← Nederland

Projectbesluit IJsselwerken, versterking IJsseldijk tussen Zwolle en Olst (Waterschap Drents Overijsselse Delta)

Kort samengevat

Dit projectbesluit gaat over de versterking van de IJsseldijk tussen Zwolle en Olst, omdat deze dijk niet meer voldoet aan de wettelijke veiligheidsnormen voor waterkeringen. Het doel is om de bewoners van Salland en Zwolle beter te beschermen tegen overstromingen vanuit de IJssel en het IJsselmeer.

Wat het reguleert

Wie het aangaat

Kernpunten

Wettekst

/akn/nl/act/waterschap/2025/CVDR744776 /join/id/stop/work_006 /akn/nl/act/ws0664/2024/projectbesluit_ijsselwerken /join/id/stop/work_019 2025-10-01 2025-10-01 /akn/nl/act/waterschap/2025/CVDR744776/nld@2025-10-30 /join/id/proces/ws0664/2025/doel_258_66e222c0795d434a94c4e0c950c161dc 2025-10-30 2025-10-30 /akn/nl/act/ws0664/2024/projectbesluit_ijsselwerken/nld@2025-10-01;1 /akn/nl/act/ws0664/2024/projectbesluit_ijsselwerken /akn/nl/act/ws0664/2024/projectbesluit_ijsselwerken/nld@2025-10-01;1 /join/id/stop/work_019 1 Projectbesluit IJsselwerken, versterking IJsseldijk tussen Zwolle en Olst 1 Inleiding Dit hoofdstuk beschrijft, volgens artikel 5.6 Omgevingsbesluit onderdeel a, de aanleiding van de dijkversterking (1.1). Het plangebied en projectgebied worden in respectievelijk (1.2) en (1.3) toegelicht. De huidige situatie (1.4) wordt hierna beschreven. De fasering en stappen van de dijkversterking wordt vervolgens inzichtelijk gemaakt (1.5). Hierna wordt een toelichting op de binnen het project onderscheiden dijkmodules en deeltrajecten (1.6) gegeven. In (1.7) worden de wijzigingen ten opzichte van het Ontwerp Projectbesluit vervolgens toegelicht. Tot slot is een leeswijzer (1.8) toegevoegd. 1.1 Aanleiding Waterschap Drents Overijsselse Delta (WDODelta) heeft als taak de waterstaatskundig verzorging van zijn ambtsgebied. Die taak omvat de zorg voor het watersysteem en het zuiveren van afvalwater. Een onderdeel van de zorg voor het watersysteem is het beheer van waterkeringen. Nederland beschikt over ongeveer 3.500 kilometer primaire waterkeringen (dijken), die Nederland beschermen tegen (hoog) water vanuit de zee en grote rivieren. De waterveiligheid die deze primaire keringen moeten bieden aan het achterland, is met een maximaal risico op overstroming (de norm) vastgelegd in het Besluit kwaliteit leefomgeving. Periodiek wordt beoordeeld of de primaire waterkeringen nog voldoen aan de gestelde wettelijke normen. Als de waterkering niet aan de norm voldoet, moeten versterkingsmaatregelen worden uitgevoerd. Wanneer een dijk versterkt moet worden stelt het waterschap een Projectbesluit, op basis van artikel 5.44 Omgevingswet, op. Dit document is een dergelijk Projectbesluit, meer informatie over de wettelijke verplichtingen is opgenomen in paragraaf 1.7 Leeswijzer Projectbesluit. De IJsseldijk is één van de vele dijken die Nederland drooghoudt. Het dijktraject tussen Zwolle en Olst beschermt de bewoners van Salland tegen water vanuit de Geldersche IJssel (IJssel), maar ook bij noordwesterstorm vanuit het IJsselmeer. Bij een eventuele doorbraak stroomt een groot gebied onder. Het water van Zwolle tot Olst staat dan 1 tot 3 meter hoog en een groot deel van Salland krijgt te maken met grote wateroverlast. In de derde landelijke toetsronde

(2011)bleek dat de dijk tussen Zwolle en Olst grotendeels niet voldeed aan de op dat moment geldende wettelijke veiligheidseisen. Het dijktraject, genaamd IJsseldijk Zwolle-Olst, is daarom opgenomen in het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) als onderdeel van het Deltaplan Waterveiligheid. Het dijktraject is onderdeel van de oostelijke IJsseldijk en is globaal gelegen tussen Olst tot in Zwolle. Het traject ligt in de provincie Overijssel, in de gemeente Olst-Wijhe en gemeente Zwolle. Het traject begint bij landgoed “de Haere” net ten zuiden van Olst en eindigt in Zwolle bij de Spooldersluis (Zwolle IJsselkanaal), zie afbeelding ‎1‑1. Het traject Zwolle-Olst omvat één normtraject (dijktraject 53-2) en heeft een lengte van 28,9 km. In 2016 zijn nieuwe veiligheidsanalyses uitgevoerd, onder andere om de impact van de nieuwe veiligheidsnormen (die sinds 2017 door een wijziging in de Waterwet van kracht zijn) voor de IJsseldijk te onderzoeken. Deze nieuwe normen zorgen ervoor dat Salland en Zwolle een betere bescherming tegen overstromingen krijgen. De uitkomst van de nadere veiligheidsanalyses in de verkenning is dat 28,4 kilometer van de 28,9 kilometer van de IJsseldijk Zwolle- Olst niet aan de nieuwe wettelijke normen voldoet. Zie ook 2.1 Veiligheidsopgave. Op bijna het gehele traject is de bekleding van de dijk niet sterk genoeg. Door golven en stroming kan het gras, en de daaronder liggende dijk, beschadigd raken. Daarnaast is op een groot deel van het traject sprake van piping: bij hoog water stroomt water onder de dijk door. Dit water neemt zand mee, waardoor kanaaltjes onder de dijk ontstaan, en de dijk verzwakt. Tenslotte is op verschillende deeltrajecten de dijk niet stabiel en/of hoog genoeg. Dat de dijk grotendeels niet sterk genoeg is, blijkt ook uit de praktijk. Bij jaarlijks optredend hoogwater ontstaan op meerdere locaties in het projectgebied IJsselwerken binnendijks zogenaamde wellen: het water komt hier onder de dijk door omhoog (piping). Deze wellen ontstaan al bij waterstanden die jaarlijks optreden, terwijl de dijk bestand moet zijn tegen hogere waterstanden die alleen in extreme situaties voorkomen. Om ervoor te zorgen dat de dijk in de toekomst wel aan de norm voldoet, is in 2017 het project IJsselwerken gestart met een verkenning naar een oplossing voor de hoogwaterveiligheidsopgave. Vanaf 2020 is vervolgens gestart met de planuitwerking, zie 1.5 Fasering en stappen in het project. Afbeelding 1-1: Situering projectgebied versterking IJsseldijk tussen Zwolle en Olst 1.2 Plangebied Het plangebied, verder ook wel het definitief ruimtebeslag genoemd, is het gebied waar de permanente maatregelen van het dijkversterkingsontwerp worden gerealiseerd, inclusief meekoppelkansen en de ruimtelijke inpassingsmaatregelen die volgen uit het Ruimtelijk KwaliteitsKader (RKK) (zie 5 Permanente maatregelen). Het gaat hierbij om de ruimte die het ontwerp inneemt wanneer de werkzaamheden zijn voltooid. 1.3 Projectgebied Het projectgebied is het volledige regelingsgebied van dit Projectbesluit, op de kaart aangewezen als projectgebied IJsselwerken. Hier worden naast de permanente maatregelen (zie 5 Permanente maatregelen) ook tijdelijke maatregelen (zie 6 Uitvoering project: tijdelijke maatregelen) getroffen om het project uit te voeren. Het projectgebied is groter dan het plangebied vanwege het bijkomende tijdelijk ruimtebeslag voor werkstroken, tijdelijke ontsluitingswegen en depots. 1.4 Korte beschrijving huidige situatie projectgebied Het dijktraject tussen Olst (Haereweg) en Zwolle (Spooldersluis) loopt afwisselend door bebouwd en landelijk gebied met daarin diverse dorpen en buurtschappen. Het gebied omvat diverse waardevolle ecologische, landschappelijke en cultuurhistorische elementen. Deze paragraaf beschrijft de belangrijkste waarden en functies in het projectgebied IJsselwerken. In het MER (bijlage 1 bij de Motivering van het Besluit) is een volledige beschrijving van de waarden en functies opgenomen. 1.4.1 Gebruik op en rond de dijk Het dijktraject loopt door Olst, ruim langs Den Nul, door Wijhe, langs Herxen en Harculo naar Zwolle. In Olst (en mindere mate in Wijhe), buurtschap Harculo en Oldeneel is er bebouwing direct aan de kruin van de dijk, soms zelfs op de dijk of het dijktalud, met ontsluiting op de dijk. De meeste dorpen en de wijk Zwolle-Zuid liggen met de ‘achterkant’ naar de dijk toe. Met name in Olst en Wijhe vormt de dijk, met de daarover lopende weg, een barrière tussen het dorp en de IJssel. Ter hoogte van Zwolle ligt het Rijksmonument Het Engelse Werk en de Schellerdijk. Deze vormen beiden een belangrijk uitloopgebied voor inwoners van Zwolle en hebben een sterke recreatieve functie. Binnen de begrenzing van de gemeente Zwolle is recreatief medegebruik van de dijk belangrijk. Ook bevindt zich hier het grondwaterbeschermingsgebied van Het Engelse Werk, waar drinkwater wordt gewonnen. De N337, de provinciale weg N337 van en naar Zwolle, loopt vanaf Olst richting Herxen over de kruin van de dijk, dit is ongeveer de helft van het totale traject. Op dit deel heeft de dijk een belangrijke verkeersfunctie en heeft de dijk een relatief brede kruin. Op sommige plekken (met name in de nabijheid van de dorpen) liggen parallelwegen of fietspaden aan de binnen- of buitenteen van de dijk. Op andere delen zoals bij Herxen ligt het fietspad op de kruin van de dijk. 1.4.2 De dijk in het landschap Het dijktraject tussen Zwolle en Olst vormt een grens tussen het buitendijkse rivierenlandschap (de uiterwaarden) en het binnendijkse landschap. Het dijkprofiel kenmerkt zich grotendeels door steile taluds, begroeid met (op delen bloemrijk) gras. Ten zuiden van Wijhe loopt de dijk grotendeels recht door het landschap met een continu profiel; met uitzondering van de ‘knik’ bij Den Nul. Ten noorden van Wijhe zit er meer variatie in het dijkprofiel en slingert de dijk meer door het landschap. De uiterwaarden zijn langs vrijwel het gehele dijktraject goed herkenbaar door de nabijheid en zichtbaarheid van de rivier, nevengeulen, plassen of rietlanden en kolken. Langs het te versterken traject zijn verschillende uiterwaarden heringericht met nevengeulen, waaronder de Duursche Waarden
(2016)en de Scheller en Oldeneler Buitenwaarden
(2017)(zie afbeelding 1-2). Afbeelding 1-2: Scheller en Oldeneler Uiterwaarden Het binnendijkse landschap kenmerkt zich door dorpen, agrarische gronden en verspreid liggende boerderijen en in het noorden de stad Zwolle. Er grenzen twee landgoederen aan de dijk: landgoed De Haere en landgoed Windesheim. Beide landgoederen hebben waardevolle landgoedbossen. Bij Windesheim zijn daarnaast historische kleiputten aanwezig. Deze vormen samen met de (overblijfselen van) nabijgelegen steenfabrieken relicten van de baksteenindustrie, die kenmerkend is voor het rivierenlandschap. Ook de kerken in de dorpen, de molens bij de dorpen en de overgebleven gebouwen bij de voormalige IJsselcentrale zijn beeldbepalende landschapselementen. Er liggen diverse gemeentelijke en rijksmonumenten langs de IJssel zoals oude boerderijen, cafés, en enkele direct aan de dijk verbonden gebouwen zoals de dijkstoelen tussen Olst en Wijhe (zie afbeelding 1-3) en bij Wijhe. Bijzondere (groepen van) monumenten zijn het Katerveercomplex en het Engelse Werk in Zwolle en de IJssellinie [1] Een militaire verdedigingslinie die tussen 1951 en 1954 langs de IJssel gebouwd werd om Nederland door middel van inundatie (het onder water zetten van land) te beschermen tegen een landinvasie nabij Olst. Afbeelding 1-3 Dijkstoel Salland tweede rot een gebouw tussen Wijhe en Olst (nabij Rijkstraatweg 34 Olst) 1.4.3 Natuur op en rond de dijk In het projectgebied IJsselwerken zijn bijzondere en beschermde natuurwaarden aanwezig. Het buitendijkse gebied, en enkele binnendijkse gebieden, maken onderdeel uit van het Natura 2000-gebied Rijntakken, deelgebied Uiterwaarden IJssel. Het deelgebied Uiterwaarden IJssel omvat het systeem van de rivier de IJssel, de aanliggende oeverwallen en de uiterwaarden. Kenmerkend voor dit deelgebied zijn de verschillen in hoogteligging, de jaarlijkse overstromingen van de uiterwaarden, de afwisseling in smalle en brede delen en in kleinschalige en grote open delen. Deze variatie zorgt voor diversiteit aan biotopen voor vegetatietypen en soorten met instandhoudingsdoelstellingen voor Rijntakken. Delen van het binnendijkse- en buitendijkse projectgebied, en delen van de IJsseldijk zelf, zijn ook aangewezen als Natuurnetwerk Nederland (NNN). Buitendijks komen glanshaverhooiland, kruiden- en faunarijk grasland, rivier- en beekbegeleidend bos als vegetatietypen voor en poelen en knotbomen als landschapselementen voor. Het binnendijkse NNN bestaat uit hoog- en laagveenbos (zoals het Herxer bosje), dennen-, eiken-, en beukenbos, bos met productie en zoete plassen. De dijk is op locaties aangewezen als glanshaverhooiland en bloemdijk. De IJsseldijk kent daarnaast een botanische waarde door het voorkomen van soorten als liggende ereprijs, rapunzelklokje, karwijvarkenskervel, bevertjes, veldsalie, kleine pimpernel, kleine ruit, walstrobremraap, grote tijm, tripmadam en duifkruid. Het projectgebied vormt ook leefgebied voor een aantal soorten die juridisch beschermd zijn. In de bossen zijn verschillende horsten (nesten) van buizerd en havik aanwezig. Van bever zijn burchten en holen bekend, met name in de buitendijkse wateren. In het kleinschalige cultuurlandschap van buurtschap Oldeneel en Herxen zijn territoria van steenuil aanwezig. Dit is ook de biotoop waar de egel voorkomt. Gebouw bewonende vogelsoorten zoals huismus komen voor in de gebouwen rondom de dijk. Ooievaar broedt in het projectgebied, met een ooievaarskolonie in het Oldenelerpark. Vleermuizen maken gebruik van het aanbod aan parken, tuinen, bosranden, vijvers en bomenrijen in het projectgebied om te foerageren en zich te verplaatsen. Bijzonder is de functie van het Engelse Werk voor vleermuizen. Hier zijn verschillende verblijfplaatsen in bomen aanwezig, en de bosrand wordt door vleermuizen gebruikt als essentiële vliegroute en foerageergebied. Bosranden, droge greppels, houtwallen en begroeide oevers worden door kleine marterachtigen zoals wezel gebruikt als leefgebied. Ook is tijdens ecologische onderzoek een otter in de Tichelgaten bij Herxen waargenomen. Afbeelding 1-4 Natuur op en rond de dijk Natuur, links de vochtige alluviale bossen bij de Duursche Waarden, midden de ooievaarskolonie in het Oldenelerpark en rechts de Rode Lijst-soort kleine pimpernel op de IJsseldijk bij de Dijkstoel bij Den Nul 1.5 Fasering en stappen in het project Het project doorloopt de drie fasen volgens de Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT) systematiek: de verkenningsfase, de planuitwerkingsfase en de realisatiefase (zie afbeelding ‎1‑5). De verkenning en planuitwerking worden afgesloten met een besluit: hoe verder te gaan in de volgende fase. De realisatiefase wordt afgesloten met een nieuwe legger van de primaire waterkering. Deze methode wordt algemeen toegepast voor alle dijkversterkingsprojecten uit het HWBP. Op dit moment bevindt het project IJsseldijk Zwolle-Olst (IJsselwerken) zich in de planuitwerkingsfase. In de eerste fase, de verkenningsfase, is onderzocht welke alternatieven er zijn, zodat de dijk weer voldoet aan de veiligheidsnormen. Deze alternatieven zijn, samen met betrokken partijen, beoordeeld en onderling