/akn/nl/act/provincie/2024/CVDR719176 /join/id/stop/work_006 /akn/nl/act/pv28/2024/omgevingsvisie-1 /join/id/stop/work_019 2024-04-30 2024-04-30 /akn/nl/act/provincie/2024/CVDR719176/nld@2024-05-01 /join/id/proces/pv28/2024/instelling-omgevingsvisie-1-4 2024-05-01 2025-02-18 2024-05-01 2025-02-18 2024-05-01 2025-02-18 /akn/nl/act/pv28/2024/omgevingsvisie-1/nld@2024-04-25;4 /akn/nl/act/pv28/2024/omgevingsvisie-1 /akn/nl/act/pv28/2024/omgevingsvisie-1/nld@2024-04-25;4 /join/id/stop/work_019 4 Omgevingsvisie Zuid-Holland
(2019)weer en de stippellijn toont die voor de autonome ontwikkeling tot en met 2030. Hoe verder het transparante vlak naar buiten staat, hoe beter de kwaliteit van de leefomgeving. En: hoe verder de stippellijn buiten het transparante vlak ‘wegloopt’, hoe meer het kwaliteitsniveau autonoom gezien verbetert. 4. Hier wil Zuid-Holland naar toe Zeven provinciale vernieuwingsambities Toekomstige beleidsvernieuwing biedt kansen voor verbeteringen in Zuid-Holland. De provincie heeft hiervoor 7 vernieuwingsambities geformuleerd. Deze ambities dienen als stip op de horizon. De ambities zijn te vinden in hoofdstuk 7. Ruimtelijke hoofdstructuur: essentie van de ruimtelijke keuzes De ruimtelijke hoofdstructuur toont de essentie en de samenhang van verschillende ruimtelijke keuzes uit de Omgevingsvisie. Het integrale kaartbeeld van de ruimtelijke hoofdstructuur is opgebouwd uit de volgende kaartbeelden: Het dagelijks stedelijk systeem, dat bestaat uit de stedelijke agglomeratie en de daarmee via Hoogfrequent Openbaar Vervoer (HOV) verbonden regiokernen. De hoogstedelijke zone tussen Leiden en Dordrecht. Het logistiek-industriële systeem van mainport, greenports langs vaarwegen en zware infrastructuur. De samenhang van grote landschappelijke eenheden met de stedelijke agglomeratie. De groene ruimte en de groenblauwe structuur. Het bodem- en watersysteem. Energie. Aanvullend hierop toont de ruimtelijke hoofdstructuur van de ondergrond indicatief de ruimtelijke situatie van de ondergrond. In figuur 3 is de ruimtelijke hoofdstructuur van Zuid-Holland weergegeven. De complete tekst met kaartbeelden van de ruimtelijke hoofdstructuur is te vinden in het hoofdstuk 9 ‘Ruimtelijke hoofdstructuur’. 5. Ruimtelijke ontwikkeling en ruimtelijke kwaliteit Ruimtelijke ontwikkeling en ruimtelijke kwaliteit hebben sterk met elkaar te maken, terwijl het wel twee verschillende begrippen zijn met een eigen grondslag, doel en opgaven. In dit hoofdstuk worden in samenhang van beiden de provinciale belangen en rollen benoemd. Ruimtelijke ontwikkeling De provincie heeft, samen met andere overheden, een zorgtaak voor de kwaliteit van de leefomgeving. Daartoe behoort ook het sturen op ruimtelijke ontwikkelingen: ‘de juiste ontwikkeling op de juiste plek’. De provincie stuurt daarop vanuit haar provinciale belangen en heeft daarnaast een regisserende verantwoordelijkheid op het bovenlokale en gemeentelijke niveau. In de Omgevingswet is hiervoor ‘de gebiedsgerichte coördinatie van de uitvoering van taken en bevoegdheden door gemeenten en waterschappen’ opgenomen als provinciale taak. De provincie stuurt op regionaal niveau op ‘de juiste ontwikkeling op de juiste plek’ waar dat een bovenlokaal belang of effect heeft. Daarbij betrekken we tijdig onze partners en willen wij op tijd betrokken worden, want dat leidt tot beter beleid en betere plannen. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties op lokaal niveau. Ruimtelijke ontwikkelingen op regionaal en lokaal schaalniveau hebben natuurlijk wel effect op elkaar. Gebiedsgerichte uitwerking van opgaves Provinciale sturing op ‘de juiste ontwikkeling op de juiste plek’ begint met de vraag of de provincie in de maatschappelijke opgave een ruimtevraag ziet met een bovenlokaal belang of effect. De provinciale opgaven en belangen staan beschreven in de ambities en beleidskeuzes van deze Omgevingsvisie. Beleidskeuzes geven veelal thematisch weer welke opgaven er in Zuid-Holland spelen en welke richting de provincie daarmee op wil. Deze opgaven komen samen in gebieden en beïnvloeden de ontwikkeling van een gebied. Het is daarom belangrijk om bij de uitwerking van opgaven rekening te houden met de bestaande functies en kwaliteiten in een gebied, de zogeheten ‘gebiedsidentiteit’. Daarbij geldt dat nieuwe ontwikkelingen in een gebied de ruimtelijke kwaliteit moeten versterken of tenminste behouden. Een integrale gebiedsgerichte benadering past daarbij. Mede op basis daarvan geeft de provincie richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en de kwaliteit van de leefomgeving. De provincie stuurt per gebied verschillend op ruimtelijke ontwikkelingen. Dit doet recht aan de eigen identiteit, met elk gebied een kenmerkend landschap en een eigen positie in de ruimtelijke hoofdstructuur en daardoor een eigen mix aan opgaven die er spelen. Juiste ontwikkeling op de juiste plek De provincie vindt het belangrijk dat ontwikkelingen op de juiste plek landen. Om te bepalen waar we ruimte zien voor bepaalde ontwikkelingen hebben we beleid. De hoofdlijnen hiervoor zijn te vinden in hoofdstuk 8 van de Omgevingsvisie. Hierin staan: het dagelijks stedelijk systeem, dat bestaat uit de stedelijke agglomeratie en de daarmee, via HOV, verbonden regiokernen. de hoogstedelijke zone tussen Leiden en Dordrecht. het logistiek-industriële systeem van mainport en greenports langs vaarwegen en zware infrastructuur. de samenhang van grote landschappelijke eenheden met de stedelijke agglomeratie. de groene ruimte en de groenblauwe structuur. het bodem- en watersysteem. energie. aanvullend hierop toont de ruimtelijke hoofdstructuur van de ondergrond indicatief de ruimtelijke situatie van de ondergrond Daarbij is leidend dat de provincie Zuid-Holland een aantrekkelijke provincie is om te wonen en te werken en dat onze leefomgeving gezond en veilig is. De ruimte is beperkt. Zuinig, duurzaam en efficiënt ruimtegebruik is daarom het uitgangspunt. Dit kan door hetgeen al bestaat beter te benutten, bijvoorbeeld door gebouwen te hergebruiken, de kwaliteit van het bestaande bebouwde gebied te verbeteren en bestaande infrastructuur optimaal te gebruiken. We streven naar slim en meervoudig ruimtegebruik, door het combineren en mengen van functies. Ontwikkelingen moeten duurzaam zijn. De gevolgen voor de omgeving en de toekomst mogen niet afgewenteld worden. Naast deze algemene uitgangspunten heeft de provincie ook beleid geformuleerd voor specifieke ontwikkelingen en functies: Voor stedelijke ontwikkelingen maakt de provincie gebruik van de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’. Voor wonen, bedrijventerreinen, kantoren en detailhandel heeft de provincie daarop toegesneden beleid geformuleerd. Grote nieuwe stedelijke ontwikkelingen buiten bestaand stads- en dorpsgebied wijst de provincie aan op de 3 hectare kaart. Voor kantoren en detailhandel is locatiebeleid van toepassing. Voor de Greenports en andere agrarische activiteiten heeft de provincie gebieden aangewezen, met name voor glastuinbouw, bollenteelt en boom en sierteelt. Ontwikkelingen houden rekening met behoud en waar mogelijk kwaliteitsverbetering van ons cultureel erfgoed, waaronder archeologische waarden, molenbiotopen, landgoed- en kasteelbiotopen en het Werelderfgoed. Veiligheid en gezondheid zijn aanleiding voor beleid met betrekking tot regionale waterkeringen, buitendijkse gebieden, de geluidzone rondom Schiphol en externe veiligheid. Voor energie heeft de provincie beleid geformuleerd met ruimtelijke consequenties, onder meer met betrekking tot zonnevelden en windturbines. De vrijwaring van de provinciale vaarwegen en het recreatietoervaartnet heeft eveneens ruimtelijke consequenties. Ook stiltegebieden, grondwaterbeschermingsgebieden, bodemgevoelige locaties en dergelijke bepalen mede of ontwikkelingen op een plek mogelijk zijn. Behouden en versterken van de ruimtelijke kwaliteit in een gebied Ruimtelijke kwaliteit speelt op elk schaalniveau van provinciaal tot lokaal. Op het hoogste schaalniveau spreek je van de juiste ontwikkeling op de juiste plek; daar waar de ontwikkeling aansluit bij de regionale gebiedsidentiteit en als vanzelfsprekend ingepast kan worden en toekomstige kwaliteiten genereert. Wanneer ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden op de juiste plek, zijn ze mogelijk onder voorwaarde dat de ruimtelijke kwaliteit behouden blijft of versterkt wordt. Ruimtelijke kwaliteit is de optelsom van toekomstwaarden, gebruikswaarden en belevingswaarden. Ruimtelijke ontwikkelingen moeten niet alleen functioneel zijn, maar ook toekomstvast (duurzaam houdbaar of bewust tijdelijk) en aantrekkelijk. Ruimtelijke kwaliteit omvat niet alleen de waarden die objecten en gebieden hebben, maar ook de potentie om waarden tot ontwikkeling te brengen. Het zijn waarden die te maken hebben met eigenheid, identiteit, herkenbaarheid, leefbaarheid, bruikbaarheid en continuïteit. Om te bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang in relatie tot de gebiedsidentiteit. Gebiedsidentiteit is de aard of karakteristiek van een gebied dat is ontstaan in de loop der jaren. In die tijd zijn gemeenschappelijke kernwaarden in het gebied ontstaan die gekoppeld zijn aan gebruik en de verschijningsvorm. De gebiedsidentiteit van een plek is verbonden met de mensen die er wonen, werken en er zich thuis voelen. Uitgangspunt is dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen verbonden worden met bestaande gebiedskenmerken. In de beleidskeuze Ruimtelijke Kwaliteit, de beleidskeuze Landschap en de verordening artikel Ruimtelijke kwaliteit wordt hier verder op ingegaan. Gebiedsgerichte benadering De provincie vindt het belangrijk om elke opgave breder te bekijken en kansen op andere vlakken mee te nemen. ‘Het combineren van functies gaat voor enkelvoudige functies’. Zo gaat het niet alleen om woningbouw maar om verstedelijking. En niet om infrastructuur maar om mobiliteit. Dat vraagt om een gebiedsgerichte aanpak. Het is niet altijd mogelijk om alle ruimteclaims te combineren op de gewenste plek. Het is dan van belang om zorgvuldig af te wegen en keuzes te maken. Het landschap in de provincie Zuid-Holland is gevarieerd. Voor 16 deelgebieden zijn in 2014 gebiedsprofielen gemaakt als uitwerking van het ruimtelijk kwaliteitsbeleid. Deze gebiedsprofielen zijn samen met de regio ontwikkeld. Elk gebied heeft eigen gebiedskenmerken die we van provinciaal belang vinden. De impact op het regionale schaalniveau speelt hierbij een belangrijke rol. Aspecten van ontwikkelingen als mobiliteit, energienetwerken, natuurgebieden en vestigingsklimaat overstijgen lokale grenzen. Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid is omgevormd naar landschapsgericht beleid. Hierin is opgenomen welke richtpunten voor ruimtelijke ontwikkelingen in welk landschap gelden. De basis ligt in het (type) landschap en de uitwerking in een specifiek gebied. Hiervoor zijn de gebiedsprofielen en de gebiedsgerichte richtpunten. In onderstaande afbeelding is Zuid-Holland ingedeeld in deelgebieden. De provincie werkt toe naar toegankelijke informatie op gebiedsniveau, in de vorm van een aanklikbare kaart waarin per deelgebied alle relevante informatie ten aanzien van landschap en ruimtelijke kwaliteit is opgenomen voor de gebruiker. Hiermee sluiten we aan bij het digitale stelsel dat door het Rijk ontwikkeld wordt en waar een aanvrager straks de benodigde informatie over het beleid krijgt waar rekening mee gehouden moet worden. 6. Beleidscyclus In figuur 5 wordt de beleidscyclus weergegeven die de provincie Zuid-Holland hanteert. Dat is een modulaire werkwijze, wat betekent dat herzieningen op onderdelen plaatsvinden en alleen wanneer daartoe concrete aanleiding is. Het overzicht van voorgenomen aanpassingen wordt bijgehouden in de Lange Termijn Agenda (LTA) Omgevingsbeleid, die meerdere malen per jaar een update krijgt en vastgesteld wordt door Provinciale Staten. Zie: https://lta.zuid-holland.nl . Figuur 4: Visuele weergave van de beleidscyclus van de provincie Zuid-Holland De beleidscyclus begint omvat de volgende stappen: 0. Signaal Het gesprek over beleidsaanpassingen begint met een signaal. Dat kan op allerlei manieren binnen komen: gesprekken, onderzoeken van andere partijen, evaluaties, nieuwsberichten, bestuurlijke wensen, bijeenkomsten en ga zo maar door. 1. Verkenningen en onderzoeken In deze stap worden signalen diepgaander onderzocht. Dit gaat om onderzoeken, agenda’s en andere verkennende trajecten die beleidsinhoudelijk van aard zijn, maar (nog) niet leiden tot concrete wijzigingsvoorstellen in het Omgevingsbeleid. Deze documenten zijn vormvrij. Na afronding volgt aanbieding aan Provinciale Staten ter kennisname. Het resultaat is dat beter bepaald kan worden of een beleidsaanpassing gewenst is. 2. Startnotitie (beleidsvoornemens) Een startnotitie wordt opgesteld als beleidsaanpassingen gewenst zijn. Een startnotitie beschrijft in ieder geval:
- a)de reden waarom een beleidsaanpassing nodig is (wat is het probleem of de kans),
- b)de reikwijdte waarbinnen naar beleidsopties gezocht gaat worden,
- c)op welke wijze participatie met andere partijen vorm krijgt en
