Besluit van gedeputeerde staten van Zeeland houdende vaststelling van het Algemeen subsidiebesluit Zeeland 2023Besluit van gedeputeerde staten van Zeeland van 20 december 2022, nr. 230408 , houdende v
§ 1
.6 heeft de subsidieontvanger de volgende verplichtingen: de activiteit start binnen één jaar na indiening van de aanvraag voor subsidie; de activiteit wordt binnen drie jaar na indiening van de aanvraag voor subsidie gerealiseerd. Op schriftelijk gemotiveerd verzoek van de aanvrager, kunnen gedeputeerde staten afwijken van het bepaalde in het eerste lid, aanhef en onder b. Hoofdstuk9Bijzondere bepalingen voor verstrekking van subsidie voor een kernsportevenement Vervallen Hoofdstuk10Bijzondere bepalingen voor verstrekking van subsidie voor kavelaanvaardingswerken Artikel10.1 In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: de-minimissteun: steun die voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling van aanmelding als opgenomen in de Verordening (EU) Nr. 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de landbouwsector, PbEU, L 352 van 24 december 2013; kavelaanvaardingswerken: cultuurtechnische werken die een bijdrage leveren aan de landbouwkundige structuurverbetering van toegedeelde kavels in een kavelruil; Kavelruilbureau Zeeland: het bij besluit van gedeputeerde staten van 6 februari 2017 ingestelde Kavelruilbureau Zeeland; onderneming: één onderneming als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Verordening (EU) Nr. 1408/2013 van de Commissie van 18 december
- Artikel10.2 Subsidie kan worden verleend voor kavelaanvaardingswerken. De kavelaanvaardingswerken hebben betrekking op toegedeelde kavels bij een kavelruil van landbouwgronden via het Kavelruilbureau Zeeland die na 4 februari 2022 door het Kavelruilbureau Zeeland is goedgekeurd en waarvan de notariële akte is gepasseerd. Artikel10.3 Subsidie wordt slechts verleend aan de bij een kavelruil betrokken grondeigenaar die onderneming is die actief is in de primaire productie van landbouwproducten. In aanvulling op artikel 1.2.1, tweede lid, wordt geen subsidie verstrekt indien reeds eerder subsidie is verstrekt voor kavelaanvaardingswerken die betrekking hebben op dezelfde door het Kavelruilbureau Zeeland goedgekeurde kavelruil. Artikel 1.2.1, tweede lid, aanhef en onder d is niet van toepassing. Artikel10.4 De subsidie: bedraagt maximaal 40% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 500 per bij de kavelruil toegedeelde hectare; en wordt verleend in de vorm van de-minimissteun en uitsluitend voor zover wordt voldaan aan de voorwaarden van Verordening (EU) Nr. 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 en bedraagt per onderneming, tezamen met eventueel andere verleende de-minimissteun, vóór aftrek van belastingen of andere heffingen maximaal € 20.000 over een periode van drie belastingjaren. Artikel10.5 De aanvraag voor de subsidie wordt voor het begin van de activiteit ingediend. Artikel 1.4.1, tweede lid, is niet van toepassing. Artikel10.6 De aanvraag voor de subsidie wordt bij gedeputeerde staten ingediend door gebruik te maken van een volledig ingevuld en ondertekend Aanvraagformulier subsidie kavelaanvaardingswerken Provincie Zeeland. In aanvulling op artikel 1.4.2, tweede lid, bevat de aanvraag voor de subsidie een volledig ingevulde en ondertekende de-minimisverklaring. Artikel10.7 Een subsidie kan uitsluitend worden verstrekt als gedeputeerde staten de mogelijkheid tot het doen van een aanvraag voor subsidie hebben opengesteld door vaststelling van een subsidieplafond en van een openstellingsperiode voor de indiening van de aanvraag voor subsidie. Het subsidieplafond wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de aanvragen. Indien een aanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de aanvraag volledig is als datum van binnenkomst. Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige aanvragen plaats door middel van loting. Artikel10.8 Onverminderd het bepaalde in § 1.6 is de subsidieontvanger verplicht de activiteit binnen 24 maanden na passering van de notariële akte van de kavelruil, bedoeld in artikel 10.2, tweede lid, te realiseren. Op schriftelijk gemotiveerd verzoek van de aanvrager, kunnen gedeputeerde staten afwijken van het bepaalde in het eerste lid. Hoofdstuk11Bijzondere bepalingen voor verstrekking van subsidie voor het nalaten van verjaging van beschermde inheemse ganzen in ganzenrustgebieden Artikel11.1 In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: de-minimissteun: steun die voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling van aanmelding als opgenomen in de Verordening (EU) Nr. 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de landbouwsector, PbEU, L 352 van 24 december 2013; Faunafonds: zelfstandig bestuursorgaan, onder meer belast met het toekennen van tegemoetkomingen in door beschermde diersoorten aangerichte schade aan de landbouw; ganzenrustgebied: door gedeputeerde staten van Zeeland begrensde percelen landbouwgrond waar overwinterende beschermde inheemse ganzen ongehinderd kunnen foerageren gedurende de periode van 1 november tot 1 april; gewasperceel: een perceel landbouwgrond dat in gebruik is bij één grondgebruiker, op grond van één gebruikstitel en dat wordt beteeld met één gewas; grondgebruiker: degene die op titel van eigendom, (erf)pacht dan wel een door de grondkamer goedgekeurde of ter registratie ingezonden (teelt)pachtovereenkomst gerechtigd is de als ganzenrustgebied aangewezen gewaspercelen in gebruik te hebben en die onderneming is actief in de primaire productie van landbouwproducten; onderneming: één onderneming als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Verordening (EU) Nr. 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013; schadehectare: (deel van een) hectare waarop door het Faunafonds een tegemoetkoming in de door beschermde inheemse ganzen aangerichte schade aan de landbouw als bedoeld in de Beleidsregels tegemoetkoming faunaschade (Staatscourant 2014 nr. 22309) wordt verstrekt; verjaging: opzettelijke verontrusting van beschermde inheemse ganzen. Artikel11.2 Subsidie kan worden verleend voor het nalaten van verjaging van beschermde inheemse ganzen in ganzenrustgebieden gedurende de periode van 1 november tot 1 april. Artikel11.3 Subsidie wordt slechts verleend aan de grondgebruikers van als ganzenrustgebied begrensde gewaspercelen, voor zover deze gebruikers voor de desbetreffende percelen op grond van de Beleidsregels tegemoetkoming faunaschade in aanmerking komen voor een tegemoetkoming van het Faunafonds in de door beschermde inheemse ganzen aangerichte schade aan de landbouw in de periode van 1 november tot 1 april. Artikel 1.2.1, tweede lid, aanhef en onder a en d, is niet van toepassing. Artikel11.4 De subsidie bedraagt in afwijking van de artikelen 1.3.1, 1.3.2, 1.3.3 en 1.7.9 € 50 per schadehectare van als ganzenrustgebied begrensde gewaspercelen; en wordt verleend in de vorm van de-minimissteun en bedraagt per onderneming, tezamen met eventueel andere verleende de-minimissteun, vóór aftrek van belastingen of andere heffingen maximaal € 15.000 over een periode van drie belastingjaren. Artikel11.5 De aanvraag voor subsidie wordt ingediend binnen zes weken na de datum van verzending van het besluit van het Faunafonds op grond van de Beleidsregels tegemoetkoming faunaschade omtrent de hoogte van de uit te betalen tegemoetkoming in de door beschermde inheemse ganzen veroorzaakte schade in de periode waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft. Artikel11.6 De aanvraag voor de subsidie wordt bij gedeputeerde staten ingediend door gebruik te maken van een volledig ingevuld en ondertekend Aanvraagformulier subsidie ingevolge hoofdstuk 11 van het Asb Zeeland
- In afwijking van artikel 1.4.2, tweede lid, bevat de aanvraag voor de subsidie: een volledig ingevulde en ondertekende de-minimisverklaring; én een verklaring waaruit blijkt dat de aanvrager voldoet aan het vereiste van artikel 11.2 om voor subsidie in aanmerking te komen. Artikel 1.4.2, derde lid, is van overeenkomstige toepassing. Artikel11.7 In afwijking van de artikelen 1.8.1 en 1.8.9 wordt op een subsidie hoger dan € 10.000 en tot en met € 15.000 arrangement 1 toegepast. Artikel11.8 De subsidie wordt verstrekt na afloop van de activiteit, door middel van een beschikking tot vaststelling. In afwijking van artikel 1.7.3 vindt de volledige betaling van de subsidie plaats na vaststelling. De artikelen 1.6.6, 1.7.4 tot en met 1.7.8, artikel 1.7.9, tweede lid, en 1.8.1 tot en met 1.10.1, eerste lid, zijn niet van toepassing. Hoofdstuk12Bijzondere bepalingen voor verstrekking van subsidie in het kader van openbaar vervoer per buurtbus Artikel12.1 In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: buurtbus: een door de concessiehouder beschikbaar gesteld motorrijtuig, ingericht voor het vervoer van ten hoogste 8 personen, de bestuurder daaronder niet begrepen, dat wordt ingezet door de concessiehouder voor exploitatie van een lijn, uitgevoerd door in een buurtbusvereniging georganiseerde onbezoldigde chauffeurs; buurtbusproject: een initiatief van vrijwilligers, waarbij een buurtbus een vaste route rijdt met bepaalde intervallen, in een bepaalde bedieningsperiode en halterend bij bepaalde halten, zoals aangegeven in de dienstregeling; buurtbusvereniging: een vereniging, die bij notariële akte is opgericht en de dagelijkse uitvoering van het buurtbusproject coördineert; concessiehouder: vergunninghoudende vervoerder aan wie de concessie is gegund voor het openbaar vervoer over de weg in het betreffende concessiegebied; Artikel12.2 Een eenmalige subsidie kan worden verleend voor de oprichting van een buurtbusvereniging, indien: de statuten van de nieuwe vereniging bij notariële akte zijn gepasseerd; en de ledenlijst uit minimaal 20 vrijwilligers bestaat die zich hebben aangemeld als buschauffeur; beschikken over een geldig rijbewijs B; en beschikken over een geneeskundige verklaring als bedoeld in het Besluit