(2007)3724. Artikel 3.2 tot en met 3.15 [vervallen] Paragraaf 2. Overijssel werkt! Subparagraaf 2.1. Bedrijfsverplaatsingen [vervallen per 1 januari 2008] Subparagraaf 2.2. Algemeen Artikel 3.22. Toepasselijkheid Deze subparagraaf is van toepassing op de subparagrafen 2.3 tot en met 2.12. Artikel 3.23. Subsidiabele activiteiten 39[Toelichting: Dit artikel is bedoeld als vangnet voor de beleidslijnen binnen het Meerjarig Economisch Uitvoeringsperspectief. Wanneer Gedeputeerde Staten van oordeel zijn, dat de te subsidiëren activiteit niet wordt beoogd onder de hierna volgende subparagrafen 2.4 tot en met 2.7, maar wel past binnen het MEUP, dan kunnen Gedeputeerde Staten een aanvraag honoreren. Overigens beoogt het provinciebestuur met het Meerjarig Economisch Uitvoeringsperspectief provincie Overijssel (MEUP) uitdrukkelijk een verbinding te leggen met andere beleidsvelden die kunnen bijdragen aan het thema. Bijvoorbeeld met cultuur, zorg, wonen, platteland. Deze integraliteit willen wij bij de uitvoering vasthouden.] Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verlenen voor de kosten van activiteiten die passen binnen de thema’s van Overijssel werkt! en plaatsvinden in Overijssel. Artikel 3.24. Gedeputeerde Staten verstrekken subsidie voor de in een uitvraag als bedoeld in paragraaf 1.3.3 genoemde prestaties aan in ieder geval die organisaties die integraal uitvoering geven aan het economische beleid van de provincie. Subparagraaf 2.3. Verbeteren vestigingsklimaat bedrijfsleven [ingetrokken met ingangvan 16 maart 2009] Subparagraaf 2.4. Herstructurering van bedrijventerreinen 40[Toelichting: De provinciale benadering met betrekking tot de herstructurering van bestaande bedrijventerreinen en de aanleg van nieuwe bedrijventerreinen is gewijzigd. De provincie wil partijen verbinden en versnelling van het herstructureringsproces. Naast behoud van de economische functie, zijn duurzaamheid en ruimtelijke kwaliteit kernbegrippen die bij herstructurering zichtbaar moeten worden. Herstructurering staat voorop in de discussie over locaties voor vestiging van bedrijven. Het provinciale Meerjarenprogramma Vitale Bedrijvigheid 2009-2015 heeft vooral betrekking op revitalisering en herprofilering van verouderde bedrijventerreinen. Om de beleidsintensivering op dit dossier te doen slagen, is het financiële instrumentarium daarop aangepast. De aanvankelijk centraal staande provinciale subsidielijn, is omgebogen in verband met de oprichting van een Herstructureringsmaatschappij bedrijventerreinen Overijssel (HMO). De HMO richt zich alleen op het private deel dat zich bij herprofilering voordoet. Daarbij gaat het om aankoop, sanering en het opnieuw uitgeven van (voorheen verouderde) bedrijfskavels, waarbij het behoud van de economische functie voorop staat. Beperkte herstructureringsvormen (de zogenoemde beperkte herstructurering en revitalisering, waarbij de economische functie van het bedrijventerrein dezelfde blijft), bestaan vooral uit investeringen in de publieke ruimte. Deze zijn primair de verantwoordelijkheid van de betrokken gemeenten en de op het betreffende bedrijventerrein gevestigde ondernemers, en vallen buiten het bereik van de HMO. Reden om de provinciale subsidie te richten op de publieke aspecten van herstructurering. Bij de opzet van de aanpassing van het Uitvoeringsbesluit subsidies Overijssel 2007 (Ubs) hebben Gedeputeerde Staten niet alleen gebruikgemaakt van het advies over de financiële instrumenten voor herstructurering. Ook de praktijkervaringen met het Ubs in de afgelopen jaren, hebben een rol gespeeld bij de nieuwe opzet van deze paragraaf. Het Ubs heeft uitsluitend betrekking op de kosten van werkzaamheden in de publieke ruimte Het doet daarbij niet ter zake van welk type herstructurering die werkzaamheden deel uitmaken. Wel dat de werkzaamheden in de publieke ruimte verder moeten gaan dan bijvoorbeeld verbetering van het wegdek of een ander solitair aspect. Dat is vaak immers niet meer dan gewoon onderhoud. De werkzaamheden maken onderdeel uit van een herstructureringsplan, waarin alle maatregelen zijn opgenomen die de veroudering van het terrein als geheel bestrijden en de kwaliteit van het bedrijventerrein verbeteren. Aspecten als duurzaamheid en ruimtelijke kwaliteit zijn in het herstructureringsplan opgenomen. Subsidiëring van transformatie is van subsidieverlening uitgesloten. Het Ubs heeft bijvoorbeeld betrekking op de volgende aspecten/werkzaamheden in de publieke ruimte • Slecht wegdek en/of slecht wegenprofiel (veroorzaakt door slechte kwaliteit van de weg; verschil in breedte van de weg; parkeren op de openbare weg of op grasbermen). Aanpak door een nieuw wegenplan. Alle wegen krijgen een nieuw, uniform straatprofiel, met onderscheid tussen de rijbaan (voor gemotoriseerd verkeer en fietsers), aanstraatstrook (voor laden en lossen, toegang tot inritten en draairuimte voor vrachtverkeer), parkeervakken (voor bezoekers), voetpaden en groenstroken. • Slechte verkeersveiligheid (veroorzaakt door slechte kwaliteit van de weg; slecht wegenprofiel; door parkeren op de weg; geen of onduidelijke afbakening van de openbare weg en private terreinen). Aanpak door aanleg van voldoende duidelijk afgebakende openbare parkeerruimte. Privégebruik van de openbare ruimte, waaronder groenstroken, voor bijvoorbeeld parkeren, opslag of tuinen is niet toegestaan. De gemeente schrijft eigenaren/huurders hierover individueel aan. Ook op andere overtredingen van wet- en regelgeving wordt strenger gehandhaafd. • Ontbreken van voldoende parkeergelegenheid (voor medewerkers, bezoekers en bezorgend verkeer). Zie vorig punt. • Ontbreken goede bewegwijzering (geheel niet aanwezig/onduidelijk/verschillende uitvoeringen), veroorzaakt onnodige verkeersbewegingen door zoekgedrag. Via collectief parkbeheer kan hierin worden voorzien met een uniforme benadering. • Slechte verlichting. Vereist nieuw verlichtingsplan, waarbij verkeersveiligheid en sociale veiligheid voorop staan. • Beperkt groen/-onderhoud. Vereist nieuw groenplan (aanleg en onderhoud). Ook daarbij spelen verkeersveiligheid en sociale veiligheid een belangrijke rol. • Veiligheid, waaronder sociale veiligheid. Door collectief parkbeheer kan beveiliging door onder meer cameratoezicht en surveillances tot stand komen. Dit gevoegd bij een duidelijke en goede structuur van wegen, parkeren, groen en verlichting, komt de sociale veiligheid ten goede. • Digitale infrastructuur. De aansluiting van een bedrijventerrein op een open glasvezelnetwerk. Let wel, het gaat om verouderde bedrijventerreinen. De slechte kwaliteit beslaat de voorzieningen in de publieke ruimte en die van de private eigendommen. Dit is de reden om via het Ubs, een samenhang tussen publieke voorzieningen en private voorzieningen aan te brengen. Althans, als er in de gegeven situatie maatregelen nodig zijn in zowel de publieke, als in de private ruimte. Dat kan door alleen die werkzaamheden voor de publieke ruimte te subsidiëren, die
- a)vooral voortvloeien uit de kwaliteitsscan, maar ook
- b)die onderdeel uitmaken van het gehele herstructureringsplan. Als het herstructureringsplan zowel werkzaamheden in de publieke ruimte als in de private sector omvat, dan worden deze werkzaamheden in samenhang in het herstructureringsplan beschreven en uitgevoerd. Samenhang creëert niet alleen een meer afgestemde planopzet, maar het leidt ook tot meer betrokkenheid tussen gemeente en ondernemers.] Artikel 3.27. Begripsbepalingen 41[Toelichting: -Herstructureringsproject Een herstructureringsproject betreft alle voorbereidingshandelingen en uitvoeringswerkzaamheden die nodig zijn voor de herstructurering van een bedrijventerrein als opgenomen in een herstructureringsplan. Zij hebben betrekking op het totale bedrijventerrein, waarvan de begrenzing in het herstructureringsplan met een kaart is aangegeven. De intensiteit en de aard van de werkzaamheden kan binnen het begrensde gebied variëren. De subsidie wordt slechts eenmaal per bedrijventerrein verstrekt. -Paragraaf Bedrijventerreinen Een paragraaf Bedrijventerreinen maakt in principe onderdeel uit van een door het gemeentebestuur vast te stellen structuurvisie. Die structuurvisie is vereist op basis van de nWro. De paragraaf Bedrijventerreinen bevat een samenhangende en zorgvuldige beleidsvisie voor de lange termijn voor bedrijventerreinen waarmee een goede ruimtelijke ordening wordt bevorderd. De volgende aspecten worden daarbij uitgewerkt: inventarisatie huidige data; een reële vraagprognose, voorraad beschikbare terreinen, herijking huidig aanbod; mogelijkheden van herstructurering; toetsing van de vraagprognose aan de geactualiseerde behoeftenraming van het CBP-middenscenario; fysieke