Officiële bronnenwetten.overheid.nl · EUR-Lex
Europaius

Omgevingsplan gemeente zuidplas (Zuidplas)

Waar gaat deze regeling over?

Dit omgevingsplan van de gemeente Zuidplas stelt regels voor de fysieke leefomgeving, met als doel een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en het waarborgen van veiligheid, gezondheid en milieubescherming. Het bevat algemene bepalingen, definities en doelen voor de inrichting en het gebruik van de ruimte binnen de gemeente.

Voor wie: Iedereen die activiteiten verricht of laat verrichten binnen de gemeente Zuidplas die de fysieke leefomgeving beïnvloeden; Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zuidplas, als bevoegd gezag.

In één oogopslag

Land
Nederland
Rechtsgebied
Belastingrecht
Artikelen
385
Bron
cvdr.overheid.nl
Tekst opgehaald op
Uitleg bijgewerkt op

Wat regelt deze regeling?

  • De definities van begrippen die in het omgevingsplan worden gebruikt, inclusief verwijzingen naar landelijke wetgeving.
  • De algemene doelen voor de fysieke leefomgeving in de gemeente Zuidplas, zoals veiligheid, gezondheid, milieubescherming en behoud van cultureel erfgoed.
  • Algemene regels voor activiteiten en de verantwoordelijkheden van degenen die deze activiteiten uitvoeren.
  • De procedure voor maatwerkvoorschriften en de algemene zorgplicht voor de fysieke leefomgeving.

Voor wie geldt deze regeling?

  • Iedereen die activiteiten verricht of laat verrichten binnen de gemeente Zuidplas die de fysieke leefomgeving beïnvloeden.
  • Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zuidplas, als bevoegd gezag.

Wat zijn de kernpunten?

  • De begripsbepalingen in Bijlage I van dit omgevingsplan zijn leidend, aangevuld met definities uit de Omgevingswet en diverse Besluiten (Besluit activiteiten leefomgeving, Besluit bouwwerken leefomgeving, Besluit kwaliteit leefomgeving, Omgevingsbesluit, Omgevingsregeling).
  • De regels in dit omgevingsplan gaan voor op regels in het tijdelijk deel omgevingsplan als ze hetzelfde regelen, beogen te regelen of op hetzelfde onderwerp zien.
  • Iedereen heeft een algemene zorgplicht voor de fysieke leefomgeving en moet maatregelen nemen om nadelige gevolgen van activiteiten te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken.
  • Bij een ongewoon voorval dat nadelige gevolgen kan hebben, moet de veroorzaker dit zo spoedig mogelijk melden aan het college en maatregelen nemen om de gevolgen te beperken en herhaling te voorkomen.

Belastingrecht

8

Belastingrecht

Wettekst

Wettekst
Inhoudsopgave (385)
  1. Artikel 1.1 Begripsbepalingen
  2. Artikel 1.2 Toepassingsbereik [Gereserveerd]
  3. Artikel 1.3 Meetbepalingen [Gereserveerd]
  4. Artikel 1.4 Uitzetten rooilijnen, bebouwingsgrenzen en straatpeil [Gereserveerd]
  5. Artikel 1.5 Bouwhoogte van een bouwwerk [Gereserveerd]
  6. Artikel 1.6 Goothoogte van een bouwwerk [Gereserveerd]
  7. Artikel 1.7 Dakhelling [Gereserveerd]
  8. Artikel 1.8 Inhoud van een bouwwerk [Gereserveerd]
  9. Artikel 1.9 Oppervlakte van een bouwwerk [Gereserveerd]
  10. Artikel 1.10 Hoogte van een bouwwerk op of in het water dat niet meebeweegt met het
  11. Artikel 1.11 Lengte van drijvende bouwwerken en varende schepen voor verblijf [Gere
  12. Artikel 1.12 Breedte van drijvende bouwwerken en varende schepen voor verblijf [Ger
  13. Artikel 1.13 Toepassing van maten [Gereserveerd]
  14. Artikel 1.14 Anti-dubbeltelregel [Gereserveerd]
  15. Artikel 1.15 Algemene voorangsbepalingen
  16. Artikel 2.1 Algemene doelen
  17. Artikel 4.1 Toepassingsbereik
  18. Artikel 4.2 Normadressaat
  19. Artikel 4.3 Maatwerkvoorschriften
  20. Artikel 4.4 Algemene zorgplicht
  21. Artikel 4.5 Ongewoon voorval - zorgplicht
  22. Artikel 4.6 Informeren over een ongewoon voorval
  23. Artikel 4.7 Gegevens en bescheiden bij een ongewoon voorval
  24. Artikel 4.8 Algemene gegevens bij een melding
  25. Artikel 4.9 Algemene gegevens bij het verstrekken van gegevens en bescheiden
  26. Artikel 4.10 Gegevens bij het wijzigen van naam, adres of normadressaat
  27. Artikel 4.11 Gegevens en bescheiden op verzoek van het college
  28. Artikel 4.12 Algemene aanvraagvereisten
  29. Artikel 4.13 Algemene inherente afwijking
  30. Artikel 4.14 Uitsluiting niet benoemde activiteiten
  31. Artikel 4.15 Intrekken vergunning
  32. Artikel 4.16 Algemene weigeringsgronden
  33. Artikel 4.17 Aanwijzing activiteit
  34. Artikel 4.18 Oogmerken
  35. Artikel 4.19 Bouwvalligheid nabijgelegen bouwwerk
  36. Artikel 4.20 Repressief welstand
  37. Artikel 5.1 Aanwijzing archeologisch waardevolle gebieden
  38. Artikel 7.1 Toepassingsbereik
  39. Artikel 7.2 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen activiteit bouwen archeologie
  40. Artikel 7.3 Aanwijzing vergunningvrije gevallen activiteit bouwen archeologie
  41. Artikel 7.4 Aanvraagvereisten omgevingsvergunning activiteit bouwen archeologie
  42. Artikel 7.5 Voorwaarden verlening omgevingsvergunning
  43. Artikel 7.6 Beoordelingsregels omgevingsvergunning bouwen archeologie
  44. Artikel 7.7 Advies
  45. Artikel 7.8 Voorrangsregeling
  46. Artikel 7.9 Toepassingsbereik
  47. Artikel 7.10 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen grondwerkzaamheden archeologie
  48. Artikel 7.11 Aanwijzing vergunningvrije gevallen grondwerkzaamheden archeologie
  49. Artikel 7.12 Aanvraagvereisten omgevingsvergunning grondwerkzaamheden archeologie
  50. Artikel 7.13 Voorwaarden verlening omgevingsvergunning
  51. Artikel 7.14 Beoordelingsregels omgevingsvergunning grondwerkzaamheden archeologie
  52. Artikel 7.15 Advies
  53. Artikel 7.16 Voorrangsregeling
  54. Artikel 20.1 Aanwijzing zettingsgevoelig gebied
  55. Artikel 20.2 Toepassingsbereik
  56. Artikel 20.3 Plaatsen peilbuis
  57. Artikel 20.4 Bemonsteren peilbuis
  58. Artikel 20.5 Nader onderzoek
  59. Artikel 20.6 Herstelplicht
  60. Artikel 20.7 Onderhoud olieafscheider
  61. Artikel 20.8 Toepassingsbereik
  62. Artikel 20.9 Maatwerk kwaliteitseisen toepassen grond en baggerspecie
  63. Artikel 20.10 Maatwerk kwaliteitseisen verspreiden grond en baggerspecie
  64. Artikel 20.11 Toepassingsbereik
  65. Artikel 20.12 Afvalwater
  66. Artikel 20.13 Informatieplicht
  67. Artikel 20.14 Maatwerkvoorschrift
  68. Artikel 20.15 Toepassingsbereik
  69. Artikel 20.16 Terugplaatsen grond bij werk in kabel- en leidingentracés
  70. Artikel 20.17 Toepassingsbereik
  71. Artikel 20.18 Informatieplicht
  72. Artikel 20.19 Kwaliteitseisen bodemkwaliteit
  73. Artikel 20.20 In gebruik nemen bodemgevoelige locatie bij overschrijding
  74. Artikel 20.21 Toepassingsbereik
  75. Artikel 20.22 Aanleveren onderzoeksgegevens
  76. Artikel 22.1 Voorrangsbepaling
  77. Artikel 22.2 Overgangsrecht: gemeentelijke monumenten en voorbeschermde gemeentelij
  78. Artikel 22.3 Overgangsrecht: rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten
  79. Artikel 22.4 Maatwerkvoorschriften
  80. Artikel 22.5 Uitzetten rooilijnen, bebouwingsgrenzen en straatpeil
  81. Artikel 22.6 Vervallen
  82. Artikel 22.7 Repressief welstand
  83. Artikel 22.8 Aansluiting op distributienet voor elektriciteit
  84. Artikel 22.9 Aansluiting op distributienet voor gas
  85. Artikel 22.10 Aansluiting op distributienet voor warmte
  86. Artikel 22.11 Aansluiting op distributienet voor drinkwater
  87. Artikel 22.12 Aansluiting van afvoer huishoudelijk afvalwater en hemelwater
  88. Artikel 22.13 Bluswatervoorziening
  89. Artikel 22.14 Bereikbaarheid bouwwerk voor hulpverleningsdiensten
  90. Artikel 22.15 Opstelplaatsen voor brandweervoertuigen
  91. Artikel 22.16 Overbewoning woonruimte
  92. Artikel 22.17 Bouwvalligheid nabijgelegen bouwwerk
  93. Artikel 22.18 Specifieke zorgplicht gebruik bouwwerk
  94. Artikel 22.19 Aanwezigheid brandgevaarlijke stoffen nabij bouwwerken
  95. Artikel 22.20 Specifieke zorgplicht staat en gebruik open erven en terreinen
  96. Artikel 22.21 Bouwvalligheid nabijgelegen bouwwerk
  97. Artikel 22.22 Vrijstelling van archeologisch onderzoek
  98. Artikel 22.23 Algemene afbakeningseisen
  99. Artikel 22.24 Meetbepalingen
  100. Artikel 22.25 Mantelzorg
  101. Artikel 22.26 Binnenplanse vergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken
  102. Artikel 22.27 Uitzonderingen op vergunningplicht artikel 22.26 - omgevingsplan onver
  103. Artikel 22.28 Inperkingen artikel 22.27 vanwege cultureel erfgoed
  104. Artikel 22.29
  105. Artikel 22.30
  106. Artikel 22.31
  107. Artikel 22.32
  108. Artikel 22.33
  109. Artikel 22.34
  110. Artikel 22.35 Aanvraagvereisten binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactivi
  111. Artikel 22.36 Binnenplanse vergunningvrije activiteiten van rechtswege in overeenste
  112. Artikel 22.37 Bijbehorend bouwwerk in bijzondere gevallen
  113. Artikel 22.38 Inperkingen artikel 22.36 vanwege cultureel erfgoed
  114. Artikel 22.39 Inperkingen artikel 22.36 vanwege externe veiligheid
  115. Artikel 22.40 Overgangsrecht bestaande bouwwerken
  116. Artikel 22.41 Algemeen toepassingsbereik
  117. Artikel 22.42 Oogmerken
  118. Artikel 22.43 Normadressaat
  119. Artikel 22.44 Specifieke zorgplicht
  120. Artikel 22.45 Maatwerkvoorschriften
  121. Artikel 22.46 Algemene gegevens bij het verstrekken van gegevens en bescheiden
  122. Artikel 22.47 Gegevens bij wijzigen naam, adres of normadressaat
  123. Artikel 22.48 Gegevens en bescheiden op verzoek van het college van burgemeester en
  124. Artikel 22.49 Informeren over een ongewoon voorval
  125. Artikel 22.50 Gegevens en bescheiden bij een ongewoon voorval
  126. Artikel 22.51 Toepassingsbereik
  127. Artikel 22.52 Energie: maatregelen
  128. Artikel 22.52a Energie: overgangsrecht maatregelen en informatieplicht
  129. Artikel 22.53 Afval: zwerfvuil
  130. Artikel 22.54 Toepassingsbereik
  131. Artikel 22.55 Toepassingsbereik: eerbiedigende werking
  132. Artikel 22.56 Geluid: meerdere activiteiten beschouwen als één activiteit
  133. Artikel 22.57 Geluid: waar waarden gelden
  134. Artikel 22.58 Geluid: functionele binding
  135. Artikel 22.59 Geluid: voormalige functionele binding
  136. Artikel 22.60 Geluid: onderzoek
  137. Artikel 22.61 Gegevens en bescheiden: rapport geluidonderzoek
  138. Artikel 22.61a Gegevens en bescheiden
  139. Artikel 22.62 Toepassingsbereik
  140. Artikel 22.62a (tijdelijke uitzondering windparken)
  141. Artikel 22.63 Geluid: waarden voor geluidgevoelige gebouwen
  142. Artikel 22.64 Geluid: waarden voor geluidgevoelige gebouwen: tankstation
  143. Artikel 22.65
  144. Artikel 22.66 Geluid: waarde voor geluidgevoelige gebouwen: glastuinbouwbedrijf binn
  145. Artikel 22.67
  146. Artikel 22.68 Geluid: waarden op drijvende woonfunctie voor 1 juli 2012
  147. Artikel 22.69 Geluid: eerbiedigende werking
  148. Artikel 22.70 Geluid: buiten beschouwing laten van geluidbronnen
  149. Artikel 22.71 Geluid: waar waarden gelden voor een activiteit op een gezoneerd indus
  150. Artikel 22.72 Geluid: maatregelen of voorzieningen bij stomen van grond
  151. Artikel 22.73 Geluid: festiviteiten
  152. Artikel 22.74 Geluid: meet- en rekenbepalingen
  153. Artikel 22.75 Toepassingsbereik
  154. Artikel 22.76 Geluid: waarden windturbines
  155. Artikel 22.77 Registratie gegevens windturbines
  156. Artikel 22.78 Geluid: meet- en rekenbepalingen
  157. Artikel 22.79 Toepassingsbereik
  158. Artikel 22.80 Geluid: waarden buitenschietbanen
  159. Artikel 22.81 Registratie gegevens buitenschietbanen
  160. Artikel 22.82 Geluid: meet- en rekenbepalingen
  161. Artikel 22.83 Toepassingsbereik
  162. Artikel 22.84 Toepassingsbereik: eerbiedigende werking
  163. Artikel 22.85 Trillingen: meerdere activiteiten beschouwen als een activiteit
  164. Artikel 22.86 Trillingen: functionele binding
  165. Artikel 22.87 Trillingen: voormalige functionele binding
  166. Artikel 22.88 Trillingen: waarden voor continue trillingen
  167. Artikel 22.89 Trillingen: meet- en rekenbepalingen
  168. Artikel 22.90 Toepassingsbereik
  169. Artikel 22.91 Toepassingsbereik: eerbiedigende werking
  170. Artikel 22.92 Geur: waar waarden en tot waar afstanden gelden
  171. Artikel 22.93 Geur: functionele binding
  172. Artikel 22.94 Geur: voormalige functionele binding
  173. Artikel 22.95 Geur: cumulatie
  174. Artikel 22.96 Toepassingsbereik
  175. Artikel 22.97 Geur vanaf waar afstanden gelden
  176. Artikel 22.98 Geur landbouwhuisdieren met geuremissiefactor: waarden
  177. Artikel 22.99 Geur landbouwhuisdieren met geuremissiefactor: eerbiedigende werking b
  178. Artikel 22.100 Geur landbouwhuisdieren met geuremissiefactor: afstand tot bijzondere
  179. Artikel 22.101 Geur landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor of paarden en pony’s
  180. Artikel 22.102
  181. Artikel 22.103
  182. Artikel 22.104
  183. Artikel 22.105
  184. Artikel 22.106 Vervallen
  185. Artikel 22.107 Vervallen
  186. Artikel 22.108 Vervallen
  187. Artikel 22.109 Vervallen
  188. Artikel 22.110 Vervallen
  189. Artikel 22.111 Vervallen
  190. Artikel 22.112 Vervallen
  191. Artikel 22.113 Vervallen
  192. Artikel 22.114 Geur opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie: afstand
  193. Artikel 22.115 Geur opslaan van gebruikt substraatmateriaal van plantaardige oorspron
  194. Artikel 22.116 Geur opslaan kuilvoer of vaste bijvoedermiddelen: afstand
  195. Artikel 22.117 Geur opslaan drijfmest, digestaat en dunne fractie: afstand
  196. Artikel 22.118 Geur voorziening biologisch behandelen dierlijke meststoffen voor of n
  197. Artikel 22.119 Geur composteren of opslaan van groenafval: afstand
  198. Artikel 22.120 Geur overige agrarische activiteiten: eerbiedigende werking
  199. Artikel 22.121 Toepassingsbereik
  200. Artikel 22.122 Geur zuiveringtechnisch werk: waarde
  201. Artikel 22.123 Geur zuiveringtechnisch werk: geen waarde bij specifieke geurgevoelige
  202. Artikel 22.124 Geur zuiveringtechnisch werk: eerbiedigende werking
  203. Artikel 22.125 Toepassingsbereik
  204. Artikel 22.126 Nazorg na afloop van saneren van de bodem
  205. Artikel 22.127 Toepassingsbereik
  206. Artikel 22.128 Gegevens en bescheiden: voor het begin van de activiteit
  207. Artikel 22.129 Bodem en afval: tijdelijke opslag van vrijkomende grond
  208. Artikel 22.130 Bodem en afval: milieukundige begeleiding bij kleinschalig graven
  209. Artikel 22.131 Toepassingsbereik
  210. Artikel 22.132 Bodem: mitigerende maatregelen
  211. Artikel 22.133 Gereserveerd
  212. Artikel 22.134 Gereserveerd
  213. Artikel 22.135 Gereserveerd
  214. Artikel 22.136 Gereserveerd
  215. Artikel 22.137 Toepassingsbereik
  216. Artikel 22.138 Gegevens en bescheiden
  217. Artikel 22.139 Lozen van grondwater bij saneringen
  218. Artikel 22.140 Lozen van grondwater bij ontwatering
  219. Artikel 22.141 Meet- en rekenbepalingen
  220. Artikel 22.142 Toepassingsbereik
  221. Artikel 22.143 Gegevens en bescheiden
  222. Artikel 22.144 Lozen van afvloeiend hemelwater
  223. Artikel 22.145 Toepassingsbereik
  224. Artikel 22.146 Gegevens en bescheiden
  225. Artikel 22.147 Geen voedselvermaling
  226. Artikel 22.148 Lozen van huishoudelijk afvalwater
  227. Artikel 22.149 Zuiveringsvoorziening huishoudelijk afvalwater
  228. Artikel 22.150 Meet- en rekenbepalingen
  229. Artikel 22.151 Toepassingsbereik
  230. Artikel 22.152 Gegevens en bescheiden
  231. Artikel 22.153 Koelwater
  232. Artikel 22.154 Toepassingsbereik
  233. Artikel 22.155 Periodiek reinigen
  234. Artikel 22.156 Toepassingsbereik
  235. Artikel 22.157 Inerte goederen
  236. Artikel 22.158 Gegevens en bescheiden
  237. Artikel 22.159 Lozen bij opslaan van inerte goederen
  238. Artikel 22.160 Meet- en rekenbepalingen
  239. Artikel 22.161
  240. Artikel 22.162 Toepassingsbereik
  241. Artikel 22.163 Lozen vanuit openbaar hemelwaterstelsel en openbaar ontwateringsstelse
  242. Artikel 22.164 Lozen van huishoudelijk afvalwater vanuit andere systemen
  243. Artikel 22.165 Toepassingsbereik
  244. Artikel 22.166 Schoonmaken drinkwaterleidingen
  245. Artikel 22.167 Toepassingsbereik
  246. Artikel 22.168 Gegevens en bescheiden
  247. Artikel 22.169 Lozen bij calamiteitenoefeningen
  248. Artikel 22.170 Toepassingsbereik
  249. Artikel 22.171 Gegevens en bescheiden
  250. Artikel 22.172 Recirculatie bij grondgebonden teelt in een kas
  251. Artikel 22.173 Lozen bij spoelen van biologisch geteelde gewassen
  252. Artikel 22.174 Lozen bij sorteren van biologisch geteeld fruit
  253. Artikel 22.175 Uitzondering voorgeschreven lozingsroute afvalwater uit een gebouw
  254. Artikel 22.176 Meet- en rekenbepalingen
  255. Artikel 22.177 Toepassingsbereik
  256. Artikel 22.178 Gegevens en bescheiden
  257. Artikel 22.179 Water
  258. Artikel 22.180 Meet- en rekenbepalingen
  259. Artikel 22.181 Toepassingsbereik
  260. Artikel 22.182 Gegevens en bescheiden
  261. Artikel 22.183 Water
  262. Artikel 22.184 Meet- en rekenbepalingen
  263. Artikel 22.185 Toepassingsbereik
  264. Artikel 22.186 Gegevens en bescheiden
  265. Artikel 22.187 Water: lozingsroute
  266. Artikel 22.188 Toepassingsbereik
  267. Artikel 22.189 Gegevens en bescheiden
  268. Artikel 22.190 Water
  269. Artikel 22.191 Meet- en rekenbepalingen
  270. Artikel 22.192 Toepassingsbereik
  271. Artikel 22.193 Bodem
  272. Artikel 22.194 Water
  273. Artikel 22.195 Meet- en rekenbepalingen
  274. Artikel 22.196 Toepassingsbereik
  275. Artikel 22.197 Gegevens en bescheiden
  276. Artikel 22.198 Water
  277. Artikel 22.199 Geur
  278. Artikel 22.200 Toepassingsbereik
  279. Artikel 22.201 Geur: beginnen of uitbreiden activiteit
  280. Artikel 22.202 Toepassingsbereik
  281. Artikel 22.203 Gegevens en bescheiden
  282. Artikel 22.204 Water: lozingsroute en zuivering
  283. Artikel 22.205 Geur: voorkomen of beperken geurhinder
  284. Artikel 22.206 Bodem: bodembeschermende voorziening
  285. Artikel 22.207 Bodem: logboek bodembeschermende voorziening
  286. Artikel 22.208 Bodem: eindonderzoek bodem
  287. Artikel 22.209 Bodem: rapport van het eindonderzoek bodem
  288. Artikel 22.210 Gegevens en bescheiden: beëindigen activiteit
  289. Artikel 22.211 Bodem: herstel van de bodemkwaliteit
  290. Artikel 22.212 Informeren: herstelwerkzaamheden
  291. Artikel 22.213 Water: opruimen gemorste en gelekte stoffen
  292. Artikel 22.214 Toepassingsbereik
  293. Artikel 22.215 Toepassingsbereik: eerbiedigende werking
  294. Artikel 22.216 Slagschaduw: stilstandvoorziening
  295. Artikel 22.217 Slagschaduw: functionele binding
  296. Artikel 22.218 Slagschaduw: voormalige functionele binding
  297. Artikel 22.219 Lichtschittering: beperken van reflectie
  298. Artikel 22.220 Lichtschittering: meten reflectiewaarden
  299. Artikel 22.221 Toepassingsbereik
  300. Artikel 22.222 Bodem: bodembeschermende voorziening
  301. Artikel 22.223 Bodem: logboek bodembeschermende voorziening
  302. Artikel 22.224 Toepassingsbereik
  303. Artikel 22.225 Gegevens en bescheiden
  304. Artikel 22.226 Lucht en geur: afvoeren emissies
  305. Artikel 22.227 Toepassingsbereik
  306. Artikel 22.228 Gegevens en bescheiden
  307. Artikel 22.229 Bodem en externe veiligheid
  308. Artikel 22.230 Bodem: bodembeschermende voorziening
  309. Artikel 22.231 Bodem: logboek bodembeschermende voorziening
  310. Artikel 22.232 Bodem: eindonderzoek bodem
  311. Artikel 22.233 Bodem: rapport van het eindonderzoek bodem
  312. Artikel 22.234 Gegevens en bescheiden: beëindigen activiteit
  313. Artikel 22.235 Bodem: herstel van de bodemkwaliteit
  314. Artikel 22.236 Informeren: herstelwerkzaamheden
  315. Artikel 22.237 Toepassingsbereik
  316. Artikel 22.238 Gegevens en bescheiden
  317. Artikel 22.239 Licht
  318. Artikel 22.240 Toepassingsbereik
  319. Artikel 22.241 Gegevens en bescheiden
  320. Artikel 22.242 Bodem: opslag
  321. Artikel 22.243 Bodem: logboek bodembeschermende voorziening
  322. Artikel 22.244 Water: lozingsroute
  323. Artikel 22.245 Geur
  324. Artikel 22.246 Toepassingsbereik
  325. Artikel 22.247 Gegevens en bescheiden
  326. Artikel 22.248 Bodem: bodembeschermende voorziening
  327. Artikel 22.249 Bodem: logboek bodembeschermende voorziening
  328. Artikel 22.250 Water: lozingsroute vrijkomende vloeistoffen
  329. Artikel 22.251 Water: lozingsroutes afvalwater bodembeschermende voorziening
  330. Artikel 22.252 Toepassingsbereik
  331. Artikel 22.253 Gegevens en bescheiden
  332. Artikel 22.254 Bodem: bodembeschermende voorziening
  333. Artikel 22.255 Bodem: logboek
  334. Artikel 22.256 Water: lozingsroute en emissiegrenswaarde
  335. Artikel 22.257 Meet- en rekenbepalingen
  336. Artikel 22.258 Toepassingsbereik
  337. Artikel 22.259 Omgevingsvergunning verwerken polyesterhars
  338. Artikel 22.260 Omgevingsvergunning installeren gesloten bodemenergiesysteem
  339. Artikel 22.261 Omgevingsvergunning kweken maden van vliegende insecten
  340. Artikel 22.262 Omgevingsvergunning opslaan propaan of propeen
  341. Artikel 22.263 Omgevingsvergunning tanken met LPG
  342. Artikel 22.264 Omgevingsvergunning antihagelkanonnen
  343. Artikel 22.265 Omgevingsvergunning biologische agens
  344. Artikel 22.266 Omgevingsvergunning genetisch gemodificeerde organismen
  345. Artikel 22.267 Omgevingsvergunning opslaan dierlijke meststoffen
  346. Artikel 22.268 Vangnetvergunning lozen in de bodem
  347. Artikel 22.269 Vangnetvergunning lozen in schoonwaterriool
  348. Artikel 22.270 Beoordelingsregels omgevingsvergunning milieubelastende activiteiten
  349. Artikel 22.271 Toepassingsbereik
  350. Artikel 22.272 Binnenplanse vergunning omgevingsplanactiviteit geluid weg of spoorweg
  351. Artikel 22.273 Aandachtsgebied
  352. Artikel 22.274 Aanvraagvereisten binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactivi
  353. Artikel 22.275
  354. Artikel 22.276 Voorschriften binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit
  355. Artikel 22.277 Toepassingsbereik
  356. Artikel 22.278
  357. Artikel 22.279 Omgevingsplanactiviteit: beoordelingsregel omgevingsvergunning slopen
  358. Artikel 22.280
  359. Artikel 22.281
  360. Artikel 22.282
  361. Artikel 22.283 Toepassingsbereik
  362. Artikel 22.284 Omgevingsplanactiviteit: uitvoeren van een werk, niet zijnde bouwwerk,
  363. Artikel 22.285 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk
  364. Artikel 22.286
  365. Artikel 22.287 Omgevingsplanactiviteit gemeentelijk monument: algemeen
  366. Artikel 22.288 Omgevingsplanactiviteit gemeentelijk monument voor zover het gaat om e
  367. Artikel 22.289 Eisen aan tekeningen als bedoeld in artikel 22.288
  368. Artikel 22.290 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een gemeentelijk monument voor zov
  369. Artikel 22.291
  370. Artikel 22.292
  371. Artikel 22.293 Omgevingsplanactiviteit gemeentelijk monument: monument door gebruik o
  372. Artikel 22.294 Eisen aan tekeningen als bedoeld in de artikelen 22.290 tot en met 22.
  373. Artikel 22.295 Overeenkomstige toepassing voorbeschermd gemeentelijk monument
  374. Artikel 22.296
  375. Artikel 22.297 Omgevingsplanactiviteit: uitweg
  376. Artikel 22.298 Omgevingsplanactiviteit: alarminstallatie
  377. Artikel 22.299 Omgevingsplanactiviteit: vellen van houtopstand
  378. Artikel 22.300 Omgevingsplanactiviteit: handelsreclame
  379. Artikel 22.301 Omgevingsplanactiviteit: opslaan roerende zaken
  380. Artikel 22.302 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk in een rijksbeschermd
  381. Artikel 22.303 Voorschriften over archeologische monumentenzorg
  382. Artikel 23.1 Intrekken verordeningen
  383. Artikel 23.2 Inwerkingtreding
  384. Artikel 23.3 Citeertitel
  385. Artikel 2.4 Omgevingswet

