Kort gezegd
Deze wet regelt activiteiten die van invloed zijn op water, waterkeringen en wegen binnen het beheergebied van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, met als doel overstromingen, wateroverlast en waterschaarste te voorkomen en de waterkwaliteit te beschermen.
Wat het regelt
- De begrenzing van het beheergebied van het hoogheemraadschap en diverse beperkingengebieden, zoals rond oppervlaktewaterlichamen en waterkeringen.
- De voorwaarden voor het aanvragen van omgevingsvergunningen voor wateractiviteiten.
- De procedures voor meldingen en informatieplichten bij activiteiten.
- Uitzonderingen voor beheeractiviteiten van het hoogheemraadschap en voor bijzondere omstandigheden (calamiteiten).
Wie het aangaat
- Iedereen die activiteiten uitvoert die van invloed zijn op water, waterkeringen en wegen binnen het beheergebied van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier.
- Het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier zelf, bij de uitvoering van beheer-, onderhouds- en herstelactiviteiten.
Kernpunten
- Activiteiten moeten verenigbaar zijn met het voorkomen van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste, het beschermen van de waterkwaliteit en de maatschappelijke functies van watersystemen.
- Een omgevingsvergunning voor wateractiviteiten wordt alleen verleend als de activiteit de waterkwaliteitsdoelstellingen niet in gevaar brengt.
- Bij een melding of informatieplicht moeten de activiteit, naam en adres van de uitvoerder, het adres van de activiteit en de dagtekening worden vermeld.
- Bij een ongewoon voorval moet het bestuur onverwijld worden geïnformeerd over de oorzaken, vrijgekomen stoffen en getroffen maatregelen.
Wettekst
/akn/nl/act/waterschap/2024/CVDR702775 /join/id/stop/work_006 /akn/nl/act/ws0651/2023/Regelingbf494437446449afa14f98379bc772c1 /join/id/stop/work_019 2023-11-15 2023-11-15 /akn/nl/act/waterschap/2024/CVDR702775/nld@2024-01-01 /join/id/proces/ws0651/2023/procedure7f04adbc9c0a4dbf85d3f7a58f96d7a5 2024-01-01 2025-01-01 2024-01-01 2025-01-01 2024-01-01 2025-01-01 /akn/nl/act/ws0651/2023/Regelingbf494437446449afa14f98379bc772c1/nld@2023-10-31 /akn/nl/act/ws0651/2023/Regelingbf494437446449afa14f98379bc772c1 /akn/nl/act/ws0651/2023/Regelingbf494437446449afa14f98379bc772c1/nld@2023-10-31 /join/id/stop/work_019 1 Waterschapsverordening Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Afdeling 1.1 Begripsbepalingen Artikel 1.1 Begripsbepalingen
- Begripsbepalingen die zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet, en in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling zijn ook van toepassing op deze waterschapsverordening, tenzij anders bepaald.
- Bijlage I bij deze waterschapsverordening bevat begripsbepalingen voor de toepassing van deze waterschapsverordening. Afdeling 1.2 Aanwijzing en begrenzing beperkingengebieden Artikel 1.2 Begrenzing beheergebied De geometrische begrenzing van het beheergebied van het hoogheemraadschap is opgenomen in het geometrische informatieobject 'beheergebied’ in bijlage II bij deze verordening. Artikel 1.3 Begrenzing beperkingengebieden
- De geometrische begrenzingen van het beperkingengebied waterstaatswerk en de onderdelen daarvan zijn opgenomen in de volgende geometrische informatieobjecten in bijlage II bij deze verordening: a. beperkingengebied oppervlaktewaterlichaam; b. beperkingengebied primair oppervlaktewater; c. beperkingengebied secundair oppervlaktewater; d. beperkingengebied tertiair oppervlaktewater; e. beperkingengebied waterkering met bijbehorende beschermingszones; f. beperkingengebied waterkering; g. beperkingengebied primaire waterkering; h. beperkingengebied primaire harde waterkering; i. beperkingengebied primaire zandige waterkering; j. beperkingengebied regionale waterkering; k. beperkingengebied regionale waterkering bij het Amstelmeer of Alkmaarder- en Uitgeestermeer; l. beperkingengebied overige waterkering; m. beschermingszone A bij een waterkering; n. beschermingszone A bij een primaire waterkering; o. beschermingszone A bij een primaire harde waterkering; p. beschermingszone A bij een primaire zandige waterkering; q. beschermingszone A aan de landzijde van een primaire zandige waterkering; r. beschermingszone A aan de zeezijde van een primaire zandige waterkering; s. beschermingszone A bij een regionale waterkering; t. beschermingszone A bij een regionale waterkering bij het Amstelmeer of Alkmaarder- en Uitgeestermeer; u. beschermingszone A bij een overige waterkering; v. beschermingszone B bij een waterkering; w. beschermingszone B bij een primaire waterkering; x. beschermingszone B bij een primaire harde waterkering; y. beschermingszone B bij een primaire zandige waterkering; z. beschermingszone B aan de landzijde van een primaire zandige waterkering; aa. beschermingszone B aan de zeezijde van een primaire zandige waterkering; ab. beschermingszone B bij een regionale waterkering; ac. beschermingszone B bij een regionale waterkering bij het Amstelmeer of Alkmaarder- en Uitgeestermeer; ad. beschermingszone B bij een overige waterkering; ae. beperkingengebied bergingsgebied; af. beperkingengebied molenbiotoop; en ag. beperkingengebied vaarwegen in beheer bij het hoogheemraadschap.
- De geometrische begrenzingen van het beperkingengebied weg en de onderdelen daarvan zijn opgenomen in de volgende geometrische informatieobjecten in bijlage II bij deze verordening: a. beperkingengebied weg; b. beperkingengebied gebiedsontsluitingsweg; c. beperkingengebied erftoegangsweg; en d. beperkingengebied solitair fietspad; Artikel 1.4 Begrenzing overige gebieden
- De geometrische begrenzing van het aangewezen gebied voor peilafwijkingen is opgenomen in het geometrische informatieobject ‘aangewezen gebied peilafwijkingen’ in bijlage II bij deze verordening.
- De geometrische begrenzing van het gebied met hellend gebied en droge beddingen is opgenomen in het geometrische informatieobject ‘hellend gebied en gebied met droge beddingen’ in bijlage II bij deze verordening.
- De geometrische begrenzing van de kwetsbare gebieden is opgenomen in de geometrische informatieobjecten ‘kwetsbaar gebied oppervlaktewater' en ‘kwetsbaar gebied grondwater’ in bijlage II bij deze verordening.
- De geometrische begrenzing van de risicovolle en niet risicovolle gebieden verticale drainage zijn opgenomen in de geometrische informatieobjecten ‘risicovol gebied verticale drainage’ en het ‘niet-risicovol gebied verticale drainage’ in bijlage II bij deze verordening. Artikel 1.5 Waterstaatswerken die niet geometrisch begrensd zijn
- Voor waterstaatswerken die op grond van een projectplan, projectbesluit of omgevingsvergunning zijn geplaatst of gewijzigd ten opzichte van de legger, wordt voor de ligging van het waterstaatswerk uitgegaan van de begrenzing, aangegeven in het projectbesluit of de omgevingsvergunning.
- Voor waterstaatswerken die niet geometrisch zijn begrensd en waarvoor de ligging niet volgt uit een projectbesluit of omgevingsvergunning, gelden de grenzen van het waterstaatswerk en de beschermingszone, opgenomen in bijlage II. Afdeling 1.3 Normadressaat Artikel 1.6 Normadressaat Aan deze verordening wordt voldaan door degene die de activiteit uitvoert, tenzij anders is bepaald. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit. Afdeling 1.4 Algemene bepalingen omgevingsvergunning, melding en informatieplicht Artikel 1.7 Algemene gegevens bij een melding of informatieverplichting
- Een melding of de verstrekking van gegevens en documenten wordt ondertekend en bevat ten minste: a. de aanduiding van de activiteit; b. de naam en het adres van degene die de activiteit uitvoert; c. het adres waarop de activiteit wordt uitgevoerd; en d. de dagtekening.
- Op verzoek van het bestuur worden de gegevens en documenten verstrekt die nodig zijn om te beoordelen of de algemene regels en de maatwerkvoorschriften voor de activiteit toereikend zijn, ook gezien de ontwikkelingen van de technische mogelijkheden tot het beschermen van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen en de ontwikkelingen over die kwaliteit.
- Gegevens en documenten als bedoeld in het tweede lid worden verstrekt voor zover degene die de activiteit uitvoert er redelijkerwijs de beschikking over kan krijgen. Artikel 1.8 Gegevens bij wijzigen naam, adres of normadressaat
- Voordat de naam of het adres, bedoeld in artikel 1.7, wijzigt, worden de daardoor gewijzigde gegevens verstrekt aan het bestuur.
- Ten minste vijf werkdagen voordat de activiteit door een ander zal gaan worden uitgevoerd, worden de daardoor gewijzigde gegevens verstrekt aan het bestuur. Artikel 1.9 Beoordelingsregel omgevingsvergunning wateractiviteiten
- Een omgevingsvergunning voor een wateractiviteit op grond van deze verordening wordt alleen verleend als de activiteit verenigbaar is met het belang van: a. het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste; b. het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; en c. de vervulling van maatschappelijke functies door watersystemen.
- Het verlenen van de omgevingsvergunning mag er in ieder geval niet toe leiden dat, rekening houdend met de waterbeheerprogramma’s, regionale waterprogramma’s, stroomgebiedsbeheerplannen, overstromingsrisicobeheerplannen en het nationale waterprogramma, die betrekking hebben of dat betrekking heeft op het betreffende krw-oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam: a. niet wordt voldaan aan de omgevingswaarden, bedoeld in de artikelen 2.10, eerste lid, 2.11, eerste lid, 2.13, eerste lid, 2.14, eerste lid, en 2.15, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, in voorkomend geval in samenhang met de termijn, bedoeld in artikel 2.18, eerste lid, van dat besluit; b. de doelstelling van een goed ecologisch potentieel, bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, van dat besluit niet wordt bereikt, in voorkomend geval in samenhang met de termijn, bedoeld in artikel 2.18, tweede lid, van dat besluit; en c. een minder strenge doelstelling als bedoeld in artikel 2.17, tweede lid, aanhef en onder d, van dat besluit niet wordt bereikt.
- Het verlenen van de omgevingsvergunning mag er ook niet toe leiden dat de doelstelling van het voorkomen van achteruitgang van de chemische en ecologische toestand van krw-oppervlaktewaterlichamen en van de chemische toestand en kwantitatieve toestand van grondwaterlichamen, bedoeld in artikel 4.15, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, niet wordt bereikt.
- In afwijking van het derde lid kan een omgevingsvergunning ook worden verleend als: a. de aanvraag betrekking heeft op:
- nieuwe veranderingen van de fysische kenmerken van een krw-oppervlaktewaterlichaam;
- wijzigingen in de stand van grondwaterlichamen; of
- het niet voorkomen van achteruitgang van een zeer goede toestand van een krw-oppervlaktewaterlichaam naar een goede toestand het gevolg is van nieuwe duurzame activiteiten van menselijke ontwikkeling; b. aan de voorwaarden van artikel 4, zevende, achtste en negende lid, van de kaderrichtlijn water is voldaan; en c. de motivering voor het waterlichaam wordt opgenomen in het nationale waterprogramma, als het gaat om rijkswateren, of in het regionale waterprogramma, als het gaat om regionale wateren. Afdeling 1.5 Uitzondering beheeractiviteiten Artikel 1.10 Uitzondering beheeractiviteiten
- De hoofdstukken 2, 3 en 4 van deze verordening zijn niet van toepassing op activiteiten die plaatsvinden door of in opdracht van het hoogheemraadschap, voor beheer, onderhoud en herstel.
- Het eerste lid is niet van toepassing op het plaatsen en wijzigen van waterstaatswerken. Afdeling 1.6 Uitzondering bijzondere omstandigheden Artikel 1.11 Aanwijzing bijzondere omstandigheden Bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 19.0 van de Omgevingswet zijn: a. waterschaarste en dreigende waterschaarste; b. overvloed aan water en dreigende overvloed aan water; c. aanmerkelijke verslechtering van de waterkwaliteit of de dreiging daarvan; en d. het falen van een waterstaatswerk of de dreiging daarvan. Artikel 1.12 Algeheel verbod bij calamiteiten
- Het bestuur kan bij besluit als bedoeld in artikel 19.0 van de Omgevingswet bepalen dat zich een bijzondere omstandigheid voordoet en zo nodig in afwijking van verleende omgevingsvergunningen of geldende peilbesluiten, verbieden: a. water af te voeren naar of aan te voeren uit een oppervlaktewaterlichaam; b. water te brengen in of te onttrekken aan een oppervlaktewaterlichaam; c. grondwater te onttrekken of water te infiltreren; d. activiteiten uit te voeren in het beperkingengebied waterkering met bijbehorende beschermingszones; en e. activiteiten uit te voeren in het beperkingengebied weg.
