act/gemeente/2024/CVDR696269 /join/id/stop/work_006 /akn/nl/act/gm0317/2020/omgevingsplan /join/id/stop/work_019 2026-03-05 2026-03-05 /akn/nl/act/gemeente/2024/CVDR696269/nld@2026-04-03 /join/id/proc
Artikel 4.2, wordt bij het bouwen van een hoofdgebouw voldaan: a.
paragraaf 5.2.1 Bouwen – algemeen; b. in hoofdgebouw bouwen - met bouwvlak: paragraaf 5.2.2 Hoofdgebouw bouwen – categorie I; en c. in hoofdgebouw bouwen - zonder bouwvlak: paragraaf 5.2.3 Hoofdgebouw bouwen – categorie II; Paragraaf 4.1.2 Woonruimte Artikel 4.4 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over activiteiten met betrekking tot woonruimte. Artikel 4.5 Doelen Voor activiteiten met betrekking tot woonruimte gelden de volgende doelen: a. het behoud van de leefbaarheid; en b. het waarborgen van een geordend woon- en leefklimaat. Artikel 4.6 Woonruimte wijzigen Met het oog op de doelen,
Artikel 4
.5, wordt bij het wijzigen van woonruimte, voldaan aan Paragraaf 5.2.6 Woonruimte wijzigen. Artikel 4.7 Beroep of bedrijf aan huis uitoefenen Met het oog op de doelen,
Artikel 4
.5, wordt bij het uitoefenen van beroep of bedrijf aan huis, voldaan aan Paragraaf 5.2.7 Beroep of bedrijf aan huis uitoefenen. Artikel 4.8 Bed and breakfast verzorgen Met het oog op de doelen,
Artikel 4
.5, wordt bij het verzorgen van een Bed and Breakfast voldaan aan Paragraaf 5.2.8 Bed and Breakfast verzorgen. Paragraaf 4.1.3 Infrastructuur en openbaar toegankelijk gebied Artikel 4.9 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over activiteiten met betrekking tot infrastructuur en openbaar toegankelijk gebied. Artikel 4.10 Doelen Voor activiteiten met betrekking tot infrastructuur en openbaar toegankelijk gebied gelden de volgende doelen: a. het waarborgen van de veiligheid; b. het beschermen van de gezondheid; c. het behoeden van de staat en werking van infrastructuur voor nadelige gevolgen van activiteiten; d. het beheren van infrastructuur; e. het beheren van watersystemen; f. het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen; g. het bevorderen van een aantrekkelijke en bereikbare stad; h. het behouden van een adequaat verkeers- en vervoersniveau; i. het realiseren en in stand houden van voldoende parkeergelegenheid; en j. het bevorderen van een hoge kwaliteit van het openbaar gebied. Artikel 4.11 Objecten en beplanting plaatsen 1. Met het oog op de doelen,
Artikel 4
.10, wordt bij plaatsen van objecten op een openbare weg in beheer bij de gemeente voldaan aan Paragraaf 5.2.9 Objecten plaatsen op een openbare plaats. 2. Met het oog op de doelen,
Artikel 4
.10, wordt bij het plaatsen en behouden van objecten en beplanting buiten een openbare weg in beheer bij de gemeente voldaan aan Paragraaf 5.2.10 Objecten en beplanting plaatsen en behouden buiten een openbare plaats. Artikel 4.12 Weg aanleggen of veranderen Met het oog op de doelen,
Artikel 4
.10, wordt bij het aanleggen of veranderen van een weg voldaan aan Paragraaf 5.2.11 Weg aanleggen of veranderen. Artikel 4.13 Uitrit aanleggen of veranderen Met het oog op de doelen,
Artikel 4
.10, wordt bij het aanleggen van een uitrit voldaan aan Paragraaf 5.2.12 Uitrit aanleggen of veranderen. Artikel 4.14 Opslag van voer- en vaartuigen, bromfietsen, motorvoertuigen en kampeermiddelen Met het oog op de doelen,
Artikel 4
.10, wordt bij het opslaan van voer- en vaartuigen, bromfietsen, motorvoertuigen en kampeermiddelen voldaan aan Paragraaf 5.2.13 Opslag van voer- en vaartuigen, bromfietsen, motorvoertuigen en kampeermiddelen. Artikel 4.15 Ligplaats innemen Met het oog op de doelen,
Artikel 4
.10, wordt bij het innemen van een ligplaats door vaartuigen voldaan aan Paragraaf 5.2.14 Ligplaats innemen. Artikel 4.16 Standplaats innemen Met het oog op de doelen,
Artikel 4
.10, wordt bij het innemen van een standplaats voldaan aan Paragraaf 5.2.15 Standplaats innemen. Artikel 4.17 Reclame plaatsen Met het oog op de doelen,
Artikel 4
.10, wordt bij het plaatsen van reclame voldaan aan Paragraaf 5.2.16 Reclame plaatsen. Artikel 4.18 Crossen Met het oog op de doelen,
Artikel 4.10, wordt bij het crossen voldaan aan Paragraaf 5.2.17 Crossen.
Artikel 4.19 Recreëren op ijs Met het oog op de doelen,
Artikel 4
.10, wordt bij het recreëren op ijs voldaan aan Paragraaf 5.2.18 Recreëren op ijs. Paragraaf 4.1.4 Cultureel erfgoed Artikel 4.20 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed. Artikel 4.21 Doelen Voor activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed gelden de volgende doelen: a. het beschermen van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden; en b. het behoud van cultureel erfgoed. Artikel 4.22 Aanwijzing gemeentelijk monument Een onroerende zaak met de functie-aanduiding 'Gemeentelijk monument' is een gemeentelijk monument. Artikel 4.23 Aanwijzing rijksbeschermd dorpsgezicht Een gebied met de functie-aanduiding ‘Rijksbeschermd dorpsgezicht’ is een rijksbeschermd dorpsgezicht. Artikel 4.24 Aanwijzing gemeentelijk beschermd dorpsgezicht Een gebied met de functie-aanduiding 'Gemeentelijk beschermd dorpsgezicht' is een gemeentelijk beschermd dorpsgezicht. Artikel 4.25 Aanwijzing karakteristiek gebouw Een onroerende zaak met de functie-aanduiding 'karakteristiek gebouw' is een karakteristiek gebouw. Artikel 4.26 Aanwijzing gebieden met een archeologische verwachting Er zijn gebieden met een archeologische verwachtingswaarde, onderverdeeld in: a. archeologisch terrein; b. gebieden met een hoge archeologische verwachting; c. gebieden met een middelhoge archeologische verwachting; d. gebieden met een lage archeologische verwachting; e. gebieden waar geen archeologische verwachting (meer) geldt; en f. gebieden met een onbekende archeologische verwachting. Artikel 4.27 Activiteiten met betrekking tot gemeentelijke monumenten Met het oog op de doelen,
Artikel 4
.21, wordt bij het verrichten van activiteiten met betrekking tot gemeentelijke monumenten voldaan aan Paragraaf 5.2.19 Activiteiten met betrekking tot gemeentelijke monumenten. Artikel 4.28 Activiteiten met betrekking tot rijksbeschermde dorpsgezichten Met het oog op de doelen,
Artikel 4
.21, wordt bij het verrichten van activiteiten met betrekking tot rijksbeschermde dorpsgezichten voldaan aan Paragraaf 5.2.20 Activiteiten met betrekking tot rijksbeschermde dorpsgezichten. Artikel 4.29 Activiteiten met betrekking tot gemeentelijk beschermde dorpsgezichten Met het oog op de doelen,
Artikel 4
.21, wordt bij het verrichten van activiteiten met betrekking tot gemeentelijk beschermde dorpsgezichten voldaan aan Paragraaf 5.2.20 Activiteiten met betrekking tot gemeentelijk beschermde dorpsgezichten. Artikel 4.30 Activiteiten in gebieden met een archeologische verwachting Met het oog op de doelen,
Artikel 4
.21, wordt bij het verrichten van activiteiten in gebieden met een archeologische verwachtingswaarde voldaan aan Paragraaf 5.2.30 Activiteiten in een gebied met archeologische verwachtingen. Artikel 4.31 Activiteiten in gebieden met aardkundige waarden Met het oog op de doelen,
Artikel 4
.21, wordt bij het verrichten van activiteiten in een gebied met aardkundige waarde voldaan aan Paragraaf 5.2.23 Activiteiten in een gebied met aardkundige waarde. Paragraaf 4.1.5 Natuur Artikel 4.32 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over activiteiten met betrekking tot natuur. Artikel 4.33 Doelen Voor activiteiten met betrekking tot natuur gelden de volgende doelen: a. het beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden; b. de natuurbescherming; c. het tegengaan van klimaatverandering; d. het beheren van watersystemen; e. het beheren van ecosystemen; f. het beheren van natuurlijke hulpbronnen; g. het realiseren van een natuurnetwerk; h. het beschermen van natuurgebieden; en i. een hoge kwaliteit van het openbaar gebied. Artikel 4.34 Aanwijzing bebouwingscontour houtkap Er is een bebouwingscontour houtkap als
artikel 5.165b van het Besluit kwaliteit leefomgeving, waarbinnen de regels over houtopstanden van afdeling 11.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving niet van toepassing zijn. Artikel 4.35 Bomen kappen Met het oog op de doelen,
Artikel 4
.33, wordt bij het kappen van bomen voldaan aan Paragraaf 5.2.24 Kappen van beschermde bomen. Artikel 4.36 Kamperen buiten kampeerterrein Met het oog op de doelen,
Artikel 4
.33, wordt bij het recreatief kamperen buiten een kampeerterrein voldaan aan Paragraaf 5.2.25 Kamperen buiten kampeerterrein. Artikel 4.37 Verkeer in natuurgebieden en recreatieterreinen Met het oog op de doelen,
Artikel 4
.33, wordt bij het rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een paard in natuurgebieden en recreatieterreinen voldaan aan Paragraaf 5.2.26 Verkeer in natuurgebieden en recreatieterreinen. Paragraaf 4.1.6 Milieu Artikel 4.38 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over activiteiten met betrekking tot milieu. Artikel 4.39 Doelen Voor activiteiten met betrekking tot milieu gelden de volgende doelen: a. het waarborgen van de veiligheid; b. het beschermen van de gezondheid; en c. het beschermen van het milieu, voor zover het gaat om:
- het beschermen tegen milieuverontreiniging;
- het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen;
- het doelmatig gebruik van energie en grondstoffen;
- een doelmatig beheer van afvalstoffen;
- het voorkomen of beperken van geluidhinder, trillinghinder, lichthinder en geurhinder;
- het beperken van de kans op en het voorkomen van ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan,
artikel 19.1, eerste lid, van de wet;
- het beschermen van de doelmatige werking van voorzieningen voor het beheer van afvalwater;
- het voorkomen en beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste;
- het vervullen van de maatschappelijke functies door watersystemen;
- het beschermen van de duisternis en het donkere landschap; of
- het voorkomen of beperken van de nadelige gevolgen voor het milieu van het verkeer van personen en goederen van en naar een activiteit. Artikel 4.40 Geluidhinder veroorzaken anders dan bij activiteiten met gebruiksruimte Met het oog op de doelen,
Artikel 4
.39 wordt bij de volgende activiteiten voldaan aan Paragraaf 5.2.27 Overige geluidhinder veroorzaken: a. het gebruiken van apparatuur en machines; b. het laden en lossen van een vrachtwagen; en c. het houden van dieren. Artikel 4.41 Oplaten van ballonnen Met het oog op de doelen,
Artikel 4
.39, wordt bij het oplaten van ballonnen voldaan aan Paragraaf 5.2.28 Oplaten van ballonnen. Paragraaf 4.1.7 Duurzaamheid Artikel 4.42 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over activiteiten met betrekking tot duurzaamheid. Artikel 4.43 Doelen Voor activiteiten met betrekking tot duurzaamheid gelden de volgende doelen: a. het beheersbaar houden van klimaatverandering; b. het doelmatig gebruiken van energie en grondstoffen; c. het aanpassen van de fysieke ruimte aan de gevolgen van klimaatverandering, waaronder wateroverlast en hittestress; d. het bevorderen van duurzame ontwikkeling; en e. het kunnen overschakelen van fossiele energie naar hernieuwbare energie. Artikel 4.44 Afkoppelen Met het oog op de doelen,
Artikel 4
.43, wordt bij het lozen van afstromend hemelwater voldaan aan Paragraaf 5.2.29 Afkoppelen van hemelwater en grondwater. Paragraaf 4.1.8 Bodem Artikel 4.45 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over activiteiten met betrekking tot bodem. Artikel 4.46 Doelen Voor bodem gelden de volgende doelen: a. het beschermen van de gezondheid; b. het beschermen en verbeteren van de bodem- en grondwaterkwaliteit; c. het zuinig gebruik van grondstoffen; en d. het doelmatig beheer van afvalstoffen. Artikel 4.47 Bodemgevoelig gebouw bouwen Met het oog op de doelen,
Artikel 4
.46, wordt bij het bouwen en in gebruik nemen van een bodemgevoelig gebouw voldaan aan Paragraaf 5.2.31 Bodemgevoelig gebouw bouwen en in gebruik nemen. Artikel 4.48 Grond en baggerspecie toepassen Met het oog op de doelen,
Artikel 4
.46, wordt bij het toepassen van grond en baggerspecie voldaan aan Paragraaf 5.2.32 Grond en baggerspecie toepassen. Hoofdstuk 5 Activiteiten Afdeling 5.1 Algemene bepalingen Artikel 5.1 Toepassingsbereik Met uitzondering van Afdeling 5.1 is een paragraaf in dit hoofdstuk alleen van toepassing voor zover dat in Hoofdstuk 4 is bepaald. Artikel 5.2 Normadressaat Aan de Hoofdstuk 4 en Hoofdstuk 5 wordt voldaan door degene die de activiteit verricht, tenzij anders is bepaald. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit. Artikel 5.3 Maatwerkvoorschriften 1. Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de regels over activiteiten in dit hoofdstuk, tenzij anders is bepaald. 2. Een vergunningvoorschrift als
artikel 4.5 van de wet kan aan een omgevingsvergunning als
dit hoofdstuk worden verbonden, over de regels over activiteiten in dit hoofdstuk, tenzij anders is bepaald.
