Uitvoeringsbesluit subsidies Overijssel 2022Gedeputeerde Staten van Overijssel delen het volgende mee: Artikel I Het Uitvoeringsbesluit subsidies Overijssel 2017 wordt met ingang van 11 juli 2022 ingetrokken met uitzondering van hoofdstuk 1 in combinatie met de paragrafen 6.3 en 7.
(2019)’ voorhitte, droogte en wateroverlast. Projectenlijst: een overzicht van projecten en maatregelen waarvoor het Rijk bij besluit van 15 maart 2022 een rijksbijdrage heeft verleend voor projecten van de werkregio RIVUS voor de periode 2021-
- Provincie Overijssel is de kassier voor deze rijksbijdrage. Een overzicht van de projecten is te vinden op www.regelen.overijssel.nl. Rijksbijdrage: bijdrage van het Rijk op basis van de Rijksregeling. Rijksregeling: de Tijdelijke Impulsregeling klimaatadaptatie 2021-2027 van 16 oktober 2020 van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat. Deze regeling heeft als doel om maatregelen voorklimaatadaptatie 2021-2027 te versnellen. De Tijdelijke Impulsregeling klimaatadaptatie 2021–2027 is te vinden op www.overheid.nl. werkregio RIVUS: samenwerkingsverband voor de afvalwaterketen en voor klimaatadaptatie in West Overijssel. Het samenwerkingsverband bestaat uit de volgende partners: de gemeenten Dalfsen, Deventer, Kampen, Olst-Wijhe, Raalte, Staphorst, Zwartewaterland, Zwolle, provincie Overijssel en Waterschap Drents Overijsselse Delta. Bij de afvalwaterketen gaat het om alle activiteiten tussen drinkwaterwinning en rioolwaterzuivering. Artikel 2.10.2 Doel van de subsidieregeling Met deze subsidieregeling wil de provincie bijdragen aan het voorbereiden van Overijssel op de gevolgen van het veranderende klimaat door een klimaatadaptieve inrichting van de provincie in
- Dit door via deze regeling de rijksbijdrage in te zetten om plannen van gemeenten en waterschappen te ondersteunen voor de opgaven van het werkgebied RIVUS. Artikel 2.10.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen
- De subsidie wordt verleend voor projecten die opgenomen zijn in de projectenlijst.
- Een project komt niet in aanmerking voor de subsidie als in de projectenlijst geen rijksbijdrage is opgenomen voor het betreffende project.
- Het project mag gestart zijn na 1 januari
- Dit is een afwijking van artikel 1.2.
- Artikel 2.10.4 Aanvrager
- De aanvrager is één van de volgende partners van de werkregio RIVUS: Gemeente Staphorst; Gemeente Olst-Wijhe; Gemeente Zwolle; Gemeente Zwartewaterland; Gemeente Kampen; Gemeente Raalte; Gemeente Deventer; Gemeente Dalfsen; Waterschap Drents Overijsselse Delta.
- De aanvrager is de verantwoordelijke voor het betreffende project zoals dat is opgenomen in de projectenlijst. Artikel 2.10.5 Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen
- Alleen de kosten van derden zijn subsidiabel. Artikel 1.2.6 is niet van toepassing.
- De kosten van de activiteiten die zijn uitgevoerd voordat de subsidieaanvraag is ontvangen, zijn wel subsidiabel, maar alleen als de activiteiten zijn uitgevoerd na 1 januari
- Dit is een afwijking van artikel 1.2.8 onderdeel a.
- De volgende kosten zijn niet subsidiabel: gebruikelijk en achterstallig onderhoud; maatregelen en voorzieningen ter bestrijding van hittestress; subsidies aan burgers en bedrijven; grondverwerving; een analyse van de kansen op en de gevolgen van wateroverlast, droogte en overstromingen binnen de werkregio; het opstellen van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 4, lid 2 en lid 3 van de rijksregeling. Artikel2.10.6 Hoogte van de subsidie
- De subsidie is maximaal 33% van de subsidiabele kosten.
- De subsidie is maximaal het bedrag dat voor het betreffende project is opgenomen in de projectenlijst in de kolom ‘Rijksbijdrage netto’. Artikel2.10.7 Eigen bijdrage
- De aanvrager is verplicht minimaal 67% van de subsidiabele kosten te dekken met een eigen bijdrage of bijdrage van derden
- De eigen bijdrage is geen bijdrage in de vorm van eigen arbeid.
- De eigen bijdrage of de bijdrage van derden mag niet direct of indirect afkomstig zijn van het Rijk. Artikel 2.10.8 Subsidieaanvraag
- De subsidieaanvraag kan het hele jaar worden ingediend.
- De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Klimaatadaptatiemaatregelen werkregio RIVUS.
- De aanvrager levert een begroting en een dekkingsplan in.
