← Nederland

Bouwverordening gemeente Medemblik (Medemblik)

In het kort

Deze verordening regelt de bouwactiviteiten binnen de gemeente Medemblik, met specifieke aandacht voor de aanvraag van omgevingsvergunningen voor het bouwen en de voorwaarden waaronder gebouwd mag worden.

Wat het reguleert

Wie het betreft

Kernpunten

Wettekst

lege van burgemeester en wethouders; gelet op artikel 8 van de Woningwet en op artikel 149 van de Gemeentewet B E S L U I T: Vast te stellen de navolgende verordening: ‘Bouwverordening gemeente Medemb

Art. 4

, lid 1, sub b 8.2.2, lid 1,

Art. 4, lid 2, sub b, c, d en e 8.2.2, lid 1, sub a, b, d en e Art.

4, lid 3, sub a, b en c 8.2.1, lid 1, sub a en b Art. 5 8.3.3, lid 3 vervallen Art. 6 1.1 (Begripsbepaling) Art. 7 H. 8, Toelichting Algemeen brochure VROM nog niet gereed Art. 8, lid 1 8.3.5, lid 1 en 2 Art. 8, lid 2 Min. Besluit is er nog niet Art. 10, letter a 8.1.1 Art. 10, letter b 8.1.2, lid 3,

Art. 10, letter c 8.2.1 Art.

10, letter d 8.2.1, lid 7 Art. 10, letter e 8.2.1, lid 8 Art. 10, letter f 8.2.1, lid 9 Art. 10, letter g 8.2.1, lid 8 Art. 10, letter h 8.2.1, lid 12 Art. 10, letter i 8.1.4, lid 2 Art. 10, letter j 8.1.2, lid 4 Art. 10, letters k, l, m en n 8.3.3, lid 1 t/m 4 Art. 11 12.1, lid 1 en 2 Hoofdstuk9Welstand Artikel9.1De advisering door de welstandscommissie

  1. De advisering over redelijke eisen van welstand is opgedragen aan de Stichting Welstandszorg Noord Holland die uit haar midden personen voordraagt als lid van de welstandscommissie, hierna gezamenlijk te noemen: de welstandscommissie.
  2. De welstandscommissie adviseert over de welstandsaspecten van aanvragen voor regulier vergunningplichtige en licht-vergunningplichtige bouwwerken als bedoeld in artikel 44, eerste lid onder d respectievelijk artikel 44, derde lid juncto eerste lid onder d van de Woningwet. De welstandscommissie baseert haar advies op de in de welstandsnota genoemde welstandscriteria.
  3. Het bevoegd gezag beoordeelt zonder advies van de welstandscommissie of licht-vergunningplichtige bouwwerken waarvoor in de welstandsnota sneltoetscriteria.
  4. Het reglement van orde voor de welstandcommissie dat als bijlage 9 bij deze verordening is vastgesteld, bevat, binnen het gestelde van voorgaande leden, een nadere taakomschrijving van de welstandscommissie. Artikel9.2Samenstelling van de welstandscommissie 1.De welstandscommissie bestaat ten minste uit 3 leden, waaronder een voorzitter en twee architectleden die deskundig zijn op het gebied van architectuur. 2.Voor de voorzitter en architectleden worden bij structurele afwezigheid, plaatsvervangers benoemd die hen kunnen vervangen. De voorzitter en de architectleden worden bij incidentele afwezigheid vervangen door een gekwalificeerde vervanger uit één van de overige onder de Stichting Welstandszorg Noord-Holland ressorterende welstandscommissies. 3.De welstandscommissie kan slechts adviezen uitbrengen indien ten minste drie leden aanwezig of hun vervangers aanwezig zijn en waarvan ten minste twee leden of hun vervangers beschikken over deskundigheid op het gebied van architectuur. 4.De voorzitter en leden van de welstandscommissie zijn onafhankelijk ten opzichte van het gemeentebestuur. 5.De welstandscommissie wordt bijgestaan door een plantoelichter of diens plaatsvervanger. 6.In de welstandscommissie kunnen maximaal twee aanvullende leden anders als bedoeld in het eerste lid zitting hebben. 7.Het reglement van orde voor de welstandscommissie dat als bijlage 9 bij deze verordening is vastgesteld, bevat, binnen het gestelde in de voorgaande leden nadere profielschetsen van de commissieleden. Artikel9.3Benoeming en zittingsduur
  5. De voorzitter, de secretaris en de overige leden van de welstandscommissie en hun plaatsvervangers worden op voorstel van de het bevoegd gezag benoemd en ontslagen door de gemeenteraad.
  6. De leden van de welstandscommissie kunnen ten hoogste voor een termijn van drie jaar worden benoemd. Zij kunnen eenmaal worden herbenoemd voor een periode van ten hoogste drie jaar.
  7. Het reglement van orde van de welstandscommissie dat als bij deze verordening is vastgesteld, bevat, binnen het gestelde in de voorgaande leden, nadere benoemingsprocedures. Artikel9.4Jaarlijkse verantwoording De welstandscommissie stelt jaarlijks een verslag op van haar werkzaamheden voor de gemeenteraad, waarin ten minste aan de orde komt: op welke wijze toepassing is gegeven aan de welstandscriteria uit de welstandsnota; de werkwijze van de welstandscommissie; op welke wijze uitwerking is gegeven aan de openbaarheid van vergaderen; de aard van de beoordeelde plannen; de bijzondere projecten. De welstandscommissie kan in haar jaarverslag aanbevelingen doen ten aanzien van het gemeentelijk ruimtelijk kwaliteitsbeleid in het algemeen en de aanpassing van de gemeentelijke welstandsnota in het bijzonder. Artikel9.5Termijn van advisering
  8. De welstandscommissie brengt het advies over een aanvraag om een lichte omgevingsvergunning voor het bouwen uit binnen drie weken nadat door of namens het bevoegd gezag daarom is verzocht.
  9. De welstandscommissie brengt het advies over de aanvraag om een reguliere omgevingsvergunning voor het bouwen uit binnen zes weken nadat door of namens het bevoegd gezag daarom is verzocht.
  10. De welstandscommissie brengt het advies over de aanvraag om een reguliere omgevingsvergunning voor het bouwen eerste fase uit binnen drie weken nadat door of namens het bevoegd gezag daarom is verzocht.
  11. Het bevoegd gezag kan in hun verzoek om advies de welstandscommissie een langere termijn dan genoemd in de bovengenoemde leden van dit artikel geven voor het uitbrengen van het welstandsadvies. Een langere termijn kan door het bevoegd gezag worden gegeven indien de termijn van afdoening van de aanvraag om a. een lichte omgevingsvergunning voor het bouwen langer is dan de in artikel 46, eerste lid, sub a van de Woningwet bedoelde termijn van zes weken; b. een reguliere omgevingsvergunning voor het bouwen langer is dan de in artikel 46, eerste lid, sub b van de Woningwet bedoelde termijn van twaalf weken; c. een omgevingsvergunning voor het bouwen eerste fase langer is dan de in artikel 46, eerste lid,

