Officiële bronnenwetten.overheid.nl · EUR-Lex
Europaius

Omgevingsplan gemeente Someren (Someren)

Waar gaat deze regeling over?

Dit omgevingsplan van de gemeente Someren stelt regels en doelen vast voor de fysieke leefomgeving, gericht op een evenwichtige ontwikkeling en bescherming van diverse aspecten zoals wonen, natuur, veiligheid en gezondheid. Het plan beschrijft welke functies en activiteiten zijn toegestaan in verschillende gebieden en welke specifieke regels gelden voor bepaalde zones.

Voor wie: Inwoners, bedrijven en organisaties die activiteiten uitvoeren of plannen hebben in de gemeente Someren; Iedereen die te maken heeft met de inrichting, het gebruik en het beheer van de fysieke leefomgeving in Someren.

In één oogopslag

Land
Nederland
Rechtsgebied
Gezondheids- en farmaceutisch recht
Artikelen
885
Bron
cvdr.overheid.nl
Tekst opgehaald op
Uitleg bijgewerkt op

Wat regelt deze regeling?

  • De doelen voor de fysieke leefomgeving in de gemeente Someren, zoals het beschermen van een goed woon- en leefklimaat en het waarborgen van de veiligheid.
  • De aanwijzing van verschillende gebiedstypen, waaronder natuurgebied en landelijk gebied, met elk hun eigen specifieke doelen en toegestane functies.
  • De aanwijzing van beperkingengebieden, zoals rond buisleidingen (gas en riool) en waterkeringen, met specifieke regels voor activiteiten binnen deze zones.
  • De toepassing van begripsbepalingen uit dit omgevingsplan en uit landelijke wetgeving zoals de Omgevingswet.

Voor wie geldt deze regeling?

  • Inwoners, bedrijven en organisaties die activiteiten uitvoeren of plannen hebben in de gemeente Someren.
  • Iedereen die te maken heeft met de inrichting, het gebruik en het beheer van de fysieke leefomgeving in Someren.

Wat zijn de kernpunten?

  • Het omgevingsplan heeft als algemeen doel een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en het beschermen van een goed woon- en leefklimaat.
  • Binnen een "natuurgebied" zijn functies zoals agrarisch bedrijf, natuur, recreatie en wonen toegestaan, met als doel onder andere het vergroten van de landschappelijke kwaliteit.
  • Binnen een "landelijk gebied" zijn functies zoals agrarisch bedrijf, bedrijf, horeca, maatschappelijk, natuur, nutsvoorziening, openbaar gebied, recreatie, sport, veehouderij, water en wonen toegestaan, met als doel onder andere het bevorderen van een duurzame agrarische sector.
  • In "beperkingengebieden" rond buisleidingen (gas en riool) en waterkeringen gelden specifieke regels voor activiteiten zoals het aanbrengen van diepwortelende beplanting, het verlagen of ophogen van de bodem, en het aanleggen van oppervlakteverhardingen, om de instandhouding en bescherming van deze voorzieningen te waarborgen.

Gezondheids- en farmaceutisch recht

8

Gezondheids- en farmaceutisch recht

Wettekst

Wettekst
Inhoudsopgave (885)
  1. Artikel 1.1
  2. Artikel 2.1
  3. § 4.1
  4. Artikel 4.1
  5. Artikel 4.2
  6. Artikel 4.3
  7. Artikel 4.4
  8. Artikel 4.5
  9. Artikel 4.6
  10. § 4.2
  11. Artikel 4.7
  12. Artikel 4.8
  13. Artikel 4.9
  14. Artikel 4.10
  15. Artikel 4.11
  16. Artikel 4.12
  17. Artikel 4.13
  18. Artikel 4.14
  19. Artikel 4.15
  20. Artikel 4.16
  21. Artikel 4.17
  22. Artikel 4.18
  23. Artikel 4.19
  24. Artikel 4.20
  25. Artikel 4.21
  26. § 4.3
  27. Artikel 4.22
  28. Artikel 4.23
  29. Artikel 4.24
  30. Artikel 4.25
  31. Artikel 4.26
  32. Artikel 4.27
  33. Artikel 4.28
  34. Artikel 4.29
  35. Artikel 4.30
  36. Artikel 4.31
  37. Artikel 4.32
  38. Artikel 4.33
  39. Artikel 4.34
  40. Artikel 4.35
  41. Artikel 4.36
  42. Artikel 4.37
  43. Artikel 4.38
  44. Artikel 4.39
  45. Artikel 4.40
  46. Artikel 4.41
  47. Artikel 4.42
  48. Artikel 4.43
  49. Artikel 4.44
  50. Artikel 4.45
  51. Artikel 4.46
  52. Artikel 4.47
  53. Artikel 4.48
  54. Artikel 4.49
  55. Artikel 4.50
  56. Artikel 4.51
  57. Artikel 4.52
  58. Artikel 4.53
  59. Artikel 4.54
  60. Artikel 4.55
  61. Artikel 4.56
  62. Artikel 4.57
  63. Artikel 4.58
  64. Artikel 4.59
  65. Artikel 4.60
  66. Artikel 4.61
  67. Artikel 4.62
  68. Artikel 4.63
  69. Artikel 4.64
  70. Artikel 4.65
  71. Artikel 4.66
  72. Artikel 4.67
  73. Artikel 4.68
  74. Artikel 4.69
  75. Artikel 4.70
  76. Artikel 4.71
  77. Artikel 4.72
  78. Artikel 4.73
  79. Artikel 4.74
  80. Artikel 4.75
  81. Artikel 4.76
  82. Artikel 4.77
  83. Artikel 4.78
  84. Artikel 4.79
  85. Artikel 4.80
  86. Artikel 4.81
  87. Artikel 4.82
  88. Artikel 4.83
  89. Artikel 4.84
  90. Artikel 4.85
  91. Artikel 4.86
  92. Artikel 4.87
  93. Artikel 4.88
  94. Artikel 4.89
  95. Artikel 4.90
  96. Artikel 4.91
  97. Artikel 4.92
  98. Artikel 4.93
  99. Artikel 4.94
  100. Artikel 4.95
  101. Artikel 4.96
  102. Artikel 4.97
  103. Artikel 4.98
  104. Artikel 4.99
  105. Artikel 4.100
  106. Artikel 4.101
  107. Artikel 4.102
  108. Artikel 4.103
  109. Artikel 4.104
  110. Artikel 4.105
  111. Artikel 4.106
  112. Artikel 4.107
  113. Artikel 4.108
  114. Artikel 4.109
  115. Artikel 4.110
  116. Artikel 4.111
  117. Artikel 4.112
  118. Artikel 4.113
  119. Artikel 4.114
  120. Artikel 5.1
  121. Artikel 5.2
  122. Artikel 5.3
  123. Artikel 5.4
  124. Artikel 5.5
  125. Artikel 5.6
  126. Artikel 5.7
  127. Artikel 5.8
  128. Artikel 5.9
  129. Artikel 5.10
  130. Artikel 5.11
  131. Artikel 5.12
  132. Artikel 5.13
  133. Artikel 5.14
  134. Artikel 5.15
  135. Artikel 5.16
  136. Artikel 5.17
  137. Artikel 5.18
  138. Artikel 5.19
  139. Artikel 5.20
  140. Artikel 5.21
  141. Artikel 5.22
  142. Artikel 5.23
  143. Artikel 5.24
  144. Artikel 5.25
  145. Artikel 5.26
  146. Artikel 5.27
  147. Artikel 5.28
  148. Artikel 5.29
  149. Artikel 5.30
  150. Artikel 5.31
  151. Artikel 5.32
  152. Artikel 5.33
  153. Artikel 5.34
  154. Artikel 5.35
  155. Artikel 5.36
  156. Artikel 5.37
  157. Artikel 5.38
  158. Artikel 5.39
  159. Artikel 5.40
  160. Artikel 5.41
  161. Artikel 5.42
  162. Artikel 5.43
  163. Artikel 5.44
  164. Artikel 5.45
  165. Artikel 5.46
  166. Artikel 5.47
  167. Artikel 5.48
  168. Artikel 5.49
  169. Artikel 5.50
  170. Artikel 5.51
  171. Artikel 5.52
  172. Artikel 5.53
  173. Artikel 5.54
  174. Artikel 5.55
  175. Artikel 5.56
  176. Artikel 5.57
  177. Artikel 5.58
  178. Artikel 5.59
  179. Artikel 5.60
  180. Artikel 5.61
  181. Artikel 5.62
  182. Artikel 5.63
  183. Artikel 5.64
  184. Artikel 5.65
  185. Artikel 5.66
  186. Artikel 5.67
  187. Artikel 5.68
  188. Artikel 5.69
  189. Artikel 5.70
  190. Artikel 5.71
  191. Artikel 5.72
  192. Artikel 5.73
  193. Artikel 5.74
  194. Artikel 5.75
  195. Artikel 5.76
  196. Artikel 5.77
  197. Artikel 5.78
  198. Artikel 6.1
  199. Artikel 6.2
  200. Artikel 6.3
  201. Artikel 6.4
  202. Artikel 6.5
  203. Artikel 6.6
  204. Artikel 6.7
  205. Artikel 6.8
  206. Artikel 6.9
  207. Artikel 6.10
  208. Artikel 6.11
  209. Artikel 6.12
  210. Artikel 6.13
  211. Artikel 6.14
  212. Artikel 6.15
  213. Artikel 6.16
  214. Artikel 6.17
  215. Artikel 6.18
  216. Artikel 6.19
  217. Artikel 6.20
  218. Artikel 6.21
  219. Artikel 6.22
  220. Artikel 6.23
  221. Artikel 6.24
  222. Artikel 6.25
  223. Artikel 6.26
  224. Artikel 6.27
  225. Artikel 6.28
  226. Artikel 6.29
  227. Artikel 6.30
  228. Artikel 6.31
  229. Artikel 6.32
  230. Artikel 6.33
  231. Artikel 6.34
  232. Artikel 6.35
  233. Artikel 6.36
  234. Artikel 6.37
  235. Artikel 6.38
  236. Artikel 6.39
  237. Artikel 6.40
  238. Artikel 6.41
  239. Artikel 6.42
  240. Artikel 6.43
  241. Artikel 6.44
  242. Artikel 6.45
  243. Artikel 6.46
  244. Artikel 6.47
  245. Artikel 6.48
  246. Artikel 6.49
  247. Artikel 6.50
  248. Artikel 6.51
  249. Artikel 6.52
  250. Artikel 6.53
  251. Artikel 6.54
  252. Artikel 6.55
  253. Artikel 6.56
  254. Artikel 6.57
  255. Artikel 6.58
  256. Artikel 6.59
  257. Artikel 6.60
  258. Artikel 6.61
  259. Artikel 6.62
  260. Artikel 6.63
  261. Artikel 6.64
  262. Artikel 6.65
  263. Artikel 6.66
  264. Artikel 6.67
  265. Artikel 6.68
  266. Artikel 6.69
  267. Artikel 6.70
  268. Artikel 6.71
  269. Artikel 6.72
  270. Artikel 6.73
  271. Artikel 6.74
  272. Artikel 6.75
  273. Artikel 6.76
  274. Artikel 6.77
  275. Artikel 6.78
  276. Artikel 6.79
  277. Artikel 6.80
  278. Artikel 6.81
  279. Artikel 6.82
  280. Artikel 6.83
  281. Artikel 6.84
  282. Artikel 6.85
  283. Artikel 6.86
  284. Artikel 6.87
  285. Artikel 6.88
  286. Artikel 6.89
  287. Artikel 6.90
  288. Artikel 6.91
  289. Artikel 6.92
  290. Artikel 6.93
  291. Artikel 6.94
  292. Artikel 6.95
  293. Artikel 6.96
  294. Artikel 6.97
  295. Artikel 6.98
  296. Artikel 6.99
  297. Artikel 6.100
  298. Artikel 6.101
  299. Artikel 6.102
  300. Artikel 6.103
  301. Artikel 6.104
  302. Artikel 6.105
  303. Artikel 6.106
  304. Artikel 6.107
  305. Artikel 6.108
  306. Artikel 6.109
  307. Artikel 6.110
  308. Artikel 6.111
  309. Artikel 6.112
  310. Artikel 6.113
  311. Artikel 6.114
  312. Artikel 6.115
  313. Artikel 6.116
  314. Artikel 6.117
  315. Artikel 6.118
  316. Artikel 6.119
  317. Artikel 6.120
  318. Artikel 6.121
  319. Artikel 6.122
  320. Artikel 6.123
  321. Artikel 6.124
  322. Artikel 6.125
  323. Artikel 6.126
  324. Artikel 6.127
  325. Artikel 6.128
  326. Artikel 6.129
  327. Artikel 6.130
  328. Artikel 6.131
  329. Artikel 6.132
  330. Artikel 6.133
  331. Artikel 6.134
  332. Artikel 6.135
  333. Artikel 6.136
  334. Artikel 6.137
  335. Artikel 6.138
  336. Artikel 6.139
  337. Artikel 6.140
  338. Artikel 6.141
  339. Artikel 6.142
  340. Artikel 6.143
  341. Artikel 6.144
  342. Artikel 6.145
  343. Artikel 6.146
  344. Artikel 6.147
  345. Artikel 6.148
  346. Artikel 6.149
  347. Artikel 6.150
  348. Artikel 6.151
  349. Artikel 6.152
  350. Artikel 6.153
  351. Artikel 6.154
  352. Artikel 6.155
  353. Artikel 6.156
  354. Artikel 6.157
  355. Artikel 6.158
  356. Artikel 6.159
  357. Artikel 6.160
  358. Artikel 6.161
  359. Artikel 6.162
  360. Artikel 6.163
  361. Artikel 6.164
  362. Artikel 6.165
  363. Artikel 6.166
  364. Artikel 6.167
  365. Artikel 6.168
  366. Artikel 6.169
  367. Artikel 6.170
  368. Artikel 6.171
  369. Artikel 6.172
  370. Artikel 6.173
  371. Artikel 6.174
  372. Artikel 6.175
  373. Artikel 6.176
  374. Artikel 6.177
  375. Artikel 6.178
  376. Artikel 6.179
  377. Artikel 6.180
  378. Artikel 6.181
  379. Artikel 6.182
  380. Artikel 6.183
  381. Artikel 6.184
  382. Artikel 6.185
  383. Artikel 6.186
  384. Artikel 6.187
  385. Artikel 6.188
  386. Artikel 6.189
  387. Artikel 6.190
  388. Artikel 6.191
  389. Artikel 6.192
  390. Artikel 6.193
  391. Artikel 6.194
  392. Artikel 6.195
  393. Artikel 6.196
  394. Artikel 6.197
  395. Artikel 6.198
  396. Artikel 6.199
  397. Artikel 6.200
  398. Artikel 6.201
  399. Artikel 6.202
  400. Artikel 6.203
  401. Artikel 6.204
  402. Artikel 6.205
  403. Artikel 6.206
  404. Artikel 6.207
  405. Artikel 6.208
  406. Artikel 6.209
  407. Artikel 6.210
  408. Artikel 6.211
  409. Artikel 6.212
  410. Artikel 6.213
  411. Artikel 6.214
  412. Artikel 6.215
  413. Artikel 6.216
  414. Artikel 6.217
  415. Artikel 6.218
  416. Artikel 6.219
  417. Artikel 6.220
  418. Artikel 6.221
  419. Artikel 6.222
  420. Artikel 6.223
  421. Artikel 6.224
  422. Artikel 6.225
  423. Artikel 6.226
  424. Artikel 6.227
  425. Artikel 6.228
  426. Artikel 6.229
  427. Artikel 6.230
  428. Artikel 6.231
  429. Artikel 6.232
  430. Artikel 6.233
  431. Artikel 6.234
  432. Artikel 6.235
  433. Artikel 6.236
  434. Artikel 6.237
  435. Artikel 6.238
  436. Artikel 6.239
  437. Artikel 6.240
  438. Artikel 6.241
  439. Artikel 6.242
  440. Artikel 6.243
  441. Artikel 6.244
  442. Artikel 6.245
  443. Artikel 6.246
  444. Artikel 6.247
  445. Artikel 6.248
  446. Artikel 6.249
  447. Artikel 6.250
  448. Artikel 6.251
  449. Artikel 6.252
  450. Artikel 6.253
  451. Artikel 6.254
  452. Artikel 6.255
  453. Artikel 6.256
  454. Artikel 6.257
  455. Artikel 6.258
  456. Artikel 6.259
  457. Artikel 6.260
  458. Artikel 6.261
  459. Artikel 6.262
  460. Artikel 6.263
  461. Artikel 6.264
  462. Artikel 6.265
  463. Artikel 6.266
  464. Artikel 6.267
  465. Artikel 6.268
  466. Artikel 6.269
  467. Artikel 6.270
  468. Artikel 6.271
  469. Artikel 6.272
  470. Artikel 6.273
  471. Artikel 6.274
  472. Artikel 6.275
  473. Artikel 6.276
  474. Artikel 6.277
  475. Artikel 6.278
  476. Artikel 6.279
  477. Artikel 6.280
  478. Artikel 6.281
  479. Artikel 6.282
  480. Artikel 6.283
  481. Artikel 6.284
  482. Artikel 6.285
  483. Artikel 6.286
  484. Artikel 6.287
  485. Artikel 6.288
  486. Artikel 6.289
  487. Artikel 6.290
  488. Artikel 6.291
  489. Artikel 6.292
  490. Artikel 6.293
  491. Artikel 6.294
  492. Artikel 6.295
  493. Artikel 6.296
  494. Artikel 6.297
  495. Artikel 6.298
  496. Artikel 6.299
  497. Artikel 6.300
  498. Artikel 6.301
  499. Artikel 6.302
  500. Artikel 6.303
  501. Artikel 6.304
  502. Artikel 6.305
  503. Artikel 6.306
  504. Artikel 6.307
  505. Artikel 6.308
  506. Artikel 6.309
  507. Artikel 6.310
  508. Artikel 6.311
  509. Artikel 6.312
  510. Artikel 6.313
  511. Artikel 6.314
  512. Artikel 6.315
  513. Artikel 6.316
  514. Artikel 6.317
  515. Artikel 6.318
  516. Artikel 6.319
  517. Artikel 6.320
  518. Artikel 6.321
  519. Artikel 6.322
  520. Artikel 6.323
  521. Artikel 6.324
  522. Artikel 6.325
  523. Artikel 6.326
  524. Artikel 6.327
  525. Artikel 6.328
  526. Artikel 6.329
  527. Artikel 6.330
  528. Artikel 6.331
  529. Artikel 6.332
  530. Artikel 6.333
  531. Artikel 6.334
  532. Artikel 6.335
  533. Artikel 6.336
  534. Artikel 6.337
  535. Artikel 6.338
  536. Artikel 6.339
  537. Artikel 6.340
  538. Artikel 6.341
  539. Artikel 6.342
  540. Artikel 6.343
  541. Artikel 6.344
  542. Artikel 6.345
  543. Artikel 6.346
  544. Artikel 6.347
  545. Artikel 6.348
  546. Artikel 6.349
  547. Artikel 6.350
  548. Artikel 6.351
  549. Artikel 6.352
  550. Artikel 6.353
  551. Artikel 6.354
  552. Artikel 6.355
  553. Artikel 6.356
  554. Artikel 6.357
  555. Artikel 6.358
  556. Artikel 6.359
  557. Artikel 6.360
  558. Artikel 6.361
  559. Artikel 6.362
  560. Artikel 6.363
  561. Artikel 6.364
  562. Artikel 6.365
  563. Artikel 6.366
  564. Artikel 6.367
  565. Artikel 6.368
  566. Artikel 6.369
  567. Artikel 6.370
  568. Artikel 6.371
  569. Artikel 6.372
  570. Artikel 6.373
  571. Artikel 6.374
  572. Artikel 6.375
  573. Artikel 12.1
  574. Artikel 12.2
  575. Artikel 12.3
  576. Artikel 12.4
  577. Artikel 12.5
  578. Artikel 22.1
  579. Artikel 22.2
  580. Artikel 22.3
  581. Artikel 22.4
  582. Artikel 22.5
  583. Artikel 22.6
  584. Artikel 22.7
  585. Artikel 22.8
  586. Artikel 22.9
  587. Artikel 22.10
  588. Artikel 22.11
  589. Artikel 22.12
  590. Artikel 22.13
  591. Artikel 22.14
  592. Artikel 22.15
  593. Artikel 22.16
  594. Artikel 22.17
  595. Artikel 22.18
  596. Artikel 22.19
  597. Artikel 22.20
  598. Artikel 22.21
  599. Artikel 22.22
  600. Artikel 22.23
  601. Artikel 22.24
  602. Artikel 22.25
  603. Artikel 22.26
  604. Artikel 22.27
  605. Artikel 22.28
  606. Artikel 22.29
  607. Artikel 22.30
  608. Artikel 22.31
  609. Artikel 22.32
  610. Artikel 22.33
  611. Artikel 22.34
  612. Artikel 22.35
  613. Artikel 22.36
  614. Artikel 22.37
  615. Artikel 22.38
  616. Artikel 22.39
  617. Artikel 22.40
  618. Artikel 22.41
  619. Artikel 22.42
  620. Artikel 22.43
  621. Artikel 22.44
  622. Artikel 22.45
  623. Artikel 22.46
  624. Artikel 22.47
  625. Artikel 22.48
  626. Artikel 22.49
  627. Artikel 22.50
  628. Artikel 22.51
  629. Artikel 22.52
  630. Artikel 22.52a
  631. Artikel 22.53
  632. Artikel 22.54
  633. Artikel 22.55
  634. Artikel 22.56
  635. Artikel 22.57
  636. Artikel 22.58
  637. Artikel 22.59
  638. Artikel 22.60
  639. Artikel 22.61
  640. Artikel 22.61a
  641. Artikel 22.62
  642. Artikel 22.62a
  643. Artikel 22.63
  644. Artikel 22.64
  645. Artikel 22.65
  646. Artikel 22.66
  647. Artikel 22.67
  648. Artikel 22.68
  649. Artikel 22.69
  650. Artikel 22.70
  651. Artikel 22.71
  652. Artikel 22.72
  653. Artikel 22.73
  654. Artikel 22.74
  655. Artikel 22.75
  656. Artikel 22.76
  657. Artikel 22.77
  658. Artikel 22.78
  659. Artikel 22.79
  660. Artikel 22.80
  661. Artikel 22.81
  662. Artikel 22.82
  663. Artikel 22.83
  664. Artikel 22.84
  665. Artikel 22.85
  666. Artikel 22.86
  667. Artikel 22.87
  668. Artikel 22.88
  669. Artikel 22.89
  670. Artikel 22.90
  671. Artikel 22.91
  672. Artikel 22.92
  673. Artikel 22.93
  674. Artikel 22.94
  675. Artikel 22.95
  676. Artikel 22.96
  677. Artikel 22.97
  678. Artikel 22.98
  679. Artikel 22.99
  680. Artikel 22.100
  681. Artikel 22.101
  682. Artikel 22.102
  683. Artikel 22.103
  684. Artikel 22.104
  685. Artikel 22.105
  686. Artikel 22.106
  687. Artikel 22.107
  688. Artikel 22.108
  689. Artikel 22.109
  690. Artikel 22.110
  691. Artikel 22.111
  692. Artikel 22.112
  693. Artikel 22.113
  694. Artikel 22.114
  695. Artikel 22.115
  696. Artikel 22.116
  697. Artikel 22.117
  698. Artikel 22.118
  699. Artikel 22.119
  700. Artikel 22.120
  701. Artikel 22.121
  702. Artikel 22.122
  703. Artikel 22.123
  704. Artikel 22.124
  705. Artikel 22.125
  706. Artikel 22.126
  707. Artikel 22.127
  708. Artikel 22.128
  709. Artikel 22.129
  710. Artikel 22.130
  711. Artikel 22.131
  712. Artikel 22.132
  713. Artikel 22.133
  714. Artikel 22.134
  715. Artikel 22.135
  716. Artikel 22.136
  717. Artikel 22.137
  718. Artikel 22.138
  719. Artikel 22.139
  720. Artikel 22.140
  721. Artikel 22.141
  722. Artikel 22.142
  723. Artikel 22.143
  724. Artikel 22.144
  725. Artikel 22.145
  726. Artikel 22.146
  727. Artikel 22.147
  728. Artikel 22.148
  729. Artikel 22.149
  730. Artikel 22.150
  731. Artikel 22.151
  732. Artikel 22.152
  733. Artikel 22.153
  734. Artikel 22.154
  735. Artikel 22.155
  736. Artikel 22.156
  737. Artikel 22.157
  738. Artikel 22.158
  739. Artikel 22.159
  740. Artikel 22.160
  741. Artikel 22.161
  742. Artikel 22.162
  743. Artikel 22.163
  744. Artikel 22.164
  745. Artikel 22.165
  746. Artikel 22.166
  747. Artikel 22.167
  748. Artikel 22.168
  749. Artikel 22.169
  750. Artikel 22.170
  751. Artikel 22.171
  752. Artikel 22.172
  753. Artikel 22.173
  754. Artikel 22.174
  755. Artikel 22.175
  756. Artikel 22.176
  757. Artikel 22.177
  758. Artikel 22.178
  759. Artikel 22.179
  760. Artikel 22.180
  761. Artikel 22.181
  762. Artikel 22.182
  763. Artikel 22.183
  764. Artikel 22.184
  765. Artikel 22.185
  766. Artikel 22.186
  767. Artikel 22.187
  768. Artikel 22.188
  769. Artikel 22.189
  770. Artikel 22.190
  771. Artikel 22.191
  772. Artikel 22.192
  773. Artikel 22.193
  774. Artikel 22.194
  775. Artikel 22.195
  776. Artikel 22.196
  777. Artikel 22.197
  778. Artikel 22.198
  779. Artikel 22.199
  780. Artikel 22.200
  781. Artikel 22.201
  782. Artikel 22.202
  783. Artikel 22.203
  784. Artikel 22.204
  785. Artikel 22.205
  786. Artikel 22.206
  787. Artikel 22.207
  788. Artikel 22.208
  789. Artikel 22.209
  790. Artikel 22.210
  791. Artikel 22.211
  792. Artikel 22.212
  793. Artikel 22.213
  794. Artikel 22.214
  795. Artikel 22.215
  796. Artikel 22.216
  797. Artikel 22.217
  798. Artikel 22.218
  799. Artikel 22.219
  800. Artikel 22.220
  801. Artikel 22.221
  802. Artikel 22.222
  803. Artikel 22.223
  804. Artikel 22.224
  805. Artikel 22.225
  806. Artikel 22.226
  807. Artikel 22.227
  808. Artikel 22.228
  809. Artikel 22.229
  810. Artikel 22.230
  811. Artikel 22.231
  812. Artikel 22.232
  813. Artikel 22.233
  814. Artikel 22.234
  815. Artikel 22.235
  816. Artikel 22.236
  817. Artikel 22.237
  818. Artikel 22.238
  819. Artikel 22.239
  820. Artikel 22.240
  821. Artikel 22.241
  822. Artikel 22.242
  823. Artikel 22.243
  824. Artikel 22.244
  825. Artikel 22.245
  826. Artikel 22.246
  827. Artikel 22.247
  828. Artikel 22.248
  829. Artikel 22.249
  830. Artikel 22.250
  831. Artikel 22.251
  832. Artikel 22.252
  833. Artikel 22.253
  834. Artikel 22.254
  835. Artikel 22.255
  836. Artikel 22.256
  837. Artikel 22.257
  838. Artikel 22.258
  839. Artikel 22.259
  840. Artikel 22.260
  841. Artikel 22.261
  842. Artikel 22.262
  843. Artikel 22.263
  844. Artikel 22.264
  845. Artikel 22.265
  846. Artikel 22.266
  847. Artikel 22.267
  848. Artikel 22.268
  849. Artikel 22.269
  850. Artikel 22.270
  851. Artikel 22.271
  852. Artikel 22.272
  853. Artikel 22.273
  854. Artikel 22.274
  855. Artikel 22.275
  856. Artikel 22.276
  857. Artikel 22.277
  858. Artikel 22.278
  859. Artikel 22.279
  860. Artikel 22.280
  861. Artikel 22.281
  862. Artikel 22.282
  863. Artikel 22.283
  864. Artikel 22.284
  865. Artikel 22.285
  866. Artikel 22.286
  867. Artikel 22.287
  868. Artikel 22.288
  869. Artikel 22.289
  870. Artikel 22.290
  871. Artikel 22.291
  872. Artikel 22.292
  873. Artikel 22.293
  874. Artikel 22.294
  875. Artikel 22.295
  876. Artikel 22.296
  877. Artikel 22.297
  878. Artikel 22.298
  879. Artikel 22.299
  880. Artikel 22.300
  881. Artikel 22.301
  882. Artikel 22.302
  883. Artikel 22.303
  884. Artikel 23.1
  885. Artikel 5

