/akn/nl/act/gemeente/2024/CVDR696343 /join/id/stop/work_006 /akn/nl/act/gm0531/2020/omgevingsplan /join/id/stop/work_019 2025-06-19 2025-06-19 /akn/nl/act/gemeente/2024/CVDR696343/nld@2025-07-17 /join/id/proces/gm0531/2020/Bruidsschat-InstellingInitieleRegelingVersieDoorRijk /join/id/proces/gm0531/2020/BSInBeheerWijziging /join/id/proces/gm0531/2025/1eWijzigingProd 2025-07-17 2025-08-15 2025-07-17 2025-08-15 2025-07-17 2025-08-15 /akn/nl/act/gm0531/2020/omgevingsplan/nld@2025-06-17;V2 /akn/nl/act/gm0531/2020/omgevingsplan /akn/nl/act/gm0531/2020/omgevingsplan/nld@2025-06-17;V2 /join/id/stop/work_019 2 Omgevingsplan gemeente Hendrik-Ido-Ambacht Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1.1 Toepassingsbereik De regels in deze afdeling gaan over de begripsbepalingen. Artikel 1.2 Normaddressaat Aan dit omgevingsplan wordt voldaan door degene die de activiteit verricht, tenzij anders is bepaald. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit. Artikel 1.3 Begripsbepalingen in het omgevingsplan Bijlage 1 bij dit omgevingsplan bevat begripsbepalingen voor de toepassing van dit omgevingsplan. Artikel 1.4 Aanvullende begripsbepalingen Artikel 1.1 van de Omgevingswet, artikel 1.1 van het Omgevingsbesluit, artikel 1.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, artikel 1.1 van het Besluit activiteiten leefomgeving en artikel 1.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, zijn van overeenkomstige toepassing op dit omgevingsplan, tenzij in bijlage I daarvan is afgeweken. Hoofdstuk 2 Doelen Afdeling 2.1 Doelen van het omgevingsplan Artikel 2.1 Toepassingsbereik De regels in deze afdeling gaan over de doelen van het omgevingsplan. Artikel 2.2 Doelen Dit omgevingsplan is, met het oog op de doelen van artikel 1.3 van de Omgevingswet, gericht op: a. een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; b. het beschermen van een goed woon- en leefklimaat; c. het beschermen van de gezondheid; en d. het doelmatig benutten van de openbare ruimte. Hoofdstuk 3 Programma's Hoofdstuk 4 Aanwijzingen in de fysieke leefomgeving Afdeling 4.1 Index van op locaties toegestane activiteiten Paragraaf 4.1.1 Functies Paragraaf 4.1.2 Cultureel erfgoed Paragraaf 4.1.3 Evenementen Paragraaf 4.1.4 Bouwwerken Paragraaf 4.1.5 Bovengrondse en ondergrondse infrastructuur Paragraaf 4.1.6 Openbaar gebied activiteit Paragraaf 4.1.7 Landschap Paragraaf 4.1.8 Bodem Paragraaf 4.1.9 Geluid Paragraaf 4.1.10 Omgevingsveiligheid Paragraaf 4.1.11 Gezondheid Paragraaf 4.1.12 Milieu overig Paragraaf 4.1.13 Energie Paragraaf 4.1.14 Water Paragraaf 4.1.15 Natuur Afdeling 4.2 Gebieden Hoofdstuk 5 Gebruiksactiviteiten Afdeling 5.1 Algemene bepalingen gebruiksactiviteiten Artikel 5.1 Toepassingsbereik
- De regels in dit hoofdstuk gaan over gebruiksactiviteiten.
- Met gebruiksactiviteiten worden niet activiteiten die worden verricht in de openbare ruimte bedoeld. Artikel 5.2 Oogmerken De regels in dit hoofdstuk zijn gesteld met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Artikel 5.3 Maatwerkvoorschriften Het bevoegd gezag kan met een maatwerkvoorschrift bepalen dat, als dit nodig is om te kunnen beoordelen of aan de regels in dit hoofdstuk kan worden voldaan, bij de aanvraag om een omgevingsvergunning, in aanvulling op artikel 5.6, de volgende gegevens en bescheiden worden verstrekt: a. een parkeeronderzoek; of b. een onderzoek naar de hinder voor de woonomgeving. Artikel 5.4 Toegestane gebruiksactiviteiten
- Het is uitsluitend toegestaan een gebruiksactiviteit te verrichten overeenkomstig de regels in hoofdstuk
- In aanvulling op het eerste lid, geldt dat tevens is toegestaan: a. het verrichten van een gebruiksactiviteit met betrekking tot het inrichten of in stand houden van gronden voor groen, natuur, nutsvoorzieningen of water; en b. het verrichten van een gebruiksactiviteit die ondersteunend en ondergeschikt is aan de gebruiksactiviteit die feitelijk wordt uitgeoefend. Artikel 5.5 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden, zonder omgevingsvergunning, binnen het ambtsgebied een gebruiksactiviteit te starten of te wijzigen die leidt tot: a. een toename van de parkeerbehoefte; of b. hinder voor de woonomgeving. Artikel 5.6 Bijzondere aanvraagvereisten Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een plattegrond met daarop aangegeven de bruto-vloeroppervlakte van het huidige gebruik en de bruto-vloeroppervlakte van het aangevraagde gebruik in m2; b. een motivering van de parkeerbehoefte; en c. een motivering van de hinder voor de woonomgeving. Artikel 5.7 Beoordelingsregels Een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 5.5, kan worden verleend als: a. voldaan wordt aan de parkeernormering, zoals gesteld in de Beleidsregel Parkeren; en b. de gebruiksactiviteit niet leidt tot een onevenredige toename van hinder voor de woonomgeving. Artikel 5.8 Voorrangsbepaling De regels over het gebruik van gronden en bouwwerken in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a tot en met c en g tot en met n van de Invoeringswet Omgevingswet, zijn niet van toepassing voor zover het gaat om gebruiksactiviteiten als bedoeld in: a. afdeling 5.5 Detailhandelsactiviteiten; b. afdeling 5.7 Horeca-activiteiten; c. afdeling 5.9 Maatschappelijke activiteiten; d. afdeling 5.10 Recreatie-activiteiten; e. afdeling 5.11 Sportactiviteiten; en f. afdeling 5.12 Woonactiviteiten. Afdeling 5.2 Agrarische activiteiten Afdeling 5.3 Bedrijfsactiviteiten Afdeling 5.4 Culturele activiteiten Afdeling 5.5 Detailhandelsactiviteiten Paragraaf 5.5.1 Algemene bepalingen detailhandelsactiviteiten Artikel 5.9 Toepassingsbereik De regels in deze afdeling gaan over de gebruiksactiviteit detailhandel. Paragraaf 5.5.2 Detailhandelsactiviteit - Basis Artikel 5.10 Toepassingsbereik
- De regels in deze paragraaf gaan over de gebruiksactiviteit detailhandel basis.
- Met de gebruiksactiviteit detailhandel basis worden in ieder geval niet de volgende gebruiksactiviteiten bedoeld: a. volumineuze detailhandel, zoals bedoeld in paragraaf 5.5.3 Detailhandelsactiviteit - Volumineuze detailhandel; b. tuincentrum, zoals bedoeld in paragraaf 5.5.4 Detailhandelsactiviteit - Tuincentrum; en c. detailhandel in motorbrandstoffen, zoals bedoeld in paragraaf 5.5.5 Detailhandelsactiviteit - Detailhandel in motorbrandstoffen. Artikel 5.11 Locatietoedeling detailhandel basis Binnen de locatie 'Detailhandelsactiviteit - Basis' is het verrichten van de gebruiksactiviteit detailhandel basis toegestaan. Artikel 5.12 Omvang en situering Binnen de locatie 'Detailhandelsactiviteiten alleen op de begane grond' wordt de gebruiksactiviteit detailhandel basis alleen op de begane grond verricht. Paragraaf 5.5.3 Detailhandelsactiviteit - Volumineuze detailhandel Artikel 5.13 Toepassingsbereik
- De regels in deze paragraaf gaan over de gebruiksactiviteit volumineuze detailhandel.
- Met de gebruiksactiviteit volumineuze detailhandel worden in ieder geval niet de volgende gebruiksactiviteiten bedoeld: a. detailhandel basis, zoals bedoeld in paragraaf 5.5.2 Detailhandelsactiviteit - Basis; b. tuincentrum, zoals bedoeld in paragraaf 5.5.4 Detailhandelsactiviteit - Tuincentrum; en c. detailhandel in motorbrandstoffen, zoals bedoeld in paragraaf 5.5.5 Detailhandelsactiviteit - Detailhandel in motorbrandstoffen. Artikel 5.14 Locatietoedeling volumineuze detailhandel Binnen de locatie 'Detailhandelsactiviteit - Volumineuze detailhandel' is het verrichten van de gebruiksactiviteit volumineuze detailhandel toegestaan. Artikel 5.15 Omvang en situering
- Binnen de locatie 'Detailhandelsactiviteit - Volumineuze detailhandel' vindt de verkoop van goederen uit het nevenassortiment alleen plaats als: a. het nevenassortiment past bij het hoofdassortiment; en b. het nevenassortiment maximaal 20% van de totale verkoopvloeroppervlakte beslaat, met een maximum van 500 m
- Binnen de locatie 'Detailhandelsactiviteiten alleen op de begane grond' wordt de gebruiksactiviteit volumineuze detailhandel alleen op de begane grond verricht. Paragraaf 5.5.4 Detailhandelsactiviteit - Tuincentrum Artikel 5.16 Toepassingsbereik
- De regels in deze paragraaf gaan over de gebruiksactiviteit tuincentrum.
- Met de gebruiksactiviteit tuincentrum worden in ieder geval niet de volgende gebruiksactiviteiten bedoeld: a. detailhandel basis, zoals bedoeld in paragraaf 5.5.2 Detailhandelsactiviteit - Basis; b. volumineuze detailhandel, zoals bedoeld in paragraaf 5.5.3 Detailhandelsactiviteit - Volumineuze detailhandel; en c. detailhandel in motorbrandstoffen, zoals bedoeld in paragraaf 5.5.5 Detailhandelsactiviteit - Detailhandel in motorbrandstoffen. Artikel 5.17 Locatietoedeling tuincentrum Binnen de locatie 'Detailhandelsactiviteit - Tuincentrum' is het verrichten van de gebruiksactiviteit tuincentrum toegestaan. Artikel 5.18 Omvang en situering Binnen de locatie 'Detailhandelsactiviteit - Tuincentrum' vindt de verkoop van goederen uit het nevenassortiment alleen plaats als: a. het nevenassortiment past bij het hoofdassortiment; en b. het nevenassortiment maximaal 20% van de totale verkoopvloeroppervlakte beslaat, met een maximum van 500 m
- Paragraaf 5.5.5 Detailhandelsactiviteit - Detailhandel in motorbrandstoffen Artikel 5.19 Toepassingsbereik
- De regels in deze paragraaf gaan over de gebruiksactiviteit detailhandel in motorbrandstoffen.
- Met de gebruiksactiviteit detailhandel in motorbrandstoffen worden in ieder geval niet de volgende gebruiksactiviteiten bedoeld: a. detailhandel basis, zoals bedoeld in paragraaf 5.5.2 Detailhandelsactiviteit - Basis; b. volumineuze detailhandel, zoals bedoeld in paragraaf 5.5.3 Detailhandelsactiviteit - Volumineuze detailhandel; en c. tuincentrum, zoals bedoeld in paragraaf 5.5.4 Detailhandelsactiviteit - Tuincentrum. Artikel 5.20 Locatietoedeling detailhandel in motorbrandstoffen Binnen de locatie 'Detailhandelsactiviteit - Detailhandel in motorbrandstoffen' is het verrichten van de gebruiksactiviteit detailhandel in motorbrandstoffen toegestaan. Artikel 5.21 Verbod Het is verboden om binnen de locatie 'Detailhandelsactiviteit - Detailhandel in motorbrandstoffen' een gemakswinkel te exploiteren, tenzij wordt voldaan aan artikel 5.22, eerste tot en met het vijfde lid. Artikel 5.22 Omvang en situering
- Binnen de locatie 'Detailhandelsactiviteit - Detailhandel in motorbrandstoffen' vindt het exploiteren van een gemakswinkel alleen plaats binnen de locatie 'Gemakswinkel'.
- Binnen de locatie 'Gemakswinkel' is het exploiteren van een gemakswinkel ondergeschikt aan de hoofdactiviteit.
- Binnen de locatie 'Gemakswinkel' vindt de verkoop van producten uit het nevenassortiment alleen plaats als het nevenassortiment past bij het hoofdassortiment.
- De totale verkoopvloeroppervlakte van een gemakswinkel bedraagt niet meer dan de norm 'maximum verkoopvloeroppervlakte van een gemakswinkel'.
- Indien er in de norm geen waarde is aangegeven, geldt in afwijking van het vierde lid dat de verkoop van goederen uit het nevenassortiment binnen de locatie 'Gemakswinkel' alleen plaatsvindt als het nevenassortiment niet meer dan 20% van de totale verkoopvloeroppervlakte beslaat, met een maximum van 500 m
- Binnen de locatie 'Detailhandelsactiviteit - Detailhandel in motorbrandstoffen' worden lichte horeca-activiteiten alleen in ondergeschikte vorm verricht.
- Binnen de locatie 'Mobilityhub' worden leisure- of sportactiviteiten alleen in ondergeschikte vorm verricht.
- Binnen de locatie 'Mobilityhub' worden activiteiten met betrekking tot kleinschalige automotive services, zoals bandenwissels en quickservices, alleen verricht als: a. de kleinschalige automotive services ondergeschikt zijn aan de hoofdactiviteit; en b. de kleinschalige automotive services in een apart gebouw zijn gevestigd.
- Binnen de locatie 'Mobilityhub' worden activiteiten met betrekking tot 'first en last mile'-oplossingen en distributie, waaronder pakket- en ophaalservices, alleen in ondergeschikte vorm verricht.
- Binnen de locatie 'Mobilityhub' worden bedrijfsgebonden kantooractiviteiten alleen in niet-zelfstandige en ondergeschikte vorm verricht.
- Binnen de locatie 'Mobilityhub' worden bedrijfsgebonden kantooractiviteiten alleen verricht in de vorm van (flex)werk- en vergaderplekken.
- Binnen de locatie 'Mobilityhub' bedraagt de vloeroppervlakte van (flex)werk- en vergaderplekken per kavel maximaal 50% van de totale vloeroppervlakte van het bedrijf, met een maximum van 600 m2 per bedrijf.
- Binnen de locatie 'Mobilityhub' bedraagt de totale gezamenlijke vloeroppervlakte van de ondergeschikte activiteiten, bedoeld in het het eerste tot en met het twaalfde lid, maximaal 2.300 m
- Binnen de locatie 'Mobilityhub' vindt het laden en lossen alleen op eigen terrein plaats.
- Binnen de locatie 'Mobilityhub' vindt het parkeren van eigen medewerkers en bezoekers alleen op eigen terrein plaats, met inachtneming van de Beleidsregel Parkeren. Afdeling 5.6 Dienstverleningsactiviteiten Afdeling 5.7 Horeca-activiteiten Paragraaf 5.7.1 Algemene bepalingen horeca-activiteiten Artikel 5.23 Toepassingsbereik De regels in deze paragraaf gaat over de gebruiksactiviteit horeca. Paragraaf 5.7.2 Horeca-activiteit - Lichte horeca Artikel 5.24 Toepassingsbereik
- De regels in deze paragraaf gaan over de gebruiksactiviteit lichte horeca.
