act/gemeente/2024/CVDR696182 /join/id/stop/work_006 /akn/nl/act/gm0090/2020/omgevingsplan /join/id/stop/work_019 2026-01-14 2026-01-14 /akn/nl/act/gemeente/2024/CVDR696182/nld@2026-02-11 /join/id/proc
Artikel 4.2, wordt bij het bouwen van een hoofdgebouw voldaan aan: a.
afdeling 7.1 Bouwen – algemeen; en b. afdeling 7.2 Hoofdgebouw bouwen. Artikel 4.4 Bijbehorend bouwwerk bouwen 1. Met het oog op de doelen,
artikel 4.2, wordt bij het bouwen van een bijbehorend bouwwerk voldaan aan: a. afdeling 7.1 Bouwen - algemeen; en b. afdeling 7.3 Bijbehorend bouwwerk bouwen. 2. Dit artikel is niet van toepassing op het bouwen van hoofdgebouwen,
artikel artikel 4.3. Artikel 4.5 Dakkapel bouwen Met het oog op de doelen,
artikel 4.2, wordt bij het bouwen van een dakkapel voldaan aan: a. afdeling 7.1 Bouwen – algemeen; b. afdeling 7.4 Dakkapel bouwen. Artikel 4.6 Erf- en perceelafscheiding bouwen Met het oog op de doelen,
artikel 4.2, wordt bij het bouwen van een erf- en perceelafscheiding voldaan aan: a. afdeling 7.1 Bouwen – algemeen; en b. afdeling 7.5 Erf- en perceelafscheiding bouwen. Artikel 4.7 Kozijn- en gevelwijzigingen Met het oog op de doelen,
artikel 4.2, wordt bij verrichten van kozijn- en gevelwijzigingen voldaan aan: a. afdeling 7.1 Bouwen – algemeen; en b. afdeling 7.6 Kozijn- en gevelwijzigingen. Artikel 4.8 Dakopbouw bouwen Met het oog op de doelen,
artikel 4.2, wordt bij het bouwen van dakopbouwen voldaan aan: a. afdeling 7.1 Bouwen – algemeen; en b. afdeling 7.7 Dakopbouw bouwen. Artikel 4.9 Dakterras bouwen Met het oog op de doelen,
artikel 4.2, wordt bij het bouwen van dakterrassen voldaan aan: a. afdeling 7.1 Bouwen – algemeen; en b. afdeling 7.8 Dakterras bouwen. Artikel 4.10 Zonnepanelen en zonnecollectoren bouwen Met het oog op doelen,
artikel 4.2, wordt bij het bouwen van zonnepanelen en zonnecollectoren voldaan aan: a. afdeling 7.1 Bouwen – algemeen; en b. afdeling 7.9 Zonnepanelen en zonnecollectoren bouwen. Artikel 4.11 Overig bouwwerk geen gebouw zijnde bouwen Met het oog op de doelen,
artikel 4.2, wordt bij het bouwen van een overig bouwwerk geen gebouw zijnde voldaan aan: a. afdeling 7.1 Bouwen – algemeen; en b. afdeling 7.10 Overig bouwwerk geen gebouw zijnde bouwen in het voor- of achtererfgebied. Artikel 4.12 Grafkelder aanbrengen Met het oog op de doelen,
artikel 4.2, wordt bij het aanbrengen van een grafkelder voldaan aan afdeling 9.2 Grafkelder aanbrengen. Artikel 4.13 Grafbedekking aanbrengen, in stand houden en verwijderen Met het oog op de doelen,
artikel 4.2, wordt bij het aanbrengen, in stand houden of verwijderen van grafbedekking voldaan aan afdeling 9.3 Grafbedekking aanbrengen, in stand houden en verwijderen. Artikel 4.14 Graf, urnengraf en urnennis ruimen Met het oog op de doelen,
artikel 4.2, wordt bij het ruimen van een graf voldaan aan afdeling 9.4 Graf, urnengraf en urnennis ruimen. Artikel 4.15 Aanwijzing brandvoorschriftengebied Er is een brandvoorschriftengebied, als
artikel 5.14 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, waarbinnen voor beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen de eis van artikel 4.90, eerste lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving, geldt. Artikel 4.16 Aanwijzing explosievoorschriftengebied Er is een explosievoorschriftengebied, als
artikel 5.14 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, waarbinnen voor beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen de eis van artikel 4.90, eerste lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving, geldt. Paragraaf 4.1.2 Woonruimte Artikel 4.17 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over activiteiten met betrekking tot woonruimte. Artikel 4.18 Doelen Voor activiteiten met betrekking tot woonruimte gelden de volgende doelen: a. het bereiken en in stand houden van voldoende woonruimte; b. het aanbieden van een gevarieerde woningvoorraad; en c. het waarborgen van een goed woon- en leefklimaat. Artikel 4.19 Woonruimte wijzigen en gebruiken Met het oog op de doelen,
artikel 4.18, wordt bij het wijzigen en gebruiken van woonruimte, voldaan aan afdeling 6.1.1 Woonruimte wijzigen en gebruiken. Artikel 4.20 Beroep of bedrijf aan huis uitoefenen Met het oog op de doelen,
artikel 4.18, wordt bij het uitoefenen van een beroep of bedrijf aan huis, voldaan aan paragraaf 6.1.2 Beroep of bedrijf aan huis uitoefenen. Artikel 4.21 Bêd en brochje verzorgen Met het oog op de doelen,
artikel 4.18, wordt bij het verzorgen van een bêd en brochje voldaan aan paragraaf 6.1.3 Bêd en brochje verzorgen. Paragraaf 4.1.3 Infrastructuur en openbaar toegankelijk gebied Artikel 4.22 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over de activiteiten met betrekking tot infrastructuur en openbaar toegankelijk gebied. Artikel 4.23 Doelen Voor activiteiten met betrekking tot infrastructuur en openbaar toegankelijk gebied gelden de volgende doelen: a. het waarborgen van de veiligheid; b. het beschermen van de gezondheid; c. het behoeden van de staat en werking van infrastructuur voor nadelige gevolgen van activiteiten; d. het beheren van infrastructuur; e. het beheren van watersystemen; f. het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen; g. het bevorderen van een aantrekkelijke en bereikbare stad; h. het behouden van een adequaat verkeers- en vervoersniveau; i. het realiseren en in stand houden van voldoende parkeergelegenheid; en j. het bevorderen van een hoge kwaliteit van het openbaar gebied. Artikel 4.24 Reclame plaatsen Met het oog op de doelen,
artikel 4.23, wordt bij het plaatsen van reclame voldaan aan paragraaf 6.1.4 Reclame plaatsen. Artikel 4.25 Uitrit aanleggen Met het oog op de doelen,
artikel 4.23, wordt bij het aanleggen van een uitrit voldaan aan afdeling 13.3 Uitrit aanleggen. Artikel 4.26 Weg aanleggen, opbreken of veranderen Met het oog op de doelen,
artikel 4.23, wordt bij het aanleggen, opbreken of veranderen van een weg voldaan aan afdeling 13.2 Weg aanleggen, opbreken of veranderen. Artikel 4.27 Parkeerexcessen Met het oog op de doelen,
artikel 4.23, wordt bij het parkeren van voertuigen voldaan aan afdeling 13.4 Parkeerexcessen. Artikel 4.28 Activiteiten in belemmeringengebied leidingen Met het oog op de doelen,
artikel 4.23, wordt bij het verrichten van activiteiten het belemmeringengebied leidingen voldaan aan paragraaf 6.1.6 Activiteiten in belemmeringengebied leidingen. Artikel 4.29 Activiteiten met betrekking tot het instandhouden van gasleidingen Met het oog op de doelen,
artikel 4.23, wordt bij het verrichten van activiteiten met betrekking tot het instandhouden van gasleidingen voldaan aan paragraaf 6.1.7 Activiteiten met betrekking tot het instandhouden van gasleidingen. Artikel 4.30 Bouwen in een belemmeringengebied gasleidingen Met het oog op de doelen,
artikel 4.23, wordt bij het bouwen in een belemmeringengebied gasleidingen voldaan aan paragraaf 6.1.8 Bouwen in een belemmeringengebied gasleidingen. Artikel 4.31 Aanleggen en uitvoeren van werkzaamheden in een belemmeringengebied gasleidingen Met het oog op de doelen,
artikel 4.23, wordt bij het aanleggen en verrichten van werkzaamheden in het belemmeringengebied gasleidingen voldaan aan paragraaf 6.1.9 Aanleggen en uitvoeren van werkzaamheden in een belemmeringengebied gasleidingen. Artikel 4.32 Objecten plaatsen op de openbare weg Met het oog op de doelen,
artikel 4.23, wordt bij het plaatsen van objecten op de weg voldaan aan afdeling 13.1 Object op openbare weg plaatsen. Artikel 4.33 Objecten op openbaar water plaatsen Met het oog op de doelen,
artikel 4.23, wordt bij het plaatsen van objecten op 'openbaar water' voldaan aan afdeling 6.1.5 Object op openbaar water plaatsen. Artikel 4.34 Ligplaats innemen met een vaartuig Met het oog op de doelen,
artikel 4.23, wordt bij het innemen van een 'ligplaats water', anders dan een woonschip, voldaan aan paragraaf 6.1.10 Ligplaats innemen met een vaartuig. Artikel 4.35 Ligplaats innemen met een woonschip Met het oog op de doelen,
artikel 4.23, wordt bij het innemen van een 'ligplaats vaartuig' met een woonschip voldaan aan paragraaf 6.1.11 Ligplaats innemen met een woonschip. Artikel 4.36 Opslag van voer- en vaartuigen, mest, afvalstoffen en dergelijke Met het oog op de doelen,
artikel 4.23, wordt bij het opslaan van voer- en vaartuigen, mest, afvalstoffen en dergelijke voldaan aan paragraaf 6.1.12 Opslag voer- en vaartuigen, mest, afvalstoffen en dergelijke. Artikel 4.37 Opbreken en graven in openbaar toegankelijk gebied Met het oog op de doelen,
artikel 4.23, wordt bij het opbreken en graven in het openbaar toegankelijk gebied voldaan aan paragraaf 6.1.15 Opbreken en graven in openbaar toegankelijk gebied. Artikel 4.38 Aanwijzing gebieden crossterreinen Er zijn crossterreinen, waar het verbod om te crossen op grond van artikel 5.32 eerste lid, van de Algemene plaatselijke verordening Smallingerland niet geldt. Paragraaf 4.1.4 Cultureel erfgoed Artikel 4.39 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over de activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed. Artikel 4.40 Doelen Voor activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed gelden de volgende doelen: a. het beschermen van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden; b. het beschermen van archeologische waarden; en c. het behoud van cultureel erfgoed. Artikel 4.41 Aanwijzing monument als gemeentelijk monument Een monument, op een locatie met de functie-aanduiding 'gemeentelijke monumenten' is aangewezen als gemeentelijk monument. Artikel 4.42 Activiteit in, bij of aan een gemeentelijk monument Met het oog op de doelen,
artikel 4.40, wordt bij het verrichten van activiteiten in, bij of aan gemeentelijke monumenten voldaan aan afdeling 8.1 Activiteit in, bij of aan een gemeentelijk monument. Artikel 4.43 Activiteit in een gebied met archeologische verwachtingswaarde Met het oog op de doelen,
artikel 4.40, wordt bij het verrichten van activiteiten in een gebied met een archeologische verwachtingswaarde voldaan aan afdeling 9.1 Activiteit in een gebied met een archeologische verwachtingswaarde. Paragraaf 4.1.5 Natuur Artikel 4.44 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over activiteiten met betrekking tot natuur. Artikel 4.45 Doelen Voor activiteiten met betrekking tot natuur gelden de volgende doelen: a. het beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden; b. de natuurbescherming; c. het tegengaan van klimaatverandering; d. het beheren van watersystemen; e. het beheren van ecosystemen; f. het beheren van natuurlijke hulpbronnen; g. het beschermen van natuurgebieden; en h. een hoge kwaliteit van het openbaar gebied. Artikel 4.46 Aanwijzing bebouwingscontour houtkap Gereserveerd Artikel 4.47 Boom kappen en houtopstanden vellen Met het oog op de doelen,
artikel 4.45, wordt bij het kappen van bomen voldaan aan afdeling 10.1 Boom kappen en houtopstanden vellen. Artikel 4.48 Kamperen buiten een kampeerterrein Met het oog op de doelen,
artikel 4.45, wordt bij het recreatief kamperen buiten een kampeerterrein voldaan aan paragraaf 6.1.13 Kamperen buiten een kampeerterrein. Artikel 4.49 Door een groenvoorziening rijden Met het oog op de doelen,
artikel 4.45, wordt bij het rijden door een groenvoorziening voldaan aan paragraaf 6.1.14 Door een groenvoorziening rijden. Artikel 4.50 Aanwijzing gebieden beperking verkeer in natuurgebieden Er zijn natuurgebieden, plantsoenen, parken of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen, waar het verbod om te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig op grond van artikel 5:33, eerste lid, van de Algemene plaatselijke verordening Smallingerland niet geldt. Paragraaf 4.1.6 Milieu Artikel 4.51 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over activiteiten met betrekking tot milieu. Artikel 4.52 Doelen Voor de activiteit met betrekking tot milieu gelden de volgende doelen: a. het beschermen van de gezondheid; b. het beschermen van de veiligheid; c. het beschermen van de natuur; en d. het beperken van de luchtverontreiniging. Artikel 4.53 Gesloten bodemenergiesysteem aanleggen en gebruiken Met het oog op de doelen,
artikel artikel 4.52, wordt bij het aanleggen en gebruiken van een gesloten bodemenergiesysteem voldaan aan: a. afdeling 12.1 Milieu - algemeen; en b. afdeling 12.6 Gesloten bodemenergiesysteem aanleggen en gebruiken. Artikel 4.54 Afvalwater lozen Met het oog op de doelen,
