← Nederland

Omgevingsplan gemeente Hilvarenbeek (Hilvarenbeek)

In het kort

Dit omgevingsplan van de gemeente Hilvarenbeek regelt de fysieke leefomgeving en stelt doelen voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, met aandacht voor onder andere milieu, gezondheid en cultureel erfgoed. Het bevat algemene bepalingen en specifieke regels voor verschillende gebiedstypen en activiteiten.

Wat het reguleert

Wie het aangaat

Kernpunten

Wettekst

act/gemeente/2024/CVDR696412 /join/id/stop/work_006 /akn/nl/act/gm0798/2020/omgevingsplan /join/id/stop/work_019 2025-11-04 2025-11-04 /akn/nl/act/gemeente/2024/CVDR696412/nld@2025-12-02 /join/id/proc

Afdeling 5

.1; b.

agrarisch grondgebruik, als

Afdeling 5

.2; c.

bedrijf, als

Afdeling 5

.3; d.

groen, als

Afdeling 5

.4; e.

horeca, als

Afdeling 5

.5; f.

maatschappelijk, als

Afdeling 5

.6; g.

openbaar gebied, als

Afdeling 5

.7; h.

sport, als

Afdeling 5

.8; i.

veehouderij, als

Afdeling 5

.9; j.

water, als

Afdeling 5

.10; k.

wonen, als

Afdeling 5

.11.

Afdeling 4.1.9 Landgoederenzone Afdeling 4.1.10 Natuur Afdeling 4.1.11 Primair agrarisch gebied Afdeling 4.1.12 Recreatiegebied Afdeling 4.1.13 Sportpark De Roodloop Afdeling 4.1.14 Woongebied Titel 4.2 Beperkingengebieden Afdeling 4.2.1 Beperkingengebied buisleiding - gas Artikel 4.4 Aanwijzing Er is een 'beperkingengebied buisleiding - gas'. Artikel 4.5 Doelen In een 'beperkingengebied buisleiding - gas' gelden de volgende doelen: a. het behoud en het creëren van ruimte binnen het belemmeringengebied van de buisleiding voor bestaande en toekomstige activiteiten van de landelijk netbeheerder; b. bescherming van het gastransportnet tegen activiteiten binnen het belemmeringengebied van het gastransportnet; en c. het waarborgen van de omgevingskwaliteit, met name het woon- en leefklimaat en de (omgevings)veiligheid, in de nabijheid van het gastransportnet. Artikel 4.6 Specifieke regels voor activiteiten Bij activiteiten in een 'beperkingengebied buisleiding - gas' wordt voldaan aan: a. Subparagraaf 6.3.2.2 Diepwortelende gewassen en beplanting aanbrengen; b. Subparagraaf 6.3.3.1 Oppervlakteverhardingen aanleggen; c. Subparagraaf 6.3.4.1 Ontginnen, ontgronden, vergraven, afgraven, egaliseren of ophogen van gronden; d. Subparagraaf 6.3.4.2 Diepploegen, diepwoelen en/of het uitvoeren van andere ingrepen in de bodem; e. Subparagraaf 6.3.4.3 Sloten, watergangen en overige waterpartijen aanleggen, verdiepen, verbreden of dempen; f. Subparagraaf 6.3.4.4 Heiwerkzaamheden uitvoeren of het op andere wijze aanbrengen van voorwerpen in de grond , en g. Paragraaf 6.4.1 Algemene bepalingen bouwactiviteiten. Afdeling 4.2.2 Beperkingengebied buisleiding - riool Artikel 4.7 Aanwijzing Er is een 'beperkingengebied buisleiding - riool'. Artikel 4.8 Doelen In een 'beperkingengebied buisleiding - riool' gelden de volgende doelen: a. het beheer en onderhoud van de leidingen; en b. de bescherming van het woon- en leefklimaat in verband met de leidingen. Artikel 4.9 Specifieke regels voor activiteiten Bij activiteiten in een 'beperkingengebied buisleiding - riool' wordt voldaan aan: a. Subparagraaf 6.3.2.2 Diepwortelende gewassen en beplanting aanbrengen; b. Subparagraaf 6.3.3.1 Oppervlakteverhardingen aanleggen; c. Subparagraaf 6.3.4.1 Ontginnen, ontgronden, vergraven, afgraven, egaliseren of ophogen van gronden; d. Subparagraaf 6.3.4.2 Diepploegen, diepwoelen en/of het uitvoeren van andere ingrepen in de bodem; e. Subparagraaf 6.3.4.3 Sloten, watergangen en overige waterpartijen aanleggen, verdiepen, verbreden of dempen , en f. Paragraaf 6.4.1 Algemene bepalingen bouwactiviteiten. Titel 4.3 Thematische gebiedsaanwijzingen Afdeling 4.3.1 Bodem Afdeling 4.3.2 Bouwwerken Afdeling 4.3.3 Cultureel erfgoed Paragraaf 4.3.3.1 Historische kern Artikel 4.10 Aanwijzing Er is een gebied 'historische kern'. Artikel 4.11 Doelen In de 'historische kern' gelden de volgende doelen: a. de bescherming van archeologische monumenten en de directe omgeving; b. de bescherming van de historische en culturele waarden binnen historische kernen; c. de instandhouding en bescherming van de in en boven de grond aanwezige of te verwachten culturele, stedenbouwkundige en archeologische waarden en vondsten Artikel 4.12 Specifieke regels voor activiteiten Bij activiteiten in 'historische kern' wordt voldaan aan: a. Subparagraaf 6.3.4.1 Ontginnen, ontgronden, vergraven, afgraven, egaliseren of ophogen van gronden; b. Subparagraaf 6.3.4.2 Diepploegen, diepwoelen en/of het uitvoeren van andere ingrepen in de bodem; c. Subparagraaf 6.3.4.3 Sloten, watergangen en overige waterpartijen aanleggen, verdiepen, verbreden of dempen; d. Subparagraaf 6.3.4.4 Heiwerkzaamheden uitvoeren of het op andere wijze aanbrengen van voorwerpen in de grond; e. Subparagraaf 6.3.4.5 Ondergrondse kabels en leidingen aanbrengen; f. Paragraaf 6.4.1 Algemene bepalingen bouwactiviteiten. Paragraaf 4.3.3.2 Archeologische vindplaats Artikel 4.13 Aanwijzing Er is een gebied 'archeologische vindplaats'. Artikel 4.14 Doelen In 'archeologische vindplaats' gelden de volgende doelen: a. de instandhouding en bescherming van de in en boven de grond aangetroffen archeologische waarden; b. de instandhouding en bescherming van de in en boven de grond te verwachten archeologische waarden. Artikel 4.15 Specifieke regels voor activiteiten Bij activiteiten in 'archeologische vindplaats' wordt voldaan aan: a. Subparagraaf 6.3.4.1 Ontginnen, ontgronden, vergraven, afgraven, egaliseren of ophogen van gronden; b. Subparagraaf 6.3.4.2 Diepploegen, diepwoelen en/of het uitvoeren van andere ingrepen in de bodem; c. Subparagraaf 6.3.4.3 Sloten, watergangen en overige waterpartijen aanleggen, verdiepen, verbreden of dempen; d. Subparagraaf 6.3.4.4 Heiwerkzaamheden uitvoeren of het op andere wijze aanbrengen van voorwerpen in de grond; e. Subparagraaf 6.3.4.5 Ondergrondse kabels en leidingen aanbrengen; f. Paragraaf 6.4.1 Algemene bepalingen bouwactiviteiten. Paragraaf 4.3.3.3 Hoge archeologische verwachtingswaarden Artikel 4.16 Aanwijzing Er is een gebied 'hoge archeologische verwachtingswaarden'. Artikel 4.17 Doelen In 'hoge archeologische verwachtingswaarden' gelden de volgende doelen: a. de bescherming van de in en boven de grond te verwachten archeologische waarden. Artikel 4.18 Specifieke regels voor activiteiten Bij activiteiten in 'hoge archeologische verwachtingswaarden' wordt voldaan aan: a. Subparagraaf 6.3.4.1 Ontginnen, ontgronden, vergraven, afgraven, egaliseren of ophogen van gronden; b. Subparagraaf 6.3.4.2 Diepploegen, diepwoelen en/of het uitvoeren van andere ingrepen in de bodem; c. Subparagraaf 6.3.4.3 Sloten, watergangen en overige waterpartijen aanleggen, verdiepen, verbreden of dempen; d. Subparagraaf 6.3.4.4 Heiwerkzaamheden uitvoeren of het op andere wijze aanbrengen van voorwerpen in de grond; e. Subparagraaf 6.3.4.5 Ondergrondse kabels en leidingen aanbrengen; f. Paragraaf 6.4.1 Algemene bepalingen bouwactiviteiten. Paragraaf 4.3.3.4 Middelhoge archeologische verwachtingswaarden Artikel 4.19 Aanwijzing Er is een gebied 'middelhoge archeologische verwachtingswaarden'. Artikel 4.20 Doelen In 'middelhoge archeologische verwachtingswaarden' gelden de volgende doelen: a. de bescherming van de in en boven de grond te verwachten archeologische waarden; b. de bescherming van de in en boven de grond te verwachten archeologische waarden voor uitsluitend vindplaatsen van jager-verzamelaars. Artikel 4.21 Specifieke regels voor activiteiten Bij activiteiten in 'middelhoge archeologische verwachtingswaarden' wordt voldaan aan a. Subparagraaf 6.3.4.1 Ontginnen, ontgronden, vergraven, afgraven, egaliseren of ophogen van gronden; b. Subparagraaf 6.3.4.2 Diepploegen, diepwoelen en/of het uitvoeren van andere ingrepen in de bodem; c. Subparagraaf 6.3.4.3 Sloten, watergangen en overige waterpartijen aanleggen, verdiepen, verbreden of dempen; d. Subparagraaf 6.3.4.4 Heiwerkzaamheden uitvoeren of het op andere wijze aanbrengen van voorwerpen in de grond; e. Subparagraaf 6.3.4.5 Ondergrondse kabels en leidingen aanbrengen; f. Paragraaf 6.4.1 Algemene bepalingen bouwactiviteiten. Paragraaf 4.3.3.5 Cultuurhistorisch waardevolle objecten Artikel 4.22 Aanwijzing Er is een gebied 'cultuurhistorisch waardevolle objecten'. Artikel 4.23 Doelen In 'cultuurhistorisch waardevolle objecten' gelden de volgende doelen: a. de instandhouding en bescherming van de stedenbouwkundige en architectonische waarden van de aangewezen karakteristieke bebouwing en objecten. Artikel 4.24 Specifieke regels voor activiteiten Bij activiteiten binnen 'cultuurhistorisch waardevolle objecten' wordt voldaan aan: a. Paragraaf 6.4.1 Algemene bepalingen bouwactiviteiten; b. Paragraaf 6.7.2 Cultuurhistorisch waardevolle objecten slopen. Paragraaf 4.3.3.6 Historische dorpsstructuur Artikel 4.25 Aanwijzing Er is een gebied 'historische dorpsstructuur'. Artikel 4.26 Doelen In de 'historische dorpsstructuur' is het doel: a. het behoud, beheer en herstel van de historische dorpsstructuur uit oogpunt van cultuurhistorische waarden. Artikel 4.27 Specifieke regels voor activiteiten Bij activiteiten in de 'historische dorpsstructuur' wordt voldaan aan: a. Subparagraaf 6.3.2.3 Perceelsindeling wijzigen; b. Subparagraaf 6.3.4.3 Sloten, watergangen en overige waterpartijen aanleggen, verdiepen, verbreden of dempen. Paragraaf 4.3.3.7 Oud gehuchtenpleintje Artikel 4.28 Aanwijzing Er is een gebied 'oud gehuchtenpleintje'. Artikel 4.29 Doelen In het 'oud gehuchtenpleintje' is het doel: a. het behoud, beheer en herstel van de gehuchtenpleintjes uit oogpunt van cultuurhistorische waarden. Artikel 4.30 Specifieke regels voor activiteiten Bij activiteiten in het 'oud gehuchtenpleintje' wordt voldaan aan: a. Subparagraaf 6.3.2.3 Perceelsindeling wijzigen; b. Subparagraaf 6.3.2.4 Houtgewas planten, vellen of rooien; c. Subparagraaf 6.3.3.1 Oppervlakteverhardingen aanleggen; d. Subparagraaf 6.3.4.3 Sloten, watergangen en overige waterpartijen aanleggen, verdiepen, verbreden of dempen. Afdeling 4.3.4 Energie en natuurlijke hulpbronnen Afdeling 4.3.5 Externe veiligheid Afdeling 4.3.6 Geluid Afdeling 4.3.7 Gezondheid Afdeling 4.3.8 Infrastructuur Afdeling 4.3.9 Landschap Paragraaf 4.3.9.1 Landschappelijk waardevol gebied Artikel 4.31 Aanwijzing Er is een 'landschappelijk waardevol gebied'. Artikel 4.32 Doelen In 'landschappelijk waardevol gebied' is het doel: a. de instandhouding en ontwikkeling van de aanwezige landschappelijke waarden. Artikel 4.33 Specifieke regels voor activiteiten Bij activiteiten in 'landschappelijk waardevol gebied' wordt voldaan aan: a. Subparagraaf 6.3.2.4 Houtgewas planten, vellen of rooien; b. Subparagraaf 6.3.3.1 Oppervlakteverhardingen aanleggen; c. Subparagraaf 6.3.4.1 Ontginnen, ontgronden, vergraven, afgraven, egaliseren of ophogen van gronden; d. Subparagraaf 6.3.4.2 Diepploegen, diepwoelen en/of het uitvoeren van andere ingrepen in de bodem. Afdeling 4.3.10 Milieu algemeen Afdeling 4.3.11 Natuur Paragraaf 4.3.11.1 Ecologische verbindingszone Artikel 4.34 Aanwijzing Er is een 'ecologische verbindingszone' Artikel 4.35 Doelen Binnen de 'ecologische verbindingszone' gelden de volgende doelen: a. de verwezenlijking, het behoud en het beheer van een ecologische verbindingszone. Artikel 4.36 Specifieke regels voor activiteiten Bij activiteiten binnen een 'ecologische verbindingszone' wordt voldaan aan: a. Subparagraaf 6.3.3.1 Oppervlakteverhardingen aanleggen; b. Paragraaf 6.4.1 Algemene bepalingen bouwactiviteiten. Afdeling 4.3.12 Water en watersystemen Paragraaf 4.3.12.1 Aandachtsgebied waterhuishouding Artikel 4.37 Aanwijzing Er is een 'aandachtsgebied waterhuishouding'. Artikel 4.38 Doelen In een 'aandachtsgebied waterhuishouding' gelden de volgende doelen: a. de bescherming van de waterhuishouding; en b. het voorkomen van negatieve effecten op de hydrologische instandhoudingsdoelen van het hierbinnen gelegen Natuur Netwerk Brabant. Artikel 4.39 Specifieke regels voor activiteiten Bij activiteiten in een 'aandachtsgebied waterhuishouding' wordt voldaan aan: a. Subparagraaf 6.3.3.1 Oppervlakteverhardingen aanleggen; b. Subparagraaf 6.3.4.3 Sloten, watergangen en overige waterpartijen aanleggen, verdiepen, verbreden of dempen. Paragraaf 4.3.12.2 Meanderzone Artikel 4.40 Aanwijzing Er is een 'meanderzone'. Artikel 4.41 Doelen In een 'meanderzone' is het doel: a. de verwezenlijking, het behoud, beheer en herstel van watersystemen. Artikel 4.42 Specifieke regels voor activiteiten Bij activiteiten in een 'meanderzone' wordt voldaan aan: a. Subparagraaf 6.3.3.1 Oppervlakteverhardingen aanleggen; b. Subparagraaf 6.3.4.1 Ontginnen, ontgronden, vergraven, afgraven, egaliseren of ophogen van gronden; c. Subparagraaf 6.3.4.3 Sloten, watergangen en overige waterpartijen aanleggen, verdiepen, verbreden of dempen; d. Subparagraaf 6.3.4.5 Ondergrondse kabels en leidingen aanbrengen; e. Paragraaf 6.4.1 Algemene bepalingen bouwactiviteiten. Paragraaf 4.3.12.3 Aandachtsgebied regionale waterberging Artikel 4.43 Aanwijzing Er is een 'aandachtsgebied regionale waterberging'. Artikel 4.44 Doelen In een 'aandachtsgebied regionale waterberging' is het doel: a. de bescherming van het waterbergend vermogen van het gebied. Artikel 4.45 Specifieke regels voor activiteiten Bij activiteiten in een 'aandachtsgebied regionale waterberging' wordt voldaan aan: a. Subparagraaf 6.3.3.1 Oppervlakteverhardingen aanleggen; b. Subparagraaf 6.3.4.1 Ontginnen, ontgronden, vergraven, afgraven, egaliseren of ophogen van gronden; c. Subparagraaf 6.3.4.3 Sloten, watergangen en overige waterpartijen aanleggen, verdiepen, verbreden of dempen; d. Paragraaf 6.4.1 Algemene bepalingen bouwactiviteiten. Paragraaf 4.3.12.4 Aandachtsgebied reservering waterberging Artikel 4.46 Aanwijzing Er is een 'aandachtsgebied reservering waterberging'. Artikel 4.47 Doelen In een 'aandachtsgebied reservering waterberging' is het doel: a. de bescherming van het waterbergend vermogen van het gebied. Artikel 4.48 Specifieke regels voor activiteiten Bij activiteiten in een 'aandachtsgebied reservering waterberging' wordt voldaan aan a. Subparagraaf 6.3.3.1 Oppervlakteverharding aanleggen; b. Subparagraaf 6.3.4.1 Ontginnen, ontgronden, vergraven, afgraven, egaliseren of ophogen van gronden; c. Subparagraaf 6.3.4.3 Sloten, watergangen en overige waterpartijen aanleggen, verdiepen, verbreden of dempen; d. Paragraaf 6.4.1 Algemene bepalingen bouwactiviteiten. Hoofdstuk 5 Functies Afdeling 5.1 Agrarisch bedrijf Paragraaf 5.1.1 Algemeen Artikel 5.1 Toepassingsbereik Deze afdeling is van toepassing op locaties met de functie 'agrarisch bedrijf'. Artikel 5.2 Doelen Binnen locaties met de functie 'agrarisch bedrijf' gelden de volgende doelen: a. een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; b. het beschermen van een goed woon- en leefklimaat; c. het beschermen van het milieu; d. het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen; e. het bevorderen van een duurzame ruimtelijke en economische ontwikkeling van gebieden; f. het realiseren van een akoestisch aanvaardbaar woongebied; g. het waarborgen van een goede kwaliteit van bouwwerken; h. het gebruiken van bouwwerken; i. het verlagen of voorkomen van emissies van geur van agrarische activiteiten; j. het realiseren van een woongebied met een aanvaardbaar geurniveau; k. het beschermen van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden; l. het tegengaan van verrommeling van erven en terreinen en behoud van beeldkwaliteit van bebouwing; m. de natuurbescherming; n. het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; o. het vergroten van de natuurbescherming en recreatieve waarde, zonder afbreuk te doen aan natuurwaarden; p. het behoud van cultureel erfgoed; q. het behouden en herstellen van waardevolle bouwwerken en landschappelijke elementen; r. het beschermen van grondgebonden veehouderijen als drager van het landschap; s. het voorkomen van leegstand van voormalige agrarische bebouwing; t. het bieden van voldoende fysieke en milieu-ruimte voor milieubelastende bedrijven en andere activiteiten, anders dan wonen; u. het bevorderen van kringlooplandbouw en duurzame veehouderijen; v. het bevorderen van een grotere variatie in de bedrijfsvoering van grondgebonden veehouderijbedrijven; w. het bevorderen van extensief recreatief medegebruik; x. het bevorderen van een duurzame ontwikkeling; y. het kunnen produceren binnen gesloten kringlopen; z. het doelmatig beheren van afvalstoffen; aa. het tegengaan van klimaatverandering; ab. het doelmatig gebruiken van energie en grondstoffen; ac. het beschermen van de gezondheid; en ad. het voorkomen en beschermen van mensen tegen infecties door het houden van landbouwhuisdieren. Paragraaf 5.1.2 Toegestane activiteiten Artikel 5.3 Algemeen 1. Locaties met de functie 'agrarisch bedrijf' zijn bedoeld voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf, niet zijnde een veehouderij, en daarmee samenhangende activiteiten. 2. Naast de hoofdfunctie zoals