Personenvervoer, waaruit blijkt dat ze medisch zijn goedgekeurd door een andere arts dan de eigen huisarts; er een concreet buurtbusproject, zoals benoemd in artikel 12.3, eerste lid, aanwezig is. Artikel12.3 Subsidie kan worden verleend voor de uitvoering van een buurtbusproject, indien: het buurtbusproject vervoer per buurtbus tussen kernen verzorgt; en het buurtbusproject onderdeel uitmaakt van de voor het openbaar vervoer over de weg opgestelde dienstregeling; en de buurtbusvereniging voor het buurtbusproject een overeenkomst heeft afgesloten met de concessiehouder; en gemiddeld 125 reizigers per maand gebruik maken van het buurtbusproject. Gedeputeerde staten kunnen in individuele gevallen besluiten af te wijken van het in het eerste lid, onder d genoemde aantal reizigers per maand. Artikel12.4 In aanvulling op artikel 1.4.2, tweede lid, bevat de aanvraag voor een subsidie voor de oprichting van een buurtbusvereniging ten minste: de bij notariële akte gepasseerde statuten van de nieuwe vereniging; een ledenlijst, bestaande uit minimaal 20 vrijwilligers, waarbij duidelijk blijkt dat zij: zich hebben aangemeld als buschauffeur; en beschikken over een geldig rijbewijs B; en beschikken over een geneeskundige verklaring als bedoeld in het Besluit Personenvervoer, waaruit blijkt dat ze medisch zijn goedgekeurd door een andere arts dan de eigen huisarts. Artikel12.5 In aanvulling op artikel 1.4.2, tweede lid, bevat de aanvraag voor een subsidie voor een buurtbusproject ten minste: een ledenlijst van vrijwillige buschauffeurs, waarbij duidelijk blijkt dat zij: beschikken over een geldig rijbewijs B; en beschikken over een geneeskundige verklaring als bedoeld in het Besluit Personenvervoer, waaruit blijkt dat ze medisch zijn goedgekeurd door een andere arts dan de eigen huisarts; een opgave van het aantal reizigers dat het afgelopen kalenderjaar van het buurtbusproject gebruik heeft gemaakt. Artikel 12.6 De subsidie bedraagt: voor de oprichting van een buurtbusvereniging: eenmalig een vergoeding van € 1.000; voor het organiserend vermogen van een buurtbusvereniging: een vast bedrag per vereniging van €1.000 per jaar; voor de werving van vrijwilligers voor een buurtbusproject: een vast bedrag van € 1.000 per jaar; voor de uitvoering van een buurtbusproject: een vast bedrag van € 3.000 per jaar; voor elke ingezette vrijwillige buschauffeur en voor elk bestuurslid, niet zijnde buschauffeur, per vereniging: een vast bedrag van € 100 per jaar. De in het eerste lid onder d en e bepaalde bedragen worden naar rato berekend, indien er sprake is van een gedeelte van het jaar. Hoofdstuk13Bijzondere bepalingen voor verstrekking van subsidie voor opruiming van drugsafval provincie Zeeland 2021-2024 Artikel13.1Begripsbepalingen In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: bodem: vaste deel van de aarde met de zich daarin bevindende vloeibare en gasvormige bestanddelen en organismen als bedoeld in artikel 1 van de Wet bodembescherming alsmede de bodem en oevers van een oppervlaktewaterlichaam als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Waterwet; drugsafval: afval dat ontstaat bij de productie van synthetische drugs; dumping van drugsafval: in strijd met wet- en regelgeving achterlaten van drugsafval in of op de bodem, dan wel het lozen of storten van drugsafval in oppervlaktewater; kosten derden: kosten die op factuur aantoonbaar aan derden verschuldigd zijn en die direct ten behoeve van de subsidiabele activiteit worden gemaakt; oppervlaktewater: vrij aan het aardoppervlak voorkomend water, met de daarin aanwezige stoffen; sanering van de bodem: nemen van alle maatregelen die redelijkerwijs kunnen worden gevergd teneinde verontreiniging van de bodem en de directe gevolgen daarvan te beperken en zoveel mogelijk ongedaan te maken als bedoeld in artikel 13 van de Wet bodembescherming en artikel 6.8 van de Waterwet; synthetische drugs: uit chemische grondstoffen geproduceerde verdovende middelen; verwijdering: verwijdering als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer. Artikel13.2Doelgroep In afwijking van artikel 1.2.1, eerste lid, wordt subsidie slechts verstrekt aan: gemeenten, omgevingsdiensten of waterschappen; natuurlijke personen of privaatrechtelijke rechtspersonen die eigenaar of erfpachter zijn van een locatie waar drugsafval is gedumpt; Staatsbosbeheer als eigenaar van een locatie waar drugsafval is gedumpt. Artikel 1.2.1, tweede lid, aanhef en onder a en d is niet van toepassing. Artikel13.3Subsidiabele activiteiten Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op herstel van bodem en oppervlaktewater in geval van dumping van drugsafval, in de vorm van: afvoer en verwijdering van gedumpt drugsafval; afvoer en verwijdering van door gedumpt drugsafval verontreinigd oppervlaktewater; of sanering van de bodem die is verontreinigd als rechtstreeks gevolg van de aanwezigheid van gedumpt drugsafval. Artikel13.4 Weigeringsgronden Subsidie wordt geweigerd indien: de aanvrager verantwoordelijk of medeverantwoordelijk is voor de productie of dumping van het drugsafval of voor de bodemverontreiniging waarop de aanvraag is gericht; het drugsafval is aangetroffen binnen een ruimte waar de productie van de synthetische drugs plaatsvond; het drugsafval is gedumpt via het rioolstelsel; of voor hetzelfde project reeds eerder subsidie is verstrekt op grond van deze of een andere subsidieregeling. In afwijking van het eerste lid, onder d, wordt de subsidie niet geweigerd indien: de aanvrager in 2021 of 2022 een subsidie heeft ontvangen; en de subsidiabele kosten meer bedroegen dan € 24.
- Artikel13.5Subsidievereisten Om voor subsidie in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten: het project is uitgevoerd in de provincie Zeeland; het project is gericht op herstel van bodem of oppervlaktewater in geval van dumping van drugsafval, in de vorm van: afvoer en verwijdering van gedumpt drugsafval; afvoer en verwijdering van door gedumpt drugsafval verontreinigd oppervlaktewater; of sanering van de bodem die is verontreinigd als rechtstreeks gevolg van de aanwezigheid van gedumpt drugsafval; de locatie waarop drugsafval is gedumpt: is in geval van een aanvrager als bedoeld in artikel 13.2, eerste lid, onder a, gelegen binnen de territoriale bevoegdheid van de aanvrager; of behoort in geval van een aanvrager als bedoeld in artikel 13.2, eerste lid, onder b of c, tot het eigendom respectievelijk erfpachtrecht van de aanvrager; de afvoer en verwijdering van het drugsafval heeft plaatsgevonden in de periode 1 oktober 2020 tot en met 31 december 2024; aan het project ligt ten grondslag: een bewijs van melding of aangifte bij de politie van de dumping van het drugsafval in de vorm van een meldingsnummer of proces-verbaalnummer; een beschrijving en foto’s van het gedumpte drugsafval alsmede een kaart met de locatie waar het drugsafval is aangetroffen; en een bewijs van de gemaakte kosten voor de afvoer en verwijdering van het drugsafval of het oppervlaktewater dan wel de sanering van de bodem. Onverminderd het eerste lid wordt om voor subsidie als bedoeld in artikel 13.3, onder a of b, in aanmerking te komen, voldaan aan de volgende vereisten: het aangetroffen drugsafval dan wel verontreinigde oppervlaktewater is afgevoerd en verwijderd conform de daarvoor geldende wet- en regelgeving; aan het project ligt een bewijs van afvoer en verwijdering van het drugsafval dan wel verontreinigde oppervlaktewater ten grondslag in de vorm van een afvoerbon. Onverminderd het eerste lid wordt om voor subsidie als bedoeld in artikel 13.3, onder c, in aanmerking te komen, voldaan aan de volgende vereisten: de bodem is gesaneerd conform de daarvoor geldende wet- en regelgeving; aan het project ligt een bewijs van sanering van de bodem ten grondslag in de vorm van een saneringsverslag. Artikel13.6Subsidiabele kosten In aanvulling op artikel 1.3.1, eerste lid, komen, voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie, voor subsidie in aanmerking de daadwerkelijk gemaakte kosten derden met betrekking tot: het afvoeren en verwijderen van gedumpt drugsafval; het afvoeren en verwijderen van door gedumpt drugsafval verontreinigd oppervlaktewater; het saneren van de uit de dumping voortvloeiende verontreinigde bodem. Artikel 1.3.2 is niet van toepassing. Artikel13.7Subsidieaanvraag Een subsidieaanvraag voldoet aan de volgende vereisten: subsidieaanvragen worden ingediend met gebruikmaking van het daartoe door gedeputeerde staten vastgestelde aanvraagformulier; een subsidieaanvraag bevat, in afwijking van artikel 1.4.2, tweede lid, ten minste de in het aanvraagformulier voorgeschreven bijlagen; subsidieaanvragen worden ingediend na afloop van het project. Artikel13.8Aanvraagtijdvak Subsidieaanvragen worden ingediend van: 17 november 2021 tot en met 31 december 2021; 1 januari 2022 tot en met 31 december 2022; 1 januari 2023 tot en met 31 december 2023; 1 januari 2024 tot en met 31 januari
- Artikel13.9Subsidieplafond Gedeputeerde staten stellen het subsidieplafond vast op: € 27.414 voor de periode, genoemd in artikel 13.8, onder a; € 27.414 voor de periode, genoemd in artikel 13.8, onder b; € 50.000 voor de periode, genoemd in artikel 13.8, onder c; € 50.000 voor de periode, genoemd in artikel 13.8, onder d. Artikel13.10Subsidiehoogte De hoogte van de subsidie bedraagt: indien de grond of het water waarop het project betrekking heeft eigendom is van een natuurlijke persoon, privaatrechtelijke rechtspersoon of Staatsbosbeheer, dan wel de subsidieaanvrager een natuurlijke persoon of privaatrechtelijke rechtspersoon is die de grond in erfpacht heeft: 100% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 200.000; indien de grond of het water waarop het project betrekking heeft eigendom is van een publiekrechtelijke rechtspersoon als bedoeld in artikel 13.2, eerste lid, onder a: 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 25.000, en 100% van de bovenliggende subsidiabele kosten tot een maximum van € 175.
