/akn/nl/act/gemeente/2024/CVDR696204 /join/id/stop/work_006 /akn/nl/act/gm0171/2020/omgevingsplan /join/id/stop/work_019 2026-01-29 2026-01-29 /akn/nl/act/gemeente/2024/CVDR696204/nld@2026-01-29 /join/id/proces/gm0171/2020/Bruidsschat-InstellingInitieleRegelingVersieDoorRijk /join/id/proces/gm0171/2024/proceduread01abbdbde74d7ebd67acaa900739f1 /join/id/proces/gm0171/2025/procedurecfbb1f324d6e46cbb709b995dfc45c17 /join/id/proces/gm0171/2026/procedure7b232b42b2dc4ef4be41e48734fe47b1 2026-01-29 2026-05-07 2026-01-29 2026-05-07 2026-01-29 2026-05-07 /akn/nl/act/gm0171/2020/omgevingsplan/nld@2026-01-28;10373788 /akn/nl/act/gm0171/2020/omgevingsplan /akn/nl/act/gm0171/2020/omgevingsplan/nld@2026-01-28;10373788 /join/id/stop/work_019 4 Omgevingsplan gemeente Noordoostpolder Hoofdstuk 1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1.1 Begripsbepalingen
- Voor dit omgevingsplan gelden de begripsbepalingen in bijlage II.
- Voor dit omgevingsplan gelden ook de begripsbepalingen uit: a. bijlage l bij de Omgevingswet; b. bijlage l bij het Besluit activiteiten leefomgeving; c. bijlage l bij het Besluit bouwwerken leefomgeving; d. bijlage l bij het Besluit kwaliteit leefomgeving; e. bijlage l bij het Omgevingsbesluit; f. bijlage l bij de Omgevingsregeling. Artikel 1.2 Toepasbare regels artikel 2.29 Besluit bouwwerken leefomgeving Dit artikel bevat geen juridische regels. Het zorgt voor het mogelijk maken van dienstverlening in het Digitaal Stelsel Omgevingswet op van Rijkswege toestemmingsvrije activiteiten. De juridische regels zijn te vinden in artikel 2.29 Besluit bouwwerken leefomgeving. Hoofdstuk 2 Doelen Hoofdstuk 3 Programma's Hoofdstuk 4 Aanwijzingen in de fysieke leefomgeving Afdeling 4.1 Beperkingengebieden Paragraaf 4.1.1 Cultureel erfgoed Artikel 4.1 Archeologisch waardevol gebied – aanwijzing De locatie archeologisch waardevol gebied - aanwijzing is aangewezen als archeologisch waardevol gebied. Paragraaf 4.1.2 Kabels en leidingen Artikel 4.2 Belemmeringenzone rioolpersleiding – aanwijzing De locatie belemmeringzone rioolpersleiding – aanwijzing is aangewezen als belemmeringenzone rioolpersleiding. Artikel 4.3 Belemmeringenzone hoogspanningsverbinding bovengronds – aanwijzing De locatie belemmeringzone hoogspanningsverbinding bovengronds - aanwijzing is aangewezen als belemmeringenzone hoogspanningsverbinding bovengronds. Paragraaf 4.1.3 Landschapswaarden Artikel 4.4 Ecologisch waardevol gebied - aanwijzing De locatie ecologisch waardevol gebied - aanwijzing is aangewezen als ecologische waardevol gebied. Paragraaf 4.1.4 Hemelwater en grondwater afvoer Artikel 4.5 Hemelwater en grondwater afvoer - aanwijzing De locatie hemelwater en grondwaterafvoer gebied - aanwijzing is aangewezen als gebied waarin het verboden is om hemelwater en grondwater te lozen in het openbare vuilwaterriool zoals bedoeld in artikel 3.3.1 van de Verordening fysieke leefomgeving gemeente Noordoostpolder. Hoofdstuk 5 Activiteiten algemeen Afdeling 5.1 Algemeen Artikel 5.1 Normadressaat Aan de regels in dit omgevingsplan wordt voldaan door degene die de activiteit verricht, tenzij anders is bepaald. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit. Artikel 5.2 Maatwerkvoorschiften [22.4]
- Het bevoegd gezag kan een maatwerkvoorschrift stellen over hoofdstuk 6 en hoofdstuk 7, met uitzondering van bepalingen over meet- en rekenmethoden.
- Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van de artikelen in hoofdstuk 6 en hoofdstuk
- Afdeling 5.2 Inperking vanwege externe veiligheid Artikel 5.3 Inperking vanwege externe veiligheid [22.39, onder c] Artikel 6.94 en artikel 7.64 zijn niet van toepassing op een activiteit die wordt verricht op een locatie binnen een afstand als bedoeld in: a. artikel 4.421, eerste lid, onder b, of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, van dat artikel van toepassing is; b. artikel 4.472c, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is; c. artikel 4.484, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is; d. artikel 4.524, eerste of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het derde lid van dat artikel van toepassing is; e. artikel 4.532, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is; f. artikel 4.542, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is; g. artikel 4.866, eerste of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het derde lid van dat artikel van toepassing is; h. artikel 4.899, eerste lid, onder b, of derde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is; i. artikel 4.905, eerste lid, onder b, of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het derde lid van dat artikel van toepassing is; j. artikel 4.914, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is; k. artikel 4.962, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is; l. artikel 4.1008, eerste lid, onder b, of tweede lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, het tweede lid, aanhef en onder b, of het derde lid van dat artikel van toepassing is; of m. artikel 4.1101, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is. Hoofdstuk 6 Gebruiksactiviteiten Afdeling 6.1 Algemene gebruiksregels Paragraaf 6.1.1 Regels voor alle gebruiksactiviteiten Artikel 6.1 Toepassingsbereik
- Hoofdstuk 6 is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken.
- De regels in hoofdstuk 6 gelden binnen transitiefase Noordoostpolder.
- Gebruiksactiviteiten anders dan toegestaan in hoofdstuk 6 zijn verboden. Artikel 6.2 Specifieke zorgplicht gebruik bouwwerk [22.18]
- Degene die een bouwwerk gebruikt en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat dit gebruik tot gevaar voor de gezondheid of veiligheid kan leiden, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om dat gevaar te voorkomen of niet te laten voortduren.
- Degene die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn handelen of nalaten in, op of aan een bouwwerk overlast of hinder veroorzaakt of kan veroorzaken voor de omgeving, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die overlast of hinder te voorkomen of niet te laten voortduren. Het gaat daarbij in elk geval om overlast of hinder door: a. het op hinderlijke wijze verspreiden van rook, roet, walm, stof, stank, vocht of irriterend materiaal; b. het veroorzaken van overlast door geluid, trilling, dieren of verontreiniging; en c. het nalaten van het normale onderhoud waardoor het bouwwerk zich niet in een zindelijke staat bevindt.
- Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik van bouwwerken, bedoeld in afdeling 6.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving. Artikel 6.3 Specifieke zorgplicht staat en gebruik open erven en terreinen [22.20]
- De eigenaar of degene die uit anderen hoofde bevoegd is tot het treffen van voorzieningen aan het open erf of terrein en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat de staat van het open erf of terrein tot gevaar voor de gezondheid of de veiligheid kan leiden, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om dat gevaar te voorkomen of niet te laten voortduren.
- Degene die een open erf of terrein gebruikt en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat dit gebruik tot gevaar voor de gezondheid of de veiligheid kan leiden, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om dat gevaar te voorkomen of niet te laten voortduren.
- Degene die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn handelen of nalaten op een open erf of terrein overlast of hinder veroorzaakt of kan veroorzaken voor de omgeving, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die overlast of hinder te voorkomen of niet te laten voortduren. Het gaat daarbij in elk geval om overlast of hinder door: a. het op hinderlijke wijze verspreiden van rook, roet, walm, stof, stank, vocht of irriterend materiaal; b. het veroorzaken van overlast door geluid, trilling, dieren of verontreiniging; en c. het nalaten van het normale onderhoud waardoor het open erf of terrein zich niet in een zindelijke staat bevindt. Artikel 6.4 Overbewoning woonruimte [22.16]
- Met het oog op het beschermen van de gezondheid van de bewoners: a. wordt een woning niet bewoond door meer dan één persoon per 12 m2 gebruiksoppervlakte; en b. wordt een woonwagen niet bewoond door meer dan één persoon per 6 m2 gebruiksoppervlakte.
- Het eerste lid is niet van toepassing op woonruimte waarin door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers opvang aan asielzoekers wordt geboden. Artikel 6.5 Bouwvalligheid nabijgelegen bouwwerk [22.17 en 22.21] Met het oog op het waarborgen van de veiligheid wordt een bouwwerk of een open terrein niet gebruikt als door of namens het bevoegd gezag is medegedeeld dat het gebruik in verband met bouwvalligheid van een in de nabijheid gelegen bouwwerk gevaarlijk is. Artikel 6.6 Aanwezigheid brandgevaarlijke stoffen nabij bouwwerken [22.19]
- Op een open erf of terrein nabij een bouwwerk is geen brandgevaarlijke stof als bedoeld in tabel 6.1 aanwezig.
- Het eerste lid is niet van toepassing als: a. de in tabel 6.1 aangegeven toegestane hoeveelheid per stof niet wordt overschreden, waarbij de totale toegestane hoeveelheid stoffen 100 kilogram of liter is; b. de stof deugdelijk is verpakt, waarbij:
- de verpakking tegen normale behandeling bestand is;
- de verpakking is voorzien van een adequate gevaarsaanduiding; en
- geen inhoud onvoorzien uit de verpakking kan ontsnappen; en c. de stof wordt gebruikt met inachtneming van de op de verpakking aangegeven gevaarsaanduidingen.
- Het eerste lid is niet van toepassing op: a. brandstof in het reservoir van een verbrandingsmotor; b. brandstof in een verlichtings-, verwarmings- of ander warmteontwikkelend toestel; c. voor consumptie bestemde alcoholhoudende dranken; d. gasflessen tot een totale waterinhoud van 115 liter; e. dieselolie, gasolie of lichte stookolie met een vlampunt tussen de 61 °C en 100 °C tot een totale hoeveelheid van 1.000 liter; en f. brandgevaarlijke stoffen voor zover de aanwezigheid daarvan op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving of een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is toegestaan.
- Bij het berekenen van de toegestane hoeveelheid, bedoeld in het tweede lid, onder a, wordt een aangebroken verpakking als een volle meegerekend.
- In afwijking van het derde lid, aanhef en onder e, is de aanwezigheid van meer dan 1.000 liter van een oliesoort als bedoeld in dat onderdeel toegestaan als die oliesoort op zodanige wijze wordt opgeslagen en gebruikt dat het ontstaan van een brandgevaarlijke situatie en de ontwikkeling van brand voldoende worden voorkomen. Tabel 6.1 Brandgevaarlijke stoffen ADR-klasse1 Omschrijving Verpakkingsgroep Toegestane maximum hoeveelheid 2 UN 1950 spuitbussen & UN 2037 houders, klein, gas Gassen zoals propaan, zuurstof, acetyleen, aerosolen (spuitbussen) n.v.t. 50 kg 3 Brandbare vloeistoffen zoals bepaalde oplosmiddelen en aceton II 25 liter 3 excl. dieselolie, gasolie of lichte stookolie met een vlampunt tussen 61°C en 100°C Brandbare vloeistoffen zoals terpentine en bepaalde inkten III 50 liter 4.1, 4.2, 4.3 4.1: brandbare vaste stoffen, zelfontledende vaste stoffen en vaste ontplofbare stoffen in niet-explosieve toestand zoals wrijvingslucifers, zwavel en metaalpoeders 4.2: voor zelfontbranding vatbare stoffen zoals fosfor (wit of geel) en diethylzink 4.3: stoffen die in contact met water brandbare gassen ontwikkelen zoals magnesiumpoeder, natrium en calciumcarbide II en III 50 kg 5.1 Brandbevorderende stoffen zoals waterstofperoxide II en III 50 liter 5.2 Organische peroxiden zoals dicumyl peroxide en di-propionyl peroxide n.v.t. 1 liter 1 Classificatie volgens de Europese overeenkomst van 30 september 1957 betreffende hetinternationaal vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg (Trb. 1959, 171). Artikel 6.7 Ondergeschikt bijbehorend gebruik bij gebruiksactiviteiten - toegestaan Als ondergeschikt bijbehorend gebruik bij de ter plaatse in hoofdstuk 6 toegestane gebruiksactiviteiten zijn de volgende activiteiten en voorzieningen toegestaan: a. groenvoorzieningen; b. nutsvoorzieningen; c. parkeervoorzieningen; d. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; e. kunstwerken; f. speelvoorzieningen; g. kunstobjecten; h. ontsluitingswegen en paden. Afdeling 6.2 Openbaar nut activiteiten Paragraaf 6.2.1 Openbaar nut activiteiten Subparagraaf 6.2.1.1 Openbaar nut activiteiten - toegestaan Artikel 6.8 Toepassingsbereik
- Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'openbaar nut activiteiten'.
- Onder 'openbaar nut activiteiten' wordt verstaan: Het exploiteren van een voorziening ten dienste van een bedrijf, zoals bijvoorbeeld een zend-/ontvangstinstallatie, of een gas- en elektriciteitsbedrijf, dat opereert in een sector die beschouwd wordt van openbaar nut te zijn omdat het belangrijke producten of diensten ten nutte van het publiek levert. Daaronder niet begrepen gasdrukregel- en meetstations.
- De regels in deze subparagraaf gelden voor openbaar nut activiteiten - toegestaan. Artikel 6.9 Openbaar nut activiteiten - toegestaan Het gebruik voor 'openbaar nut activiteiten' is toegestaan. Paragraaf 6.2.2 Openbaar nut activiteiten hoogspanningsverbinding Subparagraaf 6.2.2.1 Openbaar nut activiteiten hoogspanningsverbinding - toegestaan Artikel 6.10 Toepassingsbereik
- Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'openbaar nut activiteiten hoogspanningsverbinding'.
- Onder 'openbaar nut activiteiten hoogspanningsverbinding' wordt verstaan: het exploiteren en beheren van een hoogspanningsverbinding.
- De regels in deze subparagraaf gelden binnen het gebied zoals aangewezen in artikel 4.
- Artikel 6.11 Openbaar nut activiteiten hoogspanningsverbinding - toegestaan Het gebruik voor 'openbaar nut activiteiten hoogspanningsverbinding' is toegestaan. Paragraaf 6.2.3 Openbaar nut activiteiten rioolpersleiding Subparagraaf 6.2.3.1 Openbaar nut activiteiten rioolpersleiding - toegestaan Artikel 6.12 Toepassingsbereik
- Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'openbaar nut activiteiten rioolpersleiding'.
