In het kort
Dit omgevingsplan regelt de fysieke leefomgeving in de gemeente Putten en bevat algemene bepalingen, doelen, programma's, aanwijzingen, regels voor activiteiten, beheer en onderhoud, financiële bepalingen, procesregels, handhaving, monitoring en informatie, overgangsrecht en een transitieregeling. Het omgevingsplan integreert diverse regels die voorheen in verschillende wetten en verordeningen waren opgenomen.
Wat het reguleert
- Algemene bepalingen en begripsbepalingen voor de toepassing van het omgevingsplan.
- Regels voor activiteiten met betrekking tot bouwwerken, open erven en terreinen, inclusief bouw- en sloopwerkzaamheden en het in stand houden van bouwwerken.
- Overgangsrecht voor gemeentelijke monumenten, voorbeschermde gemeentelijke monumenten en rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten.
- Aansluitingen op distributienetten voor elektriciteit, gas, warmte en drinkwater, en afvoer van afvalwater.
Wie het betreft
- Inwoners en bedrijven die bouw- of sloopwerkzaamheden uitvoeren of bouwwerken in stand houden in de gemeente Putten.
- Eigenaren van gemeentelijke monumenten, voorbeschermde gemeentelijke monumenten en panden in rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten.
Kernpunten
- Begripsbepalingen uit de Omgevingswet en bijbehorende besluiten zijn van toepassing op Hoofdstuk 22 van dit omgevingsplan.
- Het uiterlijk van bestaande en te bouwen bouwwerken (waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is) mag niet in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand, tenzij anders bepaald.
- Een voorziening voor elektriciteit in een bouwwerk moet zijn aangesloten op het distributienet als de aansluitafstand niet groter is dan 100 m of de kosten niet hoger zijn dan bij 100 m.
- Een bouwwerk moet een toereikende bluswatervoorziening hebben, tenzij de aard, ligging of het gebruik dit niet vereist, en de afstand tussen de bluswatervoorziening en een brandweeringang is ten hoogste 40 m.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.