- Met de gebruiksactiviteit lichte horeca worden in ieder geval niet de volgende gebruiksactiviteiten bedoeld: a. middelzware horeca, zoals bedoeld in paragraaf 5.7.3 Horeca-activiteit - Middelzware horeca; b. 24-uurshoreca, zoals bedoeld in paragraaf 5.7.4 Horeca-activiteit - 24-uurshoreca; en c. hotel en pension, zoals bedoeld in paragraaf 5.7.5 Horeca-activiteit - Hotel en pension. Artikel 5.25 Locatietoedeling lichte horeca Binnen de locatie 'Horeca-activiteit - Lichte horeca' is het verrichten van de gebruiksactiviteit lichte horeca toegestaan. Artikel 5.26 Omvang en situering
- Binnen de locatie 'Horeca-activiteit - Lichte horeca' wordt de gebruiksactiviteit lichte horeca alleen verricht als: a. het horecabedrijf qua exploitatievorm aansluit bij winkelvoorzieningen; en b. het horecabedrijf in hoofdzaak activiteiten verricht die gericht zijn op het bedrijfsmatig verstrekken van etenswaren en/of zwak alcoholische en niet-alcoholische dranken voor nuttiging ter plaatse.
- De gezamenlijke vloeroppervlakte van horeca bedraagt niet meer dan de norm 'maximum vloeroppervlakte van horeca-activiteiten'.
- Binnen de locatie 'Horeca-activiteiten alleen op de begane grond' wordt de gebruiksactiviteit lichte horeca alleen op de begane grond verricht. Paragraaf 5.7.3 Horeca-activiteit - Middelzware horeca Artikel 5.27 Toepassingsbereik
- De regels in deze paragraaf gaan over de gebruiksactiviteit middelzware horeca.
- Met de gebruiksactiviteit middelzware horeca worden in ieder geval niet de volgende gebruiksactiviteiten bedoeld: a. lichte horeca, zoals bedoeld in paragraaf 5.7.2 Horeca-activiteit - Lichte horeca; b. 24-uurshoreca, zoals bedoeld in paragraaf 5.7.4 Horeca-activiteit - 24-uurshoreca; of c. hotel en pension, zoals bedoeld in paragraaf 5.7.5 Horeca-activiteit - Hotel en pension. Artikel 5.28 Locatietoedeling middelzware horeca Binnen de locatie 'Horeca-activiteit - Middelzware horeca' is het verrichten van de gebruiksactiviteit middelzware horeca toegestaan. Artikel 5.29 Omvang en situering
- Binnen de locatie 'Horeca-activiteit - Middelzware horeca' wordt de gebruiksactiviteit middelzware horeca alleen verricht als het horecabedrijf in hoofdzaak activiteiten verricht die gericht zijn op het bedrijfsmatig verstrekken van maaltijden en/of (al dan niet alcoholhoudende) dranken voor consumptie ter plaatse.
- De gezamenlijke vloeroppervlakte van horeca bedraagt niet meer dan de norm 'maximum vloeroppervlakte van horeca-activiteiten'. Paragraaf 5.7.4 Horeca-activiteit - 24-uurshoreca Artikel 5.30 Toepassingsbereik
- De regels in deze paragraaf gaan over de gebruiksactiviteit 24-uurshoreca.
- Met de gebruiksactiviteit 24-uurshoreca worden in ieder geval niet de volgende gebruiksactiviteiten bedoeld: a. lichte horeca, zoals bedoeld in paragraaf 5.7.2 Horeca-activiteit - Lichte horeca; b. middelzware horeca, zoals bedoeld in paragraaf 5.7.3 Horeca-activiteit - Middelzware horeca; en c. hotel en pension, zoals bedoeld in paragraaf 5.7.5 Horeca-activiteit - Hotel en pension. Artikel 5.31 Locatietoedeling 24-uurshoreca Binnen de locatie 'Horeca-activiteit - 24-uurshoreca' is het verrichten van de gebruiksactiviteit 24-uurshoreca toegestaan. Paragraaf 5.7.5 Horeca-activiteit - Hotel en pension Artikel 5.32 Toepassingsbereik
- De regels in deze paragraaf gaan over de gebruiksactiviteit hotel en pension.
- Met de gebruiksactiviteit hotel en pension worden in ieder geval niet de volgende gebruiksactiviteiten bedoeld: a. lichte horeca, zoals bedoeld in paragraaf 5.7.2 Horeca-activiteit - Lichte horeca; b. middelzware horeca, zoals bedoeld in paragraaf 5.7.3 Horeca-activiteit - Middelzware horeca; en c. 24-uurshoreca, zoals bedoeld in paragraaf 5.7.4 Horeca-activiteit - 24-uurshoreca. Artikel 5.33 Locatietoedeling hotel en pension Binnen de locatie 'Horeca-activiteit - Hotel en pension' is het verrichten van de gebruiksactiviteit hotel en pension toegestaan. Afdeling 5.8 Kantooractiviteiten Afdeling 5.9 Maatschappelijke activiteiten Paragraaf 5.9.1 Algemene bepalingen maatschappelijke activiteiten Artikel 5.34 Toepassingsbereik De regels in deze afdeling gaan over de gebruiksactiviteit maatschappelijk. Paragraaf 5.9.2 Maatschappelijke activiteit - Basis Artikel 5.35 Toepassingsbereik
- De regels in deze paragraaf gaan over de gebruiksactiviteit maatschappelijk basis.
- Met de gebruiksactiviteit maatschappelijk basis worden in ieder geval niet de volgende gebruiksactiviteiten bedoeld: a. kinderopvang, zoals bedoeld in paragraaf 5.9.3 Maatschappelijke activiteit - Kinderopvang; b. begraafplaats en uitvaartcentrum, zoals bedoeld in paragraaf 5.9.4 Maatschappelijke activiteit - Begraafplaats en uitvaartcentrum; en c. brandweerkazerne, zoals bedoeld in paragraaf 5.9.5 Maatschappelijke activiteit - Brandweerkazerne. Artikel 5.36 Locatietoedeling maatschappelijk basis Binnen de locatie 'Maatschappelijke activiteit - Basis' is het verrichten van de gebruiksactiviteit maatschappelijk basis toegestaan. Artikel 5.37 Omvang en situering
- Binnen de locatie 'Maatschappelijke activiteiten alleen op de begane grond' wordt de gebruiksactiviteit maatschappelijk basis alleen op de begane grond verricht.
- Binnen de locatie 'Kerkgebouw van Zuidwende-Zuid' worden alleen levensbeschouwelijke en/of religieuze activiteiten verricht.
- Binnen de locatie 'Voorziening hulpdiensten' wordt alleen een voorziening ten behoeve van de Veiligheidsregio gerealiseerd met een maximum vloeroppervlakte van 100 m2, met daarin een stallingsruimte, werk- en opslagruimte en verblijfsruimte. Paragraaf 5.9.3 Maatschappelijke activiteit - Kinderopvang Artikel 5.38 Toepassingsbereik
- De regels in deze paragraaf gaan over de gebruiksactiviteit kinderopvang.
- Met de gebruiksactiviteit kinderopvang worden in ieder geval niet de volgende gebruiksactiviteiten bedoeld: a. maatschappelijk basis, zoals bedoeld in paragraaf 5.9.2 Maatschappelijke activiteit - Basis; b. begraafplaats en uitvaartcentrum, zoals bedoeld in paragraaf 5.9.4 Maatschappelijke activiteit - Begraafplaats en uitvaartcentrum; en c. brandweerkazerne, zoals bedoeld in paragraaf 5.9.5 Maatschappelijke activiteit - Brandweerkazerne. Artikel 5.39 Locatietoedeling kinderopvang Binnen de locatie 'Maatschappelijke activiteit - Kinderopvang' is het verrichten van de gebruiksactiviteit kinderopvang toegestaan. Artikel 5.40 Omvang en situering
- Binnen de locatie 'Maatschappelijke activiteit - Kinderopvang' vindt kinderdagverblijf alleen op de begane grond plaats.
- Binnen de locatie 'Maatschappelijke activiteit kinderopvang alleen op de begane grond' wordt de gebruiksactiviteit kinderopvang alleen op de begane grond verricht. Paragraaf 5.9.4 Maatschappelijke activiteit - Begraafplaats en uitvaartcentrum Artikel 5.41 Toepassingsbereik
- De regels in deze paragraaf gaan over de gebruiksactiviteit begraafplaats en uitvaartcentrum.
- Met de gebruiksactiviteit begraafplaats en uitvaartcentrum worden in ieder geval niet de volgende gebruiksactiviteiten bedoeld: a. maatschappelijk basis, zoals bedoeld in paragraaf 5.9.2 Maatschappelijke activiteit - Basis; b. kinderopvang, zoals bedoeld in paragraaf 5.9.3 Maatschappelijke activiteit - Kinderopvang; en c. brandweerkazerne, zoals bedoeld in paragraaf 5.9.5 Maatschappelijke activiteit - Brandweerkazerne. Artikel 5.42 Locatietoedeling begraafplaats en uitvaartcentrum Binnen de locatie 'Maatschappelijke activiteit - Begraafplaats en uitvaartcentrum' is het verrichten van de gebruiksactiviteit begraafplaats en uitvaartcentrum toegestaan. Artikel 5.43 Specifieke zorgplicht Degene die een activiteit op een begraafplaats verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit het aanzien van de begraafplaats kan schaden, draagt er zorg voor dat het aanzien van de begraafplaats niet wordt geschaad. Paragraaf 5.9.5 Maatschappelijke activiteit - Brandweerkazerne Artikel 5.44 Toepassingsbereik
- De regels in deze paragraaf gaan over de gebruiksactiviteit brandweerkazerne.
- Met de gebruiksactiviteit brandweerkazerne worden in ieder geval niet de volgende gebruiksactiviteiten bedoeld: a. maatschappelijk basis, zoals bedoeld in paragraaf 5.9.2 Maatschappelijke activiteit - Basis; b. kinderopvang, zoals bedoeld in paragraaf 5.9.3 Maatschappelijke activiteit - Kinderopvang; en c. begraafplaats en uitvaartcentrum, zoals bedoeld in paragraaf 5.9.4 Maatschappelijke activiteit - Begraafplaats en uitvaartcentrum. Artikel 5.45 Locatietoedeling brandweerkazerne Binnen de locatie 'Maatschappelijke activiteit - Brandweerkazerne' is het verrichten van de gebruiksactiviteit brandweerkazerne toegestaan. Afdeling 5.10 Recreatie-activiteiten Paragraaf 5.10.1 Algemene bepalingen recreatie-activiteiten Artikel 5.46 Toepassingsbereik Deze regels in deze afdeling gaan over de gebruiksactiviteit recreatie. Paragraaf 5.10.2 Recreatie-activiteit - Volkstuin Artikel 5.47 Toepassingsbereik
- De regels in deze paragraaf gaan over de gebruiksactiviteit volkstuin.
- Met de gebruiksactiviteit volkstuin worden in ieder geval niet de volgende gebruiksactiviteiten bedoeld: a. zwembad, zoals bedoeld in paragraaf 5.10.3 Recreatie-activiteit - Zwembad; en b. ligplaats voor pleziervaart, zoals bedoeld in paragraaf 5.10.4 Recreatie-activiteit - Ligplaats voor pleziervaart. Artikel 5.48 Locatietoedeling volkstuin Binnen de locatie 'Recreatie-activiteit - Volkstuin' is het verrichten van de gebruiksactiviteit volkstuin toegestaan. Paragraaf 5.10.3 Recreatie-activiteit - Zwembad Artikel 5.49 Toepassingsbereik
- De regels in deze paragraaf gaan over de gebruiksactiviteit zwembad.
- Met de gebruiksactiviteit zwembad worden in ieder geval niet de volgende gebruiksactiviteiten bedoeld: a. volkstuin, zoals bedoeld in paragraaf 5.10.2 Recreatie-activiteit - Volkstuin; en b. ligplaats voor pleziervaart, zoals bedoeld in paragraaf 5.10.4 Recreatie-activiteit - Ligplaats voor pleziervaart. Artikel 5.50 Locatietoedeling zwembad Binnen de locatie 'Recreatie-activiteit - Zwembad' is het verrichten van de gebruiksactiviteit zwembad toegestaan. Paragraaf 5.10.4 Recreatie-activiteit - Ligplaats voor pleziervaart Artikel 5.51 Toepassingsbereik
- De regels in deze paragraaf gaan over de gebruiksactiviteit ligplaats voor pleziervaart.
- Met de gebruiksactiviteit ligplaats voor pleziervaart worden in ieder geval niet de volgende gebruiksactiviteiten bedoeld: a. volkstuin, zoals bedoeld in paragraaf 5.10.2 Recreatie-activiteit - Volkstuin; en b. zwembad, zoals bedoeld in paragraaf 5.10.3 Recreatie-activiteit - Zwembad. Artikel 5.52 Locatietoedeling ligplaats voor pleziervaart Binnen de locatie 'Recreatie-activiteit - Ligplaats voor pleziervaart' is het verrichten van de gebruiksactiviteit ligplaats voor pleziervaart toegestaan. Artikel 5.53 Omvang en situering Binnen de locatie 'Recreatie-activiteit - Ligplaats voor pleziervaart' wordt met een particulier vaartuig alleen een steiger ingenomen als ligplaats. Afdeling 5.11 Sportactiviteiten Paragraaf 5.11.1 Algemene bepalingen sportactiviteiten Artikel 5.54 Toepassingsbereik De regels in deze afdeling gaan over de gebruiksactiviteit sport. Paragraaf 5.11.2 Sportactiviteit - Basis Artikel 5.55 Toepassingsbereik De regels in deze paragraaf gaan over de gebruiksactiviteit sport basis. Artikel 5.56 Locatietoedeling sport basis Binnen de locatie 'Sportactiviteit - Basis' is het verrichten van de gebruiksactiviteit sport basis toegestaan. Artikel 5.57 Omvang en situering Binnen de locatie 'Sportactiviteiten alleen op de begane grond' wordt gebruiksactiviteit sport basis alleen op de begane grond verricht. Afdeling 5.12 Woonactiviteiten Paragraaf 5.12.1 Algemene bepalingen woonactiviteiten Artikel 5.58 Toepassingsbereik De regels in deze afdeling gaan over de gebruiksactiviteit wonen. Artikel 5.59 Verbod
- Het is verboden om binnen het ambtsgebied, als onderdeel van een woonactiviteit, een woonschip of ander drijvend werk te hebben of af te meren.
- Het is verboden om binnen het ambtsgebied, als onderdeel van een woonactiviteit, het gebouwerf van een woning te gebruiken voor het parkeren van een motorvoertuig. Paragraaf 5.12.2 Woonactiviteit - Basis Artikel 5.60 Toepassingsbereik
- De regels in deze paragraaf gaan over de gebruiksactiviteit wonen basis.
