← Nederland

Omgevingsplan gemeente Sliedrecht (Sliedrecht)

Kort samengevat

Dit omgevingsplan regelt de activiteiten die in de gemeente Sliedrecht mogen plaatsvinden, zoals bedrijfsactiviteiten, detailhandel en horeca, en stelt regels voor het aanvragen van omgevingsvergunningen. Het bepaalt waar welke activiteiten zijn toegestaan en onder welke voorwaarden.

Wat het reguleert

Wie het aangaat

Kernpunten

Wettekst

/akn/nl/act/gemeente/2024/CVDR696553 /join/id/stop/work_006 /akn/nl/act/gm0610/2020/omgevingsplan /join/id/stop/work_019 2026-01-28 2026-01-28 /akn/nl/act/gemeente/2024/CVDR696553/nld@2026-02-25 /join/id/proces/gm0610/2020/Bruidsschat-InstellingInitieleRegelingVersieDoorRijk /join/id/proces/gm0610/2020/InBeheerWijziging /join/id/proces/gm0610/2025/EersteWijzigingBodem /join/id/proces/gm0610/2026/doel_26_96a3479dd0fa4f97b0628fc57853effa 2026-02-25 2026-02-25 /akn/nl/act/gm0610/2020/omgevingsplan/nld@2026-01-28 /akn/nl/act/gm0610/2020/omgevingsplan /akn/nl/act/gm0610/2020/omgevingsplan/nld@2026-01-28 /join/id/stop/work_019 2 Omgevingsplan gemeente Sliedrecht Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1.1 Begripsbepalingen 1. Begripsbepalingen die, op de dag van de inwerkingtreding van de Omgevingswet, zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet en in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit omgevingsplan. 2. Bijlage I bij dit omgevingsplan bevat begripsbepalingen voor de toepassing van dit omgevingsplan. Artikel 1.2 Algemene indieningsvereisten omgevingsvergunning Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit, als bedoeld in dit omgevingsplan worden in aanvulling op de algemene indieningsvereisten uit artikel 7.3 van de Omgevingsregeling, in ieder geval de volgende bescheiden verstrekt: a. de naam en woonplaats van de aanvrager; b. een kopie van een geldig legitimatiebewijs; c. een handtekening van aanvrager; d. indien relevant een onderbouwing waaruit blijkt dat wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid als bedoeld in afdeling 7.6. Hoofdstuk 2 Doelen Hoofdstuk 3 Programma's Hoofdstuk 4 Aanwijzingen in de fysieke leefomgeving Afdeling 4.1 Index van op locaties toegestane activiteiten Paragraaf 4.1.1 Functies Paragraaf 4.1.2 Cultureel erfgoed Paragraaf 4.1.3 Evenementen Paragraaf 4.1.4 Bouwwerken Paragraaf 4.1.5 Bovengrondse en ondergrondse infrastructuur Paragraaf 4.1.6 Openbaar gebied activiteit Paragraaf 4.1.7 Landschap Paragraaf 4.1.8 Bodem Paragraaf 4.1.9 Geluid Paragraaf 4.1.10 Omgevingsveiligheid Paragraaf 4.1.11 Gezondheid Paragraaf 4.1.12 Milieu overig Paragraaf 4.1.13 Energie Paragraaf 4.1.14 Water Paragraaf 4.1.15 Natuur Afdeling 4.2 Gebieden Hoofdstuk 5 Functies Afdeling 5.1 Algemene regels functies Afdeling 5.2 Agrarische activiteiten Afdeling 5.3 Bedrijfsactiviteiten Artikel 5.1 Toepassingsbereik Deze afdeling gaat over de activiteit 'bedrijf'. Artikel 5.2 Algemene regels 1. Het uitvoeren van de activiteit 'Bedrijf' is alleen toegestaan als de activiteit binnen de locatie 'bedrijf' wordt uitgevoerd. 2. Het eerste lid geldt niet voor bestaande bedrijfsactiviteiten. Artikel 5.3 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit 'Bedrijf' uit te voeren buiten de locatie 'bedrijf'. Afdeling 5.4 Culturele activiteiten Afdeling 5.5 Detailhandelsactiviteiten Paragraaf 5.5.1 Detailhandelsactiviteiten uitvoeren Artikel 5.4 Toepassingsbereik 1. Deze paragraaf gaat over de activiteit 'detailhandel'. 2. Deze paragraaf gaat niet over de activiteit 'Detailhandelsactiviteiten uitvoeren in de vorm van een supermarkt', 'Detailhandelsactiviteiten uitvoeren in de vorm van voluminieuze goederen', 'Ondergeschikte detailhandelsactiviteiten' of 'Detailhandelsactiviteiten uitvoeren in de vorm van ambulante handel'. Artikel 5.5 Algemene regels 1. De activiteit 'Detailhandel' is alleen toegestaan binnen de locatie 'detailhandel'. 2. Het eerste lid geldt niet voor bestaande detailhandelsactiviteiten. 3. In aanvulling op het eerste lid is de activiteit 'detailhandel' binnen de locatie 'detailhandel - begane grond' alleen toegestaan op de begane grond. Artikel 5.6 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit 'Detailhandel' uit te voeren, buiten de locaties 'detailhandel' en 'detailhandel - begane grond'. Artikel 5.7 Beoordelingsregel omgevingsvergunning De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.3 wordt verleend als: a. de activiteit 'detailhandel' wordt uitgevoerd binnen de locatie 'schil kernwinkelgebied'; en b. wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid als bedoeld in afdeling 7.6. Paragraaf 5.5.2 Detailhandelsactiviteiten in de vorm van een supermarkt uitvoeren Artikel 5.8 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over de activiteit 'supermarkt'. Artikel 5.9 Algemene regels De activiteit 'Supermarkt' is alleen toegestaan binnen de locatie 'supermarkt'. Paragraaf 5.5.3 Detailhandelsactiviteiten in de vorm van volumineuze goederen uitvoeren Artikel 5.10 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over de activiteit 'Handel in volumineuze goederen'. Artikel 5.11 Algemene regels De activiteit 'Handel in volumineuze goederen' is alleen toegestaan binnen de locatie 'volumineuze detailhandel'. Paragraaf 5.5.4 Ondergeschikte detailhandelsactiviteiten uitvoeren Artikel 5.12 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over de activiteit 'Ondergeschikte detailhandel' als ondergeschikte activiteit binnen een andere gebruiksactiviteit. Artikel 5.13 Algemene regels 1. Het uitvoeren van de activiteit 'Ondergeschikte detailhandel' is alleen toegestaan bij het uitvoeren van: a. de activiteit 'bedrijf', als bedoeld in afdeling 5.3; b. de activiteit 'dienstverlening', als bedoeld in afdeling 5.6; c. de activiteit 'Horeca', als bedoeld in afdeling 5.7; d. de activiteit 'Kantoor', als bedoeld in afdeling 5.8; e. de activiteit 'maatschappelijk' als bedoeld in afdeling 5.9. 2. De ondergeschikte detailhandel is naar aard en omvang ondergeschikt aan het hoofdgebruik. Paragraaf 5.5.5 Detailhandelsactiviteiten in de vorm van ambulante handel uitvoeren Artikel 5.14 Toepassingsbereik 1. Deze paragraaf gaat over de activiteit 'Ambulante handel'. 2. Deze paragraaf gaat niet over: a. een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet; b. een vaste plaats op een evenement; en c. een standplaats op een weg in beheer bij het Rijk, de provincie of het waterschap. Artikel 5.15 Algemene regels 1. De activiteit 'Ambulante handel' is toegestaan binnen de locatie 'standplaats'. 2. Onder het gebruik van gronden zoals bedoeld in het eerste lid valt in ieder geval het gebruik van gronden voor ambulante handel op een standplaats conform het bepaalde in de vergunning. Afdeling 5.6 Dienstverleningsactiviteiten Paragraaf 5.6.1 Dienstverleningsactiviteiten uitvoeren Artikel 5.16 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over de activiteit 'dienstverlening'. Artikel 5.17 Algemene regels 1. Het uitvoeren van de activiteit 'dienstverleningsactiviteit uitvoeren' is alleen toegestaan binnen de locatie 'dienstverlening'. 2. In aanvulling op het eerste lid is het uitvoeren van de activiteit 'dienstverleningsactiviteit uitvoeren' binnen de locatie 'dienstverlening - begane grond' alleen toegestaan op de begane grond. Afdeling 5.7 Horeca-activiteiten Paragraaf 5.7.1 Horeca-activiteiten uitvoeren - categorie 2 Artikel 5.18 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 2'. Artikel 5.19 Algemene regels 1. Het uitvoeren van de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 2' is alleen toegestaan binnen de locatie 'horeca-categorie 2'. 2. Het eerste lid geldt niet voor bestaande horeca-activiteiten. Artikel 5.20 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 2' uit te voeren buiten de locatie 'horeca-categorie 2'. Artikel 5.21 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.20 wordt verleend als: a. de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 2' wordt uitgevoerd binnen de locatie 'schil kernwinkelgebied'; b. wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid als bedoeld in afdeling 7.6. Paragraaf 5.7.2 Horeca-activiteiten uitvoeren - categorie 3 Artikel 5.22 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 3'. Artikel 5.23 Algemene regels 1. Het uitvoeren van de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 3' is alleen toegestaan binnen de locatie 'horeca-categorie 3'. 2. Het eerste lid geldt niet voor bestaande horeca-activiteiten. Artikel 5.24 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 3' uit te voeren buiten de locatie 'horeca-categorie 3'. Artikel 5.25 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.24 wordt verleend als: a. de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 3' wordt uitgevoerd binnen de locatie 'schil kernwinkelgebied'; b. wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid als bedoeld in afdeling 7.6. Paragraaf 5.7.3 Horeca-activiteiten uitvoeren - categorie 4 Artikel 5.26 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 4'. Artikel 5.27 Algemene regels 1. Het uitvoeren van de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 4' is alleen toegestaan binnen de locatie 'horeca-categorie 4'. 2. Het eerste lid geldt niet voor bestaande horeca-activiteiten. Artikel 5.28 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 4' uit te voeren buiten de locatie 'horeca-categorie 4'. Artikel 5.29 Beoordelingsregel omgevingsvergunning De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.28 wordt verleend als: a. de activiteit 'Horeca in categorie 4' wordt uitgevoerd binnen de locatie 'schil kernwinkelgebied'; b. wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid als bedoeld in afdeling 7.6. Paragraaf 5.7.4 Horeca-activiteiten uitvoeren - categorie 5 Artikel 5.30 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 5'. Artikel 5.31 Algemene regels 1. Het uitvoeren van de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 5' is alleen toegestaan binnen de locatie 'horeca-categorie 5'. 2. Het eerste lid geldt niet voor bestaande horeca-activiteiten. 3. In aanvulling op het eerste lid geldt dat de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 5' binnen de locatie 'horeca-categorie 5 - eerste verdieping' alleen is toegestaan op de eerste verdieping. Artikel 5.32 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 5' uit te voeren buiten de locatie 'horeca-categorie 5'. Artikel 5.33 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.32 wordt verleend als: a. de activiteit 'Horeca in categorie 5' wordt uitgevoerd binnen de locatie 'schil kernwinkelgebied'; b. wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid als bedoeld in afdeling 7.6. Paragraaf 5.7.5 Ondergeschikte horeca-activiteiten uitvoeren Artikel 5.34 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over de activiteit 'Ondergeschikte horeca'. Artikel 5.35 Algemene regels 1. Het uitvoeren van de activiteit 'Ondergeschikte horeca' is toegestaan bij het uitvoeren van: a. de activiteit 'Bedrijf', als bedoeld in afdeling 5.3; b. de activiteit 'Dienstverlening', als bedoeld in afdeling 5.6; c. de activiteit 'Horeca', als bedoeld in afdeling 5.7; d. de activiteit 'Kantoor', als bedoeld in afdeling 5.8; e. de activiteit 'Maatschappelijk' als bedoeld in afdeling 5.9. 2. De ondergeschikte horeca is naar aard en omvang ondergeschikt aan het hoofdgebruik. Paragraaf 5.7.6 Ondergeschikte zaalhuur uitvoeren Artikel 5.36 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over de activiteit 'ondergeschikte zaalhuur'. Artikel 5.37 Algemene regels Het uitvoeren van de activiteit 'ondergeschikte zaalhuur' is alleen toegestaan als: a. de ondergeschikte zaalhuur ondersteunend is aan maatschappelijke activiteiten, als bedoeld in artikel 5.43; b. de ondergeschikte zaalhuur niet zelfstandig wordt uitgevoerd; en c. de ondergeschikte zaalhuur plaatsvindt binnen de locatie 'ondergeschikte zaalhuur'. Paragraaf 5.7.7 Terrasactiviteiten uitvoeren Artikel 5.38 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over de activiteit 'Terras'. Artikel 5.39 Algemene regels Het uitvoeren van de activiteit 'Terras' is alleen toegestaan binnen de locatie 'terrassen'. Artikel 5.40 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit 'Terras' uit te voeren buiten de locatie 'terrassen'. Artikel 5.41 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.40 wordt verleend als: a. de activiteit 'Terras' binnen de locatie 'kernwinkelgebied' plaatsvinden; b. wordt voldaan aan de Beleidsregel 'Terrasvergunningen Sliedrecht' of een rechtsopvolger daarvan, zoals die geldt ten tijde van de ontvankelijke omgevingsvergunningaanvraag; en c. wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid als bedoeld in afdeling 7.6. Artikel 5.42 Specifieke indieningsvereisten Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.40 worden in aanvulling op de algemene indieningsvereisten uit artikel 1.2 de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een onderbouwing waaruit blijkt op welke wijze wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 5.41, sub b. Afdeling 5.8 Kantooractiviteiten Paragraaf 5.8.1 Kantooractiviteiten uitvoeren Artikel 5.43 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over de activiteit 'Kantoor'. Artikel 5.44 Algemene regels 1. Het uitvoeren van de activiteit 'Kantoor' is alleen toegestaan als de activiteit binnen de locatie 'kantoren' wordt uitgevoerd. 