In het kort
Deze omgevingsvisie beschrijft de ruimtelijke plannen van Amsterdam tot 2050, gericht op welvaart, welzijn en geluk voor inwoners, regiobewoners en bezoekers. Het plan benadrukt gezamenlijke uitvoering en duurzame groei binnen de gemeentegrenzen.
Wat het reguleert
- De ruimtelijke inrichting van Amsterdam tot 2050.
- De balans tussen groei, welzijn en duurzaamheid in de stad.
- De ontwikkeling van de gemeente en de regio met meerdere stedelijke kernen.
- De aanpak van woningbouw, werkgelegenheid, mobiliteit en vergroening.
Wie het betreft
- Amsterdammers, regiobewoners en bezoekers van de stad.
- Ontwikkelaars, woningcorporaties en lokale ondernemers.
Kernpunten
- **Meerkernige ontwikkeling:** Amsterdam streeft naar meerdere stedelijke kernen in de gemeente en de regio, door bedrijventerreinen te ontwikkelen en te investeren in bestaande centra.
- **Groeien binnen grenzen:** De gemeente wil minimaal 150.000 woningen en 200.000 arbeidsplaatsen toevoegen binnen de huidige stedelijke grenzen, met aandacht voor duurzaamheid en hergebruik van materialen.
- **Duurzaam en gezond bewegen:** De auto moet ruimte inleveren ten gunste van fietsers, voetgangers en openbaar vervoer, met als doel schonere lucht, gezonder bewegen en een toegankelijker Amsterdam.
- **Rigoureus vergroenen:** Verdichting wordt gecombineerd met meer en beter groen in de hele gemeente, inclusief vergroening van straten, pleinen, gevels en daken, en het tegengaan van hittestress.
Wettekst
/akn/nl/act/gemeente/2026/CVDR757833 /join/id/stop/work_006 /akn/nl/act/gm0363/2025/Regeling81d5443889bb441faf72e7b81383e5b8 /join/id/stop/work_019 2026-02-26 2026-02-26 /akn/nl/act/gemeente/2026/CVDR757833/nld@2026-02-27 /join/id/proces/gm0363/2022/procedured8fdde838f5b462e97da928c8f518081 2026-02-27 2026-02-27 /akn/nl/act/gm0363/2025/Regeling81d5443889bb441faf72e7b81383e5b8/nld@2026-02-25;10250176 /akn/nl/act/gm0363/2025/Regeling81d5443889bb441faf72e7b81383e5b8 /akn/nl/act/gm0363/2025/Regeling81d5443889bb441faf72e7b81383e5b8/nld@2026-02-25;10250176 /join/id/stop/work_019 1 Omgevingsvisie gemeente Amsterdam 1 Introductie 1.1 Publiekssamenvatting Met deze omgevingsvisie zet Amsterdam de ruimtelijke lijnen uit naar
- Hoe richten we de gemeente in ten behoeve van welvaart, welzijn en geluk van de Amsterdammers, regiobewoners en bezoekers? Waar gaan we wonen en werken, hoe komen we van A naar B, hoe zien de publieke ruimtes eruit en welke plek is er straks voor groen? Bij de totstandkoming van deze visie waren veel Amsterdammers betrokken, en nu dit alles er ligt, wil het bestuur het gesprek met belanghebbenden voortzetten. En meer dan dat, de Amsterdammers worden uitgenodigd mee te doen met de uitvoering. Want dat is een van de kernideeën van deze visie: Amsterdam maken we samen. Het startpunt, hoe staat Amsterdam ervoor? Tien jaar geleden schreef Amsterdam een vergelijkbare visie voor de periode tot
- De groeiambities van toen zijn meer dan waargemaakt, de voorziene toename van het aantal inwoners en banen voor 2040 is nu al bijna bereikt. Vooral dankzij de komst van internationale bedrijven en bijbehorende kennismigranten. De dienstensector groeide snel en door verdubbeling van het aantal toeristen gold dat ook voor horeca. Omdat investeringen in openbaar vervoer, publieke ruimte en groen achterbleven, is de druk op de gemeente stevig toegenomen. Meest in het oog springend zijn de geëxplodeerde huizen- en huurprijzen, die het voor bewoners met een lager en middeninkomen en kleine ondernemers lastig maken om een plek te vinden in Amsterdam. Steeds duidelijker wordt dat de status van Amsterdam als internationale metropool negatieve kanten heeft. Bijvoorbeeld vanwege de ontwrichting van de woningmarkt door vastgoedbeleggingen en het gevoel van ontheemding bij sommige Amsterdammers door de snelle veranderingen. Winst en verlies zijn ongelijk verdeeld. Tegenover het centrum en de buurten eromheen, die succes (en overlast) meemaken, staan naoorlogse wijken die veel minder profiteren van de ontwikkeling van Amsterdam. De verschillen tussen Amsterdammers zijn vergroot, niet alleen in inkomen, maar meer algemeen in mate van kwetsbaarheid. Corona heeft die tegenstelling nog eens extra aan het licht gebracht – sommige bevolkingsgroepen en sommige buurten blijken extra kwetsbaar. Tegelijk heeft corona het belang van de eigen wijk en buurt onderstreept. Hoe internationaal ook, het succes van Amsterdam hangt nog altijd grotendeels samen met in hoeverre inwoners zich thuis voelen. Ten slotte is de afgelopen jaren duidelijk geworden dat ontwikkeling van Amsterdam niet zonder goed beheer kan. Van de openbare ruimte, maar ook van kades en bruggen. Het is een mega-operatie op zichzelf, die de komende jaren veel zal vragen. Dit alles vormt het startpunt voor de Omgevingsvisie Amsterdam
- De verwachting is dat de groei van de gemeente zal doorzetten. Die groei moet opgevangen worden en vooral gelijker verdeeld. Ook over de regio. Het besef dat Amsterdam onderdeel is van een grootstedelijke regio, is meer dan ooit doorgedrongen. We hebben samenwerking nodig met de regio, maar ook het Rijk, om tot een betere gemeente uit te groeien. Er zijn flinke investeringen nodig in infrastructuur, voorzieningen en stedelijk en landelijk groen. De grootste veranderingen worden de overstap naar meer duurzaamheid, met andere energiebronnen, bestendigheid tegen een veranderend klimaat, en een minder verspillende manier van leven. Deze plannen staan deels al op de rol, een ander deel is nieuw. In de omgevingsvisie staat vooral de samenhang centraal en het kiezen van een koers naar
- Graag groei, maar onder voorwaarden: vijf strategische keuzes Wereldwijd groeien steden. Steden hebben aantrekkingskracht omdat ze bedrijvigheid, wetenschap en creativiteit dicht bijeenbrengen en zo innovatie stimuleren en kansen bieden aan individuen. Amsterdam moet kansen bieden aan iedereen. Om die reden omarmt Amsterdam zowel nieuwe inwoners als nieuwe banen. Economische vitaliteit is gewenst, niet in de laatste plaats vanwege de inkomsten en de banen. Maar we willen ook ruimte bieden aan vernieuwing en een meer circulaire economie. De deur dichtgooien onder het mom ‘Amsterdam is vol’, verplaatst de problemen naar de regio en bedreigt het open landschap. Groei een plek geven is dus ook een verantwoordelijkheid. Om volledig profijt te trekken moet die groei wel richting gegeven worden. Gezien de ambities en de schaarste van ruimte en financiën maakt het bestuur vijf strategische keuzes: Meerkernige ontwikkeling, Groeien binnen grenzen, Duurzaam en gezond bewegen, Rigoureus vergroenen en Samen stadmaken. Meerkernige ontwikkeling Amsterdam is uit balans met één centrum waar alles op gericht is; een van de hoofddoelen van deze visie is een gemeente en regio te worden met meer stedelijke kernen. Deze ingreep in de structuur van de gemeente is mogelijk door bedrijventerreinen te ontwikkelen tot bruisende stadsbuurten, zoals Haven-Stad, Schinkelkwartier en de noordelijke IJ-oevers, en door in de bestaande centra van Nieuw-West, Zuidoost en Noord flink te investeren in stedelijkheid. Verdichting en kwaliteit zijn de sleutelwoorden: met meer bewoners en ruimte voor bedrijvigheid is er meer draagvlak voor winkels, horeca en voorzieningen met uitstraling, zoals een theater aan de Sloterplas en een cultuurgebouw op het Buikslotermeerplein. De stadsdeelcentra Osdorpplein, Amsterdamse Poort en Buikslotermeerplein zijn straks grootstedelijke stadscentra met bijbehorende aantrekkingskracht, elk met een eigen gezicht: met meer kernen krijgt Amsterdam meer smoel. Voor buurtbewoners zijn deze veranderingen ingrijpend omdat ‘hun’ buurt van karakter verandert, daarom moeten ze transparant en in samenspraak uitgevoerd worden. Meerkernigheid als streven geldt ook voor de regio. De huidige spreiding van werkgelegenheid en voorzieningen is scheef in het nadeel van de regio, met als gevolg grote vervoerstromen. De inzet is daar meer evenwicht in te brengen en de stedelijke kwaliteit van kernen als Almere, Zaandam, Purmerend en Hoofddorp te vergroten met voorzieningen zoals hoger onderwijs en culturele instellingen. Bovendien gaan Amsterdam en de regio zich naar elkaar richten door woningbouw en werkgelegenheid te concentreren rond de stations. Groeien binnen grenzen De gemeente mikt op minimaal 150.000 woningen erbij voor 250.000 nieuwe inwoners in 2050, dat is een voortzetting van het groeitempo van de afgelopen 10 jaar. Plus 200.000 nieuwe arbeidsplaatsen. Deze groei wordt aan voorwaarden gebonden. Amsterdam wil dat de groei enerzijds het sociale fundament van Amsterdam versterkt en anderzijds het draagvermogen van de planeet niet overschrijdt. Daarom mag de groei alleen plaatsvinden binnen de huidige grenzen van het stedelijk gebied. Op die manier versterken we de kwaliteit van bestaande buurten, kunnen we overal woningen en bedrijfsgebouwen verduurzamen en houden we de kwetsbare landschappen open. Groeien binnen het bestaande stedelijk gebied kan door bedrijventerreinen om te bouwen tot gebieden waar zowel gewoond als gewerkt wordt, zoals in Hamerkwartier en als grootste Haven-Stad. Daarnaast is er ruimte voor groei in de naoorlogse wijken van Nieuw-West, Zuidoost en Noord, waar we op een slimme manier kunnen verdichten. Bij het verdichten van buurten staat een goede woonkwaliteit, met leefbare straten en pleinen en veel plek voor ontmoeting, voorop. Hoogbouw kan daarbij een middel zijn, maar gebouwen hoger dan 70 meter concentreren zich rond grotere stations als Bijlmer ArenA, Amstel, Zuid en Sloterdijk en langs het brede water van het IJ. Tegelijk wordt Amsterdam ingericht op hergebruik van materialen en grondstoffen en op een andere, meer zelfvoorzienende energieopwekking zoals stadsverwarming en zonne- en windenergie. Dit maakt de strijd om de schaarse ruimte nog heviger, maar in de wetenschap dat dicht op elkaar wonen op zichzelf duurzamer is, want efficiënter in alle opzichten. Schaarste dwingt tot creatieve oplossingen, zoals het benutten van daken. In het landschap rond Amsterdam en in de haven maken we ruimte voor windturbines. Duurzaam en gezond bewegen In een verdichtende gemeente gaan we zuinig om met de schaarse ruimte. We zoeken plek om te bouwen, voor groen, voor verblijven, spelen en voor de fietser en de voetganger. Om die reden moet de auto als ruimtegebruiker een stap terug doen. We hebben vier doelen: ruimte, schonere lucht, gezonder bewegen, en een toegankelijker Amsterdam voor iedereen. Nabijheid van voorzieningen is daarvoor essentieel. Mede dankzij de verdichting krijgen Amsterdammers hun voorzieningen, inclusief park, in de eigen buurt op loop- of fietsafstand. Buurten en kernen worden verbonden door een netwerk van veilige fietsroutes en openbaar vervoer. Nu nog drukke autostraten als Lelylaan en Gooiseweg zijn straks aantrekkelijke stadslanen die naast auto-ontsluitingsroute ook belangrijk zijn voor fiets en openbaar vervoer, en die op zichzelf prettige verblijfsgebieden worden met winkels, horeca en culturele pleisterplaatsen. Dat alles gaat niet ten koste van bereikbaarheid. Verdichting creëert draagvlak voor ov in de hele gemeente. Tussen stadsdelen komen nieuwe aansluitingen, zoals de geplande twee bruggen over het IJ, een Schinkelbrug en een fietsbrug over de Amstel. De vervoerverbindingen binnen de regio willen we verbeteren, met een metro naar Schiphol en Hoofddorp, een doorgetrokken Ringlijn en metro’s, regiotreinen of snelbussen richting Almere, Zaanstad, Haarlem en Hilversum. Aan de rand van de gemeente komen hubs waar de automobilist overstapt op snel openbaar vervoer of fiets. Hier worden ook goederen overgeslagen op klein en schoon vervoer. Voor noodzakelijk autoverkeer wordt Amsterdam beter bereikbaar. Rigoureus vergroenen Verdichting wordt gecombineerd met vergroening. Daarbij is meer en vooral beter groen het doel, door minder verharding en meer groen aan en op gebouwen. Amsterdam zal rigoureus vergroenen met meer en betere natuur door de hele gemeente. Straten en pleinen worden groen ingericht, straatstenen zullen wijken voor bomen en beplanting. Het autoluw maken van de gemeente biedt daarvoor mede ruimte. Bouwen wordt natuurlijker door gevels en daken te vergroenen. Dit lukt alleen als Amsterdammers meedenken en meedoen. Vergroening is ecologisch noodzakelijk, maar moet ook aansluiten bij de wensen van de Amsterdammers. Al het groen in straten, pleinen en parken – Haven-Stad en de noordelijke IJ-oever krijgen eigen parken – zal ingericht worden op ontmoeting, ontspanning en recreatie. Een ander belangrijk doel is tegengaan van hittestress en vergroten van het waterbergend vermogen van Amsterdam. Dat geldt ook voor de beroemde groene scheggen, de groene vingers die Amsterdam in steken, inclusief Waterland en buitengebied van Weesp. De kwaliteit van deze landschappen gaat omhoog door omschakeling naar kringlooplandbouw, tegengaan van bodemdaling en herstel van biodiversiteit. De aansluiting van de scheggen op de nieuwe kernen in Nieuw-West, Zuidoost en Noord wordt verbeterd, waardoor langs de randen van de Amstelscheg, het Amsterdamse Bos en de Noorder IJ-plas aantrekkelijke verblijfs- en recreatieplekken ontstaan. De Tuinen van West zijn daarvan een bestaand voorbeeld. Tegenover meer gebruiksgroen staat ook het beschermen van rust- en ruigtegebieden in en rond het stedelijk gebied, zoals de Bretten en volkstuinparken. Samen stadmaken Deze omgevingsvisie combineert ruimtelijke inrichting met doelen op groen, wonen, werken, duurzaamheid, leefomgeving. Zo wil Amsterdam in de toekomst werken: in samenhang. In plaats van losse beleidsdoelen die van alle kanten komen – eerst verkeer, dan werk, vervolgens energie en wie houdt de leefbaarheid en kwaliteit van de buurt in de gaten? –, worden ambities voortaan samengebracht. Dat vereist richting geven, maar dat kan niet op detail. Het gemeentebestuur gaat sturen op hoofdlijnen. De principiële keuze daarbij is dat de regels zo worden dat naast de klassieke partijen als ontwikkelaars en woningcorporaties, Amsterdammers ook zelf aan de slag kunnen. We bieden daarmee meer ruimte voor bewoners om individueel of in collectieven zoals coöperaties betaalbare huurwoningen te bouwen, voorzieningen te beheren, energie op te wekken, mee te doen met inrichting van de buurt of lokaal ondernemerschap. We onderzoeken de haalbaarheid van een gemeentelijk woningbouwfonds voor coöperaties waaruit Amsterdammers kunnen lenen om hun plannen te financieren. Eigen initiatief is niet nieuw. Amsterdam heeft hier een traditie in, van stadsstrand Blijburg tot de NDSM-werf, om twee heel verschillende succesvolle voorbeelden te noemen. De samenwerking betreft ook de regio en het Rijk. De afhankelijkheden zijn groot en worden alleen maar groter. Veel afstemming is al georganiseerd, dat is niet het geval op de schaal van de ‘agglomeratie’: het aaneengeschakelde gebied dat bestaat uit Zaanstad, Diemen, Ouder-Amstel, Amstelveen en Amsterdam, terwijl daar veel overlap ligt. Hier wordt nauwere samenwerking onderzocht. Meedoen Bij het maken van deze omgevingsvisie zijn uiteenlopende groepen Amsterdammers gehoord. Zij wezen, naast zaken als