Dit omgevingsplan van de gemeente Rijswijk regelt de fysieke leefomgeving en stelt doelen voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en het beschermen van een goed woon-, werk- en leefklimaat. Het bevat algemene bepalingen, doelen, en specifieke regels voor activiteiten met betrekking tot bouwwerken, woonruimte, infrastructuur en openbaar toegankelijk gebied.
Paragraaf 5.2.1 Bouwen – algemeen; en b. Paragraaf 5.2.2 Hoofdgebouw bouwen Artikel 4.4 Bijbehorend bouwwerk bouwen 1. Met het oog op de doelen,
Paragraaf 5.2.1 Bouwen - algemeen; en b. Paragraaf 5.2.3 Bijbehorend bouwwerk bouwen. 2. Dit artikel is niet van toepassing op het bouwen van hoofdgebouwen,
Artikel 4.5 Overig gebouw bouwen Met het oog op de doelen,
.2, wordt bij het bouwen van een ander gebouw dan een hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk voldaan aan: a. Paragraaf 5.2.1 Bouwen – algemeen; en b. Paragraaf 5.2.4 Overig gebouw bouwen. Artikel 4.6 Dakkapel bouwen Met het oog op de doelen,
Paragraaf 5.2.1 Bouwen – algemeen; en b. Paragraaf 5.2.5 Dakkapel bouwen. Artikel 4.7 Pre-mantelzorghuisvesting bouwen Met het oog op de doelen,
Paragraaf 5.2.1 Bouwen – algemeen; en b. Paragraaf 5.2.6 Pre-mantelzorghuisvesting bouwen. Artikel 4.8 Erf- en perceelafscheiding bouwen Met het oog op de doelen,
Paragraaf 5.2.1 Bouwen – algemeen; en b. Paragraaf 5.2.7 Erf- en perceelafscheiding bouwen. Artikel 4.9 Kozijn- en gevelwijzigingen Met het oog op de doelen,
Paragraaf 5.2.1 Bouwen – algemeen; en b. Paragraaf 5.2.8 Kozijn- en gevelwijzigingen. Artikel 4.10 Ondergeschikt bouwdeel bouwen Met het oog op de doelen,
Paragraaf 5.2.1 Bouwen – algemeen; en b. Paragraaf 5.2.9 Ondergeschikt bouwdeel bouwen. Artikel 4.11 Airconditioningsunit en warmtepomp bouwen Met het oog op de doelen,
Paragraaf 5.2.1 Bouwen – algemeen; en b. Paragraaf 5.2.10 Airconditioningsunit en waterpomp bouwen. Artikel 4.12 Dakopbouw bouwen Met het oog op de doelen,
Paragraaf 5.2.1 Bouwen – algemeen; en b. Paragraaf 5.2.11 Dakopbouw bouwen. Artikel 4.13 Dakterras bouwen Met het oog op de doelen,
Paragraaf 5.2.1 Bouwen – algemeen; en b. Paragraaf 5.2.12 Dakterras bouwen. Artikel 4.14 Overig bouwwerk geen gebouw zijnde bouwen Met het oog op de doelen,
.2, wordt bij het bouwen van een overig bouwwerk geen gebouw zijnde voldaan aan: a. Paragraaf 5.2.1 Bouwen – algemeen; en b. Paragraaf 5.2.13 Overig bouwwerk geen gebouw zijnde bouwen in het voor- of achtererfgebied Artikel 4.15 Gebruik van gebouwen voor seksbedrijf Met het oog op de doelen,
.2, wordt bij het gebruiken van gebouwen voldaan aan Paragraaf 5.2.15 Gebruik van gebouwen voor seksbedrijf. Artikel 4.16 Parkeerbehoefte veranderen Met het oog op de doelen,
.25, wordt bij het toevoegen of veranderen van een gebouw of terrein met parkeerbehoefte of het veranderen van het gebruik van dat gebouw of terrein voldaan aan Paragraaf 5.2.22 Parkeerbehoefte veranderen. Paragraaf 4.1.2 Woonruimte Artikel 4.17 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over activiteiten met betrekking tot woonruimte. Artikel 4.18 Doelen Voor activiteiten met betrekking tot woonruimte gelden de volgende doelen: a. het behoud van de samenstelling van de woonruimtevoorraad; b. het vergroten van het aantal woningen in de woningbouwcategorieën sociale huur en middeldure huur; c. het behoud van de leefbaarheid; en d. het waarborgen van een geordend woon- en leefklimaat. Artikel 4.19 Woningen toevoegen Met het oog op de doelen,
.18, wordt bij het toevoegen van woningen op Locaties voor woningbouwcategorieën voldaan aan Paragraaf 5.2.71 Woningen toevoegen. Artikel 4.20 Woonruimte wijzigen Met het oog op de doelen,
.18, wordt bij het wijzigen van woonruimte voldaan aan Paragraaf 5.2.16 Woonruimte wijzigen. Artikel 4.21 Woonruimte gebruiken Met het oog op de doelen,
.18, wordt bij het gebruiken van woonruimte voldaan aan Paragraaf 5.2.17 Woonruimte gebruiken. Artikel 4.22 Beroep of bedrijf aan huis uitoefenen Met het oog op de doelen,
.18, wordt bij het uitoefenen van beroep of bedrijf aan huis voldaan aan Paragraaf 5.2.18Beroep of bedrijf aan huis uitoefenen. Artikel 4.23 Bed and Breakfast verzorgen Met het oog op de doelen,
.18, wordt bij het verzorgen van een Bed and Breakfast voldaan aan Paragraaf 5.2.19Bed and Breakfast verzorgen. Paragraaf 4.1.3 Infrastructuur en openbaar toegankelijk gebied Artikel 4.24 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over activiteiten met betrekking tot infrastructuur en openbaar toegankelijk gebied. Artikel 4.25 Doelen Voor activiteiten met betrekking tot infrastructuur en openbaar toegankelijk gebied gelden de volgende doelen: a. het waarborgen van de veiligheid; b. het beschermen van de gezondheid; c. het behoeden van de staat en werking van infrastructuur voor nadelige gevolgen van activiteiten; d. het beheren van infrastructuur; e. het beheren van watersystemen; f. het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen; g. het bevorderen van een aantrekkelijke en bereikbare stad; h. het behouden van een adequaat verkeers- en vervoersniveau; i. het realiseren en in stand houden van voldoende parkeergelegenheid; en j. het bevorderen van een hoge kwaliteit van het openbaar gebied. Artikel 4.26 Aanwijzing beperkingengebied lokaal spoor Er is een Beperkingengebied lokaal spoor als
artikel 5.164 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, dat bestaat uit: a. de Kernzone lokale spoorweg; b. de Beschermingszone lokale spoorweg; c. de Buitenste beschermingszone lokale spoorweg; en d. de Kernzone nood-, onderhouds- en gebruikerstoegangen. Artikel 4.27 Aanwijzing beperkingengebied regionale waterkeringen Er is een Beperkingengebied regionale waterkeringen, waar de regels gelden van hoofdstuk 4 van de Waterschapsverordening Delfland. Artikel 4.28 Aanwijzing bergingsgebied Er is een Bergingsgebied met een functie voor waterstaatkundige doeleinden, dat dient ter verruiming van de bergingscapaciteit van het watersysteem en waar de regels gelden van hoofdstuk 4 van de Waterschapsverordening Delfland. Artikel 4.29 Objecten plaatsen op de weg Met het oog op de doelen,
.25, wordt bij plaatsen van objecten op de weg voldaan aan Paragraaf 5.2.20 Objecten plaatsen op de weg. Artikel 4.30 Terras aanbrengen Met het oog op de doelen,
.25, wordt bij het aanbrengen van een terras voldaan aan Paragraaf 5.2.21 Terras aanbrengen. Artikel 4.31 Parkeerexcessen Met het oog op de doelen,
.25, wordt bij het parkeren van voertuigen voldaan aan Paragraaf 5.2.23 Parkeerexcessen. Artikel 4.32 Standplaats innemen Met het oog op de doelen,