2. In aanvulling op het eerste lid is het uitvoeren van de activiteit 'Kantoor' binnen de locatie 'kantoren - begane grond' alleen toegestaan op de begane grond. Artikel 5.45 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit 'Kantoor' uit te voeren buiten de locatie 'kantoren'. Artikel 5.46 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.45 kan worden verleend als: a. het kantoor niet ligt in een gebied dat primair is aangewezen voor de activiteit wonen; b. de kantooractiviteit voldoet aan ten minste één van de volgende criteria: 1. het betreft een kleinschalig zelfstandig kantoor met een bruto-vloeroppervlakte van ten hoogste 1.000 m² per vestiging, waarbij geen clustering van meer dan vijf zelfstandige kantoren binnen een straal van 250 meter ontstaat; 2. het betreft een kantoor dat in overeenstemming is met de regionale behoefte aan kantoren waarover bestuurlijke afspraken zijn gemaakt, waarmee gedeputeerde staten hebben ingestemd; 3. het betreft een kantoor van een gemeentelijke dienst of hulpdienst; 4. het betreft een bedrijfsgebonden kantoor waarvan de bruto-vloeroppervlakte minder bedraagt dan 50% van het totale bruto-vloeroppervlakte van het bedrijf; c. indien sprake is van een kleinschalig zelfstandig kantoor als bedoeld onder b onder 1 dan moet het kantoor een lokaal verzorgingsgebied hebben en aantoonbaar bijdragen aan de versterking van de lokale economie; en d. wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid als bedoeld in afdeling 7.6. Artikel 5.47 Specifieke indieningsvereisten Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.45 worden in aanvulling op artikel 1.2 de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een plattegrond waaruit blijkt dat het brutovloeroppervlak van een kleinschalig zelfstandig kantoor ten hoogste 1.000 m2 is of waaruit blijkt dat het brutovloeroppervlak van een bedrijfsgebonden kantoor minder is dan 50% van het totale brutovloeroppervlak van het bedrijf; b. een onderbouwing waaruit blijkt dat het kantoor een lokaal verzorgingsgebied heeft en aantoonbaar bijdraagt aan de versterking van de lokale economie. Paragraaf 5.8.2 Ondergeschikte kantooractiviteiten uitvoeren Artikel 5.48 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over de activiteit 'Ondergeschikt kantoor'. Artikel 5.49 Algemene regels 1. Het uitvoeren de activiteit 'Ondergeschikte kantoor' is toegestaan bij het uitvoeren van: a. de activiteit 'Bedrijf', als bedoeld in afdeling 5.3; b. de activiteit 'Dienstverlening', als bedoeld in afdeling 5.6; c. de activiteit 'Horeca', als bedoeld in afdeling 5.7; d. de activiteit 'Kantoor', als bedoeld in afdeling 5.8; e. de activiteit 'Maatschappelijk' als bedoeld in afdeling 5.9. 2. De ondergeschikte kantoren zijn naar aard en omvang ondergeschikt aan het hoofdgebruik. 3. De brutovloeroppervlakte van ondergeschikte kantoren is: a. ten hoogste 50% van de totale bedrijfsvloeroppervlakte van het hoofdgebruik; en b. ten hoogste 1.000 m2. Afdeling 5.9 Maatschappelijke activiteiten Paragraaf 5.9.1 Maatschappelijke activiteiten uitvoeren Artikel 5.50 Toepassingsbereik 1. Deze afdeling gaat over de activiteit 'Maatschappelijk'. 2. Onder maatschappelijke activiteiten wordt in deze paragraaf verstaan activiteiten op het gebied van onderwijs, religie, cultuur, gezondheidszorg, maatschappelijke dienstverlening en publieke dienstverlening, of een daarmee vergelijkbare voorziening, alsmede bibliotheken, kinderdagverblijven en kinderopvang. Artikel 5.51 Algemene regels 1. Het uitvoeren van de activiteit 'Maatschappelijk' is alleen toegestaan binnen de locatie 'maatschappelijk'. 2. Het eerste lid geldt niet voor bestaande maatschappelijke activiteiten. 3. Binnen de locatie 'maatschappelijk - onderwijs' is de activiteit 'maatschappelijk' alleen in de vorm van onderwijs toegestaan. 4. Binnen de locatie 'maatschappelijk - brandweerkazerne' is de activiteit 'Maatschappelijk' alleen in de vorm van een brandweerkazerne toegestaan. [gereserveerd] 5. Binnen de locatie 'maatschappelijk - sportzaal' is de activiteit 'maatschappelijk' alleen in de vorm van een sportzaal toegestaan. 6. Binnen de locatie 'maatschappelijk - dansschool' is de activiteit 'Maatschappelijk' alleen in de vorm van een dansschool toegestaan. [gereserveerd] 7. Binnen de locatie 'maatschappelijk - zorg' is de activiteit 'maatschappelijk' alleen in de vorm van zorg toegestaan. 8. Binnen de locatie 'maatschappelijk - zorg op begane grond' is de activiteit 'maatschappelijk' alleen in de vorm van zorg op de begane grond toegestaan. Artikel 5.52 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit 'Maatschappelijk' uit te voeren buiten de locatie 'maatschappelijk'. Afdeling 5.10 Nutsvoorzieningen Paragraaf 5.10.1 Nutsvoorzieningen oprichten Artikel 5.53 Toepassingsbereik Deze afdeling gaat over de activiteit 'Oprichten nutsvoorziening'. Artikel 5.54 Algemene regels De activiteit 'Oprichten nutsvoorziening' is toegestaan. Afdeling 5.11 Recreatie-activiteiten Afdeling 5.12 Sportactiviteiten Afdeling 5.13 Verkeer Paragraaf 5.13.1 Gebruik van gronden voor verkeer Artikel 5.55 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over de activiteit 'verkeer en verblijf in openbare ruimte'. Artikel 5.56 Algemene regels 1. De activiteit 'Verkeer en verblijf in openbare ruimte' is toegestaan binnen de locatie 'verkeer'. 2. Onder het gebruik van gronden zoals bedoeld in het eerste lid valt in ieder geval het gebruik voor: a. wegen, woonstraten, paden voor langzaam verkeer en pleinen; b. parkeervoorzieningen; c. groenvoorzieningen; d. speelvoorzieningen; e. nutsvoorzieningen; en f. water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Afdeling 5.14 Wonen Paragraaf 5.14.1 Woonruimte gebruiken Artikel 5.57 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over de activiteit 'Woonruimte gebruiken'. Artikel 5.58 Algemene regels 1. De activiteit 'Woonruimte gebruiken' vindt plaats binnen de locatie 'wonen'. 2. Binnen de locatie 'wonen op verdieping' vindt de activiteit 'Woonruimte gebruiken' alleen plaats op de verdieping. 3. In een zelfstandige woning is maximaal één huishouden toegestaan. 4. Vrijstaande bijbehorende bouwwerken worden niet gebruikt als zelfstandige woningen. Paragraaf 5.14.2 Woonruimte toevoegen Artikel 5.59 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over de activiteit 'Woningen toevoegen'. Artikel 5.60 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen 1. Het is verboden zonder een omgevingsvergunning woonruimte toe te voegen door nieuwbouw, verbouw of woningsplitsing. 2. Het verbod, als bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor: a. het toevoegen van een woning door vervangende nieuwbouw, waarbij het aantal woningen niet meer is dan het aantal woningen dat wordt vervangen; en b. het toevoegen van een woning waarvoor een omgevingsvergunning in procedure is of verleend op het moment dat deze regels voor de betreffende locatie zijn gaan gelden. Artikel 5.61 Beoordelingsregels Een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 5.60, eerste lid, wordt verleend als: a. de toevoeging van woningen naar het oordeel van burgemeester en wethouders aanvaardbaar is uit onder andere stedenbouwkundig, landschappelijk, verkeerskundig en milieukundig oogpunt; b. het aantal toe te voegen woningen niet meer dan 15 is; c. de te realiseren woningen passen binnen de regionale afspraken; en d. wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid als bedoeld in afdeling 7.6. Artikel 5.62 Specifieke indieningsvereisten Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.60 worden in aanvulling op artikel 1.2 de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een onderbouwing waaruit de stedenbouwkundige, landschappelijke, verkeerskundige en milieukundige inpasbaarheid van de activiteit blijkt. Paragraaf 5.14.3 Beroep of bedrijf aan huis Artikel 5.63 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over de activiteit 'Beroep of bedrijf aan huis' als activiteit bij het wonen. Artikel 5.64 Algemene regels 1. Het uitvoeren van de activiteit 'Beroep of bedrijf aan huis' is alleen toegestaan op locaties met de functie wonen. 2. Bij de uitvoering van de activiteit 'Beroep of bedrijf aan huis' moet voldaan worden aan: a. het uitvoeren van de activiteit 'Beroep of bedrijf aan huis' vindt plaats in de woning of een daarbij bijbehorend bouwwerk; b. de oppervlakte bedraagt maximaal 30% van de woning of een daarbij bijbehorend bouwwerk; c. de oppervlakte bedraagt maximaal 40 m2; d. het uitvoeren van de activiteit is alleen toegestaan als dit geen onevenredige milieuhygienische hinder voor omwonenden veroorzaakt; e. het uitoefenen van de activiteit 'Beroep of bedrijf aan huis' heeft geen nadelige invloed op de normale verkeersafwikkeling; en f. wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid als bedoeld in afdeling 7.6. Paragraaf 5.14.4 Uitvoeren van mantelzorg Artikel 5.65 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over de activiteit 'Mantelzorg' bij het wonen. Artikel 5.66 Algemene regels Het uitvoeren van de activiteit 'Mantelzorg' is toegestaan als: a. op hetzelfde perceel de activiteit 'wonen' plaatsvindt; b. het gebouw waarin de activiteit plaatsvindt, rechtmatig is gebouwd; c. het perceel waarop de activiteit plaatsvindt niet grenst aan een perceel waar de volgende activiteiten kunnen worden uitgevoerd: 1. activiteit 'bedrijf'; 2. activiteit 'detailhandel'; 3. activiteit 'dienstverlening'; 4. activiteit 'Horeca-horecacategorie 1', 'Horeca-horecacategorie 2', ''Horeca-horecacategorie 3', 'Horeca-horecacategorie 4' en ''Horeca-horecacategorie 5'; 5. activiteit 'Kantoor'; 6. activiteit 'maatschappelijk'; 7. activiteit 'Sport' d. het perceel niet valt binnen een aandachts- of beperkingengebied als gevolg van een milieubelastende activiteit. Artikel 5.67 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bestaand bouwwerk te gebruiken voor huisvesting in verband met mantelzorg dat niet voldoet aan het bepaalde in artikel 5.66. Artikel 5.68 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De in artikel 5.67 bedoelde omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: a. het gebouw rechtmatig is gebouwd; b. het geluid op het gebouw, met het oog op de bescherming van de gezondheid, aanvaardbaar is; en c. het gebruik van het bestaande bouwwerk voor huisvesting in verband met mantelzorg niet leidt tot beperkingen bij de bestaande uitoefening van milieubelastende activiteiten, bedoeld in paragraaf 11.2.2 Artikel 5.69 Specifieke indieningsvereisten Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.67 worden in aanvulling op artikel 1.2 de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een berekening waaruit blijkt dat voldaan wordt aan de normen voor geluidbelasting; b. een onderbouwing waaruit blijkt dat de activiteit niet leidt tot beperkingen bij de bestaande uitoefening van milieubelastende activiteiten als bedoeld in hoofdstuk 11. Afdeling 5.15 Water Paragraaf 5.15.1 Gebruik van gronden voor water Artikel 5.70 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over de activiteit 'water in openbare ruimte'. Artikel 5.71 Algemene regels 1. De activiteit 'Water in openbare ruimte' is toegestaan binnen de locatie 'water'. 2. Onder het gebruik van gronden zoals bedoeld in het eerste lid valt in ieder geval het gebruik voor: a. waterlopen en waterpartijen; b. voorzieningen voor waterberging, wateraanvoer en waterafvoer, waaronder duikers; c. groenvoorzieningen en oevers; d. voorzieningen voor verkeer en verblijf, waaronder bruggen en steigers; en e. nutsvoorzieningen. Afdeling 5.16 Groen Paragraaf 5.16.1 Gebruik van gronden voor groenvoorziening Artikel 5.72 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over de activiteit 'Groenvoorzieningen in openbare ruimte'. Artikel 5.73 Algemene regels 1. De activiteit 'Groenvoorzieningen in openbare ruimte' is toegestaan binnen de locatie 'groen'. 2. Onder het gebruik van gronden zoals bedoeld in het eerste lid valt in ieder geval het gebruik voor: a. plantsoenen, parken, bermen, groenstroken en beplanting; b. paden voor langzaam verkeer; c. parkeervoorzieningen; d. speelvoorzieningen; e. nutsvoorzieningen; en f. water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Hoofdstuk 6 Bouwwerken Afdeling 6.1 Bouwwerken algemeen Artikel 6.1 Normadressaat 1. Degene die de activiteit 'Bouwen en in stand houden van een bouwwerk' uitvoert, moet zich houden aan de regels die dit hoofdstuk aan deze activiteiten stelt, behalve waar dit hoofdstuk bepaalt dat die regels niet gelden. 2. Degene die de activiteit(

  1. en)uitvoert, zorgt dat hij of zij zich tijdens uitvoering van de activiteit(
  2. en)aan de regels houdt. Artikel 6.2 Toepassingsbereik Dit hoofdstuk gaat over de activiteit 'Bouwen en in stand houden van een bouwwerk' waaronder wordt verstaan: a. bouwen en in stand houden van een hoofdgebouw; b. bouwen en in stand houden van een bijbehorend bouwwerk; c. bouwen en in stand houden van een ander bouwwerk. Artikel 6.3 Verboden bouwactiviteiten 1. Het is verboden om de activiteit 'Bouwen en in stand houden van een bouwwerk' uit te voeren, als dat niet toegestaan wordt in dit hoofdstuk. 2. In aanvulling op het eerste lid zijn de volgende bouwactiviteiten verboden: a. Het bouwen van nieuwe gebouwen binnen de locatie 'beperkingengebied - dijk - 1'. 3. Het verbod als bedoeld in het eerste lid en het tweede lid geldt niet voor bestaande bouwwerken. Artikel 6.4 Uitzondering verbod Het college van burgemeester en wethouders kan afwijken van het verbod als bedoeld in artikel 6.3, tweede lid, op voorwaarde dat: a. de waterkerende functie van de waterkering niet wordt aangetast; en b. vooraf schriftelijk advies ingewonnen is bij de verantwoordelijk waterbeheerder. Artikel 6.5 Anti-dubbeltelbepaling Bij het beoordelen van een nieuw bouwplan wordt grond waarop eerder een bouwplan is goedgekeurd waar wel of nog geen uitvoering aan is gegeven niet meegenomen in de overweging. Artikel 6.6 Geldende vergunning Als er voor dezelfde activiteit meerdere vergunningen verleend zijn, geldt de recentste vergunning. Artikel 6.7 Specifieke zorgplicht 1. Mogelijke beschadigingen of belemmeringen van de in sub a tot en met sub c genoemde objecten moeten worden voorkomen of beëindigd: a. wegen, en/of b. in wegen gelegen werken, en/of c. andere roerende of onroerende zaken op een aangrenzend perceel of openbare ruimte die grenst aan het bouw- of sloopterrein. 2. Degene die bouw- en sloopactiviteit verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat mogelijke beschadigingen of belemmeringen als bedoeld in het eerste lid op kunnen treden is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die beschadiging of belemmering te voorkomen of te beëindigen. Artikel 6.8 Overschrijding bouwgrenzen 1. Het is toegestaan om ondergeschikte onderdelen van bouwwerken buiten de grenzen van de locatie 'bouwvlak' te bouwen. 2. Het gaat om de volgende ondergeschikte onderdelen van bouwwerken: a. stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, funderingen, balkons, entreeportalen, veranda's en afdaken die tot gebouwen behoren, op voorwaarde dat deze onderdelen maximaal 2,50 meter buiten het bouwvlak vallen; of b. andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen, op voorwaarde dat deze onderdelen maximaal 1,50 meter buiten het bouwvlak vallen. Artikel 6.9 Toegelaten bouwwerken met afwijkende maten Voor bestaande bouwwerken waarvan de bestaande afstands-, hoogte-, inhouds-, en oppervlaktematen afwijken van de recentste regels voor die bouwwerken gelden de volgende regels: a. Bestaande maten die groter zijn dan wat in dit omgevingsplan maximaal is voorgeschreven, mogen behouden blijven, maar niet verder toenemen. b. Bestaande maten die kleiner zijn dan wat in dit omgevingsplan minimaal is voorgeschreven, mogen behouden blijven, maar mogen niet verder afnemen. Artikel 6.10 Uitzetten rooilijnen en bebouwingsgrenzen 1. Het is verboden om te beginnen met de bouw van een bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning voor de activiteit 'Bouwen van een bouwwerk' of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is verleend, voordat, voor zover nodig: a. de rooilijnen of bebouwingsgrenzen op het bouwterrein zijn uitgezet; en b. het straatpeil is uitgezet. 