Omgevingsplan gemeente Smallingerland (Smallingerland)
Waar gaat deze regeling over?
Dit omgevingsplan van de gemeente Smallingerland regelt de fysieke leefomgeving en stelt regels voor activiteiten zoals bouwen, wonen, infrastructuur en cultureel erfgoed. Het heeft als doel een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving te waarborgen.
Voor wie: Inwoners en bedrijven die bouwwerken plaatsen, wijzigen of gebruiken; Personen die woonruimte wijzigen of gebruiken, of een beroep/bedrijf aan huis uitoefenen.
In één oogopslag
- Land
- Nederland
- Rechtsgebied
- Vastgoed- en bouwrecht
- Artikelen
- 1 032
- Bron
- cvdr.overheid.nl
- Tekst opgehaald op
- Uitleg bijgewerkt op
Wat regelt deze regeling?
- Activiteiten met betrekking tot bouwwerken en andere werken.
- Activiteiten met betrekking tot woonruimte.
- Activiteiten met betrekking tot infrastructuur en openbaar toegankelijk gebied.
- Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed.
Voor wie geldt deze regeling?
- Inwoners en bedrijven die bouwwerken plaatsen, wijzigen of gebruiken.
- Personen die woonruimte wijzigen of gebruiken, of een beroep/bedrijf aan huis uitoefenen.
- Iedereen die activiteiten uitvoert in de openbare ruimte, zoals het plaatsen van reclame, aanleggen van wegen of parkeren.
- Personen die activiteiten verrichten met betrekking tot cultureel erfgoed.
Wat zijn de kernpunten?
- Bij het bouwen van een hoofdgebouw, bijbehorend bouwwerk, dakkapel, erf- en perceelafscheiding, kozijn- en gevelwijzigingen, dakopbouw, dakterras, zonnepanelen/zonnecollectoren of een overig bouwwerk (geen gebouw zijnde) moet worden voldaan aan afdeling 7.1 "Bouwen – algemeen" en specifieke afdelingen (7.2 t/m 7.10).
- Voor het wijzigen en gebruiken van woonruimte, het uitoefenen van een beroep of bedrijf aan huis, en het verzorgen van een "bêd en brochje" gelden specifieke regels (afdeling 6.1.1 t/m 6.1.3).
- Het plaatsen van reclame, aanleggen van uitritten, aanleggen/opbreken/veranderen van wegen, en parkeren van voertuigen moeten voldoen aan specifieke afdelingen (6.1.4, 13.3, 13.2, 13.4).
- Er zijn brandvoorschriftengebieden en explosievoorschriftengebieden aangewezen waarvoor specifieke eisen gelden voor beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen, zoals bedoeld in artikel 4.90, eerste lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving.
Vastgoed- en bouwrecht
Wettekst
Wettekst
Inhoudsopgave (1032)
- Artikel 1.1
- Artikel 2.1
- Artikel 4.1
- Artikel 4.2
- Artikel 4.3
- Artikel 4.4
- Artikel 4.5
- Artikel 4.6
- Artikel 4.7
- Artikel 4.8
- Artikel 4.9
- Artikel 4.10
- Artikel 4.11
- Artikel 4.12
- Artikel 4.13
- Artikel 4.14
- Artikel 4.15
- Artikel 4.16
- Artikel 4.17
- Artikel 4.18
- Artikel 4.19
- Artikel 4.20
- Artikel 4.21
- Artikel 4.22
- Artikel 4.23
- Artikel 4.24
- Artikel 4.25
- Artikel 4.26
- Artikel 4.27
- Artikel 4.28
- Artikel 4.29
- Artikel 4.30
- Artikel 4.31
- Artikel 4.32
- Artikel 4.33
- Artikel 4.34
- Artikel 4.35
- Artikel 4.36
- Artikel 4.37
- Artikel 4.38
- Artikel 4.39
- Artikel 4.40
- Artikel 4.41
- Artikel 4.42
- Artikel 4.43
- Artikel 4.44
- Artikel 4.45
- Artikel 4.46
- Artikel 4.47
- Artikel 4.48
- Artikel 4.49
- Artikel 4.50
- Artikel 4.51
- Artikel 4.52
- Artikel 4.53
- Artikel 4.54
- Artikel 4.55
- Artikel 4.56
- Artikel 4.57
- Artikel 4.58
- Artikel 4.59
- Artikel 4.60
- Artikel 4.61
- Artikel 4.62
- Artikel 4.63
- Artikel 4.64
- Artikel 4.65
- Artikel 4.66
- Artikel 4.67
- Artikel 4.68
- Artikel 4.69
- Artikel 4.70
- Artikel 4.71
- Artikel 4.72
- Artikel 4.73
- Artikel 4.74
- Artikel 4.75
- Artikel 4.76
- Artikel 4.77
- Artikel 4.78
- Artikel 4.79
- Artikel 4.80
- Artikel 4.81
- Artikel 4.82
- Artikel 4.83
- Artikel 4.84
- Artikel 4.85
- Artikel 4.86
- Artikel 4.87
- Artikel 4.88
- Artikel 4.89
- Artikel 4.90
- Artikel 4.91
- Artikel 4.92
- Artikel 4.93
- Artikel 4.94
- Artikel 4.95
- Artikel 4.96
- Artikel 4.97
- Artikel 4.98
- Artikel 4.99
- Artikel 4.100
- Artikel 4.101
- Artikel 4.102
- Artikel 4.103
- Artikel 4.104
- Artikel 4.105
- Artikel 4.106
- Artikel 5.1
- Artikel 5.2
- Artikel 5.3
- Artikel 5.4
- Artikel 5.5
- Artikel 5.6
- Artikel 5.7
- Artikel 5.8
- Artikel 5.9
- Artikel 5.10
- Artikel 5.11
- Artikel 5.12
- Artikel 5.13
- Artikel 5.14
- Artikel 5.15
- Artikel 5.16
- Artikel 6.1
- Artikel 6.2
- Artikel 6.3
- Artikel 6.4
- Artikel 6.5
- Artikel 6.6
- Artikel 6.7
- Artikel 6.8
- Artikel 6.9
- Artikel 6.10
- Artikel 6.11
- Artikel 6.12
- Artikel 6.13
- Artikel 6.14
- Artikel 6.15
- Artikel 6.16
- Artikel 6.17
- Artikel 6.18
- Artikel 6.19
- Artikel 6.20
- Artikel 6.21
- Artikel 6.22
- Artikel 6.23
- Artikel 6.24
- Artikel 6.25
- Artikel 6.26
- Artikel 6.27
- Artikel 6.28
- Artikel 6.29
- Artikel 6.30
- Artikel 6.31
- Artikel 6.32
- Artikel 6.33
- Artikel 6.34
- Artikel 6.35
- Artikel 6.36
- Artikel 6.37
- Artikel 6.38
- Artikel 6.39
- Artikel 6.40
- Artikel 6.41
- Artikel 6.42
- Artikel 6.43
- Artikel 6.44
- Artikel 6.45
- Artikel 6.46
- Artikel 6.47
- Artikel 6.48
- Artikel 6.49
- Artikel 6.50
- Artikel 6.51
- Artikel 6.52
- Artikel 6.53
- Artikel 6.54
- Artikel 6.55
- Artikel 6.56
- Artikel 6.57
- Artikel 6.58
- Artikel 6.59
- Artikel 6.60
- Artikel 6.61
- Artikel 6.62
- Artikel 6.63
- Artikel 6.64
- Artikel 6.65
- Artikel 6.66
- Artikel 6.67
- Artikel 6.68
- Artikel 6.69
- Artikel 6.70
- Artikel 6.71
- Artikel 6.72
- Artikel 6.73
- Artikel 6.74
- Artikel 6.75
- Artikel 6.76
- Artikel 6.77
- Artikel 6.78
- Artikel 6.79
- Artikel 6.80
- Artikel 6.81
- Artikel 6.82
- Artikel 6.83
- Artikel 6.84
- Artikel 6.85
- Artikel 6.86
- Artikel 6.87
- Artikel 6.88
- Artikel 6.89
- Artikel 6.90
- Artikel 6.91
- Artikel 6.92
- Artikel 6.93
- Artikel 6.94
- Artikel 6.95
- Artikel 6.96
- Artikel 6.97
- Artikel 6.98
- Artikel 6.99
- Artikel 6.100
- Artikel 6.101
- Artikel 6.102
- Artikel 6.103
- Artikel 6.104
- Artikel 6.105
- Artikel 6.106
- Artikel 6.107
- Artikel 6.108
- Artikel 6.109
- Artikel 6.110
- Artikel 6.111
- Artikel 6.112
- Artikel 6.113
- Artikel 6.114
- Artikel 6.115
- Artikel 6.116
- Artikel 6.117
- Artikel 6.118
- Artikel 6.119
- Artikel 6.120
- Artikel 6.121
- Artikel 6.122
- Artikel 6.123
- Artikel 6.124
- Artikel 6.125
- Artikel 6.126
- Artikel 6.127
- Artikel 6.128
- Artikel 6.129
- Artikel 6.130
- Artikel 6.131
- Artikel 6.132
- Artikel 6.133
- Artikel 6.134
- Artikel 6.135
- Artikel 6.136
- Artikel 6.137
- Artikel 6.138
- Artikel 6.139
- Artikel 6.140
- Artikel 6.141
- Artikel 6.142
- Artikel 6.143
- Artikel 6.144
- Artikel 6.145
- Artikel 6.146
- Artikel 6.147
- Artikel 6.148
- Artikel 6.149
- Artikel 6.150
- Artikel 6.151
- Artikel 6.152
- Artikel 6.153
- Artikel 6.154
- Artikel 6.155
- Artikel 6.156
- Artikel 6.157
- Artikel 6.158
- Artikel 6.159
- Artikel 6.160
- Artikel 6.161
- Artikel 6.162
- Artikel 6.163
- Artikel 6.164
- Artikel 6.165
- Artikel 6.166
- Artikel 6.167
- Artikel 6.168
- Artikel 6.169
- Artikel 6.170
- Artikel 6.171
- Artikel 6.172
- Artikel 6.173
- Artikel 6.174
- Artikel 6.175
- Artikel 6.176
- Artikel 6.177
- Artikel 6.178
- Artikel 6.179
- Artikel 6.180
- Artikel 6.181
- Artikel 6.182
- Artikel 6.183
- Artikel 7.1
- Artikel 7.2
- Artikel 7.3
- Artikel 7.4
- Artikel 7.5
- Artikel 7.6
- Artikel 7.7
- Artikel 7.8
- Artikel 7.9
- Artikel 7.10
- Artikel 7.11
- Artikel 7.12
- Artikel 7.13
- Artikel 7.14
- Artikel 7.15
- Artikel 7.16
- Artikel 7.17
- Artikel 7.18
- Artikel 7.19
- Artikel 7.20
- Artikel 7.21
- Artikel 7.22
- Artikel 7.23
- Artikel 7.24
- Artikel 7.25
- Artikel 7.26
- Artikel 7.27
- Artikel 7.28
- Artikel 7.29
- Artikel 7.30
- Artikel 7.31
- Artikel 7.32
- Artikel 7.33
- Artikel 7.34
- Artikel 7.35
- Artikel 7.36
- Artikel 7.37
- Artikel 7.38
- Artikel 7.39
- Artikel 7.40
- Artikel 7.41
- Artikel 7.42
- Artikel 7.43
- Artikel 7.44
- Artikel 7.45
- Artikel 7.46
- Artikel 7.47
- Artikel 7.48
- Artikel 7.49
- Artikel 7.50
- Artikel 7.51
- Artikel 7.52
- Artikel 7.53
- Artikel 7.54
- Artikel 7.55
- Artikel 7.56
- Artikel 7.57
- Artikel 7.58
- Artikel 7.59
- Artikel 7.60
- Artikel 7.61
- Artikel 7.62
- Artikel 7.63
- Artikel 7.64
- Artikel 7.65
- Artikel 7.66
- Artikel 7.67
- Artikel 7.68
- Artikel 7.69
- Artikel 7.70
- Artikel 7.71
- Artikel 7.72
- Artikel 7.73
- Artikel 8.1
- Artikel 8.2
- Artikel 8.3
- Artikel 8.4
- Artikel 8.5
- Artikel 8.6
- Artikel 8.7
- Artikel 8.8
- Artikel 9.1
- Artikel 9.2
- Artikel 9.3
- Artikel 9.4
- Artikel 9.5
- Artikel 9.6
- Artikel 9.7
- Artikel 9.8
- Artikel 9.9
- Artikel 9.10
- Artikel 9.11
- Artikel 9.12
- Artikel 9.13
- Artikel 9.14
- Artikel 9.15
- Artikel 9.16
- Artikel 9.17
- Artikel 9.18
- Artikel 9.19
- Artikel 9.20
- Artikel 9.21
- Artikel 9.22
- Artikel 9.23
- Artikel 9.24
- Artikel 9.25
- Artikel 9.26
- Artikel 9.27
- Artikel 9.28
- Artikel 9.29
- Artikel 9.30
- Artikel 9.31
- Artikel 9.32
- Artikel 9.33
- Artikel 9.34
- Artikel 9.35
- Artikel 10.1
- Artikel 10.2
- Artikel 10.3
- Artikel 10.4
- Artikel 10.5
- Artikel 10.6
- Artikel 10.7
- Artikel 10.8
- Artikel 10.9
- Artikel 12.1
- Artikel 12.2
- Artikel 12.3
- Artikel 12.4
- Artikel 12.5
- Artikel 12.6
- Artikel 12.7
- Artikel 12.8
- Artikel 12.9
- Artikel 12.10
- Artikel 12.11
- Artikel 12.12
- Artikel 12.13
- Artikel 12.14
- Artikel 12.15
- Artikel 12.16
- Artikel 12.17
- Artikel 12.18
- Artikel 12.19
- Artikel 12.20
- Artikel 12.21
- Artikel 12.22
- Artikel 12.23
- Artikel 12.24
- Artikel 12.25
- Artikel 12.26
- Artikel 12.27
- Artikel 12.28
- Artikel 12.29
- Artikel 12.30
- Artikel 12.31
- Artikel 12.32
- Artikel 12.33
- Artikel 12.34
- Artikel 12.35
- Artikel 12.36
- Artikel 12.37
- Artikel 12.38
- Artikel 12.39
- Artikel 12.40
- Artikel 12.41
- Artikel 12.42
- Artikel 12.43
- Artikel 12.44
- Artikel 12.45
- Artikel 12.46
- Artikel 12.47
- Artikel 12.48
- Artikel 12.49
- Artikel 12.50
- Artikel 12.51
- Artikel 12.52
- Artikel 12.53
- Artikel 12.54
- Artikel 12.55
- Artikel 12.56
- Artikel 12.57
- Artikel 12.58
- Artikel 12.59
- Artikel 12.60
- Artikel 12.61
- Artikel 12.62
- Artikel 12.63
- Artikel 12.64
- Artikel 12.65
- Artikel 12.66
- Artikel 12.67
- Artikel 12.68
- Artikel 12.69
- Artikel 12.70
- Artikel 12.71
- Artikel 12.72
- Artikel 12.73
- Artikel 12.74
- Artikel 12.75
- Artikel 12.76
- Artikel 12.77
- Artikel 12.78
- Artikel 12.79
- Artikel 12.80
- Artikel 12.81
- Artikel 12.82
- Artikel 12.83
- Artikel 12.84
- Artikel 12.85
- Artikel 12.86
- Artikel 12.87
- Artikel 12.88
- Artikel 12.89
- Artikel 12.90
- Artikel 12.91
- Artikel 12.92
- Artikel 12.93
- Artikel 12.94
- Artikel 12.95
- Artikel 12.96
- Artikel 12.97
- Artikel 12.98
- Artikel 12.99
- Artikel 12.100
- Artikel 12.101
- Artikel 12.102
- Artikel 12.103
- Artikel 12.104
- Artikel 12.105
- Artikel 12.106
- Artikel 12.107
- Artikel 12.108
- Artikel 12.109
- Artikel 12.110
- Artikel 12.111
- Artikel 12.112
- Artikel 12.113
- Artikel 12.114
- Artikel 12.115
- Artikel 12.116
- Artikel 12.117
- Artikel 12.118
- Artikel 12.119
- Artikel 12.120
- Artikel 12.121
- Artikel 12.122
- Artikel 12.123
- Artikel 12.124
- Artikel 12.125
- Artikel 12.126
- Artikel 12.127
- Artikel 12.128
- Artikel 12.129
- Artikel 12.130
- Artikel 12.131
- Artikel 12.132
- Artikel 12.133
- Artikel 12.134
- Artikel 12.135
- Artikel 12.136
- Artikel 12.137
- Artikel 12.138
- Artikel 12.139
- Artikel 12.140
- Artikel 12.141
- Artikel 12.142
- Artikel 12.143
- Artikel 12.144
- Artikel 12.145
- Artikel 12.146
- Artikel 12.147
- Artikel 12.148
- Artikel 12.149
- Artikel 12.150
- Artikel 12.151
- Artikel 12.152
- Artikel 12.153
- Artikel 12.154
- Artikel 12.155
- Artikel 12.156
- Artikel 12.157
- Artikel 12.158
- Artikel 12.159
- Artikel 12.160
- Artikel 12.161
- Artikel 12.162
- Artikel 12.163
- Artikel 12.164
- Artikel 12.165
- Artikel 12.166
- Artikel 12.167
- Artikel 12.168
- Artikel 12.169
- Artikel 12.170
- Artikel 12.171
- Artikel 12.172
- Artikel 12.173
- Artikel 12.174
- Artikel 12.175
- Artikel 12.176
- Artikel 12.177
- Artikel 12.178
- Artikel 12.179
- Artikel 12.180
- Artikel 13.1
- Artikel 13.2
- Artikel 13.3
- Artikel 13.4
- Artikel 13.5
- Artikel 13.6
- Artikel 13.7
- Artikel 13.8
- Artikel 13.9
- Artikel 13.10
- Artikel 13.11
- Artikel 13.12
- Artikel 13.13
- Artikel 13.14
- Artikel 13.15
- Artikel 13.16
- Artikel 13.17
- Artikel 13.18
- Artikel 13.19
- Artikel 13.20
- Artikel 13.21
- Artikel 13.22
- Artikel 13.23
- Artikel 13.24
- Artikel 13.25
- Artikel 13.26
- Artikel 13.27
- Artikel 13.28
- Artikel 13.29
- Artikel 13.30
- Artikel 13.31
- Artikel 13.32
- Artikel 13.33
- Artikel 13.34
- Artikel 13.35
- Artikel 13.36
- Artikel 13.37
- Artikel 13.38
- Artikel 13.39
- Artikel 13.40
- Artikel 13.41
- Artikel 13.42
- Artikel 13.43
- Artikel 13.44
- Artikel 13.45
- Artikel 13.46
- Artikel 13.47
- Artikel 13.48
- Artikel 13.49
- Artikel 17.1
- Artikel 17.2
- Artikel 17.3
- Artikel 17.4
- Artikel 20.1
- Artikel 20.2
- Artikel 20.3
- Artikel 20.4
- Artikel 20.5
- Artikel 20.6
- Artikel 20.7
- Artikel 20.8
- Artikel 20.9
- Artikel 20.10
- Artikel 20.11