- Het bestuur kan bij besluit als bedoeld in artikel 19.0 van de Omgevingswet bepalen dat de scheepvaart op een oppervlaktewaterlichaam wordt beperkt of gestremd of dat de maximale vaarsnelheid wordt aangepast. Afdeling 1.7 Ongewoon voorval Artikel 1.13 Informeren over een ongewoon voorval
- Het bestuur wordt onverwijld geïnformeerd over een ongewoon voorval.
- Het eerste lid geldt niet voor lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam en lozingsactiviteiten op een zuiveringtechnisch werk afkomstig van: a. een milieubelastende activiteit die is aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving; en b. wonen. Artikel 1.14 Gegevens en documenten bij een ongewoon voorval
- Zodra de volgende gegevens en documenten bekend zijn, worden ze verstrekt aan het bestuur: a. informatie over de oorzaken van het ongewoon voorval en de omstandigheden waaronder het ongewoon voorval zich heeft voorgedaan; b. informatie over de vrijgekomen stoffen en hun eigenschappen; c. andere gegevens die nodig zijn om de aard en de ernst van de gevolgen voor de fysieke leefomgeving te kunnen inschatten; en d. informatie over de maatregelen die zijn getroffen of worden overwogen om de nadelige gevolgen van het ongewoon voorval te voorkomen als bedoeld in artikel 19.1, eerste lid, van de Omgevingswet.
- Het eerste lid geldt niet voor lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam en lozingsactiviteiten op een zuiveringtechnisch werk afkomstig van: a. leefomgeving; en b. wonen. Hoofdstuk 2 Activiteiten bij oppervlaktewater, bergingsgebieden, waterkeringen en wegen Afdeling 2.1 Activiteiten bij oppervlaktewaterlichamen, bergingsgebieden en waterkeringen Paragraaf 2.1.1 Algemeen Artikel 2.1 Toepassingsbereik Deze afdeling is van toepassing op het uitvoeren van activiteiten met gevolgen voor oppervlaktewaterlichamen, bergingsgebieden of waterkeringen met bijbehorende beschermingszones en de daarbij behorende kunstwerken. Artikel 2.2 Oogmerken
- De regels in deze afdeling over activiteiten met gevolgen voor oppervlaktewaterlichamen of bergingsgebieden zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van de ontwaterende, af- en aanvoerende en bergende functie van het watersysteem; b. het beschermen van de ecologische toestand van het watersysteem; c. het instandhouden van het peilbeheer; d. het beperken van een toename van het risico op wateroverlast en waterschaarste; en e. het waarborgen van de doorvaarbaarheid van de vaarwegen in beheer bij het hoogheemraadschap.
- De regels in deze afdeling over activiteiten met gevolgen voor waterkeringen zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van de waterkerende functie van waterkeringen en de beschermingszones; b. het waarborgen van de inspectie, het beheer en onderhoud en de toetsing van waterkeringen; en c. het behoud van noodzakelijke ruimte voor toekomstige versterkingen van waterkeringen Artikel 2.3 Specifieke zorgplicht
- Degene die een activiteit uitvoert en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen heeft of kan hebben voor de belangen, bedoeld in artikel 2.2, is verplicht: a. alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b. voor zover deze niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd
- Voor activiteiten met gevolgen voor oppervlaktewaterlichamen of bergingsgebieden houdt deze plicht in ieder geval in dat deze op zodanige wijze en met behulp van zodanige technieken wordt uitgevoerd dat: a. het functioneren van het watersysteem blijft voldoen voor de toegekende maatschappelijke functies; b. de waterstanden in stand worden gehouden zoals vastgesteld is in:
- het ter plekke geldende peilbesluit;
- het waterbeheerprogramma; of
- een omgevingsvergunning; c. de aan- en afvoercapaciteit van het watersysteem en het waterkwantiteitsbeheer gewaarborgd blijven; d. het onderhoud van het watersysteem en de beschikbare aan- en afvoercapaciteit op elkaar zijn afgestemd en de onderhoudskosten niet toenemen; e. de aanwezige waterberging intact blijft of wordt gecompenseerd; f. geen verontreiniging wordt veroorzaakt; g. een significante achteruitgang van de lichtkwaliteit en van de habitatgeschiktheid van het water en de oever ten aanzien van de ecologische doelen uit de stroomgebiedbeheerplannen wordt voorkomen; h. de verspreiding van flora en fauna in het watersysteem mogelijk blijft of wordt verbeterd; i. de scheiding tussen verschillende peilgebieden bij natuurlijke peilfluctuaties voldoende gewaarborgd blijft.
- Voor activiteiten met gevolgen voor waterkeringen houdt deze plicht in ieder geval in dat deze: a. op zodanige wijze en tijdens zodanige weersomstandigheden worden uitgevoerd dat de functie van de waterkering geborgd blijft; b. op zodanige wijze worden uitgevoerd dat de inspectie, het beheer en onderhoud en de toetsing van de waterkering mogelijk blijft; c. op zodanige wijze worden uitgevoerd dat de noodzakelijke ruimte voor een toekomstige versterking van een waterkering niet nadelig wordt beïnvloed; en d. op zodanige wijze en met behulp van zodanige technieken worden uitgevoerd dat de waterkering in de bestaande toestand intact blijft of, indien dit niet mogelijk is, de waterkering in gelijke toestand wordt hersteld of verbeterd.
- Degene die voornemens is een activiteit uit te voeren, informeert en betrekt de omgeving, de direct belanghebbenden en de grondeigenaar op voorhand bij de voorgenomen activiteit. Artikel 2.4 Aanvraagvereisten omgevingsvergunning beperkingengebiedactiviteit Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit met gevolgen voor een oppervlaktewaterlichaam, bergingsgebied of waterkering die op grond van deze afdeling is vereist, worden de volgende gegevens en documenten verstrekt: a. een omschrijving van de activiteit, waarbij wordt vermeld op welke wijze gebruik zal worden gemaakt van het oppervlaktewaterlichaam, het bergingsgebied of de waterkering; b. een toelichtende tekening en de coördinaten volgens het stelsel van de Rijksdriehoekmeting van de activiteit met daarbij het ontwerp en de afmetingen van het werk of het tracé van de kabel of de leiding; c. de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van de activiteit en de verwachte duur ervan; d. als een oppervlaktewaterlichaam of waterkering wordt gekruist door een boring: een boorplan met de volgende informatie:
- een beschrijving van de horizontaal gestuurde boring overeenkomstig de Handleiding wegenbouw, ontwerp onderbouw, richtlijn Boortechnieken, uitgegeven door Rijkswaterstaat;
- een tekening met een aanduiding van de boorlijn;
- een tekening van de dwarsdoorsnede in de langsrichting van de gekozen boorlijn; en
- gegevens over de controleberekening of sterkteberekening van de bij de boring in te brengen mantelbuis op basis van een grondmechanisch onderzoek; en e. als de activiteit op, in of bij een waterkering plaatsvindt: een stabiliteitsberekening van de kade of waterkering. Artikel 2.5 Aanvraagvereisten omgevingsvergunning waterbodem Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit met gevolgen voor een oppervlaktewaterlichaam die op grond van deze afdeling is vereist, worden, als de activiteit betrekking heeft op werkzaamheden waarbij een waterbodem geheel of gedeeltelijk wordt weggehaald, in aanvulling op artikel 2.4 de volgende gegevens en documenten verstrekt: a. een opgave van de hoeveelheid weg te halen baggerspecie in kubieke meter; en b. een aanduiding van het totaal te baggeren oppervlak in vierkante meter. Artikel 2.6 Aanvraagvereisten omgevingsvergunning bodem (verticale drainage) Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit met gevolgen voor de kwaliteit van het grondwater die op grond van deze afdeling is vereist, worden, als de activiteit betrekking heeft op werkzaamheden waarbij verticale drainage wordt geplaatst, in aanvulling op artikel 2.4 de volgende gegevens en documenten verstrekt: a. een opgave van de beoogde einddiepte van de verticale drainage ten opzichte van de onderzijde van de klei- of veenlaag; b. bodemonderzoeksgegevens; en c. een interpretatie van de bodemonderzoeksgegevens bedoeld onder b. Artikel 2.7 Algemene regel onderhoud van het oppervlaktewaterlichaam Onderhoud van het oppervlaktewaterlichaam in overeenstemming met de in bijlage IV opgenomen onderhoudsrichtlijnen blijft mogelijk. Artikel 2.8 Tijdelijk weghalen bouwwerk Een bouwwerk wordt tijdelijk weggehaald op een bij maatwerkvoorschrift te bepalen tijdstip, als dat nodig is voor werkzaamheden door of in opdracht van het hoogheemraadschap. Artikel 2.9 Maatwerkvoorschriften
- Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld, of een vergunningvoorschrift kan aan een omgevingsvergunning als bedoeld in deze afdeling worden verbonden, over de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.3, en artikel 2.
- Met een maatwerkvoorschrift of vergunningvoorschrift kan worden afgeweken van artikel 2.
- Een maatwerkvoorschrift wordt niet gesteld als over dat onderwerp een voorschrift aan een omgevingsvergunning als bedoeld in deze afdeling kan worden verbonden.
- Bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift voor het uitvoeren van een activiteit in afwijking van artikel 2.7 worden gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar de activiteit wordt uitgevoerd; c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit; d. de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.3; en e. de wijze waarop burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de voorgenomen activiteit zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn. Paragraaf 2.1.2 Bouwwerken Subparagraaf 2.1.2.1 Plaatsen, behouden en weghalen van bouwwerken Artikel 2.10 Toepassingsbereik
- Deze paragraaf is van toepassing op het plaatsen, behouden en weghalen van bouwwerken in het beperkingengebied oppervlaktewaterlichaam en het beperkingengebied waterkering met bijbehorende beschermingszones.
- Deze paragraaf is niet van toepassing op: a. het plaatsen, behouden en weghalen van seizoenstrandbouwwerken, bedoeld in paragraaf 2.1.2.2; b. het plaatsen, behouden en weghalen van bruggen, bedoeld in paragraaf 2.1.3; c. het plaatsen, behouden en weghalen van aquaducten, bedoeld in paragraaf 2.1.4; d. het plaatsen, behouden en weghalen van duikers, bedoeld in paragraaf 2.1.5; e. het plaatsen, behouden en weghalen van toegangsdammen, bedoeld in paragraaf 2.1.6; f. het plaatsen en behouden van steigers, vlonders, boothuizen, zonnepanelen op water, drijvende bouwwerken en overhangende bouwwerken, bedoeld in paragraaf 2.1.7; g. het plaatsen, behouden en weghalen van lozings- en onttrekkingswerken, bedoeld in paragraaf 2.1.8; h. het plaatsen, behouden en weghalen van taludtrappen, bedoeld in paragraaf 2.1.9; i. het aanleggen van wegen, fietspaden, wandelpaden en uitritten, bedoeld in paragraaf 2.1.10; j. het plaatsen, behouden en weghalen van windturbines, bedoeld in paragraaf 2.1.12; k. het plaatsen van bodemenergiesystemen, bedoeld in paragraaf 2.1.13; l. het plaatsen en behouden van beschoeiingen en andere profielbeschermingen, bedoeld in paragraaf 2.1.23; en m. het plaatsen, behouden en weghalen van peilregelende en peilscheidende kunstwerken, bedoeld in paragraaf 2.1.
- Artikel 2.11 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
- Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bouwwerk te plaatsen of te behouden in het beperkingengebied vaarwegen in beheer bij het hoogheemraadschap.
- Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bouwwerk te plaatsen, te behouden of weg te halen in het beperkingengebied waterkering of beschermingszone A bij een waterkering, als het bouwwerk: a. een woon- of verblijfsfunctie heeft; b. een fundering heeft die dieper dan 30 cm onder het maaiveld ligt; of c. niet eenvoudig te verplaatsen en weg te halen is.
- Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bouwwerk te plaatsen, te behouden of weg te halen in het beperkingengebied primaire waterkering of het beperkingengebied regionale waterkering bij het Amstelmeer of Alkmaarder- en Uitgeestermeer, als het bouwwerk: a. geen woon- of verblijfsfunctie heeft; b. een fundering heeft die niet dieper dan 30 cm onder het maaiveld ligt; en c. eenvoudig te verplaatsen en weg te halen is.
- Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bouwwerk te plaatsen of te behouden in het beperkingengebied molenbiotoop. Artikel 2.12 Aanwijzing algemene regels
- Bij het plaatsen, behouden of weghalen van een bouwwerk in het beperkingengebied oppervlaktewaterlichaam, met uitzondering van vaarwegen in beheer bij het hoogheemraadschap, wordt voldaan aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.3, en de artikelen 2.7 en 2.13 tot en met 2.
