/akn/nl/act/provincie/2024/CVDR709100 /join/id/stop/work_006 /akn/nl/act/pv29/2023/omgevingsvisie /join/id/stop/work_019 2025-12-18 2025-12-18 /akn/nl/act/provincie/2024/CVDR709100/nld@2026-01-01 /join/id/proces/pv29/2023/doel_353_55e7c618f2c54e7c8b5caed4178edc43 /join/id/proces/pv29/2024/doel_355_4d4f0fb5d4be46d480a9498d237ea4de /join/id/proces/pv29/2025/doel_331_cfc7868ef8a64be9881050d1d65651fd 2026-01-01 2026-01-01 /akn/nl/act/pv29/2023/omgevingsvisie/nld@2025-12-18;1 /akn/nl/act/pv29/2023/omgevingsvisie /akn/nl/act/pv29/2023/omgevingsvisie/nld@2025-12-18;1 /join/id/stop/work_019 2 Zeeuwse Omgevingsvisie Voorwoord Er waait een nieuwe wind door bestuurlijk Zeeland. Een frisse bries, die het hoofd helder maakt en samenwerken op één zet. Met het coalitieakkoord ‘Samen verschil maken’, hebben we een nieuwe koers bepaald. Wind in de zeilen geeft Zeeland een steun in de rug vanuit het Rijk op het gebied van economie, onderwijs, bereikbaarheid en een toekomstbestendige industrie. Met de Zeeuwse Omgevingsvisie gaan we volle kracht vooruit, de toekomst tegemoet! Met ‘Wind in de zeilen' is een stevig pakket aan maatregelen voorhanden die gaan helpen de ambities uit deze Omgevingsvisie te realiseren. Zeeland aantrekkelijk houden gaat niet vanzelf. Ten eerste omdat de wensen van de inwoners, bezoekers en bedrijven veranderen. Die wensen zullen in 2050 anders zijn dan nu. Ten tweede omdat er ontwikkelingen op ons afkomen die grote gevolgen zullen hebben voor onze leefomgeving. Dat we in een tijd van grote veranderingen leven was al duidelijk voordat het coronavirus begin 2020 zijn intrede deed. We zien grote veranderingen in ons klimaat, een afname van de biodiversiteit, andere wensen op het gebied van wonen en werken. Hoe gaat de toekomst er dan uitzien? Hoe ziet Zeeland er in 2050 uit en wat gaan we tot 2030 doen om dit te sturen? Kunnen we met deze visie onze kernkwaliteiten behouden of versterken? Samen verschil maken, maar wel voor iedereen vanuit zijn eigen mogelijkheden. Dat betekent voor de één meeschrijven, voor de ander meedenken of deelnemen aan één van de gebiedstafelbijeenkomsten. We waarderen het enorm dat zoveel mensen zich hebben ingezet voor deze visie. Het is bijzonder dat het ons samen is gelukt deze Zeeuwse Omgevingsvisie te schrijven. Hartelijk dank daarvoor! Deze Zeeuwse Omgevingsvisie is breed. Hij gaat van monumenten tot aan grote projecten, van havens tot leefbaarheid, van mobiliteit tot voorzieningen en van aanpassing aan klimaatverandering tot aan het beleid rond woningen. Zo kunt u vanaf 2022 in één document al het Zeeuwse beleid terugvinden. Inleiding en leeswijzer Inleiding De naam Zeeland zegt genoeg: Zeeland is zee + land. Zeeland is land in zee. Wie op de kaart naar de Noordzeekust kijkt, ziet van Calais tot Denemarken één lange, vloeiende lijn. In het noorden ligt evenwijdig aan de kust een rij Waddeneilanden, maar verder is die kust strak. Behalve in het zuidwesten van Nederland. Daar ligt het land in zee. Een provincie, bestaand uit kusten, zeearmen en eilanden. Maar ook: een provincie bestaand uit dammen, dijken, bruggen en een tunnel van meer dan zes kilometer lang. Een provincie zonder metropolen, waar alle kernen omgeven worden door het groen of blauw van land of water. Land en water zijn in Zeeland onlosmakelijk met elkaar verbonden. Je kunt er niet aan voorbij gaan. Tien minuten rijden en je treft open water. Op de horizon altijd ergens de contouren van het land aan de overkant. De zee stilt onze honger en voedt de verbeelding. Schepen uit alle windstreken leggen aan in de zeehavens. Langs onze meren liggen jachthavens en vakantieparken voor onze gasten. Wie van ons heeft nooit ergens op één van onze kilometerslange stranden zelf met schep en emmertje een dijk of eiland gebouwd? Zeeland is dynamiek. Geen gebied dat zo aan verandering onderhevig is geweest in het verleden. Oorlogen, overstromingen, ze zijn nog te zien in het landschap. De dagelijkse verandering van de kust onder invloed van eb en vloed. Denk aan de oesters, die alleen in het zuiverste water kunnen groeien. Denk aan de enorme schepen, die de Westerschelde in geloodst worden. De zomers met duizenden zee- en zonliefhebbers, worden afgewisseld door de winters waarin de elementen vrij spel hebben op de verlaten stranden. De ligging van Zeeland is uniek. De geografie van onze provincie is allesbepalend: voor het landschap, voor onze infrastructuur en voor de economie. Die ligging biedt kansen voor innovatieve en duurzame ontwikkelingen, ruimte om te pionieren. De Zeeuwse Omgevingsvisie is het kader van waaruit we juist de kwaliteiten van Zeeland koesteren, en tegelijkertijd kansen en mogelijkheden benutten. Zo ontwikkelen we Zeeland duurzaam, zodat we klaar en ‘fit’ zijn én dat blijven voor de toekomst. De Zeeuwse Omgevingsvisie en de Zeeuwse ambities die daarin staan, geven richting aan al het provinciale beleid en de uitvoering daarvan. Wij zijn Zeeland en de omgeving is van iedereen. Het spreekt vanzelf dat een handjevol ambtenaren niet voor heel Zeeland kan bepalen hoe het moet. Deskundigen van brancheorganisaties, belangengroepen en overheden hebben meegedacht en meegeschreven aan deze Omgevingsvisie. Via een onderzoek van HZ Kenniscentrum Zeeuwse samenleving (voorheen ZB Planbureau) zijn de Zeeuwen inhoudelijk bij deze visie betrokken. Provinciale Staten hebben uiteindelijk de Zeeuwse Omgevingsvisie vastgesteld. Nog niet eerder kwam op deze manier een provinciale visie tot stand. Deze Omgevingsvisie kent verschillende karakters. Soms is de visie abstract en geeft grote lijnen, soms is deze concreet en duidelijk. Dat is omdat de visie verschillende doelen kent. Soms is de visie bedoeld als richtdocument voor bijvoorbeeld de overleggen met onze buren, soms is het de basis voor onze omgevingsverordening en de uitvoeringsprogramma’s of de leidraad bij het uitvoeren van het beleid. Met name Deel B van de Omgevingsvisie is de basis voor de uitvoering en de omgevingsverordening. Leeswijzer Er zijn verschillende routes door dit document heen. De route is afhankelijk van de vraag die u heeft en hoeveel u wilt lezen. Hieronder worden drie routes beschreven. Route
- Van de wereld naar Zeeland Route
- Wat staat er in de Zeeuwse Omgevingsvisie over ….? Route
- Wat wordt er geregeld? Route
- Van de wereld naar Zeeland (Deel A) In hoofdstuk 1 wordt ingezoomd vanuit de Duurzame Ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties, via de Nationale Omgevingsvisie naar de uitdagingen en ambities voor Zeeland. Ook worden de Zeeuwse kernkwaliteiten beschreven. In de hoofdstukken 2 tot en met 5 worden de vier Zeeuwse ambities uitgewerkt. In hoofdstuk 6 kunt u vinden welke instrumenten door de Provincie worden ingezet om deze ambities te bereiken. In Deel B kunt u vervolgens vinden wat dit betekent voor de verschillende bouwstenen. Route
- Wat staat er in de Zeeuwse Omgevingsvisie over...? In Deel B zijn 27 bouwstenen uitgewerkt voor onderwerpen die samen met onze belanghebbende partijen uit de omgeving geselecteerd zijn. Per bouwsteen beschrijven we uitgebreid de beleidsdoelstellingen voor 2030, de acties die daaraan bijdragen en welke partijen daar een rol bij spelen. Dit is dan ook de beste ingang om per onderwerp snel duidelijkheid te krijgen over ontwikkelingen en plannen. Mocht er een programma horen bij zo’n bouwsteen, dan is dat aangegeven. De bouwstenen zijn verdeeld over de vier Zeeuwse ambities. In Deel A is aangegeven wat de ambities voor 2050 zijn. Route
- Wat wordt er geregeld? De Omgevingsvisie is naast het strategisch beleidsdocument voor de komende jaren ook de plaats waar de inzet van beleidsinstrumenten wordt geregeld. Om snel op te zoeken wat de provincie regelt door beleidsinstrumenten in te zetten, begint u te lezen in hoofdstuk 6 van deel A van de Omgevingsvisie. In dit hoofdstuk wordt beschreven welke middelen de provincie heeft om doelen en ambities te bereiken. In deel B staat vervolgens per bouwsteen aangegeven welke instrumenten alle betrokken partijen, inclusief de provincie, inzetten om de tussendoelen te bereiken. Soms is dat de omgevingsverordening. In de omgevingsverordening is te lezen welke regelgeving geldt. Gedrag kan ook gestimuleerd worden door het inzetten van een subsidie. In de provinciale subsidieverordening is te vinden aan welke eisen u moet voldoen om subsidie te krijgen. Samenvatting De Zeeuwse Omgevingsvisie is een strategische langetermijnvisie voor Zeeland en beschrijft de uitdagingen die op ons afkomen, de Zeeuwse ambities voor 2050 en tussendoelen voor
- Inzoomen, de Zeeuwse Omgevingsvisie in context De Zeeuwse Omgevingsvisie staat niet op zichzelf, net zoals Zeeland niet los te zien is van zijn omgeving. Wereldwijd hebben de landen van de Verenigde Naties de Duurzame Ontwikkelingsdoelen vastgesteld. De doelen helpen om nu en in de toekomst voor iedereen brede welvaart te bieden, dus vooruitgang op sociaal-maatschappelijk, economisch én ecologisch gebied. Het gaat dan bijvoorbeeld om de thema’s gezondheid, voorzieningen, woonomgeving, bereikbaarheid, onderwijs en arbeidsmarkt. Op nationaal niveau is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. Daarin geeft het kabinet richting aan de grote opgaven waar Nederland voor staat. De NOVI stelt vier prioriteiten en geeft afwegingskaders mee voor keuzes over concrete activiteiten. Uitvoering van de NOVI vindt gebiedsgericht plaats via samenwerking in Omgevingsagenda’s. Voor Zeeland is dat de Omgevingsagenda Zuidwest. Uitdagingen en ambities Het gaat goed met Zeeland. De Zeeuwse woonomgeving wordt gewaardeerd, net als de natuur en waardevolle landschappen. Het midden- en kleinbedrijf (MKB), de havens, de landbouw en recreatie en toerisme zijn belangrijke pijlers voor de economie, werkgelegenheid en leefbaarheid. Er zijn wel uitdagingen. De klimaatverandering, stijging van de zeespiegel, afname van biodiversiteit, andere bevolkingssamenstelling door vergrijzing. Deels is het de uitdaging te behouden wat er is, deels is het de uitdaging in te spelen op de ontwikkelingen die komen gaan. Om deze uitdagingen het hoofd te bieden en tegelijkertijd te werken aan brede welvaart, beschrijft de Zeeuwse Omgevingsvisie vier Zeeuwse Ambities voor
- Uitstekend wonen en leven in Zeeland Ambitie voor 2050: In 2050 is er voor ieder een passende woning beschikbaar. In de omgeving van je huis kun je je veilig voelen. Je leeft gezond: wandelen, fietsen, gezond eten, ontmoeten en ontspannen. De woonomgeving draagt bij aan biodiversiteit en is ingericht op langere droogte en op overtollig regenwater. Voorzieningen zijn klimaatneutraal voor iedereen bereikbaar, ook wanneer je geen auto hebt. Mobiliteit is snel, slim, veilig, schoon en betaalbaar voor zowel reiziger als overheid. De digitale bereikbaarheid is snel en goed. Het onderwijs in de provincie is goed bereikbaar, betaalbaar en van hoogstaande kwaliteit. Zeeland beschikt verspreid door de provincie over een aantal onderscheidende kleinschalige top- en kwaliteitsvoorzieningen. De Zeeuwse culturele infrastructuur is robuust en veerkrachtig en biedt de regio een vernieuwend, toegankelijk en compleet cultuuraanbod. Onderwerpen binnen deze ambitie zijn: cultuur, gezondheid, mobiliteit, onderwijs, voorzieningen en evenementen, woningvoorraad, woonomgeving.
- Balans in de grote wateren en het landelijk gebied Ambitie voor 2050: In 2050 zijn bodem, grondwater en alles wat daarin te vinden is van robuuste, hoogwaardige kwaliteit. Weersextremen schaden de bodem niet. Door aanwezigheid van meer organische stoffen draagt de bodem bij aan CO2-opslag en een betere bodemstructuur. Planten, mensen en dieren worden nauwelijks meer bedreigd door risicovolle milieufactoren, doordat het landbouwsysteem functioneert in evenwicht met de natuurlijke omgeving, op basis van marktvraag en kringlopen op een zo laag mogelijk niveau. De visserij opereert duurzaam en houdt in zijn bedrijfsvoering rekening met natuurwaarden. De wijze waarop natuurorganisaties en visserijbedrijfsleven in Zeeland samenwerken vormt een voorbeeld voor de rest van het land. Het gebruik en de draagkracht van landelijke gebieden en de grote wateren zijn duurzaam in balans gekomen. Door het stabiele beheer kunnen ze tegen een stootje. In 2050 is de biodiversiteit in de grote wateren, in het landelijk gebied en in de steden hersteld. De stikstofproblematiek is iets van vroeger. Het natuurnetwerk is voltooid en de milieukwaliteit is er in de hele provincie op vooruit gegaan. Het is heerlijk recreëren en werken in het mooie, gezonde en waardevolle Zeeuwse landschap. Onderwerpen binnen deze ambitie zijn: archeologie, bodem, deltawateren, erfgoed, landbouw, landschap, milieu, natuur, watersysteem.
- Een duurzame en innovatieve economie Ambitie voor 2050: In 2050 heeft Zeeland een circulaire economie. De meeste sectoren maken gebruik van reststoffen die door anderen onbenut zijn gelaten, dan wel zijn uitgestoten als afval of producten die aan het eind van de levensduur zijn en worden hergebruikt. Hierdoor staan de sectoren niet langer op zichzelf maar houden ze contact met andere branches. Nieuwe productieprocessen maken dit rendabel. Grondstoffen hebben in de biobased economie zoveel mogelijk een groene herkomst. Ze worden als dat kan, in Zeeland geteeld en worden geleverd aan regionale afnemers. Het Zeeuwse onderwijs sluit aan op de arbeidsmarkt. Het bedrijfsleven biedt werk op maat. De infrastructuur is modern en betrouwbaar en biedt ruimte aan CO2-neutraal vervoer via verschillende modaliteiten. Hierbij is een belangrijke plaats ingeruimd voor buisleidingen van en naar industrieën en bedrijven; tussen de verschillende haventerreinen, ook over en weer van de provincie- en landsgrens. Vervoer van gevaarlijke stoffen vindt zoveel mogelijk plaats op ruime afstand van woongebieden. De haven- en industriegebieden bieden plaats aan clusters van bedrijven. Ook elders heeft een concentratie van bedrijventerreinen plaatsgevonden. Dit geeft bedrijven de ruimte om te ondernemen en hinder wordt zoveel mogelijk beperkt. Er is een eerlijk speelveld voor bonafide ondernemers en burgers. In Zeeland wordt werk gemaakt van innovatie. Er zijn financieringsvouchers beschikbaar en ondernemers nemen deel aan kennistrajecten, waarbij samen met onderwijsinstellingen en studenten wordt gewerkt aan concrete oplossingen voor uitdagingen. Zeeuwse experimenten en proeftuinen in alle sectoren dragen substantieel bij aan de Nederlandse economie. Zeeuwse bedrijven spelen actief in op actuele ontwikkelingen. Bedrijfsvormen die grotendeels afhankelijk zijn van natuurlijke omstandigheden opereren duurzaam en houden in hun bedrijfsvoering rekening met de natuurwaarden. Onderwerpen binnen deze ambitie zijn: arbeidsmarkt, circulaire economie, havens en bedrijven, recreatie en toerisme, transport en infrastructuur, visserij.
