Kort samengevat
Deze verordening regelt diverse zaken in de gemeente Vlissingen om de openbare orde, veiligheid, leefbaarheid en het milieu te beschermen. Het stelt regels vast voor activiteiten en gedragingen op openbare plaatsen en in bepaalde inrichtingen.
Wat het reguleert
- De procedure voor het aanvragen, verlenen, wijzigen en intrekken van vergunningen en ontheffingen.
- Regels met betrekking tot openbare orde, zoals samenscholingen, betogingen, straatartiesten en evenementen.
- Voorschriften voor de bruikbaarheid en het aanzien van de weg, veiligheid op de weg en maatregelen tegen overlast.
- Regels voor seksinrichtingen, sekswinkels, milieubescherming, parkeren en het gebruik van openbaar water en stranden.
Wie het aangaat
- Inwoners en bezoekers van de gemeente Vlissingen die activiteiten willen ontplooien of zich gedragen op openbare plaatsen.
- Exploitanten van openbare inrichtingen, seksinrichtingen, growshops, smartshops, belwinkels en internetcafés.
Kernpunten
- Aanvragen voor vergunningen of ontheffingen worden binnen acht weken behandeld, met een mogelijke verlenging van acht weken.
- Aanvragen die minder dan drie weken (of langer, tot acht weken, indien aangewezen) voor de benodigde datum worden ingediend, kunnen worden geweigerd.
- Vergunningen en ontheffingen zijn persoonsgebonden, tenzij anders bepaald, en kunnen worden ingetrokken of gewijzigd bij onjuiste gegevens, veranderde omstandigheden of niet-naleving van voorschriften.
- De verordening bevat specifieke verboden en voorschriften voor onder andere samenscholingen, het plaatsen van voorwerpen op de weg, het gebruik van vuurwerk en het tegengaan van drugsoverlast.
Wettekst
De raad van de gemeente Vlissingen; gezien het voorstel van het college van 25 juni 2013 gelet op artikel 149 van de Gemeentewet; b e s l u i t : vast te stellen de volgende verordening "Algemene plaatselijke verordening Vlissingen 2013". INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN Afdeling
- Algemene bepalingen Artikel 1:1 Algemene begripsbepalingen Artikel 1:2 Beslistermijn Artikel 1:3 Te late indiening aanvraag Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing Artikel 1:6a Vervallen van vergunning of ontheffing Artikel 1:7 Vergunningsduur Artikel 1:7a Meldingen Artikel 1:8 Weigeringsgronden Artikel 1:9 gereserveerd Artikel 1:10 gereserveerd Afdeling
- Coördinatiebepalingen Artikel 1:11 Gecoördineerde behandeling van aanvragen Artikel 1:12 De aanvraag Artikel 1:13 Beslistermijn bij coördinatie Artikel 1:14 Gelijktijdige verzending beslissing HOOFDSTUK 2 OPENBARE ORDE Afdeling
- Bestrijding van ongeregeldheden Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden Artikel 2:2 Verzamelingsverbod en gebiedsontzegging Afdeling
- Betoging Artikel 2:3 Melding betogingen op openbare plaatsen Afdeling
- Vertoning e.d. op de weg Artikel 2:4 Straatartiest e.d. Afdeling
- Bruikbaarheid en aanzien van de weg Artikel 2:5 Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd met de publieke functie ervan Artikel 2:6 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg Artikel 2:7 Maken, veranderen van een uitweg Afdeling
- Veiligheid op de weg Artikel 2:8 Voorwerpen die als wapen kunnen worden gebruikt Artikel 2:9 Winkelwagentjes Artikel 2:10 Verbod rijden met skateboards e.d. Artikel 2:11 Openen van straatkolken e.d. Artikel 2:12 Rookverbod in bossen en natuurterreinen Artikel 2:13 Verontreiniging door trekdieren Artikel 2:14 Verontreiniging door rijdieren Artikel 2:15 Voorzieningen voor verkeer en verlichting Artikel 2:15a Overhangend groen Afdeling
- Evenementen Artikel 2:16 Evenementenvergunning Artikel 2:17 Evenementen in gebouwen Artikel 2:18 Ordeverstoring bij evenementen Afdeling
- Kermissen Artikel 2:19 Kermissen, aantal, locaties en periodes Artikel 2:20 Kermis binnenstad Vlissingen Artikel 2:21 Kermis Oost-Souburg Artikel 2:22 Kermis Arsenaal Afdeling
- Toezicht op openbare inrichtingen Artikel 2:23 Begripsomschrijvingen Artikel 2:24 Exploitatie openbare inrichting Artikel 2:25 Terrassen Artikel 2:26 Vrijstelling vergunningsplicht Artikel 2:27 Sluitingstijd Artikel 2:28 Afwijking sluitingsuur; tijdelijke sluiting Artikel 2:29 Aanwezigheid in gesloten openbare inrichting Artikel 2:30 Ordeverstoring Artikel 2:31 Het college als bevoegd bestuursorgaan Artikel 2:32 Beslistermijn Artikel 2:33 Verbod verstrekken van sterke drank in bepaalde openbare inrichtingen Artikel 2:34 Aanwezigheid van een leidinggevende Artikel 2:35 Inrichtingseisen Afdeling
- Toezicht op inrichtingen tot verschaffen van nachtverblijf Artikel 2:40 Begripsbepaling Artikel 2:41 Melding exploitatie Afdeling
- Toezicht op speelgelegenheden Artikel 2:42 Speelgelegenheden Artikel 2:43 Speelautomaten Afdeling
- Maatregelen tegen overlast en baldadigheid Artikel 2:44 Betreden gesloten woning of lokaal Artikel 2:45 Plakken en kladden Artikel 2:46 Vervoer plakgereedschap e.d. Artikel 2:47 Vervoer inbrekerswerktuigen Artikel 2:48 Varen in openbaar water Artikel 2:49 Slapen op of aan openbare plaatsen Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen Artikel 2:51 Verboden drankgebruik Artikel 2:52 Verboden gedrag bij of in gebouwen Artikel 2:53 Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten Artikel 2:54 Neerzetten van fietsen e.d. Artikel 2:55 Overlast van fietsen e.d. op markt en kermisterrein Artikel 2:56 Loslopende honden Artikel 2:57 Verontreiniging door honden Artikel 2:58 Gevaarlijke honden Artikel 2:59 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren Artikel 2:60 Loslopend vee Artikel 2:61 Bedelarij Artikel 2:61a Mosquito Afdeling
- Vuurwerk Artikel 2:62 Begripsbepalingen Artikel 2:63 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen Artikel 2:64 Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling Afdeling
- Drugsoverlast Artikel 2:65 Drugshandel op straat Afdeling
- Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en cameratoezicht op openbare plaatsen Artikel 2:66 Bestuurlijke ophouding Artikel 2:67 Veiligheidsrisicogebieden Artikel 2:68 Cameratoezicht op openbare plaatsen Afdeling
- Gereserveerd Artikel 2:69 Gereserveerd Artikel 2:70 Gereserveerd Artikel 2:71 Gereserveerd Artikel 2:72 Gereserveerd Afdeling
- Carbidschieten Artikel 2:73 Begripsomschrijvingen Artikel 2:74 Verbod carbidschieten Artikel 2:75 Vrijstelling verbod Artikel 2:76 Bij zich hebben van carbid Artikel 2:77 Aanwijzing gebieden zonder vrijstelling Artikel 2:78 Ontheffing Artikel 2:79 Toepasselijkheid Afdeling
- Toezicht op growshops, smartshops, belwinkels en internetcafés Artikel 2:80 Begripsomschrijvingen Artikel 2:81 Vergunningplicht Artikel 2:82 Gedragseisen Artikel 2:83 Aanwezigheid leidinggevende Artikel 2:84 Weigeringsgronden Artikel 2:85 Sluitingsuur Artikel 2:86 Afwijking sluitingsuur, tijdelijke sluiting Artikel 2:87 Sluiting Artikel 2:88 Aanwezigheid in gesloten inrichting Artikel 2:89 Intrekking vergunning Artikel 2:90 Wijziging vergunning Artikel 2:91 Verplaatsing inrichting Artikel 2:92 Overgangsbepaling HOOFDSTUK
- SEKSINRICHTINGEN, SEKSWINKELS, STRAATPROSTITUTIE E.D. Afdeling
- Begripsbepalingen Artikel 3:1 Begripsbepalingen Artikel 3:2 Bevoegd bestuursorgaan Artikel 3:3 Nadere regels Afdeling
- Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels e.d. Artikel 3:4 Seksinrichtingen Artikel 3:5 Gedragseisen exploitant en beheerder Artikel 3:6 Sluitingstijden Artikel 3:7 Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke) sluiting Artikel 3:8 Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder Artikel 3:9 Straatprostitutie Artikel 3:10 Sekswinkels Artikel 3:11 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen e.d. Afdeling
- Beslissingstermijn en weigeringsgronden Artikel 3:12 Beslissingstermijn Artikel 3:13 Weigeringsgronden Afdeling
- Beëindiging exploitatie en wijziging beheer Artikel 3:14 Beëindiging exploitatie Artikel 3:15 Wijziging beheer HOOFDSTUK
- BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE Afdeling
- Geluid- en lichthinder Artikel 4:1 Begripsomschrijvingen Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten Artikel 4:3 Melding incidentele festiviteiten Artikel 4:4 Verboden incidentele feesten Artikel 4:5 Geluidplafond Artikel 4:6 Aanwijzen concentratiegebied voor openbare inrichtingen Artikel 4:7 Geluid- en trillinghinder door bouw-, sloop- en onderhoudswerkzaamheden Artikel 4:7a Overige geluidhinder Artikel 4:7b Indienen ontheffing of melding Afdeling
- Bodem- , weg- en milieuverontreiniging Artikel 4:8 Straatvegen Artikel 4:9 Natuurlijke behoefte doen Artikel 4:10 Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen Afdeling
- Het bewaren van houtopstanden Artikel 4:11 Begripsbepalingen Artikel 4:12 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden Artikel 4:13 Weigering en herplantplicht Artikel 4:14 Vergunning van rechtswege Artikel 4:15 Waardevolle bomenlijst Artikel 4:16 Bestrijding iepziekte Artikel 4:16a Verbod bevestigen voorwerpen in of aan bomen Afdeling
- Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast Artikel 4:17 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz. Artikel 4:18 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame Artikel 4:18a Vergunningsplicht handelsreclame Afdeling
- Kamperen buiten kampeerterreinen Artikel 4:19 Begripsbepaling Artikel 4:20 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen Artikel 4:21 Aanwijzing kampeerplaatsen HOOFDSTUK
- ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING DER GEMEENTE Afdeling
- Parkeerexcessen Artikel 5:1 Begripsbepalingen Artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d. Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen Artikel 5:4 Defecte voertuigen Artikel 5:5 Voertuigwrakken Artikel 5:6 Kampeermiddelen e.d. Artikel 5:7 Parkeren van reclamevoertuigen Artikel 5:8 Parkeren van grote voertuigen Artikel 5:9 Parkeren van uitzicht belemmerende voertuigen Artikel 5:10 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen Artikel 5:11 Overlast van fiets of bromfiets Afdeling
- Collecteren Artikel 5:12 Inzameling van geld of goederen Afdeling
- Venten Artikel 5:13 Begripsbepaling Artikel 5:14 Ventverbod Artikel 5:15 Vrijheid van meningsuiting Afdeling
- Standplaatsen Artikel 5:16 Begripsbepaling Artikel 5:17 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden Artikel 5:18 Toestemming rechthebbende Artikel 5:19 Afbakeningsbepalingen Afdeling
- Openbaar water en stranden Artikel 5:20 Voorwerpen op, in of boven openbaar water Artikel 5:21 Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen Artikel 5:22 Aanwijzingen ligplaats Artikel 5:23 Verbod innemen ligplaats Artikel 5:24 Beschadigen van waterstaatswerken Artikel 5:25 Reddingsmiddelen Artikel 5:26 Veiligheid op het water Artikel 5:27 Overlast aan vaartuigen Artikel 5:28 Op afstand bestuurbare voorwerpen in openbaar water Artikel 5:29 Verbod op strand bevinden met voertuig e.d. Artikel 5:30 Op stand bestuurbare voorwerpen op of boven het strand Artikel 5:31 Verbod luchtbedden e.d. Artikel 5:32 Surfverbod e.d. Artikel 5:33 Vaarverbod langs het strand e.d. Artikel 5:34 Vliegerverbod op en aan het strand Artikel 5:35 Duikverbod Artikel 5:35a Staand Want vissen Afdeling
- Crossterreinen, gemotoriseerd verkeer, ruiterverkeer in natuurgebieden Artikel 5:36 Crossterreinen Artikel 5:37 Beperking verkeer in natuurgebieden Afdeling
- Verbod vuur te stoken Artikel 5:38 Verbod verbranden afvalstoffen buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken Afdeling
- Verstrooien van as Artikel 5:39 Begripsbepaling Artikel 5:40 Verboden plaatsen Artikel 5:41 Hinder of overlast HOOFDSTUK
- STRAF- , OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN Artikel 6:1 Strafbepaling Artikel 6:2 Toezichthouders Artikel 6:3 Binnentreden van woningen Artikel 6:4 Inwerkingtreden verordening Artikel 6:5 Overgangsbepaling Artikel 6:6 Citeerartikel Hoofdstuk1.ALGEMENE BEPALINGEN Afdeling1.Algemene bepalingen Artikel 1:1 Algemene begripsbepalingenIn deze verordening wordt verstaan onder: a. openbare plaats: Hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties daaronder wordt verstaan; b. weg: weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994; c. openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; d. bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994; e. rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht; f. bouwwerk: bouwwerk als bedoeld in artikel 1 van de Bouwverordening gemeente Vlissingen; g. gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Woningwet; h. handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; i. college: het college van burgemeester en wethouders van Vlissingen; j. bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Artikel 1:2 Beslistermijn
- Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.
