← Nederland

Omgevingsprogramma Zuid-Holland (Zuid-Holland)

In het kort

Dit Omgevingsprogramma van de provincie Zuid-Holland beschrijft de beleidsdoelen en maatregelen om de kwaliteit van het openbaar bestuur en de samenleving te versterken, en de bereikbaarheid van de provincie te verbeteren. Het richt zich op efficiëntie, duurzaamheid en samenwerking met diverse partners.

Wat het reguleert

Wie het betreft

Kernpunten

Wettekst

/akn/nl/act/provincie/2024/CVDR719187 /join/id/stop/work_006 /akn/nl/act/pv28/2024/programma-1 /join/id/stop/work_019 2024-04-30 2024-04-30 /akn/nl/act/provincie/2024/CVDR719187/nld@2024-05-01 /join/id/proces/pv28/2024/instelling-programma-1-1 2024-05-01 2025-02-18 2024-05-01 2025-02-18 2024-05-01 2025-02-18 /akn/nl/act/pv28/2024/programma-1/nld@2024-04-25;1 /akn/nl/act/pv28/2024/programma-1 /akn/nl/act/pv28/2024/programma-1/nld@2024-04-25;1 /join/id/stop/work_019 1 Omgevingsprogramma Zuid-Holland Beleidsdoel 1-1 Beter Bestuur 1-1 Beter Bestuur Samen met de Zuid-Hollandse gemeenten werken we aan behoud en versterking van de kwaliteit van het openbaar bestuur. Overheden hebben een hoge kwaliteit van bestuur als deze: Visie en ambitie hebben en over voldoende slagkracht beschikken om opgaven te realiseren (effectief en presterend); In verbinding staan met en in staat zijn om te luisteren naar elkaar, hun inwoners, ondernemers en maatschappelijk middenveld (responsief en verbonden); Betrouwbaar, transparant, (democratisch) legitiem en integer handelen (robuust & integer); Met elkaar en anderen leren, innoveren en durven te experimenteren om oplossingen te vinden voor complexe transitieopgaven (lerend en innoverend). Deze vier lijnen staan centraal in het programma ‘Beter Bestuur’ dat we samen met onze bestuurlijke partners (gemeenten, Rijk, gemeenschappelijke regelingen, waterschappen) ontwikkelden. Het programma draagt bij aan kwaliteitsverbetering van het openbaar bestuur in Zuid-Holland, een kerntaak van de provincie. Het programma bevat de accenten die we binnen deze opgave leggen, inclusief de uitvoering van onze wettelijke taken (zoals bijvoorbeeld financieel en interbestuurlijk toezicht). Dit programma is in het voorjaar van 2020 vastgesteld. Eenmaal per jaar rapporteren wij de voortgang aan Provinciale Staten. Ook voor onze provinciale organisatie werken we langs de vier genoemde lijnen aan versterking van het provinciale bestuur. We nemen hierbij de leerpunten uit de terugblik over de vorige collegeperiode als uitgangspunt. Resultaat en voortgang toetsen wij regelmatig met het klanttevredenheidsonderzoek en het reputatieonderzoek. Beleidsdoel 1-2 Sterke Samenleving 1-2 Sterke Samenleving Maatschappelijke ontwikkelingen zijn in toenemende mate verweven, complex en ambigu. Een aanpak met standaardoplossingen en vaste procedures werkt niet. Vanuit de eigen bovenregionale rol heeft de provincie zicht op verwevenheid in vraagstukken, trends en best practices. Vanuit die rol ontwikkelen we kennis en verbinden we partners. In een sterke samenleving zijn overheden en bestuur in staat om zich aan te passen aan de eisen van deze tijd. Als zij dat niet doen, voelen verschillende groepen mensen zich niet meer betrokken bij onze samenleving en democratie. We vinden het daarom belangrijk dat inwoners zich vertegenwoordigd weten en ruimte hebben voor participatie (zowel digitaal als fysiek). Dat vraagt van de hele provinciale organisatie om een alerte en lerende houding, die de energie en het oplossend vermogen uit de samenleving weet te benutten. We maken daarbij tijdig en transparant keuzes in het participatieproces en hanteren daarbij het ‘participatiekompas’. We willen de kracht van de samenleving versterken door: Onze inwoners, organisaties en bedrijfsleven vroegtijdig te betrekken bij besluitvorming en open te staan voor initiatieven vanuit de samenleving; Inzicht en kennis over maatschappelijke vraagstukken en ‘best practices’ te ontwikkelen en te delen. Beleidsdoel 2-1 Snel van A naar B 2-1 Snel van A naar B Wij willen ervoor zorgen dat de provincie Zuid-Holland bereikbaar is en blijft. Bereikbaarheid bevordert de economische ontwikkeling en leefbaarheid van Zuid-Holland. Een goede bereikbaarheid, snel van A naar B, is van cruciaal belang om de ambities zoals verwoord onder Concurrerend Zuid-Holland, Sterke steden en dorpen en Gezond en veilig in Zuid-Holland te bereiken. Daarom investeert de provincie vanuit haar wettelijke rol en bevoegdheid als vervoersautoriteit en wegbeheerder in diverse vormen van mobiliteit, in beschikbaarheid en betere benutting van de bijbehorende (slimme) netwerken en vervoerssystemen. Daarbij koppelen wij onze bereikbaarheidsopgave aan de economische transities, de grote woningbouwopgave en onderhoudswerkzaamheden (van Rijk, provincie, waterschappen en gemeenten) in Zuid-Holland. We kijken naar het regionale belang in onze aanpak van de bereikbaarheidsopgave. We willen het regionale mobiliteitssysteem in Zuid-Holland voor personenvervoer beter benutten en slimmer gebruiken. Waar nodig verbeteren we het infrastructuurnetwerk. Wij voeren onderzoeken uit naar versterking en opwaardering van het mobiliteitssysteem. Vervolgens treffen wij maatregelen om de bereikbaarheid te verbeteren, waarbij de belangrijkste verbindingen in het (boven)regionale wegennet worden versterkt en de aansluiting op het hoofdwegennet verbetert. Ook zullen we de vraag naar mobiliteit meer afstemmen op het aanbod van infrastructuur en vervoermiddelen. Hiervoor verbeteren we de keuzemogelijkheden en de combinatie van vervoermiddelen voor reizigers. Daarmee zorgen we met onze aanpak voor een robuuste, toekomstbestendige inrichting van de mobiliteit in Zuid-Holland. De provincie wil het vervoer van goederen zo efficiënt mogelijk laten uitvoeren. Efficiënt, dat wil zeggen snel, veilig en duurzaam goederenvervoer is essentieel voor economische groei en het behoud van de concurrentiepositie van Zuid-Holland. Om dit te bereiken is een evenwichtige verdeling tussen vervoer via de weg, spoor, buis en water nodig. Door meer goederen via water, spoor en buisleidingen te vervoeren, gebruiken we het bestaande mobiliteitsnetwerk efficiënter, met minder piekbelasting. Goede infrastructuur is daarbij noodzakelijk, bijvoorbeeld de bereikbaarheid van vaarwegen en watergebonden bedrijventerreinen en spoorterminals. Niet alleen voor grootschalige logistiek, maar meer en meer ook voor stedelijke logistiek, zoals regionale bouwhubs. Om de doelen te bereiken werkt de provincie, binnen de bestaande en beschikbare programmamiddelen, aan efficiënt goederenvervoer, passend en efficiënt personenvervoer en slimme systemen en netwerken. Deze doelen en de bijbehorende activiteiten worden nader uitgewerkt in het Programma Mobiliteit dat de provincie dit jaar opstelt. Maatregelen van 2-1 Snel van A naar B Corridor Management Wat wil de provincie bereiken? De provincie zorgt ervoor dat Zuid-Holland een efficiënte bereikbare schakel is in de internationale goederencorridors. We hebben daarbij tevens focus op de economische meerwaarde in Zuid-Holland. We bekijken de efficiënte en duurzame afhandeling van goederen met meerwaarde in de context van de gehele corridor. We zetten in op de meerwaarde voor Zuid-Holland bekeken vanuit de integraliteit en samenhang van de verschillende schaalniveaus; multi modaal en (inter)nationaal, regionale en fijnmazige distributie. De corridor is het organiserend en in samenhang ontwikkelend vehicle. Aan welke beleidskeuze(

  1. s)draagt deze maatregel bij? Efficiënt en duurzaam Goederenvervoer met meerwaarde Duurzame mobiliteit Toekomstbestendige infrastructuur Provinciale beleidsterreinen strategie Rolkeuze Samenwerkend Uitwerking Binnen deze maatregel zetten we in op: 1. Landelijke corridors: MIRT Goederenvervoercorridors Oost en Zuid-Oost (Corridor Oost gaat van Rotterdam – Arnhem/Nijmegen – Duitsland. Corridor Zuidoost loopt van Rotterdam – Noord-Brabant/Limburg – Duitsland). Met de MIRT partners is tevens afgesproken een verkenning te starten naar Goederencorridor Zuid. 2. Internationale corridors: TEN-T corridors. De routes langs de goederenvervoercorridors Oost/Zuid-Oost(langs Betuweroute, Lek en Rijn tot aan Basel en Genua) en het zuiden (via Noord-Brabant, Limburg en België naar de Middellandse Zee). De provincie Zuid-Holland is daarom al sinds 2016 lid van de European Grouping of Territorial Cooperation Rhine-Alpine (EGTC), die is opgericht om de regionale belangen in de ontwikkeling van de corridor tussen Rotterdam en Genua te behartigen, gezamenlijke projecten te ontwikkelen, kennis te delen en de regio’s te vertegenwoordigen in het Europese proces van corridorvorming.; 3. Internationale afspraken. Met Noordrijn-Westfalen en vijf Nederlandse provincies werken we sinds 2018 samen aan grensoverschrijdende netwerken/corridors en de verduurzaming van goederentransport. 4. Regionaal gaat het om stromen van en naar de Rotterdamse haven in de regio, waaronder Versdraaischijf en -logistiek. En Groene Corridor, waarbinnen aandacht is voor de N11 die van groot belang is voor logistieke bedrijven vanuit de regio. Een veilig en aantrekkelijk provinciaal (hoofd-) fietsnetwerk Wat wil de provincie bereiken? We stimuleren de veiligheid en het aantrekkelijker maken van fietsroutes in Zuid-Holland, waarbij we nadruk leggen op het provinciaal hoofdfietsnetwerk. Onze inzet baseren we op een systematische analyse van het provinciaal hoofdfietsnetwerk. Daarbij gaat er bijzondere aandacht naar fietsveiligheid (zie ook: Meerjarenprogramma verkeersveiligheid). Rolkeuze Samenwerkend Uitwerking Analyses van het hoofdfietsnetwerk vormen de basis om te sturen op een gerichte verbetering van het netwerk door de wegbeheerders. Met onderzoek en subsidieverlening faciliteren we hen bij de aanpak van de grootste knelpunten Het provinciaal hoofdfietsnetwerk staat op de website en wordt regelmatige geactualiseerd. Het bevat de belangrijkste fietsroutes tussen de kernen in Zuid- Holland en de omliggende provincies Gemakkelijk van deur tot deur Wat wil de provincie bereiken? Succes van OV wordt voor een belangrijk deel bepaald door de reis van deur-tot-deur. De totale keten gaan we verbeteren. Daarom zetten we in op: Verbeteren van first-last-mile vervoer. Dit doen we door ketenconcessies aan te besteden, in plaats van traditionele OV-concessies. De vervoerder is hierbij niet alleen verantwoordelijk voor het rijden van bussen en treinen, maar voor het organiseren van de reis van deur-tot-deur. Ook de afstemming met andere concessies en het hoofdspoornet is cruciaal. Alternatieve vervoersvormen waar onvoldoende vraag is naar een traditionele lijnbus. We experimenteren met verschillende vervoersvormen en sluiten aan bij lokale vraag en initiatieven. Bieden van vervoer staat hierbij centraal, ook in het landelijk gebied. Iedereen moet vervoerd kunnen worden, ook mensen die niet kunnen fietsen, of auto kunnen rijden. Stimuleren van Mobility as a Service (MaaS). We verplichten hiervoor vervoerders tot beschikbaar stellen van data en stimuleren landelijke standaarden. Integrale infrastructuurprogramma’s, waarbij de koppeling tussen netwerken van OV, fiets en auto wordt geoptimaliseerd. Op plekken waar belangrijke netwerken elkaar kruisen onderzoeken we het realiseren van hubs en knooppunten. Rolkeuze Presterend Uitwerking Deze maatregel richt zich op de concessiegebieden waar de provincie verantwoordelijk voor is: Goeree-Overflakkee en Hoeksche Waard Zuid-Holland Noord Drechtsteden Molenlanden Gorinchem Treindienst Alphen aan den Rijn – Gouda Personenvervoer over Water Rotterdam - Drechtsteden Gezamenlijke bereikbaarheidsaanpak Zuid-Holland bereikbaar Wat wil de provincie bereiken? In de gezamenlijke bereikbaarheidsaanpak Zuid-Holland werken de voornaamste infrabeheerders en hun opdrachtgevers in Zuid-Holland samen met grote bedrijven, vervoerders, brancheorganisaties, belangenverenigingen en lokale overheden samen aan minder hinder bij werkzaamheden en aan een duurzame gedragsverandering in mobiliteit. De aanpak waarborgt de bereikbaarheid in Zuid-Holland en draagt bij aan mobiliteitstransitie met aandacht voor leefbaarheid, economisch vestigingsklimaat, veiligheid en duurzaamheid. De kern van het programma Zuid-Holland bereikbaar is de gebiedsaanpak. Doel hiervan is om in gebieden te komen tot een integraal pakket aan maatregelen gericht op het beperken van de hinder van infrastructurele projecten, het verbeteren van de bereikbaarheid in een gebied en het stimuleren van mobiliteitstransitie. Door het gebied centraal te stellen kan zowel in samenwerking als in de maatregelen goed worden aangesloten op specifieke kenmerken van de regio en haar bereikbaarheid. Rolkeuze Presterend Goed regionaal