Obsah (4)
Artikel 2Artikel 3Artikel 4Artikel 5act/gemeente/2024/CVDR696464 /join/id/stop/work_006 /akn/nl/act/gm1586/2020/omgevingsplan /join/id/stop/work_019 2026-04-08 2026-04-08 /akn/nl/act/gemeente/2024/CVDR696464/nld@2026-06-04 /join/id/proc
Artikel 2
.
De voorschriften van dit hoofdstuk zijn, tenzij anders bepaald, van toepassing op het werkingsgebied ' Doelen en omgevingswaarden '. Afdeling 2.2 Doel omgevingsplan Artikel 2.2 Doelen omgevingsplan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; het beschermen van een goed woon- en leefklimaat; het waarborgen van de veiligheid; het beschermen van de gezondheid; het beschermen van het milieu; het duurzaam veiligstellen van de openbare drinkwatervoorziening; het beschermen van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden; het behoud van cultureel erfgoed en evenementen het behoud van de uitzonderlijke universele waarde van werelderfgoed; de bescherming van natuur; de instandhouding van het bosareaal binnen de gemeente; het tegengaan van klimaatverandering; het aanpassen van de fysieke ruimte aan de gevolgen van klimaatverandering, waaronder wateroverlast en hittestress; het waarborgen van een goede kwaliteit van bouwwerken; het behoeden van de staat en werking van infrastructuur voor nadelige gevolgen van activiteiten; het beheren van infrastructuur;het beheren van watersystemen; het beheren van geobiologische en geothermische systemen en ecosystemen; het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; het beheren van natuurlijke hulpbronnen; het beheren van natuurgebieden;het gebruiken van bouwwerken; het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen; het realiseren van een gemeentelijk natuurnetwerk; het doelmatig gebruiken van energie en grondstoffen; het bevorderen van een duurzame ruimtelijke en economische ontwikkeling van gebieden; het waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat; het bieden van voldoende fysieke en milieuruimte voor milieubelastende bedrijven en andere activiteiten, anders dan wonen; het bevorderen van een duurzame ontwikkeling; het kunnen overschakelen van fossiele energie naar hernieuwbare energie; het kunnen produceren binnen gesloten kringlopen; het kunnen benutten van de openbare ruimte voor verkeer, parkeren en afvalinzameling; het bieden van voldoende woonruimte; het bereikbaar en toegankelijk maken van gebieden; het doelmatig beheren van afvalstoffen; het beschermen van grondgebonden veehouderij als drager van het landschap;het bevorderen van kringlooplandbouw en duurzame veehouderij; het verlagen of voorkomen van emissies van geur van agrarische activiteiten; het bevorderen van een grotere variatie in de bedrijfsvoering van grondgebonden veehouderijbedrijven; het voorkomen van leegstand van voormalige agrarische bebouwing; het bevorderen van extensief recreatief medegebruik; het beschermen en waar mogelijk vergroten van de openheid van het landschap;het tegengaan van verrommeling van erven en terreinen en behoud van beeldkwaliteit van bebouwing; het voorkomen en beschermen van mensen tegen infecties door het houden van landbouwhuisdieren; het behouden en herstellen van waardevolle bouwwerken en landschappelijke elementen; het behouden en waar mogelijk versterken van het natuurdoeltype overstromingsgrasland; het vergroten van de natuurbeleving en recreatieve waarde, zonder afbreuk te doen aan natuurwaarden; het behouden van een klimaatbestendig watersysteem; het realiseren van een suburbaan woonmilieu in een groen-blauwe setting; het realiseren van een hoge architectonische kwaliteit van het openbaar gebied en van bebouwing; het realiseren van een fietsvriendelijk woongebied; het realiseren van een woongebied dat goed ontsloten is met openbaar vervoer; het realiseren van een akoestisch aanvaardbaar woongebied; het realiseren van een woongebied met een aanvaardbaar geurniveau; het realiseren van een veilig woongebied; het realiseren van een energieneutraal woongebied; het realiseren van een klimaatbestendig woongebied; het realiseren van een speel- en beweegvriendelijk woongebied. Afdeling 2.3 Verplichte omgevingswaarden Afdeling 2.4 Facultatieve omgevingswaarden Hoofdstuk 3 Gebiedsaanwijzingen algemeen Afdeling 3.
Artikel 3
.
De voorschriften in dit hoofdstuk zijn, tenzij anders aangegeven, van toepassing in het werkingsgebied ' Gebiedsaanwijzingen algemeen '. Afdeling 3.2 Algemene locatievoorschriften Artikel 3.2 Bebouwde kom De bebouwde kommen zoals aangegeven in het werkingsgebied ‘ Bebouwde kom ‘ . Artikel 3.3 Buiten de bebouwde kom Het gebied buiten de bebouwde kommen zoals aangegeven in het werkingsgebied ‘ Buiten de bebouwde kom ‘. Artikel 3.4 Bebouwingscontour geur Ter plaatse van het werkingsgebied " Bebouwingscontour geur ", ligt de bebouwingscontour geur als bedoeld in dit omgevingsplan. Artikel 3.5 Bebouwingscontour jacht Ter plaatse van het werkingsgebied " Bebouwingscontour jacht", ligt de bebouwingscontour jacht als bedoeld in dit omgevingsplan. Artikel 3.6 Bebouwingscontour houtkap Ter plaatse van het werkingsgebied " Bebouwingscontour houtkap ", ligt de Bebouwingscontour houtkap als bedoeld in dit omgevingsplan. Artikel 3.7 Attentiegebied bijzondere bomen Locaties ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Attentiegebied bijzondere bomen ‘ zijn bedoeld voor bescherming en behoud van bijzondere bomen. Artikel 3.8 Groeilocatie voor bomen Locaties ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Groeilocatie voor bomen ‘ zijn bedoeld als groeilocatie voor 1 of meer bomen. Artikel 3.9 Achtererfgebied Ter plaatse van het werkingsgebied ' Achtererfgebied ', liggen de achtererfgebieden zoals bedoeld in dit omgevingsplan. Artikel 3.10 Attentiegebied gemeentelijke monumenten Locaties ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Attentiegebied gemeentelijke monumenten ‘ zijn bedoeld voor bescherming en behoud van gemeentelijke monumenten. Artikel 3.11 Attentiegebied rijksmonumenten Locaties ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Attentiegebied rijksmonumenten ‘ zijn bedoeld voor bescherming en behoud van rijksmonumenten. Artikel 3.12 Bodemfunctieklasse landbouw/natuur Ter plaatse van het werkingsgebied " Bodemfunctieklasse landbouw/natuur " liggen gronden met de bodemfunctieklasse landbouw/natuur. Artikel 3.13 Bodemfunctieklasse wonen Ter plaatse van het werkingsgebied " Bodemfunctieklasse wonen " liggen gronden met de bodemfunctieklasse wonen. Artikel 3.14 Bodemfunctieklasse industrie Ter plaatse van het werkingsgebied " Bodemfunctieklasse industrie" liggen gronden met de bodemfunctieklasse industrie. Artikel 3.15 Karakteristieke bouwwerken Ter plaatse van het werkingsgebied " Karakteristiek" liggen karakteristieke bouwwerken. Hoofdstuk 4 Voorschriften voor diverse onderwerpen Afdeling 4.1 Algemene voorschriften activiteiten Artikel 4.
De voorschriften in deze afdeling zijn, tenzij anders aangegeven, van toepassing in de het werkingsgebied ' Algemene voorschriften activiteiten '. Artikel 4.2 Maatwerkvoorschriften
- Het college van burgemeester en wethouders kan voor de volgende onderwerpen maatwerkvoorschriften stellen en/of voorschriften verbinden aan een omgevingsvergunning: a. Energiebesparing bij milieubelastende activiteiten. b. Geluid bij milieubelastende activiteiten. c. Trillingen bij milieubelastende activiteiten. d. Geur bij milieubelastende activiteiten. e. Afval- en hemelwaterbeheer bij milieubelastende activiteiten. f. Bodembescherming bij milieubelastende activiteiten. g. Lichthinder bij milieubelastende activiteiten. h. Externe veiligheid bij opslag en gebruik van gevaarlijke stoffen. i. Activiteiten met betrekking tot bouwwerken, open erven en terreinen. j. Activiteiten die betrekking hebben op gemeentelijke monumenten. k. Bouwactiviteiten op een bodemgevoelige locatie. l. Stofhinder bij milieubelastende activiteiten.
- Bij maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van het bepaalde in de hoofdstukken 5, 6, 7, 8, 9 en 10 van dit omgevingsplan.
- Het bepaalde in dit artikel is niet van toepassing voor zover de Omgevingswet en de daarop gebaseerde rijks- en provinciale regels het stellen van vergunning- en/of maatwerkvoorschriften door het college uitsluiten. Afdeling 4.2 Voorschriften m.b.t. diverse onderwerpen Paragraaf 4.2.
