Uitvoeringsbesluit subsidies Overijssel 2022Gedeputeerde Staten van Overijssel delen het volgende mee: Artikel I Het Uitvoeringsbesluit subsidies Overijssel 2017 wordt met ingang van 11 juli 2022 ingetrokken met uitzondering van hoofdstuk 1 in combinatie met de paragrafen 6.3 en 7.
(2019)’ voor hitte, droogte en wateroverlast. Projectenlijst: een overzicht van projecten waarvoor het Rijk bij besluit van 15 maart 2022 een rijksbijdrage heeft verleend voor projecten van de werkregio RIVUS voor de periode 2021-2027. Provincie Overijssel is penvoerder voor deze rijksbijdrage. Een overzicht van de projecten is te vinden op www.regelen.overijssel.nl. Rijksbijdrage: de bijdrage op basis van de Rijksregeling. De Rijksbijdrage is aan te vragen bij de werkregio’s. Voor de werkregio RIVUS kan de Rijksbijdrage aangevraagd worden bij de provincie Overijssel op basis van paragraaf 2.10 van dit Ubs. Rijksregeling: de Tijdelijke Impulsregeling Klimaatadaptatie 2021-2027 van 16 oktober 2020 van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat. Deze regeling heeft als doel om maatregelen voor klimaatadaptatie 2021-2027 te versnellen. De Tijdelijke impulsregeling klimaatadaptatie 2021–2027 is te vinden op overheid.nl. Werkregio’s: samenwerkingsverband van gemeenten en waterschappen, op basis van het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie onderverdeeld in de regio’s Twents Waternet, Noordelijke Vechtstromen, RIVUS en FLUVIUS. Artikel2.11.2 Doel van de subsidieregeling Met deze subsidieregeling wil de provincie bijdragen aan het voorbereiden van Overijssel op de gevolgen van het veranderende klimaat door een klimaatadaptieve inrichting van de provincie in 2050. Dit door subsidie te verlenen aan projecten van gemeenten en waterschappen, waarvoor ook een Rijksbijdrage is verleend. Het gaat om de provinciebijdrage die is opgenomen in de aanvraag voor de Rijksbijdrage. Artikel2.11.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen 1. De subsidie wordt verleend voor projecten die zijn opgenomen in de projectenlijst. 2. Een project komt niet in aanmerking voor de subsidie als in de projectenlijst geen provinciebijdrage is opgenomen voor het betreffende project. 3. Het project mag gestart zijn na 1 januari 2021. Dit is een afwijking van artikel 1.2.3. Artikel2.11.4 Aanvrager 1. De aanvrager is één van de Overijsselse partners van de werkregio’s FLUVIUS, RIVUS, Twents Waternet of Noordelijke Vechtstromen. 2.De aanvrager is de verantwoordelijke voor het betreffende project zoals dat is opgenomen in de projectenlijst. Artikel2.11.5Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen 1. Alleen de kosten van derden zijn subsidiabel. Artikel 1.2.6 is niet van toepassing. 2. De kosten van de activiteiten die zijn uitgevoerd voordat de subsidieaanvraag is ontvangen, zijn wel subsidiabel, maar alleen als de activiteiten zijn uitgevoerd na 1 januari 2021. Dit is een afwijking van artikel 1.2.8 onderdeel a. 3. De volgende kosten zijn niet subsidiabel: regulier en achterstallig onderhoud; maatregelen en voorzieningen ter bestrijding van hittestress; subsidies aan burgers en bedrijven; grond verwerving; een analyse van de kansen op en de gevolgen van wateroverlast, droogte en overstromingen binnen de werkregio; het opstellen van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 4, lid 2 en lid 3 van de rijksregeling. Artikel2.11.6Hoogte van de subsidie 1.De subsidie is 20% van de subsidiabele kosten. 2.De subsidie is maximaal het bedrag dat voor het betreffende project is opgenomen in de projectenlijst in de kolom ‘Bijdrage provincie Overijssel’. Artikel2.11.7Eigen bijdrage 1. De aanvrager is verplicht minimaal 66% van de subsidiabele kosten te dekken met een eigen bijdrage, een bijdrage van de provincie Overijssel of bijdrage van derden. 2. De eigen bijdrage is geen bijdrage in de vorm van eigen arbeid. 3. De eigen bijdrage of de bijdrage van derden mag niet direct of indirect afkomstig zijn van het Rijk. Artikel2.11.8Subsidieaanvraag 1. De subsidieaanvraag kan het hele jaar worden ingediend. 2. De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Klimaatadaptatiemaatregelen 2021-2027. 3.De aanvrager levert een begroting en een dekkingsplan in. Het is verplicht om het beschikbaar gestelde begrotingsformat te gebruiken. 4. De aanvrager levert aanvullend ook een projectplan in. Dit mag hetzelfde plan zijn zoals die ook is ingeleverd voor de Rijksbijdrage. Artikel2.11.9Beschikbaar budget voor de subsidieregeling 1. Het subsidieplafond geldt voor de jaren 2023 tot en met 2027. 2. Er geldt een deelplafond voor de volgende werkregio’s: werkregio Twents Waternet; werkregio Noordelijke Vechtstromen; werkregio FLUVIUS; werkregio RIVUS. Artikel2.11.10Aanvullende verplichtingen De subsidieontvanger is verplicht de activiteiten vóór 31 december 2027 uitgevoerd te hebben. Artikel2.11.11Staatssteun De subsidie van de provincie aan een gemeente of waterschap levert geen staatssteun op. Artikel 2.11.12Looptijd Deze subsidieregeling vervalt op 31 december 2027 om 17.00 uur. 2.12Advies bij Vrijkomende Agrarische Bebouwing (VAB) [Vervallen] Hoofdstuk3Milieu en energie 3.1Energiebesparing Overijssel 2.0 [Vervallen] 3.2Haalbaarheidsonderzoek Energie-Innovatie [Vervallen] 3.3Energiebesparende maatregelen (geld terug actie) Artikel3.3.1Betekenis van de begrippen In dit artikel worden vaker voorkomende begrippen uitgelegd. Energiebesparende maatregelen: technische aanpassingen in gebouwen en industriële processen die leiden tot minder verbruik van energie. Energieonderzoek: een uitgevoerd onderzoek naar energiebesparingsmogelijkheden in gebouwen en industriële processen. Het onderzoek richt zich zowel op bouwkundige, technische en organisatorische aspecten, cultuurhistorische waarden als het industriële gebruik. Artikel3.3.2Doel van de subsidieregeling Met deze subsidieregeling wil de provincie bijdragen aan het stimuleren van energiebesparende maatregelen. Artikel3.3.3Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen 1.De subsidie wordt verleend voor de volgende activiteiten: uitgevoerde energiemaatregelen; uitgevoerd energieonderzoek. 2.De uitgevoerde energiebesparende maatregelen voldoen aan de volgende voorwaarden: de energiebesparende maatregelen zijn genoemd in het energieonderzoek; de energiebesparende maatregelen zijn toegepast aan het gebouw, bouwwerk of de installaties die met het gebouw te maken hebben, zoals de deuren of ramen. Als het gaat om sportverenigingen dan mogen de energiebesparende maatregelen ook uitgevoerd worden op het veld, zoals veldverlichting. de energiebesparende maatregelen zijn toegepast op een gebouw dat fysiek in Overijssel is gevestigd; de energiebesparende maatregelen zijn op het moment van de aanvraag maximaal 8 maanden geleden uitgevoerd. Dit is een afwijking van artikel 1.2.3.; de uitgevoerde energiebesparende maatregelen hebben per aanvraag in totaal minimaal € 4.000,- gekost. Om aan de minimale kosten van € 4.000,- te kunnen voldoen, is het mogelijk om de energiebesparende maatregelen van meerdere vestigingen of aanvragers samen in één aanvraag op te nemen. Een van de aanvragers vraagt de subsidie aan en zorgt voor de onderlinge verdeling van de subsidie. 