Uitvoeringsbesluit subsidies Overijssel 2022Gedeputeerde Staten van Overijssel delen het volgende mee: Artikel I Het Uitvoeringsbesluit subsidies Overijssel 2017 wordt met ingang van 11 juli 2022 ingetrokken met uitzondering van hoofdstuk 1 in combinatie met de paragrafen 6.3 en 7.
(2019)’ voorhitte, droogte en wateroverlast. Projectenlijst: een overzicht van projecten en maatregelen waarvoor het Rijk bij besluit van 15 maart 2022 een rijksbijdrage heeft verleend voor projecten van de werkregio RIVUS voor de periode 2021-
- Provincie Overijssel is de kassier voor deze rijksbijdrage. Een overzicht van de projecten is te vinden op www.regelen.overijssel.nl. Rijksbijdrage: bijdrage van het Rijk op basis van de Rijksregeling. Rijksregeling: de Tijdelijke Impulsregeling klimaatadaptatie 2021-2027 van 16 oktober 2020 van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat. Deze regeling heeft als doel om maatregelen voorklimaatadaptatie 2021-2027 te versnellen. De Tijdelijke Impulsregeling klimaatadaptatie 2021–2027 is te vinden op www.overheid.nl. werkregio RIVUS: samenwerkingsverband voor de afvalwaterketen en voor klimaatadaptatie in West Overijssel. Het samenwerkingsverband bestaat uit de volgende partners: de gemeenten Dalfsen, Deventer, Kampen, Olst-Wijhe, Raalte, Staphorst, Zwartewaterland, Zwolle, provincie Overijssel en Waterschap Drents Overijsselse Delta. Bij de afvalwaterketen gaat het om alle activiteiten tussen drinkwaterwinning en rioolwaterzuivering. Artikel 2.10.2 Doel van de subsidieregeling Met deze subsidieregeling wil de provincie bijdragen aan het voorbereiden van Overijssel op de gevolgen van het veranderende klimaat door een klimaatadaptieve inrichting van de provincie in
- Dit door via deze regeling de rijksbijdrage in te zetten om plannen van gemeenten en waterschappen te ondersteunen voor de opgaven van het werkgebied RIVUS. Artikel 2.10.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen
- De subsidie wordt verleend voor projecten die opgenomen zijn in de projectenlijst.
- Een project komt niet in aanmerking voor de subsidie als in de projectenlijst geen rijksbijdrage is opgenomen voor het betreffende project.
- Het project mag gestart zijn na 1 januari
- Dit is een afwijking van artikel 1.2.
- Artikel 2.10.4 Aanvrager
- De aanvrager is één van de volgende partners van de werkregio RIVUS: Gemeente Staphorst; Gemeente Olst-Wijhe; Gemeente Zwolle; Gemeente Zwartewaterland; Gemeente Kampen; Gemeente Raalte; Gemeente Deventer; Gemeente Dalfsen; Waterschap Drents Overijsselse Delta.
- De aanvrager is de verantwoordelijke voor het betreffende project zoals dat is opgenomen in de projectenlijst. Artikel 2.10.5 Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen
- Alleen de kosten van derden zijn subsidiabel. Artikel 1.2.6 is niet van toepassing.
- De kosten van de activiteiten die zijn uitgevoerd voordat de subsidieaanvraag is ontvangen, zijn wel subsidiabel, maar alleen als de activiteiten zijn uitgevoerd na 1 januari
- Dit is een afwijking van artikel 1.2.8 onderdeel a.
- De volgende kosten zijn niet subsidiabel: gebruikelijk en achterstallig onderhoud; maatregelen en voorzieningen ter bestrijding van hittestress; subsidies aan burgers en bedrijven; grondverwerving; een analyse van de kansen op en de gevolgen van wateroverlast, droogte en overstromingen binnen de werkregio; het opstellen van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 4, lid 2 en lid 3 van de rijksregeling. Artikel2.10.6 Hoogte van de subsidie
- De subsidie is maximaal 33% van de subsidiabele kosten.
- De subsidie is maximaal het bedrag dat voor het betreffende project is opgenomen in de projectenlijst in de kolom ‘Rijksbijdrage netto’. Artikel2.10.7 Eigen bijdrage
- De aanvrager is verplicht minimaal 67% van de subsidiabele kosten te dekken met een eigen bijdrage of bijdrage van derden
- De eigen bijdrage is geen bijdrage in de vorm van eigen arbeid.
- De eigen bijdrage of de bijdrage van derden mag niet direct of indirect afkomstig zijn van het Rijk. Artikel 2.10.8 Subsidieaanvraag
- De subsidieaanvraag kan het hele jaar worden ingediend.
- De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Klimaatadaptatiemaatregelen werkregio RIVUS.
- De aanvrager levert een begroting en een dekkingsplan in.
