Kort samengevat
Dit omgevingsplan van de gemeente Deurne regelt diverse activiteiten met betrekking tot bouwwerken, open erven en terreinen, en stelt algemene bepalingen en overgangsrecht vast. Het definieert ook begrippen die van toepassing zijn op specifieke hoofdstukken van het plan.
Wat het reguleert
- Activiteiten met betrekking tot bouwwerken, open erven en terreinen.
- De toepassing van begripsbepalingen uit diverse landelijke besluiten en bijlagen van dit omgevingsplan.
- Overgangsrecht voor gemeentelijke monumenten, voorbeschermde gemeentelijke monumenten en rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten.
- De mogelijkheid om maatwerkvoorschriften te stellen en af te wijken van regels binnen de afdeling over bouw- en sloopwerkzaamheden.
Wie het aangaat
- Iedereen die bouw- of sloopwerkzaamheden verricht in de gemeente Deurne.
- Eigenaren van bestaande of te bouwen bouwwerken in de gemeente Deurne.
Kernpunten
- Begripsbepalingen uit landelijke wetgeving en bijlagen II en III van dit omgevingsplan zijn van toepassing op hoofdstuk 22 en paragraaf 22.3.7.4.
- Regels in afdeling 22.2 (met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3) en afdeling 22.3 zijn niet van toepassing als ze strijdig zijn met het tijdelijke deel van dit omgevingsplan.
- Regels in afdeling 22.3 zijn niet van toepassing op milieubelastende activiteiten met een vergunningplicht als er al onherroepelijke omgevingsvergunningen of aanvragen van voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn.
- Voor het bouwen van een bouwwerk moet, indien nodig, eerst de rooilijn of bebouwingsgrens en het straatpeil zijn uitgezet.
- Het uiterlijk van bestaande en te bouwen bouwwerken (waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is) mag niet in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de welstandsnota.
- Een voorziening voor elektriciteit in een bouwwerk moet aangesloten zijn op het distributienet als de aansluitafstand niet groter is dan 100 m of de kosten niet hoger zijn dan bij 100 m.
- Een voorziening voor gas in een bouwwerk moet aangesloten zijn op het distributienet als artikel 10, zesde lid, onder a of b, van de Gaswet van toepassing is en de aansluitafstand niet groter is dan 40 m of de kosten niet hoger zijn dan bij 40 m.
- Een te bouwen bouwwerk met verblijfsgebieden moet aangesloten zijn op het distributienet voor warmte als het geplande aantal aansluitingen nog niet is bereikt en de aansluitafstand niet groter is dan 40 m of de kosten niet hoger zijn dan bij 40 m.
- Een voorziening voor drinkwater in een bouwwerk moet aangesloten zijn op het distributienet als de aansluitafstand niet groter is dan 40 m of de kosten niet hoger zijn dan bij 40 m.
- Een bouwwerk moet een toereikende bluswatervoorziening hebben, tenzij de aard, ligging of het gebruik dit niet vereist, en de afstand tot een brandweeringang of toegang is ten hoogste 40 m.
- Tussen de openbare weg en ten minste één toegang van een gebouw of ander bouwwerk voor het verblijven van personen moet een verbindingsweg liggen die geschikt is voor hulpverleningsdiensten, tenzij uitzonderingen van toepassing zijn.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.