Uitvoeringsbesluit subsidies Overijssel 2022Gedeputeerde Staten van Overijssel delen het volgende mee: Artikel I Het Uitvoeringsbesluit subsidies Overijssel 2017 wordt met ingang van 11 juli 2022 ingetrokken met uitzondering van hoofdstuk 1 in combinatie met de paragrafen 6.3 en 7.
- Paragraaf 7.10 wordt met ingang van 16 augustus 2022 ingetrokken; Het Uitvoeringsbesluit subsidies Overijssel 2017 inclusief Hoofdstuk 1 en paragraaf 6.3 worden met ingang van 14 september 2022 ingetrokken. Artikel II De subsidieregelingen van het Uitvoeringsbesluit subsidies Overijssel 2017 zijn, voor zover ze doorlopen, ondergebracht in het Uitvoeringsbesluit subsidies Overijssel
- Artikel III Het Uitvoeringsbesluit subsidies Overijssel 2022 is vastgesteld, dat als volgt luidt: Uitvoeringsbesluit subsidies Overijssel 2022 Hoofdstuk1Algemeen 1.1Inhoud, geldigheid en begrippen Artikel1.1.1Wat in het Uitvoeringsbesluit Subsidies Overijssel 2022 geregeld is 1.Het Uitvoeringsbesluit subsidies Overijssel 2022, hierna het Uitvoeringsbesluit genoemd, bevat de voorwaarden die voor subsidies gelden. 2.Het Uitvoeringsbesluit bestaat uit: Hoofdstuk 1: algemene voorwaarden die gelden voor subsidies; Hoofdstuk 2 tot en met 8: de subsidieregelingen. In de subsidieregeling zijn de subsidiabele activiteiten en de aanvullende of afwijkende voorwaarden van Hoofdstuk 1 opgenomen. De aanvraag wordt getoetst aan de voorwaarden van Hoofdstuk 1 en aan alle artikelen en onderdelen van de subsidieregeling. Artikel1.1.2Geldigheid van de regels in het Uitvoeringsbesluit 1.Het Uitvoeringsbesluit geldt niet voor subsidies die worden verleend volgens één van de volgende regelingen: Regeling aanpak schades panden langs Kanaal Almelo-De Haandrik; Regeling Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 Overijssel Regeling POP 3 subsidies provincie Overijssel; Samenwerkingsovereenkomst Asbestbodemsaneringsopgave 2016-2022; Subsidieregeling Agrarisch Natuurbeheer Overijssel; Subsidieregeling Hernieuwbare energie en energie-efficiëntie door ondernemingen; Subsidieregeling Kwaliteitsimpuls natuur en landschap Overijssel; Subsidieregeling Natuur- en Landschapsbeheer 2016; Subsidieregeling rivierdijken; Subsidieverordening Bodemsanering Bedrijfsterreinen Overijssel; Subsidieverordening Innovatiefonds Overijssel II B.V.; Subsidieverordening Innovatiekrediet Overijssel; Wet personenvervoer
- 2.Voor alle overige provinciale subsidies gelden de voorwaarden uit Hoofdstuk 1 en de aanvullende of afwijkende voorwaarden die in de betreffende subsidieregeling zijn genoemd. Daarnaast gelden ook de voorwaarden uit de Algemene wet bestuursrecht, de Algemene subsidieverordening Overijssel 2005 en Europese regels op het gebied van staatssteun. 3.Een aanvraag wordt behandeld op basis van het Uitvoeringsbesluit subsidies dat geldig is op de ontvangstdatum van de subsidieaanvraag. 4.Voor subsidies die verleend zijn volgens het Uitvoeringsbesluit subsidies Overijssel 2007, 2011 en 2017 blijft de versie gelden op de datum van de subsidieaanvraag. Voor de MIT-R&D-samenwerkingsprojecten 2022 en de Productieregeling cultuur Overijssel blijft het Uitvoeringsbesluit subsidies Overijssel 2017 (Ubs 2017) in combinatie met hoofdstuk 1 van dat Ubs 2017 tijdens de indieningstermijn 2022 nog gelden. Artikel1.1.3Betekenis van begrippen In dit artikel zijn veel voorkomende begrippen in dit Uitvoeringsbesluit uitgelegd. Als een begrip niet is uitgelegd, geldt de algemeen gangbare uitleg van het begrip. Algemene begrippen Asv-aanvraag: een aanvraag voor een subsidie op grond van de Algemene subsidieverordening 2005 (Asv). Asv-subsidie: een eenmalige subsidie die verleend wordt voor activiteiten waar geen subsidieregeling in dit Uitvoeringsbesluit voor is. Derde: iemand anders dan de aanvrager. Zuster-, dochter-, moeder- en vergelijkbare ondernemingen zijn geen derden als sprake is van onderlinge economische of juridische afhankelijkheid. Gedeputeerde Staten: Gedeputeerde Staten van Overijssel. Medeoverheden: gemeenten, waterschappen, andere provincies en de Rijksoverheid. Provinciaal Programma Landelijk gebied (PPLG): de provinciale uitwerking van het hoofddoel van het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG). In het PPLG Overijssel zal de provincie uiterlijk 1 juli 2023 aan het Rijk aangeven hoe zij samen met haar partners invulling geeft aan het toekomstbestendig ontwikkelen van het landelijk gebied. Subsidieperiode: de periode waarbinnen de gesubsidieerde activiteiten uitgevoerd worden. De startdatum van de subsidieperiode is de ontvangstdatum van de aanvraag. Als de aanvrager een latere startdatum invult op het aanvraagformulier dan is dat de geldige startdatum. De einddatum staat in het subsidiebesluit: op deze dag moeten alle gesubsidieerde activiteiten uitgevoerd zijn. Subsidievaststelling: een besluit waarin is opgenomen op welk bedrag de aanvrager definitief recht heeft. Subsidieverlening: een besluit waarin is opgenomen op welk bedrag de aanvrager voorlopig recht heeft. Wet- en regelgeving Algemene Groepsvrijstellingsverordening, hierna AGVV: de verordening van de Europese Commissie waarmee het mogelijk wordt om subsidie als toegestane staatssteun te verlenen. Het is de Verordening (EG) van 17 juni 2014 met nummer 651/2014 en publicatienummer L187/1, en alle daaropvolgende wijzigingen. Algemene subsidieverordening Overijssel 2005, hierna Asv: de verordening op basis waarvan Gedeputeerde Staten subsidies kunnen verstrekken voor activiteiten die bijdragen aan provinciale doelen of die passen binnen de programmabegroting. De Asv is de wettelijke basis van alle door of namens Gedeputeerde Staten verleende subsidies. Algemene wet bestuursrecht, hierna Awb: deze wet geeft algemene regels voor het verkeer tussen bestuursorganen en burgers. Subsidieregels staan in Titel 4.2 van de Awb. Algemene De-minimisverordening: de verordening van de Europese Commissie, waarmee het mogelijk wordt om subsidie te verlenen, zonder dat het staatssteun oplevert. Het is de Verordening (EU) van 24 december 2013, met nummer 1407/2013 en publicatienummer L 352/1, en alle daaropvolgende wijzigingen. De-minimisverordening Landbouw: de verordening van de Europese Commissie, waarmee het mogelijk wordt om subsidie te verlenen aan landbouwondernemingen, zonder dat het staatssteun oplevert. Het is de Verordening (EU) van 18 december 2013, met nummer 1408/2013 en publicatienummer L 352/9 en alle daaropvolgende wijzigingen. De-minimisverordening Visserij: de verordening van de Europese Commissie, waarmee het mogelijk wordt om subsidie te verlenen aan ondernemingen in de Visserij, zonder dat het staatssteun oplevert. Het is de Verordening (EU) van 27 juni 2014 met nummer nr. 717/2014 en publicatienummer L 190/45 en alle daaropvolgende wijzigingen. Landbouwvrijstellingsverordening, hierna LVV: de verordening van de Europese Commissie waarmee het mogelijk wordt om subsidie als toegestane staatssteun te verlenen aan landbouwondernemingen. Het is de Verordening (EU) van 14 december 2022 met nummer 2022/2472 en publicatienummer Pb L 327/1, en alle daaropvolgende wijzigingen. De aanvrager Aanvrager: een persoon, bedrijf of organisatie die de subsidie aanvraagt en ontvangt. De aanvrager is verantwoordelijk voor de uitvoering van de subsidiabele activiteiten. Gemachtigde: een persoon of organisatie die namens de aanvrager subsidie aanvraagt en de aanvrager vertegenwoordigt. Penvoerder: een persoon of een organisatie die subsidie aanvraagt en verantwoordt namens een samenwerkingsverband. Betaling aan de penvoerder geldt als betaling aan alle medeaanvragers van het samenwerkingsverband. Samenwerkingsovereenkomst: een schriftelijke afspraak van de deelnemers van een samenwerkingsverband. In de overeenkomst staan in ieder geval de taken, verantwoordelijkheden, financiële bijdragen van iedere deelnemer en wie van de deelnemers in het samenwerkingsverband penvoerder is. Samenwerkingsverband: een groep zonder rechtspersoonlijkheid waarin meerdere aanvragers samenwerken bij de uitvoering van subsidiabele activiteiten. Een samenwerkingsverband bestaat uit minimaal 2 aanvragers die juridisch en financieel onafhankelijk zijn van elkaar. Bij een samenwerkingsverband zijn alle deelnemers aanvrager. Alle deelnemers zijn voor het eigen deel verantwoordelijk voor de subsidie. Ondernemingen Grote onderneming: een onderneming die 250 of meer werknemers heeft. De jaarlijkse omzet is € 50 miljoen of meer en het jaarlijks balanstotaal is € 43 miljoen of meer. Als niet met zekerheid kan worden bepaald of een onderneming een grote onderneming is, wordt gebruik gemaakt van de definitie die in bijlage 1 van de AGVV of de LVV staat. Landbouwonderneming: een onderneming die actief is in de primaire productie van landbouwproducten. Mkb-onderneming: een micro-, kleine of middelgrote onderneming: een micro-onderneming heeft minder dan 10 werknemers. De jaarlijkse omzet of balanstotaal is minder dan € 2 miljoen; een kleine onderneming heeft 10 of meer en minder dan 50 werknemers. De jaarlijkse omzet of balanstotaal is minder dan € 10 miljoen; een middelgrote onderneming heeft 50 of meer en minder dan 250 werknemers. De jaarlijkse omzet is minder dan € 50 miljoen of het balanstotaal is minder dan € 43 miljoen. Als niet met zekerheid kan worden bepaald of een onderneming een Mkb-onderneming is, dan wordt gebruik gemaakt van de definitie van Mkb-onderneming die in bijlage 1 van de AGVV of de LVV staat. Onderneming: een particulier, een bedrijf of een organisatie die een product of dienst op een markt brengt. Een onderneming staat ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel. Onderneming in moeilijkheden: een onderneming die financiële problemen heeft. Bij een Mkb-onderneming is dat het geval als de onderneming te maken heeft met één van de volgende situaties: als de onderneming in betalingsmoeilijkheden verkeert, zoals surseance van betaling of faillissement; als de verliezen in mindering worden gebracht op de reserves en dit een negatieve uitkomst oplevert die groter is dan de helft het aandelenkapitaal; als meer dan de helft van het kapitaal van de onderneming, zoals dat in de boeken van de onderneming is vermeld, door verliezen is verdwenen; als de onderneming financiële hulp in de vorm van reddingssteun heeft ontvangen en de lening nog niet heeft terugbetaald of de garantie nog niet heeft beëindigd, of in een herstructureringsplan zit. Als niet met zekerheid kan worden bepaald of een onderneming in moeilijkheden verkeert, wordt gekeken naar de definitie zoals opgenomen in artikel 2 lid 18 van de AGVV of in artikel 2 lid 14 van de LVV. Startende onderneming: een onderneming die op het moment van de subsidieaanvraag maximaal 5 jaar geregistreerd staat in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel. Onderzoek en innovatie Experiment: het verzamelen, combineren, vormgeven en gebruiken van bestaande wetenschappelijke, technologische, zakelijke kennis en vaardigheden, om nieuwe of flink verbeterde producten, processen of diensten te ontwikkelen. Een experiment wordt ook wel een pilot of proefproject genoemd. Een gebruikelijke, beperktere wijziging van bestaande producten, productieprocessen of diensten is geen experiment. Haalbaarheidsonderzoek: een onderzoek om te kijken of en hoe een activiteit uitvoerbaar is. Het doel is om een betrouwbaar beeld te krijgen van de risico's in wat er nodig is om de activiteit inhoudelijk, juridisch, organisatorisch en financieel te laten slagen. Innovatie: een nieuw of verbeterd product, proces of dienst. 1.2De algemene voorwaarden Artikel1.2.1Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen 1.In de subsidieregeling staat welke activiteiten voor subsidie in aanmerking komen en welke voorwaarden daarbij gelden. 2.Voor subsidies op basis van de Asv staat in de subsidieverlening welke activiteiten voor subsidie in aanmerking komen en welke voorwaarden daarbij gelden. 3.De subsidiabele activiteiten passen binnen het provinciale beleid. 4.De activiteiten waarvoor subsidie wordt ontvangen vinden plaats in Overijssel. Als dat niet het geval is, zijn de effecten van de activiteit helemaal of voor het grootste deel merkbaar in Overijssel. 5.Activiteiten die wettelijk verplicht zijn, komen niet in aanmerking voor de subsidie. Artikel1.2.2Incidentele activiteitensubsidie De subsidie heeft de vorm van een incidentele activiteitensubsidie. Een incidentele activiteitensubsidie is een subsidie om activiteiten van eenmalige, incidentele aard uit te voeren. Artikel1.2.3Subsidie heeft een stimulerend effect
- De subsidie heeft een stimulerend effect op het gaan uitvoeren van de subsidiabele activiteiten. Dit betekent dat de activiteiten op het moment van de ontvangst van de subsidieaanvraag nog niet zijn gestart.
- Lid 1 is niet van toepassing als sprake is van een subsidie waarbij Gedeputeerde Staten de subsidie verlenen uit financiële middelen die afkomstig zijn van de Rijksoverheid én op basis van de Rijksbeschikking de activiteit al gestart mag zijn vanaf een datum genoemd in de Rijksbeschikking. Deze uitzondering geldt niet als sprake is van subsidieverlening onder de AGVV of LVV, dan geldt artikel 1.2.3 lid 1 wel. Artikel1.2.4Stapeling van provinciale subsidies is niet toegestaan Voor dezelfde activiteiten of kosten wordt niet meer dan één keer subsidie verleend. Dit geldt niet bij: subsidies uit Europese Fondsen of op grond van andere Europese regelgeving; subsidies waarbij Gedeputeerde Staten de subsidie verlenen uit financiële middelen die afkomstig zijn van de Rijksoverheid én voor dezelfde activiteiten ook de subsidie verlenen uit eigen, provinciale middelen; een geldlening door of namens Gedeputeerde Staten. Subsidiabele kosten, begroting en dekking Artikel1.2.5Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen 1.Kosten zijn subsidiabel en worden meegenomen bij het berekenen van de hoogte van de subsidie als deze: toerekenbaar zijn: de kosten houden direct verband met de subsidiabele activiteit; aantoonbaar zijn: de aanvrager kan de kosten uitleggen en bewijzen met bijvoorbeeld offertes, facturen of betaalbewijzen; acceptabel zijn: de verhouding tussen de activiteiten en de kosten daarvan is redelijk. 2.Personeelskosten zijn subsidiabel als deze daarnaast ook voldoen aan artikel 1.2.
- 3.Kosten van derden zijn subsidiabel als deze daarnaast ook voldoen aan artikel 1.2.