/akn/nl/act/gemeente/2024/CVDR696421 /join/id/stop/work_006 /akn/nl/act/gm0847/2020/omgevingsplan /join/id/stop/work_019 2025-09-25 2025-09-25 /akn/nl/act/gemeente/2024/CVDR696421/nld@2025-10-24 /join/id/proces/gm0847/2020/Bruidsschat-InstellingInitieleRegelingVersieDoorRijk /join/id/proces/gm0847/2024/doel_114_ae3a93490c5d4a7bacd177a487e7e2fc /join/id/proces/gm0847/2025/doel_254_83c4f8675c4f4b6b8052ad01df7b3c69 2025-10-24 2025-10-24 /akn/nl/act/gm0847/2020/omgevingsplan/nld@2025-09-25;1 /akn/nl/act/gm0847/2020/omgevingsplan /akn/nl/act/gm0847/2020/omgevingsplan/nld@2025-09-25;1 /join/id/stop/work_019 1-0 Omgevingsplan gemeente Someren

Hoofdstuk 1

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1.1Begripsbepalingen

1 Bijlage I bij dit omgevingsplan bevat begripsbepalingen voor de toepassing van hoofdstuk 2 t/m 22 van dit omgevingsplan.

2 Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I bij de Omgevingswet, bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit omgevingsplan, tenzij bijlage I bij dit omgevingsplan een afwijkende begripsomschrijving bevat.

Hoofdstuk 2

Doelen en omgevingswaarden

Afdeling 2.1

Doelen omgevingsplan

Artikel 2.1Doelen

Dit omgevingsplan is, met het oog op de doelen van artikel 1.3 van de Omgevingswet, gericht op: a. een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; b. het beschermen van een goed woon- en leefklimaat; c. het waarborgen van de veiligheid; d. het beschermen van de gezondheid; e. het beschermen van het milieu; f. het duurzaam veiligstellen van de openbare drinkwatervoorziening; g. het beschermen van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden; h. het behoud van cultureel erfgoed; i. het behoud van de uitzonderlijke universele waarde van werelderfgoed; j. de natuurbescherming; k. de instandhouding van het bosareaal binnen de gemeente; l. het tegengaan van klimaatverandering; m. het aanpassen van de fysieke ruimte aan de gevolgen van klimaatverandering, waaronder wateroverlast en hittestress; n. het waarborgen van een goede kwaliteit van bouwwerken; o. het behoeden van de staat en werking van infrastructuur voor nadelige gevolgen van activiteiten; p. het beheren van infrastructuur; q. het beheren van watersystemen; r. het beheren van geobiologische en geothermische systemen en ecosystemen; s. het beschermen van en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; t. het beheren van natuurlijke hulpbronnen; u. het beheren van natuurgebieden; v. het gebruiken van bouwwerken; w. het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen; x. het realiseren van een gemeentelijk natuurnetwerk; y. het doelmatig gebruiken van energie en grondstoffen; z. het bevorderen van een duurzame ruimtelijke en economische ontwikkeling van gebieden; aa. het waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat; ab. het bieden van voldoende fysieke en milieu-ruimte voor milieubelastende bedrijven en andere activiteiten, anders dan wonen; ac. het bevorderen van een duurzame ontwikkeling; ad. het kunnen overschakelen van fossiele energie naar hernieuwbare energie; ae. het kunnen produceren binnen gesloten kringlopen; af. het kunnen benutten van de openbare ruimte voor verkeer, parkeren en afvalinzameling; ag. het bieden van voldoende woonruimte; ah. het bereikbaar en toegankelijk maken van gebieden; ai. het doelmatig beheren van afvalstoffen; aj. het beschermen van grondgebonden veehouderijen als drager van het landschap; ak. het bevorderen van kringlooplandbouw en duurzame veehouderijen; al. het verlagen of voorkomen van emissies van geur van agrarische activiteiten; am. het bevorderen van een grotere variatie in de bedrijfsvoering van grondgebonden veehouderijbedrijven;

an. het voorkomen van leegstand van voormalige agrarische bebouwing; ao. het bevorderen van extensief recreatief medegebruik; ap. het beschermen en waar mogelijk vergroten van de openheid van het landschap; aq. het tegengaan van verrommeling van erven en terreinen en behoud van beeldkwaliteit van bebouwing; ar. het voorkomen en beschermen van mensen tegen infecties door het houden van landbouwhuisdieren; as. het behouden en herstellen van waardevolle bouwwerken en landschappelijke elementen; at. het behouden en waar mogelijk versterken van het natuurdoeltype overstromingsgrasland; au. het vergroten van de natuurbeleving en recreatieve waarde, zonder afbreuk te doen aan natuurwaarden; av. het behouden van een klimaatbestendig watersysteem; aw. het realiseren van een suburbaan woonmilieu in een groen-blauwe setting; ax. het realiseren van een hoge architectonische kwaliteit van het openbaar gebied en van bebouwing; ay. het realiseren van een fietsvriendelijk woongebied; az. het realiseren van een akoestisch aanvaardbaar woongebied; ba. het realiseren van een woongebied met een aanvaardbaar geurniveau; bb. het realiseren van een veilig woongebied; bc. het realiseren van een energieneutraal woongebied; bd. het realiseren van een klimaatbestendig woongebied; en be. het realiseren van een speel- en beweegvriendelijk woongebied.

Afdeling 2.2

Verplichte omgevingswaarden

Afdeling 2.3

Facultatieve omgevingswaarden

Hoofdstuk 3

Programma's

Afdeling 3.1

Programma's met programmatische aanpak

Hoofdstuk 4

Aanwijzingen in de fysieke leefomgeving

§ 4.1Gebiedstypen

Afdeling 4.1.1

Natuurgebied

Artikel 4.1Aanwijzing

Er is een gebiedstype natuurgebied.

Artikel 4.2Doelen

Binnen het gebiedstype natuurgebied gelden in aanvulling op artikel 2.1 de volgende doelen: a. het vergroten van de landschappelijke kwaliteit en het versterken van de Somerse identiteit; b. het realiseren van een vitaal, leefbaar en aantrekkelijk buitengebied; c. het bevorderen van een klimaatbestendig en onweerstaanbaar buitengebied; d. het bevorderen van een toekomstbestendige, duurzame en natuurinclusieve agrarische sector; e. het behouden, versterken en waar mogelijk ontwikkelen van waardevolle groenstructuren; f. het benutten van recreatieve potentie met oog voor natuur en landschap; g. het realiseren van een robuust netwerk van landschapselementen; h. het versterken van de ruimtelijke en ecologische kwaliteit; i. het beschermen van Natura 2000-gebieden; j. het voorkomen van verdroging van natuurgebieden; k. het behouden en waar mogelijk versterken van de landschappelijke structuren en waarden; l. het waarborgen van de beekdalstructuur en landgebruik in de omgeving; m. het behouden en versterken van het NatuurNetwerk Brabant; n. het realiseren van een geleidelijke overgang van bestaand natuurgebied naar omliggende landschap.

Artikel 4.3Toegestane functies

Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties zijn binnen het gebiedstype natuurgebied de volgende functies toegestaan: a. agrarisch bedrijf, als bedoeld in Afdeling 5.1; b. agrarisch grondgebruik, als bedoeld in Afdeling 5.2; c. horeca, als bedoeld in Afdeling 5.4; d. maatschappelijk, als bedoeld in Afdeling 5.5; e. natuur, als bedoeld in Afdeling 5.6; f. openbaar gebied, als bedoeld in Afdeling 5.8; g. recreatie, als bedoeld in Afdeling 5.9; h. water, als bedoeld in Afdeling 5.12; i. wonen, als bedoeld in Afdeling 5.13.

Afdeling 4.1.2

Landelijke kern

Afdeling 4.1.3

Landelijk gebied

Artikel 4.4Aanwijzing

Er is een gebiedstype landelijk gebied.

Artikel 4.5Doelen

Binnen het gebiedstype landelijk gebied gelden in aanvulling op artikel 2.1 de volgende doelen: a. het vergroten van de landschappelijke kwaliteit en het versterken van de Somerse identiteit; b. het realiseren van een vitaal, leefbaar en aantrekkelijk buitengebied; c. het bevorderen van een klimaatbestendig en onweerstaanbaar buitengebied; d. het realiseren van een geleidelijke overgang van bestaand natuurgebied naar omliggende landschap; e. het versterken van de ruimtelijke en ecologische kwaliteit; f. het behouden, versterken en waar mogelijk ontwikkelen van waardevolle groenstructuren; g. het realiseren van een robuust netwerk van landschapselementen; h. het benutten van de recreatieve potentie met oog voor natuur en landschap; i. het behouden en waar mogelijk versterken van de landschappelijke structuren en waarden; j. het behouden van cultuurhistorische waarden; k. het bevorderen van een toekomstbestendige, duurzame en natuurinclusieve agrarische sector; l. het bevorderen van een duurzaam perspectief voor de agrarische sector.

Artikel 4.6Toegestane functies

Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties zijn binnen het gebiedstype landelijk gebied de volgende functies toegestaan: a. agrarisch bedrijf, als bedoeld in Afdeling 5.1; b. agrarisch grondgebruik, als bedoeld in Afdeling 5.2; c. bedrijf, als bedoeld in Afdeling 5.3; d. horeca, als bedoeld in Afdeling 5.4; e. maatschappelijk, als bedoeld Afdeling 5.5; f. natuur, als bedoeld in Afdeling 5.6; g. nutsvoorziening, als bedoeld in Afdeling 5.7; h. openbaar gebied, als bedoeld in Afdeling 5.8; i. recreatie, als bedoeld in Afdeling 5.9; j. sport, als bedoeld in Afdeling 5.10; k. veehouderij, als bedoeld in Afdeling 5.11; l. water, als bedoeld in Afdeling 5.12; m. wonen, als bedoeld in Afdeling 5.13.