Artikel 4
.3 Werkingsgebied De voorschriften in deze afdeling zijn, tenzij anders bepaald, van toepassing op het werkingsgebied ' Voorschriften m.b.t. diverse onderwerpen ' . Paragraaf 4.2.2 Voorschriften voor het wijzigen van de inrichting van de weg Artikel 4.4 (omgeving)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een weg(
- en)aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg(
- en)te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg(
- en). 2. De vergunning in het eerste lid kan worden geweigerd: a. In het belang van de openbare orde; b. In het belang van de openbare veiligheid, waaronder de verkeersveiligheid c. In het belang van de volksgezondheid; d. In het belang van de bescherming van het milieu 3. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor overheden bij het uitvoeren van hun publieke taak. 4. Het verbod in het eerste lid geldt voorts niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Gelderse Wegenverordening, de Waterschap keur, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Algemene verordening ondergrondse infrastruturen. Artikel 4.5 Vergunning voor het aanleggen van kabels 1. Het is verboden zonder of in afwijking van het door het college verleende omgevingsvergunning en zonder afstemming van voorgenomen werkzaamheden met overige netbeheerder, kabels en/of leidingen in of op openbare gronden aan te leggen, in stand te houden, te wijzigen, te verplaatsen of op te ruimen. De vergunningplicht van dit artikel geldt niet voor zover deze op grond van de Telecommunicatiewet niet noodzakelijk is. 2. In het geval van spoedeisende werkzaamheden, volstaat een melding bij voorkeur voorafgaand aan de start van de werkzaamheden. Deze melding moet uiterlijk binnen één werkdag na de uitvoering gemotiveerd worden gedaan aan het college. Artikel 4.6 Het verleggen van netten 1. De netbeheerder is verplicht op verzoek van het college (aanwijzing) over te gaan tot het nemen van maatregelen voor kabels en leidingen ten dienste van zijn netwerk, waaronder het verplaatsen, voor zover deze noodzakelijk zijn voor de oprichting van gebouw(
- en)of de uitvoering van werken door of vanwege de gemeente of een derde. 2. Voor het nemen van maatregelen wat betreft kabels en/of leidingen die ten dienste staan van een netwerk ten behoeve van nutsvoorzieningen in of op openbare gronden en niet vallend onder de Telecommunicatiewet, waaronder het verplaatsen op verzoek van de gemeente of het anderszins nemen van maatregelen over in of op openbare rond aanwezige kabels en/of leidingen, kan het college nadere regels vaststellen. 3. Na een verzoek tot het nemen van maatregelen gaat de netbeheerder zo snel mogelijk over tot de uitvoering, maar niet later dan twaalf
(12)weken na de datum van ontvangst van het verzoek. 4. Een aanwijzingsbesluit op verzoek van een derde geschiedt niet voordat deze derde zich jegens de gemeente akkoord tot het betalen van de uit het aanwijzingsbesluit voortvloeiende compensatie op basis van dit artikel. 5. Voor zover de aanwijzing geschiedt op verzoek van een derde, is deze derde verplicht de kosten van de door de gemeente betaalde nadeelcompensatie aan de gemeente te vergoeden. 6. De derde is in een situatie als bedoeld in het vijfde lid belanghebbende bij een besluit tot toekenning van nadeelcompensatie. Artikel 4.7 Breekverbod 1. Indien er sprake is van extreme weersomstandigheden is het college bevoegd een breekverbod in te stellen. Of er sprake is van extreme weersomstandigheden is naar oordeel van het college. 2. Tijdens het breekverbod is het verboden breek- en graafwerkzaamheden uit te voeren. 3. Het breekverbod is niet van toepassing in geval van spoedeisende werkzaamheden ten gevolge van een ernstige belemmering of storing en waarvan uitstel niet mogelijk is. 4. Het college zal de betrokken grondroerder tijdig of in ieder geval één dag voor de beëindiging van het breekverbod over de beëindiging van het verbod informeren. 5. De betrokken grondroerder worden schriftelijk over de beëindiging van het breekverbod geïnformeerd. Artikel 4.8 Niet-openbare kabels en leidingen 1. Bij werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van niet-openbare kabels en leidingen in openbare wegen of wateren is het bepaalde in dit omgevingsplan van overeenkomstige toepassing. 2. Het opnemen van het bepaalde in eerste houdt geen gedoogplicht in voor de gemeente Oost Gelre met betrekking tot niet-openbare kabels en leidingen. Artikel 4.9 Maken, veranderen van een uitweg 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het college een uitweg te maken naar de weg(
- en)of verandering te brengen in een bestaand(
- e)uitweg naar de weg(
- en). 2. De vergunning, het eerste lid kan worden geweigerd: a. ter voorkoming van gevaar voor het verkeer op de weg(
- en); b. indien de uitweg zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats; c. indien door de uitweg het openbaar groen op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; d. indien er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen. e. in het belang van het doelmatig beheer van de weg(
- en); 3. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of de Gelderse wegenverordening. Paragraaf 4.2.3 Voorschriften over het maken van Handelsreclame Artikel 4.10 Het maken van handelsreclame 1. Het is verboden zonder vergunning van het college op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die vanaf de weg(
- en)zichtbaar is. 2. Het verbod, zoals genoemd in het eerste lid ,geldt niet voor onverlichte: a. opschriften, aankondigingen of afbeeldingen in het inwendig gedeelte van een onroerende zaak, die niet kennelijk gericht zijn op zichtbaarheid vanaf de weg(
- en); b. opschriften of aankondigingen op of aan onroerende zaken, daartoe aangewezen door de overheid; c. opschriften of aankondigingen kleiner dan 0,50 m2 en de langste zijde korter dan 1 meter die betrekking hebben op:i. een openbare verkoping of een aanbieding ter verkoop, verhuur of verpachting van een onroerende zaak, zulks voor zolang zij feitelijke betekenis hebben;ii. het beroep, de dienst of het bedrijf dat in of op de onroerende zaak wordt uitgeoefend of waarvoor die zaak is bestemd; d. opschriften die betrekking hebben op de naam of aard van in uitvoering zijnde bouwwerken of op de namen van degenen die bij het ontwerp of de uitvoering van het bouwwerk betrokken zijn, mits deze opschriften zijn aangebracht op borden bij of op de in uitvoering zijnde bouwwerken zelf, zulks voor zolang zij feitelijke betekenis hebben; e. opschriften of aankondigingen op of aan onroerende zaken dienstbaar aan het openbaar vervoer, indien deze zijn aangebracht ten dienste van dat vervoer. 3. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor opschriften of aankondigingen van kennelijk tijdelijke aard, voor zolang zij feitelijke betekenis hebben, mits: a. van het aanbrengen ervan tevoren schriftelijk kennisgeving is gedaan aan het college; b. het college niet binnen twee weken na ontvangst van die kennisgeving van enig bezwaar heeft doen blijken; c. deze opschriften of aankondigingen betrekking hebben op evenementen en niet langer dan 31 dagen worden geplaatst. 4. Het is verboden door een opschrift, aankondiging of afbeelding als bedoeld in het tweede en derde lid de veiligheid van het verkeer in gevaar te brengen of ernstige hinder voor de omgeving te veroorzaken. 5. Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd: a. indien de handelsreclame , hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; b. in het belang van de verkeersveiligheid; c. in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van een in de nabijheid gelegen onroerende zaak. 6. Burgemeester en wethouders kunnen categorieën van handelsreclame aanwijzen waarvoor het verbod uit het eerste lid niet van toepassing is. Paragraaf 4.2.4 Voorschriften over kamperen buiten kampeerterreinen Artikel 4.11 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen 1. Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een terrein waar op grond van dit omgevingsplan het plaatsen van kampeermiddelen is toegestaan. 2. Het verbod, zoals bedoeld in het eerste lid ,geldt niet voor het tijdelijk plaatsen van kampeermiddelen voor eigen gebruik door de rechthebbende op een erf behorende bij een woning. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod zoals bedoeld in het eerste lid. Artikel 4.12 Aanwijzing kampeerplaatsen Het college kan plaatsen aanwijzen waarop het verbod van artikel 4.11 eerste lid niet geldt. Het college kan daarbij nadere regels stellen. Paragraaf 4.2.5 Voorschriften over het innemen van standplaatsen Artikel 4.13 standplaatsvergunning en weigeringsgronden 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats(
- en)in te nemen of te hebben. 2. Het college weigert de vergunning, in het eerste lid, als de locatie op grond van dit omgevingsplan niet gebruikt mag worden voor het innemen van standplaats(
- en). 3. De vergunning, in het eerste lid, kan voorts worden geweigerd: a. indien de standplaats(
- en)hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; b. indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning voor een standplaats(
- en)voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt. c. In het belang van de openbare orde; d. In het belang van de openbare veiligheid; e. In het belang van de volksgezondheid; f. In het belang van de bescherming van het milieu 4. Afval(water) dat vrijkomt bij de exploitatie van een standplaats dient door de standplaatshouder ingezameld en meegenomen te worden. Tenzij dit in de vergunning expliciet is opgenomen, is het verboden om afvalwater van een standplaats te lozen in een straatkolk. Artikel 4.14 Toestemming rechthebbende Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop zonder vergunning van het college een standplaats wordt of is ingenomen. Paragraaf 4.2.6 Voorschriften over Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden Artikel 4.15 Crossterreinen 1. Het is verboden op enig terrein, geen weg(
- en)zijnde, met een motorvoertuig(
- en)of een bromfiets een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig(
- en)of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben. 2. Het verbod van eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen: a. in het belang van het voorkomen of beperken van overlast; b. in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden; c. in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek. Artikel 4.16 Beperking verkeer in natuurgebieden 1. Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig(en), een bromfiets, een fiets of een paard. 2. Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen: a. het voorkomen van overlast; b. de bescherming van natuur- of milieuwaarden; c. de veiligheid van het publiek. 3. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op motorvoertuig(
- en), bromfiets , fietsen en paarden: a. ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde minister aangewezen hulpverleningsdiensten; b. die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als in eerste bedoeld; c. die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd; d. dan de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in eerste bedoeld; e. voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d bedoelde personen. 4. Het in het eerste lid gestelde verbod is voorts niet van toepassing: a. op weg(
- en)die gelegen zijn binnen de in eerste bedoelde gebieden of terreinen; b. binnen de bij of krachtens de Provinciale verordening aangewezen gebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen. 5. Het college kan ontheffing verlenen van het in eerste lid gestelde verbod. Paragraaf 4.2.7 Voorschriften over het stoken van vuur Artikel 4.17 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken 1. Het is verboden in de open lucht afvalstoffen te verbranden of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. 2. Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod uit eerste niet van toepassing op: a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen afvalstoffen worden verbrand; c. vuur voor koken, bakken en braden. 3. Het college kan van het verbod in het eerste lid ontheffing verlenen. 4. De ontheffing, in het derde lid kan worden geweigerd: a. In het belang van de openbare orde; b. In het belang van de openbare veiligheid; c. In het belang van de volksgezondheid; d. In het belang van de bescherming van het milieu 5. Het college kan perioden aanwijzen waarin de uitzonderingen van het tweede lid niet van toepassing zijn en de reeds verleende ontheffingen van het derde lid niet van kracht zijn. Afdeling 4.3 Boom of beplanting onderhouden of weghalen Paragraaf 4.3.
Artikel 4
.18 Werkingsgebied De voorschriften in deze afdeling zijn, tenzij anders bepaald, van toepassing op het werkingsgebied ' Boom of beplanting onderhouden of weghalen ' Paragraaf 4.3.2 Algemene bepalingen Artikel 4.19 Toepassingsbereik Deze afdeling gaat over de werkzaamheid ' Boom of beplanting onderhouden of weghalen ' en de activiteit ' Boom kappen of houtopstand vellen '. Artikel 4.20 Oogmerken De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op: a. Het beschermen van de gezonde en vitale leefomgeving. b. Het beschermen van landschappelijke en cultuurhistorische elementen. c. Het beschermen van de biodiversiteit. d. Het beschermen van bijzondere bomen. Artikel 4.21 Werkingsgebieden
- Ter plaatse van het werkingsgebied " Bebouwingscontour houtkap ", ligt de Bebouwingscontour houtkap als bedoeld in dit omgevingsplan.
- Locaties ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Attentiegebied bijzondere bomen ‘ zijn bedoeld voor bescherming en behoud van bijzondere bomen.
- Ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Erven en tuinen ‘ liggen de erven en tuinen buiten de ‘ Bebouwingscontour houtkap ‘ als bedoeld in dit omgevingsplan.
- Ter plaatse van het werkingsgebied ‘ 20 meter contour houtkap ‘ ligt de 20 meter contour die van belang is voor de beoordeling of voor het vellen van een houtopstand rondom een woning in het buitengebied een vergunning nodig is. Artikel 4.22 Verbodsbepaling Het is verboden zonder vergunning van het college van burgemeester en wethouders een houtopstand te vellen of te doen vellen. Artikel 4.23 Aanwijzing bijzondere houtopstanden
- Houtopstanden die vallen in het ' Attentiegebied Bijzondere bomen ' zijn houtopstanden die behouden dienen te blijven vanwege één of meer van de in 4.26 genoemde waarden.
- Vergunningen voor het vellen of doen vellen van aangewezen houtopstanden worden enkel verleend wanneer er, naar het oordeel van het college, sprake is van omstandigheden die maken dat het behoud van de houtopstand redelijkerwijs niet opweegt tegen het belang dat gemoeid is met de velling van de houtopstand. Artikel 4.24 Afbakening
- Het bepaalde in deze afdeling is niet van toepassing op een houtopstand welke onderdeel uitmaakt van een houtopstand die een grotere oppervlakte grond beslaan dan 10 are of bestaan uit een rijbeplanting die 21 of meer bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen.
- Het verbod van artikel 4.22 geldt niet voor: a. houtstanden en activiteiten als bedoeld in artikel 11.111 lid 2 sub c. tot en met i van het Besluit activiteiten leefomgeving. b. een houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantgezondheidswet; c. solitaire bomen met een dwarsdoorsnede kleiner dan 20 centimeter, op 1.30 meter hoogte. Artikel 4.25 Aanvraag vergunning De vergunning, zoals bedoeld in artikel 4.22, moet worden aangevraagd door of namens dan wel met toestemming van degene die krachtens zakelijk recht of door degene die krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd is over de houtopstand te beslissen. Artikel 4.26 Weigeringsgronden De vergunning, zoals bedoeld in 4.22 kan worden geweigerd op grond van: a. de natuurwaarde van de houtopstand; b. de landschappelijke waarde van de houtopstand; c. de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon; d. de beeldbepalende waarde van de houtopstand; e. de cultuurhistorische waarde van de houtopstand; f. de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand. Artikel 4.27 Bijzondere vergunningvoorschriften
- Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door het college te geven aanwijzingen moet worden her plant.
- Wordt een voorschrift als bedoeld in eerste gegeven, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de herbeplanting en op welke wijze niet-geslaagde beplanting moet worden vervangen.
- Een vergunning wordt verleend onder de standaardvoorwaarde van feitelijk niet-gebruik tot het moment dat de bezwaartermijn is verstreken.
- Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere situaties bepalen dat derde lid niet van toepassing is. Artikel 4.28 Her plant-/instandhoudingsplicht
- Indien een houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze afdeling van toepassing is, zonder vergunning van het college is geveld dan wel op andere wijze tenietgegaan, kan het college aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevond dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te herbeplanten overeenkomstig de door zijn te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn.
- Wordt een verplichting als bedoeld in eerste opgelegd, dan kan daarbij worden bepaald binnen welke termijn na de herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet worden vervangen.
- Indien een houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze afdeling van toepassing is, ernstig in het voortbestaan wordt bedreigd, kan het college aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevindt dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om overeenkomstig de door hem te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen.
- Degene aan wie een verplichting als bedoeld in het eerste tot en met derdel id van 4.28 is opgelegd, alsmede zijn rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen. Paragraaf 4.3.3 Houtopstanden binnen de bebouwingscontour houtkap Artikel 4.29 Werkingsgebied bijzondere houtopstanden Het verbod van 4.22 geldt binnen de ‘ Bebouwingscontour houtkap ‘, enkel voor houtopstanden die op grond van 4.23 zijn aangewezen als bijzondere houtopstand. De houtopstanden bevinden zich op locaties met het werkingsgebied ‘ Attentiegebied Bijzondere bomen ‘. Paragraaf 4.3.4 Houtopstanden buiten de bebouwingscontour houtkap Artikel 4.30 Uitzondering verbod buiten de bebouwingscontour houtkap Het verbod van 4.22 geldt buiten de ‘ Bebouwingscontour houtkap ‘ niet voor houtopstanden die zijn gelegen op een ‘ erf of tuin ’ én binnen de ‘ 20 meter contour houtkap ‘ én voor zover de houtopstand op grond van 4.23 niet is aangewezen als ‘ bijzondere houtopstand ‘. Paragraaf 4.3.5 Afstand tot de grenslijn van bomen Artikel 4.31 Afstanden tot grenslijn Artikel 5:42 van het Burgerlijk wetboek bepaalt dat bomen op 2 meter van de grenslijn moeten worden geplaatst en heesters en heggen op een halve meter. Hiervan kan bij verordening worden afgeweken. Op grond van dit omgevingsplan geldt een minimale afstand voor bomen van 0,5 meter te rekenen vanaf het midden van de voet van de boom tot aan de grenslijn en voor heesters en heggen 0 meter. Deze uitzondering is slechts van toepassing op bomen, heesters en heggen die zijn geplaatst op gronden die in eigendom zijn van de gemeente danwel gronden die in eigendom waren van de gemeente op het moment dat de bomen, heester en heggen werden geplaatst. Hoofdstuk 5 Gebruiksvoorschriften Afdeling 5.1 Gebruiksvoorschriften algemeen Paragraaf 5.1.
Artikel 5
.
De voorschriften in deze afdeling zijn, tenzij anders bepaald, van toepassing op het werkingsgebied ' Gebruiksvoorschriften algemeen '. Paragraaf 5.1.2 Algemene bepalingen gebruik Artikel 5.2 Algemene bepalingen 1. In hoofdstuk 5 zijn diverse specifiek omschreven functies opgenomen. Als een functie meerdere toegestane gebruiksactiviteiten impliceert, terwijl er voor die impliciete gebruiksactiviteiten een specifiek omschreven functie is opgenomen in dit omgevingsplan, dan is die specifiek omschreven functie enkel toegestaan als die ook van toepassing is verklaard op het werkingsgebied waarop de gebruiksactiviteiten impliciet zijn toegestaan. 2. Het gebruik van gronden voor de volgende functies is, behoudens in de situatie dat dit voor een bepaalde locatie expliciet is toegestaan op grond van het bepaalde in 5 van dit omgevingsplan, in ieder geval niet toegestaan: a. staan- of ligplaats voor onderkomens; b. opslagplaats voor onklare voer-, vlieg- en vaartuigen of onderdelen daarvan; c. al dan niet tijdelijke buitenopslag voor gerede of ongerede goederen, zoals vaten, kisten, bouwmaterialen, werktuigen, machines of onderdelen daarvan, indien deze opslag hoger is dan 3 meter of gelegen is voor de voorgevel aan de wegzijde; d. stortplaats voor puin, mest- of afvalstoffen; e. seksinrichting of ten behoeve van prostitutie doeleinden; f. opslag van vuurwerk. Artikel 5.3 Gebruik bouwwerken voor wonen Het gebruik van gronden voor de functie wonen is enkel toegestaan in woning(en)en op locaties waaraan op grond van hoofdstuk 5 van dit omgevingsplan een woonfunctie is gegeven. Artikel 5.4 Aan huis verbonden beroep Tenzij dit op grond van de bepalingen van hoofdstuk 5 is uitgesloten voor een bepaalde locatie, is de uitoefening van een aan huis verbonden beroep in woningen en bedrijfswoning(
- en)en bijbehorend(
- e)bouwwerk(
- en)toegestaan, met dien verstande dat maximaal 40% van de vloeroppervlakte van de (bedrijfs)woning en 100% van de vloeroppervlakte van de bijbehorend(
- e)bouwwerk(
- en)mag worden gebruikt met een gezamenlijk maximum van 50 m². Ten behoeve van de activiteit wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. Artikel 5.5 Toegestane voorzieningen bij functies Bij functies welke genoemd zijn in Hoofdstuk 5 op een bepaalde locatie, zijn in ieder geval de volgende bij die functies behorende voorzieningen toegestaan: a. parkeervoorzieningen; b. toegangswegen, in- en uitritten; c. verhardingen; d. wateren en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; e. groenvoorzieningen; f. nutsvoorzieningen; g. erven en tuinen. h. speelvoorzieningen Paragraaf 5.1.3 Vergunningplichten gebruik Artikel 5.6 Vergunningplicht aan huis gebonden bedrijf 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning een woning(
- en)en bijbehorend(
- e)bouwwerk(
- en)bij de woning(
- en)(mede) te gebruiken voor de uitoefening van een aan huis verbonden bedrijf. 2. De in het eerste lid genoemde vergunning wordt verleend als: a. het medegebruik van ondergeschikte betekenis is en maximaal 30% beslaat van de totale nettovloeroppervlakte (nvo) van de woning en bijbehorend(
- e)bouwwerk(
