Uitvoeringsbesluit subsidies Overijssel 2022Gedeputeerde Staten van Overijssel delen het volgende mee: Artikel I Het Uitvoeringsbesluit subsidies Overijssel 2017 wordt met ingang van 11 juli 2022 ingetrokken met uitzondering van hoofdstuk 1 in combinatie met de paragrafen 6.3 en 7.
(2019)’ voorhitte, droogte en wateroverlast. Projectenlijst: een overzicht van projecten en maatregelen waarvoor het Rijk bij besluit van 15 maart 2022 een rijksbijdrage heeft verleend voor projecten van de werkregio RIVUS voor de periode 2021-
- Provincie Overijssel is de kassier voor deze rijksbijdrage. Een overzicht van de projecten is te vinden op www.regelen.overijssel.nl. Rijksbijdrage: bijdrage van het Rijk op basis van de Rijksregeling. Rijksregeling: de Tijdelijke Impulsregeling klimaatadaptatie 2021-2027 van 16 oktober 2020 van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat. Deze regeling heeft als doel om maatregelen voorklimaatadaptatie 2021-2027 te versnellen. De Tijdelijke Impulsregeling klimaatadaptatie 2021–2027 is te vinden op www.overheid.nl. werkregio RIVUS: samenwerkingsverband voor de afvalwaterketen en voor klimaatadaptatie in West Overijssel. Het samenwerkingsverband bestaat uit de volgende partners: de gemeenten Dalfsen, Deventer, Kampen, Olst-Wijhe, Raalte, Staphorst, Zwartewaterland, Zwolle, provincie Overijssel en Waterschap Drents Overijsselse Delta. Bij de afvalwaterketen gaat het om alle activiteiten tussen drinkwaterwinning en rioolwaterzuivering. Artikel 2.10.2 Doel van de subsidieregeling Met deze subsidieregeling wil de provincie bijdragen aan het voorbereiden van Overijssel op de gevolgen van het veranderende klimaat door een klimaatadaptieve inrichting van de provincie in
- Dit door via deze regeling de rijksbijdrage in te zetten om plannen van gemeenten en waterschappen te ondersteunen voor de opgaven van het werkgebied RIVUS. Artikel 2.10.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen
- De subsidie wordt verleend voor projecten die opgenomen zijn in de projectenlijst.
- Een project komt niet in aanmerking voor de subsidie als in de projectenlijst geen rijksbijdrage is opgenomen voor het betreffende project.
- Het project mag gestart zijn na 1 januari
- Dit is een afwijking van artikel 1.2.
- Artikel 2.10.4 Aanvrager
- De aanvrager is één van de volgende partners van de werkregio RIVUS: Gemeente Staphorst; Gemeente Olst-Wijhe; Gemeente Zwolle; Gemeente Zwartewaterland; Gemeente Kampen; Gemeente Raalte; Gemeente Deventer; Gemeente Dalfsen; Waterschap Drents Overijsselse Delta.
- De aanvrager is de verantwoordelijke voor het betreffende project zoals dat is opgenomen in de projectenlijst. Artikel 2.10.5 Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen
- Alleen de kosten van derden zijn subsidiabel. Artikel 1.2.6 is niet van toepassing.
- De kosten van de activiteiten die zijn uitgevoerd voordat de subsidieaanvraag is ontvangen, zijn wel subsidiabel, maar alleen als de activiteiten zijn uitgevoerd na 1 januari
- Dit is een afwijking van artikel 1.2.8 onderdeel a.
- De volgende kosten zijn niet subsidiabel: gebruikelijk en achterstallig onderhoud; maatregelen en voorzieningen ter bestrijding van hittestress; subsidies aan burgers en bedrijven; grondverwerving; een analyse van de kansen op en de gevolgen van wateroverlast, droogte en overstromingen binnen de werkregio; het opstellen van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 4, lid 2 en lid 3 van de rijksregeling. Artikel2.10.6 Hoogte van de subsidie
- De subsidie is maximaal 33% van de subsidiabele kosten.
- De subsidie is maximaal het bedrag dat voor het betreffende project is opgenomen in de projectenlijst in de kolom ‘Rijksbijdrage netto’. Artikel2.10.7 Eigen bijdrage
- De aanvrager is verplicht minimaal 67% van de subsidiabele kosten te dekken met een eigen bijdrage of bijdrage van derden
- De eigen bijdrage is geen bijdrage in de vorm van eigen arbeid.
- De eigen bijdrage of de bijdrage van derden mag niet direct of indirect afkomstig zijn van het Rijk. Artikel 2.10.8 Subsidieaanvraag
- De subsidieaanvraag kan het hele jaar worden ingediend.
- De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Klimaatadaptatiemaatregelen werkregio RIVUS.
- De aanvrager levert een begroting en een dekkingsplan in.