§ 4.2Beperkingengebieden

Afdeling 4.2.1

Beperkingengebied buisleiding - gas

Artikel 4.7Aanwijzing

Er is een beperkingengebied buisleiding - gas.

Artikel 4.8Doelen

Binnen het beperkingengebied buisleiding - gas gelden de volgende doelen: a. de instandhouding en/of bescherming van een ondergrondse hogedruk aardgastransportleiding.

Artikel 4.9Specifieke regels voor activiteiten

Bij activiteiten binnen het beperkingengebied buisleiding - gas dient te worden voldaan aan: a. subparagraaf 6.3.2.5 diepwortelende beplanting aanbrengen; b. subparagraaf 6.3.2.6 bomen en andere opgaande beplanting vellen of rooien; c. subparagraaf 6.3.2.7 houtopstanden en hoogopgaande beplanting aanbrengen; d. subparagraaf 6.3.3.1 oppervlakteverhardingen aanleggen; e. subparagraaf 6.3.4.1 verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem; f. subparagraaf 6.3.4.2 diepploegen, diepwoelen en/of uitvoeren van anderen ingrepen in de bodem; g. subparagraaf 6.3.4.3 waterlopen, sloten en greppels graven, dempen dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren; h. subparagraaf 6.3.4.4 riolering, kabels, leidingen en drainage aanbrengen; i. subparagraaf 6.3.4.6 heiwerkzaamheden uitvoeren of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; j. subparagraaf 6.3.4.7 onroerende objecten plaatsen; k. paragraaf 6.4.1 algemene bepalingen bouwactiviteiten.

Afdeling 4.2.2

Beperkingengebied buisleiding - riool

Artikel 4.10Aanwijzing

Er is een beperkingengebied buisleiding - riool.

Artikel 4.11Doelen

Binnen het beperkingengebied buisleiding - riool gelden de volgende doelen: a. de instandhouding en/of bescherming van een ondergrondse rioolwatertransportleiding.

Artikel 4.12Specifieke regels voor activiteiten

Bij activiteiten binnen het beperkingengebied buisleiding - riool dient te worden voldaan aan: a. subparagraaf 6.3.2.5 diepwortelende beplanting aanbrengen; b. subparagraaf 6.3.3.1 oppervlakteverhardingen aanleggen; c. subparagraaf 6.3.4.1 verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem; d. subparagraaf 6.3.4.2 diepploegen, diepwoelen en/of uitvoeren van anderen ingrepen in de bodem; e. subparagraaf 6.3.4.3 waterlopen, sloten en greppels graven, dempen dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren; f. subparagraaf 6.3.4.6 heiwerkzaamheden uitvoeren of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; g. paragraaf 6.4.1 algemene bepalingen bouwactiviteiten.

Afdeling 4.2.3

Beperkingengebied hoogspanningsverbinding

Afdeling 4.2.4

Beperkingengebied waterkering

Artikel 4.13Aanwijzing

Er is een beperkingengebied waterkering.

Artikel 4.14Doelen

Binnen het beperkingengebied waterkering gelden de volgende doelen: a. de instandhouding en bescherming van dijken, kaden en andere voorzieningen ten behoeve van de waterkering.

Artikel 4.15Specifieke regels voor activiteiten

Bij activiteiten binnen het beperkingengebied waterkering dient te worden voldaan aan: a. subparagraaf 6.3.2.6 bomen en andere opgaande beplanting vellen of rooien; b. subparagraaf 6.3.3.1 oppervlakteverhardingen aanleggen; c. subparagraaf 6.3.4.1 verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem; d. subparagraaf 6.3.4.4 riolering, kabels, leidingen en drainage aanbrengen; e. paragraaf 6.4.1 algemene bepalingen bouwactiviteiten

Afdeling 4.2.5

Beperkingengebied watergang

Artikel 4.16Aanwijzing

Er is een beperkingengebied watergang.

Artikel 4.17Doelen

Binnen het beperkingengebied watergang gelden de volgende doelen: a. het beheer en onderhoud van de ter plaatse gelegen A-waterloop door het betreffende waterschap.

Artikel 4.18Specifieke regels voor activiteiten

Bij activiteiten binnen het beperkingengebied watergang dient te worden voldaan aan: a. subparagraaf 6.3.4.1 verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem; b. paragraaf 6.4.1 algemene bepalingen bouwactiviteiten.

Afdeling 4.2.6

Beperkingengebied vaarweg

Artikel 4.19Aanwijzing

Er is een beperkingengebied vaarweg.

Artikel 4.20Doelen

Binnen het beperkingengebied vaarweg gelden de volgende doelen: a. voor de bescherming van het doelmatig en veilig functioneren van de nabijgelegen vaarweg.

Artikel 4.21Specifieke regels voor activiteiten

Bij activiteiten binnen het beperkingengebied vaarweg dient te worden voldaan aan: a. paragraaf 6.4.1 algemene bepalingen bouwactiviteiten.

§ 4.3Thematische gebiedsaanwijzingen

Afdeling 4.3.1

Bodem

Afdeling 4.3.2

Bouwwerken

Afdeling 4.3.3

Cultureel erfgoed

Paragraaf 4.3.3.1

Aandachtsgebied monument

Artikel 4.22Aanwijzing

Er is een aandachtsgebied monument.

Artikel 4.23Doelen

Binnen het aandachtsgebied monument gelden de volgende doelen: a. het behoud en/of herstel van aanwezige cultuurhistorische waarden; b. de opbouw, het behoud, het herstel en waar mogelijk versterking van algemene cultuurhistorische waarden en kenmerken, daaronder ook begrepen landschappelijke, architectonische en (steden)bouwkundige waarden.

Artikel 4.24Specifieke regels voor activiteiten

Bij activiteiten binnen het aandachtsgebied monument dient te worden voldaan aan: a. paragraaf 6.4.1 algemene bepalingen bouwactiviteiten; b. paragraaf 6.7.3 monument slopen.

Paragraaf 4.3.3.2

Archeologie Subparagraaf 4.3.3.2.1 Archeologisch waardevol gebied - 1

Artikel 4.25Aanwijzing

Er is een archeologisch waardevol gebied - 1. Dit betreffen wettelijk beschermde archeologische monumenten.

Artikel 4.26Doelen

Binnen het archeologisch waardevol gebied - 1 gelden de volgende doelen: a. de instandhouding en bescherming van de in de grond aanwezige of te verwachten acheologische waarden.

Artikel 4.27Specifieke regels voor activiteiten

Bij activiteiten binnen het archeologisch waardevol gebied - 1 dient te worden voldaan aan: a. subparagraaf 6.3.2.5 diepwortelende beplanting aanbrengen; b. subparagraaf 6.3.2.6 bomen en andere opgaande beplanting vellen of rooien; c. subparagraaf 6.3.3.1 oppervlakteverhardingen aanleggen; d. subparagraaf 6.3.4.1 verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem; e. subparagraaf 6.3.4.2 diepploegen, diepwoelen en/of uitvoeren van andere ingrepen in de bodem; f. subparagraaf 6.3.4.3 waterlopen, sloten en greppels graven, dempen dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren; g. subparagraaf 6.3.4.4 riolering, kabels, leidingen en drainage aanbrengen; h. subparagraaf 6.3.4.6 heiwerkzaamheden uitvoeren of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; i. paragraaf 6.4.1 algemene bepalingen bouwactiviteiten.

Subparagraaf 4.3.3.2.2 Archeologisch waardevol gebied - 2

Artikel 4.28Aanwijzing

Er is een archeologisch waardevol gebied - 2. Dit betreffen locaties van zeer hoge archeologische waarden.

Artikel 4.29Doelen

Binnen het archeologisch waardevol gebied - 2 gelden de volgende doelen: a. de instandhouding en bescherming van de in de grond aanwezige of te verwachten acheologische waarden.

Artikel 4.30Specifieke regels voor activiteiten

Bij activiteiten binnen het archeologisch waardevol gebied - 2 dient te worden voldaan aan: a. subparagraaf 6.3.2.5 diepwortelende beplanting aanbrengen; b. subparagraaf 6.3.2.6 bomen en andere opgaande beplanting vellen of rooien; c. subparagraaf 6.3.3.1 oppervlakteverhardingen aanleggen; d. subparagraaf 6.3.4.1 verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem; e. subparagraaf 6.3.4.2 diepploegen, diepwoelen en/of uitvoeren van andere ingrepen in de bodem; f. subparagraaf 6.3.4.3 waterlopen, sloten en greppels graven, dempen dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren; g. subparagraaf 6.3.4.4 riolering, kabels, leidingen en drainage aanbrengen; h. subparagraaf 6.3.4.6 heiwerkzaamheden uitvoeren of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; i. paragraaf 6.4.1 algemene bepalingen bouwactiviteiten.

Subparagraaf 4.3.3.2.3 Archeologisch waardevol gebied - 3

Artikel 4.31Aanwijzing

Er is een archeologisch waardevol gebied - 3. Dit betreffen locaties van hoge archeologische waarden.

Artikel 4.32Doelen

Binnen het archeologisch waardevol gebied - 3 gelden de volgende doelen: a. de instandhouding en bescherming van de in de grond aanwezige of te verwachten acheologische waarden.

Artikel 4.33Specifieke regels voor activiteiten

Bij activiteiten binnen het archeologisch waardevol gebied - 3 dient te worden voldaan aan: a. subparagraaf 6.3.2.5 diepwortelende beplanting aanbrengen; b. subparagraaf 6.3.2.6 bomen en andere opgaande beplanting vellen of rooien; c. subparagraaf 6.3.3.1 oppervlakteverhardingen aanleggen; d. subparagraaf 6.3.4.1 verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem; e. subparagraaf 6.3.4.2 diepploegen, diepwoelen en/of uitvoeren van andere ingrepen in de bodem; f. subparagraaf 6.3.4.3 waterlopen, sloten en greppels graven, dempen dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren; g. subparagraaf 6.3.4.4 riolering, kabels, leidingen en drainage aanbrengen; h. subparagraaf 6.3.4.6 heiwerkzaamheden uitvoeren of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; i. paragraaf 6.4.1 algemene bepalingen bouwactiviteiten.

Subparagraaf 4.3.3.2.4 Archeologisch waardevol gebied - 4

Artikel 4.34Aanwijzing

Er is een archeologisch waardevol gebied - 4. Dit betreffen locaties met een hoge archeologische verwachting.

Artikel 4.35Doelen

Binnen het archeologisch waardevol gebied - 4 gelden de volgende doelen: a. de instandhouding en bescherming van de in de grond aanwezige of te verwachten acheologische waarden.

Artikel 4.36Specifieke regels voor activiteiten

Bij activiteiten binnen het archeologisch waardevol gebied - 4 dient te worden voldaan aan: a. subparagraaf 6.3.2.5 diepwortelende beplanting aanbrengen; b. subparagraaf 6.3.2.6 bomen en andere opgaande beplanting vellen of rooien; c. subparagraaf 6.3.3.1 oppervlakteverhardingen aanleggen; d. subparagraaf 6.3.4.1 verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem; e. subparagraaf 6.3.4.2 diepploegen, diepwoelen en/of uitvoeren van andere ingrepen in de bodem; f. subparagraaf 6.3.4.3 waterlopen, sloten en greppels graven, dempen dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren; g. subparagraaf 6.3.4.4 riolering, kabels, leidingen en drainage aanbrengen; h. subparagraaf 6.3.4.6 heiwerkzaamheden uitvoeren of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; i. paragraaf 6.4.1 algemene bepalingen bouwactiviteiten.

Subparagraaf 4.3.3.2.5 Archeologisch waardevol gebied - 5

Artikel 4.37Aanwijzing

Er is een archeologisch waardevol gebied - 5. Dit betreffen locaties met een middelhoge archeologische verwachting.

Artikel 4.38Doelen

Binnen het archeologisch waardevol gebied - 5 gelden de volgende doelen: a. de instandhouding en bescherming van de in de grond aanwezige of te verwachten acheologische waarden.

Artikel 4.39Specifieke regels voor activiteiten

Bij activiteiten binnen het archeologisch waardevol gebied - 5 dient te worden voldaan aan: a. subparagraaf 6.3.2.5 diepwortelende beplanting aanbrengen; b. subparagraaf 6.3.2.6 bomen en andere opgaande beplanting vellen of rooien; c. subparagraaf 6.3.3.1 oppervlakteverhardingen aanleggen; d. subparagraaf 6.3.4.1 verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem; e. subparagraaf 6.3.4.2 diepploegen, diepwoelen en/of uitvoeren van andere ingrepen in de bodem; f. subparagraaf 6.3.4.3 waterlopen, sloten en greppels graven, dempen dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren; g. subparagraaf 6.3.4.4 riolering, kabels, leidingen en drainage aanbrengen; h. subparagraaf 6.3.4.6 heiwerkzaamheden uitvoeren of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; i. paragraaf 6.4.1 algemene bepalingen bouwactiviteiten.

Paragraaf 4.3.3.3

Beschermd dorpsgezicht

Artikel 4.40Aanwijzing

Er is een beschermd dorpsgezicht.

Artikel 4.41Doelen

Binnen het beschermd dorpsgezicht gelden de volgende doelen: a. het behoud, beheer en herstel van de cultuurhistorische en landschappelijke waarden en de ruimtelijke structuur van het beschermd dorpsgezicht Laan ten Boomen.

Artikel 4.42Specifieke regels activiteiten

Bij activiteiten in het beschermd dorpsgezicht dient te worden voldaan aan: a. paragraaf 6.4.1 algemene bepalingen bouwactiviteiten.

Paragraaf 4.3.3.4

Cultuurhistorisch waardevol gebied

Artikel 4.43Aanwijzing

Er is een cultuurhistorisch waardevol gebied.

Artikel 4.44Doelen

Binnen cultuurhistorisch waardevol gebied gelden de volgende doelen: a. het behoud, het herstel of de duurzame ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden en kenmerken zoals beschreven in de Cultuurhistorische Waardenkaart; b. de bescherming van de cultuurhistorische waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden en bebouwing; c. het versterken van de cultuurhistorische waarden en kenmerken door rekening te houden met de aanwezige waarden en kenmerken bij de toedeling van functies en activiteiten.

Artikel 4.45Specifieke regels voor activiteiten

Bij activiteiten in cultuurhistorisch waardevol gebied dient te worden voldaan aan: a. subparagraaf 6.3.2.6 bomen en andere opgaande beplanting vellen of rooien; b. subparagraaf 6.3.3.1 oppervlakteverhardingen aanleggen; c. subparagraaf 6.3.4.1 verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem; d. subparagraaf 6.3.4.4 riolering, kabels, leidingen en drainage aanbrengen; e. subparagraaf 6.3.4.2 diepploegen, diepwoelen en/of uitvoeren van anderen ingrepen in de bodem.

Afdeling 4.3.4

Energie en natuurlijke hulpbronnen

Afdeling 4.3.5

Externe veiligheid

Paragraaf 4.3.5.1

Aandachtsgebied plaatsgebonden risicocontour

Artikel 4.46Aanwijzing

Er is een aandachtsgebied plaatsgebonden risicocontour.

Artikel 4.47Doelen

Binnen het aandachtsgebied plaatsgebonden risicocontour gelden de volgende doelen: a. het bereiken van een aanvaardbaar veiligheidsniveau van personen; b. het beperken van gevolgen van een ongeval bij een milieubelastende activiteit met extern veiligheidsrisico's.

Artikel 4.48Specifieke regels voor activiteiten

Bij activiteiten binnen het aandachtsgebied plaatsgebonden risicocontour dient te worden voldaan aan: a. paragraaf 6.2.2 kwetsbaar gebouw of locatie aanleggen, bouwen, wijzigen of toevoegen.

Paragraaf 4.3.5.2

Brandaandachtsgebied

Paragraaf 4.3.5.3

Explosieaandachtsgebied

Afdeling 4.3.6

Geluid

Paragraaf 4.3.6.1

Geluidsaandachtsgebied weg 0-50 meter

Artikel 4.49Aanwijzing

Er is een geluidsaandachtsgebied weg 0-50 meter.

Artikel 4.50Doelen

Binnen het geluidsaandachtsgebied weg 0-50 meter gelden de volgende doelen: a. het waarborgen van een aanvaardbaar niveau van geluidbelasting bij geluidsgevoelige gebouwen.

Artikel 4.51Specifieke regels voor activiteiten

Bij activiteiten binnen het geluidsaandachtsgebied weg 0-50 meter dient te worden voldaan aan: a. paragraaf 6.2.3 geluidsgevoelig gebouw of locatie aanleggen, bouwen, wijzigen of toevoegen; b. paragraaf 6.4.1 algemene bepalingen bouwactiviteiten.

Paragraaf 4.3.6.2

Geluidsaandachtsgebied weg 50-100 meter

Artikel 4.52Aanwijzing

Er is een geluidsaandachtsgebied weg 50-100 meter.

Artikel 4.53Doelen

Binnen het geluidsaandachtsgebied weg 50-100 meter gelden de volgende doelen: a. het waarborgen van een aanvaardbaar niveau van geluidbelasting bij geluidsgevoelige gebouwen.

Artikel 4.54Specifieke regels voor activiteiten

Bij activiteiten binnen het geluidsaandachtsgebied weg 50-100 meter dient te worden voldaan aan: a. paragraaf 6.2.3 geluidsgevoelig gebouw of locatie aanleggen, bouwen, wijzigen of toevoegen; b. paragraaf 6.4.1 algemene bepalingen bouwactiviteiten.

Paragraaf 4.3.6.3

Aandachtsgebied industrielawaai

Artikel 4.55Aanwijzing

Er is een aandachtsgebied industrielawaai.

Artikel 4.56Doelen

Binnen het aandachtsgebied industrielawaai gelden de volgende doelen: a. het waarborgen van een aanvaardbaar niveau van geluidbelasting bij geluidsgevoelige gebouwen.

Artikel 4.57Specifieke regels voor activiteiten

Bij activiteiten binnen het aandachtsgebied industrielawaai dient te worden voldaan aan: a. paragraaf 6.2.3 geluidsgevoelig gebouw of locatie aanleggen, bouwen, wijzigen of toevoegen.

Afdeling 4.3.7

Gezondheid

Afdeling 4.3.8

Infrastructuur

Paragraaf 4.3.8.1

Aandachtsgebied radarzone

Artikel 4.58Aanwijzing

Er is een aandachtsgebied radarzone.

Artikel 4.59Doelen

Binnen het aandachtsgebied radarzone gelden de volgende doelen: a. het voorkomen van verstoring van het radarbeeld.

Artikel 4.60Specifieke regels voor activiteiten

Bij activiteiten binnen het aandachtsgebied radarzone dient te worden voldaan aan: a. subparagraaf 6.3.2.7 houtopstanden en hoogopgaande beplanting aanbrengen; b. paragraaf 6.4.1 algemene bepalingen bouwactiviteiten.

Paragraaf 4.3.8.2

Vaarweg

Artikel 4.61Aanwijzing

Er is een gebied vaarweg.

Artikel 4.62Doelen

Binnen het gebied vaarweg gelden de volgende doelen: a. de bescherming van het doelmatig en veilig functioneren van de vaarweg.

Artikel 4.63Specifieke regels voor activiteiten

Bij activiteiten binnen het gebied vaarweg dient te worden voldaan aan: a. paragraaf 6.4.14 gebouwen ten behoeve van scheepvaart bouwen; b. paragraaf 6.4.28 bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van scheepvaart bouwen.