- Onder 'openbaar nut activiteiten rioolpersleiding' wordt verstaan: het exploiteren en beheren van een rioolpersleiding.
- De regels in deze subparagraaf gelden binnen het gebied zoals aangewezen in artikel 4.
- Artikel 6.13 Openbaar nut activiteiten rioolpersleiding - toegestaan Het gebruik voor 'openbaar nut activiteiten rioolpersleiding' is toegestaan. Afdeling 6.3 Agrarische activiteiten Paragraaf 6.3.1 Agrarische activiteiten grondgebonden Subparagraaf 6.3.1.1 Agrarische activiteit grondgebonden - toegestaan Artikel 6.14 Toepassingsbereik
- Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'agrarische activiteiten grondgebonden'.
- Onder 'agrarische activiteiten grondgebonden' wordt verstaan: het uitoefenen van grondgebonden bedrijvigheid geheel of overwegend gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen van producten door het telen van gewassen en/of het houden van dieren, waterhuishoudkundige voorzieningen, sloten en watergangen, extensieve openluchtrecreatie (zoals fiets- en voetpaden) en kavelpaden.
- De regels in deze subparagraaf gelden voor agrarische activiteit grondgebonden - toegestaan. Artikel 6.15 Agrarische activiteit grondgebonden - toegestaan Het gebruik voor 'agrarische activiteit grondgebonden' is toegestaan. Afdeling 6.4 Bedrijfsactiviteiten Paragraaf 6.4.1 Algemene regels bedrijfsactiviteiten Subparagraaf 6.4.1.1 Bedrijfsactiviteiten ondergeschikte kantooractiviteiten Subsubparagraaf 6.4.1.1.1 Bedrijfsactiviteiten ondergeschikte kantooractiviteiten - toegestaan Artikel 6.16 Toepassingsbereik
- Deze subsubparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'bedrijfsactiviteiten ondergeschikte kantooractiviteiten'.
- Onder 'bedrijfsactiviteiten ondergeschikte kantooractiviteiten' wordt verstaan: het uitoefenen van kantooractiviteiten uitsluitend ondergeschikt aan en ten behoeve van een ter plaatse in afdeling 6.4 toegestane bedrijfsactiviteit, mits de oppervlakte van die kantooractiviteiten niet meer bedraagt dan 30% van de vloeroppervlakte van het bijbehorende bedrijf.
- De regels in deze subparagraaf gelden voor bedrijfsactiviteiten ondergeschikte kantooractiviteiten - toegestaan. Artikel 6.17 Bedrijfsactiviteiten ondergeschikte kantooractiviteiten - toegestaan Het gebruik voor 'bedrijfsactiviteiten ondergeschikte kantooractiviteiten' is toegestaan. Subparagraaf 6.4.1.2 Bedrijfsactiviteiten niet genoemd of hogere categorie Subsubparagraaf 6.4.1.2.1 Bedrijfsactiviteiten niet genoemd of hogere categorie - vergunningplicht Artikel 6.18 Toepassingsbereik
- Deze subsubparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'bedrijfsactiviteiten niet genoemd of hogere categorie'.
- Onder 'bedrijfsactiviteiten niet genoemd of hogere categorie' wordt verstaan: het uitoefenen van een bedrijf dat niet genoemd is in de Staat van bedrijfsactiviteiten of die volgens de Staat van bedrijfsactiviteiten van een hogere categorie is dan toegestaan in paragraaf 6.4.2 tot en met 6.4.
- De regels in deze subparagraaf gelden voor Bedrijfsactiviteiten niet genoemd of hogere categorie - vergunningplicht. Artikel 6.19 Bedrijfsactiviteiten niet genoemd of hogere categorie - vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning de gronden en bouwwerken te gebruiken voor 'bedrijfsactiviteiten niet genoemd of hogere categorie'. Artikel 6.20 Bedrijfsactiviteiten niet genoemd of hogere categorie - beoordelingsregels De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.19 wordt alleen verleend als: a. het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving geacht kan worden te behoren tot de reeds toegestane categorie; b. het geen vuurwerkbedrijf betreft; c. er geen ovenevenredige aantasting plaatsvindt van:
- het straat- en bebouwingsbeeld;
- de milieusituatie;
- de verkeersveiligheid;
- de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
- de sociale veiligheid;
- de externe veiligheid. d. er op basis van het 'Parkeerbeleid 2025' of de daarop volgende versies van het parkeerbeleid, voldoende parkeergelegenheid is. Paragraaf 6.4.2 Bedrijfsactiviteiten 1 Subparagraaf 6.4.2.1 Bedrijfsactiviteiten 1 - toegestaan Artikel 6.21 Toepassingsbereik
- Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'bedrijfsactiviteiten 1'.
- Onder 'bedrijfsactiviteiten 1' wordt verstaan: het uitoefenen van een bedrijf genoemd in de categorie 1 van de Staat van bedrijfsactiviteiten.
- De regels in deze subparagraaf gelden voor bedrijfsactiviteiten 1 - toegestaan. Artikel 6.22 Bedrijfsactiviteiten 1 - toegestaan Het gebruik voor 'bedrijfsactiviteiten 1' is toegestaan. Paragraaf 6.4.3 Bedrijfsactiviteiten 2 Subparagraaf 6.4.3.1 Bedrijfsactiviteiten 2 - toegestaan Artikel 6.23 Toepassingsbereik
- Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'bedrijfsactiviteiten 2'.
- Onder 'bedrijfsactiviteiten 2' wordt verstaan: het uitoefenen van een bedrijf genoemd in de categorie 2 van Staat van bedrijfsactiviteiten.
- De regels in deze subparagraaf gelden voor bedrijfsactiviteiten 2 - toegestaan. Artikel 6.24 Bedrijfsactiviteiten 2 - toegestaan. Het gebruik voor 'bedrijfsactiviteiten 2' is toegestaan. Paragraaf 6.4.4 Bedrijfsactiviteiten 3.1 Subparagraaf 6.4.4.1 Bedrijfsactiviteiten 3.1 - toegestaan Artikel 6.25 Toepassingsbereik
- Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'bedrijfsactiviteiten 3.1'.
- Onder 'bedrijfsactiviteiten 3.1' wordt verstaan: het uitoefenen van een bedrijf genoemd in de categorie 3.1 van de Staat van bedrijfsactiviteiten.
- De regels in deze subparagraaf gelden voor bedrijfsactiviteiten 3.1 - toegestaan. Artikel 6.26 Bedrijfsactiviteiten 3.1 - toegestaan Het gebruik voor 'bedrijfsactiviteiten 3.1' is toegestaan. Paragraaf 6.4.5 Bedrijfsactiviteiten 3.2 Subparagraaf 6.4.5.1 Bedrijfsactiviteiten 3.2 - toegestaan Artikel 6.27 Toepassingsbereik
- Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'bedrijfsactiviteiten 3.2'.
- Onder 'bedrijfsactiviteiten 3.2' wordt verstaan: het uitoefenen van een bedrijf genoemd in de categorie 3.2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten.
- De regels in deze subparagraaf gelden voor bedrijfsactiviteiten 3.2 - toegestaan. Artikel 6.28 Bedrijfsactiviteiten 3.2 - toegestaan Het gebruik voor 'bedrijfsactiviteiten 3.2' is toegestaan. Paragraaf 6.4.6 Bedrijfsactiviteiten jachtbouw Subparagraaf 6.4.6.1 Bedrijfsactiviteiten jachtbouw - toegestaan Artikel 6.29 Toepassingsbereik
- Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'bedrijfsactiviteiten jachtbouw'.
- Onder 'bedrijfsactiviteiten jachtbouw' wordt verstaan: het vervaardigen en repareren van houten, kunststof en metalen schepen kleiner dan 25 m.
- De regels in deze subparagraaf gelden voor bedrijfsactiviteiten jachtbouw - toegestaan. Artikel 6.30 Bedrijfsactiviteiten jachtbouw - toegestaan Het gebruik voor 'bedrijfsactiviteiten jachtbouw' is toegestaan. Afdeling 6.5 Detailhandelsactiviteiten Paragraaf 6.5.1 Detailhandelsactiviteiten Subparagraaf 6.5.1.1 Detailhandelsactiviteiten - eerste bouwlaag - toegestaan Artikel 6.31 Toepassingsbereik
- Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'detailhandelsactiviteiten' op de eerste bouwlaag van een gebouw.
- Onder 'detailhandelsactiviteiten' wordt verstaan: het uitoefenen van detailhandel, hieronder niet begrepen het te koop aanbieden van een motorbrandstoffen.
- De regels in deze subparagraaf gelden voor detailhandelsactiviteiten - eerste bouwlaag - toegestaan. Artikel 6.32 Detailhandelsactiviteiten algemeen - eerste bouwlaag - toegestaan Het gebruik voor 'detailhandelsactiviteiten' is toegestaan. Paragraaf 6.5.2 Detailhandelsactiviteiten wooninrichting/stoffering Subparagraaf 6.5.2.1 Detailhandelsactiviteiten wooninrichting/stoffering - toegestaan Artikel 6.33 Toepassingsbereik
- Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'detailhandelsactiviteiten wooninrichting/stoffering'.
- Onder 'detailhandelsactiviteiten wooninrichting/stoffering' wordt verstaan: het uitoefenen van detailhandel in wooninrichtingsartikelen en/of stofferingen.
- De regels in deze subparagraaf gelden voor detailhandelsactiviteiten wooninrichting/stoffering - toegestaan. Artikel 6.34 Detailhandelsactiviteiten wooninrichting/stoffering - toegestaan Het gebruik voor 'detailhandelsactiviteiten wooninrichting/stoffering' is toegestaan. Paragraaf 6.5.3 Detailhandelsactiviteiten productiegebonden Subparagraaf 6.5.3.1 Detailhandelsactiviteiten productiegebonden - toegestaan Artikel 6.35 Toepassingsbereik
- Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'detailhandelsactiviteiten productiegebonden';
- Onder 'detailhandelsactiviteiten productiegebonden' wordt verstaan: het uitoefenen van detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsactiviteit ondergeschikt is aan de op grond van afdeling 6.4 toegedeelde productieactiviteit;
- De regels in deze subparagraaf gelden voor detailhandelsactiviteiten productiegebonden - toegestaan. Artikel 6.36 Detailhandelsactiviteiten productiegebonden - toegestaan Het gebruik voor 'detailhandelsactiviteiten productiegebonden' is toegestaan. Paragraaf 6.5.4 Detailhandelsactiviteiten in ABC-goederen Subparagraaf 6.5.4.1 Detailhandelsactiviteiten in ABC-goederen - toegestaan Artikel 6.37 Toepassingsbereik
- Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'detailhandelsactiviteiten in ABC-goederen';
- Onder 'detailhandelsactiviteiten in ABC-goederen' wordt verstaan: het uitoefenen van detailhandel uitsluitend in auto's, boten, caravans, landbouwwerktuigen en grove bouwmaterialen;
- De regels in deze subparagraaf gelden voor detailhandelsactiviteiten in ABC-goederen - toegestaan. Artikel 6.38 Detailhandelsactiviteiten in ABC goederen - toegestaan Het gebruik voor 'detailhandelsactiviteiten in ABC-goederen' is toegestaan. Paragraaf 6.5.5 Detailhandelsactiviteiten in brand- en explosiegevaarlijke stoffen Subparagraaf 6.5.5.1 Detailhandelsactiviteiten in brand- en explosiegevaarlijke stoffen - toegestaan Artikel 6.39 Toepassingsbereik
- Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'detailhandelsactiviteiten in brand- en explosiegevaarlijke stoffen';
- Onder 'detailhandelsactiviteiten in brand- en explosiegevaarlijke stoffen' wordt verstaan: het uitoefenen van detailhandel uitsluitend in brand- en explosiegevaarlijke stoffen, mits dit geen onevenredig gevaar en/of hinder oplevert voor de directe omgeving. Hieronder niet begrepen het te koop aanbieden van een motorbrandstoffen.
- De regels in deze subparagraaf gelden voor detailhandelsactiviteiten in brand- en explosiegevaarlijke stoffen - toegestaan. Artikel 6.40 Detailhandelsactiviteiten in brand- en explosiegevaarlijke stoffen - toegestaan Het gebruik voor 'detailhandelsactiviteiten in brand- en explosiegevaarlijke' stoffen is toegestaan. Paragraaf 6.5.6 Detailhandelsactiviteiten verkoop motorbrandstoffen Subparagraaf 6.5.6.1 Detailhandelsactiviteiten verkoop motorbrandstoffen - toegestaan Artikel 6.41 Toepassingsbereik
- Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'detailhandelsactiviteiten verkoop motorbrandstoffen'.
- Onder 'detailhandelsactiviteiten verkoop motorbrandstoffen' wordt verstaan: het uitoefenen van detailhandel in uitsluitend motorbrandstoffen en daarbij behorende producten. Hieronder niet begrepen lpg.
- De regels in deze subparagraaf gelden voor detailhandelsactiviteiten verkoop motorbrandstoffen - toegestaan. Artikel 6.42 Detailhandelsactiviteiten verkoop motorbrandstoffen - toegestaan Het gebruik voor 'detailhandelsactiviteiten verkoop motorbrandstoffen' is toegestaan. Paragraaf 6.5.7 Detailhandelsactiviteiten watersportbeurs Subparagraaf 6.5.7.1 Detailhandelsactiviteiten watersportbeurs - toegestaan Artikel 6.43 Toepassingsbereik
- Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'detailhandelsactiviteiten watersportbeurs'.
- Onder 'detailhandelsactiviteiten watersportbeurs' wordt verstaan: het houden van een watersportbeurs met de bijbehorende detailhandel in aan watersport gerelateerde producten.
- De regels in deze subparagraaf gelden voor detailhandelsactiviteiten watersportbeurs - toegestaan. Artikel 6.44 Detailhandelsactiviteiten watersportbeurs - toegestaan Het gebruik voor 'detailhandelsactiviteiten watersportbeurs' is toegestaan. Afdeling 6.6 Dienstverlenende activiteiten Paragraaf 6.6.1 Dienstverlenende activiteiten Subparagraaf 6.6.1.1 Dienstverlenende activiteiten - eerste bouwlaag - toegestaan Artikel 6.45 Toepassingsbereik
- Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'dienstverlenende activiteiten' op de eerste bouwlaag van een gebouw.
- Onder 'dienstverlenende activiteiten' wordt verstaan: het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij, het publiek rechtstreeks al dan niet via een balie te woord wordt gestaan en geholpen, waaronder zijn begrepen kapperszaken, schoonheidsinstituten, fotostudio's en naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen, evenwel met uitzondering van een garagebedrijf en een seksinrichting.