- Bij het plaatsen, behouden of weghalen van een bouwwerk in het beperkingengebied regionale waterkering, met uitzondering van het Amstelmeer of Alkmaarder- en Uitgeestermeer, het beperkingengebied overige waterkering of beschermingszone A bij een waterkering, wordt voldaan aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.3, en de artikelen 2.13, 2.14 en 2.16, als het bouwwerk: a. geen woon- of verblijfsfunctie heeft; b. een fundering heeft die niet dieper dan 30 cm onder het maaiveld ligt; en c. eenvoudig te verplaatsen en weg te halen is. Artikel 2.13 Gegevens en documenten
- Ten minste vijf werkdagen voor het plaatsen of weghalen van het bouwwerk worden aan het bestuur gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar het bouwwerk wordt geplaatst; en c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit.
- Uiterlijk twee weken na afronding van het plaatsen van het bouwwerk worden aan het bestuur gegevens en documenten verstrekt over: a. de definitieve ligging van het bouwwerk; en b. de objectgegevens. Artikel 2.14 Beheer en onderhoud Het beheer en onderhoud van het bouwwerk en de grond of het oppervlaktewaterlichaam binnen 1 meter rondom het bouwwerk, wordt door of namens de initiatiefnemer of de rechtsopvolger uitgevoerd. Artikel 2.15 Bouwwerk in een oppervlaktewaterlichaam Als het bouwwerk in een oppervlaktewaterlichaam wordt geplaatst, is paragraaf 2.1.22 van overeenkomstige toepassing. Artikel 2.16 Stormseizoen In het beperkingengebied primaire waterkering en beschermingszone A bij een primaire waterkering worden de werkzaamheden niet uitgevoerd tussen 15 oktober en 15 april. Artikel 2.17 Maatwerkvoorschriften
- Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de artikelen 2.3, 2.7 en 2.14 tot en met 2.
- Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van de artikelen 2.7 en 2.14 tot en met 2.
- Bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift voor het plaatsen of weghalen van een bouwwerk in afwijking van artikel 2.7, 2.14, 2.15 of 2.16 worden gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar de activiteit wordt uitgevoerd; c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit; d. de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.3; en e. de wijze waarop burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de voorgenomen activiteit zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn. Subparagraaf 2.1.2.2 Plaatsen, behouden en weghalen van seizoenstrandbouwwerken Artikel 2.18 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het plaatsen, behouden en weghalen van bouwwerken inclusief de daarbij behorende fundering en overige elementen, die alleen tussen 15 maart en 15 oktober op het strand staan in beschermingszone A aan de zeezijde van een primaire zandige waterkering. Artikel 2.19 Aanwijzing algemene regels Bij het plaatsen, behouden en weghalen van een bouwwerk dat alleen tussen 15 maart en 15 oktober op het strand staat in beschermingszone A aan de zeezijde van een primaire zandige waterkering wordt voldaan aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.3, en de artikelen 2.20 tot en met 2.
- Artikel 2.20 Gegevens en documenten
- Ten minste vijf werkdagen voor het plaatsen van het bouwwerk worden aan het bestuur gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar het bouwwerk wordt geplaatst; en c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit.
- Uiterlijk twee weken na afronding van het plaatsen van het bouwwerk worden aan het bestuur gegevens en documenten verstrekt over: a. de definitieve ligging van het bouwwerk; en b. de objectgegevens. Artikel 2.21 Plaatsen bouwwerken Het bouwwerk wordt zeewaarts voor de duinvoet of afrastering geplaatst op basis van een voorafgaande aanwijzing van het hoogheemraadschap. Artikel 2.22 Beheer en onderhoud van het bouwwerk Het beheer en onderhoud van het bouwwerk wordt door of namens de initiatiefnemer of de rechtsopvolger uitgevoerd. Artikel 2.23 Weghalen van het bouwwerk Het bouwwerk inclusief fundering en overige elementen worden door of namens de initiatiefnemer of de rechtsopvolger volledig verwijderd voor 15 oktober. Artikel 2.24 Maatwerkvoorschriften
- Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de artikelen 2.3 en 2.21 tot en met 2.
- Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van de artikelen 2.21 tot en met 2.
- Bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift voor het plaatsen, behouden of weghalen van een bouwwerk in afwijking van artikel 2.21, 2.22 of 2.
- worden gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar de activiteit wordt uitgevoerd; c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit; d. de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.3; en e. de wijze waarop burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de voorgenomen activiteit zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn. Paragraaf 2.1.3 Plaatsen, behouden en weghalen van bruggen Artikel 2.25 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het plaatsen, behouden en weghalen van bruggen in het beperkingengebied oppervlaktewaterlichaam, het beperkingengebied waterkering en beschermingszone A bij een waterkering. Artikel 2.26 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
- Het is verboden zonder omgevingsvergunning een brug te plaatsen of te behouden in het beperkingengebied waterkering, beschermingszone A bij een waterkering, het beperkingengebied primair oppervlaktewater of het beperkingengebied vaarwegen in beheer bij het hoogheemraadschap.
- Het is verboden zonder omgevingsvergunning een brug weg te halen in het beperkingengebied waterkering, beschermingszone A bij een waterkering, of het beperkingengebied primair oppervlaktewater. Artikel 2.27 Aanwijzing algemene regels
- Bij het plaatsen of behouden van een brug in het beperkingengebied secundair of tertiair oppervlaktewater, met uitzondering van het beperkingengebied waterkering, beschermingszone A bij een waterkering en vaarwegen in beheer bij het hoogheemraadschap, wordt voldaan aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.3, en de artikelen 2.7 en 2.28 tot en met 2.
- Bij het weghalen van een brug in het beperkingengebied secundair of tertiair oppervlaktewater, met uitzondering van het beperkingengebied waterkering en beschermingszone A bij een waterkering wordt voldaan aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.3, en de artikelen 2.7, 2.28, 2.30 en 2.
- Artikel 2.28 Gegevens en documenten
- Ten minste vijf werkdagen voor het plaatsen of weghalen van de brug worden aan het bestuur gegevens en documenten verstrekt over a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar de brug wordt geplaatst of weggehaald; en c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit.
- Uiterlijk twee weken na afronding van het plaatsen van de brug worden aan het bestuur gegevens en documenten verstrekt over: a. de definitieve ligging van de brug; en b. de objectgegevens. Artikel 2.29 Eisen aan de brug
- De overspanning wordt aangebracht buiten het oppervlaktewaterlichaam.
- Landhoofden worden geplaatst buiten het leggerprofiel.
- Bij recreatieve vaarroutes wordt de minimale doorvaarthoogte, bedoeld in de omgevingsverordening of het omgevingsplan, aangehouden. Artikel 2.30 Bescherming van het oppervlaktewaterlichaam
- Het oppervlaktewaterlichaam blijft voldoen aan het minimaal benodigde doorstroomprofiel, zoals vastgelegd in de Legger Wateren.
- De oever wordt zodanig afgewerkt, ingericht en onderhouden dat deze stabiel is en uitzakken of uitspoeling wordt voorkomen.
- Aanwezige oude beschoeiingsresten of andere oeververdedigingen worden volledig weggehaald. Artikel 2.31 Weghalen van de brug Een brug die zijn functie verliest wordt in overleg met het hoogheemraadschap weggehaald. Artikel 2.32 Maatwerkvoorschriften
- Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de artikelen 2.3, 2.7, 2.29 en 2.
- Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van de artikelen 2.7, 2.29 en 2.
- Bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift voor het plaatsen, behouden of weghalen van een brug in afwijking van artikel 2.7, 2.29 of 2.30 worden gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar de activiteit wordt uitgevoerd; c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit; d. de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.3; en e. de wijze waarop burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de voorgenomen activiteit zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn. Paragraaf 2.1.4 Plaatsen, behouden en weghalen van aquaducten Artikel 2.33 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het plaatsen, behouden en weghalen van aquaducten in het beperkingengebied oppervlaktewaterlichaam, het beperkingengebied waterkering en beschermingszone A bij een waterkering. Artikel 2.34 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning een aquaduct te plaatsen, te behouden of weg te halen in het beperkingengebied oppervlaktewaterlichaam, het beperkingengebied waterkering of beschermingszone A bij een waterkering. Paragraaf 2.1.5 Plaatsen, behouden en weghalen van duikers Artikel 2.35 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het plaatsen, behouden en weghalen van duikers in het beperkingengebied oppervlaktewaterlichaam, het beperkingengebied waterkering en beschermingszone A bij een waterkering. Artikel 2.36 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
- Het is verboden zonder omgevingsvergunning een duiker te plaatsen, te behouden of weg te halen in het beperkingengebied primair oppervlaktewater, het beperkingengebied waterkering of beschermingszone A bij een waterkering.
- Het is verboden zonder omgevingsvergunning een duiker te plaatsen of te behouden in het beperkingengebied vaarwegen in beheer bij het hoogheemraadschap.
- Het is verboden zonder omgevingsvergunning een sifon of hevel te plaatsen, te behouden of weg te halen in het beperkingengebied oppervlaktewaterlichaam, het beperkingengebied waterkering of beschermingszone A bij een waterkering. Artikel 2.37 Aanwijzing algemene regels
- Bij het plaatsen of behouden van een duiker in het beperkingengebied secundair of tertiair oppervlaktewater, met uitzondering van het beperkingengebied waterkering, beschermingszone A bij een waterkering en vaarwegen in beheer bij het hoogheemraadschap wordt voldaan aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.3, en de artikelen 2.7 en 2.38 tot en met 2.
- Bij het weghalen van een duiker in het beperkingengebied secundair of tertiair oppervlaktewater, met uitzondering van het beperkingengebied waterkering en beschermingszone A bij een waterkering wordt voldaan aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.3, en de artikelen 2.7, 2.38, 2.41 en 2.
- Artikel 2.38 Gegevens en documenten
- Ten minste vijf werkdagen voor het plaatsen of weghalen van de duiker worden aan het bestuur gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar de duiker wordt geplaatst of weggehaald; en c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit.
- Uiterlijk twee weken na afronding van het plaatsen van de duiker worden aan het bestuur gegevens en documenten verstrekt over: a. de definitieve ligging van de duiker; en b. de objectgegevens. Artikel 2.39 Afmetingen en capaciteit duiker
- De duiker heeft een lengte van ten hoogste 15 meter.
- De capaciteit van de duiker wordt bepaald volgens paragraaf 4.4 en tabel 13 in bijlage 1 van het Beschrijvend deel, inclusief toelichting bij de Legger Wateren. Artikel 2.40 Waterpeil De duiker wordt zodanig geplaatst dat het waterpeil en peilbeheer aan beide zijden van de duiker gelijk blijven. Artikel 2.41 Bescherming van het oppervlaktewaterlichaam De oever aan weerszijde van de duiker wordt zodanig afgewerkt, ingericht en onderhouden dat deze stabiel is en uitzakken of uitspoeling wordt voorkomen. Artikel 2.42 Weghalen duiker Een duiker die zijn functie in het watersysteem verliest wordt in overleg met het hoogheemraadschap weggehaald. Artikel 2.43 Maatwerkvoorschriften
- Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de artikelen 2.3, 2.7 en 2.39 tot en met 2.
- Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van de artikelen 2.7 en 2.39 tot en met 2.
- Bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift voor het plaatsen, behouden of weghalen van een duiker in afwijking van artikel 2.7, 2.39, 2.40 of 2.
- worden gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar de activiteit wordt uitgevoerd; c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit; d. de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.3; en e. de wijze waarop burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de voorgenomen activiteit zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn. Paragraaf 2.1.6 Plaatsen, behouden en weghalen van toegangsdammen Artikel 2.44 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het plaatsen, behouden en weghalen van toegangsdammen in het beperkingengebied oppervlaktewaterlichaam, het beperkingengebied waterkering en beschermingszone A bij een waterkering. Artikel 2.45 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
- Het is verboden zonder omgevingsvergunning een toegangsdam te plaatsen, te behouden of weg te halen in het beperkingengebied primair oppervlaktewater of het beperkingengebied waterkering en beschermingszone A bij een waterkering.
- Het is verboden zonder omgevingsvergunning een toegangsdam te plaatsen of te behouden in het beperkingengebied vaarwegen in beheer bij het hoogheemraadschap. Artikel 2.46 Aanwijzing algemene regels Bij het plaatsen, behouden of weghalen van een toegangsdam in het beperkingengebied secundair of tertiair oppervlaktewater, met uitzondering van het beperkingengebied waterkering, beschermingszone A bij een waterkering en vaarwegen in beheer bij het hoogheemraadschap wordt voldaan aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.3, en de artikelen 2.7 en 2.47 tot en met 2.
- Artikel 2.47 Gegevens en documenten
- Ten minste vijf werkdagen voor het plaatsen van de toegangsdam worden aan het bestuur gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar de toegangsdam wordt geplaatst; en c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit.
- Uiterlijk twee weken na afronding van het plaatsen van de toegangsdam worden aan het bestuur gegevens en documenten verstrekt over: a. de definitieve ligging van de toegangsdam; en b. de objectgegevens. Artikel 2.48 Duiker
- De toegangsdam wordt voorzien van een duiker.
- Bij het plaatsen van de duiker wordt voldaan aan paragraaf 2.1.