2. In aanvulling op het eerste lid moet voldaan worden aan de overige regels die aan de omgevingsvergunning worden gesteld. Artikel 6.11 Maatwerkvoorschrift controle rooilijnen Het bevoegd gezag kan bij maatwerkvoorschrift afwijken van het bepaalde in artikel 6.10, eerste lid sub a en bepalen dat het verboden is om te beginnen met de bouw van een bouwwerk totdat: a. de rooilijnen of bebouwingsgrenzen zijn gecontroleerd door bevoegd gezag; en b. het straatpeil is gecontroleerd door bevoegd gezag. Artikel 6.12 Aansluiting distributienet voor elektriciteit 1. De elektriciteitsvoorziening van een bouwwerk is aangesloten op het distributienet voor elektriciteit als: a. de aansluitafstand niet groter is dan 100 meter; of b. groter is dan 100 meter en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 100 meter. 2. Het eerste lid geldt niet voor de activiteit 'Bouwen van een bouwwerk' voor wonen dat gebouwd is in particulier opdrachtgeverschap of op drijvende bouwwerken. Artikel 6.13 Aansluiting distributienet voor gas De gasvoorziening van een bouwwerk is aangesloten op het distributienet voor gas als: a. het volgende artikel van de Gaswet op de aansluiting van toepassing is: artikel 10, lid 6, onder a of b; en b. voldaan wordt aan één van de volgende bepalingen: 1. de aansluitafstand niet groter is dan 40 meter; of 2. groter is dan 40 meter en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 meter. c. sub a geldt niet voor de activiteit 'Bouwen van een bouwwerk' voor wonen dat gebouwd is in particulier opdrachtgeverschap of op drijvende bouwwerken. Artikel 6.14 Aansluiting distributienet voor drinkwater Een drinkwatervoorziening in een bouwwerk is aangesloten op het distributienet voor drinkwater als de aansluitafstand: a. niet groter is dan 40 meter; of b. groter is dan 40 meter en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 meter. Artikel 6.15 Aansluiting voor afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater 1. Een ondergrondse gebouwriolering voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater dat door een uitwendige scheidingsconstructie van een bouwwerk loopt, ligt zoveel mogelijk haaks op de scheidingsconstructies. 2. De gebouwaansluiting van een gebouwriolering voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater op de buitenriolering, gelegen op het eigen erf of terrein, is zodanig dat bij zetting de dichtheid van de aansluiting en de afvoer niet aangetast wordt. 3. Een terreinleiding waar huishoudelijk afvalwater door wordt geleid: a. heeft geen vernauwing in de stroomrichting; b. heeft een vloeiend beloop; c. is waterdicht; d. heeft een voldoende inwendige middellijn; en e. bevat geen beer- of rottingput. 4. Bij een maatwerkvoorschrift kan in ieder geval worden bepaald: a. als een openbaar vuilwaterriool of een ander passend systeem, als bedoeld in artikel 2.16, lid 3, Omgevingswet, aanwezig is, waarop de afvoer van huishoudelijk afvalwater kan worden aangesloten: op welke plaats, op welke hoogte en met welke inwendige middellijn de perceelaansluitleiding bij de gevel van dat bouwwerk of de grens van het erf of de grens van het terrein wordt aangelegd. b. Als een openbaar hemelwaterstelsel of een openbaar vuilwaterriool aanwezig is, waarop de afvoer van hemelwater kan worden aangesloten, en hemelwater op dat stelsel of riool mag worden gebracht: op welke plaats, op welke hoogte, en met welke inwendige middellijn de perceelaansluitleiding bij de gevel van het bouwwerk of de grens van het erf of de grens van het terrein wordt aangelegd; en c. of en zo ja, hoe de afvoervoorziening of de op het erf of terrein gelegen riolering aangepast moet worden om het functioneren van de afvoervoorzieningen, naburige aansluitingen en de openbare voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater te kunnen garanderen. Artikel 6.16 Bluswatervoorziening 1. Een bouwwerk heeft een toereikende bluswatervoorziening, behalve als de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk dat niet verlangt. 2. De afstand tussen de bluswatervoorziening en een brandweeringang als bedoeld in artikel 3.129 of 4.226 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, of als een brandweeringang niet aanwezig is, tot de toegang van het bouwwerk is maximaal 40 meter. 3. De bluswatervoorziening is onbeperkt toegankelijk voor bluswerkzaamheden. Artikel 6.17 Bereikbaarheid voor hulpverleningsvoertuigen 1. Tussen de openbare weg en minimaal 1 toegang van een gebouw of ander bouwwerk voor het verblijven van personen, ligt een verbindingsweg die geschikt is voor voertuigen van de brandweer en andere hulpverleningsdiensten. 2. Het eerste lid geldt niet: a. voor gebruiksfuncties met een gebruiksoppervlakte van maximaal 1.000 vierkante meter en met een vuurbelasting van maximaal 500 MJ/vierkante meter, bepaald volgens NEN 6090; b. voor een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van maximaal 50 vierkante meter; c. voor lichte industriefuncties alleen voor het bedrijfsmatig telen, kweken of opslaan van gewassen of daarmee vergelijkbare producten, met een permanente vuurbelasting van maximaal 150 MJ/vierkante meter, bepaald volgens NEN 6090. d. als de toegang van het bouwwerk op maximaal 10 meter van een openbare weg ligt; of e. als de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk geen verbindingsweg verlangt. 3. Een verbindingsweg heeft, behalve als er andere regels in dit omgevingsplan of in een gemeentelijke verordening zijn gesteld: a. een breedte van minimaal 4,05 meter; b. een verharding over een breedte van minimaal 3,25 meter die geschikt is voor motorvoertuigen met een massa van minimaal 14.500 kilogram; c. een vrijgehouden hoogte boven de kruin van de weg van minimaal 4,20 meter; en d. een doeltreffende afwatering. 4. Een verbindingsweg is over de hoogte en breedte als bedoeld in het derde lid, vrijgehouden voor voertuigen van de brandweer en andere hulpverleningsdiensten. 5. Hekwerken die een verbindingsweg afsluiten, kunnen door hulpdiensten snel en gemakkelijk worden geopend of worden ontsloten met een systeem dat in overleg met het bevoegd gezag is bepaald. Artikel 6.18 Opstelplaatsen voor brandweervoertuigen 1. Bij een bouwwerk voor het verblijven van personen zijn zodanige opstelplaatsen voor brandweervoertuigen aanwezig dat een doeltreffende verbinding tussen die voertuigen en de bluswatervoorziening kan worden gelegd. 2. Het eerste lid geldt niet: a. voor een gebruiksfunctie met een gebruiksoppervlakte van maximaal 1.000 vierkante meter en een vuurbelasting van maximaal 500 MJ/vierkante meter, bepaald volgens NEN 6090; b. voor een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van maximaal 50 vierkante meter; c. voor een lichte industriefunctie alleen voor het bedrijfsmatig telen, kweken of opslaan van gewassen of daarmee vergelijkbare producten, met een permanente vuurbelasting van maximaal 150 MJ/vierkante meter, bepaald volgens NEN 6090; of d. als de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk geen opstelplaatsen verlangt. 3. De afstand tussen een opstelplaats en een brandweeringang als bedoeld in artikel 3.129 of artikel 4.226 van het Besluit bouwwerken leefomgeving of, als een brandweeringang niet aanwezig is, de afstand tot een toegang van het bouwwerk is maximaal 40 meter. 4. Een opstelplaats voor brandweervoertuigen is over de hoogte en breedte als bedoeld in artikel 6.17, derde lid vrijgehouden voor brandweervoertuigen. 5. Hekwerken die een opstelplaats afsluiten, kunnen door hulpdiensten snel en gemakkelijk worden geopend of worden ontsloten met een systeem dat in overleg met het bevoegd gezag is bepaald. Artikel 6.19 Meetbepalingen 1. De waarden die in dit hoofdstuk in meters of vierkante meters zijn uitgedrukt, worden als volgt gemeten: a. afstanden loodrecht; b. hoogten vanaf het aansluitend afgewerkt terrein, waarbij het volgende niet meegerekend wordt: plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, die niet noodzakelijk zijn voor de bouw daarvan; en c. maten buitenwerks, waarbij uitstekende delen van ondergeschikte aard volgens de bepaling in artikel 6.8 niet worden meegerekend. 2. Voor het toepassen van eerste lid, aanhef en onder b, wordt een bouwwerk als dit ligt op een erf- of perceelsgrens, gemeten aan de kant waar het aansluitend afgewerkt terrein het hoogst is. Artikel 6.20 Vergunningsvrij veranderen bouwwerken Het is toegestaan om zonder omgevingsvergunning de activiteit 'Veranderen van een bouwwerk' uit te voeren, op voorwaarde dat het niet gaat om een: a. uitbreiding van de bebouwde oppervlakte; b. uitbreiding van het bouwvolume; c. bouwwerk als bedoeld in artikel 2.29, onder b tot en met r van het Besluit bouwwerken leefomgeving dat niet voldoet aan de voor dat bouwwerk in die onderdelen gestelde eisen; of d. wijziging van een constructie van een bouwwerk. Artikel 6.21 Specifieke indieningsvereisten Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de activiteit 'Bouwen van een hoofdgebouw' als bedoeld in artikel 6.29, en de activiteit 'Bouwen van een bijbehorend bouwwerk' als bedoeld in artikel 6.54, artikel 6.61 en artikel 6.65, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een opgave van de bouwkosten; b. het beoogde en het huidige gebruik van het bouwwerk en de bijbehorende gronden waar de aanvraag over gaat; c. een opgave van de bruto-inhoud in kubieke meters en de brutovloeroppervlakte in vierkante meters van het deel van het bouwwerk waar de aanvraag over gaat; d. een situatietekening van de bestaande toestand en een situatie van de nieuwe toestand met daarop: 1. de afmetingen van het perceel en het bebouwd oppervlak; 2. de ligging van het bouwwerk ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde; 3. de manier waarop de locatie wordt ontsloten; 4. de aangrenzende locaties en de daarop aanwezige bebouwing; 5. het beoogd gebruik van de gronden behorende bij het voorgenomen bouwwerk; e. de hoogte van het bouwwerk ten opzichte van het straatpeil en het aantal bouwlagen; f. de inrichting van parkeervoorzieningen op het eigen terrein; g. de volgende gegevens voor de toetsing van de regels over het uiterlijk van bouwwerken, beoordeeld volgens paragraaf [welstand]: 1. tekeningen van alle gevels van het bouwwerk, inclusief de gevels van aangrenzende bebouwing, waaruit blijkt hoe het geplande bouwwerk in de omgeving past; 2. principedetails van gezichtsbepalende delen van het bouwwerk; 3. kleurenfoto's van de bestaande situatie en de omliggende bebouwing; 4. een opgave van de toe te passen bouwmaterialen in de uitwendige scheidingsconstructie en de kleur daarvan, waaronder in ieder geval het materiaal en de kleur van de gevels, het voegwerk, kozijnen, ramen en deuren, balkonhekken, dakgoten, boeidelen en de dakbedekking; 5. het bepaalde onder iv geldt alleen voor hoofdgebouwen; en h. overige gegevens en bescheiden die samenhangen met een eventueel benodigde toetsing aan dit omgevingsplan. Artikel 6.22 Redelijke eisen van welstand voor bouwen van een bouwwerk - [gereserveerd] 1. Dit artikel geldt voor de activiteit 'bouwen van een bouwwerk' binnen de locatie 'welstandsgebied'. 2. Dit artikel geldt niet voor: a. een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is; b. bouwwerken die op grond van het Bbl of dit omgevingsplan vergunningvrij gebouwd mogen worden in de locatie 'achtererfgebied'. 3. Het uiterlijk van een bouwwerk mag niet in strijd zijn met de redelijke eisen van welstand. 4. De redelijke eisen van welstand, bedoeld in het derde lid worden beoordeeld aan de welstandscriteria, als beschreven in het welstandsbeleid zoals dat geldt op het moment van een ontvankelijke aanvraag van een omgevingsvergunning. 5. Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld voor de uitwerking van de toepassing van het derde lid. Artikel 6.23 Redelijke eisen van welstand voor in stand houden van een bouwwerk [gereserveerd] 1. Dit artikel geldt voor het in stand houden van een bouwwerk binnen de locatie 'welstandsgebied'. 2. Dit artikel geldt niet voor een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is. 3. Het uiterlijk van een bouwwerk mag niet in ernstige mate in strijd zijn met de redelijke eisen van welstand. 4. De redelijke eisen van welstand, bedoeld in het derde lid worden beoordeeld aan de welstandscriteria voor excessen, als beschreven in het welstandsbeleid. Artikel 6.24 Vergunningplicht binnen locatie welstand Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bouwwerk te bouwen dat niet voldoet aan het bepaalde in artikel 6.22. Artikel 6.25 Beoordelingsregels omgevingsvergunning binnen de locatie welstand De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.24 wordt verleend als: a. het uiterlijk en de plaatsing van het bouwwerk, zowel op zichzelf als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet in strijd is met redelijke eisen van welstand; of b. naar het oordeel van het college de omgevingsvergunning in afwijking van sub a toch moet worden verleend. Artikel 6.26 Specifieke indieningsvereisten Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.25 worden in aanvulling op artikel 1.2 de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. tekeningen van alle gevels van het bouwwerk en van de gevels van aangrenzende bebouwing, waaruit blijkt hoe het geplande bouwwerk in de directe omgeving past; b. principedetails van gezichtsbepalende delen van het bouwwerk; c. kleurenfoto's van de bestaande situatie en de omliggende bebouwing; en d. een opgave van de toe te passen bouwmaterialen in de uitwendige scheidingsconstructie en de kleur daarvan, waaronder in ieder geval het materiaal en de kleur van de gevels, het voegwerk, kozijnen, ramen en deuren, balkonhekken, dakgoten en boeidelen en de dakbedekking. Artikel 6.27 Hemelwaterafvoer bij bouwwerken 1. Dit artikel gaat over de activiteit 'Bouwen en in stand houden van een bouwwerk' als bedoeld in afdeling 6.2 en afdeling 6.3 voorzover het gaat om: a. bouw van nieuwe gebouwen; b. verbouw van bestaande gebouwen na 1 januari 2024 als de verbouw leidt tot uitbreiding van het bebouwd oppervlak. 2. Het bepaalde in eerste lid geldt niet als: a. de omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit bouwen voor 1 januari 2024 is aangevraagd; b. voor 1 januari 2024 afspraken over (mogelijke) herontwikkeling gemaakt zijn; of c. op grond van artikel 2.29 van het Besluit bouwwerken leefomgeving geen omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit bouwen nodig is. 3. Hemelwater dat op een gebouw als bedoeld in eerste lid en het perceel waarop dat gebouw staat, valt wordt vastgehouden en verwerkt op dat perceel. 