Uitvoeringsbesluit subsidies Overijssel 2017Gedeputeerde Staten van Overijssel hebben besloten: het Uitvoeringsbesluit subsidies Overijssel 2011 per 1 januari 2017 in te trekken; het Uitvoeringsbesluit subsidies Overijssl 2017 vast te stellen en inwerking te laten treden op 1 januari
(2015)conform referentieparkmethode Toelichting: Dit betekent dat bijvoorbeeld voor een gebruik van 1 kWh elektriciteit aan de bron in een conventionele elektriciteitscentrale 2,42 kWh energie nodig is. Er gaat immers energie verloren tijdens de omzetting naar elektriciteit, tijdens transport, etc. Regeling Bouwbesluit 2012: Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 22 december 2011, nr. 2011-2000589667, tot vaststelling van nadere voorschriften voor bouwwerken; technische voorziening: bedrijfsmiddelen zoals genoemd in de energielijst of bedrijfsmiddelen ten behoeve van hernieuwbare energie; totale vermeden primaire energieverbruik: het vermeden primaire energieverbruik over een periode van 15 jaar door energiebesparing + het vermeden primaire energieverbruik over een periode van 15 jaar door hernieuwbare energie– het eigen primaire energieverbruik van de aanvullende technische voorzieningen over een periode van 15 jaar; waterenergie: is energie die gewonnen wordt met behulp van een technische voorziening door het gebruik van stroomsnelheid of hoogteverschil in oppervlaktewaterwater, is thermische energie in de vorm van (rest)warmte- of koude gewonnen uit water, of is energiebenutting waar water als opslagmedium dient om hernieuwbare energie toe te passen. Energie uit water omvat alle vormen van energiewinning en energieopslag met water als hernieuwbare energiebron. windenergie: technische voorziening waarmee elektriciteit wordt opgewekt uit de stroming van lucht met behulp van een windturbine. zonne-energie: technische voorziening waarmee elektriciteit- of warmteopwekking plaatsvindt door middel van photo-voltaïsche (PV) panelen, zonneboilers en PV-panelen met een zonnecollector (PVT) met inbegrip van omvormers. Artikel3.1.2Subsidiabele activiteiten Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor investeringen in: technische voorzieningen voor energiebesparing in of bij gebouwen, zoals opgenomen in de energielijst onder categorie A; technische voorzieningen voor energiebesparing in bestaande of nieuwe bedrijfsprocessen zoals opgenomen in de energielijst onder categorie B; hernieuwbare energie. Artikel3.1.3Criteria
- Een aanvraag voor subsidie voldoet aan de volgende criteria: de aanvrager is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke rechtspersoon, een maatschap, een vennootschap onder firma, een commanditaire vennootschap, een eenmanszaak of een kerkgenootschap; er is sprake van energiebesparing of hernieuwbare energie in Overijssel; alleen investeringen in technische voorzieningen die een terugverdientijd hebben van vijf jaar of meer komen in aanmerking voor de subsidie; indien de te verstrekken subsidie staatssteun oplevert in de zin van artikel 107 eerste lid van het VWEU, dan voldoet: de subsidie als bedoeld in artikel 3.1.2 sub a en b aan artikel 38 van de AGVV; de subsidie als bedoeld in artikel 3.1.2 sub c aan artikel 41 van de AGVV. Toelichting: In artikel 1.1.8 is nader toegelicht wanneer sprake kan zijn van staatssteun
- In aanvulling op het eerste lid voldoet een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 3.1.2 sub a aan de volgende criteria: met de technische voorzieningen bij nieuwbouw van utiliteitsgebouwen waarbij een EPC-eis geldt, wordt tenminste een 25% lagere EPC bereikt dan wettelijk voorgeschreven op moment van aanvraag of wordt er, indien er geen EPC-eis geldt, een reductie van tenminste 25% gehaald ten opzichte van wat gangbaar is; Toelichting: De EPC-eisen zijn te vinden op de website http://www.rvo.nl/. met de technische voorzieningen bij bestaande utiliteitsgebouwen wordt tenminste een energieprestatie van label A++ bereikt of wordt een energielabel bereikt dat minimaal 4 stappen beter is dan dat het was of wordt minimaal de energieprestatie-eis uit de Regeling Bouwbesluit 2012 voor nieuwbouw bereikt.