- Het bevoegde bestuursorgaan kan zijn beslissing voor ten hoogste acht weken verdagen.
- Het verdagingsbesluit voldoet aan artikel 31 van de Dienstenwet.
- De ontvangstbevestiging voldoet aan artikel 29 van de Dienstenwet.
- In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 2:5, derde lid, of een vergunning als bedoeld in artikel 2:6, eerste lid of artikel 4:11.
- Het bepaalde in het eerste en het tweede lid geldt niet voor de beslissing op een aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 3:4, eerste lid. Artikel 1:3 Te late indiening aanvraag
- Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen.
- Voor bepaalde, door het bevoegde bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden verlengd tot ten hoogste acht weken. Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen
- Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist.
- Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen. Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffingDe vergunning of ontheffing is persoonsgebonden tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald. Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffingDe vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:a. indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrektb. indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;c. indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;d. indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn;e. indien de houder of zijn rechtverkrijgende dit verzoekt. Artikel 1:6a Vervallen van vergunning of ontheffingEen vergunning of ontheffing vervalt wanneer: a. sedert haar verlening onherroepelijk is geworden, zes maanden zijn verlopen, zonder dat handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning of ontheffing;b. gedurende een jaar anders dan wegens overmacht geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning of ontheffing;c. de verlening van een vergunning of ontheffing, strekkende tot vervanging van eerstbedoelde vergunning of ontheffing, van kracht is geworden. Artikel 1:7 VergunningsduurDe vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet. Artikel 1:7a MeldingenIndien op grond van deze verordening een melding is vereist maakt het bevoegde bestuursorgaan bekend op welk tijdstip en in welke vorm een dergelijke melding moet plaatsvinden. Artikel 1:8 WeigeringsgrondenDe vergunning of ontheffing kan door het bevoegd gezag of het bevoegde bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van: a. de openbare orde;b. de openbare veiligheid;c. de volksgezondheid;d. de bescherming van het milieu. Artikel 1:9Gereserveerd. Artikel 1:10Gereserveerd Afdeling
- Coördinatiebepalingen Artikel 1:11 Gecoördineerde behandeling van aanvragen
- Het bevoegde bestuursorgaan kan ambtshalve of op verzoek van de aanvrager besluiten tot een gecoördineerde behandeling van aanvragen van alle door hem of door een ander gemeentelijk bestuursorgaan te nemen besluiten waarvan het bestuursorgaan redelijkerwijs kan aannemen dat deze nodig zijn voor de door de aanvrager te verrichten activiteit.
- Ambtshalve gecoördineerde behandeling blijft achterwege in het geval dat de aanvrager een dergelijke behandeling niet wenst. Artikel 1:12 De aanvraag
- Bij een gecoördineerde behandeling van aanvragen worden de aanvragen zoveel mogelijk gelijktijdig ingediend, met dien verstande dat de laatste aanvraag niet later wordt ingediend dan vier weken na de ontvangst van de eerste aanvraag.
- Bij gecoördineerde behandeling wordt gebruik gemaakt van het aanvraagformulier gecoördineerde ebhandeling.
- Indien de ontbrekende aanvraag niet binnen de in het eerste lid genoemde termijn is ingediend, kan het bestuursorgaan de aanvrager in de gelegenheid stellen de ontbrekende aanvraag alsnog binnen een door hem et bepalen termijn in te dienen.
- De in deze afdeling geregelde procedure wordt buiten toepassing gelaten, indien de ontbrekende aanvraag niet tijdig is gedaan. In dat geval wordt voor de toepassing van krachtens wettelijk voorschrift geregelde termijnen het tijdstip waarop tot het buiten toepassing laten wordt beslist, gelijkgesteld met het tijdstip van ontvangst van alle betrokken aanvragen.
- Onverminderd het eerste, tweede en derde lid, begint bij de toepassing van deze afdeling de termijn voor het nemen van besluiten met ingang van de dag waarop de laatste aanvraag is ontvangen. Artikel 1:13 Beslistermijn bij coördinatieBij de toepassing van deze afdeling geldt in afwijking van artikel 1:2 als termijn binnen welke de besluiten worden genomen, de termijn voor het besluit met de langste beslistermijn. Artikel 1:14 Gelijktijdige verzending beslissing
- Bij gecoördineerde behandeling zendt het bevoegde bestuursorgaan de beslissing op de aanvragen gelijktijdig aan de aanvrager.
- Indien sprake is van besluiten van zowel college als burgemeester, draagt het laatst beslissende bestuursorgaan zorg voor de verzending en bekendmaking. Hoofdstuk
- OPENBARE ORDE Afdeling1.Bestrijding van ongeregeldheden Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden
- Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden.
- Hij die op een openbare plaats aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, of bij een tot toeloop van publiek aanleiding gevende gebeurtenis waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, dan wel zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing, is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen.
- Het is verboden zich te begeven of te bevinden op openbare plaatsen die door of vanwege het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet.
- De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid gestelde verbod.
- Het bepaalde in het eerste, tweede en derde lid geldt niet voor betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.
- Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:2 Verzamelingsverbod en gebiedsontzegging
- Onverminderd het bepaalde in artikel 2:1 kan de burgemeester wegen aanwijzen waar het verboden is deel te nemen aan een verzameling van drie of meer personen, waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat die verzameling verband houdt met heling of het gebruik van of handel in middelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar.
- De aanwijzing van wegen wordt gegeven voor ten hoogste zes maanden, welke termijn iedere keer kan worden verlengd voor een periode van zes maanden.
- Degene die zich bevindt in een verzameling is verplicht op een daartoe door of namens de burgemeester gegeven bevel direct zijn weg te vervolgen of zich in de door of namens de burgemeester aangewezen richting te verwijderen.
- Een ieder is verplicht op een daartoe door of namens de burgemeester gegeven bevel in het belang van de openbare orde, zich te verwijderen en zich verwijderd te houden uit een door hem aangewezen gebied, gedurende de tijd in het bevel genoemd. Afdeling
- Betoging Artikel 2:3 Melding betogingen op openbare plaatsen
- Hij die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te houden, meldt dat schriftelijk voor de openbare aankondiging en ten minste 48 uur voordat de betoging wordt gehouden aan de burgemeester.
- De melding bevat:a. naam en adres van degene die de betoging houdt;b. het doel van de betoging;c. de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en van beëindiging;d. de plaats en, voor zover van toepassing, de route en de plaats van beëindiging;e. voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling;f. maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een regelmatig verloop te bevorderen.
- Hij die de melding doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip van de melding is vermeld.
- Indien het tijdstip van de schriftelijke melding valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt de melding gedaan uiterlijk 12.00 uur op de aan de dag van dat tijdstip voorafgaande werkdag.
- De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het eerste lid genoemde termijn verkorten en een mondelinge melding in behandeling nemen. Afdeling
- Vertoning e.d. op de weg Artikel 2:4 Straatartiest e.d.
- Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur, muzikant of gids op te treden op de volgende door de burgemeester in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid en het milieu aangewezen openbare plaatsen: Aagje Dekenstraat zuidzijde vanaf de ingang van de parkeergarage (hoek Scheldestraat) tot het Scheldeplein, Hellingbaan, Betje Wolfplein, Scheldeplein, passage door het ABC-winkelcomplex, Coosje Buskenstraat zuidzijde tussen Scheldeplein en Spuistraat, Spuistraat, Walstraat, Scherminkelstraat, Bussestraat, Lange Zelke, Korte Zelke, Schutterijstraat, Sint Jacobsstraat, Branderijstraat, Lepelstraat, de Oude Markt, Kleine Markt, Vrouwestraat, Groenewoud, Plein Vierwinden, Kerkstraat, Nieuwstraat, Bellamypark, Nieuwendijk, Zeemanserve, Beursplein, Smallekade, Beursstraat, Brugstraat, Sint Sebastiaanstraat, Nieuwendijk en Zeilmarkt.
- De burgemeester kan nadere regels stellen inzake het in het eerste lid gestelde verbod.
- De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod.
- Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.Afdeling
- Bruikbaarheid en aanzien van een openbare plaats Artikel 2:5 Het plaatsen van voorwerpen op, aan of boven een openbare plaats in strijd met de publieke functie ervan
- Het is verboden een openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan als:a. het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg;b. het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;c. in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van een in de nabijheid gelegen onroerende zaak;d. indien het beoogd gebruik afbreuk doet aan het doelmatig gebruik van de groenstrook als geheel.e. Het bevoegde bestuursorgaan kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van.
- Het verbod geldt niet voor:a. vlaggen, wimpels of vlaggenstokken indien deze geen gevaar of hinder kunnen opleveren voor personen of goederen en niet voor commerciële doeleinden worden gebruikt;b. zonneschermen, mits ze zijn aangebracht boven het voor voetgangers bestemde gedeelten van de weg en mits; - geen onderdeel zich minder dan 2,2 meter boven dat gedeelte bevindt; en – geen onderdeel van het scherm, in welke stand dat ook staat, zich op minder dan 0,5 meter van het voor het rijverkeer bestemde gedeelte van de weg bevindt; - geen onderdeel verder dan 1,5 meter buiten de opgaande gevel reikt;c. de voorwerpen of stoffen, die noodzakelijkerwijze kortstondig op de openbare plaats gebracht worden in verband met laden en lossen ervan, mits degene die de werkzaamheden verricht of doet verrichten ervoor zorgt, dat onmiddellijk na het beëindigen daarvan, in elk geval voor zonsondergang, de voorwerpen of stoffen van de openbare plaats verwijderd zijn en de openbare plaats daarvan gereinigd is;d. voertuigen, met uitzondering van bouwkranen, mobiele bouwliften en kraanwagens;e. voorwerpen of stoffen waarop gedachten en gevoelens als bedoeld in artikel 7 van de Grondwet worden geopenbaard;f. evenementen als bedoeld in artikel 2:16 van deze verordening;g. terrassen als bedoeld in artikel 2:23 van deze verordening;h. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:16 van deze verordening.
- Het is verboden op, over of boven een openbare plaats voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien deze door hun omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging schade toebrengen aan de openbare plaats of voor het doelmatig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare plaats.
- Het bevoegd bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het in het eerste en tweede lid gestelde verbod. Aan de ontheffing kan het bevoegd bestuursorgaan voorschriften verbinden, die betrekking hebben op: de oppervlakte en de omvang, de constructie en de situering.