4. Als niet voldaan kan worden aan het bepaalde in derde lid vindt de activiteit 'Lozen van afvloeiend hemelwater' vanaf een gebouw als bedoeld in eerste lid en het perceel waarop dat gebouw staat plaats als volgt: a. bovengronds afvoeren naar lokaal oppervlaktewater of een lokale groenvoorziening; b. ondergronds afvoeren naar lokaal oppervlaktewater of een lokale groenvoorziening via een hemelwaterstelsel; of c. afvoeren naar een rioolwaterzuiveringsinstallatie, samen met het huishoudelijk afvalwater en/of bedrijfsafvalwater. 5. Bij maatwerkvoorschrift kan in ieder geval worden bepaald: a. wanneer afgeweken kan worden van de regels als bedoeld in het derde lid en vierde lid; b. of en hoe wateroverlast in de openbare ruimte of schade aan naburige percelen en gebouwen door de activiteit 'Lozen van afvloeiend hemelwater' voorkomen kan worden. Afdeling 6.2 Hoofdgebouw bouwen Paragraaf 6.2.1 Algemeen Artikel 6.28 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over de activiteit 'Bouwen en in stand houden van een hoofdgebouw'. Artikel 6.29 Vergunningplicht bouwen en in stand houden Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit 'Bouwen en in stand houden van een hoofdgebouw' te verrichten. Artikel 6.30 Specifieke indieningsvereisten Bij een aanvraag van een omgevingsvergunning als bedoeld in deze afdeling worden de gegevens en bescheiden als bedoeld in artikel 6.21 verstrekt. Paragraaf 6.2.2 Hoofdgebouw anders dan wonen Artikel 6.31 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over de activiteit 'Bouwen en in stand houden van een hoofdgebouw' voor: a. de activiteit 'bedrijf'; b. de activiteit 'detailhandel'; c. de activiteit 'dienstverlening'; d. de activiteit 'groen'; e. de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 1' [gereserveerd]; f. de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 2'; g. de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 3'; h. de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 4'; i. de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 5'; j. de activiteit 'Kantoor'; k. de activiteit 'maatschappelijk'; l. de activiteit 'Sport' [gereserveerd]. m. de activiteit 'wonen' in combinatie met een activiteit zoals bedoeld onder a tot en met l, alleen waar deze combinatie toegestaan is in hoofdstuk 5 . Artikel 6.32 Beoordelingsregels - algemeen Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.29 wordt verleend als: a. het hoofdgebouw in de locatie 'bouwvlak' wordt gebouwd; b. het bebouwingspercentage van het bouwvlak niet meer bedraagt dan binnen de locatie 'maximum bebouwingspercentage' met de omgevingsnorm 'maximum bebouwingspercentage' is aangegeven; c. de goothoogte niet meer is dan: 1. 4 meter als het bestaande hoofdgebouw uit 1 bouwlaag bestaat; 2. 7 meter als het bestaande hoofdgebouw uit 2 bouwlagen bestaat; 3. 7 meter vermeerderd met 3 meter voor elke bouwlaag boven de tweede bouwlaag in het geval dat het bestaande hoofdgebouw uit 3 of meer bouwlagen bestaat; 4. de goothoogte binnen de locatie 'maximum goothoogte' die met de omgevingsnorm 'maximum goothoogte' is aangegeven, als geen sprake is van gevallen onder 1 tot en met 3. - [gereserveerd] d. de bouwhoogte niet meer is dan: 1. 4 meter als het bestaande hoofdgebouw uit 1 bouwlaag bestaat; 2. 7 meter als het bestaande hoofdgebouw uit 1 bouwlaag met kap, of 2 bouwlagen zonder kap bestaat; 3. 10 meter als het bestaande hoofdgebouw uit 2 bouwlagen met kap bestaat; 4. 7 meter vermeerderd met 3 meter voor elke bouwlaag boven de tweede bouwlaag in het geval dat het bestaande hoofdgebouw bestaat uit 3 of meer bouwlagen zonder kap; 5. 10 meter vermeerderd met 3 meter voor elke bouwlaag boven de tweede bouwlaag in het geval dat het bestaande hoofdgebouw bestaat uit 3 of meer bouwlagen met kap; 6. de bouwhoogte die binnen de locatie 'maximum bouwhoogte' met de omgevingsnorm 'maximum bouwhoogte' is aangegeven, als geen sprake is van gevallen onder 1 tot en met 5; 7. 3 meter voor garageboxen. e. bij de combinatie van wonen met een andere functie als bedoeld in artikel 6.31, sub o wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 6.32, sub a tot en met sub e. Artikel 6.33 Specifieke beoordelingsregels 1. Binnen de locatie 'plat dak' wordt een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.29 verleend als de bovenkant van een hoofdgebouw plat afgedekt is. - [gereserveerd] 2. Binnen de locatie 'groen' wordt een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.29 verleend als de diepte van een hoofdgebouw niet meer bedraagt dan de bestaande diepte. 3. Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.29 wordt verleend als het hoofdgebouw voor de activiteit 'detailhandel', de activiteit 'dienstverlening', de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 2', de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 3', de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 4', de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 5', de activiteit 'Kantoor' en de activiteit 'maatschappelijk': a. met de voorgevel in of maximaal 5 meter achter de naar de weg gekeerde grens van het bouwvlak wordt gebouwd; b. op niet minder afstand van de zijdelingse perceelsgrens staat dan de bestaande afstand; c. niet dieper is dan de bestaande diepte. 4. Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.29 wordt verleend als binnen de locatie: a. 'onderdoorgang - 1' een ruimte vrij wordt gehouden van bebouwing met een hoogte van ten minste de bestaande verdiepingshoogte minus de constructiehoogte vanaf peil; en b. 'onderdoorgang - 2' een ruimte vrij wordt gehouden van bebouwing met een hoogte van ten minste 2,5 meter. Artikel 6.34 Uitzondering nutsvoorziening Het verbod als bedoeld in artikel 6.29 geldt niet als het hoofdgebouw voor een nutsvoorziening wordt gebouwd en deze: a. een bouwhoogte heeft die maximaal 4 meter is; b. een oppervlakte heeft die maximaal 25 m2 is; en c. binnen of buiten de locatie 'bouwvlak' wordt gebouwd. Artikel 6.35 Uitzondering bouwen binnen bouwvlak 1. Een hoofdgebouw voor de activiteit 'bedrijf', de activiteit 'detailhandel' of de activiteit 'wonen' in combinatie met een andere activiteit als bedoeld in artikel 6.31, sub o mag, in afwijking van het bepaalde in artikel 6.32, sub a, buiten het bouwvlak worden gebouwd als: a. de oppervlakte van het deel van het hoofdgebouw dat buiten het bouwvlak ligt, maximaal 10 m2 bedraagt; en b. de bouwhoogte van het deel van het hoofdgebouw dat buiten het bouwvlak ligt, maximaal de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw bedragen; 2. Als de bestaande maten van het deel van het bouwwerk dat buiten het bouwvlak ligt, meer bedragen dan bedoeld in het eerste lid, sub a of b, dan gelden de bestaande maten als maximum. Artikel 6.36 Uitzondering bebouwingspercentage Bij het bouwen van een hoofdgebouw voor de activiteit 'bedrijf', de activiteit 'detailhandel', de activiteit 'maatschappelijk' of de activiteit 'wonen' in combinatie met een andere activiteit als bedoeld in artikel 6.31, sub m mag het bouwvlak, in afwijking van het bepaalde in artikel 6.32, sub b, volledig worden bebouwd. Artikel 6.37 Uitzondering goothoogte De goothoogte van een hoofdgebouw mag, in afwijking van het bepaalde in artikel 6.32, sub c: a. voor de activiteit 'detailhandel', de activiteit 'dienstverlening', de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 2', de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 3', de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 4', de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 5', de activiteit 'Kantoor', de activiteit 'maatschappelijk' of de activiteit 'wonen' in combinatie met een andere activiteit als bedoeld in artikel 6.31, sub m maximaal 7 meter bedragen, in het geval dat artikel 6.32, sub c niet van toepassing is; of b. maximaal de bestaande goothoogte bedragen in het geval dat deze goothoogte bij het bestaand aantal bouwlagen meer bedraagt dan toegelaten door artikel 6.32, sub c. Artikel 6.38 Uitzondering bouwhoogte De bouwhoogte van een hoofdgebouw mag, in afwijking van het bepaalde in artikel 6.32 sub d: a. voor de activiteit 'detailhandel', de activiteit 'dienstverlening', de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 2', de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 3', de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 4', de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 5', de activiteit 'Kantoor', de activiteit 'maatschappelijk' of de activiteit 'wonen' in combinatie met een andere activiteit als bedoeld in artikel 6.31, sub m maximaal 10 meter bedragen; b. binnen de locatie 'specifieke bouwaanduiding - 1' maximaal 4 meter bedragen, gemeten vanaf de bovenkant van de straat Kerkbuurt; c. binnen de locatie 'garage' maximaal 3 meter bedragen; of d. maximaal de bestaande bouwhoogte bedragen in het geval dat deze bouwhoogte bij het bestaand aantal bouwlagen meer bedraagt dan toegelaten door artikel 6.32, sub d. Artikel 6.39 Uitzondering diepte gebouw De diepte van een hoofdgebouw mag voor de activiteit 'detailhandel', de activiteit 'dienstverlening', de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 2', de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 3', de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 4', de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 5', de activiteit 'Kantoor', de activiteit 'maatschappelijk' of de activiteit 'wonen' in combinatie met een andere activiteit als bedoeld in artikel 6.31, sub m in afwijking van het bepaalde in artikel 6.33, derde lid, meer bedragen dan de bestaande diepte in het geval dat: a. het hoofdgebouw binnen de locatie 'specifieke bouwaanduiding - 2' ligt; b. er geen afbreuk wordt gedaan aan de toegestane gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken; c. de uitbreiding van het hoofdgebouw noodzakelijk is voor een doelmatige bedrijfsvoering; en d. er wordt voorzien in voldoende parkeerruimte als bedoeld in afdeling 7.6 Paragraaf 6.2.3 Hoofdgebouw wonen Artikel 6.40 Toepassingsbereik 1. Deze paragraaf is bedoeld voor de activiteit 'wonen' en gaat over de activiteit 'Bouwen en in stand houden van een hoofdgebouw' . 2. Deze paragraaf is niet bedoeld voor de activiteit 'wonen' in combinatie met een andere functie als bedoeld in artikel 6.31, sub m, en gaat daarom niet over de activiteit 'Bouwen van een hoofdgebouw' en de activiteit 'In stand houden van een hoofdgebouw' als er sprake is van een combinatie van de activiteit 'wonen' met een andere functie. Artikel 6.41 Beoordelingsregels Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.29 wordt verleend als: a. het hoofdgebouw in de locatie 'bouwvlak' wordt gebouwd; b. de bestaande inhoudsmaat van het hoofdgebouw niet wordt vergroot; c. het hoofdgebouw met de voorgevel in of maximaal 5 meter achter de naar de weg gekeerde grens van het bouwvlak wordt gebouwd; d. de afstand van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens niet minder bedraagt dan de bestaande afstand; e. de diepte van het hoofdgebouw niet meer bedraagt dan de bestaande diepte; f. de goothoogte niet meer is dan: 1. 4 meter als het bestaande hoofdgebouw uit 1 bouwlaag bestaat; 2. 7 meter als het bestaande hoofdgebouw uit 2 bouwlagen bestaat; 3. 7 meter vermeerderd met 3 meter voor elke bouwlaag boven de tweede bouwlaag in het geval dat het bestaande hoofdgebouw uit 3 of meer bouwlagen bestaat; g. de bouwhoogte niet meer is dan: 1. 4 meter als het bestaande hoofdgebouw uit 1 bouwlaag bestaat; 2. 7 meter als het bestaande hoofdgebouw uit 1 bouwlaag met kap, of 2 bouwlagen zonder kap bestaat; 3. 10 meter als het bestaande hoofdgebouw uit 2 bouwlagen met kap bestaat; 4. 7 meter vermeerderd met 3 meter voor elke bouwlaag boven de tweede bouwlaag in het geval dat het bestaande hoofdgebouw bestaat uit 3 of meer bouwlagen zonder kap; 5. 10 meter vermeerderd met 3 meter voor elke bouwlaag boven de tweede bouwlaag in het geval dat het bestaande hoofdgebouw bestaat uit 3 of meer bouwlagen met kap; en h. de bouwhoogte van parkeergarages, met uitzondering van in- en uitritten, maximaal 2 meter bedraagt; i. de bovenkant van een hoofdgebouw plat afgedekt is binnen de locatie waarvoor de omgevingsnorm 'plat dak' geldt - [gereserveerd]; j. binnen de locatie 'onderdoorgang - 2' minimaal een ruimte met een hoogte van 2,5 meter vrij wordt gehouden van bebouwing; k. binnen de locatie 'dove gevel' de geveldelen van gebouwen vanaf een bouwhoogte van 3,5 meter als dove gevel worden uitgevoerd - [gereserveerd]; l. binnen de locatie 'specifieke bouwaanduiding - 1' uitspringende geveldelen niet voorkomen boven een goothoogte van 12 meter; m. binnen de locatie 'specifieke bouwaanduiding - 2' de begane grondvloer van hoofdgebouwen minimaal 0,5 meter boven de hoogte van de direct naastgelegen weg ligt; n. binnen de locatie [geluidaandachtsgebied Molendijk - Industrieweg] als de geluidbelasting op de woning als gevolg van milieubelastende activiteiten op het industrieterrein Molendijk/Industrieweg niet hoger is dan [PM] - [gereserveerd]. Artikel 6.42 Uitzondering nutsvoorziening Het verbod als bedoeld in artikel 6.29 geldt niet als het hoofdgebouw voor een nutsvoorziening wordt gebouwd en: a. een bouwhoogte heeft die maximaal 4 meter is; b. een oppervlakte heeft die maximaal 25 m2 is; en c. binnen of buiten de locatie 'bouwvlak' wordt gebouwd. Artikel 6.43 Uitzondering vergroting hoofdgebouw De bestaande inhoudsmaat van het hoofdgebouw mag, in afwijking van het bepaalde in artikel 6.41, sub j, worden vergroot als: a. er sprake is van een vergroting door: 1°. dakkapellen; 2°. aanbouwen die toegestaan zijn op grond van paragraaf 6.3.1; of 3°. vervangende nieuwbouw; en b. de inhoudsmaat binnen de locatie 'inhoud' over twee bouwlagen wordt vergroot door het hoofdgebouw met maximaal 1,10 meter aan de achterzijde uit te breiden. - [gereserveerd] Artikel 6.44 Uitzondering diepte hoofdgebouw - [gereserveerd] De diepte van hoofdgebouwen voor wonen in het dijklint binnen de locatie 'wonen in dijklint' mag, in afwijking van het bepaalde in artikel 6.41, sub e, worden vergroot tot een diepte van 10 meter als de bestaande diepte minder dan 10 meter bedraagt. Artikel 6.45 Uitzondering goothoogte De goothoogte van een hoofdgebouw mag, in afwijking van het bepaalde in artikel 6.41, sub f: a. maximaal de bestaande goothoogte bedragen in het geval dat deze goothoogte bij het bestaand aantal bouwlagen meer bedraagt dan toegelaten door artikel 6.41, sub f; b. maximaal de bestaande goothoogte bedragen, vermeerderd met maximaal 3 meter, binnen de locatie 'gevelopbouw' of de locatie 'dakopbouw'; of - [gereserveerd] c. alleen waar dit is aangeduid met de omgevingsnorm 'plat dak' maximaal de bouwhoogte bedragen. - [gereserveerd] Artikel 6.46 Uitzondering bouwhoogte De bouwhoogte van een hoofdgebouw mag, in afwijking van het bepaalde in artikel 6.41, sub g: a. maximaal de bestaande bouwhoogte bedragen in het geval dat deze bouwhoogte bij het bestaand aantal bouwlagen meer bedraagt dan toegelaten door artikel 6.41, sub g; b. alleen binnen de locatie 'dakopbouw' maximaal de bestaande bouwhoogte bedragen, vermeerderd met maximaal 3 meter; of - [gereserveerd] c. alleen waar dit is aangeduid met de omgevingsnorm 'plat dak' maximaal de bestaande bouwhoogte bedragen. - [gereserveerd] Paragraaf 6.2.4 Hoofdgebouw voor een nutsvoorziening in de openbare ruimte Artikel 6.47 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over een nutsvoorziening in de openbare ruimte waarbij sprake is van de activiteit 'Bouwen en in stand houden van een hoofdgebouw'. Artikel 6.48 Uitzondering Het verbod als bedoeld in artikel 6.29 geldt niet als: a. het hoofdgebouw voor een nutsvoorziening: 1. wordt gebouwd binnen de locatie 'nutsvoorziening'; 2. een bouwhoogte heeft die maximaal 4 meter is; 3. een oppervlakte heeft die maximaal 25 m2 is; en b. overstekende delen van een hoofdgebouw voor een nutsvoorziening in de openbare ruimte gebouwd worden, waarbij in de openbare ruimte een hoogte van drie meter, gemeten vanaf peil, vrij blijft van bebouwing. Afdeling 6.3 Bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan bouwen, in stand houden of gebruiken Paragraaf 6.3.1 Bouwen van een bijbehorend bouwwerk voor wonen Artikel 6.49 Toepassingsbereik 1. Deze paragraaf is bedoeld voor de activiteit 'wonen' als bedoeld in artikel 6.40 en gaat over de activiteit 'Bouwen en in stand houden van een bijbehorend bouwwerk'. 