- en)tot een maximum van 50 m²; b. slechts bedrijf/bedrijven toelaatbaar zijn, die behoren tot de categorie 1 van de als bijlage bijgevoegde ' Lijst van aan huis gebonden beroepen en bedrijven'; c. geen detailhandel plaatsvindt, behoudens een beperkte verkoop -als ondergeschikte nevenactiviteit(en)- van producten die ter plaatse zijn vervaardigd, dan wel direct verband houden met het aan huis verbonden bedrijf; d. het gebruik geen nadelige invloed heeft op de verkeersafwikkeling, danwel niet onevenredig veel extra verkeer aantrekt; e. het gebruik niet leidt tot een onevenredige aantasting van de leefomgeving; f. ten behoeve van de activiteit wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. Artikel 5.7 Vergunningplicht locaties met het werkingsgebied Kamperen 1. Het is verboden een terrein voor kamperen in gebruik te nemen zonder omgevingsvergunning. Aan de omgevingsvergunning kunnen voorschriften worden verboden die betrekking hebben op: a. landschappelijke inpassing; b. sanitaire voorzieningen; c. aantal kampeermiddelen; d. aard en omvang van de kampeermiddelen; e. parkeer- en verkeersvoorzieningen; f. de periode waarin kampeermiddelen mogen worden geplaatst; g. afstanden tot omliggende functies en gebouwen. 2. De vergunning wordt verleend als de kampeeractiviteiten: a. Op grond van de gebruiksregels van hoofdstuk 5 of op grond van een vergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit toegestaan zijn op beoogde locatie. b. De kampeeractiviteiten op deugdelijke wijze landschappelijk zijn ingepast. c. Er voldoende sanitaire voorzieningen zijn. d. Er voldoende parkeervoorzieningen zijn. Artikel 5.8 Vergunningplicht locaties met het werkingsgebied Pre-mantelzorgwoningen 1. Het is verboden een pre-mantelzorgwoning(
- en)in gebruik te nemen zonder omgevingsvergunning. De vergunning is persoonsgebonden en tijdelijk. 2. De omgevingsvergunning wordt verleend als aan de volgende voorwaarden voldaan wordt: a. er een sociale relatie is tussen de bewoners van de pre-mantelzorgwoning(
- en)en de hoofdbewoning op het perceel. b. de aanvragers in voldoende mate aantonen dat ze bereid en in staat zijn, wanneer nodig, mantelzorg te verlenen. c. de oppervlakte van een pre-mantelzorgwoning(
- en)mag maximaal 100 m² bedragen met dien verstande dat bij permanente bebouwing de maximale oppervlakte zoals opgenomen in het omgevingsplan niet overschreden mag worden; d. een pre-mantelzorgwoning(
- en)mag maximaal bestaan uit 1 bouwlaag en dient op de begane grond gesitueerd te zijn. e. een pre-mantelzorgwoning(
- en)heeft een maximale goothoogte van 3,50 meter en een nokhoogte van 5 meter (indien niet in bestaande bebouwing gerealiseerd), conform de meet- en rekenbepalingen van het geldende omgevingsplan; f. de maximale afstand tussen hoofdwoning en pre-mantelzorgwoning(
- en)bedraagt 25 meter. Het bevoegd gezag kan hier gemotiveerd van afwijken indien naar het oordeel van het bevoegd gezag plaatsing van de pre-mantelzorgwoning(
- en)niet mogelijk is binnen de genoemde 25 meter. g. de pre-mantelzorgwoning(
- en)wordt geplaatst op minimaal 1 meter achter de voorgevelrooilijn van de bestaande hoofdwoning en op een afstand van de perceelsgrens (zijdelingse en achter) van tenminste 1 meter of, bij ramen aan de zijde van de perceelsgrenzen, minimaal 2 meter. Bij hoekpercelen of andere bijzondere situaties kan maatwerk geleverd worden. h. de pre-mantelzorgwoning(
- en)moet worden geplaatst op de gronden die horen bij de bestaande hoofdwoning van de toekomstige zorgverlener. De pre-mantelzorgwoning(
- en)mag uitsluitend geplaatst worden op gronden waar op grond van dit omgevingsplan een woning(
- en)(al dan niet in de vorm van een bedrijfswoning(en)) is toegestaan en aanwezig is. i. De pre-mantelzorgwoning(
- en)is levensloopbestendig in de vorm van een nul-tredenwoning en kan op basis van geringe aanpassingen geschikt worden gemaakt aan de ontstane of gewijzigde zorgbehoefte op termijn. j. Per hoofdwoning(
- en)mag maximaal één pre-mantelzorgwoning(
- en)gerealiseerd worden. k. Er mogen geen belemmeringen van milieukundige aard aanwezig zijn ten aanzien van het plaatsen van de pre-mantelzorgwoning(
- en), alsook ten aanzien van de situering hiervan. Ook de bedrijfsvoering van omliggende bedrijven mag niet worden beperkt. l. Parkeren moet plaatsvinden op eigen terrein voor wat betreft de toegenomen parkeerbehoefte door het plaatsen van de pre-mantelzorgwoning(en), tenzij aangetoond kan worden dat het niet tot een toename leidt. m. Hemelwater van het bouwoppervlak van de pre-mantelzorgwoning(
- en)en nieuwe verharding worden op eigen terrein geïnfiltreerd. n. Bewoning van de pre-mantelzorgwoning(
- en)is toegestaan door maximaal twee personen waarvan tenminste 1 persoon de leeftijd van 67 jaar heeft bereikt. Afdeling 5.2 Gebruiksvoorschriften functie gerelateerd Paragraaf 5.2.1 Locaties met de functies Agrarisch Artikel 5.9 Locaties met het werkingsgebied Agrarisch - bedrijfsperceel 1. Op locaties met het werkingsgebied ' Agrarisch - bedrijfsperceel ', zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan: a. de uitoefening van een grondgebonden agrarisch bedrijf; b. agrarische voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van het agrarisch bedrijf; c. het houden van dieren en telen van gewassen; d. het gebruik van gronden voor natuur-, water- en landschapselementen; e. opslag die geschiedt in het kader van de normale agrarische bedrijfsvoering; f. paardenbak met een maximale grootte van 800 m²; g. extensieve dagrecreatie ; h. verkoop van ter plaatse vervaardigde/geproduceerde goederen zoals vlees, eieren, graan bij een agrarisch bedrijf tot een maximum van 50 m2 van de bestaande bedrijfsgebouwen. 2. Tot een strijdig gebruik binnen het werkingsgebied ‘ Agrarisch - bedrijfsperceel ‘ wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van meer dan één bouwlaag van een bouwwerk voor het houden van dieren. Artikel 5.10 Locaties met het werkingsgebied Agrarisch - landbouwgrond Ter plaatse van het werkingsgebied ' Agrarisch - landbouwgrond ' zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan: a. het gebruik van gronden voor het telen van gewassen; b. het gebruik van gronden voor het weiden van dieren; c. het gebruik van gronden voor natuur-, water- en landschapselementen; d. wegen en paden ten behoeve van de agrarische functie en ten behoeve van extensieve dagrecreatie; e. extensieve dagrecreatie. Artikel 5.11 Locaties met het werkingsgebied Intensieve veehouderij Ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Agrarisch - bedrijfsperceel ‘ is intensieve veehouderij toegestaan op locaties met het werkingsgebied ' Intensieve veehouderij ' met dien verstande dat niet meer dan 1 hectare van het bouwvlak(ken) gebruikt mag worden ten behoeve van de intensieve veehouderij. Indien de bestaand(
- e)oppervlakte meer bedraagt, is deze bestaand(
- e)oppervlakte toegestaan. Artikel 5.12 Locaties met het werkingsgebied Reconstructiewetzone - extensiveringsgebied Ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Intensieve veehouderij ‘ mag in afwijking van het bepaalde in artikel 5.11 de oppervlakte van intensieve veehouderij ter plaatse van het werkingsgebied ' Reconstructiewetzone - extensiveringsgebied ' niet meer bedragen dan de bestaand(
- e)oppervlakte. Artikel 5.13 Locaties met het werkingsgebied Paardenhouderij Ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Agrarisch - bedrijfsperceel ‘ is een gebruiksgerichte paardenhouderij toegestaan op locaties met het werkingsgebied ‘ Paardenhouderij ’. Artikel 5.14 Locaties met het werkingsgebied Broederij Ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Agrarisch - bedrijfsperceel ‘ is een broederij toegestaan op locaties met het werkingsgebied ‘ Broederij ’, Artikel 5.15 Locaties met het werkingsgebied Glastuinbouw Ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Agrarisch - bedrijfsperceel ‘ is glastuinbouw toegestaan op locaties met het werkingsgebied ‘ Glastuinbouw ’, Artikel 5.16 Locaties met het werkingsgebied Paardenbak Op locaties met het werkingsgebied ' Paardenbak ' zijn paardenbakken toegestaan. Paragraaf 5.2.2 Locaties met de functie Archeologie Artikel 5.17 Locaties met het werkingsgebied Waarde - archeologisch waardevol gebied 1 De locaties ter plaatse van het werkingsgebied ' Waarde - archeologisch waardevol gebied 1 ' hebben tot doel het behoud en de bescherming van (te verwachten) archeologische waarden in de bodem. Artikel 5.18 Locaties met het werkingsgebied Waarde - archeologisch waardevol gebied 2 De locaties ter plaatse van het werkingsgebied ' Waarde - archeologisch waardevol gebied 2 ' hebben tot doel het behoud en de bescherming van (te verwachten) archeologische waarden in de bodem. Artikel 5.19 Locaties met het werkingsgebied Waarde - archeologisch verwachtingsgebied 1 De locaties ter plaatse van het werkingsgebied ' Waarde - archeologisch verwachtingsgebied 1 ' hebben tot doel het behoud en de bescherming van (te verwachten) archeologische waarden in de bodem. Artikel 5.20 Locaties met het werkingsgebied Waarde - archeologisch verwachtingsgebied 2 De locaties ter plaatse van het werkingsgebied ' Waarde - archeologisch verwachtingsgebied 2 ' hebben tot doel het behoud en de bescherming van (te verwachten) archeologische waarden in de bodem. Artikel 5.21 Locaties met het werkingsgebied Waarde - archeologische verwachtingsgebied 3 De locaties ter plaatse van het werkingsgebied' Waarde - archeologisch verwachtingsgebied 3 ' hebben, tot doel het behoud en de bescherming van (te verwachten) archeologische waarden in de bodem. Artikel 5.22 Locaties met het werkingsgebied Waarde - archeologische verwachtingsgebied 4 De locaties ter plaatse van het werkingsgebied ' Waarde - archeologisch verwachtingsgebied 4 ' hebben, tot doel het behoud en de bescherming van (te verwachten) archeologische waarden in de bodem. Paragraaf 5.2.3 Locaties met de functies Bedrijf Subparagraaf 5.2.3.1 Locaties met de functies Bedrijf Artikel 5.23 Locaties met het werkingsgebied Bedrijf 1. Op locaties ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Bedrijf ‘, zijn bedrijf/bedrijven met uitsluitend de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan: a. wanneer bedrijfsactiviteiten zijn gekoppeld aan een werkingsgebied met een ‘ Bedrijf met een categorie ‘, zijn de in de desbetreffende categorie(ën) genoemde bedrijven toegestaan; b. wanneer bedrijfsactiviteiten zijn gekoppeld aan een werkingsgebied inhoudende een ‘ Specifieke vorm van bedrijf ‘, zijn enkel de bij die specifieke vorm van bedrijf opgenomen bedrijven toegestaan. Als er meerdere werkingsgebieden met meerdere (categorieën van) bedrijven zijn toegestaan op die locatie, dan zijn ook die bedrijven en/of bedrijfscategorieën toegestaan; c. voor zover er geen werkingsgebied ‘ Categorie van bedrijfsactiviteiten ’ of een ‘ Specifieke vorm van bedrijf ’ aan een locatie is gekoppeld, zijn uitsluitend bedrijf/bedrijven behorend tot de categorie 1 en 2 van de in de bijlage opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten toegestaan. 2. Het bevoegd gezag kan, in afwijkking van het eerste lid onder c bij een omgevingsvergunning toestaan dat op locaties met het werkingsgebied ' Bedrijf ' bedrijfsactiviteiten van categorie 3.1 of 3.2 mogen worden uitgevoerd, mits deze activiteiten naar de aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met bedrijfsactiviteiten van categorie 1 en 2, met uitzondering van geluidszoneringsplichtige bedrijf/bedrijven . De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige aantasting ontstaat van: a. het straat en bebouwingsbeeld; b. de milieusituatie; c. de verkeersveiligheid; d. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 3. Op locaties ter plaatse van het werkingsgebieden ‘ Bedrijf ‘ wordt onder strijdig gebruik verstaan: a. een al dan niet tijdelijk buitenopslag van goederen en materialen indien deze opslag hoger is dan 3 meter of gelegen voor de voorgevel aan de wegzijde; b. het gebruik van gebouwen voor zelfstandige kantoren, met uitzondering van bestaand(