3.De volgende energiebesparende maatregelen komen niet in aanmerking voor de subsidie: energiebesparende maatregelen voor nieuwbouw; energiebesparende maatregelen voor woningen, appartementen of andere voor bewoning bedoelde gebouwen; energiebesparende maatregelen die verplicht zijn onder de Wet Mileubeheer. Hierin staat dat er bij een jaarverbruik van meer dan 50.000kWh elektriciteit of 25.000m3 gas maatregelen met een terugverdientijd van 5 jaar of minder wettelijk verplicht zijn. Hieronder vallen in ieder geval de erkende maatregelen. 4.Het energieonderzoek voldoet aan volgende voorwaarden: het onderzoek is op het moment van de aanvraag niet ouder dan 3 jaar; het onderzoek is uitgevoerd: door een gecertificeerd energie-adviseur met aantoonbare ervaring in het Mkb. De ervaring van de energie-adviseur kan aangetoond worden door verwijzing naar referentieprojecten. Voorbeelden van certificatie zijn EPA of EPA-U. EPA-U staat voor Energie Prestatie Advies voor bestaande utiliteitsgebouwen. Voorbeeld van een certificerende instantie is FeDec; door een branchespecialist; of in opdracht van of met subsidie van de provincie Overijssel. het onderzoek is uitgevoerd voordat energiebesparende maatregelen zijn uitgevoerd. Dit is een afwijking van artikel 1.2.3; het onderzoek is niet gesubsidieerd vanuit een andere regeling; in het onderzoek staan: energiebesparende maatregelen die zijn gebaseerd op de erkende maatregelen voor energiebesparing en de aanvullingen daarop van Infomil; energiebesparende maatregelen die voldoen aan de definitie in het protocol Monitoring energiebesparing; energiebesparende maatregelen die staan op de energie- en milieulijst van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) met bedrijfsmiddelen die voor de fiscale Energie Investering Aftrekregeling (EIA) in aanmerking komen. Deze lijst wordt elk jaar geactualiseerd en is te vinden op de website van de RVO. Artikel3.3.4Aanvrager 1.De aanvrager is een stichting, een vereniging, een BV, een NV, en maatschap, een vennootschap onder firma, een commanditaire vennootschap, een eenmanszaak of een kerkgenootschap. 2.De energiekosten van de aanvrager waren in 2020 of 2021 minder dan € 30.000,- per jaar. Dit geldt niet voor aanvragers uit de cultuursector met SBI-code 90 en 91, omdat deze instellingen hoge energiekosten per jaar hebben. Voor alle aanvragers die in 2022 zijn opgericht geldt dat de energiekosten voor 2022 naar verwachting niet meer dan € 60.000,- zijn. Artikel3.3.5Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen 1.Alleen de kosten van derden zijn subsidiabel. Artikel 1.2.6 is niet van toepassing. 2.De kosten van de activiteiten die zijn uitgevoerd voordat de aanvraag is ontvangen zijn wel subsidiabel, maar alleen als de activiteit is uitgevoerd maximaal 8 maanden voordat de aanvraag is ontvangen. Artikel 1.2.8 onderdeel a is niet van toepassing. Artikel3.3.6Hoogte van de subsidie 1.De subsidie voor energiebesparende maatregelen is maximaal 25% van de subsidiabele kosten. 2.De subsidie voor energiebesparende maatregelen is: maximaal € 5.000,- per aanvraag voor Mkb-ondernemingen in de horeca, detailhandel en dienstverlening die direct geheel of gedeeltelijk zijn getroffen door de verplichte lockdowns; en maximaal € 2.500 per aanvraag voor overige aanvragers. 3.De subsidie per uitgevoerd energieonderzoek is een vast bedrag van € 400,- per aanvraag. 4.De aanvrager mag per vestigingsadres maximaal 1 keer per 3 jaar subsidie ontvangen op basis van deze subsidieregeling. Hierbij gaat het om de afgelopen 2 boekjaren en het jaar van de aanvraag. Artikel3.3.7Eigen bijdrage Minimaal 75% van de subsidiabele kosten van de uitgevoerde energiebesparende maatregelen worden betaald met een geldbijdrage van de aanvrager of derden. Artikel3.3.8Aanvraag 1.De aanvraag kan het hele jaar worden ingediend. 2.De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Energiebesparende maatregelen. 3.De aanvrager levert aanvullend de volgende stukken in: Een energieonderzoek. In het energieonderzoek staat minimaal: het energieverbruik over 2020, 2021 of 2022 de energiebalans waarin minimaal 90% van het energiegebruik is toebedeeld aan de energiegebruikers; omschrijving van de energiebesparende maatregelen, inclusief de verwachte investering en de verwachte energiereductie en de terugverdientijd van de investering; een plan van aanpak voor de uitvoering; de quick wins; kopieën van alle facturen en betaalbewijzen van de betaalde subsidiabele kosten. 4.De aanvrager hoeft geen begroting en dekkingsplan in te leveren. Artikel 1.2.13 lid 2 is niet van toepassing. 5.Er mag geen aanvraag voor subsidie ingediend worden voor alleen het energieonderzoek. Artikel3.3.9Beschikbaar budget voor de subsidieregeling Er geldt een subsidieplafond voor: de jaren 2022 en 2023; het jaar 2024. Artikel3.3.10Geen staatssteun Er is geen sprake van staatssteun als de subsidie verleend kan worden onder de Algemene De-minimisverordening of de De-minimisverordening Landbouw. Artikel 1.2.10 lid 4 is van toepassing. Artikel3.3.11Looptijd Deze subsidieregeling vervalt op 30 november 2024 om 17.00 uur. 3.4Asbest eraf, zon erop Artikel3.4.1Doel van de subsidieregeling Met deze subsidieregeling wil de provincie het verwijderen van asbestdaken en het opwekken van eigen energie stimuleren. Artikel3.4.2Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen 1.De subsidie wordt verleend voor het verwijderen en afvoeren van een dak dat asbestplaten of asbestleien bevat. Dakbeschotten vallen hier niet onder. 2.De subsidie wordt alleen verleend als er op het asbestvrije dak zonnepanelen worden geplaatst. 3.Het asbestdak voldoet aan de volgende voorwaarden: het asbestdak is gelegen in Overijssel; het asbestdak heeft een oppervlakte van minimaal 35 m2; 4.Het verwijderen en afvoeren van het asbestdak wordt uitgevoerd door een gecertificeerd bedrijf. Dit houdt in dat het bedrijf de volgende certificering heeft voor het inventariseren of verwijderen van asbest: SC 530: Asbestverwijdering; SC 540: Asbestinventarisatie. 5.De te plaatsen zonnepanelen voldoen aan de volgende voorwaarden: het zijn fotovoltaïsche panelen die zonne-energie omzetten in elektriciteit; de zonnepanelen worden geplaatst op het gesaneerde asbestdak. Als het gesaneerde asbestdak geheel of gedeeltelijk ongeschikt is voor het plaatsen van zonnepanelen, dan mogen de zonnepanelen ook geplaatst worden op het perceel van het gesaneerde asbestdak; het aantal zonnepanelen dat wordt geplaatst moet in minimaal 95% voorzien van het eigen elektriciteitsverbruik. Dit is het verbruik in kWh dat jaarlijks nodig is voor de elektriciteitsbehoefte van het adres van het asbestdak. Artikel3.4.3Aanvrager 45 1.De aanvrager is de eigenaar van het asbestdak dat wordt verwijderd en afgevoerd. 2.De aanvrager is geen gemeente, waterschap of provincie. Artikel3.4.4Kosten die in aanmerking komen voor de subsidie De subsidie is een vast bedrag per aanvrager. De artikelen 1.2.5 tot en met 1.2.9 zijn niet van toepassing. Artikel3.4.5Hoogte van de subsidie 1.De subsidie is een vast bedrag van € 1.000,- per aanvrager. 2.Als het asbestdak een oppervlakte heeft van 200 m2 of meer dan is er € 5,- subsidie per m2 extra. Deze extra subsidie is maximaal € 4.000,- per aanvrager. 3.De subsidie is in totaal maximaal € 5.000,-. Artikel3.4.6Aanvraag 1.De aanvraag kan het hele jaar worden ingediend. 