Artikel 5

.3, eerste lid zijn de volgende ondergeschikte activiteiten bij de functie toegestaan: a. nevenactiviteiten; b. het hobbymatig houden van landbouwhuisdieren; c. overige bijbehorende voorzieningen. Artikel 5.4 Aanlegactiviteiten Voor het aanleggen van werken en uitvoeren van werkzaamheden op een locatie met de functie 'agrarisch bedrijf' dient voldaan te worden aan de regels in: a. Paragraaf 6.3.1 Algemene bepalingen aanlegactiviteiten; b. Subparagraaf 6.3.3.1 Oppervlakteverhardingen aanleggen. Artikel 5.5 Bouwactiviteiten Voor het bouwen op een locatie met de functie 'agrarisch bedrijf' dient voldaan te worden aan de regels in: a. Paragraaf 6.4.1 Algemene bepalingen bouwactiviteiten; b. Paragraaf 6.4.2 Bedrijfsgebouwen bouwen of uitbreiden; c. Paragraaf 6.4.4 Agrarische bedrijfswoningen bouwen; d. Paragraaf 6.4.7 Bijbehorende bouwwerken en overkapping bij een woning bouwen; e. Paragraaf 6.4.8 Erfafscheidingen bouwen; f. Paragraaf 6.4.9 Agrarische bouwwerken, geen gebouwen zijnde bouwen; g. Paragraaf 6.4.10 Overkapping bouwen; h. Paragraaf 6.4.11 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde bouwen. Artikel 5.6 Gebruiksactiviteiten Voor het gebruiken van een locatie met de functie 'agrarisch bedrijf' dient voldaan te worden aan de regels in: a. Paragraaf 6.5.1 Algemene bepalingen gebruiksactiviteiten; b. Subparagraaf 6.5.3.3 Agrarische activiteiten uitoefenen; c. Subparagraaf 6.5.3.1 Agrarische bedrijfsactiviteiten uitoefenen; d. Subparagraaf 6.5.9.1 Wonen; e. Subparagraaf 6.5.9.3 Aan huis verbonden beroepen uitoefenen; f. Subparagraaf 6.5.9.4 Aan huis verbonden bedrijven uitoefenen; g. Subparagraaf 6.5.9.5 Huisvesten arbeidsmigranten. Afdeling 5.2 Agrarisch grondgebruik Paragraaf 5.2.1 Algemeen Artikel 5.7 Toepassingsbereik Deze afdeling is van toepassing op locaties met de functie 'agrarisch grondgebruik'. Artikel 5.8 Doelen Binnen locaties met de functie 'agrarisch grondgebruik' gelden de volgende doelen: a. een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; b. het beschermen van een goed woon- en leefklimaat; c. het beschermen van het milieu; d. het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen; e. het bevorderen van een duurzame ruimtelijke en economische ontwikkeling van gebieden; f. het realiseren van een akoestisch aanvaardbaar woongebied; g. het waarborgen van een goede kwaliteit van bouwwerken; h. het gebruiken van bouwwerken; i. het verlagen of voorkomen van emissies van geur van agrarische activiteiten; j. het realiseren van een woongebied met een aanvaardbaar geurniveau; k. het beschermen van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden; l. het tegengaan van verrommeling van erven en terreinen en behoud van beeldkwaliteit van bebouwing; m. de natuurbescherming; n. het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; o. het behouden en waar mogelijk versterken van het natuurdoeltype overstromingsgrasland; p. het vergroten van de natuurbescherming en recreatieve waarde, zonder afbreuk te doen aan natuurwaarden; q. het behoud van cultureel erfgoed; r. het behouden en herstellen van waardevolle bouwwerken en landschappelijke elementen; s. het beschermen van grondgebonden veehouderijen als drager van het landschap; t. het voorkomen van leegstand van voormalige agrarische bebouwing; u. het bieden van voldoende fysieke en milieu-ruimte voor milieubelastende bedrijven en andere activiteiten, anders dan wonen; v. het bevorderen van kringlooplandbouw en duurzame veehouderijen; w. het bevorderen van een grotere variatie in de bedrijfsvoering van grondgebonden veehouderijbedrijven; x. het bevorderen van extensief recreatief medegebruik; y. het bevorderen van een duurzame ontwikkeling; z. het kunnen produceren binnen gesloten kringlopen; aa. het doelmatig beheren van afvalstoffen; ab. het tegengaan van klimaatverandering; ac. het doelmatig gebruiken van energie en grondstoffen; ad. het beschermen van de gezondheid; en ae. het voorkomen en beschermen van mensen tegen infecties door het houden van landbouwhuisdieren. Paragraaf 5.2.2 Toegestane activiteiten Artikel 5.9 Algemeen 1. Locaties met de functie 'agrarisch grondgebruik' zijn bedoeld voor al dan niet bedrijfsmatig voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en het houden van dieren, en daarmee samenhangende activiteiten. 2. naast de hoofdfunctie als

Artikel 5

.9, eerste lid zijn de volgende ondergeschikte activiteiten bij de functie toegestaan: a. overige bijbehorende voorzieningen. Artikel 5.10 Aanlegactiviteiten Voor het aanleggen van werken en uitvoeren van werkzaamheden op een locatie met de functie 'agrarisch grondgebruik' dient voldaan te worden aan de regels in: a. Paragraaf 6.3.1 Algemene bepalingen aanlegactiviteiten; b. Subparagraaf 6.3.3.1 Oppervlakteverhardingen aanleggen. Artikel 5.11 Bouwactiviteiten Voor het bouwen op een locatie met de functie 'agrarisch grondgebruik' dient voldaan te worden aan de regels in: a. Paragraaf 6.4.1 Algemene bepalingen bouwactiviteiten; b. Paragraaf 6.4.8 Erfafscheidingen bouwen c. Paragraaf 6.4.10 Overkapping bouwen; d. Paragraaf 6.4.11 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde bouwen. Artikel 5.12 Gebruiksactiviteiten Voor het gebruiken van een locatie met de functie 'agrarisch grondgebruik' dient voldaan te worden aan de regels in: a. Paragraaf 6.5.1 Algemene bepalingen gebruiksactiviteiten; b. Subparagraaf 6.5.3.3 Agrarische activiteiten uitoefenen. Afdeling 5.3 Bedrijf Paragraaf 5.3.1 Algemeen Artikel 5.13 Toepassingsbereik Deze afdeling is van toepassing op locaties met de functie 'bedrijf'. Artikel 5.14 Doelen Binnen locaties met de functie 'bedrijf' gelden de volgende doelen: a. een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; b. het beschermen van een goed woon- en leefklimaat; c. het beschermen van het milieu; d. het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen; e. het bevorderen van een duurzame ruimtelijke en economische ontwikkeling van gebieden; f. het realiseren van een akoestisch aanvaardbaar woongebied; g. het waarborgen van een goede kwaliteit van bouwwerken; h. het gebruiken van bouwwerken; i. het realiseren van een woongebied met een aanvaardbaar geurniveau; j. het beschermen van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden; k. het tegengaan van verrommeling van erven en terreinen en behoud van beeldkwaliteit van bebouwing; l. de natuurbescherming; m. het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; n. het vergroten van de natuurbescherming en recreatieve waarde, zonder afbreuk te doen aan natuurwaarden; o. het behoud van cultureel erfgoed; p. het behouden en herstellen van waardevolle bouwwerken en landschappelijke elementen; q. het waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat r. het bieden van voldoende fysieke en milieu-ruimte voor milieubelastende bedrijven en andere activiteiten, anders dan wonen; s. het bevorderen van een duurzame ontwikkeling; t. het kunnen produceren binnen gesloten kringlopen; u. het doelmatig beheren van afvalstoffen; v. het tegengaan van klimaatverandering; w. het doelmatig gebruiken van energie en grondstoffen; en x. het beschermen van de gezondheid. Paragraaf 5.3.2 Toegestane activiteiten Artikel 5.15 Algemeen 1. Locaties met de functie 'bedrijf' zijn bedoeld voor de uitoefening van een bedrijf en de daarmee samenhangende activiteiten. 2. Naast de hoofdfunctie zoals