.25, wordt bij het innemen van een standplaats voldaan aan Paragraaf 5.2.24 Standplaats innemen. Artikel 4.33 Reclame plaatsen Met het oog op de doelen,
.25, wordt bij het plaatsen van reclame voldaan aan Paragraaf 5.2.25 Reclame plaatsen. Artikel 4.34 Opbreken en graven in openbaar gebied Met het oog op de doelen,
artikel Artikel 4.25, wordt bij het opbreken en graven in openbaar gebied en het aanleggen, in stand houden en verwijderen van een kabel of leiding in openbaar gebied in beheer bij de gemeente voldaan aan Paragraaf 5.2.26 Activiteiten in het openbaar gebied. Artikel 4.35 Activiteiten in het beperkingengebied leidingen Met het oog op de doelen,
.25, wordt bij het verrichten van activiteiten in het Beperkingengebied leidingen voldaan aan Paragraaf 5.2.27 Activiteiten in het beperkingengebied leidingen. Artikel 4.36 Opslag van voer- en vaartuigen, bromfietsen, motorvoertuigen, kampeermiddelen etc. Met het oog op de doelen,
.25, wordt bij het opslaan van voer- en vaartuigen, bromfietsen, motorvoertuigen, kampeermiddelen, mest, gier, vuil, ingekuild gras, loof, pulp, ingekuilde afbraakmaterialen of oude materialen voldaan aan Paragraaf 5.2.28 Opslag van voer- en vaartuigen, bromfietsen, motorvoertuigen, kampeermiddelen etc. Artikel 4.37 Ligplaats innemen Met het oog op de doelen,
.25, wordt bij het innemen van een ligplaats door vaartuigen voldaan aan Paragraaf 5.2.29Ligplaats innemen. Artikel 4.38 Andere activiteiten in of boven openbaar water Met het oog op de doelen
.25, wordt bij het verrichten van activiteiten in op boven openbaar water, anders dan het innemen van een ligplaats, voldaan aan Paragraaf 5.2.70 Andere activiteiten in of boven openbaar water. Artikel 4.39 Evenement organiseren Met het oog op de doelen,
.25, wordt bij het organiseren van een evenement voldaan aan Paragraaf 5.2.30 Evenement organiseren. Artikel 4.40 Activiteiten in het Beperkingengebied lokaal spoor Met het oog op de doelen,
.25, wordt bij het verrichten van activiteiten in het Beperkingengebied lokaal spoor voldaan aan Paragraaf 5.2.77 Activiteiten in het Beperkingengebied lokaal spoor. Paragraaf 4.1.4 Cultureel erfgoed Artikel 4.41 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed. Artikel 4.42 Doelen Voor activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed gelden de volgende doelen: a. het beschermen van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden; en b. het behoud van cultureel erfgoed. Artikel 4.43 Aanwijzing monument als gemeentelijk monument Een monument op een locatie met de functie-aanduiding 'gemeentelijk monument' is aangewezen als gemeentelijk monument. Artikel 4.44 Activiteit in, bij of aan een gemeentelijk monument Met het oog op de doelen,
.42, wordt bij het verrichten van activiteiten in, bij of aan gemeentelijke monumenten voldaan aan Paragraaf 5.2.31 Activiteit in, bij of aan een gemeentelijk monument. Artikel 4.45 Aanwijzing gemeentelijk stads- of dorpsgezicht Een locatie met de functie-aanduiding 'gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht' is aangewezen als gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht. Artikel 4.46 Slopen van bouwwerken in een stads- of dorpsgezicht Met het oog op de doelen,
.42, wordt bij het slopen van bouwwerken in een stads- of dorpsgezicht voldaan aan Paragraaf 5.2.32 Slopen van een bouwwerk in stads- of dorpsgezicht. Artikel 4.47 Activiteit in een gebied met een archeologische verwachtingswaarde Met het oog op de doelen,
.42, wordt bij het verrichten van activiteiten in een gebied met een archeologische verwachtingswaarde voldaan aan Paragraaf 5.2.33 Activiteiten in een gebied met een archeologische verwachtingswaarde. Artikel 4.48 Ruimtelijke ontwikkelingen in de landgoedbiotoop Met het oog op de doelen,
.42, wordt bij het bouwen of slopen van bouwwerken in de Landgoedbiotoop voldaan aan Paragraaf 5.2.34 Activiteiten in de landgoedbiotoop. Artikel 4.49 Bebouwing en beplanting in de molenbiotoop Met het oog op de doelen,
.42, wordt bij het bouwen van een bouwwerk en het aanbrengen van beplanting in de Molenbiotoop voldaan aan Paragraaf 5.2.76 Bouwen of beplanting aanbrengen in de molenbiotoop. Paragraaf 4.1.5 Natuur Artikel 4.50 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over activiteiten met betrekking tot natuur. Artikel 4.51 Doelen Voor activiteiten met betrekking tot natuur gelden de volgende doelen: a. het beschermen van landschappelijke waarden; b. de natuurbescherming; c. het beschermen van natuurgebieden; d. de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden; en e. bestendig beheer en onderhoud van natuur. Artikel 4.52 Aanwijzing bebouwingscontour jacht De Bebouwingscontour jacht als
artikel 5.165a van het Besluit kwaliteit leefomgeving, waarbinnen op grond van paragraaf 11.2.7 van het Besluit activiteiten leefomgeving de jacht niet wordt uitgeoefend met het geweer, is gelijk aan de gemeentegrens. Artikel 4.53 Aanwijzing bebouwingscontour houtkap Er is een Bebouwingscontour houtkap als
artikel 5.165b van het Besluit kwaliteit leefomgeving, waarbinnen de regels over houtopstanden van afdeling 11.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving niet van toepassing zijn. Artikel 4.54 Bomen kappen en beschadigen Met het oog op de doelen,
.51, wordt bij het kappen van bomen en het verrichten van andere handelingen die de dood van een boom kunnen veroorzaken voldaan aan Paragraaf 5.2.35 Bomen kappen en beschadigen. Artikel 4.55 Kamperen buiten kampeerterrein Met het oog op de doelen,
.51, wordt bij het recreatief kamperen buiten een kampeerterrein voldaan aan Paragraaf 5.2.36 Kamperen buiten kampeerterrein. Artikel 4.56 Activiteiten verrichten in het Natuurnetwerk Nederland Met het oog op de doelen,
.51, wordt bij het verrichten van activiteiten in het Natuurnetwerk Nederland ecoverbindingen en het Natuurnetwerk Nederland bestaand en nieuw voldaan aan Paragraaf 5.2.78 Activiteiten in het Natuurnetwerk Nederland. Paragraaf 4.1.6 Milieu Artikel 4.57 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over activiteiten met betrekking tot milieu. Artikel 4.58 Doelen Voor de activiteit met betrekking tot milieu gelden de volgende doelen: a. het beschermen van de gezondheid; b. het waarborgen van de veiligheid; c. het beschermen van de natuur; en d. het beperken van de luchtverontreiniging. Artikel 4.59 Gesloten bodemenergiesysteem aanleggen en gebruiken Met het oog op de doelen,
.58, wordt bij het aanleggen en gebruiken van een gesloten bodemenergiesysteem voldaan aan: a. Paragraaf 5.2.43 Milieu - algemeen; en b. Paragraaf 5.2.42 Gesloten bodemenergiesysteem aanleggen en gebruiken. Artikel 4.60 Afvalwater lozen Met het oog op de doelen,