- De aanvrager levert aanvullend ook een projectplan in. Dit mag dezelfde plan zijn zoals die ook is ingeleverd voor de Rijksbijdrage. Artikel2.10.9 Beschikbaar budget voor de subsidieregeling Het subsidieplafond geldt voor de jaren 2023 tot en met
- Artikel2.10.10 Aanvullende verplichtingen De subsidieontvanger is verplicht de activiteiten vóór 31 december 2027 uitgevoerd te hebben. Artikel2.10.11 Sisa-verantwoording De financiële verantwoording van de gemeente loopt volgens de Sisa-verantwoording. Artikel 1.2.22 is van toepassing. De verantwoording wordt ingediend onder Sisa-code E44B. Artikel2.10.12 Staatssteun De subsidie van de provincie aan een gemeente of waterschap levert geen staatssteun op. Artikel2.10.13 Looptijd Deze subsidieregeling vervalt op 31 december 2027 om 17.00 uur. 2.11Klimaatadaptatiemaatregelen 2021-2027 Artikel2.11.1 Betekenis van de begrippen In dit artikel worden veel voorkomende begrippen uitgelegd. Programma Klimaatadaptatie 2019-2023: programma van de provincie waarmee invulling wordt gegeven aan de opgaven die opgenomen zijn in het coalitieakkoord ‘Samen bouwen aan Overijssel
(2019)’ voor hitte, droogte en wateroverlast. Projectenlijst: een overzicht van projecten waarvoor het Rijk bij besluit van 15 maart 2022 een rijksbijdrage heeft verleend voor projecten van de werkregio RIVUS voor de periode 2021-2027. Provincie Overijssel is penvoerder voor deze rijksbijdrage. Een overzicht van de projecten is te vinden op www.regelen.overijssel.nl. Rijksbijdrage: de bijdrage op basis van de Rijksregeling. De Rijksbijdrage is aan te vragen bij de werkregio’s. Voor de werkregio RIVUS kan de Rijksbijdrage aangevraagd worden bij de provincie Overijssel op basis van paragraaf 2.10 van dit Ubs. Rijksregeling: de Tijdelijke Impulsregeling Klimaatadaptatie 2021-2027 van 16 oktober 2020 van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat. Deze regeling heeft als doel om maatregelen voor klimaatadaptatie 2021-2027 te versnellen. De Tijdelijke impulsregeling klimaatadaptatie 2021–2027 is te vinden op overheid.nl. Werkregio’s: samenwerkingsverband van gemeenten en waterschappen, op basis van het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie onderverdeeld in de regio’s Twents Waternet, Noordelijke Vechtstromen, RIVUS en FLUVIUS. Artikel2.11.2 Doel van de subsidieregeling Met deze subsidieregeling wil de provincie bijdragen aan het voorbereiden van Overijssel op de gevolgen van het veranderende klimaat door een klimaatadaptieve inrichting van de provincie in 2050. Dit door subsidie te verlenen aan projecten van gemeenten en waterschappen, waarvoor ook een Rijksbijdrage is verleend. Het gaat om de provinciebijdrage die is opgenomen in de aanvraag voor de Rijksbijdrage. Artikel2.11.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen 1. De subsidie wordt verleend voor projecten die zijn opgenomen in de projectenlijst. 2. Een project komt niet in aanmerking voor de subsidie als in de projectenlijst geen provinciebijdrage is opgenomen voor het betreffende project. 3. Het project mag gestart zijn na 1 januari 2021. Dit is een afwijking van artikel 1.2.3. Artikel2.11.4 Aanvrager 1. De aanvrager is één van de Overijsselse partners van de werkregio’s FLUVIUS, RIVUS, Twents Waternet of Noordelijke Vechtstromen. 2.De aanvrager is de verantwoordelijke voor het betreffende project zoals dat is opgenomen in de projectenlijst. Artikel2.11.5Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen 1. Alleen de kosten van derden zijn subsidiabel. Artikel 1.2.6 is niet van toepassing. 2. De kosten van de activiteiten die zijn uitgevoerd voordat de subsidieaanvraag is ontvangen, zijn wel subsidiabel, maar alleen als de activiteiten zijn uitgevoerd na 1 januari 2021. Dit is een afwijking van artikel 1.2.8 onderdeel a. 3. De volgende kosten zijn niet subsidiabel: regulier en achterstallig onderhoud; maatregelen en voorzieningen ter bestrijding van hittestress; subsidies aan burgers en bedrijven; grond verwerving; een analyse van de kansen op en de gevolgen van wateroverlast, droogte en overstromingen binnen de werkregio; het opstellen van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 4, lid 2 en lid 3 van de rijksregeling. Artikel2.11.6Hoogte van de subsidie 1.De subsidie is 20% van de subsidiabele kosten. 2.De subsidie is maximaal het bedrag dat voor het betreffende project is opgenomen in de projectenlijst in de kolom ‘Bijdrage provincie Overijssel’. Artikel2.11.7Eigen bijdrage 1. De aanvrager is verplicht minimaal 66% van de subsidiabele kosten te dekken met een eigen bijdrage, een bijdrage van de provincie Overijssel of bijdrage van derden. 2. De eigen bijdrage is geen bijdrage in de vorm van eigen arbeid. 