2.De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Asbest eraf, zon erop. 3.De aanvrager levert de volgende stukken in: een offerte voor het verwijderen van asbest, waaruit in ieder geval blijkt hoeveel m2 asbestdak wordt verwijderd en door welk gecertificeerd bedrijf het asbest wordt verwijderd. De offerte is niet ouder dan 3 maanden op het moment van de subsidieaanvraag; een jaarafrekening energieverbruik van de eigenaar van het asbestdak, waaruit het eigen elektriciteitsverbruik blijkt. Als de eigenaar geen jaarafrekening heeft, dan levert de eigenaar een onderbouwde inschatting in van het te verwachten jaarverbruik; een offerte voor de aankoop en aansluiting van de zonnepanelen waaruit in ieder geval blijkt hoeveel kWh elektriciteit wordt opgewekt. De offerte is niet ouder dan 3 maanden op het moment van de subsidieaanvraag. als de zonnepanelen niet worden geplaatst op het gesaneerde asbestdak, een bewijs waaruit blijkt dat de zonnepanelen niet geplaatst kunnen worden op het gesaneerde asbestdak. 4.De aanvrager hoeft geen begroting en dekkingsplan in te leveren. Artikel 1.2.13 lid 2 is niet van toepassing. Artikel3.4.7Beschikbaar budget voor de subsidieregeling Het subsidieplafond geldt voor de jaren 2022 tot en met 2024. Artikel3.4.8Aanvullende verplichtingen subsidieontvanger De aanvrager is verplicht de activiteiten binnen 12 maanden na subsidieverlening uitgevoerd te hebben. Artikel3.4.9Geen staatssteun Er is geen sprake van staatssteun als de subsidie verleend kan worden onder de Algemene De-minimisverordening of aan de De-minimisverordening landbouw. Artikel 1.2.10 lid 4 is van toepassing. Artikel3.4.10Looptijd Deze subsidieregeling vervalt op 30 november 2024 om 17.00 uur. 3.5Opruiming drugsafval Overijssel 2021-2024 Artikel3.5.1Betekenis van de begrippen In dit artikel worden vaker voorkomende begrippen uitgelegd. Bodem: het vaste deel van de aarde met de zich daarin bevindende vloeibare en gasvormige bestanddelen en organismen en ook de bodem en oevers van een oppervlaktewaterlichaam als bedoeld in bijlage A van de Omgevingswet. Drugsafval: afval dat ontstaat bij de productie van synthetische drugs. Dumping van drugsafval: het in strijd met wet- en regelgeving achterlaten van drugsafval in of op de bodem, dan wel het lozen of storten van drugsafval in oppervlaktewater. Oppervlaktewater: vrij aan het aardoppervlak voorkomend water, met de daarin aanwezige stoffen. Sanering van de bodem: het nemen van alle maatregelen die redelijkerwijs kunnen worden vereist om verontreiniging van de bodem en de directe gevolgen daarvan te beperken en zoveel mogelijk ongedaan te maken als bedoeld in afdelingen 1.3, 19.1, en 19.2a van de Omgevingswet. Synthetische drugs: uit chemische grondstoffen geproduceerde verdovende middelen. Verwijdering: verwijdering als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer. Artikel3.5.2Doel van de subsidieregeling Met deze subsidieregeling wil de provincie bijdragen aan het beschermen van de biodiversiteit door vervuilde bodem en vervuild oppervlaktewater in geval van dumping van drugsafval te saneren. Artikel3.5.3Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen 1.De subsidie wordt verleend voor: verwijdering en afvoer van gedumpt drugsafval; verwijdering en afvoer van door gedumpt drugsafval verontreinigd oppervlaktewater; of sanering van de bodem die is verontreinigd als rechtstreeks gevolg van de aanwezigheid van gedumpt drugsafval. 2.Het gedumpte drugsafval voldoet aan de volgende voorwaarden: het drugsafval is gedumpt in de provincie Overijssel; het drugsafval is gedumpt op een locatie: die binnen de grenzen van de gemeenten, waterschappen en omgevingsdiensten valt; of waar de aanvrager eigenaar van is of erfpacht voor betaalt. het drugsafval is niet aangetroffen binnen een ruimte waar de productie van de synthetische drugs plaatsvond; het drugsafval is niet gedumpt via het rioolstelsel; van het gedumpte drugafval is: een melding of aangifte bij de politie gedaan. Het meldingsnummer of proces-verbaalnummer is aanwezig; een beschrijving en foto’s van het gedumpte drugsafval en ook een kaart met de locatie waar het drugsafval is aangetroffen aanwezig; en een bewijs van de gemaakte kosten voor de afvoer en verwijdering van het drugsafval of het oppervlaktewater dan wel de sanering van de bodem aanwezig. 3.De verwijdering en afvoer van het drugsafval voldoet aan de voorwaarde dat deze heeft plaatsgevonden in de periode 1 oktober 2020 tot en met 31 december 2024. 4.De sanering van de bodem voldoet aan de volgende voorwaarden: de sanering is uitgevoerd volgens de daarvoor geldende wet- en regelgeving; van de sanering is een saneringsverslag aanwezig. Artikel3.5.4Aanvrager 1.De aanvrager is: een gemeente, een omgevingsdienst of een waterschap die de territoriale bevoegdheid heeft van de locatie waar drugsafval is gedumpt; een natuurlijke persoon of een stichting, een vereniging, een BV, een NV of Staatsbosbeheer die eigenaar of erfpachter is van een locatie waar drugsafval is gedumpt; 2.De aanvrager is niet verantwoordelijk of medeverantwoordelijk voor de productie of dumping van het drugsafval. Artikel3.5.5Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen 1.Alle daadwerkelijk gemaakte kosten zijn subsidiabel als deze betrekking hebben op: het afvoeren en verwijderen van gedumpt drugsafval; het afvoeren en verwijderen van door gedumpt drugsafval verontreinigd oppervlaktewater; het saneren van de door de dumping verontreinigde bodem. 2.De artikelen 1.2.5 tot en met 1.2.8 zijn niet van toepassing. Artikel3.5.6Hoogte van de subsidie 1.De subsidie aan een gemeente, omgevingsdienst of waterschap is: maximaal 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 24.999,-; maximaal 100% van de subsidiabele kosten, als de kosten meer bedragen dan € 50.000,-. In dit geval is de subsidie nooit meer dan € 200.000,- 2.De subsidie is maximaal 100% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 200.000,- voor overige aanvragers. 3.De minimum subsidie van € 1.000,- die in artikel 1.2.17 lid 2 staat is niet van toepassing. 4.De aanvrager mag voor dezelfde dumping maximaal 1 keer subsidie ontvangen op basis van deze subsidieregeling. Dit geldt niet voor subsidieontvangers die in 2021 of 2022 een subsidie hebben ontvangen op basis van deze subsidieregeling en de subsidiabele kosten van het gedumpte drugsafval meer bedroegen dan € 24.999,-. Deze subsidieontvangers mogen in 2023 een aanvraag indienen voor de nog niet gesubsidieerde kosten van het in 2021 of 2022 gedumpte drugsafval. De in 2021 of 2022 ontvangen subsidie wordt dan in mindering gebracht op de te verlenen subsidie in 2023. Artikel3.5.7Aanvraag 1.De aanvraag kan het hele jaar worden ingediend. 2.De aanvraag wordt ingediend bij BIJ12, die namens de provincie de subsidieregeling uitvoert. 3.De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Opruiming drugsafval 2021-2024. Het formulier is te vinden op https://www.bij12.nl/onderwerpen/subsidieregeling-opruiming-drugsafval/aanvragen-subsidie. 4.De aanvrager levert aanvullend de volgende stukken in: een bewijs van melding of aangifte bij de politie van de dumping van het drugsafval in de vorm van een meldingsnummer of proces-verbaalnummer; een beschrijving en foto’s van het gedumpte drugsafval en ook een kaart met de locatie waar het drugsafval is aangetroffen; en de afvoerbon of het saneringsverslag als bewijs van de gemaakte kosten voor de afvoer en verwijdering van het drugsafval of het oppervlaktewater of van de sanering van de bodem. 