openbaar vervoer Wat wil de provincie bereiken? De provincie is verantwoordelijk voor het regionaal openbaar vervoer in Zuid-Holland naast de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH). Rolkeuze Presterend Uitwerking Deze maatregel richt zich op de concessiegebieden waar de provincie verantwoordelijk voor is: Goeree-Overflakkee en Hoeksche Waard Zuid-Holland Noord Drechtsteden Molenlanden Gorinchem Treindienst Alphen aan den Rijn – Gouda Personenvervoer over Water Rotterdam - Drechtsteden Regionaal spoor We exploiteren twee spoorlijnen: de MerwedeLingelijn (van Dordrecht, via Gorinchem naar Geldermalsen) en de Treindienst Alphen aan den Rijn – Gouda. Deze verbeteren we door: Vergroten van de betrouwbaarheid door kleine infrastructurele maatregelen. Kleine capaciteitsmaatregelen om de toenemende vraag te faciliteren. Hoogwaardig openbaar vervoer Bij verbindingen tussen kernen waar geen spoor ligt, speelt de bus een belangrijke rol. Hier realiseren we: Een programma doorstroming van de bus, waarbij de snelheid en betrouwbaarheid van buslijnen wordt vergroot. Doorontwikkeling van R-net, dat staat voor snel, frequent, en betrouwbaar OV. Als uit onderzoek blijkt dat een verbinding voldoende reizigers kan trekken, kunnen nieuwe R-net-lijnen worden gerealiseerd. Verbetering van de haltes, waarbij wordt ingezet op betere toegankelijkheid, beschutting, reisinformatie en ketenvoorzieningen. Ook bereikbaarheid van haltes te voet en per fiets heeft hierbij aandacht. Drempelloos OV Om OV een volwaardig alternatief te laten zijn, moet de drempel om het te gebruiken zo laag mogelijk zijn. Dit betekent dat OV makkelijk en begrijpelijk in gebruik is, met goede actuele reisinformatie, eenvoudige en betaalbare tarieven, een netwerk waarbij verbindingen op elkaar aansluiten en goede promotie. Dit realiseren we doorop belangrijke haltes actuele reisinformatie aan te bieden. Hiernaast stellen we eisen aan vervoerders over reisinformatie, aansluitingen, tarieven en promotie van het OV. Hinder beperken bij werkzaamheden door mensen te verleiden anders te reizen Wat wil de provincie bereiken? Bij werkzaamheden waarbij hinder ontstaat brengen we samen met ander partijen alternatieve vervoerswijzen onder de aandacht. Daarbij streven we effect na dat voor een deel blijvend is na afloop van de werkzaamheden. Rolkeuze Presterend Inzet op modal shift en logistieke hubs Wat wil de provincie bereiken? Het vervoer van goederen dient zo efficiënt en schoon mogelijk plaats te vinden en bij te dragen aan economische ontwikkeling, leefbaarheid en welzijn. Zuid-Holland zet in op vrachtwagen, trein, schip en buisleiding. Daarbij vinden we het van groot belang om in te zetten op meer goederenvervoer via het water en het spoor (de modal shift), om zo een bijdrage te leveren aan de verduurzamingsopgave en het behouden van de goede bereikbaarheid in Zuid-Holland. Daarnaast zijn slim gelokaliseerde faciliteiten zoals op- en overslag locaties, terminals, de zogenaamde logistieke hubs, van groot belang voor de economisch toegevoegde waarde voor de regio. We dagen de markt uit om data met elkaar en met ons te delen om te komen tot meer bundeling goederenstromen (minder onnodige kilometers). Rolkeuze Responsief Uitwerking Binnen deze maatregel zetten we in op: We stimuleren multimodaal goederenvervoer voor de Port of Rotterdam, Greenports en goederenstromen van en naar Amsterdam/Schiphol. We zetten in op het vergroten van de keuze voor het gebruik van de verschillende modaliteiten weg, water, spoor en in de toekomst buisleidingen (Modal shift) Het bevorderen van multimodale (stads) logistieke hubs, maakt hier deel van uit. Dit doet de provincie met andere provincies, gemeenten en MRDH. We zoeken nadrukkelijk naar en werken de relatie uit tussen ontwikkeling van bedrijventerrein met logistieke functionaliteiten (en nieuwe ruimtelijke weerslag) en de ruimte op de infrastructuur (ruimte op de weg, nabijheid multimodale knoop etc). De provincie zet in op het uitdagen van de sector voor verdere digitaliseren om zo samen te zorgen voor slimme logistieke concepten Concrete voorbeelden van trajecten zijn: inzet van logistieke makelaars in samenwerking met topsector Logistiek / Lean & Green Offroad, CityBarge (voorheen Trekschuit/Scheepshaltes), Greenports en Coolport als versdraaischijf van Europa met goede spoor- en binnenvaart verbindingen en Verkenning Logistieke Knooppunten. Kennisontwikkeling en innovatie maken fietsen nog aantrekkelijker Wat wil de provincie bereiken? We participeren in onderzoek en pilots die bijdragen aan het aantrekkelijker en veiliger maken van de fiets als vervoermiddel. Rolkeuze Samenwerkend Ketenvoorzieningen maken de fiets integraal onderdeel van het mobiliteitsnetwerk Wat wil de provincie bereiken? We ontwikkelen en realiseren ketenvoorzieningen die bijdragen aan de overstap tussen fiets en OV en de auto waar dat bijdraagt aan de bereikbaarheid. De (geprognosticeerde) behoefte aan ketenvoorzieningen is de basis om te sturen op een gerichte ontwikkeling van deze voorzieningen door gemeenten. Met onderzoek en subsidieverlening faciliteren we hen bij de realisatie. Rolkeuze Presterend Uitwerking Onze inzet ten aanzien van overstapvoorzieningen van fiets naar OV waarvan wij concessieverlener zijn, wordt beschreven onder de OV beleidskeuze. Mobiliteitstransitie stimuleren in Zuid-Holland Wat wil de provincie bereiken? De provincie wil samen met partners in Zuid-Holland voor verschillende gebieden (van hoogstedelijk tot landelijk) komen tot een integraal pakket aan maatregelen gericht het verbeteren van de bereikbaarheid en het stimuleren van mobiliteitstransitie. In Zuid-Holland wonen veel mensen in een stad en dat worden er steeds meer. Door de hoge bouwdichtheid en nabijheid van voorzieningen (waaronder OV) hebben mensen die wonen in de stad vaak een andere mobiliteitsbehoefte dan mensen in landelijk gebied. Ook op het gebied van goederen vindt een transitie plaats. Door het gebied centraal te stellen kan goed worden aangesloten op specifieke kenmerken van de regio. Rolkeuze Presterend Uitwerking Voor de zuidelijke randstad geeft het gezamenlijke onderzoek “Mobiliteitstransitie en het wegennet” richtingen die we met andere overheden verder uitwerken tot concrete maatregelen ter stimulering van een mobiliteitstransitie. Deelmobiliteit (zoals deelfietsen, elektrische deelscooters en deelauto’
  2. s)en hubs (overstap- en overslagpunten) bieden nieuwe mogelijkheden die we gaan benutten. Onder andere bij de beleidskeuze ‘Adequaat openbaar vervoer’ wordt dat uitgewerkt in de beleidsmaatregel ‘gemakkelijk van deur tot deur’. Ontwikkeling van snelfietsroutes naar de grote steden in Zuid-Holland Wat wil de provincie bereiken? De Toekomstagenda snelfietsroutes vormt het vertrekpunt voor de ontwikkeling van een netwerk van hoogwaardige fietsroutes tussen de grote steden van Zuid Holland en de omliggende provincies. We initiëren de ontwikkeling van hoogwaardige (snel-) fietsroutes naar de grote steden van Zuid-Holland en ondersteunen de wegbeheerders tijdens de planontwikkeling en realisatie. Rolkeuze Samenwerkend Uitwerking Het netwerk staat op de website en wordt regelmatig geactualiseerd. De Toekomstagenda Snelfietsroutes vormt de basis om te sturen op een gerichte ontwikkeling van het netwerk door de wegbeheerders. Met onderzoek en subsidieverlening faciliteren we hen bij de realisatie van deze verbindingen. Optimaal hoofdrailnetwerk van het rijk Wat wil de provincie bereiken? De provincie is niet verantwoordelijk voor de treindiensten op het hoofdspoor. Wel hebben we hier ambities omdat hoofdspoor cruciaal is voor de bereikbaarheid. Een schaalsprong in het spoor is nodig vanwege de toenemende groei in het OV. Verstedelijking dient zoveel mogelijk langs goed OV plaats te vinden, waardoor we hier meer groei bereiken dan gemiddeld in het OV. Om dit te bereiken werken we samen met het Rijk, andere provincies, vervoerregio’s en vervoerders in het landelijke traject Toekomstbeeld OV aan een Schaalsprong in het OV-netwerk in 2040. Rolkeuze Samenwerkend Uitwerking De inzet daarbij is: S-baankwaliteit voor de Oude Lijn Leiden - Den Haag – Rotterdam – Dordrecht. Dit wordt bereikt door hogere frequenties, nieuwe stations bij verstedelijkingslocaties, grotere betrouwbaarheid en lichter treinmaterieel dat sneller optrekt en korter halteert. Hiervoor is het noodzakelijk dat de spoorlijn Den Haag – Rotterdam geheel viersporig wordt. Met dit lange termijn perspectief werken we stapsgewijze toe naar de Schaalsprong 2040. Verbetering van bestaand spoor, zoals Rotterdam – Utrecht en Den Haag – Utrecht. Dit kan door frequentieverhoging, capaciteitsuitbreiding en vergroting van de betrouwbaarheid. Verbetering van de spoorlijn tussen Leiden en Utrecht, en een nieuw station Hazerswoude. Ruimtelijk reserveren nieuwe infrastructuur Wat wil de provincie bereiken? De provincie vindt het belangrijk om de ontbrekende schakels en verwachte toekomstige capaciteitsverruimingen in het infrastructuurnetwerk ruimtelijk te reserveren. De ruimtelijke reserveringen betreffen mogelijke oplossingen voor verwachte toekomstige knelpunten. Of en wanneer knelpunten optreden hangt echter af van de autonome groei van het verkeer en demografische, ruimtelijke- en economische ontwikkelingen (in de omgeving). Hierdoor kan het zijn dat reserveringen worden toegevoegd of komen te vervallen. Onderstaand overzicht geeft deze ruimtelijke reserveringen weer. De rol van de provincie hangt af van wie bevoegd gezag is voor een bepaalde reservering. Voor aanpassingen aan provinciale infrastructuur zijn we regisseur. Voor de aanpassingen aan Rijks- en gemeentelijke regisseur kan de provincie, afhankelijk van het belang, faciliteren en/of stimuleren. Rolkeuze Presterend Uitwerking Een reservering betekent daarbij niet dat het aanpassen van deze aansluitingen beleidsmatig wenselijk is, nut en noodzaak van ieder afzonderlijk project nog niet bewezen. Het zijn niet enkel provinciale reserveringen. Er staat ook een aantal reserveringen van rijksinfrastructuur en een enkel gemeentelijk tracé op de lijst. Projecten die in uitvoering zijn of onherroepelijk zijn (Tracébesluit, Provinciaal inpassingsplan of gemeentelijk bestemmingsplan) staan niet (meer) op deze lijst. Het doel van de ruimtelijke reserveringen is om te zorgen dat bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening wordt gehouden met mogelijke toekomstige schakels en capaciteitsuitbreidingen en de hiervoor benodigde ruimte. Op deze manier tracht de provincie ze niet onmogelijk te maken. Hoofdwegen 1. A4 Den Haag – Leiden (2x4 rijstroken) 2. A4 Passage en Poorten & Inprikkers Haaglanden 3. A4 Hoogvliet – Klaaswaal 4. A13/A16 5. A15 Papendrecht – Gorinchem: capaciteitsuitbreiding 6. A20 Knooppunt Gouwe – Nieuwerkerk aan den IJssel (2x3 rijstroken) 7. Blankenburgverbinding8. Oranjeverbinding Hoofdspoor 1. Spoorverdubbeling Den Haag – Rotterdam, viersporigheid incl. station Kethel 2. Capaciteit spoor Rotterdam – Gouda, viersporigheid incl. station Westergouwe 3. Capaciteit spoor Den Haag – Gouda, viersporigheid incl. station Bleizo 4. Capaciteit spoor Leiden – Alphen – Woerden, tweesporigheid incl. stations Hazerswoude – Koudekerk en Zoeterwoude Meerburg 5. Spoorverdubbeling Merwede-Lingelijn Regionale wegen 1. Rijnlandroute 2. A4 Passage en Poorten & Inprikkers Haaglanden a. N14, ongelijkvloerse kruisingen b. N211 capaciteitsvergroting c. Prinses Beatrixlaan Rijswijk 3. Knelpuntenaanpak Noordwestelijke Hoofdroute – Lozerlaan – Zuidelijke Randweg 4. Rotterdamsebaan 5. De westelijke verbinding N11/A12 (incl. de Bodegravenboog) 6. N57 capaciteitsvergroting Hellevoetsluis – Brielle 7. Oost – west verbinding Duin- en Bollenstreek (N206 – N205) (= studie Duinpolderweg) 8. Noordelijke Randweg Rijnsburg, tevens onderdeel van de studie Duinpolderweg 9. N207 capaciteitsverruiming Alphen – Leimuiden 10. Westelijke Randweg Waddinxveen, Bentwoudlaan en Vredenburglaan 11. Capaciteitsvergroting Brienenoord- en Algeracorridor 12. N213 capaciteitsvergroting 13. (on)gelijkvloerse kruising N214 – N216 14. N215 Melissant – Dirksland 15. N218 capaciteitsvergroting 16. N222 Veilingroute 2x2 17. N223 aanpassing hoofdrijbaan 18. N459 capaciteitsuitbreiding + aansluiting rondweg Reeuwijk 19. N470/N471: 2x2 rijstroken 20. N480-N216 21. Verbinding Zwijndrecht - Barendrecht 22. N488 Klaaswaal Aansluitingen hoofdwegennet en onderliggend wegennet 1. A4 Vijfsluizen 2. A4 Plaspoelpolder 3. N11 – Zoeterwoude 4. A12 – N470 5. A13 – N209 6. A13 – N470 7. A15 Reeweg 8. A15 – N3 9. A15 – N57 10. A15 – A16 Noord 11. A16 Kralingseplein 12. A16 Mijlweg 13. A16 – N3 14. A20 Schieplein 15. N59 – Goeree-Overflakkee Regionaal openbaar