artikel Artikel 4.58, wordt bij het lozen van afvalwater voldaan aan: a. Paragraaf 5.2.43 Milieu – algemeen; b. Paragraaf 5.2.44 Afvalwater lozen – algemeen; c. Paragraaf 5.2.45 Afvloeiend hemelwater of grondwater bij ontwatering lozen; d. Paragraaf 5.2.46 Grondwater lozen bij sanering; e. Paragraaf 5.2.47 Huishoudelijk afvalwater lozen; f. Paragraaf 5.2.48 Koelwater lozen; g. Paragraaf 5.2.49 Afvalwater lozen bij onderhoudswerkzaamheden aan bouwwerken; h. Paragraaf 5.2.50 Afvalwater lozen bij opslaan en overslaan van goederen; i. Paragraaf 5.2.51 Afvalwater lozen bij schoonmaken van drinkwaterleidingen; j. Paragraaf 5.2.52 Afvalwater lozen bij calamiteitenoefeningen; k. Paragraaf 5.2.53 Afvalwater lozen bij telen, kweken, spoelen en sorteren van gewassen; l. Paragraaf 5.2.54 Afvalwater lozen bij maken van betonmortel; en m. Paragraaf 5.2.55 Uitwassen van beton. Artikel 4.61 Recreatieve visvijvers exploiteren Met het oog op de doelen,
artikel Artikel 4.58, wordt bij het exploiteren van recreatieve visvijvers voldaan aan: a. Paragraaf 5.2.43 Milieu – algemeen; en b. Paragraaf 5.2.56 Recreatieve visvijvers exploiteren. Artikel 4.62 Fotografisch materiaal ontwikkelen en afdrukken Met het oog op de doelen,
.58, wordt bij het ontwikkelen en afdrukken van fotografisch materiaal voldaan aan: a. Paragraaf 5.2.43 Milieu – algemeen; en b. Paragraaf 5.2.57 Fotografisch materiaal ontwikkelen en afdrukken. Artikel 4.63 Motorvoertuigen wassen Met het oog op de doelen,
Paragraaf 5.2.43 Milieu – algemeen; en b. Paragraaf 5.2.58 Motorvoertuigen wassen. Artikel 4.64 Niet-industrieel voedsel bereiden Met het oog op de doelen,
.58, wordt bij het bereiden van voedingsmiddelen met de volgende apparatuur voldaan aan Paragraaf 5.2.43 Milieu – algemeen en Paragraaf 5.2.59 Niet-industriële voedselbereiding: a. keukenapparatuur; b. grootkeukenapparatuur; c. een of meer bakkerijovens die chargegewijs worden beladen; of d. een of meer bakkerijovens die continu worden beladen met een nominaal vermogen of een aansluitwaarde van ten hoogste 100 kW. Artikel 4.65 Voedingsmiddelenbedrijf exploiteren Met het oog op de doelen,
artikel Artikel 4.58, wordt bij het verrichten van een activiteit als
artikel 3.128 van het Besluit activiteiten leefomgeving voldaan aan: a. Paragraaf 5.2.43 Milieu – algemeen; en b. Paragraaf 5.2.60 Voedingsmiddelenbedrijf exploiteren. Artikel 4.66 Dieren slachten, dierlijke bijproducten bewerken en vlees, vis of organen uitsnijden Met het oog op de doelen,
.58, wordt bij het slachten van dieren, het bewerken van dierlijke bijproducten en het uitsnijden van vlees, vis of organen voldaan aan: a. Paragraaf 5.2.43 Milieu – algemeen; en b. Paragraaf 5.2.61 Dieren slachten, dierlijke bijproducten bewerken en vlees, vis of organen uitsnijden. Artikel 4.67 Elektriciteit opwekken met een windturbine Met het oog op de doelen,
.58, wordt bij het opwekken van elektriciteit met een windturbine voldaan aan: a. Paragraaf 5.2.43 Milieu – algemeen; en b. Paragraaf 5.2.62 Elektriciteit opwekken met een windturbine. Artikel 4.68 Acculader in werking hebben Met het oog op de doelen,
Paragraaf 5.2.43 Milieu - algemeen; en b. Paragraaf 5.2.63 Acculader in werking hebben. Artikel 4.69 Parkeergelegenheid bieden in een parkeergarage Met het oog op de doelen,
.58, wordt bij het bieden van parkeergelegenheid in een parkeergarage voldaan aan: a. Paragraaf 5.2.43 Milieu – algemeen; en b. Paragraaf 5.2.64 Parkeergelegenheid bieden in een parkeergarage. Artikel 4.70 Vaste mest opslaan Met het oog op de doelen,
artikel Artikel 4.58, wordt bij het opslaan van vaste mest voldaan aan: a. Paragraaf 5.2.43 Milieu – algemeen; en b. Paragraaf 5.2.65 Vaste mest opslaan. Artikel 4.71 Drijfmest, digestaat en dunne fractie opslaan Met het oog op de doelen,
.58, wordt bij het opslaan van drijfmest, digestaat of dunne fractie voldaan aan: a. Paragraaf 5.2.43 Milieu – algemeen; en b. Paragraaf 5.2.66 Drijfmest, digestaat en dunne fractie opslaan. Artikel 4.72 Kuilvoer en vaste bijvoedermiddelen opslaan Met het oog op de doelen,
.58, wordt bij het opslaan van kuilvoer en vaste bijvoedermiddelen voldaan aan: a. Paragraaf 5.2.43 Milieu – algemeen; en b. Paragraaf 5.2.67 Opslaan van kuilvoer en andere bijvoedermiddelen. Artikel 4.73 Landbouwhuisdieren, andere zoogdieren en vogels fokken, houden en trainen Met het oog op de doelen,
.58, wordt bij het fokken, houden en trainen van landbouwhuisdieren, andere zoogdieren en vogels voldaan aan: a. Paragraaf 5.2.43 Milieu – algemeen; en b. Paragraaf 5.2.68 Het fokken, houden of trainen van landbouwhuisdieren, andere zoogdieren of vogels. Paragraaf 4.1.7 Bodem Artikel 4.74 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het verrichten van activiteiten met betrekking tot bodem. Artikel 4.75 Doelen Voor bodem gelden de volgende doelen: a. het beschermen van de gezondheid; b. het beschermen en verbeteren van de bodem- en grondwaterkwaliteit; c. het doelmatig benutten van de bodem; d. het zuinig gebruik van grondstoffen; en e. het doelmatig beheer van afvalstoffen. Artikel 4.76 Bodemgevoelig gebouw bouwen en in gebruik nemen en gebruik wijzigen naar bodemgevoelig gebruik Met het oog op de doelen,
.75, wordt bij het bouwen en in gebruik nemen van een bodemgevoelig gebouw en bij het wijzigen van het gebruik van een locatie naar bodemgevoelig gebruik voldaan aan Paragraaf 5.2.37 Bodemgevoelig gebouw bouwen en in gebruik nemen en gebruik wijzigen naar bodemgevoelig gebruik. Artikel 4.77 Grondwatergevoelig gebouw bouwen Met het oog op de doelen,
.75, wordt bij het bouwen en in gebruik nemen van een grondwatergevoelig gebouw voldaan aan Paragraaf 5.2.38 Grondwatergevoelig gebouw bouwen en in gebruik nemen. Artikel 4.78 Grond en baggerspecie toepassen Met het oog op de doelen,
.75, wordt bij het toepassen van grond en baggerspecie voldaan aan Paragraaf 5.2.69 Grond en baggerspecie toepassen. Artikel 4.79 AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie en metaalslakken toepassen Met het oog op de doelen,
.75, wordt bij het toepassen van AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie of metaalslakken voldaan aan Paragraaf 5.2.74 AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie of metaalslakken toepassen. Artikel 4.80 Thermisch gereinigde grond toepassen Met het oog op de doelen,
.75, wordt bij het toepassen van thermisch gereinigde grond voldaan aan Paragraaf 5.2.75 Thermisch gereinigde grond toepassen. Artikel 4.81 Kleinschalig graven in de bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde Met het oog op de doelen,