- Artikel 20.12
- Artikel 21.1
- Artikel 21.2
- Artikel 21.3
- Artikel 21.4
- Artikel 21.5
- Artikel 21.6
- Artikel 21.7
- Artikel 21.8
- Artikel 21.9
- Artikel 21.10
- Artikel 21.11
- Artikel 21.12
- Artikel 21.13
- Artikel 21.14
- Artikel 21.15
- Artikel 21.16
- Artikel 21.17
- Artikel 21.18
- Artikel 21.19
- Artikel 21.20
- Artikel 21.21
- Artikel 21.22
- Artikel 21.23
- Artikel 21.24
- Artikel 21.25
- Artikel 21.26
- Artikel 21.27
- Artikel 21.28
- Artikel 21.29
- Artikel 21.30
- Artikel 21.31
- Artikel 21.32
- Artikel 21.33
- Artikel 21.34
- Artikel 21.35
- Artikel 21.36
- Artikel 21.37
- Artikel 21.38
- Artikel 21.39
- Artikel 21.40
- Artikel 21.41
- Artikel 21.42
- Artikel 21.43
- Artikel 21.44
- Artikel 21.45
- Artikel 21.46
- Artikel 21.47
- Artikel 21.48
- Artikel 21.49
- Artikel 22.1
- Artikel 22.2
- Artikel 22.3
- Artikel 22.4
- Artikel 22.5
- Artikel 22.6
- Artikel 22.7
- Artikel 22.8
- Artikel 22.9
- Artikel 22.10
- Artikel 22.11
- Artikel 22.12
- Artikel 22.13
- Artikel 22.14
- Artikel 22.15
- Artikel 22.16
- Artikel 22.17
- Artikel 22.18
- Artikel 22.19
- Artikel 22.20
- Artikel 22.21
- Artikel 22.22
- Artikel 22.23
- Artikel 22.24
- Artikel 22.25
- Artikel 22.26
- Artikel 22.27
- Artikel 22.28
- Artikel 22.29
- Artikel 22.30
- Artikel 22.31
- Artikel 22.32
- Artikel 22.33
- Artikel 22.34
- Artikel 22.35
- Artikel 22.36
- Artikel 22.37
- Artikel 22.38
- Artikel 22.39
- Artikel 22.40
- Artikel 22.41
- Artikel 22.42
- Artikel 22.43
- Artikel 22.44
- Artikel 22.45
- Artikel 22.46
- Artikel 22.47
- Artikel 22.48
- Artikel 22.49
- Artikel 22.50
- Artikel 22.51
- Artikel 22.52
- Artikel 22.53
- Artikel 22.54
- Artikel 22.55
- Artikel 22.56
- Artikel 22.57
- Artikel 22.58
- Artikel 22.59
- Artikel 22.60
- Artikel 22.61
- Artikel 22.62
- Artikel 22.63
- Artikel 22.64
- Artikel 22.65
- Artikel 22.66
- Artikel 22.67
- Artikel 22.68
- Artikel 22.69
- Artikel 22.70
- Artikel 22.71
- Artikel 22.72
- Artikel 22.73
- Artikel 22.74
- Artikel 22.75
- Artikel 22.76
- Artikel 22.77
- Artikel 22.78
- Artikel 22.79
- Artikel 22.80
- Artikel 22.81
- Artikel 22.82
- Artikel 22.83
- Artikel 22.84
- Artikel 22.85
- Artikel 22.86
- Artikel 22.87
- Artikel 22.88
- Artikel 22.89
- Artikel 22.90
- Artikel 22.91
- Artikel 22.92
- Artikel 22.93
- Artikel 22.94
- Artikel 22.95
- Artikel 22.96
- Artikel 22.97
- Artikel 22.98
- Artikel 22.99
- Artikel 22.100
- Artikel 22.101
- Artikel 22.102
- Artikel 22.103
- Artikel 22.104
- Artikel 22.105
- Artikel 22.106
- Artikel 22.107
- Artikel 22.108
- Artikel 22.109
- Artikel 22.110
- Artikel 22.111
- Artikel 22.112
- Artikel 22.113
- Artikel 22.114
- Artikel 22.115
- Artikel 22.116
- Artikel 22.117
- Artikel 22.118
- Artikel 22.119
- Artikel 22.120
- Artikel 22.121
- Artikel 22.122
- Artikel 22.123
- Artikel 22.124
- Artikel 22.125
- Artikel 22.126
- Artikel 22.127
- Artikel 22.128
- Artikel 22.129
- Artikel 22.130
- Artikel 22.131
- Artikel 22.132
- Artikel 22.133
- Artikel 22.134
- Artikel 22.135
- Artikel 22.136
- Artikel 22.137
- Artikel 22.138
- Artikel 22.139
- Artikel 22.140
- Artikel 22.141
- Artikel 22.142
- Artikel 22.143
- Artikel 22.144
- Artikel 22.145
- Artikel 22.146
- Artikel 22.147
- Artikel 22.148
- Artikel 22.149
- Artikel 22.150
- Artikel 22.151
- Artikel 22.152
- Artikel 22.153
- Artikel 22.154
- Artikel 22.155
- Artikel 22.156
- Artikel 22.157
- Artikel 22.158
- Artikel 22.159
- Artikel 22.160
- Artikel 22.161
- Artikel 22.162
- Artikel 22.163
- Artikel 22.164
- Artikel 22.165
- Artikel 22.166
- Artikel 22.167
- Artikel 22.168
- Artikel 22.169
- Artikel 22.170
- Artikel 22.171
- Artikel 22.172
- Artikel 22.173
- Artikel 22.174
- Artikel 22.175
- Artikel 22.176
- Artikel 22.177
- Artikel 22.178
- Artikel 22.179
- Artikel 22.180
- Artikel 22.181
- Artikel 22.182
- Artikel 22.183
- Artikel 22.184
- Artikel 22.185
- Artikel 22.186
- Artikel 22.187
- Artikel 22.188
- Artikel 22.189
- Artikel 22.190
- Artikel 22.191
- Artikel 22.192
- Artikel 22.193
- Artikel 22.194
- Artikel 22.195
- Artikel 22.196
- Artikel 22.197
- Artikel 22.198
- Artikel 22.199
- Artikel 22.200
- Artikel 22.201
- Artikel 22.202
- Artikel 22.203
- Artikel 22.204
- Artikel 22.205
- Artikel 22.206
- Artikel 22.207
- Artikel 22.208
- Artikel 22.209
- Artikel 22.210
- Artikel 22.211
- Artikel 22.212
- Artikel 22.213
- Artikel 22.214
- Artikel 22.215
- Artikel 22.216
- Artikel 22.217
- Artikel 22.218
- Artikel 22.219
- Artikel 22.220
- Artikel 22.221
- Artikel 22.222
- Artikel 22.223
- Artikel 22.224
- Artikel 22.225
- Artikel 22.226
- Artikel 22.227
- Artikel 22.228
- Artikel 22.229
- Artikel 22.230
- Artikel 22.231
- Artikel 22.232
- Artikel 22.233
- Artikel 22.234
- Artikel 22.235
- Artikel 22.236
- Artikel 22.237
- Artikel 22.238
- Artikel 22.239
- Artikel 22.240
- Artikel 22.241
- Artikel 22.242
- Artikel 22.243
- Artikel 22.244
- Artikel 22.245
- Artikel 22.246
- Artikel 22.247
- Artikel 22.248
- Artikel 22.249
- Artikel 22.250
- Artikel 22.251
- Artikel 22.252
- Artikel 22.253
- Artikel 22.254
- Artikel 22.255
- Artikel 22.256
- Artikel 22.257
- Artikel 22.258
- Artikel 22.259
- Artikel 22.260
- Artikel 22.261
- Artikel 22.262
- Artikel 22.263
- Artikel 22.264
- Artikel 22.265
- Artikel 22.266
- Artikel 22.267
- Artikel 22.268
- Artikel 22.269
- Artikel 22.270
- Artikel 22.271
- Artikel 22.272
- Artikel 22.273
- Artikel 22.274
- Artikel 22.275
- Artikel 22.276
- Artikel 22.277
- Artikel 22.278
- Artikel 22.279
- Artikel 22.280
- Artikel 22.281
- Artikel 22.282
- Artikel 22.283
- Artikel 22.284
- Artikel 22.285
- Artikel 22.286
- Artikel 22.287
- Artikel 22.288
- Artikel 22.289
- Artikel 22.290
- Artikel 22.291
- Artikel 22.292
- Artikel 22.293
- Artikel 22.294
- Artikel 22.295
- Artikel 22.296
- Artikel 22.297
- Artikel 22.298
- Artikel 22.299
- Artikel 22.300
- Artikel 22.301
- Artikel 22.302
- Artikel 22.303
- Artikel 23.1
- Artikel 5:42
- Artikel 5
/akn/nl/act/gemeente/2024/CVDR696182 /join/id/stop/work_006 /akn/nl/act/gm0090/2020/omgevingsplan /join/id/stop/work_019 2026-01-14 2026-01-14 /akn/nl/act/gemeente/2024/CVDR696182/nld@2026-02-11 /join/id/proces/gm0090/2020/Bruidsschat-InstellingInitieleRegelingVersieDoorRijk /join/id/proces/gm0090/2024/procedure878de65cebb44839896045f24a3d3222 /join/id/proces/gm0090/2025/procedure5b0469aa2c524ac094ceb4df899ded65 /join/id/proces/gm0090/2024/procedure51b1420b0bd248fb9e8906e09ad62d8b 2026-02-11 2026-02-11 /akn/nl/act/gm0090/2020/omgevingsplan/nld@2026-01-13;16390152 /akn/nl/act/gm0090/2020/omgevingsplan /akn/nl/act/gm0090/2020/omgevingsplan/nld@2026-01-13;16390152 /join/id/stop/work_019 4 Omgevingsplan gemeente Smallingerland
Hoofdstuk 1
ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1.1Begripsbepalingen
1.
Artikel 1.1 van het Omgevingsbesluit, artikel 1.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, artikel 1.1 van het Besluit activiteiten leefomgeving en artikel 1.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, zijn voor begripsbepalingen van overeenkomstige toepassing op dit omgevingsplan, tenzij in Bijlage II Begripsbepalingen daarvan is afgeweken.
2.
Bijlage II Begripsbepalingen bij dit omgevingsplan bevat begripsbepalingen voor de toepassing van dit omgevingsplan.
Hoofdstuk 2
Doelen
Afdeling 2.1
Doelen omgevingsplan
Artikel 2.1Doelen omgevingsplan
Dit omgevingsplan is, met het oog op de reikwijdte van artikel 1.2 en de doelen van artikel 1.3 van de Omgevingswet, gericht op: a. een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; b. het beschermen van een goed woon-, werk- en leefklimaat; c. het waarborgen van de veiligheid; d. het beschermen van de gezondheid; e. het beschermen van het milieu; f. het duurzaam veiligstellen van de openbare drinkwatervoorziening; g. het beschermen van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden; h. het behoud van cultureel erfgoed; i. het behoud van de uitzonderlijke universele waarde van werelderfgoed; j. de natuurbescherming; k. het instandhouden van het bosareaal binnen de gemeente; l. het tegengaan van klimaatverandering; m. het aanpassen van de fysieke ruimte aan de gevolgen van klimaatverandering, waaronder wateroverlast en hittestress; n. het waarborgen van een goede kwaliteit van bouwwerken; o. het beheren van infrastructuur, waaronder het doelmatig gebruik van energiesystemen; p. het beheren van watersystemen; q. het beheren van geobiologische en geothermische systemen en ecosystemen; r. het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; s. het beheren van natuurlijke hulpbronnen; t. het beheren van natuurgebieden; u. het doelmatig gebruiken van bouwwerken; v. het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen; en w. beheren van energiesystemen.
Afdeling 2.2
Facultatieve omgevingswaarden
Hoofdstuk 3
Programma's
Afdeling 3.1
Programma's met programmatische aanpak
Hoofdstuk 4
Aanwijzingen in de fysieke leefomgeving
Afdeling 4.1
Thema's
Paragraaf 4.1.1
Bouwwerken
Artikel 4.1Toepassingsbereik
Deze paragraaf gaat over activiteiten met betrekking tot bouwwerken en andere werken.
Artikel 4.2Doelen
Voor activiteiten met betrekking tot bouwwerken en andere werken gelden de volgende doelen: a. het beschermen van stedenbouwkundige waarden; b. het beschermen van de gezondheid; en c. het beschermen van de architectonische kwaliteit van bouwwerken.
Artikel 4.3Hoofdgebouw bouwen
Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.2, wordt bij het bouwen van een hoofdgebouw voldaan aan: a. afdeling 7.1 Bouwen – algemeen; en b. afdeling 7.2 Hoofdgebouw bouwen.
Artikel 4.4Bijbehorend bouwwerk bouwen
1.
Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.2, wordt bij het bouwen van een bijbehorend bouwwerk voldaan aan: a. afdeling 7.1 Bouwen - algemeen; en b. afdeling 7.3 Bijbehorend bouwwerk bouwen.
2.
Dit artikel is niet van toepassing op het bouwen van hoofdgebouwen, bedoeld in artikel artikel 4.3.
Artikel 4.5Dakkapel bouwen
Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.2, wordt bij het bouwen van een dakkapel voldaan aan: a. afdeling 7.1 Bouwen – algemeen; b. afdeling 7.4 Dakkapel bouwen.
Artikel 4.6Erf- en perceelafscheiding bouwen
Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.2, wordt bij het bouwen van een erf- en perceelafscheiding voldaan aan: a. afdeling 7.1 Bouwen – algemeen; en b. afdeling 7.5 Erf- en perceelafscheiding bouwen.
Artikel 4.7Kozijn- en gevelwijzigingen
Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.2, wordt bij verrichten van kozijn- en gevelwijzigingen voldaan aan: a. afdeling 7.1 Bouwen – algemeen; en b. afdeling 7.6 Kozijn- en gevelwijzigingen.
Artikel 4.8Dakopbouw bouwen
Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.2, wordt bij het bouwen van dakopbouwen voldaan aan: a. afdeling 7.1 Bouwen – algemeen; en b. afdeling 7.7 Dakopbouw bouwen.
Artikel 4.9Dakterras bouwen
Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.2, wordt bij het bouwen van dakterrassen voldaan aan: a. afdeling 7.1 Bouwen – algemeen; en b. afdeling 7.8 Dakterras bouwen.
Artikel 4.10Zonnepanelen en zonnecollectoren bouwen
Met het oog op doelen, bedoeld in artikel 4.2, wordt bij het bouwen van zonnepanelen en zonnecollectoren voldaan aan: a. afdeling 7.1 Bouwen – algemeen; en b. afdeling 7.9 Zonnepanelen en zonnecollectoren bouwen.
Artikel 4.11Overig bouwwerk geen gebouw zijnde bouwen
Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.2, wordt bij het bouwen van een overig bouwwerk geen gebouw zijnde voldaan aan: a. afdeling 7.1 Bouwen – algemeen; en b. afdeling 7.10 Overig bouwwerk geen gebouw zijnde bouwen in het voor- of achtererfgebied.
Artikel 4.12Grafkelder aanbrengen
Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.2, wordt bij het aanbrengen van een grafkelder voldaan aan afdeling 9.2 Grafkelder aanbrengen.
Artikel 4.13Grafbedekking aanbrengen, in stand houden en verwijderen
Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.2, wordt bij het aanbrengen, in stand houden of verwijderen van grafbedekking voldaan aan afdeling 9.3 Grafbedekking aanbrengen, in stand houden en verwijderen.
Artikel 4.14Graf, urnengraf en urnennis ruimen
Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.2, wordt bij het ruimen van een graf voldaan aan afdeling 9.4 Graf, urnengraf en urnennis ruimen.
Artikel 4.15Aanwijzing brandvoorschriftengebied
Er is een brandvoorschriftengebied, als bedoeld in artikel 5.14 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, waarbinnen voor beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen de eis van artikel 4.90, eerste lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving, geldt.
Artikel 4.16Aanwijzing explosievoorschriftengebied
Er is een explosievoorschriftengebied, als bedoeld in artikel 5.14 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, waarbinnen voor beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen de eis van artikel 4.90, eerste lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving, geldt.