- Artikel 2.49 Bergingscapaciteit oppervlaktewaterlichaam
- Het verlies aan bergingscapaciteit in het oppervlaktewaterlichaam door aanleg van de dam wordt gecompenseerd door binnen hetzelfde peilgebied een bestaand oppervlaktewaterlichaam te verbreden of nieuw oppervlaktewater te graven met tenminste hetzelfde oppervlak.
- Het eerste lid geldt niet als er bij de aanleg van de dam minder dan 35 m2 van het oppervlaktewaterlichaam wordt gedempt. Artikel 2.50 Weghalen dam Een toegangsdam die zijn functie verliest wordt in overleg met het hoogheemraadschap weggehaald. Artikel 2.51 Maatwerkvoorschriften
- Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de artikelen 2.3, 2.7, 2.48 en 2.
- Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van de artikelen 2.7, 2.48 en 2.
- Bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift voor het plaatsen of weghalen van een toegangsdam in afwijking van artikel 2.7, 2.48 of 2.49 worden gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar de activiteit wordt uitgevoerd; c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit; d. de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.3; en e. de wijze waarop burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de voorgenomen activiteit zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn. Paragraaf 2.1.7 Plaatsen en behouden van steigers, vlonders, boothuizen, zonnepanelen op water, drijvende bouwwerken en overhangende bouwwerken Artikel 2.52 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het plaatsen en behouden van steigers, vlonders, boothuizen, zonnepanelen op water, drijvende bouwwerken en overhangende bouwwerken in het beperkingengebied oppervlaktewaterlichaam, het beperkingengebied waterkering en beschermingszone A bij een waterkering. Artikel 2.53 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
- Het is verboden zonder omgevingsvergunning een steiger, vlonder, boothuis, drijvend bouwwerk of overhangend bouwwerk te plaatsen of te behouden in het beperkingengebied vaarwegen in beheer bij het hoogheemraadschap.
- Het is verboden zonder omgevingsvergunning een steiger, vlonder, boothuis, drijvend bouwwerk of overhangend bouwwerk te plaatsen of te behouden in het beperkingengebied waterkering en beschermingszone A bij een waterkering.
- Het is verboden zonder omgevingsvergunning zonnepanelen op water of een drijvend bouwwerk te plaatsen of te behouden in het beperkingengebied oppervlaktewaterlichaam. Artikel 2.54 Aanwijzing algemene regels
- Bij het plaatsen of behouden van een steiger, vlonder, boothuis, of overhangend bouwwerk, in het beperkingengebied oppervlaktewaterlichaam, met uitzondering van vaarwegen in beheer bij het hoogheemraadschap en buiten het beperkingengebied waterkering en de bijbehorende beschermingszone A, wordt voldaan aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.3, en de artikelen 2.7 en 2.55 tot en met 2.
- Het eerste lid is niet van toepassing op zonnepanelen op water en drijvende bouwwerken zoals bedoeld in artikel 2.53, derde lid. Artikel 2.55 Gegevens en documenten
- Ten minste vijf werkdagen voor het plaatsen of weghalen van het bouwwerk worden aan het bestuur gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar het bouwwerk wordt geplaatst; en c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit.
- Uiterlijk twee weken na afronding van het plaatsen van het bouwwerk worden aan het bestuur gegevens en documenten verstrekt over: a. de definitieve ligging van het bouwwerk; en b. de objectgegevens. Artikel 2.56 Plaatsing van het bouwwerk Het bouwwerk wordt meer dan 50 meter van de in- of uitstroomopening van een gemaal, inlaat of stuw gerealiseerd. Artikel 2.57 Onderhoud van het bouwwerk Het beheer en onderhoud van het bouwwerk en de grond binnen 1 meter rondom het bouwwerk wordt door of namens de initiatiefnemer of de rechtsopvolger uitgevoerd. Artikel 2.58 Maatwerkvoorschriften
- Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de artikelen 2.3, 2.7, 2.56 en 2.
- Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van de artikelen 2.7, 2.56 en 2.
- Bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift voor het plaatsen of behouden van een steiger, vlonder, boothuis, drijvend bouwwerk of ander overhangend bouwwerk, met uitzondering van zonnepanelen op water, in afwijking van artikel 2.7, 2.56 of 2.57 worden gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar de activiteit wordt uitgevoerd; c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit; d. de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.3; en e. de wijze waarop burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de voorgenomen activiteit zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn. Paragraaf 2.1.8 Plaatsen, behouden en weghalen van lozings- en onttrekkingswerken Artikel 2.59 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het plaatsen, behouden en weghalen van lozings- en onttrekkingswerken in het beperkingengebied waterkering en beschermingszone A bij een waterkering. Artikel 2.60 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning een lozings- of onttrekkingswerk te plaatsen, te behouden of weg te halen in het beperkingengebied waterkering en beschermingszone A bij een waterkering. Paragraaf 2.1.9 Plaatsen, behouden en weghalen van taludtrappen Artikel 2.61 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het plaatsen, behouden en weghalen van taludtrappen in het beperkingengebied waterkering en beschermingszone A bij een primaire of regionale waterkering. Artikel 2.62 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning een taludtrap te plaatsen, te behouden of weg te halen in het beperkingengebied primaire waterkering, beperkingengebied regionale waterkering bij het Amstelmeer of Alkmaarder- en Uitgeestermeer of beschermingszone A bij die waterkeringen. Artikel 2.63 Aanwijzing algemene regels Bij het plaatsen, behouden of weghalen van een taludtrap in het beperkingengebied regionale waterkering, met uitzondering van het Amstelmeer of Alkmaarder- en Uitgeestermeer, beschermingszone A bij een regionale waterkering, met uitzondering van het Amstelmeer of Alkmaarder- en Uitgeestermeer of beperkingengebied overige waterkering wordt voldaan aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.3, en de artikelen 2.64 tot en met 2.
- Artikel 2.64 Gegevens en documenten
- Ten minste vijf werkdagen voor het plaatsen van de taludtrap worden aan het bestuur gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar de taludtrap wordt geplaatst; en c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit.
- Uiterlijk twee weken na afronding van het plaatsen van de taludtrap worden aan het bestuur gegevens en documenten verstrekt over: a. de definitieve ligging van de taludtrap; en b. de objectgegevens. Artikel 2.65 Constructie van de taludtrap
- De taludtrap wordt opgebouwd uit losse elementen van beton die opgesloten worden.
- De hoogte van de elementen en de opsluiting is gelijk aan het maaiveld.
- De taludtrap bevat geen openingen in de constructie en in de aansluiting op de weg of het pad dat aansluit op de taludtrap.
- Voor fietsen wordt een betonnen voorziening in de vorm van een fietsgoot aangebracht. Artikel 2.66 Plaatsing van de taludtrap
- De taludtrap wordt direct op het dijkmateriaal aangebracht.
- De elementen van de taludtrap worden gesteld met zandcement.
- Onder de taludtrap wordt een kleilaag aangebracht die minimaal even dik is als de bestaande kleilaag van de waterkering. Artikel 2.67 Onderhoud Het beheer en onderhoud van de taludtrap en de grond binnen 1 meter rondom het bouwwerk wordt door of namens de initiatiefnemer of de rechtsopvolger uitgevoerd. Artikel 2.68 Weghalen taludtrap Een taludtrap die zijn functie verliest wordt in overleg met het hoogheemraadschap weggehaald. Artikel 2.69 Maatwerkvoorschriften
- Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de artikelen 2.3 en 2.65 tot en met 2.
- Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van de artikelen 2.65 tot en met 2.
- Bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift voor het plaatsen, behouden of weghalen van een taludtrap in afwijking van de artikelen 2.65, 2.66 en 2.67 worden gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar de activiteit wordt uitgevoerd; c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit; d. de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.3; en e. de wijze waarop burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de voorgenomen activiteit zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn. Paragraaf 2.1.10 Aanleggen van wegen, fietspaden, wandelpaden en uitritten Artikel 2.70 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het aanleggen van wegen, fietspaden, wandelpaden en uitritten in het beperkingengebied waterkering en beschermingszone A bij een waterkering. Artikel 2.71 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning een weg, fietspad, wandelpad of uitrit aan te leggen in het beperkingengebied waterkering en in beschermingszone A bij een waterkering. Paragraaf 2.1.11 Aanbrengen van verhard oppervlak Artikel 2.72 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het aanbrengen van verhard oppervlak in het beheergebied. Artikel 2.73 Aanwijzing van vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning meer dan 2000 m2 verhard oppervlak aan te brengen. Artikel 2.74 Aanwijzing algemene regels Bij het aanbrengen van verhard oppervlak wordt voldaan aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.3, en de artikelen 2.75 en 2.76, als er niet meer dan 2000 m2 verhard oppervlak wordt aangebracht. Artikel 2.75 Gegevens en documenten
- Ten minste vijf werkdagen voor het aanbrengen van het verhard oppervlak worden aan het bestuur gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar het verhard oppervlak wordt aangebracht; en c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit.
- Uiterlijk twee weken na afronding van het aanbrengen van het verhard oppervlak worden aan het bestuur gegevens en documenten verstrekt over: a. de definitieve ligging van het verhard oppervlak; en b. de objectgegevens. Artikel 2.76 Compensatie verhard oppervlak
- Het nieuw aangebrachte verharde oppervlak wordt gecompenseerd door binnen hetzelfde peilgebied 10 procent van de oppervlakte ervan als verbreed of nieuw oppervlaktewater te graven.
- Het eerste lid is niet van toepassing als er minder dan 800 m2 verhard oppervlak wordt aangebracht. Artikel 2.77 Maatwerkvoorschriften
- Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de artikelen 2.3 en 2.
- Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van artikel 2.
- Bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift voor het aanbrengen van verhard oppervlak in afwijking van artikel 2.76 worden gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar de activiteit wordt uitgevoerd; c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit; d. de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.3; en e. de wijze waarop burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de voorgenomen activiteit zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn. Paragraaf 2.1.12 Plaatsen, behouden en weghalen van windturbines Artikel 2.78 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het plaatsen, behouden en weghalen van windturbines in het beheergebied. Artikel 2.79 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning een windturbine te plaatsen, te behouden of weg te halen in het beperkingengebied waterkering met bijbehorende beschermingszones. Artikel 2.80 Aanwijzing algemene regels Bij het plaatsen of behouden van een windturbine buiten het beperkingengebied waterkering met bijbehorende beschermingszones wordt voldaan aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.3, en artikel 2.
- Artikel 2.81 Afstand tot het beperkingengebied waterkering De afstand tussen de windturbine en het beperkingengebied waterkering met bijbehorende beschermingszones is ten minste gelijk aan de hoogte van de windturbine. Artikel 2.82 Maatwerkvoorschriften
- Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de artikelen 2.3 en 2.
- Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van artikel 2.
- Bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift voor het plaatsen of behouden van een windturbine in afwijking van artikel 2.81 worden gegevens en documenten verstrekt over: a. de locatie waar de activiteit wordt uitgevoerd; b. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit; c. de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.3; en d. de wijze waarop burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de voorgenomen activiteit zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn. Paragraaf 2.1.13 Plaatsen van bodemenergiesystemen Artikel 2.83 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het plaatsen van bodemenergiesystemen in het beperkingengebied waterkering en beschermingszone A bij een waterkering. Artikel 2.84 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bodemenergiesysteem te plaatsen in het beperkingengebied waterkering en in beschermingszone A bij een waterkering. Paragraaf 2.1.14 Uitvoeren van ontgravingen Artikel 2.85 Toepassingsbereik
- Deze paragraaf is van toepassing op het uitvoeren van ontgravingen in het beperkingengebied waterkering met bijbehorende beschermingszones.
- Deze paragraaf is niet van toepassing op: a. het plaatsen, behouden en weghalen van bouwwerken, bedoeld in paragraaf 2.1.2; b. het plaatsen, behouden en weghalen van bruggen, bedoeld in paragraaf 2.1.3; c. het plaatsen, behouden en weghalen van aquaducten, bedoeld in 2.1.4; d. het plaatsen, behouden en weghalen van duikers, bedoeld in paragraaf 2.1.5; e. het plaatsen, behouden en weghalen van toegangsdammen, bedoeld in paragraaf 2.1.6; f. het plaatsen en behouden van steigers, vlonders, boothuizen, zonnepanelen op water, drijvende bouwwerken en overhangende bouwwerken, bedoeld in paragraaf 2.1.7; g. het plaatsen en weghalen van lozings- en onttrekkingswerken, bedoeld in paragraaf 2.1.8; h. het plaatsen, behouden en weghalen van taludtrappen, bedoeld in paragraaf 2.1.9; i. het aanleggen van wegen, fietspaden, wandelpaden en uitritten, bedoeld in paragraaf 2.1.10; j. het plaatsen, behouden en weghalen van windturbines, bedoeld in paragraaf 2.1.12; k. het plaatsen van bodemenergiesystemen, bedoeld in paragraaf 2.1.13; l. het plaatsen of aanbrengen, behouden en weghalen van drainagebuizen en ontwateringsgreppels, bedoeld in paragraaf 2.1.15; m. het leggen, behouden en weghalen van kabels en leidingen, bedoeld in paragraaf 2.1.18; n. het graven van proefsleuven, bedoeld in paragraaf 2.1.19; o. het graven van nieuw oppervlaktewater, bedoeld in paragraaf 2.1.20; p. het verbreden van een bestaand oppervlaktewaterlichaam, bedoeld in paragraaf 2.1.21; en q. het aanleggen en weghalen van natuurvriendelijke oevers, bedoeld in paragraaf 2.1.