.75, wordt bij het graven in de bodem voldaan aan Paragraaf 5.2.40 Kleinschalig graven in de bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde, als het bodemvolume waarin wordt gegraven kleiner dan of gelijk is aan 25 m3. Artikel 4.82 Grootschalig graven in de bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde Met het oog op de doelen,
.75, wordt bij het graven in de bodem voldaan aan Paragraaf 5.2.72 Grootschalig graven in de bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde, als het bodemvolume waarin wordt gegraven meer is dan 25 m3. Artikel 4.83 Activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico Met het oog op de doelen,
.75, wordt bij het verrichten van een activiteit op een locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico voldaan aan Paragraaf 5.2.41 Activiteit verrichten op een locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico. Artikel 4.84 Saneren Met het oog op de doelen,
Artikel 4.85 Nazorg verrichten na saneren van de bodem Met het oog op de doelen, bedoel in Artikel 4.75, wordt bij het verrichten van nazorg als saneren van de bodem heeft plaatsgevonden voldaan aan Paragraaf 5.2.39 Nazorg verrichten na saneren van de bodem. Afdeling 4.2 Gebiedstypen Paragraaf 4.2.1 Algemeen Artikel 4.86 Toepassingsbereik Deze afdeling gaat over de volgende activiteiten met gebruiksruimte: a. agrarische activiteiten; b. bedrijfsactiviteiten; c. detailhandelsactiviteiten; d. dienstverleningsactiviteiten; e. horeca-activiteiten; f. infrastructuuractiviteiten; g. kantooractiviteiten; h. maatschappelijke activiteiten; i. recreatie-activiteiten; j. sportactiviteiten; en k. woonactiviteiten. Artikel 4.87 Doelen Voor gebiedstypen gelden de volgende doelen: a. een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; b. het beschermen van een goed woon- en leefklimaat; c. het waarborgen van de veiligheid; d. het beschermen van de gezondheid; e. het beschermen van het milieu; f. het aanpassen van de fysieke ruimte aan de gevolgen van klimaatverandering, waaronder wateroverlast en hittestress; g. het bieden van voldoende woonruimte; h. het bevorderen van een duurzame ruimtelijke en economische ontwikkeling van gebieden; en i. het kunnen benutten van de openbare ruimte voor verkeer, parkeren en afvalinzameling. Artikel 4.88 Aanwijzing bebouwingscontour geur Er is een bebouwingscontour geur als
artikel 5.97 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Paragraaf 4.2.2 Centrumgebied Artikel 4.89 Aanwijzing Er is een gebiedstype Centrumgebied. Artikel 4.90 Doelen Binnen het Centrumgebied gelden de volgende doelen : a. een levendige stad; b. <PM uit omgevingsvisie halen>; en c. een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Artikel 4.91 Regels voor activiteiten met gebruiksruimte Met het oog op de doelen,
.90, worden binnen het Centrumgebied, voor zover het gaat om de activiteiten met gebruiksruimte als
detailhandelsactiviteiten; b. dienstverleningsactiviteiten; c. horeca-activiteiten; d. infrastructuuractiviteiten; e. kantooractiviteiten; f. maatschappelijke activiteiten; en g. woonactiviteiten. Paragraaf 4.2.3 Woongebied Artikel 4.92 Aanwijzing Er is een gebiedstype Woongebied. Artikel 4.93 Doelen Binnen het Woongebied gelden de volgende doelen : a. een prettig woon- en leefklimaat; b. <PM uit omgevingsvisie halen>; en c. een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Artikel 4.94 Regels voor activiteiten met gebruiksruimte Met het oog op de doelen,
.93, worden binnen het Woongebied, voor zover het gaat om activiteiten met gebruiksruimte als
bedrijfsactiviteiten, uitsluitend in de vorm van het exploiteren van een warmteoverslagstation; b. dienstverleningsactiviteiten; c. horeca-activiteiten; d. infrastructuuractiviteiten; e. maatschappelijke activiteiten; f. sportactiviteiten; en g. woonactiviteiten. Paragraaf 4.2.4 Werkgebied Artikel 4.95 Aanwijzing Er is een gebiedstype Werkgebied. Artikel 4.96 Doelen Binnen het Werkgebied gelden de volgende doelen: a. een economisch sterke stad; b. <PM uit omgevingsvisie halen>; en c. een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Artikel 4.97 Regels voor activiteiten met gebruiksruimte Met het oog op de doelen,
.96, worden binnen het Werkgebied, voor zover het gaat om de activiteiten met gebruiksruimte als
bedrijfsactiviteiten; b. detailhandelsactiviteiten; c. dienstverleningsactiviteiten; d. horeca-activiteiten; e. infrastructuuractiviteiten; en f. kantooractiviteiten. Paragraaf 4.2.5 Werk-woongebied Artikel 4.98 Aanwijzing Er is een gebiedstype Werk-woongebied. Artikel 4.99 Doelen Binnen het Werk-woongebied gelden de volgende doelen : a. een economisch sterke stad met een aanvaardbaar woon- en leefklimaat; b. <PM uit omgevingsvisie halen>; en c. een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Artikel 4.100 Regels voor activiteiten met gebruiksruimte Met het oog op de doelen,
.99, worden binnen het Werk-woongebied, voor zover het gaat om de activiteiten met gebruiksruimte als
bedrijfsactiviteiten; b. detailhandelsactiviteiten; c. dienstverleningsactiviteiten; d. horeca-activiteiten; e. infrastructuuractiviteiten; f. kantooractiviteiten; g. maatschappelijke activiteiten; en h. woonactiviteiten. Paragraaf 4.2.6 Groengebied Artikel 4.101 Aanwijzing Er is een gebiedstype Groengebied. Artikel 4.102 Doelen Binnen het Groengebied gelden de volgende doelen : a. een aantrekkelijke groene omgeving; b. het verhogen van natuurwaarden; c. <PM uit omgevingsvisie halen>; en d. een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Artikel 4.103 Regels voor activiteiten met gebruiksruimte Met het oog op de doelen,
.102, worden binnen het Groengebied, voor zover het gaat om de activiteiten met gebruiksruimte als
horeca-activiteiten; b. infrastructuuractiviteiten; c. recreatie-activiteiten; en d. woonactiviteiten. Hoofdstuk 5 Activiteiten Afdeling 5.1 Algemene bepalingen Artikel 5.1 Toepassingsbereik Met uitzondering van Afdeling 5.1 en Paragraaf 5.3.1 is een paragraaf in dit hoofdstuk alleen van toepassing voor zover dat in Hoofdstuk 4 is bepaald. Artikel 5.2 Normadressaat Aan Hoofdstuk 4 en Hoofdstuk 5 wordt voldaan door degene die de activiteit verricht, tenzij anders is bepaald. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit. Artikel 5.3 Maatwerkvoorschriften 1. Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de regels voor activiteiten in dit hoofdstuk, tenzij anders is bepaald. 2. Een vergunningvoorschrift als
artikel 4.5 van de wet kan aan een omgevingsvergunning als
dit hoofdstuk worden verbonden, over de regels over activiteiten in dit hoofdstuk, tenzij anders is bepaald.