/akn/nl/act/gemeente/2024/CVDR696509 /join/id/stop/work_006 /akn/nl/act/gm1892/2020/omgevingsplan /join/id/stop/work_019 2026-02-17 2026-02-17 /akn/nl/act/gemeente/2024/CVDR696509/nld@2026-03-17 /join/id/proces/gm1892/2020/Bruidsschat-InstellingInitieleRegelingVersieDoorRijk /join/id/proces/gm1892/2024/4_27_integraletekstvervanging /join/id/proces/gm1892/2026/4_36_integraletekstvervanging 2026-03-17 2026-05-28 2026-03-17 2026-05-28 2026-03-17 2026-05-28 /akn/nl/act/gm1892/2020/omgevingsplan/nld@36 /akn/nl/act/gm1892/2020/omgevingsplan /akn/nl/act/gm1892/2020/omgevingsplan/nld@36 /join/id/stop/work_019 v1 Omgevingsplan gemeente Zuidplas

Hoofdstuk 1

Algemene bepalingen

Afdeling 1.1

Begripsbepalingen

Artikel 1.1Begripsbepalingen

1.

Voor dit omgevingsplan gelden de begripsbepalingen in Bijlage I Begripsbepalingen 2.

Voor dit omgevingsplan gelden ook de begripsbepalingen uit: a. de bijlage bij de Omgevingswet; b. bijlage I van het Besluit activiteiten leefomgeving; c. bijlage I van het Besluit bouwwerken leefomgeving; d. bijlage I van het Besluit kwaliteit leefomgeving; e. bijlage I van het Omgevingsbesluit; f. bijlage I van de Omgevingsregeling.

3.

De begripsbepalingen bedoeld in Artikel 1.1, tweede lid volgen steeds de nieuwste geldende versie van de genoemde regelingen.

4.

Begripsbepalingen die, op de dag van de inwerkingtreding van de Omgevingswet, zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet en in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op Hoofdstuk 22 van dit omgevingsplan.

Afdeling 1.2

Meet- en rekenbepalingen [Gereserveerd]

Artikel 1.2Toepassingsbereik [Gereserveerd]

[Gereserveerd]

Artikel 1.3Meetbepalingen [Gereserveerd]

[Gereserveerd]

Artikel 1.4Uitzetten rooilijnen, bebouwingsgrenzen en straatpeil [Gereserveerd]

[Gereserveerd]

Artikel 1.5Bouwhoogte van een bouwwerk [Gereserveerd]

[Gereserveerd]

Artikel 1.6Goothoogte van een bouwwerk [Gereserveerd]

[Gereserveerd]

Artikel 1.7Dakhelling [Gereserveerd]

[Gereserveerd]

Artikel 1.8Inhoud van een bouwwerk [Gereserveerd]

[Gereserveerd]

Artikel 1.9Oppervlakte van een bouwwerk [Gereserveerd]

[Gereserveerd]

Artikel 1.10Hoogte van een bouwwerk op of in het water dat niet meebeweegt met het wateroppervlak [Gereserveerd]

[Gereserveerd]

Artikel 1.11Lengte van drijvende bouwwerken en varende schepen voor verblijf [Gereserveerd]

[Gereserveerd]

Artikel 1.12Breedte van drijvende bouwwerken en varende schepen voor verblijf [Gereserveerd]

[Gereserveerd]

Artikel 1.13Toepassing van maten [Gereserveerd]

[Gereserveerd]

Artikel 1.14Anti-dubbeltelregel [Gereserveerd]

[Gereserveerd]

Afdeling 1.3

Algemene voorrangsregels

Artikel 1.15Algemene voorangsbepalingen

De regels in dit omgevingsplan gaan voor op de regels in het tijdelijk deel omgevingsplan voor zover ze: a. hetzelfde regelen; b. hetzelfde beogen te regelen; of c. zien op hetzelfde onderwerp.

Hoofdstuk 2

Doelen

Afdeling 2.1

Doelen Omgevingsplan

Artikel 2.1Algemene doelen

Dit omgevingsplan is, met het oog op de doelen van artikel 1.3 van de Omgevingswet, gericht op: a. een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; b. het waarborgen van de veiligheid; c. het beschermen van de gezondheid; d. het beschermen van het milieu; e. het beschermen van landschappelijke en/of stedenbouwkundige waarden; f. het behoud van cultureel erfgoed; g. de natuurbescherming; h. het beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering; i. de kwaliteit van bouwwerken; j. het beheer van infrastructuur; k. het beheer van watersystemen; l. het beheer van natuurgebieden; m. het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen; n. het beschermen van het woon- en leefklimaat; o. het bereiken en in stand houden van voldoende en gevarieerde woonvoorraad; p.

Het laten meegroeien van voorzieningen, passend bij de specifieke behoefte van wijken en dorpen;

Afdeling 2.2

Doelen voor bijzondere thema's [Gereserveerd]

Afdeling 2.3

Doelen voor gebiedstypen [Gereserveerd]

Afdeling 2.4

Verplichte omgevingswaarden [Gereserveerd]

Afdeling 2.5

Facultatieve omgevingswaarden [Gereserveerd]

Hoofdstuk 3

Programma [Gereserveerd]

Hoofdstuk 4

Algemene bepalingen

Afdeling 4.1

Algemene bepalingen

Artikel 4.1Toepassingsbereik

Een titel of afdeling in Hoofdstuk 7 of Hoofdstuk 8 is alleen van toepassing voor zover dat in Hoofdstuk 5 of Hoofdstuk 6 is bepaald.

Artikel 4.2Normadressaat

Aan Hoofdstuk 7 en Hoofdstuk 8 wordt voldaan door degene die de activiteit verricht of laat verrichten, tenzij anders is bepaald. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit.

Artikel 4.3Maatwerkvoorschriften

1.

Over de regels in Hoofdstuk 7 en Hoofdstuk 8 kan een maatwerkvoorschrift worden gesteld of een vergunningvoorschrift aan een omgevingsvergunning worden verbonden als bedoeld in artikel 4.5 van de Omgevingswet, tenzij anders is bepaald.

2.

Met een maatwerkvoorschrift of vergunningvoorschrift kan worden afgeweken van de regels over activiteiten in Hoofdstuk 7 en Hoofdstuk 8, tenzij anders is bepaald of hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving zich daar tegen verzet.

3.

Een maatwerkvoorschrift wordt niet gesteld als over dat onderwerp een voorschrift aan een omgevingsvergunning als bedoeld in dit hoofdstuk kan worden verbonden.

4.

Het eerste en tweede lid gelden niet voor zover het stellen van maatwerkvoorschriften is uitgesloten in het Besluit activiteiten leefomgeving.

5.

Bij het stellen van een maatwerkvoorschrift over de regels in Hoofdstuk 7 en Hoofdstuk 8 worden de oogmerken, met het oog waarop de regels in de betreffende afdeling of paragraaf zijn gesteld, in acht genomen.

Artikel 4.4Algemene zorgplicht

1.

Iedereen draagt voldoende zorg voor de fysieke leefomgeving.

2.

Degene die een activiteit als bedoeld in Hoofdstuk 7 en Hoofdstuk 8 verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de oogmerken, met het oog waarop de regels in de betreffende afdeling of paragraaf zijn gesteld, is verplicht: a. alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b. voor zover deze niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten, voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.

3.

Deze plicht houdt in ieder geval in dat: a. alle passende preventieve maatregelen tegen milieuverontreiniging worden getroffen; b. alle passende preventieve maatregelen ter bescherming van de gezondheid worden getroffen; c. de beste beschikbare technieken worden toegepast; d. geen significante milieuverontreiniging wordt veroorzaakt; e. alle passende maatregelen worden getroffen voor het voorkomen van ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan, als bedoeld in artikel 19.1, eerste lid, van de Omgevingswet; f. afvalwater dat wordt geloosd en gekanaliseerde emissies van stoffen in de lucht doelmatig kunnen worden bemonsterd; g. metingen representatief zijn en monsters niet worden verdund; h. meetresultaten op geschikte wijze worden geregistreerd, verwerkt, en gepresenteerd; i. voor zover verontreiniging van de bodem ontstaat, herstel van de bodem redelijkerwijs mogelijk blijft; en j. afvalstoffen worden afgevoerd na beëindiging van een activiteit.

4.

De plicht, bedoeld in Artikel 4.4, eerste lid, houdt in ieder geval ook in dat: a. de nadelige gevolgen voor het milieu van het verkeer van personen en goederen van en naar de activiteit zo veel mogelijk worden voorkomen of beperkt; en b. de duisternis en het donkere landschap worden beschermd in door het bevoegd gezag aangewezen gebieden.

5.

Het eerste lid, voor zover het ziet op het tweede lid, en het tweede lid, zijn niet van toepassing op een milieubelastende activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

6.

In een regel in dit omgevingsplan kan een specifieke zorgplicht staan die dit artikel aanvult of uitwerkt.

Artikel 4.5Ongewoon voorval - zorgplicht

De veroorzaker van een ongewoon voorval die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat dat nadelige gevolgen kan hebben, moet: a. de gevolgen zoveel mogelijk beperken of ongedaan maken; b. voorkomen dat het voorval verergert, voortduurt of zich herhaalt; en c. de oorzaak van het voorval wegnemen.

Artikel 4.6Informeren over een ongewoon voorval

1.

De veroorzaker informeert het college zo spoedig mogelijk over een ongewoon voorval.

2.

Ook degene van wie redelijkerwijs kan worden gevraagd het college over een ongewoon voorval te informeren moet dit doen.