duurzaamheid, toegankelijkheid, betaalbaarheid en ontmoeting, op het belang om mee te kunnen bepalen hoe de fysieke leefomgeving eruit gaat zien. Die betrokkenheid is essentieel, want Amsterdam maken we samen. De onstuimige groei van het afgelopen decennium heeft voor vervreemding gezorgd, het gevoel de eigen buurt kwijt te raken. Meedoen geeft Amsterdammers de kans hun stad terug te nemen. Deze omgevingsvisie is belangrijk, want alle plannen en ingrepen in de gemeente moeten zich hier op richten. Het gemeentebestuur maakt in deze visie keuzes die soms pijn zullen doen. Soms moeten bestaande belangen en ruimtegebruikers inleveren. De keuzes zijn gemaakt op goede gronden, daarin kleurt zich dit college, maar over goed en beter valt te twisten. Het bestuur gaat de komende jaren daarover graag verder met belanghebbenden in gesprek. Hoofdpunten van de vijf strategische keuzes Meerkernige ontwikkeling: Van uitrol centrumgebied naar een meerkernige en meer diverse verstedelijking Regionale spreiding stedelijke voorzieningen en werkgelegenheid. Onderscheidende ontwikkeling Nieuw-West, Zuidoost en Noord. Twee bruggen over het IJ en een regionaal fietsnetwerk. Groeien binnen grenzen: Verdichting door complete en duurzame wijkontwikkeling Ruimte voor 150.000 woningen erbij in complete buurten. Verduurzamen bestaande buurten en woningen. Behoud van productieve bedrijvigheid in Amsterdam. Ruimte voor schone energie en duurzame initiatieven. Verduurzaming van de haven. Rekening houden met klimaatverandering, het water- en het bodemsysteem. Duurzaam en gezond bewegen: Heel Amsterdam een ov-, wandel- en fietsgemeente Een leefomgeving die uitnodigt tot ontmoeting, spelen en bewegen. Meer ruimte voor fietsers en voetgangers. Auto’s zijn te gast. Verkeerswegen (Gooiseweg, Lelylaan, Burg. Roëllstraat) worden groene stadslanen begeleid door bebouwing. Schaalsprong metro- en treinnet en vervoerhubs om de gemeente en de rest van de regio te verbinden Rigoureus vergroenen: Een gezonde en klimaatbestendige leefomgeving voor mens en dier Openbare ruimte zo groen mogelijk inrichten. Ontwikkeling parken (Hondsrugpark, Gaasperdakpark, Marineterrein, Zuidasdokpark en NDSM-Oost). Groene routes en ecologische verbindingen. Investeren in het landschap: natuurontwikkeling, kringlooplandbouw, en ruimte voor sporten en bewegen. Beschermen van rust- en ruigtegebieden (Oeverlanden, Bretten, Diemerbos) Samen stadmaken: Richting geven op hoofdlijnen en ruimte bieden aan initiatief Gelijkwaardige (digitale) informatiepositie bij planvorming. Buurtrechten en buurtplatformrecht. Grotere rol Amsterdammers bij beheer en ontwikkeling. Ruim baan voor wooncoöperaties: naar 10% van de woningvoorraad in
- 1.2 Een omgevingsvisie voor Amsterdam Wat is een omgevingsvisie? Als introductie op de inhoud lichten we hier kort de wettelijke context toe, gaan we in op de functie van de omgevingsvisie en beschrijven we hoe dit omvangrijke document is opgebouwd. Wat is een omgevingsvisie? Een omgevingsvisie is een langetermijnvisie op de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente, die elke overheid opstelt in het kader van de Omgevingswet. Een omgevingsvisie is bindend voor de overheid die haar opstelt, heeft betrekking op het grondgebied van die overheid en moet integraal zijn. Dat betekent dat alle aspecten van de fysieke leefomgeving in samenhang worden bezien (energie, groen, water, flora en fauna, wonen, economie, mobiliteit, milieu, gezondheid, luchtkwaliteit, bodem, fysieke veiligheid, cultuurhistorie, klimaatadaptatie, gemengde wijken, ruimte voor sociale voorzieningen en ontmoeting). De Omgevingswet, een nieuw wettelijk kader De Omgevingswet betekent een grote verandering in de regelgeving en het beleid voor de fysieke leefomgeving. Met de wet, die in 2024 in werking is getreden, is het stelsel van ruimtelijke regels volledig herzien. De invoering van de wet is gekoppeld aan de introductie van een digitaal stelsel voor ruimtelijke plannen en regels, en aan een andere manier van werken. Doelen van de Omgevingswet: beter inzicht in wat op bepaalde plekken wel en niet mag; meer ruimte om lokaal besluiten te nemen; snellere en uitvoerbare besluitvorming; meer samenhang in beleid, besluitvorming en regelgeving. De Omgevingswet betekent ook een decentralisatie van verantwoordelijkheden van Rijk naar gemeenten. Daarmee krijgt Amsterdam de mogelijkheid om zelf invulling te geven aan deze doelen. En de omgevingsvisie speelt daarin een belangrijke rol. Ook is er een sterke stimulans om de samenwerking tussen overheden te verbeteren bij het uitvoeren van gezamenlijke opgaven, omdat zowel Rijk, provincies als gemeenten een omgevingsvisie opstellen voor hun grondgebied. Relatie met nationale en provinciale omgevingsvisies De Omgevingsvisie Amsterdam 2050 houdt rekening met de kaderstellende visies die door het Rijk en de provincie Noord-Holland zijn en worden opgesteld: de Nationale Omgevingsvisie en de Provinciale Omgevingsvisie Noord-Holland
- Het Rijk wijst in zijn Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vier prioriteiten aan: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie, een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel, sterke en gezonde steden en regio’s, en een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De kracht van Nederland ligt in een polycentrische netwerkstructuur. Stedelijke en landelijke regio’s werken door het transport- en mobiliteitsnetwerk complementair als één systeem. De vier metropoolregio’s (Amsterdam, Rotterdam Den Haag, Utrecht en Eindhoven) hebben daarbinnen de grootste aantrekkingskracht op internationale kennis, arbeid en kapitaal. De Amsterdamse metropoolregio is herkenbaar als internationaal zakencentrum en toeristische trekpleister, met Schiphol als schakel naar alle continenten. Deze regio kent een complexe verstedelijkingsopgave die samenvalt met meerdere nationale belangen. Het havengebied van Amsterdam is bijvoorbeeld essentieel voor de omslag naar een niet-fossiele, circulaire economie. De omgevingsvisie van de provincie Noord-Holland richt zich op een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid. Amsterdam ziet ze als de kerngemeente van een stedelijk systeem van grotere en kleinere kernen: een metropool in ontwikkeling. De opgave is om hierbinnen de agglomeratiekracht te vergroten door sterkere samenhang. Via binnenstedelijke verdichting op goed bereikbare plekken, het aanpassen van het mobiliteitssysteem en het versterken van het landschap door toevoeging of verandering van functies. Nieuwe woningen worden in de visie van de provincie liefst zo dicht mogelijk bij grote werklocaties gerealiseerd, waar mogelijk in gemengde woon-werklocaties. Het grootstedelijk ov-systeem wordt de ruggengraat van deze metropool in ontwikkeling. Door het omleiden van verkeer dat niet in de centra hoeft te zijn, wordt de A9 de doorgaande autoroute voor de metropool. Net als het Rijk wijst de provincie het Noordzeekanaalgebied met de havengebieden van Amsterdam aan als locatie voor energietransitie en circulaire economie. Functie van de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 Voorliggende omgevingsvisie vormt voor het grondgebied van de gemeente Amsterdam tot 2050 de leidraad voor de inrichting en ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. Het vormt voor de gemeente Amsterdam een zelfbindend kader voor projecten, beleid en programma’s die betrekking hebben op die fysieke leefomgeving. De omgevingsvisie geeft richting, maar is geen concreet investeringsplan waarvoor de middelen nu al beschikbaar zijn of moeten komen. Deze omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Amsterdam 2040 uit 2011, de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 uit 2021 en de Omgevingsvisie Weesp 2050 uit 2021, op één ding na: het hoofdstuk Hoofdgroenstructuur uit de Structuurvisie Amsterdam 2040 blijft van kracht als hoofdgroenstructuurbeleid, totdat nieuw beleid hiervoor is vastgesteld. De Gemeente Amsterdam wil met een brede blik sturen. Deze omgevingsvisie heeft daarbij een drieledige functie: richting geven aan groei; versnellen van transities; ruimte bieden aan initiatieven. De omgevingsvisie bouwt voort op eerder geformuleerde beleidsinzetten, maar formuleert op een aantal punten een aangepaste ruimtelijke koers. Die is gericht op het tegengaan van negatieve effecten op kansengelijkheid en leefbaarheid, op het verduurzamen van de gemeente en op herstel en vernieuwing van de economie. Opbouw Omgevingsvisie Amsterdam 2050 Deze omgevingsvisie is opgebouwd uit vier delen, die weer bestaan uit hoofdstukken. De delen kennen een eigen interne logica en structuur, maar staan inhoudelijk in nauw verband met elkaar. DEEL 1 VISIE beschrijft de ontwikkeling van Amsterdam en de regio, de grote opgaven en de visie tot
- Centraal in de visie tot 2050 staan vijf strategische keuzes: Meerkernige ontwikkeling, Groeien binnen grenzen, Duurzaam en gezond bewegen, Rigoureus vergroenen, en Samen stadmaken. DEEL 2 WAAR behandelt de ruimtelijke koers bij de visie van de gemeente als onderdeel van de regio en geeft per stadsdeel of stadsgebied een beknopte uitwerking en een adaptieve ontwikkelstrategie op hoofdlijnen. Hier zijn de regionale visiekaart en het ruimtelijk beeld van de gemeente en agglomeratie opgenomen. Deze zijn als ruimtelijk-programmatisch kader uitgewerkt in een serie kaarten. DEEL 3 WAT geeft een overzicht van het Amsterdamse beleid voor de leefomgeving. Per sectoraal thema geven we aan welke nieuwe richtingen verkend moeten worden. DEEL 4 HOE gaat over de doorwerking van de omgevingsvisie. Dit deel agendeert veranderopgaven voor onze organisatie en in de samenwerking met samenleving, markt en andere overheden die nodig zijn om de visie uit te voeren. Deel 4 eindigt met een korte toelichting op de omgevingseffectrapportage (oer). Deze rapportage is parallel aan de omgevingsvisie ontwikkeld. Het omgevingseffectrapport vormt een aparte bijlage bij de omgevingsvisie. Deze is via omgevingsvisie@amsterdam.nl op te vragen. 1.3 De schoonheid van Amsterdam Deze omgevingsvisie is de achtste in een reeks wettelijk verplichte gemeentelijke ruimtelijke plannen, waarvan het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP) uit 1934 de eerste was. Amsterdam kent een lange traditie van zorgvuldig en integraal bouwen aan de gemeente, die teruggaat tot het ontstaan als nederzetting rondom een dam in het veenriviertje de Amstel. Vanaf het allereerste begin is de vorm van Amsterdam verweven met de waterhuishouding en het landschap. De schoonheid van Amsterdam ligt besloten in het op harmonieuze wijze bijeenbrengen van water, openbare ruimte, groen en bebouwing. Amsterdam is gebouwd op basis van een reeks opeenvolgende plannen. Van de vier stadsuitleggen in de zeventiende eeuw, via de negentiende-eeuwse gordel, de plannen Zuid en West van Berlage en de tuindorpen in Noord, de naoorlogse wijken in Nieuw-West, Buitenveldert, Zuidoost en Noord tot de Aker, Nieuw-Sloten en IJburg. De opeenvolgende plannen werden vanaf de vroege zeventiende eeuw tot in de jaren 70 van de 20e eeuw in schaal steeds groter. Het behouden van de samenhang tussen water, groen, openbare ruimte en bebouwing en de ordening van functies vroeg dan ook om steeds meer rigide sturen op kwaliteit. Dit was mede mogelijk dankzij een zeer dominante rol van de overheid in de ruimtelijke ordening en het bouwen aan Amsterdam vanaf het begin van de 20e eeuw. Sinds de jaren 70 heeft de Amsterdamse groei door uitbreiding geleidelijk plaatsgemaakt voor een groei door inbreiding: transformatie en verdichting van het bestaande stedelijk gebied. Daarmee is de schaal van individuele plannen weer kleiner geworden. Tegelijk vraagt de manier waarop de gemeente als onderdeel van de regio groeit juist om grootschaliger regionaal plannen. Als gevolg hiervan is een scheiding ontstaan tussen het sturen op stedenbouwkundige en architectonische kwaliteit in de individuele plannen – de projecten – en het ordenen van de gemeente en de regio – het structuurplan. De gemeentelijke structuurplannen voor Amsterdam zijn sinds het AUP dan ook steeds minder stedenbouwkundig van aard en steeds meer planologisch. In haar geschiedenis is Amsterdam meermaals met kleinere gemeenten gefuseerd. Zo fuseerde Amsterdam in 1921 met Nieuwendam, Ransdorp en Sloten. In 1966 fuseerde Amsterdam grotendeels met Weesperkarspel, waar de Bijlmermeer, Gaasperdam en Driemand lagen. In 2022 fuseerde Amsterdam met Weesp. Weesp bleef een stadsgebied binnen de gemeente met een eigen bewonersvertegenwoordiging. Weesp is een historische vestingstad aan de Vecht, al meer dan 2000 jaar bewoond, met een goed bewaard centrum. Het kreeg in 1355 stadsrechten en speelde een strategische rol als vestingstad op de grens tussen Utrecht en Holland. Ondanks de unieke positie van Weesp in de gemeente Amsterdam, maakt zij na de fusie volwaardig deel uit van de gemeente. Met deze omgevingsvisie maakt Amsterdam tot 2050 ruimte voor de grootste groeispurt in zijn bestaan. In 30 jaar tijd kan onze gemeente met 250.000 inwoners groeien tot bijna 1,1 miljoen, terwijl het aantal inwoners van de metropoolregio van 2,5 miljoen tot meer dan 3 miljoen stijgt. Wat voor Amsterdam zullen wij nalaten? De ambitie zou niet minder hoog mogen zijn dan in de eerste van de stadsbrede structuurplannen, het AUP. De manier waarop we nu aan de gemeente bouwen is echter onvergelijkbaar met
- De vraag die destijds gesteld werd, hoe “Amsterdam zich in de toekomst zal kunnen ontwikkelen tot een goed-geoutilleerde en tevens schone gemeente”, vraagt dan ook om een nieuw antwoord. De komende jaren zullen we in het ontwerp een brug moeten slaan tussen de grote schaal van de metropool en de kleine schaal van het project. We zoeken naar een goede balans tussen richting geven als overheid en ruimte bieden aan de samenleving. Het sturen op kwaliteit en het maatschappelijk initiatief mogelijk maken. De geschiedenis van Amsterdam en de bestaande kwaliteiten van de gemeente vormen daarbij een bron van inspiratie. Deze omgevingsvisie geeft met een stedenbouwkundig ruimtelijk en programmatisch kader richting aan samenhang en evenwichtige ontwikkeling van de gemeente. De invulling op het niveau van het gebied, het project en de buurt is echter van minstens even groot belang. Hoe Amsterdam daarbij terug kan grijpen op de traditie van bouwen aan schoonheid, eigenheid en harmonie zullen we de komende jaren onderzoeken. In 2025 bestaat Amsterdam 750 jaar. Het is een mooie aanleiding om naar de toekomst te kijken. Onderdeel van het programma Amsterdam 750 is een Nieuwe Kaart van de metropoolregio, waarvoor deze omgevingsvisie een belangrijke bouwsteen is. 2 Deel I VISIE 2.1 Deelintroductie Dit deel begint met een beschrijving van de belangrijkste maatschappelijke trends en grote opgaven voor Amsterdam en de metropoolregio. Daarna presenteren we de visie op Amsterdam in de regio. Aan de hand van vijf strategische keuzes laten we zien hoe we op ruimtelijk gebied richting geven om daarmee ruimte te bieden aan Amsterdammers en professionele partners om mee te bouwen aan Amsterdam. De visie wordt verder uitgewerkt in de hierop volgende delen over de ruimtelijke uitwerking in Deel II WAAR, over de beleidsagenda voor een complete gemeente in Deel III WAT en in de doorwerking van de omgevingsvisie in Deel IV HOE. 2.2 H