- In aanvulling op het eerste lid voldoet een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 3.1.2 sub c aan de volgende criteria: windenergie komt alleen in aanmerking voor de subsidie als sprake is van installaties die bedoeld zijn voor kleinschalige opwekking, met een maximale hoogte van 25 meter en een maximaal vermogen van 50 kilowattpiek; zonne-energie komt alleen in aanmerking voor de subsidie als het wordt gecombineerd met investeringen zoals bedoeld in artikel 3.1.2 sub a, sub b of bodemenergie, windenergie, waterenergie of energie uit biomassa; energie uit biomassa komt alleen in aanmerking voor subsidie als er geen sprake is van biobrandstoffen waarvoor een leverings- of bijmengverplichting geldt; indien sprake is van waterenergie dan voldoet die aan Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement. Artikel3.1.4Hoogte van de subsidie De subsidie bedraagt maximaal 30% van de subsidiabele kosten, met een maximum van € 200.000,– per aanvraag, met uitzondering van zonne-energie. Voor zonne-energie geldt dat de subsidie maximaal 15% van de subsidiabele kosten bedraagt, met een maximum van € 100.000,- voor zonne-energie en een maximum van € 200.000,- voor de gehele aanvraag. Toelichting: Als er sprake is van staatssteun dan kan dit gevolgen hebben op de hoogte van de subsidieverlening of vaststelling. Wanneer voor dezelfde activiteit al steun is verleend dan kan dit betekenen dat onder toepassing van artikel 8 van de AGVV afgeweken wordt van de in dit artikel genoemde maximum percentages. Dit betekent onder andere dat de totale overheidsbijdrage voor de betreffende activiteit in totaal niet meer bedraagt dan: 30% indien de aanvrager een grote onderneming is; 40% indien de aanvrager een middelgrote onderneming is; 50% indien de aanvrager een kleine onderneming is. Artikel3.1.5Subsidiabele kosten
- Uitsluitend de volgende kosten die nodig zijn om het hogere niveau aan energiebesparing te behalen zijn subsidiabel: aanschafkosten van de technische voorzieningen overeenkomstig artikel 1.1.5 derde lid; loonkosten ten behoeve van de installatie van de technische voorziening overeenkomstig artikel 1.1.5 derde lid of eerste lid sub b; Toelichting: Indien sprake is van eigen loonkosten van de aanvrager ten behoeve van de installatie van de technische voorziening dan zijn deze overeenkomstig artikel 1.1.5 eerste lid sub b, subsidiabel voor een vast tarief van € 35,- per uur. Voor loonkosten van derden geldt artikel 1.1.5 derde lid.
- Bij de berekening van de subsidie worden alleen de kosten van de investering betrokken die als een afzonderlijke investering vast te stellen zijn. Artikel3.1.6Niet subsidiabele kosten In aanvulling op artikel 1.1.6 zijn de volgende kosten niet subsidiabel: advieskosten; andere voorbereidingskosten dan kosten voor de installatiewerkzaamheden; kosten projectmanagement- of projectbegeleiding; kosten voor gronden; onderhoudskosten; exploitatiekosten. Artikel3.1.7Weigeringsgronden In aanvulling op artikel 1.1.7 weigeren Gedeputeerde Staten de subsidie indien: sprake is van woningen; sprake is van wettelijk vereiste technische voorzieningen, waaronder technische voorzieningen die op grond van de Regeling Bouwbesluit 2012 voor nieuwbouw verplicht zijn; sprake is van aanschaf van voertuigen voor het vervoer over de weg, vaartuigen voor de binnenvaart of railgebonden voertuigen; voor zonne-energie al subsidie is aangevraagd of verstrekt door een ander bestuursorgaan; Toelichting: Dit betekent dat de aanschafkosten en loonkosten ten behoeve van de installatie voor zonne-energie niet subsidiabel zijn. Voorbeeld is de SDE+. subsidie wordt aangevraagd voor LED-verlichting of een HR-ketel. sprake is van een installatie die op het moment van de aanvraag al in bedrijf is genomen. Artikel3.1.8Indieningstermijn aanvraag tot subsidieverlening
- In afwijking van artikel 1.2.2 geldt dat een aanvraag om subsidie kan worden ingediend: vanaf 15 februari en ontvangen uiterlijk op 1 april vóór 17.00 uur; vanaf 1 augustus en ontvangen uiterlijk op 15 september vóór 17.00 uur.