5.De aanvrager hoeft geen begroting en dekkingsplan in te leveren. Artikel 1.2.13 lid 2 is niet van toepassing. Artikel3.5.8Beschikbaar budget voor de subsidieregeling 1.Het subsidieplafond wordt jaarlijks vastgesteld. 2.Als de te verlenen subsidie hoger is dan het resterende budget van het subsidieplafond, dan wordt het overgebleven budget verdeeld door middel van loting. Artikel 1.2.16 lid 2 is niet van toepassing. De loting wordt uitgevoerd onder de op die dag ingediende complete aanvragen. De aanvragen worden van hoog naar laag geplaats in de volgorde van de trekking. De loting wordt uitgevoerd in aanwezigheid van een notaris en minimaal twee onafhankelijke waarnemers. Artikel3.5.9Geen staatssteun De subsidie levert geen staatssteun op. Artikel3.5.10Looptijd Deze subsidieregeling vervalt op 31 december 2025 om 17.00 uur. 3.6Lokale energie-initiatieven 4.0 Artikel3.6.1Betekenis van de begrippen In dit artikel worden vaker voorkomende begrippen uitgelegd. Energiebesparende maatregelen: maatregelen die leiden tot minder gebruik van energie bij huishoudens. Het gaat om kleine maatregelen die door het huishouden, de energiecoach of de energiefixer binnen uiterlijk 4 weken, na het gesprek met de betreffende energiebespaarcoach of energiefixer, uitgevoerd kunnen worden. Energiebespaarcoach: een vrijwilliger die huishoudens informeert over energiebesparing door gedragsaanpassing en die een algemeen beeld geeft welke energiebespaar- en energieopwekmogelijkheden er in de woning zijn door isolatie, gebruik van bestaande installaties en apparaten, en opwekking van energie. Energiefixer: een energiefixer biedt huishoudens informatie over gedragsaanpassing en eenvoudige energiebesparingsmaatregelen en voert de maatregelen meteen uit. Energieopwekproject: een project waarbij energie wordt gemaakt uit bronnen zoals wind, zon en waterkracht. Lokaal energie-initiatief (LEI): een collectief van inwoners en eventueel lokale organisaties of lokale bedrijven met als doel een energieopwekproject of een energiebesparingsproject uit te voeren. Nominaal vermogen: maximale vermogen van een productie-installatie voor hernieuwbare energie dat onder normale omstandigheden of voorwaarden benut kan worden voor de productie van hernieuwbare energie en dat door de leverancier wordt gegarandeerd bij continu gebruik. Artikel3.6.2Doel van de subsidieregeling Met deze subsidieregeling wil de provincie bijdragen aan het stimuleren van energiebesparende maatregelen en de opwekking van hernieuwbare energie. Dit door Lokale energie-initiatieven te ondersteunen. Artikel3.6.3Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen 1.De subsidie wordt verleend voor een of meerdere van de volgende activiteiten: het inrichten en oprichten van een LEI; door een LEI: uit te voeren energiebesparende maatregelen bij huishoudens in Overijssel. Dit door met minimaal 100 huishoudens actief contact te zoeken en ze te bewegen om energiebesparende maatregelen te treffen. Als hierbij vrijwilligers worden ingezet dan moeten die deskundig zijn en kennis hebben over het realiseren van eenvoudige energiebesparende maatregelen bij huishoudens; op te leiden vrijwilligers tot energiefixer of energiebespaarcoach; een door een LEI voor te bereiden energieopwekproject om tot een realiseerbaar energieopwekproject in Overijssel te komen. Na uitvoering van de activiteiten is duidelijk of het opwekproject kan worden gerealiseerd. een door een LEI voor te bereiden grootschalig energieopwekproject om tot een ontwikkelbaar project te komen. Na uitvoering van de activiteiten is duidelijk of succesvolle ontwikkeling van het grootschalige opwekproject mogelijk is. 2.Een LEI voldoet aan de volgende voorwaarden: de LEI heeft binding met de lokale omgeving; de LEI heeft een bestuur van minimaal twee personen; iedereen die wil, kan deelnemen aan de LEI; de LEI laat de lokale omgeving waar het project wordt uitgevoerd, meebeslissen over de ontwikkeling van het project de opbrengsten die door realisatie van het project worden gehaald komen ten goede aan leden, klanten of maatschappelijke bestemmingen in de lokale omgeving van het project. 3.Het energieopwekproject voldoet aan één van de volgende voorwaarden: er wordt een productie-installatie voor zonne-energie gerealiseerd met een nominaal vermogen van minimaal 15 Wp en maximaal 1.000 kWp. Het gaat om realisatie van zonne-energie: daken in bebouwd gebied; op te bebouwen gebieden of bruikbare restruimte: ongebruikte gronden, bedrijventerreinen, boven parkeerterreinen en geluidswallen; als kleine, goed ingepaste velden op agrarische erven (tot ca. 2
- ha)en kleine, goed ingepaste zonnevelden van lokale initiatieven in stads- en dorpsranden (tot ca. 2 ha).; langs hoofdinfrastructuur; boven bestaande verhardingen (parkeerterreinen); op water; er wordt een productie-installatie voor windenergie met één of meer windturbines met een nominaal vermogen van minimaal 15 kW en maximaal 1.000 kW gerealiseerd; er wordt een productie-installatie voor elektriciteitsproductie door waterkracht met een nominaal vermogen van minimaal 15 kW gerealiseerd. 4. Het grootschalig energieopwekproject voldoet aan één van de volgende voorwaarden: er wordt een productie-installatie voor zonne-energie met een nominaal vermogen van minimaal 1.000 kWp gerealiseerd. Het gaat om realisatie van zonne-energie: op daken in bebouwd gebied; 2. op te bebouwen gebieden of bruikbare restruimte: ongebruikte gronden, bedrijventerreinen, boven parkeerterreinen en geluidswallen; 3. langs hoofdinfrastructuur; 4. boven bestaande verhardingen (parkeerterreinen); 5. op water. er wordt een productie-installatie voor windenergie met één of meer windturbines met een nominaal vermogen van minimaal 1.000 kW gerealiseerd. 5.Er mag voor de voorbereiding van een grootschalig energieopwekkingsproject geen financiering door het Energiefonds Overijssel zijn toegekend. In dat geval is namelijk al duidelijk dat succesvolle ontwikkeling van het project mogelijk is. 6.De activiteiten die niet voor de subsidie in aanmerking komen zijn de aanschaf- en installatie van technische voorzieningen voor energieopwekking. 7. Een LEI mag al opgericht zijn voordat de aanvraag is ontvangen. Dit is een afwijking van artikel 1.2.3. Artikel3.6.4Aanvrager 1.De aanvrager is een LEI die de volgende juridische vorm heeft of krijgt: een coöperatie, een stichting, een vereniging of een BV. 2.Als de coöperatie, stichting, vereniging of BV nog opgericht moet worden, dan wordt de subsidie verleend onder de opschortende voorwaarde dat de aanvrager de beoogde rechtsvorm verkrijgt. Artikel3.6.5Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen 1.Alleen de kosten van derden zijn subsidiabel. Artikel 1.2.6 is niet van toepassing. 