Artikel 5

.15, eerste lid zijn de volgende ondergeschikte activiteiten bij de functie toegestaan: a. productiegebonden detailhandel; b. nutsvoorziening; c. overige bijbehorende voorzieningen. Artikel 5.16 Aanlegactiviteiten Voor het aanleggen van werken en uitvoeren van werkzaamheden op een locatie met de functie 'bedrijf' dient voldaan te worden aan de regels in: a. Paragraaf 6.3.1 Algemene bepalingen aanlegactiviteiten; b. Subparagraaf 6.3.3.1 Oppervlakteverhardingen aanleggen. Artikel 5.17 Bouwactiviteiten Voor het bouwen op een locatie met de functie 'bedrijf' dient voldaan te worden aan de regels in: a. Paragraaf 6.4.1 Algemene bepalingen bouwactiviteiten; b. Paragraaf 6.4.2 Bedrijfsgebouwen bouwen of uitbreiden; c. Paragraaf 6.4.3 Nutsvoorzieningen bouwen; d. Paragraaf 6.4.5 Bedrijfswoningen bouwen; e. Paragraaf 6.4.7 Bijbehorende bouwwerken en overkapping bij een woning bouwen; f. Paragraaf 6.4.8 Erfafscheidingen bouwen; g. Paragraaf 6.4.10 Overkapping bouwen; h. Paragraaf 6.4.11 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde bouwen. Artikel 5.18 Gebruiksactiviteiten Voor het gebruiken van een locatie met de functie 'bedrijf' dient voldaan te worden aan de regels in: a. Paragraaf 6.5.1 Algemene bepalingen gebruiksactiviteiten; b. Subparagraaf 6.5.4.1 Bedrijfsactiviteiten uitoefenen; c. Subparagraaf 6.5.9.1 Wonen; d. Subparagraaf 6.5.9.3 Aan huis verbonden beroepen uitoefenen; e. Subparagraaf 6.5.9.4 Aan huis verbonden bedrijven uitoefenen; f. Subparagraaf 6.5.9.5 Huisvesten arbeidsmigranten. Afdeling 5.4 Groen Paragraaf 5.4.1 Algemeen Artikel 5.19 Toepassingsbereik Deze afdeling is van toepassing op locaties met de functie 'groen'. Artikel 5.20 Doelen Binnen locaties met de functie 'groen' gelden de volgende doelen: a. een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; b. het beschermen van een goed woon- en leefklimaat; c. het beschermen van het milieu; d. het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen; e. het beschermen van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden; f. het tegengaan van verrommeling van erven en terreinen en behoud van beeldkwaliteit van bebouwing; g. de natuurbescherming; h. het beschermen van en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; i. het vergroten van de natuurbeleving en recreatieve waarde, zonder afbreuk te doen aan natuurwaarden; j. het beschermen en waar mogelijk vergroten van de openheid van het landschap; k. het waarborgen van de veiligheid; l. het bevorderen van een duurzame ontwikkeling; m. het tegengaan van klimaatverandering; n. het doelmatig gebruiken van energie en grondstoffen; en o. het beschermen van de gezondheid. Paragraaf 5.4.2 Toegestane activiteiten Artikel 5.21 Algemeen 1. Locaties met de functie 'groen' zijn bedoeld voor groenstroken, beplantingen en daarmee samenhangende activiteiten. 2. Naast de hoofdfunctie zoals

Artikel 5

.21, eerste lid zijn de volgende ondergeschikte activiteiten bij de functie toegestaan: a. overige bijbehorende voorzieningen. Artikel 5.22 Aanlegactiviteiten Voor het aanleggen van werken en uitvoeren van werkzaamheden op een locatie met de functie 'groen' dient voldaan te worden aan de regels in: a. Paragraaf 6.3.1 Algemene bepalingen aanlegactiviteiten b. Subparagraaf 6.3.3.1 Oppervlakteverhardingen aanleggen. Artikel 5.23 Bouwactiviteiten Voor het bouwen op een locatie met de functie 'groen' dient voldaan te worden aan de regels in: a. Paragraaf 6.4.1 Algemene bepalingen bouwactiviteiten; b. Paragraaf 6.4.8 Erfafscheidingen bouwen. Artikel 5.24 Gebruiksactiviteiten Voor het gebruiken van een locatie met de functie 'groen' dient voldaan te worden aan de regels in: a. Paragraaf 6.5.1 Algemene bepalingen gebruiksactiviteiten. Afdeling 5.5 Horeca Paragraaf 5.5.1 Algemeen Artikel 5.25 Toepassingsbereik Deze afdeling is van toepassing op locaties met de functie 'horeca'. Artikel 5.26 Doelen Binnen locaties met de functie 'horeca' gelden de volgende doelen: a. een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; b. het beschermen van een goed woon- en leefklimaat; c. het beschermen van het milieu; d. het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen; e. het bevorderen van een duurzame ruimtelijke en economische ontwikkeling van gebieden; f. het realiseren van een akoestisch aanvaardbaar woongebied; g. het waarborgen van een goede kwaliteit van bouwwerken; h. het gebruiken van bouwwerken; i. het beschermen van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden; j. het tegengaan van verrommeling van erven en terreinen en behoud van beeldkwaliteit van bebouwing; k. het realiseren van een hoge architectonische kwaliteit van het openbaar gebied en van bebouwing; l. de natuurbescherming; m. het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; n. het vergroten van de natuurbescherming en recreatieve waarde, zonder afbreuk te doen aan natuurwaarden; o. het behoud van cultureel erfgoed; p. het behouden en herstellen van waardevolle bouwwerken en landschappelijke elementen; q. het bieden van voldoende fysieke en milieu-ruimte voor milieubelastende bedrijven en andere activiteiten, anders dan wonen; r. het waarborgen van de veiligheid; s. het bevorderen van een duurzame ontwikkeling; t. het doelmatig beheren van afvalstoffen; u. het tegengaan van klimaatverandering; v. het doelmatig gebruiken van energie en grondstoffen; en w. het beschermen van de gezondheid. Paragraaf 5.5.2 Toegestane activiteiten Artikel 5.27 Algemeen 1. Locaties met de functie 'horeca' zijn bedoeld voor de uitoefening van een horecabedrijf en daarmee samenhangende activiteiten. 2. Naast de hoofdfunctie zoals

Artikel 5

.27, eerste lid zijn de volgende ondergeschikte activiteiten bij de functie toegestaan: a. nutsvoorziening; b. overige bijbehorende voorzieningen. Artikel 5.28 Aanlegactiviteiten Voor het aanleggen van werken en uitvoeren van werkzaamheden op een locatie met de functie 'horeca' dient voldaan te worden aan de regels in: a. Paragraaf 6.3.1 Algemene bepalingen aanlegactiviteiten; b. Subparagraaf 6.3.3.1 Oppervlakteverhardingen aanleggen. Artikel 5.29 Bouwactiviteiten Voor het bouwen op een locatie met de functie 'horeca' dient voldaan te worden aan de regels in: a. Paragraaf 6.4.1 Algemene bepalingen bouwactiviteiten; b. Paragraaf 6.4.2 Bedrijfsgebouwen bouwen of uitbreiden; c. Paragraaf 6.4.5 Bedrijfswoningen bouwen; d. Paragraaf 6.4.7 Bijbehorend bouwwerk bij woning bouwen; e. Paragraaf 6.4.8 Erfafscheidingen bouwen; f. Paragraaf 6.4.10 Overkapping bouwen; g. Paragraaf 6.4.11 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde bouwen. Artikel 5.30 Gebruiksactiviteiten Voor het gebruiken van een locatie met de functie 'horeca' dient voldaan te worden aan de regels in: a. Paragraaf 6.5.1 Algemene bepalingen gebruiksactiviteiten; b. Subparagraaf 6.5.5.1 Horecabedrijf exploiteren; c. Subparagraaf 6.5.9.1 Wonen; d. Subparagraaf 6.5.9.3 Aan huis verbonden beroepen uitoefenen; e. Subparagraaf 6.5.9.4 Aan huis verbonden bedrijven uitoefenen. Afdeling 5.6 Maatschappelijk Paragraaf 5.6.1 Algemeen Artikel 5.31 Toepassingsbereik Deze afdeling is van toepassing op locaties met de functie 'maatschappelijk'. Artikel 5.32 Doelen Binnen locaties met de functie 'maatschappelijk' gelden de volgende doelen: a. een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; b. het beschermen van een goed woon- en leefklimaat; c. het beschermen van het milieu; d. het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen; e. het realiseren van een akoestisch aanvaardbaar woongebied; f. het waarborgen van een goede kwaliteit van bouwwerken; g. het gebruiken van bouwwerken; h. het beschermen van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden; i. het tegengaan van verrommeling van erven en terreinen en behoud van beeldkwaliteit van bebouwing; j. het realiseren van een hoge architectonische kwaliteit van het openbaar gebied en van bebouwing; k. de natuurbescherming; l. het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; m. het vergroten van de natuurbescherming en recreatieve waarde, zonder afbreuk te doen aan natuurwaarden; n. het behoud van cultureel erfgoed; o. het behouden en herstellen van waardevolle bouwwerken en landschappelijke elementen; p. het waarborgen van de veiligheid; q. het bevorderen van een duurzame ontwikkeling; r. het doelmatig beheren van afvalstoffen; s. het tegengaan van klimaatverandering; t. het doelmatig gebruiken van energie en grondstoffen; en u. het beschermen van de gezondheid. Paragraaf 5.6.2 Toegestane activiteiten Artikel 5.33 Algemeen 1. Locaties met de functie 'maatschappelijk' zijn bedoeld voor maatschappelijke voorzieningen en daarmee samenhangende activiteiten; 2. Naast de hoofdfunctie zoals

Artikel 5

.33, eerste lid zijn de volgende ondergeschikte activiteiten bij de functie toegestaan: a. nutsvoorziening; b. overige bijbehorende voorzieningen. Artikel 5.34 Aanlegactiviteiten Voor het aanleggen van werken en uitvoeren van werkzaamheden op een locatie met de functie 'maatschappelijk' dient voldaan te worden aan de regels in: a. Paragraaf 6.3.1 Algemene bepalingen aanlegactiviteiten b. Subparagraaf 6.3.3.1 Oppervlakteverhardingen aanleggen. Artikel 5.35 Bouwactiviteiten Voor het bouwen op een locatie met de functie 'maatschappelijk' dient voldaan te worden aan de regels in: a. Paragraaf 6.4.1 Algemene bepalingen bouwactiviteiten; b. Paragraaf 6.4.2 Bedrijfsgebouwen bouwen of uitbreiden; c. Paragraaf 6.4.8 Erfafscheidingen bouwen; d. Paragraaf 6.4.10 Overkapping bouwen; e. Paragraaf 6.4.11 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde bouwen. Artikel 5.36 Gebruiksactiviteiten Voor het gebruiken van een locatie met de functie 'maatschappelijk' dient voldaan te worden aan de regels in: a. Paragraaf 6.5.1 Algemene bepalingen gebruiksactiviteiten; b. Subparagraaf 6.5.7.1 Maatschappelijke activiteiten uitoefenen. Afdeling 5.7 Openbaar gebied Paragraaf 5.7.1 Algemeen Artikel 5.37 Toepassingsbereik Deze afdeling is van toepassing op locaties met de functie 'openbaar gebied'. Artikel 5.38 Doelen Binnen locaties met de functie 'openbaar gebied' gelden de volgende doelen: a. een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; b. het beschermen van een goed woon- en leefklimaat; c. het beschermen van het milieu; d. het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen; e. het realiseren van een akoestisch aanvaardbaar woongebied; f. het waarborgen van een goede kwaliteit van bouwwerken; g. het gebruiken van bouwwerken; h. het behoeden van de staat en werking van infrastructuur voor nadelige gevolgen van activiteiten; i. het beheren van infrastructuur; j. het kunnen benutten van de openbare ruimte voor verkeer, parkeren en afvalinzameling; k. het bereikbaar en toegankelijk maken van gebieden; l. het realiseren van een fietsvriendelijk woongebied; m. het beschermen van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden; n. het tegengaan van verrommeling van erven en terreinen en behoud van beeldkwaliteit van bebouwing; o. het realiseren van een hoge architectonische kwaliteit van het openbaar gebied en van bebouwing; p. de natuurbescherming; q. het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; r. het vergroten van de natuurbeleving en recreatieve waarde, zonder afbreuk te doen aan natuurwaarden; s. het behoud van cultureel erfgoed; t. het behouden en herstellen van waardevolle bouwwerken en landschappelijke elementen; u. het beschermen en waar mogelijk vergroten van de openheid van het landschap; v. het waarborgen van de veiligheid; w. het bevorderen van een duurzame ontwikkeling; x. het doelmatig beheren van afvalstoffen; y. het tegengaan van klimaatverandering; z. het doelmatig gebruiken van energie en grondstoffen; en aa. het beschermen van de gezondheid. Paragraaf 5.7.2 Toegestane activiteiten Artikel 5.39 Algemeen 1. Locaties met de functie 'openbaar gebied' zijn bedoeld voor: a. de publiek toegankelijke groen-, water- en verkeersvoorzieningen; b. het uitoefenen van recreatieve activiteiten die naar aard en omvang passend zijn voor de plek en omgeving en daarmee samenhangende activiteiten. 2. Naast de hoofdfunctie zoals

Artikel 5

.39, eerste lid zijn de volgende ondergeschikte activiteiten bij de functie toegestaan: a. nutsvoorziening; b. overige bijbehorende voorzieningen. Artikel 5.40 Aanlegactiviteiten Voor het aanleggen van werken en uitvoeren van werkzaamheden op een locatie met de functie 'openbaar gebied' dient voldaan te worden aan de regels in: a. Paragraaf 6.3.1 Algemene bepalingen aanlegactiviteiten; b. Subparagraaf 6.3.2.1 Groenvoorzieningen aanleggen; c. Subparagraaf 6.3.3.1 Oppervlakteverhardingen aanleggen; d. Subparagraaf 6.3.3.2 Parkeerplaatsen aanleggen; e. Subparagraaf 6.3.3.3 Opbreken en graven; f. Subparagraaf 6.3.3.4 Onverharde paden en wegen verharden; Artikel 5.41 Bouwactiviteiten Voor het bouwen op een locatie met de functie 'openbaar gebied' dient voldaan te worden aan de regels in: a. Paragraaf 6.4.1 Algemene bepalingen bouwactiviteiten; b. Paragraaf 6.4.8 Erfafscheidingen bouwen; c. Paragraaf 6.4.11 Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bouwen. Artikel 5.42 Gebruiksactiviteiten Voor het gebruiken van een locatie met de functie 'openbaar gebied' dient voldaan te worden aan de regels in: a. Paragraaf 6.5.1 Algemene bepalingen gebruiksactiviteiten; b. Paragraaf 6.5.2 Activiteiten in openbaar gebied. Afdeling 5.8 Sport Paragraaf 5.8.1 Algemeen Artikel 5.43 Toepassingsbereik Deze afdeling is van toepassing op locaties met de functie 'sport'. Artikel 5.44 Doelen Binnen locaties met de functie 'sport' gelden de volgende doelen: a. een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; b. het beschermen van een goed woon- en leefklimaat; c. het beschermen van het milieu; d. het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen; e. het realiseren van een akoestisch aanvaardbaar woongebied; f. het waarborgen van een goede kwaliteit van bouwwerken; g. het gebruiken van bouwwerken; h. het beschermen van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden; i. het tegengaan van verrommeling van erven en terreinen en behoud van beeldkwaliteit van bebouwing; j. het realiseren van een hoge architectonische kwaliteit van het openbaar gebied en van bebouwing; k. de natuurbescherming; l. het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; m. het vergroten van de natuurbeleving en recreatieve waarde, zonder afbreuk te doen aan natuurwaarden; n. het behoud van cultureel erfgoed; o. het behouden en herstellen van waardevolle bouwwerken en landschappelijke elementen; p. het waarborgen van de veiligheid; q. het bevorderen van een duurzame ontwikkeling; r. het doelmatig beheren van afvalstoffen; s. het tegengaan van klimaatverandering; t. het doelmatig gebruiken van energie en grondstoffen; en u. het beschermen van de gezondheid. Paragraaf 5.8.2 Toegestane activiteiten Artikel 5.45 Algemeen 1. Locaties met de functie 'sport' zijn bedoeld voor binnen- en buitensportbeoefening en daarmee samenhangende activiteiten. 2. Naast de hoofdfunctie zoals

