← Nederland

Omgevingsvisie Zuid-Holland (Zuid-Holland)

In het kort

Deze wet, de Omgevingsvisie Zuid-Holland, beschrijft het beleid van de provincie Zuid-Holland voor de fysieke leefomgeving. Het geeft een beeld van de huidige staat, de gewenste toekomst en de ambities, beleidsdoelen en beleidskeuzes om die toekomst te bereiken.

Wat het reguleert

Wie het aangaat

Kernpunten

Wettekst

/akn/nl/act/provincie/2024/CVDR719176 /join/id/stop/work_006 /akn/nl/act/pv28/2024/omgevingsvisie-1 /join/id/stop/work_019 2025-02-17 2025-02-17 /akn/nl/act/provincie/2024/CVDR719176/nld@2025-02-18 /join/id/proces/pv28/2024/instelling-omgevingsvisie-1-4 /join/id/proces/pv28/2025/instelling-omgevingsvisie-1-5 2025-02-18 2025-02-18 /akn/nl/act/pv28/2024/omgevingsvisie-1/nld@2025-02-10;5 /akn/nl/act/pv28/2024/omgevingsvisie-1 /akn/nl/act/pv28/2024/omgevingsvisie-1/nld@2025-02-10;5 /join/id/stop/work_019 5 Omgevingsvisie Zuid-Holland 1. Inleiding Introductie Het Omgevingsbeleid van de provincie Zuid-Holland vindt zijn grondslag in het (juridische) stelsel van de Omgevingswet, die op 1 januari 2024 in werking is getreden. De Omgevingswet streeft ernaar om al het beleid over de fysieke leefomgeving te vereenvoudigen en helder weer te geven. Het Omgevingsbeleid van provincie Zuid-Holland bestaat uit drie instrumenten: de Omgevingsvisie, het Omgevingsprogramma en de Omgevingsverordening. De Omgevingsvisie geeft onder het kopje ‘Hier Staat Zuid-Holland nu’ een beschrijving van de huidige staat van de fysieke leefomgeving in Zuid-Holland. Daarnaast wordt onder ‘Hier wil Zuid-Holland naartoe’ de toekomst, zoals de provincie die voor zich ziet, beschreven. Om daar te komen zijn ambities, beleidsdoelen en beleidskeuzes geformuleerd. In de ambities wordt omschreven waar de provincie heen wil, de beleidsdoelen geven hier richting aan en de beleidskeuzes bepalen hoe de ambities bereikt dienen te worden. De provincie werkt hierin zowel thematisch als gebiedsgericht en houdt bij te maken keuzes te alle tijde oog voor de integraliteit van het Omgevingsbeleid. In het Omgevingsprogramma staat beschreven welke maatregelen de provincie treft (inclusief alle activiteiten die ze uitvoert) om haar visie waar te maken. Tot slot staan in de Omgevingsverordening de regels over wat wel en niet is toegestaan binnen de provinciegrenzen. Deze regels werken door naar derden en zijn gericht op het in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. Het merendeel betreft instructieregels die voorschrijven hoe waterschappen en gemeenten bepaalde onderwerpen in hun plannen moeten opnemen, maar er zijn ook een aantal direct werkende regels waar burgers en bedrijven zich aan moeten houden. Leeswijzer Hoofdstuk 2 geeft een toelichting op de sturingsfilosofie die de provincie hanteert om, samen met partners, te groeien van waar Zuid-Holland nu staat naar waar de provincie naartoe wil. Het inleidende hoofdstuk, wordt hieronder afgesloten met een toelichting op de beleidscyclus. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van de huidige staat van de fysieke leefomgeving in Zuid-Holland waarop de provincie richting de toekomst voortbouwt. Het overgrote deel van de Omgevingsvisie landt in hoofdstuk 4. In dit hoofdstuk staan de ambities, beleidsdoelen en beleidskeuzes beschreven. Het hoofdstuk wordt ingeleid met een korte schets van de Ruimtelijke koers voor Zuid-Holland. In de ruimtelijke koers worden strategische keuzes uitgelicht die de provincie voor de toekomst maakt. Deze ruimtelijke koers vormt dan ook het kader voor de ambities, beleidsdoelen en beleidskeuzes die in dit hoofdstuk zijn opgesteld. Daarnaast vormt het een belangrijk uitgangspunt voor komende herzieningen van het Omgevingsbeleid. Beleidscyclus In figuur 1 wordt de beleidscyclus weergegeven die de provincie Zuid-Holland hanteert. Dat is een modulaire werkwijze, wat betekent dat herzieningen op onderdelen plaatsvinden en alleen wanneer daartoe concrete aanleiding is. Het overzicht van voorgenomen aanpassingen wordt bijgehouden in de Lange Termijn Agenda (LTA) Omgevingsbeleid, die meerdere malen per jaar een update krijgt en vastgesteld wordt door Provinciale Staten. De beleidscyclus omvat de volgende stappen: 0. Signaal Het voornemen voor een beleidsaanpassing begint met een signaal. Een signaal is een kans, probleem of opgave waaraan de provincie mogelijk een bijdrage kan leveren. Dit signaal kan op allerlei manieren binnen komen: gesprekken met derden, onderzoeken van andere partijen, monitoring of evaluaties van beleid, nieuwsberichten, bestuurlijke wensen, bijeenkomsten, enzovoorts. 1. Verkenningen en onderzoeken In deze stap worden signalen verkent en onderzocht. Het gaat hierbij om onderzoeken, participatie trajecten en andere verkennende trajecten die beleidsinhoudelijk van aard zijn, maar (nog) niet leiden tot concrete wijzigingsvoorstellen in het Omgevingsbeleid. Deze documenten zijn vormvrij. Na afronding volgt aanbieding aan Provinciale Staten ter kennisname. Met deze werkwijze kan een beleidsaanpassing worden onderbouwt en beter worden bepaald of de aanpassing gewenst is. 2. Startnotitie (beleidsvoornemens) Een startnotitie wordt opgesteld als beleidsaanpassingen gewenst zijn. Een startnotitie beschrijft in ieder geval:

  1. a)de reden waarom een beleidsaanpassing nodig is (wat is het probleem of de kans),
  2. b)de reikwijdte waarbinnen naar beleidsopties gezocht gaat worden,
  3. c)op welke wijze participatie met andere partijen vorm krijgt en
  4. d)de planning voor oplevering van de startnotitie. 3. Beleidsaanpassingen In een beleidsaanpassing wordt beschreven welk beleid wijzigt. Een beleidsaanpassing bevat in ieder geval
  5. a)een beschrijving van de voorgestelde wijzigingen in de omgevingsvisie en/of het Omgevingsprogramma en/of de Omgevingsverordening,
  6. b)een onderbouwing van de keuze voor deze aanpassing en
  7. c)een was/wordt-overzicht van de voorgestelde beleidswijzigingen. Het vaststellen van een beleidsaanpassing betreft een bevoegdheid van Provinciale Staten voor de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening en een bevoegdheid van Gedeputeerde Staten voor het Omgevingsprogramma. 4. Beleidsuitvoering Bij de uitvoering van beleid heeft de provincie verschillende instrumenten die benut kunnen worden. Dit staat onder andere beschreven in het Omgevingsprogramma en de Omgevingsverordening. Het inzetten van die instrumenten kan leiden tot de wens bepaald beleid aan te passen. 5. Evaluaties en monitoring Beleid wordt gemonitord en op gezette tijden geëvalueerd. Monitoring en evaluatie kunnen signalen bevatten die na verdere verkenning en onderzoek kunnen leiden tot beleidsaanpassingen. Participatie en dataverzameling zijn continu en worden in de gehele cyclus toegepast. Figuur 1: De beleidscyclus 2. Sturingsfilosofie Provincie Zuid-Holland Onze fysieke leefomgeving overstijgt de grenzen van gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk. Als middenbestuur houdt de provincie Zuid-Holland zich bezig met opgaven die te groot zijn voor de besturen van de 50 Zuid-Hollandse gemeenten en de 7 waterschappen en te klein zijn voor de nationale regering in Den Haag. Vanuit die unieke positie kan de provincie op veel opgaven van meerwaarde zijn. In het werk van de provincie spelen de volgende aspecten een belangrijke rol: Verbindende positie. Als middenbestuur staat de provincie letterlijk te midden van vele spelers. Zuid-Holland - stevig verbonden met lokale overheden, de rijksoverheid en Europa - brengt die spelers bij elkaar. Kennis van zaken om in te brengen en in netwerken een gezaghebbende rol te spelen. Wettelijke bevoegdheden waarmee Zuid-Holland keuzes kan maken, om ontwikkelingen mogelijk te maken en ongewenste ontwikkelingen tegen te houden. Financiële middelen om bij te dragen aan projecten en investeringen. Democratische legitimatie op regionaal niveau en daarmee het vermogen om gezaghebbend knopen door te hakken. Gebiedsregisseur. De provincie heeft als gebiedsautoriteit en gebiedspartner de rol om in afstemming met medeoverheden en gebiedspartners maatregelen uit te werken waarmee gestelde doelen kunnen worden bereikt. Regie voeren betekent sturen, na afstemming en in overleg, richting een bepaald resultaat. Afhankelijk van veel verschillende factoren kan de provincie verschillende rollen pakken, waarbij ze in de basis altijd uitgaat van: Lever meerwaarde. Het subsidiariteitsbeginsel uit de Omgevingswet (decentraal, tenzij) wordt door de provincie opgepakt als ‘je toont meerwaarde of je toont je niet’. De provincie Zuid-Holland oefent een taak of bevoegdheid, als dat bij de regeling daarvan is bepaald, dien ten gevolge alleen uit als dat nodig is: Met het oog op een provinciaal belang en dat belang niet op een doelmatige en doeltreffende wijze door het gemeentebestuur kan worden behartigd, of Voor een doelmatige en doeltreffende uitoefening van de taken en bevoegdheden op grond van de Omgevingswet of de uitvoering van een internationaalrechtelijke verplichting. Wees effectief en betrouwbaar. De provincie werkt vanuit het besef dat het geven van ruimte en vertrouwen op gespannen voet kan komen te staan met het vertrouwde beeld van een rechtmatige overheid die volgens eenduidige regels opereert. Provinciaal belang staat voorop De eerste stap in de provinciale sturing is het bepalen van de ‘Provinciale meerwaarde’. Daarbij hanteren wij de volgende uitgangspunten: Een toekomstbestendige leefomgeving is topprioriteit Een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving vormt de basis voor een toekomstbestendige samenleving en een economie waarin mensen ook in de toekomst hun inkomen kunnen verwerven. Binnen de grenzen van het bodem-, water- en ecosysteem staat welzijn van Zuid-Hollandse inwoners centraal. Accepteren dat niet voor alles ruimte is in Zuid-Holland Het is niet langer mogelijk om sectorale ruimteclaims grenzeloos door te trekken naar de toekomst. De schaarste aan ruimte vraagt om keuzes. Schaarste wordt benut om maatschappelijke opgaven en de transitie naar een toekomstbestendige economie te versnellen. Ruimteclaims en schuifruimte kunnen per opgave verschillen. De ruimte in onze steden en dorpen zal nog intensiever en beter benut moeten worden. De landbouwsector staat op vele vlakken voor een extensiveringsopgave. Dat heeft de ruimte nodig. Dus wonen en werken doen het primair met het bestaand bebouwde gebied. Een tijd van transitie vraagt om nieuwe denk- en werkwijzen in het economisch domein en in de ruimte. Sturen op kwaliteit en maximale maatschappelijke toegevoegde waarde De provincie geeft prioritair ruimte aan activiteiten die onze maatschappelijke doelen versnellen en verder helpen. Kwaliteit is leidend, de provincie wordt selectief. Ze kijkt over grenzen heen en werkt samen op de schaal die past bij opgaven, met oog en respect voor elkaars belang en toekomstbestendig verdienvermogen. Rekening houden met de maatschappelijke kosten en baten op de korte en lange termijn. Keuzes moeten nu en voor toekomstige generaties betaalbaar zijn. Het maatschappelijke rendement op lange termijn staat centraal en wordt afgewogen tegen zakelijke en andere belangen op de korte termijn. Opgavegericht sturen Als het aanpakken van een bepaalde opgave tot meerwaarde voor de provincie kan leiden, dan wordt hierop beleid ontwikkeld en een keuze gemaakt in hoe die opgave aan te sturen. Voor zover mogelijk worden opgaven integraal aangepakt en wordt er gewerkt op het voor die opgave optimale schaalniveau. Dit kan per opgave verschillen. Om beleid en decentrale regels goed op elkaar te laten aansluiten heeft het altijd de voorkeur om opgaven in samenwerking en afstemming met andere overheden aan te pakken. Afhankelijk van deze factoren zal er generiek gestuurd gaan worden op het bereiken van de maatschappelijke meerwaarde. Gebiedsgericht sturen Het is vanzelfsprekend dat een generieke aanpak voor alle dossiers niet passend is in een specifiek gebied. Om die reden zal de provincie Zuid-Holland ook altijd gebiedsgericht sturen om de specifieke behoeftes te combineren met de grotere opgave. Hierin zijn integrale maatwerkoplossingen mogelijk, zolang ze per saldo voldoende bijdrage aan een positieve maatschappelijke ontwikkeling. De sturing kan daarbij een andere vorm krijgen. Sturingsstijlen De sturingsprincipes leiden tot vier mogelijke sturingsstijlen, die afhankelijk van de opgave ingezet kunnen worden. Zoveel mogelijk overlaten aan initiatieven uit de samenleving (responsieve overheid); Waar (meer) regie nodig is, netwerkend werken (samenwerkende overheid); Waar overheidsinvesteringen onmisbaar zijn, zelf prestaties leveren (realiserende overheid); Waar normerend optreden noodzakelijk is, wettelijke bevoegdheden inzetten (rechtmatige overheid). 3. Hier staat Zuid-Holland nu De huidige staat van de leefomgeving van Zuid-Holland beschrijven we aan de hand van vier onderdelen: Een beschrijving van de KWALITEITEN VAN ZUID-HOLLAND: de drie deltalandschappen, de Zuid-Hollandse steden en de strategische ligging in internationale netwerken. De provinciale belangen en rollen met betrekking tot ruimtelijke ontwikkeling en ruimtelijke kwaliteit. Een beschrijving van de huidige staat van de LEEFOMGEVING op basis van de monitor leefomgeving. Een beschrijving van de ruimtelijke hoofdstructuur. De kwaliteiten van Zuid-Holland Drie deltalandschappen Zuid-Holland is een strategisch gelegen, vruchtbare delta, grotendeels onder zeeniveau. De wijze waarop de bewoners van deze delta door de eeuwen heen het water hebben weten te bedwingen en benutten, heeft een landschap opgeleverd waarvan de culturele waarde internationaal wordt erkend en dat cruciale leefgebieden bevat voor internationaal beschermde plant- en diersoorten. Zuid-Holland is uniek in de combinatie van het kust-, veen-, weide- en rivierdeltalandschap. Deze zijn allemaal verbonden met grote waterstructuren: de meren, rivieren, de zee en zeearmen. Ze hebben elk een eigen, kenmerkend samenspel opgeleverd van bodem, water en grondgebruik, dat voortdurend in beweging is. De meest bepalende bewegingen op dit moment zijn de dalende veenbodem, de zeespiegelstijging, de grotere peilschommelingen van de rivieren en de wijze waarop mensen het landschap waarderen. De culturele en de historische betekenis hebben de afgelopen jaren steeds meer aan gewicht gewonnen. Elk van de drie deltalandschappen heeft inmiddels een eigen schakering van stedelijkheid naar landelijkheid. Contrasten en overgangen tussen stad en land, tussen infrastructuur en landschap, en tussen dynamiek en rust vormen een grote kwaliteit en een enorme natuurlijke potentie voor Zuid-Holland. De unieke kwaliteiten van de drie deltalandschappen en hun verwevenheid met elkaar, met de grote wateren en het stedelijk gebied geven Zuid-Holland identiteit, structuur en diversiteit. Zuid-Hollandse steden: veelzijdige steden en economische complexen in het deltalandschap In de deltalandschappen zijn, veelal op strategische plekken aan water en handelsroutes, steden en bedrijvigheid