- De aanvrager levert aanvullend ook een projectplan in. Dit mag dezelfde plan zijn zoals die ook is ingeleverd voor de Rijksbijdrage. Artikel2.10.9 Beschikbaar budget voor de subsidieregeling Het subsidieplafond geldt voor de jaren 2023 tot en met
- Artikel2.10.10 Aanvullende verplichtingen De subsidieontvanger is verplicht de activiteiten vóór 31 december 2027 uitgevoerd te hebben. Artikel2.10.11 Sisa-verantwoording De financiële verantwoording van de gemeente loopt volgens de Sisa-verantwoording. Artikel 1.2.22 is van toepassing. De verantwoording wordt ingediend onder Sisa-code E44B. Artikel2.10.12 Staatssteun De subsidie van de provincie aan een gemeente of waterschap levert geen staatssteun op. Artikel2.10.13 Looptijd Deze subsidieregeling vervalt op 31 december 2027 om 17.00 uur. 2.11Klimaatadaptatiemaatregelen 2021-2027 Artikel2.11.1 Betekenis van de begrippen In dit artikel worden veel voorkomende begrippen uitgelegd. Programma Klimaatadaptatie 2019-2023: programma van de provincie waarmee invulling wordt gegeven aan de opgaven die opgenomen zijn in het coalitieakkoord ‘Samen bouwen aan Overijssel
(2019)’ voor hitte, droogte en wateroverlast. Projectenlijst: een overzicht van projecten waarvoor het Rijk bij besluit van 15 maart 2022 een rijksbijdrage heeft verleend voor projecten van de werkregio RIVUS voor de periode 2021-2027. Provincie Overijssel is penvoerder voor deze rijksbijdrage. Een overzicht van de projecten is te vinden op www.regelen.overijssel.nl. Rijksbijdrage: de bijdrage op basis van de Rijksregeling. De Rijksbijdrage is aan te vragen bij de werkregio’s. Voor de werkregio RIVUS kan de Rijksbijdrage aangevraagd worden bij de provincie Overijssel op basis van paragraaf 2.10 van dit Ubs. Rijksregeling: de Tijdelijke Impulsregeling Klimaatadaptatie 2021-2027 van 16 oktober 2020 van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat. Deze regeling heeft als doel om maatregelen voor klimaatadaptatie 2021-2027 te versnellen. De Tijdelijke impulsregeling klimaatadaptatie 2021–2027 is te vinden op overheid.nl. Werkregio’s: samenwerkingsverband van gemeenten en waterschappen, op basis van het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie onderverdeeld in de regio’s Twents Waternet, Noordelijke Vechtstromen, RIVUS en FLUVIUS. Artikel2.11.2 Doel van de subsidieregeling Met deze subsidieregeling wil de provincie bijdragen aan het voorbereiden van Overijssel op de gevolgen van het veranderende klimaat door een klimaatadaptieve inrichting van de provincie in 2050. Dit door subsidie te verlenen aan projecten van gemeenten en waterschappen, waarvoor ook een Rijksbijdrage is verleend. Het gaat om de provinciebijdrage die is opgenomen in de aanvraag voor de Rijksbijdrage. Artikel2.11.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen 1. De subsidie wordt verleend voor projecten die zijn opgenomen in de projectenlijst. 2. Een project komt niet in aanmerking voor de subsidie als in de projectenlijst geen provinciebijdrage is opgenomen voor het betreffende project. 3. Het project mag gestart zijn na 1 januari 2021. Dit is een afwijking van artikel 1.2.3. Artikel2.11.4 Aanvrager 1. De aanvrager is één van de Overijsselse partners van de werkregio’s FLUVIUS, RIVUS, Twents Waternet of Noordelijke Vechtstromen. 2.De aanvrager is de verantwoordelijke voor het betreffende project zoals dat is opgenomen in de projectenlijst. Artikel2.11.5Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen 1. Alleen de kosten van derden zijn subsidiabel. Artikel 1.2.6 is niet van toepassing. 2. De kosten van de activiteiten die zijn uitgevoerd voordat de subsidieaanvraag is ontvangen, zijn wel subsidiabel, maar alleen als de activiteiten zijn uitgevoerd na 1 januari 2021. Dit is een afwijking van artikel 1.2.8 onderdeel a. 3. De volgende kosten zijn niet subsidiabel: regulier en achterstallig onderhoud; maatregelen en voorzieningen ter bestrijding van hittestress; subsidies aan burgers en bedrijven; grond verwerving; een analyse van de kansen op en de gevolgen van wateroverlast, droogte en overstromingen binnen de werkregio; het opstellen van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 4, lid 2 en lid 3 van de rijksregeling. Artikel2.11.6Hoogte van de subsidie 1.De subsidie is 20% van de subsidiabele kosten. 2.De subsidie is maximaal het bedrag dat voor het betreffende project is opgenomen in de projectenlijst in de kolom ‘Bijdrage provincie Overijssel’. Artikel2.11.7Eigen bijdrage 1. De aanvrager is verplicht minimaal 66% van de subsidiabele kosten te dekken met een eigen bijdrage, een bijdrage van de provincie Overijssel of bijdrage van derden. 2. De eigen bijdrage is geen bijdrage in de vorm van eigen arbeid. 3. De eigen bijdrage of de bijdrage van derden mag niet direct of indirect afkomstig zijn van het Rijk. Artikel2.11.8Subsidieaanvraag 1. De subsidieaanvraag kan het hele jaar worden ingediend. 2. De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Klimaatadaptatiemaatregelen 2021-2027. 3.De aanvrager levert een begroting en een dekkingsplan in. 4. De aanvrager levert aanvullend ook een projectplan in. Dit mag hetzelfde plan zijn zoals die ook is ingeleverd voor de Rijksbijdrage. Artikel2.11.9Beschikbaar budget voor de subsidieregeling 1. Het subsidieplafond geldt voor de jaren 2023 tot en met 2027. 2. Er geldt een deelplafond voor de volgende werkregio’s: werkregio Twents Waternet; werkregio Noordelijke Vechtstromen; werkregio FLUVIUS; werkregio RIVUS. Artikel2.11.10Aanvullende verplichtingen De subsidieontvanger is verplicht de activiteiten vóór 31 december 2027 uitgevoerd te hebben. Artikel2.11.11Staatssteun De subsidie van de provincie aan een gemeente of waterschap levert geen staatssteun op. Artikel 2.11.12Looptijd Deze subsidieregeling vervalt op 31 december 2027 om 17.00 uur. 2.12Advies bij Vrijkomende Agrarische Bebouwing (VAB) [Vervallen] 2.13 Langer zelfstandig wonen Artikel 2.13.1 Betekenis van de begrippen In dit artikel worden vaker voorkomende begrippen uitgelegd. Betaalbare koopwoning: koopwoningen met een vrij op naam prijs van ten hoogste de landelijk geldende betaalbaarheidsgrens (prijspeil 2025 is € 405.000. Bron: Beslisnota bij Kamerbrief Aanpassingen Nationale Hypotheek Garantie (NHG) per 2025.pdf); DAEB: dienst van algemeen economisch belang als bedoeld in artikel 106, tweede lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie; DAEB-de-minimisverordening: Verordening (EU) 2023/2832 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun verleend aan diensten van algemeen economisch belang verrichtende ondernemingen (C/2023/9701), PB L, 2023/2832, 15.12.2023; DAEB-vrijstellingsbesluit: Besluit van de Commissie van 20 december 2011 betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen (2012/21/EU), PB L 7 van 11.1.2012, blz. 3–10; Geclusterde woonvorm: woningen in het segment sociale huur, midden huur en betaalbare koop in een geclusterde woonvorm. Het gaat om tenminste twaalf zelfstandige woningen die aan elkaar geschakeld zijn met een inpandige of nabijgelegen en gedeelde ontmoetingsruimte. De geclusterde woonvorm wordt bewoond overwegend door ouderen, maar is ook geschikt voor andere doelgroepen. Bron: Handreiking-Geclusterde-woonvormen-voor-senioren.pdf; Gemengde woonvorm: een woonvorm waarbij verschillende doelgroepen zoals bijvoorbeeld senioren, jongeren, statushouders of kwetsbare groepen met elkaar in één gebouw wonen; Meergeneratiewoning: woning waar mensen van verschillende leeftijden bij elkaar wonen; Middenhuurwoning: huurwoning met een gereguleerde huurprijs in het middensegment als bedoeld in de Wet betaalbare huur. Het puntensysteem bepaalt de waarde van een woning. Ontmoetingsruimte: ruimte die tot doel heeft als ontmoetingsplek te dienen voor bewoners van een geclusterde woonvorm en bewoners uit de omgeving van de geclusterde woonvorm; Pilot: een kleinschalige implementatie van een nieuw product, concept of idee om de levensvatbaarheid aan te tonen. Het doel is om te beoordelen of het geteste succesvol zou kunnen zijn bij een grootschalige implementatie of productlancering. Ook wordt het idee getest of de geboden oplossing(
- en)daadwerkelijk als een verbetering wordt gezien. Mogelijke tekortkomingen worden tijdens de pilot geïdentificeerd en vervolgens kan daar actie op worden ondernomen. Van de pilot wordt een evaluatieverslag gemaakt; Woonzorgvisies: in 2026 moeten alle gemeenten en provincies in Nederland een woonzorgvisie hebben. Een regionale woonzorgvisie vormt voor gemeenten de basis om regionale en lokale afspraken te maken met woningcorporaties, verhuurders, zorgaanbieders en zorgkantoren over de huisvesting, zorg en ondersteuning voor aandachtsgroepen en ouderen. In het wetsvoorstel Wet Versterking regie op de volkshuisvesting is opgenomen dat deze verplichting wettelijk wordt vastgelegd, en dat de woonzorgvisie samen met de woonvisie zal opgaan in het volkshuisvestingsprogramma; Sociale huurwoning: woning waarvan de kale huurprijs op de ingangsdatum van het huurcontract niet hoger was dan de toenmalige liberalisatiegrens conform het woningwaarderingsstelsel (WWS). De liberalisatiegrens is het bedrag dat bij het ingaan van de huur de grens aangeeft tussen een sociale huurwoning en middenhuurwoning of een vrijesectorwoning; Vernieuwend woonconcept: een woonvorm waar gemengde doelgroepen, waaronder ouderen, kunnen wonen en waarbij het uitgangspunt is dat gemeenschapszin onder de bewoners gestimuleerd wordt. Denk bijvoorbeeld aan meergeneratiewoningen, een thuisplusflat of friendswoningen; Zorggeschikte woning: zelfstandige nultredenwoning waarin Wlz-zorg geleverd kan worden voor bewoner(
- s)en die onderdeel is van een geclusterde woonvorm. Om alle vormen van zorg te kunnen leveren, dienen deze wooneenheden en de woonvorm rolstoelgeschikt te zijn, met voldoende ruimte om verpleegzorg te verlenen. De zorggeschikte woningen zijn bedoeld voor mensen met een zorgindicatie vanuit de Wet langdurige zorg. Zorggeschikte woningen zijn geschikt voor mensen met een zorgprofiel VV4 t/m VV10. Artikel2.13.2Doel van de subsidieregeling Met deze subsidieregeling wil de provincie bijdragen aan het versnellen van de realisatie van zelfstandige, betaalbare zorggeschikte woningen, door te bouwen of te transformeren. Daarnaast heeft de subsidieregeling tot doel een bijdrage te leveren aan langer zelfstandig wonen voor ouderen door ontmoetingsruimtes bij de de geclusterde woonvormen en vernieuwende woonconcepten te stimuleren. Gemeenten, woningcorporaties, zorgaanbieders en marktpartijen kunnen een bijdrage aanvragen zodat het financieel tekort op het woningbouwproject kleiner wordt en het project gerealiseerd kan worden. De realisatie van een zorggeschikte woningen en ontmoetingsruimtes bij de geclusterde woonvorm worden gezien als een activiteit in het kader van een Dienst van Algemeen Economisch Belang (DAEB). Artikel2.13.3Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen 1.De subsidie wordt verleend voor één van de volgende activiteiten: het realiseren van een zorggeschikte woning in een geclusterde woonvorm; het realiseren van een ontmoetingsruimte bij een geclusterde woonvorm; het uitvoeren van een pilot voor een vernieuwend woonconcept. 2.De activiteiten voldoen aan de volgende voorwaarden: de activiteiten worden uitgevoerd in Overijssel; de activiteiten voldoen aan het geldende Besluit Bouwwerken Leefomgeving (Bbl); de activiteiten zijn afgestemd met de gemeente waarin het project gerealiseerd wordt en passen binnen het gemeentelijk beleid; als de aanvrager een projectontwikkelaar of een zorgaanbieder of een woningcorporatie is, is de Wet Bibob van toepassing. Artikel 1.2.25 is van toepassing. Wij kunnen vragen om een Bibobformulier in te vullen; het project maakt onderdeel uit van de vastgestelde opgaven uit het afsprakenkader ouderenhuisvesting en bijbehorende Regionale Woonzorgvisie. De Regionale Woonvisies en afsprakenkaders ouderenhuisvesting zijn te raadplegen via https://overijsselsewoonaanpak.nl; aannemelijk is gemaakt dat binnen 3 jaar na het indienen van de subsidieaanvraag gestart kan worden met de bouw. Daar geldt dat het omgevingsplan definitief is en u de omgevingsvergunning gaat aanvragen of heeft aangevraagd. 3.De activiteit realiseren van een zorggeschikte woning in een geclusterde woonvorm voldoet aan de volgende aanvullende voorwaarden: de te realiseren woningen betreffen een woning in het segment sociale huur, middenhuur of betaalbare koop; er mag een subsidie zijn ontvangen voor de woning op grond van de Rijksregelingen met een vergelijkbare doelstelling. 