3. De eigen bijdrage of de bijdrage van derden mag niet direct of indirect afkomstig zijn van het Rijk. Artikel2.11.8Subsidieaanvraag 1. De subsidieaanvraag kan het hele jaar worden ingediend. 2. De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Klimaatadaptatiemaatregelen 2021-2027. 3.De aanvrager levert een begroting en een dekkingsplan in. 4. De aanvrager levert aanvullend ook een projectplan in. Dit mag hetzelfde plan zijn zoals die ook is ingeleverd voor de Rijksbijdrage. Artikel2.11.9Beschikbaar budget voor de subsidieregeling 1. Het subsidieplafond geldt voor de jaren 2023 tot en met 2027. 2. Er geldt een deelplafond voor de volgende werkregio’s: werkregio Twents Waternet; werkregio Noordelijke Vechtstromen; werkregio FLUVIUS; werkregio RIVUS. Artikel2.11.10Aanvullende verplichtingen De subsidieontvanger is verplicht de activiteiten vóór 31 december 2027 uitgevoerd te hebben. Artikel2.11.11Staatssteun De subsidie van de provincie aan een gemeente of waterschap levert geen staatssteun op. Artikel 2.11.12Looptijd Deze subsidieregeling vervalt op 31 december 2027 om 17.00 uur. 2.12Advies bij Vrijkomende Agrarische Bebouwing (VAB) [Vervallen] 2.13 Langer zelfstandig wonen Artikel 2.13.1 Betekenis van de begrippen In dit artikel worden vaker voorkomende begrippen uitgelegd. Betaalbare koopwoning: koopwoningen met een vrij op naam prijs van ten hoogste de landelijk geldende betaalbaarheidsgrens (prijspeil 2026) is € 420.000,-; DAEB: dienst van algemeen economisch belang als bedoeld in artikel 106, tweede lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie; DAEB-de-minimisverordening: Verordening (EU) 2023/2832 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun verleend aan diensten van algemeen economisch belang verrichtende ondernemingen (C/2023/9701), PB L, 2023/2832, 15.12.2023; DAEB-vrijstellingsbesluit: Besluit van de Commissie van 20 december 2011 betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen (2012/21/EU), PB L 7 van 11.1.2012, blz. 3–10; Gebied: gedeelte van een stad dat ruimtelijk min of meer een afgesloten geheel vormt. Een gebied kan bestaan uit meerdere wijken en buurten; Gebiedsontwikkeling: een samenhangend proces waarin publieke en private partijen een gebied, waarin minimaal 24 nieuwe woningen komen, transformeren of herontwikkelen tot een duurzaam en kwalitatief hoogwaardig woongebied; Geclusterde woonvorm: woningen in het segment sociale huur, midden huur en betaalbare koop in een geclusterde woonvorm. Het gaat om tenminste twaalf zelfstandige woningen die aan elkaar geschakeld zijn met een inpandige of nabijgelegen en gedeelde ontmoetingsruimte. De geclusterde woonvorm wordt bewoond overwegend door ouderen, dan wel zorggroepen of in een gemengde woonvorm met andere doelgroepen. Bron: Handreiking-Geclusterde-woonvormen-voor-senioren.pdf; Gemengde woonvorm: een woonvorm waarbij verschillende doelgroepen zoals bijvoorbeeld senioren, jongeren, statushouders of kwetsbare groepen met elkaar in één gebouw wonen; Meergeneratiewoning: woning waar mensen van verschillende leeftijden bij elkaar wonen; Middenhuurwoning: huurwoning met een gereguleerde huurprijs in het middensegment als bedoeld in de Wet betaalbare huur. Het puntensysteem bepaalt de waarde van een woning; Nultreden woning: woning waarbij woonkamer, keuken, badkamer, toilet en tenminste één slaapkamer gelijkvloers zijn, dus op hetzelfde niveau als de voordeur. Ook van buitenaf is een nultredenwoning zonder traplopen bereikbaar. Het Bouwbesluit schrijft al voor dat alle appartementen gelijkvloers moeten zijn en dat appartementencomplexen vanaf 4 woonlagen en hoger een lift moeten hebben. Deze complexen voldoen daarmee automatisch als nultredenwoningen, evenals alle appartementen die zich bevinden op de begane grond; Ontmoetingsruimte: ruimte die tot doel heeft als ontmoetingsplek te dienen voor bewoners van een geclusterde woonvorm en waar mogelijk bewoners uit de omgeving van de geclusterde woonvorm; Pilot: een kleinschalige implementatie van een nieuw product, concept of idee om de levensvatbaarheid aan te tonen. Het doel is om te beoordelen of het geteste succesvol zou kunnen zijn bij een grootschalige implementatie of productlancering. Ook wordt het idee getest of de geboden oplossing(