en digitale bereikbaarheid; garanties voor de aspecten duurzaamheid, zorgvuldig ruimtegebruik en ruimtelijke kwaliteit; grondprijzen; inhoudelijke regionale afstemming. Mocht de betreffende gemeente bij de indiening van de subsidieaanvraag nog niet beschikken over een vastgestelde structuurvisie, dan kan zij, vooruitlopend daarop, een separaat document over bedrijventerreinen vaststellen en bij de subsidieaanvraag overleggen. Het document moet wel een gelijkwaardige status hebben als bedoelde paragraaf. -Structureel beheer Dit heeft tot doel het structureel op peil houden van het gewenste kwaliteitsniveau van het bedrijventerrein nadat er herstructurering heeft plaatsgevonden. Hierbij gaat het om beheer en onderhoud dat via een publiek-private samenwerking vorm krijgt en zorg draagt voor het op een adequaat niveau houden van voorzieningen en het beheer van een bedrijventerrein. Dat kan ook binnen de structuur van een parkmanagementorganisatie worden geregeld. De monitoring van de instandhouding van een adequaat kwaliteitsniveau kan plaatsvinden door eenmaal per drie jaar een kwaliteitsscan uit te voeren. -Opbrengst Als opbrengst wordt in aanmerking genomen de opbrengst uit uitgifte, verhuur (ook tijdelijk) en verpachting van grond, de opbrengst uit verhuur en verkoop van gebouwen en eventue(e)l(e), verkregen subsidie(s). -Duurzaamheid, zorgvuldig ruimtegebruik en ruimtelijke kwaliteit Duurzaamheid, zorgvuldig ruimtegebruik en ruimtelijke kwaliteit zijn belangrijke aspecten die bij herstructurering steeds meer een rol moeten gaan spelen. Deze aspecten komen al direct tot uitdrukking in de hoofddoelstelling van herstructurering. Namelijk door het bedrijventerrein kwalitatief zodanig te verbeteren dat zich nieuwe ondernemers daar vestigen en dat de gevestigde ondernemers daar blijven. Door vertrek van ondernemers te voorkomen, wordt de vraag naar nieuwe bedrijvenlocaties afgeremd. In een toelichting op een subsidieparagraaf kan op de uitwerkingsaspecten van duurzaamheid en ruimtelijke kwaliteit niet diep en volledig worden ingegaan. In het Meerjarenprogramma Vitale Bedrijvigheid 2009-2015 zal dat meer tot uitdrukking gaan komen. Hoewel een bestaand bedrijventerrein in dit opzicht beperkingen heeft ten opzichte van een nieuw te ontwikkelen bedrijventerrein, is ook op bestaande bedrijventerreinen duurzaamheid een aspect dat meer aandacht moet hebben. De focus moet komen te liggen op de vermindering van de milieubelasting en een efficiënter ruimtegebruik. Zowel de sociaal-maatschappelijke aspecten, bescherming van het milieu en economische ontwikkeling krijgen evenwichtige aandacht. Het gaat om de waarde van het terrein voor de langere termijn, waarbij ‘waarde’ niet alleen een economische maar ook een sociale en een ecologische betekenis heeft. Duurzaamheid speelt op de niveaus van de inrichting van het terrein, de samenwerking tussen de bedrijven onderling en tussen bedrijfsleven en overheid en tenslotte op individueel bedrijfsniveau. In het kwaliteitsscoresysteem vormt duurzaamheid een relevant aspect voor de bepaling van de kwaliteit. Daarbij gaat het om zaken als, energie, duurzaam bouwen, luchtkwaliteit, bodemverontreiniging en intensief ruimtegebruik. De daarop gebaseerde kansenkaart geeft de opties aan waarmee het bedrijventerrein, ook op onderdelen van duurzaamheid en ruimtelijke kwaliteit, te verbeteren valt. Bij intensief of zorgvuldig ruimtegebruik worden de grond en opstallen zodanig benut, dat het grondbeslag per eenheid economische activiteit of werknemer wordt beperkt en de bedrijfseconomische positie en de kwaliteit van het bedrijventerrein gelijk blijft of verbetert. Zorgvuldig ruimtegebruik heeft meerdere dimensies, zoals: • intensivering van ruimtegebruik. Geen verkoopbepaling met betrekking tot maximaal te bouwen oppervlakte, maar minimaal te bebouwen oppervlakte. Geen blijvend onbebouwde kavels of delen van kavels. Een bouwplicht opleggen in die zin dat bijvoorbeeld binnen twee jaar na uitgifte van de bouwkavel en/of verlenen van de bouwvergunning het bouwwerk gerealiseerd is. Is dit niet het geval dan wordt de grond – tegen de aanvankelijke betaalde verkoopprijs – weer eigendom van de vorige eigenaar, bijvoorbeeld de gemeente of de HMO; • parkeerplaatsen niet per definitie op maaiveldniveau, maar ook onder of op gebouwen. Ook gebruikmaken van elkaars parkeermogelijkheden kan een optie zijn; • verticaal bouwen, de hoogte of de diepte in. Minimale bouwhoogte; • zorgvuldig ruimtegebruik is nauw verweven met onderwerpen als herstructurering, duurzaamheid, landschappelijke inpassing, parkmanagement, criminaliteitsbestrijding en architectuur. Voor wat dat laatste betreft is het vooral van belang dat er gestreefd wordt naar een goed ontwerp en aansluiting bij ter plaatse logische bouwhoogtes en dichtheden. Zonering met uitstraling aan de openbare ruimte en verhouding publieke en private ruimte. -Uitsluitingen • Werkzaamheden die geen betrekking hebben op het doel van herstructurering in het kader van het Ubs, namelijk de bestrijding van de veroudering van het bedrijventerrein als geheel; • werkzaamheden die tot het reguliere onderhoud gerekend worden, dus ook groot onderhoud; • werkzaamheden die betrekking hebben op de private eigendommen (zoals kavels en bedrijfsgebouwen); • de aanleg of verbetering van bovenwijkse infrastructuur naar en van een bedrijventerrein; • transformatie van een bedrijventerrein. Mocht op een bedrijventerrein, waarop slechts voor een deel transformatie plaatsvindt, op andere delen van het terrein sprake zijn van (een) andere vorm(
- en)van herstructurering, dan is de uitsluiting niet van toepassing op dat deel waarop de andere vorm(
- en)van herstructurering plaatsvind(t)(en).] 1Bedrijventerrein: een terrein van minimaal één hectare, dat in gebruik is door twee of meer bedrijven uit de sectoren industrie, nijverheid en/of commerciële en niet-commerciële dienstverlening. Daaronder niet begrepen een terrein dat in overwegende mate bestemd is voor kantoren, detailhandel of horeca. 42[Toelichting: Voor de toepassing van het Ubs, gaat het over een terrein ouder dan tien jaar gerekend vanaf het moment van eerste bedrijfsvestiging. Het betreffende bedrijventerreinen moet voorts opgenomen zijn in het Meerjarenprogramma Vitale Bedrijvigheid 2009-2015.] 2Kwaliteitsscan: een systematische beoordeling van de aanwezige kwaliteit op een bedrijventerrein, als onderdeel van het kwaliteitsscoresysteem. 43[Toelichting: Een kwaliteitsscan vindt plaats door middel van een systematische beoordeling van de aanwezige kwaliteit op een bedrijventerrein. De scan is een onderdeel van het kwaliteitsscoresysteem. Dit systeem wordt door Gedeputeerde Staten als een gekwalificeerd systeem beschouwd. Deze moet zijn geborgd in een onafhankelijke stichting. De scan vindt plaats in opdracht van het gemeentebestuur. Door middel van objectieve en toetsbare criteria volgen vanuit de toepassing van dit systeem, de scores met betrekking tot de kwaliteit op de diverse relevante aspecten. Dit leidt tot het geven van één of meer sterren, naar analogie van het hotel-classificatiesysteem. Vervolgens worden door middel van een kansenkaart aanbevelingen gedaan en de concrete activiteiten benoemd, die moeten worden getroffen om een hogere en duurzamere kwaliteit van het bedrijventerrein te bereiken. Dit instrument scherpt de discussies aan tussen de gemeente en de ondernemers over het te bereiken kwaliteitsniveau van een bedrijventerrein. Voorafgaand aan de opstelling van een herstructureringsplan, vindt de scan plaats als nul-meting. Na uitvoering van het herstructureringsproject wordt de kwaliteit als gevolg van de genomen maatregelen, opnieuw met een scan bepaald. Hiermee vindt monitoring van de kwaliteit plaats.] 3Herstructureringsplan: het plan bevat de visie(
- s)met betrekking tot de herstructurering van het betreffende bedrijventerrein. Het is de nadere uitwerking op uitvoeringsniveau, van de te nemen concrete activiteiten en het daarbij behorende financieringsplan en de planning. 44[Toelichting: Een herstructureringsplan komt tot stand in overleg tussen het gemeentebestuur en de ondernemers of de ondernemersvereniging. Het plan wordt door het gemeentebestuur vastgesteld. Het plan is (mede) gebaseerd op de daaraan voorafgaande kwaliteitsscan. Het plan bevat de visie(
