Officiële bronnenwetten.overheid.nl · EUR-Lex
Europaius

Omgevingsplan gemeente Lelystad (Lelystad)

Waar gaat deze regeling over?

Dit omgevingsplan van de gemeente Lelystad stelt regels voor de fysieke leefomgeving, met als doel het waarborgen van veiligheid, gezondheid, milieu en een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het bevat algemene bepalingen, doelen en specifieke regels voor projecten, zoals de wijziging van Natuurcamping Hollandse Hout.

Voor wie: Degene die een activiteit verricht of laat verrichten binnen de gemeente Lelystad; Inwoners en bedrijven die te maken hebben met de fysieke leefomgeving in Lelystad, in het bijzonder diegenen die betrokken zijn bij projecten zoals de Natuurcamping Hollandse Hout.

In één oogopslag

Land
Nederland
Rechtsgebied
Belastingrecht
Artikelen
831
Bron
cvdr.overheid.nl
Tekst opgehaald op
Uitleg bijgewerkt op

Wat regelt deze regeling?

  • De begripsbepalingen, meet- en rekenbepalingen voor de toepassing van het omgevingsplan.
  • De doelen die worden nagestreefd, zoals veiligheid, gezondheid, milieubescherming en behoud van cultureel erfgoed.
  • Algemene regels voor activiteiten, inclusief een zorgplicht voor degene die een activiteit verricht.
  • Specifieke regels voor projecten, zoals de wijziging van Natuurcamping Hollandse Hout, inclusief gebruiksactiviteiten en bouwregels.

Voor wie geldt deze regeling?

  • Degene die een activiteit verricht of laat verrichten binnen de gemeente Lelystad.
  • Inwoners en bedrijven die te maken hebben met de fysieke leefomgeving in Lelystad, in het bijzonder diegenen die betrokken zijn bij projecten zoals de Natuurcamping Hollandse Hout.

Wat zijn de kernpunten?

  • De begripsbepalingen in bijlage I gelden niet voor de regels in hoofdstuk 22 en 23.
  • De doelen van het omgevingsplan omvatten onder andere het waarborgen van veiligheid, het beschermen van gezondheid en milieu, en het behoud van cultureel erfgoed.
  • Degene die een activiteit verricht, heeft een zorgplicht om nadelige gevolgen voor de doelen van het omgevingsplan te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken.
  • De regels in hoofdstuk 3 (Projecten) gaan voor de regels in hoofdstuk 4 tot en met 21.

Belastingrecht

8

Belastingrecht

Wettekst

Wettekst
Inhoudsopgave (831)
  1. Artikel 1.1
  2. Artikel 1.2
  3. Artikel 1.3
  4. Artikel 1.4
  5. Artikel 1.5
  6. Artikel 1.6
  7. Artikel 1.7
  8. Artikel 2.1
  9. Artikel 2.2
  10. Artikel 3.1
  11. Artikel 3.2
  12. Artikel 3.3
  13. Artikel 3.4
  14. Artikel 3.5
  15. Artikel 3.6
  16. Artikel 3.7
  17. Artikel 3.8
  18. Artikel 3.9
  19. Artikel 3.10
  20. Artikel 3.11
  21. Artikel 3.12
  22. Artikel 3.13
  23. Artikel 3.14
  24. Artikel 3.15
  25. Artikel 3.16
  26. Artikel 3.17
  27. Artikel 3.18
  28. Artikel 3.19
  29. Artikel 3.20
  30. Artikel 3.21
  31. Artikel 3.22
  32. Artikel 3.23
  33. Artikel 3.24
  34. Artikel 3.25
  35. Artikel 3.26
  36. Artikel 3.27
  37. Artikel 3.28
  38. Artikel 3.29
  39. Artikel 3.30
  40. Artikel 3.31
  41. Artikel 3.32
  42. Artikel 3.33
  43. Artikel 3.34
  44. Artikel 3.35
  45. Artikel 3.36
  46. Artikel 3.37
  47. Artikel 3.38
  48. Artikel 3.39
  49. Artikel 3.40
  50. Artikel 3.41
  51. Artikel 3.42
  52. Artikel 3.43
  53. Artikel 3.44
  54. Artikel 3.45
  55. Artikel 3.46
  56. Artikel 3.47
  57. Artikel 3.48
  58. Artikel 3.49
  59. Artikel 3.50
  60. Artikel 3.51
  61. Artikel 3.52
  62. Artikel 3.53
  63. Artikel 3.54
  64. Artikel 3.55
  65. Artikel 3.56
  66. Artikel 3.57
  67. Artikel 3.58
  68. Artikel 3.59
  69. Artikel 3.60
  70. Artikel 3.61
  71. Artikel 3.62
  72. Artikel 3.63
  73. Artikel 3.64
  74. Artikel 3.65
  75. Artikel 3.66
  76. Artikel 3.67
  77. Artikel 3.68
  78. Artikel 3.69
  79. Artikel 3.70
  80. Artikel 3.71
  81. Artikel 3.72
  82. Artikel 3.73
  83. Artikel 3.74
  84. Artikel 3.75
  85. Artikel 3.76
  86. Artikel 3.77
  87. Artikel 3.78
  88. Artikel 3.79
  89. Artikel 3.80
  90. Artikel 3.81
  91. Artikel 3.82
  92. Artikel 3.83
  93. Artikel 3.84
  94. Artikel 3.85
  95. Artikel 3.86
  96. Artikel 3.87
  97. Artikel 3.88
  98. Artikel 3.89
  99. Artikel 3.90
  100. Artikel 3.91
  101. Artikel 3.92
  102. Artikel 3.93
  103. Artikel 3.94
  104. Artikel 3.95
  105. Artikel 3.96
  106. Artikel 3.97
  107. Artikel 3.98
  108. Artikel 3.99
  109. Artikel 3.100
  110. Artikel 4.1
  111. Artikel 4.2
  112. Artikel 4.3
  113. Artikel 4.4
  114. Artikel 4.5
  115. Artikel 4.6
  116. Artikel 4.7
  117. Artikel 4.8
  118. Artikel 4.9
  119. Artikel 4.10
  120. Artikel 4.11
  121. Artikel 4.12
  122. Artikel 4.13
  123. Artikel 4.14
  124. Artikel 4.15
  125. Artikel 4.16
  126. Artikel 4.17
  127. Artikel 4.18
  128. Artikel 4.19
  129. Artikel 4.20
  130. Artikel 4.21
  131. Artikel 4.22
  132. Artikel 4.23
  133. Artikel 4.24
  134. Artikel 4.25
  135. Artikel 4.26
  136. Artikel 4.27
  137. Artikel 4.28
  138. Artikel 4.29
  139. Artikel 4.30
  140. Artikel 4.31
  141. Artikel 4.32
  142. Artikel 4.33
  143. Artikel 4.34
  144. Artikel 4.35
  145. Artikel 4.36
  146. Artikel 4.37
  147. Artikel 4.38
  148. Artikel 4.39
  149. Artikel 4.40
  150. Artikel 4.41
  151. Artikel 4.42
  152. Artikel 4.43
  153. Artikel 4.44
  154. Artikel 4.45
  155. Artikel 4.46
  156. Artikel 4.47
  157. Artikel 4.48
  158. Artikel 4.49
  159. Artikel 4.50
  160. Artikel 4.51
  161. Artikel 4.52
  162. Artikel 4.53
  163. Artikel 4.54
  164. Artikel 4.55
  165. Artikel 4.56
  166. Artikel 4.57
  167. Artikel 4.58
  168. Artikel 4.59
  169. Artikel 4.60
  170. Artikel 4.61
  171. Artikel 4.62
  172. Artikel 4.63
  173. Artikel 4.64
  174. Artikel 4.65
  175. Artikel 4.66
  176. Artikel 4.67
  177. Artikel 4.68
  178. Artikel 4.69
  179. Artikel 4.70
  180. Artikel 4.71
  181. Artikel 4.72
  182. Artikel 4.73
  183. Artikel 4.74
  184. Artikel 4.75
  185. Artikel 4.76
  186. Artikel 4.77
  187. Artikel 4.78
  188. Artikel 4.79
  189. Artikel 4.80
  190. Artikel 4.81
  191. Artikel 4.82
  192. Artikel 4.83
  193. Artikel 4.84
  194. Artikel 4.85
  195. Artikel 4.86
  196. Artikel 4.87
  197. Artikel 4.88
  198. Artikel 4.89
  199. Artikel 4.90
  200. Artikel 4.91
  201. Artikel 4.92
  202. Artikel 4.93
  203. Artikel 4.94
  204. Artikel 4.95
  205. Artikel 4.96
  206. Artikel 4.97
  207. Artikel 4.98
  208. Artikel 4.99
  209. Artikel 4.100
  210. Artikel 4.101
  211. Artikel 4.102
  212. Artikel 4.103
  213. Artikel 4.104
  214. Artikel 4.105
  215. Artikel 4.106
  216. Artikel 4.107
  217. Artikel 4.108
  218. Artikel 4.109
  219. Artikel 4.110
  220. Artikel 4.111
  221. Artikel 4.112
  222. Artikel 4.113
  223. Artikel 4.114
  224. Artikel 4.115
  225. Artikel 4.116
  226. Artikel 4.117
  227. Artikel 4.118
  228. Artikel 4.119
  229. Artikel 4.120
  230. Artikel 4.121
  231. Artikel 4.122
  232. Artikel 4.123
  233. Artikel 4.124
  234. Artikel 4.125
  235. Artikel 4.126
  236. Artikel 4.127
  237. Artikel 4.128
  238. Artikel 4.129
  239. Artikel 4.130
  240. Artikel 4.131
  241. Artikel 4.132
  242. Artikel 4.133
  243. Artikel 4.134
  244. Artikel 4.135
  245. Artikel 4.136
  246. Artikel 4.137
  247. Artikel 5.1
  248. Artikel 5.2
  249. Artikel 5.3
  250. Artikel 5.4
  251. Artikel 5.5
  252. Artikel 5.6
  253. Artikel 5.7
  254. Artikel 5.8
  255. Artikel 5.9
  256. Artikel 5.10
  257. Artikel 5.11
  258. Artikel 5.12
  259. Artikel 5.13
  260. Artikel 5.14
  261. Artikel 5.15
  262. Artikel 5.16
  263. Artikel 5.17
  264. Artikel 5.18
  265. Artikel 5.19
  266. Artikel 5.20
  267. Artikel 5.21
  268. Artikel 5.22
  269. Artikel 5.23
  270. Artikel 5.24
  271. Artikel 5.25
  272. Artikel 5.26
  273. Artikel 5.27
  274. Artikel 5.28
  275. Artikel 5.29
  276. Artikel 5.30
  277. Artikel 5.31
  278. Artikel 5.32
  279. Artikel 5.33
  280. Artikel 5.34
  281. Artikel 5.35
  282. Artikel 5.36
  283. Artikel 5.37
  284. Artikel 5.38
  285. Artikel 5.39
  286. Artikel 5.40
  287. Artikel 5.41
  288. Artikel 5.42
  289. Artikel 5.43
  290. Artikel 5.44
  291. Artikel 5.45
  292. Artikel 5.46
  293. Artikel 5.47
  294. Artikel 5.48
  295. Artikel 5.49
  296. Artikel 5.50
  297. Artikel 5.51
  298. Artikel 5.52
  299. Artikel 5.53
  300. Artikel 5.54
  301. Artikel 5.55
  302. Artikel 5.56
  303. Artikel 5.57
  304. Artikel 5.58
  305. Artikel 5.59
  306. Artikel 5.60
  307. Artikel 5.61
  308. Artikel 5.62
  309. Artikel 5.63
  310. Artikel 5.64
  311. Artikel 5.65
  312. Artikel 5.66
  313. Artikel 5.67
  314. Artikel 5.68
  315. Artikel 5.69
  316. Artikel 5.70
  317. Artikel 5.71
  318. Artikel 5.72
  319. Artikel 5.73
  320. Artikel 5.74
  321. Artikel 5.75
  322. Artikel 5.76
  323. Artikel 5.77
  324. Artikel 5.78
  325. Artikel 5.79
  326. Artikel 5.80
  327. Artikel 5.81
  328. Artikel 5.82
  329. Artikel 5.83
  330. Artikel 5.84
  331. Artikel 5.85
  332. Artikel 5.86
  333. Artikel 5.87
  334. Artikel 5.88
  335. Artikel 5.89
  336. Artikel 5.90
  337. Artikel 5.91
  338. Artikel 5.92
  339. Artikel 5.93
  340. Artikel 5.94
  341. Artikel 5.95
  342. Artikel 5.96
  343. Artikel 5.97
  344. Artikel 5.98
  345. Artikel 5.99
  346. Artikel 5.100
  347. Artikel 5.101
  348. Artikel 5.102
  349. Artikel 5.103
  350. Artikel 5.104
  351. Artikel 5.105
  352. Artikel 5.106
  353. Artikel 5.107
  354. Artikel 5.108
  355. Artikel 5.109
  356. Artikel 5.110
  357. Artikel 5.111
  358. Artikel 5.112
  359. Artikel 5.113
  360. Artikel 5.114
  361. Artikel 5.115
  362. Artikel 5.116
  363. Artikel 5.117
  364. Artikel 5.118
  365. Artikel 6.1
  366. Artikel 7.1
  367. Artikel 7.2
  368. Artikel 7.3
  369. Artikel 7.4
  370. Artikel 7.5
  371. Artikel 7.6
  372. Artikel 7.7
  373. Artikel 7.8
  374. Artikel 8.1
  375. Artikel 9.1
  376. Artikel 9.2
  377. Artikel 9.3
  378. Artikel 9.4
  379. Artikel 9.5
  380. Artikel 9.6
  381. Artikel 9.7
  382. Artikel 9.8
  383. Artikel 9.9
  384. Artikel 9.10
  385. Artikel 9.11
  386. Artikel 9.12
  387. Artikel 9.13
  388. Artikel 9.14
  389. Artikel 9.15
  390. Artikel 10.1
  391. Artikel 10.2
  392. Artikel 10.3
  393. Artikel 10.4
  394. Artikel 10.5
  395. Artikel 10.6
  396. Artikel 10.7
  397. Artikel 10.8
  398. Artikel 11.1
  399. Artikel 11.2
  400. Artikel 11.3
  401. Artikel 11.4
  402. Artikel 12.1
  403. Artikel 12.2
  404. Artikel 12.3
  405. Artikel 12.4
  406. Artikel 13.1
  407. Artikel 14.1
  408. Artikel 14.2
  409. Artikel 14.3
  410. Artikel 15.1
  411. Artikel 15.2
  412. Artikel 15.3
  413. Artikel 15.4
  414. Artikel 15.5
  415. Artikel 15.6
  416. Artikel 15.7
  417. Artikel 15.8
  418. Artikel 15.9
  419. Artikel 15.10
  420. Artikel 15.11
  421. Artikel 15.12
  422. Artikel 15.13
  423. Artikel 15.14
  424. Artikel 15.15
  425. Artikel 15.16
  426. Artikel 15.17
  427. Artikel 15.18
  428. Artikel 15.19
  429. Artikel 15.20
  430. Artikel 15.21
  431. Artikel 15.22
  432. Artikel 15.23
  433. Artikel 15.24
  434. Artikel 15.25
  435. Artikel 16.1
  436. Artikel 16.2
  437. Artikel 16.3
  438. Artikel 16.4
  439. Artikel 16.5
  440. Artikel 16.6
  441. Artikel 16.7
  442. Artikel 16.8
  443. Artikel 17.1
  444. Artikel 17.2
  445. Artikel 17.3
  446. Artikel 17.4
  447. Artikel 17.5
  448. Artikel 17.6
  449. Artikel 17.7
  450. Artikel 17.8
  451. Artikel 17.9
  452. Artikel 17.10
  453. Artikel 17.11
  454. Artikel 17.12
  455. Artikel 17.13
  456. Artikel 17.14
  457. Artikel 17.15
  458. Artikel 17.16
  459. Artikel 17.17
  460. Artikel 17.18
  461. Artikel 17.19
  462. Artikel 17.20
  463. Artikel 17.21
  464. Artikel 17.22
  465. Artikel 17.23
  466. Artikel 17.24
  467. Artikel 17.25
  468. Artikel 17.26
  469. Artikel 17.27
  470. Artikel 17.28
  471. Artikel 18.1
  472. Artikel 18.2
  473. Artikel 18.3
  474. Artikel 18.4
  475. Artikel 18.5
  476. Artikel 18.6
  477. Artikel 18.7
  478. Artikel 18.8
  479. Artikel 18.9
  480. Artikel 18.10
  481. Artikel 18.11
  482. Artikel 18.12
  483. Artikel 18.13
  484. Artikel 18.14
  485. Artikel 18.15
  486. Artikel 18.16
  487. Artikel 18.17
  488. Artikel 18.18
  489. Artikel 18.19
  490. Artikel 18.20
  491. Artikel 18.21
  492. Artikel 18.22
  493. Artikel 19.1
  494. Artikel 19.2
  495. Artikel 19.3
  496. Artikel 19.4
  497. Artikel 19.5
  498. Artikel 19.6
  499. Artikel 19.7
  500. Artikel 19.8
  501. Artikel 19.9
  502. Artikel 19.10
  503. Artikel 19.11
  504. Artikel 19.12
  505. Artikel 19.13
  506. Artikel 20.1
  507. Artikel 20.2
  508. Artikel 20.3
  509. Artikel 20.4
  510. Artikel 20.5
  511. Artikel 20.6
  512. Artikel 20.7
  513. Artikel 20.8
  514. Artikel 21.1
  515. Artikel 22.1
  516. Artikel 22.2
  517. Artikel 22.3
  518. Artikel 22.4
  519. Artikel 22.5
  520. Artikel 22.6
  521. Artikel 22.7
  522. Artikel 22.8
  523. Artikel 22.9
  524. Artikel 22.10
  525. Artikel 22.11
  526. Artikel 22.12
  527. Artikel 22.13
  528. Artikel 22.14
  529. Artikel 22.15
  530. Artikel 22.16
  531. Artikel 22.17
  532. Artikel 22.18
  533. Artikel 22.19
  534. Artikel 22.20
  535. Artikel 22.21
  536. Artikel 22.22
  537. Artikel 22.23
  538. Artikel 22.24
  539. Artikel 22.25
  540. Artikel 22.26
  541. Artikel 22.27
  542. Artikel 22.28
  543. Artikel 22.29
  544. Artikel 22.30
  545. Artikel 22.31
  546. Artikel 22.32
  547. Artikel 22.33
  548. Artikel 22.34
  549. Artikel 22.35
  550. Artikel 22.36
  551. Artikel 22.37
  552. Artikel 22.38
  553. Artikel 22.39
  554. Artikel 22.40
  555. Artikel 22.41
  556. Artikel 22.42
  557. Artikel 22.43
  558. Artikel 22.44
  559. Artikel 22.45
  560. Artikel 22.46
  561. Artikel 22.47
  562. Artikel 22.48
  563. Artikel 22.49
  564. Artikel 22.50
  565. Artikel 22.51
  566. Artikel 22.52
  567. Artikel 22.53
  568. Artikel 22.54
  569. Artikel 22.55
  570. Artikel 22.56
  571. Artikel 22.57
  572. Artikel 22.58
  573. Artikel 22.59
  574. Artikel 22.60
  575. Artikel 22.61
  576. Artikel 22.62
  577. Artikel 22.63
  578. Artikel 22.64
  579. Artikel 22.65
  580. Artikel 22.66
  581. Artikel 22.67
  582. Artikel 22.68
  583. Artikel 22.69
  584. Artikel 22.70
  585. Artikel 22.71
  586. Artikel 22.72
  587. Artikel 22.73
  588. Artikel 22.74
  589. Artikel 22.75
  590. Artikel 22.76
  591. Artikel 22.77
  592. Artikel 22.78
  593. Artikel 22.79
  594. Artikel 22.80
  595. Artikel 22.81
  596. Artikel 22.82
  597. Artikel 22.83
  598. Artikel 22.84
  599. Artikel 22.85
  600. Artikel 22.86
  601. Artikel 22.87
  602. Artikel 22.88
  603. Artikel 22.89
  604. Artikel 22.90
  605. Artikel 22.91
  606. Artikel 22.92
  607. Artikel 22.93
  608. Artikel 22.94
  609. Artikel 22.95
  610. Artikel 22.96
  611. Artikel 22.97
  612. Artikel 22.98
  613. Artikel 22.99
  614. Artikel 22.100
  615. Artikel 22.101
  616. Artikel 22.102
  617. Artikel 22.103
  618. Artikel 22.104
  619. Artikel 22.105
  620. Artikel 22.106
  621. Artikel 22.107
  622. Artikel 22.108
  623. Artikel 22.109
  624. Artikel 22.110
  625. Artikel 22.111
  626. Artikel 22.112
  627. Artikel 22.113
  628. Artikel 22.114
  629. Artikel 22.115
  630. Artikel 22.116
  631. Artikel 22.117
  632. Artikel 22.118
  633. Artikel 22.119
  634. Artikel 22.120
  635. Artikel 22.121
  636. Artikel 22.122
  637. Artikel 22.123
  638. Artikel 22.124
  639. Artikel 22.125
  640. Artikel 22.126
  641. Artikel 22.127
  642. Artikel 22.128
  643. Artikel 22.129
  644. Artikel 22.130
  645. Artikel 22.131
  646. Artikel 22.132
  647. Artikel 22.133
  648. Artikel 22.134
  649. Artikel 22.135
  650. Artikel 22.136
  651. Artikel 22.137
  652. Artikel 22.138
  653. Artikel 22.139
  654. Artikel 22.140
  655. Artikel 22.141
  656. Artikel 22.142
  657. Artikel 22.143
  658. Artikel 22.144
  659. Artikel 22.145
  660. Artikel 22.146
  661. Artikel 22.147
  662. Artikel 22.148
  663. Artikel 22.149
  664. Artikel 22.150
  665. Artikel 22.151
  666. Artikel 22.152
  667. Artikel 22.153
  668. Artikel 22.154
  669. Artikel 22.155
  670. Artikel 22.156
  671. Artikel 22.157
  672. Artikel 22.158
  673. Artikel 22.159
  674. Artikel 22.160
  675. Artikel 22.161
  676. Artikel 22.162
  677. Artikel 22.163
  678. Artikel 22.164
  679. Artikel 22.165
  680. Artikel 22.166
  681. Artikel 22.167
  682. Artikel 22.168
  683. Artikel 22.169
  684. Artikel 22.170
  685. Artikel 22.171
  686. Artikel 22.172
  687. Artikel 22.173
  688. Artikel 22.174
  689. Artikel 22.175
  690. Artikel 22.176
  691. Artikel 22.177
  692. Artikel 22.178
  693. Artikel 22.179
  694. Artikel 22.180
  695. Artikel 22.181
  696. Artikel 22.182
  697. Artikel 22.183
  698. Artikel 22.184
  699. Artikel 22.185
  700. Artikel 22.186
  701. Artikel 22.187
  702. Artikel 22.188
  703. Artikel 22.189
  704. Artikel 22.190
  705. Artikel 22.191
  706. Artikel 22.192
  707. Artikel 22.193
  708. Artikel 22.194
  709. Artikel 22.195
  710. Artikel 22.196
  711. Artikel 22.197
  712. Artikel 22.198
  713. Artikel 22.199
  714. Artikel 22.200
  715. Artikel 22.201
  716. Artikel 22.202
  717. Artikel 22.203
  718. Artikel 22.204
  719. Artikel 22.205
  720. Artikel 22.206
  721. Artikel 22.207
  722. Artikel 22.208
  723. Artikel 22.209
  724. Artikel 22.210
  725. Artikel 22.211
  726. Artikel 22.212
  727. Artikel 22.213
  728. Artikel 22.214
  729. Artikel 22.215
  730. Artikel 22.216
  731. Artikel 22.217
  732. Artikel 22.218
  733. Artikel 22.219
  734. Artikel 22.220
  735. Artikel 22.221
  736. Artikel 22.222
  737. Artikel 22.223
  738. Artikel 22.224
  739. Artikel 22.225
  740. Artikel 22.226
  741. Artikel 22.227
  742. Artikel 22.228
  743. Artikel 22.229
  744. Artikel 22.230
  745. Artikel 22.231
  746. Artikel 22.232
  747. Artikel 22.233
  748. Artikel 22.234
  749. Artikel 22.235
  750. Artikel 22.236
  751. Artikel 22.237
  752. Artikel 22.238
  753. Artikel 22.239
  754. Artikel 22.240
  755. Artikel 22.241
  756. Artikel 22.242
  757. Artikel 22.243
  758. Artikel 22.244
  759. Artikel 22.245
  760. Artikel 22.246
  761. Artikel 22.247
  762. Artikel 22.248
  763. Artikel 22.249
  764. Artikel 22.250
  765. Artikel 22.251
  766. Artikel 22.252
  767. Artikel 22.253
  768. Artikel 22.254
  769. Artikel 22.255
  770. Artikel 22.256
  771. Artikel 22.257
  772. Artikel 22.258
  773. Artikel 22.259
  774. Artikel 22.260
  775. Artikel 22.261
  776. Artikel 22.262
  777. Artikel 22.263
  778. Artikel 22.264
  779. Artikel 22.265
  780. Artikel 22.266
  781. Artikel 22.267
  782. Artikel 22.268
  783. Artikel 22.269
  784. Artikel 22.270
  785. Artikel 22.271
  786. Artikel 22.272
  787. Artikel 22.273
  788. Artikel 22.274
  789. Artikel 22.275
  790. Artikel 22.276
  791. Artikel 22.277
  792. Artikel 22.278
  793. Artikel 22.279
  794. Artikel 22.280
  795. Artikel 22.281
  796. Artikel 22.282
  797. Artikel 22.283
  798. Artikel 22.284
  799. Artikel 22.285
  800. Artikel 22.286
  801. Artikel 22.287
  802. Artikel 22.288
  803. Artikel 22.289
  804. Artikel 22.290
  805. Artikel 22.291
  806. Artikel 22.292
  807. Artikel 22.293
  808. Artikel 23.1
  809. Artikel 23.2
  810. Artikel 23.3
  811. Artikel 23.4
  812. Artikel 23.5
  813. Artikel 23.6
  814. Artikel 24.1
  815. Artikel 24.2
  816. Artikel 25.1
  817. Artikel 25.2
  818. Artikel 25.3
  819. Artikel 25.4
  820. Artikel 25.5
  821. Artikel 26.1
  822. Artikel 26.2
  823. Artikel 26.3
  824. Artikel 27.1
  825. Artikel 28.1
  826. Artikel 28.2
  827. Artikel 28.3
  828. Artikel 28.4
  829. Artikel 28.5
  830. Artikel 29.1
  831. Artikel 29.2