vervoer 1. Stedenbaan: infrastructuur ten behoeve frequentieverhoging op de Oude Lijn en de Goudse Lijnen 2. HOV Leiden – Katwijk – Noordwijk 3. HOV Leiden – Den Haag 4. HOV Zoetermeer – Leiden 5. HOV Alphen – Schiphol 6. Netwerk RandstadRail Haaglanden, opwaardering tramnet naar light rail kwaliteit; a. Lijn 1 (Scheveningen Bad – Delft Tanthof) b. Lijn 19 (Leidsenhage – Delft Technopolis) 7. Bustangent Kijkduin – Harnaschpolder – Den Haag Zuidwest – Delft – Pijnacker – Zoetermeer 8. HOV Den Haag – Westland 9. HOV station Rijswijk – station Ypenburg 10. Doortrekking RandstadRail (Zoetermeerlijn) naar station Bleizo 11. HOV Rotterdam – Alexander naar Lansingerland 12. HOV Rotterdam – Ridderkerk 13. HOV Nesselande – Zuidplaspolder 14. Zuidtangent Rotterdam: Schiedam – Stadshavens – Zuidplein – Feyenoord – Kralingse Zoom 15. HOV Hoekselijn verlengen tot het strand 16. HOV buscorridor Rotterdam Zuidplein – Goeree-Overflakkee 17. HOV Drechtstedenring Vaarwegen 1. Aanlegplaatsen openbaar vervoer over water: Gorinchem – Dordrecht – Rotterdam – Hoek van Holland 2. Bochtafsnijding Delftse Schie – Rotterdam 3. Capaciteitsvergroting Gouwe Snel internationaal openbaar vervoer Wat wil de provincie bereiken? De internationale trein moet een aantrekkelijk alternatief zijn voor kortere vliegreizen en autoverplaatsingen binnen Europa. De ambitie van Zuid-Holland is daarom een snelle en comfortabele treinverbinding met Duitsland, België, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Rolkeuze Samenwerkend Uitwerking We zetten in op: Ondersteunen van de inzet van het Rijk om vaker per dag een trein te laten rijden in zuidelijke richting naar Brussel, Parijs en London en oostelijk via Arnhem naar Berlijn en Frankfurt. Verbeteren van de Intercityverbinding met Nordrhein-Westfalen vanuit Zuid-Holland. Versterken en veilig houden van infrastructuur op goederencorridors Wat wil de provincie bereiken? We zetten in op het verbeteren en beter benutten van bestaande infrastructuur en waar nodig realiseren van nieuwe infrastructuur. We zorgen ervoor dat onze eigen (vaar)wegen op orde zijn en kunnen bijdragen waar nodig en logisch bij aan infrastructuur van derden. Deze logica ligt in aansluiting met het regionale systeem, de regionale meerwaarde en het verminderen van overlast in de regio. We bekijken het belang van de gehele corridor. Zo hebben wij binnen het MIRT Goederenvervoer afspraken gemaakt over onze bijdrage aan de A15-Verkenning Papendrecht Gorinchem en de Verkenning Buisleidingen. Wij helpen mee bij het vinden van oplossingen voor ontwikkelingen die op ons afkomen, waaronder klimaatveranderingen (laagwaterstanden) en tegenstrijdige issues waaronder ontwikkelingen spoor en woningbouw. Zoals de aandacht voor externe veiligheid op trans-Europese spoorverbindingen. Tevens zetten we in op veiligheid op en langs de corridors door middel van het realiseren van Truckparkings. Rolkeuze Presterend Uitwerking We hebben een eigen taak en verantwoordelijkheid op onze eigen (vaar)wegen. We hebben hier de rol van investerende overheid, waarbij wij investeren in onze eigen infrastructuur. We kunnen ook investeren in infrastructuur van derden als presterende en samenwerkende overheid. In trajecten waarbij we voornamelijk de samenwerkende overheid zijn, zorgen we voor afstemming en inbreng van provinciaal belang in trajecten van derden. We brengen onze mobiliteitsdata op orde (digitalisering) Wat wil de provincie bereiken? De provincie verzamelt veel verkeersdata. Daarnaast groeit het aantal alternatieve databronnen, zoals leveranciers van navigatie-apps explosief. Slim samenwerken met de markt levert veel waardevolle mobiliteitsinformatie op. Met behulp van o.a deze data kan de overheid slim verkeers- en incidenten management inregelen en data gedreven beleid ontwikkelen. (digitalisering overheden). Tevens kunnen informatiediensten de reis van gebruikers optimaliseren en beter voorspellen. Dit maakt dat mensen die op weg gaan of op weg zijn, goed geïnformeerd kunnen worden over het meest efficiënte vervoermiddel, de beste route en de beste reistijd. Ook kan de reiziger zijn gehele reis van deur tot deur als één dienst plannen, boeken en betalen (MaaS). Rolkeuze Presterend Uitwerking Digitalisering maakt het ook mogelijk om een gerichte stap naar minder incidenten in het verkeer te zetten: een goed gewaarschuwde, alerte weggebruiker houdt zijn aandacht beter bij het verkeer en maakt de juiste keuzes op momenten die ertoe doen. We ontwikkelen de systemen in de (bedien)centrales door Wat wil de provincie bereiken? Vanuit de bediencentrales en de Incident Coördinatie (IC) desk zal het data gedreven werken verder worden vormgegeven. Pilots -zoals de brugmonitor, IM the Cloud- zullen na bewezen succes uitgerold worden, met als doel transparant en meer data gedreven keuzes te maken rond brugopeningen, verkeer- en incidentmanagement. (koppeling naar digitaal ZH) Rolkeuze Presterend We richten de infrastructuur in om smart oplossingen te faciliteren Wat wil de provincie bereiken? De toepassing van Smart Mobility-innovaties kan in belangrijke mate bijdragen aan het optimaliseren van verkeersstromen door op nieuwe manieren te sturen op incidentafhandeling, toegang, snelheid en duurzaamheid (IVRI, camera’s, glasvezel, bediencentrales). Een Smart infrastructuur zorgt voor een betere doorstroming van het verkeer alsmede een op de toekomst voorbereid digitaal netwerk voor ontsluiting van diverse IoT services. (koppeling naar digitaal ZH) Rolkeuze Presterend We stellen samen met andere wegbeheerders kaders op om de beschikbare capaciteit van de infrastructuur te verdelen Wat wil de provincie bereiken? Om de beschikbare capaciteit van de infrastructuur zo goed mogelijk te kunnen verdelen zijn gezamenlijke sturingskaders nodig (Het Multidoel Tactisch kader en het prioriteitskader kruispunten). In deze kaders wordt vastgelegd hoe de schaarse capaciteit op conflictpunten kan worden verdeeld (op netwerk en kruispuntniveau). Naast de auto zal aandacht zijn voor scheepvaart, fiets en openbaar vervoer. Op basis van deze kaders zal het verkeersmanagement vanuit de verschillende samenwerkende centrales en de systemen (bijv. IVRI) langs de infrastructuur gebiedspecifiek worden ingeregeld. Rolkeuze Presterend We zetten in op een verantwoorde introductie van semi autonome vaar-en voertuigen Wat wil de provincie bereiken? Een nieuwe generatie vaar- en voertuigen dient zich aan. De focus ligt nu op de rij/vaar-taak ondersteuning en connectiviteit tussen voertuigen en de infrastructuur. We voeren proeven uit met communicatiesystemen tussen weg en voertuig. Reisinformatiediensten en auto’s kunnen steeds meer met elkaar communiceren. We zitten in een overgangsfase waarin we zorgvuldig bouwen aan een nieuw tijdperk op onze (vaar)wegen. (Use cases CTC/ fiets bij IVRI) Rolkeuze Presterend Uitwerking We gaan verder in de kennisontwikkeling gericht op implementatie rond Shuttles en pods ten behoeve van personen vervoer. Er wordt toegewerkt naar opschaling daar waar mogelijk en zinvol. (koppeling beleidskeuze adequaat aanbod en passend OV) Beleidsdoel 2-2 Beheer en onderhoud: op orde en duurzaam 2-2 Beheer en onderhoud: op orde en duurzaam We zorgen voor een vlotte en veilige afwikkeling van het verkeer in Zuid-Holland vanuit de wettelijke plicht ons areaal, provinciale wegen en vaarwegen te beheren en te onderhouden. Goed functionerende en beschikbare infrastructuur is van groot belang voor de bereikbaarheid van de provincie Zuid-Holland. Hiervoor moet de kwaliteit van de infrastructuur technisch en functioneel op orde zijn. Beheer en onderhoud moet zo efficiënt en duurzaam mogelijk plaatsvinden, met zo min mogelijk last voor de weggebruiker en omgeving. Twee zaken zijn nodig om dit beleidsdoel te behalen: Een goed functionerende provinciale infrastructuur Een toekomstbestendige infrastructuur Als het haalbaar en betaalbaar is, schalen wij succesvolle pilots op met circulair bouwen en CO2-neutraal beheer en onderhoud. We zorgen er de komende vier jaar voor dat dit standaard wordt bij aanleg, beheer en onderhoud om een toekomstbestendige infrastructuur te maken. Ook kijken we naar innovatieve, digitale oplossingen die kunnen bijdragen aan het goed functioneren van de provinciale infrastructuur. Innovatieve partnerships bij aanbestedingen worden verder verkend. Succesvolle ontwikkelingen uit pilots voor minder voertuigverliesuren en CO2-reductie schalen we waar mogelijk en betaalbaar op. Daarbij is de betrouwbaarheid van dergelijke innovatieve oplossingen van groot belang. Maatregelen van 2-2 Beheer en onderhoud: op orde en duurzaam De CO2-uitstoot verlagen van beheer, onderhoud en aanleg Wat wil de provincie bereiken? Nederland heeft zich gecommitteerd aan het Klimaatakkoord en de gezamenlijke provincies (IPO) hebben in 2019 afgesproken hier hun bijdrage aan te leveren. In het beleidsdoel duurzame mobiliteit wordt uitgewerkt hoe de CO2 uitstoot van de weggebruiker kan worden gereduceerd, in deze maatregel ligt de focus op de provinciale infrastructuur. De provincie heeft zichzelf in de vorige energie agenda ‘Watt anders’ uit 2016 al als doel gesteld om in 2025 25% minder CO2 uit te stoten dan in 2015 bij het beheer, onderhoud en aanleg van infrastructuur en in 2050 CO2 neutraal te zijn. Deze doelstellingen sluiten aan bij de afspraken uit het klimaatakkoord. Rolkeuze Presterend Uitwerking Resultaten van projecten en aanbestedingen laten zien dat de doelstelling voor 2025 haalbaar lijkt. Om de lijn richting2050 door te zetten stelt de provincie zich een aanvullende tussendoelstelling van 50% CO2 besparing in 2030. De doelstellingen zijn: 25% (t.o.v. 2015) reductie in 2025 (bestaand uit Watt anders ) 50% (t.o.v. 2015) reductie in 2030 (nieuw) CO2-neutraal in 2050 (bestaand uit Watt anders en klimaat akkoord) Om de doelstelling te behalen gaan we o.a.: eisen stellen aan producten- en materiaalketens (zoals asfalt, beton en staal) de overgang naar zero emissie werktuigen stimuleren (waaronder gebruik van transitie brandstoffen indien nodig), meer aanbestedingen gunnen op CO2-besparing, meer afwegingen maken op levenscyclus kosten. en levensduur verlengend onderhoud, samenwerken met andere overheden omdat overheden gezamenlijk een stevige invloed hebben op de ontwikkeling van de sector Grond, Weg en Waterbouw (GWW), die vrijwel volledig afhankelijk is van overheidsinkoop. De voortgang en effecten van maatregelen zullen worden gemonitord. Doorontwikkelen assetmanagement (beheer en onderhoud infrastructuur) Wat wil de provincie bereiken? Onze provinciale infrastructuur is opgebouwd uit diverse assets, zoals fietspaden, (vaar)wegen, bruggen en sluizen. Deze assets onderhouden en verbeteren we zodanig dat de maatschappelijke opbrengsten maximaal zijn tegen aanvaardbare kosten en risico’s. Assetmanagement biedt daarvoor inzicht in de feitelijke en gewenste prestaties, kosten en risico’s. De provinciale dienst beheer infrastructuur (DBI) is een (NEN-ISO 55001) gecertificeerde organisatie voor assetmanagement. Dit betekent onder andere dat we continue ons werk evalueren en verbeteren. Rolkeuze Presterend Uitwerking Binnen het assetmanagement is er extra aandacht voor: Beweegbare bruggen: het in samenhang oppakken van de verbeterpunten voor het (dagelijks en planmatig) beheer en onderhoud van de beweegbare bruggen (Versterkingsprogramma); Anticiperen op toekomstig gebruik: we monitoren toekomstige ontwikkelingen. Mensen fietsen steeds vaker, verder en sneller, voertuigen worden elektrisch en (semi) autonoom en gebruiken en leveren data voor een veilige en voorspelbare en betrouwbare reis. We kijken hoe we hier zo goed mogelijk op kunnen anticiperen; Data en digitalisering: zie hiervoor de beleidskeuze ‘slimmere mobiliteit door digitalisering en nieuwe technologie’; Verankering duurzaamheid: zie hiervoor de beleidskeuze ‘toekomstbestendige infrastructuur’. Beheertaken voor derden: indien van essentieel belang voor ons mobiliteitsnetwerk voeren we op verzoek van andere beheerders beheer- en of bedieningstaken uit. Onze doorontwikkeling doen we samen met anderen: we dragen bij aan kennisuitwisseling via regionale en landelijke ontmoetingen met andere beheerders van openbare ruimte. We willen met het opstellen van onze contracten de markt uitdagen om zich met ons mee te ontwikkelen en te denken over hoe we onze doelen kunnen realiseren Juridisch beheer en implementatie omgevingswet Wat wil de provincie bereiken? Met de Omgevingswet werken we meer met meldingen vooraf en met controles en handhaving achteraf. Hierdoor verandert onze rol. Het DSO (Digitaal Stelsel Omgevingswet) biedt aanvragers een digitale toegang tot het aanvragen van vergunningen en het doen van