- Amsterdam in de wereld 2.2.1 Introductie Amsterdam is de kerngemeente van een snelgroeiende metropoolregio. Groei en transitie-opgaven vragen in toenemende mate om samenwerking op regionale en landelijke schaal. Tegelijk is de kwaliteit van de directe leefomgeving juist belangrijker geworden. De roep om meer zeggenschap over de eigen gemeente, buurt en straat wordt steeds luider. Deze omgevingsvisie moet handvatten bieden voor het opereren in het spanningsveld tussen grote en kleine schaal, tussen beleid voor de korte termijn en keuzes en grote investeringen voor de lange termijn, tussen de noodzaak ruimtelijk richting te geven en de wens tegelijk ruimte te bieden aan initiatief uit de samenleving. In dit hoofdstuk blikken we terug op de ontwikkeling van Amsterdam de afgelopen tien jaar en duiden we een aantal achterliggende ontwikkelingen en trends: klimaatverandering, digitalisering, metropoolvorming en ontwikkelingen in de samenleving. Terugkijken op de afgelopen tien jaar Sinds 2010 kende Amsterdam een periode van snelle groei. Per jaar heette Amsterdam ruim 11.000 nieuwe Amsterdammers welkom. Tegelijk met het aantal inwoners groeiden de werkgelegenheid en het aantal bezoekers explosief. Amsterdam internationaliseerde in een ongekend tempo. De instroom van talent uit binnen- en buitenland, de opkomst van de techsector, de vestiging van EMA en groei van toonaangevende bedrijven waren onderdeel van die internationalisering. Het succes kwam niet uit de lucht vallen: decennia van investeren in kwaliteit van buurten, voorzieningen en de openbare ruimte, het open en tolerante karakter van de bevolking en het goede investeringsklimaat droegen alle bij aan de aantrekkelijkheid van Amsterdam. De stevige internationale positie van Amsterdam vloeit voor een groot deel voort uit deze lokale kwaliteiten. Het succes van aantrekkelijke steden en de keerzijde De groei en internationalisering van Amsterdam past in een wereldwijde beweging, waarbij aantrekkelijke metropolen zich ontwikkelen tot brandpunten van de kenniseconomie. De afgelopen decennia groeide de economie van kennisintensieve steden zoals Amsterdam daardoor hard. Amsterdam is aantrekkelijk als ontmoetingsplek, internationaal verbonden. De clustering van innovatieve en gespecialiseerde bedrijven komt voort uit het feit dat personeel graag werkt in een aantrekkelijke, levendige omgeving waar veel passende banen zijn. Omgekeerd trekken bedrijven in de verbonden wereldeconomie naar de plekken waar het beste personeel is. In steden leren mensen van elkaar. De kans dat zich een mogelijkheid voordoet om te leren van anderen is nu eenmaal groter op plekken waar veel verschillende mensen samen werken en wonen. Hoe groter en gevarieerder de steden, hoe sterker de leereffecten, innovatie en welvaartsgroei zijn. Globalisering brengt daarbij voor steeds meer mensen materiële welvaart. Maar sinds het einde van de vorige eeuw wordt duidelijk dat het beslag dat we op de planeet leggen tot uitputting van natuurlijke hulpbronnen leidt, en onherstelbare schade aanricht in ecosystemen waarvan we als mensen afhankelijk zijn. Globalisering betekent ook een steeds nauwere verwevenheid van steden, landen en werelddelen, met als gevolg een grotere kwetsbaarheid. Duidelijk wordt hoe belangrijk de kwaliteit van buurten en de kracht van lokale netwerken zijn. Toenemende ongelijkheid De opkomst van de stedelijke kenniseconomie heeft de afgelopen jaren tienduizenden nieuwe banen gecreëerd in de gemeente Amsterdam. Maar tegelijk is de sociaal-economische ongelijkheid toegenomen en is kansenongelijkheid groter geworden. We constateren dat de Amsterdam en de rest van de regio als het gaat om economische dynamiek en bevolkingssamenstelling uit elkaar groeien. Terwijl in Amsterdam en Haarlemmermeer het aantal banen explosief groeide, bleven andere delen van de metropoolregio achter. Verschillen tussen buurten binnen Amsterdam namen toe en de steeds hogere huizenprijzen maakten het voor lagere en middeninkomens bijna onmogelijk om hier een plek te bemachtigen. Daarnaast neemt de bereikbaarheid van werk voor velen af en de reisafstand toe, terwijl investeringen in vooral openbaar vervoer achterblijven bij de groei van inwoners en banen. Druk op Amsterdam De toename van bevolking, arbeidsplaatsen en bezoekers in Amsterdam verliep sinds 2010 veel sneller en was groter dan voorzien. In de Structuurvisie Amsterdam 2040 uit 2011 was de voorspelling dat Amsterdam in 2040 860.000 inwoners zou tellen. Dat aantal is in 2019 bereikt. Het aantal arbeidsplaatsen en bezoekers is zelfs nog sneller gegroeid dan het aantal inwoners, terwijl die groei in 2011 helemaal niet voorzien werd. Tegelijk moeten we constateren dat de meeste van de grote investeringen in openbare ruimte, groen, stedelijke voorzieningen en infrastructuur, die bij de structuurvisieambitie hoorden, niet zijn gedaan. Dat betekent dat de groei van inwoners, werknemers en bezoekers grotendeels opgevangen is door dezelfde voorzieningen en infrastructuur als tien jaar geleden. De druk op Amsterdam liep hierdoor merkbaar op. De groei heeft een grote impact op de inwoners en de leefkwaliteit. De ruimte wordt steeds schaarser. Dit heeft snelle prijsstijgingen van woningen als gevolg gehad. Kwetsbare groepen Amsterdammers profiteren lang niet altijd mee van het succes. Het toegenomen aantal bezoekers heeft zeer negatieve gevolgen voor de leefbaarheid in sommige delen van het centrum. Dit alles heeft consequenties voor de open en tolerante houding van Amsterdammers en hoe zij Amsterdam beleven. De oplopende druk op de schaarse ruimte valt samen met nieuwe en urgente opgaven. Voorbeelden zijn de toenemende sociaal-economische en ideologische verschillen in de samenleving, de snelle technologische ontwikkeling en de vergrijzing. Allemaal hebben ze impact op de leefomgeving. De meest fundamentele nieuwe opgave vloeit echter voort uit de verandering van het klimaat en de noodzaak lokaal invulling te geven aan de energietransitie en de circulaire economie. 2.2.2 Amsterdam in het antropoceen De invloed van de mens op de planeet is vergelijkbaar met een geologische kracht. Volgens de Nederlandse Nobelprijswinnaar Paul Crutzen leven we daarom niet langer in het Holoceen, maar in het tijdperk gekenmerkt door de mens: het Antropoceen. De mens veroorzaakt meetbare overschrijdingen van wetenschappelijk vastgestelde planetaire grenzen, de voorwaarden die de planeet stelt aan veilig kunnen leven door mens en dier. De Omgevingsvisie Amsterdam 2050 streeft naar een groei binnen deze grenzen. Vooral klimaatverandering heeft fundamentele en kostbare gevolgen. De gemeente Amsterdam ligt op een kwetsbare plek. Zeespiegelstijging, droogte, extreme neerslag en een dalende bodem bedreigen op langere termijn de bewoonbaarheid van heel laag Nederland. Sinds 2020 heeft Nederland te maken gehad met stijgende temperaturen en vaker voorkomende en intensere hittegolven, een toename van droogte en verzilting die ecosystemen en landbouw bedreigt, en zware regenval die tot risicovolle situaties leidde. Het KNMI verwacht tot 2100 nattere winters, vaker extreme regenval, en zomers die droger en (tropisch) heter worden met meer piekbuien. Deze ervaring en verwachting zetten de gemeente ertoe aan te investeren in een klimaatbestendige zero-emissiegemeente. Er is terecht reden tot grote zorg. De doelstelling om de opwarming van de aarde tot 1,5 graden Celsius te beperken is nagenoeg buiten beeld. Het Intergouvernementeel Panel voor Klimaatverandering (IPCC) verwacht met de huidige koers een jaargemiddelde van 2 graden warmer tegen 2040, wat nog ruim binnen de horizon van deze omgevingsvisie ligt. Een toekomstbestendig Amsterdam overschrijdt de draagkracht van de planeet niet. Feit is dat we op dit moment al ver boven onze stand leven. Alleen al het aanpassen van het bestaande stedelijk gebied aan klimaatdoelen en extremer weer stelt ons voor enorme opgaven en kosten. Op termijn is een omschakeling op een grotendeels circulaire samenleving noodzakelijk. Dit heeft grote gevolgen voor de leefomgeving en de wijze waarop de gemeente zich ontwikkelt. In een circulaire gemeente hebben bepaalde bedrijven voldoende hoge milieuzwaarte nodig voor circulaire activiteiten en een aansluiting op infrastructuurnetwerken voor aanvoer, retourstromen en afvoer. Een circulaire economie heeft baat bij beschikbaarheid van aan water gelegen bedrijventerreinen die transport over water faciliteren. Diverse circulaire activiteiten gaan gepaard met transport van grote en zware materialen en goederen. Denk aan afvalverwerkende bedrijven, reparatie en revisie van grote apparaten, recycling en circulaire bouwactiviteiten. Dat betekent dat mengen van deze activiteiten met wonen en werken niet vanzelfsprekend is en dat we zuinig dienen om te springen met de hoge milieuruimte (aan het water) die er nog is. 2.2.3 Metropoolvorming De ontwikkeling van onze gemeente is meer dan ooit verbonden met die van de rest van de regio en heel West-Nederland. Amsterdam bleek de afgelopen jaren een belangrijke trekker voor mensen, instellingen en bedrijven uit het buitenland. Amsterdam is sterk in de sectoren cultuur, creatieve industrie en media, fintech, ICT en lifesciences. Veel Nederlandse bedrijven groeiden in onze gemeente uit tot wereldspelers. Als gezegd houdt de Amsterdamse bevolkingsgroei de toename van de werkgelegenheid niet bij. Werknemers van Amsterdamse bedrijven wonen dan ook in de hele metropoolregio en ver daarbuiten. Ook Amsterdammers en nieuwkomers op zoek naar een groter of betaalbaar huis zoeken hun heil vaak buiten de gemeente. De druk op de schaarse ruimte in de gemeente en de stijgende prijzen leiden daarnaast tot een verdringing van bedrijven en functies die (milieu)ruimte nodig hebben. Distributie en opslag, industrie en grondstoffenverwerking, duurzame energieopwekking, datacenters en groothandels zijn onmisbaar. Ze zijn echter steeds vaker aangewezen op een plek buiten de gemeente. De concentratie van werkgelegenheid en publieksvoorzieningen en gelijktijdige spreiding van inwoners en stadsverzorgende functies, betekent dat Amsterdam en de andere delen van de metropoolregio meer van elkaar afhankelijk worden. Deze integratie van de kerngemeente met de omliggende gemeenten is kenmerkend voor groeiende metropolen. Het landschap heeft niet direct van de groei geprofiteerd, hoewel de waarde ervan buiten kijf staat. Voor de leefkwaliteit, maar ook voor biodiversiteit en voor opgaven als het bufferen van water, de productie van gezond en duurzaam voedsel en schoon drinkwater. Desondanks is het lastig gebleken uithollende processen als bodemdaling, afname van biodiversiteit en versnippering te stoppen. Gezamenlijke opgaven Binnen de metropoolregio wordt de band met onze buren in de agglomeratie Amsterdam sterker. Zij hebben de afgelopen jaren duizenden woningen gebouwd, grotendeels voor de Amsterdamse vraag. Verscheidene grote projecten staan nog op stapel. Vaak liggen ze dicht tegen onze gemeentegrens aan. Ruimtelijk raakt het aaneengesloten stedelijk gebied van Amsterdam, Zaanstad, Amstelveen, Ouder-Amstel en Diemen vervlochten. In de groene scheggen Amstelscheg, Amsterdamse Bos, Diemerscheg en Waterland is de recreatieve druk toegenomen. Het maakt groei, beheer van groen, landschap en water en aanleg van infrastructuur tot een gezamenlijke opgave die vraagt om nauwe samenwerking binnen de agglomeratie. Tegelijk ontstijgt de invloedssfeer van Amsterdam het schaalniveau van de metropool-regio. Een toenemend aantal van de Amsterdamse banen wordt ingevuld door inwoners van grote en middelgrote gemeenten op afstand, zoals Rotterdam, Zwolle en Den Bosch. Ook de relatie met andere Europese metropolen is sterker geworden. Dat vraagt weer om samenwerking met het Rijk en de provincies. Lokale, regionale en (inter)nationale belangen vallen niet altijd vanzelfsprekend samen. Zo zijn snelle verbindingen tussen de centra van de grote steden belangrijker geworden. Maar snelle intercity’s en internationale treinen concurreren op het spoor met lokale en regionale treinen. De inzet op autoluw en meer kwaliteit in de openbare ruimte staat op gespannen voet met de bereikbaarheid van Amsterdam vanuit andere delen van de regio, waar de auto nog altijd het belangrijkste vervoermiddel is. Samen maken we de gemeente, de regio en het land. Niet alleen binnen de metropoolregio en niet alleen binnen de Randstad. De Amsterdamse economie profiteert bijvoorbeeld van de link met het hightech-cluster rond Eindhoven, met universiteitssteden als Wageningen, Enschede en Groningen en hun specialistische onderzoeksinstituten en startende ondernemingen. De sterke afhankelijkheid, zoals die tussen Amsterdam en de rest van de metropoolregio en enkele grotere gemeenten bestaat, is in de verhouding tussen de hoofdstad en andere delen van Nederland minder evident. Voor sommige regio’s lijkt Amsterdam eerder een magneet die talentvolle mensen wegtrekt en bovendien weinig gevoelig is voor wat er elders in het land speelt en wat er gedacht wordt. Toch horen Amsterdam en Nederland bij elkaar. We hebben elkaar nodig. Denk alleen al aan innovatie, energie, voedsel, de doorvoer van goederen, recreatie, natuur, waterveiligheid en defensie. 