dit hoofdstuk kan worden verbonden.
dit hoofdstuk verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de oogmerken, met het oog waarop de regels in de betreffende titel, afdeling of paragraaf zijn gesteld, is verplicht: a. alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b. voor zover deze niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten, voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd. Artikel 5.5 Algemene gegevens bij een melding Een melding wordt ondertekend en bevat ten minste: a. de aanduiding van de activiteit; b. de naam en het adres van degene die de activiteit verricht; c. het adres, de kadastrale aanduiding of de coördinaten van de locatie waar de activiteit wordt verricht; d. als de melding elektronisch wordt ingediend: het e-mailadres van degene die de activiteit verricht; e. als de melding wordt ingediend door een gemachtigde: naam, adres, telefoonnummer, woonplaats en e-mailadres van de gemachtigde; en f. de dagtekening. Artikel 5.6 Algemene gegevens bij het verstrekken van gegevens en bescheiden Als gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders, worden die ondertekend en voorzien van: a. de aanduiding van de activiteit; b. de naam en het adres van degene die de activiteit verricht; c. het adres, de kadastrale aanduiding of de coördinaten van de locatie waar de activiteit wordt verricht; d. als de gegevens en bescheiden elektronisch worden ingediend: het e-mailadres van degene die de activiteit verricht; en e. de dagtekening. Artikel 5.7 Gegevens bij het wijzigen van naam, adres of normadressaat 1. Voordat de naam of het adres,
de artikelen Artikel 5.5 of Artikel 5.6, wijzigen, worden de daardoor gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.
Paragraaf 5.2.2; b. bijbehorend bouwwerk bouwen als
Paragraaf 5.2.3; c. dakkapel bouwen als
Paragraaf 5.2.5; d. pre-mantelzorghuisvesting bouwen als
Paragraaf 5.2.6; e. dakopbouw bouwen als
Paragraaf 5.2.11; f. dakterras bouwen als
Paragraaf 5.2.12; g. overig bouwwerk geen gebouw zijnde bouwen als
Paragraaf 5.2.13; h. objecten plaatsen op de weg als
Paragraaf 5.2.20; i. activiteiten in een beperkingengebied leidingen als
Paragraaf 5.2.27; j. bouwwerk slopen als
Paragraaf 5.2.32; k. milieubelastende activiteiten als
Paragraaf 5.2.43; l. activiteiten met gebruiksruimte als
Artikel 5.12 Gegevens en bescheiden bij een ongewoon voorval 1. Zodra de volgende gegevens en bescheiden bekend zijn, worden ze verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders: a. informatie over de oorzaken van het ongewoon voorval en de omstandigheden waaronder het ongewoon voorval zich heeft voorgedaan; b. informatie over de vrijgekomen stoffen en hun eigenschappen, indien van toepassing; c. andere gegevens die nodig zijn om de aard en de ernst van de gevolgen voor de fysieke leefomgeving te kunnen inschatten; en d. informatie over de maatregelen die zijn getroffen of worden overwogen om de nadelige gevolgen van het ongewoon voorval te voorkomen als
artikel 19.1, eerste lid, van de wet. 2. Het eerste lid geldt niet voor milieubelastende activiteiten die zijn aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving. Artikel 5.13 Informeren over bijzondere omstandigheden die geen ongewoon voorval zijn [Gereserveerd] Artikel 5.14 Maatregelen bij bijzondere omstandigheden in de fysieke leefomgeving [Gereserveerd] Artikel 5.15 Omgevingsvergunning afwijken van regels in dit omgevingsplan [Gereserveerd] Artikel 5.16 Algemene beoordelingsregel [Gereserveerd] Afdeling 5.2 Thematische activiteiten Paragraaf 5.2.1 Bouwen - algemeen Artikel 5.17 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over: a. het bouwen van hoofdgebouwen; b. het bouwen van bijbehorende bouwwerken; c. het bouwen van dakkapellen; d. het bouwen van pre-mantelzorghuisvesting; e. het bouwen van erf- en perceelafscheidingen; f. het wijzigen van kozijnen en gevels; g. het bouwen van ondergeschikte bouwdelen; h. het bouwen van airconditioningsunits en warmtepompen; i. het bouwen van dakopbouwen; j. het bouwen van dakterrassen; en k. het bouwen van overige bouwwerken geen gebouw zijnde. Artikel 5.18 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van stedenbouwkundige waarden; b. het beschermen van de architectonische kwaliteit van bouwwerken; c. het waarborgen van de veiligheid; d. het behouden van de bouw- en gebruiksmogelijkheden van gebouwen en locaties; e. het beschermen van de gezondheid; en f. het stimuleren van van klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen. Artikel 5.19 Specifieke zorgplicht De specifieke zorgplicht,
.4, houdt voor de activiteiten,
.17, in ieder geval in dat bij werkzaamheden die kunnen leiden tot beschadiging of belemmering van wegen, van in de weg gelegen werken en van andere roerende of onroerende zaken op een aangrenzend perceel of op een aan het bouw- of sloopterrein grenzende openbare weg, openbaar water of openbaar groen, alle maatregelen worden getroffen die redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om die beschadiging of belemmering te voorkomen of niet te laten voortduren. Artikel 5.20 Meetbepalingen
het eerste lid zijn: a. toegangen van bouwwerken, stoepen, stoeptreden, toegangsbruggen, funderingen; b. plinten, pilasters, kozijnen, standleidingen voor hemelwater, gevelversieringen, wanden van ventilatiekanalen en schoorstenen, voor zover deze niet dieper zijn dan 0,2 m ten opzichte van de gevel; c. luchtbehandelingskasten, liftschachten en technische ruimten op het dak, voor zover deze niet hoger zijn dan 4 m ten opzichte van het dak en architectonisch meeontworpen worden; d. gevel en kroonlijsten en overstekende daken, overbouwingen en galerijen, voor zover deze niet dieper zijn dan 0,50 m ten opzichte van de gevel; e. luifels, voor zover deze niet dieper zijn dan 2 m ten opzichte van de gevel; f. erkers, voor zover deze niet dieper zijn dan 1,50 m ten opzichte van de gevel; g. balkons, voor zover deze niet dieper zijn dan 2,50 m ten opzichte van de gevel; h. ondergrondse funderingen en ondergrondse bouwwerken, voor zover deze niet dieper zijn dan 1,5 m ten opzichte van het straatpeil; en i. hijsinrichtingen aan tot bewoning bestemde gebouwen, voor zover deze hijsinrichtingen in geen enkele stand ten opzichte van de voorgevelbouwgrens dieper zijn dan 1 m. 3. Er wordt geen maatwerkvoorschrift gesteld over de meetbepalingen. Artikel 5.21 Verboden bouwactiviteiten Het is verboden een bouwactiviteit als
artikel 2.29 van het Besluit bouwwerken leefomgeving te verrichten, als daarbij niet wordt voldaan aan de eisen in: a. dat artikel; en b. Paragraaf 5.2.2 tot en met Paragraaf 5.2.13. Artikel 5.22 Repressief welstand Het uiterlijk van de volgende bouwwerken is niet in ernstige mate in strijd met de reguliere omgevingskwaliteit, beoordeeld volgens de beleidsregel,
artikel 4.19 van de wet: a. een bestaand bouwwerk, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is; en b. een te bouwen bouwwerk waarvoor geen omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist. Artikel 5.23 Uitzetten rooilijnen, bebouwingsgrenzen en straatpeil Met het bouwen van een bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit of een omgevingsplanactiviteit is verleend wordt niet begonnen voordat: a. de rooilijnen of bebouwingsgrenzen op het bouwterrein zijn uitgezet door het bevoegd gezag; en b. het straatpeil is uitgezet door het bevoegd gezag. Artikel 5.24 Aansluiting op distributienet voor elektriciteit
als voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater een openbaar vuilwaterriool of een ander passend systeem als
artikel 2.16, derde lid, van de wet aanwezig is waarop kan worden aangesloten: op welke plaats, op welke hoogte en met welke inwendige middellijn de voor aansluiting van een voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater op dat riool of systeem noodzakelijke perceelaansluitleiding bij de gevel van het bouwwerk of de grens van het erf of terrein wordt aangelegd; b. als voor de afvoer van hemelwater een openbaar hemelwaterstelsel of een openbaar vuilwaterriool aanwezig is waarop kan worden aangesloten, en hemelwater op dat stelsel of riool mag worden gebracht: op welke plaats, op welke hoogte en met welke inwendige middellijn de voor aansluiting van een voorziening voor de afvoer van hemelwater op dat stelsel of riool noodzakelijke perceelaansluitleiding bij de gevel van het bouwwerk of de grens van het erf of terrein wordt aangelegd; en c. of, en zo ja welke voorzieningen in de afvoervoorziening of de op het erf of terrein gelegen riolering moeten worden aangebracht om het functioneren van de afvoervoorzieningen, naburige aansluitingen en de openbare voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater te waarborgen. Artikel 5.29 Eigendom aansluitleiding
het eerste lid komen voor rekening van de eigenaar of gebruiker.