- en)daadwerkelijk als een verbetering wordt gezien. Mogelijke tekortkomingen worden tijdens de pilot geïdentificeerd en vervolgens kan daar actie op worden ondernomen. Van de pilot wordt een evaluatieverslag gemaakt; Publieke kosten: de investeringen in fysieke werkzaamheden die de gemeente moet (laten) doen in de publieke ruimte voor de bouw van nieuwe woningen, zoals voor de infrastructuur, de (her)inrichting van de openbare ruimte of bodemsanering. Niet zijnde eigen ureninzet; Sociale huurwoning: woning waarvan de kale huurprijs op de ingangsdatum van het huurcontract niet hoger was dan de toenmalige liberalisatiegrens conform het woningwaarderingsstelsel (WWS). De liberalisatiegrens is het bedrag dat bij het ingaan van de huur de grens aangeeft tussen een sociale huurwoning en middenhuurwoning of een vrijesectorwoning; Vernieuwend woonconcept: een woonvorm waar gemengde doelgroepen, waaronder ouderen, kunnen wonen en waarbij het uitgangspunt is dat gemeenschapszin onder de bewoners gestimuleerd wordt. Denk bijvoorbeeld aan meergeneratiewoningen, een thuisplusflat of friendswoningen; Wijk: gedeelte van een stad dat ruimtelijk min of meer een afgesloten geheel vormt. Een wijk kan bestaan uit meerdere buurten; Woonzorgvisies: in 2026 moeten alle gemeenten en provincies in Nederland een woonzorgvisie hebben. Een regionale woonzorgvisie vormt voor gemeenten de basis om regionale en lokale afspraken te maken met woningcorporaties, verhuurders, zorgaanbieders en zorgkantoren over de huisvesting, zorg en ondersteuning voor aandachtsgroepen en ouderen. In het wetsvoorstel Wet Versterking regie op de volkshuisvesting is opgenomen dat deze verplichting wettelijk wordt vastgelegd, en dat de woonzorgvisie samen met de woonvisie zal opgaan in het volkshuisvestingsprogramma; Zorggeschikte woning: zelfstandige nultredenwoning waarin Wlz-zorg geleverd kan worden voor bewoner(
- s)en die onderdeel is van een geclusterde woonvorm. Om alle vormen van zorg te kunnen leveren, dienen deze wooneenheden en de woonvorm rolstoelgeschikt te zijn, met voldoende ruimte om verpleegzorg te verlenen. De zorggeschikte woningen zijn bedoeld voor mensen met een zorgindicatie vanuit de Wet langdurige zorg. Zorggeschikte woningen zijn geschikt voor mensen met een zorgprofiel VV4 t/m VV10, VG3 t/m VG8 of ZG-vis 2 tot en met ZG-vis 5. Artikel2.13.2Doel van de subsidieregeling Met deze subsidieregeling wil de provincie bijdragen aan het versnellen van de realisatie van zelfstandige, betaalbare zorggeschikte woningen, door te bouwen of te transformeren. Daarnaast heeft de subsidieregeling tot doel een bijdrage te leveren aan langer zelfstandig wonen voor ouderen en zorgdoelgroepen door ontmoetingsruimtes bij de geclusterde woonvormen en vernieuwende woonconcepten te stimuleren. Op deze manier draagt de provincie bij aan de ontwikkeling van geschikte woningen (specifiek voor ouderen en zorgdoelgroepen) in een prettige leefomgeving met passende voorzieningen. Gemeenten, woningcorporaties, zorgaanbieders en marktpartijen kunnen een bijdrage aanvragen zodat het woningbouwproject of de wijk- en/of gebiedsontwikkeling gerealiseerd kan worden. De realisatie van een zorggeschikte woningen en ontmoetingsruimtes bij de geclusterde woonvorm worden gezien als een activiteit in het kader van een Dienst van Algemeen Economisch Belang (DAEB). Artikel2.13.3Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen 1.De subsidie wordt verleend voor één van de volgende activiteiten: het realiseren van een zorggeschikte woning in een geclusterde woonvorm; het realiseren van een ontmoetingsruimte bij een geclusterde woonvorm; het uitvoeren van een pilot voor een vernieuwend woonconcept; het realiseren van wijk- en/of gebiedsontwikkeling voor langer zelfstandig wonen. 2.De activiteiten voldoen aan de volgende voorwaarden: de activiteiten worden uitgevoerd in Overijssel; de activiteiten voldoen aan het geldende Besluit Bouwwerken Leefomgeving (Bbl); de activiteiten zijn afgestemd met de gemeente waarin het project gerealiseerd wordt en passen binnen het gemeentelijk beleid; als de aanvrager een projectontwikkelaar of een zorgaanbieder of een woningcorporatie is, is de Wet Bibob van toepassing. Artikel 1.2.25 is van toepassing. Wij kunnen vragen om een Bibobformulier in te vullen; het project draagt bij aan de opgaven uit het afsprakenkader ouderenhuisvesting en/of bijbehorende Regionale Woonzorgvisie. De Regionale Woonvisies en afsprakenkaders ouderenhuisvesting zijn te raadplegen via https://overijsselsewoonaanpak.nl; binnen 5 jaar na het indienen van de subsidieaanvraag moet gestart worden met de bouw. 3.De activiteit realiseren van een zorggeschikte woning in een geclusterde woonvorm voldoet aan de volgende aanvullende voorwaarden: de te realiseren woningen betreffen een woning in het segment sociale huur, middenhuur of betaalbare koop; er mag een subsidie zijn ontvangen voor de woning op grond van de Rijksregelingen met een vergelijkbare doelstelling. 4.De activiteit realiseren van een ontmoetingsruimte voldoet aan de volgende voorwaarden: de ontmoetingsruimte is op een open, transparante en niet-discriminerende basis te gebruiken door de bewoners en waar mogelijk buurtbewoners; in geval een ontmoetingsruimte die niet fysiek is verbonden aan een geclusterde woonvorm, dan bevindt deze zich in de directe nabijheid van de geclusterde woonvorm. 