Dit wijzigingsbesluit past het Omgevingsplan van de gemeente Veenendaal aan en richt zich op het reguleren van activiteiten in de fysieke leefomgeving om diverse maatschappelijke doelen te bereiken. Het stelt regels voor onder andere veiligheid, gezondheid, milieu en het behoud van cultureel erfgoed.
artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, toegepast. Artikel 5.3 Normadressaat Aan dit hoofdstuk wordt voldaan door degene die de activiteit verricht, tenzij anders bepaald. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit. Artikel 5.4 Specifieke zorgplicht Degene die een activiteit als
dit hoofdstuk verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de oogmerken, met het oog waarop de regels in de betreffende afdeling of paragraaf zijn gesteld, is verplicht: a. alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b. voor zover deze niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd. Artikel 5.5 Algemeen verbod gebruik Het is verboden locaties waar op grond van dit omgevingsplan bepaalde activiteiten zijn toegestaan, te gebruiken in strijd met de regels in dit hoofdstuk. Artikel 5.6 Maatwerkvoorschriften en vergunningvoorschriften 1. Burgemeester en wethouders kunnen maatwerkvoorschriften stellen over de regels over activiteiten in dit hoofdstuk of vergunningvoorschriften verbinden aan een omgevingsvergunning als
dit hoofdstuk, met uitzondering van bepalingen over meet- en rekenmethoden.
dit hoofdstuk kan worden verbonden. Artikel 5.7 Algemene gegevens bij een melding Een melding wordt ondertekend en bevat ten minste: a. de aanduiding van de activiteit; b. de naam en het adres van degene die de activiteit verricht; c. het adres waarop de activiteit wordt verricht; en d. de dagtekening. Artikel 5.8 Algemene gegevens bij een informatieplicht Als gegevens en bescheiden worden verstrekt aan burgemeester en wethouders, worden die ondertekend en voorzien van: a. de aanduiding van de activiteit; b. de naam en het adres van degene die de activiteit verricht; c. het adres waarop de activiteit wordt verricht; en d. de dagtekening. Artikel 5.9 Gegevens bij het wijzigen van naam, adres of normadressaat 1. Voordat de naam of het adres,
de Artikel 5.7 of Artikel 5.8 , wijzigen, worden de daardoor gewijzigde gegevens verstrekt aan burgemeester en wethouders.
artikel 5.68 van het Besluit kwaliteit leefomgeving is; of 3°. waarover geluidregels zijn gesteld bij of krachtens een gemeentelijke verordening; f. het verrichten van werkzaamheden met een mobiele installatie op een weiland, akker of bos die geen verplaatsbaar mijnbouwwerk als
artikel 4.1116 van het Besluit activiteiten leefomgeving is; en g. bruggen, viaducten, verkeerstunnels en andere ondergronds gelegen bouwwerken voor het vervoer van personen of goederen en beweegbare waterkeringen. 3. Het tweede lid geldt niet voor milieubelastende activiteiten die bestaan uit het lozen op of in de bodem of op de riolering, voor zover het gaat om de gevolgen van het lozen voor de bodem, voor de voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater of voor het zuiveringtechnisch werk. Artikel 5.16 Specifieke zorgplicht gebruik riolering De specifieke zorgplicht,
het afvalwater geen stoffen mag bevatten die het materiaal van de rioleringen kunnen aantasten of het zuiveringsproces van de rioolwaterzuiveringsinstallatie kunnen verstoren; en b. bij sloopwerkzaamheden of andere werkzaamheden aan een op het openbaar riool aangesloten perceel, door de rechthebbende zodanige voorzieningen aan het particulier riool moeten worden getroffen dat schade aan of verzanding of verstopping van het openbaar riool of de perceelaansluitleiding wordt voorkomen. Artikel 5.17 Algemene regels aansluiting van afvoer huishoudelijk afvalwater en hemelwater
de gewenste datum van uitvoering; b. de ligging van het aan te sluiten perceel: 1°. aan de hand van straat en huisnummer of, als nog geen huisnummer is toegekend, aan de hand van het kadastraal nummer van het betreffende perceel; en 2°. aangegeven op een situatieschets 1:500 of grotere schaal; c. voor zover het lozing van afvalwater van een locatie betreft waar een milieubelastende activiteit is toegestaan, de aard en de hoeveelheid van de af te voeren vloeistoffen, waarbij wordt aangegeven of niet verontreinigd water, zoals regen- of koelwater, of verontreinigd water, zoals huishoudelijk of bedrijfsafvalwater, zal worden afgevoerd; d. of het enkel lozing van huishoudelijk afvalwater betreft, of dat er daarnaast hemelwater zal worden afgevoerd; en e. van het aan te sluiten of te wijzigen particulier riool ten minste de volgende gegevens: 1°. de dimensionering; en 2°. de plaats van de afvalwater- en hemelwaterafvoerleidingen, waarbij op de situatieschets een duidelijk verschil in kleur, tekst of symbolen tussen de leidingen is aangebracht. Artikel 5.22 Beoordelingsregels omgevingsvergunning aansluiting riool 1. Een omgevingsvergunning als
de afvoer van afvalwater inclusief hemelwater als ter plaatse een gemengd rioolstelsel aanwezig is, met dien verstande dat het afvalwater en hemelwater tot aan de ontstoppingsput gescheiden wordt aangeboden; b. de afvoer van huishoudelijk afvalwater of bedrijfsafvalwater naar het vuilwaterriool als ter plaatse een gescheiden rioolstelsel aanwezig is; c. de afvoer van hemelwater naar het hemelwaterriool als ter plaatse een gescheiden rioolstelsel aanwezig is; of d. de afvoer van huishoudelijk afvalwater of bedrijfsafvalwater als ter plaatse een drukriool aanwezig is. 2. Een omgevingsvergunning als
.20 wordt verleend als de aansluiting van het particulier riool op het openbaar riool of wijziging van die aansluiting vanwege technische, juridische of milieuhygiënische redenen niet bezwaarlijk is. 3. Een omgevingsvergunning als
ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. de hoogteligging van het particulier riool ter plaatse van het aansluitpunt afwijkt van de bij voorschrift