- Met de gebruiksactiviteit wonen basis worden in ieder geval niet de volgende gebruiksactiviteiten bedoeld: a. bedrijfswoning, zoals bedoeld in paragraaf 5.12.3 Woonactiviteit - Bedrijfswoning; b. plattelandswoning, zoals bedoeld in paragraaf 5.12.4 Woonactiviteit - Plattelandswoning; c. woonwagen, zoals bedoeld in paragraaf 5.12.5 Woonactiviteit - Woonwagen; d. zorgwoning, zoals bedoeld in paragraaf 5.12.6 Woonactiviteit - Zorgwoning; e. mantelzorgwoning, zoals bedoeld in paragraaf 5.12.7 Woonactiviteit - Mantelzorgwoning; f. beroep of bedrijf aan huis, zoals bedoeld in paragraaf 5.12.8 Woonactiviteit - Beroep of bedrijf aan huis; en g. bed en breakfast, zoals bedoeld in paragraaf 5.12.9 Woonactiviteit - Bed en breakfast. Artikel 5.61 Locatietoedeling wonen basis Binnen de locatie 'Woonactiviteit - Basis' is het verrichten van de gebruiksactiviteit wonen basis toegestaan. Artikel 5.62 Verbod Het is verboden om binnen de locatie 'Woonactiviteit - Basis' een woning toe te voegen, tenzij wordt voldaan aan artikel 5.63, eerste en tweede lid. Artikel 5.63 Omvang en situering
- Binnen de locatie 'Woonactiviteit - Basis' wordt alleen een woning toegevoegd als deze zich binnen de locatie 'Bouwlocaties' bevindt.
- Het totale aantal woningen bedraagt niet meer dan de norm 'maximum aantal woningen'.
- Binnen de locatie 'Woonactiviteit - Basis' bedraagt het aantal personen dat in een woning woont niet meer dan één per 12 m2 gebruiksoppervlakte, met uitzondering van een woning waarin door het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers opvang aan asielzoekers wordt geboden.
- Binnen de locatie 'Woonactiviteiten alleen vanaf de eerste verdieping' wordt de gebruiksactiviteit wonen basis alleen vanaf de eerste verdieping verricht.
- Binnen de locatie 'Bewoning alleen door een afzonderlijk huishouden' wordt een woning slechts bewoond door één afzonderlijk huishouden.
- Binnen de locatie 'Woongebied van Graaf Willemlaan' bedraagt minimaal 30% van het totaal aantal woningen dat gerealiseerd wordt een sociale huurwoning of een sociale koopwoning. Paragraaf 5.12.3 Woonactiviteit - Bedrijfswoning Artikel 5.64 Toepassingsbereik
- De regels in deze paragraaf gaan over de gebruiksactiviteit bedrijfswoning.
- Met de gebruiksactiviteit bedrijfswoning worden in ieder geval niet de volgende gebruiksactiviteiten bedoeld: a. wonen basis, zoals bedoeld in paragraaf 5.12.2 Woonactiviteit - Basis; b. plattelandswoning, zoals bedoeld in paragraaf 5.12.4 Woonactiviteit - Plattelandswoning; c. woonwagen, zoals bedoeld in paragraaf 5.12.5 Woonactiviteit - Woonwagen; d. zorgwoning, zoals bedoeld in paragraaf 5.12.6 Woonactiviteit - Zorgwoning; e. mantelzorgwoning, zoals bedoeld in paragraaf 5.12.7 Woonactiviteit - Mantelzorgwoning; f. beroep of bedrijf aan huis, zoals bedoeld in paragraaf 5.12.8 Woonactiviteit - Beroep of bedrijf aan huis; en g. bed en breakfast, zoals bedoeld in paragraaf 5.12.9 Woonactiviteit - Bed en breakfast. Artikel 5.65 Locatietoedeling bedrijfswoning Binnen de locatie 'Woonactiviteit - Bedrijfswoning' is het verrichten van de gebruiksactiviteit bedrijfswoning toegestaan. Artikel 5.66 Verbod Het is verboden om binnen de locatie 'Woonactiviteit - Bedrijfswoning' een bedrijfswoning toe te voegen, tenzij wordt voldaan aan artikel 5.67, eerste en tweede lid. Artikel 5.67 Omvang en situering
- Binnen de locatie 'Woonactiviteit - Bedrijfswoning' wordt alleen een bedrijfswoning toegevoegd als deze zich binnen de locatie 'Woon-werktuinen van Bedrijvenpark Ambachtsezoom' bevindt.
- Binnen de locatie 'Woon-werktuinen van Bedrijvenpark Ambachtsezoom' bedraagt het totale aantal bedrijfswoningen maximaal
- Binnen de locatie 'Woonactiviteit - Bedrijfswoning' bedraagt het aantal personen dat in een bedrijfswoning woont niet meer dan één per 12 m2 gebruiksoppervlakte.
- Binnen de locatie 'Bewoning alleen door een afzonderlijk huishouden' wordt een bedrijfswoning slechts bewoond door één afzonderlijk huishouden. Paragraaf 5.12.4 Woonactiviteit - Plattelandswoning Artikel 5.68 Toepassingsbereik
- De regels in deze paragraaf gaan over de gebruiksactiviteit plattelandswoning.
- Met de gebruiksactiviteit plattelandswoning worden in ieder geval niet de volgende gebruiksactiviteiten bedoeld: a. wonen basis, zoals bedoeld in paragraaf 5.12.2 Woonactiviteit - Basis; b. bedrijfswoning, zoals bedoeld in paragraaf 5.12.3 Woonactiviteit - Bedrijfswoning; c. woonwagen, zoals bedoeld in paragraaf 5.12.5 Woonactiviteit - Woonwagen; d. zorgwoning, zoals bedoeld in paragraaf 5.12.6 Woonactiviteit - Zorgwoning; e. mantelzorgwoning, zoals bedoeld in paragraaf 5.12.7 Woonactiviteit - Mantelzorgwoning; f. beroep of bedrijf aan huis, zoals bedoeld in paragraaf 5.12.8 Woonactiviteit - Beroep of bedrijf aan huis; en g. bed en breakfast, zoals bedoeld in paragraaf 5.12.9 Woonactiviteit - Bed en breakfast. Artikel 5.69 Locatietoedeling plattelandswoning Binnen de locatie 'Woonactiviteit - Plattelandswoning' is de gebruiksactiviteit plattelandswoning toegestaan. Artikel 5.70 Verbod Het is verboden om binnen de locatie 'Woonactiviteit - Plattelandswoning' een plattelandswoning toe te voegen. Artikel 5.71 Omvang en situering
- Binnen de locatie 'Woonactiviteit - Plattelandswoning' bedraagt het aantal personen dat in een plattelandswoning woont niet meer dan één per 12 m2 gebruiksoppervlakte.
- Binnen de locatie 'Bewoning alleen door een afzonderlijk huishouden' wordt een plattelandswoning slechts bewoond door één afzonderlijk huishouden. Paragraaf 5.12.5 Woonactiviteit - Woonwagen Artikel 5.72 Toepassingsbereik
- De regels in deze paragraaf gaan over de gebruiksactiviteit woonwagen.
- Met de gebruiksactiviteit woonwagen worden in ieder geval niet de volgende gebruiksactiviteiten bedoeld: a. wonen basis, zoals bedoeld in paragraaf 5.12.2 Woonactiviteit - Basis; b. bedrijfswoning, zoals bedoeld in paragraaf 5.12.3 Woonactiviteit - Bedrijfswoning; c. plattelandswoning, zoals bedoeld in paragraaf 5.12.4 Woonactiviteit - Plattelandswoning; d. zorgwoning, zoals bedoeld in paragraaf 5.12.6 Woonactiviteit - Zorgwoning; e. mantelzorgwoning, zoals bedoeld in paragraaf 5.12.7 Woonactiviteit - Mantelzorgwoning; f. beroep of bedrijf aan huis, zoals bedoeld in paragraaf 5.12.8 Woonactiviteit - Beroep of bedrijf aan huis; en g. bed en breakfast, zoals bedoeld in paragraaf 5.12.9 Woonactiviteit - Bed en breakfast. Artikel 5.73 Locatietoedeling woonwagen Binnen de locatie 'Woonactiviteit - Woonwagen' is het verrichten van de gebruiksactiviteit woonwagen toegestaan. Artikel 5.74 Verbod Het is verboden om binnen de locatie 'Woonactiviteit - Woonwagen' een woonwagen toe te voegen, tenzij wordt voldaan aan artikel 5.75, eerste en tweede lid. Artikel 5.75 Omvang en situering
- Binnen de locatie 'Woonactiviteit - Woonwagen' wordt alleen een woonwagen toegevoegd als deze zich op een woonwagenstandplaats bevindt.
- Binnen de locatie 'Woonactiviteit - Woonwagen' bedraagt het totale aantal woonwagens maximaal
- Binnen de locatie 'Woonactiviteit - Woonwagen' bedraagt het aantal personen dat in een woonwagen woont niet meer dan één per 6 m2 gebruiksoppervlakte. Paragraaf 5.12.6 Woonactiviteit - Zorgwoning Artikel 5.76 Toepassingsbereik
- De regels in deze paragraaf gaan over de gebruiksactiviteit zorgwoning.
- Met de gebruiksactiviteit zorgwoning worden in ieder geval niet de volgende gebruiksactiviteiten bedoeld: a. wonen basis, zoals bedoeld in paragraaf 5.12.2 Woonactiviteit - Basis; b. bedrijfswoning, zoals bedoeld in paragraaf 5.12.3 Woonactiviteit - Bedrijfswoning; c. plattelandswoning, zoals bedoeld in paragraaf 5.12.4 Woonactiviteit - Plattelandswoning; d. woonwagen, zoals bedoeld in paragraaf 5.12.5 Woonactiviteit - Woonwagen; e. mantelzorgwoning, zoals bedoeld in paragraaf 5.12.7 Woonactiviteit - Mantelzorgwoning; f. beroep of bedrijf aan huis, zoals bedoeld in paragraaf 5.12.8 Woonactiviteit - Beroep of bedrijf aan huis; en g. bed en breakfast, zoals bedoeld in paragraaf 5.12.9 Woonactiviteit - Bed en breakfast. Artikel 5.77 Locatietoedeling zorgwoning Binnen de locatie 'Woonactiviteit - Zorgwoning' is het verrichten van de gebruiksactiviteit zorgwoning toegestaan. Artikel 5.78 Verbod Het is verboden om binnen de locatie 'Woonactiviteit - Zorgwoning' een zorgwoning toe te voegen. Artikel 5.79 Omvang en situering
- Binnen de locatie 'Woonactiviteit - Zorgwoning' bedraagt het aantal personen dat in een zorgwoning woont niet meer dan één per 12 m2 gebruiksoppervlakte.
- Binnen de locatie 'Woonactiviteit zorgwoning alleen vanaf de eerste verdieping' wordt de gebruiksactiviteit zorgwoning alleen vanaf de eerste verdieping verricht. Paragraaf 5.12.7 Woonactiviteit - Mantelzorgwoning Artikel 5.80 Toepassingsbereik
- De regels in deze paragraaf gaan over de gebruiksactiviteit mantelzorgwoning.
- Met de gebruiksactiviteit mantelzorgwoning worden in ieder geval niet de volgende gebruiksactiviteiten bedoeld: a. wonen basis, zoals bedoeld in paragraaf 5.12.2 Woonactiviteit - Basis; b. bedrijfswoning, zoals bedoeld in paragraaf 5.12.3 Woonactiviteit - Bedrijfswoning; c. plattelandswoning, zoals bedoeld in paragraaf 5.12.4 Woonactiviteit - Plattelandswoning; d. woonwagen, zoals bedoeld in paragraaf 5.12.5 Woonactiviteit - Woonwagen; e. zorgwoning, zoals bedoeld in paragraaf 5.12.6 Woonactiviteit - Zorgwoning; f. beroep of bedrijf aan huis, zoals bedoeld in paragraaf 5.12.8 Woonactiviteit - Beroep of bedrijf aan huis; en g. bed en breakfast, zoals bedoeld in paragraaf 5.12.9 Woonactiviteit - Bed en breakfast. Artikel 5.81 Locatietoedeling mantelzorgwoning Binnen de locatie 'Woonactiviteit - Basis' is het verrichten van de gebruiksactiviteit mantelzorgwoning toegestaan. Paragraaf 5.12.8 Woonactiviteit - Beroep of bedrijf aan huis Artikel 5.82 Toepassingsbereik
- De regels in deze paragraaf gaan over de gebruiksactiviteit beroep of bedrijf aan huis.
- Met de gebruiksactiviteit beroep of bedrijf aan huis worden in ieder geval niet de volgende gebruiksactiviteiten bedoeld: a. wonen basis, zoals bedoeld in paragraaf 5.12.2 Woonactiviteit - Basis; b. bedrijfswoning, zoals bedoeld in paragraaf 5.12.3 Woonactiviteit - Bedrijfswoning; c. plattelandswoning, zoals bedoeld in paragraaf 5.12.4 Woonactiviteit - Plattelandswoning; d. woonwagen, zoals bedoeld in paragraaf 5.12.5 Woonactiviteit - Woonwagen; e. zorgwoning, zoals bedoeld in paragraaf 5.12.6 Woonactiviteit - Zorgwoning; f. mantelzorgwoning, zoals bedoeld in paragraaf 5.12.7 Woonactiviteit - Mantelzorgwoning; en g. bed en breakfast, zoals bedoeld in paragraaf 5.12.9 Woonactiviteit - Bed en breakfast. Artikel 5.83 Locatietoedeling beroep of bedrijf aan huis Binnen de locatie 'Woonactiviteit - Beroep of bedrijf aan huis' is het verrichten van de gebruiksactiviteit beroep of bedrijf aan huis toegestaan. Artikel 5.84 Omvang en situering
- Binnen de locatie 'Woonactiviteit - Beroep of bedrijf aan huis' wordt de gebruiksactiviteit beroep of bedrijf aan huis alleen verricht als: a. het beroep of bedrijf aan huis wordt uitgeoefend door de bewoner van de woning; en b. de vloeroppervlakte die wordt gebruikt voor het uitoefenen van het beroep of bedrijf aan huis niet meer dan 25% van de totale vloeroppervlakte van de woning bedraagt, inclusief bijbehorende bouwwerken, met een maximum van 50 m
- Binnen de locatie 'Woonactiviteit - Beroep of bedrijf aan huis' vindt het maken van reclame voor een beroep of bedrijf aan huis alleen plaats als: a. de reclame een naams- of beroepsaanduiding betreft; en b. de oppervlakte van de reclame maximaal 0.5 m2 bedraagt. Artikel 5.85 Verbod Het is verboden binnen de locatie 'Woonactiviteit - Beroep of bedrijf aan huis', als onderdeel van de gebruiksactiviteit beroep of bedrijf aan huis, de volgende activiteiten te verrichten: a. horeca-activiteiten; b. activiteiten met betrekking tot het onderhouden en repareren van motorvoertuigen; of c. activiteiten met betrekking tot het tegen betaling verrichten van seksuele handelingen. Artikel 5.86 Aanwijzing toestemmingsvrije gevallen Het is toegestaan, zonder melding of omgevingsvergunning, binnen de locatie 'Woonactiviteit - Beroep of bedrijf aan huis' een gebruiksactiviteit beroep of bedrijf aan huis te starten of wijzigen als: a. de gebruiksactiviteit wordt verricht in de woning of in een aangebouwd bijbehorend bouwwerk; b. het aantal werknemers maximaal 1 bedraagt; c. het beroep of bedrijf aan huis niet leidt tot een toename van de parkeerbehoefte in de openbare ruimte of de toename van de parkeerbehoefte volledig op eigen terrein kan worden opgelost; en d. het beroep of bedrijf aan huis niet leidt tot onevenredige hinder voor de woonomgeving. Artikel 5.87 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen In aanvulling op artikel 5.5 is het verboden, zonder omgevingsvergunning, binnen de locatie 'Woonactiviteit - Beroep of bedrijf aan huis' een gebruiksactiviteit beroep of bedrijf aan huis te starten of wijzigen als: a. het beroep of bedrijf aan huis wordt uitgeoefend in een vrijstaand bijbehorend bouwwerk; of b. het aantal werknemers meer dan 1 bedraagt. Artikel 5.88 Beoordelingsregels Een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 5.5 en artikel 5.87, wordt verleend binnen de locatie 'Woonactiviteit - Beroep of bedrijf aan huis' als: a. de toename van de parkeerbehoefte voldoende kan worden opgevangen door het bestaande aantal parkeerplaatsen in de openbare ruimte of het benodigde aantal extra parkeerplaatsen in de openbare ruimte tussen 09:00 en 17:00 maximaal 1 bedraagt; b. de uitoefening van het beroep of bedrijf aan huis niet leidt tot een onevenredige toename van hinder voor de woonomgeving; c. de uitstraling van de woning in overwegende mate wordt gehandhaafd; en d. de uitoefening van het beroep of bedrijf aan huis vanuit planologisch oogpunt acceptabel is. Paragraaf 5.12.9 Woonactiviteit - Bed en breakfast Artikel 5.89 Toepassingsbereik
- De regels in deze paragraaf gaan over de gebruiksactiviteit bed en breakfast.
