Officiële bronnenwetten.overheid.nl · EUR-Lex
Europaius

Omgevingsplan gemeente Smallingerland (Smallingerland)

Waar gaat deze regeling over?

Dit omgevingsplan van de gemeente Smallingerland regelt de fysieke leefomgeving en stelt regels voor activiteiten zoals bouwen, wonen, infrastructuur en cultureel erfgoed. Het heeft als doel een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving te waarborgen.

Voor wie: Inwoners en bedrijven die bouwwerken plaatsen, wijzigen of gebruiken; Personen die woonruimte wijzigen of gebruiken, of een beroep/bedrijf aan huis uitoefenen.

In één oogopslag

Land
Nederland
Rechtsgebied
Vastgoed- en bouwrecht
Artikelen
1 032
Bron
cvdr.overheid.nl
Tekst opgehaald op
Uitleg bijgewerkt op

Wat regelt deze regeling?

  • Activiteiten met betrekking tot bouwwerken en andere werken.
  • Activiteiten met betrekking tot woonruimte.
  • Activiteiten met betrekking tot infrastructuur en openbaar toegankelijk gebied.
  • Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed.

Voor wie geldt deze regeling?

  • Inwoners en bedrijven die bouwwerken plaatsen, wijzigen of gebruiken.
  • Personen die woonruimte wijzigen of gebruiken, of een beroep/bedrijf aan huis uitoefenen.
  • Iedereen die activiteiten uitvoert in de openbare ruimte, zoals het plaatsen van reclame, aanleggen van wegen of parkeren.
  • Personen die activiteiten verrichten met betrekking tot cultureel erfgoed.

Wat zijn de kernpunten?

  • Bij het bouwen van een hoofdgebouw, bijbehorend bouwwerk, dakkapel, erf- en perceelafscheiding, kozijn- en gevelwijzigingen, dakopbouw, dakterras, zonnepanelen/zonnecollectoren of een overig bouwwerk (geen gebouw zijnde) moet worden voldaan aan afdeling 7.1 "Bouwen – algemeen" en specifieke afdelingen (7.2 t/m 7.10).
  • Voor het wijzigen en gebruiken van woonruimte, het uitoefenen van een beroep of bedrijf aan huis, en het verzorgen van een "bêd en brochje" gelden specifieke regels (afdeling 6.1.1 t/m 6.1.3).
  • Het plaatsen van reclame, aanleggen van uitritten, aanleggen/opbreken/veranderen van wegen, en parkeren van voertuigen moeten voldoen aan specifieke afdelingen (6.1.4, 13.3, 13.2, 13.4).
  • Er zijn brandvoorschriftengebieden en explosievoorschriftengebieden aangewezen waarvoor specifieke eisen gelden voor beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen, zoals bedoeld in artikel 4.90, eerste lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving.

Vastgoed- en bouwrecht

8

Vastgoed- en bouwrecht

Wettekst

Wettekst
Inhoudsopgave (1032)
  1. Artikel 1.1
  2. Artikel 2.1
  3. Artikel 4.1
  4. Artikel 4.2
  5. Artikel 4.3
  6. Artikel 4.4
  7. Artikel 4.5
  8. Artikel 4.6
  9. Artikel 4.7
  10. Artikel 4.8
  11. Artikel 4.9
  12. Artikel 4.10
  13. Artikel 4.11
  14. Artikel 4.12
  15. Artikel 4.13
  16. Artikel 4.14
  17. Artikel 4.15
  18. Artikel 4.16
  19. Artikel 4.17
  20. Artikel 4.18
  21. Artikel 4.19
  22. Artikel 4.20
  23. Artikel 4.21
  24. Artikel 4.22
  25. Artikel 4.23
  26. Artikel 4.24
  27. Artikel 4.25
  28. Artikel 4.26
  29. Artikel 4.27
  30. Artikel 4.28
  31. Artikel 4.29
  32. Artikel 4.30
  33. Artikel 4.31
  34. Artikel 4.32
  35. Artikel 4.33
  36. Artikel 4.34
  37. Artikel 4.35
  38. Artikel 4.36
  39. Artikel 4.37
  40. Artikel 4.38
  41. Artikel 4.39
  42. Artikel 4.40
  43. Artikel 4.41
  44. Artikel 4.42
  45. Artikel 4.43
  46. Artikel 4.44
  47. Artikel 4.45
  48. Artikel 4.46
  49. Artikel 4.47
  50. Artikel 4.48
  51. Artikel 4.49
  52. Artikel 4.50
  53. Artikel 4.51
  54. Artikel 4.52
  55. Artikel 4.53
  56. Artikel 4.54
  57. Artikel 4.55
  58. Artikel 4.56
  59. Artikel 4.57
  60. Artikel 4.58
  61. Artikel 4.59
  62. Artikel 4.60
  63. Artikel 4.61
  64. Artikel 4.62
  65. Artikel 4.63
  66. Artikel 4.64
  67. Artikel 4.65
  68. Artikel 4.66
  69. Artikel 4.67
  70. Artikel 4.68
  71. Artikel 4.69
  72. Artikel 4.70
  73. Artikel 4.71
  74. Artikel 4.72
  75. Artikel 4.73
  76. Artikel 4.74
  77. Artikel 4.75
  78. Artikel 4.76
  79. Artikel 4.77
  80. Artikel 4.78
  81. Artikel 4.79
  82. Artikel 4.80
  83. Artikel 4.81
  84. Artikel 4.82
  85. Artikel 4.83
  86. Artikel 4.84
  87. Artikel 4.85
  88. Artikel 4.86
  89. Artikel 4.87
  90. Artikel 4.88
  91. Artikel 4.89
  92. Artikel 4.90
  93. Artikel 4.91
  94. Artikel 4.92
  95. Artikel 4.93
  96. Artikel 4.94
  97. Artikel 4.95
  98. Artikel 4.96
  99. Artikel 4.97
  100. Artikel 4.98
  101. Artikel 4.99
  102. Artikel 4.100
  103. Artikel 4.101
  104. Artikel 4.102
  105. Artikel 4.103
  106. Artikel 4.104
  107. Artikel 4.105
  108. Artikel 4.106
  109. Artikel 5.1
  110. Artikel 5.2
  111. Artikel 5.3
  112. Artikel 5.4
  113. Artikel 5.5
  114. Artikel 5.6
  115. Artikel 5.7
  116. Artikel 5.8
  117. Artikel 5.9
  118. Artikel 5.10
  119. Artikel 5.11
  120. Artikel 5.12
  121. Artikel 5.13
  122. Artikel 5.14
  123. Artikel 5.15
  124. Artikel 5.16
  125. Artikel 6.1
  126. Artikel 6.2
  127. Artikel 6.3
  128. Artikel 6.4
  129. Artikel 6.5
  130. Artikel 6.6
  131. Artikel 6.7
  132. Artikel 6.8
  133. Artikel 6.9
  134. Artikel 6.10
  135. Artikel 6.11
  136. Artikel 6.12
  137. Artikel 6.13
  138. Artikel 6.14
  139. Artikel 6.15
  140. Artikel 6.16
  141. Artikel 6.17
  142. Artikel 6.18
  143. Artikel 6.19
  144. Artikel 6.20
  145. Artikel 6.21
  146. Artikel 6.22
  147. Artikel 6.23
  148. Artikel 6.24
  149. Artikel 6.25
  150. Artikel 6.26
  151. Artikel 6.27
  152. Artikel 6.28
  153. Artikel 6.29
  154. Artikel 6.30
  155. Artikel 6.31
  156. Artikel 6.32
  157. Artikel 6.33
  158. Artikel 6.34
  159. Artikel 6.35
  160. Artikel 6.36
  161. Artikel 6.37
  162. Artikel 6.38
  163. Artikel 6.39
  164. Artikel 6.40
  165. Artikel 6.41
  166. Artikel 6.42
  167. Artikel 6.43
  168. Artikel 6.44
  169. Artikel 6.45
  170. Artikel 6.46
  171. Artikel 6.47
  172. Artikel 6.48
  173. Artikel 6.49
  174. Artikel 6.50
  175. Artikel 6.51
  176. Artikel 6.52
  177. Artikel 6.53
  178. Artikel 6.54
  179. Artikel 6.55
  180. Artikel 6.56
  181. Artikel 6.57
  182. Artikel 6.58
  183. Artikel 6.59
  184. Artikel 6.60
  185. Artikel 6.61
  186. Artikel 6.62
  187. Artikel 6.63
  188. Artikel 6.64
  189. Artikel 6.65
  190. Artikel 6.66
  191. Artikel 6.67
  192. Artikel 6.68
  193. Artikel 6.69
  194. Artikel 6.70
  195. Artikel 6.71
  196. Artikel 6.72
  197. Artikel 6.73
  198. Artikel 6.74
  199. Artikel 6.75
  200. Artikel 6.76
  201. Artikel 6.77
  202. Artikel 6.78
  203. Artikel 6.79
  204. Artikel 6.80
  205. Artikel 6.81
  206. Artikel 6.82
  207. Artikel 6.83
  208. Artikel 6.84
  209. Artikel 6.85
  210. Artikel 6.86
  211. Artikel 6.87
  212. Artikel 6.88
  213. Artikel 6.89
  214. Artikel 6.90
  215. Artikel 6.91
  216. Artikel 6.92
  217. Artikel 6.93
  218. Artikel 6.94
  219. Artikel 6.95
  220. Artikel 6.96
  221. Artikel 6.97
  222. Artikel 6.98
  223. Artikel 6.99
  224. Artikel 6.100
  225. Artikel 6.101
  226. Artikel 6.102
  227. Artikel 6.103
  228. Artikel 6.104
  229. Artikel 6.105
  230. Artikel 6.106
  231. Artikel 6.107
  232. Artikel 6.108
  233. Artikel 6.109
  234. Artikel 6.110
  235. Artikel 6.111
  236. Artikel 6.112
  237. Artikel 6.113
  238. Artikel 6.114
  239. Artikel 6.115
  240. Artikel 6.116
  241. Artikel 6.117
  242. Artikel 6.118
  243. Artikel 6.119
  244. Artikel 6.120
  245. Artikel 6.121
  246. Artikel 6.122
  247. Artikel 6.123
  248. Artikel 6.124
  249. Artikel 6.125
  250. Artikel 6.126
  251. Artikel 6.127
  252. Artikel 6.128
  253. Artikel 6.129
  254. Artikel 6.130
  255. Artikel 6.131
  256. Artikel 6.132
  257. Artikel 6.133
  258. Artikel 6.134
  259. Artikel 6.135
  260. Artikel 6.136
  261. Artikel 6.137
  262. Artikel 6.138
  263. Artikel 6.139
  264. Artikel 6.140
  265. Artikel 6.141
  266. Artikel 6.142
  267. Artikel 6.143
  268. Artikel 6.144
  269. Artikel 6.145
  270. Artikel 6.146
  271. Artikel 6.147
  272. Artikel 6.148
  273. Artikel 6.149
  274. Artikel 6.150
  275. Artikel 6.151
  276. Artikel 6.152
  277. Artikel 6.153
  278. Artikel 6.154
  279. Artikel 6.155
  280. Artikel 6.156
  281. Artikel 6.157
  282. Artikel 6.158
  283. Artikel 6.159
  284. Artikel 6.160
  285. Artikel 6.161
  286. Artikel 6.162
  287. Artikel 6.163
  288. Artikel 6.164
  289. Artikel 6.165
  290. Artikel 6.166
  291. Artikel 6.167
  292. Artikel 6.168
  293. Artikel 6.169
  294. Artikel 6.170
  295. Artikel 6.171
  296. Artikel 6.172
  297. Artikel 6.173
  298. Artikel 6.174
  299. Artikel 6.175
  300. Artikel 6.176
  301. Artikel 6.177
  302. Artikel 6.178
  303. Artikel 6.179
  304. Artikel 6.180
  305. Artikel 6.181
  306. Artikel 6.182
  307. Artikel 6.183
  308. Artikel 7.1
  309. Artikel 7.2
  310. Artikel 7.3
  311. Artikel 7.4
  312. Artikel 7.5
  313. Artikel 7.6
  314. Artikel 7.7
  315. Artikel 7.8
  316. Artikel 7.9
  317. Artikel 7.10
  318. Artikel 7.11
  319. Artikel 7.12
  320. Artikel 7.13
  321. Artikel 7.14
  322. Artikel 7.15
  323. Artikel 7.16
  324. Artikel 7.17
  325. Artikel 7.18
  326. Artikel 7.19
  327. Artikel 7.20
  328. Artikel 7.21
  329. Artikel 7.22
  330. Artikel 7.23
  331. Artikel 7.24
  332. Artikel 7.25
  333. Artikel 7.26
  334. Artikel 7.27
  335. Artikel 7.28
  336. Artikel 7.29
  337. Artikel 7.30
  338. Artikel 7.31
  339. Artikel 7.32
  340. Artikel 7.33
  341. Artikel 7.34
  342. Artikel 7.35
  343. Artikel 7.36
  344. Artikel 7.37
  345. Artikel 7.38
  346. Artikel 7.39
  347. Artikel 7.40
  348. Artikel 7.41
  349. Artikel 7.42
  350. Artikel 7.43
  351. Artikel 7.44
  352. Artikel 7.45
  353. Artikel 7.46
  354. Artikel 7.47
  355. Artikel 7.48
  356. Artikel 7.49
  357. Artikel 7.50
  358. Artikel 7.51
  359. Artikel 7.52
  360. Artikel 7.53
  361. Artikel 7.54
  362. Artikel 7.55
  363. Artikel 7.56
  364. Artikel 7.57
  365. Artikel 7.58
  366. Artikel 7.59
  367. Artikel 7.60
  368. Artikel 7.61
  369. Artikel 7.62
  370. Artikel 7.63
  371. Artikel 7.64
  372. Artikel 7.65
  373. Artikel 7.66
  374. Artikel 7.67
  375. Artikel 7.68
  376. Artikel 7.69
  377. Artikel 7.70
  378. Artikel 7.71
  379. Artikel 7.72
  380. Artikel 7.73
  381. Artikel 8.1
  382. Artikel 8.2
  383. Artikel 8.3
  384. Artikel 8.4
  385. Artikel 8.5
  386. Artikel 8.6
  387. Artikel 8.7
  388. Artikel 8.8
  389. Artikel 9.1
  390. Artikel 9.2
  391. Artikel 9.3
  392. Artikel 9.4
  393. Artikel 9.5
  394. Artikel 9.6
  395. Artikel 9.7
  396. Artikel 9.8
  397. Artikel 9.9
  398. Artikel 9.10
  399. Artikel 9.11
  400. Artikel 9.12
  401. Artikel 9.13
  402. Artikel 9.14
  403. Artikel 9.15
  404. Artikel 9.16
  405. Artikel 9.17
  406. Artikel 9.18
  407. Artikel 9.19
  408. Artikel 9.20
  409. Artikel 9.21
  410. Artikel 9.22
  411. Artikel 9.23
  412. Artikel 9.24
  413. Artikel 9.25
  414. Artikel 9.26
  415. Artikel 9.27
  416. Artikel 9.28
  417. Artikel 9.29
  418. Artikel 9.30
  419. Artikel 9.31
  420. Artikel 9.32
  421. Artikel 9.33
  422. Artikel 9.34
  423. Artikel 9.35
  424. Artikel 10.1
  425. Artikel 10.2
  426. Artikel 10.3
  427. Artikel 10.4
  428. Artikel 10.5
  429. Artikel 10.6
  430. Artikel 10.7
  431. Artikel 10.8
  432. Artikel 10.9
  433. Artikel 12.1
  434. Artikel 12.2
  435. Artikel 12.3
  436. Artikel 12.4
  437. Artikel 12.5
  438. Artikel 12.6
  439. Artikel 12.7
  440. Artikel 12.8
  441. Artikel 12.9
  442. Artikel 12.10
  443. Artikel 12.11
  444. Artikel 12.12
  445. Artikel 12.13
  446. Artikel 12.14
  447. Artikel 12.15
  448. Artikel 12.16
  449. Artikel 12.17
  450. Artikel 12.18
  451. Artikel 12.19
  452. Artikel 12.20
  453. Artikel 12.21
  454. Artikel 12.22
  455. Artikel 12.23
  456. Artikel 12.24
  457. Artikel 12.25
  458. Artikel 12.26
  459. Artikel 12.27
  460. Artikel 12.28
  461. Artikel 12.29
  462. Artikel 12.30
  463. Artikel 12.31
  464. Artikel 12.32
  465. Artikel 12.33
  466. Artikel 12.34
  467. Artikel 12.35
  468. Artikel 12.36
  469. Artikel 12.37
  470. Artikel 12.38
  471. Artikel 12.39
  472. Artikel 12.40
  473. Artikel 12.41
  474. Artikel 12.42
  475. Artikel 12.43
  476. Artikel 12.44
  477. Artikel 12.45
  478. Artikel 12.46
  479. Artikel 12.47
  480. Artikel 12.48
  481. Artikel 12.49
  482. Artikel 12.50
  483. Artikel 12.51
  484. Artikel 12.52
  485. Artikel 12.53
  486. Artikel 12.54
  487. Artikel 12.55
  488. Artikel 12.56
  489. Artikel 12.57
  490. Artikel 12.58
  491. Artikel 12.59
  492. Artikel 12.60
  493. Artikel 12.61
  494. Artikel 12.62
  495. Artikel 12.63
  496. Artikel 12.64
  497. Artikel 12.65
  498. Artikel 12.66
  499. Artikel 12.67
  500. Artikel 12.68
  501. Artikel 12.69
  502. Artikel 12.70
  503. Artikel 12.71
  504. Artikel 12.72
  505. Artikel 12.73
  506. Artikel 12.74
  507. Artikel 12.75
  508. Artikel 12.76
  509. Artikel 12.77
  510. Artikel 12.78
  511. Artikel 12.79
  512. Artikel 12.80
  513. Artikel 12.81
  514. Artikel 12.82
  515. Artikel 12.83
  516. Artikel 12.84
  517. Artikel 12.85
  518. Artikel 12.86
  519. Artikel 12.87
  520. Artikel 12.88
  521. Artikel 12.89
  522. Artikel 12.90
  523. Artikel 12.91
  524. Artikel 12.92
  525. Artikel 12.93
  526. Artikel 12.94
  527. Artikel 12.95
  528. Artikel 12.96
  529. Artikel 12.97
  530. Artikel 12.98
  531. Artikel 12.99
  532. Artikel 12.100
  533. Artikel 12.101
  534. Artikel 12.102
  535. Artikel 12.103
  536. Artikel 12.104
  537. Artikel 12.105
  538. Artikel 12.106
  539. Artikel 12.107
  540. Artikel 12.108
  541. Artikel 12.109
  542. Artikel 12.110
  543. Artikel 12.111
  544. Artikel 12.112
  545. Artikel 12.113
  546. Artikel 12.114
  547. Artikel 12.115
  548. Artikel 12.116
  549. Artikel 12.117
  550. Artikel 12.118
  551. Artikel 12.119
  552. Artikel 12.120
  553. Artikel 12.121
  554. Artikel 12.122
  555. Artikel 12.123
  556. Artikel 12.124
  557. Artikel 12.125
  558. Artikel 12.126
  559. Artikel 12.127
  560. Artikel 12.128
  561. Artikel 12.129
  562. Artikel 12.130
  563. Artikel 12.131
  564. Artikel 12.132
  565. Artikel 12.133
  566. Artikel 12.134
  567. Artikel 12.135
  568. Artikel 12.136
  569. Artikel 12.137
  570. Artikel 12.138
  571. Artikel 12.139
  572. Artikel 12.140
  573. Artikel 12.141
  574. Artikel 12.142
  575. Artikel 12.143
  576. Artikel 12.144
  577. Artikel 12.145
  578. Artikel 12.146
  579. Artikel 12.147
  580. Artikel 12.148
  581. Artikel 12.149
  582. Artikel 12.150
  583. Artikel 12.151
  584. Artikel 12.152
  585. Artikel 12.153
  586. Artikel 12.154
  587. Artikel 12.155
  588. Artikel 12.156
  589. Artikel 12.157
  590. Artikel 12.158
  591. Artikel 12.159
  592. Artikel 12.160
  593. Artikel 12.161
  594. Artikel 12.162
  595. Artikel 12.163
  596. Artikel 12.164
  597. Artikel 12.165
  598. Artikel 12.166
  599. Artikel 12.167
  600. Artikel 12.168
  601. Artikel 12.169
  602. Artikel 12.170
  603. Artikel 12.171
  604. Artikel 12.172
  605. Artikel 12.173
  606. Artikel 12.174
  607. Artikel 12.175
  608. Artikel 12.176
  609. Artikel 12.177
  610. Artikel 12.178
  611. Artikel 12.179
  612. Artikel 12.180
  613. Artikel 13.1
  614. Artikel 13.2
  615. Artikel 13.3
  616. Artikel 13.4
  617. Artikel 13.5
  618. Artikel 13.6
  619. Artikel 13.7
  620. Artikel 13.8
  621. Artikel 13.9
  622. Artikel 13.10
  623. Artikel 13.11
  624. Artikel 13.12
  625. Artikel 13.13
  626. Artikel 13.14
  627. Artikel 13.15
  628. Artikel 13.16
  629. Artikel 13.17
  630. Artikel 13.18
  631. Artikel 13.19
  632. Artikel 13.20
  633. Artikel 13.21
  634. Artikel 13.22
  635. Artikel 13.23
  636. Artikel 13.24
  637. Artikel 13.25
  638. Artikel 13.26
  639. Artikel 13.27
  640. Artikel 13.28
  641. Artikel 13.29
  642. Artikel 13.30
  643. Artikel 13.31
  644. Artikel 13.32
  645. Artikel 13.33
  646. Artikel 13.34
  647. Artikel 13.35
  648. Artikel 13.36
  649. Artikel 13.37
  650. Artikel 13.38
  651. Artikel 13.39
  652. Artikel 13.40
  653. Artikel 13.41
  654. Artikel 13.42
  655. Artikel 13.43
  656. Artikel 13.44
  657. Artikel 13.45
  658. Artikel 13.46
  659. Artikel 13.47
  660. Artikel 13.48
  661. Artikel 13.49
  662. Artikel 17.1
  663. Artikel 17.2
  664. Artikel 17.3
  665. Artikel 17.4
  666. Artikel 20.1
  667. Artikel 20.2
  668. Artikel 20.3
  669. Artikel 20.4
  670. Artikel 20.5
  671. Artikel 20.6
  672. Artikel 20.7
  673. Artikel 20.8
  674. Artikel 20.9
  675. Artikel 20.10
  676. Artikel 20.11
  677. Artikel 20.12
  678. Artikel 21.1
  679. Artikel 21.2
  680. Artikel 21.3
  681. Artikel 21.4
  682. Artikel 21.5
  683. Artikel 21.6
  684. Artikel 21.7
  685. Artikel 21.8
  686. Artikel 21.9
  687. Artikel 21.10
  688. Artikel 21.11
  689. Artikel 21.12
  690. Artikel 21.13
  691. Artikel 21.14
  692. Artikel 21.15
  693. Artikel 21.16
  694. Artikel 21.17
  695. Artikel 21.18
  696. Artikel 21.19
  697. Artikel 21.20
  698. Artikel 21.21
  699. Artikel 21.22
  700. Artikel 21.23
  701. Artikel 21.24
  702. Artikel 21.25
  703. Artikel 21.26
  704. Artikel 21.27
  705. Artikel 21.28
  706. Artikel 21.29
  707. Artikel 21.30
  708. Artikel 21.31
  709. Artikel 21.32
  710. Artikel 21.33
  711. Artikel 21.34
  712. Artikel 21.35
  713. Artikel 21.36
  714. Artikel 21.37
  715. Artikel 21.38
  716. Artikel 21.39
  717. Artikel 21.40
  718. Artikel 21.41
  719. Artikel 21.42
  720. Artikel 21.43
  721. Artikel 21.44
  722. Artikel 21.45
  723. Artikel 21.46
  724. Artikel 21.47
  725. Artikel 21.48
  726. Artikel 21.49
  727. Artikel 22.1
  728. Artikel 22.2
  729. Artikel 22.3
  730. Artikel 22.4
  731. Artikel 22.5
  732. Artikel 22.6
  733. Artikel 22.7
  734. Artikel 22.8
  735. Artikel 22.9
  736. Artikel 22.10
  737. Artikel 22.11
  738. Artikel 22.12
  739. Artikel 22.13
  740. Artikel 22.14
  741. Artikel 22.15
  742. Artikel 22.16
  743. Artikel 22.17
  744. Artikel 22.18
  745. Artikel 22.19
  746. Artikel 22.20
  747. Artikel 22.21
  748. Artikel 22.22
  749. Artikel 22.23
  750. Artikel 22.24
  751. Artikel 22.25
  752. Artikel 22.26
  753. Artikel 22.27
  754. Artikel 22.28
  755. Artikel 22.29
  756. Artikel 22.30
  757. Artikel 22.31
  758. Artikel 22.32
  759. Artikel 22.33
  760. Artikel 22.34
  761. Artikel 22.35
  762. Artikel 22.36
  763. Artikel 22.37
  764. Artikel 22.38
  765. Artikel 22.39
  766. Artikel 22.40
  767. Artikel 22.41
  768. Artikel 22.42
  769. Artikel 22.43
  770. Artikel 22.44
  771. Artikel 22.45
  772. Artikel 22.46
  773. Artikel 22.47
  774. Artikel 22.48
  775. Artikel 22.49
  776. Artikel 22.50
  777. Artikel 22.51
  778. Artikel 22.52
  779. Artikel 22.53
  780. Artikel 22.54
  781. Artikel 22.55
  782. Artikel 22.56
  783. Artikel 22.57
  784. Artikel 22.58
  785. Artikel 22.59
  786. Artikel 22.60
  787. Artikel 22.61
  788. Artikel 22.62
  789. Artikel 22.63
  790. Artikel 22.64
  791. Artikel 22.65
  792. Artikel 22.66
  793. Artikel 22.67
  794. Artikel 22.68
  795. Artikel 22.69
  796. Artikel 22.70
  797. Artikel 22.71
  798. Artikel 22.72
  799. Artikel 22.73
  800. Artikel 22.74
  801. Artikel 22.75
  802. Artikel 22.76
  803. Artikel 22.77
  804. Artikel 22.78
  805. Artikel 22.79
  806. Artikel 22.80
  807. Artikel 22.81
  808. Artikel 22.82
  809. Artikel 22.83
  810. Artikel 22.84
  811. Artikel 22.85
  812. Artikel 22.86
  813. Artikel 22.87
  814. Artikel 22.88
  815. Artikel 22.89
  816. Artikel 22.90
  817. Artikel 22.91
  818. Artikel 22.92
  819. Artikel 22.93
  820. Artikel 22.94
  821. Artikel 22.95
  822. Artikel 22.96
  823. Artikel 22.97
  824. Artikel 22.98
  825. Artikel 22.99
  826. Artikel 22.100
  827. Artikel 22.101
  828. Artikel 22.102
  829. Artikel 22.103
  830. Artikel 22.104
  831. Artikel 22.105
  832. Artikel 22.106
  833. Artikel 22.107
  834. Artikel 22.108
  835. Artikel 22.109
  836. Artikel 22.110
  837. Artikel 22.111
  838. Artikel 22.112
  839. Artikel 22.113
  840. Artikel 22.114
  841. Artikel 22.115
  842. Artikel 22.116
  843. Artikel 22.117
  844. Artikel 22.118
  845. Artikel 22.119
  846. Artikel 22.120
  847. Artikel 22.121
  848. Artikel 22.122
  849. Artikel 22.123
  850. Artikel 22.124
  851. Artikel 22.125
  852. Artikel 22.126
  853. Artikel 22.127
  854. Artikel 22.128
  855. Artikel 22.129
  856. Artikel 22.130
  857. Artikel 22.131
  858. Artikel 22.132
  859. Artikel 22.133
  860. Artikel 22.134
  861. Artikel 22.135
  862. Artikel 22.136
  863. Artikel 22.137
  864. Artikel 22.138
  865. Artikel 22.139
  866. Artikel 22.140
  867. Artikel 22.141
  868. Artikel 22.142
  869. Artikel 22.143
  870. Artikel 22.144
  871. Artikel 22.145
  872. Artikel 22.146
  873. Artikel 22.147
  874. Artikel 22.148
  875. Artikel 22.149
  876. Artikel 22.150
  877. Artikel 22.151
  878. Artikel 22.152
  879. Artikel 22.153
  880. Artikel 22.154
  881. Artikel 22.155
  882. Artikel 22.156
  883. Artikel 22.157
  884. Artikel 22.158
  885. Artikel 22.159
  886. Artikel 22.160
  887. Artikel 22.161
  888. Artikel 22.162
  889. Artikel 22.163
  890. Artikel 22.164
  891. Artikel 22.165
  892. Artikel 22.166
  893. Artikel 22.167
  894. Artikel 22.168
  895. Artikel 22.169
  896. Artikel 22.170
  897. Artikel 22.171
  898. Artikel 22.172
  899. Artikel 22.173
  900. Artikel 22.174
  901. Artikel 22.175
  902. Artikel 22.176
  903. Artikel 22.177
  904. Artikel 22.178
  905. Artikel 22.179
  906. Artikel 22.180
  907. Artikel 22.181
  908. Artikel 22.182
  909. Artikel 22.183
  910. Artikel 22.184
  911. Artikel 22.185
  912. Artikel 22.186
  913. Artikel 22.187
  914. Artikel 22.188
  915. Artikel 22.189
  916. Artikel 22.190
  917. Artikel 22.191
  918. Artikel 22.192
  919. Artikel 22.193
  920. Artikel 22.194
  921. Artikel 22.195
  922. Artikel 22.196
  923. Artikel 22.197
  924. Artikel 22.198
  925. Artikel 22.199
  926. Artikel 22.200
  927. Artikel 22.201
  928. Artikel 22.202
  929. Artikel 22.203
  930. Artikel 22.204
  931. Artikel 22.205
  932. Artikel 22.206
  933. Artikel 22.207
  934. Artikel 22.208
  935. Artikel 22.209
  936. Artikel 22.210
  937. Artikel 22.211
  938. Artikel 22.212
  939. Artikel 22.213
  940. Artikel 22.214
  941. Artikel 22.215
  942. Artikel 22.216
  943. Artikel 22.217
  944. Artikel 22.218
  945. Artikel 22.219
  946. Artikel 22.220
  947. Artikel 22.221
  948. Artikel 22.222
  949. Artikel 22.223
  950. Artikel 22.224
  951. Artikel 22.225
  952. Artikel 22.226
  953. Artikel 22.227
  954. Artikel 22.228
  955. Artikel 22.229
  956. Artikel 22.230
  957. Artikel 22.231
  958. Artikel 22.232
  959. Artikel 22.233
  960. Artikel 22.234
  961. Artikel 22.235
  962. Artikel 22.236
  963. Artikel 22.237
  964. Artikel 22.238
  965. Artikel 22.239
  966. Artikel 22.240
  967. Artikel 22.241
  968. Artikel 22.242
  969. Artikel 22.243
  970. Artikel 22.244
  971. Artikel 22.245
  972. Artikel 22.246
  973. Artikel 22.247
  974. Artikel 22.248
  975. Artikel 22.249
  976. Artikel 22.250
  977. Artikel 22.251
  978. Artikel 22.252
  979. Artikel 22.253
  980. Artikel 22.254
  981. Artikel 22.255
  982. Artikel 22.256
  983. Artikel 22.257
  984. Artikel 22.258
  985. Artikel 22.259
  986. Artikel 22.260
  987. Artikel 22.261
  988. Artikel 22.262
  989. Artikel 22.263
  990. Artikel 22.264
  991. Artikel 22.265
  992. Artikel 22.266
  993. Artikel 22.267
  994. Artikel 22.268
  995. Artikel 22.269
  996. Artikel 22.270
  997. Artikel 22.271
  998. Artikel 22.272
  999. Artikel 22.273
  1000. Artikel 22.274
  1001. Artikel 22.275
  1002. Artikel 22.276
  1003. Artikel 22.277
  1004. Artikel 22.278
  1005. Artikel 22.279
  1006. Artikel 22.280
  1007. Artikel 22.281
  1008. Artikel 22.282
  1009. Artikel 22.283
  1010. Artikel 22.284
  1011. Artikel 22.285
  1012. Artikel 22.286
  1013. Artikel 22.287
  1014. Artikel 22.288
  1015. Artikel 22.289
  1016. Artikel 22.290
  1017. Artikel 22.291
  1018. Artikel 22.292
  1019. Artikel 22.293
  1020. Artikel 22.294
  1021. Artikel 22.295
  1022. Artikel 22.296
  1023. Artikel 22.297
  1024. Artikel 22.298
  1025. Artikel 22.299
  1026. Artikel 22.300
  1027. Artikel 22.301
  1028. Artikel 22.302
  1029. Artikel 22.303
  1030. Artikel 23.1
  1031. Artikel 5:42
  1032. Artikel 5