Paragraaf 4.1.2
Woonruimte
Artikel 4.17Toepassingsbereik
Deze paragraaf gaat over activiteiten met betrekking tot woonruimte.
Artikel 4.18Doelen
Voor activiteiten met betrekking tot woonruimte gelden de volgende doelen: a. het bereiken en in stand houden van voldoende woonruimte; b. het aanbieden van een gevarieerde woningvoorraad; en c. het waarborgen van een goed woon- en leefklimaat.
Artikel 4.19Woonruimte wijzigen en gebruiken
Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.18, wordt bij het wijzigen en gebruiken van woonruimte, voldaan aan afdeling 6.1.1 Woonruimte wijzigen en gebruiken.
Artikel 4.20Beroep of bedrijf aan huis uitoefenen
Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.18, wordt bij het uitoefenen van een beroep of bedrijf aan huis, voldaan aan paragraaf 6.1.2 Beroep of bedrijf aan huis uitoefenen.
Artikel 4.21Bêd en brochje verzorgen
Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.18, wordt bij het verzorgen van een bêd en brochje voldaan aan paragraaf 6.1.3 Bêd en brochje verzorgen.
Paragraaf 4.1.3
Infrastructuur en openbaar toegankelijk gebied
Artikel 4.22Toepassingsbereik
Deze paragraaf gaat over de activiteiten met betrekking tot infrastructuur en openbaar toegankelijk gebied.
Artikel 4.23Doelen
Voor activiteiten met betrekking tot infrastructuur en openbaar toegankelijk gebied gelden de volgende doelen: a. het waarborgen van de veiligheid; b. het beschermen van de gezondheid; c. het behoeden van de staat en werking van infrastructuur voor nadelige gevolgen van activiteiten; d. het beheren van infrastructuur; e. het beheren van watersystemen; f. het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen; g. het bevorderen van een aantrekkelijke en bereikbare stad; h. het behouden van een adequaat verkeers- en vervoersniveau; i. het realiseren en in stand houden van voldoende parkeergelegenheid; en j. het bevorderen van een hoge kwaliteit van het openbaar gebied.
Artikel 4.24Reclame plaatsen
Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.23, wordt bij het plaatsen van reclame voldaan aan paragraaf 6.1.4 Reclame plaatsen.
Artikel 4.25Uitrit aanleggen
Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.23, wordt bij het aanleggen van een uitrit voldaan aan afdeling 13.3 Uitrit aanleggen.
Artikel 4.26Weg aanleggen, opbreken of veranderen
Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.23, wordt bij het aanleggen, opbreken of veranderen van een weg voldaan aan afdeling 13.2 Weg aanleggen, opbreken of veranderen.
Artikel 4.27Parkeerexcessen
Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.23, wordt bij het parkeren van voertuigen voldaan aan afdeling 13.4 Parkeerexcessen.
Artikel 4.28Activiteiten in belemmeringengebied leidingen
Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.23, wordt bij het verrichten van activiteiten het belemmeringengebied leidingen voldaan aan paragraaf 6.1.6 Activiteiten in belemmeringengebied leidingen.
Artikel 4.29Activiteiten met betrekking tot het instandhouden van gasleidingen
Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.23, wordt bij het verrichten van activiteiten met betrekking tot het instandhouden van gasleidingen voldaan aan paragraaf 6.1.7 Activiteiten met betrekking tot het instandhouden van gasleidingen.
Artikel 4.30Bouwen in een belemmeringengebied gasleidingen
Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.23, wordt bij het bouwen in een belemmeringengebied gasleidingen voldaan aan paragraaf 6.1.8 Bouwen in een belemmeringengebied gasleidingen.
Artikel 4.31Aanleggen en uitvoeren van werkzaamheden in een belemmeringengebied gasleidingen
Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.23, wordt bij het aanleggen en verrichten van werkzaamheden in het belemmeringengebied gasleidingen voldaan aan paragraaf 6.1.9 Aanleggen en uitvoeren van werkzaamheden in een belemmeringengebied gasleidingen.
Artikel 4.32Objecten plaatsen op de openbare weg
Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.23, wordt bij het plaatsen van objecten op de weg voldaan aan afdeling 13.1 Object op openbare weg plaatsen.
Artikel 4.33Objecten op openbaar water plaatsen
Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.23, wordt bij het plaatsen van objecten op 'openbaar water' voldaan aan afdeling 6.1.5 Object op openbaar water plaatsen.
Artikel 4.34Ligplaats innemen met een vaartuig
Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.23, wordt bij het innemen van een 'ligplaats water', anders dan een woonschip, voldaan aan paragraaf 6.1.10 Ligplaats innemen met een vaartuig.
Artikel 4.35Ligplaats innemen met een woonschip
Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.23, wordt bij het innemen van een 'ligplaats vaartuig' met een woonschip voldaan aan paragraaf 6.1.11 Ligplaats innemen met een woonschip.
Artikel 4.36Opslag van voer- en vaartuigen, mest, afvalstoffen en dergelijke
Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.23, wordt bij het opslaan van voer- en vaartuigen, mest, afvalstoffen en dergelijke voldaan aan paragraaf 6.1.12 Opslag voer- en vaartuigen, mest, afvalstoffen en dergelijke.
Artikel 4.37Opbreken en graven in openbaar toegankelijk gebied
Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.23, wordt bij het opbreken en graven in het openbaar toegankelijk gebied voldaan aan paragraaf 6.1.15 Opbreken en graven in openbaar toegankelijk gebied.
Artikel 4.38Aanwijzing gebieden crossterreinen
Er zijn crossterreinen, waar het verbod om te crossen op grond van artikel 5.32 eerste lid, van de Algemene plaatselijke verordening Smallingerland niet geldt.
Paragraaf 4.1.4
Cultureel erfgoed
Artikel 4.39Toepassingsbereik
Deze paragraaf gaat over de activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed.
Artikel 4.40Doelen
Voor activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed gelden de volgende doelen: a. het beschermen van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden; b. het beschermen van archeologische waarden; en c. het behoud van cultureel erfgoed.
Artikel 4.41Aanwijzing monument als gemeentelijk monument
Een monument, op een locatie met de functie-aanduiding 'gemeentelijke monumenten' is aangewezen als gemeentelijk monument.
Artikel 4.42Activiteit in, bij of aan een gemeentelijk monument
Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.40, wordt bij het verrichten van activiteiten in, bij of aan gemeentelijke monumenten voldaan aan afdeling 8.1 Activiteit in, bij of aan een gemeentelijk monument.
Artikel 4.43Activiteit in een gebied met archeologische verwachtingswaarde
Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.40, wordt bij het verrichten van activiteiten in een gebied met een archeologische verwachtingswaarde voldaan aan afdeling 9.1 Activiteit in een gebied met een archeologische verwachtingswaarde.
Paragraaf 4.1.5
Natuur
Artikel 4.44Toepassingsbereik
Deze paragraaf gaat over activiteiten met betrekking tot natuur.
Artikel 4.45Doelen
Voor activiteiten met betrekking tot natuur gelden de volgende doelen: a. het beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden; b. de natuurbescherming; c. het tegengaan van klimaatverandering; d. het beheren van watersystemen; e. het beheren van ecosystemen; f. het beheren van natuurlijke hulpbronnen; g. het beschermen van natuurgebieden; en h. een hoge kwaliteit van het openbaar gebied.
Artikel 4.46Aanwijzing bebouwingscontour houtkap
Gereserveerd
Artikel 4.47Boom kappen en houtopstanden vellen
Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.45, wordt bij het kappen van bomen voldaan aan afdeling 10.1 Boom kappen en houtopstanden vellen.
Artikel 4.48Kamperen buiten een kampeerterrein
Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.45, wordt bij het recreatief kamperen buiten een kampeerterrein voldaan aan paragraaf 6.1.13 Kamperen buiten een kampeerterrein.
Artikel 4.49Door een groenvoorziening rijden
Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.45, wordt bij het rijden door een groenvoorziening voldaan aan paragraaf 6.1.14 Door een groenvoorziening rijden.
Artikel 4.50Aanwijzing gebieden beperking verkeer in natuurgebieden
Er zijn natuurgebieden, plantsoenen, parken of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen, waar het verbod om te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig op grond van artikel 5:33, eerste lid, van de Algemene plaatselijke verordening Smallingerland niet geldt.
Paragraaf 4.1.6
Milieu
Artikel 4.51Toepassingsbereik
Deze paragraaf gaat over activiteiten met betrekking tot milieu.
Artikel 4.52Doelen
Voor de activiteit met betrekking tot milieu gelden de volgende doelen: a. het beschermen van de gezondheid; b. het beschermen van de veiligheid; c. het beschermen van de natuur; en d. het beperken van de luchtverontreiniging.
Artikel 4.53Gesloten bodemenergiesysteem aanleggen en gebruiken
Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel artikel 4.52, wordt bij het aanleggen en gebruiken van een gesloten bodemenergiesysteem voldaan aan: a. afdeling 12.1 Milieu - algemeen; en b. afdeling 12.6 Gesloten bodemenergiesysteem aanleggen en gebruiken.
Artikel 4.54Afvalwater lozen
Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.52, wordt bij het lozen van afvalwater voldaan aan: a. afdeling 12.1 Milieu – algemeen; b. afdeling 12.7 Afvalwater lozen – algemeen; c. afdeling 12.8 Afvloeiend hemelwater of grondwater bij ontwatering lozen; d. afdeling 12.9 Grondwater lozen bij sanering; e. afdeling 12.10 Huishoudelijk afvalwater lozen; f. afdeling 12.11 Koelwater lozen; g. afdeling 12.12 Afvalwater lozen bij onderhoudswerkzaamheden aan bouwwerken; h. afdeling 12.13 Afvalwater lozen bij opslaan en overslaan van goederen; i. afdeling 12.14 Afvalwater lozen vanuit gemeentelijke voorzieningen voor inzameling en transport van afvalwater; j. afdeling 12.15 Afvalwater lozen bij schoonmaken van drinkwaterleidingen; k. afdeling 12.16 Afvalwater lozen bij calamiteitenoefeningen; l. afdeling 12.17 Afvalwater lozen bij telen, kweken, spoelen en sorteren van gewassen; m. afdeling 12.18 Afvalwater lozen bij maken van betonmortel; en n. afdeling 12.19 Beton uitwassen.
Artikel 4.55Recreatieve visvijvers exploiteren
Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.52, wordt bij het exploiteren van recreatieve visvijvers voldaan aan: a. afdeling 12.1 Milieu – algemeen; en b. afdeling 12.20 Recreatieve visvijvers exploiteren.
Artikel 4.56Fotografisch materiaal ontwikkelen en afdrukken
Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.52, wordt bij het ontwikkelen en afdrukken van fotografisch materiaal voldaan aan: a. afdeling 12.1 Milieu – algemeen; en b. afdeling 12.21 Fotografisch materiaal ontwikkelen en afdrukken
Artikel 4.57Motorvoertuigen wassen
Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.52, wordt bij het wassen van motorvoertuigen voldaan aan: a. afdeling 12.1 Milieu – algemeen; en b. afdeling 12.22 Motorvoertuigen wassen
Artikel 4.58Niet-industrieel voedsel bereiden
Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.52, wordt bij het bereiden van voedingsmiddelen met de volgende apparatuur voldaan aan: a. afdeling 12.1 Milieu – algemeen; en b. afdeling 12.23 Niet-industriële voedselbereidening.
Artikel 4.59Voedingsmiddelenbedrijf exploiteren
Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.57, wordt bij het verrichten van een activiteit als bedoeld in artikel 3.128 van het Besluit activiteiten leefomgeving voldaan aan: a.
Afdeling 12.1 Milieu – algemeen; en
b.
Afdeling 12.24 Voedingsmiddelenindustrie.
Artikel 4.60Dieren slachten, dierlijke bijproducten bewerken en vlees, vis of organen uitsnijden
Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.52, wordt bij het slachten van dieren, het bewerken van dierlijke bijproducten en het uitsnijden van vlees, vis of organen voldaan aan: a. afdeling 12.1 Milieu – algemeen; en b. afdeling 12.25 Dieren slachten, dierlijke bijproducten bewerken en vlees, vis of organen uitsnijden.
Artikel 4.61Elektriciteit opwekken met een windturbine
Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.52, wordt bij het opwekken van elektriciteit met een windturbine voldaan aan: a. afdeling 12.1 Milieu – algemeen; en b. afdeling 12.26 Elektriciteit opwekken met een windturbine.
Artikel 4.62Acculader in werking hebben
Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.52, wordt bij het in werking hebben van een acculader voldaan aan: a. afdeling 12.1 Milieu – algemeen; en b. afdeling 12.27 Acculader in werking hebben.
Artikel 4.63Parkeergelegenheid bieden in een parkeergarage
Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.52, wordt bij het bieden van parkeergelegenheid in een parkeergarage voldaan aan: a. afdeling 12.1 Milieu – algemeen; en b. afdeling 12.28 Parkeergelegenheid bieden in een parkeergarage.
Artikel 4.64Gelegenheid bieden voor het beoefenen van sport in de buitenlucht
Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.52, wordt bij het bieden van gelegenheid voor het beoefenen van sport inde buitenlucht voldaan aan: a. afdeling 12.1 Milieu – algemeen; en b. afdeling 12.29 Gelegenheid bieden voor het beoefenen van sport in de buitenlucht.
Artikel 4.65Vaste mest opslaan
Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.52, wordt bij het opslaan van vaste mest voldaan aan: a. afdeling12.1 Milieu – algemeen; en b. afdeling 12.30 Vaste mest opslaan.
Artikel 4.66Drijfmest, digestaat en dunne fractie opslaan
Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.52, wordt bij het opslaan van drijfmest, digestaat of dunne fractie voldaan aan: a. afdeling 12.1 Milieu – algemeen; en b. afdeling 12.31 Drijfmest, digestaat en dunne fractie opslaan.
Artikel 4.67Kuilvoer en vaste bijvoermiddelen opslaan
Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.52, wordt bij het opslaan van kuilvoer en vaste bijvoedermiddelen voldaan aan: a. afdeling 4.52 Milieu – algemeen; en b. afdeling 12.32 Opslaan van kuilvoer en andere bijvoedermiddelen.
Artikel 4.68Landbouwhuisdieren, andere zoogdieren en vogels fokken, houden en trainen
Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.52, wordt bij het fokken, houden en trainen van landbouwhuisdieren, andere zoogdieren en vogels voldaan aan: a. afdeling 12.1 Milieu – algemeen; en b. afdeling 12.33 Het fokken, houden of trainen van landbouwhuisdieren, andere zoogdieren of vogels.
Afdeling 4.2
Gebiedstypen
Paragraaf 4.2.1
Algemeen
Artikel 4.69Toepassingsbereik
Deze afdeling gaat over de volgende activiteiten met gebruiksruimte: a. agrarische activiteiten; b. bedrijfsactiviteiten; c. detailhandelsactiviteiten; d. dienstverleningsactiviteiten; e. horeca-activiteiten; f. kantooractiviteiten; g. maatschappelijke activiteiten; h. recreatie-activiteiten; i. sportactiviteiten; j. woonactiviteiten; k. activiteiten in de locatie 'groen'; l. activiteiten in de locatie 'verkeer'; en m. activiteiten in de locatie 'water'.
Artikel 4.70Doelen
Voor gebiedstypen gelden de volgende doelen: a. een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; b. het beschermen van een goed woon-, werk- en leefklimaat; c. het waarborgen van de veiligheid; d. het beschermen van de gezondheid; e. het beschermen van het milieu; f. de instandhouding van het bosareaal binnen de gemeente; g. het tegengaan van klimaatverandering; h. het aanpassen van de fysieke ruimte aan de gevolgen van klimaatverandering, waaronder wateroverlast en hittestress; i. het beheren van infrastructuur; j. een economisch sterke gemeente; k. een aantrekkelijk centrum; en l. het beheren van natuurgebieden.
Artikel 4.71Aanwijzing bebouwingscontour geur
Er is een bebouwingscontour geur als bedoeld in artikel 5.97 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
Paragraaf 4.2.2
Centrum stedelijk
Artikel 4.72Aanwijzing
Er is een gebiedstype centrum stedelijk. [gebiedstype centrum-stedelijk is nog niet uitgewerkt] Puntlocatie
Artikel 4.73Doelen
Binnen het gebiedstype centrum stedelijk gelden de volgende doelen: a. het beschermen van een goed woon-, werk- en leefklimaat; b. een aantrekkelijk centrum; c. het beschermen van de gezondheid; en d. het waarborgen van de veiligheid.
Artikel 4.74Insluiten activiteiten met gebruiksruimte
Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.73, worden binnen het gebiedstype centrum stedelijk, voor zover het gaat om de activiteiten met gebruiksruimte als bedoeld in artikel 4.69, alleen de volgende activiteiten verricht: a. bedrijfsactiviteiten; b. detailhandelsactiviteiten; c. dienstverleningsactiviteiten; d. horeca-activiteiten; e. infrastructuuractiviteiten; f. woonactiviteiten; g. activiteiten in de locatie 'groen'; h. activiteiten in de locatie 'verkeer'; en i. activiteiten in de locatie 'water'.
Paragraaf 4.2.3
Centrum dorp
Artikel 4.75Aanwijzing
Er is een gebiedstype centrum-dorp.
Artikel 4.76Doelen
Binnen het gebiedstype centrum dorp gelden de volgende doelen: a. het beschermen van een goed woon-, werk- en leefklimaat; b. het beschermen van de gezondheid; en c. het waarborgen van de veiligheid.
Artikel 4.77Insluiten activiteiten met gebruiksruimte
Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.76, worden binnen het gebiedstype centrum dorp, voor zover het gaat om de activiteiten met gebruiksruimte als bedoeld in artikel 4.69, alleen de volgende activiteiten verricht: a. agrarische activiteiten; b. bedrijfsactiviteiten; c. detailhandelsactiviteiten; d. dienstverleningsactiviteiten; e. horeca-activiteiten; f. sportactiviteiten; g. woonactiviteiten; h. activiteiten in de locatie 'groen'; i. activiteiten in de locatie 'verkeer'; en j. activiteiten in de locatie 'water'.