- Met een maatwerkvoorschrift of vergunningvoorschrift kan worden afgeweken van de regels over activiteiten in dit hoofdstuk, tenzij anders is bepaald of hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving zich daar tegen verzet.
- Een maatwerkvoorschrift wordt niet gesteld als over dat onderwerp een voorschrift aan een omgevingsvergunning als
dit hoofdstuk kan worden verbonden.
- Het eerste en tweede lid gelden niet voor zover het stellen van maatwerkvoorschriften is uitgesloten in het Besluit activiteiten leefomgeving.
- Bij het stellen van een maatwerkvoorschrift over de regels in dit hoofdstuk worden de oogmerken, met het oog waarop de regels in de betreffende titel, afdeling of paragraaf zijn gesteld, in acht genomen. Artikel 5.4 Specifieke zorgplicht Degene die een activiteit als
dit hoofdstuk verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de oogmerken, met het oog waarop de regels in de betreffende titel, afdeling of paragraaf zijn gesteld, is verplicht: a. alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b. voor zover deze niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten, voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd. Artikel 5.5 Algemene gegevens bij een melding Een melding wordt ondertekend en bevat ten minste: a. de omschrijving van de activiteit; b. de naam en het adres van degene die de activiteit verricht; c. het adres waarop de activiteit wordt verricht; en d. de dagtekening. Artikel 5.6 Algemene gegevens bij het verstrekken van gegevens en bescheiden Als gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders, worden die ondertekend en voorzien van: a. de aanduiding van de activiteit; b. de naam en het adres van degene die de activiteit verricht; c. het adres waarop de activiteit wordt verricht; en d. de dagtekening. Artikel 5.7 Gegevens bij het wijzigen van naam, adres of normadressaat 1. Voordat de naam of het adres,
de artikelen Artikel 5.5 of Artikel 5.6, wijzigen, worden de daardoor gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.
- Ten minste vier weken voor de activiteit dooreen ander zal gaan worden verricht, worden de daardoor gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders. Artikel 5.8 Gegevens en bescheiden op verzoek van het college van burgemeester en wethouders
- Op verzoek van het college van burgemeester en wethouders worden de gegevens en bescheiden verstrekt die nodig zijn om te beoordelen of de algemene regels in dit hoofdstuk en maatwerkvoorschriften op grond van dit hoofdstuk voor de activiteit toereikend zijn gezien de ontwikkelingen van de technische mogelijkheden tot het beschermen van de fysieke leefomgevingen de ontwikkelingen met betrekking tot de kwaliteit van de fysieke leefomgeving.
- Gegevens en bescheiden worden verstrekt voor zover degene die de activiteit verricht er redelijkerwijs de beschikking over kan krijgen. Artikel 5.9 Algemene aanvraagvereisten omgevingsvergunning [Gereserveerd] Artikel 5.10 Gelijkwaardige maatregelen (algemeen) [Gereserveerd] Artikel 5.11 Informeren over een ongewoon voorval [Gereserveerd] Artikel 5.12 Gegevens en bescheiden bij een ongewoon voorval
- Zodra de volgende gegevens en bescheiden bekend zijn, worden ze verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders: a. informatie over de oorzaken van het ongewoon voorval en de omstandigheden waaronder het ongewoon voorval zich heeft voorgedaan; b. informatie over de vrijgekomen stoffen en hun eigenschappen; c. andere gegevens die nodig zijn om de aard en de ernst van de gevolgen voor de fysieke leefomgeving te kunnen inschatten; en d. informatie over de maatregelen die zijn getroffen of worden overwogen om de nadelige gevolgen van het ongewoon voorval te voorkomen als
artikel 19.1, eerste lid, van de Omgevingswet. 2. Het eerste lid geldt niet voor milieubelastende activiteiten die zijn aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteitenleefomgeving. gereserveerd Artikel 5.13 Informeren over bijzondere omstandigheden die geen ongewoon voorval zijn [Gereserveerd] Artikel 5.14 Maatregelen bij bijzondere omstandigheden in de fysieke leefomgeving [Gereserveerd] Artikel 5.15 Omgevingsvergunning afwijken van regels in dit omgevingsplan [Gereserveerd] Artikel 5.16 Algemene beoordelingsregel [Gereserveerd] Afdeling 5.2 Thematische activiteiten Paragraaf 5.2.1 Bouwen - algemeen Artikel 5.17 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over: a. het bouwen van hoofdgebouwen; b. het bouwen van bijbehorende bouwwerken; en c. het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde. Artikel 5.18 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het functioneel kunnen gebruiken van bouwwerken; b. het beschermen van stedenbouwkundige waarden; c. het beschermen van de architectonische kwaliteit van bouwwerken; d. het waarborgen van de veiligheid; en e. het beschermen van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Artikel 5.19 Meetbepalingen Bij het bouwen van bouwwerken wordt op de volgende wijze gemeten: a. afstand tot de zijdelingse perceelgrens: de kortste afstand van het verticale vlak in de zijdelingse perceelgrens tot enig punt van het op dat perceel voorkomende bouwwerk; b. bebouwd oppervlak: de oppervlakte van alle op een bouwperceel aanwezige bouwwerken tezamen; c. bebouwingspercentage: het oppervlak dat met bouwwerken is bebouwd, uitgedrukt in procenten van de oppervlakte van het perceel; d. bouwhoogte: de afstand vanaf het peil tot aan het hoogste punt van het gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwdelen; e. breedte, diepte of lengte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse hoofdgevelvlakken of de harten van gemeenschappelijke scheidingsmuren; f. dakhelling: de hoek die het dakvlak maakt ten opzichte van het horizontale vlak; g. goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, de druiplijn, het boeibord of een ander, daarmee gelijk te stellen constructiedeel; h. inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels of het hart van de scheidsmuren, en de buitenzijde van daken en dakkapellen; en i. oppervlakte van een bouwwerk: de oppervlakte, gemeten tussen de buitenwerkse gevelvlakken of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; Artikel 5.20 Specifieke zorgplicht De specifieke zorgplicht,
Artikel 5
.4, houdt voor de activiteiten,
Artikel 5.17, in ieder geval in dat: a.
beschadiging van de bestaande werken zo veel mogelijk wordt voorkomen; b. belemmering van het gebruik van bestaande werken zo veel mogelijk wordt voorkomen of wordt beperkt; en c. bij werkzaamheden die kunnen leiden tot beschadiging of belemmering van wegen, van in de weg gelegen werken en van andere roerende of onroerende zaken op een aangrenzend perceel of op een aan het bouw- of sloopterrein grenzende openbare weg, openbaar water of openbaar groen, alle maatregelen worden getroffen die redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om die beschadiging of belemmering te voorkomen of niet te laten voortduren. Artikel 5.21 Verboden bouwactiviteiten De volgende bouwactiviteiten worden niet verricht: a. bouwactiviteiten als
artikel 2.29 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, die niet voldoen aan de eisen in:
- dat artikel; en
- Paragraaf 5.2.2 tot en met Paragraaf 5.2.5; en b. bouwactiviteiten anders dan de bouwactiviteiten,
de Paragraaf 5.2.2 tot en met Paragraaf 5.2.5. Paragraaf 5.2.2 Hoofdgebouw bouwen - met bouwvlak Artikel 5.22 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het bouwen van hoofdgebouwen. Artikel 5.23 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen (welstand) Het is verboden zonder omgevingsvergunning een hoofdgebouw te bouwen. Artikel 5.24 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Voor de toetsing aan de beleidsregel,
artikel 4.19 van de Omgevingswet, worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. tekeningen van alle gevels van het bouwwerk, inclusief de gevels van belendende bebouwing, waaruit blijkt hoe het geplande bouwwerk in de directe omgeving past; b. principedetails van gezichtsbepalende delen van het bouwwerk; c. kleurenfoto's van de bestaande situatie en de omliggende bebouwing; en d. een opgave van de toe te passen bouwmaterialen in de uitwendige scheidingsconstructie en de kleur daarvan, waaronder in ieder geval het materiaal en de kleur van de gevels, het voegwerk, kozijnen, ramen en deuren, balkonhekken, dakgoten, boeidelen en de dakbedekking. Artikel 5.25 Beoordelingsregels omgevingsvergunning 1. De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, geen afbreuk doet aan de goede omgevingskwaliteit, beoordeeld volgens de beleidsregel,
artikel 4.19 van de Omgevingswet. 2. Met de omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de maten, afmetingen en percentages,
Artikel 5
.26 Algemene regels voor hoofdgebouwen, met maximaal 10% van die maten, afmetingen en percentages, als dat voor een betere technische of stedenbouwkundige inpassing wenselijk is. Artikel 5.26 Algemene regels voor hoofdgebouwen
- Hoofdgebouwen worden uitsluitend binnen het bouwvlak gebouwd.
- Het aantal woningen verandert niet ten opzichte van: a. het bestaande aantal woningen; of b. als er direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit omgevingsplan meer woningen waren toegestaan dan het bestaande aantal woningen: het aantal woningen dat op dat moment was toegestaan.
- Gestapelde woningen worden uitsluitend gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld'.
- De bouwhoogte van een hoofdgebouw bedraagt maximaal de ter plaatse van de aanduiding maximale bouwhoogte aangegeven bouwhoogte.
- De goothoogte van een hoofdgebouw bedraagt maximaal de ter plaatse van de aanduiding maximale goothoogte aangegeven goothoogte. Artikel 5.27 Algemene regels hoofdgebouwen buitengebied Als in het buitengebied - agrarisch de aanduiding 'maximale bouwhoogte' of 'maximale goothoogte' ontbreekt, is, in afwijking van Artikel 5.26, vierde lid en Artikel 5.26, vijfde lid, de maximale bouwhoogte en maximale goothoogte gelijk aan de bestaande bouwhoogte en de bestaande goothoogte. Paragraaf 5.2.3 Hoofdgebouw bouwen - zonder bouwvlak Artikel 5.28 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het bouwen van hoofdgebouwen. Artikel 5.29 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen (stedenbouw en welstand) Het is verboden zonder omgevingsvergunning een hoofdgebouw te bouwen. Artikel 5.30 Bijzondere aanvraagvereisten
- Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen van een hoofdgebouw worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de plattegronden van alle verdiepingen en een doorsnedetekening voor de nieuwe situatie en, voor zover daarvan sprake is, de bestaande situatie; b. een opgave van de bruto inhoud in m3 en de bruto vloeroppervlakte in m2; c. een situatietekening van de bestaande toestanden een situatietekening van de nieuwe toestand met daarop de afmetingen van het perceel en het bebouwd oppervlak, en de situering van het bouwwerk ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde; en d. de hoogte van het bouwwerk ten opzichte van het straatpeil en het aantal bouwlagen.
- Voor de toetsing aan de beleidsregel,
artikel 4.19 van de Omgevingswet, worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. tekeningen van alle gevels van het bouwwerk, inclusief de gevels van belendende bebouwing, waaruit blijkt hoe het geplande bouwwerk in de directe omgeving past; b. principedetails van gezichtsbepalende delen van het bouwwerk; c. kleurenfoto's van de bestaande situatie en de omliggende bebouwing; en d. een opgave van de toe te passen bouwmaterialen in de uitwendige scheidingsconstructie en de kleur daarvan, waaronder in ieder geval het materiaal en de kleur van de gevels, het voegwerk, kozijnen, ramen en deuren, balkonhekken, dakgoten, boeidelen en de dakbedekking. Artikel 5.31 Beoordelingsregels omgevingsvergunning 1. De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: a. het aangevraagde bouwwerk naar het oordeel van het bevoegd gezag een bijdrage levert aan het behouden of verbeteren van de stedenbouwkundige structuur; b. de bouw- en gebruiksmogelijkheden van omliggende gebouwen en locaties naar het oordeel van het bevoegd gezag niet onevenredig worden aangetast; en c. het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, geen afbreuk doet aan de goede omgevingskwaliteit, beoordeeld volgens de beleidsregel,
artikel 4.19 van de Omgevingswet. 2. Met de omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de maten, afmetingen en percentages,
Artikel 5
.26, met maximaal 10% van die maten, afmetingen en percentages, als dat voor een betere technische of stedenbouwkundige inpassing wenselijk is. Artikel 5.32 Algemene regels voor hoofdgebouwen
- Het aantal woningen verandert niet ten opzichte van: a. het bestaande aantal woningen; of b. als er direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit omgevingsplan meer woningen waren toegestaan dan het bestaande aantal woningen: het aantal woningen dat op dat moment was toegestaan.
