonen.
Artikel 5.74Doelen
Binnen locaties met de functie wonen gelden de volgende doelen: a. het beschermen van een goed woon- en leefklimaat; b. het waarborgen van de veiligheid; c. het beschermen van de gezondheid; d. het beschermen van het milieu; e. het beschermen van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden; f. het behoud van cultureel erfgoed; g. de natuurbescherming; h. het tegengaan van klimaatverandering; i. het aanpassen van de fysieke ruimte aan de gevolgen van klimaatverandering, waaronder wateroverlast en hittestress; j. het waarborgen van een goede kwaliteit van bouwwerken; k. het behoeden van de staat en werking van infrastructuur voor nadelige gevolgen van activiteiten; l. het beheren van watersystemen; m. het beschermen van en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; n. het gebruiken van bouwwerken; o. het doelmatig gebruiken van energie en grondstoffen; p. het waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat; q. het bevorderen van een duurzame ontwikkeling; r. het kunnen overschakelen van fossiele energie naar hernieuwbare energie; s. het bieden van voldoende woonruimte; t. het bereikbaar en toegankelijk maken van gebieden; u. het voorkomen van leegstand van voormalige agrarische bebouwing; v. het bevorderen van extensief recreatief medegebruik; w. het tegengaan van verrommeling van erven en terreinen en behoud van beeldkwaliteit van bebouwing; x. het voorkomen en beschermen van mensen tegen infecties door het houden van landbouwhuisdieren; y. het behouden en herstellen van waardevolle bouwwerken en landschappelijke elementen; z. het realiseren van een suburbaan woonmilieu in een groen-blauwe setting; aa. het realiseren van een hoge architectonische kwaliteit van het openbaar gebied en van bebouwing; ab. het realiseren van een fietsvriendelijk woongebied; ac. het realiseren van een akoestisch aanvaardbaar woongebied; ad. het realiseren van een woongebied met een aanvaardbaar geurniveau; ae. het realiseren van een veilig woongebied; af. het realiseren van een energieneutraal woongebied; ag. het realiseren van een klimaatbestendig woongebied; en ah. het realiseren van een speel- en beweegvriendelijk woongebied.
Paragraaf 5.13.2
Specifieke regels voor activiteiten
Artikel 5.75Algemeen
Locaties met de functie wonen zijn bedoeld voor wonen en daarmee samenhangende activiteiten. Daaronder begrepen de volgende inherent bijbehorende en ondergeschikte voorzieningen en invullingen bij de functie: a. tuinen, erven en terreinen; b. water zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen; c. waterberging, -infiltratie en riolering; d. allerlei vormen van beplanting en groen, zoals bomen, struiken en planten; e. landschapselementen, zoals een houtwal of een bomenlaan; f. verhardingen, (onverharde) paden, parkeerplaatsen en parkeervoorzieningen; g. extensief recreatief medegebruik.
Artikel 5.76Aanlegactiviteiten
Voor het aanleggen van werken en uitvoeren van werkzaamheden op een locatie met de functie wonen dient voldaan te worden aan: a. paragraaf 6.3.1 algemene bepalingen aanlegactiviteiten; b. subparagraaf 6.3.2.1 landschappelijke inpassing aanbrengen, in stand houden of verwijderen; c. subparagraaf 6.3.3.1 oppervlakteverhardingen aanleggen.
Artikel 5.77Bouwactiviteiten
Voor het bouwen op een locatie met de functie wonen dient voldaan te worden aan: a. paragraaf 6.4.1 algemene bepalingen bouwactiviteiten; b. paragraaf 6.4.15 burgerwoning bouwen - buitengebied; c. paragraaf 6.4.18 bijgebouwen bij een woning bouwen; d. paragraaf 6.4.19 herbouwen woning; e. paragraaf 6.4.21 overkappingen bouwen; f. paragraaf 6.4.22 terreinscheidingen bouwen; g. paragraaf 6.4.25 paardenbak oprichten; h. paragraaf 6.4.29 constructies voor het (ge)leiden van (lei)bomen bouwen; i. paragraaf 6.4.30 bouwwerken, geen gebouwen zijnde bouwen.