ontstaan. Historische en moderne steden, havens en intensieve tuinbouwgebieden groeien in deze delta onder zeeniveau uit tot een meerkernige metropool die in vergelijking met concurrerende stedelijke gebieden over de grens dunbevolkt is. Deze relatief lage bevolkingsdichtheid en de grote diversiteit brengen kansen en opgaven met zich mee voor de verdere versterking van Zuid-Holland en haar concurrentiepositie. Om de kansen te grijpen, moet het mobiliteitsnetwerk op orde zijn. Internationale verkeersstromen van mensen en goederen delen dit netwerk met regionaal verkeer. Een sterke stedelijke economie van diensten en kennis deelt de relatief beperkte ruimte met een efficiënt logistiek netwerk van mainport en greenports. De verschillende internationaal toonaangevende economische complexen kunnen elkaar op sleeptouw nemen, door samen ketens van productie en transport te vormen, door innovaties uit te wisselen en samen nieuwe kennis te ontwikkelen. Dat gebeurt in een omgeving die op veel plekken historie ademt, en daardoor ook recreatief en toeristisch aantrekkelijk is. Juist het netwerk van verschillende complexen en het wederzijds versterkende karakter van het deltalandschap met zijn oude steden en de moderne internationaal georiënteerde economie, maakt Zuid-Holland onderscheidend en concurrerend. De provincie wil dat zo houden en versterken. Dat vraagt voortdurend om waakzaamheid en actie. Want de wereld staat niet stil. De eisen die de Zuid-Hollandse samenleving en de internationale markten stellen, zijn in beweging. Strategische ligging in internationale netwerken Zuid-Holland ligt op het raakvlak van de Randstad en de Zuidwestelijke Delta, op de as tussen Amsterdam en Antwerpen. Het netwerk van BrabantStad sluit op die as aan. De Zuid-Hollandse economie staat in direct verband met de stedelijke netwerken in de buurlanden: de Vlaamse Ruit en de Rijn-Ruhrregio. Deze strategische ligging in de grootste delta van Noordwest-Europa bepaalt de identiteit van Zuid-Holland. Dankzij de ligging in de delta kon Zuid-Holland doorgroeien tot een van de belangrijkste economische regio’s van Noordwest-Europa en een wereldwijde draaischijf voor goederen, diensten en kennis: de toegangspoort van Europa. Binnen een relatief klein gebied hebben zich sterke, internationaal georiënteerde stedelijke, kennis-en agro-industriële clusters ontwikkeld. Binnen de Randstad zijn goede relaties en afstemming met de Noordvleugel van de Randstad van belang. Ook de relaties met gebieden buiten de Randstad, zoals BrabantStad en de Vlaamse Ruit zijn van belang. Ruimtelijke ontwikkeling en Ruimtelijke kwaliteit Ruimtelijke ontwikkeling en ruimtelijke kwaliteit hebben sterk met elkaar te maken, terwijl het wel twee verschillende begrippen zijn met een eigen grondslag, doel en opgaven. In dit hoofdstuk worden in samenhang van beiden de provinciale belangen en rollen benoemd. Ruimtelijke ontwikkeling De provincie heeft, samen met andere overheden, de zorgtaak voor een kwalitatieve, gezonde en veilige leefomgeving. Daartoe behoort ook het sturen op ruimtelijke ontwikkelingen: ‘de juiste ontwikkeling op de juiste plek’. De provincie stuurt daarop vanuit haar provinciale belangen en heeft daarnaast een regisserende verantwoordelijkheid als gebiedsautoriteit op het bovenlokale en gemeentelijke niveau. In de Omgevingswet is hiervoor ‘de gebiedsgerichte coördinatie van de uitvoering van taken en bevoegdheden door gemeenten en waterschappen’ opgenomen als provinciale taak. De provincie stuurt op regionaal niveau op ‘de juiste ontwikkeling op de juiste plek’ waar dat een bovenlokaal belang of effect heeft. Daarbij worden partners tijdig betrokken en willen de provincie op tijd worden betrokken, want dat leidt tot beter beleid en betere plannen. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties op lokaal niveau. Maar ruimtelijke ontwikkelingen op provinciaal en lokaal niveau hebben natuurlijk wel effect op elkaar. Gebiedsgerichte uitwerking van opgaves Provinciale sturing op ‘de juiste ontwikkeling op de juiste plek’ begint met de vraag of de provincie in de maatschappelijke opgave een ruimtevraag ziet met een bovenlokaal belang of effect. De provinciale opgaven en belangen staan beschreven in de ambities en beleidskeuzes van deze Omgevingsvisie. Beleidskeuzes geven veelal een thematische beschrijving van de opgaven die in Zuid-Holland spelen en welke richting de provincie daarmee op wil. Deze opgaven komen samen in gebieden en beïnvloeden de ontwikkeling van een gebied. Het is daarom belangrijk om bij de uitwerking van opgaven rekening te houden met de bestaande functies en kwaliteiten in een gebied, de zogeheten ‘gebiedsidentiteit’. Daarbij geldt dat nieuwe ontwikkelingen in een gebied de ruimtelijke kwaliteit moeten versterken of tenminste behouden. Een integrale gebiedsgerichte benadering past daarbij. Mede op basis daarvan geeft de provincie richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en de kwaliteit van de leefomgeving. De provincie stuurt per gebied verschillend op ruimtelijke ontwikkelingen. Dit doet recht aan de eigen identiteit, met elk gebied een kenmerkend landschap en een eigen positie in de ruimtelijke hoofdstructuur en daardoor een eigen mix aan opgaven die er spelen. Juiste ontwikkeling op de juiste plek De provincie vindt het belangrijk dat ontwikkelingen op de juiste plek landen. Het omgevingsbeleid helpt om te bepalen of een nieuwe ontwikkeling provinciale belangen ondersteunt of doorkruist. De hoofdlijnen hiervoor zijn te vinden in hoofdstuk 8 van de Omgevingsvisie. Hierin staan: het dagelijks stedelijk systeem, dat bestaat uit de stedelijke agglomeratie en de daarmee, via HOV, verbonden regiokernen. de hoogstedelijke zone tussen Leiden en Dordrecht. het logistiek-industriële systeem van haven- en tuinbouwclusters langs vaarwegen en zware infrastructuur. de samenhang van grote landschappelijke eenheden met de stedelijke agglomeratie. de groene ruimte en de groenblauwe structuur. het bodem- en watersysteem. energieinfrastructuur. aanvullend hierop toont de ruimtelijke hoofdstructuur van de ondergrond indicatief de ruimtelijke situatie van de ondergrond. Daarbij is leidend dat de provincie Zuid-Holland een aantrekkelijke provincie is om te wonen en te werken en dat onze leefomgeving gezond en veilig is. De ruimte is beperkt. Zuinig, duurzaam en efficiënt ruimtegebruik is daarom het uitgangspunt. Dit kan door hetgeen al bestaat beter te benutten, bijvoorbeeld door gebouwen te hergebruiken, de kwaliteit van het bestaande bebouwde gebied te verbeteren en bestaande infrastructuur optimaal te gebruiken. Er wordt gestreefd naar slim en meervoudig ruimtegebruik, door het combineren en mengen van functies. Ontwikkelingen moeten duurzaam zijn. De gevolgen voor de omgeving en de toekomst mogen niet afgewenteld worden. Naast deze algemene uitgangspunten heeft de provincie ook beleid geformuleerd voor specifieke ontwikkelingen en functies: Voor stedelijke ontwikkelingen maakt de provincie gebruik van de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’. Voor wonen, bedrijventerreinen, kantoren en detailhandel heeft de provincie daarop toegesneden beleid geformuleerd. Grote nieuwe stedelijke ontwikkelingen buiten bestaand stads- en dorpsgebied wijst de provincie aan op de 3 hectare kaart. Voor kantoren en detailhandel is locatiebeleid van toepassing. Voor de Greenports en andere agrarische activiteiten heeft de provincie gebieden aangewezen, met name voor glastuinbouw, bollenteelt en boom en sierteelt. Ontwikkelingen houden rekening met behoud en waar mogelijk kwaliteitsverbetering van ons cultureel erfgoed, waaronder archeologische waarden, molenbiotopen, landgoed- en kasteelbiotopen en het Werelderfgoed. Veiligheid en gezondheid zijn aanleiding voor beleid met betrekking tot regionale waterkeringen, buitendijkse gebieden, de geluidzone rondom Schiphol en externe veiligheid. Voor energie heeft de provincie beleid geformuleerd met ruimtelijke consequenties, onder meer met betrekking tot zonnevelden en windturbines. De vrijwaring van de provinciale vaarwegen en het recreatietoervaartnet heeft eveneens ruimtelijke consequenties. Ook stiltegebieden, grondwaterbeschermingsgebieden, bodemgevoelige locaties en dergelijke bepalen mede of ontwikkelingen op een plek mogelijk zijn. Behouden en versterken van de ruimtelijke kwaliteit in een gebied Ruimtelijke kwaliteit speelt op elk schaalniveau van nationaal tot lokaal. Op het provinciaal schaalniveau spreek je van de juiste ontwikkeling op de juiste plek; daar waar de ontwikkeling aansluit bij de regionale gebiedsidentiteit en als vanzelfsprekend ingepast kan worden en toekomstige kwaliteiten genereert. Wanneer ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden op de juiste plek, zijn ze mogelijk onder voorwaarde dat de ruimtelijke kwaliteit behouden blijft of versterkt wordt. Ruimtelijke kwaliteit is de optelsom van toekomstwaarden, gebruikswaarden en belevingswaarden. Ruimtelijke ontwikkelingen moeten niet alleen functioneel zijn, maar ook toekomstvast (duurzaam houdbaar of bewust tijdelijk) en aantrekkelijk. Ruimtelijke kwaliteit omvat niet alleen de waarden die objecten en gebieden hebben, maar ook de potentie om waarden tot ontwikkeling te brengen. Het zijn waarden die te maken hebben met eigenheid, identiteit, herkenbaarheid, leefbaarheid, bruikbaarheid en continuïteit. Om te bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang in relatie tot de gebiedsidentiteit. Gebiedsidentiteit is de aard of karakteristiek van een gebied dat is ontstaan in de loop der jaren. In die tijd zijn gemeenschappelijke kernwaarden in het gebied ontstaan die gekoppeld zijn aan gebruik en de verschijningsvorm. De gebiedsidentiteit van een plek is verbonden met de mensen die er wonen, werken en er zich thuis voelen. Uitgangspunt is dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen verbonden worden met bestaande gebiedskenmerken. In de beleidskeuze Ruimtelijke Kwaliteit en Landschap en het gekoppelde verordening artikel met betrekking tot landschappen wordt hier verder op ingegaan. Gebiedsgerichte benadering De provincie vindt het belangrijk om elke opgave breder te bekijken en kansen op andere vlakken mee te nemen. ‘Het combineren van functies gaat voor enkelvoudige functies’. Zo gaat het niet alleen om woningbouw maar om verstedelijking. En niet om infrastructuur maar om mobiliteit. Dat vraagt om een gebiedsgerichte aanpak. Het is niet altijd mogelijk om alle ruimteclaims te combineren op de gewenste plek. Het is dan van belang om zorgvuldig af te wegen en keuzes te maken. Het landschap in de provincie Zuid-Holland is gevarieerd. Voor 16 deelgebieden zijn in 2014 gebiedsprofielen gemaakt als uitwerking van het ruimtelijk kwaliteitsbeleid. Deze gebiedsprofielen zijn samen met de regio ontwikkeld. Elk gebied heeft eigen gebiedskenmerken die mogelijk van provinciaal belang zijn. De impact op het regionale schaalniveau speelt hierbij een belangrijke rol. Aspecten van ontwikkelingen als mobiliteit, energienetwerken, natuurgebieden en vestigingsklimaat overstijgen lokale grenzen. Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid is omgevormd naar landschapsgericht beleid. Hierin is opgenomen welke richtpunten voor ruimtelijke ontwikkelingen in welk landschap gelden. De basis ligt in het (type) landschap en de uitwerking in een specifiek gebied. Hiervoor zijn de gebiedsprofielen en de gebiedsgerichte richtpunten. In onderstaande afbeelding is Zuid-Holland ingedeeld in deelgebieden. De provincie werkt toe naar toegankelijke informatie op gebiedsniveau, in de vorm van een aanklikbare kaart waarin per deelgebied alle relevante informatie ten aanzien van landschap en ruimtelijke kwaliteit is opgenomen voor de gebruiker. Hiermee wordt aangesloten bij het digitale stelsel dat door het Rijk doorontwikkeld wordt en waar een aanvrager straks de benodigde informatie over het beleid krijgt waar rekening mee gehouden moet worden. Huidige kwaliteit van de leefomgeving De huidige kwaliteit van de leefomgeving wordt inzichtelijk gemaakt in de Monitor Leefomgeving ( https://monitorleefomgeving.zuid-holland.nl/ ). De Monitor Leefomgeving laat zien hoe het er ‘buiten’ in de provincie Zuid-Holland voorstaat. Het moet gezien worden als een blik naar buiten uit een raam. Hoe staat het met de leefomgeving in Zuid-Holland wanneer er door dat raam naar buiten gekeken wordt? De Monitor Leefomgeving brengt de stand van zaken en ontwikkelingen in de leefomgeving in beeld, wat belangrijk kan zijn bij keuzes over provinciaal beleid. De monitor is vooral bedoeld voor het gesprek tussen Provinciale Staten en Gedeputeerde Staten over deze keuzes. Richt de provincie zich op de goede dingen en worden deze de goede dingen op een juiste manier uitgevoerd om het gewenste doel te behalen? De staat van de leefomgeving in Zuid-Holland wordt weergegeven aan de hand van een rad. Dit rad is ter illustratie afgebeeld in figuur 3. De digitale versie wordt regelmatig bijgewerkt en heeft ook een lijstweergave. Het rad bevat verschillende indicatoren met bij iedere indicator twee kleuren en een icoon. In de binnenste ring is een thema-indeling opgenomen om de indicatoren te rangschikken. Voor deze thema-indeling is aangesloten bij het landelijk gehanteerde Rad van de Leefomgeving. De middelste ring laat zien hoe het er op dit moment voor staat in de leefomgeving. In de cirkel wordt met een icoon aangegeven welke kant het opgaat. In de buitenste ring is aangegeven hoe het er in toekomst (naar verwachting) voor zal staan. Bij grijze kleuren is er nog niet voldoende informatie beschikbaar. Die indicatoren zijn nog in ontwikkeling. Figuur 3: Rad van de Leefomgeving (Monitor Leefomgeving) Ruimtelijke hoofdstructuur Integraal kaartbeeld De ruimtelijke hoofdstructuur toont de essentie en de samenhang van verschillende ruimtelijke beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie. Het integrale kaartbeeld van de ruimtelijke hoofdstructuur is opgebouwd uit de volgende kaartbeelden: 1. Het dagelijks stedelijk systeem, dat bestaat uit de stedelijke agglomeratie en de daarmee via HOV verbonden regiokernen. 2. De hoogstedelijke zone tussen Leiden en Dordrecht. 3. Het logistiek-industriële systeem van haven- en tuinbouwclusters langs vaarwegen en zware infrastructuur. 4. De samenhang van grote landschappelijke eenheden met de stedelijke agglomeratie. 5. De groene natuurlijke ruimte en de groenblauwe structuur. 6. Het bodem- en watersysteem. 