4.De activiteit realiseren van een ontmoetingsruimte voldoet aan de volgende voorwaarden: de ontmoetingsruimte is op een open, transparante en niet-discriminerende basis te gebruiken door de bewoners en buurtbewoners; in geval een ontmoetingsruimte niet fysiek is verbonden aan een geclusterde woonvorm, dan bevindt deze zich in de directe nabijheid van de geclusterde woonvorm. 5.Het uitvoeren van een pilot voor een vernieuwend woonconcept voldoet aan de volgende voorwaarden: er heeft voorafgaand aan het indienen van de aanvraag afstemming plaatsgevonden met de provinciale medewerker wonen; de pilot betreft realisatie van een vernieuwende woonvorm in het segement sociale huur, middenhuur of betaalbare koop of een combinatie hiervan; het woonconcept is nog niet eerder in dezelfde vorm toegepast in de betreffende gemeente. 6.Activiteiten in het kader van intramurale zorg komen niet in aanmerking voor de subsidie. Artikel2.13.4Aanvrager De aanvrager is een gemeente, een woningcorporatie, een projectontwikkelaar of een zorgaanbieder. Artikel2.13.5Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen 1.Alleen de kosten van derden zijn subsidiabel. Artikel 1.2.6 is niet van toepassing. 2.Voor de realisatie van een ontmoetingsruimte geldt aanvullend dat alleen de kosten voor realisatie van het gebouw, afbouw en aard- en nagelvaste inventaris subsidiabel zijn. 3.Voor een pilot voor een vernieuwend woonconcept geldt aanvullend dat maximaal 20% van de begrote kosten mag bestaan uit kosten voor het proces om binnen 3 jaar tot realisatie te komen zoals juridisch of financieel advies gericht op samenwerkingsafspraken. Artikel2.13.6Hoogte van de subsidie 1.De subsidie voor de realisatie van een zorggeschikte woning in een geclusterde woonvorm is een vast bedrag van € 5.000,- per zorggeschikte woning. Met een maximum van € 500.000,-. 2.De subsidie voor de realisatie van een ontmoetingsruimte is maximaal 25% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 100.000,-. 3.De subsidie voor een pilot voor een vernieuwend woonconcept is maximaal 100% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 100.000,-. 4.De aanvrager of het project mag maximaal 2 keer subsidie ontvangen op basis van deze subsidieregeling. Artikel2.13.7Eigen bijdrage De eigen bijdrage voor realisatie van een ontmoetingsruimte bedraagt minimaal 75% van de subsidiabele kosten en bestaat voor minimaal 50% uit een geldbijdrage van de aanvrager of derden. Als de eigen bijdrage deels bestaat uit inzet van vrijwilligersuren dan mogen deze op de dekkingskant van de begroting opgenomen worden voor een bedrag van € 15,- per uur. Artikel2.13.8Subsidieaanvraag 1.De aanvraag kan worden ingediend vanaf 2 januari 2025 om 9.00 uur. 2.De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Langer zelfstandig wonen. 3.De aanvrager levert een begroting en een dekkingsplan in. Het is verplicht om het beschikbaar gestelde begrotingsformat te gebruiken. Artikel 1.2.13 is van toepassing. 4.De aanvrager levert aanvullend ook de volgende stukken in: een plattegrond van het perceel of de percelen waar de activiteiten plaats gaan vinden. Dit mag ook een digitaal bestand zijn in de vorm van een shapefile (.shp) of ESRI-file geodatabase (.gdb); de conceptaanvraag omgevingsvergunning inclusief tenminste: een bestek/bouwtekening een offerte voor de bouwkosten en eventueel voor inventaris. 5.In geval van realisatie van een zorggeschikte woning in een geclusterde woonvorm en als de aanvrager een woningcorporatie of een projectontwikkelaar is: een verklaring waaruit blijkt of de subsidieaanvrager andere subsidies voor dezelfde subsidiabele kosten heeft ontvangen, bijvoorbeeld een subsidie op basis van de Stimuleringsregeling ontmoetingsruimten in ouderenhuisvesting (SOO) van het Rijk; een verklaring over de vergoedingen die hij in de afgelopen drie jaren op basis van de DAEB-De- minimisverordening en de reguliere De-minimisverordening samen heeft ontvangen; [vervallen] 6.In geval van een aanvraag voor realisatie van een ontmoetingsruimte levert de aanvrager aanvullend ook de volgende stukken in: een projectplan. In het projectplan staat minimaal uitgewerkt: door wie de ontmoetingsruimte wordt geëxploiteerd en hoe deze verbonden is met de geclusterde woonvorm; hoe de exploitatie van de ontmoetingsruimte is geregeld voor een periode van minimaal 5 jaar na realisatie, in de vorm van een exploitatiebegroting. Daarbij geldt dat iemand anders de ruimte ook mag gebruiken. als de aanvrager een woningcorporatie of een projectontwikkelaar is: een verklaring waaruit blijkt of de subsidieaanvrager andere subsidies voor dezelfde subsidiabele kosten heeft ontvangen, bijvoorbeeld een subsidie op basis van de Stimuleringsregeling ontmoetingsruimten in ouderenhuisvesting (SOO) van het Rijk. een verklaring over de vergoedingen die hij in de afgelopen drie jaren op basis van een de- minimisverordening heeft ontvangen. [vervallen] 7.De aanvrager voor een pilot voor een vernieuwend woonconcept levert aanvullend een beschrijving van het concept in, waarin wordt ingegaan op de doelgroepen en waarin een toelichting wordt gegeven op het vernieuwende aspect van het concept. Artikel2.13.9Beschikbaar budget voor de regeling 1.Het subsidieplafond geldt voor de jaren 2025 en 2026; 2.Er geldt een deelplafond voor: het realiseren van een zorggeschikte woning in een geclusterde woonvorm; het realiseren van een ontmoetingsruimte bij een geclusterde woonvorm; het uitvoeren van een pilot voor een vernieuwend woonconcept. Artikel2.13.10Aanvullende verplichtingen De subsidieontvanger is verplicht: binnen 36 maanden na de datum waarop de subsidie is verleend te starten met de bouw van de woningen, de ontmoetingsruimte of het vernieuwende woonconcept; in geval van een subsidie voor realisatie van een ontmoetingsruimte: de ontmoetingsruimte minimaal de eerste 5 jaar na oplevering te gebruiken hoofdzakelijk voor ontmoeting en niet voor een ander doel. Artikel2.13.11Dienst van Algemeen Economisch Belang (DAEB) 1.De realisatie van zorggeschikte woningen in geclusterde woonvormen onder de voorwaarden van deze regeling wordt aangewezen als DAEB. 2.De realisatie van ontmoetingsruimten bij geclusterde woonvormen onder de voorwaarden van deze regeling wordt aangewezen als DAEB. 3.De subsidieontvanger, voor zover het gaat om een woningcorporatie of een marktpartij volgens de definitie van artikel 2.13.4 van deze regeling, wordt in de beschikking tot subsidieverlening door Gedeputeerde Staten belast met het verrichten van de DAEB, bedoeld in het eerste lid en/of tweede lid. Artikel2.13.12Staatssteun 1.De subsidie voor de realisatie van zorggeschikte woningen in een geclusterde woonvorm moet voldoen aan de voorwaarden van de DAEB-de-minimisverordening. 