← Nederland

Omgevingsplan gemeente Oss (Oss)

In het kort

Dit omgevingsplan regelt activiteiten binnen de gemeente Oss en stelt algemene bepalingen, meet- en rekenbepalingen, en definieert geografische werkingsgebieden en doelen. Het bevat specifieke regels voor activiteiten in of op voormalige stortplaatsen, gericht op de bescherming van gezondheid, bodem- en grondwaterkwaliteit.

Wat het reguleert

Wie het aangaat

Kernpunten

Wettekst
Obsah (5)Artikel 1Artikel 7Artikel 8Artikel 11Artikel 22

act/gemeente/2024/CVDR696418 /join/id/stop/work_006 /akn/nl/act/gm0828/2020/omgevingsplan /join/id/stop/work_019 2025-12-17 2025-12-17 /akn/nl/act/gemeente/2024/CVDR696418/nld@2026-02-26 /join/id/proc

Afdeling 1

.

Artikel 1.1 Begripsbepalingen 1.

De begripsbepalingen van dit omgevingsplan staan in bijlage I.

  1. Tenzij daarvan in dit omgevingsplan is afgeweken, gelden voor dit omgevingsplan ook de begripsbepalingen uit bijlage I van: a. het Besluit activiteiten leefomgeving; b. het Besluit bouwwerken leefomgeving; c. het Besluit kwaliteit leefomgeving; d. het Omgevingsbesluit; en e. de Omgevingsregeling.
  2. In aanvulling op het eerste en tweede lid zijn op de locatie ruimtelijke regels tijdelijk deel nog niet vervallen de begripsbepalingen uit het ter plaatse geldende ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan van toepassing op de ruimtelijke regels in dat ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan. Artikel 1.2 Meet- en rekenbepalingen
  3. De meet- en rekenbepalingen van dit omgevingsplan staan in bijlage II.
  4. De meet- en rekenbepalingen die van toepassing zijn op hoofdstuk 22 van dit omgevingsplan staan in hoofdstuk 22 van dit omgevingsplan.
  5. In aanvulling op het eerste en tweede lid zijn op de locatie ruimtelijke regels tijdelijk deel nog niet vervallen de meet- en rekenbepalingen uit het ter plaatse geldende ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan van toepassing op de ruimtelijke regels in dat ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan. Artikel 1.3 Geografische werkingsgebied omgevingsplan
  6. De regels in dit omgevingsplan gelden binnen het hele grondgebied van de gemeente Oss, tenzij in de regels is bepaald of uit de regels volgt dat ze in een beperkter geografisch werkingsgebied gelden.
  7. De geografische werkingsgebieden van dit omgevingsplan staan in bijlage III. Artikel 1.4 Doelen De regels uit dit omgevingsplan zijn, met het oog op de maatschappelijke doelen uit artikel 1.3 van de Omgevingswet, gericht op: a. het uitoefenen van de bevoegdheden en taken van de gemeente Oss zoals bedoeld in artikel 2.1 van de Omgevingswet; en b. een evenwichtige toedeling van functies aan locaties zoals bedoeld in artikel 4.2, eerste lid, van de Omgevingswet. Artikel 1.5 Normadressaat Tenzij elders in dit omgevingsplan anders is bepaald, gelden de regels voor een activiteit in dit omgevingsplan voor degene die de activiteit verricht. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels voor de activiteit. Artikel 1.6 Algemene gegevens en bescheiden bij meldings- en informatieplicht
  8. Als gegevens en bescheiden worden verstrekt in het kader van een meldings- of informatieplicht op grond van dit omgevingsplan, dan worden die ondertekend en in ieder geval voorzien van: a. een beschrijving van de activiteit waarop het verstrekken van de gegevens en bescheiden betrekking heeft; b. naam, adres en telefoonnummer van degene die de activiteit verricht; c. als de gegevens en bescheiden worden ingediend door een gemachtigde: naam, adres, woonplaats en telefoonnummer van de gemachtigde; d. als de gegevens en bescheiden elektronisch worden ingediend: het e-mailadres van de aanvrager of gemachtigde; e. het adres, de kadastrale aanduiding of de coördinaten van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; f. een aanduiding van de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; g. een tekening en/of beschrijving van de bestaande en beoogde nieuwe toestand; en h. de datum.
  9. Gegevens en bescheiden die worden verstrekt in het kader van een meldings- of informatieplicht op grond van dit omgevingsplan worden uiterlijk vier weken voor aanvang van de activiteit verstrekt. Artikel 1.7 Gegevens bij het wijzigen van contactgegevens of normadressaat
  10. Voordat de contactgegevens zoals bedoeld in artikel 1.6 wijzigen, worden de daardoor gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.
  11. Ten minste vier weken voordat de activiteit door een ander zoals bedoeld in artikel 1.5 zal gaan worden verricht, worden de daardoor gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders. Artikel 1.8 Verstrekken van overige gegevens en bescheiden Alle gegevens of bescheiden die nodig zijn voor een toetsing aan dit omgevingsplan worden verstrekt. Afdeling 1.2 Algemene regels Artikel 1.9 Bevoegdheid stellen voorschriften
  12. Er kunnen met het oog op de belangen zoals genoemd in Omgevingsplan gemeente Oss maatwerkvoorschriften worden gesteld voor activiteiten waarvoor regels zijn opgenomen in dit omgevingsplan.
  13. Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van de regels in dit omgevingsplan, tenzij anders is bepaald of als hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving zich daar tegen verzet.
  14. De maatwerkvoorschriften strekken slechts tot het waarborgen van de veiligheid, het beschermen van de gezondheid en het beschermen van het milieu.
  15. Maatwerkvoorschriften worden genomen in onvoorziene situaties, bijzondere gevallen en in verband lokale omstandigheden en gaan over het bereiken van ambities voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving.
  16. Een maatwerkvoorschrift wordt niet gesteld als: a. over dat onderwerp een voorschrift aan een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit kan worden verbonden; of b. het stellen van maatwerkvoorschriften is uitgesloten in het Besluit activiteiten leefomgeving of het Besluit bouwwerken leefomgeving.
  17. Er kunnen voorschriften aan een omgevingsvergunning op grond van dit omgevingsplan worden verbonden. Deze vergunningvoorschriften strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning is vereist. Hoofdstuk 2 GEBIEDEN Afdeling 2.1 GEBIEDSTYPEN Artikel 2.1 Aanwijzing gebiedstypen Er zijn de volgende gebiedstypen: a. buitengebied; b. centrum en gemengd gebied; c. werkgebied; en d. woongebied. Afdeling 2.2 FUNCTIES Afdeling 2.3 BEPERKINGENGEBIEDEN Hoofdstuk 3 GEBRUIK Artikel 3.1 Technisch artikel Dit is een technisch artikel. Hoofdstuk 4 BOUWEN Hoofdstuk 5 SLOPEN Artikel 5.1 Technisch artikel Dit is een technisch artikel. Hoofdstuk 6 AANLEGGEN Artikel 6.1 Technisch artikel Dit is een technisch artikel. Hoofdstuk 7 MILIEU Titel 7.

Titel 7

.2 ALGEMENE REGELS Titel 7.3 AFVAL EN GRONDSTOFFEN Titel 7.4 BODEM Afdeling 7.4.

Artikel 7.1 Toepassingsbereik Titel 7.4 gaat over bodemactiviteiten.

Artikel 7.2 Oogmerken De regels in titel 7.4 zijn, als uitwerking van de doelen in artikel 1.4, in het bijzonder gesteld met het oog op: a. het beschermen van de gezondheid; b. het beschermen van de bodemkwaliteit; en c. het beschermen van de grondwaterkwaliteit. Afdeling 7.4.2 Voormalige stortplaats Paragraaf 7.4.2.

Artikel 7.3 Toepassingsbereik 1.

Afdeling 7.4.2 gaat over het verrichten van een activiteit in of op een voormalige stortplaats.

  1. Onder een activiteit verrichten in of op een voormalige stortplaats wordt verstaan: a. het beschadigen, afgraven en/of doorboren van de grond, de afdeklaag of het stortmateriaal van een voormalige stortplaats; en b. het storten, plaatsen, neerleggen of laten staan of liggen van stoffen of voorwerpen, niet zijnde afvalstoffen, in of op een voormalige stortplaats.
  2. De regels in afdeling 7.4.2 zijn niet van toepassing op bestaande toegelaten activiteiten in of op een voormalige stortplaats die in de periode voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit omgevingsplan werden verricht. Artikel 7.4 Oogmerken De regels in afdeling 7.4.2 zijn, in aanvulling op de oogmerken in artikel 7.2, ook gesteld met het oog op: a. het voorkomen van hinder en overlast; en b. het benutten en beschermen van de gebruiksmogelijkheden van de voormalige stortplaats. Artikel 7.5 Normadressaat Conform het bepaalde in artikel 1.5 wordt door de zakelijk en/of persoonlijk gerechtigde tot de gronden voldaan aan de regels in afdeling 7.4.
  3. Paragraaf 7.4.2.2 Regels voor activiteiten Artikel 7.6 Meldingsplichtige activiteit - activiteit verrichten in of op een voormalige stortplaats
  4. Een activiteit in of op een voormalige stortplaats mag in de aangewezen gevallen uitsluitend worden verricht na het doen van een melding.
  5. De aangewezen gevallen zijn: a. De activiteit heeft geen gevolgen voor de bodem en het grondwater. b. De activiteit leidt niet tot belemmering of beschadiging van de nazorgvoorzieningen.
  6. Als sprake is van een activiteit ter uitvoering van een hergebruikplan waarvoor reeds een omgevingsvergunning is verleend, kan met een melding worden volstaan als: a. de activiteit een ondergeschikte wijziging betreft in de uitvoering; of b. de activiteit een nadere uitwerking betreft van maatregelen ter bescherming van de nazorgvoorzieningen.
  7. In aanvulling op artikel 1.6, eerste lid bevat een melding activiteit verrichten in of op een voormalige stortplaats ook: a. uitleg op welke wijze voldaan wordt aan het bepaalde in het tweede en derde lid van dit artikel; en b. een verklaring van de normadressaat waarmee deze instemt tot het verrichten van de activiteit(en).
  8. In afwijking van artikel 1.6, tweede lid worden de gegevens en bescheiden ten minste zes weken voor de aanvang van de activiteit verstrekt.
  9. De indiener van de melding krijgt binnen vier weken na ontvangst een reactie of de melding voldoet aan de indieningsvereisten uit artikel 1.6 en het vierde lid van dit artikel.
  10. De reactie als bedoeld in het zesde lid kan inhouden dat maatwerkvoorschriften of beperkingen worden verbonden aan het uitvoeren van de meldingsplichtige activiteit die betrekking hebben op: a. de periode waarin van de melding gebruik mag worden gemaakt; b. maatwerkvoorschriften om:
  11. beschadiging te voorkomen aan de afdeklaag en de voorzieningen die zijn getroffen ter bescherming van de bodem- en grondwaterkwaliteit;
  12. de bereikbaarheid en de uitvoerbaarheid van de nazorgvoorzieningen te garanderen; en
  13. verontreiniging van de bodem en het grondwater te voorkomen; c. de plicht om de start van de activiteiten en de daarmee samenhangende werkzaamheden vooraf te melden; en d. de plicht om voor de activiteit een vergunning aan te vragen. Artikel 7.7 Vergunningplichtige activiteit - activiteit verrichten in of op een voormalige stortplaats
  14. Een activiteit in of op een voormalige stortplaats, anders dan bedoeld in artikel 7.6, tweede en derde lid, mag uitsluitend worden verricht na het verkrijgen van een omgevingsvergunning.
  15. De volgende beoordelingsregel is van toepassing: a. De doelen uit artikel 1.4 en de oogmerken uit de artikelen 7.2 en 7.4 zijn voldoende gewaarborgd.
  16. De vergunningaanvraag is ingediend volgens de algemene aanvraagvereisten uit artikel 7.3 van de Omgevingsregeling.
  17. In aanvulling op het derde lid is de aanvraag ook voorzien van: a. een verklaring van de normadressaat dat deze instemt met het verrichten van de activiteiten; b. een rapport met een beoordeling van de risico's van de te verrichten activiteiten voor de gezondheid, de bodemkwaliteit en de grondwaterkwaliteit in de bestaande situatie van de voormalige stortplaats volgens NEN 5740 en NEN
  18. Het rapport bevat ten minste inzicht in de bestaande bodem- en grondwatersituatie en de bepaling van de dikte en kwaliteit van de aanwezige deklaag en andere aanwezige nazorgvoorzieningen; c. een beschrijving van het verzet van grond en stortmateriaal dat plaats gaat vinden en de behandeling van vrijkomende grond- en afvalstromen; d. een hergebruikplan met een beschrijving van de voorzieningen en maatregelen die worden getroffen om:
  19. de risico's, bedoeld onder b, zoveel mogelijk te beperken;
  20. beschadiging aan de afdeklaag en de voorzieningen die zijn getroffen ter bescherming van de bodem- en grondwaterkwaliteit te voorkomen;
  21. de bereikbaarheid en de uitvoerbaarheid van de nazorgvoorzieningen te garanderen;
  22. verontreiniging van de bodem en het grondwater te voorkomen; en
  23. het vrijkomen en ophopen van stortgas tegen te gaan. Titel 7.5 ENERGIE Titel 7.6 GELUID Titel 7.7 GEUR Titel 7.8 KLIMAAT Titel 7.9 LUCHTKWALITEIT Titel 7.10 OMGEVINGSVEILIGHEID Titel 7.11 STIKSTOF Titel 7.12 TRILLINGEN Titel 7.13 WATER Hoofdstuk 8 BESCHERMING VAN LEEFOMGEVING EN WAARDEN Titel 8.

Artikel 8.1 Technisch artikel Dit is een technisch artikel.

Titel 8.2 BOMEN Titel 8.3 CULTUURHISTORIE Afdeling 8.3.1 ARCHEOLOGIE Afdeling 8.3.2 ERFGOED Titel 8.4 LANDSCHAP Titel 8.5 PARKEREN Titel 8.6 RUIMTELIJKE KWALITEIT Titel 8.7 SOORTENBESCHERMING Hoofdstuk 9 OVERIGE BEPALINGEN Afdeling 9.1 Slotbepalingen Artikel 9.1 Citeertitel Dit omgevingsplan wordt aangehaald als: Omgevingsplan gemeente Oss. Hoofdstuk 10 ONTWIKKELINGEN TRANSITIEFASE - LANDELIJK GEBIED Titel 10.1 POSTZEGELPLAN BUITENGEBIED Hoofdstuk 11 ONTWIKKELINGEN TRANSITIEFASE - STEDELIJK GEBIED Titel 11.1 POSTZEGELPLAN AMSTELEIND NOORD - OSS Afdeling 11.1.

Paragraaf 11.1.1.