7. Energie. Aanvullend hierop toont de ruimtelijke hoofdstructuur van de ondergrond indicatief de ruimtelijke situatie van de ondergrond. Ruimtelijke hoofdstructuur van de ondergrondDe drukte in de ondergrond neemt toe als gevolg van nieuwe mogelijkheden om de ondergrondse ruimte te benutten en de toenemende druk op de bovengrondse ruimte. Dat vraagt om een actieve ordening van ondergrondse functies, afgestemd met bovengrondse ontwikkelingen, in een driedimensionale planvorming (3D-ordening). De ruimtelijke hoofdstructuur van de ondergrond toont indicatief en informatief de huidige ruimtelijke situatie van de ondergrond en strategische doelstellingen voor de ondergrond. De kaart verbeeldt de grotere ondergrondse infrastructuur van bovenlokaal belang én de gebieden met een specifieke betekenis vanuit een ondergronds belang. Onder de grote ondergrondse infrastructuur van bovenlokaal belang zijn meegenomen: de (buis)leidingen, warmtenetwerken, tunnels in het openbaar vervoer en wegennetwerk. Gebieden met een specifiek ondergronds belang hebben betrekking op de bescherming/reservering voor de drinkwatervoorziening, de ambitie voor bodemenergie, de stimulering van ondergrondse waterberging, aardkundige waarden en hoge archeologische waarden. Dagelijks stedelijk systeemDe provincie koppelt de ruimtelijke ontwikkeling aan het op orde brengen en opwaarderen van het mobiliteitsnetwerk. De nog beschikbare capaciteit op dat netwerk helpt om keuzes te maken over verdichting en concentratie in de bebouwde ruimte. Zo wordt zowel het mobiliteitsnetwerk als de bebouwde ruimte beter benut. Het ruimtelijk beleid en het mobiliteitsbeleid dragen beide bij aan de concurrentiekracht van Zuid-Holland. Het behalen en benutten van schaal- en clustervoordelen is daarbij een belangrijke voorwaarde voor een gevarieerde en innovatieve economie. Schaal- en clustervoordelen bepalen in hoge mate de agglomeratiekracht. Ze ontstaan bij een concentratie van wonen, werken en (kennis)voorzieningen in centra en vervoersknooppunten, en uitstekende verbindingen met en tussen die centra en knooppunten. Voor mobiliteit stelt de provincie de behoefte van de mobiliteitsgebruiker centraal. Dit betekent zo veel mogelijk keuzevrijheid tussen vervoersalternatieven en een integrale benadering van het netwerk. De provincie hanteert hierbij het STOMP-principe. Voor de bebouwde ruimte streeft de provincie naar een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied. De provincie zet ten eerste in op verdichting, concentratie en specialisatie binnen het bestaand stads- en dorpsgebied, en ten tweede op een hiërarchie van knooppunten en centra met een goede onderlinge bereikbaarheid. Hoogstedelijke zoneKennis, hoogstedelijke voorzieningen en de diensteneconomie zijn en worden geconcentreerd in het deel van de stedelijke agglomeratie dat ligt rond de lijn Leiden-Dordrecht. Deze ‘hoogstedelijke zone’ kenmerkt zich door een goede connectiviteit, hoogwaardige stedelijke voorzieningen en een internationaal onderscheidende kennisinfrastructuur van universiteiten, kennis- en onderzoeksinstellingen en science parken. De kwaliteit van de kennisinfrastructuur is sterk bepalend voor de mate waarin de regio in staat is nieuwe kennis te ontwikkelen en toponderzoek, buitenlandse bedrijven en kenniswerkers aan te trekken. De kennisinfrastructuur vormt daarmee een belangrijk onderdeel voor een concurrerend vestigingsklimaat. De Zuid-Hollandse kennisinfrastructuur bestaat uit een select aantal locaties. Deze locaties onderscheiden zich door een sterke concentratie van kennisintensieve bedrijvigheid rondom een universiteit, kennisinstituut en/of Research & Development bedrijf en een hoge mate van inhoudelijke, organisatorische en fysieke verbondenheid. De locaties vormen daardoor een samenhangende kennis-as. De ruggengraat van deze kennis-as wordt gevormd door enerzijds de scienceparken Bio Science Park in Leiden en Oegstgeest, TIC-Delft (TU Delft Campus Zuid, Biotech Park), Rotterdam EUR Hoboken en EUR Woudestein en ESTEC/Space Business Park en anderzijds de kenniscentra. De kenniscentra vallen uiteen in twee types. Ten eerste zijn er de kenniscentra waar kennisintensieve bedrijvigheid en gerelateerd onderwijs elkaar ontmoeten zoals Leerpark Dordrecht, Horticampus Naaldwijk/Bleiswijk, Den Haag Internationale Zone, RDM campus Rotterdam, Dutch Innovation Factory Zoetermeer. Daarnaast zijn er de grote researchcentra van ondernemingen zoals Shell Exploration en AKZO Sassenheim. Logistiek- industrieel systeemHet logistiek-industriële systeem langs rivieren en zware infrastructuur bundelt de hoofdstromen van goederen en het havenindustrieel complex, tuinbouwclusters, de logistieke dienstverlening en de gerelateerde kenniscentra. De haven- en tuinbouwclusters zijn schoolvoorbeelden van volwassen clusters die tot de wereldtop behoren. De provincie wil die toppositie behouden en waar mogelijk versterken en streeft naar synergie van de Rotterdamse haven en de tuinbouwclusters. Landschappelijke eenhedenDe groene ruimte bestaat uit de overwegend onbebouwde ruimte buiten de steden, dorpen, linten en kassen en uit de stedelijke groen- en waterstructuur. Deze groene ruimte, en daarbinnen vooral de natuur en het cultureel erfgoed, heeft een intrinsieke waarde. De groene ruimte draagt in hoge mate bij aan de biodiversiteit in de provincie en kent kwaliteiten die onderscheidend en uniek zijn vanwege de typisch Zuid-Hollandse combinatie van deltalandschappen: het kustlandschap, het veenlandschap en het rivierdeltalandschap. Deze landschappen zijn ontstaan op het grensvlak van zout en zoet, van land, zee en rivieren. Ze vormen de grondslag voor de identiteit van de bebouwde en de groene ruimte in de provincie en vertellen de geschiedenis van Zuid-Holland. Belangrijk is het versterken van de economische en ecologische kracht van de groene ruimte. De provincie wil ruimte bieden voor agrarisch ondernemerschap en andere economische activiteiten die passen bij de gebiedskwaliteiten. Ruimtelijke ontwikkelingen die maatschappelijk gewenst zijn, moeten bijdragen aan de balans tussen de instandhouding, benutting en versterking van de bestaande gebiedskwaliteiten. Te midden van de grote steden heeft het Groene Hart grote aantrekkingskracht vanwege de ruimtelijke kwaliteiten, de aansluiting op internationale vervoersknooppunten (Schiphol en Rotterdam) en de vele producten en diensten voor de stedelingen. Groene ruimteDe groene ruimte in Zuid-Holland is veelzijdig. De grote agrarische cultuurlandschappen behoren ertoe, net als de wateren in de flanken van de provincie en de natuurgebieden. Ook de kleinere landschappen en groengebieden in de nabijheid van de steden dragen bij aan de veelzijdigheid van de groene ruimte, evenals de groen- en waterstructuren in de stad zelf die als ‘haarvaten’ van de onbebouwde ruimte het stedelijk gebied dooraderen. De economie van het landelijk gebied is bijna net zo divers als die van het stedelijk gebied. Zowel bezien vanuit de economische en ecologische vitaliteit als vanuit de ruimtelijke kwaliteit is een benadering uitsluitend gericht op functiescheiding in het landelijk gebied niet langer effectief. De provincie zet in op een betere, gebiedsgerichte verweving van de verschillende ‘klassieke’ functies in de groene ruimte (landbouw, natuur, recreatie, water, cultuurhistorie) en een betere relatie tussen stad en land. Een gezamenlijke opgave is om de groene kwaliteiten zowel binnen als buiten de stad te versterken en de samenhang tussen stedelijke parken, recreatiegebieden, natuurgebieden en agrarisch landschap te vergroten. De provincie zet daarom in op de groenblauwe structuur. Dat is een samenhangend stelsel van verschillende groene ruimtes en routes die stad en land met elkaar verbinden: de grote parken en groenblauwe dooradering in de stad, recreatieve stad-land verbindingen en poorten, recreatiegebieden om de stad, de groene buffers en belangrijke recreatieve routes in het landelijk gebied. Bodem- en watersysteemKlimaatverandering, toenemende verzilting, inklinking en het veranderend ruimtegebruik (ook in de ondergrond) vergen aanpassingen van en keuzes in het bodem- en watersysteem, die in veel gevallen invloed hebben op de ruimtelijk ordening. Deze keuzes hebben het achterliggende doel dat Zuid-Holland beschermd blijft en dat het mogelijk blijft om water in zijn vele hoedanigheden beter te benutten. De kwaliteit en functionaliteit van water dienen optimaal te zijn en vragen permanent om verbetering en bescherming. Bij aanpassingen aan het watersysteem gelden twee uitgangspunten: ze zijn klimaatbestendig en de natuurlijke processen krijgen, waar dat kan, meer ruimte of worden beter benut. Delen van Zuid-Holland hebben te maken met een specifiek probleem: de daling van de veenbodem. Het proces van bodemdaling kan niet volledig worden gestopt (zonder ingrijpende vernatting). Op lange termijn gaat het veenlandschap onvermijdelijk veranderen. Dat kan consequenties hebben voor het ruimtegebruik. Bodemdaling veroorzaakt verder een aanzienlijke uitstoot van broeikasgassen. Oxidatie van veenweidegebieden vormt de grootste bron van emissie uit landgebruik. EnergieDe provincie streeft naar een substantiële verhoging van het aandeel duurzame energie in Zuid-Holland. Hierbij wordt rekening gehouden met de kenmerken van Zuid-Holland, namelijk relatief veel industrie, weinig onbebouwde ruimte en veel windvermogen. De provincie spant zich daarnaast in om Europese en nationale energiedoelen in de breedte te bereiken, namelijk het realiseren van de reductie van energiegebruik en uitstoot van broeikasgassen (met name CO2). De provincie werkt op een integrale manier aan het bevorderen van de energietransitie. In de breedte gaat het om het toewerken naar besparing, opwekking en CO2-reductie op vele terreinen, waarbij de mainport, de greenports, het stedelijk gebied en mobiliteit alle van belang zijn. In het licht van de reductie van broeikasgassen is ook het tegengaan van bodemdaling een relevant onderwerp (het gaat hierbij om CO2 en methaan). 4. Hier wil Zuid-Holland naar toe De nieuwe ruimtelijke koers luidt Bij het maken van ruimtelijke keuzes wil de provincie meer gaan prioriteren op gezondheid, kwaliteit en veiligheid van de leefomgeving. De provincie onderzoekt hoe er kan worden gestuurd op brede welvaart, inclusief welzijn en welbevinden. Dit betekent dat water en bodem nog meer sturend worden gehanteerd als randvoorwaarde voor een veilige, toekomstbestendige ontwikkeling van Zuid-Holland. En dit betekent dat er een toekomstbestendige economie wordt nagestreefd met een betere leefomgevingskwaliteit en gezondheid. Daarbij wordt voorrang gegeven aan een duurzame, digitale en inclusieve economie, met borging van maatschappelijke meerwaarde. Een duurzame economie richt zich op circulariteit, energietransitie en natuurinclusiviteit. Een inclusieve economie houdt rekening met het klein-, midden- en grootbedrijf, in alle regio’s en voor werkgevers en -nemers. Zo wordt ook het belang bewaakt om inwoners een eigen inkomen te laten verdienen, ook op de lange termijn. Dit betekent bovendien dat ruimte beter zal worden beschermd om provinciale ambities, wettelijke verplichtingen en doelen te realiseren. Daarom: wordt een ondergrens gesteld aan (open) landschap dat beschikbaar blijft voor de transities die nodig zijn voor een toekomstbestendige landbouw, energievoorziening, water-, groen-, recreatie- en natuuropgaven. wordt zorg gedragen voor voedselzekerheid en het beschikbaar blijven van maatschappelijke, culturele, sportieve en nutsvoorzieningen voor de inwoners van Zuid-Holland. wordt de schaarse ruimte en infrastructuur effectiever en efficiënter gebruikt en blijvend ingezet op de volgende elementen van de integrale provinciale verstedelijkingsstrategie: beter benutten, verdichting en functiemenging combineren met goede bereikbaarheid en meer aandacht voor gezonde en klimaatadaptieve verstedelijking. is als tegenhanger van het beschermen van de open ruimte gesteld dat zowel wonen als werken zich ontwikkelen binnen de ruimte die daarvoor al gereserveerd is met uitzondering van ‘straatje erbij’. Waarbij ‘straatje erbij’ nader wordt uitgewerkt en over drie jaar geëvalueerd. De provincie zet in op kwaliteit en selectieve groei. Dat betekent dat niet meer vanzelfsprekend ruimtelijk wordt gefaciliteerd op basis van ramingen en prognoses. Deze nieuwe koers zal in samenspraak met medeoverheden en andere stakeholders, zowel thematisch als gebiedsgericht, nog nader worden uitgewerkt. Zoals reeds in de inleiding vermeld is het de bedoeling om de resultaten daarvan stapsgewijs in het Omgevingsbeleid van de provincie te verankeren door de ambities, beleidsdoelen en beleidskeuzes hierop aan te passen. De ambities, beleidsdoelen en beleidskeuzes zijn te raadplegen via https://obzh.nl. In een digitale publicatie, worden ze hieronder weergegeven. 5. Ambities van Zuid-Holland Ambitie 1. Samenwerken aan Zuid-Holland Een slagvaardig bestuur De provincie vervult diverse rollen en taken als bestuurslaag midden tussen Europa, Rijk en gemeenten. De provincie is de bestuurslaag bij uitstek om bovenregionale vraagstukken op te pakken. Bijvoorbeeld op het gebied van milieu, recreatie en vervoer en voor alles wat de verbinding brengt tussen dorp en stad. De provincie is ook bij uitstek in staat om afstemming en verbinding tussen gemeenten te stimuleren. De provincie heeft vanuit haar bovenregionale rol overzicht op maatschappelijke vraagstukken en de onderlinge verbanden, trends en best practices. De opgaven waar het openbaar bestuur voor gesteld staat, werden de afgelopen jaren onmiskenbaar complexer. Vooral de transitieopgaven (bijv. energietransitie, landbouw en klimaatadaptatie) vragen om meer integraliteit en samenwerking tussen overheden en met de samenleving. Men vraagt naar oplossingen, terwijl tegelijkertijd het probleem zich nog ontvouwt. Achteraf kan de provincie pas vaststellen wat werkte en wat niet. Met de verspreiding van taken (decentralisaties sociaal domein en Omgevingswet) gingen opgaven en bevoegdheden bovendien naar het lokale niveau. De (financiële) verantwoordelijkheid van gemeenten nam hierdoor fors toe. Dit vraagt ook op lokaal niveau om meer kennis, expertise, betrokkenheid van de samenleving en een stevige financiële huishouding. Om zo een bijdrage te kunnen leveren aan de maatschappelijke opgaven. Zonder een goed functionerende democratie en bestuur - en sterke gemeenten die hun taken goed kunnen uitvoeren - gaat het niet lukken om de grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. De provincie investeert in het behoud en de verbetering van de kwaliteit van het openbaar bestuur en de democratie. Zuid-Holland streeft ernaar dat het vertrouwen van inwoners in het openbaar bestuur groeit of op zijn minst gelijk blijft. Een goed openbaar bestuur begint bij de bestuursorganen zelf. Zuid-Holland staat voor effectief eigen bestuur, waarbij effectieve samenwerking op alle niveaus (met collega-overheden, maatschappelijke organisaties, kennisinstellingen, inwoners, Provinciale Staten-Gedeputeerde Staten, regionaal, landelijk en Europees) het uitgangspunt is. Het is een kwestie van samen de identiteit van Zuid-Holland vormgeven: veelzijdig, inclusief en vernieuwend. De provincie vindt het belangrijk om sneller tot uitvoering en resultaat te komen. De opgaven zijn vaak complex. Daarom betrekt Zuid-Holland inwoners, organisaties en bedrijfsleven vroegtijdig bij besluitvorming. De provincie stelt zich open en met vertrouwen op voor