- a. Het verbod in het eerste lid van dit artikel geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 of de Wegenverordening Zeeland 2010; b. de weigeringsgrond van het eerste lid, onder b, geldt niet voor bouwwerken;c.de weigeringsgrond van het eerste lid, onder c geldt niet voor zover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.
- Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:6 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg.
- Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegde gezag een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg.
- De vergunning wordt verleend: a. als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit; b. door het college in de overige gevallen.
- Het verbod geldt voorts niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Wegenverordening Zeeland 2010, de Keur waterschap Scheldestromen 2009, de Telecommunicatiewet of de Telecommunicatieverordening gemeente Vlissingen 2008.
- Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 2:7 Maken en veranderen van een uitweg
- Het is verboden een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg:a. indien degene die voornemens is een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg daarvan niet van tevoren melding heeft gedaan aan het college, onder indiening van een situatieschets van de gewenste uitweg en een foto van de bestaande situatie;b. indien het college het maken of veranderen van de uitweg heeft verboden.
- Het college verbiedt het maken of veranderen van de uitweg:a. indien daardoor het verkeer op de weg in gevaar wordt gebracht;b. indien dat zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats;c. indien het openbaar groen daardoor op onaanvaardbare wijze wordt aangetast;d. indien er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen.
- De uitweg kan worden aangelegd indien het college niet binnen vier weken na ontvangst van de melding heeft beslist dat de gewenste uitweg wordt verboden.
- Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Keur waterschap Scheldestromen 2009 of de Wegenverordening Zeeland
- Afdeling
- Veiligheid op de weg Artikel 2:8 Voorwerpen die als wapen kunnen worden gebruikt
- Het is verboden op door het college aangewezen wegen en daaraan gelegen voor het publiek toegankelijke gebouwen en terreinen messen, knuppels, slagwapens of andere voorwerpen die als wapen kunnen worden gebruikt, openlijk bij zich te dragen.
- Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor wapens die behorend tot categorie I, II, III en IV van de Wet wapens en munitie en voor zover door het bij zich dragen van de voorwerpen, bedoeld in het eerste lid, de openbare orde of veiligheid niet in gevaar komt of kan komen. Artikel 2:9 Winkelwagentjes
- De rechthebbende op een bedrijf die winkelwagentjes ter beschikking stelt, mede ten behoeve van het vervoer van winkelwaren over de weg, is verplicht ze te voorzien van de naam van het bedrijf of een ander herkenningsteken en de in de omgeving van dat bedrijf door het publiek op een openbare plaats achtergelaten winkelwagentjes terstond te verwijderen of te doen verwijderen.
- Het is verboden zich met een winkelwagentje op de weg te bevinden buiten de onmiddellijke omgeving van het bedrijf als bedoeld in het eerste lid of, indien het bedrijf gelegen is in een winkelcentrum, buiten de onmiddellijke omgeving van dat winkelcentrum. Als onmiddellijke omgeving van het bedrijf of winkelcentrum wordt aangemerkt de weg of het weggedeelte, grenzende aan dat bedrijf of dat winkelcomplex en tevens een aan die weg of dat weggedeelte aansluitende parkeerplaats.
- Het is verboden een winkelwagentje dat is gebruikt op de weg, onbeheerd daarop achter te laten anders dan op een daartoe aangewezen plaats.
- Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer. Artikel 2:10 Verbod rijden met skateboards e.d.
- Het is verboden te rijden met skateboards, skeelers, rollerskates, in-lineskates en dergelijke:a. in de volgende straten en de daarbij behorende passages: Aagje Dekenstraat zuidzijde vanaf de ingang van de parkeergarage (hoek Scheldestraat) tot het Scheldeplein, Scheldeplein, passage door het ABC-winkelcomplex, Coosje Buskenstraat zuidzijde tussen Scheldeplein en Spuistraat, Walstraat, Lange Zelke, Sint Jacobsstraat, Lepelstraat voor zover het voetgangersgebied betreft, voetgangersgedeelten van de Oude Markt, Kleine Markt en Sint Sebastiaanstraat;b. in de volgende straten voor zover het voetgangersgedeelten betreft: Nieuwendijk, De Ruijterplein, Beursplein, oostzijde Koopmanshaven, oprit Boulevard de Ruijter, Keizersbolwerk, middengedeelte Bellamypark gelegen zuidelijk van de Brugstraat;c. op de trottoirs aan de zeezijde van de Boulevard de Ruijter, in de periode van 15 april tot en met 15 september;d. op andere door het college aan te geven plaatsen.
- Voor de toepassing van het eerste lid wordt verstaan onder: a. skateboard: schaatsplank op twee paar achter elkaar staande wieltjes. b. in-lineskate: rolschaats met vier wieltjes achter elkaar; c. skeeler: rolschaats met drie of vijf wieltjes achter elkaar; Artikel 2:11 Openen straatkolken, rioolputten, brandkranen e.d. Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te maken of af te dekken. Artikel 2:12 Rookverbod in bossen en natuurterreinen
- Het is verboden te roken in bossen en duingebieden of binnen een afstand van dertig meter daarvan gedurende een door het college aangewezen periode.
- Het is verboden in bossen en in duingebieden of binnen een afstand van honderd meter daarvan, voor zover het de open lucht betreft, brandende of smeulende voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten liggen.
- Het in het eerste en tweede lid gestelde verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 3, van het Wetboek van Strafrecht of de Tabakswet.
- Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet voor zover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende erven. Artikel 2:13 Verontreiniging door trekdieren
- De eigenaar of houder van een aangespannen trekdier is verplicht ervoor te zorgen dat dit dier geen uitwerpselen achterlaat: a. op de weg binnen de bebouwde kom; b. buiten de bebouwde kom op een gedeelte van de weg dat is bestemd of mede is bestemd voor het verkeer van voetgangers en/of fietsers; c. op toegangswegen naar het strand en andere niet onder a en b genoemde wegen of gedeelten daarvan.
- Ter voorkoming van vervuiling van de weg door uitwerpselen moeten mestzakken worden bevestigd, op zodanige wijze dat geen uitwerpselen op de weg vallen. Artikel 2:14 Verontreiniging door rijdieren
- De eigenaar of houder van een rijdier is verplicht ervoor te zorgen dat dit dier geen uitwerpselen achterlaat: a. op de weg binnen de bebouwde kom; b. buiten de bebouwde kom op een gedeelte van de weg dat is bestemd of mede is bestemd voor het verkeer van voetgangers en/of fietsers; c. op toegangswegen naar het strand en andere niet onder a en b genoemde wegen of gedeelten daarvan;
- De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste lid gestelde gebod wordt opgeheven, indien de eigenaar of houder van het rijdier er zorg voor draagt dat de uitwerpselen onmiddellijk worden verwijderd. Artikel 2:15 Voorzieningen voor verkeer en verlichting
- De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.
- Het bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet of de Belemmeringenwet Privaatrecht. Artikel 2:15a Overhangend groenHet is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op een zodanig wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of daarvoor op andere wijze hinder of gevaar oplevert. Afdeling
- Evenementen Artikel 2:16 Evenementenvergunning
- In dit artikel wordt verstaan onder: a. Evenement: het geheel van activiteiten dat plaatsvindt bij een voor het publiek toegankelijke gebeurtenis op of aan de weg of het openbaar water, met uitzondering van: - een manifestatie in de zin van de Wet openbare manifestaties;- markten als bedoeld in artikel 160 van de Gemeentewet;- betogingen, vergaderingen en samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties en- activiteiten in gebouwen. b. Evenemententerrein: de ruimte die in de vergunning als bedoeld in het tweede lid is aangegeven om de activiteiten te laten plaatsvinden en het publiek in staat te stellen daar naar te kijken of eraan deel te nemen.
- Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een evenement te houden of te doen houden.
- De burgemeester beoordeelt een aanvraag om vergunning op grond van de openbare orde en veiligheid, voorkomen of beperken van overlast, verkeersveiligheid van personen en zedelijkheid en gezondheid.
- De burgemeester kan bij de beoordeling van een aanvraag om vergunning de volgende belangen in aanmerking nemen: a. de mate waarin door het evenement beslag wordt gelegd op de ruimte, de tijd en de hulpdiensten; b. het aantal bezoekers dat wordt verwacht; c. het, in het Evenementenuitvoeringsbeleid, vastgestelde maximale aantal evenementen per categorie en per locatie; d. of de aard van het evenement zich verdraagt met het karakter of de bestemming van de gevraagde locatie; e. of gevaar bestaat voor de openbare orde, gezondheid of veiligheid, waaronder de brandveiligheid en het belang van het voorkomen van wanordelijkheden; f. of gevaar bestaat voor belemmeringen van het verkeer; g. of gevaar bestaat voor een onevenredige belasting van het woon- of leefklimaat in de omgeving van het evenement;h. of gevaar bestaat voor verontreiniging, aantasting van het uiterlijk aanzien van de stad, beschadiging van de openbare groenvoorzieningen of van voorzieningen voor het openbaar nut; i. of de organisator voldoende waarborgen biedt of kan bieden voor een goed en ordelijk verloop van het evenement, gelet op de eerder vermelde belangen; j. of de organisator voldoende waarborgen biedt om de schade aan het milieu te voorkomen dan wel zoveel mogelijk te beperken. k. of de organisator voldoende waarborgen biedt inzake de verzekering van verkeersregelaars.
- De burgemeester kan aan de vergunning voorschriften en beperkingen verbinden met het oog op de in het vierde lid bedoelde belangen en hij kan ter verzekering van de nakoming van deze voorschriften in de vergunning bepalen dat een borgsom moet worden verstrekt voordat het evenement wordt gehouden.
- De burgemeester kan vrijstelling verlenen voor de door hem aan te wijzen categorieën evenementen.
- Voor het op het evenemententerrein verrichten van activiteiten, die op grond van deze of een andere gemeentelijke verordening vergunningplichtig zijn, heeft de houder van de vergunning voor het evenement geen afzonderlijke vergunning nodig, mits die activiteiten zijn vermeld in de vergunning als bedoeld in het tweede lid.
- Het is aan anderen dan de vergunninghouder verboden op het evenemententerrein activiteiten te verrichten, waarvoor bij of krachtens enige gemeentelijke verordening vergunning is vereist en welke activiteiten zijn vermeld in de vergunning als bedoeld in het tweede lid, tenzij die anderen met de houder van de vergunning een overeenkomst hebben gesloten en zij zich jegens de vergunninghouder hebben verbonden de voorschriften en beperkingen, die aan de vergunning zijn verbonden, in acht te nemen.
- Indien derden met de vergunninghouder een overeenkomst hebben gesloten als bedoeld in het zesde lid, is het bepaalde in het vijfde lid op hen van overeenkomstige toepassing.
- Het bepaalde in het zesde lid geldt niet voor activiteiten die reeds krachtens een voor onbepaalde tijd dan wel voor een periode langer dan drie maanden verleende vergunning voor aan een specifieke plaats gebonden handelingen op het evenemententerrein plaatsvinden.
- a. Het bepaalde in dit artikel staat er niet aan in de weg dat, wat het evenemententerrein betreft, voor het in gebruik nemen van openbare gemeentegrond of openbaar gemeentewater met de gemeente Vlissingen een overeenkomst kan worden gesloten die bedingen bevat die mede de belangen betreffen als bedoeld in het derde lid. b. Voor de onder a bedoelde de privaatrechtelijke weg kan alleen worden gekozen indien deze niet de publiekrechtelijke regeling op onaanvaardbare wijze doorkruist.
- De vergunninghouder die een evenement organiseert of degene die er de feitelijke leiding bij heeft is, indien de burgemeester een bevel geeft met het oog op het waarborgen van de in het derde lid bedoelde belangen, verplicht daaraan direct gevolg te geven en, indien nodig, het evenement onmiddellijk te beëindigen, waarbij hij verplicht is ervoor zorg te dragen dat geen publiek meer wordt toegelaten.
- Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:17 Evenementen in gebouwen
- Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester in of in een gedeelte van een gebouw of van een vaartuig een voor het publiek toegankelijke gebeurtenis te houden of te doen houden, of voor dat doel een gebouw of vaartuig of gedeelte daarvan te gebruiken.
- Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op: a. manifestaties in de zin van de Wet openbare manifestaties; b. markten als bedoeld in artikel 160 van de Gemeentewet; c. evenementen in gebouwen waarvoor een gebruiksvergunning als bedoeld in de Bouwverordening van kracht is en sprake is van reguliere activiteiten die volledig binnen de begrenzing van één inrichting in de zin van de Wet milieubeheer vallen. d. De burgemeester kan categorieën van voor het publiek toegankelijke gebeurtenissen aanwijzen, waarop het in het eerste lid bedoelde verbod niet van toepassing is. De burgemeester kan bij deze aanwijzing nadere eisen stellen.
- De burgemeester kan de in het eerste lid bedoeld vergunning weigeren op grond van een belang als bedoeld in artikel 2:16, derde en vierde lid.
- Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.
- van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:18 Ordeverstoring bij evenementen
- Het is verboden bij evenementen onnodig op te dringen, door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot wanordelijkheden of wanordelijkheden te veroorzaken.
- Het is verboden bij evenementen messen, knuppels, slagwapens of andere voorwerpen die als wapen kunnen worden gebruikt, op een zodanige wijze mee te voeren dat de openbare orde of veiligheid in gevaar komt of kan komen.
- Het is verboden bij door de burgemeester aangewezen evenementen blikjes, glaswerk, glazen flessen en hardplastic flessen aanwezig te hebben, te verkopen, te verstrekken of te vervoeren.
- Een ieder is verplicht, bij evenementen, alle aanwijzingen van een toezichthouder in het belang van openbare orde of veiligheid terstond en stipt op te volgen. Afdeling
- KermissenArtikel 2:19 Kermissen, aantal, locaties en periodes In de gemeente Vlissingen bestaan drie kermissen:
- De kermis die jaarlijks wordt gehouden in binnenstad van Vlissingen, vanaf de vrijdag voorafgaande aan de derde maandag in juli, tot en met de zondag daaraanvolgend.
- De Pinksterkermis die jaarlijks wordt gehouden in Oost-Souburg, vanaf de vrijdag voor Pinksteren tot en met derde Pinksterdag, op een door het college te bepalen plaats.
- De overdekte kermis in het gebouw De Carrousel van het vermaakscentrum Het Arsenaal. De duur van deze kermis is het gehele jaar door. Artikel 2:20 Kermis binnenstad Vlissingen
- De in artikel 2:19, eerste lid, genoemde kermis is een algemene kermis.
- Het college stelt voorschriften vast omtrent de tijden dat de kermis voor het publiek is geopend en ter voorkoming van geluidsoverlast. Het college bepaalt het aantal, de locatie en het soort attracties.
- Het openingstijdstip van deze kermis is op vrijdag om 18.00 uur.
- Deze kermis wordt geëxploiteerd door de gemeente.Artikel 2:21 Kermis Oost-Souburg
- De in artikel 2:19, tweede lid, genoemde kermis is een algemene kermis.
- Het college stelt voorschriften vast omtrent de tijden dat de kermis voor het publiek geopend is en ter voorkoming van geluidsoverlast. Het college bepaalt het aantal en het soort van de te plaatsen attracties.
- Het college is bevoegd de organisatie van deze kermis te verpachten. Artikel 2:22 Kermis Arsenaal
- De in artikel 2:19, derde lid, bedoelde kermis betreft de expositie van kermiscuriosa, automaten en andere voorwerpen, uitsluitend ter bezichtiging en de exploitatie van kermisautomaten die vallen onder de speelautomatenregeling. De exploitatie van een horecabedrijf ter plaatse is, met inachtneming van de desbetreffende voorschriften, toegelaten.
- Deze kermis wordt geëxploiteerd door een particulier.
- De burgemeester is belast met het verlenen van een vergunning aan de exploitant ingevolge deze verordening tot exploitatie van deze kermis. In de vergunning worden nadere voorwaarden gesteld omtrent de openingstijden van deze kermis, aantal van de op te stellen automaten en voorschriften over de toelating van publiek tot gebruik van deze automaten.4.Op deze vergunning is paragraaf 4.1.3.
- van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Afdeling
- Toezicht op horecabedrijvenArtikel 2:23 BegripsomschrijvingenDe afdeling verstaat onder:
- Openbare inrichting: de voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptieve ter plaatse worden bereid of verstrekt. Onder een openbare inrichting worden in ieder geval verstaan: een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis alsmede een bij dit bedrijf behorend terras en de andere aanhorigheden;
- Terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel daarvan waar zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt, met daarin het onderscheid tussen een: a. gevelterras: terassen grenzend aan de gevel van een openbare inrichting waarin een horeca-bedrijf geëxploiteerd wordt. b. overige terassen: alle terrassen niet grenzend aan de gevel van een openbare inrichting.
- Personen die geen bezoeker zijn van een openbare inrichting: a. de directe gezinsleden van de houder; b. de personen die voorkomen in het register als bedoeld in artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht; c. de personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is;
- Leidinggevende: a. de natuurlijke persoon of de bestuurders van een rechtspersoon of hun gevolmachtigden, voor wiens rekening en risico wordt uitgeoefend: - het horecabedrijf, met uitzondering van bestuurders van een rechtspersoon als bedoeld in artikel 4 van de Drank- en Horecawet - een openbare inrichting waarin geen alcoholhoudende dranken worden verkocht; b. de natuurlijke persoon, die algemene leiding geeft aan een openbare inrichting, waarin wordt uitgeoefend het horecabedrijf of het bedrijf waarin geen alcoholhoudende drank wordt verkocht in een of meer openbare inrichtingen; c. de natuurlijke persoon, die onmiddellijke leiding geeft aan de uitoefening van het horecabedrijf of het bedrijf waarin geen alcoholhoudende drank wordt verkocht in een openbare inrichting;
- Houder: degene die een openbare inrichting exploiteert op grond van het bepaalde in artikel 2:24 of artikel 2:
- Artikel 2:24 Exploitatie openbare inrichting
- Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.
- De burgemeester weigert de vergunning als bedoeld in het eerste lid, indien: a. De vestiging of de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan; b. de aanvrager, voor zover het een natuurlijke persoon betreft, of in het geval de aanvraag wordt gedaan door een rechtspersoon de bestuurder dan wel zijn gevolmachtigde daarvan, of de leidinggevende: - geen verklaring omtrent gedrag overlegt die ten hoogste drie maanden voor de datum waarop de vergunningaanvraag is ingediend, is afgegeven;- onder curatele staat dan wel uit het ouderlijk gezag of voogdij ontzet is;in enig opzicht van slecht levensgedrag is;- de leeftijd van 21 jaren nog niet heeft bereikt indien het een openbare inrichting betreft waarin alcoholhoudende dranken worden verkocht;-de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt indien het een openbare inrichting betreft waarin geen alcoholhoudende dranken worden verkocht; c. redelijkerwijs moet worden aangenomen, dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvrage vermelde in overeenstemming zal zijn.
- Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. De burgemeester houdt daarbij rekening met het karakter van de straat en de wijk, waarin de openbare inrichting is of zal zijn gelegen, de aard van de openbare inrichting en de spanning, waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie.
- De burgemeester weigert de vergunning als bedoeld in het eerste lid of trekt deze geheel of gedeeltelijk in wanneer feiten en omstandigheden erop wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat ter verkrijging van de vergunning een strafbaar feit is gepleegd of wanneer sprake is van: het benutten van voordelen uit strafbare feiten en het plegen van strafbare feiten.
- De burgemeester weigert een vergunning voor het exploiteren van een openbare inrichting, waarin alcoholhoudende dranken worden verkocht, indien de houder van de openbare inrichting niet in het bezit is van een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Drank- en Horecawet.
- Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 wordt de vergunning door het bevoegde bestuursorgaan ingetrokken op grond van de in het tweede lid genoemde weigeringsgronden, met uitzondering van het bepaalde in het tweede lid onder b
- In afwijking van het bepaalde in artikel 2:5 beslist de burgemeester in geval van een vergunningenaanvraag die ook betrekking heeft op een of meer bij de openbare inrichting behorende terrassen voor zover deze zich op de weg bevinden over de ingebruikneming van die weg voor het terras.
- Het bepaalde in het zevende lid geldt niet, voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Woningwet, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Wegenverordening Zeeland
- Het eerste lid geldt niet voor een openbare inrichting in een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de horeca een nevenactiviteit is van de winkelactiviteit en waarbij de openbare inrichting maximaal twintig vierkante meter mag bedragen en niet meer dan twintig procent van het vloeroppervlak van het voor publiek toegankelijke winkelgedeelte.
- Voor de openbare inrichting als bedoeld in het negende lid gelden dezelfde sluitingstijden als voor een winkel.
- Voorts geldt het eerste lid niet voor een openbare inrichting in een zorginstelling, museum, een bedrijfskantine of bedrijfsrestaurant.
- Paragraaf 4.1.3.
- van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de vergunning bedoeld in het eerste lid.Artikel 2:25 Terrassen
- Het is de exploitant van een openbare inrichting, waarvoor een vergunning als bedoeld in artikel 2:24 juncto artikel 2:26 niet is vereist, verboden zonder vergunning van de burgemeester een terras in gebruik te nemen.
- De burgemeester weigert een vergunning voor de ingebruikneming van een terras indien de exploitant van de openbare inrichting niet in het bezit is van een vergunning als bedoeld in artikel 2:24, tenzij deze ingevolge artikel 2:26 niet is vereist.
- Een vergunning voor een gevel terras geldt voor het hele jaar. Een vergunning voor de overige terrassen geldt alleen voor de periode 1 maart tot 31 oktober. Het is verboden de overige terrassen (niet zijnde gevelterrassen) tijdens de sluitingsperiode (winterstop) voor bezoekers geopend te hebben dan wel ter plaatse aanwezig te hebben.
- Onverminderd het gestelde in het tweede lid, kan de burgemeester de ingebruikneming van de weg ten behoeve van een of meer bij een openbare inrichting horende terrassen weigeren indien: a. het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg dan wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan; b. dat gebruik een belemmering kan worden voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; c. het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; d. deze liggen onder het beluifelde gedeelte van de Walstraat, Kleine Markt of Oude Markt.
- Dit artikel geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Woningwet, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Wegenverordening Zeeland
- Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:26 Vrijstelling vergunningsplicht
- De burgemeester kan besluiten onder door hem te stellen voorschriften dat het gestelde in artikel 2:24 niet geldt voor een of meer in dat besluit aangeduide soorten horecabedrijven in de gehele gemeente dan wel in een of meer daarin aangewezen gedeelten van de gemeente.
- De exploitatie van een openbare inrichting, en de exploitatie van bij een openbare inrichting behorende terras(sen) waarop een besluit als bedoeld in het eerste lid van toepassing is, geschiedt zodanig dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid en het milieu niet op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed. Artikel 2:27 Sluitingsuur
- Openbare inrichtingen, inclusief daartoe behorende terrassen, zijn gesloten tussen 02.00 en 06.00 uur (sluitingstijd).
- Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben of bezoekers in de inrichting of het bijbehorende terras te laten verblijven tijdens sluitingstijd.
- De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd:a. om tussen 02.00 uur en 03.00 uur bezoekers in de openbare inrichting aanwezig te hebben, mits geen nieuwe bezoekers worden toegelaten;b. op grond van bijzondere omstandigheden, te zijner beoordeling;c. aan maximaal vier openbare inrichtingen waar alcoholhoudende drank mag worden verstrekt om tot 05.00 uur bezoekers in de openbare inrichting aanwezig te hebben, onder het voorbehoud dat deze openbare inrichtingen in elk geval gesloten zijn tussen 05.00 uur en 09.00 uur en tussen 04.00 uur en 05.00 uur geen nieuwe bezoekers worden toegelaten;d. aan maximaal vier openbare inrichtingen die zich in hoofdzaak richten op het verstrekken van geringe etenswaren om tot 04.00 uur bezoekers in de openbare inrichting aanwezig te hebben.
- Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing voor zover in het daar geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.
- Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.