Artikel 4.78Detailhandelsactiviteiten
1.
Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden detailhandelsactiviteiten uitsluitend verricht binnen de locatie 'detailhandel'.
2.
Bij het verrichten van detailhandelsactiviteten wordt voldaan aan: a. paragraaf 12.2 Geluidveroorzakende activiteit verrichten; b. afdeling 13.7 Gebouw of terrein met parkeerbehoefte toevoegen en in stand houden; en c. paragraaf 6.2.13 Detailhandelsactiviteit verrichten (algemene regels).
Artikel 4.79Dienstverleningsactiviteiten
1.
Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden dienstverleningsactiviteiten uitsluitend verricht binnen de locatie ‘dienstverlening’.
2.
Bij het verrichten van dienstverleningsactiviteiten wordt voldaan aan: a. paragraaf 12.2 Geluidveroorzakende activiteit verrichten; en b. afdeling 13.7 Gebouw of terrein met parkeerbehoefte toevoegen en in stand houden.
Artikel 4.80Horeca-activiteiten
1.
Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden horeca-activiteiten uitsluitend verricht binnen de locatie ‘horeca’.
2.
Bij het verrichten van horeca-activiteiten wordt voldaan aan: a. paragraaf 12.2 Geluidveroorzakende activiteit verrichten; b. afdeling 13.7 Gebouw of terrein met parkeerbehoefte toevoegen en in stand houden; en c. paragraaf 6.2.15 Horeca-activiteit verrichten.
Artikel 4.81Woonactiviteiten
1.
Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden woonactiviteiten uitsluitend verricht binnen de locatie ‘wonen’.
2.
Bij het verrichten van woonactiviteiten wordt voldaan aan: a. paragraaf 12.2 Geluidveroorzakende activiteit verrichten; b. afdeling 13.7 Gebouw of terrein met parkeerbehoefte toevoegen en in stand houden; c. paragraaf 6.2.18 Wonen; en d. paragraaf 6.1.2 Beroep of bedrijf aan huis uitoefenen.
Artikel 4.82Activiteiten in de locatie 'groen'
1.
Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden activiteiten in de locatie 'groen' uitsluitend verricht binnen de locatie 'groen'.
2.
Bij het verrichten van activiteiten in de locatie 'groen' wordt voldaan aan: a. paragraaf 6.2.19 Activiteiten verrichten in de locatie 'groen'.
Artikel 4.83Activiteiten in de locatie 'verkeer'
1.
Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden activiteiten in de locatie 'verkeer' uitsluitend verricht binnen de locatie ‘verkeer'.
2.
Bij het verrichten van activiteiten in de locatie 'verkeer' wordt voldaan aan: a. paragraaf 6.2.20 Activiteiten verrichten in de locatie 'verkeer'.
Artikel 4.84Activiteiten in de locatie 'water'
1.
Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden activiteiten in de locatie 'water' uitsluitend verricht binnen de locatie ‘water'.
2.
Bij het verrichten van activiteiten in de locatie 'water' wordt voldaan aan: a. paragraaf 6.2.21 Activiteiten verrichten in de locatie 'water'.
Paragraaf 4.2.4
Woongebied
Artikel 4.85Aanwijzing
Er is een gebiedstype woongebied.
Artikel 4.86Doelen
Binnen het gebiedstype woongebied gelden de volgende doelen: a. het beschermen van een goed woon-, werk- en leefklimaat; en b. het beschermen van de gezondheid.
Artikel 4.87Insluiten activiteiten met gebruiksruimte
Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.86, worden binnen het gebiedstype woongebied, voor zover het gaat om de activiteiten met gebruiksruimte als bedoeld in artikel 4.69, alleen de volgende activiteiten verricht: a. bedrijfsactiviteiten; b. detailhandelsactiviteiten; c. dienstverleningsactiviteiten; d. horeca-activiteiten; e. kantooractiviteiten; f. maatschappelijke activiteiten; g. woonactiviteiten; h. activiteiten in de locatie 'groen'; i. activiteiten in de locatie 'verkeer'; en j. activiteiten in de locatie 'water'.
Artikel 4.88Agrarische activiteiten
1.
Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden agrarische activiteiten uitsluitend verricht binnen de locatie 'agrarisch'.
2.
Bij het verrichten van agrarische activiteiten wordt voldaan aan: a. paragraaf 6.2.8 Geluidveroorzakende activiteit verrichten - milieuzonering; b. afdeling 13.7 Gebouw of terrein met parkeerbehoefte toevoegen en in stand houden; en c. paragraaf 6.2.11 Agrarische activiteit verrichten.
Artikel 4.89Bedrijfsactiviteiten
1.
Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden bedrijfsactiviteiten uitsluitend verricht binnen de locatie ‘bedrijfsactiviteiten’.
2.
Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden de volgende bedrijfsactiviteiten niet verricht: a.
Seveso-inrichtingen; b. activiteiten met betrekking tot een ippc-installatie; c. activiteiten die in aanzienlijke mate geluid kunnen veroorzaken als bedoeld in artikel 5.78b van het Besluit kwaliteit leefomgeving; d. mer-plichtige of mer-beoordelingsplichtige activiteiten als bedoeld in afdeling 11.2 van het Omgevingsbesluit; en e. activiteiten met externe veiligheidsrisico's als bedoeld in bijlagen VII, VIII, IX en X bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, muv batterijen en meet- en regelstations.
3.
Bij het verrichten van bedrijfsactiviteiten wordt voldaan aan: a. paragraaf 6.2.8 Geluidveroorzakende activiteit verrichten - milieuzonering; b. afdeling 13.7 Gebouw of terrein met parkeerbehoefte toevoegen en in stand houden; en c. paragraaf 6.2.12 Bedrijfsactiviteit verrichten.
Artikel 4.90Detailhandelsactiviteiten
1.
Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden detailhandelsactiviteiten uitsluitend verricht binnen de locatie 'detailhandel'.
2.
Bij het verrichten van detailhandelsactiviteiten wordt voldaan aan: a. afdeling 12.2 Geluidveroorzakende activiteit verrichten; b. afdeling 13.7 Gebouw of terrein met parkeerbehoefte toevoegen en in stand houden; en c. paragraaf 6.2.13 Detailhandelsactiviteit verrichten.
Artikel 4.91Dienstverleningsactiviteiten
1.
Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden dienstverleningsactiviteiten uitsluitend verricht binnen de locatie ‘dienstverleningsactiviteiten’.
2.
Bij het verrichten van dienstverleningsactiviteiten wordt voldaan aan: a. afdeling 12.2 Geluidveroorzakende activiteit verrichten; b. afdeling 13.7 Gebouw of terrein met parkeerbehoefte toevoegen en in stand houden; en c. paragraaf 6.2.14 Dienstverleningsactiviteit verrichten.
Artikel 4.92Horeca-activiteiten
1.
Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden horeca-activiteiten uitsluitend verricht binnen de locatie horeca-1 en horeca-2 2.
Bij het verrichten van horeca-activiteiten wordt voldaan aan: a. paragraaf 12.2 Geluidveroorzakende activiteit verrichten; b. afdeling 13.7 Gebouw of terrein met parkeerbehoefte toevoegen en in stand houden; en c. paragraaf 6.2.15 Horeca-activiteit verrichten.
Artikel 4.93Maatschappelijke activiteiten
1.
Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden maatschappelijke activiteiten uitsluitend verricht binnen het gebied maatschappelijk.
2.
Bij het verrichten van maatschappelijke activiteiten wordt voldaan aan: a. paragraaf 12.2 Geluidveroorzakende activiteit verrichten; b. paragraaf 6.2.7 Geluidgevoelig gebouw toevoegen; c. afdeling 13.7 Gebouw of terrein met parkeerbehoefte toevoegen en in stand houden; en d. paragraaf 6.2.16 Maatschappelijke activiteiten verrichten.
Artikel 4.94Woonactiviteiten
1.
Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden woonactiviteiten uitsluitend verricht binnen de locatie ‘wonen’.
2.
Bij het verrichten van woonactiviteiten wordt voldaan aan: a. paragraaf 12.2 Geluidveroorzakende activiteit verrichten; b. afdeling 13.7 Gebouw of terrein met parkeerbehoefte toevoegen en in stand houden; c. paragraaf 6.2.18 Wonen; en d. paragraaf 6.1.2 Beroep of bedrijf aan huis uitoefenen.
Artikel 4.95Activiteiten in de locatie 'groen'
1.
Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden activiteiten in de locatie 'groen' uitsluitend verricht binnen de locatie 'groen'.
2.
Bij het verrichten van activiteiten in de locatie 'groen' wordt voldaan aan: a. paragraaf 6.2.19 Activiteiten verrichten in de locatie 'groen'.
Artikel 4.96Activiteiten in de locatie 'verkeer'
1.
Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden activiteiten in de locatie 'verkeer' uitsluitend verricht binnen de locatie ‘verkeer'.
2.
Bij het verrichten van activiteiten in de locatie 'verkeer' wordt voldaan aan: a. paragraaf 6.2.20 Activiteiten verrichten in de locatie 'verkeer'.
Artikel 4.97Activiteiten in de locatie 'water'
1.
Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden activiteiten in de locatie 'water' uitsluitend verricht binnen de locatie ‘water'.
2.
Bij het verrichten van activiteiten in de locatie 'water' wordt voldaan aan: a. paragraaf 6.2.21 Activiteiten verrichten in de locatie 'water'.
Paragraaf 4.2.5
Buitengebied
Artikel 4.98Aanwijzing
Er is een gebiedstype buitengebied. [gebiedstype buitengebied is nog niet uitgewerkt]
Artikel 4.99Doelen
Binnen het gebiedstype buitengebied gelden de volgende doelen: a. [gebiedstype buitengebied is nog niet uitgewerkt]
Artikel 4.100Insluiten activiteiten met gebruiksruimte
Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.99, worden binnen het gebiedstype buitengebied, voor zover het gaat om de activiteiten met gebruiksruimte als bedoeld in artikel 4.69, alleen de volgende activiteiten verricht: a. [gebiedstype buitengebied is nog niet uitgewerkt]
Paragraaf 4.2.6
Industrieterrein
Artikel 4.101Aanwijzing
Er is een gebiedstype industrieterrein. [gebiedstype industrieterrein is nog niet uitgewerkt]
Artikel 4.102Doelen
Binnen het gebiedstype industrieterrein gelden de volgende doelen: a. [gebiedstype industrieterrein is nog niet uitgewerkt]
Artikel 4.103Insluiten activiteiten met gebruiksruimte
Met het oog op de doelen, bedoeld in Artikel 4.102, worden binnen het gebiedstype industrieterrein, voor zover het gaat om de activiteiten met gebruiksruimte als bedoeld in artikel 4.69, alleen de volgende activiteiten verricht: a. [gebiedstype industrieterrein is nog niet uitgewerkt]
Paragraaf 4.2.7
Bedrijventerrein
Artikel 4.104Aanwijzing
Er is een gebiedstype bedrijventerrein. [gebiedstype bedrijventerrein is nog niet uitgewerkt]
Artikel 4.105Doelen
Binnen het gebiedstype bedrijventerrein gelden de volgende doelen: a. [gebiedstype bedrijventerrein is nog niet uitgewerkt]
Artikel 4.106Regels voor activiteiten met gebruiksruimte
Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.105, worden binnen het gebiedstype bedrijventerrein, voor zover het gaat om activiteiten met gebruiksruimte als bedoeld in artikel 4.69, alleen de volgende activiteiten verricht: a. [gebiedstype bedrijventerrein is nog niet uitgewerkt]
Hoofdstuk 5
Activiteiten
Afdeling 5.1
Algemene bepalingen
Artikel 5.1Toepassingsbereik
Een paragraaf in hoofdstuk 6 tot en met 13 is alleen van toepassing voor zover dat in hoofdstuk 4 is bepaald.
Artikel 5.2Normadressaat
Aan de hoofdstukken 4 tot en met 15 wordt voldaan door degene die de activiteit verricht, tenzij anders is bepaald. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit.
Artikel 5.3Maatwerkvoorschriften
1.
Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de regels over activiteiten in de hoofdstukken 4 tot en met 15, tenzij anders is bepaald.
2.
Een vergunningvoorschrift als bedoeld in artikel 4.5 van de wet kan aan een omgevingsvergunning als bedoeld in de hoofdstukken 4 tot en met 15 worden verbonden, over de regels over activiteiten in dit hoofdstuk, tenzij anders is bepaald.
3.
Met een maatwerkvoorschrift of vergunningvoorschrift kan worden afgeweken van de regels over activiteiten in de hoofdstukken 4 tot en met 15, tenzij anders is bepaald of hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving zich daar tegen verzet.
4.
Een maatwerkvoorschrift wordt niet gesteld als over dat onderwerp een voorschrift aan een omgevingsvergunning als bedoeld in de hoofdstukken 4 tot en met 15 kan worden verbonden.
5.
Het eerste en tweede lid gelden niet voor zover het stellen van maatwerkvoorschriften is uitgesloten in het Besluit activiteiten leefomgeving.
6.
Bij het stellen van een maatwerkvoorschrift over de regels in de hoofdstukken 4 tot en met 15 worden de oogmerken, met het oog waarop de regels in de betreffende titel, afdeling of paragraaf zijn gesteld, in acht genomen.
Artikel 5.4Specifieke zorgplicht
Degene die een activiteit als bedoeld in de hoofdstukken 4 tot en met 15 verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de oogmerken, met het oog waarop de regels in de betreffende titel, afdeling of paragraaf zijn gesteld, is verplicht: a. alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b. voor zover deze niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten, voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.
Artikel 5.5Algemene gegevens bij een melding
Een melding wordt ondertekend en bevat ten minste: a. de aanduiding van de activiteit; b. de naam en het adres van degene die de activiteit verricht; c. het adres waarop de activiteit wordt verricht; d. een situatietekening; en e. de dagtekening.
Artikel 5.6Algemene gegevens bij het verstrekken van gegevens en bescheiden
Als gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders, worden die ondertekend en voorzien van: a. de aanduiding van de activiteit; b. de naam en het adres van degene die de activiteit verricht; c. het adres waarop de activiteit wordt verricht; d. een situatietekening; en e. de dagtekening.
Artikel 5.7Gegevens bij het wijzigen van naam, adres of normadressaat
1.
Voordat de naam of het adres, bedoeld in de artikel 5.5 of artikel 5.6, wijzigen, worden de daardoor gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.
2.
Ten minste vier weken voor de activiteit door een ander zal gaan worden verricht, worden de daardoor gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.
Artikel 5.8Gegevens en bescheiden op verzoek van het college van burgemeester en wethouders
1.
Op verzoek van het college van burgemeester en wethouders worden de gegevens en bescheiden verstrekt die nodig zijn om te bezien of de algemene regels in dit hoofdstuk en gestelde maatwerkvoorschriften op grond van dit hoofdstuk voor de activiteit toereikend zijn gezien de ontwikkelingen van de technische mogelijkheden tot het beschermen van de fysieke leefomgeving en de ontwikkelingen met betrekking tot de kwaliteit van de fysieke leefomgeving.
2.
Gegevens en bescheiden worden verstrekt voor zover degene die de activiteit verricht er redelijkerwijs de beschikking over kan krijgen.
Artikel 5.9Algemene aanvraagvereisten omgevingsvergunning
Gereserveerd
Artikel 5.10Gelijkwaardige maatregelen (algemeen)
Gereserveerd
Artikel 5.11Informeren over een ongewoon voorval
1.
Het college van burgemeester en wethouders wordt onverwijld geïnformeerd over een ongewoon voorval.
2.
Het eerste lid geldt niet voor: a. milieubelastende activiteiten die zijn aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving; en b. ongewone voorvallen bij wonen.
Artikel 5.12Gegevens en bescheiden bij een ongewoon voorval
1.
Zodra de volgende gegevens en bescheiden bekend zijn, worden ze verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders: a. informatie over de oorzaken van het ongewoon voorval en de omstandigheden waaronder het ongewoon voorval zich heeft voorgedaan; b. informatie over de vrijgekomen stoffen en hun eigenschappen; c. andere gegevens die nodig zijn om de aard en de ernst van de gevolgen voor de fysieke leefomgeving te kunnen inschatten; d. en informatie over de maatregelen die zijn getroffen of worden overwogen om de nadelige gevolgen van het ongewoon voorval te voorkomen als bedoeld in artikel 19.1, eerste lid, van de Omgevingswet.
2.
Het eerste lid geldt niet voor milieubelastende activiteiten die zijn aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteitenleefomgeving.
Artikel 5.13Informeren over bijzondere omstandigheden die geen ongewoon voorval zijn
Gereserveerd
Artikel 5.14Maatregelen bij bijzondere omstandigheden in de fysieke leefomgeving
Gereserveerd
Artikel 5.15Omgevingsvergunning afwijken van regels in dit omgevingsplan
Gereserveerd
Artikel 5.16Algemene beoordelingsregel
Gereserveerd
Hoofdstuk 6
Gebruiksactiviteiten
Afdeling 6.1
Gebiedsonafhankelijke gebruiksactiviteiten
Paragraaf 6.1.1
Woonruimte wijzigen en gebruiken
Artikel 6.1Toepassingsbereik
Deze paragraaf gaat over het bouwkundig of functioneel wijzigen en gebruiken van woonruimte.
Artikel 6.2Oogmerken
De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het behoud van de samenstelling van de woonruimtevoorraad; b. het tegengaan van onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste aan woonruimte; c. het behoud van de leefbaarheid; en d. het waarborgen van een goed woon- en leefklimaat.