5.Het uitvoeren van een pilot voor een vernieuwend woonconcept voldoet aan de volgende voorwaarden: er heeft voorafgaand aan het indienen van de aanvraag afstemming plaatsgevonden met de provinciale medewerker wonen; de pilot betreft realisatie van een vernieuwende woonvorm in het segement sociale huur, middenhuur of betaalbare koop of een combinatie hiervan; het woonconcept is nog niet eerder in dezelfde vorm toegepast in de betreffende gemeente. 6. Het realiseren van een wijk- en/of gebiedsontwikkeling voldoet aan de volgende aanvullende voorwaarden: de wijk- en/of gebiedsontwikkeling omvat minimaal 24 woningen waarvan minimaal 30% nultredenwoningen; in het gebied waar de wijk- en/of gebiedsontwikkeling plaatsvindt, wordt minimaal 50% van de nieuw te realiseren woningen betaalbaar, dat wil zeggen sociale huur, middenhuur en/of betaalbare koop. 7.Activiteiten in het kader van intramurale zorg komen niet in aanmerking voor de subsidie. Artikel2.13.4Aanvrager 1. De aanvrager is een gemeente, een woningcorporatie, een projectontwikkelaar of een zorgaanbieder. 2. De aanvrager voor het realiseren van wijk- en/of gebiedsontwikkeling voor langer zelfstandig wonen is een Overijsselse gemeente. Artikel2.13.5Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen 1.Alleen de kosten van derden zijn subsidiabel. Artikel 1.2.6 is niet van toepassing. 2.Voor de realisatie van een ontmoetingsruimte geldt aanvullend dat alleen de kosten voor realisatie van het gebouw, afbouw en aard- en nagelvaste inventaris subsidiabel zijn. 3.Voor een pilot voor een vernieuwend woonconcept geldt aanvullend dat maximaal 20% van de begrote kosten mag bestaan uit kosten voor het proces om binnen 3 jaar tot realisatie te komen zoals juridisch of financieel advies gericht op samenwerkingsafspraken. 4. Voor de activiteit ‘Het realiseren van wijk- en/of gebiedsontwikkeling voor langer zelfstandig wonen’ zijn de publieke kosten, subsidiabel. Personeelskosten van de gemeente zijn niet subsidiabel. Kosten voor het aankopen, gebruiken of waardevermindering van grond, zijn niet subsidiabel. 5. De kosten voor wijk- en/of gebiedsontwikkeling voor langer zelfstandig wonen bedragen minimaal € 240.000,- en maximaal € 2.000.000,-. Artikel2.13.6Hoogte van de subsidie 1.De subsidie voor de realisatie van een zorggeschikte woning in een geclusterde woonvorm is een vast bedrag van € 5.000,- per zorggeschikte woning. Met een maximum van € 500.000,-. 2.De subsidie voor de realisatie van een ontmoetingsruimte die: alleen toegankelijk voor bewoners is, is maximaal 25% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 100.000,-; ook aantoonbaar openstaat voor en gericht is op buurtbewoners is maximaal 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 200.000,-. 3.De subsidie voor een pilot voor een vernieuwend woonconcept is maximaal 100% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 100.000,-. 4.De subsidie voor wijk- en/of gebiedsontwikkeling voor langer zelfstandig wonen bedraagt een vast bedrag van € 10.000,- per nultredenwoning tot een maximum van € 2.000.000,- per wijk- en/of gebiedsontwikkeling en maximaal € 4.000.000,- per gemeente. 5. Voor het project mag maximaal 2 keer subsidie worden ontvangen op basis van deze subsidieregeling. Dit geldt niet voor wijk- en/of gebiedsontwikkeling. Daarvoor mag één keer per ontwikkeling subsidie aangevraagd worden. Artikel2.13.7Eigen bijdrage De eigen bijdrage voor realisatie van een ontmoetingsruimte bedraagt bij ontmoetingsruimten alleen voor bewoners minimaal 75% en bij ontmoetingsruimten voor bewoners en buurtbewoners minimaal 50% van de subsidiabele kosten. Minimaal de helft van de eigen bijdrage bestaat uit een geldbijdrage van de aanvrager of derden. Als de eigen bijdrage deels bestaat uit inzet van vrijwilligersuren dan mogen deze op de dekkingskant van de begroting opgenomen worden voor een bedrag van € 15,- per uur. Artikel2.13.8Subsidieaanvraag 1.De aanvraag kan worden ingediend vanaf 2 januari 2025 om 9.00 uur. 2.De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Langer zelfstandig wonen. 3.De aanvrager levert een begroting en een dekkingsplan in. Het is verplicht om het beschikbaar gestelde begrotingsformat te gebruiken. Artikel 1.2.13 is van toepassing. 