In het kort
Deze beleidsregel van de provincie Noord-Brabant legt vast hoe Gedeputeerde Staten hun bevoegdheden uitoefenen onder de Omgevingswet, specifiek gericht op het omgaan met geurhinder van industriële activiteiten. Het doel is om duidelijkheid te scheppen voor alle betrokkenen over de beoordeling van geur.
Wat het reguleert
- De beoordeling van aanvragen voor omgevingsvergunningen voor milieubelastende activiteiten die geur veroorzaken.
- Het wijzigen van voorschriften die aan dergelijke vergunningen zijn verbonden.
- Het stellen van maatwerkvoorschriften met betrekking tot geur.
- De toepassing van de specifieke zorgplicht voor geur.
Wie het aangaat
- Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, bij de uitoefening van hun bevoegdheden.
- Bedrijven en initiatiefnemers die milieubelastende activiteiten uitvoeren die geurhinder kunnen veroorzaken.
Kernpunten
- Aanvragen worden niet in behandeling genomen als hinder-signalen, geuremissies van alle bronnen of de aanpak van diffuse geuremissies onvoldoende zijn betrokken.
- De beoordeling van geurbelasting gebeurt primair op basis van de hedonisch gewogen geurbelasting.
- De hedonische weegfactor F wordt bepaald aan de hand van een lijst met hedonische waarden, of door gelijkstelling met vergelijkbare activiteiten.
- Voor nieuwe activiteiten wordt de aanvaardbare hedonisch gewogen geurbelasting vastgesteld op ten hoogste de richtwaarden, of in uitzonderlijke gevallen de grenswaarden, zoals opgenomen in tabel 2 van bijlage 1.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.