/akn/nl/act/gemeente/2024/CVDR696459 /join/id/stop/work_006 /akn/nl/act/gm0995/2020/omgevingsplan /join/id/stop/work_019 2026-02-11 2026-02-11 /akn/nl/act/gemeente/2024/CVDR696459/nld@2026-02-12 /join/id/proces/gm0995/2020/Bruidsschat-InstellingInitieleRegelingVersieDoorRijk /join/id/proces/gm0995/2023/procedureeafc7f9635c34b35913ea7cb2a1add8b /join/id/proces/gm0995/2024/procedure400090f840e8449488a6e4d9838c3451 /join/id/proces/gm0995/2024/procedure98766f9108184226a6e4f8ce0e7c5d76 /join/id/proces/gm0995/2024/procedurebf57a30561204169b9f6d6edf9c9108b /join/id/proces/gm0995/2024/procedure27c2749c950c4770a713682fd6c70076 /join/id/proces/gm0995/2024/proceduread2947fa371e4c3192f103ab29ce3d08 /join/id/proces/gm0995/2024/procedure9c266cf8eb24489c960d61b0ac857859 /join/id/proces/gm0995/2026/procedure3cf777e27944441295ab577717428d6e 2026-02-12 2026-06-05 2026-02-12 2026-06-05 2026-02-12 2026-06-05 /akn/nl/act/gm0995/2020/omgevingsplan/nld@2026-02-10;22314544 /akn/nl/act/gm0995/2020/omgevingsplan /akn/nl/act/gm0995/2020/omgevingsplan/nld@2026-02-10;22314544 /join/id/stop/work_019 9 Omgevingsplan gemeente Lelystad

Hoofdstuk 1

ALGEMENE BEPALINGEN

Afdeling 1.1

Begripsbepalingen, meet- en rekenbepalingen

Artikel 1.1Begripsbepalingen

1.

Voor dit omgevingsplan gelden de begripsbepalingen in bijlage I.

2.

Voor dit omgevingsplan gelden ook de begripsbepalingen uit: a. de bijlage bij de Omgevingswet; b. bijlage I van het Besluit activiteiten leefomgeving; c. bijlage I van het Besluit bouwwerken leefomgeving; d. bijlage I van het Besluit kwaliteit leefomgeving; e. bijlage I van het Omgevingsbesluit; en f. bijlage I van de Omgevingsregeling.

3.

De begripsbepalingen in bijlage I bij dit omgevingsplan gelden niet voor de regels in hoofdstuk 22 en 23 van dit omgevingsplan.

4.

Voor de regels in hoofdstuk 22 en 23 gelden de begrippen in het Omgevingsplan gemeente Lelystad, zoals deze waren opgenomen in bijlage II per 2 januari 2024.

Artikel 1.2Meet- en rekenbepaling

Bijlage II bij dit omgevingsplan bevat meet- en rekenbepalingen voor de toepassing van dit omgevingsplan met uitzondering van hoofdstuk 22 en 23.

Afdeling 1.2

Doelen

Artikel 1.3Doel omgevingsplan

1.

De doelen die worden nagestreefd in dit omgevingsplan, zijn: a. het waarborgen van de veiligheid; b. het beschermen van de gezondheid; c. het beschermen van het milieu; d. het duurzaam veiligstellen van de openbare drinkwatervoorziening; e. het beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden; f. het behoud van cultureel erfgoed; g. het behoud van de uitzonderlijke universele waarde van werelderfgoed; h. de natuurbescherming; i. het tegengaan van klimaatverandering; j. het beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering; k. de kwaliteit van bouwwerken; l. een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; m. de energiezuinigheid van bouwwerken; n. het behoeden van de staat en werking van infrastructuur voor nadelige gevolgen van activiteiten; o. het beheer van infrastructuur; p. het beheer van watersystemen; q. het beheer van geobiologische en geothermische systemen en ecosystemen; r. het beheer van natuurlijke hulpbronnen; s. het beheer van natuurgebieden; t. het beperken van hinder; u. het benutten van locaties en bouwwerken; en v. het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen.

2.

Dit omgevingsplan is ook gericht op de instandhouding van het bosareaal binnen de gemeente.

Afdeling 1.3

Omgevingswaarden

Paragraaf 1.3.1

Verplichte omgevingswaarden

Artikel 1.4gereserveerd

gereserveerd

Paragraaf 1.3.2

Facultatieve omgevingswaarden

Artikel 1.5gereserveerd

gereserveerd

Afdeling 1.4

Algemene regels omgevingsplan

Artikel 1.6Normadressaat

Aan de regels in dit omgevingsplan wordt voldaan door degene die de activiteit verricht of laat verrichten, tenzij anders bepaald. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit.

Artikel 1.7Zorgplicht omgevingsplanactiviteit

Degene die een activiteit verricht opgenomen in dit omgevingsplan en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de doelen, met het oog waarop de regels betreffende de activiteit zijn gesteld, is verplicht: a. alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b. voor zover deze niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.

Hoofdstuk 2

PROGRAMMA'S

Afdeling 2.1

Thematische programma's

Artikel 2.1gereserveerd

gereserveerd

Afdeling 2.2

Programma's met programmatische aanpak

Artikel 2.2gereserveerd

gereserveerd

Hoofdstuk 3

PROJECTEN

Afdeling 3.1

Algemene bepalingen

Artikel 3.1Toepassingsbereik

1.

Dit hoofdstuk, met uitzondering van afdeling 3.1, heeft betrekking op specifieke projecten in gemeente Lelystad, welke afzonderlijk van elkaar opgenomen worden in de afdeling 3.2 en verder.

2.

Na vaststelling van een wijzigingsbesluit met betrekking tot een project, wordt bij toekomstige wijzigingen de artikelen ten aanzien van het project opgenomen in de standaardstructuur (hoofdstuk 4 t/m 21) van het omgevingsplan.

Artikel 3.2Voorrangsbepaling

De regels in dit hoofdstuk gaan voor de regels zoals opgenomen in hoofdstuk 4 tot en met 21.

Afdeling 3.2

Wijziging Natuurcamping Hollandse Hout

Paragraaf 3.2.1

Algemene bepalingen

Artikel 3.3Begrippen

Voor de toepassing van deze afdeling gelden de volgende begrippen: a. toepassing omgevingsplan: artikel 1.1 van het Omgevingsbesluit, artikel 1.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, artikel 1.1 van het Besluitactiviteiten leefomgeving en artikel 1.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving zijn van overeenkomstigetoepassing op dit omgevingsplan, tenzij hierna daarvan is afgeweken; b. wijziging: Wijziging Omgevingsplan gemeente Lelystad: Natuurcamping Hollandse Hout; c. ander bouwwerk: een bouwwerk, geen gebouw of overkapping zijnde; d. bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; e. bebouwingspercentage: een in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van het terrein aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd, dit met inbegrip van de oppervlakte van (overdekte) bouwwerken, geen gebouwen zijnde; f. bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; g. chalet: een verblijf bestaande uit een lichte constructie en uit lichte materialen, niet zijnde een kampeermiddel, dat naar de aard en de inrichting is bedoeld voor recreatief dag- en/of nachtverblijf; h. dagrecreatieve objecten: objecten die kunnen worden gebruikt ten behoeve van (extensief) dagrecreatief medegebruik, zoals kano's, fietsen, hengelsportartikelen en dergelijke; i. dak: iedere bovenbeëindiging van een gebouw; j. detailhandelsactiviteit: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; k. dienstverlenende activiteit: het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden; l. erotisch getinte vermaaksfunctie: een vermaaksfunctie welke is gericht op het doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van porno-erotische aard, waaronder begrepen een seksbioscoop, een seksclub en een seksautomatenhal; m. extensief dagrecreatief medegebruik: een extensief dagrecreatief medegebruik van gronden, dat ondergeschikt is aan de hoofdactiviteit waarbinnen dit recreatief gebruik is toegestaan, zoals wandelen, fietsen, paardrijden, kanoën, met de daarbijbehorende voorzieningen zoals een vissteiger, een picknickplaats, of een naar de aard daarmee gelijk te stellen voorziening; n. horeca-activiteit: een activiteit, waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies wordt verstrekt, één en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie, met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie;

o. kampeermiddel: een tent, een tentwagen, een kampeerauto, een caravan of een stacaravan, dan wel enig ander daarmee vergelijkbaar voertuig of onderkomen, dat geheel of ten dele is bestemd of opgericht dan wel wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf; p. kap: iedere bovenbeëindiging van een gebouw met een zekere helling; q. kunstwerk: een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voor civieltechnische en/of infrastructurele doeleinden, zoals een brug, een dam, een duiker, een tunnel, een aqua-, navi- of viaduct of een sluis, dan wel een daarmee gelijk te stellen voorziening; r. landschappelijke waarde: waarden in landschappelijk-esthetische en geomorfologische zin; s. natuurlijke waarden: de aan een gebied toegekende waarden in verband met de geologische, bodemkundige en biologische elementen voorkomende in dat gebied; t. nutsvoorzieningen: voorzieningen ten behoeve van het openbaar nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, apparatuur voor telecommunicatie en voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling; u. overkapping: elk bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat een overdekte ruimte vormt zonder dan wel met ten hoogste één wand; v. peil: voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang;in andere gevallen: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; w. perceelgrens: een grenslijn tussen bouwpercelen onderling; x. permanente bewoning: het gebruiken van een gebouw als hoofdverblijf, zijnde de vaste woon- en verblijfplaats, waarbij de woning voor de bewoners het reële hoofdverblijf vormt en derhalve niet een adres is waar men tijdelijk verblijf; y. prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; z. seksinrichting: een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; aa. verblijfsrecreatie: recreatie in ruimten welke zijn bestemd of opgericht voor recreatief nachtverblijf zoals een recreatiewoning, logeergebouw, pension of kampeermiddel, door personen die elders hun hoofdverblijf hebben;

ab. woning: een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.

Artikel 3.4Toepassingsbereik

a.

De regels in deze afdeling wijzigen de regels van het omgevingsplan van de gemeente Lelystad, op de locatie als bedoeld onder e, zoals opgenomen in artikel 3 (Bos), artikel 5 (Recreatie - A), artikel 12 Waarde - Archeologie) en artikel 13 (Waarde - Ecologie) van het bestemmingsplan Hollandsehout, vastgesteld op 23 februari 2016; b.

De regels onder a genoemd worden vervangen door de regeling in deze afdeling; c.

De regels van het omgevingsplan van de gemeente Lelystad, zoals die op 1 januari 2024 gelden, blijven onverminderd van toepassing op de locatie zoals bedoeld onder e, voor zover de regels in deze afdeling deze regels niet hebben gewijzigd; d.

De regels van het omgevingsplan van de gemeente Lelystad, zoals die op 1 januari 2024 gelden, met daarbij inbegrepen afdeling 22.2 en afdeling 22.3 met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3 blijven buiten toepassing, indien er sprake is van strijdigheid met de regels van deze afdeling; e.