/akn/nl/act/gemeente/2024/CVDR696182 /join/id/stop/work_006 /akn/nl/act/gm0090/2020/omgevingsplan /join/id/stop/work_019 2026-01-14 2026-01-14 /akn/nl/act/gemeente/2024/CVDR696182/nld@2026-02-11 /join/id/proces/gm0090/2020/Bruidsschat-InstellingInitieleRegelingVersieDoorRijk /join/id/proces/gm0090/2024/procedure878de65cebb44839896045f24a3d3222 /join/id/proces/gm0090/2025/procedure5b0469aa2c524ac094ceb4df899ded65 /join/id/proces/gm0090/2024/procedure51b1420b0bd248fb9e8906e09ad62d8b 2026-02-11 2026-02-11 /akn/nl/act/gm0090/2020/omgevingsplan/nld@2026-01-13;16390152 /akn/nl/act/gm0090/2020/omgevingsplan /akn/nl/act/gm0090/2020/omgevingsplan/nld@2026-01-13;16390152 /join/id/stop/work_019 4 Omgevingsplan gemeente Smallingerland

Hoofdstuk 1

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1.1Begripsbepalingen

1.

Artikel 1.1 van het Omgevingsbesluit, artikel 1.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, artikel 1.1 van het Besluit activiteiten leefomgeving en artikel 1.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, zijn voor begripsbepalingen van overeenkomstige toepassing op dit omgevingsplan, tenzij in Bijlage II Begripsbepalingen daarvan is afgeweken.

2.

Bijlage II Begripsbepalingen bij dit omgevingsplan bevat begripsbepalingen voor de toepassing van dit omgevingsplan.

Hoofdstuk 2

Doelen

Afdeling 2.1

Doelen omgevingsplan

Artikel 2.1Doelen omgevingsplan

Dit omgevingsplan is, met het oog op de reikwijdte van artikel 1.2 en de doelen van artikel 1.3 van de Omgevingswet, gericht op: a. een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; b. het beschermen van een goed woon-, werk- en leefklimaat; c. het waarborgen van de veiligheid; d. het beschermen van de gezondheid; e. het beschermen van het milieu; f. het duurzaam veiligstellen van de openbare drinkwatervoorziening; g. het beschermen van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden; h. het behoud van cultureel erfgoed; i. het behoud van de uitzonderlijke universele waarde van werelderfgoed; j. de natuurbescherming; k. het instandhouden van het bosareaal binnen de gemeente; l. het tegengaan van klimaatverandering; m. het aanpassen van de fysieke ruimte aan de gevolgen van klimaatverandering, waaronder wateroverlast en hittestress; n. het waarborgen van een goede kwaliteit van bouwwerken; o. het beheren van infrastructuur, waaronder het doelmatig gebruik van energiesystemen; p. het beheren van watersystemen; q. het beheren van geobiologische en geothermische systemen en ecosystemen; r. het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; s. het beheren van natuurlijke hulpbronnen; t. het beheren van natuurgebieden; u. het doelmatig gebruiken van bouwwerken; v. het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen; en w. beheren van energiesystemen.

Afdeling 2.2

Facultatieve omgevingswaarden

Hoofdstuk 3

Programma's

Afdeling 3.1

Programma's met programmatische aanpak

Hoofdstuk 4

Aanwijzingen in de fysieke leefomgeving

Afdeling 4.1

Thema's

Paragraaf 4.1.1

Bouwwerken

Artikel 4.1Toepassingsbereik

Deze paragraaf gaat over activiteiten met betrekking tot bouwwerken en andere werken.

Artikel 4.2Doelen

Voor activiteiten met betrekking tot bouwwerken en andere werken gelden de volgende doelen: a. het beschermen van stedenbouwkundige waarden; b. het beschermen van de gezondheid; en c. het beschermen van de architectonische kwaliteit van bouwwerken.

Artikel 4.3Hoofdgebouw bouwen

Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.2, wordt bij het bouwen van een hoofdgebouw voldaan aan: a. afdeling 7.1 Bouwen – algemeen; en b. afdeling 7.2 Hoofdgebouw bouwen.

Artikel 4.4Bijbehorend bouwwerk bouwen

1.

Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.2, wordt bij het bouwen van een bijbehorend bouwwerk voldaan aan: a. afdeling 7.1 Bouwen - algemeen; en b. afdeling 7.3 Bijbehorend bouwwerk bouwen.

2.

Dit artikel is niet van toepassing op het bouwen van hoofdgebouwen, bedoeld in artikel artikel 4.3.

Artikel 4.5Dakkapel bouwen

Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.2, wordt bij het bouwen van een dakkapel voldaan aan: a. afdeling 7.1 Bouwen – algemeen; b. afdeling 7.4 Dakkapel bouwen.