2.2.4 Mensen maken de metropool Vaak kijken we naar steden als een verzameling van gebouwen en infrastructuur. Maar een stad bestaat allereerst uit mensen. De inwoners uiteraard, maar ook mensen die er dagelijks komen om te werken, te studeren of wekelijks om te winkelen of uit te gaan. Mensen die er eenmalig en kortstondig op bezoek zijn. Voor al deze mensen is de stad onmisbaar als plek om sociaal en persoonlijk te groeien, om je economisch te ontplooien, om te ontspannen en je te laten inspireren. Iedereen in de stad is onderdeel van een groter netwerk van mensen. Soms heel lokaal in een woongebouw, een straat of buurt. Soms juist internationaal, in een bedrijf, een kennisinstituut of als lid van een over verschillende landen uitgewaaierde familie. Soms langdurig, soms kort. Het is deze veelheid aan netwerken, de uitwisseling die er tussen mensen plaatsvindt, die de essentie vormt van een stad. Een robuust vitale stad is rijk aan netwerken van verschillende aard, die bovendien op verschillende schaalniveaus functioneren. Zo’n stad biedt de meeste kansen op ontwikkeling aan mensen en is bovendien als bron van innovatie en inspiratie onmisbaar in de hedendaagse economie. Continuïteit en vernieuwing Amsterdam is als internationaal georiënteerde gemeente bij uitstek een plek waar veel netwerken samenkomen. Dat was vroeger zo dankzij de haven en de goede verbindingen met de rest van ons land en het heeft dankzij het internetknooppunt AMS-IX in de Watergraafsmeer een nieuwe invulling gekregen. Amsterdam is wereldwijd verbonden en is steeds meer onderdeel geworden van bewegingen die de hele planeet omspannen. Tegelijk is het op het lokale niveau, dat van de buurt en de straat, van de sportvereniging, de buurtschool of de koffiebar, waar Amsterdam zichzelf is. Hier dragen mensen de cultuur die de gemeente Amsterdam een unieke en aantrekkelijke plek maakt: vrijzinnig, activistisch en open naar de wereld. Amsterdam blijft zichzelf terwijl de gemeente steeds verandert. Er is continuïteit in vernieuwing, waarbij nieuwe mensen en ideeën, leefstijlen en culturen hun invloed hebben op de stad, maar de grondtoon van de gemeente toch altijd herkenbaar is. Veel mensen zijn hier slechts voor korte tijd. Als bezoeker, als student of als tijdelijke werknemer. Die vluchtigheid hoort bij Amsterdam. Maar een vruchtbare relatie tussen jezelf blijven en tegelijk openstaan voor wat van buiten komt, vraagt om balans. Een goede verhouding tussen onderdeel zijn van mondiale bewegingen van mensen, ideeën, informatie en goederen en tegelijk mensen de kans geven lokaal te wortelen. Het belang van de directe leefomgeving In Amsterdam is een tegenstelling ontstaan tussen het centrum binnen de A10 ten zuiden van het IJ, en de stadsdelen en stadsgebied Weesp daarbuiten. In de binnenstad is de druk van het toerisme op veel plekken zodanig dat inwoners zich niet meer thuis voelen en Amsterdammers er niet meer komen, elders binnen de ring herkennen mensen hun buurt soms niet meer door de komst van zoveel nieuwe bewoners en voorzieningen. Er klinkt hier een steeds luidere roep om meer balans. In andere delen van de gemeente leidt een bijna omgekeerde situatie evenzeer tot vervreemding. In sommige delen van Nieuw-West, Zuidoost en Noord is de leefbaarheid onder druk komen te staan. Hier dreigt het draagvlak voor de buurteconomie en voorzieningen weg te vallen. De bevolkingssamenstelling is er eenzijdig. Isolatie en gebrek aan gevarieerd straatleven kan deze buurten sociaal onveilig maken. Bewoners zijn te vaak op andere buurten aangewezen voor hun voorzieningen. Hier vragen bewoners juist om meer dynamiek en meer reuring. Maar wat de opgave ook is, in de hele gemeente is de wens hoorbaar om beter betrokken te worden en is er een vraag naar meer ruimte voor eigen initiatief. Belangrijk is dat we ruimte blijven geven aan Amsterdammers om zich te ontplooien. Mensen trekken naar Amsterdam om onderdeel te zijn van het stedelijk leven. Om mensen te ontmoeten, voor werk, om kennis en ervaring uit te wisselen en om zich te laten inspireren door de energie en cultuur van Amsterdam. Tegelijk moet het een veilige plek zijn om te leven, zeker ook voor kwetsbare groepen als kinderen en ouderen en mensen met een beperking. Voor hen zijn lokale netwerken en voorzieningen belangrijk om mee te kunnen doen. Alleen dan is Amsterdam ook een menselijke metropool. Veiligheid en ondermijning De criminaliteitsproblemen in Amsterdam zijn groot. De afgelopen jaren is Amsterdam meermaals opgeschrikt door het geweld dat hiermee gepaard gaat. Er is geen gemakkelijke oplossing voor deze problematiek. Criminaliteit zal in een grote liberale en internationaal open stad nooit helemaal verdwijnen. Maar de overheid moet zich stevig weren tegen het ondermijnende effect van criminaliteit. Daarbij is een bewustzijn van de voedingsbodem voor criminaliteit belangrijk en hoe je die op termijn kunt wegnemen. Wijken met een sterke concentratie van kwetsbare groepen en weinig perspectief zijn zo’n voedingsbodem. Kansenongelijkheid en segregatie versterken die voedingsbodem. Dat vraagt blijvende aandacht voor vitale en gemengde wijken, waar voor jongeren de kans krijgen zich te ontwikkelen en mee te doen. 2.2.5 Naar een onzekere toekomst Nog meer dan tijdens de economische crisis van 2008 maakte corona duidelijk hoe kwetsbaar Amsterdam is voor internationale ontwikkelingen. Verhoudingsgewijs is een groot deel van de Amsterdamse economie conjunctuurgevoelig. Tegelijkertijd is er geen reden om aan te nemen dat structurele trends ombuigen. Onze economie wordt nog altijd kennisintensiever, de ondersteunende dienstverlening groeit tegelijk snel. Steden blijven daardoor mensen trekken. Ook verwachten we dat het internationaal toerisme zich zal blijven ontwikkelen, gezien de aanhoudende welvaartsgroei in Azië. Dat betekent dat we rekening moeten houden met groei van onze gemeente. Tegelijk worden de opgaven ten aanzien van klimaat en energie met het jaar groter. En we moeten alert zijn op technologische ontwikkeling en digitalisering en de effecten daarvan op economie en samenleving. Meer diversiteit en grotere verschillen De afgelopen vijftien jaar versnelde de groei van Amsterdam. De trek van inwoners vanuit de gemeente naar buiten was dan ook geen bewijs van een afnemende aantrekkelijkheid van Amsterdam. De meeste van hen bleven ook in de metropoolregio. De stroom naar buiten werd juist veroorzaakt door de nog grotere instroom naar Amsterdam. Dit betrof hoofdzakelijk buitenlandse migratie van relatief jonge mensen. Achter de bevolkingsgroei van Amsterdam in 2019 met bijna 10.000 inwoners gaat een veel grotere dynamiek schuil. 50.000 mensen kwamen in 2019 vanuit het buitenland naar onze gemeente, 35.000 trokken er over de grens. 24.000 mensen vestigden zich vanuit de rest van ons land, 42.000 vertrokken er naar andere Nederlandse gemeenten. Er werden ruim 10.000 kinderen geboren en er waren ruim 5000 sterfgevallen. Het netto-effect van deze dynamiek is een snelgroeiende gemeente met een steeds diversere en internationale bevolking. De ongekend grote banengroei die Amsterdam de afgelopen jaren meemaakte, komt voor bijna de helft op het conto van de kennisintensieve dienstverlening. In de techsector groeiden enkele bedrijven in rap tempo uit tot wereldspelers. Voor Amsterdam betekent dit dat er naast de financiële sector en media en reclame een nieuwe stevige pijler onder de economie is ontstaan. Een volgende groeisector dient zich intussen aan in de vorm van lifesciences & health. Met de ontwikkelingen van diverse innovatiedistricten en investeringen van het bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheid bouwen we daarvoor aan een sterk ecosysteem. Parallel aan de kennisintensieve dienstverlening maakte de aanvullende dienstverlening een snelle groei door. Horeca profiteerde van de toename van het aantal bezoekers, maar ook van de jonge, uithuizige bevolking. Amsterdam heeft daarmee een stedelijke economie die sterk lijkt op die van andere westerse metropolen. Een internationaal georiënteerde, specialistische dienstensector en een zeer omvangrijke ondersteunende service-economie. Banen voor het middenkader zijn schaarser geworden, terwijl er nog meer dreigen te verdwijnen door automatisering en outsourcing. Dit economisch profiel wordt weerspiegeld in de veranderde bevolkingssamenstelling. Amsterdam biedt steeds minder plek aan mensen met een middeninkomen. Dat heeft naast woon-voorkeuren ook te maken met de samenstelling van de woningvoorraad, die vooral bestaat uit alleen voor lage inkomens toegankelijke sociale huur (2019: 51%) en voor middeninkomens onbetaalbare, dure huur- en koopwoningen (2019: 34%). Dit betekent echter dat bijvoorbeeld politieagenten, leraren en zorgverleners, die voor het functioneren van de gemeente onmisbaar zijn, moeilijk een woning kunnen vinden. Het betekent ook dat wooncarrière maken in Amsterdam lastig is. Omgaan met groei Als Nederland zitten we midden in een demografische transitie, die weer onderdeel is van een beweging van wereldwijde bevolkingsgroei naar wereldwijde bevolkingskrimp. In de tweede helft van deze eeuw zal voor het eerst in de geschiedenis het aantal mensen afnemen. In veel delen van Europa is krimp al een feit en leidt de vergrijzing van de naoorlogse geboortegolf tot hoge maatschappelijke kosten. Groei in Europa is plaatselijk en te danken aan migratie. Mensen en activiteiten concentreren zich in een beperkt aantal stedelijke regio’s. Deze steden zouden weleens de demografische en economische kurk kunnen zijn, waarop het continent de komende decennia drijft. Groei en internationalisering stellen steden voor complexe opgaven. De beweging tot concentratie van werkgelegenheid en stedelijke voorzieningen in Amsterdam is een gegeven. Maar het tegelijk plek bieden aan zoveel nieuwe inwoners blijkt onmogelijk. We staan als gemeente en regio voor fundamentele keuzes. Accepteren we de ongelijkmatige groei van de werkgelegenheid of zoeken we naar mogelijkheden tot een meer evenwichtige ontwikkeling? Lukt het ons om in de gemeente plek te bieden aan al die nieuwe inwoners of accepteren we dat woningbouw voornamelijk buiten onze gemeentegrenzen zal plaatsvinden? Hoe gaan we om met de inefficiënte benutting van de verkeersinfrastructuur door te eenzijdige zware spitsbelasting, de kwalitatieve achteruitgang van de groene landschappen rondom Amsterdam en Weesp, met de toenemende sociaal-economische verschillen? Transities als opgave Al deze vragen geven aanleiding om de ruimtelijke ordening van de gemeente en de metropoolregio opnieuw te overdenken. Verdere groei van Amsterdam kunnen we niet langer opvangen met alleen beter benutten. Metropoolvorming vereist een regionale inbedding van een stedelijke visie. Diverse transities brengen geheel nieuwe ruimteclaims en inrichtingseisen met zich mee: klimaatverandering, deelmobiliteit, de circulaire economie, schone energie, gezond en duurzaam voedsel, een vergrijzende bevolking. Deze een plek geven vraagt om een schaalsprong in de ruimtelijke ordening van de gemeente en de regio als geheel. Zo’n schaalsprong is risicovol, want er horen grote investeringen in infrastructuur, stedelijke voorzieningen en groen bij. Die investeringen doen we voor een lange periode. Eén ding lijkt zeker: de druk op de schaarse ruimte in Amsterdam neemt alleen maar toe. We moeten rekening houden met nieuwe en nog onbekende ruimtevragen, zowel boven- als ondergronds. In afwegingen waar we aan wat ruimte bieden, moeten we altijd ook de andere partijen in de regio en het Rijk betrekken. Lastig is dat we van diverse nieuwe ruimtevragen op dit moment nog niet precies weten hoe groot ze zullen zijn. De ruimte voor de energietransitie is daarvan een voorbeeld, net als de circulaire economie. Technologische ontwikkelingen zijn een andere onvoorspelbare factor. Wat zal de invloed van autonoom rijden zijn op de mobiliteit? Lichte elektrische vervoermiddelen en elektrische fietsen veranderen nu al de manier waarop mensen door de gemeente en de regio bewegen. In de ruimtelijke ordening en de inrichting van de gemeente is het scheiden en vastleggen van functies lang een uitgangspunt geweest. In de toekomst zullen we juist rekening moeten houden met het onvoorspelbare. Een van de domeinen waar dat bij uitstek geldt, is de openbare ruimte. Maar ook gebouwen zullen eenvoudig aanpasbaar moeten zijn om te voorkomen dat ze snel onbruikbaar worden. Het zal van grote invloed zijn op de manier waarop we buurten, gebouwen, straten en pleinen vormgeven. 2.2.6 Het maken van Amsterdam Amsterdam is sinds 1995 vooral gebouwd in grote projecten en programma’s. Het Oostelijk Havengebied, De Aker, IJburg, Zuidas, de Noordelijke IJ-oever, stedelijke vernieuwing in Zuidoost en Nieuw-West. Een ander groot uitlegproject is Weespersluis, dat sinds de fusie met Weesp ook onderdeel is van de gemeente Amsterdam. In deze projecten en programma’s is vormgegeven aan de ontwikkeling van de gemeente. Ruimtelijke ontwikkeling is in deze periode ook een verdienmodel geworden. Met opbrengsten uit projecten als Amstel III en Sloterdijk kon de transformatie van de IJ-oevers betaald worden. Maar ook de Noord/Zuidlijn, nieuwe culturele voorzieningen en tienduizenden betaalbare woningen zijn er mede mee mogelijk gemaakt. Sturen op kwaliteit Sinds de vorige crisis worden ook beperkingen in de manier waarop we de gemeente ontwikkelen zichtbaar. Vergeleken met twintig jaar geleden bouwen we woningen, kantoren en voorzieningen vooral in kleinere en onderling zeer verschillende projecten. Als er op zoveel verschillende plekken door zoveel verschillende ontwerpers aan de gemeente ontworpen wordt, terwijl per project het aantal bouwers toeneemt, ontstaat er behoefte aan een overkoepelend idee over kwaliteit. Waar vinden we hoogbouw van toegevoegde waarde, welke eisen stellen we aan architectuur, de publieke kwaliteit van gebouwen, de kwaliteit van de woningen, de inrichting van de openbare ruimte? Als tien kleinere projecten gezamenlijk om één grote infrastructuurinvestering vragen, wat is dan de centrale plek waar die investering geagendeerd wordt? Er is behoefte ontstaan om aanvullend op onze huidige manier van projectmatig werken stedelijke samenhang en kwaliteit te borgen. Het is een Amsterdamse traditie dat de ruimtelijke kwaliteit van de gemeente, de schoonheid van buurten, gebouwen en openbare ruimte uitdrukking geeft aan collectieve waarden. Dat geldt zeker ook voor de ruimtelijke continuïteit van de gemeente en een zekere mate van monumentaliteit. Die collectieve waarden dragen sterk bij aan het gevoel van trots, thuis voelen en erbij horen. De afgelopen jaren is er in Amsterdam veel sectoraal beleid gemaakt voor de leefomgeving. In visies op groen, openbare ruimte, duurzaamheid, mobiliteit, wonen en werken zijn doelstellingen opgenomen, die in projecten bijeenkomen. Lang niet altijd is de stapeling van eisen en ambities realistisch. De gezamenlijke ruimtevraag van normen voor groen, maatschappelijke voorzieningen, gezondheid en sport, in combinatie met de ambities voor wonen, werken en verkeer en vervoer kunnen we niet zomaar accommoderen binnen de gemeente. Ruimtelijk is veel wel op te lossen, maar financieel ontstaan er binnen projecten knelpunten. Financierbaarheid van de gemeente op lange termijn Problematisch is daarbij dat ontwikkeling in Amsterdam minder hoge opbrengsten genereert dan voorheen. Dat hangt deels samen met de eisen die we als gemeente zelf stellen aan kwaliteit, betaalbaarheid en duurzaamheid. Maar fundamenteler is dat de afgelopen jaren de nadruk bij ontwikkeling op transformatie en verdichting is komen te liggen. Zuidas is gebouwd op braakliggende gemeentegrond rond station Zuid. Iets soortgelijks geldt voor de kantoorgebieden rond Sloterdijk en Bijlmer-ArenA. Dit soort locaties zijn er steeds minder. We zijn nu vooral bezig met het veranderen van werkgebieden met lage dichtheden naar gemengd wonen en werken in hoge dichtheden. Transformatie is een complex, langdurig en kostbaar proces. Het betekent dat het verdienvermogen van deze ontwikkelingen lager is. Geld uit gebiedsontwikkeling wordt door Amsterdam al decennia gebruikt om de gemeente te beheren en in kwaliteit te investeren. Door de snelle groei, intensiever gebruik en de ingrijpende transities zal het in stand houden van de gemeente alleen maar kostbaarder worden. De vraag is hoe we naar 2050 voldoende waarde kunnen creëren om de kwaliteit van Amsterdam in stand te houden. De urgentie van een nieuwe visie Bovenstaande ontwikkelingen maken duidelijk dat er nogal wat op Amsterdam afkomt en dat daarmee een nieuwe visie op de toekomst urgent is. Amsterdam is zich bewust van zijn kwaliteiten en potenties. De uitdaging is om deze bevoorrechte uitgangssituatie in te zetten om de transitie naar een duurzame en rechtvaardige samenleving te versnellen. Lokaal, maar ook nationaal en internationaal. Daarbij is het zaak de kracht en samenhang van de metropoolregio te versterken. Wat voor gemeente willen we zijn in 2050? Waar vinden we in de gemeente en andere delen van de regio de ruimte voor woningen, werkplekken, voorzieningen? Welke investeringen in bereikbaarheid, groen en voorzieningen zijn nodig? Hoe passen we nieuwe ruimtevragen in en beschermen we bestaande kwaliteiten? En welke manier van bouwen aan Amsterdam hoort daarbij? 2.3 H