- s)met betrekking tot de herstructurering van het betreffende bedrijventerrein. Het aspect duurzaamheid, waaronder ruimtewinst, maar ook het aspect ruimtelijke kwaliteit, wordt in het plan zichtbaar gemaakt. Het herstructureringsplan is de nadere uitwerking op uitvoeringsniveau, van de te nemen concrete activiteiten en het daarbij behorende financieringsplan (inclusief kosten, c.q. exploitatiebegroting). Als het herstructureringsplan zowel werkzaamheden in de publieke ruimte als in de private sector omvat, dan worden deze in samenhang in het plan beschreven en in samenhang uitgevoerd. Het plan bevat voorts een overzicht van subsidieabel geachte kosten, waarover – via vooroverleg tussen gemeente en provincie – overeenstemming bestaat. Dit overzicht dient ter bepaling van de prestaties in de beschikking tot subsidieverlening. Het overzicht is tevens basis voor de beoordeling van geleverde prestaties ten behoeve van de vaststelling van de subsidie. Uit het plan blijkt dat alle bij het herstructureringsproject betrokken partijen de uitvoering ervan onderschrijven. Het herstructureringsplan bevat voorts een plan van aanpak om het met de herstructurering bereikte kwaliteitsniveau te borgen. Dat kan zijn door middel van afspraken tussen gemeente en bedrijven over beheer en onderhoud, het structureel beheer. Ook kan dat plaatsvinden door middel van parkmanagement. Voor zover (
- de)initiatiefnemer(
- s)bij het project een betrokkenheid wensen van de HMO, bevat het herstructureringsplan de gemotiveerde reden(
- en)hiertoe.] 4Publieke ruimte: de fysieke ruimte die het domein is van de overheid en door haar wordt beheerd. 5Structuurvisie: een gemeentelijke structuurvisie die vereist is op basis van de nieuwe Wet op de ruimtelijke ordening (nWro). De paragraaf Bedrijventerreinen bevat een samenhangende en zorgvuldige beleidsvisie voor de lange termijn voor bedrijventerreinen. 6Herstructurering: onder herstructurering van een bedrijventerrein vallen alle eenmalige ingrepen op een bedrijventerrein waarvan de economische functie behouden blijft, die tot doel hebben veroudering van het terrein als geheel te bestrijden, en die niet tot het reguliere onderhoud gerekend worden. 45[Toelichting: Er zijn vier typen herstructurering: • beperkte herstructurering (groot onderhoud): grote opknapbeurt bij (deels) technische veroudering van het terrein; • revitalisering: een integrale aanpak is nodig om de deels technische, economische en maatschappelijke veroudering tegen te gaan. Het vestigingsmilieu wordt vernieuwd waarbij bestaande economische functies behouden blijven; • herprofilering: het terrein krijgt (deels) een andere werkfunctie, met een hogere vastgoedwaarde (bijvoorbeeld kantoren). Een integrale aanpak bestrijdt de economische, maatschappelijke en ruimtelijke veroudering; • transformatie: het terrein met economische en ruimtelijke veroudering krijgt door integrale aanpak een andere functie, zoals wonen, leisure en/of retail.] Artikel 3.28. Subsidiabele activiteiten [Toelichting: Aspecten als parkmanagement en beveiliging worden niet meer specifiek gesubsidieerd. Voor nieuwe bedrijventerreinen maken dat soort voorzieningen vanzelfsprekend onderdeel uit van de exploitatie. Voor bestaande terreinen zullen dergelijke aspecten onderdeel uitmaken van het herstructureringsplan. Bedoelde aspecten zijn in de afgelopen jaren steeds nadrukkelijker in beeld gekomen en in de praktijk toegepast. De mogelijkheden ervan zijn algemeen bekend. Er is geen noodzaak meer om via specifieke – vaak kleine – subsidies invoering van parkmanagement en beveiliging ingang te doen vinden. Die aspecten liggen besloten in de kwaliteitsscan en het herstructureringsplan.] 1. Binnen het thema Herstructurering van bedrijventerreinen kan subsidie worden gevraagd voor kwaliteitsverbetering van bestaande bedrijventerreinen. Dit betreffen de volgende activiteiten: a. het uitvoeren van een kwaliteitsscan;47[Toelichting: De uitvoering van de kwaliteitsscan komt voor subsidiëring in aanmerking als deze op grond van het Ubs vereist is. Vereist in die zin dat deze vooraf moet gaan aan een herstructureringsplan waarvoor subsidie wordt gevraagd. De scan wordt uitgevoerd conform de systematiek van het kwaliteitsscoresysteem. Het gaat hier om de eerste nul-meting, ter voorbereiding van de opstelling van het herstructureringsplan. Voor die scan kan subsidie worden aangevraagd. Ook vindt er een (monitoring)scan plaats, nadat het herstructureringsproject is afgerond. Laatstbedoelde scan, waarvoor specifiek subsidie moet worden aangevraagd, is gekoppeld aan de aanvraag voor vaststelling van de subsidie voor het uitvoeren van het herstructureringsplan.] b. het opstellen van een herstructureringsplan;48[Toelichting: Het herstructureringsplan is mede gebaseerd op de kwaliteitscan. In de toelichting op het begrip herstructureringsplan wordt op de bedoeling en inhoud van het plan ingegaan.] c. het uitvoeren van een herstructureringsplan; d. project- en procesmanagement.49[Toelichting: Het onderdeel project- en procesmanagement vormt in de praktijk nogal eens een zwakke schakel. Hierdoor komen herstructureringsprojecten niet van de grond, of hebben een erg lange doorlooptijd. Om ook hierin verbetering te brengen bieden Gedeputeerde Staten de mogelijkheid om hiervoor een subsidie te verkrijgen.] 2. Aanvragen voor subsidie als bedoeld in artikel 3.28 betreffen activiteiten op, of met betrekking tot de herstructurering van, een bedrijventerrein dat opgenomen is in het meerjarenprogramma Vitale Bedrijvigheid 2009-2015.50[Toelichting: De bedrijventerreinen die in het Meerjarenprogramma Vitale Bedrijvigheid 2009-2015 zijn opgenomen, voldoen aan het begrip bedrijventerrein, als bedoeld in de toelichting. In de praktijk zou kunnen blijken dat volgens het gemeentebestuur een bepaald bedrijventerrein binnen de planperiode dringend zou moeten worden geherstructureerd, terwijl deze niet is opgenomen in het Meerjarenprogramma Vitale Bedrijvigheid 2009-20015. Als het gemeentebestuur met onderzoek de herstructureringsnoodzaak van een niet in het meerjarenprogramma opgenomen terrein binnen de planperiode kan aantonen, dan kan dit aan Gedeputeerde Staten worden voorgelegd. Gedeputeerde Staten zullen een besluit kunnen nemen waarbij in dat geval niet aan de eis van opname in bedoeld meerjarenprogramma behoeft te worden voldaan. De inventarisatie en de definitieve vaststelling van de lijst van te herstructureren projecten, waar een kwaliteitsscan moet plaatsvinden is in gang gezet. De vaststelling van het bedoelde meerjarenprogramma staat gepland in de vergadering van Provinciale Staten van juni 2009.] Artikel 3.29. Criteria 1Aanvragen voor subsidie als bedoeld in artikel 3.28, eerste lid, sub a, betreffen alleen de door de provincie Overijssel gehanteerde systematiek van het kwaliteitsscoresysteem. 3Aanvragen voor subsidie als bedoeld in artikel 3.28, eerste lid, sub b, c en d, kunnen worden ingediend door gemeenten die een paragraaf Bedrijventerreinen in de gemeentelijke structuurvisie hebben opgenomen, dan wel een ander document met een gelijkwaardige status. 51[Toelichting: Hierbij wordt verwezen naar de toelichting op het begrip ‘Paragraaf Bedrijventerrein’.] 4Aanvragen voor subsidie als bedoeld in artikel 3.28, eerste lid, sub c, moeten voldoen aan de volgende criteria: 52[Toelichting: Gedeputeerde Staten hebben tijdsbepalingen opgenomen. Versnelling van de opzet en uitvoering van de herstructureringsprojecten is een belangrijke doelstelling van het provinciale beleid. Met de tijdsbepalingen beogen Gedeputeerde Staten te voorkomen: a. dat het herstructureringsplan gebaseerd zou worden op een kwaliteitsscan die op onderdelen al weer achterhaald kan zijn; b. dat de opstelling van de kwaliteitsscan en de opstelling, respectievelijk de uitvoering van het herstructureringsplan te veel in tijd uiteen gaan lopen; c. dat een herstructureringsproject een eindeloos aantal jaren doorlooptijd heeft. De termijnen vereisen van initiatiefnemers een voortdurende actieve opstelling met betrekking tot de doorlooptijd van het proces. Om die reden is ook subsidie voor procesmanagement mogelijk gemaakt. Onder “met de uitvoeringswerkzaamheden moet zijn begonnen”, wordt het volgende verstaan. De werkzaamheden moeten niet alleen zijn aanbesteed en gegund, maar ook daadwerkelijk zijn gestart. Die start mag geen pro forma karakter hebben, maar moet werkzaamheden betreffen, die een fysieke betekenis hebben en een continu karakter. Bodemonderzoek valt daar bij voorbeeld niet onder. De maand waarin de eerste voortgangsrapportage door het gemeentebestuur wordt verstrekt, is de maand waarin vervolgens de rapportage jaarlijks wordt verstrekt. Op basis van de overgelegde voortgangsrapportage vindt er jaarlijks een voortgangsgesprek plaats tussen de gemeente en de provincie.] Artikel 3.30. Grondslagen voor de subsidie 53[Toelichting: Met het hanteren van een subsidiepercentage, wordt de gemeentelijke verantwoordelijkheid voor herstructurering benadrukt. De gemeente zal in alle gevallen een aanzienlijk deel moeten financieren. De subsidies worden eenmaal per bedrijventerrein verstrekt. Dat wil zeggen dat binnen hetzelfde bedrijventerrein, waarvan de grenzen op een kaartje zijn aangegeven, geen eventuele deelprojecten naderhand voor subsidie in aanmerking komen. Hiermee wordt beoogd te voorkomen dat voor hetzelfde bedrijventerrein meerdere malen subsidie moet worden toegekend.] 