Afdeling 4.3.9

Landschap

Paragraaf 4.3.9.1

Landschappelijk waardevol gebied

Artikel 4.64Aanwijzing

Er is een landschappelijk waardevol gebied.

Artikel 4.65Doelen

Binnen het landschappelijk waardevol gebied gelden de volgende doelen: a. het behoud, herstel en/of de ontwikkeling van de aanwezige landschapswaarden.

Artikel 4.66Specifieke regels voor activiteiten

Bij activiteiten binnen het landschappelijk waardevol gebied dient te worden voldaan aan: a. subparagraaf 6.3.2.3 landschapselementen verwijderen; b. subparagraaf 6.3.3.1 oppervlakteverhardingen aanleggen; c. subparagraaf 6.3.4.1 verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem; d. subparagraaf 6.3.4.3 waterlopen, sloten en greppels graven, dempen dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren.

Paragraaf 4.3.9.2

Aardkundig waardevol gebied

Artikel 4.67Aanwijzing

Er is een aardkundig waardevol gebied.

Artikel 4.68Doelen

Binnen het aardkundig waardevol gebied gelden de volgende doelen: a. het behoud van de aanwezige aardkundige waarden.

Artikel 4.69Specifieke regels voor activiteiten

Bij activiteiten binnen het aardkundig waardevol gebied dient te worden voldaan aan: a. subparagraaf 6.3.2.3 landschapselementen verwijderen; b. subparagraaf 6.3.3.1 oppervlakteverhardingen aanleggen; c. subparagraaf 6.3.4.1 verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem; d. subparagraaf 6.3.4.3 waterlopen, sloten en greppels graven, dempen dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren.

Paragraaf 4.3.9.3

Hydrologisch waardevol gebied

Artikel 4.70Aanwijzing

Er is een hydrologisch waardevol gebied.

Artikel 4.71Doelen

Binnen het hydrologisch waardevol gebied gelden de volgende doelen: a. het behoud en/of herstel van de hydrologische waarden.

Artikel 4.72Specifieke regels voor activiteiten

Bij activiteiten binnen het hydrologisch waardevol gebied dient te worden voldaan aan: a. subparagraaf 6.3.2.3 landschapselementen verwijderen; b. subparagraaf 6.3.3.1 oppervlakteverhardingen aanleggen; c. subparagraaf 6.3.4.1 verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem; d. subparagraaf 6.3.4.3 waterlopen, sloten en greppels graven, dempen dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren.

Paragraaf 4.3.9.4

Visueel waardevol gebied - besloten

Artikel 4.73Aanwijzing

Er is een visueel waardevol gebied - besloten.

Artikel 4.74Doelen

Binnen het visueel waardevol gebied - besloten gelden de volgende doelen: a. het behoud van het besloten karakter van het landschap.

Artikel 4.75Specifieke regels voor activiteiten

Bij activiteiten binnen het visueel waardevol gebied - besloten dient te worden voldaan aan: a. subparagraaf 6.3.2.3 landschapselementen verwijderen; b. subparagraaf 6.3.3.1 oppervlakteverhardingen aanleggen; c. subparagraaf 6.3.4.1 verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem; d. subparagraaf 6.3.4.3 waterlopen, sloten en greppels graven, dempen dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren.

Paragraaf 4.3.9.5

Primaire groenstructuur

Artikel 4.76Aanwijzing

Er is een primaire groenstructuur.

Artikel 4.77Doelen

Binnen de primaire groenstructuur gelden de volgende doelen: a. het behoud en de bescherming van landschapselementen.

Artikel 4.78Specifieke regels voor activiteiten

Bij activiteiten binnen de primaire groenstructuur dient te worden voldaan aan: a. subparagraaf 6.3.2.3 landschapselementen verwijderen.

Afdeling 4.3.10

Lucht

Afdeling 4.3.11

Milieu algemeen

Paragraaf 4.3.11.1

Voormalige functionele binding

Artikel 4.79Aanwijzing

Er is gebiedsaanwijzing voormalige functionele binding. Dit betreft gevoelige objecten en functies die geen functionele binding meer hebben met het ter plaatse gevestigde en werkzame bedrijf.

Artikel 4.80Doelen

Binnen de gebiedsaanwijzing voormalige functionele binding geldende de volgende doelen: a. de bescherming en instandhouding van milieubelastende activiteiten door het ter plaatse en naastgelegen en feitelijk gevestigde en in werking zijnde bedrijf; b. de bescherming van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Artikel 4.81Specifieke regels voor activiteiten

Bij activiteiten binnen de gebiedsaanwijzing voormalige functionele binding dient te worden voldaan aan: a. subparagraaf 6.5.11.1 wonen, specifiek artikel 6.337, derde lid; en b. zijn artikel 5.62 (geluid bij voormalige functionele binding), 5.85 (trillingen bij voormalige functionele binding), artikel 5.89e (slagschaduw bij voormalige functionele binding) en artikel 5.96 (geur bij voormalige functionele binding) uit het Besluit kwaliteit leefomgeving van toepassing.

Afdeling 4.3.12

Natuur

Paragraaf 4.3.12.1

Abiotisch waardevol gebied

Artikel 4.82Aanwijzing

Er is een abiotisch waardevol gebied.

Artikel 4.83Doelen

Binnen het abiotisch waardevol gebied gelden de volgende doelen: a. het behoud, herstel en/of de ontwikkeling van de aanwezige natuurwaarden; b. het behoud, herstel en/of de ontwikkeling van de aanwezige abiotische waarden.

Artikel 4.84Specifieke regels voor activiteiten

Bij activiteiten binnen het abiotisch waardevol gebied dient te worden voldaan aan: a. subparagraaf 6.3.2.3 landschapselementen verwijderen; b. subparagraaf 6.3.3.1 oppervlakteverhardingen aanleggen; c. subparagraaf 6.3.4.1 verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem; d. subparagraaf 6.3.4.3 waterlopen, sloten en greppels graven, dempen dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren.

Paragraaf 4.3.12.2

Ecologische verbindingszone

Artikel 4.85Aanwijzing

Er is een ecologische verbindingszone.

Artikel 4.86Doelen

Binnen de ecologische verbindingszone gelden de volgende doelen: a. de verwezenlijking, het behoud en het beheer van een ecologische verbindingszone.

Artikel 4.87Specifieke regels voor activiteiten

Bij activiteiten binnen het ecologische verbindingszone dient te worden voldaan aan: a. subparagraaf 6.3.3.1 oppervlakteverhardingen aanleggen; b. paragraaf 6.4.1 algemene bepalingen bouwactiviteiten.

Paragraaf 4.3.12.3

Natura 2000-gebied

Artikel 4.88Aanwijzing

Er is een Natura 2000-gebied.

Artikel 4.89Doelen

Binnen het Natura 2000-gebied gelden de volgende doelen: a. de bescherming van de waarden waarvoor het gebied is aangewezen; b. het behoud en herstel van biologische diversiteit; c. het voorkomen van (significant) negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van habitattypen en soorten.

Artikel 4.90Specifieke regels voor activiteiten

Paragraaf 4.3.12.4

Natuur Netwerk Brabant

Artikel 4.91Aanwijzing

Er is een Natuur Netwerk Brabant.

Artikel 4.92Doelen

Binnen het Natuur Netwerk Brabant gelden de volgende doelen: a. het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken en andere aanwezige waarden en kenmerken, zoals rust, stilte, cultuurhistorische waarden en kenmerken; b. het behoud, herstel, versterking en duurzame ontwikkeling van bosgebieden, kleinere bosjes en houtopstanden; c. het behoud, beheer en herstel van de waterhuishoudkundige situatie; d. de veiligstelling van ecosystemen met de daarbij behorende soorten, bestaande uit de meest waardevolle natuur- en bosgebieden en andere gebieden met belangrijke aanwezige en te ontwikkelen natuurwaarden; e. het behoud, herstel, versterking en duurzame ontwikkeling van de op de beheertypenkaart en de ambitiekaart van het Natuurbeheerplan Brabant vastgelegde ecologische, natuurlijke en landschappelijke waarden en kenmerken van deze gronden; f. de bescherming van de waterhuishouding en de hydrologische instandhoudingsdoelen.

Artikel 4.93Specifieke regels voor activiteiten

Bij activiteiten binnen het Natuur Netwerk Brabant dient te worden voldaan aan: a. subparagraaf 6.3.2.4 gewassen en beplanting verwijderen; b. paragraaf 6.4.1 algemene bepalingen bouwactiviteiten.

Paragraaf 4.3.12.5

Groenblauwe waarden

Artikel 4.94Aanwijzing

Er is een gebiedsaanwijzing groenblauwe waarden.

Artikel 4.95Doelen

Binnen de gebiedsaanwijzing groenblauwe waarden gelden de volgende doelen: a. het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van het watersysteem en daarmee samenhangende ecologische waarden en kenmerken; b. het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de landschappelijke waarden en kenmerken.

Artikel 4.96Specifieke regels voor activiteiten

Bij activiteiten binnen de gebiedsaanwijzing groenblauwe waarden dient te worden voldaan aan: a. subparagraaf 6.3.2.3 landschapselementen verwijderen.

Paragraaf 4.3.12.6

Ecologisch waardevol gebied

Artikel 4.97Aanwijzing

Er is een ecologische waardevol gebied.

Artikel 4.98Doelen

Binnen het ecologische waardevol gebied gelden de volgende doelen: a. behoud, herstel, versterking en duurzame ontwikkeling van de op de beheertypenkaart en de ambitiekaart van het Natuurbeheerplan Brabant vastgelegde ecologische, natuurlijke en landschappelijke waarden en kenmerken van het op deze gronden gelegen Natuur Netwerk Brabant; b. andere aanwezige waarden en kenmerken, zoals rust, stilte, donkerte en cultuurhistorische waarden en kenmerken; c. behoud, herstel, versterking en duurzame ontwikkeling van bosgebieden, kleinere bosjes en houtopstanden die vallen onder het beschermingsregime van het aanvullingsspoor natuur.

Artikel 4.99Specifieke regels voor activiteiten

Bij activiteiten binnen het ecologische waardevol gebied dient te worden voldaan aan: a. subparagraaf 6.3.2.3 landschapselementen verwijderen; b. subparagraaf 6.3.2.4 gewassen en beplanting verwijderen; c. subparagraaf 6.3.3.1 oppervlakteverhardingen aanleggen; d. subparagraaf 6.3.4.2 diepploegen, diepwoelen en/of uitvoeren van andere ingrepen in de bodem; e. subparagraaf 6.3.4.3 waterlopen, sloten en greppels graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren; f. paragraaf 6.4.1 algemene bepalingen bouwactiviteiten.

Afdeling 4.3.13

Water en watersysteem

Paragraaf 4.3.13.1

Aandachtsgebied waterhuishouding

Artikel 4.100Aanwijzing

Er is een aandachtsgebied waterhuishouding.

Artikel 4.101Doelen

Binnen het aandachtsgebied waterhuishouding gelden de volgende doelen: a. de bescherming van de waterhuishouding; b. het voorkomen van negatieve effecten op de hydrologische instandhoudingsdoelen van het hierbinnen gelegen Natuur Netwerk Brabant.

Artikel 4.102Specifieke regels voor activiteiten

Bij activiteiten binnen het aandachtsgebied waterhuishouding dient te worden voldaan aan: a. subparagraaf 6.3.4.1 verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem; b. subparagraaf 6.3.4.4 riolering, kabels, leidingen en drainage aanbrengen; c. subparagraaf 6.3.4.5 verlagen van de grondwaterstand.

Paragraaf 4.3.13.2

Aandachtsgebied behoud en herstel watersystemen

Artikel 4.103Aanwijzing

Er is een aandachtsgebied behoud en herstel watersystemen.

Artikel 4.104Doelen

Binnen het aandachtsgebied behoud en herstel watersystemen gelden de volgende doelen: a. de verwezenlijking, behoud, beheer en herstel van watersystemen.

Artikel 4.105Specifieke regels voor activiteiten

Bij activiteiten binnen het aandachtsgebied behoud en herstel watersystemen dient te worden voldaan aan: a. subparagraaf 6.3.3.1 oppervlakteverhardingen aanleggen; b. subparagraaf 6.3.4.1 verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem; c. paragraaf 6.4.1 algemene bepalingen bouwactiviteiten.

Paragraaf 4.3.13.3

Aandachtsgebied reservering waterberging

Artikel 4.106Aanwijzing

Er is een aandachtsgebied reservering waterberging.

Artikel 4.107Doelen

Binnen het aandachtsgebied reservering waterberging gelden de volgende doelen: a. het behoud van het waterbergend vermogen van dat gebied.

Artikel 4.108Specifieke regels voor activiteiten

Bij activiteiten binnen het aandachtsgebied reservering waterberging dient te worden voldaan aan: a. subparagraaf 6.3.3.1 oppervlakteverhardingen aanleggen; b. subparagraaf 6.3.4.1 verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem; c. subparagraaf 6.3.4.3 waterlopen, sloten en greppels graven, dempen dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren; d. paragraaf 6.4.1 algemene bepalingen bouwactiviteiten.

Afdeling 4.3.14

Overige gebiedsaanduidingen

Paragraaf 4.3.14.1

Bebouwingsconcentratie

Artikel 4.109Aanwijzing

Er een bebouwingsconcentratie.

Artikel 4.110Doelen

Binnen de bebouwingsconcentratie gelden de volgende doelen: a. het versterken van omgevingskwaliteit en het betrekken van deskundigen op dat gebied; b. het bieden van mogelijkheden van verdichting, met maatwerk.

Artikel 4.111Specifieke regels voor activiteiten

Bij activiteiten binnen de bebouwingsconcentratie dient te worden voldaan aan: a. paragraaf 6.4.26 schuilgelegenheden bouwen.

Paragraaf 4.3.14.2

Stalderingsgebied

Artikel 4.112Aanwijzing

Er is een stalderingsgebied.

Artikel 4.113Doelen

Binnen het stalderingsgebied gelden de volgende doelen: a. het reguleren van de regionale concentratie vee; b. het voorkomen van verdere leegstand.

Artikel 4.114Specifieke regels voor activiteiten

Bij activiteiten binnen het stalderingsgebied dient te worden voldaan aan: a. paragraaf 6.4.3 dierenverblijven bouwen.

Hoofdstuk 5

Functies

Afdeling 5.1

Agrarisch bedrijf

Paragraaf 5.1.1

Algemeen

Artikel 5.1Toepassingsbereik

Deze afdeling is van toepassing op locaties met de functie agrarisch bedrijf.

Artikel 5.2Doelen

Binnen locaties met de functie agrarisch bedrijf gelden de volgende doelen: a. een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; b. het beschermen van een goed woon- en leefklimaat; c. het waarborgen van de veiligheid; d. het beschermen van de gezondheid; e. het beschermen van het milieu; f. het duurzaam veiligstellen van de openbare drinkwatervoorziening; g. het behoud van cultureel erfgoed; h. het aanpassen van de fysieke ruimte aan de gevolgen van klimaatverandering, waaronder wateroverlast en hittestress; i. het waarborgen van een goede kwaliteit van bouwwerken; j. het behoeden van de staat en werking van infrastructuur voor nadelige gevolgen van activiteiten; k. het beheren van watersystemen; l. het beschermen van en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; m. het beheren van natuurlijke hulpbronnen; n. het gebruiken van bouwwerken; o. het doelmatig gebruiken van energie en grondstoffen; p. het bevorderen van een duurzame ruimtelijke en economische ontwikkeling van gebieden; q. het waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat; r. het bieden van voldoende fysieke en milieu-ruimte voor milieubelastende bedrijven en andere activiteiten, anders dan wonen; s. het bevorderen van een duurzame ontwikkeling; t. het kunnen overschakelen van fossiele energie naar hernieuwbare energie; u. het kunnen produceren binnen gesloten kringlopen; v. het bereikbaar en toegankelijk maken van gebieden; w. het doelmatig beheren van afvalstoffen; x. het beschermen van grondgebonden veehouderijen als drager van het landschap; y. het bevorderen van kringlooplandbouw en duurzame veehouderijen; z. het verlagen of voorkomen van emissies van geur van agrarische activiteiten; aa. het voorkomen van leegstand van voormalige agrarische bebouwing; ab. het bevorderen van extensief recreatief medegebruik; ac. het tegengaan van verrommeling van erven en terreinen en behoud van beeldkwaliteit van bebouwing; ad. het behouden en herstellen van waardevolle bouwwerken en landschappelijke elementen; ae. het realiseren van een hoge architectonische kwaliteit van het openbaar gebied en van bebouwing; af. het realiseren van een akoestisch aanvaardbaar woongebied; ag. het realiseren van een woongebied met een aanvaardbaar geurniveau.

Paragraaf 5.1.2

Specifieke regels voor activiteiten

Artikel 5.3Algemeen

Locaties met de functie agrarisch bedrijf zijn bedoeld voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf, niet zijnde een veehouderij of een glastuinbouwbedrijf, en daarmee samenhangende activiteiten. Daaronder begrepen de volgende inherent bijbehorende en ondergeschikte voorzieningen en invullingen bij de functie: a. tuinen, erven en terreinen; b. water zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen; c. waterberging, -infiltratie en riolering; d. allerlei vormen van beplanting en groen, zoals bomen, struiken en planten; e. landschapselementen, zoals een houtwal of een bomenlaan; f. verhardingen, (onverharde) paden, parkeerplaatsen en parkeervoorzieningen; g. extensief recreatief medegebruik.

Artikel 5.4Aanlegactiviteiten

Voor het aanleggen van werken en uitvoeren van werkzaamheden op een locatie met de functie agrarisch bedrijf dient voldaan te worden aan: a. paragraaf 6.3.1 algemene bepalingen aanlegactiviteiten; b. subparagraaf 6.3.2.1 landschappelijke inpassing aanleggen, in stand houden of verwijderen; c. subparagraaf 6.3.3.1 oppervlakteverhardingen aanleggen; d. subparagraaf 6.3.4.3 waterlopen, sloten en greppels graven, dempen dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren.

Artikel 5.5Bouwactiviteiten

Voor het bouwen op een locatie met de functie agrarisch bedrijf dient voldaan te worden aan: a. paragraaf 6.4.1 algemene bepalingen bouwactiviteiten; b. paragraaf 6.4.2 agrarische bedrijfsgebouwen bouwen; c. paragraaf 6.4.5 teeltondersteunende kassen bouwen; d. paragraaf 6.4.16 bedrijfswoning bouwen; e. paragraaf 6.4.18 bijgebouwen bij een woning bouwen; f. paragraaf 6.4.19 herbouwen woning; g. paragraaf 6.4.17 noodwoningen vernieuwen, veranderen of uitbreiden; h. paragraaf 6.4.21 overkappingen bouwen; i. paragraaf 6.4.22 terreinafscheidingen bouwen; j. paragraaf 6.4.23 agrarische bouwwerken, geen gebouwen zijnde bouwen; k. paragraaf 6.4.24 tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen oprichten; l. paragraaf 6.4.29 constructies voor het (ge)leiden van (lei)bomen bouwen; m. paragraaf 6.4.30 overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bouwen.