Artikel 6.3Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
1.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een woonruimte te gebruiken anders dan voor één huishouden.
2.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een woonruimte te splitsen tot twee of meer zelfstandige woonruimten.
3.
Het verbod in dit artikel geldt niet voor huisvesting in verband met mantelzorg.
Artikel 6.4Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning
1.
Bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.3, eerste lid, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een beschrijving van het gewenste woonruimtegebruik; en b. bij verhuur een document waaruit blijkt dat:
2.
Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.3, tweede lid, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de plattegrond van iedere verdieping van het gebouw (op dit moment en na splitsing); b. het oppervlak van de te gebruiken bijbehorende bouwwerken in vierkante meters; c. het aantal bewoners in de kangoeroewoning; en d. de aanwezige parkeerplaatsen en nieuw te realiseren parkeerplaatsen.
Artikel 6.5Beoordelingsregels omgevingsvergunning
1.
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.3, eerste lid, wordt alleen verleend als: a. er sprake is van een ondergeschikte één of tweepersoonswoning, die een in- of aangebouwd deel uitmaakt van een woning of ondergebracht is in een bijbehorend bouwwerk bij de woning; b. het aantal vierkante meters voor bijbehorende bouwwerken conform geldende wet- en regelgeving niet wordt overschreden; c. de kangoeroewoning bewoond wordt door maximaal twee personen; d. er geen sprake is van een nieuw adres; e. er sprake is van sociale binding; f. de uitkomst van de afweging voldoende houvast bieden voor handhaving; g. overlast op de omgeving wordt voorkomen; en h. er geen onevenredige parkeerdruk ontstaat.
2.
In afwijking van het eerste lid, onder b, kunnen meer vierkante meters worden toegestaan wanneer hier een goede motivering voor kan worden gegeven, dit ter beoordeling van het college.
3.
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.3, tweede lid, wordt alleen verleend als: a. er aan niet meer personen een kamer wordt verhuurd dan het aantal slaapkamers dat in het oorspronkelijke hoofdgebouw aanwezig is, met uitzondering van maximaal één slaapkamer op de zolder; b. de woonruimte voldoet aan alle geldende regelgeving die bij moment van aanvraag van toepassing is; c. bij verhuur aan buitenlandse werknemers: de verhuurder is aangesloten bij Stichting Normering Flexwonen en een certificaat hiervan kan overleggen bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning; d. er een nachtregister wordt bijgehouden wanneer er sprake is van een verblijf korter dan 4 maanden.
4.
In afwijking van het derde lid, onder a, kan een koppel dat door een huwelijksovereenkomst of samenlevingscontract kan aantonen dat ze een stel zijn, gezamenlijk één slaapkamer gebruiken, waarbij geldt dat niet meer dan één koppel in de woning woont.
5.
In afwijking van het derde lid kan de omgevingsvergunning worden geweigerd als sprake is of is geweest van ernstige overlast situaties bij of vanuit de betreffende woning, of andere woningen van dezelfde verhuurder.
6.
In afwijking van het derde lid kan de omgevingsvergunning voor een woning buiten het centrumgebied van Drachten worden geweigerd als er binnen een afstand van 200 meter al een woning aanwezig is waar met omgevingsvergunning kamers worden verhuurd.
Paragraaf 6.1.2
Beroep of bedrijf aan huis uitoefenen
Artikel 6.6Toepassingsbereik
Deze paragraaf gaat over het uitoefenen van een beroep of bedrijf aan huis.
Artikel 6.7Oogmerken
De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. de milieusituatie; b. het waarborgen van een goed woon- en leefklimaat; c. het voorkomen van verkeers- of parkeeroverlast; d. ruimte bieden aan economische activiteiten; e. het beschermen van de verkeersveiligheid; en f. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
Artikel 6.8Specifieke zorgplicht
De specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 5.4, houdt voor het uitoefenen van beroep of bedrijf aan huis in ieder geval in dat: a. omwonenden niet onevenredig veel hinder ondervinden van de bedrijfsactiviteiten; en b. er geen verkeers- of parkeeroverlast ontstaat als gevolg van de activiteit.
Artikel 6.9Algemene regels beroep of bedrijf aan huis
1.
Een beroep of bedrijf aan huis wordt door de hoofdbewoner van het perceel uitgeoefend.
2.
De bruto oppervlakte waarop het beroep of bedrijf aan huis wordt uitgeoefend is ten hoogste 30% van de totale begane grondvloeroppervlakte van de bebouwing op het perceel, tot een maximum van 50 m2.
3.
Bij het beroep of bedrijf aan huis worden geen goederen verhandeld die ergens anders zijn gemaakt of verwerkt, tenzij het bedrijf aan huis een webwinkel is.
4.
Het beroep of bedrijf aan huis is geen milieubelastende activiteit als bedoeld in afdeling 12.21 tot en met 12.23, afdeling 12.25, afdeling 12.33, of hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving.
Artikel 6.10Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
Het is verboden zonder omgevingsvergunning personeel in dienst te hebben voor het uitoefenen van een beroep of bedrijf aan huis.
Artikel 6.11Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning
Bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een opgave van het aantal medewerkers dat zal worden aangenomen; b. een beschrijving van de activiteiten in relatie tot onevenredige hinder; en c. een motivatie dat, en op welke manier, verkeers- of parkeeroverlast wordt voorkomen.
Artikel 6.12Beoordelingsregels omgevingsvergunning
De omgevingsvergunning wordt in ieder geval geweigerd als onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: a. de milieusituatie; b. de verkeersveiligheid; of c. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
Paragraaf 6.1.3
Bêd en brochje verzorgen
Artikel 6.13Toepassingsbereik
Deze paragraaf gaat over het verzorgen van een bêd en brochje.
Artikel 6.14Oogmerken
De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het waarborgen van een goed woon- en leefklimaat; b. het voorkomen van verkeers- of parkeeroverlast; c. het bevorderen van het toerisme; en d. het bieden van ruimte aan economische activiteiten.
Artikel 6.15Specifieke zorgplicht
De specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 5.4, houdt voor het verzorgen van een bêd en brochje in ieder geval in dat: a. omwonenden niet onevenredig veel hinder ondervinden van de bêd en brochje; en b. er geen verkeers- of parkeeroverlast ontstaat als gevolg van de activiteiten van de bêd en brochje.
Artikel 6.16Algemene regels bêd en brochje verzorgen
1.
De bêd en brochje wordt verzorgd door de hoofdbewoner(s) van het perceel.
2.
De hoofdbewoner heeft voor het verzorgen van bêd en brochje geen personeel in dienst.
3.
Er worden per woonadres niet meer dan 2 gastenkamers ter beschikking gesteld als slaapvertrek voor bêd en brochje.
4.
De bedrijfsvloeroppervlakte waarop de bed en brôchje wordt uitgeoefend is ten hoogste 70 m2.
Paragraaf 6.1.4
Reclame plaatsen
Artikel 6.17Toepassingsbereik
1.
Deze paragraaf gaat over: a. het aanbrengen en maken van reclame in het openbaar toegankelijk gebied; en b. het aanbrengen en maken van reclame op of aan een onroerende zaak die zichtbaar is vanuit het openbaar toegankelijk gebied.
2.
Deze paragraaf gaat niet over het plaatsen van een object op de weg, bedoeld in afdeling 13.1
Artikel 6.18Oogmerken
De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het behoeden van de staat en werking van de openbare weg en het openbaar water voor nadelige gevolgen van activiteiten op of rond die weg of dat water; b. het bevorderen van de verkeersveiligheid; c. het beperken van hinder; d. het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte; en e. het beschermen van het aanzien van het openbaar toegankelijk gebied.
Artikel 6.19Meldingsplicht
1.
Het is verboden opschriften of aankondigingen van kennelijk tijdelijke aard aan te brengen zonder dit ten minste twee weken voor het begin ervan te melden.
2.
Een melding bevat: a. het aantal en de afmetingen van het opschrift of de aankondiging; b. de te gebruiken materialen, kleuren en verlichting; en c. de tekst van het opschrift of de aankondiging.
3.
Het verbod geldt niet als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 6.20, vierde lid.
Artikel 6.20Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
1.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning reclame aan te brengen en te maken op of aan een onroerende zaak met een opschrift, aankondiging of afbeelding, zichtbaar vanaf de openbare weg.
2.
Het verbod geldt niet voor: a. opschriften, aankondigingen of afbeeldingen op of aan onroerende zaken die zijn aangewezen door de overheid; en b. opschriften of aankondigingen, gezamenlijk kleiner dan 0,50 m2, waarvan de langste zijde korter is dan 1 m en die betrekking hebben op:
3.
Het verbod geldt ook niet voor: a. opschriften die betrekking hebben op de naam of aard van in uitvoering zijnde bouwwerken of op de namen van degenen die bij het ontwerp of de uitvoering van het bouwwerk betrokken zijn, mits deze opschriften zijn aangebracht op borden bij of op de in uitvoering zijnde bouwwerken zelf en alleen voor zolang zij feitelijke betekenis hebben; en b. opschriften of aankondigingen op onroerende zaken voor het openbaar vervoer, ten behoeve van dat vervoer.
4.
Het verbod geldt ook niet voor opschriften of aankondigingen van kennelijk tijdelijke aard, alleen voor zolang zij feitelijke betekenis hebben, met een maximale duur van 9 weken.
Artikel 6.21Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning
1.
Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. het aantal en de afmetingen van de reclame; b. de hoogte van de reclame, gemeten vanaf het maaiveld tot de onderkant; c. de te gebruiken materialen, kleuren en verlichting; en d. de tekst van de reclame.
2.
Als een andere dan de eigenaar, beperkt zakelijk gerechtigde of gebruiker van de onroerende zaak met diens toestemming handelsreclame maakt of voert, vermeldt de aanvrager in de aanvraag de naam, het adres en de woonplaats van die ander.
Artikel 6.22Beoordelingsregels omgevingsvergunning
De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: a. de verkeersveiligheid wordt beschermd; b. als het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, geen afbreuk doet aan de goede omgevingskwaliteit, beoordeeld volgens de beleidsregel, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet; en c. overlast van het gebruik van de onroerende zaak wordt voorkomen of zo veel mogelijk beperkt.
Paragraaf 6.1.5
Objecten op openbaar water plaatsen
Artikel 6.23Toepassingsbereik
1.
Deze paragraaf gaat over het plaatsen van objecten in openbaar water, met uitzondering van een vaartuig.
2.
Deze paragraaf gaat niet over activiteiten die worden gereguleerd in het Binnenvaartpolitiereglement.
Artikel 6.24Oogmerken
De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van de veiligheid op het openbaar water; en b. het behoeden van de staat en werking van het openbaar water voor nadelige gevolgen van activiteiten op of rond dat water.
Artikel 6.25Specifieke zorgplicht
De specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 5.4, houdt voor het plaatsen van objecten in openbaar water in ieder geval in dat het object: a. geen gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan; en b. geen belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water.
Artikel 6.26Meldingsplicht
1.
Het is verboden een steiger, meerpaal of een ander voorwerp met permanent karakter op, in of boven openbaar water te plaatsen zonder dit ten minste twee weken voor het begin ervan te melden.
2.
De melding bevat in ieder geval een beschrijving van de aard en omvang van het voorwerp.
Artikel 6.27Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
1.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een object te plaatsen, aan te brengen of te hebben op openbaar water binnen de locatie 'havengebied'.
2.
Het eerste lid is niet van toepassing op het plaatsen, aanbrengen of hebben van scheepstoebehoren en voorzieningen die gebruikt worden bij het laden en lossen van schepen.
Artikel 6.28Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning
Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een beschrijving van de aard en omvang van het object; b. de locatie waar het object wordt geplaatst; en c. een motivering waarom het object geplaatst moet worden.
Artikel 6.29Beoordelingsregels omgevingsvergunning
De omgevingsvergunning wordt alleen geweigerd als de belangen, bedoeld in artikel 6.24, niet onevenredig worden geschaad.
Paragraaf 6.1.6
Activiteiten in belemmeringengebied leidingen
Artikel 6.30Toepassingsbereik
1.
Deze paragraaf gaat over het verrichten van een activiteit in het belemmeringengebied leidingen.
2.
Deze paragraaf gaat niet over het verrichten van een activiteit in het belemmeringengebied gasleidingen.
3.
Deze paragraaf gaat niet over het bouwen in een belemmeringengebied gasleidingen 4.
Deze paragraaf gaat niet over het aanleggen en uitvoeren van werkzaamheden in een belemmeringengebied gasleidingen
Artikel 6.31Oogmerken
De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op de bescherming van de in de grond aanwezige kabels, leidingen en ondersteunende werken.
Artikel 6.32Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
1.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning in het belemmeringengebied leidingen: a. te graven, als de diepte van de graafwerkzaamheden meer is dan 30 cm; b. diepwortelende beplanting aan te brengen of te verwijderen onder het maaiveld; c. voorwerpen in te drijven; d. waterlopen aan te leggen, te vergraven, te verruimen of te dempen; e. de grond op te hogen boven het maaiveld; of f. verharding aan te brengen.
2.
Het verbod geldt niet voor graafwerkzaamheden bij normaal onderhoud aan bouwwerken of andere werken.
Artikel 6.33Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning
Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een tekening of ingetekende luchtfoto met daarop de locatie van de activiteit; b. de reden voor de activiteit; c. een beschrijving van de aard en omvang van de activiteit; en d. een beschrijving van de maatregelen die worden genomen om de kans op schade aan kabels en leidingen te beperken.
Artikel 6.34Beoordelingsregels omgevingsvergunning
De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: a. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de bescherming van de in de grond aanwezige kabels, leidingen en ondersteunende werken; en b. maatregelen worden getroffen om eventuele schade aan de leidingen te beperken.
Paragraaf 6.1.7
Activiteiten met betrekking tot het instandhouden van gasleidingen
Artikel 6.35Toepassingsbereik
1.
Deze paragraaf gaat over het verrichten van een activiteit in het belemmeringengebied gasleidingen.
2.
Deze paragraaf gaat niet over het bouwen in een belemmeringengebied gasleidingen 3.
Deze paragraaf gaat niet over het aanleggen en uitvoeren van werkzaamheden in een belemmeringengebied gasleidingen
Artikel 6.36Oogmerken
De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het behoud en het creëren van ruimte binnen het belemmeringengebied van de buisleiding voor bestaande en toekomstige activiteiten van de landelijk netbeheerder; b. bescherming van het gastransportnet tegen activiteiten binnen het belemmeringengebied van het gastransportnet; en c. het waarborgen van de omgevingskwaliteit in de nabijheid van het gastransportnet.
Artikel 6.37Activiteiten
Deze paragraaf is van toepassing op de volgende activiteiten: a. het realiseren, in stand houden en in werking hebben van een buisleiding voor het transport van gas, inclusief voorzieningen; en b. bijbehorende activiteiten.
Artikel 6.38Verbod
Het is verboden om het gebruik van een bestaand bouwwerk te wijzigen van beperkt kwetsbaar gebouw in het gebruik als kwetsbaar of zeer kwetsbaar gebouw.
Artikel 6.39Algemene regels
Er worden uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de in artikel 6.37 aangewezen activiteiten gerealiseerd.
Artikel 6.40Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
Het is verboden zonder omgevingsvergunning in het belemmeringengebied gasleidingen bouwwerken te bouwen.
Artikel 6.41Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning
Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een tekening of ingetekende luchtfoto met daarop de locatie van de activiteit; b. de reden voor de activiteit; c. een beschrijving van de aard en omvang van de activiteit; en d. een beschrijving van de maatregelen die worden genomen om de kans op schade aan kabels en leidingen te beperken.
Artikel 6.42Beoordelingsregels omgevingsvergunning
De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: a. het toe te laten bouwwerk geen kwetsbaar of zeer kwetsbaar gebouw is; b. het toe te laten bouwwerk de veiligheid van de buisleiding niet schaadt. Burgemeester en wethouders betrekken hierbij het schriftelijk advies van de leidingbeheerder; c. het toe te laten bouwwerk, gelet op de oogmerken van deze paragraaf geen negatieve gevolgen heeft voor het veilig, betrouwbaar en duurzaam functioneren van het gastransportnet.
Paragraaf 6.1.8
Bouwen in een belemmeringengebied gasleidingen
Artikel 6.43Toepassingsbereik
Deze paragraaf gaat over bouwen in het belemmeringengebied gasleidingen.
Artikel 6.44Oogmerken
De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het behoud en het creëren van ruimte binnen het belemmeringengebied van de buisleiding voor bestaande en toekomstige activiteiten van de landelijk netbeheerder; b. bescherming van het gastransportnet tegen activiteiten binnen het belemmeringengebied van het gastransportnet; en c. het waarborgen van de omgevingskwaliteit in de nabijheid van het gastransportnet.
Artikel 6.45Activiteiten
Deze paragraaf is van toepassing op het bouwen van bouwwerken in het belemmeringengebied gasleidingen.
Artikel 6.46Algemene regels
Er worden uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de in artikel 6.37 aangewezen activiteiten gerealiseerd.
Artikel 6.47Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
Het is verboden zonder omgevingsvergunning in het belemmeringengebied gasleidingen bouwwerken te bouwen.
Artikel 6.48Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning
Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een tekening of ingetekende luchtfoto met daarop de locatie van de activiteit; b. de reden voor de activiteit; c. een beschrijving van de aard en omvang van de activiteit; en d. een beschrijving van de maatregelen die worden genomen om de kans op schade aan kabels en leidingen te beperken.