vergeleken op basis van de afwegingsthema’s techniek, impact op de omgeving en kosten. Ook is het draagvlak van de verschillende maatregelen in beeld gebracht en is de omgeving geconsulteerd over het concept voorkeursalternatief. De Onderbouwing voorkeursalternatief (bijlage 2.3 bij de Motivering van het besluit) voor de dijkversterking markeert het einde van de verkenningsfase. Het voorkeursalternatief bestaat uit een principeoplossing per deeltraject van de dijk. Het is nog geen ontwerp op perceelniveau en precieze maten en details liggen in de verkenningsfase nog niet vast. In de planuitwerkingsfase ontwerpt IJsselwerken [2] WDODelta, de formele opdrachtgever, heeft om dit project te kunnen realiseren ervoor gekozen om al vroegtijdig in het bouwproces te kunnen beschikken over de kennis en ervaring van een marktpartij (Boskalis Nederland). Dit heeft eind 2019 zijn beslag gekregen in een overeenkomst waarbij opdrachtgever en opdrachtnemer samen (IJsselwerken) aan de lat staan voor het maken van het ontwerp en het verkrijgen van de benodigde vergunningen. Waarna vervolgens de uitvoering van de versterking en de oplevering van de IJsseldijk in principe door Boskalis Nederland zal plaatsvinden. Op de website van IJsselwerken (www.ijsselwerken.nl) is meer informatie beschikbaar over de aanleiding en voortgang van het project. Deze website bevat ook het laatste nieuws, veel gestelde vragen en achtergrondinformatie in de vorm kaarten, verslagen en rapporten. het voorkeursalternatief in meer detail. Het ontwerp wordt daarbij uitgewerkt van de principekeuzes uit de Onderbouwing voorkeursalternatief (bijlage 2.3 bij de Motivering van het besluit) naar een maatschappelijk, technisch, vergunbaar en financieel uitvoerbaar ontwerp. Daarnaast stelt IJsselwerken in de planuitwerkingsfase de (formele) documenten op, die nodig zijn om de dijkversterking te realiseren: het (complete) MER (bijlage 1 bij de Motivering van het besluit), het Projectbesluit en andere benodigde vergunningaanvragen. De fase eindigt met dit Projectbesluit: het besluit om het project juridisch mogelijk te maken. Tenslotte in de realisatiefase wordt de dijkversterking daadwerkelijk gerealiseerd. Vanwege de grote lengte waarover de dijkversterking plaatsvindt, gebeurt dit gefaseerd. De start uitvoering van de werkzaamheden is gepland in begin
  1. Afbeelding 1-5: Fasen project IJsselwerken 1.6 Dijkmodules en deeltrajecten In de verkenningsfase is het dijktraject Zwolle - Olst opgedeeld in 15 trajecten en 29 deeltrajecten. Deze onderverdeling is gebaseerd op de fysieke omgevingskenmerken, gemeentegrenzen en de resultaten uit de nadere analyse van het veiligheidsprobleem. Per deeltraject is een voorkeursalternatief (zie paragraaf 5.2 van de Motivering Projectbesluit) voor de versterking gespecificeerd. In de planuitwerkingsfase zijn de deeltrajecten waar nodig verder onderverdeeld in 31 deeltrajecten en 12 dijkmodules (zie onderstaande tabel 1-1) verdeeld voor het ontwerp- en omgevingsproces. Per dijkmodule is voor meerdere deeltrajecten in samenhang een dijkversterkingsontwerp gemaakt. In onderstaande afbeelding 1-6 is de onderverdeling op kaart weergegeven. In 5 Permanente Maatregelen en 6 Uitvoering project: tijdelijke maatregelen wordt respectievelijk het dijkversterkingsontwerp en de uitvoering ervan per dijkmodule beschreven. Tabel 1-1: Dijkmodules en dijktrajecten Dijkmodule Deeltraject Omschrijving Kilometrering Lengte (meter) Zuid 1 (Z1) 01.1 De Haere 1 17,80 - 19,30 1.500 01.2 De Haere 2 19,30 - 20,40 1.100 02 Olst-Zuid 20,40 - 21,60 1.200 geen opgave 03 Olst-Dorp (kent geen opgave) 21,60 - 22,30 700 Zuid 2 (Z2) 04 Olst-Noord 22,30 - 23,70 1.400 05.1 Den Nul-Zuid 23,70 - 24,50 800 Zuid 3 (Z3) 05.2 Den Nul-Midden 24,50 - 25,50 1.000 05.3 Den Nul-Noord 25,50 - 26,10 600 06 Duursche Waarden 26,10 - 27,50 1.400 Midden - Zuid 1 (MZ1) 07.1 Wijhe-Zuid 27,50 - 28,20 700 07.2 Wijhe-Dorp 28,20 - 28,70 500 Midden - Zuid 2 (MZ2) 08 Wijhe-Noord 28,70 - 31,40 2.700 09a Paddenpol-Herxen a 31,40 - 32,60 1.200 Midden - Zuid 3 (MZ3) 09b Paddenpol-Herxen b 32,60 - 33,00 400 10.1 Herxen-Dorp 33,00 - 34,75 1.750 10.2 Herxen-Tichelgaten 34,75 - 35,50 750 Midden - Noord 1 (MN1) 11 Windesheim-Noord & Harculo 35,50 - 38,00 2.500 Midden - Noord 2 (MN2) 12.1 Centrale Harculo-Zuid 38,00 - 39,05 1.050 12.2 Centrale Harculo-Midden 39,05 - 39,45 400 12.3 Centrale Harculo-Noord 39,45 - 40,30 850 13.1a Schellerdijk a 40,30 - 40,90 600 Midden - Noord 3 (MN3) 13.1b Schellerdijk b 40,90 - 41,65 750 13.2 Schellerdijk-Oldeneel 41,65 - 42,10 450 Noord 1 (N1) 13.3 Schellerdijk-Schellerwade 42,10 - 43,10 1.000 13.4 Schellerdijk-Vitens 43,10 - 43,95 850 Noord 2 (N2) 14.1 Engelse Werk 43,95 - 44,80 850 14.2 Katerveerdijk 44,80 - 45,10 300 14.3 Katerveercomplex 45,10 - 45,40 300 Noord 3 (N3) 15.1 Spoolde 1 45,40 - 45,95 550 15.2 Spoolde 2 45,95 - 46,20 250 15.3 Spoolde-kanaal 46,20 - 46,55 350 Afbeelding 1-6: Overzicht dijkmodules en deeltrajecten (bijlage 9.4 van de Motivering bij het Besluit) 1.7 Wijzigingen ten opzichte van het Ontwerp Projectbesluit Na de vaststelling door het dagelijks bestuur van het Ontwerp Projectbesluit op 7 mei 2024 is in dit Projectbesluit een aantal wijzigingen doorgevoerd. Het gaat hier om wijzigingen naar aanleiding van:
  2. Zienswijzen;
  3. Actualisering naar aanleiding van het uitvoeringsgereed maken van het dijkversterkingsontwerp;
  4. Redactionele wijzigingen. 1.7.1 Zienswijzen In diverse zienswijzen is naar voren gebracht dat met een beperkte aanpassing van het tijdelijk ruimtebeslag hinder beperkt kon worden of enkele bomen konden worden gespaard. Naar aanleiding hiervan zijn de volgende wijzigingen in het tijdelijke ruimtebeslag doorgevoerd: ● Beperken van het tijdelijk ruimtebeslag bij rioolleiding en bomen; ● Verplaatsen en samenvoegen van keerlussen; ● Verschuiven van depots en toevoegen van particuliere depots; ● Aanpassen van tijdelijke ontsluitingsroutes, omleidingsroutes voor het fiets- en wegverkeer en tijdelijke parkeerplekken. Ook is een tijdelijke rotonde als tijdelijke ontsluitingsroute toegevoegd. Dit heeft geleid tot tientallen beperkte aanpassingen in het tijdelijke ruimtebeslag en daardoor tot aanpassingen in de volgende documenten en situatietekeningen: ● Bijlage 2.10 ‘Planologische toets gemeente Olst-Wijhe’; ● Bijlage 2.11 ‘Planologische toets gemeente Zwolle’; ● Bijlage 2.12 ‘Landschapsplan’; ● Bijlage 3.3 ‘Toetsing NNN’; ● Bijlage 3.4 ‘Compensatieplan Natuurnetwerk Nederland’; ● Bijlage 3.7 ‘Rapportage houtopstanden’, inclusief de afgeleide tabel 7-6 uit paragraaf 7.5.4; ● Bijlage 8.5 ‘Tijdelijke omleidingsroutes per dijkmodule’; ● Bijlage 9.2 ‘Tijdelijk ruimtebeslag’, inclusief de afgeleide afbeeldingen uit hoofdstuk 6; ● Bijlage 9.8 ‘Beoogde tijdelijke depots’, inclusief de afgeleide afbeelding 6-8 uit paragraaf 6.1.1.2; ● Bijlage 9.9 ‘Uitvoeringstrajecten’. Op twee locaties is naar aanleiding van een zienswijze de dijkopgang verplaatst, dit is verwerkt in Bijlage 9.1 ‘Plankaart (definitief ruimtebeslag)’, inclusief de afgeleide afbeeldingen uit hoofdstuk
  5. Op één locatie is naar aanleiding van een zienswijze een extra (definitieve) ontsluitingsroute aangebracht, waardoor het definitief ruimtebeslag ook verkleind is, dit is verwerkt in Bijlage 9.1 ‘Plankaart (definitief ruimtebeslag)’, inclusief de afgeleide afbeelding uit hoofdstuk
  6. Op meerdere locaties is naar aanleiding van een zienswijze de beplantingscompensatie aangepast, dit is verwerkt in bijlage 2.12 ‘Landschapsplan’. Op één locatie is naar aanleiding van een zienswijze de positie van een watergang verlegd, dit is verwerkt in bijlage 9.8 ‘Nieuwe en bestaande watergangen’ inclusief de afgeleide afbeelding 7-1 uit paragraaf 7.2.
  7. Naar aanleiding van een zienswijze is de wijze van verstrekken van meetgegevens aan belanghebbenden aangepast, dit is verwerkt in paragraaf 5.8.4.2 ‘Verstrekken meetgegevens aan belanghebbenden’ van het Schadepreventie- en monitoringsplan (bijlage 8.6). Naar aanleiding van een zienswijze is in de Soortenbeschermingstoets (bijlage 3.4) en Activiteitenplan soortenbescherming (bijlage 3.5) een verwijzing naar het dijkflora herstelplan opgenomen. In de Nota van Antwoord (bijlage 2.14) zijn de wijzigingen per zienswijze aangegeven. 1.7.2 Uitvoeringsgereed maken van het dijkversterkingsontwerp Onderstaande actualiseringen met een beperkte aanpassing van het tijdelijk of definitief ruimtebeslag zijn, naar aanleiding van het uitvoeringsgereed maken van het dijkversterkingsontwerp, doorgevoerd: ● Op een enkele locaties is het definitieve ruimtebeslag beperkt aangepast, met name bij twee dijkopgangen. Dit is verwerkt in Bijlage 9.1 ‘Plankaart (definitief ruimtebeslag)’, inclusief de afgeleide afbeeldingen uit hoofdstuk
  8. ● Op diverse locaties is het tijdelijk ruimtebeslag beperkt aangepast, door bijvoorbeeld een keerlus, tijdelijke waterberging of tijdelijke ontsluitingsroute te wijzigen. Dit is verwerkt in de volgende documenten en situatietekeningen: ○ Bijlage 2.10 ‘Planologische toets gemeente Olst-Wijhe’; ○ Bijlage 2.11 ‘Planologische toets gemeente Zwolle’; ○ Bijlage 2.12 ‘Landschapsplan’; ○ Bijlage 3.3 ‘Toetsing NNN’; ○ Bijlage 3.4 ‘Compensatieplan Natuurnetwerk Nederland’; ○ Bijlage 3.7 ‘Rapportage houtopstanden’, inclusief de afgeleide tabel 7-6 uit paragraaf 7.5.4; ○ Bijlage 8.5 ‘Tijdelijke omleidingsroutes per dijkmodule’; ○ Bijlage 9.2 ‘Tijdelijk ruimtebeslag’, inclusief de afgeleide afbeeldingen uit hoofdstuk 6; ○ Bijlage 9.8 ‘Beoogde tijdelijke depots’, inclusief de afgeleide afbeelding 6-8 uit paragraaf 6.1.1.2; ○ Bijlage 9.9 ‘Uitvoeringstrajecten’. ● Meer informatie over de wijze van communicatie tijdens de uitvoering is aan paragraaf 6.1.3 toegevoegd. Voor een zorgvuldige beantwoording van de zienswijzen, het verkrijgen van de benodigde Omgevingsvergunning voor de Natura 2000-activiteit en een zorgvuldige voorbereiding van de uitvoering is voldoende tijd genomen. Dit heeft als consequentie dat niet medio 2025, maar begin 2026 zal worden gestart met de uitvoering van de dijkversterking. De uitvoeringsplanning (paragraaf 6.1.3) is daarom geactualiseerd. Daarnaast zijn bijlage 3.1 ‘Voortoets en Passende Beoordeling (en ADC-toets)’ en bijlage 3.2 ‘Passende Beoordeling Stikstof’ hiervoor geactualiseerd. 1.7.3 Redactionele wijzigingen Wanneer de wijzigingen hebben geleid tot een aangepaste situatietekening of afbeelding is in het Projectbesluit de aangepaste afbeelding opgenomen. Bij bijlage 9: Kaartenboek zijn de aangepaste kaarten opgenomen. In bijlage VI zijn alle geactualiseerde rapporten opgenomen, deze zijn te herkennen aan een datum uit
  9. Ook zijn diverse redactionele verbeteringen doorgevoerd, zoals correctie van spel- en grammaticafouten en tekstverduidelijkingen. 1.8 Leeswijzer Projectbesluit Het Projectbesluit is op basis van artikel 5.46 Omgevingswet tweede lid, het wettelijke instrument van het waterschap om een primaire waterkering aan te leggen, te verleggen of te versterken. Het dagelijks bestuur van het waterschap kan alleen een projectbesluit vaststellen voor het beheer van watersystemen en het waterketenbeheer. Dit volgt uit artikel 5.44 Omgevingswet. In artikel 5.6 Omgevingsbesluit vierde lid is aangegeven welke informatie een Projectbesluit moet bevatten. Het doel van het projectbesluit is dan ook om het doorlopen proces en de resultaten van de verkenning- en planuitwerkingsfase te beschrijven en het resultaat te presenteren: een locatie specifiek, ingepast integraal ontwerp. In dit Projectbesluit wordt aangegeven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken en wat de resultaten zijn van de uitgevoerde verkenning. Daarnaast is een beschrijving van het project gegeven, zijn de voor de fysieke leefomgeving relevante permanente of tijdelijke maatregelen en voorzieningen om het project te realiseren opgenomen en zijn de maatregelen die zijn gericht op het ongedaan maken, beperken of compenseren van de nadelige gevolgen van het project of van het in werking hebben of in stand houden daarvan voor de fysieke leefomgeving beschreven. Het samenstel van de Algemene wet bestuursrecht, Bekendmakingswet en Omgevingswet maakt dat voor projectbesluiten onderscheid moet gemaakt worden tussen de Regeling Projectbesluit, het Besluit Projectbesluit en de op dat Besluit betrekking hebbende stukken (zie afbeelding 1-7). Het projectbesluit IJsselwerken, versterking IJsseldijk Zwolle - Olst bestaat daardoor uit: a. Besluit Projectbesluit IJsselwerken, het besluit waarin de Regeling projectbesluit IJsselwerken wordt vastgesteld (zie 1.8.1); b. Regeling Projectbesluit IJsselwerken, dit bevat de formele juridische inhoud (zie 1.8.2); c. Motivering bij het Besluit en andere op het Besluit betrekking hebbende stukken zoals het MER (zie 1.8.3); d. Wijzigingen van het omgevingsplan, in zogenoemde tijdelijk regeldelen bij omgevingsplan Zwolle [3] Het omgevingsplan van gemeente Zwolle is te raadplegen via https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart/viewer/document door te zoeken op volgend identificatienummer: /akn/nl/act/gm0193/2020/omgevingsplan en omgevingsplan Olst-Wijhe [4] Het omgevingsplan van gemeente Olst-Wijhe is te raadplegen via https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart/viewer/document door te zoeken op volgend identificatienummer: /akn/nl/act/gm1773/2020/omgevingsplan (zie 1.8.4). Afbeelding 1.7: Onderdelen projectbesluit Dit schema toont de verhouding tussen het Besluit, de Regeling en de Motivering bij het Besluit. Projectbesluit Omgevingswet in DSO voor waterschappen, Unie Van Waterschappen 1.8.1 Besluit Projectbesluit IJsselwerken Het Besluit Projectbesluit IJsselwerken bevat de tekst waarmee WDODelta besluit over wat er gebeurt bij de bekendmaking: het stelt de Regeling Projectbesluit IJsselwerken (1.8.2), en de wijzigingen van het omgevingsplan (1.8.4) vast. WDODelta bepaalt daarin ook wanneer die vaststelling in werking treedt. De onderbouwing van dit Besluit wordt de Motivering bij het Besluit genoemd (zie 1.8.3). 