- De regels in deze subparagraaf gelden voor dienstverlenende activiteiten - eerste bouwlaag - toegestaan. Artikel 6.46 Dienstverlenende activiteiten - eerste bouwlaag - toegestaan Het gebruik voor 'dienstverlenende activiteiten ' is toegestaan. Afdeling 6.7 Horeca activiteiten Paragraaf 6.7.1 Horeca 1 activiteiten Subparagraaf 6.7.1.1 Horeca 1 activiteiten - toegestaan Artikel 6.47 Toepassingsbereik
- Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'horeca 1 activiteiten'.
- Onder 'horeca 1 activiteiten' wordt verstaan: het uitoefenen van een onderneming die gericht is op het bieden van logies (hotelactiviteit) en het verstrekken van maaltijden voor gebruik ter plaatse (restaurantactiviteit) met daarbij behorende terrassen. Hieronder niet begrepen een erotisch getinte vermaaksactiviteit.
- De regels in deze subparagraaf gelden voor horeca 1 activiteiten - toegestaan. Artikel 6.48 Horeca 1 activiteiten - toegestaan Het gebruik voor 'horeca 1 activiteiten' is toegestaan. Subparagraaf 6.7.1.2 Horeca 1 activiteiten - eerste bouwlaag - toegestaan Artikel 6.49 Toepassingsbereik
- Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'horeca 1 activiteiten' op de eerste bouwlaag van een gebouw.
- Onder 'horeca 1 activiteiten' wordt verstaan: het uitoefenen van een onderneming die gericht is op het bieden van logies (hotelactiviteit) en het verstrekken van maaltijden voor gebruik ter plaatse (restaurantactiviteit) met daarbij behorende terrassen. Hieronder niet begrepen een erotisch getinte vermaaksactiviteit.
- De regels in deze subparagraaf gelden voor horeca 1 activiteiten - eerste bouwlaag - toegestaan. Artikel 6.50 Horeca 1 activiteiten - eerste bouwlaag - toegestaan Het gebruik voor 'horeca 1 activiteiten' is toegestaan. Paragraaf 6.7.2 Horeca 2 activiteiten Subparagraaf 6.7.2.1 Horeca 2 activiteiten - toegestaan Artikel 6.51 Toepassingsbereik
- Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'horeca 2 activiteiten'.
- Onder horeca 2 activiteiten wordt verstaan: het uitoefenen van een onderneming die gericht is op het ter plaatse verstrekken van dranken met daarbij behorende terrassen. Hieronder niet begrepen een erotisch getinte vermaaksactiviteit.
- De regels in deze subparagraaf gelden voor horeca 2 activiteiten - toegestaan. Artikel 6.52 Horeca 2 activiteiten - toegestaan Het gebruik voor horeca 2 activiteiten is toegestaan. Subparagraaf 6.7.2.2 Horeca 2 activiteiten - eerste bouwlaag - toegestaan Artikel 6.53 Toepassingsbereik
- Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'horeca 2 activiteiten' op de eerste bouwlaag van een gebouw.
- Onder 'horeca 2 activiteiten' wordt verstaan: het uitoefenen van een onderneming die gericht is op het ter plaatse verstrekken van dranken met daarbij behorende terrassen. Hieronder niet begrepen een erotisch getinte vermaaksactiviteit.
- De regels in deze subparagraaf gelden voor horeca 2 activiteiten - eerste bouwlaag - toegestaan. Artikel 6.54 Horeca 2 activiteiten - eerste bouwlaag - toegestaan Het gebruik voor 'horeca 2 activiteiten' is toegestaan. Afdeling 6.8 Maatschappelijke activiteiten Paragraaf 6.8.1 Woonzorgactiviteiten Subparagraaf 6.8.1.1 Woonzorgactiviteiten - toegestaan Artikel 6.55 Toepassingsbereik
- Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'woonzorgactiviteiten'.
- Onder 'woonzorgactiviteiten' wordt verstaan: het aanbieden en gebruiken van zorggerelateerde woonvormen voor bewoners en begeleiders.
- De regels van de subparagraaf gelden voor woonzorgactiviteiten - toegestaan. Artikel 6.56 Woonzorgactiviteiten - toegestaan Het gebruik voor 'woonzorgactiviteiten' is toegestaan. Subparagraaf 6.8.1.2 Woonzorgactiviteiten - eerste bouwlaag - toegestaan Artikel 6.57 Toepassingsbereik
- Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'woonzorgactiviteiten' op de eerste bouwlaag van een gebouw.
- Onder 'woonzorgactiviteiten' wordt verstaan: het aanbieden en gebruiken van zorggerelateerde woonvormen voor bewoners en begeleiders.
- De regels van de subparagraaf gelden voor woonzorgactiviteiten - eerste bouwlaag - toegestaan. Artikel 6.58 Woonzorgactiviteiten - eerste bouwlaag - toegestaan Het gebruik voor 'woonzorgactiviteiten' is toegestaan. Paragraaf 6.8.2 Medische activiteiten Subparagraaf 6.8.2.1 Medische activiteiten - toegestaan Artikel 6.59 Toepassingsbereik
- Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'medische activiteiten'.
- Onder medische activiteiten wordt verstaan: het verlenen van medische en paramedische diensten.
- De regels in deze subparagraaf gelden voor medische activiteiten - toegestaan. Artikel 6.60 Medische activiteiten - toegestaan Het gebruik voor 'medische activiteiten' is toegestaan Subparagraaf 6.8.2.2 Medische activiteiten - eerste bouwlaag - toegestaan Artikel 6.61 Toepassingsbereik
- Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'medische activiteiten' op de eerste bouwlaag van een gebouw.
- Onder 'medische activiteiten' wordt verstaan: het verlenen van medische en paramedische diensten.
- De regels in deze subparagraaf gelden voor medische activiteiten - eerste bouwlaag - toegestaan. Artikel 6.62 Medische activiteiten - eerste bouwlaag - toegestaan Het gebruik voor 'medische activiteiten' is toegestaan. Paragraaf 6.8.3 Sociale activiteiten Subparagraaf 6.8.3.1 Sociale activiteiten - toegestaan Artikel 6.63 Toepassingsbereik
- Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'sociale activiteiten'.
- Onder 'sociale activiteiten' wordt verstaan: het verlenen van sociale diensten. Daaronder niet begrepen een seksinrichting.
- De regels in deze subparagraaf gelden voor sociale activiteiten - toegestaan. Artikel 6.64 Sociale activiteiten - toegestaan Het gebruik voor 'sociale activiteiten' is toegestaan. Subparagraaf 6.8.3.2 Sociale activiteiten - eerste bouwlaag - toegestaan Artikel 6.65 Toepassingsbereik
- Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'sociale activiteiten' op de eerste bouwlaag van een gebouw.
- Onder 'sociale activiteiten' wordt verstaan: het verlenen van sociale diensten. Daaronder niet begrepen een seksinrichting.
- De regels in deze subparagraaf gelden voor sociale activiteiten - eerste bouwlaag - toegestaan. Artikel 6.66 Sociale activiteiten - eerste bouwlaag - toegestaan Het gebruik voor 'sociale activiteiten' is toegestaan. Paragraaf 6.8.4 Opvangactiviteiten Subparagraaf 6.8.4.1 Opvangactiviteiten - toegestaan Artikel 6.67 Toepassingsbereik
- Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'opvangactiviteiten'.
- Onder 'opvangactiviteiten' worden verstaan: het opvangen van personen, hieronder in ieder geval begrepen kinderopvang en dagbesteding.
- De regels in deze subparagraaf gelden voor opvangactiviteiten - toegestaan. Artikel 6.68 Opvangactiviteiten - toegestaan Het gebruik voor 'opvangactiviteiten' is toegestaan. Subparagraaf 6.8.4.2 Opvang activiteiten - eerste bouwlaag - toegestaan Artikel 6.69 Toepassingsbereik
- Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'opvangactiviteiten' op de eerste bouwlaag van een gebouw.
- Onder 'opvangactiviteiten' worden verstaan: het opvangen van personen, hieronder in ieder geval begrepen kinderopvang en dagbesteding.
- De regels in deze subparagraaf gelden voor opvangactiviteiten - eerste bouwlaag - toegestaan. Artikel 6.70 Opvangactiviteiten - eerste bouwlaag - toegestaan Het gebruik voor 'opvangactiviteiten' is toegestaan. Paragraaf 6.8.5 Educatieve activiteiten Subparagraaf 6.8.5.1 Educatieve activiteiten - toegestaan Artikel 6.71 Toepassingsbereik
- Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'educatieve activiteiten'.
- Onder 'educatieve activiteiten' worden verstaan: het verlenen van educatieve diensten.
- De regels in deze subparagraaf gelden voor educatieve activiteiten - toegestaan. Artikel 6.72 Educatieve activiteiten - toegestaan Het gebruik voor 'educatieve activiteiten' is toegestaan. Subparagraaf 6.8.5.2 Educatieve activiteiten - eerste bouwlaag - toegestaan Artikel 6.73 Toepassingsbereik
- Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'educatieve activiteiten' op de eerste bouwlaag van een gebouw.
- Onder educatieve activiteiten worden verstaan: het verlenen van educatieve diensten.
- De regels in deze subparagraaf gelden voor educatieve activiteiten - eerste bouwlaag - toegestaan. Artikel 6.74 Educatieve activiteiten - eerste bouwlaag - toegestaan Het gebruik voor 'educatieve activiteiten' is toegestaan. Paragraaf 6.8.6 Culturele activiteiten Subparagraaf 6.8.6.1 Culturele activiteiten - toegestaan Artikel 6.75 Toepassingsbereik
- Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'culturele activiteiten'.
- Onder 'culturele activiteiten wordt verstaan: het verlenen van culturele diensten.
- De regels in deze subparagraaf gelden voor culturele activiteiten - toegestaan. Artikel 6.76 Culturele activiteiten - toegestaan Het gebruik voor 'culturele activiteiten' is toegestaan. Subparagraaf 6.8.6.2 Culturele activiteiten - eerste bouwlaag - toegestaan Artikel 6.77 Toepassingsbereik
- Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'culturele activiteiten' op de eerste bouwlaag van een gebouw.
- Onder 'culturele activiteiten' wordt verstaan: het verlenen van culturele diensten.
- De regels in deze subparagraaf gelden voor culturele activiteiten - eerste bouwlaag - toegestaan. Artikel 6.78 Culturele activiteiten - eerste bouwlaag - toegestaan Het gebruik voor 'culturele activiteiten' is toegestaan. Paragraaf 6.8.7 Religieuze activiteiten Subparagraaf 6.8.7.1 Religieuze activiteiten - toegestaan Artikel 6.79 Toepassingsbereik
- Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'religieuze activiteiten'.
- Onder religieuze activiteiten wordt verstaan: het houden van religieuze diensten en bijeenkomsten.
- De regels in deze subparagraaf gelden voor religieuze activiteiten - toegestaan. Artikel 6.80 Religieuze activiteiten toegestaan Het gebruik voor 'religieuze' activiteiten is toegestaan. Subparagraaf 6.8.7.2 Religieuze activiteiten - eerste bouwlaag - toegestaan Artikel 6.81 Toepassingsbereik
- Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'religieuze activiteiten' op de eerste bouwlaag van een gebouw.
- Onder 'religieuze activiteiten' wordt verstaan: het houden van religieuze diensten en bijeenkomsten.
- De regels in deze subparagraaf gelden voor religieuze activiteiten - eerste bouwlaag - toegestaan. Artikel 6.82 Religieuze activiteiten - eerste bouwlaag - toegestaan Het gebruik voor 'religieuze activiteiten' is toegestaan. Paragraaf 6.8.8 Begraafplaats activiteiten Subparagraaf 6.8.8.1 Begraafplaats activiteiten - toegestaan Artikel 6.83 Toepassingsbereik
- Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'begraafplaats activiteiten'.
- Onder 'begraafplaats activiteiten' wordt verstaan: het uitoefenen van bij begraafplaats passende activiteiten, hieronder begrepen in ieder geval het houden van uitvaarten, begraven, bijzetten van urnen, het uitstrooien van as en het gedenken van overledenen.
- De regels van de subparagraaf gelden voor begraafplaats activiteiten - toegestaan. Artikel 6.84 Begraafplaats activiteiten - toegestaan Het gebruik voor 'begraafplaats activiteiten' is toegestaan. Afdeling 6.9 Sportactiviteiten Paragraaf 6.9.1 Sportactiviteiten Subparagraaf 6.9.1.1 Sportactiviteiten - toegestaan Artikel 6.85 Toepassingsbereik
- Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'sportactiviteiten'.
- Onder 'sportactiviteiten' algemeen wordt verstaan: sporten en spelen, met het daarbij behorende gebruik van een sportkantine, het in stand houden van geluidwerende voorzieningen en het houden van kleinschalige evenementen. Met dien verstande dat gemotoriseerde en gemechaniseerde sporten en sporten met dieren zijn uitgesloten.
- De regels in deze subparagraaf gelden voor sportactiviteiten - toegestaan. Artikel 6.86 Sportactiviteiten - toegestaan Het gebruik voor 'sportactiviteiten' is toegestaan. Afdeling 6.10 Recreatieve activiteiten Paragraaf 6.10.1 Volkstuinactiviteiten Subparagraaf 6.10.1.1 Volkstuinactiviteiten - toegestaan Artikel 6.87 Toepassingsbereik
- Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'volkstuinactiviteiten'.
- Onder 'volkstuinactiviteiten' wordt verstaan: het uitoefenen van niet-bedrijfsmatige tuinbouw.
- De regels in deze subparagraaf gelden voor volkstuinactiviteiten - toegestaan. Artikel 6.88 Volkstuinactiviteiten - toegestaan Het gebruik voor 'volkstuinactiviteiten' is toegestaan. Paragraaf 6.10.2 Extensieve openluchtrecreatieve activiteiten Subparagraaf 6.10.2.1 Extensieve openluchtrecreatieve activiteiten - toegestaan Artikel 6.89 Toepassingsbereik
- Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'extensieve openluchtrecreatieve activiteiten';
- Onder 'extensieve openluchtrecreatieve activiteiten' wordt verstaan: het recreëren in de open lucht waarbij de recreatie geen specifiek beslag legt op de ruimte. Hieronder in ieder geval begrepen wandel-, ruiter- en fietspaden.
- De regels in deze subparagraaf gelden voor extensieve openluchtrecreatie activiteiten - toegestaan. Artikel 6.90 Extensieve openluchtrecreatieve activiteiten - toegestaan Het gebruik voor 'extensieve openluchtrecreatieve activiteiten' is toegestaan. Afdeling 6.11 Woonactiviteiten Paragraaf 6.11.1 Algemene regels woonactiviteiten Subparagraaf 6.11.1.1 Ondergeschikte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten Subsubparagraaf 6.11.1.1.1 Ondergeschikte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten - toegestaan Artikel 6.91 Toepassingsbereik
- Deze subsubparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'ondergeschikte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten'.