Artikel 5.6Gebruiksactiviteiten

Voor het gebruiken van een locatie met de functie agrarisch bedrijf dient voldaan te worden aan: a. paragraaf 6.5.1 algemene bepalingen gebruiksactiviteiten; b. subparagraaf 6.5.3.1 agrarische bedrijfsactiviteiten uitoefenen; c. subparagraaf 6.5.3.6 kleinschalige niet-agrarische nevenactiviteiten uitoefenen; d. subparagraaf 6.5.4.2 buitenopslag; e. subparagraaf 6.5.4.3 statische opslag als nevenactiviteit; f. subparagraaf 6.5.7.3 ondersteunende horeca aanbieden als nevenactiviteit; g. subparagraaf 6.5.7.4 routegebonden horeca aanbieden als nevenactiviteit; h. subparagraaf 6.5.8.7 kinderopvang en/of dagbesteding exploiteren als nevenactiviteit; i. subparagraaf 6.5.8.8 verlenen van zorg en/of dagbesteding als nevenactiviteit; j. subparagraaf 6.5.9.12 minicamping exploiteren als nevenactiviteit; k. subparagraaf 6.5.9.13 bed and breakfast exploiteren als nevenactiviteit; l. subparagraaf 6.5.9.14 groepsaccommodatie aanbieden als nevenactiviteit; m. subparagraaf 6.5.9.15 ondergeschikte dagrecreatie aanbieden als nevenactiviteit; n. subparagraaf 6.5.9.16 verhuren van fietsen/rijtuigen voor recreatief gebruik als nevenactiviteit; o. subparagraaf 6.5.11.1 wonen; p. subparagraaf 6.5.11.2 aan huis verbonden beroep uitoefenen; q. subparagraaf 6.5.11.5 huisvesten arbeidsmigranten in woningen; r. subparagraaf 6.5.11.7 huisvesten van arbeidsmigranten in woonunits, (sta-)caravans of vergelijkbare onderkomens.

Afdeling 5.2

Agrarisch grondgebruik

Paragraaf 5.2.1

Algemeen

Artikel 5.7Toepassingsbereik

Deze afdeling is van toepassing op locaties met de functie agrarisch grondgebruik.

Artikel 5.8Doelen

Binnen locaties met de functie agrarisch grondgebruik gelden de volgende doelen: a. een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; b. het beschermen van een goed woon- en leefklimaat; c. het waarborgen van de veiligheid; d. het beschermen van de gezondheid; e. het beschermen van het milieu; f. het duurzaam veiligstellen van de openbare drinkwatervoorziening; g. het beschermen van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden; h. het behoud van cultureel erfgoed; i. de natuurbescherming; j. het aanpassen van de fysieke ruimte aan de gevolgen van klimaatverandering, waaronder wateroverlast en hittestress; k. het waarborgen van een goede kwaliteit van bouwwerken; l. het behoeden van de staat en werking van infrastructuur voor nadelige gevolgen van activiteiten; m. het beheren van watersystemen; n. het beheren van geobiologische en geothermische systemen en ecosystemen; o. het beschermen van en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; p. het beheren van natuurlijke hulpbronnen; q. het gebruiken van bouwwerken; r. het doelmatig gebruiken van energie en grondstoffen; s. het bevorderen van een duurzame ruimtelijke en economische ontwikkeling van gebieden; t. het bieden van voldoende fysieke en milieu-ruimte voor milieubelastende bedrijven en andere activiteiten, anders dan wonen; u. het bevorderen van een duurzame ontwikkeling; v. het kunnen overschakelen van fossiele energie naar hernieuwbare energie; w. het kunnen produceren binnen gesloten kringlopen; x. het bereikbaar en toegankelijk maken van gebieden; y. het doelmatig beheren van afvalstoffen; z. het beschermen van grondgebonden veehouderijen als drager van het landschap; aa. het bevorderen van kringlooplandbouw en duurzame veehouderijen; ab. het verlagen of voorkomen van emissies van geur van agrarische activiteiten; ac. het voorkomen van leegstand van voormalige agrarische bebouwing; ad. het bevorderen van extensief recreatief medegebruik; ae. het tegengaan van verrommeling van erven en terreinen en behoud van beeldkwaliteit van bebouwing; af. het behouden en herstellen van waardevolle bouwwerken en landschappelijke elementen; ag. het realiseren van een hoge architectonische kwaliteit van het openbaar gebied en van bebouwing; ah. het realiseren van een akoestisch aanvaardbaar woongebied; ai. het realiseren van een woongebied met een aanvaardbaar geurniveau.

Paragraaf 5.2.2

Specifieke regels voor activiteiten

Artikel 5.9Algemeen

Locaties met de functie agrarisch grondgebruik zijn bedoeld voor al dan niet bedrijfsmatige agrarische doeleinden, inclusief tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen, en daarmee samenhangende activiteiten. Daaronder begrepen de volgende inherent bijbehorende en ondergeschikte voorzieningen en invullingen bij de functies: a. water, zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen; b. allerlei vormen van beplanting en groen, zoals bomen, struiken en planten; c. landschapselementen, zoals een houtwal of een bomenlaan; d. extensief recreatief medegebruik; e. voorzieningen van openbaar nut.

Artikel 5.10Aanlegactiviteiten

Voor het aanleggen van werken en uitvoeren van werkzaamheden op een locatie met de functie agrarisch grondgebruik dient voldaan te worden aan: a. paragraaf 6.3.1 algemene bepalingen aanlegactiviteiten; b. subparagraaf 6.3.2.1 landschappelijke inpassing aanbrengen, in stand houden of verwijderen; c. subparagraaf 6.3.2.2 wadi en waterhuishoudkundige voorzieningen aanleggen, in stand houden of verwijderen; d. subparagraaf 6.3.2.3 landschapselementen verwijderen; e. subparagraaf 6.3.3.1 oppervlakteverhardingen aanleggen; f. subparagraaf 6.3.4.1 verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem; g. subparagraaf 6.3.4.3 waterlopen, sloten en greppels graven, dempen dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren.

Artikel 5.11Bouwactiviteiten

Voor het bouwen op een locatie met de functie agrarisch grondgebruik dient voldaan te worden aan: a. paragraaf 6.4.1 algemene bepalingen bouwactiviteiten; b. paragraaf 6.4.6 veldschuur bouwen; c. paragraaf 6.4.24 tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen oprichten; d. paragraaf 6.4.25 paardenbak oprichten e. paragraaf 6.4.26 schuilgelegenheden bouwen; f. paragraaf 6.4.22 terreinafscheidingen bouwen; g. paragraaf 6.4.30 overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bouwen.

Artikel 5.12Gebruiksactiviteiten

Voor het gebruiken van een locatie met de functie agrarisch grondgebruik dient voldaan te worden aan: a. paragraaf 6.5.1 algemene bepalingen gebruiksactiviteiten; b. subparagraaf 6.5.3.2 telen van gewassen en/of het houden van landbouwhuisdieren; c. subparagraaf 6.5.3.7 schuilgelegenheid bieden aan dieren; d. subparagraaf 6.5.3.8 opslag in een veldschuur.

Afdeling 5.3

Bedrijf

Paragraaf 5.3.1

Algemeen

Artikel 5.13Toepassingsbereik

Deze afdeling is van toepassing op locaties met de functie bedrijf.

Artikel 5.14Doelen

Binnen locaties met de functie bedrijf gelden de volgende doelen: a. het beschermen van een goed woon- en leefklimaat; b. het waarborgen van de veiligheid; c. het beschermen van de gezondheid; d. het beschermen van het milieu; e. het beschermen van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden; f. het behoud van cultureel erfgoed; g. de natuurbescherming; h. het tegengaan van klimaatverandering; i. het aanpassen van de fysieke ruimte aan de gevolgen van klimaatverandering, waaronder wateroverlast en hittestress; j. het waarborgen van een goede kwaliteit van bouwwerken; k. het behoeden van de staat en werking van infrastructuur voor nadelige gevolgen van activiteiten; l. het beheren van watersystemen; m. het beschermen van en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; n. het gebruiken van bouwwerken; o. het doelmatig gebruiken van energie en grondstoffen; p. het bevorderen van een duurzame ruimtelijke en economische ontwikkeling van gebieden; q. het waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat; r. het bieden van voldoende fysieke en milieu-ruimte voor milieubelastende bedrijven en andere activiteiten, anders dan wonen; s. het bevorderen van een duurzame ontwikkeling; t. het kunnen overschakelen van fossiele energie naar hernieuwbare energie; u. het kunnen produceren binnen gesloten kringlopen; v. het bereikbaar en toegankelijk maken van gebieden; w. het doelmatig beheren van afvalstoffen; x. het bevorderen van extensief recreatief medegebruik; y. het tegengaan van verrommeling van erven en terreinen en behoud van beeldkwaliteit van bebouwing; z. het behouden en herstellen van waardevolle bouwwerken en landschappelijke elementen; aa. het realiseren van een hoge architectonische kwaliteit van het openbaar gebied en van bebouwing.

Paragraaf 5.3.2

Specifieke regels voor activiteiten

Artikel 5.15Algemeen

Locaties met de functie bedrijf zijn bedoeld voor de uitoefening van een niet-agrarisch bedrijf en daarmee samenhangende activiteiten. Daaronder begrepen de volgende inherent bijbehorende en ondergeschikte voorzieningen en invullingen bij de functie: a. tuinen, erven en terreinen; b. water, zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen; c. waterberging, -infiltratie en riolering; d. allerlei vormen van beplanting en groen, zoals bomen, struiken en planten; e. landschapselementen, zoals een houtwal of een bomenlaan; f. verhardingen, (onverharde) paden, parkeerplaatsen en parkeervoorzieningen; g. extensief recreatief medegebruik; h. voorzieningen van openbaar nut.

Artikel 5.16Aanlegactiviteiten

Voor het aanleggen van werken en uitvoeren van werkzaamheden op een locatie met de functie bedrijf dient voldaan te worden aan: a. paragraaf 6.3.1 algemene bepalingen aanlegactiviteiten; b. subparagraaf 6.3.2.1 landschappelijke inpassing aanbrengen, in stand houden of verwijderen; c. subparagraaf 6.3.3.1 oppervlakteverhardingen aanleggen; d. subparagraaf 6.3.4.3 waterlopen, sloten en greppels graven, dempen dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren.

Artikel 5.17Bouwactiviteiten

Voor het bouwen op een locatie met de functie bedrijf dient voldaan te worden aan: a. paragraaf 6.4.1 algemene bepalingen bouwactiviteiten; b. paragraaf 6.4.7 bedrijfsgebouwen bouwen; c. paragraaf 6.4.16 bedrijfswoning bouwen; d. paragraaf 6.4.18 bijgebouwen bij een woning bouwen; e. paragraaf 6.4.19 herbouwen woning; f. paragraaf 6.4.17 noodwoningen vernieuwen, veranderen of uitbreiden; g. paragraaf 6.4.21 overkappingen bouwen; h. paragraaf 6.4.22 terreinafscheidingen bouwen; i. paragraaf 6.4.29 constructies voor het (ge)leiden van (lei)bomen bouwen; j. paragraaf 6.4.30 overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bouwen.

Artikel 5.18Gebruiksactiviteiten

Voor het gebruiken van een locatie met de functie bedrijf dient voldaan te worden aan: a. paragraaf 6.5.1 algemene bepalingen gebruiksactiviteiten; b. subparagraaf 6.5.4.1 bedrijfsactiviteiten uitoefenen; c. subparagraaf 6.5.4.2 buitenopslag; d. subparagraaf 6.5.4.3 statische opslag als nevenactiviteit; e. subparagraaf 6.5.4.4 kleinschalige nevenactiviteiten uitoefenen; f. subparagraaf 6.5.9.5 minicamping exploiteren; g. subparagraaf 6.5.9.12 minicamping exploiteren als nevenactiviteit; h. subparagraaf 6.5.11.1 wonen; i. subparagraaf 6.5.11.2 aan huis verbonden beroepen uitoefenen.

Afdeling 5.4

Horeca

Paragraaf 5.4.1

Algemeen

Artikel 5.19Toepassingsbereik

Deze afdeling is van toepassing op locaties met de functie horeca.

Artikel 5.20Doelen

Binnen locaties met de functie horeca gelden de volgende doelen: a. het beschermen van een goed woon- en leefklimaat; b. het waarborgen van de veiligheid; c. het beschermen van de gezondheid; d. het beschermen van het milieu; e. het beschermen van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden; f. het behoud van cultureel erfgoed; g. de natuurbescherming; h. het tegengaan van klimaatverandering; i. het waarborgen van een goede kwaliteit van bouwwerken; j. het behoeden van de staat en werking van infrastructuur voor nadelige gevolgen van activiteiten; k. het beheren van watersystemen; l. het beschermen van en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; m. het gebruiken van bouwwerken; n. het doelmatig gebruiken van energie en grondstoffen; o. het bevorderen van een duurzame ruimtelijke en economische ontwikkeling van gebieden; p. het waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat; q. het bevorderen van een duurzame ontwikkeling; r. het kunnen overschakelen van fossiele energie naar hernieuwbare energie; s. het kunnen produceren binnen gesloten kringlopen; t. het bereikbaar en toegankelijk maken van gebieden; u. het doelmatig beheren van afvalstoffen; v. het bevorderen van extensief recreatief medegebruik; w. het tegengaan van verrommeling van erven en terreinen en behoud van beeldkwaliteit van bebouwing; x. het behouden en herstellen van waardevolle bouwwerken en landschappelijke elementen; y. het realiseren van een hoge architectonische kwaliteit van het openbaar gebied en van bebouwing.

Paragraaf 5.4.2

Specifieke regels voor activiteiten

Artikel 5.21Algemeen

Locaties met de functie horeca zijn bedoeld voor de uitoefening van een horecabedrijf met bijbehorende voorzieningen. Daaronder begrepen de volgende inherent bijbehorende en ondergeschikte voorzieningen en invullingen bij de functie: a. water, zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen; b. waterberging, -infiltratie en riolering; c. allerlei vormen van beplanting en groen, zoals bomen, struiken en planten; d. landschapselementen, zoals een houtwal of een bomenlaan; e. verhardingen, hieronder begrepen tevens terrassen, (onverharde) paden, parkeerplaatsen en parkeervoorzieningen; f. extensief recreatief medegebruik; g. voorzieningen van openbaar nut.

Artikel 5.22Aanlegactiviteiten

Voor het aanleggen van werken en uitvoeren van werkzaamheden op een locatie met de functie horeca dient voldaan te worden aan: a. paragraaf 6.3.1 algemene bepalingen aanlegactiviteiten; b. subparagraaf 6.3.2.1 landschappelijke inpassing aanbrengen, in stand houden of verwijderen; c. subparagraaf 6.3.3.1 oppervlakteverhardingen aanleggen; d. subparagraaf 6.3.4.3 waterlopen, sloten en greppels graven, dempen dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren.

Artikel 5.23Bouwactiviteiten

Voor het bouwen op een locatie met de functie horeca dient voldaan te worden aan: a. paragraaf 6.4.1 algemene bepalingen bouwactiviteiten; b. paragraaf 6.4.7 bedrijfsgebouwen bouwen; c. paragraaf 6.4.16 bedrijfswoning bouwen; d. paragraaf 6.4.18 bijgebouwen bij een woning bouwen; e. paragraaf 6.4.19 herbouwen woning; f. paragraaf 6.4.21 overkappingen bouwen; g. paragraaf 6.4.22 terreinafscheidingen bouwen; h. paragraaf 6.4.29 constructies voor het (ge)leiden van (lei)bomen bouwen; i. paragraaf 6.4.30 overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bouwen.

Artikel 5.24Gebruiksactiviteiten

Voor het gebruiken van een locatie met de functie horeca dient voldaan te worden aan: a. paragraaf 6.5.1 algemene bepalingen gebruiksactiviteiten; b. subparagraaf 6.5.7.1 horecabedrijf exploiteren; c. subparagraaf 6.5.11.1 wonen; d. subparagraaf 6.5.11.2 aan huis verbonden beroep uitoefenen.

Afdeling 5.5

Maatschappelijk

Paragraaf 5.5.1

Algemeen

Artikel 5.25Toepassingsbereik

Deze afdeling is van toepassing op locaties met de functie maatschappelijk.

Artikel 5.26Doelen

Binnen locaties met de functie maatschappelijk gelden de volgende doelen: a. het beschermen van een goed woon- en leefklimaat; b. het waarborgen van de veiligheid; c. het beschermen van de gezondheid; d. het beschermen van het milieu; e. het beschermen van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden; f. het behoud van cultureel erfgoed; g. de natuurbescherming; h. het tegengaan van klimaatverandering; i. het aanpassen van de fysieke ruimte aan de gevolgen van klimaatverandering, waaronder wateroverlast en hittestress; j. het waarborgen van een goede kwaliteit van bouwwerken; k. het behoeden van de staat en werking van infrastructuur voor nadelige gevolgen van activiteiten; l. het beheren van watersystemen; m. het beschermen van en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; n. het gebruiken van bouwwerken; o. het doelmatig gebruiken van energie en grondstoffen; p. het bevorderen van een duurzame ruimtelijke en economische ontwikkeling van gebieden; q. het kunnen overschakelen van fossiele energie naar hernieuwbare energie; r. het bieden van voldoende woonruimte; s. het bereikbaar en toegankelijk maken van gebieden; t. het bevorderen van extensief recreatief medegebruik; u. het tegengaan van verrommeling van erven en terreinen en behoud van beeldkwaliteit van bebouwing; v. het voorkomen en beschermen van mensen tegen infecties door het houden van landbouwhuisdieren; w. het behouden en herstellen van waardevolle bouwwerken en landschappelijke elementen; x. het realiseren van een hoge architectonische kwaliteit van het openbaar gebied en van bebouwing.

Paragraaf 5.5.2

Specifieke regels voor activiteiten

Artikel 5.27Algemeen

Locaties met de functie maatschappelijk zijn bedoeld voor maatschappelijke doeleinden met bijbehorende educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele en/of levensbeschouwelijke voorzieningen en daarmee samenhangende activiteiten. Daaronder begrepen de volgende inherent bijbehorende en ondergeschikte voorzieningen en invullingen bij de functie: a. tuinen, erven en terreinen; b. water, zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen; c. waterberging, -infiltratie en riolering; d. allerlei vormen van beplanting en groen, zoals bomen, struiken en planten; e. landschapselementen, zoals een houtwal of een bomenlaan; f. verhardingen, (onverharde) paden, parkeerplaatsen en parkeervoorzieningen; g. extensief recreatief medegebruik.

Artikel 5.28Aanlegactiviteiten

Voor het aanleggen van werken en uitvoeren van werkzaamheden op een locatie met de functie maatschappelijk dient voldaan te worden aan: a. paragraaf 6.3.1 algemene bepalingen aanlegactiviteiten; b. subparagraaf 6.3.2.1 landschappelijke inpassing aanbrengen, in stand houden of verwijderen; c. subparagraaf 6.3.3.1 oppervlakteverhardingen aanleggen; d. subparagraaf 6.3.4.3 waterlopen, sloten en greppels graven, dempen dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren.

Artikel 5.29Bouwactiviteiten

Voor het bouwen op een locatie met de functie maatschappelijk dient voldaan te worden aan: a. paragraaf 6.4.1 algemene bepalingen bouwactiviteiten; b. paragraaf 6.4.7 bedrijfsgebouwen bouwen; c. paragraaf 6.4.16 bedrijfswoning bouwen; d. paragraaf 6.4.19 herbouwen woning; e. paragraaf 6.4.18 bijgebouwen bij een woning bouwen; f. paragraaf 6.4.21 overkappingen bouwen; g. paragraaf 6.4.22 terreinafscheidingen bouwen; h. paragraaf 6.4.29 constructies voor het (ge)leiden van (lei)bomen bouwen; i. paragraaf 6.4.30 bouwwerken, geen gebouwen zijnde bouwen.