- De aanvrager levert aanvullend ook een projectplan in. Dit mag dezelfde plan zijn zoals die ook is ingeleverd voor de Rijksbijdrage. Artikel2.10.9 Beschikbaar budget voor de subsidieregeling Het subsidieplafond geldt voor de jaren 2023 tot en met
- Artikel2.10.10 Aanvullende verplichtingen De subsidieontvanger is verplicht de activiteiten vóór 31 december 2027 uitgevoerd te hebben. Artikel2.10.11 Sisa-verantwoording De financiële verantwoording van de gemeente loopt volgens de Sisa-verantwoording. Artikel 1.2.22 is van toepassing. De verantwoording wordt ingediend onder Sisa-code E44B. Artikel2.10.12 Staatssteun De subsidie van de provincie aan een gemeente of waterschap levert geen staatssteun op. Artikel2.10.13 Looptijd Deze subsidieregeling vervalt op 31 december 2027 om 17.00 uur. 2.11Klimaatadaptatiemaatregelen 2021-2027 Artikel2.11.1 Betekenis van de begrippen In dit artikel worden veel voorkomende begrippen uitgelegd. Programma Klimaatadaptatie 2019-2023: programma van de provincie waarmee invulling wordt gegeven aan de opgaven die opgenomen zijn in het coalitieakkoord ‘Samen bouwen aan Overijssel
(2019)’ voor hitte, droogte en wateroverlast. Projectenlijst: een overzicht van projecten waarvoor het Rijk bij besluit van 15 maart 2022 een rijksbijdrage heeft verleend voor projecten van de werkregio RIVUS voor de periode 2021-2027. Provincie Overijssel is penvoerder voor deze rijksbijdrage. Een overzicht van de projecten is te vinden op www.regelen.overijssel.nl. Rijksbijdrage: de bijdrage op basis van de Rijksregeling. De Rijksbijdrage is aan te vragen bij de werkregio’s. Voor de werkregio RIVUS kan de Rijksbijdrage aangevraagd worden bij de provincie Overijssel op basis van paragraaf 2.10 van dit Ubs. Rijksregeling: de Tijdelijke Impulsregeling Klimaatadaptatie 2021-2027 van 16 oktober 2020 van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat. Deze regeling heeft als doel om maatregelen voor klimaatadaptatie 2021-2027 te versnellen. De Tijdelijke impulsregeling klimaatadaptatie 2021–2027 is te vinden op overheid.nl. Werkregio’s: samenwerkingsverband van gemeenten en waterschappen, op basis van het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie onderverdeeld in de regio’s Twents Waternet, Noordelijke Vechtstromen, RIVUS en FLUVIUS. Artikel2.11.2 Doel van de subsidieregeling Met deze subsidieregeling wil de provincie bijdragen aan het voorbereiden van Overijssel op de gevolgen van het veranderende klimaat door een klimaatadaptieve inrichting van de provincie in 2050. Dit door subsidie te verlenen aan projecten van gemeenten en waterschappen, waarvoor ook een Rijksbijdrage is verleend. Het gaat om de provinciebijdrage die is opgenomen in de aanvraag voor de Rijksbijdrage. Artikel2.11.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen 1. De subsidie wordt verleend voor projecten die zijn opgenomen in de projectenlijst. 2. Een project komt niet in aanmerking voor de subsidie als in de projectenlijst geen provinciebijdrage is opgenomen voor het betreffende project. 3. Het project mag gestart zijn na 1 januari 2021. Dit is een afwijking van artikel 1.2.3. Artikel2.11.4 Aanvrager 1. De aanvrager is één van de Overijsselse partners van de werkregio’s FLUVIUS, RIVUS, Twents Waternet of Noordelijke Vechtstromen. 2.De aanvrager is de verantwoordelijke voor het betreffende project zoals dat is opgenomen in de projectenlijst. Artikel2.11.5Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen 1. Alleen de kosten van derden zijn subsidiabel. Artikel 1.2.6 is niet van toepassing. 2. De kosten van de activiteiten die zijn uitgevoerd voordat de subsidieaanvraag is ontvangen, zijn wel subsidiabel, maar alleen als de activiteiten zijn uitgevoerd na 1 januari 2021. Dit is een afwijking van artikel 1.2.8 onderdeel a. 3. De volgende kosten zijn niet subsidiabel: regulier en achterstallig onderhoud; maatregelen en voorzieningen ter bestrijding van hittestress; subsidies aan burgers en bedrijven; grond verwerving; een analyse van de kansen op en de gevolgen van wateroverlast, droogte en overstromingen binnen de werkregio; het opstellen van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 4, lid 2 en lid 3 van de rijksregeling. Artikel2.11.6Hoogte van de subsidie 1.De subsidie is 20% van de subsidiabele kosten. 2.De subsidie is maximaal het bedrag dat voor het betreffende project is opgenomen in de projectenlijst in de kolom ‘Bijdrage provincie Overijssel’. Artikel2.11.7Eigen bijdrage 1. De aanvrager is verplicht minimaal 66% van de subsidiabele kosten te dekken met een eigen bijdrage, een bijdrage van de provincie Overijssel of bijdrage van derden. 2. De eigen bijdrage is geen bijdrage in de vorm van eigen arbeid. 3. De eigen bijdrage of de bijdrage van derden mag niet direct of indirect afkomstig zijn van het Rijk. Artikel2.11.8Subsidieaanvraag 1. De subsidieaanvraag kan het hele jaar worden ingediend. 