In het kort
Deze wet, de Omgevingsverordening Zuid-Holland, stelt samenhangende regels vast voor de fysieke leefomgeving in de provincie Zuid-Holland. Het doel is een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving te waarborgen, met aandacht voor maatschappelijke behoeften en de bescherming van natuur en erfgoed.
Wat het reguleert
- De fysieke leefomgeving, inclusief bouwwerken, infrastructuur, watersystemen, bodem, lucht, landschappen, natuur, cultureel erfgoed en werelderfgoed.
- Activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving.
- Specifieke gebieden zoals vaarwegen, regionale waterkeringen, milieubeschermingsgebieden voor grondwater, stiltegebieden, Natuurnetwerk Nederland en archeologisch waardevolle gebieden.
- Het gebruik van provinciale infrastructuur en de vestiging van geitenhouderijen.
Wie het betreft
- Iedereen die activiteiten verricht die gevolgen hebben voor de fysieke leefomgeving in Zuid-Holland.
- Houders van vergunningen, ontheffingen of maatwerkvoorschriften voor activiteiten in de fysieke leefomgeving.
Kernpunten
- Een melding voor een activiteit moet minimaal de aanduiding van de activiteit, naam en adres van de uitvoerder en opdrachtgever, locatie, contactgegevens en dagtekening bevatten.
- Aan vergunningen of ontheffingen kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden; gedragingen in strijd hiermee zijn verboden.
- Een vergunning of maatwerkvoorschrift vervalt van rechtswege als er binnen zes maanden na dagtekening geen gebruik van is gemaakt.
- Het is verboden een geitenhouderij te vestigen of uit te breiden, tenzij het aantal geiten niet toeneemt, totdat een bestemmingsplan in overeenstemming is met artikel 6.18, eerste lid, onder k.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.