Artikel 4.6Erf- en perceelafscheiding bouwen

Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.2, wordt bij het bouwen van een erf- en perceelafscheiding voldaan aan: a. afdeling 7.1 Bouwen – algemeen; en b. afdeling 7.5 Erf- en perceelafscheiding bouwen.

Artikel 4.7Kozijn- en gevelwijzigingen

Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.2, wordt bij verrichten van kozijn- en gevelwijzigingen voldaan aan: a. afdeling 7.1 Bouwen – algemeen; en b. afdeling 7.6 Kozijn- en gevelwijzigingen.

Artikel 4.8Dakopbouw bouwen

Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.2, wordt bij het bouwen van dakopbouwen voldaan aan: a. afdeling 7.1 Bouwen – algemeen; en b. afdeling 7.7 Dakopbouw bouwen.

Artikel 4.9Dakterras bouwen

Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.2, wordt bij het bouwen van dakterrassen voldaan aan: a. afdeling 7.1 Bouwen – algemeen; en b. afdeling 7.8 Dakterras bouwen.

Artikel 4.10Zonnepanelen en zonnecollectoren bouwen

Met het oog op doelen, bedoeld in artikel 4.2, wordt bij het bouwen van zonnepanelen en zonnecollectoren voldaan aan: a. afdeling 7.1 Bouwen – algemeen; en b. afdeling 7.9 Zonnepanelen en zonnecollectoren bouwen.

Artikel 4.11Overig bouwwerk geen gebouw zijnde bouwen

Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.2, wordt bij het bouwen van een overig bouwwerk geen gebouw zijnde voldaan aan: a. afdeling 7.1 Bouwen – algemeen; en b. afdeling 7.10 Overig bouwwerk geen gebouw zijnde bouwen in het voor- of achtererfgebied.

Artikel 4.12Grafkelder aanbrengen

Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.2, wordt bij het aanbrengen van een grafkelder voldaan aan afdeling 9.2 Grafkelder aanbrengen.

Artikel 4.13Grafbedekking aanbrengen, in stand houden en verwijderen

Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.2, wordt bij het aanbrengen, in stand houden of verwijderen van grafbedekking voldaan aan afdeling 9.3 Grafbedekking aanbrengen, in stand houden en verwijderen.

Artikel 4.14Graf, urnengraf en urnennis ruimen

Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.2, wordt bij het ruimen van een graf voldaan aan afdeling 9.4 Graf, urnengraf en urnennis ruimen.

Artikel 4.15Aanwijzing brandvoorschriftengebied

Er is een brandvoorschriftengebied, als bedoeld in artikel 5.14 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, waarbinnen voor beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen de eis van artikel 4.90, eerste lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving, geldt.

Artikel 4.16Aanwijzing explosievoorschriftengebied

Er is een explosievoorschriftengebied, als bedoeld in artikel 5.14 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, waarbinnen voor beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen de eis van artikel 4.90, eerste lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving, geldt.

Paragraaf 4.1.2

Woonruimte

Artikel 4.17Toepassingsbereik

Deze paragraaf gaat over activiteiten met betrekking tot woonruimte.

Artikel 4.18Doelen

Voor activiteiten met betrekking tot woonruimte gelden de volgende doelen: a. het bereiken en in stand houden van voldoende woonruimte; b. het aanbieden van een gevarieerde woningvoorraad; en c. het waarborgen van een goed woon- en leefklimaat.

Artikel 4.19Woonruimte wijzigen en gebruiken

Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.18, wordt bij het wijzigen en gebruiken van woonruimte, voldaan aan afdeling 6.1.1 Woonruimte wijzigen en gebruiken.

Artikel 4.20Beroep of bedrijf aan huis uitoefenen

Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.18, wordt bij het uitoefenen van een beroep of bedrijf aan huis, voldaan aan paragraaf 6.1.2 Beroep of bedrijf aan huis uitoefenen.

Artikel 4.21Bêd en brochje verzorgen

Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.18, wordt bij het verzorgen van een bêd en brochje voldaan aan paragraaf 6.1.3 Bêd en brochje verzorgen.

Paragraaf 4.1.3

Infrastructuur en openbaar toegankelijk gebied

Artikel 4.22Toepassingsbereik

Deze paragraaf gaat over de activiteiten met betrekking tot infrastructuur en openbaar toegankelijk gebied.

Artikel 4.23Doelen

Voor activiteiten met betrekking tot infrastructuur en openbaar toegankelijk gebied gelden de volgende doelen: a. het waarborgen van de veiligheid; b. het beschermen van de gezondheid; c. het behoeden van de staat en werking van infrastructuur voor nadelige gevolgen van activiteiten; d. het beheren van infrastructuur; e. het beheren van watersystemen; f. het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen; g. het bevorderen van een aantrekkelijke en bereikbare stad; h. het behouden van een adequaat verkeers- en vervoersniveau; i. het realiseren en in stand houden van voldoende parkeergelegenheid; en j. het bevorderen van een hoge kwaliteit van het openbaar gebied.

Artikel 4.24Reclame plaatsen

Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.23, wordt bij het plaatsen van reclame voldaan aan paragraaf 6.1.4 Reclame plaatsen.

Artikel 4.25Uitrit aanleggen

Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.23, wordt bij het aanleggen van een uitrit voldaan aan afdeling 13.3 Uitrit aanleggen.

Artikel 4.26Weg aanleggen, opbreken of veranderen

Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.23, wordt bij het aanleggen, opbreken of veranderen van een weg voldaan aan afdeling 13.2 Weg aanleggen, opbreken of veranderen.

Artikel 4.27Parkeerexcessen

Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.23, wordt bij het parkeren van voertuigen voldaan aan afdeling 13.4 Parkeerexcessen.

Artikel 4.28Activiteiten in belemmeringengebied leidingen

Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.23, wordt bij het verrichten van activiteiten het belemmeringengebied leidingen voldaan aan paragraaf 6.1.6 Activiteiten in belemmeringengebied leidingen.

Artikel 4.29Activiteiten met betrekking tot het instandhouden van gasleidingen

Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.23, wordt bij het verrichten van activiteiten met betrekking tot het instandhouden van gasleidingen voldaan aan paragraaf 6.1.7 Activiteiten met betrekking tot het instandhouden van gasleidingen.

Artikel 4.30Bouwen in een belemmeringengebied gasleidingen

Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.23, wordt bij het bouwen in een belemmeringengebied gasleidingen voldaan aan paragraaf 6.1.8 Bouwen in een belemmeringengebied gasleidingen.

Artikel 4.31Aanleggen en uitvoeren van werkzaamheden in een belemmeringengebied gasleidingen

Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.23, wordt bij het aanleggen en verrichten van werkzaamheden in het belemmeringengebied gasleidingen voldaan aan paragraaf 6.1.9 Aanleggen en uitvoeren van werkzaamheden in een belemmeringengebied gasleidingen.

Artikel 4.32Objecten plaatsen op de openbare weg

Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.23, wordt bij het plaatsen van objecten op de weg voldaan aan afdeling 13.1 Object op openbare weg plaatsen.

Artikel 4.33Objecten op openbaar water plaatsen

Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.23, wordt bij het plaatsen van objecten op 'openbaar water' voldaan aan afdeling 6.1.5 Object op openbaar water plaatsen.

Artikel 4.34Ligplaats innemen met een vaartuig

Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.23, wordt bij het innemen van een 'ligplaats water', anders dan een woonschip, voldaan aan paragraaf 6.1.10 Ligplaats innemen met een vaartuig.

Artikel 4.35Ligplaats innemen met een woonschip

Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.23, wordt bij het innemen van een 'ligplaats vaartuig' met een woonschip voldaan aan paragraaf 6.1.11 Ligplaats innemen met een woonschip.

Artikel 4.36Opslag van voer- en vaartuigen, mest, afvalstoffen en dergelijke

Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.23, wordt bij het opslaan van voer- en vaartuigen, mest, afvalstoffen en dergelijke voldaan aan paragraaf 6.1.12 Opslag voer- en vaartuigen, mest, afvalstoffen en dergelijke.

Artikel 4.37Opbreken en graven in openbaar toegankelijk gebied

Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.23, wordt bij het opbreken en graven in het openbaar toegankelijk gebied voldaan aan paragraaf 6.1.15 Opbreken en graven in openbaar toegankelijk gebied.

Artikel 4.38Aanwijzing gebieden crossterreinen

Er zijn crossterreinen, waar het verbod om te crossen op grond van artikel 5.32 eerste lid, van de Algemene plaatselijke verordening Smallingerland niet geldt.

Paragraaf 4.1.4

Cultureel erfgoed

Artikel 4.39Toepassingsbereik

Deze paragraaf gaat over de activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed.

Artikel 4.40Doelen

Voor activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed gelden de volgende doelen: a. het beschermen van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden; b. het beschermen van archeologische waarden; en c. het behoud van cultureel erfgoed.

Artikel 4.41Aanwijzing monument als gemeentelijk monument

Een monument, op een locatie met de functie-aanduiding 'gemeentelijke monumenten' is aangewezen als gemeentelijk monument.

Artikel 4.42Activiteit in, bij of aan een gemeentelijk monument

Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.40, wordt bij het verrichten van activiteiten in, bij of aan gemeentelijke monumenten voldaan aan afdeling 8.1 Activiteit in, bij of aan een gemeentelijk monument.

Artikel 4.43Activiteit in een gebied met archeologische verwachtingswaarde

Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.40, wordt bij het verrichten van activiteiten in een gebied met een archeologische verwachtingswaarde voldaan aan afdeling 9.1 Activiteit in een gebied met een archeologische verwachtingswaarde.

Paragraaf 4.1.5

Natuur

Artikel 4.44Toepassingsbereik

Deze paragraaf gaat over activiteiten met betrekking tot natuur.

Artikel 4.45Doelen

Voor activiteiten met betrekking tot natuur gelden de volgende doelen: a. het beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden; b. de natuurbescherming; c. het tegengaan van klimaatverandering; d. het beheren van watersystemen; e. het beheren van ecosystemen; f. het beheren van natuurlijke hulpbronnen; g. het beschermen van natuurgebieden; en h. een hoge kwaliteit van het openbaar gebied.

Artikel 4.46Aanwijzing bebouwingscontour houtkap

Gereserveerd

Artikel 4.47Boom kappen en houtopstanden vellen

Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.45, wordt bij het kappen van bomen voldaan aan afdeling 10.1 Boom kappen en houtopstanden vellen.

Artikel 4.48Kamperen buiten een kampeerterrein

Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.45, wordt bij het recreatief kamperen buiten een kampeerterrein voldaan aan paragraaf 6.1.13 Kamperen buiten een kampeerterrein.

Artikel 4.49Door een groenvoorziening rijden

Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.45, wordt bij het rijden door een groenvoorziening voldaan aan paragraaf 6.1.14 Door een groenvoorziening rijden.

Artikel 4.50Aanwijzing gebieden beperking verkeer in natuurgebieden

Er zijn natuurgebieden, plantsoenen, parken of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen, waar het verbod om te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig op grond van artikel 5:33, eerste lid, van de Algemene plaatselijke verordening Smallingerland niet geldt.

Paragraaf 4.1.6

Milieu

Artikel 4.51Toepassingsbereik

Deze paragraaf gaat over activiteiten met betrekking tot milieu.

Artikel 4.52Doelen

Voor de activiteit met betrekking tot milieu gelden de volgende doelen: a. het beschermen van de gezondheid; b. het beschermen van de veiligheid; c. het beschermen van de natuur; en d. het beperken van de luchtverontreiniging.

Artikel 4.53Gesloten bodemenergiesysteem aanleggen en gebruiken

Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel artikel 4.52, wordt bij het aanleggen en gebruiken van een gesloten bodemenergiesysteem voldaan aan: a. afdeling 12.1 Milieu - algemeen; en b. afdeling 12.6 Gesloten bodemenergiesysteem aanleggen en gebruiken.

Artikel 4.54Afvalwater lozen

Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.52, wordt bij het lozen van afvalwater voldaan aan: a. afdeling 12.1 Milieu – algemeen; b. afdeling 12.7 Afvalwater lozen – algemeen; c. afdeling 12.8 Afvloeiend hemelwater of grondwater bij ontwatering lozen; d. afdeling 12.9 Grondwater lozen bij sanering; e. afdeling 12.10 Huishoudelijk afvalwater lozen; f. afdeling 12.11 Koelwater lozen; g. afdeling 12.12 Afvalwater lozen bij onderhoudswerkzaamheden aan bouwwerken; h. afdeling 12.13 Afvalwater lozen bij opslaan en overslaan van goederen; i. afdeling 12.14 Afvalwater lozen vanuit gemeentelijke voorzieningen voor inzameling en transport van afvalwater; j. afdeling 12.15 Afvalwater lozen bij schoonmaken van drinkwaterleidingen; k. afdeling 12.16 Afvalwater lozen bij calamiteitenoefeningen; l. afdeling 12.17 Afvalwater lozen bij telen, kweken, spoelen en sorteren van gewassen; m. afdeling 12.18 Afvalwater lozen bij maken van betonmortel; en n. afdeling 12.19 Beton uitwassen.

Artikel 4.55Recreatieve visvijvers exploiteren

Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.52, wordt bij het exploiteren van recreatieve visvijvers voldaan aan: a. afdeling 12.1 Milieu – algemeen; en b. afdeling 12.20 Recreatieve visvijvers exploiteren.

Artikel 4.56Fotografisch materiaal ontwikkelen en afdrukken

Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.52, wordt bij het ontwikkelen en afdrukken van fotografisch materiaal voldaan aan: a. afdeling 12.1 Milieu – algemeen; en b. afdeling 12.21 Fotografisch materiaal ontwikkelen en afdrukken

Artikel 4.57Motorvoertuigen wassen

Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.52, wordt bij het wassen van motorvoertuigen voldaan aan: a. afdeling 12.1 Milieu – algemeen; en b. afdeling 12.22 Motorvoertuigen wassen

Artikel 4.58Niet-industrieel voedsel bereiden

Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.52, wordt bij het bereiden van voedingsmiddelen met de volgende apparatuur voldaan aan: a. afdeling 12.1 Milieu – algemeen; en b. afdeling 12.23 Niet-industriële voedselbereidening.

Artikel 4.59Voedingsmiddelenbedrijf exploiteren

Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.57, wordt bij het verrichten van een activiteit als bedoeld in artikel 3.128 van het Besluit activiteiten leefomgeving voldaan aan: a.

Afdeling 12.1 Milieu – algemeen; en

b.

Afdeling 12.24 Voedingsmiddelenindustrie.

Artikel 4.60Dieren slachten, dierlijke bijproducten bewerken en vlees, vis of organen uitsnijden

Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.52, wordt bij het slachten van dieren, het bewerken van dierlijke bijproducten en het uitsnijden van vlees, vis of organen voldaan aan: a. afdeling 12.1 Milieu – algemeen; en b. afdeling 12.25 Dieren slachten, dierlijke bijproducten bewerken en vlees, vis of organen uitsnijden.

Artikel 4.61Elektriciteit opwekken met een windturbine

Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.52, wordt bij het opwekken van elektriciteit met een windturbine voldaan aan: a. afdeling 12.1 Milieu – algemeen; en b. afdeling 12.26 Elektriciteit opwekken met een windturbine.

Artikel 4.62Acculader in werking hebben

Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.52, wordt bij het in werking hebben van een acculader voldaan aan: a. afdeling 12.1 Milieu – algemeen; en b. afdeling 12.27 Acculader in werking hebben.

Artikel 4.63Parkeergelegenheid bieden in een parkeergarage

Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.52, wordt bij het bieden van parkeergelegenheid in een parkeergarage voldaan aan: a. afdeling 12.1 Milieu – algemeen; en b. afdeling 12.28 Parkeergelegenheid bieden in een parkeergarage.

Artikel 4.64Gelegenheid bieden voor het beoefenen van sport in de buitenlucht

Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.52, wordt bij het bieden van gelegenheid voor het beoefenen van sport inde buitenlucht voldaan aan: a. afdeling 12.1 Milieu – algemeen; en b. afdeling 12.29 Gelegenheid bieden voor het beoefenen van sport in de buitenlucht.

Artikel 4.65Vaste mest opslaan

Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.52, wordt bij het opslaan van vaste mest voldaan aan: a. afdeling12.1 Milieu – algemeen; en b. afdeling 12.30 Vaste mest opslaan.

Artikel 4.66Drijfmest, digestaat en dunne fractie opslaan

Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.52, wordt bij het opslaan van drijfmest, digestaat of dunne fractie voldaan aan: a. afdeling 12.1 Milieu – algemeen; en b. afdeling 12.31 Drijfmest, digestaat en dunne fractie opslaan.

Artikel 4.67Kuilvoer en vaste bijvoermiddelen opslaan

Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.52, wordt bij het opslaan van kuilvoer en vaste bijvoedermiddelen voldaan aan: a. afdeling 4.52 Milieu – algemeen; en b. afdeling 12.32 Opslaan van kuilvoer en andere bijvoedermiddelen.

Artikel 4.68Landbouwhuisdieren, andere zoogdieren en vogels fokken, houden en trainen

Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.52, wordt bij het fokken, houden en trainen van landbouwhuisdieren, andere zoogdieren en vogels voldaan aan: a. afdeling 12.1 Milieu – algemeen; en b. afdeling 12.33 Het fokken, houden of trainen van landbouwhuisdieren, andere zoogdieren of vogels.

Afdeling 4.2

Gebiedstypen

Paragraaf 4.2.1

Algemeen

Artikel 4.69Toepassingsbereik

Deze afdeling gaat over de volgende activiteiten met gebruiksruimte: a. agrarische activiteiten; b. bedrijfsactiviteiten; c. detailhandelsactiviteiten; d. dienstverleningsactiviteiten; e. horeca-activiteiten; f. kantooractiviteiten; g. maatschappelijke activiteiten; h. recreatie-activiteiten; i. sportactiviteiten; j. woonactiviteiten; k. activiteiten in de locatie 'groen'; l. activiteiten in de locatie 'verkeer'; en m. activiteiten in de locatie 'water'.

Artikel 4.70Doelen

Voor gebiedstypen gelden de volgende doelen: a. een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; b. het beschermen van een goed woon-, werk- en leefklimaat; c. het waarborgen van de veiligheid; d. het beschermen van de gezondheid; e. het beschermen van het milieu; f. de instandhouding van het bosareaal binnen de gemeente; g. het tegengaan van klimaatverandering; h. het aanpassen van de fysieke ruimte aan de gevolgen van klimaatverandering, waaronder wateroverlast en hittestress; i. het beheren van infrastructuur; j. een economisch sterke gemeente; k. een aantrekkelijk centrum; en l. het beheren van natuurgebieden.