- Een onvolledige aanvraag voor subsidie kan na sluitingsdatum alleen volledig worden gemaakt voor zover het geen inhoudelijke aanvulling of wijziging van de aanvraag betreft. Toelichting: Doordat het een tenderregeling is, is het voor de gelijktijdige beoordeling nodig dat alle stukken voor de sluiting van de aanvraagtermijn ingediend zijn. Na de sluitingsdatum is er alleen ruimte voor het herstel van kleinigheden die niet inhoudelijk van aard zijn, zoals een handtekening of een bankrekeningnummer. Artikel3.1.9Aanvullende stukken bij de aanvraag tot subsidieverlening
- De aanvrager maakt bij de aanvraag gebruik van het aanvraagformulier ‘Hernieuwbare energie en energiebesparing’
- In afwijking van artikel 1.2.1 tweede lid overlegt de aanvrager bij de aanvraag om subsidie een projectplan waarin is beschreven: een omschrijving van de investering; indien sprake is van activiteiten als bedoeld in artikel 3.1.2 sub a of b een onderbouwing van de energiebesparing van de investering over een periode van 15 jaar in GigaJoule, kWh of m3; indien sprake is van activiteiten als bedoeld in artikel 3.1.2 sub c een onderbouwing van de hernieuwbare energie van de investering opgewekt over een periode van 15 jaar in GigaJoule, kWh of m3; onderbouwing van het eigen energieverbruik van de investering over een periode van 15 jaar in GigaJoule, kWh of Nm3, of aangeven dat geen sprake is van eigen energieverbruik van de investering; onderbouwde terugverdientijd van de investering; vervallen vervallen een ingevulde door de provincie beschikbaar gestelde rekentool “Berekening vermeden primaire energie”, waaruit het vermeden primaire energieverbruik over een periode van 15 jaar in Gigajoule, Kwh of Nm3 blijkt; Toelichting: De rekentool is te vinden op www.overijssel.nl/subsidie. een ingevuld door de provincie beschikbaar gestelde format begroting en dekkingsplan Hernieuwbare energie en energiebesparing, waaruit duidelijk blijkt: de aanschafbedragen van de technische voorzieningen inclusief de kosten van de installatie van de technische voorziening; indien van toepassing, de loonkosten aanvrager ten behoeve van de installatie van de technische voorziening; offerte of offertes waaruit de aanschaf- en installatiekosten blijken, of een door een onafhankelijke derde opgestelde kostenraming; indien aanwezig een kopie van de noodzakelijke vergunningen; indien sprake is van technische voorzieningen als bedoeld in artikel 3.1.2 sub a: bij nieuwbouw: EPC-waarde zoals wettelijk vereist volgens Regeling Bouwbesluit 2012 en een EPC berekening inclusief aanvullende technische voorzieningen die inzichtelijk maakt hoe de aanvullende technische voorzieningen bijdragen aan de verbetering van de EPC of, indien geen EPC-eis geldt, een energiebalans berekening uitgedrukt in MJ/m2; bij bestaande bouw: energielabel van de oude situatie en de nieuwe situatie die inzichtelijk maakt hoe de aanvullende technische voorzieningen bijdragen aan de verbetering van het energielabel of een berekening waaruit blijkt dat in de nieuwe situatie wordt voldaan aan de energieprestatie-eis uit de Regeling Bouwbesluit
- Artikel3.1.10Subsidieplafond Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks een subsidieplafond vast. Artikel3.1.11Volgorde van behandeling
- In afwijking van artikel 1.1.4 plaatsen Gedeputeerde Staten de subsidieaanvragen, die voldoen aan de in artikel 3.1.3 gestelde criteria, in een volgorde op basis van behaalde score. Gedeputeerde Staten verstrekken de subsidie in de volgorde van behaalde score, voor zover het subsidieplafond dit toelaat. De score wordt bepaald op basis van de in Scoretabel 1 genoemde wegingscriteria.