- Met de gebruiksactiviteit bed en breakfast worden in ieder geval niet de volgende gebruiksactiviteiten bedoeld: a. wonen basis, zoals bedoeld in paragraaf 5.12.2 Woonactiviteit - Basis; b. bedrijfswoning, zoals bedoeld in paragraaf 5.12.3 Woonactiviteit - Bedrijfswoning; c. plattelandswoning, zoals bedoeld in paragraaf 5.12.4 Woonactiviteit - Plattelandswoning; d. woonwagen, zoals bedoeld in paragraaf 5.12.5 Woonactiviteit - Woonwagen; e. zorgwoning, zoals bedoeld in paragraaf 5.12.6 Woonactiviteit - Zorgwoning; f. mantelzorgwoning, zoals bedoeld in paragraaf 5.12.7 Woonactiviteit - Mantelzorgwoning; en g. beroep of bedrijf aan huis, zoals bedoeld in paragraaf 5.12.8 Woonactiviteit - Beroep of bedrijf aan huis. Artikel 5.90 Locatietoedeling bed en breakfast Binnen de locatie 'Woonactiviteit - Bed en Breakfast' is het verrichten van de gebruiksactiviteit bed en breakfast toegestaan. Artikel 5.91 Maatwerkvoorschriften Het bevoegd gezag kan met een maatwerkvoorschrift bepalen dat, als dit nodig is om te kunnen beoordelen of aan de regels in dit hoofdstuk kan worden voldaan, bij de aanvraag om een omgevingsvergunning, in aanvulling op artikel 5.94, de volgende gegevens en bescheiden worden verstrekt: a. een parkeeronderzoek; en b. een onderzoek naar de hinder voor de woonomgeving. Artikel 5.92 Omvang en situering Binnen de locatie 'Woonactiviteit - Bed en Breakfast' wordt de gebruiksactiviteit bed en breakfast alleen verricht als: a. de bed en breakfast wordt uitgeoefend in of bij een woning; b. de bed en breakfast wordt uitgeoefend door de bewoner van de woning; c. het aantal vrijstaande bijbehorende bouwwerken dat wordt gebruikt voor de uitoefening van de bed en breakfast maximaal 1 bedraagt; d. de vloeroppervlakte die wordt gebruikt voor de uitoefening van de bed en breakfast niet meer dan 50% van de totale vloeroppervlakte van de woning bedraagt, inclusief bijbehorende bouwwerken; en e. het aantal nachtverblijven dat wordt geëxploiteerd als onderdeel van de bed en breakfast maximaal 4 bedraagt, met dien verstande dat: 1°. het aantal parkeerplaatsen op eigen terrein minimaal 1 per nachtverblijf bedraagt; 2°. een nachtverblijf niet mag functioneren als zelfstandige woning; en 3°. de vloeroppervlakte maximaal 30 m2 per nachtverblijf bedraagt. Artikel 5.93 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen In afwijking van artikel 5.5 is het verboden zonder omgevingsvergunning binnen de locatie 'Woonactiviteit - Bed en Breakfast' een gebruiksactiviteit bed en breakfast te starten of te wijzigen. Artikel 5.94 Bijzondere aanvraagvereisten Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een plattegrond met daarop aangegeven de bruto-vloeroppervlakte van het huidige gebruik en de bruto-vloeroppervlakte van het aangevraagde gebruik in m2; b. een motivering van de parkeerbehoefte; en c. een motivering van de hinder voor de woonomgeving. Artikel 5.95 Beoordelingsregels Een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 5.93, wordt verleend binnen de locatie 'Woonactiviteit - Bed en Breakfast' als: a. de uitoefening van de bed en breakfast niet leidt tot een onevenredige toename van hinder voor de woonomgeving of voor nabijgelegen percelen; b. de uitstraling van de woning voldoende wordt behouden; c. de landschappelijke, cultuurhistorische en/of architectonische waarden van het complex niet worden aangetast; en d. de uitoefening van de bed en breakfast niet leidt tot een onevenredige toename van de parkeerbehoefte in de openbare ruimte of de toename van de parkeerbehoefte volledig op eigen terrein kan worden opgelost. Hoofdstuk 6 Bouwwerken Afdeling 6.1 Algemene bepalingen bouwwerken Artikel 6.1 Toepassingsbereik Dit hoofdstuk gaat over het verrichten van omgevingsplanactiviteiten, bestaande uit: a. een bouwactiviteit; b. het in stand houden van een bouwwerk; en c. het slopen van een bouwwerk. Artikel 6.2 Aanwijzing toestemmingsvrije gevallen Het is toegestaan, zonder melding of omgevingsvergunning, binnen de locatie 'Begraafplaats' een grafkelder te bouwen. Hoofdstuk 7 Overige activiteiten met een fysiek effect op de openbare ruimte Afdeling 7.1 Algemene bepalingen overige activiteiten met een fysiek effect op de openbare ruimte Artikel 7.1 Toepassingsbereik De regels in dit hoofdstuk gaan over activiteiten met een fysiek effect op de openbare ruimte. Artikel 7.2 Oogmerken De regels in dit hoofdstuk zijn gesteld met het oog op: a. het doelmatig benutten van de openbare ruimte; en b. het beschermen van een goed woon- en leefklimaat. Artikel 7.3 Voorrangsbepalingen De regels over het gebruik van gronden en bouwwerken in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a tot en met c en g tot en met n van de Invoeringswet Omgevingswet, zijn niet van toepassing voor zover het gaat om een activiteit als bedoeld in: a. afdeling 7.10 Standplaats innemen, in stand houden, of gebruiken; en b. afdeling 7.12 Jongerenontmoetingsplek gebruiken. Afdeling 7.2 Roerende zaken opslaan Afdeling 7.3 Bouwobject plaatsen Afdeling 7.4 Terras aanbrengen Afdeling 7.5 Uitstallingen plaatsen Afdeling 7.6 Weg aanleggen of veranderen Afdeling 7.7 Parkeeractiviteit verrichten Afdeling 7.8 Reclame maken Afdeling 7.9 Uitweg maken, hebben of veranderen of het gebruik daarvan veranderen Afdeling 7.10 Standplaats innemen, in stand houden, of gebruiken Paragraaf 7.10.1 Standplaats innemen op een weekmarkt Artikel 7.4 Toepassingsbereik De regels in deze paragraaf gaan over het innemen van een standplaats op een weekmarkt. Artikel 7.5 Algemene regels
- Het is toegestaan om een standplaats op een weekmarkt in te nemen binnen de locatie 'Weekmarkt'.
- Het aantal dagen dat een standplaats, als bedoeld in het eerste lid, mag worden ingenomen bedraagt niet meer dan 1 dag per week. Artikel 7.6 Maatwerkvoorschriften Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld om de standplaatsen, als bedoeld in artikel 7.5, eerste lid, tijdelijk op een andere plek te laten innemen. Paragraaf 7.10.2 Vaste standplaatsen innemen Artikel 7.7 Toepassingsbereik De regels in deze paragraaf gaan over het innemen van een vaste standplaats. Artikel 7.8 Algemene regels
- Het is toegestaan om een vaste standplaats in te nemen binnen de locatie 'Vaste standplaats'.
- Het aantal dagen dat een vaste standplaats, als bedoeld in het eerste lid, mag worden ingenomen bedraagt niet meer dan 2 dagen per week. Artikel 7.9 Maatwerkvoorschriften Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld om de standplaatsen, als bedoeld in artikel 7.8, eerste lid, tijdelijk op een andere plek te laten innemen. Paragraaf 7.10.3 Tijdelijke standplaats innemen Artikel 7.10 Toepassingsbereik De regels in deze paragraaf gaan over het innemen van een tijdelijke standplaats. Artikel 7.11 Algemene regels
- Het is toegestaan om een tijdelijke standplaats in te nemen binnen de locatie 'Tijdelijke standplaats'.
- De periode dat een tijdelijke standplaats, als bedoeld in het eerste lid, mag worden ingenomen bedraagt niet meer dan 3 aaneengesloten maanden per jaar. Afdeling 7.11 Kwaliteitseisen ontwikkelgebied Afdeling 7.12 Jongerenontmoetingsplek gebruiken Artikel 7.12 Toepassingsbereik De regels in deze afdeling gaan over het gebruiken van gronden en bouwwerken voor een jongerenontmoetingsplek (JOP). Artikel 7.13 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning binnen de locatie 'Jongerenontmoetingsplek' gronden en bouwwerken te gebruiken voor een jongerenontmoetingsplek. Artikel 7.14 Bijzondere aanvraagvereisten Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een opgave van het huidige gebruik van het bouwwerk of de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft; b. een opgave van de bruto-vloeroppervlakte in m2 van het (deel van het) bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft; en c. een situatietekening van de bestaande toestand en een situatietekening van de nieuwe toestand met daarop de afmetingen van de jongerenontmoetingsplek en de situering ten opzichte van de aangrenzende terreinen en de daarop voorkomende bebouwing. Artikel 7.15 Beoordelingsregels Een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 7.13, wordt binnen de locatie 'Jongerenontmoetingsplek' verleend als: a. de afstand van de jongerenontmoetingsplek tot de woningen minimaal 25 meter bedraagt; en b. de oppervlakte van de jongerenontmoetingsplek maximaal 20 m2 bedraagt. Hoofdstuk 8 Cultureel erfgoed Afdeling 8.1 Archeologisch waardevolle gebieden Afdeling 8.2 Gemeentelijke monumenten Afdeling 8.3 Panden of gebieden met cultuurhistorische waarden Afdeling 8.4 Rijksbeschermde stadsgezichten Afdeling 8.5 Bouwwerk slopen in een beschermd dorps- of stadsgezicht Hoofdstuk 9 Evenementen Afdeling 9.1 Algemene regels evenementen Hoofdstuk 10 Bovengrondse en ondergrondse infrastructuur Afdeling 10.1 Algemene regels bovengrondse en ondergrondse infrastructuur Afdeling 10.2 Bovengrondse infrastructuur Afdeling 10.3 Ondergrondse infrastructuur Afdeling 10.4 Beperkingengebieden Hoofdstuk 11 Milieu Afdeling 11.1 Bodem Paragraaf 11.1.1 Algemene bepalingen bodem Artikel 11.1 Oogmerken bodem De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op: a. het waarborgen van de veiligheid; b. het beschermen van de gezondheid; c. het beschermen van het milieu; d. het zuinig gebruik van energie en grondstoffen; en e. een doelmatig beheer van afvalstoffen. Artikel 11.2 Maatwerkvoorschriften bodem Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de paragrafen 11.2.2 tot en met 11.2.10 met uitzondering van de beperking voor maatwerkvoorschriften ten aanzien van grondwatersanering zoals gesteld in artikel 11.
- Artikel 11.3 Aanwijzing bodembeheergebied met bijbehorende bodemkwaliteitskaarten Er is een locatie 'bodembeheergebied grond en baggerspecie' met daarbinnen 'bodemkwaliteitsklassen' en 'toepassingszones' voor het toepassen van grond of baggerspecie op of in de landbodem en voor het afwijken via een maatwerkvoorschrift van de kwaliteitseisen voor het toepassen van grond of baggerspecie op grond van de artikelen 4.1273, 4.1275 en 4.1279 van het Besluit activiteiten leefomgeving. Artikel 11.4 Aanwijzing bodemfunctieklassen binnen bodembeheergebied Er zijn locaties die zijn ingedeeld in de volgende bodemfunctieklassen: a. landbouw/natuur; b. wonen; en c. industrie. Paragraaf 11.1.2 Toepassen van grond of baggerspecie Artikel 11.5 Toepassingsbereik toepassen van grond of baggerspecie Deze paragraaf gaat over de activiteit 'toepassen van grond of baggerspecie op of in de landbodem'. Artikel 11.6 Oogmerken toepassen grond of baggerspecie De regels in deze paragraaf zijn, in aanvulling op artikel 11.1, gesteld met het oog op het voorkomen van achteruitgang of verslechtering van de bestaande gebiedskwaliteit, waarbij een balans wordt nagestreefd tussen maatschappelijke ontwikkelingen en de bescherming van de bodemkwaliteit voor mens en milieu. Artikel 11.7 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen thermisch gereinigde grond Met het oog op het beschermen van het milieu is het, in aanvulling op paragraaf 4.124 van het Besluit activiteiten leefomgeving, verboden zonder omgevingsvergunning thermisch gereinigde grond toe te passen. Artikel 11.8 Aanvraagvereisten vergunning thermisch gereinigde grond Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 11.7, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de verwachte datum van het begin van de activiteit, als bedoeld in artikel 4.124 van het Besluit activiteiten leefomgeving; b. een planning van de werkzaamheden; c. een milieuverklaring bodemkwaliteit die betrekking heeft op de toe te passen grond of baggerspecie die overeenkomstig BRL SIKB 7500 is bewerkt in een grondreinigingsinstallatie, aangevuld met de zuurgraad, geleidbaarheid, kritische parameters van deze bouwstof en indien relevant de eisen van het productcertificaat; d. de ligging en de omvang van de toepassing, aangeduid in locatietekeningen en doorsneden; e. een identificatie en een beschrijving van de kritische aspecten en hoe hier de zorgplicht, als bedoeld in artikel 2.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving, wordt ingevuld, waaronder in ieder geval grondwater en oppervlaktewater in de nabijheid, zetting, PH-buffercapaciteit, kwetsbare objecten en ecologie; f. een beschrijving van de wijze waarop overlast voor de omgeving in de vorm van stofvorming wordt voorkomen en ook de wijze waarop overlast voor de omgeving in de vorm van wateropvang, als dit vrijkomt uit het materiaal, wordt voorkomen; g. een beschrijving van de voorzieningen en maatregelen die worden getroffen om te voorkomen dat grond en baggerspecie die overeenkomstig BRL SIKB 7500 is bewerkt in een grondreinigingsinstallatie de kwaliteit of zuurgraad van het grondwater of nabijgelegen oppervlaktewater significant beïnvloeden of anderszins in strijd met de specifieke zorgplicht, als bedoeld in artikel 2.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden toegepast; h. de toepassingshoogte ten opzichte van de grondwaterstand (GHG); i. de schriftelijke instemming van de eigenaar van de locatie; j. het akkoord van de opdrachtgever; k. de gegevens van de verantwoordelijke voor de toepassing en nazorg in zowel de aanlegfase als in de gebruiksfase; en l. de verwachte zetting voor de komende 100 jaar. Artikel 11.9 Beoordelingsregels thermisch gereinigde grond De omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 11.7, wordt alleen verleend als: a. de toepassing voldoet aan de eisen uit paragraaf 4.124 van het Besluit activiteiten leefomgeving; b. de specifieke zorgplicht, als bedoeld in artikel 2.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving, tijdens en na het toepassen wordt gewaarborgd; c. de toepassing verenigbaar is met het belang van: 1°. het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste; 2°. het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; en 3°. het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen; d. bij het bepaalde onder c rekening wordt gehouden met het waterbeheerprogramma, het regionale waterprogramma, het stroomgebiedsbeheerplan en het nationale waterprogramma die betrekking heeft op het betreffende krw-oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam; e. de toepassing past bij de functie van de locatie; f. de toepassing herkenbaar en beheersbaar is door voldoende schaalgrootte; g. de thermisch gereinigde grond: 1°. zodanig wordt toegepast dat deze vanaf het begin van de activiteit tot aan het buiten gebruik stellen van het werk boven de grondwaterafstand (GHG) ligt en niet in contact komt met het grond- en oppervlaktewater; en 2°. wordt toegepast onder gesloten verharding of op vergelijkbare manier worden afgedekt zodat contact met hemelwater wordt voorkomen; h. de bovenafdichting waaronder de thermisch gereinigde grond wordt toegepast binnen 1 jaar na toepassing wordt aangebracht; en i. de thermisch gereinigde grond wordt toegepast over een oppervlakte van minimaal 1.000 m
- Artikel 11.10 Bodemvreemd materiaal in toe te passen grond of baggerspecie
- Met het oog op het beschermen van het milieu wordt, in afwijking van artikel 4.1271, eerste lid, aanhef en onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving, binnen de bodemfunctieklassen landbouw/natuur en wonen alleen grond of baggerspecie toegepast, als daarin niet meer dan 5 gewichtsprocent steenachtig materiaal of hout voorkomt.
