In het kort
Dit reglement beschrijft de regels voor het Participatiefonds voor het Primair Onderwijs en Expertisecentra voor het schooljaar 2019-2020. Het regelt de bijdragen die werkgevers moeten betalen en de voorwaarden waaronder zij vergoedingen kunnen aanvragen voor kosten gerelateerd aan werkloosheid en arbeidsongeschiktheid van personeel.
Wat het regelt
- De verplichting voor werkgevers om een premie te betalen aan het Participatiefonds.
- De procedure voor het indienen van vergoedingsverzoeken door werkgevers.
- De voorwaarden voor vrijstelling van de instroomtoets bij een vergoedingsverzoek.
- De definities van diverse termen die in het reglement worden gebruikt, zoals "Afvloeiingsvolgorde" en "Beëindiging dienstverband".
Wie het aangaat
- Werkgevers in het primair onderwijs en expertisecentra.
- Werknemers in het primair onderwijs en expertisecentra, met name bij beëindiging van hun dienstverband of bij arbeidsongeschiktheid.
Kernpunten
- Werkgevers moeten een premie betalen aan het Participatiefonds voor kosten van werkloosheidsuitkeringen, suppleties bij arbeidsongeschiktheid en uitkeringen bij ziekte/arbeidsongeschiktheid van gewezen personeel.
- Een vergoedingsverzoek moet worden ingediend door de werkgever die een dienstverband beëindigt of een tijdelijk dienstverband niet voortzet en de uitkeringskosten ten laste van het Participatiefonds wil brengen.
- Vrijstelling van de instroomtoets is mogelijk als een werknemer minimaal 6 en maximaal 12 maanden ononderbroken in dienst was en direct daarvoor minimaal 8 weken recht had op een werkloosheidsuitkering vanuit het PO.
- Geen vrijstelling wordt verleend als de werknemer direct voorafgaand aan het recht op uitkering al bij dezelfde werkgever in dienst was en het UWV die werkgever verantwoordelijk heeft gesteld voor de werkloosheidsuitkering.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.