Artikel 5.78Gebruiksactiviteiten
Voor het gebruiken van een locatie met de functie wonen dient voldaan te worden aan: a. paragraaf 6.5.1 algemene bepalingen gebruiksactiviteiten; b. subparagraaf 6.5.7.4 routegebonden horeca aanbieden als nevenactiviteit; c. subparagraaf 6.5.8.7 kinderopvang en/of dagbesteding exploiteren als nevenactiviteit; d. subparagraaf 6.5.8.8 verlenen van zorg en/of dagbesteding als nevenactiviteit; e. subparagraaf 6.5.9.4 groepsaccommodatie exploiteren; f. subparagraaf 6.5.9.7 bed and breakfast exploiteren; g. subparagraaf 6.5.9.12 minicamping exploiteren als nevenactiviteit; h. subparagraaf 6.5.9.13 bed and breakfast exploiteren als nevenactiviteit; i. subparagraaf 6.5.9.14 groepsaccommodatie aanbieden als nevenactiviteit; j. subparagraaf 6.5.9.15 ondergeschikte dagrecreatie aanbieden als nevenactiviteit; k. subparagraaf 6.5.9.16 verhuren van fietsen/rijtuigen voor recreatief gebruik als nevenactiviteit; l. subparagraaf 6.5.11.1 wonen; m. subparagraaf 6.5.11.2 aan huis verbonden beroep uitoefenen; n. subparagraaf 6.5.11.3 kleinschalige bedrijfsactiviteiten uitoefenen; o. subparagraaf 6.5.11.5 huisvesten arbeidsmigranten in woningen.
Hoofdstuk 6
Activiteiten
Afdeling 6.1
Algemene bepalingen
Artikel 6.1Toepassingsbereik
Dit hoofdstuk is van toepassing op het verrichten van activiteiten.
Artikel 6.2Normadressaat
Aan dit hoofdstuk wordt voldaan door degene die de activiteit verricht of laat verrichten, tenzij anders is bepaald. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit.
Artikel 6.3Uitsluiting niet benoemde activiteiten
Activiteiten die niet zijn benoemd in dit omgevingsplan zijn niet toegestaan.
Artikel 6.4Eerbiedigende werking bestaande activiteiten
1 Bestaande activiteiten en functies, waaronder het feitelijk gebruik van gronden en bouwwerken die op het moment van inwerkingtreding van dit omgevingsplan rechtmatig worden uitgeoefend, worden gerespecteerd en kunnen worden voortgezet.
2 Onder bestaande activiteiten en functies, zoals een bestaand gebouwerf, bestaande bebouwing, een bestaande gebruiksactiviteit of een bestaande omvang, wordt verstaan: a. datgeen wat het omgevingsplan op het moment van inwerkingtreding rechtstreeks toestaat, met inbegrip van datgene wat nadien wordt toegestaan op grond van een besluit van de gemeente als direct gevolg van een onherroepelijke uitspraak van een bestuursrechter; en b. datgeen waarvan handhaving wegens strijdigheid niet meer mogelijk is.
Artikel 6.5Maatwerkvoorschriften
1 Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld, of een vergunningsvoorschrift als bedoeld in artikel 4.5 van de wet kan aan een omgevingsvergunning als bedoeld in dit hoofdstuk worden verbonden, over de regels over activiteiten in dit hoofdstuk, tenzij anders is bepaald.
2 Met een maatwerkvoorschrift of vergunningvoorschrift kan worden afgeweken van de regels over activiteiten in dit hoofdstuk, tenzij anders is bepaald of hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, danwel de instructieregels uit de provinciale omgevingsverordening zich daartegen verzetten.
3 Een maatwerkvoorschrift wordt niet gesteld als over dat onderwerp een voorschrift aan een omgevingsvergunning als bedoeld in dit hoofdstuk kan worden verbonden.
4 Het eerste lid en tweede lid gelden niet voor zover het stellen van maatwerkvoorschriften is uitgesloten in het Besluit activiteiten leefomgeving.
5 Bij het stellen van een maatwerkvoorschrift over de regels in dit hoofdstuk worden de doelen met het oog waarop de regels in de betreffende afdeling of paragraaf zijn gesteld, in acht genomen.
Artikel 6.6Specifieke zorgplicht
Degene die een activiteit verricht als bedoeld in dit hoofdstuk en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de oogmerken, met het oog waarop de regels in de betreffende afdeling of paragraaf zijn gesteld, is verplicht: a. alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b. voor zover deze niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten, voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.