2.De subsidie voor de realisatie van ontmoetingsruimten bij geclusterde woonvormen moet voldoen aan de voorwaarden van de DAEB-de-minimisverordening. 3.Als de aanvrager al een subsidie op basis van de Stimuleringsregeling zorggeschikte woningen (Stcrt. 2023, 25360) heeft ontvangen, dan moet de subsidieverlening, bedoeld in het eerste lid, voldoen aan de voorwaarden van het DAEB-vrijstellingsbesluit. 4.Als de aanvrager meer dan € 750.000,- subsidie aanvraagt voor realisatie van zorggeschikte woningen of een ontmoetingsruimte, dan moet de subsidieverlening voldoen aan de voorwaarden van het DAEB-vrijstellingsbesluit. 5.Dit betekent dat bij de aanvraag een begroting van de kosten en inkomsten van de activiteiten moet worden meegestuurd. Het subsidiebedrag, zijnde het compensatiebedrag voor het uitvoeren van de DAEB, is niet hoger dan hetgeen noodzakelijk is om de netto-kosten van het uitvoeren van de DAEB te dekken. Artikel2.13.13Looptijd De subsidieregeling vervalt op 30 november 2026 om 17.00 uur. Hoofdstuk3Milieu en energie 3.1Energiebesparing Overijssel 2.0 [Vervallen] 3.2Haalbaarheidsonderzoek Energie-Innovatie [Vervallen] 3.3Energiebesparende maatregelen (geld terug actie) Artikel3.3.1Betekenis van de begrippen In dit artikel worden vaker voorkomende begrippen uitgelegd. Energiebesparende maatregelen: technische aanpassingen in gebouwen en industriële processen die leiden tot minder verbruik van energie. Energieonderzoek: een uitgevoerd onderzoek naar energiebesparingsmogelijkheden in gebouwen en industriële processen. Het onderzoek richt zich zowel op bouwkundige, technische en organisatorische aspecten, cultuurhistorische waarden als het industriële gebruik. Artikel3.3.2Doel van de subsidieregeling Met deze subsidieregeling wil de provincie bijdragen aan het stimuleren van energiebesparende maatregelen. Artikel3.3.3Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen 1.De subsidie wordt verleend voor de volgende activiteiten: uitgevoerde energiemaatregelen; uitgevoerd energieonderzoek. 2.De uitgevoerde energiebesparende maatregelen voldoen aan de volgende voorwaarden: de energiebesparende maatregelen zijn genoemd in het energieonderzoek; de energiebesparende maatregelen zijn toegepast aan het gebouw, bouwwerk of de installaties die met het gebouw te maken hebben, zoals de deuren of ramen. Als het gaat om sportverenigingen dan mogen de energiebesparende maatregelen ook uitgevoerd worden op het veld, zoals veldverlichting. de energiebesparende maatregelen zijn toegepast op een gebouw dat fysiek in Overijssel is gevestigd; de energiebesparende maatregelen zijn op het moment van de aanvraag maximaal 8 maanden geleden uitgevoerd. Dit is een afwijking van artikel 1.2.3.; de uitgevoerde energiebesparende maatregelen hebben per aanvraag in totaal minimaal € 4.000,- gekost. Om aan de minimale kosten van € 4.000,- te kunnen voldoen, is het mogelijk om de energiebesparende maatregelen van meerdere vestigingen of aanvragers samen in één aanvraag op te nemen. Een van de aanvragers vraagt de subsidie aan en zorgt voor de onderlinge verdeling van de subsidie. 3.De volgende energiebesparende maatregelen komen niet in aanmerking voor de subsidie: energiebesparende maatregelen voor nieuwbouw; energiebesparende maatregelen voor woningen, appartementen of andere voor bewoning bedoelde gebouwen; energiebesparende maatregelen die verplicht zijn onder de Wet Mileubeheer. Hierin staat dat er bij een jaarverbruik van meer dan 50.000kWh elektriciteit of 25.000m3 aardgas maatregelen met een terugverdientijd van 5 jaar of minder wettelijk verplicht zijn. Hieronder vallen in ieder geval de erkende maatregelen. Hierbij gelden de volgende uitzonderingen: Een erkende maatregel kan alsnog voor subsidie in aanmerking komen indien: a. De aanvrager een lager energieverbruik heeft en om die reden voor elektriciteit en/of aardgas niet onder de Wet Milieubeheer valt óf b. In de rapportage is onderbouwd dat de erkende maatregel bij de aanvrager een hogere terugverdientijd dan 5 jaar kent. 4.Het energieonderzoek voldoet aan volgende voorwaarden: het onderzoek is op het moment van de aanvraag niet ouder dan 3 jaar; het onderzoek is uitgevoerd: door een gecertificeerd energie-adviseur met aantoonbare ervaring in het Mkb. De ervaring van de energie-adviseur kan aangetoond worden door verwijzing naar referentieprojecten. Voorbeelden van certificatie zijn EPA of EPA-U. EPA-U staat voor Energie Prestatie Advies voor bestaande utiliteitsgebouwen. Voorbeeld van een certificerende instantie is FeDec; door een branchespecialist; of in opdracht van of met subsidie van de provincie Overijssel. het onderzoek is uitgevoerd voordat energiebesparende maatregelen zijn uitgevoerd. Dit is een afwijking van artikel 1.2.3; het onderzoek is niet gesubsidieerd vanuit een andere regeling; In het onderzoek staat: Het aardgas- en elektriciteitsverbruik van de aanvrager en of deze voor elektriciteit- en/of aardgas onder de Wet- milieubeheer valt. Een zo volledig mogelijk beeld met mogelijke energiebesparingsmaatregelen waarbij gebruik kan worden gemaakt van de erkende maatregelen en de energiebesparende maatregelen die staan op de energie- en milieulijst van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) met bedrijfsmiddelen die voor de fiscale Energie Investering Aftrekregeling (EIA) in aanmerking komen. Beide lijsten zijn te vinden op de website van de RVO. Erkende maatregelen in beginsel een terugverdientijd hebben van minder dan 5 jaar en dat deze voor aanvragers die onder de Wet- milieubeer vallen verplicht zijn, mits er in de rapportage onderbouwd is waarom bij de aanvrager de terugverdientijd hoger is dan 5 jaar. Maatregelen die op de energielijst staan te allen tijde een terugverdientijd van 5 jaar of hoger hebben. Artikel3.3.4Aanvrager 1.De aanvrager is een stichting, een vereniging, een BV, een NV, en maatschap, een vennootschap onder firma, Coöperatie, een commanditaire vennootschap, een eenmanszaak of een kerkgenootschap. 