- Artikel1.2.6Personeelskosten 1.Personeelskosten van de aanvrager en samenwerkingsverband worden berekend door het aantal uren die besteed worden aan de activiteit te vermenigvuldigen met één van de volgende uurtarieven: een vast uurtarief van € 40,-. Een onderbouwing van het uurtarief is dan niet nodig. Een vast uurtarief kan worden gebruikt voor: ureninzet van personen die in loondienst zijn; ureninzet van personen die niet op de loonlijst staan zoals bij een zelfstandig ondernemer, eenmanszaak, vennootschap onder firma (v.o.f.), maatschap of een directeur-grootaandeelhouder; ureninzet van samenwerkingspartners die geen medeaanvrager zijn; een uurtarief tot maximaal € 130,- dat als volgt is berekend: bruto jaarloon, gedeeld door 1.836 uur, vermeerderd met een opslag van 50% voor indirecte kosten. Dit is een uurtarief dat wordt gebruikt voor ureninzet van personen die in loondienst zijn. Indirecte kosten zijn de overheadskosten inclusief huisvestingskosten. Bij een parttime dienstverband worden de personeelskosten naar verhouding berekend; het Integraal Kostprijstarief (IKT). Dit is een uurtarief dat wordt gebruikt voor ureninzet personen die in loondienst zijn. Het IKT-tarief voldoet aan de volgende voorwaarden: er is bij de aanvrager sprake van een stelselmatig en volgens een vast patroon gehanteerde berekening van het uurtarief; het uurtarief is gebaseerd op bedrijfseconomische toegestane berekening, waarin directe personeelskosten en algemeen indirecte kosten inclusief huisvesting opgenomen kunnen worden; het uurtarief is op een transparante en begrijpelijke wijze vooraf berekend; het uurtarief bevat geen debetrente, boetes, provisies, financiële sancties, winstopslagen, gerechtskosten, voorzieningen voor mogelijke toekomstige verliezen of lasten, wisselverliezen, terugvorderbare indirecte belastingen, schulden en onvoorziene kosten; het uurtarief is niet meer dan € 130,- per uur. 2.Personeelskosten van medeoverheden zijn alleen subsidiabel als sprake is van minimaal één van de volgende situaties: er is sprake van ureninzet van personeel in vaste dienst dat tijdens de subsidieperiode aantoonbaar werktijduitbreiding krijgt of wordt vervangen door tijdelijke inhuur; er is sprake van ureninzet van personeel in vaste dienst dat niet gedekt op de begroting van de medeoverheid staat en ureninzet van de eigen uren moet terugverdienen. 3.Als de personeelskosten van medeoverheden subsidiabel zijn, dan geldt naar keuze het uurtarief zoals opgenomen onder lid 1 onderdeel a, b of c. 4.Het uurtarief dat bij subsidieverlening geldt, wordt ook gebruikt bij de subsidievaststelling. Het uurtarief kan bij de subsidievaststelling niet hoger worden dan bij de subsidieverlening. Artikel1.2.7Kosten van derden 1.Kosten van derden zijn de kosten van: de geleverde diensten; de geleverde materialen; de aankoopkosten van machines en apparatuur. Daaronder vallen ook bijkomende kosten zoals licenties voor software en de onderhoudskosten van een machine of apparatuur; de bestedingen van een medeoverheid door middel van subsidieverlening aan derden; de verzekeringspremies, lunches en andere vergelijkbare kosten die door de aanvrager gemaakt worden om inzet van vrijwilligers te faciliteren. 2.De aanvrager kan de gemaakte kosten van derden bewijzen met facturen, betaalbewijzen of een subsidiebesluit. 3.Kosten van arbeid van derden zijn subsidiabel tot een maximum van € 130,- per uur exclusief Btw. 4.Btw is alleen subsidiabel als de aanvrager de Btw over de te subsidiëren activiteiten niet met de Belastingdienst kan verrekenen of bij het Btw-compensatiefonds kan compenseren. Artikel1.2.8Kosten die niet voor de subsidie in aanmerking komen De volgende kosten zijn niet subsidiabel, behalve als dat in de subsidieregeling anders is geregeld: de kosten die gemaakt zijn vóór het indienen van de subsidieaanvraag. Dit geldt niet als sprake is van een subsidie uit financiële middelen die afkomstig zijn van de Rijksoverheid én op basis van de Rijksbeschikking de activiteit al gestart mag zijn vanaf een datum genoemd in de Rijksbeschikking. Deze uitzondering geldt niet als sprake is van subsidieverlening onder de AGVV of LVV; de kosten van de voorbereiding en het indienen van de subsidieaanvraag; boetes, kosten van juridische bijstand voor rechtszaken, bankdiensten, financieringen, debetrente en leges; vergoedingen die vrijwilligers, stagiaires en meewerkende studenten ontvangen voor de hun ureninzet; kosten van het aankopen, gebruiken of waardevermindering van grond; kosten voor het inhuren van een subsidieadviesbureau of andere subsidiebemiddelaars; in de begroting opgenomen onvoorziene kosten. Voor deze kosten zijn op het moment van de aanvraag namelijk geen duidelijk aanwijsbare activiteiten bekend en is onzeker of deze kosten gemaakt gaan worden. Artikel1.2.9Begroting en dekking De subsidie wordt verleend als de kosten van de subsidiabele activiteiten naar verwachting betaald en financieel gedekt kunnen worden. Staatssteunregels Artikel1.2.10Staatssteun 1.Staatssteun is overheidssteun, zoals subsidie, die mogelijk voor verstoring van de concurrentie op de Europese markt kan zorgen. Om te bepalen of sprake is van staatssteun, wordt een aanvraag getoetst aan de artikelen 107, 108 en 109 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (VWEU) met publicatienummer PbEU 2010, C 83/
- 2.Als sprake is van staatssteun wordt de subsidie alleen verleend als de aanvraag voldoet aan de AGVV, LVV, of een ander Europees steunkader. 3.Als sprake is van staatssteun kan subsidie worden verleend als: er geen sprake is van een onderneming in moeilijkheden; een aanvrager niet op grond van een besluit van de Europese Commissie staatssteun moet terugbetalen; steunpercentages en steundrempels uit de AGVV, LVV of een ander Europees steunkader niet worden overschreden; is voldaan aan andere geldende voorwaarden uit de AGVV, LVV of een ander steunkader. 4.Er is geen sprake van staatssteun als de subsidie verleend kan worden onder de Algemene De-minimisverordening of De-minimisverordening Landbouw of De-minimisverordening Visserij. De aanvrager en zijn moeder-, zuster- en dochterondernemingen mag dan samen in de afgelopen 2 jaar en het jaar van indiening van de aanvraag maximaal de volgende financiële bijdrage van medeoverheden ontvangen: € 20.000,- voor een landbouwonderneming; € 200.000,- voor een andere onderneming; € 100.000,- voor de aanschaf van wegvervoermiddelen voor vracht; € 30.000,- voor een onderneming in de sector Visserij. 5.Als sprake is van subsidieverlening op basis van de AGVV of LVV dan maakt de provincie binnen 6 maanden na subsidieverlening de volgende gegevens bekend: de naam van de subsidieontvanger, de verleende subsidie, de vorm en het bedrag per eindbegunstigde, de datum waarop de subsidie is verleend, of het gaat om een Mkb-onderneming of grote onderneming, de regio waarin de subsidieontvanger is gevestigd en de voornaamste economische sector waarin de subsidieontvanger actief is.
- De in lid 5 genoemde gegevens worden bekend gemaakt voor: de AGVV subsidies van € 60.000,- of meer, als de subsidieontvanger een landbouwonderneming is; de AGVV subsidies van € 30.000,- of meer, als de subsidieontvanger een onderneming uit de visserij is; de AGVV en LVV subsidies van € 100.000,- of meer voor overige subsidieontvangers; de LVV subsidies van € 10.000,- of meer als de subsidieontvanger een landbouwonderneming is; De aanvraag Artikel1.2.11Indieningstermijn aanvraag voor subsidie 1.Een subsidieaanvraag kan het hele jaar worden ingediend. 2.In de subsidieregeling kan een afwijkende indieningstermijn geregeld zijn. Aanvragen die na het einde van de indieningstermijn zijn ontvangen worden afgewezen. Artikel1.2.12Verplicht gebruik van het aanvraagformulier De aanvrager maakt gebruik van het beschikbaar gestelde digitale aanvraagformulier dat bij de Asv-aanvraag of de betreffende subsidieregeling hoort. Artikel1.2.13Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens 1.Een subsidieaanvraag bevat in ieder geval de volgende informatie: een overzicht van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd; een omschrijving van het doel en het resultaat van de activiteiten. Het doel en resultaat wordt zo veel mogelijk specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdsgebonden omschreven; een omschrijving van de bijdrage aan het provinciale beleid; de start- en einddatum van de activiteiten; een omschrijving van de financiële en juridische haalbaarheid van de activiteiten; een omschrijving van de betrokkenheid van andere organisaties, overheden of onderwijs; een omschrijving van de eventuele financiële onzekerheden en risico’s; de planning van de uitgaven, als sprake is van subsidiabele activiteiten die in twee of meer jaren plaatsvinden; overige informatie die in het aanvraagformulier wordt gevraagd die nodig is om te toetsen of de aanvraag voldoet aan de subsidieregeling. 2.De aanvrager levert een begroting en een dekkingsplan in. Het is verplicht om het beschikbaar gestelde begrotingsformat te gebruiken. 3.In de begroting en het dekkingsplan staan de kosten van de subsidiabele activiteiten en hoe deze betaald of financieel gedekt worden. 4.In het dekkingsplan wordt opgenomen: de eigen inbreng van de aanvrager en de bijdrage van derden. Als sprake is van een bijdrage van medeoverheden, wordt dat vermeld. 5.Als sprake is van een Asv-aanvraag of subsidieregeling waarvoor de AGVV of LVV als staatssteunoplossing geldt, bevat de subsidieaanvraag aanvullend de volgende informatie: hoeveel medewerkers de aanvrager in dienst heeft en wat de jaarlijkse omzet bedraagt. Deze informatie is bedoeld om te beoordelen of sprake is van een Mkb-onderneming; of de aanvrager voor deze activiteit en kosten al een financiële bijdrage van een medeoverheid heeft of zal ontvangen; een verklaring waaruit blijkt dat de onderneming of aanvrager niet in moeilijkheden verkeert. 6.Als sprake is van een subsidieregeling waarvoor de De-minimisverordening geldt, bevat de aanvraag aanvullend de volgende informatie: het totaal aan ontvangen De-minimissteun in de afgelopen 2 jaar en het jaar van indiening van de aanvraag. In de betreffende subsidieverlening of regeling van de verlenende medeoverheid is opgenomen of sprake is van De-minimissteun. 7.Als sprake is van een samenwerkingsverband levert de aanvrager aanvullend: een samenwerkingsovereenkomst, en een staatssteunverklaring van alle partners in. Het is verplicht om het beschikbaar gestelde format Staatssteunverklaring partners te gebruiken. Artikel1.2.14Compleetheid van een subsidieaanvraag 1.Een subsidieaanvraag is compleet als: het digitale aanvraagformulier volledig ingevuld is; de informatie en stukken zoals genoemd in artikel 1.2.13 zijn ontvangen, en de aanvullende stukken die gevraagd zijn in de subsidieregeling zijn ontvangen. 2.Als het nodig is voor de inhoudelijke beoordeling van de subsidieaanvraag, kan om een toelichting op de ingediende informatie gevraagd worden. Dit heeft geen gevolgen voor de datum van compleetheid van de subsidieaanvraag. Hoogte subsidiebudget en wijze van verdeling Artikel1.2.15Beschikbaar budget voor een Asv-aanvraag Een Asv-subsidie kan worden verleend als in een vastgestelde provinciale begroting geld beschikbaar is voor de subsidiabele activiteiten van de aanvrager. Artikel1.2.16Beschikbaar budget voor de subsidieregeling 1.Voor elke subsidieregeling wordt een subsidieplafond vastgesteld. Dit is het beschikbare geld voor de subsidieregeling. In de subsidieregeling is opgenomen voor welke jaren het subsidieplafond geldt. 2.Het subsidieplafond wordt verdeeld in volgorde van ontvangst van de complete aanvraag. De compleetheid wordt bepaald op datum en tijdstip van de ontvangst ervan. 3.Als bij het bereiken van het subsidieplafond de volgorde van ontvangst niet met zekerheid kan worden vastgesteld, wordt er geloot. De loting wordt uitgevoerd onder de aanvragen die compleet zijn op de dag dat het subsidieplafond bereikt is. De loting wordt uitgevoerd door een notaris. Hoogte van de subsidie en betaling Artikel1.2.17Berekening subsidiebedrag 1.De subsidie is een percentage van de begrote subsidiabele kosten of een vast bedrag als dat in de subsidieregeling of de Asv-subsidieverlening staat. 2.De subsidie wordt niet verleend als de berekende subsidie minder dan € 1.000,-. De maximale subsidie staat in de subsidieregeling of in de Asv-subsidieverlening. 3.Als de subsidie een percentage van de begrote subsidiabele kosten is, dan geldt hetzelfde percentage ook bij de subsidievaststelling. Artikel1.2.18Betaling en bevoorschotting 1.Het voorschot is maximaal 100% van het verleende bedrag. 2.Het voorschot wordt in één keer of in termijnen uitbetaald. Het aantal termijnen hangt af van de looptijd van de activiteiten en de verwachte uitgaven per jaar. In de subsidieverlening is de hoogte en manier van bevoorschotting opgenomen. 3.Bij een subsidievaststelling zonder voorafgaande subsidieverlening wordt de subsidie in één keer uitbetaald. Dit geldt niet als het een voorwaarde is dat eerst de benodigde vergunningen zijn ontvangen. In dat geval wordt de subsidie uitbetaald nadat de subsidieontvanger gemeld heeft dat de benodigde vergunningen is ontvangen. Subsidieverlening en subsidievaststelling Artikel1.2.19Subsidie tot € 25.000,- 1.Een subsidie van minder dan € 25.000,- wordt direct vastgesteld. Dat wil zeggen dat de subsidie gelijk wordt vastgesteld zonder voorafgaande subsidieverlening Dit geldt ook als de subsidiabele activiteiten nog moeten plaatsvinden. 2.De subsidievaststelling zonder voorafgaande subsidieverlening geldt niet voor: subsidies waarop de AGVV of LVV van toepassing is; subsidies waarvoor SiSa-verantwoording van toepassing is; De subsidie wordt in die gevallen op dezelfde manier verleend en vastgesteld als subsidies vanaf € 125.000,-. Artikel 1.2.21 is dan van toepassing. Artikel1.2.20Subsidie vanaf € 25.000,- tot € 125.000,- 1.Een subsidie vanaf € 25.000,- tot € 125.000,- wordt eerst verleend en achteraf, nadat de subsidiabele activiteiten uitgevoerd zijn, vastgesteld. 2.De subsidieontvanger levert uiterlijk 13 weken na het einde van de subsidieperiode een aanvraag tot subsidievaststelling in. Als bij de subsidieverlening een andere termijn is genoemd dan 13 weken, dan geldt die andere termijn. 3.Voor de aanvraag tot subsidievaststelling wordt het formulier beschikbaar gestelde digitale formulier ‘Aanvraag tot subsidievaststelling’ gebruikt. 4.Bij de aanvraag tot subsidievaststelling zit een inhoudelijk verslag waaruit blijkt dat: de subsidiabele activiteiten zijn uitgevoerd; aan de voorwaarden die bij de subsidie horen is voldaan; als sprake is van subsidieverlening waarop de AGVV of LVV van toepassing is, een opgave van welke kosten werkelijk gemaakt zijn voor de gesubsidieerde activiteiten en wat de werkelijk ontvangen bijdragen van medeoverheden zijn. 5.De subsidie wordt vastgesteld op het verleende bedrag als de activiteiten zijn uitgevoerd en aan alle voorwaarden is voldaan. 6.Als sprake is van subsidieverlening waarop de AGVV, LVV of SiSa-verantwoording van toepassing is, wordt de subsidie vastgesteld op de werkelijke kosten. De artikelen 1.1.21 en 1.1.22 zijn van toepassing. 7.Een subsidie wordt nooit hoger vastgesteld dan het verleende bedrag. 8.Op basis van een risicoanalyse kunnen Gedeputeerde Staten een Asv-subsidie vanaf € 25.000,- tot € 125.000,- vaststellen zonder voorafgaande subsidieverlening. Artikel 1.2.19 is dan van toepassing. Artikel1.2.21Subsidies vanaf € 125.000,- 1.Een subsidie van € 125.000,- of meer wordt eerst verleend en achteraf, nadat de subsidiabele activiteiten uitgevoerd moeten zijn, vastgesteld. 2.De subsidieontvanger levert uiterlijk 13 weken na het einde van de subsidieperiode een aanvraag tot subsidievaststelling in. Als bij de subsidieverlening een andere termijn is genoemd dan 13 weken, dan geldt die andere termijn. 3.Voor de aanvraag tot subsidievaststelling wordt het beschikbaar gestelde digitale formulier Aanvraag tot subsidievaststelling ingediend. Hierin is staan: de werkelijk gemaakte kosten voor de gesubsidieerde activiteiten; hoe deze kosten zijn betaald en financieel zijn gedekt; wat de werkelijk ontvangen bijdragen van medeoverheden zijn. 4.Om de werkelijk gemaakte kosten te bewijzen kan aanvullend om een accountantsverklaring of factuur, betaalbewijs en een urenverantwoording gevraagd worden. In welk geval een accountantsverklaring wordt gevraagd staat in artikel 1.2.