- e)kantoren; c. bewoning van gebouwen, met uitzondering van bedrijfswoningen. 4. Het bepaalde in dit artikel (5.23) is ter plaatse van het werkingsgebied ' Bedrijf ' niet van toepassing als hiervan in een ander artikel in deze paragraaf (5.2.3) wordt afgeweken. 5. De volgende bij bedrijfsactiviteiten behorende voorzieningen zijn toegestaan in het werkingsgebied ' Bedrijf ': a. onzelfstandige kantoorfunctie , mits deze niet meer dan 30% van het brutovloeroppervlak bedraagt; b. productiegebonden detailhandel , met uitzondering van voedings- en genotmiddelen, mits maximaal 10% van de brutovloeroppervlakte van het bedrijf/bedrijven gebruikt wordt voor productiegebonden detailhandel tot een maximum van 100 m². Subparagraaf 5.2.3.2 Categorieën van bedrijven Artikel 5.24 Locaties met het werkingsgebied Bedrijf van categorie 1 Ter plaatse van het werkingsgebied ' Bedrijf ' zijn op locaties met het werkingsgebied ‘ Bedrijf van categorie 1 ' zijn bedrijf/bedrijven behorend tot categorie 1 van de in de bijlage opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten toegestaan. Artikel 5.25 Locaties met het werkingsgebied Bedrijf tot en met categorie 2 Ter plaatse van het werkingsgebied ' Bedrijf ' zijn op locaties met het werkingsgebied ‘ Bedrijf tot en met categorie 2 ’ zijn bedrijf/bedrijven behorend tot categorie 1 tot en met 2 van de in de bijlage opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten toegestaan. Artikel 5.26 Locaties met het werkingsgebied Bedrijf tot en met categorie 3.1 Ter plaatse van het werkingsgebied ' Bedrijf ' zijn op locaties met het werkingsgebied ‘ Bedrijf tot en met categorie 3.1 ’ zijn bedrijf/bedrijven behorend tot categorie 1 tot en met 3.1 van de in de bijlage opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten toegestaan. Artikel 5.27 Locaties met het werkingsgebied Bedrijf tot en met categorie 3.2 Ter plaatse van het werkingsgebied ' Bedrijf ' zijn op locaties met het werkingsgebied ‘ Bedrijf tot en met categorie 3.2 ’ zijn bedrijf/bedrijven behorend tot categorie 1 tot en met 3.2 van de in de bijlage opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten toegestaan. Artikel 5.28 Locaties met het werkingsgebied Bedrijf tot en met categorie 4.1 Ter plaatse van het werkingsgebied ' Bedrijf ' zijn op locaties met het werkingsgebied ‘ Bedrijf tot en met categorie 4.1 ’ zijn bedrijf/bedrijven behorend tot categorie 1 tot en met 4.1 van de in de bijlage opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten toegestaan. Artikel 5.29 Locaties met het werkingsgebied Bedrijf tot en met categorie 4.2 Ter plaatse van het werkingsgebied ' Bedrijf ' zijn op locaties met het werkingsgebied ‘ Bedrijf tot en met categorie 4.2 ’ zijn bedrijf/bedrijven behorend tot categorie 1 tot en met 4.2 van de in de bijlage opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten toegestaan. Artikel 5.30 Locaties met het werkingsgebied Bedrijf van categorie 3.1 Ter plaatse van het werkingsgebied ' Bedrijf ' zijn op locaties met het werkingsgebied ‘ Bedrijf van categorie 3.1 ’ zijn bedrijf/bedrijven behorend tot categorie 3.1 van de in de bijlage opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten toegestaan. Artikel 5.31 Locaties met het werkingsgebied Bedrijven van categorie 3.1 tot en met 3.2 Ter plaatse van het werkingsgebied ' Bedrijf ' zijn op locaties met het werkingsgebied ‘ Bedrijven van categorie 3.1 tot en met 3.2 ’ zijn bedrijf/bedrijven behorend tot categorie 3.1 tot en met 3.2 van de in de bijlage opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten toegestaan. Artikel 5.32 Locaties met het werkingsgebied Bedrijven van categorie 3.1 tot en met 4.1 Ter plaatse van het werkingsgebied ' Bedrijf ' zijn op locaties met het werkingsgebied ‘ Bedrijven van categorie 3.1 tot en met 4.1 ’ zijn bedrijf/bedrijven behorend tot categorie 3.1 tot en met 4.1 van de in de bijlage opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten toegestaan. Artikel 5.33 Locaties met het werkingsgebied Bedrijven van categorie 3.1 tot en met 4.2 Ter plaatse van het werkingsgebied ' Bedrijf ' zijn op locaties met het werkingsgebied ‘ Bedrijven van categorie 3.1 tot en met 4.2 ’ zijn bedrijf/bedrijven behorend tot categorie 3.1 tot en met 4.2 van de in de bijlage opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten toegestaan. Artikel 5.34 Locaties met het werkingsgebied Den Sliem Zuid Ter plaatse van het werkingsgebied ' Bedrijf ' zijn bedrijf/bedrijven met een hindercontour ten aanzien van geur en stof op grond van de als bijlage bij dit plan opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten welke groter is dan 200 m, zijn ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Den Sliem Zuid ‘ niet toegestaan. Artikel 5.35 Locaties met een werkingsgebied Specifieke vorm van bedrijf - geluidzoneringsplichtig bedrijf Ter plaatse van het werkingsgebied ' Bedrijf ‘ zijn geluidzoneringsplichtige bedrijven toegestaan op locaties met het werkingsgebied ‘ Specifieke vorm van bedrijf - geluidzoneringsplichtig bedrijf ’. Subparagraaf 5.2.3.3 Locaties voor specifieke bedrijven Artikel 5.36 Locaties met een werkingsgebied Specifieke vorm van bedrijf - afvalrecycling en -brengstation Ter plaatse van het werkingsgebied ' Bedrijf ' is een afvalrecycling en -brengstation toegestaan op locaties met het werkingsgebied ‘ Specifieke vorm van bedrijf - afvalrecycling en -brengstation ’. Artikel 5.37 Locaties met een werkingsgebied Specifieke vorm van bedrijf - puinbreker Ter plaatse van het werkingsgebied ' Bedrijf ‘ is een puinbreker toegestaan op locaties met het werkingsgebied ‘ Specifieke vorm van bedrijf - puinbreker ’. Artikel 5.38 Locaties met een werkingsgebied Specifieke vorm van bedrijf – betonwarenfabriek Ter plaatse van het werkingsgebied ' Bedrijf ‘ is een betonwarenfabriek toegestaan op locaties met het werkingsgebied ‘ Specifieke vorm van bedrijf - betonwarenfabriek ’. Artikel 5.39 Locaties met een werkingsgebied Specifieke vorm van bedrijf – handel in en reparatie van auto’s Ter plaatse van het werkingsgebied ' Bedrijf ‘ is handel in en reparatie van auto’s toegestaan op locaties met het werkingsgebied ‘ Specifieke vorm van bedrijf - handel in en reparatie van auto’s '. Artikel 5.40 Locaties met een werkingsgebied Specifieke vorm van bedrijf – aannemingsbedrijf Ter plaatse van het werkingsgebied ' Bedrijf ‘ is een aannemingsbedrijf toegestaan op locaties met het werkingsgebied ‘ Specifieke vorm van bedrijf - aannemingsbedrijf ’, mits de brutovloeroppervlakte van de werkplaats niet meer dan 1.000 m² bedraagt. Artikel 5.41 Locaties met een werkingsgebied Specifieke vorm van bedrijf – metaalbewerkingsbedrijf Ter plaatse van het werkingsgebied ' Bedrijf ' is een metaalbewerkingsbedrijf toegestaan op locaties met het werkingsgebied ‘ Specifieke vorm van bedrijf - metaalbewerkingsbedrijf ’. Artikel 5.42 Locaties met een werkingsgebied Specifieke vorm van bedrijf – brandweerkazernes en/of gemeentewerven Ter plaatse van het werkingsgebied ' Bedrijf ' zijn uitsluitend brandweerkazernes en/of gemeentewerven toegestaan op locaties met het werkingsgebied ‘ Specifieke vorm van bedrijf - brandweerkazernes en/of gemeentewerven ’. Artikel 5.43 Locaties met een werkingsgebied Specifieke vorm van bedrijf – maatschappelijke voorzieningen Ter plaatse van het werkingsgebied ' Bedrijf ' zijn maatschappelijke voorzieningen toegestaan op locaties met het werkingsgebied ‘ Specifieke vorm van bedrijf - maatschappelijke voorzieningen ’. Artikel 5.44 Locaties met een werkingsgebied Specifieke vorm van bedrijf – handel in zand en grind Ter plaatse van het werkingsgebied ' Bedrijf ‘ is handel in zand en grind behorend tot categorie 1 tot en met 3.2 van de in bijlageopgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten uitsluitend toegestaan op locaties met het werkingsgebied ‘ Specifieke vorm van bedrijf - handel in zand en grind ’. Artikel 5.45 Locaties met een werkingsgebied Specifieke vorm van bedrijf – opslag van klein chemisch afval Ter plaatse van het werkingsgebied ' Bedrijf ‘ is opslag van klein chemisch afval toegestaan op locaties met het werkingsgebied ‘ Specifieke vorm van bedrijf - opslag van klein chemisch afval ’. Artikel 5.46 Locaties met een werkingsgebied Specifieke vorm van bedrijf – handel in automaterialen en gereedschappen Ter plaatse van het werkingsgebied ' Bedrijf ‘ is handel in automaterialen en gereedschappen uitsluitend toegestaan op locaties met het werkingsgebied ‘ Specifieke vorm van bedrijf - handel in automaterialen