- Bij een gelijke score bepaalt het totale vermeden primaire energieverbruik de volgorde. Scoretabel 1 WEGINGSCRITERIA TE BEHALEN PUNTEN WEGINGS-FACTOR SCORE a. totale vermeden primaire energieverbruik (in GigaJoule) 100.000 of hoger=10 40.000 tot 100.000= 8 20.000 tot 40.000= 6 10.000 tot 20.000=4 1.000 tot 10.000= 2 0 tot 1.000= 0 30% Punten x 0,3= score a b. totale vermeden primaire energieverbruik gedeeld door het aangevraagd subsidiebedrag (in GigaJoule/€) 1,6 of hoger = 10 0,8 tot 1,6= 8 0,4 tot 0,8= 6 0,2 tot 0,4= 4 0,1 tot 0,2= 2 0 tot 0,1= 0 30% Punten x 0,3= score b c. mate van slaagkans van de investering(afhankelijk van de kwaliteit van het projectplan, de technische, financiële en juridische haalbaarheid en de mate waarin de activiteiten startgereed en/of obstakelvrij zijn) goed = 10 voldoende = 6 matig= 1 20% Punten x 0,2= score c d. praktische navolging van de investering(afhankelijk van de mate waarin de kennis en expertise actief wordt gedeeld, voorbeeldwerking en herhaalpotentieel van de activiteit) goed = 10 voldoende = 6 matig= 1 10% Punten x 0,1= score d e. Mate van combinatie van de verschillende subsidiabele activiteiten zoals genoemd in artikel 3.1.2 3 subsidiabele activiteiten = 10 2 subsidiabel activiteiten= 5 1 subsidiabele activiteit = 0 10% Punten x 0,1= score e Totaalscore =Score a+score b+score c+score d+ score e Artikel3.1.12Verplichtingen subsidieontvanger In aanvulling op de artikelen 1.4.1, 1.4.5 en 1.4.6 is de subsidieontvanger verplicht de technische voorziening te hebben aangeschaft en geïnstalleerd en in gebruik te hebben genomen uiterlijk drie jaar na datum van subsidieverlening. Artikel 3.1.13 Aanvullende stukken bij de aanvraag tot subsidievaststelling In aanvulling op artikel 1.5.2 tweede lid of artikel 1.5.3 tweede lid overlegt de aanvrager bij de aanvraag tot vaststelling (dus na afloop) tevens een ingevuld factsheet Subsidieregeling Hernieuwbare energie en energiebesparing. Toelichting: Het factsheet is te vinden op www.overijssel.nl/subsidie. Paragraaf3.2Haalbaarheidsstudies nieuwe energie en energiescans Artikel3.2.1Begripsbepalingen In deze paragraaf wordt verstaan onder: energiebesparing: technische, logistieke of organisatorische voorzieningen die leiden tot verminderd verbruik van energie, zoals gedefinieerd in het protocol Monitoring energiebesparing 2001; toelichting: Het protocol Monitoring energiebesparing 2001 is de vinden op de website http://www.ecn.nl/ (publicatienummer: ECN-C-01-129). energieopwekking: duurzame energie opwekkingsvoorzieningen die het geheel of gedeeltelijk gebruikmaken van energie uit hernieuwbare energiebronnen mogelijk maken, zoals gedefinieerd in het Protocol Monitoring Hernieuwbare Energie; toelichting: Het protocol Monitoring Hernieuwbare Energie 2010 is te vinden op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, www.rvo.nl. energiescan: een energieonderzoek dat inzicht geeft in het energieverbruik van een onderneming; toelichting: Informatie over de energiescan is te vinden op http://www.energiescanoverijssel.nl/.] haalbaarheidsstudie: een studie naar de toepassing van innovatieve technieken gericht op één of meerdere energiebesparende maatregelen of duurzame energie opwekkingsvoorzieningen waarvan het onduidelijk is, of deze toepassing technisch inpasbaar of economisch rendabel is. De studie richt zich zowel op bouwkundige, technische, logistieke en organisatorische aspecten als het industriële verbruik; brancheorganisatie: een vereniging of stichting van ondernemers met eenzelfde soort bedrijf, die zich verenigd hebben om collectieve belangen of deelbelangen van groepen leden of individuele belangen van leden te behartigen. Artikel3.2.2Subsidiabele activiteiten Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor: een haalbaarheidsstudie energieopwekking of energiebesparing; een stimuleringsproject energiescans. Artikel3.2.3Criteria