2. De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Klimaatadaptatiemaatregelen 2021-2027. 3.De aanvrager levert een begroting en een dekkingsplan in. 4. De aanvrager levert aanvullend ook een projectplan in. Dit mag hetzelfde plan zijn zoals die ook is ingeleverd voor de Rijksbijdrage. Artikel2.11.9Beschikbaar budget voor de subsidieregeling 1. Het subsidieplafond geldt voor de jaren 2023 tot en met 2027. 2. Er geldt een deelplafond voor de volgende werkregio’s: werkregio Twents Waternet; werkregio Noordelijke Vechtstromen; werkregio FLUVIUS; werkregio RIVUS. Artikel2.11.10Aanvullende verplichtingen De subsidieontvanger is verplicht de activiteiten vóór 31 december 2027 uitgevoerd te hebben. Artikel2.11.11Staatssteun De subsidie van de provincie aan een gemeente of waterschap levert geen staatssteun op. Artikel 2.11.12Looptijd Deze subsidieregeling vervalt op 31 december 2027 om 17.00 uur. 2.12Advies bij Vrijkomende Agrarische Bebouwing (VAB) [Vervallen] 2.13 Langer zelfstandig wonen Artikel 2.13.1 Betekenis van de begrippen In dit artikel worden vaker voorkomende begrippen uitgelegd. Betaalbare koopwoning: koopwoningen met een vrij op naam prijs van ten hoogste de landelijk geldende betaalbaarheidsgrens (prijspeil 2025 is € 405.000. Bron: Beslisnota bij Kamerbrief Aanpassingen Nationale Hypotheek Garantie (NHG) per 2025.pdf); DAEB: dienst van algemeen economisch belang als bedoeld in artikel 106, tweede lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie; DAEB-de-minimisverordening: Verordening (EU) 2023/2832 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun verleend aan diensten van algemeen economisch belang verrichtende ondernemingen (C/2023/9701), PB L, 2023/2832, 15.12.2023; DAEB-vrijstellingsbesluit: Besluit van de Commissie van 20 december 2011 betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen (2012/21/EU), PB L 7 van 11.1.2012, blz. 3–10; Geclusterde woonvorm: woningen in het segment sociale huur, midden huur en betaalbare koop in een geclusterde woonvorm. Het gaat om tenminste twaalf zelfstandige woningen die aan elkaar geschakeld zijn met een inpandige of nabijgelegen en gedeelde ontmoetingsruimte. De geclusterde woonvorm wordt bewoond overwegend door ouderen, maar is ook geschikt voor andere doelgroepen. Bron: Handreiking-Geclusterde-woonvormen-voor-senioren.pdf; Gemengde woonvorm: een woonvorm waarbij verschillende doelgroepen zoals bijvoorbeeld senioren, jongeren, statushouders of kwetsbare groepen met elkaar in één gebouw wonen; Meergeneratiewoning: woning waar mensen van verschillende leeftijden bij elkaar wonen; Middenhuurwoning: huurwoning met een gereguleerde huurprijs in het middensegment als bedoeld in de Wet betaalbare huur. Het puntensysteem bepaalt de waarde van een woning. Ontmoetingsruimte: ruimte die tot doel heeft als ontmoetingsplek te dienen voor bewoners van een geclusterde woonvorm en bewoners uit de omgeving van de geclusterde woonvorm; Pilot: een kleinschalige implementatie van een nieuw product, concept of idee om de levensvatbaarheid aan te tonen. Het doel is om te beoordelen of het geteste succesvol zou kunnen zijn bij een grootschalige implementatie of productlancering. Ook wordt het idee getest of de geboden oplossing(
- en)daadwerkelijk als een verbetering wordt gezien. Mogelijke tekortkomingen worden tijdens de pilot geïdentificeerd en vervolgens kan daar actie op worden ondernomen. Van de pilot wordt een evaluatieverslag gemaakt; Woonzorgvisies: in 2026 moeten alle gemeenten en provincies in Nederland een woonzorgvisie hebben. Een regionale woonzorgvisie vormt voor gemeenten de basis om regionale en lokale afspraken te maken met woningcorporaties, verhuurders, zorgaanbieders en zorgkantoren over de huisvesting, zorg en ondersteuning voor aandachtsgroepen en ouderen. In het wetsvoorstel Wet Versterking regie op de volkshuisvesting is opgenomen dat deze verplichting wettelijk wordt vastgelegd, en dat de woonzorgvisie samen met de woonvisie zal opgaan in het volkshuisvestingsprogramma; Sociale huurwoning: woning waarvan de kale huurprijs op de ingangsdatum van het huurcontract niet hoger was dan de toenmalige liberalisatiegrens conform het woningwaarderingsstelsel (WWS). De liberalisatiegrens is het bedrag dat bij het ingaan van de huur de grens aangeeft tussen een sociale huurwoning en middenhuurwoning of een vrijesectorwoning; Vernieuwend woonconcept: een woonvorm waar gemengde doelgroepen, waaronder ouderen, kunnen wonen en waarbij het uitgangspunt is dat gemeenschapszin onder de bewoners gestimuleerd wordt. Denk bijvoorbeeld aan meergeneratiewoningen, een thuisplusflat of friendswoningen; Zorggeschikte woning: zelfstandige nultredenwoning waarin Wlz-zorg geleverd kan worden voor bewoner(