en gereedschappen ’. Artikel 5.47 Locaties met een werkingsgebied Specifieke vorm van bedrijf – verkoop van hout en bouwmaterialen Ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Bedrijf ‘ is verkoop van hout en bouwmaterialen toegestaan op locaties met het werkingsgebied ‘ Specifieke vorm van bedrijf - verkoop van hout en bouwmaterialen ’. Artikel 5.48 Locaties met het werkingsgebied Specifieke vorm van bedrijf - bestaand Ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Bedrijf ‘ met het werkingsgebied ‘ Specifieke vorm van bedrijf - bestaand ’ zijn uitsluitende bestaande bedrijven toegestaan. Artikel 5.49 Locaties met het werkingsgebied Specifieke vorm van bedrijf - buitenterrein Ter plaatse van het werkingsgebied ' Bedrijf ' zijn op locaties met het werkingsgebied ‘ Specifieke vorm van bedrijf - buitenterrein ‘ is een buitenterrein ten behoeve van opslag en parkeren voor het aanwezige bedrijf/bedrijven toegestaan. Met dien verstande dat de buitenopslag van goederen en materialen niet hoger mag zijn dan 3 meter. Artikel 5.50 Locaties met een werkingsgebied Specifieke vorm van bedrijf - leerverwerking Op locaties met het werkingsgebied ‘ Bedrijf ‘ is ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Specifieke vorm van bedrijf - leerverwerking ’ uitsluitend een Leerbewerking- en leerverwerkingsbedrijven toegestaan. Een leerbewerking- en leerverwerkingsbedrijf is enkel toegestaan op deze locatie. Artikel 5.51 Locaties met een werkingsgebied Specifieke vorm van bedrijf - risicovolle activiteiten Ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Bedrijf ‘ zijn risicovolle activiteiten als bedoeld in Bijlage VII van het Bkl uitsluitend toegestaan op locaties met het werkingsgebied ‘ Specifieke vorm van bedrijf - risicovolle activiteiten ’. Artikel 5.52 Locaties met het werkingsgebied Specifieke vorm van bedrijf - opslag 1. Ter plaatse van het werkingsgebied ' Bedrijf ' is buitenopslag van puin, zand, grond en hout uitsluitend toegestaan op locaties met het werkingsgebied ‘ Specifieke vorm van bedrijf - opslag ’, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de hoogte van buitenopslag mag niet meer dan 10 meter bedragen; b. niet meer dan 80% van de zone mag gebruikt worden voor buitenopslag. 2. Ter plaatse van het werkingsgebied ' Bedrijf ' met het werkingsgebied ‘ Specifieke vorm van bedrijf - opslag ‘ mag in aanvulling op het bepaalde in het eerste lid de maximale hellingshoek van buiten opslag niet meer bedragen dan 30 graden. Artikel 5.53 Locaties met het werkingsgebied Specifieke vorm van bedrijf - opslag - 1 Ter plaatse van het werkingsgebied ' Bedrijf ' is op locaties met het werkingsgebied ‘ Specifieke vorm van bedrijf - opslag - 1 ‘ is buitenopslag ten behoeve van het ter plaatse aanwezige bedrijf/bedrijven toegestaan dat afwijkt van artikel 5.23 derde lid . Artikel 5.54 Locaties met een werkingsgebied Specifieke vorm van bedrijf - opslag - emballage kleding 1. Ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Bedrijf‘ is emballage van kleding in combinatie met een aan deze functies gelieerd multifunctioneel gebruik van de gebouw(
- en)uitsluitend toegestaan op locaties met het werkingsgebied ‘ Specifieke vorm van bedrijf - opslag - emballage kleding ’. 2. Ter plaatse van het werkingsgebied ' Bedrijf ' is op locaties met het werkingsgebied ‘ Specifieke vorm van bedrijf - opslag - emballage kleding ‘ bedraagt het in eerste genoemde multifunctionele gebruik van de gebouwen maximaal 3000 m². Artikel 5.55 Locaties met het werkingsgebied Specifieke vorm van bedrijf - recycling afval en schroot Ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Bedrijf ' is recycling en handel in afval en schroot uitsluitend toegestaan op locaties met het werkingsgebied ‘ Specifieke vorm van bedrijf - recycling afval en schroot '. Artikel 5.56 Locaties met het werkingsgebied Specifieke vorm van bedrijf - nevenactiviteit Op locaties met het werkingsgebied ' Specifieke vorm van bedrijf - nevenactiviteit ' zijn nevenactiviteit(
- en)toegestaan welke zijn genoemd in de bijlage Indicatieve bedrijvenlijst nevenactiviteiten, met dien verstande dat: a. de oppervlakte van de nevenactiviteit(
- en), inclusief de oppervlakte voor aan huis verbonden beroep en ondersteunende horeca , niet meer mag bedragen dan 350 m2 van de gebouwen welke feitelijk aanwezig waren op 27 april 2006; b. buitenopslag en -uitstalling niet is toegestaan. Paragraaf 5.2.4 Locaties met de functies Bijzondere gebiedsaanduidingen Artikel 5.57 Locaties met het werkingsgebied Gemaal 1. Ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Gemaal ‘ zijn gronden, naast de in andere werkingsgebieden toegestane gebruiksfuncties, bedoeld voor de bescherming van het woon- en leefklimaat in verband met de nabijheid van een rioolgemaal. 2. Ongeacht het bepaalde in andere werkingsgebieden zijn ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Gemaal ‘ geen nieuwe beperkt kwetsbare gebouw(
- en)en locaties, kwetsbare gebouw(
- en)en locaties en zeer kwetsbare gebouw(
- en)toegestaan. 3. In afwijking van het bepaald in tweede lid kunnen ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Gemaal ‘ (beperkt) kwetsbare objecten worden toegestaan middels een omgevingsvergunning, mits, gelet op de hinder die afkomstig is van het gemaal, een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gerealiseerd. 4. Een rioolgemaal is toegestaan ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Gemaal ’. Artikel 5.58 Locaties met het werkingsgebied Leiding - brandstof Locaties ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Leiding - brandstof ‘ zijn bestemd voor de aanleg en instandhouding van brandstofleidingen, met de daarbij behorende: a. voorzieningen; b. leidingzone; c. veiligheidszone. Artikel 5.59 Locaties met het werkingsgebied Leiding - gas 1. Locaties ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Leiding - gas ‘ zijn bestemd voor de aanleg en instandhouding van gastransportleidingen en bijbehorende activiteiten. 2. Het is verboden om ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Leiding - gas ‘ het gebruik van een bestaand bouwwerk te wijzigen van beperkt kwetsbaar gebouw in het gebruik als kwetsbaar of zeer kwetsbaar gebouw. Artikel 5.60 Locaties met het werkingsgebied Gasdruk meet- enregelstation Locaties ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Gasdruk meet- en regelstation ‘ zijn bestemd voor Gasdruk meet- en regelstations. Artikel 5.61 Locaties met het werkingsgebied Leiding - hoogspanningsverbindingen 1. Locaties ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Leiding - hoogspanningsverbindingen ’ zijn bestemd voor: a. de aanleg en instandhouding van hoogspanningsleidingen; b. het tegengaan van een te hoge magneetveldbelasting op magneetveldgevoelige en magneetveldbeoordelingsplichtig object. Artikel 5.62 Locaties met het werkingsgebied Leiding - Hoogspanningsverbindingen - 1 1. Locaties ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Leiding - hoogspanningsverbindingen - 1 ’ zijn bestemd voor: a. de aanleg en instandhouding van hoogspanningsleidingen; b. het tegengaan van een te hoge magneetveldbelasting op magneetveldgevoelige en magneetveldbeoordelingsplichtig object. Artikel 5.63 Locaties met het werkingsgebied Leiding - hoogspanningsverbindingen en Leiding - hoogspanningsverbindingen - 1 1. Onder een strijdig gebruik van het werkingsgebied ‘ Leiding - hoogspanningsverbindingen ‘ en het werkingsgebied ‘ Leiding - hoogspanningsverbindingen - 1 ’ wordt in ieder geval verstaan: a. het gebruik van bouwwerken als drager van reclame-uitingen; b. het gebruik van gronden en bouwwerken binnen de magneetveldzone van een hoogspanningsleiding als magneetveld gevoelig object dan wel magneetveldbeoordelingsplichtig object, met uitzondering van bestaand(
- e)gebruik. 2. Ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Leiding - hoogspanningsverbindingen ‘ en het werkingsgebied ‘ Leiding - hoogspanningsverbindingen - 1 ’ kan het bevoegd gezag bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in eerste lid voor het gebruik van magneetveldbeoordelingsplichtig object in de magneetveldzone, mits: a. het aannemelijk is dat in of op het magneetveldbeoordelingsplichtig object binnen de magneetzone niet vaker dan 14 uur per dag kinderen tot 16 jaar verblijven; dan wel b. het een magneetveldbeoordelingsplichtig object betreft in de vorm van een erf bij een (bedrijfs)woning dat zodanig groot is en gelegen is op een zodanige locatie dat, gelet op de overblijvende speelmogelijkheden op het erf buiten de magneetveldzone, de magneetveldzone over het erf geen onevenredige beperking van de gebruiksmogelijkheden van het perceel met zich meebrengt; c. in geen geval mag ter plaatse van het magneetveldbeoordelingsplichtig object het jaargemiddelde magneetveld hoger zijn dan 100 microtesla. Artikel 5.64 Locaties met het werkingsgebied Leiding - ondergrondse hoogspanningsverbindingen 1. Locaties ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Leiding - ondergrondse hoogspanningsverbindingen ’ zijn bestemd voor de aanleg en instandhouding van ondergrondse hoogspanningsleidingen. Artikel 5.65 Locaties met een werkingsgebied Leidingstrook Ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Leidingstrook ‘ zijn kabels en leidingen toegestaan. Artikel 5.66 Locaties met het werkingsgebied Leiding - riool 1. Locaties ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Leiding - riool ‘ zijn bestemd voor de aanleg en instandhouding van hoofdrioolleidingen. Artikel 5.67 Locaties met het werkingsgebied Milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied 1. Ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied ‘ zijn gronden, naast de in andere werkgebieden toegestane gebruiksfuncties, bedoeld voor de bescherming van de grondkwaliteit, met de daarbij behorende voorzieningen. Artikel 5.68 Locaties met het werkingsgebied Veiligheidszone 1. Ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Veiligheidszone ‘ zijn gronden, naast de in andere werkingsgebieden toegestane gebruiksfuncties, bedoeld voor de bescherming van het woon en leefklimaat in verband met de externe veiligheidsrisico’s van een activiteit als bedoeld in artikel 5.3 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Artikel 5.69 Locaties met het werkingsgebied Veiligheidszone - cng 1. Ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Veiligheidszone - cng ‘ zijn gronden, naast de in andere werkingsgebieden toegestane gebruiksfuncties, bedoeld voor de bescherming van het woon- en leefklimaat in verband met de nabijheid van een CNG-installatie. Artikel 5.70 Locaties met het werkingsgebied Veiligheidszone - lpg 1. Ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Veiligheidszone - lpg ‘ zijn gronden, naast de in andere werkingsgebieden toegestane gebruiksfuncties, bedoeld voor de bescherming van het woon- en leefklimaat in verband met de nabijheid van een LPG-installatie. Artikel 5.71 Locaties ten behoeve van de Veiligheidszone - gas 1. Ter plaatse van het werkingsgebied ' Gas - brand aandachtsgebied ' ligt het brand aandachtsgebied rondom gasinstallaties en gasleidingen. 2. Ter plaatse van het werkingsgebied ' Gas - explosie aandachtsgebied ' ligt het explosie aandachtsgebied rondom gasinstallaties en gasleidingen. Artikel 5.72 Locaties met het werkingsgebied Veiligheidszone - waterstof 1. Ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Veiligheidszone - waterstof ‘ zijn gronden, naast de in andere werkingsgebieden toegestane gebruiksfuncties, bedoeld voor de bescherming van het woon- en leefklimaat in verband met de nabijheid van een waterstof-installatie. Artikel 5.73 Locaties met het werkingsgebied Vrijwaringszone - radar 1. Ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Vrijwaringszone - radar ‘ zijn de gronden, mede bedoeld voor de bescherming van een radarzone. Artikel 5.74 Locaties met het werkingsgebied Vrijwaringszone - molenbiotoop 1. Ter plaatse van het werkingsgebied ' Vrijwaringszone - molenbiotoop ' zijn de gronden mede bestemd voor de bescherming van een molenbiotoop. Artikel 5.75 Locaties met het werkingsgebied Niet-gesprongen explosieven Ter plaatse van het werkingsgebied ' Niet-gesprongen explosieven ' zijn risicolocaties voor niet-gesprongen explosieven. Paragraaf 5.2.5 Locaties met de functies Cultuur Subparagraaf 5.2.5.1 Locaties met het werkingsgebied Cultuur - theater Artikel 5.76 Locaties met het werkingsgebied Cultuur - tentoonstelling Op locaties ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Cultuur - tentoonstelling ' zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan: a. atelier en galerie; b. museum. Artikel 5.77 Locaties met het werkingsgebied Cultuur - theater Op locaties ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Cultuur - theater ' zijn theaters toegestaan: Artikel 5.78 Locaties met het werkingsgebied Cultuur - bioscoop Op locaties ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Cultuur - bioscoop ' zijn bioscopen toegestaan: Paragraaf 5.2.6 Locaties met de functies Detailhandel Artikel 5.79 Locaties met het werkingsgebied Detailhandel Op locaties met het werkingsgebied ' Detailhandel ' is detailhandel toegestaan. Artikel 5.80 Locaties met een werkingsgebied Detailhandel - grootschalig Ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Detailhandel ‘ is grootschalige detailhandel uitsluitend toegestaan op locaties met het werkingsgebied ‘ Detailhandel - grootschalig ’. Artikel 5.81 Locaties met het werkingsgebied Detailhandel - supermarkt Ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Detailhandel ‘ is detailhandel in in de vorm van een supermarkt uitsluitend toegestaan op locaties met het werkingsgebied ‘ Detailhandel - supermarkt ‘. Artikel 5.82 Locaties met het werkingsgebied Detailhandel - tuincentrum Ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Detailhandel ‘ is een tuincentrum uitsluitend toegestaan op locaties met het werkingsgebied ‘ Detailhandel - tuincentrum ‘. Artikel 5.83 Locaties met het werkingsgebied Detailhandel - volumineus Ter plaatse van het werkingsgebied ' Detailhandel ' is volumineuze detailhandel uitsluitend toegestaan op locaties met het werkingsgebied ' Detailhandel - volumineus '. Artikel 5.84 Locaties met het werkingsgebied Ondergeschikte detailhandel 1. Op locaties met het werkingsgebied ' Ondergeschikte detailhandel ' is ondergeschikte detailhandel toegestaan. Onder ondergeschikte detailhandel valt in ieder geval niet: a. de situatie dat meer dan 10% van de aanwezig gebouw(en)op een bouwperceel voor ondergeschikte detailhandel wordt gebruikt; of b. de situatie dat meer dan 50 m2 voor ondergeschikte detailhandel wordt gebruikt. 2. Op locaties met het werkingsgebied ' Ondergeschikte detailhandel maximaal 60 m2 ' mag in afwijking van het eerste lid, maximaal 60 m2 gebruikt worden voor ondergeschikte detailhandel. Artikel 5.85 Locaties met het werkingsgebied Kringloopwinkel Ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Kringloopwinkel ‘ zijn kringloopwinkels toegestaan. Artikel 5.86 Locaties met het werkingsgebied Slijterij Ter plaatse van het werkingsgebied ' Slijterij ' is een slijterij toegestaan. Paragraaf 5.2.7 Locaties met de functies Dienstverlening Artikel 5.87 Locaties met het werkingsgebied Dienstverlening Op locaties met het werkingsgebied ' Dienstverlening ', is het gebruik van gronden ten behoeve van dienstverlening toegestaan. Artikel 5.88 Locaties met het werkingsgebied Dienstverlening - bestaand Op locaties met het werkingsgebied ‘ Dienstverlening - bestaand ‘ is uitsluitend de bestaand(
- e)dienstverlening toegestaan. Paragraaf 5.2.8 Locaties met de functie Evenement Artikel 5.89 Locaties met het werkingsgebied Evenementen Op locaties ter plaatse van het werkingsgebied ' Evenementen ' zijn gebruiksactiviteiten in de vorm van evenementen toegestaan. Artikel 5.90 Locaties met het werkingsgebied Maximale duur evenementen 1. Ter plaatse van het werkingsgebied ' Evenementen maximaal 10 dagen ' mag het gebruik van de gronden voor evenementen inclusief het opbouwen en afbreken maximaal 10 dagen bedragen. 2. Ter plaatse van het werkingsgebied ' Evenementen maximaal 15 dagen ' mag het gebruik van de gronden voor evenementen inclusief het opbouwen en afbreken maximaal 15 dagen bedragen. 3. Ter plaatse van het werkingsgebied ' Evenementen maximaal 20 dagen ' mag het gebruik van de gronden voor evenementen inclusief het opbouwen en afbreken maximaal 20 dagen bedragen. 4. Ter plaatse van het werkingsgebied ' Evenementen maximaal 30 dagen ' mag het gebruik van de gronden voor evenementen inclusief het opbouwen en afbreken maximaal 30 dagen bedragen. 5. Ter plaatse van het werkingsgebied ' Evenementen maximaal 45 dagen ' mag het gebruik van de gronden voor evenementen inclusief het opbouwen en afbreken maximaal 45 dagen bedragen. Artikel 5.91 Locaties met het werkingsgebied Maximaal aantal bezoekers evenementen 1. Ter plaatse van het werkingsgebied ' Maximaal aantal bezoekers evenement 1.000 ' geldt dat het maximale aantal bezoekers van een evenement per dag 1.000 bedraagt. 2. Ter plaatse van het werkingsgebied ' Maximaal aantal bezoekers evenement 5.000 ' geldt dat het maximale aantal bezoekers van een evenement per dag 5.000 bedraagt. 3. Ter plaatse van het werkingsgebied ' Maximaal aantal bezoekers evenement 15.000 ' geldt dat het maximale aantal bezoekers van een evenement per dag 15.000 bedraagt. 4. Ter plaatse van het werkingsgebied ' Maximaal aantal bezoekers evenement 80.000 ' geldt dat het maximale aantal bezoekers van een evenement per dag 80.000 bedraagt. Artikel 5.92 Locaties met het werkingsgebied Maximaal aantal evenementen 1. Ter plaatse van het werkingsgebied ' Maximaal aantal evenementen 3 ' geldt dat het maximale aantal evenementen per jaar 3 bedraagt. 2. Ter plaatse van het werkingsgebied ' Maximaal aantal evenementen 5 ' geldt dat het maximale aantal evenementen per jaar 5 bedraagt. 3. Ter plaatse van het werkingsgebied ' Maximaal aantal evenementen 6 ' geldt dat het maximale aantal evenementen per jaar 6 bedraagt. 4. Ter plaatse van het werkingsgebied ' Maximaal aantal evenementen 8 ' geldt dat het maximale aantal evenementen per jaar 8 bedraagt. 5. Ter plaatse van het werkingsgebied ' Maximaal aantal evenementen 12 ' geldt dat het maximale aantal evenementen per jaar 12 bedraagt. Paragraaf 5.2.9 Locaties met de functies Groen Artikel 5.93 Locaties met het werkingsgebied Groen Op locaties ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Groen ' zijn uitsluitend de volgende gebruiksactiviteiten en voorzieningen toegestaan: a. groenvoorzieningen; b. nutsvoorzieningen c. bruggen en straatmeubilair; d. voet- en fietspaden; e. waterlopen, waterberging en waterinfiltratievoorzieningen; f. bijenstallen; g. (dag)recreatieve mogelijkheden in de openlucht; h. grondwallen en geluidschermen; i. kunstobjecten; j. toegangswegen. Artikel 5.94 Locaties met het werkingsgebied Groen - dierenverblijf Op locaties ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Groen - dierenverblijf ‘ zijn voorzieningen in de vorm van dierenverblijven toegestaan. Artikel 5.95 Locaties met het werkingsgebied Groen - kleinschalig agrarisch gebruik Op locaties ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Groen - kleinschalig agrarisch gebruik ' zijn kleinschalige agrarische activiteiten toegestaan Artikel 5.96 Locaties met het werkingsgebied Groen - volkstuinen Op locaties ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Groen - volkstuinen ' zijn volkstuinen toegestaan. Paragraaf 5.2.10 Locaties met de functies Horeca Artikel 5.97 Locaties met het werkingsgebied Horeca - 1 Op locaties met het werkingsgebied ‘ Horeca - 1 ’ zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan met de daarbij behorende terrassen: a. automatiek; b. broodjeszaak; c. cafetaria; d. croissanterie; e. koffiebar; f. lunchroom; g. ijssalon; h. snackbar; i. tearoom; j. traiteur; k. bistro; l. restaurant; m. hotel; n. pizzeria. Artikel 5.98 Locaties met het werkingsgebied Horeca - 2 Op locaties met het werkingsgebied ‘ Horeca - 2 ’ zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan met de daarbij behorende terrassen: a. bar; b. bierhuis; c. biljartcentrum; d. café; e. proeflokaal; f. zalenverhuur (zonder regulier gebruik ten behoeve van feesten en muziek- en dansevenementen). g. vergader- en congresfaciliteiten Artikel 5.99 Locaties met het werkingsgebied Horeca - 3 Op locaties met het werkingsgebied ‘ Horeca - 3 ’ zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan met de daarbij behorende terrassen: a. dancing; b. discotheek; c. nachtclub; d. partycentrum (met regulier gebruik ten behoeve van feesten en muziek/dansevenementen). Artikel 5.100 Locaties met het werkingsgebied Ondersteunende horeca 1. Op locaties met het werkingsgebied ' Ondersteunende horeca ' is ondersteunende horeca toegestaan enkel ten behoeve van de andere functies die op die locatie zijn toegestaan op grond van dit omgevingsplan. 