De regels in deze afdeling zijn van toepassing op de locatie wijzigingsgebied natuurcamping.

Paragraaf 3.2.2

Gebruiksactiviteiten Subparagraaf 3.2.2.1 Algemene regels gebruiksactiviteiten

Artikel 3.5Reikwijdte gebruiksactiviteiten

Niet genoemde gebruiksactiviteiten en gebruiksactiviteiten die in strijd zijn met deze afdeling zijn niet toegestaan. Daaronder wordt in ieder geval verstaan: a. het gebruik van gronden en bouwwerken voor opslagdoeleinden, voor storting van afval en onbruikbare goederen of materialen dan wel in onbruik geraakte goederen of materialen, tenzij het hier gaat om stoffen of materialen die noodzakelijk zijn voor onderhoud, realisering en/of handhaving van de gebruiksactiviteit; b. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting.

Subparagraaf 3.2.2.2 Activiteiten ten behoeve van onderhoud, beheer en herstel van bos Subsubparagraaf 3.2.2.2.1 Het gebruik van activiteiten ten behoeve van onderhoud, beheer en herstel van bos - toegestaan

Artikel 3.6Toepassingsbereik

1.

De regels in deze subsubparagraaf gaan over het gebruik van activiteiten ten behoeve van onderhoud, beheer en herstel van bos.

2.

Deze subsubparagraaf is van toepassing op activiteiten binnen de locatie natuurcamping, bos.

Artikel 3.7Activiteiten ten behoeve van onderhoud, beheer en herstel van bos - toegestaan

1.

De volgende functies en/of gebruiksactiviteiten zijn toegestaan: a. bos en bebossing, met de daarin voorkomende dan wel daaraan eigen natuurlijke en landschappelijke waarden; b. extensief dagrecreatief medegebruik; c. activiteiten ten dienste van en ondergeschikt aan de onder a en b genoemde functies en/of gebruiksactiviteiten, waaronder:

1.horeca-activiteiten;
2.detailhandelsactiviteiten;
3.verhuur van dagrecreatieve objecten;
4.dienstverlenende activiteiten;
5.activiteiten ten behoeve van onderhoud en beheer.

2.

Voorzover de in het eerste lid onder a bedoelde waarden alsmede cultuurhistorische waarden niet onevenredig worden aangetast zijn tevens de volgende functies en/of gebruiksactiviteiten toegestaan: a. houtteelt en houtproduktie; b. waterlopen en waterpartijen; c. aanleggelegenheid; d. speelvoorzieningen; e. bermen en beplanting; f. wegen, paden, veerasters; g. nutsvoorzieningen.

3.

Voorzover de gronden zijn voorzien van de locatie natuurcamping, parkeerterrein zijn naast de in het eerste en tweede lid genoemde activiteiten tevens parkeeractiviteiten toegestaan.

Subparagraaf 3.2.2.3 Activiteiten ten behoeve van een natuurcamping Subsubparagraaf 3.2.2.3.1 Activiteiten ten behoeve van een natuurcamping - toegestaan

Artikel 3.8Toepassingsbereik

1.

De regels in deze subsubparagraaf gaan over het gebruik van activiteiten ten behoeve van een natuurcamping.

2.

Deze subsubparagraaf is van toepassing op activiteiten binnen de locatie natuurcamping, recreatie - camping.

Artikel 3.9Activiteiten ten behoeve van een natuurcamping - toegestaan

De volgende functies en/of gebruiksactiviteiten zijn toegestaan: a. bos en bebossing, met de daarin voorkomende dan wel daaraan eigen natuurlijke en landschappelijke waarden; b. extensief dagrecreatief medegebruik; c. verblijfsrecreatieve activiteiten in:

1.de vorm van ten hoogste 30 standplaatsen voor kampeermiddelen, uitsluitend in de vorm van tenten;
2.chalets, uitsluitend in de vorm van ecolodges en tenthuisjes; d. activiteiten voorzover ten dienste van en ondergeschikt aan de onder a tot en met c genoemde functies en/of activiteiten, waaronder:
1.verblijfsrecreatie;
2.horeca-activiteiten;
3.detailhandelsactiviteiten;
4.verhuur van dagrecreatieve objecten;
5.dienstverlenende activiteiten;
6.sanitaire voorzieningen;
7.activiteiten ten behoeve van onderhoud en beheer;
8.zwembaden / sauna's; e. personeelsverblijven; f. groenvoorzieningen; g. speelvoorzieningen; h. nutsvoorzieningen; i. wegen, straten en paden; j. waterlopen en waterpartijen; k. aanleggelegenheid; l. parkeervoorzieningen; m. tuinen, erven en terreinen.

Subsubparagraaf 3.2.2.3.2 Activiteiten ten behoeve van een natuurcamping - verbod

Artikel 3.10Toepassingsbereik

1.

De regels in deze subsubparagraaf gaan over het gebruik van activiteiten ten behoeve van een natuurcamping.

2.

Deze subsubparagraaf is van toepassing op activiteiten binnen de locatie natuurcamping, recreatie - camping.

Artikel 3.11Activiteiten ten behoeve van een natuurcamping - verbod

1.

Het gebruik van de gronden en bouwwerken voor permanente bewoning is verboden.

2.

Het gebruik van de verblijfsrecreatieve bouwwerken en standplaatsen voor kampeermiddelen anders dan ten behoeve van een bedrijfsmatige exploitatie.

Subparagraaf 3.2.2.4 Parkeren en laden en lossen

Artikel 3.12Parkeren

1.

Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor een gebruiksactiviteit of voor een bouwactiviteit is verzekerd, dat bij dat bouwwerk of terrein waarvoor vergunning wordt verleend, wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid, met dien verstande dat mag worden voorzien in maximaal 300 parkeerplaatsen. Daarbij moet worden voldaan worden aan het gestelde in hoofdstuk 7 "Beleidsregels voor de rekenregels en het toepassen van parkeernormen", zoals neergelegd in de “Nota Parkeernormen Lelystad 2023”. Indien deze regeling wordt gewijzigd, moet rekening worden gehouden met deze wijziging.

2.

De realisatie van voldoende parkeergelegenheid, bedoeld in het eerste lid, vind plaats binnen de locatie natuurcamping, parkeerterrein.

Artikel 3.13Laden en lossen

Indien een activiteit aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen moet, bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor een gebruiksactiviteit of voor een bouwactiviteit zijn verzekerd, dat op eigen terrein wordt voorzien in voldoende ruimte voor het laden en lossen.

Subparagraaf 3.2.2.5 Archeologie

Artikel 3.14Toepassingsbereik

Deze subparagraaf is van toepassing op activiteiten binnen de locatie natuurcamping, archeologische waarde.

Artikel 3.15Bouwactiviteiten - beoordelingsregels - vergunningplicht

1.

In aanvulling op de beoordelingsregels voor bouwactiviteiten, zoals opgenomen in paragraaf 3.2.3 gelden voor het bouwen van bouwwerken met een oppervlakte groter dan 100 m2 de volgende beoordelingsregels: a. alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend, moet door de aanvrager een rapport worden overgelegd waarin:

1.de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld; en 2. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd; b.

Alvorens de omgevingsvergunning wordt verleend, winnen burgemeester en wethouders zonodig advies in bij een door hen aan te wijzen ter zake deskundige.

2.

Indien uit het in het eerste lid genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen zullen worden verstoord, kunnen één of meer van de volgende voorschriften worden verbonden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg, die voldoet aan bij de vergunning te stellen kwalificaties.

Artikel 3.16Aanlegactiviteiten - beoordelingsregels - vergunningplicht

1.

In aanvulling op de beoordelingsregels voor aanlegactiviteiten, zoals opgenomen in in artikel 3.32, is het verboden zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. het ontgronden, afgraven (waaronder het graven van watergangen en waterpartijen), egaliseren en ophogen van gronden en/of anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur; b. het uitvoeren van overige grondbewerkingen; c. het verwijderen en/of aanbrengen van bomen en diepwortelende beplanting; d. het aanleggen van ondergrondse energie-, transport- en of communicatieleidingen.

2.

Voor de in het eerste lid genoemde aanlegactiviteiten gelden de volgende beoordelingsregels: a. een omgevingsvergunning kan pas worden verleend, nadat door de aanvrager een rapport wordt overgelegd waarin:

1.de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld; en 2. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd. b. alvorens de omgevingsvergunning wordt verleend, winnen burgemeester en wethouders zo nodig advies in bij een door hen aan te wijzen ter zake deskundige; c. de omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden van de gronden.

3.

Het eerste lid is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die: a. het normale onderhoud en beheer betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; c. in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen worden uitgevoerd, mits verricht door een daartoe bevoegde instantie; d. niet dieper gaan dan 1,00 m beneden het maaiveld en een kleinere oppervlakte dan 100 m² beslaan; e. uitsluitend betrekking hebben op ontgraven van gronden die na de inwerktreding van deze wijziging zijn aangebracht.

4.

Indien uit het in lid 2 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het uitvoeren van werken of werkzaamheden zullen worden verstoord, kunnen één of meerdere van de volgende voorschriften worden verbonden aan de omgevingsvergunning: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg, die voldoet aan bij de vergunning te stellen kwalificaties.

Subparagraaf 3.2.2.6 Ecologie

Artikel 3.17Toepassingsbereik

Deze subparagraaf is van toepassing op activiteiten binnen de locatie natuurcamping, ecologische waarde.

Artikel 3.18Bouwactiviteiten - beoordelingsregels - vergunningplicht

In aanvulling op de beoordelingsregels voor bouwactiviteiten, zoals opgenomen in paragraaf 3.2.3 gelden de volgende beoordelingsregels: a. een bouwwerk of de uitbreiding of vergroting daarvan, slechts mag worden gebouwd c.q. worden toegestaan, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ecologische waarden van de gronden; b. voor de bomen die gekapt moeten worden als gevolg van de bouwactiviteit geldt naast de in artikel 3.19, eerste lid opgenomen vergunningplicht dat aan de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit de volgende vergunningvoorschriften kunnen worden opgelegd:

1.een herplantplicht waarbij eisen gesteld worden aan soort, plek en grootte. De verplichting tot nieuw herplanten kan bij niet aangeslagen beplanting tot een termijn van 3 jaar opgelegd worden. Indien een houtopstand waarop het verbod tot vellen of rooien zoals bedoeld in dit artikel van toepassing is, zonder vergunning van het college is geveld of anderszins, kan het college aan de veroorzaker de verplichting opleggen te herbeplanten, op de door hen te geven aanwijzing en termijn;
2.compensatieplicht elders in de gemeente, indien herplant niet mogelijk is.

Artikel 3.19Aanlegactiviteiten - beoordelingsregels - vergunningplicht

1.

In aanvulling op de beoordelingsregels voor aanlegactiviteiten, zoals opgenomen in in artikel 3.32, is het verboden zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. het verwijderen van opgaande beplanting; b. het aanleggen van ondergrondse energie-, transport- en of communicatieleidingen; c. het verlagen van het waterpeil.

2.

Voor de in het eerste lid genoemde aanlegactiviteiten geldt de volgende beoordelingsregel: de omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ecologische waarden van het gebied.

3.

Het eerste lid is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die: a. het normale onderhoud en beheer betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; c. werken en werkzaamheden welke noodzakelijk zijn voor het aansluiten van bouwwerken op het net van openbare nutsvoorzieningen; d. werken en werkzaamheden welke noodzakelijk zijn voor het realiseren van de toegestane activiteiten.

Paragraaf 3.2.3

Bouwactiviteiten Subparagraaf 3.2.3.1 Algemene bouwregels

Artikel 3.20Meet- en rekenbepalingen

De volgende meet- en rekenbepalingen zijn van toepassing: a. de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; b. de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; c. de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; d. de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; e. de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

Artikel 3.21Beoordelingsregel omgevingsvergunning - bodemgevoelige locatie [instructieregel]

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.25 wordt, indien het een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie betreft, alleen verleend als: a. de toelaatbare kwaliteit van de bodem, volgens de onderzoeken bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving, voldoet aan de interventiewaarde bodemkwaliteit zoals bedoeld in artikel 3.22 van de toelaatbare kwaliteit van de bodem; of b. de toelaatbare kwaliteit van de bodem, volgens de onderzoeken bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving, niet voldoet aan de interventiewaarde bodemkwaliteit zoals bedoeld in artikel 3.22 maar er voldoende sanerende of andere beschermende maatregelen genomen. Een sanerende of andere beschermende maatregel is in ieder geval voldoende als deze gelijk is aan een sanering van de bodem volgens paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

Artikel 3.22Waarde van de toelaatbare kwaliteit van de bodem [instructieregel]

a.

De toelaatbare kwaliteit van de bodem is de interventiewaarde bodemkwaliteit uit Bijlage IIA (Interventiewaardenbodemkwaliteit) bij het Besluit activiteiten leefomgeving. b.

De kwaliteit van de bodem is onvoldoende, als voor minimaal één stof de gemiddelde gemeten concentratie in meer dan 25 m3 bodemvolume hoger is dan de interventiewaarde bodemkwaliteit. c.

Lid b is niet van toepassing op de stof asbest als voor asbest de gemiddelde gemeten concentratie hoger is dan de interventiewaarde bodemkwaliteit.

Artikel 3.23Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 3.24Afwijkingsregels voor bouwactiviteiten

1.

Bij de beoordeling van vergunningplichtige bouwactiviteiten als bedoeld in paragraaf 3.2.3.2 en 3.2.3.3 kan in onderstaande gevallen worden afgeweken van de beoordelingsregels: a. de in de beoordelingregels gegeven maten, afmetingen en percentages, tot ten hoogste 10% van die maten, afmetingen en percentages; b. overschrijdingen die gevolg zijn van een meetverschil; c. de beoordelingsregels ten aanzien van de bouwhoogte van andere bouwwerken in die zin dat de bouwhoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot ten hoogste 10,00 m; d. de beoordelingsregels in die zin dat gebouwen of overkappingen ten behoeve van nutsvoorzieningen of andere openbare voorzieningen worden gebouwd, mits:

1.de oppervlakte van een gebouw ten hoogste 50 m2 bedraagt;
2.de bouwhoogte van een gebouw ten hoogste 5,00 m bedraagt; e. uitbreiding van gebouwen en overkappingen tot ten hoogste 1,50 m door:
1.plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen en schoorstenen;
2.gevel- en kroonlijsten en overstekende daken;
3.de bouw van één erker per hoofdgebouw over maximaal de halve gevelbreedte;
4.ingangspartijen, luifels, balkons en galerijen.

2.

De afwijking van de beoordelingsregels zoals genoemd in het eerste lid kan plaatsvinden als geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: a. de woonsituatie; b. het straat- en bebouwingsbeeld; c. de milieusituatie; d. de verkeersveiligheid; en e. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen.

Subparagraaf 3.2.3.2 Gebouw of overkapping bouwen Subsubparagraaf 3.2.3.2.1 Gebouw of overkapping bouwen - vergunningplicht

Artikel 3.25Toepassingsbereik

Deze subsubparagraaf is van toepassing op het bouwen en/of verbouwen en in stand houden van een gebouw of een overkapping.

Artikel 3.26Beoordelingsregels - gebouw of overkapping bouwen

1.

Binnen bouwen, maximale oppervlakte in m² wordt een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.25 verleend als de gezamenlijke oppervlakte van de gebouwen en overkappingen op locatie niet meer bedraagt dan 1200 m².

2.

Binnen bouwen, maximum bebouwingspercentage gebouw (%) wordt een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.25 verleend als het bebouwingspercentage per locatie niet meer bedraagt dan 30%.

3.

Binnen bouwen, maximum goothoogte gebouw wordt een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.25 verleend als de goothoogte van een gebouw of overkapping op locatie niet meer bedraagt dan 3,50 m.

4.

Binnen bouwen, maximum bouwhoogte gebouw wordt een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.25 verleend als de bouwhoogte van een gebouw of overkapping op locatie niet meer bedraagt dan 8 m.

5.

Binnen bouwen, bouwlocatie toren wordt een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.25 verleend voor de bouw van maximaal één toren, mits de bouwhoogte van een toren niet meer bedraagt dan 30 m.

6.

Bij de toepassing van artikel 22.35 moet de volgende voorwaarde meegenomen worden in de beoordeling: de oppervlakte van een bodemgevoelig bijbehorend bouwwerk bedraagt niet meer dan 50m2.

Subsubparagraaf 3.2.3.2.2 Chalet bouwen - vergunningplicht

Artikel 3.27Toepassingsbereik

1.

Deze subsubparagraaf is van toepassing op het bouwen en/of verbouwen en in stand houden van een chalet.

2.

Bij het beoordelen voor het bouwen een chalets blijft artikel 22.26, lid b, buiten toepassing.

3.

De regels in deze paragraaf zijn van toepassing binnen de locatie natuurcamping, bouwen, chalet bouwen.

Artikel 3.28Beoordelingsregels - chalet bouwen

Voor het bouwen van chalets gelden voor het verlenen van de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.25 de volgende beoordelingsregels: a. het aantal chalets zal ten hoogste 120 bedragen; b. een chalet zal vrijstaand worden gebouwd; c. de onderlinge afstand tussen chalets zal ten minste 15,00 m bedragen; d. de chalets zullen op een houten vlonderconstructie al dan niet op palen worden gebouwd; e. de oppervlakte van een chalet zal met inbegrip van de oppervlakte van de vlonderconstructie waarop wordt gebouwd, ten hoogste 50 m² bedragen; f. de goothoogte van een chalet zal gemeten vanaf de bovenkant van de vlonderconstructie waarop wordt gebouwd, ten hoogste 3,00 m bedragen.

Subparagraaf 3.2.3.3 Ander bouwwerk bouwen - vergunningplicht

Artikel 3.29Toepassingsbereik

1.

Deze subparagraaf is van toepassing op het bouwen en/of verbouwen en in stand houden van een ander bouwwerk.

2.

De regels in deze subparagraaf zijn van toepassing binnen de locatie wijzigingsgebied natuurcamping.

Artikel 3.30Beoordelingsregels - ander bouwwerk bouwen

Voor het bouwen van andere bouwwerken gelden voor het verlenen van de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.25 de volgende beoordelingsregels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen zal ten hoogste 2,00 m bedragen; b. de bouwhoogte van palen en masten zal ten hoogste 6,00 m bedragen; c. de bouwhoogte van kunstwerken en daarmee gelijk te stellen bouwwerken zal ten hoogste 10,00 m bedragen; d. de bouwhoogte van overige andere bouwwerken zal ten hoogste 5,00 m bedragen; e. het bouwwerk past binnen de activiteiten die op grond van paragraaf 3.2.2 zijn toegestaan.

Paragraaf 3.2.4

Aanlegactiviteiten

Artikel 3.31Toepassingsbereik

1.

Deze paragraaf is van toepassing op het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden.

2.

De regels in deze paragraaf zijn van toepassing binnen de locatie wijzigingsgebied natuurcamping.