initiatieven vanuit de samenleving en maakt ruimte voor verschil, experimenten en maatwerk. Participatie verschilt per onderwerp en rol die de provincie heeft. Zuid-Holland is constructief, maar ook duidelijk als iets niet kan. De provincie durft verbonden partijen een spiegel voor te houden, ook als dingen niet goed gaan. De volksvertegenwoordiging blijft het laatste woord houden. Ambitie 2. Bereikbaar Zuid-Holland Zuid-Holland streeft ernaar een vitale provincie te zijn met goed bereikbare steden en dorpscentra waar het fijn wonen, werken en recreëren is. Waar iedereen op een veilige, duurzame, snelle en makkelijke manier van huis naar werk, opleiding of vrijetijdsbesteding kan reizen. Of je nu lopend, met de fiets, het openbaar vervoer, de auto of een combinatie daarvan naar je bestemming wil. Zuid-Holland is een strategisch gelegen delta. Met de aanwezigheid van een ijzersterke infrastructuur van haven, (vaar)wegen en internet is Zuid-Holland ook de toegangspoort van Europa. Een groot deel van de welvaart dankt zij aan deze bijzondere positie en een goede bereikbaarheid. De provincie wil de stap maken naar een toekomstbestendig Zuid-Holland met brede welvaart als kompas. In Zuid-Holland worden de komende jaren veel woningen bijgebouwd. Een groeiende bevolking, trek naar de stad en economische groei, zorgen voor toenemende druk op het mobiliteitssysteem en de provinciale infrastructuur. Dit geldt zowel voor personen- als goederenvervoer. De fietspaden worden steeds drukker en de wegen blijven zwaar belast. De bereikbaarheid van steden, dorpen en van de landelijke gebieden staat daarmee onder druk. Het onderhoud van wegen, bruggen en sluizen gaat de komende jaren voor flinke hinder en financiële uitdagingen zorgen, terwijl klimaatverandering vraagt om duurzamere mobiliteit. Daarom zorgt de provincie voor de aanleg en onderhoud van wandelpaden, fietspaden (vaar)wegen, bruggen en sluizen. De provincie investeert in goed openbaar vervoer en nieuwe vervoerswijzen. Ook zorgt zij ervoor dat alles goed functioneert en goed wordt onderhouden. Voor vrachtvervoer streeft de provincie naar een bewuste keuze: De bakfiets of uitstootvrije stadslogistiek in de binnenstad; vrachtwagen, trein, schip of buisleiding voor grotere afstanden. De provincie zet in op lopen, fietsen, openbaar vervoer, deelmobiliteit én de auto. Het optimaal benutten van alle vervoerswijzen zorgt voor ruimte op de weg. Men fietst vaker en verder door de opmars van de elektrische fiets. Dit wil de provincie graag verder stimuleren. Technologische ontwikkelingen zoals autonoom rijden, digitalisering en de opkomst van Smart Mobility bieden mogelijkheden die de provincie graag benut. Door de veranderingen op het gebied van mobiliteit, wonen, energie en werken dienen zich kansen aan voor veilige, slimme en duurzame mobiliteit die de provincie samen met andere overheden en maatschappelijke partners wil benutten. Ambitie 3. Schone energie voor iedereen De provincie wil af van fossiele energiebronnen en energie onafhankelijker worden. Klimaatscenario’s lijken steeds negatiever uit te vallen dan eerder is voorspeld. Broeikasgassen dragen in grote mate bij aan de stijging van de temperatuur op aarde. Daarom is afgesproken de uitstoot van broeikasgassen substantieel te verminderen in Zuid-Holland, aansluitend op internationale doelen van het klimaatakkoord van Parijs en op Europees niveau via de Green Deal. Landelijk sluit de provincie aan op het Klimaatakkoord en de Klimaatwet. De energietransitie richt de provincie op het stimuleren van energiebesparing, investeren in de opwekking van duurzame elektriciteit, (collectief) gebruik maken van warmtebronnen, vormen van opslag en onderzoek naar de potentie van kleine modulaire kernreactoren. Zuid-Holland is één van de meest energie intensieve regio’s van Europa en ook de meest dichtbevolkte regio van Nederland. Dat komt door de unieke industriële en stedelijke structuur, met de haven, glastuinbouw, petrochemie en logistiek. Dit maakt Zuid-Holland extra afhankelijk van de beschikbaarheid van brand- en grondstoffen. Daarmee is de transitie van fossiele brand- en grondstoffen naar duurzame bronnen een grote opgave voor de industrie, glastuinbouw en gebouwde omgeving. Dit brengt ook nieuwe kansen met zich mee. Zo beschikt onze regio over een groot aanbod van restwarmte die gebruikt kan worden in steden en de glastuinbouw. Verder heeft Zuid-Holland veel potentie voor warmte uit de bodem: geothermie. De provincie werkt toe naar een duurzame en circulaire economie waarin de focus ligt op besparen en het vervangen van fossiele bronnen door hernieuwbare bronnen, die efficiënt worden benut. Het benutten van duurzame energiebronnen en hernieuwbare opwek brengt nieuwe verdienmodellen, nieuwe exportproducten en nieuwe banen met zich mee. De provincie vindt het belangrijk dat de energietransitie in Zuid-Holland van en voor iedereen is. Het streven daarbij is eerlijk, haalbaar en betaalbaar. Ambitie 4. Een welvarend Zuid-Holland De provincie Zuid-Holland heeft een rijke en unieke geschiedenis. Op de wereld zijn er weinig plekken waar je in een kwartiertje fietsen 20 eeuwen geschiedenis tegenkomt. Resten van Romeinse forten, een eeuwenoud polderlandschap, trekvaarten, kunstig aangelegde landgoederen, boerderijen, molens, historische steden, vestingen, bunkers, pakhuizen en kerken. De weerslag van eeuwen van menselijke bedrijvigheid. Zuid-Holland is al eeuwenlang een centrum van handel, kennis en wetenschap. Een van de meest concurrerende en innovatieve regio’s van Europa. Een kracht die onze provincie ontleent aan de diversiteit van de economie, het aanwezige potentieel van talentvolle mensen en het unieke deltalandschap. De Zuid-Hollandse economie wordt gekenmerkt door een unieke structuur. Het herbergt het grootste haven-industriële complex van Europa, met een sterk proces- en petrochemisch, logistiek en maritiem cluster. In de directe nabijheid van dit complex bevindt zich het grootste glastuinbouwcluster van de wereld en vruchtbare landbouwgronden: belangrijke spelers in de wereldwijde voedselketen. Verder kent onze provincie een meerkernig stedelijk netwerk met talrijke kennis-, onderwijs- en onderzoeksinstellingen, die tot de top in hun vakgebied behoren. Rond deze instellingen ontstonden kennisintensieve clusters zoals de bio-lifescience, ruimtevaart, duurzame energie en quantumtechnologie. Het behouden van deze toppositie en ons welvaartsniveau vereist dat de Zuid-Hollandse economie zich blijft vernieuwen en zich aanpast aan een veranderende omgeving. Verschillen in rijkdom en gezondheid tussen mensen, regio’s en wijken nemen toe. Ook in onze provincie. Ondertussen verandert de economie van structuur door de digitalisering van onze werk- en leefomgeving. Een dynamiek die erom vraagt om ons leven, wonen en werken opnieuw in te richten. De provincie wil een economie die een bijdrage levert aan de brede welvaart voor alle Zuid-Hollanders. Ondernemerschap is belangrijk voor de economie. Ondernemers creëren de banen en bieden werkgelegenheid aan inwoners. Dit geldt zowel voor groot- midden- en kleinbedrijf. De provincie wil een economie die groeit in termen van kwaliteit en niet alleen in volume. Om dat te bereiken kiest de provincie voor een economie die: Duurzaam is; die uiteindelijk niks uitstoot en gebaseerd is op een circulair energie- en grondstoffensysteem (onder andere voor stroom, warmte, CO2 en waterstof). Innovatief is; met een gezond en aantrekkelijk vestigingsklimaat dat ruimte biedt aan ondernemerschap. Inclusief is; met gelijke kansen voor iedereen, waarin iedereen meetelt, meedoet en op een prettige en gezonde manier kan leven. Een toekomstbeeld met grote gevolgen voor de energie- en kennisintensieve Zuid-Hollandse economie. En onze provincie heeft alles in huis om deze slag te slaan: talent, creativiteit, ondernemerskracht. In een tijd die grote kansen biedt voor mensen die op zoek zijn naar een baan of opleiding. Ook het actief of passief aan cultuur meedoen, draagt in belangrijke mate bij aan het welbevinden en stimuleert de creativiteit die de provincie zo hard nodig heeft voor een innovatieve economie. In Zuid-Holland is de deelname aan culturele voorzieningen relatief laag. De provincie wil de deelname aan cultuurvoorzieningen door kinderen en jongeren in Zuid-Holland stimuleren. Daarnaast werkt de provincie samen met vele vrijwilligers, medeoverheden, maatschappelijk middenveld en ondernemers aan het behoud en beleefbaar maken van het provinciaal erfgoed en archeologie. Zo bewaart de provincie de identiteit van dorpen en streken, en wordt Zuid-Holland steeds aantrekkelijker. Ambitie 5. Naar vitale balans water, natuur en landbouw Zuid-Holland ambieert een gevarieerde, gezonde en aantrekkelijke leefomgeving; in de stad en in het landelijk gebied. Daarom zorgen we voor de instandhouding van de unieke landschappen als veenweiden, de kust en de duinen en het delta- en getijdengebied, en het behouden van de unieke en aantrekkelijke steden. De provincie helpt plekken te creëren waar wonen, werken, ondernemen en recreëren in balans zijn met water, bodem en natuur. Brede welvaart voor iedereen is de basis, binnen de beschikbare ruimte in de provincie én binnen de volhoudbare grenzen van het ecosysteem. En dit laatste vraagt de aandacht, want een nieuwe balans in het systeem is essentieel. De uitdaging is om economische ontwikkeling, maatschappelijke opgaven en de zorg voor het landschap hand in hand te laten gaan. Dat betekent dat de provincie investeert in de beschikbaarheid van voldoende en schoon water en in de biodiversiteit, zowel in stedelijke als landelijke gebieden. Want een gezonde natuur zorgt bijvoorbeeld voor vruchtbare bodems, schone lucht en ruimte om te recreëren. Hierbij houdt de provincie rekening met de gevolgen van klimaatverandering door het bieden van ruimte om weersextremen zoals droogte, hitte, storm of piekbuien goed te kunnen opvangen. Samenhangende aanpak nodig Water, klimaat, natuur, landbouw en stikstof zijn als thema’s onlosmakelijk met elkaar verbonden. Maar zijn ook verbonden met opgaven op het gebied van bijvoorbeeld woningbouw, infrastructuur en economische ontwikkeling. Deze opgaven hebben alleen kans van slagen wanneer ze zoveel mogelijk in samenhang met elkaar worden opgelost. Dit helpt ook om ruimte te maken voor investeringen in nieuwe bedrijvigheid en woningbouw. Stikstofreductie en het wegnemen van diverse drukfactoren -die de kwaliteitsverbetering van natuur, water en klimaat belemmeren zowel in het landelijk gebied als in de stad- zijn daarbij cruciale randvoorwaarden. De provincie zoekt naar slimme samenwerkingsverbanden met economische sectoren als verkeer, luchtvaart, industrie en in het bijzonder landbouw als onderdeel van de identiteit van Zuid-Holland en beheerder van grote delen van haar cultuurlandschap. Landelijk gebied In het landelijk gebied komt de samenhangende aanpak op de doelen tot uiting in het Zuid-Hollands Programma Landelijk Gebied. Hierin werkt de provincie gebiedsgericht aan een vitale leefomgeving, samen met partners zoals gemeenten, waterschappen, landbouworganisaties, natuurbeheerders en ondernemers. De provincie bouwt aan perspectief voor de toekomst en voert concrete projecten uit die bijdragen aan de kwaliteit van de natuur, de bodem en het watersysteem. De landbouw draagt hier in belangrijke mate aan bij. Agrariërs produceren voedsel en grondstoffen, beheren het landschap en de boerennatuur en zijn daardoor de ruggengraat van een vitaal platteland. De provincie ziet de grote maatschappelijke waarde van de landbouw in een vitaal platteland: werkgelegenheid, leefbaarheid, sociale cohesie, gezondheid en binding met de voedselproductie. De provincie streeft naar een toekomstbestendige landbouw. Dit is een veerkrachtige landbouw met bedrijven die economisch gedragen, sociaal rechtvaardig ondernemen en leidend zijn op het vlak van efficiency en duurzaamheid. Een landbouw die ook in de toekomst een belangrijke rol speelt in het voedsel- en grondstoffensysteem en in het behoud van karakteristieke landschappen. Stedelijk gebied Ook in het stedelijk gebied gaat het om het creëren van een gezonde leefomgeving, voldoende en schoon (drink-)water, maatregelen tegen hittestress, natuurinclusieve ruimtelijke ontwikkeling en betere aansluiting van groenblauwe structuren tussen het stedelijk en landelijk gebied in relatie tot recreatie, natuurbeleving, welzijn en gezondheid. Zo werkt Zuid-Holland aan een provincie waar haar inwoners ook in de toekomst goed kunnen leven, in een provincie waar natuur en bodem gezond zijn, het water schoon is en inwoners kunnen rekenen op bescherming tegen het water. Zo bereikt de provincie een vitale balans tussen maatschappelijke opgaven en economie voor een krachtig en leefbaar Zuid-Holland. Ambitie 6. Sterke steden en dorpen in Zuid-Holland De provincie wil dat haar inwoners met plezier wonen, werken en recreëren in een aantrekkelijke, groene en gezonde omgeving. Samen met andere partijen werkt de provincie aan een klimaatadaptieve, gezonde en veilige leefomgeving. De vitaliteit en kwaliteit van de leefomgeving staat echter onder druk door conflicterende ruimteclaims. Dat dwingt de provincie tot keuzes: niet alles kan in Zuid-Holland. Het is niet langer mogelijk om alle opgaven als vanzelfsprekend ruimtelijk te accommoderen. Zuid-Holland wil voorbereid zijn op de toekomst en staat in de komende decennia voor een groot aantal opgaven. Er is ruimte nodig voor de woningbouwopgave, de transitie naar een circulaire economie en een duurzame land- en tuinbouw, het verduurzamen van de energievoorziening, klimaatadaptatie, natuurherstel, gezondheid en leefbaarheid. De provincie stuurt op de juiste ontwikkeling op de juiste plek en wil daarvoor integrale ruimtelijke keuzes maken die bijdragen aan de vitaliteit van de steden en dorpen en het vergroten van de brede welvaart in gebieden. De provincie wil dat alle inwoners een passende en betaalbare woning kunnen vinden en zich thuis voelen in hun omgeving en gemeenschap. Daarvoor moeten er voldoende woningen van de juiste kwaliteit op de juiste plek zijn. De provincie wil de bouw van passende en betaalbare (sociale huur)woningen versnellen, met waarborg voor kwaliteit en met passende (mobiliteits-)voorzieningen. De provincie vindt het van belang dat het bebouwd gebied klimaatadaptief wordt ingericht. Daarbij kiest zij primair voor bouwen in bestaand bebouwd gebied en nabij knooppunten van hoogwaardig openbaar vervoer. Voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen maken we een integrale afweging tussen ruimte voor stedelijke ontwikkelingen en ruimte voor andere opgaven zoals landbouw, natuur, recreatie, energie, water, klimaat en groen, het landschappelijk belang en de gewenste leefomgevingskwaliteit. Ambitie 7. Gezond en veilig Zuid-Holland De druk op de gezondheid van de bevolking is groot. De gezondheidsverschillen tussen groepen inwoners groeien. Dit komt onder andere door veel verstedelijking, veel