Artikel 5

.45, eerste lid zijn de volgende ondergeschikte activiteiten bij de functie toegestaan: a. nutsvoorziening; b. ondersteunende horeca in de vorm van paracommerciële horeca; c. overige bijbehorende voorzieningen. Artikel 5.46 Aanlegactiviteiten Voor het aanleggen van werken en uitvoeren van werkzaamheden op een locatie met de functie 'sport' dient voldaan te worden aan de regels in: a. Paragraaf 6.3.1 Algemene bepalingen aanlegactiviteiten; b. Subparagraaf 6.3.3.1 Oppervlakteverhardingen aanleggen. Artikel 5.47 Bouwactiviteiten Voor het bouwen op een locatie met de functie 'sport' dient voldaan te worden aan de regels in: a. Paragraaf 6.4.1 Algemene bepalingen bouwactiviteiten; b. Paragraaf 6.4.2 Bedrijfsgebouwen bouwen of uitbreiden; c. Paragraaf 6.4.8 Erfafscheidingen bouwen; d. Paragraaf 6.4.10 Overkapping bouwen; e. Paragraaf 6.4.11 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde bouwen. Artikel 5.48 Gebruiksactiviteiten Voor het gebruiken van een locatie met de functie 'sport' dient voldaan te worden aan de regels in a. Paragraaf 6.5.1 Algemene bepalingen gebruiksactiviteiten; b. Subparagraaf 6.5.5.2 Ondersteunende horeca aanbieden bij sport; c. Subparagraaf 6.5.7.2 Maatschappelijke activiteiten bij sport uitoefenen; d. Subparagraaf 6.5.8.1 Uitoefenen van sport. Afdeling 5.9 Veehouderij Paragraaf 5.9.1 Algemeen Artikel 5.49 Toepassingsbereik Deze afdeling is van toepassing op locaties met de functie 'veehouderij'. Artikel 5.50 Doelen Binnen locaties met de functie 'veehouderij' gelden de volgende doelen : a. een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; b. het beschermen van een goed woon- en leefklimaat; c. het beschermen van het milieu; d. het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen; e. het bevorderen van een duurzame ruimtelijke en economische ontwikkeling van gebieden; f. het realiseren van een akoestisch aanvaardbaar woongebied; g. het waarborgen van een goede kwaliteit van bouwwerken; h. het gebruiken van bouwwerken; i. het verlagen of voorkomen van emissies van geur van agrarische activiteiten; j. het realiseren van een woongebied met een aanvaardbaar geurniveau; k. het beschermen van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden; l. het tegengaan van verrommeling van erven en terreinen en behoud van beeldkwaliteit van bebouwing; m. de natuurbescherming; n. het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; o. het vergroten van de natuurbescherming en recreatieve waarde, zonder afbreuk te doen aan natuurwaarden; p. het behoud van cultureel erfgoed; q. het behouden en herstellen van waardevolle bouwwerken en landschappelijke elementen; r. het beschermen van grondgebonden veehouderijen als drager van het landschap; s. het voorkomen van leegstand van voormalige agrarische bebouwing; t. het bieden van voldoende fysieke en milieu-ruimte voor milieubelastende bedrijven en andere activiteiten, anders dan wonen; u. het bevorderen van kringlooplandbouw en duurzame veehouderijen; v. het bevorderen van een grotere variatie in de bedrijfsvoering van grondgebonden veehouderijbedrijven; w. het bevorderen van extensief recreatief medegebruik; x. het bevorderen van een duurzame ontwikkeling; y. het kunnen produceren binnen gesloten kringlopen; z. het doelmatig beheren van afvalstoffen; aa. het tegengaan van klimaatverandering; ab. het doelmatig gebruiken van energie en grondstoffen; ac. het beschermen van de gezondheid; en ad. het voorkomen en beschermen van mensen tegen infecties door het houden van landbouwhuisdieren. Paragraaf 5.9.2 Toegestane activiteiten Artikel 5.51 Algemeen 1. Locaties met de functie 'veehouderij' zijn bedoeld voor de uitoefening van een veehouderij en daarmee samenhangende activiteiten. 2. Naast de hoofdfunctie zoals

Artikel 5

.51, eerste lid zijn de volgende ondergeschikte activiteiten bij de functie toegestaan: a. nevenactiviteiten; b. het hobbymatig houden van landbouwhuisdieren; c. overige bijbehorende voorzieningen. Artikel 5.52 Aanlegactiviteiten Voor het aanleggen van werken en uitvoeren van werkzaamheden op een locatie met de functie 'veehouderij' dient voldaan te worden aan de regels in: a. Paragraaf 6.3.1 Algemene bepalingen aanlegactiviteiten; b. Subparagraaf 6.3.3.1 Oppervlakteverhardingen aanleggen. Artikel 5.53 Bouwactiviteiten Voor het bouwen op een locatie met de functie 'veehouderij' dient voldaan te worden aan de regels in: a. Paragraaf 6.4.1 Algemene bepalingen bouwactiviteiten; b. Paragraaf 6.4.2 Bedrijfsgebouwen bouwen of uitbreiden; c. Paragraaf 6.4.4 Agrarische bedrijfswoningen bouwen; d. Paragraaf 6.4.7 Bijbehorende bouwwerken en overkapping bij een woning bouwen; e. Paragraaf 6.4.8 Erfafscheidingen bouwen; f. Paragraaf 6.4.10 Overkapping bouwen; g. Paragraaf 6.4.11 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde bouwen. Artikel 5.54 Gebruiksactiviteiten Voor het gebruiken van een locatie met de functie 'veehouderij' dient voldaan te worden aan de regels in: a. Paragraaf 6.5.1 Algemene bepalingen gebruiksactiviteiten; b. Subparagraaf 6.5.3.3 Agrarische activiteiten uitoefenen; c. Subparagraaf 6.5.3.1 Agrarische bedrijfsactiviteiten uitoefenen; d. Subparagraaf 6.5.3.2 Agrarisch loonbedrijf exploiteren; e. Subparagraaf 6.5.3.4 Veehouderij exploiteren; f. Subparagraaf 6.5.9.1 Wonen; g. Subparagraaf 6.5.9.3 Aan huis verbonden beroepen uitoefenen; h. Subparagraaf 6.5.9.4 Aan huis verbonden bedrijven uitoefenen; i. Subparagraaf 6.5.9.5 Huisvesten arbeidsmigranten. Afdeling 5.10 Water Paragraaf 5.10.1 Algemeen Artikel 5.55 Toepassingsbereik Deze afdeling is van toepassing op locaties met de functie 'water'. Artikel 5.56 Doelen Binnen locaties met de functie 'water' gelden de volgende doelen: a. een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; b. het beschermen van een goed woon- en leefklimaat; c. het beschermen van het milieu; d. het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen; e. het waarborgen van een goede kwaliteit van bouwwerken; f. het gebruiken van bouwwerken; g. het duurzaam veiligstellen van de openbare drinkwatervoorziening; h. het beheren van watersystemen; i. het beheren van geobiologische en geothermische systemen en ecosystemen; j. de natuurbescherming; k. het beschermen van en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; l. het vergroten van de natuurbeleving en recreatieve waarde, zonder afbreuk te doen aan natuurwaarden; m. het behoud van cultureel erfgoed; n. het behouden en herstellen van waardevolle bouwwerken en landschappelijke elementen; o. het bevorderen van een duurzame ontwikkeling; p. het tegengaan van klimaatverandering; q. het doelmatig gebruiken van energie en grondstoffen; r. het behouden van een klimaatbestendig watersysteem; en s. het beschermen van de gezondheid. Paragraaf 5.10.2 Toegestane activiteiten Artikel 5.57 Algemeen Locaties met de functie 'water' zijn bedoeld voor: a. water en waterhuishoudkundige doeleinden, waterbergingen en waterlopen en daarmee samenhangende activiteiten; en b. hierbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder bruggen, dammen en/of duikers. Artikel 5.58 Aanlegactiviteiten Voor het aanleggen van werken en uitvoeren van werkzaamheden op een locatie met de functie 'water' dient voldaan te worden aan de regels in: a. Paragraaf 6.3.1 Algemene bepalingen aanlegactiviteiten; b. Subparagraaf 6.3.3.1 Oppervlakteverhardingen aanleggen. Artikel 5.59 Bouwactiviteiten Voor het bouwen op een locatie met de functie 'water' dient voldaan te worden aan de regels in: a. Paragraaf 6.4.1 Algemene bepalingen bouwactiviteiten; b. Paragraaf 6.4.8 Erfafscheidingen bouwen; c. Paragraaf 6.4.11 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde bouwen. Artikel 5.60 Gebruiksactiviteiten Voor het gebruiken van een locatie met de functie 'water' dient voldaan te worden aan de regels in: a. Paragraaf 6.5.1 Algemene bepalingen gebruiksactiviteiten. Afdeling 5.11 Wonen Paragraaf 5.11.1 Algemeen Artikel 5.61 Toepassingsbereik Deze afdeling is van toepassing op locaties met de functie 'wonen'. Artikel 5.62 Doelen Binnen locaties met de functie 'wonen' gelden de volgende doelen: a. een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; b. het beschermen van een goed woon- en leefklimaat; c. het beschermen van het milieu; d. het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen; e. het realiseren van een akoestisch aanvaardbaar woongebied; f. het waarborgen van een goede kwaliteit van bouwwerken; g. het gebruiken van bouwwerken; h. het beschermen van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden; i. het tegengaan van verrommeling van erven en terreinen en behoud van beeldkwaliteit van bebouwing; j. het realiseren van een hoge architectonische kwaliteit van het openbaar gebied en van bebouwing; k. de natuurbescherming; l. het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; m. het vergroten van de natuurbeleving en recreatieve waarde, zonder afbreuk te doen aan natuurwaarden; n. het behoud van cultureel erfgoed; o. het behouden en herstellen van waardevolle bouwwerken en landschappelijke elementen; p. het bevorderen van extensief recreatief medegebruik; q. het waarborgen van de veiligheid; r. het bevorderen van een duurzame ontwikkeling; s. het doelmatig beheren van afvalstoffen; t. het tegengaan van klimaatverandering; u. het doelmatig gebruiken van energie en grondstoffen; v. het realiseren van een klimaatbestendig woongebied; w. het realiseren van een energieneutraal woongebied; x. het beschermen van de gezondheid; y. het realiseren van een speel- en beweegvriendelijk woongebied; z. het bieden van voldoende woonruimte; en aa. het realiseren van een veilig woongebied. Paragraaf 5.11.2 Toegestane activiteiten Artikel 5.63 Algemeen 1. Locaties met de functie 'wonen' zijn bedoeld voor wonen en daarmee samenhangende activiteiten. 2. Naast de hoofdfunctie zoals

Artikel 5

.63, eerste lid zijn de volgende ondergeschikte activiteiten bij de functie toegestaan: a. aan huis verbonden beroep; b. aan huis verbonden bedrijf; c. overige bijbehorende voorzieningen. Artikel 5.64 Aanlegactiviteiten Voor het aanleggen van werken en uitvoeren van werkzaamheden op een locatie met de functie 'wonen' dient voldaan te worden aan de regels in: a. Paragraaf 6.3.1 Algemene bepalingen aanlegactiviteiten; b. Subparagraaf 6.3.3.1 Oppervlakteverhardingen aanleggen. Artikel 5.65 Bouwactiviteiten Voor het bouwen op een locatie met de functie 'wonen' dient voldaan te worden aan de regels in: a. Paragraaf 6.4.1 Algemene bepalingen bouwactiviteiten; b. Paragraaf 6.4.6 Burgerwoningen bouwen of uitbreiden; c. Paragraaf 6.4.7 Bijbehorende bouwwerken en overkapping bij een woning bouwen; d. Paragraaf 6.4.8 Erfafscheidingen bouwen; e. Paragraaf 6.4.11 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde bouwen. Artikel 5.66 Gebruiksactiviteiten Voor het gebruiken van een locatie met de functie 'wonen' dient voldaan te worden aan de regels in: a. Paragraaf 6.5.1 Algemene bepalingen gebruiksactiviteiten; b. Subparagraaf 6.5.6.1 Zelfstandige kantooractiviteiten uitoefenen; c. Subparagraaf 6.5.9.1 Wonen; d. Subparagraaf 6.5.9.2 Splitsen van woningen; e. Subparagraaf 6.5.9.3 Aan huis verbonden beroepen uitoefenen; f. Subparagraaf 6.5.9.4 Aan huis verbonden bedrijven uitoefenen; g. Subparagraaf 6.5.9.5 Huisvesten arbeidsmigranten. Hoofdstuk 6 Activiteiten Afdeling 6.1 Algemene bepalingen Artikel 6.1 Toepassingsbereik Dit hoofdstuk is van toepassing op het verrichten van activiteiten. Artikel 6.2 Normadressaat Aan dit hoofdstuk wordt voldaan door degene die de activiteit verricht of laat verrichten, tenzij anders is bepaald. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit. Artikel 6.3 Uitsluiting niet benoemde activiteiten Activiteiten die niet zijn benoemd in dit omgevingsplan zijn niet toegestaan. Artikel 6.4 Eerbiedige werking bestaande activiteiten 1. Bestaande activiteiten en functies, waaronder het feitelijk gebruik van gronden en opstallen die op het moment van inwerkingtreding van dit omgevingsplan rechtmatig worden uitgeoefend, worden gerespecteerd en kunnen worden voortgezet. 2. Onder bestaande activiteiten en functies, zoals een bestaand bouwperceel, bestaande bebouwing, een bestaande gebruiksactiviteit of een bestaande omvang, wordt verstaan: a. datgeen wat het omgevingsplan op het moment van inwerkingtreding rechtstreeks toestaat, met inbegrip van datgene wat nadien wordt toegestaan op grond van een besluit van de gemeente als direct gevolg van een onherroepelijke uitspraak van een bestuursrechter; en b. datgeen waarvan handhaving wegens strijdigheid niet meer mogelijk is. Artikel 6.5 Maatwerkvoorschriften 1. Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld, of een vergunningsvoorschrift als

artikel 4.5 van de Omgevingswet kan aan een omgevingsvergunning als

dit hoofdstuk worden verbonden, over de regels over activiteiten in dit hoofdstuk, tenzij anders is bepaald.