1.8.2 Regeling Projectbesluit IJsselwerken Voorliggend onderdeel is de Regeling Projectbesluit IJsselwerken. De Regeling Projectbesluit IJsselwerken bevat de formele inhoud die volgt uit de wettelijke vereisten (zie tabel 1.2). Onderstaand schema geeft per hoofdstuk weer welke informatie en met welke wettelijke grondslag waar te vinden is. De Regeling Projectbesluit is afgeleid uit de Motivering bij het Besluit (1.8.3). Indien nodig wordt in de Regeling Projectbesluit naar de Motivering verwezen voor meer toelichting. Tabel 1.2 Inhoud regeling projectbesluit Hoofdstuk Inhoud Wettelijk grondslag inhoud 1 Inleiding (met onder andere de aanleiding tot de dijkversterking) artikel 5.44, Omgevingswet. artikel 5.46, tweede lid Omgevingswet artikel 5.6 aanhef en onder a Omgevingsbesluit 2 Opgaven voor de dijkversterking artikel 5.6 aanhef en onder a Omgevingsbesluit 3 Doelstelling project, (wettelijke) kaders en de technische randvoorwaarden, ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid artikel 5.51, Omgevingswet artikel 5.6 aanhef en onder a, Omgevingsbesluit 4 Omgevingsproces verkenning en planuitwerking artikel 5.48 eerste lid, Omgevingswet artikel 5.51, Omgevingswet 5 Permanente maatregelen dijkversterkingsontwerp artikel 5.6 aanhef onder b, Omgevingsbesluit 6 Tijdelijke maatregelen uitvoering dijkversterkingsontwerp artikel 5.6 aanhef onder b, Omgevingsbesluit 7 Maatregelen ter beperking van de nadelige gevolgen en mitigatie dan wel compensatie artikel 5.6 aanhef onder c, Omgevingsbesluit 8 Ruimtebeslag en flexibiliteit artikel 5.6 aanhef onder b, Omgevingsbesluit 9 Voor welke activiteiten geldt het projectbesluit ook als vergunning? artikel 22.16, Omgevingswet 10 Het projectbesluit wijzigt het omgevingsplan artikel 5.52 eerste lid, Omgevingswet 11 Termijn waarin gemeenten geen regels mogen stellen die de uitvoering van het projectbesluit belemmeren artikel 22.16, Omgevingswet artikel 4.19a, Omgevingswet 1.8.3 Motivering bij het Besluit en andere op het Besluit betrekking betrekking hebbende stukken Het Besluit Projectbesluit IJsselwerken (zie 1.8.1) is gebaseerd op de uitkomsten van onderzoeken, ontwerpen en overleggen. De onderscheidende beslisinformatie en conclusies zijn daartoe gedetailleerd samengevat in de Motivering bij het Besluit. De complete resultaten en onderbouwing zijn in verschillende achterliggende rapporten vastgelegd. Een voorbeeld van dergelijk achterliggend rapport is het MER met bijhorende thematische achtergrondrapportages. De belangrijkste documenten met achterliggende informatie voor het Projectbesluit zijn: ● Het milieueffectrapport (MER) deel B en bijbehorende achtergrondrapporten (bijlage 1 bij de Motivering van het Besluit): het MER bevat de resultaten van de milieuonderzoeken die zijn uitgevoerd voor het locatie specifiek, ingepast integraal ontwerp. Het MER geeft per milieuthema een beschrijving van milieueffecten en een beoordeling daarvan; ● De natuurrapporten, waaronder de Passende Beoordeling, Toetsing Natuur Netwerk Nederland, Soortenbeschermingstoets en de Rapportage houtopstanden (bijlage 3 bij de Motivering van het Besluit). Onderdeel van dit Projectbesluit zijn ook diverse kaarten, ontwerpen en figuren. Deze komen het beste tot recht op een groter (A3 tot A0) formaat. Daarom zijn ook alle kaarten gebundeld in een kaartenboek opgenomen als bijlage 9 bij de Motivering van het Besluit. Een overzicht van alle beschikbare achtergrondrapporten is toegevoegd in bijlage VI. Deze op het besluit betrekking hebbende stukken hoeven niet worden gepubliceerd via de Landelijke Voorziening Bekendmaken en Beschikbaarstellen (LVBB) naar het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) en Regels op de kaart, maar zijn raadpleegbaar via de projectwebsite www.ijsselwerken.nl (zie ook 1.8.5). 1.8.4 Wijzigingen omgevingsplan met tijdelijk regeldeel Het Projectbesluit kan het omgevingsplan wijzigen met regels die nodig zijn voor het uitvoeren, in werking hebben of in stand houden van het project. De gewijzigde regels van het omgevingsplan zijn onderdeel van het Projectbesluit. Ze komen beschikbaar met het bekendmaken van het projectbesluit, en worden bij de hoofdregeling van het te wijzigen omgevingsplan gehecht [5] Deze functionaliteit is technisch niet mogelijk bij het ontwerpbesluit, en is pas zichtbaar bij het definitieve projectbesluit. De workaround in overeenstemming met het TPOD is hier toegepast. . 1.8.5 Vindbaarheid onderdelen projectbesluit Het samenstel van Algemene wet Bestuursrecht, Bekendmakingswet en Omgevingswet maakt dat voor projectbesluiten onderscheid moet gemaakt worden tussen de Regeling Projectbesluit, het Besluit Projectbesluit en de op dat Besluit betrekking hebbende stukken, maar ook dat de onderdelen van het projectbesluit niet vindbaar zijn op een centrale landelijke voorziening. Daarom zijn ook alle documenten ook raadpleegbaar gemaakt via de projectwebsite www.ijsselwerken.nl. Onderdelen Projectbesluit IJsselwerken Vindbaarheid Besluit Projectbesluit IJsselwerken Waterschapsblad WDODelta (Officiële bekendmakingen) Motivering bij het Besluit Waterschapsblad WDODelta (Officiële bekendmakingen) Bijlagen bij de Motivering Projectwebsite www.ijsselwerken.nl Regeling Projectbesluit IJsselwerken Waterschapsblad WDODelta (Officiële bekendmakingen) Regels op de Kaart Wijzigingen van het omgevingsplan Waterschapsblad WDODelta (Officiële bekendmakingen) Regels op de Kaart, als tijdelijke regels opgenomen bij omgevingsplan van gemeente Zwolle en Olst-Wijhe 2 Opgaven voor de dijkversterking De opgave voor de dijkversterking IJsseldijk Zwolle - Olst is het realiseren van een veilige dijk die zo goed als mogelijk is ingepast in de omgeving, rekening houdend met de aanwezige gebiedskenmerken en de kansen voor het creëren van meerwaarde. De opgave is daarmee onder te verdelen in: a. Waterveiligheidsopgave: het versterken van de dijk zodanig dat deze nu en in de toekomst voldoet aan de veiligheidsnormen van artikel 2.0a Besluit kwaliteit leefomgeving (zie ook paragraaf 2.1 Veiligheidsopgave); b. Inpassingsopgave: het inpassen van aanwezige waarden en functies in de omgeving van de dijk (zie paragraaf 2.
  10. Inpassingsopgave); c. Gebiedsopgave: het samen met andere partijen realiseren van kansen voor het verbeteren of creëren van nieuwe functionaliteiten (zie paragraaf 2.3 Gebiedsopgave). 2.1 Veiligheidsopgave Primaire waterkeringen worden periodiek getoetst aan de wettelijk gestelde eisen voor waterveiligheid. 2.1.1 Toetsing aan de veiligheidsnorm Op drie momenten is getoetst aan de veiligheidsnorm (zie bijlage 2.9 bij de Motivering van het Besluit): a. Uit de derde landelijke toetsronde (LTR-3) in 2011 is gebleken dat een groot deel van het dijktraject, niet voldoet aan de vastgestelde veiligheidsnorm en daarom is het traject opgenomen in het HWBP. b. In 2016 en 2017 is vooruitlopend op veranderingen in de wettelijke normering in de Waterwet per 2017, een Nadere Analyse van het Veiligheidsprobleem (NAV) uitgevoerd. Uit deze tussenstap is gebleken dat nagenoeg het gehele dijktraject niet voldoet aan deze nieuwe waterveiligheidsnorm. c. Voor de subsidie vanuit het HWBP is een oordeel vanuit de NAV niet voldoende. Daarvoor is een formeel oordeel met het Wettelijk BeoordelingsInstrumentarium (WBI) nodig, waarbij de in 2011 in de LTR-3 afgekeurde delen niet opnieuw beoordeeld hoeven te worden, die voldoen immers al niet aan destijds geldende normen. Uit deze analyse blijkt dat 28,4 km van de 28,9 km van de IJsseldijk Zwolle – Olst niet aan de wettelijke normen voldoet, hetzij op basis van de LTR-3, hetzij op basis van het WBI. Uit de toetsing aan de veiligheidsnorm is gebleken dat de dijk om verschillende redenen kan falen, iedere reden tot falen wordt ook wel een faalmechanisme genoemd. Voor IJsselwerken (dijktraject 53-2) zijn delen van het dijktraject afgekeurd op vier verschillende faalmechanismen. De volgende problemen komen voor: hoogtetekort, piping, onvoldoende stabiliteit van het binnentalud en onvoldoende sterkte van de bekleding. In afbeelding 2-1 zijn de bijbehorende faalmechanismen toegelicht. Daarnaast zijn er twee waterkerende kunstwerken in het traject die versterkt dienen te worden: gemaal Katerveer en de kleine Katerveersluis (Katerveercomplex). Het gemaal is afgekeurd op het faalmechanisme piping - achterloopsheid: water stroomt langs het gemaal. De kleine sluis is afgekeurd op de faalmechanismes piping - onderloopsheid en sterkte van de constructieonderdelen: water loopt onder de sluis door en de houten sluisdeuren zijn aan het einde van de levensduur en aan vervanging toe. Afbeelding 2-1: Toelichting belangrijkste faalmechanismen voor IJsselwerken WDODelta wil niet alleen nu, maar ook in de toekomst een voldoende veilige dijk. Daarom wordt rekening gehouden met toekomstige ontwikkelingen als klimaatverandering en bodemdaling (zie paragraaf 3.3). Tabel 2-1 geeft een overzicht van de veiligheidsopgave van de waterkering. In totaal zal 28,4 km van de waterkering in het projectgebied IJsselwerken moeten worden versterkt. In de Verkenningsfase is gebleken dat er in het dorp Olst, nabij deeltraject 03 over een strekking van 500 meter geen grootschalige veiligheidsopgave is, deze analyse is bevestigd met een analyse volgens WBI. In de noordelijke zijde van dat traject is een beperkte piping opgave. Deze wordt meegenomen bij de te ontwikkelen rotonde op het kruispunt van de Rijksstraatweg met de Meente door de provincie Overijssel. Tijdens de planuitwerkingsfase zijn de faalmechanismen geverifieerd op basis van de laatste informatie, hierdoor zijn op enkele deeltrajecten wijzigingen in faalmechanismen doorgevoerd. 2.1.1 Actuele veiligheidsopgave IJsselwerken Afbeelding 2-2 laat de actuele veiligheidsopgave zien. De afbeelding toont welke faalmechanismen waar van toepassing zijn. Er is, zoals hierboven aangegeven, geen dijkversterkingsopgave in de kern van Olst. In 5 Permanente maatregelen is per dijkmodule een nadere toelichting op de veiligheidsopgave gegeven. Tabel 2-1: Veiligheidsopgave Dijkmodule Deeltraject Bekleding binnen Bekleding buiten Piping Hoogte Stabiliteit binnen Stabiliteit buiten Zuid 1 (DRB) 01.1 X X X X 01.2 X X X 02 X X X geen opgave 03 Zuid 2 (DRB) 04 X X X X 05.1 X X X X Zuid 3 (DRB) 05.2 X X 05.3 X X X X 06 X X X X Midden - Zuid 1 (DRB) 07.1 X X X X 07.2 X X X X Midden - Zuid 2 (DRB) 08 X X X X X 09a X X X X Midden - Zuid 3 (DRB) 09b X X X X 10.1 X X 10.2 X X X X Midden - Noord 1 (DRB) 11 X X X X X Midden - Noord 2 (DRB) 12.1 X X X 12.2 X 12.3 X X X 13.1a X X X Midden - Noord 3 (DRB) 13.1b X X X X X 13.2 X X X X X Noord 1 (DRB) 13.3 X X X X X 13.4 X X X X Noord 2 (DRB) 14.1 X X X X X X 14.2 X X X X 14.3 X X X X Noord 3 (DRB) 15.1 X X X X X 15.2 X X X X 15.3 X X X Afbeelding 2-2 Overzicht veiligheidsopgave IJsselwerken (bijlage 9.5 bij de Motivering van het Besluit) 2.2 Inpassingsopgave Het dijktraject tussen Olst (Haereweg) en Zwolle (Spooldersluis) loopt afwisselend door bebouwd en landelijk gebied met daarin diverse dorpen en buurtschappen. Het gebied omvat diverse waardevolle ecologische, landschappelijke en cultuurhistorische elementen. Het versterken van de dijk heeft fysieke impact op de leefomgeving: door het verhogen of verbreden van de dijk verandert het profiel van de dijk. De inpassingsopgave beschrijft welke bestaande functies en waarden ingepast worden bij de realisatie van het project. De inpassingsopgave volgt onder meer uit de analyse van de referentiesituatie, het omgevingsproces en het Ruimtelijk kwaliteitskader (RKK). De inpassingsopgave voor dit project bestaat onder andere uit: ● Gebruik op en rond de dijk ○ Woningen en tuinen ○ De provinciale weg N337 welke op een deel van het traject op de kruin van de dijk ligt ○ Fietspad op de kruin of berm van de dijk ● De dijk in het landschap ○ Landgoederen (landgoed Windesheim en Landgoed de Haere) met waardevolle landgoedbossen en historische kleiputten ○ Beeldbepalende landschapselementen als steenfabrieken, molens en kerken in de dorpen ○ Gemeentelijke en Rijksmonumenten, zoals oude boerderijen, dijkstoelen, Katerveercomplex, het Engelse Werk en de IJssellinie ● Natuur op en rond de dijk ○ Natuurwaarden (Natura 2000-gebieden, NNN, beschermde soorten), waaronder natuurgebieden Duursche Waarden en natuurreservaat Buitenwaarden, leefgebied voor weidevogels, bijzondere plantensoorten op het dijktalud [6] Het traject van IJsselwerken staat landelijk bekend om de soortenrijkdom van de flora op de dijk. De ideale leeflaaggrondsoort, hellingshoek en natuurtechnisch beheer hebben bijgedragen aan de ontwikkeling van stroomdalgrasflora van een goede kwaliteit en met soorten die zeldzaam zijn in Nederland. en plassen, rietlanden, bomen en kolken die leefgebied bieden voor bijzondere planten en diersoorten 2.3 Gebiedsopgave Vanuit verschillende partijen bestaan wensen en ambities om waarden in het gebied rondom de dijkversterking te verbeteren, versterken of creëren. De dijkversterking biedt mogelijkheden om deze kansen te benutten. Dit wordt meekoppelen genoemd. De essentie van meekoppelen is het behalen van synergievoordeel: het meekoppelen draagt bij aan de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving, creëert meer draagvlak, biedt kansen voor kostenbesparing en/of voorkomt hinder voor de omgeving door meerdere ruimtelijke ingrepen tegelijkertijd uit te voeren. In de verkenningsfase van de dijkversterking is samen met verschillende partijen onderzocht welke kansen er zijn. Deze kansen zijn uitgewerkt en beoordeeld in termen van vergunbaarheid, uitvoerbaarheid en betaalbaarheid (bijlage 2.3 bij de Motivering van het Besluit). Voor het realiseren van een meekoppelkans is aanvullende financiering van derden noodzakelijk, hieraan ligt een samenwerkings- dan wel uitvoeringsovereenkomst met derden aan ten grondslag. Tijdens de planuitwerkingsfase zijn deze meekoppelkansen nader uitgewerkt en in het ontwerp opgenomen. Tabel 2-2 geeft een overzicht van deze meekoppelkansen die samen met de dijkversterking verder zijn uitgewerkt. Daarnaast is in 2021 Dijkverlegging Paddenpol als meekoppelkans toegevoegd aan het project. Natuurlijke inrichting Paddenpol In 2019 bleek dat een dijkverlegging in plaats van een dijkversterking bij Paddenpol kansrijk was en kansen bood voor natuurontwikkeling en waterveiligheid. In 2021 is besloten dat bij Paddenpol de dijk wordt verlegd richting het binnenland (in oostelijke richting). Deze dijkverlegging (het aanleggen van de nieuwe primaire waterkering en afwaarderen van de oorspronkelijke primaire waterkering) is onderdeel van dit Projectbesluit. Het inrichten van het te ontstane natuurgebied is onderdeel van het project IJsselwerken, maar is geen onderdeel van dit Projectbesluit. Hiervoor vraagt IJsselwerken de benodigde omgevingsvergunningen aan. De uiterwaard wordt breder en het water komt minder hoog te staan in tijden van hoge waterafvoer. Het gebied tussen de rivier en de nieuwe dijk wordt landschappelijk ingepast. In samenwerking met de provincie Overijssel, Staatsbosbeheer en Rijkswaterstaat wordt dit gebied en de huidige uiterwaard bovendien ingericht als natuurgebied, dat tijdens overstromingen het water langer vasthoudt en als natuurlijke waterbuffer fungeert voor droge tijden. De natuurlijke inrichting van het nieuw ontstane buitendijkse gebied draagt ook bij aan de doelstellingen van