3.

Het eerste lid geldt niet voor: a. milieubelastende activiteiten die zijn aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving; en b. ongewone voorvallen bij wonen.

Artikel 4.7Gegevens en bescheiden bij een ongewoon voorval

1.

Zodra de volgende gegevens en bescheiden bekend zijn, worden ze verstrekt aan het college: a. informatie over de oorzaken van het ongewoon voorval en de omstandigheden waaronder het ongewoon voorval zich heeft voorgedaan; b. informatie over de vrijgekomen stoffen en hun eigenschappen; c. andere gegevens die nodig zijn om de aard en de ernst van de gevolgen voor de fysieke leefomgeving te kunnen inschatten; en d. informatie over de maatregelen die zijn genomen of worden overwogen om de nadelige gevolgen van het ongewoon voorval te voorkomen als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de Omgevingswet.

2.

Het eerste lid geldt niet voor: a. milieubelastende activiteiten die zijn aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving; en b. ongewone voorvallen bij wonen.

Artikel 4.8Algemene gegevens bij een melding

Een melding wordt ondertekend en bevat ten minste: a. de aanduiding van de activiteit; b. de naam en het adres van degene die de activiteit verricht; c. het adres waarop de activiteit wordt verricht; en d. de dagtekening.

Artikel 4.9Algemene gegevens bij het verstrekken van gegevens en bescheiden

Als gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het college, worden die ondertekend en voorzien van: a. de aanduiding van de activiteit; b. de naam en het adres van degene die de activiteit verricht; c. het adres waarop de activiteit wordt verricht; en d. de dagtekening.

Artikel 4.10Gegevens bij het wijzigen van naam, adres of normadressaat

1.

Voordat de naam of het adres, bedoeld in Artikel 4.8 of Artikel 4.9, wijzigen, worden de daardoor gewijzigde gegevens verstrekt aan het college.

2.

Ten minste vier weken voor de activiteit door een ander zal gaan worden verricht, worden de daardoor gewijzigde gegevens verstrekt aan het college.

Artikel 4.11Gegevens en bescheiden op verzoek van het college

1.

Op verzoek van het college worden de gegevens en bescheiden verstrekt die nodig zijn om te bezien of de algemene regels in dit hoofdstuk en maatwerkvoorschriften op grond van dit hoofdstuk voor de activiteit toereikend zijn gezien de ontwikkelingen van de technische mogelijkheden tot het beschermen van de fysieke leefomgevingen de ontwikkelingen met betrekking tot de kwaliteit van de fysieke leefomgeving.

2.

Gegevens en bescheiden worden verstrekt voor zover degene die de activiteit verricht er redelijkerwijs de beschikking over kan krijgen.

Artikel 4.12Algemene aanvraagvereisten

Bij een aanvraag wordt een beschrijving van de gevolgen van de voorgenomen activiteit voor de doelstellingen van het gebiedstype waar de activiteit wordt verricht gevoegd.

Artikel 4.13Algemene inherente afwijking

Voor het geval dat een activiteit tot doel heeft het bevorderen van de energiezuinigheid van gebouwen en daarvoor overeenkomstig de beoordelingsregels, bedoeld in dit hoofdstuk geen omgevingsvergunning kan worden verleend, of die niet voldoet aan de voor die activiteit geldende regels, bedoeld in dit hoofdstuk, kan een omgevingsvergunning worden verleend als: a. de activiteit noodzakelijk is met het oog op een van de doelen, bedoeld in Artikel 2.1 (Algemene doelen); b. de afwijking van de oorspronkelijke regel geschikt is om het doel dat wordt gediend met de activiteit te behalen en er geen geschikte alternatieven zijn met minderingrijpende gevolgen, gelet op de oogmerken van de oorspronkelijke regel; c. de afwijking geen on evenredige inbreuk maakt op het oogmerk van de regels waarvan wordt afgeweken, de omgevingswaarden of doelen; d. de afwijking niet leidt tot een onevenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Artikel 4.14Uitsluiting niet benoemde activiteiten

[Gereserveerd]

Artikel 4.15Intrekken vergunning

1.

De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd als: a. de vergunning of ontheffing is gegeven vanuit onjuiste of onvolledige ingeleverde gegevens; b. omstandigheden of meningen na verlening van de vergunning of ontheffing zijn gewijzigd, waardoor intrekking of wijziging nodig is om het belang of de belangen van de noodzaak van de vergunning of ontheffing te beschermen; c. als de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; d. als van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn of bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; e. als de houder dit verzoekt; f. als de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van archeologisch waardevolle locaties zich verzet tegen instandhouding van de vergunning; g. het gebruik van de vergunning of ontheffing gevaar oplevert voor het woon- en leefklimaat.

2.

Het bevoegd gezag kan de vergunning of ontheffing in ieder geval intrekken in het geval en onder de voorwaarden, zoals bedoeld wordt in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

3.

In aanvulling op het eerste lid kan het bevoegd gezag een verleende omgevingsvergunning geheel of gedeeltelijk intrekken: a. als binnen 52 weken en/of de in de vergunning bepaalde periode, de bouwactiviteiten niet zijn gestart; b. als er sprake is van wijziging in wet-, regelgeving of beleid en 52 weken na het onherroepelijk zijn van de verleende vergunning er van de vergunning nog geen gebruik is gemaakt; c. als er geen sprake is van wijziging in wet-, regelgeving of beleid en twee jaar na het onherroepelijk zijn van de verleende vergunning er van de vergunning nog geen gebruik is gemaakt; d. als de bouwactiviteiten, langer dan 52 weken en/of de in de vergunning bepaalde periode, hebben stilgelegen.

4.

Voor het intrekken van een omgevingsvergunning geldt de volgende procedure: a.

Als de omgevingsvergunning tot stand is gekomen met de reguliere voorbereidingsprocedure:

1.

Belanghebbenden krijgen, voordat een omgevingsvergunning wordt stopgezet, de gelegenheid om hierover binnen een periode van twee weken hun zienswijzen hierover te geven zoals opgenomen in artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht.

2.

De gemeente neemt binnen 8 weken na de ontvangst van de zienswijzen een besluit over het stopzetten van de omgevingsvergunning volgens deze regels.

3.

Het besluit om de omgevingsvergunning te stoppen wordt bekendgemaakt aan vergunninghouder en eventuele derde-belanghebbenden en wordt het op dezelfde manier gepubliceerd als normaal is voor de verlening van gelijkwaardige vergunningen. b.

Als de omgevingsvergunning tot stand is gekomen met de uitgebreide voorbereidingsprocedure:

1.

Voordat een omgevingsvergunning wordt stopgezet, wordt het ontwerp van het te nemen besluit zes weken ter inzage gelegd. Hiervoor wordt een kennisgeving van het ontwerpbesluit gepubliceerd op dezelfde manier als normaal is voor ontwerpbesluiten over verlening van gelijkwaardige vergunningen.

2.

Belanghebbenden kunnen zowel schriftelijk als mondeling hun zienswijzen over het ontwerp naar voren brengen.

3.

Als er geen zienswijzenzijn ontvangen dan neemt de gemeente binnen vier weken nadat de periode voor het insturen van zienswijzen is afgelopen, het besluit.

4.

Als er wel zienswijzen zijn ingestuurd dan neemt de gemeente het besluit uiterlijk 12 weken na de terinzagelegging zoals opgenomen in artikel 3:18 van de Algemene wet bestuursrecht.

5.

Het besluit om de omgevingsvergunning te stoppen wordt bekendgemaakt aan de vergunninghouder, eventueel derde-belanghebbenden, en wordt gepubliceerd op dezelfde manier als normaal is voor de verlening van gelijkwaardige vergunningen.

6.

De vergunninghouder krijgt niet de gelegenheid zijn zienswijzen op het voornemen tot stopzetten van de vergunning in te sturen als er zich een situatie voordoet zoals opgenomen in artikel 4:11 van de Algemene wet bestuursrecht.

5.

In de volgende situaties is sprake van een concreet geval waarvoor een ruimere periode kan worden toegewezen dan gesteld in het derde lid: a.

De vergunninghouder kan met concrete documenten (geaccepteerde offerte van een bouwondernemer, facturen van bestelde bouwmaterialen en/of hiermee gelijk te stellen documenten) zijn plan tot het starten met het bouwen, aantonen. b.

De vergunninghouder kan persoonlijke omstandigheden opvoeren. Bijvoorbeeld een sterfgeval of ziekte in de familie, die aantoonbaar tot uitstel van het bouwen hebben geleid. Een ruimere periode wordt alleen toegewezen als de persoonlijke omstandigheid zich niet meer dan 26 weken voor de start van de intrekkingsprocedure heeft voorgedaan, of deze op dat moment nog voortduurt.

6.

Als binnen de ruimere periode, geen begin is gemaakt met het bouwen dan wordt de betreffende omgevingsvergunning, zonder dat het van te voren is aangekondigd, ingetrokken.

Artikel 4.16Algemene weigeringsgronden

1.

Het bevoegd gezag weigert een vergunning of ontheffing: a. als de activiteit niet mag volgens dit omgevingsplan of daarop verleende (buitenplanse) omgevingsplan activiteit; b. in het geval en onder de voorwaarden, zoals bedoeld is in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

2.

Het bevoegd gezag kan een vergunning of ontheffing weigeren als: a. dat naar hun oordeel nodig is voor een veilige, gezonde fysieke leefomgeving en/of de bescherming van het milieu of de doelen van de Omgevingswet; b. dat naar hun oordeel nodig is met het oog op het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving voor het waarmaken van maatschappelijke behoeften; c. niet wordt voldaan aan de bij of volgens het omgevingsplan bepaalde eisen om voor de vergunning of omgevingsplan activiteit in aanmerking te komen; en d.

De aanvraag te kort voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.

Afdeling 4.2

Algemene bepalingen over bouwactiviteiten

Artikel 4.17Aanwijzing activiteit

Deze afdeling gaat over het bouwen en in stand houden van bouwwerken.

Artikel 4.18Oogmerken

De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op: a. de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu; b. het behoud van cultureel erfgoed; c. het gebruik van bouwwerken; en d. een goede omgevingskwaliteit.

Artikel 4.19Bouwvalligheid nabijgelegen bouwwerk

Met het oog op het waarborgen van de veiligheid wordt een bouwwerk niet gebruikt als door of namens het bevoegd gezag is medegedeeld dat het gebruik in verband met bouwvalligheid van een in de nabijheid gelegen bouwwerk gevaarlijk is.

Artikel 4.20Repressief welstand

1.

Het uiterlijk van de volgende bouwwerken mag niet in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de beleidsregels, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet: a. een bestaand bouwwerk, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is; en b. een te bouwen bouwwerk waarvoor geen omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing als het gaat om een in het tijdelijk deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, aangewezen gebied of bouwwerk waarvoor geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn.

Hoofdstuk 5

Thematische aanwijzingen in de fysieke leefomgeving

Titel 5.1

Algemene aanwijzingen

Afdeling 5.1.1

Aanwijzing bebouwingscontour [Gereserveerd]

Afdeling 5.1.2

Erfgoed

Paragraaf 5.1.2.1

Gemeentelijk monument [Gereserveerd]

Paragraaf 5.1.2.2

Rijksmonument [Gereserveerd]

Paragraaf 5.1.2.3

Beschermd dorpsgezicht [Gereserveerd]

Paragraaf 5.1.2.4

Archeologisch waardevolle gebieden

Artikel 5.1Aanwijzing archeologisch waardevolle gebieden

1.

Er zijn locaties met de aanduiding archeologische waarden, onderverdeeld in: a.

Waarde - Archeologie - 1; b.

Waarde - Archeologie - 2; c.

Waarde - Archeologie - 3; d.

Waarde - Archeologie - 4; en e.

Waarde - Archeologie - 5.

2.

Bij bouwwerkzaamheden wordt voldaan aan Paragraaf 7.3.4.1.

3.

Bij grondwerkzaamheden archeologie wordt voldaan aan Paragraaf 7.3.4.2.

Paragraaf 5.1.2.5

Monumentale bomen [Gereserveerd]

Paragraaf 5.1.2.6

Molenbiotoop [Gereserveerd]

Paragraaf 5.1.2.7

Monumentenbiotoop [Gereserveerd]

Afdeling 5.1.3

Parkeren [Gereserveerd]

Afdeling 5.1.4

Omgevingskwaliteit [Gereserveerd]

Titel 5.2

Aandachtsgebieden en Beperkingengebieden [Gereserveerd]

Afdeling 5.2.1

Geluidaandachtsgebieden [Geresereveerd]

Paragraaf 5.2.1.1

Geluidsaandachtsgebied gemeentewegen [Gereserveerd]

Paragraaf 5.2.1.2

Geluidsaandachtsgebieden provinciale wegen

Paragraaf 5.2.1.3

Geluidsaandachtsgebied rijkswegen [Gereserveerd]

Paragraaf 5.2.1.4

Geluidsaandachtsgebied spoorwegen [Gereserveerd]

Paragraaf 5.2.1.5

Geluidsaandachtsgebied bedrijventerreinen [Gereserveerd]

Paragraaf 5.2.1.6

Geluidsaandachtsgebied ontwikkelgebied binnenstedelijke transformatie [Gereserveerd]

Afdeling 5.2.2

Aandachtsgebieden externe veiligheid [Gereserveerd]

Paragraaf 5.2.2.1

Brandaandachtsgebied [Gereserveerd]

Paragraaf 5.2.2.2

Explosieaandachtsgebied [Gereserveerd]

Paragraaf 5.2.2.3

Gifwolkaandachtsgebied [Gereserveerd]

Paragraaf 5.2.2.4

Aandachtsgebied vervoer gevaarlijke stoffen [Gereserveerd]

Afdeling 5.2.3

Infrastructuur en openbare ruimtes [Gereserveerd]

Paragraaf 5.2.3.1

Wegen, vaarwegen en spoorwegen [Gereserveerd]

Paragraaf 5.2.3.2

Infrastructuur ten behoeve van de energievoorziening [Gereserveerd]

Paragraaf 5.2.3.3

Duurzame energievoorziening [Gereserveerd]

Afdeling 5.2.4

Beperkingengebieden en vrijwaringsgebieden [Gereserveerd]

Paragraaf 5.2.4.1

Beperkingengebied wegen [gereserveerd]

Paragraaf 5.2.4.2

Beperkingengebied wateren [Gereserveerd]

Paragraaf 5.2.4.3

Beperkingengebied bovengrondse hoogspanningsverbinding [Gereserveerd]

Paragraaf 5.2.4.4

Beperkingengebied ondergrondse hoogspanningsverbinding [Geresrveerd]

Paragraaf 5.2.4.5

Beperkingengebied opstijgpunt hoogspanningsverbinding [Gereserveerd]

Paragraaf 5.2.4.6

Beperkingengebied hoogspanningsstation [Gereserveerd]

Paragraaf 5.2.4.7

Beperkingengebied converterstation [Gereserveerd]

Paragraaf 5.2.4.8

Beperkingengebied middenspanningsstation [Gereserveerd]

Paragraaf 5.2.4.9

Beperkingengebied ondergrondse distributieverbinding [Gereserveerd]

Paragraaf 5.2.4.10

Beperkingengebied bovengrondse distributieverbinding [Gereserveerd]

Paragraaf 5.2.4.11

Beperkingengebied buisleiding [Gereserveerd]

Paragraaf 5.2.4.12

Beperkingengebied compressorstation [Gereserveerd]

Paragraaf 5.2.4.13

Beperkingengebied gasdruk meet- en regelstation [Gereserveerd]

Paragraaf 5.2.4.14

Beperkingengebied kabels en leidingen [Gereserveerd]

Paragraaf 5.2.4.15

Vrijwaringsgebied rijksvaarweg [Gereserveerd]

Afdeling 5.2.5

Beheergebieden [Gereserveerd]

Paragraaf 5.2.5.1

Bodembeheergebied [Gereserveerd]

Paragraaf 5.2.5.2

Bodemfunctieklassengebied landbouw/natuur [Gereserveerd]

Paragraaf 5.2.5.3

Bodemfunctieklassegebied wonen [Gereserveerd]

Paragraaf 5.2.5.4

Locaties bodemonderzoek

Paragraaf 5.2.5.5

Locaties bijzondere saneringsaanpak [Gereserveerd]

Paragraaf 5.2.5.6

Locaties nazorg bodem [Gereserveerd]

Paragraaf 5.2.5.7

Interferentiegebieden [Gereserveerd]

Hoofdstuk 6

Aanwijzingen in de fysieke leefomgeving

Titel 6.1

Gebiedstype [Gereserveerd]

Afdeling 6.1.1

Agrarisch [Gereserveerd]

Paragraaf 6.1.1.1

Agrarisch buitengebied [Gereserveerd]

Paragraaf 6.1.1.2

Glastuinbouwgebied [Gereserveerd]

Paragraaf 6.1.1.3

Agrarisch met waarden [Gereserveerd]

Afdeling 6.1.2

Bedrijventerrein [Gereserveerd]

Paragraaf 6.1.2.1

Bedrijventerrein A [Gereserveerd]

Paragraaf 6.1.2.2

Bedrijventerrein B [Gereserveerd]

Afdeling 6.1.3

Bedrijven - solitair [Gereserveerd]

Paragraaf 6.1.3.1

Bedrijventerrein buitengebied [Gereserveerd]

Paragraaf 6.1.3.2

Bedrijven binnen bebouwde kom [Gereserveerd]

Paragraaf 6.1.3.3

Detailhandelsbedrijven [Gereserveerd]

Paragraaf 6.1.3.4

Horecabedrijven [Gereserveerd]

Afdeling 6.1.4

Centrum [Gereserveerd]

Paragraaf 6.1.4.1

Centrum [Gereserveerd]

Paragraaf 6.1.4.2

Centrum - beschermd dorpsgezicht [Gereserveerd]

Afdeling 6.1.5

Industrieterrein [Gereserveerd]

Afdeling 6.1.6

Infrastructuur [Gereserveerd]

Paragraaf 6.1.6.1

Snelweg [Gereserveerd]

Paragraaf 6.1.6.2

Provinciale weg [Gereserveerd]

Paragraaf 6.1.6.3

Gemeenteweg [Gereserveerd]

Paragraaf 6.1.6.4

Spoorweg [Gereserveerd]

Paragraaf 6.1.6.5

Water [Gereserveerd]

Paragraaf 6.1.6.6

Energievoorziening [Gereserveerd]

Afdeling 6.1.7

Groen, Natuur, Recreatie en Sport [Gereserveerd]

Paragraaf 6.1.7.1

Hoofdgroenstructuur [Gereserveerd]

Paragraaf 6.1.7.2

Groen [Gereserveerd]

Paragraaf 6.1.7.3

Natuur [Gereserveerd]

Paragraaf 6.1.7.4

Ringvaartzone [Gereserveerd]

Paragraaf 6.1.7.5

Recreatie - Hitland [Gereserveerd]

Paragraaf 6.1.7.6

Recreatie - Rottemeren [Gereserveerd]

Paragraaf 6.1.7.7

Recreatie - Recreatieparken [Gereserveerd]

Paragraaf 6.1.7.8

Sport [Gereserveerd]