de bovenzijde van een lozingstoestel lager is gelegen dan 150 mm boven de kruin van de straat, tenzij maatregelen worden getroffen om terugvloeien van het water in een lozingstoestel te voorkomen; d. door de aansluiting gemeenschappelijke lozing zou plaatsvinden van afvalwater, bronneringswater of hemelwater op een gescheiden rioolstelsel; e. het openbaar riool ter plaatse van de aansluitleiding niet over voldoende capaciteit beschikt om de hoeveelheid te lozen vloeistoffen te kunnen afvoeren; f. de aansluiting wordt gebruikt voor lozing van drainagewater; g. de gevraagde aansluiting een afvoerleiding voor niet verontreinigd bronneringswater betreft, die zonder bezwaar op het oppervlaktewater kan worden aangesloten of via retourbemaling kan worden afgevoerd; h. de aansluiting op een vrijverval riool niet onder vrijverval plaatsvindt; i. verontreinigd hemelwater in geval van een gescheiden stelsel niet wordt afgevoerd via het vuilwaterriool; j. het af te voeren debiet van verontreinigd hemelwater in geval van een gescheiden stelsel groter is dan 5 l/sec/ha; k. de afvoer van hemelwater vanuit laadkuilen niet op het buizenstelsel bestemd voor afvoer van afvalwater wordt aangesloten of wanneer de afvoer groter is dan 5 l/sec/ha; l. het afvalwater dat naar het drukriool wordt afgevoerd hemelwater bevat; m. lozingsvoorzieningen zoals een septic-tank of beerput onderdeel uitmaken van een aansluitleiding; of n. vanuit een nieuwe woning regenwater en afvalwater niet gescheiden worden gehouden tot aan de ontstoppingsput. Artikel 5.23 Intrekken of wijzigen van de omgevingsvergunning aansluiting riool Een omgevingsvergunning als
de bepalingen van dit omgevingsplan of de aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften niet zijn of worden nagekomen; b. het gebruik van een aansluiting waarop de omgevingsvergunning betrekking heeft, wordt beëindigd; c. het gebruik van de aansluiting niet overeenkomstig de bij de verkrijging van de omgevingsvergunning verstrekte gegevens is; of d. er wijzigingen optreden in de aard en het type water (afvalwater, hemelwater, bronneringswater) dat wordt afgevoerd. Artikel 5.24 Voorschriften omgevingsvergunning aansluiting riolering Als voorschrift bij een omgevingsvergunning als
.20 voor aansluiting van een particulier riool op het openbaar riool kan in ieder geval worden bepaald: a. als voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater een openbaar vuilwaterriool of een ander passend systeem als
artikel 2.16, derde lid, van de Omgevingswet aanwezig is waarop kan worden aangesloten: op welke plaats, op welke hoogte en met welke inwendige middellijn de voor aansluiting van een voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater op dat riool of systeem noodzakelijke perceelaansluitleiding bij de gevel van het bouwwerk of de grens van het erf of terrein wordt aangelegd; b. als voor de afvoer van hemelwater een openbaar hemelwaterstelsel of een openbaar vuilwaterriool aanwezig is waarop kan worden aangesloten, en hemelwater op dat stelsel of riool mag worden gebracht: op welke plaats, op welke hoogte en met welke inwendige middellijn de voor aansluiting van een voorziening voor de afvoer van hemelwater op dat stelsel of riool noodzakelijke perceelaansluitleiding bij de gevel van het bouwwerk of de grens van het erf of terrein wordt aangelegd; en c. of, en zo ja welke voorzieningen in de afvoervoorziening of de op het erf of terrein gelegen riolering moeten worden aangebracht om het functioneren van de afvoervoorzieningen, naburige aansluitingen en de openbare voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater te waarborgen. Artikel 5.25 Informatieplicht beëindiging van of gebreken aan aansluitleiding 1. Als het gebruik van een aansluitleiding definitief wordt beëindigd stelt de rechthebbende burgemeester en wethouders hiervan in kennis. 2. Bij het ontdekken van gebreken aan de aansluitleiding, is de omgevingsvergunninghouder verplicht hiervan onmiddellijk kennis te geven aan de gemeente. Artikel 5.26 Maatwerkvoorschriften aansluiting van afvoer huishoudelijk afvalwater en hemelwater Met een maatwerkvoorschrift als
.6 kan in ieder geval worden bepaald of, en zo ja welke voorzieningen in de afvoervoorziening of de op het erf of terrein gelegen riolering moeten worden aangebracht om het functioneren van de afvoervoorzieningen, naburige aansluitingen en de openbare voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater te waarborgen. Afdeling 5.4 Milieubelastende activiteiten Paragraaf 5.4.1 Algemeen Artikel 5.27 Oogmerken De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op: a. het voorkomen en beperken van hinder en overlast; en b. het beschermen van het milieu. Paragraaf 5.4.2 Activiteiten met geluidshinder of hinder door verlichting Subparagraaf 5.4.2.1 Onversterkte muziek Artikel 5.28 Toepassingsbereik
artikel 5.68 van het Besluit kwaliteit leefomgeving is; of 3°. waarover geluidregels zijn gesteld bij of krachtens een gemeentelijke verordening; f. het verrichten van werkzaamheden met een mobiele installatie op een weiland, akker of bos die geen verplaatsbaar mijnbouwwerk als
artikel 4.1116 van het Besluit activiteiten leefomgeving is; en g. bruggen, viaducten, verkeerstunnels en andere ondergronds gelegen bouwwerken voor het vervoer van personen of goederen en beweegbare waterkeringen. Artikel 5.29 Algemene regels onversterkte muziek
artikel 5.68 van het Besluit kwaliteit leefomgeving is; of 3°. waarover geluidregels zijn gesteld bij of krachtens een gemeentelijke verordening; f. het verrichten van werkzaamheden met een mobiele installatie op een weiland, akker of bos die geen verplaatsbaar mijnbouwwerk als
artikel 4.1116 van het Besluit activiteiten leefomgeving is; en g. bruggen, viaducten, verkeerstunnels en andere ondergronds gelegen bouwwerken voor het vervoer van personen of goederen en beweegbare waterkeringen. Artikel 5.31 Algemene regels collectieve festiviteiten 1. De geluidsnormen,
subparagraaf 22.3.4.2, en de regels over verlichting voor sportuitoefening,
paragraaf 22.3.22, gelden niet tijdens de viering van de volgende collectieve festiviteiten: a. Koningsnacht; b. Koningsdag; c. Veense Wielerfeesten; d. Zomerfeesten; e. Lampegietersdagen; en f. Bockbierfestival. 2. Burgemeester en wethouders kunnen, wanneer een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit onmiddelijk als collectieve festiviteit aanwijzen. Tijdens deze aangewezen collectieve festiviteit gelden de geluidsnormen,
subparagraaf 22.3.4.2, en de regels over verlichting voor sportuitoefening,
paragraaf 22.3.22, ook niet. Subparagraaf 5.4.2.3 Incidentele festiviteiten Artikel 5.32 Toepassingsbereik
artikel 5.68 van het Besluit kwaliteit leefomgeving is; of 3°. waarover geluidregels zijn gesteld bij of krachtens een gemeentelijke verordening; f. het verrichten van werkzaamheden met een mobiele installatie op een weiland, akker of bos die geen verplaatsbaar mijnbouwwerk als
artikel 4.1116 van het Besluit activiteiten leefomgeving is; en g. bruggen, viaducten, verkeerstunnels en andere ondergronds gelegen bouwwerken voor het vervoer van personen of goederen en beweegbare waterkeringen. Artikel 5.33 Algemene regels incidentele festiviteiten
het eerste lid, geldt voor het bebouwde gedeelte van de locatie waar een milieubelastende activiteit is toegestaan en niet voor de buitenruimte.