- s)en die onderdeel is van een geclusterde woonvorm. Om alle vormen van zorg te kunnen leveren, dienen deze wooneenheden en de woonvorm rolstoelgeschikt te zijn, met voldoende ruimte om verpleegzorg te verlenen. De zorggeschikte woningen zijn bedoeld voor mensen met een zorgindicatie vanuit de Wet langdurige zorg. Zorggeschikte woningen zijn geschikt voor mensen met een zorgprofiel VV4 t/m VV10. Artikel2.13.2Doel van de subsidieregeling Met deze subsidieregeling wil de provincie bijdragen aan het versnellen van de realisatie van zelfstandige, betaalbare zorggeschikte woningen, door te bouwen of te transformeren. Daarnaast heeft de subsidieregeling tot doel een bijdrage te leveren aan langer zelfstandig wonen voor ouderen door ontmoetingsruimtes bij de de geclusterde woonvormen en vernieuwende woonconcepten te stimuleren. Gemeenten, woningcorporaties, zorgaanbieders en marktpartijen kunnen een bijdrage aanvragen zodat het financieel tekort op het woningbouwproject kleiner wordt en het project gerealiseerd kan worden. De realisatie van een zorggeschikte woningen en ontmoetingsruimtes bij de geclusterde woonvorm worden gezien als een activiteit in het kader van een Dienst van Algemeen Economisch Belang (DAEB). Artikel2.13.3Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen 1.De subsidie wordt verleend voor één van de volgende activiteiten: het realiseren van een zorggeschikte woning in een geclusterde woonvorm; het realiseren van een ontmoetingsruimte bij een geclusterde woonvorm; het uitvoeren van een pilot voor een vernieuwend woonconcept. 2.De activiteiten voldoen aan de volgende voorwaarden: de activiteiten worden uitgevoerd in Overijssel; de activiteiten voldoen aan het geldende Besluit Bouwwerken Leefomgeving (Bbl); de activiteiten zijn afgestemd met de gemeente waarin het project gerealiseerd wordt en passen binnen het gemeentelijk beleid; als de aanvrager een projectontwikkelaar of een zorgaanbieder of een woningcorporatie is, is de Wet Bibob van toepassing. Artikel 1.2.25 is van toepassing. Wij kunnen vragen om een Bibobformulier in te vullen; het project maakt onderdeel uit van de vastgestelde opgaven uit het afsprakenkader ouderenhuisvesting en bijbehorende Regionale Woonzorgvisie. De Regionale Woonvisies en afsprakenkaders ouderenhuisvesting zijn te raadplegen via https://overijsselsewoonaanpak.nl; aannemelijk is gemaakt dat binnen 3 jaar na het indienen van de subsidieaanvraag gestart kan worden met de bouw. Daar geldt dat het omgevingsplan definitief is en u de omgevingsvergunning gaat aanvragen of heeft aangevraagd. 3.De activiteit realiseren van een zorggeschikte woning in een geclusterde woonvorm voldoet aan de volgende aanvullende voorwaarden: de te realiseren woningen betreffen een woning in het segment sociale huur, middenhuur of betaalbare koop; er mag een subsidie zijn ontvangen voor de woning op grond van de Rijksregelingen met een vergelijkbare doelstelling. 4.De activiteit realiseren van een ontmoetingsruimte voldoet aan de volgende voorwaarden: de ontmoetingsruimte is op een open, transparante en niet-discriminerende basis te gebruiken door de bewoners en buurtbewoners; in geval een ontmoetingsruimte niet fysiek is verbonden aan een geclusterde woonvorm, dan bevindt deze zich in de directe nabijheid van de geclusterde woonvorm. 5.Het uitvoeren van een pilot voor een vernieuwend woonconcept voldoet aan de volgende voorwaarden: er heeft voorafgaand aan het indienen van de aanvraag afstemming plaatsgevonden met de provinciale medewerker wonen; de pilot betreft realisatie van een vernieuwende woonvorm in het segement sociale huur, middenhuur of betaalbare koop of een combinatie hiervan; het woonconcept is nog niet eerder in dezelfde vorm toegepast in de betreffende gemeente. 6.Activiteiten in het kader van intramurale zorg komen niet in aanmerking voor de subsidie. Artikel2.13.4Aanvrager De aanvrager is een gemeente, een woningcorporatie, een projectontwikkelaar of een zorgaanbieder. Artikel2.13.5Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen 1.Alleen de kosten van derden zijn subsidiabel. Artikel 1.2.6 is niet van toepassing. 2.Voor de realisatie van een ontmoetingsruimte geldt aanvullend dat alleen de kosten voor realisatie van het gebouw, afbouw en aard- en nagelvaste inventaris subsidiabel zijn. 3.Voor een pilot voor een vernieuwend woonconcept geldt aanvullend dat maximaal 20% van de begrote kosten mag bestaan uit kosten voor het proces om binnen 3 jaar tot realisatie te komen zoals juridisch of financieel advies gericht op samenwerkingsafspraken. Artikel2.13.6Hoogte van de subsidie 1.De subsidie voor de realisatie van een zorggeschikte woning in een geclusterde woonvorm is een vast bedrag van € 5.000,- per zorggeschikte woning. Met een maximum van € 500.000,-. 2.De subsidie voor de realisatie van een ontmoetingsruimte is maximaal 25% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 100.000,-. 