1De subsidie als bedoeld in artikel 3.28, eerste lid, sub a, bedraagt 50% van de subsidiabele kosten, met een maximum van € 5.000,-- per kwaliteitsscan per bedrijventerrein. Zowel voor de kwaliteitsscan voorafgaande aan de opstelling van het herstructureringsplan, als voor de kwaliteitsscan nadat de werkzaamheden van het plan zijn uitgevoerd, kan subsidie worden gevraagd. 2De subsidie als bedoeld in artikel 3.28, eerste lid, sub b, bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 50.000,--. 3De subsidie als bedoeld in artikel 3.28, eerste lid, sub c, bedraagt € 50.000,-- per ha van het totale herstructureringsproject, als opgenomen in het herstructureringsplan. De subsidie bedraagt in totaal ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten, met een maximum van € 500.000,-- per bedrijventerrein. 4De subsidie als bedoeld in artikel 3.28, eerste lid, sub d, bedraagt 50% van de kosten met een maximum van € 50.000,--. 5De volgende kosten zijn niet subsidiabel: 54[Toelichting: BTW is niet subsidiabel, omdat de BTW compensabel is (BTW-compensatiefonds). Bovenwijkse infrastructuur dient bij aanleg van het bedrijventerrein toegesneden te zijn op een goede bereikbaarheid van onder meer het bedrijventerrein. Daar waar de bereikbaarheid tekort zou schieten, is dat geen aspect dat in het kader van deze paragraaf van het Ubs voor subsidie in aanmerking komt.] Artikel 3.31 [Toelichting: Gebruikelijk is dat op aanvraag om subsidie eerst een beschikking tot verlening van subsidie wordt vastgesteld. Nadat het project is afgerond, wordt op basis van overgelegde stukken, de subsidie definitief vastgesteld. Gelet op het karakter van de werkzaamheden en het feit dat de kosten van de kwaliteitscan beperkt zijn, kan op de subsidieaanvraag voor de kwaliteitsscan direct een definitieve beslissing worden genomen.] In afwijking van het bepaalde in hoofdstuk 1, paragraaf 3, gaat aan de beslissing op aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 3.28, eerste lid, sub a, geen besluit tot subsidieverlening vooraf. Artikel 3.31a. Voorschotverlening [Toelichting: Gelet op de toelichting op artikel 3.31, vindt geen bevoorschotting plaats op de kosten van uitvoering van de kwaliteitsscan. Nadat de kwaliteitsscan is uitgevoerd, kan hiervan, onder overlegging van de scan en de verantwoording van de kosten, mededeling aan Gedeputeerde Staten worden gedaan. Als aan de criteria is voldaan, wordt de subsidie betaalbaar gesteld.] In afwijking van artikel 1.17 verstrekken Gedeputeerde Staten bij subsidieverlening: a. als bedoeld in artikel 3.28, eerste lid,sub b, een voorschot van 50% van het verleende subsidiebedrag; b. als bedoeld in artikel 3.28, eerste lid, sub c, een voorschot van 50% van het verleende subsidiebedrag, als met de uitvoeringswerkzaamheden van het herstructureringsplan is begonnen en de gemeente daarvan de provincie schriftelijk mededeling heeft gedaan;57[Toelichting: Hierbij wordt verwezen naar de toelichting op artikel 3.29, tweede en vierde lid.] c. als bedoeld in artikel 3.28, eerste lid, sub d, een voorschot van 50% van het verleende subsidiebedrag, als de projectmanager met de feitelijke werkzaamheden is gestart en de gemeente daarvan de provincie schriftelijk mededeling heeft gedaan. Artikel 3.31b. Aanvullende stukken bij de aanvraag Aanvrager van een subsidie als bedoeld in artikel 3.28, eerste lid, sub b en c, overlegt bij de aanvraag tot verlening van subsidie tevens: a. de uitgevoerde kwaliteitsscan die ten grondslag ligt aan de opstelling van het herstructureringsplan, respectievelijk de uitvoering van dat plan; b. de door het gemeentebestuur in de vastgestelde structuurvisie opgenomen paragraaf Bedrijventerreinen. 58[Toelichting: Hierbij wordt verwezen naar de toelichting op het begrip ‘Paragraaf Bedrijventerrein’.] Artikel 3.31c. Vaststelling subsidie Aanvrager van een subsidie als bedoeld in artikel 3.28, eerste lid, sub b en c, overlegt bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie tevens de resultaten van de kwaliteitsscan. Subparagraaf 2.5. Onderzoek, Ontwikkeling en Innovatie Artikel 3.32 Begripsbepalingen [vervallen] Artikel 3.33 Criteria 1 Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verlenen aan activiteiten en projecten die genoemd staan in de subparagrafen 2.6. 'Economische innovatie', 2.6a. 'Risicokapitaalregelingen', 2.7. 'Kennispark Twente', 2.8. 'Programma ICT-Diensten-innovatie' en 2.10. 'Nano4vitality'. Activiteiten en projecten dienen bij te dragen aan de beleidsdoelstellingen zoals opgenomen in het Meerjarig Economisch Uitvoeringsprogramma 2008-2011 'Overijssel Werkt! Programmalijn Economische Innovatie. 2 De ODR is van toepassing op alle maatregelen van de provincie voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie (OO&I) die staatssteun in de zin van artikel 87, lid 1, van het EG Verdrag bevatten. Artikel 3.33a Steunplafonds Omnibus Decentraal Regeling [vervallen] Artikel 3.33b Accountantsverklaring [vervallen] Subparagraaf 2.5.1 Module 1: Onderzoek en ontwikkeling Artikel 3.34 Subsidiabele kosten [vervallen] Artikel 3.35 Grondslag voor de subsidie [vervallen] Subparagraaf 2.5.2 Module 2: Technische haalbaarheidsstudies Artikel 3.36 Subsidiabele kosten [vervallen] Artikel 3.37 Grondslag voor de subsidie [vervallen] Subparagraaf 2.5.3 Module 3: Industriële eigendomsrechten Artikel 3.38 Subsidiabele kosten [vervallen] Artikel 3.39 Grondslag voor de subsidie [vervallen] Subparagraaf 2.5.4 Module 5 Proces- en organisatie-innovatie in dienstverlening Artikel 3.40 Subsidiabele kosten [vervallen] Artikel 3.41 Grondslag voor de subsidie [vervallen] Subparagraaf 2.5.5 Module 6 innovatieadvies en innovatieondersteuning Artikel 3.42 Subsidiabele kosten [vervallen] Artikel 3.43 Grondslag voor de subsidie [vervallen] Subparagraaf 2.5.6 Module 7 Het inhuren van hooggekwalificeerd personeel Artikel 3.44 Subsidiabele kosten [vervallen] Artikel 3.45 Grondslag voor de subsidie [vervallen] Subparagraaf 2.5.7 Module 8 Innovatieclusters Artikel 3.46 Subsidiabele kosten [vervallen] Artikel 3.47 Grondslag voor de subsidie [vervallen] Subparagraaf 2.6. Economische innovatie Artikel 3.48. Criteria 1 Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verlenen aan activiteiten en projecten die bijdragen aan de actielijnen in het Uitvoeringsprogramma Pieken in de Delta Oost-Nederland (PIDON), die een bijdrage leveren aan de uitvoering van projecten uit de Twentse Innovatieroute, de Innovatieagenda Oost-Nederland, het Operationeel Programma Oost-Nederland (GO Gebundelde Innovatiekracht), kennis en innovatieprogramma Zwolle Kampen Netwerkstad / regio IJsselvecht, het Economisch Uitvoeringsprogramma Stedendriehoek ‘Stedendriehoek Onderneemt’ en het Interreg IV A-programma ‘Deutschland-Nederland’. 59[Toelichting: Het uitvoeringsprogramma Pieken in de Delta Oost-Nederland is verkrijgbaar bij: Ministerie van Economische Zaken, regiokantoor Oost Postbus 324 6800 AH Arnhem Telefoon 026 352 58 88 Netwerkstad Zwolle-Kampen bestaat uit de gemeenten Zwolle en Kampen. Noordwest-Overijssel bestaat uit de gemeenten Steenwijkerland en Zwartewaterland. Noordoost-Overijssel bestaat uit de gemeenten Dalfsen, Hardenberg, Ommen en Staphorst. Salland bestaat uit de gemeenten Raalte en Olst-Wijhe. Voor de Stedendriehoek zijn alleen de activiteiten die in de gemeente Deventer plaatsvinden subsidiabel.] Artikel 3.48a. Criteria 1a. Activiteiten als bedoeld in artikel 3.48, komen voor subsidie in aanmerking als zij gericht zijn op het stimuleren van innovatieve processen of het versterken van de regionale infrastructuur, zoals verwoord in hoofdstuk 2, Economische Innovatie van het meerjarig Economisch Uitvoeringsprogramma 2008-2011 Overijssel werkt! 1b. Voor het kennis en innovatieprogramma Zwolle Kampen Netwerkstad/regio IJsselvecht, het Economisch Uitvoeringsprogramma Stedendriehoek ‘Stedendriehoek Onderneemt’, en de Twentse Innovatieroute is in het kader van Investeren in Overijssel bepaald dat activiteiten en projecten dienen bij te dragen aan het stimuleren van clusters en netwerken met een economische rendement op regionaal of bovenregionaal niveau. Op bovenregionaal niveau is het kennisbeleid Oost met de kennisdomeinen Voeding, Gezondheid en Technologie leidend. Artikel 3.49. Grondslag subsidie [vervallen] Subparagraaf 2.6a Risicokapitaalregelingen [vervallen] Subparagraaf 2.6b. Overijssel Innoveert Verder! 