- Artikel 2.86 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning een ontgraving uit te voeren in het beperkingengebied waterkering en beschermingszone A bij een waterkering. Artikel 2.87 Aanwijzing algemene regels Bij het uitvoeren van een ontgraving in beschermingszone B bij een waterkering wordt voldaan aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.3, en de artikelen 2.88 en 2.
- Artikel 2.88 Gegevens en documenten
- Ten minste vijf werkdagen voor het uitvoeren van de ontgraving worden aan het bestuur gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie van de ontgraving; en c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit.
- Uiterlijk twee weken na afronding van de ontgraving worden aan het bestuur gegevens en documenten verstrekt over: a. de definitieve ligging van de ontgraving; en b. de objectgegevens. Artikel 2.89 Diepte De ontgraving gaat niet dieper dan de pleistocene grondlaag. Artikel 2.90 Maatwerkvoorschriften
- Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de artikelen 2.3 en 2.
- Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van artikel 2.
- Bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift voor het uitvoeren van een ontgraving in afwijking van artikel 2.89 worden gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar de activiteit wordt uitgevoerd; c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit; d. de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.3; en e. de wijze waarop burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de voorgenomen activiteit zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn. Paragraaf 2.1.15 Plaatsen of aanbrengen, behouden en weghalen van drainagebuizen en ontwateringsgreppels Artikel 2.91 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het plaatsen of aanbrengen, behouden en weghalen van drainagebuizen en ontwateringsgreppels in het beheergebied. Artikel 2.92 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
- Het is verboden zonder omgevingsvergunning een drainagebuis of ontwateringsgreppel te plaatsen of aan te brengen, te behouden of weg te halen in het beperkingengebied waterkering en beschermingszone A bij een waterkering.
- Het is verboden zonder omgevingsvergunning een samengestelde, gecontroleerde of peilgestuurde drainage te plaatsen in het beheergebied. Artikel 2.93 Aanwijzing algemene regels Bij het plaatsen of aanbrengen, behouden of weghalen van een drainagebuis of ontwateringsgreppel buiten het beperkingengebied waterkering en beschermingszone A bij een waterkering wordt voldaan aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.3, en de artikelen 2.94 tot en met 2.
- Artikel 2.94 Gegevens en documenten
- Ten minste vijf werkdagen voor het plaatsen van de drainagebuis of het aanbrengen van de ontwateringsgreppel worden aan het bestuur gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar de drainagebuis wordt geplaatst of de ontwateringsgreppel wordt aangebracht; en c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit.
- Uiterlijk twee weken na afronding van het plaatsen van de drainagebuis of het aanbrengen van de ontwateringsgreppel worden aan het bestuur gegevens en documenten verstrekt over: a. de definitieve ligging van de drainagebuis of ontwateringsgreppel; en b. de objectgegevens. Artikel 2.95 Plaatsing De hoge kant van de drainagebuis of ontwateringsgreppel wordt meer dan 5 meter uit de insteek van een oppervlaktewaterlichaam geplaatst of aangebracht. Artikel 2.96 Weghalen Een drainagebuis of ontwateringsgreppel die zijn functie verliest wordt in overleg met het hoogheemraadschap weggehaald. Artikel 2.97 Maatwerkvoorschriften
- Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de artikelen 2.3 en 2.
- Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van artikel 2.
- Bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift voor het plaatsen van een drainagebuis of het aanbrengen van een ontwateringsgreppel in afwijking van artikel 2.95 worden gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar de activiteit wordt uitgevoerd; c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit; d. de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.3; en e. de wijze waarop burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de voorgenomen activiteit zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn. Paragraaf 2.1.16 Plaatsen en behouden van verticale drainages Artikel 2.98 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het plaatsen en behouden van verticale drainages in het beheergebied. Artikel 2.99 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
- Het is verboden zonder omgevingsvergunning een verticale drainage te plaatsen of te behouden in het beperkingengebied waterkering en beschermingszone A bij een waterkering.
- Het is verboden zonder omgevingsvergunning een verticale drainage te plaatsen of te behouden in het risicovol gebied verticale drainage. Artikel 2.100 Specifieke zorgplicht
- Bij het plaatsen of behouden van verticale drainages in het niet-risicovol gebied verticale drainage wordt voldaan aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.3 en 4.
- Het in stand houden van de bestaande grondwaterstand, bedoeld in artikel 4.3, tweede lid, onder a, valt niet onder de specifieke zorgplicht voor verticale drainages. Artikel 2.101 Maatwerkvoorschriften Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over artikel 2.3 en 4.3, met uitzondering van het bepaalde in artikel 4.3, tweede lid, onder a. Paragraaf 2.1.17 Onderzoek Subparagraaf 2.1.17.1 Uitvoeren van grondonderzoek Artikel 2.102 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het uitvoeren van grondonderzoek in het beperkingengebied waterkering en beschermingszone A bij een waterkering. Artikel 2.103 Aanwijzing algemene regels Bij het uitvoeren van grondonderzoek door middel van grondboring of sondering in het beperkingengebied waterkering of beschermingszone A bij een waterkering wordt voldaan aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.3, en de artikelen 2.104 en 2.
- Artikel 2.104 Gegevens en documenten Ten minste vijf werkdagen voor het uitvoeren van het grondonderzoek worden aan het bestuur gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar het grondonderzoek wordt uitgevoerd; en c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit. Artikel 2.105 Uitvoering
- In het beperkingengebied primaire waterkering of in beschermingszone A bij een primaire waterkering worden de werkzaamheden niet uitgevoerd tussen 15 oktober en 15 april.
- De werkzaamheden worden alleen uitgevoerd als de ondergrond zo droog is dat er geen rijsporen of andere schade wordt veroorzaakt.
- Boorgaten worden na uitvoering van de werkzaamheden gevuld met zwelstaven of kleikorrels om verbindingen tussen watervoerende lagen af te dichten. Artikel 2.106 Maatwerkvoorschriften
- Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de artikelen 2.3 en 2.
- Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van artikel 2.
- Bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift voor het uitvoeren van grondonderzoek in afwijking van artikel 2.105 worden gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar de activiteit wordt uitgevoerd; c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit; d. de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.3; en e. de wijze waarop burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de voorgenomen activiteit zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn. Subparagraaf 2.1.17.2 Uitvoeren van seismisch onderzoek Artikel 2.107 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het uitvoeren van seismisch onderzoek in het beperkingengebied waterkering met bijbehorende beschermingszones. Artikel 2.108 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning seismisch onderzoek uit te voeren in het beperkingengebied waterkering met bijbehorende beschermingszones. Subparagraaf 2.1.17.3 Plaatsen, behouden en weghalen van peilbuizen Artikel 2.109 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het plaatsen, behouden en weghalen van peilbuizen in het beperkingengebied waterkering met bijbehorende beschermingszones. Artikel 2.110 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning een peilbuis te plaatsen, te behouden of weg te halen in het beperkingengebied waterkering met bijbehorende beschermingszones. Paragraaf 2.1.18 Leggen, behouden en weghalen van kabels en leidingen Artikel 2.111 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het leggen, behouden en weghalen van kabels en leidingen in het beperkingengebied oppervlaktewaterlichaam en het beperkingengebied waterkering met bijbehorende beschermingszones. Artikel 2.112 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
- Het is verboden zonder omgevingsvergunning een kabel of leiding te leggen of te behouden in het beperkingengebied vaarwegen in beheer bij het hoogheemraadschap.
- Het is verboden zonder omgevingsvergunning een kabel of leiding te leggen, te behouden of weg te halen in het beperkingengebied waterkering of beschermingszone A bij een waterkering.
- Het is verboden zonder omgevingsvergunning een leiding te leggen, te behouden of weg te halen in beschermingszone B bij een waterkering, als: a. deze een druk van 10 bar of hoger heeft; b. deze een binnendiameter van 125 mm of groter heeft; of c. het een transportleiding is. Artikel 2.113 Aanwijzing algemene regels
- Bij het leggen of behouden van een kabel of leiding in het beperkingengebied oppervlaktewaterlichaam, met uitzondering van vaarwegen in beheer bij het hoogheemraadschap en buiten het beperkingengebied waterkering en de bijbehorende beschermingszone A, wordt voldaan aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.3, en de artikelen 2.114 tot en met 2.
- Bij het weghalen van een kabel of leiding in het beperkingengebied oppervlaktewaterlichaam buiten het beperkingengebied waterkering en de bijbehorende beschermingszone A wordt voldaan aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.3, en de artikelen 2.114, 2.116 en 2.
- Artikel 2.114 Gegevens en documenten
- Ten minste vijf werkdagen voor het leggen of weghalen van de kabel of leiding worden aan het bestuur gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar de kabel of leiding wordt gelegd; en c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit.
- Uiterlijk vier weken na afronding van het leggen van de kabel of leiding worden aan het bestuur gegevens en documenten verstrekt over: a. de definitieve ligging van de kabel of leiding; en b. de objectgegevens.
- Informatie over de start van de werkzaamheden wordt verstrekt door middel van het MOOR platform. Artikel 2.115 Ligging van de kabel of leiding
- De kabel of leiding moet ondergronds liggen.
- De kabel of leiding moet op voldoende afstand van een waterloop liggen: a. ten minste 1 meter uit het leggerprofiel; of b. als het bestaande profiel groter is dan het leggerprofiel: 1 meter uit het bestaande profiel.
- De kabel of leiding moet op voldoende afstand van een kunstwerk liggen, zodat onbelemmerd onderhoud aan het kunstwerk en de kabel of leiding mogelijk is.
- In afwijking van het eerste lid kan een kabel of leiding aan een kunstwerk worden bevestigd, als: a. de functies van het kunstwerk niet worden beïnvloed; b. doorstroming of het doorvaartprofiel niet wordt verkleind; en c. vervanging of vernieuwing van het kunstwerk te allen tijde mogelijk blijft. Artikel 2.116 Tijdens en direct na werkzaamheden
- Tijdens het leggen of weghalen van de kabel of leiding worden de doorstroming en doorvaart in het oppervlaktewaterlichaam en kunstwerken niet gestremd of belemmerd.
- Direct na het leggen of weghalen van de kabel of leiding worden het talud en de waterbodem in oorspronkelijke staat hersteld in goede aansluiting op het bestaande talud en de waterbodem. Artikel 2.117 Behouden en onderhoud van een kabel of leiding
- Een kabel of leiding mag alleen behouden blijven, mits deze in bedrijf is. Een buiten bedrijf gestelde kabel of leiding wordt weggehaald door of in opdracht van de initiatiefnemer of zijn rechtsopvolger.
- De leiding wordt zodanig onderhouden dat er geen lekkage ontstaat.
- Een beschadigde kabel of leiding wordt zo snel mogelijk gerepareerd of vervangen. Artikel 2.118 Maatwerkvoorschriften
- Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de artikelen 2.3 en 2.115 tot en met 2.
- Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van de artikelen en 2.115 tot en met 2.
- Bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift voor het leggen, behouden of weghalen van een kabel of leiding in afwijking van artikel 2.115, 2.116 of 2.117 worden gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar de activiteit wordt uitgevoerd; c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit; d. de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.3; en e. de wijze waarop burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de voorgenomen activiteit zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn. Paragraaf 2.1.19 Graven van proefsleuven Artikel 2.119 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het graven van proefsleuven in het beperkingengebied waterkering en beschermingszone A bij een waterkering. Artikel 2.120 Aanwijzing algemene regels Bij het graven van een proefsleuf in het beperkingengebied waterkering of beschermingszone A bij een waterkering wordt voldaan aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.3, en de artikelen 2.121 tot en met 2.
- Artikel 2.121 Gegevens en documenten Ten minste vijf werkdagen voor het graven van de proefsleuf worden aan het bestuur gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; en b. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit. Artikel 2.122 Toegestane ontgravingen
- Een ontgraving vindt alleen plaats: a. bij reguliere waterpeilen van buitenwater en boezemwater; b. tot een diepte maximaal 1 m; c. tot een sleufbreedte van maximaal 0,5 m; en d. als maximaal de helft van de kruin van de waterkering gelijktijdig wordt ontgraven.
- In het beperkingengebied primaire waterkering of in de beschermingszone A bij een primaire waterkering worden de werkzaamheden niet uitgevoerd tussen 15 oktober en 15 april. Artikel 2.123 Aanvullen van de ontgraving
- De ontgraving wordt zo snel mogelijk aangevuld.
- De verdichting van de aanvulling is gelijk aan de bestaande dichtheid van het grondlichaam van de waterkering of beschermingszone.