2. Ter plaatse van het werkingsgebied ' Ondersteunende horeca - 40 m2 ' is ondersteunende horeca toegestaan met een maximum oppervlakte van 40 m². 3. Ter plaatse van het werkingsgebied ' Ondersteunende horeca - 100 m2 ' is ondersteunende horeca toegestaan met een maximum oppervlakte van 100 m². 4. Ter plaatse van het werkingsgebied ' Ondersteunende horeca - 150 m2 ' is ondersteunende horeca toegestaan met een maximum oppervlakte van 150 m². 5. Ter plaatse van het werkingsgebied ' Ondersteunende horeca - 250 m2 ' is ondersteunende horeca toegestaan met een maximum oppervlakte van 250 m². 6. Ter plaatse van het werkingsgebied ' Ondersteunende horeca - 350 m2 ' is ondersteunende horeca toegestaan met een maximum oppervlakte van 350 m². Artikel 5.101 Locaties met het werkingsgebied Daghoreca Op locaties met het werkingsgebied ' Daghoreca ' is daghoreca toegestaan. Paragraaf 5.2.11 Locaties met de functies Kantoor Artikel 5.102 Locaties met het werkingsgebied Kantoor Op locaties met het werkingsgebied ' Kantoor ', zijn kanto(o)r(
- en)toegestaan. Paragraaf 5.2.12 Locaties met de functies Landschapswaarden Artikel 5.103 Locaties met het werkingsgebied Gelders natuurnetwerk 1. Ter plaatse van her werkingsgebied ‘ Gelders natuurnetwerk ‘ zijn de gronden bedoeld voor bescherming, behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van ecologische waarden en kenmerken, alsmede het voorkomen van significante effecten op kernkwaliteiten en omgevingscondities die aan realisering van het GNN in de weg staan. 2. Onder strijdig gebruik van het werkingsgebied ‘ Gelders natuurnetwerk ‘ wordt in ieder geval gerekend: a. kleinschalig kamperen. Artikel 5.104 Locaties met het werkingsgebied Openheid 1. Ter plaatse van de locaties met het werkingsgebied ' Openheid ' zijn de gronden bedoeld voor het behoud en herstel van “openheid” in het landschap. 2. Ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Openheid‘ zijn de volgende gebruiksactiviteiten verboden: a. boomkwekerijen, alsmede het telen van struiken en heesters; b. inrichten en gebruiken van gronden voor paardenbakken. Artikel 5.105 Locaties met het werkingsgebied Waterstaat - waterberging Gronden ter plaatse van de locaties met het werkingsgebied ‘ Waterstaat - waterberging ‘ hebben als functie waterberging. Artikel 5.106 Locaties met het werkingsgebied Groene ontwikkelingszone 1. Ter plaatse van de locaties met het werkingsgebied ‘ Groene ontwikkelingszone ‘ zijn de gronden bedoeld voor de bescherming, behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van: a. de ecologische kenmerken, alsmede het voorkomen van significante effecten op kernkwaliteiten en omgevingscondities die de realisatie van de groene ontwikkelingszone in de weg staan; b. landbouwgebieden met natuurwaarden en landbouwgebieden met een hoge dichtheid aan natuur- en boselementen. 2. Onder een strijdig gebruik van het werkingsgebied ‘ Groene ontwikkelingszone ‘ wordt in ieder geval verstaan: a. kleinschalig kamperen. Artikel 5.107 Locaties met het werkingsgebied Natte natuur 1. Ter plaatse van de locaties met het werkingsgebied ‘ Natte natuur ‘ zijn de gronden bedoeld voor de bescherming, behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de ecologische waarden en kernmerken van waterafhankelijke natuurgebieden 2. Onder strijdig gebruik van het werkingsgebied ‘ Natte natuur ‘ wordt in ieder geval gerekend: a. kleinschalig kamperen. Artikel 5.108 Locaties met het werkingsgebied Landschapswaarden - 1 (agrarisch met waarden) Gronden ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Landschapswaarden - 1 ‘ zijn bestemd voor de instandhouding van landschappelijke en natuurwaarden. Hieronder wordt begrepen de instandhouding van de landschappelijke- en natuurwaarden behorend tot de volgende landschapstyperingen: a. landbouwgronden met cultuurhistorisch bepaalde kleinschalige akkercomplexen, waaronder begrepen de Vragender es en Lievelder es, het natte en oude heide- en broekontginningenlandschap rond het Vragender Veld, Lievelder Veld en het Zwolsche Veld en het kampenlandschap rond Zwolle en rond Harreveld; b. landbouwgronden met een oorspronkelijke kavelstructuur (strokenverkaveling), ontsloten via kronkelende weg(
- en)en gescheiden van andere kavels door middel van wallen of singels met opgaande eiken en hakhout van berk, els en eik en rijbeplanting in los plantverband van zomereik, soms beuk, berk of andere soorten als wilg of populier; c. landbouwgronden grenzend aan waterafhankelijke natuurgebieden, waarbij het agrarisch gebruik van de gronden niet mag leiden tot veranderingen in de grondwatersituatie, oppervlaktewaterpeilen en waterkwaliteit; d. (kleinschalige) hoogteverschillen, zoals steilranden (oude essen) en het terras en terrasrand Aalten–Eibergen; e. de grotere open ruimtes, ter plaatse van het werkingsgebied ' Openheid '; f. kleinschalige besloten ruimtes; g. rustige omstandigheden en onverharde weg(en); h. beplantingselementen zoals houtwallen, houtsingels, hagen, bosjes, boomgroepen, solitaire monumentale en waardevolle bomen, weg(en)- en erfbeplanting; i. de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied ‘Korenburgerveen’ alsmede bouwwerken ten behoeve van onderhoud en beheer en het behouden en versterken van de landschappelijke, cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten van het Nationaal Landschap Winterswijk. Artikel 5.109 Locaties met het werkingsgebied Landschapswaarden -2 Gronden ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Landschapswaarden - 2 ‘ zijn bestemd voor de instandhouding van landschappelijke en natuurwaarden die aanwezig zijn in het desbetreffende gebied. Paragraaf 5.2.13 Locaties met de functies Maatschappelijk Artikel 5.110 Locaties met het werkingsgebied Maatschappelijk - begraafplaats Ter plaatse van het werkingsgebied ‘ Maatschappelijk - begraafplaats ‘ is een begraafplaats toegestaan. Artikel 5.111 Locaties met het werkingsgebied Maatschappelijk - bestaand Op locaties met het werkingsgebied ‘ Maatschappelijk - bestaand ‘ zijn de bestaand(e)maatschappelijke voorzieningen toegestaan. Artikel 5.112 Locaties met het werkingsgebied Maatschappelijk - bibliotheek Op locaties met het werkingsgebied ‘ Maatschappelijk - bibliotheek ‘ is een bibliotheek toegestaan. Artikel 5.113 Locaties met het werkingsgebied Maatschappelijk - dagbesteding Op locaties met het werkingsgebied ‘ Maatschappelijk - dagbesteding ‘ is dagbesteding toegestaan. Artikel 5.114 Locaties met het werkingsgebied Maatschappelijk - expositieruimte Op locaties met het werkingsgebied ‘ Maatschappelijk - expositieruimte ’ is een expositieruimte toegestaan. Artikel 5.115 Locaties met het werkingsgebied Maatschappelijk - gezondheidszorg Op locaties met het werkingsgebied ‘ Maatschappelijk - gezondheidszorg ’ zijn (para) medische diensten toegestaan waaronder mede worden begrepen: a. geneeskundige activiteiten; b. apotheek; c. fysiotherapie activiteiten;. d. activiteiten ten behoeve van het verzorgen en verplegen van mensen met medische of psychosociale medische behoefte. Artikel 5.116 Locaties met het werkingsgebied Maatschappelijk - wonen - gezondheidszorg Op locaties met het werkingsgebied ‘ Maatschappelijk - wonen - gezondheidszorg ’ zijn woningen of wooneenheden toegestaan bestemd voor individueel beschut wonen voor mensen met een (intensieve) ondersteuningsvraag, die niet via de reguliere woningdistributie beschikbaar komt, maar waarvan minimaal een van de bewoners van de wooneenheid vanwege de beperkte zelfredzaamheid vanaf aanvang van bewoning - op basis van een ter zake van overheidswege gehanteerd systeem - is geïndiceerd voor zorg, waarbij die zorg beschikbaar is in de directe nabijheid van de woning en welke zorg door minimaal een van de bewoners van de wooneenheid ook daadwerkelijk wordt afgenomen. Daarbij zijn ook de volgende ondersteunende voorzieningen toegestaan: a. centrale keukens ten behoeve van de bewoners; b. buurtkamers; c. kantoren; d. ontmoetingsruimten; e. bergruimten; f. (MIVA)toiletten; g. behandelruimten; h. opslagruimten; i. thematisch ingerichte ruimten. Artikel 5.117 Locaties met het werkingsgebied Maatschappelijk - wonen - asielopvang Op locaties met het werkingsgebied ‘ Maatschappelijk - wonen - asielopvang ’ zijn woningen of wooneenheden toegestaan bestemd voor asielzoekers, waarbij 24 uurs begeleiding en toezicht aanwezig is. Daarbij zijn ook de volgende ondersteunende voorzieningen toegestaan: a. centrale keukens ten behoeve van de bewoners; b. kantoren; c. sport- en recreatievoorzieningen ten behoeve van de bewoners; d. ontmoetingsruimten; e. gebouwen ten behoeve van toezich