artikel 4.52, wordt bij het lozen van afvalwater voldaan aan: a. afdeling 12.1 Milieu – algemeen; b. afdeling 12.7 Afvalwater lozen – algemeen; c. afdeling 12.8 Afvloeiend hemelwater of grondwater bij ontwatering lozen; d. afdeling 12.9 Grondwater lozen bij sanering; e. afdeling 12.10 Huishoudelijk afvalwater lozen; f. afdeling 12.11 Koelwater lozen; g. afdeling 12.12 Afvalwater lozen bij onderhoudswerkzaamheden aan bouwwerken; h. afdeling 12.13 Afvalwater lozen bij opslaan en overslaan van goederen; i. afdeling 12.14 Afvalwater lozen vanuit gemeentelijke voorzieningen voor inzameling en transport van afvalwater; j. afdeling 12.15 Afvalwater lozen bij schoonmaken van drinkwaterleidingen; k. afdeling 12.16 Afvalwater lozen bij calamiteitenoefeningen; l. afdeling 12.17 Afvalwater lozen bij telen, kweken, spoelen en sorteren van gewassen; m. afdeling 12.18 Afvalwater lozen bij maken van betonmortel; en n. afdeling 12.19 Beton uitwassen. Artikel 4.55 Recreatieve visvijvers exploiteren Met het oog op de doelen,
artikel 4.52, wordt bij het exploiteren van recreatieve visvijvers voldaan aan: a. afdeling 12.1 Milieu – algemeen; en b. afdeling 12.20 Recreatieve visvijvers exploiteren. Artikel 4.56 Fotografisch materiaal ontwikkelen en afdrukken Met het oog op de doelen,
artikel 4.52, wordt bij het ontwikkelen en afdrukken van fotografisch materiaal voldaan aan: a. afdeling 12.1 Milieu – algemeen; en b. afdeling 12.21 Fotografisch materiaal ontwikkelen en afdrukken Artikel 4.57 Motorvoertuigen wassen Met het oog op de doelen,
artikel 4.52, wordt bij het wassen van motorvoertuigen voldaan aan: a. afdeling 12.1 Milieu – algemeen; en b. afdeling 12.22 Motorvoertuigen wassen Artikel 4.58 Niet-industrieel voedsel bereiden Met het oog op de doelen,
artikel 4.52, wordt bij het bereiden van voedingsmiddelen met de volgende apparatuur voldaan aan: a. afdeling 12.1 Milieu – algemeen; en b. afdeling 12.23 Niet-industriële voedselbereidening. Artikel 4.59 Voedingsmiddelenbedrijf exploiteren Met het oog op de doelen,
artikel 4.57, wordt bij het verrichten van een activiteit als
artikel 3.128 van het Besluit activiteiten leefomgeving voldaan aan: a. Afdeling 12.1 Milieu – algemeen; en b. Afdeling 12.24 Voedingsmiddelenindustrie. Artikel 4.60 Dieren slachten, dierlijke bijproducten bewerken en vlees, vis of organen uitsnijden Met het oog op de doelen,
artikel 4.52, wordt bij het slachten van dieren, het bewerken van dierlijke bijproducten en het uitsnijden van vlees, vis of organen voldaan aan: a. afdeling 12.1 Milieu – algemeen; en b. afdeling 12.25 Dieren slachten, dierlijke bijproducten bewerken en vlees, vis of organen uitsnijden. Artikel 4.61 Elektriciteit opwekken met een windturbine Met het oog op de doelen,
artikel 4.52, wordt bij het opwekken van elektriciteit met een windturbine voldaan aan: a. afdeling 12.1 Milieu – algemeen; en b. afdeling 12.26 Elektriciteit opwekken met een windturbine. Artikel 4.62 Acculader in werking hebben Met het oog op de doelen,
artikel 4.52, wordt bij het in werking hebben van een acculader voldaan aan: a. afdeling 12.1 Milieu – algemeen; en b. afdeling 12.27 Acculader in werking hebben. Artikel 4.63 Parkeergelegenheid bieden in een parkeergarage Met het oog op de doelen,
artikel 4.52, wordt bij het bieden van parkeergelegenheid in een parkeergarage voldaan aan: a. afdeling 12.1 Milieu – algemeen; en b. afdeling 12.28 Parkeergelegenheid bieden in een parkeergarage. Artikel 4.64 Gelegenheid bieden voor het beoefenen van sport in de buitenlucht Met het oog op de doelen,
artikel 4.52, wordt bij het bieden van gelegenheid voor het beoefenen van sport inde buitenlucht voldaan aan: a. afdeling 12.1 Milieu – algemeen; en b. afdeling 12.29 Gelegenheid bieden voor het beoefenen van sport in de buitenlucht. Artikel 4.65 Vaste mest opslaan Met het oog op de doelen,
artikel 4.52, wordt bij het opslaan van vaste mest voldaan aan: a. afdeling12.1 Milieu – algemeen; en b. afdeling 12.30 Vaste mest opslaan. Artikel 4.66 Drijfmest, digestaat en dunne fractie opslaan Met het oog op de doelen,
artikel 4.52, wordt bij het opslaan van drijfmest, digestaat of dunne fractie voldaan aan: a. afdeling 12.1 Milieu – algemeen; en b. afdeling 12.31 Drijfmest, digestaat en dunne fractie opslaan. Artikel 4.67 Kuilvoer en vaste bijvoermiddelen opslaan Met het oog op de doelen,
artikel 4.52, wordt bij het opslaan van kuilvoer en vaste bijvoedermiddelen voldaan aan: a. afdeling 4.52 Milieu – algemeen; en b. afdeling 12.32 Opslaan van kuilvoer en andere bijvoedermiddelen. Artikel 4.68 Landbouwhuisdieren, andere zoogdieren en vogels fokken, houden en trainen Met het oog op de doelen,
artikel 4.52, wordt bij het fokken, houden en trainen van landbouwhuisdieren, andere zoogdieren en vogels voldaan aan: a. afdeling 12.1 Milieu – algemeen; en b. afdeling 12.33 Het fokken, houden of trainen van landbouwhuisdieren, andere zoogdieren of vogels. Afdeling 4.2 Gebiedstypen Paragraaf 4.2.1 Algemeen Artikel 4.69 Toepassingsbereik Deze afdeling gaat over de volgende activiteiten met gebruiksruimte: a. agrarische activiteiten; b. bedrijfsactiviteiten; c. detailhandelsactiviteiten; d. dienstverleningsactiviteiten; e. horeca-activiteiten; f. kantooractiviteiten; g. maatschappelijke activiteiten; h. recreatie-activiteiten; i. sportactiviteiten; j. woonactiviteiten; k. activiteiten in de locatie 'groen'; l. activiteiten in de locatie 'verkeer'; en m. activiteiten in de locatie 'water'. Artikel 4.70 Doelen Voor gebiedstypen gelden de volgende doelen: a. een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; b. het beschermen van een goed woon-, werk- en leefklimaat; c. het waarborgen van de veiligheid; d. het beschermen van de gezondheid; e. het beschermen van het milieu; f. de instandhouding van het bosareaal binnen de gemeente; g. het tegengaan van klimaatverandering; h. het aanpassen van de fysieke ruimte aan de gevolgen van klimaatverandering, waaronder wateroverlast en hittestress; i. het beheren van infrastructuur; j. een economisch sterke gemeente; k. een aantrekkelijk centrum; en l. het beheren van natuurgebieden. Artikel 4.71 Aanwijzing bebouwingscontour geur Er is een bebouwingscontour geur als
artikel 5.97 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Paragraaf 4.2.2 Centrum stedelijk Artikel 4.72 Aanwijzing Er is een gebiedstype centrum stedelijk. [gebiedstype centrum-stedelijk is nog niet uitgewerkt] Puntlocatie Artikel 4.73 Doelen Binnen het gebiedstype centrum stedelijk gelden de volgende doelen: a. het beschermen van een goed woon-, werk- en leefklimaat; b. een aantrekkelijk centrum; c. het beschermen van de gezondheid; en d. het waarborgen van de veiligheid. Artikel 4.74 Insluiten activiteiten met gebruiksruimte Met het oog op de doelen,
Artikel 4
.73, worden binnen het gebiedstype centrum stedelijk, voor zover het gaat om de activiteiten met gebruiksruimte als
artikel 4.69, alleen de volgende activiteiten verricht: a. bedrijfsactiviteiten; b. detailhandelsactiviteiten; c. dienstverleningsactiviteiten; d. horeca-activiteiten; e. infrastructuuractiviteiten; f. woonactiviteiten; g. activiteiten in de locatie 'groen'; h. activiteiten in de locatie 'verkeer'; en i. activiteiten in de locatie 'water'. Paragraaf 4.2.3 Centrum dorp Artikel 4.75 Aanwijzing Er is een gebiedstype centrum-dorp. Artikel 4.76 Doelen Binnen het gebiedstype centrum dorp gelden de volgende doelen: a. het beschermen van een goed woon-, werk- en leefklimaat; b. het beschermen van de gezondheid; en c. het waarborgen van de veiligheid. Artikel 4.77 Insluiten activiteiten met gebruiksruimte Met het oog op de doelen,
Artikel 4
.76, worden binnen het gebiedstype centrum dorp, voor zover het gaat om de activiteiten met gebruiksruimte als
artikel 4.69, alleen de volgende activiteiten verricht: a. agrarische activiteiten; b. bedrijfsactiviteiten; c. detailhandelsactiviteiten; d. dienstverleningsactiviteiten; e. horeca-activiteiten; f. sportactiviteiten; g. woonactiviteiten; h. activiteiten in de locatie 'groen'; i. activiteiten in de locatie 'verkeer'; en j. activiteiten in de locatie 'water'. Artikel 4.78 Detailhandelsactiviteiten
- Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden detailhandelsactiviteiten uitsluitend verricht binnen de locatie 'detailhandel'.
- Bij het verrichten van detailhandelsactiviteten wordt voldaan aan: a. paragraaf 12.2 Geluidveroorzakende activiteit verrichten; b. afdeling 13.7 Gebouw of terrein met parkeerbehoefte toevoegen en in stand houden; en c. paragraaf 6.2.13 Detailhandelsactiviteit verrichten (algemene regels). Artikel 4.79 Dienstverleningsactiviteiten
- Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden dienstverleningsactiviteiten uitsluitend verricht binnen de locatie ‘dienstverlening’.
- Bij het verrichten van dienstverleningsactiviteiten wordt voldaan aan: a. paragraaf 12.2 Geluidveroorzakende activiteit verrichten; en b. afdeling 13.7 Gebouw of terrein met parkeerbehoefte toevoegen en in stand houden. Artikel 4.80 Horeca-activiteiten
- Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden horeca-activiteiten uitsluitend verricht binnen de locatie ‘horeca’.
- Bij het verrichten van horeca-activiteiten wordt voldaan aan: a. paragraaf 12.2 Geluidveroorzakende activiteit verrichten; b. afdeling 13.7 Gebouw of terrein met parkeerbehoefte toevoegen en in stand houden; en c. paragraaf 6.2.15 Horeca-activiteit verrichten. Artikel 4.81 Woonactiviteiten
- Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden woonactiviteiten uitsluitend verricht binnen de locatie ‘wonen’.
- Bij het verrichten van woonactiviteiten wordt voldaan aan: a. paragraaf 12.2 Geluidveroorzakende activiteit verrichten; b. afdeling 13.7 Gebouw of terrein met parkeerbehoefte toevoegen en in stand houden; c. paragraaf 6.2.18 Wonen; en d. paragraaf 6.1.2 Beroep of bedrijf aan huis uitoefenen. Artikel 4.82 Activiteiten in de locatie 'groen'
- Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden activiteiten in de locatie 'groen' uitsluitend verricht binnen de locatie 'groen'.
- Bij het verrichten van activiteiten in de locatie 'groen' wordt voldaan aan: a. paragraaf 6.2.19 Activiteiten verrichten in de locatie 'groen'. Artikel 4.83 Activiteiten in de locatie 'verkeer'
- Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden activiteiten in de locatie 'verkeer' uitsluitend verricht binnen de locatie ‘verkeer'.
- Bij het verrichten van activiteiten in de locatie 'verkeer' wordt voldaan aan: a. paragraaf 6.2.20 Activiteiten verrichten in de locatie 'verkeer'. Artikel 4.84 Activiteiten in de locatie 'water'
- Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden activiteiten in de locatie 'water' uitsluitend verricht binnen de locatie ‘water'.
- Bij het verrichten van activiteiten in de locatie 'water' wordt voldaan aan: a. paragraaf 6.2.21 Activiteiten verrichten in de locatie 'water'. Paragraaf 4.2.4 Woongebied Artikel 4.85 Aanwijzing Er is een gebiedstype woongebied. Artikel 4.86 Doelen Binnen het gebiedstype woongebied gelden de volgende doelen: a. het beschermen van een goed woon-, werk- en leefklimaat; en b. het beschermen van de gezondheid. Artikel 4.87 Insluiten activiteiten met gebruiksruimte Met het oog op de doelen,
artikel 4.86, worden binnen het gebiedstype woongebied, voor zover het gaat om de activiteiten met gebruiksruimte als
artikel 4.69, alleen de volgende activiteiten verricht: a. bedrijfsactiviteiten; b. detailhandelsactiviteiten; c. dienstverleningsactiviteiten; d. horeca-activiteiten; e. kantooractiviteiten; f. maatschappelijke activiteiten; g. woonactiviteiten; h. activiteiten in de locatie 'groen'; i. activiteiten in de locatie 'verkeer'; en j. activiteiten in de locatie 'water'. Artikel 4.88 Agrarische activiteiten
- Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden agrarische activiteiten uitsluitend verricht binnen de locatie 'agrarisch'.
- Bij het verrichten van agrarische activiteiten wordt voldaan aan: a. paragraaf 6.2.8 Geluidveroorzakende activiteit verrichten - milieuzonering; b. afdeling 13.7 Gebouw of terrein met parkeerbehoefte toevoegen en in stand houden; en c. paragraaf 6.2.11 Agrarische activiteit verrichten. Artikel 4.89 Bedrijfsactiviteiten
- Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden bedrijfsactiviteiten uitsluitend verricht binnen de locatie ‘bedrijfsactiviteiten’.
- Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden de volgende bedrijfsactiviteiten niet verricht: a. Seveso-inrichtingen; b. activiteiten met betrekking tot een ippc-installatie; c. activiteiten die in aanzienlijke mate geluid kunnen veroorzaken als
artikel 5.78b van het Besluit kwaliteit leefomgeving; d. mer-plichtige of mer-beoordelingsplichtige activiteiten als
afdeling 11.2 van het Omgevingsbesluit; en e. activiteiten met externe veiligheidsrisico's als
bijlagen VII, VIII, IX en X bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, muv batterijen en meet- en regelstations.
- Bij het verrichten van bedrijfsactiviteiten wordt voldaan aan: a. paragraaf 6.2.8 Geluidveroorzakende activiteit verrichten - milieuzonering; b. afdeling 13.7 Gebouw of terrein met parkeerbehoefte toevoegen en in stand houden; en c. paragraaf 6.2.12 Bedrijfsactiviteit verrichten. Artikel 4.90 Detailhandelsactiviteiten
- Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden detailhandelsactiviteiten uitsluitend verricht binnen de locatie 'detailhandel'.
- Bij het verrichten van detailhandelsactiviteiten wordt voldaan aan: a. afdeling 12.2 Geluidveroorzakende activiteit verrichten; b. afdeling 13.7 Gebouw of terrein met parkeerbehoefte toevoegen en in stand houden; en c. paragraaf 6.2.13 Detailhandelsactiviteit verrichten. Artikel 4.91 Dienstverleningsactiviteiten
- Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden dienstverleningsactiviteiten uitsluitend verricht binnen de locatie ‘dienstverleningsactiviteiten’.
- Bij het verrichten van dienstverleningsactiviteiten wordt voldaan aan: a. afdeling 12.2 Geluidveroorzakende activiteit verrichten; b. afdeling 13.7 Gebouw of terrein met parkeerbehoefte toevoegen en in stand houden; en c. paragraaf 6.2.14 Dienstverleningsactiviteit verrichten. Artikel 4.92 Horeca-activiteiten
- Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden horeca-activiteiten uitsluitend verricht binnen de locatie horeca-1 en horeca-2
- Bij het verrichten van horeca-activiteiten wordt voldaan aan: a. paragraaf 12.2 Geluidveroorzakende activiteit verrichten; b. afdeling 13.7 Gebouw of terrein met parkeerbehoefte toevoegen en in stand houden; en c. paragraaf 6.2.15 Horeca-activiteit verrichten. Artikel 4.93 Maatschappelijke activiteiten
- Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden maatschappelijke activiteiten uitsluitend verricht binnen het gebied maatschappelijk.
- Bij het verrichten van maatschappelijke activiteiten wordt voldaan aan: a. paragraaf 12.2 Geluidveroorzakende activiteit verrichten; b. paragraaf 6.2.7 Geluidgevoelig gebouw toevoegen; c. afdeling 13.7 Gebouw of terrein met parkeerbehoefte toevoegen en in stand houden; en d. paragraaf 6.2.16 Maatschappelijke activiteiten verrichten. Artikel 4.94 Woonactiviteiten
- Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden woonactiviteiten uitsluitend verricht binnen de locatie ‘wonen’.
- Bij het verrichten van woonactiviteiten wordt voldaan aan: a. paragraaf 12.2 Geluidveroorzakende activiteit verrichten; b. afdeling 13.7 Gebouw of terrein met parkeerbehoefte toevoegen en in stand houden; c. paragraaf 6.2.18 Wonen; en d. paragraaf 6.1.2 Beroep of bedrijf aan huis uitoefenen. Artikel 4.95 Activiteiten in de locatie 'groen'
- Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden activiteiten in de locatie 'groen' uitsluitend verricht binnen de locatie 'groen'.
- Bij het verrichten van activiteiten in de locatie 'groen' wordt voldaan aan: a. paragraaf 6.2.19 Activiteiten verrichten in de locatie 'groen'. Artikel 4.96 Activiteiten in de locatie 'verkeer'
- Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden activiteiten in de locatie 'verkeer' uitsluitend verricht binnen de locatie ‘verkeer'.
- Bij het verrichten van activiteiten in de locatie 'verkeer' wordt voldaan aan: a. paragraaf 6.2.20 Activiteiten verrichten in de locatie 'verkeer'. Artikel 4.97 Activiteiten in de locatie 'water'
- Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden activiteiten in de locatie 'water' uitsluitend verricht binnen de locatie ‘water'.
- Bij het verrichten van activiteiten in de locatie 'water' wordt voldaan aan: a. paragraaf 6.2.21 Activiteiten verrichten in de locatie 'water'. Paragraaf 4.2.5 Buitengebied Artikel 4.98 Aanwijzing Er is een gebiedstype buitengebied. [gebiedstype buitengebied is nog niet uitgewerkt] Artikel 4.99 Doelen Binnen het gebiedstype buitengebied gelden de volgende doelen: a. [gebiedstype buitengebied is nog niet uitgewerkt] Artikel 4.100 Insluiten activiteiten met gebruiksruimte Met het oog op de doelen,
Artikel 4
.99, worden binnen het gebiedstype buitengebied, voor zover het gaat om de activiteiten met gebruiksruimte als
artikel 4.69, alleen de volgende activiteiten verricht: a. [gebiedstype buitengebied is nog niet uitgewerkt] Paragraaf 4.2.6 Industrieterrein Artikel 4.101 Aanwijzing Er is een gebiedstype industrieterrein. [gebiedstype industrieterrein is nog niet uitgewerkt] Artikel 4.102 Doelen Binnen het gebiedstype industrieterrein gelden de volgende doelen: a. [gebiedstype industrieterrein is nog niet uitgewerkt] Artikel 4.103 Insluiten activiteiten met gebruiksruimte Met het oog op de doelen,
Artikel 4
.102, worden binnen het gebiedstype industrieterrein, voor zover het gaat om de activiteiten met gebruiksruimte als
artikel 4.69, alleen de volgende activiteiten verricht: a. [gebiedstype industrieterrein is nog niet uitgewerkt] Paragraaf 4.2.7 Bedrijventerrein Artikel 4.104 Aanwijzing Er is een gebiedstype bedrijventerrein. [gebiedstype bedrijventerrein is nog niet uitgewerkt] Artikel 4.105 Doelen Binnen het gebiedstype bedrijventerrein gelden de volgende doelen: a. [gebiedstype bedrijventerrein is nog niet uitgewerkt] Artikel 4.106 Regels voor activiteiten met gebruiksruimte Met het oog op de doelen,
artikel 4.105, worden binnen het gebiedstype bedrijventerrein, voor zover het gaat om activiteiten met gebruiksruimte als
artikel 4.69, alleen de volgende activiteiten verricht: a. [gebiedstype bedrijventerrein is nog niet uitgewerkt] Hoofdstuk 5 Activiteiten Afdeling 5.1 Algemene bepalingen Artikel 5.1 Toepassingsbereik Een paragraaf in hoofdstuk 6 tot en met 13 is alleen van toepassing voor zover dat in hoofdstuk 4 is bepaald. Artikel 5.2 Normadressaat Aan de hoofdstukken 4 tot en met 15 wordt voldaan door degene die de activiteit verricht, tenzij anders is bepaald. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit. Artikel 5.3 Maatwerkvoorschriften 1. Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de regels over activiteiten in de hoofdstukken 4 tot en met 15, tenzij anders is bepaald. 2. Een vergunningvoorschrift als
artikel 4.5 van de wet kan aan een omgevingsvergunning als
de hoofdstukken 4 tot en met 15 worden verbonden, over de regels over activiteiten in dit hoofdstuk, tenzij anders is bepaald.
- Met een maatwerkvoorschrift of vergunningvoorschrift kan worden afgeweken van de regels over activiteiten in de hoofdstukken 4 tot en met 15, tenzij anders is bepaald of hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving zich daar tegen verzet.
- Een maatwerkvoorschrift wordt niet gesteld als over dat onderwerp een voorschrift aan een omgevingsvergunning als
de hoofdstukken 4 tot en met 15 kan worden verbonden.
- Het eerste en tweede lid gelden niet voor zover het stellen van maatwerkvoorschriften is uitgesloten in het Besluit activiteiten leefomgeving.
- Bij het stellen van een maatwerkvoorschrift over de regels in de hoofdstukken 4 tot en met 15 worden de oogmerken, met het oog waarop de regels in de betreffende titel, afdeling of paragraaf zijn gesteld, in acht genomen. Artikel 5.4 Specifieke zorgplicht Degene die een activiteit als
de hoofdstukken 4 tot en met 15 verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de oogmerken, met het oog waarop de regels in de betreffende titel, afdeling of paragraaf zijn gesteld, is verplicht: a. alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b. voor zover deze niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten, voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd. Artikel 5.5 Algemene gegevens bij een melding Een melding wordt ondertekend en bevat ten minste: a. de aanduiding van de activiteit; b. de naam en het adres van degene die de activiteit verricht; c. het adres waarop de activiteit wordt verricht; d. een situatietekening; en e. de dagtekening. Artikel 5.6 Algemene gegevens bij het verstrekken van gegevens en bescheiden Als gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders, worden die ondertekend en voorzien van: a. de aanduiding van de activiteit; b. de naam en het adres van degene die de activiteit verricht; c. het adres waarop de activiteit wordt verricht; d. een situatietekening; en e. de dagtekening. Artikel 5.7 Gegevens bij het wijzigen van naam, adres of normadressaat 1. Voordat de naam of het adres,
de artikel 5.5 of artikel 5.6, wijzigen, worden de daardoor gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.
- Ten minste vier weken voor de activiteit door een ander zal gaan worden verricht, worden de daardoor gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders. Artikel 5.8 Gegevens en bescheiden op verzoek van het college van burgemeester en wethouders
- Op verzoek van het college van burgemeester en wethouders worden de gegevens en bescheiden verstrekt die nodig zijn om te bezien of de algemene regels in dit hoofdstuk en gestelde maatwerkvoorschriften op grond van dit hoofdstuk voor de activiteit toereikend zijn gezien de ontwikkelingen van de technische mogelijkheden tot het beschermen van de fysieke leefomgeving en de ontwikkelingen met betrekking tot de kwaliteit van de fysieke leefomgeving.
- Gegevens en bescheiden worden verstrekt voor zover degene die de activiteit verricht er redelijkerwijs de beschikking over kan krijgen. Artikel 5.9 Algemene aanvraagvereisten omgevingsvergunning Gereserveerd Artikel 5.10 Gelijkwaardige maatregelen (algemeen) Gereserveerd Artikel 5.11 Informeren over een ongewoon voorval
- Het college van burgemeester en wethouders wordt onverwijld geïnformeerd over een ongewoon voorval.
- Het eerste lid geldt niet voor: a. milieubelastende activiteiten die zijn aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving; en b. ongewone voorvallen bij wonen. Artikel 5.12 Gegevens en bescheiden bij een ongewoon voorval
- Zodra de volgende gegevens en bescheiden bekend zijn, worden ze verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders: a. informatie over de oorzaken van het ongewoon voorval en de omstandigheden waaronder het ongewoon voorval zich heeft voorgedaan; b. informatie over de vrijgekomen stoffen en hun eigenschappen; c. andere gegevens die nodig zijn om de aard en de ernst van de gevolgen voor de fysieke leefomgeving te kunnen inschatten; d. en informatie over de maatregelen die zijn getroffen of worden overwogen om de nadelige gevolgen van het ongewoon voorval te voorkomen als
artikel 19.1, eerste lid, van de Omgevingswet.
- Het eerste lid geldt niet voor milieubelastende activiteiten die zijn aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteitenleefomgeving. Artikel 5.13 Informeren over bijzondere omstandigheden die geen ongewoon voorval zijn Gereserveerd Artikel 5.14 Maatregelen bij bijzondere omstandigheden in de fysieke leefomgeving Gereserveerd Artikel 5.15 Omgevingsvergunning afwijken van regels in dit omgevingsplan Gereserveerd Artikel 5.16 Algemene beoordelingsregel Gereserveerd Hoofdstuk 6 Gebruiksactiviteiten Afdeling 6.1 Gebiedsonafhankelijke gebruiksactiviteiten Paragraaf 6.1.1 Woonruimte wijzigen en gebruiken Artikel 6.1 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het bouwkundig of functioneel wijzigen en gebruiken van woonruimte. Artikel 6.2 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het behoud van de samenstelling van de woonruimtevoorraad; b. het tegengaan van onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste aan woonruimte; c. het behoud van de leefbaarheid; en d. het waarborgen van een goed woon- en leefklimaat. Artikel 6.3 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
- Het is verboden zonder omgevingsvergunning een woonruimte te gebruiken anders dan voor één huishouden.
- Het is verboden zonder omgevingsvergunning een woonruimte te splitsen tot twee of meer zelfstandige woonruimten.
- Het verbod in dit artikel geldt niet voor huisvesting in verband met mantelzorg. Artikel 6.4 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning
- Bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning als
artikel 6.3, eerste lid, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een beschrijving van het gewenste woonruimtegebruik; en b. bij verhuur een document waaruit blijkt dat:
- er is geparticipeerd met omwonenden;
- er afspraken gemaakt zijn over regels opgelegd aan huurders; en
- omwonenden te allen tijde de verhuurder kunnen aanspreken bij klachten.
- Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning als
artikel 6.3, tweede lid, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de plattegrond van iedere verdieping van het gebouw (op dit moment en na splitsing); b. het oppervlak van de te gebruiken bijbehorende bouwwerken in vierkante meters; c. het aantal bewoners in de kangoeroewoning; en d. de aanwezige parkeerplaatsen en nieuw te realiseren parkeerplaatsen. Artikel 6.5 Beoordelingsregels omgevingsvergunning 1. De omgevingsvergunning als
artikel 6.3, eerste lid, wordt alleen verleend als: a. er sprake is van een ondergeschikte één of tweepersoonswoning, die een in- of aangebouwd deel uitmaakt van een woning of ondergebracht is in een bijbehorend bouwwerk bij de woning; b. het aantal vierkante meters voor bijbehorende bouwwerken conform geldende wet- en regelgeving niet wordt overschreden; c. de kangoeroewoning bewoond wordt door maximaal twee personen; d. er geen sprake is van een nieuw adres; e. er sprake is van sociale binding; f. de uitkomst van de afweging voldoende houvast bieden voor handhaving; g. overlast op de omgeving wordt voorkomen; en h. er geen onevenredige parkeerdruk ontstaat. 2. In afwijking van het eerste lid, onder b, kunnen meer vierkante meters worden toegestaan wanneer hier een goede motivering voor kan worden gegeven, dit ter beoordeling van het college. 3. De omgevingsvergunning als
artikel 6.3, tweede lid, wordt alleen verleend als: a. er aan niet meer personen een kamer wordt verhuurd dan het aantal slaapkamers dat in het oorspronkelijke hoofdgebouw aanwezig is, met uitzondering van maximaal één slaapkamer op de zolder; b. de woonruimte voldoet aan alle geldende regelgeving die bij moment van aanvraag van toepassing is; c. bij verhuur aan buitenlandse werknemers: de verhuurder is aangesloten bij Stichting Normering Flexwonen en een certificaat hiervan kan overleggen bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning; d. er een nachtregister wordt bijgehouden wanneer er sprake is van een verblijf korter dan 4 maanden.
- In afwijking van het derde lid, onder a, kan een koppel dat door een huwelijksovereenkomst of samenlevingscontract kan aantonen dat ze een stel zijn, gezamenlijk één slaapkamer gebruiken, waarbij geldt dat niet meer dan één koppel in de woning woont.
- In afwijking van het derde lid kan de omgevingsvergunning worden geweigerd als sprake is of is geweest van ernstige overlast situaties bij of vanuit de betreffende woning, of andere woningen van dezelfde verhuurder.
- In afwijking van het derde lid kan de omgevingsvergunning voor een woning buiten het centrumgebied van Drachten worden geweigerd als er binnen een afstand van 200 meter al een woning aanwezig is waar met omgevingsvergunning kamers worden verhuurd. Paragraaf 6.1.2 Beroep of bedrijf aan huis uitoefenen Artikel 6.6 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het uitoefenen van een beroep of bedrijf aan huis. Artikel 6.7 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. de milieusituatie; b. het waarborgen van een goed woon- en leefklimaat; c. het voorkomen van verkeers- of parkeeroverlast; d. ruimte bieden aan economische activiteiten; e. het beschermen van de verkeersveiligheid; en f. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. Artikel 6.8 Specifieke zorgplicht De specifieke zorgplicht,
artikel 5.4, houdt voor het uitoefenen van beroep of bedrijf aan huis in ieder geval in dat: a. omwonenden niet onevenredig veel hinder ondervinden van de bedrijfsactiviteiten; en b. er geen verkeers- of parkeeroverlast ontstaat als gevolg van de activiteit. Artikel 6.9 Algemene regels beroep of bedrijf aan huis
- Een beroep of bedrijf aan huis wordt door de hoofdbewoner van het perceel uitgeoefend.
- De bruto oppervlakte waarop het beroep of bedrijf aan huis wordt uitgeoefend is ten hoogste 30% van de totale begane grondvloeroppervlakte van de bebouwing op het perceel, tot een maximum van 50 m
- Bij het beroep of bedrijf aan huis worden geen goederen verhandeld die ergens anders zijn gemaakt of verwerkt, tenzij het bedrijf aan huis een webwinkel is.
- Het beroep of bedrijf aan huis is geen milieubelastende activiteit als
afdeling 12.21 tot en met 12.23, afdeling 12.25, afdeling 12.33, of hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving. Artikel 6.10 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning personeel in dienst te hebben voor het uitoefenen van een beroep of bedrijf aan huis. Artikel 6.11 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een opgave van het aantal medewerkers dat zal worden aangenomen; b. een beschrijving van de activiteiten in relatie tot onevenredige hinder; en c. een motivatie dat, en op welke manier, verkeers- of parkeeroverlast wordt voorkomen. Artikel 6.12 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning wordt in ieder geval geweigerd als onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: a. de milieusituatie; b. de verkeersveiligheid; of c. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. Paragraaf 6.1.3 Bêd en brochje verzorgen Artikel 6.13 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het verzorgen van een bêd en brochje. Artikel 6.14 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het waarborgen van een goed woon- en leefklimaat; b. het voorkomen van verkeers- of parkeeroverlast; c. het bevorderen van het toerisme; en d. het bieden van ruimte aan economische activiteiten. Artikel 6.15 Specifieke zorgplicht De specifieke zorgplicht,
artikel 5.4, houdt voor het verzorgen van een bêd en brochje in ieder geval in dat: a. omwonenden niet onevenredig veel hinder ondervinden van de bêd en brochje; en b. er geen verkeers- of parkeeroverlast ontstaat als gevolg van de activiteiten van de bêd en brochje. Artikel 6.16 Algemene regels bêd en brochje verzorgen
- De bêd en brochje wordt verzorgd door de hoofdbewoner(s) van het perceel.
- De hoofdbewoner heeft voor het verzorgen van bêd en brochje geen personeel in dienst.
- Er worden per woonadres niet meer dan 2 gastenkamers ter beschikking gesteld als slaapvertrek voor bêd en brochje.
- De bedrijfsvloeroppervlakte waarop de bed en brôchje wordt uitgeoefend is ten hoogste 70 m
- Paragraaf 6.1.4 Reclame plaatsen Artikel 6.17 Toepassingsbereik
- Deze paragraaf gaat over: a. het aanbrengen en maken van reclame in het openbaar toegankelijk gebied; en b. het aanbrengen en maken van reclame op of aan een onroerende zaak die zichtbaar is vanuit het openbaar toegankelijk gebied.
- Deze paragraaf gaat niet over het plaatsen van een object op de weg,
afdeling 13.1 Artikel 6.18 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het behoeden van de staat en werking van de openbare weg en het openbaar water voor nadelige gevolgen van activiteiten op of rond die weg of dat water; b. het bevorderen van de verkeersveiligheid; c. het beperken van hinder; d. het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte; en e. het beschermen van het aanzien van het openbaar toegankelijk gebied. Artikel 6.19 Meldingsplicht
- Het is verboden opschriften of aankondigingen van kennelijk tijdelijke aard aan te brengen zonder dit ten minste twee weken voor het begin ervan te melden.
- Een melding bevat: a. het aantal en de afmetingen van het opschrift of de aankondiging; b. de te gebruiken materialen, kleuren en verlichting; en c. de tekst van het opschrift of de aankondiging.
- Het verbod geldt niet als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in artikel 6.20, vierde lid. Artikel 6.20 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
- Het is verboden zonder omgevingsvergunning reclame aan te brengen en te maken op of aan een onroerende zaak met een opschrift, aankondiging of afbeelding, zichtbaar vanaf de openbare weg.
- Het verbod geldt niet voor: a. opschriften, aankondigingen of afbeeldingen op of aan onroerende zaken die zijn aangewezen door de overheid; en b. opschriften of aankondigingen, gezamenlijk kleiner dan 0,50 m2, waarvan de langste zijde korter is dan 1 m en die betrekking hebben op:
- het uitoefenen van een beroep, dienst of bedrijf in de onroerende zaak; of
- een openbare verkoping of een aanbieding ter verkoop, verhuur of verpachting van een onroerende zaak, alleen voor zolang zij feitelijke betekenis hebben.
- Het verbod geldt ook niet voor: a. opschriften die betrekking hebben op de naam of aard van in uitvoering zijnde bouwwerken of op de namen van degenen die bij het ontwerp of de uitvoering van het bouwwerk betrokken zijn, mits deze opschriften zijn aangebracht op borden bij of op de in uitvoering zijnde bouwwerken zelf en alleen voor zolang zij feitelijke betekenis hebben; en b. opschriften of aankondigingen op onroerende zaken voor het openbaar vervoer, ten behoeve van dat vervoer.
- Het verbod geldt ook niet voor opschriften of aankondigingen van kennelijk tijdelijke aard, alleen voor zolang zij feitelijke betekenis hebben, met een maximale duur van 9 weken. Artikel 6.21 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning
- Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. het aantal en de afmetingen van de reclame; b. de hoogte van de reclame, gemeten vanaf het maaiveld tot de onderkant; c. de te gebruiken materialen, kleuren en verlichting; en d. de tekst van de reclame.
- Als een andere dan de eigenaar, beperkt zakelijk gerechtigde of gebruiker van de onroerende zaak met diens toestemming handelsreclame maakt of voert, vermeldt de aanvrager in de aanvraag de naam, het adres en de woonplaats van die ander. Artikel 6.22 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: a. de verkeersveiligheid wordt beschermd; b. als het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, geen afbreuk doet aan de goede omgevingskwaliteit, beoordeeld volgens de beleidsregel,
artikel 4.19 van de Omgevingswet; en c. overlast van het gebruik van de onroerende zaak wordt voorkomen of zo veel mogelijk beperkt. Paragraaf 6.1.5 Objecten op openbaar water plaatsen Artikel 6.23 Toepassingsbereik
- Deze paragraaf gaat over het plaatsen van objecten in openbaar water, met uitzondering van een vaartuig.
- Deze paragraaf gaat niet over activiteiten die worden gereguleerd in het Binnenvaartpolitiereglement. Artikel 6.24 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van de veiligheid op het openbaar water; en b. het behoeden van de staat en werking van het openbaar water voor nadelige gevolgen van activiteiten op of rond dat water. Artikel 6.25 Specifieke zorgplicht De specifieke zorgplicht,
artikel 5.4, houdt voor het plaatsen van objecten in openbaar water in ieder geval in dat het object: a. geen gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan; en b. geen belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water. Artikel 6.26 Meldingsplicht
- Het is verboden een steiger, meerpaal of een ander voorwerp met permanent karakter op, in of boven openbaar water te plaatsen zonder dit ten minste twee weken voor het begin ervan te melden.
- De melding bevat in ieder geval een beschrijving van de aard en omvang van het voorwerp. Artikel 6.27 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
- Het is verboden zonder omgevingsvergunning een object te plaatsen, aan te brengen of te hebben op openbaar water binnen de locatie 'havengebied'.
- Het eerste lid is niet van toepassing op het plaatsen, aanbrengen of hebben van scheepstoebehoren en voorzieningen die gebruikt worden bij het laden en lossen van schepen. Artikel 6.28 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een beschrijving van de aard en omvang van het object; b. de locatie waar het object wordt geplaatst; en c. een motivering waarom het object geplaatst moet worden. Artikel 6.29 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning wordt alleen geweigerd als de belangen,
artikel 6.24, niet onevenredig worden geschaad. Paragraaf 6.1.6 Activiteiten in belemmeringengebied leidingen Artikel 6.30 Toepassingsbereik
- Deze paragraaf gaat over het verrichten van een activiteit in het belemmeringengebied leidingen.
- Deze paragraaf gaat niet over het verrichten van een activiteit in het belemmeringengebied gasleidingen.
- Deze paragraaf gaat niet over het bouwen in een belemmeringengebied gasleidingen
- Deze paragraaf gaat niet over het aanleggen en uitvoeren van werkzaamheden in een belemmeringengebied gasleidingen Artikel 6.31 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op de bescherming van de in de grond aanwezige kabels, leidingen en ondersteunende werken. Artikel 6.32 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
- Het is verboden zonder omgevingsvergunning in het belemmeringengebied leidingen: a. te graven, als de diepte van de graafwerkzaamheden meer is dan 30 cm; b. diepwortelende beplanting aan te brengen of te verwijderen onder het maaiveld; c. voorwerpen in te drijven; d. waterlopen aan te leggen, te vergraven, te verruimen of te dempen; e. de grond op te hogen boven het maaiveld; of f. verharding aan te brengen.
- Het verbod geldt niet voor graafwerkzaamheden bij normaal onderhoud aan bouwwerken of andere werken. Artikel 6.33 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een tekening of ingetekende luchtfoto met daarop de locatie van de activiteit; b. de reden voor de activiteit; c. een beschrijving van de aard en omvang van de activiteit; en d. een beschrijving van de maatregelen die worden genomen om de kans op schade aan kabels en leidingen te beperken. Artikel 6.34 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: a. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de bescherming van de in de grond aanwezige kabels, leidingen en ondersteunende werken; en b. maatregelen worden getroffen om eventuele schade aan de leidingen te beperken. Paragraaf 6.1.7 Activiteiten met betrekking tot het instandhouden van gasleidingen Artikel 6.35 Toepassingsbereik
- Deze paragraaf gaat over het verrichten van een activiteit in het belemmeringengebied gasleidingen.