2. Lid 1 geldt niet voor het oprichten van een LEI, het opleiden van vrijwilligers tot energiebespaarcoach of energiefixer. Voor deze activiteiten zijn de artikelen 1.2.5 tot en met 1.2.8 niet van toepassing. Voor het opleiden van vrijwilligers tot energiebespaarcoach of energiefixer geldt een vast bedrag per vrijwilliger. Voor het oprichten van een LEI geldt een vast bedrag per LEI. 3.De kosten voor leges zijn wel subsidiabel. Dit is een afwijking van artikel 1.2.8 onderdeel c. Artikel3.6.6Hoogte van de subsidie 1.De subsidie voor het oprichten van een LEI is een vast bedrag van € 2.500,- per LEI. 2.De subsidie voor: het uitvoeren van een energiebesparende maatregelen bij huishoudens is 100% van de subsidiabele kosten en maximaal € 10.000,- per aanvraag. Hiervan mag maximaal € 2.000,- worden gebruikt voor organisatiekosten. Het overige deel wordt besteed aan de energiebesparende maatregelen bij huishoudens. Hierbij kan uitgegaan worden van een vast bedrag van € 100,- per huishouden. Bij geringe aantal deelnemende huishoudens, kan een LEI hiervan afwijken; het opleiden van vrijwilligers tot energiefixer of energiebespaarcoach is een vast bedrag van € 500,- per vrijwilliger die opgeleid wordt tot energiebesparingscoach of energiefixer met een maximum van € 2.500,- per aanvraag. 3.De subsidie voor het voorbereiden van een energieopwekproject is maximaal 80% van de subsidiabele kosten en maximaal € 5.000,- per aanvraag. 4.De subsidie voor het voorbereiden van een grootschalig energieopwekproject is maximaal 80% van de subsidiabele kosten en is maximaal € 10.000,- per aanvraag. Artikel3.6.7Eigen bijdrage Minimaal 20% van de subsidiabele kosten van een energieopwekproject wordt betaald met een geldbijdrage van de aanvrager of derden. Dit geldt niet voor het oprichten en inrichten van de LEI. Artikel3.6.8Aanvraag 1.De aanvraag kan het hele jaar worden ingediend. 2.De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Lokale energie-initiatieven. 3.De aanvrager levert een begroting en een dekkingsplan in. Het is verplicht om het beschikbaar gestelde begrotingsformat te gebruiken. 4.De aanvrager levert aanvullend de door een LEI-coach ondertekende LEI-verklaring in. Een LEI-coach is een persoon die in opdracht van de provincie Overijssel een lokaal energie-initiatief ondersteund. Artikel3.6.9Beschikbaar budget voor de subsidieregeling Er geldt een subsidieplafond voor: de jaren 2022 en 2023; het jaar 2024. Artikel3.6.10Aanvullende verplichtingen De subsidieontvanger is verplicht: de activiteiten binnen 18 maanden na subsidieverlening uitgevoerd te hebben; de inwoners binnen een specifiek gebied in Overijssel actief uit te nodigen om lid of klant van de LEI te worden; de opgebouwde kennis en ervaring vrij beschikbaar te stellen aan anderen die daarom vragen. Artikel3.6.11Geen staatssteun Er is geen sprake van staatssteun als de subsidie verleend kan worden onder de Algemene De-minimisverordening. Artikel 1.2.10 lid 4 is van toepassing. Artikel3.6.12Looptijd Deze subsidieregeling vervalt op 30 november 2024 om 17.00 uur. 3.7Energiezuinige voedselbanken [Vervallen] 3.8Geschakelde asbestleidaken [Vervallen] 3.9Stimuleringslening verduurzaming maatschappelijk vastgoed Artikel3.9.1 Betekenis van de begrippen In dit artikel worden vaker voorkomende begrippen uitgelegd. Maatschappelijk vastgoed: gebouwde onroerende zaak met een publieksfunctie in eigendom van een rechtspersoon. Het gaat om uitsluitend een buurthuis, dorpshuis, wijkcentrum, gemeenschapscentrum of een culturele instelling met een ANBI-status. Stimuleringslening: een lening voor de financiering van de werkelijke kosten van verduurzamingsmaatregelen. SVn: Stichting Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten, statutair gevestigd te Hoevelaken en kantoorhoudende te Amersfoort, financiële dienstverlener, geregistreerd onder AFM–vergunningnummer 12013647. Verduurzamingsmaatregel: maatregel die aantoonbaar direct leidt tot energiebesparing of reductie van koolstofdioxide-emissies. Het mag geen gedragsmaatregel zijn. Gedragsmaatregelen zijn maatregelen die betrekking hebben op het veranderen van gedrag van personen. Artikel 3.9.2 Stimuleringslening 1. Als de aanvraag voldoet aan de voorwaarden van deze subsidieregeling dan geven Gedeputeerde Staten een toewijzingsbesluit. Met een toewijzingsbesluit van de provincie kan de aanvrager een aanvraag doen voor de Stimuleringslening bij SVn. 2. Het rentepercentage voor de Stimuleringslening bedraagt 2,5%. 3. De looptijd van de Stimuleringslening bedraagt maximaal 15 jaar. 4. De Stimuleringslening is annuïtair. De lening wordt maandelijks afgelost met een automatische incasso. 5. De Stimuleringslening wordt verstrekt via een bouwdepot. 6. De Stimuleringslening wordt onderhands verstrekt. 7. De hoofdsom van de Stimuleringslening is minimaal € 5.000,- en maximaal € 200.000,-. 8. Voor een Stimuleringslening van minder dan € 50.000,- geldt een beknopte toets. 9. De Stimuleringslening wordt verstrekt voor maximaal 100% van de kosten van de verduurzamingsmaatregelen, de kosten van het energieadvies, de kosten die gepaard gaan met het afsluiten van de Stimuleringslening en de eventuele kosten die nodig zijn om natuurvriendelijk te isoleren. Meer informatie is te vinden op www.overijssel.nl/natuurvriendelijkisoleren. Artikel3.9.3 Doel van de subsidieregeling Met deze stimuleringslening, die juridisch gezien een subsidieregeling is, wil de provincie bijdragen aan het stimuleren van energiebesparende maatregelen en het opwekken van hernieuwbare energie. Dit door leningen te laten verstrekken voor het verduurzamen van maatschappelijk vastgoed. Artikel 3.9.4 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen 1. De Stimuleringslening wordt verleend voor verduurzaming van maatschappelijk vastgoed. 2. De verduurzamingssmaatregelen voldoen aan de volgende voorwaarden: de verduurzamingsmaatregelen zijn opgenomen in de geldende Maatregelenlijst Subsidieregeling duurzaam maatschappelijk vastgoed (DUMAVA). Deze lijst is te vinden op Maatregelenlijst Subsidieregeling duurzaam maatschappelijk vastgoed (DUMAVA) (rvo.nl); de aanschaf en installatie van de duurzaamheidsmaatregelen kosten in totaal minimaal € 5.000,-; de verduurzamingsmaatregelen zijn opgenomen of aanbevolen in het energieadvies dat uitgevoerd is voor het gebouw. 3. Het te verduurzamen gebouw voldoet aan de volgende voorwaarden: het is maatschappelijk vastgoed; het staat in Overijssel en is gebouwd vóór 2013. 4. Het energieadvies voldoet aan de volgende voorwaarden: het is op moment van aanvraag niet ouder dan 36 maanden; het is uitgevoerd door een gecertificeerd energieadviseur. Artikel 3.9.5 Aanvrager 1. De aanvrager is: een stichting, een vereniging of coöperatie, zonder winstoogmerk, met een doelstelling die zoveel mogelijk zich richt op maatschappelijke behoeften en vraagstukken uit de buurt of gemeente; én de eigenaar of huurder van het maatschappelijk vastgoed; én de gebruiker van het maatschappelijk vastgoed. 2. Als de aanvrager de huurder van het gebouw is dan heeft de eigenaar van het gebouw: toestemming gegeven om de verduurzamingsmaatregelen uit te voeren; en de intentie uitgesproken dat het gebouw voor minimaal 15 jaar maatschappelijk vastgoed blijft of aan organisaties beschikbaar gesteld wordt met doelstelling die zich richt op maatschappelijke behoeften. 3. Als de aanvrager de huurder is dan heeft die een gebruiksovereenkomst voor onbepaalde tijd of de intentie om minimaal 15 jaar het gebouw te gebruiken voor een doelstelling die zich richt op maatschappelijke behoeften. 4. Als de aanvrager de eigenaar is van het gebouw dan mag die maximaal tien gebouwde onroerende zaken in eigendom hebben. 5. De aanvrager is geen gemeente. 6. De aanvrager is geen sportvereniging. Artikel 3.9.6 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen 1. Alleen de kosten van derden zijn subsidiabel. Artikel 1.2.6 is niet van toepassing. 