Afdeling 6.1.8

Woongebied [Gereserveerd]

Paragraaf 6.1.8.1

Wonen 1 [Gereserveerd]

Paragraaf 6.1.8.2

Wonen 2 [Gereserveerd]

Paragraaf 6.1.8.3

Wonen 3 [Gereserveerd]

Paragraaf 6.1.8.4

Wonen - linten [Gereserveerd]

Paragraaf 6.1.8.5

Wonen - 's Gravenweg [Gereseerveerd]

Titel 6.2

Projecten [Gereserveerd]

Afdeling 6.2.1

Ontwikkelgebied nieuwe woonwijk [Gereserveerd]

Paragraaf 6.2.1.1

Ontwikkelgebied binnenstedelijke transformatie [Gereserveerd]

Hoofdstuk 7

Uitwerking activiteiten in de fysieke leefomgeving

Titel 7.1

Algemene bepalingen [Gereserveerd]

Afdeling 7.1.1

Normadressaat [Gereserveerd]

Afdeling 7.1.2

Benutten van de fysieke leefomgeving [gereserveerd]

Titel 7.2

Normen [Gereserveerd]

Afdeling 7.2.1

Parkeren [Gereserveerd]

Afdeling 7.2.2

Woningbouwcategorieën [Gereserveerd]

Titel 7.3

Thematische activiteiten

Afdeling 7.3.1

Bouwen [Gereserveerd]

Paragraaf 7.3.1.1

Bouwen - algemeen [Gereserveerd]

Paragraaf 7.3.1.2

Vergunningsvrij bouwen [Gereserveeerd]

Paragraaf 7.3.1.3

Uiterlijk van een bouwwerk [Gereserveerd]

Paragraaf 7.3.1.4

Hoofdgebouw bouwen [Gereserveerd] Subparagraaf 7.3.1.4.1 Bouwen hoofdgebouw - vergunningsplicht - open norm [Gereserveerd] Subparagraaf 7.3.1.4.2 Bouwen hoofdgebouw - vergunningsplicht - gesloten norm

Paragraaf 7.3.1.5

Gebouw bouwen [Gereserveerd]

Paragraaf 7.3.1.6

Bijbehorende bouwwerk bouwen [Gereserveerd] Subparagraaf 7.3.1.6.1 Algemeen [Gereserveerd] Subparagraaf 7.3.1.6.2 Uitbreiden hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken - vergunningsplicht - open norm [Gereserveerd] Subparagraaf 7.3.1.6.3 Uitbreiding hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken - vergunningsplicht - gesloten norm [Gereserveerd] Subparagraaf 7.3.1.6.4 Dakkapel bouwen [Gereserveerd] Subparagraaf 7.3.1.6.5 Dakopbouw bouwen [Gereserveerd] Subparagraaf 7.3.1.6.6 Erker bouwen [Gereserveerd]

Paragraaf 7.3.1.7

Ander bouwwerk, geen gebouw zijnde bouwen [Gereserveerd] Subparagraaf 7.3.1.7.1 Algemene bepalingen [Gereserveerd] Subparagraaf 7.3.1.7.2 Erf - of perceelafscheiding bouwen [Gereserveerd] Subparagraaf 7.3.1.7.3 Vlaggenmast bouwen [Gereserveerd] Subparagraaf 7.3.1.7.4 Lichtmast bouwen [Gereserveerd] Subparagraaf 7.3.1.7.5 Luifel bouwen [Gereserveerd] Subparagraaf 7.3.1.7.6 Pergola bouwen [Gereserveerd] Subparagraaf 7.3.1.7.7 Duikers, bruggen, kademuren en beschoeiingen bouwen [Gereserveerd] Subparagraaf 7.3.1.7.8 Steigers en/of vlonder bouwen [Gereserveerd]

Paragraaf 7.3.1.8

Bouwactiviteiten op een industrieterrein met geluidsproductieplafonds [Gereserveerd]

Paragraaf 7.3.1.9

Bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie [Gereserveerd]

Paragraaf 7.3.1.10

Beoordelingsregels vergunningplichtige bouwwerken artikel 22.26 [Gereserveerd]

Paragraaf 7.3.1.11

Beoordelingsregels verguningplichtige bouwwerken (niet bruidsschat) [Gereserveerd] Subparagraaf 7.3.1.11.1 Bouwen hoofdgebouw - algemene regels [Gereserveerd]

Afdeling 7.3.2

Technische bouwactiviteit [Gereserveerd

Paragraaf 7.3.2.1

Eisen aan bouwwerken [Gereserveerd]

Afdeling 7.3.3

Sloopactiviteiten [Gereserveerd]

Paragraaf 7.3.3.1

Algemeen [Gereserveerd]

Paragraaf 7.3.3.2

Sloopactiviteiten op een industrieterrein met geluidproductieplafonds [Gereserveerd]

Afdeling 7.3.4

Cultureel erfgoed

Paragraaf 7.3.4.1

Bouwen archeologie

Artikel 7.1Toepassingsbereik

Deze paragraaf is van toepassing op het verrichten van bouwwerkzaamheden op locaties met de aanduidingen Waarde - Archeologie - 1, Waarde - Archeologie - 2, Waarde - Archeologie - 3, Waarde - Archeologie - 4 en Waarde - Archeologie - 5.

Artikel 7.2Aanwijzing vergunningplichtige gevallen activiteit bouwen archeologie

Het is op locaties met de aanduiding Waarde - Archeologie - 1, Waarde - Archeologie - 2, Waarde - Archeologie - 3, Waarde - Archeologie - 4 en Waarde - Archeologie - 5 verboden zonder omgevingsvergunning bouwwerkzaamheden te verrichten.

Artikel 7.3Aanwijzing vergunningvrije gevallen activiteit bouwen archeologie

Het verbod, bedoeld in Artikel 7.2, is niet van toepassing op indien het bouwwerk betrekking heeft op één of meer van de volgende activiteiten: a. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; b. het bouwen van een bouwwerk binnen de aanduiding Waarde - Archeologie - 1 met een oppervlakte van niet meer dan 50 m2; c. het bouwen van een bouwwerk binnen deaanduiding Waarde - Archeologie - 1 dat zonder graafwerkzaamheden niet dieper dan 30 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst; d. het bouwen van een bouwwerk binnen de aanduiding Waarde - Archeologie - 2 met een oppervlakte van niet meer dan 100 m2; e. het bouwen van een bouwwerk binnen de aanduiding Waarde - Archeologie - 2 dat zonder graafwerkzaamheden niet dieper dan 30 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst;het bouwen van een bouwwerk binnen de aanduiding Waarde - Archeologie - 3, met een oppervlakte van niet meer dan 1.000 m2; f. het bouwen van een bouwwerk binnen de aanduiding Waarde - Archeologie - 3 dat zonder graafwerkzaamheden niet dieper dan 300 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst; g. het bouwen van een bouwwerk binnen de aanduiding Waarde - Archeologie - 4, met een oppervlakte van niet meer dan 1.000 m2; h. het bouwen van een bouwwerk binnen de aanduiding Waarde - Archeologie - 4 dat zonder graafwerkzaamheden niet dieper dan 700 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst; i. het bouwen van een bouwwerk binnen de aanduiding Waarde - Archeologie - 5 met een oppervlakte van niet meer dan 1.000 m2; of j. het bouwen van een bouwwerk binnen de aanduiding Waarde - Archeologie - 5 dat zonder graafwerkzaamheden niet dieper dan 30 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst.

Artikel 7.4Aanvraagvereisten omgevingsvergunning activiteit bouwen archeologie

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning wordt een archeologisch onderzoeksrapport overgelegd, waarin de archeologische waarde van de locatie in voldoende mate is vastgesteld.

Artikel 7.5Voorwaarden verlening omgevingsvergunning

De in Artikel 7.4 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, mits wordt voldaan aan één van onderstaande voorwaarden: a. de aanvrager aan de hand van archeologisch onderzoek kan aantonen dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn; b. de aanvrager een archeologisch rapport heeft overlegd, waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar oordeel van het college in voldoende mate is vastgesteld; c. de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overlegd, waaruit blijkt dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet worden geschaad, of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de afwijking regels te verbinden die gericht zijn op:

1.het treffen van maatregelen, waardoor de archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden;
2.het doen van opgravingen;
3.begeleiding van de bouwactiviteiten door een archeologisch deskundige; d. op basis van een archeologische onderbouwing van het bevoegd gezag geconcludeerd kan worden dat de archeologische waarden niet onevenredig worden geschaad.

Artikel 7.6Beoordelingsregels omgevingsvergunning bouwen archeologie

Binnen de aanduidingen Waarde - Archeologie - 1, Waarde - Archeologie - 2, Waarde - Archeologie - 3, Waarde - Archeologie - 4 en Waarde - Archeologie - 5 wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als door die bouwactiviteiten, dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen, de archeologische waarde niet wordt of kan worden aangetast, of de mogelijkheden voor het herstel van die waarde niet wordt of kan worden verkleind.

Artikel 7.7Advies

Voordat over een aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt beslist, kan door het college advies ingewonnen worden bij een archeologisch deskundige.

Artikel 7.8Voorrangsregeling

Regels in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet, over activiteiten als bedoeld in deze paragraaf op locaties met een dubbelbestemming ter bescherming van archeologische waarden zijn niet van toepassing.

Paragraaf 7.3.4.2

Grondwerkzaamheden archeologie

Artikel 7.9Toepassingsbereik

Deze paragraaf is van toepassing op het verrichten van grondwerkzaamheden archeologie op locaties met de aanduidingen Waarde - Archeologie - 1, Waarde - Archeologie - 2, Waarde - Archeologie - 3, Waarde - Archeologie - 4 en Waarde - Archeologie - 5.

Artikel 7.10Aanwijzing vergunningplichtige gevallen grondwerkzaamheden archeologie

Het is op locaties met de aanduiding Waarde - Archeologie - 1, Waarde - Archeologie - 2, Waarde - Archeologie - 3, Waarde - Archeologie - 4 en Waarde - Archeologie - 5 verboden zonder omgevingsvergunning grondwerkzaamheden archeologie te verrichten.

Artikel 7.11Aanwijzing vergunningvrije gevallen grondwerkzaamheden archeologie

Het verbod, bedoeld in Artikel 7.10, is niet van toepassing op indien het verrichten van grondwerkzaamheden betrekking heeft op één of meer van de volgende activiteiten: a. het verrichten van grondwerkzaamheden archeologie binnen de aanduiding Waarde - Archeologie - 1 tot een diepte van 30 cm beneden het maaiveld; b. het verrichten van grondwerkzaamheden archeologie binnen de aanduiding Waarde - Archeologie - 2 tot een diepte van 30 cm beneden het maaiveld; c. het verrichten van grondwerkzaamheden archeologie binnen de aanduiding Waarde - Archeologie - 3 tot een diepte van 300 cm beneden het maaiveld; d. het verrichten van grondwerkzaamheden archeologie binnen de aanduiding Waarde - Archeologie - 4 tot een diepte van 700 cm beneden het maaiveld; of e. het verrichten van grondwerkzaamheden archeologie binnen de aanduiding Waarde - Archeologie - 5 tot een diepte van 30 cm beneden het maaiveld.

Artikel 7.12Aanvraagvereisten omgevingsvergunning grondwerkzaamheden archeologie

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning wordt een archeologisch onderzoeksrapport overgelegd, waarin de archeologische waarde van de locatie in voldoende mate is vastgesteld.

Artikel 7.13Voorwaarden verlening omgevingsvergunning

De in Artikel 7.12 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, mits wordt voldaan aan één van onderstaande voorwaarden: a. de aanvrager aan de hand van archeologisch onderzoek kan aantonen dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn; b. de aanvrager een archeologisch rapport heeft overlegd, waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar oordeel van het college in voldoende mate is vastgesteld; c. de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overlegd, waaruit blijkt dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet worden geschaad, of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de afwijking regels te verbinden die gericht zijn op:

1.het treffen van maatregelen, waardoor de archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden;
2.het doen van opgravingen;
3.begeleiding van de bouwactiviteiten door een archeologisch deskundige; d. op basis van een archeologische onderbouwing van het bevoegd gezag geconcludeerd kan worden dat de archeologische waarden niet onevenredig worden geschaad.

Artikel 7.14Beoordelingsregels omgevingsvergunning grondwerkzaamheden archeologie

Binnen de aanduidingen Waarde - Archeologie - 1, Waarde - Archeologie - 2, Waarde - Archeologie - 3, Waarde - Archeologie - 4 en Waarde - Archeologie - 5 wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als door die grondwerkzaamheden, dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen, de archeologische waarde niet wordt of kan worden aangetast, of de mogelijkheden voor het herstel van die waarde niet wordt of kan worden verkleind.

Artikel 7.15Advies

Voordat over een aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt beslist, kan door het college advies ingewonnen worden bij een archeologisch deskundige.

Artikel 7.16Voorrangsregeling

Regels in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet, over activiteiten als bedoeld in deze paragraaf op locaties met een dubbelbestemming ter bescherming van archeologische waarden zijn niet van toepassing.

Paragraaf 7.3.4.3

Gemeentelijk monument [Gereserveerd] Subparagraaf 7.3.4.3.1 Algemene bepalingen [Gereserveerd] Subparagraaf 7.3.4.3.2 Bescherming gemeentelijk monument [Gereserveerd]

Paragraaf 7.3.4.4

Rijksmonument [Gereserveerd]

Afdeling 7.3.5

Infrastructuur [Gereserveerd]

Paragraaf 7.3.5.1

Algemene bepaling [Gereserveerd]

Paragraaf 7.3.5.2

Activiteiten met betrekking tot het in stand houden van infrastructuur [Gereserveerd] Subparagraaf 7.3.5.2.1 Algemeen [Gereserveerd] Subparagraaf 7.3.5.2.2 Het aanleggen en in stand houden van een gemeentelijke weg [Gereserveerd] Subparagraaf 7.3.5.2.3 Het aanleggen en in stand houden van een gemeentelijke vaarweg [Gereserveerd] Subparagraaf 7.3.5.2.4 Het aanleggen en in stand houden van een provinciale weg [Gereserveerd] Subparagraaf 7.3.5.2.5 Het aanleggen en in stand houden van een provinciale vaarweg [Gereserveerd] Subparagraaf 7.3.5.2.6 Het aanleggen en in stand houden van een spoorweg [Gereserveerd] Subparagraaf 7.3.5.2.7 Het aanleggen en in stand houden van een rijksweg [Gereserveerd] Subparagraaf 7.3.5.2.8 Het aanleggen en in stand houden van een rijksvaarweg [Gereserveerd]

Paragraaf 7.3.5.3

Voorwerpen op, in of boven openbaar water [Geserveerd]

Paragraaf 7.3.5.4

Maken, hebben of veranderen van een uitweg [Gereserveerd]

Paragraaf 7.3.5.5

Activiteiten met betrekking tot infrastructuur voor energievoorziening [Gereserveerd] Subparagraaf 7.3.5.5.1 Het aanleggen en in stand houden van een bovengrondse hoogspanningsverbinding [Geserveerd] Subparagraaf 7.3.5.5.2 het aanleggen en in stand houden van een ondergrondse hoogspanningsverbinding [Gereserveerd] Subparagraaf 7.3.5.5.3 Het aanleggen en in stand houden van een opstijgpunt hoogspanningsverbinding [Gereserveerd] Subparagraaf 7.3.5.5.4 Het oprichten en in werking hebben van een hoogspanningsstation [Gereserveerd] Subparagraaf 7.3.5.5.5 Het oprichten en in werking hebben van een converterstation [Gereserveerd] Subparagraaf 7.3.5.5.6 Het oprichten en in werking hebben van een ondergronds distributievoorziening [Gereserveerd] Subparagraaf 7.3.5.5.7 Het oprichten en in werking hebben van een middenspanningsstation [Gereserveerd] Subparagraaf 7.3.5.5.8 Het oprichten en in werking hebben van een bovengrondse distributieverbinding [Gereserveerd] Subparagraaf 7.3.5.5.9 Het oprichten en in werking hebben van een buisleiding [Gereserveerd] Subparagraaf 7.3.5.5.10 Het oprichten en in werking hebben van een compressorstation [Gereserveerd] Subparagraaf 7.3.5.5.11 Het oprichten en in werking hebben van een gasdruk meet- en regelstation [Gereseerveerd]

Paragraaf 7.3.5.6

Activiteiten in beperkingsgebied leidingen [Gereserveerd] Subparagraaf 7.3.5.6.1 Algemene bepalingen [Gereserveerd]

Paragraaf 7.3.5.7

Nutsvoorzieningen [Gereserveerd] Subparagraaf 7.3.5.7.1 Algemene bepalingen [Gereserveerd] Subparagraaf 7.3.5.7.2 Openbare drinkwatervoorziening [Gereserveerd]

Afdeling 7.3.6

Flora en Fauna [Gereserveerd]

Paragraaf 7.3.6.1

Algemene bepalingen [Gereserveerd]

Paragraaf 7.3.6.2

Kappen van bomen [Gereserveerd]

Paragraaf 7.3.6.3

Activiteiten met betrekking tot flora in een beperkingengebied [Gereserveerd]

Afdeling 7.3.7

Externe veiligheid [Gereserveerd]

Paragraaf 7.3.7.1

Algemene bepalingen [Gereserveerd]

Paragraaf 7.3.7.2

Plaatsgebonden risico [Gereserveerd]

Paragraaf 7.3.7.3

Activiteiten met betrekking tot open terreinen en erven [Gereserveerd]

Afdeling 7.3.8

Geur [Gereserveerd]

Paragraaf 7.3.8.1

Algemene bepalingen Geur door activiteiten - Algemeen [Gereserveerd]

Paragraaf 7.3.8.2

Geur door houden van landbouwhuisdieren met geuremissiefactor in een dierenverblijf - standaardwaarde [Gereserveerd]

Paragraaf 7.3.8.3

Geur door het houden van landbouwhuisdieren met geuremissiefactor in een dierenverblijf - grenswaarde [Gereserveerd]

Paragraaf 7.3.8.4

Geur door activiteiten, niet zijnde het houden van landbouwhuisdieren en het telen van gewassen - standaardwaarde [Gereserveerd]

Paragraaf 7.3.8.5

Geur door activiteiten, niet zijnde het houden van landbouwhuisdieren en het telen van gewassen - grenswaarde [Gereserveerd]

Paragraaf 7.3.8.6

Geur door activiteiten - bedrijventerrein [Gereserveerd]

Afdeling 7.3.9

Geluid [Gereserveerd]

Paragraaf 7.3.9.1

Algemene bepalingen [Gereseerveerd]

Paragraaf 7.3.9.2

Geluid van infrastructuur en industrie [Gereseerveerd] Subparagraaf 7.3.9.2.1 Geluid van wegen - gemeenteweg [Gereserveerd] Subparagraaf 7.3.9.2.2 Geluid van wegen - provinciale weg [Gereserveerd] Subparagraaf 7.3.9.2.3 Geluid van wegen - rijksweg [Gereserveerd] Subparagraaf 7.3.9.2.4 Geluid van spoorweg [Gereserveerd] Subparagraaf 7.3.9.2.5 Geluid van wegen - Ontwikkel gebied binnenstedelijike transformatie A [Gereseerveerd]