- Deze paragraaf gaat niet over het bouwen in een belemmeringengebied gasleidingen
- Deze paragraaf gaat niet over het aanleggen en uitvoeren van werkzaamheden in een belemmeringengebied gasleidingen Artikel 6.36 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het behoud en het creëren van ruimte binnen het belemmeringengebied van de buisleiding voor bestaande en toekomstige activiteiten van de landelijk netbeheerder; b. bescherming van het gastransportnet tegen activiteiten binnen het belemmeringengebied van het gastransportnet; en c. het waarborgen van de omgevingskwaliteit in de nabijheid van het gastransportnet. Artikel 6.37 Activiteiten Deze paragraaf is van toepassing op de volgende activiteiten: a. het realiseren, in stand houden en in werking hebben van een buisleiding voor het transport van gas, inclusief voorzieningen; en b. bijbehorende activiteiten. Artikel 6.38 Verbod Het is verboden om het gebruik van een bestaand bouwwerk te wijzigen van beperkt kwetsbaar gebouw in het gebruik als kwetsbaar of zeer kwetsbaar gebouw. Artikel 6.39 Algemene regels Er worden uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de in artikel 6.37 aangewezen activiteiten gerealiseerd. Artikel 6.40 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning in het belemmeringengebied gasleidingen bouwwerken te bouwen. Artikel 6.41 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een tekening of ingetekende luchtfoto met daarop de locatie van de activiteit; b. de reden voor de activiteit; c. een beschrijving van de aard en omvang van de activiteit; en d. een beschrijving van de maatregelen die worden genomen om de kans op schade aan kabels en leidingen te beperken. Artikel 6.42 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: a. het toe te laten bouwwerk geen kwetsbaar of zeer kwetsbaar gebouw is; b. het toe te laten bouwwerk de veiligheid van de buisleiding niet schaadt. Burgemeester en wethouders betrekken hierbij het schriftelijk advies van de leidingbeheerder; c. het toe te laten bouwwerk, gelet op de oogmerken van deze paragraaf geen negatieve gevolgen heeft voor het veilig, betrouwbaar en duurzaam functioneren van het gastransportnet. Paragraaf 6.1.8 Bouwen in een belemmeringengebied gasleidingen Artikel 6.43 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over bouwen in het belemmeringengebied gasleidingen. Artikel 6.44 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het behoud en het creëren van ruimte binnen het belemmeringengebied van de buisleiding voor bestaande en toekomstige activiteiten van de landelijk netbeheerder; b. bescherming van het gastransportnet tegen activiteiten binnen het belemmeringengebied van het gastransportnet; en c. het waarborgen van de omgevingskwaliteit in de nabijheid van het gastransportnet. Artikel 6.45 Activiteiten Deze paragraaf is van toepassing op het bouwen van bouwwerken in het belemmeringengebied gasleidingen. Artikel 6.46 Algemene regels Er worden uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de in artikel 6.37 aangewezen activiteiten gerealiseerd. Artikel 6.47 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning in het belemmeringengebied gasleidingen bouwwerken te bouwen. Artikel 6.48 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een tekening of ingetekende luchtfoto met daarop de locatie van de activiteit; b. de reden voor de activiteit; c. een beschrijving van de aard en omvang van de activiteit; en d. een beschrijving van de maatregelen die worden genomen om de kans op schade aan kabels en leidingen te beperken. Artikel 6.49 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: a. het toe te laten bouwwerk geen kwetsbaar of zeer kwetsbaar gebouw is; b. het toe te laten bouwwerk de veiligheid van de buisleiding niet schaadt. Burgemeester en wethouders betrekken hierbij het schriftelijk advies van de leidingbeheerder; en c. het toe te laten bouwwerk, gelet op de oogmerken van deze paragraaf geen negatieve gevolgen heeft voor het veilig, betrouwbaar en duurzaam functioneren van het gastransportnet. Paragraaf 6.1.9 Aanleggen en uitvoeren van werkzaamheden in een belemmeringengebied gasleidingen Artikel 6.50 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het aanleggen en uitvoeren van werkzaamheden in het belemmeringengebied gasleidingen. Artikel 6.51 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het behoud en het creëren van ruimte binnen het belemmeringengebied van de buisleiding voor bestaande en toekomstige activiteiten van de landelijk netbeheerder; b. bescherming van het gastransportnet tegen activiteiten binnen het belemmeringengebied van het gastransportnet; en c. het waarborgen van de omgevingskwaliteit in de nabijheid van het gastransportnet. Artikel 6.52 Activiteiten Deze paragraaf is van toepassing op de volgende activiteiten: a. het uitvoeren van grondbewerkingen, zoals afgraven, ophogen, vergraven, diepploegen, egaliseren van gronden en het aanleggen van drainagesystemen; b. het aanleggen van wegen, paden, parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; c. het aanbrengen en rooien van diepwortelende beplantingen en bomen; d. het indrijven van voorwerpen in de bodem; e. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van watergangen, zoals sloten, greppels of overige wateren; en f. het opslaan van goederen, (brandbare) stoffen en materialen. Artikel 6.53 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
- Het is verboden zonder omgevingsvergunning activiteiten als
artikel 6.52 te verrichten. 2. Dit verbod is niet van toepassing op: a. activiteiten die al in uitvoering waren voor inwerkingtreding van dit plan; b. activiteiten die door of in opdracht van de beheerder van de buisleiding worden verricht in verband met de oogmerken genoemd in deze paragraaf; c. activiteiten die graafwerkzaamheden betreffen als
artikel 1, eerste lid, van de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken; en d. activiteiten die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwactiviteit, waarvoor een omgevingsvergunning is verleend. Artikel 6.54 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een tekening of ingetekende luchtfoto met daarop de locatie van de activiteit; b. de reden voor de activiteit; c. een beschrijving van de aard en omvang van de activiteit; en d. een beschrijving van de maatregelen die worden genomen om de kans op schade aan kabels en leidingen te beperken. Artikel 6.55 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: a. de activiteit de veiligheid van de buisleiding niet schaadt. Burgemeester en wethouders betrekken hierbij het schriftelijk advies van de leidingbeheerder; en b. de activiteit, gelet op de oogmerken van deze paragraaf, geen negatieve gevolgen heeft voor het veilig, betrouwbaar en duurzaam functioneren van het gastransportnet. Paragraaf 6.1.10 Ligplaats innemen met een vaartuig Artikel 6.56 Toepassingsbereik
- Deze paragraaf gaat over het innemen van een ligplaats met een vaartuig, anders dan een woonschip.
- Deze paragraaf gaat ook over het aanleggen en ankeren van een vaartuig. Artikel 6.57 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het waarborgen van een goede milieuhygiëne; b. het beschermen van de volksgezondheid; c. het beschermen van de veiligheid op het openbaar water; en d. het beschermen van het uiterlijk aanzien van de gemeente. Artikel 6.58 Verbod
- Het is verboden een ligplaats in te nemen met een vaartuig buiten de locatie 'ligplaats toegestaan'.
- Het is verboden een vaartuig aan te leggen of te ankeren op de locaties 'ankeren verboden'.
- Het is verboden buiten de locaties 'ankeren verboden' een vaartuig langer dan drie dagen of gedeelten daarvan op dezelfde plaats aan te leggen of te ankeren.
- Het verbod,
het derde lid, is ook van toepassing bij het aanleggen of ankeren van een vaartuig als het vaartuig binnen vijf dagen op dezelfde aanlegplaats nadat het vaartuig is verplaatst, wordt aangelegd. Artikel 6.59 Algemene regels
- Een vaartuig buiten de locatie 'ankeren verboden' ligt drie dagen op dezelfde plaats als het op de eerste dag en op de vierde dag op dezelfde plaats is aangelegd.
- Een vaartuig buiten de locatie 'ankeren verboden' ligt drie dagen op dezelfde plaats als het vaartuig binnen een straal van 500 m van eerder ingenomen plaats wordt aangetroffen. Paragraaf 6.1.11 Ligplaats innemen met een woonschip Artikel 6.60 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het innemen van een ligplaats met een woonschip. Artikel 6.61 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het waarborgen van goede milieuhygiëne; en b. het beschermen van het uiterlijk aanzien van het openbaar water. Artikel 6.62 Algemene regels omgevingsvergunning ligplaats woonschepen
- De eigenaar bewoont het schip permanent en staat ingeschreven in de Gemeentelijke basisadministratie.
- Het woonschip wordt aangesloten aan een drinkwaterleiding.
- Het woonschip wordt aangesloten aan het openbaar riool. Artikel 6.63 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
- Het is verboden zonder omgevingsvergunning met een woonschip een ligplaats in te nemen of beschikbaar te stellen binnen de woonschepenhaven.
- Het verbod in het eerste lid geldt niet: a. voor een woonschip op doorreis dat minder dan zeven dagen lang een ligplaats inneemt binnen ligplaats woonschip; b. voor het uitvoeren van werkzaamheden van tijdelijke aard door de gebruiker van het woonschip; of c. voor een woonschip dat bestemd is ter vervanging van het woonschip waar een vergunning voor is verleend.
- In afwijking van het tweede lid, onder a, wordt de termijn van zeven dagen verlengd bij slechte vaar- of weersomstandigheden, zolang die omstandigheden voortduren.
- Bij wijziging of vervanging van het woonschip: a. wordt een aanvraag ingediend tot wijziging van de omgevingsvergunning; of b. wordt de wijziging of verandering hersteld in de oorspronkelijke staat bij handelen in strijd met de verleende omgevingsvergunning. Artikel 6.64 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de locatie; b. de afmetingen van het woonschip; c. de startdatum van de activiteit; en d. de duur van de activiteit. Artikel 6.65 Beoordelingsregels omgevingsvergunning
- De omgevingsvergunning wordt in ieder geval geweigerd als: a. de eigenaar al een omgevingsvergunning voor het innemen van een ligplaats op zijn/haar naam heeft; b. voor de ligplaats al een omgevingsvergunning is verleend; c. er geen permanente bewoning op het woonschip plaatsvindt; en d. niet aannemelijk is dat de aanvrager binnen vier weken na het indienen van de aanvraag de ligplaats kan innemen.
- De omgevingsvergunning wordt verleend op naam van de eigenaar met vermelding van de plaatsaanduiding van de ligplaats, de bijbehorende voorzieningen en de kenmerken van het woonschip.
- De omgevingsvergunning kan niet worden overgedragen aan een volgende eigenaar. Artikel 6.66 Wijziging en intrekking omgevingsvergunning De omgevingsvergunning wordt ingetrokken als: a. onjuiste gegevens zijn verstrekt; b. de gegevens in de vergunning niet overeenkomen met de feitelijke situatie; c. niet wordt voldaan aan de vereisten in artikel 6.63 en 6.65; d. het woonschip het uiterlijk aanzien aantast; e. het woonschip niet voldoet aan de veiligheid- en gezondheidseisen; f. het woonschip zonder toestemming langer dan acht aaneengesloten weken niet op de ligplaats heeft gelegen; g. de ligplaats is voorzien van voorzieningen die niet zijn vermeld op de omgevingsvergunning; of h. het woonschip wordt verhuurd door de eigenaar die het woonschip niet zelf bewoont. Artikel 6.67 Verbod ligplaats innemen
- Het is verboden een ligplaats in te nemen met een woonschip buiten de locatie woonschepenhaven.
- Het verbod geldt niet voor een woonschip op doorreis dat minder dan zeven dagen lang een ligplaats inneemt binnen 'ligplaats woonschip'.
- Het college kan met een tijdelijke omgevingsvergunning afwijken van het eerste lid, voor: a. een woonschip waarvan de gebruiker een functie vervult bij de uitvoering van werken van tijdelijke aard in de gemeente, mits de gebruiker voor de aanvang van het werk geen inwoner was van de gemeente Smallingerland; of b. een woonschip dat bestemd is ter vervanging van het woonschip waar een vergunning voor is verleend. Paragraaf 6.1.12 Opslag van voer- en vaartuigen, mest, afvalstoffen en dergelijke Artikel 6.68 Toepassingsbereik
- Deze paragraaf gaat over het in de openlucht en buiten een weg opslaan van de volgende goederen: a. een onbruikbaar of aan de oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of vaartuig of onderdelen daarvan; b. een bromfiets of motorvoertuig of onderdelen daarvan; c. kampeermiddelen, voor zover het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel doel; d. mest en gier, een verzameling vuil, ingekuild gras, loof of pulp, ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen of oude metalen.
- Deze paragraaf gaat niet over activiteiten als
hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving. Artikel 6.69 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het voorkomen of beperken van overlast; b. het voorkomen van schade aan de volksgezondheid; en c. het voorkomen van schade aan het uiterlijk aanzien van de omgeving. Artikel 6.70 Verbod opslag Het is verboden activiteiten als
artikel 6.68 te verrichten. Paragraaf 6.1.13 Kamperen buiten kampeerterrein Artikel 6.71 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het kamperen buiten een kampeerterrein. Artikel 6.72 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van natuur en landschap; en b. het beschermen van het uiterlijk aanzien van de gemeente. Artikel 6.73 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
- Het is verboden zonder omgevingsvergunning te kamperen buiten een kampeerterrein.
- Het verbod geldt niet voor kamperen door sportvissers met een eenvoudig nachtelijk onderkomen van maximaal 7 m2 tijdens de uitoefening van de hengelsport, met uitzondering van het gebied verbod hengelsportonderkomen. Artikel 6.74 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een tekening of ingetekende luchtfoto met daarop de locatie van de kampeermiddelen; en b. de voorgenomen tijdsduur van de activiteit. Artikel 6.75 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: a. de activiteit geen nadelige gevolgen heeft voor de natuur en landschappelijke elementen; en b. voor zover de activiteit zichtbaar is vanuit openbaar toegankelijk gebied: als het uiterlijk aanzien van de openbare ruimte niet onevenredig wordt geschaad. Paragraaf 6.1.14 Door een groenvoorziening rijden Artikel 6.76 Toepassingsbereik
- Deze paragraaf gaat over: a. het rijden met voertuigen over een berm of door een groenvoorziening; en b. het laten staan van een voertuig in een groenvoorziening.
- Deze paragraaf gaat niet over activiteiten die worden gereguleerd door hoofdstuk 8 of 11 van het Besluit activiteiten leefomgeving of de Omgevingsverordening Fryslân. Artikel 6.77 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. de natuurbescherming; b. het beschermen van het milieu; en c. het voorkomen van overlast. Artikel 6.78 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
- Het is verboden zonder omgevingsvergunning met een voertuig te rijden over, of deze te laten staan in, een park of plantsoen of een van gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook.
- Het verbod,
het eerste lid, geldt niet: a. op de weg; b. voor voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden door of vanwege de overheid; c. voor voertuigen, waarmee standplaats wordt of is ingenomen op terreinen die voor dit doel zijn bestemd. Artikel 6.79 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een beschrijving van de uit te voeren activiteit; en b. de periode waarbinnen de activiteit wordt uitgevoerd. Artikel 6.80 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning kan worden geweigerd als de belangen,
artikel 6.77, onevenredig worden geschaad. Artikel 6.81 Verbod rijden over berm
- Het is verboden met een voertuig zonder rubberbanden te rijden over de berm, glooiing of zijkant van de weg.