Artikel 5.30Gebruiksactiviteiten

Voor het gebruiken van een locatie met de functie maatschappelijk dient voldaan te worden aan: a. paragraaf 6.5.1 algemene bepalingen gebruiksactiviteiten; b. subparagraaf 6.5.8.1 verzorgingstehuis exploiteren; c. subparagraaf 6.5.8.2 jongerencentrum exploiteren; d. subparagraaf 6.5.8.3 scouting exploiteren; e. subparagraaf 6.5.8.4 equitherapie aanbieden; f. subparagraaf 6.5.8.5 zorginstelling exploiteren.

Afdeling 5.6

Natuur

Paragraaf 5.6.1

Algemeen

Artikel 5.31Toepassingsbereik

Deze afdeling is van toepassing op locaties met de functie natuur.

Artikel 5.32Doelen

Binnen locaties met de functie natuur gelden de volgende doelen: a. het beschermen van een goed woon- en leefklimaat; b. het waarborgen van de veiligheid; c. het beschermen van de gezondheid; d. het beschermen van het milieu; e. het duurzaam veiligstellen van de openbare drinkwatervoorziening; f. het beschermen van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden; g. het behoud van cultureel erfgoed; h. de natuurbescherming; i. de instandhouding van het bosareaal binnen de gemeente; j. het tegengaan van klimaatverandering; k. het aanpassen van de fysieke ruimte aan de gevolgen van klimaatverandering, waaronder wateroverlast en hittestress; l. het behoeden van de staat en werking van infrastructuur voor nadelige gevolgen van activiteiten; m. het beheren van watersystemen; n. het beheren van geobiologische en geothermische systemen en ecosystemen; o. het beschermen van en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; p. het beheren van natuurlijke hulpbronnen; q. het beheren van natuurgebieden; r. het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen; s. het realiseren van een gemeentelijk natuurnetwerk; t. het doelmatig gebruiken van energie en grondstoffen; u. het bevorderen van een duurzame ontwikkeling; v. het bereikbaar en toegankelijk maken van gebieden; w. het bevorderen van extensief recreatief medegebruik; x. het beschermen en waar mogelijk vergroten van de openheid van het landschap; y. het behouden en herstellen van waardevolle bouwwerken en landschappelijke elementen; z. het behouden en waar mogelijk versterken van het natuurdoeltype overstromingsgrasland; aa. het vergroten van de natuurbeleving en recreatieve waarde, zonder afbreuk te doen aan natuurwaarden; ab. het behouden van een klimaatbestendig watersysteem.

Paragraaf 5.6.2

Specifieke regels voor activiteiten

Artikel 5.33Algemeen

Locaties met de functie natuur zijn bedoeld voor bosbouwkundige doeleinden voor het behoud van duurzaam bosgebied en de groeiplaats ter plaatse en daarmee samenhangende activiteiten. Daaronder begrepen de volgende inherent bijbehorende en ondergeschikte voorzieningen en invullingen bij de functie: a. water, zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen; b. allerlei vormen van beplanting en groen, zoals bomen, struiken en planten; c. landschapselementen, zoals een houtwal of een bomenlaan; d. bestaande verhardingen en (onverharde) paden, parkeerplaatsen en parkeervoorzieningen ten behoeve van extensief recreatief medegebruik en/of onderhoud; e. extensief recreatief medegebruik.

Artikel 5.34Aanlegactiviteiten

Voor het aanleggen van werken en uitvoeren van werkzaamheden op een locatie met de functie natuur dient voldaan te worden aan: a. paragraaf 6.3.1 algemene bepalingen aanlegactiviteiten; b. subparagraaf 6.3.2.3 landschapselementen verwijderen; c. subparagraaf 6.3.2.4 gewassen en beplanting verwijderen; d. subparagraaf 6.3.3.1 oppervlakteverhardingen aanleggen; e. subparagraaf 6.3.4.1 verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem; f. subparagraaf 6.3.4.2 diepploegen, diepwoelen en/of uitvoeren van andere ingrepen in de bodem; g. subparagraaf 6.3.4.3 waterlopen, sloten en greppels, graven, dempen dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren.

Artikel 5.35Bouwactiviteiten

Voor het bouwen op een locatie met de functie natuur dient voldaan te worden aan: a. paragraaf 6.4.1 algemene bepalingen bouwactiviteiten; b. paragraaf 6.4.13 clubhuis hondensportvereniging bouwen; c. paragraaf 6.4.30 overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bouwen.

Artikel 5.36Gebruiksactiviteiten

Voor het gebruiken van een locatie met de functie natuur dient voldaan te worden aan: a. paragraaf 6.5.1 algemene bepalingen gebruiksactiviteiten; b. subparagraaf 6.5.10.2 opslag ten behoeve van de hondensport.

Afdeling 5.7

Nutsvoorziening

Paragraaf 5.7.1

Algemeen

Artikel 5.37Toepassingsbereik

Deze afdeling is van toepassing op locaties met de functie nutsvoorziening.

Artikel 5.38Doelen

Binnen locaties met de functie nutsvoorziening gelden de volgende doelen: a. het beschermen van een goed woon- en leefklimaat; b. het waarborgen van de veiligheid; c. het beschermen van de gezondheid; d. het beschermen van het milieu; e. het duurzaam veiligstellen van de openbare drinkwatervoorziening; f. het beschermen van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden; g. het behoud van cultureel erfgoed; h. het tegengaan van klimaatverandering; i. het aanpassen van de fysieke ruimte aan de gevolgen van klimaatverandering, waaronder wateroverlast en hittestress; j. het waarborgen van een goede kwaliteit van bouwwerken; k. het behoeden van de staat en werking van infrastructuur voor nadelige gevolgen van activiteiten; l. het beheren van infrastructuur; m. het beheren van watersystemen; n. het beschermen van en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; o. het doelmatig gebruiken van energie en grondstoffen; p. het kunnen overschakelen van fossiele energie naar hernieuwbare energie; q. het kunnen produceren binnen gesloten kringlopen; r. het kunnen benutten van de openbare ruimte voor verkeer, parkeren en afvalinzameling; s. het bieden van voldoende woonruimte; t. het bereikbaar en toegankelijk maken van gebieden; u. het doelmatig beheren van afvalstoffen.

Paragraaf 5.7.2

Specifieke regels voor activiteiten

Artikel 5.39Algemeen

Locaties met de functie nutsvoorziening zijn bedoeld voor nutsvoorzieningen van algemeen en openbaar belang en voorzieningen van openbaar nut, waaronder in ieder geval begrepen (ondergrondse) kabels en leidingen, openbare verlichting, bewegwijzering en straatmeubilair. Daaronder begrepen de volgende inherent bijbehorende en ondergeschikte voorzieningen en invullingen bij de functie: a. water, zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen; b. allerlei vormen van beplanting en groen, zoals bomen, struiken en planten; c. landschapselementen, zoals een houtwal of een bomenlaan; d. verhardingen en (onverharde) paden.

Artikel 5.40Aanlegactiviteiten

Voor het aanleggen van werken en uitvoeren van werkzaamheden op een locatie met de functie nutsvoorziening dient voldaan te worden aan: a. paragraaf 6.3.1 algemene bepalingen aanlegactiviteiten; b. subparagraaf 6.3.3.1 oppervlakteverhardingen aanleggen; c. subparagraaf 6.3.4.7 onroerende zaken plaatsen.

Artikel 5.41Bouwactiviteiten

Voor het bouwen op een locatie met de functie nutsvoorziening dient voldaan te worden aan: a. paragraaf 6.4.1 algemene bepalingen bouwactiviteiten; b. paragraaf 6.4.9 nutsvoorzieningen bouwen; c. paragraaf 6.4.21 overkappingen bouwen; d. paragraaf 6.4.22 terreinafscheidingen bouwen; e. paragraaf 6.4.29 constructies voor het (ge)leiden van (lei)bomen bouwen. f. paragraaf 6.4.30 overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bouwen.

Artikel 5.42Gebruiksactiviteiten

Voor het gebruiken van een locatie met de functie nutsvoorziening dient voldaan te worden aan: a. paragraaf 6.5.1 algemene bepalingen gebruiksactiviteiten.

Afdeling 5.8

Openbaar gebied

Paragraaf 5.8.1

Algemeen

Artikel 5.43Toepassingsbereik

Deze afdeling is van toepassing op locaties met de functie openbaar gebied.

Artikel 5.44Doelen

Binnen locaties met de functie openbaar gebied gelden de volgende doelen: a. het beschermen van een goed woon- en leefklimaat; b. het waarborgen van de veiligheid; c. het beschermen van de gezondheid; d. het beschermen van het milieu; e. het duurzaam veiligstellen van de openbare drinkwatervoorziening; f. het beschermen van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden; g. het behoud van cultureel erfgoed; h. de natuurbescherming; i. het tegengaan van klimaatverandering; j. het aanpassen van de fysieke ruimte aan de gevolgen van klimaatverandering, waaronder wateroverlast en hittestress; k. het behoeden van de staat en werking van infrastructuur voor nadelige gevolgen van activiteiten; l. het beheren van infrastructuur; m. het beheren van watersystemen; n. het beheren van geobiologische en geothermische systemen en ecosystemen; o. het beschermen van en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; p. het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen; q. het doelmatig gebruiken van energie en grondstoffen; r. het bevorderen van een duurzame ontwikkeling; s. het kunnen overschakelen van fossiele energie naar hernieuwbare energie; t. het kunnen benutten van de openbare ruimte voor verkeer, parkeren en afvalinzameling; u. het bereikbaar en toegankelijk maken van gebieden; v. het doelmatig beheren van afvalstoffen; w. het bevorderen van extensief recreatief medegebruik; x. het beschermen en waar mogelijk vergroten van de openheid van het landschap; y. het behouden en herstellen van waardevolle bouwwerken en landschappelijke elementen; z. het behouden en waar mogelijk versterken van het natuurdoeltype overstromingsgrasland; aa. het vergroten van de natuurbeleving en recreatieve waarde, zonder afbreuk te doen aan natuurwaarden; ab. het behouden van een klimaatbestendig watersysteem; ac. het realiseren van een suburbaan woonmilieu in een groen-blauwe setting; ad. het realiseren van een hoge architectonische kwaliteit van het openbaar gebied en van bebouwing; ae. het realiseren van een fietsvriendelijk woongebied; af. het realiseren van een akoestisch aanvaardbaar woongebied; ag. het realiseren van een woongebied met een aanvaardbaar geurniveau; ah. het realiseren van een veilig woongebied; ai. het realiseren van een energieneutraal woongebied; aj. het realiseren van een klimaatbestendig woongebied; en ak. het realiseren van een speel- en beweegvriendelijk woongebied.

Paragraaf 5.8.2

Specifieke regels voor activiteiten

Artikel 5.45Algemeen

Locaties met de functie openbaar gebied zijn bedoeld voor: a. voor het publiek toegankelijke groen-, water- en verkeersvoorzieningen; b. wegverkeer, verkeerskundige en waterhuishoudkundige doeleinden; c. verharde en onverharde wegen; d. verkeers- en erfontsluitingen, alsmede fiets- en voetpaden; e. water, zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen; f. allerlei vormen van beplanting en groen, zoals bomen, struiken en planten; g. landschapselementen, zoals een houtwal of een bomenlaan; h. voorzieningen van openbaar nut; i. extensief recreatief medegebruik.

Artikel 5.46Aanlegactiviteiten

Voor het aanleggen van werken en uitvoeren van werkzaamheden op een locatie met de functie openbaar gebied dient voldaan te worden aan: a. paragraaf 6.3.1 algemene bepalingen aanlegactiviteiten; b. subparagraaf 6.3.2.3 landschapselementen verwijderen; c. subparagraaf 6.3.3.1 oppervlakteverhardingen aanleggen; d. subparagraaf 6.3.3.2 onverharde wegen verharden; e. subparagraaf 6.3.4.4 riolering, kabels, leidingen en drainage aanbrengen; f. subparagraaf 6.3.4.7 onroerende objecten plaatsen.

Artikel 5.47Bouwactiviteiten

Voor het bouwen op een locatie met de functie openbaar gebied dient voldaan te worden aan: a. paragraaf 6.4.1 algemene bepalingen bouwactiviteiten; b. paragraaf 6.4.29 constructies voor het (ge)leiden van (lei)bomen bouwen; c. paragraaf 6.4.30 overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bouwen.

Artikel 5.48Gebruiksactiviteiten

Voor het gebruiken van een locatie met de functie openbaar gebied dient voldaan te worden aan: a. paragraaf 6.5.1 algemene bepalingen gebruiksactiviteiten; b. subparagraaf 6.5.2.1 activiteiten in openbaar gebied.

Afdeling 5.9

Recreatie

Paragraaf 5.9.1

Algemeen

Artikel 5.49Toepassingsbereik

Deze afdeling is van toepassing op locaties met de functie recreatie.

Artikel 5.50Doelen

Binnen locaties met de functie recreatie gelden de volgende doelen: a. het beschermen van een goed woon- en leefklimaat; b. het waarborgen van de veiligheid; c. het beschermen van de gezondheid; d. het beschermen van het milieu; e. het beschermen van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden; f. het behoud van cultureel erfgoed; g. de natuurbescherming; h. het tegengaan van klimaatverandering; i. het aanpassen van de fysieke ruimte aan de gevolgen van klimaatverandering, waaronder wateroverlast en hittestress; j. het waarborgen van een goede kwaliteit van bouwwerken; k. het behoeden van de staat en werking van infrastructuur voor nadelige gevolgen van activiteiten; l. het beheren van infrastructuur; m. het beheren van watersystemen; n. het beschermen van en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; o. het gebruiken van bouwwerken; p. het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen; q. het doelmatig gebruiken van energie en grondstoffen; r. het bevorderen van een duurzame ruimtelijke en economische ontwikkeling van gebieden; s. het waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat; t. het bevorderen van een duurzame ontwikkeling; u. het kunnen overschakelen van fossiele energie naar hernieuwbare energie; v. het bereikbaar en toegankelijk maken van gebieden; w. het bevorderen van extensief recreatief medegebruik; x. het tegengaan van verrommeling van erven en terreinen en behoud van beeldkwaliteit van bebouwing; y. het behouden en herstellen van waardevolle bouwwerken en landschappelijke elementen; z. het realiseren van een hoge architectonische kwaliteit van het openbaar gebied en van bebouwing; aa. het realiseren van een akoestisch aanvaardbaar woongebied; ab. het realiseren van een woongebied met een aanvaardbaar geurniveau; ac. het realiseren van een energieneutraal woongebied; ad. het realiseren van een klimaatbestendig woongebied; en ae. het realiseren van een speel- en beweegvriendelijk woongebied.

Paragraaf 5.9.2

Specifieke regels voor activiteiten

Artikel 5.51Algemeen

Locaties met de functie recreatie zijn bedoeld voor recreatieve doeleinden met bijbehorende recreatieve voorzieningen. Daaronder begrepen de volgende inherent bijbehorende en ondergeschikte voorzieningen en invullingen bij de functie: a. tuinen, erven en terreinen; b. water, zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen; c. waterberging, -infiltratie en riolering; d. allerlei vormen van beplanting en groen, zoals bomen, struiken en planten; e. landschapselementen, zoals een houtwal of een bomenlaan; f. verhardingen, (onverharde) paden, parkeerplaatsen en parkeervoorzieningen; g. voorzieningen van openbaar nut.

Artikel 5.52Aanlegactiviteiten

Voor het aanleggen van werken en uitvoeren van werkzaamheden op een locatie met de functie recreatie dient voldaan te worden aan: a. paragraaf 6.3.1 algemene bepalingen aanlegactiviteiten; b. subparagraaf 6.3.2.1 landschappelijke inpassing aanbrengen, in stand houden of verwijderen; c. subparagraaf 6.3.3.1 oppervlakteverhardingen aanleggen; d. subparagraaf 6.3.4.3 waterlopen, sloten en greppels graven, dempen dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren.

Artikel 5.53Bouwactiviteiten

Voor het bouwen op een locatie met de functie recreatie dient voldaan te worden aan: a. paragraaf 6.4.1 algemene bepalingen bouwactiviteiten; b. paragraaf 6.4.7 bedrijfsgebouwen bouwen, uitbreiden of wijzigen; c. paragraaf 6.4.8 (overdekte) recreatieve voorzieningen bouwen; d. paragraaf 6.4.10 gebouwen voor verblijfsrecreatie bouwen; e. paragraaf 6.4.11 sanitaire voorzieningen ten behoeve van een kampeerterrein bouwen; f. paragraaf 6.4.16 bedrijfswoning bouwen; g. paragraaf 6.4.18 bijgebouwen bij een woning bouwen; h. paragraaf 6.4.19 herbouwen woning; i. paragraaf 6.4.21 overkappingen bouwen; j. paragraaf 6.4.22 terreinafscheidingen bouwen k. paragraaf 6.4.27 bouwwerken, geen gebouwen zijnde bij een kampeerbedrijf bouwen; l. paragraaf 6.4.29 constructies voor het (ge)leiden van (lei)bomen bouwen; m. paragraaf 6.4.30 overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bouwen.

Artikel 5.54Gebruiksactiviteiten

Voor het gebruiken van een locatie met de functie recreatie dient voldaan te worden aan: a. paragraaf 6.5.1 algemene bepalingen gebruiksactiviteiten; b. subparagraaf 6.5.7.2 pleisterplaats exploiteren; c. subparagraaf 6.5.7.3 ondersteunende horeca aanbieden als nevenactiviteit; d. subparagraaf 6.5.9.1 natuurkampeerterrein exploiteren; e. subparagraaf 6.5.9.2 verenigingskampeerterrein exploiteren; f. subparagraaf 6.5.9.3 kampeerbedrijf exploiteren; g. subparagraaf 6.5.9.4 groepsaccommodatie exploiteren; h. subparagraaf 6.5.9.6 kampeerterrein exploiteren; i. subparagraaf 6.5.9.7 bed and breakfast exploiteren; j. subparagraaf 6.5.9.8 vogelasiel exploiteren; k. subparagraaf 6.5.9.9 dagrecreatiebedrijf exploiteren; l. subparagraaf 6.5.9.10 parkeren ten behoeve van een recreatiebedrijf; m. subparagraaf 6.5.9.11 uitoefenen van sport en spel ten behoeve van een recreatiebedrijf; n. subparagraaf 6.5.9.12 minicamping exploiteren als nevenactiviteit; o. subparagraaf 6.5.9.13 bed and breakfast exploiteren als nevenactiviteit; p. subparagraaf 6.5.11.1 wonen; q. subparagraaf 6.5.11.2 aan huis verbonden beroepen uitoefenen.

Afdeling 5.10

Sport

Paragraaf 5.10.1

Algemeen

Artikel 5.55Toepassingsbereik

Deze afdeling is van toepassing op locaties met de functie sport.

