/akn/nl/act/provincie/2024/CVDR719187 /join/id/stop/work_006 /akn/nl/act/pv28/2024/programma-1 /join/id/stop/work_019 2026-04-29 2026-04-29 /akn/nl/act/provincie/2024/CVDR719187/nld@2026-04-30 /join/id/proces/pv28/2024/instelling-programma-1-1 /join/id/proces/pv28/2025/instelling-programma-1-2 /join/id/proces/pv28/2026/instelling-programma-1-7 2026-04-30 2026-04-30 /akn/nl/act/pv28/2024/programma-1/nld@2026-04-09;7 /akn/nl/act/pv28/2024/programma-1 /akn/nl/act/pv28/2024/programma-1/nld@2026-04-09;7 /join/id/stop/work_019 7 Omgevingsprogramma Zuid-Holland Beleidsdoel 1-1 Krachtig openbaar bestuur 1-1 Krachtig openbaar bestuur De provincie Zuid-Holland wil de kwaliteit van het openbaar bestuur bevorderen met als doel een krachtig decentraal bestuur. Een krachtig decentraal bestuur is effectief en presterend, responsief en verbonden, robuust en integer, lerend en innoverend. Sterke decentrale overheden zijn essentieel voor het uitvoeren van wettelijke taken en het bereiken van (gezamenlijke) doelen voor de leefomgeving. Daarom werkt de provincie Zuid-Holland samen met andere overheden aan het behoud en de versterking van de kwaliteit van het openbaar bestuur. Een goed openbaar bestuur begint ook bij de provincie zelf. Het bestuur en de provinciale organisatie is weerbaar, betrouwbaar, transparant, legitiem en handelt integer. De kwaliteit van beleid en de taakuitvoeringen zijn structureel op orde, het bestuur is weerbaar tegen ondermijning en oneigenlijke druk en er wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheden van digitalisering. Het omgevingsbeleid en participatie worden vormgegeven en uitgevoerd. Zuid-Holland staat voor effectief eigen bestuur, waarbij effectieve samenwerking op alle niveaus (met collega-overheden, maatschappelijke organisaties, kennisinstellingen, inwoners, PS-GS, regionaal, landelijk en Europees) wordt gezocht. Provincie Zuid-Holland realiseert ambities op diverse niveaus (van Den Haag tot Brussel) voor een structurele, efficiënte en integrale lobby om haar belangen tijdig en op de juist plek voor het voetlicht te brengen. Maatregelen van 1-1 Krachtig openbaar bestuur 1.1.1.1 Krachtig decentraal bestuur Wat gaat de provincie doen? De Provincie Zuid-Holland wil de kwaliteit van het openbaar bestuur bevorderen met als doel een krachtig decentraal bestuur. Een krachtig decentraal bestuur is effectief en presterend, responsief en verbonden, robuust en integer, lerend en innoverend. De provincie draagt bij aan het creëren en in stand van een krachtig decentraal bestuur door te werken aan de interbestuurlijke verhoudingen en door de uitoefening van interbestuurlijk toezicht en financieel toezicht. Rol Presterend Uitwerking Werken aan de interbestuurlijke verhoudingenHet Programma Beter Bestuur, vormt een belangrijk vertrekpunt voor de werkzaamheden van de regio-accounthouders Bestuurlijke Zaken, en faciliteert decentrale medeoverheden in samenwerking, weerbaarheid, financiën en kennis. Zo wordt met gemeenten en waterschappen samengewerkt aan een krachtig bestuur in Zuid-Holland. Dat wil zeggen aan decentrale overheden die: 1) Visie en ambitie hebben en beschikken over voldoende slagkracht om opgaven te realiseren (effectief en presterend); 2) In verbinding staan met en in staat zijn om te luisteren naar elkaar, hun inwoners, ondernemers en maatschappelijk middenveld (responsief en verbonden); 3) Betrouwbaar, transparant, (democratisch) legitiem en integer handelen (robuust en integer); 4) Leren en innoveren met elkaar en anderen en durven te experimenteren om oplossingen te vinden voor complexe transitieopgaven (lerend en innoverend). Uit deze vier lijnen volgen (concrete) acties die ten dienste komen van de kwaliteit van het openbaar bestuur. Voorbeelden zijn: begeleiding van proces bij de aanvraag van nieuwe Regio Deals, BRE-onderzoeken (Bestuurlijk Regionale Ecosystemen), het initiëren van meerjarige of kortlopende onderzoeken op het gebied van kwaliteit openbaar bestuur. Daarnaast worden er kennis- en netwerkbijeenkomsten vanuit de Zuid-Holland Academie georganiseerd. Vanuit financieel toezicht worden begrotingsscans uitgevoerd, en kennis en goede voorbeelden gedeeld. Financieel toezichtDe provincie helpt bij het bevorderen van een gezonde financiële huishouding bij gemeenten. Met financieel toezicht wil de provincie zorgen dat gemeenten financieel in staat blijven om invulling te geven aan hun maatschappelijke opgaven (zoals duurzaamheid, klimaat en woningbouw). Toezicht biedt daarmee een meerwaarde aan de kwaliteit van het openbaar bestuur. Interbestuurlijk toezichtDe provincie draagt via het toezicht bij aan een beter openbaar bestuur en een prettige en veilige leefomgeving voor inwoners van Zuid-Holland. Het gaat daarbij om de kerntaken in het ruimtelijk-fysieke domein die ook het omgevingsbeleid raken: milieu, bouwen, constructieve veiligheid, ruimtelijke ordening, huisvesting en monumenten. 1.1.2.1 Digitaal bestuur Wat gaat de provincie doen? De provincie werkt aan een betrouwbare, open en toegankelijke digitale provincie die de impact van technologie, data en algoritmes op de samenleving begrijpt en benut. De inzet van technologie en data heeft maatschappelijk gezien alleen waarde als de data en digitale toepassingen juist en verantwoord worden ingezet. Rol Presterend Uitwerking De provincie maakt steeds meer gebruik maken van digitale technologieën en data voor organisatieprocessen, beleidsprocessen, besluitvorming en diensten in contact met burgers, ondernemers en maatschappelijke organisaties. Het biedt veel kansen voor het helpen oplossen van maatschappelijke opgaven, maar het brengt ook risico’s met zich mee als de provincie digitalisering onprofessioneel of onethisch toepast. Daarom is het belangrijk dat de provincie nieuwe digitale ontwikkelingen signaleert, agendeert, monitort en duidt. De provincie werkt daarbij actief samen met externe partners en kennisinstellingen, om bijvoorbeeld kennis te vergroten of invloed uit te oefenen op wetgeving, initiatieven en financiering. De koers en waarden die de provincie aangeeft worden vertaald naar en verankerd in de organisatie, mensen en systemen. Dat gebeurt op verschillende manieren, zoals het stellen van kaders, toetsing en toezicht. 1.1.2.2 Regie Omgevingsbeleid Wat gaat de provincie doen? Integraal, digitaal, gebiedsgericht vormgegeven omgevingsbeleid is rand voorwaardelijk voor een effectieve realisatie van de provinciale opgaven. Om dit te bereiken worden de beleidsopgaven ondersteund op beleidsontwikkeling, participatie, digitalisering, monitoring, evaluaties en bij de uitvoering van dit beleid. Rol Presterend Uitwerking Ter ondersteuning van de regiefunctie voert de provincie het volgende uit: Opstellen van kaders voor totstandkoming en ontwikkeling van beleid. Ontwikkelen van digitale hulpmiddelen voor ontwikkelen, raadplegen, totstandkoming en monitoring van beleid. 1.1.2.3 Weerbaar bestuur en organisatie Wat gaat de provincie doen? De provincie werkt samen met andere overheden mee, aan het behouden van een integere en betrouwbare overheid, die bestand is tegen ondermijnende activiteiten, misbruik van middelen, intimidatie en andere vormen van oneigenlijke druk. De provincie doet dit onder meer door het bewustzijn van risico’s, de kennis en het handelingsperspectief van ambtenaren en bestuurders – zowel in eigen huis en aan ons verbonden partijen- te vergroten. Ook werkt de provincie samen met gemeenten en andere overheden aan deze gedeelde opgave. In het bijzonder ligt de focus daarbij op de weerbaarheid van klein(
- re)gemeenten en ondermijning in het buitengebied. De provincie faciliteert intervisie, trainingen, kennis- en netwerkbijeenkomsten en draagt bij aan risicoanalyses en het opstellen van handreikingen en protocollen. De provincie coördineert ook de besteding van impulsgelden vanuit het ministerie van BZK, die bestemd zijn om de interne weerbaarheid en slagkracht van (kleinere) gemeenten te versterken. Rol Presterend Uitwerking De provincie wil weerbaar zijn tegen ondermijnende criminaliteit en oneigenlijke druk. De provincie voert integriteitsbeleid uit, bevordert het bewustzijn van bestuurders en ambtenaren en treft beheersmaatregelen voor risico’s in kwetsbare processen. Het gaat daarbij om processen zoals aanbestedingen, subsidies, vergunningverlening en grond- en vastgoedtransacties. De provincie stelt gedragscodes en beleidsregels op en voert de Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Bibob) uit. In 2023 is de gedragscode voor cdK en GS herzien en in 2024 worden zowel de beleidsregel Bibob als het integriteitsbeleid van de provincie herzien. Ook Zuid-Hollandse gemeenten willen zelf weerbaar zijn tegen ondermijnende criminaliteit en oneigenlijke druk. Daarnaast dragen zij via sociaal en ruimtelijk beleid, het integraal veiligheidsbeleid en met vergunningverlening en (bestuurlijke) handhaving een rol bij het voorkomen en bestrijden van ondermijnende criminaliteit. Binnen het samenwerkingsverband Regionale Informatie Expertise Centrum (RIEC) voeren gemeenten, veiligheidspartners en andere overheden een meerjarige samenwerkingsagenda uit. De provincie werkt daarbij expliciet samen op de thema’s Bibob, ondermijning in het buitengebied en weerbaar bestuur. In de Zuid-Hollandse werkgroep Weerbaarheid en Integriteit vormen provincie en gemeenten een platform voor intervisie en delen zij kennis en toepassingsmogelijkheden rond het thema (bestuurlijke) integriteit. Beleidsdoel 1-2 Sterke Samenleving 1-2 Sterke Samenleving De provincie wil inspelen op maatschappelijke ontwikkelingen ten dienste van bestaand of nieuw beleid. Ze volgt en duidt ontwikkelingen in de samenleving en voorziet de opgaven van haar eigen organisatie van de juiste kennis en handvatten. De organisatie wil effectief gebruik kunnen maken van deze kennis en actief werken aan de eigen strategische kennispositie. De provincie wil een kennisfunctie vervullen, ook voor derden, ten dienste van de opgaven waar Zuid-Holland aan werkt, al dan niet voorzien van een handelingsperspectief. Zo ondersteunt de provincie het beleid van de toekomst en een sterke samenleving. Maatregelen van 1-2 Sterke Samenleving 1.2.1.1 Versterken van strategische provinciale kennis Wat gaat de provincie doen? De provincie wil de toegang tot kennis en het verder ontwikkelen, uitwisselen en borgen van strategische kennis binnen de provinciale organisatie versterken. Hiervoor is het integrale kennisprogramma ‘Kennis Zuid-Holland’ opgesteld zodat kennis, trends en de nieuwste inzichten hun doorwerking vinden in provinciaal beleid. Kennis Zuid-Holland verkent thema’s via trendscans, onderzoek en het organiseren van ontmoeting. Rol Presterend Uitwerking Kennis Zuid-Holland is een strategisch kennisprogramma van én door de provincie Zuid-Holland. De uitvoering van dit programma doet de provincie uiteraard in nauwe samenwerking met externe partners en kennisinstellingen. Ongeveer tachtig procent van de strategische kennisactiviteiten zijn direct bedoeld voor de uitvoering van concernopgaven, ambities uit het omgevingsbeleid en het coalitieakkoord. De overige activiteiten zijn bedoeld om nieuwe thema’s te signaleren en agenderen. Dit kunnen thema’s zijn die op dat moment nog niet op de politieke agenda staan. Beleidsdoel 2-1 Duurzame en veilige bereikbaarheid voor iedereen 2-1 Duurzame en veilige bereikbaarheid voor iedereen De provincie streeft naar een goede bereikbaarheid voor iedereen, zodat mensen veilig en vlot naar school, werk, vrienden, winkels en andere voorzieningen kunnen reizen. Daartoe zorgt de provincie voor een goed functionerende en verkeersveilige provinciale infrastructuur en stimuleert verkeersveilig en duurzaam reisgedrag. De dalende trend in het aantal dodelijke verkeersslachtoffers is tot stilstand gekomen en het aantal ernstig gewonden in het verkeer stijgt. Voor de provincie is ieder verkeersslachtoffer er één te veel. Om die reden omarmt de provincie de landelijke ambitie van nul verkeersslachtoffers in 2050. De eerste stap is om de stijging van het aantal doden en ernstig gewonden de komende jaren om te buigen in een daling: elk jaar minder verkeersslachtoffers. De provincie werkt daar hard aan samen met regionale partners. Bij ruimtelijke ontwikkelingen streeft de provincie naar nabijheid van wonen, werken, voorzieningen en goed openbaar vervoer. De provincie stimuleert actieve vormen van vervoer zoals lopen en fietsen. Door de opmars van de elektrische fiets wordt vaker en verder gefietst. Dit verbetert de leefomgeving, verlaagt de filedruk op de wegen en bevordert de gezondheid van inwoners. De provincie maakt gebruik van technologische ontwikkelingen om deze vormen van vervoer aantrekkelijker te maken en ook om de wegen beter te benutten. Veel dagelijkse verplaatsingen (zowel personenauto’s, vrachtwagens en bussen) maken immers gebruik van de wegen. Wegen zijn en blijven dus belangrijk voor een goede bereikbaarheid, in het bijzonder in landelijk gebied. Maatregelen van 2-1 Duurzame en veilige bereikbaarheid voor iedereen 2.1.1.1 Bereikbaarheid door nabijheid Wat gaat de provincie doen? De provincie wil de bereikbaarheid verbeteren door nabijheid van wonen, werken, voorzieningen en goed ov te verbeteren, zodat mensen niet lang hoeven te reizen om hun bestemming te bereiken, voor wie het kan en wil lopend of op de fiets, maar ook met ov en de auto. Om landelijk gebied aantrekkelijk te houden streven we ook daar naar nabijheid van voorzieningen. Voor de bereikbaarheid blijft de auto een belangrijke rol spelen. De provincie ziet graag dat nieuwe woningen zoveel mogelijk nabij voorzieningen en goed openbaar vervoer worden gebouwd. Dat vraagt om hogere dichtheden van woningen nabij goed openbaar vervoer inclusief deelmobiliteit en een aantrekkelijke en veilige omgeving om te lopen en te fietsen. De provincie onderzoekt hoe dit verankerd kan worden in het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid en stimuleert gemeenten om dit ook te doen. De provincie controleert, door middel van een mobiliteitstoets, of gedurende alle ontwikkelfases tot aan de planuitvoering rekening is gehouden met de gevolgen van woningbouw op de bereikbaarheid, zodat de bewoners straks prettig wonen èn hun bestemming goed kunnen bereiken. Rol Samenwerkend Uitwerking De provincie beoordeelt per fase of de gevolgen voor de bereikbaarheid goed onderzocht zijn, zodat voortvloeiende maatregelen worden gefaseerd met, en gefinancierd door, de planontwikkeling. De provincie naar nabijheid van voorzieningen en het bevorderen van veilig en duurzaam mobiliteitsgedrag dat past bij de gebiedskenmerken. Ook wordt gekeken naar de gevolgen voor doorstroming rond knelpunten op het provinciale netwerk en (inpassing van) voortvloeiende infrastructurele maatregelen volgens het Handboek Ontwerp Criteria Wegen. Indien van toepassing ziet de provincie toe op het naleven van de parkeernormen en de realiseren van een goede ontsluiting voor fietsers (en wandelaars). In de planbeoordelingsfase wordt vanuit de omgevingsverordening op de bereikbaarheid getoetst. 