Artikel 4.71Aanwijzing bebouwingscontour geur

Er is een bebouwingscontour geur als bedoeld in artikel 5.97 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

Paragraaf 4.2.2

Centrum stedelijk

Artikel 4.72Aanwijzing

Er is een gebiedstype centrum stedelijk. [gebiedstype centrum-stedelijk is nog niet uitgewerkt] Puntlocatie

Artikel 4.73Doelen

Binnen het gebiedstype centrum stedelijk gelden de volgende doelen: a. het beschermen van een goed woon-, werk- en leefklimaat; b. een aantrekkelijk centrum; c. het beschermen van de gezondheid; en d. het waarborgen van de veiligheid.

Artikel 4.74Insluiten activiteiten met gebruiksruimte

Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.73, worden binnen het gebiedstype centrum stedelijk, voor zover het gaat om de activiteiten met gebruiksruimte als bedoeld in artikel 4.69, alleen de volgende activiteiten verricht: a. bedrijfsactiviteiten; b. detailhandelsactiviteiten; c. dienstverleningsactiviteiten; d. horeca-activiteiten; e. infrastructuuractiviteiten; f. woonactiviteiten; g. activiteiten in de locatie 'groen'; h. activiteiten in de locatie 'verkeer'; en i. activiteiten in de locatie 'water'.

Paragraaf 4.2.3

Centrum dorp

Artikel 4.75Aanwijzing

Er is een gebiedstype centrum-dorp.

Artikel 4.76Doelen

Binnen het gebiedstype centrum dorp gelden de volgende doelen: a. het beschermen van een goed woon-, werk- en leefklimaat; b. het beschermen van de gezondheid; en c. het waarborgen van de veiligheid.

Artikel 4.77Insluiten activiteiten met gebruiksruimte

Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.76, worden binnen het gebiedstype centrum dorp, voor zover het gaat om de activiteiten met gebruiksruimte als bedoeld in artikel 4.69, alleen de volgende activiteiten verricht: a. agrarische activiteiten; b. bedrijfsactiviteiten; c. detailhandelsactiviteiten; d. dienstverleningsactiviteiten; e. horeca-activiteiten; f. sportactiviteiten; g. woonactiviteiten; h. activiteiten in de locatie 'groen'; i. activiteiten in de locatie 'verkeer'; en j. activiteiten in de locatie 'water'.

Artikel 4.78Detailhandelsactiviteiten

1.

Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden detailhandelsactiviteiten uitsluitend verricht binnen de locatie 'detailhandel'.

2.

Bij het verrichten van detailhandelsactiviteten wordt voldaan aan: a. paragraaf 12.2 Geluidveroorzakende activiteit verrichten; b. afdeling 13.7 Gebouw of terrein met parkeerbehoefte toevoegen en in stand houden; en c. paragraaf 6.2.13 Detailhandelsactiviteit verrichten (algemene regels).

Artikel 4.79Dienstverleningsactiviteiten

1.

Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden dienstverleningsactiviteiten uitsluitend verricht binnen de locatie ‘dienstverlening’.

2.

Bij het verrichten van dienstverleningsactiviteiten wordt voldaan aan: a. paragraaf 12.2 Geluidveroorzakende activiteit verrichten; en b. afdeling 13.7 Gebouw of terrein met parkeerbehoefte toevoegen en in stand houden.

Artikel 4.80Horeca-activiteiten

1.

Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden horeca-activiteiten uitsluitend verricht binnen de locatie ‘horeca’.

2.

Bij het verrichten van horeca-activiteiten wordt voldaan aan: a. paragraaf 12.2 Geluidveroorzakende activiteit verrichten; b. afdeling 13.7 Gebouw of terrein met parkeerbehoefte toevoegen en in stand houden; en c. paragraaf 6.2.15 Horeca-activiteit verrichten.

Artikel 4.81Woonactiviteiten

1.

Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden woonactiviteiten uitsluitend verricht binnen de locatie ‘wonen’.

2.

Bij het verrichten van woonactiviteiten wordt voldaan aan: a. paragraaf 12.2 Geluidveroorzakende activiteit verrichten; b. afdeling 13.7 Gebouw of terrein met parkeerbehoefte toevoegen en in stand houden; c. paragraaf 6.2.18 Wonen; en d. paragraaf 6.1.2 Beroep of bedrijf aan huis uitoefenen.

Artikel 4.82Activiteiten in de locatie 'groen'

1.

Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden activiteiten in de locatie 'groen' uitsluitend verricht binnen de locatie 'groen'.

2.

Bij het verrichten van activiteiten in de locatie 'groen' wordt voldaan aan: a. paragraaf 6.2.19 Activiteiten verrichten in de locatie 'groen'.

Artikel 4.83Activiteiten in de locatie 'verkeer'

1.

Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden activiteiten in de locatie 'verkeer' uitsluitend verricht binnen de locatie ‘verkeer'.

2.

Bij het verrichten van activiteiten in de locatie 'verkeer' wordt voldaan aan: a. paragraaf 6.2.20 Activiteiten verrichten in de locatie 'verkeer'.

Artikel 4.84Activiteiten in de locatie 'water'

1.

Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden activiteiten in de locatie 'water' uitsluitend verricht binnen de locatie ‘water'.

2.

Bij het verrichten van activiteiten in de locatie 'water' wordt voldaan aan: a. paragraaf 6.2.21 Activiteiten verrichten in de locatie 'water'.

Paragraaf 4.2.4

Woongebied

Artikel 4.85Aanwijzing

Er is een gebiedstype woongebied.

Artikel 4.86Doelen

Binnen het gebiedstype woongebied gelden de volgende doelen: a. het beschermen van een goed woon-, werk- en leefklimaat; en b. het beschermen van de gezondheid.

Artikel 4.87Insluiten activiteiten met gebruiksruimte

Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.86, worden binnen het gebiedstype woongebied, voor zover het gaat om de activiteiten met gebruiksruimte als bedoeld in artikel 4.69, alleen de volgende activiteiten verricht: a. bedrijfsactiviteiten; b. detailhandelsactiviteiten; c. dienstverleningsactiviteiten; d. horeca-activiteiten; e. kantooractiviteiten; f. maatschappelijke activiteiten; g. woonactiviteiten; h. activiteiten in de locatie 'groen'; i. activiteiten in de locatie 'verkeer'; en j. activiteiten in de locatie 'water'.

Artikel 4.88Agrarische activiteiten

1.

Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden agrarische activiteiten uitsluitend verricht binnen de locatie 'agrarisch'.

2.

Bij het verrichten van agrarische activiteiten wordt voldaan aan: a. paragraaf 6.2.8 Geluidveroorzakende activiteit verrichten - milieuzonering; b. afdeling 13.7 Gebouw of terrein met parkeerbehoefte toevoegen en in stand houden; en c. paragraaf 6.2.11 Agrarische activiteit verrichten.

Artikel 4.89Bedrijfsactiviteiten

1.

Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden bedrijfsactiviteiten uitsluitend verricht binnen de locatie ‘bedrijfsactiviteiten’.

2.

Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden de volgende bedrijfsactiviteiten niet verricht: a.

Seveso-inrichtingen; b. activiteiten met betrekking tot een ippc-installatie; c. activiteiten die in aanzienlijke mate geluid kunnen veroorzaken als bedoeld in artikel 5.78b van het Besluit kwaliteit leefomgeving; d. mer-plichtige of mer-beoordelingsplichtige activiteiten als bedoeld in afdeling 11.2 van het Omgevingsbesluit; en e. activiteiten met externe veiligheidsrisico's als bedoeld in bijlagen VII, VIII, IX en X bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, muv batterijen en meet- en regelstations.

3.

Bij het verrichten van bedrijfsactiviteiten wordt voldaan aan: a. paragraaf 6.2.8 Geluidveroorzakende activiteit verrichten - milieuzonering; b. afdeling 13.7 Gebouw of terrein met parkeerbehoefte toevoegen en in stand houden; en c. paragraaf 6.2.12 Bedrijfsactiviteit verrichten.

Artikel 4.90Detailhandelsactiviteiten

1.

Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden detailhandelsactiviteiten uitsluitend verricht binnen de locatie 'detailhandel'.

2.

Bij het verrichten van detailhandelsactiviteiten wordt voldaan aan: a. afdeling 12.2 Geluidveroorzakende activiteit verrichten; b. afdeling 13.7 Gebouw of terrein met parkeerbehoefte toevoegen en in stand houden; en c. paragraaf 6.2.13 Detailhandelsactiviteit verrichten.

Artikel 4.91Dienstverleningsactiviteiten

1.

Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden dienstverleningsactiviteiten uitsluitend verricht binnen de locatie ‘dienstverleningsactiviteiten’.

2.

Bij het verrichten van dienstverleningsactiviteiten wordt voldaan aan: a. afdeling 12.2 Geluidveroorzakende activiteit verrichten; b. afdeling 13.7 Gebouw of terrein met parkeerbehoefte toevoegen en in stand houden; en c. paragraaf 6.2.14 Dienstverleningsactiviteit verrichten.

Artikel 4.92Horeca-activiteiten

1.

Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden horeca-activiteiten uitsluitend verricht binnen de locatie horeca-1 en horeca-2 2.

Bij het verrichten van horeca-activiteiten wordt voldaan aan: a. paragraaf 12.2 Geluidveroorzakende activiteit verrichten; b. afdeling 13.7 Gebouw of terrein met parkeerbehoefte toevoegen en in stand houden; en c. paragraaf 6.2.15 Horeca-activiteit verrichten.

Artikel 4.93Maatschappelijke activiteiten

1.

Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden maatschappelijke activiteiten uitsluitend verricht binnen het gebied maatschappelijk.

2.

Bij het verrichten van maatschappelijke activiteiten wordt voldaan aan: a. paragraaf 12.2 Geluidveroorzakende activiteit verrichten; b. paragraaf 6.2.7 Geluidgevoelig gebouw toevoegen; c. afdeling 13.7 Gebouw of terrein met parkeerbehoefte toevoegen en in stand houden; en d. paragraaf 6.2.16 Maatschappelijke activiteiten verrichten.

Artikel 4.94Woonactiviteiten

1.

Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden woonactiviteiten uitsluitend verricht binnen de locatie ‘wonen’.

2.

Bij het verrichten van woonactiviteiten wordt voldaan aan: a. paragraaf 12.2 Geluidveroorzakende activiteit verrichten; b. afdeling 13.7 Gebouw of terrein met parkeerbehoefte toevoegen en in stand houden; c. paragraaf 6.2.18 Wonen; en d. paragraaf 6.1.2 Beroep of bedrijf aan huis uitoefenen.

Artikel 4.95Activiteiten in de locatie 'groen'

1.

Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden activiteiten in de locatie 'groen' uitsluitend verricht binnen de locatie 'groen'.

2.

Bij het verrichten van activiteiten in de locatie 'groen' wordt voldaan aan: a. paragraaf 6.2.19 Activiteiten verrichten in de locatie 'groen'.

Artikel 4.96Activiteiten in de locatie 'verkeer'

1.

Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden activiteiten in de locatie 'verkeer' uitsluitend verricht binnen de locatie ‘verkeer'.

2.

Bij het verrichten van activiteiten in de locatie 'verkeer' wordt voldaan aan: a. paragraaf 6.2.20 Activiteiten verrichten in de locatie 'verkeer'.

Artikel 4.97Activiteiten in de locatie 'water'

1.

Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden activiteiten in de locatie 'water' uitsluitend verricht binnen de locatie ‘water'.

2.

Bij het verrichten van activiteiten in de locatie 'water' wordt voldaan aan: a. paragraaf 6.2.21 Activiteiten verrichten in de locatie 'water'.

Paragraaf 4.2.5

Buitengebied

Artikel 4.98Aanwijzing

Er is een gebiedstype buitengebied. [gebiedstype buitengebied is nog niet uitgewerkt]

Artikel 4.99Doelen

Binnen het gebiedstype buitengebied gelden de volgende doelen: a. [gebiedstype buitengebied is nog niet uitgewerkt]

Artikel 4.100Insluiten activiteiten met gebruiksruimte

Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.99, worden binnen het gebiedstype buitengebied, voor zover het gaat om de activiteiten met gebruiksruimte als bedoeld in artikel 4.69, alleen de volgende activiteiten verricht: a. [gebiedstype buitengebied is nog niet uitgewerkt]

Paragraaf 4.2.6

Industrieterrein

Artikel 4.101Aanwijzing

Er is een gebiedstype industrieterrein. [gebiedstype industrieterrein is nog niet uitgewerkt]

Artikel 4.102Doelen

Binnen het gebiedstype industrieterrein gelden de volgende doelen: a. [gebiedstype industrieterrein is nog niet uitgewerkt]

Artikel 4.103Insluiten activiteiten met gebruiksruimte

Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.102, worden binnen het gebiedstype industrieterrein, voor zover het gaat om de activiteiten met gebruiksruimte als bedoeld in artikel 4.69, alleen de volgende activiteiten verricht: a. [gebiedstype industrieterrein is nog niet uitgewerkt]

Paragraaf 4.2.7

Bedrijventerrein

Artikel 4.104Aanwijzing

Er is een gebiedstype bedrijventerrein. [gebiedstype bedrijventerrein is nog niet uitgewerkt]

Artikel 4.105Doelen

Binnen het gebiedstype bedrijventerrein gelden de volgende doelen: a. [gebiedstype bedrijventerrein is nog niet uitgewerkt]

Artikel 4.106Regels voor activiteiten met gebruiksruimte

Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.105, worden binnen het gebiedstype bedrijventerrein, voor zover het gaat om activiteiten met gebruiksruimte als bedoeld in artikel 4.69, alleen de volgende activiteiten verricht: a. [gebiedstype bedrijventerrein is nog niet uitgewerkt]

Hoofdstuk 5

Activiteiten

Afdeling 5.1

Algemene bepalingen

Artikel 5.1Toepassingsbereik

Een paragraaf in hoofdstuk 6 tot en met 13 is alleen van toepassing voor zover dat in hoofdstuk 4 is bepaald.

Artikel 5.2Normadressaat

Aan de hoofdstukken 4 tot en met 15 wordt voldaan door degene die de activiteit verricht, tenzij anders is bepaald. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit.

Artikel 5.3Maatwerkvoorschriften

1.

Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de regels over activiteiten in de hoofdstukken 4 tot en met 15, tenzij anders is bepaald.

2.

Een vergunningvoorschrift als bedoeld in artikel 4.5 van de wet kan aan een omgevingsvergunning als bedoeld in de hoofdstukken 4 tot en met 15 worden verbonden, over de regels over activiteiten in dit hoofdstuk, tenzij anders is bepaald.

3.

Met een maatwerkvoorschrift of vergunningvoorschrift kan worden afgeweken van de regels over activiteiten in de hoofdstukken 4 tot en met 15, tenzij anders is bepaald of hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving zich daar tegen verzet.

4.

Een maatwerkvoorschrift wordt niet gesteld als over dat onderwerp een voorschrift aan een omgevingsvergunning als bedoeld in de hoofdstukken 4 tot en met 15 kan worden verbonden.

5.

Het eerste en tweede lid gelden niet voor zover het stellen van maatwerkvoorschriften is uitgesloten in het Besluit activiteiten leefomgeving.

6.

Bij het stellen van een maatwerkvoorschrift over de regels in de hoofdstukken 4 tot en met 15 worden de oogmerken, met het oog waarop de regels in de betreffende titel, afdeling of paragraaf zijn gesteld, in acht genomen.

Artikel 5.4Specifieke zorgplicht

Degene die een activiteit als bedoeld in de hoofdstukken 4 tot en met 15 verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de oogmerken, met het oog waarop de regels in de betreffende titel, afdeling of paragraaf zijn gesteld, is verplicht: a. alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b. voor zover deze niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten, voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.

Artikel 5.5Algemene gegevens bij een melding

Een melding wordt ondertekend en bevat ten minste: a. de aanduiding van de activiteit; b. de naam en het adres van degene die de activiteit verricht; c. het adres waarop de activiteit wordt verricht; d. een situatietekening; en e. de dagtekening.

Artikel 5.6Algemene gegevens bij het verstrekken van gegevens en bescheiden

Als gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders, worden die ondertekend en voorzien van: a. de aanduiding van de activiteit; b. de naam en het adres van degene die de activiteit verricht; c. het adres waarop de activiteit wordt verricht; d. een situatietekening; en e. de dagtekening.

Artikel 5.7Gegevens bij het wijzigen van naam, adres of normadressaat

1.

Voordat de naam of het adres, bedoeld in de artikel 5.5 of artikel 5.6, wijzigen, worden de daardoor gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

2.

Ten minste vier weken voor de activiteit door een ander zal gaan worden verricht, worden de daardoor gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

Artikel 5.8Gegevens en bescheiden op verzoek van het college van burgemeester en wethouders

1.

Op verzoek van het college van burgemeester en wethouders worden de gegevens en bescheiden verstrekt die nodig zijn om te bezien of de algemene regels in dit hoofdstuk en gestelde maatwerkvoorschriften op grond van dit hoofdstuk voor de activiteit toereikend zijn gezien de ontwikkelingen van de technische mogelijkheden tot het beschermen van de fysieke leefomgeving en de ontwikkelingen met betrekking tot de kwaliteit van de fysieke leefomgeving.

2.

Gegevens en bescheiden worden verstrekt voor zover degene die de activiteit verricht er redelijkerwijs de beschikking over kan krijgen.

Artikel 5.9Algemene aanvraagvereisten omgevingsvergunning

Gereserveerd

Artikel 5.10Gelijkwaardige maatregelen (algemeen)

Gereserveerd

Artikel 5.11Informeren over een ongewoon voorval

1.

Het college van burgemeester en wethouders wordt onverwijld geïnformeerd over een ongewoon voorval.

2.

Het eerste lid geldt niet voor: a. milieubelastende activiteiten die zijn aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving; en b. ongewone voorvallen bij wonen.

Artikel 5.12Gegevens en bescheiden bij een ongewoon voorval

1.

Zodra de volgende gegevens en bescheiden bekend zijn, worden ze verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders: a. informatie over de oorzaken van het ongewoon voorval en de omstandigheden waaronder het ongewoon voorval zich heeft voorgedaan; b. informatie over de vrijgekomen stoffen en hun eigenschappen; c. andere gegevens die nodig zijn om de aard en de ernst van de gevolgen voor de fysieke leefomgeving te kunnen inschatten; d. en informatie over de maatregelen die zijn getroffen of worden overwogen om de nadelige gevolgen van het ongewoon voorval te voorkomen als bedoeld in artikel 19.1, eerste lid, van de Omgevingswet.

2.

Het eerste lid geldt niet voor milieubelastende activiteiten die zijn aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteitenleefomgeving.

Artikel 5.13Informeren over bijzondere omstandigheden die geen ongewoon voorval zijn

Gereserveerd

Artikel 5.14Maatregelen bij bijzondere omstandigheden in de fysieke leefomgeving

Gereserveerd

Artikel 5.15Omgevingsvergunning afwijken van regels in dit omgevingsplan

Gereserveerd

Artikel 5.16Algemene beoordelingsregel

Gereserveerd

Hoofdstuk 6

Gebruiksactiviteiten

Afdeling 6.1

Gebiedsonafhankelijke gebruiksactiviteiten

Paragraaf 6.1.1

Woonruimte wijzigen en gebruiken

Artikel 6.1Toepassingsbereik

Deze paragraaf gaat over het bouwkundig of functioneel wijzigen en gebruiken van woonruimte.