4.De aanvrager levert aanvullend ook de volgende stukken in: een plattegrond van het perceel of de percelen waar de activiteiten plaats gaan vinden. Dit mag ook een digitaal bestand zijn in de vorm van een shapefile (.shp) of ESRI-file geodatabase (.gdb). In geval van een aanvraag voor een wijk-of gebiedsontwikkeling wordt een plattegrond van het gebied of de wijk meegestuurd; een bestek of een bouwtekening of een technische omschrijving; bij een aanvraag voor zorggeschikte woningen en/of een ontmoetingsruimte: een raming of offerte voor de bouwkosten en eventueel voor inventaris; bij een aanvraag voor wijk- en/of gebiedsontwikkeling: een onderbouwing van het aantal te realiseren woningen, ingedeeld in de categorieën zorggeschikte en nultredenwoningen, waarbij inzichtelijk is gemaakt of het gaat om woningen in de sector sociale huur, betaalbare huur of betaalbare koop. 5.In geval van realisatie van een zorggeschikte woning in een geclusterde woonvorm en als de aanvrager een woningcorporatie of een projectontwikkelaar is: een verklaring waaruit blijkt of de subsidieaanvrager andere subsidies voor dezelfde subsidiabele kosten heeft ontvangen, bijvoorbeeld een subsidie op basis van de Stimuleringsregeling ontmoetingsruimten in ouderenhuisvesting (SOO) van het Rijk; een verklaring over de vergoedingen die hij in de afgelopen drie jaren op basis van de DAEB-De- minimisverordening en de reguliere De-minimisverordening samen heeft ontvangen; [vervallen] 6.In geval van een aanvraag voor realisatie van een ontmoetingsruimte levert de aanvrager aanvullend ook de volgende stukken in: een projectplan. In het projectplan staat minimaal uitgewerkt: door wie de ontmoetingsruimte wordt geëxploiteerd en hoe deze verbonden is met de geclusterde woonvorm; hoe de exploitatie van de ontmoetingsruimte is geregeld voor een periode van minimaal 5 jaar na realisatie, in de vorm van een exploitatiebegroting. Daarbij geldt dat iemand anders de ruimte ook mag gebruiken. als de aanvrager een woningcorporatie of een projectontwikkelaar is: een verklaring waaruit blijkt of de subsidieaanvrager andere subsidies voor dezelfde subsidiabele kosten heeft ontvangen, bijvoorbeeld een subsidie op basis van de Stimuleringsregeling ontmoetingsruimten in ouderenhuisvesting (SOO) van het Rijk. een verklaring over de vergoedingen die hij in de afgelopen drie jaren op basis van een de- minimisverordening heeft ontvangen. [vervallen] 7.De aanvrager voor een pilot voor een vernieuwend woonconcept levert aanvullend een beschrijving van het concept in, waarin wordt ingegaan op de doelgroepen en waarin een toelichting wordt gegeven op het vernieuwende aspect van het concept. Artikel2.13.9Beschikbaar budget voor de regeling Het subsidieplafond geldt voor de jaren 2025 en 2026. Artikel2.13.10Aanvullende verplichtingen De subsidieontvanger is verplicht: binnen 5 jaar na de datum waarop de subsidie is verleend te starten met de bouw van de woningen, de ontmoetingsruimte of het vernieuwende woonconcept; in geval van een subsidie voor realisatie van een ontmoetingsruimte: de ontmoetingsruimte minimaal de eerste 5 jaar na oplevering te gebruiken hoofdzakelijk voor ontmoeting en niet voor een ander doel. Artikel2.13.11Dienst van Algemeen Economisch Belang (DAEB) 1.De realisatie van zorggeschikte woningen in geclusterde woonvormen onder de voorwaarden van deze regeling wordt aangewezen als DAEB. 2.De realisatie van ontmoetingsruimten bij geclusterde woonvormen onder de voorwaarden van deze regeling wordt aangewezen als DAEB. 3.De subsidieontvanger, voor zover het gaat om een woningcorporatie of een marktpartij volgens de definitie van artikel 2.13.4 van deze regeling, wordt in de beschikking tot subsidieverlening door Gedeputeerde Staten belast met het verrichten van de DAEB, bedoeld in het eerste lid en/of tweede lid. Artikel2.13.12Staatssteun 1.De subsidie voor de realisatie van zorggeschikte woningen in een geclusterde woonvorm moet voldoen aan de voorwaarden van de DAEB-de-minimisverordening of de reguliere De-minimisverordening. 2.De subsidie voor de realisatie van ontmoetingsruimten bij geclusterde woonvormen moet voldoen aan de voorwaarden van de DAEB-de-minimisverordening of de reguliere De-minimisverordening. 3.Als de aanvrager al een subsidie op basis van de Stimuleringsregeling zorggeschikte woningen (Stcrt. 2023, 25360) heeft ontvangen, dan moet de subsidieverlening, bedoeld in het eerste lid, voldoen aan de voorwaarden van het DAEB-vrijstellingsbesluit. 4.Als door de subsidie het toegestane (gecumuleerde) plafond voor de-minimissteun van de aanvrager wordt overschreden, dan moet de subsidieverlening voldoen aan de voorwaarden van het DAEB-vrijstellingsbesluit. 