verkeer, en de uitstoot van het Haven Industrieel Complex. De provincie is kwetsbaar voor de gevolgen van klimaatverandering. Dit zorgt ervoor dat zij extra aandacht (moet) hebben voor veiligheid en gezondheid van de leefomgeving. De provinciale taken die invloed hebben op gezondheid en veiligheid, liggen voor een belangrijk deel op het terrein van de leefomgeving. Zuid-Holland besteedt aandacht aan gezondheid binnen alle beleidssectoren. Dit vraagt om een vernieuwende en samenhangende beleidsaanpak, en om extra inzet binnen bestaande provinciale taken. De provincie wil graag haar inwoners een gezonde en veilige leefomgeving bieden. Dit betekent het veilig kunnen gebruiken van de leefomgeving en een leefomgeving die uitnodigt tot gezond gedrag. De provincie beschermt inwoners tegen negatieve invloeden en verminderen deze waar mogelijk, zoals luchtvervuiling, bodemverontreiniging, veiligheidsrisico’s, geluidsoverlast, nestgeluid, en hittestress. Hierdoor wordt de kans dat mensen ziek worden door hun omgeving kleiner en is het risico op ongelukken met gevaarlijke stoffen zo laag mogelijk. Bedrijven in Zuid-Holland behoren tot de meest vernieuwende ter wereld. Ze zijn belangrijk voor de werkgelegenheid, maar moeten ook veilig zijn, met zo min mogelijk uitstoot van gevaarlijke stoffen. De provincie zorgt in haar rol als toezichthouder dat complexe bedrijven zich aan de regels houden. Daarbij wil Zuid-Holland dat bedrijven hun vernieuwingskracht inzetten voor de gezondheid en veiligheid van de inwoners. Daarnaast moeten mensen de mogelijkheid hebben om te kunnen recreëren in de natuur en in de openbare ruimte in het algemeen. Een groot aantal factoren bepaalt of een leefomgeving gezond, schoon en veilig is: de milieukwaliteit, veiligheid, bereikbaarheid en beleefbaarheid van natuur, water en landschap, en waterkwaliteit. Maar ook deelname aan sport en recreatie, keuzes bij vervoer en economische activiteiten, gezond voedsel, en de inrichting van de openbare ruimte. De provincie verwacht meer extreem weer en hogere temperaturen. Dit brengt de gezondheid en veiligheid van bewoners in gevaar. De provincie wil zich beter voorbereiden op zaken als hittestress, of wateroverlast na hevige stortbuien. De provincie wil weerbaar zijn tegen de gevolgen van klimaatverandering. Op de lange termijn wil de provincie niet dat extra kosten die door klimaatverandering worden veroorzaakt, doorschuiven naar toekomstige generaties. Ook recreatie, sport en bewegen leveren een belangrijke bijdrage aan de gezondheid en welzijn van de bewoners en bezoekers. De provincie moedigt de ontwikkeling aan van een beweegvriendelijke omgeving. Met hierbij een aantrekkelijk recreatief aanbod voor ontspanning, onderwijs en ontmoeting met onder andere sterke, toekomstbestendige recreatienetwerken (waaronder voor fiets, varen en paardrijden). Maar ook voldoende toegankelijk groen en water. Daarmee wil de provincie mensen aanmoedigen meer te bewegen, sporten of juist lekker te ontspannen. Het is belangrijk dat toerisme en recreatie in balans zijn en blijven met het toeristisch-recreatief aanbod. En dat dit aanbod duurzaam is en past bij het karakter van het gebied en het gebied niet te veel belast. Dit zodat recreatie en toerisme een zo groot mogelijk voordeel opleveren voor haar inwoners en omgeving. 6. Beleidsdoelen en beleidskeuzes Beleidsdoel 1-1 Krachtig openbaar bestuur 1-1 Krachtig openbaar bestuur De provincie Zuid-Holland wil de kwaliteit van het openbaar bestuur bevorderen met als doel een krachtig decentraal bestuur. Een krachtig decentraal bestuur is effectief en presterend, responsief en verbonden, robuust en integer, lerend en innoverend. Sterke decentrale overheden zijn essentieel voor het uitvoeren van wettelijke taken en het bereiken van (gezamenlijke) doelen voor de leefomgeving. Daarom werkt de provincie Zuid-Holland samen met andere overheden aan het behoud en de versterking van de kwaliteit van het openbaar bestuur. Een goed openbaar bestuur begint ook bij de provincie zelf. Het bestuur en de provinciale organisatie is weerbaar, betrouwbaar, transparant, legitiem en handelt integer. De kwaliteit van beleid en de taakuitvoeringen zijn structureel op orde, het bestuur is weerbaar tegen ondermijning en oneigenlijke druk en er wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheden van digitalisering. Het omgevingsbeleid en participatie worden vormgegeven en uitgevoerd. Zuid-Holland staat voor effectief eigen bestuur, waarbij effectieve samenwerking op alle niveaus (met collega-overheden, maatschappelijke organisaties, kennisinstellingen, inwoners, PS-GS, regionaal, landelijk en Europees) wordt gezocht. Provincie Zuid-Holland realiseert ambities op diverse niveaus (van Den Haag tot Brussel) voor een structurele, efficiënte en integrale lobby om haar belangen tijdig en op de juist plek voor het voetlicht te brengen. Beleidskeuzes van 1-1 Krachtig openbaar bestuur 1.1.1 Sterke decentrale overheden Wat wil de provincie bereiken? Sterke decentrale overheden zijn essentieel voor het uitvoeren van wettelijke taken en het bereiken van (gezamenlijke) doelen voor de leefomgeving. Daarom werkt de provincie Zuid-Holland samen met andere overheden aan het behoud en de versterking van de kwaliteit van het openbaar bestuur. De provincie zet daarvoor een mix van maatregelen in: (financieel) toezicht op gemeenten en gemeenschappelijke regelingen, begeleiden bij schaalvergroting en/ of herindeling, versterken van gemeenten, netwerken en regio’s, faciliteren van onderzoek en kennisdeling. Aanleiding De stelselverantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het openbaar bestuur is één van de zeven kerntaken van de provincie, vastgelegd in de Provincie- en Gemeentewet, de Wet Gemeenschappelijke Regelingen en de wet Algemene regels herindeling. Andere wettelijke taken die behoren tot deze beleidskeuze zijn het Financieel Toezicht (Gemeentewet), en het Interbestuurlijk Toezicht (Wet revitalisering generiek toezicht en Archiefinspectie). Ook de ambtsinstructie van de commissaris van de Koning bevat instructies die betrekking hebben op het bevorderen en goed functioneren van het openbaar bestuur in de provincie. Motivering Provinciaal Belang Samen met andere overheden en partners werkt de provincie aan oplossingen voor de complexe opgaven waar de samenleving voor staat. Daarvoor dienen decentrale overheden visie en ambitie te hebben en over voldoende slagkracht te beschikken om die opgaven te formuleren, resultaten te boeken en doelen te bereiken voor inwoners, bedrijven en instellingen. Zij dienen actief te luisteren naar signalen uit de samenleving en de representatieve democratie te versterken, financieel gezond te zijn, weerbaar tegen ondermijning en oneigenlijke druk te zijn en voorspelbaar, transparant, (democratisch) legitiem en integer te handelen. Nadere uitwerking Krachtig decentraal bestuur De provincie draagt bij aan het creëren en in stand van een krachtig decentraal bestuur door te werken aan de interbestuurlijke verhoudingen en door de uitoefening van interbestuurlijk toezicht en financieel toezicht. Het samenwerkingsprogramma 'Programma Beter Bestuur' faciliteert decentrale medeoverheden in samenwerking, weerbaarheid, financiën en kennis en is de basis voor de regio-accounthouders bestuurlijke zaken. Via het financieel toezicht, bevordert de provincie een gezonde financiële huishouding van gemeenten en via het interbestuurlijk toezicht draagt de provincie bij aan een beter openbaar bestuur en een prettige en veilige leefomgeving voor inwoners van Zuid-Holland. Weerbaar Bestuur en organisatie De provincie werkt samen met andere overheden aan een weerbaar en integer Zuid-Holland. Zuid-Hollandse gemeenten worden steeds vaker geconfronteerd met de gevolgen van ondermijnende criminaliteit en spelen een rol in het voorkomen en bestrijden ervan. Samen met andere overheden en veiligheidspartners draagt de provincie bij aan die aanpak. De provincie coördineert de besteding van impulsgelden van het ministerie van BZK, die bestemd zijn om de interne weerbaarheid tegen ondermijning en oneigenlijke druk van kleine(
  8. re)gemeenten te versterken. In het bijzonder krijgt ondermijning in het buitengebied aandacht gezien de relatie met het omgevingsbeleid. 1.1.2 Daadkrachtig Provinciaal Bestuur Wat wil de provincie bereiken? Het bestuur en de provinciale organisatie is weerbaar, betrouwbaar, transparant, legitiem en handelt integer. De kwaliteit van beleid en de taakuitvoeringen zijn structureel op orde, het bestuur is weerbaar tegen ondermijning en oneigenlijke druk en er wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheden van digitalisering. Het omgevingsbeleid en participatie worden vormgegeven en uitgevoerd. Door samenwerking internationaal, nationaal en binnen het Interprovinciaal Overleg (IPO) gaat Zuid-Holland strategische allianties aan. Daartoe werkt de provincie aan het vormgeven, coördineren en uitvoeren van beleid, public affaires en lobby. Aanleiding De verbinding en wisselwerking tussen beleidsdoelen en -prestaties van het domein bestuur en het omgevingsbeleid dragen bij aan het versterken van de slagkracht van decentrale overheden. De basis voor die bijdrage, is een daadkrachtig provinciaal bestuur dat betrouwbaar, transparant, weerbaar en integer is. De basis voor het handelen van het provinciale bestuur en de organisatie ligt daarbij in de provincie- en de ambtenarenwet, de omgevingswet, in de WOO (Wet Open Overheid), de wet Bibob (Bevorderen integriteitsbeoordelingen openbaar bestuur) en de ambtsinstructie van de commissaris van de Koning. Motivering Provinciaal Belang Samen met andere overheden en partners werkt de provincie aan oplossingen voor de complexe opgaven waar de samenleving voor staat. Het welslagen daarvan draagt bij aan het functioneren en aan het vertrouwen in het openbaar bestuur en de democratie. De maatschappelijke opgaven waar overheden voor staan zijn complexer geworden, terwijl middelen schaarser zijn. Die opgaven stoppen niet bij de provinciegrens en worden ook beïnvloed door (inter)nationale ontwikkelingen. Daarom wil de provincie optrekken met anderen en functioneren als één overheid en daarbij leren van én met andere overheden, aan ons verbonden partijen en andere partners. Waar dat kan en passend is, zal de provincie een voorbeeldfunctie vervullen en via lobbyactiviteiten draagvlak en middelen organiseren om doelen te bereiken. De provincie voert beleidscoördinatie uit op het omgevingsbeleid. Nadere uitwerking Programma OmgevingsbeleidDe provincie heeft een actuele en digitale lange termijn agenda Omgevingsbeleid, Omgevingsvisie, Omgevingsverordening en Omgevingsprogramma. Het omgevingsbeleid is modulair vormgegeven, dit betekent continu werken aan actualisatie. Weerbaar Bestuur en organisatie (Weerbaarheid, Bibob en Integriteit) De provincie besteedt in eigen huis aandacht aan integriteit in relatie tot ondermijning, intimidatie en andere vormen van oneigenlijke druk. Zuid-Holland bevordert het bewustzijn voor het herkennen van risico’s in kwetsbare processen en functies, stelt beleidsregels op, richt werkprocessen in, en voert daarbij de Wet Bibob uit (Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur). WOO Transparante en responsieve provincie (WOO) Op basis van de Wet open overheid (Woo) is de provincie verplicht om 11 informatiecategorieën uit eigen beweging openbaar te maken. De passieve openbaarheid (Woo-verzoeken) vindt plaats overeenkomstig de bepalingen van de wet. Digitaal Bestuur Digitalisering brengt consequenties voor het openbaar bestuur en de democratie met zich mee. De provincie werkt daarom aan een betrouwbare, open en toegankelijke digitale provincie die de impact van technologie, data en algoritmes op de samenleving begrijpt en benut. Beleidsdoel 1-2 Sterke Samenleving 1-2 Sterke Samenleving De provincie wil inspelen op maatschappelijke ontwikkelingen ten dienste van bestaand of nieuw beleid. Ze volgt en duidt ontwikkelingen in de samenleving en voorziet de opgaven van haar eigen organisatie van de juiste kennis en handvatten. De organisatie wil effectief gebruik kunnen maken van deze kennis en actief werken aan de eigen strategische kennispositie. De provincie wil een kennisfunctie vervullen, ook voor derden, ten dienste van de opgaven waar Zuid-Holland aan werkt, al dan niet voorzien van een handelingsperspectief. Zo ondersteunt de provincie het beleid van de toekomst en een sterke samenleving. Beleidskeuzes van 1-2 Sterke Samenleving 1.2.1 Maatschappelijke ontwikkelingen Wat wil de provincie bereiken? De provincie wil inspelen op maatschappelijke ontwikkelingen ten dienste van bestaand of nieuw beleid. Zij volgt en duidt de ontwikkelingen in de samenleving en voorziet haar organisatie van de juiste kennis en handvatten. De organisatie wil effectief gebruik kunnen maken van deze kennis en actief werken aan de eigen strategische kennispositie. Ook deelt de provincie deze informatie met derden, ten dienste van de opgaven waar Zuid-Holland aan werkt, al dan niet voorzien van handelingsperspectief. Aanleiding Maatschappelijke ontwikkelingen zijn in toenemende mate verweven, complex en ambigu. Een aanpak met standaardoplossingen en vaste procedures werkt niet meer. Daarom wil de provincie Zuid-Holland beschikken over strategische kennis, met aandacht voor integrale en toekomstgerichte vraagstukken. Zuid-Holland werkt daarbij samen met kennis- en onderwijsinstellingen en andere partners. Waar dat functioneel en opportuun is, zal de provincie deze kennis ook delen met medeoverheden, organisaties, bedrijven en inwoners. Motivering Provinciaal Belang Samen met andere overheden en partners werkt de provincie aan oplossingen voor de complexe opgaven waar de samenleving voor staat. De ontwikkelingen van de afgelopen jaren (coronapandemie, internationale conflicten, verschillende vormen van tweedeling in de maatschappij) leiden tot nieuwe vraagstukken waar zowel kansen als bedreigingen uit voortkomen. De strategische kennisfunctie helpt de provinciale organisatie en verwante (kennis)partners om kennis te bundelen, vanuit diverse perspectieven vooruit te kijken, ten dienste van nieuw beleid en handelingsperspectieven die bijdragen aan het bereiken van doelen. Ook Provinciale Staten willen in kunnen spelen op nieuwe ontwikkelingen. Nadere uitwerking Kennisprogramma ‘Kennis Zuid-Holland’ De provincie heeft een integraal kennisprogramma ‘Kennis Zuid-Holland’ opgesteld zodat kennis, trends en de nieuwste inzichten hun doorwerking vinden in provinciaal beleid. De provincie verspreidt deze kennis tijdig en actief binnen het netwerk. Beleidsdoel 2-1 Duurzame en veilige bereikbaarheid voor iedereen 2-1 Duurzame en veilige bereikbaarheid voor iedereen De provincie streeft naar een goede bereikbaarheid voor iedereen, zodat mensen veilig en vlot naar school, werk, vrienden, winkels en andere voorzieningen kunnen reizen. Daartoe zorgt de provincie voor een goed functionerende en verkeersveilige provinciale infrastructuur