Artikel 3.32Aanlegactiviteiten - vergunningplicht

1.

Het is verboden zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. het aanbrengen van beplanting; b. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; c. het indrijven van voorwerpen in de bodem; d. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; e. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; f. het permanent opslaan van goederen.

2.

Voor de in het eerste lid genoemde aanlegactiviteiten geldt de volgende beoordelingsregel: de omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke en landschappelijke waarde van de gronden.

3.

Het eerste lid is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die: a. het normale onderhoud en beheer betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; c. werken en werkzaamheden welke noodzakelijk zijn voor het aansluiten van bouwwerken op het net van openbare nutsvoorzieningen; d. werken en werkzaamheden welke noodzakelijk zijn voor het realiseren van de toegestane activiteiten.

Afdeling 3.3

Gereserveerd

Artikel 3.33gereserveerd

gereserveerd

Afdeling 3.4

gereserveerd

Artikel 3.34gereserveerd

gereserveerd

Afdeling 3.5

gereserveerd

Artikel 3.35gereserveerd

gereserveerd

Afdeling 3.6

Campusgebied Midden - Roots

Paragraaf 3.6.1

Gebruik van gronden bouwwerken Subparagraaf 3.6.1.1 Algemene bepalingen

Artikel 3.36Toepassingsbereik

1.

Deze paragraaf gaat over activiteiten rond het gebruik en gebruiksfuncties van gronden en bouwwerken.

2.

Deze paragraaf gaat over: a. regels bij gebruiksfuncties, als opgenomen in paragraaf 3.6.1.2; b. aan gebruiksfuncties gerelateerde activiteiten, als opgenomen in paragraaf 3.6.1.3; c. regels over gebruik van de openbare buitenruimte, als opgenomen in paragraaf 3.6.1.4.

Subparagraaf 3.6.1.2 Gebruiksfuncties van gronden en bouwwerken, regels over gebruik Subsubparagraaf 3.6.1.2.1 Algemene bepalingen

Artikel 3.37Toepassingsbereik

1.

Deze subparagraaf gaat over gebruiksactiviteiten voor functies.

2.

Deze subparagraaf gaat over de volgende gebruiksactiviteiten: a. woonactiviteiten, als opgenomen in subsubparagraaf 3.6.1.2.2; en b. maatschappelijke activiteiten, als opgenomen in subsubparagraaf 3.6.1.2.3.

Artikel 3.38Strijdig gebruik

1.

Het is verboden gronden of bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet in overeenstemming is met een in deze paragraaf aan een locatie gegeven gebruiksfunctie en de daarop betrekking hebbende regels.

2.

Tot een gebruik dat in overeenstemming is met een aan een locatie gegeven gebruiksfunctie, bedoeld in het eerste lid, behoort in ieder geval het gebruik van de openbare buitenruimte, zoals bedoeld in artikel 3.59

Artikel 3.39Oogmerk gebruiksactiviteiten

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van het woon- en leefklimaat; b. het voorkomen van hinder en overlast; en c. het beschermen van de gezondheid.

Artikel 3.40Algemene regel gebruik bijbehorend bouwwerk

1.

Binnen het werkingsgebied van gebruiksactiviteiten, zoals opgenomen in deze paragraaf, worden bijbehorende bouwwerken die op een afstand van meer dan 4 m van het hoofdgebouw staan, functioneel ondergeschikt gebruikt ten aanzien van het gebruik van het hoofdgebouw.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik van bijbehorende bouwwerken als deze gebruikt worden voor huisvesting in het kader van mantelzorg binnen de functie wonen.

Artikel 3.41Algemene beoordelingsregels gebruiksactiviteiten

Als voor gebruik of het wijzigen van gebruik een omgevingsvergunning vereist is, wordt deze alleen verleend als: a. er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan:

1.het straat- en bebouwingsbeeld;
2.de woonsituatie;
3.de verkeersveiligheid;
4.de milieusituatie; en 5. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; en b. er voldaan wordt aan artikel 3.98, waarbij het bevoegd gezag de beleidsregels van de 'Nota Parkeernormen Lelystad 2023', of nadien gewijzigd, toepast.

Artikel 3.42Algemene aanvraagvereisten gebruiksactiviteiten

1.

Als voor het gebruik of het wijzigen van gebruik zoals opgenomen in deze paragraaf een omgevingsvergunning vereist is, worden bij de aanvraag de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. gegevens en bescheiden als opgenomen in afdeling 7.2 van de Omgevingsregeling; en b. overige gegevens en bescheiden die samenhangen met een benodigde toetsing aan dit omgevingsplan.

2.

Bij specifieke gebruiksactiviteiten zoals opgenomen in deze paragraaf kunnen specifieke aanvraagvereisten gelden in aanvulling op of ter vervanging van de aanvraagvereisten in dit artikel.

Subsubparagraaf 3.6.1.2.2 Woonactiviteiten

Artikel 3.43Toepassingsbereik woonactiviteiten

Deze subsubparagraaf gaat over de activiteit wonen.

Artikel 3.44Functie wonen

1.

Er is een functie Wonen CMR in dit omgevingsplan, bestaande uit Woonlocaties CMR, waarbinnen de activiteit wonen is toegestaan binnen de op locatie geldende regels.

2.

De activiteit wonen is toegestaan in een woning, in een hoofgebouw.

Artikel 3.45Omgevingsnorm maximaal aantal woningen

Op Locaties met een maximaal aantal woningen CMR mogen de gronden en bouwwerken worden gebruikt voor maximaal het totale aantal woningen dat op locaties met de waarde Maximaal aantal woningen, 840 CMR is aangegeven.

Artikel 3.46Wonen op locatie

Binnen Wonen, woonhuis CMR zijn de volgende activiteiten toegestaan: a. het gebruik van de woning als buidelwoning; b. het gebruik van de woning voor hospitaverhuur; en c. het gebruik van bouwwerken als dierenhok, tot maximaal 12 m2 per perceel.

Artikel 3.47Vergunningplicht wonen

Binnen Wonen, vergunningplicht CMR is het verboden zonder omgevingsvergunning op locatie te wonen.

Artikel 3.48Beoordelingsregels wonen

Binnen Wonen, beoordelingsregels 2 CMR wordt, in aanvulling op artikel 3.41, een omgevingsvergunning, zoals bedoeld in artikel 3.47, alleen verleend als de stedenbouwkundige opzet van het gebied gebaseerd is op de beleidsregel ‘Beeldregieplan Roots’.

Subsubparagraaf 3.6.1.2.3 Maatschappelijke activiteiten

Artikel 3.49Functie maatschappelijk

Er is een functie Maatschappelijk CMR in dit omgevingsplan, bestaande uit Maatschappelijke locaties CMR, waarbinnen maatschappelijke activiteiten zijn toegestaan binnen de op locatie geldende regels.

Artikel 3.50Maatschappelijk op locatie

1.

Binnen Maatschappelijk, plint CMR zijn maatschappelijke activiteiten uitsluitend toegestaan op de eerste bouwlaag, met uitzondering van: a. activiteiten die in aanzienlijke mate geluid kunnen veroorzaken; of b. risicovolle milieubelastende activiteiten.

2.

Binnen Maatschappelijk, max. 500 m² CMR zijn maatschappelijke activiteiten toegestaan met een totale bedrijfsvloeroppervlakte van maximaal 500 m2.

Subparagraaf 3.6.1.3 Functiegerelateerde gebruiksactiviteiten Subsubparagraaf 3.6.1.3.1 Algemene bepalingen

Artikel 3.51Toepassingsbereik

Deze subparagraaf gaat over gebruiksactiviteiten gerelateerd aan de gebruiksfuncties.

Subsubparagraaf 3.6.1.3.2 Beroep of bedrijf aan huis

Artikel 3.52Beroep of bedrijf aan huis

1.

Binnen de functie Wonen CMR is de uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis toegestaan, mits: a. het beroep of bedrijf past binnen de categorieën, zoals opgenomen in het tweede lid; b. het uiterlijk van de woning niet wordt aangetast, waarbij reclame-uitingen een maximale totale oppervlakte van 0,5 m² mogen hebben; c. de woonfunctie als primaire functie gehandhaafd blijft; d. het beroep of bedrijf uitsluitend wordt uitgeoefend in de woning, aan- of uitbouwen of aangebouwde bijgebouwen; e. het beroep of bedrijf in hoofdzaak wordt uitgeoefend door een bewoner van de woning. Deze bewoner mag zich daarbij laten ondersteunen door maximaal één niet in de woning woonachtige persoon; f. het beroep of bedrijf niet gaat om:

1.horeca;
2.auto- en motorreparatie;
3.milieubelastende activiteiten; of 4. detailhandel g. maximaal 30% van de bruto vloeroppervlakte van de gebouwen op een perceel gebruikt wordt voor het beroep of bedrijf aan huis, tot:
1.maximaal 100 m² voor een beroep; en 2. maximaal 50 m² voor een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit; h. er op eigen terrein of in de directe omgeving voldoende parkeerplaatsen voor bezoekers aanwezig zijn en er geen sprake is van een negatieve invloed op de normale verkeersafwikkeling en parkeerdruk ter plaatse; en i. in het geval van een webwinkel:
1.de ruimte waarin het beroep of bedrijf wordt uitgeoefend niet verhuurd wordt;
2.er geen verkoop plaatsvindt in de woning 3. goederen elders worden bezorgd 4. goederen niet worden opgehaald bij de woning 2.

Onder de activiteit 'beroep of bedrijf aan huis' worden de volgende beroepen en bedrijfsmatige activiteiten begrepen: a.

Beroepen:

1.uitoefening van (para-)medische beroepen in een individuele praktijk:
2.huisarts;
3.psychiater / psycholoog;
4.fysiotherapeut / bewegingsleer-deskundige;
5.diëtist / voedingsleer-deskundige;
6.mondhygiënist;
7.tandheelkundige;
8.logopedist;
9.dierenarts; of 10. een hiermee gelijk te stellen beroep;

11.

Advies- en ontwerpbureaus:

12.reclame-ontwerpbureau;
13.grafisch ontwerpbureau;
14.architect; of 15. een hiermee gelijk te stellen beroep; of 16. (Zakelijke) dienstverlening:
17.notaris;
18.advocaat;
19.accountant;
20.assurantie-/verzekeringstussenpersoon;
21.makelaar;
22.webwinkel, zonder bezoekmogelijkheid; of 23. een hiermee gelijk te stellen beroep; b. kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten:
1.kledingverstelbedrijf of (maat)kledingmakerij;
2.kantoorfunctie voor bedrijvigheid die elders wordt uitgeoefend, waaronder: een schoonmaakbedrijf; een schoorsteenveegbedrijf; of een glazenwasserij, maar ook voor bijvoorbeeld een groothandelsbedrijf; of 3. reparatiebedrijven voor particulieren, waaronder: schoen-/lederwarenreparatiebedrijf; uurwerkreparatiebedrijf; goud- en zilverwerkreparatiebedrijf; reparatie van kleine (elektrische) gebruiksgoederen; of reparatie van muziekinstrumenten.

Artikel 3.53Vergunningplicht afwijken beroep of bedrijf aan huis

Het is verboden zonder omgevingsvergunning een beroep of bedrijf aan huis uit te oefenen die niet past binnen de voorwaarden zoals opgenomen in artikel 3.52.

Subsubparagraaf 3.6.1.3.3 Bed & breakfast

Artikel 3.54Vergunningplicht bed & breakfast

Binnen B&B, vergunningplicht CMR is het verboden zonder omgevingsvergunning de gronden en bouwwerken te gebruiken voor een bed & breakfast.

Artikel 3.55Beoordelingsregels bed & breakfast

1.

Binnen B&B, beoordelingsregels 1 CMR wordt, in aanvulling op artikel 3.8, een omgevingsvergunning alleen verleend als: a. maximaal 30% van de bruto vloeroppervlakte van de gebouwen per bouwperceel ingericht wordt voor de bed & breakfast; b. de parkeernorm per ruimte voor nachtverblijf één parkeerplaats is, die: c. aanwezig is op het eigen terrein rondom de woning; of d. in de directe omgeving te vinden is, nadat uit parkeeronderzoek is gebleken dat de benodigde parkeerruimte beschikbaar is voor de bezoekers van de bed & breakfast; e. het uiterlijk van de woning niet wordt aangetast, waarbij reclamemateriaal een oppervlakte van maximaal 0,5 m² heeft; en f. de bed & breakfast door in ieder geval één bewoner van de woning wordt uitgeoefend.

2.

Binnen B&B, aanvullende beoordelingsregels 1 CMR wordt, in aanvulling op het eerste lid, een omgevingsvergunning alleen verleend als: a. de bed & breakfast maximaal 8 slaapplaatsen heeft in maximaal vier van elkaar afgescheiden ruimten bedoeld voor nachtverblijf; en b. deze ruimten deel uit maken van het hoofdgebouw, aanbouw of aangebouwde bijgebouw.

Subsubparagraaf 3.6.1.3.4 Kamerbewoning

Artikel 3.56Vergunningplicht kamerbewoning

Binnen de functie Wonen CMR is het verboden zonder omgevingsvergunning (een deel van) een woning voor kamerbewoning in gebruik te geven.

Artikel 3.57Beoordelingsregels kamerbewoning

Een omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 3.56, wordt, in aanvulling op artikel 3.41, alleen verleend als: a. voldaan wordt aan de beleidsregel kamerverhuur bijzondere woonvormen, of nadien gewijzigd; b. het gaat om kamerbewoning als bijzondere woonvorm; en c. voorzien kan worden in de parkeerbehoefte.

Artikel 3.58Aanvraagvereisten kamerbewoning

Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor kamerbewoning worden, in aanvulling op artikel 3.42, eerste lid, gegevens en bescheiden verstrekt zoals opgenomen in artikel 3 van de Beleidsregel Kamerverhuur bijzondere woonvormen, of nadien gewijzigd.

Subparagraaf 3.6.1.4 Gebruik openbare buitenruimte Subsubparagraaf 3.6.1.4.1 Algemene bepalingen

Artikel 3.59Toepassingsbereik

Deze subparagraaf gaat over activiteiten in de openbare buitenruimte.

Artikel 3.60Oogmerken

De regels in dit hoofdstuk zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van het woon- en leefklimaat; b. het voorkomen van hinder en overlast; en c. het beschermen van de gezondheid.

Artikel 3.61Activiteiten openbare ruimte

In de openbare buitenruimte zijn in ieder geval de volgende activiteiten toegestaan: a. het gebruik van gronden voor natuur, water en groenvoorzieningen; b. het gebruik van gronden voor parkeervoorzieningen en verkeersdoeleinden; c. het gebruik van gronden voor sport-, spel- en speelactiviteiten.

Subsubparagraaf 3.6.1.4.2 Locatiegebonden bepalingen

Artikel 3.62Hoofdontsluitingen op locatie

Binnen Verkeer, ontsluiting CMR zijn in totaal drie aansluitingen op de Middendreef en de Zuigerplasdreef ten behoeve van de ontsluiting voor motorvoertuigen toegestaan.

Paragraaf 3.6.2

Bouwen Subparagraaf 3.6.2.1 Algemene bepalingen Subsubparagraaf 3.6.2.1.1 Inleidende bepalingen

Artikel 3.63Toepassingsbereik

Dit paragraaf gaat over het bouwen, in stand houden en gebruiken van een bouwwerk.

Artikel 3.64Oogmerken

De regels in dit hoofdstuk zijn gesteld met het oog op: a. het bereiken en in stand houden van een goed woon- en leefklimaat; b. het voorkomen en beperken van hinder; c. het beschermen van de ruimtelijke kwaliteit; d. het beschermen van cultureel erfgoed; e. het beschermen van de gezondheid; en f. het waarborgen van de veiligheid.

Artikel 3.65Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Subsubparagraaf 3.6.2.1.2 Algemene vergunningplicht

Artikel 3.66Beoordelingsregels

Een omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: a. voldaan wordt aan de regels zoals gesteld in paragraaf 3.6.2 over de bouwactiviteit; b. de geluidswaarden op de gevel van geluidsgevoelige gebouwen aanvaardbaar is, waarbij het bevoegd gezag dit beoordeeld op basis van het geluidsbeleid van gemeente Lelystad; c. aan of in dat bouwwerk, dan wel op het onbebouwde terrein bij het bouwwerk, wordt voorzien in ruimte om te laden of te lossen van goederen, als het beoogde gebruik van een bouwwerk aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan die ruimte; d. voldaan wordt aan artikel 3.98, waarbij het bevoegd gezag de beleidsregels van de 'Nota Parkeernormen Lelystad 2023', of nadien gewijzigd, toepast; e.

In aanvulling op de beoordelingsregels zoals opgenomen in sub a. t/m d., wordt een omgevingsvergunning bij specifieke bepalingen alleen verleend als er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan:

1.het straat- en bebouwingsbeeld;
2.de woonsituatie;
3.de verkeersveiligheid;
4.de milieusituatie; en 5. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; f. bij de specifieke bouwactiviteiten zoals uiteengezet in paragraaf 3.6.2 kunnen specifieke beoordelingsregels gelden in aanvulling op of ter vervanging van de beoordelingsregels in dit artikel; g. het bepaalde in sub d., geldt niet:
1.voor bestaand gebruik, waarbij de herbouw van een bouwwerk zonder functiewijziging wordt beschouwd als bestaand gebruik;
2.voor zover op andere wijze in de nodige laad- of losruimte wordt voorzien; en 3. als het voldoen aan dit vereiste door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; h. voor wat betreft het uiterlijk van bouwwerken voldaan wordt aan de ruimtelijke ontwerpprincipes en spelregels van de beleidsregel ‘Beeldregieplan Roots’.

Artikel 3.67Aanvraagvereisten bouwen van een bouwwerk

1.

Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. gegevens en bescheiden zoals opgenomen in artikel 22.34; b. gegevens en bescheiden als opgenomen in afdeling 7.2 van de Omgevingsregeling; en c. indien van toepassing, de gegevens en bescheiden zoals opgenomen in artikel 1.5 van het tijdelijke regelingdeel bij dit omgevingsplan genaamd 'Voorbereidingsbesluit bodem gemeente Lelystad'; en d. overige gegevens en bescheiden die samenhangen met een benodigde toetsing aan dit omgevingsplan.

2.

Bij de specifieke bouwactiviteiten zoals uiteengezet in deze paragraaf kunnen specifieke aanvraagvereisten gelden in aanvulling op de aanvraagvereisten in dit artikel.

Subsubparagraaf 3.6.2.1.3 Omgevingsnormen

Artikel 3.68Omgevingsnormen maximale bebouwing

Op Locaties waar een bebouwingspercentage geldt CMR mag het bebouwingspercentage in procenten (%) maximaal de met Maximaal bebouwingspercentage, 50% CMR aangegeven waarde zijn.