- Onder 'ondergeschikte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten' wordt verstaan: a. de uitoefening van een beroep op administratief, maatschappelijk, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig of een daarmee gelijk te stellen gebied, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend, waarbij in overwegende mate de woonactiviteit blijft behouden en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonactiviteit in overeenstemming is; b. de uitoefening van activiteiten in de vorm van kantooractiviteiten, grafische vormgeving, media- en reclamediensten, advisering, financiële dienstverlening, digitale dienstverlening, handelsbemiddeling, reisbemiddeling, makelaardij, reparatie ten behoeve van particulieren (exclusief auto's en motorfietsen) of persoonlijke dienstverlening, of naar aard en omvang daarmee gelijk te stellen activiteiten, die door hun beperkte omvang in of bij een woning met behoud van de woonactiviteit kan worden uitgeoefend, waarbij in overwegende mate de woonactiviteit blijft behouden en die een ruimtelijke uitwerking of uitstraling hebben die met de woonactiviteit in overeenstemming zijn.
- De regels in deze subparagraaf gelden voor ondergeschikte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit - toegestaan. Artikel 6.92 Ondergeschikte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten - toegestaan Het gebruik voor 'ondergeschikte aan huis verbonden beroep- of bedrijfsactiviteit' is toegestaan als: a. de oppervlakte van een aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit niet meer bedraagt dan 30% van de oppervlakte van de woning; b. de oppervlakte van een aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit niet meer bedraagt dan 60% van de toegelaten oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken; c. de gezamenlijke oppervlakte voor aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten niet meer bedraagt dan 75 m2 per woning; d. de uitstraling van de woning intact blijft; e. er geen detailhandel wordt uitgeoefend; f. het gebruik voor de aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit geen onevenredig nadelige gevolgen heeft voor de afwikkeling van het verkeer; g. op grond van het 'Parkeerbeleid 2025' of de daarop volgende versies van het parkeerbeleid, voldoende parkeergelegenheid is; h. de aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit uitsluitend wordt uitgeoefend door een bewoner van de woning. Subparagraaf 6.11.1.2 Mantelzorgactiviteiten Subsubparagraaf 6.11.1.2.1 Mantelzorgactiviteiten - toegestaan [22.36, onder c] Artikel 6.93 Toepassingsbereik
- Deze subsubparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'mantelzorgactivteiten'.
- Onder 'mantelzorgactiviteiten' wordt verstaan: huisvesting in verband met mantelzorg in bestaande bouwwerken in of bij een woning. Artikel 6.94 Mantelzorgactiviteiten - toegestaan Het gebruik voor 'mantelzorgactiviteiten' is toegestaan. Paragraaf 6.11.2 Woonactiviteiten Subparagraaf 6.11.2.1 Woonactiviteiten - toegestaan Artikel 6.95 Toepassingsbereik
- Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'woonactiviteiten'.
- Onder 'woonactiviteiten' wordt verstaan: het wonen in een woning, met dien verstande dat een vrijstaand bijbehorend bouwwerk niet wordt aangemerkt als woning.
- De regels in deze subparagraaf gelden voor woonactiviteiten - toegestaan. Artikel 6.96 Woonactiviteiten - toegestaan
- Het gebruik voor 'woonactiviteiten' is toegestaan.
- Het aantal woningen op de locatie maximum aantal woningen is maximaal het aangegeven aantal. Paragraaf 6.11.3 Woonactiviteiten ondergeschikte garageactiviteiten Subparagraaf 6.11.3.1 Woonactiviteiten ondergeschikte garageactiviteiten - toegestaan Artikel 6.97 Toepassingsbereik
- Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'woonactiviteiten ondergeschikte garageactiviteiten'.
- Onder 'woonactiviteiten ondergeschikte garageactiviteiten' wordt verstaan: het gebruiken van garageboxen uitsluitend ten behoeve van in paragraaf 6.11.2.1 toegestane woonactiviteiten.
- De regels in deze subparagraaf gelden voor woonactiviteiten ondergeschikte garageactiviteiten - toegestaan. Artikel 6.98 Woonactiviteiten ondergeschikte garageactiviteiten - toegestaan Het gebruik voor 'woonactiviteiten ondergeschikte garageactiviteiten' is toegestaan. Paragraaf 6.11.4 Bedrijfswoonactiviteiten Subparagraaf 6.11.4.1 Bedrijfswoonactiviteiten - toegestaan Artikel 6.99 Toepassingsbereik
- Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'bedrijfswoonactiviteiten'.
- Onder 'bedrijfswoonactiviteiten' wordt verstaan: het wonen in een bedrijfswoning.
- De regels in deze subparagraaf gelden voor bedrijfswoonactiviteiten - toegestaan. Artikel 6.100 Bedrijfswoonactiviteiten - toegestaan Het gebruik voor 'bedrijfwoonactiviteiten' is toegestaan. Paragraaf 6.11.5 Bedrijfswoonactiviteiten inpandig Subparagraaf 6.11.5.1 Bedrijfswoonactiviteiten inpandig - toegestaan Artikel 6.101 Toepassingsbereik
- Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'bedrijfswoonactiviteiten inpandig'.
- Onder 'bedrijfswoonactiviteiten inpandig' wordt verstaan: het wonen in een bedrijfswoning in een bestaand bedrijfspand.
- De regels in deze subparagraaf gelden voor bedrijfswoonactiviteiten inpandig - toegestaan. Artikel 6.102 Bedrijfswoonactiviteiten inpandig - toegestaan Het gebruik voor 'bedrijfswoonactiviteiten inpandig' is toegestaan. Afdeling 6.12 Groenactiviteiten Paragraaf 6.12.1 Groenactiviteiten Subparagraaf 6.12.1.1 Groenactiviteiten - toegestaan Artikel 6.103 Toepassingsbereik
- Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'groenactiviteiten'.
- Onder 'groenactiviteiten' wordt verstaan: het gebruiken en in stand houden van groenvoorzieningen in de open lucht, het gebruiken ten behoeve van de waterhuishouding en waterberging en het gebruiken als waterweg, parkeren en het houden van kleinschalige evenementen, met daarbijbehorende kunstwerken. Hieronder in ieder geval begrepen: spelen, recreatief sporten, verblijven, verpozen en verplaatsen mits naar aard en omvang passend bij de omgeving.
- De regels in deze subparagraaf gelden voor groenactiviteit - toegestaan. Artikel 6.104 Groenactiviteiten algemeen - toegestaan Het gebruik voor 'groenactiviteiten' is toegestaan. Afdeling 6.13 Verkeersactiviteiten Paragraaf 6.13.1 Verkeersactiviteiten Subparagraaf 6.13.1.1 Verkeersactiviteiten - toegestaan Artikel 6.105 Toepassingsbereik
- Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'verkeersactiviteiten'.
- Onder 'verkeersactiviteiten' wordt verstaan: het afhandelen van verkeersbewegingen, het gebruiken als verblijfsgebied, parkeren en het houden van kleinschalige evenementen, met daarbijbehorende kunstwerken. Hieronder in ieder geval begrepen: spelen, recreatief sporten, verblijven, verpozen en verplaatsen mits naar aard en omvang passend bij de omgeving.
- De regels in deze subparagraaf gelden voor verkeersactiviteit - toegestaan. Artikel 6.106 Verkeersactiviteiten - toegestaan Het gebruik voor 'verkeersactiviteiten' is toegestaan. Afdeling 6.14 Wateractiviteiten Paragraaf 6.14.1 Wateractiviteiten Subparagraaf 6.14.1.1 Wateractiviteiten - toegestaan Artikel 6.107 Toepassingsbereik
- Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'wateractiviteiten'.
- Onder 'wateractiviteiten' wordt verstaan: het gebruiken ten behoeve van de waterhuishouding en waterberging en het gebruiken als waterweg, met daarbijbehorende kunstwerken, recreatieve voorzieningen en oevers. Hieronder in ieder geval begrepen: spelen, recreatief sporten, verblijven, verpozen en verplaatsen mits naar aard en omvang passend bij de omgeving.
- De regels in deze subparagraaf gelden voor wateractiviteiten - toegestaan. Artikel 6.108 Wateractiviteiten - toegestaan Het gebruik voor 'wateractiviteiten' is toegestaan. Afdeling 6.15 Bosactiviteiten Paragraaf 6.15.1 Bosactiviteiten Subparagraaf 6.15.1.1 Bosactiviteiten - toegestaan Artikel 6.109 Toepassingsbereik
- Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'bosactiviteiten'.
- Onder 'bosactiviteiten' wordt verstaan: het gebruiken en in stand houden van bos, het gebruiken ten behoeve van de waterhuishouding en waterberging, met daarbijbehorende kunstwerken. Hieronder in ieder geval begrepen: spelen, recreatief sporten, verblijven, verpozen en verplaatsen mits naar aard en omvang passend bij de omgeving.
- De regels in deze subparagraaf gelden voor bosactiviteiten - toegestaan. Artikel 6.110 Bosactiviteiten - toegestaan Het gebruik voor 'bosactiviteiten' is toegestaan. Afdeling 6.16 Kantooractiviteiten Paragraaf 6.16.1 Kantooractiviteiten Subparagraaf 6.16.1.1 Kantooractiviteiten - eerste bouwlaag - toegestaan Artikel 6.111 Toepassingsbereik
- Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'kantooractiviteiten' op de eerste bouwlaag van een gebouw.
- Onder 'kantooractiviteiten' wordt verstaan: het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen.
- De regels in deze subparagraaf gelden voor kantooractiviteiten - eerste bouwlaag - toegestaan. Artikel 6.112 Kantooractiviteiten - eerste bouwlaag - toegestaan Het gebruik voor 'kantooractiviteiten' is toegestaan. Subparagraaf 6.16.1.2 Kantooractiviteiten - vergunningplicht Artikel 6.113 Toepassingsbereik
- Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'kantooractiviteiten'.
- Onder 'kantooractiviteiten' wordt verstaan: het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen.
- De regels in deze subparagraaf gelden voor kantooractiviteit - vergunningplicht. Artikel 6.114 Kantooractiviteiten - vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning de gronden en bouwwerken te gebruiken voor 'kantooractiviteiten'. Artikel 6.115 Kantooractiviteiten - beoordelingsregels
- Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.114 wordt slechts verleend als:
- er geen onevenredige nadelige uitstraling plaatsvindt op de woonomgeving, waaronder in ieder geval wordt begrepen dat er geen onevenredige zware belasting van de verkeersafwikkeling plaatsvindt;
- binnen het gebied kantooractiviteit - sacristie Kraggenburg - vergunningplicht geldt dat de uitstraling van de kerk als woongebouw behouden blijft;
- er op basis van het 'Parkeerbeleid 2025' of de daarop volgende versies, voldoende parkeergelegenheid is. Afdeling 6.17 Ondergeschikte gebruiksactiviteiten Paragraaf 6.17.1 Ondergeschikte gebruiksactiviteiten - opslag tweede en verdere bouwlaag Subparagraaf 6.17.1.1 Ondergeschikte gebruiksactiviteiten - opslag tweede en verdere bouwlaag - toegestaan Artikel 6.116 Toepassingsbereik
- Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'ondergeschikte gebruiksactiviteiten - opslag tweede en verdere bouwlaag'.
- Onder 'ondergeschikte gebruiksactiviteiten - opslag tweede en verdere bouwlaag' wordt verstaan: het opslaan van goederen op de tweede en verdere bouwlagen ten behoeve van op de eerste bouwlaag in hoofdstuk 6 toegestane activiteiten.
- De regels in deze subparagraaf gelden voor ondergeschikte gebruiksactiviteiten - opslag tweede en verdere bouwlaag - toegestaan. Artikel 6.117 Ondergeschikte gebruiksactiviteiten - opslag tweede en verdere bouwlaag - toegestaan Het gebruik voor 'ondergeschikte gebruiksactiviteiten - opslag tweede en verdere bouwlaag' is toegestaan. Paragraaf 6.17.2 Ondergeschikte gebruiksactiviteiten - kantooractivteiten tweede en verdere bouwlaag Subparagraaf 6.17.2.1 Ondergeschikte gebruiksactiviteiten - kantooractiviteiten tweede en verdere bouwlaag - toegestaan Artikel 6.118 Toepassingsbereik
- Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor 'ondergeschikte gebruiksactiviteiten - kantooractiviteiten tweede en verdere bouwlaag'.
- Onder 'ondergeschikte gebruiksactiviteiten - kantooractiviteiten tweede en verdere bouwlaag' wordt verstaan: het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen, op de tweede en verdere bouwlagen ten behoeve van op de eerste bouwlaag in hoofdstuk 6 toegestane activiteiten.
- De regels in deze subparagraaf gelden voor ondergeschikte gebruiksactiviteiten - kantooractiviteiten tweede en verdere bouwlaag - toegestaan. Artikel 6.119 Ondergeschikte gebruiksactiviteiten - kantooractiviteiten tweede en verdere bouwlaag - toegestaan Het gebruik voor 'ondergeschikte gebruiksactiviteiten - kantooractiviteiten tweede en verdere bouwlaag' is toegestaan. Hoofdstuk 7 Bouwactiviteiten Afdeling 7.1 Algemene bouwregels Paragraaf 7.1.1 Regels voor alle bouwactiviteiten Artikel 7.1 Toepassingsbereik
- Hoofdstuk 7 is van toepassing op het bouwen, verbouwen en in stand houden van bouwwerken.
- De regels in hoofdstuk 7 gelden binnen transitiefase Noordoostpolder.
- Bouwactiviteiten anders dan toegestaan in hoofdstuk 7 zijn verboden. Artikel 7.2 Anti-dubbeltelbepaling Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing. Artikel 7.3 Uitzetten rooilijnen, bebouwingsgrenzen en straatpeil [22.5] Met het bouwen van een bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit of een omgevingsplanactiviteit is verleend wordt, onverminderd de aan de vergunning verbonden voorschriften, niet begonnen voordat voor zover nodig: a. de rooilijnen of bebouwingsgrenzen op het bouwterrein zijn uitgezet; en b. het straatpeil is uitgezet. Artikel 7.4 Aansluiting op distributienet voor elektriciteit [22.8]
- Met het oog op het waarborgen van de veiligheid is een voorziening voor het afnemen en gebruiken van elektriciteit in een bouwwerk aangesloten op het distributienet voor elektriciteit als de aansluitafstand niet groter is dan 100 m of groter is dan 100 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 100 m.