- Ideeën en zorgen vanuit de samenleving 2.3.1 Introductie Voor de totstandkoming van de omgevingsvisie hebben we gesprekken gevoerd met verschillende groepen in de gemeente: bewoners, ondernemers, jong en oud, geboren Amsterdammers en nieuwe Amsterdammers. In de zeven stadsdelen van Amsterdam hebben zeven verhalenvangers korte verhalen verzameld over wat mensen in de toekomst nodig hebben. Na de fusie van Weesp met Amsterdam is Weesp in 2025 onderdeel gemaakt van de Omgevingsvisie Amsterdam
- Weesp had tot 2025 haar eigen omgevingsvisie, eveneens opgebouwd met ideeën uit de samenleving. Het verhaal van Weesp is zorgvuldig onderdeel gemaakt van het verhaal voor de gemeente Amsterdam. De opbrengsten van alle gesprekken en het harmoniseren van de Omgevingsvisie Weesp 2050 met die van Amsterdam vinden hun weerslag in de delen WAAR, WAT en HOE. Soms zijn ze concreet te herkennen en soms zijn ze abstracter verwoord, vanwege de schaal van de omgevingsvisie. Dit zijn de belangrijkste thema’s vanuit de lokale samenleving. 2.3.2 Zet bestaande gemeenschappen centraal Zet in op de kracht van de diversiteit en bied plek aan de verschillende culturen. Lokale gemeenschappen geven de gemeente haar identiteit. Zorg dat er volop plekken zijn, zowel in de openbare ruimte als in de gebouwde ruimte, waar verschillende groepen in de gemeente zich thuis kunnen voelen. 2.3.3 Duurzaamheid Bouw aan een duurzame woningvoorraad en zorg voor een klimaatbestendige, groene gemeente. Bied ruimte aan stadslandbouw, dit draagt zowel bij aan lokale voedselketens als aan een gezondere gemeente (meer groen en sociale functies). 2.3.4 Toegankelijkheid en betaalbaarheid Zorg voor voldoende betaalbare woningen voor bestaande en nieuwe bewoners. Geef bewoners de mogelijkheid binnen hun buurt een nieuwe woning te vinden, en bied betaalbare ruimte voor lokale ondernemers, kantoren, voorzieningen, maakindustrie. Investeer opbrengsten van nieuwe ontwikkelingen in de aangrenzende buurt. 2.3.5 Zet in op verbinding Investeer in sociale en fysieke verbinding. Verbind buurten beter met elkaar door middel van openbaar vervoer, levendige stadsstraten en aantrekkelijke groengebieden, en maak veilige en aantrekkelijke fietspaden. Ook om de sociaal-economische afstand tussen gebieden binnen en buiten de ring te overbruggen. Investeer in ruimte voor ontmoeting en sociale verbinding en verbind oude en nieuwe bewoners door te mengen, zowel woningen als voorzieningen. 2.3.6 Zeggenschap en eigenaarschap De gemeente heeft ruimtes nodig waar mensen elkaar kunnen ontmoeten, waar ze rust kunnen vinden en zich kunnen ontwikkelen. Van culturele centra tot veilige plekken voor jongeren die nergens terechtkunnen. En zorg dat deze plekken een stabiel onderkomen en structurele financiering hebben, zodat ze kunnen wortelschieten. Dit draagt bij aan een sociale gemeente waar ervaringen tussen bewoners uitgewisseld kunnen worden en waarin mensen makkelijker terechtkunnen voor hulp op moeilijke momenten. 2.3.7 Geef ruimte aan ontmoetingsplekken De gemeente heeft ruimtes nodig waar mensen elkaar kunnen ontmoeten, waar ze rust kunnen vinden en zich kunnen ontwikkelen. Van culturele centra tot veilige plekken voor jongeren die nergens terechtkunnen. En zorg dat deze plekken een stabiel onderkomen en structurele financiering hebben, zodat ze kunnen wortelschieten. Dit draagt bij aan een sociale gemeente waar ervaringen tussen bewoners uitgewisseld kunnen worden en waarin mensen makkelijker terechtkunnen voor hulp op moeilijke momenten. 2.4 H
- Amsterdam naar 2050 2.4.1 Groeiende metropool in transitie In dit hoofdstuk beschrijven we de grote opgaven, waarvoor in het volgende hoofdstuk de ruimtelijke oplossingen uiteengezet worden. Amsterdam is de kerngemeente van een snelgroeiende metropool in transitie. Zowel de snelle groei als de transities zijn een gegeven. Het zijn uitdagingen, maar ze bieden tegelijk grote kansen. Kansen om voort te bouwen op het Amsterdamse karakter van een open, diverse en internationale samenleving. Kansen om te werken aan een menselijke metropool: inclusiever, duurzamer, leefbaarder, vitaler, gezonder en compacter. Een gemeente die niet uit los zand bestaat, maar waar cohesie tussen mensen en buurten vanzelfsprekend is. Amsterdam wil richting geven aan groei, transities versnellen en ruimte bieden aan initiatieven uit de samenleving. Daarvoor is een stevige gezamenlijke inzet nodig met de samenleving en de markt. Want het succes van Amsterdam is geen gegeven. Trends zetten door De groei van Amsterdam, transities rond energie, mobiliteit, voedsel en economie, en ontwikkeling van technologie en in de samenleving werken op elkaar in. Het wordt steeds duidelijker wat de richting daarbij zal zijn. Concentratie van mensen en werk in steden zet voorlopig door, terwijl Amsterdam ook vergrijst. We zetten onze inzet voort richting een CO2-vrije energievoorziening, een openbare ruimte waar ruim baan gegeven wordt aan groen, lopen en fietsen, meer delen en minder bezit, een circulaire economie en kringlooplandbouw. Tegelijk wordt de samenleving zelfbewuster, kritischer en internationaler. Noodzaak tot sturing De wijze waarop groei van het aantal inwoners, arbeidsplaatsen en bezoekers in de gemeente en in de regio als geheel neerslaan vraagt om sturing. Hetzelfde geldt voor de manier waarop we vormgeven aan transities. Zonder sturing dreigt enerzijds voortgaande extreme concentratie en oplopende druk in en rond het Amsterdamse centrum, en anderzijds een verder dichtslibben van de wijdere regio, met verstedelijking in kwetsbare landschappen en overbelaste infrastructuur. Het versnellen van transities maakt keuzes noodzakelijk. Waar vinden we de benodigde ruimte, waaraan geven we voorrang, wetende dat ruimte in de gemeente en de rest van de regio een steeds schaarser goed is? Amsterdam als proeftuin voor vernieuwing Amsterdam is door de eeuwen heen een plek geweest waar veel verschillende mensen uit de hele wereld naartoe trokken. Het is vanouds een gemeente die mogelijkheden tot innovatie biedt. Nog altijd is Amsterdam een ‘early adopter’, een plek waar innovaties als eerste landen. De wereld vraagt om oplossingen voor verstedelijking, gezondheid, klimaatverandering, hoe we met grondstoffen en afval omgaan en democratische vernieuwing. Amsterdam wil zijn kernkwaliteiten - vrijzinnig, activistisch en zorgzaam - gebruiken om bij te dragen aan het oplossen van deze vraagstukken. Het zal de plek zijn waar we nieuwe oplossingen uitproberen en verbeteren, waarna we ze kunnen delen met andere steden over de hele wereld. Zo dragen we bij aan het aanpakken van de uitdagingen waar de wereld voor staat. Samen voortbouwen op ervaring In de gemeente en in de regio als geheel worden al belangrijke stappen gezet in het sturing geven aan de groei en aan het versnellen van transities. Ervaring die we in projecten en gebieden hebben opgedaan, vormen dan ook belangrijke input voor deze omgevingsvisie. Of het nu gaat om het versnellen en op peil houden van de woningbouw en experimenten met nieuwe ontwikkelvormen, het behoud van ruimte voor productieve bedrijvigheid, hoe we omgaan met nieuwe vervoermiddelen, het boven- en ondergronds inpassen van bedrijvigheid, nutsvoorzieningen in nieuwe en bestaande buurten, het klimaatbestendig en beweegvriendelijk inrichten van de openbare ruimte of hoe we samenwerken, tussen theorie en praktijk moet een vruchtbare uitwisseling bestaan. Voor de onderstaande opgaven wil Amsterdam met deze omgevingsvisie stevig richting aangeven en tegelijk ruimte creëren om nieuwe wegen te verkennen. De opgaven hangen samen met samenwerkingstrajecten in de Metropoolregio Amsterdam (MRA) en zijn soms een uitwerking van nationale opgaven. Regionaal perspectief We plaatsen deze Amsterdamse toekomstvisie nadrukkelijk in een nationaal en regionaal perspectief. Zonder koerswijziging in het ruimtelijk beleid zullen de verschillen in de regio alleen maar groter worden en worden er kansen gemist. Om de regionale ontwikkeling meer in evenwicht te brengen is samenwerking nodig met onze regiopartners en het Rijk bij economie, wonen, mobiliteit, duurzaamheid en landschap. De Amsterdamse boodschap is dat we ruimtelijk heel veel kunnen, maar dat we financieel, organisatorisch en in wet- en regelgeving samen moeten optrekken. De omgevingsvisie moet een kader bieden voor integrale afwegingen op het niveau van de gemeente als geheel, in de context van de ontwikkeling van de metropoolregio als demografische en economische motor van ons land. De uitdaging daarbij is om ervoor te zorgen dat de hele gemeente en de rest van de regio erop vooruitgaan. 2.4.2 Grote opgaven Amsterdam staat voor grote ruimtelijke opgaven, die raken aan woningbouw, economie, duurzaamheid, verkeer en vervoer, groen en leefbaarheid en democratisering. Balans in de woningmarkt De overspannen woningmarkt en de segregatie bedreigen de kansengelijkheid en uiteindelijk ook het succes van de gemeente. Tegelijkertijd is die overspannen woningmarkt deels ook een gevolg van het succes van Amsterdam. De gemeente en de regio blijven groeien, vooral vanwege de grote aantrekkingskracht van onze diverse bevolking op bedrijven en de kansen op ontwikkeling die Amsterdam aan mensen biedt. In MRA-verband hebben we afspraken gemaakt over hoe we in de verwachte woningbehoefte voorzien. Amsterdam heeft daarbij de ambitie om ongeveer de helft van de regionale woningvraag voor zijn rekening te nemen. In de periode tot 2050 willen we in de gemeente ruimte bieden voor ongeveer 150.000 woningen voor 250.000 Amsterdammers. Oftewel een groeitempo van ongeveer 5.000 woningen per jaar. Dat is inclusief bijbehorende voorzieningen en infrastructuur. Amsterdam heeft er ruim 750 jaar over gedaan om de huidige ca. 450.000 woningen en alles wat daarbij hoort te bouwen. Een groei van 30% in slechts dertig jaar tijd is dan ook ambitieus. We willen een compleet Amsterdam bouwen met leefbare en aantrekkelijke buurten. Een groeitempo van 5.000 per jaar stelt ons in staat de infrastructuur, groen en openbare ruimte mee te laten groeien. Het is als ambitie ook organisatorisch en, rekening houdend met crises, langjarig haalbaar. Belangrijker nog dan het bouwtempo is de noodzaak de woningmarkt meer in balans te krijgen, zodat Amsterdam toegankelijk blijft voor lagere inkomens, middengroep en gezinnen. Het vraagt om een stevige volkshuisvestelijke inzet, ook in de regio. Bijvoorbeeld door het beschermen van bestaande betaalbare woningen en doorstroming in de bestaande voorraad. Daarnaast zullen we woningen moeten bouwen in alle segmenten. Daarbij is de behoefte aan blijvend betaalbare woningen (sociale en middeldure huur) verreweg het grootst. Vanwege de vergrijzing is er speciale aandacht voor levensloopbestendige woningen en huisvesting van ouderen. We streven naar gemengde wijken voor mensen uit verschillende inkomensgroepen. We willen voorkomen dat wijken of regiokernen achteropraken. Nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan het verbeteren van bestaande buurten en de leefbaarheid en ontwikkelingskansen. Belangrijk daarbij zijn ook de verduurzaming en verbetering van de bestaande voorraad en versterken van het draagvlak voor voorzieningen. Economische diversiteit als kracht Net als veel andere grote gemeenten heeft Amsterdam zich de afgelopen twintig jaar door de opkomst en groei van de kenniseconomie economisch sterk ontwikkeld. De economische dynamiek in steden leidt tot een snelle groei van het inwonertal en een toenemende woon-werk-pendel. Ook de komende decennia zal Amsterdam de rol als economische motor en belangrijk werkgebied voor inwoners van de hele metropoolregio blijven vervullen. Tegelijk zoeken we naar nieuwe vestigingsmilieus in de hele regio om te werken aan een economisch sterke en inclusieve MRA. Amsterdam zet niet alleen in op de kracht van de kenniseconomie, maar streeft naar een gevarieerde en diverse economie, die weerbaar en adaptief kan reageren op snelle economische veranderingen. Een toekomstbestendige economie, die kan omgaan met belangrijke maatschappelijke transities en die verschillende groepen – kenniswerkers, dienstverleners en vakgeschoolden – laat meeprofiteren van economische groei in de gemeente. Amsterdam blijft aantrekkelijk voor bedrijven. We houden rekening met een groei van zeker 200.000 arbeidsplaatsen tot
- Dit is ongeveer de helft van de verwachte werkgelegenheidsgroei in de Metropoolregio Amsterdam tot
- Met deze omgevingsvisie wil Amsterdam de economische ontwikkeling van de hele MRA versterken door meer banengroei te stimuleren in de regio. Deze regionale werkgelegenheid zal niet alleen terechtkomen op bedrijventerreinen, maar ook in regionale stedelijke centra. Hier ontstaan door verdichting kansen voor meer werken en voorzieningen. Deelregio’s in de metropoolregio worden zo economisch en sociaal vitaler. Regionale economische groei gaat niet om spreiden, maar om het versterken van de regionale kracht. We bouwen met de regiokernen aan onderscheidende economische profielen en benutten tegelijk de verstedelijkingskansen op openbaarvervoerknooppunten. Economische diversiteit wordt versterkt door een variëteit aan vestigingsmilieus in Amsterdam. We willen tegemoetkomen aan de vraag naar hoogstedelijke werkmilieus voor start-ups, scale-ups en internationale topbedrijven en -instellingen. Hier kunnen ook bijzondere voorzieningen een plek krijgen, die afhankelijk zijn van de omvang, diversiteit en grootstedelijke condities in Amsterdam. Nieuwe en bestaande innovatiedistricten zijn nodig om plek te bieden aan uitwisseling tussen bedrijven en onderwijs, die belangrijk is voor de kenniseconomie en innovatiekracht. In gemengde stadsbuurten staan lokaal ondernemerschap en stadsverzorgende bedrijvigheid centraal. Vooral kleinschalige bedrijven hebben de stad nodig als vestigingslocatie om economisch te overleven. Doordat veel bedrijventerreinen de komende jaren transformeren tot woon-werkwijk – en er een tekort ontstaat van ongeveer 150 ha bedrijventerrein – wordt integratie van bedrijvigheid in gebiedsontwikkeling de komende decennia een belangrijke opgave, zodat ook in de toekomst Amsterdam economische kansen biedt voor iedereen. Ruimte voor maakindustrie zoeken we zowel in productieve buurten, waar ook gewoond wordt, als op bedrijventerreinen. Deze bedrijventerreinen zullen wel net als de rest van Amsterdam moeten verdichten. Ruimte voor duurzaamheid Amsterdam zet vol in op de transitie naar schone energie, klimaatbestendigheid en een circulaire economie. Dit zal binnen en buiten de gemeente ruimtelijke impact hebben. Klimaatadaptatie vraagt om plek voor waterberging en -afvoer, en verkoeling. Energieopwekking krijgt deels een plek in het landschap en op daken in bestaande buurten. Schone energie vraagt om nieuwe infrastructuur. Die moet in bestaande en nieuwe buurten en in de ondergrond ingepast worden. Voor warmtenetten en uitbreiding van het elektriciteitsnetwerk hebben we de ruimtevraag goed in beeld. Verder is het vooral een zaak van het reserveren van voldoende ruimte, zonder dat dit wordt afgewenteld op bijvoorbeeld groen en water. Dat geldt vooral voor de circulaire economie, waarin de haven draaischijf wordt. Voor de deels nog onbekende ruimtevraag voor energie en circulariteit reserveren we voldoende hoge milieuruimte in het havengebied buiten de A