- Klimaatbestendig en CO2-neutraal Zeeland Ambitie voor 2050: In 2050 is Zeeland klimaatbestendig en waterrobuust, overeenkomstig het in 2019 door alle Zeeuwse overheden ondertekende convenant Klimaatadaptatie Zeeland. De verschillende overheden zorgen hiermee samen voor een zo groot mogelijke beperking van schade door hittestress, wateroverlast, droogte en overstromingen. Bij de aanleg van nieuwe woonwijken en bedrijventerreinen, het opknappen van bestaande bebouwing, vervanging van rioleringen en onderhoud van wegen wordt dit een belangrijk aandachtspunt. Zeeland stoot vrijwel geen CO2 en andere broeikasgassen uit. Industrie, mobiliteit, verwarming en elektriciteitsproductie zijn nagenoeg fossielvrij en/of CO2 vrij. Onderwerpen binnen deze ambitie zijn: duurzame energie, energietransitie, klimaatadaptatie, waterveiligheid, zoet water. Uitvoering De ambities die in deel A beschreven worden, zijn strategische ambities met 2050 als horizon. Ze geven richting aan de beleidsdoelstellingen en acties voor de kortere termijn
(2030). Iedere organisatie, bedrijf of persoon beschikt over instrumenten die kunnen bijdragen aan het realiseren van de doelen in deze visie. Overheidspartijen werken over het algemeen meer met indirecte sturing en beschikken als enige partij over een breed publiekrechtelijk instrumentarium. Bedrijven en burgers sturen vooral via uitvoering van activiteiten. Alle partijen bepalen binnen de wettelijke kaders zelf hoe, wanneer en in welke mate de eigen instrumenten worden ingezet. De gezamenlijke inzet van alle partijen bepaalt of en hoe de doelen in de Zeeuwse Omgevingsvisie kunnen worden bereikt. Deel B van de Omgevingsvisie beschrijft uitgebreid de beleidsdoelstellingen voor 2030, de acties die daaraan bijdragen en welke partijen daar een rol bij spelen. Een groot deel van de acties in deel B is opgenomen in bestaande (uitvoerings)programma’s van verschillende samenwerkingsverbanden. De brede blik uit de Zeeuwse Omgevingsvisie kan helpen dwarsverbanden met andere programma’s te signaleren en om nieuwe partijen te vinden die mee kunnen helpen bij de uitvoering. Acties die niet of niet volledig in bestaande programma’s zijn opgenomen, kunnen aan een bestaand programma worden toegevoegd of vragen om de opzet van een nieuw programma. Een belangrijk juridisch instrument van de provincie is de omgevingsverordening. Daar staan alle bindende provinciale regels over water, bodem, milieu, natuur, landschap, (vaar)wegen en ruimtelijke ontwikkeling in. De provincie zet de verordening in als dat nodig is vanuit het provinciaal belang (realisatie van kerntaken), als dat belang niet doeltreffend en doelmatig kan worden behartigd door gemeente of waterschap, of als dat bij wet is voorgeschreven. De omgevingsverordening wordt selectief ingezet en biedt waar mogelijk ruimte voor regionaal en lokaal maatwerk. Keuzes in uitvoering Met de vertaling van doelstellingen naar acties en de uitvoering van acties wordt uiteindelijk bepaald wat er terecht komt van de gezamenlijke ambities uit de visie. In de uitvoering doen zich kansen en knelpunten voor die vragen om een keuze. Gezien de grootte en de complexiteit van de uitdagingen, zijn de ambities alleen te halen als iedereen de keuze maakt die zoveel mogelijk bijdraagt aan deze ambities. Hiervoor zijn afwegingsfactoren beschreven en wordt een ‘beste keuze hulp’ gemaakt. Afwegingsfactoren Het Rijk geeft in de NOVI drie afwegingsprincipes mee. Deze zijn vertaald naar vier afwegingsfactoren voor Zeeland: 1. Doe meer met minder grond 2. Werk samen en deel kosten en baten 3. Maak gebruik van de Zeeuwse kernkwaliteiten 4. Denk aan de toekomst en aan de rest van de wereld. De 'beste keuze hulp' De afwegingsfactoren maken duidelijk dat het erg belangrijk is om bij ieder initiatief vooraf goed na te denken. Niet alleen over het doel van dat initiatief, maar met een brede blik. Om het nadenken hierover en het maken van de keuze eenvoudiger te maken, wordt voor de uitvoering van deze visie een ‘beste keuze hulp’ gemaakt. De partijen die aan de visie hebben meegewerkt, gaan hier samen mee aan de slag. Het doel van dit hulpmiddel is door slimme uitvoering aan zoveel mogelijk doelen bij te dragen. Kernkwaliteiten De afwegingsfactoren verwijzen naar de Zeeuwse kernkwaliteiten. Kernkwaliteiten zijn herkenbare, fysieke kenmerken zoals bebouwing, openbare ruimte, landschap, natuur en cultuurhistorie. Ze zijn zichtbaar in de omgeving. Ze gaan samen met de immateriële waarden zoals rust, gezondheid, leefbaarheid, levendigheid, aantrekkingskracht en andere culturele en sociale aspecten. Kernkwaliteiten zijn niet objectief; ze drukken een bepaalde mate van waardering uit. De kernkwaliteiten zijn uitgezet en besproken met deelnemers aan het proces van opstellen van de Zeeuwse Omgevingsvisie en via een onderzoek getoetst bij de Zeeuwse bevolking. Op die manier hebben zijn we gekomen tot drie Zeeuwse kernkwaliteiten en een kernkwaliteit die we willen ontwikkelen: 1. Genieten en opladen 2. Waarderen en beschermen van het mooie Zeeuwse landschap 3. We voelen ons verbonden met de historie 4. Kernkwaliteitswens: passende werkgelegenheid en ontwikkelmogelijkheden voor iedereen in Zeeland. Actualisatie en monitoring De Omgevingsvisie kent geen einddatum en moet actueel gehouden worden. Om te kunnen beoordelen hoe het gaat met de uitvoering, worden de vorderingen continu bijgehouden. Door jaarlijks een overzicht te maken van de voortgang, kan ook een inschatting worden gemaakt of de doelstellingen en ambities haalbaar blijven en/of een andere aanpak nodig is. Het wordt een brede, integrale rapportage die ingaat op alle ambities, doelen en acties en dus niet alleen de provinciale inzet. De rapportage wordt gedeeld met alle betrokken partijen en is een belangrijke basis voor evaluatie en actualisatie van de visie en uitvoering. Het samenwerkingsverband dat voor de Omgevingsvisie is opgebouwd, blijft een belangrijke rol vervullen bij het actueel houden en uitvoeren van de Omgevingsvisie. Grote (inter)nationale ontwikkelingen, ervaringen met regionale (omgevings)visies en de inzichten uit de jaarlijkse monitoringsrapportage kunnen aanleiding zijn om de Omgevingsvisie of de uitvoering aan te passen of aan te vullen. Actualisatie gebeurt in zorgvuldige afstemming met alle betrokken partijen. Participatie bij het opstellen van de Zeeuwse Omgevingsvisie en na de vaststelling Het doel van het proces was een breed gedragen Zeeuwse Omgevingsvisie die door participatie vorm zou krijgen. Dit is gedaan in een aantal stappen. Eerst hebben we aan onze omgeving gevraagd of en hoe ze de visie samen met ons zouden willen opstellen. Daarna is gezamenlijk de agenda geformuleerd; welke onderwerpen in de Zeeuwse Omgevingsvisie een plaats moesten krijgen. De onderwerpen die daaruit kwamen zijn de bouwstenen voor de Omgevingsvisie geworden en worden beschreven in deel B. Het formuleren van het beleid op deze bouwstenen is door middel van co-creatie gebeurd, waarbij Provinciale Staten vooraf de kaders hebben meegegeven waarbinnen het beleid ontwikkeld kon worden. De regiovisies van Zeeuws-Vlaanderen en van de Bevelanden met medewerking van Tholen en verschillende thematische en gebiedsvisies, zoals de Regionale Energiestrategie, de grensvisie voor de Scheldemond regio en de gebiedsvisie Veerse Meer zijn gebruikt als input. In de integratiegroep, met daarin vertegenwoordigers van de verschillende sectoren, is nagedacht over de integratie van de verschillende thema’s en zijn de vier ambities vastgesteld. Als extra stap is het voorontwerp van de Omgevingsvisie voorgelegd aan de achterbannen van alle betrokken partijen en aan de Zeeuwse bevolking. De laatste stap was een formele stap, de terinzagelegging waarbij er gelegenheid was om zienswijzen in te dienen. De uitvoering van de Zeeuwse Omgevingsvisie zal ook in gezamenlijkheid moeten worden georganiseerd. De belangrijkste overlegstructuur van de Omgevingsvisie, de integratiegroep, blijft hiervoor voorlopig in stand. MER en Passende Beoordeling bij het opstellen van de Zeeuwse Omgevingsvisie De Omgevingsvisie is het strategisch kader voor toekomstige (ruimtelijke) ontwikkelingen en dus ook voor eventuele m.e.r.-plichtige activiteiten. Vanwege het kaderstellende karakter van de visie is het noodzakelijk om voor de Omgevingsvisie een milieueffectrapportage op te stellen. De uitvoering van het beleid uit de Omgevingsvisie kan effecten hebben op de natuur binnen Natura2000-gebieden. Daarom is het verplicht een Passende Beoordeling op te stellen voor de Omgevingsvisie. Er is voor gekozen de milieueffectrapportage in een vroeg stadium en op verschillende momenten binnen het proces van opstellen van de Omgevingsvisie in te zetten. Dit heeft geholpen om de juiste keuzes te maken en de visie integraal, uitvoerbaar en duidelijk te maken. Het doel van een Passende Beoordeling is de effecten van een plan op Natura2000-gebieden in beeld te brengen en inzicht te verschaffen of het plan uitvoerbaar is. De Passende Beoordeling voor de Omgevingsvisie is breder van opzet. De beoordeling maakt niet alleen inzichtelijk wat de effecten van het voorgenomen beleid zijn op de natuur binnen de Natura2000-gebieden, maar ook op de natuur binnen het Natuurnetwerk Zeeland en op de biodiversiteit buiten de natuurgebieden. De belangrijkste conclusies uit de Passende Beoordeling en het milieueffectrapport zijn: ● De ambities van de Omgevingsvisie zijn in essentie de juiste en bieden kansen voor het daadwerkelijk oplossen van de knelpunten voor de Zeeuwse natuur, mits bij de uitwerking voldoende rekening wordt gehouden met alle relevante ambities, de randvoorwaarden, zoals de mitigerende maatregelen, en aandachtspunten die zijn opgenomen in deze Passende Beoordeling; ● Er is een goede wisselwerking geweest tussen milieueffectrapportage en het opstellen van de Omgevingsvisie, waardoor de visie aan integraliteit gewonnen heeft en de beoordeling positief uitpakt. De aanbevelingen voor de uitvoering in de toekomst worden meegenomen binnen de opzet van de “beste keuze hulp” voor projecten en uitvoeringsprogramma’s en binnen het monitoringsplan. Deel A Zeeuwse Omgevingsvisie 1 INZOOMEN Een eerlijke verdeling. Daarover gaat het in dit hoofdstuk. De aarde biedt de mogelijkheid om al haar bewoners van schoon water en goed voedsel te voorzien. Maar in de praktijk lijkt dat een utopie. Welvaart, voedsel, een goede infrastructuur… Iedereen zou het binnen bereik moeten hebben. De Verenigde Naties hebben erover nagedacht en gaven een aanzet, die ook door Nederland wordt gevolgd. Daarom komen ook in ons land innovatieve plannen op de tekentafel. Volhoudbare landbouw, circulaire economie, barrières wegnemen, zodat iedereen aan de samenleving kan deelnemen, voorwaarden scheppen voor een grotere biodiversiteit… De Zeeuwse Omgevingsvisie geeft kaders aan waarbinnen nieuwe ontwikkelingen kunnen plaatsvinden die in lijn zijn met wat er in de wereld om ons heen aan de gang is. 1.1 Internationale doelen en afspraken De landen van de Verenigde Naties (VN) spraken in 2000 voor het eerst ontwikkelingsdoelen af voor de hele wereld. Dat waren de acht ‘millenniumdoelen’, die liepen tot 2015. Het rapport na afloop van die periode was overwegend positief. Het doel om het aantal mensen dat in extreme armoede leeft te halveren, is bijvoorbeeld gehaald. Andere doelen, zoals het verminderen van moeder- en kindersterfte, waren niet zo succesvol. Tijdens de VN-top voor duurzame ontwikkeling in 2012 werd voor het eerst gesproken over ‘Duurzame Ontwikkelingsdoelen’, als opvolgers van de Millenniumdoelen. Deze 17 ‘Sustainable Development Goals’, kortweg SDG’s genoemd, zijn in 2015 ondertekend door 170 landen, waaronder Nederland. De doelen helpen om nu en in de toekomst voor iedereen brede welvaart te bieden, dus vooruitgang op sociaal-maatschappelijk, economisch én ecologisch gebied. Het streven is om de gestelde doelen in 2030 gerealiseerd te hebben. Via de Zeeuwse Omgevingsvisie leveren wij hier een bescheiden bijdrage aan. De 17 Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG'
- s)Bron: https://www.sdgnederland.nl Een paar kernwoorden uit deze opsomming van ontwikkelingsdoelen: ● Inclusiviteit. De beschikbare middelen zoals duurzame energie, schoon water, onderwijs, en infrastructuur moeten voor alle mensen binnen bereik zijn. Ook voor de armsten. Ook voor mensen met een beperking. ● Verantwoord. Verantwoorde productie, maar ook verantwoord consumeren. Natuurlijke hulpbronnen moeten duurzaam en efficiënt worden gebruikt. Voedselverspilling moet in 2030 gehalveerd zijn. Boeren, supermarkten en consumenten, maar ook waterbedrijven en overheden moeten wereldwijd kennis hebben van een gezonde levensstijl. ● Samen. In internationale zin betekent dat samenwerking. Horizontaal, verticaal en diagonaal. Regeringen, bedrijven, burgers en organisaties moeten samenwerken om de doelen te behalen. Het gaat om technologie, kennisoverdracht, handel, data, beleidscoherentie en financiële stromen. Of en hoe de Duurzame Ontwikkelingsdoelen gehaald kunnen worden, hangt niet alleen af van de internationale inzet, maar ook van grote trends en ontwikkelingen. De mondiale bevolkingsontwikkeling is de belangrijkste: hoe sneller de wereldbevolking groeit, hoe groter de opgaven. Het tempo en de omvang van de klimaatverandering is ook bepalend, omdat dit direct effect heeft op de beschikbaarheid van drinkwater, voedsel en veiligheid. Voor veel doelen is technologische innovatie noodzakelijk, maar de (neven)effecten zijn vooraf niet bekend. In Nederland krijgt het begrip brede welvaart steeds meer aandacht. Het CBS brengt sinds 2018 jaarlijks de “Monitor brede welvaart & de Sustainable Development Goals” uit. 1.2 Nationale Omgevingsvisie Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan grote opgaven waardoor Nederland de komende 30 jaar verandert. In de NOVI wordt aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 de langetermijnvisie in beeld gebracht. Het Rijk wil sturen op de nationale belangen. De inzet van het Rijk is samengevat in vier prioriteiten (bron: www.denationaleomgevingsvisie.nl): Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie. Het klimaat verandert. De gevolgen hiervan merken we al. Denk aan de steeds drogere zomers, de hevigere regenval en stijgende zeespiegel. Op deze en andere gevolgen van de klimaatverandering moeten we zo snel mogelijk inspelen. Tegelijkertijd willen we met elkaar de overstap maken naar duurzame energie. Het is de bedoeling dat ons land in 2050 een duurzame energievoorziening heeft. We dragen hier zelf aan bij door bijvoorbeeld zoveel mogelijk woningen aardgasvrij te maken. Maar er zullen ook aanpassingen van bestaande maatregelen nodig zijn. Denk bijvoorbeeld aan windmolens, die we inpassen in het landschap. Mensen in de omgeving moeten ook voordelen kunnen ervaren van geplaatste windmolens. Duurzaam economisch groeipotentieel. Nederland heeft een sterke internationale concurrentiepositie. Vanuit die positie willen we werk maken van een nieuw economisch verdienmodel dat duurzaam is en circulair. Door grondstoffen te hergebruiken in de bouw bijvoorbeeld. Overstappen naar duurzame energie en zorgen voor een gezond milieu zijn belangrijk. Ook willen we dat bedrijven zich hier goed kunnen vestigen met voldoende ruimte voor hun activiteiten. Daarvoor is het zaak hierbij alle aspecten te betrekken die een rol spelen, zodat we geld kunnen blijven verdienen. Sterke en gezonde regio's. Veel mensen zijn op zoek naar een geschikte, betaalbare woning. We willen graag wonen in een prettige omgeving. Een omgeving met voldoende groen en met aandacht voor onze veiligheid en gezondheid. Denk bijvoorbeeld aan groen en fonteinen op plekken waar het erg warm kan worden (hittestress). Tegelijkertijd is het belangrijk dat de woningen goed bereikbaar zijn door goede fiets- en wandelpaden en aansluiting op het wegennet en het openbaar vervoer. Kortom, het gaat niet alleen om voldoende woningen, maar ook om een aantrekkelijke woonomgeving. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijke gebied. In sommige regio’s staan de natuurlijke systemen en het landschap onder druk. Soms is daar sprake van een verzakkende bodem, onder meer door een te laag waterpeil. Als we het waterpeil omhoog brengen, kan dat gevolgen hebben voor de landbouw en de veeteelt. In sommige gebieden wordt het dan misschien logischer om duurzame energie te produceren in plaats van voedsel. Tegelijkertijd willen we de kwaliteiten van het landschap graag behouden om te kunnen recreëren en ook vanwege ons cultureel erfgoed. Het is duidelijk dat hier sprake is van een spanningsveld. 1.3 Zeeland in zijn omgeving De door het Rijk geformuleerde nationale prioriteiten zijn sterk verbonden met de Zeeuwse ambities. Deze prioriteiten en ambities leveren een bijdrage aan brede welvaart en het behalen van de Duurzame Ontwikkelingsdoelen. De uitvoering van de opgaven die horen bij de Nationale prioriteiten zijn voor het overgrote deel de taak van de gemeenten en provincies, met ondersteuning en richting van het Rijk als eindverantwoordelijke of systeemverantwoordelijke. Iedere regio legt eigen accenten en maakt keuzes vanuit de specifieke kwaliteiten van het gebied. De samenwerking Rijk-Regio bij de opgaven wordt met name vormgegeven door Omgevingsagenda's. Het doel van de Omgevingsagenda is om als overheden samen gebiedsgericht (dus met het gebied als uitgangspunt) uitwerking te geven aan de gedeelde ambities en opgaven. Het gaat om opgaven die met elkaar te maken hebben en om een gebiedsgerichte aanpak vragen. Voor de Omgevingsagenda Zuidwest zijn voor Zeeland in het Bestuurlijk Overleg Leefomgeving, waarin het Rijk met Zeeland en Zuid-Holland samen optrekt, drie gebiedsgerichte opgaven vastgesteld. Doel van de gebiedsagenda is in eerste instantie de samenwerking tussen Rijk en regio versterken. De drie gezamenlijke opgaven zijn: 1. North Sea Port District: nu samen doorpakken en gecoördineerd uitvoeren; 2. Kust in de Delta: investeren in een gedeeld beeld van de opgaven; 3. Transitie landelijk gebied in twee snelheden: gebiedsgericht samenwerken als Rijk en regio. North Sea Port District is in mei 2021 aangewezen als NOVEX-gebied. Voor het landelijk gebied wordt onderzocht welk deel van het landelijk gebied van Zeeland een koplopergebied kan zijn in het kader van het Nationale Programma Landelijk Gebied. Belangrijke uitwerkingspunten zijn: ● Grensoverschrijdende samenwerking met de Vlaamse- en federale overheid van België. ● De relatie met het Deltaprogramma. ● Goederencorridor Zuid Rotterdam-Antwerpen (in samenhang met die van Oost en Zuidoost). ● Smart Mobility. De Omgevingsagenda Zuidwest heeft een directe relatie met de Gebiedsagenda Zuidwestelijke Delta. De Gebiedsagenda biedt het handelingsperspectief en een agenda voor de Voordelta en de Grote Wateren in de Zuidwestelijke Delta. De Omgevingsagenda en de Gebiedsagenda zijn gelijkwaardig en complementair en worden in samenhang uitgewerkt. Deze in gezamenlijkheid opgestelde Omgevingsvisie kan daarbij dienen als de Zeeuwse input. De samenwerking binnen de Zeeuwse overheden wordt gevormd door het Overleg Zeeuwse Overheden (OZO). Het doel hiervan is de krachten rondom de grote en complexe regionale opgaven in gezamenlijkheid op te pakken. Daarmee is het OZO een belangrijke schakel bij het halen van de ambities uit de Omgevingsvisie. 1.4 Uitdagingen en ambities voor Zeeland Het gaat goed met Zeeland. Zeeuwen zijn in het algemeen positief over de eigen provincie. De Zeeuwse woonomgeving bevat veel ingrediënten van een goede gezonde leefomgeving, zoals veel (stedelijk) groen en gevarieerde openbare ruimte, een over het algemeen goede milieukwaliteit en voldoende aanbod van voorzieningen. Doordat veel Zeeuwen een auto hebben, kunnen de meeste mensen zich zelfstandig over grotere afstanden verplaatsen met een betrouwbare reistijd. De Zeeuwse natuur en waardevolle landschappen worden door inwoners en toeristen hoog gewaardeerd. Wat betreft werkgelegenheid zijn het midden- en kleinbedrijf (MKB) en de havens de motor van de Zeeuwse economie. Voor wat betreft toegevoegde waarde zijn dat de havens en industrie. North Sea Port is de derde zeehaven van Europa op basis van toegevoegde waarde. De bereikbaarheid en doorstroming van het wegverkeer zijn aanzienlijk verbeterd door bijvoorbeeld de aanleg van de Westerscheldetunnel en de verdubbeling van de Sloeweg en Tractaatweg. De landbouwsector is van economisch belang en beschikt in Zeeland over een relatief vruchtbare bodem, geschikt klimaat en goede verbindingen over weg en water. Recreatie en toerisme zijn belangrijke pijlers voor de economie, werkgelegenheid en leefbaarheid. Zeeland beschikt over de schoonste en veiligste stranden van Europa. 1.4.1 Uitdagingen Toch komen er uitdagingen op ons af. Zoals de wereldwijde klimaatverandering, die rechtstreeks van invloed is op het laaggelegen Zeeland. Naast extreme regenval en lange(
- re)droge en hete perioden, stijgt ook de zeespiegel. Stormen die tot voor kort nog gemiddeld eens per 4000 jaar voorkwamen, zullen ons veel vaker teisteren. Een risico om serieus rekening mee te houden. Hoe houden we onze provincie leefbaar? Om de opwarming van de aarde te beperken, zullen we de CO2-emissie sterk moeten reduceren. Hoe passen we onze economie, mobiliteit en woonomgeving daar op aan? Biodiversiteit neemt wereldwijd af. Ook in Zeeland zien we dat terug. Hoe beschermen en herstellen we de biodiversiteit in natuurgebieden? En hoe doen we dat in onze directe leefomgeving, waar natuurwaarden ook belangrijk zijn voor onze voedselvoorziening, gezondheid en economie? Ook de samenstelling van de Zeeuwse bevolking zal de komende decennia veranderen. Hoewel de bevolking nog licht blijft groeien, neemt de vergrijzing toe. Niet alle beschikbare banen worden vanzelfsprekend vervuld. Hoe zorgen we ervoor dat Zeeland voor haar inwoners aantrekkelijk blijft en houden we onze economie gezond? Deze trends zijn in het verleden begonnen en zetten in de toekomst door. De uitdagingen zijn groot en er is veel nodig om ze het hoofd te bieden. Door nu te bepalen waar we in 2030 en 2050 willen staan, kunnen we vandaag de eerste stappen zetten om daar te komen. Niet alleen door het faciliteren van wensen en grote ontwikkelingen maar ook door de mogelijkheden en kansen ervan te benutten, zonder dat de karakteristieke eigenheid van onze provincie wordt aangetast en met behoud van al het goede dat er nu is. Daarom hebben we in deze Omgevingsvisie vier Zeeuwse Ambities voor 2050 benoemd. 1.4.2 Zeeuwse Ambities Om meer inzicht te krijgen in wat prioriteit verdient, hebben we in 2018 breed gepeild welke onderwerpen in de Zeeuwse Omgevingsvisie een plaats zouden moeten krijgen. Die onderwerpen zijn door alle partijen die wilden meeschrijven of meedenken samen uitgewerkt in 27 bouwstenen, die in Deel B van de visie terugkomen. In deze bouwstenen zijn vier hoofdlijnen te zien, die samenhangen met grote veranderingen die op Zeeland afkomen en vragen om actie. Dit zijn de vier grote ambities die centraal staan in deze Omgevingsvisie. Deze ambities sluiten goed aan bij de prioriteiten van de NOVI en geven er een Zeeuwse invulling aan. De Zeeuwse Ambities geven richting aan al het provinciale beleid en de uitvoering daarvan. Wij houden koers door onze inspanningen steeds te richten op de Zeeuwse ambities. Hieronder geven we de hoofdpunten per ambitie aan. In de hoofdstukken 2 tot en met 5 beschrijven we de ambities uitvoerig. 1. Uitstekend wonen en leven in Zeeland ● Verandering van de bevolkingssamenstelling en de noodzaak voor toegankelijke voorzieningen; ● Vernieuwing van de Zeeuwse woningmarkt; ● Noodzaak om barrières weg te nemen zodat alle Zeeuwen gemakkelijk deel kunnen nemen aan de samenleving ● Zorgen voor een schone, gezonde en veilige woonomgeving 2. Balans in de grote wateren en het landelijk gebied ● Verbeteren van de balans tussen het gebruik en de draagkracht van land en water; ● Herstel van biodiversiteit; ● Ruimte voor nieuwe duurzame ontwikkeling 3. Een duurzame en innovatieve economie ● Hoogwaardig (her)gebruik van producten, grondstoffen en energie ● Sluiten van kringlopen 4. Klimaatbestendig en CO2-neutraal Zeeland ● Aanpassen aan wateroverlast, hitte, droogte en overstromingen; ● Zo min mogelijk uitstoot van broeikasgassen Bij de beschrijving van de Zeeuwse Ambities gebruiken we de backcasting methode uit het Raamwerk voor strategische duurzame ontwikkeling van The Natural Step, een internationale non-profit organisatie voor duurzame ontwikkeling. Welke weg je hebt af te leggen om het doel te bereiken hangt niet alleen af van waar je naar toe wilt, maar ook waar je nu staat en welke mogelijkheden je hebt om bij het doel te komen. In de eerste paragraaf van elk hoofdstuk beschrijven we de ambitie voor Zeeland in 2050. Dit is stap 1 van het backcasting proces, het definiëren van succes: waar willen we staan in 2050, los van beperkingen in het nu. Stap 2 is een beschrijving van de huidige situatie en de trends en ontwikkelingen en een beeld van wat dit zou opleveren wanneer de Provincie de komende decennia geen extra actie zou ondernemen. Deze staat in paragraaf 2. Stap 3 staat in paragraaf 3: welke stappen er nodig zijn om vanuit het nu, de ambities uit paragraaf 1 waar te maken. Stap 4 uit de methode is het prioriteren en kiezen in de aanpak. Deze staat eveneens in paragraaf 3. Om te kunnen prioriteren, gebruiken we afwegingsfactoren. Deze worden hierna beschreven, in paragraaf 1.5. Door nu te bepalen waar we in 2030 en 2050 willen staan, kunnen we vandaag de eerste stappen zetten om daar te komen. Niet alleen door het faciliteren van wensen en grote ontwikkelingen maar ook door de mogelijkheden en kansen ervan te benutten, zonder dat de karakteristieke eigenheid van onze provincie wordt aangetast. In Deel B van de Zeeuwse Omgevingsvisie beschrijven we voor de onderliggende bouwstenen van elke ambitie de tussendoelen voor 2030 en de eerste acties om die doelen te bereiken. 1.5 De beste keuzes voor Zeeland Het benoemen en beschrijven van uitdagingen en ambities is geen garantie voor het maken van de beste keuzes voor Zeeland. Bij het kiezen en prioriteren willen we zowel de Zeeuwse kernkwaliteiten behouden als kansen en mogelijkheden benutten. Daarvoor zijn afwegingsfactoren nodig en een praktisch hulpmiddel om de beste keuze te maken. 1.5.1 Afwegingsfactoren De vier Zeeuwse ambities vragen om een goede afweging van keuzes, zowel op regionaal als op lokaal niveau. De drie afwegingsprincipes die het Rijk daarvoor heeft bedacht (zie kader), hebben wij vertaald naar vier afwegingsfactoren voor Zeeland. 1. Doe meer met minder grond. Er zijn veel uitdagingen die extra ruimte vragen. Denk maar aan extra waterberging, zonneparken of groen in de stad. Zeeland wordt niet groter en iedere vierkante meter wordt al gebruikt. Als alle ontwikkelingen afzonderlijk worden gerealiseerd, gaat dat onnodig veel grond kosten die ook voor andere doelen wordt gebruikt. De oplossing is om gebruik zoveel mogelijk te combineren en nieuw ruimtebeslag op land en water zoveel mogelijk te beperken. Ook het verhogen van de kwaliteit van bestaand gebruik helpt om extra ruimteclaims te voorkomen. Bij de herstructurering van stedelijk gebied kunnen bijvoorbeeld maatregelen voor biodiversiteit en klimaatadaptatie mee worden genomen. Met de verbetering van de kwaliteit van natuurgebieden is medegebruik bijvoorbeeld beter mogelijk, omdat de natuur meer robuust wordt. De introductie van nieuwe teelten die minder zoet water nodig hebben zorgt voor een lagere ruimteclaim voor de berging van zoet water. 2. Werk samen en deel kosten en baten. De kosten en baten van keuzes zijn niet altijd in evenwicht. De organisatie die de kosten draagt is niet altijd de (enige) partij die eraan verdient. Zie dat niet als een probleem, maar als kans. Door doelen te combineren zullen de totale kosten in tijd en geld altijd lager zijn dan via afzonderlijke projecten. Denk bijvoorbeeld aan de combinatie van werkzaamheden voor een gescheiden rioleringssysteem (klimaatadaptatie) met de aanleg van glasvezelkabels (digitalisering), waardoor de straat maar één keer open ligt. Of meer zandsuppletie om extra ruimte op het strand te hebben voor natuur en recreatie. Zoek naar de kansen en ga in overleg met elkaar. Zo wordt niet alleen voorkomen dat kansen onbenut blijven, maar ook dat activiteiten elkaar onbedoeld in de weg zitten. 3. Maak gebruik van de Zeeuwse kernkwaliteiten. Succesvolle initiatieven benutten de kwaliteit van de omgeving en voegen daar extra waarde aan toe. Met slim ontwerp, passend bij de locatie, is heel veel mogelijk. Een verandering wordt daardoor een verrijking. Het betekent ook dat initiatieven zonder meerwaarde voor de locatie, beter op een andere plek kunnen worden gerealiseerd die wel passend is. Een zonnepark is bijvoorbeeld beter in te passen aan de rand van een haventerrein, dan in een grote open polder. 4. Denk aan de toekomst en aan de rest van de wereld. Neem altijd de effecten op langere termijn en de effecten buiten Zeeland mee in de afweging. Een ontwikkeling die nu passend is, kan over tien jaar een groot en kostbaar probleem opleveren. Nu we als samenleving toegroeien naar een circulaire economie en er nog veel onzekerheden zijn over de effecten van klimaatverandering, hoort bij nieuwe ontwikkelingen altijd een inschatting van effecten en het toekomstperspectief in brede zin. Denk aan oplossing van een acuut huisvestingsprobleem door tijdelijke woningen op een plek te zetten waar over tien jaar een bassin wordt gemaakt voor waterberging. Voldoende flexibiliteit en tijdelijke bestemmingen helpen om goed in te kunnen spelen op veranderingen in de bevolking, economie en het klimaat. Het voorkomt onnodige kosten en maakt het mogelijk om nieuwe kansen snel te benutten. Soms is het mogelijk om binnen wet- en regelgeving reststromen in het buitenland te laten verwerken terwijl dit grotere effecten op het milieu en omgeving heeft dan verwerking in Nederland. Dit soort afwenteling willen we voorkomen. Daarnaast kan een ontwikkeling verstandig lijken op Zeeuwse schaal, maar grote effecten hebben buiten Zeeland. Daar hebben we invloed op, dus die effecten moeten ook in de afweging worden betrokken. Als buiten Zeeland ook rekening wordt gehouden met effecten op Zeeland, helpen we elkaar verder. 