- Het eerste lid is niet van toepassing op het bouwen van een woonactiviteit voor particulier eigendom of een drijvend bouwwerk. Artikel 7.5 Aansluiting op distributienet voor gas [22.9]
- Met het oog op het waarborgen van de veiligheid is een voorziening voor het afnemen en gebruiken van gas in een bouwwerk aangesloten op het distributienet voor gas als: a. artikel 10, zesde lid, onder a of b, van de Gaswet op de aansluiting van toepassing is; en b. de aansluitafstand niet groter is dan 40 m of groter is dan 40 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 m.
- Het eerste lid is niet van toepassing op het bouwen van een woonactiviteit voor particulier eigendom of een drijvend bouwwerk. Artikel 7.6 Aansluiting op distributienet voor warmte [22.10]
- Met het oog op het waarborgen van de veiligheid en de energiezuinigheid en de bescherming van het milieu is een te bouwen bouwwerk met een of meer verblijfsgebieden aangesloten op het in het warmteplan bedoelde distributienet voor warmte als: a. het in het warmteplan geplande aantal aansluitingen op het distributienet op het moment van de indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit met betrekking tot een bouwwerk nog niet is bereikt; en b. de aansluitafstand niet groter is dan 40 m of groter is dan 40 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 m.
- Een gelijkwaardige maatregel voor een aansluiting op het distributienet voor warmte heeft ten minste dezelfde mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu als wordt bereikt met de in het warmteplan voor die aansluiting opgenomen mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu.
- Onverminderd het vierde lid, zijn het eerste en tweede lid niet van toepassing op het bouwen van een woonactiviteit voor particulier eigendom of een drijvend bouwwerk.
- Als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet op grond van artikel 9.2, tiende lid, van het Bouwbesluit 2012 voor een gebied een aansluitplicht op het distributienet voor warmte geldt, blijft die aansluitplicht voor dat gebied van toepassing. Artikel 7.7 Aansluiting op distributienet voor drinkwater [22.11] Met het oog op het beschermen van de gezondheid is een voorziening voor het afnemen en gebruiken van drinkwater in een bouwwerk aangesloten op het distributienet voor drinkwater als de aansluitafstand niet groter is dan 40 m of groter is dan 40 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 m. Artikel 7.8 Aansluiting van afvoer huishoudelijk afvalwater en hemelwater [22.12]
- Met het oog op het beschermen van de gezondheid ligt een ondergrondse doorvoer van een voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater door een uitwendige scheidingsconstructie van een bouwwerk zoveel mogelijk haaks op de scheidingsconstructie.
- De gebouwaansluiting van een voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater op de op het eigen erf of terrein gelegen riolering of een andere voorziening voor afvoer van afvalwater is zodanig dat bij zetting de dichtheid van de aansluiting en de afvoer gehandhaafd blijft.
- Een terreinleiding waardoor huishoudelijk afvalwater wordt geleid: a. heeft geen vernauwing in de stroomrichting; b. heeft een vloeiend beloop; c. is waterdicht; d. heeft een voldoende inwendige middellijn; en e. bevat geen beer- of rottingput.
- Bij maatwerkvoorschrift als bedoeld in artikel 5.2 kan in ieder geval worden bepaald: a. als voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater een openbaar vuilwaterriool of een ander passend systeem als bedoeld in artikel 2.16, derde lid, van de Omgevingswet aanwezig is waarop kan worden aangesloten: op welke plaats, op welke hoogte en met welke inwendige middellijn de voor aansluiting van een voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater op dat riool of systeem noodzakelijke perceelaansluitleiding bij de gevel van het bouwwerk of de grens van het erf of terrein wordt aangelegd; b. als voor de afvoer van hemelwater een openbaar hemelwaterstelsel of een openbaar vuilwaterriool aanwezig is waarop kan worden aangesloten, en hemelwater op dat stelsel of riool mag worden gebracht: op welke plaats, op welke hoogte en met welke inwendige middellijn de voor aansluiting van een voorziening voor de afvoer van hemelwater op dat stelsel of riool noodzakelijke perceelaansluitleiding bij de gevel van het bouwwerk of de grens van het erf of terrein wordt aangelegd; en c. of, en zo ja welke voorzieningen in de afvoervoorziening of de op het erf of terrein gelegen riolering moeten worden aangebracht om het functioneren van de afvoervoorzieningen, naburige aansluitingen en de openbare voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater te waarborgen. Artikel 7.9 Bluswatervoorziening [22.13]
- Met het oog op het waarborgen van de veiligheid heeft een bouwwerk een toereikende bluswatervoorziening, tenzij de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk dat niet vereist.
- De afstand tussen de bluswatervoorziening en een brandweeringang als bedoeld in artikel 3.129 of 4.226 van het Besluit bouwwerken leefomgeving of, als deze niet aanwezig is, een toegang van het bouwwerk is ten hoogste 40 m.
- De bluswatervoorziening is onbeperkt toegankelijk voor bluswerkzaamheden. Artikel 7.10 Bereikbaarheid bouwwerk voor hulpverleningsdiensten [22.14]
- Met het oog op het waarborgen van de veiligheid ligt tussen de openbare weg en ten minste een toegang van een gebouw of ander bouwwerk voor het verblijven van personen een verbindingsweg die geschikt is voor voertuigen van de brandweer en andere hulpverleningsdiensten.
- Het eerste lid is niet van toepassing: a. op een gebruiksfunctie met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 1.000 m2 en een vuurbelasting van ten hoogste 500 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090; b. op een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m2; c. op een lichte industriefunctie alleen voor het bedrijfsmatig telen, kweken of opslaan van gewassen of daarmee vergelijkbare producten, met een permanente vuurbelasting van ten hoogste 150 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090; d. als de toegang van het bouwwerk op ten hoogste 10 m van een openbare weg ligt; of e. als de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk geen verbindingsweg vereist.
- Tenzij elders in dit omgevingsplan of een gemeentelijke verordening anders bepaald, heeft een verbindingsweg: a. een breedte van ten minste 4,5 m; b. een verharding over een breedte van ten minste 3,25 m die geschikt is voor motorvoertuigen met een massa van ten minste 14.600 kilogram; c. een vrijgehouden hoogte boven de kruin van de weg van ten minste 4,2 m; en d. een doeltreffende afwatering.
- Een verbindingsweg is over de voorgeschreven hoogte en breedte, bedoeld in het derde lid, vrijgehouden voor voertuigen van de brandweer en andere hulpverleningsdiensten.
- Hekwerken die een verbindingsweg afsluiten, kunnen door hulpdiensten snel en gemakkelijk worden geopend of worden ontsloten met een systeem dat in overleg met het bevoegd gezag is bepaald. Artikel 7.11 Opstelplaatsen voor brandweervoertuigen [22.15]
- Met het oog op het waarborgen van de veiligheid zijn bij een bouwwerk voor het verblijven van personen zodanige opstelplaatsen voor brandweervoertuigen dat een doeltreffende verbinding tussen die voertuigen en de bluswatervoorziening kan worden gelegd.
- Het eerste lid is niet van toepassing: a. op een gebruiksfunctie met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 1.000 m2 en een vuurbelasting van ten hoogste 500 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090; b. op een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m2; c. op een lichte industriefunctie alleen voor het bedrijfsmatig telen, kweken of opslaan van gewassen of daarmee vergelijkbare producten, met een permanente vuurbelasting van ten hoogste 150 MJ/m2, bepaald volgens NEN6090; d. als de toegang van het bouwwerk op ten hoogste 10 m van een openbare weg ligt; of e. als de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk geen verbindingsweg vereist.
- De afstand tussen een opstelplaats en een brandweeringang als bedoeld in artikel 3.129 of 4.226 van het Besluit bouwwerken leefomgeving of, als deze niet aanwezig is, een toegang van het bouwwerk is ten hoogste 40 m.
- Een opstelplaats voor brandweervoertuigen is over de hoogte en breedte, bedoeld in artikel 7.10, derde lid, vrijgehouden voor brandweervoertuigen.
- Hekwerken die een opstelplaats afsluiten, kunnen door hulpdiensten snel en gemakkelijk worden geopend of worden ontsloten met een systeem dat in overleg met het bevoegd gezag is bepaald. Artikel 7.12 Meetbepalingen [22.24]
- Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden de waarden die daarin in m of m2 zijn uitgedrukt op de volgende wijze gemeten: a. afstanden loodrecht; b. hoogten vanaf het aansluitend afgewerkt terrein, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende, ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven; en c. maten buitenwerks, waarbij uitstekende delen van ondergeschikte aard tot ten hoogste 0,5 m buiten beschouwing blijven.
- Voor de toepassing van het eerste lid, aanhef en onder b, wordt een bouwwerk, voor zover dit zich bevindt op een erf- of perceelgrens, gemeten aan de kant waar het aansluitend afgewerkt terrein het hoogst is. Artikel 7.13 Mantelzorg [22.25] Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt huisvesting in verband met mantelzorg aangemerkt als functioneel verbonden met het hoofdgebouw. Artikel 7.14 Veranderen van een bouwwerk toegestaan [22.27, onder i] Het veranderen van een bouwwerk, zoals bedoeld in dit hoofdstuk, is toegestaan als wordt voldaan aan de volgende eisen: a. het betreft geen uitbreiding van de bebouwde oppervlakte; b. het betreft geen uitbreiding van het bouwvolume; en c. het betreft geen bouwwerk als bedoeld in artikel 2.29, onder b tot en met r, van het Besluit bouwwerken leefomgeving dat niet voldoet aan de voor dat bouwwerk in die onderdelen gestelde eisen. Artikel 7.15 Beoordelingsregel omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwen [22.29, lid 1, onder a.] Aanvullend op de beoordelingsregels in paragraaf 7.2.1, 7.3.1 en 7.4.2 wordt binnen de transitiefase Noordoostpolder de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.39, 7.50 en 7.69 alleen verleend als de activiteit niet in strijd is met de in dit omgevingsplan gestelde regels over het bouwen, in stand houden en gebruiken van bouwwerken, met uitzondering van artikelen 6.2, 6.4 en 6.
- Artikel 7.16 Aanvraagvereisten omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwen [22.35] Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning, zoals bedoeld in artikel 7.39, 7.50, en 7.69, worden voor de toetsing aan dit omgevingsplan in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt met een duidelijke maatvoering en schaalaanduiding: a. een opgave van de bouwkosten; b. het beoogde en het huidige gebruik van het bouwwerk en de bijbehorende gronden waarop de aanvraag betrekking heeft; c. een opgave van de bruto inhoud in m3 en de bruto vloeroppervlakte in m2 van het deel van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft; d. een situatietekening van de bestaande toestand en een situatietekening van de nieuwe toestand , met daarop:
- de afmetingen van het perceel en bebouwd oppervlak;
- de situering van het bouwwerk ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde;
- de wijze waarop de locatie wordt ontsloten;
- het beoogd gebruik van de gronden behorende bij het voorgenomen bouwwerk;
- de maatvoering weergegeven in een schaal die niet kleiner is dan 1:1000; e. een plattegrond met een schaal die niet kleiner is dan:
- 1:100 als het gaat om een bouwwerk met een bruto-vloeroppervlakte van minder dan 10.000 m2; en
- 1:200 als het gaat om een bouwwerk met een bruto-vloeroppervlakte van 10.000 m2 of groter; f. de hoogte van het bouwwerk ten opzichte van het straatpeil en het aantal bouwlagen; g. de inrichting van parkeervoorzieningen op het eigen terrein; h. in gevallen als bedoeld in artikel 7.20 dienen ook de volgende gegevens en bescheiden ingediend te worden voor de toetsing aan de regels over het uiterlijk van bouwwerken, beoordeeld volgens de op dat moment geldende 'beleidsregel uiterlijk bouwwerken':
- tekeningen van alle gevels van het bouwwerk, inclusief de gevels van belendende bebouwing, waaruit blijkt hoe het geplande bouwwerk in de directe omgeving past;
- principedetails van gezichtsbepalende delen van het bouwwerk in een schaal van 1:5, 1:10 of 1:20;
- een opgave van de toe te passen bouwmaterialen in de uitwendige scheidingsconstructie en de kleur daarvan, waaronder in ieder geval het materiaal en de kleur van de gevels, het voegwerk, kozijnen, ramen en deuren, balkonhekken, dakgoten, boeidelen en de dakbedekking (dit aanvraagvereiste is alleen van toepassing op hoofdgebouwen); i. in geval van een bedrijfsgebouw een opgave van de RAL kleur; j. overige gegevens en bescheiden die samenhangen met een eventueel benodigde toetsing aan dit omgevingsplan. Artikel 7.17 Algemene afbakeningseisen bijbehorende bouwwerken en andere bouwwerken [22.23]
- De afdelingen 7.4 en 7.5 zijn niet van toepassing op een activiteit die wordt verricht in, aan, op of bij een bouwwerk dat is gebouwd of in stand wordt gehouden of wordt gebruikt zonder de daarvoor vereiste omgevingsvergunning.
- Bij de toepassing van de artikelen in afdeling 7.4 en 7.5 blijft het aantal woningen gelijk, tenzij het bij een bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan of een bestaand bouwwerk als bedoeld in artikel 6.94 gaat om huisvesting in verband met mantelzorg. Paragraaf 7.1.2 Uiterlijk bouwwerken Subparagraaf 7.1.2.1 Repressief welstand Artikel 7.18 Repressief welstand [22.7] Binnen transitiefase Noordoostpolder mag het uiterlijk van de volgende bouwwerken niet in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de op dat moment geldende 'beleidsregel uiterlijk bouwwerken': a. een bestaand bouwwerk, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is; en b. een te bouwen bouwwerk waarvoor geen omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist. Subparagraaf 7.1.2.2 Uiterlijk bouwwerken Artikel 7.19 Oogmerk De regels in deze subparagraaf zijn gesteld met oog op de bescherming van het uiterlijk van bouwwerken. Artikel 7.20 Bouwen beleidsregel uiterlijk bouwwerken – vergunningsplicht
- Binnen transitiefase Noordoostpolder - beleidsregel uiterlijk bouwwerken is het verboden om zonder omgevingsvergunning een bijbehorend bouwwerk te bouwen.
- Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken waarvoor in de op dat moment geldende 'beleidsregel uiterlijk bouwwerken' geen regels gesteld zijn. Artikel 7.21 Beoordelingsregel beleidsregel bouwen uiterlijk bouwwerken [22.29, lid 1, onder b en lid 2, onder b]
- Binnen transitiefase Noordoostpolder - beleidsregel uiterlijk bouwwerken wordt een omgevingsvergunning als bedoeld in artikelen 7.20, 7.39, 7.50 en 7.69 uitsluitend verleend als het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet in strijd is met redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de op dat moment geldende 'beleidsregel uiterlijk bouwwerken'.