de Kaderrichtlijn Water (KRW), de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW), Integraal riviermanagement (IRM) en provinciale natuur- en klimaatdoelen. Zo zorgt de waterstandsdaling ervoor dat waterveiligheid wordt gecombineerd met andere doelen, zoals natuurontwikkeling en waterkwaliteitsverbetering. De ministeries Infrastructuur en Waterstaat en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de provincies Overijssel en Gelderland dragen financieel bij om deze doelen te halen. Op 5 juli 2021 hebben de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, WDODelta, de provincie Overijssel en Staatsbosbeheer een samenwerkingsovereenkomst (SOK) ondertekend voor het uitwerken van de dijkverlegging en natuurlijke inrichting Paddenpol. Vanuit de verschillende partijen is een gezamenlijk budget ter beschikking gesteld voor de dijkverlegging en natuurlijke inrichting Paddenpol. Partijen hebben in de SOK vastgelegd dat de Planuitwerking en uitvoering van de dijkverlegging en natuurlijke inrichting Paddenpol wordt ondergebracht bij WDODelta. WDODelta heeft dit ondergebracht bij IJsselwerken. Tabel ‎2‑2: Overzicht meekoppelkansen Meekoppelkans (Deel)Traject Initiatiefnemers Beschrijving Verbeteren toegankelijkheid informatiecentrum Den Nul 05.2 Gemeente Olst-Wijhe Realiseren van een dijkopgang voor een fietsverbinding tussen het Infocentrum Den Nul en natuurgebied Duursche Waarden 1) Voor het fietspad tussen de dijk en de Barloseweg bij Duursche Waarden wordt door de gemeente Olst-Wijhe een separate omgevingsvergunning aangevraagd. . Verbreed fietspad Veerweg Wijhe-Herxen 07.1, 07.2, 08, 09a, 09b Gemeente Olst-Wijhe Verbreding van het bestaande buitendijkse fietspad tussen de Veerweg bij Wijhe en Herxen. Verbeteren kruising N337 Brabantse Wagen 08 Gemeente Olst-Wijhe Aanleggen buitendijks grondwerk ten behoeve van een toekomstige fietsoversteek Natuurlijke inrichting Paddenpol 09a Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat Provincie Overijssel Staatsbosbeheer Natuurlijke inrichting Paddenpol Zie ook toelichting boven deze tabel Verbeteren fietspad Herxen-afrit Herxen noord 10.1 Gemeente Olst-Wijhe Verbreding van het fietspad en verbetering van de afrit van het bestaande fietspad ter hoogte van Herxen 85, waarbij de huidige afrit van het fietspad, een haakse bocht, flauwer wordt gemaakt. 3 Doelstelling en randvoorwaarden Dit hoofdstuk beschrijft de doelstelling van de dijkversterking (3.1), de kaders (3.2) en de technische randvoorwaarden (3.3). De visie en randvoorwaarden voor ruimtelijke kwaliteit worden vervolgens inzichtelijk gemaakt (3.4). Tot slot wordt stilgestaan bij duurzaamheid binnen het project (3.5). 3.1 Doelstelling project WDODelta zorgt voor de waterveiligheid in haar ambtsgebied Zuidwest-Drenthe en West-Overijssel, zodat inwoners veilig kunnen wonen, werken en recreëren. Het waterschap wil overstromingen voorkomen en schade zoveel mogelijk beperken. Vanuit deze doelstelling werkt het waterschap aan versterking van de dijktrajecten die niet voldoen aan de wettelijk vastgestelde veiligheidsnorm. 3.1.1 Projectdoel Om de waterveiligheid in het gebied achter de dijktraject te kunnen garanderen is WDODelta gestart met de dijkversterking IJsseldijk Zwolle-Olst. De dijk moet voldoen aan de nieuwe veiligheidsnormen. Doelstelling van het project is om: a. Een waterveilige, toekomstbestendige en beheerbare waterkering te realiseren (zie 3.3 Technische randvoorwaarden project); b. Op basis van een bestuurlijk gedragen Projectbesluit waarin maatschappelijke belangen zorgvuldig zijn afgewogen (zie 4 Omgevingsproces), en c. ‎Ingepast in de omgeving (zie 2.2 Inpassingsopgave).‎ d. Met zo mogelijk kansen voor het creëren van maatschappelijke meerwaarde (zie 2.3 Gebiedsopgave). 3.1.2 Doel planuitwerkingsfase Het doel van de planuitwerkingsfase is om op herleidbare, expliciete en objectieve wijze te komen tot een uitgewerkt voorkeursalternatief (VKA) in een dijkversterkingsontwerp op basis van een zorgvuldige afweging van maatschappelijke belangen. Het resultaat wordt vastgelegd in dit Projectbesluit dat vastgesteld wordt door het dagelijks bestuur van het waterschap. Randvoorwaarden voor het Projectbesluit zijn dat het gaat om een probleemoplossend (waterveilig), uitvoerbaar (technisch en veilig maakbaar), vergunbaar (binnen de kaders van wet- en regelgeving) en betaalbaar (tegen maatschappelijk verantwoorde kosten) ontwerp. Het Projectbesluit bevat ten minste een beschrijving van het betrokken werk en de wijze waarop dat zal worden uitgevoerd, en ook een beschrijving van de te treffen voorzieningen, gericht op het ongedaan maken of beperken van de nadelige gevolgen van de uitvoering van het werk. 3.2 Kaders Eerst worden de wettelijke en beleidskader geschetst waaraan het project moet voldoen, vervolgens wordt de afbakening van de scope van het project gegeven. 3.2.1 Wettelijke en beleidskaders 3.2.1.1 Wettelijke kaders De versterkingsopgave voor dijktraject Zwolle-Olst vindt plaats binnen de geldende wettelijke kaders. De belangrijkste wettelijke kaders voor het Projectbesluit zijn de Omgevingswet en onderliggende besluiten. Daarnaast zijn de vigerende provinciale omgevingsverordening, gemeentelijke omgevingsverordeningen en gemeentelijke omgevingsplannen relevante wettelijke kaders. De belangrijkste beleidskaders zijn de Kaderrichtlijn Water, het Nationaal Waterprogramma 2022-2027, de Beleidsregels grote rivieren, Beleidsregel toetsingskader waterkwaliteit, Waterbeheerprogramma 2022-2027 van WDODelta en de subsidieregeling van het HWBP (zie 3.3.4 Sober en doelmatig). In de Motivering bij het Besluit wordt het dijkversterkingsontwerp en de wijze van uitvoering aan deze kaders getoetst. 3.2.1.2 Principes WDODelta voor dijkversterkingen WDODelta kent een intern programma voor de aanpak van ongeveer 180 km dijken. Voor dit interne programma heeft het waterschap de volgende leidende principes benoemd, die ook van toepassing zijn voor IJsselwerken: a. De beheersing van het programma en de projecten is gericht op het minimaliseren van de (financiële) risico’s en het maximaliseren van de voorspelbaarheid. b. Het waterschap zet maximaal in op een kwalitatieve hoogwaardige organisatie. c. Het waterschap werkt in verbinding met de omgeving. d. Het waterschap zoekt naar een optimale samenwerkingsvorm met- en betrokkenheid van de markt voor risicominimalisatie en maximaliseren voorspelbaarheid. Daarnaast hanteert WDODelta de volgende ambities en uitgangspunten. Op de toekomst voorbereid WDODelta heeft de ambitie om de dijk niet alleen nu, maar ook voor de toekomst, voldoende sterk te maken. Het waterschap zorgt ervoor dat de dijk op alle aspecten voor een langere termijn veilig is en voldoet aan de veiligheidseisen. Uitgangspunt is dat een dijkversterking in grond een levensduur heeft van 50 jaar en een dijkversterking voor kunstwerken en moeilijk vervangbare objecten (zoals een langsconstructie) een levensduur van 100 jaar. Hierbij houdt het waterschap rekening met toekomstige ontwikkelingen zoals klimaatverandering, volgens het landelijk gehanteerde klimaatscenario W+. Zie ook 3.3 Technische randvoorwaarden. Ruimtelijk kwaliteitskader WDODelta hanteert doelmatig als uitgangspunt volgens de subsidieregeling van HWBP, waarbij minimaal gestreefd dient te worden naar het behoud van de bestaande ruimtelijke kwaliteit. Het geactualiseerde kader bevat richtinggevende uitgangspunten voor de uitwerking van het ontwerp van de dijkversterking in de planuitwerkingsfase. Het kader borgt dat de ruimtelijke kwaliteit gelijk blijft aan, of verbetert, ten opzichte van de huidige situatie. Het RKK formuleert daartoe leidende principes en ontwerpprincipes voor de versterkingsmaatregelen en meekoppelkansen (zie 2.2 Inpassingsopgave). Ook benoemt het de belangrijkste ontwerpopgaven voor de inpassing van het voorkeursalternatief die uitgewerkt moeten worden in de planuitwerkingsfase (zie 3.4 Visie en randvoorwaarden Ruimtelijke kwaliteit). Duurzaamheid WDODelta besteedt aandacht aan het thema duurzaamheid in elke fase van het project. In de verkenningsfase is gestart met het invullen van de instrumenten ‘Omgevingswijzer’ en ‘Ambitieweb’. WDODelta heeft samen met de gebiedspartners (gemeenten, provincie en andere direct betrokkenen) besproken welke huidige functies de dijk en directe omgeving vervult (Omgevingswijzer). Gezamenlijk inventariseerden zij kansen die meerwaarde kunnen bieden voor het gebied (zie 3.5 Duurzaamheid en biodiversiteit). 3.2.2 Afbakening 3.2.2.1 Oplossingsruimte Naast het versterken van de dijk, zijn er ook andere mogelijkheden om met het veiligheidsprobleem om te gaan. Zo kunnen er maatregelen getroffen worden om de waterstand te verlagen, zoals rivierverruiming. Dit soort maatregelen worden ook wel systeemmaatregelen genoemd. Ook kunnen er tijdelijke beheermaatregelen worden ingezet bij hoogwater, bijvoorbeeld het plaatsen van zandzakken. In het eerste jaar van de verkenningsfase is onderzocht wat de bijdrage is van andere oplossingen dan dijkversterking. Zo is onderzocht of de dijkversterkingsopgave kan worden voorkomen of beperkt door rivierverruiming. Op basis van dit onderzoek is grootschalige rivierverruiming als niet kansrijk beoordeeld voor het projectgebied IJsselwerken. De belangrijkste reden is dat de waterstandsdaling die met rivierverruiming wordt bereikt, de hoogteopgave maar voor een klein deel wegneemt en de opgave voor bekleding en piping aanwezig blijft. Oftewel: bij inzet van rivierverruiming moet de dijk alsnog worden versterkt dan wel verhoogd. Daarnaast zijn er op/rond dit gedeelte van de IJssel al verschillende rivierverruimingen uitgevoerd. Deze conclusies sluiten aan bij de voorkeurstrategie IJssel uit het Deltaprogramma (zie bijlage 1.1 bij de Motivering van het Besluit) waarin is opgenomen dat grootschalige rivierverruiming kan worden toegepast om klimaatverandering op te vangen na
  11. De korte en middellange termijn opgave worden ingevuld door middel van dijkversterking. Ook tijdelijke beheermaatregelen blijken niet kansrijk om de waterveiligheidsopgave op te lossen, omdat deze een niet realistische inzet vragen over de grote lengte van het te versterken dijktraject. Een nadere toelichting op de bijdrage van rivierverruiming en tijdelijke maatregelen is opgenomen in paragraaf 3.4 van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (bijlage 1.1 bij de Motivering van het Besluit). 3.2.2.2 Oostelijke oever dijktraject De IJssel wordt aan de oost- en westzijde omgeven door een dijk. In het project IJsselwerken wordt het dijktraject op de oostelijke oever wel versterkt, maar de dijk op de westelijke oever (nog) niet. De dijk op de westelijke oever wordt beheerd door waterschap Vallei & Veluwe. Naast dat de dijk op de oostelijke oever een strengere norm heeft dan die op de westelijke oever, is elk waterschap zelf verantwoordelijk voor beoordeling en eventueel verbetering van haar dijken. 3.3 Technische randvoorwaarden project Op basis van de Omgevingswet en onderliggende documenten en richtlijnen, regels vanuit het HWBP en het bestuurlijk ontwerpkader zijn in het project de volgende uitgangspunten opgesteld: ● Het ontwerp moet voldoen aan de normering uit Bijlage II Besluit kwaliteit leefomgeving, waarbij de signaleringswaarde 1:10.000 per jaar is en de maximaal toelaatbare overstromingskans (ondergrens) 1:3.000 per jaar (zie toelichting 3.3.1 Normtraject); ● De dijk voldoet tot 2075 aan de vereiste veiligheid (50 jaar veilig), voor kunstwerken en moeilijk vervangbare objecten, zoals langsconstructies, geldt 100 jaar (zie toelichting 3.3.2 Ontwerplevensduur/zichtjaar). 3.3.1 Normtraject Binnen het Deltaprogramma is een nieuwe normering voor waterveiligheid ontwikkeld en uitgewerkt, zoals vastgelegd in de Deltabeslissing Waterveiligheid. Deze normering is in § 2.1.1 Besluit kwaliteit leefomgeving en Bijlage II Besluit kwaliteit leefomgeving wettelijk vastgelegd als omgevingswaarde veiligheid primaire waterkeringen. In deze normering wordt niet alleen gekeken naar de kans op een overstroming, maar ook naar de gevolgen van een overstroming. Het uitgangspunt is dat iedereen in Nederland dezelfde basisveiligheid krijgt met een kans van 1:100.000 per jaar op overlijden als gevolg van een overstroming, ook wel het lokaal individueel risico genoemd (LIR). Op basis van het LIR, groepsrisico en de economische waarde wordt een overstromingsnorm toegekend aan dijktrajecten. De overstromingsnorm bepaalt de maximaal toelaatbare kans dat een belasting optreedt die groter is dan de sterkte van de dijk en dat daardoor een overstroming van het binnendijks gelegen te beschermen gebied optreedt. Voor dijktraject 53-2, is de maximaal toelaatbare overstromingskans 1:3.000 per jaar. Het dijkontwerp dat ten grondslag ligt aan dit Projectbesluit voldoet aan deze normering. Voor het dijkontwerp wordt gebruik gemaakt van de vigerende richtlijn voortkomend uit het Ontwerpinstrumentarium 2014 versie
  12. Voor het dijkontwerp wordt uitgegaan van de ondergrens, ofwel de maximaal toelaatbare overstromingskans, aan het einde van de planperiode. Dit betekent dat de dijk na de dijkversterking niet per definitie voldoet aan de signaleringswaarde tijdens de eerste volgende toetsronde. In 2023 zijn diverse delen van het Beoordelings- en Ontwerp Instrumentarium (BOI) gepubliceerd, dat het Ontwerpinstrumentarium 2014 versie 4 gaat vervangen. Het belangrijkste document voor het ontwerp van waterkeringen, de Handleiding Veiligheidsontwerp, is echter nog niet gereed, maar wordt in de loop van 2024 naar verwachting gepubliceerd. Daarom is voor het dijkversterkingsontwerp uitgegaan van de vigerende versie van het Ontwerpinstrumentarium 2014 versie
  13. Wel is tijdens het ontwerpproces continu de kennisontwikkeling gevolgd via de community of practice, nieuwsbrieven en andere communicatiemiddelen en -bijeenkomsten. Ook is actief bij gedragen aan toepassing en ontwikkeling van nieuwe kennis (gras-op-zand & proef met kunststof damwanden (zie 5.1.2 Uitkomst onderzoeken) en actualisatie Ontwerp-, Beoordeling- en Onderhoudsrichtlijn Verticaal Zanddicht Geotextiel). Hierdoor is in het ontwerpproces al gewerkt in de geest van het BOI en worden aanpassingen niet verwacht. 3.3.2 Ontwerplevensduur/zichtjaar Het dijktraject Zwolle - Olst dient niet alleen nu, maar ook in de toekomst voldoende sterk te zijn. De waterkering wordt versterkt op alle faalmechanismen voor hetzelfde zichtjaar. Wel wordt er onderscheid gemaakt tussen constructieve oplossingen en grondoplossingen. Uitgangspunt is:
  14. Een dijkversterking uitgevoerd in grond heeft een levensduur van 50 jaar (Het zichtjaar dat hierbij hoort is 2075, gerekend vanaf 2025).