2.1.1.2 Modal shift, regionale hubs en zero emissie Wat gaat de provincie doen? De provincie wil de verwachte groei in de logistieke sector en gevolgen van de grote onderhoudswerkzaamheden rondom Rotterdam in goede banen leiden. Door de ontwikkeling van regionale hubs voor haven-, vers, stads en bouwlogistiek te stimuleren wordt de verschuiving van lading naar relatief duurzame vervoerwijzen, zoals binnenvaart, buisleidingen en spoor gefaciliteerd. Hiermee wordt de weginfrastructuur ontlast en de uitstoot van schadelijke stoffen beperkt. De provincie wil daarnaast de transitie naar schoon vervoer helpen versnellen en faciliteert initiatieven die bijdragen aan de transitie naar (nagenoeg) geen uitstoot van schadelijke stoffen en opgeschaald kunnen worden. Rol Samenwerkend Uitwerking De provincie werkt samen met het regionale bedrijfsleven via logistieke makelaars en met regionale partners en Zuid-Holland Bereikbaar. 2.1.1.3 Schonere mobiliteit Wat gaat de provincie doen? Schoner vervoer met minder of geen uitstoot van schadelijke stoffen zoals CO2, stikstofdioxide en fijn stof. De provincie wil bijdragen aan een betere leefbaarheid en het voorkomen van klimaatverandering en werkt daarom samen met andere partijen aan schonere vormen van vervoer en de bijbehorende tank- en laadinfrastructuur. Door het doen van onderzoek en het ondersteunen bij het maken van Regionale Mobiliteitsprogramma’s of -plannen en het realiseren van laadinfrastructuur, via de Regionale Agenda Laadinfrastructuur (RAL), wordt de overgang naar batterij-elektrisch én waterstof-elektrisch gefaciliteerd. Rol Samenwerkend Uitwerking De provincie werkt samen met het rijk, gemeenten, regio's, markt, kennisinstituten en inwoners en zorgt met name voor verbinding en stimuleert en faciliteert ideeën om mobiliteit schoner te maken. 2.1.1.4 Slimmere mobiliteit & digitalisering Wat gaat de provincie doen? Slimmere mobiliteit om het regionale mobiliteitssysteem (weg, water, spoor, OV, fiets, lopen) beter benutten en zo het verkeer schoner en veiliger te organiseren. Met de grote woningbouwopgave in de regio de vervangingsopgave op onze wegen en beperkte inzet van middelen worden de mogelijkheden om extra infrastructuur aan te leggen steeds beperkter. Met slimmere mobiliteit & digitalisering kijken we naar de mogelijkheden van nieuwe, digitale en innovatieve (data-)oplossingen om ons mobiliteitssysteem nog efficiënter te organiseren. Rol Presterend Uitwerking Weg en vaarweg gebruikers gebruiken steeds vaker digitale systemen om hun weg te vinden en worden steeds afhankelijker van het digitaal communiceren over bijvoorbeeld wegwerkzaamheden, maximumsnelheden, schoolzones en brugopeningen. De Provincie werkt samen met ruim 50 wegbeheerders in de regio, de MRDH, Zuid-Holland Bereikbaar en het rijk aan op orde krijgen en houden van slimme mobiliteitsoplossingen in de regio. De stip op de horizon is een veilig, slim en duurzaam verkeers- en vervoersysteem waarvan de verschillende mobiliteitsnetwerken nog beter worden benut. Weggebruikers beschikken over voorspellende en actuele informatie over de verkeerssituatie, de rij of vaartaak wordt verder geautomatiseerd en voertuigen communiceren met elkaar, de infrastructuur en andere verkeersdeelnemers en kunnen zo direct op deze informatie anticiperen. Deze ontwikkeling speelt zich af in de volle breedte van het mobiliteitssysteem. De uitkomst: gebruikers maken schonere en slimmere verplaatsingskeuzes met behulp van slimme technologie. 2.1.1.5 Stimuleren bewust mobiliteitsgedrag Wat gaat de provincie doen? Het wordt steeds drukker op wegen en fietspaden en grootschalig onderhoud gaat voor hinder en files zorgen. Om de mobiliteitsgroei op te kunnen vangen wil de provincie daarom mensen positief verleiden om andere vormen van vervoer te gebruiken zoals fiets en openbaar vervoer, buiten de spits te reizen of om bijvoorbeeld thuis te werken. Hierdoor wordt alle infrastructuur zo optimaal mogelijk wordt benut en files geminimaliseerd. Rol Samenwerkend Uitwerking In het samenwerkingsverband Zuid-Holland Bereikbaar werkt de provincie samen met andere infrastructuurbeheerders en hun opdrachtgevers in Zuid-Holland en met grote bedrijven, vervoerders, brancheorganisaties, belangenverenigingen en lokale overheden. Er wordt ingezet op gezamenlijke en samenhangende programmering van werkzaamheden om zo de hinder te minimaliseren. Tijdens werkzaamheden vindt verkeersmanagement plaats en worden alternatieven aangeboden, afgestemd op het desbetreffende gebied en de gebruikers. Daarbij wordt de onvermijdelijke overlast door noodzakelijke (onderhouds)werkzaamheden als kans benut om gedrag van reizigers structureel te veranderen. 2.1.1.6 Vaker en verder fietsen door meer mensen Wat gaat de provincie doen? Inwoners en bezoekers van Zuid-Holland maken vaker gebruik van de (elektrische) fiets en leggen langere afstanden met de fiets af in het dagelijks en recreatief gebruik en als onderdeel van een reis met het openbaar vervoer. De provincie volgt het fietsgebruik en onderzoekt samen met gemeenten en regio’s hoe het gebruik van de fiets kan toenemen. De voorbereiding en uitvoering van fietsprojecten is onderdeel van de beleidskeuzes ‘Voorbereiding (provinciale) infrastructuurprojecten en bijdragen aan projecten van anderen’ en ‘Realisatie provinciale infrastructuurprojecten’. Rol Samenwerkend Uitwerking De provincie doet onderzoek naar een veilig en aantrekkelijk provinciaal (hoofd-) fietsnetwerk en specifiek de ontwikkeling van doorfietsroutes naar de grote steden en de combinatie van fietsen en het gebruik van openbaar vervoer. Betere ketenvoorzieningen dragen bij aan de overstap tussen fiets en het openbaar vervoer. De provincie kijkt daarbij ook naar inrichting van de omgeving en mogelijkheden om fietsers voorrang te geven bij kruispunten. 2.1.1.7 Veilig gedrag in het verkeer Wat gaat de provincie doen? De stijging van het aantal dodelijke verkeersslachtoffers om te buigen in een daling. De provincie vindt ieder verkeersslachtoffer er één te veel en streeft naar elk jaar minder verkeersslachtoffers en nul verkeersslachtoffers in 2050. De provincie werkt samen met regionale partners om verkeersveilig gedrag te stimuleren door middel van educatie en voorlichting en onderhoudt contact met politie politie en het Openbaar Ministerie (OM) over handhaving. Het verkeersveiliger maken van infrastructuur door provinciale projecten of projecten van anderen is onderdeel van de beleidskeuzes ‘Voorbereiding (provinciale) infrastructuurprojecten en bijdragen aan projecten van anderen’ en ‘Realisatie provinciale infrastructuurprojecten’. Het veilig houden van bestaande infrastructuur is onderdeel van de beleidskeuze beheer en onderhoud op orde. Rol Presterend Uitwerking De provincie werkt samen met Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH), gemeenten, waterschappen, Regionaal Ondersteuningsbureau Verkeersveiligheid Zuid-Holland (ROV-ZH), Openbaar Ministerie, politie en maatschappelijke organisaties zoals de ANWB, VVN en de Fietsersbond aan een veilige infrastructuur, verkeerseducatie, voorlichting en handhaving. Naast de rol presterende overheid hebben we ook de rol samenwerkende overheid. 2.1.1.8 Bevorderen Lopen Wat gaat de provincie doen? Provincie Zuid-Holland streeft samen met gemeenten en andere partners ernaar dat mensen veilig en aantrekkelijk kunnen lopen naar hun dagelijkse voorzieningen en het openbaar vervoer. Provincie en gemeenten bevorderen daarmee lopen als actieve vervoerswijze ter bevordering van de bereikbaarheid, leefbaarheid en gezondheid. Rol Samenwerkend Uitwerking Provincie Zuid-Holland werkt samen met gemeenten en de Metropoolregio Rotterdam Den Haag ( MRDH) aan een loopvriendelijke openbare ruimte waarin meer mensen meer lopen. Dit draagt bij aan de volksgezondheid, de bereikbaarheid, leefbaarheid en de mogelijkheden tot stedelijke verdichting, vergroening en verduurzaming. Dit alles vertaalt zich in een positieve bijdrage aan de brede welvaart in Zuid-Holland. Lopen is schoon, stil en veilig voor de omgeving en vergt vergeleken met andere vormen van verplaatsing de minste ruimte, energie en grondstoffen. Een loopvriendelijke openbare ruimte draagt bij aan het beperken van energiegebruik en de stikstofuitstoot, wat verdere economische ontwikkeling en woningbouw beter mogelijk maakt. Loopvriendelijke openbare ruimte draagt ook bij aan ontmoeting, welzijn en sociale samenhang. Ook de economie profiteert, wat zich o.a. vertaalt in hogere omzetten en vastgoedwaarden. Vanuit de provinciale opgaven voor gezondheid, bereikbaarheid, ruimte en recreatie, toerisme en sport werken we samen aan een loopvriendelijke openbare ruimte. 2.1.2.1 Deelmobiliteit & publiek vervoer Wat gaat de provincie doen? De provincie wil dat andere vormen van vervoer de bereikbaarheid van een gebied of de keuze van de reiziger vergroot en het vervoer beter aansluit bij wensen van mensen. Kleine kernen en steden moeten met het openbaar vervoer toegankelijk blijven. Denk aan flexvervoer (taxibusjes), deelvervoer (deelfietsen, deelauto’
- s)en meerijden (carpoolen, liften). Samen met het openbaar vervoer heet dit ‘publiek vervoer’. Zo stimuleert de provincie deelfietsen bij (hoogwaardige) haltes om bestemmingen die 1 tot 3 kilometer van de halte liggen beter bereikbaar te maken. Rol Presterend Uitwerking De provincie onderzoekt op welke manier het mogelijk is om een tussenvorm te creëren tussen een lijndienst en vraagafhankelijk vervoer en gaat hiervoor in overleg met de reizigers en ondernemers om te inventariseren welke wensen leven. Op basis van deze inbreng wordt bepaald hoe het aanbod van vervoer aantrekkelijker kan worden. De provincie zet zich verder in om voor gehandicapten en mindervaliden te komen tot één nationaal ov-reisassistentie-systeem. Naast de rol presterende overheid heeft de provincie ook de rol van samenwerkende overheid 2.1.2.2 Goed en schoon regionaal openbaar vervoer Wat gaat de provincie doen? De provincie is verantwoordelijk voor het aanbieden van het regionaal openbaar vervoer in Zuid-Holland buiten de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH). De provincie exploiteert hiervoor twee spoorlijnen: de MerwedeLingelijn (van Dordrecht, via Gorinchem naar Geldermalsen) en de Treindienst Alphen aan den Rijn – Gouda. De provincie besteedt openbaar vervoer concessies over de weg, het water en over bovengenoemde spoorlijnen aan. Om het openbaar vervoer waar mogelijk een volwaardig alternatief te laten zijn voor de auto, moet de drempel om het te gebruiken zo laag mogelijk zijn. De provincie zorgt via eisen aan de vervoerders dat het openbaar vervoer makkelijk en begrijpelijk in gebruik is, met goede actuele reisinformatie, eenvoudige en betaalbare tarieven in een netwerk waarbij verbindingen op elkaar aansluiten. Rol Presterend Uitwerking De provincie onderzoekt en realiseert nieuwe snelle, frequente, en betrouwbare lijnen (R-net). Aanpassingen aan provinciale infrastructuur en bijdragen aan projecten van anderen zoals weg, spoor en haltes zijn onderdeel van de beleidskeuzes ‘Voorbereiding (provinciale) infrastructuurprojecten en bijdragen aan projecten van anderen’ en ‘Realisatie provinciale infrastructuurprojecten’. Werkingsgebied: Heel Zuid-Holland en voor wat betreft de concessies gaat het over de concessiegebieden: Goeree-Overflakkee en Hoeksche Waard Zuid-Holland Noord Drechtsteden Molenlanden Gorinchem Treindienst Alphen aan den Rijn – Gouda Personenvervoer over Water Rotterdam - Drechtsteden 2.1.2.3 Snel internationaal openbaar vervoer en optimaal hoofdrailnet van het rijk Wat gaat de provincie doen? De provincie is groot voorstander van goede, snelle en betaalbare internationale treinverbindingen vanuit onze provincie met andere Europese steden en sluiten ons daarom aan bij bestaande lobbytrajecten en initiatieven daartoe. De doelstelling is dat de trein de eerste keuze wordt bij reizen tot 750 km. Een goed functionerend hoofdrailnet is cruciaal voor de bereikbaarheid van Zuid-Holland. Zowel voor de verplaatsingen binnen de provincie als verbindingen naar buiten de provincie speelt dit hoofdrailnet een belangrijke rol. Een groot deel van de provinciale woningbouwopgave vindt plaats in de directe omgeving van stations. De provincie streeft naar een frequent, snel en betrouwbaar systeem, waarbij plek is voor hoogfrequente sprinters, intercity’s en meer stations. Rol Samenwerkend Uitwerking De provincie is niet het bevoegd gezag over het hoofdrailnet en werkt daarom samen met andere decentrale overheden als gemeenten, de MRDH en de verschillende regio’s en het Rijk aan voorstellen om het hoofdrailnet te verbeteren. Via het MIRT-programma werkt de provincie mee aan diverse projecten van anderen. De infrastructuurprojecten zijn onderdeel van de beleidskeuze ‘Voorbereiding (provinciale) infrastructuurprojecten en bijdragen aan projecten van anderen’. 2.1.3.1 Inzet op digitalisering Wat gaat de provincie doen? De provincie wil dat de regionale (vers)logistieke sector meer datagericht gaat werken en digitalisering gebruikt bij de gewenste optimalisering van goederenstromen via ladingverschuiving en op regionale hubs. Digitalisering kan een belangrijke rol gaan vervullen in het inzichtelijk maken van vervoersstromen waardoor efficiency van transportmodaliteiten verhoogd kan worden. Daarnaast kan digitalisering zorgen voor efficiënter gebruik van ligplaatsen en walstroomvoorzieningen en het gebruik van de kunstwerken op de vaarwegen. Dit kan zorgen voor minder onnodige vervoersbewegingen en verminder van brandstofgebruik en uitstoot van schadelijke stoffen door minder hard varen. Rol Samenwerkend Uitwerking Binnen de goederenvervoercorridors werkt de provincie samen met diverse partijen aan digitaliseringsinitiatieven die zorgen voor nieuwe digitale toepassingen. Voor de (on)mogelijkheden die autonoom rijden en varen bieden voor de doorontwikkeling van logistieke stromen binnen de provincie en langs corridors zal de provincie faciliteren in innovatief onderzoek en meewerken aan pilots. Voor vervoer over water stimuleert de Provincie het innovatie initiatief van SMASH (Smart Shipping) en daarmee de relatie met eigen vaarwegbeheer. 