Artikel 6.2Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het behoud van de samenstelling van de woonruimtevoorraad; b. het tegengaan van onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste aan woonruimte; c. het behoud van de leefbaarheid; en d. het waarborgen van een goed woon- en leefklimaat.

Artikel 6.3Aanwijzing vergunningplichtige gevallen

1.

Het is verboden zonder omgevingsvergunning een woonruimte te gebruiken anders dan voor één huishouden.

2.

Het is verboden zonder omgevingsvergunning een woonruimte te splitsen tot twee of meer zelfstandige woonruimten.

3.

Het verbod in dit artikel geldt niet voor huisvesting in verband met mantelzorg.

Artikel 6.4Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning

1.

Bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.3, eerste lid, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een beschrijving van het gewenste woonruimtegebruik; en b. bij verhuur een document waaruit blijkt dat:

1.er is geparticipeerd met omwonenden;
2.er afspraken gemaakt zijn over regels opgelegd aan huurders; en 3. omwonenden te allen tijde de verhuurder kunnen aanspreken bij klachten.

2.

Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.3, tweede lid, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de plattegrond van iedere verdieping van het gebouw (op dit moment en na splitsing); b. het oppervlak van de te gebruiken bijbehorende bouwwerken in vierkante meters; c. het aantal bewoners in de kangoeroewoning; en d. de aanwezige parkeerplaatsen en nieuw te realiseren parkeerplaatsen.

Artikel 6.5Beoordelingsregels omgevingsvergunning

1.

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.3, eerste lid, wordt alleen verleend als: a. er sprake is van een ondergeschikte één of tweepersoonswoning, die een in- of aangebouwd deel uitmaakt van een woning of ondergebracht is in een bijbehorend bouwwerk bij de woning; b. het aantal vierkante meters voor bijbehorende bouwwerken conform geldende wet- en regelgeving niet wordt overschreden; c. de kangoeroewoning bewoond wordt door maximaal twee personen; d. er geen sprake is van een nieuw adres; e. er sprake is van sociale binding; f. de uitkomst van de afweging voldoende houvast bieden voor handhaving; g. overlast op de omgeving wordt voorkomen; en h. er geen onevenredige parkeerdruk ontstaat.

2.

In afwijking van het eerste lid, onder b, kunnen meer vierkante meters worden toegestaan wanneer hier een goede motivering voor kan worden gegeven, dit ter beoordeling van het college.

3.

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.3, tweede lid, wordt alleen verleend als: a. er aan niet meer personen een kamer wordt verhuurd dan het aantal slaapkamers dat in het oorspronkelijke hoofdgebouw aanwezig is, met uitzondering van maximaal één slaapkamer op de zolder; b. de woonruimte voldoet aan alle geldende regelgeving die bij moment van aanvraag van toepassing is; c. bij verhuur aan buitenlandse werknemers: de verhuurder is aangesloten bij Stichting Normering Flexwonen en een certificaat hiervan kan overleggen bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning; d. er een nachtregister wordt bijgehouden wanneer er sprake is van een verblijf korter dan 4 maanden.

4.

In afwijking van het derde lid, onder a, kan een koppel dat door een huwelijksovereenkomst of samenlevingscontract kan aantonen dat ze een stel zijn, gezamenlijk één slaapkamer gebruiken, waarbij geldt dat niet meer dan één koppel in de woning woont.

5.

In afwijking van het derde lid kan de omgevingsvergunning worden geweigerd als sprake is of is geweest van ernstige overlast situaties bij of vanuit de betreffende woning, of andere woningen van dezelfde verhuurder.

6.

In afwijking van het derde lid kan de omgevingsvergunning voor een woning buiten het centrumgebied van Drachten worden geweigerd als er binnen een afstand van 200 meter al een woning aanwezig is waar met omgevingsvergunning kamers worden verhuurd.

Paragraaf 6.1.2

Beroep of bedrijf aan huis uitoefenen

Artikel 6.6Toepassingsbereik

Deze paragraaf gaat over het uitoefenen van een beroep of bedrijf aan huis.

Artikel 6.7Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. de milieusituatie; b. het waarborgen van een goed woon- en leefklimaat; c. het voorkomen van verkeers- of parkeeroverlast; d. ruimte bieden aan economische activiteiten; e. het beschermen van de verkeersveiligheid; en f. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

Artikel 6.8Specifieke zorgplicht

De specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 5.4, houdt voor het uitoefenen van beroep of bedrijf aan huis in ieder geval in dat: a. omwonenden niet onevenredig veel hinder ondervinden van de bedrijfsactiviteiten; en b. er geen verkeers- of parkeeroverlast ontstaat als gevolg van de activiteit.

Artikel 6.9Algemene regels beroep of bedrijf aan huis

1.

Een beroep of bedrijf aan huis wordt door de hoofdbewoner van het perceel uitgeoefend.

2.

De bruto oppervlakte waarop het beroep of bedrijf aan huis wordt uitgeoefend is ten hoogste 30% van de totale begane grondvloeroppervlakte van de bebouwing op het perceel, tot een maximum van 50 m2.

3.

Bij het beroep of bedrijf aan huis worden geen goederen verhandeld die ergens anders zijn gemaakt of verwerkt, tenzij het bedrijf aan huis een webwinkel is.

4.

Het beroep of bedrijf aan huis is geen milieubelastende activiteit als bedoeld in afdeling 12.21 tot en met 12.23, afdeling 12.25, afdeling 12.33, of hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

Artikel 6.10Aanwijzing vergunningplichtige gevallen

Het is verboden zonder omgevingsvergunning personeel in dienst te hebben voor het uitoefenen van een beroep of bedrijf aan huis.

Artikel 6.11Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning

Bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een opgave van het aantal medewerkers dat zal worden aangenomen; b. een beschrijving van de activiteiten in relatie tot onevenredige hinder; en c. een motivatie dat, en op welke manier, verkeers- of parkeeroverlast wordt voorkomen.

Artikel 6.12Beoordelingsregels omgevingsvergunning

De omgevingsvergunning wordt in ieder geval geweigerd als onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: a. de milieusituatie; b. de verkeersveiligheid; of c. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

Paragraaf 6.1.3

Bêd en brochje verzorgen

Artikel 6.13Toepassingsbereik

Deze paragraaf gaat over het verzorgen van een bêd en brochje.

Artikel 6.14Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het waarborgen van een goed woon- en leefklimaat; b. het voorkomen van verkeers- of parkeeroverlast; c. het bevorderen van het toerisme; en d. het bieden van ruimte aan economische activiteiten.

Artikel 6.15Specifieke zorgplicht

De specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 5.4, houdt voor het verzorgen van een bêd en brochje in ieder geval in dat: a. omwonenden niet onevenredig veel hinder ondervinden van de bêd en brochje; en b. er geen verkeers- of parkeeroverlast ontstaat als gevolg van de activiteiten van de bêd en brochje.

Artikel 6.16Algemene regels bêd en brochje verzorgen

1.

De bêd en brochje wordt verzorgd door de hoofdbewoner(s) van het perceel.

2.

De hoofdbewoner heeft voor het verzorgen van bêd en brochje geen personeel in dienst.

3.

Er worden per woonadres niet meer dan 2 gastenkamers ter beschikking gesteld als slaapvertrek voor bêd en brochje.

4.

De bedrijfsvloeroppervlakte waarop de bed en brôchje wordt uitgeoefend is ten hoogste 70 m2.

Paragraaf 6.1.4

Reclame plaatsen

Artikel 6.17Toepassingsbereik

1.

Deze paragraaf gaat over: a. het aanbrengen en maken van reclame in het openbaar toegankelijk gebied; en b. het aanbrengen en maken van reclame op of aan een onroerende zaak die zichtbaar is vanuit het openbaar toegankelijk gebied.

2.

Deze paragraaf gaat niet over het plaatsen van een object op de weg, bedoeld in afdeling 13.1

Artikel 6.18Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het behoeden van de staat en werking van de openbare weg en het openbaar water voor nadelige gevolgen van activiteiten op of rond die weg of dat water; b. het bevorderen van de verkeersveiligheid; c. het beperken van hinder; d. het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte; en e. het beschermen van het aanzien van het openbaar toegankelijk gebied.

Artikel 6.19Meldingsplicht

1.

Het is verboden opschriften of aankondigingen van kennelijk tijdelijke aard aan te brengen zonder dit ten minste twee weken voor het begin ervan te melden.

2.

Een melding bevat: a. het aantal en de afmetingen van het opschrift of de aankondiging; b. de te gebruiken materialen, kleuren en verlichting; en c. de tekst van het opschrift of de aankondiging.

3.

Het verbod geldt niet als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 6.20, vierde lid.

Artikel 6.20Aanwijzing vergunningplichtige gevallen

1.

Het is verboden zonder omgevingsvergunning reclame aan te brengen en te maken op of aan een onroerende zaak met een opschrift, aankondiging of afbeelding, zichtbaar vanaf de openbare weg.

2.

Het verbod geldt niet voor: a. opschriften, aankondigingen of afbeeldingen op of aan onroerende zaken die zijn aangewezen door de overheid; en b. opschriften of aankondigingen, gezamenlijk kleiner dan 0,50 m2, waarvan de langste zijde korter is dan 1 m en die betrekking hebben op:

1.het uitoefenen van een beroep, dienst of bedrijf in de onroerende zaak; of 2. een openbare verkoping of een aanbieding ter verkoop, verhuur of verpachting van een onroerende zaak, alleen voor zolang zij feitelijke betekenis hebben.

3.

Het verbod geldt ook niet voor: a. opschriften die betrekking hebben op de naam of aard van in uitvoering zijnde bouwwerken of op de namen van degenen die bij het ontwerp of de uitvoering van het bouwwerk betrokken zijn, mits deze opschriften zijn aangebracht op borden bij of op de in uitvoering zijnde bouwwerken zelf en alleen voor zolang zij feitelijke betekenis hebben; en b. opschriften of aankondigingen op onroerende zaken voor het openbaar vervoer, ten behoeve van dat vervoer.

4.

Het verbod geldt ook niet voor opschriften of aankondigingen van kennelijk tijdelijke aard, alleen voor zolang zij feitelijke betekenis hebben, met een maximale duur van 9 weken.

Artikel 6.21Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning

1.

Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. het aantal en de afmetingen van de reclame; b. de hoogte van de reclame, gemeten vanaf het maaiveld tot de onderkant; c. de te gebruiken materialen, kleuren en verlichting; en d. de tekst van de reclame.

2.

Als een andere dan de eigenaar, beperkt zakelijk gerechtigde of gebruiker van de onroerende zaak met diens toestemming handelsreclame maakt of voert, vermeldt de aanvrager in de aanvraag de naam, het adres en de woonplaats van die ander.

Artikel 6.22Beoordelingsregels omgevingsvergunning

De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: a. de verkeersveiligheid wordt beschermd; b. als het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, geen afbreuk doet aan de goede omgevingskwaliteit, beoordeeld volgens de beleidsregel, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet; en c. overlast van het gebruik van de onroerende zaak wordt voorkomen of zo veel mogelijk beperkt.

Paragraaf 6.1.5

Objecten op openbaar water plaatsen

Artikel 6.23Toepassingsbereik

1.

Deze paragraaf gaat over het plaatsen van objecten in openbaar water, met uitzondering van een vaartuig.

2.

Deze paragraaf gaat niet over activiteiten die worden gereguleerd in het Binnenvaartpolitiereglement.

Artikel 6.24Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van de veiligheid op het openbaar water; en b. het behoeden van de staat en werking van het openbaar water voor nadelige gevolgen van activiteiten op of rond dat water.

Artikel 6.25Specifieke zorgplicht

De specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 5.4, houdt voor het plaatsen van objecten in openbaar water in ieder geval in dat het object: a. geen gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan; en b. geen belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water.

Artikel 6.26Meldingsplicht

1.

Het is verboden een steiger, meerpaal of een ander voorwerp met permanent karakter op, in of boven openbaar water te plaatsen zonder dit ten minste twee weken voor het begin ervan te melden.

2.

De melding bevat in ieder geval een beschrijving van de aard en omvang van het voorwerp.

Artikel 6.27Aanwijzing vergunningplichtige gevallen

1.

Het is verboden zonder omgevingsvergunning een object te plaatsen, aan te brengen of te hebben op openbaar water binnen de locatie 'havengebied'.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op het plaatsen, aanbrengen of hebben van scheepstoebehoren en voorzieningen die gebruikt worden bij het laden en lossen van schepen.

Artikel 6.28Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning

Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een beschrijving van de aard en omvang van het object; b. de locatie waar het object wordt geplaatst; en c. een motivering waarom het object geplaatst moet worden.

Artikel 6.29Beoordelingsregels omgevingsvergunning

De omgevingsvergunning wordt alleen geweigerd als de belangen, bedoeld in artikel 6.24, niet onevenredig worden geschaad.

Paragraaf 6.1.6

Activiteiten in belemmeringengebied leidingen

Artikel 6.30Toepassingsbereik

1.

Deze paragraaf gaat over het verrichten van een activiteit in het belemmeringengebied leidingen.

2.

Deze paragraaf gaat niet over het verrichten van een activiteit in het belemmeringengebied gasleidingen.

3.

Deze paragraaf gaat niet over het bouwen in een belemmeringengebied gasleidingen 4.

Deze paragraaf gaat niet over het aanleggen en uitvoeren van werkzaamheden in een belemmeringengebied gasleidingen

Artikel 6.31Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op de bescherming van de in de grond aanwezige kabels, leidingen en ondersteunende werken.

Artikel 6.32Aanwijzing vergunningplichtige gevallen

1.

Het is verboden zonder omgevingsvergunning in het belemmeringengebied leidingen: a. te graven, als de diepte van de graafwerkzaamheden meer is dan 30 cm; b. diepwortelende beplanting aan te brengen of te verwijderen onder het maaiveld; c. voorwerpen in te drijven; d. waterlopen aan te leggen, te vergraven, te verruimen of te dempen; e. de grond op te hogen boven het maaiveld; of f. verharding aan te brengen.

2.

Het verbod geldt niet voor graafwerkzaamheden bij normaal onderhoud aan bouwwerken of andere werken.

Artikel 6.33Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning

Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een tekening of ingetekende luchtfoto met daarop de locatie van de activiteit; b. de reden voor de activiteit; c. een beschrijving van de aard en omvang van de activiteit; en d. een beschrijving van de maatregelen die worden genomen om de kans op schade aan kabels en leidingen te beperken.

Artikel 6.34Beoordelingsregels omgevingsvergunning

De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: a. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de bescherming van de in de grond aanwezige kabels, leidingen en ondersteunende werken; en b. maatregelen worden getroffen om eventuele schade aan de leidingen te beperken.

Paragraaf 6.1.7

Activiteiten met betrekking tot het instandhouden van gasleidingen

Artikel 6.35Toepassingsbereik

1.

Deze paragraaf gaat over het verrichten van een activiteit in het belemmeringengebied gasleidingen.

2.

Deze paragraaf gaat niet over het bouwen in een belemmeringengebied gasleidingen 3.

Deze paragraaf gaat niet over het aanleggen en uitvoeren van werkzaamheden in een belemmeringengebied gasleidingen

Artikel 6.36Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het behoud en het creëren van ruimte binnen het belemmeringengebied van de buisleiding voor bestaande en toekomstige activiteiten van de landelijk netbeheerder; b. bescherming van het gastransportnet tegen activiteiten binnen het belemmeringengebied van het gastransportnet; en c. het waarborgen van de omgevingskwaliteit in de nabijheid van het gastransportnet.

Artikel 6.37Activiteiten

Deze paragraaf is van toepassing op de volgende activiteiten: a. het realiseren, in stand houden en in werking hebben van een buisleiding voor het transport van gas, inclusief voorzieningen; en b. bijbehorende activiteiten.

Artikel 6.38Verbod

Het is verboden om het gebruik van een bestaand bouwwerk te wijzigen van beperkt kwetsbaar gebouw in het gebruik als kwetsbaar of zeer kwetsbaar gebouw.

Artikel 6.39Algemene regels

Er worden uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de in artikel 6.37 aangewezen activiteiten gerealiseerd.

Artikel 6.40Aanwijzing vergunningplichtige gevallen

Het is verboden zonder omgevingsvergunning in het belemmeringengebied gasleidingen bouwwerken te bouwen.

Artikel 6.41Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning

Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een tekening of ingetekende luchtfoto met daarop de locatie van de activiteit; b. de reden voor de activiteit; c. een beschrijving van de aard en omvang van de activiteit; en d. een beschrijving van de maatregelen die worden genomen om de kans op schade aan kabels en leidingen te beperken.

Artikel 6.42Beoordelingsregels omgevingsvergunning

De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: a. het toe te laten bouwwerk geen kwetsbaar of zeer kwetsbaar gebouw is; b. het toe te laten bouwwerk de veiligheid van de buisleiding niet schaadt. Burgemeester en wethouders betrekken hierbij het schriftelijk advies van de leidingbeheerder; c. het toe te laten bouwwerk, gelet op de oogmerken van deze paragraaf geen negatieve gevolgen heeft voor het veilig, betrouwbaar en duurzaam functioneren van het gastransportnet.

Paragraaf 6.1.8

Bouwen in een belemmeringengebied gasleidingen

Artikel 6.43Toepassingsbereik

Deze paragraaf gaat over bouwen in het belemmeringengebied gasleidingen.

Artikel 6.44Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het behoud en het creëren van ruimte binnen het belemmeringengebied van de buisleiding voor bestaande en toekomstige activiteiten van de landelijk netbeheerder; b. bescherming van het gastransportnet tegen activiteiten binnen het belemmeringengebied van het gastransportnet; en c. het waarborgen van de omgevingskwaliteit in de nabijheid van het gastransportnet.

Artikel 6.45Activiteiten

Deze paragraaf is van toepassing op het bouwen van bouwwerken in het belemmeringengebied gasleidingen.

Artikel 6.46Algemene regels

Er worden uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de in artikel 6.37 aangewezen activiteiten gerealiseerd.

Artikel 6.47Aanwijzing vergunningplichtige gevallen

Het is verboden zonder omgevingsvergunning in het belemmeringengebied gasleidingen bouwwerken te bouwen.

Artikel 6.48Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning

Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een tekening of ingetekende luchtfoto met daarop de locatie van de activiteit; b. de reden voor de activiteit; c. een beschrijving van de aard en omvang van de activiteit; en d. een beschrijving van de maatregelen die worden genomen om de kans op schade aan kabels en leidingen te beperken.