  1. Met een maatwerkvoorschrift of vergunningvoorschrift, danwel de instructieregels uit de provinciale Omgevingsverordening, kan worden afgeweken van de regels over activiteiten in dit hoofdstuk, tenzij anders is bepaald of de instructieregels uit de provinciale omgevingsverordening danwel hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving zich daartegen verzetten.
  2. Een maatwerkvoorschrift wordt niet gesteld als over dat onderwerp een voorschrift aan een omgevingsvergunning als

dit hoofdstuk kan worden verbonden.

  1. Het eerste lid en tweede lid gelden niet voor zover het stellen van maatwerkvoorschriften is uitgesloten in het Besluit activiteiten leefomgeving.
  2. Bij het stellen van een maatwerkvoorschrift over de regels in dit hoofdstuk worden de doelen met het oog waarop de regels in de betreffende afdeling of paragraaf zijn gesteld, in acht genomen. Artikel 6.6 Specifieke zorgplicht Degene die een activiteit verricht als

dit hoofdstuk en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de oogmerken, met het oog waarop de regels in de betreffende titel, afdeling of paragraaf zijn gesteld, is verplicht: a. alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b. voor zover deze niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten, voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd. Artikel 6.7 Algemene gegevens bij het verstrekken van gegevens en bescheiden Als gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders, worden die ondertekend en ten minste voorzien van: a. de aanduiding van de activiteit; b. de naam en het adres van degene die de activiteit verricht; c. het adres waarop de activiteit wordt verricht; en d. de dagtekening. Afdeling 6.2 Waarden bij activiteiten Paragraaf 6.2.1 Bodemgevoelig gebouw bouwen, wijzigen of toevoegen Paragraaf 6.2.2 Kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten toestaan Paragraaf 6.2.3 Geluidsgevoelig gebouw of geluidsgevoelige locatie aanleggen, bouwen, wijzigen of toevoegen Paragraaf 6.2.4 Geurgevoelig gebouw bouwen, wijzigen of toevoegen Afdeling 6.3 Aanlegactiviteiten Paragraaf 6.3.1 Algemene bepalingen aanlegactiviteiten Artikel 6.8 Algemeen toepassingsbereik 1. Deze afdeling is van toepassing op het aanleggen van werken en het verrichten van werkzaamheden. 2. Onverminderd Afdeling 6.4 is deze afdeling onverkort van toepassing op de aangewezen activiteiten als die plaatsvinden in het kader van echt realiseren van een bouwwerk. Artikel 6.9 Algemene regels aanlegactiviteiten Het aanleggen van werken en het verrichten van werkzaamheden als

deze afdeling is vergunningvrij als de activiteiten: a. behoren tot het normale beheer en onderhoud; en b. op het tijdstip van het van kracht worden van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning. Artikel 6.10 Algemene aanvraagvereisten aanlegactiviteiten Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het aanleggen van werken en het verrichten van werkzaamheden worden gegevens en bescheiden versterkt over: a. de te gebruiken materialen; b. de mate waarin sprake is van afvoer van grond naar een andere locatie; en c. de aanwezigheid van obstakels die in de weg staan aan het verrichten van de activiteit. Paragraaf 6.3.2 Werken en werkzaamheden - werkzaamheden met beplanting en groenvoorzieningen Subparagraaf 6.3.2.1 Groenvoorzieningen aanleggen in openbaar gebied Artikel 6.11 Toepassingsbereik Deze subparagraaf is van toepassing op het aanleggen van groenvoorzieningen binnen de 'openbaar gebied'. Artikel 6.12 Algemene aanlegregels Op locaties met de functie 'openbaar gebied' mogen groenvoorzieningen aangelegd worden. Subparagraaf 6.3.2.2 Diepwortelende gewassen en beplanting aanbrengen en verwijderen Artikel 6.13 Toepassingsbereik Deze subparagraaf is van toepassing op het aanbrengen en het verwijderen van diepwortelende gewassen en beplanting binnen 'beperkingengebied buisleiding - gas' of 'beperkingengebied buisleiding - riool'. Artikel 6.14 Aanwijzing vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning diepwortelende gewassen en beplanting aan te brengen en/of te verwijderen. Artikel 6.15 Uitzondering verbod Het verbod,

Artikel 6.14, geldt niet voor activiteiten die zijn toegestaan op grond van Artikel 6.9.

Artikel 6.16 Beoordelingsregels vergunningplicht De omgevingsvergunning voor het aanbrengen en/of verwijderen van diepwortelende gewassen en beplanting wordt alleen verleend als: a. door het uitvoeren van deze werken en/of werkzaamheden, dan wel door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen geen gevaar en/of nadeel voor de leiding is te duchten; en b. geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de mogelijkheid van een adequaat beheer van de leiding. Artikel 6.17 Advisering Bevoegd gezag vraagt schriftelijk advies bij de beheerder of deskundige partij en betrekt dit advies bij het besluit op de aanvraag omgevingsvergunning. Subparagraaf 6.3.2.3 Perceelsindeling wijzigen Artikel 6.18 Toepassingsbereik Deze subparagraaf is van toepassing op het wijzigen van de perceelsindeling, zoals door sloten, greppels en beplantingselementen is aangegeven in de 'historische dorpsstructuur' of het 'oud gehuchtenpleintje'. Artikel 6.19 Aanwijzing vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning de perceelsindeling te wijzigen, zoals door sloten, greppels en beplantingselementen is aangegeven. Artikel 6.20 Uitzondering vergunningplicht Het verbod,

Artikel 6.19, geldt niet voor: a.

activiteiten die zijn toegestaan op grond van Artikel 6.9; b. activiteiten die de cultuurhistorische waarden niet (blijvend) onevenredig aantasten; c. activiteiten die worden uitgevoerd ter ontwikkeling van landschaps- en natuurwaarden; of d. activiteiten die worden uitgevoerd binnen het gebouwerf. Artikel 6.21 Beoordelingsregels vergunningplicht De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de perceelsindeling wordt alleen verleend als: a. door het uitvoeren van deze werken en/of werkzaamheden, dan wel door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen, geen blijvend onevenredig afbreuk wordt gedaan aan de waarden en/of functies die het plan beoogt te beschermen, tenzij de aanvrager kan aantonen dat hier door het stellen van voorwaarden voldoende in tegemoet wordt gekomen. Subparagraaf 6.3.2.4 Houtgewas planten, vellen of rooien Artikel 6.22 Toepassingsbereik Deze subparagraaf is van toepassing op het beplanten van gronden met houtgewas en het vellen of rooien van houtgewas binnen het 'oud gehuchtenpleintje' of 'landschappelijk waardevol gebied'. Artikel 6.23 Aanwijzing vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning: a. houtgewas te vellen of rooien in 'landschappelijk waardevol gebied' of het 'oud gehuchtenpleintje'; en/of b. gronden te beplanten met houtgewas hoger dan aangegeven met de norm 'hoogte beplanting'. Artikel 6.24 Uitzondering vergunningplicht Het verbod,

Artikel 6.23, geldt niet voor: a.

activiteiten die zijn toegestaan op grond van Artikel 6.9; b. activiteiten die de cultuurhistorische waarden niet (blijvend) onevenredig aantasten; c. activiteiten die worden uitgevoerd ter ontwikkeling van landschaps- en natuurwaarden; of d. activiteiten die worden uitgevoerd binnen het gebouwerf. Artikel 6.25 Beoordelingsregels vergunningplicht De omgevingsvergunning voor het planten, vellen of rooien van houtgewas wordt alleen verleend als: a. door het uitvoeren van deze werken en/of werkzaamheden, dan wel door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen, geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waarden en/of functies die het plan beoogt te beschermen. Paragraaf 6.3.3 Werken en werkzaamheden - aanleggen en veranderen van wegen, paden en verhardingen Subparagraaf 6.3.3.1 Oppervlakteverhardingen aanleggen Artikel 6.26 Toepassingsbereik Deze subparagraaf is van toepassing op het aanleggen van (aaneengesloten) oppervlakteverhardingen, daaronder begrepen het aanleggen of verharden van wegen, paden of parkeergelegenheden in besluitgebied eerste wijziging Artikel 6.27 Algemene aanlegregels Bij het aanleggen van oppervlakteverhardingen wordt voldaan aan de volgende regels: a. indien sprake is van een toename aan verhard oppervlakte vindt in alle gevallen een toets plaats waarbij sprake moet zijn van hydrologisch neutraal ontwikkelen conform de waterschapsverordening, beleidsregels en algemene regels van het betreffende waterschap en het 'Hemel- en grondwaterbeleid Hilvarenbeek' of diens rechtsopvolger. Artikel 6.28 Aanwijzing vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning (aaneengesloten) oppervlakteverhardingen aan te leggen, daaronder begrepen het aanleggen of verharden van wegen, paden of parkeergelegenheden binnen: a. beperkingengebied buisleiding - gas; b. beperkingengebied buisleiding - riool; c. aandachtsgebied waterhuishouding; d. meanderzone; e. aandachtsgebied regionale waterberging; f. aandachtsgebied reservering waterberging; g. oud gehuchtenpleintje; h. landschappelijk waardevol gebied; of i. ecologische verbindingszone. Artikel 6.29 Uitzondering vergunningplicht 1. Het verbod,

Artikel 6.28, geldt niet voor activiteiten die zijn toegestaan op grond van Artikel 6.9.

2. Het verbod,

Artikel 6.28, geldt niet voor het aanleggen van oppervlakteverhardingen die: a.

binnen aandachtsgebied regionale waterberging kleiner zijn dan 100 m2; b. binnen aandachtsgebied reservering waterberging kleiner zijn dan 100 m2; of c. binnen oud gehuchtenpleintje kleiner zijn dan 200 m2. Artikel 6.30 Beoordelingsregels vergunningplicht De omgevingsvergunning voor het aanleggen van oppervlakteverhardingen wordt alleen verleend als: a. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van het waterbergend vermogen van de gronden; en b. door het uitvoeren van deze werken en/of werkzaamheden, dan wel door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen, geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waarden en/of functies die het plan beoogt te beschermen. Artikel 6.31 Advisering Het bevoegd gezag vraagt schriftelijk advies bij de beheerder of deskundige partij en betrekt dit advies bij het besluit op de aanvraag omgevingsvergunning. Subparagraaf 6.3.3.2 Parkeerplaatsen aanleggen in openbaar gebied Artikel 6.32 Toepassingsbereik Deze subparagraaf is van toepassing op het aanleggen van parkeerplaatsen op locaties met de functie 'openbaar gebied'. Artikel 6.33 Algemene aanlegregels Op locaties met de functie 'openbaar gebied' mogen parkeerplaatsen worden aangelegd, mits hierdoor geen onevenredige beïnvloeding ontstaat van de normale afwikkeling van verkeer en de feitelijke verkeerssituatie. Subparagraaf 6.3.3.3 Opbreken en graven Artikel 6.34 Toepassingsbereik Deze subparagraaf is van toepassing op het opbreken en graven op locaties met de functie 'openbaar gebied', inclusief: a. het opbreken van de verharding; b. het aanleggen, beheren en verwijderen van een kabel of leiding; en c. het aanleggen van waterhuishoudkundige voorzieningen ten behoeve van een waterberging, -infiltratie of riolering. Artikel 6.35 Algemene aanlegregels Op locaties met de functie 'openbaar gebied' mogen de gronden opengebroken en vergraven worden ten behoeve van het aanleggen, beheren en verwijderen van een kabel of leiding of het aanleggen van waterhuishoudkundige voorzieningen, mits de specifieke zorgplicht, zoals

Artikel 6.36, in acht wordt genomen.

Artikel 6.36 Specifieke zorgplicht De algemene zorgplicht voor het opbreken van de verharding in openbaar gebied en het aanleggen, in stand houden en verwijderen van een kabel of leiding in openbaar gebied houdt in dat: a. beschadiging van in de grond aanwezige werken zo veel mogelijk wordt voorkomen; b. de oorspronkelijke opbouw van het bodemprofiel en van funderingslagen zo veel mogelijk wordt hersteld; c. de grond zodanig wordt afgewerkt dat na klink een vlakke aansluiting op de aangrenzende ongeroerde grond wordt gerealiseerd; en d. de verharding zoveel mogelijk wordt hersteld naar de oorspronkelijke staat en, voor zover dat niet mogelijk is, een vlakke aansluiting op de aangrenzende verharding wordt gerealiseerd. Subparagraaf 6.3.3.4 Onverharde paden en wegen verharden Artikel 6.37 Toepassingsbereik

  1. Deze subparagraaf is van toepassing op het verharden van onverharde wegen en paden binnen de locatie 'onverhard'.
  2. Deze subparagraaf is niet van toepassing op eeds verharde paden en wegen. Artikel 6.38 Aanwijzing vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning onverharde paden en wegen te verharden. Artikel 6.39 Beoordelingsregels vergunningplicht De omgevingsvergunning voor het verharden van onverharde paden en wegen wordt alleen verleend als: a. aangetoond is dat de verharding noodzakelijk is voor een verantwoorde verkeersontsluiting en -afwikkeling; b. de (half)verharding geen onevenredige inbreuk doet aan de aanwezige direct omliggende landschappelijke, natuur(wetenschappelijke), cultuurhistorische en recreatieve waarden en belangen; c. door (half)verharding de (bedrijfsmatige) belangen van derden niet worden geschaad; en d. de aanleg hydrologisch neutraal wordt gerealiseerd en hiervoor schriftelijk advies is gevraagd aan het waterschap. Paragraaf 6.3.4 Werken en werkzaamheden - grondroeractiviteiten Subparagraaf 6.3.4.1 Ontginnen, ontgronden, vergraven, afgraven, egaliseren of ophogen van gronden Artikel 6.40 Toepassingsbereik Deze subparagraaf is van toepassing op het ontginnen, ontgronden, vergraven, afgraven, egaliseren of ophogen van gronden binnen: a. beperkingengebied buisleiding - gas; b. beperkingengebied buisleiding - riool; c. historische kern; d. archeologische vindplaats; e. hoge archeologische verwachtingswaarden; f. middelhoge archeologische verwachtingswaarden; g. aandachtsgebied regionale waterberging; h. aandachtsgebied reservering waterberging; i. meanderzone; of j. landschappelijk waardevol gebied. Artikel 6.41 Aanwijzing vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning gronden te ontginnen, te ontgronden, te vergraven, af te graven, te egaliseren of op te hogen. Artikel 6.42 Uitzondering vergunningplicht
  3. Het verbod,

Artikel 6.41, geldt niet voor activiteiten die zijn toegestaan op grond van Artikel 6.9.