meldingen. Het is een centrale toegang voor alle overheidsorganisaties. Wij sluiten onze systemen en dienstverlening hierop aan. Rolkeuze Samenwerkend Uitwerking Juridisch beheer betreft de juridische werkzaamheden die aan het bezit en gebruik van onze infrastructuur verbonden zijn. Naast het technisch en digitaal voldoen van onze assets, moet ook dit juridisch beheer ervan op orde zijn. Jaarlijks nemen we daartoe zo’n 3.600 besluiten. Het gaat bijvoorbeeld om ontheffingen voor bijzondere transporten, evenementen en schades. Drie ontwikkelingen zijn voor het juridisch beheer de komende jaren met name van belang: digitalisering en informatiemanagement, Omgevingswet en de druk op de beschikbare ruimte. De ontwikkelingen op het gebied van juridisch beheer spelen zich af in een landelijk stelsel, waarbij we afstemmen met onder andere het Rijk en andere provincies. Digitalisering en informatiemanagement bieden steeds meer mogelijkheden voor het faciliteren van een goede doorstroming en het optimaliseren van het onderhoud. Hoe we met deze gegevens omgaan, vraagt een goede juridische inbedding. Dit geldt bijvoorbeeld voor de beelden die onze camera’s dagelijks registreren en de gegevens van burgers en organisaties die we verkrijgen als zij contact opnemen met de provincie. Op basis van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) dienen we, ongeacht hoe we persoonsgegevens verkrijgen, rechtstreeks of via derden, de privacy van de betrokkenen te waarborgen. Dit geldt ook voor gegevens die verkregen worden via onze handhavingstaken. Tenslotte neemt de druk op de beschikbare ruimte zowel boven als onder de grond toe. Dit komt door de behoefte aan meer woningen, maar ook aan ruimte voor het realiseren van de energietransitie. Ook deze ontwikkeling vraagt om een goede juridische borging van het gebruik van het areaal. We sturen steeds meer op vroegtijdige afstemming tussen vertegenwoordigers van de ondergrondse en bovengrondse infrastructuur, zodat we de programmering boven- en ondergronds steeds meer als één geheel kunnen benaderen. Klimaatbestendige infrastructuur creëren Wat wil de provincie bereiken? Door klimaatverandering hebben we te maken met steeds meer extreme weersomstandigheden (zoals hitte, droogte en hoosbuien). We willen dat onze infrastructuur onder die veranderende omstandigheden beschikbaar blijft, met minimale verkeershinder. Dat is een belangrijke voorwaarde voor onze economie, maar ook om adequaat te kunnen handelen bij calamiteiten. Op basis van stresstesten lokaliseren we potentieel zwakke plekken en onderzoeken we hoe we deze kunnen versterken. Daarnaast benutten we de provinciale infrastructuur als aanjager voor adaptieve maatregelen en innovaties in de regio. Deze maatregel heeft nauwe verbinding met de maatregel ‘doorontwikkeling assetmanagement’ en ‘vergroten omgevingskwaliteit en beperken milieuhinder’. Rolkeuze Presterend Uitwerking Op basis van de stresstest en nader onderzoek weten we wat de kwetsbare schakels in onze infrastructuur zijn en hebben we goed in beeld welke maatregelen we kunnen treffen. We analyseren en prioriteren deze maatregelen en nemen verbeteringen zo veel mogelijk mee in het planmatige onderhoud. Indien grote investeringen nodig zijn, werken we hiertoe voorstellen uit. In het kader van klimaatbestendige infrastructuur is aandacht voor infrastructuur in bodemdalinggevoelige gebieden een specifiek aandachtspunt. Hierbij zoeken we naar beproefde en innovatieve methoden om de beschikbaarheid van infrastructuur onder alle omstandigheden te vergroten en de levensduur van infrastructuur te verlengen. Leefgebied creëren voor flora en fauna rond (vaar)wegen en in stand houden ecologische verbindingen Wat wil de provincie bereiken? Zuid‑Holland verenigt - samen met betrokken overheden - de aanpak van oevers, bodem en waterwegen in een integraal programma, gericht op versterking van biodiversiteit. Onder meer de volgende maatregelen maken deel uit van het programma: aanleg natuurvriendelijke oevers, extra schutten sluizen om vismigratie te bevorderen, plaatsing vissenbossen mogelijk maken. De verkeersfunctie van de vaarweg betekent dat de meeste provinciale vaarwegen nu ingericht zijn voor de scheepvaart. Mogelijkheden voor vismigratie worden beperkt door sluizen in het vaarwegennetwerk. De schaalvergroting in de scheepvaart heeft ervoor gezorgd dat veel vaarwegen harde oeverconstructies (damwanden) hebben. Om de ecologische kwaliteit te verbeteren worden in overleg met waterschappen diverse maatregelen voorbereid. Enkele van die maatregelen zijn extra schuttingen om vismigratie te bevorderen, mogelijkheid bieden voor het plaatsen van vissenbossen en aanleg natuurvriendelijke oevers. Rolkeuze Samenwerkend Minder energie verbruiken en meer duurzame energie opwekken Wat wil de provincie bereiken? In de energieagenda Watt anders is als doel gesteld in 2025 25% minder energie te gebruiken dan in 2015 en in 2050 CO2 energie neutraal te zijn. Hierbij gaat het om de gebruikte stroom van de provinciale infrastructuur. Formeel is de CO¬2 uitstoot van de gebruikte stroom al nul, omdat er groene stroom wordt ingekocht. Echter de provincie vindt het belangrijk om aan de energie transitie bij te blijven dragen door minder (groene) stroom in te kopen en bij te dragen aan de verdere ontwikkeling van de hoeveelheid groene stroom in Nederland. Rolkeuze Presterend Uitwerking Om energie neutraal te worden moet de hoeveelheid gebruikte en opgewekt stroom in balans zijn. De infrastructuur gebruikt energie om essentiële functies te voldoen zoals brugbediening, wegverlichting en verkeerslichten. De verwachting is dat door de verdere inzet van LED nog energie valt te besparen. Doordat er niet voor alle functies alternatieven zijn en verdergaande digitalisering van de infrastructuur nodig is, zal er naar verwachting vraag blijven naar energie voor de infrastructuur. Om aan de energievraag te voldoen zal groene stroom geproduceerd moeten worden. Door energie op te wekken op en langs de provinciale infrastructuur wordt meervoudig ruimte gebruik toegepast. De afgelopen jaren heeft de ontwikkeling van opwek technieken en mogelijkheden hiervoor langs de infrastructuur een vlucht genomen. Dit is te zien is bij o.a. de N211 en N470. De provincie wil waar dit kosteneffectief en veilig kan mogelijkheden bieden voor meer energieopwekking. Hierbij is het doel de energie transitie te faciliteren en niet om zelf energieleverancier te worden. De provincie zal projecten uitvoeren om meer ervaring op te doen met beheren en afspraken maken over gebruik en exploitatie van de opgewekte energie. Hierbij wordt per locatie onderzocht hoe opgewekte stroom het effectiefste kan worden gebruikt. Op basis van deze ervaringen zal verder beleid ontwikkeld worden. Optimaliseren verkeersmanagement (verkeersgeleiding, brugbediening, incident management) Wat wil de provincie bereiken? We zorgen voor goed verkeersmanagement vanuit toekomstbestendige centrale locaties, zodat reizigers en vervoerders de provinciale infrastructuur optimaal kunnen benutten en de impact bij verstoringen zo klein mogelijk is. We doen dit door het bedienen van bruggen en sluizen en hebben een IC (incidentcoördinatie) - desk die de hulpverlening rondom incidenten op de weg en vaarweg coördineert. Datamanagement en Smart Mobility (zie beleidskeuze slimmere mobiliteit) spelen hierin een grote rol. Rolkeuze Presterend Vergroten omgevingskwaliteit en beperken hinder Wat wil de provincie bereiken? Met ons strategisch omgevingsmanagement kijken we vooruit en werken we samen met andere beheerders en stakeholders. Een voorbeeld hiervan is de afstemming met Rijkswaterstaat over de renovatie van de Van Brienenoordbrug. Door de werkzaamheden gezamenlijk te programmeren, voorkomen we extra hinder voor de weggebruikers. Hiertoe verenigen we ons met de andere grote beheerders in de provincie in de samenwerkingsorganisatie Bereikbaar Zuid-Holland. Rolkeuze Samenwerkend Uitwerking Onze infrastructuur maakt deel uit van een groter mobiliteitsnetwerk en bevindt zich in een omgeving met woningen, bedrijven, natuur- en recreatiegebieden daarom is samenwerking essentieel. Er zijn dan ook veel stakeholders die we willen betrekken bij onze planvorming en de uitvoering, die soms ook zelf ideeën aandragen voor verbeteringen. Met ons omgevingsmanagement staan we voortdurend in contact met onze stakeholders. Het gaat vooral om samenwerking op de maatschappelijke thema’s bereikbaarheid, veiligheid en duurzaamheid. De samenwerking vindt zowel beleidsmatig plaats, bij de programmering, tijdens realisatie en bij innovaties en veranderingen. Het gebruik van de infrastructuur kan geluidshinder en belasting op het milieu veroorzaken. De provincie streeft ernaar deze hinder te beperken. Dit doen we onder andere door uitvoering van het Actieplan Geluid en de uitwerking van het Schone Lucht Akkoord. We dragen bij aan het natuurherstel door gekoppeld aan onze CO2 doelstelling, ook onze NOx uitstoot te beperken (zie beleidskeuze toekomstbestendige infrastructuur). Vrijkomende materialen beter benutten en minder primaire grondstoffen gebruiken Wat wil de provincie bereiken? De provincie zet in op circulair bouwen door minder primaire grondstoffen te gebruiken en vrijgekomen materialen beter te benutten. De provincie heeft het grondstoffen akkoord ondertekend, maar nog niet eerder doelstellingen geformuleerd in relatie tot de provinciale infrastructuur. Er wordt aangesloten bij de landelijke doelstellingen uit het grondstoffen akkoord met enkele aanvullende tussen doelstellingen: Het aandeel reststromen dat hoogwaardig wordt gerecycled en hergebruikte te verhogen t.o.v. 2020 20% minder gebruik primaire grondstoffen in 2025 t.o.v. 2020 50% minder primaire grondstoffen in 2030 (landelijk) volledig circulaire GWW in 2050 (landelijk) We kijken op basis van de uitgevoerde materialen-footprint waar de meest veelbelovende kansen voor verbetering liggen en de uitdagingen voor de komende jaren. Vanaf de voorfase van projecten zullend de principes van het 10R-model worden toegepast om materiaal verbruik te voorkomen en verminderen. Verder zal circulair materiaal gebruik worden voorgeschreven in aanbestedingen indien mogelijk en aannemers beloond worden die zich hierin onderscheiden. Aanvullend zal in samenwerking met de sector onderzocht worden hoe met reststromen kan worden omgegaan. Om de voortgang en effect van de maatregelen te bepalen zal monitoring opgezet worden. Rolkeuze Samenwerkend Beleidsdoel 2-3 Veilig en duurzaam 2-3 Veilig en duurzaam Mobiliteit heeft effect op de kwaliteit van de leefomgeving. Op allerlei manieren werkt de provincie daarom al aan duurzame en veilige mobiliteit. Hiermee willen we bereiken dat mobiliteit een bijdrage levert aan maatschappelijk relevante opgaven als klimaatadaptatie, energietransitie, circulaire economie en een gezonde en veilige samenleving. De dalende trend in het aantal dodelijke verkeersslachtoffers is tot stilstand gekomen en het aantal ernstig gewonden in het verkeer stijgt. Wij vinden dat elk verkeersslachtoffer er één te veel is. De provincie Zuid-Holland omarmt de landelijke en regionale doelstelling om te streven naar nul verkeersslachtoffers. Specifiek op provinciaal niveau is er aandacht nodig voor verkeersveiligheid op N-wegen en andere wegen buiten de bebouwde kom. Wij willen het aantal verkeersslachtoffers drastisch verlagen. Duurzame mobiliteit kan ook leiden tot schonere mobiliteit (minder uitstoot van stikstof en fijnstof, minder geluidshinder). De opkomst van waterstof biedt kansen om het ov verder te verduurzamen. Regionaal openbaar vervoer met lage of zero emissies draagt bij aan gezondheid en CO2-reductie. Maatregelen van 2-3 Veilig en duurzaam Effectievere verkeershandhaving Wat wil de provincie bereiken? De provincie zet zich in om de samenwerking met politie en het Openbaar Ministerie verder te intensiveren ter bevordering van de verkeersveiligheid in de gehele provincie. Wij creëren inzicht in de wijze waarop verkeershandhaving in Zuid-Holland is georganiseerd. Wij onderzoeken met politie en Openbaar Ministerie de mogelijkheden om de verkeershandhaving te intensiveren en zo de pakkans te vergroten. Wij stimuleren regionale overheden met politie in gesprek te gaan over meer en effectievere verkeershandhaving. Wij onderzoeken op welke manier effectievere verkeershandhaving in de praktijk, in gemeenten, gerealiseerd kan worden. Wij faciliteren waar nodig met gebiedskennis, risicoanalyses en data. Rolkeuze Samenwerkend Ondersteuning bij Regionale Mobiliteitsprogramma’s of -plannen (RMP’