60[Toelichting: Gedeputeerde Staten willen innovatie in Overijssel stimuleren door subsidies te verstrekken en goede ideeën en kennis met elkaar te verbinden voor economische innovatie in Overijssel. MKB-ondernemers met plannen voor innovatie moeten daarom zoveel mogelijk gestimuleerd kunnen worden. De doelgroep van deze regeling bestaat uit MKB bedrijven in de sector industrie. De regeling richt zich op drie fases van het innovatieproces: onderzoek, ontwikkeling en de implementatie hiervan. De regeling Overijssel Innoveert Verder! voorziet in een behoefte aan ‘kleinere’ investeringen in innovatieve projecten door het MKB. De regeling Overijssel Innoveert Verder! subsidieert de externe kosten van de innovatieprojecten. Ondernemers kunnen voor hun interne loonkosten ten aanzien van onderzoek en ontwikkelingsactiviteiten een aanvraag indienen via de WBSO (Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk). Dit betreft een fiscale faciliteit voor ondernemers.] Artikel 3.49c. Begripsbepalingen a. onderneming: de natuurlijke persoon of rechtspersoon, niet zijnde een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, fysiek gevestigd in de provincie Overijssel. b. MKB-onderneming: onderneming als bedoeld in Aanbeveling 2003/361/EG van de Europese Commissie van 6 mei 2003 (Publicatieblad Europese Gemeenschappen, L124, 20 mei 2003, p.36); 61[Toelichting: Gelet op Aanbeveling 2003/361/EG van de Europese Commissie van 6 mei 2003 (Publicatieblad Europese Gemeenschappen, L124, 20 mei 2003, p.36) gelden o.a. de volgende normen voor een MKB-onderneming: • een onderneming die minder dan 250 werknemers in dienst heeft, berekend naar voltijdsfuncties, • de omzet bedraagt minder dan 50 miljoen euro of de jaarbalans bedraagt minder dan 43 miljoen euro.] c. innovatieproject: een project bestaande uit onderzoeks-, ontwikkelings- en/of implementatieactiviteiten ten behoeve van technisch nieuwe (onderdelen van) producten, processen of diensten met als doel economische innovatie voor de MKB-onderneming. De innovatie moet nieuw zijn voor de aanvrager. Uitgesloten zijn routinematige of periodieke wijzigingen van bestaande producten, productielijnen of fabricageprocessen, diensten en andere courante activiteiten, en andere reguliere werkzaamheden, zelfs indien deze wijzigingen verbeteringen zijn; d. groep: een economische eenheid waarin organisatorisch zijn verbonden: enerzijds een natuurlijk persoon, een privaatrechtelijke rechtspersoon of een onderneming die direct of indirect meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan, volledig aansprakelijk vennoot is van, of overwegende zeggenschap heeft over één of meer rechtspersonen, vennootschappen of andere ondernemingen en anderzijds laatstbedoelde rechtspersonen, vennootschappen of ondernemingen; e. externe (derde): een natuurlijke persoon of rechtpersoon die direct of indirect geen belang heeft in de onderneming van meer dan 25%. Er is geen dienstbetrekking tussen de externe en de onderneming danwel de groep waarvan de onderneming deel uitmaakt. Indien er sprake is van een aandelenverhouding van minder dan 5% tussen de externe en de aanvrager wordt er geacht geen afhankelijke relatie te zijn. Indien de aandelenverhouding ligt in de range van 5 tot 25% worden de volgende aspecten getoetst: • is de aandeelhouder tevens bestuurder; • over hoeveel personen is het aandelenbezit verdeeld; f. adviseur: een externe deskundige die de subsidieontvanger van schriftelijk advies dient over de uitvoering van een innovatieproject; g. onderzoek: door een externe adviseur uitgevoerd marktonderzoek, octrooionderzoek, technisch haalbaarheidonderzoek of een onderzoek gericht op het oplossen van technologische vraagstukken; h. SBI: Standaard bedrijfsindeling van het Centraal Bureau voor de Statistiek 2008; i. externe kosten: direct aan het project toe te rekenen out of pocketkosten; j. kosten derden: aan derden verschuldigde kosten; k. materialen en hulpmiddelen: kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen; l. machines en apparatuur: kosten van de voor het project aangeschafte machines en apparatuur en productiemiddelen, gebaseerd op een onafhankelijke waardebepaling; m. octrooikosten: kosten voor financieel juridische diensten, patenten en bankkosten, met uitzondering van debetrente, boetes, financiële sancties en gerechtskosten; Artikel 3.49d. Subsidiabele activiteiten Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verlenen aan een MKB-onderneming voor de volgende activiteiten: a. onderzoek ten behoeve van een innovatieproject; 62[Toelichting: Het gaat om een door een adviseur uitgevoerd onderzoek zijnde: een marktonderzoek, octrooionderzoek, technisch haalbaarheidsonderzoek of een onderzoek gericht op het oplossen van technologische vraagstukken met als doel de technische of economische haalbaarheid van een innovatie in te schatten.Het gaat om een door een adviseur uitgevoerd onderzoek zijnde: een marktonderzoek, octrooionderzoek, technisch haalbaarheidsonderzoek of een onderzoek gericht op het oplossen van technologische vraagstukken met als doel de technische of economische haalbaarheid van een innovatie in te schatten.] b. ontwikkelingsactiviteiten ten behoeve van een innovatieproject; 63[Toelichting: Ontwikkelingsactiviteiten binnen Overijssel Innoveert Verder! hebben betrekking op technisch nieuwe (onderdelen van) producten, (productie)processen of diensten. De ontwikkeling moet een R&D-karakter hebben. Dat wil zeggen dat er wordt gezocht naar een technisch nieuwe oplossing voor een technisch probleem en dat er een werkingsprincipe bewezen wordt door bijvoorbeeld een prototype. Een ontwikkelingstraject kenmerkt zich door technische onzekerheden en wordt systematisch georganiseerd. Het resultaat van de ontwikkelingsactiviteiten kan zijn dat het werkingsprincipe is aangetoond, bijvoorbeeld in een prototype, model of applicatie. Onder een ontwikkelproject wordt niet verstaan routinematige of periodieke wijzigingen van bestaande producten, productielijnen of fabricageprocessen, diensten en andere courante activiteiten, en andere reguliere werkzaamheden, zelfs indien deze wijzigingen verbeteringen zijn. Het project moet in technisch opzicht aantoonbare, meer dan marginale, vernieuwende elementen bezitten.] c. activiteiten ten aanzien van de implementatie van een innovatieproject. 64[Toelichting: Implementatieactiviteiten welke noodzakelijk zijn om de uitkomsten van de onderzoeks- of ontwikkelingsactiviteiten te implementeren bij de subsidieaanvrager met als doel economische innovatie voor de MKB- onderneming. Voorbeelden van implementatieactiviteiten zijn: • procesinnovatie door gebruik van informatie- en communicatietechnologie, • organisatorische innovatie, • technologische bijstand, • diensten inzake technologieoverdracht, • onderzoek in verband met de verwerving, de bescherming en het verhandelen van intellectuele eigendomsrechten en in verband met licentiering overeenkomsten, • onderzoek in verband met het gebruik van normen, • diensten in verband met kwaliteitslabels, testen en certificeren.] Artikel 3.49e. Criteria 65[Toelichting: De aanvraag moet zijn ingediend door een Industriële MKB-onderneming die valt onder de bedrijfsgroep industrie van de SBI-2008. Onder de SBI Industrie vallen de volgende bedrijfsgroepen: 10. Vervaardigen van voedingsmiddelen 11. Vervaardigen van dranken 12. Vervaardigen van tabaksproducten 13. Vervaardigen van textiel 14. Vervaardiging van kleding 15. Vervaardiging van leer, lederwaren en schoenen 16. Primaire houtbewerking en vervaardiging van artikelen van hout, kurk, riet en vlechtwerk (geen meubels) 17. Vervaardiging van papier, karton en papier- en kartonwaren 18. Drukkerijen, reproductie van opgenomen media 19. Vervaardiging van cokesovenproducten en aardolieverwerking 20. Vervaardiging van chemische producten 21. Vervaardiging van farmaceutische grondstoffen en producten 22. Vervaardiging van producten van rubber en kunststof 23. Vervaardiging van overige niet-metaalhoudende minerale producten 24. Vervaardiging van metalen in primaire vorm 25. Vervaardiging van producten van metaal (geen machines en apparaten) 26. Vervaardiging van computers en van elektronische en optische apparatuur 27. Vervaardiging van elektrische apparatuur 28. Vervaardiging van overige machines en apparaten 29. Vervaardiging van auto’s, aanhangwagens en opleggers 30. Vervaardiging van overige transportmiddelen 31. Vervaardiging van meubels 32. Vervaardiging van overige goederen 33. Reparatie en installatie van machines en apparaten De subsidieaanvraag wordt ingediend bij SenterNovem te Zwolle, met gebruikmaking van het aanvraagformulier Overijssel Innoveert Verder!. Vanaf 1 januari 2010 zal SenterNovem Agentschap Nl heten.] 