3.De subsidie voor een pilot voor een vernieuwend woonconcept is maximaal 100% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 100.000,-. 4.De aanvrager of het project mag maximaal 2 keer subsidie ontvangen op basis van deze subsidieregeling. Artikel2.13.7Eigen bijdrage De eigen bijdrage voor realisatie van een ontmoetingsruimte bedraagt minimaal 75% van de subsidiabele kosten en bestaat voor minimaal 50% uit een geldbijdrage van de aanvrager of derden. Als de eigen bijdrage deels bestaat uit inzet van vrijwilligersuren dan mogen deze op de dekkingskant van de begroting opgenomen worden voor een bedrag van € 15,- per uur. Artikel2.13.8Subsidieaanvraag 1.De aanvraag kan worden ingediend vanaf 2 januari 2025 om 9.00 uur. 2.De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Langer zelfstandig wonen. 3.De aanvrager levert een begroting en een dekkingsplan in. Het is verplicht om het beschikbaar gestelde begrotingsformat te gebruiken. Artikel 1.2.13 is van toepassing. 4.De aanvrager levert aanvullend ook de volgende stukken in: een plattegrond van het perceel of de percelen waar de activiteiten plaats gaan vinden. Dit mag ook een digitaal bestand zijn in de vorm van een shapefile (.shp) of ESRI-file geodatabase (.gdb); de conceptaanvraag omgevingsvergunning inclusief tenminste: een bestek/bouwtekening een offerte voor de bouwkosten en eventueel voor inventaris. 5.In geval van realisatie van een zorggeschikte woning in een geclusterde woonvorm en als de aanvrager een woningcorporatie of een projectontwikkelaar is: een verklaring waaruit blijkt of de subsidieaanvrager andere subsidies voor dezelfde subsidiabele kosten heeft ontvangen, bijvoorbeeld een subsidie op basis van de Stimuleringsregeling ontmoetingsruimten in ouderenhuisvesting (SOO) van het Rijk; een verklaring over de vergoedingen die hij in de afgelopen drie jaren op basis van de DAEB-De- minimisverordening en de reguliere De-minimisverordening samen heeft ontvangen; [vervallen] 6.In geval van een aanvraag voor realisatie van een ontmoetingsruimte levert de aanvrager aanvullend ook de volgende stukken in: een projectplan. In het projectplan staat minimaal uitgewerkt: door wie de ontmoetingsruimte wordt geëxploiteerd en hoe deze verbonden is met de geclusterde woonvorm; hoe de exploitatie van de ontmoetingsruimte is geregeld voor een periode van minimaal 5 jaar na realisatie, in de vorm van een exploitatiebegroting. Daarbij geldt dat iemand anders de ruimte ook mag gebruiken. als de aanvrager een woningcorporatie of een projectontwikkelaar is: een verklaring waaruit blijkt of de subsidieaanvrager andere subsidies voor dezelfde subsidiabele kosten heeft ontvangen, bijvoorbeeld een subsidie op basis van de Stimuleringsregeling ontmoetingsruimten in ouderenhuisvesting (SOO) van het Rijk. een verklaring over de vergoedingen die hij in de afgelopen drie jaren op basis van een de- minimisverordening heeft ontvangen. [vervallen] 7.De aanvrager voor een pilot voor een vernieuwend woonconcept levert aanvullend een beschrijving van het concept in, waarin wordt ingegaan op de doelgroepen en waarin een toelichting wordt gegeven op het vernieuwende aspect van het concept. Artikel2.13.9Beschikbaar budget voor de regeling 1.Het subsidieplafond geldt voor de jaren 2025 en 2026; 2.Er geldt een deelplafond voor: het realiseren van een zorggeschikte woning in een geclusterde woonvorm; het realiseren van een ontmoetingsruimte bij een geclusterde woonvorm; het uitvoeren van een pilot voor een vernieuwend woonconcept. Artikel2.13.10Aanvullende verplichtingen De subsidieontvanger is verplicht: binnen 36 maanden na de datum waarop de subsidie is verleend te starten met de bouw van de woningen, de ontmoetingsruimte of het vernieuwende woonconcept; in geval van een subsidie voor realisatie van een ontmoetingsruimte: de ontmoetingsruimte minimaal de eerste 5 jaar na oplevering te gebruiken hoofdzakelijk voor ontmoeting en niet voor een ander doel. Artikel2.13.11Dienst van Algemeen Economisch Belang (DAEB) 1.De realisatie van zorggeschikte woningen in geclusterde woonvormen onder de voorwaarden van deze regeling wordt aangewezen als DAEB. 2.De realisatie van ontmoetingsruimten bij geclusterde woonvormen onder de voorwaarden van deze regeling wordt aangewezen als DAEB. 3.De subsidieontvanger, voor zover het gaat om een woningcorporatie of een marktpartij volgens de definitie van artikel 2.13.4 van deze regeling, wordt in de beschikking tot subsidieverlening door Gedeputeerde Staten belast met het verrichten van de DAEB, bedoeld in het eerste lid en/of tweede lid. Artikel2.13.12Staatssteun 1.De subsidie voor de realisatie van zorggeschikte woningen in een geclusterde woonvorm moet voldoen aan de voorwaarden van de DAEB-de-minimisverordening of de reguliere De-minimisverordening. 2.De subsidie voor de realisatie van ontmoetingsruimten bij geclusterde woonvormen moet voldoen aan de voorwaarden van de DAEB-de-minimisverordening of de reguliere De-minimisverordening. 