Artikel 5.56Doelen

Binnen locaties met de functie sport gelden de volgende doelen: a. het beschermen van een goed woon- en leefklimaat; b. het waarborgen van de veiligheid; c. het beschermen van de gezondheid; d. het beschermen van het milieu; e. het beschermen van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden; f. het behoud van cultureel erfgoed; g. het waarborgen van een goede kwaliteit van bouwwerken; h. het beheren van watersystemen; i. het beschermen van en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; j. het beheren van natuurlijke hulpbronnen; k. het beheren van natuurgebieden; l. het gebruiken van bouwwerken; m. het bevorderen van een duurzame ontwikkeling; n. het bereikbaar en toegankelijk maken van gebieden; o. het tegengaan van verrommeling van erven en terreinen en behoud van beeldkwaliteit van bebouwing; p. het behouden en herstellen van waardevolle bouwwerken en landschappelijke elementen; q. het realiseren van een hoge architectonische kwaliteit van het openbaar gebied en van bebouwing; r. het realiseren van een akoestisch aanvaardbaar woongebied; s. het realiseren van een speel- en beweegvriendelijk woongebied.

Paragraaf 5.10.2

Specifieke regels voor activiteiten

Artikel 5.57Algemeen

Locaties met de functie sport zijn bedoeld voor het verrichten van sportactiviteiten en daarmee samenhangende activiteiten. Daaronder begrepen de volgende inherent bijbehorende en ondergeschikte voorzieningen en invullingen bij de functie: a. tuinen, erven en terreinen; b. water, zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen; c. waterberging, -infiltratie en riolering; d. allerlei vormen van beplanting en groen, zoals bomen, struiken en planten; e. landschapselementen, zoals een houtwal of een bomenlaan; f. verhardingen, (onverharde) paden, parkeerplaatsen en parkeervoorzieningen; g. voorzieningen van openbaar nut, waaronder in ieder geval begrepen (ondergrondse) kabels en leidingen, openbare verlichting, bewegwijzering en straatmeubilair.

Artikel 5.58Aanlegactiviteiten

Voor het aanleggen van werken en uitvoeren van werkzaamheden op een locatie met de functie sport dient voldaan te worden aan: a. paragraaf 6.3.1 algemene bepalingen aanlegactiviteiten; b. subparagraaf 6.3.3.1 oppervlakteverhardingen aanleggen; c. subparagraaf 6.3.4.3 waterlopen, sloten en greppels graven, dempen dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren.

Artikel 5.59Bouwactiviteiten

Voor het bouwen op een locatie met de functie sport dient voldaan te worden aan: a. paragraaf 6.4.1 algemene bepalingen bouwactiviteiten; b. paragraaf 6.4.7 bedrijfsgebouwen bouwen; c. paragraaf 6.4.22 terreinafscheidingen bouwen d. paragraaf 6.4.29 constructies voor het (ge)leiden van (lei)bomen bouwen; e. paragraaf 6.4.30 overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bouwen.

Artikel 5.60Gebruiksactiviteiten

Voor het gebruiken van een locatie met de functie sport dient voldaan te worden aan: a. paragraaf 6.5.1 algemene bepalingen gebruiksactiviteiten; b. subparagraaf 6.5.10.1 hondensportschool exploiteren.

Afdeling 5.11

Veehouderij

Paragraaf 5.11.1

Algemeen

Artikel 5.61Toepassingsbereik

Deze afdeling is van toepassing op locaties met de functie veehouderij.

Artikel 5.62Doelen

Binnen locaties met de functie veehouderij gelden de volgende doelen: a. het beschermen van een goed woon- en leefklimaat; b. het waarborgen van de veiligheid; c. het beschermen van de gezondheid; d. het beschermen van het milieu; e. het beschermen van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden; f. het behoud van cultureel erfgoed; g. de natuurbescherming; h. het aanpassen van de fysieke ruimte aan de gevolgen van klimaatverandering, waaronder wateroverlast en hittestress; i. het waarborgen van een goede kwaliteit van bouwwerken; j. het behoeden van de staat en werking van infrastructuur voor nadelige gevolgen van activiteiten; k. het beheren van watersystemen; l. het beschermen van en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; m. het gebruiken van bouwwerken; n. het doelmatig gebruiken van energie en grondstoffen; o. het bevorderen van een duurzame ruimtelijke en economische ontwikkeling van gebieden; p. het waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat; q. het bieden van voldoende fysieke en milieu-ruimte voor milieubelastende bedrijven en andere activiteiten, anders dan wonen; r. het bevorderen van een duurzame ontwikkeling; s. het kunnen overschakelen van fossiele energie naar hernieuwbare energie; t. het kunnen produceren binnen gesloten kringlopen; u. het bereikbaar en toegankelijk maken van gebieden; v. het doelmatig beheren van afvalstoffen; w. het beschermen van grondgebonden veehouderijen als drager van het landschap; x. het bevorderen van kringlooplandbouw en duurzame veehouderijen; y. het verlagen of voorkomen van emissies van geur van agrarische activiteiten; z. het bevorderen van een grotere variatie in de bedrijfsvoering van grondgebonden veehouderijbedrijven; aa. het voorkomen van leegstand van voormalige agrarische bebouwing; ab. het bevorderen van extensief recreatief medegebruik; ac. het tegengaan van verrommeling van erven en terreinen en behoud van beeldkwaliteit van bebouwing; ad. het voorkomen en beschermen van mensen tegen infecties door het houden van landbouwhuisdieren; ae. het behouden en herstellen van waardevolle bouwwerken en landschappelijke elementen; af. het realiseren van een hoge architectonische kwaliteit van het openbaar gebied en van bebouwing.

Paragraaf 5.11.2

Specifieke regels voor activiteiten

Artikel 5.63Algemeen

Locaties met de functie veehouderij zijn bedoeld voor de uitoefening van een veehouderij, de uitoefening van een agrarisch bedrijf en al dan niet bedrijfsmatige doeleinden, inclusief tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen en daarmee samenhangende activiteiten. Daaronder begrepen de volgende inherent bijbehorende en ondergeschikte voorzieningen en invullingen bij de functie: a. tuinen, erven en terreinen; b. water, zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen; c. waterberging, -infiltratie en riolering; d. allerlei vormen van beplanting en groen, zoals bomen, struiken en planten; e. landschapselementen, zoals een houtwal of een bomenlaan; f. verhardingen, (onverharde) paden, parkeerplaatsen en parkeervoorzieningen; g. extensief recreatief medegebruik.

Artikel 5.64Aanlegactiviteiten

Voor het aanleggen van werken en uitvoeren van werkzaamheden op een locatie met de functie veehouderij dient voldaan te worden aan: a. paragraaf 6.3.1 algemene bepalingen aanlegactiviteiten; b. subparagraaf 6.3.2.1 landschappelijke inpassing aanleggen, in stand houden of verwijderen; c. subparagraaf 6.3.3.1 oppervlakteverhardingen aanleggen; d. subparagraaf 6.3.4.3 waterlopen, sloten en greppels graven, dempen dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren.

Artikel 5.65Bouwactiviteiten

Voor het bouwen op een locatie met de functie veehouderij dient voldaan te worden aan: a. paragraaf 6.4.1 algemene bepalingen bouwactiviteiten; b. paragraaf 6.4.2 agrarisch bedrijfsgebouwen; c. paragraaf 6.4.3 dierenverblijven bouwen; d. paragraaf 6.4.4 gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde bij veehouderijen uitbreiden; e. paragraaf 6.4.5 teeltondersteunende kassen bouwen; f. paragraaf 6.4.16 bedrijfswoning bouwen; g. paragraaf 6.4.18 bijgebouwen bij een woning bouwen h. paragraaf 6.4.19 herbouwen woning; i. paragraaf 6.4.21 overkappingen bouwen; j. paragraaf 6.4.22 terreinafscheidingen bouwen; k. paragraaf 6.4.23 agrarische bouwwerken, geen gebouwen zijnde bouwen; l. paragraaf 6.4.24 tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen bouwen; m. paragraaf 6.4.29 constructies voor het (ge)leiden van (lei)bomen bouwen n. paragraaf 6.4.30 overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bouwen.

Artikel 5.66Gebruiksactiviteiten

Voor het gebruiken van een locatie met de functie veehouderij dient voldaan te worden aan: a. paragraaf 6.5.1 algemene bepalingen gebruiksactiviteiten; b. subparagraaf 6.5.3.3 veehouderij exploiteren; c. subparagraaf 6.5.3.4 productiegerichte paardenhouderij exploiteren; d. subparagraaf 6.5.3.5 gebruiksgerichte paardenhouderij exploiteren als nevenactiviteit; e. subparagraaf 6.5.3.6 kleinschalige niet-agrarische nevenactiviteiten uitoefenen; f. subparagraaf 6.5.4.2 buitenopslag; g. subparagraaf 6.5.4.3 statische opslag als nevenactiviteit; h. subparagraaf 6.5.7.3 ondersteunende horeca aanbieden als nevenactiviteit; i. subparagraaf 6.5.7.4 routegebonden horeca aanbieden als nevenactiviteit; j. subparagraaf 6.5.8.7 kinderopvang en/of dagbesteding exploiteren als nevenactiviteit; k. subparagraaf 6.5.8.8 verlenen van zorg en/of dagbesteding als nevenactiviteit; l. subparagraaf 6.5.9.12 minicamping exploiteren als nevenactiviteit; m. subparagraaf 6.5.9.13 bed and breakfast exploiteren als nevenactiviteit; n. subparagraaf 6.5.9.14 groepsaccommodatie aanbieden als nevenactiviteit; o. subparagraaf 6.5.9.15 ondergeschikte dagrecreatie aanbieden als nevenactiviteit; p. subparagraaf 6.5.9.16 verhuren van fietsen/rijtuigen voor recreatief gebruik als nevenactiviteit; q. subparagraaf 6.5.11.1 wonen; r. subparagraaf 6.5.11.2 aan huis verbonden beroep uitoefenen; s. subparagraaf 6.5.11.5 huisvesten arbeidsmigranten in woningen; t. subparagraaf 6.5.11.7 huisvesten van arbeidsmigranten in woonunits, (sta-)caravans of vergelijkbare onderkomens.

Afdeling 5.12

Water

Paragraaf 5.12.1

Algemeen

Artikel 5.67Toepassingsbereik

Deze afdeling is van toepassing op locaties met de functie water.

Artikel 5.68Doelen

Binnen locaties met de functie water gelden de volgende doelen: a. het beschermen van een goed woon- en leefklimaat; b. het waarborgen van de veiligheid; c. het beschermen van de gezondheid; d. het beschermen van het milieu; e. het duurzaam veiligstellen van de openbare drinkwatervoorziening; f. het beschermen van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden; g. de natuurbescherming; h. het aanpassen van de fysieke ruimte aan de gevolgen van klimaatverandering, waaronder wateroverlast en hittestress; i. het behoeden van de staat en werking van infrastructuur voor nadelige gevolgen van activiteiten; j. het beheren van infrastructuur; k. het beheren van watersystemen; l. het beheren van geobiologische en geothermische systemen en ecosystemen; m. het beschermen van en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; n. het beheren van natuurlijke hulpbronnen; o. het beheren van natuurgebieden; p. het realiseren van een gemeentelijk natuurnetwerk; q. het bevorderen van een duurzame ontwikkeling; r. het bereikbaar en toegankelijk maken van gebieden; s. het doelmatig beheren van afvalstoffen; t. het bevorderen van extensief recreatief medegebruik; u. het beschermen en waar mogelijk vergroten van de openheid van het landschap; v. het behouden en herstellen van waardevolle bouwwerken en landschappelijke elementen; w. het vergroten van de natuurbeleving en recreatieve waarde, zonder afbreuk te doen aan natuurwaarden; x. het behouden van een klimaatbestendig watersysteem.

Paragraaf 5.12.2

Specifieke regels voor activiteiten

Artikel 5.69Algemeen

Locaties met de functie water zijn bedoeld voor waterhuishoudkundige doeleinden en voorzieningen ten behoeve van de aan- en afvoer van water en waterhuishoudkundige voorzieningen ten behoeve van water, waterberging en infiltratie. Daaronder begrepen de volgende inherent bijbehorende en ondergeschikte voorzieningen en invullingen bij de functie: a. extensief recreatief medegebruik.

Artikel 5.70Aanlegactiviteiten

Voor het aanleggen van werken en uitvoeren van werkzaamheden op een locatie met de functie water dient voldaan te worden aan: a. paragraaf 6.3.1 algemene bepalingen aanlegactiviteiten; b. subparagraaf 6.3.4.3 waterlopen, sloten en greppels graven, dempen dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren.

Artikel 5.71Bouwactiviteiten

Voor het bouwen op een locatie met de functie water dient voldaan te worden aan: a. paragraaf 6.4.1 algemene bepalingen bouwactiviteiten; b. paragraaf 6.4.14 gebouwen ten behoeve van scheepvaart bouwen; c. paragraaf 6.4.28 bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van scheepvaart bouwen.

Artikel 5.72Gebruiksactiviteiten

Voor het gebruiken van een locatie met de functie water dient voldaan te worden aan: a. paragraaf 6.5.1 algemene bepalingen gebruiksactiviteiten; b. subparagraaf 6.5.4.5 scheepvaart.

Afdeling 5.13

Wonen

Paragraaf 5.13.1

Algemeen

Artikel 5.73Toepassingsbereik

Deze afdeling is van toepassing op locaties met de functie wonen.

Artikel 5.74Doelen

Binnen locaties met de functie wonen gelden de volgende doelen: a. het beschermen van een goed woon- en leefklimaat; b. het waarborgen van de veiligheid; c. het beschermen van de gezondheid; d. het beschermen van het milieu; e. het beschermen van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden; f. het behoud van cultureel erfgoed; g. de natuurbescherming; h. het tegengaan van klimaatverandering; i. het aanpassen van de fysieke ruimte aan de gevolgen van klimaatverandering, waaronder wateroverlast en hittestress; j. het waarborgen van een goede kwaliteit van bouwwerken; k. het behoeden van de staat en werking van infrastructuur voor nadelige gevolgen van activiteiten; l. het beheren van watersystemen; m. het beschermen van en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; n. het gebruiken van bouwwerken; o. het doelmatig gebruiken van energie en grondstoffen; p. het waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat; q. het bevorderen van een duurzame ontwikkeling; r. het kunnen overschakelen van fossiele energie naar hernieuwbare energie; s. het bieden van voldoende woonruimte; t. het bereikbaar en toegankelijk maken van gebieden; u. het voorkomen van leegstand van voormalige agrarische bebouwing; v. het bevorderen van extensief recreatief medegebruik; w. het tegengaan van verrommeling van erven en terreinen en behoud van beeldkwaliteit van bebouwing; x. het voorkomen en beschermen van mensen tegen infecties door het houden van landbouwhuisdieren; y. het behouden en herstellen van waardevolle bouwwerken en landschappelijke elementen; z. het realiseren van een suburbaan woonmilieu in een groen-blauwe setting; aa. het realiseren van een hoge architectonische kwaliteit van het openbaar gebied en van bebouwing; ab. het realiseren van een fietsvriendelijk woongebied; ac. het realiseren van een akoestisch aanvaardbaar woongebied; ad. het realiseren van een woongebied met een aanvaardbaar geurniveau; ae. het realiseren van een veilig woongebied; af. het realiseren van een energieneutraal woongebied; ag. het realiseren van een klimaatbestendig woongebied; en ah. het realiseren van een speel- en beweegvriendelijk woongebied.

Paragraaf 5.13.2

Specifieke regels voor activiteiten

Artikel 5.75Algemeen

Locaties met de functie wonen zijn bedoeld voor wonen en daarmee samenhangende activiteiten. Daaronder begrepen de volgende inherent bijbehorende en ondergeschikte voorzieningen en invullingen bij de functie: a. tuinen, erven en terreinen; b. water zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen; c. waterberging, -infiltratie en riolering; d. allerlei vormen van beplanting en groen, zoals bomen, struiken en planten; e. landschapselementen, zoals een houtwal of een bomenlaan; f. verhardingen, (onverharde) paden, parkeerplaatsen en parkeervoorzieningen; g. extensief recreatief medegebruik.

Artikel 5.76Aanlegactiviteiten

Voor het aanleggen van werken en uitvoeren van werkzaamheden op een locatie met de functie wonen dient voldaan te worden aan: a. paragraaf 6.3.1 algemene bepalingen aanlegactiviteiten; b. subparagraaf 6.3.2.1 landschappelijke inpassing aanbrengen, in stand houden of verwijderen; c. subparagraaf 6.3.3.1 oppervlakteverhardingen aanleggen.

Artikel 5.77Bouwactiviteiten

Voor het bouwen op een locatie met de functie wonen dient voldaan te worden aan: a. paragraaf 6.4.1 algemene bepalingen bouwactiviteiten; b. paragraaf 6.4.15 burgerwoning bouwen - buitengebied; c. paragraaf 6.4.18 bijgebouwen bij een woning bouwen; d. paragraaf 6.4.19 herbouwen woning; e. paragraaf 6.4.21 overkappingen bouwen; f. paragraaf 6.4.22 terreinscheidingen bouwen; g. paragraaf 6.4.25 paardenbak oprichten; h. paragraaf 6.4.29 constructies voor het (ge)leiden van (lei)bomen bouwen; i. paragraaf 6.4.30 bouwwerken, geen gebouwen zijnde bouwen.

Artikel 5.78Gebruiksactiviteiten

Voor het gebruiken van een locatie met de functie wonen dient voldaan te worden aan: a. paragraaf 6.5.1 algemene bepalingen gebruiksactiviteiten; b. subparagraaf 6.5.7.4 routegebonden horeca aanbieden als nevenactiviteit; c. subparagraaf 6.5.8.7 kinderopvang en/of dagbesteding exploiteren als nevenactiviteit; d. subparagraaf 6.5.8.8 verlenen van zorg en/of dagbesteding als nevenactiviteit; e. subparagraaf 6.5.9.4 groepsaccommodatie exploiteren; f. subparagraaf 6.5.9.7 bed and breakfast exploiteren; g. subparagraaf 6.5.9.12 minicamping exploiteren als nevenactiviteit; h. subparagraaf 6.5.9.13 bed and breakfast exploiteren als nevenactiviteit; i. subparagraaf 6.5.9.14 groepsaccommodatie aanbieden als nevenactiviteit; j. subparagraaf 6.5.9.15 ondergeschikte dagrecreatie aanbieden als nevenactiviteit; k. subparagraaf 6.5.9.16 verhuren van fietsen/rijtuigen voor recreatief gebruik als nevenactiviteit; l. subparagraaf 6.5.11.1 wonen; m. subparagraaf 6.5.11.2 aan huis verbonden beroep uitoefenen; n. subparagraaf 6.5.11.3 kleinschalige bedrijfsactiviteiten uitoefenen; o. subparagraaf 6.5.11.5 huisvesten arbeidsmigranten in woningen.

Hoofdstuk 6

Activiteiten

Afdeling 6.1

Algemene bepalingen

Artikel 6.1Toepassingsbereik

Dit hoofdstuk is van toepassing op het verrichten van activiteiten.

Artikel 6.2Normadressaat

Aan dit hoofdstuk wordt voldaan door degene die de activiteit verricht of laat verrichten, tenzij anders is bepaald. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit.

Artikel 6.3Uitsluiting niet benoemde activiteiten

Activiteiten die niet zijn benoemd in dit omgevingsplan zijn niet toegestaan.

Artikel 6.4Eerbiedigende werking bestaande activiteiten

1 Bestaande activiteiten en functies, waaronder het feitelijk gebruik van gronden en bouwwerken die op het moment van inwerkingtreding van dit omgevingsplan rechtmatig worden uitgeoefend, worden gerespecteerd en kunnen worden voortgezet.