- 5.Als sprake is van een subsidies waarvan de middelen beschikbaar gesteld zijn door de Rijksoverheid via een Specifieke uitkering, hierna SPUK, dan geldt de SiSa-verantwoording. Artikel 1.2.22 is dan van toepassing. 6.Bij de aanvraag tot subsidievaststelling zit aanvullend een inhoudelijk verslag waaruit blijkt dat: de gesubsidieerde activiteiten zijn uitgevoerd; aan de voorwaarden en verplichtingen die bij de subsidie horen is voldaan. 7.De subsidie wordt vastgesteld op de werkelijke kosten als de activiteiten zijn uitgevoerd en aan alle verplichtingen is voldaan. Als de subsidie een percentage van de begrote subsidiabele kosten is, dan wordt de subsidie vastgesteld op hetzelfde percentage van de werkelijke subsidiabel kosten ook voor de subsidievaststelling. De subsidie wordt nooit hoger vastgesteld dan het verleende bedrag. 8.Op basis van een risicoanalyse kunnen Gedeputeerde Staten een Asv-subsidie vanaf € 125.000,- vaststellen zonder voorafgaande subsidieverlening. Artikel 1.2.19 is dan van toepassing. Artikel1.2.22SiSa-verantwoording 1.SiSa staat voor Single information, Single audit. Het is een manier van subsidie verantwoorden die geldt voor subsidies waarvan de middelen beschikbaar gesteld zijn door de Rijksoverheid via een SPUK, Specifieke uitkering. 2.Als een gemeente of een provincie subsidie ontvangt die afkomstig is van een SPUK, dan verloopt de financiële verantwoording van de subsidie via de SiSa-verantwoording. Artikel 17a van de Financiële verhoudingswet is van toepasing. Bij sommige SPUK’s geldt de SiSa-verantwoording ook voor een waterschap. 3.De medeoverheid dient ieder jaar vóór 15 juli de SiSa-verantwoording in bij de Rijksoverheid. 4.De provincie ontvangt de betreffende SiSa-verantwoording van de Rijksoverheid en gebruikt deze bij vaststelling van de subsidie. Deze verantwoording kan ook gebruikt worden bij het bepalen of een aanvullend voorschot verleend wordt. 5.Als sprake is van een provinciebijdrage die als cofinanciering geldt voor de SPUK-bijdrage van de Rijksoverheid, dan wordt de provinciebijdrage ook verantwoord via de SiSa-verantwoording. De provinciebijdrage wordt in de SiSa-verantwoording verantwoord onder: cofinanciering. 6.Als de subsidieperiode langer is dan een jaar, dan wordt de aanvraag tot subsidievaststelling bij de provincie ingediend uiterlijk op 15 juli van het jaar waarin de laatste SiSa-verantwoording is ingediend bij het Rijk. Artikel1.2.23Beslistermijn op een aanvraag De beslistermijn op een subsidieaanvraag, wijziging van een subsidieverlening of een aanvraag voor subsidievaststelling is 13 weken vanaf de ontvangst van de aanvraag. Artikel1.2.24Accountantsverklaring 1.Gedeputeerde Staten kunnen als controlemaatregel een accountantsverklaring over de financiële verantwoording van de subsidie vragen. In de subsidieverlening staat dan dat een accountantsverklaring ingediend wordt bij de aanvraag tot subsidievaststelling. 2.In de accountantsverklaring staat een overzicht van de kosten en baten van de gesubsidieerde activiteiten en een oordeel van een accountant daarover. Artikel1.2.25Beoordeling integriteit van de subsidieontvanger 1.Met de Wet Bevordering Integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) kunnen Gedeputeerde Staten onderzoeken of de aanvrager aan wie zij een subsidie wil verlenen betrouwbaar en integer is. De door Gedeputeerde Staten vastgestelde Beleidsregel voor de toepassing van de Wet Bibob 2019 is van toepassing. 2.Gedeputeerde Staten kunnen bij een aanvraag om een subsidie of bij wijziging van de subsidieontvanger een volledig in te vullen Bibob-formulier subsidies verplicht stellen. In dat geval worden geen voorschotten verleend totdat de beoordeling van het ingezonden Bibob-formulier subsidies is afgerond. 3.Als het Bibob-formulier subsidies niet dan wel niet compleet wordt ingediend, wordt de subsidie afgewezen of ingetrokken. Voordat de subsidie wordt afgewezen of ingetrokken, krijgt de aanvrager de gelegenheid om zijn Bibob-formulier subsidies alsnog in te dienen dan wel aan te vullen. 1.3Algemene verplichtingen van de subsidieontvanger Artikel1.3.1Goed controleerbare administratie 1.De subsidieontvanger zorgt voor een goede administratie. Bij een eventuele controle van de subsidieadministratie kan worden aangetoond: dat de gesubsidieerde activiteiten zijn uitgevoerd; wat de begrote en werkelijke kosten van de gesubsidieerde activiteiten zijn en hoe deze gefinancierd zijn. 2.De subsidieadministratie bestaat tenminste uit facturen, betaalbewijzen, subsidiebesluiten en financiële bijdragen van derden en, voor zover van toepassing, een overzicht van de gewerkte uren. 3.De subsidieontvanger bewaart de subsidieadministratie 12 maanden na de subsidievaststelling. Als de subsidie direct is vastgesteld, zonder voorafgaande subsidieverlening dan is de bewaarperiode 12 maanden na het einde van de subsidieperiode. Artikel1.3.2Op tijd uitvoeren van de activiteiten Gedeputeerde Staten kunnen de subsidieontvanger verplichten om vóór een bepaalde datum met de activiteiten te beginnen. Die datum ligt na de start, maar voor het einde van de subsidieperiode. Artikel1.3.3Melding van wijzigingen in de uitvoering 1.De subsidieontvanger is verplicht de volgende wijzigingen te melden: een gesubsidieerde activiteit die niet, niet helemaal of op een andere manier uitgevoerd gaat worden; een gesubsidieerde activiteit die niet op tijd wordt uitgevoerd; als er niet meer aan de aan subsidie verbonden voorwaarden en verplichtingen kan worden voldaan, of als de wens bestaat om de subsidie over te mogen dragen aan een ander. 2.Voor het melden van wijzigingen wordt het formulier ‘Indienen wijzigingsverzoek’ gebruikt. De subsidieontvanger meldt de wijziging binnen 4 weken nadat deze bekend is of had kunnen zijn. 3.Bij een verleende meerjarige subsidie van € 1,5 miljoen of meer doet de subsidieontvanger uiterlijk 1 december van ieder jaar een melding als de jaarlijkse uitgaven van de subsidiabele activiteiten 10% of meer afwijken van de planning voor de uitgaven dat bij de subsidieaanvraag was opgenomen. 4.Als gevolg van een melding kan de verleende of direct vastgestelde subsidie verlaagd worden, kunnen aanvullende afspraken over de gesubsidieerde activiteiten gemaakt worden of kunnen de verplichtingen die bij de subsidie horen, gewijzigd worden. 5.Als de gesubsidieerde activiteit niet op tijd wordt uitgevoerd en de aanvrager heeft daar op tijd een melding van gemaakt, dan kunnen Gedeputeerde Staten besluiten om uitstel te verlenen. Artikel1.3.4Indienen tussenrapportage 1.De subsidieontvanger levert een tussenrapportage in bij meerjarige subsidies die hoger zijn dan € 25.000,-. Bij een subsidieperiode van een jaar of langer wordt maximaal één keer per jaar een tussenrapportage gevraagd. 2.In de tussenrapportage staat minimaal: hoever de uitvoering van de activiteiten is; hoeveel kosten er al zijn gemaakt; de eventuele ontvangen bijdragen van derden; wijzigingen in de uitvoering van de activiteiten of de ingediende begroting. Artikel1.3.5Meewerken aan evaluatieonderzoek De subsidieontvanger werkt mee aan een eventueel evaluatieonderzoek. Het onderzoek meet of de subsidie bijdraagt aan de maatschappelijke doelen waarvoor de subsidie bedoeld is. 1.4Overige bepalingen Artikel1.4.1Beheersmaatregelen misbruik en oneigenlijk gebruik van subsidie Om misbruik en oneigenlijk gebruik van subsidies tegen te gaan kunnen Gedeputeerde Staten aanvullende voorwaarden of verplichtingen opleggen dan wel andere maatregelen nemen. Deze aanvullende voorwaarden, verplichtingen of andere maatregelen worden beheersmaatregelen genoemd. Artikel1.4.2Adviescommissie Bij sommige subsidieregelingen is er een adviescommissie. De adviescommissie geeft advies over de beoordeling van aanvragen. Artikel1.4.3Afronding bedragen Subsidiebedragen worden naar boven afgerond op hele Euro’s. Artikel1.4.4Verwachtingen vervolgsubsidie Aan verleende subsidies kunnen geen rechten worden ontleend voor subsidies in de toekomst. Hoofdstuk2Ruimtelijke ordening en waterbeheer 2.1Gereserveerd 2.2Leefbaar Platteland 3.0 Artikel2.2.1Betekenis van de begrippen In dit artikel worden vaker voorkomende begrippen uitgelegd. Platteland: buiten de steden gelegen gebied, buurtschap, dorp of een kleine kern in Overijssel met maximaal 12.500 inwoners. Toekomstplan: een toekomstplan is een compleet plan voor een dorp of gebied, dat in beeld brengt welke fysieke maatregelen en ideeën voor lokale initiatieven mogelijk zijn om een gebied of dorp leefbaar te houden in de toekomst. Het plan brengt de huidige situatie en de kansen voor de toekomst in beeld. Het bevat haalbare en gedragen maatregelen, ideeën en oplossingen. Artikel2.2.2Doel van de subsidieregeling Met deze subsidieregeling wil de provincie bijdragen aan een toekomstbestendig platteland. Dit door het uitwerken of uitvoeren van toekomstplannen te stimuleren zodat dorpen en gemeenschappen weten hoe ze er nu voorstaan en wat nodig is voor de toekomst. Artikel2.2.3Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen 1.De subsidie wordt verleend voor één van de drie volgende activiteiten: het uitvoeren van onderzoek naar de haalbaarheid van een lokaal idee of initiatief dat onderdeel is of wordt van een toekomstplan; procesondersteuning bij het opstellen van een toekomstplan; het uitvoeren van fysieke maatregelen die in het toekomstplan opgenomen zijn. 2.Het toekomstplan voldoet aan de volgende voorwaarden: het plan is of wordt opgesteld door of samen met een deskundige met aantoonbare ervaring; het plan houdt rekening met andere lopende en toekomstige ontwikkelingen in de omgeving; in het plan worden op een logische, samenhangende manier lokale opgaves aangepakt. Het gaat om datgene wat nodig is om een gebied of dorp ook in de toekomst leefbaar te houden; de voorstellen in het plan dragen bij aan de ruimtelijke kwaliteit, de sociale kwaliteit en de identiteit van het dorp of gebied: bij ruimtelijke kwaliteit gaat het om alles wat openbare ruimte geschikt maakt voor mens, plant en dier. De juiste ontwikkeling op de juiste plek, en op de juiste manier ingepast in de omgeving; bij sociale kwaliteit gaat het om de mate waarin inwoners samen in staat zijn zelf dingen te organiseren en gedaan te krijgen; voor het opstellen van het plan en het uitvoeren van onderzoeken is niet eerder subsidie verleend op basis van de subsidieregeling 2.14 Leefbaar Platteland of 10.2 Zelfstandig leven en gezond bewegen van het Ubs
- 3.Voor het uitvoeren van een onderzoek gelden de volgende extra voorwaarden: het onderzoek wordt uitgevoerd door of samen met een deskundige met aantoonbare ervaring; als uit het onderzoek blijkt dat het idee of initiatief haalbaar is, dan moet binnen 3 maanden gestart kunnen worden met de uitvoering van het idee of initiatief. 4.Voor het uitvoeren van fysieke maatregelen gelden de volgende extra voorwaarden: de maatregelen zijn opgenomen in een toekomstplan; de maatregelen worden uitgevoerd op het platteland in Overijssel; de maatregelen dragen op een logische, samenhangende manier bij aan het leefbaar houden van het dorp of gebied, nu en in de toekomst; de maatregelen zijn afgestemd met de betreffende gemeente; de maatregelen dragen bij aan de leefbaarheid op het platteland en scoren minimaal 15 punten op onderdeel 1: Bijdrage aan leefbaarheid, van Puntentabel 1; uit het projectplan blijkt dat de maatregelen juridisch, financieel en ruimtelijk haalbaar en uitvoerbaar zijn; de maatregelen behalen minimaal 75 punten op basis van Puntentabel
- Artikel2.2.4Aanvrager 1.De aanvrager is een stichting, een vereniging, een kerkgenootschap, een bedrijf, een Overijsselse gemeente of waterschap. 2.De aanvrager heeft daarnaast ook een maatschappelijk belang. Dit betekent dat hij een aantoonbare relatie of belang heeft bij de leefomgeving van het gebied waarvoor subsidie wordt aangevraagd. Artikel2.2.5Kosten die voor subsidie in aanmerking komen 1.Alleen de kosten van derden zijn subsidiabel. Artikel 1.2.6 is niet van toepassing. 2.Voor het uitvoeren van een onderzoek of procesondersteuning bij het opstellen van het toekomstplan geldt aanvullend dat alleen kosten van derden die met een offerte zijn onderbouwd, subsidiabel zijn. Artikel2.2.6Hoogte van de subsidie 1.De subsidie voor het uitvoeren van een onderzoek of procesondersteuning bij het opstellen van een toekomstplan is: maximaal 90% van de subsidiabele kosten; maximaal € 15.000,- per aanvraag. 2.De subsidie voor het uitvoeren van fysieke maatregelen is: maximaal 90% van de subsidiabele kosten; maximaal € 100.000,- per aanvraag; 3.De subsidie voor het uitvoeren van fysieke maatregelen wordt niet verleend als de berekende subsidie minder dan € 50.000,- is. Dit is een afwijking van artikel 1.2.17 lid
- Artikel2.2.7Bijdrage gemeente De gemeente draagt een geldbedrag bij aan de dekking van de kosten van het onderzoek, de procesondersteuning of de fysieke maatregelen uit het projectplan. De hoogte van de gemeentelijke bijdrage is minimaal een tiende deel van de hoogte van de gevraagde subsidie op basis van deze subsidieregeling. Artikel2.2.8Aanvraag 1.De aanvraag kan het hele jaar door worden ingediend . 2.De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Leefbaar Platteland 3.