1Een subsidieaanvraag wordt ingediend bij SenterNovem te Zwolle, met gebruikmaking van het aanvraagformulier Overijssel Innoveert Verder! 2De resultaten en effecten van de ontwikkelings- en implementatieactiviteiten als bedoeld in artikel 3.49d, komen ten goede aan de subsidieaanvrager. 3De MKB-onderneming valt onder de bedrijfsgroep industrie van de SBI-2008. 4De activiteiten zijn afgerond binnen 1 jaar en 6 maanden na datum van de beschikking tot subsidieverlening, maar uiterlijk 31 maart 2012. 5De gevraagde en de te verlenen subsidie bedraagt minimaal € 5.000,--. Artikel 3.49f. EFRO-verordening [Toelichting: Naast de criteria die genoemd zijn in artikel 3.49e zijn de voorwaarden en voorschriften van de kaderverordening, de EFRO-verordening, het besluit EFRO programmaperiode 2007-2013 en de EFRO regeling doelstelling 2 programmaperiode 2007-2013 van toepassing.] De voorwaarden en voorschriften van de Kaderverordening 1083/2006, Kaderwet EZ-subsidies, het Besluit EFRO programmaperiode 2007–2013 en de EFRO regeling doelstelling 2 programmaperiode 2007-2013 zijn van toepassing. Artikel 3.49g. Anticumulatiebepaling [Toelichting: Het is niet mogelijk deze regeling te cumuleren met andere Europese subsidies. ] 1Indien ter zake van de projectkosten of een deel daarvan reeds door of vanwege de Europese Commissie subsidie is verstrekt, kan op grond van deze regeling geen subsidie verstrekt worden. 2Indien ter zake van de projectkosten of een deel daarvan reeds door een ander bestuursorgaan dan de Europese Commissie subsidie is verstrekt, kan subsidie tot maximaal 50% van de subsidiabele kosten verleend worden. Artikel 3.49h. Subsidiabele kosten 68[Toelichting: Als subsidiabele kosten worden uitsluitend de volgende rechtstreeks aan het project toe te rekenen externe kosten in aanmerking genomen; door de subsidieontvanger gemaakt en betaald, conform onderstaand schema. • Kosten derden: aan derden verschuldigde kosten; • Materialen & hulpmiddelen: kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aantoonbare aanschafprijzen; • Machines & apparatuur: kosten van de voor het project aangeschafte machines en apparatuur en productiemiddelen, gebaseerd op een onafhankelijke waardebepaling; • Octrooikosten: kosten voor financieel juridische diensten, patenten en bankkosten, met uitzondering van debetrente, boetes, financiële sancties en gerechtskosten; Subsidiabele kosten per subsidiabele activiteit: Tabel Subsidiabele kosten ; Onderzoek (artikel 3.49d, sub a); Ontwikkeling (artikel 3.49d, sub
- b); Implementatie (artikel 3.49d, sub
- c); Kosten derden; x; x; x; Materialen en hulpmiddelen; x; x; x; Machines en apparatuur; ; x; x; Octrooikosten ; x; x; x; De aanschafkosten voor machines en apparatuur worden niet aangemerkt als subsidiabele kosten bij onderzoek ten behoeve van een innovatieproject. Machines en apparatuur die uitsluitend voor het project worden aangeschaft en benut, worden als zodanig als projectkosten in aanmerking genomen zonder de noodzaak van een evenredige tijdstoerekening. De aanschafkosten van machines en apparatuur is gebaseerd op onafhankelijke waardebepaling. Onder verbruikte materialen en hulpmiddelen worden stoffen verstaan die bestemd zijn voor eenmalig gebruik ten behoeve van het project en die na be- of verwerking geen zelfstandige zaak meer zijn. Onder de kosten hiervan worden ook begrepen de kosten van verloren productie bij beproevingen. Een prototype of pilotplant valt daarom niet onder dit begrip verbruikt materiaal, omdat dit wel zelfstandige zaken zijn. Hulpmiddelen zijn zelfstandige zaken die speciaal voor het project worden aangeschaft, niet langer dan gedurende het project worden gebruikt en na afloop van het project niet meer bruikbaar zijn. Hierbij valt bij voorbeeld te denken aan proefmatrijzen. In geval van leasing kan uitgegaan worden van de leasetermijnen binnen de projectperiode exclusief financieringskosten. Kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen zijn gebaseerd op historische aanschafprijzen. ] In afwijking van artikel 1.6 geldt dat: a. de subsidiabele kosten voor een subsidie als bedoeld in artikel 3.49d, sub a, de kosten derden, externe kosten voor materialen en hulpmiddelen en octrooikosten betreffen; b. de subsidiabele kosten voor een subsidie als bedoeld in artikel 3.49d, sub b en sub c, de kosten derden, de externe kosten voor materialen en hulpmiddelen, de externe kosten voor machines en apparatuur en de octrooikosten betreffen; c. opleidingskosten niet subsidiabel zijn. Artikel 3.49i. Grondslag subsidie [Toelichting: Een subsidie verstrekt op grond van deze subsidieregeling zou als ‘staatssteun’ kunnen worden aangemerkt (artikel 87 lid 1 van het EG Verdrag). Gelet op het maximaal te verlenen subsidiebedrag is er de mogelijkheid gebruik te maken van een vrijstellingsverordening van de EG nr. 1998/2006, betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 EG op de de-minimissteun. Dit betekent dat de subsidieontvanger (dus per onderneming, alsmede het eventuele gehele moederconcern waartoe de onderneming behoort) niet meer dan € 200.000,-- aan subsidie over een periode van drie belastingjaren (dus inclusief eerdere ontvangen subsidies van overheidsinstanties) aan steun mag ontvangen. De aanvrager moet daarom aangeven hoeveel de-minimissteun door de aanvrager in het lopende en de twee daar aan voorafgaande belastingjaren ontvangen is en verklaren dat de totale steun niet meer dan € 200.000,-- bedraagt. De vrijstelling is ook van toepassing op de afzet en verwerking van landbouwproducten en op de sector vervoer. Ten aanzien van het laatste geldt een specifieke beperking: de-minimissteun voor ondernemingen actief in de sector wegvervoer wordt beperkt tot € 100.000,--. Aankoop van vervoermiddelen voor vrachtvervoer over de weg (vrachtwagens) blijft uitgesloten. De de-minimisregel is onder andere niet van toepassing op de primaire productie van landbouwproducten en de visserijsector (voor deze twee sectoren gelden eigen de-minimisdrempels), exportsteun en steun waardoor binnenlandse producten ten opzichte van ingevoerde producten worden bevoordeeld.] 1De subsidie als bedoeld in artikel 3.49d bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 5.000,-- en een maximum van € 125.000,--. 2Onverminderd het bepaalde in lid 1 bedraagt de subsidie maximaal de ruimte die de betreffende subsidieontvanger heeft binnen de vrijstelling voor deminimis-steun. Artikel 3.49j. Indieningstermijn aanvraag In afwijking van artikel 1.13 kan een subsidieaanvraag worden ingediend vanaf 16 februari 2010. Artikel 3.49k Wijze van behandeling van aanvragen [Toelichting: Subsidieaanvragen worden behandeld in volgorde van ontvangst. Hierbij geldt dat wanneer de aanvrager op grond van artikel 4:5 van de Awb de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag is aangevuld als datum van ontvangst van de aanvraag geldt. Indien op de dag dat het subsidieplafond wordt bereikt meer dan één aanvraag is ontvangen, stelt Gedeputeerde Staten de onderlinge rangschikking van die aanvragen vast door middel van loting.] Aanvullend op artikel 1.4 geldt dat indien op de dag dat het subsidieplafond wordt bereikt en meer dan één aanvraag is ontvangen, Gedeputeerde Staten de onderlinge rangschikking van die aanvragen vaststelt door middel van loting door een notaris. Artikel 3.49l. Aanvullende stukken bij de subsidieaanvraag [Toelichting: In afwijking van artikel 1.14 dienen alle stukken die in het aanvraagformulier zijn vermeld meegestuurd te worden. ] In afwijking van artikel 1.14, lid 1, overlegt de aanvrager de gegevens en bescheiden die worden gevraagd in het aanvraagformulier Overijssel Innoveert Verder!. Artikel 3.49m. Verplichtingen subsidieontvanger 1De subsidieontvanger voert een administratie die zodanig is ingericht dat daaruit ten allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze alle door hem gemaakte en betaalde kosten, aangegane verplichtingen en verrichte betalingen en de eventueel aan het project toe te rekenen opbrengsten kunnen worden afgelezen en gespecificeerd overeenkomstig de in artikel 3.49i genoemde subsidiabele kostensoorten. 2De administratie en de onderliggende documenten dienen bewaard te worden tot en met 31 december 2020. 3De subsidieontvanger maakt in haar communicatie-uitingen bekend dat het innovatieproject mede mogelijk is gemaakt door de Europese Commissie en de provincie Overijssel. 4De subsidieontvanger dient, behoudens schriftelijke toestemming van Gedeputeerde Staten, de met de subsidie verkregen goederen en rechten in stand te houden voor een periode van minimaal twee jaar na datum van de subsidievaststelling. 