In het kort
Deze verordening stelt regels voor het beheer, gebruik en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving in de provincie Utrecht, met als doel een veilige en gezonde leefomgeving en goede omgevingskwaliteit te waarborgen. Het omvat algemene bepalingen en specifieke regels voor het watersysteem, gericht op het voorkomen van wateroverlast en het handhaven van waterkeringen.
Wat het reguleert
- De algemene regels voor activiteiten in de fysieke leefomgeving.
- De voorwaarden voor het aanvragen van ontheffingen van instructieregels en de toepassing van de hardheidsclausule.
- De indieningsvereisten voor aanvragen van ontheffingen, toepassing van de hardheidsclausule en meldingen.
- Omgevingswaarden voor regionale waterkeringen en het voorkomen van wateroverlast, zowel binnen als buiten de bebouwde kom.
Wie het aangaat
- Degene die een activiteit uitvoert die onder deze verordening valt.
- Gedeputeerde staten, die ontheffingen kunnen verlenen en omgevingsvergunningen kunnen wijzigen of intrekken.
Kernpunten
- Activiteiten moeten voldoen aan de regels om een veilige en gezonde leefomgeving te bereiken en in stand te houden.
- Gedeputeerde staten kunnen ontheffing verlenen van instructieregels, bijvoorbeeld voor experimenten of innovatieve ontwikkelingen, of afwijken van andere regels bij onevenredige belemmering van een project.
- Omgevingsvergunningen kunnen gewijzigd of ingetrokken worden bij overtreding, onjuiste gegevens, veranderde wetgeving of als er 2 jaar geen activiteiten zijn uitgevoerd.
- Voor dijktrajecten gelden specifieke omgevingswaarden voor de gemiddelde overschrijdingskans van de hoogste waterstand, waaraan uiterlijk 1 januari 2031 moet zijn voldaan.
- Binnen de bebouwde kom geldt een omgevingswaarde van 1 keer per 100 jaar voor de gemiddelde overstromingskans in gebieden met bebouwing, hoofdinfrastructuur of spoorwegen, en 1 keer per 10 jaar voor het overige gebied.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.