schade toebrengt aan de weg; b. gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan; en c. belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg. Paragraaf 5.5.2 Activiteiten met betrekking tot objecten op of aan de weg Subparagraaf 5.5.2.1 Tijdelijke reclame plaatsen op of aan de weg Artikel 5.37 Toepassingsbereik Deze subparagraaf gaat over: a. het verspreiden van reclame; b. het plaatsen van mobiele billboards; c. het beplakken van plakzuilen met handelsreclame; d. het plaatsen van aankondigingsborden; e. het plaatsen van spandoeken; f. het plaatsen van verwijsbordjes; en g. het plaatsen van tijdelijke reclame op of aan de openbare weg in beheer bij de gemeente. Artikel 5.38 Specifieke zorgplicht reclame De zorgplicht,
de verspreider van flyers achteraf de op straat achtergebleven of weggegooide flyers opruimt; en b. de objecten die op of boven de openbare weg worden geplaatst, zijn voorzien van een solide constructie. Artikel 5.39 Algemene regels mobiele billboards
het gewenste aantal aankondiginigsborden; b. een tekening of ingetekende luchtfoto met daarop de locatie, lengte, breedte en hoogte van het object of de objecten; c. de voorgenomen tijdsduur van het plaatsen van het object of de objecten; d. een omschrijving van de gewenste typen reclame of aankondigingen; en e. een verkeersplan, als het fietspad, voetpad of de rijbaan geheel of gedeeltelijk wordt geblokkeerd. Artikel 5.43 Beoordelingsregels omgevingsvergunning aankondigingsborden Een omgevingsvergunning als
de aanvraag niet meer dan 5 aankondigingsborden betreft; b. de afmetingen van de aankondigingsborden niet meer dan 1,22 meter bij 2,44 meter bedragen; c. de termijn van plaatsing niet langer is dan 14 dagen; d. de aankondigingsborden binnen de locatie Aankondigings- en spanborden worden geplaatst en deze locatie gedurende de aangevraagde termijn ook beschikbaar is; e. de aankondigingsborden geen belemmering vormen voor de doorstroming van het fiets-, voet- en gemotoriseerde verkeer; en f. het gaat om een van de volgende type reclame of aankondigingen: 1°. algemene overheids- en ideële reclame; 2°. aankondiging van activiteiten met een sociaal-cultureel of sportief karakter; of 3°. aankondiging van plaatselijke evenementen. Artikel 5.44 Aanwijzing vergunningplichtige activiteiten spandoeken Het is verboden zonder omgevingsvergunning spandoeken te plaatsen op of aan de weg. Artikel 5.45 Bijzondere aanvraagvereisten spandoeken Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning
een tekening of ingetekende luchtfoto met daarop de locatie, lengte, breedte en hoogte van het object of de objecten; b. de voorgenomen tijdsduur van het plaatsen van het object of de objecten; c. een omschrijving van de gewenste typen reclame of aankondigingen; en d. een verkeersplan, als het fietspad, voetpad of de rijbaan geheel of gedeeltelijk wordt geblokkeerd. Artikel 5.46 Beoordelingsregels omgevingsvergunning spandoeken Een omgevingsvergunning als
de spandoeken binnen de locatie Spandoeken worden geplaatst en deze locatie gedurende de aangevraagde termijn ook beschikbaar is; b. de termijn van de plaatsing niet langer is dan 14 dagen; c. de aanvraag afkomstig is van een ideële instelling; d. de spandoeken geen belemmering vormen voor de doorstroming van het fiets-, voet- en gemotoriseerde verkeer; en e. er geen sprake is van commerciële aanduidingen of handelsreclame. Artikel 5.47 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen verwijsbordjes Het is verboden zonder omgevingsvergunning verwijsbordjes te plaatsen op of aan de weg. Artikel 5.48 Bijzondere aanvraagvereisten verwijsbordjes Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning
een tekening of ingetekende luchtfoto met daarop de locatie, lengte, breedte en hoogte van het object of de objecten; b. de voorgenomen tijdsduur van het plaatsen van het object of de objecten; c. een omschrijving van de gewenste typen reclame of aankondigingen; en d. een verkeersplan, als het fietspad, voetpad of de rijbaan geheel of gedeeltelijk wordt geblokkeerd. Artikel 5.49 Beoordelingsregels omgevingsvergunning verwijsbordjes Een omgevingsvergunning als
de afmetingen van de tijdelijke verwijsbordjes minder dan 60 centimeter bij 30 centimeter bedragen; b. de tijdelijke verwijsbordjes maximaal 1 dag voor plaatsvinding activiteit geplaatst worden en direct na afloop van de activiteit worden verwijderd; c. de tijdelijke verwijsbordjes niet voor belemmering van het zicht van verkeersdeelnemers zorgen; d. de tijdelijke verwijsbordjes geen belemmering vormen voor de doorstroming van het fiets-, voet- en gemotoriseerde verkeer; en e. het gaat om tijdelijke verwijsbordjes voor activiteiten van bedrijven, voor bedrijfsverhuizingen binnen de gemeente of voor bedrijven die wegens reconstructie van wegen tijdelijk moeilijk bereikbaar zijn. Subparagraaf 5.5.2.2 Het gebruik van de weg of een weggedeelte anders dan overeenkomstig de publieke functie Artikel 5.50 Toepassingsbereik Deze subparagraaf gaat over: a. het plaatsen van uitstallingen op of aan de weg; en b. het gebruik van de weg of een weggedeelte anders dan overeenkomstig de publieke functie . Artikel 5.51 Specifieke zorgplicht uitstallingen De zorgplicht,
een uitstalling door omvang, vormgeving constructie, plaats of het beoogde gebruik geen schade toebrengt aan openbaar toegankelijk gebied; b. een uitstalling of het beoogde gebruik daarvan geen gevaar oplevert voor de bruikbaarheid en het doelmatig en veilig gebruik van openbaar toegankelijk gebied en geen belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van openbaar toegankelijk gebied; c. een uitstalling of het beoogde gebruik daarvan geen overlast oplevert voor derden; d. een uitstalling geen risico oplevert voor de veiligheid; en e. de ondernemer van een uitstalling zorgt voor een schoon en ordelijk aanzien van de uitstalling en voor het schoonhouden van openbaar toegankelijk gebied in de directe omgeving daarvan. Artikel 5.52 Specifieke zorgplicht gebruik van de weg of een weggedeelte anders dan overeenkomstig de publieke functie daarvan De zorgplicht,
.4, houdt in ieder geval in dat degene die de weg of een weggedeelte gebruikt anders dan overeenkomstig de publieke functie daarvan waarbij gebruik wordt gemaakt van een wegafzetting en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat dit gebruik tot gevaar voor de weggebruikers kan leiden, verplicht is alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om dat gevaar te voorkomen of niet te laten voortduren. Artikel 5.53 Algemene regels uitstallingen Bij het plaatsen van een uitstalling wordt voldaan aan de volgende regels: a. er is een vrije doorgang in een rechtdoorgaande lijn van minimaal 150 centimeter breed gewaarborgd voor onder andere voetgangers en rolstoelgebruikers; b. er is een vrije en onbelemmerde doorgang in een rechtdoorgaande lijn van minimaal 400 centimeter met een vrije hoogte van tenminste 420 centimeter aanwezig voor hulpdiensten; c. nooduitgangen van de eigen winkel en die van in de nabijheid gelegen onroerende zaken dienen altijd onbelemmerd te gebruiken te zijn; d. de uitstalling is alleen aanwezig op tijden dat de winkel voor het publiek geopend is; e. de uitstalling is uitsluitend aanwezig op voor voetgangers bestemde delen van openbaar toegankelijk gebied binnen een uitstallingszone van maximaal 100 centimeter vanuit de gevel over de gehele gevelbreedte van de winkel; en f. de uitstalling vormt geen belemmering voor: 1°. op de locatie van de uitstalling te verrichten (onderhouds)werkzaamheden; 2°. evenementen; 3°. markten; 4°. kermissen; 5°. andere festiviteiten; of 6°. gebeurtenissen van algemeen belang. Artikel 5.54 Algemene regels gebruik van de weg of een weggedeelte anders dan overeenkomstig de publieke functie daarvan Bij het gebruik van de weg of een weggedeelte anders dan overeenkomstig de publieke functie daarvan wordt het terrein en straatmeubilair na afloop van de ingebruikneming in dezelfde staat als waarin dit bij de aanvang van het gebruik verkeerde, opgeleverd. Artikel 5.55 Meldingsplicht gebruik van de weg of een weggedeelte anders dan overeenkomstig de publieke functie daarvan 1. Het is verboden om een weg of een weggedeelte te gebruiken anders dan overeenkomstig de publieke functie daarvan voor zonder dit ten minste twee weken voor het begin ervan te melden, als: a. de weg of een weggedeelte ligt binnen Veenendaal uitgezonderd ontsluitingswegen en hoofdfietsroute; en b. het gebruik maximaal drie dagen plaatsvindt. 2. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing als: a. de activiteit in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam wordt verricht; b. het gaat om een evenement als
artikel 2:24 Algemene Plaatselijke Verordening Veenendaal; c. het gaat om een vergunde standplaats als
artikel 5.90; of d. het gaat om een uitstalling als
artikel 5.