- Het verbod geldt niet: a. voor beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening; of b. als de omstandigheden het rijden met een voertuig over de berm, zijkant of glooiing van de weg in redelijkheid vereisen. Paragraaf 6.1.15 Opbreken en graven in openbaar toegankelijk gebied Artikel 6.82 Toepassingsbereik
- Deze paragraaf gaat over het opbreken en graven in openbaar toegankelijk gebied.
- Deze paragraaf gaat niet over het aanleggen, in stand houden en verwijderen van een kabel als
artikel 1.1 van de Telecommunicatie. Artikel 6.83 Oogmerken De regels in deze paragraaf worden gesteld met het oog op: a. het bevorderen van de verkeersveiligheid; b. het beperken van hinder; c. de doelmatige verdeling van de ondergrondse ruimte; d. het beschermen van het openbaar groen; en e. het waarborgen van het veilige en doelmatige gebruik van het openbaar toegankelijk gebied Artikel 6.84 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
- Het is verboden zonder omgevingsvergunning, anders dan voor het aanleggen, in stand houden en verwijderen van een kabel of leiding: a. de verharding in openbaar toegankelijk gebied op te breken; b. te graven in openbaar toegankelijk gebied
- Het is verboden zonder omgevingsvergunning voor het aanleggen, in stand houden en verwijderen van een kabel of leiding: a. de verharding in openbaar toegankelijk gebied op te breken; en b. te graven in openbaar toegankelijk gebied.
- Het verbod,
het tweede lid, geldt niet voor spoedeisende gevallen. 4. Het verbod,
het tweede lid, geldt niet voor aanleggen, in stand houden en verwijderen van een kabel of leiding: a. in een reeds aanwezige voorziening met een maximale opbreking van 4m2; b. bij reparaties en onderhoudswerkzaamheden over een lengte van minder dan 10 m; c. voor een of meer huisaansluitingen met een gezamenlijke lengte van minder van 10 m, waarbij geen gesloten verharding of groenvoorziening wordt doorkruist; d. bij het plaatsen van maximaal 2 handholes; en e. bij het maken van lasgaten met een maximale oppervlakte van 4m2 in de openbare ruimte.
- Het vierde lid geldt niet als: a. een bovengrondse voorziening wordt aangebracht of vervangen; b. een boring of persing wordt toegepast; of c. de openbare weg wordt gekruist. Artikel 6.85 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning
- Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het opbreken en graven in openbaar toegankelijk gebied worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een tekening of ingetekende luchtfoto met daarop de locatie van de activiteit; b. de reden voor het opbreken en graven; en c. het tijdstip en de duur van de activiteit.
- Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het aanleggen, in stand houden en verwijderen van een kabel of leiding worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. naam, adres en contactgegevens van de persoon die de kabel beheert, exploiteert of in eigendom heeft; b. een opgave van het aantal kabels en/of buizen dat direct met kavels wordt gevuld of ingeblazen; c. een opgave van het aantal buizen dat leeg wordt ingebracht; d. een opgave van de belanghebbenden en instanties die vooraf op de hoogte worden gehouden van de start, einde en aard van de werkzaamheden; e. een omschrijving van de verkeersmaatregelen; f. een omschrijving of toelichting van een derde is vereist en om welke derde het gaat; g. een uitvoeringsplan met:
- een omschrijving van de werkzaamheden;
- het tijdstip en de duur van de activiteit;
- een BGT-tekening met een opgave van het gewenste tracé;
- een tekening met een duidelijke topografie en straatnaamgeving;
- een omschrijving van de locatie en objecten die tijdens de uitvoering worden geplaatst;
- een opgave van boven- en ondergrondse voorzieningen met plaats en afmetingen;
- een omschrijving van de opbrekingen van de verharding;
- de doorsnede van de kabel en kabelgoot;
- een opgave van de ondergrondse of bovengrondse kasten waar geen omgevingsvergunning voor is vereist;
- naam, adres en contactgegevens van de contactpersoon of aannemers;
- maatregelen die de bereikbaarheid van de aanwezige kabels en leidingen waarborgen;
- een omschrijving van de bereikbaarheid van percelen en opstallen;
- als het openbaar toegankelijk gebied als werkterrein wordt ingericht: vermelding op de tekening; en
- een omschrijving van de omstandigheden. Artikel 6.86 Beoordelingsregels omgevingsvergunning
- De omgevingsvergunning voor het opbreken en graven in openbaar toegankelijk gebied wordt alleen geweigerd als: a. het veilige en doelmatige gebruik van het openbaar toegankelijk gebied onevenredig wordt gehinderd; b. de bereikbaarheid van de gronden of gebouwen onevenredig wordt belemmerd; en c. het doelmatig beheer van het openbaar toegankelijk gebied onevenredig wordt gehinderd.
- De omgevingsvergunning voor het aanleggen, in stand houden en verwijderen van een kabel of leiding wordt alleen geweigerd als: a. het veilige en doelmatige gebruik van het openbaar toegankelijk gebied onevenredig wordt gehinderd; b. de bereikbaarheid van gronden of gebouwen onevenredig wordt belemmerd; c. de doelmatige verdeling van de ondergrondse ruimte wordt belemmerd; en d. het doelmatig beheer van het openbaar toegankelijk gebied onevenredig wordt gehinderd. Artikel 6.87 Meldingsplicht kabels en leidingen
- Het is verboden een kabel of leiding aan te leggen, in stand te houden en te verwijderen zonder dit ten minste twee werkdagen voor het begin ervan te melden.
- De melding bevat: a. naam, adres en contactgegevens van de aanvrager; b. naam, adres en contactgegevens van een derde als het project wordt uitgevoerd door die derde; c. een omschrijving van de aard en omvang van het project; d. het type werkzaamheden dat wordt verricht; en e. het tijdstip en de duur van de activiteit.
- in afwijking van het eerste lid is het bij spoedeisende gevallen verboden een kabel of leiding aan te leggen, in stand te houden en te verwijderen zonder dit voor het begin ervan te melden of binnen twee werkdagen na het verrichten ervan.
- Dit artikel geldt niet als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in 6.84, tweede lid. Artikel 6.88 Informatieplicht start werkzaamheden kabels en leidingen Ten minste twee werkdagen voor de start worden omwonenden door de grondroerder geïnformeerd over de aanvang, duur, aard en plaats van de werkzaamheden. Artikel 6.89 Algemene regels kabels en leidingen Bij het aanleggen, in stand houden en verwijderen van een kabel of leiding wordt het Handboek Kabels en Leidingen gemeente Smallingerland gevolgd. Artikel 6.90 Algemene regels afloop werkzaamheden
- Het aanleggen, in stand houden en verwijderen van een kabel of leiding wordt binnen 3 maanden na aanvang voltooid.
- In afwijking van het eerste lid kan de termijn voor voltooiing van de werkzaamheden bij bijzondere gevallen langer duren en bij evenementen korter duren. Artikel 6.91 Verwijderen kabel en leiding Bij een geheel of gedeeltelijke intrekking, opzegging of verlopen omgevingsvergunning wordt de leiding verwijderd binnen een door het bevoegd gezag gestelde termijn. Artikel 6.92 Bijzondere omstandigheden
- Extreme weersomstandigheden is een bijzondere omstandigheid als
artikel 19.0 van de Omgevingswet.
- Het bevoegd gezag stelt vast dat, in geval van extreme weersomstandigheden, het opbreken van de verharding of het graven in openbaar toegankelijk gebied of het aanleggen of verwijderen van kabels of leidingen in openbaar toegankelijk gebied tijdelijk verboden is. Afdeling 6.2 Gebiedsgerichte activiteiten met gebruiksruimte Paragraaf 6.2.1 Algemeen Artikel 6.93 Toepassingsbereik Deze afdeling is van toepassing op activiteiten met gebruiksruimte. Artikel 6.94 Aanwijzing gebieden omgevingsveiligheid
- Er is een aandachtsgebied voor plaatsgebonden risico.
- Er is een belemmeringengebied buisleidingen als
artikel 5.18 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Paragraaf 6.2.2 Zeer kwetsbare gebouwen toevoegen Artikel 6.95 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het toevoegen van een zeer kwetsbaar gebouw. Artikel 6.96 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het bereiken van een aanvaardbaar veiligheidsniveau van personen; en b. het beperken van schade bij een ongeval bij een risicovolle activiteit. Artikel 6.97 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning een zeer kwetsbare gebouw binnen een gifwolkaandachtsgebied als
artikel 5.12, derde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving toe te voegen. Artikel 6.98 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om de omgevingsvergunning wordt een verantwoording van het groepsrisico, waarbij ten minste wordt ingegaan op maatregelen die worden getroffen of die zijn overwogen ter bescherming van personen verstrekt. Artikel 6.99 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als voldoende maatregelen zijn getroffen ter bescherming van personen in het zeer kwetsbare gebouw of op de zeer kwetsbare locatie. Artikel 6.100 Verbod toevoegen zeer kwetsbare gebouwen Het is verboden een zeer kwetsbaar gebouw toe te voegen binnen: a. het aandachtsgebied plaatsgebonden risico; b. een brandaandachtsgebied als
artikel 5.12, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving; of c. een explosieaandachtsgebied als
artikel 5.12, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Paragraaf 6.2.3 Kwetsbare gebouwen of kwetsbare locaties toevoegen Artikel 6.101 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het toevoegen van een kwetsbaar gebouw of een kwetsbare locatie. Artikel 6.102 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het bereiken van een aanvaardbaar veiligheidsniveau van personen; en b. het beperken van schade bij een ongeval bij een risicovolle activiteit. Artikel 6.103 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning een kwetsbaar gebouw of een kwetsbare locatie binnen een explosieaandachtsgebied of een gifwolkaandachtsgebied toe te voegen. Artikel 6.104 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om de omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een verantwoording van het groepsrisico, waarbij ten minste wordt ingegaan op maatregelen die worden getroffen of die zijn overwogen ter bescherming van personen; en b. het aantal doorgaans aanwezige personen en de tijd dat die aanwezig zijn. Artikel 6.105 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: a. voldoende maatregelen zijn getroffen ter bescherming van personen in het kwetsbare gebouw of op de kwetsbare locatie; of b. het aantal doorgaans aanwezige personen of de tijd dat die aanwezig zijn in het kwetsbare gebouw of op de kwetsbare locatie beperkt is. Artikel 6.106 Verbod toevoegen kwetsbare gebouwen en locaties 1. Het is verboden een kwetsbaar gebouw of een kwetsbare locatie toe te voegen binnen: a. het aandachtsgebied plaatsgebonden risico; of b. een brandaandachtsgebied als
artikel 5.12, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving. 2. Het verbod,
het eerste lid, onder a, geldt niet voor een kwetsbaar gebouw of een kwetsbare locatie waar een activiteit als
bijlage VII, VIII, IX en X van het Besluit kwaliteit leefomgeving wordt verricht of die een functionele binding hebben met een activiteit als
die bijlage. Paragraaf 6.2.4 Beperkt kwetsbare gebouwen of beperkt kwetsbare locaties toevoegen Artikel 6.107 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het toevoegen van een beperkt kwetsbaar gebouw of een beperkt kwetsbare locatie. Artikel 6.108 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het bereiken van een aanvaardbaar veiligheidsniveau van personen; en b. het beperken van schade bij een ongeval bij een risicovolle activiteit. Artikel 6.109 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning beperkt kwetsbare gebouwen of beperkt kwetsbare locaties binnen het aandachtsgebied plaatsgebonden risico, een belemmeringengebied buisleiding, een explosieaandachtsgebied of een gifwolkaandachtsgebied toe te voegen. Artikel 6.110 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om de omgevingsvergunning,
artikel 6.109, wordt een verantwoording van het groepsrisico, waarbij ten minste wordt ingegaan op maatregelen die worden getroffen of die zijn overwogen ter bescherming van personen verstrekt. Artikel 6.111 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: a. voldoende maatregelen zijn getroffen ter bescherming van personen in de gebouwen en op de locaties; of b. dat het aantal doorgaans aanwezige personen of de tijd dat die aanwezig zijn in het beperkt kwetsbare gebouw en op de beperkt kwetsbare locatie beperkt is. Artikel 6.112 Verbod toevoegen beperkt kwetsbare gebouwen en locaties 1. Het is verboden beperkt kwetsbare gebouwen of beperkt kwetsbare locaties toe te voegen binnen: a. het aandachtsgebied plaatsgebonden risico; of b. een brandaandachtsgebied als
artikel 5.12, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving. 2. Het verbod,
het eerste lid, onder a, geldt niet voor een beperkt kwetsbaar gebouw of een beperkt kwetsbare locatie waar een activiteit als
bijlage VII van het Besluit kwaliteit leefomgeving wordt verricht of die een functionele binding hebben met een activiteit als
die bijlage. Paragraaf 6.2.5 Risicovolle activiteit verrichten Artikel 6.113 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het verrichten van risicovolle activiteiten als
bijlage VII, onderdeel A, B, D en E van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Artikel 6.114 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het bereiken van een aanvaardbaar veiligheidsniveau van personen; b. het beperken van schade bij een ongeval bij een risicovolle activiteit. Artikel 6.115 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning een risicovolle activiteit als
bijlage VII, onderdeel A, B, D en E van het Besluit kwaliteit leefomgeving te verrichten, als één of meer van de aandachtsgebieden voor deze activiteit zich uitstrekken buiten de grenzen van de locatie waar de activiteit wordt verricht. 2. Het is verboden zonder omgevingsvergunning een risicovolle activiteit als
bijlage VII, onderdeel A, B, D en E van het Besluit kwaliteit leefomgeving te verrichten, als de afstand van de activiteit tot de grens van de locatie waar de activiteit wordt verricht kleiner is dan de afstanden voor het plaatsgebonden risico met een grenswaarde van ten hoogste 10-6 per jaar ,
artikel 5.8 van dat besluit. Artikel 6.116 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning 1. Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een kaart met ingetekend de plaatsgebonden risico contour en de aandachtsgebieden voor de activiteit; b. de berekening van de plaatsgebonden risico contour en de aandachtsgebieden voor de activiteit; c. een overzicht van de zeer kwetsbare gebouwen en locaties, kwetsbare gebouwen en locaties en de beperkt kwetsbare gebouwen en locaties die aanwezig zijn binnen de afstanden voor het plaatsgebonden risico,
artikel 5.8 van het Besluit kwaliteit leefomgeving; en d. een overzicht van de zeer kwetsbare gebouwen en locaties, kwetsbare gebouwen en locaties en de beperkt kwetsbare gebouwen en locaties die aanwezig zijn binnen de aandachtsgebieden voor deze activiteit,
artikel 5.12 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. 2. In afwijking van het eerste lid is een berekening niet vereist voor vaste afstanden,
artikel 5.8 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Artikel 6.117 Beoordelingsregels omgevingsvergunning 1. De omgevingsvergunning,
art. 6.115, eerste lid wordt in ieder geval geweigerd als binnen een aandachtsgebied voor deze activiteit, maar buiten de grenzen van de locatie waar de activiteit wordt verricht, kwetsbare gebouwen of locaties of zeer kwetsbare gebouwen zijn toegelaten. 2. De omgevingsvergunning,
artikel 6.115, tweede lid, wordt in ieder geval geweigerd als binnen het plaatsgebonden risicocontour, maar buiten de grenzen van de locatie waar de activiteit wordt verricht, kwetsbare gebouwen of locaties of zeer kwetsbare gebouwen zijn toegelaten. Paragraaf 6.2.6 Geluidgevoelig gebouw toevoegen binnen een geluidaandachtsgebied Artikel 6.118 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het toevoegen van een geluidgevoelig gebouw binnen een geluidaandachtsgebied van een weg. Artikel 6.119 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. een aanvaardbaar akoestisch klimaat; en b. een gezonde woon- en leefomgeving; Artikel 6.120 Waar waarden gelden De waarden in deze paragraaf voor het geluid door een activiteit gelden, tenzij anders bepaald: a. Op een geluidgevoelig gebouw dat op grond van dit omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is toegelaten, anders dan een woonschip of woonwagen: 1. als het gaat om een geluidgevoelig gebouw: op de gevel; of 2. als het gaat om een nieuw te bouwen geluidgevoelig gebouw: op de locatie waar een gevel mag komen. b. voor zover er binnen 10 meter vanaf de grens van de locatie waar de activiteit wordt verricht geen geluidgevoelig gebouw is gelegen en geen geluidgevoelig gebouw kan worden toegevoegd op basis van een omgevingsvergunning als
artikel 6.124 of een melding als
artikel 6.123: op een afstand van 10 meter van de grens van de locatie waar de activiteit wordt verricht, voor zover het de normen voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau betreft; en c. op een woonschip of woonwagen: op de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van dat woonschip of die woonwagen. Artikel 6.121 Standaardwaarde geluid op een geluidgevoelig gebouw 1. Bij het toevoegen van een geluidgevoelig gebouw is het geluid niet meer dan de waarde,
tabel 6.