- De afstand ten opzichte van de zijdelingse perceelgrens is bij woningen aan de niet aangebouwde zijde minimaal 3 m.
- De bouwhoogte van een hoofdgebouw bedraagt maximaal de ter plaatse van de aanduiding maximale bouwhoogte aangegeven bouwhoogte.
- De gezamenlijke oppervlakte van het hoofdgebouw inclusief bijbehorende bouwwerken en ondergrondse ruimtes, die niet onder het hoofdgebouw zijn gelegen, bedraagt niet meer dan: oppervlakte van het perceel max. gezamenlijke oppervlakte hoofdgebouw incl. aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen (m2) max. oppervlakte bijgebouwen en vrijstaande overkappingen (m2) A B C 0-250 75 20 251-500 110 25 501-750 125 30 751-1.000 150 35 1.001-2.500 10% van oppervlakte kolom A + 60 20% van totaal kolom B 2.501-5.000 5% van oppervlakte kolom A + 60 20% van totaal kolom B 5.001-10.000 2% van oppervlakte kolom A + 325, en daarbij bedraagt de oppervlakte minimaal 435 m2 en maximaal 500 m2 20% van totaal kolom B > 10.000 500 m2 20% van totaal kolom B
- De goothoogte van een hoofdgebouw bedraagt maximaal de ter plaatse van de aanduiding maximale goothoogte aangegeven goothoogte. Paragraaf 5.2.4 Bijbehorend bouwwerk bouwen Artikel 5.33 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het bouwen van bijbehorende bouwwerken. Artikel 5.34 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van stedenbouwkundige waarden; b. het beschermen van de architectonische kwaliteit van bouwwerken; c. het waarborgen van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving; en d. het waarborgen van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Artikel 5.35 Algemene regels bijbehorend bouwwerk achtererfgebied
- Bij het bouwen van een bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan in het achtererfgebied staat het bijbehorend bouwwerk of de uitbreiding op de grond en op een afstand van meer dan 4 m vanaf openbaar toegankelijk gebied.
- Voor zover wordt gebouwd op een afstand van ten hoogste 4 m van het oorspronkelijk hoofdgebouw, is het bijbehorend bouwwerk of de uitbreiding niet hoger dan: a. 5 m; b. 0,3 m boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw; en c. het hoofdgebouw.
- Voor zover wordt gebouwd op een afstand van meer dan 4 m van het oorspronkelijk hoofdgebouw en voor zover het bijbehorend bouwwerk of de uitbreiding hoger is dan 3 m: a. wordt deze voorzien van een schuin dak; b. is de dakvoet niet hoger dan 3 m; en c. wordt de daknok gevormd door twee of meer schuine dakvlakken, met een hellingshoek van niet meer dan 55°, waarbij de hoogte van de daknok niet meer is dan 5 m en verder wordt begrensd door de volgende formule: maximale daknokhoogte [m] = (afstand daknok tot de perceelsgrens [m] x 0,47) +
- Voor zover wordt gebouwd op een afstand van meer dan 4 m van het oorspronkelijk hoofdgebouw, is het bijbehorend bouwwerk of de uitbreiding functioneel ondergeschikt aan het hoofdgebouw, tenzij het gaat om huisvesting in verband met mantelzorg.
- De oppervlakte van bijbehorende bouwwerken in het achtererfgebied bedraagt niet meer dan: a. bij een achtererfgebied kleiner dan of gelijk aan 100 m2: 50% van dat gebied; b. bij een achtererfgebied groter dan 100 m2 en kleiner dan of gelijk aan 300 m2: 50 m2, vermeerderd met 20% van het deel van het gebied dat groter is dan 100 m2; en c. bij een achtererfgebied groter dan 300 m2: 90 m2, vermeerderd met 10% van het deel van het gebied dat groter is dan 300 m2, tot een maximum van in totaal 150 m
- Voor zover het bijbehorend bouwwerk of de uitbreiding wordt voorzien van een buitenruimte, is deze op de grond gelegen.
- Het bijbehorend bouwwerk of de uitbreiding ligt aan of bij, of is een uitbreiding van, een hoofdgebouw, anders dan: a. een woonwagen; b. een hoofdgebouw waarvoor in de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit of de omgevingsplanactiviteit bestaande uit een bouwactiviteit is bepaald dat de vergunninghouder na het verstrijken van een bij die vergunning gestelde termijn verplicht is de voor de verlening van de vergunning bestaande toestand hersteld te hebben; en c. een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf door één huishouden. Artikel 5.36 Algemene regels dakkapel
- Bij het bouwen van een dakkapel in het voordakvlak of een naar openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak, wordt de dakkapel voorzien van een plat dak.
- De dakkapel is, gemeten vanaf de voet van de dakkapel, niet hoger dan 1,75 m.
- De onderzijde van de dakkapel ligt meer dan 0,5 m boven de dakvoet.
- De bovenzijde van de dakkapel ligt meer dan 0,5 m onder de daknok.
- De zijkanten van de dakkapel liggen meer dan 0,5 m van de zijkanten van het dakvlak. Artikel 5.37 Maatwerkvoorschriften
- Met een maatwerkvoorschrift als
Artikel 5.3 kan worden afgeweken van: a.
de maximale hoogtemaat van 5 m,
Artikel 5.35, tweede lid en Artikel 5.35, derde lid tot maximaal 6 m; en b.
de overige maten, afmetingen en percentages genoemd in de Artikel 5.35 tot en met Artikel 5.36, met maximaal 10%. 2. Een maatwerkvoorschrift als
het eerste lid, onder a, wordt alleen gesteld als: a. er een functionele of architectonische aanleiding is voor de afwijking; b. landschappelijke en cultuurhistorische waarden niet onevenredig worden aangetast; c. de maatvoering aansluit op de maatvoering van omliggende bebouwing; en d. de bouw- en gebruiksmogelijkheden van omliggende gebouwen en locaties niet onevenredig worden aangetast. Paragraaf 5.2.5 Bouwwerk geen gebouw zijnde bouwen Artikel 5.38 Toepassingsbereik 1. Deze paragraaf gaat over het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde. 2. De regels zijn niet van toepassing op de bouwwerken geen gebouw zijnde,
artikel 2.29 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, voor zover die in dat artikel zijn vrijgesteld van de omgevingsvergunningplicht. Artikel 5.39 Algemene regels bouwwerken geen gebouwen zijnde
- De bouwhoogte van een bouwwerk geen gebouw zijnde bedraagt ten hoogste: a. 1,8 m voor toegangspoorten; b. 2 m voor penanten van toegangspoorten; c. 7 m voor masten; d. 1,5 m voor stalling van scootmobielen en klikobergingen; e. 4 m voor hekken en lichtmasten rond tennisbanen, niet zijnde een padelbaan; f. 15 m voor vrijstaande antenne-installaties ten behoeve van telecommunicatie, niet zijnde schotelantennes en zonder techniekkast; g. 5 m voor vrijstaande antenne-installaties, niet zijnde schotelantennes ten behoeve van mobiele telecommunicatie; h. 0,5 voor zwembaden; en i. 3 m voor de overige bouwwerken geen gebouw zijnde.
- De oppervlakte van een stalling van scootmobielen of een klikoberging is maximaal 3 m
- Het is verboden om bouwwerken geen gebouwen zijnde te bouwen, met inbegrip van hekwerken en lichtmasten, als onderdeel van een padelbaan voor privégebruik.
- Dit artikel is niet van toepassing op het bouwen van erf- en perceelafscheidingen. Artikel 5.40 Algemene regels erf- en perceelafscheidingen
- De erf- of perceelafscheiding wordt gebouwd op een erf of perceel waarop al een gebouw staat waarmee de afscheiding in functionele relatie staat.
- De erf- of perceelafscheiding wordt gebouwd achter de lijn die langs de voorkant van dat gebouw evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied. Artikel 5.41 Algemene regels bouwhoogte silo's
- Dit artikel is van toepassing op het bouwen van silo's in het buitengebied - agrarisch.
- In afwijking van Artikel 5.39, eerste lid, bedraagt de bouwhoogte van mestsilo’s ten hoogste 8 m en van voedersilo’s ten hoogste 12 m. Artikel 5.42 Maatwerkvoorschriften
- Het college kan maatwerkvoorschriften stellen over Artikel 5.39 tot en met Artikel 5.
- Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van de maten, afmetingen en percentages, genoemd in Artikel 5.39 tot en met Artikel 5.41, met maximaal 10%. Paragraaf 5.2.6 Woonruimte wijzigen Artikel 5.43 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het bouwkundig of functioneel wijzigen van woonruimte. Artikel 5.44 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het behoud van de samenstelling van de woonruimtevoorraad; b. het tegengaan van onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste aan woonruimte; c. het behoud van de leefbaarheid; en d. het waarborgen van een goed woon- en leefklimaat. Artikel 5.45 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning een woonruimte te verbouwen of te splitsen tot twee of meer zelfstandige woonruimten of in die verbouwde of gesplitste staat te houden. Artikel 5.46 Bijzondere aanvraagvereisten Bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de plattegrond van iedere verdieping van het gebouw in de huidige en beoogde situatie; b. de wijze waarop het terrein ontsloten wordt; c. de volgende gegevens over de huidige situatie:
- de plattegrond van iedere verdieping van het gebouw;
- de huur- of koopprijs;
- het aantal kamers;
- de gebruiksoppervlakte; en
- de staat van onderhoud; d. de volgende gegevens over de beoogde situatie:
- de plattegrond van iedere verdieping van het gebouw;
- het aantal kamers;
- een situatietekening waaruit de situering van het gebouw ten opzichte van de in de nabijheid gelegen bouwwerken blijft;
- een geluidsisolatieplan of meetrapport; en
- een compensatievoorstel; e. bij een voorgenomen samenvoeging: de verwachte huur- of koopprijs; f. de volgende gegevens bij een voorgenomen splitsing:
- een splitsingsplan dat voldoet aan artikel 109 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek en het op basis van dat artikel vastgestelde besluit over splitsing in appartementsrechten, waarin de indeling en met de splitsing bedoelde eigendomswijzigingen zijn aangegeven op ten minste de schaal 1:100;
- een bouwkundig rapport niet ouder dan 6 maanden waaruit blijkt dat de toestand van het gebouw zich uit een oogpunt van indeling of staat van onderhoud niet tegen splitsing verzet, dan wel hoe het gebouw hiertoe zal worden aangepast;
- een funderingsrapport niet ouder dan 6 maanden waaruit blijkt dat het aannemelijk is dat de fundering binnen 25 jaar geen onderhoud nodig heeft; en
- een keuringsrapport gas en elektra niet ouder dan 6 maanden van een erkend keuringsbedrijf waaruit blijkt dat de gas- en elektra-installatie voldoet aan de eisen gesteld in het Besluit bouwwerken leefomgeving; en g. als het eigendom van het gebouw is verdeeld in appartementsrechten: een bewijs van de toestemming van de Vereniging van Eigenaren. Artikel 5.47 Beoordelingsregels omgevingsvergunning
- De omgevingsvergunning wordt in ieder geval geweigerd als onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: a. de samenstelling van de woonruimtevoorraad; b. de leefbaarheid; c. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; d. het woon- en leefklimaat; of e. het in de vormgeving tot uitdrukking komende karakter van het hoofdgebouw.
- De omgevingsvergunning voor een vertikale splitsing wordt in ieder geval geweigerd als: a. het grondoppervlak van de woning (exclusief bijgebouwen) minder dan 150 m² bedraagt; of b. de inhoud van de woning (exclusief bijgebouwen) minder dan 1.000 m³ bedraagt;
- De omgevingsvergunning voor een horizontale splitsing wordt in ieder geval geweigerd als: a. er geen sprake is van een sociale huurwoning; of b. de woning wordt gesplitst in meer dan 2 wooneenheden. Paragraaf 5.2.7 Beroep of bedrijf aan huis uitoefenen Artikel 5.48 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het uitoefenen van een beroep of bedrijf aan huis. Artikel 5.49 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het waarborgen van een goed woon- en leefklimaat; b. het beschermen van de gezondheid; en c. ruimte bieden aan economische activiteiten. Artikel 5.50 Specifieke zorgplicht De specifieke zorgplicht,
Artikel 5
.4, houdt voor het uitoefenen van beroep of bedrijf aan huis in ieder geval in dat geen onevenredige aantasting van de verkeersontsluiting en parkeersituatie optreedt. Artikel 5.51 Algemene regels beroep of bedrijf aan huis
- Een beroep of bedrijf aan huis wordt door de hoofdbewoner zelf uitgeoefend en is ondergeschikt aan het wonen.