1.5.2 De beste keuze hulp De afwegingsfactoren maken duidelijk dat het erg belangrijk is om bij ieder initiatief vooraf goed na te denken. Niet alleen over het doel dat je met het initiatief voor ogen hebt, maar met een brede blik. Wat biedt de locatie voor bijzondere kansen? Wat is verplicht? Wat is mogelijk aan extra opties? Welke doelen zouden kunnen profiteren? Welke partijen zijn daar bij betrokken en wat kunnen zij bijdragen? Welke ervaringen zijn elders opgedaan? Na deze verkenning volgt de belangrijkste stap: het maken van de beste keuze. Om de verkenning en het maken van de keuze eenvoudiger te maken, wordt voor de uitvoering van deze visie een ‘beste keuze hulp’ gemaakt. De partijen die aan de visie hebben meegewerkt, gaan hier samen mee aan de slag. Het doel van dit hulpmiddel is door slimme uitvoering aan zoveel mogelijk doelen bij te dragen. 1.6 Zeeuwse kernkwaliteiten De Nationale Omgevingsvisie kan niet met kopiëren en plakken omgezet worden naar de situatie in de twaalf Nederlandse provincies. Elke provincie heeft haar eigen specifieke schoonheid en problematiek. Anders gezegd: Wat is typisch Zeeuws? Wat in Zeeland is zo mooi en zo belangrijk, dat we het voor geen goud zouden willen missen? Eind oktober 2019 zijn deze vragen uitgezet en besproken met enkele honderden deelnemers aan de verschillende Zeeuwse Gebiedstafels. In juni 2020 zijn deze kernkwaliteiten getoetst bij de bevolking via een onderzoek door HZ Kenniscentrum Zeeuwse samenleving. Op die manier is het gelukt de voornaamste Zeeuwse kernkwaliteiten onder woorden te brengen. Kernkwaliteiten zijn herkenbare, fysieke kenmerken zoals bebouwing, openbare ruimte, landschap, natuur en cultuurhistorie. Ze zijn zichtbaar in de omgeving. Ze gaan samen met de immateriële waarden zoals rust, gezondheid, leefbaarheid, levendigheid, aantrekkingskracht en andere culturele en sociale aspecten. Kernkwaliteiten zijn meestal niet in een getal te vatten, en al helemaal niet objectief; ze drukken een bepaalde mate van waardering uit. Naast kernkwaliteiten die Zeeland nu heeft en die we willen behouden, zijn er ook wensen voor de toekomst, kernkwaliteiten die we willen ontwikkelen. Wat voor provincie willen we zijn in 2050? Hoe willen we dan bekend staan? Ook dat is meegenomen in het onderzoek van HZ Kenniscentrum Zeeuwse samenleving. De breedst gewaardeerde kernkwaliteit voor Zeeland is: 1. Genieten en opladen Je kunt in onze provincie genieten en jezelf weer helemaal opladen. Of je nu geniet door inspanning, een fietstocht, culturele activiteiten, kitesurfen of door bezoek aan een rommelmarkt of zomeravondconcert, Zeeland heeft veel te bieden om van te genieten en jezelf weer op te laden. Het landschap in Zeeland is gedurende de lange bewoningsgeschiedenis door menselijk toedoen veranderd. Er zijn nog veel sporen aanwezig van grote overstromingen en oorlogen. Alles bij elkaar heeft dit geresulteerd in unieke landschapskwaliteiten. De prachtige horizon op het platteland, met hofsteden tussen boomgroepen. Nachten waarin je de Melkweg kunt zien, zonder hinder van lichtvervuiling, stilte. Hier kun je op adem komen. Elementen van deze kernkwaliteit: Weidsheid, ruimte, rust (stilte en duisternis), gezonde zeelucht, gastronomie, streekproducten, recreatie, watersport, strand en zee, cultuur en evenementen. 2. Waarderen en beschermen van het mooie Zeeuwse landschap In het landelijk gebied is het allemaal nog terug te vinden: kleinschaligheid, voedselproductie, boomgaarden, oude dijken en een grote variatie aan deels internationaal erkende natuurgebieden. De duidelijke structuur van dorpen omgeven door een gordel van groen. Het landelijk gebied vraagt om een duurzaam beheer en zorgvuldigheid bij beslissingen voor toekomstig gebruik. De ruimtelijke impact van ontwikkelingen kan veel betekenen voor ons mooie Zeeuwse landschap. Zeeuwen houden van dit mooie landschap. Dat wordt al duidelijk als er een aantasting dreigt. Het maakt daarbij niet uit of die te maken heeft met een economisch belang of met de veiligheid. De anders zo gemoedelijke inwoners stellen zich onwrikbaar op in hun wens dit landschap te beschermen. Elementen van deze kernkwaliteit: Vruchtbaar land, dijken, dammen duinen, paalhoofden, zilte natuur, zeekleigronden, cultuurlandschap, kreekruggen, poelgronden, deltawerken, eilandgevoel, aquacultuur en dubbelgebruik van ruimte. 3. We voelen ons verbonden met de historie Eeuwenlang was Zeeland een provincie van strijd, zo niet in oorlogen dan toch wel tegen de zee. De meest recente historische feiten op dit gebied zijn wel de inundaties op Schouwen-Duiveland en Walcheren gedurende de Tweede Wereldoorlog en de Watersnoodramp in Zuidwest-Nederland in 1953. De ramp van 1953 leidde tot een historische uitspraak van Koningin Juliana: “Dit nooit meer.” Als reactie op de verdrinkingsdood van 1836 mensen werden in Zeeland en Zuid-Holland de Deltawerken gebouwd. Wij Zeeuwen zijn trots op onze Deltawerken, die prachtige meren hebben opgeleverd en die ons beschermen tegen stormen. Elementen van deze kernkwaliteit: Industrieel, maritiem, militair en agrarisch erfgoed, havens en scheepvaart, strategische ligging, vestingen, vliedbergen, inundatiekreken, nood- en geschenkwoningen. 4. Kernkwaliteitswens: Passende werkgelegenheid en ontwikkelmogelijkheden voor iedereen in Zeeland. De enquête van HZ Kenniscentrum Zeeuwse samenleving onthulde behalve waardering ook een gemis. Deze vierde kernkwaliteit is er eentje die nog kan worden verbeterd in Zeeland, namelijk werkgelegenheid- en carrièrekansen. Met name jongvolwassenen geven aan dat dit een belangrijk gemis in Zeeland is. Ook door de mensen die niet altijd in Zeeland hebben gewoond wordt dit als een belangrijk aandachtspunt genoemd. In totaal geeft meer dan 60% van de ondervraagden aan dat dit een belangrijk verbeterpunt is. Als wordt doorgevraagd wordt door de geïnterviewde inwoners van Zeeland aangegeven dat de mogelijkheid om door te kunnen stromen en de diversiteit in de werkgelegenheid een punt van zorg is. Mensen zitten te lang op dezelfde functie omdat ze geen doorstroomkansen hebben. Ook wordt aangegeven dat Zeeland voor jongeren niet aantrekkelijk is om te wonen en te werken. Met de werkgelegenheid en carrièrekansen is de kwaliteit van onderwijs onlosmakelijk verbonden. De kwaliteit van het onderwijs wordt door de geïnterviewden als matig positief beoordeeld. Wat zou het mooi zijn als de Zeeuwen van 2050 trots zouden zijn op de werkgelegenheid en carrièrekansen in Zeeland en een onderwijsaanbod dat daar op aansloot! Elementen van deze kernkwaliteit: Diversiteit in werkgelegenheid, doorstroomkansen, aansluiten van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt, werkgelegenheid op alle niveaus, inspelen op nieuwe werkgelegenheid. Diversiteit in scholingsaanbod, onderwijsaanbod dat aansluit op de arbeidsmarkt, innovatief scholingsaanbod, kwalitatief goed onderwijs en hoger onderwijs in de provincie. 1.7 Participatie 1.7.1 Participatie tijdens het proces De Zeeuwse Omgevingsvisie moest een breed gedragen visie worden die door participatie vorm zou krijgen. In juli 2018 hebben we aan onze omgeving gevraagd of ze de visie samen met ons zouden willen opstellen. Dat samen opstellen is begonnen met het gezamenlijk formuleren van de agenda. Welke onderwerpen horen in de Zeeuwse Omgevingsvisie thuis? Uit deze gezamenlijke verkenningstocht zijn uiteindelijk 27 onderwerpen geselecteerd die we de bouwstenen van de Zeeuwse Omgevingsvisie hebben genoemd. Deze bouwstenen zijn de basis geweest voor de vier ambities en hebben als afzonderlijke onderdelen hun plaats gevonden in deel B van de Omgevingsvisie. Het formuleren van het beleid op deze bouwstenen is door middel van co-creatie gebeurd waarbij Provinciale Staten vooraf de kaders waarbinnen het beleid ontwikkeld kon worden, hebben meegegeven. Alle betrokken Zeeuwse partijen hebben samen de huidige situatie, trends, ontwikkelingen en de ambitie voor deze bouwstenen in beeld gebracht. In de integratiegroep, waarin alle vertegenwoordigers van de verschillende sectoren samen komen, is nagedacht over de integratie van de verschillende bouwstenen en zijn de vier ambities vastgesteld. Deze vier ambities staan centraal in het strategische Deel A van de Zeeuwse Omgevingsvisie. Na bespreking van de ruwe schets van de Omgevingsvisie in de ambtelijke en bestuurlijke integratiegroep, hebben we in de periode januari tot april 2021 de achterbannen van de betrokken partijen geconsulteerd. De laatste stap in het proces was de formele inspraak, vanaf juni 2021. De laatste stap is het vaststellen van de Omgevingsvisie door Provinciale Staten. In het volgende schema worden de partijen genoemd die betrokken zijn geweest bij het tot stand komen van de Omgevingsvisie. De opstellers en meedenkers hebben meegeschreven aan één of meer bouwstenen. De leden van de integratiegroep hebben zich bezig gehouden met de integratie en de dilemma’s die ontstaan tussen de bouwstenen. (Voorbeeld: actiegroepen hebben deelgenomen aan bijeenkomsten en als meedenkers) 1.7.2. Regiovisies van de Bevelanden en Tholen en Zeeuws-Vlaanderen Gelijktijdig met het tot stand komen van de Zeeuwse Omgevingsvisie zijn een tweetal regiovisies opgesteld, namelijk het statement van de regiovisie de Bevelanden (met medewerking van Tholen) en de Strategische regiovisie Zeeuws-Vlaanderen. De regio’s leggen met deze regiovisies accenten op de inzet zoals die in de Zeeuwse Omgevingsvisie is verwoord. Deze accenten geven richting aan de uitvoering en samenwerking in de regio. De thema’s uit deze beide regiovisies komen terug in de Zeeuwse Omgevingsvisie en sluiten daarmee goed op elkaar aan. Uitwerking zal verder plaats vinden in de uitvoeringsprogramma’s. De centrale ambitie in het statement voor de regiovisie de Bevelanden (met medewerking van Tholen) is “Het versterken van de krachtige positie van de regio De Bevelanden als “hart van Zeeland” op het gebied van wonen, werken en recreëren”. In dit statement zijn vijf opgaven gedefinieerd die de komende jaren in gezamenlijkheid als regio uitgewerkt gaan worden. Deze vijf opgaven zijn: 1. Aantrekkelijk stedelijk woon- en vestigingsklimaat 2. Toekomstbestendig platteland 3. Energiek en geconcentreerd bedrijventerreinenaanbod 4. Uitgebalanceerde arbeidsmarkt 5. Kwalitatief hoogwaardige recreatie In de Strategische regiovisie Zeeuws-Vlaanderen zijn de volgende vier ambities genoemd: 1. Zeeuws-Vlaanderen creëert en aantrekkelijk woonklimaat voor huidige en nieuwe bewoners 2. Zeeuws-Vlaanderen benut de kansen van de grens optimaal om leefbaarheid te versterken 3. Zeeuws-Vlaanderen verdient met de transitie naar duurzaamheid 4. Zeeuws-Vlaanderen verstrekt in onderlinge samenwerking kennis en kunde Naast deze regiovisies zijn bij het opstellen van de Omgevingsvisie nog verschillende thematische en gebiedsvisies gebruikt als input zoals de Regionale Energiestrategie, de grensvisie voor de Scheldemond regio en de gebiedsvisie Veerse Meer. 1.7.3. Participatie na de vaststelling van de Omgevingsvisie Met het tot stand komen van de Zeeuwse Omgevingsvisie ligt er beleid voor de komende jaren. Dit beleid vraagt om uitvoering. Deze uitvoering krijgt de komende jaren vorm via de uitvoeringsprogramma’s, die deels al lopen in andere trajecten. De Zeeuwse Omgevingsvisie is in gezamenlijkheid tot stand gekomen en de uitvoering zal ook in gezamenlijkheid moeten worden georganiseerd. Het is belangrijk dat bij uitvoering steeds de ambities en afwegingsfactoren in het oog worden gehouden en dat door slimme uitvoering aan zoveel mogelijk doelen wordt bijgedragen. Daarom werken de bij de Omgevingsvisie betrokken partijen samen een “beste keuze hulp” uit, zoals beschreven in paragraaf 1.5.2. De belangrijkste overlegstructuur van de Omgevingsvisie, de integratiegroep, blijft hiervoor voorlopig in stand. 2 UITSTEKEND WONEN EN LEVEN IN ZEELAND 2.1 Samenhang en ambitie Samenhang Om ergens uitstekend te kunnen wonen en leven, wil je een huis dat aan je behoeften voldoet. Groot genoeg, maar niet te groot en niet te duur. Je wilt je veilig kunnen voelen in je straat, ook ’s avonds en het is fijn als de natuur dichtbij is, te zien, te ruiken, aan te raken. Vanaf je huis wil je dat voorzieningen bereikbaar zijn. Denk aan scholen, winkels, theater, museum, sportveld of bibliotheek. Hoe ver is het naar de tandarts, fysio of het ziekenhuis? En tot slot: is je werk goed bereikbaar vanaf thuis? Buiten de onderwerpen die hieronder genoemd staan, heeft wonen en leven ook raakvlakken met klimaatadaptatie, energietransitie, infrastructuur, recreatie en toerisme, milieu, arbeidsmarkt, erfgoed, archeologie, zoet water en natuur. Deze ambitie sluit aan bij de NOVI-prioriteit 'Sterke en gezonde steden en regio’s'. De Zeeuwse Omgevingsvisie besteedt extra aandacht aan beschikbaarheid van voorzieningen en de kwaliteit van woningen. Met deze ambitie dragen we bij aan de volgende Duurzame Ontwikkelingsdoelen. De ambitie voor 2050 In 2050 is er voor ieder een passende woning beschikbaar. In de omgeving van je huis kun je je veilig voelen. Je wordt er ook aangezet tot gezond gedrag, zoals wandelen, fietsen, gezond eten, ontmoeten en ontspannen. De woonomgeving draagt bij aan biodiversiteit en is ingericht zowel op langere droogte als op overtollig regenwater. Voorzieningen zijn klimaatneutraal voor iedereen bereikbaar, ook wanneer je geen auto hebt. Mobiliteit is snel, slim, veilig, schoon en betaalbaar voor zowel reiziger als overheid. De digitale bereikbaarheid is snel en goed. Het onderwijs in de provincie is goed bereikbaar, betaalbaar en van hoogstaande kwaliteit. Zeeland beschikt verspreid door de provincie over een aantal onderscheidende kleinschalige top- en kwaliteitsvoorzieningen. De Zeeuwse culturele infrastructuur is robuust en veerkrachtig en biedt de regio een vernieuwend, toegankelijk en compleet cultuuraanbod. 