  3. s)Wat wil de provincie bereiken? Zuid-Holland is onderverdeeld in zeven verkeer- en vervoerregio’s die overeenkomen met de indeling voor de Regionale Energie Strategieën te weten; de Metropoolregio Rotterdam Den Haag, Holland Rijnland, Drechtsteden, Midden-Holland, Alblasserwaard, Hoeksche Waard en Goeree-Overflakkee. Gezien de lokale en regionale aard van een deel van de mobiliteitsmaatregelen uit het Klimaatakkoord en vanwege de kansen om reductie van verkeersemissies te verbinden aan andere regionale en gemeentelijke opgaven zoals het verbeteren van de bereikbaarheid en leefbaarheid van gebieden en het stimuleren van de gezondheid van inwoners is het van belang om resultaten voor het klimaat te realiseren op regionaal schaalniveau. Binnen deze maatregel zetten we in op; De regionale doorvertaling en borging van maatregelen uit het Klimaatakkoord en Schone Luchtakkoord, o.a. bij laadinfrastructuur (elektrisch én waterstof), parkeren, ZE-zones, autodelen, stadslogistiek, fietsinfrastructuur en afspraken met (regionale) werkgevers in Regionale Mobiliteitsprogramma’s of -plannen (RMP’s). Doel is om samenhangende in de regio afgestemde pakketten te ontwikkelen. De ontwikkeling van Regionale Mobiliteitsprogramma’s of plannen gebeurt door de verkeers- en vervoersregio’s in Zuid-Holland. De regio’s zijn in afstemming met lopende processen zoals de Regionale Energie Strategieën de trekker van hun RMP. De provincie coördineert, werkt mee, jaagt aan, agendeert en helpt waar nodig om de samenwerking en het proces per regio te organiseren. Rolkeuze Samenwerkend Tank- en laadinfrastructuur voor duurzame energiedragers Wat wil de provincie bereiken? Het transport in Zuid-Holland beweegt nog grotendeels op fossiele energie wat zorgt voor de uitstoot van CO2, stikstofdioxide en fijn stof. Voor het reduceren van verkeersemissies is het essentieel dat er een transitie plaatsvindt naar Zero Emissie vervoer. De overgang naar Zero Emissie voer- en vaartuigen, batterij-elektrisch én waterstof-elektrisch biedt de mogelijkheid om vervoersstromen te verduurzamen en de emissies terug te dringen. Rolkeuze Samenwerkend Uitwerking Om Zero Emissie vervoer te stimuleren is een dekkend en betrouwbaar netwerk van tank- en laadinfrastructuur nodig. Binnen deze maatregel zet de provincie in op; Energie en ruimte; om de totale impact op het elektriciteitsnet en op de ruimtelijke structuur te bepalen werkt de provincie samen met gemeenten en netbeheerders om laadinfrastructuur te koppelen aan elektriciteitsinfrastructuur. Borging binnen de thema’s elektriciteit en gebouwde omgeving, waaronder de Regionale Energie Strategieën, is hierbij van belang. Evenals de koppeling van laadinfrastructuur met locaties van energieopwekking. Waterstof; de provincie zet haar middelen actief in op vormen van mobiliteit waar batterij-elektrische vervoermiddelen niet het vermogen hebben de gevraagde kracht te leveren of de accu's niet genoeg energie kunnen opslaan voor het overbruggen van lange afstanden. Met een focus op openbaar vervoer en binnenvaart is onze aanpak gericht op het wegnemen van belemmeringen en op een integrale aanpak van de waterstofketen. Voor meer informatie zie de provinciale Waterstofvisie. Uitrol van laadinfrastructuur; De provincie ondersteunt gemeenten bij de uitrol van laadinfrastructuur voor alle soorten elektrisch vervoer over weg en water en alle soorten laden. Ten behoeve van een slim, dekkend, toegankelijk en betaalbaar laadnetwerk wordt met de provincie Zeeland, gemeenten, netbeheerders en het Rijk samengewerkt in een Regionale Aanpak Laadinfrastructuur Zuidwest. Er worden activiteiten ondernomen onder andere op het vlak van visie en beleid, het aanvraag en realisatieproces, samenwerking en kennisdeling en logistiek. Gemeenten worden hierbij ondersteund omdat het een grote en complexe opgave betreft die grotendeels op regionaal of gemeentelijk niveau moet worden uitgevoerd en die veel van hun capaciteit vergt. Inzet van provinciale infrastructuur; De provincie faciliteert op gronden en locaties langs provinciale (vaar)wegen laadinfrastructuur waar dit gewenst en nodig is. De provincie bepaalt in overleg met regio’s en gemeenten welke locaties onder welke voorwaarden geschikt zijn voor alternatieve tank- en laadinfrastructuur en stelt die locaties beschikbaar aan de markt op basis van een sluitende businesscase. Iedere twee jaar wordt geëvalueerd of er behoefte is aan nieuwe locaties. De gekozen locaties worden op dat moment in een transparante procedure onder gelijke voorwaarden aan de markt uitgegeven. Dit betekent dat tussentijds geen gronden worden uitgegeven op individueel verzoek van marktpartijen. Dit beleid maakt bewuste locatie-uitgifte mogelijk en zorgt voor transparantie en eerlijke concurrentie in de markt. Transitie naar Zero Emissie goederenvervoer over weg en water (verduurzamen van transport) Wat wil de provincie bereiken? Het goederenvervoer over weg en water stoot CO₂, fijn stof en stikstofdioxide uit. Er is duurzaamheidswinst te behalen door over te stappen op Zero Emissie vervoer. Daartoe is onder andere een gezamenlijke inzet op slimmere logistiek, minder onnodig vervoersbewegingen en tank- en laadinfrastructuur voor duurzame energiedragers nodig. Zero Emissie voer- en vaartuigen vragen om tank- en laadstations op die locaties en met die capaciteiten die passen in het ruimtelijk economisch netwerk en bij de dagelijks manier van werken in de logistiek. Dit vraagt om uitwerking van logistieke optimalisatie met Zero Emissie voer- en vaartuigen zodat er kan worden getankt en geladen op de juiste plek en waar en wanneer dat nodig is met de juiste vermogens. We sluiten aan bij initiatieven uit de markt en kijken naar mogelijkheden om deze te verbinden aan onze doelen op het gebied van goederenvervoer. Waar mogelijk nemen we belemmeringen weg, ten behoeve van kansrijke initiatieven. En we nemen het initiatief voor maatregelen die bijdragen aan efficiënt en duurzaam goederenvervoer en koppelen daar waar mogelijk middelen. Rolkeuze Presterend Uitwerking Gezien het belang van de binnenvaart voor de provincie Zuid-Holland en de rol van binnenvaart in de verduurzaming van het goederenvervoer zet de provincie hier extra op in. Voorbeelden hiervan zijn CLINSH (Clean Inland Shipping), RH2INE (Rhine Hydrogen Integration Network of Excellence) en ZES (Zero Emission Services). Voor zwaar vervoer en voor de lucht- en scheepvaart blijven voorlopig hernieuwbare brandstoffen zoals duurzame biobrandstoffen en synthetische brandstoffen nodig voor het behalen van de reductiedoelen op het vlak van verkeersemissies. Hier zijn de komende jaren eveneens tankmogelijkheden voor nodig in het bestaande netwerk. De provincie onderkent het belang hiervan maar speelt hierin geen actieve rol. Binnen deze maatregel zet de provincie in op; Bevorderen van de samenhang tussen het netwerk van tank- en laadinfrastructuur, het ruimtelijk economisch netwerk (havens, Greenports, bedrijventerreinen, logistieke hotspots, goederencorridors etc.) en de dagelijkse manier van werken in de logistiek. De provincie verbindt partijen, brengt vraag en aanbod bij elkaar en deelt kennis en best practices ten behoeve van logistieke optimalisatie in combinatie met Zero Emissie vervoer. Ook zet de provincie in op realisatie van locaties die meerdere modaliteiten en meerdere (Zero Emissie) duurzame energiedragers dienen. Overgang naar Zero Emissie binnenvaart; dit verloopt minder snel dan in andere sectoren. Reden daarvoor is onder meer de lange afschrijvingsperiode van binnenvaartschepen (30 jaar in plaats van 8 jaar) en de complexiteit van de keten. De provincie stimuleert en faciliteert partners bij het verkrijgen van (Europese) subsidies, financiering en investeringsfondsen. We ondersteunen innovaties en pilots en doen onderzoek naar lange en korte termijn oplossingen. De provincie hanteert hierbij de volgende criteria; een project moet meerdere maatschappelijke opgaven/ provinciale doelen dienen; het project richt zich op een knelpunt in een ketensamenwerking; het betreft openbaar toegankelijke tank- of laadinfrastructuur; opbrengst is breder dan alleen voor aanvragers; potentie voor doorbraak in de verduurzaming van binnenvaart en de maritieme sector Goederenvervoer over de weg; dit kent een kortere aanloopfase naar Zero Emissie transport dan goederenvervoer over water. De eerste Zero Emissie voertuigen zijn reeds beschikbaar en het aanbod zal de komende jaren verder toenemen(zowel batterij elektrisch als waterstof elektrisch). Daarom treden we voor goederenvervoer over de weg op als verbinder; we brengen belangen van publieke en private partijen bij elkaar t.b.v. voldoende beschikbare duurzame brandstoffen en de bijbehorende tank- en laadinfrastructuur en agenderen de positie van transport als afnemer van alternatieve brandstoffen. Dit doen we onder andere via het programma Clean Energy Hubs. Transitie naar Zero Emissie personenvervoer over weg en water Wat wil de provincie bereiken? De aanbesteding van het openbaar regionaal vervoer over weg en water is een verantwoordelijkheid van de provincie. Daar kunnen wij dus het verschil maken in verduurzaming en reductie van verkeersemissies. Door een ingroeimodel voor Zero Emissie vervoer te hanteren borgt de provincie dat deze transitie haalbaar en betaalbaar wordt ingevoerd met betrouwbaar OV. Daarnaast zet de provincie in op bewuste keuzes in mobiliteitsgedrag omdat dit eveneens zorgt voor reductie van verkeersemissies en het een bredere verduurzaming van Personenmobiliteit teweegbrengt zowel zakelijk als privé. We zetten ons instrumentarium zoals concessies en subsidies in om een overgang naar Zero Emissie personenvervoer mogelijk te maken. Voor een bewuste keuze in mobiliteitsgedrag werken we samen met andere partijen onder andere in het gebiedsprogramma MoVe en in Zuid-Holland bereikbaar. Rolkeuze Presterend Uitwerking Binnen deze maatregel zet de provincie in op; Uitvoering van het Bestuursakkoord Zero Emissie regionaal busvervoer; In 2030 rijdt al het regionaal openbaar vervoer, waarvoor de provincie concessiehouder is, volledig emissievrij bij de uitlaat. Vanaf 2025 zijn alle nieuwe bussen zero emissie (emissievrij aan de uitlaat). De nieuwe bussen maken in 2025 gebruik van 100% hernieuwbare energie of brandstof, die met het oog op economische ontwikkeling zoveel mogelijk regionaal wordt opgewekt. Zero Emissie personenvervoer over water; bij de aanbesteding van Waterbussen zet de provincie in op Zero-Emissie vaartuigen. Via de subsidieregeling Mobiliteit draagt de provincie bij aan Zero-Emissie forensen- en scholierenveren. Daarnaast biedt de subsidieregeling Mobiliteit de mogelijkheid voor laadinfrastructuur voor elektrische veren. Bevordering van een bewuste keuze in mobiliteitsgedrag waarbij de provincie werkgevers en reizigers stimuleert om duurzame keuzes te maken. Dit is een belangrijke sleutel tot reductie van verkeersemissies. De provincie zet in op werkgeveraanpakken, onder andere bij werkzaamheden waarbij hinder ontstaat, onderwijsinstellingen en spits mijden, meer wandelen en fietsen, rijgedrag en deelconcepten. De provincie verduurzaamt de eigen vloot door de inzet van schone voertuigen en stimuleert werknemers in duurzame vormen van mobiliteit. Veiliger gedrag stimuleren Wat wil de provincie bereiken? Met Verkeerseducatieprogramma’s proberen we gevaarlijk gedrag als afleiding en overtredingen te veranderen. Doel is dat alle verkeersdeelnemers de verkeersregels kennen en zich eraan houden. Rolkeuze Samenwerkend Uitwerking In opdracht van de provincie en de MRDH pakt het ROV-ZH ongewenst verkeersgedrag aan met educatie en voorlichting. Het ROV-ZH heeft een uitgebreide kennis op het gebied van gedragsbeïnvloeding verkeersveiligheid en toont dit door het uitbrengen van kwalitatieve programma’s zoals ‘SCHOOL op SEEF’ en ‘TotallyTraffic’. Het programmabureau werkt samen met relevante partijen in de provincie om de verkeersveiligheid door gedragsbeïnvloeding te verbeteren. Het ROV-ZH ondersteunt een effectief, integraal en regionaal verkeersveiligheidsbeleid in de provincie. Het heeft drie rollen: 1. makelaar in kennis 2. aanjager van partijen 3. ondersteuner van activiteiten, zoals communicatie over campagnes. Onder het motto ‘Maak een punt van nul’ spreekt het ROV-ZH alle weggebruikers aan om veilig verkeersgedrag tot norm te maken. Uit analyses komen drie groepen naar voren waarop het ROV-ZH zich focust: 1. (brom)fietsers en voetgangers 2. jongeren en jongvolwassenen 3. senioren en mindervaliden. Krachtenbundeling relevante partners Wij verkennen samen met het ROV-ZH op welke wijze bestuurlijke en private ambassadeurs meer invloed en status kunnen krijgen. Ambassadeurs en maatschappelijke partners kunnen hun kennis delen én het gesprek met de Zuid-Hollandse burger, bedrijven en politiek aangaan over