artikel 2:24 Algemene Plaatselijke Verordening Veenendaal; c. het gaat om een vergunde standplaats als
artikel 5.90; of d. het gaat om een uitstalling als
artikel 5.53. Artikel 5.57 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning gebruik van de weg of een weggedeelte anders dan overeenkomstig de publieke functie daarvan Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning
artikel 5.56 worden de volgende gegevens verstrekt: a. het tijdstip en de duur van de activiteit; b. een situatietekening van de tijdelijke toestand; c. de omvang van de opslag van de roerende zaken; d. de aard van de roerende zaken; e. indien van toepassing een tekening van de inrichting met de bouwveiligheidszone en/ of hijszone zoals omschreven in de Landelijke richtlijn Bouw- en sloopveiligheid; f. indien van toepassing een omleidingstekening; en g. indien van toepassing een bebordingstekening. Artikel 5.58 Beoordelingsregels gebruik van de weg of een weggedeelte anders dan overeenkomstig de publieke functie daarvan Een omgevingsvergunning als
artikel 5.56 kan alleen worden verleend als: a. de plaatsing van een object niet het zicht ontneemt voor de weggebruiker; b. andere weggebruikers veilig de weg kunnen gebruiken, als dat niet mogelijk is, een duidelijk alternatief wordt aangeboden; c. de manier waarop de activiteit wordt uitgevoerd de minste invloed heeft op de omgeving en er voor zorgt dat de continuïteit van het dagelijks leven zo min mogelijk wordt beïnvloed; en d. het achterliggende gebied bereikbaar blijft voor minimaal hulpdiensten. Paragraaf 5.5.3 Parkeerexcessen motorvoertuigen en aanhangwagens Artikel 5.59 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat: a. over het parkeren en het plaatsen of hebben van motorvoertuigen aanhangwagens op de openbare weg; en b. de openbare weg als werkplaats voor motorvoertuigen of aanhangwagens te gebruiken. Artikel 5.60 Algemeen verbod motorvoertuig en aanhangwagen
de locatie van de motorvoertuigen of aanhangwagens aangegeven op een luchtfoto; b. de startdatum en de voorgenomen tijdsduur van het parkeren of plaatsen van de motorvoertuigen of aanhangwagens; c. een omschrijving van een dringende reden om de motorvoertuigen of aanhangwagens op de openbare weg te parkeren of te plaatsen of de openbare weg als werkplaats te gebruiken; d. het type motorvoertuigen of aanhangwagen; en e. kentekens van de motorvoertuigen of aanhangwagen. Artikel 5.65 Beoordelingsregels omgevingsvergunning meer dan drie voertuigen parkeren of als werkplaats gebruiken Een omgevingsvergunning als
de aanvrager kan aantonen dat er een dringende reden is om de motorvoertuigen of aanhangwagens,
het eerste lid, op de openbare weg te parkeren of op de openbare weg te plaatsen of te hebben; of b. de aanvrager kan aantonen dat er een dringende reden is om de openbare weg als werkplaats te gebruiken. Paragraaf 5.5.4 Het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg Artikel 5.66 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg. Artikel 5.67 Aanwijzing vergunningplichtige activiteiten aanleggen, beschadigen of veranderen van een weg
een tekening of foto met daarop de gewenste weg of wijziging van de weg; b. een planning van de werkzaamheden; en c. een foto van de bestaande situatie. Artikel 5.69 Beoordelingsregels omgevingsvergunning aanleggen, beschadigen of veranderen van een weg 1. Een omgevingsvergunning als
de activiteit niet ten koste gaat van de bruikbaarheid van de weg; b. de activiteit het waarborgen van de verkeersveiligheid niet in de weg staat; en c. de activiteit niet ten koste gaat van het aanwezige openbare groen.
artikel 5.71; b. het om een eerste uitrit gaat; c. er geen wijziging van openbaar toegankelijk gebied nodig is, anders dan het aanbrengen of het aanpassen van de verharding die nodig is voor het aanleggen van de uitrit; d. er voor de aanleg van de uitrit geen bomen op particuliere grond worden verplaatst of verwijderd waarvoor een omgevingsvergunning voor kappen als
artikel 5.116 nodig is; e. de uitrit niet ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of een object in openbaar toegankelijk gebied; f. er geen voet- of fietspad tussen de uitrit en de openbare weg ligt; g. de afstand van de uitrit tot het tangent van de bocht of kruising op de openbare weg ten minste 5 meter is; h. er een opstelruimte voor voertuigen op het perceel is van ten minste 2,5 meter breed en 5 meter diep, gemeten vanaf de erfgrens aangrenzend aan de openbare weg; i. het een uitrit betreft op de locaties Dragonderweg 2 t/m 16 M (even nummers), deze niet breder is dan 4 meter, gemeten op het smalste punt; en j. het een uitrit betreft op de locaties Gelders Benedeneind 26 t/m 32 (even nummers), deze niet breder is dan 6 meter, gemeten op het smalste punt. Artikel 5.73 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning uitrit aanleggen of veranderen Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning
een tekening of foto van de bestaande situatie; b. een situatietekening van de gewenste toestand, inclusief: 1°. maatvoering waaruit de ligging van de gewenste uitrit blijkt ten opzichte van de directe omgeving; 2°. eventuele aanwezige obstakels, zoals bomen, lichtmasten etc. op tekening weergeven; en c. een tekening van de gewenste uitrit inclusief afmetingen van de uitrit en het opstelvak op eigen terrein Artikel 5.74 Beoordelingsregel omgevingsvergunning uitrit aanleggen of veranderen Een omgevingsvergunning als
door de uitrit geen onaanvaardbare verkeersonveilige situatie kan ontstaan; b. de aanleg van de uitrit niet ten koste gaat van een openbare parkeerplaats; c. er geen onaanvaardbare wijziging van openbaar toegankelijk gebied nodig is; d. als het gaat om de aanleg van een tweede uitrit bij een woning en dit niet ten koste gaat van openbaar groen; e. als er een opstelruimte voor voertuigen op het perceel is van ten minste 2,5 meter breed en 5 meter diep, gemeten vanaf de erfgrens aangrenzend aan de openbare weg; f. er voor de aanleg van de uitrit één of meerdere bomen verplaatst of verwijderd moeten worden en hiervoor een benodigde omgevingsvergunning voor kappen als
artikel 5.116 is verleend; g. de uitrit ten behoeve van een woning op de Dragonderweg 2 t/m 16 M (even nummers) niet breder is dan 4 meter, gemeten op het smalste punt; en h. de uitrit ten behoeve van een woning op de Gelders Benedeneind 26 t/m 32 (even nummers) niet breder is dan 6 meter, gemeten op het smalste punt. Paragraaf 5.5.6 Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbaar toegankelijk gebied Artikel 5.75 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op de volgende activiteiten die betrekking hebben op openbaar toegankelijk gebied: a. het plaatsen of wijzigen van objecten op of aan onroerende zaken; en b. het maken van handelsreclame op of aan onroerende zaken. Artikel 5.76 Specifieke zorgplicht De zorgplicht,