2.De energiekosten van de aanvrager waren in 2020, 2021 of 2022 minder dan € 30.000,- per jaar. Dit geldt niet voor aanvragers uit de cultuursector met SBI-code 90 en 91, omdat deze instellingen hoge energiekosten per jaar hebben. Voor alle aanvragers die in 2022 zijn opgericht geldt dat de energiekosten voor 2022 naar verwachting niet meer dan € 60.000,- zijn. Artikel3.3.5Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen 1.Alleen de kosten van derden zijn subsidiabel. Artikel 1.2.6 is niet van toepassing. 2.De kosten van de activiteiten die zijn uitgevoerd voordat de aanvraag is ontvangen zijn wel subsidiabel, maar alleen als de activiteit is uitgevoerd maximaal 8 maanden voordat de aanvraag is ontvangen. Artikel 1.2.8 onderdeel a is niet van toepassing. Artikel3.3.6Hoogte van de subsidie 1.De subsidie voor energiebesparende maatregelen is maximaal 25% van de subsidiabele kosten. 2.De subsidie voor energiebesparende maatregelen is: maximaal € 5.000,- per aanvraag voor Mkb-ondernemingen in de horeca, detailhandel en dienstverlening die direct geheel of gedeeltelijk zijn getroffen door de verplichte lockdowns; en maximaal € 2.500 per aanvraag voor overige aanvragers. 3.De subsidie per uitgevoerd energieonderzoek is een vast bedrag van € 400,- per aanvraag. 4.De aanvrager mag per vestigingsadres maximaal 1 keer per 3 jaar subsidie ontvangen op basis van deze subsidieregeling. Hierbij gaat het om de afgelopen 2 boekjaren en het jaar van de aanvraag. Artikel3.3.7Eigen bijdrage Minimaal 75% van de subsidiabele kosten van de uitgevoerde energiebesparende maatregelen worden betaald met een geldbijdrage van de aanvrager of derden. Artikel3.3.8Aanvraag 1.De aanvraag kan het hele jaar worden ingediend. 2.De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Energiebesparende maatregelen. 3.De aanvrager levert aanvullend de volgende stukken in: Een energieonderzoek. In het energieonderzoek staat minimaal: het energieverbruik over 2021, 2022, 2023 of 2024; de energiebalans waarin minimaal 90% van het energiegebruik is toebedeeld aan de energiegebruikers; omschrijving van de energiebesparende maatregelen, inclusief de verwachte investering en de verwachte energiereductie en de terugverdientijd van de investering; een plan van aanpak voor de uitvoering; de quick wins; kopieën van alle facturen en betaalbewijzen van de betaalde subsidiabele kosten. 4.De aanvrager hoeft geen begroting en dekkingsplan in te leveren. Artikel 1.2.13 lid 2 is niet van toepassing. 5.Er mag geen aanvraag voor subsidie ingediend worden voor alleen het energieonderzoek. Artikel3.3.9Beschikbaar budget voor de subsidieregeling Er geldt een subsidieplafond voor: de jaren 2022 en 2023; de jaren 2024 en 2025. Artikel3.3.10Geen staatssteun Er is geen sprake van staatssteun als de subsidie verleend kan worden onder de Algemene De-minimisverordening of de De-minimisverordening Landbouw. Artikel 1.2.10 lid 4 is van toepassing. Artikel3.3.11Looptijd Deze subsidieregeling vervalt op 30 november 2025 om 17.00 uur. 3.4Asbest eraf, zon erop Vervallen op 1 december 2024 3.5Opruiming drugsafval Overijssel 2025 Artikel3.5.1Betekenis van de begrippen In dit artikel worden vaker voorkomende begrippen uitgelegd. Bodem: het vaste deel van de aarde met de zich daarin bevindende vloeibare en gasvormige bestanddelen en organismen en ook de bodem en oevers van een oppervlaktewaterlichaam als bedoeld in bijlage A van de Omgevingswet. Drugsafval: afval dat ontstaat bij de productie van synthetische drugs. Dumping van drugsafval: het in strijd met wet- en regelgeving achterlaten van drugsafval in of op de bodem, dan wel het lozen of storten van drugsafval in oppervlaktewater. Oppervlaktewater: vrij aan het aardoppervlak voorkomend water, met de daarin aanwezige stoffen. Sanering van de bodem: het nemen van alle maatregelen die redelijkerwijs kunnen worden vereist om verontreiniging van de bodem en de directe gevolgen daarvan te beperken en zoveel mogelijk ongedaan te maken als bedoeld in afdelingen 1.3, 19.1, en 19.2a van de Omgevingswet. Synthetische drugs: uit chemische grondstoffen geproduceerde verdovende middelen. Verwijdering: verwijdering als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer. Artikel3.5.2Doel van de subsidieregeling Met deze subsidieregeling wil de provincie bijdragen aan het beschermen van de biodiversiteit door vervuilde bodem en vervuild oppervlaktewater in geval van dumping van drugsafval te saneren. Artikel3.5.3Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen 1.De subsidie wordt verleend voor: verwijdering en afvoer van gedumpt drugsafval; verwijdering en afvoer van door gedumpt drugsafval verontreinigd oppervlaktewater; of sanering van de bodem die is verontreinigd als rechtstreeks gevolg van de aanwezigheid van gedumpt drugsafval. 2.Het gedumpte drugsafval voldoet aan de volgende voorwaarden: het drugsafval is gedumpt in de provincie Overijssel; het drugsafval is gedumpt op een locatie: die binnen de grenzen van de gemeenten, waterschappen en omgevingsdiensten valt; of waar de aanvrager eigenaar van is of erfpacht voor betaalt. het drugsafval is niet aangetroffen binnen een ruimte waar de productie van de synthetische drugs plaatsvond; het drugsafval is niet gedumpt via het rioolstelsel; van het gedumpte drugafval is: een melding of aangifte bij de politie gedaan. Het meldingsnummer of proces-verbaalnummer is aanwezig; een beschrijving en foto’s van het gedumpte drugsafval en ook een kaart met de locatie waar het drugsafval is aangetroffen aanwezig; en een bewijs van de gemaakte kosten voor de afvoer en verwijdering van het drugsafval of het oppervlaktewater dan wel de sanering van de bodem aanwezig. 3.De verwijdering en afvoer van het drugsafval voldoet aan de voorwaarde dat deze heeft plaatsgevonden in de periode 1 oktober 2020 tot en met 31 december 2025. 4.De sanering van de bodem voldoet aan de volgende voorwaarden: de sanering is uitgevoerd volgens de daarvoor geldende wet- en regelgeving; van de sanering is een saneringsverslag aanwezig. Artikel3.5.4Aanvrager 1.De aanvrager is: een gemeente, een omgevingsdienst of een waterschap die de territoriale bevoegdheid heeft van de locatie waar drugsafval is gedumpt; een natuurlijke persoon of een stichting, een vereniging, een BV, een NV of Staatsbosbeheer die eigenaar of erfpachter is van een locatie waar drugsafval is gedumpt; 2.De aanvrager is niet verantwoordelijk of medeverantwoordelijk voor de productie of dumping van het drugsafval. Artikel3.5.5Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen 1.Alle daadwerkelijk gemaakte kosten zijn subsidiabel als deze betrekking hebben op: het afvoeren en verwijderen van gedumpt drugsafval; het afvoeren en verwijderen van door gedumpt drugsafval verontreinigd oppervlaktewater; het saneren van de door de dumping verontreinigde bodem. 