- Amsterdam kan zich onderscheiden op energie en circulariteit, bijvoorbeeld in sectoren zoals hoogwaardige recycling, waterstof, biochemie en (retour-)logistiek. Duurzaam zijn betekent ook dat we ons voorbereiden op de gevolgen van klimaatverandering. De zeespiegel stijgt en het weer wordt onvoorspelbaarder en extremer. Amsterdam ligt op een kwetsbare plek, met een slappe bodem en hoge kosten voor het in stand houden van wat we hebben. Denk alleen al aan de kades en bruggen. Dit brengt extra grote uitdagingen met zich mee bij het tegengaan van wateroverlast, overstromingen, hitte en droogte. Dat heeft ook gevolgen voor hoe we met het landschap omgaan. We willen bodemdaling en verzilting tegengaan en zullen ons waterbeheer en de landbouw hierop moeten aanpassen. Mobiliteitstransitie en regionale bereikbaarheid De groei van Amsterdam, en het intensiever gebruik van de schaarse ruimte dat daarbij hoort, vraagt om een mobiliteitstransitie. Zonder die mobiliteitstransitie dreigt een verkeersinfarct en een verslechtering van de bereikbaarheid en de leefbaarheid van Amsterdam. We zullen in de openbare ruimte ruim baan moeten geven aan ruimte-efficiënte, duurzame, schone vervoervormen zoals lopen, fietsen en openbaar vervoer. Om deze meer dan nu aantrekkelijke alternatieven voor de auto te maken, zijn grote investeringen nodig. Deze vallen grotendeels samen met een zeer urgente schaalsprong in het regionale en nationale openbaar vervoer. Het ruimtelijk organiseren van meer nabijheid door Amsterdam te verdichten hoort daar ook bij. Hoewel we een meer evenwichtige verdeling van economische groei in de MRA voorstaan, zullen verschillen blijven bestaan. Het goed verbinden van de noord- en oostzijde van de regio met de economische kerngebieden in en ten zuiden van het Amsterdamse centrum vraagt om grote investeringen. Ook zullen pendelbewegingen tussen de MRA en de rest van ons land blijven groeien. Voor internationale verbindingen wordt de trein belangrijker. Schiphol is voor het economische functioneren van Amsterdam en de MRA onmisbaar. Wel zoeken we naar een nieuwe invulling van de hubfunctie van Schiphol, met meer internationale treinen, minder impact van Schiphol op leefbaarheid en klimaat en meer ontwikkelruimte voor Amsterdam. Leefbaarheid in een verdichtend Amsterdam Meer Amsterdammers zullen de schaarse ruimte met elkaar delen. En die gedeelde ruimte moet groener en blauwer worden. Om verschillende redenen is er behoefte aan meer en beter groen en blauw in de gemeente. Groen als ontmoetingsruimte en als ruimte om in te sporten en te bewegen, voor de biodiversiteit en voor een goede omgang met de gevolgen van klimaatverandering. Water heeft veel vergelijkbare functies en werkt verkoelend in tijden van hitte. Dit is ook een van de redenen waarom Amsterdam ruimte wil bieden aan groei: om de waardevolle landschappen te ontzien. Maar het gevolg is wel dat de druk op de groene en blauwe ruimte juist binnen de gemeentegrenzen hoger wordt. Het creëren van nieuwe parken en het vergroten van de kwaliteit en de gebruiksmogelijkheden van bestaande groengebieden voor alle Amsterdammers is daarom een grote opgave. Deze opgave kan gekoppeld worden aan de mobiliteitstransitie, omdat er mede door duurzaam en ruimte-efficiënt vervoer kansen ontstaan voor een andere inrichting van wegen, straten, pleinen en ruimte op het water. Tegelijkertijd vragen ruige en stille groengebieden als de volkstuinparken om bescherming. Deze hebben een belangrijke ecologische functie en bieden bewoners plek voor rust en ontspanning. Ten slotte ligt er de enorme opgave om de gemeente goed te beheren. Dat gaat deels over onderhoud, maar ook over de zeer kostbare aanpak van kades en bruggen. Actief burgerschap De groeiopgaven van onze metropool in transitie vragen niet alleen om een actieve overheid, maar ook om actief burgerschap. Bouwen aan de toekomst betekent meer dan ooit dat we het samen moeten doen. Samen met de inwoners van onze gemeente, samen met professionele partners en instituten. Zonder betrokkenheid en samenwerking ontstaat er geen inclusieve gemeente waar mensen zich thuis voelen. We moeten Amsterdammers, marktpartijen en instellingen beter in staat stellen hun bijdrage te leveren, om mede invulling te geven aan de wijze waarop we als gemeente groeien. Volgens de Omgevingswet werken we aan een centralere positie voor de burger in de gebiedsontwikkeling. Dat vraagt iets van het delen van kennis en informatie en het ondersteunen van particulier initiatief in de bouw. Ook binnen de reguliere ontwikkelaarsbouw liggen er opgaven om meer ruimte te bieden voor variatie in woonwensen en exploitatievormen. 2.5 H
- Vijf strategische keuzes 2.5.1 Introductie Met vijf strategische keuzes geven we richting aan het bouwen aan een menselijke metropool: Amsterdam en de rest van de metropoolregio als plek waar mensen zich thuis kunnen voelen en zich kunnen ontwikkelen. De opgaven ten aanzien van woningbouw, economische vitaliteit, de energietransitie, de mobiliteitstransitie, verbeteren van het groen en de leefbaarheid en meer ruimte voor maatschappelijk initiatief staan alle ten dienste van die ene ambitie. De strategische keuzes hangen met elkaar samen en geven samen richting aan de ruimtelijke ontwikkeling van Amsterdam als onderdeel van de metropoolregio. Vooropstaat dat we een schaalsprong maken in ons denken over de gemeente in de regio. We focussen ons minder op het centrum van Amsterdam en richten de blik meer naar buiten. Dit maakt het nodig dat we inzetten op stevige verbindingen binnen de gemeente en tussen alle kernen van de regio. Tegelijk respecteren we de bestaande grenzen van het stedelijk gebied, zorgen we voor een gezonde leefomgeving die uitnodigt tot bewegen en gaan we voor meer groene kwaliteit in buurten en het landschap. Een succesvol Amsterdam is een onderscheidend Amsterdam, waarvan de burgers dragers zijn. Daarom zoeken we naar manieren om de samenleving een actievere rol te geven bij bouwen en beheren in de gemeente. Amsterdam kiest met Meerkernige ontwikkeling voor meer evenwicht in de gemeente en de regio en nieuwe ruimte voor groei en innovatie. We willen het centrum ontlasten en eraan bijdragen dat de verschillende kernen in de regio zich verder ontwikkelen tot onderscheidende, complete en compacte stedelijke gebieden. Binnen Amsterdam zal de ontwikkeling zich concentreren in en tegen de stadsdelen Nieuw-West, Noord en Zuidoost. Amsterdam groeit op een compacte en duurzame manier. Daarom kiezen we voor Groeien binnen grenzen. Transformatie van bedrijventerreinen en verdichting van naoorlogse wijken wenden we aan voor het versterken van het sociale fundament en het verduurzamen van de hele gemeente. We zorgen overal voor voldoende ruimte voor ontmoeting en draagvlak voor voorzieningen en ondernemerschap. Een mix van wonen, werken en voorzieningen is het uitgangspunt. Verdichting vraagt om slim ruimtegebruik, ook door mobiliteit, en een gezonde leefomgeving, die uitnodigt tot bewegen, ontmoeten en spelen. Met Duurzaam en gezond bewegen geeft Amsterdam ruim baan aan lopen, fietsen en openbaar vervoer. De inrichting van de leefomgeving nodigt uit tot actief bewegen, spelen en sporten. Een geïntegreerd regionaal ov-systeem, nieuwe overstap- en overslaghubs en goede fietsvoorzieningen houden de gemeente bereikbaar. Minder auto’s geeft mede ruimte voor Rigoureus vergroenen. Zo zorgen we in alle buurten voor meer leefkwaliteit. Bomen en planten in de openbare ruimte en op en aan gebouwen helpen om de gemeente klimaatbestendig en leefbaar te houden voor mens, dier en plant. Ten slotte onderzoekt Amsterdam met Samen stadmaken de mogelijkheden voor meer maatschappelijk initiatief. We willen ruimte bieden aan zeggenschap en eigenaarschap over de eigen leefomgeving. Daarbij heeft de gemeente een duidelijke rol bij het stellen van de kaders, maar nemen we tegelijk een open houding aan naar belanghebbenden, zijn we nieuwsgierig en maken we ruimte voor experimenten. Samenwerking met bewoners, marktpartijen en onze partners in de regio staat voorop. 2.5.2 Meerkernige ontwikkeling Van uitrol centrumgebied naar een meerkernige en meer diverse verstedelijking Amsterdam groeit als gemeente en als metropool. We willen de economische kracht van de metropoolregio vergroten. De behoefte aan stedelijke plekken als vestigingsmilieu voor internationale bedrijven en kennisinstellingen en als aantrekkelijke leefomgeving blijft groot. Naast de bestaande hoogstedelijke gebieden voor wonen en werken, centrum en Zuidas, zijn nieuwe onderscheidende stedelijke kernen nodig. Deze willen we in de hele gemeente en regio laten ontstaan. Binnen Amsterdam maken we ruimte voor circa 200.000 nieuwe arbeidsplaatsen. Tegelijk zetten we ons in voor meer werkgelegenheid in de regiokernen. We willen de tendens van ongelijk verdeelde groei, ruimtelijke segregatie en toenemende kansenongelijkheid doorbreken en de druk op het Amsterdamse centrum verminderen. Met een evenwichtige ontwikkeling van de gemeente, de agglomeratie en de regio als geheel bouwen we aan meer variatie en tegelijk meer samenhang in de metropoolregio. Amsterdam wordt daarmee een meerkernige gemeente. Focus op Nieuw-West, Zuidoost en Noord Nieuw-West, Zuidoost en Noord ontwikkelen zich tot complete stedelijke kernen in de metropoolregio. Hier liggen de grote transformatiegebieden Amstel-Stad, Haven-Stad,Schinkelkwartier en noordelijke IJ-oevers. Met de naastgelegen buurten in Nieuw-West, Zuidoost en Noord vormen ze straks een samenhangend geheel. Als stedelijke kernen zijn deze stadsdelen geen uitbreidingen van het Amsterdamse centrum, maar ontwikkelen ze zich op eigen voorwaarden en met een eigen invulling van stedelijke kwaliteit. Bij meerkernige verstedelijking hoort ook een spreiding van voorzieningen en instellingen met een stedelijke en regionale uitstraling. Daarbij zijn cultuur en kennis belangrijke dragers. We bouwen onder andere een nieuw theater aan de Sloterplas en een bibliotheek in Zuidoost, en we streven naar een nieuw cultuurgebouw aan het Buikslotermeerplein. Nieuwe ruimte voor werken, kennis en bezoekers Met de ontwikkeling van Nieuw-West, Zuidoost en Noord tot gebieden met een eigen stedelijke kwaliteit richt Amsterdam zich steviger op de rest van de regio. Concentraties van werken en publiekstrekkende voorzieningen in Amsterdam krijgen vooral een plek in stationskwartieren bij de belangrijke stations: Sloterdijk, Bijlmer-ArenA, Zuid, Amstel en CS. Banen en voorzieningen zijn daarmee voor mensen vanuit de rest van de metropoolregio en Nederland uitstekend bereikbaar met openbaar vervoer. We koesteren de internationaal unieke innovatie- en startupcultuur en de sterke positie van kennisinstellingen. In innovatiedistricten zoals het Marineterrein, Schinkelkwartier, Amstelcampus, VU-kwartier en Science Park Amsterdam maken we ruimte voor synergie tussen samenleving, economie en onderzoek. We verminderen de druk op het Amsterdamse centrum door het verplaatsen van toeristische functies zoals de Passenger Terminal Amsterdam. In de binnenstad werken we aan het herstel van de balans tussen wonen, werken en bezoekerseconomie. Amsterdam zet ook actief in op een goede spreiding van werkgelegenheid binnen de regio. Grotere regiokernen als Almere, Zaanstad, Purmerend en Hoofddorp worden logische plekken voor nieuwe vestigingen van hoger onderwijs en voorzieningen met een regionale functie. Zo dragen we in Amsterdam en regio bij aan meer gelijke kansen voor mensen om zich te ontwikkelen. Amsterdam streeft een koploperspositie na in verduurzaming en circulaire economie. De haven buiten de A10 biedt milieuruimte voor circulaire economie en energieopwekking en -opslag. Hier is ook plek voor logistieke bedrijven. Voor stadsverzorgende bedrijven en de maakindustrie behouden en intensiveren we bedrijfslocaties en scheppen we nieuwe ruimte in productieve wijken, zoals Haven-Stad en Buiksloterham. Samen met de regio onderzoeken we nieuwe bedrijfslocaties. Van stadsranden naar nieuwe voorkanten Nieuwe grote ontwikkelgebieden grenzen direct aan de groene scheggen en aan het water van het IJ. Deze nieuwe stadsranden krijgen veel aandacht. De infrastructuurbarrières tussen Nieuw-West en Zuidoost en het landschap worden geslecht, waardoor deze stadsdelen voorkanten krijgen aan de Nieuwe Meer, de Bretten en de Amstelscheg. We investeren in het landschap, indien mogelijk benutten we daarvoor opbrengsten uit aangrenzende gebiedsontwikkeling. Het IJ krijgt nog meer een centrale plek in de stad, met aantrekkelijke oevers en groene plekken. Het waterfront wordt met de nieuwe bruggen en veren beter ontsloten en de stad gaat veel meer gebruikmaken van het water en de waterranden voor recreatie en vervoer van mensen en goederen. 