beplanting of een voorwerp niet wordt aangebracht op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of dat er op andere wijze voor het wegverkeer hinder of gevaar ontstaat; b. beplanting of een voorwerp niet wordt behouden op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of dat er op andere wijze voor het wegverkeer hinder of gevaar ontstaat; en c. degene die handelsreclame op of aan een onroerende zaak maakt of heeft door middel van een opschrift, aankondiging of afbeelding, zorg draagt voor het voorkomen van het in gevaar brengen van het verkeer of het ontstaan van ernstige hinder voor de omgeving. Artikel 5.77 Aanwijzing vergunningplichtige activiteiten (verlicht) reclameobject Het is verboden zonder omgevingsvergunning een (verlicht) reclameobject, dat zichtbaar is vanaf de openbare weg, op of aan een bouwwerk te plaatsen of te wijzigen. Artikel 5.78 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning (verlicht) reclame object Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning
de locatie van het object; b. de afmetingen van het object; en c. voorbeeld van het object. Artikel 5.79 Beoordelingsregels omgevingsvergunning (verlicht) reclame object 1. Een omgevingsvergunning
de activiteit niet leidt tot een onaanvaardbare afbreuk aan een goede omgevingskwaliteit; en b. de activiteit het waarborgen van de verkeersveiligheid niet in de weg staat. 2. Of sprake is van onaanvaardbare afbreuk aan een goede omgevingskwaliteit als
het eerste lid wordt beoordeeld volgens de criteria van de beleidsregels,
artikel 4.19 van de Omgevingswet. 3. Voor zover nog geen beleidsregels als
artikel 4.19 van de Omgevingswet zijn vastgesteld, wordt de vraag of sprake is van onaanvaardbare afbreuk aan een goede omgevingskwaliteit als
het eerste lid beoordeeld volgens de criteria van de welstandsnota,
artikel 12a, eerste lid, van de Woningwet, zoals dat artikel luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Paragraaf 5.5.7 Openbaar water Artikel 5.80 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op: a. het plaatsen, aanbrengen of hebben van voorwerpen in of op openbaar water; en b. schade of veranderingen aan openbare wateren, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen die bij de gemeente in beheer zijn. Artikel 5.81 Algemeen verbod openbaar water
het woonadres van de aanvrager; of b. als het woondadres buiten het gebied hondenverbod is gelegen en ook niet aan het gebied hondenverbod grenst, een omschrijving van een dringende reden om met een hond in het gebied hondenverbod aanwezig te zijn. Artikel 5.86 Beoordelingsregels omgevingsvergunning hond in gebied hondenverbod Een omgevingsvergunning als
de woning van de aanvrager aan het gebied hondenverbod grenst; of b. de aanvrager kan aantonen dat er een dringende reden is om zich met de hond in het gebied hondenverbod te begeven. Paragraaf 5.5.10 Standplaatsen Artikel 5.87 Toepassingsbereik
artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet en een vaste plaats op een evenement. 3. In deze paragraaf wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: a. bioscoop- en theatervoorstellingen; b. markten als
artikel 160, eerste lid, aanhef onder g van de Gemeentewet; c. kansspelen als
de Wet op kansspelen; d. het in een inrichting in de zin van de Drank- en Horecawet gelegenheid geven tot dansen; e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als
de Wet openbare manifestaties; f. vertoningen op openbare plaatsen; g. speelgelegenheden; en h. sportwedstrijden. Artikel 5.88 Specifieke zorgplicht De zorgplicht,
een standplaats wordt voorzien van voldoende voorzieningen voor het achterlaten van afval; en b. bij het verlaten van de standplaats de omgeving binnen een straal van 25 m2 schoon wordt achtergelaten. Artikel 5.89 Algemeen verbod standplaats Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop zonder omgevingsvergunning standplaats wordt of is ingenomen. Artikel 5.90 Aanwijzing vergunningplichtige activiteiten standplaatsen Het is verboden zonder omgevingsvergunning een standplaats in te nemen of te hebben. Artikel 5.91 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning standplaatsen Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning
een omschrijving van de activiteit en de diensten en goederen die aangeboden worden; b. het kvk-nummer; c. de duur van de activiteit en op welke dagen de activiteit plaatsvindt; d. een opstellingsplan en plattegrondtekening op schaal voor de gewenste locatie; e. afmetingen van de mobiele verkoopinrichting; f. informatie over de benodigde stroomvoorziening; en g. een foto van de mobiele verkoopinrichting. Artikel 5.92 Beoordelingsregels omgevingsvergunning standplaatsen Een omgevingsvergunning als
er geen strijdigheid bestaat met de gebruiksregels in het omgevingsplan; b. de verkoopinrichting in goede staat van onderhoud verkeert; c. de verkoopinrichting wordt gebruikt voor reclamedoeleinden die passend zijn bij de aard van de activiteit; d. de verkopende partij ingeschreven staat bij de Kamer voor Koophandel; e. er geen sprake is van een kwantitatieve of territoriale beperking in de gemeente of een deel van de gemeente als gevolg van bijzondere omstandigheden en welke noodzakelijk is in verband met een dwingende reden van algemeen belang; en f. als de activiteit niet leidt tot een onaanvaardbare afbreuk aan een goede omgevingskwaliteit. Afdeling 5.6 Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed Paragraaf 5.6.1 Algemeen Artikel 5.93 Oogmerken De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op het beschermen van het cultureel erfgoed. Paragraaf 5.6.2 Gemeentelijke monumenten Subparagraaf 5.6.2.1 Algemeen Artikel 5.94 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op activiteiten die betrekking hebben op een gemeentelijke monument. Artikel 5.95 Specifieke zorgplicht 1. De zorgplicht,
.4, houdt in ieder geval in dat een gemeentelijk monument niet wordt beschadigd of vernield en wordt onderhouden als dat voor de instandhouding daarvan noodzakelijk is. 2. De zorgplicht,
.4, houdt ook in dat aantasting van de omgeving van monumenten wordt voorkomen, voor zover door die aantasting de monumenten worden ontsierd of beschadigd. Subparagraaf 5.6.2.2 Vergunningplichtige activiteiten Artikel 5.96 Aanwijzing vergunningplichtige activiteiten gemeentelijke monumenten
.96 , voor een activiteit die betrekking heeft op een gemeentelijk monument als
de opgave van het huidige gebruik van het gemeentelijk monument en het voorgenomen gebruik, als dat afwijkt van het huidige gebruik; en b. de motivering voor het verrichten van de activiteit en een omschrijving van de gevolgen ervan voor het gemeentelijk monument.
artikel 5.96 wordt alleen verleend als de activiteit in overeenstemming is met het belang van de monumentenzorg.