- Tabel 6.98 Geluidbronsoort Waarde Provinciale wegenRijkswegen 50 Lden Gemeentewegen Waterschapswegen 53 Lden
- Voor een geluidgevoelig gebouw als
artikel 3.21, eerste lid, onder b of d, van het Besluit kwaliteit leefomgeving waarvan het gebruik in de nachtperiode in het omgevingsplan is uitgesloten: a. gelden de waarden in Lnight niet; en b. wordt in tabel 6.98 gelezen voor «Lden»: »Lde». 3. Voor een geluidgevoelig gebouw als
artikel 3.21, eerste lid, onder b of d, van het Besluit kwaliteit leefomgeving waarvan het gebruik in de avondperiode en de nachtperiode in het omgevingsplan is uitgesloten: a. gelden de waarden in Lnight niet; en b. wordt in tabel 6.98 gelezen voor «Lden»: «Lday». Artikel 6.122 Eisen aan geluidgevoelig gebouw 1. Het geluidgevoelige gebouw heeft ten minste één geluidluwe gevel met de waarde,
tabel 6.
- Ten minste één slaapvertrek grenst aan een geluidluwe gevel als
het eerste lid. Artikel 6.123 Meldingsplicht 1. Het is verboden een geluidgevoelig gebouw toe te voegen waarbij voldaan wordt aan de waarde,
tabel 6.121, zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden. 2. Een melding bevat een akoestisch rapport waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de waarden,
tabel 6.121. Artikel 6.124 Aanwijzing vergunningplichtige gebouwen Het is verboden zonder omgevingsvergunning een geluidgevoelig gebouw toe te voegen binnen een geluidaandachtsgebied, als daarbij niet wordt voldaan aan de waarde,
tabel 6.121. Artikel 6.125 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een akoestisch rapport waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de waarde,
tabel 6.126; b. het beoogde gebruik van het bouwwerk en de bijbehorende gronden waarop de aanvraag betrekking heeft; c. bij grondgebonden woningen: het geluid op de gevel van de begane grond en verdiepingen; d. bij gestapelde woningen: het geluid op de gevel ter plaatse van te openen delen; en e. het aantal woningen of de bruto vloeroppervlak in m2 van de activiteit Artikel 6.126 Beoordelingsregels omgevingsvergunning 1. De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: a. geen geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen om aan de waarde,
tabel 6.121 te voldoen; b. de overschrijding van de waarde,
tabel 6.121 door het treffen van geluidbeperkende maatregelen zoveel mogelijk wordt beperkt; c. het geluid niet meer is dan de grenswaarden,
tabel 6.126; d. het geluidgevoelige gebouw ten minste één geluidluwe zijde heeft waar het gezamenlijk geluid van de verkeerswegen voldoet aan 55 dB Lcum; e. ten minste één slaapvertrek grenst aan de geluidluwe zijde, bedoeld onder e; f. het geluidgevoelige gebouw ten minste één buitenruimte aan de geluidluwe zijde, bedoeld onder e, heeft; en g. het gecumuleerde geluid op het geluidgevoelige gebouw aanvaardbaar is. Tabel 6.103 Geluidbronsoort Waarde Provinciale wegenRijkswegen 60 Lden GemeentewegenWaterschapswegen 70 Lden
- Bij de toepassing van het eerste lid wordt het belang van het beschermen van de gezondheid door een geluidluwe gevel betrokken. Paragraaf 6.2.7 Geluidgevoelig gebouw toevoegen - categorie I Artikel 6.127 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het toevoegen van een geluidgevoelig gebouw. Artikel 6.128 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. een aanvaardbaar akoestisch klimaat; en b. een gezonde woon- en leefomgeving. Artikel 6.129 Waar waarden gelden De waarden in deze paragraaf voor het geluid door een activiteit gelden, tenzij anders bepaald: a. op een geluidgevoelig gebouw dat op grond van dit omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is toegelaten, anders dan een woonschip of woonwagen:
- als het gaat om een geluidgevoelig gebouw: op de gevel; of
- als het gaat om een nieuw te bouwen geluidgevoelig gebouw: op de locatie waar een gevel mag komen. b. voor zover er binnen 10 meter vanaf de grens van de locatie waar de activiteit wordt verricht geen geluidgevoelig gebouw is gelegen en geen geluidgevoelig gebouw kan worden toegevoegd op basis van een een melding als
artikel 6.131.: op een afstand van 10 meter van de grens van de locatie waar de activiteit wordt verricht, voor zover het de normen voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau betreft; en c. op een woonschip of woonwagen: op de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van dat woonschip of die woonwagen. Artikel 6.130 Geluid op een geluidgevoelig gebouw Bij het toevoegen van een geluidgevoelig gebouw is het geluid niet meer dan de waarden,
tabel 6.
- Tabel 6.130 07.00-19.00 uur 19.00-23.00 uur 23.00-07.00 uur Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten 50 dB (A) 45 dB (A) 40 dB (A) Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door aandrijfgeluid van transportmiddelen - 70 dB (A) 70 dB (A) Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door andere piekgeluiden - 65 dB (A) 65 dB (A) Artikel 6.131 Meldingsplicht
- Het is verboden een geluidgevoelig gebouw toe te voegen binnen [locatie] zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.
- Een melding bevat een akoestisch rapport waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de waarden,
tabel 6.
- Paragraaf 6.2.8 Milieuzonering - geluid Artikel 6.132 Toepassingsbereik De regels in deze paragraaf zijn van toepassing op het verrichten van een geluidveroorzakende activiteit binnen de zone voor geluid, met uitzondering van geluid door: a. windturbines en windparken; en b. civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen; Artikel 6.133 Oogmerken De regels in deze paragraaf worden gesteld met het oog op: a. het bieden van voldoende ruimte voor activiteiten met gebruiksruimte; en b. het beschermen tegen geluidshinder. Artikel 6.134 Geluidruimte
- Bij het verrichten van een activiteit binnen een zone ‘geluid beperkt’, ‘geluid basis’ of ‘geluid verruimd’ is het geluid niet meer dan de waarden voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT, in tabel 6.111a. De waarden gelden op de in de tabel aangegeven afstand van de grens van de locatie waar de activiteit wordt verricht. Tabel 6.111a Zone Afstand 07.00-19.00 uur 19.00-23.00 uur 23.00-07.00 uur 'geluid beperkt', 'geluid basis' of 'geluid verruimd'. 50 m 50 dB(A) 45 dB(A) 40 dB(A)
- In afwijking van het eerste lid gelden, voor activiteiten die geheel of gedeeltelijk binnen de zone ‘geluid beperkt’ zijn gelegen, voor de in tabel 6.111b gegeven situaties de daarvoor in die tabel aangegeven afstanden en waarden. Tabel 6.111b Situatie Afstand 07.00-19.00 uur 19.00-23.00 uur 23.00-07.00 uur 1 Voor zover de in het eerste lid bedoelde afstand binnen de zone 'geluid beperkt' ligt 50 m 45 dB(A) 40 dB(A) 35 dB(A) 2 Voor zover de in het eerste lid bedoelde afstand binnen de zone 'geluid verruimd' ligt 100 m 50 dB(A) 45 dB(A) 40 dB(A) 3 Voor zover in situatie 2 de afstand van 100 m tot buiten de zone verruimd komt, geldt de afstand tot de grens van de zone verruimd of, als die afstand minder is dan 50 m, geldt een afstand van 50 m Tot grens zone verruimd of 50 m 50 dB(A) 45 dB(A) 40 dB(A)
- In afwijking van het eerste lid gelden, voor activiteiten die geheel buiten de zone ‘geluid beperkt’ zijn gelegen, voor de in tabel 6.111c gegeven situaties de daarvoor de in die tabel aangegeven afstanden en waarden. Tabel 6.111c Situatie Afstand 07.00-19.00 uur 19.00-23.00 uur 23.00-07.00 uur 1 Voor zover de in het eerste lid bedoelde afstand binnen de zone 'geluid beperkt' ligt 30 m 50 dB(A) 45 dB(A) 40 dB(A) 2 Voor zover in situatie 1 de afstand van 30 m de zone beperkt niet bereikt, geldt voor situatie 1 de afstand tot de zone beperkt Tot grens zone beperkt 50 dB(A) 45 dB(A) 40dB(A) 3 Voor zover de in het eerste lid bedoelde afstand binnen de zone ‘geluid verruimd’ ligt 100 m 50dB(A) 45dB(A) 40dB(A) 4 Voor zover in situatie 3 de afstand van 100 m tot buiten de zone verruimd komt, geldt voor situatie 3 de afstand tot de grens van de zone verruimd of, als die afstand minder is dan 50 m, geldt een afstand van 50 m Tot grens zone verruimd of 50 m 50dB(A) 45dB(A) 40dB(A)
- Onverminderd het eerste tot en met derde lid gelden, voor zover de in het eerste lid bedoelde activiteit is gelegen binnen een afstand van 50 meter van de grens van gemengd woongebied of rustig woongebied, de in tabel 6.111d gegeven geluidwaarden op de in die tabel genoemde afstand. Tabel 6.111d Ligging binnen 50 m van woongebied Afstand 07.00-19.00 uur 19.00-23.00 uur 23.00-07.00 uur Binnen 50 m van rustig woongebied Tot grens rustig woongebied 45 dB(A) 40 dB(A) 35 dB(A) Binnen 50 m van gemengd woongebied geldt aanvullend Tot grens gemengd woongebied 50 dB(A) 45 dB(A) 40 dB(A)
- Bij de toepassing van dit artikel wordt geen rekening gehouden met het effect van bebouwing die aanwezig is in het gebied buiten de grens van de locatie waar de activiteit wordt verricht. Artikel 6.135 Vergunningplicht afwijken van waarden met een omgevingsvergunning Het is verboden zonder omgevingsvergunning af te wijken van de waarden,
artikel 6.134. Artikel 6.136 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning als
artikel 6.135 worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een akoestisch rapport, waaruit blijkt hoe hoog de geluidbelasting op de op grond van artikel 6.134 geldende afstanden en geluidgevoelige gebouwen is; en b. een rapport, waarin inzicht wordt gegeven in de haalbaarheid van bron- en overdrachtsmaatregelen ter beperking van het geluid op de op grond van artikel 6.134 geldende afstanden en de geluidgevoelige gebouwen. Artikel 6.137 Beoordelingsregels omgevingsvergunning
- De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: a. onevenredig ingrijpende maatregelen nodig zijn om te voldoen aan de waarden; b. alle maatregelen die redelijkerwijs mogelijk zijn om de geluidsbelasting zoveel mogelijk te verminderen worden getroffen; en c. de geluidbelasting op geluidgevoelige gebouwen aanvaardbaar is.
- Van een aanvaardbare geluidbelasting als
het eerste lid, onder c, is alleen sprake als de geluidbelasting: a. niet meer dan 5 dB hoger is dan de waarden,
artikel 6.134; en b. niet leidt tot overschrijding van de waarden voor geluidgevoelige ruimten binnen geluidgevoelige gebouwen,
tabel 6.