- De bruto oppervlakte waarop het beroep of bedrijf aan huis wordt uitgeoefend is ten hoogste 1/3 van de bruto vloeroppervlakte van de woning, tot een maximum van 60m
- Er wordt geen gebruik gemaakt van gevelreclame. Paragraaf 5.2.8 Bed and Breakfast verzorgen Artikel 5.52 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het verzorgen van een Bed and Breakfast. Artikel 5.53 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het waarborgen van een goed woon- en leefklimaat; b. het behoud van de samenstelling van de woonruimtevoorraad; c. het tegengaan van onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste aan woonruimte; d. het beschermen van de gezondheid; e. het bevorderen van toerisme; en f. het bieden van ruimte aan economische activiteiten. Artikel 5.54 Specifieke zorgplicht De specifieke zorgplicht,
Artikel 5.4, houdt voor het verzorgen van een Bed and Breakfast in ieder geval in dat: a.
de Bed and Breakfast geen onevenredig nadelige gevolgen heeft voor het woon- en leefklimaat; en b. voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd op eigen terrein of in een duurzame parkeergelegenheid. Artikel 5.55 Algemene regels Bed and Breakfast verzorgen
- De Bed and Breakfast wordt verzorgd door de hoofdbewoner van het perceel.
- Er wordt maximaal 25% van de vloeroppervlakte van het hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken gebruikt voor de Bed and Breakfast.
- De Bed and Breakfast omvat niet meer dan 3 slaapkamers, ten behoeve van de overnachting van maximaal 6 personen.
- De Bed and Breakfast functioneert niet als een zelfstandige woning.
- Er wordt geen gevelreclame voor de Bed and Breakfast aangebracht. Paragraaf 5.2.9 Objecten plaatsen op een openbare plaats Artikel 5.56 Toepassingsbereik
- Deze paragraaf gaat over het plaatsen van objecten op de weg, een weggedeelte of een andere openbare plaats.
- Deze paragraaf gaat niet over wegen in beheer bij de provincie of bij het Rijk.
- Deze paragraaf gaat ook niet over: a. standplaatsen als
Paragraaf 5.2.15 van dit omgevingsplan; en b. reclame als
Paragraaf 5.2.16 van dit omgevingsplan. Artikel 5.57 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het behoeden van de staat en werking van openbare plaatsen en het openbaar water voor nadelige gevolgen van activiteiten op of rond die weg of dat water; b. het bevorderen van de verkeersveiligheid; c. het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte; d. het beperken van hinder; e. het beperkten van hinder voor het verkeer; en f. het beschermen van het aanzien van de openbare ruimte. Artikel 5.58 Specifieke zorgplicht De specifieke zorgplicht,
Artikel 5
.4, houdt voor het plaatsen van objecten op een openbare plaats in beheer bij de gemeente in ieder geval in dat: a. voldoende vrije doorgang voor hulpdiensten en op voetpaden overblijft; b. de vrije toegang tot brandputten en vluchtroutedeuren is geborgd; c. objecten voldoende zichtbaar zijn; en d. objecten stabiel worden geplaatst. Artikel 5.59 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
- Het is verboden zonder omgevingsvergunning een object op een openbare plaats te plaatsen.
- Het verbod geldt niet voor: a. vlaggen, wimpels of vlaggenstokken; b. zonneschermen; c. voorwerpen of stoffen die noodzakelijkerwijze kortstondig op de weg gebracht worden in verband met laden of lossen ervan; d. uitstallingen bij winkels; en e. containers of andere voorwerpen nodig voor de inrichting van een werkterrein. Artikel 5.60 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een tekening of ingetekende luchtfoto met daarop de locatie van het object; b. de lengte, breedte en hoogte van het object; c. de voorgenomen tijdsduur van het plaatsen; en d. een verkeersplan als de straat moet worden afgesloten. Artikel 5.61 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning kan worden geweigerd als: a. de belangen,
Artikel 5.57, onevenredig worden geschaad; b.
het beoogde gebruik schade toebrengt aan de openbare plaats, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de openbare plaats of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare plaats; c. het beoogde gebruik, op zichzelf of in verband met de omgeving, niet voldoet aan de redelijke eisen van welstand; d. de activiteit hinder oplevert voor het verkeer; of e. de activiteit hinder of overlast oplevert of kan opleveren voor gebruikers van een in de nabijheid gelegen onroerende zaak. Artikel 5.62 Algemene regels plaatsen vlaggen, wimpels en vlaggenstokken
- Vlaggen, wimpels en vlaggenstokken leveren geen gevaar of hinder op voor personen of goederen.
- Vlaggen, wimpels en vlaggenstokken worden niet voor commerciële doeleinden gebruikt. Artikel 5.63 Algemene regels plaatsen zonnescherm
- Een zonnescherm wordt alleen geplaatst boven het voor voetgangers bestemde gedeelte van de weg, op een hoogte van tenminste van 2,2 m.
- De afstand van een zonnescherm tot het rijverkeer bestemde gedeelte van de weg bedraagt tenminste 0,6 m.
- Een zonnescherm reikt niet meer dan 1,5 m buiten de opgaande gevel.
- De afstandseisen gelden voor alle onderdelen van het zonnescherm, in welke stand het scherm ook staat. Artikel 5.64 Algemene regels plaatsen uitstallingen
- De uitstalling wordt direct voor de winkel geplaatst tegen de winkelgevel aan.
- De uitstalling wordt op het voetpad geplaatst.
- De doorgang voor voetgangers wordt door de uitstalling niet belemmerd en bedraagt minimaal 1,5 m.
- De uitstalling heeft een breedte van ten hoogste 1,5 m.
- De uitstalling heeft een relatie met de in de winkel aangeboden waren of diensten.
- De uitstalling is alleen aanwezig gedurende de tijden waarop de winkel is geopend.
- De uitstalling wordt niet geplaatst voor een nooduitgang, voor de entree van een winkel, voor de ingang van een woning, op een fietspad of op een rijbaan.
- Er worden geen kabels of leidingen van de winkel naar de uitstalling aangelegd en de uitstalling wordt niet verankerd in de bestrating van het voetpad. Artikel 5.65 Algemene regels plaatsen voorwerpen voor de inrichting van een werkterrein
- Een voorwerp voor de inrichting van een werkterrein wordt zodanig geplaatst dat: a. er geen gevaar is voor weggebruikers en omwonenden; en b. de vrije doorgang voor het verkeer, waaronder voetgangers en hulpdiensten, niet wordt belemmerd.
- De hoeken van een voorwerp voor de inrichting van een werkterrein wordt voorzien van rood-wit geblokte verticale planken, die tussen zonsondergang en -opgang worden verlicht.
- Bij het plaatsen van een voorwerp voor de inrichting van een werkterrein wordt de toegang tot woningen, opritten en garages vrijgehouden.
- Een voorwerp voor de inrichting van een werkterrein is alleen aanwezig zolang de werkzaamheden voortduren, met een duur van ten hoogste twee maanden.
- Na beëindiging van de activiteit en het verwijderen van het geplaatste voorwerp wordt de gemeentegrond in de oorspronkelijke staat opgeleverd. Artikel 5.66 Meldingsplicht plaatsen container of ander voorwerp inrichting werkterrein
- Het is verboden een container of een ander voorwerp voor de inrichting van een werkterrein te plaatsen zonder dit ten minste twee weken voor het begin ervan te melden.
- Een melding bevat: a. de locatie van het object; b. de lengte, breedte en hoogte van het object; en c. de voorgenomen tijdsduur van het plaatsen. Paragraaf 5.2.10 Objecten en beplanting plaatsen en behouden buiten een openbare plaats Artikel 5.67 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het plaatsen en behouden van objecten en beplanting buiten een openbare plaats in beheer bij de gemeente. Artikel 5.68 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het bevorderen van de verkeersveiligheid; en b. het voorkomen van hinder en gevaar voor het wegverkeer. Artikel 5.69 Specifieke zorgplicht De specifieke zorgplicht,
Artikel 5
.4, houdt voor het plaatsen en behouden van objecten en beplanting in ieder geval in dat: a. het vrije uitzicht voor het verkeer niet wordt belemmerd; en b. geen gevaar of hinder voor het wegverkeer ontstaat. Paragraaf 5.2.11 Weg aanleggen, veranderen en opbreken Artikel 5.70 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het aanleggen, veranderen en opbreken van een weg in beheer bij de gemeente. Artikel 5.71 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het behoeden van de staat en werking van de openbare weg voor nadelige gevolgen van activiteiten op of rond die weg; b. het bevorderen van de verkeersveiligheid; c. het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte; d. het beperken van hinder; e. het beperken van hinder voor het verkeer; en f. het beschermen van het aanzien van de openbare ruimte. Artikel 5.72 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
- Het is verboden zonder omgevingsvergunning een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of op een andere manier de weg te veranderen in beheer bij de gemeente.
- Het verbod geldt niet voor activiteiten die worden verricht door of namens de overheid in het kader van haar publieke taken. Artikel 5.73 Aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een tekening van de nieuwe situatie, met inbegrip van aanzichten, details, maatvoering, dwarsprofielen, materialen die worden toegepast, afwatering en verlichting; b. als een bemaling plaatsvindt: een bemalingsplan; en c. als de grond wordt: voorbelast: een stabiliteitsonderzoek, een monitoringsplan en dwarsprofielen. Artikel 5.74 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning wordt in ieder geval geweigerd als: a. het beoogde gebruik schade toebrengt aan de openbare plaats, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de openbare plaats of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare plaats; b. door het aanleggen, opbreken en veranderen van een weg in beheer bij de gemeente een verkeersonveilige situatie kan ontstaan; c. de aanleg, verandering en opbreking van de weg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats; d. het openbaar groen op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; of e. het perceel al wordt ontsloten, en de aanleg, verandering en opbreking van de weg ten koste gaat van het openbaar groen. Paragraaf 5.2.12 Uitrit aanleggen of veranderen Artikel 5.75 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het aanleggen en veranderen van een uitrit naar de openbare weg in beheer bij de gemeente. Artikel 5.76 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het behoeden van de staat en werking van de openbare weg voor nadelige gevolgen van activiteiten op of rond die weg; b. het bevorderen van de verkeersveiligheid; c. het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte; d. het beperken van hinder; e. het beschermen van het aanzien van de openbare ruimte; en f. het beschermen van het openbaar groen. Artikel 5.77 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning een uitrit aan te leggen naar de openbare weg of een bestaande uitrit te veranderen naar de weg. Artikel 5.78 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een tekening of foto met daarop de gewenste ligging van de uitrit; en b. een foto van de bestaande situatie. Artikel 5.79 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning wordt in ieder geval geweigerd als: a. door de uitrit een verkeersonveilige situatie kan ontstaan; b. de aanleg of verandering van de uitrit ten koste gaat van een openbare parkeerplaats; c. het openbaar groen door de uitrit op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; of d. het perceel al door een andere uitrit wordt ontsloten, en de aanleg van de tweede uitrit ten koste gaat van het openbaar groen. Paragraaf 5.2.13 Opslag van voer- en vaartuigen, bromfietsen, motorvoertuigen en kampeermiddelen Artikel 5.80 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het in de openlucht en buiten een weg opslaan van de volgende goederen, bij het uitvoeren van activiteiten die geen milieubelastende activiteit zijn als
paragraaf 22.3 van de bruidsschat en hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving: a. een onbruikbaar of aan de oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of vaartuig of onderdelen daarvan; b. een bromfiets of motorvoertuig of onderdelen daarvan; c. kampeermiddelen, voor zover het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel doel; d. mest en gier; e. vuil; f. ingekuild gras, loof of pulp ingekuilde afbraakmaterialen; of g. oude materialen. Artikel 5.81 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het voorkomen of beëindigen van overlast; b. het voorkomen van schade aan de volksgezondheid; en c. het voorkomen van schade aan het uiterlijk aanzien van de omgeving. Artikel 5.82 Verbod opslaan van voorwerpen en stoffen Het is verboden om de volgende voorwerpen en stoffen op te slaan: a. een onbruikbaar of aan de oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of vaartuig of onderdelen daarvan; b. een bromfiets of motorvoertuig of onderdelen daarvan; c. kampeermiddelen, voor zover het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel doel; d. mest en gier; e. vuil; f. ingekuild gras, loof of pulp ingekuilde afbraakmaterialen; of g. oude materialen. Paragraaf 5.2.14 Ligplaats innemen Artikel 5.83 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats voor een vaartuig op openbaar water. Artikel 5.84 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van de veiligheid op het openbaar water; b. het mogelijk maken van beheer en onderhoud van het openbaar water; c. het beschermen van de volksgezondheid; en d. het waarborgen van een goede milieuhygiëne. Artikel 5.85 Toegestane ligplaatsen vaartuigen 1. Het is op de locaties woonschepen uitsluitend toegestaan om met een woonschip een ligplaats in te nemen, een ligplaats te hebben of een ligplaats beschikbaar te stellen. 2. Het is op de locaties recreatievaartuigen uitsluitend toegestaan om met een recreatievaartuig een ligplaats in te nemen, een ligplaats te hebben of een ligplaats beschikbaar te stellen. 3. Het is op de locaties overige vaartuigen uitsluitend toegestaan om met een overig vaartuig een ligplaats in te nemen, een ligplaats te hebben of een ligplaats beschikbaar te stellen. Artikel 5.86 Algemene regels ligplaats vaartuigen Maatwerkvoorschriften als
Artikel 5
.3 kunnen worden gesteld over het innemen, veranderen of gebruik van de ligplaats. Paragraaf 5.2.15 Standplaats innemen Artikel 5.87 Toepassingsbereik
- Deze paragraaf gaat over het innemen of het hebben van een standplaats in het openbaar toegankelijk gebied.