- Indien de aanvrager als bedoeld in het eerste lid, onder a of b, in 2021 of 2022 een subsidie heeft ontvangen op grond van deze of een andere provinciale subsidieregeling terwijl de subsidiabele kosten voor het project meer bedroegen dan € 24.999, wordt de maximaal te verstrekken subsidie van € 200.000 verminderd met de eerder verstrekte subsidie. Artikel13.11Verdelingswijzen Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen. Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking, bedoeld in het eerste lid, de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst. Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting, in aanwezigheid van een notaris en ten minste twee onafhankelijke waarnemers. De trekking wordt schriftelijk vastgelegd door de notaris, waarbij de aanvragen van hoog naar laag worden gerangschikt in volgorde van trekking. Subsidie wordt verdeeld over opeenvolgende aanvragen in de rangschikking die volledig gehonoreerd kunnen worden. Artikel13.12Subsidievaststelling Gedeputeerde staten stellen de subsidie direct vast. De betaling van het subsidiebedrag vindt in een keer plaats. De artikelen 1.7.1 tot en met 1.7.7 en 1.7.9 tot en met 1.9.10 zijn niet van toepassing. Artikel13.13Overige bepalingen De artikelen 1.5.3 en 1.6.6 zijn niet van toepassing. Hoofdstuk14Bijzondere bepalingen voor verstrekking van subsidie in het kader van de kwaliteitsimpuls voor bedrijventerreinen (Fonds Impuls Bedrijventerreinen) Vervallen Hoofdstuk15 Vervallen Hoofdstuk16Bijzondere bepalingen voor verstrekking van subsidie voor versterking van kennis- en innovatienetwerken Artikel16.1 In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: triple helix netwerk: een netwerk waar minimaal tien bedrijven, minimaal twee onderwijs- en/of onderzoeksinstellingen en minimaal één overheidsinstelling deel van uitmaken; kennis- en innovatienetwerk: een georganiseerd triple helix netwerk gevormd door meerdere partijen binnen een economische sector met de intentie om kennis en ervaring te delen met als doel de sector te versterken en innovatie binnen de sector te stimuleren; innovatieve projecten of programma’s: projecten of programma’s gericht op de ontwikkeling van: nieuwe producten, processen of diensten; wezenlijk nieuwe toepassingen van bestaande producten, processen of diensten; meerjaren agenda: gezamenlijke strategische meerjaren visie inclusief jaarlijks uitvoeringsprogramma; uitvoeringsprogramma: programma bestaand uit innovatieve projecten of programma’s die door deelnemende partijen binnen het netwerk worden gedefinieerd, georganiseerd en opgevolgd en waarbij de vraag vanuit de ondernemers leidend is. Artikel16.2 Subsidie kan worden verleend voor de versterking van het organiserend vermogen van een bestaand kennis- en innovatienetwerk: dat bijdraagt aan de versterking van de Zeeuwse concurrentiekracht; dat actief is binnen een van de volgende Zeeuwse economische sectoren: industrie en maintenance; havens en logistiek; agrofood en seafood; water en energie; vrijetijdseconomie; zorg; dat van toegevoegde waarde is binnen de betreffende economische sector in Zeeland, in die zin dat er geen of beperkte inhoudelijke overlap is met andere netwerken; dat de vraag vanuit de ondernemers als belangrijkste uitgangspunt neemt; dat ten minste Zeeland breed acteert; dat beschikt over een meerjaren agenda; waarbij de resultaten van de activiteiten van het netwerk overwegend ten goede komen aan Zeeland; dat connecties of samenwerkingen heeft met programma’s en clusters elders in of buiten Zeeland en bijdraagt aan provinciale beleidsdoelstellingen en zo mogelijk het nationale en Europese beleid in de betreffende sector; dat in het betreffende kalenderjaar niet eerder provinciale subsidie heeft ontvangen voor de versterking van het organiserend vermogen. Artikel16.3 Onverminderd het bepaalde in artikel 1.2.1, eerste lid, wordt subsidie slechts verstrekt aan een kennis- en innovatienetwerk dan wel aan één van de deelnemende partijen binnen het netwerk. Artikel16.4 Onverminderd het bepaalde in paragraaf 1.3, zijn de subsidiabele kosten de kosten voor: het initiëren en organiseren van activiteiten en bijeenkomsten voor de leden of partners van het netwerk; het initiëren en organiseren van activiteiten met als doel het werven van nieuwe leden of partners van het netwerk; het onderhouden van contacten met leden of partners; de ondersteuning bij het ontwikkelen en updaten van de meerjaren agenda; het initiëren en organiseren van samenwerking met andere regionale, landelijke en Europese netwerken; public relations en communicatie omtrent de activiteiten van het netwerk; vertegenwoordiging van het netwerk op regionaal, nationaal en internationaal niveau. Niet subsidiabel zijn de kosten voor het uitvoeren of managen van projecten die voortkomen uit het uitvoeringsprogramma van het netwerk. Artikel16.5 Een subsidie kan uitsluitend worden verstrekt als gedeputeerde staten de mogelijkheid tot het doen van een aanvraag voor subsidie hebben opengesteld door vaststelling van een subsidieplafond en van een openstellingsperiode voor de indiening van een aanvraag voor subsidie. Het subsidieplafond wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de aanvragen. Indien een aanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de aanvraag volledig is als datum van binnenkomst. Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige aanvragen plaats door middel van loting. Artikel16.6 De aanvraag voor de subsidie wordt bij gedeputeerde staten ingediend door gebruik te maken van een volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier Kennis- en Innovatienetwerken. In aanvulling op artikel 1.4.2, tweede lid, bevat de aanvraag voor de subsidie: een schriftelijk vastgestelde meerjaren agenda, inclusief het uitvoeringsprogramma voor het komende kalenderjaar; een beschrijving van de connecties of samenwerkingen die het netwerk heeft of zal aangaan met programma’s en clusters elders in of buiten Zeeland en op welke wijze het netwerk bijdraagt aan provinciale beleidsdoelstellingen en zo mogelijk het nationale en Europese beleid in de betreffende sector; een beschrijving op welke wijze bedrijven, onderwijs- en/of onderzoeksinstellingen en overheidsinstellingen betrokken zijn bij het netwerk en op welke op welke wijze en hoeveel overige bedrijven, onderwijs- en/of onderzoeksinstellingen en overheidsinstellingen het netwerk gaat betrekken bij de uitvoering van projecten en andere activiteiten. Artikel16.7 Voor de beoordeling van de aanvraag kan advies worden gevraagd aan een extern deskundige. Artikel16.8 De subsidie bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 60.