- Het eerste lid is niet van toepassing als het bevoegd gezag van oordeel is dat de omgevingsvergunning in afwijking van het eerste lid toch moet worden verleend. Artikel 7.22 Bouwen beleidsregel uiterlijk bouwwerken - specifieke aanvraagvereisten Binnen transitiefase Noordoostpolder - beleidsregel uiterlijk bouwwerken geldt bij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikelen 7.20, 7.39, 7.50 en 7.69 aanvullend op de aanvraagvereisten in artikel 7.16 dat een advies zoals vereist op grond van de op dat moment geldende 'beleidsregel uiterlijk bouwwerken' wordt verstrekt. Paragraaf 7.1.3 Kabels en leidingen Subparagraaf 7.1.3.1 Hoogspanningsverbinding bovengronds Artikel 7.23 Oogmerk De regels in deze subparagraaf zijn gesteld met oog op bescherming van de hoogspanningsverbinding bovengronds. Artikel 7.24 Bouwen binnen belemmeringszone hoogspanningsverbinding bovengronds - vergunningplicht
- Binnen het gebied zoals aangewezen in artikel 4.3, is het verboden om zonder omgevingsvergunning een bijbehorend bouwwerk of een ander bouwwerk te bouwen.
- Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op andere bouwwerken voor het functioneren en/of veiligheid van de hoogspanningsverbinding tot een maximale bouwhoogte van 2 meter. Artikel 7.25 Beoordelingsregel bouwen binnen belemmeringszone hoogspanningsverbinding bovengronds Binnen het gebied zoals aangewezen in artikel 4.3 wordt de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.24, 7.39, 7.50 en 7.69 uitsluitend verleend als uit een advies van de leidingbeheerder blijkt dat de veiligheid van de leiding niet wordt geschaad. Artikel 7.26 Bouwen binnen belemmeringszone hoogspanningsverbinding bovengronds - specifieke aanvraagvereisten Binnen het gebied zoals aangewezen in artikel 4.3 geldt bij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.24, 7.39, 7.50 en 7.69 aanvullend op de aanvraagvereisten in artikel 7.16 dat een advies van de leidingbeheerder moet worden verstrekt. Paragraaf 7.1.4 Ecologie Subparagraaf 7.1.4.1 Ecologie - water Artikel 7.27 Oogmerk De regels in deze subparagraaf zijn gesteld met oog op: a. de instandhouding en ontwikkeling van wateren van het hoogste ecologische niveau alsmede de bescherming van toestromende A-watergangen door middel van het inrichten van beschermingszones, gericht op:
- de bescherming en/of verbetering van de waterkwaliteit en -kwantiteit ter plaatse;
- de bescherming en/of verbetering van de morfologie van de oevers van de beken en waterlopen;
- de bescherming en/of verbetering van de watervoerendheid en doorstroming; b. de instandhouding en/of ontwikkeling van ter plaatse voorkomende dan wel aan deze gronden eigen landschaps- en natuur(wetenschappe)lijke waarden. Artikel 7.28 Bouwen binnen belemmeringenzone ecologisch waardevol gebied – vergunningsplicht Binnen het gebied zoals aangewezen in artikel 4.4 is het verboden om zonder omgevingsvergunning een bijbehorend bouwwerk of een ander bouwwerk te bouwen. Artikel 7.29 Beoordelingsregel bouwen binnen belemmeringszone ecologisch waardevol gebied Binnen het gebied zoals aangewezen in artikel 4.4 wordt een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.28, 7.39, 7.50 en 7.69 uitsluitend verleend als uit een rapport blijkt dat de ecologische waarde van de gronden in voldoende mate is vastgesteld en er geen onevenredige aantasting plaatsvindt. Artikel 7.30 Bouwen binnen belemmeringszone ecologisch waardevol gebied - specifieke aanvraagvereisten Binnen het gebied zoals aangewezen in artikel 4.4 geldt bij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.28, 7.39, 7.50 en 7.69 aanvullend op de aanvraagvereisten in artikel 7.16 dat een advies van de waterbeheerder moet worden verstrekt. Paragraaf 7.1.5 Bodemkwaliteit Artikel 7.31 Beoordelingsregels omgevingsplanactiviteit bouwen bodemgevoelig gebouw op bodemgevoelige locatie [22.29, lid 1, onder c. en 22.30]
- Aanvullend op de beoordelingsregels in paragraaf 7.2.1, 7.3.1, 7.4.2 wordt binnen transitiefase Noordoostpolder de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.39, 7.50 en 7.69 alleen verleend als de activiteit betrekking heeft op een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie en: a. de toelaatbare kwaliteit van de bodem niet wordt overschreden; of b. bij overschrijding van de toelaatbare kwaliteit van de bodem: als aannemelijk is dat een sanerende of andere beschermende maatregelen wordt getroffen. Een sanerende of andere beschermende maatregel is in ieder geval een sanering overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving.
- De toelaatbare kwaliteit van de bodem, bedoeld in het eerste lid is de interventiewaarde bodemkwaliteit, bedoeld in bijlage IIA bij het Besluit activiteiten leefomgeving.
- Er is sprake van overschrijding van de toelaatbare kwaliteit als voor ten minste één stof de gemiddelde gemeten concentratie in meer dan 25 m3 bodemvolume hoger is dan de interventiewaarde bodemkwaliteit.
- Het zinsdeel “in meer dan 25 m3 bodemvolume” in het derde lid is niet van toepassing voor zover het gaat om aanwezigheid van asbest. Artikel 7.32 Voorschrift omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken bodemgevoelig gebouw op bodemgevoelige locatie: na einde activiteit [22.31] Aan een omgevingsvergunning voor een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie die is verleend met toepassing van artikel 7.31, eerste lid, aanhef en onder b, wordt in ieder geval het voorschrift verbonden dat het gebouw, of een gedeelte daarvan, alleen in gebruik wordt genomen nadat het college van burgemeester en wethouders is geïnformeerd over de wijze waarop er een of meer sanerende of andere beschermende maatregelen zijn getroffen als bedoeld in artikel 7.
- Artikel 7.33 Bodemgevoelig gebouw - specifieke aanvraagvereisten [22.35, onder j] Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit met betrekking tot een bouwwerk zijnde een bodemgevoelig gebouw worden voor de toetsing aan dit omgevingsplan in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de onderzoeken, bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving, tenzij het gaat om een locatie die is aangewezen in dit omgevingsplan waar een overschrijding van de toelaatbare kwaliteit, bedoeld in artikel 7.31, redelijkerwijs is uit te sluiten; en b. als de toelaatbare kwaliteit, bedoeld in artikel 7.31, wordt overschreden: gegevens en bescheiden die aannemelijk maken dat een sanerende of andere beschermende maatregel wordt getroffen, tenzij het gaat om een locatie die is aangewezen in dit omgevingsplan waar een overschrijding van de toelaatbare kwaliteit, bedoeld in artikel 7.31, redelijkerwijs is uit te sluiten. Paragraaf 7.1.6 Cultureel erfgoed Paragraaf 7.1.7 Instandhouding vergunningplichtige bouwwerken Artikel 7.34 Verbod instandhouding vergunningplichtige bouwwerken [22:26, deels] Het is verboden om een bouwwerk in stand te houden indien op grond van artikel 7.39, 7.50 en 7.69 voor de bouw daarvan een omgevingsvergunning nodig is en deze niet verleend is. Paragraaf 7.1.8 Parkeren Artikel 7.35 Oogmerk De regels in deze paragraaf zijn opgesteld met het oog op het realiseren van voldoende parkeergelegenheid. Artikel 7.36 Beoordelingsregel parkeren Voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.39, 7.50 en 7.69 wordt er op basis van 'Parkeerbeleid 2025' of de daarop volgende versies, getoetst of er voldoende parkeergelegenheid is. Artikel 7.37 Beoordelingsregel parkeren - laden en lossen Indien het beoogde gebruik van een bouwwerk aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, wordt een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.39, 7.50 en 7.69 uitsluitend verleend indien aan of in dat bouwwerk dan wel op het onbebouwde terrein bij het bouwwerk wordt voorzien in die ruimte. Deze bepaling geldt niet: a. voor bestaand gebruik, waarbij de herbouw van een bouwwerk zonder functiewijziging wordt beschouwd als bestaand gebruik; b. voor zover op andere wijze in de nodige laad- of losruimte wordt voorzien. Afdeling 7.2 Gebouw bouwen Paragraaf 7.2.1 Gebouw bouwen - vergunningplicht Artikel 7.38 Toepassingsbereik
- Deze paragraaf is van toepassing op het bouwen en in stand houden van gebouwen.
- Deze paragraaf is niet van toepassing op het bouwen van bijbehorende bouwwerken, zoals geregeld in paragraaf 7.4 en hoofdgebouwen zoals geregeld in paragraaf 7.
- De regels in deze paragraaf gelden binnen gebouw bouwen - vergunningplicht. Artikel 7.39 Gebouw bouwen - vergunningplicht [22.26, deels] Het is verboden zonder omgevingsvergunning een gebouw te bouwen en in stand te houden. Artikel 7.40 Beoordelingsregel omgevingsvergunning gebouw- maximum bouwhoogte gebouw De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.39 wordt uitsluitend verleend als de bouwhoogte niet meer bedraagt dan de maximum bouwhoogte - gebouw. Artikel 7.41 Beoordelingsregel omgevingsvergunning gebouw - maximum goothoogte De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.39 wordt uitsluitend verleend als de goothoogte niet meer bedraagt dan de maximum goothoogte - gebouw. Artikel 7.42 Beoordelingsregel omgevingsvergunning gebouw - maximum gezamenlijke oppervlakte De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.39 wordt uitsluitend verleend als de gezamenlijke oppervlakte niet meer bedraagt dan het maximum gezamenlijke oppervlakte - gebouw. Artikel 7.43 Beoordelingsregel omgevingsvergunning gebouw - maximum bebouwingspercentage De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.39 wordt uitsluitend verleend als het bebouwingspercentage niet meer bedraagt dan het maximum bebouwingspercentage - gebouw. Artikel 7.44 Beoordelingsregel omgevingsvergunning gebouw - minimum afstand zijdelingse perceelsgrens De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.39 wordt uitsluitend verleend als de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens niet minder bedraagt dan de minimum afstand zijdelingse perceelsgrens - gebouw. Artikel 7.45 Beoordelingsregel omgevingsvergunning gebouw - bedrijfswoning - inhoud De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.39 wordt uitsluitend verleend als de inhoud van de bedrijfswoning niet meer bedraagt dan de maximum inhoud - gebouw. Artikel 7.46 Beoordelingsregel omgevingsvergunning gebouw - bedrijfswoning - goothoogte De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.39 wordt uitsluitend verleend als de goothoogte van de bedrijfswoning niet meer bedraagt dan de maximum goothoogte - bedrijfswoning. Artikel 7.47 Beoordelingsregel omgevingsvergunning gebouw - gezamenlijk gebouw volkstuin
- De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.39 voor een berging op een volkstuin wordt uitsluitend verleend als:
- Er niet meer dan één gezamenlijk gebouw per volkstuincomplex gebouwd wordt;
- De oppervlakte niet meer dan maximum oppervlakte - gezamenlijk gebouw volkstuincomplex bedraagt;
- De goothoogte niet meer dan maximum goothoogte - gezamenlijk gebouw volkstuincomplex bedraagt. Artikel 7.48 Beoordelingsregel omgevingsvergunning gebouw - berging volkstuin
- De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.39 voor een berging op een volkstuin wordt uitsluitend verleend als:
- Er niet meer dan één berging per volkstuin wordt gebouwd;
- De totale oppervlakte niet meer dan maximum oppervlakte - berging volkstuin bedraagt;
- De goothoogte niet meer dan maximum bouwhoogte - berging volkstuin bedraagt. Afdeling 7.3 Hoofdgebouw bouwen Paragraaf 7.3.1 Hoofdgebouw bouwen - vergunningplicht Artikel 7.49 Toepassingsbereik
- Deze paragraaf is van toepassing op het bouwen en in stand houden van hoofdgebouwen.
- De regels in deze paragraaf gelden binnen hoofdgebouw bouwen - vergunningplicht. Artikel 7.50 Hoofdgebouw bouwen - vergunningplicht [22.26, deels] Het is verboden zonder omgevingsvergunning een hoofdgebouw te bouwen en in stand te houden. Artikel 7.51 Beoordelingsregel omgevingsvergunning hoofdgebouw - minimum goothoogte De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.50 wordt uitsluitend verleend als de goothoogte van het hoofdgebouw niet minder bedraagt dan de minimum goothoogte - hoofdgebouw. Artikel 7.52 Beoordelingsregel omgevingsvergunning hoofdgebouw - maximum goothoogte De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.50 wordt uitsluitend verleend als de goothoogte van het hoofdgebouw niet meer bedraagt dan de maximum goothoogte - hoofdgebouw. Artikel 7.53 Beoordelingsregel omgevingsvergunning hoofdgebouw - minimum bouwhoogte De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.50 wordt uitsluitend verleend als de bouwhoogte van het hoofdgebouw niet minder bedraagt dan de minimum bouwhoogte - hoofdgebouw. Artikel 7.54 Beoordelingsregel omgevingsvergunning hoofdgebouw - maximum bouwhoogte De omgevingsvergunning bedoeld als in artikel 7.50 wordt uitsluitend verleend als de bouwhoogte van het hoofdgebouw niet meer bedraagt dan de maximum bouwhoogte - hoofdgebouw. Artikel 7.55 Beoordelingsregel omgevingsvergunning hoofdgebouw - minimum dakhelling De omgevingsvergunning bedoeld als in artikel 7.50 wordt uitsluitend verleend als de dakhelling niet minder bedraagt dan de minimum dakhelling - hoofdgebouw. Artikel 7.56 Beoordelingsregel omgevingsvergunning hoofdgebouw - maximum dakhelling De omgevingsvergunning bedoeld als in artikel 7.50 wordt uitsluitend verleend als de dakhelling niet meer bedraagt dan de maximum dakhelling - hoofdgebouw. Artikel 7.57 Beoordelingsregel omgevingsvergunning hoofdgebouw - plat dak De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.50 wordt voor een hoofdgebouw met een plat dak uitsluitend verleend binnen hoofdgebouw bouwen (plat dak) - vergunningplicht. Artikel 7.58 Beoordelingsregel omgevingsvergunning hoofdgebouw - woonhuis - vrijstaand
- De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.50 voor een vrijstaand woonhuis wordt uitsluitend verleend als:
- het een vrijstaand woonhuis betreft binnen hoofdgebouw bouwen (vrijstaand woonhuis) - vergunningplicht;
- de afstand van de vrijstaande zijgevel van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelgrens niet minder bedraagt dan 3 m, met dien verstande dat dit bij geschakelde bouw voor één zijgevel geldt;
- de breedte van het hoofdgebouw niet minder bedraagt dan 6 m. Artikel 7.59 Beoordelingsregel omgevingsvergunning hoofdgebouw - woonhuis - twee-aaneen
- De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.50 voor een twee-aaneen gebouwd woonhuis wordt uitsluitend verleend als:
- het een twee-aaneen gebouwd woonhuis betreft binnen hoofdgebouw bouwen (twee-aaneen woonhuis) - vergunningplicht;
- de afstand van de vrijstaande zijgevel van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelgrens niet minder bedraagt dan 3 m;
- de breedte van het hoofdgebouw niet minder bedraagt dan 5 m. Artikel 7.60 Beoordelingsregel omgevingsvergunning hoofdgebouw - woonhuis - aaneengebouwd
- De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.50 voor een aaneen gebouwd woonhuis wordt uitsluitend verleend als:
- het een aaneen gebouwd woonhuis betreft binnen hoofdgebouw bouwen (aaneen gebouwd woonhuis) - vergunningplicht;
- binnen minimum afstand zijdelingse perceelsgrens
(2m)– hoofdgebouw (aaneen gebouwd) de afstand van de vrijstaande zijgevel van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelgrens niet minder bedraagt dan 2m;
- als de breedte van het hoofdgebouw niet minder bedraagt dan 4,5 m. Artikel 7.61 Beoordelingsregel omgevingsvergunning hoofdgebouw - woongebouw De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.50 wordt binnen hoofdgebouw bouwen (woongebouw gestapeld) - vergunningplicht uitsluitend verleend als het een woongebouw betreft. Artikel 7.62 Beoordelingsregel omgevingsvergunning hoofdgebouw - nokrichting De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.50 wordt uitsluitend verleend als de nokrichting evenwijdig is aan de langste zijde binnen hoofdgebouw bouwen (nokrichting evenwijdig) - vergunningplicht. Afdeling 7.4 Bijbehorend bouwwerk bouwen Paragraaf 7.4.1 Bijbehorend bouwwerk bouwen - toegestaan Artikel 7.63 Toepassingsbereik
- Deze paragraaf is van toepassing op het bouwen en in stand houden van bijbehorende bouwwerken.