Artikel 11

.1 Toepassingsbereik Titel 11.1 gaat over activiteiten op de locatie pz Amsteleind Noord - Oss, behalve waar deze titel aangeeft dat de regel(

  1. s)voor een andere locatie gelden. Artikel 11.2 Oogmerken De regels in titel 11.1 zijn, als uitwerking van de doelen in artikel 1.4 , gesteld met het oog op: a. het beschermen van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden; b. het beschermen van de architectonische kwaliteit van bouwwerken; c. het beschermen van het woon- en leefklimaat; d. het beschermen van de gezondheid; e. het waarborgen van de veiligheid; f. het waar mogelijk voorkomen van hinder en overlast; en g. het beschermen van het milieu. Artikel 11.3 Voorrangsbepaling 1. Voor zover de regels in titel 11.1 afwijken van de regels in hoofdstuk 22 van dit omgevingsplan, gaan de regels in titel 11.1 voor. 2. Voor zover de regels in titel 11.1 in strijd zijn met regels voor activiteiten in de overige hoofdstukken van dit omgevingsplan, gelden de regels uit deze titel. Artikel 11.4 Begripsbepalingen In aanvulling op het bepaalde in artikel 1.1 zijn de volgende begripsbepalingen op de locatie pz Amsteleind Noord - Oss van toepassing, indien er sprake is van strijd gaan de begripsbepalingen in dit artikel, op deze locatie voor: a. aan huis gebonden activiteit: een aan huis gebonden activiteit die in of bij een woning door de bewoner wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; b. afhankelijke woonvoorziening: een niet zelfstandige extra woonvoorziening in de hoofdmassa, aan- of uitbouw of (al dan niet vrijstaand) bijgebouw van een hoofdwoning, zonder eigen erf of erftoegang ten behoeve van mantelwonen of mantelzorg; c. appartementengebouw: een gebouw dat meerdere naast elkaar gelegen en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijk als een eenheid kan worden beschouwd; d. bebouwingspercentage: de oppervlakte, die met gebouwen (carports en overkappingen inbegrepen) is bebouwd, uitgedrukt in procenten van de oppervlakte van het bouwperceel; e. bed and breakfast: een kleinschalige overnachtingsaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en veelal kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt, gevestigd in een woonhuis of bijbehorend bouwwerk en volledig gedreven door de bewoner van het betreffende woonhuis; f. bestaand bouwwerk: een bouwwerk dat gebouwd is of mag worden op basis van een omgevingsvergunning die verleend of aangevraagd is voordat een ontwerp van de omgevingsplanwijziging ten behoeve van de ontwikkeling van Amsteleind Noord ter inzage is gelegd, of een bouwwerk dat gebouwd is of mag worden gebouwd volgens de regels die golden voordat een ontwerp van de omgevingsplanwijziging ten behoeve van de ontwikkeling van Amsteleind Noord ter inzage is gelegd; g. bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen: afstands- hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen die zijn of mogen worden op basis van een omgevingsververgunning, of volgens de geldende regels; h. bouwlaag: een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of nagenoeg gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; i. bedrijfsmatige activiteit: de uitoefening van dienstverleningsactiviteiten, cultuur- en ontspanningsactiviteiten, horeca-activiteiten alsmede de de uitoefening van ambachtelijke bedrijven en sportscholen, een en ander met ondergeschikte kantoren en met uitsluiting van agrarische bedrijven, zelfstandige detailhandel, zelfstandige kantoren en maatschappelijke activiteit; j. bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop volgens de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; k. cultuur- en ontspanningsactiviteit: het al dan niet bedrijfsmatig verrichten van activiteiten gericht op spel, vermaak, verenigingsleven en ontspanning, waaronder begrepen: atelier, bioscoop, bowlingbaan, creativiteitscentrum, dansschool, fitnesscentrum, museum, muziekschool, muziektheater, sauna, sportschool, theater, wellnesscentrum, alsmede ondergeschikte detailhandel en horeca-activiteiten in combinatie met en die voor deze activiteiten bedoeld zijn; l. dakkapel: een constructie ter vergroting van een gebouw die zich tussen de dakvoet en de daknok van een dakvlak bevindt, waarbij deze constructie onder de daknok is gelegen en de onderzijde van de constructie in het dakvlak is geplaatst; m. detailhandelsactiviteit: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; n. dienstverleningsactiviteit: een bedrijfsmatige activiteit met een uitsluitend of in hoofdzaak dienstverlenende of verzorgende taak al dan niet met een baliefunctie, zoals: uitzendbureaus, reisbureaus, wasserettes, kapsalons, bijkantoren van banken en van sociaal-culturele instellingen, postagentschappen, telefoon- en internetdiensten, snelfoto-ontwikkel- en copy-shops en autorijscholen; o. energieopslagysteem: een thermisch of mechanisch systeem alsmede een systeem met batterijen/accu’s dat bedoeld is om (duurzaam) opgewekte energie op te slaan voor later gebruik, met alle bijbehorende hulpsystemen zoals Battery Management Systemen. p. escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend; q. grondgebonden woning: woning die rechtstreeks toegankelijk is op het straatniveau en waarvan een van de bouwlagen aansluit op het maaiveld; r. horeca-activiteit: een bedrijf gericht op één of meer van de navolgende bedrijfsmatige activiteiten, al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie (uitgezonderd een erotisch getinte vermaaksfunctie):
  2. a)het verstrekken van voedsel en/of dranken met de mogelijkheid deze ter plaatse te nuttigen,
  3. b)het verstrekken van nachtverblijf,
  4. c)het exploiteren van zaalaccommodatie, en/of d. het bieden van gelegenheid tot dansen; s. horeca van categorie 3: een bedrijf dat in hoofdzaak gericht is op het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse bereide snacks, ijs en kleine maaltijden voor consumptie, zowel ter plaatse als elders, met daaraan ondergeschikt het verstrekken van dranken, zoals een snackbar, cafetaria, maaltijdafhaalcentrum, lunchroom en ijssalon; t. huishouden: een huishouden bestaat uit één of meer personen die op hetzelfde adres wonen en een economisch-consumptieve eenheid vormen. Van een huishouden is slechts sprake indien er bloedverwantschap, huwelijksbinding of een daaraan in intensiteit en continuïteit gelijk te stellen mate van binding tussen de bewoners is, waaronder mede wordt begrepen:
  5. a)het inwonen of het bewonen van kamers door niet meer dan 2 verwanten of andere personen in het hoofdgebouw en/of aan- en uitbouw, al dan niet bij wijze van mantelzorg en al dan niet met eigen voorzieningen,
  6. b)een met een gezin gelijk te stellen samenlevingsverband, waaronder mede wordt begrepen de gezamenlijke huisvesting van een groep van maximaal 2 niet verwante personen, die gebruik maken van de gemeenschappelijke voorzieningen in de woning; u. kantoor: een gebouw of een gedeelte daarvan in de vorm van een ruimtelijk en bouwkundig zelfstandige eenheid dat geheel of grotendeels in gebruik is of te gebruiken is voor bureaugebonden werkzaamheden of daaraan ondersteunende activiteiten; v. maatschappelijke activiteit: het al dan niet bedrijfsmatig verrichten van activiteiten op het gebied van gezondheidszorg, zoals een huisarts, fysiotherapeut en apotheek (of een vergelijkbare zorginstelling), jeugdopvang, openbaar bestuur en dienstverlening, praktijkruimte, religie en levensbeschouwing, verenigingsleven, welzijnsinstelling, sociaal-culturele bijeenkomsten, alsmede ondergeschikte detailhandel en horeca-activiteiten in combinatie met en die voor deze maatschappelijke activiteiten bedoeld zijn; w. maatschappelijke activiteit op het gebied van onderwijs en ontmoeting: basisschool met kinderopvang en peuterspeelzaal en multifunctionele zaal voor sport in de vorm van een gymzaal en ontmoeting (gemeenschapshuis); x. mantelwonen: samenwoonvorm vergelijkbaar met samenwonen in het kader van mantelzorg, voortkomend uit een onderlinge ondersteuningsrelatie echter zonder dat daarbij een medische indicatie nodig is; y. mantelwoonvoorziening: afhankelijke woonvoorziening in het kader van mantelwonen bij een bestaande woning, niet zijnde een recreatiewoning voor maximaal twee personen; z. nieuw bouwwerk: een bouwwerk dat niet als een bestaand bouwwerk is aan te merken; aa. nieuwe (sociale huur)woning: een (sociale huur)woning die niet als bestaand bouwwerk aan te merken is; ab. incidentele maatschappelijke activiteit: maatschappelijke activiteiten ter vermaak en/of de versterking van de sociale cohesie die niet met vaste regelmaat plaatsvinden; ac. ondergeschikte detailhandels- en horeca-activiteit: activiteit die ondersteunend is aan de hoofdactiviteit en die in zowel in effecten op de fysieke leefomgeving als gebruiksoppervlakte minder groot is aan de hoofdactiviteit; waarvan openingstijden van de ondergeschikte activiteit gebonden zijn aan de hoofdactiviteit; waarvan de uitstraling van de hoofdactiviteit behouden blijft en waarbij de ondergeschikte activiteit een beperkt deel van het brutovloeroppervlak van de hoofdactiviteit gebruikt; ad. onderlinge ondersteuningsrelatie: zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, zonder dat daarbij een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur noodzakelijk is; ae. parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990); af. voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990) met uitzondering van kleine wagens zoals: kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen; ag. weg: een weg zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b van de Wegenverkeerswet 1994; ah. werken: alle door menselijk toedoen ontstane of gemaakte constructies of inrichtingen, inclusief bouwwerken, en restanten daarvan; ai. wonen: het bewonen van een woning; aj. woonwagen: een voor bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst op een standplaats en dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst; ak. zelfstandig kantoor: het verlenen van een diensten op administratief, financieel, architectonisch, juridisch, technisch of daarmee naar aard gelijk te stellen gebied, waarbij de dienstverlening niet ten dienste staat van en/of verbonden is aan de uitoefening van bedrijfsmatige activiteiten ter plaatse, maar een afzonderlijke eenheid vormt; al. zelfstandige woning: woonruimte die door één huishouden wordt bewoond zonder afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen zoals keuken, douche en toilet, buiten de woonruimte en beschikt over een eigen afsluitbare toegang, al dan niet bereikbaar via een gemeenschappelijk trappenhuis of gemeenschappelijke galerij; am. energieopslagsysteem: een thermisch of mechanisch systeem alsmede een systeem met batterijen/accu’s dat bedoeld is om (duurzaam) opgewekte energie op te slaan voor later gebruik, met alle bijbehorende hulpsystemen zoals Battery Management Systemen; Paragraaf 11.1.1.2 Algemene regels Subparagraaf 11.1.1.2.1 Parkeren en laden/lossen Artikel 11.5 Toepassingsbereik Subparagraaf 11.1.1.2.1 is van toepassing op het bouwen van een gebouw of wijzigen van het gebruik waarvoor op grond van deze titel een omgevingsvergunning is vereist. Artikel 11.6 Beoordelingsregels parkeren 1. Een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor het bouwen en/of intensiveren van gebruik op gronden wordt alleen verleend als ook wordt voldaan aan de voorwaarden voor parkeren (11.4) en laden en lossen. 2. De voorwaarden zijn: a. er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op het perceel of in de omgeving daarvan; en b. er wordt voorzien in voldoende ruimte voor laden en lossen. 3. Aan het gestelde in het eerste en tweede lid wordt geacht te zijn voldaan als voldaan wordt aan de voorwaarden uit de beleidsregel 'Nota parkeernormen Oss 2023' of diens rechtsopvolgers. 4. Het bevoegd gezag past het beleid als bedoeld in het derde lid toe zoals deze geldt op het moment dat de omgevingsvergunningaanvraag is ingediend en ontvankelijk is verklaard. Artikel 11.7 Aanvraagvereisten Als subparagraaf 11.1.1.2.1 van toepassing is, dient in aanvulling op de algemene aanvraagvereisten uit artikel 7.3 van de Omgevingsregeling de aanvraag ook te worden voorzien van een motivatie met een uiteenzetting en omgang van de behoefte van parkeren (11.4) en laden en lossen. Subparagraaf 11.1.1.2.2 Maximaal programma Artikel 11.8 Toepassingsbereik Subparagraaf 11.1.1.2.2 gaat over het maximaal aantal woningen, de woningtypen, voorzieningen voor een maatschappelijke activiteit ( (11.4), voorzieningen voor een horeca-activiteit (11.4) en voorzieningen voor een bedrijfsmatige activiteit (11.4) op de locatie pz Amsteleind Noord - Oss - ontwikkelgebied wonen. Artikel 11.9 Maximaal aantal woningen Het aantal woningen is maximaal 1.000. Artikel 11.10 Aandeel sociale huurwoningen Het percentage sociale huurwoningen van het totaal aantal woningen, als bedoeld in artikel 11.9, is minimaal 30%. Artikel 11.11 Aandeel grondgebonden woningen Het percentage aan grondgebonden woningen (11.4) van het totaal aantal woningen, als bedoeld in artikel 11.9, is minimaal 60%. Artikel 11.12 Programma voorzieningen voor maatschappelijke activiteit, horeca-activiteit en bedrijfsmatige activiteit 1. De bruto-vloeroppervlakte van voorzieningen voor maatschappelijke activiteit is: a. maximaal 11.500 m2 voor maatschappelijke activiteiten op het gebied van onderwijs en ontmoeting (11.4); b. maximaal 1.250 m2 voor maatschappelijke activiteiten (11.4). 2. De gezamenlijke bruto-vloeroppervlakte van een horeca-activiteit (11.4) is maximaal 250 m2 en beperkt zich tot horeca van categorie 3 (11.4). 3. De gezamenlijke bruto-vloeroppervlakte van voor een bedrijfsmatige activiteit (11.4) met ondergeschikte kantoorruimte is maximaal 500 m2. Subparagraaf 11.1.1.2.3 Behoud A-watergangen Artikel 11.13 Toepassingsbereik Subparagraaf 11.1.1.2.3 gaat over het behouden en compenseren van A-watergangen. Artikel 11.14 Behoud en compenseren van A-watergangen - voorwaardelijke verplichting 1. Bestaand oppervlaktewater in de vorm van A-watergangen moet behouden blijven. 2. Als niet voldaan kan worden aan het bepaalde in het eerste lid, moeten dempingen van bestaand oppervlaktewater één-op-één gecompenseerd worden binnen de locatie pz Amsteleind Noord - Oss. 3. Als de compensatie als bedoeld in het tweede lid niet plaats kan vinden op de in dat lid genoemde locatie, moet compensatie plaatsvinden in hetzelfde peilgebied als waar de demping van de in het eerste lid bedoelde watergang plaatsvindt. 4. Voor de compensatie als bedoeld in het tweede en derde lid betekent dit dat: a. de dimensionering en het oppervlak van de nieuwe watergang niet afwijken van de dimensionering en het oppervlak van de te dempen watergang; en b. sprake is van het behouden van de verbindingen tussen A-watergangen. Afdeling 11.1.2 GEBRUIK Paragraaf 11.1.2.

