In het kort
Deze verordening van Waterschap Limburg bevat de definities van termen die gebruikt worden in de regels van het waterschap. Het doel is om duidelijkheid te scheppen over de betekenis van specifieke begrippen binnen de context van waterbeheer en waterstaatswerken.
Wat het reguleert
- De betekenis van handelingen zoals het aanpassen, aanvoeren of afvoeren van oppervlaktewater.
- De definitie van verschillende soorten constructies en installaties, zoals bruggen, duikers, bodemenergiesystemen en kabels.
- De aard van diverse activiteiten, waaronder bodemsanering, grondwateronttrekking en evenementen bij wateren of waterkeringen.
- De kenmerken van landschapselementen en teelten, zoals beplanting, hoge grond en bedekte teelten.
Wie het betreft
- Iedereen die te maken heeft met activiteiten of constructies die invloed hebben op oppervlaktewateren, grondwater of waterkeringen binnen het gebied van Waterschap Limburg.
- Personen of bedrijven die grondwater onttrekken, water lozen, of bouwwerken plaatsen in de nabijheid van waterstaatswerken.
Kernpunten
- "Aanpassen van een oppervlaktewater" betekent het wijzigen van het profiel van een primair of secundair oppervlaktewater zoals vastgelegd in de legger.
- "Diepe grondwateronttrekking" heeft specifieke dieptes afhankelijk van de locatie (bijv. dieper dan 5 meter boven NAP in de Venloschol of dieper dan 20 meter beneden maaiveld in de boringsvrije zone Roerdalslenk I).
- "Klein bouwwerk" is een bouwwerk zonder woon- of bedrijfsfunctie, niet dieper gefundeerd dan 50 cm en eenvoudig verplaatsbaar of verwijderbaar.
- "Ontgronding" betreft ontgravingen dieper dan 2,5 meter ten opzichte van het maaiveld of met een omvang van ten minste 10.000 m3.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.