- Deze paragraaf gaat niet over een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als
artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h van de Gemeentewet. Artikel 5.88 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het behoeden van de staat en werking van de openbare weg voor nadelige gevolgen van activiteiten op of rond die weg; b. het bevorderen van de verkeersveiligheid; c. het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte; d. het beperken van hinder; e. het beschermen van het aanzien van het openbaar toegankelijk gebied; en f. het beschermen van het milieu, voor zover het gaat om:
- het beschermen tegen milieuverontreiniging;
- het beschermen van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen;
- een doelmatig beheer van afvalwater en afvalstoffen;
- het voorkomen of beperken van geluidhinder en geurhinder; en g. het behouden van een goed woon- en leefklimaat. Artikel 5.89 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning een standplaats in te nemen of te hebben. Artikel 5.90 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de locatie van de standplaats; b. een foto of tekening van het uiterlijk van de fysieke middelen die worden gebruikt op de standplaats; c. de afmetingen van die fysieke middelen; d. het soort goederen of diensten dat wordt aangeboden of verhandeld; en e. de dagen en tijdstippen waarop de standplaats wordt ingenomen. Artikel 5.91 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning wordt in ieder geval geweigerd als: a. het uiterlijk van de standplaats, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, in strijd is met de goede omgevingskwaliteit; b. door bijzondere omstandigheden redelijkerwijs de verkeersveiligheid in het geding komt; c. de volksgezondheid in het geding komt; d. de veiligheid in het geding komt; e. de bescherming van een goede milieuhygiëne in het geding komt; en f. de veiligheid van het verkeer in het geding is. Paragraaf 5.2.16 Reclame plaatsen Artikel 5.92 Toepassingsbereik
- Deze paragraaf gaat over: a. het aanbrengen en maken van reclame in de openbare ruimte; en b. het aanbrengen en maken van reclame die zichtbaar is vanuit de openbare ruimte.
- Deze paragraaf gaat niet over: a. uitstallingen die behoren tot een standplaats als
Paragraaf 5.2.15; b. het uiten van een persoonlijke opvatting; en c. het plaatsen van objecten door een overheidsorgaan voor het uitvoeren van een publiekrechtelijke taak. Artikel 5.93 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het bevorderen van de verkeersveiligheid; b. het beperken van hinder; en c. het beschermen van het aanzien van de openbare ruimte. Artikel 5.94 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning handelsreclame te plaatsen op of aan een onroerende zaak, als daardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige hinder voor de omgeving ontstaat. Artikel 5.95 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een tekening of ingetekende luchtfoto verstrekt met daarop de locatie van de reclame; b. een foto, tekening of duidelijke omschrijving van de reclame verstrekt; c. als een object wordt gebruikt: de lengte, breedte en hoogte van dat object aangegeven; en d. de voorgenomen tijdsduur van het maken van reclame vermeld. Artikel 5.96 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning wordt in ieder geval geweigerd als: a. als het verkeer in gevaar wordt gebracht; of b. ernstige hinder voor de omgeving ontstaat. Paragraaf 5.2.17 Crossen Artikel 5.97 Toepassingsbereik
- Deze paragraaf gaat over het crossen met een motorvoertuig of bromfiets buiten de openbare weg.
- Deze paragraaf gaat niet over het crossen met een motorvoertuig of een bromfiets op crossterreinen. Artikel 5.98 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het voorkomen of beperken van geluidhinder en geurhinder; b. het beschermen van het uiterlijk aanzien van de omgeving; en c. het beschermen van de veiligheid van de deelnemers en het publiek. Artikel 5.99 Verbod crossen Het is verboden te crossen met een motorvoertuig of een bromfiets of een motorvoertuig of bromfiets aanwezig te hebben met het kennelijke doel om te crossen. Paragraaf 5.2.18 Recreëren op ijs Artikel 5.100 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het recreëren op ijs. Artikel 5.101 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het waarborgen van de veiligheid; b. het beperken van hinder; en c. het behoeden van de staat en werking van infrastructuur voor nadelige gevolgen van activiteiten. Artikel 5.102 Verbod beschadigen ijs Het is verboden om: a. voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren of in gevaar te brengen; of b. bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de veiligheid geplaatst op de onder a bedoelde ijsvlakten te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op enige andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te belemmeren. Paragraaf 5.2.19 Cultureel erfgoed: gemeentelijke monumenten Artikel 5.103 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over activiteiten met betrekking tot door de gemeente aangewezen monumenten, zoals beschreven in Bijlage III Redengevende omschrijving gemeentelijke monument bij deze regels. Artikel 5.104 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op het beschermen en behouden van gemeentelijke monumenten. Artikel 5.105 Verbod Het is verboden: a. een gemeentelijk monument te beschadigen of te vernielen; en b. aan gemeentelijke monumenten onderhoud te onthouden dat voor de instandhouding daarvan noodzakelijk is. Artikel 5.106 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
- Het is verboden zonder omgevingsvergunning een gemeentelijk monument te slopen, te verstoren, te verplaatsen of te wijzigen.
- Het is verboden zonder omgevingsvergunning een gemeentelijk monument te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een manier dat het monument wordt aangetast, ontsierd of in gevaar gebracht.
- De verboden,
het eerste en tweede lid, gelden niet voor zover het gaat om: a. normaal onderhoud, voor zover detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort, kleur, en aanleg (in geval van een tuin, park of andere aanleg) niet wijzigt, of; b. de activiteit alleen leidt tot inpandige veranderingen van een onderdeel van het monument dat uit het oogpunt van monumentenzorg geen waarde heeft. Artikel 5.107 Bijzondere aanvraagvereisten
- Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een bouw- of cultuurhistorisch onderzoeksrapport; b. het monumentnummer en, voor zover van toepassing, de naam van het monument of de plaatselijke aanduiding van het archeologisch monument of het te verwachten archeologisch monument; c. de opgave van het huidige gebruik van het gemeentelijk monument en het voorgenomen gebruik, als dat afwijkt van het huidige gebruik; en d. de motivering voor het verrichten van de activiteit en een omschrijving van de gevolgen ervan voor het gemeentelijk monument.
- In aanvulling op het eerste lid onder a vindt overleg plaats als de kosten van het bouw- of cultuurhistorisch onderzoekrapport niet evenredig is met de bouwkosten. Artikel 5.108 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning: slopen monument
- Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de volgende kleurenfoto’s die een duidelijke indruk geven van het monument in relatie tot de voorgenomen sloop:
- overzichtsfoto’s van de bestaande situatie; en
- foto’s van de bestaande toestand; b. de volgende tekeningen:
- als sprake is van het slopen van een deel van het monument waarbij de omvang van het monument wijzigt: situatietekeningen van de bestaande en de nieuwe situatie;
- opnametekeningen van de bestaande toestand met, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag: I. plattegronden; II. doorsneden; III. gevelaanzichten; of IV. een dakaanzicht; en V. slooptekeningen; en c. een omschrijving van de sloopmethode en de aard van en bestemming voor het vrijkomend materiaal.
- Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een nadere bepaling van de monumentale waarde van het monument aan de hand van cultuurhistorische rapporten, met inbegrip van rapporten over architectuurhistorie, bouwhistorie, interieurhistorie, kleurhistorie of tuinhistorie; en b. een beschrijving van de technische staat van het monument of het onderdeel van het monument waarop de voorgenomen activiteit betrekking heeft; eneen onderbouwing van de beschrijving van de technische staat aan de hand van technische rapporten, met inbegrip van rapporten over bouwfysische en constructieve aspecten. Artikel 5.109 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning: verplaatsen monument
- Bij de aanvraag worden, voor zover het gaat om het gedeeltelijk of volledig verplaatsen van een monument, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een beschrijving van de technische staat van het monument of het onderdeel van het monument waarop de voorgenomen activiteit betrekking heeft; b. de volgende kleurenfoto’s die een duidelijke indruk geven van het monument in relatie tot de voorgenomen verplaatsing:
- overzichtsfoto’s van de bestaande situatie;
- foto’s van de bestaande toestand; en
- overzichtsfoto’s van de nieuwe locatie; c. de volgende tekeningen:
- situatietekeningen van de bestaande en nieuwe situatie;
- opnametekeningen van de bestaande toestand met, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag: I. plattegronden; II. doorsneden; III. gevelaanzichten; of IV. een dakaanzicht; en
- plantekeningen van de nieuwe toestand met, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag: I. plattegronden; II. doorsneden; III. gevelaanzichten; of IV. een dakaanzicht; d. een bestek of werkomschrijving van de wijze van demonteren, van het verplaatsen naar de nieuwe locatie en de herbouw; en e. als de activiteit bestaat uit het verplaatsen van een molen; een rapport over de molenbiotoop van de bestaande en de nieuwe situatie.
- Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een nadere bepaling van de monumentale waarde van het monument aan de hand van cultuurhistorische rapporten, met inbegrip van rapporten over architectuurhistorie, bouwhistorie, interieurhistorie, kleurhistorie, tuinhistorie of over de relatie van het monument tot zijn historische omgeving; b. een onderbouwing van de beschrijving van de technische staat aan de hand van technische rapporten, met inbegrip van rapporten over bouwfysische, constructieve, materiaaltechnische of preventieve aspecten; c. aanvullende tekeningen van de bestaande en nieuwe toestand, met inbegrip van detailtekeningen; en d. een opgave van de bij de voorbereiding en het verrichten van de activiteit te hanteren uitvoeringsrichtlijnen. Artikel 5.110 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning: wijzigen monument
- Bij de aanvraag worden, voor zover het gaat om het wijzigen van een monument of het herstellen daarvan waardoor het kan worden ontsierd of in gevaar kan worden gebracht, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de volgende kleurenfoto’s die een duidelijke indruk geven van het monument in relatie tot de voorgenomen activiteit:
- overzichtsfoto’s van de bestaande situatie; en
- detailfoto’s van de bestaande toestand, die een duidelijke indruk geven van het onderdeel van het monument waar de voorgenomen activiteit zal worden verricht; b. de volgende tekeningen:
- een situatietekening van de bestaande situatie, en als de nieuwe situatie daarvan afwijkt: een situatietekening van de nieuwe situatie;
- opnametekeningen van de bestaande toestand met voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag: I. plattegronden; II. doorsneden; III. gevelaanzichten; of IV. een dakaanzicht;
- als er gebreken worden hersteld: gebrekentekeningen;
- plantekeningen van de nieuwe toestand en van de voorgenomen werkzaamheden, met inbegrip van de te vervangen of te veranderen onderdelen en de te verhelpen gebreken, met, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag: I. plattegronden; II. doorsneden; III. gevelaanzichten; of IV. een dakaanzicht; en
- als sprake is van verwijdering van materiaal: slooptekeningen; en c. een omschrijving van de aard en omvang van de activiteit in de vorm van een bestek of werkomschrijving, met:
- de te gebruiken en de te vervangen materialen, de toe te passen constructies, afwerkingen en kleuren, en de wijze van uitvoering of verwerking; en
- als sprake is van verwijdering van materiaal: de sloopmethode en de aard van en bestemming voor het vrijkomend materiaal.
- Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een nadere bepaling van de monumentale waarde van het monument aan de hand van cultuurhistorische rapporten, met inbegrip van rapporten over architectuurhistorie, bouwhistorie, interieurhistorie, kleurhistorie of tuinhistorie; b. als sprake is van verstoring van de bodem: een rapport waarin de archeologische waarde van de locatie in voldoende mate is vastgesteld; c. een beschrijving van de technische staat van het monument of het onderdeel van het monument waarop de voorgenomen activiteit betrekking heeft; d. een onderbouwing van de beschrijving van de technische staat aan de hand van technische rapporten, met inbegrip van rapporten over bouwfysische, constructieve, materiaaltechnische of preventieve aspecten; e. aanvullende tekeningen van de bestaande en nieuwe toestand, met inbegrip van detailtekeningen; f. voor zover er algemene kwaliteitsnormen of uitvoeringsrichtlijnen voor de instandhouding van monumenten op de activiteit van toepassing zijn: een opgave of de voorgenomen activiteit hierop is afgestemd; en g. als de activiteit een monument betreft dat een tuinaanleg, parkaanleg of andere groenaanleg is: een beheervisie. Artikel 5.111 Eisen aan tekeningen
- Tekeningen,
Artikel 5.108 tot en met Artikel 5.110, hebben een schaal die niet kleiner is dan: a.
1:1000, als het gaat om een situatietekening; b. 1:100, als het gaat om een algemene geveltekening; c. 1:20 of 1:50, als het gaat om een geveltekening voor een ingrijpende wijziging; en d. 1:100, als het gaat om een plattegrondtekening, doorsnedetekening of een tekening van het dakaanzicht.
- Een detailtekening heeft een schaal van 1:1, 1:2 of 1:5 en is voorzien van een omschrijving van de materiaaltoepassing en de maatvoering.