2.1.3.2 Versterken en veilig houden van goederencorridors Wat gaat de provincie doen? De provincie wil goederenstromen optimaliseren en werkt hiervoor samen met partners binnen en buiten de provincie aan bijvoorbeeld veilig truck parkeren, beschikbaarheid van schone brandstoffen (weg en water), bundeling van goederenstromen. Rol Samenwerkend Uitwerking Het aanpassen van provinciale infrastructuur of het bijdragen aan projecten van anderen op de goederencorridors zijn onderdeel van de beleidskeuzes ‘Voorbereiding (provinciale) infrastructuurprojecten en bijdragen aan projecten van anderen’ en ‘Realisatie provinciale infrastructuurprojecten’. 2.1.4.1 Bijdragen aan (infrastructuur)projecten van anderen Wat gaat de provincie doen? Het mobiliteitssysteem in Zuid-Holland bestaat uit infrastructuur (en mobiliteitsdiensten) van het Rijk, provincie, gemeenten en waterschappen. Omdat de provincie maar over een deel van het mobiliteitssysteem gaat draagt zij ook bij (financieel en expertise) aan projecten van anderen. Dit zijn projecten met een nationaal of regionaal belang die samen met de provinciale projecten ervoor moet zorgen dat de provincie Zuid-Holland voor iedereen bereikbaar is en blijft op een duurzame en veilige manier. De infrastructuurprojecten zijn terug te vinden in het jaarlijkse Programma Zuid-Hollandse infrastructuur (bijlage bij de begroting). Rol Presterend 2.1.4.2 Voorbereiding aanleg en verbetering van provinciale infrastructuur Wat gaat de provincie doen? De provincie wil bij de voorbereiding van een project (de initiatieffase en daaropvolgende verkenning) bepalen of een infrastructurele ingreep passend en nodig is. In de initiatieffase worden de gebiedsgerichte of thematische opgaven, kansen en problemen in kaart gebracht en wat de mogelijke oplossingsrichtingen zijn. Op basis daarvan kunnen de deelnemende partijen beslissen of en, zo ja, welke oplossingsrichtingen in een verkenning (de volgende fase) uitgewerkt zouden moeten worden. Een Verkenning is bedoeld om te komen tot een slimme, integrale voorkeursoplossing, op basis van een brede beschouwing van de opgave, scherpe probleemanalyse en een inzichtelijke afweging. De voorkeursoplossing die ontstaat op het eind van de Verkenning kan bestaan uit één voorkeursalternatief of uit een samenhangend pakket van maatregelen (integrale maatwerkoplossingen) waaronder aanleg en verbetering van provinciale infrastructuur. De infrastructuurprojecten (initiatieffase en verkenning) zijn terug te vinden in het jaarlijkse Programma Zuid-Hollandse infrastructuur (bijlage bij de begroting). Rol Presterend 2.1.5.1 Realisatie aanleg en verbetering van provinciale infrastructuur Wat gaat de provincie doen? De provincie wil door het aanleggen van nieuwe infrastructuur en het verbeteren van bestaande infrastructuur het provinciale deel van het mobiliteitssysteem in Zuid-Holland verbeteren zodat Zuid-Holland voor iedereen bereikbaar is en blijft op een duurzame en veilige manier. Deze projecten worden conform geldende wet- en regelgeving gerealiseerd. De infrastructuurprojecten zijn terug te vinden in het jaarlijkse Programma Zuid-Hollandse infrastructuur (bijlage bij de begroting). Rol Presterend Beleidsdoel 2-2 Goed functionerende provinciale infrastructuur 2-2 Goed functionerende provinciale infrastructuur Een goed functionerende, provinciale infrastructuur zorgt ervoor dat iedereen veilig, duurzaam, snel en op een makkelijke manier van huis naar werk, opleiding of vrijetijdsbesteding kan reizen. De provincie heeft de wettelijke plicht provinciale fietspaden, bermen, wegen, vaarwegen, bruggen en sluizen te beheren en te onderhouden. Met de bediencentrales en de Incident Coördinatie (IC)-desk zorgt de provincie voor een vlotte afwikkeling van het verkeer. Bij calamiteiten en incidenten zorgt de provincie voor een veilige werksituatie voor de hulpdiensten en beperkt de provincie hinder voor de (vaar-)weggebruikers. De provinciale infrastructuur moet beschikbaar en veilig te gebruiken zijn. Daarvoor moet de infrastructuur in goede staat zijn en duurzaam onderhouden worden. De provincie heeft als doel het onderhoud doeltreffend en doelmatig uit te voeren. Dit doet zij met zo min mogelijk overlast voor de weggebruiker en de omgeving. De provincie verzorgt het bedienen van bruggen en sluizen, toezicht en handhaving op de weg en het water, en incidentmanagement. Hiermee zorgt ze voor een vlotte en veilige afwikkeling van het verkeer. Maatregelen van 2-2 Goed functionerende provinciale infrastructuur 2.2.1.1 Realiseren duurzaamheidsambitie via assetmanagement provinciale infrastructuur Wat gaat de provincie doen? De provincie wil waar mogelijk duurzaamheidsambities helpen te realiseren via het beheer en onderhoud van infrastructuur. De afweging van duurzame alternatieven vormt een integraal onderdeel van assetmanagement. Rol Presterend Uitwerking De provincie weegt duurzame opties af bij opdrachten en contracten. Door stapsgewijs steeds hogere eisen te stellen, wordt het voor de markt mogelijk hier kosteneffectief op te anticiperen. Met het integreren van duurzaamheid in het assetmanagement zorgt de provincie ervoor dat het assetmanagement in 2050, of zo veel eerder als haalbaar, de volgende doelen behaald: 1. CO2 neutraal; 2. bijna volledig circulair; 3. nauwelijks gebruik makend van primaire grondstoffen; 4. energie neutraal; 5. Leefgebied en ecologische verbindingen biedend aan lokale flora en fauna rond (vaar)wegen; 6. Klimaatbestendig. Dit is verder uitgewerkt in het tactisch kader duurzame infrastructuur. Hierin wordt aangegeven hoe de verschillende doelen worden uitgerold. 2.2.1.2 Uitvoeren assetmanagement op onderhoudsniveau 'Sober en Doelmatig' Wat gaat de provincie doen? De provincie wil het onderhoud van infrastructuur uitvoeren op het onderhoudsniveau ‘Sober en Doelmatig’. Door middel van assetmanagement wordt bepaald waar en wanneer onderhoud nodig is. Rol Presterend Uitwerking Het assetmanagementsysteem is gebaseerd op de internationale assetmanagementstandaard NEN-ISO 55001 en de basis voor het beheer en onderhoud, bediening, en vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). De provincie voert haar assetmanagement uit op het onderhoudsniveau ‘sober en doelmatig’ en met oog op de duurzaamheidsdoelen (zie maatregel realiseren duurzaamheidsambitie via assetmanagement provinciale infrastructuur). Dit betekent dat er gekeken wordt naar een optimale balans tussen prestaties, risico’s en kosten. Deze balans betekent in praktijk het op het juiste moment programmeren van onderhoudswerkzaamheden. In de tijd neemt het kwaliteitsniveau van de provinciale infrastructuur langzaam af (zie afbeelding, dalende rode pijl). Deze afname van het kwaliteitsniveau wordt via het dagelijks beheer en onderhoud (DBO) zo veel mogelijk beheerst (afremming daling rode lijn). Binnen het dagelijks beheer en onderhoud worden ook de incidenten, storingen en calamiteiten verholpen en wordt er voor handhaving gezorgd. Vóór het moment dat het kwaliteitsniveau onder het wettelijk aansprakelijkheidsniveau komt, vindt het volgende planmatig onderhoud plaats (paarse pijl). Het planmatig onderhoud (PO) aan de provinciale infrastructuur wordt uitgevoerd op een conditie-gestuurde, integrale en trajectgerichte manier. Zo blijft de infrastructuur optimaal functioneren tegen de laagste kosten, met overwogen, aanvaardbare risico’s en minimale hinder voor de gebruiker. Deze cyclus herhaalt zich, tot het areaal het einde van de technische of functionele levensduur heeft bereikt, waarna volledige vervanging plaatsvindt. De planning wordt regionaal afgestemd, zodat de hinder voor de omgeving beperkt blijft. Bruggen en sluizen worden bediend vanuit centrale bedieningslocaties. De provincie verzorgt ook voor een aantal andere beheerders (zoals gemeenten, Rijkswaterstaat, ProRail) de bediening op afstand en het technisch beheer van bruggen over cruciale vaar- en wegroutes. De Incidentcoördinatiedesk (IC-desk) coördineert de afwikkeling van calamiteiten en incidenten op het areaal. Zij stuurt hiervoor medewerkers van de buitendienst aan. Deze medewerkers sturen ter plaatse de maatregelen aan die noodzakelijk zijn voor het veilig kunnen gebruiken van de infrastructuur en het wegnemen van de oorzaak van de stremming. Met het juridisch beheer worden vergunningen en schadeafhandelingen georganiseerd. Beleidsdoel 3-1 Energietransitie 3-1 Energietransitie De provincie wil het gebruik van fossiele energiebronnen afbouwen en wil toe naar een klimaatneutrale energievoorziening. Het doel is om uiterlijk in 2050 de CO2-uitstoot volledig te verminderen ten opzichte van 1990, met een tussendoel van 55% vermindering in 2030. Zuid-Holland stelde in samenwerking met de 7 RES’en (Regionale Energiestrategieën) het doel in 2030 6,3 tot 6,8 TWh zon- en windenergie op te wekken. De provincie wil een eerlijke energietransitie bereiken, waarbij verduurzaming ook haalbaar is voor achtergestelde en kwetsbare doelgroepen. Ook zet de provincie in op meer economische voordelen en meer zeggenschap voor inwoners. Dit doet zij door bij ieder (grootschalige) zon- en windproject te kiezen voor minimaal 50% lokaal eigendom. De provincie wil het gebruik van aardgas versneld verminderen. Dit kan door energiebesparing en door warmtebronnen binnen de provincie te benutten. Zo kunnen de glastuinbouw in 2040, en de gebouwde omgeving en industrie in 2050, klimaatneutraal zijn. De provincie heeft volgens de nationale doelstelling tot doel om in 2030 50% minder primaire grondstoffen te gebruiken, en in 2050 een volledig circulaire economie te hebben. Daarbij helpt zij de Zuid-Hollandse industrie met het behalen van het NOx-uitstootverminderingsdoel: voor deze sector staat dit op 38% in 2030 ten opzichte van 2019. Om de energietransitie mogelijk te maken dient de provincie de energiesystemen (elektriciteits-, waterstof- en warmtenetten) slim en efficiënt in te richten. Zo is energie tijdig beschikbaar voor iedereen. De ontwikkeling en de ruimtelijke inpassing van het energiesysteem zijn een uitdaging in Zuid-Holland. Dit komt door de beperkte ruimt en door overbelasting van het stroomnet. De provincie werkt aan een toekomstbeeld voor het energiesysteem, onder andere gericht op het voorkomen van overbelasting van het net. Hierbij spelen plannen voor energie een belangrijke rol; het doel is om ruimtelijke en energievraagstukken gelijktijdig mee te nemen. Zo ontstaat een samenhangende aanpak voor de omvangrijke energieopgave. Dit zal de druk op het stroomnet verminderen. Maatregelen van 3-1 Energietransitie 3.1.1.1 Realiseren van windenergie Wat gaat de provincie doen? Mede door de omvang en invloed op de ruimtelijke kwaliteit en het landschap van grote windturbines is het van belang een zorgvuldige en bovenregionale afweging op provinciaal niveau te maken over de locatiekeuze. De provincie wil grote turbines geconcentreerd plaatsen in daarvoor geschikte gebieden en versnippering over de hele provincie voorkomen. Rol Samenwerkend Uitwerking Uitgangspunten windturbines naar ashoogte Grote windturbines (ashoogte is hoger dan 45 meter) Geconcentreerd plaatsen en voorkomen van versnippering Langs grootschalige infrastructuur (snelwegen, rivieren) Bij grootschalige bedrijvigheid (energievragers) Grootschalige scheidslijnen tussen land en water en grote landschappelijke structuren (daar waar het waait) Voorkeur voor enkelvoudige lijnopstellingen en clusters, in samenhang met en evenwijdig aan de betreffende infrastructuur en scheidslijnen Windturbines met een ashoogte tot 45 meter Binnen bestaand stads- en dorpsgebied Glastuinbouwgebied passend bij de lokale situatie Bedrijventerreinen Dit is ter beoordeling aan de gemeente. De provincie kan wel een zienswijze indienen, indien te weinig rekening is gehouden met het omringende landschap en de cultuurhistorische, ecologische en recreatieve kwaliteiten. Windturbines tot 15 meter ashoogte Kunnen overal, mits rekening gehouden met het omringende landschap en de cultuurhistorische, ecologische en recreatieve kwaliteiten. Dit is ter beoordeling aan de gemeente. De provincie kan wel een zienswijze indienen, indien te weinig rekening is gehouden met het omringende landschap en de cultuurhistorische, ecologische en recreatieve kwaliteiten. De aangewezen locaties zijn vastgelegd in de Omgevingsverordening. De locaties zijn het resultaat van een afweging tussen eisen vanuit windenergie en voorwaarden vanuit landschap en ruimtelijke kwaliteit. Mochten die om technische of andere redenen niet haalbaar zijn, dan moet het opnemen van nieuwe locaties worden overwogen. Daarvoor is dan aanpassing van de verordening nodig. Sloop en circulair Een omgevingsplan dat plaatsing van windturbines en andere bouwwerken gericht op de opwekking van energie uit wind mogelijk maakt, verantwoordt in de toelichting de wijze waarop is verzekerd dat de windturbines na afloop van het daadwerkelijke gebruik worden gesloopt. De provincie wil een volledige circulaire economie in Zuid-Holland bereiken in 2050 met als tussendoel 50% reductie van (primaire) materialen in 2030. Dit geldt ook voor de energietransitie. De economische kracht van Zuid-Holland is afhankelijk van enorme hoeveelheden grondstoffen en energie. Steeds meer van die grondstoffen worden schaars en beginnen zelfs op te raken. Tegelijkertijd is er veel verspilling, waardoor we onnodig waarde verloren laten gaan. Ook veroorzaakt de economie – met afval als eindproduct – schade aan het klimaat, de biodiversiteit, het milieu en onze gezondheid. Om concurrerend en toekomstbestending te blijven als provincie is het inspelen op de transitie naar een circulaire economie van belang voor de economie en het milieu van de provincie Zuid-Holland. Te onderzoeken effecten Bij de plaatsing van windturbines dienen op projectniveau effecten ten aanzien van o.m. cumulatieve effecten natuur, flora en fauna, bescherming van waardevol cultureel erfgoed, geluid, externe veiligheid, radar, slagschaduw, lichtschittering, vaarwegen en waterstaatswerken, landschappelijke inpassing, netinfrastructuur, watertoets en archeologie te worden onderzocht. Het voorgaande dient in een MER en/of een ruimtelijke onderbouwing te worden vastgelegd. De MER verplichting geld alleen voor grote windturbineparken. Beleidsuitwerking De provincie maakt de realisatie van het Klimaatakkoord ruimtelijk mogelijk in een aantal specifieke gebieden die opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Actuele informatie over de realisatie (aantal MW en gerealiseerde locaties) is terug te vinden in de jaarlijkse voortgangsrapportage ‘Meterstand’. 