Artikel 6.7Algemene gegevens bij het verstrekken van gegevens en bescheiden
Als gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders, worden die ondertekend en voorzien van: a. de aanduiding van de activiteit; b. de naam en het adres van degene die de activiteit verricht; c. het adres waarop de activiteit wordt verricht; en d. de dagtekening.
Afdeling 6.2
Waarden bij activiteiten
Paragraaf 6.2.1
Bodemgevoelig gebouw bouwen, wijzigen of toevoegen
Paragraaf 6.2.2
Kwetsbaar gebouw of locatie aanleggen, bouwen, wijzigen of toevoegen
Artikel 6.8Toepassingsbereik
Deze paragraaf is van toepassing op het aanleggen, bouwen, wijzigen of toevoegen van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties binnen het: a. aandachtsgebied plaatsgebonden risicocontour.
Artikel 6.9Aanwijzing verbod
Het is verboden zeer kwetsbare gebouwen te bouwen in het aandachtsgebied plaatsgebonden risicocontour.
Artikel 6.10Aanwijzing vergunningplicht
Het is verboden zonder omgevingsvergunning kwetsbare en/of beperkt kwetsbare gebouwen te bouwen of een beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties aan te leggen danwel toe te voegen binnen het aandachtsgebied plaatsgebonden risicocontour.
Artikel 6.11Beoordelingsregels vergunningplicht
De omgevingsvergunning voor het aanleggen, bouwen, wijzigen of toevoegen van kwetsbare en/of beperkt kwetsbare gebouwen of locaties wordt alleen verleend als: a. voldaan wordt aan de normen die gelden voor het plaatsgebonden risico; b. de hoogte van het plaatsgebonden risico in verhouding staat tot het met het beperkt kwetsbare gebouw of locatie te dienen belang; c. maatregelen zijn getroffen ter bescherming van personen in de gebouwen en op de locaties.
Artikel 6.12Aanvraagvereisten vergunningplicht
Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het aanleggen, bouwen, wijzigen of toevoegen van kwetsbare gebouwen of locaties worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een verantwoording van het groepsrisico, waarbij ten minste wordt ingegaan op maatregelen die worden getroffen of die zijn overwogen ter bescherming van personen.
Paragraaf 6.2.3
Geluidsgevoelig gebouw of locatie aanleggen, bouwen, wijzigen of toevoegen
Artikel 6.13Toepassingsbereik
Deze paragraaf is van toepassing op het aanleggen, bouwen, wijzigen of toevoegen van een geluidsgevoelig gebouw of geluidsgevoelige locatie binnen het: a. geluidsaandachtsgebied weg 0-50 meter; b. geluidsaandachtsgebied weg 50-100 meter; c. aandachtsgebied industrielawaai.
Artikel 6.14Waar waarden gelden
Standaardwaarden en grenswaarden voor geluid gelden: a. op een geluidsgevoelig gebouw, anders dan een woonschip of woonwagen:
Artikel 6.15Aanwijzing verbod
Het is verboden binnen het geluidsaandachtsgebied weg 0-50 meter een geluidsgevoelig gebouw te bouwen of locatie op te richten.
Artikel 6.16Aanwijzing vergunningplicht
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een geluidsgevoelig gebouw of locatie aan te leggen, te bouwen of toe te voegen binnen het geluidsaandachtsgebied weg 50-100 meter en het aandachtsgebied industrielawaai.
Artikel 6.17Beoordelingsregels vergunningplicht
De omgevingsvergunning voor het aanleggen, bouwen of toevoegen van een geluidsgevoelig gebouw of locatie wordt alleen verleend na schriftelijk advies te hebben ingewonnen bij de beheerder of deskundige partij.
Artikel 6.18Aanvraagvereisten vergunningplicht
Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het aanleggen, bouwen, wijzigen of toevoegen van een geluidsgevoelig gebouw of locatie worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een akoestisch rapport waaruit de mate van geluidbelasting op het geluidsgevoelige gebouw of locatie blijkt; b. indien nodig in verband met een overschrijding van de standaardwaarde, inzicht wordt gegeven in maatregelen die worden genomen met het oog op de bescherming van de gezondheid.