- Hoofdstuk17Bijzondere bepalingen voor verstrekking van subsidie in het kader van Zeeland in Stroomversnelling Paragraaf17.1Algemene bepalingen Artikel17.1.1 In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: Algemene groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) Nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard, Pb L 187/1 van 26 juni 2014; consortium: een samenwerkingsverband van ten minste drie partijen, waaronder ten minste één onderneming en één kennispartner, dat als doel heeft om op basis van een gezamenlijke strategische agenda systeemversterkende projecten te realiseren die een bijdrage leveren aan de versterking van de Zeeuwse concurrentiepositie; demonstratieproject: een project dat kwalificeert als experimentele ontwikkeling als bedoeld in artikel 2, onder 86, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening: het verwerven, combineren, vormgeven en gebruiken van bestaande wetenschappelijke, technologische, zakelijke en andere relevante kennis en vaardigheden, gericht op het ontwikkelen van nieuwe of verbeterde producten, procedés of diensten, daaronder begrepen digitale producten, processen of diensten, ongeacht domein, technologie, bedrijfstak of sector (met inbegrip van, doch niet beperkt tot digitale bedrijfstakken en technologieën, zoals supercomputers, kwantumtechnologie, blockchaintechnologie, artificiële intelligentie, cyberbeveiliging, big data en cloudtechnologie). Dit kan bijvoorbeeld ook activiteiten omvatten die gericht zijn op de conceptuele formulering, planning en documentering van nieuwe producten, procedés of diensten. Experimentele ontwikkeling kan prototyping, demonstraties, pilotontwikkeling, testen en validatieomvatten van nieuwe of verbeterde producten, procedés of diensten in omgevingen die representatief zijn voor het functioneren onder reële omstandigheden, met als hoofddoel verdere technische verbeteringen aan te brengen aan producten, procedés of diensten die niet grotendeels vast staan. Dit kan de ontwikkeling omvatten van een commercieel bruikbaar prototype of pilot die noodzakelijkerwijs het commerciële eindproduct is en die te duur is om te produceren alleen met het oog op het gebruik voor demonstratie- en validatiedoeleinden. Onder experimentele ontwikkeling wordt niet verstaan routinematige of periodieke wijziging van bestaande producten, productielijnen, fabricageprocessen, diensten en andere courante activiteiten, zelfs indien die wijzigingen verbeteringen kunnen inhouden; De-minimisverordening: erordening (EU) Nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun, Pb L 352/1 van 24 december 2013; of Verordening (EU) Nr. 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de landbouwsector, Pb L 352/9 van 24 december 2013; of Verordening (EU) Nr. 717/2014 van de Commissie van 27 juni 2014 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de visserij- en aquacultuursector, Pb L 190/45 van 28 juni 2014; Deskundigencommissie: adviescommissie ingesteld op grond van artikel 3:5 van de Algemene wet bestuursrecht en overeenkomstig artikel 82 van de Provinciewet; haalbaarheidsonderzoek: het onderzoek en de analyse van het potentieel van een project, met als doel de besluitvorming te ondersteunen door objectief en rationeel de sterke en zwakke punten van een project, de kansen en risico’s in kaart te brengen, waarbij ook wordt aangegeven welke middelen nodig zijn om het project te kunnen doorvoeren en wat uiteindelijk de slaagkansen zijn; innovatief product: nieuw product of wezenlijk nieuwe toepassing van een bestaand product; innovatief productieproces: nieuw productieproces of wezenlijk nieuwe toepassing van een bestaand productieproces; innovatieve dienst: nieuwe dienst of wezenlijk nieuwe toepassing van een bestaande dienst; kennispartner: een organisatie, die kennis levert aan het consortium en deelt binnen het netwerk; kmo: kleine en middelgrote ondernemingen die aan de in Bijlage I van de Algemene groepsvrijstellingsverordening vastgestelde criteria voldoen; strategische agenda: gezamenlijke strategische visie met uitvoeringsprogramma, waarin gewerkt wordt aan structuurversterking in de Zeeuwse economische clusters, per cluster vastgelegd in de volgende documenten: industrie en maintenance Smart Delta Resources Regioplan 2030-2050, Smart Delta Resources, september 2020; SDR Roadmap, CE Delft, maart 2018; Meerjarenplanning KicMPi 2020-2023, Kennis- en innovatiecentrum Maintenance Procesindustrie, 12 juni 2020; Schelde Safety Network Strategische Agenda 2021-2023, Schelde Safety Network, 30 maart 2021; havens en logistiek: Visie en actieplan Logistiek Zeeland 2019-2023, Zeeland Connect, 2019; agrofood en seafood: Verbinden en versterken Visserij Zuidwest Nederland Agenda 2022, Stuurgroep Visserij-innovatie Zuidwest Nederland, december 2018; Driejarenplan 2022-2024 voor begeleiding van het kennis- en innovatienetwerk FoodDelta Zeeland, FoodDelta Zeeland, 4 februari 2022; Samen werken aan het Zeeuwse platteland!, Ambitiedocument voor uitvoeringsprogramma landelijk gebied: landbouw en natuur, provincie Zeeland, 19 oktober 2019; Uitvoeringsprogramma Landelijk Gebied 2021-2030, provincie Zeeland, 10 juni 2021; water en energie: Smart Maintenance Fieldlab Zephyros, Strategische agenda (update 2022), Fieldlab Zephyros, 10 maart 2022; Regionale Energiestrategie Zeeland (RES 1.0), stuurgroep RES Zeeland, februari 2020; Kennis- & Innovatienetwerk Circulair Bouwen, meerjarenagenda, Kennis- & Innovatienetwerk Circulair Bouwen, oktober 2021; 10-jarenplan 2020-2030 Stichting Circular Biobased Delta, Stichting Circular Biobased Delta, mei 2020; vrijetijdseconomie: Strategische Agenda Toerisme voor Zeeland 2020-2030, TUA/TOZ, mei 2019; zorg: Visie op Zorg in Zeeland in 2025, Commissie Toekomstige Zorg in Zeeland 2025, juli 2015; Deltaplan arbeidsmarkt zorg & welzijn Zeeland 2020-2024, Viazorg, oktober 2019; Digital Health Zeeland-meerjarenagenda, E-Health, mei
- Artikel17.1.2 Subsidie wordt slechts verstrekt aan een consortium werkzaam binnen één of meer van de volgende Zeeuwse economische clusters: industrie en maintenance; havens en logistiek; agrofood en seafood; water en energie; vrijetijdseconomie; zorg. Indien het consortium geen rechtspersoonlijkheid bezit: wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 1.2.1, eerste lid, subsidie slechts verstrekt aan één van de deelnemende partijen binnen het consortium; en draagt het project de instemming van alle deelnemers van het consortium. Artikel17.1.3 In aanvulling op artikel 1.2.1, tweede lid, wordt subsidie niet verstrekt indien: de subsidie geen stimulerend effect heeft, als bedoeld in artikel 6 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening; de aanvrager een onderneming in moeilijkheden, als bedoeld in artikel 2, onder 18, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening is. Artikel17.1.4 Om voor subsidie in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten: de aanvrager is gevestigd in Zeeland; de aanvrager acteert ten minste op Zeeuws regionaal niveau; de subsidiabele activiteit komt overwegend ten goede aan Zeeland; de subsidiabele activiteit behoort niet tot de reguliere bedrijfsvoering van de aanvrager; de subsidiabele activiteit neemt de vraag vanuit de ondernemers als belangrijkste uitgangspunt; de subsidiabele activiteit draagt bij aan de realisatie van de strategische agenda van het cluster; de resultaten die voortvloeien uit de subsidiabele activiteit zijn openbaar en worden op niet-exclusieve en niet-discriminerende basis breed verspreid onder (Zeeuwse) ondernemingen en instellingen die geen deel uitmaken van het consortium; de deelnemende partijen aan het consortium vormen in het kader van de subsidiabele activiteit een evenwichtig samenwerkingsverband, zowel wat betreft de verdeling van de kosten als wat betreft de inbreng in de activiteit. Geen van de deelnemende partijen neemt meer dan 70% van de kosten voor haar rekening. Paragraaf17.2Haalbaarheidsonderzoeken Artikel17.2.1 Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden verstrekt voor het uitvoeren van een haalbaarheidsonderzoek ter voorbereiding van de ontwikkeling van: een innovatief product; een innovatief productieproces; een innovatieve dienst. Artikel17.2.2 In afwijking van artikel 1.2.1, tweede lid, aanhef en onder d, wordt subsidie niet verstrekt indien de te verstrekken subsidie € 10.000 of minder bedraagt. Voor zover sprake is van staatssteun wordt subsidie slechts verstrekt indien wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd in de De-minimisverordening. Om voor subsidie in aanmerking te komen, voldoet het project aan de volgende criteria: het project draagt voldoende bij aan de structuurversterking van de Zeeuwse economie vanuit een strategische agenda; het project is voldoende innovatief; en het projectplan heeft een voldoende kwaliteit. Artikel17.2.3 Onverminderd het bepaalde in paragraaf 1.3, zijn de subsidiabele kosten uitsluitend de kosten van het haalbaarheidsonderzoek. Kosten komen slechts voor subsidie in aanmerking voor zover deze worden gemaakt na ontvangst van de volledige aanvraag. Artikel17.2.4 Een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 17.2.1 kan uitsluitend worden ingediend als gedeputeerde staten de mogelijkheid tot het doen van een aanvraag voor subsidie hebben opengesteld door vaststelling van een openstellingsperiode voor de indiening van de aanvraag voor subsidie. Gedeputeerde staten stellen per openstellingsperiode een subsidieplafond vast. In het openstellingsbesluit kunnen gedeputeerde staten nadere regels stellen met betrekking tot de economische clusters waarbinnen het consortium werkzaam moet zijn. Artikel17.2.5 De aanvraag voor een subsidie wordt bij gedeputeerde staten ingediend door gebruik te maken van een volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier ‘Subsidie Zeeland in Stroomversnelling - haalbaarheidsonderzoek’. Artikel17.2.6 De subsidie bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten, tot een maximum van € 50.