2.2 Huidige situatie, trends en ontwikkelingen Veranderende bevolkingssamenstelling Sinds 2014 is er in Zeeland sprake van een stabiele tot licht groeiende bevolking, ondanks dat er meer mensen overlijden dan dat er worden geboren. De Zeeuwse bevolking neemt naar verwachting de komende jaren toe tot bijna 420.000 in 2040 (bron: Provinciale bevolkings- en huishoudensprognose 2022). De verwachte groei is geheel toe te schrijven aan de toestroom van nieuwe Zeeuwen uit binnen- en buitenland. Het aantal verhuizingen naar Zeeland hangt samen met de mate van dynamiek op de woningmarkt. Het vertrek van jongeren die een opleiding buiten de provincie gaan volgen (en vaak niet meer terugkomen) wordt hiermee getalsmatig gecompenseerd. Ook de instroom van buitenlandse werknemers en statushouders (vluchtelingen met een verblijfsstatus) draagt bij aan de groei van de Zeeuwse bevolking in de afgelopen jaren. Niet elke regio heeft te maken met bevolkingsgroei. Door het oplopende sterfteoverschot vlakt de bevolkingsgroei in heel Zeeland op termijn af. De leeftijdsopbouw van de Zeeuwse bevolking zal fors veranderen (bron: Provinciale bevolkings- en huishoudenprognose 2022). Opvallend is dat de groep tot 15 jaar in de periode tot 2040 weer licht gaat groeien. De bevolking in de leeftijdsgroep 15 tot 60 jaar blijft in die periode gelijk. Het aantal 80+ers neemt juist met 20.000 toe. Dit is een verdubbeling ten opzichte van 2020. De potentiële beroepsbevolking daalt door de vergrijzing tot 2040 met 20.000. Woningvoorraad De huidige Zeeuwse woningvoorraad is met veel woningen uit de wederopbouwperiode 1945 - 1970 relatief oud en heeft een lagere bouwkwaliteit dan gemiddeld (Kwalitatief Woononderzoek Zeeland). Dit maakt de woningvoorraad kwetsbaar. Demografische ontwikkelingen (vergrijzing, huishoudensverdunning), de noodzaak voor verduurzaming en aanpassing van woningen aan de zorg(behoefte) hebben een belangrijke invloed op de woonbehoefte. De vraag naar woningtypen en woonmilieus verandert hierdoor. Het gaat niet alleen om aantallen woningen, maar ook om betaalbaarheid, een match met de kwalitatieve vraag en een koppeling met duurzaamheidsdoelen. De aanpassing van de bestaande woningvoorraad door sloop, herstructurering, woningaanpassing en verbetering is een lastige opgave. Er worden jaarlijks weinig oudere particuliere woningen onttrokken aan de woningmarkt. En vervanging om doeltreffend tegemoet te komen aan de behoefte, de veranderende bevolkingssamenstelling en de benodigde energietransitie, is vooral in de particuliere sector een hoger sloop- en nieuwbouwtempo nodig. In 2022 is volkshuisvesting na lange tijd weer een belangrijk onderdeel van de Rijksagenda geworden. De nadruk daarbij ligt op het stimuleren van de nieuwbouw, het vergroten van de (betaalbare) woningvoorraad en de toegankelijkheid van de woningmarkt voor iedereen. In het kader van de Nationale Bouw- en Woonagenda heeft Zeeland met het Rijk eind december 2022 een Woondeal gesloten, waarin afspraken zijn gemaakt over. een realistische nieuwbouwopgave voor de komende jaren. In de meeste regio’s zijn voldoende woningbouwplannen om de uitbreidingsbehoefte op te vangen. Het betreft hier echter een kwantitatieve, niet perse een kwalitatieve match. Veel woningbouwplannen zijn gemaakt in het verleden voor een andere vraag en verwachting. De situatie ziet er op dit moment anders uit, waardoor een deel van de plannen niet van de grond komt. Plannen voor duurdere koopwoningen met tuin of terras zijn er in bijna elke regio wel genoeg, maar de vraag van de Zeeuwen verandert: er zijn meer betaalbare en voor oudere geschikte woningen nodig. Ook worden bewoners kritischer over de gewenste woning en de daarbij behorende woonomgeving. De situatie is niet overal in Zeeland gelijk: lokaal en regionaal zijn er grote verschillen in de problematiek. Van grote vraag naar nieuwe of andere woningen tot veel leegstaand vastgoed. Bijvoorbeeld aan de kust waar veel woningen worden gebruikt als tweede- of deeltijdwoning. Enerzijds kan deeltijdwonen een uitkomst zijn om leegstand te voorkomen, anderzijds komt de ervaren leefbaarheid van permanente bewoners onder druk te staan. Tegelijkertijd ondervinden mensen die tijdelijk en op korte termijn een woning nodig hebben in verband met werk of privéomstandigheden, veel moeite bij het vinden van een acceptabele, betaalbare woning. Het gebrek aan deze woningen is één van de oorzaken van het gebrek aan doorstroming op de woningmarkt. Het ontbreekt aan een ‘flexibele schil’ in de woningvoorraad die dit op kan vangen. Bouwen binnen het stedelijk gebied en zorgvuldig gebruik van de beschikbare ruimte zijn altijd uitgangspunten geweest. In het stedelijk gebied verliezen steeds meer vormen van vastgoed hun functie, zoals maatschappelijk vastgoed, scholen, winkels, kerken en kantoren. Voor de dynamiek van het stedelijk gebied is het cruciaal dat woningen toegevoegd kunnen worden in, of in plaats van deze gebouwen. Gezonde woonomgeving De Zeeuwse woonomgeving bevat veel ingrediënten die een goede gezonde leefomgeving kenmerken, zoals veel (stedelijk) groen en gevarieerde openbare ruimte, een over het algemeen goede milieukwaliteit en voldoende aanbod van voorzieningen. De milieukwaliteit verschilt wel per locatie en er zijn nieuwe milieufactoren die van belang zijn (zie paragraaf 3.2 onder het kopje Omgevingskwaliteit). Zeeland kent een hogere tevredenheid van de inwoners als het gaat om de woonomgeving, dan het landelijk gemiddelde. Dit heeft een directe relatie met de algemene tevredenheid over het leven (Bron: Woononderzoek Nederland ‘WoON’, onderzoek van het Rijk). Dat er zo veel groen in Zeeland is komt onder andere door het grote netwerk van erkende natuurgebieden én de Zeeuwse traditie van natuur en natuurbeheer op particuliere terreinen, verspreid over de regio. Bijvoorbeeld rond nieuwe landgoederen, (voormalige) buitenplaatsen en boerenerven, maar ook dorpsbosjes en -boomgaarden, of tijdelijke natuur op bedrijventerreinen. Ook wordt steeds meer groen aangelegd rond scholen en zorginstellingen. Deze natuurverbreding heeft, naast het vele cultuurhistorische groen, een gunstige invloed op de belevingswaarde van de openbare ruimte. Het creëert een omgeving die uitnodigt tot bewegen, ontmoeten en ontspannen. Een omgeving die veilig voelt, sociale samenhang bevordert én gezond gedrag uitlokt. Gezond gedrag, en hoe dit kan worden bevorderd door de inrichting van de woonomgeving, staat steeds meer in de belangstelling. Het kan worden bevorderd door bijvoorbeeld voorzieningen en woningen die geschikt zijn voor ouderen en mindervaliden te concentreren. Hierbij hoort dan ook een veilige en aantrekkelijke openbare ruimte. Het stimuleren van een omgeving die uitnodigt tot bewegen, gezond eten, ontmoeten en ontspannen wordt steeds belangrijker, omdat dit een positief effect op gezond gedrag heeft. Een woonomgeving waarin het groen schaars is, zorgt voor een lage waardering van de buitenruimte. Als er geen maatregelen worden genomen, zorgt de klimaatverandering voor toenemende overlast. Door hogere temperaturen ontstaan ‘hitte-eilanden’ op plaatsen met weinig groen en schaduw. Daarnaast worden de gezondheid en de leefomgeving ook aangetast door luchtverontreiniging, doordat de schadelijke stoffen tussen de gebouwen blijven hangen. De aanwezigheid van groen kan helpen bij het zuiveren van de lucht doordat fijnstof wordt afgevangen. Groen heeft ook een positief effect op de mentale gesteldheid van mensen. De aanwezigheid van natuur dichtbij stimuleert mensen meer te wandelen of te sporten; dat resulteert dan weer in minder overgewicht. De huidige woonomgeving wordt als autogericht ervaren, waardoor de straat vaak onveilig en onaantrekkelijk is om er te wandelen of te fietsen. De kwaliteit van de leefomgeving en de gezondheid van de inwoners staan hierdoor onder druk. Concepten op het gebied van Slimme Mobiliteit kunnen zorgen voor een afnemend ruimtegebruik voor verkeersdoeleinden (met name parkeerplaatsen) in het bebouwd gebied. Dit biedt ruimte voor verbetering van de woonomgeving door toevoeging van stedelijk groen. Voor de kwaliteit van de woonomgeving is ook de aanwezigheid of bereikbaarheid van voorzieningen essentieel. Dit wordt behandeld bij het punt hieronder. Bereikbaarheid en beschikbaarheid van voorzieningen De aanwezigheid van een bereikbaar en toegankelijk winkelbestand en (basis)voorzieningen op gebied van onderwijs, sport, kinderopvang, zorg en cultuur draagt bij aan de leefbaarheid van een gebied voor mensen die daar wonen. Het vormt tegelijkertijd een belangrijke voorwaarde om als gebied aantrekkelijk te zijn en te blijven. Zeeland heeft sinds jaren te maken met het verlies van organisaties op het gebied van zorg, onderwijs en dienstverlening. Veelal heeft dit te maken met het te lage bevolkingsaantal waardoor een bepaald aanbod hier niet exploitabel is, soms door keuzes voor centralisatie op nationaal niveau. Het Zeeuwse onderwijs is hier een voorbeeld van. Om kwalitatief goed onderwijs te kunnen bieden is samenwerking met instellingen binnen en buiten de provincie (inclusief Vlaanderen) en specialisatie op een aantal thema's noodzakelijk. Zie hiervoor verder het kopje Onderwijs. Ook voor goede ziekenhuiszorg is het hebben van medische specialisaties steeds meer afhankelijk van grotere aantallen patiënten. Gelet op het relatief geringe Zeeuwse bevolkingsaantal kan niet langer in alle specialisaties worden voorzien en is samenwerking binnen Zeeland en met andere ziekenhuisorganisaties zowel in Nederland als in Vlaanderen, noodzakelijk. Er zijn ook omgekeerde bewegingen, zoals de vestiging van een nieuw justitieel complex bij Vlissingen. Toerisme draagt in sommige regio's binnen onze provincie in belangrijke mate bij aan de leefbaarheid en de instandhouding van voorzieningen, vooral in de kleine kernen van Zeeland. Winkels, openbaar vervoer, infrastructuur en publieke voorzieningen zijn er mede dankzij het draagvlak van het toerisme. Daar waar de toeristen niet komen, staan bijvoorbeeld de instandhouding van een supermarkt en publieke voorzieningen onder druk en kunnen deze zelfs verdwijnen. Evenementen Evenementen zijn essentieel in de profilering van Zeeland. We zien hier, net als in de rest van Nederland, de ontwikkeling dat evenementen en festivals inspelen op de behoefte aan unieke belevingen, tijdelijke beschikbaarheid en meedoen. Veel evenementen zijn in de afgelopen 25 jaar ontstaan, denk onder andere aan: Concert at Sea, Kustmarathon Zeeland, Vestrock Hulst, Ride for the Roses, Marathon van Zeeuws-Vlaanderen en Nazomerfestival. Vooral het laatste decennium zien we ook in Zeeland een sterke groei in omvang, deelname en (media)aandacht. Het aantal evenementen in Zeeland bedraagt duizenden op jaarbasis
(2019). De omvang en impact verschillen en de evenementen zijn niet gelijkmatig verdeeld in tijd en over de provincie. De groei in omvang brengt eenzelfde soort zorgen mee als de groei van het toerisme, namelijk uitdagingen op het gebied van infrastructuur, overlast en veiligheid. In het Zeeuwse Sportakkoord zijn ambities benoemd voor inspirerende sportevenementen die impact hebben op de profilering van Zeeland. Het Zeeuwse Sportakkoord werd in 2019 ondertekend door het Provinciebestuur en 27 gemeentelijke, gezondheids-, natuur-, onderwijs- en sportorganisaties. Grote wielerrondes en festivals zetten Zeeland op de (inter)nationale kaart. Mobiliteit Bereikbaarheid is van groot belang voor het vestigingsklimaat voor inwoners. Daarbij gaat het zowel om de hoofdverbindingen voor de auto als de verbindingen per openbaar vervoer. Doordat het autobezit in Zeeland hoog is kan het gros van de mensen zich zelfstandig over grotere afstanden verplaatsen met een betrouwbare reistijd. De verkeersintensiteit blijft naar verwachting toenemen. Op sommige trajecten van het Zeeuwse hoofdwegennet kan dit rond 2030 tot verkeersopstoppingen leiden. Door de toename van rijtaakondersteuning in voertuigen, wordt de capaciteit van de wegen beter benut. De treinverbinding biedt een goede bereikbaarheid voor de Bevelanden en Walcheren, maar de verbinding met de Randstad en Noord-Brabant is de laatste jaren juist langzamer geworden. Met betrekking tot vestigingsklimaat is dit een punt van zorg, maar in het kader van het Compensatiepakket Wind in de Zeilen wordt dit aangepakt met een extra intercityverbinding over de Zeeuwse Lijn en aanvullende maatregelen. Zeeland heeft één publiek georganiseerde verbinding over water; het fietsvoetveer tussen Breskens en Vlissingen. Deze dienst wordt met name in de zomer door veel toeristische reizigers gebruikt, maar biedt jaarrond voor studenten en forenzen een betrouwbare aansluiting over het water en aansluiting op het nationale spoornet. Verkeersveiligheid is een belangrijk thema, zowel wat betreft de inrichting van wegen als het gedrag van weggebruikers. Incidenten en piekdagen leiden tot grote verstoringen, omdat de infrastructuur naast het hoofdnetwerk de verkeersstromen slechts beperkt kan overnemen. Door de afhankelijkheid van bruggen en tunnels als verbindingen binnen Zeeland hebben verstoringen snel grote gevolgen. Zeker voor hulpdiensten kan dit problematisch zijn. Ook bij grote incidenten zijn de vluchtroutes beperkt. Ook extreme weersomstandigheden en klimaatverandering beïnvloeden de betrouwbaarheid van de infrastructuur. Dit is een aandachtspunt bij de klimaatadaptatiestrategie. Scholieren, studenten, mensen met een beperking, ouderen en mensen die om een andere reden niet kunnen beschikken over een auto, zijn minder zelfstandig mobiel en daarom afhankelijk van openbaar- en doelgroepenvervoer. Zij ervaren belemmeringen in hun mobiliteit. Door centralisering zijn niet alle voorzieningen aan te fietsen. Er zijn wel grote regionale verschillen. De gebieden nabij de Zeeuwse spoorlijn, N62 en A58 hebben betere verbindingen en meerdere reisopties, waar dat in andere gebieden beperkt is. De grensoverschrijdende verbindingen zijn beperkt. De noord-zuid verbindingen worden bediend door de bus. Aansluiting vanuit Zeeland op het Belgische spoor ontbreekt. Het busvervoer in Zeeland kent een teruglopend aantal gebruikers en de kosten voor het systeem nemen toe. Voor doelgroepenvervoer geldt dat het gebruik toeneemt, wat voor gemeenten een kostbare onderneming is. Lokale mobiliteitsinitiatieven van bewoners bieden een aanvulling op het bestaande aanbod van collectief vervoer. De (snelle) elektrische fiets is voor steeds meer scholieren, forenzen en ouderen een uitkomst voor dagelijkse verplaatsingen. De hogere snelheid van e-bikes vraagt om aanpassing van de fietsinfrastructuur, omdat de risico’s op ernstige ongevallen toeneemt. In Zeeland zetten we in op de realisatie van doorfietsroutes. Dit zijn drukkere routes die kernen verbinden ‘die voldoen aan een aantal kenmerken van een snelfietsroute’. Er is vraag naar flexibele en vraaggerichte vormen van (openbaar) vervoer. Onder de noemer Slimme mobiliteit wordt gewerkt aan een flexibel en robuust mobiliteitssysteem dat de reiziger (meer) centraal stelt. Cultuur Cultuur is een belangrijke vestigingsfactor voor succesvolle regio’s en dat geldt zeker ook voor Zeeland. Een brede basis met voorzieningen voor een grote groep met daarbij een beperkt aanbod van (top)cultuur voor specifieke (niche)groepen is kenmerkend voor het huidige cultuuraanbod in Zeeland. Er zijn veel initiatieven op het gebied van cultuur, van monumenten tot (kleine) podia, en van fruitteeltmuseum tot muziek in de klas, maar door de specifieke eigenschappen van Zeeland is veel ook kwetsbaar. Het