- d)de planning voor oplevering van de startnotitie. 3. Beleidsaanpassingen In een beleidsaanpassing wordt beschreven welk beleid wijzigt. Een beleidsaanpassing bevat in ieder geval
- a)een beschrijving van de voorgestelde wijzigingen in de omgevingsvisie en/of het Omgevingsprogramma en/of de Omgevingsverordening,
- b)een onderbouwing van de keuze voor deze aanpassing en
- c)een was/wordt-tabel van de voorgestelde beleidswijzigingen. Het vaststellen van een beleidsaanpassing betreft een bevoegdheid van Provinciale Staten voor de omgevingsvisie en de Omgevingsverordening en een bevoegdheid van Gedeputeerde Staten voor het Omgevingsprogramma. 4. Beleidsuitvoering Bij de uitvoering van beleid heeft de provincie verschillende instrumenten die benut kunnen worden. Dit staat onder andere beschreven in het Omgevingsprogramma en de Omgevingsverordening. Het inzetten van die instrumenten kan leiden tot de wens bepaald beleid aan te passen. 5. Evaluaties en monitoring Beleid wordt gemonitord en op gezette tijden geëvalueerd. Monitoring en evaluatie kunnen signalen bevatten die uiteindelijk weer leiden tot beleidsaanpassingen. 7. Ambities van Zuid-Holland Ambitie 1. Samen werken aan Zuid-Holland De provincie vervult diverse rollen en taken als bestuurslaag midden tussen Europa, Rijk en gemeenten. De provincie is de bestuurslaag bij uitstek om bovenregionale vraagstukken op te pakken. Bijvoorbeeld op het gebied van milieu, recreatie en vervoer en voor alles wat de verbinding brengt tussen dorp en stad. De provincie is ook bij uitstek in staat om afstemming en verbinding tussen gemeenten te stimuleren. De provincie heeft vanuit haar bovenregionale rol overzicht op maatschappelijke vraagstukken en de onderlinge verbanden, trends en best practices. De opgaven waar het openbaar bestuur voor gesteld staat, zijn de afgelopen jaren onmiskenbaar complexer geworden. Vooral de transitieopgaven (bijv. sociaal domein, energietransitie, landbouw en klimaatadaptatie) vragen om meer integraliteit en samenwerking tussen overheden en met de samenleving. Er wordt om oplossingen gevraagd, terwijl tegelijkertijd het probleem zich nog ontvouwt. Achteraf kunnen we pas vaststellen wat heeft gewerkt. Met de decentralisatie van taken (decentralisaties sociaal domein, straks Omgevingswet) zijn opgaven en bevoegdheden bovendien naar het lokale niveau gebracht. De (financiële) verantwoordelijkheid van gemeenten is hierdoor fors toegenomen. Dit vraagt ook op lokaal niveau om meer kennis, expertise, betrokkenheid van de samenleving en een solide financiële huishouding om een bijdrage te kunnen leveren aan de maatschappelijke opgaven. Zonder een goed functionerende democratie en bestuur en sterke gemeenten die hun taken goed kunnen uitvoeren gaat het niet lukken om de grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. De provincie investeert in het behoud en de verbetering van de kwaliteit van het openbaar bestuur en de democratie. Voor een goed werkende democratie zijn lokale en regionale media belangrijk. Zuid-Holland streeft ernaar dat het vertrouwen van inwoners in het openbaar bestuur groeit of op zijn minst gelijk blijft. Een goed openbaar bestuur begint bij de bestuursorganen zelf. Zuid-Holland staat voor effectief eigen bestuur, waarbij effectieve samenwerking op alle niveaus (met collega-overheden, maatschappelijke organisaties, kennisinstellingen, inwoners, PS-GS, regionaal, landelijk en Europees) het uitgangspunt is. Het is een kwestie van samen vormgeven aan de identiteit van Zuid-Holland: veelzijdig, inclusief en vernieuwend. De provincie vindt het belangrijk om sneller tot uitvoering en resultaat te komen. De opgaven zijn vaak complex. Daarom betrekt Zuid-Holland inwoners, organisaties en bedrijfsleven vroegtijdig bij besluitvorming. De provincie stelt zich open en met vertrouwen op voor initiatieven vanuit de samenleving en maakt ruimte voor verschil, experimenten en maatwerk. Participatie verschilt per onderwerp en rol die de provincie heeft. Zuid-Holland is constructief, maar ook duidelijk als iets niet kan. De volksvertegenwoordiging blijft het laatste woord houden. Ambitie 2. Bereikbaar Zuid-Holland Snel van A naar B. Naar school, naar het werk, een bezoek aan vrienden of om goederen te bezorgen. Een goede bereikbaarheid is belangrijk voor de leefbaarheid, welzijn, economische ontwikkeling en een goede ontsluiting van woon- en werkgebieden. Daarom zorgt de provincie voor de aanleg en onderhoud van fietspaden, wandelpaden, (vaar)wegen, bruggen en sluizen. En investeren we in goed openbaar vervoer en nieuwe vervoerswijzen. Ook zorgt de provincie ervoor dat alles goed functioneert en op elkaar aansluit. Zo kan iedereen een snelle, veilige en duurzame reis van deur tot deur maken: lopend, met de fiets, het openbaar vervoer, de auto of een combinatie daarvan. Ook voor vrachtvervoer streven we naar een bewuste keuze: De bakfiets of zero-emissie stadslogistiek in de binnenstad, vrachtwagen, trein, schip of buisleiding voor grotereafstanden. Zuid-Holland is de toegangspoort van Europa en de dichtstbevolkte provincie van Nederland. We hebben een gevarieerde provincie met hoogstedelijk én landelijk gebied. Dat maakt mobiliteit hier uniek en biedt kansen voorloper te zijn in een mobiliteitstransitie. Voor personen- en goederenvervoer beschikken we over goede netwerken, waaronder de grootste en modernste haven van Europa. Voor Nederland en dus Zuid-Holland is een goede internationale bereikbaarheid van de mainports, steden en andere economische kerngebieden, een basisvoorwaarde voor onze welvaart. We hebben de hoogste OV-reizigerstevredenheid van Nederland. Onze goede bereikbaarheid staat onder druk door bevolkingsgroei en verstedelijking. Tegelijkertijd is openbaar vervoer in landelijke gebieden een uitdaging. Ook de corona-crisis heeft gevolgen voor onze mobiliteit. Voorlopig minder mensen in het OV, meer mensen kiezen voor individuele vervoermiddelen zoals fiets en auto. Het onderhoud aan de infrastructuur gaat de komende jaren voor flinke hinder en financiële uitdagingen zorgen, terwijl klimaatverandering vraagt om duurzamere mobiliteit. De provincie zet in op lopen, fietsen, openbaar vervoer én de auto. Zo geven we de reiziger verschillende mogelijkheden om een goede en betaalbare reis van deur tot deur te maken. Het optimaal benutten van alle vervoerswijzen beperkt bovendien files op de weg. Door de opmars van de elektrische fiets wordt vaker en verder gefietst. Dit biedt kansen voor onze gezondheid, economie en het klimaat. Technologische ontwikkelingen zoals autonoom rijden, digitalisering en de opkomst van Smart Mobility bieden kansen die we graag benutten. Voor goederen stimuleren we vervoer over spoor en het water als alternatief voor vrachtverkeer over de weg en streven we naar toegevoegde economische waarde in Zuid-Holland. Luchtvaart komt aan de orde in de ambitie ‘schoon en veilig’. Schone en veilige mobiliteit draagt bij aan de gezondheid van onze inwoners en zorgt ervoor dat steden aantrekkelijker worden voor inwoners en bedrijven. Mobiliteitstransitie en energietransitie bieden kansen voor verlaging van de CO2-, stikstof en fijn stof-uitstoot. Met onze inzet op duurzame, veilige en schone infrastructuur bouwen we aan een robuuste, veilige en toekomstbestendige provinciale infrastructuur en geven we het goede voorbeeld. Bij mobiliteitsoplossingen betrekken we onze klimaatambities, ruimtelijke vraagstukken, verkeersveiligheid,een gezonde en inclusieve samenleving, innovatie en de energietransitie. Ambitie 3. Schone energie voor iedereen Zuid-Holland is één van de meest energie intensieve regio’s van Europa. Dat komt door de unieke industriële en stedelijke structuur, met de haven, petrochemie en logistiek. Dit maakt ons extra afhankelijk van de beschikbaarheid van brand- en grondstoffen. Daarmee is de transitie van fossiele brand- en grondstoffen naar duurzame bronnen een uitdaging, maar het brengt ook nieuwe kansen met zich mee. Zo beschikt onze regio over een groot aanbod van restwarmte die gebruikt kan worden in steden en de glastuinbouw. In 2015 sloten 195 landen het historische klimaatakkoord van Parijs. In het akkoord wordt als doel gesteld de opwarming van de temperatuur op aarde te beperken tot ruim onder de 2 graden Celsius en te streven naar een maximale stijging van 1,5 graden Celsius. Afgesproken is de stijging van de uitstoot van broeikasgassen te stoppen. Het klimaatakkoord luidt daarmee het einde in van een economie gebaseerd op fossiele brandstoffen. Het Nederlandse Klimaatakkoord uit 2019 is de landelijke uitwerking, de provincie onderschrijft dit Klimaatakkoord. Hiermee werken we toe naar een samenleving en economie gebaseerd op een duurzaam en circulair energie- en grondstoffensysteem, onder andere voor stoom, warmte, elektriciteit, CO2 en waterstof en richten ons op het beperken van de uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen. Dat raakt alle inwoners en bedrijven van Zuid-Holland. Met de aanwezigheid van energie-intensieve sectoren als de haven en de glastuinbouw en met gerenommeerde kennisinstellingen kan Zuid-Holland profiteren van de energietransitie. Vanuit onze provinciale verantwoordelijkheid dragen wij bij aan de nationale doelen uit het Klimaatakkoord. Wij sluiten ons aan bij de doelstelling van het Klimaatakkoord om de opwarming van de temperatuur op aarde te beperken tot ruim onder de 2 graden Celsius en te streven naar een maximale stijging van 1,5 graden Celsius. De nieuwe Zuid-Hollandse energieaanpak wordt geborgd in een uitvoeringsprogramma (Schone Energie 2020-2023) voor iedereen, waarin In de Zuid-Hollandse aanpak is uitgewerkt. Besparen en efficiënt benutten van de juiste vorm van energie is ons vertrekpunt. De energietransitie is in Zuid-Holland van en voor iedereen; het is haalbaar en betaalbaar. Onze focus ligt op de gebouwde omgeving, industrie, mobiliteit, en land- en glastuinbouw. Wij willen een slimme en schone economie zijn waar fossiele bronnen zijn vervangen door hernieuwbare bronnen. Dat brengt nieuwe verdienmodellen, nieuwe exportproducten en nieuwe banen met zich mee. Wij zetten in op het benutten van duurzame energiebronnen en hernieuwbare opwek die als bewezen technieken kunnen worden ingezet. Wij sluiten op voorhand geen CO2-emissievrije technieken uit. Verbranding van groene grondstoffen (zoals hout) voor energie is een laagwaardige toepassing en heeft niet onze voorkeur. We zijn geen voorstander van nieuwe aardgasboringen en schaliegaswinning en maken ons hard voor een afbouw van de huidige aardgaswinning. Ambitie 4. Een concurrerend Zuid-Holland Zuid-Holland herbergt het grootste Haven Industrieel Complex van Europa, met een sterk proces- en petrochemisch, logistiek en maritiem cluster. In de directe nabijheid van dit complex bevindt zich het grootste glastuinbouwcluster van de wereld: een belangrijke speler in de wereldwijde voedingsketen. Alle negen nationale economische topsectoren zijn in Zuid-Holland aanwezig. Verder herbergt onze provincie talrijke excellente kennis- en onderzoeksinstellingen die tot de top in hun vakgebied behoren. De campussen van nationaal belang, zoals het Bioscience Park te Leiden, TU Delft Science Park en Space Campus Noordwijk, herbergen talrijke startups en innovatieve bedrijven. De economische kracht van de provincie Zuid-Holland ligt in deze diversiteit. De Zuid-Hollandse economie bevindt zich in een omvangrijk vernieuwingsproces. Er zijn drie thema’s die de verandering van onze economie aanjagen: energietransitie, circulair en digitalisering. De op fossiele grondstoffen gebaseerde industriële sectoren staan voor een grote transitie. Verduurzaming van de ZuidHollandse economie is nodig om minder afhankelijk te zijn van fossiele grondstoffen. Ook de uitstoot van de industrie en milieudruk als gevolg van transportbewegingen is in Zuid-Holland bovengemiddeld. Disruptieve technologische ontwikkelingen, zoals digitalisering, robotisering en 3D-printing veranderen de productieprocessen, verdienmodellen en het werk. Het vermogen om snel op deze ontwikkelingen in te spelen is bepalend voor de concurrentiekracht. Dit vraagt om een versnelde transitie van de Zuid-Hollandse economie en om een beroepsbevolking met de juiste vaardigheden en kennis. Zuid-Holland wil de meest innovatieve regio van Nederland zijn, met kruisbestuiving tussen de verschillende sectoren. De provincie zet in op diensten en producten die veel waarde toevoegen richting duurzaam en digitaal en streeft naar passend werk voor iedereen. Zuid-Holland denkt daarbij aan alle niveaus, van ongeschoold, mbo tot en met universitair. Daarnaast blijft de provincie met haar partners bouwen aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat door te zorgen voor voldoende en kwalitatief goede werklocaties (kantoren, bedrijventerreinen, woon/werklocaties), woonruimte, woon-werkverbindingen, een goede beroepsbevolking, een gezonde leefomgeving, goede biodiversiteit, recreatieve voorzieningen en cultureel erfgoed. Zuid-Holland heeft een rijke geschiedenis. Investeren in het aanwezige erfgoed, archeologie en cultuur en het gericht betrekken van bewoners en bezoekers draagt positief bij aan ons vestigingsklimaat. Ambitie 5. Versterken