- Artikel17.2.7 Indien de binnen de openstellingsperiode ingediende volledige subsidieaanvragen, die voldoen aan de subsidievereisten en waarop geen weigeringsgronden van toepassing zijn, het vastgestelde subsidieplafond te boven gaan, maken gedeputeerde staten voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie, een afweging tussen de verschillende volledige aanvragen op basis van de volgende criteria: de mate waarin het project bijdraagt aan de structuurversterking van de Zeeuwse economie vanuit een strategische agenda; de mate van innovativiteit van het project; en de kwaliteit van het projectplan. Gedeputeerde staten verdelen het bedrag van het subsidieplafond op volgorde van de rangschikking. Artikel17.2.8 Gedeputeerde staten leggen aanvragen voor subsidie als bedoeld in artikel 17.2.1 voor advies over artikel 17.2.2, derde lid, en artikel 17.2.7, voor aan de Deskundigencommissie. Aanvragers van subsidie lichten op verzoek van de Deskundigencommissie hun subsidieaanvraag mondeling toe. Artikel17.2.9 Gedeputeerde staten beslissen op de aanvraag binnen twaalf weken na afloop van de openstellingsperiode, bedoeld in artikel 17.2.4, eerste lid. Gedeputeerde staten kunnen de beslissing eenmaal voor ten hoogste vier weken verdagen. Artikel17.2.
§ 1
.6 heeft de subsidieontvanger de volgende verplichtingen het project wordt binnen zes maanden na afloop van de openstellingsperiode gestart; het project wordt binnen 18 maanden na afloop van de openstellingsperiode gerealiseerd. Op schriftelijk gemotiveerd verzoek van de aanvrager, kunnen gedeputeerde staten afwijken van het bepaalde in het eerste lid, aanhef en onder b. Paragraaf17.3Demonstratieprojecten Artikel17.3.1 Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden verstrekt voor het uitvoeren van een demonstratieproject gericht op de ontwikkeling van: een innovatief product; een innovatief productieproces; een innovatieve dienst. Artikel17.3.2 In afwijking van artikel 1.2.1, tweede lid, aanhef en onder d, wordt subsidie niet verstrekt indien de te verstrekken subsidie € 50.000 of minder bedraagt. Voor zover sprake is van staatssteun, wordt subsidie slechts verstrekt indien: het project kwalificeert als experimentele ontwikkeling als bedoeld in artikel 2, onder 86, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening; één van de volgende voorwaarden is vervuld: het project behelst daadwerkelijke samenwerking: tussen ondernemingen waarvan er ten minste één een kmo is, of wordt uitgevoerd in ten minste twee lidstaten, en geen van de ondernemingen neemt meer dan 70% van de subsidiabele kosten voor haar rekening; of tussen een onderneming en één of meer organisaties voor onderzoek en kennisverspreiding als bedoeld in artikel 2, onder 83, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening, waarbij deze organisaties ten minste 10% van de subsidiabele kosten dragen en het recht hebben hun eigen onderzoeksresultaten te publiceren; de projectresultaten worden ruim verspreid via conferenties, publicaties, open-access-repositories, of gratis opensource-software. Voor zover sprake is van staatssteun en het project niet voldoet aan de vereisten in het tweede lid, wordt subsidie slechts verstrekt indien wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd in de De-minimisverordening. Om voor subsidie in aanmerking te komen, voldoet het project aan de volgende criteria: het project draagt voldoende bij aan de structuurversterking van de Zeeuwse economie vanuit een strategische agenda; het project is voldoende innovatief; het project heeft voldoende economisch perspectief; en het projectplan heeft een voldoende kwaliteit. Artikel17.3.3 Onverminderd het bepaalde in paragraaf 1.3, zijn de subsidiabele kosten: personeelskosten: onderzoekers, technici en ander ondersteunend personeel voor zover zij zich met het onderzoeksproject bezighouden; kosten van apparatuur en uitrusting voor zover en zolang zij worden gebruikt voor het project. Wanneer deze apparatuur en uitrusting niet tijdens hun volledige levensduur voor het project worden gebruikt, worden alleen de afschrijvingskosten overeenstemmend met de looptijd van het project, berekend volgens algemeen erkende boekhoudkundige beginselen, als subsidiabele kosten beschouwd; kosten van gebouwen en gronden voor zover en zolang zij worden gebruikt voor het project. Wat gebouwen betreft, worden alleen de afschrijvingskosten overeenstemmend met de looptijd van het project, berekend volgens algemeen erkende boekhoudkundige beginselen, als subsidiabele kosten beschouwd. Wat gronden betreft, zijn de kosten voor de commerciële overdracht of de daadwerkelijk gemaakte kapitaalkosten subsidiabel; kosten van contractonderzoek, kennis en octrooien die op arm's length-voorwaarden worden gekocht bij of waarvoor een licentie wordt verleend door externe bronnen, alsmede kosten voor consultancy en gelijkwaardige diensten die uitsluitend voor het project worden gebruikt; bijkomende algemene kosten en andere operationele uitgaven, waaronder die voor materiaal, leveranties en dergelijke producten, die rechtstreeks uit het project voortvloeien. Kosten komen slechts voor subsidie in aanmerking voor zover deze worden gemaakt na ontvangst van de volledige aanvraag. Artikel17.3.4 Een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 17.3.1 kan uitsluitend worden ingediend als gedeputeerde staten de mogelijkheid tot het doen van een aanvraag voor subsidie hebben opengesteld door vaststelling van een openstellingsperiode voor de indiening van de aanvraag voor subsidie. Gedeputeerde staten stellen per openstellingsperiode een subsidieplafond vast. In het openstellingsbesluit kunnen gedeputeerde staten nadere regels stellen met betrekking tot de economische clusters waarbinnen het consortium werkzaam moet zijn. Artikel17.3.5 De aanvraag voor een subsidie wordt bij gedeputeerde staten ingediend door gebruik te maken van een volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier ‘Subsidie Zeeland in Stroomversnelling – demonstratieproject’. Artikel17.3.6 De subsidie bedraagt maximaal 40% van de subsidiabele kosten, tot een maximum van € 200.000. Artikel17.3.7 Indien de binnen de openstellingsperiode ingediende volledige subsidieaanvragen, die voldoen aan de subsidievereisten en waarop geen weigeringsgronden van toepassing zijn, het vastgestelde subsidieplafond te boven gaan, maken gedeputeerde staten voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie, een afweging tussen de verschillende volledige aanvragen op basis van de volgende criteria: de mate waarin het project bijdraagt aan de structuurversterking van de Zeeuwse economie vanuit een strategische agenda; de mate van innovativiteit van het project; het economisch perspectief van het project; en de kwaliteit van het projectplan. Gedeputeerde staten verdelen het bedrag van het subsidieplafond op volgorde van de rangschikking. Artikel17.3.8 Gedeputeerde staten leggen aanvragen voor subsidie als bedoeld in artikel 17.3.1 voor advies over artikel 17.3.2, vierde lid, en artikel 17.3.7, voor aan de Deskundigencommissie. Aanvragers van subsidie lichten op verzoek van de Deskundigencommissie hun subsidieaanvraag mondeling toe. Artikel17.3.9 Gedeputeerde staten beslissen op de aanvraag binnen twaalf weken na afloop van de openstellingsperiode, bedoeld in artikel 17.3.4, eerste lid. Gedeputeerde staten kunnen de beslissing eenmaal voor ten hoogste vier weken verdagen. Artikel17.3.