5.Dit betekent dat bij de aanvraag een begroting van de kosten en inkomsten van de activiteiten moet worden meegestuurd. Het subsidiebedrag, zijnde het compensatiebedrag voor het uitvoeren van de DAEB, is niet hoger dan hetgeen noodzakelijk is om de netto-kosten van het uitvoeren van de DAEB te dekken. Artikel2.13.13Looptijd De subsidieregeling vervalt op 30 november 2026 om 17.00 uur. 2.15 Betaalbaar wonen in kleine steden en dorpen Artikel2.15.1Betekenis van de begrippen In dit artikel worden vaker voorkomende begrippen uitgelegd. Betaalbare koopwoning: nieuw te bouwen voor verkoop bestemde woonruimte met een koopprijs van ten hoogste € 405.000,–, als vastgelegd in de Huisvestingswet 2014. Deze koopprijs wordt bij ministeriële regeling met ingang van elk kalenderjaar gewijzigd aan de hand van de consumentenprijsindex. Betaalbare woning: sociale huurwoning, middenhuurwoning of betaalbare koopwoning. Inbreiding: woningbouw op locaties binnen bestaand bebouwd gebied. Dit betekent dat woningen worden toegevoegd binnen de grenzen van een reeds bebouwd gebied. Deze grenzen staan aangegeven in de provinciale omgevingsverordening en zijn te raadplegen via https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart/ Middenhuurwoning: huurwoning met een gereguleerde huurprijs in het middensegment als bedoeld in de Wet betaalbare huur. Het puntensysteem bepaalt de waarde van een woning. Nieuwe woning: nieuwbouwwoning of woning in een bestaand pand dat hergebruikt wordt en dat nog geen woonfunctie had, ook wel transformatie genoemd. Sociale huurwoning: woning waarvan de kale huurprijs op de ingangsdatum van het huurcontract niet hoger was dan de toenmalige liberalisatiegrens conform het woningwaarderingsstelsel (WWS). Artikel2.15.2Doel van de subsidieregeling Realisatie en versnelling van de bouw van betaalbare woningen in kleinere steden en dorpen. Stimuleren en versnellen van woningbouwprojecten die bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit binnen de bestaande bebouwde gebieden en een impuls geven aan de leefbaarheid. Artikel2.15.3Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen 1.De subsidie wordt verleend voor een project voor realisatie van nieuwe, betaalbare woningen. 2.Het project voldoet aan de volgende voorwaarden: het wordt uitgevoerd in een Overijsselse gemeente met, op het moment van aanvraag van de subsidie, maximaal 65.000 inwoners volgens het CBS; het betreft inbreiding; het betreft minimaal 20 nieuwe woningen. Deze mogen verspreid zijn over meerdere locaties binnen de betreffende kern; het bestaat voor minimaal 50% uit betaalbare woningen; het past binnen de geldende Omgevingsvisie; het kent een aantoonbaar publiek financieel tekort; het is aannemelijk gemaakt dat: binnen 12 maanden na het indienen van de subsidieaanvraag het Omgevingsplan of een BOPA, waarin het project is of wordt opgenomen, wordt vastgesteld; binnen 36 maanden na het indienen van de subsidieaanvraag gestart kan worden met de bouw. Artikel2.15.4Aanvrager De aanvrager is een gemeente met maximaal 65.000 inwoners. Artikel2.15.5Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen 1.Alleen de kosten voor publieke investeringen die voor de betreffende woningbouw noodzakelijk zijn, zijn subsidiabel. Artikel 1.2.6 is niet van toepassing. De subsidie mag alleen hieraan besteed worden. 2.De volgende kosten komen niet in aanmerking voor de subsidie: personeelskosten van de aanvrager; kosten voor het aankopen, gebruiken of waardevermindering van grond. Artikel2.15.6Hoogte van de subsidie De subsidie is een vast bedrag van € 10.000 per nieuwe woning tot een maximum van € 2.000.000,- per gemeente. Dit bedrag mag in meerdere aanvragen worden ingediend. Artikel2.15.7Eigen bijdrage Er is cofinanciering voor het inbreidingsproject aanwezig van minimaal 1 andere partij dan de aanvragende gemeente, zoals een woningcorporatie of een projectontwikkelaar. Artikel2.15.8Subsidieaanvraag 1.De aanvraag kan het hele jaar worden ingediend. 2.De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Betaalbaar wonen in kleine steden en dorpen. 3.De aanvrager levert aanvullend ook de volgende stukken in: een plattegrond van het perceel of de percelen waar de activiteiten plaats gaan vinden. Dit mag ook een digitaal bestand zijn in de vorm van een shapefile (.shp) of ESRI-file geodatabase (.gdb); een bouwtekening of een bestek van het project; een projectbeschrijving waarin in ieder geval is uitgewerkt: Het aantal woningen dat wordt gerealiseerd; De hoeveelheid betaalbare woningen; De fysieke maatregelen die worden genomen in de publieke ruimte, die nodig zijn voor de te realiseren woningen; een onderbouwde berekening van het publiek financieel tekort, dat wil zeggen een overzicht van de te maken kosten en de dekking daarvan, waaruit het tekort blijkt. Artikel2.15.9Beschikbaar budget voor de regeling Het subsidieplafond geldt voor de jaren 2025 tot en met 2027. Artikel2.15.10Bevoorschotting Er wordt pas een voorschot uitbetaald als het Omgevingsplan of de BOPA is vastgesteld waarin de te realiseren woningen zijn opgenomen. Dit voorschot wordt gebaseerd