- De aanvulling is homogeen zonder vreemde bestanddelen zoals zand, stenen, wortels en verontreinigingen.
- De aanvulling wordt zodanig afgewerkt dat boven en naast de aanvulling geen plasvorming ontstaat.
- Bij een aanvulling in het talud wordt het talud afgewerkt in goede aansluiting op de taludhelling.
- Overtollige of uitgekomen grond, puin of ander materiaal wordt direct afgevoerd en wordt voor zoveel als nodig is vervangen door schone grondsoorten.
- Onder een grasmatvegetatie bestaat de bovenste aanvulling uit 0,20 meter teelaarde. Artikel 2.124 Grasmat
- Direct voorafgaand aan de werkzaamheden wordt het gras gemaaid en afgevoerd.
- De zoden van de grasmat worden vakkundig afgestoken en terzijde gelegd.
- De ontgraving wordt zo snel mogelijk na voltooiing van de werkzaamheden aangevuld en afgedekt met de afgestoken zoden.
- Als hergebruik van de zoden niet mogelijk is, wordt de bekleding hersteld door het inzaaien met een dijkgrasmengsel. Artikel 2.125 Maatwerkvoorschriften
- Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de artikelen 2.3 en 2.122 tot en met 2.
- Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van de artikelen 2.122 tot en met 2.
- Bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift voor het graven van een proefsleuf in afwijking van artikel en 2.122, 2.123 of 2.124 worden gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar de activiteit wordt uitgevoerd; c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit; d. de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.3; en e. de wijze waarop burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de voorgenomen activiteit zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn. Paragraaf 2.1.20 Graven van nieuw oppervlaktewater Artikel 2.126 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het graven van nieuw oppervlaktewater in het beheergebied. Artikel 2.127 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
- Het is verboden zonder omgevingsvergunning nieuw oppervlaktewater te graven in het beperkingengebied waterkering of in beschermingszone A bij een waterkering.
- Het is verboden zonder omgevingsvergunning nieuw oppervlaktewater te graven in hellend gebied en gebied met droge beddingen. Artikel 2.128 Aanwijzing algemene regels
- Bij het graven van nieuw oppervlaktewater buiten het beperkingengebied waterkering en beschermingszone A bij een waterkering en buiten hellend gebied en gebied met droge beddingen, wordt voldaan aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.3, en de artikelen 2.7 en 2.129 tot en met 2.
- Bij het graven van nieuw oppervlaktewater in beschermingszone B bij een primaire waterkering wordt voldaan aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.3, en de artikelen 2.129 en 2.
- Artikel 2.129 Gegevens en documenten
- Ten minste vijf werkdagen voor het graven van het oppervlaktewater worden aan het bestuur gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar het oppervlaktewater wordt gegraven; en c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit.
- Uiterlijk twee weken na afronding van het graven worden aan het bestuur gegevens en documenten verstrekt over: a. de definitieve locatie van het oppervlaktewater; en b. de objectgegevens. Artikel 2.130 Eisen aan het water
- Er wordt geen verbinding gemaakt tussen oppervlaktewateren met verschillende waterpeilen.
- Het doorstroomprofiel wordt bepaald volgens paragraaf 4.4 en tabel 14 in bijlage 1 van het Beschrijvend deel, inclusief toelichting bij de Legger Wateren.
- De oever wordt zodanig afgewerkt, ingericht en onderhouden dat deze stabiel is en uitzakken of uitspoeling wordt voorkomen. Artikel 2.131 Ligging van het water
- Het oppervlaktewater wordt gegraven op grond die eigendom is van de initiatiefnemer.
- Het oppervlaktewater wordt gegraven op een afstand van ten minste 1,5 meter vanaf de kadastrale grens, tenzij het aangrenzende perceel ook eigendom van de initiatiefnemer is. Artikel 2.132 Diepte van de ontgraving De ontgraving gaat niet dieper dan de pleistocene grondlaag. Artikel 2.133 Maatwerkvoorschriften
- Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de artikelen 2.3, 2.7 en 2.130 tot en met 2.
- Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van de artikelen 2.7 en 2.130 tot en met 2.
- Bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift voor het graven van nieuw oppervlaktewater in afwijking van artikel 2.7, 2.130, 2.131 en 2.132 worden gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar de activiteit wordt uitgevoerd; c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit; d. de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.3; en e. de wijze waarop burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de voorgenomen activiteit zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn. Paragraaf 2.1.21 Verbreden van een bestaand oppervlaktewaterlichaam Artikel 2.134 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het verbreden van een bestaand oppervlaktewaterlichaam in het beperkingengebied oppervlaktewaterlichaam en het beperkingengebied waterkering met bijbehorende beschermingszones. Artikel 2.135 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
- Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bestaand oppervlaktewaterlichaam te verbreden in het beperkingengebied vaarwegen in beheer bij het hoogheemraadschap.
- Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bestaand oppervlaktewaterlichaam te verbreden in het beperkingengebied waterkering of beschermingszone A bij een waterkering. Artikel 2.136 Aanwijzing algemene regels
- Bij het verbreden van een bestaand oppervlaktewaterlichaam in het beperkingengebied oppervlaktewaterlichaam, met uitzondering van vaarwegen in beheer bij het hoogheemraadschap en buiten het beperkingengebied waterkering en de bijbehorende beschermingszone A, wordt voldaan aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.3, en de artikelen 2.7 en 2.137 en 2.
- Bij het verbreden van een bestaand oppervlaktewaterlichaam in beschermingszone B bij een primaire waterkering wordt voldaan aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.3, en de artikelen 2.137 en 2.
- Artikel 2.137 Gegevens en documenten
- Ten minste vijf werkdagen voor het verbreden van het oppervlaktewaterlichaam worden aan het bestuur gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar het oppervlaktewaterlichaam wordt verbreed; en c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit.
- Uiterlijk twee weken na afronding van de verbreding worden aan het bestuur gegevens en documenten verstrekt over: a. de definitieve locatie van de verbreding; en b. de objectgegevens. Artikel 2.138 Bescherming van het oppervlaktewaterlichaam
- Het oppervlaktewaterlichaam blijft voldoen aan het minimaal benodigde doorstroomprofiel, zoals vastgelegd in de Legger Wateren.
- De oever wordt zodanig afgewerkt, ingericht en onderhouden dat deze stabiel is en uitzakken of uitspoeling wordt voorkomen.
- Beschoeiingen of andere werken die hun functie verliezen worden weggehaald.
- Het oppervlaktewaterlichaam wordt zodanig verbreed dat er geen verlanding plaatsvindt. Artikel 2.139 Diepte van de ontgraving De ontgraving gaat niet dieper dan de pleistocene grondlaag. Artikel 2.140 Maatwerkvoorschriften
- Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de artikelen 2.3, 2.7, 2.138 en 2.
- Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van de artikelen 2.7, 2.138 en 2.
- Bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift voor het verbreden van een bestaand oppervlaktewaterlichaam in afwijking van artikel 2.7, 2.138 of 2.139 worden gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar de activiteit wordt uitgevoerd; c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit; d. de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.3; en e. de wijze waarop burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de voorgenomen activiteit zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn. Paragraaf 2.1.22 Geheel of gedeeltelijk dempen van oppervlaktewater Artikel 2.141 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het geheel of gedeeltelijk dempen van oppervlaktewater in het beperkingengebied oppervlaktewaterlichaam. Artikel 2.142 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
- Het is verboden zonder omgevingsvergunning in het beperkingengebied primair oppervlaktewater of het beperkingengebied secundair oppervlaktewater een oppervlaktewater geheel te dempen.
- Het is verboden zonder omgevingsvergunning in het beperkingengebied primair oppervlaktewater een oppervlaktewater gedeeltelijk te dempen. Artikel 2.143 Aanwijzing algemene regels
- Bij het geheel dempen van een oppervlaktewater in het beperkingengebied tertiair oppervlaktewater wordt voldaan aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.3, en de artikelen 2.7, 2.144, 2.145 en 2.
- Bij het gedeeltelijk dempen van een oppervlaktewater in het beperkingengebied secundair oppervlaktewater of het beperkingengebied tertiair oppervlaktewater wordt voldaan aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.3, en de artikelen 2.7, 2.144, 2.146 en 2.
- Artikel 2.144 Gegevens en documenten
- Ten minste vijf werkdagen voor het geheel of gedeeltelijk dempen van het oppervlaktewaterlichaam worden aan het bestuur gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar het water wordt gedempt; en c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit.
- Uiterlijk twee weken na afronding van de demping worden aan het bestuur gegevens en documenten verstrekt over: a. de definitieve locatie van de demping; en b. de objectgegevens. Artikel 2.145 Demping over de totale lengte
- Het water wordt over de volledige lengte gedempt.
- Er ontstaat geen afgesloten water waaruit het water niet kan wegstromen. Artikel 2.146 Bescherming van het oppervlaktewaterlichaam
- Het oppervlaktewaterlichaam blijft na het uitvoeren van de demping voldoen aan het minimaal benodigde doorstroomprofiel, zoals vastgelegd in de Legger Wateren.
- De oever wordt zodanig afgewerkt, ingericht en onderhouden dat deze stabiel is en uitzakken of uitspoeling wordt voorkomen.
- Beschoeiingen of andere werken die hun functie verliezen worden weggehaald. Artikel 2.147 Compensatie
- Het verlies aan berging in het oppervlaktewaterlichaam wordt gecompenseerd door binnen hetzelfde peilgebied bestaand water te verbreden of nieuw water te graven met tenminste dezelfde oppervlakte.
- Het eerste lid is niet van toepassing op dempingen van minder dan 35m
- Artikel 2.148 Maatwerkvoorschriften
- Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de artikelen 2.3, 2.7 en 2.145 tot en met 2.
- Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van de artikelen 2.7 en 2.145 tot en met 2.
- Bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift voor het geheel of gedeeltelijk dempen van water in afwijking van artikel 2.7, 2.145, 2.146 of 2.147 worden gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar de activiteit wordt uitgevoerd; c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit; d. de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.3; en e. de wijze waarop burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de voorgenomen activiteit zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn. Paragraaf 2.1.23 Plaatsen, behouden en weghalen van beschoeiingen en andere profielbeschermingen Artikel 2.149 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het plaatsen, behouden en weghalen van beschoeiingen en andere profielbeschermingen in het beperkingengebied oppervlaktewaterlichaam, beperkingengebied waterkering en beschermingszone A bij een waterkering. Artikel 2.150 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
- Het is verboden zonder omgevingsvergunning een beschoeiing of andere profielbescherming te plaatsen, te behouden of weg te halen in het beperkingengebied vaarwegen in beheer bij het hoogheemraadschap.
- Het is verboden zonder omgevingsvergunning een beschoeiing of andere profielbescherming te plaatsen, te behouden of weg te halen in het beperkingengebied waterkering of beschermingszone A bij een waterkering. Artikel 2.151 Aanwijzing algemene regels
- Bij het plaatsen of behouden van een beschoeiing of andere profielbescherming in het beperkingengebied oppervlaktewaterlichaam, met uitzondering van vaarwegen in beheer bij het hoogheemraadschap en buiten het beperkingengebied waterkering en de bijbehorende beschermingszone A wordt voldaan aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.3, en de artikelen 2.7, 2.152 en 2.
- Bij het weghalen van een beschoeiing of andere profielbescherming in het beperkingengebied oppervlaktewaterlichaam, met uitzondering van vaarwegen in beheer bij het hoogheemraadschap en buiten het beperkingengebied waterkering en de bijbehorende beschermingszone A wordt voldaan aan de zorgplicht, bedoeld in artikel 2.3, en de artikelen 2.7 en 2.
- Artikel 2.152 Gegevens en documenten
- Ten minste vijf werkdagen voor het plaatsen van de beschoeiing of andere profielbescherming worden aan het bestuur gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar de beschoeiing of andere profielbescherming wordt geplaatst; en c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit.
- Uiterlijk twee weken na afronding van het plaatsen van de beschoeiing of andere profielbescherming worden aan het bestuur gegevens en documenten verstrekt over: a. de definitieve ligging van de beschoeiing of andere profielbescherming; en b. de objectgegevens. Artikel 2.153 Plaatsing beschoeiing of andere profielbescherming De beschoeiing of andere profielbescherming wordt geplaatst: a. op de oever, voor zover die droog is bij het hoogst gevoerde waterpeil; of b. in het water, waarbij wordt voldaan aan de regels over het gedeeltelijk dempen van water, bedoeld in paragraaf 2.1.
- Artikel 2.154 Weghalen van de beschoeiing of andere profielbescherming De beschoeiing of andere profielbescherming wordt in overleg met het hoogheemraadschap weggehaald. Artikel 2.155 Maatwerkvoorschriften
- Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de artikelen 2.3, 2.7 en 2.
- Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van de artikelen 2.7 en 2.
- Bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift voor het plaatsen van een beschoeiing in afwijking van artikel 2.7 of 2.153 worden gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar de activiteit wordt uitgevoerd; c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit; d. de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.3; en e. de wijze waarop burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de voorgenomen activiteit zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn. Paragraaf 2.1.24 Aanleggen en behouden van natuurvriendelijke oevers Artikel 2.156 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het aanleggen en behouden van natuurvriendelijke oevers in het beperkingengebied oppervlaktewaterlichaam en het beperkingengebied waterkering of beschermingszone A bij een waterkering. Artikel 2.157 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning een natuurvriendelijke oever aan te leggen of te behouden in het beperkingengebied waterkering of beschermingszone A bij een waterkering. Artikel 2.158 Aanwijzing algemene regels Bij het aanleggen of behouden van een natuurvriendelijke oever in het beperkingengebied oppervlaktewaterlichaam buiten het beperkingengebied waterkering en de bijbehorende beschermingszone A wordt voldaan aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.3, en de artikelen 2.7 en 2.159 tot en met 2.
- Artikel 2.159 Gegevens en documenten
- Ten minste vijf werkdagen voor het aanleggen van de natuurvriendelijke oever worden aan het bestuur gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar de natuurvriendelijke oever wordt aangelegd; en c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit.
- Uiterlijk twee weken na afronding van het aanleggen van de natuurvriendelijke oever worden aan het bestuur gegevens en documenten verstrekt over: a. de definitieve locatie van de natuurvriendelijke oever; en b. de objectgegevens. Artikel 2.160 Bescherming van het oppervlaktewaterlichaam
- De oever ligt buiten het minimaal benodigde doorstroomprofiel, zoals vastgelegd in de Legger Wateren.
- De oever wordt zodanig afgewerkt, ingericht en onderhouden dat deze stabiel is en uitzakken of uitspoeling wordt voorkomen.
- Beschoeiingen of andere constructies die hun functie verliezen worden weggehaald
- De oever wordt zodanig aangebracht dat er geen verlanding plaatsvindt. Artikel 2.161 Onderhoud Het onderhoud van de oever wordt door of namens de initiatiefnemer of de rechtsopvolger uitgevoerd. Artikel 2.162 Maatwerkvoorschriften
- Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de artikelen 2.3, 2.7, 2.160 en 2.
- Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van de artikelen 2.7, 2.160 en 2.
- Bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift voor het aanleggen van een natuurvriendelijke oever in afwijking van artikel 2.7, 2.160 of 2.161 worden gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar de activiteit wordt uitgevoerd; c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit; d. de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.3; en e. de wijze waarop burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de voorgenomen activiteit zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn. Paragraaf 2.1.25 Ophogen van lage percelen en bergingen Artikel 2.163 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het ophogen van lage percelen en bergingen in het beperkingengebied bergingsgebied. Artikel 2.164 Aanwijzing algemene regels Bij het ophogen van een laag perceel of berging in het beperkingengebied bergingsgebied wordt voldaan aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.3, en de artikelen 2.165 en 2.
- Artikel 2.165 Gegevens en documenten
- Ten minste vijf werkdagen voor het ophogen van het lage perceel of de berging worden aan het bestuur gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar het lage perceel of de berging wordt opgehoogd; en c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit.
- Uiterlijk twee weken na afronding van het ophogen van het lage perceel of de berging worden aan het bestuur gegevens en documenten verstrekt over: a. de definitieve locatie van de ophoging; en b. de objectgegevens. Artikel 2.166 Compensatie verlies bergingscapaciteit Het verlies aan bergingscapaciteit wordt in overleg met het hoogheemraadschap gecompenseerd. Artikel 2.167 Maatwerkvoorschriften
- Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de artikelen 2.3 en 2.
- Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van artikel 2.
- Bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift voor het ophogen van een perceel of berging in afwijking van artikel 2.166 worden gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar de activiteit wordt uitgevoerd; c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit; d. de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.3; en e. de wijze waarop burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de voorgenomen activiteit zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn. Paragraaf 2.1.26 Realiseren van peilafwijkingen Artikel 2.168 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het realiseren van peilafwijkingen in het beheergebied. Artikel 2.169 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
- Het is verboden zonder omgevingsvergunning een peilafwijking te realiseren buiten het aangewezen gebied peilafwijkingen.
- Het is verboden zonder omgevingsvergunning een peilafwijking te realiseren in het aangewezen gebied peilafwijkingen, als de peilafwijking wordt gerealiseerd: a. met behulp van een pomp; of b. door waterinlaat van buiten de polder. Artikel 2.170 Aanwijzing algemene regels Bij het realiseren van een peilafwijking in het aangewezen gebied peilafwijkingen wordt voldaan aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.3, en de artikelen 2.171 en 2.172, als de peilafwijking wordt gerealiseerd: a. zonder een pomp; en b. zonder waterinlaat van buiten de polder. Artikel 2.171 Gegevens en documenten
- Ten minste vijf werkdagen voor het realiseren van de peilafwijking worden aan het bestuur gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar de peilafwijking wordt gerealiseerd; en c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit.
- Uiterlijk twee weken na afronding van het realiseren van de peilafwijking worden aan het bestuur gegevens en documenten verstrekt over: a. de definitieve locatie van de peilafwijking; en b. de objectgegevens. Artikel 2.172 Peilregeling
- De peilregeling leidt niet tot wateroverlast, watertekort of verdroging in de omliggende gebieden.
- De peilregeling leidt niet tot onvoldoende kwellengte bij de bestaande peilscheidende kunstwerken. Artikel 2.173 Maatwerkvoorschriften
- Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de artikelen 2.3 en 2.
- Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van artikel 2.
- Bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift voor het realiseren van een peilafwijking in afwijking van artikel 2.172 worden gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar de activiteit wordt uitgevoerd; c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit; d. de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.3; en e. de wijze waarop burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de voorgenomen activiteit zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn. Paragraaf 2.1.27 Plaatsen, behouden en weghalen van peilregelende en peilscheidende kunstwerken Artikel 2.174 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het plaatsen, behouden en weghalen van peilregelende en peilscheidende kunstwerken in het beperkingengebied oppervlaktewaterlichaam. Artikel 2.175 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Deze paragraaf is van toepassing op het plaatsen, behouden en weghalen van peilregelende en peilscheidende kunstwerken in het beperkingengebied oppervlaktewaterlichaam. Paragraaf 2.1.28 Uitzetten of onttrekken van vis Artikel 2.176 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het uitzetten en onttrekken van vis in het beperkingengebied oppervlaktewaterlichaam. Artikel 2.177 Aanwijzing algemene regels Bij het uitzetten of onttrekken van vis in het beperkingengebied oppervlaktewaterlichaam wordt voldaan aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.3, en artikel 2.
- Artikel 2.178 Visplan De vis wordt uitgezet of onttrokken in overeenstemming met: a. een door het hoogheemraadschap goedgekeurd visplan; of b. anderszins schriftelijk vastgelegde afspraken ondertekend door of namens het bestuur van het hoogheemraadschap. Artikel 2.179 Maatwerkvoorschriften
- Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de artikelen 2.3 en 2.
- Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van artikel 2.
- Bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift voor het uitzetten of onttrekken van vis in afwijking van artikel 2.178 worden gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar de activiteit wordt uitgevoerd; c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit; d. de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.3; en e. de wijze waarop burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de voorgenomen activiteit zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn. Paragraaf 2.1.29 Weiden van dieren Artikel 2.180 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het weiden van dieren in het beperkingengebied waterkering en beschermingszone A bij een waterkering. Artikel 2.181 Aanwijzing algemene regels Bij het weiden van dieren in het beperkingengebied waterkering of beschermingszone A bij een waterkering wordt voldaan aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.3, en de artikelen 2.182 en 2.
- Artikel 2.182 Gegevens en documenten Ten minste vijf werkdagen voor het weiden van de dieren worden aan het bestuur gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar de dieren worden geweid; en c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit. Artikel 2.183 Bescherming van de grasmat
- De dieren worden in het beperkingengebied primaire waterkering of beschermingszone A bij een primaire waterkering niet geweid tussen 15 oktober en 15 april.
- Er wordt alleen beweid door kleinvee.
- Aanwezige erosiebestendige grasmatten blijven in stand. Artikel 2.184 Maatwerkvoorschriften
- Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de artikelen 2.3 en 2.
- Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van artikel 2.
- Bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift voor het weiden van dieren in afwijking van artikel 2.183 worden gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar de activiteit wordt uitgevoerd; c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit; d. de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.3; en e. de wijze waarop burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de voorgenomen activiteit zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn. Paragraaf 2.1.30 Aanplanten, behouden en rooien van beplanting Artikel 2.185 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het aanplanten, behouden en rooien van beplanting in het beperkingengebied oppervlaktewaterlichaam, het beperkingengebied waterkering met bijbehorende beschermingszones en in het beperkingengebied molenbiotoop. Artikel 2.186 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
- Het is verboden zonder omgevingsvergunning een boom of bosschage aan te planten, te behouden of te rooien in het beperkingengebied waterkering of beschermingszone A bij een waterkering.
- Het is verboden zonder omgevingsvergunning beplanting aan te planten of te behouden in het beperkingengebied vaarwegen in beheer bij het hoogheemraadschap of het beperkingengebied molenbiotoop. Artikel 2.187 Aanwijzing algemene regels
- Bij het aanplanten, behouden of rooien van een boom of bosschage in beschermingszone B bij een primaire of regionale waterkering wordt voldaan aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.3, en de artikelen 2.188 en 2.
- Bij het aanplanten of behouden van beplanting in het beperkingengebied oppervlaktewaterlichaam, met uitzondering van vaarwegen in beheer bij het hoogheemraadschap, wordt voldaan aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.3, en de artikelen 2.7, 2.188 en 2.
- Artikel 2.188 Gegevens en documenten
- Ten minste vijf werkdagen voor het aanplanten of rooien van de beplanting worden aan het bestuur gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar de boom of bosschage wordt aangeplant of gerooid; en c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit.
- Uiterlijk twee weken na afronding van het aanplanten van de beplanting worden aan het bestuur gegevens en documenten verstrekt over: a. de definitieve locatie van de boom of bosschage; en b. de objectgegevens. Artikel 2.189 Beheer en onderhoud Het beheer en onderhoud van de boom of bosschage en de grond binnen 1 meter rondom de boom of bosschage wordt door of namens de initiatiefnemer of de rechtsopvolger uitgevoerd. Artikel 2.190 Doorstroomprofiel Het oppervlaktewaterlichaam blijft voldoen aan het minimaal benodigde doorstroomprofiel, zoals vastgelegd in de Legger Wateren. Artikel 2.191 Maatwerkvoorschriften
- Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de artikelen 2.3, 2.7, 2.189 en 2.
- Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van artikel 2.7, 2.189 en 2.
- Bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift voor het aanplanten of behouden van beplanting in afwijking van artikel 2.7, 2.189 of 2.
- worden gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar de activiteit wordt uitgevoerd; c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit; d. de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.3; en e. de wijze waarop burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de voorgenomen activiteit zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn. Paragraaf 2.1.31 Organiseren van evenementen op onverhard oppervlak Artikel 2.192 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het organiseren van evenementen op onverhard oppervlak in het beperkingengebied waterkering. Artikel 2.193 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning een evenement te organiseren dat plaatsvindt op onverhard oppervlak in het beperkingengebied waterkering. Paragraaf 2.1.32 Plaatsen van explosiegevaarlijk materiaal Artikel 2.194 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het plaatsen en behouden van explosiegevaarlijk materiaal in het beperkingengebied waterkering met bijbehorende beschermingszones. Artikel 2.195 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning explosiegevaarlijk materiaal te plaatsen of te behouden in het beperkingengebied waterkering met bijbehorende beschermingszones. Afdeling 2.2 Activiteiten bij wegen Paragraaf 2.2.1 Algemeen Artikel 2.196 Toepassingsbereik Deze afdeling is van toepassing op het uitvoeren van activiteiten in het beperkingengebied weg. Artikel 2.197 Oogmerken De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op: a. het waarborgen van de verkeersveiligheid; b. het in stand houden van de infrastructuur van de wegen; en c. het waarborgen van een goede verkeersdoorstroming. Artikel 2.198 Specifieke zorgplicht
- Degene die een activiteit uitvoert en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen heeft of kan hebben voor de belangen, bedoeld in artikel 2.197, is verplicht: a. alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b. voor zover deze niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.
- Deze plicht houdt in ieder geval in dat: a. de verkeersveiligheid geborgd wordt; b. de verkeersdoorstroming geborgd wordt; en c. de infrastructuur van de weg intact blijft of, als dit niet mogelijk is, de aantasting van de infrastructuur wordt hersteld.