artikel 3.129 of 4.226 van het Besluit bouwwerken leefomgeving of, als deze niet aanwezig is, een toegang van het bouwwerk is ten hoogste 40 m.
het derde lid, vrijgehouden voor voertuigen van de brandweer en andere hulpverleningsdiensten.
artikel 3.129 of 4.226 van het Besluit bouwwerken leefomgeving of, als deze niet aanwezig is, een toegang van het bouwwerk is ten hoogste 40 m. 4. Een opstelplaats voor brandweervoertuigen is over de hoogte en breedte,
deze afdeling hebben tekeningen een schaal die kleiner is dan: a. 1:1000, als het gaat om een situatietekening; b. 1:100, als het gaat om een geveltekening, plattegrond of doorsnede van een bouwwerk met een bruto-vloeroppervlakte van minder dan 10.000 m2; en c. 1:200, als het gaat om een geveltekening, plattegrond of doorsnede van een bouwwerk met een bruto-vloeroppervlakte van 10.000 m2 of groter.
artikel 4.19 van de wet, worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. tekeningen van alle gevels van het bouwwerk, inclusief de gevels van naastgelegen bebouwing, waaruit blijkt hoe het geplande bouwwerk in de directe omgeving past; b. principedetails van gezichtsbepalende delen van het bouwwerk; c. kleurenfoto's van de bestaande situatie en de omliggende bebouwing; en d. een opgave van de toe te passen bouwmaterialen in de uitwendige scheidingsconstructie en de kleur daarvan, waaronder in ieder geval het materiaal en de kleur van de gevels, het voegwerk, kozijnen, ramen en deuren, balkonhekken, dakgoten, boeidelen en de dakbedekking. Artikel 5.41 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: a. het aangevraagde bouwwerk naar het oordeel van het bevoegd gezag een bijdrage levert aan het behouden of verbeteren van een goede omgevingskwaliteit; b. het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, bijdraagt aan de goede omgevingskwaliteit, beoordeeld volgens de beleidsregel,
artikel 4.19 van de wet; en c. de bouw- en gebruiksmogelijkheden van omliggende gebouwen en locaties naar het oordeel van het bevoegd gezag niet onevenredig worden aangetast. Artikel 5.42 Stedenbouwkundige omgevingskwaliteit Een goede omgevingskwaliteit als
het aangevraagde bouwwerk aansluit op bestaande stedenbouwkundige structuren en een kwaliteitsimpuls is voor de omgeving; b. voor zover het bouwwerk wordt aangevraagd ter plaatse van de aanduiding ‘maximum aantal woningen’: niet meer woningen worden gerealiseerd dan aangegeven bij die aanduiding; c. voor zover het bouwwerk wordt aangevraagd ter plaatse van de aanduiding ‘maximum dichtheid’: niet meer woningen per hectare worden gerealiseerd dan aangegeven bij die aanduiding; of d. voor zover het bouwwerk wordt aangevraagd ter plaatse van de aanduiding ‘maximum bouwhoogte’: de bouwhoogte niet hoger is dan aangegeven bij die aanduiding. Artikel 5.43 Aanvullende beoordelingsregel vanwege provinciale instructieregels 1. Onverminderd Artikel 5.41 wordt de omgevingsvergunning voor een hoofdgebouw alleen verleend, als dat verenigbaar is met de instructieregels,
de volgende paragrafen van de Zuid-Hollandse omgevingsverordening: a. paragraaf 7.3.6a Toekomstbestendig bouwen en ontwikkelen; b. paragraaf 7.3.7 Ruimtelijke kwaliteit; c. paragraaf 7.3.8 Stedelijke ontwikkelingen; en d. paragraaf 7.3.8a Wonen.
paragraaf 5.1.5.4 Ladder voor duurzame stedelijke ontwikkeling van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
Paragraaf 5.2.5; b. het bouwen van pre-mantelzorghuisvesting,
Paragraaf 5.2.6; en c. het bouwen van een dakopbouw,
Paragraaf 5.2.
artikel 4.19 van de wet, worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. tekeningen van alle gevels van het bouwwerk, inclusief de gevels van naastgelegen bebouwing, waaruit blijkt hoe het geplande bouwwerk in de directe omgeving past; b. principedetails van gezichtsbepalende delen van het bouwwerk; c. kleurenfoto's van de bestaande situatie en de omliggende bebouwing; en d. een opgave van de toe te passen bouwmaterialen in de uitwendige scheidingsconstructie en de kleur daarvan, waaronder in ieder geval het materiaal en de kleur van de gevels, het voegwerk, kozijnen, ramen en deuren, dakgoten, boeidelen en de dakbedekking. Artikel 5.49 Beoordelingsregels omgevingsvergunning
Paragraaf 5.2.2; b. het bouwen van een bijbehorend bouwwerk,
Paragraaf 5.2.