Paragraaf 6.2.4
Geurgevoelig gebouw bouwen, wijzigen of toevoegen
Afdeling 6.3
Aanlegactiviteiten
Paragraaf 6.3.1
Algemene bepalingen aanlegactiviteiten
Artikel 6.19Toepassingsbereik
1 Deze afdeling is van toepassing op het aanleggen van werken en het verrichten van werkzaamheden.
2 Onverminderd afdeling 6.4 is deze afdeling onverkort van toepassing op de aangewezen activiteiten als die plaatsvinden in het kader van het realiseren van een bouwwerk.
Artikel 6.20Algemene regels aanlegactiviteiten
Het aanleggen van werken en het verrichten van werkzaamheden als bedoeld in deze afdeling mogen worden uitgevoerd als de activiteiten: a. van ondergeschikte betekenis zijn, dan wel behoren tot het normale onderhoud; b. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; of c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit regelonderdeel.
Artikel 6.21Algemene aanvraagvereisten aanlegactiviteiten
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het aanleggen van werken en het verrichten van werkzaamheden worden gegevens en bescheiden verstrekt over: a. de te gebruiken materialen; b. de mate waarin sprake is van afvoer van grond naar een andere locatie; en c. de aanwezigheid van obstakels die in de weg staan aan het verrichten van de activiteit.
Paragraaf 6.3.2
Werken en werkzaamheden - werkzaamheden met landschapselementen, (erf)beplanting, landschappelijke inpassing en water en waterhuishoudkundige voorzieningen Subparagraaf 6.3.2.1 Landschappelijke inpassing aanleggen, in stand houden of verwijderen
Artikel 6.22Toepassingsbereik
Deze subparagraaf is van toepassing op het aanleggen, in stand houden of verwijderen van gebiedseigen (erf)beplanting ten behoeve van de landschappelijke inpassing van de omliggende functies, gebouwen en/of verhardingen binnen de locatie landschappelijke inpassing.
Artikel 6.23Aanwijzing gebod
Binnen de locatie landschappelijke inpassing moet de gebiedseigen (erf)beplanting ten behoeve van de landschappelijke inpassing van de omliggende functies, gebouwen en/of verhardingen, overeenkomstig de landschappelijke inpassingsplannen zoals opgenomen in de onderstaande tabel, worden aangelegd binnen de aangegeven termijn en als dusdanig in stand gehouden.
Landschappelijke inpassing Locatieomschrijving Bijlage bij de regeling Uiterlijke uitvoeringsdatum Berkeindje 5, 5A, 7, 7B, 9A en Vaarsehoefweg 31 Bijlage 1 7 augustus 2026 Berkeindje 9 Bijlage 2 7 augustus 2026 Boomen 13 Bijlage 3 7 augustus 2026 Bulterweg 7 Bijlage 4 7 augustus 2026 De Wertstraat 1 Bijlage 5 7 augustus 2026 De Wertstraat 15 Bijlage 6 7 augustus 2026 De Wertstraat 20 Bijlage 7 7 augustus 2026 Hanekampweg 15 en 17 Bijlage 8 7 augustus 2026 Heesterdijk 2 Bijlage 9 7 augustus 2026 Heesterdijk 8 Bijlage 10 7 augustus 2026 Heesterdijk 11 Bijlage 11 7 augustus 2026 Heesterdijk 13 Bijlage 12 7 augustus 2026 Heesvenstraat 21-21A Bijlage 13 7 augustus 2026 Heieind 10 en 10A Bijlage 14 7 augustus 2026 Heieind 12 Bijlage 15 7 augustus 2026 Heiveldsestraat 14 Bijlage 16 7 augustus 2026 Heiveldsestraat 21 Bijlage 17 7 augustus 2026 Hogeweg 54 Bijlage 18 7 augustus 2026 Hoijserstraat 17 Bijlage 19 7 augustus 2026 Hoijserstraat 19 Bijlage 20 7 augustus 2026 Hoolstraat 6 Bijlage 21 7 augustus 2026 Houtbroekdijk 6 Bijlage 22 7 augustus 2026 Houtbroekdijk 18-18A-20 Bijlage 23 7 augustus 2026 Houtbroekdijk 25 Bijlage 24 7 augustus 2026 Houtbroekdijk 27 Bijlage 25 7 augustus 2026 Houtbroekdijk 