2 Onder bestaande activiteiten en functies, zoals een bestaand gebouwerf, bestaande bebouwing, een bestaande gebruiksactiviteit of een bestaande omvang, wordt verstaan: a. datgeen wat het omgevingsplan op het moment van inwerkingtreding rechtstreeks toestaat, met inbegrip van datgene wat nadien wordt toegestaan op grond van een besluit van de gemeente als direct gevolg van een onherroepelijke uitspraak van een bestuursrechter; en b. datgeen waarvan handhaving wegens strijdigheid niet meer mogelijk is.

Artikel 6.5Maatwerkvoorschriften

1 Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld, of een vergunningsvoorschrift als bedoeld in artikel 4.5 van de wet kan aan een omgevingsvergunning als bedoeld in dit hoofdstuk worden verbonden, over de regels over activiteiten in dit hoofdstuk, tenzij anders is bepaald.

2 Met een maatwerkvoorschrift of vergunningvoorschrift kan worden afgeweken van de regels over activiteiten in dit hoofdstuk, tenzij anders is bepaald of hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, danwel de instructieregels uit de provinciale omgevingsverordening zich daartegen verzetten.

3 Een maatwerkvoorschrift wordt niet gesteld als over dat onderwerp een voorschrift aan een omgevingsvergunning als bedoeld in dit hoofdstuk kan worden verbonden.

4 Het eerste lid en tweede lid gelden niet voor zover het stellen van maatwerkvoorschriften is uitgesloten in het Besluit activiteiten leefomgeving.

5 Bij het stellen van een maatwerkvoorschrift over de regels in dit hoofdstuk worden de doelen met het oog waarop de regels in de betreffende afdeling of paragraaf zijn gesteld, in acht genomen.

Artikel 6.6Specifieke zorgplicht

Degene die een activiteit verricht als bedoeld in dit hoofdstuk en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de oogmerken, met het oog waarop de regels in de betreffende afdeling of paragraaf zijn gesteld, is verplicht: a. alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b. voor zover deze niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten, voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.

Artikel 6.7Algemene gegevens bij het verstrekken van gegevens en bescheiden

Als gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders, worden die ondertekend en voorzien van: a. de aanduiding van de activiteit; b. de naam en het adres van degene die de activiteit verricht; c. het adres waarop de activiteit wordt verricht; en d. de dagtekening.

Afdeling 6.2

Waarden bij activiteiten

Paragraaf 6.2.1

Bodemgevoelig gebouw bouwen, wijzigen of toevoegen

Paragraaf 6.2.2

Kwetsbaar gebouw of locatie aanleggen, bouwen, wijzigen of toevoegen

Artikel 6.8Toepassingsbereik

Deze paragraaf is van toepassing op het aanleggen, bouwen, wijzigen of toevoegen van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties binnen het: a. aandachtsgebied plaatsgebonden risicocontour.

Artikel 6.9Aanwijzing verbod

Het is verboden zeer kwetsbare gebouwen te bouwen in het aandachtsgebied plaatsgebonden risicocontour.

Artikel 6.10Aanwijzing vergunningplicht

Het is verboden zonder omgevingsvergunning kwetsbare en/of beperkt kwetsbare gebouwen te bouwen of een beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties aan te leggen danwel toe te voegen binnen het aandachtsgebied plaatsgebonden risicocontour.

Artikel 6.11Beoordelingsregels vergunningplicht

De omgevingsvergunning voor het aanleggen, bouwen, wijzigen of toevoegen van kwetsbare en/of beperkt kwetsbare gebouwen of locaties wordt alleen verleend als: a. voldaan wordt aan de normen die gelden voor het plaatsgebonden risico; b. de hoogte van het plaatsgebonden risico in verhouding staat tot het met het beperkt kwetsbare gebouw of locatie te dienen belang; c. maatregelen zijn getroffen ter bescherming van personen in de gebouwen en op de locaties.

Artikel 6.12Aanvraagvereisten vergunningplicht

Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het aanleggen, bouwen, wijzigen of toevoegen van kwetsbare gebouwen of locaties worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een verantwoording van het groepsrisico, waarbij ten minste wordt ingegaan op maatregelen die worden getroffen of die zijn overwogen ter bescherming van personen.

Paragraaf 6.2.3

Geluidsgevoelig gebouw of locatie aanleggen, bouwen, wijzigen of toevoegen

Artikel 6.13Toepassingsbereik

Deze paragraaf is van toepassing op het aanleggen, bouwen, wijzigen of toevoegen van een geluidsgevoelig gebouw of geluidsgevoelige locatie binnen het: a. geluidsaandachtsgebied weg 0-50 meter; b. geluidsaandachtsgebied weg 50-100 meter; c. aandachtsgebied industrielawaai.

Artikel 6.14Waar waarden gelden

Standaardwaarden en grenswaarden voor geluid gelden: a. op een geluidsgevoelig gebouw, anders dan een woonschip of woonwagen:

1.als het gaat om een bestaand geluidsgevoelig gebouw: op de gevel; en 2. als het gaat om een nieuw te bouwen geluidsgevoelig gebouw: op de locatie waar een gevel mag komen; b. als het gaat om een woonschip of woonwagen: op de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van een woonschip of woonwagen; en c. als het gaat om een geluidsgevoelige ruimte: in de geluidsgevoelige ruimte.

Artikel 6.15Aanwijzing verbod

Het is verboden binnen het geluidsaandachtsgebied weg 0-50 meter een geluidsgevoelig gebouw te bouwen of locatie op te richten.

Artikel 6.16Aanwijzing vergunningplicht

Het is verboden zonder omgevingsvergunning een geluidsgevoelig gebouw of locatie aan te leggen, te bouwen of toe te voegen binnen het geluidsaandachtsgebied weg 50-100 meter en het aandachtsgebied industrielawaai.

Artikel 6.17Beoordelingsregels vergunningplicht

De omgevingsvergunning voor het aanleggen, bouwen of toevoegen van een geluidsgevoelig gebouw of locatie wordt alleen verleend na schriftelijk advies te hebben ingewonnen bij de beheerder of deskundige partij.

Artikel 6.18Aanvraagvereisten vergunningplicht

Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het aanleggen, bouwen, wijzigen of toevoegen van een geluidsgevoelig gebouw of locatie worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een akoestisch rapport waaruit de mate van geluidbelasting op het geluidsgevoelige gebouw of locatie blijkt; b. indien nodig in verband met een overschrijding van de standaardwaarde, inzicht wordt gegeven in maatregelen die worden genomen met het oog op de bescherming van de gezondheid.

Paragraaf 6.2.4

Geurgevoelig gebouw bouwen, wijzigen of toevoegen

Afdeling 6.3

Aanlegactiviteiten

Paragraaf 6.3.1

Algemene bepalingen aanlegactiviteiten

Artikel 6.19Toepassingsbereik

1 Deze afdeling is van toepassing op het aanleggen van werken en het verrichten van werkzaamheden.

2 Onverminderd afdeling 6.4 is deze afdeling onverkort van toepassing op de aangewezen activiteiten als die plaatsvinden in het kader van het realiseren van een bouwwerk.

Artikel 6.20Algemene regels aanlegactiviteiten

Het aanleggen van werken en het verrichten van werkzaamheden als bedoeld in deze afdeling mogen worden uitgevoerd als de activiteiten: a. van ondergeschikte betekenis zijn, dan wel behoren tot het normale onderhoud; b. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; of c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit regelonderdeel.

Artikel 6.21Algemene aanvraagvereisten aanlegactiviteiten

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het aanleggen van werken en het verrichten van werkzaamheden worden gegevens en bescheiden verstrekt over: a. de te gebruiken materialen; b. de mate waarin sprake is van afvoer van grond naar een andere locatie; en c. de aanwezigheid van obstakels die in de weg staan aan het verrichten van de activiteit.

Paragraaf 6.3.2

Werken en werkzaamheden - werkzaamheden met landschapselementen, (erf)beplanting, landschappelijke inpassing en water en waterhuishoudkundige voorzieningen Subparagraaf 6.3.2.1 Landschappelijke inpassing aanleggen, in stand houden of verwijderen

Artikel 6.22Toepassingsbereik

Deze subparagraaf is van toepassing op het aanleggen, in stand houden of verwijderen van gebiedseigen (erf)beplanting ten behoeve van de landschappelijke inpassing van de omliggende functies, gebouwen en/of verhardingen binnen de locatie landschappelijke inpassing.

Artikel 6.23Aanwijzing gebod

Binnen de locatie landschappelijke inpassing moet de gebiedseigen (erf)beplanting ten behoeve van de landschappelijke inpassing van de omliggende functies, gebouwen en/of verhardingen, overeenkomstig de landschappelijke inpassingsplannen zoals opgenomen in de onderstaande tabel, worden aangelegd binnen de aangegeven termijn en als dusdanig in stand gehouden.

Landschappelijke inpassing Locatieomschrijving Bijlage bij de regeling Uiterlijke uitvoeringsdatum Berkeindje 5, 5A, 7, 7B, 9A en Vaarsehoefweg 31 Bijlage 1 7 augustus 2026 Berkeindje 9 Bijlage 2 7 augustus 2026 Boomen 13 Bijlage 3 7 augustus 2026 Bulterweg 7 Bijlage 4 7 augustus 2026 De Wertstraat 1 Bijlage 5 7 augustus 2026 De Wertstraat 15 Bijlage 6 7 augustus 2026 De Wertstraat 20 Bijlage 7 7 augustus 2026 Hanekampweg 15 en 17 Bijlage 8 7 augustus 2026 Heesterdijk 2 Bijlage 9 7 augustus 2026 Heesterdijk 8 Bijlage 10 7 augustus 2026 Heesterdijk 11 Bijlage 11 7 augustus 2026 Heesterdijk 13 Bijlage 12 7 augustus 2026 Heesvenstraat 21-21A Bijlage 13 7 augustus 2026 Heieind 10 en 10A Bijlage 14 7 augustus 2026 Heieind 12 Bijlage 15 7 augustus 2026 Heiveldsestraat 14 Bijlage 16 7 augustus 2026 Heiveldsestraat 21 Bijlage 17 7 augustus 2026 Hogeweg 54 Bijlage 18 7 augustus 2026 Hoijserstraat 17 Bijlage 19 7 augustus 2026 Hoijserstraat 19 Bijlage 20 7 augustus 2026 Hoolstraat 6 Bijlage 21 7 augustus 2026 Houtbroekdijk 6 Bijlage 22 7 augustus 2026 Houtbroekdijk 18-18A-20 Bijlage 23 7 augustus 2026 Houtbroekdijk 25 Bijlage 24 7 augustus 2026 Houtbroekdijk 27 Bijlage 25 7 augustus 2026 Houtbroekdijk 28 Bijlage 26 7 augustus 2026 Houtbroekdijk 29 Bijlage 27 7 augustus 2026 Houtbroekdijk 30 Bijlage 28 7 augustus 2026 Houtbroekdijk 32 Bijlage 29 7 augustus 2026 Houtbroekstraat 6-8 Bijlage 30 7 augustus 2026 Houtbroekstraat 9 Bijlage 31 7 augustus 2026 Kouterstraat 7 Bijlage 32 7 augustus 2026 Kouterstraat 11 Bijlage 33 7 augustus 2026 Laan ten Boomen 29 Bijlage 34 7 augustus 2026 Laan ten Boomen 30 Bijlage 35 7 augustus 2026 Lieropsedijk 66 Bijlage 36 7 augustus 2026 Lieropsedijk 68 Bijlage 37 7 augustus 2026 Lierposedijk 70 Bijlage 38 7 augustus 2026 Meervensedijk 8 Bijlage 39 7 augustus 2026 Meervensedijk 9 Bijlage 40 7 augustus 2026 Meervensedijk 15 Bijlage 41 7 augustus 2026 Moorsel 1 Bijlage 42 7 augustus 2026 Moorsel 3-3A Bijlage 43 7 augustus 2026 Moorsel 7 Bijlage 44 7 augustus 2026 Otterdijk 8 Bijlage 45 7 augustus 2026 Otterdijkseweg 1 Bijlage 46 7 augustus 2026 Slievenstraat 36 Bijlage 47 7 augustus 2026 Slievenstraat 44 Bijlage 48 7 augustus 2026 Slievenstraat 46 Bijlage 49 7 augustus 2026 Slievenstraat 52 Bijlage 50 7 augustus 2026 Slievenstraat 64 Bijlage 51 7 augustus 2026 Slievenstraat 68 Bijlage 52 7 augustus 2026 Slievenstraat 70 Bijlage 53 7 augustus 2026 Slievenstraat 72 Bijlage 54 7 augustus 2026 Somerenseweg 40 Bijlage 55 7 augustus 2026 Vaarsehoef 3-5 Bijlage 56 7 augustus 2026 Vaarsehoefweg 31 Bijlage 57 7 augustus 2026 Vaarsehoefweg 33-33Z Bijlage 58 7 augustus 2026 Varendonkweg 2 Bijlage 59 7 augustus 2026 Varendonkweg 7

Bijlage 60 21 november 2026 Varendonkweg 14 Bijlage 61 7 augustus 2026

Artikel 6.24Aanwijzing vergunningplicht

Het is verboden zonder omgevingsvergunning: a. erfbeplanting, landschappelijke inpassing en voorzieningen ten behoeve van hydrologisch neutraal bouwen en/of gebruiken te verwijderen, overeenkomstig de landschappelijke inpassingsplannen zoals opgenomen in de tabel in artikel 6.23: b. (half)verhardingen aan te leggen.

Artikel 6.25Uitzondering vergunningplicht

Het verbod, bedoeld in artikel 6.24, geldt niet voor activiteiten die zijn toegestaan op grond van artikel 6.20.

Artikel 6.26Beoordelingsregels vergunningplicht

De omgevingsvergunning voor het verwijderen voorzieningen en maatregelen die onderdeel uitmaken van de landschappelijk inpassing, danwel het aanleggen van (half)verharding wordt alleen verleend als: a. het uitvoeren van deze werken en/of werkzaamheden geen onevenredige afbreuk doet aan de waarden en de kwaliteiten van de desbetreffende gronden in zijn algemeenheid en specifiek zoals omschreven in het Beeldkwaliteitsplan Buitengebied 2022 dat op 3 november 2022 door de raad is vastgesteld, of hierop volgende herzieningen; b. de werken en/of werkzaamheden zijn opgenomen in een aangepast landschappelijk inpassingsplan dat kwalitatief en kwantitatief gelijk gesteld kan worden met het oorspronkelijke landschappelijk inpassingsplan, en als dusdanig is goedgekeurd door het bevoegd gezag; en c. het aangepaste landschappelijk inpassingsplan als voorwaardelijke bepaling en instandhoudingsverplichting wordt opgenomen in de omgevingsvergunning.

Subparagraaf 6.3.2.2 Wadi en waterhuishoudkundige voorzieningen aanleggen, in stand houden of verwijderen

Artikel 6.27Toepassingsbereik

Deze subparagraaf is van toepassing op het aanleggen, in stand houden of verwijderen van een wadi en waterhuishoudkundige voorzieningen ten behoeve van waterberging binnen de locatie water en waterhuishoudkundige voorzieningen.

Artikel 6.28Aanwijzing gebod

Binnen de locatie water en waterhuishoudkundige voorzieningen moeten de waterinfiltratievoorziening (wadi) en waterhuishoudkundige voorzieningen ten behoeve van waterberging worden aangelegd en als dusdanig in stand worden gehouden.

Artikel 6.29Aanwijzing vergunningplicht

Het is verboden zonder omgevingsvergunning wadi's en waterhuishoudkundige voorzieningen ten behoeve van waterberging te verwijderen.

Artikel 6.30Uitzondering vergunningplicht

Het verbod, bedoeld in artikel 6.29, geldt niet voor activiteiten die zijn toegestaan op grond van artikel 6.20.

Artikel 6.31Beoordelingsregels vergunningplicht

De omgevingsvergunning voor het verwijderen van wadi's en waterhuishoudkundige voorzieningen wordt alleen verleend als is aangetoond dat het watersysteem niet onevenredig wordt geschaad.

Subparagraaf 6.3.2.3 Landschapselementen verwijderen

Artikel 6.32Toepassingsbereik

Deze subparagraaf is van toepassing op het verwijderen van landschapselementen binnen: a. primaire groenstructuur; b. abiotisch waardevol gebied; c. landschappelijk waardevol gebied; d. ecologische waardevol gebied; of e. de gebiedsaanwijzing groenblauwe waarden.

Artikel 6.33Aanwijzing vergunningplicht

Het is verboden zonder omgevingsvergunning landschapselementen te verwijderen.

Artikel 6.34Uitzondering vergunningplicht

Het verbod, bedoeld in artikel 6.33, geldt niet voor activiteiten die zijn toegestaan op grond van artikel 6.20.

Artikel 6.35Beoordelingsregels vergunningplicht

De omgevingsvergunning voor het verwijderen van landschapselementen wordt alleen verleend als het uitvoeren van de werken en/of werkzaamheden: a. verband houden met de doeleinden, die aan de gronden zijn toegekend; b. geen onevenredige afbreuk doet aan de waarden en de kwaliteiten van de desbetreffende gronden en de mogelijkheden voor herstel van deze waarden en kwaliteiten niet onevenredig verkleind; en c. is geborgd dat er landschapselementen met eenzelfde oppervlakte worden terug geplant, ter vervanging van de te verwijderen elementen binnen de 'primaire groenstructuur'.

Subparagraaf 6.3.2.4 Gewassen en beplanting verwijderen

Artikel 6.36Toepassingsbereik

Deze subparagraaf is van toepassing op het verwijderen van gewassen en beplanting, anders dan landschapselementen, binnen het Natuur Netwerk Brabant.

Artikel 6.37Aanwijzing vergunningplicht

Het is verboden zonder omgevingsvergunning gewassen en beplanting te verwijderen.

Artikel 6.38Uitzondering vergunningplicht

Het verbod, bedoeld in artikel 6.37, geldt niet voor activiteiten die zijn toegestaan op grond van artikel 6.20.

Artikel 6.39Beoordelingsregels vergunningplicht

Een omgevingsvergunning voor het verwijderen van gewassen en planting wordt alleen verleend als het uitvoeren van deze werken en/of werkzaamheden geen onevenredige afbreuk doet aan de waarden en de kwaliteiten van het Natuur Netwerk Brabant.

Subparagraaf 6.3.2.5 Diepwortelende beplanting aanbrengen

Artikel 6.40Toepassingsbereik

Deze subparagraaf is van toepassing op het aanbrengen van diepwortelende beplanting binnen: a. beperkingengebied buisleiding - gas b. beperkingengebied buisleiding - riool; of c. archeologisch waardevol gebied - 1, archeologisch waardevol gebied - 2, archeologisch waardevol gebied - 3, archeologisch waardevol gebied - 4 of archeologisch waardevol gebied - 5.

Artikel 6.41Aanwijzing vergunningplicht

Het is verboden zonder omgevingsvergunning diepwortelende beplanting aan te brengen.

Artikel 6.42Uitzondering vergunningplicht

1 Het verbod, bedoeld in artikel 6.41, geldt niet voor activiteiten die zijn toegestaan op grond van artikel 6.20.

2 Het verbod, bedoeld in artikel 6.41 geldt niet voor activiteiten die: a.

Verder lezen ↓

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.