natuur in Zuid-Holland Zuid-Holland is veelzijdig: de combinatie van het kenmerkende kust-, veenweide- en rivierdeltalandschap met de tussenliggende verstedelijking en bedrijvigheid maakt de provincie uniek. Zuid-Holland is echter ook een dichtbevolkte provincie waar de kwaliteit van de natuur en de leefomgeving onder druk staan. Zorg voor die natuur en leefomgeving is van groot belang. De provincie wil immers dat de inwoners van Zuid-Holland kunnen wonen, werken en recreëren in een prettige en aantrekkelijke leefomgeving, met directe toegang tot hoogwaardig groen, erfgoed en water. Natuur is daarbij onmisbaar en staat zwaar onder druk. Bovendien draagt de provincie de verantwoordelijkheid, op basis van een wettelijke provinciale taak vanuit de Wet natuurbescherming, voor het behoud van gezonde populaties en leefgebieden van planten en dieren die in dit landschap thuishoren. Het beschermen van de hier voorkomende natuur is dan ook een vanzelfsprekende en urgente opgave waarin de provincie een voorbeeldfunctie heeft. Een gezonde, uitgebalanceerde en beleefbare natuur vormt de basis voor maatschappelijke en economische activiteiten in de provincie. Als het natuurlijk systeem op orde is, schept dat ruimte voor een gezond woonklimaat en bedrijvigheid. Het is dan ook de ambitie van Zuid-Holland om de biodiversiteit te versterken. Zodat iedereen er ook in de toekomst goed gebruik van kan blijven maken. De provincie werkt aan voldoende drinkwater, schoon oppervlaktewater, gezonde bodems (die CO2 vastleggen) en een duurzame zoetwatersituatie. Ook zorgt een natuurlijk systeem dat in balans is voor zo min mogelijk overlast of schade. Voor het bereiken van die balans is een integrale aanpak noodzakelijk. Hierbij erkent Zuid-Holland dat het grootste deel van de provincie een kunstmatig (cultuur)landschap heeft, waar niet alle natuurlijke processen doorgang kunnen vinden. Om balans te houden moet er vaak kunstmatig worden ingegrepen. Dit geldt voor het behouden van soorten evenals voor het beheren van soorten. Ambitie 6. Sterke steden en dorpen in Zuid-Holland Zuid‑Holland is een strategisch gelegen delta die altijd mensen heeft aangetrokken. Langs de waterwegen zijn krachtige handelssteden en dorpen ontstaan met elk een uniek profiel en identiteit. Onze steden zijn ontmoetingsplaatsen voor mensen en ideeën. De regio trekt kenniswerkers, bedrijven, toeristen en studenten van over de hele wereld. Stad en land raken steeds sterker met elkaar verbonden. Ons landelijke gebied met zijn dorpen is meer dan ooit een proeftuin voor nieuwe oplossingen op terreinen als klimaat, energie en voedsel. Zuid‑Holland staat voor de opgave om in het komende decennium een fors aantal betaalbare woningen te realiseren en de bestaande woonvoorraad te verduurzamen. Tegelijkertijd zijn de groeiende steden ook plaatsen waar sociale problematiek zich manifesteert. In het landelijk gebied vormt het behoud van voorzieningen en leefbaarheid een opgave. Onze uitdaging is om een gezonde, sociale, groene en duurzame leefomgeving in te richten. Om die vitale samenleving werkelijkheid te laten worden is meer nodig dan woningbouw alleen. Het leef- en vestigingsklimaat kan versterkt worden door stad en land goed te verbinden, door ruimte te bieden voor groen en water in de stad, door een evenwichtige woningvoorraad en passende werklocaties. De vitaliteit van de stad is ook gebaat bij cultuur, kenniscentra en aantrekkelijke binnensteden. Zuid-Holland wil een aantrekkelijke, duurzame, concurrerende toonaangevende provincie zijn, waar mensen met plezier wonen, werken en recreëren in een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving. In Zuid-Holland moet iedereen zich thuis kunnen voelen in sterke steden en dorpen. Daarvoor moeten er voldoende woningen van de juiste kwaliteit op de juiste locatie zijn. De provincie wil de bouw van passende en betaalbare woningen versnellen, met waarborg voor ruimtelijke en sociale kwaliteit en passende mobiliteitsvoorzieningen.Nieuwbouw wordt energieneutraal gebouwd, zolang het de hoeveelheid en het tempo van woningbouw niet belemmert. De provincie wil het economisch potentieel beter benutten door de steden met hun afzonderlijke kwaliteiten te verbinden. Verder wil de provincie dat het bebouwd gebied klimaatadaptief wordt ingericht. Daarbij wordt primair gekozen voor bouwen in bestaand bebouwd gebied en nabij knooppunten van hoogwaardig openbaar vervoer. Daarnaast wordt een integrale afweging gemaakt tussen landschappelijk belang, ruimte voor woningen en bedrijven. Waardevolle landschappen zoals het Groene Hart (inclusief De Waarden), Midden-Delfland, en de kust worden zoveel mogelijk beschermd. Ambitie 7. Gezond en veilig Zuid-Holland Een gezonde, veilige en aantrekkelijke leefomgeving wordt door een groot aantal factoren bepaald: de milieukwaliteit, veiligheid, bereikbaarheid en beleefbaarheid van natuur, water en landschap, waterkwaliteit, deelname aan sport en recreatie, keuzes bij mobiliteit en economische activiteiten, gezond voedsel en de inrichting van de openbare ruimte. Als de provincie zich met deze onderwerpen bezighoudt, kan zij bijdragen aan de gezondheid en veiligheid van haar inwoners. Het verbeteren van deze gezondheid is een uitdaging voor verschillende partijen, ook voor de provincie. De druk op de gezondheid van de bevolking is groot, mede door een hoge mate van verstedelijking, hoge mobiliteitsdruk en de uitstoot van het Haven Industrieel Complex. De gezondheidsverschillen tussen groepen inwoners groeien. De kwetsbaarheid van de provincie voor de gevolgen van de klimaatverandering geeft een extra dimensie aan veiligheid en gezondheid van de leefomgeving. De provinciale taken die invloed hebben op gezondheid en veiligheid liggen voor een belangrijk deel op het terrein van de leefomgeving. Zuid-Holland besteedt aandacht aan gezondheid binnen alle beleidssectoren. Dit vraagt om een innovatieve en gecoördineerde beleidsaanpak en om extra inzet binnen bestaande provinciale taken. De verwachting is dat er meer extreem weer komt, en hogere temperaturen, wat de gezondheid, leefomgeving, welvaart en veiligheid in het geding brengt. De provincie wil zich beter voorbereiden op zaken als hittestress of wateroverlast na hevige stortbuien en de fysieke leefomgeving zo inrichten dat deze klimaatbestendig blijft. Zuid-Holland werkt met verschillende overheden en andere organisaties samen aan regionale adaptatiestrategieën en het nationale Deltaprogramma. Ook sport en bewegen kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de gezondheid van de bewoners en bezoekers. Door te zorgen voor robuuste, toekomstbestendige recreatienetwerken (waaronder voor fiets, varen en paardrijden) en voldoende toegankelijk groen en water, wil de provincie mensen stimuleren meer te bewegen, sporten of juist lekker te ontspannen. Bedrijven in Zuid-Holland behoren tot de meest innovatieve ter wereld en zijn belangrijk voor de werkgelegenheid, maar moeten ook veilig zijn met zo min mogelijk uitstoot van gevaarlijke stoffen. Daar ziet Zuid-Holland op toe. De provincie wil zorgdragen voor een goede milieukwaliteit. Daarbij wil Zuid-Holland dat bedrijven hun innovatiekracht inzetten voor de gezondheid en veiligheid van de inwoners. 8. Beleidsdoelen en beleidskeuzes Beleidsdoel 1-1 Beter Bestuur 1-1 Beter Bestuur Samen met de Zuid-Hollandse gemeenten werken we aan behoud en versterking van de kwaliteit van het openbaar bestuur. Overheden hebben een hoge kwaliteit van bestuur als deze: Visie en ambitie hebben en over voldoende slagkracht beschikken om opgaven te realiseren (effectief en presterend); In verbinding staan met en in staat zijn om te luisteren naar elkaar, hun inwoners, ondernemers en maatschappelijk middenveld (responsief en verbonden); Betrouwbaar, transparant, (democratisch) legitiem en integer handelen (robuust & integer); Met elkaar en anderen leren, innoveren en durven te experimenteren om oplossingen te vinden voor complexe transitieopgaven (lerend en innoverend). Deze vier lijnen staan centraal in het programma ‘Beter Bestuur’ dat we samen met onze bestuurlijke partners (gemeenten, Rijk, gemeenschappelijke regelingen, waterschappen) ontwikkelden. Het programma draagt bij aan kwaliteitsverbetering van het openbaar bestuur in Zuid-Holland, een kerntaak van de provincie. Het programma bevat de accenten die we binnen deze opgave leggen, inclusief de uitvoering van onze wettelijke taken (zoals bijvoorbeeld financieel en interbestuurlijk toezicht). Dit programma is in het voorjaar van 2020 vastgesteld. Eenmaal per jaar rapporteren wij de voortgang aan Provinciale Staten. Ook voor onze provinciale organisatie werken we langs de vier genoemde lijnen aan versterking van het provinciale bestuur. We nemen hierbij de leerpunten uit de terugblik over de vorige collegeperiode als uitgangspunt. Resultaat en voortgang toetsen wij regelmatig met het klanttevredenheidsonderzoek en het reputatieonderzoek. Beleidskeuzes van 1-1 Beter Bestuur Stikstof Wat wil de provincie bereiken? Het realiseren van een ambitieuze daling van de stikstofdepositie tot een niveau waarbij de instandhoudingsdoelen in onze Natura 2000-gebieden gehaald kunnen worden. De daling van de depositie wordt deels gerealiseerd vanuit andere beleidsdoelen, zoals bodemdaling, transitie van de landbouw (kringlooplandbouw) en energietransitie. Aanleiding Wettelijke verplichtingen die voortvloeien uit de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn en die geïmplementeerd zijn in de Wet natuurbescherming. Vanwege de decentralisatie van het natuurbeleid ligt de verantwoordelijkheid voor het voldoen aan de richtlijnen voor een groot deel bij de provincies. Motivering Provinciaal Belang De provincie heeft een groot provinciaal belang. De provincies hebben een wettelijke taak vanuit de Wet natuurbescherming om adequate maatregelen te nemen om de instandhoudingsdoelen te halen. Zonder een flinke daling van de stikstofdepositie en adequate natuurmaatregelen worden deze niet gehaald. Dit leidt tot het zeer beperkt kunnen verlenen van vergunningen op basis van ingewikkelde en juridisch risicovolle instrumenten, en tot een ongunstig vestigingsklimaat. Nadere uitwerking Het terugdringen van stikstofdepositie, het realiseren van Europese natuurdoelstellingen en het mogelijk maken van ruimtelijke en economische ontwikkelingen. Waarbij meer wordt ingezet op bronbeleid. Beleidsdoel 1-2 Sterke Samenleving 1-2 Sterke Samenleving Maatschappelijke ontwikkelingen zijn in toenemende mate verweven, complex en ambigu. Een aanpak met standaardoplossingen en vaste procedures werkt niet. Vanuit de eigen bovenregionale rol heeft de provincie zicht op verwevenheid in vraagstukken, trends en best practices. Vanuit die rol ontwikkelen we kennis en verbinden we partners. In een sterke samenleving zijn overheden en bestuur in staat om zich aan te passen aan de eisen van deze tijd. Als zij dat niet doen, voelen verschillende groepen mensen zich niet meer betrokken bij onze samenleving en democratie. We vinden het daarom belangrijk dat inwoners zich vertegenwoordigd weten en ruimte hebben voor participatie (zowel digitaal als fysiek). Dat vraagt van de hele provinciale organisatie om een alerte en lerende houding, die de energie en het oplossend vermogen uit de samenleving weet te benutten. We maken daarbij tijdig en transparant keuzes in het participatieproces en hanteren daarbij het ‘participatiekompas’. We willen de kracht van de samenleving versterken door: Onze inwoners, organisaties en bedrijfsleven vroegtijdig te betrekken bij besluitvorming en open te staan voor initiatieven vanuit de samenleving; Inzicht en kennis over maatschappelijke vraagstukken en ‘best practices’ te ontwikkelen en te delen. Beleidsdoel 2-1 Snel van A naar B 2-1 Snel van A naar B Wij willen ervoor zorgen dat de provincie Zuid-Holland bereikbaar is en blijft. Bereikbaarheid bevordert de economische ontwikkeling en leefbaarheid van Zuid-Holland. Een goede bereikbaarheid, snel van A naar B, is van cruciaal belang om de ambities zoals verwoord onder Concurrerend Zuid-Holland, Sterke steden en dorpen en Gezond en veilig in Zuid-Holland te bereiken. Daarom investeert de provincie vanuit haar wettelijke rol en bevoegdheid als vervoersautoriteit en wegbeheerder in diverse vormen van mobiliteit, in beschikbaarheid en betere benutting van de bijbehorende (slimme) netwerken en vervoerssystemen. Daarbij koppelen wij onze bereikbaarheidsopgave aan de economische transities, de grote woningbouwopgave en onderhoudswerkzaamheden (van Rijk, provincie, waterschappen en gemeenten) in Zuid-Holland. We kijken naar het regionale belang in onze aanpak van de bereikbaarheidsopgave. We willen het regionale mobiliteitssysteem in Zuid-Holland voor personenvervoer beter benutten en slimmer gebruiken. Waar nodig verbeteren we het infrastructuurnetwerk. Wij voeren onderzoeken uit naar versterking en opwaardering van het mobiliteitssysteem. Vervolgens treffen wij maatregelen om de bereikbaarheid te verbeteren, waarbij de belangrijkste verbindingen in het (boven)regionale wegennet worden versterkt en de aansluiting op het hoofdwegennet verbetert. Ook zullen we de vraag naar