3.Als de aanvrager al een subsidie op basis van de Stimuleringsregeling zorggeschikte woningen (Stcrt. 2023, 25360) heeft ontvangen, dan moet de subsidieverlening, bedoeld in het eerste lid, voldoen aan de voorwaarden van het DAEB-vrijstellingsbesluit. 4.Als door de subsidie het toegestane (gecumuleerde) plafond voor de-minimissteun van de aanvrager wordt overschreden, dan moet de subsidieverlening voldoen aan de voorwaarden van het DAEB-vrijstellingsbesluit. 5.Dit betekent dat bij de aanvraag een begroting van de kosten en inkomsten van de activiteiten moet worden meegestuurd. Het subsidiebedrag, zijnde het compensatiebedrag voor het uitvoeren van de DAEB, is niet hoger dan hetgeen noodzakelijk is om de netto-kosten van het uitvoeren van de DAEB te dekken. Artikel2.13.13Looptijd De subsidieregeling vervalt op 30 november 2026 om 17.00 uur. 2.15 Betaalbaar wonen in kleine steden en dorpen Artikel2.15.1Betekenis van de begrippen In dit artikel worden vaker voorkomende begrippen uitgelegd. Betaalbare koopwoning: nieuw te bouwen voor verkoop bestemde woonruimte met een koopprijs van ten hoogste € 405.000,–, als vastgelegd in de Huisvestingswet 2014. Deze koopprijs wordt bij ministeriële regeling met ingang van elk kalenderjaar gewijzigd aan de hand van de consumentenprijsindex. Betaalbare woning: sociale huurwoning, middenhuurwoning of betaalbare koopwoning. Inbreiding: woningbouw op locaties binnen bestaand bebouwd gebied. Dit betekent dat woningen worden toegevoegd binnen de grenzen van een reeds bebouwd gebied. Deze grenzen staan aangegeven in de provinciale omgevingsverordening en zijn te raadplegen via https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart/ Middenhuurwoning: huurwoning met een gereguleerde huurprijs in het middensegment als bedoeld in de Wet betaalbare huur. Het puntensysteem bepaalt de waarde van een woning. Nieuwe woning: nieuwbouwwoning of woning in een bestaand pand dat hergebruikt wordt en dat nog geen woonfunctie had, ook wel transformatie genoemd. Sociale huurwoning: woning waarvan de kale huurprijs op de ingangsdatum van het huurcontract niet hoger was dan de toenmalige liberalisatiegrens conform het woningwaarderingsstelsel (WWS). Artikel2.15.2Doel van de subsidieregeling Realisatie en versnelling van de bouw van betaalbare woningen in kleinere steden en dorpen. Stimuleren en versnellen van woningbouwprojecten die bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit binnen de bestaande bebouwde gebieden en een impuls geven aan de leefbaarheid. Artikel2.15.3Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen 1.De subsidie wordt verleend voor een project voor realisatie van nieuwe, betaalbare woningen. 2.Het project voldoet aan de volgende voorwaarden: het wordt uitgevoerd in een Overijsselse gemeente met, op het moment van aanvraag van de subsidie, maximaal 65.000 inwoners volgens het CBS; het betreft inbreiding; het betreft minimaal 20 nieuwe woningen. Deze mogen verspreid zijn over meerdere locaties binnen de betreffende kern; het bestaat voor minimaal 50% uit betaalbare woningen; het past binnen de geldende Omgevingsvisie; het kent een aantoonbaar publiek financieel tekort; het is aannemelijk gemaakt dat: binnen 12 maanden na het indienen van de subsidieaanvraag het Omgevingsplan of een BOPA, waarin het project is of wordt opgenomen, wordt vastgesteld; binnen 36 maanden na het indienen van de subsidieaanvraag gestart kan worden met de bouw. Artikel2.15.4Aanvrager De aanvrager is een gemeente met maximaal 65.000 inwoners. Artikel2.15.5Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen 1.Alleen de kosten voor publieke investeringen die voor de betreffende woningbouw noodzakelijk zijn, zijn subsidiabel. Artikel 1.2.6 is niet van toepassing. De subsidie mag alleen hieraan besteed worden. 2.De volgende kosten komen niet in aanmerking voor de subsidie: personeelskosten van de aanvrager; kosten voor het aankopen, gebruiken of waardevermindering van grond. Artikel2.15.6Hoogte van de subsidie De subsidie is een vast bedrag van € 10.000 per nieuwe woning tot een maximum van € 1.000.000,- per gemeente. Artikel2.15.7Eigen bijdrage Er is cofinanciering voor het inbreidingsproject aanwezig van minimaal 1 andere partij dan de aanvragende gemeente, zoals een woningcorporatie of een projectontwikkelaar. Artikel2.15.8Subsidieaanvraag 1.De aanvraag kan het hele jaar worden ingediend. 2.De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Betaalbaar wonen in kleine steden en dorpen. 