- Degene die voornemens is een activiteit uit te voeren, informeert en betrekt de omgeving, de direct belanghebbenden en de grondeigenaar op voorhand bij de voorgenomen activiteit. Artikel 2.199 Aanvraagvereisten omgevingsvergunning beperkingengebiedactiviteit Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit in het beperkingengebied weg die op grond van deze afdeling is vereist, worden de volgende gegevens en documenten verstrekt: a. een omschrijving van de activiteit, waarbij wordt vermeld op welke wijze gebruik zal worden gemaakt van het beperkingengebied; b. een toelichtende tekening met daarbij het ontwerp en de afmetingen van het werk of het tracé́ van de kabel of de leiding; c. het adres ter hoogte waarvan de activiteit wordt uitgevoerd; d. en toelichtende tekening en de coördinaten volgens het stelsel van de Rijksdriehoekmeting van de activiteit met daarbij het ontwerp en de afmetingen van het werk of het tracé van de kabel of de leiding; en e. de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van de activiteit en de verwachte duur ervan. Artikel 2.200 Maatwerkvoorschriften
- Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld, of een vergunningvoorschrift kan aan een omgevingsvergunning als bedoeld in deze afdeling worden verbonden, over de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.
- Een maatwerkvoorschrift wordt niet gesteld als over dat onderwerp een voorschrift aan een omgevingsvergunning als bedoeld in deze afdeling kan worden verbonden. Paragraaf 2.2.2 Aanleggen en behouden van uitritten, parkeervoorzieningen en halteplaatsen Artikel 2.201 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het aanleggen en behouden van uitritten, parkeervoorzieningen en halteplaatsen in het beperkingengebied weg. Artikel 2.202 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning een uitrit, parkeervoorziening of aan te leggen of te behouden in het beperkingengebied gebiedsontsluitingsweg of het beperkingengebied solitair fietspad. Artikel 2.203 Aanwijzing algemene regels Bij het aanleggen of behouden van een uitrit, parkeervoorziening of halteplaats in het beperkingengebied erftoegangsweg wordt voldaan aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.198, en de artikelen 2.204 tot en met 2.
- Artikel 2.204 Gegevens en documenten Ten minste vijf werkdagen voor het aanleggen van de uitrit, parkeervoorziening of halteplaats worden aan het bestuur gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar de uitrit, parkeervoorziening of halteplaats wordt geplaatst; en c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit. Artikel 2.205 Het aanbrengen van verharding De verharding: a. heeft een deugdelijke constructie; b. wordt lager aangebracht dan de weg; c. wordt zodanig aangebracht dat de geldende voorrangssituatie voldoende duidelijk is; d. wordt niet aangebracht in of binnen 5 meter van een bocht; en e. is een constructie die los van de hoofdweg ligt. Artikel 2.206 Bescherming omgeving
- De afwatering van de weg verslechtert niet.
- Bij de aanleg en het gebruik wordt zo min mogelijk schade aan de berm en beplanting aangebracht.
- Aangebrachte schade wordt hersteld door de initiatiefnemer of de rechtsopvolger. Artikel 2.207 Beheer en onderhoud Het beheer en onderhoud van de verharding wordt door of namens de initiatiefnemer of de rechtsopvolger uitgevoerd. Artikel 2.208 Maatwerkvoorschriften
- Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de artikelen 2.198 en 2.205 tot en met 2.
- Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van de artikelen 2.205 tot en met 2.
- Bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift voor het aanleggen van een uitrit, parkeervoorziening of halteplaats in afwijking van artikel 2.205, 2.206 of 2.207 worden gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar de activiteit wordt uitgevoerd; c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit; d. de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.198; en e. de wijze waarop burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de voorgenomen activiteit zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn. Paragraaf 2.2.3 Plaatsen en behouden van werken met een verkeersfunctie door een overheidsinstelling Artikel 2.209 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het plaatsen en behouden van werken met een verkeersfunctie door een overheidsinstelling in het beperkingengebied weg. Artikel 2.210 Aanwijzing algemene regels Bij het plaatsen en behouden werken met een verkeersfunctie door een overheidsinstelling in het beperkingengebied weg wordt voldaan aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.198, en de artikelen 2.211 tot en met 2.
- Artikel 2.211 Gegevens en documenten Ten minste vijf werkdagen voor het plaatsen van het werk worden aan het bestuur gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar het werk wordt aangebracht; en c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit. Artikel 2.212 De aanleg
- Het werk heeft een deugdelijke constructie.
- De afmetingen van het werk belemmeren de verkeersveiligheid niet.
- Verharding wordt niet aangebracht in of binnen 5 meter van een bocht. Artikel 2.213 Bescherming omgeving
- De afwatering van de weg verslechtert niet.
- Bij de aanleg en het gebruik wordt zo min mogelijk schade aan de berm en beplanting aangebracht.
- Aangebrachte schade wordt hersteld door de initiatiefnemer of de rechtsopvolger. Artikel 2.214 Beheer en onderhoud Het beheer en onderhoud van het werk wordt door of namens de initiatiefnemer of de rechtsopvolger uitgevoerd. Artikel 2.215 Maatwerkvoorschriften
- Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de artikelen 2.198 en 2.212 tot en met 2.
- Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van de artikelen 2.212 tot en met 2.
- Bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift voor het plaatsen van een werk met een verkeersfunctie door een overheidsinstelling in afwijking van artikel 2.212, 2.213 of 2.
- worden gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar de activiteit wordt uitgevoerd; c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit; d. de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.198; en e. de wijze waarop burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de voorgenomen activiteit zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn. Paragraaf 2.2.4 Leggen, behouden en weghalen van kabels en leidingen Artikel 2.216 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het leggen, behouden en weghalen van kabels en leidingen in het beperkingengebied weg. Artikel 2.217 Aanwijzing algemene regels
- Bij het leggen, behouden of weghalen van een kabel of leiding in het beperkingengebied weg wordt voldaan aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.198, en de artikelen 2.218, 2.219 en 2.223, als de kabel of leiding langs de weg ligt.
- Bij het leggen, behouden of weghalen van een kabel of leiding in het beperkingengebied weg wordt voldaan aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.198, en de artikelen 2.218 en 2.220 tot en met 2.223, als de kabel of leiding de weg kruist. Artikel 2.218 Gegevens en documenten
- Ten minste vijf werkdagen voor het leggen of weghalen van de kabel of leiding worden aan het bestuur gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar de kabel of leiding wordt gelegd; en c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit.
- De informatie over de start van de werkzaamheden wordt verstrekt door middel van het MOOR platform. Artikel 2.219 Ligging langs de weg
- De kabel of leiding ligt op een diepte van ten minste 0,60 meter.
- De sleuf ligt op een afstand van ten minste 1,25 meter van de wegverharding.
- De kabel of leiding wordt op een afstand van ten minste 2 meter van de stam van een boom gelegd. Artikel 2.220 Mantelbuis
- De kabel of leiding wordt in een mantelbuis gelegd.
- De mantelbuis wordt aan beide kanten afgesloten.
- De minimale gronddekking van de mantelbuis is 1 meter. Artikel 2.221 Wijze van plaatsen
- De kabel of leiding wordt gelegd door middel van een boring of persing.
- Als het leggen door middel van een boring of persing door plaatselijke omstandigheden niet mogelijk is, wordt de verharding van de weg opgebroken. Artikel 2.222 Herstel van de weg
- Als de verharding van de weg wordt opgebroken, wordt deze na het leggen of weghalen van de kabel of leiding in oorspronkelijk staat hersteld.
- Voordat de verharding van de weg in de oorspronkelijke staat wordt hersteld, wordt deze voor de duur van een jaar tijdelijk hersteld door de verharding dicht te leggen met betonklinkers.
- De betonklinkers: a. sluiten goed aan op de aangrenzende, niet opgebroken of geroerde delen van het wegdek; b. steken niet meer dan 2 centimeter boven het asfalt uit; en c. verzakken niet meer dan 2 centimeter.
- Als de betonklinkers meer dan 2 centimeter verzakken en er kuilvorming ontstaat, wordt het wegdek onmiddellijk hersteld. Artikel 2.223 Bescherming omgeving
- Bij het leggen en het gebruik wordt zo min mogelijk schade aan de berm en beplanting aangebracht.
- Aangebrachte schade wordt hersteld door de initiatiefnemer of de rechtsopvolger. Artikel 2.224 Maatwerkvoorschriften
- Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de artikelen 2.198 en 2.219 tot en met 2.
- Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van de artikelen 2.219 tot en met 2.
- Bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift voor het leggen of behouden van een kabel of leiding in afwijking van artikel 2.219, 2.220, 2.221, 2.222 of 2.223 worden gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar de activiteit wordt uitgevoerd; c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit; d. de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.198; en e. de wijze waarop burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de voorgenomen activiteit zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn. Paragraaf 2.2.5 Plaatsen en behouden van overige werken, reclameborden en stoffen en houden van dieren Artikel 2.225 Toepassingsbereik
- Deze paragraaf is van toepassing op het plaatsen en behouden van werken, reclame-uitingen, stoffen en het houden van dieren in het beperkingengebied weg.
- Deze paragraaf is niet van toepassing op: a. het aanleggen en behouden van uitritten, parkeervoorzieningen en halteplaatsen, bedoeld in paragraaf 2.2.2; b. het plaatsen en behouden van werken met een verkeersfunctie door een overheidsinstelling, bedoeld in paragraaf 2.2.3; en c. het leggen van kabels en leidingen, bedoeld in paragraaf 2.2.
- Artikel 2.226 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning een werk, reclame-uiting of stof te plaatsen of te behouden of dieren te houden in het beperkingengebied gebiedsontsluitingsweg of het beperkingengebied solitair fietspad. Artikel 2.227 Aanwijzing algemene regels Bij het plaatsen of behouden van een werk, reclame-uiting of stof of het houden van dieren in het beperkingengebied erftoegangsweg wordt voldaan aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.198, en de artikelen 2.228 tot en met 2.
- Artikel 2.228 Gegevens en documenten Ten minste vijf werkdagen voor het plaatsen van het werk, de reclame-uiting of de stof of het houden van de dieren worden aan het bestuur gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar de activiteit wordt uitgevoerd; en c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit. Artikel 2.229 De plaatsing
- Het werk, de reclame-uiting, de stof of de dieren worden op een afstand van ten minste 2 meter van de weg geplaatst of gehouden en zijn veilig bereikbaar vanaf de weg.
- Het werk heeft een deugdelijke constructie.
- De afmetingen van het werk belemmeren de verkeersveiligheid niet. Artikel 2.230 Bescherming omgeving
- Bij de aanleg en het gebruik wordt zo min mogelijk schade aan de berm en beplanting aangebracht.
- Aangebrachte schade wordt hersteld door de initiatiefnemer of de rechtsopvolger. Artikel 2.231 Beheer en onderhoud Het beheer en onderhoud van de het werk, de reclame-uiting of de stof wordt door of namens de initiatiefnemer of de rechtsopvolger uitgevoerd. Artikel 2.232 Maatwerkvoorschriften
- Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de artikelen 2.198 en 2.229 tot en met 2.
- Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van de artikelen 2.229 tot en met 2.
- Bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift voor het plaatsen of behouden van een werk, reclame-uiting of stof of het houden van dieren in afwijking van artikel 2.229, 2.230 of 2.231 worden gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar de activiteit wordt uitgevoerd; c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit; d. de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.198; en e. de wijze waarop burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de voorgenomen activiteit zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn. Paragraaf 2.2.6 Afsluiten van een weg Artikel 2.233 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het geheel of gedeeltelijk afsluiten van een weg in het beperkingengebied weg. Artikel 2.234 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
- Het is verboden zonder omgevingsvergunning een weg geheel af te sluiten in het beperkingengebied weg.
- Het is verboden zonder omgevingsvergunning een weg gedeeltelijk af te sluiten in het beperkingengebied gebiedsontsluitingsweg of het beperkingengebied solitair fietspad. Artikel 2.235 Aanwijzing algemene regels Bij het gedeeltelijk afsluiten van een weg in het beperkingengebied erftoegangsweg wordt voldaan aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.198, en de artikelen 2.236 tot en met 2.
- Artikel 2.236 Gegevens en documenten Ten minste vijf werkdagen voor het afsluiten van de weg worden aan het bestuur gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar de activiteit wordt uitgevoerd; en c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit. Artikel 2.237 Belemmering
- De bereikbaarheid van aan de weg gelegen bestemmingen wordt zo min mogelijk belemmerd.
- Het openbaar vervoer, hulpdiensten en eigenaren of gebruikers van de percelen die hinder van kunnen ondervinden van de afsluiting worden op voorhand, bij aanvang en na afronding over de afsluiting geïnformeerd. Artikel 2.238 Afbakening van de versmalling
- Het te versmallen weggedeelte wordt afgebakend in overeenstemming met de richtlijnen in publicatie 96b van de CROW.
- De afbakening van het te versmallen weggedeelte is voor rekening van de initiatiefnemer. Artikel 2.239 Maatwerkvoorschriften
- Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de artikelen 2.198, 2.237 en 2.
- Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van de artikelen 2.237 en 2.
- Bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift voor het gedeeltelijk afsluiten van een weg in afwijking van artikel 2.237 of 2.238 worden gegevens en documenten verstrekt over: a. de aard van de activiteit; b. de locatie waar de activiteit wordt uitgevoerd; c. de geplande aanvangs- en einddatum van de activiteit; d. de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.198; en e. de wijze waarop burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de voorgenomen activiteit zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn.
🔗 Naar officiële bron
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.