- 3.De aanvrager levert een begroting en een dekkingsplan in. Het is verplicht om het beschikbaar gestelde begrotingsformat te gebruiken. 4.De aanvrager van subsidie voor het uitvoeren van een onderzoek of procesondersteuning het opstellen van een toekomstplan levert aanvullend ook een offerte in. 5.De aanvrager van subsidie voor het uitvoeren van fysieke maatregelen levert aanvullend ook de volgende stukken in: een toekomstplan, waar de fysieke maatregelen onderdeel van zijn; een projectplan voor de uitvoering van de fysieke maatregelen. In het projectplan staat minimaal: de beschrijving van de bijdrage aan leefbaarheid; de juridische, financiële en ruimtelijke haalbaarheid van de fysieke maatregelen; de betrokkenheid van inwoners en gemeente; hoe de fysieke maatregelen op een logische, samenhangende manier bijdragen aan het leefbaar houden van het dorp of gebied, nu en in de toekomst; de afstemming van het projectplan en toekomstplan met de gemeenten en provincie; een plan van aanpak, inclusief stappenplan voor de uitvoering; een financiële paragraaf, een begroting en dekkingsplan; het gewenste en verwachte resultaat van het project; een schriftelijke bevestiging van de gemeente, waaruit de gemeentelijke geldbijdrage blijkt. 6.Per toekomstplan wordt maximaal 1 keer een aanvraag ingediend. 7.Er mag geen aanvraag ingediend worden voor alle drie de subsidiabele activiteiten. 8.Per dorp of gebied wordt maximaal 1 keer subsidie aangevraagd op basis van deze subsidieregeling. Artikel2.2.9Beschikbaar budget voor de subsidieregeling 1.Het subsidieplafond geldt voor de jaren 2022 en
- 2.Er geldt een deelplafond voor: het uitvoeren van onderzoek en procesondersteuning bij het opstellen van een toekomstplan; het uitvoeren van fysieke maatregelen. Artikel2.2.10Aanvullende verplichtingen De subsidieontvanger is verplicht: binnen het netwerk Leefbaar Platteland zowel een gevraagde als ongevraagde bijdrage te leveren aan het delen van de opgedane kennis en ervaring; als sprake is van subsidie voor het uitvoeren van een onderzoek of het ontwikkelen van een toekomstplan, binnen 1 maand na subsidieverlening te starten met de uitvoering van het idee of plan en deze binnen 6 maanden af te ronden. als sprake is van subsidie voor het uitvoeren van fysieke maatregelen, binnen 3 maanden na subsidieverlening te starten met de uitvoering van de activiteiten en deze binnen 3 jaar uitgevoerd te hebben. Artikel2.2.11Geen staatssteun Er is geen sprake van staatssteun als de subsidie verleend kan worden onder de Algemene De-minimisverordening. Artikel 1.2.10 lid 4 is van toepassing. Artikel2.2.12Looptijd Deze subsidieregeling vervalt op 30 november 2023 om 17.00 uur. Puntentabel 1, bij 2.2 Leefbaar Platteland 3.0: Te behalen punten
- Bijdrage aan leefbaarheid Minimaal 15 en maximaal te behalen punten: 40 punten De fysieke maatregelen zijn onderdeel van een toekomstplan dat duidelijk bijdraagt aan minimaal 3 opgaves die van invloed zijn op de leefbaarheid van het platteland:
- verbinding tussen stad en platteland;
- versterken lokale identiteit, inclusief immaterieel erfgoed;
- toekomstbestendig voorzieningenniveau;
- lokale en/of regionale economie;
- een passend woningaanbod;
- gezondheid;
- zelf organiserend vermogen: samen dingen regelen en doen
- aanpak van transitiethema’s: versterken biodiversiteit, klimaatadaptatie, energie, aanpak stikstof. 0-2 opgaves: 0 punten 3-4 opgaves: 15 punten 5-6 opgaves: 30 punten 7-8 opgaves: 40 punten
- Haalbaarheid fysieke maatregelen Maximaal te behalen punten 10 punten De juridische, financiële en ruimtelijke haalbaarheid van de fysieke maatregelen is aangetoond en onderbouwd: 10 punten
- Mate van betrokkenheid van inwoners en gemeente Maximaal te behalen punten: 20 punten Inwoners zijn initiatiefnemer van de fysieke maatregelen: Ja: 10 punten Nee: 0 punten Inwoners of betrokken organisaties, bedrijven, dragen bij in eigen tijd of middelen voor de uitvoering van de fysieke maatregelen: Ja: 10 punten Nee: 0 punten
- Mate van bijdrage aan provinciale doelen Maximaal te behalen punten: 10 punten De fysieke maatregelen en het bijbehorende toekomstplan dragen bij aan meerdere beleidsdoelen van de provincie: 10 punten
- Fysieke maatregelen en toekomstplan is inhoudelijk afgestemd met provincie Maximaal te behalen punten: 20 punten De aanvraag is door initiatiefnemer vooraf afgestemd, met een intakegesprek, met de provinciale beleidsmedewerkers leefbaar platteland: 20 punten Totaal behaalde punten =1+2+3+4+5 2.3Klimaatadaptatie Artikel2.3.1Betekenis van begrippen In dit artikel wordt een vaker voorkomend begrip uitgelegd. Klimaatadaptatieplan: een plan waarin maatregelen worden genoemd om klimaatverandering tegen te gaan of als voorbereiding op de risico's van het veranderende klimaat. Artikel2.3.2Doel van de subsidieregeling Met deze subsidieregeling wil de provincie bijdragen aan het voorbereiden van Overijssel op de gevolgen van het veranderende klimaat. Dit door plannen van gemeenten en waterschappen te ondersteunen. Artikel2.3.3Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen 1.De subsidie wordt verleend voor: het uitwerken van een klimaatadaptatieplan; onderzoek naar de haalbaarheid van maatregelen die in het klimaatadaptatieplan opgenomen zijn of worden; de uitvoering van fysieke maatregelen die in een klimaatadaptatieplan opgenomen zijn of worden. 2.Het klimaatadaptatieplan voldoet aan de volgende voorwaarden: het plan houdt rekening met andere lopende en toekomstige opgaves en ontwikkelingen in de omgeving; het plan gaat over concrete maatregelen voor het bestrijden en voorkomen van hitte, wateroverlast, droogte of de gevolgen van overstromingen; het plan gaat over de effecten van klimaatverandering voor minimaal 1 van de volgende 9 sectoren die genoemd zijn in de Nationale Adaptatie Strategie: water en ruimte; natuur; landbouw, tuinbouw en visserij; gezondheid; recreatie en toerisme; infrastructuur: weg, spoor, water en ook luchtvaart; energie; information Technology en telecom; veiligheid. 4.De uit te voeren fysieke maatregelen voldoen aan de volgende voorwaarden: de maatregelen worden uitgevoerd in Overijssel; de maatregelen zijn aanpassingen in de bestaande omgeving; de maatregelen behalen minimaal 7 punten op basis van Puntentabel
- 5.De uit te voeren fysieke maatregelen voldoen aanvullend aan minimaal één van de volgende voorwaarden: de maatregelen zijn gebaseerd op de resultaten van een stresstest. Met een stresstest wordt aangetoond wat de mogelijke kwetsbaarheden zijn binnen een gebied. Er wordt daarvoor een test gedaan voor de vier klimaatthema’s: wateroverlast, hitte, droogte en overstroming. de maatregelen zijn gebaseerd op een risicodialoog. Een risicodialoog is een proces dat bestaat uit meerdere gesprekken met allerlei partijen. Tijdens een risicodialoog komen de kwetsbaarheden aan bod voor wateroverlast, hittestress, droogte en overstromingsrisico's; de maatregelen zijn voor de komende 6 jaar opgenomen in de uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie binnen de werkregio. 6.De volgende maatregelen komen niet in aanmerking voor de subsidie: onderhoud; de maatregelen die tot de algemene taken van een gemeente of waterschap horen, zoals beheer. Artikel2.3.4Aanvrager De aanvrager is een Overijsselse gemeente of een waterschap. Artikel2.3.5Kosten die voor subsidie in aanmerking komen. Alleen kosten van derden zijn subsidiabel. Artikel 1.2.6 is niet van toepassing. Artikel2.3.6Hoogte van de subsidie 1.De subsidie voor het uitwerken van een klimaatadaptatieplan en onderzoek naar de haalbaarheid van maatregelen is: maximaal 50% van de subsidiabele kosten; maximaal € 20.000,- per aanvraag. 2.De subsidie voor de uitvoering van fysieke maatregelen is: maximaal 50% van de subsidiabele kosten; maximaal € 150.000,- per aanvraag. 3.De subsidie wordt niet verleend als de berekende subsidie minder dan € 10.000,- is. Dit is een afwijking van artikel 1.2.17 lid
- De aanvrager mag in de jaren 2021, 2022 en 2023 samen, maximaal twee keer subsidie ontvangen op basis van deze subsidieregeling. Artikel2.3.7Aanvraag 1.De aanvraag kan het hele jaar door worden ingediend. 2.De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Klimaatadaptatie. 3.De aanvrager levert een begroting en dekkingsplan in. Het is verplicht om het beschikbaar gestelde begrotingsformat te gebruiken. 4.De aanvrager levert aanvullend ook een kaartaanduiding in op kadastraal perceelniveau van het gebied waar de fysieke maatregelen worden uitgevoerd. 5.Er mag geen aanvraag ingediend worden voor zowel het uitwerken van een klimaatadaptatieplan als een onderzoek naar de haalbaarheid van maatregelen. Deze activiteiten kunnen wel gecombineerd aangevraagd worden met de uitvoering van fysieke maatregelen. Artikel2.3.8Beschikbaar budget voor de subsidieregeling Het subsidieplafond geldt voor de jaren 2021 tot en met
- Artikel2.3.9Geen staatssteun De subsidie van de provincie aan de gemeente of waterschap levert geen staatssteun op. Artikel2.3.10Looptijd Deze subsidieregeling vervalt op 30 november 2023 om 17.00 uur. Puntentabel 1, bij 2.3 Klimaatadaptatie: Te behalen punten
- Doeltreffendheid maatregelen Maximale punten: 2 Het klimaatadaptatieplan bevat een duidelijke onderbouwing waaruit blijkt dat de maatregelen de kwetsbaarheid van gebieden voor hitte, wateroverlast, droogte of de gevolgen van overstromingen verminderen. Ja: 2 punten. Nee: 0 punten.
- Doelmatigheid maatregelen Maximale punten: 1 Het klimaatadaptatieplan bevat een duidelijke onderbouwing dat de maatregel kosteneffectief is. Ja: 1 punt. Nee: 0 punten.
- Integraliteit maatregelen Maximale punten: 4 Het klimaatadaptatieplan bevat maatregelen die bijdragen aan meerdere klimaatadaptatie doelen: Voorkomen wateroverlast; Voorkomen droogte; Voorkomen hittestress; Beperken van de gevolgen bij overstromingen: Per doel: 1 punt.
- Bijdrage aan Maatschappelijke opgaven Maximale punten: 7 Het klimaatadaptatieplan levert een bijdrage aan een of meer van de volgende maatschappelijke opgaven uit het provinciale Coalitieakkoord 2019-2023 Samen bouwen aan Overijssel: Krachtige economie; Goede bereikbaarheid; Hitte, droogte en wateroverlast; Energietransitie; Aantrekkelijk wonen en ruimte; Vitaal landelijk gebied; Samenleven in Overijssel. Per opgave: 1 punt.
- Urgentie Op basis van de risicodialoog staat de maatregel op de uitvoeringsagenda voor de komende 6 jaar van een overheid binnen de werkregio: 1 punt.
- Mate van vernieuwing Maximale punten: 1 Er is sprake van vernieuwende maatregelen/ toepassing van nieuwe producten, werkwijzen, methoden of technieken: Ja: 1 punt. Nee: 0 punten.
- Mate van betrokkenheid van inwoners bij het klimaatadaptatieplan Maximale punten: 2 Inwoners zijn actief betrokken bij de ideeënvorming en voorbereiding of inwoners zijn initiatiefnemer van klimaatadaptatieplan: Ja: 2 punten. Nee: 0 punten.
- Maatregelen kunnen snel uitgevoerd worden Maximale punten: 1 - De uitvoering van maatregelen start binnen 1 jaar na subsidieverlening: 1 punt. - Het is nog onduidelijk wanneer de fysieke uitvoering van de maatregelen start: 0 punten.
- Bij de uitvoering van de activiteiten is aandacht voor biodiversiteit en inheemse soorten Maximale punten: 2 ja: 2 punten. nee: 0 punten. Totaal behaalde punten= 1+2+3+4+5+6+7+8+9 2.4Flexpools versnellen woningbouw Artikel2.4.1Doel van de subsidieregeling Met deze subsidieregeling wil de provincie bijdragen aan het toekomstbestendig maken van de woningvoorraad. Dit door de voorbereiding van woningbouwprojecten te helpen versnellen. Artikel2.4.2Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen 1.De subsidie wordt verleend voor inhuur van extra tijdelijk personeel of inhuur van deskundigen: om woningbouwprojecten van gemeenten in Overijssel te ondersteunen en te versnellen; voor het opstellen van een lokale of regionale integrale woonzorgvisie. 2.Het woningbouwproject voldoet aan de volgende voorwaarde: het is een woningbouwproject dat door de provincie aangemerkt is als een sleutelproject zoals opgenomen in de Regionale Woonagenda’s en Woondeals West Overijssel en Twente. De Regionale Woonagenda’s en Woondeals zijn te raadplegen via www.aanjaagteamwoningbouwoverijssel.nl. Sleutelprojecten zijn projecten met een betekenisvol effect op de betreffende stad of kern. Een sleutelproject draagt bij aan de doelen uit de woonagenda’s en aan de versnelling van de woningbouw door te starten met de bouw voor
- 3.Het in te huren tijdelijke personeel of de in te huren deskundige wordt ingezet voor één of meerdere van de volgende activiteiten: de vergunningverlening van een woningbouwproject; het voorbereiden van een woningbouwproject of herstructureringsproject. Hierbij kan ook rekening gehouden worden met onder andere de geldende regels voor de stikstofuitstoot; het sluiten van een anterieure overeenkomst tussen de gemeente en marktpartijen. In de anterieure overeenkomst staan afspraken over de grond, de kosten voor het wijzigen van een bestemmingsplan en de kosten die gemaakt worden om het bouwproject in de bestaande situatie in te passen. In de overeenkomst staat ook wie de kosten betaalt; het opstellen van een bestemmingsplan en het doorlopen van de procedures die erbij horen; het ondersteunen van de gemeente om lokale of regionale integrale woonzorgvisies te realiseren. De woonzorgvisies gaan over betaalbare woningen met passende zorg en ondersteuning voor aandachtgroepen. De aandachtgroepen zijn statushouders, arbeidsmigranten, dak- en thuislozen, mensen met sociale of medische urgentie, mensen die uitstromen uit een intramurale zorginstelling, uitwonende studenten, woonwagenbewoners en ouderen. Artikel2.4.3Aanvrager De aanvrager is een Overijsselse gemeente. Artikel2.4.4Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen Alleen de kosten van derden zijn subsidiabel. Artikel 1.2.6 is niet van toepassing. Artikel2.4.5Hoogte van de subsidie 1.De subsidie is maximaal 75% van de subsidiabele kosten. 2.De subsidie is maximaal € 65.000,- per aanvraag. 3.De gemeente mag per indieningsperiode 2 januari 2023 tot 1 oktober 2024 maximaal 2 keer subsidie ontvangen op basis van deze subsidieregeling. Artikel2.4.6Eigen bijdrage Minimaal 25% van de subsidiabele kosten wordt betaald met een geldbijdrage van de aanvrager of derden. Artikel2.4.7Aanvraag 1.De subsidieaanvraag kan ingediend worden vanaf 2 januari 2023 en moet uiterlijk 1 oktober 2024 vóór 17.00 uur ontvangen zijn. 2.De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Flexpools versnellen woningbouw. 3.De aanvrager levert een begroting en een dekkingsplan in. Het is verplicht om het beschikbaar gestelde begrotingsformat te gebruiken. Artikel2.4.8Beschikbaar budget voor de subsidieregeling Het subsidieplafond geldt voor de jaren 2023 en
- Artikel2.4.9Bevoorschotting Het voorschot is maximaal 90% van de verleende subsidie. Dit is een afwijking op 1.2.18 lid
- Artikel2.4.10Sisa-verantwoording 1.De financiële verantwoording loopt volgens de Sisa-verantwoording. Artikel 1.2.22 is van toepassing. De verantwoording wordt ingediend onder Sisa-code C41-B. 2.Bij de aanvraag tot subsidievaststelling zit een opgave van het aantal woningen dat met het woningbouwproject gerealiseerd wordt. Artikel2.4.11Geen staatssteun De subsidie van de provincie aan een gemeente levert geen staatssteun op. Artikel2.4.12Looptijd Deze subsidieregeling vervalt op 30 november 2024 om 17:00 uur. 2.5Deltaprogramma zoetwater regio Oost 2022-2027 Artikel2.5.1Betekenis van begrippen In dit artikel worden vaker voorkomende begrippen uitgelegd. Bestuursovereenkomst: de bestuursovereenkomst Zoetwatervoorziening Oost-Nederland, tussen partijen die betrokken zijn bij het programma Zoetwatervoorziening Oost-Nederland 2e fase. De bestuursovereenkomst is te vinden op: www.zoetwatervoorzieningoostnederland.nl. Rijksbijdrage: specifieke uitkering op grond van de rijksregeling Tijdelijke regeling stimuleren maatregelen tweede fase Deltaprogramma zoetwater. Werkprogramma: het door de partijen opgestelde Werkprogramma Zoetwatervoorziening Oost-Nederland 2022-2027 met als titel ‘Wel goed water vasthouden; werken aan een nieuwe balans’. Het werkprogramma is bestuurlijk vastgesteld op 18 juni 2021 en herzien op 1 oktober
- In het werkprogramma zijn het regionale bod en het bijbehorende maatregelenpakket uitgewerkt. Het werkprogramma vormt de basis voor de Bestuursovereenkomst. Het werkprogramma is te vinden op: Werkprogramma-ZON-oktober-2021.pdf (zoetwatervoorzieningoostnederland.nl). Artikel2.5.2 Doel van de subsidieregeling Met deze subsidieregeling willen provincies, waterschappen, gemeenten, drinkwaterbedrijven, terreinbeheerders en de land- en tuinbouworganisatie bijdragen aan het vergroten van grondwatervoorraden, het optimaliseren van watersystemen en zorgen voor een efficiënt gebruik van water. Artikel2.5.3 ctiviteiten die voor de subsidie in aanmerking komen
- De subsidie wordt verstrekt voor de volgende in het Werkprogramma genoemde en uitgelegde maatregelen: Robuust watersysteem: Flexibel peilbeheer in hoofdwatersysteem regionale waterbeheerders; Beekherstel en herprofilering leggerwaterlopen; Regelbare drainage en onderwaterdrainage; Verminderen lokale waterafvoer en ontwatering; Afkoppelen verhard oppervlak naar bergings- of infiltratievoorziening; Efficiënt watergebruik: Verbeteren bodemstructuur; Gerichte watergeef-systemen; Bedrijfsgerichte stimuleringsplannen; Ruimtelijke adaptatie: Grondgebruik aanpassen: functie veranderen in ruimte voor water; Naaldbos omzetten in heide of loofbos.