Paragraaf 7.3.9.3

Geluid van industrie [Geresereveerd] Subparagraaf 7.3.9.3.1 Geluid van activiteiten - bedrijventerrein A [Gereserveerd] Subparagraaf 7.3.9.3.2 Geluid van activiteiten - bedrijventerrein B [Gereserveerd]

Paragraaf 7.3.9.4

Geluid door activiteiten [Gereserveerd] Subparagraaf 7.3.9.4.1 Algemene bepalingen Geluid door activiteiten [Gereserveerd] Subparagraaf 7.3.9.4.2 Geluid door activiteiten - standaardwaarden [Gereserveerd] Subparagraaf 7.3.9.4.3 Geluid door activiteiten - bedrijventerrein A [Gereserveerd] Subparagraaf 7.3.9.4.4 Geluid door activiteiten - bedrijventerrein B [Grenswaarde] Subparagraaf 7.3.9.4.5 Geluid door activiteiten - grootschalige evenementen [Gereserveerd]

Paragraaf 7.3.9.5

Geluidsgevoelige gebouwen in een geluidsaandachtsgebied [Gereserveerd]

Afdeling 7.3.10

Trillingen [Gereserveerd]

Paragraaf 7.3.10.1

Algemene bepalingen [Gereserveerd]

Paragraaf 7.3.10.2

Trillingen van infrastructuur [Gereserveerd]

Paragraaf 7.3.10.3

Trillingen door activiteiten [Gereserveerd]

Afdeling 7.3.11

Bodem [Gereserveerd]

Paragraaf 7.3.11.1

Algemene bepalingen [Gereserveerd]

Paragraaf 7.3.11.2

Bodemgevoelige activiteit [Gereserveerd]

Paragraaf 7.3.11.3

Bodembeheer [Gereserveerd] Subparagraaf 7.3.11.3.1 Algemene bepalingen [Gereserveerd] Subparagraaf 7.3.11.3.3 Graven in bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde en een bodemvolume van meer dan 25m3 [Gereserveerd] Subparagraaf 7.3.11.3.4 Graven in bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarden en een bodemvolume van ten hoogste 25m3 [Gereserveerd] Subparagraaf 7.3.11.3.5 Graven in de bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarden en een bodemvolume van meer dan 25m3 [Gereserveerd] Subparagraaf 7.3.11.3.6 Opslaan van grond of baggerspecie [Gereserveerd] Subparagraaf 7.3.11.3.7 Saneren van de bodem [Gereserveerd] Subparagraaf 7.3.11.3.8 Toepassen van bouwstoffen [Gereserveerd] Subparagraaf 7.3.11.3.9 Toepassen van grond of baggerspecie [Gereserveerd]

Paragraaf 7.3.11.4

Beschermen van infra [Gereserveerd]

Paragraaf 7.3.11.5

Overig aanlegactiviteiten [Gereserveerd] Subparagraaf 7.3.11.5.1 Aanleggen en uitvoeren van werken in beperkingengebied [Gereserveerd] Subparagraaf 7.3.11.5.2 Aanleggen en uitvoeren van werken in een vrijwaringsgebied rijksvaarweg [Gereserveerd]

Afdeling 7.3.12

Risicovolle activiteiten [Gereserveerd]

Paragraaf 7.3.12.1

Algemene bepalingen [Gereserveerd]

Paragraaf 7.3.12.2

Risicovolle activiteiten - Type A [Gereserveerd]

Paragraaf 7.3.12.3

Risicovolle activiteiten - Type B en D [Gereserveerd]

Afdeling 7.3.13

Luchtkwaliteit [Gereserveerd]

Paragraaf 7.3.13.1

Algemene bepalingen [Gereserveerd]

Titel 7.4

Gebiedsgerichte activiteiten [Gereserveerd]

Afdeling 7.4.1

Agrarische activiteiten [Gereserveerd]

Paragraaf 7.4.1.1

Aanwijzing activiteit [Gereserveerd]

Paragraaf 7.4.1.2

Functiemening [Gereserveerd]

Paragraaf 7.4.1.3

Functie op locatie [Gereserveerd]

Paragraaf 7.4.1.4

Vergunningsplicht [Gereserveerd]

Afdeling 7.4.2

Woonactiviteiten [Gereserveerd]

Paragraaf 7.4.2.1

Aanwijzing activiteit [Gereserveerd]

Paragraaf 7.4.2.2

Functiemenging [Gereserveerd]

Paragraaf 7.4.2.3

Functie op locatie [Gereserveerd]

Paragraaf 7.4.2.4

Vergunningplicht [Gereserveerd]

Paragraaf 7.4.2.5

Wonen [Gereserveerd] Subparagraaf 7.4.2.5.1 Algemeen [Gereserveerd] Subparagraaf 7.4.2.5.2 Nieuwe woning of wooneenheden [Gereserveerd] Subparagraaf 7.4.2.5.3 Beroep en bedrijf aan huis [Gereseerveerd]

Afdeling 7.4.3

Bedrijfsactiviteiten [Gereserveerd]

Paragraaf 7.4.3.1

Aanwijzen activiteit [Gereseerveerd]

Paragraaf 7.4.3.2

Functiemening [Gereserveerd]

Paragraaf 7.4.3.3

Functie op locatie [Gereserveerd]

Paragraaf 7.4.3.4

Vergunningplicht [Gereserveerd]

Afdeling 7.4.4

Horecaactiviteiten [Gereserveerd]

Paragraaf 7.4.4.1

Aanwijzing activiteit [Gereserveerd]

Paragraaf 7.4.4.2

Functiemenging [Gereserveerd]

Paragraaf 7.4.4.3

Functie op locatie [Gereserveerd]

Paragraaf 7.4.4.4

Vergunningsplicht [Gereserveerd]

Afdeling 7.4.5

Detailhandelsactiviteiten [Gereserveerd]

Paragraaf 7.4.5.1

Aanwijzen activiteit [Gereserveerd]

Paragraaf 7.4.5.2

Functiemenging [Gereserveerd]

Paragraaf 7.4.5.3

Functie op locatie [Gereserveerd]

Paragraaf 7.4.5.4

Vergunningplicht [Gereserveerd]

Afdeling 7.4.6

Sportactiviteiten

Paragraaf 7.4.6.1

Aanwijzen activiteit [Gereserveerd]

Paragraaf 7.4.6.2

Functiemenging [Gereserveerd]

Paragraaf 7.4.6.3

Functie op locatie [Gereserveerd]

Paragraaf 7.4.6.4

Vergunningplicht [Gereserveerd]

Afdeling 7.4.7

Maatschappelijke en culturele activiteiten [Gereserveeerd]

Paragraaf 7.4.7.1

Aanwijzen activiteit [Gereserveerd]

Paragraaf 7.4.7.2

Functiemenging [Gereserveerd]

Paragraaf 7.4.7.3

Functie op locatie [Gereserveerd]

Paragraaf 7.4.7.4

Vergunningplicht [Gereserveerd]

Afdeling 7.4.8

Evenementenactiviteit [Gereserveerd]

Paragraaf 7.4.8.1

Aanwijzen activiteiten [Gereserveerd]

Paragraaf 7.4.8.2

Kleinschalige evenementen [Gereserveerd]

Paragraaf 7.4.8.3

Grootschalige evenementen [Gereserveerd]

Paragraaf 7.4.8.4

Jaarlijks terugkerende grootschalige evenementen [Gereserveerd]

Afdeling 7.4.9

Kantooractiviteiten [Gereserveerd]

Paragraaf 7.4.9.1

Aanwijzen activiteit [Gereserveerd]

Paragraaf 7.4.9.2

Functiemenging [Gereserveerd]

Paragraaf 7.4.9.3

Functie op locatie [Gereserveerd]

Paragraaf 7.4.9.4

Vergunningplicht [Gereserveerd]

Afdeling 7.4.10

Recreatieactiviteiten [Gereseveerd]

Paragraaf 7.4.10.1

Aanwijzen activiteit [Gereserveerd]

Paragraaf 7.4.10.2

Functiemenging [Gereserveerd]

Paragraaf 7.4.10.3

Functie op locatie [Gereserveerd]

Paragraaf 7.4.10.4

Vergunningplicht [Gereserveerd]

Afdeling 7.4.11

Consumentgebonden dienstverleningsactiviteiten [Gereserveerd]

Paragraaf 7.4.11.1

Aanwijzen activiteit [Gereserveerd]

Paragraaf 7.4.11.2

Functiemenging [Gereserveerd]

Paragraaf 7.4.11.3

Functie op locatie [Gereserveerd]

Paragraaf 7.4.11.4

Vergunningplicht [Gereserveerd]

Afdeling 7.4.12

Industriële activiteiten

Paragraaf 7.4.12.1

Aanwijzen activiteit [Gereserveerd]

Paragraaf 7.4.12.2

Functiemenging [Gereserveerd]

Paragraaf 7.4.12.3

Functie op locatie [Gereserveerd]

Paragraaf 7.4.12.4

Vergunningplicht [Gereserveerd]

Hoofdstuk 8

Milieubelastende activiteiten [Gereserveerd]

Afdeling 8.1

Milieubelastende activiteiten in het algemeen [Gereserveerd]

Paragraaf 8.1.1

Algemene bepalingen [Gereserveerd]

Paragraaf 8.1.2

Geluid [Gereserveerd]

Paragraaf 8.1.3

Vergunningplichten, aanvraagvereisten en beoordelingsregels aanvraag omgevingsvergunning voor milieubelastende activiteiten [Gereserveerd]

Paragraaf 8.1.4

Aanvraagvereisten voor milieubelastende activiteiten [Gereserveerd]

Paragraaf 8.1.5

Energiebesparing en zwerfafval [Gereserveerd]

Paragraaf 8.1.6

Beheersing van hinder door licht [Gereserveerd]

Afdeling 8.2

Milieubelastende activiteiten die bedrijfstakken overstijgen [Gereserveerd]

Paragraaf 8.2.1

Algemene bepalingen [Gereserveerd]

Paragraaf 8.2.2

Afvalwaterbeheer: lozen van grondwater bij sanering of ontwatering [Gereserveerd]

Paragraaf 8.2.3

Afvalwaterbeheer: lozen van afvloeiend hemelwater dat niet afkomstig is van een bodembeschermende voorziening [Gereserveerd]

Paragraaf 8.2.4

Afvalwaterbeheer: lozen van huishoudelijk afvalwater [Gereserveerd]

Paragraaf 8.2.5

Afvalwaterbeheer: lozen van koelwater [Gereserveerd]

Paragraaf 8.2.6

Afvalwaterbeheer: lozen bij reinigen van bouwwerken [Gereserveerd]

Paragraaf 8.2.7

Afvalwaterbeheer: lozen bij opslaan en overslaan van goederen [Gereserveerd]

Paragraaf 8.2.8

Afvalwaterbeheer: lozen vanuit gemeentelijke voorzieningen voor inzameling en transport van afvalwater [Gereserveerd]

Paragraaf 8.2.9

Afvalwaterbeheer: lozen bij schoonmaken drinkwaterleidingen [Gereserveerd]

Paragraaf 8.2.10

Afvalwaterbeheer: lozen bij calamiteitenoefeningen [Gereserveerd]

Paragraaf 8.2.11

Lozen bij maken van betonmortel [Gereserveerd]

Paragraaf 8.2.12

Uitwassen van beton [Gereserveerd]

Paragraaf 8.2.13

Opwekken van elektriciteit met een windturbine [Gereserveerd]

Paragraaf 8.2.14

In werking hebben van een acculader [Gereserveerd]

Paragraaf 8.2.15

Bieden van parkeergelegenheid in een parkeergarage [Gereserveerd]

Afdeling 8.3

Milieubelastende activiteiten bij gebruiksactiviteiten [Gereserveerd]

Paragraaf 8.3.1

Milieubelastende activiteiten bij agrarische activiteiten [Gereserveerd] Subparagraaf 8.3.1.1 Algemene bepalingen [Gereserveerd] Subparagraaf 8.3.1.2 Opslaan vaste mest [Gereserveerd] Subparagraaf 8.3.1.3 Het fokken, houden of trainen van landbouwhuisdieren, andere zoogdieren of vogels [Gereserveerd] Subparagraaf 8.3.1.4 Lozen bij telen, kweken, spoelen of sorteren van gewassen [Gereserveerd] Subparagraaf 8.3.1.5 Opslaan van kuilvoer en vaste bijvoermiddelen [Gereserveerd] Subparagraaf 8.3.1.6 Wassen van motorvoertuigen [Gereserveerd]

Paragraaf 8.3.2

Milieubelastende activiteiten bij wonen [Gereserveerd] Subparagraaf 8.3.2.1 Algemene bepalingen [Gereserveerd] Subparagraaf 8.3.2.2 Kleinschalige ambachtelijke activiteiten aan huis [Gereserveerd] Subparagraaf 8.3.2.3 Kleinschalig houden van dieren aan huis [Gereserveerd] Subparagraaf 8.3.2.4 Houtstook aan huis [Gereserveerd] Subparagraaf 8.3.2.5 Wassen van motorvoertuigen [Gereserveerd] Subparagraaf 8.3.2.6 Het fokken, houden of trainen van landbouwhuisdieren, andere zoogdieren of vogels [Gereserveerd]

Paragraaf 8.3.3

Milieubelastende activiteiten bij bedrijven [Gereserveerd] Subparagraaf 8.3.3.1 Algemene bepalingen [Gereserveerd] Subparagraaf 8.3.3.2 Mechanisch bewerken van diverse materialen [Gereserveerd] Subparagraaf 8.3.3.3 Voedingsmiddelenindustrie [Gereserveerd] Subparagraaf 8.3.3.4 Slachten van dieren en bewerken van dierlijke bijproducten of, uitsnijden van vlees, vis of organen [Gereserveerd] Subparagraaf 8.3.3.5 Wassen van motorvoertuigen [Gereserveerd]

Paragraaf 8.3.4

Milieubelastende activiteiten bij horeca [Gereserveerd] Subparagraaf 8.3.4.1 Algemene bepalingen [Gereserveerd] Subparagraaf 8.3.4.2 Niet-industriële voedselbereiding [Gereserveerd] Subparagraaf 8.3.4.3 Geluid door het produceren van muziek [Gereserveerd] Subparagraaf 8.3.4.4 Wassen van motorvoertuigen [Gereserveerd]

Paragraaf 8.3.5

Milieubelastende activiteiten bij detailhandel [Gereserveerd] Subparagraaf 8.3.5.1 Algemene bepalingen [Gereserveerd] Subparagraaf 8.3.5.2 Ontwikkelen of afdrukken van fotografisch materiaal [Gereserveerd] Subparagraaf 8.3.5.3 Wassen van motorvoertuigen [Gereserveerd] Subparagraaf 8.3.5.4 Niet industriële voedselbereiding [Gereserveerd]

Paragraaf 8.3.6

Milieubelastende activiteiten bij sport [Gereserveerd] Subparagraaf 8.3.6.1 Algemene bepalingen [Gereserveerd] Subparagraaf 8.3.6.2 Bieden van gelegenheid voor het beoefenen van sport in de buitenlucht [Gereserveerd] Subparagraaf 8.3.6.3 Wassen van motorvoertuigen [Gereserveerd] Subparagraaf 8.3.6.4 Niet-industriële voedselbereiding [Gereserveerd]

Paragraaf 8.3.7

Milieubelastende activiteiten bij maatschappelijk en cultureel [Gereserveerd] Subparagraaf 8.3.7.1 Algemene bepalingen [Gereserveerd] Subparagraaf 8.3.7.3 Wassen van motorvoertuigen [Gereserveerd] Subparagraaf 8.3.7.4 Ontwikkelen of afdrukken van fotografisch materiaal [Gereserveerd] Subparagraaf 8.3.7.5 Niet-industriële voedselbereiding [Gereserveerd] Subparagraaf 8.3.7.6 Het fokken, houden of trainen van landbouwhuisdieren, andere zoogdieren of vogels [Gerserveerd]

Paragraaf 8.3.8

Milieubelastende activiteiten bij evenementen [Gereserveerd] Subparagraaf 8.3.8.1 Algemene bepalingen [Gereserveerd] Subparagraaf 8.3.8.2 Wassen van motorvoertuigen [Gereserveerd] Subparagraaf 8.3.8.3 Ontwikkelen of afdrukken van fotografisch materiaal [Gereserveerd] Subparagraaf 8.3.8.4 Niet-industriële voedselbereiding [Gereserveerd]

Paragraaf 8.3.9

Milieubelastende activiteiten bij kantoren [Gereserveerd] Subparagraaf 8.3.9.1 Algemene bepalingen [Gereserveerd] Subparagraaf 8.3.9.2 Wassen van motorvoertuigen [Gereserveerd] Subparagraaf 8.3.9.3 Ontwikkelen of afdrukken van fotografisch materiaal [Gereserveerd] Subparagraaf 8.3.9.4 Niet-industriële voedselbereiding [Gereserveerd]

Paragraaf 8.3.10

Milieubelastende activiteiten bij recreatie [Gereserveerd] Subparagraaf 8.3.10.1 Algemene bepalingen [Gereserveerd] Subparagraaf 8.3.10.2 Wassen van motorvoertuigen [Gereserveerd] Subparagraaf 8.3.10.3 Niet-industriële voedselbereiding [Gereserveerd]

Paragraaf 8.3.11

Milieubelastende activiteiten bij consumentgebonden dienstverlening [Gereserveerd] Subparagraaf 8.3.11.1 Algemene bepalingen [Gereserveerd] Subparagraaf 8.3.11.2 Wassen van motorvoertuigen [Gereserveerd] Subparagraaf 8.3.11.3 Ontwikkelen of afdrukken van fotografisch materiaal [Gereserveerd] Subparagraaf 8.3.11.4 Niet-industriële voedselbereiding [Gereserveerd]

Paragraaf 8.3.12

Milieubelastende activiteiten bij industrie Subparagraaf 8.3.12.1 Algemene bepalingen [Gereserveerd] Subparagraaf 8.3.12.2 Mechanisch bewerken van diverse materialen [Gereserveerd] Subparagraaf 8.3.12.3 Voedingsmiddelenindustrie [Gereserveerd] Subparagraaf 8.3.12.4 Slachten van dieren en bewerken van dierlijke bijproducten of, uitsnijden van vlees, vis of organen [Gereserveerd] Subparagraaf 8.3.12.5 Wassen van motorvoertuigen [Gereserveerd]

Hoofdstuk 9

Beheer en onderhoud [Gereserveerd]

Afdeling 9.1

Onderhouds- en instandhoudingsverplichtingen [Gereserveerd]

Paragraaf 9.1.1

Algemene bepalingen [Gereserveerd]

Paragraaf 9.1.2

Klimaatadaptatie [Gereserveerd]

Paragraaf 9.1.3

Nazorg na saneren van de bodem of bij tijdelijke beschermingsmaatregelen [Gereserveerd]

Paragraaf 9.1.4

Instandhouding woningbouwcategorieën [Gereserveerd]

Paragraaf 9.1.5

Instandhoudingsverplichting geluidbeperkende maatregelen [Gereserveerd]