Subparagraaf 3.6.2.2 Gebouw bouwen Subsubparagraaf 3.6.2.2.1 Gebouw bouwen, in stand houden of gebruiken

Artikel 3.69Toepassingsbereik

1.

Deze subparagraaf gaat over het bouwen van een gebouw, al dan niet als hoofdgebouw.

2.

Deze subparagraaf gaat niet over het bouwen van bijbehorende bouwwerken.

Artikel 3.70Algemene bouwregel

1.

Binnen het wijzigingsgebied Campus Middengebied - Roots is het verboden een gebouw te bouwen buiten een Bouwvlak CMR.

2.

Binnen het wijzigingsgebied Campus Middengebied - Roots mogen, met toepassing van artikel 3.66, tweede lid, en in afwijking van het eerste lid, gebouwen op locatie maximaal 1,5 m buiten het Bouwvlak CMR worden gebouwd, mits het gaat om: a. plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen en schoorstenen; b. gevel- en kroonlijsten en overstekende daken; c. één erker per (hoofd)gebouw over maximaal de halve gevelbreedte; d. ingangspartijen, luifels, balkons en galerijen; of e. een hiermee gelijk te stellen ondergeschikt onderdeel van gebouwen.

Artikel 3.71Omgevingsnorm bouwhoogte

1.

Op Locaties met een maximale bouwhoogte CMR mag de bouwhoogte maximaal de met Maximale bouwhoogte, 32 meter CMR of Maximale bouwhoogte, 71 meter CMR aangegeven waarde zijn.

2.

Binnen het wijzigingsgebied Campus Middengebied - Roots is het, met toepassing van artikel 3.66, tweede lid, en in afwijking van de bouwhoogte zoals aangegeven op grond van het eerste lid, mogelijk om op locatie de bouwhoogte van gebouwen voor plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers en lichtkappen, te vergroten, mits: a. de maximale oppervlakte van de vergroting maximaal 10% van het Bouwvlak CMR is; en b. de bouwhoogte van de vergroting maximaal 2,5 m is.

Artikel 3.72Bouwregels parkeervoorzieningen

Binnen Gebouw bouwen, parkeervoorzieningen CMR mag op locatie een parkeervoorziening worden gebouwd.

Subparagraaf 3.6.2.3 Bijbehorend bouwwerk bouwen Subsubparagraaf 3.6.2.3.1 Bijbehorend bouwwerk bouwen bij een woonhuis

Artikel 3.73Toepassingsbereik

Deze subsubparagraaf gaat over het bouwen, in stand houden of gebruiken van aan- of uitbouwen of bijgebouwen bij een woonhuis.

Artikel 3.74Algemene bouwregels

1.

Bijbehorende bouwwerken binnen het wijzigingsgebied Campus Middengebied - Roots moeten voldoen aan de volgende eisen: a. een bijbehorend bouwwerk heeft een bouwhoogte van maximaal 5 m; b. de goothoogte van een bijbehorend bouwwerk mag maximaal 3,5 m zijn; c. een bijbehorend bouwwerk wordt niet voorzien van een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte; d. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken mag per hoofdgebouw:

1.maximaal 50 m2 zijn, als de oppervlakte van een bouwperceel 500 m2 of minder is; of 2. maximaal 10% van de oppervlakte van het bouwperceel tot maximaal 100 m2 zijn, als de oppervlakte van een bouwperceel meer dan 500 m2 is; e. een aan-, uit- of aangebouwd bijgebouw dat gesitueerd wordt aan de zijgevel van het hoofdgebouw, heeft een hoogte van maximaal 1 m minder dan de hoogte van het hoofdgebouw; f. voor zover een aan-, uit- of aangebouwd bijgebouw gelegen in het achtererfgebied op een afstand van maximaal 4 m van het oorspronkelijke hoofdgebouw wordt gesitueerd:
1.wordt het gebouwd met een plat dak, tenzij deze tegen de zijgevel van het hoofdgebouw wordt gebouwd; en 2. is de bouwhoogte niet hoger dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw met een maximale hoogte zoals opgenomen in sub a; en g. een vrijstaand bijbehorend bouwwerk is niet toegestaan; h. een bijbehorend bouwwerk in het voorerfgebied is niet toegestaan;

2.

In afwijking van het eerste lid, onder d, en met toepassing van artikel 3.66, tweede lid, mag binnen het wijzigingsgebied Campus Middengebied - Roots de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken per hoofdgebouw worden vergroot tot maximaal 80 m², mits:

3.

Met toepassing van artikel 3.66, tweede lid kan afgeweken worden van het eerste lid.

Subsubparagraaf 3.6.2.3.2 Bijbehorend bouwwerk bouwen bij een woongebouw

Artikel 3.75Toepassingsbereik

Deze subsubparagraaf gaat over het bouwen, in stand houden of gebruiken van aan- of uitbouwen of bijgebouwen bij een woongebouw.

Artikel 3.76Algemene bouwregels

1.

Bijbehorende bouwwerken binnen het wijzigingsgebied Campus Middengebied - Roots moeten voldoen aan de volgende eisen: a. een bijbehorend bouwwerk heeft een bouwhoogte van maximaal 3,5 m; en b. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken mag per woongebouw maximaal 50 m2 zijn.

2.

Met toepassing van artikel 3.66, tweede lid kan afgeweken worden van het eerste lid.

Subparagraaf 3.6.2.4 Bouwwerk, geen gebouw zijnde, bouwen Subsubparagraaf 3.6.2.4.1 Algemene regels over bouwwerk, geen gebouw zijnde, bouwen

Artikel 3.77Toepassingsbereik

1.

Deze subparagraaf gaat over het bouwen, in stand houden of gebruiken van bouwwerken, geen gebouw zijnde.

2.

Onder bouwwerken, geen gebouw zijnde, vallen onder andere de volgende activiteiten: a. afscheiding tussen balkons of dakterrassen bouwen, in stand houden of gebruiken; b. antenne-installatie bouwen, in stand houden of gebruiken; c. bouwwerk voor agrarische bedrijfsvoering bouwen, in stand houden of gebruiken; d. buisleiding bouwen, in stand houden of gebruiken; e. constructie voor overbruggen van terreinhoogteverschil bouwen, in stand houden of gebruiken; f. erf- of perceelafscheiding bouwen, in stand houden of gebruiken; g. vlaggenmast bouwen, in stand houden of gebruiken; h. sport- of speeltoestel bouwen, in stand houden of gebruiken; en i. tuinmeubilair bouwen, in stand houden of gebruiken; en j. vijver bouwen, in stand houden of gebruiken.

Artikel 3.78Algemene bouwregels

1.

Binnen het wijzigingsgebied Campus Middengebied - Roots mogen bouwwerken, geen gebouw zijnde, worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 5 m, tenzij: a. het een bouwwerk, geen gebouw zijnde, is zoals opgenomen in subsubparagraaf 3.6.2.4.2 of 3.6.2.4.3; b. voor een specifieke activiteit op locatie een andere bouwhoogte is opgenomen; of c. in 3.6.2.4.1 een andere bouwhoogte is opgenomen en sub a. en b. niet van toepassing zijn.

2.

Binnen het wijzigingsgebied Campus Middengebied - Roots mogen per bouwperceel bouwwerken, geen gebouw zijnde, worden gebouwd met een maximale oppervlakte van 2 m2.

3.

Binnen het wijzigingsgebied Campus Middengebied - Roots is het, met toepassing van artikel 3.66, tweede lid, toegestaan om de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, als opgenomen in deze paragraaf, te vergroten met maximaal 20%.

4.

Binnen het wijzigingsgebied Campus Middengebied - Roots is het, met toepassing van artikel 3.66, tweede lid, toegestaan om de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, als opgenomen in deze paragraaf, te vergroten tot een maximale bouwhoogte van 30 m, mits het gaat om kunstwerken of zend-, ontvang- of sirenemasten.

Subsubparagraaf 3.6.2.4.2 Erf- of perceelafscheiding bouwen, in stand houden of gebruiken

Artikel 3.79Toepassingsbereik

1.

Deze subsubparagraaf gaat over het bouwen, in stand houden of gebruiken van erf- of perceelafscheidingen hoger dan 1 m.

2.

Deze subsubparagraaf gaat niet over het plaatsen, in stand houden of gebruiken van niet gebouwde afscheidingen, zoals hagen of heggen.

Artikel 3.80Algemene bouwregels

1.

Binnen het wijzigingsgebied Campus Middengebied - Roots wordt een erf- en perceelafscheiding niet hoger dan 1 m gebouwd.

2.

Met toepassing van artikel 3.66, tweede lid, mag worden afgeweken van het eerste lid.

Subsubparagraaf 3.6.2.4.3 Palen of masten bouwen, in stand houden of gebruiken

Artikel 3.81Toepassingsbereik

Deze subsubparagraaf gaat over de volgende activiteiten: a. palen en masten bouwen, in stand houden of gebruiken; en b. vlaggenmast bouwen, in stand houden of gebruiken.

Artikel 3.82Algemene bouwregel

Binnen het wijzigingsgebied Campus Middengebied - Roots mogen palen en (vlaggen)masten worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 6 m.

Artikel 3.83Algemene bouwregel

Binnen het wijzigingsgebied Campus Middengebied - Roots mogen vlaggenmasten worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 6 m.

Subparagraaf 3.6.2.5 Bouwwerk voor infrastructurele of openbare voorziening bouwen, in stand houden of gebruiken Subsubparagraaf 3.6.2.5.1 Algemene bepalingen

Artikel 3.84Toepassingsbereik

Deze subparagraaf gaat over bouwactiviteiten voor bouwwerken voor infrastructurele of openbare voorzieningen.

Artikel 3.85Verbod bouwen of opschalen van windturbines

Binnen het wijzigingsgebied Campus Middengebied - Roots is het verboden om nieuwe windmolens te realiseren of bestaande windmolens op te schalen.

Artikel 3.86Beoordelingsregels bouwen nutsvoorziening

Binnen het wijzigingsgebied Campus Middengebied - Roots mogen, met toepassing van artikel 3.66, tweede lid, nutsvoorzieningen in de openbare buitenruimte gebouwd worden, mits voldaan wordt aan de volgende vereisten: a. de nutsvoorziening is niet hoger dan 5 m; en b. de nutsvoorziening heeft een maximale oppervlakte van 50 m².

Subparagraaf 3.6.2.6 Ander bouwwerk bouwen, in stand houden of gebruiken

Artikel 3.87Bouwregels kunstobjecten

Binnen het wijzigingsgebied Campus Middengebied - Roots mogen, met toepassing van artikel 3.66, tweede lid, kunstobjecten worden gebouwd, mits deze kunstobjecten bijdragen aan de ruimtelijke situatie en de beeldkwaliteit ter plaatse.

Paragraaf 3.6.3

Geluid

Artikel 3.88Toepassingsbereik

Deze paragraaf is van toepassing ten behoeve van een geluidgevoelige functie.

Artikel 3.89Vergunningsplicht omgevingsplanactiviteit geluidgevoelige functie

Binnen het wijzigingsgebied Campus Middengebied - Roots is het verboden zonder omgevingsvergunning een geluidgevoelige functie toe te voegen.

Artikel 3.90Geluidgevoelige functie is aanvaardbaar wanneer wordt voldaan aan de standaardwaarde

1.

Van een aanvaardbaar geluid op de gevel van het geluidgevoelig gebouw is in elk geval sprake als het geluid op de gevel niet hoger is dan de standaardwaarde, bedoeld in artikel 3.90, tabel 1.

Artikel 3.60 tabel 1: Standaardwaarde geluid op een geluidgevoelig gebouw per bronsoort Geluidbronsoort Standaardwaarde Provinciale wegen en rijkswegen 50 Lden Gemeentewegen en waterschapswegen 53 Lden Lokale spoorwegen en hoofdspoorwegen 55 Lden Industrieterreinen 50 Lden 40 Lnight 2.

Artikel 5.78t, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving is van overeenkomstige toepassing.

3.

Voor een geluidgevoelig gebouw als bedoeld in artikel 3.21, eerste lid, onder b of d, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, waarvan het gebruik in de nachtperiode in het omgevingsplan is uitgesloten: a. gelden de waarden in Lnight niet; en b. wordt in artikel 3.58 tabel 1 gelezen voor «Lden»: »Lde».

4.

Voor een geluidgevoelig gebouw als bedoeld in artikel 3.21, eerste lid, onder b of d, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, waarvan het gebruik in de avondperiode en de nachtperiode in het omgevingsplan is uitgesloten: a. gelden de waarden in Lnight niet; en b. wordt in tabel 3.57 gelezen voor «Lden»: «Lday».

Artikel 3.91Overschrijding van de standaardwaarde

1.

Wanneer het geluid op de gevel van het geluidgevoelig gebouw hoger is dan de in artikel 3.90 bedoelde standaardwaarde kan het geluid aanvaardbaar zijn als: a. geen geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen om aan de standaardwaarde te voldoen; b. de overschrijding van de standaardwaarde door het treffen van geluidbeperkende maatregelen zoveel mogelijk wordt beperkt; en c. het geluid op geluidgevoelige gebouwen niet hoger is dan de grenswaarde, bedoeld in artikel 3.91 tabel 1.

Artikel 3.61, tabel 1: Grenswaarde geluid op een geluidgevoelig gebouw per bronsoort Geluidbronsoort Grenswaarde Provinciale wegen en rijkswegen 60 Lden Gemeentewegen en waterschapswegen 70 Lden Lokale spoorwegen en hoofdspoorwegen 65 Lden Industrieterreinen 55 Lden 45 Lnight 2.

Geluidbeperkende maatregelen als bedoeld in het eerste lid worden in aanmerking genomen als die financieel doelmatig zijn en daartegen geen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard bestaan.

3.

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning, bedoeld in 3.89, betrekking heeft op een gebouw of gedeelte van een gebouw waar bewoning is toegestaan, en geluidbeperkende maatregelen om aan de standaardwaarden te voldoen, gelet op het bepaalde in het tweede lid niet doelmatig of bezwaarlijk zijn, is sprake van een aanvaardbare geluidbelasting als elke afzonderlijke woning beschikt over een geluidluwe gevel waarop ten hoogste de standaardwaarde, bedoeld in artikel 3.90, is berekend.

4.

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 3.89, betrekking heeft op een gebouw of gedeelte van een gebouw waar bewoning is toegestaan, en geluidbeperkende maatregelen om aan de standaardwaarden te voldoen gelet op het bepaalde in het tweede lid niet doelmatig of bezwaarlijk zijn en niet elke afzonderlijke woning beschikt over een geluidluwe gevel waarop ten hoogste de standaardwaarde, bedoeld in artikel 3.90, is berekend, kan sprake zijn van een aanvaardbare geluidbelasting als: a. elke afzonderlijke woning beschikt over een bijna-geluidluwe gevel; en b. zwaarwegende economische belangen of zwaarwegende andere maatschappelijke belangen dit rechtvaardigen.

5.

Artikel 5.78u, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving is van overeenkomstige toepassing 6.

Voor een geluidgevoelig gebouw als bedoeld in artikel 3.21, eerste lid, onder b of d, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, waarvan het gebruik in de nachtperiode in het omgevingsplan is uitgesloten: a. gelden de waarden in Lnight niet; en b. wordt in artikel 3.90, tabel 1 gelezen voor «Lden»: »Lde».

7.

Voor een geluidgevoelig gebouw als bedoeld in artikel 3.21, eerste lid, onder b of d, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, waarvan het gebruik in de avondperiode en de nachtperiode in het omgevingsplan is uitgesloten: a. gelden de waarden in Lnight niet; en b. wordt in artikel 3.90, tabel 1 gelezen voor «Lden»: «Lday».

Artikel 3.92Belang van een geluidluwe gevel

Bij de toepassing van artikel 3.91 wordt het belang van het beschermen van de gezondheid door een geluidluwe gevel betrokken.

Artikel 3.93Belang van een geluidluwe buitenruimte

Bij de toepassing van artikel 3.91 wordt het belang van het beschermen van de gezondheid door een geluidluwe buitenruimte betrokken.

Artikel 3.94Beoordelen aanvaardbaarheid gecumuleerd geluid

1.

Bij de toepassing van artikel 3.91 wordt de aanvaardbaarheid van het gecumuleerde geluid op het geluidgevoelige gebouw beoordeeld.

2.

Bij het bepalen van het gecumuleerde geluid wordt in ieder geval betrokken: a. voor een geluidgevoelig gebouw in een geluidaandachtsgebied van een weg, spoorweg of industrieterrein: het geluid door die geluidbronsoort; b. voor een geluidgevoelig gebouw binnen de 48 Lden geluidcontour of, voor zover de geldende geluidcontouren in Kosteneenheden zijn uitgedrukt, binnen de 20 Kosteneenheden geluidcontour van een luchthaven waarvoor op grond van de Wet luchtvaart een luchthavenindelingbesluit, een luchthavenbesluit of een besluit beperkingengebied buitenlandse luchthaven is vereist: het geluid door luchtvaart; c. voor een geluidgevoelig gebouw waarop het geluid door een windturbine of een windpark op een industrieterrein hoger is dan 43 Lden: het geluid door die windturbine of dat windpark; d. voor een geluidgevoelig gebouw waarop het geluid door een civiele buitenschietbaan, een militaire buitenschietbaan of een militair springterrein op een industrieterrein hoger is dan 50 BS, dan: het geluid door die buitenschietbaan of dat springterrein.

3.

Op het bepalen van het gecumuleerde geluid zijn de bij ministeriële regeling gestelde regels van toepassing.

Artikel 3.95Bepalen gezamenlijk geluid

Bij de toepassing van artikel 3.91 wordt het gezamenlijk geluid op de gevel van geluidgevoelige gebouwen bepaald en in de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 3.89, vastgelegd

Artikel 3.96Vergunningvoorschriften

1.

Aan de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 3.89, worden de voorschriften verbonden die nodig zijn met het oog op het voorkomen van onaanvaardbare geluidhinder;

2.

Voor zover de in het eerste lid bedoelde voorschriften betrekking hebben op het nemen van bouwkundige maatregelen, waarvoor op grond van paragraaf 3.6.2 een vergunningplicht voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken geldt, dan is paragraaf 3.6.2 op het verrichten van die omgevingsplanactiviteit bouwwerken onverkort van toepassing.

Artikel 3.97Aanvraagverreisten

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 3.89, wordt een rapport verstrekt: a. waaruit de mate van geluid op de gevel van het geluidgevoelige gebouw blijkt; b. waarin, indien nodig in verband met een overschrijding van de standaardwaarde, inzicht wordt gegeven in de maatregelen die worden genomen met het oog op de bescherming van de gezondheid.

Paragraaf 3.6.4

Verkeer en parkeren Subparagraaf 3.6.4.1 Algemene bepalingen

Artikel 3.98Voldoende parkeergelegenheid

Binnen het wijzigingsgebied Campus Middengebied - Roots is het op locatie slechts toegestaan te bouwen, gronden te gebruiken of het gebruik van gronden te wijzigen, als er voldoende parkeergelegenheid gerealiseerd wordt, voor zover het bouwen, gebruiken of wijzigen van het gebruik gepaard gaat met een toename van de ruimtelijke impact vanwege het parkeren.