3.1.1.2 Realiseren van Zonne-energie Wat gaat de provincie doen? De provincie wil de energietransitie realiseren door het opwekken van zonne-energie te ondersteunen met behoud en bescherming van het landschap en de onbebouwde ruimte in Zuid-Holland. Daarom kijkt de provincie vooral naar de mogelijkheden om zonne-energie op te wekken binnen bestaand stads- en dorpsgebied, bij voorkeur op het dak. Door de inzet van diverse maatregelen waaronder een subsidieregeling, een handreiking en enkele onderzoeken, wil de provincie de realisatie van zonne-energie stimuleren. Rol Presterend Uitwerking Stimuleren Zonne-energie op daken Zuid-Holland heeft veel daken die kunnen worden benut voor het opwekken van zonne-energie. Met het Aanvalsplan ‘Zon op Dak’ stimuleert de provincie dat op zoveel mogelijk hiervoor geschikte daken zonnepanelen worden geplaatst. Dit doet de provincie door: aanmoedigen zon op dak en dubbel ruimtegebruik, conform provinciale uitwerking van de zonneladder; energiecoöperaties en eigenaren van daken bij elkaar te brengen; het bieden van ondersteuning en advies bij het aanvragen van subsidies; de ontwikkeling van kennis over bijvoorbeeld nieuwe financieringsmogelijkheden. Met de subsidieregeling ‘Zonnig Zuid-Holland’ stimuleert de provincie de toepassing van zonnepanelen op met name grote daken. Deze subsidieregeling draagt bij aan: het onderbrengen van daken bij energiecoöperaties; de kosten die nodig zijn om zonnepanelen op moeilijkere (maar wel geschikte) plaatsen te installeren; zon op waterbassins, indien er eerst een constructie gebouwd moet worden; zon op parkeerterreinen, indien er eerst een constructie gebouwd moet worden. Handreiking ruimtelijke kwaliteit zonne-energie-actualiseren Toch zijn er ook initiatieven om zonnevelden buiten bestaand stads- en dorpsgebied (BSD) aan te leggen. Om handvaten te bieden voor het ontwikkelen van zonnevelden met een meerwaarde voor de omgeving heeft de provincie een Handreiking ‘ruimtelijke kwaliteit zonne-energie Zuid-Holland’ ontwikkeld. De handreiking is voor ontwikkelaars en gemeenten en bevat een toelichting op het beleid, een stappenplan, praktische informatie en voorbeelden voor het uitwerken van zonnevelden. Een goed ontworpen en beheerd zonneveld kan bijdragen aan de verbetering van de biodiversiteit ter plaatse. Daartoe zal de provincie ook de handreiking ruimtelijke kwaliteit zonne-energie uitbreiden met voorbeelden en suggesties voor inrichting en beheer gericht op het bevorderen van de biodiversiteit. Onderzoeken Onderzoek ruimtelijke impact zonthermie - De provincie start een onderzoek om inzichtelijk te maken of en welke voorwaarden van toepassing zijn bij de realisatie van een zonthermie-veld. Het onderzoek moet leiden tot aanbevelingen voor de ruimtelijke inpassing van zonthermie. Op basis hiervan kan, indien nodig, het omgevingsbeleid worden aangepast en de handreiking ruimtelijke kwaliteit zonne-energie worden aangevuld. Dit als handvat bij het uitwerken en beoordelen van initiatieven voor zonthermie velden en installaties. Onderzoek zonnepanelen als teelt ondersteunende voorziening of meervoudig ruimtegebruik in de vorm van agri-PV. Het gaat hierbij om een permanente voorziening. De provincie vindt dit een interessante ontwikkeling en start een onderzoek om inzichtelijk te maken of en onder welke voorwaarde zonnepanelen kunnen worden ingezet als teelt ondersteunende voorziening of agri-PV. Daarbij wordt onderzocht: de verschijningsvorm, het mogelijke toepassingsgebied, eventuele randvoorwaarden voor de toepassing en aanbevelingen voor de landschappelijke inpassing. Op basis van de resultaten van het onderzoek kan, indien nodig, een voorstel worden gedaan voor aanpassing van het omgevingsbeleid en de handreiking ruimtelijke kwaliteit zonne-energie. Hangende dit onderzoek worden initiatieven voor zonnepanelen als teelt ondersteunende voorziening beoordeeld op basis van het ruimtelijke kwaliteitsbeleid en landschappelijke inpassing. Nadere uitwerking ruimtelijke uitgangspunten zonne-energie De ruimtelijke uitganspunten die de provincie hanteert voor realisatie van zonne-energie volgen de provinciale zonneladder en zijn te vinden in de toelichting op de verordening. 3.1.1.3 Ruimte en landschap in de energietransitie/RES Wat gaat de provincie doen? De provincie wil de energietransitie beter verbinden aan andere ruimtelijke opgaves, waarmee energie een vanzelfsprekend onderdeel in het Zuid-Hollandse landschap wordt. Dit vraagt om inspirerende en innoverende voorbeelden, kennisontwikkeling op het gebied van inpassing van energie in Zuid-Holland en samenwerking met partners om tot de best mogelijke oplossingen te komen. Rol Samenwerkend Uitwerking In de RES’en zijn zoekgebieden voor wind en/of zon opgenomen. Ruimte en landschap vervullen in de verdere beleidsontwikkeling van provincie en gemeenten en de stap naar uitwerking en realisatie van het RES-bod een grotere rol. Niet alleen binnen de RES, maar ook tussen en boven de schaal van de RES’en. Bij de onderdelen zon en wind zijn verkenningen op het gebied van ruimte en energie opgenomen. Daarnaast is het nodig om verder vooruit te kijken. Waarbij rekening wordt gehouden met een andere of grotere opgave, waarbij ook het energiesysteem een belangrijke rol speelt. Een belangrijke vraag is ook hoe energie aan allerlei andere opgaven in de provincie kan worden verbonden. Het verbinden van energie met provinciale opgaven gebeurt in samenwerking met de partners. In het programma “energie en landschap in de energietransitie” wordt, in samenwerking met partners, kennis ontwikkeld, verdiept en gedeeld. In dit programma komen de volgende onderdelen; Ontwerpend onderzoek naar ruimte en het toekomstig energiesysteem
(2050)Lerende netwerk in de vorm van ontwerpateliers Ruimtelijke verkenningen naar verschillende onderdelen uit het energiesysteem Relatie met kunst en cultuur 3.1.1.4 Samenwerken aan regionale energiestrategieën Wat gaat de provincie doen? De provincie werkt in zeven energieregio’s samen met gemeenten, waterschappen en stakeholders (RES-partners) aan de uitwerking van Regionale Energie Strategieën (RES’en). In de regionale energiestrategieën (RES’en) is invulling gegeven aan de tussendoelstellingen uit het Klimaatakkoord voor 2030 en regionale energieakkoorden. De RES’en zijn met participatie en democratische besluitvorming tot stand gekomen. De focus van de RES ligt op de warmtetransitie van de gebouwde omgeving (van fossiele naar duurzame bronnen), grootschalige opwek van hernieuwbare elektriciteit (middels zon en wind) op land en de daarvoor benodigde infrastructuur. De RES’en dragen bij aan de nationale doelstelling van tenminste 35 TWh duurzame opwek van elektriciteit in
- De provincie en haar RES-partners hebben voor de RES'en een doelbereik van 6,4-6,8 TWh in
- Het wordt steeds duidelijk dat de energietransitie impact op de ruimte heeft. De energietransitie vraagt zelf ruimte voor duurzame opwek en infrastructuur, maar is ook bepalend voor de mogelijkheden voor ontwikkelingen in een gebied (wonen, werken, recreatie, landbouw). Daarbij krijgt energie steeds meer een netwerkrol, gelijk mobiliteit. Voor de energietransitie is veel ruimte nodig, zowel boven- als ondergronds. We stemmen vroegtijdig af met de Regionale Energiestrategieën om voldoende ruimte voor energie-infrastructuur beschikbaar te houden. Rol Samenwerkend Uitwerking Samenwerking vindt plaats in zeven energieregio’s: Rotterdam-Den Haag Drechtsteden Alblasserwaard Midden-Holland Hoeksche Waard Goeree-Overflakkee Holland Rijnland In de RES’en staan de doelen, strategie, zoekgebieden, plannen en keuzes voor de energietransitie in de betreffende energieregio. Net als andere partners brengt de provincie daarbij haar eigen focus en prioriteiten in. Als provincie verbinden we de RES’en en kijken naar bovenregionale aspecten zoals impact op het landschap, beschikbaarheid van energiebronnen, energie-infrastructuur, vraag en aanbod en energiemarkt. De provincie heeft kennis over bovenregionale aspecten en kan de energieregio’s op dit punt adviseren. De provincie bevordert een langjarige samenwerking in Zuid-Holland tussen de partners in energieregio’s, faciliteert de ontwikkeling van een lerend netwerk en legt de verbinding met andere programma’s en kennisnetwerken. De provincie werkt binnen de RES’en actief samen met de andere RES-partners (gemeenten, waterschappen en netbeheerders) om de doelstellingen te realiseren en oplossingen te vinden als knelpunten en uitdagingen zich voordoen. De provincie overlegt met de netbeheerders en andere RES-partners om oplossingen te vinden voor knelpunten aan zowel de vraag- als aanbodkant. De provincie vervult binnen de RES-samenwerking verschillende rollen: Ondersteunen en faciliteren van gemeenten (bijv. met kennis en expertise, ondersteuning bij opzetten en uitvoeren van regionale planMER, inhoudelijke inbreng voor regionaal programma zon op veld en ontwerpend onderzoek). Stimuleren en aansporen van gemeenten (bijv. door onderzoek en overleg). Het coördineren en regisseren (bijv. coördinatie Warmtelinq). Bij warmte geeft de provincie vanuit zijn verbindende rol extra aandacht aan de onderlinge samenhang van processen en projecten, de impact op het integrale energiesysteem en de ruimte, en op het versnellen en realiseren van een toekomstbestendige en klimaatneutrale warmtevoorziening. 3.1.1.5 Uitwerken RES-zoekgebieden zon en wind Wat gaat de provincie doen? In een aantal RES-regio’s zijn zoekgebieden voor wind en/of zon opgenomen. De aard, omvang en mate van uitwerking van deze zoekgebieden verschilt per RES-regio. Waarbij de inzet is dat er een integrale afweging en uitwerking plaatsvindt, en rekening wordt gehouden met andere opgaven en ruimtelijke ontwikkelingen. Rol Presterend Uitwerking Uit de planMER bij deze herziening is gebleken dat, met de beperkingen die volgen uit de planMER, het mogelijk lijkt om de opgetelde doelstellingen voor energieopwekking vanuit de RES’en binnen Zuid-Holland in te kunnen vullen. In dit proces worden de zoekgebieden uit de RES1.0 verder uitgewerkt en afgewogen. De provincie blijft daarbij als partner in de RES betrokken. In aanvulling op de locaties zoals die zijn opgenomen in de provinciale uitwerking van de zonneladder, is in de zoekgebieden meer ruimte voor als de zoekgebieden verder zijn uitgewerkt en daar regionaal over is afgestemd met de betrokken RES-partners. Bij de totstandkoming van de RES’en is bij de keuze van de zoekgebieden niet in alle gevallen sprake geweest van een integrale afweging met andere opgaven en ruimtelijke claims. De verdere uitwerking van de zoekgebieden kan dan ook leiden tot nieuwe inzichten waarbij (delen van) zoekgebieden niet geschikt blijken voor wind en/of zon en nieuwe zoekgebieden mogelijk in beeld komen. Beleid zon Het beleid voor zonne-energie bestaat naast een beleidskeuze Duurzame opwek elektriciteit uit regels in de omgevingsverordening. Daarnaast is het ruimtelijke kwaliteitsinstrumentarium van belang met onder andere een richtpunt voor zon bij de kwaliteitskaart, de beschermingscategorieën ruimtelijke kwaliteit en de handreiking ruimtelijke kwaliteit zonne-energie. Beleid wind Het beleid voor windenergie bestaat naast een beleidskeuze Duurzame opwek elektriciteit uit regels in de omgevingsverordening. Bij een verkenning naar nieuwe locaties voor wind is de provinciale omgevingsvisie leidend. De ruimtelijke uitgangspunten zijn daarbij dat windenergie passend is langs grootschalige infrastructuur (op snelwegen), op grote bedrijventerreinen, of op de grote scheidslijnen tussen land en water. Windturbines plaatsen we ‘daar waar het waait’ (denk aan kustgebieden), ‘daar waar energie gevraagd wordt’ (denk aan industrie) en ‘daar waar ze aan kunnen sluiten bij grote landschappelijke structuren’ (grootschalige overgangen land-water, grote lijnvormige (infra)structuren (havengebied)). Definitie zoeklocaties- en zoekgebieden Zoeklocatie: gaat om een concrete plek voor de realisatie van wind (en/of zon). Voor deze zoeklocaties is een nadere uitwerking, verbeelding en onderzoek naar effecten op bijvoorbeeld natuur, radar, andere opgaven aan de orde. De uitkomsten van deze uitwerking kan leiden tot opname van deze locaties op de kaart in de Omgevingsverordening. Zoekgebieden: zijn plekken/zones/grotere gebieden waar een nadere uitwerking, verfijning en afweging nodig is over de realisatie van duurzame opwek. Het kan gaan om zon en/of wind. Uitwerking De provincie zet bij de uitwerking van de zoekgebieden op het volgende in: Maken van afspraken over proces, scope, product Kaders Ad 1 Proces, scope, product Bij de uitwerking van de RES 1.0 maken de partners in de RES-regio’s afspraken over het te doorlopen proces, de scope en het op te leveren product. Bij het maken van deze afspraken vindt de provincie de volgende aspecten van belang: a. Integraliteit b. Prioritering c. Ontwerpend onderzoek d. Product. e. Participatie Ad a. Integraliteit: In het kader van de uitwerking van de zoekgebieden vindt ook een integrale afweging plaats met andere (ruimtelijke) opgaven, bijvoorbeeld op het gebied van woningbouw, mobiliteit, recreatie, klimaat, biodiversiteit, landbouw. Dit om te voorkomen dat later in het proces, bij de vertaling naar het omgevingsbeleid van de betrokken overheden, aan het licht komt dat de voorstellen niet uitgevoerd kunnen worden. Ad b. Prioritering: Start met de uitwerking van die zoekgebieden waar er nog voldoende ruimte op het netwerk is en die als kansrijk uit de planMER komen. Ad c. Ontwerpend onderzoek: Zet het instrument van ontwerpend onderzoek in bij het verder uitwerken van de zoekgebieden Ad d. Product: Bestaat uit:
- Beschrijving van de andere (ruimtelijke) opgaven en relevante meekoppelkansen per zoekgebied.
- Visualisaties van de wijze waarop deze meekoppelkansen kunnen worden benut.
- Globaal kaart beeld van het beoogde ‘eindplaatje’ in het zoekgebied of de ligging van een concrete locatie (als dat het resultaat is van de uitwerking van het zoekgebied)
- (Suggesties voor) te nemen inrichtings- en beheersmaatregelen op het gebied van landschappelijke inpassing en de bevordering van de biodiversiteit.
- Afspraken over hoeveelheid ha zonneveld/ aantal windturbines dat gebouwd kan worden in het zoekgebied en de mogelijke locaties daarvan binnen het zoekgebied. (kan bv zijn: alleen achter op de percelen of: direct aansluitend aan de dorpsrand of: tussen elk zonneveld moet minimaal x percelen zitten enz.).
- Afspraken over hoe procesmatig wordt omgegaan met initiatieven binnen het zoekgebied zodat deze inderdaad op de beoogde plekken landen en op de juiste wijze worden uitgewerkt.