Artikel 11

.15 Toepassingsbereik Afdeling 11.1.2 gaat over het verrichten van gebruiksactiviteiten en het gebruik van gronden en bouwwerken. Artikel 11.16 Oogmerken De regels in afdeling 11.1.2 zijn, als uitwerking van de oogmerken in artikel 11.2, in het bijzonder gesteld met het oog op: a. het beschermen van een goed woon-en leefklimaat; b. duurzaamheid en toekomstbestendigheid; en c. een evenredige verdeling van de ruimte in de fysieke leefomgeving. Artikel 11.17 Overgangsrecht Brandstraat 15

  1. In afwijking van het elders bepaalde in titel 11.1 is het op de locatie pz Amsteleind Noord - Oss - Brandstraat 15 toegestaan om het bestaande gebruik van gronden en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van titel 11.1 en hiermee in strijd is voort te zetten.
  2. Het overgangsrecht als bedoeld in het eerste lid eindigt als de activiteiten die op grond van het ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan van de gemeente Oss aan de Brandstraat 15 plaats mogen vinden duurzaam beëindigd zijn.
  3. Van duurzaam beëindigen als bedoeld in het tweede lid is sprake bij stopzetting van activiteiten die op grond van het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente Oss plaats mogen vinden dan wel bij verplaatsing van de activiteiten naar een andere locatie.
  4. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met de regels die op grond van het omgevingsplan golden direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van titel 11.1, daaronder in ieder geval begrepen de op dat moment geldende overgangsbepalingen en de besluiten als bedoeld in artikel 4.6 van de Invoeringswet Omgevingswet die direct voor inwerkingtreding van de Omgevingswet op de locatie pz Amsteleind Noord - Oss - Brandstraat 15 van kracht waren. Paragraaf 11.1.2.2 Algemene regels Subparagraaf 11.1.2.2.1 Verboden gebruik Artikel 11.18 Toepassingsbereik Subparagraaf 11.1.2.2.1 gaat over gebruiksactiviteiten die verboden zijn, tenzij anders vermeld. Artikel 11.19 Algemeen gebruiksverbod Het is verboden gebruiksactiviteiten te verrichten anders dan gebruiksactiviteiten die zijn toegelaten op grond van de regels en voorwaarden uit titel 11.
  5. Artikel 11.20 Verboden activiteit - gebruik als seksinrichting of escortbedrijf Het is verboden gronden, gebouwen, bouwwerken en onderkomens te gebruiken voor een seksinrichting of escortbedrijf (11.4). Artikel 11.21 Verboden activiteit - gebruik als stort- en/of opslagplaats
  6. Het is verboden gronden of bouwwerken te gebruiken voor de stort en/of opslag van onbruikbare goederen of goederen die aan hun oorspronkelijke activiteit zijn onttrokken en van materialen, verpakking en afval.
  7. Het verbod als bedoeld in het eerste lid geldt niet als dit gebruik noodzakelijk is voor het verrichten van de gebruiksactiviteit. Subparagraaf 11.1.2.2.2 Voorwaardelijke verplichtingen Artikel 11.22 Toepassingsbereik Subparagraaf 11.1.2.2.2 gaat over het treffen van noodzakelijke maatregelen voordat een nieuw bouwwerk (11.4) in gebruik genomen mag worden, met uitzondering van bouwwerken voor nutsvoorzieningen als bedoeld in titel 11.
  8. Artikel 11.23 Oogmerken De regels in subparagraaf 11.1.2.2.2 zijn, als uitwerking van de oogmerken in artikel 11.16, in het bijzonder gesteld met het oog op: a. een goede afwikkeling van het verkeer; b. voldoende waterberging; en c. bescherming van een goed woon- en leefklimaat. Artikel 11.24 Waterhuishouding – voorwaardelijke verplichting
  9. Het gebruiken van gronden en bouwwerken voor de gebruiksactiviteiten zoals opgenomen in afdeling 11.1.2 is uitsluitend toegestaan nadat één of meerdere waterbergingsvoorzieningen zijn gerealiseerd in de openbare ruimte met een minimale inhoud van 60 mm per m2 nieuw verhard oppervlak.
  10. De in het eerste lid bedoelde waterbergingsvoorziening(en) dienen duurzaam in stand en effectief beschikbaar te worden gehouden.
  11. Bestaand oppervlaktewater moet behouden blijven.
  12. Als niet voldaan kan worden aan het bepaalde in het derde lid moeten dempingen van bestaand oppervlaktewater één-op-één gecompenseerd worden in hetzelfde peilgebied.
  13. Het bepaalde in het eerste, tweede, derde en vierde lid is niet van toepassing op het legale gebruik van gronden en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van titel 11.
  14. Artikel 11.25 Kruispunten – voorwaardelijke verplichting
  15. Het gebruiken van gronden en bouwwerken voor de gebruiksactiviteiten op de locatie pz Amsteleind Noord - Oss - ontwikkelgebied wonen als bedoeld in afdeling 11.1.2 is uitsluitend toegestaan als herinrichting van de twee kruispunten Heihoeksingel – Schaepmanlaan - Van Maanenstraat en Heihoeksingel – Het Woud – Joost van den Vondellaan plaats heeft gevonden, zoals aangegeven in de bijlage pz Amsteleind Noord Oss | ontwerp Heihoeksingel Parkway.
  16. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid mag de herinrichting van de twee kruispunten Heihoeksingel – Schaepmanlaan - Van Maanenstraat en Heihoeksingel – Het Woud – Joost van den Vondellaan plaatsvinden op een manier die in geringe mate afwijkt van bijlage pz Amsteleind Noord Oss | ontwerp Heihoeksingel Parkway indien die afwijkende uitvoering nodig is vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid, betere doorstroming van verkeer en technische uitvoerbaarheid van het ontwerp Heihoeksingel en Parkway. Artikel 11.26 Verbetering van de kwaliteit van het landschap - investering – voorwaardelijke verplichting
  17. Uiterlijk twee jaar na oplevering van de laatste nieuwe woningen en/of voorzieningen, of zoveel eerder bij oplevering van de laatste nieuwe woningen en/of voorzieningen in Amsteleind Noord moet de fysieke verbetering van de kwaliteit van het landschap als bedoeld in de bijlage pz Amsteleind Noord Oss | Landschapsplan Amsteleind Noord gerealiseerd zijn.
  18. Uiterlijk twee jaar na oplevering van de laatste nieuwe woningen en/of voorzieningen, of zoveel eerder bij oplevering van de laatste nieuwe woningen en/of voorzieningen in Amsteleind Noord moet 1% van de gronduitgifteprijs van Amsteleind Noord, verminderd met de kosten voor de fysieke verbetering van de kwaliteit van het landschap als bedoeld in het eerste lid, gestort zijn in een fonds ten behoeve van de fysieke verbetering van de kwaliteit van het landschap.
  19. De in het eerste lid bedoelde fysieke verbetering van de kwaliteit van het landschap moet na realisatie duurzaam in stand worden gehouden.
  20. De onder het eerste en tweede lid bedoelde laatste nieuwe woningen en/of voorzieningen zijn: a. de laatste woning van het maximum als bedoeld in artikel 11.9, dan wel de bouw van een woning binnen het in artikel 11.9 bedoelde maximum, waarna de bouw voor meer dan twee jaar stil wordt gelegd; en/of b. de bouw van het laatste gebouw ten behoeve van de realisatie van de voorzieningen als bedoeld in artikel 11.92 en 11.94, dan wel de bouw van een gebouw voor voorzieningen als bedoeld in subparagrafen 11.1.2.3, 11.1.2.8, 11.1.2.6, 11.1.2.7, en 11.1.2.4 waarna de bouw voor meer dan twee jaar stil wordt gelegd. Subparagraaf 11.1.2.2.3 Niet-geluidgevoelige functie veranderen naar geluidgevoelige functie Artikel 11.27 Toepassingsbereik Subparagraaf 11.1.2.2.3 gaat over het veranderen van een niet-geluidgevoelige functie in een gebouw naar een geluidgevoelige functie. Artikel 11.28 Vergunningplichtige activiteit - veranderen van gebruik naar een geluidgevoelige functie
  21. Het veranderen van een niet-geluidgevoelige functie in een gebouw naar een geluidgevoelige functie die op basis van het bepaalde in paragraaf 11.1.2 ook in het gebouw is toegestaan, waarbij de geluidbelasting op dat gebouw hoger is dan de standaardwaarde zoals bedoeld in artikel 5.78t van het Besluit kwaliteit leefomgeving is uitsluitend toegestaan na het verkrijgen van een omgevingsvergunning.
  22. De volgende beoordelingsregel is van toepassing: a. er dient voldaan te worden aan de regels gesteld in subparagraaf 11.1.4.3.
  23. Subparagraaf 11.1.2.2.4 Niet-trillinggevoelige ruimte veranderen naar trillinggevoelige ruimte Artikel 11.29 Toepassingsbereik Subparagraaf 11.1.2.2.4 gaat over het veranderen van een niet-trillinggevoelige ruimte in een gebouw naar een trillinggevoelige ruimte. Artikel 11.30 Vergunningplichtige activiteit - veranderen van gebruik naar een trillinggevoelige ruimte
  24. Het veranderen van gebruik, van een niet-trillinggevoelige ruimte in een gebouw naar een trillinggevoelige ruimte die op basis van het bepaalde in paragraaf 11.1.2 ook in het gebouw is toegestaan, is uitsluitend toegestaan na het verkrijgen van een omgevingsvergunning.
  25. De volgende beoordelingsregel is van toepassing: a. er dient voldaan te worden aan de regels gesteld in artikel 11.
  26. Paragraaf 11.1.2.3 Functie bedrijf Subparagraaf 11.1.2.3.

Artikel 11

.31 Toepassingsbereik Paragraaf 11.1.2.3 gaat over het verrichten van een bedrijfsmatige activiteit (11.4) op de locatie pz Amsteleind Noord - Oss - ontwikkelgebied wonen. Artikel 11.32 Oogmerken De regels in paragraaf 11.1.2.3 zijn, als uitwerking van de oogmerken in artikel 11.16, in het bijzonder gesteld met het oog op: a. zorgvuldig ruimtegebruik; b. een gezonde leefomgeving; en c. het voorkomen en beperken van geur-, trilling- en geluidsoverlast. Artikel 11.33 Algemene gebruiksregel

  1. Gronden en bouwwerken zijn bedoeld voor een bedrijfsmatige activiteit (11.4) .
  2. Daaronder wordt ook verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor: a. erven en terreinen; b. groenvoorzieningen; c. parkeervoorzieningen; d. water, waterhuishouding en waterberging; en e. nutsvoorzieningen. Subparagraaf 11.1.2.3.2 Bedrijfsmatige activiteiten in ontwikkelgebied wonen Artikel 11.34 Vergunningplichtige activiteit - bedrijfsmatige activiteit verrichten
  3. Een bedrijfsmatige activiteit (11.4) mag uitsluitend worden gestart of gewijzigd na het verkrijgen van een omgevingsvergunning.
  4. De volgende beoordelingsregels zijn van toepassing: a. het gezamenlijk oppervlak aan bedrijfsmatige activiteiten is maximaal de oppervlakte zoals beschreven in artikel 11.12; b. de bedrijfsmatige activiteit betreft geen zelfstandig kantoor (11.4); en c. de bedrijfsmatige activiteit leidt niet tot een belasting in de vorm van continue trillingen, herhaald voorkomende trillingen, geur en geluid die afwijkt van de gestelde normen of in strijd is met andere relevante bepalingen voor trillingen, geur en geluid in dit omgevingsplan.
  5. In aanvulling op de algemene aanvraagvereisten uit artikel 7.3 van de Omgevingsregeling is de aanvraag ook voorzien van: a. een omschrijving van de te verrichten bedrijfsmatige activiteit; b. het beoogde gezamenlijk oppervlak aan bedrijfsmatige activiteiten (inrichtingstekening); en c. een onderzoek naar de relevante milieuaspecten trillingen, geur en geluid, waaruit blijkt dat voldaan kan worden aan het bepaalde in het tweede lid, onder c.
  6. Het bevoegd gezag kan vergunningvoorschriften stellen als niet kan worden voldaan aan het bepaalde in het tweede lid, onder c, mits er geen sprake is van strijdigheid met de in artikel 22.42 gestelde belangen. Artikel 11.35 Verboden activiteit - bedrijfsmatige activiteit verrichten Het is verboden om de volgende bedrijfsmatige activiteiten te verrichten: a. activiteiten die in aanzienlijke mate geluid kunnen veroorzaken; b. risicovolle activiteiten als bedoeld in bijlage VII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving en/of milieubelastende activiteiten die risico’s op het gebied van omgevingsveiligheid als bedoeld in het Besluit activiteiten leefomgeving veroorzaken; en c. activiteiten waarvoor paragraaf 4.102 van het Besluit activiteiten leefomgeving geldt. Paragraaf 11.1.2.4 Functie horeca Subparagraaf 11.1.2.4.

Artikel 11

.36 Toepassingsbereik Paragraaf 11.1.2.4 gaat over het verrichten van een horeca-activiteit (11.4) die valt in horeca van categorie 3 (11.4) op de locatie pz Amsteleind Noord - Oss - ontwikkelgebied wonen. Artikel 11.37 Oogmerken De regels in paragraaf 11.1.2.4 zijn, als uitwerking van de oogmerken in artikel 11.16 in het bijzonder gesteld met het oog op: a. het voorkomen van geur- en geluidsoverlast; b. het voorkomen van parkeer- en verkeerhinder; en c. een evenredige verdeling van het programma. Artikel 11.38 Algemene gebruiksregel

  1. Gronden en bouwwerken zijn bedoeld voor een horeca-activiteit (11.4) die valt in horeca van categorie 3 (11.4).
  2. Daaronder valt ook het gebruik van gronden en bouwwerken voor: a. erven en terreinen; b. groenvoorzieningen; c. parkeervoorzieningen; d. water, waterhuishouding en waterberging; en e. nutsvoorzieningen. Subparagraaf 11.1.2.4.2 Horeca in ontwikkelgebied wonen Artikel 11.39 Vergunningplichtige activiteit - horeca-activiteit verrichten
  3. Een horeca-activiteit (11.4) die valt in horeca van categorie 3 (11.4) mag uitsluitend worden gestart of gewijzigd na het verkrijgen van een omgevingsvergunning.
  4. De volgende beoordelingsregels zijn van toepassing: a. de horeca-activiteit bevindt zich op de locatie pz Amsteleind Noord - Oss - ontwikkelgebied wonen. b. de horeca-activiteit valt in horeca van categorie 3; c. de gezamenlijke oppervlakte aan horeca-activiteiten is maximaal de oppervlakte zoals beschreven in artikel 11.12; en d. de horeca-activiteit leidt niet tot een belasting in de vorm van geur en geluid die afwijkt van de gestelde normen of in strijd is met andere relevante regels voor geur en geluid in dit omgevingsplan.
  5. In aanvulling op de algemene aanvraagvereisten uit artikel 7.3 van de Omgevingsregeling is de aanvraag ook voorzien van: a. informatie over de te verrichten horeca-activiteit en de plaatsing daarvan in de horeca-categorie; b. het beoogde gezamenlijk oppervlak ten behoeve van de horeca-activiteit (inrichtingstekening); en c. een onderzoek naar de relevante milieuaspecten geur en geluid, waaruit blijkt dat voldaan kan worden aan het bepaalde in het tweede lid, onder d.
  6. Het bevoegd gezag kan vergunningvoorschriften stellen als niet kan worden voldaan aan het bepaalde in het tweede lid, onder d, mits er geen sprake is van strijdigheid met de in artikel 22.42 gestelde belangen. Paragraaf 11.1.2.5 Functie groen Subparagraaf 11.1.2.5.

Artikel 11

.40 Toepassingsbereik Paragraaf 11.1.2.5 gaat over het inrichten en gebruik van de gronden op de locatie pz Amsteleind Noord - Oss - groen - landschapszone. Artikel 11.41 Oogmerken De regels in paragraaf 11.1.2.5 zijn, als uitwerking van de oogmerken in artikel 11.16 in het bijzonder gesteld met het oog op: a. het voorzien van een goede landschapszone als passende overgang tussen stedelijk en landelijk gebied; b. het behoud en versterken van bestaande netwerken en verbindingen tussen stedelijk en landelijk gebied; en c. het realiseren van een groene, veilige en gezonde leefomgeving voor bewoners. Artikel 11.42 Algemene gebruiksregel

  1. Gronden en bouwwerken zijn bedoeld voor groen en een openbare landschapszone.
  2. Gronden worden ingericht conform de bijlage pz Amsteleind Noord Oss | Landschapsplan Amsteleind Noord.
  3. Daaronder valt ook het inrichten en gebruik van gronden en bouwwerken voor: a. groenvoorzieningen; b. paden voor langzaam verkeer; c. nutsvoorzieningen; d. kunstobjecten; e. speelvoorzieningen; f. water, waterhuishouding en waterberging. Artikel 11.43 Verboden activiteit Het is verboden om gronden en gebouwen te gebruiken als nachtverblijf. Paragraaf 11.1.2.6 Functie maatschappelijk Subparagraaf 11.1.2.6.