op de uitgavenplanning die bij de subsidieaanvraag is ingediend. Artikel2.15.11Aanvullende verplichtingen De subsidieontvanger is verplicht ervoor zorg te dragen dat binnen 36 maanden na de datum van subsidieaanvraag, gestart wordt met de bouw. Artikel2.15.12Vaststelling De subsidie wordt vastgesteld op basis van aantal gerealiseerde of in aanbouw zijnde woningen. Artikel2.15.13Staatssteun De subsidie van de provincie aan een gemeente levert geen staatssteun op. Artikel2.15.14Looptijd De subsidieregeling vervalt op 30 november 2027 om 17.00 uur. 2.16Samenwerking woonplatforms Overijssel Artikel2.16.1Betekenis van de begrippen In dit artikel worden vaker voorkomende begrippen uitgelegd. Woondeals Overijssel 2022-2030: documenten waarin staat hoe de partners de woningbouwopgave in Twente en West-Overijssel willen realiseren. Het doel is om samen te werken voor een woningmarkt waar vraag en aanbod in evenwicht zijn. De woondeals zijn te vinden op: Woondeals Overijssel | Woondeals | Home | Volkshuisvesting Nederland. Herijkte woondeals zijn te vinden op Actualisatie Woondeal Twente. Woonplatform: een woonplatform is een samenwerkingsverband van ten minste één of meerdere gemeenten, woningcorporaties, marktpartijen en de provincie Overijssel, dat zich richt op het realiseren van de woningbouwopgave, aansluitend op de doelen uit de Woondeals. Het platform fungeert als overleg- en samenwerkingsstructuur waarin kennisdeling, realisatie van woningbouw, het wegnemen van belemmeringen en samenwerking in gebiedsontwikkelingen centraal staan. Artikel2.16.2Doel van de subsidieregeling Met deze subsidieregeling wil de provincie bijdragen aan het realiseren van voldoende woningen in Overijssel die aansluiten bij de woningbouwbehoefte. Dit door woonplatforms te ondersteunen die bijdragen aan de doelen die zijn opgenomen in de Woondeals Overijssel 2022-2030. Artikel2.16.3Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen 1.De subsidie wordt verleend voor activiteiten die bijdragen aan de realisatie van de Woondeals Overijssel. Het gaat om de volgende activiteiten: het organiseren van bijeenkomsten om kennis en ervaringen te delen tussen leden en stakeholders; activiteiten gericht op (het versterken van) de samenwerking rondom de woningbouwopgave; inzet bij gebiedsontwikkelingsprojecten die bijdragen aan de woonopgaven; 2.De subsidie wordt alleen verstrekt als: minimaal één van deze gemeenten Zwolle, Almelo, Deventer, Hengelo of Enschede deelneemt en een financiële bijdrage levert aan het platform. minimaal de volgende partijen samenwerken: gemeenten, woningcorporaties, marktpartijen en de provincie. Artikel2.16.4Aanvrager De aanvrager is een stichting of een vereniging zonder winstoogmerk. Artikel2.16.5Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen De subsidie is een vast bedrag per aanvrager per jaar. De artikelen 1.2.5 tot en met 1.2.9 zijn niet van toepassing. Artikel2.16.6Hoogte van de subsidie 1.De subsidie is € 10.000,- per aanvrager per jaar. 2.De subsidie wordt verleend voor de jaren 2026 en 2027. Artikel2.16.7Subsidieaanvraag 1.De aanvraag kan vanaf 1 december 2025 worden ingediend en moet uiterlijk 31 maart 2026 ontvangen zijn. 2.De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Samenwerking woonplatforms Overijssel. 3.De aanvrager levert aanvullend een activiteitenplan voor de jaren 2026 en 2027 in. In het activiteitenplan is minimaal opgenomen: bijeenkomsten voor kennisdeling en netwerkvorming; samenwerkingsactiviteiten rondom de woningbouwopgave 4.De aanvrager hoeft geen begroting en een dekkingsplan in te dienen. Artikel 1.2.13 is niet van toepassing. Artikel2.16.8Beschikbaar budget voor de regeling Het subsidieplafond geldt voor de jaren 2026 en 2027. Artikel2.16.9Geen staatssteun De subsidie levert geen staatssteun op. Artikel2.16.10Looptijd De subsidieregeling vervalt op 30 november 2028 om 17.00 uur. Hoofdstuk3Milieu en energie 3.1Energiebesparing Overijssel 2.0 [Vervallen] 3.2Haalbaarheidsonderzoek Energie-Innovatie [Vervallen] 3.3Energiebesparende maatregelen (geld terug actie) Artikel3.3.1Betekenis van de begrippen In dit artikel worden vaker voorkomende begrippen uitgelegd. Energiebesparende maatregelen: technische aanpassingen in gebouwen en industriële processen die leiden tot minder verbruik van energie. Energieonderzoek: een uitgevoerd onderzoek naar energiebesparingsmogelijkheden in gebouwen en industriële processen. Het onderzoek richt zich zowel op bouwkundige, technische en organisatorische aspecten, cultuurhistorische waarden als het industriële gebruik. Artikel3.3.2Doel van de subsidieregeling Met deze subsidieregeling wil de provincie bijdragen aan het stimuleren van energiebesparende maatregelen. Artikel3.3.3Activ