- Inschatting van de beoogde bijdrage aan de geformuleerde ambitie in de RES.
- Beschrijving van de eventueel benodigde aanpassing in de netinfrastructuur.
- Planning van de realisatie en het beheer.
- Beschrijving hoe wordt omgegaan met de installaties na beëindiging van de vergunning hoe de ontmanteling van de opweklocatie wordt vastgelegd.
- Beschrijving van de benodigde participatie (proces en financieel) op projectniveau bij de realisatie van concrete initiatieven. Ad e. Participatie Voorafgaand aan het uitwerken van de zoekgebieden en zoeklocaties stemt de provincie graag met de RES-partners en/of de initiatiefnemers van een project een participatieplan af, waarin de 4D’s zijn opgenomen. Ten behoeve van de besluitvorming komt er een terugkoppeling van het participatieproces en in hoeverre we erin zijn geslaagd de gestelde doelen te bereiken. Hieronder staan de 4D’s nader uitgewerkt. Doelen In het participatieplan wordt vooraf beschreven welke doelen wordt nagestreefd en wat dat betekent voor de organisatie van participatie-momenten. zorg voor onderbouwde doelstellingen, maak daarbij onderscheid tussen procesdoelen, inhoudelijke doelen en resultaatdoelen; maak je doelen expliciet en waar mogelijk zo goed mogelijk kwalitatief of kwantitatief meetbaar om het hiermee goed bij te kunnen sturen tijdens het proces; doelen kunnen dynamisch zijn; benoem momenten waarop je deze evalueert en indien nodig aanpast. Dialoog Het gesprek is met een open houding aangegaan, waarbij ruimte is voor zowel argumenten als emoties. het gesprek wordt gevoerd via een platform dat voor een brede doelgroep beschikbaar is. Het voeren van een constructief gesprek wordt gefaciliteerd door een gespreksleider die kundig, sociaal sterk en onafhankelijk is t.a.v. de uitkomst van het besluitvormingsproces; zorg dat deelnemers voldoende ruimte krijgen om zowel voor en tegen argumenten naar voren te kunnen brengen, en ook met elkaar in gesprek te kunnen gaan; in het gesprek wordt niet alleen gekeken naar standpunten, maar ook de onderliggende argumenten, waarden, emoties. Elke standpunt is op zichzelf waardevol, maar het is ook belangrijk om te begrijpen waarom iemand een bepaald standpunt heeft, wat als katalysator kan dienen om het gesprek verder te brengen. Diversiteit Een zo breed mogelijke groep mensen en belangen wordt vertegenwoordigd in het participatieproces. definieer vooraf welke doelgroepen idealiter meedoen aan het participatieproces. Hanteer hierbij niet alleen demografische kenmerken (leeftijd, geslacht, opleidingsniveau, etc.) als criterium, maar ook andere gegevens zoals woningeigenaar-huurder of het geografische gebied waarbinnen je actief betrokkenen benadert; geef in je participatieplan aan welke inspannings- of resultaatverplichting je verbindt aan het bereiken van de verschillende doelgroepen. Ga aan de hand hiervan gedurende het proces na wat het resultaat is: zijn ook traditioneel ondervertegenwoordigde groepen voldoende aan het woord gekomen? Zijn een verscheidenheid aan belangen naar voren gekomen?; breng in kaart welke inhoudelijke, verschillende perspectieven/belangen naar voren zijn gekomen in de gesprekken en hoe deze zich verhouden tot het algemeen belang. Doorwerking Aan het begin van het participatieproces wordt duidelijk gemaakt aan burgers wat de ruimte is voor invloed. Achteraf wordt gecommuniceerd wat voor invloed de inbreng in het participatieproces al dan niet heeft gehad op het besluit. van te voren worden duidelijke kaders gesteld voor de reikwijdte van invloed van burgers op besluitvorming. Zorg dat er een goede afstemming is met de (gemeente)raad over de mate van invloed van het publiek; bij elke fase van het participatieproces wordt duidelijk gemaakt aan de deelnemers wat de reikwijdte is van invloed en in hoeverre invloed (nog) kan worden verwerkt in het besluit. - Het wordt inzichtelijk gemaakt welke resultaten zijn meegenomen uit de verschillende participatie-activiteiten en in hoeverre deze hebben geleid tot aanpassingen; in de besluitvorming wordt meegewogen in hoeverre de verschillende doelen uit het participatieplan zijn gerealiseerd. Deze uitgangspunten zijn gebaseerd op een onderzoek dat is uitgevoerd door een onderzoeksteam van de Rijksuniversiteit Groningen in opdracht van de provincie. Hierin zijn Zuid-Hollandse gemeenten, RES-regio’s en leden van Provinciale Staten betrokken. In dit onderzoek worden de uitgangspunten uitgebreider beschreven en worden werkmethoden aangereikt om deze ook in praktijk te brengen. Ad 2: Kaders Voor de uitwerking van de zoekgebieden zijn voor de provincie de volgende kaders van belang: Het provinciale omgevingsbeleid is van toepassing bij de uitwerking van de zoekgebieden zon en wind. Dit betekent onder andere dat daar waar de zoekgebieden overlappen met de beschermingscategorieën ruimtelijke kwaliteit de regels voor deze gebieden uit de omgevingsverordening van toepassing zijn. Dit betekent dat in deze (delen van) de zoekgebieden slechts onder voorwaarden ontwikkelingen voor de opwek van duurzame energie mogelijk zijn rekening houdend met, en bijdragend aan de beschermde waarde in die gebieden (natuur, kroonjuwelen cultuurhistorie, beschermde graslanden bollenstreek, belangrijke weidevogelgebieden, recreatiegebieden, groene buffergebieden). Praktisch gezien zijn zonnevelden in natuurnetwerk Nederland, de graslanden in de bollenstreek en in belangrijke weidevogelgebieden dan nagenoeg uitgesloten. Voor wind hanteren we bij de uitwerking van de zoekgebieden aanvullend daarop de provinciale visie op wind: De ruimtelijke uitgangspunten zijn daarbij dat windenergie passend is langs grootschalige infrastructuur (snelwegen), op grote bedrijventerreinen of op de grote scheidslijnen tussen land en water; de randen van de Zuid-Hollandse eilanden. Windturbines plaatsen we ‘daar waar het waait’ (denk aan kustgebieden), ‘daar waar energie gevraagd wordt’ (denk aan industrie) en ‘daar waar ze aan kunnen sluiten bij grote landschappelijke structuren’ (grootschalige overgangen land-water, grote lijnvormige (infra)structuren (havengebied)). De voorkeur wordt gegeven aan enkelvoudige lijnopstellingen en clusters, in samenhang met en evenwijdig aan de betreffende infrastructuur en scheidslijnen. Bestaande opstellingen van moderne, grote turbines kunnen ter plaatse vervangen en opgeschaald worden. Bij de plaatsing van windturbines dienen op projectniveau effecten ten aanzien van onder meer natuur, flora en fauna, bescherming van waardevol cultureel erfgoed, geluid, externe veiligheid, radar, slagschaduw, lichtschittering, vaarwegen en waterstaatswerken, landschappelijke inpassing, beleving, netinfrastructuur, watertoets en archeologie te worden onderzocht. Het voorgaande dient in een MER en/of een ruimtelijke onderbouwing te worden vastgelegd. Voor zon: In aanvulling op de locaties zoals die zijn opgenomen in de provinciale uitwerking van de zonneladder kan het zijn dat in de zoekgebieden die door Provinciale Staten zijn vastgesteld, meer mogelijkheden komen voor zonnevelden. Randvoorwaarde is dan wel dat een integrale nadere verkenning en uitwerking van deze zoekgebieden is uitgevoerd waarbij onder andere opgaven rond de landbouw vanwege bijvoorbeeld bodemdaling, waterkwaliteit, stikstof en biodiversiteit, maar ook mogelijk andere ruimtelijke opgaven die spelen in het gebied, mee worden genomen. Het leveren van een bijdrage aan het bevorderen van de biodiversiteit en het realiseren van een goede landschappelijke inpassing vormen de basis bij elk te realiseren zonneveld. De bovenregionale samenhang en de samenhang tussen de zoekgebieden wordt meegenomen bij de uitwerking van de zoekgebieden. In het kader van de herziening van de module energie is een planMER uitgevoerd. Aandachtspunten per zoekgebied uit deze planMER worden meegenomen bij de uitwerking van de zoekgebieden. Energie infrastructuur: bij de uitwerking wordt gekeken of er voldoende ruimte op het netwerk beschikbaar of tijdig realiseerbaar is. Benodigde ruimte voor aanvullende of nieuwe infrastructuur (leidingen, opslag, transformatiestations etc.) wordt meegenomen bij de uitwerking van de zoekgebieden. Proces Zon In de door Provinciale Staten vastgestelde zoekgebieden voor zon uit de Regionale Energiestrategieën kan het zijn dat aanvullend op de locaties zoals die zijn opgenomen in de provinciale uitwerking van de zonneladder, meer mogelijkheden komen voor zonnevelden als de zoekgebieden verder zijn uitgewerkt en daar (boven)regionaal over is afgestemd met de betrokken RES-partners. Naast deze locaties zijn er buiten de zoekgebieden voor zon onder voorwaarden zonnevelden mogelijk op locaties die vallen binnen de provinciale uitwerking van de zonneladder. Buiten de zoekgebieden is ontheffing op deze provinciale uitwerking van de zonneladder uitsluitend mogelijk als het gaat om een ruimtelijk aanvaardbaar lokaal initiatief dat tot stand is gekomen na een zorgvuldig doorlopen participatieproces Wind Indien de zoekgebieden in het vervolgproces van de RES wordt gecontinueerd of concreet worden uitgewerkt is een mogelijke volgende stap deze te verwerken in de regels en kaarten (kaart 16 wind) in de Omgevingsverordening. Conform de besluitvorming in Provinciale Staten ondersteunt de provincie in deze fase de uitwerking van zoekgebieden voor wind in het Groene Hart niet. Deze maatregel heeft betrekking op de zoekgebieden zoals deze zijn opgenomen in de door Provinciale Staten vastgestelde RES 1.
- 3.1.1.6 Verbinden van energietransitie aan andere ruimtelijke opgaves Wat gaat de provincie doen? De provincie wil de energietransitie beter verbinden aan andere ruimtelijke opgaves, waarmee energie een vanzelfsprekend onderdeel in het Zuid-Hollandse landschap wordt. Dit vraagt om inspirerende en innoverende voorbeelden, kennisontwikkeling op het gebied van inpassing van energie in Zuid-Holland en samenwerking met partners om tot de best mogelijke oplossingen te komen. Rol Samenwerkend Uitwerking In de RES-regio’s zijn zoekgebieden voor wind en/of zon opgenomen. Ruimte en landschap vervullen in de verdere beleidsontwikkeling van provincie en gemeenten en de stap naar RES2.0 een grotere rol. Niet alleen binnen de RES, maar ook tussen en boven de schaal van de RES’en. Bij de onderdelen zon en wind zijn verkenningen op het gebied van ruimte en energie opgenomen. Daarnaast is het nodig om verder vooruit te kijken. Waarbij rekening wordt gehouden met een andere of grotere opgave, waarbij ook het energiesysteem een belangrijke rol speelt. Een belangrijke vraag is ook hoe energie aan allerlei andere opgaven in de provincie kan worden verbonden. Het verbinden van energie met provinciale opgaven gebeurt in samenwerking met de partners. In het programma “energie en landschap in de energietransitie” wordt, in samenwerking met partners, kennis ontwikkeld, verdiept en gedeeld. In dit programma komen de volgende onderdelen; Ontwerpend onderzoek naar ruimte en het toekomstig energiesysteem
(2050)Lerende netwerk in de vorm van ontwerpateliers Ruimtelijke verkenningen naar verschillende onderdelen uit het energiesysteem Relatie met kunst en cultuur 3.1.2.1 Lokaal eigendom Wat gaat de provincie doen? De provincie hanteert minimaal 50% lokaal eigendom van (grootschalige) zon en windenergieprojecten als uitgangspunt en streeft naar 100%. Er wordt met gemeenten samengewerkt om dit doel te bereiken. Rol Samenwerkend Uitwerking De komende periode zal de provincie: landelijke ontwikkelingen volgen en een actieve rol spelen in kennisdeling met gemeenten; een beleidskader lokaal eigendom en participatie opstellen en (daarmee) gemeenten actief benaderen met het aanbod om te ondersteunen bij het opstellen van een beleidskader voor lokaal eigendom; energiecoöperaties ondersteunen bij het professionaliseren en financieel ondersteunen bij de voorbereidingsfase van energieprojecten middels het ontwikkelfonds voor energiecoöperaties; de Zuid-Hollandse koepel van energie-coöperaties Energie Samen Zuid-Holland blijven steunen zodat zij namens de burgercollectieven lokaal eigendom kunnen realiseren. de provincie zet zich actief in om iedereen te kunnen laten participeren in lokaal eigendom, door goede voorbeelden van inclusieve modellen voor duurzame opwekprojecten te delen met energiecoöperaties, gemeenten, lokale bedrijven en andere initiatiefnemers. 3.1.2.2 Stimuleren lokale initiatieven Wat gaat de provincie doen? De provincie wil dat financiële participatie in lokale energievoorzieningen ook ten goede komt aan het betreffende gebied en werkt aan een systeem daarvoor. Daarnaast zet de provincie zich in om ervoor te zorgen dat groepen die minder te besteden hebben ook de vruchten kunnen plukken van de energietransitie. Voor dat doel ondersteunt de provincie een aantal pilots en kennisnetwerken. Ook werkt de provincie samen met deze groepen, woningcorporaties en maatschappelijke organisaties aan projecten op het gebied van besparing en verduurzaming van hun huizen. Rol Samenwerkend Uitwerking De provincie stimuleert lokaal eigenaarschap van elektriciteitsvoorzieningen. Met de subsidieregeling ’lokale initiatieven‘ ondersteunt de provincie bewonersinitiatieven voor het zelf opwekken van energie. De provincie ondersteunt samenwerkingsverbanden en deelt de lessen hieruit. Met steun van de provincie organiseert het ‘lerend netwerk’ van lokale initiatieven kennisbijeenkomsten rondom concrete thema’s. De provincie zorgt ervoor dat de vragen, lessen en knelpunten uit het netwerk op de agenda komen van de energieregio’s en gemeenten. De provincie steunt de ontwikkelfaciliteit voor lokale energieprojecten. Deze faciliteit betreft een samenwerking van het ministerie van Binnenlandse Zaken, een aantal provincies en burgercoöperaties. Met behulp van de faciliteit worden risico’s over meerdere projecten verdeeld en krijgen lokale initiatieven de mogelijkheid om op professionele schaal energieprojecten te ontwikkelen. 3.1.3.1 Bevorderen duurzame verwarmingsvoorziening Wat gaat de provincie doen? De provincie draagt bij aan het betrouwbaar, betaalbaar, duurzaam en veilig beschikbaar stellen van warmte voor het stedelijk gebied. Daarvoor is een goede infrastructuur nodig zoals mogelijkheden voor opslag en transport van warmte, onder meer via regionale warmtetransportnetten met onafhankelijk netbeheer. De provincie stimuleert en faciliteert projecten waarbij restwarmte, geothermie en lokale bronnen optimaal benut worden voor de verschillende vormen van warmtevoorziening. De provincie werkt aan de optimalisatie van duurzame warmtebronnen in Zuid-Holland (restwarmte, geothermie, aquathermie en andere bronnen) en zet zich in voor de totstandkoming van een robuust, publiek beheerd warmtetransportsysteem voor Zuid-Holland. Daarnaast ondersteunt de provincie innovaties voor de optimalisatie voor duurzame warmte, zoals de ontwikkeling van slimme warmtenetwerken. Rol Presterend 3.1.4.1 Stimuleren van efficiency in de industrie Wat gaat de provincie doen? Zuid-Holland onderschrijft de nationale doelstellingen om de uitstoot van broeikasgassen te reduceren tot 49% in 2030 met als uiteindelijke doel om klimaatneutraal te zijn in
- En daarnaast onderschrijft de provincie de nationale doelen om in 2030 50% minder primaire grondstoffen te gebruiken en in 2050 volledig circulaire economie te realiseren. De Zuid-Hollandse industrie zal daartoe een transitie moeten doormaken naar een industrie die klimaatneutraal en circulair is. Een belangrijke stap in het verduurzamen van de industrie ligt in het treffen van efficiency maatregelen door bedrijven binnen hun bedrijfssysteem, Ook nuttige toepassing van reststromen (zoals warmte, stoom en CO2) binnen de industrie en in andere sectoren en efficiency op het gebied van water en grondstoffen, maar ook projecten inzake de opslag van CO2 (onder de Noordzee) helpt in het realiseren van de klimaatdoelen. Rol Rechtmatig Uitwerking De provincie speelt een belangrijke rol in het realiseren van energie efficiency en het nuttig en slimmer toepassen van reststromen in de industrie. Voor de uitvoering van door het Rijk wettelijk voorgeschreven energiebesparingsplicht heeft de provincie de rol van rechtmatige overheid. Wat betreft de bovenwettelijke stimulering van efficiency heeft de provincie de rol van mee- en samenwerkende overheid. Bedrijven zijn wettelijk verplicht energiebesparende maatregelen te treffen met een terugverdientijd tot vijf jaar. Provincies zijn voor een deel van de bedrijven bevoegd gezag. De Omgevingsdiensten voeren uit. Vanuit deze rol zet de provincie extra in op het toezicht op de meest energie relevante bedrijven en op de actualisatie van vergunningen waar een significante energiebesparing te verwachten is.