- De regels in deze paragraaf gelden binnen bijbehorend bouwwerk bouwen - toegestaan. Artikel 7.64 Bijbehorend bouwwerk bouwen - toegestaan [22.27, onder a en 22.36, onder a (aangepast)] Het bouwen van een bijbehorend bouwwerk is toegestaan als: a. het bijbehorende bouwwerk op de grond staat; b. het bijbehorende bouwwerk gelegen is in het 'specifiek bebouwingsgebied - I'; c. de totale oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken bij een 'specifiek bebouwingsgebied - I' kleiner of gelijk aan 200 m2 , niet meer bedraagt dan '60%' van dat 'specifiek bebouwingsgebied - I'; d. de totale oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken bij een 'specifiek bebouwingsgebied - I' groter dan 200 m2 , niet meer bedraagt dan 120 m2 , vermeerderd met 5% van het van het 'specifiek bebouwingsgebied - I' dat groter is dan 200 m2, tot een maximum van in totaal 200 m2; e. de bouwhoogte van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk in het achtererfgebied niet meer bedraagt dan 6 m; f. de bouwhoogte van een aangebouwd of een uitgebouwd bijbehorend bouwwerk in het achtererfgebied niet meer bedraagt dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw, verminderd met 2 m; g. de bouwhoogte van een bijbehorend bouwwerk in het zijerfgebied niet meer bedraagt dan 0,3 m boven de bovenkant van de scheidingsconstructie tussen de eerste en de tweede bouwlaag, met dien verstande dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 4 m; h. de goothoogte van het bijbehorend bouwwerk, voor zover op een afstand van meer dan 4 m van het oorspronkelijke hoofdgebouw, niet meer bedraagt dan 3 m, met dien verstande dat die mag worden verhoogd tot ten hoogste 0,3 m boven de bovenkant van de scheidingsconstructie tussen de eerste en de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw; i. de goothoogte van het bijbehorend bouwwerk, voor zover op een afstand van niet meer dan 4 m van het oorspronkelijke hoofdgebouw, niet meer bedraagt dan 5 m, met dien verstande dat de goothoogte niet hoger mag zijn dan 0,3 m boven de bovenkant van de scheidingsconstructie tussen de eerste en de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw of de bouwhoogte van het hoofdgebouw; j. de dakhelling van het bijbehorend bouwwerk, voor zover op een afstand van meer dan 4 m van het oorspronkelijke hoofdgebouw, niet meer bedraagt dan 55o; k. het bijbehorende bouwwerk, voor zover op een afstand van meer dan 4 m van het oorspronkelijke hoofdgebouw, functioneel ondergeschikt is aan het hoofdgebouw, tenzij het gaat om huisvesting in verband met mantelzorg; l. het verblijfsgebied, bij meer dan één bouwlaag, uitsluitend op de eerste bouwlaag is gelegen; m. het bijbehorend bouwwerk niet voorzien is van een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte; n. het geen uitbreiding van of gelegen aan of bij een woonwagen betreft; o. het geen uitbreiding van of gelegen aan of bij een hoofdgebouw betreft waarvoor in de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit of de omgevingsplanactiviteit bestaande uit een bouwactiviteit is bepaald dat de vergunninghouder na het verstrijken van een bij die vergunning gestelde termijn verplicht is de voor de verlening van de vergunning bestaande toestand te hebben hersteld; p. het geen uitbreiding van of gelegen aan of bij een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf door één huishouden betreft; q. het een bodemgevoelig gebouw is, de oppervlakte niet meer bedraagt dan 50 m
- Artikel 7.65 Bijbehorend bouwwerk in bijzondere gevallen [22.37]
- Als een bijbehorend bouwwerk als bedoeld in artikel 7.64, bestaat uit een deel dat op meer, en een deel dat op minder dan 4 m van het oorspronkelijk hoofdgebouw is gelegen zonder een inwendige scheidingsconstructie tussen beide delen, is op het deel dat op minder dan 4 m van het oorspronkelijk hoofdgebouw is gelegen artikel 7.64, onder k, van overeenkomstige toepassing.
- Als een bijbehorend bouwwerk als bedoeld in artikel 7.64, wordt gebruikt voor huisvesting in verband met mantelzorg, gelden in plaats van de in artikel 7.64, onder c en d, gestelde eisen de volgende eisen: a. in zijn geheel of in delen verplaatsbaar; b. de oppervlakte niet meer dan 100 m2; en c. buiten de bebouwde kom. Artikel 7.66 Bijbehorend bouwwerk bouwen - dakkapel voorkant - toegestaan [22.27, onder c] Het bouwen van een een dakkapel in het voordakvlak of een naar openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak is toegestaan als wordt voldaan aan de volgende eisen: a. de dakkapel is voorzien van een plat dak; b. de dakkapel is gemeten vanaf de voet van de dakkapel niet hoger dan 1,75 m; c. de onderzijde van de dakkapel ligt meer dan 0,5 m en minder dan 1 m boven de dakvoet; d. de bovenzijde van de dakkapel ligt meer dan 0,5 m onder de daknok; en e. de zijkanten van de dakkapel liggen meer dan 0,5 m van de zijkanten van het dakvlak Artikel 7.67 Bijbehorend bouwwerk bouwen - berging - toegestaan Afwijkend op het toegestane in artikel 7.64 mag binnen bijbehorend bouwwerk bouwen – berging - toegestaan maximaal één berging per woning worden gebouwd op voorwaarde dat: a. de oppervlakte per berging niet meer dan 25 m2 bedraagt; b. de bouwhoogte niet meer dan 3,5 m bedraagt. Paragraaf 7.4.2 Bijbehorend bouwwerk bouwen - vergunningplicht Artikel 7.68 Toepassingsbereik
- Deze paragraaf is van toepassing op het bouwen en in stand houden van bijbehorende bouwwerken.
- De regels in deze paragraaf gelden binnen bijbehorend bouwwerk bouwen - vergunningplicht. Artikel 7.69 Bijbehorend bouwwerk bouwen - vergunningplicht [22.26, deels] Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bijbehorend bouwwerk te bouwen of in stand te houden. Artikel 7.70 Beoordelingsregel bijbehorend bouwwerk bouwen - maximum bouwhoogte veranda De omgevingsvergunning als bedoel in artikel 7.69 wordt uitsluitend verleend als de veranda aan het hoofdgebouw wordt gebouwd en niet hoger is dan 6,5 m binnen bijbehorend bouwwerk bouwen (veranda) - vergunningplicht. Afdeling 7.5 Ander bouwwerk bouwen Paragraaf 7.5.1 Ander bouwwerk bouwen - toegestaan Artikel 7.71 Toepassingsbereik
- Deze paragraaf is van toepassing op het bouwen van een ander bouwwerk.
- Onder 'ander bouwwerk' wordt verstaan: een bouwwerk geen gebouw en geen bouwwerk met een dak zijnde.
- De regels in deze paragraaf gelden binnen transitiefase Noordoostpolder. Artikel 7.72 Ander bouwwerk bouwen - speeltoestel - toegestaan [22.27, onder d] Het bouwen van een sport- of speeltoestel anders dan voor alleen particulier gebruik is toegestaan als: a. de bouwhoogte van het speeltoestel, inclusief bijbehorende hekwerken, maximaal 4 m bedraagt; b. het sport- of speeltoestel alleen functioneel met behulp van de zwaartekracht of de fysieke kracht van de mens. Artikel 7.73 Ander bouwwerk bouwen - zwembad - toegestaan [22.27, onder e] Het bouwen van een zwembad, bubbelbad of soortgelijke voorziening of een vijver op het gebouwerf bij een woning of woongebouw is toegestaan als deze niet is voorzien van een overkapping. Artikel 7.74 Ander bouwwerk bouwen - erfafscheiding - toegestaan [22.27, onder f (aangepast) en 22.36, onder b]
- Het bouwen van een erf- of perceelafscheiding is toegestaan als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. niet hoger dan 2,5 m; b. op een erf of perceel waarop al een gebouw staat waarmee de afscheiding in functionele relatie staat; en c. in het 'specifiek bebouwingsgebied - I'.
- In afwijking van het eerste lid is het bouwen van een erf- of perceelafscheiding ook toegestaan als de bouwhoogte niet meer bedraagt dan de met maximum bouwhoogte - terrein- en erfafscheidingen aangeven bouwhoogte. Artikel 7.75 Ander bouwwerk bouwen - bouwwerken voor agrarische bedrijfsvoering - toegestaan [22.27, onder g] Het bouwen van een ander bouwwerk in het achtererfgebied ten behoeve van in hoofdstuk 6.3 toegestane agrarische bedrijfsvoering, voor zover het gaat om: a. silo's met dien verstande dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 20 m; b. overige andere bouwwerken met dien verstande dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 2 m. Artikel 7.76 Ander bouwwerk bouwen - buisleiding - toegestaan [22.27, onder h] Het bouwen van een buisleiding, anders dan een buisleiding waarop artikel 2.29, onder p, aanhef en onder 4° van het Besluit bouwwerken leefomgeving van toepassing is, is toegestaan. Artikel 7.77 Ander bouwwerk bouwen - zend- of ontvangstmast - toegestaan Het bouwen van een zend- of ontvangstmast is toegestaan als de bouwhoogte niet meer bedraagt dan de met maximum bouwhoogte - zendmast aangegeven bouwhoogte. Artikel 7.78 Ander bouwwerk bouwen - licht- en vlaggenmast - toegestaan Het bouwen van een licht – en vlaggenmast is toegestaan als de bouwhoogte niet meer bedraagt dan de met maximum bouwhoogte - licht- en vlaggenmast aangegeven bouwhoogte. Artikel 7.79 Ander bouwwerk bouwen - kunstwerken - toegestaan Het bouwen van een kunstwerk is toegestaan als de bouwhoogte niet meer bedraagt dan de met maximum bouwhoogte - kunstwerk aangegeven bouwhoogte. Artikel 7.80 Ander bouwwerk bouwen - bruggen en viaducten - toegestaan Het bouwen van een burg of viaduct is toegestaan als de bouwhoogte niet meer bedraagt dan de metmaximum bouwhoogte - brug en viaductaangegeven bouwhoogte. Artikel 7.81 Ander bouwwerk bouwen - luifel - toegestaan Het bouwen van een luifel is toegestaan als de bouwhoogte van de luifels niet meer bedraagt dan de maximum bouwhoogte - luifels. Artikel 7.82 Ander bouwwerk bouwen - overige andere bouwwerken - toegestaan Het bouwen van alle overige andere bouwwerken die niet genoemd zijn in deze paragraaf is toegestaan als: de bouwhoogte niet meer bedraagt dan de met maximum bouwhoogte - overige andere bouwwerken aangegeven bouwhoogte. Hoofdstuk 8 Monumentenactiviteiten Hoofdstuk 9 Aanlegactiviteiten Afdeling 9.1 Algemene regels aanlegactiviteiten Paragraaf 9.1.1 Regels voor alle aanlegactiviteiten Artikel 9.1 Toepassingsbereik
- Dit hoofdstuk is van toepassing op het uitvoeren van aanlegactiviteiten binnen transitiefase Noordoostpolder.
- Onder de aanlegactiviteiten als bedoeld in dit hoofdstuk wordt verstaan: het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden. Artikel 9.2 Aanlegactiviteiten algemeen - toegestaan
- Aanlegactiviteiten zijn toegestaan tenzij het activiteiten betreft waarvoor op grond van hoofdstuk 9 een omgevingsvergunning is vereist.
- In afwijking van het bepaalde in artikel 9.2, eerste lid zijn aanlegactiviteiten ook toegestaan als: a. het aanlegactiviteiten in verband met normaal beheer en onderhoud betreft; b. het reeds vergunde aanlegactiviteiten betreft; c. het gaat om graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse ondergrondse netten en netwerken; d. het gaat om grondactiviteiten die aanvaardbaar zijn op basis van een eerder onderzoek waaruit is gebleken dat ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig zijn. Afdeling 9.2 Bomen en planten aanbrengen Paragraaf 9.2.1 Bomen en planten aanbrengen - vergunningplicht Artikel 9.3 Toepassingsbereik
- Deze paragraaf is van toepassing op het aanbrengen van bomen en beplanting.
- Onder het aanbrengen van bomen en beplanting als bedoeld in deze paragraaf wordt verstaan: het aanbrengen van diep wortelende bomen en beplanting. Artikel 9.4 Oogmerk De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van de rioolpersleiding; b. het beschermen van de hoogspanningsverbinding bovengronds; c. het beschermen van de aanwezige ecologische waarden. Artikel 9.5 Bomen en planten aanbrengen - vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning bomen en beplanting aan te brengen. Afdeling 9.3 Bomen en beplanting verwijderen Paragraaf 9.3.1 Bomen en beplanting verwijderen - vergunningplicht Artikel 9.6 Toepassingsbereik
- Deze paragraaf is van toepassing op het verwijderen van bomen en beplanting.