3.De aanvrager levert aanvullend ook de volgende stukken in: een plattegrond van het perceel of de percelen waar de activiteiten plaats gaan vinden. Dit mag ook een digitaal bestand zijn in de vorm van een shapefile (.shp) of ESRI-file geodatabase (.gdb); een bouwtekening of een bestek van het project; een projectbeschrijving waarin in ieder geval is uitgewerkt: Het aantal woningen dat wordt gerealiseerd; De hoeveelheid betaalbare woningen; De fysieke maatregelen die worden genomen in de publieke ruimte, die nodig zijn voor de te realiseren woningen; een onderbouwde berekening van het publiek financieel tekort, dat wil zeggen een overzicht van de te maken kosten en de dekking daarvan, waaruit het tekort blijkt. Artikel2.15.9Beschikbaar budget voor de regeling Het subsidieplafond geldt voor de jaren 2025 en 2026. Artikel2.15.10Bevoorschotting Er wordt pas een voorschot uitbetaald als het Omgevingsplan of de BOPA is vastgesteld waarin de te realiseren woningen zijn opgenomen. Dit voorschot wordt gebaseerd op de uitgavenplanning die bij de subsidieaanvraag is ingediend. Artikel2.15.11Aanvullende verplichtingen De subsidieontvanger is verplicht ervoor zorg te dragen dat binnen 36 maanden na de datum van subsidieaanvraag, gestart wordt met de bouw. Artikel2.15.12Vaststelling De subsidie wordt vastgesteld op basis van aantal gerealiseerde of in aanbouw zijnde woningen. Artikel2.15.13Staatssteun De subsidie van de provincie aan een gemeente levert geen staatssteun op. Artikel2.15.14Looptijd De subsidieregeling vervalt op 30 november 2026 om 17.00 uur. Hoofdstuk3Milieu en energie 3.1Energiebesparing Overijssel 2.0 [Vervallen] 3.2Haalbaarheidsonderzoek Energie-Innovatie [Vervallen] 3.3Energiebesparende maatregelen (geld terug actie) Artikel3.3.1Betekenis van de begrippen In dit artikel worden vaker voorkomende begrippen uitgelegd. Energiebesparende maatregelen: technische aanpassingen in gebouwen en industriële processen die leiden tot minder verbruik van energie. Energieonderzoek: een uitgevoerd onderzoek naar energiebesparingsmogelijkheden in gebouwen en industriële processen. Het onderzoek richt zich zowel op bouwkundige, technische en organisatorische aspecten, cultuurhistorische waarden als het industriële gebruik. Artikel3.3.2Doel van de subsidieregeling Met deze subsidieregeling wil de provincie bijdragen aan het stimuleren van energiebesparende maatregelen. Artikel3.3.3Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen 1.De subsidie wordt verleend voor de volgende activiteiten: uitgevoerde energiemaatregelen; uitgevoerd energieonderzoek. 2.De uitgevoerde energiebesparende maatregelen voldoen aan de volgende voorwaarden: de energiebesparende maatregelen zijn genoemd in het energieonderzoek; de energiebesparende maatregelen zijn toegepast aan het gebouw, bouwwerk of de installaties die met het gebouw te maken hebben, zoals de deuren of ramen. Als het gaat om sportverenigingen dan mogen de energiebesparende maatregelen ook uitgevoerd worden op het veld, zoals veldverlichting. de energiebesparende maatregelen zijn toegepast op een gebouw dat fysiek in Overijssel is gevestigd; de energiebesparende maatregelen zijn op het moment van de aanvraag maximaal 8 maanden geleden uitgevoerd. Dit is een afwijking van artikel 1.2.3.; de uitgevoerde energiebesparende maatregelen hebben per aanvraag in totaal minimaal € 4.000,- gekost. Om aan de minimale kosten van € 4.000,- te kunnen voldoen, is het mogelijk om de energiebesparende maatregelen van meerdere vestigingen of aanvragers samen in één aanvraag op te nemen. Een van de aanvragers vraagt de subsidie aan en zorgt voor de onderlinge verdeling van de subsidie. 3.De volgende energiebesparende maatregelen komen niet in aanmerking voor de subsidie: energiebesparende maatregelen voor nieuwbouw; energiebesparende maatregelen voor woningen, appartementen of andere voor bewoning bedoelde gebouwen; energiebesparende maatregelen die verplicht zijn onder de Wet Mileubeheer. Hierin staat dat er bij een jaarverbruik van meer dan 50.000kWh elektriciteit of 25.000m3 aardgas maatregelen met een terugverdientijd van 5 jaar of minder wettelijk verplicht zijn. Hieronder vallen in ieder geval de erkende maatregelen. Hierbij gelden de volgende uitzonderingen: Een erkende maatregel kan alsnog voor subsidie in aanmerking komen indien: a. De aanvrager een lager energieverbruik heeft en om die reden voor elektriciteit en/of aardgas niet onder de Wet Milieubeheer valt óf b. In de rapportage is onderbouwd dat de erkende maatregel bij de aanvrager een hogere terugverdientijd dan 5 jaar kent. 4.Het energieonderzoek voldoet aan volgende voorwaarden: het onderzoek is op het moment van de aanvraag niet ouder dan 3 jaar; het onderzoek is uitgevoerd: door een gecertificeerd energie-adviseur met aantoonbare ervaring in het Mkb. De ervaring van de energie-adviseur kan aangetoond worden door verwijzing naar referentieprojecten. Voorbeelden van certificatie zijn EPA of EPA-U. EPA-U staat voor Energie Prestatie Advies voor bestaande utiliteitsgebouwen. Voorbeeld van een certificerende instantie is FeDec; door een branchespecialist; of in opdracht van of met subsidie van de provincie Overijssel. het onderzoek