2.De artikelen 1.2.5 tot en met 1.2.8 zijn niet van toepassing. Artikel3.5.6Hoogte van de subsidie 1.De subsidie aan een gemeente, omgevingsdienst of waterschap is: maximaal 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 24.999,-; maximaal 100% van de subsidiabele kosten, als de kosten meer bedragen dan € 50.000,-. In dit geval is de subsidie nooit meer dan € 200.000,- 2.De subsidie is maximaal 100% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 200.000,- voor overige aanvragers. 3.De minimum subsidie van € 1.000,- die in artikel 1.2.17 lid 2 staat is niet van toepassing. 4.De aanvrager mag voor dezelfde dumping maximaal 1 keer subsidie ontvangen op basis van deze subsidieregeling. Artikel3.5.7Aanvraag 1.De aanvraag kan het hele jaar worden ingediend. 2.De aanvraag wordt ingediend bij BIJ12, die namens de provincie de subsidieregeling uitvoert. 3.De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Opruiming drugsafval 2025. Het formulier is te vinden op https://www.bij12.nl/onderwerpen/subsidieregeling-opruiming-drugsafval/aanvragen-subsidie. 4.De aanvrager levert aanvullend de volgende stukken in: een bewijs van melding of aangifte bij de politie van de dumping van het drugsafval in de vorm van een meldingsnummer of proces-verbaalnummer; een beschrijving en foto’s van het gedumpte drugsafval en ook een kaart met de locatie waar het drugsafval is aangetroffen; en de afvoerbon of het saneringsverslag als bewijs van de gemaakte kosten voor de afvoer en verwijdering van het drugsafval of het oppervlaktewater of van de sanering van de bodem. 5.De aanvrager hoeft geen begroting en dekkingsplan in te leveren. Artikel 1.2.13 lid 2 is niet van toepassing. Artikel3.5.8Beschikbaar budget voor de subsidieregeling 1.Het subsidieplafond wordt jaarlijks vastgesteld. 2.Als de te verlenen subsidie hoger is dan het resterende budget van het subsidieplafond, dan wordt het overgebleven budget verdeeld door middel van loting. Artikel 1.2.16 lid 2 is niet van toepassing. De loting wordt uitgevoerd onder de op die dag ingediende complete aanvragen. De aanvragen worden van hoog naar laag geplaats in de volgorde van de trekking. De loting wordt uitgevoerd in aanwezigheid van een notaris en minimaal twee onafhankelijke waarnemers. Artikel3.5.9Geen staatssteun De subsidie levert geen staatssteun op. Artikel3.5.10Looptijd Deze subsidieregeling vervalt op 31 december 2025 om 17.00 uur. 3.6Lokale energie-initiatieven 4.0 Artikel3.6.1Betekenis van de begrippen In dit artikel worden vaker voorkomende begrippen uitgelegd. Energiebesparende maatregelen: maatregelen die leiden tot minder gebruik van energie bij huishoudens. Het gaat om kleine maatregelen die door het huishouden, de energiecoach of de energiefixer binnen uiterlijk 4 weken, na het gesprek met de betreffende energiebespaarcoach of energiefixer, uitgevoerd kunnen worden. Energiebespaarcoach: een vrijwilliger die huishoudens informeert over energiebesparing door gedragsaanpassing en die een algemeen beeld geeft welke energiebespaar- en energieopwekmogelijkheden er in de woning zijn door isolatie, gebruik van bestaande installaties en apparaten, en opwekking van energie. Energiefixer: een energiefixer biedt huishoudens informatie over gedragsaanpassing en eenvoudige energiebesparingsmaatregelen en voert de maatregelen meteen uit. Energieopwekproject: een project waarbij energie wordt gemaakt uit bronnen zoals wind, zon en waterkracht. Lokaal energie-initiatief (LEI): een collectief van inwoners en eventueel lokale organisaties of lokale bedrijven met als doel een energieopwekproject of een energiebesparingsproject uit te voeren. Nominaal vermogen: maximale vermogen van een productie-installatie voor hernieuwbare energie dat onder normale omstandigheden of voorwaarden benut kan worden voor de productie van hernieuwbare energie en dat door de leverancier wordt gegarandeerd bij continu gebruik. Artikel3.6.2Doel van de subsidieregeling Met deze subsidieregeling wil de provincie bijdragen aan het stimuleren van energiebesparende maatregelen en de opwekking van hernieuwbare energie. Dit door Lokale energie-initiatieven te ondersteunen. Artikel3.6.3Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen 1.De subsidie wordt verleend voor een of meerdere van de volgende activiteiten: het inrichten en oprichten van een LEI; door een LEI: uit te voeren energiebesparende maatregelen bij huishoudens in Overijssel. Dit door met minimaal 100 huishoudens actief contact te zoeken en ze te bewegen om energiebesparende maatregelen te treffen. Als hierbij vrijwilligers worden ingezet dan moeten die deskundig zijn en kennis hebben over het realiseren van eenvoudige energiebesparende maatregelen bij huishoudens; op te leiden vrijwilligers tot energiefixer of energiebespaarcoach; een door een LEI voor te bereiden energieopwekproject om tot een realiseerbaar energieopwekproject in Overijssel te komen. Na uitvoering van de activiteiten is duidelijk of het opwekproject kan worden gerealiseerd. een door een LEI voor te bereiden grootschalig energieopwekproject om tot een ontwikkelbaar project te komen. Na uitvoering van de activiteiten is duidelijk of succesvolle ontwikkeling van het grootschalige opwekproject mogelijk is. 2.Een LEI voldoet aan de volgende voorwaarden: de LEI heeft binding met de lokale omgeving; de LEI heeft een bestuur van minimaal twee personen; iedereen die wil, kan deelnemen aan de LEI; de LEI laat de lokale omgeving waar het project wordt uitgevoerd, meebeslissen over de ontwikkeling van het project de opbrengsten die door realisatie van het project worden gehaald komen ten goede aan leden, klanten of maatschappelijke bestemmingen in de lokale omgeving van het project. 3.Het energieopwekproject voldoet aan één van de volgende voorwaarden: er wordt een productie-installatie voor zonne-energie gerealiseerd met een nominaal vermogen van minimaal 15 Wp en maximaal 1.000 kWp. Het gaat om realisatie van zonne-energie: daken in bebouwd gebied; op te bebouwen gebieden of bruikbare restruimte: ongebruikte gronden, bedrijventerreinen, boven parkeerterreinen en geluidswallen; als kleine, goed ingepaste velden op agrarische erven (tot ca. 2