5Voor zover noodzakelijk dient de subsidieontvanger aan de door Gedeputeerde Staten aangewezen personen, voor de controle op de besteding van de verstrekte subsidiegelden alsmede in verband met de naleving van het in de subsidieverlening gestelde: a. inzage te verlenen in alle boeken en bescheiden en de gelegenheid te bieden daarvan afschrift te nemen; b. de toegang te verlenen tot alle plaatsen, niet zijnde woningen; c. alle inlichtingen te verstrekken en door de accountant of administrateur te doen verstrekken; d. anderszins alle door ons gewenste medewerking te verlenen. Artikel 3.49n. Voorschotverlening [Toelichting: Het voorschot van maximaal 50% wordt ambtshalve verstrekt.] In afwijking van artikel 1.17 wordt een voorschot verleend van maximaal 50% van het verleende subsidiebedrag. Artikel 3.49o. Stukken en bescheiden bij de aanvraag tot vaststelling 73[Toelichting: In afwijking van artikel 1.19 overlegt de aanvrager een inhoudelijk verslag van de gepresteerde activiteiten en alle facturen, van de door hem gemaakte en betaalde kosten, aangegane verplichtingen en verrichte betalingen en de eventueel aan het project toe te rekenen opbrengsten. De subsidieontvanger dient tevens te verklaren dat de met de subsidie verkregen goederen en rechten in stand worden gehouden voor een periode van minimaal twee jaar na de subsidievaststelling.] In aanvulling op artikel 1.19 overlegt de aanvrager: a. de betaallijsten, alle (kopie)facturen, van de gemaakte en betaalde kosten, aangegane verplichtingen en verrichte betalingen en de eventueel aan het project toe te rekenen opbrengsten; b. een instandhoudingsverklaring; c. eventueel de bewijsstukken van promotie en publiciteit. Artikel 3.49p. Accountantsverklaring [Toelichting: Voor de vaststelling van de subsidie is geen accountantverklaring nodig.] Artikel 1.20 is niet van toepassing. Artikel 3.49q. Vaststelling In afwijking van artikel 1.21 wordt de subsidie vastgesteld op 50% van de werkelijk gemaakte subsidiabele kosten, met als maximum het verleende bedrag. Subparagraaf 2.7. Kennispark Twente Artikel 3.50. Criteria [Toelichting: Of een activiteit subsidiabel is of niet hangt ervan af of de activiteit past binnen het kader van het Programmaplan Kennisparkt Twente. Dit plan is opvraagbaar bij het Europaloket van de provincie Overijssel.] 1 Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verlenen voor activiteiten en projecten die zijn omschreven binnen het Uitvoeringsprogramma Kennispark Twente 2008-2011. 2 De ingediende activiteiten en projecten zoals omschreven in lid 1 worden ter advisering voorgelegd aan de Stuurgroep Kennispark Twente. Artikel 3.51. Grondslag subsidie Voor activiteiten en projecten als bedoeld in artikel 3.50 bedraagt de subsidie maximaal € 750.000,--. Artikel 3.51a. Indieningstermijn aanvraag [Toelichting: Er kunnen diverse redenen zijn om af te wijken van artikel 1.13. ter illustratie twee redenen (er kunnen echter ook andere redenen zijn). 1. Een aanvraag kan pas bij de provincie worden ingediend nadat de Stuurgroep Kennispark daar een positief advies over heeft gegeven. Vanuit de voortgang van het project is het wenselijk dat vanaf dat moment kosten kunnen worden gemaakt. 2. Binnen Kennispark komen projecten voor die te maken hebben met intellectuele rechten en geheimhouding. Sommige projectuitvoerders mogen pas een aanvraag indienen als met de geheime gegevens naar buiten mag worden getreden. Toch worden voor deze projecten al wel activiteiten uitgevoerd en kosten gemaakt. Ook in deze gevallen kunnen kosten met terugwerkende kracht meegenomen worden.] In afwijking van artikel 1.13 kunnen Gedeputeerde Staten op advies van de Stuurgroep Kennispark Twente andere eisen stellen aan de indieningstermijn van een aanvraag. Subparagraaf 2.8. Programma Diensteninnovatie Artikel 3.52. Subsidiabele activiteiten Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verlenen voor activiteiten die zijn omschreven binnen het programma ICT-Diensteninnovatie 2008-2011. Artikel 3.52a. Criteria. 1 Projectaanvragen kunnen worden ingediend door gemeenten, non-profit instellingen en ondernemingen voorzover deze passen binnen in het programma vastgestelde toepassingsdomeinen. 2 Aanvragen van bedrijven en gemeenten voor individuele steun komen niet in aanmerking. Artikel 3.53. Grondslag subsidie Voor activiteiten als bedoeld in artikel 3.52 bedraagt de subsidie maximaal 50% van de totale subsidiabele kosten met een maximum van € 500.000,--. Artikel 3.53a. Adviescommissie Ingediende activiteiten zoals omschreven in artikel 3.52 worden ter advisering voorgelegd aan de Stuurgroep ICT-Diensteninnovatie. Subparagraaf 2.9. Kennisintensieve Maakindustrie (KIMI) [vervallen] Subparagraaf 2.10 Nano4vitality Artikel 3.56 Begripsbepalingen Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder: • Adviescommissie: commissie van deskundigen, niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van Gedeputeerde Staten, met als opdracht voornoemd bestuursorgaan te adviseren inzake te nemen besluiten. • MKB: de MKB-definitie zoals gehanteerd in de aanbeveling van de Europese Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen, nr. 2003/361/EG. • Onderzoeksinstelling: Nederlandse universiteit of een aan de universiteit verbonden onderzoekscentrum. Artikel 3.57 Criteria [Toelichting: Het programma Nano4Vitality richt zich op het versterken van industrieel onderzoek en product-ontwikkeling op het snijvlak van nanotechnologie, voeding en gezondheid in Oost-Nederland. Samengewerkt wordt met bedrijven en de universiteiten van Nijmegen, Wageningen en Twente. Overijssel is uitvoerder van de tenderregeling namens Gelderland. ook het Ministerie van Economische Zaken draagt financieel bij aan het programma.] 1Subsidie kan worden verleend aan projecten die voldoen aan inhoudelijke doelstellingen van het Nano4Vitality Programma, het programma dat zich richt op Industrieel Onderzoek en Ontwikkeling op het gebied van nanotechnologie en food & health toepassingen zoals vastgesteld door het Ministerie van Economische Zaken op 6 juli 2007. 2Elk projectvoorstel is voorzien van een zorgvuldige risico-inschatting van de product-, milieu- en consumentenveiligheid (‘knock out criterium’). 3Aanvragen kunnen worden ingediend door ondernemingen binnen en buiten Oost-Nederland. Zij dienen in het project samen te werken met onderzoeksinstellingen op vlak van nano-technologie, food en/of health uit de provincies Gelderland en Overijssel. Artikel 3.58 Grondslag voor de subsidie 1Activiteiten als bedoeld in artikel 3.57 dienen te passen binnen het programma Nano4vitality. 2De hoogte vande subsidie bedraagt, in afwijking van de in artikel 3.33a genoemde maximale subsidiepercentages, ten hoogste: a. 60% van de totale subsidiabele kosten voor industrieel onderzoek; b. 35% van de totale subsidiabele kosten voor experimentele ontwikkeling. 3De hoogte van de subsidiabele projectkosten conform projectbegroting is minimaal € 300.000,-- en maximaal € 1,2 miljoen. Artikel 3.59 Indieningtermijn aanvraag In afwijking van artikel 1.13 wordt de aanvraag op een vooraf door Gedeputeerde Staten vastgestelde datum ingediend. Een subsidieaanvraag kan niet worden ingediend voor activiteiten die reeds zijn gestart. Artikel 3.60 Aanvullende stukken bij de aanvraag 1In aanvulling op artikel 1.14 overlegt de aanvrager bij de aanvraag tevens alle gegevens en stukken zoals genoemd in het Aanvraagformulier Nano4Vitality. 2De aanvrager dient aan te geven tot welke stimulerende effecten de subsidieverlening zal leiden. Hierbij moet het significante effect op minimaal één van de volgende factoren worden aangetoond: • Verruiming van de projectomvang; • Uitbreiding van de reikwijdte (wat betreft kennisgebieden of economisch effect); • Verhoging van de snelheid tot marktintroductie; • Stijging van de totale O&O&I – uitgaven (economisch effect). Artikel 3.61 Subsidieplafond Gedeputeerde Staten stellen twee maal per jaar een subsidieplafond vast. Artikel 3.62 Subsidiabele kosten vervallen Artikel 3.63 Wijze van behandeling van de aanvraag Gedeputeerde Staten plaatsen de subsidieaanvragen, die voldoen aan de in artikel 3.57 genoemde criteria, in een prioriteitsvolgorde. Beoordelings- en rankingscriteria voor in te dienen projecten zijn: • private bijdrage: de mate waarin private partijen (in relatieve en absolute zin) financieel in het project bijdragen; • continuering: de kans op continuering van de projectresultaten na afloop van het project, blijkend uit een implementatieplan voor het vervolg; • doelmatigheid: de bijdrage aan programma in verhouding tot kosten project; • doeltreffendheid: bijdrage aan verwezenlijking van het programma; • economisch effect: de mate waarin het project nieuwe bedrijvigheid in Oost-Nederland (Gelderland en Overijssel) stimuleert in de vorm van werkgelegenheid, omzet en investeringen; • kennisgebieden: de mate waarin een project bijdraagt aan meer kennisgebieden door (keten)samenwerking tussen de relevante partijen uit nano en food/health. Artikel 3.64 Adviescommissie Een subsidieaanvraag wordt om advies voorgelegd aan de adviescommissie, dat binnen zes weken advies uitbrengt aan Gedeputeerde Staten. Artikel 3.65 Verplichtingen van de subsidieontvanger 1De subsidieontvanger maakt in al haar communicatie-uitingen en schriftelijke stukken bekend dat het project onderdeel is van het programma Nano4Vitality. De provincies Overijssel, Gelderland en het ministerie van Economische Zaken verschaffen de middelen voor dit programma. 