- Uit een situatietekening die is voorzien van een noordpijl blijkt de oriëntatie van het monument op het perceel en ten opzichte van omliggende bebouwing en wegen.
- Een plattegrondtekening en een doorsnedetekening bevatten de volgende historische gegevens: a. balklagen:
- gestippeld aangegeven in plattegronden van ruimten onder de balklagen; en
- getekend aangegeven in doorsneden met aanduiding van de afmetingen; b. geornamenteerde plafonds, gestippeld aangegeven in plattegronden van de ruimten waar deze zich bevinden; c. houtafmeting, balklagen en kapconstructie, aangegeven in doorsneden van de bestaande en van de nieuwe toestand; en d. bijzondere ruimten of bouwdelen, direct of indirect betrokken bij de activiteit, aangegeven in plattegronden en doorsneden. Artikel 5.112 Beoordelingsregels omgevingsvergunning
- De omgevingsvergunning wordt geweigerd als de activiteit in strijd is met het belang van de monumentenzorg. Paragraaf 5.2.20 Activiteiten met betrekking tot gemeentelijk beschermde dorpsgezichten Artikel 5.113 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het verrichten van activiteiten in gebieden met de functie-aanduiding ‘gemeentelijk beschermde dorpsgezichten’. Artikel 5.114 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op het beschermen en behouden van gemeentelijk beschermde dorpsgezichten vanwege hun historische waarde. Artikel 5.115 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
- Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bouwwerk in een gemeentelijk beschermd dorpsgezicht geheel of gedeeltelijk te slopen.
- Het eerste lid is niet van toepassing op het slopen als sprake is van een verplichting als
de artikelen 13 en 13b van de Woningwet of een verplichting, gesteld in een maatwerkvoorschrift op grond van artikel 3.5 van het Besluit bouwwerken leefomgeving. Artikel 5.116 Beoordelingsregels omgevingsvergunning
- De omgevingsvergunning wordt geweigerd als deze in strijd is met het belang van de monumentenzorg.
- De omgevingsvergunning wordt geweigerd als het college het niet aannemelijk acht dat op de plaats van het te slopen bouwwerk een ander bouwwerk kan of zal worden gebouwd. Paragraaf 5.2.21 Activiteiten met betrekking tot rijksbeschermde dorpsgezichten Artikel 5.117 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het verrichten van activiteiten in gebieden met de functie-aanduiding 'rijksbeschermd dorpsgezicht’. Artikel 5.118 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op het beschermen en behouden van rijksbeschermde dorpsgezichten vanwege hun historische waarde. Artikel 5.119 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
- Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bouwwerk in een rijksbeschermd dorpsgezicht te bouwen of te slopen.
- Het eerste lid is niet van toepassing op het slopen als sprake is van een verplichting als
de artikelen 13 en 13b van de Woningwet of een verplichting, gesteld in een maatwerkvoorschrift op grond van artikel 3.5 van het Besluit bouwwerken leefomgeving. Artikel 5.120 Bijzondere aanvraagvereisten Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. bij het bouwen van een bouwwerk:
- tekeningen van alle gevels van het bouwwerk, inclusief de gevels van naastgelegen bebouwing, waaruit blijkt hoe het geplande bouwwerk in de directe omgeving past;
- principedetails van gezichtsbepalende delen van het bouwwerk;
- kleurenfoto's van de bestaande situatie en de omliggende bebouwing; en
- een opgave van de toe te passen bouwmaterialen in de uitwendige scheidingsconstructie en de kleur daarvan, waaronder in ieder geval het materiaal en de kleur van de gevels, het voegwerk, kozijnen, ramen en deuren, balkonhekken, dakgoten, boeidelen en de dakbedekking; en b. bij het slopen van een bouwwerk: informatie op basis waarvan aannemelijk wordt gemaakt dat op delocatie van het te slopen bouwwerk een ander bouwwerk zal worden gebouwd. Artikel 5.121 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning wordt geweigerd als: a. het te bouwen bouwwerk naar het oordeel van het college afbreuk doet aan het karakter van het rijksbeschermde dorpsgezicht; of b. het college het niet aannemelijk acht dat op de plaats van het te slopen bouwwerk een ander bouwwerk kan of zal worden gebouwd. Paragraaf 5.2.22 Slopen van karakteristieke gebouwen Artikel 5.122 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het slopen van karakteristieke gebouwen ter plaatse van het werkingsgebied karakteristiek bepaalde waarde. Artikel 5.123 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van cultuurhistorische en stedenbouwkundige waarden; en b. het waarborgen van het woon- en leefklimaat. Artikel 5.124 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
- Het is verboden zonder omgevingsvergunning een karakteristiek gebouw te slopen.
- Het eerste lid is niet van toepassing als sprake is van een verplichting als
de artikelen 13 en 13b van de Woningwet of een verplichting, gesteld in een maatwerkvoorschrift op grond van artikel 3.5 van het Besluit bouwwerken leefomgeving. Artikel 5.125 Aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. het monumentnummer en, voor zover van toepassing, de naam van het monument; b. de motivering voor het verrichten van de activiteit en een omschrijving van de gevolgen voor het gemeentelijk monument; c. de volgende kleurenfoto's die een duidelijke indruk geven van het monument in relatie tot de voorgenomen activiteit:
- overzichtsfoto's van de bestaande situatie;
- foto's van de bestaande toestand; en
- voor zover relevant: overzichtsfoto's van de nieuwe locatie; d. de volgende tekening:
- situatietekeningen van de bestaande en de nieuwe situatie;
- opnametekeningen van de bestaande toestand; en
- plantekeningen van de nieuwe locatie of toestand of slooptekeningen; en e. een nadere bepaling van de monumentale waarde van het monument aan de hand van de redengevende beschrijving. Artikel 5.126 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als de karakteristieke waarden niet worden aangetast. Paragraaf 5.2.23 Activiteiten in een gebied met aardkundige waarden Artikel 5.127 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het verrichten van activiteiten in een gebied met aardkundige waarde. Artikel 5.128 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op de bescherming van aardkundige waarden. Artikel 5.129 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
- Het is verboden zonder omgevingsvergunning in een gebied met aardkundige waarde: a. te graven; b. diepwortelende beplanting aan te brengen of te verwijderen; c. voorwerpen in te drijven; d. de grond op te hogen; of e. verharding aan te brengen.
- Het verbod geldt niet voor graafwerkzaamheden bij normaal onderhoud aan bouwwerken of andere werken. Artikel 5.130 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een tekening of ingetekende luchtfoto met daarop de locatie van de graafwerkzaamheden; b. een beschrijving van de aard en de omvang van de activiteit; c. de reden voor de activiteit; en d. een beschrijving van de maatregelen die worden genomen om de verstoring van het gebied met aardkundige waarde te beperken of ongedaan te maken. Artikel 5.131 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning wordt in ieder geval geweigerd als de verstoring van de aardkundige waarde niet in verhouding staat tot het met de werkzaamheden te dienen belang. Paragraaf 5.2.24 Kappen van beschermde bomen Artikel 5.132 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het kappen van bomen. Artikel 5.133 Oogmerken
- De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. de natuurwaarde van bomen; b. de landschappelijke waarde van bomen; c. de waarde van bomen voor stads- en dorpsschoon; d. de beeldbepalende waarde van bomen; e. de cultuurhistorische waarde van bomen; en f. het bevorderen van de leefbaarheid.
- Voor bomen als
artikel 11.111, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving zijn de regels in deze paragraaf ook gesteld met het oog op: a. de natuurbescherming; b. de instandhouding van het bosareaal in de gemeente; en c. het beschermen van landschappelijke waarden. Artikel 5.134 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
- Het is verboden zonder omgevingsvergunning een aangewezen boom te kappen.
- Het verbod geldt niet voor het vellen van bomen die een onmiddellijk dreigend gevaar voor de omgeving vormen of bomen met een besmettelijke boomziekte. Artikel 5.135 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een locatie-aanduiding van de te kappen boom op een kaart, foto of tekening; b. de reden voor het kappen van de boom; c. de diameter van de stam van de te kappen boom; d. de stamomtrek van de te kappen boom; en e. de mogelijkheid tot herbeplanten en, als het voornemen tot herbeplanten bestaat, de locatie daarvan, het aantal en de soorten. Artikel 5.136 Beoordelingsregels omgevingsvergunning
- De omgevingsvergunning wordt alleen geweigerd als de belangen,
artikel Artikel 5.133, onevenredig worden geschaad.
- In aanvulling op het eerste lid, wordt voor bomen in gemeentelijk eigendom de omgevingsvergunning alleen verleend voor: a. bomen die gevaar opleveren voor mens en omgeving; b. bomen die moet wijken voor maatschappelijk belangrijke ontwikkelingen, zoals de bouw van een voorziening, de aanleg van een weg of geluidswerende voorziening; c. bomen die ernstige hinder en zware overlast veroorzaken; d. bomen die moeten worden gekapt om andere bomen duurzaam in stand te houden; en e. bomen waarvan de onderhoudskosten niet evenredig zijn aan de leeftijd of functie van die bomen.
- Bij vergunningvoorschrift kan een herplantplicht worden opgelegd. Daarbij kan worden bepaald binnen welke termijn na de herbeplanting en op welke wijze niet-geslaagde beplanting moet worden vervangen. Artikel 5.137 Algemene regel - bomen in tuinen Met het oog op de natuurwaarde van bomen en het bevorderen van de leefbaarheid is de afstand waarbinnen het geoorloofd is bomen te hebben,
artikel 5:42, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek, 0 m vanaf de erfgrens. Artikel 5.138 Algemene regel herplant- en instandhoudingsplicht
- Als een boom, waarop deze afdeling van toepassing is, zonder vergunning is gekapt of op andere wijze is tenietgegaan, kan het college bij maatwerkvoorschrift de verplichting opleggen binnen een bepaalde termijn te herbeplanten.
- Het maatwerkvoorschrift wordt opgelegd aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de boom bevond of aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is.
- Bij het maatwerkvoorschrift kan worden bepaald binnen welke termijn na de herbeplanting en op welke wijze niet-geslaagde beplanting moet worden vervangen.
- Als een boom, waarop deze afdeling van toepassing is, ernstig in het voortbestaan wordt bedreigd, kan het college aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de boom bevindt of aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, bij maatwerkvoorschrift de verplichting opleggen om binnen een bepaalde termijn voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen.
- Het eerste tot en met het vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op: a. waardevolle bomen; b. gemeentelijke bomen; en c. een houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantgezondheidswet of krachtens een aanschrijving of last van het bevoegd gezag. Artikel 5.139 Algemene regel bestrijding van boomziekten
- Als zich op een terrein één of meer bomen bevinden die naar het oordeel van het bevoegd gezag gevaar opleveren van verspreiding van een boomziekte of voor vermeerdering van de ziekteverspreiders zoals insecten, kan het bevoegd gezag bij maatwerkvoorschrift als
Artikel 5.3 bepalen: a.
dat de boom binnen de bij maatwerkvoorschrift vast te stellen termijn wordt gekapt; en b. dat de gekapte boom op de bij dat maatwerkvoorschrift bepaalde wijze wordt behandeld om verspreiding van de boomziekte te voorkomen.
- Het is verboden gekapte bomen of delen daarvan voorhanden of in voorraad te hebben of te vervoeren, als het een boomsoort betreft die de desbetreffende boomziekte kan verspreiden. Paragraaf 5.2.25 Kamperen buiten kampeerterrein Artikel 5.140 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het kamperen buiten een kampeerterrein. Artikel 5.141 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van cultuurhistorische en landschappelijke waarden; b. het in stand houden van de natuur; en c. het waarborgen van de veiligheid. Artikel 5.142 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
- Het is verboden zonder omgevingsvergunning te kamperen buiten een kampeerterrein.
- Het verbod in het eerste lid geldt niet voor kamperen door de rechthebbende op eigen terrein.
- Het verbod in het eerste lid geldt niet voor kamperen buiten een kampeerterrein gedurende twee of minder overnachtingen, wanneer de rechthebbende van het terrein daartoe toestemming verleent. Artikel 5.143 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een tekening of ingetekende luchtfoto met daarop de locatie van de kampeermiddelen; b. een tekening of duidelijke omschrijving van het aantal en uiterlijk van de kampeermiddelen; en c. de voorgenomen tijdsduur van de activiteit. Artikel 5.144 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: a. de activiteit geen nadelige gevolgen heeft voor de natuur en landschappelijke elementen; en b. het uiterlijk aanzien van de omgeving niet onevenredig wordt geschaad, voor zover de activiteit zichtbaar is vanuit het openbaar toegankelijk gebied. Paragraaf 5.2.26 Verkeer in natuurgebieden en recreatieterreinen Artikel 5.145 Toepassingsbereik
- Deze paragraaf gaat over het rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een paard in natuurgebieden en recreatieterreinen.
- Deze paragraaf gaat niet over het kamperen buiten een kampeerterrein,
Paragraaf 5.2.
- Artikel 5.146 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van cultuurhistorische en landschappelijke waarden; b. het in stand houden van de natuur; en c. het waarborgen van de veiligheid. Artikel 5.147 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
- Het is verboden zonder omgevingsvergunning binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of recreatieterreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een paard.