§ 1
.6 heeft de subsidieontvanger de volgende verplichtingen: het project wordt binnen zes maanden na afloop van de openstellingsperiode gestart; het project wordt binnen 30 maanden na afloop van de openstellingsperiode gerealiseerd. Op schriftelijk gemotiveerd verzoek van de aanvrager, kunnen gedeputeerde staten afwijken van het bepaalde in het eerste lid, aanhef en onder b. Hoofdstuk17A Bijzondere bepalingen voor verstrekking van subsidie in het kader van Zeeland in Stroomversnelling: Human Capital Agenda Artikel17A.1 In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: consortium: een samenwerkingsverband van ten minste drie partijen, waaronder ten minste één onderneming en één kennispartner, dat als doel heeft om op basis van een gezamenlijke agenda systeemversterkende projecten te realiseren die een bijdrage leveren aan de versterking van de Zeeuwse concurrentiepositie; De-minimisverordening: Verordening (EU) Nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun, Pb L 352/1 van 24 december 2013; of Verordening (EU) Nr. 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de landbouwsector, Pb L 352/9 van 24 december 2013; of Verordening (EU) Nr. 717/2014 van de Commissie van 27 juni 2014 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de visserij- en aquacultuursector, Pb L 190/45 van 28 juni 2014; Deskundigencommissie: adviescommissie ingesteld op grond van artikel 3:5 van de Algemene wet bestuursrecht en overeenkomstig artikel 82 van de Provinciewet; kennispartner: een organisatie, die kennis levert aan het consortium en deelt binnen het netwerk; sociale innovatie: het streven naar een originele oplossing met een meetbare of waarneembare sociale impact op een hardnekkig maatschappelijk probleem. De innovatie kan gelegen zijn in de ontwikkeling van een nieuwe organisatorische vorm (samenwerkingsverbanden, relaties) en/of de ontwikkeling van een nieuw product, een nieuwe dienst of een nieuwe methode. Artikel17A.2 Subsidie kan worden verstrekt voor projecten: die bijdragen aan het oplossen van de krapte op de arbeidsmarkt; en die gericht zijn op de ontwikkeling van een sociale innovatie die betrekking heeft op één of meer van de volgende thema’s: Dynamisch managen: nieuwe managementvaardigheden en –methodieken; Slimmer werken: uitgaan van competenties van medewerkers; Flexibel organiseren: innovatieve organisatievormen; Co-Creatie sectoren: hoogwaardige samenwerkingsverbanden binnen één of meer sectoren of cross-sectoraal; Werknemer in eigen kracht: mobiliteit, flexibiliteit en lef op de arbeidsmarkt; Mobiliteit leren en ontwikkelen: de juiste mensen op de juiste plek met de juiste kwalificaties; Duurzame inzetbaarheid: stimuleren van eigenaarschap bij medewerkers op het gebied van vitaliteit, flexibiliteit en maatschappelijke weerbaarheid; Leven lang leren en ontwikkelen: wendbare, flexibele werknemers die zich kunnen blijven ontwikkelen en mee kunnen met de nieuwste ontwikkelingen; en waarbij een methodiek wordt ontwikkeld die overdraagbaar is. Artikel17A.3 Subsidie wordt slechts verstrekt aan een consortium werkzaam binnen één of meer van de volgende Zeeuwse economische clusters: industrie en maintenance; havens en logistiek; agrofood en seafood; water en energie; vrijetijdseconomie; zorg; onderwijs. Indien het consortium geen rechtspersoonlijkheid bezit: wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 1.2.1, eerste lid, subsidie slechts verstrekt aan één van de deelnemende partijen binnen het consortium; en draagt het project de instemming van alle deelnemers van het consortium. Artikel17A.4 Om voor subsidie in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten: de aanvrager is gevestigd in Zeeland; de subsidiabele activiteit komt overwegend ten goede aan Zeeland; de subsidiabele activiteit behoort niet tot de reguliere bedrijfsvoering van de aanvrager; de vraag vanuit de ondernemers vormt het belangrijkste uitgangspunt; de projectresultaten en ontwikkelde methodieken zijn openbaar en worden ruim verspreid onder (Zeeuwse) ondernemingen en instellingen die geen deel uitmaken van het consortium; het project is additioneel aan gemeentelijke activiteiten en projecten; het project voldoet aan het geheel van de volgende criteria: het project draagt voldoende bij aan de structuurversterking van de Zeeuwse economie door het oplossen van de krapte op de arbeidsmarkt; het project is voldoende innovatief voor Zeeland; het project heeft voldoende perspectief; het projectplan heeft een voldoende kwaliteit. In afwijking van artikel 1.2.1, tweede lid, aanhef en onder d, wordt subsidie niet verstrekt indien de te verstrekken subsidie € 10.000 of minder bedraagt. Voor zover sprake is van staatssteun wordt subsidie slechts verstrekt indien wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd in de De-minimisverordening. Artikel17A.5 Een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 17A.2 kan uitsluitend worden ingediend als gedeputeerde staten de mogelijkheid tot het doen van een aanvraag voor subsidie hebben opengesteld door vaststelling van een openstellingsperiode voor de indiening van de aanvraag voor subsidie. Gedeputeerde staten stellen per openstellingsperiode een subsidieplafond vast. Artikel17A.6 De aanvraag voor een subsidie wordt bij gedeputeerde staten ingediend door gebruik te maken van een volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier ‘Subsidie Zeeland in Stroomversnelling Human Capital Agenda’. Artikel17A.7 De subsidie bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten, tot een maximum van € 50.
- Artikel17A.8 Indien de binnen de openstellingsperiode ingediende volledige subsidieaanvragen, die voldoen aan de subsidievereisten en waarop geen weigeringsgronden van toepassing zijn, het vastgestelde subsidieplafond te boven gaan, maken gedeputeerde staten voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie, een afweging tussen de verschillende volledige aanvragen op basis van de volgende criteria: de mate waarin het project bijdraagt aan de structuurversterking van de Zeeuwse economie door het oplossen van de krapte op de arbeidsmarkt; de mate van innovativiteit van het project voor Zeeland; het perspectief van het project; de kwaliteit van het projectplan. Gedeputeerde staten verdelen het bedrag van het subsidieplafond op volgorde van de rangschikking. Artikel17A.9 Gedeputeerde staten leggen aanvragen voor subsidie als bedoeld in artikel 17A.2 voor advies over artikel 17A.4, eerste lid, onder g, en artikel 17A.8, voor aan de Deskundigencommissie. Aanvragers van subsidie lichten op verzoek van de Deskundigencommissie hun subsidieaanvraag mondeling toe. Artikel17A.10 Gedeputeerde staten beslissen op de aanvraag binnen twaalf weken na afloop van de openstellingsperiode, bedoeld in artikel 17A.5, eerste lid. Gedeputeerde staten kunnen de beslissing eenmaal voor ten hoogste vier weken verdagen. Artikel17A.11 Onverminderd het bepaalde in § 1.6 heeft de subsidieontvanger de volgende verplichtingen: het project wordt binnen zes maanden na afloop van de openstellingsperiode gestart; het project wordt binnen 24 maanden na afloop van de openstellingsperiode gerealiseerd. Op schriftelijk gemotiveerd verzoek van de aanvrager, kunnen gedeputeerde staten afwijken van het bepaalde in het eerste lid, aanhef en onder b. Hoofdstuk17BBijzondere bepalingen voor verstrekking van subsidie in het kader van Zeeland in Stroomversnelling: Vestigingsklimaat Paragraaf17B.1 Algemene bepalingen Artikel17B.1.1 In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: bovenlokaal effect: een effect dat zijn neerslag heeft in ten minste twee Zeeuwse gemeenten; consortium: een samenwerkingsverband van ten minste twee partijen, waaronder ten minste één rechtspersoon, dat als doel heeft om een project te realiseren dat een bijdrage levert aan de versterking van de leefbaarheid en daarmee het vestigingsklimaat voor (potentiële) werknemers; De-minimisverordening: Verordening (EU) Nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun, Pb L 352/1 van 24 december 2013; of Verordening (EU) Nr. 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de landbouwsector, Pb L 352/9 van 24 december 2013; of Verordening (EU) Nr. 717/2014 van de Commissie van 27 juni 2014 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de visserij- en aquacultuursector, Pb L 190/45 van 28 juni 2014; Deskundigencommissie: adviescommissie ingesteld op grond van artikel 3:5 van de Algemene wet bestuursrecht en overeenkomstig artikel 82 van de Provinciewet; leefbaarheid: de mate waarin een omgeving goed aansluit bij de behoeften van de mensen die er wonen en tegelijkertijd aantrekkelijk is voor nieuwe inwoners en toekomstige generaties. Artikel17B.1.2 Subsidie wordt slechts verstrekt aan een consortium. Indien het consortium geen rechtspersoonlijkheid bezit: wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 1.2.1, eerste lid, subsidie slechts verstrekt aan één van de deelnemende partijen binnen het consortium; en draagt het project de instemming van alle deelnemers van het consortium. In afwijking van artikel 1.2.1, tweede lid, aanhef en onder a, en onverminderd het bepaalde in artikel 1.4.1, wordt subsidie niet verstrekt indien de activiteit op het moment van ontvangst van de aanvraag voor de subsidie reeds is gestart. Artikel17B.1.3 Om voor subsidie in aanmerking te komen wordt voldaan aan de volgende vereisten: de aanvrager is gevestigd in Zeeland; de subsidiabele activiteit komt overwegend ten goede aan Zeeland; de subsidiabele activiteit behoort niet tot de reguliere bedrijfsvoering of activiteiten van de aanvrager; de subsidiabele activiteit past binnen de provinciale ambitie uit het Coalitieakkoord 2019-2023 ‘Samen verschil maken’ op het gebied van leefbaarheid, waar vanuit een aanvullende rol ingezet wordt op de bereikbaarheid en beschikbaarheid van voorzieningen, onderwijs, zorg en een gezonde en veilige leefomgeving met als doel de aantrekkelijkheid van Zeeland voor jongeren, ouderen en nieuwe Zeeuwen te behouden en te versterken; het project heeft een bovenlokaal effect; de behoefte van de (potentiële) werknemers vormt het belangrijkste uitgangspunt; de projectresultaten en ontwikkelde werkwijzen zijn openbaar en worden ruim verspreid onder (Zeeuwse) partijen die geen deel uitmaken van het consortium; en het project is additioneel aan gemeentelijke activiteiten en projecten. Paragraaf17B.2Onderzoeken Artikel17B.2.1 Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden verstrekt voor het uitvoeren van een onderzoek ter voorbereiding op de ontwikkeling van projecten: die bijdragen aan het vergroten van de leefbaarheid, waardoor het aantrekkelijker wordt voor (potentiële) werknemers om zich in een Zeeuwse gemeente te vestigen; en die gericht zijn op de ontwikkeling van een voorziening (bijvoorbeeld op sociaal, cultureel, zorg- of onderwijsgebied) of de bereikbaarheid van voorzieningen; en waarbij een onderzoek of werkwijze wordt ontwikkeld die overdraagbaar is. Artikel17B.2.2 In afwijking van artikel 1.2.1, tweede lid, aanhef en onder d, wordt subsidie niet verstrekt indien de te verstrekken subsidie minder dan € 5.000 bedraagt. Voor zover sprake is van staatssteun wordt subsidie slechts verstrekt indien wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd in de De-minimisverordening. Om voor subsidie in aanmerking te komen, voldoet het project aan de volgende criteria: het project draagt voldoende bij aan de structuurversterking van de Zeeuwse economie door het vergroten van de leefbaarheid; en het projectplan heeft een voldoende kwaliteit. Artikel17B.2.3 Een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 17B.2.1 kan uitsluitend worden ingediend als gedeputeerde staten de mogelijkheid tot het doen van een aanvraag voor subsidie hebben opengesteld door vaststelling van een openstellingsperiode voor de indiening van de aanvraag voor subsidie. Gedeputeerde staten stellen per openstellingsperiode een subsidieplafond vast. Artikel17B.2.4 De aanvraag voor een subsidie wordt bij gedeputeerde staten ingediend door gebruik te maken van een volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier ‘Subsidie Zeeland in Stroomversnelling Vestigingsklimaat Onderzoeken’. In aanvulling op artikel 1.4.2, tweede lid, bevat de aanvraag voor een subsidie een bewijs van commitment van ten minste één gemeente middels het format ‘Instemmingsverklaring gemeenten’. Artikel17B.2.5 Onverminderd het bepaalde in paragraaf 1.3, komen kosten slechts voor subsidie in aanmerking voor zover deze worden gemaakt na ontvangst van de volledige aanvraag. De subsidie bedraagt maximaal 65% van de subsidiabele kosten, tot een maximum van € 25.