- Een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 3.2.2 onder sub a voldoet aan de volgende criteria: de aanvrager is een privaatrechtelijke rechtspersoon, een maatschap, een vennootschap onder firma, een commanditaire vennootschap of een eenmanszaak, niet zijnde een holding of een moedermaatschappij van een concern; een haalbaarheidsstudie heeft betrekking op één van de volgende investeringen: energieopwekking uit hernieuwbare energiebronnen te weten bio-energie, geothermie, zonne-energie of waterenergie; energiebesparing door de distributie van restwarmte rechtstreeks naar de eindgebruiker. energiebesparing door bouwkundige, technische, logistieke of organisatorische aspecten. de haalbaarheidsstudie is ten behoeve van inwoners of ondernemingen die gevestigd zijn in Overijssel; uit het dekkingplan blijkt dat ten minste 10% van de subsidiabel kosten gedekt is met eigen geld of bijdrage van de aanvrager zelf, niet zijnde subsidie van het Rijk, gemeente of waterschap; de aanvrager heeft een aantoonbaar belang bij de uitkomsten van de haalbaarheidsstudie. Dat belang kan zijn dat: de aanvrager op basis van de haalbaarheidsstudie de investeringsbeslissing neemt; of dat de aanvrager eigenaar of mede-eigenaar is van het innovatieve concept dat wordt uitgewerkt; een haalbaarheidsstudie naar energiebesparende maatregelen bij bedrijven is aantoonbaar uitgebreider dan het standaard energieonderzoek dat voor MKB-bedrijven beschikbaar is; indien de te verstrekken subsidie staatssteun oplevert in de zin van artikel 107 eerste lid van het VWEU dan voldoet de subsidie aan de algemene de-minimisverordening, de de-minimisverordening landbouw of de de-minimisverordening visserij. Toelichting: In artikel 1.1.8 is nader toegelicht wanneer sprake kan zijn van staatssteun.
- Een aanvraag voor een subsidie als bedoeld in artikel 3.2.2 onder sub b voldoet aan de volgende criteria: de aanvrager is een Overijsselse gemeente of een brancheorganisatie; het project is gericht op het stimuleren van MKB-ondernemingen in Overijssel om energiebesparende maatregelen te realiseren; Artikel3.2.4.Hoogte van de subsidie De subsidie bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 15.000,– per aanvraag. Toelichting: Als sprake is van staatssteun en de subsidieontvanger heeft al steun op basis van de algemene de-minimisverordening, de de-minimisverordening landbouw of de de-minimisverordening visserij ontvangen dan kan dit gevolgen hebben op de hoogte van de subsidieverlening. Artikel3.2.5.Aanvullende stukken bij de aanvraag tot subsidieverlening De aanvrager maakt bij de aanvraag gebruik van het aanvraagformulier Haalbaarheidsstudies energie en energiescans. In aanvulling op artikel 1.2.1 tweede lid overlegt de aanvrager bij de aanvraag om subsidie de potentiële hoeveelheid energie die wordt opgewekt of bespaard in joules. Artikel3.2.6.Subsidieplafond Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks een subsidieplafond vast. Artikel3.2.7.Weigeringsgronden