- van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing..Artikel 2:28 Afwijking sluitingsuur; tijdelijke sluiting.
- De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid, of in geval van bijzondere omstandigheden, te zijner beoordeling, voor één of meer horecabedrijven tijdelijk andere dan de krachtens artikel 2:27 geldende sluitingsuren vaststellen of tijdelijke sluiting bevelen.
- Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 13b van de Opiumwet Artikel 2:29 Aanwezigheid in gesloten openbare inrichting.Het is bezoekers van een openbare inrichting verboden gedurende de tijd dat dit bedrijf krachtens artikel 2:27 of ingevolge een op grond van artikel 2:28 genomen besluit gesloten dient te zijn, zich daarin of aldaar te bevinden. Artikel 2:30 OrdeverstoringHet is verboden in een openbare inrichting gedrag ten toon te spreiden dat aanleiding is tot ordeverstoring dan wel in strijd is met de goede zeden. Artikel 2:31 Het college als bevoegd bestuursorgaanIndien een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:23 geen inrichting is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet treedt niet de burgemeester maar het college op als bevoegd bestuursorgaan voor de artikelen 2:24 tot en met 2:
- Artikel 2:32 Beslistermijn
- Het bevoegd bestuursorgaan neemt het besluit op de aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 2:24, eerste lid, binnen twaalf weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is.
- Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste twaalf weken verdagen. Artikel 2:33 Verbod verstrekken sterke drank in bepaalde inrichtingen
- In dit artikel wordt verstaan onder:a. inrichting: een inrichting als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Drank- en Horecawet;sterke drank: b. sterke drank als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Drank- en Horecawet.
- Het is verboden tegen vergoeding sterke drank voor gebruik ter plaatse te verstrekken in een inrichting. a. waarin of in een onderdeel waarvan uitsluitend of in hoofdzaak geringe eetwaren, zoals belegde broodjes, patates frites en kroketten worden verkocht; b. die uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is voor het geven van onderwijs; c. die of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij jeugdorganisaties of -instellingen;d. die of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij sportorganisaties of -instellingen;e. die of waarvan een onderdeel in gebruik is als wachtruimte voor passagiers van een openbaar vervoerbedrijf; f. die gelegen is op een kampeer- of caravanterrein
- De burgemeester kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het tweede lid. Artikel 2:34 Aanwezigheid van een leidinggevendeHet is verboden een openbare inrichting waarin geen alcoholhoudende dranken worden verkocht voor het publiek geopend te houden, indien in de inrichting geen leidinggevende aanwezig is die vermeld staat op een vergunning als bedoeld in artikel 2:24 met betrekking tot die inrichting. Artikel 2:35 Inrichtingseisen
- Een openbare inrichting, waarin geen alcoholhoudende drank wordt verkocht, dient ten minste te voldoen aan de eisen zoals vermeld in het Besluit eisen inrichtingen Drank- en Horecawet.
- Een openbare inrichting, waar tegen vergoeding voor gebruik elders dan ter plaatse uitsluitend of in hoofdzaak geringe etenswaren worden verstrekt die in dezelfde inrichting worden bereid, dient te beschikken over een voor het publiek toegankelijke ruimte met een nuttige vloeroppervlakte van ten minste 15m².
- De burgemeester kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste en tweede lid van dit artikel. De artikelen 2:36 t/m 2:39 zijn gereserveerd Afdeling
- Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf Artikel 2:40 BegripsbepalingIn deze afdeling wordt verstaan onder inrichting: elke al dan niet besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot kamperen wordt verschaft. Artikel 2:41 Melding exploitatie Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is verplicht binnen drie dagen daarna daarvan schriftelijk melding te doen bij de burgemeester. Afdeling
- Toezicht op speelgelegenheden Artikel 2:42 Speelgelegenheden
- Dit artikel verstaat onder speelgelegenheid: een voor het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.
- Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het verbod is niet van toepassing op:a. speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c, eerste lid, onder b, van de Wet op de kansspelen vergunning is verleend;b. speelgelegenheden waarvoor de minister van Justitie of de Kamer van Koophandel bevoegd is vergunning te verlenen;c. speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om het kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet op de kansspelen te beoefenen, of te spelen op speelautomaten als bedoeld in artikel 30 van de Wet op de kansspelen, of de handeling als bedoeld in artikel 1, onder a, van de Wet op de kansspelen te verrichten.
- De burgemeester weigert de vergunning:a. indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid;b. indien de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met een geldend bestemmingsplan.
- Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:43 Speelautomaten
- In dit artikel wordt verstaan onder:a. wet: de Wet op de kansspelen;b. speelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder a, van de wet;c. kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder c, van de wet;d. hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder d, van de wet;e. laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder e, van de wet.
- In hoogdrempelige inrichtingen zijn drie speelautomaten toegestaan, waarvan maximaal twee kansspelautomaten.
- In laagdrempelige inrichtingen zijn drie speelautomaten toegestaan, met dien verstande dat kansspelautomaten in het geheel niet zijn toegestaan. Afdeling
- Maatregelen tegen overlast en baldadigheid Artikel 2:44 Betreden gesloten woning of lokaal
- Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden.
- Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te betreden.
- Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in de woning of het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk is. Artikel 2:45 Plakken en kladden
- Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen of te bekladden.
- Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op een andere openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is:a. een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere wijze aan te brengen of te doen aanbrengen;b. met kalk, krijt, teer, inkt of een kleur- of verfstof een afbeelding, letter, cijfer of graffiti aan te brengen of te doen aanbrengen.
- Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing indien gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.
- Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen.
- Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden te gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.
- Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen hebben op de inhoud van de meningsuitingen en bekendmakingen.
- De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven. Artikel 2:46 Vervoer plakgereedschap e.d.
- Het is verboden op een openbare plaats enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer, inkt, kleur- of verfstof, verfgereedschap, plaksel of lijm te vervoeren of bij zich te hebben.
- Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde materialen of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor handelingen als verboden in artikel 2:45.Artikel 2:47 Vervoer inbrekerswerktuigen
- Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te vervoeren of bij zich te hebben.
- Dit verbod is niet van toepassing, indien de bedoelde werktuigen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen. Artikel 2:48 Varen in openbaar waterIn dit artikel wordt verstaan onder:a. taluds: de hellende oppervlakten van de zijdelingse begrenzingen van oppervlaktewater en waterlopen;b. oppervlaktewater het water met inbegrip van de waterbodem en de taluds die een functie hebben voor de af- en aanvoer en/of berging van het op de bodem vrij aanwezige water;c. waterlopen het water met inbegrip van de waterbodem en de taluds die een functie hebben voor de af- en aanvoer en/of de berging van het op de bodem vrij aanwezige water, en die als zodanig in de legger zijn aangegeven;d. legger de legger als bedoeld in de Waterverordening Zeeland
- Het is verboden te varen in openbaar oppervlaktewater en openbare waterlopen.
- Het college kan ontheffing verlenen van het in het tweede lid gestelde verbod.
- Het in het tweede lid gesteld verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde on derwerp wordt voorzien door de Waterverordening Zeeland of de Keur waterbeheer waterschap Scheldestromen
- Artikel 2:49 Slapen op of aan openbare plaatsen
- Onverminderd het bepaalde in artikel 4:20 is het verboden tussen zonsondergang en zonsopgang: a. op of aan openbare plaatsen te liggen of te slapen, dan wel daartoe gelegenheid te bieden; b. op of aan openbare plaatsen te liggen of te slapen in een voertuig, woonwagen, tent of een soortgelijk onderkomen dan wel daartoe gelegenheid te bieden.
- Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen.
- Het college kan plaatsen aanwijzen waar het in het eerste lid gestelde verbod niet geldt.
- Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Verordening kleinschalig kamperen Vlissingen. Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen
- Het is verboden:a. op een openbare plaats te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument, overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig, hekheining of andere afsluiting, verkeersmeubilair en daarvoor niet bestemd straatmeubilair;b. zich op een openbare plaats zodanig op te houden dat aan gebruikers of bewoners van nabij die openbare plaats gelegen woningen onnodig overlast of hinder wordt veroorzaakt;
- Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 424, 426bis of 431 van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet
- Artikel 2:51 Verboden drankgebruik
- Het is verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied:a. alcoholhoudende drank te nuttigen of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben;b. drank in glazen met zich te voeren of bij zich te hebben;c. anderszins dan verpakt, glazen bij zich te hebben, tenzij met het kennelijk en uitsluitend oogmerk van vervoer.
- Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor:a. een terras dat behoort bij een horecabedrijf als bedoeld in artikel 2:23, eerste lid, onder c;b. de plaats, niet zijnde een horecabedrijf als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35, tweede lid, van de Drank- en Horecawet.
- Het bevoegde bestuursorgaan kan van het verbod, bedoeld in het eerste lid onder a, ontheffing verlenen. Artikel 2:52 Verboden gedrag bij of in gebouwen
- Het is verboden:a. zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te houden;b. zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of een drempel van een gebouw te zitten of te liggen.
- Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van flatgebouwen, appartementsgebouwen en soortgelijke meergezinshuizen en van gebouwen die voor publiek toegankelijk zijn, verboden zich zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte van een dergelijk gebouw. Artikel 2:53 Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimtenHet is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek toegankelijk portaal, telefooncel, wachtlokaal voor een openbaar vervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling of een andere soortgelijke, voor het publiek toegankelijke ruimte dan wel deze te verontreinigen of te bezigen voor een ander doel dan waarvoor de desbetreffende ruimte is bestemd. Artikel 2:54 Neerzetten van fietsen e.d.Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur, de gevel van een gebouw dan wel in de ingang van een portiek indien:a. dit in strijd is met de uitdrukkelijke wil van de gebruiker van dat gebouw of dat portiek;b. daardoor de ingang versperd wordt. Artikel 2:55 Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein e.d.Het is verboden op de door het college of de burgemeester aangewezen uren en plaatsen zich met een fiets of bromfiets te bevinden op een door het college of de burgemeester aangewezen terrein waar een markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid gehouden wordt die publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is aan de bezoekers van het terrein. Artikel 2:56 Loslopende honden
- Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven:a. van 15 april tot en met 15 september op de stranden gelegen voor de Boulevards Evertsen, Bankert en de Ruijter, op het Nollestrand, op het strand Westduin of in de daarbij behorende kleedruimtes;b. op een voor publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide;c. op andere door het college aangewezen plaatsen;d. onverminderd het bepaalde onder a tot en met c, anders dan kort aangelijnd:- binnen de bebouwde kom op de weg;- op andere door het college aangewezen plaatsen;e. buiten de bebouwde kom op de weg zonder voldoende toezicht;f. op de weg zonder dat die hond voorzien is van aan een halsband of op andere wijze, aangebrachte identificatiegegevens die de eigenaar of houder duidelijk doen kennen.
- Het college kan van de in het eerste lid genoemde verboden ontheffing verlenen.
- De verboden genoemd in het eerste lid onder a en c gelden niet voor zover de eigenaar of houder van een hond zich vanwege zijn handicap door een geleide- of hulphond laat begeleiden. .Artikel 2:57 Verontreiniging door honden
- De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor te zorgen dat die hond zich niet van uitwerpselen ontdoet:a. binnen de bebouwde kom in de openbare ruimte;b. buiten de bebouwde kom in de openbare ruimte: op een gedeelte van de weg dat is bestemd of mede is bestemd voor het verkeer van voetgangers.
- De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste lid gestelde gebod wordt opgeheven, indien de eigenaar of houder van de hond er zorg voor draagt, dat: a. de uitwerpselen onmiddellijk worden verwijderd.b. de hond gebruik maakt van door het college aangewezen plaatsen.
- Onverminderd het bepaalde in het eerste en tweede lid is een ieder die een hond bij zich heeft binnen de bebouwde kom verplicht tenminste één deugdelijk hulpmiddel ter onmiddellijke verwijdering van hondenuitwerpselen op wegen en/of andere voor publiek toegankelijke plaatsen bij zich te hebben en dit hulpmiddel op eerste aanvraag van een daartoe bevoegde ambtenaar te tonen.
- Het college kan van de in het eerste lid genoemde verboden ontheffing verlenen.