en stimuleert verkeersveilig en duurzaam reisgedrag. De dalende trend in het aantal dodelijke verkeersslachtoffers is tot stilstand gekomen en het aantal ernstig gewonden in het verkeer stijgt. Voor de provincie is ieder verkeersslachtoffer er één te veel. Om die reden omarmt de provincie de landelijke ambitie van nul verkeersslachtoffers in 2050. De eerste stap is om de stijging van het aantal doden en ernstig gewonden de komende jaren om te buigen in een daling: elk jaar minder verkeersslachtoffers. De provincie werkt daar hard aan samen met regionale partners. Bij ruimtelijke ontwikkelingen streeft de provincie naar nabijheid van wonen, werken, voorzieningen en goed openbaar vervoer. De provincie stimuleert actieve vormen van vervoer zoals lopen en fietsen. Door de opmars van de elektrische fiets wordt vaker en verder gefietst. Dit verbetert de leefomgeving, verlaagt de filedruk op de wegen en bevordert de gezondheid van inwoners. De provincie maakt gebruik van technologische ontwikkelingen om deze vormen van vervoer aantrekkelijker te maken en ook om de wegen beter te benutten. Veel dagelijkse verplaatsingen (zowel personenauto’s, vrachtwagens en bussen) maken immers gebruik van de wegen. Wegen zijn en blijven dus belangrijk voor een goede bereikbaarheid, in het bijzonder in landelijk gebied. Beleidskeuzes van 2-1 Duurzame en veilige bereikbaarheid voor iedereen 2.1.1 Stimuleren duurzaam, veilig en slim personenvervoer Wat wil de provincie bereiken? De provincie wil dat iedereen zijn bestemming kan bereiken op makkelijke, snelle, veilige en duurzame wijze. De provincie streeft daarbij naar een toekomstbestendig Zuid-Holland. Door groei van de bevolking en economie wordt het steeds drukker op wegen en fietspaden. Bovendien moet er de komende jaren veel onderhoud aan wegen en bruggen gedaan worden wat voor hinder gaat zorgen. De provincie zet zich -samen met andere overheden- in om deze overlast en de files te minimaliseren, bijvoorbeeld in het samenwerkingsverband Zuid-Holland Bereikbaar. Bij ruimtelijke ontwikkelingen streeft de provincie naar nabijheid van wonen, werken, voorzieningen en goed openbaar vervoer zodat veel bestemmingen binnen 15 minuten te bereiken zijn, voor wie het kan en wil lopend of op de fiets, maar ook met openbaar vervoer en de auto. Ook in landelijk gebied streven we naar nabijheid van voorzieningen om de leefbaarheid te bestendigen, zeker daar blijft bereikbaarheid per auto een belangrijke rol spelen. De grote woningbouwopgave is er bij gebaat om lopen en fietsen vanaf de ontwerpfase een prominente rol toe te kennen omdat actieve mobiliteit weinig ruimte per verplaatsing inneemt. Door de snelle opkomst van de elektrische fiets gaan meer mensen vaker en verder fietsen en de provincie stimuleert dat graag verder. Terwijl de meeste mensen thuis een fiets hebben, ontbreekt de mogelijkheid om te fietsen meestal na een reis met het openbaar vervoer. Daarom zet de provincie in op deelfietsen voor het laatste stukje van een reis. De provincie vindt ieder verkeersslachtoffer er één te veel en streeft naar elk jaar minder verkeersslachtoffers en nul verkeersslachtoffers in 2050. De provincie werkt samen met andere wegbeheerders en organisaties aan een veilige infrastructuur en stimuleert verkeersveilig gedrag door middel van educatie en voorlichting. De provincie onderhoudt contact met politie en het Openbaar Ministerie (OM) over adequate handhaving. Ruimte en middelen voor nieuwe infrastructuur zijn beperkt. De provincie kijkt daarom naar de mogelijkheden van nieuwe, digitale en innovatieve (data-)oplossingen om (vaar)wegen en fietspaden en openbaar vervoer nog beter te benutten. Aanleiding Groei van de economie en bevolking zorgen voor meer mobiliteit en toenemende drukte. Grote hoeveelheden werkzaamheden aan infrastructuur zorgen voor meer hinder. De verkeersveiligheid staat onder druk en mobiliteit kan duurzamer. Motivering Provinciaal Belang De provincie streeft naar een vitaal Zuid-Holland met goed bereikbare steden en dorpen waar het goed wonen, werken en recreëren is, waar iedereen op een makkelijke, veilige en duurzame manier zijn bestemming kan bereiken of goederen kan vervoeren. We streven naar een toekomstbestendig Zuid-Holland. 2.1.2 Adequaat en duurzaam aanbod openbaar vervoer Wat wil de provincie bereiken? De provincie wil een gezonde, sociale en duurzame leefomgeving voor haar inwoners met vitale en goed bereikbare steden en dorpscentra waar het fijn werken, wonen, recreëren is. Zuid-Holland streeft naar een toekomstbestendig Zuid-Holland met goed openbaar vervoer. De provincie realiseert, samen met de MRDH, een adequaat aanbod van Openbaar Vervoer zonder uitstoot van schadelijke stoffen zoals CO2, stikstof en fijnstof in het vervoergebied van de provincie Zuid-Holland. Het moet snel, betrouwbaar en beschikbaar zijn en is daarmee waar mogelijk een volwaardig alternatief voor de auto. De provincie wil dat dit snel, frequent, betrouwbaar, beschikbaar en betaalbaar is en samen met lopen, de fiets en deelvervoer een reis van deur tot deur mogelijk maakt. Aanleiding Economische groei, een groeiende bevolking, veel werkzaamheden aan infrastructuur en een trek naar de stad zorgen voor toenemende druk op delen van het openbaar vervoer. Tegelijkertijd zijn er gebieden waar standaard openbaar vervoer met vaste lijnbussen niet past bij de behoefte en het gebruik. Motivering Provinciaal Belang Zorgen voor openbaar vervoer is een wettelijk taak. We doen dat door openbaar vervoer concessies aan te besteden en te managen. Provinciale Staten bepaalt de gewenste (minimale) kwaliteit van het openbaar vervoer, voorafgaand aan een nieuwe concessieperiode. De provincie verstrekt aan de vervoerders jaarlijkse exploitatiesubsidies. Nadere uitwerking Bestaande wegen kunnen de groei in vervoer lang niet altijd aan waardoor er files en parkeerproblemen ontstaan. Ook zijn er maar beperkte mogelijkheden om de infrastructuur uit te bereiden. Om de mobiliteitsgroei op te kunnen vangen wil de provincie daarom mensen positief verleiden om andere vormen van vervoer te gebruiken zoals fiets en openbaar ververvoer. Waar het openbaar vervoer nu al goed wordt gebruikt wil de provincie dit uitbreiden: snelle collectieve verplaatsingen tussen (grotere) kernen. De provincie zet ook in op een combinatie van voorzieningen om een gebied bereikbaar te houden en waarin vaste lijnbussen niet voor alle situaties de oplossing zijn. Binnen het openbaar vervoer wordt daarom nu een omslag gemaakt naar collectieve mobiliteit (ook wel publieke vervoer genoemd) waarin de keten centraal staat. Deeltaxi’s, deelfietsen, buurtbussen, fietsenstallingen en fietspaden maken daarin steeds meer integraal onderdeel uit van het nieuwe aanbod dat beter aansluit bij de wensen van mensen. De provincie wil een voorloper zijn op creativiteit en innovatie in het openbaar vervoer en daarmee een goede bereikbaarheid van de hele provincie realiseren. De beleidskeuze ‘Adequaat aanbod openbaar vervoer’ heeft als werkingsgebied ‘Concessie- en contractgebied openbaar vervoer’. Samen met de MRDH verzorgt de provincie het ov in geheel Zuid-Holland. 2.1.3 Duurzaam en efficiënt goederenvervoer Wat wil de provincie bereiken? Het vervoer van goederen dient zo efficiënt en schoon mogelijk plaats te vinden en bij te dragen aan de bereikbaarheid, economische ontwikkeling en leefbaarheid. Daarbij vindt de provincie het benutten van de verschillende modaliteiten weg, water, spoor en buisleidingen van groot belang. De provincie streeft naar een bewuste keuze en stimuleert meer vervoer per spoor en vervoer over water. En ook schoon vervoer zonder onnodige emissies. De provincie kijkt hierbij ook grensoverschrijdend naar internationale goederencorridors. De provincie wil vervoersmodaliteiten en goederenstromen in samenhang met ruimtelijke ontwikkelingen organiseren en uitwerken, van stedelijke en regionale distributie tot multimodale (inter)nationale goederencorridors. Aanleiding Zuid-Holland is een van Europa’s meest belangrijk internationale transportknooppunten, met de haven, de greenports en de transportassen naar het Europese achterland. De druk op deze goedereninfrastructuur neemt toe door de verwachte stijging van de containerstromen in het komende decennium en een groeiende bevolking. Verder zal de komende 10 jaar de wegcapaciteit op de wegen rond Rotterdam afnemen door onderhoudswerkzaamheden. Het verduurzamen en optimaliseren van goederenstromen is dan ook nodig voor een gezonde ruimtelijke en economische ontwikkeling in Zuid-Holland. Motivering Provinciaal Belang Voor het functioneren van het bedrijfsleven in Zuid-Holland is de aan- en afvoer van goederen en grondstoffen essentieel. Een efficiënt goederenvervoer is goed voor de economie en de leefomgeving. Ook komt dit ten goede aan de verkeersdoorstroming en de verkeersveiligheid. Distributiecentra clusteren we zoveel mogelijk op bestaande plekken. Daarbij stimuleren we dubbel ruimtegebruik en vergroening van zo’n gebied. 2.1.4 Voorbereiding (provinciale) infrastructuurprojecten en bijdragen aan projecten van anderen Wat wil de provincie bereiken? Om ervoor te zorgen dat de provincie Zuid-Holland voor iedereen bereikbaar is en blijft op een duurzame en veilige manier legt de provincie ook nieuwe provinciale infrastructuur aan en verbetert bestaande provinciale infrastructuur. Of een infrastructurele ingreep passend en nodig is wordt bepaald door onderzoek te doen naar oorzaken en mogelijk maatregelen. Hierbij wordt integraal gekeken of lopen, fietsen, OV en deelvervoer ook een bijdrage aan de oplossing kunnen leveren. Daarnaast draagt de provincie bij aan projecten van anderen door middel van advisering en/of een financiële bijdrage. Verkeersveiligheid en duurzaamheid zijn standaard elementen in de voorbereiding van projecten. Aanleiding Zuid-Holland moet in het komende decennium een fors aantal woningen bouwen en de bestaande woonvoorraad beter benutten en toekomstbestendig maken. Stad en land raken steeds sterker met elkaar fysiek verbonden, waarbij in het landelijk gebied behoud van voorzieningen en leefbaarheid een uitdaging vormen. Tegelijk staat onze sterke bereikbaarheidspositie onder druk. Economische groei, een groeiende bevolking en een trek naar de stad zorgen voor toenemende drukte op de bestaande infrastructuur, zowel wat betreft goederen- als personenvervoer. De Rijks- en provinciale wegen in Zuid-Holland blijven onverminderd druk, fietspaden worden steeds drukker en de bereikbaarheid van de landelijke gebieden staat onder druk. Motivering Provinciaal Belang De provincie wil door aanleg en verbetering van eigen infrastructuur en van derden (met een nationaal of regionaal belang) de bereikbaarheid verbeteren en daarmee de leefbaarheid in Zuid-Holland. Nadere uitwerking Bij de voorbereiding wordt breed in kaart gebracht welke problemen en kansen aanleiding zijn, welke mogelijke oplossingsrichtingen kunnen worden beschouwd en welke stakeholders daarbij betrokken kunnen/moeten worden. Op basis daarvan kunnen de deelnemende partijen beslissen of en, zo ja, welke oplossingsrichtingen uitgewerkt zouden moeten worden. De aanpak wordt bij de start door de deelnemende partijen duidelijk vastgelegd op basis van een besluit: scope, processtappen en planning, participatie, financiën en personele inzet, besluitvorming en aansturing. 2.1.5 Realisatie provinciale infrastructuurprojecten Wat wil de provincie bereiken? Om de bereikbaarheid op peil te houden legt de provincie ook nieuwe infrastructuur aan of verbetert bestaande infrastructuur. Deze projecten worden gerealiseerd op basis van een besluit waarin de inhoudelijke scope, planning en het financieel kader zijn vastgelegd. Aanleiding Zuid-Holland moet in de komende jaren een fors aantal woningen bouwen en de bestaande woonvoorraad beter benutten en toekomstbestendig maken. Stad en land raken fysiek steeds sterker met elkaar verbonden, waarbij in het landelijk gebied behoud van voorzieningen en leefbaarheid een uitdaging vormen. Tegelijk staat de sterke bereikbaarheidspositie van de provincie onder druk. Economische groei en een groeiende bevolking zorgen voor toenemende drukte op de bestaande infrastructuur, zowel wat betreft goederen- als personenvervoer. De Rijks- en provinciale wegen in Zuid-Holland blijven onverminderd druk, fietspaden worden steeds drukker en de bereikbaarheid van de landelijke gebieden staat onder druk. Motivering Provinciaal Belang De provincie wil door aanleg en verbetering van eigen infrastructuur en van derden (met een nationaal of regionaal belang) de bereikbaarheid verbeteren en daarmee de leefbaarheid in Zuid-Holland. 2.1.6 Duurzame, stille en nieuwe luchtvaart Wat wil de provincie bereiken? De zogenaamde kleine- en recreatieve luchtvaart kan (geluid)overlast geven of tot verstoring van natuur leiden. De provincie gaat over de locaties waar luchtvaart mag starten en landen, met uitzondering van Rotterdam The Hague Airport, en de provincie kan daarvoor regels opstellen. De provincie gaat niet over waar en hoe er gevlogen wordt; dit valt onder de bevoegdheid van het Rijk. De provincie wil hiernaast dat de overlast van Schiphol en Rotterdam The Hague Airport (RTHA) zoveel mogelijk beperkt wordt. Dit gaat om geluidhinder, uitstoot van (ultra)fijnstof, stikstof en CO2. Tegelijkertijd wil de provincie dat Schiphol zijn positie als belangrijke internationale luchthaven kan behouden en zijn netwerk van internationale verbindingen kan versterken. Voor RTHA wil de provincie dat de luchthaven zijn positie als zakelijke luchthaven kan behouden. De provincie oefent invloed uit op de besluitvorming door de minister van Infrastructuur en Waterstaat (I&W) en de Tweede Kamer over de toekomstige ontwikkeling van beide luchthavens. Voor Schiphol gaat dit via de Bestuurlijke Regie Schiphol (BRS; een samenwerkingsverband van vier provincies en een veertigtal gemeenten rondom Schiphol) en bij RTHA via de Bestuurlijke Regiegroep RTHA (BRR; een samenwerkingsverband van de provincie en drie gemeenten). De provincie wil dat binnen de geluidcontouren rondom Schiphol en RTHA terughoudend wordt omgegaan met nieuwe woningbouw om nieuwe geluidgehinderden zoveel mogelijk te voorkomen. Echter binnen de regels wil de provincie dat kleinschalige woningbouw mogelijk moet kunnen zijn indien dit de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid ten goede komt. Daartoe heeft de provincie regels gesteld in de Omgevingsverordening. Aanleiding De kleine- en recreatieve luchtvaart kan tot negatieve effecten leiden, zoals geluidoverlast of verstoring van natuur. Een deel van de provincie Zuid-Holland heeft te maken met de negatieve externe effecten van Schiphol en RTHA. Gemeenten die onder de aanvliegroutes liggen hebben te maken met geluidoverlast en slaapverstoring door startend en landend verkeer. Daarnaast gelden voor sommige gemeenten bouwbeperkingen voor nieuwe woningen als gevolg van de nabijheid van een luchthaven. Motivering Provinciaal Belang De provincie is bevoegd