2.5.3 Groeien binnen grenzen Verdichting door complete en duurzame wijkontwikkeling Groeien binnen grenzen betekent dat Amsterdam de ecologische voetafdruk wil beperken. Compacte verstedelijking is daar een belangrijk middel voor. Compact betekent immers dat landschappen buiten het stedelijk gebied open kunnen blijven, dat reisafstanden kort zijn en we efficiënt omgaan met infrastructuur, energie en voorzieningen. Amsterdam maakt tot 2050 binnen het huidige stedelijk gebied ruimte voor minimaal 150.000 woningen voor 250.000 Amsterdammers, in met werken en voorzieningen gemengde buurten. Met deze groei vergroten we tevens de kwaliteit van het bestaande stedelijk gebied. Groeien binnen grenzen geeft daarmee mede invulling aan de donut-gemeente, met een stevig sociaal en klimaatbestendig fundament en het minimaliseren van ruimtebeslag, van gebruik van grondstoffen en van de bijdrage aan klimaatverandering. Aantrekkelijke buurten Groei en verdichting van het bestaande stedelijk gebied is geen doel op zich. Met meer woningen, voldoende werkplekken en publiekstrekkende voorzieningen zorgen we in de hele gemeente voor voldoende massa en draagvlak voor maatschappelijke voorzieningen, openbaar vervoer en lokale ondernemers. We bouwen gemengde wijken met een stevige focus op betaalbare woningen, deels ook in nieuwe ontwikkelvormen. Daarbij bewaken we de balans tussen rust en reuring. Bij verdichting staan de menselijke maat en de kwaliteit van de openbare ruimte voorop. Gebouwen dragen positief bij aan hun directe omgeving, bijvoorbeeld met aantrekkelijke gevels en publieksfuncties en veel ingangen aan de straat. Zo versterken ze de collectieve waarde van de gemeente. Ze vergroten bovendien de veiligheid dankzij meer ‘ogen op straat’. Nieuwe projecten in het bestaande stedelijk gebied zijn niet in zichzelf gekeerd, maar echt onderdeel van hun omgeving. Ze versterken de samenhang binnen en tussen buurten. Nieuwe stedelijke kwaliteit In de transformatiegebieden en in de naoorlogse wijken bouwen we aan meer stedelijke kwaliteit. Daarbij zijn de bestaande waarden en behoeften in de stadsdelen Nieuw-West, Zuidoost en Noord uitgangspunt. Bij de grote stations en rond de stadsdeelcentra Osdorpplein, Buikslotermeerplein en Amsterdamse Poort maken we meer dichtheid en mengen we wonen en werken met stedelijke voorzieningen. Het worden plekken met stedelijke betekenis, die veel meer dan nu via straten, lanen en groene routes onderdeel zijn van hun directe omgeving. Hoogbouw kan op deze plekken goed bijdragen aan verdichting met kwaliteit en dienen als oriëntatiepunt. In de vooroorlogse wijken bewaken we de prettige afwisseling tussen rustige woonstraten en levendige stadsstraten en pleinen. Verdichten van het bestaande stedelijk gebied Het vinden van ruimte om te groeien en voor benodigde voorzieningen en infrastructuur lukt alleen als we Amsterdam verdichten, met boven- en ondergrond als één opgave. Hierbij ontstaan spannende dilemma’s. In een verdichtend Amsterdam wordt de ruimte namelijk schaarser. Dat betekent dat we altijd keuzes zullen moeten maken in de beperkte ruimte die we hebben. Drukker gebruik betekent bovendien ook dat intensiever beheer nodig is. Deze keuzes kunnen we alleen verantwoord maken als we naar belanghebbenden open zijn over het waarom en in overleg gaan met hen. De grootste verdichtingskansen liggen in gebiedstransformaties, waar eenzijdig werken in lage dichtheid plaatsmaakt voor gemengd wonen en werken in hoge dichtheden. Stadsverzorgende en productieve bedrijvigheid blijft hier waar mogelijk behouden. In de naoorlogse buurten is verdichting mogelijk zonder grootschalige sloop van bestaande woningen. We benutten bijvoorbeeld op een slimme manier bestaande ruimte langs doorgaande verkeerswegen. 2.5.4 Duurzaam en gezond bewegen Heel Amsterdam een ov-, wandel- en fietsgemeente In verdichtende wijken moeten we slim gebruikmaken van de schaarse ruimte. Een intensief bebouwde gemeente is in principe een gezonde plek om te leven, zolang de lucht schoon is en de leefomgeving veilig is en uitnodigt tot spelen en bewegen. Nabijheid en toegankelijkheid zijn daarvoor van groot belang. Amsterdammers vinden daarom straks op loop- en fietsafstand buurtvoorzieningen, winkels en uitgaansplekken en parken en op maximaal vijftien minuten fietsen stedelijke voorzieningen en grote groengebieden. Richting 2050 krijgen stap voor stap in de hele gemeente voetgangers, fietsers en het openbaar vervoer ruim baan. Zo blijft er voldoende ruimte voor noodzakelijk vervoer, zoals nood- en hulpdiensten, logistiek en mensen met een beperking. Een autoluwe gemeente vraagt een grote inzet. Bijvoorbeeld op nieuwe openbaarvervoerverbindingen en goede overstapmogelijkheden, die banen en voorzieningen ook vanuit de regio beter bereikbaar houden. Samenwerking met Rijk en regiopartners is daarvoor onmisbaar. Ontmoeten en bewegen Verbindingen en aantrekkelijke verblijfsplekken met een rijk voorzieningenaanbod zijn van het grootste belang. De vaak toevallige kennisuitwisseling tussen veel verschillende mensen in een stedelijke omgeving ligt aan de basis van veel culturele en economische vernieuwing. Onmisbaar daarvoor zijn een aantrekkelijke en onderscheidende openbare ruimte en publieke plekken als cafés, restaurants, specialistische winkels en culturele voorzieningen. Juist de combinatie van verkeer en ontmoeten geeft aan sommige straten een stedelijke kwaliteit. In deze stadsstraten en stadslanen is het prettig verblijven. Ze zijn tegelijk veilige en aantrekkelijke routes voor fietsers en voetgangers, die buurten met elkaar verbinden. Dit geldt in het bijzonder ook voor kwetsbare groepen. Een verdichtend Amsterdam nodigt uit tot lopen en fietsen Meer kwaliteit in verblijfsgebieden en routes voor langzaam verkeer levert ook voor buurten veel op. Zeker in de naoorlogse delen van de gemeente biedt minder ruimte voor de auto hiervoor kansen. Drukke autoroutes, zoals de Lelylaan, de Burgemeester Roëllstraat en de Gooiseweg, kunnen op termijn uitgroeien tot aantrekkelijke straten. Als de hoeveelheid auto’s hier teruggebracht wordt, ontstaat er ruimte om te wonen en voor lokaal ondernemerschap en voorzieningen. Verdichting kan zo bijdragen aan meer leefkwaliteit, met winkels, voorzieningen, buurtgroen en ruimte voor bewegen om de hoek. Dat maakt gebruik van de auto minder noodzakelijk en nodigt uit tot wandelen en fietsen. Extra inwoners en voorzieningen vergroten bovendien het draagvlak voor het openbaar vervoer. De inzet op een wandel- en fietsgemeente gaat stap voor stap. Voor deze veranderingen is een lange adem nodig, omdat we eerst maatregelen moeten nemen gericht op afname van autobezit en -gebruik. Steeds meer plekken verkleuren nu en straks tot prettige verblijfsgebieden. Goed openbaar vervoer, aantrekkelijke en veilige fietsroutes, een breed aanbod van deelmobiliteit en de inrichting van overstap- en overslaghubs zijn een voorwaarde voor het in de hele gemeente verminderen van het ruimtebeslag door de auto. De baten ervan zijn vooral voor kwetsbare groepen groot: meer ruimte voor kinderen om te spelen en voor ouderen en mensen met een beperking om mobiel te zijn. Een samenhangende gemeente in een verbonden regio Een autoluw Amsterdam moet ook een bereikbaar Amsterdam zijn. Goede verbindingen voor fiets, openbaar vervoer en lichte en schone vervoermiddelen in de gemeente en de hele regio zorgen daarvoor. Nieuwe schakels binnen en tussen stadsdelen en stadsgebied Weesp maken dit netwerk compleet. Bruggen over het IJ, een Schinkelbrug tussen Zuid en Nieuw-West en een fietsbrug over de Amstel zijn daar voorbeelden van. Het stedelijk netwerk van stadsstraten en stadslanen en groene routes sluit naadloos aan op routes voor fiets, e-bike en nieuwe, lichte en schone vervoermiddelen richting de buurgemeenten en door het landschap naar de verder weg gelegen regiokernen. Het verbeteren van de regionale bereikbaarheid vraagt om een schaalsprong in het openbaar vervoer. Nieuwe metroverbindingen ontsluiten grote Amsterdamse ontwikkellocaties. Ze gaan samen met sprintertreinen en snelle regiobussen en sneltrams een groot deel van het regionale verkeer van en naar Amsterdam verzorgen. Richting het zuiden komt er meer ruimte op het spoor voor intercity’s en internationale treinen. Internationale verbindingen zijn onmisbaar voor Amsterdam als kennismetropool. De trein zal binnen Europa veel vluchten vervangen. Amsterdam Zuid en Schiphol zijn de belangrijkste internationale treinstations. De opgave is om tegelijk met deze regionale schaalsprong het fijnmazige gemeentelijke OV te versterken. Hiervoor is verdichting in naoorlogse wijken mede nodig. In veel delen van de regio zal de auto het belangrijkste vervoermiddel blijven. Zogenaamde vervoerhubs bieden een aantrekkelijke gelegenheid om over te stappen. Ze zullen ook voor stadsdistributie een centrale rol gaan spelen voor overslag van zware vrachtwagens naar licht en schoon vervoer over weg en water. 2.5.5 Rigoureus vergroenen Een gezonde en klimaatbestendige leefomgeving voor mens en dier Vergeleken met zestig jaar geleden is Amsterdam onnoemelijk veel groener geworden. De wijze waarop straten en buurten een nieuwe groene kwaliteit kregen dankzij straatbomen, groenere inrichting van de openbare ruimte en gevelgroen willen we in de hele gemeente toepassen. We verenigen daarmee de wens om meer stedelijke kwaliteit te ontwikkelen met de noodzaak om de gemeente klimaatbestendig en leefbaarder te maken voor mens, dier en plant. Het vergroenen krijgt zijn beslag in het landschap, in de buurt en op en rondom gebouwen. We zoeken daarbij naar innovatieve oplossingen om de leefomgeving in de hele gemeente groener te maken. Daarbij staan de kwaliteit en diversiteit voorop: we maken meer groen toegankelijk voor Amsterdammers, maar behouden ook stadsnatuur in ruige en rustige gebieden. Landschappen, parken en verbindingen Amsterdam versterkt de bestaande structuur van groene scheggen, die ver doordringen in Amsterdam. We zien deze als landschapsparken die meer dan nu een recreatieve betekenis krijgen. Bestaande landschappelijke waarden zijn daarbij het uitgangspunt. Daar voegen we nieuwe kwaliteiten aan toe en we pakken bestaande problemen aan. Zo willen we de omschakeling naar kringlooplandbouw stimuleren, de bodemdaling beperken en werken aan een herstel van biodiversiteit. Hiermee realiseren we niet alleen toekomstbestendiger landschappen, maar ook landschappen die vol zijn van leven en daarmee aantrekkelijker voor bewoners. Naast de scheggen is er aandacht voor het landschap rond Weesp. Het gebied rond Weesp omvat de Vechtstreek, met onder andere de Keverdijksepolder, die wordt gekenmerkt door stuifduintjes, en de Heijntjesrak- en Broekerpolder. Verder naar het oosten bevinden zich meren en lage veenplassen, gevolgd door de hogere zandgronden van ’t Gooi. Aan de noordzijde liggen de Bloemendalerpolder en Gemeenschapspolder en in het zuiden de Aetsveldse polder. In de Bloemendalerpolder wordt de komende periode het natuurcompensatiegebied ’t Breedland aangelegd. De grenzen van Weesp worden bepaald door het Amsterdam-Rijnkanaal, de Vecht en omliggende polders, waarvan een deel, zoals de Aetsveldse polder, als aardkundig monument is aangewezen. De landschappen zijn dankzij een samenhangende structuur van parken, plantsoenen en groene routes verbonden met buurten in de hele gemeente. In ontwikkelgebieden investeren we in nieuwe parken, bijvoorbeeld in Haven-Stad, op de Noordelijke IJ-oever en op het Marineterrein, waar een compact stadspark aan het Oosterdok komt. Ook onderzoeken we of het mogelijk is een 5e Amsterdamse Stadsbos in een van de groene scheggen te realiseren. Tegenover meer ruimte voor sport, spel en ontspanning in parken en landschappen staat dat we rust- en ruigtegebieden in en om de stad beschermen, zoals grote delen van de Bretten en de Oeverlanden of de Koeienweide in het Vondelpark. De inrichting van parken kan ook bijdragen aan een meer op rust geconcentreerd gebruik. Bij de Sixhaven gaan we bijvoorbeeld voor een kleinschalige groene inrichting: De Sixtuinen. Zo behouden we in en rond de stad hoge natuurwaarden en kunnen bewoners op fietsafstand rust en natuur ervaren. Groen in de buurt In nieuwe buurten hanteren we een streefnorm voor groen, zodat ook in nieuwe ontwikkelingen voldoende ruimte voor plantsoenen, buurtparken en spelen en bewegen is. Straten en pleinen in bestaande buurten krijgen een groenere inrichting, met zowel grotere plantsoenen als snippergroen. Daarbij geldt het principe dat de openbare ruimte zoveel mogelijk groen wordt ingericht, tenzij dit om functionele redenen, zoals bereikbaarheid of een drukke verblijfsfunctie, niet mogelijk is. Meer straatbomen en -groen en minder steen is in de dichtbebouwde wijken binnen de ring een belangrijke klimaatambitie. In de naoorlogse wijken ligt de nadruk meer op het vergroten van de natuurwaarden en de gebruiksmogelijkheden van het aanwezige groen in combinatie met verdichting. Autoluw creëert veel ruimte voor meer groen in buurten, maar met ruimte alleen zijn we er niet. Keuzes in de openbare ruimte blijven nodig. We kijken daarom verder dan het straatniveau. Gebouwen worden groener door natuurinclusief te bouwen, waarbij beplanting integraal onderdeel wordt van gebouwen. Groene daken, gevels en tuinen geven ook intensief bebouwde buurten een groen aanzicht, met meer leefruimte voor dieren. We beschermen het groen op particulier terrein, vooral binnentuinen, zoveel mogelijk en zetten in op behoud en uitbreiding van het onverharde en groene grondgebied. Groene tuinen en erven dragen bij aan licht en ruimte, zijn goed voor de gezondheid, biodiversiteit en luchtkwaliteit. Ze zorgen voor minder hittestress en meer waterberging en klimaatadaptatie. Een uitdagende en gezamenlijke opgave Rigoureus vergroenen komt bovenop de ruimte die nodig is voor verkeer en vervoer, verblijven, sport en de energietransitie. Zowel boven- als ondergronds zal er vaak onvoldoende ruimte zijn om alles eenvoudig een plek te geven. Dit vraagt om het maken van echte keuzes en om slimme oplossingen, waarbij functies bijvoorbeeld worden gecombineerd. Daarbij zal het nodig zijn om verder te kijken dan de individuele straat of een opzichzelfstaand project. Groene kwaliteit vraagt ook om investeren in aanleg en goed beheer. Het vergroenen van verdichtend Amsterdam moeten we samen doen. Het vraagt om betrokkenheid van Amsterdammers bij keuzes maken en bij het beheer van het groen. We zien de kwaliteit die Amsterdammers zelf maken in volkstuinparken als inspirerend voorbeeld. Het behouden van deze unieke kwaliteiten staat bij het openbaar toegankelijk maken van tuinparken dan ook centraal. Gebruik past zich daar op aan. 2.5.6 Samen stadmaken Richting geven op hoofdlijnen en ruimte bieden aan initiatief Amsterdam wil meer ruimte voor diversiteit en eigenheid in de manier waarop we aan de gemeente bouwen. We werken als vanouds samen met professionele partijen, zoals de woningcorporaties, beleggers en grote instellingen, maar zijn tegelijk op zoek naar het verbreden van het ontwikkelpalet. Een uitdrukkelijke wens is om Amsterdammers een meer actieve en gelijkwaardige rol te geven. Dat geldt voor beheer en programmering van de eigen leefomgeving, ruimte voor lokaal ondernemerschap, programmeren van vrije ruimte, maar ook in het daadwerkelijk bouwen aan de gemeente en het invulling geven aan de energietransitie. Overheid stelt kaders We bereiden ons als gemeente voor op de aankomende groeispurt. Amsterdam gaat steviger sturen op ruimtelijke hoofdlijnen en duurzaamheid, betaalbaarheid en algemene uitgangspunten voor stedenbouwkundige en architectonische kwaliteit. Met eenvoudige en beknopte regels willen we een gelijk speelveld creëren, waarop meer partijen dan nu het geval is zich welkom voelen om mee te bouwen aan de gemeente. Om steviger te kunnen sturen op hoofdlijnen bouwen we een ruimtelijk instrumentarium, waarvoor het ruimtelijke beeld uit de omgevingsvisie de basis vormt. Om doorwerking van beleid, leren en tijdig bijsturen te borgen, vernieuwt Amsterdam de eigen beleidscyclus. De omgevingsvisie is daar als ‘levend document’ een belangrijk onderdeel van. Amsterdam als laboratorium We willen ruimte maken voor experimenten met nieuwe vormen van cocreatie en democratische vernieuwing. Met de Omgevingswet gebruiken we nieuwe digitale middelen voor een gelijkwaardige informatievoorziening. We willen meer gebruikmaken van collectieve kennis en ondersteunen lokale visievorming en organisaties. Meer eigenaarschap en een actievere rol voor Amsterdammers als stadmakers vergroot het vertrouwen in de toekomst van de gemeente en de buurt. Hierin hebben ook de corporaties en professionele ontwikkelaars een rol. Nieuwe vormen van waardecreatie We onderzoeken de manier waarop we bij ontwikkeling van de