- Het eerste lid is niet van toepassing op een grootschalige toepassing als bedoeld in artikel 4.1274 van het Besluit activiteiten leefomgeving, met uitzondering van de afdeklaag als bedoeld in het vierde lid van dat artikel. Artikel 11.11 Afwijkende kwaliteitseisen voor toepassen grond of baggerspecie
- Met het oog op het beschermen van het milieu wordt, in aanvulling op artikel 4.1272, eerste lid, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving, alleen grond of baggerspecie toegepast als deze voldoet aan de kwaliteitseisen en bijbehorende zones als bepaald in tabel 11.11.
- Tabel 11.11.1 Afwijkende kwaliteitseisen voor toepassen grond of baggerspecie Zones Kwaliteitseisen (voor standaardbodem) Alle zones waarde is minimaal 5 en maximaal 9 Alle zones Maximaal 200 mg/kg droge stof Alle zones Maximaal 920 mg/kg droge stof Wonen Maximaal 90 mg/kg droge stof Volks-/Moestuin Maximaal 50 mg/kg droge stof Asbestgevoelige locatie Maximaal 10 mg/kg droge stof (gewogen gehalte)
- Met het oog op het gebruik van grondstoffen en het doelmatig beheer van afvalstoffen is het toepassen van grond of baggerspecie van een kwaliteit die voor de stof nikkel niet voldoet aan de kwaliteitseisen, als bedoeld in artikel 4.1272, eerste lid, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving, in afwijking van dat artikel toegestaan als de toe te passen grond of baggerspecie: Tabel 11.11.2 Afwijkende kwaliteitseisen voor toepassen grond of baggerspecie Zones Kwaliteitseisen (voor standaardbodem) Wonen Maximaal 56 mg/kg droge stof a. voor de andere stoffen voldoet aan die kwaliteitseisen; b. afkomstig is uit en toegepast wordt binnen de locatie 'bodembeheergebied grond en baggerspecie'; en c. voor de stof nikkel voldoet aan de kwaliteitseisen in tabel 11.11.2 die gelden voor de zone waar de grond of baggerspecie wordt toegepast. Artikel 11.12 Afwijkende kwaliteitseisen voor toepassen van baggerspecie
- Met het oog op het beschermen van het milieu wordt in aanvulling op artikel 4.1278, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, alleen baggerspecie toegepast als deze voldoet aan de kwaliteitseisen als bepaald in tabel 11.12.
- Tabel 11.12.1 Afwijkende kwaliteitseisen voor verspreiden op de landbodem geschikte baggerspecie Zones Kwaliteitseisen (voor standaardbodem) Alle zones Maximaal 200 mg/kg droge stof chloride
- Het eerste lid is niet van toepassing als de baggerspecie wordt verspreid op een naastgelegen perceel of op percelen die reeds belast zijn met chloride in gehalten boven de kwaliteitseis. Dit dient middels een (water)bodemonderzoek of beheerplan te zijn aangetoond. Artikel 11.13 Afwijkende kwaliteitseisen voor toepassen grond of baggerspecie voor de Volgerlanden Met het oog op het zuinig gebruik van grondstoffen en het doelmatig beheer van afvalstoffen is het toepassen van grond of baggerspecie van een kwaliteit die voor de stoffen organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB) en polychloorbifenylen (PCB) niet voldoet aan de kwaliteitseisen, als bedoeld in artikel 4.1272, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, in afwijking van dat artikel toegestaan als de toe te passen grond of baggerspecie: Tabel 11.13.1 Afwijkende kwaliteitseisen Volgerlanden Zones Kwaliteitseisen (voor standaardbodem, uitgedrukt in mg/kg droge stof) Individuele stof Wonen 0,04 PCB (som 7) Wonen 0,1 Heptachloor Wonen 0,1 Alfa-endosulfan Wonen 0,5 Alfa - HCH Wonen 0,5 Beta - HCH Wonen 0,5 Gamma - HCH Wonen 0,027 Hexachloor-benzeen Wonen 1 DDD (som) Wonen 1 DDE (som) Wonen 1 DDT (som) Wonen 0,14 Drins (som 3) Wonen 0,1 Heptachloorepoxide (som) Wonen 0,1 Chloordaan (som) a. voor de andere stoffen voldoet aan die kwaliteitseisen; b. afkomstig is uit en toegepast wordt binnen de locatie 'herkomstgebied en toepassingsgebied De Volgerlanden'; c. voor de stoffen organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB) en polychloorbifenylen (PCB) voldoet aan de kwaliteitseisen in tabel 11.13.1 die gelden voor de zone waar de grond of baggerspecie wordt toegepast; en d. voor de optelsom van de stoffen organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB) en polychloorbifenylen (PCB) voldoet aan maximaal 1 mg/kg droge stof (standaardbodem). Artikel 11.14 Afwijkende kwaliteitseisen toepassen grond of baggerspecie voor wegbermen buiten bebouwde kom
- Met het oog op het beschermen van het milieu wordt, in aanvulling op artikel 4.1272, eerste lid, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving, bij wegbermen buiten de bebouwde kom alleen grond of baggerspecie toegepast met de kwaliteitsklassen wonen of landbouw/natuur.
- Onder een wegberm buiten de bebouwde kom wordt verstaan: een strook grond langs een weg als bedoeld in de Wegenverkeerswet of langs een spoorweg, die buiten de bebouwde kom van de gemeente ligt. Een afstand van 10 meter geldt daarbij als maximale bermbreedte, gemeten vanaf de verhardingskant. Artikel 11.15 Afwijkende kwaliteitseisen toepassen grond of baggerspecie voor bedrijventerreinen
- Met het oog op het zuinig gebruik van grondstoffen en het doelmatig beheer van afvalstoffen is het toepassen van grond of baggerspecie van een kwaliteit die niet voldoet aan de kwaliteitseisen, als bedoeld in artikel 4.1272, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, in afwijking van dat artikel toegestaan als de toe te passen grond of baggerspecie: a. afkomstig is uit het 'bodembeheergebied grond en baggerspecie' en toegepast wordt op een bedrijventerrein met een oppervlakte groter dan 2 hectare; en b. voldoet aan de kwaliteitseisen van de kwaliteitsklassen industrie, wonen of landbouw/natuur, bedoeld in artikel 25d, tweede en derde lid van het Besluit bodemkwaliteit.
- Het eerste lid is niet van toepassing binnen de locatie 'Circulair Bedrijvenpark Ambachtsezoom'. Artikel 11.16 Afwijkende kwaliteitseisen toepassen grond of baggerspecie PFAS Met het oog op het zuinig gebruik van grondstoffen en het doelmatig beheer van afvalstoffen is het toepassen van grond of baggerspecie van een kwaliteit die voor de stoffen PFOA (perfluoroctaanzuur), PFOS (perfluoroctaansulfonaten) en overige PFAS (per- en polyfluoralkylstoffen) niet voldoet aan de kwaliteitseisen, bedoeld in artikel 4.1272, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, in afwijking van dat artikel toegestaan als de toe te passen grond of baggerspecie: Tabel 11.16.1 Afwijkende kwaliteitseisen zone B Zones Stof Kwaliteitseisen (voor standaardbodem, uitgedrukt in mg/kg droge stof) Landbouw/natuur PFOA 0,0023 Landbouw/natuur PFOS 0,0024 Volks-/Moestuin PFOA 0,0023 Volks-/Moestuin PFOS 0,0024 a. voor de andere stoffen voldoet aan die kwaliteitseisen; b. afkomstig is uit en toegepast wordt binnen het gebied 'zone B PFAS zonekaart'; en c. voor de stoffen PFOA en PFOS voldoet aan de kwaliteitseisen in tabel 11.16.1 die gelden voor de zone waar de grond of baggerspecie wordt toegepast. Artikel 11.17 Maatwerkregel milieukwaliteitseisen toepassen grond of baggerspecie
- Voor zover de milieuverklaring bodemkwaliteit, als bedoeld in artikel 4.1272, derde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, bestaat uit een verklaring op grond van een bodemkwaliteitskaart, wordt ook met een verkennend bodemonderzoek aangetoond dat aan het eerste en tweede lid van artikel 4.1272 van dat besluit wordt voldaan.
- In aanvulling op het eerste lid wordt het verkennend bodemonderzoek: a. verricht overeenkomstig de onderzoeksstrategieën voor (grootschalige) onverdachte locaties, als bedoeld in NEN 5740; b. gebaseerd op een vooronderzoek dat overeenkomstig NEN 5725 is verricht waarbij het standaard stoffenpakket is aangevuld met andere verontreinigende stoffen die op grond van historie van de te onderzoeken locatie kunnen worden verwacht; en c. niet gedaan naar de kwaliteit van het grondwater. Artikel 11.18 Maatwerkregel informatieplicht toepassen grond of baggerspecie
- Artikel 4.1267, tweede lid, onder c, van het Besluit activiteiten leefomgeving is niet van toepassing.
- In aanvulling op artikel 4.1267, eerste lid, onder d, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden ook de volgende rapporten verstrekt: a. een verkennend bodemonderzoek als bedoeld in artikel 11.17 als de milieuverklaring bodemkwaliteit bestaat uit een verklaring op grond van een bodemkwaliteitskaart; b. een rapport van een bodemonderzoek als bedoeld in de Regeling bodemkwaliteit, als de milieuverklaring bodemkwaliteit bestaat uit een verklaring op grond van een bodemonderzoek; en c. een rapport van een partijkeuring als de milieuverklaring bodemkwaliteit bestaat uit een verklaring op grond van een partijkeuring.
- In aanvulling op artikel 4.1267 in het Besluit activiteiten leefomgeving worden extra gegevens en bescheiden aan het bevoegd gezag verstrekt in verband met de risico's bij de toepassing van grond of baggerspecie. Paragraaf 11.1.3 Toepassen van bouwstoffen Artikel 11.19 Toepassingsbereik toepassen van bouwstoffen Deze paragraaf is van toepassing op de activiteit 'toepassen van bouwstoffen op of in de landbodem'. Artikel 11.20 Oogmerken toepassen van bouwstoffen De regels in deze paragraaf zijn, in aanvulling op artikel 11.1, gesteld met het oog op het voorkomen van schade aan het milieu door het gebruik van bouwstoffen waarbij een balans wordt nagestreefd tussen maatschappelijke ontwikkelingen en de bescherming van de bodemkwaliteit voor mens en milieu. Artikel 11.21 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie en metaalslakken Met het oog op het beschermen van het milieu is het, in aanvulling op paragraaf 4.123 van het Besluit activiteiten leefomgeving, verboden zonder omgevingsvergunning AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie, metaalslakken of bouwstoffen die voor meer dan 20 gewichtsprocenten uit AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie of metaalslakken bestaan, toe te passen. Artikel 11.22 Aanvraagvereisten vergunning AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie en metaalslakken Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 11.21, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de verwachte datum van het begin van de activiteit, als bedoeld in artikel 4.1258 van het Besluit activiteiten leefomgeving; b. een planning van de werkzaamheden; c. de RD-coördinaten van de ontvangende landbodem; d. de ligging, de omvang en de dimensionering van de functionele toepassing, aangeduid in locatietekeningen en doorsneden; e. een onderbouwing van de toepassingshoogte na zetting van het werk ten opzichte van de grondwaterstand (GHG); f. de hoeveelheid AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie, metaalslakken of bouwstoffen die voor meer dan 20 gewichtsprocenten uit AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie of metaalslakken bestaan, in kubieke meters die in totaal in het werk zal worden toegepast; g. de aanduiding van de functionele toepassing, als bedoeld in artikel 4.1260 Bal, in het kader waarvan de AVI-bodemassen, grondstabilisatie, immobilisatie, metaalslakken of bouwstoffen die voor meer dan 20 gewichtsprocenten uit AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie of metaalslakken bestaan, worden toegepast; h. een milieuverklaring bodemkwaliteit die betrekking heeft op de toe te passen de AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie, metaalslakken of bouwstoffen die voor meer dan 20 gewichtsprocenten uit AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie of metaalslakken bestaan, die de kwaliteit duidt, aangevuld met de zuurgraad, geleidbaarheid en kritische parameters van deze bouwstof; i. de schriftelijke instemming van de eigenaar van de locatie; j. het akkoord van de opdrachtgever; k. de gegevens van de verantwoordelijke voor de toepassing en nazorg in zowel de aanlegfase als in de gebruiksfase; l. een beschrijving van de wijze waarop overlast voor de omgeving in de vorm van stofvorming wordt voorkomen en, indien de bouwstof met een toepassingseis gericht op het voorkomen van permanent in contact komen van de bouwstof met hemel-, grond- en oppervlaktewater wordt geleverd, ook de wijze waarop overlast voor de omgeving in de vorm van wateropvang als dit vrijkomt uit het materiaal wordt voorkomen; m. bij het toepassen van immobilisaten: een beschrijving van de voorzieningen en maatregelen die worden getroffen om te voorkomen dat de toevoeging van de bindmiddelen aan de bodem de zuurgraad van het grondwater of nabijgelegen oppervlaktewater significant beïnvloeden; n. bij het toepassen van immobilisaten: de hoeveelheid bindmiddelen en de exacte beschrijving en receptuur van het type immobilisaat die in totaal voor de immobilisatie of stabilisatie van de bodem zal worden toegepast; en o. een beschrijving van de voorzieningen en de maatregelen die worden getroffen om te voorkomen dat de AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie, metaalslakken of bouwstoffen die voor meer dan 20 gewichtsprocenten uit AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie of metaalslakken bestaan, de kwaliteit of zuurgraad van het grondwater of nabijgelegen oppervlaktewater significant beïnvloeden. Artikel 11.23 Beoordelingsregels vergunning AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie en metaalslakken De omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 11.22, wordt alleen verleend als: a. de toepassing voldoet aan de eisen uit paragraaf 4.123 van het Besluit activiteiten leefomgeving; b. de specifieke zorgplicht, als bedoeld in artikel 2.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving, tijdens en na het toepassen wordt gewaarborgd; c. de toepassing verenigbaar is met het belang van: 1°. het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste; 2°. het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; en 3°. het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen; d. bij het bepaalde onder c rekening wordt gehouden met het waterbeheerprogramma, het regionale waterprogramma, het stroomgebiedsbeheerplan en het nationale waterprogramma die betrekking heeft op het betreffende krw-oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam; e. de locatie van de toepassing zich niet in een waterwingebied bevindt, tenzij het de uitvoering van taken betreft door drinkwaterbedrijven als bedoeld in artikel 7 van de Drinkwaterwet; f. de toepassing past bij de functie van de locatie; g. de toepassing herkenbaar en beheersbaar is door voldoende schaalgrootte; h. de AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie, metaalslakken of bouwstoffen die voor meer dan 20 gewichtsprocenten uit AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie of metaalslakken bestaan: 1°. zodanig worden toegepast dat deze vanaf het begin van de activiteit tot aan het buiten gebruik stellen van het werk boven de grondwaterstand (GHG) liggen en niet in contact komen met het grond- en oppervlaktewater; en 2°. worden toegepast onder gesloten verharding of op vergelijkbare manier worden afgedekt zodat contact met hemelwater wordt voorkomen; i. indien de bouwstoffen met aanvullende toepassingseisen (zogenaamde 'wenken' voor de toepasser) worden geleverd, wordt voldaan aan de aanvullende toepassingseisen; j. beschreven is welke voorzieningen of maatregelen worden genomen om te voorkomen dat de AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie, metaalslakken of bouwstoffen die voor meer dan 20 gewichtsprocenten uit AVI-bodemassen, immobilisaten, grondstabilisatie of metaalslakken bestaan, in de aanlegfase en in de gebruiksfase de kwaliteit of zuurgraad van het grondwater of nabijgelegen oppervlaktewater significant beïnvloeden; en k. de toepassing in de aanlegfase en gebruiksfase geen nadelige gevolgen heeft voor veiligheid, gezondheid en milieu, waaronder de bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen. Paragraaf 11.1.4 Opslaan van grond en baggerspecie Artikel 11.24 Toepassingsbereik opslaan van grond en baggerspecie Deze paragraaf is van toepassing op de activiteit 'opslaan, zeven, mechanisch ontwateren of samenvoegen van zonder bewerking herbruikbare grond of baggerspecie'. Artikel 11.25 Oogmerken opslaan van grond en baggerspecie De regels in deze paragraaf zijn, in aanvulling op artikel 11.1, gesteld met het oog op het voorkomen van achteruitgang of verslechtering van de bestaande gebiedskwaliteit, waarbij een balans wordt nagestreefd tussen maatschappelijke ontwikkelingen en de bescherming van de bodemkwaliteit voor mens en milieu. Artikel 11.26 Afscherming bij opslaan grond
- Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem met bodembedreigende stoffen wordt, in aanvulling op paragraaf 4.122 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bij het opslaan van grond van de kwaliteitsklasse landbouw/natuur, wonen en industrie: a. het depot grond afgeschermd van de omgeving, en b. indien sprake is van asbesthoudende grond: de bovenzijde van het depot met een zeil afgedekt. Er is sprake van asbesthoudende grond als meer dan 10 mg/kg droge stof asbest aanwezig is in de grond of als asbesthoudend materiaal zichtbaar aanwezig is in de partij grond.