- Het verbod geldt niet voor motorvoertuigen, bromfietsen, fietsen en paarden: a. die worden gebruikt door de politie, brandweer, geneeskundige hulpverlening of andere hulpverleningsdiensten die volgens artikel 29, eerste lid van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde minister zijn aangewezen; b. die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als
het eerste lid; c. die worden gebruikt in verband met werken die volgens een wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd; d. van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die binnen de terreinen als
het eerste lid liggen; of e. voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de personen, bedoeld onder d. Artikel 5.148 Aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een beschrijving waaruit blijkt waarom er verkeer nodig is in het gebied, of waarom de aanvrager het gebied moet bereiken; b. een routeplan op een plattegrond; c. de frequentie en de duur van de activiteiten; d. een beschrijving van de effecten op de natuur en recreatie in het gebied; en e. een beschrijving van de maatregelen die worden genomen tegen eventuele schade, zoals mogelijke milieuschade en geluidoverlast in de natuur. Artikel 5.149 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als de belangen,
Artikel 5.146, niet onevenredig worden geschaad.
Paragraaf 5.2.27 Overige geluidhinder veroorzaken Artikel 5.150 Toepassingsbereik
- Deze paragraaf gaat over: a. het houden van een privéfeest; b. het gebruiken van apparatuur en machines; c. het laden en lossen van vrachtwagens; en d. het houden van dieren.
- De regels in deze paragraaf gaan niet over de milieubelastende activiteiten waarvoor in paragraaf 22.3.4 regels zijn gesteld. Artikel 5.151 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het voorkomen of beperken van geluidhinder; en b. een gezonde woon- en leefomgeving. Artikel 5.152 Geluidhinder privé feest
- Het is verboden, bij het houden van een privé feest in de openlucht, een muziekinstallatie in werking te hebben of muziek te maken: a. op zondag tot en met donderdag tussen 23.00 uur en 09.00 uur van de daaropvolgende dag; b. in de nacht van vrijdag op zaterdag tussen 00.00 uur en 09.00 uur; of c. in de nacht van zaterdag op zondag na 00.00 uur en op zondag voor 13.00 uur.
- Het is verboden bij het houden van een privé feest een muziekinstallatie in werking te hebben of muziek te maken wanneer dit een kerkdienst kan verstoren. Artikel 5.153 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
- Het is verboden zonder omgevingsvergunning een geluidsapparaat, een (recreatie)toestel of een (bouw)machine in werking te hebben: a. van 20.00 uur tot 07.00 uur van de daaropvolgende dag, of tot 10.00 uur als dat een zondag betreft; en b. op een zodanige wijze dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.
- Het verbod in het eerste lid geldt niet voor een motorrijtuig
artikel 1, eerste lid onder c van de Wegenverkeerswet 1994. Artikel 5.154 Aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een beschrijving van het soort en type apparatuur of machines; b. de tijdstippen en de duur van het gebruik c. een plattegrond, waaruit blijkt welke gevoelige functies zoals woningen in de buurt liggen; en d. een beschrijving van de te nemen maatregelen om hinder te beperken. Artikel 5.155 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning een vrachtauto op zodanige wijze te laden of te lossen als daardoor voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt. Artikel 5.156 Aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een plattegrond, met de locaties van het laden en lossen; b. de tijdstippen en de duur van het gebruik; c. een beschrijving van de te nemen maatregelen om hinder te beperken. Artikel 5.157 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als de belangen,
Artikel 5.151, onevenredig worden geschaad.
Artikel 5.158 Gebod voorkomen geluidhinder door dieren Degene die de zorg heeft voor een dier, voorkomt dat dit dier voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder veroorzaakt. Artikel 5.159 Verbod geluidhinder door dieren Het is verboden een dier te houden dat geluidshinder veroorzaakt voor een omwonende of voor de omgeving. Paragraaf 5.2.28 Oplaten van ballonnen Artikel 5.160 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het oplaten van ballonnen. Artikel 5.161 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. een gezonde woon- en leefomgeving; en b. het beschermen van het milieu, voor zover het gaat om het beschermen tegen milieuverontreiniging. Artikel 5.162 Verbod oplaten ballonen
- Het is verboden een ballon, van welk materiaal dan ook, door middel van helium of enig ander gas dat lichter is dan lucht, op te laten in de buitenlucht met het oogmerk om deze weg te laten zweven.
- Onder ballon wordt onder meer verstaan: feest-, geluks-, papier-, wens-, sfeer-, herdenkings- of reclameballon. Paragraaf 5.2.29 Afkoppelen van hemelwater en grondwater Artikel 5.163 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het lozen van afstromend hemelwater en grondwater afkomstig van ontwatering in het openbaar vuilwaterriool. Artikel 5.164 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van de doelmatige werking van voorzieningen voor het beheer van afvalwater; b. het voorkomen en beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste; en c. het aanpassen van de gebouwde omgeving aan de gevolgen van klimaatverandering. Artikel 5.165 Afkoppelen van hemelwater en grondwater
- Met het oog op de doelen,
Artikel 5
.164, is het verboden in het afkoppelgebied afstromend hemelwater of grondwater afkomstig van ontwatering te lozen in het openbaar vuilwaterriool.
- Het eerste lid is van toepassing vanaf 12 maanden nadat een perceel is aangewezen als onderdeel van het afkoppelgebied.
- Het college kan met een omgevingsvergunning afwijken van het eerste lid, als van de eigenaar van het bouwwerk, open erf of terrein redelijkerwijs geen andere wijze van afvoer van het hemelwater of grondwater kan worden gevergd. Paragraaf 5.2.30 Activiteiten in een gebied met archeologische verwachtingen Artikel 5.166 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over het verrichten van activiteiten in een gebied met archeologische verwachtingen. Artikel 5.167 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op de bescherming van archeologische waarden. Artikel 5.168 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
- Het is verboden zonder omgevingsvergunning te graven of op andere wijze de grond te roeren in een archeologische terrein, als: a. de diepte van de graafwerkzaamheden of andere grondroeringen meer is dan 30 cm; en b. de oppervlakte van de graafwerkzaamheden of andere grondroeringen meer is dan 50 m
- Het is verboden zonder omgevingsvergunning te graven of op andere wijze de grond te roeren in gebieden met een hoge archeologische verwachting, als: a. de diepte van de graafwerkzaamheden of andere grondroeringen meer is dan 30 cm; en b. de oppervlakte van de graafwerkzaamheden of andere grondroeringen meer is dan 200 m
- Het is verboden zonder omgevingsvergunning te graven of op andere wijze de grond te roeren in gebieden met een middelhoge archeologische verwachting, als: a. de diepte van de graafwerkzaamheden of andere grondroeringen meer is dan 50 cm; en b. de oppervlakte van de graafwerkzaamheden of andere grondroeringen meer is dan 500 m
- Het is verboden zonder omgevingsvergunning te graven of op andere wijze de grond te roeren in gebieden met een lage archeologische verwachting, als: a. de diepte van de graafwerkzaamheden of andere grondroeringen meer is dan 50 cm; en b. de oppervlakte van de graafwerkzaamheden of andere grondroeringen meer is dan 2500 m
- Het is verboden zonder omgevingsvergunning te graven of op andere wijze de grond te roeren in het gebied met een onbekende archeologische verwachting, als: a. de diepte van de graafwerkzaamheden of andere grondroeringen meer is dan 30 cm; en b. de oppervlakte van de graafwerkzaamheden of andere grondroeringen meer is dan 200 m
- Artikel 5.169 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een tekening of ingetekende luchtfoto met daarop de locatie van de graafwerkzaamheden of andere grondroeringen; en b. een rapport conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie waarin de archeologische waarde van die locatie is vastgesteld. Artikel 5.170 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: a. er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad en dit in een archeologische rapportage conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie is aangetoond; of b. schade door de werkzaamheden kan worden voorkomen of voldoende kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning te verbinden voorschriften. Paragraaf 5.2.31 Bodemgevoelig gebouw bouwen en in gebruik nemen Artikel 5.171 Toepassingsbereik
- Deze paragraaf gaat over het bouwen en in gebruik nemen van een bodemgevoelig gebouw.
- Een bodemgevoelig gebouw is: a. een gebouw of een gedeelte van een gebouw de bodem raakt, voor zover aannemelijk is dat personen meer dan twee uur per dag aaneengesloten aanwezig zullen zijn; of b. een woonschip of woonwagen.
- Een bijbehorend bouwwerk als
bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving van ten hoogste 50 m2 wordt niet beschouwd als een bodemgevoelig gebouw. Artikel 5.172 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van de gezondheid; en b. het verbeteren van de kwaliteit van de bodem. Artikel 5.173 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen bodemgevoelige gebouwen Het is verboden zonder een omgevingsvergunning een bodemgevoelig gebouw te bouwen. Artikel 5.174 Bijzondere aanvraagvereisten bodemgevoelige gebouwen Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de resultaten van een voorafgaand bodemonderzoek als
paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving; b. de naam en het adres van degene die de activiteit verricht; c. het adres waarop de activiteit wordt verricht; d. de dagtekening; en e. bij overschrijding van een waarde als
Artikel 5
.176: de gegevens en bescheiden over sanerende of andere beschermende maatregelen die worden getroffen. Artikel 5.175 Beoordelingsregels bodemgevoelige gebouwen 1. De omgevingsvergunning voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw wordt alleen verleend als: a. de waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem,
Artikel 5
.177, ter plaatse van het gebouw, het woonschip of de woonwagen, en de onmiddellijk daaraan grenzende aaneengesloten tuin of een daaraan grenzend aaneengesloten terrein, niet worden overschreden; b. bij overschrijding van de waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem: als aannemelijk is dat een sanerende of andere beschermende maatregel wordt getroffen.
- Een sanerende of andere beschermende maatregel is in ieder geval een sanering overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving. Artikel 5.176 Toelaatbare bodemkwaliteit
- De waarden voor de toelaatbare bodemkwaliteit zijn de interventiewaarden bodemkwaliteit,
bijlage IIA bij het Besluit activiteiten leefomgeving.
- Er is sprake van overschrijding van de toelaatbare bodemkwaliteit als voor ten minste één stof de gemiddelde gemeten concentratie in meer dan 25 m3 bodemvolume hoger is dan de interventiewaarde bodemkwaliteit.
- Het zinsdeel “in meer dan 25 m3 bodemvolume ” in het tweede lid is niet van toepassing voor zover het gaat om aanwezigheid van asbest. Artikel 5.177 Maatregelen bij overschrijding toelaatbare bodemkwaliteit
- Als de waarden voor de toelaatbare bodemkwaliteit worden overschreden, wordt een bodemgevoelig gebouw alleen gebouwd als een sanerende of andere beschermende maatregel wordt getroffen.
- Een sanerende maatregel is in ieder geval een sanering als
paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving. Artikel 5.178 Ingebruikname na maatregelen op verontreinigde bodem Als de waarden voor de toelaatbare bodemkwaliteit worden overschreden, wordt een bodemgevoelig gebouw alleen in gebruik genomen als de sanerende of andere beschermende maatregelen,
Artikel 5.177, zijn getroffen.
Artikel 5.179 Informatieplicht maatregelen op verontreinigde bodem Als de waarden voor de toelaatbare bodemkwaliteit worden overschreden, worden burgemeester en wethouders ten minste 5 werkdagen voordat een bodemgevoelig gebouw in gebruik wordt genomen geïnformeerd over de wijze waarop de maatregelen,
Artikel 5.177, zijn getroffen.
Paragraaf 5.2.32 Grond en baggerspecie toepassen Artikel 5.180 Toepassingsbereik
- Deze paragraaf gaat over het toepassen van grond en baggerspecie op of in de landbodem.
- Deze paragraaf gaat niet over het terugbrengen van grond op of in de bodem bij het tijdelijk uitnemen van grond,
artikel 4.1222a of 4.1230a van Besluit activiteiten leefomgeving. Artikel 5.181 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van de gezondheid; b. het beschermen en verbeteren van de bodem- en grondwaterkwaliteit; c. het zuinig gebruik van grondstoffen; en d. het doelmatig beheer van afvalstoffen. Artikel 5.182 Bodembeheergebied Het aangewezen bodembeheergebied,
artikel 4.1265, derde lid, onder c, van het Besluit activiteiten leefomgeving, bestaat uit het ambtsgebied van de gemeente Eemnes. Artikel 5.183 Aanwijzing geometrische begrenzing bodemfunctieklassen
- Voor de toepassing van paragraaf 4.124 van het Besluit activiteiten leefomgeving zijn locaties ingedeeld in de volgende bodemfunctieklassen: a. bodemfunctieklasse - overig (landbouw en natuur); b. bodemfunctieklasse - wonen; en c. bodemfunctieklasse - industrie.
- Het eerste lid geldt niet voor de bodem en oever van een oppervlaktewaterlichaam.Het eerste lid geldt niet voor de bodem en oever van een oppervlaktewaterlichaam. Afdeling 5.3 Gebiedsgerichte activiteiten met gebruiksruimte Hoofdstuk 6 Beheer en onderhoud Hoofdstuk 7 Financiële bepalingen Hoofdstuk 8 Procedureregels Afdeling 8.1 Voorbereiding van besluiten Afdeling 8.2 Gemeentelijke projecten van publiek belang Afdeling 8.3 Advies Artikel 8.1 BEL adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit Er is een BEL adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit. Artikel 8.2 Advies aanwijzingen Het college vraagt advies aan de BEL adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit over: a. de aanwijzing van een beschermd gemeentelijk monument,
Artikel 4.22; en b.
de aanwijzing van een beschermd dorpsgezicht,
Artikel 4.23.