- De uitvoering van de maatregelen mag gestart zijn na 1 januari
- Artikel 1.2.3 is niet van toepassing.
- Lid 2 is niet van toepassing op de uitvoering van maatregelen door landbouwondernemingen. De uitvoering van deze maatregelen mag pas starten nadat de subsidieaanvraag is ingediend door LTO Noord.
- De volgende activiteiten komen niet in aanmerking voor de subsidie: Regulier beheer of onderhoud. Artikel 2.5.4 Aanvrager
- De aanvrager is één van de partijen die genoemd zijn in bijlage 2 van de Bestuursovereenkomst.
- LTO Noord kan ook een gezamenlijke aanvraag indienen voor maatregelen van landbouwondernemers. Artikel 2.5.5 Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen
- De subsidiabele kosten zijn: toerekenbaar. Dit betekent dat de kosten direct verband houden met de subsidiabele activiteit; aantoonbaar. Dit betekent dat de aanvrager de kosten kan uitleggen en bewijzen met facturen en offertes; acceptabel. Dit betekent dat de kosten redelijk zijn.
- De artikelen 1.2.5 tot en met 1.2.8 zijn niet van toepassing.
- De kosten van de activiteiten die uitgevoerd zijn voordat de aanvraag is ingediend zijn wel subsidiabel, maar alleen als de activiteit uitgevoerd is na 1 januari
- Dit geldt niet voor maatregelen of een gezamenlijke aanvraag van LTO Noord.
- De volgende kosten zijn niet subsidiabel: kosten waarvoor een bijdrage is verleend uit het Deltafonds; personeelskosten van de eigen organisatie; compensabele en verrekenbare Btw; boetes, gerechtskosten, kosten voor financieringen, debetrente, kosten voor het inhuren van een subsidieadviesbureau of andere subsidiebemiddelaar; vergoedingen voor de inzet van uren van vrijwilligers. Artikel 2.5.6 Hoogte van de subsidie
- De subsidie is maximaal 25% van de subsidiabele kosten.
- De subsidie is maximaal het bedrag zoals opgenomen in de kolom ‘Aan te vragen netto bijdrage na aftrek Btw-compensatie’ als vermeld in bijlage 2, pagina 26 en 27 van de Bestuursovereenkomst. Artikel 2.5.7 Eigen bijdrage
- De aanvrager is verplicht minimaal 75% van de subsidiabele kosten te dekken met: een eigen bijdrage of bijdrage van derden, niet zijnde een bijdrage in de vorm van eigen arbeid; gewaardeerde goederen of gronden, als de waarde is bepaald door een onafhankelijke deskundige of instantie, zoals een taxateur.
- De eigen bijdrage of de bijdrage van derden mag niet afkomstig zijn van Deltafondsmiddelen van het Rijk. Artikel 2.5.8 Aanvraag
- De aanvraag moet uiterlijk 31 december 2023 vóór 17.00 uur zijn ontvangen.
- De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Deltaprogramma zoetwater regio Oost 2022-
- De aanvrager levert een overzicht in van de uit te voeren maatregelen en de begrote kosten. Het is verplicht om het beschikbaar gestelde format te gebruiken. Dit is een afwijking van artikel 1.2.1 lid 2 onderdeel c.
- De aanvrager hoeft geen begroting en dekkingsplan in te leveren. Artikel 1.2.13 lid 2 is niet van toepassing.
- De aanvrager mag voor de jaren 2022 tot en met 2027 maximaal 1 keer een aanvraag indienen. Artikel2.5.9 Beschikbaar budget voor de regeling Het subsidieplafond geldt voor de jaren 2022 tot en met
- Artikel 2.5.10 Voorwaarde
- De subsidie wordt verstrekt onder het voorbehoud dat het Rijk de volledige rijksbijdrage beschikbaar stelt.
- Als het Rijk de rijksbijdrage niet beschikbaar stelt, of verlaagt, dan kan dit gevolgen hebben voor de verleende subsidie. Artikel 2.5.11 Bevoorschotting
- Bij een subsidie van € 1,5 miljoen of minder, bedraagt het voorschot 80% van de verleende subsidie.
- Bij een subsidie van meer dan € 1,5 miljoen, bedraagt het voorschot maximaal 80% en is de bevoorschotting als volgt: voor 2022 10% van de verleende subsidie; voor 2023 15% van de verleende subsidie; voor 2024 15% van de verleende subsidie; voor 2025 20% van de verleende subsidie; voor 2026 20% van de verleende subsidie.
- Als uit de jaarlijkse voortgangsrapportage blijkt dat de besteding van het verleende voorschot 10% of meer afwijkt, kunnen Gedeputeerde Staten besluiten de bevoorschotting aan te passen. Artikel 2.5.12 Voortgangsrapportage
- De subsidieontvanger dient jaarlijks voor 1 februari een voortgangsrapportage in bij het programmabureau. Het programmabureau is ondergebracht bij de provincie Overijssel en wordt aangestuurd door Regionaal Bestuurlijk Overleg Rijn-Oost. Het programmabureau heeft de leiding over de uitvoering van het Werkprogramma.
- Het is verplicht om het beschikbaar gestelde format Voortgangsrapportage te gebruiken. In de voorgangsrapportage staan minimaal: de uitgevoerde maatregelen en het aantallen hectares waarop de maatregelen gerealiseerd zijn. Het is verplicht om een kaart mee te sturen waarop de locatie van de maatregelen duidelijk is aangegeven; de gemaakte kosten en gerealiseerde eigen bijdrage en bijdrage van derden; de geplande maatregelen; de geplande kosten; de eventuele risico’s. Met uitzondering van de voortgang over het jaar
- Over 2022 zal een beperkte voortgang worden gevraagd door het programmabureau. Artikel 2.5.13 Aanvullende verplichtingen De subsidieontvanger is verplicht de maatregelen uiterlijk 31 december 2027 uitgevoerd te hebben. Artikel2.5.14 Sisa-verantwoording De financiële verantwoording van gemeenten en provincies loopt via de Sisa-verantwoording. Artikel 1.2.22 is van toepassing. De verantwoording wordt ingediend onder Sisa-code E87-B. Artikel2.5.15 Staatssteun gemeenten, provincies, waterschappen en drinkwaterbedrijven
- Bij besteding van de subsidie zijn gemeenten, provincies en waterschappen verplicht zich te houden aan de Europese regels op het gebied van aanbesteding en staatssteun.
- De subsidie levert geen staatssteun op, als deze voor de uitvoering van deze maatregelen is verleend aan drinkwaterbedrijven die als een overheidsbedrijf zijn aangemerkt. Artikel 2.5.16 Staatssteun landbouwondernemingen
- De subsidie aan LTO Noord voldoet aan artikel 14 van de LVV, voor de volgende investeringen bij landbouwondernemingen: regelbare drainage en onderwaterdrainage; verminderen lokale waterafvoer en ontwatering; verbeteren bodemstructuur; gerichte watergeef-systemen; bedrijfsgerichte stimuleringsplannen.
- De totale overheidsbijdrage voor de dekking van de subsidiabele kosten is: van de productieve investering per landbouwbedrijf niet meer dan 80% van de subsidiabele kosten; van de niet productieve investeringen per landbouwbedrijf niet meer dan 100% van de subsidiabele kosten.
- De subsidie voor productieve investering per landbouwonderneming is maximaal € 600.000,- per onderneming.
- De kosten van grond komen alleen in aanmerking voor subsidie als de kosten niet hoger zijn dan 10% van de totale investeringskosten van de maatregel. Artikel2.5.17 Looptijd Deze subsidieregeling vervalt op 31 december 2027 om 17.00 uur. 2.6Gereserveerd 2.7Flexibele huisvesting Artikel2.7.1Betekenis van de begrippen In dit artikel wordt een vaker voorkomend begrip uitgelegd. Flexwoningen: flexibele woonoplossingen die relatief snel en goedkoop gerealiseerd kunnen worden. Kenmerkend is het tijdelijke karakter van de woning, de bewoning of het gebruik van een locatie waarop de woning wordt geplaatst. Artikel2.7.2Doel van de subsidieregeling Met deze subsidieregeling wil de provincie bijdragen aan het toekomstbestendig maken van de woningvoorraad door het realiseren van tijdelijke en flexibele woonvormen. Artikel2.7.3Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen 1.De subsidie wordt verleend voor het realiseren van flexwoningen. De volgende activiteiten komen in aanmerking voor de subsidie: de bouw van nieuwe flexwoningen; het veranderen van bestaande gebouwen zonder woonfunctie naar flexwoningen, ook wel transformatie genoemd. 2.De activiteiten voldoen aan de volgende voorwaarden: de woningen worden gerealiseerd in Overijssel; de woningen zijn bedoeld voor tijdelijke bewoning. Dit betekent bewoning voor een periode van minimaal 1 en maximaal 15 jaar; de gevraagde maximale huurprijs per woning is niet meer dan de actuele aftoppingsgrens. Dit is de grens die aangeeft vanaf welke huurprijs de huurtoeslag wordt verlaagd. De maximale huurprijs geldt niet voor huishoudens of gezinnen die bestaan uit zes of meer personen; als de aanvrager een gemeente is dan heeft deze met de eigenaar van de betreffende woningen of grond afspraken gemaakt voor minimaal 1 jaar. Deze afspraken zijn vastgelegd in een intentieverklaring. de uitvoering van activiteiten mag gestart zijn na 1 januari
- Dit is een afwijking van artikel 1.2.
- 3.[vervallen] Artikel2.7.4Aanvrager De aanvrager is een Overijsselse gemeente of woningcorporatie. Artikel2.7.5Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen 1.Als sprake is van de realisatie van woningen dan zijn de personeelskosten en de kosten van derden subsidiabel. Er gelden geen uitzondering op de subsidiabele en niet subsidiabele kosten. De artikelen 1.2.5 tot en met 1.2.9 zijn van toepassing. 2.[vervallen] 3.De kosten van de activiteiten die zijn uitgevoerd voordat de aanvraag is ontvangen zijn wel subsidiabel, maar alleen als de activiteit uitgevoerd is na 1 januari
- Artikel 1.2.8 onderdeel a is niet van toepassing. Artikel2.7.6Hoogte van de subsidie 1.De subsidie voor de realisatie van woningen is: maximaal 100% van de subsidiabele kosten; maximaal € 25.000,- per woning; maximaal € 100.000,- per aanvraag. 2.[vervallen] 3.De subsidie wordt niet verleend als de berekende subsidie minder dan € 5.000,- is. Dit is een afwijking van artikel 1.2.17 lid
- Artikel2.7.7Aanvraag 1.De aanvraag kan het hele jaar worden ingediend. 2.De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Flexibele huisvesting. 3.De aanvrager levert een begroting en dekkingsplan in. Het is verplicht om het beschikbaar gestelde begrotingsformat te gebruiken. 4.Als de aanvrager een gemeente is, dan levert die ook een intentieverklaring in. Artikel2.7.8Beschikbaar budget voor de subsidieregeling Het subsidieplafond geldt voor de jaren 2022 en
- Artikel2.7.9Aanvullende verplichtingen De subsidieontvanger is verplicht de activiteiten binnen 18 maanden na subsidieverlening te realiseren. Artikel2.7.10Beoordeling integriteit van de subsidieontvanger De aanvrager levert een volledig ingevuld Bibob-formulier subsidies in als het eigen onderzoek van Gedeputeerde Staten daartoe aanleiding geeft. Artikel2.7.11Geen staatssteun Er is geen sprake van staatssteun als de subsidie verleend kan worden onder de Algemene De-minimisverordening. Artikel2.7.12Looptijd Deze subsidieregeling vervalt op 30 november 2023 om 17.00 uur. 2.8Vitaliteit van steden (stadsarrangementen) Artikel2.8.1Doel van de subsidieregeling Met deze subsidieregeling wil de provincie bijdragen aan het levendig houden van de binnenstad en toekomstbestendige steden door in te zetten op complexe gebiedsontwikkeling, versnellen van de woningbouw, compacte binnensteden en detailhandel. Artikel2.8.2Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen 1.De subsidie wordt verleend voor activiteiten die bijdragen aan het verbeteren van de kwaliteit, leefbaarheid en vitaliteit van de stad. Een overzicht van de activiteiten en afspraken wordt een Stadsarrangement genoemd. De activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen zijn: Stadsarrangement A: dit is een overzicht van activiteiten die bijdragen aan de vitaliteit, leefbaarheid en kwaliteit van de binnenstad. Het stadsarrangement A wordt gemaakt door de gemeente of andere organisaties in de binnenstad samen met de provincie. Stadsarrangement B: dit is een overzicht van activiteiten die de binnenstad compacter maken en die ook effect hebben op de omliggende steden en dorpen. Stadsarrangement C: dit is een overzicht van activiteiten die onderdeel zijn van één of meerdere gebiedsontwikkelingen waarin minimaal 200 woningen worden gerealiseerd en die ook effect hebben op de omliggende steden en dorpen. 2.Het stadsarrangement voldoet aan de volgende voorwaarden: het stadsarrangement is in overleg met de provincie opgesteld; in het stadsarrangement staat: welke activiteiten of aanpassingen worden uitgevoerd; de kostenverdeling per activiteit; de maximale provinciale bijdrage; wie de subsidieaanvrager is; waar het project uitgevoerd wordt. 3.De activiteiten die niet in aanmerking komen voor de subsidie zijn de activiteiten die bij de taak of de bedrijfsvoering van de gemeente horen. Artikel2.8.3Aanvrager De aanvrager is een Overijsselse gemeente. Er geldt een uitzondering voor Stadsarrangement A. Voor Stadsarrangement A geldt dat de aanvrager een Overijsselse gemeente is of een andere organisatie in de binnenstad die genoemd is in het stadsarrangement. Artikel2.8.4Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen De subsidie is een vast bedrag per aanvrager. De artikelen 1.2.5 tot en met 1.2.8 zijn niet van toepassing. Artikel2.8.5Hoogte van de subsidie De subsidie is het bedrag dat opgenomen in het stadsarrangement van de betreffende gemeente. Artikel2.8.6Aanvraag 1.De aanvraag kan het hele jaar worden ingediend. 2.De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Vitaliteit van steden (stadsarrangementen). 3.De aanvrager levert het door de provincie en gemeente of andere partijen opgestelde stadsarrangement in. 4.Het is niet nodig om een begroting en dekkingsplan in te leveren. Artikel 1.2.13 lid 2 is niet van toepassing. Artikel2.8.7Beschikbaar budget voor de subsidieregeling Het subsidieplafond geldt voor de jaren 2022 en
- Artikel2.8.8Aanvullende verplichtingen De subsidieontvanger is verplicht: de opgedane kennis en ervaring te delen met geïnteresseerden; de activiteiten van Stadsarrangement A binnen 3 jaar na subsidieverlening uitgevoerd te hebben; de activiteiten van Stadsarrangement B en C binnen 5 jaar na subsidieverlening uitgevoerd te hebben. Artikel2.8.9Geen staatssteun Er is geen sprake van staatssteun als de subsidie verleend kan worden onder de Algemene De-minimisverordening. Artikel2.8.10Looptijd Deze subsidieregeling vervalt op 30 november 2024 om 17.00 uur. 2.9Gereserveerd 2.10Klimaatadaptatiemaatregelen werkregio RIVUS Artikel2.10.1 Betekenis van de begrippen In dit artikel worden veel voorkomende begrippen uitgelegd. Programma Klimaatadaptatie 2019-2023: programma van de provincie Overijssel waarmee invulling wordt gegeven aan de opgaven die opgenomen zijn in het coalitieakkoord ‘Samen bouwen aan Overijssel
(2019)’ voorhitte, droogte en wateroverlast. Projectenlijst: een overzicht van projecten en maatregelen waarvoor het Rijk bij besluit van 15 maart 2022 een rijksbijdrage heeft verleend voor projecten van de werkregio RIVUS voor de periode 2021-
- Provincie Overijssel is de kassier voor deze rijksbijdrage. Een overzicht van de projecten is te vinden op www.regelen.overijssel.nl. Rijksbijdrage: bijdrage van het Rijk op basis van de Rijksregeling. Rijksregeling: de Tijdelijke Impulsregeling klimaatadaptatie 2021-2027 van 16 oktober 2020 van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat. Deze regeling heeft als doel om maatregelen voorklimaatadaptatie 2021-2027 te versnellen. De Tijdelijke Impulsregeling klimaatadaptatie 2021–2027 is te vinden op www.overheid.nl. werkregio RIVUS: samenwerkingsverband voor de afvalwaterketen en voor klimaatadaptatie in West Overijssel. Het samenwerkingsverband bestaat uit de volgende partners: de gemeenten Dalfsen, Deventer, Kampen, Olst-Wijhe, Raalte, Staphorst, Zwartewaterland, Zwolle, provincie Overijssel en Waterschap Drents Overijsselse Delta. Bij de afvalwaterketen gaat het om alle activiteiten tussen drinkwaterwinning en rioolwaterzuivering. Artikel 2.10.2 Doel van de subsidieregeling Met deze subsidieregeling wil de provincie bijdragen aan het voorbereiden van Overijssel op de gevolgen van het veranderende klimaat door een klimaatadaptieve inrichting van de provincie in
- Dit door via deze regeling de rijksbijdrage in te zetten om plannen van gemeenten en waterschappen te ondersteunen voor de opgaven van het werkgebied RIVUS. Artikel 2.10.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen
- De subsidie wordt verleend voor projecten die opgenomen zijn in de projectenlijst.