2. Het verbod,

Artikel 6.41, geldt niet voor activiteiten die: a.

binnen historische kern minder dan 40 cm diep reiken en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 50 m2; b. binnen archeologische vindplaats minder dan 50 cm diep reiken en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 100 m2; c. binnen hoge archeologische verwachtingswaarden minder dan 50 cm diep reiken en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 500 m2; of d. binnen middelhoge archeologische verwachtingswaarden minder dan 50 cm diep reiken en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 2.500 m

  1. Artikel 6.43 Beoordelingsregels vergunningplicht De omgevingsvergunning voor het ontginnen, ontgronden, vergraven, afgraven, egaliseren of ophogen van gronden wordt alleen verleend als: a. door het uitvoeren van deze werken en/of werkzaamheden, dan wel door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen, geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waarden en/of functies die het plan beoogt te beschermen. Artikel 6.44 Advisering Het bevoegd gezag vraagt schriftelijk advies bij de beheerder of deskundige partij en betrekt dit advies bij het besluit op de aanvraag omgevingsvergunning. Subparagraaf 6.3.4.2 Diepploegen, diepwoelen en/of het uitvoeren van andere ingrepen in de bodem Artikel 6.45 Toepassingsbereik Deze subparagraaf is van toepassing op het diepploegen, diepwoelen en/of uitvoeren van andere ingrepen in de bodem binnen: a. beperkingengebied buisleiding - gas; b. beperkingengebied buisleiding - riool; c. historische kern; d. archeologische vindplaats; e. hoge archeologische verwachtingswaarden; f. middelhoge archeologische verwachtingswaarden; of g. landschappelijk waardevol gebied. Artikel 6.46 Aanwijzing vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning de bodem diep te ploegen, diep te woelen en/of anderen ingrepen in de bodem uit te voeren. Artikel 6.47 Uitzondering vergunningplicht
  2. Het verbod,

Artikel 6.46, geldt niet voor activiteiten die zijn toegestaan op grond van Artikel 6.9.

2. Het verbod,

Artikel 6.46, geldt niet voor activiteiten die: a.

binnen historische kern minder dan 40 cm diep reiken en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 50 m2; b. binnen archeologische vindplaats minder dan 50 cm diep reiken en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 100 m2; c. binnen hoge archeologische verwachtingswaardenminder dan 50 cm diep reiken en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 500 m2; of d. binnen middelhoge archeologische verwachtingswaarden minder dan 50 cm diep reiken en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 2.500 m

  1. Artikel 6.48 Beoordelingsregels vergunningplicht De omgevingsvergunning voor het diepploegen, diepwoelen en/of het uitvoeren van andere ingrepen in de bodem wordt alleen verleend als: a. door het uitvoeren van deze werken en/of werkzaamheden, dan wel door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen, geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waarden en/of functies die het plan beoogt te beschermen. Artikel 6.49 Advisering Bevoegd gezag vraagt schriftelijk advies bij de beheerder of deskundige partij en betrekt dit advies bij het besluit op de aanvraag omgevingsvergunning. Subparagraaf 6.3.4.3 Sloten, watergangen en overige waterpartijen aanleggen, verdiepen, verbreden of dempen, alsmede het aanleggen of veranderen van drainage Artikel 6.50 Toepassingsbereik Deze subparagraaf is van toepassing op het aanleggen, verdiepen, verbreden of dempen van sloten, watergangen en overige waterpartijen, alsmede het aanleggen of veranderen van drainage binnen: a. beperkingengebied buisleiding - riool; b. beperkingengebied buisleiding - gas; c. historische kern; d. archeologische vindplaats; e. hoge archeologische verwachtingswaarden; f. middelhoge archeologische verwachtingswaarden; g. aandachtsgebied waterhuishouding; h. meanderzone; i. aandachtsgebied regionale waterberging; j. aandachtsgebied reservering waterberging; k. oud gehuchtenpleintje; en/of l. historische dorpsstructuur. Artikel 6.51 Aanwijzing vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning sloten, watergangen en overige waterpartijen aan te leggen, te verdiepen, te verbreden of te dempen of drainage aan te leggen of te veranderen. Artikel 6.52 Uitzondering vergunningplicht
  2. Het verbod,

Artikel 6.51, geldt niet voor activiteiten die zijn toegestaan op grond van Artikel 6.9.

2. Het verbod,

Artikel 6.51, geldt niet voor activiteiten die: a.

binnen historische kern minder dan 40 cm diep reiken en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 50 m2; b. binnen archeologische vindplaats minder dan 50 cm diep reiken en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 100 m2; c. binnen hoge archeologische verwachtingswaarden minder dan 50 cm diep reiken en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 500 m2; of d. binnen middelhoge archeologische verwachtingswaarden minder dan 50 cm diep reiken en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 2.500 m

  1. Artikel 6.53 Beoordelingsregels vergunningplicht De omgevingsvergunning voor het aanleggen, verdiepen, verbreden en dempen van sloten, watergangen en overige waterpartijen of voor het aanleggen of veranderen van drainage wordt alleen verleend als: a. door het uitvoeren van deze werken en/of werkzaamheden, dan wel door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen, geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waarden en/of functies die het plan beoogt te beschermen. Artikel 6.54 Advisering Het bevoegde gezag vraagt schriftelijk advies bij de beheerder of een deskundige partij en betrekt dit advies bij het besluit op de aanvraag omgevingsvergunning. Subparagraaf 6.3.4.4 Heiwerkzaamheden uitvoeren of het op andere wijze aanbrengen van voorwerpen in de grond Artikel 6.55 Toepassingsbereik Deze subparagraaf is van toepassing op het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze aanbrengen van voorwerpen in de bodem binnen: a. beperkingengebied buisleiding - gas; b. historische kern; c. archeologische vindplaats; d. hoge archeologische verwachtingswaarden; en/of e. middelhoge archeologische verwachtingswaarden. Artikel 6.56 Aanwijzing vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning heiwerkzaamheden uit te voeren of voorwerpen op een andere wijzen in de bodem aan te brengen. Artikel 6.57 Uitzondering vergunningplicht
  2. Het verbod,

Artikel 6.56 geldt niet voor activiteiten die zijn toegestaan op grond van Artikel 6.9.

2. Het verbod,

Artikel 6.56 geldt niet voor activiteiten die: a.

binnen historische kern minder dan 40 cm diep reiken en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 50 m2; b. binnen archeologische vindplaats minder dan 50 cm diep reiken en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 100 m2; c. binnen hoge archeologische verwachtingswaarden minder dan 50 cm diep reiken en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 500 m2; of d. binnen middelhoge archeologische verwachtingswaarden minder dan 50 cm diep reiken en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 2.500 m

  1. Artikel 6.58 Beoordelingsregels vergunningplicht De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijzen aanbrengen van voorwerpen in de bodem wordt alleen verleend als: a. door het uitvoeren van deze werken en/of werkzaamheden, dan wel door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen, geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waarden en/of functies die het plan beoogt te beschermen. Artikel 6.59 Advisering Bevoegd gezag vraagt schriftelijk advies bij de beheerder of deskundige partij en betrekt dit advies bij het besluit op de aanvraag omgevingsvergunning. Subparagraaf 6.3.4.5 Ondergrondse kabels en leidingen aanbrengen Artikel 6.60 Toepassingsbereik Deze subparagraaf is van toepassing op het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatie kabels en leidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur binnen: a. historische kern; b. archeologische vindplaats; c. hoge archeologische verwachtingswaarden; d. middelhoge archeologische verwachtingswaarden; of e. meanderzone. Artikel 6.61 Aanwijzing vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning ondergrondse kabels en leidingen aan te leggen. Artikel 6.62 Uitzondering vergunningplicht
  2. Het verbod,

Artikel 6.61 geldt niet voor: a.

activiteiten die zijn toegestaan op grond van Artikel 6.9; of b. onderhouds- en vervangingswerkzaamheden binnen bestaande tracés van kabels en leidingen waarbij niet dieper gegraven wordt dan de reeds uitgegraven diepte. 2. Het verbod,

Artikel 6.61 geldt niet voor activiteiten die: a.

binnen historische kern minder dan 40 cm diep reiken; b. binnen archeologische vindplaats minder dan 50 cm diep reiken; c. binnen hoge archeologische verwachtingswaarden minder dan 50 cm diep reiken; of d. binnen middelhoge archeologische verwachtingswaarden minder dan 50 cm diep reiken. Artikel 6.63 Beoordelingsregels vergunningplicht De omgevingsvergunning voor het aanbrengen van ondergrondse kabels en leidingen wordt alleen verleend als: a. door het uitvoeren van deze werken en/of werkzaamheden, dan wel door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen, geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waarden en/of functies die het plan beoogt te beschermen. Artikel 6.64 Advisering Bevoegd gezag vraagt schriftelijk advies bij de beheerder of deskundige partij en betrekt dit advies bij het besluit op de aanvraag omgevingsvergunning. Afdeling 6.4 Bouwactiviteiten Paragraaf 6.4.1 Algemene bepalingen bouwactiviteiten Artikel 6.65 Algemeen toepassingsbereik Deze afdeling gaat over het bouwen van gebouwen, voorzieningen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Artikel 6.66 Meetbepalingen Bij toepassing van het bepaalde in deze afdeling wordt op de volgende wijze gemeten: a. goothoogte: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeiboord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; b. bouwhoogte: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van het gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; c. dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; d. bruto oppervlak: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; e. inhoud: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels en/of het hart van de scheidingsmuren en de buitenzijde van daken en dakkapellen. Kelders worden niet meegeteld bij de inhoud van een bouwwerk; f. peil:

  1. voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; en
  2. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld. Artikel 6.67 Bouwen ten behoeve van gebruiksactiviteiten Het bouwen van gebouwen, voorzieningen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde is alleen toegestaan als de gebruiksactiviteit waarvoor wordt gebouwd ter plaatse is toegestaan op grond van Afdeling 6.
  3. Artikel 6.68 Algemene afbakeningseisen In het geval een bouwwerk legaal is opgericht op het tijdstip van de vaststelling van de eerste wijziging van dit omgevingsplan, en waarvoor geen specifieke omgevingsnorm is opgenomen en de maatvoering van het legale bouwwerk afwijkt van het bepaalde in deze afdeling, dan mag de maatvoering niet meer bedragen dan bestaand. Artikel 6.69 Algemene aanvraagvereisten ruimtelijke bouwactiviteiten Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor bouwactiviteit worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een opgave van de bouwkosten; b. het beoogde en het huidige gebruik van het bouwwerk en de bijbehorende gronden waarop de aanvraag betrekking heeft; c. een opgave van de bruto inhoud in m3 en de bruto vloeroppervlakte in m2 van het deel van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft; d. een situatietekening van de bestaande situatie en een situatietekening van de nieuwe situatie waarop maatvoering en schaal zijn aangegeven met daarop de afmetingen van het perceel en het bebouwd oppervlak, de situering van het bouwwerk ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde, de wijze waarop de locatie wordt ontsloten, de aangrenzende locaties en de daarop voorkomende bebouwing en het beoogd gebruik van de gronden behorende bij het voorgenomen bouwwerk; e. de hoogte van het bouwwerk ten opzichte van het straatpeil en het aantal bouwlagen; en f. de inrichting van parkeervoorzieningen op het eigen terrein. Artikel 6.70 Algemene beoordelingsregels ruimtelijke bouwactiviteiten Een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit wordt alleen verleend als voldaan wordt aan de volgende regels: a. het aangevraagde bouwwerk een bijdrage levert aan het verbeteren van de stedenbouwkundige structuur; b. landschappelijke en cultuurhistorische waarden niet onevenredig wordt aangetast; c. de maatvoering van het aangevraagde bouwwerk naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders aansluit op de maatvoering van omliggende bebouwing; d. het aangevraagde bouwwerk hydrologisch neutraal wordt uitgevoerd; e. de bouw- en gebruiksmogelijkheden van omliggende gebouwen en locaties niet onevenredig worden aangetast; en f. het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, bijdraagt aan het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Artikel 6.71 Specifieke zorgplicht beschermen omgeving bij bouwactiviteiten
  4. Degene die bouwwerkzaamheden verricht of weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat de werkzaamheden kunnen leiden tot beschadiging of belemmering van wegen, van in de weg gelegen werken en van andere roerende of onroerende zaken op een aangrenzend perceel of op een aan het bouwterrein grenzende openbare weg, openbaar water of openbaar groen, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die beschadigingen of belemmering te voorkomen of niet te laten voortduren.
  5. Degene die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn handelen of nalaten in, op of aan een bouwwerk overlast of hinder veroorzaakt of kan veroorzaken voor de omgeving, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die overlast of hinder te voorkomen of niet te laten voortduren. Het gaat daarbij in elk geval om overlast of hinder door: a. het op hinderlijke wijze verspreiden van rook, roet, walm, stof, stank, vocht of irriterend materiaal; b. het veroorzaken van overlast door geluid, trillingen, dieren of verontreiniging; en c. het nalaten van het normale onderhoud waardoor het bouwwerk zich niet in een zindelijk staat bevindt. Artikel 6.72 Verboden bouwactiviteiten
  6. Het is verboden bouwactiviteiten als

artikel 2.29 van het Besluit bouwwerken leefomgeving te verrichten, die niet voldoen aan de eisen in dat artikel.