  15. Voor moeilijk vervangbare onderdelen zoals langsconstructies wordt een levensduur van 100 jaar beschouwd (zichtjaar 2125).
  16. Bij zelfstandig kerende constructies die de kerende hoogte zelf verzorgen, wordt een aanleghoogte gehanteerd die gelijk is aan hoogte die overeenkomt met zichtjaar
  17. Hiermee wordt voorkomen dat constructies voor 2125 verhoogd moeten worden; Mocht het vanuit de inpassing niet wenselijk zijn om bij oplevering de constructie voor het jaar 2125 aan te leggen dan kan ervoor gekozen worden om een voorziening aan te brengen zodat de constructie uitbreidbaar is in de hoogte. De constructie zal dan wel ontworpen worden uitgaande van het zichtjaar 2125 maar wordt de aanleghoogte voor 2075 gehanteerd.
  18. Bij constructies waarbij de kerende hoogte wordt gewaarborgd door het grondlichaam, wordt een aanleghoogte voor zichtjaar 2075 gehanteerd. Hiermee komen de aanlegdimensies van het dijklichaam overeen met de naastgelegen dijklichamen. Op deze locaties moet het ontwerp uitbreidbaar zijn voor de periode 2075-2125 [7] Een voorbeeld is bij het Engelse Werk hier is de hoogte ontworpen op 2075, deze kan vervolgens eventueel door taludwijziging of een keermuur worden verhoogd, de verticale pipingmaatregel is hier wel ontworpen op
  19. Vervangbare delen worden qua sterkte ontworpen op een zichtjaar passend bij de levensduur van het betreffende onderdeel. Bij vervangbare onderdelen valt te denken aan beweegbare onderdelen zoals houten sluisdeuren. 3.3.3 Hoogte van de dijk De hoogte van de dijk is ontworpen op een overslagdebiet van 10 liter per seconde per strekkende meter bij maatgevende omstandigheden. Overslaand water is water dat door golfslag over de waterkering heen slaat. Bij grote hoeveelheden water kan de dijk eroderen waarna de dijk kan doorbreken. De dijk wordt dusdanig ontworpen dat er gemiddeld 10 liter per seconde (per strekkende meter) over de waterkering kan slaan, zonder dat de dijk bezwijkt. Bij ontwerpen van de waterkering dient ervoor gezorgd te worden dat de dijk over 50 jaar ook nog hoog genoeg is (zie 3.3.2). De locatie van de nieuwe dijk heeft invloed op de zettingen van de dijk. Bij een buitenwaartse versterking of dijkverlegging wordt een nieuwe dijk gerealiseerd op grond die nog niet eerder belast is geweest. De zettingen zijn hier dus groter dan wanneer de dijk op de huidige locatie wordt versterkt. In verband met de grotere zettingen wordt de dijk dan met een (grotere) overhoogte opgeleverd. Bij het ontwerpen van de hoogte van de dijk worden drie definities gehanteerd: ● de ontwerphoogte; ● de opleverhoogte; en ● de aanleghoogte. De ontwerphoogte is de hoogte die de dijk over 50 jaar minimaal moet hebben, de aanleghoogte van de dijk is de hoogte die de dijk heeft tijdens de aanleg van de dijk. De opleverhoogte is de hoogte van de dijk nadat de werkzaamheden zijn afgerond. De opleverhoogte is dus inclusief de overhoogte voor zettingen. In dit Projectbesluit wordt gecommuniceerd op basis van de opleverhoogte, deze is binnen dit project vaak gelijk aan de ontwerphoogte, aangezien dit het beste de impact op de omgeving weergeeft. In onderstaande afbeelding worden de verschillende hoogtes geïllustreerd. Afbeelding 3-1: Hoogte van de dijk Verschillen tussen aanleghoogte, opleverhoogte en ontwerphoogte. Dit projectbesluit hanteert de opleverhoogte als uitgangspunt 3.3.4 Sober en doelmatig Het project is opgenomen in het HWBP. Dat betekent dat de dijkversterking vanuit het HWBP gesubsidieerd wordt mits het ontwerp voor de versterking sober en doelmatig is. Daarbij worden uitsluitend die werkzaamheden gefinancierd die noodzakelijk zijn om de hoogwaterveiligheid op het vereiste niveau te brengen. Dit behelst ook de benodigde inpassingsmaatregelen en mitigerende of compenserende maatregelen. De meerkosten van andere werkzaamheden, zoals meekoppelkansen, moeten door derden gefinancierd worden. Een uitgebreide toelichting op het HWBP en bijbehorende spelregels is te vinden via de website hoogwaterbeschermingsprogramma. 3.3.5 Beheer en onderhoud van de dijk 3.3.5.1 Stroken en opgangen Om de dijk goed te kunnen beheren en onderhouden zijn beheerstroken aanwezig en worden beheerstroken in het dijkversterkingsontwerp opgenomen. Om het beheer uit te kunnen voeren moet de beheerder met materieel (tractoren, maaimachines) bij de dijk komen. Hiervoor zijn in het dijkontwerp dijkopgangen of -afritten benodigd, ook moeten naast sloten en taluds stroken aanwezig zijn waar het materieel kan rijden. Een begaanbare beheerstrook (of onderhoudspad) langs de teen van de dijk of in de berm of op de kruin voorzien van halfverharding is dan ook nodig voor het onderhoud en de inspectie van de dijk. De dijkopgangen en paden zijn ook nodig om tijdens hoogwater inspecties uit te kunnen voeren en indien nodig noodmaatregelen te kunnen uitvoeren. Beheerstroken zijn bij voorkeur tweezijdig ontsloten, omdat onderhoudsmaterieel doorgaans niet kan keren op de beheerstrook. 3.3.5.2 Beheer watersysteem De watergangen en andere onderdelen van het watersysteem moeten ook goed beheerbaar zijn na de realisatie van de dijkversterking. Hierbij wordt invulling gegeven aan het algemene uitgangspunt dat de huidige functionaliteit wordt teruggebracht. Dit gaat er ook vanuit (net als bij de waterkeringen) dat in de huidige situatie het watersysteem goed te beheren is. Daarom zijn naast watergangen ook beheerstroken voorzien. 3.4 Visie en randvoorwaarden ruimtelijke kwaliteit Om een goede inpassing van de dijk in de bestaande omgeving te garanderen, heeft het waterschap een Ruimtelijk KwaliteitsKader (RKK) opgesteld voor de dijkversterking. Het RKK is een instrument om te sturen en te inspireren op ruimtelijke kwaliteit en vormt een kader voor de landschappelijke inpassing van de versterkingsmaatregelen. Het RKK analyseert en waardeert de ruimtelijke kwaliteit van de dijk en doet uitspraken over de wijze waarop in het planproces van de dijkversterking hiermee kan worden omgegaan. Het RKK is een verdere verdieping van het Ruimtelijk Perspectief Dijken in Overijssel
(2017). In de verkenningsfase diende het RKK als hulpmiddel om de kansrijke alternatieven uit te werken tot ruimtelijke ontwerpen. In de planuitwerkingsfase vormt het RKK de leidraad voor het uitwerken van het voorkeursalternatief. Voor het uitwerken van het voorkeursalternatief is het RKK geactualiseerd (RKK 2.0). Het geactualiseerde kader bevat richtinggevende uitgangspunten voor de uitwerking van het ontwerp van de dijkversterking in de planuitwerkingsfase. Het kader borgt dat de ruimtelijke kwaliteit gelijk blijft aan, of verbetert, ten opzichte van de huidige situatie. Uitgangspunt voor ruimtelijke kwaliteit is dat de nieuwe dijk zich op een vanzelfsprekende manier voegt in zijn omgeving. Vier leidende principes zijn de basis waarmee hier invulling aan gegeven wordt. Voor elk leidend principe zijn in het Ruimtelijk Kwaliteitskader concrete ontwerpprincipes uitgewerkt en deze hieronder verbeeld. 3.4.1 De continue biodiverse dijk: een slingerende steile groene soortenrijke dijk Op het schaalniveau van de provincie Overijssel vormen de dijken langs de Sallandse IJssel een dijkfamilie. Behoud en versterken van de onderscheidende kenmerken (profiel en tracé) van de IJsseldijk Zwolle-Olst ten opzichte van de andere dijken in Overijssel vormt een belangrijk uitgangspunt. De nieuwe dijk is daarom over de gehele lengte als een samenhangende lijn in het landschap herkenbaar. De dijk heeft een doorgaand slingerend tracé, en kent overwegend een eenduidig en compact dwarsprofiel met steile en groene soortenrijke taluds. De continue biodiverse dijk Een slingerende steile groene soortenrijke dijk 3.4.2 De kleurrijke dijk: een gevarieerd dijklandschap Het dijktraject voert door een kleinschalig, reliëfrijk en divers landschap: rivierduinen, oeverwallen, uiterwaarden, en dorpen. De aansluiting van de dijk op de verschillende landschappen is telkens anders. Uitgangspunt is om per landschapstype voort te bouwen op de specifieke relatie tussen dijk en omgeving waardoor de veelkleurigheid (in sfeer, inrichting en gebruik) van de IJsseldijk wordt behouden en waar mogelijk versterkt. De kleurrijke dijk Een gevarieerd dijklandschap 3.4.3 De verhalende dijk: zorgvuldige omgang met het (water)erfgoed Het dijktraject is rijk aan (water)erfgoed: kolken, dijkdellen, dijkstoelhuisjes, relicten van de IJssellinie, rivierlandgoederen, etc. Deze elementen vertellen het verhaal over het ontstaan van het IJssellandschap: over de strijd tegen het water en het leven met de rivier. Uitgangspunt voor de dijkversterking is dat het (water)erfgoed zodanig wordt ingepast dat het zijn verhaal kan blijven vertellen: Waarom ligt het hier? Waarvoor diende het? De opgave voor de dijkversterking is een zorgvuldige omgang met het erfgoed. Het behoud van het erfgoed is het beste geborgd door het een nieuwe functie te geven (o.a. recreatie, natuur- en klimaatopgaven) volgens het motto: behoud door ontwikkeling. De verhalende dijk Zorgvuldige omgang met het (water)erfgoed 3.4.4 De beleefbare dijk: versterken routenetwerk met behoud van luwe plekken Door het benutten van (meekoppel)kansen kan het recreatief routenetwerk rondom de dijk worden versterkt. Belangrijk uitgangspunt is een bewuste omgang met luwe en meer dynamische plekken, voortbouwend op de variatie van het IJssellandschap. Op luwe plekken, gelegen op grotere afstand van dorp of stad, is de rust en stilte een grote kwaliteit. Een grote toename van recreanten is hier niet gewenst en voorziet ook niet in een grote behoefte. Dit ligt anders in de meer dynamische gebieden zoals bij Olst, Wijhe en Zwolle. Hier is een grote behoefte aan recreatieve uitloopmogelijkheden richting de rivier. De ambitie is daar om recreatieve routes en voorzieningen zodanig te situeren dat de uitloopmogelijkheden toe nemen, maar tegelijkertijd de belangen van bewoners, grondeigenaren en natuur worden ontzien. De beleefbare dijk Versterken routenetwerk met behoud van luwe plekken 3.5 Duurzaamheid en biodiversiteit In de Watervisie beschrijft WDODelta haar visie voor de komende 10 jaar. Rakend aan het thema duurzaamheid staan in de Watervisie onder andere ambities voor het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen, het verminderen van het gebruik van grondstoffen en het inzetten op behoud en herstel van biodiversiteit. In het Waterbeheerprogramma 2022-2027 zijn de ambities uit de Watervisie geconcretiseerd. Het project IJsselwerken besteedt aandacht aan het thema duurzaamheid in elke fase van het project. In IJsselwerken zijn drie duurzaamheidspijlers gedefinieerd: a. Beperken van de energie- en grondstofbehoefte en gebruik: doel is om de MKI-waarde [8] MKI (Milieu Kosten Indicator), is een indicator die de milieu-impact van een materiaal, een bouwwerk of bouwmethode uitdrukt in euro’s. De gehele levenscyclus, als ook de CO2-uitstoot, komt daarbij in beeld, vanaf de winning van grondstoffen tot en met de sloop van een bouwwerk. van het project met 25% te verlagen ten opzichte van het voorkeursalternatief in
  1. Binnen deze pijler wordt gericht gezocht naar optimalisaties die de grondbehoefte beperken, vrijkomende grond benutten voor versterkingsmaatregelen, toepassing van duurzame materialen en bouwlogistiek. Het tweede doel is om 30 % minder primaire grondstoffen te gebruiken voor de benodigde harde materialen (anders dan klei en zand) ten opzichte van de gangbare aanpak in
  2. Het derde doel is om onnodige versterkingsmaatregelen te voorkomen; b. Grondstoffen en energie hergebruiken: doel is dat minimaal 95% van de grond die in het project vrijkomt hergebruikt wordt binnen het project of bij een ander project in de buurt.- Binnen deze pijler is onderzocht waar overtollige grond kan worden afgezet in de omgeving. Het tweede doel is dat meer dan 90 % van alle toegevoegde materialen geschikt is voor hergebruik na einde levensduur; c. Vergroten van natuurwaarden en leefbaarheid: doel is om significante effecten op Natura 2000-doelen als gevolg van stikstofdepositie te voorkomen. Bij het maken van afwegingen in het ontwerpproces wordt rekening gehouden met natuurwaarden. Binnen deze pijler wordt ingezet op het beperken van de stikstofuitstoot door beperken van grondtransport en het inzetten van emissieloos materieel in de buurt van stikstofgevoelige locaties en te compenseren. De meekoppelkans Paddenpol vergroot de natuurwaarden in het projectgebied. Door samen te werken met initiatiefnemers van meekoppelkansen zet het project in op het vergroten van natuurwaarden en en/of leefbaarheid. Het is de ambitie van het project om de biodiversiteit ten minste te vergroten ten opzichte van de huidige situatie. Binnen het project is duurzaamheid een thema bij afwegingen ten aanzien van ontwerp, materialen, uitvoeringsmethoden, logistiek en meekoppelkansen. In de planuitwerkingsfase zijn op hoofdlijnen keuzes gemaakt die in de fases daarna verder uitgewerkt worden. 4 Omgevingsproces Op grond van artikel 5.51 Omgevingswet wordt in dit Projectbesluit aangegeven hoe bewoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken en wat de resultaten zijn van de uitgevoerde verkenning. Dit wordt het omgevingsproces genoemd. In dit hoofdstuk wordt het omgevingsproces rondom de dijkversterking beschreven. Eerst wordt de participatie gedurende de verkenning (4.1) en de planuitwerking (4.2) beschreven en vervolgens wordt aangegeven hoe omgegaan wordt met belanghebbenden (4.3). Op grond van artikel 4.64 Invoeringswet Omgevingswet vierde lid geldt overgangsrecht als de voorbereiding van een project voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet in een vergevorderd stadium is. Er gelden twee voorwaarden: a. Om onder het overgangsrecht te vallen moet voor 1 juli 2025 een definitief Projectbesluit zijn vastgesteld. Gezien de huidige planning kan IJsselwerken hieraan voldoen; b. Daarnaast moet voldaan worden aan artikel 5.48 Omgevingswet eerste lid (verkenning) Omgevingswet. Dit betekent dat een verkenning is uitgevoerd waarbij het waterschap kennis en inzichten heeft vergaard over: ○ De aard van de opgave; ○ De voor de fysieke leefomgeving relevante ontwikkelingen, en; ○ De mogelijke oplossingen voor die opgave. In paragraaf 4.1 en bijlage 2.2 bij de Motivering van het Besluit wordt aangetoond dat IJsselwerken ook aan deze laatste voorwaarde voldoet. Daarmee valt IJsselwerken onder een project dat in een vergevorderd stadium is en daarom is het niet nodig om te voldoen aan artikel 5.47 Omgevingswet (voornemen) en lid 2 en lid 3 van artikel 5.48 Omgevingswet (verkenning). 4.1 Participatie tijdens de verkenningsfase In de verkenningsfase (2017-2019) zijn bewoners, bedrijven, (terrein)beheerders en belangenorganisaties gedurende het gehele proces van de verkenning intensief betrokken. Deze paragraaf beschrijft het participatieproces dat met deze partijen en andere belangstellenden is doorlopen. Op welke momenten en op welke wijze de omgeving is betrokken bij de Verkenningsfase van het project en tot welke resultaten de maatschappelijke participatie heeft geleid is uitgebreider beschreven in de notitie Verantwoording participatie Verkenningsfase (bijlage 2.2 bij de Motivering van het Besluit). 