28 Bijlage 26 7 augustus 2026 Houtbroekdijk 29 Bijlage 27 7 augustus 2026 Houtbroekdijk 30 Bijlage 28 7 augustus 2026 Houtbroekdijk 32 Bijlage 29 7 augustus 2026 Houtbroekstraat 6-8 Bijlage 30 7 augustus 2026 Houtbroekstraat 9 Bijlage 31 7 augustus 2026 Kouterstraat 7 Bijlage 32 7 augustus 2026 Kouterstraat 11 Bijlage 33 7 augustus 2026 Laan ten Boomen 29 Bijlage 34 7 augustus 2026 Laan ten Boomen 30 Bijlage 35 7 augustus 2026 Lieropsedijk 66 Bijlage 36 7 augustus 2026 Lieropsedijk 68 Bijlage 37 7 augustus 2026 Lierposedijk 70 Bijlage 38 7 augustus 2026 Meervensedijk 8 Bijlage 39 7 augustus 2026 Meervensedijk 9 Bijlage 40 7 augustus 2026 Meervensedijk 15 Bijlage 41 7 augustus 2026 Moorsel 1 Bijlage 42 7 augustus 2026 Moorsel 3-3A Bijlage 43 7 augustus 2026 Moorsel 7 Bijlage 44 7 augustus 2026 Otterdijk 8 Bijlage 45 7 augustus 2026 Otterdijkseweg 1 Bijlage 46 7 augustus 2026 Slievenstraat 36 Bijlage 47 7 augustus 2026 Slievenstraat 44 Bijlage 48 7 augustus 2026 Slievenstraat 46 Bijlage 49 7 augustus 2026 Slievenstraat 52 Bijlage 50 7 augustus 2026 Slievenstraat 64 Bijlage 51 7 augustus 2026 Slievenstraat 68 Bijlage 52 7 augustus 2026 Slievenstraat 70 Bijlage 53 7 augustus 2026 Slievenstraat 72 Bijlage 54 7 augustus 2026 Somerenseweg 40 Bijlage 55 7 augustus 2026 Vaarsehoef 3-5 Bijlage 56 7 augustus 2026 Vaarsehoefweg 31 Bijlage 57 7 augustus 2026 Vaarsehoefweg 33-33Z Bijlage 58 7 augustus 2026 Varendonkweg 2 Bijlage 59 7 augustus 2026 Varendonkweg 7
Bijlage 60 21 november 2026 Varendonkweg 14 Bijlage 61 7 augustus 2026
Artikel 6.24Aanwijzing vergunningplicht
Het is verboden zonder omgevingsvergunning: a. erfbeplanting, landschappelijke inpassing en voorzieningen ten behoeve van hydrologisch neutraal bouwen en/of gebruiken te verwijderen, overeenkomstig de landschappelijke inpassingsplannen zoals opgenomen in de tabel in artikel 6.23: b. (half)verhardingen aan te leggen.
Artikel 6.25Uitzondering vergunningplicht
Het verbod, bedoeld in artikel 6.24, geldt niet voor activiteiten die zijn toegestaan op grond van artikel 6.20.
Artikel 6.26Beoordelingsregels vergunningplicht
De omgevingsvergunning voor het verwijderen voorzieningen en maatregelen die onderdeel uitmaken van de landschappelijk inpassing, danwel het aanleggen van (half)verharding wordt alleen verleend als: a. het uitvoeren van deze werken en/of werkzaamheden geen onevenredige afbreuk doet aan de waarden en de kwaliteiten van de desbetreffende gronden in zijn algemeenheid en specifiek zoals omschreven in het Beeldkwaliteitsplan Buitengebied 2022 dat op 3 november 2022 door de raad is vastgesteld, of hierop volgende herzieningen; b. de werken en/of werkzaamheden zijn opgenomen in een aangepast landschappelijk inpassingsplan dat kwalitatief en kwantitatief gelijk gesteld kan worden met het oorspronkelijke landschappelijk inpassingsplan, en als dusdanig is goedgekeurd door het bevoegd gezag; en c. het aangepaste landschappelijk inpassingsplan als voorwaardelijke bepaling en instandhoudingsverplichting wordt opgenomen in de omgevingsvergunning.
Subparagraaf 6.3.2.2 Wadi en waterhuishoudkundige voorzieningen aanleggen, in stand houden of verwijderen
Artikel 6.27Toepassingsbereik
Deze subparagraaf is van toepassing op het aanleggen, in stand houden of verwijderen van een wadi en waterhuishoudkundige voorzieningen ten behoeve van waterberging binnen de locatie water en waterhuishoudkundige voorzieningen.