is uitgevoerd voordat energiebesparende maatregelen zijn uitgevoerd. Dit is een afwijking van artikel 1.2.3; het onderzoek is niet gesubsidieerd vanuit een andere regeling; In het onderzoek staat: Het aardgas- en elektriciteitsverbruik van de aanvrager en of deze voor elektriciteit- en/of aardgas onder de Wet- milieubeheer valt. Een zo volledig mogelijk beeld met mogelijke energiebesparingsmaatregelen waarbij gebruik kan worden gemaakt van de erkende maatregelen en de energiebesparende maatregelen die staan op de energie- en milieulijst van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) met bedrijfsmiddelen die voor de fiscale Energie Investering Aftrekregeling (EIA) in aanmerking komen. Beide lijsten zijn te vinden op de website van de RVO. Erkende maatregelen in beginsel een terugverdientijd hebben van minder dan 5 jaar en dat deze voor aanvragers die onder de Wet- milieubeer vallen verplicht zijn, mits er in de rapportage onderbouwd is waarom bij de aanvrager de terugverdientijd hoger is dan 5 jaar. Maatregelen die op de energielijst staan te allen tijde een terugverdientijd van 5 jaar of hoger hebben. Artikel3.3.4Aanvrager 1.De aanvrager is een stichting, een vereniging, een BV, een NV, en maatschap, een vennootschap onder firma, Coöperatie, een commanditaire vennootschap, een eenmanszaak of een kerkgenootschap. 2.De energiekosten van de aanvrager waren in 2020, 2021 of 2022 minder dan € 30.000,- per jaar. Dit geldt niet voor aanvragers uit de cultuursector met SBI-code 90 en 91, omdat deze instellingen hoge energiekosten per jaar hebben. Artikel3.3.5Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen 1.Alleen de kosten van derden zijn subsidiabel. Artikel 1.2.6 is niet van toepassing. 2.De kosten van de activiteiten die zijn uitgevoerd voordat de aanvraag is ontvangen zijn wel subsidiabel, maar alleen als de activiteit is uitgevoerd maximaal 8 maanden voordat de aanvraag is ontvangen. Artikel 1.2.8 onderdeel a is niet van toepassing. Artikel3.3.6Hoogte van de subsidie 1.De subsidie voor energiebesparende maatregelen is maximaal 25% van de subsidiabele kosten. 2.De subsidie voor energiebesparende maatregelen is: maximaal € 5.000,- per aanvraag voor Mkb-ondernemingen in de horeca, detailhandel en dienstverlening die direct geheel of gedeeltelijk zijn getroffen door de verplichte lockdowns; en maximaal € 2.500 per aanvraag voor overige aanvragers. 3.De subsidie per uitgevoerd energieonderzoek is een vast bedrag van € 400,- per aanvraag. 4.De aanvrager mag per vestigingsadres maximaal 1 keer per 3 jaar subsidie ontvangen op basis van deze subsidieregeling. Hierbij gaat het om de afgelopen 2 boekjaren en het jaar van de aanvraag. Artikel3.3.7Eigen bijdrage Minimaal 75% van de subsidiabele kosten van de uitgevoerde energiebesparende maatregelen worden betaald met een geldbijdrage van de aanvrager of derden. Artikel3.3.8Aanvraag 1.De aanvraag kan het hele jaar worden ingediend. 2.De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Energiebesparende maatregelen. 3.De aanvrager levert aanvullend de volgende stukken in: Een energieonderzoek. In het energieonderzoek staat minimaal: het energieverbruik over 2021, 2022, 2023 of 2024; de energiebalans waarin minimaal 90% van het energiegebruik is toebedeeld aan de energiegebruikers; omschrijving van de energiebesparende maatregelen, inclusief de verwachte investering en de verwachte energiereductie en de terugverdientijd van de investering; een plan van aanpak voor de uitvoering; de quick wins; kopieën van alle facturen en betaalbewijzen van de betaalde subsidiabele kosten. 4.De aanvrager hoeft geen begroting en dekkingsplan in te leveren. Artikel 1.2.13 lid 2 is niet van toepassing. 5.Er mag geen aanvraag voor subsidie ingediend worden voor alleen het energieonderzoek. Artikel3.3.9Beschikbaar budget voor de subsidieregeling Er geldt een subsidieplafond voor: de jaren 2022 en 2023; de jaren 2024 en 2025. Artikel3.3.10Geen staatssteun Er is geen sprake van staatssteun als de subsidie verleend kan worden onder de Algemene De-minimisverordening of de De-minimisverordening Landbouw. Artikel 1.2.10 lid 4 is van toepassing. Artikel3.3.11Looptijd Deze subsidieregeling vervalt op 30 november 2025 om 17.00 uur. 3.4Asbest eraf, zon erop Vervallen op 1 december 2024 3.5Opruiming drugsafval Overijssel 2025 Artikel3.5.1Betekenis van de begrippen In dit artikel worden vaker voorkomende begrippen uitgelegd. Bodem: het vaste deel van de aarde met de zich daarin bevindende vloeibare en gasvormige bestanddelen en organismen en ook de bodem en oevers van een oppervlaktewaterlichaam als bedoeld in bijlage A van de Omgevingswet. Drugsafval: afval dat ontstaat bij de productie van synthetische drugs. Dumping van drugsafval: het in strijd met wet- en regelgeving achterlaten van drugsafval in of op de bodem, dan wel het lozen of storten van drugsafval in opp