gemeente waarde creëren. Daarbij kijken we naar een brede invulling van waarde en hoe we die lokaal ten goede kunnen laten komen. We onderzoeken ook of Amsterdam zelf kan investeren in woningbouw. Dat geeft de mogelijkheid met partijen van eigen keuze te werken. Dit betekent dat zelfbouwinitiatieven zoals wooncollectieven en coöperaties een serieuze mogelijkheid worden. Het zou een verbreding van het huidige palet aan ontwikkelvormen betekenen, met grote maatschappelijke meerwaarde, zeker in de verdichtingsgebieden in de naoorlogse wijken. Nieuwe ontwikkelvormen bieden een goede kans om blijvend betaalbare huurwoningen en multifunctionele ruimtes te bouwen. Amsterdam wil daarin veel meer mogelijk maken. We onderzoeken een woningbouwfonds en stellen bouwkavels beschikbaar. Nieuwe ontwikkelvormen als collectieve zelfbouw kunnen deels voorzien in de vraag naar middeldure en sociale huurwoningen, waarbij de collectieven eigenaar zijn en verhuurder en beheerder van hun eigen complex. In onze zoektocht naar manieren om lang-cyclisch waarde aan de gemeente toe te voegen, zoeken we ook de samenwerking met de woningcorporaties en private partijen. Wendbaar en duurzaam We moeten leren omgaan met onzekerheid en willen beter samenwerken met samenleving en markt. We kijken daarom met open blik naar hoe we ruimtelijke ontwikkeling in Amsterdam nu organiseren en hoe fondsen en geldstromen zijn ingericht. Onze organisatie wordt ingericht op nauwe samenwerking met buurgemeenten, rijks- en regiopartners en voor een meer actieve rol van Amsterdammers. De huidige stapeling van beleid, die in projecten tot het maken van lastige afwegingen leidt, maken we beter hanteerbaar met goede afwegingskaders en beslisprocedures. Onze ontwikkelpraktijk vraagt om meer adaptieve strategieën. Voorwaardelijk bij grote investeringen is een meervoudige werking en faseerbaarheid bij uitvoering. Integraal ontwerpen, met overmaat in gebouwen en de boven- en ondergrond en gemaakt met mooie, duurzame materialen wordt de norm. 2.5.7 Hoofdpunten van de vijf strategische keuzes Meerkernige ontwikkeling: Van uitrol centrumgebied naar een meerkernige en meer diverse verstedelijking Regionale spreiding stedelijke voorzieningen en werkgelegenheid. Onderscheidende ontwikkeling Nieuw-West, Zuidoost en Noord. Twee bruggen over het IJ en een regionaal fietsnetwerk. Uitbreiding hov en metronet en ontwikkeling stationskwartieren. Groeien binnen grenzen: Verdichting door complete en duurzame wijkontwikkeling Ruimte voor 150.000 woningen erbij in complete buurten. Verduurzamen bestaande buurten en woningen. Behoud van productieve bedrijvigheid in Amsterdam. Ruimte voor schone energie en duurzame initiatieven. Verduurzaming van de haven. Rekening houden met klimaatverandering, het water- en het bodemsysteem. Duurzaam en gezond bewegen: Heel Amsterdam een ov-, wandel- en fietsgemeente Een leefomgeving die uitnodigt tot ontmoeting, spelen en bewegen. Meer ruimte voor fietsers en voetgangers. Auto’s zijn te gast. Verkeerswegen (Gooiseweg, Lelylaan, Burg. Roëllstraat) worden groene stadslanen begeleid door bebouwing. Rigoureus vergroenen: Een gezonde en klimaatbestendige leefomgeving voor mens en dier Openbare ruimte zo groen mogelijk inrichten. Ontwikkeling parken (Hondsrugpark, Gaasperdakpark, Marineterrein, Zuidasdokpark en NDSM-Oost). Groene routes en ecologische verbindingen. Investeren in het landschap: natuurontwikkeling, kringlooplandbouw, en ruimte voor sporten en bewegen. Samen stadmaken: Richting geven op hoofdlijnen en ruimte bieden aan initiatief Gelijkwaardige (digitale) informatiepositie bij planvorming. Buurtrechten en buurtplatformrecht. Grotere rol Amsterdammers bij beheer en ontwikkeling. Ruim baan voor wooncoöperaties: naar 10% van de woningvoorraad in
- Vrije ruimte als vast onderdeel van de planvorming. 3 Deel II WAAR 3.1 Deelintroductie In dit deel beschrijven we in tekst en kaart hoe de strategische keuzes uit deel I doorwerken op het schaalniveau van de regio, de gemeente en de agglomeratie en de stadsdelen en het stadsgebied. We laten zien hoe de gekozen richtingen in Amsterdam samenhangen met de ontwikkeling van de rest van de regio en andersom hoe de ontwikkelingen elders in de regio invloed hebben op de keuzes die we in Amsterdam maken. Vervolgens laat de visiekaart van Amsterdam en de agglomeratie zien op welke grote ontwikkelingen Amsterdam inzet en wat belangrijke dragers zijn voor de verandering en groei van de gemeente. Het toekomstbeeld is uitgewerkt in een ruimtelijk-programmatisch kader. Hierin zijn gemeentelijke ambities en opgaven vertaald in stedelijke netwerken voor water, verkeer en vervoer, openbare ruimte, groene verbindingen en groene plekken en plekken met stedelijke betekenis. Een verdichtingskaart geeft de kaders voor nieuwe ontwikkelingen met daarin meegenomen normen voor groen, sport en maatschappelijke voorzieningen. Er wordt ruimte gemaakt voor werken en verduurzamingsingrepen. Het ruimtelijk-programmatisch kader maakt op die manier op samenhangende en verantwoorde wijze de ontwikkeling van de gemeente mogelijk. In het hoofdstuk Stadsdelen en stadsgebied Weesp is per stadsdeel of stadsgebied uiteengezet welke opgaven en keuzes er uit de visie volgen. Deze zijn eveneens op een meer gedetailleerde kaart weergegeven. Op het niveau van de stadsdelen en -gebied liggen er uitwerkingsopgaven om opgaven en kansen met elkaar in verband te brengen. De omgevingsvisie geeft hier op hoofdlijnen richting aan. Ten slotte geeft het hoofdstuk een samenhangende en adaptieve fasering en op hoofdlijnen inzicht in hoe de grote investeringen in bereikbaarheid en groen samenhangen met gebiedsontwikkelingen in Amsterdam. 3.2 H
- Metropoolregio Amsterdam 3.2.1 Introductie De Metropoolregio Amsterdam heeft een sterke internationale positie. Het is een stedelijke regio met 2,5 miljoen inwoners, 300.000 bedrijven en 1,5 miljoen banen, die zich uitstrekt van Zandvoort tot Lelystad, van Heemskerk tot Hilversum en van Beemster tot Haarlemmermeer. Samen met de metropoolregio’s van Rotterdam Den Haag, Utrecht en Eindhoven vormen we een magneet voor internationale kennis, arbeid en investeringen. Amsterdam wil met zijn ontwikkeling bijdragen aan het versterken van de hele regio tot een meerkernig, samenhangend en evenwichtig systeem. Daarbij streeft Amsterdam een zoveel mogelijk compacte groei binnen grenzen na. Ook de andere strategische keuzes kennen een duidelijke regionale component: de inzet op duurzaam en gezond bewegen vraagt om een regionale schaalsprong van het ov en goede fietsverbindingen. De vergroening van de gemeente krijgt mede haar beslag in de landschappen in de regio. We werken hiervoor samen met andere delen van de metropoolregio. 3.2.2 Duurzame en internationaal aantrekkelijke metropoolregio De Amsterdamse metropoolregio is van oudsher opgebouwd uit meerdere stedelijke kernen, omgeven door een divers en aantrekkelijk landschap. De metropoolregio, en de agglomeratie daarbinnen, functioneert als een samenhangend systeem waarin iedere gemeente een specifieke rol vervult en we elkaar aanvullen. Met de IJmond, de havens en industrie van het Noordzeekanaalgebied beschikt de regio bijvoorbeeld over een nautische toegangspoort met veel kansen voor innovatie rond duurzame energie. Tel daarbij op de recreatieve mogelijkheden in de kustplaatsen en de binnenduinrand, de internationale handel rond Schiphol en de Greenport Aalsmeer, de aantrekkelijke woonmilieus in de Gooi en Vechtstreek, de pioniersgeest van Flevoland en de karakteristieke historische dorpen van Waterland met de maakindustrie van Zaanstad. Deze variatie vormt een belangrijke kracht van de Metropoolregio Amsterdam. In de metropoolregio zijn drie typen verstedelijking te onderscheiden, die alle drie een andere functie vervullen. We willen uitgaan van de kenmerken en eigenheid van de typen en daarop voortbouwen. Agglomeratie Amsterdam is de grootste gemeente van de metropoolregio. Samen met de gemeenten Zaanstad, Diemen, Ouder-Amstel en Amstelveen vormen we één stedelijk weefsel met meerdere kernen: de agglomeratie Amsterdam. Kenmerkend voor de agglomeratie is dat daar lokale, regionale, nationale en internationale voorzieningen en netwerken samenkomen. Dat maakt de agglomeratie een knooppunt voor uitwisseling van goederen, maar vooral ook van mensen en ideeën. Stedelijke kwaliteit, met hoge dichtheden aan wonen, werken en voorzieningen en levendige openbare ruimtes, is hiervoor de belangrijkste voorwaarde. In de Amsterdamse agglomeratie tref je economische topmilieus aan en culturele instellingen en kennis- en onderwijsinstellingen van internationaal niveau. Regiokernen In een ring rond de agglomeratie liggen gemeenten waar we een nauwe functionele band mee hebben, alleen al door de forenzen die dagelijks heen en weer pendelen. Dit zijn Hilversum, Hoofddorp, Haarlem, Purmerend en Almere. Samen bieden de regiokernen plaats aan een aanzienlijk deel van de inwoners van de metropoolregio. De ooit tot groeikernen aangewezen steden Almere, Lelystad, Hoofddorp en Purmerend hebben in het verleden grote woningbouwopgaven voor de regio op zich genomen, veelal in suburbane woonmilieus. Ze vormen daarmee een belangrijke aanvulling op de woonmilieus van Amsterdam. Haarlem en Hilversum hebben al van oudsher een eigenstandige rol in de regio. Ze beschikken over een gelaagde stedelijkheid, met aantrekkelijke en gemengde centra. De stadsharten van de regiokernen zijn meestal goed met Amsterdam verbonden en hebben door hun voorzieningenaanbod een belangrijke rol voor de kleinere steden en dorpen in hun nabijheid. Denk bijvoorbeeld aan de functie die het stadshart van Purmerend voor inwoners van Middenbeemster heeft. De komende decennia willen we samen met de regiokernen werken aan het verhogen van de stedelijke kwaliteit in en rond de stadskernen. De vraag naar stedelijk wonen en werken in de metropoolregio kan daardoor ook meer dan voorheen in de regiokernen landen. Dorpen en stadjes De kleinere dorpen en stadjes bieden weer andere woonmilieus aan, zoals het zeer gewilde centrum-dorpse woonmilieu. Zandvoort, Weesp of Ouderkerk aan de Amstel zijn hier voorbeelden van. Het zijn relatief kleine kernen die vrij in het landschap liggen en juist die inbedding in het landschap is een belangrijk onderdeel van hun aantrekkelijkheid, vaak samen met de kleinschalige en levendige historische kernen. 3.2.3 Versterken van meerkernige kwaliteit Met de ontwikkeling van Amsterdam willen we bijdragen aan de versterking, en een meer evenwichtige ontwikkeling van de meerkernige metropool. Daarom is de inzet gericht op de ontwikkeling van nieuwe stedelijke centra in de stad, die vanuit de regio goed met openbaar vervoer en fiets bereikbaar zijn, het versterken van de kwaliteit van compacte regiokernen en een toekomstbestendig en aantrekkelijk landschap. Compact bouwen op goed bereikbare plekken We groeien binnen de bestaande grenzen van het stedelijk gebied, op plekken die via openbaar vervoer goed met de regio en de rest van Nederland worden verbonden. Dat doen we in stedelijke tot hoogstedelijke dichtheden. Zo maken we in de metropoolregio plek voor meer mensen en bedrijven en bouwen we verder aan een hoogwaardig voorzieningenaanbod. De verschillende stedelijke centra in Amsterdam en in de regio profiteren van elkaars relatieve nabijheid. Het zijn woon-werkgebieden die juist vanwege het belang van die nabijheid niet zomaar elders in Nederland een plek kunnen krijgen. Door binnen bestaande grenzen te bouwen kan het landschap vrij van bebouwing blijven en creëren we draagvlak voor een duurzaam en gezond mobiliteitssysteem, met zo min mogelijk uitstoot en hinder. Amsterdam biedt op die manier plaats aan ongeveer de helft van de woningbouwopgave in de regio. Door de locaties van de ontwikkelgebieden in de flanken van de gemeente verandert de oriëntatie van Amsterdam op de omgeving. Amsterdam richt zich meer dan voorheen naar de agglomeratie en de rest van de regio. Wanneer het andere deel van de woningbouwopgave voor de metropoolregio compact in en nabij de centra van de regiokernen wordt gebouwd, worden de mogelijkheden voor openbaar vervoer-verbindingen vergroot. Met het verdichten van de centra ontstaat meer draagkracht voor winkels, voorzieningen en openbaar vervoer, wat bijdraagt aan de leefbaarheid. Evenwichtige ontwikkeling van werk en voorzieningen De afgelopen jaren is de werkgelegenheid in Amsterdam en de Haarlemmermeer harder gegroeid dan in andere delen van de metropoolregio. Voor de komende jaren zetten we ons, samen met de partners van de metropoolregio, daarom in voor een meer evenwichtige ontwikkeling van de metropoolregio, waarbij ook in andere delen van de metropoolregio nieuwe aanvullende vestigingsmilieus ontstaan. De afgelopen jaren zijn er veel woningen gebouwd in de regiokernen die ooit als groeikern zijn aangewezen, terwijl de werkgelegenheid en het voorzieningenniveau vaak achterbleef. De noordzijde en oostflank van de metropoolregio zijn hierdoor in sociaal-maatschappelijk en economisch opzicht kwetsbaar geworden. Regiokernen als Zaanstad, Hoofddorp en Beverwijk kunnen bij verdichting van hun centra, op en rond knooppunten, profiteren van kansen die voortkomen uit verstedelijking. Grootschalige transformatie van bedrijventerreinen in Amsterdam en Zaanstad ten behoeve van woningbouw zorgt ervoor dat bedrijven deels uitwijken naar Almere, Purmerend, Haarlemmermeer, Aalsmeer en Lelystad. Beide ontwikkelingen leiden tot spreiding van werkgelegenheid. De komst van meer werkgelegenheid verbetert de sociaal-maatschappelijke positie van de inwoners. Ook voor nieuwe vestigingen van hoger onderwijs en cultuur wordt onderzocht of deze in regiokernen een plek kunnen krijgen. Op dit moment werken we op deze wijze ook al samen met Almere aan de verdere ontwikkeling van deze regiokern. Het versterken van het ondernemersklimaat en de veerkracht van de samenleving heeft daar de komende jaren prioriteit. Amsterdam biedt tot 2050 ruimte aan ongeveer 200.000 extra banen in de gemeente. De andere helft van de verwachte banengroei is voorzien in de andere delen van de metropoolregio. Daarmee verdeelt de banengroei zich veel meer dan voorheen over de regio. Amsterdam ondersteunt de deelregio’s bij het opstellen van kwalitatieve economische profielen om de economische kracht van de regio te versterken. Hiermee wordt binnen de MRA gewerkt aan economische complementariteit, terwijl lokaal vestigingskansen worden benut in stadsharten en synergie ontstaat op bedrijventerreinen. Een evenwichtige spreiding dient ook een ander belang. Voor een economisch sterke metropoolregio zijn ook in andere delen van de metropoolregio aanvullende vestigingsmilieus nodig. Naast vestigingsmilieus voor kantoren gaat het daarbij ook om bedrijventerreinen. In Amsterdam en Zaanstad vindt grootschalige transformatie van bestaande bedrijventerreinen plaats. Bedrijven zoeken hierdoor elders naar ruimte. In met name Almere, Purmerend, Haarlemmermeer, Aalsmeer en Lelystad is die nog te vinden. Om optimaal invulling te geven aan de ruim
🔗 Naar officiële bron
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.