- Artikel17B.2.6 Indien de binnen de openstellingsperiode ingediende volledige subsidieaanvragen, die voldoen aan de subsidievereisten en waarop geen weigeringsgronden van toepassing zijn, het vastgestelde subsidieplafond te boven gaan, maken gedeputeerde staten voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie, een afweging tussen de verschillende aanvragen op basis van de volgende criteria: de mate waarin het project bijdraagt aan de structuurversterking van de Zeeuwse economie door het vergroten van de leefbaarheid; de kwaliteit van het projectplan. Gedeputeerde staten verdelen het bedrag van het subsidieplafond op volgorde van de rangschikking. Artikel17B.2.7 Gedeputeerde staten leggen aanvragen voor subsidie als bedoeld in artikel 17B.2.1 voor advies over artikel 17B.2.2, derde lid, en artikel 17B.2.6 voor aan de Deskundigencommissie. Aanvragers van subsidie lichten op verzoek van de Deskundigencommissie hun subsidieaanvraag toe. Artikel17B.2.8 Gedeputeerde staten beslissen op de aanvraag binnen twaalf weken na afloop van de openstellingsperiode, bedoeld in artikel 17B.2.3, eerste lid. Gedeputeerde staten kunnen de beslissing eenmaal voor ten hoogste vier weken verdagen. Artikel17B.2.9 Onverminderd het bepaalde in § 1.6 heeft de subsidieontvanger de volgende verplichtingen: het project wordt binnen zes maanden na afloop van de openstellingsperiode gestart; het project wordt binnen 18 maanden na afloop van de openstellingsperiode gerealiseerd. Op schriftelijk gemotiveerd verzoek van de aanvrager, kunnen gedeputeerde staten afwijken van het bepaalde in het eerste lid, aanhef en onder b. Paragraaf17B.3Pilots Artikel17B.3.1 Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden verstrekt voor het uitvoeren van een pilot: die bijdraagt aan het vergroten van de leefbaarheid, waardoor het aantrekkelijker wordt voor (potentiële) werknemers om zich in een Zeeuwse gemeente te vestigen; en die gericht is op de ontwikkeling van een voorziening (bijvoorbeeld op sociaal, cultureel, zorg- of onderwijsgebied) of de bereikbaarheid van voorzieningen; en waarbij een onderzoek of werkwijze wordt ontwikkeld die overdraagbaar is. Artikel17B.3.2 In afwijking van artikel 1.2.1, tweede lid, aanhef en onder d, wordt subsidie niet verstrekt indien de te verstrekken subsidie € 10.000 of minder bedraagt. Voor zover sprake is van staatssteun wordt subsidie slechts verstrekt indien wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd in de De-minimisverordening. Om voor subsidie in aanmerking te komen, voldoet het project aan de volgende criteria: het project draagt voldoende bij aan de structuurversterking van de Zeeuwse economie door het vergroten van de leefbaarheid; het project heeft voldoende perspectief op continuïteit; en het projectplan heeft een voldoende kwaliteit. Artikel17B.3.3 Een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 17B.3.1 kan uitsluitend worden ingediend als gedeputeerde staten de mogelijkheid tot het doen van een aanvraag voor subsidie hebben opengesteld door vaststelling van een openstellingsperiode voor de indiening van de aanvraag voor subsidie. Gedeputeerde staten stellen per openstellingsperiode een subsidieplafond vast. Artikel17B.3.4 De aanvraag voor een subsidie wordt bij gedeputeerde staten ingediend door gebruik te maken van een volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier ‘Subsidie Zeeland in Stroomversnelling Vestigingsklimaat Pilots’. In aanvulling op artikel 1.4.2, tweede lid, bevat de aanvraag voor een subsidie een bewijs van commitment van ten minste één gemeente middels het format ‘Instemmingsverklaring gemeenten’. Artikel17B.3.5 Onverminderd het bepaalde in paragraaf 1.3, komen kosten slechts voor subsidie in aanmerking voor zover deze worden gemaakt na ontvangst van de volledige aanvraag. De subsidie bedraagt maximaal 65% van de subsidiabele kosten, tot een maximum van € 50.
- Artikel17B.3.6 Indien de binnen de openstellingsperiode ingediende volledige subsidieaanvragen, die voldoen aan de subsidievereisten en waarop geen weigeringsgronden van toepassing zijn, het vastgestelde subsidieplafond te boven gaan, maken gedeputeerde staten voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie, een afweging tussen de verschillende aanvragen op basis van de volgende criteria: de mate waarin het project bijdraagt aan de structuurversterking van de Zeeuwse economie door het vergroten van de leefbaarheid; de mate van perspectief op continuïteit van het project; de kwaliteit van het projectplan. Gedeputeerde staten verdelen het bedrag van het subsidieplafond op volgorde van de rangschikking. Artikel17B.3.7 Gedeputeerde staten leggen aanvragen voor subsidie als bedoeld in artikel 17B.3.1 voor advies over artikel 17B.3.2, derde lid, en artikel 17B.3.6 voor aan de Deskundigencommissie. Aanvragers van subsidie lichten op verzoek van de Deskundigencommissie hun subsidieaanvraag toe. Artikel17B.3.8 Gedeputeerde staten beslissen op de aanvraag binnen twaalf weken na afloop van de openstellingsperiode, bedoeld in artikel 17B.3.3, eerste lid. Gedeputeerde staten kunnen de beslissing eenmaal voor ten hoogste vier weken verdagen. Artikel17B.3.9 Onverminderd het bepaalde in § 1.6 heeft de subsidieontvanger de volgende verplichtingen: het project wordt binnen zes maanden na afloop van de openstellingsperiode gestart; het project wordt binnen 24 maanden na afloop van de openstellingsperiode gerealiseerd. Op schriftelijk gemotiveerd verzoek van de aanvrager, kunnen gedeputeerde staten afwijken van het bepaalde in het eerste lid, aanhef en onder b. Hoofdstuk18Bijzondere bepalingen voor verstrekking van subsidie ten behoeve van de verbetering van de toegankelijkheid van bestaande halteplaatsen in Zeeland Vervallen Hoofdstuk19Bijzondere bepalingen voor verstrekking van subsidie ten behoeve van het aanleggen van een groen dak Artikel19.1 In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: bedrijfspand: een gebouw waarin één of meerdere bedrijven kantoor houden dan wel dat bestemd is om daarin een bedrijf uit te oefenen, in eigendom van een particulier, met een individueel adres en eigen nutsaansluiting en waaronder tevens begrepen een bijgebouw gelegen op hetzelfde perceel; bijgebouw: gesloten bouwwerk zoals een garage, schuur, tuinhuis of een gedeeltelijk open bouwwerk zoals een overkapping of veranda; dak: samenstelling van houten of stalen balken, regels en bebording of betonnen plaat, die sterk genoeg is om de dakbedekking van een gebouw te dragen en de wind-, regen- en sneeuwbelasting op te vangen. De dakconstructie dient zodanig te zijn dat deze beloopbaar is voor onderhoud en inspectie; eigenaar: eigenaar van een woning of pand, dan wel opstaller, erfpachter of vruchtgebruiker ervan; gecertificeerd bedrijf: een bedrijf gecertificeerd met het ‘Groenkeur keurmerk’, verschaft door Stichting Groenkeur, of een bedrijf dat een persoon in dienst heeft met het persoonsgebonden certificaat ‘Dak- & Gevel Basismedewerker’ dan wel het persoonsgebonden certificaat ‘Dak & Gevel Gevorderde’; groen dak: een plat of hellend dak van een woning, pand of bijgebouw dat is opgebouwd uit minimaal een wortelwerende laag, een drainagelaag, een substraatlaag en een vegetatielaag, beplant met droogteresistente soorten zoals sedum; standaard groen dak: groen dak beplant met hoofdzakelijk sedum en mossen, en met een waterbergingscapaciteit van minimaal 15 liter per m2; biodivers groen dak: groen dak beplant met hoofdzakelijk sedum en kruiden en minimaal 30% bloemen en kruiden, en met een waterbergingscapaciteit van minimaal 50 liter per m2; daktuin: groen dak beplant met maximaal 50% sedum en mossen en minimaal 50% bomen/struiken en siergrassen, en met een waterbergingscapaciteit van minimaal 70 liter per m2; particuliere woning: een pand in eigendom van een particulier, met een individueel adres en eigen nutsaansluiting, bedoeld