- Een project komt niet in aanmerking voor de subsidie als in de projectenlijst geen rijksbijdrage is opgenomen voor het betreffende project.
- Het project mag gestart zijn na 1 januari
- Dit is een afwijking van artikel 1.2.
- Artikel 2.10.4 Aanvrager
- De aanvrager is één van de volgende partners van de werkregio RIVUS: Gemeente Staphorst; Gemeente Olst-Wijhe; Gemeente Zwolle; Gemeente Zwartewaterland; Gemeente Kampen; Gemeente Raalte; Gemeente Deventer; Gemeente Dalfsen; Waterschap Drents Overijsselse Delta.
- De aanvrager is de verantwoordelijke voor het betreffende project zoals dat is opgenomen in de projectenlijst. Artikel 2.10.5 Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen
- Alleen de kosten van derden zijn subsidiabel. Artikel 1.2.6 is niet van toepassing.
- De kosten van de activiteiten die zijn uitgevoerd voordat de subsidieaanvraag is ontvangen, zijn wel subsidiabel, maar alleen als de activiteiten zijn uitgevoerd na 1 januari
- Dit is een afwijking van artikel 1.2.8 onderdeel a.
- De volgende kosten zijn niet subsidiabel: gebruikelijk en achterstallig onderhoud; maatregelen en voorzieningen ter bestrijding van hittestress; subsidies aan burgers en bedrijven; grondverwerving; een analyse van de kansen op en de gevolgen van wateroverlast, droogte en overstromingen binnen de werkregio; het opstellen van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 4, lid 2 en lid 3 van de rijksregeling. Artikel2.10.6 Hoogte van de subsidie
- De subsidie is maximaal 33% van de subsidiabele kosten.
- De subsidie is maximaal het bedrag dat voor het betreffende project is opgenomen in de projectenlijst in de kolom ‘Rijksbijdrage netto’. Artikel2.10.7 Eigen bijdrage
- De aanvrager is verplicht minimaal 67% van de subsidiabele kosten te dekken met een eigen bijdrage of bijdrage van derden
- De eigen bijdrage is geen bijdrage in de vorm van eigen arbeid.
- De eigen bijdrage of de bijdrage van derden mag niet direct of indirect afkomstig zijn van het Rijk. Artikel 2.10.8 Subsidieaanvraag
- De subsidieaanvraag kan het hele jaar worden ingediend.
- De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Klimaatadaptatiemaatregelen werkregio RIVUS.
- De aanvrager levert een begroting en een dekkingsplan in. Het is verplicht om het beschikbaar gestelde begrotingsformat te gebruiken.
- De aanvrager levert aanvullend ook een projectplan in. Dit mag dezelfde plan zijn zoals die ook is ingeleverd voor de Rijksbijdrage. Artikel2.10.9 Beschikbaar budget voor de subsidieregeling Het subsidieplafond geldt voor de jaren 2023 tot en met
- Artikel2.10.10 Aanvullende verplichtingen De subsidieontvanger is verplicht de activiteiten vóór 31 december 2027 uitgevoerd te hebben. Artikel2.10.11 Sisa-verantwoording De financiële verantwoording van de gemeente loopt volgens de Sisa-verantwoording. Artikel 1.2.22 is van toepassing. De verantwoording wordt ingediend onder Sisa-code E44B. Artikel2.10.12 Staatssteun De subsidie van de provincie aan een gemeente of waterschap levert geen staatssteun op. Artikel2.10.13 Looptijd Deze subsidieregeling vervalt op 31 december 2027 om 17.00 uur. 2.11Klimaatadaptatiemaatregelen 2021-2027 Artikel2.11.1 Betekenis van de begrippen In dit artikel worden veel voorkomende begrippen uitgelegd. Programma Klimaatadaptatie 2019-2023: programma van de provincie waarmee invulling wordt gegeven aan de opgaven die opgenomen zijn in het coalitieakkoord ‘Samen bouwen aan Overijssel
(2019)’ voor hitte, droogte en wateroverlast. Projectenlijst: een overzicht van projecten waarvoor het Rijk bij besluit van 15 maart 2022 een rijksbijdrage heeft verleend voor projecten van de werkregio RIVUS voor de periode 2021-
- Provincie Overijssel is penvoerder voor deze rijksbijdrage. Een overzicht van de projecten is te vinden op www.regelen.overijssel.nl. Rijksbijdrage: de bijdrage op basis van de Rijksregeling. De Rijksbijdrage is aan te vragen bij de werkregio’s. Voor de werkregio RIVUS kan de Rijksbijdrage aangevraagd worden bij de provincie Overijssel op basis van paragraaf 2.10 van dit Ubs. Rijksregeling: de Tijdelijke Impulsregeling Klimaatadaptatie 2021-2027 van 16 oktober 2020 van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat. Deze regeling heeft als doel om maatregelen voor klimaatadaptatie 2021-2027 te versnellen. De Tijdelijke impulsregeling klimaatadaptatie 2021–2027 is te vinden op overheid.nl. Werkregio’s: samenwerkingsverband van gemeenten en waterschappen, op basis van het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie onderverdeeld in de regio’s Twents Waternet, Noordelijke Vechtstromen, RIVUS en FLUVIUS. Artikel2.11.2 Doel van de subsidieregeling Met deze subsidieregeling wil de provincie bijdragen aan het voorbereiden van Overijssel op de gevolgen van het veranderende klimaat door een klimaatadaptieve inrichting van de provincie in
- Dit door subsidie te verlenen aan projecten van gemeenten en waterschappen, waarvoor ook een Rijksbijdrage is verleend. Het gaat om de provinciebijdrage die is opgenomen in de aanvraag voor de Rijksbijdrage. Artikel2.11.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen
- De subsidie wordt verleend voor projecten die zijn opgenomen in de projectenlijst.
- Een project komt niet in aanmerking voor de subsidie als in de projectenlijst geen provinciebijdrage is opgenomen voor het betreffende project.
- Het project mag gestart zijn na 1 januari
- Dit is een afwijking van artikel 1.2.
- Artikel2.11.4 Aanvrager
- De aanvrager is één van de Overijsselse partners van de werkregio’s FLUVIUS, RIVUS, Twents Waternet of Noordelijke Vechtstromen. 2.De aanvrager is de verantwoordelijke voor het betreffende project zoals dat is opgenomen in de projectenlijst. Artikel2.11.5Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen
- Alleen de kosten van derden zijn subsidiabel. Artikel 1.2.6 is niet van toepassing.
- De kosten van de activiteiten die zijn uitgevoerd voordat de subsidieaanvraag is ontvangen, zijn wel subsidiabel, maar alleen als de activiteiten zijn uitgevoerd na 1 januari
- Dit is een afwijking van artikel 1.2.8 onderdeel a.
- De volgende kosten zijn niet subsidiabel: regulier en achterstallig onderhoud; maatregelen en voorzieningen ter bestrijding van hittestress; subsidies aan burgers en bedrijven; grond verwerving; een analyse van de kansen op en de gevolgen van wateroverlast, droogte en overstromingen binnen de werkregio; het opstellen van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 4, lid 2 en lid 3 van de rijksregeling. Artikel2.11.6Hoogte van de subsidie 1.De subsidie is 20% van de subsidiabele kosten. 2.De subsidie is maximaal het bedrag dat voor het betreffende project is opgenomen in de projectenlijst in de kolom ‘Bijdrage provincie Overijssel’. Artikel2.11.7Eigen bijdrage
- De aanvrager is verplicht minimaal 66% van de subsidiabele kosten te dekken met een eigen bijdrage, een bijdrage van de provincie Overijssel of bijdrage van derden.
- De eigen bijdrage is geen bijdrage in de vorm van eigen arbeid.
- De eigen bijdrage of de bijdrage van derden mag niet direct of indirect afkomstig zijn van het Rijk. Artikel2.11.8Subsidieaanvraag
- De subsidieaanvraag kan het hele jaar worden ingediend.
- De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Klimaatadaptatiemaatregelen 2021-
- 3.De aanvrager levert een begroting en een dekkingsplan in. Het is verplicht om het beschikbaar gestelde begrotingsformat te gebruiken.