Artikel 6.49Beoordelingsregels omgevingsvergunning
De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: a. het toe te laten bouwwerk geen kwetsbaar of zeer kwetsbaar gebouw is; b. het toe te laten bouwwerk de veiligheid van de buisleiding niet schaadt. Burgemeester en wethouders betrekken hierbij het schriftelijk advies van de leidingbeheerder; en c. het toe te laten bouwwerk, gelet op de oogmerken van deze paragraaf geen negatieve gevolgen heeft voor het veilig, betrouwbaar en duurzaam functioneren van het gastransportnet.
Paragraaf 6.1.9
Aanleggen en uitvoeren van werkzaamheden in een belemmeringengebied gasleidingen
Artikel 6.50Toepassingsbereik
Deze paragraaf gaat over het aanleggen en uitvoeren van werkzaamheden in het belemmeringengebied gasleidingen.
Artikel 6.51Oogmerken
De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het behoud en het creëren van ruimte binnen het belemmeringengebied van de buisleiding voor bestaande en toekomstige activiteiten van de landelijk netbeheerder; b. bescherming van het gastransportnet tegen activiteiten binnen het belemmeringengebied van het gastransportnet; en c. het waarborgen van de omgevingskwaliteit in de nabijheid van het gastransportnet.
Artikel 6.52Activiteiten
Deze paragraaf is van toepassing op de volgende activiteiten: a. het uitvoeren van grondbewerkingen, zoals afgraven, ophogen, vergraven, diepploegen, egaliseren van gronden en het aanleggen van drainagesystemen; b. het aanleggen van wegen, paden, parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; c. het aanbrengen en rooien van diepwortelende beplantingen en bomen; d. het indrijven van voorwerpen in de bodem; e. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van watergangen, zoals sloten, greppels of overige wateren; en f. het opslaan van goederen, (brandbare) stoffen en materialen.
Artikel 6.53Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
1.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning activiteiten als bedoeld in artikel 6.52 te verrichten.
2.
Dit verbod is niet van toepassing op: a. activiteiten die al in uitvoering waren voor inwerkingtreding van dit plan; b. activiteiten die door of in opdracht van de beheerder van de buisleiding worden verricht in verband met de oogmerken genoemd in deze paragraaf; c. activiteiten die graafwerkzaamheden betreffen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken; en d. activiteiten die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwactiviteit, waarvoor een omgevingsvergunning is verleend.
Artikel 6.54Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning
Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een tekening of ingetekende luchtfoto met daarop de locatie van de activiteit; b. de reden voor de activiteit; c. een beschrijving van de aard en omvang van de activiteit; en d. een beschrijving van de maatregelen die worden genomen om de kans op schade aan kabels en leidingen te beperken.
Artikel 6.55Beoordelingsregels omgevingsvergunning
De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: a. de activiteit de veiligheid van de buisleiding niet schaadt. Burgemeester en wethouders betrekken hierbij het schriftelijk advies van de leidingbeheerder; en b. de activiteit, gelet op de oogmerken van deze paragraaf, geen negatieve gevolgen heeft voor het veilig, betrouwbaar en duurzaam functioneren van het gastransportnet.
Paragraaf 6.1.10
Ligplaats innemen met een vaartuig
Artikel 6.56Toepassingsbereik
1.
Deze paragraaf gaat over het innemen van een ligplaats met een vaartuig, anders dan een woonschip.
2.
Deze paragraaf gaat ook over het aanleggen en ankeren van een vaartuig.
Artikel 6.57Oogmerken
De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het waarborgen van een goede milieuhygiëne; b. het beschermen van de volksgezondheid; c. het beschermen van de veiligheid op het openbaar water; en d. het beschermen van het uiterlijk aanzien van de gemeente.
Artikel 6.58Verbod
1.
Het is verboden een ligplaats in te nemen met een vaartuig buiten de locatie 'ligplaats toegestaan'.
2.
Het is verboden een vaartuig aan te leggen of te ankeren op de locaties 'ankeren verboden'.
3.
Het is verboden buiten de locaties 'ankeren verboden' een vaartuig langer dan drie dagen of gedeelten daarvan op dezelfde plaats aan te leggen of te ankeren.
4.
Het verbod, bedoeld in het derde lid, is ook van toepassing bij het aanleggen of ankeren van een vaartuig als het vaartuig binnen vijf dagen op dezelfde aanlegplaats nadat het vaartuig is verplaatst, wordt aangelegd.
Artikel 6.59Algemene regels
1.
Een vaartuig buiten de locatie 'ankeren verboden' ligt drie dagen op dezelfde plaats als het op de eerste dag en op de vierde dag op dezelfde plaats is aangelegd.
2.
Een vaartuig buiten de locatie 'ankeren verboden' ligt drie dagen op dezelfde plaats als het vaartuig binnen een straal van 500 m van eerder ingenomen plaats wordt aangetroffen.
Paragraaf 6.1.11
Ligplaats innemen met een woonschip
Artikel 6.60Toepassingsbereik
Deze paragraaf gaat over het innemen van een ligplaats met een woonschip.
Artikel 6.61Oogmerken
De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het waarborgen van goede milieuhygiëne; en b. het beschermen van het uiterlijk aanzien van het openbaar water.
Artikel 6.62Algemene regels omgevingsvergunning ligplaats woonschepen
1.
De eigenaar bewoont het schip permanent en staat ingeschreven in de Gemeentelijke basisadministratie.
2.
Het woonschip wordt aangesloten aan een drinkwaterleiding.
3.
Het woonschip wordt aangesloten aan het openbaar riool.
Artikel 6.63Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
1.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning met een woonschip een ligplaats in te nemen of beschikbaar te stellen binnen de woonschepenhaven.
2.
Het verbod in het eerste lid geldt niet: a. voor een woonschip op doorreis dat minder dan zeven dagen lang een ligplaats inneemt binnen ligplaats woonschip; b. voor het uitvoeren van werkzaamheden van tijdelijke aard door de gebruiker van het woonschip; of c. voor een woonschip dat bestemd is ter vervanging van het woonschip waar een vergunning voor is verleend.
3.
In afwijking van het tweede lid, onder a, wordt de termijn van zeven dagen verlengd bij slechte vaar- of weersomstandigheden, zolang die omstandigheden voortduren.
4.
Bij wijziging of vervanging van het woonschip: a. wordt een aanvraag ingediend tot wijziging van de omgevingsvergunning; of b. wordt de wijziging of verandering hersteld in de oorspronkelijke staat bij handelen in strijd met de verleende omgevingsvergunning.
Artikel 6.64Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning
Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de locatie; b. de afmetingen van het woonschip; c. de startdatum van de activiteit; en d. de duur van de activiteit.
Artikel 6.65Beoordelingsregels omgevingsvergunning
1.
De omgevingsvergunning wordt in ieder geval geweigerd als: a. de eigenaar al een omgevingsvergunning voor het innemen van een ligplaats op zijn/haar naam heeft; b. voor de ligplaats al een omgevingsvergunning is verleend; c. er geen permanente bewoning op het woonschip plaatsvindt; en d. niet aannemelijk is dat de aanvrager binnen vier weken na het indienen van de aanvraag de ligplaats kan innemen.
2.
De omgevingsvergunning wordt verleend op naam van de eigenaar met vermelding van de plaatsaanduiding van de ligplaats, de bijbehorende voorzieningen en de kenmerken van het woonschip.
3.
De omgevingsvergunning kan niet worden overgedragen aan een volgende eigenaar.
Artikel 6.66Wijziging en intrekking omgevingsvergunning
De omgevingsvergunning wordt ingetrokken als: a. onjuiste gegevens zijn verstrekt; b. de gegevens in de vergunning niet overeenkomen met de feitelijke situatie; c. niet wordt voldaan aan de vereisten in artikel 6.63 en 6.65; d. het woonschip het uiterlijk aanzien aantast; e. het woonschip niet voldoet aan de veiligheid- en gezondheidseisen; f. het woonschip zonder toestemming langer dan acht aaneengesloten weken niet op de ligplaats heeft gelegen; g. de ligplaats is voorzien van voorzieningen die niet zijn vermeld op de omgevingsvergunning; of h. het woonschip wordt verhuurd door de eigenaar die het woonschip niet zelf bewoont.
Artikel 6.67Verbod ligplaats innemen
1.
Het is verboden een ligplaats in te nemen met een woonschip buiten de locatie woonschepenhaven.
2.
Het verbod geldt niet voor een woonschip op doorreis dat minder dan zeven dagen lang een ligplaats inneemt binnen 'ligplaats woonschip'.
3.
Het college kan met een tijdelijke omgevingsvergunning afwijken van het eerste lid, voor: a. een woonschip waarvan de gebruiker een functie vervult bij de uitvoering van werken van tijdelijke aard in de gemeente, mits de gebruiker voor de aanvang van het werk geen inwoner was van de gemeente Smallingerland; of b. een woonschip dat bestemd is ter vervanging van het woonschip waar een vergunning voor is verleend.
Paragraaf 6.1.12
Opslag van voer- en vaartuigen, mest, afvalstoffen en dergelijke
Artikel 6.68Toepassingsbereik
1.
Deze paragraaf gaat over het in de openlucht en buiten een weg opslaan van de volgende goederen: a. een onbruikbaar of aan de oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of vaartuig of onderdelen daarvan; b. een bromfiets of motorvoertuig of onderdelen daarvan; c. kampeermiddelen, voor zover het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel doel; d. mest en gier, een verzameling vuil, ingekuild gras, loof of pulp, ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen of oude metalen.
2.
Deze paragraaf gaat niet over activiteiten als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving.
Artikel 6.69Oogmerken
De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het voorkomen of beperken van overlast; b. het voorkomen van schade aan de volksgezondheid; en c. het voorkomen van schade aan het uiterlijk aanzien van de omgeving.
Artikel 6.70Verbod opslag
Het is verboden activiteiten als bedoeld in artikel 6.68 te verrichten.
Paragraaf 6.1.13
Kamperen buiten kampeerterrein
Artikel 6.71Toepassingsbereik
Deze paragraaf gaat over het kamperen buiten een kampeerterrein.
Artikel 6.72Oogmerken
De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van natuur en landschap; en b. het beschermen van het uiterlijk aanzien van de gemeente.
Artikel 6.73Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
1.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning te kamperen buiten een kampeerterrein.
2.
Het verbod geldt niet voor kamperen door sportvissers met een eenvoudig nachtelijk onderkomen van maximaal 7 m2 tijdens de uitoefening van de hengelsport, met uitzondering van het gebied verbod hengelsportonderkomen.
Artikel 6.74Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning
Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een tekening of ingetekende luchtfoto met daarop de locatie van de kampeermiddelen; en b. de voorgenomen tijdsduur van de activiteit.
Artikel 6.75Beoordelingsregels omgevingsvergunning
De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: a. de activiteit geen nadelige gevolgen heeft voor de natuur en landschappelijke elementen; en b. voor zover de activiteit zichtbaar is vanuit openbaar toegankelijk gebied: als het uiterlijk aanzien van de openbare ruimte niet onevenredig wordt geschaad.
Paragraaf 6.1.14
Door een groenvoorziening rijden
Artikel 6.76Toepassingsbereik
1.
Deze paragraaf gaat over: a. het rijden met voertuigen over een berm of door een groenvoorziening; en b. het laten staan van een voertuig in een groenvoorziening.
2.
Deze paragraaf gaat niet over activiteiten die worden gereguleerd door hoofdstuk 8 of 11 van het Besluit activiteiten leefomgeving of de Omgevingsverordening Fryslân.
Artikel 6.77Oogmerken
De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. de natuurbescherming; b. het beschermen van het milieu; en c. het voorkomen van overlast.
Artikel 6.78Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
1.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning met een voertuig te rijden over, of deze te laten staan in, een park of plantsoen of een van gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook.
2.
Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet: a. op de weg; b. voor voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden door of vanwege de overheid; c. voor voertuigen, waarmee standplaats wordt of is ingenomen op terreinen die voor dit doel zijn bestemd.
Artikel 6.79Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning
Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een beschrijving van de uit te voeren activiteit; en b. de periode waarbinnen de activiteit wordt uitgevoerd.
Artikel 6.80Beoordelingsregels omgevingsvergunning
De omgevingsvergunning kan worden geweigerd als de belangen, bedoeld in artikel 6.77, onevenredig worden geschaad.
Artikel 6.81Verbod rijden over berm
1.
Het is verboden met een voertuig zonder rubberbanden te rijden over de berm, glooiing of zijkant van de weg.
2.
Het verbod geldt niet: a. voor beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening; of b. als de omstandigheden het rijden met een voertuig over de berm, zijkant of glooiing van de weg in redelijkheid vereisen.
Paragraaf 6.1.15
Opbreken en graven in openbaar toegankelijk gebied
Artikel 6.82Toepassingsbereik
1.
Deze paragraaf gaat over het opbreken en graven in openbaar toegankelijk gebied.
2.
Deze paragraaf gaat niet over het aanleggen, in stand houden en verwijderen van een kabel als bedoeld in artikel 1.1 van de Telecommunicatie.
Artikel 6.83Oogmerken
De regels in deze paragraaf worden gesteld met het oog op: a. het bevorderen van de verkeersveiligheid; b. het beperken van hinder; c. de doelmatige verdeling van de ondergrondse ruimte; d. het beschermen van het openbaar groen; en e. het waarborgen van het veilige en doelmatige gebruik van het openbaar toegankelijk gebied
Artikel 6.84Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
1.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning, anders dan voor het aanleggen, in stand houden en verwijderen van een kabel of leiding: a. de verharding in openbaar toegankelijk gebied op te breken; b. te graven in openbaar toegankelijk gebied 2.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning voor het aanleggen, in stand houden en verwijderen van een kabel of leiding: a. de verharding in openbaar toegankelijk gebied op te breken; en b. te graven in openbaar toegankelijk gebied.
3.
Het verbod, bedoeld in het tweede lid, geldt niet voor spoedeisende gevallen.
4.
Het verbod, bedoeld in het tweede lid, geldt niet voor aanleggen, in stand houden en verwijderen van een kabel of leiding: a. in een reeds aanwezige voorziening met een maximale opbreking van 4m2; b. bij reparaties en onderhoudswerkzaamheden over een lengte van minder dan 10 m; c. voor een of meer huisaansluitingen met een gezamenlijke lengte van minder van 10 m, waarbij geen gesloten verharding of groenvoorziening wordt doorkruist; d. bij het plaatsen van maximaal 2 handholes; en e. bij het maken van lasgaten met een maximale oppervlakte van 4m2 in de openbare ruimte.
5.
Het vierde lid geldt niet als: a. een bovengrondse voorziening wordt aangebracht of vervangen; b. een boring of persing wordt toegepast; of c. de openbare weg wordt gekruist.
Artikel 6.85Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning
1.
Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het opbreken en graven in openbaar toegankelijk gebied worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een tekening of ingetekende luchtfoto met daarop de locatie van de activiteit; b. de reden voor het opbreken en graven; en c. het tijdstip en de duur van de activiteit.
2.
Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het aanleggen, in stand houden en verwijderen van een kabel of leiding worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. naam, adres en contactgegevens van de persoon die de kabel beheert, exploiteert of in eigendom heeft; b. een opgave van het aantal kabels en/of buizen dat direct met kavels wordt gevuld of ingeblazen; c. een opgave van het aantal buizen dat leeg wordt ingebracht; d. een opgave van de belanghebbenden en instanties die vooraf op de hoogte worden gehouden van de start, einde en aard van de werkzaamheden; e. een omschrijving van de verkeersmaatregelen; f. een omschrijving of toelichting van een derde is vereist en om welke derde het gaat; g. een uitvoeringsplan met:
Artikel 6.86Beoordelingsregels omgevingsvergunning
1.
De omgevingsvergunning voor het opbreken en graven in openbaar toegankelijk gebied wordt alleen geweigerd als: a. het veilige en doelmatige gebruik van het openbaar toegankelijk gebied onevenredig wordt gehinderd; b. de bereikbaarheid van de gronden of gebouwen onevenredig wordt belemmerd; en c. het doelmatig beheer van het openbaar toegankelijk gebied onevenredig wordt gehinderd.
2.
De omgevingsvergunning voor het aanleggen, in stand houden en verwijderen van een kabel of leiding wordt alleen geweigerd als: a. het veilige en doelmatige gebruik van het openbaar toegankelijk gebied onevenredig wordt gehinderd; b. de bereikbaarheid van gronden of gebouwen onevenredig wordt belemmerd; c. de doelmatige verdeling van de ondergrondse ruimte wordt belemmerd; en d. het doelmatig beheer van het openbaar toegankelijk gebied onevenredig wordt gehinderd.
Artikel 6.87Meldingsplicht kabels en leidingen
1.
Het is verboden een kabel of leiding aan te leggen, in stand te houden en te verwijderen zonder dit ten minste twee werkdagen voor het begin ervan te melden.
2.
De melding bevat: a. naam, adres en contactgegevens van de aanvrager; b. naam, adres en contactgegevens van een derde als het project wordt uitgevoerd door die derde; c. een omschrijving van de aard en omvang van het project; d. het type werkzaamheden dat wordt verricht; en e. het tijdstip en de duur van de activiteit.
4.
Dit artikel geldt niet als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in 6.84, tweede lid.
Artikel 6.88Informatieplicht start werkzaamheden kabels en leidingen
Ten minste twee werkdagen voor de start worden omwonenden door de grondroerder geïnformeerd over de aanvang, duur, aard en plaats van de werkzaamheden.
Artikel 6.89Algemene regels kabels en leidingen
Bij het aanleggen, in stand houden en verwijderen van een kabel of leiding wordt het Handboek Kabels en Leidingen gemeente Smallingerland gevolgd.
Artikel 6.90Algemene regels afloop werkzaamheden
1.
Het aanleggen, in stand houden en verwijderen van een kabel of leiding wordt binnen 3 maanden na aanvang voltooid.
2.