veiliger verkeer. Interessante punten uit dit ambtelijke overleg kunnen op de agenda worden gezet van het bestuurlijke overleg van het Provinciaal Verkeers- en Vervoerberaad. Regionale Actieprogramma’s verkeersveiligheid gedragsbeïnvloeding Binnen de zes bestuurlijke regio’s van Zuid-holland vindt uitvoering van landelijk en provinciaal verkeersveiligheidsbeleid vanuit het regionale actieprogramma verkeersveiligheid en gedragsbeïnvloeding plaats. In nauwe samenwerking met de regio’s, het ROV-ZH en andere relevante maatschappelijke partijen wordt periodiek een nieuw actieprogramma opgesteld. Veiliger infrastructuur Wat wil de provincie bereiken? We maken we onze provinciale weginfrastructuur (fietspaden, busbanen en autowegen) stap voor stap veiliger. In de praktijk wordt veilig verkeer breder ingebed als integraal onderdeel van ruimtelijke en mobiliteitsplannen. Bijvoorbeeld in de nieuwe omgevingsplannen voor de ruimtelijke inrichting van Zuid-Holland, de zes regio’s en inliggende gemeenten. Of in een nieuw ‘Programma Zuid-Hollandse Infrastructuur’. Zo krijgt een veiliger verkeer een bredere afweging en kunnen we schaarse middelen effectiever inzetten. Het gaat om het verbinden van grotere opgaven in een regionale aanpak, zoals verduurzaming en verstedelijking. Rolkeuze Presterend Uitwerking De provincie Zuid-Holland heeft twee hoofdrollen om het verkeer veiliger te maken. Allereerst als regisseur van het regionale verkeersveiligheidsbeleid (als aanjager en subsidieverlener van regio’s, gemeenten, waterschappen en ROV-ZH). Ten tweede als wegbeheerder van provinciale weginfrastructuur. Beleidsdoel 3-1 Schone en duurzame elektriciteitsvoorziening 3-1 Schone en duurzame elektriciteitsvoorziening Het zorgvuldig benutten van onze beschikbare fysieke ruimte heeft onze volle aandacht. Wij vinden het van belang dat voor het opwekken van duurzame energie in eerste instantie de gebouwen goed worden benut. Participatie is van groot belang bij de ontwikkeling en uitvoering van onze ambities. In de Regionale Energiestrategieën geven we daar met onze partners invulling aan en wij ondersteunen lokale initiatieven om de energietransitie vorm te geven. Ook lokaal eigendom van opwekinstallaties is van belang om lokaal te kunnen benutten wat daar wordt opgewekt. Ons doel: een stabiel en slim energiesysteem dat betaalbare, schone energie levert voor iedereen. Maatregelen van 3-1 Schone en duurzame elektriciteitsvoorziening Lokaal eigendom Wat wil de provincie bereiken? Wij streven met alle Zuid-Hollandse gemeenten gezamenlijk naar minimaal 50% lokaal eigendom van (grootschalige) zon- en windenergieprojecten. Wij zullen daarvoor in de komende periode: landelijke ontwikkelingen volgen en een actieve rol spelen in kennisdeling met onze gemeenten; gemeenten actief benaderen met het aanbod om te ondersteunen bij het opstellen van een beleidskader voor lokaal eigendom; energiecoöperaties ondersteunen bij het professionaliseren en financieel ondersteunen bij de voorbereidingsfase middels het ontwikkelfonds voor energiecoöperaties; de Nederlandse koepel van energie-coöperaties (Energie Samen) blijven steunen zodat zij namens de burgercollectieven lokaal eigendom kunnen realiseren. ons actief inzetten om iedereen te kunnen laten participeren in lokaal eigendom, door goede voorbeelden van inclusieve modellen voor duurzame opwekprojecten te delen met energiecoöperaties, gemeenten, lokale bedrijven en andere initiatiefnemers. Rolkeuze Presterend Uitwerking Grootschalige niet-gebouw gebonden zon projecten, zijn groter dan 15kWp. Hiermee sluiten we aan op de Participatie Monitor 2021; Hernieuwbare Energie op Land. RES-zoekgebieden zon en wind Wat wil de provincie bereiken? Provinciale Staten hebben de RES’en 1.0 vastgesteld als strategische verkenning en bouwsteen voor het omgevingsbeleid. In een aantal RES-regio’s zijn zoekgebieden voor wind en/of zon opgenomen De aard, omvang en mate van uitwerking van deze zoekgebieden verschilt per RES-regio. De komende periode geven de RES-regio’s uitvoering aan de RES1.0. De zoekgebieden hebben een doelbereik van 6,4-6,8 TWh. Uit de planMER bij deze herziening is gebleken dat, met de beperkingen die volgen uit de planMER, het mogelijk lijkt om de opgetelde doelstellingen voor energieopwekking vanuit de RES’en binnen Zuid-Holland in te kunnen vullen. In dit proces worden de zoekgebieden uit de RES1.0 verder uitgewerkt en afgewogen. De provincie blijft daarbij als partner in de RES betrokken. Met deze maatregel geeft de provincie haar visie en inzet op de uitwerking van de zoekgebieden als het gaat om kaders, proces, scope, product. Waarbij onze inzet is dat een integrale afweging en uitwerking plaatsvindt waarbij rekening wordt gehouden met andere opgaven en ruimtelijke ontwikkelingen. Rolkeuze Samenwerkend Uitwerking Deze maatregel heeft betrekking op de zoekgebieden zoals deze zijn opgenomen in de door Provinciale Staten vastgestelde RES 1.0. In aanvulling op de locaties zoals die zijn opgenomen in de provinciale uitwerking van de zonneladder, is in de zoekgebieden meer ruimte voor als de zoekgebieden verder zijn uitgewerkt en daar regionaal over is afgestemd met de betrokken RES-partners. Bij de totstandkoming van de RES’en is bij de keuze van de zoekgebieden niet in alle gevallen sprake geweest van een integrale afweging met andere opgaven en ruimtelijke claims. De verdere uitwerking van de zoekgebieden kan dan ook leiden tot nieuwe inzichten waarbij (delen van) zoekgebieden niet geschikt blijken voor wind en/of zon en nieuwe zoekgebieden mogelijk in beeld komen. Beleid zon Het beleid voor zonne-energie bestaat naast een beleidskeuze Zonne-energie uit regels in de omgevingsverordening. Daarnaast is het ruimtelijke kwaliteitsinstrumentarium van belang met onder andere een richtpunt voor zon bij de kwaliteitskaart, de beschermingscategorieën ruimtelijke kwaliteit en de handreiking ruimtelijke kwaliteit zonne-energie. Beleid wind Het beleid voor windenergie bestaat naast een beleidskeuze Windenergie uit regels in de omgevingsverordening. Bij een verkenning naar nieuwe locaties voor wind is de provinciale omgevingsvisie leidend. De ruimtelijke uitgangspunten zijn daarbij dat windenergie passend is langs grootschalige infrastructuur (op snelwegen), op grote bedrijventerreinen, of op de grote scheidslijnen tussen land en water. Windturbines plaatsen we ‘daar waar het waait’ (denk aan kustgebieden), ‘daar waar energie gevraagd wordt’ (denk aan industrie) en ‘daar waar ze aan kunnen sluiten bij grote landschappelijke structuren’ (grootschalige overgangen land-water, grote lijnvormige (infra)structuren (havengebied)). Definitie zoeklocaties- en zoekgebieden Zoeklocatie: gaat om een concrete plek voor de realisatie van wind (en/of zon). Voor deze zoeklocaties is een nadere uitwerking, verbeelding en onderzoek naar effecten op bijvoorbeeld natuur, radar, andere opgaven aan de orde. De uitkomsten van deze uitwerking kan leiden tot opname van deze locaties op de kaart in de Omgevingsverordening. Op dit moment speelt dit op 1 plek: Avelingen.Zoekgebieden: zijn plekken/zones/grotere gebieden waar een nadere uitwerking, verfijning en afweging nodig is over de realisatie van duurzame opwek. Het kan gaan om zon en/of wind. Uitwerking De provincie zet bij de uitwerking van de zoekgebieden op het volgende in: Maken van afspraken over proces, scope, product Kaders Ad 1 Proces, scope, product Bij de uitwerking van de RES 1.0 maken de partners in de RES-regio’s afspraken over het te doorlopen proces, de scope en het op te leveren product. Bij het maken van deze afspraken vindt de provincie de volgende aspecten van belang: a. Integraliteit b. Prioritering c. Ontwerpend onderzoek d. Product. e. Participatie Ad a. Integraliteit: In het kader van de uitwerking van de zoekgebieden vindt ook een integrale afweging plaats met andere (ruimtelijke) opgaven, bijvoorbeeld op het gebied van woningbouw, mobiliteit, recreatie, klimaat, biodiversiteit, landbouw. Dit om te voorkomen dat later in het proces, bij de vertaling naar het omgevingsbeleid van de betrokken overheden, aan het licht komt dat de voorstellen niet uitgevoerd kunnen worden. Ad b. Prioritering: start met de uitwerking van die zoekgebieden waar er nog voldoende ruimte op het netwerk is en die als kansrijk uit de planMER komen. Ad c. Ontwerpend onderzoek: Zet het instrument van ontwerpend onderzoek in bij het verder uitwerken van de zoekgebieden Ad d. Product: Bestaat uit : 1. Beschrijving van de andere (ruimtelijke) opgaven en relevante meekoppelkansen per zoekgebied. 2. Visualisaties van de wijze waarop deze meekoppelkansen kunnen worden benut. 3. Globaal kaart beeld van het beoogde ‘eindplaatje’ in het zoekgebied of de ligging van een concrete locatie (als dat het resultaat is van de uitwerking van het zoekgebied) 4. (Suggesties voor) te nemen inrichtings- en beheersmaatregelen op het gebied van landschappelijke inpassing en de bevordering van de biodiversiteit. 5. Afspraken over hoeveelheid ha zonneveld/ aantal windturbines dat gebouwd kan worden in het zoekgebied en de mogelijke locaties daarvan binnen het zoekgebied. (kan bv zijn: alleen achter op de percelen of: direct aansluitend aan de dorpsrand of: tussen elk zonneveld moet minimaal x percelen zitten enz.). 6. Afspraken over hoe procesmatig wordt omgegaan met initiatieven binnen het zoekgebied zodat deze inderdaad op de beoogde plekken landen en op de juiste wijze worden uitgewerkt. 7. Inschatting van de beoogde bijdrage aan de geformuleerde ambitie in de RES. 8. Beschrijving van de eventueel benodigde aanpassing in de netinfrastructuur. 9. Planning van de realisatie en het beheer. 10. Beschrijving hoe wordt omgegaan met de installaties na beëindiging van de vergunning hoe de ontmanteling van de opweklocatie wordt vastgelegd. 11. Beschrijving van de benodigde participatie (proces en financieel) op projectniveau bij de realisatie van concrete initiatieven. Ad e. Participatie Voorafgaand aan het uitwerken van de zoekgebieden en zoeklocaties stemmen wij graag met onze RES-partners en/of de initiatiefnemers van een project een participatieplan af, waarin de 4D’s zijn opgenomen. Ten behoeve van de besluitvorming geven wij een terugkoppeling van het participatieproces en in hoeverre we erin zijn geslaagd de gestelde doelen te bereiken. Hieronder staan de 4D’s nader uitgewerkt. Doelen In het participatieplan wordt vooraf beschreven welke doelen wordt nagestreefd en wat dat betekent voor de organisatie van participatie-momenten. zorg voor onderbouwde doelstellingen, maak daarbij onderscheid tussen procesdoelen, inhoudelijke doelen en resultaatdoelen; maak je doelen expliciet en waar mogelijk zo goed mogelijk kwalitatief of kwantitatief meetbaar om het hiermee goed bij te kunnen sturen tijdens het proces; doelen kunnen dynamisch zijn; benoem momenten waarop je deze evalueert en indien nodig aanpast. Dialoog Het gesprek is met een open houding aangegaan, waarbij ruimte is voor zowel argumenten als emoties. het gesprek wordt gevoerd via een platform dat voor een brede doelgroep beschikbaar is. Het voeren van een constructief gesprek wordt gefaciliteerd door een gespreksleider die kundig, sociaal sterk en onafhankelijk is t.a.v. de uitkomst van het besluitvormingsproces; zorg dat deelnemers voldoende ruimte krijgen om zowel voor en tegen argumenten naar voren te kunnen brengen, en ook met elkaar in gesprek te kunnen gaan; in het gesprek wordt niet alleen gekeken naar standpunten, maar ook de onderliggende argumenten, waarden, emoties. Elke standpunt is op zichzelf waardevol, maar het is ook belangrijk om te begrijpen waarom iemand een bepaald standpunt heeft, wat als katalysator kan dienen om het gesprek verder te brengen. Diversiteit Een zo breed mogelijke groep mensen en belangen wordt vertegenwoordigd in het participatieproces. definieer vooraf welke doelgroepen idealiter meedoen aan het participatieproces. Hanteer hierbij niet alleen demografische kenmerken (leeftijd, geslacht, opleidingsniveau, etc.) als criterium, maar ook andere gegevens zoals woningeigenaar-huurder of het geografische gebied waarbinnen je actief betrokkenen benadert; geef in je participatieplan aan welke inspannings- of resultaatverplichting je verbindt aan het bereiken van de verschillende doelgroepen. Ga aan de hand hiervan gedurende het proces na wat het resultaat is: zijn ook traditioneel ondervertegenwoordigde groepen voldoende aan het woord gekomen? Zijn een verscheidenheid aan belangen naar voren gekomen?; breng in kaart welke inhoudelijke, verschillende perspectieven/belangen naar voren zijn gekomen in de gesprekken en hoe deze zich verhouden tot het algemeen belang. Doorwerking Aan het begin van het participatieproces