Artikel 6.49Beoordelingsregels omgevingsvergunning

De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: a. het toe te laten bouwwerk geen kwetsbaar of zeer kwetsbaar gebouw is; b. het toe te laten bouwwerk de veiligheid van de buisleiding niet schaadt. Burgemeester en wethouders betrekken hierbij het schriftelijk advies van de leidingbeheerder; en c. het toe te laten bouwwerk, gelet op de oogmerken van deze paragraaf geen negatieve gevolgen heeft voor het veilig, betrouwbaar en duurzaam functioneren van het gastransportnet.

Paragraaf 6.1.9

Aanleggen en uitvoeren van werkzaamheden in een belemmeringengebied gasleidingen

Artikel 6.50Toepassingsbereik

Deze paragraaf gaat over het aanleggen en uitvoeren van werkzaamheden in het belemmeringengebied gasleidingen.

Artikel 6.51Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het behoud en het creëren van ruimte binnen het belemmeringengebied van de buisleiding voor bestaande en toekomstige activiteiten van de landelijk netbeheerder; b. bescherming van het gastransportnet tegen activiteiten binnen het belemmeringengebied van het gastransportnet; en c. het waarborgen van de omgevingskwaliteit in de nabijheid van het gastransportnet.

Artikel 6.52Activiteiten

Deze paragraaf is van toepassing op de volgende activiteiten: a. het uitvoeren van grondbewerkingen, zoals afgraven, ophogen, vergraven, diepploegen, egaliseren van gronden en het aanleggen van drainagesystemen; b. het aanleggen van wegen, paden, parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; c. het aanbrengen en rooien van diepwortelende beplantingen en bomen; d. het indrijven van voorwerpen in de bodem; e. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van watergangen, zoals sloten, greppels of overige wateren; en f. het opslaan van goederen, (brandbare) stoffen en materialen.

Artikel 6.53Aanwijzing vergunningplichtige gevallen

1.

Het is verboden zonder omgevingsvergunning activiteiten als bedoeld in artikel 6.52 te verrichten.

2.

Dit verbod is niet van toepassing op: a. activiteiten die al in uitvoering waren voor inwerkingtreding van dit plan; b. activiteiten die door of in opdracht van de beheerder van de buisleiding worden verricht in verband met de oogmerken genoemd in deze paragraaf; c. activiteiten die graafwerkzaamheden betreffen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken; en d. activiteiten die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwactiviteit, waarvoor een omgevingsvergunning is verleend.

Artikel 6.54Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning

Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een tekening of ingetekende luchtfoto met daarop de locatie van de activiteit; b. de reden voor de activiteit; c. een beschrijving van de aard en omvang van de activiteit; en d. een beschrijving van de maatregelen die worden genomen om de kans op schade aan kabels en leidingen te beperken.

Artikel 6.55Beoordelingsregels omgevingsvergunning

De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: a. de activiteit de veiligheid van de buisleiding niet schaadt. Burgemeester en wethouders betrekken hierbij het schriftelijk advies van de leidingbeheerder; en b. de activiteit, gelet op de oogmerken van deze paragraaf, geen negatieve gevolgen heeft voor het veilig, betrouwbaar en duurzaam functioneren van het gastransportnet.

Paragraaf 6.1.10

Ligplaats innemen met een vaartuig

Artikel 6.56Toepassingsbereik

1.

Deze paragraaf gaat over het innemen van een ligplaats met een vaartuig, anders dan een woonschip.

2.

Deze paragraaf gaat ook over het aanleggen en ankeren van een vaartuig.

Artikel 6.57Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het waarborgen van een goede milieuhygiëne; b. het beschermen van de volksgezondheid; c. het beschermen van de veiligheid op het openbaar water; en d. het beschermen van het uiterlijk aanzien van de gemeente.

Artikel 6.58Verbod

1.

Het is verboden een ligplaats in te nemen met een vaartuig buiten de locatie 'ligplaats toegestaan'.

2.

Het is verboden een vaartuig aan te leggen of te ankeren op de locaties 'ankeren verboden'.

3.

Het is verboden buiten de locaties 'ankeren verboden' een vaartuig langer dan drie dagen of gedeelten daarvan op dezelfde plaats aan te leggen of te ankeren.

4.

Het verbod, bedoeld in het derde lid, is ook van toepassing bij het aanleggen of ankeren van een vaartuig als het vaartuig binnen vijf dagen op dezelfde aanlegplaats nadat het vaartuig is verplaatst, wordt aangelegd.

Artikel 6.59Algemene regels

1.

Een vaartuig buiten de locatie 'ankeren verboden' ligt drie dagen op dezelfde plaats als het op de eerste dag en op de vierde dag op dezelfde plaats is aangelegd.

2.

Een vaartuig buiten de locatie 'ankeren verboden' ligt drie dagen op dezelfde plaats als het vaartuig binnen een straal van 500 m van eerder ingenomen plaats wordt aangetroffen.

Paragraaf 6.1.11

Ligplaats innemen met een woonschip

Artikel 6.60Toepassingsbereik

Deze paragraaf gaat over het innemen van een ligplaats met een woonschip.

Artikel 6.61Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het waarborgen van goede milieuhygiëne; en b. het beschermen van het uiterlijk aanzien van het openbaar water.

Artikel 6.62Algemene regels omgevingsvergunning ligplaats woonschepen

1.

De eigenaar bewoont het schip permanent en staat ingeschreven in de Gemeentelijke basisadministratie.

2.

Het woonschip wordt aangesloten aan een drinkwaterleiding.

3.

Het woonschip wordt aangesloten aan het openbaar riool.

Artikel 6.63Aanwijzing vergunningplichtige gevallen

1.

Het is verboden zonder omgevingsvergunning met een woonschip een ligplaats in te nemen of beschikbaar te stellen binnen de woonschepenhaven.

2.

Het verbod in het eerste lid geldt niet: a. voor een woonschip op doorreis dat minder dan zeven dagen lang een ligplaats inneemt binnen ligplaats woonschip; b. voor het uitvoeren van werkzaamheden van tijdelijke aard door de gebruiker van het woonschip; of c. voor een woonschip dat bestemd is ter vervanging van het woonschip waar een vergunning voor is verleend.

3.

In afwijking van het tweede lid, onder a, wordt de termijn van zeven dagen verlengd bij slechte vaar- of weersomstandigheden, zolang die omstandigheden voortduren.

4.

Bij wijziging of vervanging van het woonschip: a. wordt een aanvraag ingediend tot wijziging van de omgevingsvergunning; of b. wordt de wijziging of verandering hersteld in de oorspronkelijke staat bij handelen in strijd met de verleende omgevingsvergunning.

Artikel 6.64Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning

Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de locatie; b. de afmetingen van het woonschip; c. de startdatum van de activiteit; en d. de duur van de activiteit.

Artikel 6.65Beoordelingsregels omgevingsvergunning

1.

De omgevingsvergunning wordt in ieder geval geweigerd als: a. de eigenaar al een omgevingsvergunning voor het innemen van een ligplaats op zijn/haar naam heeft; b. voor de ligplaats al een omgevingsvergunning is verleend; c. er geen permanente bewoning op het woonschip plaatsvindt; en d. niet aannemelijk is dat de aanvrager binnen vier weken na het indienen van de aanvraag de ligplaats kan innemen.

2.

De omgevingsvergunning wordt verleend op naam van de eigenaar met vermelding van de plaatsaanduiding van de ligplaats, de bijbehorende voorzieningen en de kenmerken van het woonschip.

3.

De omgevingsvergunning kan niet worden overgedragen aan een volgende eigenaar.

Artikel 6.66Wijziging en intrekking omgevingsvergunning

De omgevingsvergunning wordt ingetrokken als: a. onjuiste gegevens zijn verstrekt; b. de gegevens in de vergunning niet overeenkomen met de feitelijke situatie; c. niet wordt voldaan aan de vereisten in artikel 6.63 en 6.65; d. het woonschip het uiterlijk aanzien aantast; e. het woonschip niet voldoet aan de veiligheid- en gezondheidseisen; f. het woonschip zonder toestemming langer dan acht aaneengesloten weken niet op de ligplaats heeft gelegen; g. de ligplaats is voorzien van voorzieningen die niet zijn vermeld op de omgevingsvergunning; of h. het woonschip wordt verhuurd door de eigenaar die het woonschip niet zelf bewoont.

Artikel 6.67Verbod ligplaats innemen

1.

Het is verboden een ligplaats in te nemen met een woonschip buiten de locatie woonschepenhaven.

2.

Het verbod geldt niet voor een woonschip op doorreis dat minder dan zeven dagen lang een ligplaats inneemt binnen 'ligplaats woonschip'.

3.

Het college kan met een tijdelijke omgevingsvergunning afwijken van het eerste lid, voor: a. een woonschip waarvan de gebruiker een functie vervult bij de uitvoering van werken van tijdelijke aard in de gemeente, mits de gebruiker voor de aanvang van het werk geen inwoner was van de gemeente Smallingerland; of b. een woonschip dat bestemd is ter vervanging van het woonschip waar een vergunning voor is verleend.

Paragraaf 6.1.12

Opslag van voer- en vaartuigen, mest, afvalstoffen en dergelijke

Artikel 6.68Toepassingsbereik

1.

Deze paragraaf gaat over het in de openlucht en buiten een weg opslaan van de volgende goederen: a. een onbruikbaar of aan de oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of vaartuig of onderdelen daarvan; b. een bromfiets of motorvoertuig of onderdelen daarvan; c. kampeermiddelen, voor zover het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel doel; d. mest en gier, een verzameling vuil, ingekuild gras, loof of pulp, ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen of oude metalen.

2.

Deze paragraaf gaat niet over activiteiten als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

Artikel 6.69Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het voorkomen of beperken van overlast; b. het voorkomen van schade aan de volksgezondheid; en c. het voorkomen van schade aan het uiterlijk aanzien van de omgeving.

Artikel 6.70Verbod opslag

Het is verboden activiteiten als bedoeld in artikel 6.68 te verrichten.

Paragraaf 6.1.13

Kamperen buiten kampeerterrein

Artikel 6.71Toepassingsbereik

Deze paragraaf gaat over het kamperen buiten een kampeerterrein.

Artikel 6.72Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van natuur en landschap; en b. het beschermen van het uiterlijk aanzien van de gemeente.

Artikel 6.73Aanwijzing vergunningplichtige gevallen

1.

Het is verboden zonder omgevingsvergunning te kamperen buiten een kampeerterrein.

2.

Het verbod geldt niet voor kamperen door sportvissers met een eenvoudig nachtelijk onderkomen van maximaal 7 m2 tijdens de uitoefening van de hengelsport, met uitzondering van het gebied verbod hengelsportonderkomen.

Artikel 6.74Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning

Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een tekening of ingetekende luchtfoto met daarop de locatie van de kampeermiddelen; en b. de voorgenomen tijdsduur van de activiteit.

Artikel 6.75Beoordelingsregels omgevingsvergunning

De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: a. de activiteit geen nadelige gevolgen heeft voor de natuur en landschappelijke elementen; en b. voor zover de activiteit zichtbaar is vanuit openbaar toegankelijk gebied: als het uiterlijk aanzien van de openbare ruimte niet onevenredig wordt geschaad.

Paragraaf 6.1.14

Door een groenvoorziening rijden

Artikel 6.76Toepassingsbereik

1.

Deze paragraaf gaat over: a. het rijden met voertuigen over een berm of door een groenvoorziening; en b. het laten staan van een voertuig in een groenvoorziening.

2.

Deze paragraaf gaat niet over activiteiten die worden gereguleerd door hoofdstuk 8 of 11 van het Besluit activiteiten leefomgeving of de Omgevingsverordening Fryslân.

Artikel 6.77Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. de natuurbescherming; b. het beschermen van het milieu; en c. het voorkomen van overlast.

Artikel 6.78Aanwijzing vergunningplichtige gevallen

1.

Het is verboden zonder omgevingsvergunning met een voertuig te rijden over, of deze te laten staan in, een park of plantsoen of een van gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook.

2.

Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet: a. op de weg; b. voor voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden door of vanwege de overheid; c. voor voertuigen, waarmee standplaats wordt of is ingenomen op terreinen die voor dit doel zijn bestemd.

Artikel 6.79Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning

Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een beschrijving van de uit te voeren activiteit; en b. de periode waarbinnen de activiteit wordt uitgevoerd.

Artikel 6.80Beoordelingsregels omgevingsvergunning

De omgevingsvergunning kan worden geweigerd als de belangen, bedoeld in artikel 6.77, onevenredig worden geschaad.

Artikel 6.81Verbod rijden over berm

1.

Het is verboden met een voertuig zonder rubberbanden te rijden over de berm, glooiing of zijkant van de weg.

2.

Het verbod geldt niet: a. voor beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening; of b. als de omstandigheden het rijden met een voertuig over de berm, zijkant of glooiing van de weg in redelijkheid vereisen.

Paragraaf 6.1.15

Opbreken en graven in openbaar toegankelijk gebied

Artikel 6.82Toepassingsbereik

1.

Deze paragraaf gaat over het opbreken en graven in openbaar toegankelijk gebied.

2.

Deze paragraaf gaat niet over het aanleggen, in stand houden en verwijderen van een kabel als bedoeld in artikel 1.1 van de Telecommunicatie.

Artikel 6.83Oogmerken

De regels in deze paragraaf worden gesteld met het oog op: a. het bevorderen van de verkeersveiligheid; b. het beperken van hinder; c. de doelmatige verdeling van de ondergrondse ruimte; d. het beschermen van het openbaar groen; en e. het waarborgen van het veilige en doelmatige gebruik van het openbaar toegankelijk gebied

Artikel 6.84Aanwijzing vergunningplichtige gevallen

1.

Het is verboden zonder omgevingsvergunning, anders dan voor het aanleggen, in stand houden en verwijderen van een kabel of leiding: a. de verharding in openbaar toegankelijk gebied op te breken; b. te graven in openbaar toegankelijk gebied 2.

Het is verboden zonder omgevingsvergunning voor het aanleggen, in stand houden en verwijderen van een kabel of leiding: a. de verharding in openbaar toegankelijk gebied op te breken; en b. te graven in openbaar toegankelijk gebied.

3.

Het verbod, bedoeld in het tweede lid, geldt niet voor spoedeisende gevallen.

4.

Het verbod, bedoeld in het tweede lid, geldt niet voor aanleggen, in stand houden en verwijderen van een kabel of leiding: a. in een reeds aanwezige voorziening met een maximale opbreking van 4m2; b. bij reparaties en onderhoudswerkzaamheden over een lengte van minder dan 10 m; c. voor een of meer huisaansluitingen met een gezamenlijke lengte van minder van 10 m, waarbij geen gesloten verharding of groenvoorziening wordt doorkruist; d. bij het plaatsen van maximaal 2 handholes; en e. bij het maken van lasgaten met een maximale oppervlakte van 4m2 in de openbare ruimte.

5.

Het vierde lid geldt niet als: a. een bovengrondse voorziening wordt aangebracht of vervangen; b. een boring of persing wordt toegepast; of c. de openbare weg wordt gekruist.

Artikel 6.85Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning

1.

Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het opbreken en graven in openbaar toegankelijk gebied worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een tekening of ingetekende luchtfoto met daarop de locatie van de activiteit; b. de reden voor het opbreken en graven; en c. het tijdstip en de duur van de activiteit.

2.

Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het aanleggen, in stand houden en verwijderen van een kabel of leiding worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. naam, adres en contactgegevens van de persoon die de kabel beheert, exploiteert of in eigendom heeft; b. een opgave van het aantal kabels en/of buizen dat direct met kavels wordt gevuld of ingeblazen; c. een opgave van het aantal buizen dat leeg wordt ingebracht; d. een opgave van de belanghebbenden en instanties die vooraf op de hoogte worden gehouden van de start, einde en aard van de werkzaamheden; e. een omschrijving van de verkeersmaatregelen; f. een omschrijving of toelichting van een derde is vereist en om welke derde het gaat; g. een uitvoeringsplan met:

1.een omschrijving van de werkzaamheden;
2.het tijdstip en de duur van de activiteit;
3.een BGT-tekening met een opgave van het gewenste tracé;
4.een tekening met een duidelijke topografie en straatnaamgeving;
5.een omschrijving van de locatie en objecten die tijdens de uitvoering worden geplaatst;
6.een opgave van boven- en ondergrondse voorzieningen met plaats en afmetingen;
7.een omschrijving van de opbrekingen van de verharding;
8.de doorsnede van de kabel en kabelgoot;
9.een opgave van de ondergrondse of bovengrondse kasten waar geen omgevingsvergunning voor is vereist;
10.naam, adres en contactgegevens van de contactpersoon of aannemers;
11.maatregelen die de bereikbaarheid van de aanwezige kabels en leidingen waarborgen;
12.een omschrijving van de bereikbaarheid van percelen en opstallen;
13.als het openbaar toegankelijk gebied als werkterrein wordt ingericht: vermelding op de tekening; en 14. een omschrijving van de omstandigheden.

Artikel 6.86Beoordelingsregels omgevingsvergunning

1.

De omgevingsvergunning voor het opbreken en graven in openbaar toegankelijk gebied wordt alleen geweigerd als: a. het veilige en doelmatige gebruik van het openbaar toegankelijk gebied onevenredig wordt gehinderd; b. de bereikbaarheid van de gronden of gebouwen onevenredig wordt belemmerd; en c. het doelmatig beheer van het openbaar toegankelijk gebied onevenredig wordt gehinderd.

2.

De omgevingsvergunning voor het aanleggen, in stand houden en verwijderen van een kabel of leiding wordt alleen geweigerd als: a. het veilige en doelmatige gebruik van het openbaar toegankelijk gebied onevenredig wordt gehinderd; b. de bereikbaarheid van gronden of gebouwen onevenredig wordt belemmerd; c. de doelmatige verdeling van de ondergrondse ruimte wordt belemmerd; en d. het doelmatig beheer van het openbaar toegankelijk gebied onevenredig wordt gehinderd.

Artikel 6.87Meldingsplicht kabels en leidingen

1.

Het is verboden een kabel of leiding aan te leggen, in stand te houden en te verwijderen zonder dit ten minste twee werkdagen voor het begin ervan te melden.

2.

De melding bevat: a. naam, adres en contactgegevens van de aanvrager; b. naam, adres en contactgegevens van een derde als het project wordt uitgevoerd door die derde; c. een omschrijving van de aard en omvang van het project; d. het type werkzaamheden dat wordt verricht; en e. het tijdstip en de duur van de activiteit.

3.in afwijking van het eerste lid is het bij spoedeisende gevallen verboden een kabel of leiding aan te leggen, in stand te houden en te verwijderen zonder dit voor het begin ervan te melden of binnen twee werkdagen na het verrichten ervan.

4.

Dit artikel geldt niet als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in 6.84, tweede lid.