artikel 4.19 van de wet, worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. tekeningen van alle gevels van het bouwwerk, inclusief de gevels van naastgelegen bebouwing, waaruit blijkt hoe het geplande bouwwerk in de directe omgeving past; b. principedetails van gezichtsbepalende delen van het bouwwerk; c. kleurenfoto's van de bestaande situatie en de omliggende bebouwing; en d. een opgave van de toe te passen bouwmaterialen in de uitwendige scheidingsconstructie en de kleur daarvan, waaronder in ieder geval het materiaal en de kleur van de gevels, het voegwerk, kozijnen, ramen en deuren, dakgoten, boeidelen en de dakbedekking. Artikel 5.55 Beoordelingsregel omgevingsvergunning overig gebouw De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: a. het aangevraagde bouwwerk naar het oordeel van het bevoegd gezag een bijdrage levert aan het behouden of verbeteren van een goede omgevingskwaliteit; b. het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, bijdraagt aan de goede omgevingskwaliteit, beoordeeld volgens de beleidsregel,
artikel 4.19 van de wet; en c. de bouw- en gebruiksmogelijkheden van omliggende gebouwen en locaties naar het oordeel van het bevoegd gezag niet onevenredig worden aangetast. Artikel 5.56 Stedenbouwkundige omgevingskwaliteit Een goede omgevingskwaliteit als
het aangevraagde bouwwerk aansluit op bestaande stedenbouwkundige structuren en een kwaliteitsimpuls is voor de omgeving; b. voor zover het bouwwerk wordt aangevraagd ter plaatse van de aanduiding ‘maximum aantal woningen’: niet meer woningen worden gerealiseerd dan aangegeven bij die aanduiding; c. voor zover het bouwwerk wordt aangevraagd ter plaatse van de aanduiding ‘maximum dichtheid’: niet meer woningen per hectare worden gerealiseerd dan aangegeven bij die aanduiding; en d. voor zover het bouwwerk wordt aangevraagd ter plaatse van de aanduiding ‘maximum bouwhoogte’: de bouwhoogte niet hoger is dan aangegeven bij die aanduiding. Artikel 5.57 Aanvullende beoordelingsregel vanwege provinciale instructieregels 1. Onverminderd Artikel 5.55 wordt de omgevingsvergunning voor een overig gebouw alleen verleend, als dat verenigbaar is met de instructieregels,
de volgende paragrafen van de Zuid-Hollandse omgevingsverordening: a. paragraaf 7.3.6a Toekomstbestendig bouwen en ontwikkelen; b. paragraaf 7.3.7 Ruimtelijke kwaliteit; c. paragraaf 7.3.8 Stedelijke ontwikkelingen; en d. paragraaf 7.3.8a Wonen.
paragraaf 5.1.5.4 Ladder voor duurzame stedelijke ontwikkeling van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
artikel 4.19 van de wet. Artikel 5.64 Algemene regels plaatsing dakkapel
artikel 4.19 van de wet, worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. tekeningen van alle gevels van het bouwwerk, inclusief de gevels van naastgelegen bebouwing, waaruit blijkt hoe het geplande bouwwerk in de directe omgeving past; b. principedetails van gezichtsbepalende delen van het bouwwerk; c. kleurenfoto's van de bestaande situatie en de omliggende bebouwing; en d. een opgave van de toe te passen bouwmaterialen in de uitwendige scheidingsconstructie en de kleur daarvan, waaronder in ieder geval het materiaal en de kleur van de gevels, het voegwerk, kozijnen, ramen en deuren, dakgoten, boeidelen en de dakbedekking. Artikel 5.71 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning voor het bouwen van pre-mantelzorghuisvesting wordt alleen verleend als: a. de toekomstige zorgbehoevende de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt of een progressieve ziekte heeft; b. er sprake is van een directe verwantschap tussen de eigenaar van de grond en de toekomstige zorgbehoevende; c. het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders, niet in strijd is met de reguliere omgevingskwaliteit, beoordeeld volgens de beleidsregel,
artikel 4.19 van de wet; d. de bouw- en gebruiksmogelijkheden van omliggende gebouwen en locaties naar het oordeel van het bevoegd gezag niet onevenredig worden aangetast; en e. de pre-mantelzorghuisvesting niet leidt tot verslechtering van de woonsituatie. Paragraaf 5.2.7 Erf- en perceelafscheiding bouwen Artikel 5.72 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het bouwen van erf- en perceelafscheidingen hoger dan 1 m. Artikel 5.73 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van de omgevingskwaliteit; en b. het behouden van de bouw- en gebruiksmogelijkheden van gebouwen en locaties. Artikel 5.74 Algemene regels erf- of perceelafscheiding
artikel 4.19 van de wet. Paragraaf 5.2.10 Airconditioningunit en warmtepomp bouwen Artikel 5.85 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het bouwen van airconditioningunits en warmtepompen. Artikel 5.86 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van stedenbouwkundige waarden; b. het beschermen van de architectonische kwaliteit van bouwwerken; c. het beschermen van de omgevingskwaliteit; d. het beschermen van het woon- en leefklimaat; en e. het voorkomen van hinder en overlast. Artikel 5.87 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning een airconditioningunit of warmtepomp te bouwen als niet wordt voldaan aan Artikel 5.90 of Artikel 5.91, tenzij de airconditioningunit of warmtepomp voldoet aan de in artikel 2.29, aanhef en onder r, van het Besluit bouwwerken leefomgeving opgenomen eisen. Artikel 5.88 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen van een airconditioningunit of warmtepomp worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een situatietekening waarop aangegeven de situering van het bouwwerk ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde; b. tekeningen van alle zijden van het bouwwerk, waaruit blijkt hoe het bouwwerk in de directe omgeving past; c. principedetails van het bouwwerk; d. kleurenfoto's van de bestaande situatie en de omliggende bebouwing; en e. een opgave van de toe te passen materialen en de kleur daarvan. Artikel 5.89 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning voor het bouwen van een airconditioningunit of warmtepomp wordt alleen verleend als het aangevraagde bouwwerk naar het oordeel van het bevoegd gezag een bijdrage levert aan het behouden of verbeteren van een goede omgevingskwaliteit. Artikel 5.90 Algemene regels airconditioningsunits en warmtepompen
artikel 4.19 van de wet. Paragraaf 5.2.12 Dakterras bouwen Artikel 5.97 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het bouwen van dakterrassen. Artikel 5.98 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van stedenbouwkundige waarden; b. het beschermen van de architectonische kwaliteit van bouwwerken; c. het beschermen van de omgevingskwaliteit; en d. het behouden van de bouw- en gebruiksmogelijkheden van gebouwen en locaties. Artikel 5.99 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning een dakterras te bouwen. Artikel 5.100 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen van een dakterras worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een situatietekening van de bestaande toestand en een situatietekening van de nieuwe toestand met daarop de maatvoering van het dakterras, de afmetingen van het perceel en het bebouwd oppervlak en de situering van het bouwwerk ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde; b. aanzichten van de borstwering; c. de hoogte van het bouwwerk ten opzichte van het straatpeil; d. principedetails van gezichtsbepalende delen van het bouwwerk; e. kleurenfoto's van de bestaande situatie en de omliggende bebouwing; f. een opgave van de toe te passen bouwmaterialen en de kleur daarvan; en g. als het eigendom van het gebouw is verdeeld in appartementsrechten: een bewijs van de toestemming van de Vereniging van Eigenaren. Artikel 5.101 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning voor het bouwen van een dakterras wordt alleen verleend als: a. het dakterras niet zichtbaar is vanaf het openbaar toegankelijk gebied, voor zover het gaat om een dakterras op een hoofdgebouw; b. de opgang vanaf de onderliggende verdieping niet meer dan 2 m hoog is