Artikel 11

.44 Toepassingsbereik Paragraaf 11.1.2.6 gaat over het verrichten van een maatschappelijke activiteit (11.4) op de locatie pz Amsteleind Noord - Oss - ontwikkelgebied wonen. Artikel 11.45 Oogmerken De regels in paragraaf 11.1.2.6 zijn, als uitwerking van de oogmerken in artikel 11.16, in het bijzonder gesteld met het oog op: a. een evenredige verdeling van het programma; en b. het voorkomen dan wel beperken van hinder. Artikel 11.46 Algemene gebruiksregel

  1. Gronden en bouwwerken zijn bedoeld voor een maatschappelijke activiteit (11.4).
  2. Daaronder valt ook het gebruik van gronden en bouwwerken voor: a. erven en terreinen; b. groenvoorzieningen; c. parkeervoorzieningen; d. water, waterhuishouding en waterberging; en e. nutsvoorzieningen. Subparagraaf 11.1.2.6.2 Maatschappelijke activiteiten in ontwikkelgebied wonen Artikel 11.47 Toegestane activiteit - maatschappelijke activiteit verrichten Het verrichten van een maatschappelijke activiteit (11.4), anders dan een maatschappelijke activiteit op het gebied van onderwijs en ontmoeting (11.4), is toegestaan. Artikel 11.48 Vergunningplichtige activiteit - maatschappelijke activiteit onderwijs en ontmoeting
  3. Een maatschappelijke activiteit op het gebied van onderwijs en ontmoeting (11.4) mag uitsluitend worden gestart of gewijzigd na het verkrijgen van een omgevingsvergunning.
  4. De volgende beoordelingsregel is van toepassing: a. de gezamenlijke bruto-vloeroppervlakte aan maatschappelijke activiteiten op het gebied van onderwijs en ontmoeting is maximaal de oppervlakte die is gegeven in artikel 11.
  5. In aanvulling op de algemene aanvraagvereisten uit artikel 7.3 van de Omgevingsregeling is de aanvraag ook voorzien van: a. informatie over het type te verrichten maatschappelijke activiteit op het gebied van onderwijs en ontmoeting; en b. het beoogde gezamenlijk oppervlak ten behoeve van de maatschappelijke activiteit op het gebied van onderwijs en ontmoeting (inrichtingstekening). Paragraaf 11.1.2.7 Functie openbare ruimte Subparagraaf 11.1.2.7.

Artikel 11

.49 Toepassingsbereik Paragraaf 11.1.2.7 gaat over het verrichten van activiteiten in de openbare ruimte op de locatie pz Amsteleind Noord - Oss - ontwikkelgebied wonen. Artikel 11.50 Algemene gebruiksregel

  1. Gronden en bouwwerken zijn bedoeld voor activiteiten ten behoeve van de openbare ruimte.
  2. Daaronder valt ook het gebruik van gronden en bouwwerken voor: a. groenvoorzieningen; b. water, waterhuishouding en waterberging; c. speelvoorzieningen; d. markten, standplaatsen en evenementen; e. infrastructurele voorzieningen, voorzieningen voor de verkeersregeling, verkeersgeleiding, naleving van de verkeersregels, wegaanduidingen, het opladen van accu’s van voertuigen (11.4) en kunstwerken; f. beeldende kunst; g. energievoorzieningen en nutsvoorzieningen; en h. verlichting. Subparagraaf 11.1.2.7.2 Openbare ruimte in ontwikkelgebied wonen Artikel 11.51 Toegestane activiteit - activiteit in de openbare ruimte verrichten Het verrichten van activiteiten in de openbare ruimte is uitsluitend toegestaan voor zover deze bestaan uit de activiteiten zoals genoemd in artikel 11.
  3. Artikel 11.52 Verboden activiteiten Het is verboden om gronden en gebouwen te gebruiken als nachtverblijf. Paragraaf 11.1.2.8 Functie verkeer Subparagraaf 11.1.2.8.

Artikel 11

.53 Toepassingsbereik Paragraaf 11.1.2.8 gaat over het inrichten van de gronden voor verkeersactiviteiten op de locatie pz Amsteleind Noord - Oss - ontwikkelgebied wonen en de locatie pz Amsteleind Noord - Oss - verkeer. Artikel 11.54 Oogmerken De regels in paragraaf 11.1.2.8 zijn, als uitwerking van de oogmerken in artikel 11.16 in het bijzonder gesteld met het oog op: a. het voorzien van een goede verkeersontsluiting van Amsteleind Noord; en b. het voorzien van een goede verkeersafwikkeling van Amsteleind Noord. Artikel 11.55 Algemene gebruiksregel

  1. Gronden en bouwwerken zijn bedoeld voor verkeersactiviteiten.
  2. Daaronder valt ook het gebruik van gronden en bouwwerken voor: a. wegen, straten en paden die mede gericht zijn op de afwikkeling van het doorgaande verkeer; b. parkeervoorzieningen; c. nutsvoorzieningen; d. groenvoorzieningen; e. kunstobjecten; f. voorzieningen ten behoeve van afvalinzameling, openbaar vervoer en telecommunicatie; en g. water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Paragraaf 11.1.2.9 Functie wonen Subparagraaf 11.1.2.9.

Artikel 11

.56 Toepassingsbereik Paragraaf 11.1.2.9 gaat over wonen (11.4) op de locatie pz Amsteleind Noord - Oss - ontwikkelgebied wonen en de locatie pz Amsteleind Noord - Oss - wonen. Artikel 11.57 Oogmerken De regels in paragraaf 11.1.2.9 zijn, als uitwerking van de oogmerken in artikel 11.16, in het bijzonder gesteld met het oog op: a. het beschermen van een goed woon- en leefklimaat; b. evenwichtige en functionele woonomgeving; c. een flexibel en gedifferentieerd woningbouwprogramma; d. duurzaamheid en toekomstbestendigheid; e. wonen met een zorgbehoefte; f. het faciliteren van wonen om onderlinge ondersteuningsrelaties (11.4) te bevorderen die voortkomen uit sociale banden; en g. het versterken van de woonfunctie. Artikel 11.58 Algemene gebruiksregel

  1. Gronden en bouwwerken zijn bedoeld voor wonen (11.4).
  2. Daaronder valt ook het gebruik van gronden en bouwwerken voor: a. erven en tuinen; b. groenvoorzieningen; c. voorzieningen voor parkeer, verkeer en verblijf; d. water, waterhuishouding en waterberging; en e. nutsvoorzieningen. Subparagraaf 11.1.2.9.2 Wonen in Amsteleind Noord Artikel 11.59 Toepassingsbereik Subparagraaf 11.1.2.9.2 gaat over het gebruik van gronden ten behoeve van wonen (11.4) en het bewonen van een woning of woonwagen (11.4). Artikel 11.60 Toegestane activiteit - wonen
  3. Wonen is uitsluitend toegestaan als wordt voldaan aan de voorwaarden.
  4. De voorwaarden zijn: a. er is sprake van een zelfstandige woning (11.4); b. het hoofdgebouw is een woning die op grond van dit omgevingsplan of een omgevingsvergunning is toegestaan; c. de woning wordt bewoond door maximaal één huishouden (11.4); d. er is geen sprake van bewoning van een afhankelijke woonvoorziening (11.4); en e. er is geen sprake van bewoning van een bijbehorend bouwwerk. Artikel 11.61 Vergunningplichtige activiteit - bewoning door meer dan één huishouden
  5. Gronden en woningen mogen uitsluitend bewoond worden door meer dan één huishouden (11.4) na het verkrijgen van een omgevingsvergunning.
  6. De volgende beoordelingsregels zijn van toepassing: a. de woning wordt niet bewoond door meer dan één persoon per 12m2 gebruiksoppervlakte; b. de huisvesting aanvaardbaar is uit het oogpunt van een goed woon- en leefklimaat; c. er sprake is van een evenwichtige spreiding van de bewoning van woningen door meer dan één huishouden in de gemeente Oss; d. de bewoning vindt niet plaats in een vrijstaand bijbehorend bouwwerk; en e. er is geen sprake van een ontoelaatbare toename van gebruik-, parkeer- en verkeersdruk.
  7. In aanvulling op de algemene aanvraagvereisten uit artikel 7.3 van de Omgevingsregeling is de aanvraag voor een activiteit als bedoeld in het tweede lid ook voorzien van: a. het aantal personen en de relatie van die personen tot elkaar; b. het gebruiksoppervlakte van de woning; en c. een ruimtelijke motivatie die het initiatief toetst aan de relevante milieu- en omgevingsaspecten, waarbij in elk geval ingegaan wordt op de effecten op de verkeersveiligheid. Artikel 11.62 Vergunningplichtige activiteit - gebruik gronden en bouwwerken voor mantelzorg en mantelwonen
  8. Gronden en bouwwerken mogen uitsluitend worden gebruikt voor mantelzorg en mantelwonen (11.4) na het verkrijgen van een omgevingsvergunning.
  9. Voor mantelwonen gelden de volgende beoordelingsregels: a. er sprake is van een onderlinge ondersteuningsrelatie (11.4), voortkomend uit een sociale relatie, zoals bijvoorbeeld familie of daaraan gelijk te stellen; b. de mantelwoonvoorziening (11.4) is ingepast binnen de bestaande, al dan niet vergunningvrije bouwmogelijkheden; c. de mantelwoonvoorziening voldoet aan het beleid over mantelwonen (11.4); d. er is per woning sprake van maximaal één mantelwoonvoorziening; e. de mantelwoonvoorziening wordt niet als zelfstandige woning (11.4) gebruikt; f. de bewoning zorgt niet voor een bewoning door meer dan één persoon per 12m2 gebruiksoppervlakte; g. de mantelwoonvoorziening wordt door maximaal twee personen bewoond; h. er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en goede ruimtelijke, milieutechnische en stedenbouwkundige inpassing; i. er is in de mantelwoonvoorziening sprake van een goed woon- en leefklimaat dat minimaal gelijk is aan dat van de hoofdwoning; en j. het weigeren van de aanvraag om de omgevingsvergunning zou, wegens strijdigheid met de beoordelingsregels onder a tot en met f, gevolgen hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de oogmerken van deze paragraaf.
  10. Voor mantelzorg gelden de volgende beoordelingsregels: a. de bewoning door de ontvanger van de mantelzorg vindt plaats in een aangebouwd of vrijstaand bijbehorend bouwwerk; b. op het perceel is al een woning aanwezig en op de betreffende woning geldt geen zodanige vergunning; c. de bewoning zorgt niet voor een bewoning door meer dan één persoon per 12m2 gebruiksoppervlakte; d. de afhankelijke woonvoorziening (11.4) binnen de vergunningvrije bouwmogelijkheden voor bijbehorende bouwwerken of op grond van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 11.87 wordt ingepast en de oppervlakte van het gebouw in ieder geval niet groter is dan 80 m2; e. het bijbehorend bouwwerk ligt op een afstand van niet meer dan 40 m van de woning, behalve in het geval dat een bestaand bijbehorend bouwwerk op ruimere afstand van de woning ligt, dat op relatief eenvoudige manier geschikt te maken is voor bewoning en er sprake blijft van een relatie tussen woning en bijbehorend bouwwerk; f. er vindt geen ontoelaatbare aantasting plaats van de belangen van belanghebbenden; en g. er is geen sprake van een ontoelaatbare toename van gebruik- en verkeersdruk.
  11. In aanvulling op de algemene aanvraagvereisten uit artikel 7.3 van de Omgevingsregeling is de aanvraag ook voorzien van: a. een toelichting dat het vrijstaand bijbehorend bouwwerk nodig is voor mantelzorg; b. een beschouwing van de effecten op de belangen van belanghebbenden; c. een toets of de mantelwoonvoorziening binnen de bouwmogelijkheden voor bijbehorende bouwwerken past van dit omgevingsplan; d. de beoogde oppervlakte van het vrijstaand bijbehorend bouwwerk dat voor mantelzorg zal worden gebruikt; e. de afstand van het vrijstaande bijbehorend bouwwerk tot de woning; en f. indien sprake is van een afstand van het vrijstaand bijbehorend bouwwerk tot de woning van meer dan 40 meter, een toelichting hoe het bijbehorend bouwwerk geschikt is te maken voor bewoning.
  12. Het bevoegd gezag kan voor de omgevingsvergunning als bedoeld in het tweede lid de volgende voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning: a. de omgevingsvergunning geldt voor een periode van maximaal 10 jaar; b. de omgevingsvergunning als bedoeld onder a is persoonsgebonden, en dus niet overdraagbaar op andere personen, en hangt samen met de ondersteuningsrelatie, zoals genoemd in het tweede lid, tussen de hoofdbewoners en de bewoners van de mantelwoonvoorziening; en c. als de ondersteuningsrelatie vervalt door verhuizing, overlijden of andere oorzaken, dan vervalt ook de toestemming om gronden en bouwwerken te mogen gebruiken als mantelwoonvoorziening.
  13. Het bevoegd gezag kan aan de omgevingsvergunning als bedoeld in het derde lid de volgende voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning: a. de omgevingsvergunning wordt ingetrokken als de noodzaak vanuit oogpunt van mantelzorg niet meer aanwezig is; en b. als de bewoning van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk plaatsvindt door degene die mantelzorg nodig heeft en diens partner, wordt de omgevingsvergunning pas ingetrokken nadat beiden het bijbehorend bouwwerk hebben verlaten. Artikel 11.63 Verboden activiteit - bijbehorend bouwwerk gebruiken voor mantelzorg
  14. Het is verboden om bijbehorende bouwwerken bij appartementengebouwen (11.4) te gebruiken voor mantelzorg.
  15. Het is verboden om bijbehorende bouwwerken bij patiowoningen te gebruiken voor mantelzorg.
  16. Het is verboden om bijbehorende bouwwerken bij woonwagens te gebruiken voor mantelzorg. Subparagraaf 11.1.2.9.3 Aan huis gebonden activiteit verrichten Artikel 11.64 Oogmerken De regels in subparagraaf 11.1.2.9.3 zijn, als uitwerking van de oogmerken in artikel 11.57, in het bijzonder gesteld met het oog op: a. het voorkomen dan wel beperken van parkeer- en verkeersoverlast; en b. het bieden van mogelijkheden tot kleinschalige economische activiteiten. Artikel 11.65 Toepassingsbereik Subsubparagraaf 11.1.2.9.3 gaat over het verrichten van een aan huis gebonden activiteit (11.4). Artikel 11.66 Toegestane activiteit - aan huis gebonden activiteit verrichten
  17. Het verrichten van een aan huis gebonden activiteit (11.4)is uitsluitend toegestaan als aan de voorwaarden wordt voldaan.
  18. De voorwaarden zijn: a. de bruto-vloeroppervlakte van de activiteit is maximaal 35 m2; b. de aan huis gebonden activiteit is ondergeschikt aan de woonactiviteit; c. degene die de activiteit als bedoeld in het eerste lid uitvoert, is de gebruiker van de woning; d. er is maximaal één ondersteunend personeelslid; en e. er is geen sprake van detailhandel. Artikel 11.67 Vergunningplichtige activiteit - aan huis gebonden activiteit verrichten
  19. Een aan huis gebonden activiteit die afwijkt van artikel 11.66 mag uitsluitend worden verricht na het verkrijgen van een omgevingsvergunning.
  20. De volgende beoordelingsregels zijn van toepassing: a. de woonfunctie blijft als hoofdfunctie voor tenminste 40% behouden, waarbij de bruto-vloeroppervlakte van de beroep- of bedrijfsactiviteiten aan huis maximaal 75 m2 is; b. de kwaliteit van de woonomgeving wordt niet ontoelaatbaar aangetast; c. de activiteit is aanvaardbaar uit het oogpunt van een goed woon- en leefklimaat; d. de activiteit heeft geen sterke publieksaantrekkende werking; en e. een goede verkeersafwikkeling wordt bereikt en in stand gehouden.
  21. In aanvulling op het tweede lid gelden de volgende beoordelingsregels ook voor het uitoefenen van een detailhandelsactiviteit (11.4) als onderdeel van een aan huis gebonden activiteit: a. er is uitsluitend sprake van zeer beperkte verkoop (kleinschalig) als onderdeel van een aan huis gebonden activiteit; b. de detailhandelsactiviteit is onderdeel van de klantgerichte activiteiten ter plaatse; en c. de detailhandel is van ondergeschikte aard en daarmee een niet-zelfstandig onderdeel van de totale aan huis gebonden activiteit.
  22. In aanvulling op de algemene aanvraagvereisten uit artikel 7.3 van de Omgevingsregeling is de aanvraag ook voorzien van: a. de beoogde bruto-vloeroppervlakte van de beroep- of bedrijfsactiviteit aan huis; b. de bruto-vloeroppervlakte van de woning; en c. een onderzoek naar de relevante milieu- en omgevingsaspecten. Subparagraaf 11.1.2.9.4 Bed and breakfast uitbaten Artikel 11.68 Toepassingsbereik Subparagraaf 11.1.2.9.4 gaat over het uitbaten van een bed and breakfast (11.4). Artikel 11.69 Oogmerken De regels in subparagraaf 11.1.2.9.4 zijn, als uitwerking van de oogmerken in artikel 11.57, in het bijzonder gesteld met het oog op: a. een evenwichtige en functionele woonomgeving; b. een leefbare en veilige woonomgeving; en c. het voorkomen van onevenredige parkeer- en verkeersdrukte. Artikel 11.70 Toegestane activiteit - bed and breakfast uitbaten
  23. Een bed and breakfast uitbaten is uitsluitend toegestaan als aan de voorwaarden wordt voldaan.
  24. De voorwaarden zijn: a. de woonfunctie blijft als hoofdfunctie, dat wil zeggen minimaal 40%, behouden. b. de overnachtingscapaciteit van een bed and breakfast bestaat uit maximaal 2 kamers en maximaal 4 personen tegelijkertijd; c. de bed and breakfast is ondergeschikt aan het wonen in een grondgebonden woning met bijbehorende bouwwerken; d. het uitbaten van de bed and breakfast vindt niet plaats in een vrijstaand bijbehorend bouwwerk; e. degene die een bed and breakfast uitbaat, is de gebruiker van de woning; f. er is maximaal één ondersteunend personeelslid; g. de gebruiksoppervlakte van de bed and breakfast is maximaal 35 m2; h. de bed and breakfast tast de bebouwings- en gebruiksmogelijkheden van de nabijgelegen gronden niet onevenredig aan; en i. een goede verkeersafwikkeling kan worden bereikt en in stand worden gehouden. Subparagraaf 11.1.2.9.5 Incidentele maatschappelijke activiteiten Artikel 11.71 Toepassingsbereik Subparagraaf 11.1.2.9.5 gaat over het verrichten van een incidentele maatschappelijke activiteit (11.4) binnen appartementengebouwen (11.4). Artikel 11.72 Toegestane activiteit - incidentele maatschappelijke activiteit verrichten in een appartementengebouw
  25. Het verrichten van een incidentele maatschappelijke activiteit (11.4) in een appartementengebouw (11.4) is uitsluitend toegestaan als aan de voorwaarden wordt voldaan.
  26. De voorwaarden zijn: a. er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op het perceel of in de omgeving daarvan; b. de activiteit vindt plaats op de eerste bouwlaag (11.4); c. de bruto-vloeroppervlakte dat wordt gebruikt is maximaal 30% van de bruto-vloeroppervlakte van de eerste bouwlaag; en d. er is geen sprake van overlast. Afdeling 11.1.3 BOUWEN Paragraaf 11.1.3.