2De subsidieontvanger rapporteert schriftelijk twee maal per jaar aan Gedeputeerde Staten over de inhoudelijke en financiële voortgang van de activiteiten. 3De subsidieontvanger doet onverwijld mededeling aan Gedeputeerde Staten over alle feiten en omstandigheden, waarvan hij weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zij invloed kunnen hebben op het voortbestaan van het recht op subsidies, alsmede van een verzoek aan de rechtbank tot verlening van surseance van betaling of tot faillietverklaring van de ontvanger. Subparagraaf 2.11. Onderwijs en arbeidsmark [Toelichting: Wij verwachten dat een projectaanvraag ‘SMART’is geformuleerd: met specifieke doelen (beoogde resultaten), die meetbaar zijn gemaakt, op een acceptabele en geloofwaardige manier te bereiken, relevant voor de doelstellingen arbeidsmarkt en tijdgebonden. De projectaanvragers dienen ook in de aanvraag aandacht te besteden aan de overdaagbaarheid van het project. ] Artikel 3.66. Criteria 1Binnen het thema Onderwijs en arbeidsmarkt kan subsidie worden aangevraagd voor: a. activiteiten die de samenwerking tussen arbeidsmarktpartijen bevorderen en transparantie van de arbeidsmarkt vergroten; b. activiteiten die de aansluiting tussen arbeidsmarkt en onderwijs verbeteren. Een subsidieaanvraag moet voldoen aan de volgende criteria: a. de activiteit wordt bovenlokaal/regionaal in samenwerking gerealiseerd; b. de activiteit is gericht op het bevorderen van een betere aansluiting tussen vraag en aanbod van arbeid; c. de activiteit is gericht op het verhogen van de arbeidsparticipatie, met speciale aandacht voor kwetsbare groepen op de regionale arbeidsmarkt; d. de activiteit is voorwaardenscheppend; e. ten minste één andere partij dan de aanvrager draagt bij in de kosten van de gesubsidieerde activiteit. Artikel 3.67. Grondslag voor de subsidie 79[Toelichting: De volgende kosten worden als niet subsidiabel aangemerkt: a. interne kosten; b. dat deel van de kosten dat niet noodzakelijk is voor de realisatie van de activiteit; c. verrekenbare heffingen, belastingen of lasten; d. rente-, bank-, financierings- en gerechtskosten, geldboetse en sanctiekosten; e. afschrijvingskosten; f. winstoplagen bij transacties binnen een groep van ondernemingen; g. de aanvrager dient te zorgen voor een sluitende begroting.] De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten. De subsidiabele kosten bedragen ten minste € 25.000,--. Subparagraaf 2.12. Toerisme en recreatie Artikel 3.68. Criteria 80[Toelichting: Onder openbare toeristisch-recreatieve infrastructuur wordt verstaan de gerealiseerde recreatieve fietspaden op het provinciale Raamplan fietspaden. Verder de gerealiseerde subsidiabele recreatieve voorzieningen en infrastructuur in het werkgebied van de Regio IJssel-Vecht, de Regio Twente, de Recreatiegemeenschap Salland en het Waterschap Reest en Wieden. Dit is inclusief de onderhoudskosten van de LAW’s, LF’s en het provinciale fietsroute-, paardrijroute- en kanoroutenetwerk en de gerealiseerde dagrecreatieparken het Hulsbeek, het Rutbeek, het Arboretum Poort-Bulten, het Lageveld, de Wythmenerplas en de passantenhaven Wijhe. Onder recreatieve routestructuren wordt verstaan de routestructuren voor fietsen, wandelen, paardrijden en varen. Initiatieven dienen bij te dragen aan een regionaal routenetwerk. Recreatieve fietspaden zijn die fietspaden die als zodanig zijn opgenomen op het provinciale Raamplan fietspaden. Tevens worden inbegrepen de ondersteunende voorzieningen zoals picknicktafels, bankjes, informatieborden en voorzieningen (ook digitaal), toeristische parkeerfaciliteiten e.d. Incidenteel kunnen ook ontbrekende schakels in regionale wandelnetwerken worden ondersteund. Voor de realisering en de reconstructie van recreatieve fietspaden, recreatieve routestructuren en recreatieve voorzieningen geldt dat de subsidie is gebaseerd op het principe van ten hoogste 50% provinciale bijdrage in het niet door derden gedekte deel van de subsidiabele kosten. Van de subsidieaanvrager wordt verlangd dat een maximale inspanning wordt verricht om subsidie van derden (bijvoorbeeld Rijk of EU) te verkrijgen. Bij subsidies voor het beheer en het onderhoud van de openbare toeristisch-recreatieve infrastructuur geldt het principe van gedeelde verantwoordelijkheid. Een en ander op basis van de in het verleden gemaakte afspraken tussen de provincie en projectpartners. ] 1Binnen het thema Toerisme en recreatie kan subsidie worden aangevraagd voor: a. activiteiten in het kader van de toeristische infrastructuur in Overijssel; te weten: i activiteiten voor het beheer en onderhoud van openbare toeristisch-recreatieve infrastructuur in Overijssel; ii activiteiten die bijdragen aan de realisering en de reconstructie van recreatieve fietspaden, recreatieve regionale routestructuren en recreatieve voorzieningen; b. activiteiten in het kader van de bevordering van toerisme in Overijssel; te weten: i activiteiten van die organisaties die uitvoering geven aan de bevordering en vermarkting van het toerisme in de provincie Overijssel met daarin provinciebrede aandacht voorregionale toeristische merken, regio-overschrijdende thema’s, ontwikkeling en innovatie van producten, onderzoek en kennisoverdracht; ii activiteiten die de promotie en marketing van recreatief en toeristisch Overijssel stimuleren; iii activiteiten die het innovatief vermogen van ondernemers stimuleren. 2Een aanvraag om subsidie als bedoeld in het eerste lid, sub a, onderdeel ii, en sub b, moet voldoen aan de volgende criteria: a. de exploitatie moet voor minimaal drie jaar na de realisatie zijn gewaarborgd; b. de activiteit is nieuw voor Overijssel; c. de activiteit is bovengemeentelijk gericht; d. de subsidieaanvraag heeft geen betrekking op individuele bedrijfssteun; e. Het recreatief fietspad is als zodanig opgenomen op het actuele raamplan fietspaden. 3Een aanvraag om subsidie als bedoeld in het eerste lid, sub a, onderdeel i, moet voldoen aan de volgende criteria: a. de aanvraag wordt gedaan door een gemeentebestuur of een samenwerkingsverband van gemeenten in Overijssel; b. de exploitatie moet voor minimaal drie jaar na de realisatie zijn gewaarborgd; c. openbare toeristisch-recreatieve infrastructuur moet vóór 1 januari 1998 tot stand gebracht zijn. Artikel 3.69. Grondslag voor de subsidie 1De subsidie bedraagt ten hoogste 35% van de subsidiabele kosten van een project. 2In afwijking van het eerste lid bedraagt de subsidies voor de realisering en de reconstructie van recreatieve fietspaden, recreatieve regionale routestructuren en recreatieve voorzieningen, alsmede voor het beheer en het onderhoud van de openbare toeristisch-recreatieve infrastructuur, ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten. 3De subsidiabele kosten van een project bedragen ten minste € 25.000,--. 4 De subsidiabele kosten van een kilometer recreatief fietspad dat als zodanig is opgenomen op het actuele raamplan fietspaden bedragen ten hoogste € 105.000,-- per kilometer. Voor veengebieden en overige bijzondere gebieden kan het bedrag verhoogd worden met € 45.000,-- per kilometer. 5De kosten van ‘Onvoorzien’ boven het maximum van 5% van de totale subsidiabel gestelde kosten worden als niet-subsidiabel aangemerkt. Hierbij is tevens een absoluut maximum van € 10.000,-- van toepassing. Deze aanvulling is niet van toepassing op het beheer en het onderhoud van de openbare toeristisch-recreatieve infrastructuur. 6 De volgende kosten zijn niet subsidiabel: a. interne kosten; b. verrekenbare belastingen, heffingen of lasten; c. rente, bank-, financierings- en gerechtskosten, geldboetes en sanctiekosten; d. afschrijvingskosten; e. kosten van planschade; f. kosten van werkzaamheden die verband houden met bodemsanering; g. grondverwervingskosten. Artikel 3.70. Verbod vervreemding 1Gedurende vijf jaar na het tijdstip waarop de uit te voeren werken zijn opgeleverd