- ha)en kleine, goed ingepaste zonnevelden van lokale initiatieven in stads- en dorpsranden (tot ca. 2 ha).; langs hoofdinfrastructuur; boven bestaande verhardingen (parkeerterreinen); op water; er wordt een productie-installatie voor windenergie met één of meer windturbines met een nominaal vermogen van minimaal 15 kW en maximaal 1.000 kW gerealiseerd; er wordt een productie-installatie voor elektriciteitsproductie door waterkracht met een nominaal vermogen van minimaal 15 kW gerealiseerd. 4. Het grootschalig energieopwekproject voldoet aan één van de volgende voorwaarden: er wordt een productie-installatie voor zonne-energie met een nominaal vermogen van minimaal 1.000 kWp gerealiseerd. Het gaat om realisatie van zonne-energie: op daken in bebouwd gebied; 2. op te bebouwen gebieden of bruikbare restruimte: ongebruikte gronden, bedrijventerreinen, boven parkeerterreinen en geluidswallen; 3. langs hoofdinfrastructuur; 4. boven bestaande verhardingen (parkeerterreinen); 5. op water. er wordt een productie-installatie voor windenergie met één of meer windturbines met een nominaal vermogen van minimaal 1.000 kW gerealiseerd. 5.Er mag voor de voorbereiding van een grootschalig energieopwekkingsproject geen financiering door het Energiefonds Overijssel zijn toegekend. In dat geval is namelijk al duidelijk dat succesvolle ontwikkeling van het project mogelijk is. 6.De activiteiten die niet voor de subsidie in aanmerking komen zijn de aanschaf- en installatie van technische voorzieningen voor energieopwekking. 7. Een LEI mag al opgericht zijn voordat de aanvraag is ontvangen. Dit is een afwijking van artikel 1.2.3. Artikel3.6.4Aanvrager 1.De aanvrager is een LEI die de volgende juridische vorm heeft of krijgt: een coöperatie, een stichting, een vereniging of een BV. 2.Als de coöperatie, stichting, vereniging of BV nog opgericht moet worden, dan wordt de subsidie verleend onder de opschortende voorwaarde dat de aanvrager de beoogde rechtsvorm verkrijgt. Artikel3.6.5Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen 1.Alleen de kosten van derden zijn subsidiabel. Artikel 1.2.6 is niet van toepassing. 2. Lid 1 geldt niet voor het oprichten van een LEI, het opleiden van vrijwilligers tot energiebespaarcoach of energiefixer. Voor deze activiteiten zijn de artikelen 1.2.5 tot en met 1.2.8 niet van toepassing. Voor het opleiden van vrijwilligers tot energiebespaarcoach of energiefixer geldt een vast bedrag per vrijwilliger. Voor het oprichten van een LEI geldt een vast bedrag per LEI. 3.De kosten voor leges zijn wel subsidiabel. Dit is een afwijking van artikel 1.2.8 onderdeel c. Artikel3.6.6Hoogte van de subsidie 1.De subsidie voor het oprichten van een LEI is een vast bedrag van € 2.500,- per LEI. 2.De subsidie voor: het uitvoeren van een energiebesparende maatregelen bij huishoudens is 100% van de subsidiabele kosten en maximaal € 10.000,- per aanvraag. Hiervan mag maximaal € 2.000,- worden gebruikt voor organisatiekosten. Het overige deel wordt besteed aan de energiebesparende maatregelen bij huishoudens. Hierbij kan uitgegaan worden van een vast bedrag van € 100,- per huishouden. Bij geringe aantal deelnemende huishoudens, kan een LEI hiervan afwijken; het opleiden van vrijwilligers tot energiefixer of energiebespaarcoach is een vast bedrag van € 500,- per vrijwilliger die opgeleid wordt tot energiebesparingscoach of energiefixer met een maximum van € 2.500,- per aanvraag. 3.De subsidie voor het voorbereiden van een energieopwekproject is maximaal 80% van de subsidiabele kosten en maximaal € 5.000,- per aanvraag. 4.De subsidie voor het voorbereiden van een grootschalig energieopwekproject is maximaal 80% van de subsidiabele kosten en is maximaal € 10.000,- per aanvraag. Artikel3.6.7Eigen bijdrage Minimaal 20% van de subsidiabele kosten van een energieopwekproject wordt betaald met een geldbijdrage van de aanvrager of derden. Dit geldt niet voor het oprichten en inrichten van de LEI. Artikel3.6.8Aanvraag 1.De aanvraag kan het hele jaar worden ingediend. 2.De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Lokale energie-initiatieven. 3.De aanvrager levert een begroting en een dekkingsplan in. Het is verplicht om het beschikbaar gestelde begrotingsformat te gebruiken. 4.De aanvrager levert aanvullend de door een LEI-coach ondertekende LEI-verklaring in. Een LEI-coach is een persoon die in opdracht van de provincie Overijssel een lokaal energie-initiatief ondersteund. Artikel3.6.9Beschikbaar budget voor de subsidieregeling Er geldt een subsidieplafond voor: de jaren 2022 en 2023; de jaren 2024 en 2025. Artikel3.6.10Aanvullende verplichtingen De subsidieontvanger is verplicht: de activiteiten binnen 18 maanden na subsidieverlening uitgevoerd te hebben; de inwoners binnen een specifiek gebied in Overijssel actief uit te nodigen om lid of klant van de LEI te worden; de opgebouwde kennis en ervaring vrij beschikbaar te stellen aan anderen die daarom vragen. Artikel3.6.11Geen staatssteun Er is geen sprake van staatssteun als de subsidie verleend kan worden onder de Algemene De-minimisverordening. Artikel 1.2.10 lid 4 is van toepassing. Artikel3.6.12Looptijd Deze subsidieregeling vervalt op 30 november 2025 om 17.00 uur. 3.7Energiezuinige voedselbanken [Vervallen] 3.8Geschakelde asbestleidaken [Vervallen] 3.9Stimuleringslening verduurzaming maatschappelijk vastgoed Artikel3.9.1 Betekenis van de begrippen In dit artikel worden vaker voorkomende begrippen uitgelegd. Maatschappelijk vastgoed: gebouwde onroerende zaak met een publieksfunctie in eigendom van een rechtspersoon. Het gaat om uitsluitend een buurthuis, dorpshuis, wijkcentrum, gemeenschapscentrum of een culturele instelling met een ANBI-status. Stimuleringslening: een lening voor de financiering van de werkelijke kosten van verduurzamingsmaatregelen. SVn: Stichting Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten, statutair gevestigd te Hoevelaken en kantoorhoudende te Amersfoort, financiële dienstverlener, geregistreerd onder