mobiliteit meer afstemmen op het aanbod van infrastructuur en vervoermiddelen. Hiervoor verbeteren we de keuzemogelijkheden en de combinatie van vervoermiddelen voor reizigers. Daarmee zorgen we met onze aanpak voor een robuuste, toekomstbestendige inrichting van de mobiliteit in Zuid-Holland. De provincie wil het vervoer van goederen zo efficiënt mogelijk laten uitvoeren. Efficiënt, dat wil zeggen snel, veilig en duurzaam goederenvervoer is essentieel voor economische groei en het behoud van de concurrentiepositie van Zuid-Holland. Om dit te bereiken is een evenwichtige verdeling tussen vervoer via de weg, spoor, buis en water nodig. Door meer goederen via water, spoor en buisleidingen te vervoeren, gebruiken we het bestaande mobiliteitsnetwerk efficiënter, met minder piekbelasting. Goede infrastructuur is daarbij noodzakelijk, bijvoorbeeld de bereikbaarheid van vaarwegen en watergebonden bedrijventerreinen en spoorterminals. Niet alleen voor grootschalige logistiek, maar meer en meer ook voor stedelijke logistiek, zoals regionale bouwhubs. Om de doelen te bereiken werkt de provincie, binnen de bestaande en beschikbare programmamiddelen, aan efficiënt goederenvervoer, passend en efficiënt personenvervoer en slimme systemen en netwerken. Deze doelen en de bijbehorende activiteiten worden nader uitgewerkt in het Programma Mobiliteit dat de provincie dit jaar opstelt. Beleidskeuzes van 2-1 Snel van A naar B Adequaat aanbod openbaar vervoer Wat wil de provincie bereiken? De provincie realiseert, samen met de MRDH, een adequaat aanbod van Openbaar Vervoer in het vervoergebied van de provincie Zuid-Holland. Openbaar vervoer moet snel, betrouwbaar en beschikbaar zijn en is daarmee een volwaardig alternatief. Goed openbaar vervoer (OV) voldoet aan de kwaliteitscriteria snel, frequent, betrouwbaar, beschikbaar en betaalbaar. Samen met lopen, de fiets en deelsystemen maakt OV een reis van deur tot deur mogelijk. We zetten in op verbeteringen waar OV sterk is: snelle collectieve verplaatsingen tussen kernen. Aanleiding Door economische groei worden naar verwachting niet alleen meer reizen gemaakt door bestaande inwoners, maar er komen tot 2040 ook nog 240.000 huizen bij. We zien een verschuiving, waarbij mensen in steden minder van de auto gebruik maken en juist vaker kiezen voor actieve vervoerswijzen als lopen, fietsen en openbaar vervoer. Reispatronen van mensen worden steeds gevarieerder. Hierbij combineren reizigers steeds meer bestemmingen op een reis. Dit stelt extra eisen aan het mobiliteitssysteem, het voor- en natransport en de ruimtelijke ordening. Motivering Provinciaal Belang Op grond van de Wet Personenvervoer 2000 is de provincie Zuid-Holland opdrachtgever voor het openbaar vervoer in de regio’s Holland Rijnland, Midden-Holland, Drechtsteden en Alblasserwaard, en de gemeenten Hoeksche Waard en Goeree Overflakkee. Nadere uitwerking Het bestaande mobiliteitssysteem is onvoldoende toegerust om de groei in personenmobiliteit te verwerken en zorgt regelmatig voor files en parkeerproblemen. Daarom gaan we mensen positief verleiden van modaliteiten gebruik te maken die de groei op een duurzame manier kunnen opvangen. Ook stimuleren we verschuiving van reizen van de spits- naar de daluren, zodat het systeem zo optimaal mogelijk wordt benut. Mensen moeten zoveel mogelijk keuzevrijheid hebben om de modaliteiten te kiezen die het best bij hun reis passen. De reis van deur-tot-deur staat hierbij centraal. Iedereen moet zich kunnen verplaatsen. Hiervoor wordt het mobiliteitsnetwerk compleet gemaakt en wordt overstappen tussen modaliteiten zo makkelijk mogelijk. Per locatie is maatwerk nodig om te kijken welke mix van modaliteiten het best passend is. We zetten in op het vergroten van het aandeel gezonde, duurzame en ruimtelijk efficiënte modaliteiten als lopen, fietsen en openbaar vervoer. Dit doen we door deze modaliteiten zo aantrekkelijk te maken dat het een logisch alternatief wordt voor de reiziger. Dit kan door het bestaande systeem te verbeteren door te investeren in nieuw hoogwaardig OV en snelfietsroutes, door te bouwen bij bestaand hoogwaardig OV en de openbare ruimte anders in te richten. We zetten in op betere ketenmobiliteit door overstappen tussen modaliteiten makkelijker te maken. We stimuleren – daar waar het kan – lopen, fietsen vervolgens OV-gebruik en pas daarna privaat autogebruik. Efficiënt en duurzaam goederenvervoer met meerwaarde Wat wil de provincie bereiken? Het vervoer van goederen dient zo efficiënt en schoon mogelijk plaats te vinden en bij te dragen aan economische ontwikkeling, leefbaarheid en bereikbaarheid. Daarbij vindt de provincie Zuid-Holland de keuze tussen de verschillende modaliteiten weg, water, spoor en buisleidingen van groot belang. Zuid-Holland zet in op trein, schip, vrachtwagen en buisleiding waarbij we speciale aandacht hebben voor internationale goederencorridors. De provincie wil vervoersmodaliteiten en goederenstromen duurzaam en in samenhang met ruimtelijke ontwikkelingen organiseren en uitwerken, van stedelijke en regionale distributie tot multimodale (inter)nationale corridors. Aanleiding Efficiënt en duurzaam goederenvervoer is belangrijk voor de economie, het klimaat en de bereikbaarheid van Zuid-Holland en daarmee van Nederland. Goederenstromen, logistieke systemen en hubs veranderen en strijden om schaarse ruimte. De sector zelf kent daarbij grote uitdagingen waaronder de digitalisering, en de bijdrage aan de klimaat- en luchtkwaliteitsdoelstellingen. Enerzijds de zoektocht voor oplossingen voor bijvoorbeeld laagwater en anderzijds het vinden van alternatieve schone brandstoffen. Motivering Provinciaal Belang Zuid-Holland is de toegangspoort van Europa, een transportprovincie bij uitstek met zeer goede fijnmazige en internationale georiënteerde fysieke en digitale infrastructurele netwerken. Waaronder de grootste en modernste haven van Europa. Deze unieke uitgangspositie, wil de provincie versterken. Om zo de economie te versterken en een oplossing te bieden voor maatschappelijke opgaven, waaronder klimaat- en verstedelijkingsopgaven. Het belang van de regio ligt in de unieke schakel die de regio inneemt in goederenvervoercorridors. Naast de fijnmazige en regionale benodigde distributie, tot de (inter)nationale oriëntatie van de handel en daarmee goederenstromen van Rotterdam naar het Europese achterland en in verbinding met Amsterdam en Schiphol en richting het zuiden naar Antwerpen. Nadere uitwerking Goederenvervoer bekijken we integraal in samenhang met onze klimaatambities, ruimtelijke vraagstukken, verkeersveiligheid, een gezonde en inclusieve samenleving, innovatie en de energietransitie. Verstedelijkings- en woningbouwopgave, het behoud van de groene buitenruimte, in combinatie met het accommoderen van ruimte voor efficiënt goederenvervoer vragen daarbij een goede afweging waarbij het vervoer van gevaarlijke stoffen speciale aandacht vraagt. Mobiliteitstransitie Wat wil de provincie bereiken? We zien een mobiliteitstransitie plaatsvinden in Zuid-Holland. De provincie wil die -samen met anderen - met slimme oplossingen ondersteunen. In Zuid-Holland wonen veel mensen in een stad en dat worden er steeds meer. Door de hoge bouwdichtheid en nabijheid van voorzieningen (waaronder OV) hebben mensen die wonen in de stad vaak een andere mobiliteitsbehoefte dan mensen in landelijk gebied. Ook op het gebied van goederen vindt een transitie plaats. De provincie wil dat iedereen in Zuid-Holland op een snelle, makkelijke en duurzame manier kan reizen of goederen transporteren. Aanleiding Zuid-Holland is de dichtstbevolkte provincie van Nederland en groeit flink de komende 20 jaar. Het leeuwendeel van die mensen wil wonen en werken in steden. Deze verdere verstedelijking biedt kansen voor de (economische) ontwikkeling van de regio, maar geeft ook een enorme opgave voor de bereikbaarheid en leefbaarheid. Niet alleen voor deze stedelijke gebieden, maar ook voor het landelijk gebied staat de bereikbaarheid onder druk. Motivering Provinciaal Belang De provincie streeft naar sterke dorpen en steden en daarmee naar een levendige meerkernige metropool, waarbij samenhang tussen de economische ontwikkeling, de bereikbaarheid en de ruimtelijke vraagstukken van groot belang zijn. Daarnaast vragen klimaat doelstellingen om een mobiliteitstransitie. Nadere uitwerking Rijk en regio werken samen in het programma Mobiliteit en Verstedelijking (MoVe). Hierbij worden maatregelen voor bereikbaarheid in samenhang met de gewenste verstedelijking ontwikkeld voor de korte en lange termijn. De provincie werkt hier aan mee vanuit het bereikbaarheids- en verstedelijkingsperspectief. De provincie streeft naar een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied en een betere benutting van de bebouwde ruimte (Beleidskeuze verstedelijking). Bereikbaarheid is daarbij een belangrijke voorwaarde voor de verdere ontwikkeling en verdichting van bestaande woon- en werkgebieden. Om de druk op de autowegen te verminderen, is het van belang dat wonen en werken zoveel mogelijk plaatsvindt nabij hoofdwaardig openbaar vervoer (HOV) en juist daar de hoogste dichtheden in de nabijheid van voorzieningen worden gerealiseerd. Meer mensen kunnen dan gebruik maken van het openbaar vervoer. In combinatie met lopen en de fiets, biedt dit optimale keuzevrijheid tussen de modaliteiten lopen, fietsen, OV en auto. Slimmere mobiliteit door digitalisering en nieuwe technologie Wat wil de provincie bereiken? De provincie streeft naar slimmere mobiliteit door inzet op digitalisering en nieuwe technologie. We richten de infrastructuur in om smart oplossingen te faciliteren, brengen onze mobiliteitsdata op orde (digitalisering) en gaan aan de slag met die data ten behoeve van modellering en artificieel intelligence (AI) ter ondersteuning van onze bedientaken. Daarnaast zetten we in op een verantwoorde introductie van semi autonome voer- en/of vaartuigen. Aanleiding Om ook in de toekomst grip op mobiliteit en op verbetering van de kwaliteit in de openbare ruimte houden, wil de provincie samen met partners de kansen blijven benutten die nieuwe informatie- en communicatietechnologieën ons bieden. Met de juiste digitale middelen en innovatieve ICT-oplossingen voor mobiliteit creëren we inzicht in de keuzemogelijkheden en verleiden we (logistieke) (vaar)weggebruikers om schonere en slimmere verplaatsingskeuzes te maken. Zo kunnen we efficiënter gebruik maken van de beschikbare ruimte. Motivering Provinciaal Belang Slim gebruik van mobiliteit kan de huidige voetafdruk van infrastructuur in de beschikbare ruimte in Zuid- Holland verkleinen en tegelijkertijd de doorstroming verbeteren. Smart mobility draagt bij om meer ruimte en leefbaarheid in Zuid-Holland te creëren. De provincie heeft vanwege haar positie als wegbeheerder een belangrijke aanjagende en faciliterende rol in het versnellen van de transitie in mobiliteitskeuzes. Het provinciaal areaal (wegen en vaarwegen) is een belangrijke schakel in de totaal beschikbare infrastructuur in Zuid-Holland. Vanuit onze infrastructuur moeten we nauw samenwerken met andere wegbeheerders in Nederland én daarbuiten. Onze wegen sluiten immers letterlijk op elkaar aan. Het is onze ambitie om samen problemen aan te pakken, keuzes te maken en kansen te verzilveren om innovaties duurzaam toe te passen. Nadere uitwerking De stip op de horizon is een veilig, slim en duurzaam verkeers- en vervoersysteem waarvan de delen naadloos op elkaar aansluiten en elkaar versterken. Hieraan kan het vervoer een belangrijke bijdrage leveren doordat (logistieke) (vaar)weggebruikers beschikken over voorspellende en actuele informatie over de verkeerssituatie, de rij of vaartaak meer en meer wordt geautomatiseerd en voertuigen communiceren met elkaar, de infrastructuur en andere verkeersdeelnemers en direct op deze informatie kunnen anticiperen. Hierdoor wordt het voor reizigers en vervoerders eenvoudiger om verschillende vervoersmiddelen of laadruimte te delen, routes te rijden die slim inspelen op de omstandigheden, veilig door het verkeer te bewegen met digitale ondersteuning en niet onnodig voor een verassing te komen staan. Deze ontwikkeling speelt zich af in de volle breedte van het mobiliteitssysteem. De uitkomst: gebruikers maken schonere en slimmere verplaatsingskeuzes. Stimuleren bewuste keuze in mobiliteitsgedrag Wat wil de provincie bereiken? De provincie stimuleert reizigers om efficiënte, veilige en duurzame keuzes te maken. Dit doen we samen met andere infrastructuurbeheerders en hun opdrachtgevers in Zuid-Holland en met grote bedrijven, vervoerders, brancheorganisaties, belangenverenigingen en lokale overheden. Het doel is om effectief en efficiënt samen om te gaan met hinder van werkzaamheden en om een duurzame gedragsverandering te bereiken. Er wordt ingezet op gezamenlijke en samenhangende programmering van werkzaamheden, verkeersmanagement, mobiliteitsmanagement en gebiedsaanpakken. Aanleiding In delen van Zuid-Holland, met name in de spits, maar ook bij wegwerkzaamheden zien we dat als reizigers massaal dezelfde keuze maken er files ontstaan. Ook het openbaar vervoer raakt overvol in de spitsuren. In combinatie met