- Het eerste lid is niet van toepassing als de activiteit als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving. Artikel 11.27 Maatwerkregel informatieplicht: beëindigen activiteit In aanvulling op artikel 5.5 van het Besluit activiteiten leefomgeving worden aan het bevoegd gezag de resultaten van het bodemonderzoek verstrekt in het bestandsformaat XML. Paragraaf 11.1.5 Graven in de bodem Subparagraaf 11.1.5.1 Algemene bepalingen graven in de bodem Artikel 11.28 Oogmerken graven in de bodem De regels in subparagraaf 11.1.5.2 en 11.1.5.3 zijn, in aanvulling op artikel 11.1 gesteld met het oog op het zuinig gebruik van energie en grondstoffen en doelmatig beheer van afvalstoffen waarbij een balans wordt nagestreefd tussen maatschappelijke ontwikkelingen en de bescherming van de bodemkwaliteit voor mens en milieu. Subparagraaf 11.1.5.2 Graven in de bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit Artikel 11.29 Toepassingsbereik graven in de bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit Deze subparagraaf is van toepassing op de activiteit 'graven in bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit', bedoeld in bijlage IIA van het Besluit activiteiten leefomgeving, als het bodemvolume waarin wordt gegraven meer is dan 25 m
- Artikel 11.30 Graven in de bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit Paragraaf 4.119 van het Besluit activiteiten leefomgeving is van overeenkomstige toepassing op het graven in bodem met een gehalte PFOA (perfluoroctaanzuur) onder of gelijk aan 0,060 mg/kg droge stof. Artikel 11.31 Maatwerkregel informatieplicht: voor het begin van de activiteit In aanvulling op artikel 4.1220 van het Besluit activiteiten leefomgeving worden tenminste een week voor het begin van de activiteit aan het bevoegd gezag extra gegevens en bescheiden verstrekt in verband met de risico's bij het graven in de bodem. Subparagraaf 11.1.5.3 Graven in de bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit Artikel 11.32 Toepassingsbereik graven in de bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit Deze subparagraaf is van toepassing op de activiteit 'graven in bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit', bedoeld in bijlage IIA van het Besluit activiteiten leefomgeving, als het bodemvolume waarin wordt gegraven meer is dan 25 m
- Artikel 11.33 Graven in de bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit Paragraaf 4.120 van het Besluit activiteiten leefomgeving is van overeenkomstige toepassing op het graven in bodem met een gehalte PFOA (perfluoroctaanzuur) van meer dan 0,060 mg/kg droge stof. Artikel 11.34 Maatwerkregel meldingsplicht: voor het begin van de activiteit In aanvulling op artikel 4.1225, tweede lid, onder a, Besluit activiteiten leefomgeving, worden de resultaten van een bodemonderzoek ook verstrekt in het bestandsformaat XML. Artikel 11.35 Maatwerkregel informatieplicht: voor het begin van de activiteit
- In aanvulling op artikel 4.1226 van het Besluit activiteiten leefomgeving worden tenminste vier weken voor het begin van de activiteit aan het bevoegd gezag extra gegevens en bescheiden verstrekt in verband met de risico's bij het graven in de bodem.
- In afwijking van het eerste lid, geldt bij het tijdelijk uitnemen van grond een termijn van een week, als bedoeld in artikel 4.1226, derde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving. Paragraaf 11.1.6 Saneren van de bodem Subparagraaf 11.1.6.1 Algemene bepalingen saneren van de bodem Artikel 11.36 Oogmerken saneren van de bodem De regels in subparagraaf 11.1.6.2 en 11.1.6.3 zijn, in aanvulling op artikel 11.1, gesteld met het oog op: a. het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersysteem; en b. het beschermen van het milieu waarbij een balans wordt nagestreefd tussen maatschappelijke ontwikkelingen en de bescherming van de bodemkwaliteit voor mens en milieu. Subparagraaf 11.1.6.2 Regels voor saneren van de bodem Artikel 11.37 Toepassingsbereik saneren Deze subparagraaf is van toepassing op de activiteit 'saneren van de bodem'. Artikel 11.38 Maatwerkregel saneringsaanpak: aanbrengen duurzaam aaneengesloten verhardingslaag
- Met het oog op het beschermen van het milieu kan, in afwijking van artikel 4.1241, derde en vierde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, een afdeklaag worden toegepast bestaande uit: a. een halfopen verharding als hieronder tenminste 10 cm grond van de kwaliteit landbouw/natuur aanwezig is en de grond in de halfopen verharding ook van de kwaliteitsklasse landbouw/natuur is; b. een boomrooster; of c. een gelijkwaardige maatregel die hetzelfde doel bereikt.
- Voor een gelijkwaardige maatregel, bedoeld in het eerste lid onder c, is toestemming als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet niet vereist. Artikel 11.39 Maatwerkregel saneringsaanpak: aanbrengen laag grond of baggerspecie Met het oog op het zuinig gebruik van energie en grondstoffen en het beschermen van het milieu heeft, in afwijking van artikel 4.1241, derde lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, een laag grond of baggerspecie die wordt aangebracht als afdeklaag de minimale dikte opgenomen in tabel 11.39.1 voor het betreffende bodemgebruik. Tabel 11.39.1 Minimale dikte van de afdeklaag Minimale dikte leeflaag (in cm) Bodemgebruik 50 Industrie- en bedrijventerreinen, groenzones industrie- en bedrijventerrein, zonneparken en wegbermen Artikel 11.40 Maatwerkregel saneringsaanpak: terugsaneerwaarden lood en PFOA bij verwijdering van verontreiniging Met het oog op het beschermen van de gezondheid en de kwaliteit van de bodem wordt, in afwijking van artikel 4.1242 van het Besluit activiteiten leefomgeving, verontreiniging van de bodem verwijderd door de grond te ontgraven totdat de stof die boven de waarde, bedoeld in artikel 11.58 was aangetroffen, niet meer voorkomt in een concentratie hoger dan de waarde opgenomen in tabel 11.40.1 voor de betreffende zone. Tabel 11.40.1 Terugsaneerwaarden bij verwijderen van verontreiniging Zone en bodemfunctieklasse/ gebruiksfunctie Waarden stof (in mg/kg droge stof voor standaardbodem) Lood Volks-/moestuin 50 Wonen 90 PFOA zone B Landbouw/natuur 0,0023 Volks-/moestuin 0,0023 Wonen 0,007 Industrie 0,007 PFOA zone A Landbouw/natuur 0,0019 Volks-/moestuin 0,0019 Wonen 0,007 Industrie 0,007 Artikel 11.41 Maatwerkregel saneringsaanpak: uitdampen naar bodemgevoelig gebouw bij verwijderen van verontreiniging Met het oog op het beschermen van de gezondheid en het beschermen van de kwaliteit van de bodem wordt, in afwijking van artikel 4.1240 van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor het saneren van de bodem op een bodemgevoelige locatie met vluchtige stoffen in de bodem boven de interventiewaarde bodemkwaliteit, bedoeld in bijlage IIA bij het Besluit activiteiten leefomgeving, de sanering uitsluitend uitgevoerd volgens de saneringsaanpak verwijderen van verontreiniging, bedoeld in artikel 4.1242 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Artikel 11.42 Maatwerkregel meldingsplicht saneren In aanvulling op artikel 4.1236, tweede lid, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de resultaten van een bodemonderzoek ook verstrekt in het bestandsformaat XML. Artikel 11.43 Maatwerkregel informatieplicht aan het begin van de activiteit saneren In aanvulling op artikel 4.1237 in het Besluit activiteiten leefomgeving worden ten minste vier weken voor het begin van de activiteit extra gegevens en bescheiden aan het bevoegd gezag verstrekt in verband met de risico's bij het saneren van de bodem. Subparagraaf 11.1.6.3 Regels voor grondwatersaneringen Artikel 11.44 Toepassingsbereik grondwatersaneringen Deze subparagraaf is van toepassing op het saneren van de grondwaterbodem ter uitvoering van een bronaanpak als bedoeld in artikel 7.32, eerste lid, onder a, van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening. Artikel 11.45 Maatwerkvoorschrift grondwaterverontreiniging Een maatwerkvoorschrift voor een andere saneringsaanpak dan bedoeld in artikel 4.1240 van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt alleen gesteld als deze saneringsaanpak leidt tot het beperken of voorkomen van een inbreng van een mobiele verontreiniging vanuit de vaste bodem naar het grondwater. Artikel 11.46 Maatwerkregel saneringsaanpak grondwaterverontreiniging
- Met het oog op het beschermen van de gezondheid en het beschermen van de kwaliteit van de bodem wordt, in afwijking van artikel 4.1240 van het Besluit activiteiten leefomgeving, de sanering uitsluitend uitgevoerd volgens de saneringsaanpak verwijderen van verontreiniging als bedoeld in artikel 4.1242 van het Besluit activiteiten leefomgeving.
- In afwijking van het eerste lid, kan de saneringsaanpak afdekken, bedoeld in artikel 4.1241 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden toegepast indien: a. de afdeklaag bestaat uit een duurzaam aaneengesloten verhardingslaag als bedoeld in artikel 4.1241, derde lid, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving; en b. aannemelijk wordt gemaakt dat de saneringsaanpak leidt tot het beperken of voorkomen van een inbreng van een mobiele verontreiniging vanuit de vaste bodem naar het grondwater. Artikel 11.47 Maatwerkregel informatieplicht bij begin van de grondwaterbodemactiviteit In aanvulling op artikel 4.1237 van het Besluit activiteiten leefomgeving, wordt ook een afschrift van de gegevens en bescheiden aan Gedeputeerde Staten verstrekt. Artikel 11.48 Maatwerkregel informatieplicht bij beëindiging van de grondwaterbodemactiviteit Ten hoogste vier weken na het beëindigen van de sanering wordt een afschrift van het evaluatieverslag, bedoeld in artikel 4.1246, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, aan Gedeputeerde Staten verstrekt. Paragraaf 11.1.7 Nazorg Artikel 11.49 Toepassingsbereik nazorg Deze paragraaf is van toepassing op het verrichten van nazorg als: a. saneren van de bodem heeft plaatsgevonden, waarbij een afdeklaag is aangebracht die blootstelling van mensen aan verontreiniging op of in de bodem voorkomt, op grond van: 1°. het Besluit activiteiten leefomgeving; 2°. dit omgevingsplan; 3°. een omgevingsvergunning; of 4°. een maatwerkvoorschrift; of b. tijdelijke beschermingsmaatregelen zijn getroffen, die de bron van verontreiniging niet wegnemen maar blootstelling aan de verontreiniging voorkomen in verband met een toevalsvondst als bedoeld in artikel 19.9a van de Omgevingswet. Artikel 11.50 Nazorg na afloop van saneren van de bodem Met het oog op het beschermen van de gezondheid, treft de eigenaar, erfpachter of gebruiker van een locatie opgenomen binnen de locatie 'locaties nazorg Omgevingswet' de noodzakelijke maatregelen gericht op het voor onbepaalde tijd in stand houden en onderhouden of vervangen van de aangebrachte afdeklaag. Artikel 11.51 Nazorg tijdelijke beschermingsmaatregelen bij toevalsvondst Met het oog op het beschermen van de gezondheid, eigenaar, erfpachter of gebruiker van een locatie opgenomen binnen de locatie 'locaties nazorg Omgevingswet' de noodzakelijke maatregelen gericht op het voor onbepaalde tijd in stand houden en onderhouden of vervangen van de tijdelijke beschermingsmaatregelen. Paragraaf 11.1.8 Historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico Artikel 11.52 Toepassingsbereik historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico Deze paragraaf is van toepassing op een activiteit op een locatie waarvoor voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet een beschikking is vastgesteld krachtens artikel 29 in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of een nader bodemonderzoek dat voldoet aan NTA 5755, waarin is vastgesteld dat bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de verontreiniging geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is. Artikel 11.53 Oogmerken historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico De regels in deze paragraaf zijn, in aanvulling op artikel 11.1, gesteld met het oog op het beschermen van het milieu, waaronder het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen. Artikel 11.54 Mitigerende maatregelen historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico
- Degene die een activiteit als bedoeld in artikel 11.52 verricht, neemt in het belang van de bescherming van de bodem maatregelen die redelijkerwijs van hem kunnen worden verlangd om verdere verontreiniging van de bodem te voorkomen of te beperken of, als dat redelijkerwijs mogelijk is in samenhang met de activiteit die wordt verricht, ongedaan te maken.