Artikel 11.73 Toepassingsbereik 1.

Afdeling 11.1.3 gaat over het bouwen van: a. hoofdgebouwen; b. bijbehorende bouwwerken, of uitbreidingen daarvan; en c. bouwwerken, geen gebouw zijnde.

  1. Deze paragraaf gaat ook over het verbouwen of wijzigen van bestaande bouwwerken. Artikel 11.74 Voorrangsbepaling vergunningplicht bouwactiviteit In afwijking van het bepaalde in artikel 22.26 gelden voor bouwactiviteiten op de locatie pz Amsteleind Noord - Oss de vergunningplichten zoals opgenomen in afdeling 11.1.
  2. Artikel 11.75 Toepassingsbereik vergunningvrije bouwactiviteit bruidsschat Artikel 22.27 is, als tevens voldaan wordt aan de beoordelingsregels voor een bouwactiviteit zoals opgenomen in afdeling 11.1.3, ook van overeenkomstige toepassing op bouwactiviteiten op de locatie pz Amsteleind Noord - Oss. Paragraaf 11.1.3.2 Algemene regels Subparagraaf 11.1.3.2.1 Algemeen Artikel 11.76 Antidubbeltelbepaling Bij het beoordelen van een nieuw bouwplan wordt grond waarop eerder een bouwplan is goedgekeurd waar wel of nog geen uitvoering aan is gegeven niet meegenomen in de overweging. Artikel 11.77 Overschrijding bouwgrenzen - aanvullende beoordelingsregels
  3. Voor het bouwen van een gebouw waar op grond van de afdeling 11.1.3 een omgevingsvergunning benodigd is, mag worden afgeweken van de bij recht in de regels gegeven bepalingen over maatvoering en situering als wordt voldaan aan aanvullende beoordelingsregels.
  4. De aanvullende beoordelingsregels zijn: a. de ondergeschikte bouwdelen van gebouwen zoals plinten, pilasters, kozijnen, hemelwaterafvoeren, ventilatiekanalen en rookkanalen overschrijden de bouwgrens met maximaal 0,5 m; en b. de overschrijding past binnen het stedenbouwkundig beeld van de omgeving. Artikel 11.78 Geluidgevoelig gebouw bouwen - aanvullende beoordelingsregels
  5. Voor het bouwen van een geluidgevoelig gebouw waar op grond van de afdeling 11.1.3 een omgevingsvergunning benodigd is gelden aanvullende beoordelingsregels.
  6. De aanvullende beoordelingsregel is: a. er dient voldaan te worden aan de regels, gesteld in subparagraaf 11.1.4.3 Artikel 11.79 Trillinggevoelig gebouwen bouwen - aanvullende beoordelingsregels
  7. Voor het bouwen van een trillinggevoelig gebouw waar op grond van de afdeling 11.1.3 een omgevingsvergunning benodigd is, gelden aanvullende beoordelingsregels.
  8. De aanvullende beoordelingsregel is: a. er dient voldaan te worden aan de regels gesteld in artikel 11.
  9. Artikel 11.80 Algemeen verbod bouwactiviteiten Het is verboden bouwactiviteiten te verrichten anders dan bouwactiviteiten die zijn toegelaten op grond van de regels en voorwaarden uit titel 11.
  10. Subparagraaf 11.1.3.2.2 Bestaande bouwwerken Artikel 11.81 Toegestane activiteit - bestaand bouwwerk met afwijkende maten in stand houden
  11. Het in stand houden van een bestaand bouwwerk (11.4) met afwijkende maten is uitsluitend toegestaan als wordt voldaan aan de voorwaarden.
  12. De voorwaarden zijn: a. het bestaande bouwwerk is toegestaan door middel van een omgevingsvergunning of door dit omgevingsplan; b. het bestaande bouwwerk is gebouwd op grond van een omgevingsvergunning of het omgevingsplan; c. de volgende bestaande afstands-, hoogte-, inhouds-, en oppervlaktematen (11.4) mogen meer bedragen dan toegelaten door afdeling 11.1.3:
  13. goothoogte;
  14. bouwhoogte;
  15. oppervlakte;
  16. inhoud;
  17. afstand tot de as van de weg; en/of
  18. afstand tot de zijdelingse perceelsgrens; d. de onder c bedoelde maten/afmetingen gelden alleen als maximaal toelaatbaar als zij op legale wijze tot stand zijn gekomen; en e. de onder c bedoelde maten/afmetingen zijn de maximaal toelaatbare maten/afmetingen en mogen niet worden vergroot. Artikel 11.82 Toegestane activiteit - bestaand bouwwerk veranderen
  19. Het veranderen van een bestaand bouwwerk (11.4) is uitsluitend toegestaan als wordt voldaan aan de voorwaarden.
  20. De voorwaarden zijn: a. het bebouwd oppervlak wordt niet groter; b. het bouwvolume wordt niet groter; c. de bestaande funderingen worden gebruikt; en d. er is geen sprake van een bouwwerk als bedoeld in artikel 2.29, onder b tot en met r van het Besluit bouwwerken leefomgeving dat niet voldoet aan de voor dat bouwwerk in die onderdelen gestelde eisen. Subparagraaf 11.1.3.2.3 Bijbehorende bouwwerken Artikel 11.83 Toegestane activiteit - carport bouwen
  21. Het bouwen van een carport is uitsluitend toegestaan als aan de voorwaarden wordt voldaan.
  22. De voorwaarden zijn: a. de carport staat ten minste 1 meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw; en b. de bouwhoogte is maximaal 3 meter. Artikel 11.84 Toegestane activiteit - dakkapel bouwen
  23. Het bouwen van een dakkapel (11.4) is uitsluitend toegestaan als aan de voorwaarden wordt voldaan.
  24. De voorwaarden zijn: a. de dakkapel bevindt zich in het voorvlak of een naar openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak van het hoofdgebouw; b. de dakkapel heeft een plat dak; c. de dakkapel is, gemeten vanaf de voet van de dakkapel, maximaal 1,75 m hoog; d. de onderzijde van de dakkapel ligt minimaal 0,5 m en maximaal 1 m boven de dakvoet; e. de bovenzijde van de dakkapel ligt minimaal 0,5 m onder de daknok; f. de zijkanten van de dakkapel liggen minimaal 0,5 m van de zijkanten van het dakvlak; g. de breedte van de dakkapel is maximaal 50% van de breedte van het dakvlak; en h. er zijn geen redelijke eisen van welstand van toepassing. Artikel 11.85 Toegestane activiteit - aan- en uitbouw en bijgebouw bouwen
  25. Het bouwen van een aanbouw, uitbouw of bijgebouw of een uitbreiding daarvan is uitsluitend toegestaan als aan de voorwaarden wordt voldaan.
  26. De voorwaarden zijn: a. een aanbouw of uitbouw of bijgebouw staat minimaal 3 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw; b. de goothoogte is maximaal 3,5 m; c. de bouwhoogte is maximaal 5 m; d. de hoogte op de zijdelingse perceelsgrens is maximaal 3,5 m; e. als de bouwhoogte meer is dan 3,5 m wordt de nok van het dak gevormd door twee of meer schuine daken met een hellingshoek van maximaal 55 graden; f. dakterrassen boven aan- en uitbouwen of bijgebouwen zijn alleen toegestaan achter de achtergevel van het hoofdgebouw; g. is er sprake van aan- en uitbouwen of bijgebouwen bij een woning als hoofdgebouw, is het bepaalde in artikel 11.105 van overeenkomstige toepassing en geldt dat het gezamenlijk oppervlak aan aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij een hoofdgebouw niet meer mag bedragen van 150 m2; h. in afwijking van het bepaalde onder f zijn dakterrassen bij patiowoningen niet toegestaan; en i. kelders onder aan- en uitbouwen of bijgebouwen zijn alleen toegestaan als zij direct aansluiten op het oorspronkelijke hoofdgebouw. Artikel 11.86 Toegestane activiteit - ander bijbehorend bouwwerk bouwen
  27. Het bouwen van een ander bijbehorend bouwwerk is uitsluitend toegestaan als aan de voorwaarden wordt voldaan.
  28. De voorwaarden zijn: a. de voorgevel van het bijbehorende hoofdgebouw wordt met maximaal 1,5 m overschreden; b. de breedte is maximaal 50% van de breedte van de voorgevel; c. de afstand tot de zijdelingse perceelgrens is minimaal 0,5 m; d. de afstand tot de openbare weg (11.4) of ander openbaar gebied is minimaal 2 m; en e. het bijbehorende bouwwerk of de uitbreiding daarvan ligt maximaal 0,3 m boven de bovenkant van de scheidingsconstructie van de tweede bouwlaag (11.4) van het hoofdgebouw. Artikel 11.87 Vergunningplichtige activiteit - aan- en uitbouw en bijgebouw bouwen, carport bouwen en dakkapel bouwen
  29. Carports, aan- en uitbouwen en bijgebouwen en dakkapellen (11.4) die afwijken van de voorwaarden in de artikelen 11.85, 11.83 en 11.84 mogen uitsluitend worden gebouwd na het verkrijgen van een omgevingsvergunning.
  30. De volgende beoordelingsregels zijn van toepassing: a. het bouwwerk past binnen de stedenbouwkundige structuur; b. de bouw- en gebruiksmogelijkheden van omliggende gebouwen en locaties worden niet onevenredig aangetast; en c. het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk is, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet in strijd met de geldende gemeentelijke beleidsregels over het uiterlijk van bouwwerken. Artikel 11.88 Vergunningplichtige activiteit - ander bijbehorend bouwwerk bouwen
  31. Een bijbehorend bouwwerk dat afwijkt van de voorwaarden uit artikel 11.86 mag uitsluitend worden gebouwd na het verkrijgen van een omgevingsvergunning.
  32. De volgende beoordelingsregels zijn van toepassing: a. erkers, balkons en luifels overschrijden de voorgevel van het hoofdgebouw met maximaal 1,5 m mits:
  33. ingangspartijen, balkons en luifels van het hoofdgebouw als gevolg van de afwijking maximaal 1,5 m dieper worden dan bij recht is toegestaan;
  34. de afstand tot het openbaar gebied minimaal 2 m is;
  35. de breedte van een erker, luifel of balkon maximaal 50% van de breedte van de voorgevel van het bijbehorende hoofdgebouw is; en
  36. de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens minimaal 0,5 m is tenzij twee erkers, luifels of balkons direct aan weerszijden van de zijdelingse perceelsgrens worden gebouwd; b. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van aangrenzende gronden en van het straat- en bebouwingsbeeld. Subparagraaf 11.1.3.2.4 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Artikel 11.89 Toegestane activiteit - bouwwerk, geen gebouw zijnde bouwen
  37. Het bouwen van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, is uitsluitend toegestaan als aan de voorwaarden wordt voldaan.
  38. De voorwaarden zijn: a. een erf- of perceelafscheiding is maximaal 2 m hoog, met dien verstande dat tot een afstand van 1 m achter de voorgevelrooilijn de hoogte maximaal 1 m is; b. een ander bouwwerk, geen gebouw zijnde, is maximaal 4 m hoog; en c. op de grond staande zonnepanelen staan minimaal 3 m achter de voorgevel. Artikel 11.90 Vergunningplichtige activiteit - bouwwerk, geen gebouw zijnde bouwen
  39. Een bouwwerk, geen gebouw zijnde dat afwijkt van de voorwaarden uit artikel 11.89 mag uitsluitend worden gebouwd na het verkrijgen van een omgevingsvergunning.
  40. De volgende beoordelingsregels zijn van toepassing: a. het aangevraagde bouwwerk past binnen de stedenbouwkundige structuur; b. de bouw- en gebruiksmogelijkheden van omliggende gebouwen en locaties worden niet onevenredig aangetast; en c. het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk is, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet in strijd met de geldende gemeentelijke beleidsregels over het uiterlijk van bouwwerken. Paragraaf 11.1.3.3 Functie bedrijf en horeca Subparagraaf 11.1.3.3.