en geschikt om in te wonen, waarop de planologische bestemming Wonen rust, waaronder tevens begrepen een bijgebouw gelegen op hetzelfde perceel en niet zijnde een appartementencomplex; VvE: een bij de Kamer van Koophandel geregistreerde vereniging van eigenaars van de appartementsrechten van de woningen die tot een appartementencomplex behoren. Artikel19.2 Subsidie kan worden verleend voor het aanleggen van een standaard groen dak, een biodivers groen dak of een daktuin op een particuliere woning, een bedrijfspand of een appartementencomplex gelegen in de provincie Zeeland. Artikel19.3 Subsidie wordt slechts verstrekt aan de eigenaar van de particuliere woning of het bedrijfspand dan wel aan de VvE van het appartementencomplex waarop het groene dak wordt aangelegd. In afwijking van artikel 1.2.1, eerste lid, kan subsidie worden verstrekt aan een natuurlijk persoon. In afwijking van artikel 1.2.1, tweede lid, aanhef en onderdeel a, wordt subsidie niet verstrekt indien op het moment van ontvangst van de aanvraag voor de subsidie met de uitvoering van de activiteit waarvoor subsidie is aangevraagd, is gestart. Artikel 1.2.1, tweede lid, aanhef en onderdeel d, is voor een subsidie ten behoeve van het aanleggen van een groen dak niet van toepassing. Artikel19.4 Om voor subsidie ten behoeve van het aanleggen van een groen dak in aanmerking te komen, gelden de volgende vereisten: subsidie wordt slechts eenmaal per adres of per appartementencomplex verstrekt; alleen bestaande woningen, bedrijfspanden en appartementencomplexen komen in aanmerking voor subsidie; de woning, het bedrijfspand of het appartementencomplex waarop het groene dak wordt aangelegd, is gelegen binnen de bebouwde kom; de oppervlakte van het groene dak is minimaal 10 m²; de hellingshoek van het groene dak is maximaal 35°; het groene dak wordt aangelegd door een gecertificeerd bedrijf; voor dezelfde activiteit is niet reeds subsidie verstrekt op grond van deze dan wel andere subsidieregelingen; aanvrager beschikt over eventueel benodigde vergunningen voor het uitvoeren van de activiteit; ontwerp, aanleg en onderhoud van het groene dak worden deugdelijk, in overeenstemming met de bouwregelgeving en zorgvuldig uitgevoerd. Artikel19.5 De hoogte van de subsidie bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van: € 25 per m² aan te leggen standaard groen dak; € 35 per m² aan te leggen biodivers groen dak; € 75 per m² aan te leggen daktuin. De subsidie bedraagt niet meer dan € 5.000 per aanvraag. Onverminderd het bepaalde in artikel 1.3.1, komen de volgende kosten niet voor subsidie in aanmerking: de kosten van advisering ten behoeve van het aanleggen van een groen dak; de kosten voor het onderhouden van een groen dak; de kosten voor de sloop en afvoer van een bestaand dak; de kosten voor eventueel benodigde vergunningen. Artikel19.6 De aanvraag voor een subsidie ten behoeve van het aanleggen van een groen dak wordt bij gedeputeerde staten ingediend door gebruik te maken van een volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier ‘subsidie groene daken’. In aanvulling op artikel 1.4.2, tweede lid, bevat de aanvraag voor een subsidie ten behoeve van het aanleggen van een groen dak de mede door de aanvrager ondertekende offerte van een gecertificeerd bedrijf dat het groene dak gaat aanleggen waar in ieder geval het volgende in is opgenomen: de waterbergingscapaciteit van het groene dak; de lagen van het aan te leggen groene dak; de oppervlakte van het groene dak; de hellingshoek van het groene dak; de toegepaste plantensoorten en de omvang van het percentage waarin ze worden toegepast. Artikel19.7 Een subsidie ten behoeve van het aanleggen van een groen dak kan uitsluitend worden verstrekt als gedeputeerde staten de mogelijkheid tot het doen van een aanvraag voor subsidie hebben opengesteld door vaststelling van een subsidieplafond en van een openstellingsperiode voor de indiening van de aanvraag voor subsidie. Het subsidieplafond wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen. Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van ontvangst. Voor zover door verstrekking van subsidie voor aanvragen die op dezelfde dag zijn ontvangen, het subsidieplafond wordt overschreden, vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats op basis van de hoogte van het aangevraagde subsidiebedrag, waarbij een lager aangevraagd subsidiebedrag voorgaat op een hoger aangevraagd subsidiebedrag. Indien toepassing van het vierde lid ertoe leidt dat subsidieaanvragen op een gelijke plaats eindigen, wordt de onderlinge rangschikking van die aanvragen bepaald door middel van loting. Artikel19.8 Onverminderd het bepaalde in paragraaf 1.6 heeft de subsidieontvanger de verplichting om: het project binnen zes maanden na verlening van de subsidie te realiseren; het groene dak minimaal 5 jaar na verlening van de subsidie in stand te houden en deugdelijk te onderhouden. Hoofdstuk20Bijzondere bepalingen voor het verstrekken van cofinanciering voor het EFRO Programma Zuid-Nederland 2021-2027 Artikel20.1Begripsbepalingen In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: Algemene groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) Nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard, Pb EU L 187/1 van 26 juni 2014; Beheerautoriteit: Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant aangewezen als beheerautoriteit als bedoeld in artikel 71 van verordening 2021/1060 voor het EFRO Programma Zuid-Nederland 2021-2027; de-minimissteun: steun die voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling van aanmelding als opgenomen in Verordening (EU) Nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun, Pb EU L 352/1 van 24 december 2013; EFRO programma Zuid-Nederland 2021-2027: gezamenlijk programma als bedoeld in artikel 22 van verordening 2021/1060 van de provincies Zeeland, Noord-Brabant en Limburg, goedgekeurd door de Europese Commissie op 29 juni 2022, voor activiteiten die in Zuid-Nederland financiering kunnen ontvangen uit het EFRO; Gedeputeerde staten: Gedeputeerde staten van provincie Zeeland; REES 2021: Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies 2021; RIS3 Zuid-Nederland 2021-2027: Regionale Innovatie Strategie Slimme Specialisatie voor programma’s Europese fondsen vastgesteld door Gedeputeerde Staten van de provincie Zeeland, de provincie Noord-Brabant en de provincie Limburg op 21 april 2020; Subsidieregeling OPZuid: Subsidieregeling OPZuid 2021-
- Artikel20.2Doelgroep Subsidie kan worden aangevraagd door de penvoerder die namens een samenwerkingsverband subsidie heeft aangevraagd op grond van de Subsidieregeling OPZuid. Artikel20.3Subsidiabele activiteiten Subsidie kan worden verstrekt voor projecten die innovatie bevorderen binnen een van de volgende maatschappelijke transities uit de RIS3 Zuid-Nederland 2021-2027 die in het EFRO Programma Zuid-Nederland 2021-2027 centraal staan: gezondheid; landbouw en voeding; energie; klimaat; grondstoffen. Artikel20.4Subsidievereisten Om voor subsidie in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten: voor het project wordt subsidie verleend op grond van artikel 2.2 van de Subsidieregeling OPZuid; de subsidie wordt aangevraagd als cofinanciering op de subsidie op grond van de Subsidieregeling OPZuid; het project komt ten goede aan de provincie Zeeland. Het project komt ten goede aan de provincie Zeeland als bedoeld in het eerste lid, onder c, als: meer dan de helft van de subsidiabele kosten wordt gemaakt door deelnemers aan het project die zijn gevestigd in de provincie Zeeland; en de resultaten van het project overwegend zijn gericht op de provincie Zeeland. In het projectplan, bedoeld in artikel 2.5, onder a, van de Subsidieregeling OPZuid, wordt opgenomen op welke wijze wordt voldaan aan het eerste lid, onder c. Artikel20.5Subsidiabele kosten Onverminderd artikel 1.3.1, eerste lid, en in afwi