- Degene die een activiteit als bedoeld in artikel 11.52 verricht, neemt in het belang van het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen en het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen maatregelen om verdere verontreiniging van het grondwater, al dan niet indirect vanuit de vaste bodem, te voorkomen of te beperken, of als dat redelijkerwijs mogelijk is in samenhang met de activiteit die wordt verricht, ongedaan te maken. Paragraaf 11.1.9 Bouwen van een bodemgevoelig gebouw Artikel 11.55 Toepassingsbereik bouwen van een bodemgevoelig gebouw
- Deze paragraaf is van toepassing op de activiteit 'het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie'.
- Onder een bodemgevoelig gebouw wordt verstaan: a. een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt; of b. een woonschip of woonwagen. Artikel 11.56 Oogmerken bouwen van een bodemgevoelig gebouw De regels in deze paragraaf zijn, in aanvulling op artikel 11.1, gesteld met het oog op het beschermen van de gezondheid en het beschermen van het milieu, waaronder het beschermen en verbeteren van de kwaliteit bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen. Artikel 11.57 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen bouwen van een bodemgevoelig gebouw Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit 'bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie' uit te voeren, voor zover het om een bouwactiviteit gaat die als vergunningplichtig is aangewezen in dit omgevingsplan. Artikel 11.58 Waarde toelaatbare kwaliteit van bodemgevoelige locatie
- Voor de stoffen, bedoeld in bijlage XIIIa van het Besluit kwaliteit leefomgeving, gelden de interventiewaarden bodemkwaliteit, bedoeld in bijlage IIA van het Besluit activiteiten leefomgeving, als de waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie.
- Er is sprake van een overschrijding van de toelaatbare kwaliteit als voor ten minste één stof de gemiddelde gemeten concentratie in meer dan 25 m3 bodemvolume hoger is dan de interventiewaarde bodemkwaliteit.
- In afwijking van het tweede lid is het zinsdeel "in meer dan 25 m3 bodemvolume" niet van toepassing op de stof asbest.
- In afwijking van het eerste lid zijn voor lood de waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem opgenomen in tabel 11.58.
- In afwijking van het eerste lid zijn voor PFOA de waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem opgenomen in tabel 11.58.
- Tabel 11.58.1 Waarde toelaatbare kwaliteit van de bodem voor lood en PFOA per gebruiksfunctie Gebruiksfunctie (in de zin van de bodemfunctiekaart en bodemfunctieklassen) Gebruiksfunctie Waarden (in mg/kg droge stof) Lood Landbouw/natuur 370 Wonen 370 PFOA (perfluoroctaanzuur) Landbouw/natuur 0,030 Wonen 0,030 Industrie 0,030 Artikel 11.59 Maatregelen bij overschrijding waarde toelaatbare kwaliteit van bodemgevoelige locatie Het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een locatie waar sprake is van een overschrijding van de waarde voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem is uitsluitend toegestaan als een sanering van de bodem wordt uitgevoerd volgens paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving. Artikel 11.60 Aanvraagvereisten omgevingsvergunning bouwen van een bodemgevoelig gebouw
- Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit 'bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie' worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een bodemonderzoek; en b. als de waarde voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem wordt overschreden: gegevens en bescheiden die aannemelijk maken dat een sanerende of andere beschermende maatregel wordt getroffen.
- De resultaten van een bodemonderzoek worden ook verstrekt in het bestandsformaat XML. Artikel 11.61 Beoordelingsregels omgevingsvergunning bouwen op een bodemgevoelige locatie
- De omgevingsvergunning voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie wordt alleen verleend als: a. de waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem niet worden overschreden; en b. bij overschrijding van de waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem: als aannemelijk is dat een sanerende of andere beschermende maatregel wordt getroffen. Een sanerende of andere beschermende maatregel is in ieder geval een sanering overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving.
- Het bevoegd gezag kan met het oog op het voorkomen van risico's voor de gezondheid, voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning als het bevoegd gezag van oordeel is dat de bodem niet geschikt is voor het beoogde doel, maar door het stellen van voorschriften nog geschikt kan worden gemaakt. Artikel 11.62 Meldingsplichtige gevallen bouwen van een bodemgevoelig gebouw
- Het is verboden een bodemgevoelig gebouw te bouwen op een bodemgevoelige locatie zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden.
- Het eerste lid is niet van toepassing als de bouwactiviteit als vergunningplichtig is aangewezen in dit omgevingsplan. Artikel 11.63 Indieningsvereisten melding bouwen van een bodemgevoelig gebouw
- Een melding als bedoeld in artikel 11.62 bevat: a. de resultaten van een bodemonderzoek; b. de naam en het adres van degene die de bouwactiviteit verricht; c. het adres waarop de bouwactiviteit wordt verricht; d. de dagtekening; en e. bij overschrijding van een waarde als bedoeld in artikel 11.58 de gegevens en bescheiden die aannemelijk maken dat een sanerende of andere beschermende maatregel wordt getroffen.
- Dit artikel is niet van toepassing als de bouwactiviteit als vergunningplichtig is aangewezen in dit omgevingsplan.
- De resultaten van een bodemonderzoek worden ook verstrekt in het bestandsformaat XML. Artikel 11.64 Maatwerkvoorschriften meldingsplicht bouwen van een bodemgevoelig gebouw Het bevoegd gezag kan maatwerkvoorschriften stellen over bouwactiviteiten als bedoeld in artikel 11.
- Artikel 11.61 is van overeenkomstige toepassing. Artikel 11.65 Informatieplicht na het bouwen op een bodemgevoelige locatie Bij overschrijding van een waarde van de toelaatbare kwaliteit van de bodem wordt een bodemgevoelig gebouw of een gedeelte daarvan op een bodemgevoelige locatie alleen in gebruik genomen nadat het college is geïnformeerd over de wijze waarop de maatregelen, bedoeld in artikel 11.59, zijn getroffen. Paragraaf 11.1.10 Bouwen van een grondwatergevoelig gebouw Artikel 11.66 Toepassingsbereik bouwen van een grondwatergevoelig gebouw
- Deze paragraaf is van toepassing op het bouwen van een grondwatergevoelig gebouw op een grondwatergevoelige locatie als bedoeld in paragraaf 7.3.5.1 Toelaten van een bouwactiviteit op een grondwatergevoelige locatie van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening.
- Onder een significante verontreiniging van het grondwater wordt verstaan een significante verontreiniging van het grondwater als bedoeld in artikel 3.131 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening. Artikel 11.67 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen bouwen van een grondwatergevoelig gebouw Het is verboden zonder omgevingsvergunning de activiteit 'bouwen van een grondwatergevoelig gebouw op een grondwatergevoelige locatie' uit te voeren, voor zover het om een bouwactiviteit gaat die als vergunningplichtig is aangewezen in dit omgevingsplan. Artikel 11.68 Voorafgaand grondwateronderzoek
- Het bouwen van een grondwatergevoelig gebouw op een grondwatergevoelige locatie is alleen toegestaan als onderzocht is of sprake is van een verontreiniging van het grondwater zoals bedoeld in artikel 7.30 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening.
- Aan het eerste lid wordt voldaan door: a. het verrichten van voorafgaand bodemonderzoek; of b. het overleggen van een beschikking krachtens artikel 29, in samenhang met artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die artikelen luidden voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarin is vastgesteld dat bij het huidig dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of bij een mogelijke verspreiding van een verontreiniging, geen sprake is van zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is. Artikel 11.69 Risicobeoordeling grondwaterkwaliteit
- Het bouwen van een grondwatergevoelig gebouw op een grondwatergevoelige locatie bij een verontreiniging van grondwater als bedoeld in artikel 7.30 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening is uitsluitend toegestaan als een risicobeoordeling grondwaterkwaliteit is uitgevoerd overeenkomstig paragraaf 3.4.2 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening.
- Het eerste lid is niet van toepassing als de bron van verontreiniging van het grondwater: a. zich niet langer bevindt in de vaste bodem van de grondwatergevoelige locatie, tenzij uit het vooronderzoek bodem, bedoeld in artikel 5.7a van het Besluit activiteiten leefomgeving, of uit een beschikking als bedoeld inartikel 11.68, tweede lid, onder b, blijkt dat er sprake is van een zak- of drijflaag; of b. zich in de vaste bodem van de grondwatergevoelige locatie bevindt en diffuus van aard is.
- Het eerste lid is ook niet van toepassing als de verontreiniging van grondwater: a. het gevolg is van natuurlijk verhoogde achtergrondconcentratie; of b. een restverontreiniging na het uitvoeren van een grondwatersanering betreft en als zodanig is opgenomen in een evaluatieverslag als bedoeld in artikel 3.141e van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening of een beschikt evaluatieverslag als bedoeld in artikel 39c van de Wet bodembescherming, zoals dit artikel luidde voor inwerkingtreding van de Omgevingswet. Artikel 11.70 Sanerende maatregelen bij significante grondwaterverontreiniging
- Het bouwen van een grondwatergevoelig gebouw op een grondwatergevoelige locatie is alleen toegestaan als de volgende sanerende maatregelen worden getroffen: a. een bronaanpak overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving als na uitvoering van de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit blijkt dat er sprake is van een significante grondwaterverontreiniging; of b. een grondwatersanering, zoals bepaald in paragraaf 3.4.3 van de Zuid-Hollandse omgevingsverordening indien sprake is van een significante grondwaterverontreiniging die direct aandacht behoeft vanuit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit.
- Het eerste lid, aanhef onder b, is niet van toepassing indien sprake is van een diffuse grondwaterverontreiniging, waarbij geen specifieke bron van verontreiniging aanwijsbaar is. Artikel 11.71 Aanvraagvereisten omgevingsvergunning bouwen van een grondwatergevoelig gebouw
- Bij het aanvragen van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een grondwatergevoelig gebouw op een grondwatergevoelige locatie wordt het voorafgaand onderzoek, bedoeld in artikel 11.68, verstrekt.
- De resultaten van het voorafgaand onderzoek worden ook verstrekt in het bestandsformaat XML.
- Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt ook een afschrift verstrekt van de volgende gegevens en bescheiden: a. indien sprake is van een verontreiniging van grondwater: 1°. een afschrift van de gegevens en bescheiden na verrichten van de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, bedoeld in artikel 3.132 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening, waarbij ten minste vier weken verstreken zijn nadat de gegevens en bescheiden aan Gedeputeerde Staten zijn verstrekt; 2°. de naam en het adres van degene die de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit heeft verricht; 3°. een onderbouwing van de daarbij toegepaste methode(n), bedoeld in artikel 3.126, tweede lid, Zuid-Hollandse Omgevingsverordening; en 4°. de uitkomst van de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit; b. indien sprake is van een significante grondwaterverontreiniging: een afschrift van de melding, bedoeld in artikel 4.1236 van het Besluit activiteiten leefomgeving, die aannemelijk maakt dat een bronaanpak bedoeld in artikel 11.70, eerste lid, wordt verricht; en c. indien sprake is van een significante grondwaterverontreiniging die direct aandacht behoeft: een afschrift van de aanvraag om een omgevingsvergunning die aannemelijk maakt dat een grondwatersanering wordt verricht. Artikel 11.72 Beoordelingsregel omgevingsvergunning bouwen van een grondwatergevoelig gebouw De omgevingsvergunning voor de activiteit 'bouwen van een grondwatergevoelig gebouw op een grondwatergevoelige locatie' wordt alleen verleend als aannemelijk is gemaakt dat sanerende maatregelen als bedoeld in artikel 11.70 worden getroffen. Artikel 11.73 Meldingsplichtige gevallen bouwen van een grondwatergevoelig gebouw Het is verboden de activiteit 'bouwen van een grondwatergevoelig gebouw op een grondwatergevoelige locatie' uit te voeren zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden. Artikel 11.74 Indieningsvereisten melding bouwen van een grondwatergevoelig gebouw
- Een melding bevat: a. de naam en het adres van degene die de bouwactiviteit verricht; b. het adres waar de bouwactiviteit wordt verricht; c. de dagtekening; d. het voorafgaand onderzoek, als bedoeld in artikel 11.68; e. als er sprake is van verontreiniging van grondwater; een afschrift van de gegevens en bescheiden na verrichten van de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit, bedoeld in artikel 3.132 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening, waarbij ten minste vier weken verstreken zijn nadat de gegevens en bescheiden aan Gedeputeerde Staten zijn verstrekt; f. als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt dat er sprake is van een significante grondwaterverontreiniging: een afschrift van de melding, bedoeld in artikel 4.1236 van het Besluit activiteiten leefomgeving, die aannemelijk maakt dat een bronaanpak als bedoeld in artikel 11.70 wordt verricht; en g. als uit de risicobeoordeling grondwaterkwaliteit volgt dat er sprake is van een significante grondwaterverontreiniging die direct aandacht behoeft: een afschrift van de aanvraag om een omgevingsvergunning die aannemelijk maakt dat een grondwatersanering als bedoeld in paragraaf 3.4.3 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening wordt verricht.
- Dit artikel is niet van toepassing als voor de bouwactiviteit op grond van dit omgevingsplan een omgevingsvergunning is vereist. Artikel 11.75 Informatieplicht ingebruikname na maatregelen bouwen van een grondwatergevoelig gebouw Bij aanwezigheid van een significante grondwaterverontreiniging als bedoeld in artikel 3.131, onder b of c, van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening, wordt een grondwatergevoelig gebouw of een gedeelte daarvan op een grondwatergevoelige locatie alleen in gebruik genomen na de bouwactiviteit, nadat het college is geïnformeerd over de wijze waarop de sanerende maatregelen, bedoeld in artikel 11.70, zijn getroffen, of als de sanerende maatregelen nog in uitvoering zijn, de wijze waarop de ingebruikname van het grondwatergevoelige gebouw de sanerende maatregel niet belemmert. Afdeling 11.2 Geluid Paragraaf 11.2.1 Industrielawaai Paragraaf 11.2.2 Milieubelastende activiteiten Paragraaf 11.2.3 Railverkeerlawaai Paragraaf 11.2.4 Scheepsverkeerlawaai Paragraaf 11.2.5 Wegverkeerlawaai Afdeling 11.3 Omgevingsveiligheid Paragraaf 11.3.1 Algemene bepalingen omgevingsveiligheid Paragraaf 11.3.2 Buisleidingen Subparagraaf 11.3.2.1 Brandaandachtsgebieden Subparagraaf 11.3.2.2 Plaatsgebonden risico's Paragraaf 11.3.3 Inrichtingen Subparagraaf 11.3.3.1 Veiligheidszone LPG Paragraaf 11.3.4 Spoor Paragraaf 11.3.5 Water Paragraaf 11.3.6 Wegen Afdeling 11.4 Milieu overig Paragraaf 11.4.1 Geurhinder Paragraaf 11.4.2 Lichthinder Paragraaf 11.4.3 Luchtkwaliteit Paragraaf 11.4.4 Trillingen Paragraaf 11.4.5 Windhinder Paragraaf 11.4.6 Magneetveldzone Hoofdstuk 12 Gezondheid Afdeling 12.1 Speelplekken aanleggen, bouwen, in stand houden of gebruiken Afdeling 12.2 Hittestress Hoofdstuk 13 Energietransitie Afdeling 13.1 Aansluitplicht warmtenet Afdeling 13.2 Afsluitplicht gas Hoofdstuk 14 Water Afdeling 14.1 Waterberging Afdeling 14.2 Droogte Afdeling 14.3 Overstromingen Paragraaf 14.3.1 Beperkingengebied waterkeringen Afdeling 14.4 Waterkwaliteit Afdeling 14.5 Grondwater lozen Afdeling 14.6 Watergang dempen Hoofdstuk 15 Natuur Afdeling 15.1 Biodiversiteit Paragraaf 15.1.1 Beperkingengebied natuurnetwerk Nederland Afdeling 15.2 Bomen kappen Afdeling 15.3 Groen verwijderen Afdeling 15.4 Stikstofuitstoot Hoofdstuk 16 Gereserveerd Hoofdstuk 17 Gereserveerd Hoofdstuk 18 Gereserveerd Hoofdstuk 19 Gereserveerd Hoofdstuk 20 Gereserveerd Hoofdstuk 21 Gereserveerd Hoofdstuk 22 Bruidsschat Afdeling 22.1 Algemeen Artikel 22.1 Voorrangsbepaling
- De regels in afdeling 22.2 , met uitzondering van subparagraaf 22.2.7.3 -, en afdeling 22.3 zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet.