aanbod is verspreid zowel geografisch als over veel organisaties. Dat betekent niet alleen relatief lage bezoekersaantallen, maar ook veel inzet door vrijwilligers met passie voor cultuur, maar vaak op leeftijd. Continuïteit in menskracht en professionaliteit is dan een zorgpunt. De Zeeuwse jeugd kennis laten maken met cultuur in brede zin is de belangrijkste doelstelling van cultuureducatie. Hiervoor wordt door verschillende aanbieders samengewerkt met scholen waarbij deskundigheidsbevordering een belangrijk speerpunt is. Ook wordt de Zeeuwse cultuur buiten de scholen toegankelijk gemaakt door vervoer op maat te organiseren. Dit maakt het bijvoorbeeld mogelijk dat ook scholen uit Zeeuws-Vlaanderen het Watersnoodmuseum in Ouwerkerk kunnen bezoeken. De Zeeuwse kunsten zorgen voor reflectie, vorming, verbinding en soms voor ongemak. Het draait niet alleen om het maken en tonen van mooie dingen, maar ook om het uitproberen van nieuwe dingen en het onverwachte mogelijk te maken. Creativiteit, innovatie, diversiteit en vakmanschap zijn kenmerkende eigenschappen van de kunsten die nog meer verbonden kunnen worden met actuele maatschappelijke opgaven. Er ligt een uitdaging om een beter klimaat voor makers uit de creatieve industrie te realiseren. Het aanbod van kunsten in Zeeland wordt gekenmerkt door het grote palet van kleinschalige podia tot grote meerdaagse festivals en van internationaal aansprekende hedendaagse kunst tot de liefhebbende amateur beeldhouwer. Er is veel te zien en te doen in Zeeland, maar het blijft een opgave om een degelijke (basis)infrastructuur te onderhouden. Er zijn vijf grotere musea die de belangrijkste Zeeuwse verhalen vertellen. De Zeeuwse geschiedenis, het industriële verleden en heden, de maritieme historie, de Slag om de Schelde en de strijd tegen het water hebben een ‘eigen' museum. Daarnaast zijn er nog vele lokale en kleinere musea die een eigen verhaal vertellen. Ook voor de kleine musea geldt dat het een opgave blijft om een volledig aanbod open te houden. De bezoekersaantallen zijn relatief gering waardoor de verdiencapaciteit ook laag is en ook de musea draaien op een groot bestand van vrijwilligers. De Zeeuwse bibliotheken zijn een belangrijke ontmoetingsplaats en zorgen voor laagdrempelige beschikbaarheid van lectuur, literatuur en informatie. Ook dragen zij bij aan het vergroten van lees- en taalvaardigheid. Binnen het Zeeuwse culturele veld ontstaat in de volle breedte steeds meer animo om samen te werken. Het vanuit eigen kracht en de eigen expertise kijken hoe meerwaarde kan ontstaan door nieuwe of soms voor de hand liggende combinaties te vormen, is een belangrijke ontwikkeling. Deze ontwikkeling kan bijdragen aan het versterken van het vestigingsklimaat, het behoud en de verdere ontwikkeling van een rijk en divers cultureel aanbod en het uitdragen van de Zeeuwse identiteit. Hierbij zullen verschillende dilemma’s overwonnen moeten worden. Denk aan keuzes over bereikbaarheid, spreiding en versnippering van voorzieningen, over balans zoeken tussen een hoogwaardig aanbod met aantrekkingskracht voor specifieke groepen versus een breed aanbod wat toegankelijk is voor velen, over het behouden van bestaande elementen in relatie tot de wens om nieuwe dingen te ontwikkelen. 2.3 Hoofdlijnen aanpak Woningvoorraad De Zeeuwse gemeenten, woningcorporaties en de Provincie werken op basis van de Zeeuwse Woonagenda, waarbinnen gezamenlijk wordt opgetrokken om de woningvoorraad toekomstbestendig te maken en te houden. Ook de Woondeal is in aansluiting met de Zeeuwse Woonagenda. Hierin is afgesproken dat tot 2030, 16.500 woningen worden gebouwd. Waarvan tweederde betaalbaar. Subsidieregelingen van het Rijk en de Provincie Zeeland worden ingezet voor het saneren of vervangen van woningen waar geen behoefte aan is, het stimuleren van verduurzaming van de woningvoorraad, het realiseren van een flexibele schil en de ondersteuning van gemeenten bij de versnelling van woningbouw die voorziet in een behoefte op de juiste plaats. Rijk, Provincie en gemeenten stellen de kaders vast waarbinnen de afspraken worden uitgevoerd. De aanpak biedt ook kansen voor de arbeidsmarkt (werkgelegenheid voor verduurzaming), cultuur (hergebruik monumentale en beeldbepalende panden), woonomgeving (hergebruik leegstaande panden en braakliggende percelen binnen dorpen en steden), gezondheid (verbeteren binnenklimaat) en circulaire economie (circulair bouwen). Daarnaast wordt de verduurzaming van de woningvoorraad versneld en wordt de woningmarkt actief beïnvloed. Gezonde woonomgeving Voor een veilige woonomgeving die gezond gedrag uitlokt, staan vooral de gemeenten aan de lat. Daarbij helpen initiatieven van burgers, bedrijven, natuur- en welzijnsorganisaties. De Provincie ondersteunt deze partijen met subsidies en het faciliteren van samenwerking. Bij iedere ruimtelijke ontwikkeling, beleidsontwikkeling en maatschappelijke opgave zullen betrokken partijen gezondheid mee laten wegen. Bij de realisatie van een gezonde en aantrekkelijke woonomgeving zullen kansen benut worden om beter het hoofd te kunnen bieden aan weersextremen zoals hitte, droogte en wateroverlast en aan kansen om de natuurwaarde te verhogen. Bereikbaarheid en beschikbaarheid van voorzieningen De beschikbaarheid van de commerciële voorzieningen wordt in de eerste plaats bepaald door marktwerking en initiatieven van ondernemers. Provincie en gemeenten stellen kaders vast om de gewenste ontwikkelingen te bevorderen, verlenen subsidies en laten onderzoek doen. Beide zijn verantwoordelijk voor de bereikbaarheid voor alle bevolkingsgroepen (zie mobiliteit). Evenementen Evenementen zijn het duurzame uithangbord voor Zeeland. Evenementen kunnen daardoor voor andere opgaven worden benut, zoals het werven van arbeidskrachten en toeristische promotie. Het gaat naast evenementen in het algemeen ook om organisatie van inspirerende sportevenementen die Zeeland op de kaart zetten. Nieuw wordt een Zeelandbrede coördinatie voor evenementen om te zorgen dat het aanbod goed gespreid is in tijd en plaats, met een passende verdeling van de druk op de omgeving en de hulpdiensten. Ook kan dit helpen bij werving en inzet van vrijwilligers. Daarnaast wordt de link gelegd tussen evenementen en natuurverbreding en natuurbranding. Door duurzaamheid als uitgangspunt te nemen wordt een bijdrage geleverd aan (de promotie van) circulaire economie en de energietransitie. Mobiliteit Treinverbindingen zijn de verantwoordelijkheid van het Rijk. Zeeuwse partijen zullen blijvend lobbyen voor realisatie en behoud van snelle verbindingen tussen de Zeeuwse steden en met Noord-Brabant/Randstad, alsmede goede verbindingen met België. Voor het regionale en grensoverschrijdende openbaar vervoer is de Provincie verantwoordelijk. De provincie en gemeenten stellen hiervoor kaders in de Regionale Mobiliteit Strategie, die samen met netwerkpartners is opgesteld. Introductie en uitbouwen van slimme, toegankelijke mobiliteit in de vorm van flexibele en vraaggerichte vormen van mobiliteit. Er zijn veel partijen die bijdragen aan de realisatie van slimme mobiliteit in de vorm van onderzoek, kennis delen en advies. Provincie en gemeenten zijn verantwoordelijk voor respectievelijk het openbaar en het WMO-vervoer. Beide stellen kaders op en financieren het vervoer. De provincie financiert bovendien onderzoeken die bijdragen aan de omvorming van het openbaar vervoer en geeft subsidie aan initiatieven die slimme mobiliteit bevorderen. Denk aan het delen van mobiliteitsdata zodat er vervoersmogelijkheden worden aangeboden naargelang de vraag. Maar ook het verbeteren van knooppunten en ontwikkeling en implementatie van een totaalconcept waarbij niet alleen aan het vervoer van mensen wordt gedacht, maar ook aan bijv. de doorstroming, het opwekken van energie, of verbetering van gezondheid. Het verbeteren van de verkeersveiligheid is een permanente doelstelling van de wegbeheerders (Rijkswaterstaat, gemeenten, waterschap, North Sea Port en provincie) in Zeeland en de andere verkeersveiligheidspartners verenigd in het Regionaal Orgaan Verkeersveiligheid Zeeland (ROVZ). Dit gaat onder andere om goed onderhoud, gemeenschappelijke gladheidsbestrijding en een veilige inrichting van de wegen, verkeerseducatie, voorlichting en communicatie om het gedrag van verkeersdeelnemers te verbeteren. Schone mobiliteit stimuleren we door het gebruik van elektrische auto's, fiets en e-bike te bevorderen. De regionale wegbeheerders zijn verantwoordelijk voor een netwerk van laadpunten door de gehele provincie voor de elektrische mobiliteit, aanleg en onderhoud van snelfietsroutes en overige fietsinfrastructuur. Provincie en gemeenten stellen kaders op voor een optimale digitale bereikbaarheid in de hele provincie. Gemeenten verlenen de vergunningen en stimuleren partijen om snellere digitale infrastructuur ook in het buitengebied uit te rollen. Als slimme mobiliteit en de fiets het bezit en gebruik van de privéauto gaan verdringen, biedt dit kansen voor aanpassing van de ruimtelijke inrichting met een positieve bijdrage aan gezondheid, leefbaarheid, biodiversiteit en klimaatadaptatie. Cultuur Door professionalisering, onderlinge samenwerking en de verbinding met andere netwerken wordt de Zeeuwse culturele infrastructuur structureel versterkt en wordt een grotere bijdrage geleverd aan diverse maatschappelijke opgaven. Het Zeeuwse culturele aanbod wordt (fysiek en/of digitaal) beter bereikbaar, toegankelijk en beleefbaar voor alle groepen, met bijzondere aandacht voor jongeren (cultuureducatie). De Zeeuwse cultuur gaat beter samenwerken met de omliggende regio’s en in (inter)nationale netwerken. 2.4 Inschatting van de effecten Onderstaande figuur is een vereenvoudigde weergave van de inschatting van de effecten uit het milieueffectrapport. Hieruit blijkt dat we voor veel onderwerpen nu al redelijk in de buurt van de ambitie zitten (blauwe driehoek). Zonder het nieuwe beleid in deze visie, zouden we voor veel onderwerpen (veel) verder van de ambitie afraken (roze kruis). Wat het effect is van het beleid in de visie verschilt erg per onderwerp (bruine driehoek). Alle onderwerpen laten een duidelijke verbetering zien ten opzichte van onveranderd beleid (pijl). 3 BALANS IN DE GROTE WATEREN EN HET LANDELIJK GEBIED 3.1 Samenhang en ambitie Zeeland is een provincie met heel veel water. Dat water is weids en open en heeft internationaal erkende natuurwaarden. Denk aan de Noordzeekust, de zeearmen, grote meren. Wat doen we met ons open water? Er is scheepvaart, een stroom van goederen wordt per schip vervoerd. Er wordt gevist, en er worden schaaldieren gekweekt. De visserij is een belangrijke bedrijfstak in Zeeland en draagt bij aan de voedselproductie. De meeste grote wateren en de oevers daarvan zijn omgeven door het groen van dijken en natuurterreinen. Delen van oevers worden gebruikt voor recreatie. En tenslotte, overtollig regenwater uit de polders komt ook terecht in de grote wateren, al dan niet vervuild door de plek waar het gevallen is. Door het stijgen van de zeespiegel sijpelt er ook water onder de dijken door en treedt verzilting van de bodem op. Grote wateren en landelijke gebieden beïnvloeden elkaar voortdurend, ten goede en ten kwade. Het evenwicht is precair. Een goede onderlinge afstemming van het landgebruik en de milieuruimte is essentieel om de beschikbare ruimte optimaal te benutten en de sociale, economische en ecologische ambities te realiseren. De landbouwsector is veruit de grootste grondgebruiker, is van groot belang voor de voedselproductie en beeldbepalend voor Zeeland. Alle bedrijfstakken en maatschappelijke functies moeten voldoende ruimte hebben om hun activiteiten uit te voeren, maar dit mag niet ten koste gaan van milieu-, bodem-, water-, natuur- en landschapskwaliteit. De zorgen over de achteruitgang van de biodiversiteit zijn groot. Herstel van de biodiversiteit is van groot belang, intrinsiek en voor de gezondheid en de leefomgeving, ook in Zeeland. De stikstofcrisis leert dat investeren in herstel van de biodiversiteit in samenhang met alle sectoren opgepakt moet worden, op weg naar een natuurinclusieve samenleving. De mensen die wonen en werken in het landelijk gebied, zijn van directe invloed op het landschap en de wateren die zo specifiek voor Zeeland zijn. Landelijk gebied en de grote wateren zijn ‘een vat vol tegenstrijdigheden’. Tegengestelde belangen, inkomsten die soms ten koste gaan van het kwetsbare gebied. Verder behoren de grote wateren en landelijke gebieden tot de meest gewaardeerde onderdelen van het Zeeuwse landschap. Een simpel ja of nee op welke keuze dan ook voor deze gebieden, volstaat niet. De keuze voor balans in het landelijk gebied sluit aan bij de NOVI-prioriteit ‘Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied’. In de Zeeuwse Omgevingsvisie wordt extra aandacht besteed aan de deltawateren. Met deze ambitie dragen we bij aan de volgende Duurzame Ontwikkelingsdoelen. De ambitie voor 2050 In 2050 zijn bodem, grondwater en alles wat daarin te vinden is van robuuste, hoogwaardige kwaliteit. Weersextremen schaden de bodem niet. Door aanwezigheid van meer organische stoffen draagt de bodem bij aan CO2-opslag en een betere bodemstructuur. Planten, mensen en dieren worden nauwelijks meer bedreigd door risicovolle milieufactoren, doordat het landbouwsysteem functioneert in evenwicht met de natuurlijke omgeving, op basis van marktvraag en kringlopen op een zo laag mogelijk niveau. De visserij opereert duurzaam en houdt in zijn bedrijfsvoering rekening met natuurwaarden. Synergie tussen visserij en natuur is daarbij het uitgangspunt. De wijze waarop natuurorganisaties en visserijbedrijfsleven in Zeeland samenwerken vormt een voorbeeld voor de rest van het land. Het gebruik en de draagkracht van landelijke gebieden en de grote wateren zijn duurzaam in balans gekomen. Door het stabiele beheer kunnen ze tegen een stootje. In 2050 is de biodiversiteit rond de grote wateren, in het landelijk gebied en in de steden hersteld. De stikstofproblematiek is iets van vroeger. Het natuurnetwerk is voltooid en de milieukwaliteit is er in de hele provincie op vooruit gegaan. Het is heerlijk recreëren en werken in het mooie, gezonde en waardevolle Zeeuwse landschap! 