Artikel 11

.91 Toepassingsbereik De regels in paragraaf 11.1.3.3 gaan over het bouwen van een hoofdgebouw ten behoeve van bedrijfsmatige activiteiten (11.4) en horeca-activiteiten (11.4) zoals bedoeld in artikel 11.12 op de locatie pz Amsteleind Noord - Oss - ontwikkelgebied wonen. Subparagraaf 11.1.3.3.2 Hoofdgebouw bouwen Artikel 11.92 Vergunningplichtige activiteit – hoofdgebouw bouwen anders dan voor wonen

  1. Een hoofdgebouw anders dan voor wonen (11.4) op de locatie pz Amsteleind Noord - Oss - ontwikkelgebied wonen mag uitsluitend worden gebouwd na het verkrijgen van een omgevingsvergunning.
  2. De volgende beoordelingsregels zijn van toepassing: a. de bouwhoogte van het hoofdgebouw is maximaal 12 m; b. het bebouwingspercentage (11.4) van een bouwperceel is maximaal 75%; en c. een hoofdgebouw bevat maximaal 3 bouwlagen en een kap, dan wel maximaal 4 bouwlagen, waarvan de vierde bouwlaag (11.4) afgewerkt is met een plat dak. Paragraaf 11.1.3.4 Functie maatschappelijk Subparagraaf 11.1.3.4.

Artikel 11

.93 Toepassingsbereik De regels in paragraaf 11.1.3.4 gaan over het bouwen van een hoofdgebouw ten behoeve van de maatschappelijke activiteit (11.4) op de locatie pz Amsteleind Noord - Oss - ontwikkelgebied wonen. Subparagraaf 11.1.3.4.2 Hoofdgebouw bouwen Artikel 11.94 Vergunningplichtige activiteit – hoofdgebouw bouwen anders dan voor wonen

  1. Een hoofdgebouw anders dan voor wonen (11.4) op de locatie pz Amsteleind Noord - Oss - ontwikkelgebied wonen mag uitsluitend worden gebouwd na het verkrijgen van een omgevingsvergunning.
  2. De volgende beoordelingsregels zijn van toepassing: a. de bouwhoogte van het hoofdgebouw is maximaal 12 m; b. het bebouwingspercentage (11.4) van een bouwperceel is maximaal 75%; en c. een hoofdgebouw bevat maximaal 3 bouwlagen en een kap, dan wel maximaal 4 bouwlagen, waarvan de vierde bouwlaag (11.4) afgewerkt is met een plat dak. Paragraaf 11.1.3.5 Functie openbare ruimte Subparagraaf 11.1.3.5.

Artikel 11

.95 Toepassingsbereik De regels in paragraaf 11.1.3.5 gaan over het bouwen ten behoeve van activiteiten in de openbare ruimte op de locatie pz Amsteleind Noord - Oss - ontwikkelgebied wonen en pz Amsteleind Noord - Oss - groen - landschapszone gaan over bouwen van: a. bouwwerken voor nutsvoorzieningen; en b. bouwwerken, geen gebouw zijnde. Subparagraaf 11.1.3.5.2 Bouwwerk bouwen Artikel 11.96 Toegestane activiteit - bouwwerk bouwen voor nutsvoorziening

  1. Een bouwwerk bouwen voor een nutsvoorziening is uitsluitend toegestaan als aan de voorwaarden uit dit artikel wordt voldaan.
  2. De voorwaarden zijn: a. het bouwwerk staat in de openbare ruimte; b. de bouwhoogte is maximaal 3 m; c. de oppervlakte per nutsvoorziening is maximaal 20 m
  3. Artikel 11.97 Verboden activiteit - bouwwerk bouwen Als niet wordt voldaan aan artikel 11.96 is het verboden een bouwwerk te bouwen in de openbare ruimte. Artikel 11.98 Toegestane activiteit - bouwwerk, geen gebouw zijnde bouwen - ontwikkelgebied wonen
  4. In afwijking van de artikelen in subparagraaf 11.1.3.2.4 mag een bouwwerk, geen gebouw zijnde in ontwikkelgebied wonen uitsluitend worden gebouwd als aan de voorwaarden uit dit artikel wordt voldaan.
  5. De voorwaarden zijn: a. de bouwhoogte van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, bedoeld voor verkeer is maximaal 12 m; b. de bouwhoogte van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, bedoeld voor signalering en telecommunicatie is maximaal 12 m; c. de bouwhoogte van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, bedoeld voor kunstobjecten is maximaal 12 m; d. de bouwhoogte van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voor het opladen van accu’s van voertuigen (11.4) is maximaal 3 m; e. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen is maximaal 2 m; en f. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde is maximaal 4 m. Artikel 11.99 Toegestane activiteit - bouwwerk, geen gebouw zijnde bouwen - groen - landschapszone
  6. In afwijking van de artikelen in subparagraaf 11.1.3.2.4 mag een bouwwerk, geen gebouw zijnde in pz Amsteleind Noord - Oss - groen - landschapszone uitsluitend worden gebouwd als aan de voorwaarden uit dit artikel wordt voldaan.
  7. De voorwaarden zijn: a. de bouwhoogte van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, bedoeld voor kunstobjecten is maximaal 6 m; b. de bouwhoogte van nutsvoorzieningen is maximaal 3 m; c. de oppervlakte van nutsvoorzieningen is maximaal 20 m2; d. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen is maximaal 2 m; en e. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde is maximaal 4 m. Paragraaf 11.1.3.6 Functie verkeer Subparagraaf 11.1.3.6.

Artikel 11.100 Toepassingsbereik 1.

De regels in paragraaf 11.1.3.6 gaan over het bouwen ten behoeve van verkeersactiviteiten p de locatie pz Amsteleind Noord - Oss - ontwikkelgebied wonen en gaan over bouwen van : a. bouwwerken voor nutsvoorzieningen; en b. bouwwerken, geen gebouw zijnde.

  1. De regels in deze subparagraaf zijn van toepassing op de locatie pz Amsteleind Noord - Oss - ontwikkelgebied wonen.
  2. De regels in deze subparagraaf zijn ook van toepassing op de locatie pz Amsteleind Noord - Oss - verkeer. Subparagraaf 11.1.3.6.2 Bouwwerk bouwen Artikel 11.101 Toegestane activiteit - bouwwerk voor nutsvoorziening bouwen
  3. Het bouwen van een bouwwerk voor een nutsvoorziening is uitsluitend toegestaan als aan de voorwaarden wordt voldaan.
  4. De voorwaarden zijn: a. het bouwwerk staat in de openbare ruimte; b. de bouwhoogte is maximaal 3 m; en c. de oppervlakte per nutsvoorziening is maximaal 20 m
  5. Artikel 11.102 Toegestane activiteit - bouwwerk, geen gebouw zijnde bouwen
  6. In afwijking van de artikelen in subparagraaf 11.1.3.2.4 is het bouwen van een bouwwerk, geen gebouw zijnde uitsluitend toegestaan als aan de voorwaarden wordt voldaan.
  7. De voorwaarden zijn: a. de bouwhoogte van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, bedoeld voor verkeer is maximaal 12 m; b. de bouwhoogte van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, bedoeld voor signalering en telecommunicatie is maximaal 12 m; c. de bouwhoogte van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, bedoeld voor kunstobjecten is maximaal 12 m; d. de bouwhoogte van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voor het opladen van accu’s van voertuigen (11.4) is maximaal 3 m; e. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen is maximaal 2 m; en f. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde is maximaal 4 m. Artikel 11.103 Vergunningplichtige activiteit - bouwwerk, geen gebouw zijnde bouwen
  8. In afwijking van de artikelen in subparagraaf 11.1.3.2.4 mag een bouwwerk, geen gebouw zijnde dat afwijkt van de voorwaarden uit artikel 11.102 uitsluitend worden gebouwd na het verkrijgen van een omgevingsvergunning.
  9. De volgende beoordelingsregels zijn van toepassing: a. het bouwwerk past binnen de stedenbouwkundige structuur; b. de bouw- en gebruiksmogelijkheden van omliggende gebouwen en locaties worden niet onevenredig aangetast; en c. het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk is, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet in strijd met de geldende gemeentelijke beleidsregels over het uiterlijk van bouwwerken. Paragraaf 11.1.3.7 Functie wonen Subparagraaf 11.1.3.7.

Artikel 11

.104 Toepassingsbereik De regels in paragraaf 11.1.3.7 gaan over het bouwen ten behoeve van wonen (11.4) zoals bedoeld in de artikelen 11.9, 11.10 en 11.11 op de locatie pz Amsteleind Noord - Oss - ontwikkelgebied wonen en locatie pz Amsteleind Noord - Oss - wonen en gaan over: a. het bebouwingspercentage (11.4); en b. hoofdgebouw bouwen. Subparagraaf 11.1.3.7.2 Algemene regels Artikel 11.105 Algemene bouwregel - bebouwingspercentage gebouwen binnen bouwperceel

  1. Het bebouwingspercentage (11.4) per bouwperceel (11.4) is maximaal het percentage dat in de tabel hieronder is aangegeven. Oppervlakte bouwperceel Bebouwingspercentage van het bouwperceel tot en met 300 m2 55% van 301 tot 400 m2 55% voor de oppervlakte tot 300 m2 en 30% over de meerdere oppervlakte > 401 m2 50% over de oppervlakte tot 400 m2 en 20% over de meerdere oppervlakte
  2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt voor patiowoningen dat een hoofdgebouw voorzien is van een binnenplaats of een binnentuin met een oppervlak van ten minste 20% van de oppervlakte van het bouwperceel.
  3. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt voor appartementengebouwen (11.4) dat het gehele bouwperceel mag worden bebouwd.
  4. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt voor een woonwagen (11.4) dat: a. de oppervlakte van een woonwagen per standplaats maximaal 100 m2 mag bedragen; en b. de gezamenlijke oppervlakte aan bijgebouwen per standplaats niet meer dan 50 m2 mag bedragen. Subparagraaf 11.1.3.7.3 Hoofdgebouw bouwen Artikel 11.106 Vergunningplichtige activiteit – hoofdgebouw bouwen op locatie wonen
  5. Een hoofdgebouw op de locatie pz Amsteleind Noord - Oss - wonen mag uitsluitend worden gebouwd na het verkrijgen van een omgevingsvergunning.
  6. De volgende beoordelingsregels zijn van toepassing: a. het hoofdgebouw staat binnen de locatie pz Amsteleind Noord - Oss - bouwvlak; b. de goothoogte van het hoofdgebouw is maximaal 4,5 m; c. de bouwhoogte van het hoofdgebouw is maximaal 10 m; d. het toegestane bebouwingspercentage (11.4) wordt niet overschreden; e. het aantal woningen per bouwperceel is maximaal 1; en f. het hoofdgebouw van grondgebonden woningen (11.4) en heeft een dak waarvan de nok gevormd wordt door twee of meer schuine daken met een hellingshoek van minimaal 25 graden en maximaal 60 graden. Artikel 11.107 Vergunningplichtige activiteit – hoofdgebouw bouwen op locatie ontwikkelgebied wonen
  7. Een hoofdgebouw op de locatie pz Amsteleind Noord - Oss - ontwikkelgebied wonen mag uitsluitend worden gebouwd na het verkrijgen van een omgevingsvergunning.
  8. De volgende beoordelingsregels zijn van toepassing: a. de bouwhoogte van een appartementengebouw (11.4) is maximaal 25 m; b. de bouwhoogte van een grondgebonden woning (11.4) is maximaal 14 m; c. de bouwhoogte van een woonwagen (11.4) is maximaal 6 m; d. het toegestane bebouwingspercentage (11.4) wordt niet overschreden; e. een grondgebonden woning bevat maximaal 3 bouwlagen en een kap, dan wel maximaal 4 bouwlagen, waarvan de vierde bouwlaag (11.4) afgewerkt wordt met een plat dak; f. indien een grondgebonden woning een kap heeft, wordt de nok gevormd door twee of meer schuine daken met een hellingshoek van maximaal 55 graden; g. de bouwdiepte van grondgebonden woningen is maximaal 12 m; h. de afstand van een woonwagen tot de zijdelingse perceelsgrens danwel de zijdelingse grenzen van de standplaats mag aan één zijnde niet minder bedragen dan 3 m; i. het maximaal aantal woonwagens is 8; j. een kelder is gesitueerd onder het hoofdgebouw. Afdeling 11.1.4 MILIEU Paragraaf 11.1.4.

Artikel 11.108 Toepassingsbereik 1.

Afdeling 11.1.4 gaat over milieubelastende activiteiten als bedoeld in de bijlage bij de Omgevingswet.

  1. Deze afdeling gaat ook over activiteiten, niet zijnde milieubelastende activiteiten, die hinder kunnen veroorzaken voor het woon- en leefklimaat. Artikel 11.109 Oogmerken De regels in afdeling 11.1.4 zijn, als uitwerking van de oogmerken in artikel 11.2, in het bijzonder gesteld met het oog op: a. het waarborgen van veiligheid; b. het beschermen van de gezondheid; c. het beschermen van het milieu en woon- en leefomgeving, waaronder:
  2. het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de kwaliteit van watersystemen;
  3. het doelmatig gebruik van energie en grondstoffen; en
  4. het voorkomen of beperken van geluidhinder, trillinghinder, lichthinder en geurhinder. Paragraaf 11.1.4.2 Omgevingsveiligheid Subparagraaf 11.1.4.2.

Artikel 11.110 Toepassingsbereik Paragraaf 11.1.4.2 gaat over: a.

energiegebruik bij gebouwen; b. veilig gebruik van energieopslagsysteem (11.4); en c. opslag van energie. Subparagraaf 11.1.4.2.2 Veiligheid van energieopslagsystemen Artikel 11.111 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het opslaan van energie in een energieopslagsysteem (11.4) dat geïnstalleerd is in een bouwwerk als bedoeld in paragraaf 11.1.3.