- De aanvrager levert aanvullend ook een projectplan in. Dit mag hetzelfde plan zijn zoals die ook is ingeleverd voor de Rijksbijdrage. Artikel2.11.9Beschikbaar budget voor de subsidieregeling
- Het subsidieplafond geldt voor de jaren 2023 tot en met
- Er geldt een deelplafond voor de volgende werkregio’s: werkregio Twents Waternet; werkregio Noordelijke Vechtstromen; werkregio FLUVIUS; werkregio RIVUS. Artikel2.11.10Aanvullende verplichtingen De subsidieontvanger is verplicht de activiteiten vóór 31 december 2027 uitgevoerd te hebben. Artikel2.11.11Staatssteun De subsidie van de provincie aan een gemeente of waterschap levert geen staatssteun op. Artikel 2.11.12Looptijd Deze subsidieregeling vervalt op 31 december 2027 om 17.00 uur. 2.12Advies bij Vrijkomende Agrarische Bebouwing (VAB) Artikel2.12.1Doel van de subsidieregeling Met deze subsidieregeling wil de provincie eigenaren van een erf met gebouwen in het buitengebied, met name voormalige agrariërs, ondersteunen bij het voorbereiden op de toekomst. Artikel2.12.2Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen 1.De subsidie wordt verleend voor advies van en ondersteuning door specialisten bij het uitwerken van een realistisch en haalbaar toekomstplan voor een erf. 2.Het advies en ondersteuning voldoet aan de volgende voorwaarden: het gaat om een erf met een oppervlakte van minimaal 500 m2 aan agrarische bebouwing; het gaat over een erf dat op het grondgebied buiten het bestaande bebouwde gebied van steden en dorpen ligt; het gaat niet alleen over landbouwinnovaties, doorontwikkeling, schaalvergroting of uitbreiding van het erf. Artikel2.12.3Aanvrager De aanvrager voldoet aan de volgende voorwaarden: de aanvrager is de eigenaar, pachter of huurder van een erf in het Overijssels landelijk gebied; de aanvrager heeft of verwacht leegstand van agrarische bebouwing op het erf; de aanvrager wil het erf geschikt maken voor de toekomst; de aanvrager heeft nog geen afspraken met de gemeente gemaakt over woningbouw of sloop; de aanvrager heeft een concrete hulpvraag gericht op herbestemming, transformatie, sloop, voortzetting, verhuur of verkoop voor een toekomstgericht erf; de aanvrager die pachter of huurder is, heeft schriftelijke toestemming van de erfeigenaar; de aanvrager heeft een gesprek gehad met een erfcoach en deze adviseert een vervolgtraject. Een erfcoach is iemand die in opdracht van de provincie of gemeente de eigenaar, pachter of huurder op weg helpt bij het opstellen van een toekomstplan voor het erf in het buitengebied. Artikel2.12.4Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen Alleen de kosten van derden zijn subsidiabel. Artikel 1.2.6 is niet van toepassing. Artikel2.12.5Hoogte van de subsidie 1.De subsidie is maximaal 75% van de subsidiabele kosten. 2.De subsidie is maximaal € 2.500,- per aanvraag. 3.De aanvrager mag maximaal 1 keer subsidie ontvangen op basis van deze subsidieregeling. Artikel2.12.6Eigen bijdrage Minimaal 25% van de subsidiabele kosten wordt betaald met een geldbijdrage van de aanvrager of een derde. Artikel2.12.7Aanvraag 1.De aanvraag kan het hele jaar worden ingediend. 2.De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Advies bij Vrijkomende Agrarische Bebouwing (VAB). 3.De aanvrager levert de volgende stukken in: een offerte van een specialist die wordt ingeschakeld om te adviseren over en te ondersteunen bij het uitwerken van een toekomstplan; een door de erfcoach ondertekende verklaring. Het is verplicht om het beschikbaar gestelde format te gebruiken; een schriftelijke toestemming van de erfeigenaar als de aanvrager een pachter of huurder is. 4.De aanvrager hoeft geen begroting en dekkingsplan in te leveren. Artikel 1.2.13 lid 2 is niet van toepassing. Artikel2.12.8Beschikbaar budget voor de subsidieregeling Het subsidieplafond geldt voor het jaar
- Artikel2.12.9Aanvullende verplichtingen De subsidieontvanger is verplicht binnen 12 maanden na subsidieverlening te starten met het door de erfcoach geadviseerde vervolgtraject. Artikel2.12.10Geen staatssteun Er is geen sprake van staatssteun als de subsidie verleend kan worden onder de Algemene De-minimisverordening of de De-minimisverordening Landbouw. Artikel 1.2.10 lid 4 is van toepassing Artikel2.12.11Looptijd Deze subsidieregeling vervalt op 30 november 2023 om 17.00 uur. Hoofdstuk3Milieu en energie 3.1Energiebesparing Overijssel 2.0 Artikel3.1.1Betekenis van de begrippen In dit artikel worden vaker voorkomende begrippen uitgelegd. BENG: de maat voor de energiezuinigheid van bijna energiezuinige gebouwen. De bepaling van de BENG ligt vast in de norm NTA 8800 Energieprestatie van Gebouwen. Cultureel erfgoed: Overijsselse gebouwen en bouwwerken, zoals kerken, kloosters, molens, boerderijen, die vanuit het verleden zijn overgebleven, het waard zijn om te behouden en bijdragen aan een karakteristieke identiteit van het gebied. Het kan daarbij gaan om een rijksmonument of een gemeentelijk monument of een gebouw/bouwwerk waar de gemeente een verklaring voor heeft afgegeven dat het van cultuurhistorische waarde is. Energiebesparing: verminderen van het energieverbruik in een nieuwe situatie vergeleken met de situatie waarin een referentietechnologie wordt toegepast. Energielijst: energie- en milieulijst 2022 of 2023 van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) met bedrijfsmiddelen die voor de fiscale Energie Investering Aftrekregeling (EIA) geschikt zijn. Deze lijst wordt elk jaar bijgewerkt. De energielijst is te vinden op de website http://www.rvo.nl/. Primaire energie: de energie-inhoud van fossiele grondstoffen zoals olie, kolen en gas vóór technische omzetting naar elektriciteit. Bij het rendement op primaire fossiele grondstoffen wordt uitgegaan van de laatste cijfers van het CBS volgens de integrale methode. Hierin wordt rekening gehouden met de groei van hernieuwbare elektriciteit in de elektriciteitsmix. Dit betekent dat voor 1 kWh van de Nederlandse elektriciteitsmix 1.77 kWh primaire energie nodig is geweest. Er gaat namelijk energie verloren tijdens de omzetting van fossiele grondstoffen naar elektriciteit. Het nieuwste cijfer is te vinden op http://www.cbs.nl/. Technische voorziening: bedrijfsmiddelen zoals genoemd in de energielijst en gericht op energiebesparing. Terugverdientijd: een berekening van de tijd waarin de investering terug wordt verdiend. Hierbij mag gebruik gemaakt worden van de berekeningsmethode die voor de energielijst geldt. Deze is te vinden op Berekenen terugverdientijd EIA (rvo.nl). Totale vermeden primaire energieverbruik: het vermeden primaire energieverbruik over een periode van 15 jaar door energiebesparing verminderd met het eigen primaire energieverbruik van de aanvullende technische voorzieningen over een periode van 15 jaar. Vestigingsadres: het adres van het gebouw waar het project plaatsvindt. Artikel3.1.2Doel van deze subsidieregeling Met deze subsidieregeling wil de provincie bijdragen aan de investering in energiebesparende maatregelen en de productie van warmte opgewekt door middel van een zonnecollector. Artikel3.1.3Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen 1.Subsidie kan worden verleend voor investeringen in: technische voorzieningen voor energiebesparing in of bij gebouwen. Het moet gaan om voorzieningen die zijn opgenomen in de Energielijst onder categorie A en die voldoen aan de technische eisen die bij deze categorie horen. Als wordt aangevraagd onder een generieke code, dan moeten de individuele maatregelen voldoen aan de technische eisen van de eigen code; technische voorzieningen voor energiebesparing in bestaande of nieuwe bedrijfsprocessen. Het moet gaan om voorzieningen die zijn opgenomen in de Energielijst onder categorie B en die voldoen aan de technische eisen die bij deze categorie horen. Als wordt aangevraagd onder een generieke code, dan moeten de individuele maatregelen voldoen aan de technische eisen van de eigen code; de productie van warmte voor eigen gebruik, opgewekt door middel van een zonnecollector. Het moet gaan om een zonnecollectorsysteem voor verwarmen die voldoet aan de technische eisen zoals opgenomen in de Energielijst onder categorie D. 2.De activiteiten voldoen aan de volgende voorwaarden: de investering heeft betrekking op één adres in Overijssel, behalve als er sprake is van investeringen op meerdere adressen in Overijssel die technisch met elkaar samenhangen; de energiebesparing of de productie van warmte vindt in Overijssel plaats; de investeringen in technische voorzieningen hebben een terugverdientijd van vijf jaar of meer. het totale vermeden primaire energieverbruik van de investeringen in technische voorzieningen levert minimaal 300 GigaJoule energiebesparing op; de verhouding tussen het totale vermeden primaire energieverbruik en de te verlenen subsidie is minimaal 0.
- Dit betekent dat het totale vermeden primaire energieverbruik gedeeld door het te verlenen subsidiebedrag (in GigaJoule/€) 0.25 of hoger moet zijn; de slaagkans van de investering is voldoende. Dit wordt bepaald op basis van de kwaliteit van het projectplan, de technische, financiële en juridische haalbaarheid en de mate waarin de activiteiten startgereed en obstakelvrij zijn; de onderdelen c, d en f gelden niet voor de productie van warmte opgewekt door middel van een zonnecollector. 3.De activiteiten komen niet in aanmerking voor de subsidie als: [vervallen] het gaat om woningen; het gaat om wettelijk verplichte technische voorzieningen, waaronder technische voorzieningen die op grond van het geldende bouwbesluit voor nieuwbouw verplicht zijn; het gaat om aanschaf van voertuigen voor het vervoer over de weg, vaartuigen voor de binnenvaart of railgebonden voertuigen; het gaat om LED-verlichting, spouwmuurisolatie, HR-ketels, technische isolatie of lichtregelsystemen; het gaat om een installatie die op het moment van de aanvraag al in bedrijf is genomen; voor een investering al subsidie is verleend door een ander bestuursorgaan. 4.Voor de aanschaf van technische voorzieningen voor energiebesparing in of bij gebouwen gelden de volgende extra voorwaarden: voor technische voorzieningen bij nieuwbouw geldt: er wordt aan minimaal de BENG-eisen voldaan. Aanvullend daarop geldt dat de maximale energiebehoefte en het maximale primaire fossiele energiegebruik in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar, 20% minder bedraagt dan toegestaan is op basis van de BENG en dat het minimale aandeel hernieuwbare energie 25% meer bedraagt dan vereist is op basis van de BENG; als sprake is van utiliteitsgebouwen waarbij geen BENG-eis geldt, wordt een reductie van minimaal 40% gehaald ten opzichte van wat gangbaar is. met de technische voorzieningen bij bestaande utiliteitsgebouwen zonder de status van cultureel erfgoed wordt tenminste een energieprestatie van label A++ bereikt en minimaal 7 labelstappen beter dan het was. met de technische voorzieningen bij bestaande utiliteitsgebouwen met de status van cultureel erfgoed wordt minimaal: een energieprestatie van label A++ bereikt of, een energielabel bereikt dat minimaal 4 stappen beter is dan het was en waarbij minimaal label A wordt bereikt of, de energieprestatie-eis uit het geldende bouwbesluit voor nieuwbouw bereikt.
- Voor de productie van warmte opgewekt door middel van een zonnecollector gelden de volgende extra voorwaarden: de opgewekte warmte wordt niet geleverd aan derden; de opgewekte warmte leidt tot een gasbesparing.
- De activiteiten die niet voor de subsidie in aanmerking komen zijn: Advisering, projectmanagement- of projectbegeleiding, en andere voorbereidingsactiviteiten dan installatiewerkzaamheden, onderhoud en exploitatie. Artikel3.1.4Aanvrager 1.De aanvrager is een stichting, vereniging, een BV of een NV een vennootschap onder firma, een commanditaire vennootschap, een eenmanszaak of een kerkgenootschap. 2.Als de aanvrager een huurder van het gebouw is, dan heeft de eigenaar toestemming gegeven om de activiteiten uit te voeren. Artikel3.1.5Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen 1.De aanschafkosten van de technische voorzieningen of de zonnecollector zijn subsidiabel. Artikel 1.2.7 is van toepassing. 2.De personeelskosten van de aanvrager en de loonkosten van derden voor de installatie van de technische voorziening zijn subsidiabel. Voor de personeelskosten van de aanvrager geldt een vast uurtarief van € 40,-. Artikel 1.2.6 lid 1 onderdeel a is van toepassing. Voor de loonkosten van derden geldt het uurtarief voor derden. Artikel 1.2.7 lid 6 is van toepassing. 3.Alleen kosten die nodig zijn om het hogere niveau aan energiebesparing te behalen zijn subsidiabel. Artikel3.1.6Hoogte van de subsidie 1.De subsidie: aan een micro- of kleine onderneming is maximaal 50% van de subsidiabele kosten; aan een middelgrote onderneming is maximaal 40% van de subsidiabele kosten; aan een grote onderneming is maximaal 30% van de subsidiabele kosten. 2.De subsidie is maximaal € 125.000,- per aanvraag. 3.Bij de berekening van de subsidie worden alleen de kosten van de investering betrokken die als een afzonderlijke investering vast te stellen zijn.
- De aanvrager mag maximaal 1 keer per jaar per vestigingsadres subsidie ontvangen op basis van deze subsidieregeling. Artikel3.1.7Tenderregeling [vervallen] Artikel3.1.8Aanvraag 1.De aanvraag kan het hele jaar worden ingediend 2.De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier 3.1 Energiebesparing Overijssel 2.0 3.De aanvrager levert aanvullend de volgende stukken in: een projectplan. In het projectplan staat: een omschrijving van de investering; een onderbouwing van de energiebesparing van de investering in de subsidiabele activiteiten, zowel in een individuele activiteit als in de gezamenlijke activiteiten, over een periode van 15 jaar in GigaJoule, kWh of m3; een onderbouwing van het eigen energieverbruik van de investering over een periode van 15 jaar in GigaJoule, kWh of Nm3, of aangeven dat geen sprake is van eigen energieverbruik van de investering; een onderbouwing van de terugverdientijd van de investering in de subsidiabele activiteiten, zowel in een individuele als in de gezamenlijke activiteiten; een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de technische eisen van de energielijst wordt voldaan; een ingevulde door de provincie beschikbaar gestelde rekentool ’Berekening vermeden primaire energie’, waaruit het vermeden primaire energieverbruik over een periode van 15 jaar in GigaJoule, kWh of Nm3 blijkt. De rekentool is te vinden op www.overijssel.nl/subsidie; een begroting en dekkingsplan, waaruit blijkt: de aanschafbedragen van de technische voorzieningen inclusief de kosten van de installatie van de technische voorziening; als van toepassing, de loonkosten aanvrager ten behoeve van de installatie van de technische voorziening; offerte of offertes waaruit de aanschaf- en installatiekosten blijken, of een door een onafhankelijke derde opgestelde kostenraming. Als wordt gekozen voor een offerte, dan dient deze minimaal de volgende informatie te bevatten: een gespecificeerde omschrijving van de diensten, installatie of apparatuur die in de offerte worden aangeboden; per dienst, installatie of apparatuur de prijs exclusief Btw, het Btw-percentage en Btw-bedrag en de prijs inclusief Btw; als aanwezig een kopie van de noodzakelijke vergunningen; als sprake is van technische voorzieningen zoals genoemd in artikel 3.1.2 onderdeel a: bij nieuwbouw van utiliteitsgebouwen: Een BENG-berekening zoals wettelijk vereist volgens het geldende bouwbesluit inclusief aanvullende subsidiabele technische voorzieningen, die inzichtelijk maken hoe deze gezamenlijk bijdragen aan de vereiste verbetering ten opzichte van de BENG-eisen; bij nieuwbouw voor utiliteitsgebouwen waarbij geen BENG-eis geldt: een energiebalans berekening uitgedrukt in MJ/m2, waarbij het energiegebruik per gebruiksfunctie binnen het utiliteitsgebouw is aangegeven én het gangbare energiegebruik behorende tot de gebruiksfunctie volgens het geldende bouwbesluit. De berekening en de voorgenomen verbetering is van toepassing op het totale bruto vloeroppervlak (BVO) van het utiliteitsgebouw; bij bestaande bouw zonder de status van cultureel erfgoed: energielabels van de oude situatie en de nieuwe situatie die inzichtelijk maken hoe de aanvullende subsidiabele technische voorzieningen gezamenlijk bijdragen aan de verbetering van het energielabel; bij bestaande bouw met de status van cultureel erfgoed: energielabels van de oude situatie en de nieuwe situatie die inzichtelijk maken hoe de aanvullende subsidiabele technische voorzieningen gezamenlijk bijdragen aan de verbetering van het energielabel of een berekening waaruit blijkt dat in de nieuwe situatie wordt voldaan aan de energieprestatie-eis uit het geldende bouwbesluit; bij bestaande bouw met de status van cultureel erfgoed: als het geen rijksmonument of een gemeentelijk monument betreft een verklaring van de gemeente, waarin zij de cultuurhistorische waarde van het cultureel erfgoed erkent.