  1. Binnen de locatie 'bebouwingsvrije zone' is het verboden om bouwwerken, daaronder begrepen het vergunningvrij bouwen als bepaald in Artikel 22.27, te bouwen. Artikel 6.73 Algemene regels bouwactiviteiten
  2. Binnen de meanderzone is het bouwen van bouwwerken alleen mogelijk als: a. gebouwd wordt ten dienste van de bescherming en het beheer van de watergang en beekherstel; of b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde niet meer dan 3 meter bedraagt.
  3. Binnen het aandachtsgebied regionale waterberging is het bouwen van bouwwerken alleen mogelijk als: a. gebouwd wordt ten dienste van de waterberging; b. de bouwhoogte van gebouwen niet meer dan 2 meter bedraagt; en c. door de bouw het waterbergend vermogen van het gebied niet wordt belemmerd.
  4. Binnen de locatie 'beeldkwaliteit Akkerstraat' is het bouwen van bouwwerken alleen mogelijk als gebouwd wordt met inachtneming van het bepaalde in bijlage IV 'Beeldkwaliteit Akkerstraat ong. Biest-Houtakker. Artikel 6.74 Algemene regels ondergeschikte bouwdelen bouwen Het bouwen van tot hoofdgebouwen behorende ondergeschikte bouwdelen is alleen mogelijk als: a. de overschrijding niet meer bedraagt dan 1,5 meter, met dien verstande dat de diepte van een erker maximaal 1,1 meter mag bedragen; b. de goot- en bouwhoogte van erkers, entreeportalen en veranda’s niet meer bedraagt dan de hoogte van de eerste bouwlaag van het betreffende gebouw vermeerderd met 0,25 meter tot een maximum van 3 meter; c. de breedte van erkers, entreeportalen en veranda’s niet meer bedraagt dan de 40% van de breedte van de betreffende gevel van het gebouw, met dien verstande dat een erker voor de gevellijn niet buiten de zijgevel uitsteekt, de afstand van een erker aan de zijgevel tot de zijdelings gebouwerfgrens minimaal 1 meter bedraagt en een erker aan de zijgevel minimaal 3 meter achter de gevellijn ligt; en d. daar waar de locatie grenst aan de functie ‘openbaar gebied’, de afstand tot deze grens minimaal 2 meter bedraagt; Artikel 6.75 Algemene regels ondergronds bouwen Het bouwen van een ondergronds bouwwerk alleen mogelijk als: a. wordt gebouwd onder bovengrondse bebouwing; b. de regels omtrent de situering, de horizontale diepte en de oppervlakte zoals bepaald voor de bovengrondse bebouwing overeenkomstig in acht worden genomen; c. de verticale diepte niet meer bedraagt dan 5 meter. Artikel 6.76 Aanwijzing vergunningplicht bouwactiviteiten
  5. Binnen het beperkingengebied buisleiding - gas is het verboden zonder omgevingsvergunning bouwwerken of bouwwerken, geen gebouwen zijnde te bouwen.
  6. Binnen het beperkingengebied buisleiding - riool is het verboden zonder omgevingsvergunning bouwwerken of bouwwerken, geen gebouwen zijnde te bouwen.
  7. Binnen historische kern, archeologische vindplaats, hoge archeologische verwachtingswaarden of middelhoge archeologische verwachtingswaarden is het verboden zonder omgevingsvergunning bouwwerken te bouwen.
  8. Binnen cultuurhistorisch waardevolle objecten is het verboden zonder omgevingsvergunning bouwwerken te (ver)bouwen
  9. Binnen het aandachtsgebied reservering waterberging is het verboden zonder omgevingsvergunning gebouwen te bouwen. Artikel 6.77 Uitzondering vergunningplicht bouwactiviteiten
  10. Het verbod,

Artikel 6

.76, eerste lid, geldt niet voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde als: a. gebouwd wordt ten behoeve van het beheer van de leiding en de bescherming van het aangrenzende woon- en leefklimaat in verband met de leiding, zoals regel- en meetkasten en afsluiterputten; b. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 2 meter; en c. de oppervlakte niet meer bedraagt dan 25 m2. 2. Het verbod,

Artikel 6

.76, tweede lid, geldt niet voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde als: a. gebouwd wordt ten behoeve van het beheer van en onderhoud van de leiding en/of de bescherming van het woon- en leefklimaat in verband met deze leiding; en b. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 3 meter. 3. Het verbod,

Artikel 6.76, derde lid, geldt niet voor activiteiten die: a.

binnen historische kern minder dan 40 cm diep reiken en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 50 m2; b. binnen archeologische vindplaats minder dan 50 cm diep reiken en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 100 m2; c. binnen hoge archeologische verwachtingswaarden minder dan 50 cm diep reiken en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 500 m2; of d. binnen middelhoge archeologische verwachtingswaarden minder dan 50 cm diep reiken en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 2.500 m2. Artikel 6.78 Beoordelingsregels vergunningplicht bouwactiviteiten 1. De omgevingsvergunning, als

Artikel 6

.76, eerste lid, wordt alleen verleend als is aangetoond dat het geen negatieve gevolgen heeft voor het veilig, betrouwbaar en duurzaam functioneren van het gastransportnet. 2. De omgevingsvergunning, als

Artikel 6.76, tweede lid, wordt alleen verleend als: a.

is aangetoond dat geen gevaar en/of nadeel voor de leiding is te duchten; en b. geen blijvende onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de mogelijkheid van een adequaat beheer van de leiding. 3. De omgevingsvergunning, als

Artikel 6.76, derde lid, wordt alleen verleend als: a.

met een archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteit niet onevenredig (kunnen) worden verstoord; b. een onderzoek als bedoeld onder a is niet noodzakelijk als de archeologische waarden van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Hieronder worden onder meer verleende vergunningen en/of andere feitelijke gegevens verstaan, waaruit kan worden afgeleid dat de bodem ter plaatse dermate is geroerd dat het alleszins aannemelijk is dat er geen sprake meer is van archeologische waarden die door die voorgenomen bouwactiviteit kunnen worden verstoord. 4. De omgevingsvergunning, als

Artikel 6

.76, vierde lid, wordt alleen verleend als is aangetoond dat geen afbreuk wordt gedaan aan de ruimtelijke en functionele karakteristiek van het gebied. 5. De omgevingsvergunning, als

Artikel 6

.76, vijfde lid, wordt alleen verleend als is aangetoond dat de bebouwing niet leidt tot een vermindering of verslechtering van het waterbergend vermogen van het gebied en een effectieve werking van het waterbergingsgebied behouden blijft danwel wordt verbeterd. Artikel 6.79 Advisering 1. Bevoegd gezag vraagt schriftelijk advies bij de leidingbeheerder en betrekt dit advies bij het besluit op de aanvraag omgevingsvergunning als

Artikel 6.76, eerste lid.

2. Bevoegd gezag vraagt schriftelijk advies bij de leidingbeheerder en betrekt dit advies bij het besluit op de aanvraag omgevingsvergunning als

Artikel 6.76, tweede lid.

3. Bevoegd gezag vraagt schriftelijk advies bij een deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg conform de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie-KNA en betrekt dit advies bij het besluit op de aanvraag omgevingsvergunning als

Artikel 6.76, derde lid.

4. Bevoegd gezag vraagt schriftelijk advies bij de welstands/gemeentelijke monumentencommissie omtrent de mogelijke aantasting van de cultuurhistorische waarden en betrekt dit advies bij het besluit op de aanvraag omgevingsvergunning als

Artikel 6.76, vierde lid.

5. Bevoegd gezag vraagt schriftelijk advies bij het waterschap en betrekt dit advies bij het besluit op de aanvraag omgevingsvergunning als

Artikel 6.76, vijfde lid.

Artikel 6.80 Maatwerkvoorschrift vergunningplicht bouwactiviteiten De bevoegde overheid kan met het oog op het beschermen van de archeologische waarden, een maatwerkvoorschrift verbinden aan de omgevingsvergunning als

Artikel 6

.76, derde lid, als zij van oordeel is dat de aanwezige archeologische waarden door de bouwactiviteiten aangetast (kunnen) worden. Aan de omgevingsvergunning kunnen één of meerdere van de volgende voorschriften worden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; b. een verplichting tot het doen van opgravingen; c. een verplichting de uitvoering van bouwactiviteiten te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg namelijk een archeologische instantie met een opgravingsbevoegdheid. Artikel 6.81 Voorrangsbepaling bouwen Voor zover de bepalingen in Subparagraaf 22.2.7.3 tegenstrijdig zijn aan de genoemde bouwactiviteiten in Paragraaf 6.4.2 tot en met Paragraaf 6.4.11, hebben de bepalingen in Subparagraaf 22.2.7.3 voorrang op Paragraaf 6.4.2 tot en met Paragraaf 6.4.11. De overige regels in Hoofdstuk 6 zijn onverminderd van toepassing. Paragraaf 6.4.2 Bedrijfsgebouw bouwen Artikel 6.82 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het bouwen van een bedrijfsgebouw binnen de locatie ‘bedrijfsgebouw’. Artikel 6.83 Aanwijzing vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bedrijfsgebouw te bouwen. Artikel 6.84 Uitzondering vergunningplicht Het verbod,

Artikel 6

.83 geldt niet voor het uitbreiden van een bestaand bedrijfsgebouw als de uitbreiding voldoet aan de beoordelingsregels in Artikel 6.

  1. Artikel 6.85 Beoordelingsregels vergunningplicht
  2. De omgevingsvergunning voor het bouwen van een bedrijfsgebouw wordt alleen verleend als: a. het bebouwingspercentage binnen het gebouwerf niet meer bedraagt dan aangegeven met de norm 'maximum bebouwingspercentage'; b. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan aangegeven met de norm 'maximale bouwhoogte' en c. de goothoogte niet meer bedraagt dan aangegeven met de norm 'maximale goothoogte'.
  3. De omgevingsvergunning voor het bouwen van een bedrijfsgebouw wordt ook verleend als het bebouwingspercentage afwijkt van het bepaalde Artikel 6.85 onder a, maar voldaan wordt aan de volgende regels: a. het aantal bedrijven dan wel voorzieningen niet wordt vergroot; b. aangetoond is dat de uitbreiding wegens een doelmatige bedrijfsvoering noodzakelijk is; en c. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
  4. het straat- en bebouwingsbeeld;
  5. het woon- en leefklimaat in de omgeving;
  6. de verkeersveiligheid;
  7. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; en
  8. voldoende parkeervoorzieningen op eigen terrein worden gerealiseerd.
  9. De omgevingsvergunning voor het bouwen van een bedrijfsgebouw binnen de locatie 'begraafplaats' wordt alleen verleend als het oppervlak niet meer dan 25 m2 bedraagt. Paragraaf 6.4.3 Nutsvoorziening bouwen Artikel 6.86 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het bouwen van een openbare nutsvoorziening, waaronder begrepen een bergbezinkbassin, binnen de locatie ‘nutsvoorzieningen’. Artikel 6.87 Aanwijzing vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning een openbare nutsvoorziening te bouwen. Artikel 6.88 Beoordelingsregels vergunningplicht De omgevingsvergunning voor het bouwen van een nutsvoorziening wordt alleen verleend als: a. de goothoogte niet meer bedraagt dan 4 meter; en b. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 6,5 meter. Paragraaf 6.4.4 Agrarische bedrijfswoning bouwen Artikel 6.89 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het bouwen van een agrarische bedrijfswoning binnen de locatie 'agrarische bedrijfswoning’. Artikel 6.90 Aanwijzing vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning een agrarische bedrijfswoning te bouwen. Artikel 6.91 Uitzondering vergunningplicht Het verbod,

Artikel 6

.90 geldt niet voor het uitbreiden van een bestaande agrarisch bedrijfswoning als de uitbreiding voldoet aan de beoordelingsregels in Artikel 6.92. Artikel 6.92 Beoordelingsregels vergunningplicht De omgevingsvergunning voor het bouwen van een agrarische bedrijfswoning wordt alleen verleend als: a. het aantal bedrijfswoningen per gebouwerf maximaal één woning bedraagt; b. de inhoud niet meer dan 750 m3 bedraagt; c. de goothoogte niet meer dan 6 meter bedraagt; en d. de bouwhoogte niet meer dan 9 meter bedraagt. Paragraaf 6.4.5 Bedrijfswoning bouwen Artikel 6.93 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het bouwen van een bedrijfswoning binnen de locatie 'bedrijfswoning'. Artikel 6.94 Aanwijzing vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bedrijfswoning te bouwen. Artikel 6.95 Uitzondering vergunningplicht Het verbod,

Artikel 6

.94 geldt niet voor het uitbreiden van een bestaande bedrijfswoning als de uitbreiding voldoet aan de beoordelingsregels in Artikel 6.96. Artikel 6.96 Beoordelingsregels vergunningplicht De omgevingsvergunning voor het bouwen van een bedrijfswoning wordt alleen verleend als: a. het aantal bedrijfswoningen per gebouwerf maximaal één woning bedraagt; b. de inhoud niet meer dan 500 m3 bedraagt; c. de goothoogte niet meer dan 6 meter bedraagt; en d. de bouwhoogte niet meer dan 9 meter bedraagt. Paragraaf 6.4.6 Burgerwoning bouwen Artikel 6.97 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het bouwen van een burgerwoning binnen de locatie ‘burgerwoning’. Artikel 6.98 Aanwijzing vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning een burgerwoning te bouwen. Artikel 6.99 Uitzondering vergunningplicht Het verbod,

Artikel 6

.98 geldt niet voor het uitbreiden van een bestaande woning als de uitbreiding voldoet aan de beoordelingsregels in Artikel 6.100, eerste lid onder b tot en met g. Artikel 6.100 Beoordelingsregels vergunningplicht