  1. Artikel 11.112 Vergunningplichtige activiteit - energieopslagsysteem installeren en gebruiken
  2. Een energieopslagsysteem (11.4) in een bouwwerk als bedoeld in paragraaf 11.1.3.5 mag uitsluitend worden geïnstalleerd en gebruikt na het verkrijgen van een omgevingsvergunning.
  3. De beoordelingsregels zijn: a. uit analyse van de risico’s op brand en explosie in relatie tot de effecten van brand en/of explosie op woningen en andere gebouwen binnen 100 m van de locatie van het energieopslagsysteem blijkt dat er buiten die 100 m geen kans is op het ontstaan van schade of verwondingen ten opzichte van een situatie zonder aanwezigheid van het energieopslagsysteem; b. een brand en/of explosie de levering van elektriciteit via het elektriciteitstijdnetwerk niet langer dan 4 uur onderbreekt; en c. een brand en/of explosie de levering van elektriciteit via het elektriciteitstijdnetwerk uitsluitend onderbreekt in de buurt waar het energieopslagsysteem staat.
  4. In aanvulling op de algemene aanvraagvereisten uit artikel 7.3 van de Omgevingsregeling is de aanvraag voor een activiteit als bedoeld in het eerste lid ook voorzien van: a. een specificatie van de werking en maximale capaciteit van het energieopslagsysteem; b. een specificatie van de materialen waarin de energie opgeslagen wordt; c. een specificatie van de maatregelen die, al dan niet als standaardonderdeel van het energieopslagsysteem, genomen zijn om brand en/of explosie te voorkomen; d. een analyse van de risico’s op brand en explosie in relatie tot de effecten van brand en/of explosie op woningen en andere gebouwen binnen 100 m van de locatie van het energieopslagsysteem; en e. een toelichting op de gevolgen van brand en/of explosie voor de leveringszekerheid van het elektriciteitsnetwerk Paragraaf 11.1.4.3 Geluid Subparagraaf 11.1.4.3.

Artikel 11.113 Toepassingsbereik Paragraaf 11.1.4.3 gaat over: a.

activiteiten die geluid kunnen veroorzaken; b. geluid door wegverkeer; c. gezamenlijk geluid; en d. geluidgevoelige gebouwen. Subparagraaf 11.1.4.3.2 Geluidgevoelig gebouw Artikel 11.114 Vergunningplichtige activiteit - geluidgevoelig gebouw realiseren

  1. Een geluidgevoelig gebouw, mag uitsluitend worden gerealiseerd na het verkrijgen van een omgevingsvergunning.
  2. De volgende beoordelingsregel is van toepassing: a. de standaardwaarde voor geluid op een geluidgevoelig gebouw door activiteiten, anders dan door specifieke activiteiten uit het Besluit kwaliteit leefomgeving, wordt niet overgeschreden.
  3. In afwijking van het tweede lid geldt dat, als niet wordt voldaan aan de in dat lid genoemde standaardwaarde, een omgevingsvergunning voor het realiseren van een geluidgevoelig gebouw ook wordt verleend voor zover wordt voldaan aan het bepaalde in het vierde, vijfde, zesde, zevende en achtste lid.
  4. Voor de geluidsbelasting die hoger is dan bedoeld in het tweede lid gelden de volgende afwijkende beoordelingsregels: a. de grenswaarde voor geluid in geluidgevoelige ruimten binnen in- en aanpandige geluidgevoelige gebouwen door activiteiten, anders dan door specifieke activiteiten uit het Besluit kwaliteit leefomgeving, wordt niet overschreden; en b. de overschrijding van de standaardwaarde als bedoeld in het tweede lid door het treffen van geluidbeperkende maatregelen wordt zoveel mogelijk beperkt.
  5. Geluidbeperkende maatregelen zoals bedoeld in het vierde lid worden in onderstaande volgorde afgewogen: a. bronmaatregelen; b. overdrachtsmaatregelen; en c. gevelmaatregelen.
  6. Geluidbeperkende maatregelen zoals bedoeld in het vijfde lid worden in aanmerking genomen als: a. die financieel doelmatig zijn; en b. daartegen geen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard bestaan.
  7. Als de standaardwaarde zoals bedoeld in het tweede lid, al dan niet na het treffen van de maatregelen zoals bedoeld het in vierde lid, overschreden wordt, wordt een omgevingsvergunning voor het realiseren van een geluidgevoelig gebouw alleen verleend als ook wordt voldaan de voorwaarden voor het toestaan van een hogere geluidbelasting dan de standaardwaarde.
  8. Aan het gestelde in het zevende lid wordt geacht te zijn voldaan als voldaan wordt aan de voorwaarden uit de Geluidsnota Oss of diens rechtsopvolgers.
  9. Het bevoegd gezag past het beleid als bedoeld in het achtste lid toe zoals dit geldt op het moment dat de omgevingsvergunning is ontvangen en ontvankelijk is verklaard.
  10. In aanvulling op de algemene aanvraagvereisten uit artikel 7.3 van de Omgevingsregeling is de aanvraag voor een activiteit als bedoeld in het eerste lid ook voorzien van: a. een akoestisch onderzoek naar de geluidbelasting vanwege activiteiten; en b. als blijkt dat de standaardwaarde voor geluid op een geluidgevoelig gebouw door activiteiten, anders dan door specifieke activiteiten zoals bedoeld in het Besluit kwaliteit leefomgeving wordt overschreden: een onderzoek naar geluidbeperkende maatregelen.
  11. Aan een omgevingsvergunning voor het realiseren van een geluidgevoelig gebouw kunnen voorschriften worden verbonden die ertoe strekken dat geluid beperkende maatregelen worden getroffen. Artikel 11.115 Vergunningplichtige activiteit - geluidgevoelig gebouw realiseren - wegverkeerslawaai
  12. Een geluidgevoelig gebouw, zijnde een gebouw dat gevoelig is voor geluid van wegverkeer, mag uitsluitend worden gerealiseerd na het verkrijgen van een omgevingsvergunning.
  13. De volgende beoordelingsregel is van toepassing: a. de standaardwaarde voor geluidgevoelige gebouwen in aandachtsgebieden uit het Besluit kwaliteit leefomgeving wordt niet overschreden.
  14. In afwijking van het tweede lid geldt dat als niet wordt voldaan aan de in dat lid genoemde standaardwaarde, een omgevingsvergunning voor het realiseren van een geluidgevoelig gebouw, als bedoeld in het eerste lid, ook wordt verleend voor zover wordt voldaan aan het bepaalde in het vierde, vijfde, zesde, zevende en achtste lid.
  15. Voor de geluidsbelasting die hoger is dan bedoeld in het tweede lid gelden de volgende afwijkende beoordelingsregels: a. de grenswaarde voor geluidgevoelige gebouwen in aandachtsgebieden uit het Besluit kwaliteit leefomgeving wordt niet overschreden; en b. de overschrijding van de standaardwaarde als bedoeld in het tweede lid wordt door het treffen van geluidbeperkende maatregelen zoveel mogelijk beperkt.
  16. Geluidbeperkende maatregelen zoals bedoeld in het vierde lid worden in onderstaande volgorde afgewogen: a. bronmaatregelen; b. overdrachtsmaatregelen; c. gevelmaatregelen
  17. Geluidbeperkende maatregelen zoals bedoeld in het vijfde lid worden in aanmerking genomen als: a. die financieel doelmatig zijn; en b. daartegen geen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard bestaan.
  18. Als de standaardwaarde zoals bedoeld in het tweede lid, al dan niet na het treffen van de maatregelen zoals bedoeld het in vierde lid, overschreden wordt, wordt een omgevingsvergunning voor het realiseren van een geluidgevoelig gebouw alleen verleend als ook wordt voldaan de voorwaarden voor het toestaan van een hogere geluidbelasting dan de standaardwaarde.
  19. Aan het gestelde in het zevende lid wordt voldaan als voldaan wordt aan de voorwaarden uit de Geluidsnota Oss of diens rechtsopvolgers.
  20. Het bevoegd gezag past het beleid als bedoeld in het achtste lid toe zoals dit geldt op het moment dat de omgevingsvergunning is ontvangen en ontvankelijk is verklaard.
  21. In aanvulling op de algemene aanvraagvereisten uit artikel 7.3 van de Omgevingsregeling is de aanvraag voor een activiteit als bedoeld in het eerste lid ook voorzien van: a. een akoestisch onderzoek naar de geluidbelasting vanwege wegverkeer; en b. als blijkt dat de standaardwaarde voor geluidgevoelige gebouwen in aandachtsgebieden zoals bedoeld in het Besluit kwaliteit leefomgeving wordt overschreden: een onderzoek naar geluidbeperkende maatregelen.
  22. Aan een omgevingsvergunning voor het realiseren van een geluidgevoelig gebouw kunnen voorschriften worden verbonden die ertoe strekken dat geluidbeperkende maatregelen worden getroffen. Artikel 11.116 Gezamenlijke geluidsbelasting
  23. Bij de toepassing van de artikelen 11.114 en/of 11.115 wordt het gezamenlijk geluid op de gevel van een geluidgevoelig gebouw bepaald en in een omgevingsvergunning als bedoeld in artikelen 11.114 en/of 11.115 vastgelegd. Subparagraaf 11.1.4.3.3 Weg aanleggen met geluidreducerende maatregelen Artikel 11.117 Vergunningplichtige activiteit - aanleggen of wijzigen van een gemeenteweg met geluidreducerende maatregelen
  24. Een gemeenteweg op de locatie pz Amsteleind Noord - Oss - verkeer mag uitsluitend aangelegd of gewijzigd worden na het verkrijgen van een omgevingsvergunning.
  25. De voorwaarden zijn: a. de wegdekverharding bestaat uit een deklaag zoals aangegeven in de in de bijlage pz Amsteleind Noord - Oss | Kaart wegdekverhardingen; b. het ontwerp voldoet aan de eisen als bedoeld in artikel 11.25; c. het ontwerp als bedoeld in sub b leidt tot een aanvaardbare geluidbelasting; en d. het ontwerp als bedoeld in sub b leidt tot een aanvaardbare trillinghinder.
  26. Voor de wegdekverharding als bedoeld in het tweede lid onder a gelden de volgende afwijkende beoordelingsregels: a. in plaats van de voorgeschreven deklaag wordt voorzien in een geluidtechnisch minimaal gelijkwaardige wegdekverharding; b. in plaats van de voorgeschreven deklaag wordt voorzien in een geluidtechnisch minimaal gelijkwaardige bronmaatregel; of c. in plaats van de voorgeschreven deklaag wordt voorzien in een geluidtechnisch minimaal gelijkwaardige overdrachtsmaatregel.
  27. Er is sprake van een aanvaardbare trillinghinder als wordt voldaan aan artikel 11.124
  28. In aanvulling op de algemene aanvraagvereisten uit artikel 7.3 van de Omgevingsregeling is de aanvraag voor een activiteit als bedoeld in het eerste lid ook voorzien van: a. een akoestisch onderzoek naar de geluidbelasting vanwege wegverkeer; b. een onderzoek naar de effecten van geluidtechnisch minimaal gelijkwaardige wegdekverhardingen en maatregelen als afgeweken wordt van de wegdekverharding met een deklaag zoals aangegeven in de in de bijlage pz Amsteleind Noord - Oss | Kaart wegdekverhardingen; c. een onderzoek naar trillinghinder vanwege wegverkeer; en d. een onderbouwing van de wijze waarop voldaan wordt aan de eisen als bedoeld in artikel 11.
  29. Artikel 11.118 Geboden activiteit - geluidreducerende maatregelen
  30. De deklaag van wegen zoals aangegeven in de bijlage pz Amsteleind Noord - Oss | Kaart wegdekverhardingen bij de regels van titel 11.1 moet bestaan uit de wegdekverharding die op die kaart is aangegeven of: a. een geluidstechnisch minimaal gelijkwaardige wegdekverharding; b. een geluidstechnisch minimaal gelijkwaardige bronmaatregel; of c. een geluidstechnisch minimaal gelijkwaardige overdrachtsmaatregel.
  31. Aan het bepaalde in het eerste lid moet uiterlijk voldaan zijn op het moment dat het ontwerp als bedoeld in artikel 11.25 gerealiseerd is.
  32. De geluidreducerende wegdekverharding of geluidstechnisch minimaal gelijkwaardige overdrachtsmaatregel, als bedoeld in het eerste lid, moet duurzaam in stand worden gehouden. Paragraaf 11.1.4.4 Geur Subparagraaf 11.1.4.4.

Artikel 11.119 Toepassingsbereik Paragraaf 11.1.4.4 gaat over: a.

activiteiten die geur kunnen veroorzaken; en b. geurgevoelige gebouwen. Artikel 11.120 Bebouwingscontour geur Er is een bebouwingscontour geur op de locatie pz Amsteleind Noord - Oss - overige zone - bebouwingscontour geur. Subparagraaf 11.1.4.4.2 Geurgevoelig gebouw Artikel 11.121 Toegestane activiteit - geurgevoelig gebouw bouwen

  1. Een geurgevoelig gebouw mag op de locatie pz Amsteleind Noord - Oss - milieuzone - geurzone uitsluitend worden gebouwd als wordt voldaan aan de voorwaarden.
  2. De voorwaarden zijn: a. de bron behorende bij het aandachtsgebied als bedoeld in het eerste lid is opgehouden te bestaan en is duurzaam buiten werking gesteld; b. de vergunde ruimte van de geurveroorzakende activiteit die verantwoordelijk is voor het aandachtsgebied als bedoeld in het eerste lid is zodanig gewijzigd dat daardoor de nieuwe woning of een ander geurgevoelig gebouw niet meer binnen de geurzone ligt; of c. er wordt aangetoond dat de geurveroorzakende activiteit niet onevenredig benadeeld wordt en dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Paragraaf 11.1.4.5 Trillingen Subparagraaf 11.1.4.5.

Artikel 11

.122 Toepassingsbereik Paragraaf 11.1.4.5 gaat over het bouwen trillinggevoelige gebouwen en trillinggevoelige ruimten en het aanleggen van een weg met geluidreducerende maatregelen . Artikel 11.123 Aanvullende beoordelingsregels- trillinggevoelig gebouw realiseren

  1. Voor het bouwen van een trillinggevoelig gebouw, zijnde een gebouw dat gevoelig is voor trillingen van wegverkeer, gelden aanvullende beoordelingsregels.
  2. Het eerste lid is niet van toepassing op trillinggevoelige gebouwen die op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning is toegelaten voor een duur van niet meer dan 10 jaar.
  3. De volgende aanvullende beoordelingsregels zijn van toepassing: a. er wordt voldaan aan de standaardwaarden voor herhaald voorkomende trillingen, zoals bedoeld in richtlijn deel B "Hinder voor personen in gebouwen door trillingen, Meet- en beoordelingsrichtlijn" van de Stichting Bouwresearch (SBR) van augustus 2006; b. er wordt voldaan aan de continue trillingswaarden zoals opgenomen in de tabel in het vierde lid
  4. Dag en avond Nacht A3 (Vper) A3 (Vper) nieuwe trillinggevoelige gebouwen 0,05 0,05
  5. In afwijking van het bepaalde in het derde en vierde lid zijn alleen hogere trillingssterkten toegestaan als: a. de waarden niet hoger zijn dan de genoemde waarde vermenigvuldigd met de factor 2; en b. er zwaarwegende economische of maatschappelijke belangen zijn die dit rechtvaardigen.
  6. Indien uit onderzoek blijkt dat maatregelen noodzakelijk zijn, dienen deze maatregelen te worden getroffen en in stand te worden gehouden.
  7. In aanvulling op de algemene aanvraagvereisten uit artikel 7.3 van de Omgevingsregeling is de aanvraag voor een activiteit als bedoeld in het eerste lid ook voorzien van een trillingsonderzoek waarin wordt aangetoond dat (al dan niet door middel van het treffen van maatregelen) aan een aanvaardbare trillingshinder wordt voldaan. Artikel 11.124 Aanvullende beoordelingsregels - weg met geluidreducerende maatregelen aanleggen
  8. Voor het aanleggen van een weg met geluidreducerende maatregelen gelden aanvullende beoordelingsregels.
  9. Van een aanvaardbare trillinghinder is sprake als op bestaande trillinggevoelige gebouwen en ruimten binnen de zone van de weg, gerekend vanaf de kant van de verharding van de aan te leggen weg die trillingen van 1 tot 80 Hz veroorzaakt aan de continu trillingswaarden zoals opgenomen in de tabel in het derde lid wordt voldaan.
  10. Dag en avond Nacht A3 (Vper) A3 (Vper) waarde continu trillingen in bestaande trillinggevoelige gebouwen/ruimten 0,05 0,05 Afdeling 11.1.5 BESCHERMING VAN LEEFOMGEVING EN WAARDEN Paragraaf 11.1.5.