en het oppervlakte niet meer is dan 4 m2, voor zover het gaat om een dakterras op een hoofdgebouw; c. het dakterras in het achtererf is gelegen, voor zover het gaat om een dakterras op een bijbehorend bouwwerk; d. het dakterras gemeten vanuit de achtergevel niet meer dan 4 m diep is, voor zover het gaat om een dakterras op een bijbehorend bouwwerk; e. de bouwhoogte van de borstwering van het dakterras niet hoger is dan 1,20 m; en f. de bouwhoogte van privacyschermen tussen dakterrassen niet meer is dan 2 m. Paragraaf 5.2.13 Overig bouwwerk geen gebouw zijnde bouwen Artikel 5.102 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het bouwen van overige bouwwerken geen gebouw zijnde. Artikel 5.103 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van stedenbouwkundige waarden; b. het beschermen van de architectonische kwaliteit van bouwwerken; c. het beschermen van de omgevingskwaliteit; en d. het behouden van de bouw- en gebruiksmogelijkheden van gebouwen en locaties. Artikel 5.104 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning een overig bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat niet voldoet aan de eisen van artikel 2.29 van het Besluit bouwwerken leefomgeving te bouwen. Artikel 5.105 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen van een overig bouwwerk, geen gebouw zijnde, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een plattegrond en een doorsnedetekeningen voor de nieuwe situatie en, voor zover daarvan sprake is, de bestaande situatie; b. de hoogte van het bouwwerk ten opzichte van het peil; c. tekeningen van aanzichten van het bouwwerk, inclusief de gevels van naastgelegen bebouwing, waaruit blijkt hoe het geplande bouwwerk in de directe omgeving past; d. principedetails van gezichtsbepalende delen van het bouwwerk; e. kleurenfoto's van de bestaande situatie en de omliggende bebouwing; en f. een opgave van de toe te passen bouwmaterialen inclusief kleur van het bouwwerk. Artikel 5.106 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning voor het bouwen van een overig bouwwerk, geen gebouw zijnde, wordt alleen verleend als: a. het uiterlijk van bouwwerken niet in ernstige mate in strijd is met de reguliere omgevingskwaliteit, beoordeeld volgens de beleidsregel,
artikel 4.19 Ow; en b. de belangen,
Paragraaf 5.2.14 Gebruik van open erven en terreinen Artikel 5.107 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het gebruiken van open erven en terreinen. Artikel 5.108 Aanwezigheid brandgevaarlijke stoffen nabij bouwwerken 1. Op een open erf of terrein nabij een bouwwerk is geen brandgevaarlijke stof als
tabel 5.1 aanwezig. ADR-klasse Omschrijving Verpakkingsgroep Toegestane maximumhoeveelheid 2 UN 1950 spuitbussen & UN 2037 houders, klein, gas Gassen zoals propaan, zuurstof, acetyleen, aerosolen (spuitbussen) n.v.t. 50 kg 3 Brandbare vloeistoffen zoals bepaalde oplosmiddelen en aceton II 25 liter 3 excl. dieselolie, gasolie of lichte stookolie met een vlampunt tussen 61°C en 100°C Brandbare vloeistoffen zoals terpentine en bepaalde inkten III 50 liter 4.1, 4.2, 4.3 4.1: brandbare vaste stoffen, zelfontledende vaste stoffen en vaste ontplofbare stoffen in niet-explosieve toestand zoals wrijvingslucifers, zwavel en metaalpoeders4.2: voor zelfontbranding vatbare stoffen zoals fosfor (wit of geel) en diëthylzink4.3: stoffen die in contact met water brandbare gassen ontwikkelen zoals magnesiumpoeder, natrium en calciumcarbide II en III 50 kg 5.1 Brandbevorderende stoffen zoals waterstofperoxide II en III 50 liter 5.2 Organische peroxiden zoals dicumyl peroxide en di-propionyl peroxide n.v.t. 1 liter Tabel 5.1 Aanwezigheid brandgevaarlijke stof
het tweede lid, onder a, wordt een aangebroken verpakking als een volle meegerekend. 5. In afwijking van het derde lid, aanhef en onder e, is de aanwezigheid van meer dan 1.000 liter van een oliesoort als
dat onderdeel toegestaan als die oliesoort op zodanige wijze wordt opgeslagen en gebruikt dat het ontstaan van een brandgevaarlijke situatie en de ontwikkeling van brand voldoende worden voorkomen. Artikel 5.109 Bouwvalligheid nabijgelegen bouwwerk Met het oog op het waarborgen van de veiligheid wordt een open erf of terrein niet gebruikt als door of namens het bevoegd gezag is medegedeeld dat dit in verband met bouwvalligheid van een in de nabijheid gelegen bouwwerk gevaarlijk is. Paragraaf 5.2.15 Gebruik van gebouwen als seksbedrijf Artikel 5.110 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het gebruik van gebouwen als seksbedrijf. Artikel 5.111 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van het woon- en leefklimaat; en b. het voorkomen van hinder en overlast. Artikel 5.112 Verbod Het is verboden in een gebouw een seksbedrijf te exploiteren. Paragraaf 5.2.16 Woonruimte wijzigen Artikel 5.113 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het wijzigen van woonruimte. Artikel 5.114 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het behoud van de samenstelling van de woonruimtevoorraad; b. het tegengaan van onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste aan woonruimte; c. het behoud van de leefbaarheid; en d. het waarborgen van een goed woon- en leefklimaat. Artikel 5.115 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning: a. een woonruimte te verbouwen of te splitsen tot twee of meer zelfstandige woonruimten of in die verbouwde of gesplitste staat te houden; b. een woonruimte met andere woonruimte samen te voegen of samengevoegd te houden; c. een woonruimte geheel of gedeeltelijk aan de woonruimtevoorraad te onttrekken of onttrokken te houden, met inbegrip van short stay; of d. een woonruimte geheel of gedeeltelijk om te zetten van zelfstandige in twee of meer onzelfstandige woonruimten in dezelfde woning of in die staat te houden, met inbegrip van het gebruiken voor kamergewijze verhuur, woningdelen of inwoning. 2. Het verbod,
het eerste lid, onder d, geldt niet voor het geheel of gedeeltelijk omzetten van zelfstandige woonruimte naar onzelfstandige woonruimte bij: a. inwoning door niet meer dan één persoon bij het bestaande huishouden van de betreffende woonruimte; of b. woningdelen door niet meer dan twee personen die geen duurzaam gemeenschappelijke huishouding voeren. Artikel 5.116 Bijzondere aanvraagvereisten Bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de plattegrond van iedere verdieping van het gebouw in de huidige en beoogde situatie; b. de wijze waarop het terrein ontsloten wordt; c. de volgende gegevens over de huidige situatie:
.4, houdt voor het uitoefenen van beroep of bedrijf aan huis in ieder geval in dat: a. onevenredige toename van de verkeersbelasting in de omgeving wordt voorkomen; en b. geluidhinder wordt voorkomen of beperkt. Artikel 5.128 Algemene regels beroep of bedrijf aan huis
Artikel 5.135 Algemene regels Bed and Breakfast verzorgen
Paragraaf 5.2.21; b. parkeren als
Paragraaf 5.2.23; c. standplaatsen als
Paragraaf 5.2.24; d. reclame als
Paragraaf 5.2.25; en e. evenementen als
Paragraaf 5.2.30. Artikel 5.137 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het voorkomen van gevaar voor de veiligheid, de volksgezondheid of het milieu; b. het voorkomen van schade aan de weg, belemmering van de bruikbaarheid van de weg, dan wel de belemmering van het beheer of onderhoud van de weg; c. het beschermen van het uiterlijk aanzien van het openbaar toegankelijk gebied; en d. het voorkomen van hinder of overlast voor gebruikers van een in de nabijheid gelegen onroerende zaak. Artikel 5.138 Specifieke zorgplicht objecten plaatsen De specifieke zorgplicht,
.4, houdt voor het plaatsen van objecten op de openbare weg in ieder geval in dat: a. rekening wordt gehouden met de overzichtelijkheid van straten, voetpaden en kruisingen; en b. er geen verkeersgevaarlijke situaties ontstaan. Artikel 5.139 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
Artikel 5.142 Meldingsplicht plaatsen containers, hoogwerkers en goederenliften
.1
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.