3.2 Huidige situatie, trends en ontwikkelingen Bodem De bodemstructuur staat onder druk als gevolg van verslemping, verdichting, erosie, teruglopende biodiversiteit en dreigende afname van het organisch stofgehalte. Dit heeft ook gevolgen voor het bodemleven, de weerbaarheid en de waterinfiltratiecapaciteit van de bodem. Gebieden met bijzondere aardkundige waarden op provinciaal, nationaal of internationaal niveau zijn benoemd en beschermd als aardkundig waardevolle gebieden. De pareltjes daarvan worden vanuit promotie oogpunt benoemd als aardkundig monument. Binnen het initiatief om te komen tot de UNESCO Geopark status voor de Schelde Delta staan deze aardkundig waardevolle gebieden samen met waardevolle landschappen, cultuurhistorie en natuur centraal op gebied van wetenschap, educatie, toerisme en recreatie. Vooral in oudere dorpen en steden zijn veel archeologische resten aanwezig. Overheden werken samen aan de bescherming. Vondsten worden gedocumenteerd, bewaard en uitgeleend aan musea vanuit het Zeeuws Archeologisch Depot. Er is op dit moment geen volledige digitale ontsluiting van de collectie. De bodemkwaliteit in Zeeland heeft te maken met verspreiding van onder andere zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) van de industrie, zoals PFAS, PFOS, GenX en medicijnresten die in de bodem en voedselketen terecht kunnen komen, maar ook van oudere diffuse verontreinigingen zoals DDT. Deze zijn en worden inzichtelijk gemaakt middels de gemeentelijke bodemkwaliteitskaarten. De sanering van spoedlocaties (zogenaamde puntbronnen) bodemverontreiniging in het landelijk gebied is bijna afgerond. Daarnaast zijn de oudere steden en kernen veelal vanuit de Middeleeuwen en Gouden Eeuw diffuus verontreinigd met onder andere zware metalen. Ook deze zijn inzichtelijk gemaakt via de gemeentelijke bodemkwaliteitskaarten. Ontwikkelaars moeten rekening houden met die verontreinigingen. De bodemkwaliteit neemt af door uitputting, versnippering, toename van bebouwing en infrastructuur, intensivering van grondgebruik, afname van biodiversiteit en klimaatverandering. Ook archeologische waarden op het land en in het water gaan hierdoor achteruit. Er komen wel meer technieken beschikbaar voor verbetering van de bodemstructuur en bodemvruchtbaarheid en betere mogelijkheden voor onderzoek, kennisdeling en monitoring. Op landelijk niveau is de wens uitgesproken om het water- en bodemsysteem meer als één systeem te benaderen en deze sturend te laten worden in de ruimtelijke ordening volgens het principe ‘Water en Bodem Sturend’. Het vertrouwen in de maakbaarheid van ons landschap is groot, maar inmiddels lopen we steeds vaker tegen de grenzen van het water- en bodemsysteem aan. De water- en bodemopgaven staan echter niet op zichzelf. Ze hangen samen met elkaar, maar ook met andere opgaven in de leefomgeving. Een integrale aanpak met alle opgaven in de fysieke leefomgeving is dan ook noodzakelijk, waarbij het water- en bodemsysteem sturend is. Het Rijk geeft hiervoor structurerende keuzes mee in de Landelijke Strategie en Interbestuurlijke Uitvoeringsagenda Water en Bodem Sturend, die deels betrekking hebben op het nationale beleid, maar ook richting kunnen geven aan of doorwerking vinden in programma’s van provincies, gemeenten en waterschappen, gebiedsprocessen, bedrijven en burgers. Ook het Nationale Programma Bodem, Ondergrond en Grondwater speelt deels in op de structurerende keuzes van Water en Bodem Sturend. Voor Zeeland wordt dit principe onder andereverder beschreven in het gebiedsplan ten behoeve van het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) en wordt er met betrokken partijen uit het bodem- en waterdomein gekeken wat de mogelijkheden zijn voor concrete uitwerkingen. In gebiedsprocessen en -programma’s wordt er actief naar functiecombinaties gezocht. Landbouw en Visserij De agrarische sector is in Zeeland van oudsher van groot economisch belang. De sector omvat boerenbedrijven, verwerking, bewerking en opslag van agrarische producten, logistiek, toe- en aanleverende bedrijvigheid en kennisbedrijven. Niet alleen voor toegevoegde waarde, maar ook als werkgever is de sector van groot belang. De landbouw is in Zeeland veruit de grootste gebruiker van de ruimte. Het aantal landbouwbedrijven neemt licht af, terwijl de gemiddelde bedrijfsgrootte toeneemt. Niet alleen de economische voordelen van schaalvergroting, maar ook vergrijzing en ontgroening spelen daar een rol in. De landbouw loopt steeds vaker tegen grenzen aan. Tekorten aan zoet water, achteruitgang van de bodemvruchtbaarheid, bodemstructuur en bodemweerbaarheid, waterkwaliteit, biodiversiteit (onder- en bovengronds), fijnstof, stikstof, fosfaat, etc. maar ook schaalvergroting, versnipperd grondeigendom en regelgeving spelen parten. Door de ontwikkelingen staat het verdienmodel onder druk en is een transitie naar andere productievormen noodzakelijk. De Zeeuwse visserijsector bestaat uit zee- en kustvisserij, mossel- en oesterkweek, visserij met vaste vistuigen en sportvisserij. Door klimaatverandering verandert de visstand en is er sprake van een toename van invasieve exoten, plagen en ziektes. Ook neemt de waterkwaliteit af, zoals bijvoorbeeld in het Grevelingenmeer. Natuur en biodiversiteit De natuur is in Zeeland verweven in de verschillende Zeeuwse waardevolle landschappen. De natuur binnen deze verschillende landschappen is in kwaliteit en omvang nog niet op orde. De doelen voor veel Natura 2000-soorten en –habitats of leefgebieden worden nog niet gehaald. Met name de staat van instandhouding van soorten en habitats van buitendijkse gebieden en delen van de duinen zijn matig tot zeer ongunstig. De oorzaken zijn vooral stikstofdepositie, verstoring, tekort aan leefgebied, verdroging, verzuring en versnippering. De achteruitgang in de biodiversiteit lijkt wel minder snel te gaan door het huidige beleid maar extra inspanning is noodzakelijk. Het Natuurnetwerk Zeeland is nog niet voltooid en vraagt tot 2027 extra inzet om de benodigde gronden te verwerven en in te richten. Daarnaast is het realiseren van enkel het Natuurnetwerk onvoldoende om biodiversiteitsherstel te verkrijgen. De nadruk komt (inter-)nationaal meer te liggen op intensivering van het natuurbeleid via het steeds meer vervlechten van natuur met andere sectoren van de samenleving en de economie. De harde grenzen tussen “donkergroene” natuur binnen het natuurnetwerk dient meer en meer te vervagen en geleidelijk over te gaan in omringende functies, waarbij natuur als een autonoom gegeven vanzelfsprekend wordt (“lichtgroene natuur”). Dit is onlosmakelijk verbonden met de transitie naar een volhoudbare Zeeuwse landbouw. Hierbij krijgt de biodiversiteit een volwaardige plaats naast instandhouding van het landbouwkundig gebruik en behoud en versterking van de verschillende Zeeuwse (cultuurhistorische) landschappen. Erfgoed Het Zeeuwse erfgoed is een belangrijke drager van onze identiteit. Cultureel erfgoed is overal in onze samenleving aanwezig. In onze musea, historische binnensteden en op het platteland. Maar ook in de bodem en onder water, en als immaterieel erfgoed in onze tradities, rituelen en verhalen. Erfgoed is onder te verdelen in materieel en immaterieel erfgoed: ● Roerend erfgoed (verplaatsbaar, niet grondgebonden; zoals bibliotheken, archieven, collecties, verzamelingen, schilderijen, beeldhouwwerken, mobiel erfgoed, levend erfgoed. ● Onroerend erfgoed (niet verplaatsbaar, grondgebonden; landschappen, veteraanbomen, natuurerfgoed, archeologie, monumenten of bouwwerken). ● Immaterieel erfgoed is niet tastbaar erfgoed: mondeling doorgegeven erfgoed, dans, muziek, theater, rituelen, ambachten en tradities. Al deze onderverdelingen houden echter verband met elkaar. De talrijke monumenten, de landschapselementen, het cultuurlandschap, archeologische vondsten, streekproducten, verdronken dorpen en streekdrachten zijn het niet alleen waard om behouden te blijven, maar dienen ook zo veel mogelijk doorontwikkeld en ontsloten te worden. Dit betreft niet alleen juridisch beschermd, maar ook niet-juridisch beschermd erfgoed dat ook behouden moet worden omdat het cultuurhistorisch waardevol is. Doordat mensen erfgoed (fysiek of digitaal) kunnen beleven wordt het draagvlak om het te behouden en beschermen vergroot. Daarom zijn de Zeeuwse Erfgoedlijnen en het samenwerkingsverband Zeeuwse Ankers van groot belang en dat geldt ook voor het streven naar het verkrijgen van de status van UNESCO Geopark voor de Scheldedelta. Daarnaast liggen er nog vele kansen om het Zeeuwse erfgoed op innovatieve manier voor het publiek toegankelijk te maken. Deltawateren Door de aanleg van de Deltawerken is de waterveiligheid sterk verbeterd, maar er zijn wel problemen met de waterkwaliteit. Het watersysteem is erg veranderd. Er zijn verschillende waterbekkens ontstaan: zoet en zout, met en zonder getij. De waterbekkens kennen verschillende problemen zoals (blauw)algenbloei, overlast door exoten (zoals Japanse oester), zandhonger of een zuurstofloze bodem. Het Grevelingenmeer kampt met zuurstofloosheid, het Volkerak-Zoommeer met algenbloei en de Oosterschelde met zandhonger. In het Veerse Meer en Westerschelde is vooral de balans tussen verschillende functies van het water en de natuurwaarden een uitdaging. De deltawateren maken deel uit van de Natura2000-gebieden, maar de instandhoudingsdoelen worden niet gehaald. Naast de al genoemde problemen spelen daarbij de waterkwaliteit, verstoring en predatie een rol. De zeespiegelstijging neemt als gevolg van klimaatverandering op lange termijn (na 2050) toe met tenminste 1 tot 2 meter. De huidige strategie voor de kustverdediging voldoet voorlopig, maar op lange termijn niet meer. Strandsuppleties zijn vaker nodig om de veiligheid op peil te houden, maar zijn ook essentieel voor de Zeeuwse recreatie en de kwaliteit van de natuur. Klimaatverandering zorgt ook voor verandering van het ecosysteem van de deltawateren, door hogere watertemperaturen, de hogere waterstand en mogelijk op termijn ook door veranderingen in het getij. De verbetering van de waterkwaliteit is onzeker, vanwege de zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) zoals PFAS. Daarnaast zijn ook microplastics en zwerfvuil een groeiend probleem voor de waterkwaliteit. Watersysteem De samenhang tussen de verschillende onderdelen en functies van de watervoorziening maakt een integrale, grensoverschrijdende aanpak nodig. De problemen en oplossingen van de watervraag en het wateroverschot uit bebouwd gebied, landbouw, natuur en industrie dienen te worden afgestemd door alle betrokken organisaties. De beschikbaarheid van zoet water verschilt per gebied. In het oosten van Zeeland is door aanvoer zoet water beschikbaar voor de landbouw. Dit wordt via het oppervlaktewatersysteem verspreid. Vanuit de Biesbosch wordt zoet water aangevoerd via de zoetwaterleiding, waarvan fruitteeltbedrijven in de Bevelanden en de industrie gebruik maken. In de rest van Zeeland heeft 40% van het landbouwareaal de beschikking over aanvoer van zoet water, de overige 60% is afhankelijk van regenwater. De chemische en ecologische waterkwaliteit van de regionale wateren (Kaderrichtlijn Water, KRW) is nog niet op orde en de daarvoor benodigde uitvoeringsmaatregelen liggen niet op schema. De kwaliteit van het grondwater is overwegend goed. Voor de bescherming van het grondwater gelden algemene regels en zijn specifieke grondwaterwinnings- en beschermingsgebieden aangewezen. In een deel van het grondwater is een te hoge concentratie bestrijdingsmiddelen aanwezig (zoete grondwaterlichamen ‘Kreek’ en ‘Dekzand’). Extreme neerslag komt steeds vaker voor, wat eisen stelt aan de capaciteit van het watersysteem om overlast te voorkomen. Extreme droogte zorgt voor een grote vraag van burgers en bedrijven naar zoet water. De technische mogelijkheden voor zoetwaterbuffering nemen wel toe. Door zeespiegelstijging nemen echter op termijn ook de kweldruk en verzilting toe. Omgevingskwaliteit De kwaliteit van lucht, stilte, water, veiligheid en bodem in Zeeland is redelijk goed, maar voldoet nog niet overal aan de normen en wordt ook nog niet overal positief beleefd. Verbetering van de gezondheid (of welzijn) wordt steeds meer het uitgangspunt. Voor dit brede milieubeleid is door het Rijk een aanvulling op de NOVI opgesteld: het Nationaal MilieubeleidsKader (NMK). De luchtkwaliteit is de afgelopen decennia sterk verbeterd, omdat bedrijven en wegverkeer veel schoner zijn geworden. Desondanks speelt luchtverontreiniging nog een belangrijke rol bij gezondheidsproblemen. Wegverkeer, industrie (binnen en buiten Zeeland), landbouw en scheepvaart zijn in Zeeland de belangrijkste bronnen van luchtverontreiniging. Het Schone Lucht Akkoord (SLA) zet in op gezondheidswinst door verdere verbetering van luchtkwaliteit. Dit heeft ook positieve effecten op de stikstofuitstoot. Daarnaast zal terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen ook bijdragen aan de verbetering van de luchtkwaliteit. Geluidhinder wordt in Zeeland vooral veroorzaakt door het wegverkeer en bedrijven. Hinder door laagfrequent geluid neemt toe en kan verder toenemen door aanleg van meer warmtepompsystemen in de woonomgeving. De chemische en ecologische kwaliteit van het oppervlaktewater voldoet niet aan de KRW-normen (Kaderrichtlijn water), maar de waterkwaliteit verbetert wel. Dit is het gevolg van toepassing van de best beschikbare technieken bij afvalwaterlozingen. Een negatieve ontwikkeling is dat er meer medicijnresten en nieuwe zeer zorgwekkende stoffen in het water voorkomen. Risico’s voor burgers als gevolg van opslag, productie, bewerking en transport van gevaarlijke stoffen zijn continu onder de aandacht, maar er zijn in Zeeland geen gevallen van externe veiligheidsrisico’s die zo ernstig zijn dat sanering nodig is. Lokaal zijn er wel verhoogde groepsrisico’s. De op- en overslag en het aantal transporten met gevaarlijke stoffen (waaronder ammoniak en Liquid Organic Hydrogen Carriers) over weg, water en spoor neemt toe. Door deze toename is de kans op incidenten groter. Een andere milieufactor is elektromagnetische straling. In 2020 kennen we meerdere systemen voor mobiele communicatie (o.a. 4G, 5G), naast diverse andere toepassingen van draadloze communicatie. Deze draadloze communicatiesystemen veroorzaken stralingsbelasting voor mensen, dieren en natuur door elektromagnetische straling. De stralingsbelasting zal naar verwachting toenemen omdat voor elke gemeente een dekking van 98% het doel is. Een deel van de bevolking ervaart gezondheidsklachten door straling. Stralingsarme locaties (witte zones), woningen en aanpassing van de woonomgeving kunnen dit voorkomen. Landschap Het Zeeuwse landschap wordt gemiddeld hoog gewaardeerd door inwoners en toeristen, maar het is ook voortdurend in ontwikkeling. Bij ontwikkelingen wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met het landschap. Een deel van de landschaps- en cultuurhistorische elementen is beschermd om ze te kunnen behouden. Het gaat zowel om groene landschapselementen zoals natuur, bos en erfbeplanting als om aardkundig waardevolle elementen en cultuurhistorisch waardevolle structuren en gebouwen zoals Deltawerken, polders, dijken, historische boerderijen, buitenplaatsen, vliedbergen, molens en vestingwerken. Bestaande elementen verliezen voor een deel hun functie en kunnen dan in verval raken, waardoor de kwaliteit van het landschap afneemt. Nieuwe ontwikkelingen als gevolg van energietransitie, klimaatverandering en de landbouwtransitie zullen het landschap ook veranderen. 