- De verboden genoemd in het eerste lid, onder a en b gelden niet voor zover de eigenaar of houder van een hond zich vanwege zijn handicap door een geleide- of hulphond laat begeleiden. Artikel 2:58 Gevaarlijke honden
- In dit artikel wordt verstaan onder:a. muilkorf: muilkorf ingericht naar een model dat beantwoordt aan de volgende beschrijving: een muilkorf vervaardigd van stevige kunststof, of van stevig leer of van beide stoffen, die door middel van een stevige leren riem rond de hals zodanig is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is en die zodanig is ingericht dat de drager geen mens of dier kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de ruimte een geringe opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn;b. kort aanlijnen: aanlijnen van een hond met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, die niet langer is dan 1,50 meter.
- Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen op een openbare plaats of op het terrein van een ander:a. anders dan kort aangelijnd nadat het college aan de eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt dat het die hond gevaarlijk of hinderlijk acht en een aanlijngebod in verband met het gedrag van die hond noodzakelijk vindt;b. anders dan kort aangelijnd en voorzien van een muilkorf nadat het college aan de eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt dat het die hond gevaarlijk of hinderlijk acht en een aanlijn en muilkorfgebod in verband met het gedrag van die hond noodzakelijk vindt.
- In afwijking van artikel 2:56, eerste lid onder f, geldt voor het bepaalde in het eerste lid bovendien dat de hond voorzien moet zijn van een optisch leesbaar, niet-verwijderbaar identificatiekenmerk in het oor of de buikwand. Artikel 2:59 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren
- Het is verboden op door het college ter voorkoming of opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren:a. aanwezig te hebben, ofb. aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het college in het aanwijzingsbesluit gestelde regels, ofc. aanwezig te hebben tot een groter aantal dan in die aanwijzing is aangegeven, ofd. te voeren.
- Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen een krachtens het eerste lid aangewezen gedeelte van de gemeente ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.
- Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.
- van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:60 Loslopend veeDe rechthebbende op vee dat zich bevindt in een aan een weg liggend weiland of terrein dat niet van die weg is afgescheiden door een deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te zorgen dat zodanige maatregelen getroffen worden dat dit vee die weg niet kan bereiken. Artikel 2:61 BedelarijHet is verboden in door het college aangewezen gebieden op of aan de weg of in een voor het publiek toegankelijk gebouw te bedelen om geld of andere zaken. Artikel 2:61a Mosquito
- In dit artikel wordt onder een mosquito verstaan: een apparaat dat een slechts voor jongeren hoorbare, hinderlijke hoge pieptoon produceert, met als doel groepen jongeren weg te houden van plaatsen waar zij overlast veroorzaken.
- In afwijking van het bepaalde in artikel 4:5 kan de burgemeester in het belang van de openbare orde besluiten op een openbare plaats een mosquito aan te brengen bij gebleken ernstige overlast door jongeren op die plaats.
- De aanwezigheid van een mosquito wordt kenbaar gemaakt op de plaats waar deze is aangebracht.
- Een mosquito is alleen in werking op die tijdstippen dat overlast redelijkerwijs valt te verwachten.
- Een mosquito wordt aangebracht voor een periode van ten hoogste zes maanden. De burgemeester kan die periode telkens met een periode van ten hoogste zes maanden verlengen. Afdeling
- Vuurwerk Artikel 2:62 Begripsbepalingen In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk: Consumentenvuurwerk waarop het Besluit van 22 januari 2002, houdende nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel vuurwerk (Vuurwerkbesluit) van toepassing is. Artikel 2:63 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen
- Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of nevenbedrijf consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen dan wel voor het ter beschikking stellen aanwezig te houden, zonder een vergunning van het college.
- Op deze vergunning is paragraaf 4.1.3.
- van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking) niet van toepassing. Artikel 2:64 Gebruiken van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling
- Het is verboden consumentenvuurwerk te gebruiken op een door het college in het belang van de voorkoming van gevaar, schade of overlast aangewezen plaats.
- Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te bezigen als dat gevaar, schade of overlast kan veroorzaken.
- De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1, van het Wetboek van Strafrecht. Afdeling
- Drugsoverlast Artikel 2:65 Drugshandel op straatOnverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan de weg post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich op of aan wegen in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en weer of rond te rijden, met het kennelijke doel om middelen als bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen. Afdeling
- Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en cameratoezicht op openbare plaatsen Artikel 2:66 Bestuurlijke ophoudingDe burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen groepen van personen op een door hem aangewezen plaats indien deze personen het bepaalde in artikel 2:1, 2:2, 2:5, 2:6, 2:8, 2:11, 2:50, 2:51, 2:52 of 2:64 groepsgewijs niet naleven. Artikel 2:67 VeiligheidsrisicogebiedenDe burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens, dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied, met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als veiligheidsrisicogebied. Artikel 2:68 Cameratoezicht op openbare plaatsen
- De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet besluiten tot plaatsing van vaste camera’s voor een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats.
- De burgemeester heeft de bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid eveneens ten aanzien van andere openbare plaatsen te weten:a. parkeergarage Aagje Dekenstraat en b. parkeergarage Spuistraat (De Fonteyne).Afdeling
- Gereserveerd Artikel 2:69 Gereserveerd Artikel 2:70 GereserveerdArtikel 2:71 GereserveerdArtikel 2:72 GereserveerdAfdeling 16 CarbidschietenArtikel 2:73 BegripsomschrijvingenIn deze afdeling wordt verstaan onder: a. bevoegd bestuursorgaan: het college of, voor zover het betreft openbare samenkomsten en vermakelijkheden als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester; b. bus: een al dan niet originele melkbus, of een andere bus van staal of ijzer, een container, een opslagvat, een buis of een ander daarmee gelijk te stellen voorwerp; c. carbidschieten: het in een bus op explosieve wijze verbranden van acetyleengas afkomstig van een reactie tussen carbid (calciumacetylide) en water of van een gasmengsel met vergelijkbare eigenschappen. Artikel 2:74 Verbod carbidschietenCarbidschieten in de openlucht is verboden. Artikel 2:75 Vrijstelling verbod
- Het verbod gesteld in artikel 2:74 geldt niet indien carbidschieten plaatsvindt op 31 december tussen 10.00 en 24.00 uur en op 1 januari tussen 00.00 en 02.00 uur, mits:a. daarbij gebruik wordt gemaakt van een bus met een inhoud van ten hoogste één liter;b. daarbij geen handelingen worden verricht of nagelaten waarvan degene die het carbidschieten verricht weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat daardoor gevaar, schade of hinder kan optreden voor personen of voor de omgeving.
- Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, geldt het verbod gesteld in artikel 2:74 eveneens niet indien carbidschieten plaatsvindt op 31 december tussen 10.00 en 24.00 uur en op 1 januari tussen 00.00 en 02.00 uur buiten de bebouwde kom, mits:a. daarbij gebruik wordt gemaakt van een bus met een inhoud van ten hoogste 50 liter;b. daarbij geen handelingen worden verricht of nagelaten waarvan degene die het carbidschieten verricht weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat daardoor gevaar, schade of hinder kan optreden voor personen of voor de omgeving;c. degene die het carbidschieten verricht, een schriftelijke toestemming daartoe kan overleggen van de eigenaar van het terrein van waaraf wordt geschoten;d. de plaats op het terrein van waaraf wordt geschoten is gelegen:i. op een afstand van ten minste 75 meter van woonbebouwing;ii. op een afstand van ten minste 300 meter van inrichtingen voor de intramurale zorg;iii. op een afstand van ten minste 300 meter van in gebruik zijnde voorzieningen voor het houden van dieren;iv. op een afstand van ten minste 500 meter van een vogelbeschermingsgebied.e. wordt geschoten in een richting welke tegengesteld is aan de richting waarin de dichtstbijzijnde bebouwing is gelegen;f. het vrije schootsveld ten minste 75 meter is en hierin geen verharde openbare wegen of paden liggen;g. er geen busdeksel of andere gevaarzettende voorwerpen worden weggeschoten;h. het gebruik van (voet)ballen of andere afsluitingen zodanig is dat daardoor geen schade aan mens, dier of goed kan worden veroorzaakt;i. het terrein van waaraf wordt geschoten is afgezet met linten of ander vergelijkbaar materiaal;j. binnen een cirkel met een straal van 100 meter rond de plaats waar het car bidschieten plaatsvindt, in totaal niet meer dan tien bussen voor het carbid schieten worden gebruikt dan wel gebruiksklaar voor carbidschieten aanwezig worden gehouden;k. de bussen zodanig stevig in de bodem, in een frame of op andere wijze zijn verankerd, dat terugslag wordt voorkomen;l. het carbidschieten plaatsvindt door een persoon van ten minste 18 jaar oud die niet verkeert onder invloed van alcohol of andere psychotrope stoffen;m. teneinde de veiligheid van het publiek en de eigen veiligheid te waarborgen, toezicht op het carbidschieten wordt gehouden door ten minste één persoon van ten minste 18 jaar oud die niet verkeert onder invloed van alcohol of andere psychotrope stoffen;n. het terrein van waaraf wordt geschoten goed is verlicht indien het carbidschieten plaatsvindt na zonsondergang. Artikel 2:76 Bij zich hebben van carbid
- Het is verboden op of aan de weg carbid bij zich te hebben op andere dagen dan op 31 december tussen 10.00 en 24.00 uur en op 1 januari tussen 00.00 en 02.00 uur.
- Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op degenen aan wie carbid is afgeleverd, gedurende de tijd die nodig is om thuis te komen, noch op degene die aannemelijk maakt dat hij het carbid nodig heeft in de uitoefening van beroep of bedrijf. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op de houder van een ontheffing als bedoeld in artikel 2:78.Artikel 2:77 Aanwijzing gebieden zonder vrijstellingHet bevoegd bestuursorgaan kan ter voorkoming van gevaar, schade of overlast of in het belang van de natuurbescherming, een of meer gedeelten van de gemeente of een of meer bepaalde plaatsen aanwijzen waar het gestelde in artikel 2:75 niet van toepassing is.Artikel 2:78 OntheffingHet bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het in artikel 2:74 gestelde verbod.Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.
- van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:79 ToepasselijkheidDeze afdeling is niet van toepassing voor zover de Wet milieubeheer, de Wet wapens en munitie, de Wet milieugevaarlijke stoffen, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen of het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.Afdeling 17 Toezicht op growshops, smartshops, belwinkels en internetcafésArtikel 2:80 BegripsomschrijvingenIn deze afdeling wordt verstaan onder: a. inrichting: een voor het publiek toegankelijke ruimte waarin bedrijfsmatig, in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was of anders dan om niet, handelingen en werkzaamheden worden verricht die verband houden met dan wel inherent zijn aan het exploiteren van hetgeen in het maatschappelijk verkeer wordt aangeduid als een growshop, smartshop, belwinkel of internetcafé; het gaat hier zowel om groothandels als om detailhandelszaken; b. exploitant: de natuurlijke persoon of personen of de rechtspersoon of personen, voor wiens rekening en risico de inrichting wordt geëxploiteerd en de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon of personen bevoegde natuurlijke personen; c. leidinggevende: de exploitant alsmede andere natuurlijke personen, die algemene of onmiddellijke leiding geven aan een inrichting.
- In deze paragraaf wordt onder bezoeker niet verstaan: a. de gezinsleden van de exploitant alsmede diens elders wonende bloed- en aanverwanten, in de rechte lijn onbeperkt, in de zijlijn tot en met de derde graad;b. de personen die voorkomen in het register als bedoeld in artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht; c. de personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is; d. het dienstdoend personeel. Artikel 2:81 Vergunningplicht
- Het is verboden een inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.
- De vergunning wordt uitsluitend verleend aan de exploitant en kan niet worden overgedragen.
- De burgemeester weigert de vergunning als bedoelt in het eerste lid of trekt deze geheel of gedeeltelijk in wanneer feiten en omstandigheden erop wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat ter verkrijging van de vergunning een strafbaar feit is gepleegd of wanneer sprake is van:a. Het benutten van voordelen uit strafbare feiten enb. Het plegen van strafbare feiten.
- Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.