In aanvulling op artikel 1.1.7 weigeren Gedeputeerde Staten de subsidie indien subsidie wordt gevraagd voor: wettelijk vereiste onderzoeken en maatregelen; een haalbaarheidsstudie die betrekking heeft op bewezen en rendabele technieken; toelichting: Voorbeelden van bewezen en rendabele technieken zijn warmte- en koude-opslag, warmteterugwinning, houtpelletkachels, lagetemperatuurverwarming, warmtepompen en zonnepanelen. een haalbaarheidsstudie naar energiebesparende maatregelen in de woningbouw die leiden tot verbetering van minder dan 50 woningen; een haalbaarheidsstudie die uitgaat van maatregelen voor nieuwbouw van utiliteitsgebouwen en van woningen met minder dan een 25% lagere EPC dan wettelijk voorgeschreven op moment van aanvraag; een haalbaarheidsstudie die uitgaat van maatregelen in nieuwbouw van kantoren, woningen en scholen met een energiewaarde lager dan 8 in de GPR-score; een haalbaarheidsstudie die uitgaat van maatregelen voor bestaande gebouwen die daarmee een energieprestatie bereiken lager dan label A of label B en minder dan 3 labelstappen vooruitgaan; een haalbaarheidsstudie naar energiebesparing of -projecten in huishoudens; In aanvulling op het eerste lid weigeren Gedeputeerde Staten de subsidie indien: de aanvrager een ingenieurs- of adviesbureau betreft, tenzij het bureau de haalbaarheidsstudie uitvoert ter voorbereiding op een eigen investering in energiebesparing of energieopwekking; aan de aanvrager op basis van deze subsidieparagraaf voor de activiteit in het betreffende kalenderjaar in totaal al twee keer of meer een subsidie is verstrekt. Artikel3.2.8Verplichtingen subsidieontvanger In aanvulling op de artikelen 1.4.1, 1.4.5 en 1.4.6 is de subsdieontvanger verplicht: de subsidiabele activiteit binnen een 1 jaar na subsidieverlening te hebben uitgevoerd; de haalbaarheidsstudie beschikbaar te stellen aan iedereen die er belangstelling voor heeft. toelichting: Indien de haalbaarheidsstudie bedrijfsgevoelige informatie bevat, wordt deze ook beschikbaar gesteld, waarbij de bedrijfsgevoelige informatie geanonimiseerd mag worden. Paragraaf3.3Energiebesparende maatregelen (geld terug actie) Toelichting: Het programma Nieuwe Energie is gericht op duurzame energie en energiebesparing met als doel het fossiele energiegebruik te verminderen. Met deze subsidieregeling wordt uitvoering gegeven aan het deelprogramma ‘Energiebesparing bij bedrijven en -terreinen'. Ondernemingen die een energieonderzoek hebben laten uitvoeren, kunnen een subsidieaanvraag indienen voor het uitvoeren van de maatregelen die voorgesteld worden in het energieonderzoek. Artikel3.3.1Begripsbepalingen In deze paragraaf wordt verstaan onder: energiebesparende maatregelen: technische, logistieke of organisatorische voorzieningen die leiden tot verminderd verbruik van energie, zoals deze naar voren komen in het energieonderzoek en gedefinieerd is in het protocol Monitoring energiebesparing. De energiebesparende maatregelen zijn gebaseerd op de erkende maatregelen voor energiebesparing en de aanvullingen daarop van Infomil; toelichting: Zonnepanelen worden aangemerkt als energieopwekking en komen daarom niet in aanmerking voor subsidie. energieonderzoek: een onderzoek naar energiebesparingsmogelijkheden in gebouwen en industriële processen. Het onderzoek richt zich zowel op bouwkundige, technische en organisatorische aspecten, cultuurhistorische waarden als het industriële gebruik; toelichting: Een