Artikel 3.99Maatwerkvoorschriften

Binnen het wijzigingsgebied Campus Middengebied - Roots kan het bevoegd gezag maatwerkvoorschriften stellen aan de situering van parkeergelegenheid en laad- en losruimte, als dit noodzakelijk is om een goede verkeersstructuur of bereikbaarheid voor een gebouw, perceel, straat (of deel daarvan) dan wel een andere ruimtelijke functionele structuur te waarborgen.

Paragraaf 3.6.5

Water Subparagraaf 3.6.5.1 Algemene bepalingen

Artikel 3.100Algemene regels over water

Binnen het wijzigingsgebied Campus Middengebied - Roots is het verboden om activiteiten te verrichten die afbreuk kunnen doen aan de waterhuishouding zonder schriftelijke toestemming van de waterbeheerder.

Hoofdstuk 4

GEBRUIK VAN GRONDEN EN BOUWWERKEN

Afdeling 4.1

Algemene bepalingen

Artikel 4.1Toepassingsbereik

1.

Dit hoofdstuk gaat over activiteiten rond het gebruik en gebruiksfuncties van gronden en bouwwerken.

2.

Dit hoofdstuk gaat over: a. regels bij gebruiksfuncties, als opgenomen in afdeling 4.2; b. aan gebruiksfuncties gerelateerde activiteiten, als opgenomen in afdeling 4.3; c. regels over gebruik van de openbare buitenruimte, als opgenomen in afdeling 4.4;; d. gereserveerd.

3.

Dit hoofdstuk gaat niet over activiteiten rond het gebruik van gronden en bouwwerken die in de structuur van het omgevingsplan onder een ander hoofdstuk vallen.

Artikel 4.2gereserveerd

gereserveerd

Afdeling 4.2

Gebruiksfuncties van gronden en bouwwerken, regels over gebruik

Paragraaf 4.2.1

Algemene bepalingen

Artikel 4.3Toepassingsbereik

1.

Deze afdeling gaat over gebruiksactiviteiten voor functies.

2.

Deze afdeling gaat over de volgende gebruiksactiviteiten: a. agrarische activiteiten, als opgenomen in paragraaf 4.2.2; b. bedrijfsactiviteiten, als opgenomen in paragraaf 4.2.3; c. detailhandelsactiviteiten, als opgenomen in paragraaf 4.2.4; d. dienstverleningsactiviteiten, als opgenomen in paragraaf 4.2.5; e. horeca activiteiten, als opgenomen in paragraaf 4.2.6; f. kantooractiviteiten, als opgenomen in paragraaf 4.2.7; g. maatschappelijke activiteiten, als opgenomen in paragraaf 4.2.8; h. nutsbedrijfsactiviteiten, als opgenomen in paragraaf 4.2.9; i. recreatieactiviteiten, als opgenomen in paragraaf 4.2.10; j. sportactiviteiten, als opgenomen in paragraaf 4.2.11; en k. woonactiviteiten, als opgenomen in paragraaf 4.2.12.

Artikel 4.4Strijdig gebruik

1.

Het is verboden gronden of bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet in overeenstemming is met een in deze afdeling aan een locatie gegeven gebruiksfunctie en de daarop betrekking hebbende regels.

2.

Op locaties zonder gebruiksfunctie mogen gronden en bouwwerken niet worden gebruikt voor gebruiksactiviteiten zoals opgenomen in deze afdeling.

3.

Tot een gebruik dat in overeenstemming is met een aan een locatie gegeven gebruiksfunctie, bedoeld in het eerste lid, behoort in ieder geval het gebruik van de openbare buitenruimte, zoals bedoeld in artikel 4.103.

Artikel 4.5Oogmerken gebruiksactiviteiten

De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van het woon- en leefklimaat; b. het voorkomen van hinder en overlast; en c. het beschermen van de gezondheid.

Artikel 4.6Algemene regel gebruik bijbehorend bouwwerk

1.

Binnen het werkingsgebied van gebruiksactiviteiten, zoals opgenomen in deze afdeling, worden bijbehorende bouwwerken die op een afstand van meer dan 4 m van het hoofdgebouw staan, functioneel ondergeschikt gebruikt ten aanzien van het gebruik van het hoofdgebouw.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik van bijbehorende bouwwerken als deze gebruikt worden voor huisvesting in het kader van mantelzorg binnen de functie wonen.

Artikel 4.7Algemene beoordelingsregels gebruiksactiviteiten

Als voor gebruik of het wijzigen van gebruik een omgevingsvergunning vereist is, wordt deze alleen verleend als: a. er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan:

1.het straat- en bebouwingsbeeld;
2.de woonsituatie;
3.de verkeersveiligheid;
4.de milieusituatie; en 5. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; b. er voldaan wordt aan de in artikel 17.3 genoemde gronden, waarbij het bevoegd gezag de beleidsregels van de 'Nota Parkeernormen Lelystad 2023', of nadien gewijzigd, toepast; en c. de geluidswaarden op de gevel van geluidsgevoelige gebouwen aanvaardbaar is, waarbij het bevoegd gezag dit beoordeelt op basis van het geluidsbeleid van gemeente Lelystad.

Artikel 4.8Algemene aanvraagvereisten gebruiksactiviteiten

1.

Als voor het gebruik of het wijzigen van gebruik zoals opgenomen in deze afdeling een omgevingsvergunning vereist is, worden bij de aanvraag de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. gegevens en bescheiden als opgenomen in afdeling 7.2 van de Omgevingsregeling; en b. overige gegevens en bescheiden die samenhangen met een benodigde toetsing aan dit omgevingsplan.

2.

Bij specifieke gebruiksactiviteiten zoals opgenomen in deze afdeling kunnen specifieke aanvraagvereisten gelden in aanvulling op of ter vervanging van de aanvraagvereisten in dit artikel.

Paragraaf 4.2.2

Agrarische activiteiten Subparagraaf 4.2.2.1 Algemene bepalingen

Artikel 4.9Functie agrarisch

1.

Er is een functie agrarisch in dit omgevingsplan, bestaande uit agrarische locaties, waarbinnen agrarische activiteiten zijn toegestaan voor agrarische bedrijven binnen de op locatie geldende regels.

2.

Onder agrarische bedrijven wordt verstaan: a. (grondgebonden) bedrijvigheid die zich geheel of voornamelijk richt op het bedrijfsmatig voortbrengen van producten door het telen van gewassen of het houden van dieren, en die verder te onderscheiden is in:

1.akker- en tuinbouw: de teelt van gewassen op open grond; waarbij het niet gaat om bosbouw en sierteelt;
2.fruitteelt: de teelt van fruit op open grond;
3.grondgebonden veehouderij: het houden van vee (nagenoeg) geheel op open grond, waaronder ook de teelt van ruwvoergewassen;
4.paardenfokkerij: het fokken van veulens en de opfok van jonge paarden met de daaraan verbonden basistraining tot een leeftijd van 3 jaar; of 5. kwekerij: het telen, kweken en verzorgen van bomen, heesters, struiken, planten en bloemen of tuinbouwzaden, al dan niet met behulp van kassen en al dan niet gecombineerd met de handel in boomkwekerijgewassen en vaste planten waarbij het niet gaat om een tuincentrum;
6.glastuinbouw: de teelt van tuinbouwgewassen (nagenoeg) geheel met behulp van kassen; of b. andere vormen van (semi-)agrarische activiteiten, welke op locatie geregeld zijn.

Subparagraaf 4.2.2.2 Locatie gebonden bepalingen

Artikel 4.10Agrarisch hulpbedrijf uitoefenen

Binnen agrarisch, hulpbedrijf zijn agrarische activiteiten voor een agrarisch hulpbedrijf toegestaan.

Artikel 4.11Intensieve veehouderij uitoefenen

Binnen agrarisch, intensieve veehouderij zijn agrarische activiteiten voor een bedrijf voor intensieve veehouderij toegestaan.

Artikel 4.12Zorgboerderij uitoefenen

Binnen agrarisch, zorgboerderij zijn agrarische activiteiten voor een zorgboerderij toegestaan.

Artikel 4.13Extensief agrarisch medegebruik toegestaan

Binnen agrarisch, zone waterkering zijn agrarische activiteiten in de vorm van extensief agrarisch medegebruik toegestaan.

Artikel 4.14Agrarisch De Groene Velden

Binnen agrarisch, de groene velden zijn agrarische activiteiten toegestaan, mits het gaat om een bedrijf zoals opgenomen in artikel 4.9, tweede lid, sub a, onder 1, 2 of 5.

Artikel 4.15Vergunningplicht nevenactiviteiten

Binnen agrarisch, vergunningplicht nevenactiviteiten is het verboden zonder omgevingsvergunning agrarische nevenactiviteiten te verrichten.

Artikel 4.16Beoordelingsregels nevenactiviteiten

1.

Binnen agrarisch, bewerking en opslag wordt, in aanvulling op artikel 4.7, een omgevingsvergunning alleen verleend als: a. het gaat om een ondergeschikte nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijfsgebouw; b. de maximale oppervlakte niet meer dan 500 m² bedraagt; c. de agrarische activiteiten van aangrenzende bedrijven niet onevenredig worden belemmerd; d. er in vergelijking met het agrarische gebruik geen onevenredig zware verkeersbelasting op aangrenzende wegen plaatsvindt; e. het parkeren behorende bij het gebruik binnen het bouwvlak op eigen terrein plaatsvindt; f. er geen opslag van goederen in de open lucht plaatsvindt; en g. het qua aard en schaal past bij de specifieke kwaliteiten en schaal van de omgeving, met name op het gebied van visuele aspecten, zoals reclame-uitingen en technische installaties.

2.

Binnen agrarisch, loonwerk/veehandel wordt, in aanvulling op artikel 4.7, een omgevingsvergunning alleen verleend als: a. het om loonwerk- of veehandelsbedrijven met uitzondering van handel in evenhoevigen gaat; b. het gaat om een ondergeschikte nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijfsgebouw; c. het gebruik op niet meer dan 30% van het erf plaatsvindt; d. de agrarische activiteiten van aangrenzende bedrijven niet onevenredig worden belemmerd; e. er in vergelijking met het agrarische gebruik geen onevenredig zware verkeersbelasting op aangrenzende wegen plaatsvindt; f. het parkeren behorende bij het loonwerk- of veehandelsbedrijf binnen het bouwvlak op eigen terrein plaatsvindt; g. er geen opslag van goederen, behorende bij het loonwerk- of veehandelsbedrijf, in de open lucht plaatsvindt; en h. het qua aard en schaal past bij de specifieke kwaliteiten en schaal van de omgeving, met name op het gebied van visuele aspecten, zoals reclame-uitingen en technische installaties.

Artikel 4.17Vergunningplicht zorgboerderij uitoefenen

Binnen agrarisch, vergunningplicht zorgboerderij is het verboden zonder omgevingsvergunning activiteiten voor een zorgboerderij te verrichten.

Artikel 4.18Beoordelingsregels zorgboerderij uitoefenen

Binnen agrarisch, vergunningplicht zorgboerderij wordt, in aanvulling op artikel 4.7, een omgevingsvergunning alleen verleend als: a. het om activiteiten voor een zorgboerderij gaat; b. het gaat om een ondergeschikte nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijfsgebouw; c. het gebruik op niet meer dan 30% van het erf plaatsvindt; d. de agrarische activiteiten van aangrenzende bedrijven niet onevenredig worden belemmerd; e. er in vergelijking met het agrarische gebruik geen onevenredig zware verkeersbelasting op aangrenzende wegen plaatsvindt; f. het parkeren behorende bij de zorgboerderij binnen het bouwvlak op eigen terrein plaatsvindt; g. er geen opslag van goederen, behorende bij de zorgboerderij, in de open lucht plaatsvindt; en h. het qua aard en schaal past bij de specifieke kwaliteiten en schaal van de omgeving, met name op het gebied van visuele aspecten, zoals reclame-uitingen en technische installaties.

Paragraaf 4.2.3

Bedrijfsactiviteiten

Artikel 4.19Functie bedrijf

Er is een functie bedrijf in dit omgevingsplan, bestaande uit bedrijfslocaties, waarbinnen bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan binnen de op locatie geldende regels.

Artikel 4.20Bedrijfstypen

Binnen bedrijf, beperkte milieu-impact zijn alleen bedrijfsactiviteiten toegestaan met een beperkte impact op het milieu, welke gelijk is aan maximaal categorie 2 op de VNG, Staat van bedrijfsactiviteiten zoals deze werd toegepast in ruimtelijke plannen op grond van de Wet ruimtelijke ordening.

Artikel 4.21Bedrijf op locatie

1.

Binnen bedrijf, stil en veilig zijn bedrijfsactiviteiten toegestaan op de eerste bouwlaag, met uitzondering van: a. activiteiten die in aanzienlijke mate geluid kunnen veroorzaken; of b. risicovolle milieubelastende activiteiten.

2.

Binnen bedrijf, verbod vuurwerkbedrijf zijn vuurwerkbedrijven verboden.

3.

Binnen bedrijf, kantoor max. 30% BVO mag maximaal 30% van het bedrijfsoppervlak gebruikt worden voor kantoren.

4.

Binnen bedrijf, opslagterrein is het gebruik als opslagterrein toegestaan voor het naastgelegen bedrijventerrein.

Paragraaf 4.2.4

Detailhandelsactiviteiten

Artikel 4.22Functie detailhandel

Binnen de functie detailhandel, bestaande uit detailhandel locaties, zijn detailhandelsactiviteiten toegestaan binnen de op locatie geldende regels.

Artikel 4.23Detailhandel, regels op locatie

1.

Binnen detailhandel, plint zijn detailhandelsactiviteiten toegestaan in de eerste bouwlaag.

2.

Binnen detailhandel, supermarkt zijn detailhandelsactiviteiten voor een supermarkt toegestaan.

3.

Binnen detailhandel, geen supermarkt zijn detailhandelsactiviteiten toegestaan met uitzondering van supermarkten.

4.

Binnen ondergeschikte detailhandel zijn detailhandelsactiviteiten toegestaan, mits het gaat om detailhandel die ondergeschikt is aan de toegestane gebruiksactiviteiten.

5.

Binnen detailhandel, recreatie zijn detailhandelsactiviteiten toegestaan voor recreatieve doeleinden.

6.

Binnen detailhandel, visvijver zijn detailhandelsactiviteiten toegestaan voor de verkoop van vismaterialen, mits: a. deze verkoop ondergeschikt is aan andere op locatie toegestane gebruiksactiviteiten; b. de verkoopruimte maximaal 100 m2 is; en, c. de openingstijden van de verkoopruimte gelijk zijn aan de openingstijden van ruimten waar andere op locatie toegestane gebruiksactiviteiten worden verricht.

7.

Binnen detailhandel, watersport zijn detailhandelsactiviteiten voor watersport toegestaan.

Artikel 4.24Detailhandel, bedrijfsoppervlakte

1.

Binnen detailhandel, ondergeschikt, max. 600 m² zijn detailhandelsactiviteiten toegestaan met een bedrijfsoppervlakte van maximaal 600 m2, mits het gaat om detailhandel die ondergeschikt is aan de toegestane gebruiksactiviteiten.

2.

Binnen detailhandel, min. 800 m² zijn detailhandelsactiviteiten toegestaan met per bedrijf een bedrijfsoppervlakte van minimaal 800 m2.

3.

Binnen gebruik, meerdere functies max. 600 m² zijn detailhandelsactiviteiten, horeca-activiteiten en maatschappelijke activiteiten toegestaan met een gezamenlijke bedrijfsvloeroppervlakte van maximaal 600 m2.

4.

Binnen detailhandel, 2.000 m² zijn detailhandelsactiviteiten toegestaan met een gezamenlijke bedrijfsvloeroppervlakte van maximaal 2.000 m2.

5.

Binnen detailhandel, ondergeschikt, max. 3.000 m2 zijn detailhandelsactiviteiten toegestaan, mits: a. het gaat om detailhandel die ondergeschikt is aan de toegestane gebruiksactiviteiten; en b. de maximale oppervlakte van de detailhandelsactiviteiten 3.000 m2 is.

Artikel 4.25Detailhandel, type goederen

1.

Binnen detailhandel, grote goederen zijn detailhandelsactiviteiten toegestaan, mits het gaat om: a. detailhandel in brand- en explosiegevaarlijke goederen; b. detailhandel in volumineuze goederen: zoals auto's, keukens, badkamers, boter, motoren, caravans, landbouwwerktuigen en grove bouwmaterialen en daarmee rechtstreeks samenhangende artikelen, zoals accessoires, onderhoudsmiddelen, onderdelen en materialen; c. tuincentra; d. grootschalige meubelbedrijven, al dan niet - in ondergeschikte mate - in combinatie met woninginrichting en stoffering; of e. bouwmarkten.

2.

Binnen detailhandel, productie/auto/bouw zijn detailhandelsactiviteiten toegestaan, mits het gaat om: a. productiegebonden detailhandel, niet zijnde voedings- en genotmiddelen; b.

AutoBootCaravan(ABC)- branches; c. grove bouwmaterialen.

3.

Binnen detailhandel, voedingsmiddelen is, in afwijking van het tweede lid, onder a, productiegebonden detailhandel, zijnde voedings- en genotmiddelen toegestaan.

4.

Binnen detailhandel, niet levende tuinmaterialen zijn detailhandelsactiviteiten toegestaan voor niet levende tuinmaterialen, mits het bruto vloeroppervlak maximaal 40% is.

5.

Binnen detailhandel, productiegebonden zijn productiegebonden detailhandelsactiviteiten toegestaan met een maximale oppervlakte van 100 m2 per bouwperceel.

Artikel 4.26Vergunningplicht detailhandel

1.

Binnen detailhandel, vergunningplicht is het verboden zonder omgevingsvergunning een detailhandelsactiviteit te verrichten.

2.

Het verbod in het eerste lid geldt binnen detailhandel, productie/auto/bouw enkel voor andere detailhandelsactiviteiten dan zoals opgenomen in artikel 4.25, tweede lid.

Artikel 4.27Beoordelingsregels detailhandel

1.

Binnen detailhandel, beoordelingsregels 1 wordt, in aanvulling op artikel 4.7, een omgevingsvergunning alleen verleend als: a. de detailhandel een maximale bedrijfsvloeroppervlakte heeft van 600 m2; b. de detailhandel passend is binnen de actuele marktomstandigheden. Getoetst wordt daarbij aan het laatstgehouden Distributie Planologisch Onderzoek (DPO); c. het detailhandel betreft voor:

1.woninginrichting;
2.keukens en sanitair;
3.tuin gerelateerd;
4.rijwielen; of 5. kringloopwinkels.