groei van inwoners en bedrijvigheid, is het vanuit leefbaarheid, klimaat en ruimte (fysieke inpassing modaliteiten) belangrijk dat er slimmer gebruik gemaakt wordt van alle manieren van vervoer zoals lopen, fietsen, OV en auto. Maatregelen als flexibele werktijden, thuiswerken en op alternatieve locaties werken zijn eveneens van belang. Het gaat om minder en/of anders reizen en vervoeren. Mobiliteitsgedrag is ook een belangrijke sleutel in de reductie van verkeersemissies. Door niet of minder te reizen en door voor de schoonste vorm te kiezen, verduurzamen we ons reisgedrag en verminderen we de uitstoot van verkeersemissies. Motivering Provinciaal Belang De bereikbaarheidspositie van Zuid-Holland staat onder druk. Economische groei, een groeiende bevolking en een trek naar de stad zorgen voor toenemende drukte op de bestaande infrastructuur en in het OV en zorgt voor druk op het klimaat en op de leefomgeving. Tegelijkertijd staat de bereikbaarheid van de landelijke gebieden onder druk. De provincie wil dat iedereen in Zuid-Holland op een duurzame, snelle en makkelijke manier kan reizen, waarbij voorspelbaarheid en betrouwbaarheid van de reistijd belangrijk is. Ook wil de provincie in het kader van het Klimaatakkoord en het Schone Luchtakkoord bijdragen aan de reductie van CO2, stikstofdioxide en fijn stof. Nadere uitwerking Het doel van mobiliteitsmanagement is duurzame gedragsverandering teweegbrengen bij verkeersdeelnemers op dusdanige wijze dat de bereikbaarheid daardoor verbetert en verkeersemissies gereduceerd worden. Gebiedsaanpakken hebben tot doel per gebied te komen tot een integraal pakket aan maatregelen gericht op het beperken van de hinder van projecten, het verbeteren van de bereikbaarheid in een gebied en het stimuleren van mobiliteitstransitie. Ook worden werkzaamheden die hinder kunnen veroorzaken in samenhang geprogrammeerd en uitgevoerd zodat de hinder voor de gebruiker en de omgeving acceptabel is. Met verkeersmanagement wordt ingezet op het voorkomen en oplossen van hinder bijvoorbeeld door middel van informatievoorziening en alternatieve routes. Vaker en verder fietsen Wat wil de provincie bereiken? Inwoners en bezoekers maken vaker gebruik van de fiets en leggen langere afstanden met de (elektrische) fiets af, zowel in het dagelijks gebruik als voor recreatieve ritten. We stimuleren gemeenten om hun leefomgeving zo fiets- en wandelvriendelijk in te richten. We zetten in op het verbeteren en aanleggen van veilige fiets- en wandelpaden en snelfietsroutes en hebben oog voor de landschappelijke inpassing en ketenvoorzieningen. Van alle fietsroutes in Zuid-Holland geven we prioriteit aan behoud en verbetering van het provinciaal hoofdfietsnet. Dit bevat de belangrijkste utilitaire en recreatieve fietsroutes. Aanleiding Zuid-Holland is koploper van alle provincies met 5500 kilometer fietspad. We zijn ook de provincie met de hoogste dichtheid aan fietspaden. Alle ruimte dus voor de fiets! Zo’n 30% van alle reizen in Zuid-Holland, korter dan 15 kilometer, wordt op de fiets gemaakt. Het fietsgebruik neemt toe, vooral in de steden. Mensen kiezen dus vaker voor de fiets. Daarnaast zien we nog een trend. Inmiddels worden er meer E-bikes verkocht dan ‘gewone’ fietsen. E-bikes worden niet alleen gebruikt voor recreatieve tochten, maar steeds meer in woon-werkverkeer en op weg naar scholen en universiteiten. Met de E-bike kunnen afstanden tot 15 kilometer makkelijker afgelegd worden. Daarmee wordt de fiets voor veel mensen een volwaardig alternatief voor OV en auto. Motivering Provinciaal Belang De fiets heeft een aanzienlijk aandeel in de bereikbaarheid van Zuid-Holland. Interlokale fietsverbindingen, provincie brede beleidsvorming, fietsroutes in provinciaal beheer en planologische ontwikkeling vragen om een visie op de fiets als onderdeel van het mobiliteits- en ruimtelijk beleid van Zuid-Holland. Nadere uitwerking De toename van het fietsverkeer en de ontwikkeling van brede bakfietsen en snellere e-bikes en speed-pedelecs vragen om ontwikkeling van fietsroutes die bijdragen aan de mobiliteitsvraag en deze op een directe, aantrekkelijke wijze faciliteren. Beleidsdoel 2-2 Beheer en onderhoud: op orde en duurzaam 2-2 Beheer en onderhoud: op orde en duurzaam We zorgen voor een vlotte en veilige afwikkeling van het verkeer in Zuid-Holland vanuit de wettelijke plicht ons areaal, provinciale wegen en vaarwegen te beheren en te onderhouden. Goed functionerende en beschikbare infrastructuur is van groot belang voor de bereikbaarheid van de provincie Zuid-Holland. Hiervoor moet de kwaliteit van de infrastructuur technisch en functioneel op orde zijn. Beheer en onderhoud moet zo efficiënt en duurzaam mogelijk plaatsvinden, met zo min mogelijk last voor de weggebruiker en omgeving. Twee zaken zijn nodig om dit beleidsdoel te behalen: Een goed functionerende provinciale infrastructuur Een toekomstbestendige infrastructuur Als het haalbaar en betaalbaar is, schalen wij succesvolle pilots op met circulair bouwen en CO2-neutraal beheer en onderhoud. We zorgen er de komende vier jaar voor dat dit standaard wordt bij aanleg, beheer en onderhoud om een toekomstbestendige infrastructuur te maken. Ook kijken we naar innovatieve, digitale oplossingen die kunnen bijdragen aan het goed functioneren van de provinciale infrastructuur. Innovatieve partnerships bij aanbestedingen worden verder verkend. Succesvolle ontwikkelingen uit pilots voor minder voertuigverliesuren en CO2-reductie schalen we waar mogelijk en betaalbaar op. Daarbij is de betrouwbaarheid van dergelijke innovatieve oplossingen van groot belang. Beleidskeuzes van 2-2 Beheer en onderhoud: op orde en duurzaam Goed functionerende provinciale infrastructuur Wat wil de provincie bereiken? De provincie zorgt voor een vlotte en veilige afwikkeling van het verkeer in Zuid-Holland en voor een zo efficiënt en duurzaam mogelijk onderhoud van de provinciale infrastructuur. We onderhouden onze wegen, fietspaden, vaarwegen, bruggen en sluizen met zo min mogelijk last voor gebruiker en omgeving. Aanleiding De provincie heeft een wettelijke taak om haar infrastructuur op orde te houden. Daarbij is onze ambitie om aanleg, beheer en onderhoud van infrastructuur zo efficiënt mogelijk te laten plaatsvinden, zodat de infrastructuur maximaal beschikbaar is. We beperken hinder voor de omgeving en de gebruikers zo veel mogelijk en verbeteren de omgevingskwaliteit indien mogelijk. Motivering Provinciaal Belang De provincie is conform de Wegenwet, de Wegenverkeerswet en de Scheepvaartverkeerswet wettelijk verantwoordelijk voor haar eigen infrastructuur (en alle bijbehorende inrichting); hieronder vallen provinciale wegen, vaarwegen, fietspaden, bruggen en sluizen. Nadere uitwerking We voeren ons beheer, toezicht, bediening en onderhoud uit op basis van ons assetmanagementsysteem (gebaseerd op de internationale assetmanagementstandaard NEN-ISO 55001). Onze assets zijn de wegen, vaarwegen, groen, vaste kunstwerken (bruggen), beweegbare kunstwerken (bruggen en sluizen) en het dynamisch verkeersmanagement. We voeren dagelijkse beheer- en onderhoudswerkzaamheden (DBO) uit om onze assets technisch in stand te houden, de veiligheid te bewaken en de doorstroming te waarborgen. We bedienen onze bruggen en sluizen vanuit centrale bedieningslocaties. De provincie verzorgt ook voor een aantal andere beheerders (zoals gemeenten, Rijkswaterstaat, ProRail) de bediening op afstand en het technisch beheer van bruggen over cruciale vaar- en wegroutes. Het planmatig onderhoud (PO) aan de provinciale wegen en vaarwegen wordt uitgevoerd op een conditie-gestuurde, integrale en trajectgerichte manier. Zo blijft de infrastructuur optimaal functioneren tegen de laagste kosten, met overwogen, aanvaardbare risico's. De ambitie om dit op een duurzame wijze te doen is geformuleerd in de beleidskeuze toekomstbestendige infrastructuur. In praktijk zullen beide beleidskeuzes nauw met elkaar verweven zijn. Toekomstbestendige infrastructuur Wat wil de provincie bereiken? De provincie werkt aan duurzame en toekomstbestendige infrastructuur ten behoeve van bereikbaarheid en veiligheid. Daarnaast dragen we bij aan het behalen van andere maatschappelijke opgaven en doelstellingen, zoals energie transitie, CO2-reductie, circulariteit, klimaat adaptatie en biodiversiteit. Hoe gaan we dat bereiken?Door stapsgewijs te blijven verbeteren (via monitoring en evaluatie) en maatregelen uit te voeren in aanleg, beheer en onderhoud die bijdragen aan de mobiliteit en de maatschappelijke opgaven, willen we: 1. De CO2-uitstoot verlagen 2. Vrijkomende materialen beter benutten 3. Minder primaire grondstoffen gebruiken 4. Minder energie verbruiken en meer duurzame energie opwekken 5. Leefgebied creëren voor lokale flora en fauna rond (vaar)wegen 6. Ecologische verbindingen in stand houden 7. Klimaatbestendige infrastructuur creëren Aanleiding Diverse maatschappelijke opgaven(zoals klimaatverandering, groei van het autoverkeer en uitputting van natuurlijke hulpbronnen) hebben een relatie met de provinciale infrastructuur. Bij ondertekening van akkoorden om de maatschappelijk opgaven aan te pakken (zoals o.a. het Klimaatakkoord en Grondstoffen akkoord) wordt onderschreven dat (provinciale) infrastructuur een rol heeft in de aanpak. Met de ondertekening van de Green Deal Duurzaam GWW (Grond- Weg- en Waterbouw) 2.0 is ook met de sector afgesproken dat we deze opgaves gaan oppakken door duurzamer en slimmer te werken. Daarom zal het werk aan de provinciale infrastructuur zo worden uitgevoerd dat het bijdraagt aan het behalen van ambities. Motivering Provinciaal Belang De provincie is wettelijk verantwoordelijk voor het in stand houden van een robuuste provinciale infrastructuur. Door tijdig in te spelen op ontwikkelingen kan de beschikbaarheid van de infrastructuur tegen aanvaarbare maatschappelijke kosten gegarandeerd worden. Aanvullend draagt duurzamere en slimmere provinciale infrastructuur bij aan andere maatschappelijke opgaven waar de provincie een belang bij heeft en doelstellingen voor heeft geformuleerd. Nadere uitwerking 1. Deze beleidskeuze gaat over de infrastructuur die de provincie beheert en aanlegt. Door deze slimmer te onderhouden kan de provincie het goede voorbeeld geven aan andere (vaar)wegbeheerders in de provincie en samen met hen werken aan opgaven. De thema’s en doelen waaraan gewerkt wordt zijn: verminderen van de CO2-uitstoot, bijdragen aan de energietransitie (door energie te besparen en op te wekken), de circulaire economie, versterking van de biodiversiteit, geluids- en omgevingshinder, digitalisering en klimaat adaptatie. Deze lijst is niet uitputtend en bij nieuwe maatschappelijke opgaven zal gekeken worden wat de impact hiervan is en hoe er effectief mee omgegaan kan worden 2. Deze beleidskeuze heeft relaties met o.a. compleet mobiliteitsnetwerk, duurzame mobiliteit, provinciale infrastructuur op orde en verbeterd en optimaal benut netwerk infrastructuur. Door afstemming tussen deze onderwerpen en het inspelen op ontwikkelingen kan het beheer en onderhoud zoveel mogelijk aan laten sluiten bij de bijbehorende netwerkvisie. Er zal ingezet worden op onderzoek en ontwikkelen van methodes en samenwerkingen met andere wegbeheerders om beter in te spelen op ontwikkelingen. Indien de thema’s onderling conflicten veroorzaken zullen we hierin bewuste keuzes maken op basis van kosten en de maatschappelijke impact. 