2. Deze paragraaf is niet bedoeld voor de activiteiten als bedoeld in artikel 6.31, sub a tot en met sub l en gaat daarom niet over de activiteit 'Bouwen en in stand houden van een bijbehorend bouwwerk' als er sprake is van een bijbehorend bouwwerk anders dan een bijbehorend bouwwerk bij alleen de activiteit 'wonen'. Artikel 6.50 Algemene regels bouwen van een op de grond staand bijbehorend bouwwerk Het bouwen van een op de grond staand bijbehorend bouwwerk mag zonder omgevingsvergunning worden uitgevoerd als wordt voldaan aan onderstaande voorwaarden: a. op de grond staande bijbehorende bouwwerken staan in het achtererfgebied; b. op de grond staande bijbehorende bouwwerken staan minimaal 1 meter achter de voorgevellijn; c. op de grond staande bijbehorende bouwwerken staan minimaal 1 meter achter de zijerfgrens als deze aan de openbare weg ligt; d. de goothoogte van op de grond staande bijbehorende bouwwerken is niet meer dan 3 meter; e. de bouwhoogte van op de grond staande bijbehorende bouwwerken is niet meer dan 5 meter; f. de diepte van op de grond staande aangebouwde bijbehorende bouwwerken aan de achterzijde van het hoofdgebouw is niet meer dan 4 meter; g. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorend bouwwerken in het bebouwingsgebied bedraagt: 1. bij een bebouwingsgebied van 100 m2 of minder: niet meer dan 50% van dat bebouwingsgebied; 2. bij een bebouwingsgebied tussen de 100 m2 en 300 m2: niet meer dan 50 m2 plus 20% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 100 m2; of 3. bij een bouwvlak van meer dan 300 m2: 90 m2 plus 10% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 300 m2 tot niet meer dan 150 m2; en h. de afstand tussen op de grond staande bijbehorende bouwwerken in de vorm van aanbouwen en in de vorm van bijgebouwen op het achtererf is niet minder dan 2 meter. Artikel 6.51 Verbod bouwen van een op de grond staand bouwwerk - [gereserveerd] Het is, in afwijking van het bepaalde in artikel 6.50, onder a, verboden om bijbehorende bouwwerken te bouwen binnen de locatie 'bijbehorend bouwwerk uitgesloten'. Artikel 6.52 Bouwen van een bijbehorend bouwwerk binnen locatie bijgebouw - [gereserveerd] 1. Bijbehorende bouwwerken mogen, in afwijking van het bepaalde in artikel 6.50, onder b, voor de voorgevellijn gebouwd worden op voorwaarde dat: a. het bijbehorend bouwwerk binnen de locatie 'bijgebouw 1' staat; b. de oppervlakte van het bijbehorend bouwwerk maximaal 6 m2 bedraagt; c. de bouwhoogte van het bijbehorend bouwwerk maximaal de bouwhoogte van de eerste bouwlaag bedraagt; en d. het bijbehorend bouwwerk een berging is. 2. Bijbehorende bouwwerken mogen, in afwijking van het bepaalde in artikel 6.50, onder b, voor de voorgevellijn gebouwd worden op voorwaarde dat: a. de bijbehorende bouwwerken binnen de locatie 'bijgebouw 2' staan; b. de bijbehorende bouwwerken in de periode vóór 14 maart 2016 in de voortuin gebouwd zijn; c. het gezamenlijk oppervlak van bijbehorende bouwwerken maximaal 40% van de oppervlakte van het gezamenlijk voorerf bedraagt, met een maximum van 25 m2; d. de bijbehorende bouwwerken op maximaal 2 meter afstand van de voorerfgrens worden gebouwd; e. achter de voorgevellijn maximaal 1 vrijstaand bijbehorend bouwwerk wordt gebouwd; f. de oppervlakte van het bijbehorend bouwwerk als bedoeld onder e maximaal 6 m2 bedraagt; g. een aangebouwd bijbehorend bouwwerk achter de achtergevel van het hoofdgebouw mag worden gebouwd; h. de diepte van het aangebouwde bijbehorend bouwwerk als bedoeld onder g maximaal 2 meter bedraagt; en i. de afstand tussen de bijbehorende bouwwerken achter de voorgevellijn en de zijerfgrens minimaal 1 meter bedraagt. Artikel 6.53 Afwijkende oppervlakte bijbehorende bouwwerken achter voorgevelrooilijn Maximaal 50% van de oppervlakte van gronden achter de voorgevellijn mogen, in afwijking van het bepaalde in artikel 6.50, onder g, bebouwd worden met bijbehorende bouwwerken. Artikel 6.54 Vergunningplicht Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de activiteit 'Bouwen en in stand houden van een bijbehorend bouwwerk' te verrichten als dat bijbehorend bouwwerk niet voldoet aan de regels als bedoeld in artikel 6.50. Artikel 6.55 Beoordelingsregels De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.54 kan worden verleend als: a. het bijbehorend bouwwerk binnen het achtererfgebied wordt gebouwd; b. het bouwen niet leidt tot een onnodig nadelige verandering van: 1°. de bezonningssituatie op de aangrenzende erven; 2°. de licht- en luchttoetreding van de aangrenzende erven; 3°. het woon- en leefklimaat; c. het maximaal toegestane bebouwd oppervlak niet overschreden wordt; en d. de oppervlakte van een bijbehorend bouwwerk maximaal 50 m2 bedraagt. Paragraaf 6.3.2 Dakkapel op een woning Artikel 6.56 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het bouwen van een dakkapel die niet voldoet aan artikel 2.29, sub b van het Besluit bouwwerken leefomgeving. Artikel 6.57 Vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning een dakkapel te bouwen die niet voldoet aan de regels bedoeld in artikel 2.29, sub b van het Besluit bouwwerken leefomgeving. Artikel 6.58 Beoordelingsregels Een omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 6.57, kan worden verleend als niet voldaan wordt aan de maatvoeringseisen zoals bepaald in artikel 2.29, sub b van het Besluit bouwwerken leefomgeving, maar de afwijking naar het oordeel van bevoegd gezag aanvaardbaar is uit stedenbouwkundig oogpunt en passend is in het straatbeeld. Paragraaf 6.3.3 Bouwen van een bijbehorend bouwwerk behorend bij een bedrijf Artikel 6.59 Toepassingsbereik 1. Deze paragraaf is bedoeld voor de activiteit 'bedrijf' als bedoeld in artikel 6.31, sub a en gaat over de activiteit 'Bouwen en in stand houden van een bijbehorend bouwwerk'. 2. De paragraaf is niet bedoeld voor de activiteiten als bedoeld in artikel 6.31, sub b tot en met sub l en de activiteit 'wonen' als bedoeld in artikel 6.40, en gaat daarom niet over de activiteit 'Bouwen en in stand houden van een bijbehorend bouwwerk' als er sprake is van een bijbehorend bouwwerk anders dan bij de activiteit 'bedrijf'. Artikel 6.60 Algemene regels Het bouwen van een op de grond staand bijbehorend bouwwerk mag zonder omgevingsvergunning worden uitgevoerd als wordt voldaan aan onderstaande voorwaarden: a. op de grond staande bijbehorende bouwwerken staan binnen de locatie 'bouwvlak'; b. de bouwhoogte van op de grond staande bijbehorend bouwwerken is niet meer dan 3 meter; c. bijbehorende bouwwerken staan: 1. in de zij- of achtererfgrens, of 2. minimaal 1 meter uit de zij- of achtererfgrens; en d. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorend bouwwerken in het bebouwingsgebied bedraagt: 1. bij een bebouwingsgebied van 100 m2 of minder: niet meer dan 50% van dat bebouwingsgebied; 2. bij een bebouwingsgebied tussen de 100 m2 en 300 m2: niet meer dan 50 m2 plus 20% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 100 m2; of 3. bij een bouwvlak van meer dan 300 m2: 90 m2 plus 10% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 300 m2, tot niet meer dan 150 m2. Artikel 6.61 Vergunningplicht Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de activiteit 'Bouwen en in stand houden van een bijbehorend bouwwerk' te verrichten als dat bijbehorend bouwwerk niet voldoet aan de regels als bedoeld in artikel 6.60. Artikel 6.62 Beoordelingsregels De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.61 kan worden verleend als: a. het bijbehorend bouwwerk binnen de locatie 'bouwvlak' wordt gebouwd; b. het bouwen niet leidt tot een onnodig nadelige verandering van: 1. de bezonningssituatie op de aangrenzende erven; 2. de licht- en luchttoetreding van de aangrenzende erven; 3. het woon- en leefklimaat; c. het maximaal toegestane bebouwd oppervlak niet overschreden wordt; en d. de oppervlakte van een bijbehorend bouwwerk maximaal 50 m2 bedraagt. Paragraaf 6.3.4 Bouwen van een bijbehorend bouwwerk anders dan bij bedrijf en wonen Artikel 6.63 Toepassingsbereik 1. Deze paragraaf gaat over de activiteit 'Bouwen en in stand houden van een bijbehorend bouwwerk' voor: a. de activiteit 'detailhandel'; b. de activiteit 'dienstverlening'; c. de activiteit 'groen'; d. de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 1' [gereserveerd]; e. de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 2'; f. de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 3'; g. de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 4'; h. de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 5'; i. de activiteit 'Kantoor'; j. de activiteit 'maatschappelijk'; k. de activiteit 'Sport' [gereserveerd]; l. de activiteit 'wonen' in combinatie met een activiteit zoals bedoeld onder a tot en met k, alleen waar deze combinatie toegestaan is in hoofdstuk 5 . 2. Deze paragraaf is niet bedoeld voor de activiteit 'bedrijf' als bedoeld in artikel 6.31, sub a en de activiteit 'wonen' als bedoeld in artikel 6.40, en gaat daarom niet over de activiteit 'Bouwen en instand houden van een bijbehorend bouwwerk' als er sprake is van een bijbehorend bouwwerk bij de activiteit 'bedrijf' of de activiteit 'wonen' zonder combinatie met een andere functie als bedoeld in eerste lid, sub a tot en met k. Artikel 6.64 Algemene regels Het bouwen van een op de grond staand bijbehorend bouwwerk mag zonder omgevingsvergunning worden uitgevoerd als wordt voldaan aan onderstaande voorwaarden: a. op de grond staande bijbehorende bouwwerken staan in het achtererfgebied; b. op de grond staande bijbehorende bouwwerken staan minimaal 1 meter achter de voorgevellijn; c. op de grond staande bijbehorende bouwwerken staan minimaal 1 meter achter de zijerfgrens als deze aan de openbare weg ligt; d. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorend bouwwerken in het bebouwingsgebied bedraagt: 1. bij een bebouwingsgebied van 100 m2 of meer: niet meer dan 50% van dat bebouwingsgebied; 2. bij een bebouwingsgebied tussen de 100 m2 en 300 m2: niet meer dan 50 m2 plus 20% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 100 m2; of 3. bij een bouwvlak van meer dan 300 m2: 90 m2 plus 10% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 300 m2, tot niet meer dan 150 m2; e. de goothoogte van op de grond staande bijbehorende bouwwerken is niet meer dan 3 meter; f. de bouwhoogte van op de grond staande bijbehorende bouwwerken is niet meer dan 5 meter; g. de diepte van op de grond staande aangebouwde bijbehorende bouwwerken aan de achterzijde van het hoofdgebouw bedraagt maximaal 4 meter; en h. de afstand tussen op de grond staande bijbehorende bouwwerken in de vorm van aanbouwen en in de vorm van bijgebouwen op het achtererf is niet meer dan 2 meter. Artikel 6.65 Vergunningplicht Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de activiteit 'Bouwen en in stand houden van een bijbehorend bouwwerk' te verrichten als dat bijbehorend bouwwerk niet voldoet aan de regels als bedoeld in artikel 6.64. Artikel 6.66 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.65 kan worden verleend als: a. het bijbehorend bouwwerk binnen het achtererfgebied wordt gebouwd; b. het bouwen niet leidt tot een onnodig nadelige verandering van: 1°. de bezonningssituatie op de aangrenzende erven; en 2°. de licht- en luchttoetreding van de aangrenzende erven; 3°. het woon- en leefklimaat; c. het maximaal toegestane bebouwd oppervlak niet overschreden wordt; en d. de oppervlakte van een bijbehorend bouwwerk maximaal 50 m2 bedraagt. Paragraaf 6.3.5 Bouwen van erkers en serres Artikel 6.67 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over de activiteit 'Bouwen en in stand houden van een erker of serre aan de voorgevel van een hoofdgebouw' voor: a. de activiteit 'detailhandel'; b. de activiteit 'dienstverlening'; c. de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 2'; d. de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 3'; e. de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 4'; f. de activiteit 'Horeca in horeca-categorie 5'; g. de activiteit 'Kantoor'; h. de activiteit 'maatschappelijk'; i. de activiteit 'wonen'. Artikel 6.68 Vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit 'Bouwen en in stand houden van een erker of serre aan de voorgevel van een hoofdgebouw' te verrichten. Artikel 6.69 Beoordelingsregels De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.68 wordt verleend als: a. een erker of serre voor de voorgevellijn maximaal 2 meter buiten de voorgevellijn staat; b. de breedte van de erker of serre maximaal twee-derde van de breedte van het hoofdgebouw is; c. de afstand tussen de voorste perceelsgrens en de erker of serre minimaal 2 meter is; d. een erker of serre alleen op de begane grondlaag gebouwd wordt; en e. naar het oordeel van bevoegd gezag aanvaardbaar is uit stedenbouwkundig oogpunt en passend is in het straatbeeld. Afdeling 6.4 Ander bouwwerk bouwen, in stand houden of gebruiken Paragraaf 6.4.1 Ander bouwwerk bouwen, in stand houden of gebruiken in de openbare ruimte Artikel 6.70 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het in de openbare ruimte uitvoeren van de activiteit 'Bouwen en in stand houden van andere bouwwerken'. Artikel 6.71 Algemene regels Het bouwen van een ander bouwwerk mag zonder omgevingsvergunning worden uitgevoerd als wordt voldaan aan onderstaande voorwaarden: a. de bouwhoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor de activiteit 'verkeer' is maximaal 6 meter; b. de bouwhoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor de activiteit 'water' is maximaal 5 meter; c. de bouwhoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor een luifel is maximaal 4 meter; d. de bouwhoogte van geluidschermen is maximaal 6,5 meter; e. de bouwhoogte van masten en palen is maximaal 10 meter; f. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor nutsvoorzieningen is maximaal 4 meter en de oppervlakte is maximaal 25 m2; g. de hoogte van speeltoestellen is maximaal 4 meter; h. de bouwhoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die niet genoemd zijn in sub a tot en met g en binnen de locatie 'groen' liggen, is maximaal 6 meter; i. de bouwhoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die niet genoemd zijn in sub a tot en met g is maximaal 3 meter. Artikel 6.72 Uitzondering bouwwerken halte waterbus Binnen de locatie 'halte waterbus' zijn lichtmasten, in afwijking van het bepaalde in artikel 6.71, sub a en b, met een hoogte van maximaal 10 meter zonder omgevingsvergunning toegestaan. Paragraaf 6.4.2 Ander bouwwerk bouwen, in stand houden of gebruiken anders dan in de openbare ruimte Artikel 6.73 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het buiten de openbare ruimte uitvoeren van de activiteit 'Bouwen en in stand houden van andere bouwwerken'. Artikel 6.74 Algemene regels ander bouwwerk Het bouwen van een ander bouwwerk mag zonder omgevingsvergunning worden uitgevoerd als wordt voldaan aan onderstaande voorwaarden: a. andere bouwwerken staan binnen of buiten het 'bouwvlak'; b. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen is maximaal 2 meter; c. de bouwhoogte van masten en palen is maximaal: 1. 10 meter voor: i. de activiteit 'bedrijf'; ii. de activiteit 'detailhandel'; iii. de activiteit 'dienstverlening'; iv. de activiteit 'maatschappelijk'. 2. 7 meter voor de activiteit 'wonen'. d. een ander bouwwerk binnen de locatie 'specifieke bouwaanduiding - 1' is maximaal 5 meter hoog; e. andere bouwwerken dan bedoeld in sub a, sub b en sub c voor de activiteit 'Verkooppunt motorbrandstoffen zonder lpg' zijn maximaal 6 meter hoog. f. de bouwhoogte van een luifel is maximaal: 1. 6 meter binnen de locatie 'specifieke bouwaanduiding - luifel'; 2. [gereserveerd voor andere specifieke bouwhoogten over luifels] g. de bouwhoogte van een ander bouwwerk dan bedoeld in sub a tot en met sub f is maximaal 3 meter hoog. Artikel 6.75 Uitzondering erf- en terreinafscheiding bij bedrijf Erf- en terreinafscheidingen binnen en buiten het bouwvlak voor de activiteit 'bedrijf' zijn, in afwijking van het bepaalde in artikel 6.74, sub b met een hoogte van maximaal 3 meter zijn zonder omgevingsvergunning toegestaan. Afdeling 6.5 Bouwwerk slopen Artikel 6.76 Toepassingsbereik Deze afdeling gaat over de activiteit 'Slopen van een bouwwerk' binnen de locatie 'karakteristiek'. Artikel 6.77 Verbod veranderen bouwwerk Het is verboden om binnen de locatie 'karakteristiek' de grondoppervlakte, de goothoogte, de bouwhoogte en de dakhelling van gebouwen te wijzigen. Artikel 6.78 Vergunningplicht slopen Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor de activiteit 'Slopen van een bouwwerk' bebouwing binnen de locatie 'karakteristiek' geheel of gedeeltelijk te slopen. Artikel 6.79 Uitzondering Het verbod als bedoeld in artikel 6.78 geldt niet voor: a. normale sloop- of onderhoudsactiviteiten die gericht zijn op de instandhouding van de bebouwing en daarvoor noodzakelijk zijn; b. werkzaamheden van ondergeschikte betekenis, in het geval dat door burgemeester en wethouders is aangegeven dat voor die werkzaamheden geen omgevingsvergunning voor het slopen is vereist; c. de activiteit 'Slopen van een bouwwerk' als voor die activiteit al een omgevingsvergunning is verleend; d. het beperken van de directe gevolgen van calamiteiten; en e. het terugbouwen van oorspronkelijke cultuurhistorische waarden van het bouwwerk. Artikel 6.80 Beoordelingsregels De vergunning als bedoeld in artikel 6.78 kan alleen worden verleend als: a. de karakteristieke waarde van het bouwwerk zo min mogelijk wordt aangetast; of b. het niet redelijk is om een aanvraag van de vergunning te weigeren omdat het behouden van het karakteristieke bouwwerk tot onevenredig hoge kosten leidt. Artikel 6.81 Vergunningvoorschriften Aan een vergunning als bedoeld in artikel 6.78 kunnen door het college van burgemeester en wethouders voorwaarden verbonden worden. Afdeling 6.6 Bouwwerk slopen in een gemeentelijk beschermd of rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht Hoofdstuk 7 Overige activiteiten met een direct effect op het openbaar toegankelijk gebied Afdeling 7.1 Roerende zaken opslaan Afdeling 7.2 Bouwobject plaatsen Afdeling 7.3 Terras aanbrengen Paragraaf 7.3.1 Terras aanbrengen Afdeling 7.4 Uitstallingen plaatsen Afdeling 7.5 Weg aanleggen of veranderen Afdeling 7.6 Parkeeractiviteit verrichten Paragraaf 7.6.1 Parkeren motorvoertuigen bij wijziging functies Artikel 7.1 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het parkeren of stallen van motorvoertuigen bij functies als bedoeld in hoofdstuk 5 of de activiteit 'bouwen van een bouwwerk' als bedoeld in artikel 6.2, onder a. Artikel 7.2 Beoordelingsregels 1. Als op grond van het bepaalde in hoofdstuk 5 of hoofdstuk 6 een omgevingsvergunning nodig is, wordt die omgevingsvergunning alleen verleend als in voldoende mate ruimte is aangebracht voor het parkeren of stallen van motorvoertuigen. 2. Of in voldoende mate ruimte voor het parkeren of stallen van motorvoertuigen is aangebracht, toetst het bevoegd gezag aan de gemeentelijke parkeernormennota, zoals die geldt op het moment van de ontvankelijke omgevingsvergunningaanvraag; 3. In afwijking van het bepaalde in tweede lid kan worden afgeweken van de gemeentelijke parkeernormennota als deze vanwege bijzondere omstandigheden onevenredig bezwarend zijn. Paragraaf 7.6.2 Fietsparkeren bij wijziging functies Artikel 7.3 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het parkeren of stallen van fietsen bij functies als bedoeld in hoofdstuk 5 of de activiteit 'bouwen van een bouwwerk' als bedoeld in artikel 6.2, onder a. Artikel 7.4 Beoordelingsregels omgevingsvergunning 1. Als op grond van het bepaalde in hoofdstuk 5 of hoofdstuk 6 een omgevingsvergunning nodig is, wordt die omgevingsvergunning alleen verleend als in voldoende mate ruimte is aangebracht voor het parkeren of stallen van fietsen. 2. Of in voldoende mate ruimte voor het parkeren of stallen van fietsen is aangebracht, toetst het bevoegd gezag aan de gemeentelijke parkeernormennota, zoals die geldt op het moment van de ontvankelijke aanvraag voor een omgevingsvergunning. 3. Bij het bepalen van de hoeveelheid ruimte voor parkeren of stallen van fietsen, als bedoeld in het tweede lid, geldt binnen de locatie 'centrum' dat de parkeerkencijfers behorend bij 'centrum en schil' en 'centrum' aangehouden moeten worden. - [gereserveerd] 4. Bij het bepalen van de hoeveelheid ruimte voor parkeren of stallen van fietsen, als bedoeld in het tweede lid, geldt binnen de locatie 'rest bebouwde kom' dat de parkeer kencijfers behorend bij 'rest bebouwde kom', 'schil centrum', 'binnen de bebouwde kom' en 'rand bebouwde kom' aangehouden moeten worden. - [gereserveerd] 5. In afwijking van het bepaalde in eerste lid kan worden afgeweken van de Fietsparkeerkencijfers als deze vanwege bijzondere omstandigheden onevenredig bezwarend zijn. Afdeling 7.7 Reclame maken Afdeling 7.8 Uitweg maken, hebben of veranderen of het gebruik daarvan veranderen Afdeling 7.9 Standplaats innemen, in stand houden, of gebruiken Hoofdstuk 8 Cultureel erfgoed Afdeling 8.1 Archeologisch waardevolle gebieden Paragraaf 8.1.1 Bouwactiviteiten in beperkingengebied Archeologie Artikel 8.1 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over de activiteit 'Bouwen van bouwwerken' binnen de locatie 'beperkingengebied archeologie'. Artikel 8.2 Aanwijzing vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bouwwerk te bouwen binnen de locatie 'beperkingengebied archeologie'. Artikel 8.3 Uitzondering op de vergunningplicht Het verbod, bedoeld in artikel 8.2, geldt binnen de locatie 'beperkingengebied archeologie' niet voor het bouwen van bouwwerken: a. waarvan de oppervlakte niet meer is dan 100 m2; of b. waarbij de bodem niet dieper wordt verstoord dan 30 cm. Artikel 8.4 Beoordelingsregels Een omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 8.2, wordt verleend als: a. uit het rapport van het archeologisch onderzoek blijkt dat de bouwactiviteiten niet leiden tot verstoring van archeologische waarden; of b. uit het rapport van het archeologisch onderzoek blijkt dat de bouwactiviteiten kunnen leiden tot verstoring van archeologische waarden, maar deze verstoring kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning één of meer van de vergunningvoorschriften, bedoeld in artikel 8.6 te verbinden. Artikel 8.5 Specifieke indieningsvereisten Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 8.2, worden de volgende documenten en gegevens verstrekt: a. een rapport waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders in voldoende mate zijn vastgesteld. Artikel 8.6 Vergunningvoorschriften Aan een omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 8.2, kunnen de volgende vergunningvoorschriften worden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, zodat archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; of c. de verplichting de bouwactiviteiten te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg. Paragraaf 8.1.2 Aanlegactiviteiten in beperkingengebied Archeologie Artikel 8.7 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over activiteiten binnen de locatie 'beperkingengebied archeologie'. Artikel 8.8 Aanwijzing vergunningplicht 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit 'diepwortelende beplanting of bomen plaatsen' te verrichten binnen het beperkingengebied archeologie. 2. Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit 'grondwerkzaamheden verrichten' uit te voeren binnen het beperkingengebied archeologie. 3. Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit 'dempen van een watergang of waterpartij' te verrichten binnen het beperkingengebied archeologie. 4. Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit 'graven of verbreden van een watergang of waterpartij' te verrichten binnen het beperkingengebied archeologie. 5. Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit 'ophogen van gronden' te verrichten binnen het beperkingengebied archeologie. 6. Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit 'aanleggen van verhardingen' te verrichten binnen het beperkingengebied archeologie. 7. Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit 'waterpeil wijzigen' te verrichten binnen het beperkingengebied archeologie. Artikel 8.9 Uitzondering op de vergunningplicht De verboden, bedoeld in artikel 8.8, gelden binnen de locatie 'beperkingengebied archeologie' niet voor: a. activiteiten die normaal onderhoud en/of gebruik betreft; of b. activiteiten die uit oogpunt van bescherming van de archeologische waarde niet van ingrijpende betekenis zijn. Artikel 8.10 Beoordelingsregels Een omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 8.8, wordt verleend als: a. uit het rapport van het archeologisch onderzoek blijkt dat de aanlegactiviteiten niet leiden tot verstoring van archeologische waarden; of b. uit het rapport van het archeologisch onderzoek blijkt dat de aanlegactiviteiten kunnen leiden tot verstoring van archeologische waarden, maar deze verstoring kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning één of meer van de vergunningvoorschriften, bedoeld in artikel 8.12 te verbinden; en c. door burgemeester en wethouders schriftelijk advies is ingewonnen bij een archeologisch deskundige. Artikel 8.11 Aanvraagvereisten Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 8.8, worden de volgende documenten en gegevens verstrekt: a. een rapport waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders in voldoende mate zijn vastgesteld. Artikel 8.12 Vergunningvoorschriften Aan een omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 8.8, kunnen de volgende vergunningvoorschriften worden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, zodat archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; of c. de verplichting de bouwactiviteiten te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg. Afdeling 8.2 Gemeentelijke monumenten Afdeling 8.3 Panden of gebieden met cultuurhistorische waarden Afdeling 8.4 Rijksbeschermde stadsgezichten Afdeling 8.5 Bouwwerk slopen in een beschermd dorps- of stadsgezicht Hoofdstuk 9 Evenementen Afdeling 9.1 Algemene regels evenementen Hoofdstuk 10 Bovengrondse en ondergrondse infrastructuur Afdeling 10.1 Algemene regels bovengrondse en ondergrondse infrastructuur Afdeling 10.2 Bovengrondse infrastructuur Afdeling 10.3 Ondergrondse infrastructuur Afdeling 10.4 Beperkingengebieden Hoofdstuk 11 Milieu Afdeling 11.1 Bodem Paragraaf 11.1.1 Algemene bepalingen bodem Artikel 11.1 Oogmerken bodem De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op: a. het waarborgen van de veiligheid; b. het beschermen van de gezondheid; c. het beschermen van het milieu; d. het zuinig gebruik van energie en grondstoffen; en e. een doelmatig beheer van afvalstoffen. Artikel 11.2 Maatwerkvoorschriften bodem Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de paragrafen 11.2.2 tot en met 11.2.10 met uitzondering van de beperking voor maatwerkvoorschriften ten aanzien van grondwatersanering zoals gesteld in artikel 11.45 . Artikel 11.3 Aanwijzing bodembeheergebied met bijbehorende bodemkwaliteitskaarten Er is een locatie 'bodembeheergebied grond en baggerspecie' met daarbinnen 'bodemkwaliteitsklassen' en 'toepassingszones' voor het toepassen van grond of baggerspecie op of in de landbodem en voor het afwijken via een maatwerkvoorschrift van de kwaliteitseisen voor het toepassen van grond of baggerspecie op grond van de artikelen 4.1273, 4.1275 en 4.1279 van het Besluit activiteiten leefomgeving. Artikel 11.4 Aanwijzing bodemfunctieklassen binnen bodembeheergebied Er zijn locaties die zijn ingedeeld in de volgende bodemfunctieklassen: a. landbouw/natuur; b. wonen; en c. industrie. Paragraaf 11.1.2 Toepassen van grond of baggerspecie Artikel 11.5 Toepassingsbereik toepassen van grond of baggerspecie Deze paragraaf gaat over de activiteit 'toepassen van grond of baggerspecie op of in de landbodem'. Artikel 11.6 Oogmerken toepassen grond of baggerspecie De regels in deze paragraaf zijn, in aanvulling op artikel 11.1, gesteld met het oog op het voorkomen van achteruitgang of verslechtering van de bestaande gebiedskwaliteit, waarbij een balans wordt nagestreefd tussen maatschappelijke ontwikkelingen en de bescherming van de bodemkwaliteit voor mens en milieu. Artikel 11.7 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen thermisch gereinigde grond Met het oog op het beschermen van het milieu is het, in aanvulling op paragraaf 4.124 van het Besluit activiteiten leefomgeving, verboden zonder omgevingsvergunning thermisch gereinigde grond toe te passen. Artikel 11.8 Aanvraagvereisten vergunning thermisch gereinigde grond Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 11.7, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de verwachte datum van het begin van de activiteit, als bedoeld in artikel 4.124 van het Besluit activiteiten leefomgeving; b. een planning van de werkzaamheden; c. een milieuverklaring bodemkwaliteit die betrekking heeft op de toe te passen grond of baggerspecie die overeenkomstig BRL SIKB 7500 is bewerkt in een grondreinigingsinstallatie, aangevuld met de zuurgraad, geleidbaarheid, kritische parameters van deze bouwstof en indien relevant de eisen van het productcertificaat; d. de ligging en de omvang van de toepassing, aangeduid in locatietekeningen en doorsneden; e. een identificatie en een beschrijving van kritische aspecten en hoe hier de zorgplicht, als bedoeld in artikel 2.