wordt duidelijk gemaakt aan burgers wat de ruimte is voor invloed. Achteraf wordt gecommuniceerd wat voor invloed de inbreng in het participatieproces al dan niet heeft gehad op het besluit. van te voren worden duidelijke kaders gesteld voor de reikwijdte van invloed van burgers op besluitvorming. Zorg dat er een goede afstemming is met de (gemeente)raad over de mate van invloed van het publiek; bij elke fase van het participatieproces wordt duidelijk gemaakt aan de deelnemers wat de reikwijdte is van invloed en in hoeverre invloed (nog) kan worden verwerkt in het besluit. - Het wordt inzichtelijk gemaakt welke resultaten zijn meegenomen uit de verschillende participatie-activiteiten en in hoeverre deze hebben geleid tot aanpassingen; in de besluitvorming wordt meegewogen in hoeverre de verschillende doelen uit het participatieplan zijn gerealiseerd. Deze uitgangspunten zijn gebaseerd op een onderzoek dat is uitgevoerd door een onderzoeksteam van de Rijksuniversiteit Groningen in opdracht van de provincie. Hierin zijn Zuid-Hollandse gemeenten, RES-regio’s en leden van Provinciale Staten betrokken. In dit onderzoek worden de uitgangspunten uitgebreider beschreven en worden werkmethoden aangereikt om deze ook in praktijk te brengen. Ad 2: Kaders Voor de uitwerking van de zoekgebieden zijn voor de provincie de volgende kaders van belang: Het provinciale omgevingsbeleid is van toepassing bij de uitwerking van de zoekgebieden zon en wind. Dit betekent onder andere dat daar waar de zoekgebieden overlappen met de beschermingscategorieën ruimtelijke kwaliteit de regels voor deze gebieden uit de omgevingsverordening van toepassing zijn. Dit betekent dat in deze (delen van) de zoekgebieden slechts onder voorwaarden ontwikkelingen voor de opwek van duurzame energie mogelijk zijn rekening houdend met, en bijdragend aan de beschermde waarde in die gebieden (natuur, kroonjuwelen cultuurhistorie, beschermde graslanden bollenstreek, belangrijke weidevogelgebieden, recreatiegebieden, groene buffergebieden). Praktisch gezien zijn zonnevelden in natuurnetwerk Nederland, de graslanden in de bollenstreek en in belangrijke weidevogelgebieden dan nagenoeg uitgesloten. Voor wind hanteren we bij de uitwerking van de zoekgebieden aanvullend daarop de provinciale visie op wind: De ruimtelijke uitgangspunten zijn daarbij dat windenergie passend is langs grootschalige infrastructuur (snelwegen), op grote bedrijventerreinen of op de grote scheidslijnen tussen land en water; de randen van de Zuid-Hollandse eilanden. Windturbines plaatsen we ‘daar waar het waait’ (denk aan kustgebieden), ‘daar waar energie gevraagd wordt’ (denk aan industrie) en ‘daar waar ze aan kunnen sluiten bij grote landschappelijke structuren’ (grootschalige overgangen land-water, grote lijnvormige (infra)structuren (havengebied)). De voorkeur wordt gegeven aan enkelvoudige lijnopstellingen en clusters, in samenhang met en evenwijdig aan de betreffende infrastructuur en scheidslijnen. Bestaande opstellingen van moderne, grote turbines kunnen ter plaatse vervangen en opgeschaald worden. Bij de plaatsing van windturbines dienen op projectniveau effecten ten aanzien van onder meer natuur, flora en fauna, bescherming van waardevol cultureel erfgoed, geluid, externe veiligheid, radar, slagschaduw, lichtschittering, vaarwegen en waterstaatswerken, landschappelijke inpassing, beleving, netinfrastructuur, watertoets en archeologie te worden onderzocht. Het voorgaande dient in een MER en/of een ruimtelijke onderbouwing te worden vastgelegd. Voor zon: In aanvulling op de locaties zoals die zijn opgenomen in de provinciale uitwerking van de zonneladder kan het zijn dat in de zoekgebieden die door Provinciale Staten zijn vastgesteld, meer mogelijkheden komen voor zonnevelden. Randvoorwaarde is dan wel dat een integrale nadere verkenning en uitwerking van deze zoekgebieden is uitgevoerd waarbij onder andere opgaven rond de landbouw vanwege bijvoorbeeld bodemdaling, waterkwaliteit, stikstof en biodiversiteit, maar ook mogelijk andere ruimtelijke opgaven die spelen in het gebied, mee worden genomen. Het leveren van een bijdrage aan het bevorderen van de biodiversiteit en het realiseren van een goede landschappelijke inpassing vormen de basis bij elk te realiseren zonneveld. De bovenregionale samenhang en de samenhang tussen de zoekgebieden wordt meegenomen bij de uitwerking van de zoekgebieden. In het kader van de herziening van de module energie is een planMER uitgevoerd. Aandachtspunten per zoekgebied uit deze planMER worden meegenomen bij de uitwerking van de zoekgebieden. Energie infrastructuur: bij de uitwerking wordt gekeken of er voldoende ruimte op het netwerk beschikbaar of tijdig realiseerbaar is. Benodigde ruimte voor aanvullende of nieuwe infrastructuur (leidingen, opslag, transformatiestations etc.) wordt meegenomen bij de uitwerking van de zoekgebieden. Proces Zon In de door Provinciale Staten vastgestelde zoekgebieden voor zon uit de Regionale Energiestrategieën kan het zijn dat aanvullend op de locaties zoals die zijn opgenomen in de provinciale uitwerking van de zonneladder, meer mogelijkheden komen voor zonnevelden als de zoekgebieden verder zijn uitgewerkt en daar (boven)regionaal over is afgestemd met de betrokken RES-partners. Naast deze locaties zijn er buiten de zoekgebieden voor zon onder voorwaarden zonnevelden mogelijk op locaties die vallen binnen de provinciale uitwerking van de zonneladder. Buiten de zoekgebieden is ontheffing op deze provinciale uitwerking van de zonneladder uitsluitend mogelijk als het gaat om een ruimtelijk aanvaardbaar lokaal initiatief dat tot stand is gekomen na een zorgvuldig doorlopen participatieproces Wind Indien de zoekgebieden in het vervolgproces van de RES wordt gecontinueerd of concreet worden uitgewerkt is een mogelijke volgende stap deze te verwerken in de regels en kaarten (kaart 16 wind) in de Omgevingsverordening. Conform de besluitvorming in Provinciale Staten ondersteunt de provincie in deze fase de uitwerking van zoekgebieden voor wind in het Groene Hart niet. Ruimte en landschap in de energietransitie/RES Wat wil de provincie bereiken? Ruimte en Landschap beter verbinden aan de energietransitie. Rolkeuze Samenwerkend Uitwerking Provinciale Staten hebben de RES’en 1.0 vastgesteld als strategische verkenning en bouwsteen voor het omgevingsbeleid. Deze RES’en zijn nader bekeken door de Provinciaal Adviseur Ruimtelijke Kwaliteit (PARK) op de onderdelen ruimte en landschap. Het advies van de PARK “meer dan zon en wind alleen” geeft aan dat ruimte nog geen volwaardig onderdeel van de RES1.0 is. Ook andere partijen geven dit aan in hun documenten, zoals het advies van het College voor Rijksadviseurs (CRa), de monitor van PBL en het PAL-advies ‘startnotitie module energietransitie. In de startnotitie van de omgevingsvisie module energietransitie is aangekondigd dat we met een aantal verkenningen rondom energie en ruimte starten. In de RES-regio’s zijn zoekgebieden voor wind en/of zon opgenomen. Ruimte en landschap vervullen in de verdere beleidsontwikkeling van provincie en gemeenten en de stap naar RES2.0 een grotere rol. Niet alleen binnen de RES, maar ook tussen en boven de schaal van de RES’en. Bij de onderdelen zon (3.1.2) en wind (3.1.1) zijn verkenningen op het gebied van ruimte en energie opgenomen. Daarnaast is het nodig om verder vooruit te kijken. We moeten rekening houden met een andere of grotere opgave, waarbij ook het energiesysteem (3.3.1) een belangrijke rol speelt. Een belangrijke vraag is ook hoe we energie goed aan allerlei andere opgaves verbinden in de provincie. Dit doen we niet alleen, maar met al onze partners. Hiertoe starten we met een programma “energie en landschap in de energietransitie” om kennis te ontwikkelen, te verdiepen, samen aan te werken en te delen. In dit programma komen de volgende onderdelen; Ontwerpend onderzoek naar ruimte en het toekomstig energiesysteem

(2050)Lerende netwerk in de vorm van ontwerpateliers Ruimtelijke verkenningen naar verschillende onderdelen uit het energiesysteem Relatie met kunst en cultuur Samenwerken aan regionale energiestrategieën Wat wil de provincie bereiken? De provincie werkt in zeven energieregio’s samen met gemeenten, waterschappen en stakeholders (RES-partners) aan de ontwikkeling van Regionale Energie Strategieën (RES’en). Het betreft de volgende energieregio’s: Rotterdam-Den Haag Drechtsteden Alblasserwaard Hoeksche Waard Goeree-Overflakkee Holland Rijnland Midden-Holland In de RES’en staan de doelen, strategie en keuzes voor de energietransitie in de betreffende energieregio. Net als andere partners brengt de provincie daarbij haar eigen focus en prioriteiten in. Als provincie verbinden we de RES’en en kijken naar bovenregionale aspecten zoals impact op het landschap, beschikbaarheid van energiebronnen, energie-infrastructuur, vraag en aanbod en energiemarkt. De provincie heeft kennis over de beschikbare energiebronnen en infrastructuur en kan de energieregio’s op dit punt adviseren. Rolkeuze Samenwerkend Uitwerking De provincie bevordert een langjarige samenwerking in Zuid-Holland tussen de partners in energieregio’s, faciliteert de ontwikkeling van een lerend netwerk en legt de verbinding met andere programma’s en kennisnetwerken. De provincie zet zich in voor de totstandkoming van maatschappelijk gedragen energiestrategieën en hecht aan een goede democratische besluitvorming hierover. Na vaststelling worden de energiestrategieën ingebed in het provinciaal omgevingsbeleid. Stimuleren lokale initiatieven Wat wil de provincie bereiken? De provincie stimuleert lokaal eigenaarschap van elektriciteitsvoorzieningen. Met de subsidieregeling ’lokale initiatieven‘ ondersteunt de provincie bewonersinitatieven voor het zelf opwekken van energie. De provincie ondersteunt samenwerkingsverbanden en deelt de lessen hieruit. Met steun van de provincie organiseert het ‘lerend netwerk’ van lokale initiatieven kennisbijeenkomsten rondom concrete thema’s. De provincie zorgt ervoor dat de vragen, lessen en knelpunten uit het netwerk op de agenda komen van de energieregio’s en gemeenten. De provincie wil dat financiële participatie in lokale energievoorzieningen ook ten goede komt aan het betreffende gebied en werkt aan een systeem daarvoor. Daarnaast zet de provincie zich in om ervoor te zorgen dat groepen die minder te besteden hebben ook de vruchten kunnen plukken van de energietransitie. Voor dat doel ondersteunt de provincie een aantal pilots en kennisnetwerken. Ook werkt de provincie samen met deze groepen, woningcorperaties en maatschappelijke organisaties aan projecten op het gebied van besparing en verduurzaming van hun huizen. De provincie steunt de ontwikkelfaciliteit voor lokale energieprojecten. Deze faciliteit betreft een samenwerking van het ministerie van Binnenlandse Zaken, een aantal provincies en burgercoöperaties. Met behulp van de faciliteit worden risico’s over meerdere projecten verdeeld en krijgen lokale initiatieven de mogelijkheid om op professionele schaal energieprojecten te ontwikkelen. Rolkeuze Samenwerkend Windenergie op land Wat wil de provincie bereiken? De provincie draagt bij aan schone en duurzame elektriciteitsvoorziening. Windenergie levert een belangrijke bijdrage aan de doelstellingen voor schone en duurzame elektriciteit. Windenergie op zeeHet realiseren van windenergie op zee is een rijksaangelegenheid. De locatie en het tracé waarlangs de energie naar het elektriciteitsnet op land wordt geleid, worden bepaald met inspraak van de provincie als onderdeel van de regio. In dit overleg tussen Rijk, provincie, kustgemeenten en andere betrokken partijen richt de provincie zich met name op het borgen van belangen vanuit ruimtelijke kwaliteit, waterveiligheid, de transitie van de haven, recreatie- & natuurdoelen en de relatie met windenergie op land. Windenergie op landDe provincie zet zich in om de met gemeenten, regio’s en rijk gemaakte afspraken voor windenergie op land te realiseren. De locaties waar de provincie plaatsing van windturbines toestaat, zijn opgenomen in de Omgevingsverordening. Zuid-Holland is een drukbevolkte provincie met weinig open ruimte. Naast wind- en zonne-energie zetten verstedelijking en oprukkende bedrijvigheid ook druk op het open landschap. Ontwerpend onderzoek We starten, naar aanleiding van inbreng in het participatieproces rond de RES’en, een onderzoek (onder meer de relatie met ruimtelijke kwaliteit) naar grotere windturbines op boerenerven (tot 35 meter as-hoogte); Ontwerpend onderzoek naar toekomstige opstellingen van windenergie (hoge en middelhoge turbines) vanuit landschap en ruimtelijke kwaliteit. Hierna wordt per regio ingegaan op de locaties windenergie. Het aantal vermeldde MW per regio heeft betrekking op de afspraken uit het Klimaatakkoord