- van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:82 Gedragseisen
- Voor het verkrijgen van een vergunning moeten de leidinggevenden de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt en voldoen aan de bij of krachtens artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a en b, en derde lid, van de Drank- en Horecawet aan leidinggevenden gestelde eisen.
- Het is verboden een inrichting te exploiteren indien door de leidinggevenden niet of niet langer wordt voldaan aan de bij of krachtens artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a en b, en derde lid, van de Drank- en Horecawet aan leidinggevenden gestelde eisen. Artikel 2:83 Aanwezigheid leidinggevendeHet is verboden de inrichting geopend te hebben zonder dat een op de vergunning vermelde leidinggevende aanwezig is.Artikel 2:84 WeigeringsgrondenDe vergunning wordt geweigerd indien:a. de vestiging of exploitatie strijd oplevert met het geldende bestemmingsplan;b. de leidinggevenden binnen drie jaar voor de aanvraag een inrichting heeft geëxploiteerd of daar leiding aan heeft gegeven, die wegens het aantasten van de openbare orde, de aantasting van het woon- en leefklimaat daaronder begrepen, dan wel op basis van artikel 13b Opiumwet gesloten is geweest dan wel waarvoor de vergunning om die reden is ingetrokken;c. de leidinggevenden de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt; d. de leidinggevenden niet voldoen aan de bij of krachtens artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a en b, en derde lid, van de Drank- en Horecawet aan leidinggevenden gestelde eisen; e. naar het oordeel van de burgemeester moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de inrichting en/of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van de inrichting;f. er sprake is van een concentratie van inrichtingen in een bepaald gebied, waardoor het gevaar voor aantasting van de openbare orde of het woon- en leefklimaat cumulatief toeneemt; g. de inrichting gevestigd is in de onmiddellijke nabijheid van horecabedrijven of winkels met een dusdanig andere bezoekersgroep, dat de ontmoeting tussen de verschillende bezoekersgroepen openbare ordeproblemen tot gevolg heeft of tot gevolg dreigt te hebben;h. de inrichting gevestigd is in de directe nabijheid van een terrein waarop een school of jongerencentrum is gehuisvest; i. redelijkerwijze moet worden aangenomen, dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn. j. Feiten en omstandigheden erop wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat ter verkrijging van de vergunning een strafbaar feit is gepleegd of wanneer sprake is van:
- het benutten van voordelen uit strafbare feiten en
- het plegen van strafbare feiten.Artikel 2:85 Sluitingsuur
- Op de openingstijden van de inrichting is het bij of krachtens de Winkeltijdenwet bepaalde van toepassing.
- Het is de leidinggevenden van een inrichting verboden deze voor bezoekers geopend te hebben of daarin of aldaar één of meer bezoekers toe te laten of te laten verblijven gedurende de tijden dat de inrichting op grond van de in het eerste lid bedoelde regelgeving voor het publiek gesloten dient te zijn. Artikel 2:86 Afwijking sluitingsuur; tijdelijke sluiting
- De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid, of in geval van bijzondere omstandigheden, te zijner beoordeling, voor één of meer inrichtingen, tijdelijk andere dan de krachtens in artikel 2:85.,eerste lid, bedoelde regelgeving geldende sluitingsuren vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen.
- Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover artikel 13b van de Opiumwet van toepassing is. Artikel 2:87 SluitingOnverminderd het bepaalde in artikel 2:86 kan de burgemeester een inrichting, al dan niet voor een bepaalde termijn gesloten verklaren indien:a. gehandeld wordt in strijd met het bepaalde in de artikelen 2:81, eerste lid, 2:82., tweede lid, of 2:91, eerste lid;b. gehandeld wordt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften.Artikel 2:88 Aanwezigheid in gesloten inrichting.
- Het is verboden gedurende de tijd dat een inrichting ingevolge de in artikel 2:85, eerste lid, bedoelde regelgeving of krachtens een op grond van artikel 2:86 dan wel artikel 2:87 genomen besluit voor bezoekers gesloten dient te zijn, zich als bezoeker daarin of aldaar te bevinden;
- Het is de leidinggevenden van een inrichting verboden gedurende de tijd dat een inrichting ingevolge een op grond van artikel 2:86 dan wel artikel 2:87 genomen besluit voor bezoekers gesloten dient te zijn, deze inrichting voor bezoekers geopend te hebben of daarin of aldaar een of meer bezoekers toe te laten of te laten verblijven. Artikel 2:89 Intrekking vergunningOnverminderd het bepaalde in artikel 1.6 wordt de vergunning ingetrokken indien:a. de exploitatie van de inrichting door een andere dan de in de vergunning genoemde exploitant is of wordt overgenomen e vestiging of exploitatie strijd oplevert met het geldende bestemmingsplan;b. de leidinggevenden niet of niet langer voldoen aan de bij of krachtens artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a en b, en derde lid, van de Drank- en Horecawet aan leidinggevenden gestelde eisen;c. aannemelijk is dat de leidinggevenden betrokken zijn bij of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten als bedoeld in artikel 3 Opiumwet;d. dit anderszins noodzakelijk is in het belang van de openbare orde, de aantasting van het woon- en leefklimaat daaronder begrepen. Artikel 2:90 Wijziging vergunning.
- Wanneer er een verandering van omstandigheden optreedt, waardoor er een wijziging in de vergunning dient te komen, dient de exploitant onverwijld een wijzigingsaanvraag in te dienen.
- Indien de aanvraag niet is ingediend binnen een maand na de verandering van omstandigheden, kan de burgemeester de verleende vergunning intrekken. Artikel 2:91 Verplaatsing inrichting
- Het is verboden een inrichting te verplaatsen zonder vergunning van de burgemeester.
- De burgemeester verleent deze vergunning alleen, indien het algemeen belang dat naar zijn oordeel vordert en zich overigens geen van de in artikel 2:84 genoemde weigeringsgronden voordoet. Artikel 2:92 OvergangsbepalingVerbodsbepalingen ten aanzien van inrichtingen waarvoor een vergunning vereist is krachtens deze paragraaf, zijn niet van toepassing:a. gedurende zes maanden na het in werking treden van deze paragraaf;b. ook na de onder a bepaalde termijn, voorzover degenen die de vergunning nodig hebben, binnen deze termijn een aanvraag hebben ingediend, totdat onherroepelijk op deze aanvraag is beslist. Hoofdstuk3.SEKSINRICHTINGEN, SEKSWINKELS, STRAATPROSTITUTIE E.D. Afdeling
- Begripsbepalingen Artikel 3:1 BegripsbepalingenIn dit hoofdstuk wordt verstaan onder:a. prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;b. prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;c. seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar;d. escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;e. sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te worden verkocht of verhuurd; f. exploitant: de natuurlijke persoon of personen of rechtspersoon of rechtspersonen die een seksinrichting of escortbedrijf exploiteert, dan wel exploiteren en de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon of rechtspersonen bevoegde natuurlijke persoon of personen;g. beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent, dan wel uitoefenen in een seksinrichting of escortbedrijf;h. bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met uitzondering van:
- de exploitant;
- de beheerder;
- de prostituee;
- het personeel dat in de seksinrichting werkzaam is;
- toezichthouders die zijn aangewezen op grond van artikel 6.2 van deze verordening;
- andere personen wier aanwezigheid in de seksinrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is. Artikel 3:2 Bevoegd bestuursorgaanIn dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester. Artikel 3:3 Nadere regelsMet het oog op de in artikel 3:13 genoemde belangen, kan het college over de uitoefening van de bevoegdheden zoals genoemd in dit hoofdstuk nadere regels vaststellen. Afdeling
- Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en dergelijke .Artikel 3:4 Seksinrichtingen
- Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd bestuursorgaan.
- In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder geval vermeld:a. de persoonsgegevens van de exploitant;b. de persoonsgegevens van de beheerder; enc. de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf.
- Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.
- van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 3:5 Gedragseisen exploitant en beheerder
- De exploitant en de beheerder:a. staat niet onder curatele en is niet ontzet uit de ouderlijke macht of de voogdij;b. is niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; enc. heeft de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.
- Naast de gestelde eisen in het eerste lid, is de exploitant en de beheerder niet:a. met toepassing van artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of met toepassing van artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht ter beschikking gesteld;b. binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden of meer door de rechter in Nederland, inclusief de drie openbare lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius, dan wel door een andere rechter wegens een misdrijf waarvoor naar Nederlands recht een bevel tot voorlopige hechtenis ingevolge artikel 67, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering is toegelaten;c. binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van:I. bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de Wet arbeid vreemdelingen;II. de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b, 242 tot en met 249, 252, 250a (oud), 273a, 300 tot en met 303, 416, 417, 417bis, 426, 429quater en 453 van het Wetboek van Strafrecht;III. de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6 juncto artikel 8 of juncto artikel 163 van de Wegenverkeerswet 1994;IV. de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van de Wet op de kansspelen;V. de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen;VI.de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.
- Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk gesteld:a. vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid onder a van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76, derde lid onder a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan 375 euro bedraagt;b. een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf.
- De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt:a. bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van beslissing op de aanvraag van de vergunning;b. bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van de intrekking van deze vergunning.
- De exploitant of de beheerder is binnen de laatste vijf jaar geen exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting of escortbedrijf die voor ten minste een maand door het bevoegde bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, is ingetrokken, tenzij aannemelijk is dat hem terzake geen verwijt treft. Artikel 3:6 Sluitingstijden
- Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven tussen 02.00 en 06.00 uur.
- Het bevoegd bestuursorgaan kan door middel van een voorschrift als bedoeld in artikel 1:4 voor een afzonderlijke seksinrichting andere sluitingstijden vaststellen.
- Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens artikel 3.7, eerste lid, gesloten dient te zijn.
- Het in het eerste tot en met derde lid bepaalde geldt niet voor zover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door de op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften.Artikel 3:7 Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke) sluiting
- Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde belangen of in geval van strijdigheid met de bepalingen in dit hoofdstuk kan het bevoegd bestuursorgaan:a. tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3:6, eerste of tweede lid, geldende sluitingsuren vaststellen;b. van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet tijdelijk de gedeeltelijke of algehele sluiting bevelen.
- Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet bestuursrecht, maakt het bevoegd bestuursorgaan het in het eerste lid bedoelde besluit openbaar bekend overeenkomstig artikel 3:42 Algemene wet bestuursrecht. Artikel 3:8 Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder
- Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben, zonder dat de ingevolge artikel 3:4 op de vergunning vermelde exploitant of beheerder in de seksinrichting aanwezig is.
- De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat in de seksinrichting:a. geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder geval de feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven tegen de zeden), XVIII (misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid), XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX (heling) van het Tweede Boek van het Wetboek van Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet wapens en munitie; enb. geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde. Artikel 3:9 Straatprostitutie
- Het is verboden, door handelingen, houding, woord, gebaar of op andere wijze, passanten tot prostitutie te bewegen, uit te nodigen dan wel aan te lokken:a. op of aan andere dan door het college aangewezen wegen of gebieden;b. gedurende andere dan door het college vastgestelde tijden.
- Met het oog op de naleving van het in het eerste lid gestelde verbod, kan door politieambtenaren het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.
- Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde belangen kan door politieambtenaren aan personen die zich bevinden op de wegen en gedurende de tijden bedoeld in het eerste lid, het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.
- De burgemeester kan met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde belangen personen aan wie ten minste eenmaal een bevel is gegeven als bedoeld in het derde lid bij besluit verbieden zich gedurende bepaalde termijn, anders dan in een openbaar middel van vervoer, te bevinden op of aan de wegen en op de tijden bedoeld in het eerste lid.
- De burgemeester beperkt het in het vierde lid genoemde verbod indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk is.
- Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de burgemeester opgelegd verbod als bedoeld in het vierde lid.Artikel 3:10 SekswinkelsHet is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een sekswinkel te exploiteren in door het college in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving aangewezen gebieden of delen van de gemeente. Artikel 3:11 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke
- Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen van erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan te bieden of aan te brengen:a. indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende heeft bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en leefomgeving in gevaar brengt;b. anders dan overeenkomstig de door het bevoegd bestuursorgaan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving gestelde regels.
- Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet. Afdeling
- Beslissingstermijn en weigingsgrondenArtikel 3:12 Beslissingstermijn
- In afwijking van het bepaalde in artikel 1:2 neemt het bevoegd bestuursorgaan een besluit op de aanvraag om vergunning bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, binnen twaalf weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is.
- Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste twaalf weken verdagen. Artikel 3:13 Weigeringsgronden
- De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt geweigerd indien:a. de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 3:5 gestelde eisen;b. de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf in strijd is met een geldend bestemmingsplan, stadsvernieuwingsplan of leefmilieuverordening;c. er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht of met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.
- Voor seksinrichtingen en in Nederland gevestigde escortbedrijven kan onverminderd het bepaalde in artikel 1:8, de vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, dan wel de aanwijzing of vaststelling bedoeld in artikel 3:9, eerste lid, worden geweigerd in het belang van:a. het voorkomen of beperken van overlast;b. het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en leefklimaat;c. de veiligheid van personen of goederen;d. de verkeersvrijheid of – veiligheid;e. de gezondheid of zedelijkheid;f. de arbeidsomstandigheden van de prostituee. Afdeling
- Beëindiging exploitatie en wijziging beheer Artikel 3:14 Beëindiging exploitatie
- De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 3:4 op de vergunning vermelde exploitant, de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd.
- Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie, doet de exploitant daarvan schriftelijk melding bij het bevoegd bestuursorgaan. Artikel 3:15 Wijziging beheer
- Indien een beheerder als bedoeld in artikel 3:1, onder g, het beheer in de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd, doet de exploitant daarvan binnen een week na de feitelijke beëindiging van het beheer schriftelijk melding bij het bevoegd bestuursorgaan.
- Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder, indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant heeft besloten de verleende vergunning overeenkomstig de wijziging in het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel 3:13, eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige toepassing.
- In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder zodra de exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft ingediend, totdat over de aanvraag is besloten. Hoofdstuk4.BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE Afdeling
- Geluid- en lichthinderArtikel 4:1 BegripsomschrijvingenDeze afdeling verstaat onder: a. besluit: het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer; b. inrichting: een inrichting type A of B als bedoeld in het besluit; c. houder van een inrichting: degene die als eigenaar, leidinggevende of anderszins een inrichting drijft; d. openbare inrichting: een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:23; e. sportinrichting: inrichting waarbij uitsluitend of in hoofdzaak sprake is van een of meer voorzieningen of installaties voor het in de open lucht of in een besloten ruimte beoefenen van sport in wedstrijdverband, ter voorbereiding van wedstrijden of voor recreatieve doeleinden; f. recreatie-inrichting: inrichting waarbij uitsluitend of in hoofdzaak sprake is van: - een gelegenheid tot zwemmen of baden, - een of meer voorzieningen voor het in een besloten ruimte dansen of geven van dansonderricht, - het in een besloten ruimte onderrichten van muziek of toneel, het oefenen of houden van muziek-, toneel- of daarmee verwante uitvoeringen, - het in een besloten ruimte vertonen van films, houden van presentaties, vergaderingen of congressen, - het tentoonstellen van gebruiksvoorwerpen of voortbrengsels van kunst, cultuur of wetenschap, - het in de open lucht vertonen van films, houden van muziek-, toneel of daarmee verwante uitvoeringen, - het bieden van gelegenheid tot het deelnemen aan kansspelen of om mee te dingen naar prijzen of premies door enige kansbepaling; het gebruiken van speelautomaten; - het bieden van recreatief dagverblijf of het aanwezig zijn van een of meer voorzieningen voor recreatieve doeleinden, - het bieden van recreatief nachtverblijf in vakantiewoningen, trekkershutten of op kampeerterreinen. g. collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden; h. incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen, Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten
- De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4:6 van deze verordening gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen ten aanzien van inrichtingen waarop het oude Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer van toepassing was.
- De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 4.113, eerste lid, van het Besluit gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.
- In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in een of meer delen van de gemeente.
- Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het begin van een nieuw kalenderjaar bekend.
- Het college kan, wanneer een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid aanwijzen. In dit geval is het bepaalde in het vierde lid niet van toepassing. Artikel 4:3 Melding incidentele festiviteiten
- Het is een inrichting toegestaan maximaal acht incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4:6 van deze verordening niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit dit schriftelijk heeft gemeld bij het college.
- Het is een inrichting die niet valt onder een inrichting als bedoeld in het eerste lid toegestaan gedurende één dag per kalenderjaar incidentele festiviteiten te houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit schriftelijk bij het college heeft gemeld.
- Het is een inrichting als bedoeld in het eerste lid toegestaan om tijdens maximaal acht incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 4.113 , eerste lid, van het Besluit niet van toepassing is, mits de houder van de inrichting dit ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit schriftelijk bij het college heeft gemeld.
- Het college stelt een formulier vast voor het doen van een melding.
- De melding wordt geacht te zijn gedaan wanneer het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.
- De melding wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat. Artikel 4:4 Verboden incidentele festiviteitenHet is verboden een incidentele festiviteit te organiseren, toe te laten, feitelijk te leiden of daaraan deel te nemen indien:a. de melding daarvan niet overeenkomstig het bepaalde in artikel 4:3 is gedaan;b. gehandeld wordt in afwijking van de gegevens die bij de melding als bedoeld in artikel 4:3 zijn verstrekt;c. de houder van de inrichting verzuimt te doen of na te laten hetgeen redelijkerwijs gevergd kan worden om overmatige hinder te voorkomen;d. de burgemeester het organiseren van een incidentele festiviteit verboden heeft wanneer naar zijn oordeel de woon- en leefsituatie in de omgeving van de inrichting en/of de openbare orde op ontoelaatbare wijze worden beïnvloed. Artikel 4:5 GeluidsplafondHet college kan nadere regels stellen ter voorkoming of beperking van geluidhinder bij collectieve of incidentele festiviteiten. Artikel 4:6 Aanwijzen horecaconcentratiegebiedHet college kan een gebied aanwijzen als horecaconcentratiegebied als bedoeld in artikel 6.16 van het Besluit. Artikel 4:7 Geluid- en trillingshinder door bouw-, sloop- en onderhoudswerkzaamheden
- Het is verboden toestellen, installaties of apparaten voor bouw-, sloop- en onderhoudswerkzaamheden in werking te hebben of handelingen te verrichten op een zodanige wijze dat voor een omwonende of voor de omgeving ernstige hinder door geluid of trillingen wordt veroorzaakt.
- Het college kan van het verbod bedoeld in het eerste lid ontheffing verlenen. Het college kan in dat geval degene die de activiteiten verricht de verplichting opleggen tot storting van een financiële bijdrage in een fonds waarvan de middelen worden aangewend indien nadeelcompensatie vanwege bouwhinder aan de orde is.
- a. Het eerste lid is niet van toepassing op door het college aan te wijzen activiteiten. Het college stelt beleidsregels met algemene voorschriften op waaraan bij die activiteiten wordt voldaan.b. Het eerste lid is evenmin van toepassing op door het college aan te wijzen activiteiten die tussen 19.00 en 07.00 uur of op zaterdagen, zondagen en algemeen erkende feestdagen plaatsvinden. Het college stelt beleidsregels op met algemene voorschriften waaraan bij die activiteiten wordt voldaan. Een tijdige melding van deze activiteiten bij het college is vereist.c. De onder a en b bedoelde voorschriften kunnen onder meer betreffen:I. het maximale geluid- en trillingsniveau;II. de situering van geluid- en trillingsbronnen;III. de frequentie en tijden van gebruik;IV. communicatie.
- Het in het eerste lid bedoelde verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit, het Wetboek van Strafrecht, de Luchtvaartwet, het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990, de Wegenverkeerswet 1994 of de Provinciale milieuverordening Zeeland. Artikel 4:7a Overige geluidhinder
- Het is verboden toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten op een zodanig wijze dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder optreedt.
- Het college kan van het verbod bedoeld in het eerste lid ontheffing verlenen.
- Het college kan activiteiten aanwijzen waarop het in het eerste lid bedoeld verbod niet van toepassing is wanneer wordt voldaan aan de door het college vast te stellen voorschriften, waaronder het bepaalde in artikel 2:75.
- De in het derde lid bedoeld voorschriften kunnen onder meer betreffen:a. het maximale geluidsniveau;b. de situering van geluidsbronnen;c. de frequentie en tijden van gebruik;d. communicatie.
- Het in het eerste lid bedoelde verbod geldt niet voor zover artikel 4:7 van toepassing is.
- Het in het eerste lid bedoelde verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit, het Wetboek van Strafrecht, de Luchtvaartwet, het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990, de Wegenverkeerswet 1994 of de Provinciale milieuverordening Zeeland.
- Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.
- van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.Artikel 4:7b Indienen ontheffing of melding
- Het college besluit binnen zes maanden op een aanvraag om ontheffing van het verbod bedoeld in artikel 4:7, tweede lid. Het college kan dit besluit met twee maanden verdagen.
- Een melding als bedoeld in artikel 4:7, derde lid, onder b wordt ingediend bij het college uiterlijk vier weken voor de datum van het begin van de bouw-, sloop of onderhoudsactiviteiten.
- Het college besluit binnen drie maanden op een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 4:7a, tweede lid. Het college kan dit besluit met een maand verdagen. Afdeling
- Bodem-, weg- en milieuverontreiniging Artikel 4:8 StraatvegenHet is verboden op een door het college ten behoeve van de werkzaamheden van de gemeentelijke reinigingsdienst aangewezen weggedeelte, een voertuig te parkeren of enig ander voorwerp te laten staan gedurende een daarbij aangeduide tijdsperiode. Artikel 4:9 Natuurlijke behoefte doenHet is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen. Artikel 4:10 Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwenSloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen. Afdeling
- Het bewaren van houtopstanden .Artikel 4:11 Begripsbepalingen
- In deze afdeling wordt verstaan onder:a. houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomenb. hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, op nieuw op de stronk uitlopen;c. bomenlijst : de lijst met waardevolle bomen die een voor ieder goed herkenbare omschrijving van de stand plaats omvat alsmede het kadastrale perceels nummer, de eigenaar of zakelijk gerechtigde en de reden van registratie van iedere houtopstand;d. groene kaart: de overzichtskaart waarop de openbare ruimte is aangegeven waar het verbod als bedoeld in artikel 4:12, eerste lid, van kracht is.
- In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien, met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben. Artikel 4:12 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden
- Het is verboden zonder vergunning van het college een houtopstand te vellen of te laten vellen:a. in het gebied dat is aangegeven op de groene kaart; b. die is opgenomen in de door het college vastgestelde bomenlijst;
- Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor:a. wegbeplantingen en eenrijige beplantingen op of langs landbouwgronden, beide voor zover bestaande uit populieren of wilgen, tenzij deze zijn geknot;b. vruchtbomen en windschermen om boomgaarden;c. fijnsparren, niet ouder dan twaalf jaar, bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde terreinen;d. kweekgoed;e. houtopstand die bij wijze van dunning moet worden geveld;f. houtopstand die deel uitmaakt van als zodanig bij het Bosschap geregistreerde bosbouwondernemingen en gelegen buiten een bebouwde kom, tenzij de houtopstand een zelfstandige eenheid vormt die:I. ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan tien are, II. ofwel bestaat uit rijbeplanting van niet meer dan twintig bomen, gerekend over het totale aantal rijen; g. houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektewet of krachtens een aanschrijving of last van het college, zulks onverminderd het bepaalde in artikel 4:16a.h. houtopstand, waarvan de gemeente de eigenaresse of de rechthebbende is, wanneer het vellen tot doel heeft een houtopstand te vervangen door nieuwe aanplant; i. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 4:13 Weigering en herplantplicht
- De vergunning kan worden geweigerd op grond van:a. de natuurwaarde van de houtopstand;b. de landschappelijke waarde van de houtopstand;c. de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;d. de beeldbepalende waarde van de houtopstand;e. de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;f. de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand;g. de dendrologische waarde van de houtopstand.
- Het college kan de vergunninghouder een her
🔗 Naar officiële bron
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.