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving, wordt ingevuld, waaronder in ieder geval grondwater en oppervlaktewater in de nabijheid, zetting, PH-buffercapaciteit, kwetsbare objecten en ecologie; f. een beschrijving van de wijze waarop overlast voor de omgeving wordt voorkomen in de vorm van stofvorming en ook de wijze waarop overlast voor de omgeving in de vorm van wateropvang, als dit vrijkomt uit het materiaal, wordt voorkomen; g. een beschrijving van de voorzieningen en maatregelen die worden getroffen om te voorkomen dat grond of baggerspecie die overeenkomstig BRL SIKB 7500 is bewerkt in een grondreinigingsinstallatie de kwaliteit of zuurgraad van het grondwater of nabijgelegen oppervlaktewater significant beïnvloeden of anderszins in strijd met de specifieke zorgplicht, als bedoeld in artikel 2.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden toegepast; h. de toepassingshoogte ten opzichte van de grondwaterstand (GHG); i. de schriftelijke instemming van de eigenaar van de locatie; j. het akkoord van de opdrachtgever; k. de gegevens van de verantwoordelijke voor de toepassing en nazorg in zowel de aanlegfase als in de gebruiksfase; l. de verwachte zetting voor de komende 100 jaar. Artikel 11.9 Beoordelingsregels thermisch gereinigde grond De omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 11.7, wordt alleen verleend als: a. de toepassing voldoet aan de eisen uit paragraaf 4.124 van het Besluit activiteiten leefomgeving; b. de specifieke zorgplicht, als bedoeld in artikel 2.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving, tijdens en na het toepassen wordt gewaarborgd; c. de toepassing verenigbaar is met het belang van: 1°. het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste; 2°. het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; en 3°. het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen; d. bij het bepaalde onder c rekening wordt gehouden met het waterbeheerprogramma, het regionale waterprogramma, het stroomgebiedsbeheerplan en het nationale waterprogramma die betrekking heeft op het betreffende krw-oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam; e. de toepassing past bij de functie van de locatie; f. de toepassing herkenbaar en beheersbaar is door voldoende schaalgrootte; g. de thermisch gereinigde grond: 1°. zodanig wordt toegepast dat deze vanaf het begin van de activiteit tot aan het buiten gebruik stellen van het werk boven de grondwaterstand (GHG) ligt en niet in contact komt met het grond- en oppervlaktewater; en 2°. wordt toegepast onder gesloten verharding of op vergelijkbare manier worden afgedekt zodat contact met hemelwater wordt voorkomen; h. de bovenafdichting waaronder de thermisch gereinigde grond wordt toegepast binnen 1 jaar na toepassing wordt aangebracht; en i. de thermisch gereinigde grond wordt toegepast over een oppervlakte van minimaal 1.000 m2. Artikel 11.10 Bodemvreemd materiaal in toe te passen grond of baggerspecie 1. Met het oog op het beschermen van het milieu wordt, in afwijking van artikel 4.1271, eerste lid, aanhef en onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving, binnen de bodemfunctieklassen landbouw/natuur en wonen alleen grond of baggerspecie toegepast, als daarin niet meer dan 5 gewichtsprocent steenachtig materiaal of hout voorkomt. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op een grootschalige toepassing als bedoeld in artikel 4.1274 van het Besluit activiteiten leefomgeving, met uitzondering van de afdeklaag als bedoeld in het vierde lid van dat artikel. Artikel 11.11 Afwijkende kwaliteitseisen voor toepassen grond of baggerspecie 1. Met het oog op het beschermen van het milieu wordt, in aanvulling op artikel 4.1272, eerste lid, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving, alleen grond of baggerspecie toegepast als deze voldoet aan de kwaliteitseisen en bijbehorende zones als bepaald in tabel 11.11.1. Tabel 11.11.1 afwijkende kwaliteitseisen voor toepassen grond of baggerspecie Zones Kwaliteitseisen (voor standaardbodem) Alle zones pH waarde is minimaal 5 en maximaal 9 Alle zones Maximaal 200 mg/kg droge stof chloride Alle zones Maximaal 920 mg/kg droge stof barium Wonen Maximaal 90 mg/kg droge stof lood Volks-/Moestuin Maximaal 50 mg/kg droge stof lood Asbestgevoelige locatie Maximaal 10 mg/kg droge stof asbest (gewogen gehalte) 2. Met het oog op het gebruik van grondstoffen en het doelmatig beheer van afvalstoffen is het toepassen van grond of baggerspecie van een kwaliteit die voor de stof nikkel niet voldoet aan de kwaliteitseisen, als bedoeld in artikel 4.1272, eerste lid, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving, in afwijking van dat artikel toegestaan als de toe te passen grond of baggerspecie: a. voor de andere stoffen voldoet aan die kwaliteitseisen; b. afkomstig is uit en toegepast wordt binnen de locatie 'bodembeheergebied grond en baggerspecie'; en c. voor de stof nikkel voldoet aan de kwaliteitseisen in tabel 11.11.2 die gelden voor de zone waar de grond of baggerspecie wordt toegepast Tabel 11.11.2 afwijkende kwaliteitseisen voor toepassen grond of baggerspecie Zones Kwaliteitseisen (voor standaardbodem) Wonen Maximaal 56 mg/kg droge stof nikkel Artikel 11.12 Afwijkende kwaliteitseisen voor toepassen van baggerspecie 1. Met het oog op het beschermen van het milieu wordt in aanvulling op artikel 4.1278, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, alleen baggerspecie toegepast als deze voldoet aan de kwaliteitseisen als bepaald in tabel 11.12.1. Tabel 11.12.1 afwijkende kwaliteitseisen voor verspreiden op de landbodem geschikte baggerspecie Zones Kwaliteitseisen (voor standaardbodem) Alle zones Maximaal 200 mg/kg droge stof chloride 2. Het eerste lid is niet van toepassing als de baggerspecie wordt verspreid op een naastgelegen perceel of op percelen die reeds belast zijn met chloride in gehalten boven de kwaliteitseis. Dit dient middels een (water)bodemonderzoek of beheerplan te zijn aangetoond. Artikel 11.13 GERESERVEERD Artikel 11.14 Afwijkende kwaliteitseisen toepassen grond of baggerspecie voor wegbermen buiten bebouwde kom 1. Met het oog op het beschermen van het milieu wordt, in aanvulling op artikel 4.1272, eerste lid, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving, bij wegbermen buiten de bebouwde kom alleen grond of baggerspecie toegepast met de kwaliteitsklassen wonen of landbouw/natuur. 2. Onder een wegberm buiten de bebouwde kom wordt verstaan: een strook grond langs een weg als bedoeld in de Wegenverkeerswet of langs een spoorweg, die buiten de bebouwde kom van de gemeente ligt. Een afstand van 10 meter geldt daarbij als maximale bermbreedte, gemeten vanaf de verhardingskant. Artikel 11.15 Afwijkende kwaliteitseisen toepassen grond of baggerspecie voor bedrijventerreinen Met het oog op het zuinig gebruik van grondstoffen en het doelmatig beheer van afvalstoffen is het toepassen van grond of baggerspecie van een kwaliteit die niet voldoet aan de kwaliteitseisen, als bedoeld in artikel 4.1272, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, in afwijking van dat artikel toegestaan als de toe te passen grond of baggerspecie: a. afkomstig is uit het 'bodembeheergebied grond en baggerspecie' en toegepast wordt op een bedrijventerrein met een oppervlakte groter dan 2 hectare; en b. voldoet aan de kwaliteitseisen van de kwaliteitsklassen industrie, wonen of landbouw/natuur, bedoeld in artikel 25d, tweede en derde lid van het Besluit bodemkwaliteit. Artikel 11.16 Afwijkende kwaliteitseisen toepassen grond of baggerspecie PFAS Met het oog op het zuinig gebruik van grondstoffen en het doelmatig beheer van afvalstoffen is het toepassen van grond of baggerspecie van een kwaliteit die voor de stoffen PFOA (perfluoroctaanzuur), PFOS (perfluoroctaansulfonaten) en overige PFAS (per- en polyfluoralkylstoffen) niet voldoet aan de kwaliteitseisen, bedoeld in artikel 4.1272, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, in afwijking van dat artikel toegestaan als de toe te passen grond of baggerspecie: a. voor de andere stoffen voldoet aan die kwaliteitseisen; b. afkomstig is uit en toegepast wordt binnen het gebied 'zone B PFAS zonekaart'; en c. voor de stoffen PFOA en PFOS voldoet aan de kwaliteitseisen in tabel 11.16.1 die gelden voor de zone waar de grond of baggerspecie wordt toegepast. Tabel 11.16.1 afwijkende kwaliteitseisen zone B Zones Stof Kwaliteitseisen (voor standaardbodem, uitgedrukt in mg/kg droge stof) Landbouw/natuur PFOA 0,0023 Landbouw/natuur PFOS 0,0024 Moestuinen en Volkstuinen PFOA 0,0023 Moestuinen en Volkstuinen PFOS 0,0024 Artikel 11.17 Maatwerkregel milieukwaliteitseisen toepassen grond of baggerspecie 1. Voor zover de milieuverklaring bodemkwaliteit, als bedoeld in artikel 4.1272, derde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, bestaat uit een verklaring op grond van een bodemkwaliteitskaart, wordt ook met een verkennend bodemonderzoek aangetoond dat aan het eerste en tweede lid van artikel 4.1272 van dat besluit wordt voldaan. 2. In aanvulling op het eerste lid wordt het verkennend bodemonderzoek: a. verricht overeenkomstig de onderzoeksstrategieën voor (grootschalige) onverdachte locaties, als bedoeld in NEN 5740; b. gebaseerd op een vooronderzoek dat overeenkomstig NEN 5725 is verricht waarbij het standaard stoffenpakket is aangevuld met andere verontreinigende stoffen die op grond van historie van de te onderzoeken locatie kunnen worden verwacht; en c. niet gedaan naar de kwaliteit van het grondwater. Artikel 11.18 Maatwerkregel informatieplicht toepassen grond of baggerspecie 1. Artikel 4.1267, tweede lid, onder c, van het Besluit activiteiten leefomgeving is niet van toepassing. 2. In aanvulling op artikel 4.1267, eerste lid, onder d, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden ook de volgende rapporten verstrekt: a. een verkennend bodemonderzoek als bedoeld in artikel 11.17 als de milieuverklaring bodemkwaliteit bestaat uit een verklaring op grond van een bodemkwaliteitskaart; b. een rapport van een bodemonderzoek als bedoeld in de Regeling bodemkwaliteit, als de milieuverklaring bodemkwaliteit bestaat uit een verklaring op grond van een bodemonderzoek; en c. een rapport van een partijkeuring als de milieuverklaring bodemkwaliteit bestaat uit een verklaring op grond van een partijkeuring. 3. In aanvulling op artikel 4.1267 in het Besluit activiteiten leefomgeving worden extra gegevens en bescheiden aan het bevoegd gezag verstrekt in verband met de risico's bij de toepassing van grond of baggerspecie. Paragraaf 11.1.3 Toepassen van bouwstoffen Artikel 11.19 Toepassingsbereik toepassen van bouwstoffen Deze paragraaf is van toepassing op de activiteit 'toepassen van bouwstoffen op of in de landbodem'. Artikel 11.20 Oogmerk toepassen van bouwstoffen De regels in deze paragraaf zijn, in aanvulling op artikel 11.1, gesteld met het oog op het voorkomen van schade aan het milieu door het gebruik van bouwstoffen waarbij een balans wordt nagestreefd tussen maatschappelijke ontwikkelingen en de bescherming van de bodemkwaliteit voor mens en milieu. Artikel 11.21 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie en metaalslakken Met het oog op het beschermen van het milieu is het, in aanvulling op paragraaf 4.123 van het Besluit activiteiten leefomgeving, verboden zonder omgevingsvergunning AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie, metaalslakken of bouwstoffen die voor meer dan 20 gewichtsprocenten uit AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie of metaalslakken bestaan, toe te passen. Artikel 11.22 Aanvraagvereisten vergunning AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie en metaalslakken Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 11.21, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de verwachte datum van het begin van de activiteit, als bedoeld in artikel 4.1258 van het Besluit activiteiten leefomgeving; b. een planning van de werkzaamheden; c. de RD-coördinaten van de ontvangende landbodem; d. de ligging, de omvang en de dimensionering van de functionele toepassing, aangeduid in locatietekeningen en doorsneden; e. een onderbouwing van de toepassingshoogte na zetting van het werk ten opzichte van de grondwaterstand (GHG); f. de hoeveelheid AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie, metaalslakken of bouwstoffen die voor meer dan 20 gewichtsprocenten uit AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie of metaalslakken bestaan, in kubieke meters die in totaal in het werk zal worden toegepast; g. de aanduiding van de functionele toepassing, als bedoeld in artikel 4.1260 Bal, in het kader waarvan