.4, houdt in ieder geval in dat een beeldbepalend pand niet wordt beschadigd of vernield en wordt onderhouden als dat voor de instandhouding daarvan noodzakelijk is. Artikel 5.102 Aanwijzing vergunningplichtige activiteiten beeldbepalende panden
.102, eerste lid, onder a en b, wordt in ieder geval een onderbouwing verstrekt waaruit blijkt hoe wordt omgegaan met de karakteristieke kenmerken van het beeldbepalende pand. 2. Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning als
een onderbouwing waaruit blijkt dat de beeldbepalende bouwmassa niet te handhaven is; en b. een nieuw plan dat aantoont hoe met de karakteristieke kenmerken van het beeldbepaldende pand wordt omgegaan. 3. Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning als
.102, eerste lid worden indien nodig overige gegevens en bescheiden die samenhangen met een benodigde toetsing aan dit omgevingsplan verstrekt. Artikel 5.104 Beoordelingsregel omgevingsvergunning beeldbepalende panden 1. Een omgevingsvergunning als
.102 wordt verleend als de activiteit in overeenstemming is met het belang van het behoud van de karakteristieke kenmerken van het beeldbepalend pand 2. Bij de beslissing op de aanvraag wordt rekening gehouden met het volgende beginsel: a. het voorkomen van ontsiering, beschadiging of sloop van beeldbepalende panden. Paragraaf 5.6.4 Integrale ensembles Artikel 5.105 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het aanbrengen van wijzigingen in integrale ensembles. Artikel 5.106 Specifieke zorgplicht De zorgplicht,
.4, houdt in ieder geval in dat bij aanpassingen in openbaar toegankelijk gebied en aan of bij gebouwen en bouwwerken geen onevenredige aantasting mag plaatsvinden van de cultuurhistorische waarden behorende bij integrale ensembles, zoals opgenomen in de beleidsregel op grond van artikel 4.19 van de Omgevingswet of de welstandsnota of diens rechtsopvolgers. Paragraaf 5.6.5 Stedenbouwkundige ensembles Artikel 5.107 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het aanbrengen van wijzigingen in stedenbouwkundige ensembles. Artikel 5.108 Specifieke zorgplicht De zorgplicht,
.4, houdt in ieder geval in dat bij aanpassingen in openbaar toegankelijk gebied en aan of bij gebouwen en bouwwerken geen onevenredige aantasting mag plaatsvinden van de cultuurhistorische waarden behorende bij stedenbouwkundige ensembles, zoals opgenomen in de beleidsregel op grond van artikel 4.19 van de Omgevingswet of de welstandsnota of diens rechtsopvolgers. Afdeling 5.7 Activiteiten met betrekking tot flora en fauna Paragraaf 5.7.1 Algemeen Artikel 5.109 Oogmerken 1. De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op: a. het voorkomen of opheffen van overlast of schade aan de gezondheid; b. het voorkomen van hinder; c. het behouden en beschermen van de beeldbepalende - en cultuurhistorische waarde van bomen; en d. het waarborgen van de veiligheid. 2. Voor bomen als
artikel 11.111, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving zijn de regels in deze paragraaf ook gesteld met het oog op: a. de natuurbescherming; en b. het beschermen van landschappelijke waarden. Paragraaf 5.7.2 Hinderlijke of schadelijke dieren Artikel 5.110 Toepassingsbereik
artikel 5.68 van het Besluit kwaliteit leefomgeving is; of 3°. waarover geluidregels zijn gesteld bij of krachtens een gemeentelijke verordening; e. het verrichten van werkzaamheden met een mobiele installatie op een weiland, akker of bos die geen verplaatsbaar mijnbouwwerk als
artikel 4.1116 van het Besluit activiteiten leefomgeving is; en f. bruggen, viaducten, verkeerstunnels en andere ondergronds gelegen bouwwerken voor het vervoer van personen of goederen en beweegbare waterkeringen. Artikel 5.111 Specifieke zorgplicht hinderlijke of schadelijke dieren 1. De zorgplicht,
de rechthebbende op duiven en bijen zorg draagt voor het voorkomen van overlast voor zijn omgeving; b. de rechthebbende op landbouwhuisdieren dat zich bevindt in een weiland of op een terrein dat niet van de weg is afgescheiden door een veekering of andere afrastering, zorg draagt voor het treffen van zodanige maatregelen dat landbouwhuisdieren de weg niet kunnen bereiken. 2. De zorgplicht,
binnen de bebouwde kom en buiten een locatie waar een milieubelastende activiteit is toegestaan, dragen rechthebbenden van landbouw- of huisdieren zorg voor het voorkomen van overlast of schade aan de gezondheid. Dit houdt in ieder geval in dat: 1°. dagelijks zorg wordt gedragen voor het opruimen van uitwerpselen, voedselresten en schadelijke overlastgevende geuren of stoffen en indien mogelijk worden deze voorkomen. Artikel 5.112 Maatwerkvoorschriften hinderlijke of schadelijke dieren Met een maatwerkvoorschrift als
artikel 5.6 kan in ieder geval worden bepaald dat binnen de bebouwde kom en buiten een locatie waar een milieubelastende activiteit is toegestaan, landbouw- of huisdieren binnen worden gehouden, geplaatst worden in een geluidswerende ruimte of geplaatst worden in een nachthok tussen 22.00 uur en 08.00 uur. Artikel 5.113 Algemeen verbod bijen houden
dat lid. Paragraaf 5.7.3 Kappen van bomen en vellen van houtopstanden Artikel 5.114 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op: a. het kappen van bomen; en b. het vellen van houtopstanden. Artikel 5.115 Voorrangsregel Alle gemeentelijke regels met betrekking tot het kappen van bomen en het vellen van houtopstanden buiten deze paragraaf zijn niet van toepassing. Artikel 5.116 Aanwijzing vergunningplichtige activiteiten kappen van bomen en vellen van houtopstanden
een kaart, foto of tekening waar iedere te kappen boom of te vellen houtopstand is geïdentificeerd met een nummer en de locatie op het perceel; b. de reden voor het kappen van iedere boom of het vellen van de houtopstand; c. de soort boom of houtopstand; en d. een toelichting op de mogelijkheid tot herbeplanten of het voornemen om op een daarbij te vermelden locatie tot herbeplanten over te gaan, met daarbij het aantal en soorten vermeld. Artikel 5.118 Beoordelingsregels omgevingsvergunning kappen van bomen en vellen van houtopstanden 1. Een omgevingsvergunning als
de boom of de houtopstand gevaar of ernstige hinder veroorzaakt; of b. een individueel of maatschappelijk belang zwaarder weegt dan het beschermen van: 1°. de waarde van de boom of de houtopstand voor stads- en dorpsschoon; 2°. de beeldbepalende waarde van de boom of de houtopstand; 3°. de cultuurhistorische waarde van de boom of de houtopstand; en 4°. de waarde voor de leefbaarheid van de boom of de houtopstand. 2. In aanvulling op het eerste lid wordt, wanneer het gaat om het kappen van een boom of het vellen van een houtopstand,
artikel 11.111, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, de omgevingsvergunning verleend vanwege een individueel of maatschappelijk belang, dat zwaarder moet wegen dan het beschermen van: a. de landschappelijke waarde van de boom of de houtopstand; b. de natuurwaarde van de boom of houtopstand. Artikel 5.119 Vergunningvoorschrift kappen van bomen en vellen van houtopstanden Aan een omgevingsvergunning voor het kappen van bomen of het vellen van houtopstanden die is verleend met toepassing van artikel 5.116 kan in ieder geval als voorschrift een herbeplantingsplicht worden verbonden. Afdeling 5.8 Activiteiten met betrekking tot afval Paragraaf 5.8.1 Algemeen Artikel 5.120 Oogmerken De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van het milieu; b. het doelmatig beheren van afvalstoffen; c. het beperken van hinder en overlast; d. het waarborgen van de veiligheid; en e. het beschermen van de gezondheid. Paragraaf 5.8.2 Huishoudelijke afvalstoffen Artikel 5.121 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen. Artikel 5.122 Specifieke zorgplicht inzamelen oud papier en karton De zorgplicht,
de inzamelaar zorg draagt voor een ordelijke en zorgvuldige inzameling; en b. de inzamelaar zorg draagt voor het schoonhouden van de ruimte rond de verzamelcontainer. Artikel 5.123 Algemene regels inzameldienst en inzamelaars