- De provincie beschikt over een aantal additionele (niet wettelijke) instrumenten die ingezet kunnen worden om bedrijven te stimuleren energie te besparen. Zo informeren omgevingsdiensten (op verzoek van de provincie) bedrijven proactief over besparingsmogelijkheden en draagt de provincie via subsidie bij aan verdiepende besparingsstudies bij bedrijven.
- Via de regeling energie infrastructuur op industrieterreinen helpt de provincie bij het oplossen van knelpunten in kleinschalige, lokale energie infrastructuur, bijvoorbeeld in het gebruik van restwarmte en waterstof. Ook kleinschalige projecten waarbij CO2 uit de industrie wordt geleverd aan de glastuinbouw, vallen binnen deze regeling.
- De provincie verkent de mogelijkheden om efficiency in de industrie te realiseren op het gebied van grond- en hulpstoffen (zoals water). 3.1.4.2 Vernieuwen van het energiesysteem van de industrie Wat gaat de provincie doen? Zuid-Holland onderschrijft de nationale doelstellingen om de uitstoot van broeikasgassen te reduceren tot 49% in 2030 met als uiteindelijke doel om klimaatneutraal te zijn in
- En daarnaast onderschrijft de provincie de nationale doelen om in 2030 50% minder primaire grondstoffen te gebruiken en in 2050 volledig circulaire economie te realiseren. De Zuid-Hollandse industrie zal daartoe een transitie moeten doormaken naar een industrie die klimaatneutraal en circulair is. Naast het stimuleren van efficiency zet de provincie ten behoeve van het verduurzamen van de industrie en het reduceren van de CO2 uitstoot in op veranderen van het energiesysteem door fossiele energiebronnen te vervangen door duurzame energiebronnen en -dragers, zoals duurzaam opgewekte elektriciteit en groene waterstof (aanvankelijk zal dit nog blauwe waterstof zijn, maar zodra de beschikbaarheid van groene elektriciteit toeneemt en de productiekosten van groene waterstof dalen, wordt de transitie naar ‘groen’ voorzien). In het kader van de waterstoftransitie zal mogelijk veel gebruik gemaakt gaan worden van waterstofdragers, zoals ammoniak. Het grootschalig gebruik van ammoniak (import, overslag, opslag, verwerken en transport) brengt veiligheids- en milieurisico’s met zich mee. De provincie staat voor een veilige en gezonde energietransitie. Rol Samenwerkend Uitwerking
- De provincie zet actief in op de ontwikkeling en de instandhouding van regionale netwerken die bijdragen aan een Klimaatneutrale en circulaire industrie. Dit gebeurt bijvoorbeeld door de inbreng van expertise en contacten en door te werken aan gezamenlijke producties (zoals verkennende studies en regionale plannen). Netwerken die specifiek gericht zijn op innovaties kunnen een beroep doen op de regeling voor Regionale Netwerken voor Innovatie in Zuid-Holland.
- Via het (subsidie)programma energie & klimaat kunnen ondernemers subsidie aanvragen voor het testen en demonstreren van nieuwe technologieën en het marktrijp maken van innovaties door gebruik te maken van de regionale field lab structuur.
- Voor het financieel ondersteunen van verduurzamingsprojecten wordt volop ingezet op het benutten van Europese fondsen. Hiervoor is in regionaal verband een gezamenlijk aanpak ontwikkeld, waarbij op basis van een continue pijplijn aan potentieel kansrijke initiatieven de ‘match’ wordt gezocht met bijpassende fondsen. De komende jaren gaat dat in ieder geval leiden tot een aantal openstellingen vanuit het Kansen voor West 3 programma en het Just Transition Fund.
- De realisatie van een Klimaatneutrale en circulaire industrie in Zuid-Holland zal mogelijk een extra ruimtevraag met zich mee brengen. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om ruimte voor transitieprojecten van industriële bedrijven en de aanleg van nieuwe energie infrastructuur (zie beleidskeuze ‘duurzaam energiesysteem’) en het bieden van ruimte voor de ontwikkeling van nieuwe, duurzame clusters van bedrijven. De provincie vindt het belangrijk dat er voldoende ruimte is voor (nieuwe) duurzame bedrijven. Vanuit de Omgevingswet beschikt de provincie over een aantal formele instrumenten, die ingezet kunnen worden om ruimtelijke processen op regionale schaal te versnellen (bijvoorbeeld de provinciale coördinatieregeling en het inpassings-plan). Inzet van deze instrumenten staat nooit op zichzelf, maar dient deel uit te maken van een bredere regionale aanpak.
- De provincie helpt om barrières weg te nemen voor bedrijven om te investeren in verduurzaming. Dit gebeurt bijvoorbeeld via de gebiedsgerichte stikstofaanpak in het Haven Industrieel Complex (HIC) en deelname aan het versnellingshuis energietransitie HIC.
- De provincie doet onderzoek naar de potentie voor plaatsing van kleine modulaire kernreactoren in Zuid-Holland. 3.1.4.3 Vernieuwen van het grondstoffensysteem van de industrie Wat gaat de provincie doen? Zuid-Holland onderschrijft de nationale doelstellingen om de uitstoot van broeikasgassen te reduceren tot 49% in 2030 met als uiteindelijke doel om klimaatneutraal te zijn in
- En daarnaast onderschrijft de provincie de nationale doelen om in 2030 50% minder primaire grondstoffen te gebruiken en in 2050 volledig circulaire economie te realiseren. De Zuid-Hollandse industrie zal daartoe een transitie moeten doormaken naar een industrie die klimaatneutraal en circulair is. Daarom zet de provincie naast efficiency en vernieuwing van het energiesysteem in de industrie in op het stapsgewijs vervangen van fossiele grondstoffen voor toepassingen ten behoeve van chemie en industrie. Deze fossiele grondstoffen zullen vervangen worden door biomassa, recycling en gebruik van CO2 in combinatie met groene waterstof. Rol Samenwerkend Uitwerking
- De provincie zet actief in op de ontwikkeling en de instandhouding van regionale netwerken die bijdragen aan een Klimaatneutrale en circulaire industrie. Dit gebeurt bijvoorbeeld door de inbreng van expertise en contacten en door te werken aan gezamenlijke producties (zoals verkennende studies en regionale plannen). Netwerken die specifiek gericht zijn op innovaties kunnen een beroep doen op de regeling voor Regionale Netwerken voor Innovatie in Zuid-Holland.
- Via het (subsidie)programma energie & klimaat kunnen ondernemers subsidie aanvragen voor het testen en demonstreren van nieuwe technologieën en het marktrijp maken van innovaties door gebruik te maken van de regionale field lab structuur.
- Voor het financieel ondersteunen van verduurzamingsprojecten wordt volop ingezet op het benutten van Europese fondsen. Hiervoor is in regionaal verband een gezamenlijk aanpak ontwikkeld, waarbij op basis van een continue pijplijn aan potentieel kansrijke initiatieven de ‘match’ wordt gezocht met bijpassende fondsen. De komende jaren gaat dat in ieder geval leiden tot een aantal openstellingen vanuit het Kansen voor West 3 programma en het Just Transition Fund.
- De realisatie van een Klimaatneutrale en circulaire industrie in Zuid-Holland zal mogelijk een extra ruimtevraag met zich mee brengen. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om ruimte voor transitieprojecten van industriële bedrijven en de aanleg van nieuwe energie infrastructuur (zie beleidskeuze ‘duurzaam energiesysteem’) en het bieden van ruimte voor de ontwikkeling van nieuwe, duurzame clusters van bedrijven. De provincie vindt het belangrijk dat er voldoende ruimte is voor (nieuwe) duurzame bedrijven. Vanuit de Omgevingswet beschikt de provincie over een aantal formele instrumenten, die ingezet kunnen worden om ruimtelijke processen op regionale schaal te versnellen (bijvoorbeeld de provinciale coördinatieregeling en het inpassings-plan). Inzet van deze instrumenten staat nooit op zichzelf, maar dient deel uit te maken van een bredere regionale aanpak. 3.1.5.1 provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (pMIEK) Wat gaat de provincie doen? De provincie wil samen met netbeheerders, medeoverheden en andere partners het energiesysteem integraal programmeren en zo werken aan de planning en keuzes voor een duurzaam regionaal energiesysteem Rol Presterend Uitwerking Regionale energie-infrastructuur met voldoende capaciteit is een belangrijke conditie voor verduurzaming en realisatie van toekomstbestendige ruimtelijke ontwikkelingen. Door de toenemende druk op die infrastructuur signaleren verschillende partijen dat meer regie nodig is op de programmering en mogelijk prioritering van regionale energie-infrastructuur. Provincie initieert hiervoor een integraal programmeerproces voor het energiesysteem, het provinciaal Meerjarenprogramma Energie en Infrastructuur (pMIEK). In dit programma wordt in samenhang met vraag- en aanbodsectoren van energie de toekomstige energie-infrastructuur voor het energiesysteem bepaald. Er wordt tweejaarlijks een actualisatie van het pMIEK opgesteld, waarbij energie-infraprojecten geprogrammeerd worden. De samenhang met ruimtelijke ontwikkelingen wordt hierin meegenomen. In de programmering wordt nadrukkelijk afstemming gezocht met sectorale plannen. De programmering van het energiesysteem op (middel)lange termijn doorloopt de volgende stappen: Plan van Aanpak voor de betreffende iteratie ronde met betrokkenheid van partners Een integraal overzicht van de ontwikkeling van energievraag en -aanbod (zoals opwek, woningbouw, mobiliteit, industrie en glastuinbouw) voor het bepalen van knelpunten en kansen in Zuid-Holland Opstellen of herijken van de module energie in de omgevingsvisie en het integrale afwegingskader Samenstellen en uitwerken van een aantal realistische ontwikkelvarianten voor het energiesysteem en daarbij behorende energie-infrastructuur in samenhang met ontwikkeling van vraag en aanbod van energie in de tijd Aan de hand van weging van de relevante ontwikkelvarianten op impact en effecten komen tot een gezamenlijk beeld van benodigde prioritering van infrastructurele investeringen Borging van gemaakte afspraken. Bij de te maken afspraken over de uitvoering kan eventueel ruimtelijk instrumentarium worden ingezet, zoals ruimtelijke reserveringen in de provinciale omgevingsverordening. De provincie kan in voorkomende gevallen kiezen om financieel bij te dragen aan (regionale) energie-infrastructuurprojecten, zoals wordt gedaan bij het Botlek Stoomnetwerk (zie Programma ‘Bijdragen aan een CO2-emissiearme en circulaire industrie maatregel C: regeling energie-infrastructuur op industrieterreinen) 3.1.5.2 Stimuleren van flexibiliteit en efficiëntie van het energiesysteem Wat gaat de provincie doen? Flexibel en efficiënt gebruik van beschikbare energie-infrastructuur beperkt de behoefte aan (nieuwe) netwerkcapaciteit. Opslag van elektriciteit, warmte, of waterstof kan als buffer dienen van de capaciteit in het energiesysteem. Conversie tussen energiedragers (elektriciteit, warmte, waterstof) heeft in Zuid-Holland veel potentie door de grote aanwezigheid van industrie. Om optimaal gebruik te maken van de energie-infrastructuur is samenwerking essentieel. (Proces)innovaties, vraag- en aanbodsturing, conversie en opslag kunnen lokaal en regionaal bijdragen aan een efficiëntere benutting energie-infrastructuur, en bijdragen aan realisatie van bestaande doelen voor bijvoorbeeld zon op daken bij grotere bedrijven in de RES’en. Rol Presterend Uitwerking De provincie Zuid-Holland zet in op de ontwikkeling en toepassing van vraag- en aanbodsturing, conversie- en opslagmethoden en procesinnovaties door de volgende activiteiten: De provincie Zuid-Holland verkent hoe bestaand instrumentarium verbreed kan worden ingezet ter beperking of voorkoming van schaarste in capaciteit op de energie-infrastructuur. De provincie stimuleert (proces)innovaties en samenwerking met betrekking tot vraag- en aanbodsturing en conversie- en opslagmethoden om systeemflexibiliteit te vergroten en/of infrastructuurimpact te beperken. Dit doet de provincie door handelingsopties in kaart te brengen die impact op de energie-infrastructuur kunnen beperken bij initiatieven voor verduurzaming De provincie stimuleert de toepassing van de handelingsopties die de flexibiliteit en efficiëntie van het energiesysteem vergroten door te verbinden met ruimtelijke ontwikkelingen, gebieden of bedrijventerreinen waarbij netcongestie een rol speelt of waar dit ingezet kan worden als mogelijk alternatief voor netuitbreidingen. Beleidsdoel 4-1 Toekomstbestendig economisch vestigingsklimaat 4-1 Toekomstbestendig economisch vestigingsklimaat Zuid-Holland wil een economie die duurzaam, innovatief en inclusief is: Een duurzame economie is een economie die uiteindelijk geen uitstoot heeft, en die gebaseerd is op een circulair energie- en grondstoffensysteem (onder andere voor stroom, warmte, CO2 en waterstof). Een innovatieve economie heeft een sterke kennis- en concurrentiepositie, het vermogen om transities het hoofd te bieden en een vestigingsklimaat te creëren dat aantrekkelijk is. Een inclusieve economie heeft gelijke kansen voor iedereen, waarin iedereen meetelt, meedoet en op een prettige en gezonde manier kan leven. Innovatieve Economie In de provincie Zuid-Holland wordt het innovatiemogelijkheden onvoldoende benut. Dit terwijl er een extra uitdaging ligt in de verandering naar een duurzame, inclusieve, circulaire en digitale economie. De provincie wil het innovatiemogelijkheden daarom beter benutten. Zo kan ze (brede) welvaart behouden en liefst verhogen, én het mogelijk maken dat bedrijven een grotere bijdrage leveren aan het oplossen van maatschappelijke uitdagingen. Daarnaast zorgt innovatie ervoor dat er een klimaat ontstaat waarin bedrijven zich graag willen vestigen: innovatie is belangrijk voor het behoud van de economische positie van Zuid-Hollandse bedrijven. Door innovatie kunnen concurrentievoordelen worden behaald en kan meer toegevoegde waarde worden gegenereerd voor economie en maatschappij, hier en ergens anders. Innovatie aanmoedigen doet de provincie door het werkveld van vernieuwende bedrijven te ondersteunen en sterker te maken. Dat betekent dat de provincie kijkt naar de ‘omgeving’ waarin bedrijven werken, om daarbij aan te sluiten met haar beleid. De provincie is de aangewezen laag om dit werkveld te laten groeien en de samenwerking tussen (grote en kleine) bedrijven, kennisinstellingen en overheden te bevorderen. Bovendien komen innovaties vaak niet of trager tot stand zonder ondersteunende overheidsmaatregelen (marktfalen). Voor innovaties die bijdragen aan de overgang naar een duurzame economie is daarnaast vaak sprake van ‘transitiefalen’ (bv. hoge kosten van nieuwe technologieën omdat er in de basis nog geen markt voor bestaat). Provincie Zuid-Holland heeft aandacht voor alle soorten bedrijven. Veranderingen zijn namelijk pas succesvol als niet alleen een kopgroep innovaties ontwikkelt, maar ook het ‘peloton’ van het brede mkb én de grote bedrijven meegaat in de overgang. Het innovatieve midden- en kleinbedrijf (mkb), - vooral binnen de topsectoren van Zuid-Holland - vervult een belangrijke rol als plek waar vernieuwende producten ontstaan. Grote bedrijven hebben meestal geen hulp nodig, maar zijn wel interessant als sterke partners in een overgang. Het brede mkb vormt de ruggengraat van de lokale en regionale economie, waarin ze ook geworteld zijn. De provincie Zuid-Holland versterkt kennis en innovatie in het werkveld door de inzet van 5 beleidsmaatregelen: Strategische samenwerking om een innovatieve economie te aan te moedigen, door ondersteuning van haar Regionale ontwikkelingsmaatschappij Innovation Quarter en de Economic Board Zuid-Holland. Campussen en fieldlabs sneller ontwikkelen waardoor innovatie makkelijker kan plaatsvinden. Versterken van netwerken gericht op kennis en innovatie. Innovatie stimuleren binnen specifieke clusters, zoals Life Sciences & Health, Industriële biotechnologie of Aerospace. Innovatie stimuleren in het MKB. Transitie van de tuinbouw De tuinbouw is één van de economische topsectoren in Nederland. Zuid-Holland is met een groot deel van de Nederlandse teelt, de meeste bedrijfsinvesteringen in onderzoek en ontwikkeling, en het grootste deel van de handelsbedrijven en logistiek, dé tuinbouwprovincie van Nederland. De tuinbouw levert de nationale en regionale economie veel op, maar heeft tegelijkertijd invloed op het ruimtegebruik, de transportbewegingen, de leefomgeving en de waterkwaliteit. Daarnaast gebruikt de tuinbouw nu nog veel (fossiele) energie. Dit wil de provincie versneld veranderen zodat de tuinbouw ook in de toekomst een duurzaam verdienmodel binnen onze provincie heeft. De provincie zet daarom in op: Bevorderen van duurzame tuinbouwgebieden: gebieden die aan de wettelijke kaders en randvoorwaarden voldoen. Dit met als belangrijkste doel om een klimaat neutrale sector te zijn in 2040, en de doelen van de Kaderrichtlijn Water te halen. Verbeteren duurzaam verdienmodel: binnen de wettelijke kaders en randvoorwaarden op het gebied van water, biodiversiteit, natuur, klimaat en circulariteit, met een goede balans tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt en duurzame inzetbaarheid van flexibele arbeidskrachten. Bevorderen netwerksamenwerking: door samenwerking in de regionale Greenports, het landelijke netwerk Greenports Nederland en in andere (internationale) netwerken. Men kan zo voordeel hebben van clusterkracht, kennisdeling, gezamenlijke lobby en belangenbehartiging. Dit leidt tot samenwerkingsvoordelen en een versterkte concurrentiepositie. De provincie past hiervoor de volgende hulpmiddelen toe: Netwerkkracht. Actieve deelname aan de triple helix organisaties van de regionale Greenports en Greenports Nederland en het Europese netwerk ERIAFF. Gebiedsgericht werken. Samen met de tuinbouwpartners het beleid, met behulp van geld en hulpmiddelen, vertalen in een per Greenport samenhangend uitvoeringsprogramma met (gebiedsgerichte) projecten en maatregelen. Ondersteunen van projecten die de transitie van de tuinbouw versnellen. Wetgeving via omgevingsverordening. Monitoring, dataverzameling en kennisontwikkeling. Transitie van het Havenindustrieel Complex Het Havenindustrieel complex (HIC) bestaat uit een grootindustrieel complex, een logistieke hub en een maritiem cluster. De provincie Zuid-Holland wil eraan bijdragen dat het HIC in Rotterdam, de verspreide industrie en het maritieme cluster in Zuid-Holland klimaatneutraal, circulair en slim werken. Dit vraagt om een overgang naar een economie waarin minder tot helemaal geen broeikasgassen worden uitgestoten, de stikstofuitstoot wordt verminderd en minder natuurlijke grondstoffen worden gebruikt. Hierbij is het belangrijk om een goed vestigingsklimaat te behouden voor de bedrijven en (startende) ondernemers in de industrie en het maritieme cluster. Belangrijk is dat hierbij wordt gelet op de invloed op de omgeving, de nodige (milieu)ruimte en hoogwaardige toepassing en hergebruik van grondstoffen/materialen. De provincie gaat daarvoor innovaties ondersteunen en duurzame investeringen bevorderen. Daarnaast zal zij ervoor zorgen dat netwerken en samenwerkingsverbanden versterken, en bijdragen aan het op orde brengen van randvoorwaarden. Dit doet de provincie met de inzet van haar economisch- en innovatie instrumentarium, haar ruimtelijke instrumentarium, haar taken op het gebied van infrastructuur en milieu, en de lobby en samenwerking in de Europese Unie en bij het Rijk. De provincie zet zich als onderdeel van dit beleid ook in voor het behoud, de versterking en de verduurzaming van de Zuid-Hollandse maritieme sector. De provinciale inzet komt grotendeels inhoudelijk voort uit de Regionale Maritieme Agenda en draagt bij aan de nationale Sectoragenda Maritieme Maakindustrie. Digitale economie Het gebruik van digitalisering in de economische sectoren in Zuid-Holland heeft grote gevolgen. Door het gebruik van digitalisering zijn processen efficiënter geworden en zijn er nieuwe businessmodellen gekomen in bijna alle sectoren. Het bedrijfsleven in Zuid-Holland kent in verhouding veel werkvelden waarin veel digitaal gebeurt. Denk hierbij aan vervoer en opslag, handel en tuinbouw. Daardoor heeft digitalisering ook een bovengemiddeld grote invloed op onze economie. De provincie weet dat sterke sectoren zoals het havenindustrieel complex en de tuinbouwsector in de komende 10-15 jaar hun manier om geld te verdienen sterk zullen veranderen. Dit wordt ook mogelijk gemaakt door digitalisering. De provincie wil zorgen voor een goede ondersteuning van de economie bij deze digitale verandering en dat alle sectoren de juiste digitale voorwaarden hebben. De provincie Zuid-Holland zet daarom in op: Het van nieuwe manieren om geld te verdienen door gebruik te maken van nieuwe, digitale technieken. Verbeteren van het vestigingsklimaat voor de digitale economie. Bijdragen aan de digitale verandering voor het hele mkb en de kruisbestuiving tussen sectoren. Vastleggen en versterken van publieke waarden in de digitalisering van de Zuid-Hollandse economie. Het in beweging brengen en houden van een mensgerichte digitale verandering. Met hierbij bijzondere aandacht voor digitale weerbaarheid, ethiek en inclusie. Circulair Zuid-Holland In april 2024 stelde de provincie de nieuwe strategie “Samen bouwen aan een Circulair Zuid-Holland” vast. Hierin geeft de provincie aan hoe zij toewerkt naar 50% circulair in 2030 en een volledig circulaire samenleving in
- Met deze strategie komt de provinciale aanpak in een nieuwe fase. Hierbij ligt de nadruk op de invloed. De provincie richt zich daarbij naast de koplopers ook in het bijzonder op de brede groep daarachter. Zij zet aan de ene kant in op zaken waar de provincie een verschil kan maken. En aan de andere kant waarbij circulair bijdraagt aan de oplossing van meerdere maatschappelijke vraagstukken waar de provincie aan werkt. Dat betekent ook dat de rol van de provincie verandert. Eerst zorgde zij ervoor dat alles in beweging kwam, nu verbindt de provincie vraagstukken vaker met elkaar. Daarnaast stelt de provincie kaders en geeft zij opdrachten. Toekomstbestendige ruimte voor ondernemen Bedrijventerreinen De ruimte voor bedrijventerreinen is beperkt. Maar bedrijventerreinen hebben vaak nog ongebruikte mogelijkheden in energie, ruimte en klimaat. Ondernemers spelen een belangrijke rol in hoe goed de provincie kan concurreren, daarom blijft de provincie hen ruimte bieden. Daarbij onderzoekt de provincie of zij, via het stellen van randvoorwaarden bij het faciliteren van die ruimte, voorrang kan geven aan bedrijven die bijdragen aan de overgang naar een klimaat neutrale en/of circulaire economie en verbetering van het welzijn van de inwoners van Zuid-Holland. De provincie Zuid-Holland zet daarom in op: Beter gebruikmaken en duurzaam functioneren van bedrijventerreinen. De provincie moedigt meervoudig ruimtegebruik op bedrijventerreinen aan. Waar mogelijk mengt zij functies zoals bedrijven met een lage milieucategorie met woningbouw. Het behoud van voldoende ruimte voor bedrijven in hoge milieucategorieën, milieuzones en watergebonden bedrijven. De provincie blijft controleren of woningbouwplannen van gemeenten botsen met aanwezige bedrijven uit de hogere milieucategorieën. Het stimuleren van de verduurzaming van bedrijventerreinen door eigen duurzame opwekking en de realisatie van lokale warmtenetten. Ook kunnen deze terreinen bijdragen aan klimaatadaptatie, biodiversiteit en recreatie. Van bedrijven die werken met arbeidsmigranten verwacht de provincie een menswaardig huisvestingsplan. Kantoren Nieuwe kantorenontwikkelingen komen bij voorkeur op toplocaties (centrum Rotterdam en centrum Den Haag) en scienceparken. De provincie Zuid-Holland zet daarom in op: Het verminderen van het kantorenaanbod op minder kansrijke locaties. Waar mogelijk het veranderen van leegstaande kantoren naar andere functies (wonen). Detailhandel Gezonde, krachtige en aantrekkelijke stads- en dorpscentra zijn belangrijk voor de levenskwaliteit van onze inwoners. De provincie zet daarom in op: De detailhandelsstructuur versterken door deze kwalitatief te verbeteren. De bereikbaarheid te garanderen. Human Capital De provincie ambieert een beroepsbevolking die past bij de economie van de toekomst. Dit kan de provincie bereiken door her-, bij- en omscholing van 55.000 werknemers en flexwerkers. En door begeleiding naar toekomstbestendig werk van 10.000 mensen en voldoende stage- en werkplekken voor alle studenten. Dit zorgt ervoor dat onze bedrijven belangrijk blijven voor het aanbod van banen. Maatregelen van 4-1 Toekomstbestendig economisch vestigingsklimaat 4.1.1.1 Innovatie infrastructuur versterken door de ontwikkeling van campussen en fieldlabs te versnellen Wat gaat de provincie doen? Campussen dragen als brandpunt in het regionale Kennis & Innovatie ecosysteem sterk bij aan de benutting van het innovatiepotentieel. Bedrijven op de campus werken samen met andere bedrijven en kennisinstellingen op de campus aan innovatie door gebruik te maken van gezamenlijke onderzoeks- en innovatiefaciliteiten en een gezamenlijk netwerk. Zonder financiële steun voor deze gezamenlijke faciliteiten en netwerk zouden de campussen niet of later bijdragen aan innovatie. Bovendien draagt de provincie bij aan de verdere ontwikkeling van campussen door ureninzet. Fieldlabs zijn een wezenlijk onderdeel van de kennis en innovatie infrastructuur van de provincie. In fieldlabs testen, valideren en ontwikkelen bedrijven innovaties, zonder daarvoor zelf te hoeven investeren in vaak dure apparatuur. Deze ‘shared facilities’ zijn daarmee een belangrijke katalysator voor het tot stand komen van innovaties. Door subsidies voor de totstandkoming en benutting door bedrijven van fieldlabs stimuleert de provincie de versnelde introductie op de markt van innovatieve producten, processen en diensten. Rol Presterend 4.1.1.2 Innovatie stimuleren binnen specifieke clusters Wat gaat de provincie doen? De provincie onderscheidt een aantal specifieke innovatieclusters, die van groot belang zijn voor de Zuid-Hollandse economie. Afhankelijk van de aard en omvang van de opgave zet de provincie hier capaciteit en middelen voor in. Gezien de bijdrage aan werkgelegenheid en bedrijvigheid in de regio, en hun bijdrage aan de transitie naar een duurzame, digitale en inclusieve economie, geeft de provincie juist deze clusters extra aandacht. Mocht de situatie veranderen en de behoefte binnen nieuwe clusters voor ondersteuning ontstaan, dan kan de provincie dit logischerwijs oppakken. Rol Presterend Uitwerking Life Sciences & HealthLife Sciences & Health (LSH) is één van de sterke economische sectoren in Zuid-Holland. Het is een innovatieve sector gericht op gezondheid, die tot de top van de wereld behoort op wetenschappelijk gebied en in ondernemerschap. De concurrentiepositie van de sector in Zuid-Holland is goed en de toegevoegde waarde ervan is groot. De sector telt in de provincie 220.000 banen en bijna 18.000 vestigingen. LSH is één van de topsectoren waar de Provincie Zuid-Holland zich op richt, vanwege het verdienvermogen en de werkgelegenheid, maar ook vanwege de bijdrage aan andere thema's van brede welvaart, zoals gezondheid en duurzaamheid . De provincie heeft een uitvoeringsprogramma ontwikkeld voor strategische versterking van het cluster en intervenieert door middel van subsidies, netwerkvorming en ureninzet in bijvoorbeeld het Leiden BioScience Park, de Erasmus MC campus Rotterdam Square en het netwerk Medical Delta.AerospaceZuid-Holland heeft van oudsher een toonaangevende aerospace-sector: luchtvaart, ruimtevaart, en drones. Innovaties in de aerospace kunnen bijdragen aan diverse thema's van brede welvaart: de sector biedt werkgelegenheid en verdienvermogen, maar draagt ook bij aan duurzaamheid, door zelf te verduurzamen (zoals in de luchtvaart) maar vooral via toepassingen die bijdragen aan bijvoorbeeld veiligheid en klimaatkennis. De provincie bevordert de integratie van de drie sub-sectoren tot één ecosysteem, waarin naast bedrijven ook kennisinstellingen en overheden nauw samenwerken aan de innovaties van morgen. Hiervoor jaagt de provincie de clustering naar campussen en fieldlabs aan, waaronder de NL Space Campus in Noordwijk, Technology Park Ypenburg in Den Haag, en Unmanned Valley in Valkenburg. Daarnaast ondersteunt de provincie deze clusters het opzetten van gemeenschappelijke innovatie-infrastructuur en fysieke voorzieningen, en het laagdrempeliger maken van de toegang tot financiering. Tot slot intensiveert de provincie de samenwerking tussen de clusters binnen het aerospace-ecosysteem onderling, en tussen aerospace en andere sectoren. Met de aanwezigheid van onder meer de TU Delft, SRON, en TNO is de regio daarnaast een hotspot voor aerospace-onderzoek. Waterstofvliegtuigen, klimaatsatellieten, en inspectiedrones kunnen komende decennia en cruciale rol spelen in de complexe transities waar onze samenleving voor staat. Ook vinden innovaties in deze sector vaak hun weg naar andere Nederlandse sectoren, van landbouw tot de hulpdiensten.Industriële BiotechnologieZuid-Holland huisvest de Biotech Campus in Delft, de grootste open innovatiecampus in Europa gericht op biotechnologie. De Biotech Campus faciliteert de hele innovatiecyclus, van onderzoek en pilot tot productie. Bedrijven als DSM en Centrient hebben een vliegwielfunctie voor soortgelijke bedrijvigheid in de regio. De provincie heeft een uitvoeringsprogramma ontwikkeld ten behoeve van de strategische versterking van het cluster. Er wordt onder andere ondersteuning geleverd aan de campusontwikkeling en het ontwikkelen van een volwaardig ‘Protein Port’ netwerk, om de bedrijven en de kennisinstellingen in de regio te ondersteunen bij de productie van alternatieve eiwitten. In het kader hiervan zijn eerste stappen gezet richting de eiwittransitie. De eiwittransitie kan de positie van de Zuid-Hollandse (en Nederlandse) voedingsindustrie als innovatieve en exportgerichte speler in de wereld verder versterken, en door zijn kwalitatief aanbod een naam krijgen als (wereldwijd) koploper op dit gebied. 