Artikel 6.88Informatieplicht start werkzaamheden kabels en leidingen

Ten minste twee werkdagen voor de start worden omwonenden door de grondroerder geïnformeerd over de aanvang, duur, aard en plaats van de werkzaamheden.

Artikel 6.89Algemene regels kabels en leidingen

Bij het aanleggen, in stand houden en verwijderen van een kabel of leiding wordt het Handboek Kabels en Leidingen gemeente Smallingerland gevolgd.

Artikel 6.90Algemene regels afloop werkzaamheden

1.

Het aanleggen, in stand houden en verwijderen van een kabel of leiding wordt binnen 3 maanden na aanvang voltooid.

2.

In afwijking van het eerste lid kan de termijn voor voltooiing van de werkzaamheden bij bijzondere gevallen langer duren en bij evenementen korter duren.

Artikel 6.91Verwijderen kabel en leiding

Bij een geheel of gedeeltelijke intrekking, opzegging of verlopen omgevingsvergunning wordt de leiding verwijderd binnen een door het bevoegd gezag gestelde termijn.

Artikel 6.92Bijzondere omstandigheden

1.

Extreme weersomstandigheden is een bijzondere omstandigheid als bedoeld in artikel 19.0 van de Omgevingswet.

2.

Het bevoegd gezag stelt vast dat, in geval van extreme weersomstandigheden, het opbreken van de verharding of het graven in openbaar toegankelijk gebied of het aanleggen of verwijderen van kabels of leidingen in openbaar toegankelijk gebied tijdelijk verboden is.

Afdeling 6.2

Gebiedsgerichte activiteiten met gebruiksruimte

Paragraaf 6.2.1

Algemeen

Artikel 6.93Toepassingsbereik

Deze afdeling is van toepassing op activiteiten met gebruiksruimte.

Artikel 6.94Aanwijzing gebieden omgevingsveiligheid

1.

Er is een aandachtsgebied voor plaatsgebonden risico.

2.

Er is een belemmeringengebied buisleidingen als bedoeld in artikel 5.18 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

Paragraaf 6.2.2

Zeer kwetsbare gebouwen toevoegen

Artikel 6.95Toepassingsbereik

Deze paragraaf gaat over het toevoegen van een zeer kwetsbaar gebouw.

Artikel 6.96Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het bereiken van een aanvaardbaar veiligheidsniveau van personen; en b. het beperken van schade bij een ongeval bij een risicovolle activiteit.

Artikel 6.97Aanwijzing vergunningplichtige gevallen

Het is verboden zonder omgevingsvergunning een zeer kwetsbare gebouw binnen een gifwolkaandachtsgebied als bedoeld in artikel 5.12, derde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving toe te voegen.

Artikel 6.98Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning

Bij de aanvraag om de omgevingsvergunning wordt een verantwoording van het groepsrisico, waarbij ten minste wordt ingegaan op maatregelen die worden getroffen of die zijn overwogen ter bescherming van personen verstrekt.

Artikel 6.99Beoordelingsregels omgevingsvergunning

De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als voldoende maatregelen zijn getroffen ter bescherming van personen in het zeer kwetsbare gebouw of op de zeer kwetsbare locatie.

Artikel 6.100Verbod toevoegen zeer kwetsbare gebouwen

Het is verboden een zeer kwetsbaar gebouw toe te voegen binnen: a. het aandachtsgebied plaatsgebonden risico; b. een brandaandachtsgebied als bedoeld in artikel 5.12, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving; of c. een explosieaandachtsgebied als bedoeld in artikel 5.12, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

Paragraaf 6.2.3

Kwetsbare gebouwen of kwetsbare locaties toevoegen

Artikel 6.101Toepassingsbereik

Deze paragraaf gaat over het toevoegen van een kwetsbaar gebouw of een kwetsbare locatie.

Artikel 6.102Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het bereiken van een aanvaardbaar veiligheidsniveau van personen; en b. het beperken van schade bij een ongeval bij een risicovolle activiteit.

Artikel 6.103Aanwijzing vergunningplichtige gevallen

Het is verboden zonder omgevingsvergunning een kwetsbaar gebouw of een kwetsbare locatie binnen een explosieaandachtsgebied of een gifwolkaandachtsgebied toe te voegen.

Artikel 6.104Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning

Bij de aanvraag om de omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een verantwoording van het groepsrisico, waarbij ten minste wordt ingegaan op maatregelen die worden getroffen of die zijn overwogen ter bescherming van personen; en b. het aantal doorgaans aanwezige personen en de tijd dat die aanwezig zijn.

Artikel 6.105Beoordelingsregels omgevingsvergunning

De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: a. voldoende maatregelen zijn getroffen ter bescherming van personen in het kwetsbare gebouw of op de kwetsbare locatie; of b. het aantal doorgaans aanwezige personen of de tijd dat die aanwezig zijn in het kwetsbare gebouw of op de kwetsbare locatie beperkt is.

Artikel 6.106Verbod toevoegen kwetsbare gebouwen en locaties

1.

Het is verboden een kwetsbaar gebouw of een kwetsbare locatie toe te voegen binnen: a. het aandachtsgebied plaatsgebonden risico; of b. een brandaandachtsgebied als bedoeld in artikel 5.12, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

2.

Het verbod, bedoeld in het eerste lid, onder a, geldt niet voor een kwetsbaar gebouw of een kwetsbare locatie waar een activiteit als bedoeld in bijlage VII, VIII, IX en X van het Besluit kwaliteit leefomgeving wordt verricht of die een functionele binding hebben met een activiteit als bedoeld in die bijlage.

Paragraaf 6.2.4

Beperkt kwetsbare gebouwen of beperkt kwetsbare locaties toevoegen

Artikel 6.107Toepassingsbereik

Deze paragraaf gaat over het toevoegen van een beperkt kwetsbaar gebouw of een beperkt kwetsbare locatie.

Artikel 6.108Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het bereiken van een aanvaardbaar veiligheidsniveau van personen; en b. het beperken van schade bij een ongeval bij een risicovolle activiteit.

Artikel 6.109Aanwijzing vergunningplichtige gevallen

Het is verboden zonder omgevingsvergunning beperkt kwetsbare gebouwen of beperkt kwetsbare locaties binnen het aandachtsgebied plaatsgebonden risico, een belemmeringengebied buisleiding, een explosieaandachtsgebied of een gifwolkaandachtsgebied toe te voegen.

Artikel 6.110Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning

Bij de aanvraag om de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 6.109, wordt een verantwoording van het groepsrisico, waarbij ten minste wordt ingegaan op maatregelen die worden getroffen of die zijn overwogen ter bescherming van personen verstrekt.

Artikel 6.111Beoordelingsregels omgevingsvergunning

De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: a. voldoende maatregelen zijn getroffen ter bescherming van personen in de gebouwen en op de locaties; of b. dat het aantal doorgaans aanwezige personen of de tijd dat die aanwezig zijn in het beperkt kwetsbare gebouw en op de beperkt kwetsbare locatie beperkt is.

Artikel 6.112Verbod toevoegen beperkt kwetsbare gebouwen en locaties

1.

Het is verboden beperkt kwetsbare gebouwen of beperkt kwetsbare locaties toe te voegen binnen: a. het aandachtsgebied plaatsgebonden risico; of b. een brandaandachtsgebied als bedoeld in artikel 5.12, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

2.

Het verbod, bedoeld in het eerste lid, onder a, geldt niet voor een beperkt kwetsbaar gebouw of een beperkt kwetsbare locatie waar een activiteit als bedoeld in bijlage VII van het Besluit kwaliteit leefomgeving wordt verricht of die een functionele binding hebben met een activiteit als bedoeld in die bijlage.

Paragraaf 6.2.5

Risicovolle activiteit verrichten

Artikel 6.113Toepassingsbereik

Deze paragraaf gaat over het verrichten van risicovolle activiteiten als bedoeld in bijlage VII, onderdeel A, B, D en E van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

Artikel 6.114Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het bereiken van een aanvaardbaar veiligheidsniveau van personen; b. het beperken van schade bij een ongeval bij een risicovolle activiteit.

Artikel 6.115Aanwijzing vergunningplichtige gevallen

1.

Het is verboden zonder omgevingsvergunning een risicovolle activiteit als bedoeld in bijlage VII, onderdeel A, B, D en E van het Besluit kwaliteit leefomgeving te verrichten, als één of meer van de aandachtsgebieden voor deze activiteit zich uitstrekken buiten de grenzen van de locatie waar de activiteit wordt verricht.

2.

Het is verboden zonder omgevingsvergunning een risicovolle activiteit als bedoeld in bijlage VII, onderdeel A, B, D en E van het Besluit kwaliteit leefomgeving te verrichten, als de afstand van de activiteit tot de grens van de locatie waar de activiteit wordt verricht kleiner is dan de afstanden voor het plaatsgebonden risico met een grenswaarde van ten hoogste 10-6 per jaar , bedoeld in artikel 5.8 van dat besluit.

Artikel 6.116Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning

1.

Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een kaart met ingetekend de plaatsgebonden risico contour en de aandachtsgebieden voor de activiteit; b. de berekening van de plaatsgebonden risico contour en de aandachtsgebieden voor de activiteit; c. een overzicht van de zeer kwetsbare gebouwen en locaties, kwetsbare gebouwen en locaties en de beperkt kwetsbare gebouwen en locaties die aanwezig zijn binnen de afstanden voor het plaatsgebonden risico, bedoeld in artikel 5.8 van het Besluit kwaliteit leefomgeving; en d. een overzicht van de zeer kwetsbare gebouwen en locaties, kwetsbare gebouwen en locaties en de beperkt kwetsbare gebouwen en locaties die aanwezig zijn binnen de aandachtsgebieden voor deze activiteit, bedoeld in artikel 5.12 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

2.

In afwijking van het eerste lid is een berekening niet vereist voor vaste afstanden, bedoeld in artikel 5.8 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

Artikel 6.117Beoordelingsregels omgevingsvergunning

1.

De omgevingsvergunning, bedoeld in art. 6.115, eerste lid wordt in ieder geval geweigerd als binnen een aandachtsgebied voor deze activiteit, maar buiten de grenzen van de locatie waar de activiteit wordt verricht, kwetsbare gebouwen of locaties of zeer kwetsbare gebouwen zijn toegelaten.

2.

De omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 6.115, tweede lid, wordt in ieder geval geweigerd als binnen het plaatsgebonden risicocontour, maar buiten de grenzen van de locatie waar de activiteit wordt verricht, kwetsbare gebouwen of locaties of zeer kwetsbare gebouwen zijn toegelaten.

Paragraaf 6.2.6

Geluidgevoelig gebouw toevoegen binnen een geluidaandachtsgebied

Artikel 6.118Toepassingsbereik

Deze paragraaf gaat over het toevoegen van een geluidgevoelig gebouw binnen een geluidaandachtsgebied van een weg.

Artikel 6.119Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. een aanvaardbaar akoestisch klimaat; en b. een gezonde woon- en leefomgeving;

Artikel 6.120Waar waarden gelden

De waarden in deze paragraaf voor het geluid door een activiteit gelden, tenzij anders bepaald: a.

Op een geluidgevoelig gebouw dat op grond van dit omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is toegelaten, anders dan een woonschip of woonwagen:

1.als het gaat om een geluidgevoelig gebouw: op de gevel; of 2. als het gaat om een nieuw te bouwen geluidgevoelig gebouw: op de locatie waar een gevel mag komen. b. voor zover er binnen 10 meter vanaf de grens van de locatie waar de activiteit wordt verricht geen geluidgevoelig gebouw is gelegen en geen geluidgevoelig gebouw kan worden toegevoegd op basis van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.124 of een melding als bedoeld in artikel 6.123: op een afstand van 10 meter van de grens van de locatie waar de activiteit wordt verricht, voor zover het de normen voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau betreft; en c. op een woonschip of woonwagen: op de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van dat woonschip of die woonwagen.

Artikel 6.121Standaardwaarde geluid op een geluidgevoelig gebouw

1.

Bij het toevoegen van een geluidgevoelig gebouw is het geluid niet meer dan de waarde, bedoeld in tabel 6.121.

Tabel 6.98 Geluidbronsoort Waarde Provinciale wegenRijkswegen 50 Lden Gemeentewegen Waterschapswegen 53 Lden 2.

Voor een geluidgevoelig gebouw als bedoeld in artikel 3.21, eerste lid, onder b of d, van het Besluit kwaliteit leefomgeving waarvan het gebruik in de nachtperiode in het omgevingsplan is uitgesloten: a. gelden de waarden in Lnight niet; en b. wordt in tabel 6.98 gelezen voor «Lden»: »Lde».

3.

Voor een geluidgevoelig gebouw als bedoeld in artikel 3.21, eerste lid, onder b of d, van het Besluit kwaliteit leefomgeving waarvan het gebruik in de avondperiode en de nachtperiode in het omgevingsplan is uitgesloten: a. gelden de waarden in Lnight niet; en b. wordt in tabel 6.98 gelezen voor «Lden»: «Lday».

Artikel 6.122Eisen aan geluidgevoelig gebouw

1.

Het geluidgevoelige gebouw heeft ten minste één geluidluwe gevel met de waarde, bedoeld in tabel 6.121.

2.

Ten minste één slaapvertrek grenst aan een geluidluwe gevel als bedoeld in het eerste lid.

Artikel 6.123Meldingsplicht

1.

Het is verboden een geluidgevoelig gebouw toe te voegen waarbij voldaan wordt aan de waarde, bedoeld in tabel 6.121, zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.

2.

Een melding bevat een akoestisch rapport waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de waarden, bedoeld in tabel 6.121.

Artikel 6.124Aanwijzing vergunningplichtige gebouwen

Het is verboden zonder omgevingsvergunning een geluidgevoelig gebouw toe te voegen binnen een geluidaandachtsgebied, als daarbij niet wordt voldaan aan de waarde, bedoeld in tabel 6.121.

Artikel 6.125Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een akoestisch rapport waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de waarde, bedoeld in tabel 6.126; b. het beoogde gebruik van het bouwwerk en de bijbehorende gronden waarop de aanvraag betrekking heeft; c. bij grondgebonden woningen: het geluid op de gevel van de begane grond en verdiepingen; d. bij gestapelde woningen: het geluid op de gevel ter plaatse van te openen delen; en e. het aantal woningen of de bruto vloeroppervlak in m2 van de activiteit

Artikel 6.126Beoordelingsregels omgevingsvergunning

1.

De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: a. geen geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen om aan de waarde, bedoeld in tabel 6.121 te voldoen; b. de overschrijding van de waarde, bedoeld in tabel 6.121 door het treffen van geluidbeperkende maatregelen zoveel mogelijk wordt beperkt; c. het geluid niet meer is dan de grenswaarden, bedoeld in tabel 6.126; d. het geluidgevoelige gebouw ten minste één geluidluwe zijde heeft waar het gezamenlijk geluid van de verkeerswegen voldoet aan 55 dB Lcum; e. ten minste één slaapvertrek grenst aan de geluidluwe zijde, bedoeld onder e; f. het geluidgevoelige gebouw ten minste één buitenruimte aan de geluidluwe zijde, bedoeld onder e, heeft; en g. het gecumuleerde geluid op het geluidgevoelige gebouw aanvaardbaar is.

Tabel 6.103 Geluidbronsoort Waarde Provinciale wegenRijkswegen 60 Lden GemeentewegenWaterschapswegen 70 Lden 2.

Bij de toepassing van het eerste lid wordt het belang van het beschermen van de gezondheid door een geluidluwe gevel betrokken.

Paragraaf 6.2.7

Geluidgevoelig gebouw toevoegen - categorie I

Artikel 6.127Toepassingsbereik

Deze paragraaf gaat over het toevoegen van een geluidgevoelig gebouw.

Artikel 6.128Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. een aanvaardbaar akoestisch klimaat; en b. een gezonde woon- en leefomgeving.

Artikel 6.129Waar waarden gelden

De waarden in deze paragraaf voor het geluid door een activiteit gelden, tenzij anders bepaald: a. op een geluidgevoelig gebouw dat op grond van dit omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is toegelaten, anders dan een woonschip of woonwagen:

1.als het gaat om een geluidgevoelig gebouw: op de gevel; of 2. als het gaat om een nieuw te bouwen geluidgevoelig gebouw: op de locatie waar een gevel mag komen. b. voor zover er binnen 10 meter vanaf de grens van de locatie waar de activiteit wordt verricht geen geluidgevoelig gebouw is gelegen en geen geluidgevoelig gebouw kan worden toegevoegd op basis van een een melding als bedoeld in artikel 6.131.: op een afstand van 10 meter van de grens van de locatie waar de activiteit wordt verricht, voor zover het de normen voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau betreft; en c. op een woonschip of woonwagen: op de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van dat woonschip of die woonwagen.

Artikel 6.130Geluid op een geluidgevoelig gebouw

Bij het toevoegen van een geluidgevoelig gebouw is het geluid niet meer dan de waarden, bedoeld in tabel 6.130.

Tabel 6.130 07.00-19.00 uur 19.00-23.00 uur 23.00-07.00 uur Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten 50 dB (A) 45 dB (A) 40 dB (A) Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door aandrijfgeluid van transportmiddelen - 70 dB (A) 70 dB (A) Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door andere piekgeluiden - 65 dB (A) 65 dB (A)

Artikel 6.131Meldingsplicht

1.

Het is verboden een geluidgevoelig gebouw toe te voegen binnen [locatie] zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.

2.

Een melding bevat een akoestisch rapport waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de waarden, bedoeld in tabel 6.130.

Paragraaf 6.2.8

Milieuzonering - geluid

Artikel 6.132Toepassingsbereik

De regels in deze paragraaf zijn van toepassing op het verrichten van een geluidveroorzakende activiteit binnen de zone voor geluid, met uitzondering van geluid door: a. windturbines en windparken; en b. civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen;

Artikel 6.133Oogmerken

De regels in deze paragraaf worden gesteld met het oog op: a. het bieden van voldoende ruimte voor activiteiten met gebruiksruimte; en b. het beschermen tegen geluidshinder.

Artikel 6.134Geluidruimte

1.

Bij het verrichten van een activiteit binnen een zone ‘geluid beperkt’, ‘geluid basis’ of ‘geluid verruimd’ is het geluid niet meer dan de waarden voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT, in tabel 6.111a. De waarden gelden op de in de tabel aangegeven afstand van de grens van de locatie waar de activiteit wordt verricht.

Tabel 6.111a Zone Afstand 07.00-19.00 uur 19.00-23.00 uur 23.00-07.00 uur 'geluid beperkt', 'geluid basis' of 'geluid verruimd'.

50 m 50 dB(A) 45 dB(A) 40 dB(A) 2.

In afwijking van het eerste lid gelden, voor activiteiten die geheel of gedeeltelijk binnen de zone ‘geluid beperkt’ zijn gelegen, voor de in tabel 6.111b gegeven situaties de daarvoor in die tabel aangegeven afstanden en waarden.