4.1.1 Betrokken partijen De volgende partijen zijn betrokken via ontwerpateliers, Dijkdenkerbijeenkomsten [9] Dijkdenkers zijn bewoners in het projectgebied die extra betrokken willen zijn bij het project en meedenken met het waterschap over hun leefomgeving. Bijna de helft van de Dijkdenkers is eigenaar van grond of een woning op of direct langs de dijk. De meeste Dijkdenkers hebben in de startbijeenkomst in 2017 aangegeven op individuele basis mee te willen denken in het project en geen gemeenschappelijk belang te willen vertegenwoordigen. , overleggen en gesprekken in de verkenning IJsseldijk Zwolle-Olst: ● Bestuurlijke partners: gemeente Olst-Wijhe, gemeente Zwolle, provincie Overijssel, Rijkswaterstaat Oost-Nederland en Staatsbosbeheer, vertegenwoordigd in de Bestuurlijke Begeleidingsgroep; ● Vertegenwoordigers van belangen(organisaties), vertegenwoordigd in het Omgevingsplatform, zoals ○ Natuur: Instituut voor Natuurbeschermingseducatie (IVN) De Grutto Olst-Wijhe, Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging (KNNV) Zwolle; ○ Buurtverenigingen: Plaatselijk Belang van Olst, Den Nul/Fortmond/Duur, Wijhe, Herxen, Windesheim, buurtvereniging Schelle-Oldeneel en Spoolderbelangen; ○ Landbouw: Land- en Tuinbouw Organisatie Nederland (LTO) Salland; ○ Landgoederen: Overijssels Particulier Grondbezit; ○ Cultuurhistorie: Stichting IJssellinie, Zwolse Historische Vereniging; ○ Recreatie: Marketing Salland, Sportvisserij Oost-Nederland ● Dijkdenkers: bewoners en andere belangstellenden; ● Grondeigenaren en dijkbewoners; ● Inwoners gemeente Olst-Wijhe en gemeente Zwolle; ● Bedrijven in het projectgebied: waaronder Abbott, Engie en Vitens; ● Nutsbedrijven: onder andere Gasunie, Enexis, Ziggo, Vitens. 4.1.2 Het proces Het proces is gestart met een dialoog over de opgave en het vaststellen van nut en noodzaak voor een dijkversterkingsproject. Vervolgens is het participatieproces op hoofdlijnen in de volgende stappen doorlopen: a. Toelichting en gesprek over de opgave; b. Inventarisatie van alle oplossingsrichtingen; c. Van oplossingsrichtingen naar kansrijke alternatieven; d. Van kansrijke alternatieven naar het concept-voorkeursalternatief; e. Consultatie concept-Voorkeursalternatief. Per stap volgt hierna een samenvatting van de wijze waarop de omgeving is betrokken. Vanwege het uitwerkingsniveau en doel van de verkenningsfase (voorkeursalternatief per traject in plaats van per perceel) zijn stakeholders in de verkenningsfase vooral groepsgewijs uitgenodigd en betrokken. Tegelijk vonden naast de genoemde participatieonderdelen vele (keukentafel)gesprekken plaats en verspreidt het waterschap 3 tot 4 keer per jaar een nieuwsbrief naar ruim 500 geïnteresseerden. Stap A/B Dialoog over de opgave en inventarisatie oplossingsrichtingen Participatie in deze eerste stap ging over: ● Gesprek over nut en noodzaak van een dijkversterking; ● Inventariseren van oplossingsrichtingen die een of meerdere problemen van de dijk oplossen, zowel gericht op dijkversterking als alternatieve oplossingen; ● Inbrengen van gebiedskennis en verhalen voor het Ruimtelijke kwaliteitskader voor IJsseldijk Zwolle-Olst; ● Inbrengen van meekoppelkansen. De belangrijkste participatiemomenten in deze stap waren: ● Bij start van de verkenning is de brede omgeving (januari 2017) uitgenodigd voor een startbijeenkomst over de opgave en de nut & noodzaak van een dijkversterking. Alle eigenaren van percelen rondom het dijktraject in een straal van 100 meter zijn hiervoor persoonlijk uitgenodigd. Tijdens deze bijeenkomst is ook een planning voor het project gepresenteerd en is eenieder uitgenodigd om actief mee te denken als Dijkdenker; ● Voor de inventarisatie van alle oplossingsrichtingen zijn expertsessie georganiseerd met interne en externe specialisten en adviseurs van het waterschap en de bestuurlijke partners; ● De dijkdenkers hebben in de eerste bijeenkomst (april 2017) meegedacht over de nut en noodzaak van de opgave en oplossingsrichtingen; ● De dijkdenkers en bestuurlijke partners hebben (juni 2017) gebiedskennis en verhalen ingebracht ten behoeve van het Ruimtelijk Kwaliteitskader en de Hydrobiografie; ● Inventarisatie en verdieping van mogelijke meekoppelkansen met bestuurlijke partners. Stap C van oplossingsrichtingen naar kansrijke alternatieven Participatie in deze stap ging over ● Aandragen van mogelijke alternatieven (vertaling oplossingsrichtingen naar concrete alternatieven); ● Beoordelen van de effecten van de mogelijke alternatieven voor dijkversterking en op basis daarvan selecteren van de kansrijke alternatieven. De belangrijkste participatiemomenten in deze stap waren: ● Voor de uitwerking van oplossingsrichtingen tot mogelijke alternatieven zijn (voorjaar 2017) expertsessies georganiseerd met interne specialisten en adviseurs van het waterschap, en specialisten en adviseurs van de bestuurlijke partners. Het doel was om de mogelijke alternatieven te bespreken en nadrukkelijk te vragen naar aanvullingen en alternatieve ideeën; ● De mogelijke alternatieven zijn (zomer 2017) beoordeeld tijdens expertsessies met interne specialisten van het waterschap en specialisten en adviseurs van de bestuurlijke partners en van een adviesbureau; ● De Dijkdenkers hebben (september 2017) de effectbeoordeling van de mogelijke alternatieven voor dijkversterking besproken en aangevuld; ● Op basis van de uitkomsten van voorgaande sessies is (najaar 2017) een voorstel voor een selectie van kansrijke alternatieven gemaakt samen met landschapsarchitecten, specialisten en adviseurs van de bestuurlijke partners; ● Het voorstel kansrijke alternatieven is (januari 2018) besproken met de Dijkdenkers en het omgevingsplatform. ● De brede omgeving is (januari/februari 2018) geïnformeerd over het voorstel kansrijke alternatieven via vier inloopbijeenkomsten. Tijdens de inloopbijeenkomsten is aan de aanwezigen gevraagd welke alternatieven zij missen in het voorstel; ● Het Omgevingsplatform heeft (februari 2018) een positief advies gegeven over het voorstel met kansrijke alternatieven. De Kansrijke Alternatieven zijn (maart/april 2018) samen met de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) (bijlage 1.1 bij de Motivering van het Besluit) ter inzage gelegd. Tijdens deze periode is de brede omgeving nadrukkelijk gevraagd om mogelijke oplossingen aan te dragen en om te reageren op het beoordelingskader. De concrete mogelijke oplossingen die in deze periode en de rest van de verkenningsfase zijn aangedragen door bewoners, bedrijven en organisaties zijn beschreven in de notitie Verantwoording participatie Verkenningsfase (bijlage 2.2 bij de Motivering van het Besluit). Stap D van kansrijke alternatieven naar het concept-voorkeursalternatief Participatie in deze stap van de verkenning gaat over: ● Inbrengen van (gebieds)kennis en belangen bij het onderzoek naar de voor- en nadelen van de kansrijke alternatieven voor dijkversterking; ● Meewerken en –denken met (inpassings)maatregelen van de alternatieven voor dijkversterking; ● Adviseren over het concept-voorkeursalternatief op basis van de afweging van kansrijke alternatieven. De belangrijkste participatiemomenten in deze stap waren: ● Inbrengen van gebiedskennis door Dijkdenkers (april 2018) als input voor het alternatievenonderzoek (per milieuthema); ● Samen ontwerpen en landschappelijk inpassen van de kansrijke alternatieven samen met meerdere omgevingspartijen in drie rondes ontwerpateliers. Bij deze ontwerpateliers onder leiding van landschapsarchitecten waren vertegenwoordigers uit het Omgevingsplatform, Dijkdenkers, de bestuurlijke partners en een adviesbureau aanwezig. De ontwerpateliers hadden de volgende inhoud: ● Inventariseren van kwaliteiten, kansen en knelpunten; ● Inpassen van de kansrijke alternatieven tot een ruimtelijk ontwerp; ● Verdiepen en aanvullen van het ruimtelijk ontwerp en landschappelijk inpassing per alternatief; ● Bespreken van de tussenresultaten van het milieueffectenonderzoek en de afmetingen alternatieven met Dijkdenkers, gesprek met specialisten van adviesbureau over de aanpak van het onderzoek (november/december 2018); ● Bespreken van de onderzoeksresultaten van de verkenningsfase voor de thema’s impact op omgeving (MER), kosten en techniek (februari 2019) met de Dijkdenkers. Gedurende het proces bleek dat er zowel bij de grondeigenaren als bij het waterschap behoefte was aan extra contact en afstemming. Hiervoor zijn de volgende bijeenkomsten georganiseerd: ● Bewonersbijeenkomst in Spoolde (mei 2018) over de reacties op de Notitie Reikwijdte en Detailniveau en de potentiële meekoppelkansen in Spoolde; ● Grondeigenarenbijeenkomsten (oktober 2018) over de concept afmetingen van de kansrijke alternatieven; ● Terugkoppeling aan de grondeigenaren en de diverse stakeholders over het resultaat van het doorlopen ontwerp- en gebiedsproces: het concept-voorkeursalternatief Stap E Consultatie concept-voorkeursalternatief (maart tot mei 2019) Het waterschap heeft iedereen uitgenodigd om te reageren op het concept-voorkeursalternatief. Vanaf eind maart tot begin mei kon iedereen het concept-voorkeursalternatief lezen, erop reageren en waren er diverse inloopbijeenkomsten over het voorstel. De binnengekomen schriftelijke reacties heeft het waterschap gebundeld en beantwoord in een reactienota. Na de consultatieperiode heeft het waterschap het Omgevingsplatform en de bestuurlijke begeleidingsgroep om advies gevraagd over het concept-Voorkeursalternatief. Het platform heeft op basis van de reacties van bewoners en hun achterban geadviseerd om het voorgestelde Voorkeursalternatief verder uit te werken in de planuitwerkingsfase. Dit positieve advies is samen met het advies van de bestuurlijke begeleidingsgroep voorgelegd aan het algemeen bestuur van het waterschap bij de besluitvorming over het Voorkeursalternatief (september 2019). In hoofdstuk 5 van de Motivering bij het Besluit is het voorkeursalternatief en de totstandkoming daarvan beschreven. 4.1.3 Het bestuurlijke proces In het bestuurlijke proces van de Verkenningsfase betrekt het waterschap de bestuurlijke begeleidingsgroep (BBG): in de BBG zijn de betrokken overheden gemeente Olst-Wijhe, gemeente Zwolle, provincie Overijssel, Rijkswaterstaat, Staatsbosbeheer en WDODelta vertegenwoordigd. De BBG adviseert het bestuur van het waterschap over de keuze van een voorkeursalternatief. De BBG is tijdens de verkenning vijf maal bij elkaar gekomen. Tijdens de bijeenkomsten zijn de tussenproducten en bijbehorende keuzes besproken. In februari 2018 heeft de BBG een positief advies gegeven over het voorstel met kansrijke alternatieven. Advies voorkeursalternatief In het voorjaar van 2019 heeft de BBG een positief advies gegeven over het concept-Voorkeursalternatief. Provincie Overijssel heeft daarbij het voorbehoud gemaakt dat een dijkverlegging bij de Paddenpol (deeltraject 09a) met de Voorkeursbeslissing niet onmogelijk wordt gemaakt (zie paragraaf ‎5.2.2 van de Motivering bij het Besluit). Daarnaast heeft de BBG besloten welke meekoppelkansen kansrijk zijn en in de planuitwerkingsfase met het VKA worden uitgewerkt. Dit advies is meegegeven aan het bestuur van het waterschap bij de besluitvorming over het Voorkeursalternatief in september
  3. 4.2 Participatie tijdens de planuitwerkingsfase Ook in de planuitwerkingsfase (2020-2024) zijn bewoners, bedrijven, (terrein)beheerders en belangenorganisaties gedurende het gehele proces van de planuitwerking blijvend intensief betrokken. Deze paragraaf beschrijft het participatieproces dat met deze partijen en andere belangstellenden is doorlopen. De belangrijkste stappen zijn de drie ontwerploops waarmee het ontwerp nader is uitgewerkt: ontwerploop 1 (Voorlopig Ontwerp), ontwerploop 2 (Dijkversterkings- of Vergunningenontwerp) en ontwerploop 3 (Uitvoeringsontwerp). Op welke momenten en op welke wijze de omgeving is betrokken bij de Planuitwerkingsfase van het project en tot welke resultaten de maatschappelijke participatie heeft geleid is uitgebreider beschreven in de notitie Verantwoording participatie Planuitwerkingsfase (bijlage 2.8 bij de Motivering van het Besluit). In de Planuitwerkingsfase zijn de volgende stappen doorlopen: a. De omgeving informeren over het vastgestelde Voorkeursalternatief en ophalen van wensen met betrekking tot de verdere uitwerking. Hierbij wordt het Klant Eisen Specificatie (KES)-proces doorlopen. Dit betreft het ophalen van wensen/eisen, deze valideren, honoreren waar mogelijk en terugkoppelen. Keuzes in ruimtebeslag worden op deze wijze actief gecommuniceerd naar de omgeving. b. Uitwerken van het Voorlopig Ontwerp (ontwerploop 1), waarna dit besproken is met de grondeigenaren, mede-overheden en betrokken organisaties. Hierbij is teruggekoppeld of en zo ja, op welke wijze, de wensen een plek hebben gekregen in dit ontwerp c. Aanvullend zijn gesprekken gevoerd met grondeigenaren waarvan de percelen bij het Voorkeursalternatief niet geraakt werden, maar nu wel tijdelijk nodig zijn om de dijkversterking te kunnen uitvoeren. d. Op basis van de terugkoppelgesprekken van het Voorlopig Ontwerp zijn nieuwe wensen en vragen beoordeeld en onderzocht of deze een plek kunnen krijgen in het dijkversterkingsontwerp. In een tweede terugkoppelgesprek is hier uitsluitsel over gegeven. e. Na bespreking van het dijkversterkingsontwerp, is gestart met de gesprekken om overeenstemming te krijgen met de grondeigenaren over de beschikbaarheid van gronden tijdens de realisatie en de financiële compensatie voor de volledige schadeloosstelling die hierbij hoort. In afbeelding 4-1 is het proces dat doorlopen is met de grondeigenaren weergegeven. f. De brede omgeving is door middel van verschillende inloopbijeenkomsten geïnformeerd over het dijkversterkingsontwerp en de voortgang van het project. Ook is gedurende de Planuitwerkingsfase op verschillende momenten contact geweest met diverse belangengroepen om het ontwerp van de dijkversterking af te stemmen. Afbeelding 4-1: Omgevingsproces planuitwerkingsfase In de verkenningsfase zijn diverse initiatieven aangedragen (zie bijlage 2.2 bij de Motivering van het Besluit), deze zijn waar van toepassing meegenomen in de alternatieven. Er zijn geen volledige nieuwe alternatieven aangedragen. In de planuitwerkingsfase zijn geen aanvullende initiatieven/alternatieven aangedragen. 4.2.1 Betrokken stakeholders Het verder uitwerken en detailleren van het vastgestelde Voorkeursalternatief naar een dijkversterkingsontwerp per deeltraject gebeurt in overleg met de betrokken stakeholders. Begrip en zo mogelijk draagvlak of acceptatie van de plannen voor dijkversterking is voor het project van groot belang. In de Verkenningsfase is al veel informatie opgehaald bij de stakeholders. Zo zijn al klantwensen en een groot deel van de belangen die spelen langs de dijk bekend. In de Planuitwerkingsfase gaat de omgevingsmanager op basis van de al bekende klantwensen en belangen in gesprek met de individuele grondeigenaren en andere direct belanghebbenden. 