Paragraaf 9.1.6

Instandhoudingsverplichting parkeren op eigen terrein [Gereserveerd]

Paragraaf 9.1.7

Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente [Gereserveerd]

Afdeling 9.2

Gedoogplichten [Gereserveerd]

Hoofdstuk 10

Financiële bepalingen [Gereserveerd]

Afdeling 10.1

Kostenverhaal [Gereserveerd]

Afdeling 10.2

Nadeelcompensatie [Gereserveerd]

Hoofdstuk 11

Procesregels [Gereserveerd]

Afdeling 11.1

Voorbereiding van besluiten [Gereserveerd]

Afdeling 11.2

Gemeentelijke projecten van publiek belang [Gereserveerd]

Afdeling 11.3

Advisering [Gereserveerd]

Paragraaf 11.3.1

Advisering waterbeheerder [Gereserveerd]

Paragraaf 11.3.2

Advisering cultureel erfgoed [Gereserveerd]

Paragraaf 11.3.3

Advisering ruimtelijke kwaliteit [Gereserveerd]

Paragraaf 11.3.4

Advisering veiligheid [Gereserveerd]

Paragraaf 11.3.5

Advisering gezondheid [Gereserveerd]

Afdeling 11.4

Maatschappelijk draagvlak [Gereserveerd]

Hoofdstuk 12

Handhaving [Gereserveerd]

Afdeling 12.1

Kwaliteit uitvoering en handhaving [Gereserveerd]

Paragraaf 12.1.1

Algemene bepalingen [Gereserveerd]

Paragraaf 12.1.2

Kwaliteit [Gereserveerd]

Afdeling 12.2

Strafbepalingen [Gereserveerd]

Afdeling 12.3

Aanwijzing toezichthouders [Gereserveerd]

Afdeling 12.4

Andere bestuursorganen [Gereserveerd]

Hoofdstuk 13

Monitoring en informatie [Gereserveerd]

Afdeling 13.1

Monitoring [Gereserveerd]

Paragraaf 13.1.1

Cultureel erfgoed [Gereserveerd]

Paragraaf 13.1.2

Woningbouwcategorieën [Gereserveerd]

Afdeling 13.2

Informatie [Gereserveerd]

Hoofdstuk 14

Overgangsrecht [Gereserveerd]

Afdeling 14.1

Overgangsrecht algemeen [Gereserveerd]

Paragraaf 14.1.1

Lopende procedures en beschikkingen [Gereserveerd]

Paragraaf 14.1.2

Eerbiedigende werking [Gereserveerd]

Paragraaf 14.1.3

Uitgestelde werking [Gereserveerd]

Paragraaf 14.1.4

Reken- en meetvoorschriften bestaande activiteiten [Gereserveerd]

Paragraaf 14.1.5

Overgangsrecht bestaande omgevingsbelastingen [Gereserveerd]

Paragraaf 14.1.6

Overgangsrecht bestaande bouwwerken [Gereserveerd]

Paragraaf 14.1.7

Overgangsrecht bestaande gebruiksactiviteiten [Gereserveerd]

Afdeling 14.2

Overgangsrecht milieubelastende activiteiten [Gereserveerd]

Paragraaf 14.2.1

Geluid [Gereserveerd]

Paragraaf 14.2.2

Geur [Gereserveerd]

Paragraaf 14.2.3

Trillingen [Gereserveerd]

Hoofdstuk 15

[Gereserveerd]

Hoofdstuk 16

[Gereserveerd]

Hoofdstuk 17

[Gereserveerd]

Hoofdstuk 18

[Gereserveerd]

Hoofdstuk 19

[Gereserveerd]

Hoofdstuk 20

Regels activiteiten in de transitiefase

Afdeling 20.1

Bodem- en milieuregels

Artikel 20.1Aanwijzing zettingsgevoelig gebied

Het zettingsgevoelig gebied van de gemeente is in het geografische informatieobject Zettingsgevoelig gebied opgenomen.

Artikel 20.2Toepassingsbereik

Deze afdeling is van toepassing op activiteiten waarbij afvalwater wordt geleid door een olieafscheider in een zettingsgevoelig gebied.

Artikel 20.3Plaatsen peilbuis

1.

In de directe nabijheid van een olieafscheider als bedoeld in Artikel 20.2 wordt een peilbuis geplaatst.

2.

De peilbuis wordt geplaatst door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 2000 of een certificatie-instantie of inspectie-instantie met een erkenning bodemkwaliteit voor AS SIKB 2000.

3.

De positie van de peilbuis wordt bepaald aan de hand van: a. de opbouw en samenstelling van de bodem; b. de stand en stromingsrichting van het grondwater; en c. de aanwezigheid en invloed van een oppervlaktewaterlichaam en grondwateronttrekkingsactiviteiten.

4.

De peilbuis is horizontaal op een afstand van minder dan 2 m gelegen van de influentzijde van de olieafscheider, of op de kortste redelijkerwijze afstand.

5.

De peilbuis wordt snijdend met de grondwaterspiegel geplaatst.

Artikel 20.4Bemonsteren peilbuis

1.

Een peilbuis wordt uiterlijk binnen 2 maanden na plaatsing bemonsterd.

2.

Na de eerste bemonstering als bedoeld in het eerste lid, wordt de peilbuis ten minste eenmaal per twee jaar bemonsterd.

3.

De bemonstering als bedoeld in het eerste en tweede lid, vindt plaats door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 2000 of een certificatie-instantie of inspectie-instantie met een erkenning bodemkwaliteit voor AS SIKB 2000.

4.

De monsters worden onderzocht door een laboratorium met een erkenning bodemkwaliteit voor AS SIKB 3000.

5.

De monsters worden onderzocht op aanwezigheid van: a. minerale oliecomponenten volgens NEN-EN-ISO 9377-2; en b. vluchtige aromaten volgens NEN-EN-ISO 15680.

6.

Het bevoegd gezag ontvangt uiterlijk binnen een maand na de bemonstering een rapportage.

7.

De rapportage moet voldaan aan een verslag als bedoeld in de NEN 5740.

8.

De resultaten van de bemonstering worden ook verstrekt in het bestandsformaat XML conform de vigerende versie van het protocol SIKB0101.

Artikel 20.5Nader onderzoek

1.

Als uit de resultaten van de bemonstering blijkt dat het grondwater is verontreinigd tot boven de waarden voor nader onderzoek bedoeld in tabel 1, wordt binnen 2 maanden een nader onderzoek uitgevoerd naar de omvang van de verontreiniging.

Tabel 1 Waarden voor nader onderzoek Stof Waarden voor nader onderzoek in µg/l Benzeen 15,1 Ethylbenzeen 77 Tolueen 504 Xylenen (som) 35,1 Naftaleen 35 Minerale olie 325 2.

Het nader onderzoek voldoet aan de NTA 5755 3.

Het veldwerk wordt verricht door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 2000 of een certificatie-instantie of inspectie-instantie met een erkenning bodemkwaliteit voor AS SIKB 2000.

4.

De laboratoriumanalyse wordt verricht door een laboratorium of inspectie-instantie met een erkenning bodemkwaliteit voor AS 3000.

5.

Het bevoegd gezag ontvangt uiterlijk binnen een maand na het nader onderzoek een rapportage.

6.

De rapportage moet voldaan aan een rapportage als bedoeld in de NTA 5755.

7.

De resultaten van de bemonstering worden ook verstrekt in het bestandsformaat XML conform de vigerende versie van het protocol SIKB0101.

Artikel 20.6Herstelplicht

1.

Als de bodem door een activiteit als bedoeld in Artikel 20.2 is verontreinigd, wordt uiterlijk zes maanden na het toezenden van de rapportage nader onderzoek, bedoeld in Artikel 20.5 de bodemkwaliteit hersteld tot: a. de bodemkwaliteit en grondwaterkwaliteit, die is vastgesteld in een rapport volgens NEN 5740 dat is opgesteld voor het begin van de activiteit; b. de bodemkwaliteit van de locatie waarop de activiteit is verricht, zoals die is vastgesteld op een bodemkwaliteitskaart als bedoeld in artikel 25c, derde lid, van het Besluit bodemkwaliteit; of c. de kwaliteitsklasse landbouw/ natuur, bedoeld in artikel 25d, van het Besluit bodemkwaliteit.

2.

Het herstel wordt verricht door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 7000.

3.

Het bevoegd gezag wordt ten hoogste vijf dagen voor het begin van de herstelwerkzaamheden geïnformeerd over de begindatum.

4.

Het bevoegd gezag wordt ten hoogste vijf dagen na beëindiging van de herstelwerkzaamheden geïnformeerd over de einddatum.

5.

Ten hoogste vier weken na beëindiging van de herstelwerkzaamheden worden aan het bevoegd gezag gegevens en bescheiden verstrekt in de vorm van een evaluatieverslag volgens BRL SIKB 6000 dat in ieder geval de volgende gegevens bevat: a. de resultaten van de milieukundige begeleiding, bestaande uit het onderdeel processturing met daarbij in ieder geval een opsomming van bijzondere omstandigheden die zich hebben voorgedaan tijdens de herstelwerkzaamheden; en b. de resultaten van de milieukundige begeleiding, bestaande uit het onderdeel verificatie van het eindresultaat van de herstelwerkzaamheden.

Artikel 20.7Onderhoud olieafscheider

De olieafscheider wordt onderhouden en geïnspecteerd conform NEN-EN 858-2:2003.

Afdeling 20.2

Nota Bodembeheer

Artikel 20.8Toepassingsbereik

Deze afdeling is van toepassing op het op of in de bodem toepassen van grond of baggerspecie als bedoeld in paragraaf 4.124 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

Artikel 20.9Maatwerk kwaliteitseisen toepassen grond en baggerspecie

In afwijking van de kwaliteitseisen in artikel 4.1272 van het Besluit activiteiten leefomgeving gelden de kwaliteitseisen zoals vastgesteld in de Nota bodembeheer Midden-Holland 2023.

Artikel 20.10Maatwerk kwaliteitseisen verspreiden grond en baggerspecie

In afwijking van de kwaliteitseisen in artikel 4.1278 van het Besluit activiteiten leefomgeving gelden de kwaliteitseisen zoals vastgesteld in de Nota bodembeheer Midden-Holland 2023.

Afdeling 20.3

Vetafscheider

Artikel 20.11Toepassingsbereik

1.

Deze afdeling is van toepassing op het bereiden van voedingsmiddelen met: a. keukenapparatuur; b. grootkeukenapparatuur; c. een of meer bakkerijovens die chargegewijs worden beladen; of d. een of meer bakkerijovens die continu worden beladen met een nominaal vermogen of een aansluitwaarde van ten hoogste 100 kW.

2.

Deze afdeling is niet van toepassing op de voedingsmiddelenindustrie zoals bedoeld in artikel 3.128 van het Besluit activiteiten leefomgeving, tenzij daar ook voedingsmiddelen worden bereid voor personen die werken op de locatie waarop de activiteit wordt verricht.

Artikel 20.12Afvalwater

1.

Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater wordt het te lozen afvalwater afkomstig van het bereiden van voedingsmiddelen geloosd in een vuilwaterriool.

2.

Als niet in een vuilwaterriool kan worden geloosd, kan het afvalwater op de bodem worden geloosd, als het afvalwater gezamenlijk met huishoudelijk afvalwater wordt geloosd en de voorzieningen voor het zuiveren van huishoudelijk afvalwater zijn berekend op het zuiveren van het afvalwater afkomstig van het bereiden van voedingsmiddelen.

3.

Afvalwater dat afvalstoffen bevat, die door versnijdende of vermalende apparatuur zijn versneden of vermalen, wordt niet geloosd.

4.

Afvalwater dat afkomstig is van een voertuig of andere mobiele installatie waarin voedsel wordt bereid, wordt niet geloosd.

5.

Vethoudend afvalwater dat wordt geloosd, wordt voor vermenging met ander afvalwater geleid door: a. een vetafscheider en slibvangput die voldoet aan NEN-EN 1825-1 en NEN-EN 1825-2 en met een capaciteit van ten minste 2 l/s; of b. een vetafscheider en slibvangput die zijn geplaatst voor 14 september 2004 en zijn afgestemd op de hoeveelheid afvalwater die wordt geloosd.

6.

In afwijking van NEN-EN 1825-1 en NEN-EN 1825-2 kan met een lagere frequentie van het legen en reinigen dan daar vermeld worden volstaan als dit geen nadelige gevolgen heeft voor het doelmatig functioneren van de vetafscheider.

7.

Bewijzen van het legen en reinigen van de vetafscheider en slibvangput worden gedurende ten minste 5 jaar bewaard.

Artikel 20.13Informatieplicht

1.

Ten minste vier weken voor het begin van een activiteit als bedoeld in Artikel 20.11, eerste lid worden aan het college de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. informatie over de aard en omvang van de activiteit en de aard en omvang van de daarbij behorende processen; b. gegevens over de indeling van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, waarbij het volgende wordt aangegeven:

1.de grenzen van het terrein;
2.de ligging en de indeling van de gebouwen;
3.het gebruik van de te onderscheiden ruimten;
4.de ligging van de bedrijfsriolering; en 5. de plaats van de lozingspunten; c. een situatietekening met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de activiteit is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl; en d. gegevens over de verwachte datum van het begin van de activiteit.

2.

Ten minste vier weken voordat de activiteit wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college.

3.

Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op het bereiden van voedingsmiddelen voor personen die wonen of werken op de locatie waarop de activiteit wordt verricht.

Artikel 20.14Maatwerkvoorschrift

1.

Bij maatwerkvoorschrift kan, in afwijking van Artikel 20.12, vierde lid, toegestaan worden dat afvalwater dat afkomstig is van een voertuig of andere mobiele installatie waarin voedsel wordt bereid, wordt geloosd op het vuilwaterriool.

2.

Bij maatwerkvoorschrift kan, in afwijking van Artikel 20.12, vijfde lid, toegestaan worden dat afvalwater wordt geloosd zonder een vetafscheider en slibvangput, indien gelet op het vetgehalte in het te lozen afvalwater in combinatie met de hoeveelheid te lozen afvalwater, het lozen geen nadelige gevolgen heeft voor de doelmatige werking van de voorzieningen voor het beheer van afvalwater.

Afdeling 20.4

Terugplaatsen grond bij werk in kabel- en leidingentracés

Artikel 20.15Toepassingsbereik

Deze afdeling is van toepassing op het tijdelijk uitnemen van grond bij werkzaamheden ten behoeve van kabels en leidingen (inclusief rioleringen) tot een diepte van 2 meter beneden maaiveld.

Artikel 20.16Terugplaatsen grond bij werk in kabel- en leidingentracés

1.

In afwijking van artikel 4.1222a eerste lid van het Besluit activiteiten leefomgeving, hoeft bij een activiteit, bedoeld in Artikel 20.15, grond na het tijdelijk uitnemen van die grond niet in hetzelfde ontgravingsprofiel te worden teruggebracht.

2.

In afwijking van artikel 4.1230a eerste lid van het Besluit activiteiten leefomgeving, hoeft bij een activiteit, bedoeld in Artikel 20.15 grond na het tijdelijk uitnemen van die grond niet in hetzelfde ontgravingsprofiel te worden teruggebracht.

Afdeling 20.5

Wijzigen van het gebruik waardoor een bodemgevoelige locatie ontstaat

Artikel 20.17Toepassingsbereik

1.

Deze afdeling is van toepassing op het wijzigen van het gebruik van een locatie waardoor een bodemgevoelige locatie, bedoeld in artikel 5.89h van het Besluit kwaliteit leefomgeving, ontstaat.

2.

Deze afdeling is niet van toepassing voor zover daarin is voorzien in Afdeling 22.2.

Artikel 20.18Informatieplicht

Ten minste vier weken voor het wijzigen van het gebruik zoals bedoeld in Artikel 20.17 worden aan het bevoegd gezag de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een voorafgaand bodemonderzoek, bedoeld in afdeling 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving; b. als de waarde voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem wordt overschreden: gegevens en bescheiden die aannemelijk maken dat een sanerende of andere beschermende maatregel wordt getroffen.

Artikel 20.19Kwaliteitseisen bodemkwaliteit

In het kader van het evenwichtig toedelen van functies aan locaties en ter bescherming van de gezondheid wordt een bodemgevoelige locatie uitsluitend toegestaan als de bodemkwaliteit voldoet aan de toelaatbare kwaliteit van de bodem, bedoeld in Artikel 22.30, of als uit de gegevens en bescheiden blijkt dat het aannemelijk is dat sanerende of beschermende maatregelen worden getroffen waardoor gezondheidsrisico’s worden weggenomen.

Artikel 20.20In gebruik nemen bodemgevoelige locatie bij overschrijding

Een bodemgevoelige locatie wordt pas in gebruik genomen nadat sanerende of beschermende maatregelen, als bedoeld in paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving, zijn getroffen en het bevoegd gezag daarover is geïnformeerd.

Afdeling 20.6

XML

Artikel 20.21Toepassingsbereik

Deze afdeling is van toepassing op activiteiten waar de regels gelden over: a.

Het eindonderzoek bodem, als bedoeld in afdeling 5.2.1 van het Besluit activiteiten leefomgeving; en b.

Het voorafgaand bodemonderzoek, als bedoeld in afdeling 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

Artikel 20.22Aanleveren onderzoeksgegevens

De resultaten van een bodemonderzoek, als bedoeld in Artikel 20.21, worden verstrekt in het bestandformaat XML conform de vigerende versie van het protocol SIKB0101.

Hoofdstuk 21

Ontwikkelingen in de transitiefase [gereserveerd]

Hoofdstuk 22

Activiteiten

Afdeling 22.1

Algemeen

Artikel 22.1Voorrangsbepaling

1.

De regels in Afdeling 22.2, met uitzondering van Subparagraaf 22.2.7.3, en Afdeling 22.3 zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet.

2.

De regels in Afdeling 22.3 zijn niet van toepassing op een milieubelastende activiteit die als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover voorschriften zijn verbonden aan: a. een voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet onherroepelijke omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit; b. een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet en na de inwerkingtreding van die wet onherroepelijk wordt.

Artikel 22.2Overgangsrecht: gemeentelijke monumenten en voorbeschermde gemeentelijke monumenten

1.

Voor de toepassing van het Artikel 22.28, eerste lid en Artikel 22.28, tweede lid, Artikel 22.38, Artikel 22.287, Artikel 22.288, Artikel 22.290 tot en met Artikel 22.293 en Artikel 22.295 wordt onder gemeentelijk monument respectievelijk voorbeschermd gemeentelijk monument ook verstaan een monument of archeologisch monument dat op grond van een gemeentelijke verordening is aangewezen respectievelijk waarop, voordat het is aangewezen, die verordening van overeenkomstige toepassing is.

2.

Het eerste lid is van toepassing: a. als het gaat om een aangewezen monument of archeologisch monument: zolang in dit omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven; en b. als het gaat om een monument of archeologisch monument waarop voordat het is aangewezen de verordening van overeenkomstige toepassing is: zolang in dit omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven of dit omgevingsplan geen voorbeschermingsregel bevat vanwege het voornemen om die functie-aanduiding te geven.