3.3 Hoofdlijnen aanpak Ondergrond Om de kwaliteit van de ondergrond en alles wat zich daarin bevindt te behouden, is bescherming en verbetering nodig. Behoud van bodem- en grondwaterkwaliteit, archeologische, aardkundige en cultuurhistorische waarden wordt verzekerd. Provincie en gemeenten leggen vast waar de waarden zich bevinden en zorgen voor de bescherming tegen aantasting. Verbetering van de fysische, chemische en biologische bodemkwaliteit wordt gecombineerd met activiteiten voor recreatie, kringlooplandbouw, klimaatadaptatie, biodiversiteit en aardkundig erfgoed. Waar nodig worden milieuproblemen gebiedsgericht aangepakt. Alle betrokken partijen dragen bij aan de kwaliteitsverbetering. Provincie en gemeenten zien toe op bodemsaneringen. Landbouw De landbouw ontwikkelt zich tot een volhoudbare bedrijfstak: economisch sterk, aangepast aan de klimaatverandering en in balans met de omgeving. Deze ontwikkeling draagt ook bij aan natuur- en landschapswaarden. De sector, grondeigenaren, provincie, waterschap, gemeenten en andere betrokken partijen werken de aanpak samen uit in een programma landelijk gebied. De ontwikkelingsstrategieën voor grondgebonden, niet-grondgebonden landbouw en aquacultuur worden door het Rijk, de provincie en de gemeenten vastgelegd. Natuur Bestaande natuurwaarden binnen en buiten de aangewezen natuurgebieden worden beschermd door de overheid. Een effectieve nationale en regionale aanpak van de stikstofuitstoot is een belangrijke voorwaarde voor verbetering van natuurwaarden. In de aanpak werken overheden, terreinbeheerders en economische sectoren gebiedsgericht samen aan een oplossing. Terreinbeheerders zorgen voor het beheer van de natuurgebieden en recreatieve meerwaarde door optimale toegankelijkheid, beleefbaarheid en vindbaarheid. De Provincie zorgt voor de voltooiing van het Natuur Netwerk Zeeland (NNZ) en samen met de terreinbeheerders voor verbetering van de kwaliteit van de gebieden. Een belangrijk deel van de natuurwinst wordt buiten het NNZ gerealiseerd. In het stedelijk gebied door natuurinclusief inrichten van de omgeving door gemeente, ontwikkelaars en woningcorporaties. In het landelijk gebied door het invoeren van natuurinclusieve landbouw en natuurwaarde toe te voegen in combinatie met klimaatadaptatie. Deltawateren Via het samenwerkingsverband Zuidwestelijke Delta (ZWD) werkt de provincie samen met Rijkswaterstaat, de provincies Zuid-Holland en Noord-Brabant, de betrokken waterschappen, gemeenten en de ministeries van I&W en EZK aan realisatie van een veilige, economisch aantrekkelijke en ecologisch gezonde delta. De voorkeursstrategie van het Deltaprogramma voor de Zuidwestelijke Delta wordt voortgezet en de herijking hiervan (in 2026) wordt met alle betrokken partijen samen opgesteld om vanuit het (ruimte)gebruik van de wateren en randen te kunnen blijven anticiperen op klimaatverandering en zeespiegelstijging. Het uitgangspunt hiervoor is de Gebiedsagenda ZWD2050. Dit is een samenhangend integraal ontwikkelperspectief om de toekomstige uitdagingen in de delta het hoofd te bieden. In bestaande en nieuw te vormen coalities in het gebied worden de handelingsperspectieven vormgegeven en kennis ontwikkeld. Een ecologisch gezond watersysteem vormt de basis voor het gebruik van de deltawateren. Vanuit kaders zoals PAGW (Programmatische Aanpak Grote Wateren), Natura 2000 en Kaderrichtlijn Water (KRW) wordt in samenspraak met belanghebbenden structureel gewerkt aan het functioneel herstel en behoud van de ecologische kwaliteit van de deltawateren. Specifiek voor het Veerse Meer is door betrokken overheden – door middel van een intensief participatietraject – gewerkt aan de gebiedsvisie Veerse Meer 2020-2030. In juli 2020 heeft dit geleid tot het formeel vastleggen van omgevingskwaliteiten, richtinggevende principes en overgangsbeleid, die bepalend zijn voor lopende en toekomstige ontwikkelingen (link). Deze zullen tot kaderstellende regels leiden in de provinciale omgevingsverordening en in gemeentelijke omgevingsplannen. Watersysteem De kwaliteit van oppervlakte- en grondwater wordt stapsgewijs verbeterd om in 2027 te voldoen aan de Europese KRW-normen. De kaders zijn doorvertaald in regels van rijk, provincie en waterschap. De aanpak voor oppervlaktewater loopt via het waterschapsbeheerprogramma van het waterschap, maar vraagt ook inspanning van andere partijen. Gemeenten zorgen voor het stedelijk waterbeheer. Evenwicht houden in gebruik en aanvulling van oppervlakte- en grondwater is een grote opgave door de klimaatverandering. Dit vraagt om aanpassing van het watersysteem om meer water te kunnen vasthouden en om gebruik aan te passen aan de beschikbaarheid van zoet water. In het Zeeuws Deltaplan Zoet water wordt hier door gebruikers en overheid samen een oplossing voor gezocht. Omgevingskwaliteit De kwaliteit van lucht, water, bodem, geluid en veiligheid is redelijk goed in Zeeland, maar voldoet nog niet overal aan de normen. In het provinciaal milieuprogramma zijn doelen en acties opgenomen om de milieukwaliteit verder te verbeteren. Het Schone Lucht Akkoord zet in op gezondheidswinst door verdere verbetering van luchtkwaliteit. Provincie en gemeenten zijn verantwoordelijk voor het milieubeleid en bijbehorende regelgeving. Waar nodig wordt een milieuproblemen gebiedsgericht aangepakt. De uitvoering, toezicht en handhaving lopen voornamelijk via de omgevingsdiensten (Regionale Uitvoeringsdienst Zeeland en DCMR milieudienst Rijnmond). Het is belangrijk dat er goede en adequaat georganiseerde en functionerende omgevingsdiensten voor Zeeland werkzaam zijn, om de bredere doelstellingen te kunnen halen. Landschap en erfgoed De bestaande landschappelijke, cultuurhistorische en aardkundige kernkwaliteiten worden beschreven, beschermd en beleefbaar gemaakt. Overheid en ondernemers houden bij de locatiekeuze en ontwerp voor nieuwe activiteiten rekening met deze kernkwaliteiten. Het doel is dat ontwikkelingen landschap en erfgoed benutten als inspiratiebron en bijdragen aan versterking daarvan. 3.4 Inschatting van de effecten Onderstaande figuur is een vereenvoudigde weergave van de inschatting van de effecten uit het milieueffectrapport. Hieruit blijkt dat we voor meer dan de helft van de onderwerpen nog ver van de ambitie verwijderd zijn (blauwe driehoek). Zonder het nieuwe beleid in deze visie, zouden we voor een deel van de onderwerpen verder van de ambitie afraken (roze kruis). Wat het effect is van het beleid in de visie verschilt erg per onderwerp (bruine driehoek). Alle onderwerpen laten een duidelijke verbetering zien ten opzichte van onveranderd beleid (pijl). 4 EEN DUURZAME EN INNOVATIEVE ECONOMIE 4.1 Samenhang en ambitie Samenhang De unieke ligging van Zeeland biedt kansen voor innovatieve en duurzame ondernemingsvormen, voor alternatieve vormen van vervoer. Er is altijd ruimte om te pionieren. Veel Zeeuwen vinden werk in de toeristenbranche, het MKB en de industrie. In een circulaire Zeeuwse economie vinden de verschillende branches elkaar en moeten zij op een ander niveau samenwerken, niet alleen als leverancier/afnemer van een grondstof, energie of eindproduct, maar ook van het restproduct. Door deze samenwerking ontstaat een kringloop die zo laag mogelijk gesloten wordt. Door het produceren en gebruiken van lokale grondstoffen wordt hier invulling aan gegeven. De circulaire economie beïnvloedt de hele menselijke samenleving. Te denken valt aan de transportsector, onze infrastructuur, energievoorziening en onze behoefte daaraan. Er ontstaat werkgelegenheid in nieuwe sectoren. Circulaire economie raakt alle sectoren waarin werk wordt verzet, dus aan alle andere uitdagingen binnen de Omgevingsvisie. Daarnaast is de circulaire economie van grote invloed op het milieu en de bodem. Deze ambitie sluit aan bij de NOVI-prioriteit 'Duurzaam economisch groeipotentieel'. In de Zeeuwse Omgevingsvisie krijgen het MKB en de havens extra aandacht. Met deze ambitie dragen we bij aan de volgende Duurzame Ontwikkelingsdoelen. De ambitie voor 2050 In 2050 heeft Zeeland net als de rest van Nederland een circulaire economie. De meeste sectoren maken gebruik van reststoffen die door anderen onbenut zijn gelaten, dan wel zijn uitgestoten als afval of producten die aan het eind van de levensduur zijn en worden hergebruikt. Hierdoor staan de sectoren niet langer op zichzelf maar houden ze contact met andere branches. Nieuwe productieprocessen maken dit rendabel. Grondstoffen hebben in de biobased economie zoveel mogelijk een groene herkomst. Ze worden als dat kan, in Zeeland geteeld en worden geleverd aan regionale afnemers. Het Zeeuwse onderwijs sluit aan op de arbeidsmarkt. Het bedrijfsleven biedt werk op maat. De infrastructuur is modern en betrouwbaar en biedt ruimte aan CO2-neutraal vervoer via verschillende modaliteiten. Hierbij is een belangrijke plaats ingeruimd voor buisleidingen van en naar industrieën en bedrijven; tussen de verschillende haventerreinen, ook over en weer van de provincie- en landsgrens. Vervoer van gevaarlijke stoffen vindt in hoofdzaak alleen nog plaats op ruime afstand van woongebieden. De haven- en industriegebieden bieden plaats aan clusters van bedrijven. Ook elders heeft een concentratie van bedrijventerreinen plaatsgevonden. Dit geeft bedrijven de ruimte om te ondernemen. Hierdoor wordt hinder zoveel mogelijk beperkt. Er is een eerlijk speelveld voor bonafide ondernemers en burgers. In Zeeland wordt werk gemaakt van innovatie. Er zijn financieringsvouchers beschikbaar en ondernemers nemen deel aan kennistrajecten, waarbij samen met onderwijsinstellingen en studenten wordt gewerkt aan concrete oplossingen voor uitdagingen. Zeeuwse experimenten en proeftuinen in alle sectoren dragen substantieel bij aan de Nederlandse economie. Zeeuwse bedrijfsvormen in alle sectoren spelen actief in op actuele ontwikkelingen. Bedrijfsvormen die grotendeels afhankelijk zijn van natuurlijke omstandigheden, zoals de visserij, opereren duurzaam en houden in hun bedrijfsvoering rekening met de natuurwaarden. 4.2 Huidige situatie, trends en ontwikkelingen Verdienvermogen en werkgelegenheid Zeeland is een veelzijdige provincie met een groenblauw en landelijk karakter waar verschillende economische sectoren een belangrijke rol spelen. Deze sectoren zijn toerisme, de industrie, landbouw, visserij, transport en daarbij nog diverse ondersteunende sectoren. Zeeland heeft een gunstige kostenstructuur en financieringsmogelijkheden. Ook kent de regio een hoogwaardige onderwijsinfrastructuur. Het Bruto Regionaal Product van Zeeland bedraagt 2,18% van het bruto nationaal product. Een groot deel van de Zeeuwse economie is gekoppeld aan de zeehavens. Indirect is 18% van de Zeeuwse werkgelegenheid en 46% van de Zeeuwse toegevoegde waarde gekoppeld aan de havens. North Sea Port is de derde zeehaven van Europa op basis van toegevoegde waarde. Wat betreft werkgelegenheid is het midden- en kleinbedrijf (MKB) de motor van de Zeeuwse economie. Voor wat betreft toegevoegde waarde zijn dat de havens en industrie. Er is een goed havencomplex en nichemarkten. Er zijn weinig middelgrote ondernemingen. Het MKB scoort onder het Nederlands gemiddelde wat betreft innovatie. Publieke investeringen in de sector Research & Development zijn laag. De Zeeuwse bevolking telt minder hoogopgeleiden dan het landelijk gemiddelde. Effecten coronapandemie Door het relatief grote aandeel van de industrie in de Zeeuwse economie, behoort Zeeland tot de vier zwaarst getroffen provincies door de gevolgen van de coronapandemie. Zeeuwse bedrijven hebben te kampen met de gevolgen van de maatregelen die rijksoverheden hebben genomen om de gezondheidscrisis te beheersen. Deze maatregelen hebben grote economische gevolgen en leiden vervolgens ook tot effecten op sociaal, cultureel, maar ook ecologisch gebied. De Nederlandse industrie is sterk geïnternationaliseerd en daardoor gevoelig voor verstoringen in de wereldeconomie. Andere sectoren die in Zeeland ook zwaar getroffen worden, zijn het MKB, detailhandel, horeca en cultuur. Op korte termijn heeft dit aanzienlijke negatieve effecten op verdienvermogen en werkgelegenheid. De impact van de pandemie op langere termijn is nog onzeker. Circulaire economie De regionale kansen voor een circulaire economie liggen onder andere in de bouw en verblijfsrecreatie (MKB), industrie en maintenance en voorbeeldwerking via inkoop- en aanbesteding/duurzame grond-, weg- en waterbouw door de overheden, bijvoorbeeld door circulaire projecten in de Zuidwestelijke Delta. De eerste circulaire projecten zijn opgestart. Daarmee zijn successen behaald die passen in de ontwikkeling van de gestelde doelen. Het gaat onder andere om het circulair bouwen, kennisuitwisseling en projecten voor maritieme en industriële symbiose. Zoetwaterschaarste heeft een samenwerking tot gevolg die resulteert in plannen voor een robuust watersysteem in Zeeuws-Vlaanderen. Bestaande samenwerkingen in de regio werken goed (mede dankzij de schaal van de regio kennen partijen elkaar en kennen de mensen in het netwerk elkaar). Er is een toenemende aandacht voor ‘natuurlijk kapitaal’ en ‘regionale kwaliteit’ en ook een toenemende schaarste aan zoet water, grondstoffen en zeldzame materialen. IT en datamanagement (waaronder blockchain) nemen toe in kracht en dienen de transitie naar een circulaire economie als het gaat om efficiënte(re) inzet van grondstoffen, minder afhankelijkheid van primaire grondstoffen en het ondersteunen van product-as-a-service (producten gebruiken zonder ze zelf in eigendom te hebben). Er liggen veel kansen in de transitie naar een circulaire economie. De chemiesector heeft te maken met een mondiale concurrentiestrijd en een opgave in de energietransitie. De recreatie- en toerismesector is sterk in beweging en er ligt een vraag om kwaliteitsverbetering en een gemeenschappelijke infrastructuur. Tevens is er sprake van een toenemende havensamenwerking, ook internationaal. Milieueffecten Alle economische sectoren beïnvloeden op de een of andere manier het milieu. Ook andere ontwikkelingen zorgen mogelijk voor veranderingen van de milieukwaliteit. Daarbij kan gedacht worden aan: energietransitie, CO2-reductie, circulaire economie, meer duurzame economie, technologische ontwikkelingen, klimaatverandering met extreme weersomstandigheden, digitalisering, deregulering, actuele en nieuwe milieuproblemen, burgerparticipatie, draagkracht natuur en ruimte en gezondheid. In Zeeland is er een goede balans tussen milieukwaliteit en bedrijvigheid. Het is van belang om dit in de toekomst minimaal te behouden en waar mogelijk te verbeteren. Het provinciale Programma VTH+S uit 2021 zorgt betrouwbare en professionele uitvoeren van provinciale taken bij het verlenen van vergunningen, het controleren en het handhaven van de wet- en regelgeving. Terugdringen van de stikstofuitstoot is nodig om natuurwaarden te herstellen en meer ontwikkelruimte voor economische activiteiten in Zeeland te creëren. Daarbij is het mogelijk om bovenwettelijke innovatieve maatregelen die emiss