- Tabel 6.114 07.00-19.00 uur 19.00-23.00 uur 23.00-07.00 Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten 35 dB(A) 30 dB(A) 25 dB(A) Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door aandrijfgeluid van transportmiddelen -- 55 dB(A) 55 dB(A) Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door andere piekgeluiden -- 45 dB(A) 45 dB(A)
- Het tweede lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op aanwezige geluidgevoelige gebouwen, als: a. maatregelen aan de gevel om voor dat gebouw te voldoen aan de waarden,
tabel 6.114 leiden tot zwaarwegende bezwaren van bouwkundige aard; b. de eigenaar weigert mee te werken aan het onderzoek naar het geluid in zijn gebouw door activiteiten en naar de noodzakelijke geluidwerende maatregelen; of c. de eigenaar weigert geluidwerende maatregelen te laten aanbrengen. Paragraaf 6.2.9 Milieuzonering - geur Artikel 6.138 Toepassingsbereik De regels in deze paragraaf zijn van toepassing op het verrichten van activiteiten met gebruiksruimte binnen de zone voor geur, met uitzondering van geur door: a. activiteiten die plaatsvinden op een industrieterrein; b. het exploiteren van zuiveringtechnische werken; c. het houden van landbouwhuisdieren of andere agrarische activiteiten; d. het composteren of opslaan van groenafval; en e. het houden van paarden en pony’s voor het berijden daarvan. Artikel 6.139 NTA 9065 Op het bepalen van geur door activiteiten is de Nederlandse technische afspraak NTA9065 van juni 2023 van toepassing. Artikel 6.140 Geurruimte
- Bij het verrichten van een activiteit binnen een zone ‘geur basis’ of ‘geur verruimd’ is de geur niet meer dan de waarden in tabel 6.117a. De waarden gelden op de in de tabel aangegeven afstand van de grens van de locatie waar de activiteit wordt verricht. Tabel 6.117a Zone Afstand Als 98 percentiel Als 99,9 percentiel 'geur basis', 'geur verruimd' 50 0,5 ouE/m3 2,0 ouE/m3
- In afwijking van het eerste lid gelden voor de in tabel 6.117b gegeven situaties de daarvoor in die tabel aangegeven afstanden en waarden. Tabel 6.117b Situatie Afstand Als 98 percentiel Als 99,9 percentiel 1 Voor zover de in het eerste lid bedoelde afstand binnen de zone 'geur verruimd' ligt 100 m 0,5 ouE/m3 2,0 ouE/m3 2 Voor zover in situatie 1 de afstand van 100 m tot buiten de zone verruimd komt, geldt de afstand tot de grens van de zone verruimd of, als die afstand minder is dan 50 m, geldt een afstand van 50 m Tot grens zone verruimd of 50 m 0,5 ouE/m3 2,0 ouE/m3
- Onverminderd het eerste en tweede lid gelden, voor zover de in het eerste lid bedoelde activiteit is gelegen binnen een afstand van 50 m van de grens van rustig of gemengd woongebied, de in tabel 6.117c gegeven geurwaarden op de in tabel 6.117c gegeven afstand. Tabel 6.117c Ligging activiteit Afstand Als 98 percentiel Als 99,9 percentiel Binnen 50 m van rustig of gemengd woongebied Tot grens woongebied 0,5 ouE/m3 2,0 ouE/m3
- Bij de toepassing van dit artikel wordt geen rekening gehouden met het effect van bebouwing die aanwezig is in het gebied buiten de grens van de locatie waar de activiteit wordt verricht.
- De in dit artikel gegeven geurwaarden gelden op een hoogte van 1,5 m boven het plaatselijk maaiveld. Als voor een activiteit op een andere hoogte een hogere geurbelasting optreedt gelden de waarden ook op de voor de activiteit maatgevende rekenhoogte. Artikel 6.141 Vergunningplicht afwijken van waarden met een omgevingsvergunning Het is verboden zonder omgevingsvergunning af te wijken van de waarden,
artikel 6.
- Artikel 6.142 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een beschrijving van de huidige geursituatie en een analyse van eventueel bestaande hinder; b. de aard, omvang en waardering van de geur die bij de milieubelastende activiteit(en) vrijkomt; c. een berekening van de geurimmissie bij geurgevoelige gebouwen ten gevolge van de aangevraagde milieubelastende activiteiten; d. een motivering van de in de berekening toegepaste hoogte van de geuremissi; e. de mogelijke maatregelen, in ieder geval conform beste beschikbare technieken, om de geuremissie en geuremissie te beperken; f. de effecten van de maatregelen, als bedoeld onder e., op de geuremissie en geurimmissie; en g. de omvang van de cumulatieve geur. Artikel 6.143 Beoordelingsregel omgevingsvergunning De vergunning wordt alleen verleend als: a. onevenredig ingrijpende maatregelen nodig zijn om te voldoen aan de normen; b. alle maatregelen die redelijkerwijs mogelijk zijn om de geurbelasting zoveel mogelijk te verminderen worden getroffen; en c. de geurbelasting op geurgevoelige gebouwen aanvaardbaar is. Paragraaf 6.2.10 Geur veroorzaken door het verrichten van een agrarische activiteit Artikel 6.144 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over de volgende activiteiten: a. een akkerbouwbedrijf exploiteren; b. een glastuinbouwbedrijf exploiteren; c. een veehouderij exploiteren; d. het opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie: e. het opslaan van gebruikt substraatmateriaal van plantaardige oorsprong; en f. het opslaan van kuilvoer of vaste bijvoedermiddelen. Artikel 6.145 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het bereiken van een aanvaardbaar leefklimaat; en b. het bieden van voldoende ruimte voor agrarische activiteiten. Artikel 6.146 Waar afstanden gelden
- De waarden en de afstanden,
deze paragraaf, voor de geur door een activiteit op een geurgevoelig object gelden: a. als het gaat om een geurgevoelig gebouw: tot de gevel; b. als het gaat om een nieuw te bouwen geurgevoelig gebouw: tot de locatie waar een gevel mag komen; en c. in afwijking van de onderdelen a en b, als het gaat om een woonschip of woonwagen: tot de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van het woonschip of de woonwagen. 2. Een afstand als
artikel 5.13, derde lid, geldt vanaf het emissiepunt,
artikel 4.806, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving. 3. Een afstand als
artikel 5.13, vierde lid, geldt vanaf de gevel van een dierenverblijf. Artikel 6.147 Functionele binding De waarden en afstanden voor geur door een activiteit zijn niet van toepassing op de geur door die activiteit op een geurgevoelig gebouw: a. dat een functionele binding heeft met die activiteit; of b. dat eerder functioneel verbonden was met die activiteit. Artikel 6.148 Algemene regels geur afkomstig van landbouwhuisdieren met geuremissiefactor
- Landbouwhuisdieren met emissiefactor zijn landbouwhuisdieren waarvoor in de Omgevingsregeling een emissiefactor voor geur is vastgesteld en die vallen binnen een van de volgende diercategorieën: a. varkens, kippen, schapen of geiten; of b. als deze worden gehouden voor vleesproductie:
- rundvee tot 24 maanden;
- kalkoenen;
- eenden; of
- parelhoenders.
- Dit artikel is niet van toepassing op het houden van minder dan: a. 10 schapen; b. 10 geiten; c. 25 stuks pluimvee; of d. 10 overige landbouwhuisdieren met geuremissiefactor.
- De geur ouE als 98-percentiel op een geurgevoelig gebouw is niet meer dan de waarden,
tabel 6.133a. Tabel 6.133a Geurgevoelig gebouw Waarde Gelegen binnen de bebouwingscontour geur 2,0 ouE/m3 Gelegen buiten de bebouwingscontour geur 8,0 ouE/m3 4. De afstand op een locatie tot een geurgevoelig gebouw is gelijk of groter dan de afstand,
tabel 6.133b. Tabel 6.133b Geurgevoelig gebouw Afstand Binnen bebouwingscontour geur 100 m Buiten bebouwingscontour geur 50 m 5. In afwijking van het derde lid kan de minimale afstand,
tabel 6.133c, worden toegepast vanaf een gevel van een dierenverblijf tot een geurgevoelig gebouw bij: a. rundveehouderijen waar melkrundvee met bijbehorend jongvee wordt gehouden; b. rundveehouderijen waar jongvee in opfok wordt gehouden, of c. veehouderijen waar maximaal 50 stuks paarden worden gehouden; d. een andere rundveehouderij buiten de bebouwingscontour geur; of e. een zorgboerderij buiten de bebouwingscontour geur. Tabel 6.133c Geurgevoelig gebouw Afstand Binnen bebouwingscontour geur 50 m Buiten bebouwingscontour geur 25 m
- Binnen de bebouwingscontour geur mag in stallen binnen een afstand van 50 tot 100 meter, naast paarden, alleen jongvee worden gehouden, tot een maximum van 200 stuks.
- Als het aantal melkrundvee met bijbehorend jongvee maximaal 200 bedraagt, mag in afwijking van het zesde lid in stallen binnen een afstand van 50 tot 100 meter melkrundvee met bijbehorend jongvee worden gehouden.
- In afwijking van het derde lid is de geur ouE als 98-percentiel op een geurgevoelig gebouw gelegen binnen de bebouwingscontour geur niet van toepassing op bestaande veehouderijen.
- In afwijking van het derde lid is de geur ouE als 98-percentiel op een geurgevoelig gebouw in het gebied binnen de bebouwingscontour geur ter plaatse van het dorp Drachtstercompagnie door bestaande intensieve veehouderijen niet meer dan 6,0 ouE/m
- Buiten de bebouwingscontour geur mag in stallen binnen een afstand van 25 tot 50 meter de veebezetting niet toenemen.
- Buiten de bebouwingscontour geur mogen in stallen binnen de afstand van 25 tot 50 meter de dierplaatsen niet op kortere afstand liggen dan op grond van een melding of vergunning op grond van de Wet milieubeheer was toegestaan op 31 december
- Buiten de bebouwingscontour geur moet uitbreiding van de veebezetting plaatsvinden in stallen op een minimale afstand van 50 meter. Artikel 6.149 Algemene regels geur afkomstig van landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor
- Landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor zijn landbouwhuisdieren waarvoor in de Omgevingsregeling geen emissiefactor voor geur is vastgesteld, met uitzondering van pelsdieren.
- Dit artikel is niet van toepassing op het houden van minder dan: a. 10 schapen; b. 5 paarden en pony’s; c. 10 geiten; d. 25 stuks pluimvee; e. 25 konijnen; of f. 10 overige landbouwhuisdieren.
- Bij het houden van landbouwhuisdieren zonder emissiefactor in een dierenverblijf is de afstand tot een geurgevoelig gebouw niet kleiner dan de afstand,
tabel 6.134a. Tabel 6.134a Geurgevoelig gebouw Normwaarde Binnen bebouwingscontour geur 100 m Buiten bebouwingscontour geur 50 m 4. De afstand,
het derde lid, geldt vanaf het emissiepunt,
artikel 4.806, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving. 5. In afwijking van het derde en vierde lid kan de minimale afstand,
tabel 6.134b, worden toegepast vanaf een gevel van een dierenverblijf tot een geurgevoelig gebouw als afdoende maatregelen tegen geurhinder worden getroffen. Tabel 6.134b Geurgevoelig gebouw Afstand Binnen bebouwingscontour geur 50 m Buiten bebouwingscontour geur 25 m Artikel 6.150 Algemene regels opslag en composteren 1. De afstand tot een geurgevoelig gebouw is niet kleiner dan de afstand,
tabel 6.135a, bij de volgende activiteiten: a. het opslaan van vaste mest met een totaal volume van maximaal 600 m3 voor langer dan twee weken op één plek; b. het opslaan van champost of dikke fractie met een totaal volume van meer dan 3 m3 voor langer dan twee weken op één plek; c. het opslaan van gebruikt substraatmateriaal van plantaardige oorsprong met een totaal volume van meer dan 3 m3; en d. het composteren of opslaan van groenafval met een volume van 3 m3 tot en met 600 m3. Tabel 6.135a Geurgevoelig gebouw Afstand Binnen bebouwingscontour geur 100 m Buiten bebouwingscontour geur 50 m 2. Het eerste lid, onder d, is niet van toepassing op groenafval dat een gevaarlijke afvalstof of gebruikt substraatmateriaal is. 3. De afstand tot een geurgevoelig gebouw is niet kleiner dan de afstand,
tabel 6.135b, bij het opslaan van kuilvoer met een volume van meer dan 3 m3 of vaste bijvoedermiddelen met een volume van meer dan 3 m
- Tabel 6.135b Geurgevoelig gebouw Afstand Binnen bebouwingscontour geur 50 m Buiten bebouwingscontour geur 25 m
- Het derde lid is niet van toepassing op in plasticfolie verpakte veevoederbalen. Paragraaf 6.2.11 Agrarische activiteit verrichten Artikel 6.151 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het verrichten van een agrarische activiteit. Artikel 6.152 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het waarborgen van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat; b. het behouden en versterken van een vitale en toekomstbestendige detailhandelstructuur; c. het behouden en versterken van de lokaal verzorgende functie van de buurt- en wijkwinkelcentra; d. het behouden van de boodschappenfunctie van de buurt- en wijkwinkelcentra binnen de kernwinkelstructuur; e. het behouden van de functie van de buurt- en wijkwinkelcentra het centrum binnen de hoofdstructuurkernwinkelstructuur; f. het waarborgen van een goed voorzieningenniveau; g. het tegengaan van verloop; h. mobiliteitseffecten als gevolg van het winkelaanbod; i. het voorkomen van leegstand; j. het stimuleren van een duurzame economische ontwikkeling; k. het beperken van hinder; l. het waarborgen van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat; m. het beschermen van de gezondheid; en n. het beschermen van het uiterlijk aanzien van de openbare ruimte. Artikel 6.153 Locatie
- Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden agrarische activiteiten uitsluitend verricht binnen de locatie 'agrarisch'.
- Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wordt het exploiteren van een ijsbaan uitsluitend verricht binnen de locatie 'Ijsbaan'.
- Met het oog op een evenwic