3. Om een toekomstbestendige infrastructuur te bereiken worden de verschillende doelen opgenomen binnen het assetmanagement. Om te bepalen of maatregelen nodig zijn en/of effect hebben zullen monitoringsprogramma’s opgezet worden. Met die informatie kan bij de scope-bepaling van projecten en in het ontwerp rekening gehouden worden met de verschillende aspecten die de infrastructuur toekomstbestendig maken en maatregelen worden bepaald. Maatregelen zullen bepaald worden op basis van levenscyclus en maatschappelijke kosten. Bij de uitwerking van de maatregelen zal in samenwerking met marktpartijen gekeken worden hoe maatregelen duurzaam uitgevoerd kunnen worden. Er worden duurzame materialen voorgeschreven en aanbestedingen ingericht met bijvoorbeeld gunningscriteria zodat marktpartijen beloond worden die werken duurzaam uitvoeren. Door deze aanpak kan de provincie haar eigen doelen halen en draagt de provincie bij aan de verduurzaming van de GWW sector. Ten slotte zijn voor de ontwikkeling van technieken om de doelen te behalen, locaties nodig om nieuwe technieken in de praktijk te testen. De provincie stelt locaties beschikbaar om pilots met innovaties uit te voeren. Beleidsdoel 2-3 Veilig en duurzaam 2-3 Veilig en duurzaam Mobiliteit heeft effect op de kwaliteit van de leefomgeving. Op allerlei manieren werkt de provincie daarom al aan duurzame en veilige mobiliteit. Hiermee willen we bereiken dat mobiliteit een bijdrage levert aan maatschappelijk relevante opgaven als klimaatadaptatie, energietransitie, circulaire economie en een gezonde en veilige samenleving. De dalende trend in het aantal dodelijke verkeersslachtoffers is tot stilstand gekomen en het aantal ernstig gewonden in het verkeer stijgt. Wij vinden dat elk verkeersslachtoffer er één te veel is. De provincie Zuid-Holland omarmt de landelijke en regionale doelstelling om te streven naar nul verkeersslachtoffers. Specifiek op provinciaal niveau is er aandacht nodig voor verkeersveiligheid op N-wegen en andere wegen buiten de bebouwde kom. Wij willen het aantal verkeersslachtoffers drastisch verlagen. Duurzame mobiliteit kan ook leiden tot schonere mobiliteit (minder uitstoot van stikstof en fijnstof, minder geluidshinder). De opkomst van waterstof biedt kansen om het ov verder te verduurzamen. Regionaal openbaar vervoer met lage of zero emissies draagt bij aan gezondheid en CO2-reductie. Beleidskeuzes van 2-3 Veilig en duurzaam Duurzame mobiliteit Wat wil de provincie bereiken? Duurzame mobiliteit draagt bij aan de gezondheid van onze inwoners en aan leefbare steden en dorpen. De provincie werkt de komende jaren aan mobiliteit die voor minder of geen uitstoot van verkeersemissies zoals CO2, stikstofdioxide en fijn stof zorgt. Hiervoor zet de provincie samen met andere partijen in op de overgang naar Zero Emissie personen- en goederenvervoer over weg en water. Daarnaast zetten we in op bewuste keuzes in mobiliteitsgedrag omdat dit naast Zero Emissie vervoer ook bijdraagt aan het reduceren van verkeersemissies. Aanleiding De verbranding van fossiele brandstoffen brengt veel CO2, stikstofdioxide en fijn stof in de atmosfeer en de beschikbaarheid van deze brandstoffen is eindig. Ook creëert het gebruik van fossiele brandstoffen een internationale afhankelijkheid. Mobiliteit heeft effect op het klimaat en effect op de kwaliteit van de leefomgeving. Auto’s, bestelbusjes, vrachtwagens, binnenvaartschepen, treinen en bussen en de aanleg van infrastructuur hebben allemaal een aandeel in de totale uitstoot van emissies. Daarom werkt de provincie op allerlei manieren aan duurzame mobiliteit. Hiermee wil de provincie een bijdrage leveren aan het reduceren van verkeersemissies en aan het verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving. Motivering Provinciaal Belang Het Klimaatakkoord en het Schone Luchtakkoord bevatten een groot aantal maatregelen om verkeersemissies te reduceren. Gemeenten en provincies zijn verantwoordelijk voor de implementatie en uitvoering van een deel van deze maatregelen. Met deze beleidskeuze geeft de provincie uitvoering aan de mobiliteitsafspraken uit het nationaal Klimaatakkoord en het Schone Luchtakkoord, waaronder het Bestuursakkoord Zero Emissie regionaal openbaar vervoer per bus. Nadere uitwerking Parallel aan een gedragsverandering in onze personenmobiliteit die moet leiden tot minder kilometers, meer deelauto’s, meer fietsen en OV, is het nodig dat er een transitie plaatsvindt naar zo min mogelijk fossiele brandstoffen in het vervoer. Naast de maatregelen uit het Klimaatakkoord en het Schone Luchtakkoord hebben regio’s nog diverse andere mogelijkheden om de uitstoot van verkeersemissies te reduceren, zoals de ontwikkeling van fietsinfrastructuur om de fiets aantrekkelijker te maken en slimme verstedelijkingsstrategieën om het aantal gereisde (auto)kilometers te verminderen. Bij het verduurzamen van mobiliteit kan het gedachtegoed van de trias mobilica worden gebruikt. Dit betekent dat bij het kiezen van mobiliteitsmaatregelen eerst wordt gekeken naar de duurzaamste vorm (minder reizen), dan naar het veranderen van mobiliteit (naar een meer duurzame vorm) en tot slot naar het verduurzamen van bestaande mobiliteiten (naar zero emissie voertuigen). Veiliger verkeer Wat wil de provincie bereiken? Voor Zuid-Holland is ieder verkeersslachtoffer er één te veel. Om die reden omarmt de provincie de landelijke ambitie van nul verkeersslachtoffers in 2050. Onze eerste stap is om de stijging van het aantal doden en ernstig gewonden de komende jaren om te buigen in een daling: we streven elk jaar naar minder verkeersslachtoffers. De provincie werkt daar hard aan met andere regionale partners: Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH), gemeenten, waterschappen, Regionaal Ondersteuningsbureau Verkeersveiligheid Zuid-Holland (ROV-ZH) en politie. Dat doen wij op drie terreinen: infrastructuur, educatie en handhaving. Aanleiding Na een jarenlange gestage daling, stijgen de aantallen verkeersslachtoffers sinds 2014 weer. Het wordt onveiliger op de weg. Ook in Zuid-Holland. Alle partijen moeten een tandje bijzetten: het aantal doden en gewonden moet omlaag. Motivering Provinciaal Belang Voor Zuid-Holland is ieder verkeersslachtoffer er één te veel. Nadere uitwerking Gezien de stijgende onveiligheid moeten we de komende jaren een tandje bijzetten. Zuid-Holland wil samen met het Rijk, de Metropoolregio Rotterdam Den Haag, onze zes regio’s, de gemeenten, de waterschappen, het Regionaal Ondersteuningsbureau Verkeersveiligheid en andere partners het verkeer in onze provincie weer veiliger maken. Deze gezamenlijke, vernieuwde aanpak van de overheid ligt vast in het landelijke ‘Strategisch Plan Verkeersveiligheid 2030’. Het einddoel van dat ‘SPV 2030’ is helder: nul verkeersslachtoffers in 2050. Geen doden meer. En geen (ernstig) gewonden meer. Ook niet in Zuid-Holland. Een nieuw element in het beleid voor veiliger verkeer is de risicogestuurde aanpak. Wegbeheerders brengen eerst de grootste risico’s op hun wegen in kaart en zoeken vervolgens de meest effectieve maatregelen om ongevallen te voorkomen. Het gaat daarbij om preventieve maatregelen vooraf in plaats van reactieve maatregelen achteraf. Daarbij is het van belang dat alle landelijke en regionale partijen voldoende goede data verzamelen, zodat we kunnen volgen of de maatregelen die we treffen voor veiliger verkeer hun vruchten afwerpen. Beleidsdoel 3-1 Schone en duurzame elektriciteitsvoorziening 3-1 Schone en duurzame elektriciteitsvoorziening Het zorgvuldig benutten van onze beschikbare fysieke ruimte heeft onze volle aandacht. Wij vinden het van belang dat voor het opwekken van duurzame energie in eerste instantie de gebouwen goed worden benut. Participatie is van groot belang bij de ontwikkeling en uitvoering van onze ambities. In de Regionale Energiestrategieën geven we daar met onze partners invulling aan en wij ondersteunen lokale initiatieven om de energietransitie vorm te geven. Ook lokaal eigendom van opwekinstallaties is van belang om lokaal te kunnen benutten wat daar wordt opgewekt. Ons doel: een stabiel en slim energiesysteem dat betaalbare, schone energie levert voor iedereen. Beleidskeuzes van 3-1 Schone en duurzame elektriciteitsvoorziening Bevorderen energietransitie Wat wil de provincie bereiken? De uitstoot van het broeikasgassen willen we in 2030 hebben teruggedrongen met 49% van de uitstoot in 1990 en in 2050 naar 5% van de uitstoot die we in 1990 hadden. Dit alles is er op gericht om de klimaatverandering tot stilstand te brengen en de stijging van de zeespiegel te beperken en niet in de laatste plaats om het effect in Zuid-Holland met de kwetsbare ligging te beperken. De beste manier om het gebruik van fossiele bronnen terug te dringen, is het goed en slim inzetten van de trias energetica. Op de eerste plaats door besparen. Op de tweede plaats hernieuwbare bronnen benutten. Op de derde plaats onvermijdbare koolstofbronnen zó gebruiken zodat ze tot een zo min mogelijk CO2-uitstoot leiden. Wij zien hierin niet een harde volgtijdelijkheid, maar een bewuste en slimme keuze. Om een substantiële verhoging van het aandeel duurzame energie in 2020 in Zuid-Holland te realiseren wordt rekening gehouden met de (omgevings)kenmerken van Zuid-Holland, zoals relatief veel industrie, en weinig onbebouwde ruimte. Wij hebben hierbij aandacht voor (kosten)efficiëntie en kwaliteit. De provincie werkt op een integrale manier aan het bevorderen van de energietransitie, waarbij alle 5 onderdelen van het Klimaatakkoord de aandacht hebben. Vijf hoofdthema’s zijn van belang: warmte, wind, zon, energie-efficiëntie en mobiliteit. Daarbij sluiten we op voorhand geen CO2-neutrale technieken uit. Samenwerking in de energietransitie vinden we van belang. We zijn partner in de zeven Regionale Energie Strategieën in Zuid-Holland, we nemen hieraan deel vanuit onze provinciale verantwoordelijkheid. In de RES werken overheden met maatschappelijke partners, netbeheerders (voor gas, elektriciteit en warmte), het bedrijfsleven en waar mogelijk bewoners regionaal gedragen keuzes uit. Dit doen zij voor de opwekking van duurzame elektriciteit (35 TWh), de warmtetransitie in de gebouwde omgeving (van fossiele naar duurzame bronnen) en de daarvoor benodigde opslag- en energie-infrastructuur. Hiernaast ondersteunen we lokale initiatieven in de energietransitie en vinden we het van belang dat iedereen kan bijdragen aan de energietransitie. Participatie We vinden het belangrijk om onze besluitvorming op een open en transparante manier vorm te geven. We willen ons beleid en onze plannen verrijken door zoveel mogelijk verschillende perspectieven van Zuid-Hollandse gemeenten, bedrijven, maatschappelijke organisaties en inwoners daarin mee te nemen. Daarom hechten we waarde aan een goed participatieproces, voorafgaande aan een besluit over nieuw beleid of een project. Een goed en afgestemd participatieplan is de basis van een goed participatieproces. Wij hebben een aantal uitgangspunten geformuleerd (samengevat in de ‘4D’s’), die we graag terug zien komen in elk participatieplan en -proces. DOELEN In het participatieplan wordt vooraf beschreven welke doelen wordt nagestreefd en wat dat betekent voor de organisatie van participatie-momenten. DIALOOG Het gesprek is met een open houding aangegaan, waarbij ruimte is voor zowel argumenten als emoties. DIVERSITEIT Een zo breed mogelijke groep mensen en belangen wordt vertegenwoordigd in het participatieproces. DOORWERKING Aan het begin van het participatieproces wordt duidelijk gemaakt aan burgers wat de ruimte is voor invloed. Achteraf wordt gecommuniceerd wat voor invloed de inbreng in het participatieproces al dan niet heeft gehad op het besluit. Draagvlak Ruimtelijke projecten, zoals energieprojecten, kunnen een aanzienlijke impact hebben op onze leefomgeving. We streven ernaar projecten te realiseren met zoveel mogelijk maatschappelijk draagvlak. We realiseren ons dat draagvlak dynamisch is en we daar beperkt invloed op hebben – hoewel we daar zoveel mogelijk aan werken door in te zetten op een goed participatieproces en het stimuleren van lokaal eigendom en andere vormen van financiële participatie.We willen bij besluitvorming over energieprojecten het (ingeschatte) draagvlak meewegen naast overwegingen als bijdrage aan de totale opgave, goede (landschappelijke) inpassing en de mogelijkheid om aan te sluiten op het elektriciteitsnetwerk. Aanleiding Het Klimaatakkoord hebben wij onderschreven en wordt met deze herziening verwerkt in de beleidskeuze in het provinciale Omgevingsbeleid. Motivering Provinciaal Belang Rijk en provincies hebben afspraken gemaakt in het Klimaatakkoord voor het realiseren van de nationale doelstellingen om de energietransitie te versnellen. Hier speelt ook het provinciaal belang vanwege de invloed op het leef- en vestigingsklimaat van de provincie. Nadere uitwerking De provincie wil de doelstellingen bereiken door in te zetten op windenergie, warmte, bodemenergie, biomassa, hydro- en zonne-energie. Vanwege de onderlinge relaties en de ruimtevraag is de provincie samen met haar partners op regionaal niveau regionale energiestrategieën aan het opstellen. Ook zet de provincie in op energietransitie en besparing bij industrie, gebouwde omgeving en mobiliteit. De provincie ziet urgentie voor de energietransitie en heeft hierin verschillende rollen (regulerende, presterend, samenwerkend en faciliterend) en verantwoordelijkheden (zoals een goede ruimtelijke ordening, vergunningverlening, toezicht en handhaving, aanbesteding van concessies openbaar vervoer. Vanuit deze rollen en de wens voor meervoudig ruimtegebruik zal de provincie in het ruimtelijk beleid zoveel mogelijk de kansen benutten om bij specifieke opgaven de mogelijkheden voor energietransitie en klimaatmitigatie benutten. In het omgevingsprogramma zijn de RES zoekgebieden zon en wind opgenomen. De provincie hecht bijzondere waarde aan een goed participatieproces en het meewegen van draagvlak bij de energietransitie. Lokaal eigendom Wat wil de provincie bereiken? Wij streven naar een percentage van minimaal 50% lokaal eigendom per project van (grootschalige) zon- en windprojecten. Daarmee willen wij lokaal zeggenschap over energieprojecten stimuleren en garanderen dat de omgeving voordelen ervaart van de opbrengsten van een energieproject. We willen hiermee uiteindelijk ook de acceptatie van energieprojecten vergroten. Naast Lokaal Eigendom (mede-eigenaarschap) kennen we andere vormen van financiële participatie. De initiatiefnemer van een project (private ontwikkelaar óf lokale partijen) zijn verantwoordelijk voor een gesprek met de omgeving om tot afspraken over de inzet van deze vormen van financiële participatie te komen. Aanleiding Het aantal lokale initiatieven voor het opwekken van duurzame energie blijft toenemen. In de provincie Zuid-Holland is onbebouwde ruimte waardevol. Zorgvuldig omgaan met deze schaarse ruimte is daarom uitgangspunt van beleid. Een aspect van deze zorgvuldigheid is het streven naar lokaal draagvlak en de mogelijkheid om lokaal deel te nemen aan een project. Via lokaal eigendom wordt zeggenschap gecreëerd over de locatie, omvang, inrichting en exploitatie van zon- en windprojecten. Motivering Provinciaal Belang De provincie werkt mee aan Europese en nationale energiedoelen om de CO2-uitstoot te verminderen en het energieverbruik te reduceren. Zonne- en windenergie zijn duurzame energiebronnen waar de provincie op inzet om dit doel te bereiken. Daarnaast heeft de provincie een bovenregionale rol in het ruimtelijke domein en participeert zij in de Regionale Energie strategieën (RES’en). Vanuit deze rollen legt de provincie haar beleid voor lokaal eigendom van zonne- en windenergie vast in de omgevingsvisie. Nadere uitwerking De provincie streeft ernaar dat in grootschalige energieprojecten (windprojecten en zonneprojecten vanaf 15kWp) in Zuid-Holland minimaal 50% van het eigendom van de productie belegd wordt bij lokale omgeving. Dat kan gaan om inwoners, lokale overheden en lokale bedrijven (al dan niet verenigd in een energiecoöperatie). Per project wordt in het participatieplan (in samenspraak met de omgeving) vastgelegd wie wordt verstaan onder de lokale omgeving. De provincie verwacht dat een initiatiefnemer streeft naar minimaal 50% lokaal eigendom van een project en laat zien hoe daaraan is gewerkt door het opstellen en uitvoeren van een participatieplan. Doorgaans zijn wij vanuit onze rol als bevoegd gezag of vanuit de verantwoordelijkheid voor goede ruimtelijke ordening betrokken bij een initiatief voor de ontwikkeling van (een) windturbine(