gezag voor de luchthavens van regionale betekenis op basis van de Wet luchtvaart. Ook is de provincie bevoegd om ontheffingen te verlenen voor het starten en landen op terreinen anders dan luchthavens. Luchtvaart is in het algemeen gemeentegrensoverschrijdend en vanwege de hinderlijke effecten van de luchtvaart is de provincie het aangewezen schaalniveau. De leefbaarheid en economische belangen van Schiphol en RTHA zijn gemeentegrensoverschrijdend en daarom is de provincie het aangewezen schaalniveau. Ook kan de provincie een belangrijke verbindende bijdrage leveren tussen de lokale belangen van gemeenten. Het Rijk is bevoegd gezag. Nadere uitwerking In Zuid-Holland wordt ruimte geboden aan diverse vormen van kleine- en recreatieve luchtvaart. De provincie ondersteunt dit, maar hecht tegelijkertijd waarde aan een goede inpassing in de directe omgeving om overlast zoveel mogelijk tegen te gaan. Daarom wil de provincie dat terughoudend wordt omgegaan met nieuwe locaties voor commerciële en bedrijfsgebonden luchtvaart, helikopterhavens, luchthavens voor onbemande luchtvaartuigen en luchthavens voor gemotoriseerde recreatieve luchtvaart. Luchthavens met een duidelijk maatschappelijk belang (zoals heliplatforms bij ziekenhuizen) worden daarentegen wel ondersteund. De provincie hecht waarde aan de luchthavens Schiphol en RTHA als belangrijke schakel in de internationale bereikbaarheid en voor de economie van de Randstad. Tegelijkertijd vindt de provincie het van belang dat de hinder zoveel mogelijk wordt beperkt. Verdere groei van Schiphol is wat de provincie betreft dan ook alleen mogelijk als daar een evenredige reductie van de hinder tegenover staat. Daarnaast vindt de provincie dat binnen de geluidcontouren rondom Schiphol terughoudend moet worden omgegaan met nieuwe woningbouw. Daar waar er bij de luchtvaartsector op wordt aangedrongen om het aantal geluidgehinderden niet te laten toenemen, moet de overheid op haar beurt niet voor een toename zorgen door op grote schaal woningen binnen de geluidcontouren te bouwen. De provincie pleit er echter wel voor dat er binnen de regels mogelijkheden blijven om op kleine schaal woningbouw te kunnen plegen, bijvoorbeeld als dit de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid ten goede komt. De aanwezigheid van de luchthaven Rotterdam The Hague Airport is een vestigingsfactor voor bedrijven. De luchthaven levert daarmee een bijdrage aan de economische ontwikkeling van de regio. De provincie vindt het daarbij van belang dat de hinder voor de omgeving beperkt blijft tot een noodzakelijk minimum (kwaliteit leefomgeving). Samen met gemeenten, de luchthaven, bewonersvertegenwoordigers en andere belanghebbende partijen op en rond de luchthaven worden afspraken gemaakt over hinderbeperkende maatregelen (programma hinderbeperkende maatregelen). Hoewel de provincie geen wettelijke bevoegdheid heeft bij de vaststelling van het luchthavenbesluit voor RTHA, wordt bestuurlijk draagvlak bij de provincie en gemeenten rondom de luchthaven door de minister van Infrastructuur en Milieu als belangrijk gezien. De toekomstige ontwikkeling van de luchthaven is daarmee afhankelijk van het draagvlak in de regio. Beleidsdoel 2-2 Goed functionerende provinciale infrastructuur 2-2 Goed functionerende provinciale infrastructuur Een goed functionerende, provinciale infrastructuur zorgt ervoor dat iedereen veilig, duurzaam, snel en op een makkelijke manier van huis naar werk, opleiding of vrijetijdsbesteding kan reizen. De provincie heeft de wettelijke plicht provinciale fietspaden, bermen, wegen, vaarwegen, bruggen en sluizen te beheren en te onderhouden. Met de bediencentrales en de Incident Coördinatie (IC)-desk zorgt de provincie voor een vlotte afwikkeling van het verkeer. Bij calamiteiten en incidenten zorgt de provincie voor een veilige werksituatie voor de hulpdiensten en beperkt de provincie hinder voor de (vaar-)weggebruikers. De provinciale infrastructuur moet beschikbaar en veilig te gebruiken zijn. Daarvoor moet de infrastructuur in goede staat zijn en duurzaam onderhouden worden. De provincie heeft als doel het onderhoud doeltreffend en doelmatig uit te voeren. Dit doet zij met zo min mogelijk overlast voor de weggebruiker en de omgeving. De provincie verzorgt het bedienen van bruggen en sluizen, toezicht en handhaving op de weg en het water, en incidentmanagement. Hiermee zorgt ze voor een vlotte en veilige afwikkeling van het verkeer. Beleidskeuzes van 2-2 Goed functionerende provinciale infrastructuur 2.2.1 Beheer en onderhoud: op orde en duurzaam Wat wil de provincie bereiken? De fietspaden, bermen, wegen, vaarwegen, bruggen en sluizen en verkeerssystemen worden sober , doelmatig en duurzaam onderhouden met zo min mogelijk overlast. Beheer en onderhoud houdt de provincie daarmee boven het aansprakelijkheidsniveau en laten we zo efficiënt mogelijk plaatsvinden. Op dit moment doet de provincie dit op een manier met zo min mogelijk kosten, uitstoot en overlast voor de vaarweg- en weggebruiker en omgeving. Tijdens de werkzaamheden wordt het belang van de fietser en voetganger zwaar meegewogen. Er wordt ingezet op innovaties bij werkzaamheden om naast de kosten te beperken ook de uitstoot te verminderen. Aanleiding De provincie heeft als eigenaar van fietspaden, bermen, wegen, vaarwegen, bruggen en sluizen en verkeerssystemen een wettelijke taak om haar infrastructuur op orde te houden en te beheren. Daarmee draagt de provincie bij aan de leefbaarheid, welzijn en economische ontwikkeling van iedereen die in de provincie woont, studeert, werkt of Zuid-Holland bezoekt. Motivering Provinciaal Belang De provincie is conform de Wegenwet, de Wegenverkeerswet en de Scheepvaartverkeerswet verantwoordelijk voor haar eigen infrastructuur (en alle bijbehorende inrichting); hieronder vallen provinciale wegen, vaarwegen, fietspaden, bruggen en sluizen. Provincie Zuid-Holland heeft de convenanten Duurzaam Grond- Weg- en Waterbouw (DGWW) 2030, Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen (MVOI) en Provinciale Klimaatneutrale en Circulaire Infrastructuur (PKCI) ondertekend. Nadere uitwerking Het assetmanagementsysteem (gebaseerd op de internationale assetmanagementstandaard NEN-ISO 55001) is de basis voor het beheer en onderhoud, bediening, toezicht en handhaving. Hiermee zorgt de provincie ervoor dat de waarde die de provinciale assets leveren worden vergroot en dat dit continu wordt geborgd. Naast veiligheid, bereikbaarheid en duurzaamheid wordt er ook naar andere thema’s van het provinciaal beleid zoals in de omgevingsvisie beschreven gekeken. Met het integreren van duurzaamheid in het assetmanagement zorgt de provincie ervoor dat het assetmanagement in 2050, of zo veel eerder als haalbaar, de volgende doelen behaald: 1. CO2 neutraal; 2. bijna volledig circulair; 3. nauwelijks gebruik makend van primaire grondstoffen; 4. energie neutraal; 5. Leefgebied en ecologische verbindingen biedend aan lokale flora en fauna rond (vaar)wegen; 6. Klimaatbestendig. Beleidsdoel 3-1 Energietransitie 3-1 Energietransitie De provincie wil het gebruik van fossiele energiebronnen afbouwen en wil toe naar een klimaatneutrale energievoorziening. Het doel is om uiterlijk in 2050 de CO2-uitstoot volledig te verminderen ten opzichte van 1990, met een tussendoel van 55% vermindering in 2030. Zuid-Holland stelde in samenwerking met de 7 RES’en (Regionale Energiestrategieën) het doel in 2030 6,3 tot 6,8 TWh zon- en windenergie op te wekken. De provincie wil een eerlijke energietransitie bereiken, waarbij verduurzaming ook haalbaar is voor achtergestelde en kwetsbare doelgroepen. Ook zet de provincie in op meer economische voordelen en meer zeggenschap voor inwoners. Dit doet zij door bij ieder (grootschalige) zon- en windproject te kiezen voor minimaal 50% lokaal eigendom. De provincie wil het gebruik van aardgas versneld verminderen. Dit kan door energiebesparing en door warmtebronnen binnen de provincie te benutten. Zo kunnen de glastuinbouw in 2040, en de gebouwde omgeving en industrie in 2050, klimaatneutraal zijn. De provincie heeft volgens de nationale doelstelling tot doel om in 2030 50% minder primaire grondstoffen te gebruiken, en in 2050 een volledig circulaire economie te hebben. Daarbij helpt zij de Zuid-Hollandse industrie met het behalen van het NOx-uitstootverminderingsdoel: voor deze sector staat dit op 38% in 2030 ten opzichte van 2019. Om de energietransitie mogelijk te maken dient de provincie de energiesystemen (elektriciteits-, waterstof- en warmtenetten) slim en efficiënt in te richten. Zo is energie tijdig beschikbaar voor iedereen. De ontwikkeling en de ruimtelijke inpassing van het energiesysteem zijn een uitdaging in Zuid-Holland. Dit komt door de beperkte ruimt en door overbelasting van het stroomnet. De provincie werkt aan een toekomstbeeld voor het energiesysteem, onder andere gericht op het voorkomen van overbelasting van het net. Hierbij spelen plannen voor energie een belangrijke rol; het doel is om ruimtelijke en energievraagstukken gelijktijdig mee te nemen. Zo ontstaat een samenhangende aanpak voor de omvangrijke energieopgave. Dit zal de druk op het stroomnet verminderen. Beleidskeuzes van 3-1 Energietransitie 3.1.1 Duurzame opwek elektriciteit Wat wil de provincie bereiken? Bij het benutten van hernieuwbare bronnen zet de provincie tot 2030 in op wind- en zonne-energie. De provincie biedt ruimtelijk mogelijkheden voor windenergie. Rijk en provincies hebben hierover afspraken gemaakt in het Klimaatakkoord uit 2019. Hiermee verbindt de provincie zich aan het realiseren van de internationale en nationale doelstellingen om de CO2-uitstoot te verminderen en het energieverbruik te reduceren. Windenergie is, naast o.a. zonne-energie en warmte, een van de duurzame energiebronnen waar de provincie op inzet om dit doel te bereiken. De provincie wil het gebruik van zonne-energie actief faciliteren en ondersteunen, omdat zonne-energie een groeiende bijdrage levert aan de productie van hernieuwbare energie. Voorop staat de voorkeur voor meervoudig ruimtegebruik, zoals het benutten van daken en overige geschikte functies. In een provincie waarin onbebouwde ruimte een schaars en waardevol goed is, is een terughoudende benadering van zonnevelden in die open ruimte op zijn plaats, in combinatie met een stimulerende benadering voor zonnepanelen en warmtecollectoren op dak. Aanleiding In de provincie Zuid-Holland is onbebouwde ruimte een schaars en waardevol goed. Zorgvuldig omgaan met deze schaarse ruimte is daarom uitgangspunt van beleid. Voor windenergie wijst de provincie locaties aan. De locaties zijn het resultaat van een afweging tussen eisen vanuit windenergie en voorwaarden vanuit landschap en ruimtelijke kwaliteit. Provinciale Staten hebben in juni 2021 over de zeven RES-regio’s een besluit genomen en deze vastgesteld als strategische verkenning. Hierin zijn zoekgebieden voor wind- en zonne-energie vastgesteld. De RES-regio's werken deze zoekgebieden uit naar zoeklocaties. In de RES’en wordt een belangrijk deel van de geformuleerde ambitie van de regio’s voor de opwek van duurzame elektriciteit ingevuld met zonne-energie. Zonnevelden buiten bestaand stads- en dorpsgebied hebben invloed op de kwaliteit van het landschap en de ruimte voor voedselproductie. Motivering Provinciaal Belang De provincie werkt mee aan Europese en nationale energiedoelen om de CO2-uitstoot te verminderen, het aandeel duurzame energie te vergroten en het energieverbruik te reduceren. Naast in te zetten op een duurzame warmtevoorziening zijn zonne-energie en windenergie duurzame energiebronnen waar de provincie op inzet om dit doel te bereiken. Daarnaast heeft de provincie een bovenregionale rol in het ruimtelijke domein en participeert zij in de RES’ en. Vanuit deze rollen legt de provincie haar ruimtelijk beleid voor zonne- en windenergie vast in de omgevingsvisie. De Elektriciteitswet 1988 bepaalt dat voor windparken met een opgesteld vermogen tussen 5 en 100 MW de provincie bevoegd gezag is. Voor de omgevingsvergunning is de gemeente bevoegd gezag als sprake is van een vermogen dat minder bedraagt dan 5 MW. Boven de 5 MW zijn GS rechtstreeks bevoegd gezag. Gedeputeerde Staten kunnen ervoor kiezen deze bevoegdheid aan de gemeente over te laten als daardoor versnelling van de ontwikkeling wordt bereikt. In Zuid-Holland leggen GS de bevoegdheid bij de gemeente als voldoende verzekerd is dat de gemeente zich inzet voor de ontwikkeling van windenergie. Daarvoor worden overeenkomsten gesloten. Met name private partijen zijn aan zet voor initiatieven tot plaatsing van windturbines. Naast de bevoegdheid rond de omgevingsvergunning heeft de provincie uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening en zorgvuldig ruimtegebruik (ruimtelijke kwaliteit) een belang bij de afwegingen van (grotere) windturbines. Met het oog op de verwachte klimaatveranderingen en energieschaarste is het voorzien in een groter aandeel duurzame energie urgenter geworden. Het bieden van ruimtelijke mogelijkheden voor windenergie is daarbij van groot belang. Nadere uitwerking Ruimtelijke uitgangspunten zonne-energie Het beleid voor zonne-energie is gebaseerd op de volgende principes: 1. Meervoudig ruimtegebruik. Benut bestaande en nieuwe bebouwing en overige functies die combinaties kunnen vormen met zonne-energie. (PV en warmtecollectoren) 2. Bescherming van de schaarse open ruimte en landschapswaarden. Dit betekent dat de provincie terughoudend is met het toestaan van zonnevelden. 3. Een goede ruimtelijke ordening, waarbij infrastructuur (energienetwerk) als leidend principe wordt gehanteerd. Wek energie op daar waar het gebruikt wordt (in of nabij de bebouwde omgeving) en waar aansluiting op het energienetwerk logisch is. 4. Ruimtelijke kwaliteit, zorgvuldig omgaan met de bestaande functies en kwaliteiten van het gebied. Bij de locatiekeuze, omvang en inrichting van een zonneveld zijn de regels voor ruimtelijke kwaliteit uit de Omgevingsverordening altijd van toepassing. Uitgaande van deze principes maakt de provincie de realisatie van zonne-energie ruimtelijk mogelijk, binnen het bestaande stads- en dorpsgebied en onder voorwaarden op een aantal voorkeurslocaties en functies daarbuiten. Ruimtelijke uitgangspunten windenergie Mede door de omvang en invloed op de ruimtelijke kwaliteit en het landschap van grote windturbines is het van belang een zorgvuldige en bovenregionale afweging op provinciaal niveau te maken over de locatiekeuze. De provincie wil grote turbines geconcentreerd plaatsen in daarvoor geschikte gebieden en versnippering over de hele provincie voorkomen. De ruimtelijke uitgangspunten zijn daarbij dat windenergie passend is langs grootschalige infrastructuur (snelwegen), op grote bedrijventerreinen of op de grote scheidslijnen tussen land en water. Windturbines worden geplaatst ‘daar waar het waait’ (denk aan kustgebieden), ‘daar waar energie gevraagd wordt’ (denk aan industrie) en ‘daar waar ze aan kunnen sluiten bij grote landschappelijke structuren’ (grootschalige overgangen land-water, grote lijnvormige (infra)structuren (havengebied)). De voorkeur wordt gegeven aan eenvoudige lijnopstellingen en clusters, in samenhang met en evenwijdig aan de betreffende infrastructuur en scheidslijnen. Bestaande opstellingen van grote windturbines kunnen ter plaatse worden vervangen en -binnen de in de verordening opgenomen voorwaarden- opgeschaald worden. Naast de grote windturbines is er in de provincie ruimte voor kleinere windturbines. Turbines met een as-hoogte tot 15 meter mogen binnen en buiten bestaand stads- en dorpsgebied worden geplaatst, mits rekening gehouden wordt met het omringende landschap en de cultuurhistorische, ecologische en recreatieve kwaliteiten. Voor windturbines met een as-hoogte tot 45 meter kan de gemeente daarin haar afwegingen maken vanuit het lokale effect op de energieopwekking en ruimtelijke impact. Indien daarbij provinciale belangen rond landschap, cultuurhistorie, kroonjuwelen, ecologie en recreatie in het geding komen, zal de provincie daarover een zienswijze kunnen indienen. Vooroverleg hierover is daarom aan te bevelen. 