Bijlage V Huishoudelijke afvalstoffen onderdeel 3 om door te geven welke afvalstoffen hij zal aanbieden; 2°. de afvalstoffen worden zoveel mogelijk in één of meer handzame bundels, gedemonteerd, samengevoegd, samengedrukt en samengebonden aangeboden; 3°. de afvalstoffen hebben per inzameling in totaal geen grotere omvang dan 2 m³ en zijn per bundel afval niet zwaarder dan 30 kilogram; 4°. de afvalstoffen worden zodanig aangeboden dat zij geen hinder of gevaar voor weggebruikers opleveren; 5°. grof tuinafval heeft bij het aanbieden geen grotere afmeting dan 2 meter; 6°. de afvalstoffen worden aangeboden op de plaats, die is aangewezen voor het ter inzameling aanbieden van inzamelmiddelen of bij de geplaatste inzamelvoorziening; en 7°. elektrische - en elektronische apparatuur en herbruikbare componenten uit het grof huishoudelijk afval die worden meegegeven aan een inzamelaar als
Bijlage V Huishoudelijke afvalstoffen onderdeel 3 worden op het eigen perceel en droog aangeboden. 3. Voor het brengen van afvalstoffen naar een afvalbrengstation gelden de volgende regels: a. het afvalbrengstation van de inzameldienst is het brengdepot waar de afvalstoffen,
de afvalstoffen worden in de daartoe op het brengdepot aangewezen container of op de daartoe aangewezen plaats achtergelaten; c. de aanwijzingen van de medewerkers van de inzameldienst worden te allen tijde opgevolgd; d. een ieder legitimeert zich op verzoek van de medewerkers van de inzameldienst of een toezichthouder die burgemeester en wethouders hebben aangewezen; en e. bij het brengdepot kan maximaal 2 m3 aan afvalstoffen per inzameling worden achtergelaten. Artikel 5.127 Algemene regels afvalscheiding In ieder geval worden de volgende bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen afzonderlijk ingezameld: Tabel 5.8.1 Bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen groente-, fruit- en tuinafval en etensresten (GFT+e) dat deel van de huishoudelijke afvalstoffen dat van organische oorsprong is, beperkt is van omvang en apart wordt ingezameld klein chemisch afval huishoudelijke afvalstoffen zoals vermeld op de kca-lijst glas op kleur gescheiden eenmalige glasverpakkingen zoals flessen, potten en andere glazen verpakkingen, met uitzondering van vlakglas, (glas)keramiek, gloei- en spaarlampen, TL-lampen, nagellakflesjes, stenen kruiken, porselein, kristal, spiegels, doppen van flessen, kunststofflessen en kurken oud papier en karton huishoudelijk oud papier en karton dat droog en schoon en niet vervuild is met andere afvalfracties, met uitzondering van drankenkartons voor zuivel en frisdranken, ordners en ringbanden met metaal of plastic onderdelen, geplastificeerd papier, sanitair papier, behang, vinyl en doorslagpapier plastic verpakkingen, blik en drankpakken plastic verpakkingen, blik en drankpakken als
het kader van de Raamovereenkomst verpakkingen textiel kleding, lakens, dekens, handdoeken en dergelijke, schoeisels, grote lappen stof en gordijnen die schoon zijn, niet vervuild met andere afvalfracties en niet eerder gebruikt als bijvoorbeeld poets- of verflappen elektrische en elektronische apparatuur de producten,
de Regeling beheer elektrische en elektronische apparatuur verduurzaamd hout hout dat is geïmpregneerd, te herkennen aan groene of bruine kleur, zoals bielzen of tuinhout grof tuinafval plantaardige of organische afvalstoffen door aard, samenstelling of omvang niet vallend onder gft+e-afval en vrijkomend bij de aanleg, het onderhoud of verwijdering van particulier groen, zoals grof loofafval, snoeihout et cetera, met uitzondering van bielzen, tuinhekken en tuinschuttingen asbest en asbesthoudend afval afval waarin zich asbest bevindt grof huishoudelijk afval volumineus of zwaar huishoudelijk afval dat door afmeting of gewicht niet in eeninzamelmiddelof via eeninzamelvoorzieningter inzameling kan worden aangeboden metalen producten met als belangrijkste bestanddeel ferroof non-ferro EPS piepschuim/tempex banden schone banden van motoren en personenauto's van maximaal 16 inch zonder velgen vlakglas vlak en glad glas dat is gebruikt in woning- en utiliteitsbouw incontinentieafval afval van incontinentiemateriaal gips dat deel van de huishoudelijke afvalstoffen dat bestaat uit gips, voor zover geen bouw- en of sloopafval huishoudelijk restafval afval afkomstig uit particuliere huishoudens, dat overblijft na scheiding in de deelstromen frituurvet en plantaardige olie restanten van voor consumptie bestemd frituurvet en plantaardige olie Artikel 5.128 Algemeen verbod huishoudelijke afvalstoffen 1. Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen: a. ter inzameling aan te bieden aan een ander dan de inzameldienst of een inzamelaar als
over te dragen aan een ander dan een inzamelaar als
achter te laten op een andere plaats dan de inzamelplaats,
ter inzameling aan te bieden anders dan de in Artikel 5.125 genoemde dagen en tijden. 2. Het is verboden de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen,
ter inzameling aan te bieden; of b. achter te laten op een inzamelplaats, als
3. Het is verboden om een inzamelmiddel na afloop van de tijden,
eerste lid onder d, buiten een perceel te laten staan. 4. Het is verboden ter inzameling gereedstaande afvalstoffen of inzamelmiddelen te doorzoeken of te verspreiden, te stoten, omver te werpen of deze anderszins te behandelen. Artikel 5.129 Informatieplicht inzamelen oud papier en karton Jaarlijks verstrekt de inzamelaar uiterlijk in de maand januari het college een rapport waarin staat hoeveel oud papier en karton is ingezameld in het voorgaande kalenderjaar. Paragraaf 5.8.3 Bedrijfsafvalstoffen Artikel 5.130 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het inzamelen van bedrijfsafvalstoffen. Artikel 5.131 Algemene regels inzameling bedrijfsafvalstoffen De inzameldienst van huishoudelijke afvalstoffen verzamelt ook categorieën bedrijfsafvalstoffen die qua aard en samenstelling vergelijkbaar zijn met de volgende huishoudelijke afvalstoffen: a. bij basisscholen voor wat betreft de inzameling van GFT+e-afval, papier en karton en plastic verpakkingen, blik en drankpakken; en b. bij kantoren en winkels voor wat betreft de inzameling van kantoor-, winkel- en dienstenafval. Artikel 5.132 Algemene regels aanbieden bedrijfsafvalstoffen Bedrijven, maatschappelijke organisaties en scholen die volgens Artikel 5.131 bedrijfsafvalstoffen aanbieden, bieden deze aan overeenkomstig de in Paragraaf 5.8.2 gestelde regels. Artikel 5.133 Algemeen verbod bedrijfsafvalstoffen Het is verboden bedrijfsafvalstoffen ter inzameling aan te bieden aan de inzameldienst, over te dragen aan de inzameldienst of bij de inzamelplaats,
Paragraaf 5.8.4 Zwerfafval en overige Artikel 5.134 Toepassingsbereik
artikel 5.68 van het Besluit kwaliteit leefomgeving is; of 3°. waarover geluidregels zijn gesteld bij of krachtens een gemeentelijke verordening; f. het verrichten van werkzaamheden met een mobiele installatie op een weiland, akker of bos die geen verplaatsbaar mijnbouwwerk als
artikel 4.1116 van het Besluit activiteiten leefomgeving is; en g. bruggen, viaducten, verkeerstunnels en andere ondergronds gelegen bouwwerken voor het vervoer van personen of goederen en beweegbare waterkeringen. Artikel 5.135 Specifieke zorgplicht zwerfafval De zorgplicht,
huishoudelijke afvalstoffen van beperkte omvang en gewicht die zijn ontstaan buiten een perceel, niet worden achtergelaten in openbaar toegankelijk gebied, anders dan in daartoe bestemde afvalbakken of andere middelen ter inzameling van deze afvalstoffen; b. reclamedrukwerk, ander promotiemateriaal en de verpakking daarvan, die in openbaar toegankelijk gebied wordt weggeworpen of achtergelaten, onmiddelijk worden opgeruimd door degene die het in de betreffende omgeving onder het publiek verspreidde; c. degene die een locatie runt waar een milieubelastende activiteit is toegestaan en waar eet- of drinkwaren worden verkocht die ter plaatse kunnen worden genuttigd, zorg draagt voor de aanwezigheid in of nabij de locatie van een steeds voor gebruik door het publiek beschikbare en tijdig geleegde afvalbak of soortgelijk middel voor het houden van afval; en d. degene die een locatie runt waar een milieubelastende activiteit is toegestaan, binnen een straal van 25 meter rond de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht, zo vaak als nodig etenswaren, verpakkingen, afval of andere materialen verwijderd die van de activiteit afkomstig zijn. Artikel 5.136 Specifieke zorgplicht afval en verontreiniging op de weg 1. De zorgplicht,
.4 houdt in ieder geval in dat een weg niet verontreinigd wordt door afvalstoffen, stoffen of voorwerpen te laden, te lossen of te vervoeren of andere werkzaamheden te verrichten.
artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet of een omgevingsvergunning, als het gaat om de volgende gevallen: a. het aanbieden, overdragen of achterlaten van huishoudelijke afvalstoffen of bedrijfsafvalstoffen in overeenstemming met dit omgevingsplan; b. het composteren van huishoudelijk groente-, fruit- of tuinafval op het perceel waar dit is ontstaan; en c. het laden, lossen of vervoeren van afvalstoffen, met inbegrip van daarbij niet te vermijden plaatsing van afvalstoffen, stoffen of voorwerpen op de openbare weg. 3. Indien de overtreder van het tweede lid onbekend is, wordt de persoon tot wie de aangetroffen afvalstof, stof of voorwerp kan worden herleid, geacht te hebben gehandeld in strijd met dit lid. Artikel 5.138 Algemeen verbod afval opslaan open lucht Het is verboden afvalstoffen op een voor het publiek waarneembare plaats in de open lucht en buiten een locatie waar een milieubelastende activiteit is toegestaan op te slaan, anders dan door het in overeenstemming met Paragraaf 5.8.2 aanbieden of overdragen van huishoudelijke afvalstoffen. Artikel 5.139 Algemeen verbod autowrakken Het is verboden zich te ontdoen van een autowrak dat afkomstig is van een perceel, anders dan door afgifte aan: a. degene die een milieubelastende activiteit als
artikel 3.152 van het Besluit activiteiten leefomgeving verricht; b. degene die een milieubelastende activiteit als
artikel 3.276 van het Besluit activiteiten leefomgeivng verricht, waar motorvoertuigen worden onderhouden anders dan alleen wassen; of c. degene die in een ander land dan Nederland is gevestigd en die overeenkomstig de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen en titel 10.7 van de Wet milieubeheer het autowrak naar dat land brengt. Hoofdstuk 6 Beheer en onderhoud Afdeling 6.1 Verplichtingen Paragraaf 6.1.1 Woningbouwcategorieën Artikel 6.1 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op woningen in de gemeente Veenendaal. Artikel 6.2 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het bieden van voldoende woonruimte; en b. het bereiken van een gevarieerd aanbod aan woonruimte. Artikel 6.3 Normadressaat Aan de artikelen in deze paragraaf wordt voldaan door de eigenaar van de woning. Artikel 6.4 Sociale huurwoningen 1. De doelgroep voor sociale huurwoningen zijn huishoudens - 1 met een inkomen dat niet hoger is dan het rekeninkomen zoals genoemd in artikel 14, derde lid, van de Wet op de huurtoeslag. 2. Een sociale huurwoning heeft een huurprijs tot de maximale huurgrens,
artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag.
artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag, en ten hoogste de maximale huurprijs behorende bij 186 punten op grond van de waardering van de kwaliteit als
artikel 10, eerste lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte met inbegrip van, voor zover van toepassing, de vermeerdering,
artikel 8a, eerste, derde, vierde of vijfde lid, van het Besluit huurprijzen woonruimte. 3. Middenhuurwoningen blijven gedurende een termijn van tenminste 10 jaar na eerste ingebruikname voor de doelgroep beschikbaar. Artikel 6.7 Algemene regels verbod Het is verboden af te wijken van de instandhoudingstermijnen,
.4, derde lid, Artikel 6.5, vierde lid en zevende lid en Artikel 6.6, derde lid, dan wel woningen te onttrekken aan de doelgroep. Hoofdstuk 7 Financiële bepalingen Afdeling 7.1 Kostenverhaal [gereserveerd] Hoofdstuk 8 Procesregels Afdeling 8.1 Voorbereiding van besluiten Afdeling 8.2 Advies Paragraaf 8.2.1 Cultureel erfgoed Artikel 8.1 Advies over activiteiten met betrekking tot beschermd cultureel erfgoed 1. Het college van burgemeester en wethouders vraagt advies aan de gemeentelijke adviescommissie als
artikel 17.9 van de Omgevingswet genaamd de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit Veenendaal, voordat wordt beslist op een aanvraag om een omgevingsvergunning voor: a. voor een activiteit die betrekking heeft op een gemeentelijk monument als
artikel 5.96; en b. voor een activiteit die betrekking heeft op een beeldbepalend pand als
artikel 5.
het eerste lid. Afdeling 8.3 Maatschappelijk draagvlak [gereserveerd] Afdeling 8.4 Andere bestuursorganen [gereserveerd] Afdeling 8.5 Overige procesregels Paragraaf 8.5.1 Cultureel erfgoed Artikel 8.2 Kerkelijke monumenten 1. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning als
artikel 5.96 betrekking heeft op een activiteit met betrekking tot een gemeentelijk monument welke een kerkelijk monument is, neemt het bevoegd gezag pas een beslissing op de aanvraag na overleg met de eigenaar. 2. Voor zover het gaat om een beslissing waarbij wezenlijke belangen van het belijden van de godsdienst of levensovertuiging in dat gemeentelijk monument welke een kerkelijk monument is in het geding zijn, beslist het bevoegd gezag alleen in overeenstemming met de eigenaar. Hoofdstuk 9 Handhaving Artikel 9.1 Toepassingsbereik Dit hoofdstuk is van toepassing op de uitvoeringstaak,
artikel 18.18, tweede lid, van de Omgevingswet en de handhavingstaak,
artikel 18.1 van de Omgevingswet, door of in opdracht van burgemeester en wethouders. Artikel 9.2 Betrokkenheid van de raad De raad ziet toe op de hoofdlijnen van het door burgemeester en wethouders gevoerde beleid voor de kwaliteit van de uitvoeringstaak en handhavingstaak, in het licht van de door de raad vastgestelde kaders voor de fysieke leefomgeving in de Omgevingsvisie. Artikel 9.3 Kwaliteitsdoelen
artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet. 2. De regels in Afdeling 22.3 zijn niet van toepassing op een milieubelastende activiteit die als vergunningplichtig is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover voorschriften zijn verbonden aan: a. een voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet onherroepelijke omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit; b. een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet en na de inwerkingtreding van die wet onherroepelijk wordt. Artikel 22.2 Overgangsrecht: gemeentelijke monumenten en voorbeschermde gemeentelijke monumenten Artikel 22.3 Overgangsrecht: rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten Afdeling 22.2 ACTIVITEITEN MET BETREKKING TOT BOUWWERKEN, OPEN ERVEN EN TERREINEN Paragraaf 22.2.1 Algemene
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.