4.2.1.1 Grondeigenaren, huurders en pachters Gedurende de Planuitwerkingsfase lag de focus op persoonlijke gesprekken met individueel belanghebbenden van de dijkversterking om een duurzame relatie op te bouwen met betrokkenen. Individueel belanghebbenden zijn eigenaren van gronden en bewoners van woningen op en langs de dijk. In de Planuitwerkingsfase zijn ongeveer 250 individueel belanghebbenden verdeeld over de verschillende deeltrajecten in beeld gebracht, waar de dijkversterking impact heeft op grondeigendom en -gebruik. Gedurende de Planuitwerkingsfase zijn binnen de ontwerploops vaak meerdere terugkoppelgesprekken per stakeholder gevoerd. Aanleiding voor de terugkoppelgesprekken zijn bijvoorbeeld veranderingen in het ruimtebeslag, inrichting en ruimtebeslag rondom maatwerklocaties, of aanvullende vragen of wensen van een stakeholder. Met iedere grondeigenaar is op deze wijze minimaal één keer gesproken en met een groot deel van de eigenaren twee keer of vaker. 4.2.1.2 Brede Omgeving Het brede publiek, alle geïnteresseerden van het project zijn gedurende de Planuitwerkingsfase geïnformeerd over de voortgang van het project via diverse communicatiemiddelen: ● Website IJsselwerken en de Waterwerkapp van WDODelta; ● Algemene Mailbox IJsselwerken ● Digitale nieuwsbrieven ● Persberichten en lokale media ● Webinars Inloopbijeenkomsten In de coronaperiode zijn er twee online bijeenkomsten georganiseerd op 24 en 25 maart 2021 waarin de aanpak van de Planuitwerkingsfase breed is gedeeld met belanghebbenden. In januari 2024 zijn vier inloopbijeenkomsten verspreid over de deelgebieden georganiseerd waarin het dijkversterkingsontwerp van IJsselwerken is toegelicht. Daarnaast is nog een speurtocht en zijn twee dijkexcursies georganiseerd. Ook zijn op een aantal scholen gastlessen gegeven. 4.2.1.3 Groepen met een gezamenlijk belang Dijkdenkers zijn bewoners in het projectgebied die extra betrokken willen zijn bij het project en vanuit hun eigen woon- en leefomgeving of interesse meedenken met het waterschap. In de Verkenningsfase waren er rond de 110 Dijkdenkers. In de Planuitwerkingsfase was het detailniveau van het ontwerp vanaf de start veel groter, waardoor IJsselwerken meer is gaan focussen op het voeren van keukentafelgesprekken met eigenaren en gesprekken met groepen bewoners die een gezamenlijk belang hebben. Dijktafels en groepsbijeenkomsten De dijkversterkingsmaatregelen worden in ontwerploops uitgewerkt en ingepast in de omgeving, rekening houdend met de huidige kwaliteiten en waarden van het landschap. Om dit te bereiken worden onder andere dijktafels op buurtniveau georganiseerd. Aan deze dijktafels wordt het gesprek gevoerd over de verdere uitwerking en inpassing van het dijkontwerp in de omgeving, in samenwerking met bewoners uit de buurt en de vertegenwoordiger van gemeenschappelijke belangen uit deze omgeving. In de Planuitwerkingsfase zijn verschillende Dijktafels georganiseerd. Ook is voor een deel aangesloten bij lokale evenementen. Daarnaast worden ook regelmatig met groepen bewoners met een gemeenschappelijk belang gesprekken gevoerd. Denk aan gesprekken over bereikbaarheid en natuur- en beplanting. Meedenkgroep schade In de Planuitwerkingsfase zijn samen met zowel partijen als individuele eigenaren maatregelen bedacht en afgewogen op het gebied van fasering, bereikbaarheid, leefbaarheid en hinder door geluid en materieel. In de Planuitwerkingsfase heeft IJsselwerken samen met een groep betrokken dijkbewoners nagedacht over schadepreventie voorafgaand aan de Realisatiefase en monitoring en schadeafhandeling tijdens de Realisatiefase. Dit is de ‘meedenkgroep schade’. Hieruit zijn een aantal voorstellen gekomen om op te nemen in een proces afhandeling schademeldingen. Denk bijvoorbeeld aan het ter beschikking stellen van monitoringsgegevens en wat te doen als toch schade optreedt, zonder dat eerst langdurige procedures doorlopen moeten worden. IJsselwerken besteedt veel aandacht aan schadepreventie voor uitvoering van de werkzaamheden. De voorstellen die uit de meedenkgroep schade zijn gekomen, zijn besproken met de directie van het waterschap. Het besluit dat zij hebben genomen op basis van de voorstellen, vormt de basis van het proces afhandeling schademeldingen. Het Schadepreventie- en omgevingsmonitoringsplan (bijlage 8.6 bij de Motivering van dit Projectbesluit) is onderdeel van dit Projectbesluit. Dijkdenkers In de Planuitwerkingsfase was het detailniveau van het ontwerp vanaf de start veel groter, waardoor IJsselwerken meer is gaan focussen op het voeren van keukentafelgesprekken met eigenaren en gesprekken met groepen bewoners die een gezamenlijk belang hebben. De dijkdenkers zijn daarom in de Planuitwerkingsfase niet meer bij elkaar gebracht. 4.2.1.4 Omgevingsplatform Tijdens de Verkenningsfase van het project is het Omgevingsplatform opgezet en zijn de eerste negen bijeenkomsten geweest. Gedurende de Planuitwerkingsfase is dit gremium ook met regelmaat bij elkaar gekomen en zijn acht bijeenkomsten geweest. Enerzijds om de voortgang van het project te bespreken en anderzijds om de leden te informeren over belangrijke mijlpalen. Ook is in de vergaderingen advies gevraagd aan de leden van het Omgevingsplatform in het kader van participatie. Het Omgevingsplatform geeft inzicht in beleving, waarden en acceptatie/draagvlak van de dijkversterking in het gebied, zodat weloverwogen ontwerpkeuzes gemaakt kunnen worden. In de Planuitwerkingsfase heeft het Omgevingsplatform de mogelijkheid om gevraagd en ongevraagd advies uit te brengen aan het Dagelijks Bestuur van het waterschap. Door het project IJsselwerken wordt in ieder geval advies van het omgevingsplatform gevraagd bij de vaststelling van het Projectbesluit. Gedurende de Planuitwerkingsfase heeft het omgevingsplatform tijdens de bijeenkomsten tips en adviezen gegeven aan het project. In februari 2024 hebben zij het gevraagde advies over het resultaat van de Planuitwerkingsfase geformuleerd aan het Dagelijks Bestuur van het waterschap. 4.2.1.5 Overheden De Ambtelijke Begeleidingsgroep (ABG) bestaat uit ambtelijke vertegenwoordigers van de betrokken medeoverheden. De ABG is betrokken bij belangrijke mijlpalen, zoals bij de start en de afronding van een ontwerploop en bij het opstellen van het (Ontwerp) Projectbesluit. De leden van de ABG hebben aan verschillende documenten een inhoudelijke bijdrage geleverd. Daarnaast bereiden zij de BBG en Stuurgroep Paddenpol (zie volgende paragraaf) voor. Ook zijn de ABG-leden initiatiefnemers van meekoppelkansen en worden over de meekoppelkansen doorlopend gesprekken gevoerd. Er is een aparte werkgroep Bevoegd Gezag ingericht om het Vergunningenproces te versoepelen en voorspelbaarder te maken. Deze werkgroep heet de Ambtelijke Werkgroep Bevoegd Gezag (AWBG). Vergunningverleners uit de verschillende medeoverheden sluiten zich aan bij de AWBG om vroegtijdig mee te denken en op de hoogte te zijn van de plannen voor de dijkversterking en wat deze plannen betekenen voor hun rol als bevoegd gezag. Het AWBG vindt sinds de planuitwerkingsfase eens in de drie weken plaats. De leden van het de AWBG zijn: een ambtenaar van de gemeente Olst-Wijhe, een ambtenaar van de gemeente Zwolle, een ambtenaar van de provincie Overijssel, een ambtenaar van Rijkswaterstaat Oost-Nederland en verschillende adviseurs van team planvorming vanuit IJsselwerken. Binnen de werkgroep is er veel contact. Verschillende kwesties worden aangekaart en gezamenlijk wordt naar oplossingen gekeken. Provincie Overijssel, het waterschap en betrokken gemeenten (Dalfsen, Deventer, Kampen, Olst-Wijhe, Zwartewaterland en Zwolle) onderschrijven een overkoepelende benadering van ruimtelijke kwaliteit voor alle HWBP-projecten van WDODelta. Dit ten behoeve van een integrale benadering en de samenhang tussen de verschillende deeltrajecten, zowel in ruimte als in tijd, en voor onderlinge kennisuitwisseling. De provincie vanuit haar rol als bevoegd gezag vanuit de Omgevingswet, het waterschap als initiatiefnemer van dijkversterkingsprojecten en de gemeenten vanuit hun taak de planologische ruimte te bieden in de omgevingsplannen. Om enig houvast te bieden bij deze overkoepelende benadering van ruimtelijke kwaliteit, hebben provincie en waterschap gezamenlijk een ‘Ruimtelijk perspectief op dijken in Overijssel’
(2017)opgesteld en samen met gemeenten een regionaal kwaliteitsteam samengesteld. Sinds 2020 bestaat het kwaliteitsteam uit een kernteam (Het Oversticht, provincie en waterschap) en een schil van inhoudelijke experts van gemeenten die aanhaken wanneer het onderwerp voor de gemeente relevant is. De belangrijkste rol van het regionaal kwaliteitsteam is het bewaren van de samenhang tussen de verschillende deelprojecten van het HWBP in Overijssel onderling, zowel in ruimte als in tijd. Het kwaliteitsteam doet dit door gevraagd en ongevraagd te adviseren. 4.2.2 Bestuurlijk proces Een tweede doel van het omgevingsproces is het vaststellen van een bestuurlijk gedragen Projectbesluit waarin maatschappelijk belangen zorgvuldig zijn afgewogen. In het bestuurlijke proces van de Planuitwerkingsfase betrekt het waterschap de BBG: in de BBG zijn de betrokken overheden gemeente Olst-Wijhe, gemeente Zwolle, provincie Overijssel, Rijkswaterstaat, Staatsbosbeheer en WDODelta vertegenwoordigd. De BBG adviseert het bestuur van het waterschap over het vaststellen van het Ontwerp Projectbesluit. De BBG adviseert het bestuur van het waterschap voorafgaand aan de vaststelling van dit Projectbesluit. In dit advies speelt een brede maatschappelijke afweging een belangrijke rol.Naast de BBG voor het project IJsselwerken, bestaat ook de Stuurgroep Paddenpol. Het verschil tussen beide gremia is dat de BBG IJsselwerken specifiek gaat over de dijkversterking in het kader van het Hoogwaterbeschermingsprogramma tussen Zwolle en Olst en de Stuurgroep Paddenpol specifiek gaat over de dijkverlegging bij de Paddenpol. WDODelta is als enige partij initiatiefnemer en opdrachtgever van de dijkversterking en bij de dijkverlegging bij de Paddenpol is de stuurgroep gezamenlijk initiatiefnemer en opdrachtgever. De Stuurgroep Paddenpol bestaat uit dezelfde deelnemers als de BBG, met uitzondering van de gemeente Zwolle. De dijkverlegging Paddenpol was initieel een meekoppelkans en is inmiddels integraal onderdeel van project IJsselwerken. De BBG is tijdens deze fase zes maal bij elkaar gekomen. Tijdens de bijeenkomsten zijn de tussenproducten en bijbehorende keuzes besproken. Advies ontwerp Projectbesluit Op 21 maart 2024 heeft de BBG een positief advies gegeven over het Ontwerp Projectbesluit. 4.3 Belanghebbenden De belanghebbenden betreffen bewoners langs de primaire waterkering, agrariërs met landbouwgronden aan de binnen-en buitenzijde van de primaire waterkering, natuurorganisaties met gebieden aan de binnen- en buitenzijde van de primaire waterkering. Verder de recreanten en toeristen, horecagelegenheden, (jacht)havens, andere organisaties die een directe relatie met de ligging en dus werkzaamheden aan de primaire waterkering hebben en organisaties die zijn opgericht en zich (statutair) ten doel hebben gesteld om specifieke belangen die geraakt worden door de dijkversterking veilig te stellen. In hoofdstuk ‎11 van de Motivering bij het Besluit en in het MER is aangeven welke permanente en tijdelijke effecten de belanghebbenden ondervinden van de dijkversterking. Hieruit blijkt dat het dijksterkingsontwerp volgens het RKK is ingepast. Het ruimtebeslag is op basis van de randvoorwaarden vergunbaar, uitvoerbaar en betaalbaar zo beperkt mogelijk gehouden. Door het treffen van maatregelen worden de tijdelijke en permanente effecten beperkt, zodat deze voor zo min mogelijk hinder en overlast leiden, zie 7 Maatregelen ter beperking van de nadelige gevolgen en mitigatie, dan wel compensatie. In het kader van de dijkversterking is met individuele belanghebbenden en met belangenorganisaties overleg gevoerd. De wensen en eisen zijn zoveel als mogelijk meegenomen in het dijkversterkingsontwerp en hiermee wordt rekening gehouden bij de uitvoering. Met grondeigenaren worden gebruiksovereenkomsten afgesloten, zie 7.1.4.1 Grondbeschikbaarheid. Mocht een belanghebbende als gevolg van de uitvoering van dit Projectbesluit schade lijden, dan is een regeling voor nadeelcompensatie en een Meldpunt schade beschikbaar. In 7.1.4.2 Nadeelcompensatie en bouwschade door werkzaamheden is dit nader toegelicht. 5 Permanente maatregelen 5.1 Totstandkoming van het dijkontwerp 5.1.1 Van voorkeursalternatief naar dijkversterkingsontwerp In de verkenningsfase heeft het waterschap stapsgewijs een trechteringsproces doorlopen: van mogelijke oplossingen voor de dijkversterking, naar de kansrijke alternatieven tot een voorkeursalternatief. Op basis van technische haalbaarheid, milieueffecten en kosten nam het bestuur van WDODelta in 2019 een besluit over het voorkeursalternatief (zie afbeelding 5.1). Het VKA is in hoofdstuk 5 van de Motivering van het Besluit en bijhorende achtergrondrapportages verder uitgebreid beschreven. Afbeelding 5.1: Overzicht voorkeursalternatief (bijlage 9.6 van de Motivering bij het Besluit) Het voorkeursalternatief (VKA) is daarna op basis van onderstaande aspecten uitgewerkt tot een vergunbaar, uitvoerbaar en betaalbaar ontwerp van de dijkversterking. Het VKA is in drie ontwerploops getrechterd naar een uitvoeringsontwerp waarmee de realisatie gestart kan worden. In de Regeling van het Projectbesluit wordt uitsluitend het resultaat van ontwerploop 2 beschreven: het dijkversterkingsontwerp. Uitvoerbaar Dit betekent: ● Check op veiligheid; ● Standaard opbouw dijkversterkingsontwerp; ● De N337 mag niet voor langere tijd afgesloten worden; ● Het uitwerken van maatwerkoplossingen voor maatwerklocaties. Maatwerklocaties zijn locaties waar het voorkeursalternatief, zonder aanpassing, tot ruimtebeslag op woonhuizen of natuur of objecten met een beschermde status leidt. Voor deze locaties worden oplossingen uitgewerkt, zodat deze woningen of objecten worden behouden. Vergunbaar Dit betekent: ● Het nader detailleren en optimaliseren van het ontwerp om negatieve (milieu)effecten te beperken; ● Het ruimtelijk inpassen van de versterkingsmaatregelen, zoals het ontwerpen van overgangen waar verschillende alternatieven op elkaar aansluiten (wel/geen berm, wel/geen verhoging). Dit kan betekenen dat het ontwerp op één van de deeltrajecten soms iets doorloopt in het volgende traject of dat op de overgang een tussenvorm tussen de ontwerpen wordt uitgewerkt. In de planuitwerkingsfase zijn op puntlocaties of aansluitingen optimalisaties doorgevoerd om effecten te verkleinen of de ruimtelijke kwaliteit te verbeteren; ● Meekoppelkansen: de dijkversterking biedt kansen voor andere partijen om plannen te ontwikkelen. De kansrijke meekoppelkansen uit de verkenningsfase zijn in de planuitwerkingsfase nader uitgewerkt (zie paragraaf 2.3). Betaalbaar Dit betekent: ● De investeringskosten (kosten voor de aanleg van de dijk) en de beheer- en onderhoudskosten zijn in beeld gebracht voor het dijkversterkingsontwerp. 