Artikel 22.3Overgangsrecht: rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten

Het Artikel 22.28, derde lid, en Artikel 22.38, aanhef en onder b, zijn van overeenkomstige toepassing op een activiteit als bedoeld in die artikelonderdelen die wordt verricht op een locatie waarvoor een op grond van artikel 4.35, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet als instructie geldende aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de Monumentenwet 1988 zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Erfgoedwet van kracht is, zolang in dit omgevingsplan aan die locatie nog niet de functie-aanduiding rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht is gegeven.

Afdeling 22.2

Activiteiten met betrekking tot bouwwerken, open erven en terreinen

Paragraaf 22.2.1

Algemene bepalingen

Artikel 22.4Maatwerkvoorschriften

1.

Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over deze afdeling, met uitzondering van bepalingen over meet- en rekenmethoden.

2.

Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van de artikelen in deze afdeling.

Paragraaf 22.2.2

Verrichten van bouw- en sloopwerkzaamheden

Artikel 22.5Uitzetten rooilijnen, bebouwingsgrenzen en straatpeil

Met het bouwen van een bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit of een omgevingsplanactiviteit is verleend wordt, onverminderd de aan de vergunning verbonden voorschriften, niet begonnen voordat voor zover nodig: a. de rooilijnen of bebouwingsgrenzen op het bouwterrein zijn uitgezet; en b. het straatpeil is uitgezet.

Artikel 22.6Vervallen

Vervallen

Paragraaf 22.2.3

Bouwen en in stand houden van bouwwerken

Artikel 22.7Repressief welstand

Vervallen

Artikel 22.8Aansluiting op distributienet voor elektriciteit

1.

Met het oog op het waarborgen van de veiligheid is een voorziening voor het afnemen en gebruiken van elektriciteit in een bouwwerk aangesloten op het distributienet voor elektriciteit als de aansluitafstand niet groter is dan 100 m of groter is dan 100 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 100 m.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op het bouwen van een woonfunctie voor particulier eigendom of een drijvend bouwwerk.

Artikel 22.9Aansluiting op distributienet voor gas

1.

Met het oog op het waarborgen van de veiligheid is een voorziening voor het afnemen en gebruiken van gas in een bouwwerk aangesloten op het distributienet voor gas als: a. artikel 10, zesde lid, onder a of b, van de Gaswet op de aansluiting van toepassing is; en b. de aansluitafstand niet groter is dan 40 m of groter is dan 40 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 m.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op het bouwen van een woonfunctie voor particulier eigendom of een drijvend bouwwerk.

Artikel 22.10Aansluiting op distributienet voor warmte

1.

Met het oog op het waarborgen van de veiligheid en de energiezuinigheid en de bescherming van het milieu is een te bouwen bouwwerk met een of meer verblijfsgebieden aangesloten op het in het warmteplan bedoelde distributienet voor warmte als: a. het in het warmteplan geplande aantal aansluitingen op het distributienet op het moment van de indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit met betrekking tot een bouwwerk nog niet is bereikt; en b. de aansluitafstand niet groter is dan 40 m of groter is dan 40 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 m.

2.

Een gelijkwaardige maatregel voor een aansluiting op het distributienet voor warmte heeft ten minste dezelfde mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu als wordt bereikt met de in het warmteplan voor die aansluiting opgenomen mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu.

3.

Onverminderd het vierde lid, zijn het eerste en tweede lid niet van toepassing op het bouwen van een woonfunctie voor particulier eigendom of een drijvend bouwwerk.

4.

Als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet op grond van artikel 9.2, tiende lid, van het Bouwbesluit 2012 voor een gebied een aansluitplicht op het distributienet voor warmte geldt, blijft die aansluitplicht voor dat gebied van toepassing.

Artikel 22.11Aansluiting op distributienet voor drinkwater

Met het oog op het beschermen van de gezondheid is een voorziening voor het afnemen en gebruiken van drinkwater in een bouwwerk aangesloten op het distributienet voor drinkwater als de aansluitafstand niet groter is dan 40 m of groter is dan 40 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 m.

Artikel 22.12Aansluiting van afvoer huishoudelijk afvalwater en hemelwater

1.

Met het oog op het beschermen van de gezondheid ligt een ondergrondse doorvoer van een voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater door een uitwendige scheidingsconstructie van een bouwwerk zoveel mogelijk haaks op de scheidingsconstructie.

2.

De gebouwaansluiting van een voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater op de op het eigen erf of terrein gelegen riolering of een andere voorziening voor afvoer van afvalwater is zodanig dat bij zetting de dichtheid van de aansluiting en de afvoer gehandhaafd blijft.

3.

Een terreinleiding waardoor huishoudelijk afvalwater wordt geleid: a. heeft geen vernauwing in de stroomrichting; b. heeft een vloeiend beloop; c. is waterdicht; d. heeft een voldoende inwendige middellijn; en e. bevat geen beer- of rottingput.

4.

Bij maatwerkvoorschrift als bedoeld in Artikel 22.4 kan in ieder geval worden bepaald: a. als voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater een openbaar vuilwaterriool of een ander passend systeem als bedoeld in artikel 2.16, derde lid, van de Omgevingswet aanwezig is waarop kan worden aangesloten: op welke plaats, op welke hoogte en met welke inwendige middellijn de voor aansluiting van een voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater op dat riool of systeem noodzakelijke perceelaansluitleiding bij de gevel van het bouwwerk of de grens van het erf of terrein wordt aangelegd; b. als voor de afvoer van hemelwater een openbaar hemelwaterstelsel of een openbaar vuilwaterriool aanwezig is waarop kan worden aangesloten, en hemelwater op dat stelsel of riool mag worden gebracht: op welke plaats, op welke hoogte en met welke inwendige middellijn de voor aansluiting van een voorziening voor de afvoer van hemelwater op dat stelsel of riool noodzakelijke perceelaansluitleiding bij de gevel van het bouwwerk of de grens van het erf of terrein wordt aangelegd; en c. of, en zo ja welke voorzieningen in de afvoervoorziening of de op het erf of terrein gelegen riolering moeten worden aangebracht om het functioneren van de afvoervoorzieningen, naburige aansluitingen en de openbare voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater te waarborgen.

Artikel 22.13Bluswatervoorziening

1.

Met het oog op het waarborgen van de veiligheid heeft een bouwwerk een toereikende bluswatervoorziening, tenzij de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk dat niet vereist.

2.

De afstand tussen de bluswatervoorziening en een brandweeringang als bedoeld in artikel 3.129 of 4.226 van het Besluit bouwwerken leefomgeving of, als deze niet aanwezig is, een toegang van het bouwwerk is ten hoogste 40 m.

3.

De bluswatervoorziening is onbeperkt toegankelijk voor bluswerkzaamheden.

Artikel 22.14Bereikbaarheid bouwwerk voor hulpverleningsdiensten

1.

Met het oog op het waarborgen van de veiligheid ligt tussen de openbare weg en ten minste een toegang van een gebouw of ander bouwwerk voor het verblijven van personen een verbindingsweg die geschikt is voor voertuigen van de brandweer en andere hulpverleningsdiensten.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing: a. op een gebruiksfunctie met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 1.000 m2 en een vuurbelasting van ten hoogste 500 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090; b. op een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m2; c. op een lichte industriefunctie alleen voor het bedrijfsmatig telen, kweken of opslaan van gewassen of daarmee vergelijkbare producten, met een permanente vuurbelasting van ten hoogste 150 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090; d. als de toegang van het bouwwerk op ten hoogste 10 m van een openbare weg ligt; of e. als de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk geen verbindingsweg vereist.

3.

Tenzij elders in dit omgevingsplan of een gemeentelijke verordening anders bepaald, heeft een verbindingsweg: a. een breedte van ten minste 4,5 m; b. een verharding over een breedte van ten minste 3,25 m die geschikt is voor motorvoertuigen met een massa van ten minste 14.600 kilogram; c. een vrijgehouden hoogte boven de kruin van de weg van ten minste 4,2 m; en d. een doeltreffende afwatering.

4.

Een verbindingsweg is over de voorgeschreven hoogte en breedte, bedoeld in het derde lid, vrijgehouden voor voertuigen van de brandweer en andere hulpverleningsdiensten.

5.

Hekwerken die een verbindingsweg afsluiten, kunnen door hulpdiensten snel en gemakkelijk worden geopend of worden ontsloten met een systeem dat in overleg met het bevoegd gezag is bepaald.

Artikel 22.15Opstelplaatsen voor brandweervoertuigen

1.

Met het oog op het waarborgen van de veiligheid zijn bij een bouwwerk voor het verblijven van personen zodanige opstelplaatsen voor brandweervoertuigen dat een doeltreffende verbinding tussen die voertuigen en de bluswatervoorziening kan worden gelegd.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing: a. op een gebruiksfunctie met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 1.000 m2 en een vuurbelasting van ten hoogste 500 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090; b. op een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m2; c. op een lichte industriefunctie alleen voor het bedrijfsmatig telen, kweken of opslaan van gewassen of daarmee vergelijkbare producten, met een permanente vuurbelasting van ten hoogste 150 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090; of d. als de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk geen opstelplaatsen vereist.

3.

De afstand tussen een opstelplaats en een brandweeringang als bedoeld in artikel 3.129 of 4.226 van het Besluit bouwwerken leefomgeving of, als deze niet aanwezig is, een toegang van het bouwwerk is ten hoogste 40 m.

4.

Een opstelplaats voor brandweervoertuigen is over de hoogte en breedte, bedoeld in Artikel 22.14, derde lid, vrijgehouden voor brandweervoertuigen.

5.

Hekwerken die een opstelplaats afsluiten, kunnen door hulpdiensten snel en gemakkelijk worden geopend of worden ontsloten met een systeem dat in overleg met het bevoegd gezag is bepaald.

Paragraaf 22.2.4

Gebruik van bouwwerken

Artikel 22.16Overbewoning woonruimte

1.

Met het oog op het beschermen van de gezondheid van de bewoners: a. wordt een woning niet bewoond door meer dan een persoon per 12 m2 gebruiksoppervlakte; en b. wordt een woonwagen niet bewoond door meer dan een persoon per 6 m2 gebruiksoppervlakte.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op woonruimte waarin door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers opvang aan asielzoekers wordt geboden.

Artikel 22.17Bouwvalligheid nabijgelegen bouwwerk

Met het oog op het waarborgen van de veiligheid wordt een bouwwerk niet gebruikt als door of namens het bevoegd gezag is medegedeeld dat het gebruik in verband met bouwvalligheid van een in de nabijheid gelegen bouwwerk gevaarlijk is.

Artikel 22.18Specifieke zorgplicht gebruik bouwwerk

1.

Degene die een bouwwerk gebruikt en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat dit gebruik tot gevaar voor de gezondheid of veiligheid kan leiden, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om dat gevaar te voorkomen of niet te laten voortduren.

2.

Degene die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn handelen of nalaten in, op of aan een bouwwerk overlast of hinder veroorzaakt of kan veroorzaken voor de omgeving, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die overlast of hinder te voorkomen of niet te laten voortduren. Het gaat daarbij in elk geval om overlast of hinder door: a. het op hinderlijke wijze verspreiden van rook, roet, walm, stof, stank, vocht of irriterend materiaal; b. het veroorzaken van overlast door geluid, trilling, dieren of verontreiniging; en c. het nalaten van het normale onderhoud waardoor het bouwwerk zich niet in een zindelijke staat bevindt.

3.

Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik van bouwwerken, bedoeld in afdeling 6.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving.

Paragraaf 22.2.5

In stand houden en gebruiken van open erven en terreinen

Artikel 22.19Aanwezigheid brandgevaarlijke stoffen nabij bouwwerken

1.

Op een open erf of terrein nabij een bouwwerk is geen brandgevaarlijke stof als bedoeld in tabel 22.2.1 aanwezig.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing als: a. de in tabel 22.2.1 aangegeven toegestane hoeveelheid per stof niet wordt overschreden, waarbij de totale toegestane hoeveelheid stoffen 100 kilogram of liter is; b. de stof deugdelijk is verpakt, waarbij:

1.de verpakking tegen normale behandeling bestand is;
2.de verpakking is voorzien van een adequate gevaarsaanduiding; en 3. geen inhoud onvoorzien uit de verpakking kan ontsnappen; en c. de stof wordt gebruikt met inachtneming van de op de verpakking aangegeven gevaarsaanduidingen.

3.

Het eerste lid is niet van toepassing op: a. brandstof in het reservoir van een verbrandingsmotor; b. brandstof in een verlichtings-, verwarmings- of ander warmteontwikkelend toestel; c. voor consumptie bestemde alcoholhoudende dranken; d. gasflessen tot een totale waterinhoud van 115 liter; e. dieselolie, gasolie of lichte stookolie met een vlampunt tussen de 61 °C en 100 °C tot een totale hoeveelheid van 1.000 liter; en f. brandgevaarlijke stoffen voor zover de aanwezigheid daarvan op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving of een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is toegestaan.

4.

Bij het berekenen van de toegestane hoeveelheid, bedoeld in het tweede lid, onder a, wordt een aangebroken verpakking als een volle meegerekend.

5.

In afwijking van het derde lid, aanhef en onder e, is de aanwezigheid van meer dan 1.000 liter van een oliesoort als bedoeld in dat onderdeel toegestaan als die oliesoort op zodanige wijze wordt opgeslagen en gebruikt dat het ontstaan van een brandgevaarlijke situatie en de ontwikkeling van brand voldoende worden voorkomen.

Tabel 22.2.1 Brandgevaarlijke stoffen ADR-klasse 1 Omschrijving Verpakkingsgroep Toegestane maximum hoeveelheid 2UN 1950 spuitbussen & UN 2037 houders, klein, gas Gassen zoals propaan, zuurstof, acetyleen, aerosolen (spuitbussen) n.v.t.

50 kg 3 Brandbare vloeistoffen zoals bepaalde oplosmiddelen en aceton II 25 liter 3 excl. dieselolie, gasolie of lichte stookolie met een vlampunt tussen 61°C en 100°C Brandbare vloeistoffen zoals terpentine en bepaalde inkten III 50 liter 4.1, 4.2, 4.3 4.1: brandbare vaste stoffen, zelfontledende vaste stoffen en vaste ontplofbare stoffen in niet-explosieve toestand zoals wrijvingslucifers, zwavel en metaalpoeders4.2: voor zelfontbranding vatbare stoffen zoals fosfor (wit of geel) en diethylzink4.3: stoffen die in contact met water brandbare gassen ontwikkelen zoals magnesiumpoeder, natrium en calciumcarbide II en III 50 kg 5.1 Brandbevorderende stoffen zoals waterstofperoxide II en III 50 liter 5.2 Organische peroxiden zoals dicumyl peroxide en dipropionyl peroxide n.v.t.

1 liter 1 Classificatie volgens de Europese overeenkomst van 30 september 1957 betreffende het internationaal vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg (Trb. 1959, 171).

Artikel 22.20Specifieke zorgplicht staat en gebruik open erven en terreinen

1.

De eigenaar of degene die uit anderen hoofde bevoegd is tot het treffen van voorzieningen aan het open erf of terrein en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat de staat van het open erf of terrein tot gevaar voor de gezondheid of de veiligheid kan leiden, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om dat gevaar te voorkomen of niet te laten voortduren.

2.

Degene die een open erf of terrein gebruikt en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat dit gebruik tot gevaar voor de gezondheid of de veiligheid kan leiden, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om dat gevaar te voorkomen of niet te laten voortduren.

3.

Degene die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn handelen of nalaten op een open erf of terrein overlast of hinder veroorzaakt of kan veroorzaken voor de omgeving, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die overlast of hinder te voorkomen of niet te laten voortduren. Het gaat daarbij in elk geval om overlast of hinder door: a. het op hinderlijke wijze verspreiden van rook, roet, walm, stof, stank, vocht of irriterend materiaal; b. het veroorzaken van overlast door geluid, trilling, dieren of verontreiniging; en c. het nalaten van het normale onderhoud waardoor het open erf of terrein zich niet in een zindelijke staat bevindt.

Artikel 22.21Bouwvalligheid nabijgelegen bouwwerk

Met het oog op het waarborgen van de veiligheid wordt een open erf of terrein niet gebruikt als door of namens het bevoegd gezag is medegedeeld dat dit in verband met bouwvalligheid van een in de nabijheid gelegen bouwwerk gevaarlijk is.

Paragraaf 22.2.6

Cultureel erfgoed

Artikel 22.22Vrijstelling van archeologisch onderzoek

1.

Als er in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, regels worden gesteld over het verrichten van archeologisch onderzoek in het kader van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit of het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid, zijn die regels niet van toepassing als die activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van minder dan 100 m2.

2.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing voor zover er met betrekking tot die regels in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, een andere oppervlakte dan 100 m2 geldt. In dat geval geldt die afwijkende andere oppervlakte.

Paragraaf 22.2.7

Vergunningplichten met betrekking tot het bouwen, in stand houden en gebruiken van bouwwerken Subparagraaf 22.2.7.1 Algemene bepalingen

Artikel 22.23Algemene afbakeningseisen

1.

Artikel 22.27 en Artikel 22.36 zijn niet van toepassing op een activiteit die wordt verricht in, aan, op of bij een bouwwerk dat is gebouwd of in stand wordt gehouden of wordt gebruikt zonder de daarvoor vereiste omgevingsvergunning.

2.

Bij de toepassing van Artikel 22.27 en Artikel 22.36 blijft het aantal woningen gelijk, tenzij het bij een bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan als bedoeld in Artikel 22.27, onder a, of Artikel 22.36, onder a, of een bestaand bouwwerk als bedoeld in Artikel 22.36, onder c, gaat om huisvesting in verband met mantelzorg.

Artikel 22.24Meetbepalingen

1.

Voor de toepassing van Subparagraaf 22.2.7.2 en Subparagraaf 22.2.7.3 worden de waarden die daarin in m of m2 zijn uitgedrukt op de volgende wijze gemeten: a. afstanden loodrecht; b. hoogten vanaf het aansluitend afgewerkt terrein, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende, ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven; en c. maten buitenwerks, waarbij uitstekende delen van ondergeschikte aard tot ten hoogste 0,5 m buiten beschouwing blijven.

2.

Voor de toepassing van het eerste lid, aanhef en onder b, wordt een bouwwerk, voor zover dit zich bevindt op een erf- of perceelgrens, gemeten aan de kant waar het aansluitend afgewerkt terrein het hoogst is.

Artikel 22.25Mantelzorg

Voor de toepassing van Subparagraaf 22.2.7.2 en Subparagraaf 22.2.7.3 wordt huisvesting in verband met mantelzorg aangemerkt als functioneel verbonden met het hoofdgebouw.

Subparagraaf 22.2.7.2 Binnenplanse vergunningplicht voor omgevingsplanactiviteit bouwwerken

Artikel 22.26Binnenplanse vergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken

Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrich​​ten en het te bouwen bouwwerk in stand te houden en te gebruiken.