- s)of een zonneveld. In dat geval is er een initiatiefnemer die wij vragen om vroegtijdig met de lokale omgeving een participatietraject aan te gaan om zo een goed beeld te krijgen van de wensen van de lokale partijen. Financiële participatie Financiële participatie van de omgeving kan op verschillende manieren worden bereikt, we onderscheiden 4 vormen: Mede-eigenaarschap Omwonenden profiteren mee als mede-eigenaar van een wind- of zonneproject, via een vereniging of (energie)coöperatie. Lokaal eigendom is mede-eigenaarschap (risicodragend, mét zeggenschap) voor de lokale omgeving van een energieproject. Financiële deelneming Omwonenden nemen risicodragend deel aan een project, bijvoorbeeld door aandelen, certificaten of obligaties Omgevingsfonds Een deel van de opbrengsten komt ten goede aan maatschappelijke doelen in de buurt, zoals een sportclub of wijkvereniging Omwonendenregeling Met een omwonendenregeling ontvangen mensen die in de directe omgeving wonen een voordeel. Bijvoorbeeld met korting op stroom afkomstig uit het project, een financiële compensatie of door investeringen in het verduurzamen van hun woning. Wij streven - in lijn met het Klimaatakkoord - naar 50% lokaal eigendom van de productie van wind- en zonne-energie op land in 2030 en dat hierbij in een gebied door de partijen gelijkwaardig wordt samengewerkt in de ontwikkeling, bouw en exploitatie van een energieproject. Dit is de eerstgenoemde van bovenstaande vormen van financiële participatie. Welke vorm(
- en)per project in welke mate worden gebruikt zal variëren en is de uitkomst van het gesprek met de omgeving. Het kan in bepaalde gevallen voorkomen dat de lokale omgeving afziet van de mogelijkheid voor lokaal eigendom. Verantwoordingsplicht voor een zorgvuldige afweging De initiatiefnemer dient bij de vergunningaanvraag aan te tonen dat er een passend traject is geweest van communicatie en participatie. In het communicatie- en participatieverslag wordt door de initiatiefnemer weergegeven wat er is georganiseerd, wat de reacties waren van omwonenden en andere belanghebbenden en hoe de initiatiefnemer daarmee is omgegaan. De initiatiefnemer geeft in het participatieverslag een toelichting en verantwoording tot welk afspraken over de hierboven genoemde vormen van financiële participatie dit heeft geleid. De initiatiefnemer geeft inzicht welk financieel bod is gedaan, hoe belanghebbenden hebben gereageerd en tot welke vorm van financiële participatie is gekomen. De provincie legt verantwoording af door rapportage over de inspraak bij de besluitvorming over de omgevingsvergunning. Koppelen andere provinciale opgaven De ontwikkeling van lokaal eigendom raakt aan de regels voor duurzame opwek met zonne- en windenergie en daarmee ook aan klimaat, biodiversiteit, circulariteit en participatie. Windenergie op land Wat wil de provincie bereiken? De provincie biedt ruimtelijk mogelijkheden voor windenergie. Rijk en provincies hebben hierover afspraken gemaakt in het Nationaal Energieakkoord (wat integraal is opgenomen in het Klimaatakkoord) uit 2019. Hiermee verbindt de provincie zich aan het realiseren van de internationale en nationale doelstellingen om de CO2-uitstoot te verminderen en het energieverbruik te reduceren. Windenergie is, naast o.a. zonne-energie en warmte, een van de duurzame energiebronnen waar de provincie op inzet om dit doel te bereiken. Provinciale Staten hebben in juni 2021 over de zeven RES-regio’s een besluit genomen en deze vastgesteld als strategische verkenning. Aanleiding Met het Rijk zijn afspraken gemaakt om te voorzien in 735,5 MW opgesteld vermogen op land. Hiervoor zijn ‘locaties windenergie’ aangewezen. De locaties zijn het resultaat van een afweging tussen eisen vanuit windenergie en voorwaarden vanuit landschap en ruimtelijke kwaliteit. Motivering Provinciaal Belang De Elektriciteitswet 1988 bepaalt dat voor windparken met een opgesteld vermogen tussen 5 en 100 MW de provincie bevoegd gezag is. Voor de omgevingsvergunning is de gemeente bevoegd gezag als sprake is van een vermogen dat minder bedraagt dan 5 MW. Boven de 5 MW zijn GS rechtstreeks bevoegd gezag. Gedeputeerde Staten kunnen ervoor kiezen deze bevoegdheid aan de gemeente over te laten als daardoor versnelling van de ontwikkeling wordt bereikt. In Zuid-Holland leggen GS de bevoegdheid bij de gemeente als voldoende verzekerd is dat de gemeente zich inzet voor de ontwikkeling van windenergie. Daarvoor worden overeenkomsten gesloten. Met name private partijen zijn aan zet voor initiatieven tot plaatsing van windturbines. Naast de bevoegdheid rond de omgevingsvergunning heeft de provincie uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening en zorgvuldig ruimtegebruik (ruimtelijke kwaliteit) een belang bij de afwegingen van (grotere) windturbines. Met het oog op de verwachte klimaatveranderingen en energieschaarste is het voorzien in een groter aandeel duurzame energie urgenter geworden. Het bieden van ruimtelijke mogelijkheden voor windenergie is daarbij van groot belang. Voor kleinere windturbines wordt meer ruimte geboden vanwege het feit dat deze een lokaler effect hebben op de omgeving. Gemeenten zijn hier aan zet. Voor windturbines met een ashoogte tot 45 meter maakt de gemeente daarin haar afwegingen vanuit het lokale effect op de energieopwekking en ruimtelijke impact. Indien daarbij provinciale belangen rond landschap, cultuurhistorie, kroonjuwelen, ecologie en recreatie in het geding komen, zal de provincie daarover een zienswijze kunnen indienen. Vooroverleg hierover is daarom aan te bevelen. Nadere uitwerking Ruimtelijke uitgangspunten Mede door de omvang en invloed op de ruimtelijke kwaliteit en het landschap van grote windturbines is het van belang een zorgvuldige en bovenregionale afweging op provinciaal niveau te maken over de locatiekeuze. De provincie wil grote turbines geconcentreerd plaatsen in daarvoor geschikte gebieden en versnippering over de hele provincie voorkomen. De ruimtelijke uitgangspunten zijn daarbij dat windenergie passend is langs grootschalige infrastructuur (snelwegen), op grote bedrijventerreinen of op de grote scheidslijnen tussen land en water. Windturbines plaatsen we ‘daar waar het waait’ (denk aan kustgebieden), ‘daar waar energie gevraagd wordt’ (denk aan industrie) en ‘daar waar ze aan kunnen sluiten bij grote landschappelijke structuren’ (grootschalige overgangen land-water, grote lijnvormige (infra)structuren (havengebied)). De voorkeur wordt gegeven aan eenvoudige lijnopstellingen en clusters, in samenhang met en evenwijdig aan de betreffende infrastructuur en scheidslijnen. Bestaande opstellingen van grote windturbines kunnen ter plaatse worden vervangen en -binnen de in de verordening opgenomen voorwaarden- opgeschaald worden. Naast de grote windturbines is er in de provincie ruimte voor kleinere windturbines. Turbines met een as-hoogte tot 15 meter mogen binnen en buiten bestaand stads- en dorpsgebied worden geplaatst, mits rekening gehouden wordt met het omringende landschap en de cultuurhistorische, ecologische en recreatieve kwaliteiten. Voor windturbines met een as-hoogte tot 45 meter kan de gemeente daarin haar afwegingen maken vanuit het lokale effect op de energieopwekking en ruimtelijke impact. Indien daarbij provinciale belangen rond landschap, cultuurhistorie, kroonjuwelen, ecologie en recreatie in het geding komen, zal de provincie daarover een zienswijze kunnen indienen. Vooroverleg hierover is daarom aan te bevelen. Uitgangspunten windturbines naar ashoogte Grote windturbines (ashoogte is hoger dan 45 meter) Geconcentreerd plaatsen en voorkomen van versnippering Langs grootschalige infrastructuur (snelwegen, rivieren) Bij grootschalige bedrijvigheid (energievragers) Grootschalige scheidslijnen tussen land en water en grote landschappelijke structuren (daar waar het waait) Voorkeur voor enkelvoudige lijnopstellingen en clusters, in samenhang met en evenwijdig aan de betreffende infrastructuur en scheidslijnen Windturbines met een ashoogte tot 45 meter Binnen bestaand stads- en dorpsgebied Glastuinbouwgebied passend bij de lokale situatie Bedrijventerreinen Dit is ter beoordeling aan de gemeente. De provincie kan wel een zienswijze indienen, indien te weinig rekening is gehouden met het omringende landschap en de cultuurhistorische, ecologische en recreatieve kwaliteiten. Windturbines tot 15 meter ashoogte Kunnen overal, mits rekening gehouden met het omringende landschap en de cultuurhistorische, ecologische en recreatieve kwaliteiten. Dit is ter beoordeling aan de gemeente. De provincie kan wel een zienswijze indienen, indien te weinig rekening is gehouden met het omringende landschap en de cultuurhistorische, ecologische en recreatieve kwaliteiten. De aangewezen locaties zijn vastgelegd in de Omgevingsverordening op kaart 16. De locaties zijn het resultaat van een afweging tussen eisen vanuit windenergie en voorwaarden vanuit landschap en ruimtelijke kwaliteit. Mochten die om technische of andere redenen niet haalbaar zijn, dan moet het opnemen van nieuwe locaties worden overwogen. Daarvoor is dan aanpassing van de verordening nodig. Sloop en circulair Een bestemmingsplan dat plaatsing van windturbines en andere bouwwerken gericht op de opwekking van energie uit wind mogelijk maakt, verantwoordt in de toelichting de wijze waarop is verzekerd dat de windturbines na afloop van het daadwerkelijke gebruik worden gesloopt. De provincie wil een volledige circulaire economie in Zuid-Holland bereiken in 2050 met als tussendoel 50% reductie van (primaire) materialen in 2030. Dit geldt ook voor de energietransitie. De economische kracht van Zuid-Holland is afhankelijk van enorme hoeveelheden grondstoffen en energie. Steeds meer van die grondstoffen worden schaars en beginnen zelfs op te raken. Tegelijkertijd is er veel verspilling, waardoor we onnodig waarde verloren laten gaan. Ook veroorzaakt de economie – met afval als eindproduct – schade aan het klimaat, de biodiversiteit, het milieu en onze gezondheid. Om concurrerend en toekomstbestending te blijven als provincie is het inspelen op de transitie naar een circulaire economie van belang voor de economie en het milieu van de provincie Zuid-Holland. Te onderzoeken effecten Bij de plaatsing van windturbines dienen op projectniveau effecten ten aanzien van o.m. cumulatieve effecten natuur, flora en fauna, bescherming van waardevol cultureel erfgoed, geluid, externe veiligheid, radar, slagschaduw, lichtschittering, vaarwegen en waterstaatswerken, landschappelijke inpassing, netinfrastructuur, watertoets en archeologie te worden onderzocht. Het voorgaande dient in een MER en/of een ruimtelijke onderbouwing te worden vastgelegd. Beleidsuitwerking De provincie maakt de realisatie van het Klimaatakkoord ruimtelijk mogelijk in een aantal specifieke gebieden (Omgevingsverordening kaart 16). Actuele informatie over de realisatie (aantal MW en gerealiseerde locaties) is terug te vinden in de jaarlijkse voortgangsrapportage ‘Meterstand’ Zonne-energie Wat wil de provincie bereiken? De provincie wil het gebruik van zonne-energie actief faciliteren en ondersteunen, omdat zonne-energie een groeiende bijdrage levert aan de productie van hernieuwbare energie. Voorop staat de voorkeur voor meervoudig ruimtegebruik, zoals het benutten van daken en overige geschikte functies. In een provincie waarin onbebouwde ruimte een schaars en waardevol goed is, is een terughoudende benadering van zonnevelden in die open ruimte op zijn plaats, in combinatie met een stimulerende benadering voor zonnepanelen en warmtecollectoren op dak. Aanleiding Het aantal initiatieven voor het opwekken van duurzame energie door middel van zonne- energie blijft toenemen. Ook in de RES’en 1.0 (juli 2021) wordt een belangrijk deel van de geformuleerde ambitie van de regio’s voor de opwek van duurzame elektriciteit ingevuld met zonne-energie. Zonnevelden buiten bestaand stads- en dorpsgebied hebben invloed op de kwaliteit van het landschap en de ruimte voor voedselproductie. In de provincie Zuid-Holland is onbebouwde ruimte een schaars en waardevol goed. Zorgvuldig omgaan met deze schaarse ruimte is daarom uitgangspunt van beleid. Motivering Provinciaal Belang De provincie werkt mee aan Europese en nationale energiedoelen om de CO2-uitstoot te verminderen en het energieverbruik te reduceren. Zonne-energie is een van de duurzame energiebronnen waar de provincie op inzet om dit doel te bereiken, naast onder andere windenergie en onze inzet op een duurzame warmtevoorziening. Daarnaast heeft de provincie een bovenregionale rol in het ruimtelijke domein en participeert zij in de Regionale Energie Strategieën (RES’ en). Vanuit deze rollen legt de provincie haar ruimtelijk beleid voor zonne-energie vast in de omgevingsvisie. Nadere uitwerking Het beleid voor zonne-energie is gebaseerd op de volgende principes: 1. Meervoudig ruimtegebruik. Benut bestaande en nieuwe bebouwing en overige functies die combinaties kunnen vormen met zonne-energie. (PV en warmtecollectoren) 2. Bescherming van de schaarse open ruimte en landschapswaarden. Dit betekent dat de provincie terughoudend is met het toestaan van zonnevelden. 