Artikel 8.3 Advies bij omgevingsvergunning monument 1. Het college vraagt advies aan de BEL adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit, voordat zij een besluit neemt op de aanvraag van de vergunning,
: a. Artikel 5.29 (Aanwijzing vergunningplichtige gevallen (stedenbouw en welstand)); b. Artikel 5.106 (Aanwijzing vergunningplichtige gevallen gemeentelijk monument); en c. Artikel 5.119 (Aanwijzing vergunningplichtige gevallen rijksbeschermd dorpsgezicht).
- Als de aanvraag betrekking heeft op een gemeentelijk archeologisch monument, dan betrekt de BEL adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit een externe deskundige op het gebied van archeologie. Hoofdstuk 9 Handhaving Hoofdstuk 10 Monitoring en informatie Afdeling 10.1 Registers Paragraaf 10.1.1 Register gemeentelijk erfgoed Artikel 10.1 Register gemeentelijk erfgoed
- Het college houdt een gemeentelijk erfgoedregister bij waarin, onder andere, het op grond van dit omgevingsplan aangewezen gemeentelijk cultureel erfgoed is opgenomen. Dit register kan door iedereen worden ingezien.
- In het gemeentelijk erfgoedregister staan: a. gegevens over de inschrijving van het aangewezen gemeentelijk cultureel erfgoed, waaronder de beschermde gemeentelijke monumenten en een gemeentelijk beschermd dorpsgezicht; b. gegevens over de afschriften die het college heeft ontvangen van de inschrijving van een rijksmonument in het rijksmonumentenregister,
artikel 3.3, vijfde lid, van de Erfgoedwet, en instructies als
artikel 2.34, vierde lid, van de Omgevingswet over een locatie met de functie-aanduiding rijksbeschermd stads- en dorpsgezicht; en c. gegevens over door het college van gedeputeerde staten ontvangen instructies als
artikel 2.33, eerste lid, van de Omgevingswet over een locatie met de functie-aanduiding provinciaal monument, provinciaal archeologisch monument of provinciaal beschermd stads- en dorpsgezicht. Hoofdstuk 11 Overgangsrecht Afdeling 11.1 Overgangsrecht algemeen Paragraaf 11.1.1 Lopende procedures en gelijkschakelingen Artikel 11.1 Lopende procedures besluiten op aanvraag of ambtshalve
- Als een wijziging van dit omgevingsplan op een activiteit van toepassing is en voor dat moment een aanvraag om een besluit voor die activiteit is ingediend, blijft het oude recht van toepassing: a. als tegen het besluit beroep openstaat: tot het besluit onherroepelijk wordt; of b. als tegen het besluit geen beroep openstaat: tot het besluit van kracht wordt.
- Als een wijziging van dit omgevingsplan op een activiteit van toepassing is en voor dat moment een ontwerp van een ambtshalve te nemen besluit voor die activiteit ter inzage is gelegd op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is, blijft het oude recht van toepassing: a. als tegen het besluit beroep openstaat: tot het besluit onherroepelijk wordt; of b. als tegen het besluit geen beroep openstaat: tot het besluit van kracht wordt.
- Als een wijziging van dit omgevingsplan op een activiteit van toepassing is en voor dat moment voor een ambtshalve te nemen besluit voor die activiteit toepassing is gegeven aan artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht of het besluit is bekendgemaakt, blijft het oude recht van toepassing: a. als tegen het besluit beroep openstaat: tot het besluit onherroepelijk wordt; of b. als tegen het besluit geen beroep openstaat: tot het besluit van kracht wordt. Artikel 11.2 Overgangsrecht vergunningplichtige activiteiten
- Als een wijziging van dit omgevingsplan op een activiteit van toepassing is, geldt een omgevingsvergunning voor die activiteit op grond van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan of een gemeentelijke verordening, zoals die luidde direct voor dat moment, en die onherroepelijk is, als een omgevingsvergunning op grond van dit omgevingsplan, voor zover voor die activiteit een omgevingsvergunning is vereist.
- Als een wijziging van dit omgevingsplan op een activiteit van toepassing is, gelden de voorschriften uit een onherroepelijke omgevingsvergunning voor die activiteit op grond van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan of een gemeentelijke verordening, zoals die luidde direct voor dat moment, als een maatwerkvoorschrift op grond van dit omgevingsplan, voor zover voor die activiteit geen omgevingsvergunning is vereist. Dit geldt alleen voor zover de gemeente over die activiteit maatwerkvoorschriften kan stellen op grond van dit omgevingsplan. Artikel 11.3 Overgangsrecht meldingen, kennisgevingen en maatwerkvoorschriften
- Als een wijziging van dit omgevingsplan op een activiteit van toepassing is, geldt een melding of kennisgeving van die activiteit op grond van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan of een gemeentelijke verordening, zoals die luidde direct voor dat moment, als een melding op grond van dit omgevingsplan, voor zover voor die activiteit een melding is vereist.
- Als een wijziging van dit omgevingsplan op een activiteit van toepassing is, geldt een melding of kennisgeving van een activiteit op grond van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan of een gemeentelijke verordening, zoals die luidde direct voor dat moment, als het verstrekken van informatie op grond van dit omgevingsplan, voor zover voor die activiteit een verplichting geldt om informatie te verstrekken.
- Als een wijziging van dit omgevingsplan op een activiteit van toepassing is, geldt een aanvraag om een ontheffing of vergunning voor een activiteit op grond van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan of een gemeentelijke verordening, zoals die luidde direct voor dat moment, als een melding op grond van dit omgevingsplan, voor zover een melding is vereist.
- Als een wijziging van dit omgevingsplan op een activiteit van toepassing is, geldt een onherroepelijk maatwerkvoorschrift voor een activiteit op grond van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan of een gemeentelijke verordening, zoals die luidde direct voor dat moment, als een maatwerkvoorschrift op grond van dit omgevingsplan. Dit geldt alleen voor zover de gemeente over die activiteit maatwerkvoorschriften kan stellen op grond van dit omgevingsplan. Artikel 11.4 Overgangsrecht handhavingsbesluiten Als een wijziging van dit omgevingsplan op een activiteit van toepassing is en voor dat moment een overtreding heeft plaatsgevonden, een overtreding is aangevangen of het gevaar voor een overtreding klaarblijkelijk dreigde, en een bestuurlijke sanctie is opgelegd voor die overtreding of dreigende overtreding, blijft het oude recht op die bestuurlijke sanctie van toepassing tot het tijdstip waarop: a. de beschikking onherroepelijk is geworden en volledig is uitgevoerd of ten uitvoer is gelegd; b. de beschikking is ingetrokken of is komen te vervallen; of c. als de beschikking gaat om de oplegging van een last onder dwangsom: d. de last volledig is uitgevoerd; e. de dwangsom volledig is verbeurd en betaald; of f. de last is opgeheven. Paragraaf 11.1.2 Eerbiedigende werking Artikel 11.5 Eerbiedigende werking bouwwerken
- Als een wijziging van dit omgevingsplan van toepassing is op een bouwwerk dat aanwezig of in uitvoering is, of gebouwd kan worden op grond van een omgevingsvergunning op grond van Paragraaf 5.2.2 tot en met Paragraaf 5.2.5, en dat bouwwerk afwijkt van dit omgevingsplan, mag dat bouwwerk, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; of b. na het teniet gaan door een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning op grond van Paragraaf 5.2.2 tot en met Paragraaf 5.2.5 wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
- Het eerste lid geldt niet voor bouwwerken die al in strijd zijn met het voorheen geldende omgevingsplan, met inbegrip van de overgangsbepalingen van dat plan. Afdeling 11.2 Verhouding met het tijdelijk deel omgevingsplan Paragraaf 11.2.1 Voorrangsbepalingen Artikel 11.6 Voorrangsbepaling tijdelijk deel omgevingsplan
- De regels in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan,
artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet, over het bouwen van bouwwerken zijn niet van toepassing voor zover de regels van Paragraaf 5.2.2 tot en met Paragraaf 5.2.5 van toepassing zijn. 2. De regels in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan,
artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet, over het wijzigen van woonruimte, het uitoefenen van een beroep of bedrijf aan huis en het verzorgen van een Bed and Breakfast zijn niet van toepassing voor zover de regels van Paragraaf 5.2.6 tot en met Paragraaf 5.2.8 van toepassing zijn. 3. De regels in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan,
artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet, ter bescherming van archeologische waarden zijn niet van toepassing. Paragraaf 11.2.2 Beperking werkingsgebied bruidsschat Artikel 11.7 Beperking werkingsgebied bruidsschat Afdeling 22.2 is alleen van toepassing in werkingsgebied bouwen bruidschat. Paragraaf 11.2.3 Regeling festiviteiten Artikel 11.8 Begrippen Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder: a. collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal milieubelastende activiteiten als
afdeling 22.3 is verbonden; en b. incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal milieubelastende activiteiten als
afdeling 22.
- Artikel 11.9 Collectieve festiviteiten
- Voor de toepassing van de artikelen 22.73 en 22.239 wijst het college per kalenderjaar collectieve festiviteiten aan, gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.
- Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het begin van een nieuw kalenderjaar bekend.
- Als een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was, kan het college een festiviteit meteen als collectieve festiviteit aanwijzen. Artikel 11.10 Incidentele festiviteiten
- Het is een milieubelastende activiteit als
Subparagraaf 22.3.4.2 toegestaan op maximaal 7 dagen of dagdelen per kalenderjaar incidentele festiviteiten te houden waarbij de geluidsnormen,
de artikelen 22.63 tot en met 22.71, niet van toepassing zijn, mits dit ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit is gemeld. 2. Het is een milieubelastende activiteit als
Paragraaf 22.3.22 toegestaan om tijdens maximaal 7 dagen of dagdelen per kalenderjaar in verband met de viering van incidentele festiviteiten de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 22.239, eerste lid, niet van toepassing is, dit ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit is gemeld.
- De melding wordt geacht te zijn gedaan als het college op het verzoek van degene die de activiteit verricht een incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, meteen toestaat.
- Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren gesloten, behalve voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen.
- Het college kan maatwerkvoorschriften stellen over de festiviteiten ter voorkoming of beperking van geluidhinder. Hoofdstuk 12 Delegatiebepalingen Afdeling 12.1 Delegatiebepalingen Paragraaf 12.1.1 Infrastructuur en openbaar toegankelijk gebied Artikel 12.1 Delegatie nadere regels stellen uitrit aanleggen of veranderen Het college is bevoegd om in Paragraaf 5.2.12 regels te stellen over het aanleggen en veranderen van een uitrit naar de openbare weg in beheer bij de gemeente, die gaan over afmetingen, ligging en het materiaalgebruik van de uitrit. Artikel 12.2 Delegatie locatie -naam (verbod opslag voorwerpen en stoffen) Het college is bevoegd de locatie,
Artikel 5
.82, waar een verbod geldt tot het opslaan van voorwerpen en stoffen, te wijzigen. Artikel 12.3 Delegatie crossterrein en nadere regels stellen 1. Het college is bevoegd om het werkingsgebied van Artikel 5.99 uit te breiden door gebieden aan te wijzen waar het verbod,
Artikel 5.99, niet geldt.
- Het college kan in Paragraaf 5.2.17 algemene regels stellen over het gebruik van deze gebieden en terreinen. Paragraaf 12.1.2 Cultureel erfgoed Artikel 12.4 Delegatie aanwijzing gemeentelijk monument
- Het college is bevoegd de aanwijzing van een onroerende zaak als gemeentelijk monument,
Artikel 4.23 te wijzigen door: a.
de aanwijzing gemeentelijk monument toe te delen aan gebouwen; b. de aanwijzing gemeentelijk monument in omvang te wijzigen; en c. de aanwijzing gemeentelijk monument van gebouwen te verwijderen.
- Voordat het college een ontwerpbesluit neemt tot wijziging van de functie-aanduiding gemeentelijk monument, vraagt het advies aan de BEL adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit.
- Voordat het college een ontwerpbesluit neemt tot wijziging van de functie-aanduiding gemeentelijk monument, informeert het de eigenaar. Artikel 12.5 Delegatie functie-aanduiding beschermd dorpsgezicht
- Het college is bevoegd de functie-aanduiding beschermd dorpsgezicht,
Artikel 4.24, te wijzigen door: a.
de functie-aanduiding gemeentelijk beschermd dorpsgezicht toe te delen aan gebouwen; b. de functie-aanduiding gemeentelijk beschermd dorpsgezicht in omvang te verkleinen of te vergroten; en c. de functie-aanduiding gemeentelijk beschermd dorpsgezicht van gebouwen te verwijderen. 2. Voordat het college een ontwerpbesluit neemt tot wijziging van de functie-aanduiding beschermd dorpsgezicht, vraagt het advies aan de BEL adviesco