2.

Binnen detailhandel, beoordelingsregels 2 wordt, in aanvulling op artikel 4.7, een omgevingsvergunning alleen verleend als: a. het om productiegebonden detailhandel gaat van ter plaatse voortgebrachte producten; b. het gaat om een ondergeschikte nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijfsgebouw; c. de maximale verkoopvloeroppervlakte niet meer dan 200 m² bedraagt; d. de agrarische activiteiten van aangrenzende bedrijven niet onevenredig worden belemmerd; e. er in vergelijking met het agrarische gebruik geen onevenredig zware verkeersbelasting op aangrenzende wegen plaatsvindt; f. het parkeren behorende bij de detailhandel binnen het bouwvlak op eigen terrein plaatsvindt; g. er geen opslag van goederen, behorende bij de detailhandel, in de open lucht plaatsvindt; en h. het qua aard en schaal past bij de specifieke kwaliteiten en schaal van de omgeving, met name op het gebied van visuele aspecten, zoals reclame-uitingen en technische installaties.

3.

Binnen detailhandel, productiegebonden wordt, in aanvulling op artikel 4.7, een omgevingsvergunning alleen verleend als het gaat om productiegebonden detailhandelsactiviteiten met een maximale oppervlakte van 200 m2 per bouwperceel.

Artikel 4.28Verkoop van motorbrandstoffen

1.

Binnen detailhandel, verkooppunt motorbrandstof zonder lpg zijn detailhandelsactiviteiten toegestaan voor motorbrandstoffen zonder lpg.

2.

Binnen detailhandel, verkooppunt motorbrandstof met lpg zijn detailhandelsactiviteiten toegestaan voor motorbrandstoffen met lpg.

Artikel 4.29Vergunningsplicht verkooppunt van motorbrandstoffen

Binnen tankstation, vergunningplicht is het verboden zonder omgevingsvergunning: a. een nieuw motorbrandstofverkooppunt te starten; of b. een bestaand motorbrandstofverkooppunt uit te breiden.

Artikel 4.30Specifieke beoordelingsregels verkooppunt van motorbrandstoffen

In afwijking van artikel 4.7 wordt een omgevingsvergunning alleen verleend als: a. er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan:

1.het stedenbouwkundige beeld;
2.de verkeersveiligheid;
3.de parkeergelegenheid;
4.de sociale veiligheid;
5.de milieusituatie;
6.de groenstructuur; en 7. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; en b. een nieuw motorbrandstofverkooppunt past binnen de kaders van de Kadernota Tankstations Lelystad 2020, of nadien gewijzigd; of c. een bestaand motorbrandstofverkooppunt alleen wordt uitgebreid met elektrische snellaadvoorzieningen.

Paragraaf 4.2.5

Dienstverleningsactiviteiten

Artikel 4.31Functie dienstverlening

1.

Binnen de functie dienstverlening, bestaande uit dienstverleningslocaties, is het verlenen van economische en maatschappelijke diensten toegestaan binnen de op locatie geldende regels.

2.

Onder economische en maatschappelijke diensten vallen bijvoorbeeld de volgende activiteiten: a. exploitatie van kapperszaken; b. exploitatie van schoonheidsinstituten; en c. exploitatie van fotostudio's.

3.

Onder economische en maatschappelijke diensten vallen geen exploitatieactiviteiten van een garagebedrijf of een seksinrichting.

Artikel 4.32Dienstverlening op locatie

1.

Binnen dienstverlening, plint zijn dienstverleningsactiviteiten toegestaan in de eerste bouwlaag.

2.

Binnen dienstverlening, erotische massagesalon zijn dienstverleningsactiviteiten toegestaan voor een erotische massagesalon.

3.

Binnen gebruik, meerdere functies max. 1.700 m² zijn activiteiten voor commerciële dienstverlening, maatschappelijke dienstverlening en kantoren toegestaan. Gezamenlijk mogen zij geen groter bedrijfsvloeroppervlakte hebben dan 1.700 m2. Daarbij mag maximaal 1.000m2 gebruikt worden voor commerciële dienstverlening en kantoren.

4.

Binnen dagrecreatieve dienstverlening zijn dienstverleningsactiviteiten toegestaan voor dagrecreatie.

5.

Binnen dienstverlening, recreatie zijn dienstverleningsactiviteiten toegestaan voor recreatieve doeleinden.

6.

Binnen dienstverlening, lichte bedrijven zijn enkel de volgende lichte bedrijven en bedrijfsvormen toegestaan op locatie: a. zakelijke dienstverlening (kantoren en praktijken); b. (para)medische en therapeutische praktijken; c. exploitatie van en handel in onroerend goed; d. bank- en verzekeringsbedrijven; e. kunst(nijverheids)ateliers en muziekstudio’s; of f. showrooms en tentoonstellingsruimten;

7.

Binnen gebruik, meerdere functies max. 350 m² zijn dienstverleningsactiviteiten, kantooractiviteiten en maatschappelijke activiteiten toegestaan met een gezamenlijke bedrijfsvloeroppervlakte van maximaal 350 m2.

Artikel 4.33Vergunningplicht dienstverlening

Binnen dienstverlening, vergunningplicht is het verboden zonder omgevingsvergunning dienstverleningsactiviteiten uit te voeren.

Artikel 4.34Aanvullende beoordelingsregels

Binnen dienstverlening, lichte bedrijven wordt, in aanvulling van artikel 4.7, een omgevingsvergunning voor andere bedrijven dan opgenomen in artikel 4.32, zesde lid, alleen verleend als: a. de veroorzaakte hinder en de uitstraling op de omgeving vergelijkbaar zijn met andere bedrijven dan opgenomen in artikel 4.32, zesde lid; b. sprake is van een representatieve, in een landgoed passende functie; en c. het geen detailhandel is, met uitzondering van detailhandel in goederen die ter plaatse worden geproduceerd, bewerkt of hersteld en goederen die niet ter plaatse aan de koper ter hand worden gesteld.

Paragraaf 4.2.6

Horeca activiteiten

Artikel 4.35Functie horeca

Binnen de functie horeca, bestaande uit horecalocaties, zijn horeca activiteiten toegestaan binnen de op locatie geldende regels.

Artikel 4.36Horecacategorieën

Deze paragraaf gaat over horeca activiteiten, die onderverdeeld zijn in: a. horeca categorie 1; b. horecacategorie 2, onderverdeeld in:

1.horeca categorie 2a; en 2. horeca categorie 2b; c. horeca categorie 3; d. horecacategorie 4, onderverdeeld in:
1.horeca categorie 4a; en 2. horeca categorie 4b; en e. horeca categorie 5.

Artikel 4.37Omgevingsnorm horecacategorieën

Binnen horecalocaties mag de horecacategorie op locatie de met toegestane horecacategorie aangegeven waarde zijn.

Artikel 4.38Horeca op locatie

1.

Binnen horeca, plint zijn horeca-activiteiten toegestaan in de eerste bouwlaag.

2.

Binnen horeca, max. 150 m² zijn horeca-activiteiten toegestaan met een maximaal oppervlak van 150 m² per locatie.

3.

Binnen horeca, max. 250 m² zijn kleinschalige horeca-activiteiten toegestaan met een maximale bedrijfsvloeroppervlakte van 250 m2.

4.

Binnen horeca, max. 250 m² per bouwperceel zijn horeca-activiteiten toegestaan met een maximale oppervlakte van 250 m2 per bouwperceel.

5.

Binnen gebruik, meerdere functies max. 600 m² zijn detailhandelsactiviteiten, horeca-activiteiten en maatschappelijke activiteiten toegestaan met een gezamenlijke bedrijfsvloeroppervlakte van maximaal 600 m2.

6.

Binnen horeca, geen hotel zijn horeca-activiteiten toegestaan, met uitzondering van een hotel.

Artikel 4.39Horeca op locatie (ondergeschikt)

1.

Binnen horeca, ondergeschikt zijn horeca-activiteiten toegestaan, mits het gaat om horeca die ondergeschikt is aan de andere op locatie toegestane gebruiksactiviteiten.

2.

Binnen horeca, ondergeschikt, golfbaan zijn horeca-activiteiten toegestaan, met uitzondering van een hotel, mits het gaat om horeca die ondergeschikt is aan de toegestane gebruiksactiviteiten.

3.

Binnen horeca, ondergeschikt, visvijver zijn horeca-activiteiten toegestaan, met uitzondering van logiesvoorzieningen, mits het gaat om horeca die ondergeschikt is aan de toegestane gebruiksactiviteiten.

4.

Binnen horeca, ondergeschikt, max. 3.000 m² zijn horeca-activiteiten toegestaan, mits: a. het gaat om horeca die ondergeschikt is aan de toegestane gebruiksactiviteiten; en b. de maximale oppervlakte van de horeca-activiteiten 3.000 m2 is.

Artikel 4.40Vergunningplicht horeca

1.

Binnen horeca, vergunningplicht is het verboden zonder omgevingsvergunning horeca-activiteiten op locatie te verrichten.

2.

Het verbod in het eerste lid is enkel van toepassing binnen horeca, vergunningplicht cat. 3 voor horeca activiteiten, welke behoren tot horeca categorie 3.

Artikel 4.41Aanvullende beoordelingsregels horeca

Binnen horeca, beoordelingsregels wordt, in aanvulling op artikel 4.7, een omgevingsvergunning alleen verleend als: a. het om horeca ten dienste van extensieve recreatie gaat, zoals:

1.een theehuis;
2.een speeltuin; of 3. een pannenkoekenrestaurant; en b. het gaat om een ondergeschikte nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijfsgebouw; c. de gezamenlijke oppervlakte niet meer dan 500 m² bedraagt; d. de agrarische activiteiten van aangrenzende bedrijven niet onevenredig worden belemmerd; e. er in vergelijking met het agrarische gebruik geen onevenredig zware verkeersbelasting op aangrenzende wegen plaatsvindt; f. het parkeren behorende bij de horeca binnen het bouwvlak op eigen terrein plaatsvindt; g. er geen opslag van goederen, behorende bij de horeca, in de open lucht plaatsvindt; en h. het qua aard en schaal past bij de specifieke kwaliteiten en schaal van de omgeving, met name op het gebied van visuele aspecten, zoals reclame-uitingen en technische installaties.

Paragraaf 4.2.7

Kantooractiviteiten

Artikel 4.42Functie kantoor

1.

Binnen de functie kantoor, bestaande uit kantoorlocaties, zijn kantooractiviteiten toegestaan binnen de op locatie geldende regels.

2.

Onder kantooractiviteiten vallen bijvoorbeeld (administratieve) werkzaamheden van: a. adviesbureaus; b. advocatenkantoren; c. het bankwezen; en d. (semi)overheidsinstellingen.

Artikel 4.43Kantoor op locatie

1.

Binnen gebruik, meerdere functies max. 350 m² zijn dienstverleningsactiviteiten, kantooractiviteiten en maatschappelijke activiteiten toegestaan met een gezamenlijke bedrijfsvloeroppervlakte van maximaal 350 m2.

2.

Binnen gebruik, meerdere functies max. 1.700 m² zijn activiteiten voor commerciële dienstverlening, maatschappelijke dienstverlening en kantoren toegestaan met een gezamenlijke bedrijfsvloeroppervlakte van maximaal 1.700 m2, waarbij maximaal 1.000m2 gebruikt mag worden voor commerciële dienstverlening en kantoren.

Artikel 4.44Vergunningplicht kantoor

Binnen kantoor, vergunningplicht is het verboden zonder omgevingsvergunning kantooractiviteiten uit te voeren.

Paragraaf 4.2.8

Maatschappelijke activiteiten

Artikel 4.45Functie maatschappelijk

1.

Er is een functie maatschappelijk in dit omgevingsplan, bestaande uit maatschappelijke locaties, waarbinnen maatschappelijke activiteiten zijn toegestaan binnen de op locatie geldende regels.

2.

Onder maatschappelijke activiteiten vallen bijvoorbeeld de volgende activiteiten: a. onderwijsactiviteiten; b. openbare dienstverleningsactiviteiten; c. sociaal-culturele en welzijnsactiviteiten; d. sociaal-medische activiteiten; e. religieuze activiteiten; en f. exploitatie van kinderdagverblijven.

Artikel 4.46Maatschappelijk op locatie

1.

Binnen maatschappelijk, plint zijn maatschappelijke activiteiten in de eerste bouwlaag toegestaan.

2.

Binnen maatschappelijk, educatief centrum zijn maatschappelijke activiteiten voor een educatief centrum toegestaan.

3.

Binnen maatschappelijk, sociaal-cultureel zijn maatschappelijke activiteiten voor sociaal-culturele doeleinden toegestaan.

4.

Binnen maatschappelijk, justitieel zijn maatschappelijke activiteiten voor een justitiële inrichting toegestaan.

5.

Binnen maatschappelijk, geen kinderdagverblijf zijn maatschappelijke activiteiten toegestaan, met uitzondering van de exploitatie van een kinderdagverblijf.

6.

Binnen maatschappelijk, begraafplaats zijn maatschappelijke activiteiten toegestaan voor een begraafplaats en crematorium.

7.

Binnen maatschappelijk, kdv zijn maatschappelijk activiteiten toegestaan voor een kinderdagverblijf.

8.

Binnen maatschappelijk, kdv, nso en logeerhuis zijn maatschappelijk activiteiten toegestaan voor een kinderdagverblijf, naschoolse opvang en logeerhuis.

9.

Binnen maatschappelijk, kunstnijverheid en ateliers zijn maatschappelijke activiteiten toegestaan voor kunstnijverheid en ateliers.

Artikel 4.47Maatschappelijk op locatie

1.

Binnen gebruik, meerdere functies max. 350 m² zijn dienstverleningsactiviteiten, kantooractiviteiten en maatschappelijke activiteiten toegestaan met een gezamenlijke bedrijfsvloeroppervlakte van maximaal 350 m2.

2.

Binnen gebruik, meerdere functies max. 600 m² zijn detailhandelsactiviteiten, horeca-activiteiten en maatschappelijke activiteiten toegestaan met een gezamenlijke bedrijfsvloeroppervlakte van maximaal 600 m2.

Artikel 4.48Vergunningplicht maatschappelijk

Binnen maatschappelijk, vergunningplicht is het verboden zonder omgevingsvergunning maatschappelijke activiteiten op locatie te verrichten.

Artikel 4.49Beoordelingsregels maatschappelijk

1.

Binnen maatschappelijk, beoordelingsregels 1 wordt, in aanvulling op artikel 4.7, een omgevingsvergunning alleen verleend als: a. het om natuurvoorlichting en -educatie gaat; b. het gaat om een ondergeschikte nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijfsgebouw; c. het gebruik op niet meer dan 30% van het erf plaatsvindt; d. de agrarische activiteiten van aangrenzende bedrijven niet onevenredig worden belemmerd; e. er in vergelijking met het agrarische gebruik geen onevenredig zware verkeersbelasting op aangrenzende wegen plaatsvindt; f. het parkeren behorende bij de voorlichting en educatie binnen het bouwvlak op eigen terrein plaatsvindt; g. er geen opslag van goederen, behorende bij de voorlichting en educatie, in de open lucht plaatsvindt; en h. het qua aard en schaal past bij de specifieke kwaliteiten en schaal van de omgeving, met name op het gebied van visuele aspecten, zoals reclame-uitingen en technische installaties.

2.

Binnen maatschappelijk, beoordelingsregels 2 wordt, in aanvulling op artikel 4.7, een omgevingsvergunning alleen verleend als voldaan wordt aan hetgeen opgenomen in artikel 5.53, negende lid.

Paragraaf 4.2.9

Nutsbedrijfsactiviteiten

Artikel 4.50Functie nutsbedrijf

Binnen de functie nutsbedrijf, die bestaat uit nutsbedrijf locaties,is het toegestaan om gebouwen en gronden te gebruiken voor openbare nutsvoorzieningen, zoals transformatorstations, gasvoorzieningsgebouwen en daarmee gelijk te stellen voorzieningen.

Paragraaf 4.2.10

Recreatieactiviteiten Subparagraaf 4.2.10.1 Algemene bepalingen

Artikel 4.51Functie recreatie

Binnen de functie recreatie, bestaande uit recreatielocaties, zijn recreatieactiviteiten toegestaan binnen de op locatie geldende regels.

Artikel 4.52Soorten recreatie

1.

Binnen de functie recreatie vallen verschillende soorten recreatie, die per soort op locatie worden weergegeven.

2.

De soorten recreatie in dit omgevingsplan zijn: a. bedrijfsmatige recreatie, als opgenomen in subparagraaf 4.2.10.2; b. recreatief nachtverblijf, als opgenomen in subparagraaf 4.2.10.3; en c. specifieke recreatieve activiteiten, als opgenomen in subparagraaf 4.2.10.4.

Subparagraaf 4.2.10.2 Bedrijfsmatige recreatie

Artikel 4.53Bedrijfsmatige recreatie op locatie

1.

Binnen bedrijfsmatige recreatie zijn bedrijfsmatige recreatieactiviteiten toegestaan binnen de op locatie geldende regels.

2.

Onder bedrijfsmatige recreatieactiviteiten vallen bijvoorbeeld de volgende activiteiten: a. exploitatie van fitnesscentra; b. exploitatie van sauna's; en c. exploitatie van sportscholen.

3.

Binnen bedrijfsmatige recreatie, max. 1500 m² zijn bedrijfsmatige recreatieactiviteiten toegestaan met een maximale bedrijfsvloeroppervlakte van 1.500 m².

Subparagraaf 4.2.10.3 Recreatief nachtverblijf Subsubparagraaf 4.2.10.3.1 Algemene regels recreatief nachtverblijf

Artikel 4.54Toepassingsbereik

1.

Deze subparagraaf is van toepassing op activiteiten voor recreatief nachtverblijf.

2.

Deze subparagraaf is niet van toepassing op het starten van een bed & breakfast, zoals opgenomen in paragraaf 4.3.3.

Artikel 4.55Verbod gebruiken recreatief nachtverblijf voor niet-recreatieve activiteiten

1.

Binnen recreatief nachtverblijf is het verboden een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf te gebruiken voor niet-recreatief gebruik.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik van een bouwwerk voor een bedrijfswoning.

Artikel 4.56Recreatief nachtverblijf op locatie

Binnen recreatief nachtverblijf zijn recreatieactiviteiten voor recreatief nachtverblijf toegestaan binnen de op locatie geldende regels.

Subsubparagraaf 4.2.10.3.2 Camperplaatsen

Artikel 4.57Recreatief nachtverblijf camperplaatsen

Binnen recreatief nachtverblijf, camperplaats is het toegestaan een kampeerplaats aan te bieden aan campers, mits: a. het om maximaal 4 campers gaat; en b. de verblijfduur van een camper maximaal 2 keer 24 uur is.

Subsubparagraaf 4.2.10.3.3 Kampeerterreinen

Artikel 4.58Recreatief nachtverblijf kampeerterreinen

1.