van de Woningwet bedoelde termijn van zes weken. Artikel9.6Openbaarheid van vergaderen en mondelinge toelichting

  1. De behandeling van bouwplannen door de welstandscommissie is openbaar. De agenda voor de vergadering van de welstandscommissie wordt tijdig bekendgemaakt in een van overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad, dan wel op een andere geschikte wijze. Indien het bevoegd gezag - al dan niet op verzoek van de aanvrager - een verzoek doen tot niet-openbare behandeling, dan dienen het bevoegd gezag daaraan klemmende redenen op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur ten grondslag te leggen. De openbaarheid geldt zowel voor de beraadslagingen, de beoordeling als de adviezen.
  2. Indien de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen hierom bij het indienen van de aanvraag om omgevingsvergunning voor het bouwen heeft verzocht, wordt deze door of namens de welstandscommissie in staat gesteld tot het geven van een toelichting op het bouwplan.
  3. In het geval dat het bouwplan in de vergadering van de commissie wordt behandeld en een verzoek tot het geven van een toelichting is gedaan, dient de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen een uitnodiging te ontvangen voor de vergadering van de commissie, waarin de aanvraag wordt behandeld.
  4. Alternatief 1: Belanghebbenden hebben in toelichtende zin spreekrecht. Het reglement van orde van de welstandscommissie dat als bijlage 9 bij deze verordening is vastgesteld, voorziet in een procedurele opzet, waarbij er een onderscheid wordt aangebracht in de toelichtende fase en de beraadslagingen. Alternatief 2: Belanghebbenden hebben geen spreekrecht. Artikel9.7Afdoening bij mandaat Alternatief 2
  5. De welstandscommissie kan de advisering over een aanvraag om advies voor regulier vergunningplichtige bouwwerken als bedoeld in artikel 44, eerste lid onder d van de Woningwet mandateren aan een of meerdere daartoe aangewezen leden. De aangewezen leden (voorzitter en/of secretaris) adviseren over bouwplannen waarvan volgens hen het oordeel van de welstandscommissie als bekend mag worden verondersteld.
  6. In elk geval van twijfel legt de gemandateerde het bouwplan als bedoeld in het vorige lid alsnog voor aan de welstandscommissie.
  7. Behandeling van bouwplannen onder mandaat is openbaar. Indien het bevoegd gezag - al dan niet op verzoek van de aanvrager - een verzoek doen tot niet-openbare behandeling, dan dient het bevoegd gezag daaraan klemmende redenen op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur ten grondslag te leggen.
  8. Het bevoegd gezag kan de beoordeling of een bouwplan voor een licht-vergunningplichtig bouwwerk niet in strijd is met redelijke eisen van welstand mandateren aan een door hen aan te wijzen ambtenaar, indien in de welstandsnota voor de verschillende categorieën licht vergunningplichtige bouwwerken toetsingscriteria zijn opgenomen.
  9. In het geval het bouwplan als bedoeld in het vorige lid niet voldoet aan de betreffende welstandscriteria, legt het bevoegd gezag het bouwplan alsnog voor aan de welstandscommissie. Artikel9.8Vorm waarin het advies wordt uitgebracht
  10. De welstandscommissie adviseert en motiveert haar advies schriftelijk.
  11. Zodra het advies wordt uitgebracht, wordt het door of namens het bevoegd gezag gevoegd bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen. Artikel9.9Uitsluiting van gebieden en categorieën bouwwerken of standplaatsen
  12. Indien de raad op grond van artikel 12 van de Woningwet het voornemen heeft een gebied van de gemeente of een categorie bouwwerken of standplaatsen uit te sluiten van welstandstoezicht, neemt de raad het daartoe strekkende besluit niet dan nadat: a. op het voornemen inspraak is verleend; b. het advies van de welstandscommissie is ingewonnen.
  13. De inspraak als bedoeld in het eerste lid vindt plaats op de wijze voorzien in de krachtens artikel 150 Gemeentewet vastgestelde verordening. Hoofdstuk10Overige administratieve bepalingen Artikel10.1De aanvraag om woonvergunning Bij de aanvraag om woonvergunning als bedoeld in artikel 60 van de Woningwet moeten worden vermeld de plaats en de aard van het gebouw en het doel waarvoor het laatstelijk is gebruikt. Artikel10.2De aanvraag om vergunning tot hergebruik van een ontruimde onbewoonba

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.