de AVI-bodemassen, grondstabilisatie, immobilisatie, metaalslakken of bouwstoffen die voor meer dan 20 gewichtsprocenten uit AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie of metaalslakken bestaan, worden toegepast; h. een milieuverklaring bodemkwaliteit die betrekking heeft op de toe te passen de AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie, metaalslakken of bouwstoffen die voor meer dan 20 gewichtsprocenten uit AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie of metaalslakken bestaan, die de kwaliteit duidt, aangevuld met de zuurgraad, geleidbaarheid en kritische parameters van deze bouwstof; i. de schriftelijke instemming van de eigenaar van de locatie; j. het akkoord van de opdrachtgever; k. de gegevens van de verantwoordelijke voor de toepassing en nazorg in zowel de aanlegfase als in de gebruiksfase; l. een beschrijving van de wijze waarop overlast voor de omgeving in de vorm van stofvorming wordt voorkomen en, indien de bouwstof met een toepassingseis gericht op het voorkomen van permanent in contact komen van de bouwstof met hemel-, grond- en oppervlaktewater wordt geleverd, ook de wijze waarop overlast voor de omgeving in de vorm van wateropvang als dit vrijkomt uit het materiaal wordt voorkomen; m. bij het toepassen van immobilisaten: een beschrijving van de voorzieningen en maatregelen die worden getroffen om te voorkomen dat de toevoeging van de bindmiddelen aan de bodem de zuurgraad van het grondwater of nabijgelegen oppervlaktewater significant beïnvloeden; n. bij het toepassen van immobilisaten: de hoeveelheid bindmiddelen en de exacte beschrijving en receptuur van het type immobilisaat die in totaal voor de immobilisatie of stabilisatie van de bodem zal worden toegepast; o. een beschrijving van de voorzieningen en de maatregelen die worden getroffen om te voorkomen dat de AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie, metaalslakken of bouwstoffen die voor meer dan 20 gewichtsprocenten uit AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie of metaalslakken bestaan, de kwaliteit of zuurgraad van het grondwater of nabijgelegen oppervlaktewater significant beïnvloeden. Artikel 11.23 Beoordelingsregels vergunning AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie en metaalslakken De omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 11.22, wordt alleen verleend als: a. de toepassing voldoet aan de eisen uit paragraaf 4.123 van het Besluit activiteiten leefomgeving; b. de specifieke zorgplicht, als bedoeld in artikel 2.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving, tijdens en na het toepassen wordt gewaarborgd; c. de toepassing verenigbaar is met het belang van: 1°. het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste; 2°. het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; en 3°. het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen; d. bij het bepaalde onder c rekening wordt gehouden met het waterbeheerprogramma, het regionale waterprogramma, het stroomgebiedsbeheerplan en het nationale waterprogramma die betrekking heeft op het betreffende krw-oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam; e. de locatie van de toepassing zich niet in een waterwingebied bevindt, tenzij het de uitvoering van taken betreft door drinkwaterbedrijven als bedoeld in artikel 7 van de Drinkwaterwet; f. de toepassing past bij de functie van de locatie; g. de toepassing herkenbaar en beheersbaar is door voldoende schaalgrootte; h. de AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie, metaalslakken of bouwstoffen die voor meer dan 20 gewichtsprocenten uit AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie of metaalslakken bestaan: 1°. zodanig worden toegepast dat deze vanaf het begin van de activiteit tot aan het buiten gebruik stellen van het werk boven de grondwaterstand (GHG) liggen en niet in contact komen met het grond- en oppervlaktewater; en 2°. worden toegepast onder gesloten verharding of op vergelijkbare manier worden afgedekt zodat contact met hemelwater wordt voorkomen; i. indien de bouwstoffen met aanvullende toepassingseisen (zogenaamde 'wenken' voor de toepasser) worden geleverd, wordt voldaan aan de aanvullende toepassingseisen; j. beschreven is welke voorzieningen of maatregelen worden genomen om te voorkomen dat de AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie, metaalslakken of bouwstoffen die voor meer dan 20 gewichtsprocenten uit AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie of metaalslakken bestaan, in de aanlegfase en in de gebruiksfase de kwaliteit of zuurgraad van het grondwater of nabijgelegen oppervlaktewater significant beïnvloeden; en k. de toepassing in de aanlegfase en in de gebruiksfase geen nadelige gevolgen heeft voor veiligheid, gezondheid en milieu, waaronder de bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen. Paragraaf 11.1.4 Opslaan van grond en baggerspecie Artikel 11.24 Toepassingsbereik opslaan van grond en baggerspecie Deze paragraaf is van toepassing op de activiteit 'opslaan, zeven, mechanisch ontwateren of samenvoegen van zonder bewerking herbruikbare grond of baggerspecie'. Artikel 11.25 Oogmerken opslaan van grond en baggerspecie De regels in deze paragraaf zijn, in aanvulling op artikel 11.1, gesteld met het oog op het voorkomen van achteruitgang of verslechtering van de bestaande gebiedskwaliteit, waarbij een balans wordt nagestreefd tussen maatschappelijke ontwikkelingen en de bescherming van de bodemkwaliteit voor mens en milieu. Artikel 11.26 Afscherming bij opslaan grond 1. Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem met bodembedreigende stoffen wordt, in aanvulling op paragraaf 4.122 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bij het opslaan van grond van de kwaliteitsklasse landbouw/natuur, wonen en industrie: a. het depot grond afgeschermd van de omgeving, en b. indien sprake is van asbesthoudende grond: de bovenzijde van het depot met een zeil afgedekt. Er is sprake van asbesthoudende grond als meer dan 10 mg/kg droge stof asbest aanwezig is in de grond of als asbesthoudend materiaal zichtbaar aanwezig is in de partij grond. 2. Het eerste lid is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving. Artikel 11.27 Maatwerkregel informatieplicht: beëindigen activiteit In aanvulling op artikel 5.5 van het Besluit activiteiten leefomgeving worden aan het bevoegd gezag de resultaten van het bodemonderzoek verstrekt in het bestandsformaat XML. Paragraaf 11.1.5 Graven in de bodem Subparagraaf 11.1.5.1 Algemene bepalingen graven in de bodem Artikel 11.28 Oogmerken graven in de bodem De regels in subparagraaf 11.1.5.2 en subparagraaf 11.1.5.3 zijn, in aanvulling op artikel 11.1 gesteld met het oog op het zuinig gebruik van energie en grondstoffen en doelmatig beheer van afvalstoffen waarbij een balans wordt nagestreefd tussen maatschappelijke ontwikkelingen en de bescherming van de bodemkwaliteit voor mens en milieu. Subparagraaf 11.1.5.2 Graven in de bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit Artikel 11.29 Toepassingsbereik graven in de bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit Deze subparagraaf is van toepassing op de activiteit 'graven in bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit', bedoeld in bijlage IIA van het Besluit activiteiten leefomgeving, als het bodemvolume waarin wordt gegraven meer is dan 25 m3. Artikel 11.30 Graven in de bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit Paragraaf 4.119 van het Besluit activiteiten leefomgeving is ook van toepassing op het graven in bodem met een gehalte PFOA (perfluoroctaanzuur) onder of gelijk aan 0,060 mg/kg droge stof. Artikel 11.31 Maatwerkregel informatieplicht: voor het begin van de activiteit In aanvulling op artikel 4.1220 van het Besluit activiteiten leefomgeving worden tenminste een week voor het begin van de activiteit aan het bevoegd gezag extra gegevens en bescheiden verstrekt in verband met de risico's bij het graven in de bodem. Subparagraaf 11.1.5.3 Graven in de bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit Artikel 11.32 Toepassingsbereik graven in de bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit Deze subparagraaf is van toepassing op de activiteit 'graven in bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit', bedoeld in bijlage IIA van het Besluit activiteiten leefomgeving, als het bodemvolume waarin wordt gegraven meer is dan 25 m3. Artikel 11.33 Graven in de bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit Paragraaf 4.120 van het Besluit activiteiten leefomgeving is van overeenkomstige toepassing op het graven in de bodem met een gehalte PFOA (perfluoroctaanzuur) van meer dan 0,060 mg/kg droge stof. Artikel 11.34 Maatwerkregel meldingsplicht: voor het begin van de activiteit In aanvulling op artikel 4.1225, tweede lid, onder a, Besluit activiteiten leefomgeving, worden de resultaten van een bodemonderzoek ook verstrekt in het bestandsformaat XML. Artikel 11.35 Maatwerkregel informatieplicht: voor het begin van de activiteit 1. In aanvulling op artikel 4.1226 van het Besluit activiteiten leefomgeving worden tenminste vier weken voor het begin van de activiteit aan het bevoegd gezag extra gegevens en bescheiden verstrekt in verband met de risico's bij de het graven in de bodem. 2. In afwijking van het eerste lid, geldt bij het tijdelijk uitnemen van grond een termijn van een week, als bedoeld in artikel 4.1226, derde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving. Paragraaf 11.1.6 Saneren van de bodem Subparagraaf 11.1.6.1 Algemene bepalingen saneren van de bodem Artikel 11.36 Oogmerken saneren van de bodem De regels in subparagraaf 11.1.6.2 en subparagraaf 11.1.6.3 zijn, in aanvulling op artikel 11.1, gesteld met het oog op: a. het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van de bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van het watersysteem; b. het beschermen van het milieu waarbij een balans wordt nagestreefd tussen maatschappelijke ontwikkelingen en de bescherming van de bodemkwaliteit voor mens en milieu. Subparagraaf 11.1.6.2 Regels voor saneren van de bodem Artikel 11.37 Toepassingsbereik saneren Deze subparagraaf is van toepassing op de activiteit 'saneren van de bodem'. Artikel 11.38 Maatwerkregel saneringsaanpak: aanbrengen duurzaam aaneengesloten verhardingslaag 1. Met het oog op het beschermen van het milieu kan, in afwijking van artikel 4.1241, derde en vierde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, een afdeklaag worden toegepast bestaande uit: a. een halfopen verharding als hieronder tenminste 10 cm grond van de kwaliteit landbouw/natuur aanwezig is en de grond in de halfopen verharding ook van de kwaliteitsklasse landbouw/natuur is; b. een boomrooster; of c. een gelijkwaardige maatregel die hetzelfde doel bereikt. 2. Voor een gelijkwaardige maatregel, bedoeld in het eerste lid onder c, is toestemming als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet niet vereist. Artikel 11.39 Maatwerkregel saneringsaanpak: aanbrengen laag grond of baggerspecie Met het oog op het zuinig gebruik van energie en grondstoffen en het beschermen van het milieu heeft, in afwijking van artikel 4.1241, derde lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, een laag grond of baggerspecie die wordt aangebracht als afdeklaag de minimale dikte opgenomen in tabel 11.39.1 voor het betreffende bodemgebruik. Tabel 11.39.1 minimale dikte van de afdeklaag Minimale dikte leeflaag (in
  3. cm)Bodemgebruik 50 Industrie- en bedrijventerreinen, groenzones industrie- en bedrijventerrein, zonneparken en wegbermen Artikel 11.40 Maatwerkregel saneringsaanpak: terugsaneerwaarden lood en PFOA bij verwijdering van verontreiniging Met het oog op het beschermen van de gezondheid en de kwaliteit van de bodem wordt, in afwijking van artikel 4.1242 van het Besluit activiteiten leefomgeving, verontreiniging van de bodem verwijderd door de grond te ontgraven totdat de stof die boven de waarde, bedoeld in artikel 11.58 was aangetroffen, niet meer voorkomt in een concentratie hoger dan de waarde opgenomen in tabel 11.40.1 voor de betreffende zone. Tabel 11.40.1 terugsaneerwaarden bij verwijderen van verontreiniging Zone en bodemfunctieklasse/ gebruiksfunctie Waarden stof (in mg/kg droge stof voor standaard bodem) Lood Moes- en volkstuinen 50 Wonen 90 PFOA zone B Landbouw/natuur 0,0023 Moes- en volkstuinen 0,0023 Wonen 0,007 Industrie 0,007 PFOA zone A Landbouw/natuur 0,0019 Moes- en volkstuinen 0,0019 Wonen 0,007 Industrie 0,007 Artikel 11.41 Maatwerkregel saneringsaanpak: uitdampen naar bodemgevoelig gebouw bij verwijderen van verontreiniging Met het oog op het beschermen van de gezondheid en het beschermen van de kwaliteit van de bodem wordt, in afwijking van artikel 4.1240 van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor het saneren van de bodem op een bodemgevoelige locatie met vluchtige stoffen in de bodem boven de interventiewaarde bodemkwaliteit, bedoeld in bijlage IIA bij het Besluit activiteiten leefomgeving, de sanering uitsluitend uitgevoerd volgens de saneringsaanpak verwijderen van verontreiniging, bedoeld in artikel 4.1242 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Artikel 11.42 Maatwerkregel meldingsplicht saneren In aanvulling op artikel 4.1236, tweede lid, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de resultaten van een bodemonderzoek ook verstrekt in het bestandsformaat XML. Artikel 11.43 Maatwerkregel informatieplicht aan het begin van de activiteit saneren In aanvulling op artikel 4.1237 in het Besluit activiteiten leefomgeving worden ten minste vier weken voor het begin van de activiteit extra gegevens en bescheiden aan het bevoegd gezag verstrekt in verband met de risico's bij het saneren van de bodem. Subparagraaf 11.1.6.3 Regels voor grondwatersaneringen Artikel 11.44 Toepassingsbereik grondwatersaneringen Deze subparagraaf is van toepassing op het saneren van de grondwaterbodem ter uitvoering van een bronaanpak als bedoeld in artikel 7.32, eerste lid, onder a, van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening. Artikel 11.45 Maatwerkvoorschrift grondwaterverontreiniging Een maatwerkvoorschrift voor een andere saneringsaanpak dan bedoeld in artikel 4.1240 van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt alleen gesteld als deze saneringsaanpak leidt tot het beperken of voorkomen van een inbreng van een mobiele verontreiniging vanuit de vaste bodem naar het grondwater. Artikel 11.46 Maatwerkregel saneringsaanpak grondwaterverontreiniging 1. Met het oog op het beschermen van de gezondheid en het beschermen van de

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.