In afwijking van het eerste lid kan de termijn voor voltooiing van de werkzaamheden bij bijzondere gevallen langer duren en bij evenementen korter duren.
Artikel 6.91Verwijderen kabel en leiding
Bij een geheel of gedeeltelijke intrekking, opzegging of verlopen omgevingsvergunning wordt de leiding verwijderd binnen een door het bevoegd gezag gestelde termijn.
Artikel 6.92Bijzondere omstandigheden
1.
Extreme weersomstandigheden is een bijzondere omstandigheid als bedoeld in artikel 19.0 van de Omgevingswet.
2.
Het bevoegd gezag stelt vast dat, in geval van extreme weersomstandigheden, het opbreken van de verharding of het graven in openbaar toegankelijk gebied of het aanleggen of verwijderen van kabels of leidingen in openbaar toegankelijk gebied tijdelijk verboden is.
Afdeling 6.2
Gebiedsgerichte activiteiten met gebruiksruimte
Paragraaf 6.2.1
Algemeen
Artikel 6.93Toepassingsbereik
Deze afdeling is van toepassing op activiteiten met gebruiksruimte.
Artikel 6.94Aanwijzing gebieden omgevingsveiligheid
1.
Er is een aandachtsgebied voor plaatsgebonden risico.
2.
Er is een belemmeringengebied buisleidingen als bedoeld in artikel 5.18 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
Paragraaf 6.2.2
Zeer kwetsbare gebouwen toevoegen
Artikel 6.95Toepassingsbereik
Deze paragraaf gaat over het toevoegen van een zeer kwetsbaar gebouw.
Artikel 6.96Oogmerken
De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het bereiken van een aanvaardbaar veiligheidsniveau van personen; en b. het beperken van schade bij een ongeval bij een risicovolle activiteit.
Artikel 6.97Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een zeer kwetsbare gebouw binnen een gifwolkaandachtsgebied als bedoeld in artikel 5.12, derde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving toe te voegen.
Artikel 6.98Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning
Bij de aanvraag om de omgevingsvergunning wordt een verantwoording van het groepsrisico, waarbij ten minste wordt ingegaan op maatregelen die worden getroffen of die zijn overwogen ter bescherming van personen verstrekt.
Artikel 6.99Beoordelingsregels omgevingsvergunning
De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als voldoende maatregelen zijn getroffen ter bescherming van personen in het zeer kwetsbare gebouw of op de zeer kwetsbare locatie.
Artikel 6.100Verbod toevoegen zeer kwetsbare gebouwen
Het is verboden een zeer kwetsbaar gebouw toe te voegen binnen: a. het aandachtsgebied plaatsgebonden risico; b. een brandaandachtsgebied als bedoeld in artikel 5.12, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving; of c. een explosieaandachtsgebied als bedoeld in artikel 5.12, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
Paragraaf 6.2.3
Kwetsbare gebouwen of kwetsbare locaties toevoegen
Artikel 6.101Toepassingsbereik
Deze paragraaf gaat over het toevoegen van een kwetsbaar gebouw of een kwetsbare locatie.
Artikel 6.102Oogmerken
De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het bereiken van een aanvaardbaar veiligheidsniveau van personen; en b. het beperken van schade bij een ongeval bij een risicovolle activiteit.
Artikel 6.103Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een kwetsbaar gebouw of een kwetsbare locatie binnen een explosieaandachtsgebied of een gifwolkaandachtsgebied toe te voegen.
Artikel 6.104Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning
Bij de aanvraag om de omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een verantwoording van het groepsrisico, waarbij ten minste wordt ingegaan op maatregelen die worden getroffen of die zijn overwogen ter bescherming van personen; en b. het aantal doorgaans aanwezige personen en de tijd dat die aanwezig zijn.
Artikel 6.105Beoordelingsregels omgevingsvergunning
De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: a. voldoende maatregelen zijn getroffen ter bescherming van personen in het kwetsbare gebouw of op de kwetsbare locatie; of b. het aantal doorgaans aanwezige personen of de tijd dat die aanwezig zijn in het kwetsbare gebouw of op de kwetsbare locatie beperkt is.
Artikel 6.106Verbod toevoegen kwetsbare gebouwen en locaties
1.
Het is verboden een kwetsbaar gebouw of een kwetsbare locatie toe te voegen binnen: a. het aandachtsgebied plaatsgebonden risico; of b. een brandaandachtsgebied als bedoeld in artikel 5.12, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
2.
Het verbod, bedoeld in het eerste lid, onder a, geldt niet voor een kwetsbaar gebouw of een kwetsbare locatie waar een activiteit als bedoeld in bijlage VII, VIII, IX en X van het Besluit kwaliteit leefomgeving wordt verricht of die een functionele binding hebben met een activiteit als bedoeld in die bijlage.
Paragraaf 6.2.4
Beperkt kwetsbare gebouwen of beperkt kwetsbare locaties toevoegen
Artikel 6.107Toepassingsbereik
Deze paragraaf gaat over het toevoegen van een beperkt kwetsbaar gebouw of een beperkt kwetsbare locatie.
Artikel 6.108Oogmerken
De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het bereiken van een aanvaardbaar veiligheidsniveau van personen; en b. het beperken van schade bij een ongeval bij een risicovolle activiteit.
Artikel 6.109Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
Het is verboden zonder omgevingsvergunning beperkt kwetsbare gebouwen of beperkt kwetsbare locaties binnen het aandachtsgebied plaatsgebonden risico, een belemmeringengebied buisleiding, een explosieaandachtsgebied of een gifwolkaandachtsgebied toe te voegen.
Artikel 6.110Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning
Bij de aanvraag om de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 6.109, wordt een verantwoording van het groepsrisico, waarbij ten minste wordt ingegaan op maatregelen die worden getroffen of die zijn overwogen ter bescherming van personen verstrekt.
Artikel 6.111Beoordelingsregels omgevingsvergunning
De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: a. voldoende maatregelen zijn getroffen ter bescherming van personen in de gebouwen en op de locaties; of b. dat het aantal doorgaans aanwezige personen of de tijd dat die aanwezig zijn in het beperkt kwetsbare gebouw en op de beperkt kwetsbare locatie beperkt is.
Artikel 6.112Verbod toevoegen beperkt kwetsbare gebouwen en locaties
1.
Het is verboden beperkt kwetsbare gebouwen of beperkt kwetsbare locaties toe te voegen binnen: a. het aandachtsgebied plaatsgebonden risico; of b. een brandaandachtsgebied als bedoeld in artikel 5.12, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
2.
Het verbod, bedoeld in het eerste lid, onder a, geldt niet voor een beperkt kwetsbaar gebouw of een beperkt kwetsbare locatie waar een activiteit als bedoeld in bijlage VII van het Besluit kwaliteit leefomgeving wordt verricht of die een functionele binding hebben met een activiteit als bedoeld in die bijlage.
Paragraaf 6.2.5
Risicovolle activiteit verrichten
Artikel 6.113Toepassingsbereik
Deze paragraaf gaat over het verrichten van risicovolle activiteiten als bedoeld in bijlage VII, onderdeel A, B, D en E van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
Artikel 6.114Oogmerken
De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het bereiken van een aanvaardbaar veiligheidsniveau van personen; b. het beperken van schade bij een ongeval bij een risicovolle activiteit.
Artikel 6.115Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
1.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een risicovolle activiteit als bedoeld in bijlage VII, onderdeel A, B, D en E van het Besluit kwaliteit leefomgeving te verrichten, als één of meer van de aandachtsgebieden voor deze activiteit zich uitstrekken buiten de grenzen van de locatie waar de activiteit wordt verricht.
2.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een risicovolle activiteit als bedoeld in bijlage VII, onderdeel A, B, D en E van het Besluit kwaliteit leefomgeving te verrichten, als de afstand van de activiteit tot de grens van de locatie waar de activiteit wordt verricht kleiner is dan de afstanden voor het plaatsgebonden risico met een grenswaarde van ten hoogste 10-6 per jaar , bedoeld in artikel 5.8 van dat besluit.
Artikel 6.116Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning
1.
Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een kaart met ingetekend de plaatsgebonden risico contour en de aandachtsgebieden voor de activiteit; b. de berekening van de plaatsgebonden risico contour en de aandachtsgebieden voor de activiteit; c. een overzicht van de zeer kwetsbare gebouwen en locaties, kwetsbare gebouwen en locaties en de beperkt kwetsbare gebouwen en locaties die aanwezig zijn binnen de afstanden voor het plaatsgebonden risico, bedoeld in artikel 5.8 van het Besluit kwaliteit leefomgeving; en d. een overzicht van de zeer kwetsbare gebouwen en locaties, kwetsbare gebouwen en locaties en de beperkt kwetsbare gebouwen en locaties die aanwezig zijn binnen de aandachtsgebieden voor deze activiteit, bedoeld in artikel 5.12 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
2.
In afwijking van het eerste lid is een berekening niet vereist voor vaste afstanden, bedoeld in artikel 5.8 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
Artikel 6.117Beoordelingsregels omgevingsvergunning
1.
De omgevingsvergunning, bedoeld in art. 6.115, eerste lid wordt in ieder geval geweigerd als binnen een aandachtsgebied voor deze activiteit, maar buiten de grenzen van de locatie waar de activiteit wordt verricht, kwetsbare gebouwen of locaties of zeer kwetsbare gebouwen zijn toegelaten.
2.
De omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 6.115, tweede lid, wordt in ieder geval geweigerd als binnen het plaatsgebonden risicocontour, maar buiten de grenzen van de locatie waar de activiteit wordt verricht, kwetsbare gebouwen of locaties of zeer kwetsbare gebouwen zijn toegelaten.
Paragraaf 6.2.6
Geluidgevoelig gebouw toevoegen binnen een geluidaandachtsgebied
Artikel 6.118Toepassingsbereik
Deze paragraaf gaat over het toevoegen van een geluidgevoelig gebouw binnen een geluidaandachtsgebied van een weg.
Artikel 6.119Oogmerken
De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. een aanvaardbaar akoestisch klimaat; en b. een gezonde woon- en leefomgeving;
Artikel 6.120Waar waarden gelden
De waarden in deze paragraaf voor het geluid door een activiteit gelden, tenzij anders bepaald: a.
Op een geluidgevoelig gebouw dat op grond van dit omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is toegelaten, anders dan een woonschip of woonwagen:
Artikel 6.121Standaardwaarde geluid op een geluidgevoelig gebouw
1.
Bij het toevoegen van een geluidgevoelig gebouw is het geluid niet meer dan de waarde, bedoeld in tabel 6.121.
Tabel 6.98 Geluidbronsoort Waarde Provinciale wegenRijkswegen 50 Lden Gemeentewegen Waterschapswegen 53 Lden 2.
Voor een geluidgevoelig gebouw als bedoeld in artikel 3.21, eerste lid, onder b of d, van het Besluit kwaliteit leefomgeving waarvan het gebruik in de nachtperiode in het omgevingsplan is uitgesloten: a. gelden de waarden in Lnight niet; en b. wordt in tabel 6.98 gelezen voor «Lden»: »Lde».
3.
Voor een geluidgevoelig gebouw als bedoeld in artikel 3.21, eerste lid, onder b of d, van het Besluit kwaliteit leefomgeving waarvan het gebruik in de avondperiode en de nachtperiode in het omgevingsplan is uitgesloten: a. gelden de waarden in Lnight niet; en b. wordt in tabel 6.98 gelezen voor «Lden»: «Lday».
Artikel 6.122Eisen aan geluidgevoelig gebouw
1.
Het geluidgevoelige gebouw heeft ten minste één geluidluwe gevel met de waarde, bedoeld in tabel 6.121.
2.
Ten minste één slaapvertrek grenst aan een geluidluwe gevel als bedoeld in het eerste lid.
Artikel 6.123Meldingsplicht
1.
Het is verboden een geluidgevoelig gebouw toe te voegen waarbij voldaan wordt aan de waarde, bedoeld in tabel 6.121, zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.
2.
Een melding bevat een akoestisch rapport waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de waarden, bedoeld in tabel 6.121.
Artikel 6.124Aanwijzing vergunningplichtige gebouwen
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een geluidgevoelig gebouw toe te voegen binnen een geluidaandachtsgebied, als daarbij niet wordt voldaan aan de waarde, bedoeld in tabel 6.121.
Artikel 6.125Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een akoestisch rapport waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de waarde, bedoeld in tabel 6.126; b. het beoogde gebruik van het bouwwerk en de bijbehorende gronden waarop de aanvraag betrekking heeft; c. bij grondgebonden woningen: het geluid op de gevel van de begane grond en verdiepingen; d. bij gestapelde woningen: het geluid op de gevel ter plaatse van te openen delen; en e. het aantal woningen of de bruto vloeroppervlak in m2 van de activiteit
Artikel 6.126Beoordelingsregels omgevingsvergunning
1.
De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: a. geen geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen om aan de waarde, bedoeld in tabel 6.121 te voldoen; b. de overschrijding van de waarde, bedoeld in tabel 6.121 door het treffen van geluidbeperkende maatregelen zoveel mogelijk wordt beperkt; c. het geluid niet meer is dan de grenswaarden, bedoeld in tabel 6.126; d. het geluidgevoelige gebouw ten minste één geluidluwe zijde heeft waar het gezamenlijk geluid van de verkeerswegen voldoet aan 55 dB Lcum; e. ten minste één slaapvertrek grenst aan de geluidluwe zijde, bedoeld onder e; f. het geluidgevoelige gebouw ten minste één buitenruimte aan de geluidluwe zijde, bedoeld onder e, heeft; en g. het gecumuleerde geluid op het geluidgevoelige gebouw aanvaardbaar is.
Tabel 6.103 Geluidbronsoort Waarde Provinciale wegenRijkswegen 60 Lden GemeentewegenWaterschapswegen 70 Lden 2.
Bij de toepassing van het eerste lid wordt het belang van het beschermen van de gezondheid door een geluidluwe gevel betrokken.
Paragraaf 6.2.7
Geluidgevoelig gebouw toevoegen - categorie I
Artikel 6.127Toepassingsbereik
Deze paragraaf gaat over het toevoegen van een geluidgevoelig gebouw.
Artikel 6.128Oogmerken
De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. een aanvaardbaar akoestisch klimaat; en b. een gezonde woon- en leefomgeving.
Artikel 6.129Waar waarden gelden
De waarden in deze paragraaf voor het geluid door een activiteit gelden, tenzij anders bepaald: a. op een geluidgevoelig gebouw dat op grond van dit omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is toegelaten, anders dan een woonschip of woonwagen:
Artikel 6.130Geluid op een geluidgevoelig gebouw
Bij het toevoegen van een geluidgevoelig gebouw is het geluid niet meer dan de waarden, bedoeld in tabel 6.130.
Tabel 6.130 07.00-19.00 uur 19.00-23.00 uur 23.00-07.00 uur Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten 50 dB (A) 45 dB (A) 40 dB (A) Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door aandrijfgeluid van transportmiddelen - 70 dB (A) 70 dB (A) Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door andere piekgeluiden - 65 dB (A) 65 dB (A)
Artikel 6.131Meldingsplicht
1.
Het is verboden een geluidgevoelig gebouw toe te voegen binnen [locatie] zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.
2.
Een melding bevat een akoestisch rapport waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de waarden, bedoeld in tabel 6.130.
Paragraaf 6.2.8
Milieuzonering - geluid
Artikel 6.132Toepassingsbereik
De regels in deze paragraaf zijn van toepassing op het verrichten van een geluidveroorzakende activiteit binnen de zone voor geluid, met uitzondering van geluid door: a. windturbines en windparken; en b. civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen;
Artikel 6.133Oogmerken
De regels in deze paragraaf worden gesteld met het oog op: a. het bieden van voldoende ruimte voor activiteiten met gebruiksruimte; en b. het beschermen tegen geluidshinder.
Artikel 6.134Geluidruimte
1.
Bij het verrichten van een activiteit binnen een zone ‘geluid beperkt’, ‘geluid basis’ of ‘geluid verruimd’ is het geluid niet meer dan de waarden voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT, in tabel 6.111a. De waarden gelden op de in de tabel aangegeven afstand van de grens van de locatie waar de activiteit wordt verricht.
Tabel 6.111a Zone Afstand 07.00-19.00 uur 19.00-23.00 uur 23.00-07.00 uur 'geluid beperkt', 'geluid basis' of 'geluid verruimd'.
50 m 50 dB(A) 45 dB(A) 40 dB(A) 2.
In afwijking van het eerste lid gelden, voor activiteiten die geheel of gedeeltelijk binnen de zone ‘geluid beperkt’ zijn gelegen, voor de in tabel 6.111b gegeven situaties de daarvoor in die tabel aangegeven afstanden en waarden.
Tabel 6.111b Situatie Afstand 07.00-19.00 uur 19.00-23.00 uur 23.00-07.00 uur 1 Voor zover de in het eerste lid bedoelde afstand binnen de zone 'geluid beperkt' ligt 50 m 45 dB(A) 40 dB(A) 35 dB(A) 2 Voor zover de in het eerste lid bedoelde afstand binnen de zone 'geluid verruimd' ligt 100 m 50 dB(A) 45 dB(A) 40 dB(A) 3 Voor zover in situatie 2 de afstand van 100 m tot buiten de zone verruimd komt, geldt de afstand tot de grens van de zone verruimd of, als die afstand minder is dan 50 m, geldt een afstand van 50 m Tot grens zone verruimd of 50 m 50 dB(A) 45 dB(A) 40 dB(A) 3.
In afwijking van het eerste lid gelden, voor activiteiten die geheel buiten de zone ‘geluid beperkt’ zijn gelegen, voor de in tabel 6.111c gegeven situaties de daarvoor de in die tabel aangegeven afstanden en waarden.