2. Alleen de kosten van de aanschaf en installatie van de verduurzamingsmaatregelen, de kosten van het energieadvies en het afsluiten van de Stimuleringslening zijn subsidiabel. 3. Voor de kosten van het energieadvies geldt aanvullend dat deze subsidiabel zijn tot maximaal € 5.000,- en dat deze, in afwijking van artikel 1.2.8 lid a subsidiabel zijn vanaf 1 januari 2022. Artikel 3.9.7 Hoogte van de subsidie 1. De hoofdsom van de Stimuleringslening bedraagt maximaal 100% van de subsidiabele kosten. 2. De hoofdsom van de Stimuleringslening is niet minder dan € 5.000,- en niet meer dan € 200.000,-. Artikel 3.9.8 Subsidieaanvraag 1. De aanvraag voor een toekenningsbesluit kan ingediend worden vanaf 1 augustus 2023 om 9.00 uur. 2. De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Stimuleringslening maatschappelijk vastgoed. 3. De aanvrager levert een begroting en een dekkingsplan in. Het is verplicht om het beschikbaar gestelde begrotingsformat te gebruiken. 4. De aanvrager levert aanvullend de volgende stukken in: een overzicht van de duurzaamheidsmaatregelen; een planning van de uitvoering van de duurzaamheidsmaatregelen; als de aanvrager de huurder is een schriftelijke bevestiging van de eigenaar van het gebouw waaruit blijkt dat die akkoord is met het uitvoeren van de duurzaamheidsmaatregelen. 5. De aanvrager kan tijdens de looptijd van deze subsidieregeling maximaal 1 keer een aanvraag indienen op basis van deze subsidieregeling. Artikel 3.9.9 Beschikbaar budget Het subsidieplafond geldt voor de jaren 2023 en 2024. Artikel 3.9.10 Financiële toets, verstrekken en beheer Stimuleringslening door SVn 1. Het toewijzingsbesluit door Gedeputeerde Staten is een reservering voor een Stimuleringslening uit het beschikbaar budget. De toewijzing voor het aanvragen van een Stimuleringslening vormt het startpunt voor een autonome financiële toetsing door SVn. 2. Deze subsidieregeling is in overeenstemming met de productspecificaties Stimuleringslening van SVn en de samenwerking tussen de provincie en SVn. 3. SVn stelt de definitieve hoogte van de Stimuleringslening vast en bij een positieve (financiële) toets brengt SVn een offerte uit. Bij een negatieve financiële toets, wijst SVn de lening af en brengt de aanvrager en provincie hiervan op de hoogte. 4. SVn verstrekt en beheert een geoffreerde Stimuleringslening. Indien de aanvrager het niet eens is met de financiële toets van SVn, kan er een klachtenprocedure worden gestart bij SVn en/of kan de aanvrager zich wenden tot de bevoegde burgerlijke rechter. Artikel 3.9.11 Aanvullende verplichtingen De subsidieontvanger is verplicht: binnen 8 weken na het toewijzingsbesluit van Gedeputeerde Staten een Stimuleringslening aan te vragen bij SVn; binnen 4 weken een melding te doen aan de provincie als: de verduurzamingsmaatregelen niet uitgevoerd worden; de Stimuleringslening niet wordt aangevraagd; de Stimuleringslening niet is verstrekt door SVn. de activiteiten binnen 24 maanden na de datum waarop de Stimuleringslening is verleend te hebben uitgevoerd; de met de Stimuleringslening aangeschafte apparatuur en materialen niet door te verkopen; als sprake is van isolatie van gevels en daken spant aanvrager zich in om dit op natuurvriendelijke wijze te doen. Meer informatie is te vinden op www.overijssel.nl/natuurvriendelijkisoleren; bij de verduurzaming rekening te houden met de Wet natuurbescherming. Meer informatie is te vinden op: Wet natuurbescherming - soortenbescherming - Loket provincie Overijssel Artikel 3.9.12 Directe vaststelling Er hoeft geen verantwoording over de uitgevoerde activiteiten en de kosten daarvan ingediend te worden bij de provincie. Voor een Stimuleringslening van € 25.000,- en hoger is daarom artikel 1.2.19 van toepassing. Artikel 3.9.13 Staatssteun Als het gaat om het verduurzamen van een buurthuis, dorpshuis, wijkcentrumgemeenschapscentrum of of een culturele instelling met een ANBI-status én er worden activiteiten aangeboden uitsluitend voor die inwoners uit de buurt of gemeente dan is geen sprake van staatssteun. In alle andere gevallen is geen sprake van staatssteun als de subsidie verleend kan worden onder de Algemene De-minimisverordening. Artikel 1.2.10 lid 4 is van toepassing. Artikel 3.9.14 Looptijd De subsidieregeling vervalt op 30 november 2024 om 17.00 uur. 3.10Uitvoering Programma Nieuwe Energie Overijssel 2017-2023 [Vervallen] 3.11Kleine mestvergister op boerderijen Artikel3.11.1Betekenis van de begrippen In dit artikel wordt vaker een voorkomend begrip uitgelegd. Mestvergister: een installatie waarmee organische stof van uitsluitend dierlijke mest wordt omgezet in biogas voor warmte. Artikel3.11.2Doel van de subsidieregeling Met deze subsidieregeling wil de provincie bijdragen aan het vergroten van de productie van biogas of groen gas afkomstig uit mestvergisters. Artikel3.11.3Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen 1.De subsidie wordt verleend voor een of meer van de volgende activiteiten die nodig zijn om biogas of groen gas te produceren met mestvergisters: aanpassing van de stalvloer voor dagverse mest in de mestvergister; aanleg van een groengasleiding of biogasleiding vanaf 1000 meter; aanleg van een nabewerkingsinstallatie voor vergiste mest (digestaat), anders dan een navergister of opslagsilo. 2.De activiteiten voldoen aan de volgende voorwaarden: de mestvergister wordt gerealiseerd in Overijssel; de verwerkingscapaciteit van de mestvergister bedraagt maximaal 25.000 kuub mest per jaar; het totale energieverbruik voor het in werking hebben van de mestvergister bedraagt maximaal 1/3 van de energielevering van de mestvergister, inclusief de eventuele aanvoer van mest van derden; het biogas uit de mestvergister dient: opgewaardeerd te worden op de boerderij tot groen gas en in het openbare aardgasnet ingevoed te worden; of in een centrale installatie opgewaardeerd te worden tot groen gas en in het openbare aardgasnet ingevoed te worden; of rechtstreeks als biogas aan een afnemer geleverd te worden ten behoeve van warmte- of stoomproductie; de aanvrager heeft de benodigde vergunningen en akkoord op de verplichte meldingen verkregen. Artikel3.11.4Aanvrager 1.De aanvrager is of wordt een BV, een NV, een maatschap, een commanditaire vennootschap (CV), een v.o.f. of een eenmanszaak. 2.Een landbouwonderneming kan geen aanvraag indienen. De landbouwonderneming die de mestvergister in eigendom heeft mag geen aanvraag indienen. Er moet een aparte onderneming worden opgericht voor de productie en levering van biogas of groen gas. Deze onderneming heeft geen juridische en financiële verbondenheid met een landbouwonderneming en voert een gescheiden financiële administratie. 3. Als een BV, een NV, een maatschap, commanditaire vennootschap (CV), een v.o.f. of een eenmanszaak nog opgericht moet worden, dan wordt de subsidie verleend onder de opschortende voorwaarde dat de aanvrager de beoogde rechtsvorm verkrijgt. Artikel3.11.5Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen 1.Alleen de kosten van derden zijn subsidiabel. Artikel 1.2.6 is niet van toepassing. 2.De kosten voor de aanschaf en installatie van de mestvergister zijn niet subsidiabel. Artikel3.11.6Hoogte van de subsidie 1.De subsidie is maximaal 50% van de subsidiabele kosten. 2.De subsidie is maximaal € 100.000,- per aanvraag en per mestvergister. 