3. Een goede ruimtelijke ordening, waarbij infrastructuur (energienetwerk) als leidend principe wordt gehanteerd. Wek energie op daar waar het gebruikt wordt (in of nabij de bebouwde omgeving) en waar aansluiting op het energienetwerk logisch is. 4. Ruimtelijke kwaliteit, zorgvuldig omgaan met de bestaande functies en kwaliteiten van het gebied. Bij de locatiekeuze, omvang en inrichting van een zonneveld zijn de regels voor ruimtelijke kwaliteit uit de Omgevingsverordening altijd van toepassing. Uitgaande van deze principes maakt de provincie de realisatie van zonne-energie ruimtelijk mogelijk, binnen het bestaande stads- en dorpsgebied en onder voorwaarden op een aantal voorkeurslocaties en functies daar buiten. (de provinciale uitwerking van de zonneladder) 1. Op daken en binnen bestaand stads- en dorpsgebied Binnen bestaand stads- en dorpsgebied en daarbuiten ligt er een grote opgave om bestaande en nieuwe bebouwing (mogelijk in de toekomst ook kassen) te benutten voor de plaatsing van zonnepanelen en warmtecollectoren. De provincie streeft er naar dat bij bestaande en nieuwbouw (ook bedrijventerreinen) gemeenten en ontwikkelaars de daken/bebouwing benut voor zonne-energie. De provincie stimuleert en faciliteert dit actief en heeft hiervoor een aanvalsplan zon op dak. In bestaand stads- en dorpsgebied zijn er naast de daken meer kansen voor meervoudig ruimtegebruik, zoals bijvoorbeeld parkeerterreinen, gebouwde sport- en recreatievoorzieningen (bermen van) wegen of tijdelijk gebruik van terreinen waar bestemmingen wel zijn vastgelegd in omgevingsplannen maar vooralsnog niet zijn gerealiseerd. Binnen het bestaand stads- en dorpsgebied ligt de verantwoordelijkheid voor de plaatsingsmogelijkheden van zonnepanelen bij de gemeenten, waarbij rekening wordt gehouden met de provinciale belangen zoals opgenomen in het omgevingsbeleid. 2. Locaties buiten bestaand stads- en dorpsgebied - meervoudig ruimtegebruik Zonnevelden buiten bestaand stads- en dorpsgebied zijn toegestaan als duidelijk is gemaakt dat de capaciteit voor het opwekken van duurzame energie op daken en in stedelijk gebied onvoldoende is en de gemeenten aangeven hoe zij het benutten van zon op dak voldoende stimuleren. Agrarische bouwperceel. Zij hebben een bebouwingsbestemming. Het is derhalve logisch om naast benutting van daken ook ruimte te bieden voor zonnepanelen op het - nog voor bebouwing onbenutte deel van het bouwperceel. Installaties met zonnepanelen passen bij de agrarische bijgebouwen, stallen, schuren en kassen. Bij zonnevelden op het agrarische bouwperceel zal het gaan om relatief kleine velden (< 2,5
- ha)waarbij de energie opgewekt wordt waar deze (deels) wordt gebruikt. Locaties die vallen onder de bestemming verkeersinfrastructuur. Het betreft hier bermen en taluds van rijks- en provinciale wegen, spoorwegen en parkeerplaatsen. Zonnepanelen en infrastructuur sluiten door hun ‘technische’ uitstraling goed op elkaar aan, zeker bij geluidschermen, waarbij wel voldaan moet worden aan de regels voor verkeersveiligheid. In een stedelijke omgeving kan de plaatsing van zonnepanelen logisch zijn. Daar waar infrastructuur een open landschap doorsnijdt is een zorgvuldige afweging nodig. Op parkeerplaatsen kan een dak van zonnepanelen worden gerealiseerd, met aandacht voor en afhankelijk van het omliggende gebied. Een overkapping van een parkeerterrein moet wel passen binnen het landschap. Slibdepots, waterbassins (bijvoorbeeld bij kassen), spaarbekkens, waterbergingsgebieden en (voormalige) stortplaatsen. Zij bieden kansen voor meervoudig ruimtegebruik in combinatie met (drijvende) zonnepanelen, afhankelijk van de omgeving en mits deze goed worden ingepast. 3. Overige locaties buiten bestaand stads- en dorpsgebied Als duidelijk is gemaakt dat met de hierboven genoemde locaties onvoldoende opwek kan worden gerealiseerd is in aanvulling op de locaties onder ‘1’ en ‘2’ het realiseren van zonnevelden in beperkte mate en onder voorwaarden mogelijk op de volgende locaties: Locaties in glastuinbouwgebied. Realisering van een zonneveld is mogelijk, mits er sprake is van dubbel ruimtegebruik en aangetoond is dat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de omvang en de bruikbaarheid van het glastuinbouwgebied. Dit sluit aan bij de provinciale ambitie om de energiehuishouding in de glastuinbouwgebieden in grote mate verder te verduurzamen. Qua uitstraling sluiten zonnevelden goed aan bij glastuinbouw, maar er moet behoedzaam omgegaan worden met de groene ruimtes in de vaak dichtbebouwde kassengebieden. Locaties waar een andere functie is bestemd (denk aan bedrijventerrein, haven, woningbouw),maar waar die bestemming om diverse redenen vooralsnog niet wordt gerealiseerd (pauzelandschap). Locaties in combinatie met een windturbinepark Een zonneveld in combinatie met een windturbinepark kan technisch en economisch gunstig zijn vanuit energieopwekking, -opslag en –distributie, en het aanvullende productieprofiel. Windparken en zonnevelden hebben verschillende ruimtelijke effecten en grondgebruik. De windturbines staan vaak met minimale verharding in open landschappen. Indien hier een zonneveld wordt toegevoegd kan door de toevoeging van deze meer stedelijke voorziening het landschappelijk beeld en grondgebruik aanzienlijk veranderen. De plaatsing en omvang van het zonneveld in relatie tot die van het (agrarisch)landschap is bepalend voor de aanvaardbaarheid van het zonneveld. Vertrekpunt is het zorgvuldig omgaan met de bestaande functies en kwaliteiten van het gebied, waarbij wordt uitgegaan van minimale toevoeging van zonnevelden passend qua schaal en omvang bij het landschap en waarbij rekening wordt gehouden met de landbouwkundige waarde (productiewaarden en/of voedselvoorziening) van de gronden. Een zonneveld in combinatie met een windpark betreft daarom altijd lokaal maatwerk, in nauw overleg met de provincie. Zoekgebieden zon RES1.0In een aantal RES-regio’s zijn in de RES1.0 zoekgebieden voor zon opgenomen. De aard, omvang en mate van uitwerking van deze zoekgebieden verschilt per RES-regio. Ook verschilt de basis waarop tot de keuze van een zoekgebied is gekomen en ligt er nog niet altijd een integrale afweging met andere ruimtelijke opgaven aan het zoekgebied ten grondslag. De komende periode geven de RES-regio’s uitvoering aan de RES1.0. In dit proces worden de zoekgebieden uit de RES1.0 verder uitgewerkt en afgewogen. De provincie blijft daarbij als partner in de RES betrokken. In aanvulling op de provinciale uitwerking van de zonneladder kan het zijn dat in deze zoekgebieden, die door Provinciale Staten zijn vastgesteld, meer mogelijkheden komen voor zonnevelden. Randvoorwaarde is dan wel dat een integrale nadere verkenning en uitwerking van deze zoekgebieden is uitgevoerd waarbij onder andere opgaven rond de landbouw vanwege bijvoorbeeld bodemdaling, waterkwaliteit, stikstof en biodiversiteit, maar mogelijk ook andere ruimtelijke opgaven die spelen in het gebied, mee worden genomen. In het omgevingsprogramma, maatregel ‘RES zoekgebieden zon en wind’, neemt de provincie haar inzet voor de uitwerking van de zoekgebieden op. Zonnevelden in deze zoekgebieden zijn pas daadwerkelijk aan de orde als de zoekgebieden verder zijn uitgewerkt en daar (boven)regionaal over is afgestemd met de betrokken RES partners. Ruimtelijke kwaliteit, biodiversiteit, meekoppelkansenZonnevelden sluiten andere functies op dezelfde plaats nagenoeg uit. Ze hebben in beginsel een duidelijke invloed op de kwaliteit van het landschap en beperken de ruimte voor voedselproductie. Afhankelijk van de identiteit en structuur van het landschap, de locatiekeuze, omvang en landschappelijke inpassing van het zonneveld ziet de provincie zonnevelden als een vorm van aanpassing dan wel transformatie van het landschap. De provincie hecht in alle gevallen grote waarde aan meervoudig ruimtegebruik, een zorgvuldige locatiekeuze, vormgeving en inrichting van zonnevelden waarbij in ieder geval een bijdrage wordt geleverd aan het behouden, liefst versterken van de biodiversiteit ter plaatse, sprake is van een goede landschappelijke inpassing en de bodemkwaliteit niet nadelig wordt beïnvloed. Daarnaast wordt nadrukkelijk gezocht naar meekoppelkansen bijvoorbeeld op het gebied van recreatie, klimaatadaptatie en landbouwkundige opgaven. Uiteraard is het omgevingsbeleid en daarmee het ruimtelijke kwaliteitsbeleid en de daarin opgenomen regels voor de beschermingscategorieën ruimtelijke kwaliteit van toepassing. Dit betekent dat zonnevelden binnen het natuurnetwerk Nederland, de graslanden in de Bollenstreek (beide gelegen in beschermingscategorie 1) en belangrijke weidevogelgebieden (beschermingscategorie 2) hiermee nagenoeg uitgesloten zijn. Sloop en CirculairAls een zonneveld op de vergunde plek niet meer gewenst of nodig is moet deze worden verwijderd. De technologische ontwikkelingen rond zonne-energie blijven doorgaan (steeds meer opbrengst per ha en steeds meer toepassingsmogelijkheden), Bovendien kan er over een aantal jaren een ander inzicht bestaan rond de gewenste mix aan CO2 vrij opgewekte elektriciteit. De provincie zet in op een 100% circulaire economie in 2050. Dit geldt ook voor de energietransitie. Daarom zal de provincie desgevraagd het experimenteren met circulaire zonnepanelen binnen locaties, die ruimtelijk passen in het beleid, faciliteren. Zonnepanelen bevatten (schaarse) grondstoffen, we werken ernaartoe om deze materialen steeds beter terug te winnen en opnieuw in te zetten. Daarom wil de provincie inzetten op een toename van zonnepanelen die steeds meer circulair zijn en het zorgvuldige hergebruiken en terugwinnen van grondstoffen uit zonnepanelen stimuleren. Energie infrastructuurEfficiënt benutten van (geplande) netcapaciteit is onderdeel van het provinciale beleid en inzet. Bij nieuwe locaties en realisatie van projecten voor zonne-energie is het daarom van belang de inpassingsmogelijkheden op de (geplande) energie-infrastructuur mee te wegen (zie beleidskeuze energie-infrastructuur). Zonthermie Naar verwachting zal, met name in gebieden waar andere warmtebronnen niet voorhanden zijn of minder efficiënt of de netcapaciteit geen ruimte biedt voor de aansluiting van zon-PV, in de toekomst meer ingezet worden op het gebruik van warmte gewonnen met behulp van zonnepanelen. Niet alleen met daksystemen maar ook in de vorm van zonthermie/velden. Voor deze zonthermie velden gelden dezelfde ruimtelijke en beleidsmatige uitgangspunten als voor zon-PV velden. Wel zal bij de uitwerking van zonthermie velden nadrukkelijk aandacht besteed moeten worden aan de bijbehorende opslag van warmte. Zeker als die bovengronds is kan de ruimtelijke impact daarvan aanzienlijk zijn. Handreiking ruimtelijke kwaliteit zonne-energieOm handvaten te bieden voor het ontwikkelen van zonnevelden met een meerwaarde voor de omgeving heeft de provincie een Handreiking ‘ruimtelijke kwaliteit zonne-energie Zuid-Holland’ ontwikkeld. De handreiking is voor ontwikkelaars en gemeenten en bevat een toelichting op het beleid, een stappenplan, praktische informatie en voorbeelden voor het uitwerken van zonnevelden. Een goed ontworpen en beheerd zonneveld kan bijdragen aan de verbetering van de biodiversiteit ter plaatse. Daartoe zal de provincie ook de handreiking ruimtelijke kwaliteit zonne-energie uitbreiden met voorbeelden en suggesties voor inrichting en beheer gericht op het bevorderen van de biodiversiteit. Beleidsdoel 3-2 Verduurzaming gebouwde omgeving 3-2 Verduurzaming gebouwde omgeving Voor het benutt