Tabel 6.111c Situatie Afstand 07.00-19.00 uur 19.00-23.00 uur 23.00-07.00 uur 1 Voor zover de in het eerste lid bedoelde afstand binnen de zone 'geluid beperkt' ligt 30 m 50 dB(A) 45 dB(A) 40 dB(A) 2 Voor zover in situatie 1 de afstand van 30 m de zone beperkt niet bereikt, geldt voor situatie 1 de afstand tot de zone beperkt Tot grens zone beperkt 50 dB(A) 45 dB(A) 40dB(A) 3 Voor zover de in het eerste lid bedoelde afstand binnen de zone ‘geluid verruimd’ ligt 100 m 50dB(A) 45dB(A) 40dB(A) 4 Voor zover in situatie 3 de afstand van 100 m tot buiten de zone verruimd komt, geldt voor situatie 3 de afstand tot de grens van de zone verruimd of, als die afstand minder is dan 50 m, geldt een afstand van 50 m Tot grens zone verruimd of 50 m 50dB(A) 45dB(A) 40dB(A) 4.
Onverminderd het eerste tot en met derde lid gelden, voor zover de in het eerste lid bedoelde activiteit is gelegen binnen een afstand van 50 meter van de grens van gemengd woongebied of rustig woongebied, de in tabel 6.111d gegeven geluidwaarden op de in die tabel genoemde afstand.
Tabel 6.111d Ligging binnen 50 m van woongebied Afstand 07.00-19.00 uur 19.00-23.00 uur 23.00-07.00 uur Binnen 50 m van rustig woongebied Tot grens rustig woongebied 45 dB(A) 40 dB(A) 35 dB(A) Binnen 50 m van gemengd woongebied geldt aanvullend Tot grens gemengd woongebied 50 dB(A) 45 dB(A) 40 dB(A) 5.
Bij de toepassing van dit artikel wordt geen rekening gehouden met het effect van bebouwing die aanwezig is in het gebied buiten de grens van de locatie waar de activiteit wordt verricht.
Artikel 6.135Vergunningplicht afwijken van waarden met een omgevingsvergunning
Het is verboden zonder omgevingsvergunning af te wijken van de waarden, bedoeld in artikel 6.134.
Artikel 6.136Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning
Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.135 worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een akoestisch rapport, waaruit blijkt hoe hoog de geluidbelasting op de op grond van artikel 6.134 geldende afstanden en geluidgevoelige gebouwen is; en b. een rapport, waarin inzicht wordt gegeven in de haalbaarheid van bron- en overdrachtsmaatregelen ter beperking van het geluid op de op grond van artikel 6.134 geldende afstanden en de geluidgevoelige gebouwen.
Artikel 6.137Beoordelingsregels omgevingsvergunning
1.
De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: a. onevenredig ingrijpende maatregelen nodig zijn om te voldoen aan de waarden; b. alle maatregelen die redelijkerwijs mogelijk zijn om de geluidsbelasting zoveel mogelijk te verminderen worden getroffen; en c. de geluidbelasting op geluidgevoelige gebouwen aanvaardbaar is.
2.
Van een aanvaardbare geluidbelasting als bedoeld in het eerste lid, onder c, is alleen sprake als de geluidbelasting: a. niet meer dan 5 dB hoger is dan de waarden, bedoeld in artikel 6.134; en b. niet leidt tot overschrijding van de waarden voor geluidgevoelige ruimten binnen geluidgevoelige gebouwen, bedoeld in tabel 6.114.
Tabel 6.114 07.00-19.00 uur 19.00-23.00 uur 23.00-07.00 Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten 35 dB(A) 30 dB(A) 25 dB(A) Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door aandrijfgeluid van transportmiddelen -- 55 dB(A) 55 dB(A) Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door andere piekgeluiden -- 45 dB(A) 45 dB(A) 3.
Het tweede lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op aanwezige geluidgevoelige gebouwen, als: a. maatregelen aan de gevel om voor dat gebouw te voldoen aan de waarden, bedoeld in tabel 6.114 leiden tot zwaarwegende bezwaren van bouwkundige aard; b. de eigenaar weigert mee te werken aan het onderzoek naar het geluid in zijn gebouw door activiteiten en naar de noodzakelijke geluidwerende maatregelen; of c. de eigenaar weigert geluidwerende maatregelen te laten aanbrengen.
Paragraaf 6.2.9
Milieuzonering - geur
Artikel 6.138Toepassingsbereik
De regels in deze paragraaf zijn van toepassing op het verrichten van activiteiten met gebruiksruimte binnen de zone voor geur, met uitzondering van geur door: a. activiteiten die plaatsvinden op een industrieterrein; b. het exploiteren van zuiveringtechnische werken; c. het houden van landbouwhuisdieren of andere agrarische activiteiten; d. het composteren of opslaan van groenafval; en e. het houden van paarden en pony’s voor het berijden daarvan.
Artikel 6.139NTA 9065
Op het bepalen van geur door activiteiten is de Nederlandse technische afspraak NTA9065 van juni 2023 van toepassing.
Artikel 6.140Geurruimte
1.
Bij het verrichten van een activiteit binnen een zone ‘geur basis’ of ‘geur verruimd’ is de geur niet meer dan de waarden in tabel 6.117a. De waarden gelden op de in de tabel aangegeven afstand van de grens van de locatie waar de activiteit wordt verricht.
Tabel 6.117a Zone Afstand Als 98 percentiel Als 99,9 percentiel 'geur basis', 'geur verruimd' 50 0,5 ouE/m3 2,0 ouE/m3 2.
In afwijking van het eerste lid gelden voor de in tabel 6.117b gegeven situaties de daarvoor in die tabel aangegeven afstanden en waarden.
Tabel 6.117b Situatie Afstand Als 98 percentiel Als 99,9 percentiel 1 Voor zover de in het eerste lid bedoelde afstand binnen de zone 'geur verruimd' ligt 100 m 0,5 ouE/m3 2,0 ouE/m3 2 Voor zover in situatie 1 de afstand van 100 m tot buiten de zone verruimd komt, geldt de afstand tot de grens van de zone verruimd of, als die afstand minder is dan 50 m, geldt een afstand van 50 m Tot grens zone verruimd of 50 m 0,5 ouE/m3 2,0 ouE/m3 3.
Onverminderd het eerste en tweede lid gelden, voor zover de in het eerste lid bedoelde activiteit is gelegen binnen een afstand van 50 m van de grens van rustig of gemengd woongebied, de in tabel 6.117c gegeven geurwaarden op de in tabel 6.117c gegeven afstand.
Tabel 6.117c Ligging activiteit Afstand Als 98 percentiel Als 99,9 percentiel Binnen 50 m van rustig of gemengd woongebied Tot grens woongebied 0,5 ouE/m3 2,0 ouE/m3 4.
Bij de toepassing van dit artikel wordt geen rekening gehouden met het effect van bebouwing die aanwezig is in het gebied buiten de grens van de locatie waar de activiteit wordt verricht.
5.
De in dit artikel gegeven geurwaarden gelden op een hoogte van 1,5 m boven het plaatselijk maaiveld. Als voor een activiteit op een andere hoogte een hogere geurbelasting optreedt gelden de waarden ook op de voor de activiteit maatgevende rekenhoogte.
Artikel 6.141Vergunningplicht afwijken van waarden met een omgevingsvergunning
Het is verboden zonder omgevingsvergunning af te wijken van de waarden, bedoeld in artikel 6.140.
Artikel 6.142Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning
Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een beschrijving van de huidige geursituatie en een analyse van eventueel bestaande hinder; b. de aard, omvang en waardering van de geur die bij de milieubelastende activiteit(en) vrijkomt; c. een berekening van de geurimmissie bij geurgevoelige gebouwen ten gevolge van de aangevraagde milieubelastende activiteiten; d. een motivering van de in de berekening toegepaste hoogte van de geuremissi; e. de mogelijke maatregelen, in ieder geval conform beste beschikbare technieken, om de geuremissie en geuremissie te beperken; f. de effecten van de maatregelen, als bedoeld onder e., op de geuremissie en geurimmissie; en g. de omvang van de cumulatieve geur.
Artikel 6.143Beoordelingsregel omgevingsvergunning
De vergunning wordt alleen verleend als: a. onevenredig ingrijpende maatregelen nodig zijn om te voldoen aan de normen; b. alle maatregelen die redelijkerwijs mogelijk zijn om de geurbelasting zoveel mogelijk te verminderen worden getroffen; en c. de geurbelasting op geurgevoelige gebouwen aanvaardbaar is.
Paragraaf 6.2.10
Geur veroorzaken door het verrichten van een agrarische activiteit
Artikel 6.144Toepassingsbereik
Deze paragraaf gaat over de volgende activiteiten: a. een akkerbouwbedrijf exploiteren; b. een glastuinbouwbedrijf exploiteren; c. een veehouderij exploiteren; d. het opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie: e. het opslaan van gebruikt substraatmateriaal van plantaardige oorsprong; en f. het opslaan van kuilvoer of vaste bijvoedermiddelen.
Artikel 6.145Oogmerken
De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het bereiken van een aanvaardbaar leefklimaat; en b. het bieden van voldoende ruimte voor agrarische activiteiten.
Artikel 6.146Waar afstanden gelden
1.
De waarden en de afstanden, bedoeld in deze paragraaf, voor de geur door een activiteit op een geurgevoelig object gelden: a. als het gaat om een geurgevoelig gebouw: tot de gevel; b. als het gaat om een nieuw te bouwen geurgevoelig gebouw: tot de locatie waar een gevel mag komen; en c. in afwijking van de onderdelen a en b, als het gaat om een woonschip of woonwagen: tot de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van het woonschip of de woonwagen.
2.
Een afstand als bedoeld in artikel 5.13, derde lid, geldt vanaf het emissiepunt, bedoeld in artikel 4.806, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving.
3.
Een afstand als bedoeld in artikel 5.13, vierde lid, geldt vanaf de gevel van een dierenverblijf.
Artikel 6.147Functionele binding
De waarden en afstanden voor geur door een activiteit zijn niet van toepassing op de geur door die activiteit op een geurgevoelig gebouw: a. dat een functionele binding heeft met die activiteit; of b. dat eerder functioneel verbonden was met die activiteit.
Artikel 6.148Algemene regels geur afkomstig van landbouwhuisdieren met geuremissiefactor
1.
Landbouwhuisdieren met emissiefactor zijn landbouwhuisdieren waarvoor in de Omgevingsregeling een emissiefactor voor geur is vastgesteld en die vallen binnen een van de volgende diercategorieën: a. varkens, kippen, schapen of geiten; of b. als deze worden gehouden voor vleesproductie:
2.
Dit artikel is niet van toepassing op het houden van minder dan: a.
10 schapen; b.
10 geiten; c.
25 stuks pluimvee; of d.
10 overige landbouwhuisdieren met geuremissiefactor.
3.
De geur ouE als 98-percentiel op een geurgevoelig gebouw is niet meer dan de waarden, bedoeld in tabel 6.133a.
Tabel 6.133a Geurgevoelig gebouw Waarde Gelegen binnen de bebouwingscontour geur 2,0 ouE/m3 Gelegen buiten de bebouwingscontour geur 8,0 ouE/m3 4.
De afstand op een locatie tot een geurgevoelig gebouw is gelijk of groter dan de afstand, bedoeld in tabel 6.133b.
Tabel 6.133b Geurgevoelig gebouw Afstand Binnen bebouwingscontour geur 100 m Buiten bebouwingscontour geur 50 m 5.
In afwijking van het derde lid kan de minimale afstand, bedoeld in tabel 6.133c, worden toegepast vanaf een gevel van een dierenverblijf tot een geurgevoelig gebouw bij: a. rundveehouderijen waar melkrundvee met bijbehorend jongvee wordt gehouden; b. rundveehouderijen waar jongvee in opfok wordt gehouden, of c. veehouderijen waar maximaal 50 stuks paarden worden gehouden; d. een andere rundveehouderij buiten de bebouwingscontour geur; of e. een zorgboerderij buiten de bebouwingscontour geur.
Tabel 6.133c Geurgevoelig gebouw Afstand Binnen bebouwingscontour geur 50 m Buiten bebouwingscontour geur 25 m 6.
Binnen de bebouwingscontour geur mag in stallen binnen een afstand van 50 tot 100 meter, naast paarden, alleen jongvee worden gehouden, tot een maximum van 200 stuks.
7.
Als het aantal melkrundvee met bijbehorend jongvee maximaal 200 bedraagt, mag in afwijking van het zesde lid in stallen binnen een afstand van 50 tot 100 meter melkrundvee met bijbehorend jongvee worden gehouden.
8.
In afwijking van het derde lid is de geur ouE als 98-percentiel op een geurgevoelig gebouw gelegen binnen de bebouwingscontour geur niet van toepassing op bestaande veehouderijen.
9.
In afwijking van het derde lid is de geur ouE als 98-percentiel op een geurgevoelig gebouw in het gebied binnen de bebouwingscontour geur ter plaatse van het dorp Drachtstercompagnie door bestaande intensieve veehouderijen niet meer dan 6,0 ouE/m3.
10.
Buiten de bebouwingscontour geur mag in stallen binnen een afstand van 25 tot 50 meter de veebezetting niet toenemen.
11.
Buiten de bebouwingscontour geur mogen in stallen binnen de afstand van 25 tot 50 meter de dierplaatsen niet op kortere afstand liggen dan op grond van een melding of vergunning op grond van de Wet milieubeheer was toegestaan op 31 december 2006.
12.
Buiten de bebouwingscontour geur moet uitbreiding van de veebezetting plaatsvinden in stallen op een minimale afstand van 50 meter.
Artikel 6.149Algemene regels geur afkomstig van landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor
1.
Landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor zijn landbouwhuisdieren waarvoor in de Omgevingsregeling geen emissiefactor voor geur is vastgesteld, met uitzondering van pelsdieren.
2.
Dit artikel is niet van toepassing op het houden van minder dan: a.
10 schapen; b.
5 paarden en pony’s; c.
10 geiten; d.
25 stuks pluimvee; e.
25 konijnen; of f.
10 overige landbouwhuisdieren.
3.
Bij het houden van landbouwhuisdieren zonder emissiefactor in een dierenverblijf is de afstand tot een geurgevoelig gebouw niet kleiner dan de afstand, bedoeld in tabel 6.134a.
Tabel 6.134a Geurgevoelig gebouw Normwaarde Binnen bebouwingscontour geur 100 m Buiten bebouwingscontour geur 50 m 4.
De afstand, bedoeld in het derde lid, geldt vanaf het emissiepunt, bedoeld in artikel 4.806, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving.
5.
In afwijking van het derde en vierde lid kan de minimale afstand, bedoeld in tabel 6.134b, worden toegepast vanaf een gevel van een dierenverblijf tot een geurgevoelig gebouw als afdoende maatregelen tegen geurhinder worden getroffen.
Tabel 6.134b Geurgevoelig gebouw Afstand Binnen bebouwingscontour geur 50 m Buiten bebouwingscontour geur 25 m
Artikel 6.150Algemene regels opslag en composteren
1.
De afstand tot een geurgevoelig gebouw is niet kleiner dan de afstand, bedoeld in tabel 6.135a, bij de volgende activiteiten: a. het opslaan van vaste mest met een totaal volume van maximaal 600 m3 voor langer dan twee weken op één plek; b. het opslaan van champost of dikke fractie met een totaal volume van meer dan 3 m3 voor langer dan twee weken op één plek; c. het opslaan van gebruikt substraatmateriaal van plantaardige oorsprong met een totaal volume van meer dan 3 m3; en d. het composteren of opslaan van groenafval met een volume van 3 m3 tot en met 600 m3.
Tabel 6.135a Geurgevoelig gebouw Afstand Binnen bebouwingscontour geur 100 m Buiten bebouwingscontour geur 50 m 2.
Het eerste lid, onder d, is niet van toepassing op groenafval dat een gevaarlijke afvalstof of gebruikt substraatmateriaal is.
3.
De afstand tot een geurgevoelig gebouw is niet kleiner dan de afstand, bedoeld in tabel 6.135b, bij het opslaan van kuilvoer met een volume van meer dan 3 m3 of vaste bijvoedermiddelen met een volume van meer dan 3 m3.
Tabel 6.135b Geurgevoelig gebouw Afstand Binnen bebouwingscontour geur 50 m Buiten bebouwingscontour geur 25 m 4.
Het derde lid is niet van toepassing op in plasticfolie verpakte veevoederbalen.
Paragraaf 6.2.11
Agrarische activiteit verrichten
Artikel 6.151Toepassingsbereik
Deze paragraaf gaat over het verrichten van een agrarische activiteit.
Artikel 6.152Oogmerken
De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het waarborgen van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat; b. het behouden en versterken van een vitale en toekomstbestendige detailhandelstructuur; c. het behouden en versterken van de lokaal verzorgende functie van de buurt- en wijkwinkelcentra; d. het behouden van de boodschappenfunctie van de buurt- en wijkwinkelcentra binnen de kernwinkelstructuur; e. het behouden van de functie van de buurt- en wijkwinkelcentra het centrum binnen de hoofdstructuurkernwinkelstructuur; f. het waarborgen van een goed voorzieningenniveau; g. het tegengaan van verloop; h. mobiliteitseffecten als gevolg van het winkelaanbod; i. het voorkomen van leegstand; j. het stimuleren van een duurzame economische ontwikkeling; k. het beperken van hinder; l. het waarborgen van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat; m. het beschermen van de gezondheid; en n. het beschermen van het uiterlijk aanzien van de openbare ruimte.
Artikel 6.153Locatie
1.
Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden agrarische activiteiten uitsluitend verricht binnen de locatie 'agrarisch'.
2.
Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wordt het exploiteren van een ijsbaan uitsluitend verricht binnen de locatie 'Ijsbaan'.
3.