eenvoudige energiescan, zoals de digitale NZOscan, geeft niet alle mogelijke maatregelen weer. Voor een volledig overzicht wordt verwezen naar een energieonderzoek door een energieadviseur. EPA-U: een Energie Prestatie Advies voor bestaande utiliteitsgebouwen MKB-Nederland: brancheorganisatie voor het midden- en kleinbedrijf. Artikel3.3.2Subsidiabele activiteiten Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor: energiemaatregelen die genoemd zijn in het energieonderzoek; een energieonderzoek. Artikel3.3.3Criteria Een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 3.3.2 voldoet aan de volgende criteria: de aanvrager is een privaatrechtelijke rechtspersoon, een maatschap, een vennootschap onder firma, een commanditaire vennootschap, een eenmanszaak of een kerkgenootschap; het energieonderzoek dient te zijn uitgevoerd na 1 januari 2013; het energieonderzoek is uitgevoerd: door een gecertificeerd energie-adviseur met aantoonbare ervaring in het Mkb; Toelichting: De ervaring van de energie-adviseur kan aangetoond worden door verwijzing naar referentieprojecten. Voorbeelden van certificatie zijn EPA, EPA-U of ander certificaat. Voorbeeld van een certificerende instantie is FeDec. door een branchespecialist; of in opdracht van of met subsidie van de provincie Overijssel of een Overijsselse gemeente. de energiebesparende maatregelen hebben betrekking op het pand en de installaties daarbinnen waarvoor het energieonderzoek is uitgevoerd; [vervallen.] [vervallen.] het vestigingsadres van het pand waarvoor de energiebesparende maatregelen worden toegepast is in Overijssel; de energiebesparende maatregelen zijn gerealiseerd in de periode van maximaal zes maanden voorafgaand aan de subsidieaanvraag; de minimale investering in een gerealiseerde energiebesparende maatregel per aanvraag bedraagt € 4.
- Bij een gezamenlijke aanvraag kan één van de Mkb-ondernemingen of een onafhankelijke energieadviseur, als aanvrager aangewezen worden. Deze aanvrager is de subsidieontvanger en draagt zorg voor de verdeling van de subsidie. toelichting: Gedeputeerde Staten willen het mogelijk maken dat partijen een gezamenlijke aanvraag kunnen indienen. De totale investering per aanvraag moet dan € 4.000 of meer bedragen. [vervallen.] Artikel3.3.4Hoogte van de subsidie De subsidie als bedoeld in artikel 3.3.2 sub a bedraagt maximaal 25% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 2.500 per aanvraag, waarbij de subsidie voor advieskosten maximaal 5% van het totale investeringsbedrag bedraagt. Toelichting: Overeenkomstig artikel 3.3.8 lid 1 sub c kan een aanvrager maximaal 1 keer subsidie per vestigingsadres ontvangen. De subsidie als bedoeld in artikel 3.3.2 sub b bedraagt € 200,– indien de energiekosten minder dan € 10.000,- per jaar bedragen; € 400,– indien de energiekosten tussen de € 10.000,- en de € 30.000,- per jaar bedragen. Artikel3.3.5Subsidiabele kosten Uitsluitend kosten van derden als bedoeld in artikel 1.1.5 derde lid zijn subsidiabel. In afwijking van artikel 1.1.6 derde lid zijn de kosten van activiteiten die uitgevoerd zijn voordat de aanvraag voor subsidie is ontvangen, wel subsidiabel mits deze activiteiten uitgevoerd zijn tot maximaal zes maanden voorafgaand aan de subsidieaanvraag. Artikel3.3.6Aanvullende stukken bij de aanvraag tot subsidieverlening De aanvrager maakt bij de aanvraag gebruik van het aanvraagformulier Energiebesparende maatregelen. In afwijking van artikel 1.2.