5.1.2 Uitkomst onderzoeken In het dijkversterkingsontwerp is rekening gehouden met de uitkomsten van de in de verkenning benoemde (vervolg)onderzoeken (zie paragrafen 6.2.3 en 6.2.4 van bijlage 2.3 bij de Motivering van het Besluit). Na afronding van de verkenning is geotechnisch en geohydrologisch onderzoek uitgevoerd. Ook is gekeken naar de optredende golfbelasting en is de taludhelling geoptimaliseerd. Er zijn daarnaast twee onderzoeken uitgevoerd naar dijkbekleding en het aanbrengen van een kunststof damwand als verticale pipingmaatregel. 5.1.2.1 Dijkbekleding (gras op zand/biodiversiteit) De huidige grasbekleding van de dijk bevat door zijn zandige ondergrond en locatie bijzondere stroomdalflora. Het gaat hier om zogenaamde rode lijstsoorten (zie ook paragraaf 2.2 Inpassingsopgave). Onderdeel van de veiligheidsopgave bekleding voor IJsselwerken is het aanbrengen van een erosiebestendige laag (op kruin, binnen- en buitentalud) in de dijk. Deze vervanging leidt tot grote effecten door mogelijke vernietiging van deze bijzondere plantensoorten. In de planuitwerking heeft daarom onderzoek plaatsgevonden naar mogelijkheden om vernietiging van de aanwezige waarden in de dijkbekleding te voorkomen. Voor grasbekleding op een zandondergrond waren geen beoordelings- of ontwerpmethoden voor handen. Daarom zijn gras-op-zandproeven uitgevoerd om de sterkte van deze bekleding te kunnen bepalen. Hiervoor zijn in januari en februari 2020 op de IJsseldijk nabij het Oldenelerpark te Zwolle op vier teststroken golfoverslagproeven uitgevoerd om de erosiebestendigheid van de gras-op-zandbekleding te onderzoeken. Uit deze proeven is gebleken dat de ondergrond minder invloed heeft op de erosiebestendigheid van de graszode dan op voorhand werd verwacht en dat de grasbekleding een overslagdebiet van 10 liter per seconde per strekkende meter kan weerstaan. Deze resultaten zijn meegenomen in de beoordeling van de bekleding, waardoor minder bekleding aan het binnentalud afgekeurd is en hier dan ook minder versterkingswerkzaamheden gaan plaatsvinden. Wanneer naast de bekleding ook een andere opgave opgelost moet worden kan nog steeds sprake zijn van aantasting van het binnentalud. Ook zijn de resultaten meegenomen in de beoordeling van de hoogte, waardoor de dijk op minder strekkingen opgehoogd moet worden en waardoor de benodigde ophoging bij wel afgekeurde strekkingen beperkter is. 5.1.2.2 Damwandproef inbrengen kunststof damwanden In september 2022 is onderzoek uitgevoerd op een proeflocatie nabij Paddenpol om te bepalen of de toepassing van kunststof damwanden haalbaar is binnen project IJsselwerken. Het gaat dan vooral over de vraag of de kunststof damwand in de bodem gebracht kan worden. Deze damwand is namelijk veel buigzamer dan die van staal. De kunststof damwanden zijn aangebracht en ingetrild door gebruik te maken van een stalen moederplank. Deze plank wordt direct na het inbrengen weer verwijderd. De proeven zijn uitgevoerd voor drie verschillende lengtes. Kunststof damwanden worden toegepast om ‘piping’ (zie 2.1 Veiligheidsopgave) tegen te gaan. Afhankelijk van de lokale situatie moet een langere of kortere damwand gebruikt worden. Hoe langer de damwand, hoe moeilijker deze is in te brengen. Alle drie de lengtes zijn echter volledig op diepte gekomen zonder complicaties. Dit onderdeel van proef is dan ook geslaagd. Het is nu bekend in welke situaties de kunststof damwand kan worden toegepast en hierdoor kan een goede afweging tussen het plaatsen van een stalen of kunststof damwand worden gemaakt. Tijdens het uitvoeren van de damwandproef zijn ook op diverse afstanden de trillingen gemeten bij het inbrengen van de damwandplanken. Hiermee zijn de trillingeffecten op de omgeving in beeld gebracht. De conclusie uit deze proef is dat de trillingen minder ver reiken dan de analyse die aan het begin van het project op basis van expert judgement is uitgevoerd. Op korte afstand zijn minder trillingen voelbaar en is het risico op schade kleiner. De resultaten van de damwandproef zijn verwerkt in de Trillingprognose (bijlage 8.3 bij de Motivering van het Besluit) en het Akoestisch onderzoek (bijlage 8.4 bij de Motivering van het Besluit). 5.1.3 Uitvoerbaar en betaalbaar ontwerp De ontwerpopgave is voorafgaand aan de uitwerking van het VKA geactualiseerd aan de hand van de technische uitgangspunten, waarin de nieuwste inzichten voor beoordelen en ontwerpen zijn vastgelegd (bijvoorbeeld de inzichten uit de onderzoeken uit de vorige paragraaf). Hierbij zijn ook de nieuwe en/of aanvullende inzichten van het tijdens de planuitwerkingsfase uitgevoerde geotechnische grondonderzoek benut. In principe wordt alleen het in 2019 vastgestelde VKA uitgewerkt, behalve als door wijzigingen in de ontwerpopgave van de dijkversterking de afweging tot het VKA, dat in de verkenningsfase is gemaakt, niet meer passend is op de betreffende locatie. In paragraaf 5.2.2 van de Motivering bij het Besluit is aangegeven dat op één deeltraject het voorkeursalternatief hierdoor is gewijzigd. Op de overige deeltrajecten is het voorkeursalternatief verder uitgewerkt. Bij het uitwerken van het VKA worden de uitgangspunten uit het Bestuurlijk Ontwerpkader gevolgd: ● Versterkingsmaatregelen met natuurlijke materialen als zand en klei hebben de voorkeur boven staal en beton. ● Permanente maatregelen hebben de voorkeur boven tijdelijke (beheer)-maatregelen. ● Niet-beweegbare constructies hebben de voorkeur boven beweegbare constructies. ● Autonoom werkende constructies hebben de voorkeur boven constructies die menselijke handelingen vragen om te kunnen functioneren. ● Constructies die een beperkte inspanning voor beheer en onderhoud vragen hebben de voorkeur boven constructies die intensief beheer en onderhoud nodig hebben. Voor de verschillende faalmechanismen zijn deze uitgangspunten vertaald naar een opeenvolging van voorkeursmaatregelen. Hieronder volgt per faalmechanisme de opeenvolging van de verschillende maatregelen. In deze paragraaf is het principe van iedere maatregel middels grafische weergaven in afbeelding 5.3 tot en met 5.8 verbeeld. Het betreft dus een meer gedetailleerde uitwerking dan destijds bij het VKA aanwezig was. In volgende paragrafen (vanaf 5.2 en verder) worden deze maatregelen toegepast en wordt het dijkontwerp, inclusief de ruimtelijke inpassing, per dijkmodule beschreven. Maatregelen bekleding buitentalud Afbeelding 5-3: Maatregelen bekleding buitentalud Maatregel 1.1: Vervangen bestaande bekleding door erosiebestendige en stabiele bekleding met een standaard 1:3 talud. Maatregel 1.2: Aanbrengen erosiescherm Maatregelen bekleding binnentalud Afbeelding 5-4: Maatregelen bekleding binnentalud Maatregel 2.1: Vervangen bestaande bekleding door erosiebestendige en stabiele bekleding met een standaard taludhelling van 1:3 Maatregel 2.2: Verflauwen binnentalud flauwer dan de standaardtaludhelling van 1:3 Maatregel 2.3: Verhogen kruin Maatregel 2.4: Aanbrengen erosiescherm Maatregelen hoogte In een apart onderzoek is de effectiviteit en doelmatigheid onderzocht van de oplossing om het buitentalud te verflauwen. De conclusie hiervan is dat grootschalig toepassen niet effectief is en grote omgevingseffecten heeft. Lokaal kan het verflauwen van het buitentalud wel een goede oplossing zijn. Afbeelding 5-5: Maatregelen hoogte Maatregel 3.1: Verhogen kruin Maatregel 3.2: Verflauwen buitentalud Maatregelen stabiliteit binnenwaarts Afbeelding 5-6: Maatregelen stabiliteit binnenwaarts Maatregel 4.1: Vervangen bestaande bekleding door erosiebestendige en stabiele bekleding met een standaard taludhelling van 1:3 Maatregel 4.2: Aanbrengen berm of verflauwen binnentalud Maatregel 4.3 en 4.4: Aanbrengen stalen damwand of MIP-wand met stalen binten als verticale stabiliteitsmaatregel Maatregelen Piping – heave/kwelwegverlenging Afhankelijk van de kwelweglengte kan onderstaande maatregel uit afbeelding 5-7 worden toegepast. Hoe groter het kwelwegtekort hoe meer grond moet worden toegepast en dan kan dit faalmechanisme beter op een andere wijze door middel van het aanbrengen van een verticale pipingmaatregel worden opgelost. Afbeelding 5-7: Maatregelen Piping Maatregelen Maatregel 5.1: Aanbrengen maatregel in grond (klei-ingraving of maaiveld-uitvulling) [10] Ondanks dat in het VKA een verticale pipingmaatregel is gekozen kan de geactualiseerde ontwerpopgave zodanig gekrompen zijn dat een grondoplossing toch doelmatiger en minder omgevingseffecten kan hebben. Maatregelen 5.2 - 5.5: Aanbrengen verticaal zanddicht geotextiel (waterdoorlatend) Aanbrengen kunststof damwand (niet waterdoorlatend) Aanbrengen stalen damwand (niet waterdoorlatend) Aanbrengen MIP-wand (niet waterdoorlatend) Maatregelen Piping - opbarsten Naast het voorkomen van kwel is ook het voorkomen van opbarsten [11] In de Planuitwerkingsfase is de opgave voor opbarsten veel prominenter geworden vanwege een beter inzicht in de grondwatersituatie. van belang, dit kan worden voorkomen door het treffen van een maatregel uit afbeelding 5-8. Afbeelding 5-8: Maatregelen Piping - Opbarsten Maatregel 6.1: Aanbrengen opbarstberm Maatregel 6.2: Verplaatsen damwand van binnenteen naar binnentalud In het ontwerpproces wordt vanuit het oogpunt van doelmatigheid zoveel mogelijk gekeken of één maatregel meerdere opgaven kan oplossen. In sommige gevallen kan met betrekkelijk weinig consequenties (kosten of omgevingseffecten) een maatregel worden uitgebreid of verzwaard waarmee een andere maatregel met veel grotere effecten wordt voorkomen. In dat geval wegen de meerkosten op tegen het voorkomen van aanvullende effecten. Zo kan het vervangen van de bekleding op het binnentalud in sommige gevallen ook het stabiliteitsprobleem oplossen. En als er zowel een stabiliteits- als een pipingprobleem speelt, dan kan in sommige gevallen één constructie beide opgaven verhelpen. Vooral bij de faalmechanismen Hoogte en Bekleding binnentalud speelt dit principe, de individuele maatregelen om deze opgaven op te lossen hebben vaak een overlappende bijdrage. Wanneer het standaard VKA Binnendijkse grondoplossing met verticale pipingmaatregel (B) wordt uitgewerkt leidt dit tot onderstaand basis dijkversterkingsontwerp, zoals hieronder weergegeven. Basis dijkversterkingsontwerp binnendijkse grondoplossing met verticale pipingmaatregel 5.1.4 Vergunbaar en landschappelijk ingepast ontwerp via een iteratief ontwerpproces Per dijkmodule is het dijkversterkingsontwerp in een iteratief proces uitgewerkt. Bij de start van het ontwerpproces is basisinformatie vanuit de verschillende disciplines verzameld. Daarbij zijn vanuit inhoudelijk specialisten aandachtspunten meegegeven voor het ontwerp en de uitvoering, zoals over aanwezige natuurwaarden, rivierkundige belemmeringen, monumenten, landschappelijk waardevolle structuren, woningen, verkeersroutes en mogelijke belemmeringen voor grondwaterstromen. Met deze informatie is het dijkversterkingsontwerp gedetailleerd. In meerdere integratiesessies zijn tussenresultaten van het dijkontwerp en uitvoeringsplan getoetst vanuit verschillende disciplines en zijn knelpunten aangegeven. Op deze wijze zijn effecten op de leefomgeving beperkt. Ook is het voorlopig ontwerp uit ontwerploop 1 voorgelegd aan de belanghebbenden. De opmerkingen op het voorlopig ontwerp zijn verwerkt in ontwerploop 2 tot een dijkversterkingsontwerp. In 4 Omgevingsproces is dit participatieproces toegelicht. De aansluitingen en overgangen zijn ingepast volgens ontwerpprincipe 1.1 uit het RKK. Overgangen en aansluitingen tussen de dwarsprofielen zijn vanzelfsprekend. Ze vallen zoveel mogelijk samen met een landschappelijke structuur, zoals een afrit, beplantingsingel, erf- of kavelgrens. Zo nodig worden profielen met overmaat enkele tientallen meters doorgezet tot aan een landschappelijke structuur. Afhankelijk van de situatie ter plekke kan de overgang scherp of juist vloeiend zijn. Dit vergt maatwerk en zorgt voor meer ruimtebeslag dan ten tijde van het VKA. Als er geen sprake is van een landschappelijke aanleiding wordt de aansluiting of overgang zo vloeiend mogelijk (en daarmee vrijwel onzichtbaar) opgelost. Richtlijnen voor een vloeiende overgang: ● Hoogteovergangen in de kruin met een zeer flauwe helling van 1 op 50; ● Hoogte overgangen in de berm met een flauwe helling van 1 op 25; ● Bermbeëindigingen: 1 op 15. In het Landschapsplan (bijlage 2.12 bij de Motivering van het Besluit) is het dijkversterkingsontwerp nader landschappelijk beschreven. 5.2 Dijkontwerp Dijkmodule Zuid 1 5.2.1 Beschrijving dijkmodule Zuid 1 Dijkmodule Zuid 1 (DRB) is de meest zuidelijke module binnen deze dijkversterking. De dijkmodule loopt langs landgoed De Haere en langs het zuidelijk deel van Olst (zie afbeelding 5‑9). Dijkmodule Zuid 1 is gelegen tussen km 17,8 - 21,6. De module heeft een lengte van ongeveer 3,8 km. De dijkmodule Zuid 1 bestaat uit drie deeltrajecten: ● Deeltraject 01.1 De Haere 1 (km 17,80 – 19,30); ● Deeltraject 01.2 De Haere 2 (km 19,30 – 20,40); ● Deeltraject 02 Olst-Zuid (km 20,40 – 21,60). Deeltraject 01.1 wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van meerdere cultuurhistorisch waardevolle IJssellinie objecten op en aan de dijk. Een ander belangrijk kenmerk is de aanwezigheid van de N337 op de kruin van de dijk. Buitendijks is een breed voorland met verschillende waterpartijen, grasland en Natura 2000-gebied. Binnendijks loopt een fietspad langs de dijk, die onderdeel is van de doorgaande fietsroute vanuit Deventer. Halverwege het deeltraject bevindt zich binnendijks de Reutekolk dicht aan de dijk. Deeltraject 01.2 wordt ook gekenmerkt door de aanwezigheid van de N337 op de kruin van de dijk. Buitendijks is een breed voorland, waar verschillende waterpartijen (oude rivierstrangen) reiken tot dicht aan de dijk. De buitendijkse uiterwaarden zijn ook hier grasland en Natura 2000-gebied. Binnendijks is geen bebouwing, maar natuur en landbouwgrond en, ter hoogte van km 19,6, is een binnendijkse kolk dicht bij de dijk aanwezig. Het deeltraject eindigt in het noorden bij de kruising (rotonde) van N337 met Kneu. Deeltraject 02 wordt gekenmerkt door het tuincentrum Holsto omringd door bomen in het zuiden (binnendijks). In het noorden is de woonwijk Kortrick. De dijk en woonwijk worden gescheiden door een parkzone en langwerpige waterberging. Op de kruin van de dijk ligt ook hier de N337. Buitendijks is de afstand tussen dijk en IJssel relatief groot, maar zijn wel kolken dicht bij de teen van de dijk. De uiterwaarden zijn Natura 2000-gebied. In deze dijkmodule is één object aanwezig dat geldt als waterkerend kunstwerk, namelijk het voormalig inlaatwerk van de IJssellinie (km 18,0). Dit kunstwerk bevindt zich in het dijklichaam onder de buitenkruinlijn. Aan de binnenzijde heeft het kunstwerk een grondkerende functie. Binnen deze dijkmodule zijn geen meekoppelkansen aanwezig. Afbeelding 5-9: Locatie dijkmodule Zuid 1 en deeltrajecten 5.2.2 Veiligheidsopgave dijkmodule Zuid 1 Hierna wordt de veiligheidsopgave voor Dijkmodule Zuid 1 (DRB) beschreven: Deeltraject 01.1 kent, zoals in tabel 5‑1 weergegeven, een bekledingsopgave op het binnen- en buitentalud en piping voor vrijwel de gehele strekking. Voor piping is sprake van een kwelwe

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.