In het kort
Deze omgevingsverordening van Noord-Brabant stelt regels vast voor een goede, veilige en gezonde leefomgeving, het behoud of de verbetering van de omgevingskwaliteit, een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving en het realiseren van maatschappelijke opgaven. Het bevat algemene bepalingen, omgevingswaarden en rechtstreeks werkende regels voor activiteiten.
Wat het reguleert
- De algemene bepalingen voor de toepassing van de verordening.
- Omgevingswaarden voor waterveiligheid (regionale waterkeringen) en wateroverlast (stedelijk en buitenstedelijk gebied).
- Omgevingswaarden voor geluid van provinciale wegen.
- Rechtstreeks werkende regels voor beperkingengebiedactiviteiten, milieubelastende activiteiten en maatwerkregels voor specifieke activiteiten zoals bodemenergiesystemen en wateronttrekkingen.
Wie het betreft
- Degene die een activiteit verricht binnen het ambtsgebied van de provincie Noord-Brabant.
- Degene die een zakelijk of persoonlijk recht heeft op een locatie waar een activiteit wordt verricht.
Kernpunten
- De verordening geldt binnen het ambtsgebied van de provincie Noord-Brabant, tenzij anders is vastgelegd.
- Voor regionale waterkeringen geldt een resultaatsverplichting voor waterveiligheid, met een gemiddelde overschrijdingskans per jaar van de hoogste hoogwaterstand.
- Voor wateroverlast in stedelijk gebied geldt een overstromingskans van 1/100 per jaar voor bebouwing, hoofdinfrastructuur en spoorwegen, en 1/10 per jaar voor overige gebieden (inspanningsverplichting).
- Voor wateroverlast buiten stedelijk gebied gelden verschillende overstromingskansen afhankelijk van het landgebruik (bijv. 1/100 voor hoofdinfrastructuur en spoorwegen, 1/10 voor grasland en overige gebieden).
- Activiteiten waarvoor een melding vereist is, moeten ten minste vier weken voor de start van de activiteit worden gemeld aan Gedeputeerde Staten.
- Onconventionele winning van koolwaterstoffen in diepe grondwaterlichamen is verboden.
- Voor gesloten bodemenergiesystemen zijn boringen alleen toegestaan tot de ter plaatse van "Maximum boordiepte" bepaalde waarde onder maaiveld en zijn alleen water, kaliumcarbonaat of monopropyleenglycol zonder additieven toegestaan als circulatievloeistof.
- Voor open bodemenergiesystemen zijn boringen alleen toegestaan tot een diepte van 80 m of tot de ter plaatse van "Maximum boordiepte" bepaalde waarde onder maaiveld.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.