Artikel 22.27Uitzonderingen op vergunningplicht artikel 22.26 - omgevingsplan onverminderd van toepassing

Het verbod, bedoeld in Artikel 22.26, geldt niet voor de activiteiten, bedoeld in dat artikel, als die betrekking hebben op een van de volgende bouwwerken: a. een bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan, als wordt voldaan aan de volgende eisen:

1.op de grond staand;
2.gelegen in achtererfgebied;
3.op een afstand van meer dan 1 m vanaf openbaar toegankelijk gebied;
4.niet hoger dan 5 m;
5.de ligging van een verblijfsgebied, bij meer dan een bouwlaag, alleen op de eerste bouwlaag; en 6. niet voorzien van een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte; b. een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf, als wordt voldaan aan de volgende eisen:
1.op de grond staand;
2.niet hoger dan 5 m; en 3. de oppervlakte niet meer dan 70 m2; c. een dakkapel in het voordakvlak of een naar openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak, als wordt voldaan aan de volgende eisen:
1.gelegen in een gebied dat of een bouwwerk dat in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, is aangewezen als gebied of bouwwerk waarvoor geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn;
2.voorzien van een plat dak;
3.gemeten vanaf de voet van de dakkapel niet hoger dan 1,75 m;
4.onderzijde meer dan 0,5 m en minder dan 1 m boven de dakvoet;
5.bovenzijde meer dan 0,5 m onder de daknok; en 6. zijkanten meer dan 0,5 m van de zijkanten van het dakvlak; d. een sport- of speeltoestel anders dan voor alleen particulier gebruik, als wordt voldaan aan de volgende eisen:
1.niet hoger dan 4 m; en 2. alleen functionerend met behulp van de zwaartekracht of de fysieke kracht van de mens; e. een zwembad, bubbelbad of soortgelijke voorziening of een vijver op het gebouwerf bij een woning of woongebouw, als deze niet van een overkapping is voorzien; f. een erf- of perceelafscheiding, als wordt voldaan aan de volgende eisen:
1.hoger dan 1 m maar niet hoger dan 2 m;
2.op een erf of perceel waarop al een gebouw staat waarmee de afscheiding in functionele relatie staat; en 3. achter de lijn die langs de voorkant van dat gebouw evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied; g. een bouwwerk, geen gebouw zijnde, in achtererfgebied voor agrarische bedrijfsvoering, voor zover het gaat om:
1.een silo; of 2. een ander bouwwerk niet hoger dan 2 m; h. een buisleiding anders dan een buisleiding waarop artikel 2.29, onder p, aanhef en onder 4, van het Besluit bouwwerken leefomgeving van toepassing is; of i. een te veranderen bouwwerk, als wordt voldaan aan de volgende eisen:
1.geen uitbreiding van de bebouwde oppervlakte;
2.geen uitbreiding van het bouwvolume; en 3. geen bouwwerk als bedoeld in artikel 2.29, onder b tot en met r, van het Besluit bouwwerken leefomgeving dat niet voldoet aan de voor dat bouwwerk in die onderdelen gestelde eisen.

Artikel 22.28Inperkingen artikel 22.27 vanwege cultureel erfgoed

1.

Op een activiteit die wordt verricht in, aan of op een gemeentelijk monument, voorbeschermd gemeentelijk monument, provinciaal monument, voorbeschermd provinciaal monument, rijksmonument of voorbeschermd rijksmonument is Artikel 22.27 niet van toepassing.

2.

Op een activiteit die wordt verricht bij een gemeentelijk monument, voorbeschermd gemeentelijk monument, provinciaal monument, voorbeschermd provinciaal monument, rijksmonument of voorbeschermd rijksmonument is alleen Artikel 22.27, aanhef en onder d tot en met i, van toepassing.

3.

Op een activiteit die wordt verricht op een locatie waaraan in dit omgevingsplan de functie-aanduiding rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht is gegeven, is Artikel 22.27 alleen van toepassing voor zover het gaat om: a. inpandige wijzigingen; b. een wijziging van een achtergevel of achterdakvlak, als die gevel of dat dakvlak niet naar openbaar toegankelijk gebied is gekeerd; c. een bouwwerk op een gebouwerf aan de achterkant van een hoofdgebouw, als dat gebouwerf niet ook deel uitmaakt van het gebouwerf aan de zijkant van dat gebouw en niet naar openbaar toegankelijk gebied is gekeerd; of d. een bouwwerk op een locatie die onderdeel is van openbaar toegankelijk gebied.

4.

Artikel 22.27, aanhef en onder a en b, is ook niet van toepassing als in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, voor de locatie waarop de bouwactiviteit wordt verricht, regels zijn gesteld als bedoeld in Artikel 22.22 over het verrichten van archeologisch onderzoek in het kader van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit, tenzij: a. het bouwwerk waarop de activiteit betrekking heeft een oppervlakte heeft van minder dan 50 m2; of b. het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, een verbod bevat om grondwerkzaamheden die nodig zijn voor het verrichten van de bouwactiviteit zonder omgevingsvergunning te verrichten waarop regels als bedoeld in Artikel 22.22 over het verrichten van archeologisch onderzoek in het kader van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid, van toepassing zijn.

Artikel 22.29

Beoordelingsregels aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken algemeen 1.

Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk, wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als: a. de activiteit niet in strijd is met de in dit omgevingsplan gestelde regels over het bouwen, in stand houden en gebruiken van bouwwerken, met uitzondering van Paragraaf 22.2.4; b. het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet in strijd is met redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, van de Woningwet, zoals dat artikel luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet; en c. de activiteit betrekking heeft op een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie en:

1.de toelaatbare kwaliteit van de bodem niet wordt overschreden; of 2. bij overschrijding van de toelaatbare kwaliteit van de bodem: als aannemelijk is dat een sanerende of andere beschermende maatregelen wordt getroffen. Een sanerende of andere beschermende maatregel is in ieder geval een sanering overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

2.

Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing als: a. het gaat om een in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, aangewezen gebied of bouwwerk waarvoor geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn; of b. het bevoegd gezag van oordeel is dat de omgevingsvergunning in afwijking van het eerste lid, aanhef en onder b, toch moet worden verleend.

Artikel 22.30

Nadere invulling beoordelingsregel omgevingsplanactiviteit bouwwerken bodemgevoelig gebouw op bodemgevoelige locatie 1.

De toelaatbare kwaliteit van de bodem, bedoeld in Artikel 22.29, eerste lid, onder c, is de interventiewaarde bodemkwaliteit, bedoeld in bijlage II A bij het Besluit activiteiten leefomgeving.

2.

Er is sprake van overschrijding van de toelaatbare kwaliteit als voor ten minste één stof de gemiddelde gemeten concentratie in meer dan 25 m3 bodemvolume hoger is dan de interventiewaarde bodemkwaliteit.

3.

Het zinsdeel «in meer dan 25 m3 bodemvolume» in het tweede lid is niet van toepassing voor zover het gaat om aanwezigheid van asbest.

Artikel 22.31

Voorschrift omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken bodemgevoelig gebouw op bodemgevoelige locatie: na einde activiteit Aan een omgevingsvergunning voor een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie die is verleend met toepassing van Artikel 22.29, eerste lid, aanhef en onder c, onder 2, wordt in ieder geval het voorschrift verbonden dat het gebouw, of een gedeelte daarvan, alleen in gebruik wordt genomen nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop er een of meer sanerende of andere beschermende maatregelen zijn getroffen als bedoeld in Artikel 22.29.

Artikel 22.32

Specifieke beoordelingsregel aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken bij regels over een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht 1.

In afwijking van Artikel 22.29, eerste lid, aanhef en onder a, kan de omgevingsvergunning voor een activiteit die in strijd is met de in dat onderdeel bedoelde regels toch worden verleend als de activiteit niet in strijd is met regels voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of het voldoen aan een uitwerkingsplicht in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet.

2.

Op de beslissing of een omgevingsvergunning met toepassing van het eerste lid kan worden verleend, zijn van overeenkomstige toepassing: a. artikel 8.0b, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving; b. artikel 8.0c, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving; en c. artikel 8.0d, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

Artikel 22.33

Specifieke beoordelingsregels aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken bij voorbereidingsbesluit of aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht 1.

In afwijking van Artikel 22.29 wordt de omgevingsvergunning geweigerd, als voor de locatie waarop de aanvraag betrekking heeft van kracht is: a. een voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel 4.103 of 4.104 van de Invoeringswet Omgevingswet, een als voorbereidingsbesluit geldend tracébesluit als bedoeld in artikel 4.49 van de Invoeringswet Omgevingswet of een als voorbereidingsbesluit geldend besluit krachtens de Wet luchtvaart als bedoeld in artikel 4.104a van de Invoeringswet Omgevingswet; of b. een aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in artikel 4.35 van de Invoeringswet Omgevingswet waarvoor het omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van het stads- of dorpsgezicht nog niet in werking is getreden.

2.

In afwijking van het eerste lid kan de omgevingsvergunning toch worden verleend als de activiteit niet in strijd is met het in voorbereiding zijnde omgevingsplan respectievelijk het in voorbereiding zijnde omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van het stads- of dorpsgezicht.

Artikel 22.34

Voorschriften over archeologische monumentenzorg binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken 1.

Als dat in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, is bepaald, kunnen aan een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit in het belang van de archeologische monumentenzorg voorschriften worden verbonden.

2.

Artikel 22.303, eerste lid, is op het verbinden van die voorschriften van overeenkomstige toepassing.

Artikel 22.35Aanvraagvereisten binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit met betrekking tot een bouwwerk worden voor de toetsing aan dit omgevingsplan in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een opgave van de bouwkosten; b. het beoogde en het huidige gebruik van het bouwwerk en de bijbehorende gronden waarop de aanvraag betrekking heeft; c. een opgave van de bruto inhoud in m3 en de bruto vloeroppervlakte in m2 van het deel van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft; d. een situatietekening van de bestaande toestand en een situatietekening van de nieuwe toestand met daarop:

1.de afmetingen van het perceel en bebouwd oppervlak;
2.de situering van het bouwwerk ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde;
3.de wijze waarop de locatie wordt ontsloten;
4.de aangrenzende locaties en de daarop voorkomende bebouwing; en 5. het beoogd gebruik van de gronden behorende bij het voorgenomen bouwwerk; e. de hoogte van het bouwwerk ten opzichte van het straatpeil en het aantal bouwlagen; f. de inrichting van parkeervoorzieningen op het eigen terrein; g. gegevens en bescheiden die samenhangen met een uit te brengen advies van de Agrarische Adviescommissie in geval van een aanvraag voor een bouwactiviteit op een locatie waaraan een agrarische functie is toegedeeld; h. voor zover dat in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, is bepaald: een rapport waarin de archeologische waarde van de locatie in voldoende mate is vastgesteld; i. de volgende gegevens en bescheiden voor de toetsing aan de regels over redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, van de Woningwet, zoals dat artikel luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet:
1.tekeningen van alle gevels van het bouwwerk, inclusief de gevels van belendende bebouwing, waaruit blijkt hoe het geplande bouwwerk in de directe omgeving past;
2.principedetails van gezichtsbepalende delen van het bouwwerk;
3.kleurenfoto's van de bestaande situatie en de omliggende bebouwing; en 4. een opgave van de toe te passen bouwmaterialen in de uitwendige scheidingsconstructie en de kleur daarvan, waaronder in ieder geval het materiaal en de kleur van de gevels, het voegwerk, kozijnen, ramen en deuren, balkonhekken, dakgoten, boeidelen en de dakbedekking; j. als de aanvraag betrekking heeft op een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie:
1.de onderzoeken, bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving, tenzij het gaat om een locatie die is aangewezen in dit omgevingsplan waar een overschrijding van de toelaatbare kwaliteit, bedoeld in Artikel 22.30, redelijkerwijs is uit te sluiten; en 2. als de toelaatbare kwaliteit, bedoeld in Artikel 22.30, wordt overschreden: gegevens en bescheiden die aannemelijk maken dat een sanerende of andere beschermende maatregel wordt getroffen, tenzij het gaat om een locatie die is aangewezen in dit omgevingsplan waar een overschrijding van de toelaatbare kwaliteit, bedoeld in Artikel 22.30, redelijkerwijs is uit te sluiten; en k. overige gegevens en bescheiden die samenhangen met een eventueel benodigde toetsing aan dit omgevingsplan.

Subparagraaf 22.2.7.3 Activiteiten met betrekking tot bouwwerken van rechtswege in overeenstemming met dit omgevingsplan

Artikel 22.36Binnenplanse vergunningvrije activiteiten van rechtswege in overeenstemming met dit omgevingsplan

Onverminderd de overige bepalingen van deze afdeling en de bepalingen van Afdeling 22.3 zijn in ieder geval in overeenstemming met dit omgevingsplan: a. het bouwen, in stand houden en gebruiken van een bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan als bedoeld in Artikel 22.27, onder a, als in aanvulling op de in dat onderdeel gestelde eisen ook wordt voldaan aan de volgende eisen:

1.voor zover op een afstand van niet meer dan 4 m van het oorspronkelijk hoofdgebouw, niet hoger dan:

I.

5 m;

II.

0,3 m boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw; en III. het hoofdgebouw;

2.voor zover op een afstand van meer dan 4 m van het oorspronkelijk hoofdgebouw:

I. als het bijbehorend bouwwerk of de uitbreiding daarvan hoger is dan 3 m: voorzien van een schuin dak, de dakvoet niet hoger dan 3 m, de daknok gevormd door twee of meer schuine dakvlakken, met een hellingshoek van niet meer dan 55°, en waarbij de hoogte van de daknok niet meer is dan 5 m en verder wordt begrensd door de volgende formule: maximale daknokhoogte [m] = (afstand daknok tot de perceelsgrens [m] x 0,47) + 3; en II. functioneel ondergeschikt aan het hoofdgebouw, tenzij het gaat om huisvesting in verband met mantelzorg;

3.de oppervlakte van bijbehorende bouwwerken in het bebouwingsgebied niet meer dan:

I. bij een bebouwingsgebied kleiner dan of gelijk aan 100 m2: 50% van dat bebouwingsgebied;

II. bij een bebouwingsgebied groter dan 100 m2 en kleiner dan of gelijk aan 300 m2: 50 m2, vermeerderd met 20% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 100 m2; en III. bij een bebouwingsgebied groter dan 300 m2: 90 m2, vermeerderd met 10% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 300 m2, tot een maximum van in totaal 150 m2; en 4. uitbreiding van of gelegen aan of bij een hoofdgebouw, anders dan:

I. een woonwagen;

II. een hoofdgebouw waarvoor in de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit of de omgevingsplanactiviteit bestaande uit een bouwactiviteit is bepaald dat de vergunninghouder na het verstrijken van een bij die vergunning gestelde termijn verplicht is de voor de verlening van de vergunning bestaande toestand te hebben hersteld; of III. een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf door één huishouden; b. het bouwen, in stand houden en gebruiken van een erf- of perceelafscheiding als bedoeld in Artikel 22.27, onder f; en c. het gebruiken van een bestaand bouwwerk voor huisvesting in verband met mantelzorg.

Artikel 22.37Bijbehorend bouwwerk in bijzondere gevallen

1.

Als een bijbehorend bouwwerk als bedoeld in Artikel 22.36, onder a, bestaat uit een deel dat op meer, en een deel dat op minder dan 4 m van het oorspronkelijk hoofdgebouw is gelegen zonder een inwendige scheidingsconstructie tussen beide delen, is op het deel dat op minder dan 4 m van het oorspronkelijk hoofdgebouw is gelegen Artikel 22.36, onder a, onder 2, onder ii, van overeenkomstige toepassing.

2.

Als een bijbehorend bouwwerk als bedoeld in Artikel 22.36, onder a, wordt gebruikt voor huisvesting in verband met mantelzorg, gelden in plaats van de in Artikel 22.36, onder a, onder 3°, gestelde eisen de volgende eisen: a. in zijn geheel of in delen verplaatsbaar; b. de oppervlakte niet meer dan 100 m2; en c. buiten de bebouwde kom.

Artikel 22.38Inperkingen artikel 22.36 vanwege cultureel erfgoed

Artikel 22.36 is niet van toepassing op een activiteit die wordt verricht: a. in, aan, op of bij een gemeentelijk monument, voorbeschermd gemeentelijk monument, provinciaal monument, voorbeschermd provinciaal monument, rijksmonument of voorbeschermd rijksmonument; of b. op een locatie waaraan in dit omgevingsplan de functie-aanduiding rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht is gegeven.

Artikel 22.39Inperkingen artikel 22.36 vanwege externe veiligheid

Artikel 22.36, aanhef en onder a en c, is niet van toepassing op een activiteit die wordt verricht: a. op een locatie in een in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, opgenomen veiligheidszone, getypeerd als A-zone of B-zone, rondom een munitieopslag of een locatie voor activiteiten met ontplofbare stoffen; b. op een locatie waarop de activiteit op grond van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, niet is toegestaan vanwege het overschrijden van het plaatsgebonden risico van 10-6 per jaar als gevolg van de aanwezigheid van een locatie voor een vergunningplichtige milieubelastende activiteit, transportroute of buisleiding of vanwege de ligging in een belemmeringenstrook voor het onderhoud van een buisleiding; of c. op een locatie binnen een afstand als bedoeld in:

1.artikel 4.421, eerste lid, onder b, of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, van dat artikel van toepassing is;
2.artikel 4.472c, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is;
3.artikel 4.484, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is;
4.artikel 4.524, eerste of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het derde lid van dat artikel van toepassing is;
5.artikel 4.532, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is;
6.artikel 4.542, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is;
7.artikel 4.866, eerste of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het derde lid van dat artikel van toepassing is;
8.artikel 4.899, eerste lid, onder b, of derde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is;
9.artikel 4.905, eerste lid, onder b, of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het derde lid van dat artikel van toepassing is;
10.artikel 4.914, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is;
11.artikel 4.962, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is;
12.artikel 4.1008, eerste lid, onder b, of tweede lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, het tweede lid, aanhef en onder b, of het derde lid van dat artikel van toepassing is;
13.artikel 4.1101, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is.

Paragraaf 22.2.8

Overgangsrecht bestaande bouwwerken

Artikel 22.40Overgangsrecht bestaande bouwwerken

Een bouwwerk waarop het overgangsrecht voor bestaande bouwwerken in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet, van toepassing is, mag in stand worden gehouden.

Afdeling 22.3

Milieubelastende activiteiten

Paragraaf 22.3.1

Algemene bepalingen

Artikel 22.41Algemeen toepassingsbereik

1.

Deze afdeling is van toepassing op een milieubelastende activiteit als bedoeld in de bijlage bij de Omgevingswet.

2.

Deze afdeling is niet van toepassing op: a. wonen; b. het feitelijk verrichten van bouw- en sloopwerkzaamheden aan bouwwerken of het feitelijk verrichten van onderhoudswerkzaamheden aan een bouwwerk of van een terrein; c. een milieubelastende activiteit die in hoofdzaak in de openbare buitenruimte wordt verricht; d. doorgaand verkeer op wegen, vaarwegen en spoorwegen; e. een evenement:

1.dat ergens anders plaatsvindt dan op een locatie voor evenementen;
2.dat geen festiviteit als bedoeld in artikel 5.68 van het Besluit kwaliteit leefomgeving is; of 3. waarover geluidregels zijn gesteld bij of krachtens een gemeentelijke verordening; f.
Verder lezen ↓

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.