Artikel 11

.125 Toepassingsbereik Afdeling 11.1.5 heeft betrekking op het verrichten van activiteiten binnen gebieden waar waarden gelden. Paragraaf 11.1.5.2 Cultuurhistorie Subparagraaf 11.1.5.2.1 Archeologie Artikel 11.126 Toepassingsbereik Subparagraaf 11.1.5.2.1 gaat over aanlegactiviteiten op locaties waar archeologische verwachtingswaarden gelden. Artikel 11.127 Oogmerken De regels in subparagraaf 11.1.5.2.1 zijn, als uitwerking van de oogmerken in artikel 11.2 in het bijzonder gesteld met het oog op het beschermen en instandhouden van de archeologische waarden. Artikel 11.128 Vergunningplichtige activiteit - aanlegactiviteit in beperkingengebied archeologie

  1. De volgende activiteiten binnen de locatie pz Amsteleind Noord - Oss - overige zone - beperkingengebied archeologie laag, met een oppervlakte van 5 ha of meer en dieper dan 0,3 m ten opzichte van maaiveld, mogen uitsluitend worden verricht na het verkrijgen van een omgevingsvergunning: a. graafwerkzaamheden en/of grondbewerkingen, ploegen, roeren en omwoelen van gronden, waaronder begrepen het aanleggen van drainage; b. het ophogen, verlagen of egaliseren van de bodem; c. heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; d. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en het rooien van diepwortelende beplanting waarbij stobben worden verwijderd; e. het verlagen van het waterpeil; f. het graven, verbreden en verdiepen van sloten, vijvers, zwembaden en andere wateren; g. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatieleidingen of andere leidingen en de daarmee verband houdende constructies; h. het verharden van wegen, paden of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; i. het plaatsen en/of verwijderen van funderingen; en j. graafwerkzaamheden en/of grondbewerkingen voor de bouw van gebouwen en andere bouwwerken.
  2. De volgende activiteiten binnen de locatie pz Amsteleind Noord - Oss - overige zone - beperkingengebied archeologie middelhoog, met een oppervlakte van 1.000 m2 of meer en dieper dan 0,3 m ten opzichte van maaiveld, mogen uitsluitend worden verricht na het verkrijgen van een omgevingsvergunning: a. graafwerkzaamheden en/of grondbewerkingen, ploegen, roeren en omwoelen van gronden, waaronder begrepen het aanleggen van drainage; b. het ophogen, verlagen of egaliseren van de bodem; c. heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; d. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en het rooien van diepwortelende beplanting waarbij stobben worden verwijderd; e. het verlagen van het waterpeil; f. het graven, verbreden en verdiepen van sloten, vijvers, zwembaden en andere wateren; g. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatieleidingen of andere leidingen en de daarmee verband houdende constructies; h. het verharden van wegen, paden of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; i. het plaatsen en/of verwijderen van funderingen; j. graafwerkzaamheden en/of grondbewerkingen voor de bouw van gebouwen en andere bouwwerken.
  3. De volgende activiteiten binnen de locatie pz Amsteleind Noord - Oss - overige zone - beperkingengebied archeologie hoog, met een oppervlakte van 250 m2 of meer en dieper dan 0,3 m ten opzichte van maaiveld, mogen uitsluitend worden verricht na het verkrijgen van een omgevingsvergunning: a. graafwerkzaamheden en/of grondbewerkingen, ploegen, roeren en omwoelen van gronden, waaronder begrepen het aanleggen van drainage; b. het ophogen, verlagen of egaliseren van de bodem; c. heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; d. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en het rooien van diepwortelende beplanting waarbij stobben worden verwijderd; e. het verlagen van het waterpeil; f. het graven, verbreden en verdiepen van sloten, vijvers, zwembaden en andere wateren; g. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatieleidingen of andere leidingen en daarmee verband houdende constructies; h. het verharden van wegen, paden of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; i. het plaatsen en/of verwijderen van funderingen; j. graafwerkzaamheden en/of grondbewerkingen voor de bouw van gebouwen en andere bouwwerken.
  4. De volgende activiteiten binnen de locatie pz Amsteleind Noord - Oss - overige zone - beperkingengebied archeologisch monument, met een oppervlakte van 0 m2 of meer en dieper dan 0,3 m ten opzichte van maaiveld, mogen uitsluitend worden verricht na het verkrijgen van een omgevingsvergunning: a. graafwerkzaamheden en/of grondbewerkingen, ploegen, roeren en omwoelen van gronden, waaronder begrepen het aanleggen van drainage; b. het ophogen, verlagen of egaliseren van de bodem; c. heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; d. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en het rooien van diepwortelende beplanting waarbij stobben worden verwijderd; e. het verlagen van het waterpeil; f. het graven, verbreden en verdiepen van sloten, vijvers, zwembaden en andere wateren; g. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatieleidingen of andere leidingen en de daarmee verband houdende constructies; h. het verharden van wegen, paden of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; i. het plaatsen en/of verwijderen van funderingen; j. graafwerkzaamheden en/of grondbewerkingen voor de bouw van gebouwen en andere bouwwerken.
  5. De omgevingsvergunningplicht zoals bedoeld in het eerste tot en met het vierde lid geldt niet voor: a. het uitvoeren van archeologisch onderzoek en archeologische opgravingen, mits dit gebeurt door een ter zake deskundige als bedoeld in de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie; b. het uitvoeren van archeologisch onderzoek en archeologische opgravingen die legaal in uitvoering waren of legaal konden worden uitgevoerd krachtens een voor dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning; en c. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen dan wel andere leidingen en de daarmee verband houdende constructies, voor zover deze worden aangebracht binnen een bestaand leidingentracé binnen de daarvoor oorspronkelijk gegraven sleuf.
  6. De omgevingsvergunning zoals bedoeld in tweede tot en met het vierde lid geldt ook niet voor aanlegactiviteiten die bestaan uit reguliere agrarische werkzaamheden, waarbij de bodem tot niet meer dan 0,5 m onder maaiveld worden uitgevoerd.
  7. De volgende beoordelingsregels zijn van toepassing: a. door de betreffende aanlegactiviteit, dan wel door daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheid voor het herstel van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind en/of; b. uit door de aanvrager overgelegd archeologisch onderzoek conform de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie naar het oordeel van het bevoegd gezag blijkt dat de archeologische waarden van het betreffende terrein in voldoende mate zijn vastgesteld en zo nodig zijn zeker gesteld, dan wel dat er geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, dan wel dat de archeologische waarden door de werken (11.4) of werkzaamheden niet of niet onevenredig worden geschaad; c. uit het archeologisch rapport, uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie blijkt dat de aanlegactiviteiten kunnen leiden tot verstoring van de archeologische waarden, maar deze verstoring kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning één of meer vergunningvoorschriften te verbinden.
  8. In aanvulling op de algemene aanvraagvereisten uit artikel 7.3 van de Omgevingsregeling is de aanvraag ook voorzien van een rapport waarin de archeologische waarden van de gronden die volgens de aanvraag zullen worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende maten zijn vastgesteld.
  9. Aan de omgevingsvergunning kunnen voorschriften worden verbonden die ertoe strekken dat het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning is vereist worden beschermd, waaronder: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, zodat archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; of c. de verplichting de bouwactiviteiten te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties. d. de verplichting om toe te staan dat opgravingen of andere activiteiten die raken aan de bescherming van archeologische waarden uitgevoerd worden in aanwezigheid van leden van de lokale heemkundevereniging, historische vereniging of archeologische werkgroep. Hoofdstuk 12 Hoofdstuk 13 Hoofdstuk 14 Hoofdstuk 15 Hoofdstuk 16 Hoofdstuk 17 Hoofdstuk 18 Hoofdstuk 19 Hoofdstuk 20 Hoofdstuk 21 Hoofdstuk 22 BRUIDSSCHAT Afdeling 22.1 ALGEMEEN Artikel 22.1 Voorrangsbepaling
  10. De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet.
  11. De regels in afdeling 22.3 zijn niet van toepassing op een milieubelastende activiteit die als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover voorschriften zijn verbonden aan: a. een voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet onherroepelijke omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit; b. een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet en na de inwerkingtreding van die wet onherroepelijk wordt. Artikel 22.2 Overgangsrecht: gemeentelijke monumenten en voorbeschermde gemeentelijke monumenten
  12. Voor de toepassing van de artikelen 22.28, eerste en tweede lid, 22.38, 22.287, 22.288, 22.290 tot en met 22.293 en 22.295 wordt onder gemeentelijk monument respectievelijk voorbeschermd gemeentelijk monument ook verstaan een monument of archeologisch monument dat op grond van een gemeentelijke verordening is aangewezen respectievelijk waarop, voordat het is aangewezen, die verordening van overeenkomstige toepassing is.
  13. Het eerste lid is van toepassing: a. als het gaat om een aangewezen monument of archeologisch monument: zolang in dit omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven; en b. als het gaat om een monument of archeologisch monument waarop voordat het is aangewezen de verordening van overeenkomstige toepassing is: zolang in dit omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven of dit omgevingsplan geen voorbeschermingsregel bevat vanwege het voornemen om die functie-aanduiding te geven. Artikel 22.3 Overgangsrecht: rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten De artikelen 22.28, derde lid, en 22.38, aanhef en onder b, zijn van overeenkomstige toepassing op een activiteit als bedoeld in die artikelonderdelen die wordt verricht op een locatie waarvoor een op grond van artikel 4.35, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet als instructie geldende aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de Monumentenwet 1988 zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Erfgoedwet van kracht is, zolang in dit omgevingsplan aan die locatie nog niet de functie-aanduiding rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht is gegeven. Afdeling 22.2 ACTIVITEITEN MET BETREKKING TOT BOUWWERKEN, OPEN ERVEN EN TERREINEN Paragraaf 22.2.

Artikel 22.4 Maatwerkvoorschriften 1.

Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over deze afdeling, met uitzondering van bepalingen over meet- en rekenmethoden.

  1. Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van de artikelen in deze afdeling. Paragraaf 22.2.2 Verrichten van bouw- en sloopwerkzaamheden Artikel 22.5 Uitzetten rooilijnen, bebouwingsgrenzen en straatpeil Met het bouwen van een bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit of een omgevingsplanactiviteit is verleend wordt, onverminderd de aan de vergunning verbonden voorschriften, niet begonnen voordat voor zover nodig: a. de rooilijnen of bebouwingsgrenzen op het bouwterrein zijn uitgezet; en b. het straatpeil is uitgezet. Artikel 22.6 Paragraaf 22.2.3 Bouwen en in stand houden van bouwwerken Artikel 22.7 Repressief welstand
  2. Het uiterlijk van de volgende bouwwerken mag niet in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, van de Woningwet, zoals dat artikel tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet gold: a. een bestaand bouwwerk, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is; en b. een te bouwen bouwwerk waarvoor geen omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist.
  3. Het eerste lid is niet van toepassing als het gaat om een in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, aangewezen gebied of bouwwerk waarvoor geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn. Artikel 22.8 Aansluiting op distributienet voor elektriciteit
  4. Met het oog op het waarborgen van de veiligheid is een voorziening voor het afnemen en gebruiken van elektriciteit in een bouwwerk aangesloten op het distributienet voor elektriciteit als de aansluitafstand niet groter is dan 100 m of groter is dan 100 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 100 m.
  5. Het eerste lid is niet van toepassing op het bouwen van een woonfunctie voor particulier eigendom of een drijvend bouwwerk. Artikel 22.9 Aansluiting op distributienet voor gas
  6. Met het oog op het waarborgen van de veiligheid is een voorziening voor het afnemen en gebruiken van gas in een bouwwerk aangesloten op het distributienet voor gas als: a. artikel 10, zesde lid, onder a of b, van de Gaswet op de aansluiting van toepassing is; en b. de aansluitafstand niet groter is dan 40 m of groter is dan 40 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 m.
  7. Het eerste lid is niet van toepassing op het bouwen van een woonfunctie voor particulier eigendom of een drijvend bouwwerk. Artikel 22.10 Aansluiting op distributienet voor warmte
  8. Met het oog op het waarborgen van de veiligheid en de energiezuinigheid en de bescherming van het milieu is een te bouwen bouwwerk met een of meer verblijfsgebieden aangesloten op het in het warmteplan bedoelde distributienet voor warmte als: a. het in het warmteplan geplande aantal aansluitingen op het distributienet op het moment van de indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit met betrekking tot een bouwwerk nog niet is bereikt; en b. de aansluitafstand niet groter is dan 40 m of groter is dan 40 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 m.
  9. Een gelijkwaardige maatregel voor een aansluiting op het distributienet voor warmte heeft ten minste dezelfde mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu als wordt bereikt met de in het warmteplan voor die aansluiting opgenomen mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu.
  10. Onverminderd het vierde lid, zijn het eerste en tweede lid niet van toepassing op het bouwen van een woonfunctie voor particulier eigendom of een drijvend bouwwerk.
  11. Als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet op grond van artikel 9.2, tiende lid, van het Bouwbesluit 2012 voor een gebied een aansluitplicht op het distributienet voor warmte geldt, blijft die aansluitplicht voor dat gebied van toepassing. Artikel 22.11 Aansluiting op distributienet voor drinkwater Met het oog op het beschermen van de gezondheid is een voorziening voor het afnemen en gebruiken van drinkwater in een bouwwerk aangesloten op het distributienet voor drinkwater als de aansluitafstand niet groter is dan 40 m of groter is dan 40 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 m. Artikel 22.12 Aansluiting van afvoer huishoudelijk afvalwater en hemelwater
  12. Met het oog op het beschermen van de gezondheid ligt een ondergrondse doorvoer van een voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater door een uitwendige scheidingsconstructie van een bouwwerk zoveel mogelijk haaks op de scheidingsconstructie.
  13. De gebouwaansluiting van een voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater op de op het eigen erf of terrein gelegen riolering of een andere voorziening voor afvoer van afvalwater is zodanig dat bij zetting de dichtheid van de aansluiting en de afvoer gehandhaafd blijft.
  14. Een terreinleiding waardoor huishoudelijk afvalwater wordt geleid: a. heeft geen vernauwing in de stroomrichting; b. heeft een vloeiend beloop; c. is waterdicht; d. heeft een voldoende inwendige middellijn; en e. bevat geen beer- of rottingput.
  15. Bij maatwerkvoorschrift als bedoeld in artikel 22.4 kan in ieder geval worden bepaald: a. als voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater een openbaar vuilwaterriool of een ander passend systeem als bedoeld in artikel 2.16, derde lid, van de Omgevingswet aanwezig is waarop kan worden aangesloten: op

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.