Kort samengevat
Dit omgevingsplan van de gemeente Zwartewaterland regelt diverse activiteiten die invloed hebben op de fysieke leefomgeving, met een focus op bouwwerken, open erven en terreinen. Het bevat algemene bepalingen en specifieke regels voor activiteiten, inclusief overgangsrecht voor monumenten.
Wat het reguleert
- De toepassing van begripsbepalingen voor hoofdstuk 22 van het omgevingsplan.
- De voorrang van regels in verschillende afdelingen van het omgevingsplan, met uitzonderingen.
- Overgangsrecht voor gemeentelijke en rijksbeschermde monumenten en stads- of dorpsgezichten.
- Activiteiten met betrekking tot bouwwerken, open erven en terreinen, inclusief bouw- en sloopwerkzaamheden.
Wie het aangaat
- Iedereen die bouwwerken bouwt, sloopt of in stand houdt binnen de gemeente Zwartewaterland.
- Eigenaren van gemeentelijke of rijksbeschermde monumenten en gebouwen in beschermde stads- of dorpsgezichten.
Kernpunten
- Begripsbepalingen uit de Omgevingswet en bijbehorende besluiten zijn van toepassing op hoofdstuk 22.
- Regels in afdeling 22.2 en 22.3 zijn niet van toepassing als ze strijdig zijn met het tijdelijke deel van dit omgevingsplan.
- Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over afdeling 22.2 en kan afwijken van de artikelen daarin, behalve over meet- en rekenmethoden.
- Voor het bouwen van een bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning is verleend, mag niet worden begonnen voordat rooilijnen/bebouwingsgrenzen en het straatpeil zijn uitgezet.
- Het uiterlijk van bestaande en te bouwen bouwwerken (waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is) mag niet in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de welstandsnota.
- Voorzieningen voor elektriciteit, gas, warmte en drinkwater in bouwwerken moeten worden aangesloten op de distributienetten als de aansluitafstand niet groter is dan 100 m (elektriciteit) of 40 m (gas, warmte, drinkwater), of als de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij die afstanden.
- Een bouwwerk moet een toereikende bluswatervoorziening hebben, tenzij de aard, ligging of het gebruik dit niet vereist, met een maximale afstand van 40 m tot een brandweeringang.
- Tussen de openbare weg en ten minste één toegang van een gebouw of ander bouwwerk voor het verblijven van personen moet een verbindingsweg liggen die geschikt is voor hulpverleningsdiensten, tenzij uitzonderingen van toepassing zijn. Deze verbindingsweg heeft een breedte van ten minste 4,5 m en een verharding van ten minste 3,25 m breed.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.