Binnen recreatief nachtverblijf, kampeerterrein zijn recreatieve activiteiten toegestaan voor kamperen, waaronder: a. het plaatsen en gebruiken van kampeermiddelen; b. het plaatsen en gebruiken van stacaravans; en c. het gebruiken van trekkershutten.

2.

Binnen recreatief nachtverblijf, kampeerterrein 1 zijn recreatieve activiteiten toegestaan voor één kampeerterrein, waaronder: a. het plaatsen en gebruiken van kampeermiddelen; b. het plaatsen en gebruiken van stacaravans; c. het gebruiken van trekkershutten; en d. het gebruiken van recreatiewoningen.

3.

Binnen recreatief nachtverblijf, kampeerterrein 2 is het toegestaan een kampeerplaats aan te bieden voor kampeermiddelen, mits: a. het om maximaal 25 kampeermiddelen gaat; b. het binnen het bouwvlak op locatie wordt gedaan; en c. het plaatsvindt in de periode van 15 maart tot 1 november.

4.

Binnen recreatief nachtverblijf, één kampeerterrein zijn recreatieve activiteiten toegestaan voor één kampeerterrein.

Subsubparagraaf 4.2.10.3.4 Ander recreatief nachtverblijf

Artikel 4.59Recreatief nachtverblijf boomhutten

Binnen recreatief nachtverblijf, boomhut zijn recreatieve activiteiten toegestaan voor verblijf in een boomhut.

Artikel 4.60Recreatief nachtverblijf groepsverblijven

Binnen recreatief nachtverblijf, groepsverblijf zijn recreatieve activiteiten toegestaan voor groepsverblijf.

Subsubparagraaf 4.2.10.3.5 Vergunningplicht recreatief nachtverblijf

Artikel 4.61Vergunningplicht recreatief nachtverblijf

Binnen recreatief nachtverblijf, vergunningplicht is het verboden zonder omgevingsvergunning recreatief nachtverblijf aan te bieden.

Artikel 4.62Beoordelingsregels recreatief nachtverblijf

1.

Binnen recreatief nachtverblijf, beoordelingsregels wordt, in aanvulling op artikel 4.7, een omgevingsvergunning alleen verleend als: a. het gaat om een ondergeschikte nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijfsgebouw; b. de gezamenlijke oppervlakte niet meer dan 250 m² bedraagt; c. de agrarische activiteiten van aangrenzende bedrijven niet onevenredig worden belemmerd; d. er in vergelijking met het agrarische gebruik geen onevenredig zware verkeersbelasting op aangrenzende wegen plaatsvindt; e. het parkeren behorende bij de verblijfsrecreatie binnen het bouwvlak op eigen terrein plaatsvindt; f. er geen opslag van goederen, behorende bij de verblijfsrecreatie, in de open lucht plaatsvindt; en g. het qua aard en schaal past bij de specifieke kwaliteiten en schaal van de omgeving, met name op het gebied van visuele aspecten, zoals reclame-uitingen en technische installaties.

2.

Binnen recreatief nachtverblijf, max. 250 m² wordt, in aanvulling op artikel 4.7, een omgevingsvergunning alleen verleend als de gezamenlijke oppervlakte niet meer dan 250 m2 per bouwperceel is.

Artikel 4.63Uitzondering vergunningplicht recreatief nachtverblijf

Binnen recreatief nachtverblijf, uitzondering vergunningplicht is het verbod van artikel 4.61 niet van toepassing, mits: a. het gaat om kamperen in agrarisch gebied conform artikel 4.58, derde lid; of b. het gaat om het aanbieden van recreatief nachtverblijf in de vorm van een bed and breakfast conform de regels in paragraaf 4.3.3.

Subparagraaf 4.2.10.4 Specifieke recreatieve activiteiten

Artikel 4.64Specifieke recreatieve activiteiten op locatie

Binnen specifieke soorten recreatie zijn recreatieve activiteiten toegestaan binnen de op locatie geldende regels.

Artikel 4.65Recreatie botenstalling

Binnen recreatie, botenstalling zijn recreatieve activiteiten toegestaan voor botenstalling.

Artikel 4.66Recreatie kinderboerderij

Binnen recreatie, kinderboerderij zijn recreatieve activiteiten toegestaan voor een kinderboerderij.

Artikel 4.67Recreatie strand

Binnen recreatie, bad- en surfstrand zijn recreatieve activiteiten toegestaan voor een bad- en surfstrand.

Artikel 4.68Recreatie volkstuinen

Binnen recreatie, volkstuinen zijn recreatieve activiteiten toegestaan voor volkstuinen.

Artikel 4.69Recreatie weiden voor dieren

1.

Binnen recreatie, dierenweide zijn recreatieve activiteiten toegestaan voor een dierenweide.

2.

Binnen recreatie, paardenweide zijn recreatieve activiteiten toegestaan voor een paardenweide.

Artikel 4.70Recreatie pannenkoekenboerderij

Binnen recreatie, pannenkoekenboerderij zijn recreatieve activiteiten toegestaan voor één pannenkoekenboerderij.

Artikel 4.71Recreatie gewassen en dieren

Binnen recreatie, gewassen en dieren zijn recreatieve activiteiten toegestaan voor het hobbymatig kweken van gewassen en het houden van dieren.

Artikel 4.72Recreatie jachthaven

1.

Binnen recreatie, jachthaven zijn recreatieve activiteiten toegestaan voor een jachthaven.

2.

Binnen recreatie, jachthaven 2 zijn recreatieve activiteiten toegestaan voor een jachthaven, waaronder in ieder geval vallen: a. het gebruik van een jachtwerfwerkplaats; b. het gebruik van opslag-, onderhoud- en reparatieruimten; c. het gebruik van aanlegsteigers; en d. het gebruik van sanitaire voorzieningen.

3.

Binnen recreatie, jachthaven, maximaal 60 ligplaatsen zijn recreatieve activiteiten toegestaan voor een jachthaven, waarbij er maximaal 60 ligplaatsen in gebruik worden genomen.

Artikel 4.73Recreatie moestuin

Binnen recreatie, moestuin zijn recreatieve activiteiten toegestaan voor een moestuin, boomgaard en plantenkas.

Artikel 4.74Recreatie scouting

Binnen recreatie, scouting zijn activiteiten toegestaan voor scouting en andere outdooractiviteiten.

Artikel 4.75Recreatie strand

Binnen recreatie, strand zijn recreatieve activiteiten toegestaan voor een strand.

Artikel 4.76Vergunningplicht recreatie

1.

Binnen recreatie, vergunningplicht 1 is het verboden zonder omgevingsvergunning recreatieve activiteiten te verrichten.

2.

Binnen recreatie, vergunningplicht 2 is het verboden zonder omgevingsvergunning recreatieve nevenactiviteiten te verrichten bij een agrarisch bedrijf.

Artikel 4.77Beoordelingsregels recreatie

1.

Binnen recreatie, beoordelingsregels 1 wordt een omgevingsvergunning, in aanvulling op artikel 4.7, alleen verleend als: a. in ieder geval is onderzocht:

1.de extra verkeersbewegingen (geluid, licht) op de Torenvalkweg en Knardijk;
2.de uitstraling (geluid, licht, aanwezigheid mensen) op wezenlijke waarden; en b. boscompensatie wordt gepleegd voor zover er bomen worden gerooid.

2.

Binnen recreatie, beoordelingsregels 2 wordt, in aanvulling op artikel 4.7, een omgevingsvergunning alleen verleend als: a. het gaat om gebruik in de vorm van:

1.de opslag en stalling van caravans, campers of boten; of 2. kunstnijverheid of ateliers; en b. het gaat om een ondergeschikte nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijfsgebouw; c. het gebruik op niet meer dan 30% van het erf plaatsvindt; d. de agrarische activiteiten van aangrenzende bedrijven niet onevenredig worden belemmerd; e. er in vergelijking met het agrarische gebruik geen onevenredig zware verkeersbelasting op aangrenzende wegen plaatsvindt; f. het parkeren behorende bij het bijkomende gebruik binnen het bouwvlak op eigen terrein plaatsvindt; g. er geen opslag van goederen, behorende bij het bijkomende gebruik, in de open lucht plaatsvindt; en h. het qua aard en schaal past bij de specifieke kwaliteiten en schaal van de omgeving, met name op het gebied van visuele aspecten, zoals reclame-uitingen en technische installaties.

Paragraaf 4.2.11

Sportactiviteiten Subparagraaf 4.2.11.1 Algemene bepalingen

Artikel 4.78Functie sport

1.

Er is een functie sport in dit omgevingsplan, bestaande uit sportlocaties, waarbinnen sportactiviteiten zijn toegestaan binnen de op locatie geldende regels.

2.

Onder sportactiviteiten vallen bijvoorbeeld de volgende activiteiten: a. activiteiten met sportieve doeleinden; b. activiteiten met sportief recreatieve doeleinden; en c. de exploitatie van sportvoorzieningen, kantines, kleedruimten en soortgelijke gebouwen.

Subparagraaf 4.2.11.2 Locatie gebonden bepalingen

Artikel 4.79Sport op locatie

1.

Binnen sport, manege zijn sportactiviteiten toegestaan voor een manege.

2.

Binnen sport, golfbaan zijn sportactiviteiten toegestaan voor een golfbaan.

3.

Binnen sport, visvijver zijn sportactiviteiten toegestaan voor één visvijvercomplex bedoeld voor sportvissen.

4.

Binnen sport, max. 10.000 m² zijn sportief recreatieve voorzieningen, zoals een zwembad of sporthal, toegestaan met een maximale gezamenlijke bedrijfsvloeroppervlakte van 10.000 m2.

5.

Binnen sport, schietbaan zijn sportactiviteiten toegestaan voor een handboog-, kruisboog- en luchtbuksschietbaan en paintballterrein.

Paragraaf 4.2.12

Woonactiviteiten

Artikel 4.80Toepassingsbereik woonactiviteiten

Deze paragraaf gaat over de activiteit wonen.

Artikel 4.81Functie wonen

1.

Er is een functie wonen in dit omgevingsplan, bestaande uit woonlocaties, waarbinnen de activiteit wonen is toegestaan binnen de op locatie geldende regels.

2.

De activiteit wonen is toegestaan in een woning, in een hoofgebouw.

Artikel 4.82Omgevingsnorm maximaal aantal woningen

Op locaties met een maximaal aantal woningen mogen de gronden en bouwwerken worden gebruikt voor maximaal het aantal woningen dat op locatie met de waarde maximaal aantal woningen is aangegeven.

Artikel 4.83Wonen op locatie

1.

Binnen wonen, woonhuis zijn de volgende activiteiten toegestaan: a. het gebruik van de woning als buidelwoning; b. het gebruik van de woning voor hospitaverhuur; en c. het gebruik van bouwwerken als dierenhok, tot maximaal 12 m2 per perceel.

2.

Binnen wonen, boven eerste bouwlaag is wonen toegestaan, met uitzondering van de eerste bouwlaag.

3.

Binnen wonen, (sociaal-)medisch is wonen toegestaan, in combinatie met medische en sociaal-medische activiteiten.

4.

Binnen wonen, sociaal-cultureel is wonen toegestaan, in combinatie met sociaal-medische en sociaal-culturele voorzieningen.

5.

Binnen wonen, gemeenschappelijke ruimte max. 450 m2 is een gemeenschappelijke ruimte toegestaan tot maximaal 450 m2.

6.

Binnen wonen, zorgwoningen is het toegestaan een woning te gebruiken als zorgwoning.

7.

Binnen wonen, landgoed tuinen en erven is het toegestaan maximaal 10% van de oppervlakte van de locatie te gebruiken voor erven en tuinen bij woningen en lichte bedrijven in het gebied.

8.

Binnen wonen, zorgwonen bij zorgboerderij is het toegestaan een woning in de vorm van een zorgwoning te gebruiken bij een zorgboerderij.

Artikel 4.84Bedrijfswoning

1.

Binnen wonen, bedrijfswoning 2 is wonen toegestaan in een bedrijfswoning, al dan niet in combinatie met een buidelwoning.

2.

Binnen wonen, bedrijfswoning recreatie 1 is wonen toegestaan in een bedrijfswoning op een bouwperceel waar: a. een manege gevestigd is, mits het gaat om maximaal twee bedrijfswoningen; en b. een recreatiebedrijf gevestigd is, mits het gaat om maximaal één bedrijfswoning van maximaal 750 m3.

3.

Binnen wonen, bedrijfswoning recreatie 2 is wonen toegestaan in één bedrijfswoning op een bouwperceel waar een recreatiebedrijf is gevestigd.

4.

Binnen wonen, max. 1 bedrijfswoning is wonen toegestaan in één bedrijfswoning.

5.

Binnen wonen, bedrijfswoning is wonen in een bedrijfswoning toegestaan, mits het gaat om maximaal één bedrijfswoning per bedrijf.

Artikel 4.85Vergunningplicht wonen

Binnen wonen, vergunningplicht is het verboden zonder omgevingsvergunning op locatie te wonen.

Artikel 4.86Beoordelingsregels wonen

1.

Binnen wonen, beoordelingsregels 1 wordt, in aanvulling op artikel 4.7, een omgevingsvergunning, zoals bedoeld in artikel 4.85, alleen verleend als: a. het gaat om wonen in een woonhuis; en b. de stedenbouwkundige opzet van het gebied gebaseerd is op de bebouwingsstructuur van de omliggende bebouwing.

2.

Binnen bedrijfswoning, beoordelingsregels 1 wordt een omgevingsvergunning, zoals bedoeld in artikel 4.85, alleen verleend als het gaat om wonen in een incidentele bedrijfswoning.

3.

Binnen wonen, beoordelingsregels 2 wordt, in aanvulling op artikel 4.7, een omgevingsvergunning, zoals bedoeld in artikel 4.85, alleen verleend als: voldaan wordt aan het gestelde in artikel 5.53, negende lid.

Afdeling 4.3

Functie gerelateerde gebruiksactiviteiten

Paragraaf 4.3.1

Algemene bepalingen

Artikel 4.87Toepassingsbereik

Deze afdeling gaat over gebruiksactiviteiten gerelateerd aan de gebruiksfuncties.

Paragraaf 4.3.2

Beroep of bedrijf aan huis

Artikel 4.88Beroep of bedrijf aan huis

1.

Binnen de functie wonen is de uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis toegestaan, mits: a. het beroep of bedrijf past binnen de categorieën, zoals opgenomen in het tweede lid; b. het uiterlijk van de woning niet wordt aangetast, waarbij reclame-uitingen een maximale totale oppervlakte van 0,5 m² mogen hebben; c. de woonfunctie als primaire functie gehandhaafd blijft; d. het beroep of bedrijf uitsluitend wordt uitgeoefend in de woning, aan- of uitbouwen of aangebouwde bijgebouwen; e. het beroep of bedrijf in hoofdzaak wordt uitgeoefend door een bewoner van de woning. Deze bewoner mag zich daarbij laten ondersteunen door maximaal één niet in de woning woonachtige persoon. Voor een zelfstandig thuiswerkende prostituee geldt dat de activiteit alleen door één bewoner mag worden uitgeoefend; f. het beroep of bedrijf niet gaat om:

1.horeca;
2.auto- en motorreparatie;
3.milieubelastende activiteiten; en 4. detailhandel; g. maximaal 30% van de bruto vloeroppervlakte van de gebouwen op een perceel gebruikt wordt voor het beroep of bedrijf aan huis, tot:
1.maximaal 100 m² voor een beroep; en 2. maximaal 50 m2 voor een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit; h. er op eigen terrein of in de directe omgeving voldoende parkeerplaatsen voor bezoekers aanwezig zijn en er geen sprake is van een negatieve invloed op de normale verkeersafwikkeling en parkeerdruk ter plaatse; en i. in het geval van een webwinkel:
1.de ruimte waarin het beroep of bedrijf wordt uitgeoefend niet verhuurd wordt;
2.er geen verkoop plaatsvindt in de woning;
3.goederen elders worden bezorgd; en 4. goederen niet worden opgehaald bij de woning.

2.

Onder de activiteit 'beroep of bedrijf aan huis' worden de volgende beroepen en bedrijfsmatige activiteiten begrepen: a. beroepen:

1.uitoefening van (para-)medische beroepen in een individuele praktijk:

I. huisarts;

II. psychiater / psycholoog;

III. fysiotherapeut / bewegingsleer-deskundige;

IV. diëtist / voedingsleer-deskundige;

V. mondhygiënist;

VI. tandheelkundige;

VII. logopedist;

VIII. dierenarts; of IX. een hiermee gelijk te stellen beroep;

2.

Advies- en ontwerpbureau’s:

I. reclame-ontwerpbureau;

II. grafisch ontwerpbureau;

III. architect; of IV. een hiermee gelijk te stellen beroep; of 3. (Zakelijke) dienstverlening:

I. notaris;

II. advocaat;

III. accountant;

IV. assurantie-/verzekeringstussenpersoon;

V. makelaar;

VI. webwinkel, zonder bezoekmogelijkheid; of VII. een hiermee gelijk te stellen beroep; of b. kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten:

1.kledingverstelbedrijf of (maat)kledingmakerij;
2.kantoorfunctie voor bedrijvigheid die elders wordt uitgeoefend, waaronder:

I. een schoonmaakbedrijf;

II. een schoorsteenveegbedrijf; of III. een glazenwasserij, maar ook voor bijvoorbeeld een groothandelsbedrijf; of 3. reparatiebedrijven voor particulieren, waaronder:

I. schoen-/lederwarenreparatiebedrijf;

II. uurwerkreparatiebedrijf;

III. goud- en zilverwerkreparatiebedrijf;

IV. reparatie van kleine (elektrische) gebruiksgoederen; of V. reparatie van muziekinstrumenten.

Artikel 4.89Vergunningplicht afwijken beroep of bedrijf aan huis

Het is verboden zonder omgevingsvergunning een beroep of bedrijf aan huis uit te oefenen die niet past binnen de voorwaarden zoals opgenomen in artikel 4.88.

Artikel 4.90Beoordelingsregels afwijken beroep of bedrijf aan huis

Een omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: a. er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan:

1.het straat- en bebouwingsbeeld;
2.de woonsituatie;
3.de verkeersveiligheid;
4.de milieusituatie; en 5. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; b. er voldaan wordt aan de in artikel 17.3 genoemde gronden, waarbij het bevoegd gezag de beleidsregels van de 'Nota Parkeernormen Lelystad 2023', of nadien gewijzigd, toepast; en c. de geluidswaarden op de gevel van geluidsgevoelige gebouwen aanvaardbaar is, waarbij het bevoegd gezag dit beoordeelt op basis van het geluidsbeleid van gemeente Lelystad.

Artikel 4.91Aanvraagvereisten afwijken beroep of bedrijf aan huis

Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor een beroep of bedrijf aan huis worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a.

Verder lezen ↓

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.