- Onder het verwijderen van bomen en beplanting als bedoeld in deze paragraaf wordt verstaan: het verwijderen van diep wortelende bomen en beplanting. Artikel 9.7 Oogmerk De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van de rioolpersleiding; b. het beschermen van de hoogspanningsverbinding bovengronds; c. het beschermen van de aanwezige ecologische waarden. Artikel 9.8 Bomen en beplantingen verwijderen - vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning bomen en beplanting te verwijderen. Afdeling 9.4 Grondactiviteiten uitvoeren Paragraaf 9.4.1 Grondactiviteiten uitvoeren - vergunningplicht Artikel 9.9 Toepassingsbereik
- Deze paragraaf is van toepassing voor het uitvoeren van grondactiviteiten.
- Onder het uitvoeren van grondactiviteiten als bedoeld in deze paragraaf wordt verstaan: a. het indrijven van voorwerpen in de bodem, zoals lichtmasten, wegwijzers en straatmeubilair. b. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend ontgronden, afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage. c. het graven van sleuven breder dan 50 cm ten behoeve van het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatieleidingen, drainage en funderingen en daarmee verband houdende constructies, installaties en/of apparatuur. d. diepploegen waarbij de kruidlaag volledig wordt omgewoeld. e. het aanbrengen van boven- en ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur. Artikel 9.10 Oogmerk De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van aanwezige archeologische waarden; b. het beschermen van de rioolpersleiding; c. het beschermen van de hoogspanningsverbinding bovengronds; d. het beschermen van de aanwezige ecologische waarden. Artikel 9.11 Grondactiviteiten uitvoeren – vergunningplicht
- Het is verboden zonder omgevingsvergunning grondactiviteiten uit te voeren.
- In aanvulling op het eerste lid geldt de vergunningplicht als de grond dieper wordt geroerd dan de met maximum diepte aanlegactiviteiten aangegeven waarde.
- In aanvulling op het eerste lid geldt de vergunningplicht als er een grotere oppervlakte wordt geroerd dan de met maximum oppervlakte aanlegactiviteiten aangegeven waarde. Afdeling 9.5 Aanbrengen van oppervlakteverhardingen Paragraaf 9.5.1 Oppervlakteverharding aanleggen – vergunningplicht Artikel 9.12 Toepassingsbereik
- Deze paragraaf is van toepassing op het aanleggen van oppervlakteverharding.
- Onder het aanleggen van oppervlakteverharding als bedoeld in deze paragraaf wordt verstaan: het aanleggen van open en gesloten oppervlakteverhardingen, niet zijnde terreinontsluitingen. Artikel 9.13 Oogmerk De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van de rioolpersleiding. b. het beschermen van de hoogspanningsverbinding bovengronds. Artikel 9.14 Oppervlakteverharding aanleggen - vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning oppervlakteverharding aan te leggen. Afdeling 9.6 Aanbrengen of afgraven van wateren Paragraaf 9.6.1 Aanbrengen of afgraven van wateren - vergunningplicht Artikel 9.15 Toepassingsbereik
- Deze paragraaf is van toepassing op het aanbrengen of afgraven van wateren.
- Onder het aanbrengen of afgraven van wateren als bedoeld in deze paragraaf wordt verstaan: het aanleggen, graven, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers, watergreppels, watergangen en andere waterpartijen. Artikel 9.16 Oogmerk De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van aanwezige archeologische waarden. b. het beschermen van de rioolpersleiding. c. het beschermen van de hoogspanningsverbinding bovengronds. d. het beschermen van de aanwezige ecologische waarden. Artikel 9.17 Aanbrengen of afgraven van wateren - vergunningplicht
- Het is verboden zonder omgevingsvergunning wateren aan te brengen of af te graven.
- In aanvulling op het eerste lid geldt de vergunningplicht als bij het aanbrengen of afgraven van wateren dieper wordt geroerd dan met de in maximum diepte aanlegactiviteiten aangegeven waarde.
- In aanvulling op het eerste lid geldt de vergunningplicht als bij het aanbrengen of afgraven van wateren een grotere oppervlakte wordt geroerd dan met de maximum oppervlakte aanlegactiviteiten aangegeven waarde. Afdeling 9.7 Mechanisch scheuren van grasland Paragraaf 9.7.1 Mechanisch scheuren van grasland- vergunningplicht Artikel 9.18 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het mechanisch scheuren van grasland, anders dan voor graslandverbetering, alsmede het chemisch scheuren van land. Artikel 9.19 Oogmerk De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op het beschermen van de aanwezige ecologische waarden. Artikel 9.20 Mechanisch scheuren van grasland- vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning grasland mechanisch te scheuren. Afdeling 9.8 Veranderen van het waterpeil Paragraaf 9.8.1 Veranderen van het waterpeil - vergunningplicht Artikel 9.21 Toepassingsbereik
- Deze paragraaf is van toepassing op het permanent verlagen van het waterpeil.
- Onder het veranderen van het waterpeil als bedoeld in deze paragraaf wordt verstaan: a. het permanent verlagen van het waterpeil. b. werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden die wijziging van de waterhuishouding of waterstand beogen of tot geval hebben, zoals uitdiepen of draineren. Artikel 9.22 Oogmerk De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op het beschermen van de ecologische en archeologische waarden. Artikel 9.23 Veranderen van het waterpeil - vergunningplicht
- Het is verboden zonder omgevingsvergunning het waterpeil te veranderen.
- In aanvulling op het eerste lid geldt de vergunningplicht als bij het veranderen van het waterpeil de grond dieper wordt geroerd dan de met maximum diepte aanlegactiviteiten aangegeven waarde.
- In aanvulling op het eerste lid geldt de vergunningplicht als bij het veranderen van het waterpeil er een grotere oppervlakte wordt geroerd dan de met maximum oppervlakte aanlegactiviteiten aangegeven waarde. Afdeling 9.9 Beoordelingskader Paragraaf 9.9.1 Beoordelingskader algemeen Artikel 9.24 Aanlegactiviteiten - specifieke aanvraagvereisten (art 22.284 bruidsschat) Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning op grond van artikel 9.11 of artikel 9.14, voor het uitvoeren van aanlegactiviteiten, worden gegevens en bescheiden verstrekt over:
- de te gebruiken materialen;
- de mate waarin sprake is van afvoer van grond naar een andere locatie, en;
- de aanwezigheid van obstakels die in de weg staan aan het verrichten van de activiteit. Paragraaf 9.9.2 Beoordelingskader archeologie Artikel 9.25 Aanlegactiviteiten uitvoeren - beoordelingsregels archeologie De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 9.11, 9.17 of 9.23 wordt alleen verleend als: a. Op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe bevoegde instantie is aangetoond dat geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, of; b. op basis van archeologisch onderzoek door een daartoe bevoegde instantie is aangetoond dat geen archeologische waarden door de werken en/of werkzaamheden niet onevenredig worden geschaad. Artikel 9.26 Aanlegactiviteiten uitvoeren - specifieke aanvraagvereisten archeologie Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 9.11, 9.17 of 9.23 worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een rapport waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld. b. een rapport waarin in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd. Artikel 9.27 Aanlegactiviteiten uitvoeren - voorschriften archeologie indien uit het in artikel 9.26 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden voor het uitvoeren van aanlegactiviteiten worden verstoord, kunnen door het college van burgemeester en wethouders één of meerdere van de volgende voorschriften worden verbonden aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 9.11, 9.17 of 9.23 a. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; b. een verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek door middel van opgravingen; c. een verplichting de werken en/of werkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg. Paragraaf 9.9.3 Beoordelingskader leiding persriool Artikel 9.28 Aanlegactiviteiten uitvoeren - beoordelingsregels rioolpersleiding De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 9.5, 9.8, 9.11, 9.14, of 9.17 wordt alleen verleend als: a. de belangen in verband met de betrokken rioolpersleiding zich hier niet tegen verzetten. b. vooraf positief advies is ingewonnen van de leidingbeheerder van de rioolpersleiding. c. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van de rioolpersleiding. Artikel 9.29 Aanlegactiviteiten uitvoeren - specifieke aanvraagvereisten rioolpersleiding Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 9.5, 9.8, 9.11, 9.14, of 9.17 worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een advies van de leidingbeheerder of geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het doelmatig en veilig functioneren van de leiding; en b. een advies van de leidingbeheerder of de voorgenomen activiteit uit een oogpunt van het functioneren en doelmatig beheer en onderhoud bezwaren oplevert. Paragraaf 9.9.4 Beoordelingskader leiding hoogspanningsverbinding bovengronds Artikel 9.30 Aanlegactiviteiten uitvoeren - beoordelingsregels hoogspanningsverbinding bovengronds De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 9.5, 9.8, 9.11, 9.14 of 9.17 wordt alleen verleend als: a. de belangen in verband met de betrokken hoogspanningsverbinding bovengronds zich hier niet tegen verzetten. b. vooraf positief advies is ingewonnen van de leidingbeheerder van de hoogspanningsverbinding bovengronds. c. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het doelmatig en veilig functioneren van de hoogspanningsverbinding bovengronds. Paragraaf 9.9.5 Beoordelingskader ecologie Artikel 9.31 Aanlegactiviteiten uitvoeren - beoordelingsregels ecologie De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 9.5, 9.8, 9.11, 9.17, 9.20 en 9.23 wordt alleen verleend als: a. uit een onderzoeksrapport blijkt dat door de aanlegactiviteit geen onevenredige aantasting van de ecologische waarden plaatsvindt. b. Een rapport als bedoeld onder a is niet noodzakelijk indien naar het oordeel van burgemeester en wethouders de ecologische waarde van de gronden middels andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Deze informatie word dan ook als een rapport beschouwd. Hoofdstuk 10 Milieuaspecten van activiteiten Hoofdstuk 11 Beheer en onderhoud Hoofdstuk 12 Financiële bepalingen Hoofdstuk 13 Procesregels Hoofdstuk 14 Handhaving Hoofdstuk 15 Monitoring en informatie Hoofdstuk 16 Gereserveerd Hoofdstuk 17 Gereserveerd Hoofdstuk 18 Gereserveerd Hoofdstuk 19 Gereserveerd Hoofdstuk 20 Gereserveerd Hoofdstuk 21 Gereserveerd Hoofdstuk 22 ACTIVITEITEN Afdeling 22.1 ALGEMEEN Artikel 22.1 Voorrangsbepaling
- De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet.
- De regels in afdeling 22.3 zijn niet van toepassing op een milieubelastende activiteit die als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover voorschriften zijn verbonden aan: a. een voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet onherroepelijke omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit; b. een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet en na de inwerkingtreding van die wet onherroepelijk wordt. Artikel 22.2 Overgangsrecht: gemeentelijke monumenten en voorbeschermde gemeentelijke monumenten
- Voor de toepassing van de artikelen 22.28, eerste en tweede lid, 22.38, 22.286, 22.287, 22.289 tot en met 22.292 en 22.294 wordt onder gemeentelijk monument respectievelijk voorbeschermd gemeentelijk monument ook verstaan een monument of archeologisch monument dat op grond van een gemeentelijke verordening is aangewezen respectievelijk waarop, voordat het is aangewezen, die verordening van overeenkomstige toepassing is.
- Het eerste lid is van toepassing: a. als het gaat om een aangewezen monument of archeologisch monument: zolang in dit omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven; en b. als het gaat om een monument of archeologisch monument waarop voordat het is aangewezen de verordening van overeenkomstige toepassing is: zolang in dit omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven of dit omgevingsplan geen voorbeschermingsregel bevat vanwege het voornemen om die functie-aanduiding te geven. Artikel 22.3 Overgangsrecht: rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten De artikelen 22.28, derde lid, en 22.38, aanhef en onder b, zijn van overeenkomstige toepassing op een activiteit als bedoeld in die artikelonderdelen die wordt verricht op een locatie waarvoor een op grond van artikel 4.35, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet als instructie geldende aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de Monumentenwet 1988 zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Erfgoedwet van kracht is, zolang in dit omgevingsplan aan die locatie nog niet de functie-aanduiding rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht is gegeven. Afdeling 22.2 ACTIVITEITEN MET BETREKKING TOT BOUWWERKEN, OPEN ERVEN EN TERREINEN Paragraaf 22.2.1 Algemene bepalingen Artikel 22.4 Maatwerkvoorschriften
- Binnen ambtsgebied exclusief transitiefase Noordoostpolder Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over deze afdeling, met uitzondering van bepalingen over meet- en rekenmethoden.
- Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van de artikelen in deze afdeling. Paragraaf 22.2.2 Verrichten van bouw- en sloopwerkzaamheden Artikel 22.5 Uitzetten rooilijnen, bebouwingsgrenzen en straatpeil Met het bouwen van een bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit of een omgevingsplanactiviteit is verleend wordt, onverminderd de aan de vergunning verbonden voorschriften, niet begonnen voordat voor zover nodig: a. de rooilijnen of bebouwingsgrenzen op het bouwterrein zijn uitgezet; en b. het straatpeil is uitgezet. Artikel 22.6 Paragraaf 22.2.3 Bouwen en in stand houden van bouwwerken Artikel 22.7 Repressief welstand
- Het uiterlijk van de volgende bouwwerken mag niet in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, van de Woningwet, zoals dat artikel tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet gold: a. een bestaand bouwwerk, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is; en b. een te bouwen bouwwerk waarvoor geen omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist.
- Het eerste lid is niet van toepassing als het gaat om een in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, aangewezen gebied of bouwwerk waarvoor geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn. Artikel 22.8 Aansluiting op distributienet voor elektriciteit
- Met het oog op het waarborgen van de veiligheid is een voorziening voor het afnemen en gebruiken van elektriciteit in een bouwwerk aangesloten op het distributienet voor elektriciteit als de aansluitafstand niet groter is dan 100 m of groter is dan 100 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 100 m.
- Het eerste lid is niet van toepassing op het bouwen van een woonfunctie voor particulier eigendom of een drijvend bouwwerk. Artikel 22.9 Aansluiting op distributienet voor gas
- Met het oog op het waarborgen van de veiligheid is een voorziening voor het afnemen en gebruiken van gas in een bouwwerk aangesloten op het distributienet voor gas als: a. artikel 10, zesde lid, onder a of b, van de Gaswet op de aansluiting van toepassing is; en b. de aansluitafstand niet groter is dan 40 m of groter is dan 40 m en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 m.
- Het eerste lid is niet van toepassing op het bouwen van een woonfunctie voor particulier eigendom of een drijvend