4.1.1.3 Innovatie stimuleren in het midden- en kleinbedrijf (MKB) Wat gaat de provincie doen? Met deze maatregel werkt de provincie aan het stimuleren van innovatief midden- en kleinbedrijf (MKB) in de regio ten behoeve van de transitie naar een digitale, duurzame en inclusieve economie. Om het innovatief MKB te versterken zet de provincie verschillende financiële interventies in, zoals de subsidieregeling MIT en het fonds UNIIQ. Deze regelingen spelen met name in de vroege fase van innovatieontwikkeling een rol, vooral in de haalbaarheids-, prototype en proof of concept-fase. Met name in deze vroege fase is het vinden van financiering geen vanzelfsprekendheid. In deze zogenaamde ‘valley of death’ ziet de provincie marktfalen en maakt daarom middelen beschikbaar om innovaties en innovatieve bedrijvigheid te versnellen. Daarmee wordt het MKB gestimuleerd om nieuwe innovaties te ontwikkelen, deze succesvol naar de markt te brengen en toe te passen. Rol Presterend Uitwerking Behalve de provinciale interventies gericht op de ‘koplopers’, bestaande uit het innovatieve en startende MKB, richt de provincie zich ook op het ‘brede’ MKB. Het ‘brede’ MKB is het fundament van de Nederlandse economie. Zij vormen de meerderheid van de ondernemingen met personeel en zijn belangrijk voor de economie en werkgelegenheid. De provincie Zuid-Holland zet in op een toekomstbestendig MKB. Naast blijvende aandacht voor de innovatieve koplopers is in toenemende mate aandacht voor het ‘peloton’ of het zogenaamde ‘brede’ MKB. Met name deze doelgroep is essentieel om de transitie naar een digitale, duurzame en inclusieve economie succesvol te realiseren. Daarom zet de provincie verschillende activiteiten en instrumenten in, waaronder de ondersteuning van het ‘brede MKB’ via de subsidieregeling MKB-Deals Zuid-Holland. Thema’s van de MKB-deals zijn toepassing van innovaties en nieuwe kennis, digitalisering, toegang tot talent en financiering, dienstverlening en netwerkvorming. De MKB-deals ondersteunen regionale samenwerking en zorgen voor uitvoering van concrete projecten. 4.1.1.4 Stimuleren Europese netwerken Wat gaat de provincie doen? Met het oog op versterking van het innovatief vermogen en internationaal concurrentievermogen van Zuid-Hollands MKB wordt de vorming en benutting van Europese netwerken (zoals Vanguard Initiative, Eriaff en Interregprojecten) gericht op het 'matchen' van bedrijven en kennisinstellingen met elkaar aanvullende competenties gestimuleerd. Hierdoor kunnen Zuid-Hollandse bedrijven (vooral MKB) beter concurreren op de wereldmarkt, en wordt het innovatiepotentieel van Zuid-Holland beter benut. Rol Presterend 4.1.1.5 Strategische samenwerking om een innovatieve economie te stimuleren Wat gaat de provincie doen? De provincie wil de economische structuur duurzaam versterken en het innovatieve vermogen van de regio ontsluiten. Deze taak is voor een deel belegd bij de regionale ontwikkelingsmaatschappij InnovationQuarter (IQ). De provincie is een van de aandeelhouders en financiers van IQ, samen met het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat en andere regionale overheden, kennisinstellingen en medische centra. Door de verstrekking van kapitaal en subsidie aan InnovationQuarter (IQ) wordt deze in staat gesteld deelnames in en leningen aan innovatief MKB in kansrijke clusters te ondersteunen, nieuwe innovatieprojecten te helpen aanjagen en realiseren en buitenlandse investeringen te helpen aantrekken. IQ heeft hiertoe drie kerntaken:
- investeren in startende en innovatieve snelgroeiende bedrijven in Zuid-Holland (Investeren);
- het bevorderen van de samenwerking tussen ondernemers, kennisinstellingen en overheden ominnovaties te versnellen en nieuwe bedrijvigheid te genereren (Innoveren);
- het aantrekken van buitenlandse ondernemers naar Zuid-Holland en het ondersteunen van ondernemers in Zuid-Holland die internationaal willen groeien (Internationaliseren). IQ voert ook het secretariaat van de Economic Board Zuid-Holland (EBZ). Leden van de EBZ zijn ondernemers en bestuurders van bedrijven, kennisinstellingen en overheden in Zuid-Holland. Leden agenderen strategische initiatieven die de economie van Zuid-Holland een boost geven. Dit maakt de economic board tot een driver van regionale, nationale en internationale samenwerking. De Commissaris van de Koning in Zuid-Holland is voorzitter van de EBZ. Rol Presterend 4.1.1.6 Versterken van netwerken gericht op kennis en innovatie Wat gaat de provincie doen? De provincie wil het organiserend vermogen versterken van regionale netwerken die zijn gericht op innovatie, bestaande uit samenwerkende bedrijven, en waar relevant ook kennisinstellingen en/of overheden. Dit doet zij door het verstrekken van subsidies aan innovatie netwerken en door zelf netwerken te vormen met eigen ureninzet. Rol Presterend Uitwerking Deze interventies hebben als doel het organiserend vermogen van regionale netwerken gericht op innovatie te versterken. De provincie zet middelen in voor de ontwikkeling van regionale netwerken bestaande uit samenwerkende bedrijven en waar relevant ook met kennisinstellingen en/of overheden. Door krachten te bundelen wordt het organiserend vermogen van de sector versterkt. Het vormen van een netwerk per sector met een agenda voorkomt bovendien dat verschillende netwerken binnen dezelfde sector met verschillende agenda’s ontstaan. De provincie richt zich samen met regionale partners in de Economic Board Zuid-Holland (EBZ) op een aantal speerpunten in de regionale economie en stimuleert de transitie naar een toekomstbestendige economie. 4.1.2.1 Bevorderen duurzaam verdienmodel tuinbouw Wat gaat de provincie doen? De provincie Zuid-Holland versnelt de transitie naar een toekomstbestendig en duurzaam tuinbouwcluster dat op mondiale schaal toonaangevend en innovatief opereert. Een tuinbouwcluster waar economie en ecologie in balans zijn. De provincie zet zich hierbij in voor het bevorderen een duurzaam verdienmodel voor het tuinbouwcluster, binnen de wettelijke kaders en randvoorwaarden op het gebied van water, biodiversiteit, natuur, klimaat en circulariteit. Een verdienmodel met een goede balans tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt en duurzame inzetbaarheid van flexibele arbeidskrachten. Rol Samenwerkend Uitwerking De provincie zet in op het verhogen van de samenwerkingsgraad en geeft impulsen aan projecten die bijdragen aan een duurzaam verdienmodel. Dit doet de provincie met inzet van kennis en expertise, door het aan elkaar koppelen van partijen en door financiële bijdragen. Daarnaast voert de provincie strategische onderzoeken en verkenningen uit, verzamelt data en monitort. Het tuinbouwcluster moet, om in de toekomst de concurrentiekracht te behouden, passen binnen wettelijke kaders en randvoorwaarden op het gebied van water, biodiversiteit, natuur, klimaat, circulariteit en arbeidscapaciteit. Om dat te bereiken, moet het cluster nieuwe duurzame verdienmodellen ontwikkelen. De provincie wil deze ontwikkeling bevorderen en stimuleert daartoe innovatie gericht op verduurzaming, digitalisering, circulariteit, biobased toepassingen, gezonde voeding, bevorderen biodiversiteit, waterkwaliteit en weerbaar telen. Dit doet de provincie door inzet van netwerkkracht en door financiële bijdragen. De Human Capital agenda en inzet op automatisering en robotisering dragen bij aan een goede balans tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt en de duurzame inzet van flexibele arbeidskrachten. De provincie is partner in het Innovatiepact Greenport West-Holland. Doel van het pact is het versnellen van innovatie binnen het regionale tuinbouwcluster door de ontwikkeling van nieuwe innovaties te versnellen en mogelijke belemmeringen weg te nemen. Via het Innovatiepact cofinanciert de provincie innovatieve projecten en programma’s die bijdragen aan nieuwe duurzame verdienmodellen en een betere balans van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. Ook in de Greenports Duin- en Bollenstreek, Boskoop en Aalsmeer werkt de provincie samen met partners aan het versnellen van de transitie van de tuinbouw door innovatie. Met de financiële bijdragen die de provincie doet wordt geprobeerd grotere bijdragen van partners te ontlokken zodat een multiplier effect ontstaat. De provincie draagt met name financieel bij in de fase wanneer projecten en programma’s nog niet marktrijp zijn en aan het opwerken van aanvragen voor nationale en Europese fondsen. Daarnaast zet de provincie expertise in om consortia te begeleiden in het doen van een correcte aanvraag. De provincie faciliteert daarnaast de innovatie in de tuinbouw door het verlenen van subsidies via de MIT-regeling, het ondersteunen van fieldlabs, het afsluiten van Human Capital deelakkoorden en via de inzet van InnovationQuarter in het tuinbouwcluster. Daarnaast cofinanciert de provincie trajecten met jonge tuinbouwondernemers waarbij zij leren hoe zij transities kunnen doorvoeren in hun eigen bedrijf. 4.1.2.2 Bevorderen netwerksamenwerking tuinbouw Wat gaat de provincie doen? De provincie Zuid-Holland versnelt de transitie naar een toekomstbestendig en duurzaam tuinbouwcluster dat op mondiale schaal toonaangevend en innovatief opereert. Een tuinbouwcluster waar economie en ecologie in balans zijn. De provincie versterkt de samenwerking in het tuinbouwcluster in netwerken binnen Nederland en op Europees niveau. Een sterke samenwerking in deze netwerken zorgt er voor dat betekenisvolle agenda’s gemaakt en uitgevoerd worden. De provincie borgt hierin de provinciale belangen en ambities en is actief partner in de netwerken. Met deze agenda’s zijn de netwerken in staat de transitie naar een toekomstbestendig en duurzaam tuinbouwcluster te versnellen. Rol Samenwerkend Uitwerking De provincie is bestuurlijk en ambtelijk actief partner in de triple helix netwerken en in ERIAFF en ondersteunt netwerken met een financiële bijdrage. Ook is de provincie actief in relaties met China met als doel handelsbevordering. De provincie participeert binnen Nederland op bestuurlijk en ambtelijk niveau in de triple helix netwerken Greenport West-Holland, Greenport Boskoop, Greenport Aalsmeer en Greenports Nederland. De provincie geeft een financiële bijdrage door middel van een begrotingssubsidie aan de governance van de triple helix netwerken Greenport West-Holland, Greenport Boskoop, Greenport Aalsmeer, Greenport Duin- en Bollenstreek en Greenports Nederland. Om de positie van de Zuid-Hollandse tuinbouw in Europa te verstevigen is de provincie lid van het Europese netwerk ERIAFF. Via dit netwerk vinden de provincie en de regionale Greenports samenwerkingspartners voor ontwikkeling van duurzame oplossingen en voor deelname aan Europese programma’s. De provincie Zuid-Holland is actief in relaties met China met als doel handelsbevordering. Met Hebei onderhoudt Zuid-Holland een langdurige ‘government-to-government’ relatie. De provincie bevordert de deelname van tuinbouwondernemers en vertegenwoordigers van de Greenports aan handelsmissies en participeert desgevraagd. In de relaties wordt rekening gehouden met de mensrechtensituatie en economische risico’s van samenwerking. De provincie neemt deel aan internationale beurzen en conferenties op het gebied van de tuinbouw indien deze meerwaarde hebben voor de provinciale doelen en ambities. 4.1.2.3 Bevorderen duurzame tuinbouwgebieden en -netwerken Wat gaat de provincie doen? De provincie Zuid-Holland versnelt de transitie naar een toekomstbestendig en duurzaam tuinbouwcluster dat op mondiale schaal toonaangevend en innovatief opereert. Een tuinbouwcluster waar economie en ecologie in balans zijn. Er blijft voldoende ruimte in de provincie voorhanden voor de tuinbouwketen (primaire productie van teelt, veredeling, toelevering, handel en logistiek) als economische sector en voor voedselzekerheid. Hiervoor zet de provincie in op de ontwikkeling van duurzame tuinbouwgebieden voor de tuinbouwketen met een schoon en prettig werk-, woon- en leefklimaat. Duurzame tuinbouwgebieden zijn klimaatneutraal, voorzien van duurzame energie- en CO2-netwerk, kennen nagenoeg nul-emissies naar lucht, water en bodem, met ruimte voor circulaire (gebieds)oplossingen, hebben een klimaat adaptieve inrichting en ruimte voor natuur en biodiversiteit. Deze gebieden vragen om duurzame ruimtelijke randvoorwaarden (water-, energie-, logistiek netwerk), (gebiedsgerichte) slimme systemen en een efficiëntieslag in het ruimtegebruik zoals meervoudig en slim ruimtegebruik. Rol Presterend Uitwerking De provincie stimuleert gebiedsprocessen die gericht zijn op een duurzaam toekomstperspectief voor het tuinbouwgebied waar economie, ecologie en maatschappij in balans zijn. Daarnaast participeert de provincie in onderzoeksprojecten van partners, is medefinancier van energieactiviteiten binnen de regionale Greenports, neemt deel aan afspraken in het kader van het klimaatakkoord en werkt samen met partners aan gebiedsontwikkelingen. Daarnaast zet de provincie haar planologische instrumentarium in om de duurzame transitie in de tuinbouw(gebieden) te ondersteunen door o.a. voldoende ruimte beschikbaar te houden. Deze ruimte is beschikbaar voor de tuinbouwketen (productie, handel en logistiek) met een duurzaam verdienmodel, passend binnen het karakter van het (tuinbouw)gebied. Hiervoor wordt zorgvuldig omgegaan met de contour van het (glas)tuinbouwareaal en wor