3.1.2 Lokale initiatieven en inclusieve energietransitie Wat wil de provincie bereiken? De provincie hanteert een percentage van minimaal 50% lokaal eigendom (mede-eigenaarschap) per (grootschalig) zon- of windproject en streeft naar 100% lokaal eigendom. Daarmee wordt lokaal zeggenschap over energieprojecten vergroot en is het mogelijk dat de omgeving voordelen ervaart van de opbrengsten van een energieproject. Met een hoger percentage lokaal eigendom wordt een verhoging van de lokale acceptatie van energieprojecten beoogd. De provincie hanteert deze percentages vanaf de start van een project, omdat dan de invloed van de omgeving op het ontwerp van een zonne- of windpark het grootste is. Naast Lokaal Eigendom zijn er andere vormen van financiële participatie en opbrengsten voor de omgeving mogelijk. De initiatiefnemer van een project (private ontwikkelaar óf lokale partijen) zijn verantwoordelijk voor een gesprek met de omgeving om tot afspraken over de inzet van deze vormen van financiële participatie te komen. Aanleiding Het aantal lokale initiatieven voor het opwekken van duurzame energie blijft toenemen. In de provincie Zuid-Holland is onbebouwde ruimte waardevol. Zorgvuldig omgaan met deze schaarse ruimte is daarom uitgangspunt van beleid. Een aspect van deze zorgvuldigheid is het streven naar lokaal draagvlak en de mogelijkheid om lokaal deel te nemen aan een project. Via lokaal eigendom wordt zeggenschap gecreëerd over de locatie, omvang, inrichting en exploitatie van zon- en windprojecten. Motivering Provinciaal Belang De provincie werkt mee aan Europese en nationale energiedoelen om de CO2-uitstoot te verminderen en het energieverbruik te reduceren. Zonne- en windenergie zijn duurzame energiebronnen waar de provincie op inzet om dit doel te bereiken. Daarnaast heeft de provincie een bovenregionale rol in het ruimtelijke domein en participeert zij in de Regionale Energie strategieën (RES’en). Vanuit deze rollen legt de provincie haar beleid voor lokaal eigendom van zonne- en windenergie vast in de omgevingsvisie en werkt dit uit in een apart beleidskader. Nadere uitwerking De provincie gaat in grootschalige energieprojecten (windprojecten en zonneprojecten vanaf 10MW) in Zuid-Holland ervan uit dat minimaal 50% van het eigendom van de productie belegd wordt bij lokale omgeving en streeft naar 100%. Dat kan gaan om inwoners, lokale overheden en lokale MKB (waarbij inwoners en MKB lokaal eigendom verwerven via energiecoöperaties met minstens tien leden, een open lidmaatschap en democratische besluitvorming). De precieze definitie van lokaal eigendom en de eisen aan energiecoöperaties werkt de provincie uit in een apart beleidskader. Per project wordt in het participatieplan (in samenspraak met de omgeving) vastgelegd wie wordt verstaan onder de lokale omgeving. De provincie verwacht dat een initiatiefnemer minimaal 50% lokaal eigendom van een project kan laten zien bij het verzoek om een principebesluit en laat zien hoe daaraan is gewerkt door het opstellen en uitvoeren van een participatieplan. Doorgaans is de provincie vanuit de rol als bevoegd gezag of vanuit de verantwoordelijkheid voor goede ruimtelijke ordening betrokken bij een initiatief voor de ontwikkeling van (een) windturbine(
  9. s)of een zonneveld. In dat geval is er een initiatiefnemer die de provincie vraagt om vroegtijdig met de lokale omgeving een participatietraject aan te gaan om zo een goed beeld te krijgen van de wensen van de lokale partijen. Financiële participatieFinanciële participatie van de omgeving kan op verschillende manieren worden bereikt, er worden 4 vormen onderscheiden: Mede-eigenaarschap: omwonenden profiteren mee als mede-eigenaar van een wind- of zonneproject, via een vereniging of (energie)coöperatie. Lokaal eigendom is mede-eigenaarschap (risicodragend, mét zeggenschap) voor de lokale omgeving van een energieproject. Financiële deelneming: omwonenden nemen risicodragend deel aan een project, bijvoorbeeld door aandelen, certificaten of obligaties Omgevingsfonds: een deel van de opbrengsten komt ten goede aan maatschappelijke doelen in de buurt, zoals een sportclub of wijkvereniging Omwonendenregeling: met een omwonendenregeling ontvangen mensen die in de directe omgeving wonen een voordeel. Bijvoorbeeld met korting op stroom afkomstig uit het project, een financiële compensatie of door investeringen in het verduurzamen van hun woning. De provincie hanteert als uitgangspunt 50% lokaal eigendom van de productie van wind- en zonne-energie op land en streeft naar 100%. Ook is een uitgangspunt dat hierbij door de partijen gelijkwaardig wordt samengewerkt in de ontwikkeling, bouw en exploitatie van een energieproject. Dit is de eerstgenoemde van bovenstaande vormen van financiële participatie. Welke vorm(
  10. en)per project in welke mate worden gebruikt zal variëren en is de uitkomst van het gesprek met de omgeving, waaraan we in een apart beleidskader nadere voorwaarden stellen. Verantwoordingsplicht voor een zorgvuldige afwegingDe initiatiefnemer dient bij het verzoek om een principebesluit aan te tonen dat er een passend traject is geweest van communicatie en participatie. In het communicatie- en participatieverslag wordt door de initiatiefnemer weergegeven wat er is georganiseerd, wat de reacties waren van omwonenden en andere belanghebbenden en hoe de initiatiefnemer daarmee is omgegaan. De initiatiefnemer geeft in het participatieverslag een toelichting en verantwoording tot welk afspraken over de hierboven genoemde vormen van financiële participatie dit heeft geleid. De initiatiefnemer geeft inzicht welk financieel bod is gedaan, hoe belanghebbenden hebben gereageerd en tot welke vorm van financiële participatie is gekomen. De provincie legt verantwoording af door rapportage over de inspraak bij de besluitvorming over de omgevingsvergunning. Koppeling andere provinciale opgavenDe ontwikkeling van lokaal eigendom raakt aan de regels voor duurzame opwek met zonne- en windenergie en daarmee ook aan klimaat, biodiversiteit, circulariteit en participatie. 3.1.3 Warmtetransitie in de gebouwde omgeving en glastuinbouw Wat wil de provincie bereiken? De provincie stelt zich ten doel om bij te dragen aan een snelle en betaalbare warmtetransitie, met minimale impact op de ruimte, zoveel mogelijk rekening houdend met de circulaire economie en klimaatadaptatie. Hierbij wordt aangesloten bij de door het Rijk gedefinieerde strategie ‘Klimaat en Energie’ voor een klimaatneutrale, fossielvrije en circulaire energievoorziening in 2050. De provincie zet zich in voor de ontwikkeling en realisatie van bovenlokale warmtenetwerken als onderdeel van de gewenste warmtetransitie om het gebruik van aardgas te kunnen verminderen. De ontwikkeling van een bovenlokaal en klimaatneutraal warmtetransportnetwerk sluit goed aan bij de afspraken uit het klimaatakkoord, de Regionale Energiestrategie en het Rijks en provinciaal beleid. Het draagt bij aan het behalen van de doelen die daarbij zijn genoemd. De kansen voor synergie in de provincie worden door het uitwisselen van reststromen -zoals warmte – tussen industrie en stedelijke gebieden benut door de aanleg van bovenlokale warmtenetwerken. De provincie heeft de ambitie om daarvoor een regierol te ontwikkelen en past een afwegingskader Warmtekeuze toe bij de te maken keuzes in de warmtetransitie. Aanleiding De warmtetransitie in de gebouwde omgeving (woningen, utiliteit, kantoren en glastuinbouw) is een onderdeel van de energietransitie gericht op ruimteverwarming en de voorziening van warm tapwater. Het klimaatakkoord benadrukt dat een forse opschaling van de duurzame warmtevoorziening nodig is. In vrijwel alle steden, dorpen en glastuinbouwgebieden zullen duurzame warmtebronnen, warmtesystemen en opslagsystemen tot ontwikkeling komen wat grote impact zal hebben voor gebouweigenaren en de leefomgeving. Motivering Provinciaal Belang Een efficiënte energiestrategie is er op gericht om voor verwarming zoveel mogelijk gebruik te maken van beschikbare warmte. De provincie kent een groot potentieel en aanbod van warmte uit grote warmtebronnen zoals geothermie en restwarmte. De inzet van deze bronnen kan in belangrijke mate bijdragen aan de warmtetransitie en aan de provinciale beleidsambitie voor de gebouwde omgeving. Deze bronnen maken transport en distributie van de warmte door ontwikkeling van bovenlokale warmtenetwerken noodzakelijk. In veel gevallen is de omvang van het warmte aanbod van een bron groter dan de lokale vraag in een buurt, wijk of gemeente. De optimale benutting van restwarmte en geothermie in de warmtetransitie is daarmee een vraagstuk dat gemeente- en stad overstijgend is en dat bovenlokaal en zelfs bovenregionaal ingepast moet worden. Met een bovenregionaal warmtetransportnetwerk wordt bijgedragen aan de klimaatneutrale warmtevoorziening tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten en met een beperkt beslag op de ruimte. Warmtenetwerken die gebruik maken van restwarmte vragen minder elektriciteit dan andere warmtevoorzieningen en daarbij vraagt restwarmte geen extra productie en ruimte. Het ruimtebesparende effect van een warmtetransportnetwerk geeft de provincie een extra belang bij het bereiken van zo veel mogelijk lokale warmtedistributienetten. Met dit transportnet kan deze CO2 vrije warmte ingezet worden in de grote vraagconcentratiegebieden in de steden en glastuinbouw. De realisatie van deze bovenregionale warmte-infrastructuur is daarmee een essentieel onderdeel van een werkend warmtesysteem waarin de warmtewarmtevraag wordt vervuld met een betaalbare en betrouwbare warmtevoorziening met een minimale impact op de ruimte. Het bovenregionale warmtetransportnet maakt het gebruik van restwarmte en de potentiële warmte uit geothermie op grote schaal mogelijk waardoor hoge kwaliteit energie (namelijk elektriciteit en gas) elders kan worden ingezet én bespaard. Voor de ruimtelijke inpassing van nieuwe warmtetransportnetten benut de provincie waar nodig of gewenst het ruimtelijk bijbehorende instrumentarium in samenwerking met de betrokken samenwerkingspartners. De warmtetransitie is daarnaast een groot economisch belang voor de transitie in de glastuinbouwsector. In Zuid Holland is de CO2 -emissie in de glastuinbouw van vergelijkbare omvang als de gebouwde omgeving. Hierdoor heeft de provincie ook een groot belang bij het slagen van de warmtetransitie in de glastuinbouwsector in samenhang met de gebouwde omgeving. Beide kunnen niet los van elkaar gezien worden. En bij de integrale aanpak van de warmtetransitie levert dit juist kansen voor zowel de gebouwde omgeving als de glastuinbouw. Nadere uitwerking Voor een toekomstige klimaatneutrale energievoorziening is de ontwikkeling van de totale energie-infrastructuur en het totale energiesysteem sturend omdat iedere keuze die gemaakt wordt, ook iedere individuele keuze, gevolgen heeft voor het totale energiesysteem. Andersom is het totale (toekomstige) energiesysteem randvoorwaardelijk voor de beschikbare alternatieven waaruit gekozen kan worden met gevolgen voor snelheid en kosten van de totale energietransitie en het ruimte- en materiaalgebruik. De visie en inzet van de provincie is om vanuit een afwegingskader en het totale energiesysteem naar de te maken keuzes in de warmtetransitie te kijken. Uitgangspunt is dat gemeenten in hun transitievisies warmte en wijkuitvoeringsplannen kiezen welke warmtebronnen en warmte-infrastructuur geschikt zijn. Die keuzevrijheid is afhankelijk van beschikbare alternatieven en een stimulerend en sturend kader geeft daar richting aan. De verduurzaming van het energiesysteem leidt de komende tientallen jaren tot ingrijpende aanpassingen. De provincie werkt daarom samen met haar partners en ondersteunt bij de ontwikkeling van warmte- en energietransitieplannen. Het is van belang kennis op te doen van inhoud, proces en keuzes en deze kennis breed te delen met belanghebbende partners door communicatie, kennissessies en de ontwikkeling van lerende netwerken. Samenwerking, procesondersteuning, kennisontwikkeling, kennisdeling, ruimtelijk instrumentarium, innovatie en verkenning en ontsluiting van financiële fondsen zijn bij uitstek inspanningen waarmee de provincie bijdraagt. De provincie werkt en denkt mee aan de planvorming in RES’en, RSW's en gemeentelijke Transitievisies, Uitvoeringsplannen en Omgevingsplannen. Bij de vergunningverlening voor geothermie, de inrichting van open bodem-energiesystemen en de beoordeling van RES’en en RSW's vervult de provincie de wettelijke en bestuurlijke taken. Bij het uitwerken en realiseren van diverse duurzame warmteoplossingen -grootschalig en kleinschalig- hecht de provincie veel waarde aan het participatieproces dat wordt georganiseerd met de omgeving. Hierbij vormen de participatienotitie en 4D’s (van Doelen, Diversiteit, Dialoog en Doorwerking) de basis. Het provinciale instrument van Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving wordt ingezet om bedrijven daadwerkelijk maatregelen ter besparing van het energiegebruik te laten nemen en het bodem-grondwatersysteem te beschermen. In aansluiting op het wettelijk instrumentarium bevordert de provincie benutting van restwarmte en cascadering van warmtestromen, oftewel het hergebruik van warmte in steeds lagere temperatuurstappen. Bovenlokaal warmtenetwerk Succesvolle toepassing van grote warmtebronnen vraagt om samenwerking tussen vele partijen. De provincie neemt een regionaal verbindende rol in deze samenwerking en richt zich daarbij specifiek op succesvolle ontwikkeling van bovenlokale CO2 vrije warmtenetwerken zodat voldoende capaciteit ontstaat om vraag en aanbod van warmte op een efficiënte wijze bij elkaar te brengen. Rond Rotterdam-Den Haag (Warmtelinq), de Drechtsteden, Holland Rijnland en andere regio's in de provincie zijn bovenlokale

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.