3.De aanvrager mag maximaal 1 keer subsidie ontvangen op basis van deze subsidieregeling. Artikel3.11.7Eigen bijdrage Minimaal 50% van de subsidiabele kosten wordt betaald met een geldbijdrage van de aanvrager of van derden. Artikel3.11.8Aanvraag 1.De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Kleine mestvergister op boerderijen. 2.De aanvrager levert aanvullend de volgende stukken en gegevens in: een begroting en dekkingsplan. Het is verplicht om het beschikbaar gestelde begrotingsformat te gebruiken; de energiebalans, opgesteld door de leverancier van de mestvergister. Dit is een opgave van de hoeveelheid geproduceerd biogas in m3 per jaar en van de warmte- en elektriciteitsvraag van de installatie; hoeveel ton mest wordt aangevoerd van buiten het eigen bedrijf en hoeveel vervoerskilometers dat betreft; offerte(s). Artikel3.11.9Beschikbaar budget voor de subsidieregeling Er geldt een subsidieplafond voor: de jaren 2022 en 2023; het jaar 2024. Artikel3.11.10Aanvullende verplichtingen De aanvrager is verplicht: de activiteiten binnen 12 maanden na subsidieverlening uitgevoerd te hebben; voor de monitoring van de energiebalans van de mestvergister, een jaar na volledige in bedrijfstelling de volgende informatie in te leveren: de geproduceerde hoeveelheid biogas en ook het warmte- en elektriciteitsverbruik van de installatie; de hoeveelheid aangevoerde mest in ton en het aantal vervoerskilometers dat daarvoor is afgelegd. Artikel3.11.11Beoordeling integriteit van de subsidieontvanger De aanvrager levert een volledig ingevuld Bibob-formulier subsidies in. Artikel 1.2.25 is van toepassing. Artikel3.11.12Geen staatssteun Er is geen sprake van staatssteun als de subsidie verleend kan worden onder de Algemene De-minimisverordening. Artikel 1.2.10 lid 4 is van toepassing. Artikel3.11.13Looptijd Deze subsidieregeling vervalt op 30 november 2024. 3.12Zonne-energie op bedrijfsdaken [vervallen] 3.13Zonne-energieleverende parkeerterreinen Overijssel [vervallen] 3.14Sprinten naar een duurzaam bedrijventerrein Artikel3.14.1 Betekenis van de begrippen In dit artikel worden vaker voorkomende begrippen uitgelegd. Bedrijventerrein: het geheel aan gebouwen en terreinen voor bedrijven en industrie, inclusief toevoerwegen en tussengelegen water. Sprintsessie: een bijeenkomst over verduurzaming van een bedrijventerrein die door de provincie is georganiseerd. Ondernemers, parkmanagement, gemeente, de netbeheerders en andere relevante partijen komen bij elkaar om de situatie op een bedrijventerrein te bepalen, belemmeringen in kaart te brengen en mogelijke oplossingen te bedenken. De meest kansrijke ideeën zullen verder uitgewerkt worden door de deelnemende partijen. Verduurzamen: het maximaal benutten van lokale opwek, opslag en verbruik van hernieuwbare energie om tot een betere, rendabele en duurzame energiehuishouding te komen. Met als doel het afbouwen van fossiele brandstoffen en technieken. Artikel 3.14.2 Doel van de subsidieregeling Met deze subsidieregeling wil de provincie bijdragen aan het stimuleren van energiebesparende maatregelen en het opwekken van hernieuwbare energie. Dit door bedrijven te stimuleren om in de fase van de planuitwerking (vroege ontwikkelfase) samen te werken aan het verduurzamen van een bedrijventerrein. De netbeheerders op midden- en hoogspanningsniveau worden hiermee ook ontlast. Artikel 3.14.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen 1. De subsidie wordt verleend voor het uitwerken van een idee voor het verduurzamen van een bedrijventerrein in Overijssel. Het resultaat is een uitgewerkt plan. De subsidie wordt verleend voor: de externe begeleiding van de samenwerkende partijen om tot een uitgewerkt plan te komen. De begeleider is niet in dienst bij een van de deelnemende partijen; onderzoek en advies om het idee uit te werken tot een plan. 2. Het uit te werken idee voldoet aan de volgende voorwaarden: er wordt samengewerkt met meerdere ondernemers, de gemeenten en waar nodig de parkmanager en de netbeheerder; de samenwerkende ondernemers zijn bereid om tijd vrij te maken om het idee verder uit te werken en daarna ook financieel bij te dragen aan de uitvoering van de haalbare ideeën of oplossingen; de gemeente doet actief mee door kennis of middelen in te brengen om het idee uit te werken en eventueel ook te realiseren; met het uitwerken van het idee mag al begonnen zijn nadat deelgenomen is aan de sprintsessie. Dit is een afwijking van artikel 1.2.3. 3. Het uitgewerkte plan bevat minimaal de volgende onderdelen: de uitgewerkte oplossingsrichtingen die geformuleerd zijn in de sprintsessie. De oplossingsrichtingen zijn getoetst op inhoudelijke-, juridische-, financiële- en organisatorische onderdelen. Ook is onderzocht waaraan behoefte is en of er lokaal draagvlak voor is; welke partijen nodig zijn om het idee te realiseren en op welke manier de benodigde partijen worden geworven en betrokken; welke financiering nodig is om de kosten van de realisatie van het idee te kunnen dekken en welke voorwaarden de financiers stellen om de financiering te kunnen krijgen (de contouren financial close). Artikel3.14.4 Aanvrager 1. De aanvrager is een van de volgende partijen die deelgenomen hebben aan de sprintsessie een ondernemersvereniging, een coöperatie, een stichting van ondernemingen; of 2. Als er geen actieve ondernemersvereniging is, dan is de aanvrager een onderneming die namens de samenwerkende partijen de aanvraag indient. Er wordt samengewerkt met meerdere ondernemers, gemeenten en waar nodig de parkmanager en de netbeheerder. Artikel 3.14.5 Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen 1. Alleen de kosten van derden zijn subsidiabel. Artikel 1.2.6 is niet van toepassing. Het gaat hierbij om de kosten van de leiding, begeleiding, advies en ondersteuning. 2. De kosten van de activiteiten die uitgevoerd zijn voordat de subsidieaanvraag is ingediend zijn wel subsidiabel, maar alleen vanaf de datum van de sprintsessie waaraan is deelgenomen. Artikel 1.2.8 onderdeel a is niet van toepassing. Artikel 3.14.6 Hoogte van de subsidie 1. De subsidie is maximaal 33% van de subsidiabele kosten. 2. De subsidie is maximaal € 24.999,- per bedrijventerrein. Artikel 3.14.7 Eigen bijdrage 1. Maximaal 33% van de subsidiabele kosten wordt betaald met een geldbijdrage van de gemeente. 2. Minimaal 34% van de subsidiabele kosten wordt betaald met een geldbijdrage van de aanvrager of derden. Artikel 3.14.8 Subsidieaanvraag 1. De subsidieaanvraag kan het hele jaar worden ingediend, maar moet uiterlijk binnen 6 maanden na de sprintsessie ontvangen zijn door de provincie. 2. De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Sprinten naar een duurzaam bedrijventerrein. 3. De aanvrager levert een begroting en een dekkingsplan in. Het is verplicht om het beschikbaar gestelde begrotingsformat te gebruiken. 4. Per bedrijventerrein mag maximaal één keer een subsidieaanvraag ingediend worden op basis van deze subsidieregeling. Artikel 3.14.9 Beschikbaar budget voor de subsidieregeling Er geldt een subsidieplafond voor: het jaar 2023; het jaar 2024. Artikel 3.14.10 Aanvullende verplichtingen De subsidieontvanger is verplicht het idee binnen 12 maanden na de datum van de subsidievaststelling uit te werken tot een plan. Artikel 3.14.11 Geen staatssteun Er is geen sprake van staatssteun als de subsidie verleend kan worden onder de Algemene De-minimisverordening. Artikel 1.2.10 lid 4 is van toepassing. Artikel 3.14.12 Looptijd Deze subsidieregeling vervalt op 30 november 2024 om 17.00 uur [In het besluit 'Wijzigingen Uitvoeringsbesluit subsidies Overijssel 2022' van 28 november 2023 (bekendgemaakt in Provinciaal blad 2023, 14052) heeft Gedeputeerde Staten artikel 3.14.12 gewijzigd. Het was echter de intentie om artikel 3.13.13 te wijzigen. Op grond van de Regeling elektronische publicaties is de wijziging doorgevoerd zoals deze is bedoeld.] 