- De regels in afdeling 22.3 zijn niet van toepassing op een milieubelastende activiteit die als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover voorschriften zijn verbonden aan: a. een voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet onherroepelijke omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit; b. een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet en na de inwerkingtreding van die wet onherroepelijk wordt. Artikel 22.2 Overgangsrecht: gemeentelijke monumenten en voorbeschermde gemeentelijke monumenten
- Voor de toepassing van de artikelen 22.28 , eerste en tweede lid , 22.38 , 22.287 , 22.288 , 22.290 tot en met 22.293 en 22.295 wordt onder gemeentelijk monument respectievelijk voorbeschermd gemeentelijk monument ook verstaan een monument of archeologisch monument dat op grond van een gemeentelijke verordening is aangewezen respectievelijk waarop, voordat het is aangewezen, die verordening van overeenkomstige toepassing is.
- Het eerste lid is van toepassing: a. als het gaat om een aangewezen monument of archeologisch monument: zolang in dit omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven; en b. als het gaat om een monument of archeologisch monument waarop voordat het is aangewezen de verordening van overeenkomstige toepassing is: zolang in dit omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven of dit omgevingsplan geen voorbeschermingsregel bevat vanwege het voornemen om die functie-aanduiding te geven. Artikel 22.3 Overgangsrecht: rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten De artikelen 22.28 , derde lid , en 22.38 , aanhef en onder b, zijn van overeenkomstige toepassing op een activiteit als bedoeld in die artikelonderdelen die wordt verricht op een locatie waarvoor een op grond van artikel 4.35, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet als instructie geldende aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de Monumentenwet 1988 zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Erfgoedwet van kracht is, zolang in dit omgevingsplan aan die locatie nog niet de functie-aanduiding rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht is gegeven. Afdeling 22.2 Activiteiten met betrekking tot bouwwerken open, erven en terreinen Paragraaf 22.2.1 Algemene bepalingen Artikel 22.4 Maatwerkvoorschriften
- Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over deze afdeling, met uitzondering van bepalingen over meet- en rekenmethoden.
- Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van de artikelen in deze afdeling. Paragraaf 22.2.2 Verrichten van bouw- en sloopwerkzaamheden Artikel 22.5 Uitzetten rooilijnen, bebouwingsgrenzen en straatpeil Met het bouwen van een bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit of een omgevingsplanactiviteit is verleend wordt, onverminderd de aan de vergunning verbonden voorschriften, niet begonnen voordat voor zover nodig: a. de rooilijnen of bebouwingsgrenzen op het bouwterrein zijn uitgezet; en b. het straatpeil is uitgezet. Artikel 22.6 [vervallen] Paragraaf 22.2.3 Bouwen en in stand houden van bouwwerken Artikel 22.7 Repressief welstand
- Het uiterlijk van de volgende bouwwerken mag niet in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, van de Woningwet, zoals dat artikel tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet gold: a. een bestaand bouwwerk, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is; en b. een te bouwen bouwwerk waarvoor geen omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist.
- Het eerste lid is niet van toepassing als het gaat om een in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, aangewezen gebied of bouwwerk waarvoor geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn. Artikel 22.8 Aansluiting op distributienet voor elektriciteit
- Met het oog op het waarborgen van de veiligheid is een voorziening voor het afnemen en gebruiken van elektriciteit in een bouwwerk aangesloten op het distributienet voor elektriciteit als de aansluitafstand niet groter is dan 100 m of groter is dan 100 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 100 m.
- Het eerste lid is niet van toepassing op het bouwen van een woonfunctie voor particulier eigendom of een drijvend bouwwerk. Artikel 22.9 Aansluiting op distributienet voor gas
- Met het oog op het waarborgen van de veiligheid is een voorziening voor het afnemen en gebruiken van gas in een bouwwerk aangesloten op het distributienet voor gas als: a. artikel 10, zesde lid, onder a of b, van de Gaswet op de aansluiting van toepassing is; en b. de aansluitafstand niet groter is dan 40 m of groter is dan 40 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 m.
- Het eerste lid is niet van toepassing op het bouwen van een woonfunctie voor particulier eigendom of een drijvend bouwwerk. Artikel 22.10 Aansluiting op distributienet voor warmte
- Met het oog op het waarborgen van de veiligheid en de energiezuinigheid en de bescherming van het milieu is een te bouwen bouwwerk met een of meer verblijfsgebieden aangesloten op het in het warmteplan bedoelde distributienet voor warmte als: a. het in het warmteplan geplande aantal aansluitingen op het distributienet op het moment van de indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit met betrekking tot een bouwwerk nog niet is bereikt; en b. de aansluitafstand niet groter is dan 40 m of groter is dan 40 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 m.
- Een gelijkwaardige maatregel voor een aansluiting op het distributienet voor warmte heeft ten minste dezelfde mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu als wordt bereikt met de in het warmteplan voor die aansluiting opgenomen mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu.
- Onverminderd het vierde lid, zijn het eerste en tweede lid niet van toepassing op het bouwen van een woonfunctie voor particulier eigendom of een drijvend bouwwerk.
- Als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet op grond van artikel 9.2, tiende lid, van het Bouwbesluit 2012 voor een gebied een aansluitplicht op het distributienet voor warmte geldt, blijft die aansluitplicht voor dat gebied van toepassing. Artikel 22.11 Aansluiting op distributienet voor drinkwater Met het oog op het beschermen van de gezondheid is een voorziening voor het afnemen en gebruiken van drinkwater in een bouwwerk aangesloten op het distributienet voor drinkwater als de aansluitafstand niet groter is dan 40 m of groter is dan 40 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 m. Artikel 22.12 Aansluiting van afvoer huishoudelijk afvalwater en hemelwater
- Met het oog op het beschermen van de gezondheid ligt een ondergrondse doorvoer van een voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater door een uitwendige scheidingsconstructie van een bouwwerk zoveel mogelijk haaks op de scheidingsconstructie.
- De gebouwaansluiting van een voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater op de op het eigen erf of terrein gelegen riolering of een andere voorziening voor afvoer van afvalwater is zodanig dat bij zetting de dichtheid van de aansluiting en de afvoer gehandhaafd blijft.
- Een terreinleiding waardoor huishoudelijk afvalwater wordt geleid: a. heeft geen vernauwing in de stroomrichting; b. heeft een vloeiend beloop; c. is waterdicht; d. heeft een voldoende inwendige middellijn; en e. bevat geen beer- of rottingput.
- Bij maatwerkvoorschrift als bedoeld in artikel 22.4 kan in ieder geval worden bepaald: a. als voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater een openbaar vuilwaterriool of een ander passend systeem als bedoeld in artikel 2.16, derde lid, van de Omgevingswet aanwezig is waarop kan worden aangesloten: op welke plaats, op welke hoogte en met welke inwendige middellijn de voor aansluiting van een voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater op dat riool of systeem noodzakelijke perceelaansluitleiding bij de gevel van het bouwwerk of de grens van het erf of terrein wordt aangelegd; b. als voor de afvoer van hemelwater een openbaar hemelwaterstelsel of een openbaar vuilwaterriool aanwezig is waarop kan worden aangesloten, en hemelwater op dat stelsel of riool mag worden gebracht: op welke plaats, op welke hoogte en met welke inwendige middellijn de voor aansluiting van een voorziening voor de afvoer van hemelwater op dat stelsel of riool noodzakelijke perceelaansluitleiding bij de gevel van het bouwwerk of de grens van het erf of terrein wordt aangelegd; en c. of, en zo ja welke voorzieningen in de afvoervoorziening of de op het erf of terrein gelegen riolering moeten worden aangebracht om het functioneren van de afvoervoorzieningen, naburige aansluitingen en de openbare voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater te waarborgen. Artikel 22.13 Bluswatervoorziening
- Met het oog op het waarborgen van de veiligheid heeft een bouwwerk een toereikende bluswatervoorziening, tenzij de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk dat niet vereist.
- De afstand tussen de bluswatervoorziening en een brandweeringang als bedoeld in artikel 3.129 of 4.226 van het Besluit bouwwerken leefomgeving of, als deze niet aanwezig is, een toegang van het bouwwerk is ten hoogste 40 m.
- De bluswatervoorziening is onbeperkt toegankelijk voor bluswerkzaamheden. Artikel 22.14 Bereikbaarheid bouwwerk voor hulpverleningsdiensten
- Met het oog op het waarborgen van de veiligheid ligt tussen de openbare weg en ten minste een toegang van een gebouw of ander bouwwerk voor het verblijven van personen een verbindingsweg die geschikt is voor voertuigen van de brandweer en andere hulpverleningsdiensten.
- Het eerste lid is niet van toepassing: a. op een gebruiksfunctie met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 1.000 m2 en een vuurbelasting van ten hoogste 500 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090; b. op een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m2; c. op een lichte industriefunctie alleen voor het bedrijfsmatig telen, kweken of opslaan van gewassen of daarmee vergelijkbare producten, met een permanente vuurbelasting van ten hoogste 150 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090; d. als de toegang van het bouwwerk op ten hoogste 10 m van een openbare weg ligt; of e. als de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk geen verbindingsweg vereist.
- Tenzij elders in dit omgevingsplan of een gemeentelijke verordening anders bepaald, heeft een verbindingsweg: a. een breedte van ten minste 4,5 m; b. een verharding over een breedte van ten minste 3,25 m die geschikt is voor motorvoertuigen met een massa van ten minste 14.600 kilogram; c. een vrijgehouden hoogte boven de kruin van de weg van ten minste 4,2 m; en d. een doeltreffende afwatering.
- Een verbindingsweg is over de voorgeschreven hoogte en breedte, bedoeld in het derde lid, vrijgehouden voor voertuigen van de brandweer en andere hulpverleningsdiensten.
- Hekwerken die een verbindingsweg afsluiten, kunnen door hulpdiensten snel en gemakkelijk worden geopend of worden ontsloten met een systeem dat in overleg met het bevoegd gezag is bepaald. Artikel 22.15 Opstelplaatsen voor brandweervoertuigen
- Met het oog op het waarborgen van de veiligheid zijn bij een bouwwerk voor het verblijven van personen zodanige opstelplaatsen voor brandweervoertuigen dat een doeltreffende verbinding tussen die voertuigen en de bluswatervoorziening kan worden gelegd.
- Het eerste lid is niet van toepassing: a. op een gebruiksfunctie met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 1.000 m2 en een vuurbelasting van ten hoogste 500 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090; b. op een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m2; c. op een lichte industriefunctie alleen voor het bedrijfsmatig telen, kweken of opslaan van gewassen of daarmee vergelijkbare producten, met een permanente vuurbelasting van ten hoogste 150 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090; of d. als de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk geen opstelplaatsen vereist.
- De afstand tussen een opstelplaats en een brandweeringang als bedoeld in artikel 3.129 of 4.226 van het Besluit bouwwerken leefomgeving of, als deze niet aanwezig is, een toegang van het bouwwerk is ten hoogste 40 m.
- Een opstelplaats voor brandweervoertuigen is over de hoogte en breedte, bedoeld in artikel 22.14, derde lid, vrijgehouden voor brandweervoertuigen.
- Hekwerken die een opstelplaats afsluiten, kunnen door hulpdiensten snel en gemakkelijk worden geopend of worden ontsloten met een systeem dat in overleg met het bevoegd gezag is bepaald. Paragraaf 22.2.4 Gebruik van bouwwerken Artikel 22.16 Overbewoning woonruimte
- Met het oog op het beschermen van de gezondheid van de bewoners: a. wordt een woning niet bewoond door meer dan een persoon per 12 m2 gebruiksoppervlakte; en b. wordt een woonwagen niet bewoond door meer dan een persoon per 6 m2 gebruiksoppervlakte.
- Het eerste lid is niet van toepassing op woonruimte waarin door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers opvang aan asielzoekers wordt geboden. Artikel 22.17 Bouwvalligheid nabijgelegen bouwwerk Met het oog op het waarborgen van de veiligheid wordt een bouwwerk niet gebruikt als door of namens het bevoegd gezag is medegedeeld dat het gebruik in verband met bouwvalligheid van een in de nabijheid gelegen bouwwerk gevaarlijk is. Artikel 22.18 Specifieke zorgplicht gebruik bouwwerk
- Degene die een bouwwerk gebruikt en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat dit gebruik tot gevaar voor de gezondheid of veiligheid kan leiden, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om dat gevaar te voorkomen of niet te laten voortduren.
- Degene die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn handelen of nalaten in, op of aan een bouwwerk overlast of hinder veroorzaakt of kan veroorzaken voor de omgeving, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die overlast of hinder te voorkomen of niet te laten voortduren. Het gaat daarbij in elk geval om overlast of hinder door: a. het op hinderlijke wijze verspreiden van rook, roet, walm, stof, stank, vocht of irriterend materiaal; b. het veroorzaken van overlast door geluid, trilling, dieren of verontreiniging; en c. het nalaten van het normale onderhoud waardoor het bouwwerk zich niet in een zindelijke staat bevindt.
- Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik van bouwwerken, bedoeld in afdeling 6.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving. Paragraaf 22.2.5 In stand houden en gebruiken van open erven en terreinen Artikel 22.19 Aanwezigheid brandgevaarlijke stoffen nabij bouwwerken
- Op een open erf of terrein nabij een bouwwerk is geen brandgevaarlijke stof als bedoeld in tabel 22.2.1 aanwezig.
- Het eerste lid is niet van toepassing als: a. de in tabel 22.2.1 aangegeven toegestane hoeveelheid per stof niet wordt overschreden, waarbij de totale toegestane hoeveelheid stoffen 100 kilogram of liter is; b. de stof deugdelijk is verpakt, waarbij: 1°. de verpakking tegen normale behandeling bestand is; 2°. de verpakking is voorzien van een adequate gevaarsaanduiding; en 3°. geen inhoud onvoorzien uit de verpakking kan ontsnappen; en c. de stof wordt gebruikt met inachtneming van de op de verpakking aangegev