Tabel 6.111b Situatie Afstand 07.00-19.00 uur 19.00-23.00 uur 23.00-07.00 uur 1 Voor zover de in het eerste lid bedoelde afstand binnen de zone 'geluid beperkt' ligt 50 m 45 dB(A) 40 dB(A) 35 dB(A) 2 Voor zover de in het eerste lid bedoelde afstand binnen de zone 'geluid verruimd' ligt 100 m 50 dB(A) 45 dB(A) 40 dB(A) 3 Voor zover in situatie 2 de afstand van 100 m tot buiten de zone verruimd komt, geldt de afstand tot de grens van de zone verruimd of, als die afstand minder is dan 50 m, geldt een afstand van 50 m Tot grens zone verruimd of 50 m 50 dB(A) 45 dB(A) 40 dB(A) 3.

In afwijking van het eerste lid gelden, voor activiteiten die geheel buiten de zone ‘geluid beperkt’ zijn gelegen, voor de in tabel 6.111c gegeven situaties de daarvoor de in die tabel aangegeven afstanden en waarden.

Tabel 6.111c Situatie Afstand 07.00-19.00 uur 19.00-23.00 uur 23.00-07.00 uur 1 Voor zover de in het eerste lid bedoelde afstand binnen de zone 'geluid beperkt' ligt 30 m 50 dB(A) 45 dB(A) 40 dB(A) 2 Voor zover in situatie 1 de afstand van 30 m de zone beperkt niet bereikt, geldt voor situatie 1 de afstand tot de zone beperkt Tot grens zone beperkt 50 dB(A) 45 dB(A) 40dB(A) 3 Voor zover de in het eerste lid bedoelde afstand binnen de zone ‘geluid verruimd’ ligt 100 m 50dB(A) 45dB(A) 40dB(A) 4 Voor zover in situatie 3 de afstand van 100 m tot buiten de zone verruimd komt, geldt voor situatie 3 de afstand tot de grens van de zone verruimd of, als die afstand minder is dan 50 m, geldt een afstand van 50 m Tot grens zone verruimd of 50 m 50dB(A) 45dB(A) 40dB(A) 4.

Onverminderd het eerste tot en met derde lid gelden, voor zover de in het eerste lid bedoelde activiteit is gelegen binnen een afstand van 50 meter van de grens van gemengd woongebied of rustig woongebied, de in tabel 6.111d gegeven geluidwaarden op de in die tabel genoemde afstand.

Tabel 6.111d Ligging binnen 50 m van woongebied Afstand 07.00-19.00 uur 19.00-23.00 uur 23.00-07.00 uur Binnen 50 m van rustig woongebied Tot grens rustig woongebied 45 dB(A) 40 dB(A) 35 dB(A) Binnen 50 m van gemengd woongebied geldt aanvullend Tot grens gemengd woongebied 50 dB(A) 45 dB(A) 40 dB(A) 5.

Bij de toepassing van dit artikel wordt geen rekening gehouden met het effect van bebouwing die aanwezig is in het gebied buiten de grens van de locatie waar de activiteit wordt verricht.

Artikel 6.135Vergunningplicht afwijken van waarden met een omgevingsvergunning

Het is verboden zonder omgevingsvergunning af te wijken van de waarden, bedoeld in artikel 6.134.

Artikel 6.136Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning

Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.135 worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een akoestisch rapport, waaruit blijkt hoe hoog de geluidbelasting op de op grond van artikel 6.134 geldende afstanden en geluidgevoelige gebouwen is; en b. een rapport, waarin inzicht wordt gegeven in de haalbaarheid van bron- en overdrachtsmaatregelen ter beperking van het geluid op de op grond van artikel 6.134 geldende afstanden en de geluidgevoelige gebouwen.

Artikel 6.137Beoordelingsregels omgevingsvergunning

1.

De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: a. onevenredig ingrijpende maatregelen nodig zijn om te voldoen aan de waarden; b. alle maatregelen die redelijkerwijs mogelijk zijn om de geluidsbelasting zoveel mogelijk te verminderen worden getroffen; en c. de geluidbelasting op geluidgevoelige gebouwen aanvaardbaar is.

2.

Van een aanvaardbare geluidbelasting als bedoeld in het eerste lid, onder c, is alleen sprake als de geluidbelasting: a. niet meer dan 5 dB hoger is dan de waarden, bedoeld in artikel 6.134; en b. niet leidt tot overschrijding van de waarden voor geluidgevoelige ruimten binnen geluidgevoelige gebouwen, bedoeld in tabel 6.114.

Tabel 6.114 07.00-19.00 uur 19.00-23.00 uur 23.00-07.00 Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten 35 dB(A) 30 dB(A) 25 dB(A) Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door aandrijfgeluid van transportmiddelen -- 55 dB(A) 55 dB(A) Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door andere piekgeluiden -- 45 dB(A) 45 dB(A) 3.

Het tweede lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op aanwezige geluidgevoelige gebouwen, als: a. maatregelen aan de gevel om voor dat gebouw te voldoen aan de waarden, bedoeld in tabel 6.114 leiden tot zwaarwegende bezwaren van bouwkundige aard; b. de eigenaar weigert mee te werken aan het onderzoek naar het geluid in zijn gebouw door activiteiten en naar de noodzakelijke geluidwerende maatregelen; of c. de eigenaar weigert geluidwerende maatregelen te laten aanbrengen.

Paragraaf 6.2.9

Milieuzonering - geur

Artikel 6.138Toepassingsbereik

De regels in deze paragraaf zijn van toepassing op het verrichten van activiteiten met gebruiksruimte binnen de zone voor geur, met uitzondering van geur door: a. activiteiten die plaatsvinden op een industrieterrein; b. het exploiteren van zuiveringtechnische werken; c. het houden van landbouwhuisdieren of andere agrarische activiteiten; d. het composteren of opslaan van groenafval; en e. het houden van paarden en pony’s voor het berijden daarvan.

Artikel 6.139NTA 9065

Op het bepalen van geur door activiteiten is de Nederlandse technische afspraak NTA9065 van juni 2023 van toepassing.

Artikel 6.140Geurruimte

1.

Bij het verrichten van een activiteit binnen een zone ‘geur basis’ of ‘geur verruimd’ is de geur niet meer dan de waarden in tabel 6.117a. De waarden gelden op de in de tabel aangegeven afstand van de grens van de locatie waar de activiteit wordt verricht.

Tabel 6.117a Zone Afstand Als 98 percentiel Als 99,9 percentiel 'geur basis', 'geur verruimd' 50 0,5 ouE/m3 2,0 ouE/m3 2.

In afwijking van het eerste lid gelden voor de in tabel 6.117b gegeven situaties de daarvoor in die tabel aangegeven afstanden en waarden.

Tabel 6.117b Situatie Afstand Als 98 percentiel Als 99,9 percentiel 1 Voor zover de in het eerste lid bedoelde afstand binnen de zone 'geur verruimd' ligt 100 m 0,5 ouE/m3 2,0 ouE/m3 2 Voor zover in situatie 1 de afstand van 100 m tot buiten de zone verruimd komt, geldt de afstand tot de grens van de zone verruimd of, als die afstand minder is dan 50 m, geldt een afstand van 50 m Tot grens zone verruimd of 50 m 0,5 ouE/m3 2,0 ouE/m3 3.

Onverminderd het eerste en tweede lid gelden, voor zover de in het eerste lid bedoelde activiteit is gelegen binnen een afstand van 50 m van de grens van rustig of gemengd woongebied, de in tabel 6.117c gegeven geurwaarden op de in tabel 6.117c gegeven afstand.

Tabel 6.117c Ligging activiteit Afstand Als 98 percentiel Als 99,9 percentiel Binnen 50 m van rustig of gemengd woongebied Tot grens woongebied 0,5 ouE/m3 2,0 ouE/m3 4.

Bij de toepassing van dit artikel wordt geen rekening gehouden met het effect van bebouwing die aanwezig is in het gebied buiten de grens van de locatie waar de activiteit wordt verricht.

5.

De in dit artikel gegeven geurwaarden gelden op een hoogte van 1,5 m boven het plaatselijk maaiveld. Als voor een activiteit op een andere hoogte een hogere geurbelasting optreedt gelden de waarden ook op de voor de activiteit maatgevende rekenhoogte.

Artikel 6.141Vergunningplicht afwijken van waarden met een omgevingsvergunning

Het is verboden zonder omgevingsvergunning af te wijken van de waarden, bedoeld in artikel 6.140.

Artikel 6.142Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning

Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een beschrijving van de huidige geursituatie en een analyse van eventueel bestaande hinder; b. de aard, omvang en waardering van de geur die bij de milieubelastende activiteit(en) vrijkomt; c. een berekening van de geurimmissie bij geurgevoelige gebouwen ten gevolge van de aangevraagde milieubelastende activiteiten; d. een motivering van de in de berekening toegepaste hoogte van de geuremissi; e. de mogelijke maatregelen, in ieder geval conform beste beschikbare technieken, om de geuremissie en geuremissie te beperken; f. de effecten van de maatregelen, als bedoeld onder e., op de geuremissie en geurimmissie; en g. de omvang van de cumulatieve geur.

Artikel 6.143Beoordelingsregel omgevingsvergunning

De vergunning wordt alleen verleend als: a. onevenredig ingrijpende maatregelen nodig zijn om te voldoen aan de normen; b. alle maatregelen die redelijkerwijs mogelijk zijn om de geurbelasting zoveel mogelijk te verminderen worden getroffen; en c. de geurbelasting op geurgevoelige gebouwen aanvaardbaar is.

Paragraaf 6.2.10

Geur veroorzaken door het verrichten van een agrarische activiteit

Artikel 6.144Toepassingsbereik

Deze paragraaf gaat over de volgende activiteiten: a. een akkerbouwbedrijf exploiteren; b. een glastuinbouwbedrijf exploiteren; c. een veehouderij exploiteren; d. het opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie: e. het opslaan van gebruikt substraatmateriaal van plantaardige oorsprong; en f. het opslaan van kuilvoer of vaste bijvoedermiddelen.

Artikel 6.145Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het bereiken van een aanvaardbaar leefklimaat; en b. het bieden van voldoende ruimte voor agrarische activiteiten.

Artikel 6.146Waar afstanden gelden

1.

De waarden en de afstanden, bedoeld in deze paragraaf, voor de geur door een activiteit op een geurgevoelig object gelden: a. als het gaat om een geurgevoelig gebouw: tot de gevel; b. als het gaat om een nieuw te bouwen geurgevoelig gebouw: tot de locatie waar een gevel mag komen; en c. in afwijking van de onderdelen a en b, als het gaat om een woonschip of woonwagen: tot de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van het woonschip of de woonwagen.

2.

Een afstand als bedoeld in artikel 5.13, derde lid, geldt vanaf het emissiepunt, bedoeld in artikel 4.806, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving.

3.

Een afstand als bedoeld in artikel 5.13, vierde lid, geldt vanaf de gevel van een dierenverblijf.

Artikel 6.147Functionele binding

De waarden en afstanden voor geur door een activiteit zijn niet van toepassing op de geur door die activiteit op een geurgevoelig gebouw: a. dat een functionele binding heeft met die activiteit; of b. dat eerder functioneel verbonden was met die activiteit.

Artikel 6.148Algemene regels geur afkomstig van landbouwhuisdieren met geuremissiefactor

1.

Landbouwhuisdieren met emissiefactor zijn landbouwhuisdieren waarvoor in de Omgevingsregeling een emissiefactor voor geur is vastgesteld en die vallen binnen een van de volgende diercategorieën: a. varkens, kippen, schapen of geiten; of b. als deze worden gehouden voor vleesproductie:

1.rundvee tot 24 maanden;
2.kalkoenen;
3.eenden; of 4. parelhoenders.

2.

Dit artikel is niet van toepassing op het houden van minder dan: a.

10 schapen; b.

10 geiten; c.

25 stuks pluimvee; of d.

10 overige landbouwhuisdieren met geuremissiefactor.

3.

De geur ouE als 98-percentiel op een geurgevoelig gebouw is niet meer dan de waarden, bedoeld in tabel 6.133a.

Tabel 6.133a Geurgevoelig gebouw Waarde Gelegen binnen de bebouwingscontour geur 2,0 ouE/m3 Gelegen buiten de bebouwingscontour geur 8,0 ouE/m3 4.

De afstand op een locatie tot een geurgevoelig gebouw is gelijk of groter dan de afstand, bedoeld in tabel 6.133b.

Tabel 6.133b Geurgevoelig gebouw Afstand Binnen bebouwingscontour geur 100 m Buiten bebouwingscontour geur 50 m 5.

In afwijking van het derde lid kan de minimale afstand, bedoeld in tabel 6.133c, worden toegepast vanaf een gevel van een dierenverblijf tot een geurgevoelig gebouw bij: a. rundveehouderijen waar melkrundvee met bijbehorend jongvee wordt gehouden; b. rundveehouderijen waar jongvee in opfok wordt gehouden, of c. veehouderijen waar maximaal 50 stuks paarden worden gehouden; d. een andere rundveehouderij buiten de bebouwingscontour geur; of e. een zorgboerderij buiten de bebouwingscontour geur.

Tabel 6.133c Geurgevoelig gebouw Afstand Binnen bebouwingscontour geur 50 m Buiten bebouwingscontour geur 25 m 6.

Binnen de bebouwingscontour geur mag in stallen binnen een afstand van 50 tot 100 meter, naast paarden, alleen jongvee worden gehouden, tot een maximum van 200 stuks.

7.

Als het aantal melkrundvee met bijbehorend jongvee maximaal 200 bedraagt, mag in afwijking van het zesde lid in stallen binnen een afstand van 50 tot 100 meter melkrundvee met bijbehorend jongvee worden gehouden.

8.

In afwijking van het derde lid is de geur ouE als 98-percentiel op een geurgevoelig gebouw gelegen binnen de bebouwingscontour geur niet van toepassing op bestaande veehouderijen.

9.

In afwijking van het derde lid is de geur ouE als 98-percentiel op een geurgevoelig gebouw in het gebied binnen de bebouwingscontour geur ter plaatse van het dorp Drachtstercompagnie door bestaande intensieve veehouderijen niet meer dan 6,0 ouE/m3.

10.

Buiten de bebouwingscontour geur mag in stallen binnen een afstand van 25 tot 50 meter de veebezetting niet toenemen.

11.

Buiten de bebouwingscontour geur mogen in stallen binnen de afstand van 25 tot 50 meter de dierplaatsen niet op kortere afstand liggen dan op grond van een melding of vergunning op grond van de Wet milieubeheer was toegestaan op 31 december 2006.

12.

Buiten de bebouwingscontour geur moet uitbreiding van de veebezetting plaatsvinden in stallen op een minimale afstand van 50 meter.

Artikel 6.149Algemene regels geur afkomstig van landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor

1.

Landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor zijn landbouwhuisdieren waarvoor in de Omgevingsregeling geen emissiefactor voor geur is vastgesteld, met uitzondering van pelsdieren.

2.

Dit artikel is niet van toepassing op het houden van minder dan: a.

10 schapen; b.

5 paarden en pony’s; c.

10 geiten; d.

25 stuks pluimvee; e.

25 konijnen; of f.

10 overige landbouwhuisdieren.

3.

Bij het houden van landbouwhuisdieren zonder emissiefactor in een dierenverblijf is de afstand tot een geurgevoelig gebouw niet kleiner dan de afstand, bedoeld in tabel 6.134a.

Tabel 6.134a Geurgevoelig gebouw Normwaarde Binnen bebouwingscontour geur 100 m Buiten bebouwingscontour geur 50 m 4.

De afstand, bedoeld in het derde lid, geldt vanaf het emissiepunt, bedoeld in artikel 4.806, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving.

5.

In afwijking van het derde en vierde lid kan de minimale afstand, bedoeld in tabel 6.134b, worden toegepast vanaf een gevel van een dierenverblijf tot een geurgevoelig gebouw als afdoende maatregelen tegen geurhinder worden getroffen.

Tabel 6.134b Geurgevoelig gebouw Afstand Binnen bebouwingscontour geur 50 m Buiten bebouwingscontour geur 25 m

Artikel 6.150Algemene regels opslag en composteren

1.

De afstand tot een geurgevoelig gebouw is niet kleiner dan de afstand, bedoeld in tabel 6.135a, bij de volgende activiteiten: a. het opslaan van vaste mest met een totaal volume van maximaal 600 m3 voor langer dan twee weken op één plek; b. het opslaan van champost of dikke fractie met een totaal volume van meer dan 3 m3 voor langer dan twee weken op één plek; c. het opslaan van gebruikt substraatmateriaal van plantaardige oorsprong met een totaal volume van meer dan 3 m3; en d. het composteren of opslaan van groenafval met een volume van 3 m3 tot en met 600 m3.

Tabel 6.135a Geurgevoelig gebouw Afstand Binnen bebouwingscontour geur 100 m Buiten bebouwingscontour geur 50 m 2.

Het eerste lid, onder d, is niet van toepassing op groenafval dat een gevaarlijke afvalstof of gebruikt substraatmateriaal is.

3.

De afstand tot een geurgevoelig gebouw is niet kleiner dan de afstand, bedoeld in tabel 6.135b, bij het opslaan van kuilvoer met een volume van meer dan 3 m3 of vaste bijvoedermiddelen met een volume van meer dan 3 m3.

Tabel 6.135b Geurgevoelig gebouw Afstand Binnen bebouwingscontour geur 50 m Buiten bebouwingscontour geur 25 m 4.

Het derde lid is niet van toepassing op in plasticfolie verpakte veevoederbalen.

Paragraaf 6.2.11

Agrarische activiteit verrichten

Artikel 6.151Toepassingsbereik

Deze paragraaf gaat over het verrichten van een agrarische activiteit.

Artikel 6.152Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het waarborgen van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat; b. het behouden en versterken van een vitale en toekomstbestendige detailhandelstructuur; c. het behouden en versterken van de lokaal verzorgende functie van de buurt- en wijkwinkelcentra; d. het behouden van de boodschappenfunctie van de buurt- en wijkwinkelcentra binnen de kernwinkelstructuur; e. het behouden van de functie van de buurt- en wijkwinkelcentra het centrum binnen de hoofdstructuurkernwinkelstructuur; f. het waarborgen van een goed voorzieningenniveau; g. het tegengaan van verloop; h. mobiliteitseffecten als gevolg van het winkelaanbod; i. het voorkomen van leegstand; j. het stimuleren van een duurzame economische ontwikkeling; k. het beperken van hinder; l. het waarborgen van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat; m. het beschermen van de gezondheid; en n. het beschermen van het uiterlijk aanzien van de openbare ruimte.

Artikel 6.153Locatie

1.

Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden agrarische activiteiten uitsluitend verricht binnen de locatie 'agrarisch'.

2.

Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wordt het exploiteren van een ijsbaan uitsluitend verricht binnen de locatie 'Ijsbaan'.

3.

Verder lezen ↓

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.