3.15Intensivering energietoezicht [Vervallen] 3.16Stimuleren energie-innovatie Artikel3.16.1Betekenis van de begrippen In dit artikel worden vaker voorkomende begrippen uitgelegd. Duurzame energieopwekking: energie opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen; Duurzaam energieproject: een project waarbij energiebesparing of energieopwekking gerealiseerd wordt en dat bijdraagt aan vergroting van het aandeel duurzame energie. Energie-innovatie: een idee voor een nieuw product of nieuwe productieprocessen. Het gaat hierbij om het geheel van menselijke handelingen gericht op vernieuwing van producten of productieprocessen op het gebied van energiebesparing en energieopwekking met als doel bijdragen aan vergroting van het aandeel duurzame energie of CO2-reductie. Energiebesparing: technische, logistieke of organisatorische voorzieningen die leiden tot verminderd verbruik van energie. Ideefase: de beginfase van het ontwikkelen van een nieuw product of productieproces. Het geeft antwoord op een vooraf gestelde hulpvraag. In deze fase wordt een idee nader onderzocht en uitgewerkt. Het doel van deze fase is om het idee uit te werken in een projectplan. Verder wordt er gekeken wie het project zou kunnen uitvoeren, welke partij(
- en)betrokken zouden moeten zijn bij het project en of er voldoende draagvlak is voor het project bij betrokkenen. Supportteam energie-innovatie: een groep van deskundigen, met ervaring op het gebied van energie-innovatie die beschikt over een netwerk, waar initiatiefnemers een beroep op kunnen doen. Artikel3.16.2Doel van de subsidieregeling Met deze subsidieregeling wil de provincie energiebesparende maatregelen en de opwekking van hernieuwbare energie aanmoedigen. Dit door Overijsselse Mkb-ondernemers te helpen met een idee voor een energie-innovatie, zodat innovaties op het gebied van energie op gang komen en de regionale economie gestimuleerd wordt. Artikel3.16.3Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen 1.De subsidie wordt verleend voor de volgende activiteiten in de ideefase van een energie-innovatie initiatief: ondersteuning bij het uitwerken van ideeën tot een energieprojectplan; technisch, juridisch of financieel advies. 2.De ondersteuning en het advies voldoen aan de volgende voorwaarden: het gaat over duurzame energieopwekking of energiebesparing die plaatsvindt in Overijssel; het wordt gegeven door een onafhankelijke deskundige. De deskundige heeft aantoonbaar ervaring; het beoogde resultaat is een energieprojectplan voor de energie-innovatie met zicht op eventuele vervolgstappen. 3.De energie-innovatie voldoet aan de volgende voorwaarden: het draagt bij aan minimaal één doelstelling en ambitie van het Programma Nieuwe Energie; het draagt bij aan minimaal één van de prioritaire thema’s van het Supportteam energie innovatie, te weten bestaande gebouwde omgeving of Mkb; het is naar het oordeel van het Supportteam energie innovatie realistisch; het is nog niet zo ver uitgewerkt dat niet meer gesproken kan worden van een ideefase. In een ideefase is de technische, juridische en financiële haalbaarheid nog niet onderzocht. 4.Een haalbaarheidsstudie komt niet in aanmerking voor de subsidie. Artikel3.16.4Aanvrager De aanvrager is een Mkb-onderneming. Artikel3.16.5Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen Alleen de kosten van derden zijn subsidiabel. Artikel 1.2.6 is niet van toepassing. Artikel3.16.6Hoogte van de subsidie 1.De subsidie is maximaal 100% van de subsidiabele kosten. 2.De subsidie is maximaal € 5.000,- per aanvraag. 3.De subsidie is maximaal € 10.000,- per aanvraag als er sprake is van een energie-innovatie-initiatief, dat mogelijk in aanmerking kan komen voor een bijdrage op basis van de subsidieregeling 6.3 MIT-R&D-samenwerkingsprojecten, EFRO of REACT. Artikel3.16.7Aanvraag 1.De aanvraag kan het hele jaar worden ingediend. 2.De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Stimuleren Energie Innovatie. 3.De aanvrager levert een offerte in waaruit blijkt: wat de kosten zijn; in welke periode het advies of de ondersteuning wordt gegeven. 4.De aanvrager hoeft geen begroting en dekkingsplan in te leveren. Artikel 1.2.13 lid 2 is niet van toepassing. 5.Als er sprake is van een aanvraag voor subsidie van € 5.000,- of meer, dan wordt het energie-innovatie-initiatief voorafgaand aan het indienen van de aanvraag, besproken met het Supportteam energie-innovatie. Naar het oordeel van het Supportteam energie-innovatie is er sprake van energie-innovatie-initiatief dat mogelijk in aanmerking kan komen voor een bijdrage op basis de subsidieregeling 6.3 MIT-R&D-samenwerkingsprojecten, EFRO of REACT. Artikel3.16.8Beschikbaar budget voor de subsidieregeling Er geldt een subsidieplafond voor: de jaren 2022 en 2023; het jaar 2024. Artikel3.16.9Aanvullende verplichtingen De subsidieontvanger is verplicht de activiteiten voor 1 oktober 2024 uitgevoerd te hebben. Artikel3.16.10Geen staatssteun Er is geen sprake van staatssteun als de subsidie verleend kan worden onder de Algemene De-minimisverordening en de De-minimisverordening Landbouw. Artikel 1.2.10 lid 4 is van toepassing. Artikel3.16.11Looptijd Deze subsidieregeling vervalt op 30 november 2024 om 17.00 uur. 3.17Energiezuinige terrasverwarming via kussens [Vervallen] 3.18Investeringssubsidie warmtenetprojecten Vervallen per 1 juli 2023 3.19Inkoopacties energiemaatregelen Overijssel [Vervallen] Hoofdstuk4Vitaal platteland 4.1Faunabeheereenheden Artikel4.1.1Doel van de subsidieregeling Met deze subsidieregeling wil de provincie bijdragen aan faunabeheer. Artikel4.1.2Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen 1.De subsidie wordt verleend voor het opstellen en uitvoeren van een faunabeheerplan. 2.Het faunabeheerplan voldoet aan de volgende voorwaarden: het plan gaat over: het duurzaam beheer van populaties van in het wild levende dieren; het voorkomen van schade door schadeveroorzakende dieren door grondgebruikers; het voorkomen van schade door uitoefening van de jacht; uitvoering van de valwildregeling. het plan is of wordt nadat het is opgesteld, op basis van artikel 8.1 lid 2 van de Omgevingswet, goedgekeurd door gedeputeerde staten. Artikel4.1.3Aanvrager De aanvrager is Stichting Faunabeheereenheid Overijssel. Dit is een samenwerkingsverband van vertegenwoordigers van agrariërs, jachthouders, terrein beherende organisaties en maatschappelijke organisaties met als doelstelling uitvoering te geven aan een door Gedeputeerde Staten goedgekeurd faunabeheerplan. Artikel4.1.4Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen 1.De personeelskosten en de kosten van derden zijn subsidiabel. De artikelen 1.2.5 tot en met 1.2.9 zijn van toepassing. 2.Leges zijn wel subsidiabel. Dit is een afwijking van artikel 1.2.8 onderdeel c. 3.Exploitatiekosten bestaande uit de vaste kosten van personeel, gebouwen en inventaris zijn subsidiabel. De exploitat