Artikel 6.28Aanwijzing gebod
Binnen de locatie water en waterhuishoudkundige voorzieningen moeten de waterinfiltratievoorziening (wadi) en waterhuishoudkundige voorzieningen ten behoeve van waterberging worden aangelegd en als dusdanig in stand worden gehouden.
Artikel 6.29Aanwijzing vergunningplicht
Het is verboden zonder omgevingsvergunning wadi's en waterhuishoudkundige voorzieningen ten behoeve van waterberging te verwijderen.
Artikel 6.30Uitzondering vergunningplicht
Het verbod, bedoeld in artikel 6.29, geldt niet voor activiteiten die zijn toegestaan op grond van artikel 6.20.
Artikel 6.31Beoordelingsregels vergunningplicht
De omgevingsvergunning voor het verwijderen van wadi's en waterhuishoudkundige voorzieningen wordt alleen verleend als is aangetoond dat het watersysteem niet onevenredig wordt geschaad.
Subparagraaf 6.3.2.3 Landschapselementen verwijderen
Artikel 6.32Toepassingsbereik
Deze subparagraaf is van toepassing op het verwijderen van landschapselementen binnen: a. primaire groenstructuur; b. abiotisch waardevol gebied; c. landschappelijk waardevol gebied; d. ecologische waardevol gebied; of e. de gebiedsaanwijzing groenblauwe waarden.
Artikel 6.33Aanwijzing vergunningplicht
Het is verboden zonder omgevingsvergunning landschapselementen te verwijderen.
Artikel 6.34Uitzondering vergunningplicht
Het verbod, bedoeld in artikel 6.33, geldt niet voor activiteiten die zijn toegestaan op grond van artikel 6.20.
Artikel 6.35Beoordelingsregels vergunningplicht
De omgevingsvergunning voor het verwijderen van landschapselementen wordt alleen verleend als het uitvoeren van de werken en/of werkzaamheden: a. verband houden met de doeleinden, die aan de gronden zijn toegekend; b. geen onevenredige afbreuk doet aan de waarden en de kwaliteiten van de desbetreffende gronden en de mogelijkheden voor herstel van deze waarden en kwaliteiten niet onevenredig verkleind; en c. is geborgd dat er landschapselementen met eenzelfde oppervlakte worden terug geplant, ter vervanging van de te verwijderen elementen binnen de 'primaire groenstructuur'.
Subparagraaf 6.3.2.4 Gewassen en beplanting verwijderen
Artikel 6.36Toepassingsbereik
Deze subparagraaf is van toepassing op het verwijderen van gewassen en beplanting, anders dan landschapselementen, binnen het Natuur Netwerk Brabant.
Artikel 6.37Aanwijzing vergunningplicht
Het is verboden zonder omgevingsvergunning gewassen en beplanting te verwijderen.
Artikel 6.38Uitzondering vergunningplicht
Het verbod, bedoeld in artikel 6.37, geldt niet voor activiteiten die zijn toegestaan op grond van artikel 6.20.
Artikel 6.39Beoordelingsregels vergunningplicht
Een omgevingsvergunning voor het verwijderen van gewassen en planting wordt alleen verleend als het uitvoeren van deze werken en/of werkzaamheden geen onevenredige afbreuk doet aan de waarden en de kwaliteiten van het Natuur Netwerk Brabant.
Subparagraaf 6.3.2.5 Diepwortelende beplanting aanbrengen
Artikel 6.40Toepassingsbereik
Deze subparagraaf is van toepassing op het aanbrengen van diepwortelende beplanting binnen: a. beperkingengebied buisleiding - gas b. beperkingengebied buisleiding - riool; of c. archeologisch waardevol gebied - 1, archeologisch waardevol gebied - 2, archeologisch waardevol gebied - 3, archeologisch waardevol gebied - 4 of archeologisch waardevol gebied - 5.
Artikel 6.41Aanwijzing vergunningplicht
Het is verboden zonder omgevingsvergunning diepwortelende beplanting aan te brengen.
Artikel 6.42Uitzondering vergunningplicht
1 Het verbod, bedoeld in artikel 6.41, geldt niet voor activiteiten die zijn toegestaan op grond van artikel 6.20.
2 Het verbod, bedoeld in artikel 6.41 geldt niet voor activiteiten die: a.