- [vervallen]
- [vervallen] Artikel3.1.9Beschikbaar budget voor de subsidieregeling Het subsidieplafond geldt voor de jaren 2022 en
- Artikel3.1.10Aanvullende verplichtingen De subsidieontvanger is verplicht de technische voorzieningen te hebben aangeschaft, geïnstalleerd en in gebruik te hebben genomen binnen 2 jaar na subsidieverlening. Artikel3.1.11Vaststelling Bij de aanvraag voor subsidievaststelling levert de aanvrager aanvullend ook een ingevuld format Subsidieregeling Energiebesparing Overijssel 2.0 aan. De format is te vinden op www.overijssel.nl/subsidie. Artikel3.1.12Beoordeling integriteit van de subsidieontvanger De aanvrager levert een volledig ingevuld Bibob-formulier subsidies in als het eigen onderzoek van Gedeputeerde Staten daartoe aanleiding geeft. Artikel 1.2.25 is van toepassing. Artikel3.1.13Staatssteun 1.Als sprake is van staatssteun, dan voldoet de subsidie aan hoofdstuk 1 en artikel 38 van de AGVV. Artikel 1.2.10 is van toepassing. 2.De totale overheidsbijdrage voor de dekking van de subsidiabele kosten van de investering inclusief de subsidie van de provincie is niet meer dan: 30% als de aanvrager een grote onderneming is; 40% als de aanvrager een middelgrote onderneming is; 50% als de aanvrager een kleine onderneming is. Artikel3.1.14Looptijd Deze subsidieregeling vervalt op 30 november 2023 om 17.00 uur. Puntentabel 1, bij 3.1 Energiebesparing Overijssel: [vervallen] 3.2Haalbaarheidsonderzoek Energie-Innovatie Artikel3.2.1Betekenis van de begrippen In dit artikel worden vaker voorkomende begrippen uitgelegd. Energie-innovatie: geheel van menselijk handelen gericht op vernieuwing van producten of productieprocessen op het gebied van energiebesparing en energieopwekking met als doel bijdragen aan het vergroten van het aandeel duurzame energie of CO2-reductie. Haalbaarheidsonderzoek: een onderzoek om te kijken of en hoe een activiteit uitvoerbaar is. Het doel is om een betrouwbaar beeld te krijgen van de risico's in wat er nodig is om de energie-innovatie, inhoudelijk, juridisch, organisatorisch en financieel te laten slagen. Artikel3.2.2Doel van de subsidieregeling Met deze subsidieregeling wil de provincie energiebesparende maatregelen en de opwekking van hernieuwbare energie aanmoedigen. Dit door initiatiefnemers te ondersteunen bij het uitvoeren van een haalbaarheidsonderzoek. Artikel3.2.3Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen 1.De subsidie wordt verleend voor het uitvoeren van een haalbaarheidsonderzoek dat over energie-innovatie in de provincie Overijssel gaat. 2.De activiteiten voldoen aan de volgende voorwaarden: het haalbaarheidsonderzoek wordt uitgevoerd door een hogeschool of een universiteit; het haalbaarheidsonderzoek richt zich op energie-innovatie; de opzet voor het haalbaarheidsonderzoek is afgestemd met het kennisloket nieuwe energie. Via https://www.nieuweenergieoverijssel.nl/kennisloket kan contact opgenomen worden met het kennisloket; het haalbaarheidsonderzoek en de uitkomst ervan zijn bruikbaar voor een brede groep; een haalbaarheidsonderzoek dat zich richt op een investering bij een individueel pand, komt niet voor subsidie in aanmerking. Artikel3.2.4Aanvrager 1.De aanvrager is een gemeente, een stichting, een vereniging, een BV, een NV, een maatschap, een ZZP’er, een v.o.f. of een eenmanszaak. 2.De aanvrager heeft een belang bij de uitkomsten van de activiteiten. De aanvrager kan dit belang aantonen en of bewijzen. Artikel3.2.5Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen De personeelskosten en de kosten van derden zijn subsidiabel. De artikelen 1.2.5 tot en met 1.2.9 zijn van toepassing. Er gelden geen uitzonderingen op de subsidiabele en niet subsidiabele kosten. Artikel3.2.6Hoogte van de subsidie 1.De subsidie is maximaal 50% van de subsidiabele kosten. 2.De subsidie is maximaal € 24.999,- per aanvraag. 3.De subsidie wordt niet verleend als de berekende subsidie minder dan € 5.000,- is. Dit is een afwijking van artikel 1.2.17 lid
- Artikel3.2.7Aanvraag 1.De aanvraag kan het hele jaar worden ingediend. 2.De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Haalbaarheidsonderzoek Energie-Innovatie. 3.De aanvrager levert een begroting en een dekkingsplan in. Het is verplicht om het beschikbaar gestelde begrotingsformat te gebruiken. Artikel3.2.8Beschikbaar budget voor de subsidieregeling Er geldt een subsidieplafond voor: de jaren 2022 en 2023; het jaar
- Artikel3.2.9Aanvullende verplichtingen De subsidieontvanger is verplicht: de activiteiten binnen 3 maanden na subsidieverlening te starten; de activiteiten binnen 15 maanden na subsidieverlening d gerealiseerd te hebben. Artikel3.2.10Geen staatssteun Er is geen sprake van staatssteun als de subsidie verleend kan worden onder de Algemene De-minimisverordening of de De-minimisverordening Landbouw. Artikel 1.2.10 lid 4 is van toepassing. Artikel3.2.11Looptijd Deze subsidieregeling vervalt op 30 november 2024 om 17.00 uur. 3.3Energiebesparende maatregelen (geld terug actie) Artikel3.3.1Betekenis van de begrippen In dit artikel worden vaker voorkomende begrippen uitgelegd. Energiebesparende maatregelen: technische aanpassingen in gebouwen en industriële processen die leiden tot minder verbruik van energie. Energieonderzoek: een uitgevoerd onderzoek naar energiebesparingsmogelijkheden in gebouwen en industriële processen. Het onderzoek richt zich zowel op bouwkundige, technische en organisatorische aspecten, cultuurhistorische waarden als het industriële gebruik. Artikel3.3.2Doel van de subsidieregeling Met deze subsidieregeling wil de provincie bijdragen aan het stimuleren van energiebesparende maatregelen. Artikel3.3.3Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen 1.De subsidie wordt verleend voor de volgende activiteiten: uitgevoerde energiemaatregelen; uitgevoerd energieonderzoek. 2.De uitgevoerde energiebesparende maatregelen voldoen aan de volgende voorwaarden: de energiebesparende maatregelen zijn genoemd in het energieonderzoek; de energiebesparende maatregelen zijn toegepast aan het gebouw, bouwwerk of de installaties die met het gebouw te maken hebben, zoals de deuren of ramen. Als het gaat om sportverenigingen dan mogen de energiebesparende maatregelen ook uitgevoerd worden op het veld, zoals veldverlichting. de energiebesparende maatregelen zijn toegepast op een gebouw dat fysiek in Overijssel is gevestigd; de energiebesparende maatregelen zijn op het moment van de aanvraag maximaal 8 maanden geleden uitgevoerd. Dit is een afwijking van artikel 1.2.3.; de uitgevoerde energiebesparende maatregelen hebben per aanvraag in totaal minimaal € 4.000,- gekost. Om aan de minimale kosten van € 4.000,- te kunnen voldoen, is het mogelijk om de energiebesparende maatregelen van meerdere vestigingen of aanvragers samen in één aanvraag op te nemen. Een van de aanvragers vraagt de subsidie aan en zorgt voor de onderlinge verdeling van de subsidie. 3.De volgende energiebesparende maatregelen komen niet in aanmerking voor de subsidie: energiebesparende maatregelen voor nieuwbouw; energiebesparende maatregelen voor woningen, appartementen of andere voor bewoning bedoelde gebouwen; energiebesparende maatregelen die verplicht zijn onder de Wet Mileubeheer. Hierin staat dat er bij een jaarverbruik van meer dan 50.000kWh elektriciteit of 25.000m3 gas maatregelen met een terugverdientijd van 5 jaar of minder wettelijk verplicht zijn. Hieronder vallen in ieder geval de erkende maatregelen. 4.Het energieonderzoek voldoet aan volgende voorwaarden: het onderzoek is op het moment van de aanvraag niet ouder dan 3 jaar; het onderzoek is uitgevoerd: door een gecertificeerd energie-adviseur met aantoonbare ervaring in het Mkb. De ervaring van de energie-adviseur kan aangetoond worden door verwijzing naar referentieprojecten. Voorbeelden van certificatie zijn EPA of EPA-U. EPA-U staat voor Energie Prestatie Advies voor bestaande utiliteitsgebouwen. Voorbeeld van een certificerende instantie is FeDec; door een branchespecialist; of in opdracht van of met subsidie van de provincie Overijssel. het onderzoek is uitgevoerd voordat energiebesparende maatregelen zijn uitgevoerd. Dit is een afwijking van artikel 1.2.3; het onderzoek is niet gesubsidieerd vanuit een andere regeling; in het onderzoek staan: energiebesparende maatregelen die zijn gebaseerd op de erkende maatregelen voor energiebesparing en de aanvullingen daarop van Infomil; energiebesparende maatregelen die voldoen aan de definitie in het protocol Monitoring energiebesparing; energiebesparende maatregelen die staan op de energie- en milieulijst van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) met bedrijfsmiddelen die voor de fiscale Energie Investering Aftrekregeling (EIA) in aanmerking komen. Deze lijst wordt elk jaar geactualiseerd en is te vinden op de website van de RVO. Artikel3.3.4Aanvrager 1.De aanvrager is een stichting, een vereniging, een BV, een NV, en maatschap, een vennootschap onder firma, een commanditaire vennootschap, een eenmanszaak of een kerkgenootschap. 2.De energiekosten van de aanvrager waren in 2020 of 2021 minder dan € 30.000,- per jaar. Dit geldt niet voor aanvragers uit de cultuursector met SBI-code 90 en 91, omdat deze instellingen hoge energiekosten per jaar hebben. Voor alle aanvragers die in 2022 zijn opgericht geldt dat de energiekosten voor 2022 naar verwachting niet meer dan € 60.000,- zijn. Artikel3.3.5Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen 1.Alleen de kosten van derden zijn subsidiabel. Artikel 1.2.6 is niet van toepassing. 2.De kosten van de activiteiten die zijn uitgevoerd voordat de aanvraag is ontvangen zijn wel subsidiabel, maar alleen als de activiteit is uitgevoerd maximaal 8 maanden voordat de aanvraag is ontvangen. Artikel 1.2.8 onderdeel a is niet van toepassing. Artikel3.3.6Hoogte van de subsidie 1.De subsidie voor energiebesparende maatregelen is maximaal 25% van de subsidiabele kosten. 2.De subsidie voor energiebesparende maatregelen is: maximaal € 5.000,- per aanvraag voor Mkb-ondernemingen in de horeca, detailhandel en dienstverlening die direct geheel of gedeeltelijk zijn getroffen door de verplichte lockdowns; en maximaal € 2.500 per aanvraag voor overige aanvragers. 3.De subsidie per uitgevoerd energieonderzoek is een vast bedrag van € 400,- per aanvraag. 4.De aanvrager mag per vestigingsadres maximaal 1 keer per 3 jaar subsidie ontvangen op basis van deze subsidieregeling. Hierbij gaat het om de afgelopen 2 boekjaren en het jaar van de aanvraag. Artikel3.3.7Eigen bijdrage Minimaal 75% van de subsidiabele kosten van de uitgevoerde energiebesparende maatregelen worden betaald met een geldbijdrage van de aanvrager of derden. Artikel3.3.8Aanvraag 1.De aanvraag kan het hele jaar worden ingediend. 2.De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Energiebesparende maatregelen. 3.De aanvrager levert aanvullend de volgende stukken in: Een energieonderzoek. In het energieonderzoek staat minimaal: het energieverbruik over 2020, 2021 of 2022 de energiebalans waarin minimaal 90% van het energiegebruik is toebedeeld aan de energiegebruikers; omschrijving van de energiebesparende maatregelen, inclusief de verwachte investering en de verwachte energiereductie en de terugverdientijd van de investering; een plan van aanpak voor de uitvoering; de quick wins; kopieën van alle facturen en betaalbewijzen van de betaalde subsidiabele kosten. 4.De aanvrager hoeft geen begroting en dekkingsplan in te leveren. Artikel 1.2.13 lid 2 is niet van toepassing. 5.Er mag geen aanvraag voor subsidie ingediend worden voor alleen het energieonderzoek. Artikel3.3.9Beschikbaar budget voor de subsidieregeling Er geldt een subsidieplafond voor: de jaren 2022 en 2023; het jaar
- Artikel3.3.10Geen staatssteun Er is geen sprake van staatssteun als de subsidie verleend kan worden onder de Algemene De-minimisverordening of de De-minimisverordening Landbouw. Artikel 1.2.10 lid 4 is van toepassing. Artikel3.3.11Looptijd Deze subsidieregeling vervalt op 30 november 2024 om 17.00 uur. 3.4Asbest eraf, zon erop Artikel3.4.1Doel van de subsidieregeling Met deze subsidieregeling wil de provincie het verwijderen van asbestdaken en het opwekken van eigen energie stimuleren. Artikel3.4.2Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen 1.De subsidie wordt verleend voor het verwijderen en afvoeren van een dak dat asbestplaten of asbestleien bevat. Dakbeschotten vallen hier niet onder. 2.De subsidie wordt alleen verleend als er op het asbestvrije dak zonnepanelen worden geplaatst. 3.Het asbestdak voldoet aan de volgende voorwaarden: het asbestdak is gelegen in Overijssel; het asbestdak heeft een oppervlakte van minimaal 35 m2; 4.Het verwijderen en afvoeren van het asbestdak wordt uitgevoerd door een gecertificeerd bedrijf. Dit houdt in dat het bedrijf de volgende certificering heeft voor het inventariseren of verwijderen van asbest: SC 530: Asbestverwijdering; SC 540: Asbestinventarisatie. 5.De te plaatsen zonnepanelen voldoen aan de volgende voorwaarden: het zijn fotovoltaïsche panelen die zonne-energie omzetten in elektriciteit; de zonnepanelen worden geplaatst op het gesaneerde asbestdak. Als het gesaneerde asbestdak geheel of gedeeltelijk ongeschikt is voor het plaatsen van zonnepanelen, dan mogen de zonnepanelen ook geplaatst worden op het perceel van het gesaneerde asbestdak; het aantal zonnepanelen dat wordt geplaatst moet in minimaal 95% voorzien van het eigen elektriciteitsverbruik. Dit is het verbruik in kWh dat jaarlijks nodig is voor de elektriciteitsbehoefte van het adres van het asbestdak. Artikel3.4.3Aanvrager 45 1.De aanvrager is de eigenaar van het asbestdak dat wordt verwijderd en afgevoerd. 2.De aanvrager is geen gemeente, waterschap of provincie. Artikel3.4.4Kosten die in aanmerking komen voor de subsidie De subsidie is een vast bedrag per aanvrager. De artikelen 1.2.5 tot en met 1.2.9 zijn niet van toepassing. Artikel3.4.5Hoogte van de subsidie 1.De subsidie is een vast bedrag van € 1.000,- per aanvrager. 2.Als het asbestdak een oppervlakte heeft van 200 m2 of meer dan is er € 5,- subsidie per m2 extra. Deze extra subsidie is maximaal € 4.000,- per aanvrager. 3.De subsidie is in totaal maximaal € 5.000,-. Artikel3.4.6Aanvraag 1.De aanvraag kan het hele jaar worden ingediend. 2.De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Asbest eraf, zon erop. 3.De aanvrager levert de volgende stukken in: een offerte voor het verwijderen van asbest, waaruit in ieder geval blijkt hoeveel m2 asbestdak wordt verwijderd en door welk gecertificeerd bedrijf het asbest wordt verwijderd. De offerte is niet ouder dan 3 maanden op het moment van de subsidieaanvraag; een jaarafrekening energieverbruik van de eigenaar van het asbestdak, waaruit het eigen elektriciteitsverbruik blijkt. Als de eigenaar geen jaarafrekening heeft, dan levert de eigenaar een onderbouwde inschatting in van het te verwachten jaarverbruik; een offerte voor de aankoop en aansluiting van de zonnepanelen waaruit in ieder geval blijkt hoeveel kWh elektriciteit wordt opgewekt. De offerte is niet ouder dan 3 maanden op het moment van de subsidieaanvraag. als de zonnepanelen niet worden geplaatst op het gesaneerde asbestdak, een bewijs waaruit blijkt dat de zonnepanelen niet geplaatst kunnen worden op het gesaneerde asbestdak. 4.De aanvrager hoeft geen begroting en dekkingsplan in te leveren. Artikel 1.2.13 lid 2 is niet van toepassing. Artikel3.4.7Beschikbaar budget voor de subsidieregeling Het subsidieplafond geldt voor de jaren 2022 tot en met
- Artikel3.4.8Aanvullende verplichtingen subsidieontvanger De aanvrager is verplicht de activiteiten binnen 12 maanden na subsidieverlening uitgevoerd te hebben. Artikel3.4.9Geen staatssteun Er is geen sprake van staatssteun als de subsidie verleend kan worden onder de Algemene De-minimisverordening of aan de De-minimisverordening landbouw. Artikel 1.2.10 lid 4 is van toepassing. Artikel3.4.10Looptijd Deze subsidieregeling vervalt op 30 november 2024 om 17.00 uur. 3.5Opruiming drugsafval Overijssel 2021-2024 Artikel3.5.1Betekenis van de begrippen In dit artikel worden vaker voorkomende begrippen uitgelegd. Bodem: het vaste deel van de aarde met de zich daarin bevindende vloeibare en gasvormige bestanddelen en organismen en ook de bodem en oevers van een oppervlaktewaterlichaam als bedoeld in bijlage A van de Omgevingswet. Drugsafval: afval dat ontstaat bij de productie van synthetische drugs. Dumping van drugsafval: het in strijd met wet- en regelgeving achterlaten van drugsafval in of op de bodem, dan wel het lozen of storten van drugsafval in oppervlaktewater. Oppervlaktewater: vrij aan het aardoppervlak voorkomend water, met de daarin aanwezige stoffen. Sanering van de bodem: het nemen van alle maatregelen die redelijkerwijs kunnen worden vereist om verontreiniging van de bodem en de directe gevolgen daarvan te beperken en zoveel mogelijk ongedaan te maken als bedoeld in afdelingen 1.3, 19.1, en 19.2a van de Omgevingswet. Synthetische drugs: uit chemische grondstoffen geproduceerde verdovende middelen. Verwijdering: verwijdering als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer. Artikel3.5.2Doel van de subsidieregeling Met deze subsidieregeling wil de provincie bijdragen aan het beschermen van de biodiversiteit door vervuilde bodem en vervuild oppervlaktewater in geval van dumping van drugsafval te saneren. Artikel3.5.3Activit