  1. De omgevingsvergunning voor het bouwen van een burgerwoning wordt alleen verleend als: a. uitsluitend binnen de locatie met de norm 'maximum aantal wooneenheden', met dien verstande dat het aantal nieuw te bouwen woningen maximaal het aangegeven aantal bedraagt; b. de woning wordt uitgevoerd in het woningtype zoals aangegeven met de norm 'woningtype'; c. de voorgevel van het hoofdgebouw wordt gebouwd in de fictieve voorgevellijn; d. de diepte van het hoofdgebouw niet meer bedraagt dan 13 meter, tenzij anders aangegeven met de norm 'maximum diepte'; e. de afstand aan de niet aaneengebouwde zijde van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens ten minste 2,5 meter bedraagt; burgerwoning f. de goothoogte niet meer bedraagt dan aangegeven met de norm 'maximale goothoogte'; g. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan aangegeven met de norm 'maximale bouwhoogte'; en h. op locaties met de norm 'maximale inhoud' de inhoud van de woning niet meer bedraagt dan aangegeven met de norm; i. op locaties met de norm 'maximale gezamenlijke inhoud' de gezamenlijke inhoud van de woningen niet meer bedraagt dan aangegeven met de norm.
  2. De omgevingsvergunning voor het bouwen van een burgerwoning of het uitbreiden van een bestaande burgerwoning wordt ook verleend als de diepte van het hoofdgebouw meer bedraagt dan bepaald in Artikel 6.100, eerste lid onder d, maar voldaan wordt aan de volgende regels: a. de afstand van de achtergevel tot de achterste grens van het gebouwerf ten minste 5 meter bedraagt; b. de totale diepte van hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken en overkapping ten hoogste 17 meter bedraagt; en c. de diepte niet tot een onevenredige beperking van de gebruiksmogelijkheden van omliggende percelen.
  3. De omgevingsvergunning voor het bouwen van een burgerwoning wordt ook verleend als het hoofdgebouw op een kortere afstand tot de zijdelingse perceelgrens wordt gebouwd dan bepaald in Artikel 6.100, eerste lid onder e, maar voldaan wordt aan de volgende regels: a. de afstand tot op het naastgelegen perceel gelegen hoofdgebouw ten minste 3 meter bedraagt.
  4. De omgevingsvergunning voor het bouwen van een burgerwoning of het uitbreiden van een bestaande burgerwoning wordt ook verleend als de voorgevel van het hoofdgebouw niet in de fictieve voorgevellijn wordt gebouwd zoals bepaald in Artikel 6.97, eerste lid, onder c, maar voldaan wordt aan de volgende regels: a. het hoofdgebouw wordt gebouwd op de locatie 'afwijking voorgevellijn'; en b. de voorgevel wordt in of tot 4 meter achter de fictieve voorgevellijn gebouwd.
  5. De omgevingsvergunning voor het bouwen van een burgerwoning of het uitbreiden van een bestaande burgerwoning wordt ook verleend als de voorgevel van het hoofdgebouw niet in de fictieve voorgevellijn wordt gebouwd zoals bepaald in Artikel 6.97, eerste lid onder c, maar voldaan wordt aan de volgende regels: a. het hoofdgebouw wordt gebouwd op de locatie 'beeldkwaliteit Akkerstraat'; en b. de voorgevel wordt met één hoekpunt in de fictieve voorgevellijn gebouwd. conform de situatietekening op bladzijde 9 van bijlage IV 'Beeldkwaliteit Akkerstraat ong. Biest-Houtakker'.
  6. De omgevingsvergunning voor het bouwen van een burgerwoning binnen de locatie voorwaardelijke verplichting ecologie wordt alleen verleend als: a. bij de aanvraag wordt aangetoond dat de aanwezige natuurwaarden niet worden verstoord; en b. op eigen terrein wordt voorzien in een voorziening voor de berging van hemelwater met een capaciteit van ten minste 45 m
  7. Paragraaf 6.4.7 Bijbehorende bouwwerken en overkapping bij een woning bouwen Artikel 6.101 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het bouwen van bijbehorende bouwwerken en overkappingen bij een woning binnen de locatie ‘bijbehorende bouwwerken’. Artikel 6.102 Algemene regels voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken en overkappingen bij woningen Het bouwen van bijbehorende bouwwerken en overkappingen bij een woning is vergunningvrij als: a. gebouwd wordt binnen de locatie 'bijbehorende bouwwerken'; b. bijbehorende bouwwerken gebouwd worden op een afstand van ten minste 3 meter achter de voorgevel van hoofdgebouwen, tenzij anders aangegeven met de norm 'minimum afstand achter voorgevel'; c. het gezamenlijk te bouwen oppervlak van bijbehorende bouwwerken en overkappingen niet meer bedraagt dan 50% van het gebouwerf tot een maximum van 100 m2, tenzij anders aangegeven met de norm 'maximale oppervlakte bijbehorende bouwwerken'; d. minimaal een aaneengesloten oppervlakte van 25 m2 van het zij- en achtererf onbebouwd en onoverdekt blijft; e. de diepte van bijbehorende bouwwerken en overkappingen aan de achtergevel van het hoofdgebouw niet meer bedraagt dan 4 meter, met dien verstande dat de diepte van het hoofdgebouw en de bijbehorende bouwwerken en overkappingen gezamenlijk niet meer dan 17 meter bedraagt; f. overkappingen op een afstand van ten minste 1 meter achter de voorgevel van hoofdgebouw worden gebouwd; g. de goothoogte van bijbehorende bouwwerken niet meer bedraagt dan 3,30 meter; h. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken niet meer bedraagt dan 5,50 meter; en i. de bouwhoogte van overkapping niet meer bedraagt dan 3 meter. Paragraaf 6.4.8 Erfafscheidingen bouwen Artikel 6.103 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het bouwen van een erf- of terreinafscheiding binnen de locatie 'besluitgebied eerste wijziging'. Artikel 6.104 Aanwijzing verbod Binnen de locatie 'beperking erfafscheidingen' is het verboden bouwwerken te bouwen ten behoeve van erfafscheidingen. Artikel 6.105 Algemene regels erfafscheidingen bouwen
  8. Het bouwen van erfafscheidingen op een erf waarop al een (hoofd)gebouw staat is vergunningvrij als: a. de bouwhoogte voor de voorgevel van dat (hoofd)gebouw niet meer dan 1 meter bedraagt; of b. de bouwhoogte achter de voorgevel van dat (hoofd)gebouw niet meer dan 2 meter bedraagt.
  9. Het bouwen van erfafscheidingen in een andere situatie dan beschreven in Artikel 6.105, eerste lid is vergunningvrij als de bouwhoogte niet meer dan 2 meter bedraagt. Paragraaf 6.4.9 Overige agrarische bouwwerken, geen gebouwen zijnde bouwen Artikel 6.106 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het bouwen van overige agrarische bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals torensilo’s, sleufsilo’s, mestopslagplaten en bedrijfsinstallaties, op locaties met de functie 'agrarisch bedrijf'. Artikel 6.107 Algemene regels voor het bouwen van overige agrarische bouwwerken binnen de functie agrarisch bedrijf a. Het bouwen van een torensilo is vergunningvrij als de bouwhoogte van de torensilo niet meer bedraagt dan 12 meter; b. Het bouwen van een sleufsilo is vergunningsvrij als de bouwhoogte van de sleufsilo niet meer bedraagt dan 3 meter; c. Het bouwen van mestopslagplaten is vergunningsvrij als de bouwhoogte van de mestopslagplaat niet meer bedraagt dan 2 meter; d. Het bouwen van overige agrarische bouwwerken, zoals bedrijfsinstallaties en -constructies is vergunningsvrij als de bouwhoogte van deze bouwwerken niet meer bedraagt dan 6 meter. Paragraaf 6.4.10 Overkapping bouwen bij andere hoofdgebouwen dan een woning Artikel 6.108 Toepassingsbereik
  10. Deze paragraaf is van toepassing op het bouwen van overkappingen bij andere hoofdgebouwen dan een woning binnen de locatie 'overkapping'.
  11. Deze paragraaf is niet van toepassing op het bouwen van overkappingen bij een woning als

Paragraaf 6.4.

  1. Artikel 6.109 Algemene regels voor het bouwen van overkappingen bij een ander hoofdgebouw dan een woning Het bouwen van een overkapping is toegestaan als: a. de overkapping in zijn geheel wordt gebouwd op het erf behorende bij een bestaand hoofdgebouw; b. de overkapping op een afstand van ten minste 1 meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw staat of wordt geplaatst; en c. de overkapping niet hoger is dan 3 meter. Paragraaf 6.4.11 Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bouwen Artikel 6.110 Toepassingsbereik
  2. Deze paragraaf is van toepassing op het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde binnen de locatie ‘besluitgebied eerste wijziging’.
  3. Deze paragraaf is niet van toepassing op het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde zoals

Paragraaf 6.4.8 of Paragraaf 6.4.

  1. Artikel 6.111 Algemene regels overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bouwen
  2. Het bouwen van palen, ballenvangers, tribunes en lichtmasten is vergunningvrij als: a. gebouwd wordt op locaties met de functie 'sport'; b. de bouwhoogte voor palen en ballenvangers niet meer dan 12 meter bedraagt; c. de bouwhoogte voor tribunes niet meer dan 5 meter bedraagt; en d. de bouwhoogte voor lichtmasten niet meer dan 20 meter bedraagt.
  3. Het bouwen van bedrijfsinstallaties is vergunningvrij als: a. gebouwd wordt op locaties met de functie 'bedrijf'; en b. de bouwhoogte van bedrijfsinstallaties niet meer dan 6 meter bedraagt.
  4. Het bouwen van verlichting en voorzieningen voor de verkeersgeleiding is vergunningvrij als: a. gebouwd wordt op de locatie 'verkeersweg' of locaties met de functie 'openbaar gebied'; b. de bouwhoogte voor verlichting niet meer dan 6 meter bedraagt; en c. de bouwhoogte van voorzieningen voor de verkeersgeleiding niet meer dan 10 meter bedraagt.
  5. Het bouwen van een muziekkiosk, kunstuitingen en speelvoorzieningen is vergunningvrij als: a. gebouwd wordt op locaties met de functie 'openbaar gebied'; b. de bouwhoogte van een muziekkiosk niet meer dan 6 meter bedraagt; c. de bouwhoogte van kunstuitingen niet meer dan 12 meter bedraagt; en d. de bouwhoogte van speelvoorzieningen niet meer dan 6 meter bedraagt.
  6. Het bouwen van overige andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is vergunningvrij als de bouwhoogte niet meer dan 3 meter bedraagt. Afdeling 6.5 Gebruiksactiviteiten Paragraaf 6.5.1 Algemene bepalingen gebruiksactiviteiten Artikel 6.112 Toepassingsbereik Deze afdeling is van toepassing op het gebruik van locaties en het gebruik van gronden en bouwwerken. Artikel 6.113 Specifieke zorgplicht
  7. Degene die een bouwwerk gebruikt en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat dit gebruik tot gevaar voor de gezondheid of veiligheid kan leiden, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om dat gevaar te voorkomen of niet te laten voortduren.
  8. Degene die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn handelen of nalaten in, op of aan een bouwwerk overlast of hinder veroorzaak of kan veroorzaken voor de omgeving, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die overlast of hinder te voorkomen of niet te laten voortduren, waarbij onder overlast en hinder in elk geval wordt verstaan: a. het op hinderlijke wijze verspreiden van rook, roet, walm, stof, stank, vocht of irriterend materiaal; b. het veroorzaken van overlast door geluid, trillingen, dieren of verontreinigen; en c. het nalaten van het normale onderhoud waardoor het bouwwerk zich niet in een zindelijk staat bevindt.
  9. De zorgplicht is niet van toepassing op het gebruik van bouwwerken,

afdeling 6.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving. Artikel 6.114 Verboden gebruiksactiviteiten Het is verboden een gebruiksactiviteit te verrichten die niet in overeenstemming is met de functie die aan een locatie is toebedeeld. Artikel 6.115 Algemene aanvraagvereisten gebruiksactiviteiten Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor gebruiksactiviteiten worden de volgende gegeven en bescheiden verstrekt: a. het beoogde en het huidige gebruik van de gronden en bouwwerken waarop de aanvraag betrekking heeft; b. een situatietekening van de bestaande toestand; c. een tekening van de nieuwe toestaand met daarop de afmetingen van het perceel en bebouwd oppervlak, de situering van bouwwerken ten opzichte van het gebouwerf en de wegzijde, de wijze waarop de locatie wordt ontsloten, de aangrenzende locaties en de daarop voorkomende bebouwing en het beoogde gebruik van de locatie behorende bij het bouwwerk; en d. zo nodig wordt een bodemonderzoek verstrekt waarin aangetoond is dat de bodemkwaliteit ter plaatse is voor het beoogde gebruik Paragraaf 6.5.2 Activiteiten in openbaar gebied Subparagraaf 6.5.2.1 Evenementen houden Artikel 6.116 Toepassingsbereik Deze subparagraaf is van toepassing op het houden van evenementen op locaties met de functie 'openbaar gebied'. Artikel 6.117 Algemene regels evenementen houden Locaties met de functie 'openbaar gebied' mogen worden gebruikt voor het houden van evenementen. Paragraaf 6.5.3 Agrarische activiteiten Subparagraaf 6.5.3.1 Agrarische bedrijfsactiviteiten uitoefenen Artikel 6.118 Toepassingsbereik 1. Deze subparagraaf is van toepassing op het uitoefenen van grondgebonden agrarische bedrijfsactiviteiten binnen de locatie 'agrarische bedrijfsactiviteiten'. 2. Deze subparagraaf is niet van toepassing op het uitoefenen van niet-grondgebonden agrarische bedrijfsactiviteiten, zoals glastuinbouwbedrijven en veehouderijen. Artikel 6.119 Algemene regels agrarische bedrijfsactiviteiten De gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt voor: a. het bedrijfsmatig telen of veredelen van gewassen, waaronder begrepen houtteelt en fruitteelt; en b. het bedrijfsmatig houden of fokken van vee, pluimvee of pelsdieren. Artikel 6.120 Aanwijzing vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning de bedrijfsvoering van een agrarisch bedrijf te wijzigen. Artikel 6.121 Uitzondering vergunningplicht Het verbod,

Artikel 6

.120 geldt niet voor het wijzigen van de bedrijfsvoering van een agrarisch bedrijf als die wijziging niet leidt tot: a. een toename van de stikstofdepositie vanuit het desbetreffende agrarisch bedrijf of de betreffende gronden, ten opzichte van de referentiesituatie op het (de) maatgevende gevoelige Natura 2000-gebied(en); en b. meer uitstoot van geluid, stof en geur. Artikel 6.122 Beoordelingsregels vergunningplicht De omgevingsvergunning voor het wijzigen van de bedrijfsvoering van een agrarisch bedrijf wordt alleen verleend als: a. aangetoond is dat er geen sprake is van planologische en/of milieuhygiënische belemmeringen; b. de ontwikkeling vanuit een goede leefomgeving en gelet op de aspecten als benoemd in de Omgeving

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.