- tweede lid sub c overlegt de aanvrager bij de aanvraag de volgende stukken: het energieonderzoek waarin minimaal is beschreven: het huidige energiegebruik; de energiebalans waarin minimaal 90% van het energiegebruik is toebedeeld aan de energiegebruikers; omschrijving van de energiemaatregelen, inclusief de verwachte investering en de verwachte energiereductie; en een plan van aanpak voor de uitvoering; de quick wins; kopieën van alle facturen en betaalbewijzen van de gemaakte en betaalde kosten. Artikel3.3.7Subsidieplafond Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks een subsidieplafond vast. Artikel3.3.8Weigeringsgrond
- In aanvulling op artikel 1.1.7 weigeren Gedeputeerde Staten de subsidie indien: subsidie wordt aangevraagd voor uitsluitend een energieonderzoek; het energieonderzoek is uitgevoerd na realisatie van de energiebesparende maatregelen; aan de aanvrager voor het vestigingsadres al subsidie is verstrekt op basis van deze subsidieparagraaf; de aanvrager een vereniging van eigenaars (VvE) betreft.
- In aanvulling op de eerste lid weigeren Gedeputeerde Staten de subsidie voor een energieonderzoek als bedoeld in artikel 3.3.2 sub b indien: het onderzoek voor 3 juli 2014 is uitgevoerd; het energieonderzoek een energieonderzoek ten behoeve van een sportvereniging is; energiekosten van de aanvrager meer dan € 30.000 per jaar bedragen. Paragraaf3.4Logistieke biomassaprojecten Artikel3.4.1Begripsbepalingen In deze paragraaf wordt verstaan onder: biomassa: de biologisch afbreekbare fractie van producten, afvalstoffen en residuen van de landbouw (met inbegrip van plantaardige en dierlijke stoffen), de bosbouw en aanverwante bedrijfstakken, alsmede de biologisch afbreekbare fractie van industrieel en huishoudelijk afval (conform Richtlijn2009/28/EG); logistiek biomassaproject: een project voor het realiseren van een nieuwe biomassaketen met de activiteiten organiseren, plannen, besturen en uitvoeren van de goederenstroom biomassa. Onderdelen van een logistiek project zijn stappen als inzameling van biomassa, voorbewerking, tussenopslag, transport, bewerking van biomassa (transitie) en distributie van warmte, elektriciteit of biobrandstoffen naar de eindafnemer. Doel van deze projecten is om tegen optimale kosten en kapitaalgebruik de biomassawaardeketen te sluiten en nieuwe energie uit biomassa te produceren; toelichting: Van oudsher zijn er twee omvangrijke afzetmarkten voor biomassa: de voedselmarkt en de bestaande markt voor onder meer hout, olie, vezels, veevoer en compost. Hier komt een groeiende waardeketen bij, namelijk voor het gebruik van biomassa als groene materialen, als groene grondstof voor specifieke toepassingen in de chemie, als transportbrandstof en voor opwekking van duurzame energie. Biomassa inzetten voor duurzame energie is economisch gezien de meest laagwaardige toepassing, maar vanuit het oogpunt van benutting van de energie-inhoud is energieopwekking thans de meest toegepaste verwerking van biomassa. Voor energieopwekking zijn de meeste productiehoeveelheden biomassa beschikbaar.De biomassaketen is een productketen en bestaat uit een aantal schakels die optimaal op elkaar afgestemd moeten worden. Biomassa kan tot waarde worden gebracht door het opzetten van een biomassaketen. Daarom spreek je ook van een biomassawaardeketen.De economische waarde binnen de keten neemt met elke schakel toe. Bijvoorbeeld gestapelde en gedroogde biomassa, en op maat verkleinde biomassa, heeft toenemend meer waarde voor de handel of de verwerker, dan verspreid liggende biomassa die nog ingezameld en voorbewerkt moet worden. Projecten worden opgezet met het doel om samenwerking in de biomassaketen te bevorderen. Er is nu nog weinig of geen samenwerking in de waardeketen en biomassa wordt daarom niet geoogst, verhandeld en ingezet. Er is dringend behoefte aan het verbindingen maken tussen de schakels van de biomassaketen, opdat er een volwaardige markt voor biomassa tot stand komt. Het sluiten van ketens vergt een nauwe samenwerking tussen partijen, een sterke logistieke organisatie, en een rendabele manier van (her)gebruik van reststromen. deelnemer: een partij die aantoonbaar belang heeft bij het project, niet zijnde een natuurlijk persoon. Artikel3.4.2Subsidiabele activiteiten Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verst