(2019)tussen het Rijk en de provincies. Rolkeuze Presterend Uitwerking Regio AlblasserwaardIn de regio Alblasserwaard liggen twee windlocaties. De locatie ‘Bedrijventerrein Gorinchem Noord' ligt in de gemeente Gorinchem. Met de gemeente Gorinchem is een overeenkomst gesloten tot het overdragen van de provinciale bevoegdheid tot het verlenen van een omgevingsvergunning. De locatie dient in combinatie met het bedrijventerrein ontwikkeld te worden. De andere locatie is de locatie ‘windpark Giessenwind'. Deze locatie ligt in de gemeente Giessenlanden. Deze windlocaties maken samen de realisatie van minimaal 15 MW mogelijk. In de maatregel “RES zoekgebieden zon en wind” is een beschrijving opgenomen van de verdere uitwerking van de zoeklocatie voor wind in Avelingen in de gemeente Gorinchem. In dit kader vindt tevens een draagvlakonderzoek plaats. Regio DrechtstedenIn de regio Drechtsteden liggen zeven windlocaties. De windlocaties Dordtse Kil IV, Merwedehaven, Krabbepolder, Duivelseiland/Krabbegors en Dordtse Kil III liggen in de gemeente Dordrecht. Bij de ontwikkeling van de locaties moeten voldoende doorzichten worden gegarandeerd. Met de gemeente Dordrecht is een overeenkomst gesloten tot het overdragen van de provinciale bevoegdheid tot het verlenen van een omgevingsvergunning. Dit is ook het geval voor de gemeente Zwijndrecht. In de gemeente Zwijndrecht ligt de locatie Groote Lindt. In de gemeente Papendrecht ligt de locatie Oosteinde, deze is opgenomen in de provinciale Koepelstartnotitie Inpassingsplannen Locaties Windenergie. Deze windlocaties maken samen de realisatie van minimaal 30 MW mogelijk. Regio Goeree-OverflakkeeOp Goeree-Overflakkee liggen tien windlocaties. Het gaat om de locaties windpark Haringvliet, windpark Hellegatsplein, windpark Piet de Wit, windpark Herkingen, windpark Battenoert, windpark Van Pallandt, windpark Martine Cornelia en de locaties Blaakweg/Suyderlandt, Kroningswind en Anna Wilhelminapolder. Binnen deze locaties mogen windparken in clusters of lijnopstelling worden gerealiseerd. Met de gemeente Goeree-Overflakkee is een overeenkomst gesloten tot het overdragen van de provinciale bevoegdheid tot het verlenen van een omgevingsvergunning. De genoemde windlocaties maken de realisatie van 245 MW mogelijk. Voor de onderbouwing van de locatiekeuze is door de gemeente het planMER Windenergie Goeree Overflakkee opgesteld. Regio Hoeksche WaardIn de gemeente Hoeksche Waard liggen vijf windlocaties: Oude Maas, Oude Mol, Westersepolder, Hogezandse polder en de locatie Spui. Met uitzondering van windpark Spui is voor alle gemeenten een overeenkomst gesloten tot het overdragen van de provinciale bevoegdheid tot het verlenen van een omgevingsvergunning. Gelet op de ligging van windpark Spui ten opzichte van de bestaande woonkernen (de lokale omstandigheden) ziet de provincie geen ruimte voor uitbreiding. De locatie Westerse Polder Cromstrijen is in 2021 opgeschaald en de locatie Mariapolder Strijen wordt nog opgeschaald tot zo'n 15 MW, aangezien de locaties landschappelijk aanvaardbaar worden geacht. Voor de locatie Spui is een provinciaal inpassingsplan opgesteld. De locaties in de Hoeksche Waard maken de realisatie van minimaal 87 MW mogelijk. Regio Holland-RijnlandIn de regio Holland-Rijnland liggen vijf windlocaties. In de gemeente Zoeterwoude- ligt de locatie windpark Barrepolder (Heineken) en de windlocatie Papemeer. In de RES Holland-Rijnland liggen aansluitend op de bestaande windlocaties langs de N11 en A4 zoekgebieden voor windenergie. Deze sluiten aan bij de infrastructuur en zijn ruim in omvang. In deze zoekgebieden wordt onderzocht en verkend of uitbreiding van de bestaande windlocatie(s) mogelijk is. In de gemeente Alphen aan de Rijn ligt de locatie windpark Rijnwoude (Spookverlaat). Verder gaat het om de locatie Akzo-Nobel in de gemeente Teylingen en de locatie Valkenburgse meer in de gemeente Katwijk. Met de gemeente Katwijk is een overeenkomst gesloten tot het overdragen van de provinciale bevoegdheid tot het verlenen van een omgevingsvergunning. De locaties in deze regio maken de realisatie van minimaal 47 MW mogelijk. Regio Midden-HollandIn de regio Midden-Holland liggen twee windlocaties. Het gaat om de locatie Gouwevogel in de gemeente Gouda en de locatie Distripark in de gemeente Waddinxveen. Op de locatie Distripark is uitbreiding mogelijk aansluitend op de bestaande turbines. Indien mogelijk mag hier een cluster worden gerealiseerd. Een eventuele vijfde turbine ten oosten van de bestaande 4 turbines lijkt o.b.v. nader onderzoek door de gemeente niet haalbaar. De windlocaties maken de realisatie van minimaal 16 MW mogelijk. Regio Haaglanden In de regio Haaglanden liggen vier locaties voor windenergie. Het gaat om windpark Lansinghage in de gemeente Zoetermeer, windturbine Leehove in de gemeente Westland, windturbine De Haagse Molen/CEVA in de gemeente Den Haag en windlocatie A20 in de gemeente Westland/Midden-Delfland. Voor de laatstgenoemde locatie hebben Gedeputeerde Staten de Koepelstartnotitie Inpassingsplannen Locaties Windenergie vastgesteld. De windlocaties maken de realisatie van minimaal 21 MW windenergie mogelijk. De regio’s Haaglanden en Rotterdam vormen samen de RES-regio MRDH (Metropoolregio Rotterdam Den Haag). Regio RotterdamIn de regio zijn twee windenergieconvenanten van kracht, te weten het Convenant Realisatie Windenergie Rotterdamse Haven
(2009)en het Convenant Realisatie Windenergie Stadsregio Rotterdam
(2012). De provincie heeft beide convenanten ondertekend. Beide convenanten zijn vertaald in het provinciaal beleid. Het Havenconvenant betreft het haven- en industriegebied van Rotterdam en heeft als doelstelling een realisatie van minimaal 300 MW. Het convenant is vertaald in het provinciaal beleid. Het convenant voor de voormalige Stadsregio Rotterdam is verlengd en heeft als doelstelling 150 MW en daarbij afgesproken om zoveel als mogelijk van de 150 MW voor eind 2025 te realiseren op het grondgebied van de voormalige Stadsregio buiten het haven- en industriegebied. Binnen het convenant windenergie voor de voormalige stadsregio zijn op de locaties Groote Lucht (Vlaardingen), Rivium/Kralingse Veer (Capelle aan den IJssel) en Haringvlietdam/buitenzijde (Hellevoetsluis), Nieuwe Waterweg (Rotterdam) en Noordzeeboulevard/Slufterdam (Westvoorne) windturbines gerealiseerd. Voor de locaties Nieuw Reijerwaard (Ridderkerk) en Oeverbos (Vlaardingen) is de bestemming gewijzigd en de vergunning verleend. Van de nieuwe locaties die in 2017 zijn opgenomen in de omgevingsverordening zijn er enkele locaties die geheel of gedeeltelijk binnen beschermingscategorie 1 en/of 2 voor ruimtelijke kwaliteit liggen. Het gaat om de locaties Beneluxplein, N57 Entree Noord, Haringvlietdam, Oeverbos Vlaardingen/Maassluis, Hartel Oost en Plaatweg (nu: Brielse Maasdijk), Rozenburg Landtong en Noordzeeboulevard. In artikel 6.9 Ruimtelijke Kwaliteit lid 1b en c van de Omgevingsverordening is bepaald dat binnen de beschermingscategorieën beperkingen gelden voor ‘aanpassen’ en ‘transformeren’ tenzij het gaat om een in de Omgevingsverordening uitgezonderde ruimtelijke ontwikkeling. De plaatsing van windturbines binnen de genoemde locaties is een uitgezonderde ruimtelijke ontwikkeling, vanwege het belang en de urgentie van de energietransitie. Voor deze locaties blijft artikel 6.9 Ruimtelijke Kwaliteit lid 1b en c van toepassing. De planMER –resultaten leiden tot aandachtspunten per locatie. De belangrijkste zijn opgenomen in onderstaand overzicht. Voor alle locaties geldt dat de resultaten en bevindingen in het planMER onderzoek betrokken moeten worden in het vervolgtraject. Bij de verdere uitwerking van locaties zijn de wettelijke eisen en de regels uit de Omgevingsverordening (bijvoorbeeld voor ruimtelijke kwaliteit, molenbiotopen, landgoederen biotopen) van toepassing zoals gebruikelijk bij elk bestemmingsplan en omgevingsvergunning waarmee wordt afgeweken van het bestemmingsplan. Locatie windenergie: Distripark Eemhaven Aandachtspunten: Plaatsing in noordzijde gebied leidt tot een beperking van effect op aantal gevoelige objecten (geluid en slagschaduw) en aansluiting van de opstelling bij de snelweg. Vanuit landschappelijk oogpunt samenhang met de locaties Beneluxplein en Poort van Charlois Locatie windenergie: Beneluxplein Aandachtspunten: Aansluiting van de opstelling bij de snelweg. Samenhang met de locaties Distripark Eemhaven en Poort van Charlois Beschermingscategorie 2: recreatie en groene buffer in deel van de locatie Locatie windenergie: Oost Aandachtspunt: Vanuit landschappelijk oogpunt samenhang met locatie Nieuw Reijerwaard. Locatie windenergie: Vaanplein Aandachtspunten: Het ontzien van meest westelijke deel leidt tot beperking effect aantal gevoelige objecten (geluid en slagschaduw); Aansluiting van de opstelling bij de snelweg; Vanuit landschappelijk oogpunt samenhang met locatie Oost, Nieuw Reijerwaard en Poort van Charlois. Locatie windenergie: N57 Entree Noord Aandachtspunten: Ecologie Vanuit landschappelijk oogpunt samenhang met de bestaande turbines aan de noordzijde van het Hartelkanaal. Beschermingscategorie 2: recreatie in deel van de locatie Locatie windenergie: Haringvlietdam/binnenzijde Aandachtspunten: Ecologie Beschermingscategorie 2: recreatie in deel locatie Locatie windenergie: Stormpolder Aandachtspunt: Plaatsing langs de Nieuwe Maas leidt tot beperking effect op aantal gevoelige objecten (geluid en slagschaduw) en aansluiting van de opstelling bij het water. Locatie windenergie: Prisma / Bleizo (Lansingerland) Voor deze locatie onderzoekt de gemeente Lansingerland alternatieve locaties. Aandachtspunten: Het ontzien van meest oostelijke en zuidelijk deel leidt tot beperking effect aantal gevoelige objecten (geluid en slagschaduw); Vanuit landschappelijk oogpunt samenhang met de bestaande turbines op Lansingerhaghe Locatie windenergie: Oeverbos Vlaardingen/Maassluis Aandachtspunten: Ecologie Het ontzien van meest westelijke deel leidt tot beperking effect aantal gevoelige objecten (slagschaduw); Vanuit landschappelijk oogpunt samenhang met locatie Het Scheur. Ontwikkeling afstemmen met ontwikkeling Blankenburgtunnel inclusief het kwaliteitsprogramma Blankenburgtunnel Beschermingscategorie 1: natuur in deel locatie Beschermingscategorie 2: recreatie en groene buffer Locatie windenergie: Hartel Oost en Plaatweg (nu: Brielse Maasdijk) Aandachtspunten: Het ontzien van Zuidoostelijke en meest westelijk deel leidt tot beperking effect aantal gevoelige objecten (geluid en slagschaduw); Beschermingscategorie 2: recreatie Locatie windenergie: Poort van Charlois Aandachtspunten: Plaatsing in zuidzijde gebied leidt tot beperking effect op aantal gevoelige objecten (geluid en slagschaduw) en aansluiting van de opstelling bij de snelweg. Vanuit landschappelijk oogpunt samenhang met de locatie Distripark Eemhaven en Vaanplein. Locatie windenergie: Verlenging Nieuwe Waterweg/Stenaterrein Aandachtspunten: Vanuit landschappelijk oogpunt samenhang met vergunde locatie Nieuwe Waterweg. Het ontzien van meest westelijke deel leidt tot beperking effect aantal gevoelige objecten (geluid en slagschaduw) Locatie windenergie: Rozenburg Landtong Aandachtspunten: Het ontzien van meest oostelijke deel leidt tot beperking effect aantal gevoelige objecten (geluid); Vanuit landschappelijk oogpunt samenhang met de bestaande windturbines op de landtong. Beschermingscategorie 2: recreatie Locatie windenergie: Beneluxtunnel Aandachtspunten: Het ontzien van meest noordelijk deel leidt tot beperking effect aantal gevoelige objecten (geluid en slagschaduw); Vanuit landschappelijk oogpunt aansluiting zoeken met de Nieuwe Maas. Locatie windenergie: Het Scheur Aandachtspunten: Vanuit landschappelijk oogpunt aansluiting zoeken met het water (Het Scheur) en de locatie Oeverbos Vlaardingen/Maassluis Plaatsing in zuidzijde gebied leidt tot beperking effect op aantal gevoelige objecten (geluid, slagschaduw en veiligheid). Locatie windenergie: Noordzeeboulevard Aandachtsgebieden: Ecologie Vanuit landschappelijk oogpunt aansluiting zoeken bij vergunde windturbine op deze locatie. (onderdeel windpark Slufterdam) Beschermingscategorie 1: Natuur in deel locatie EcologieDe locatie Noordzeeboulevard ligt gedeeltelijk in Natura 2000 gebied/het Natuurnetwerk Nederland. Op de locatie Noordzeeboulevard is er kans op effecten voor ecologie aanwezig maar is de mate en omvang onduidelijk. Dit geldt ook voor de locatie Haringvlietdam. Voor deze locaties geldt dat ecologie een belangrijk aandachtspunt is en vervolgonderzoek nodig is om aard en omvang van de effecten te kunnen bepalen. Daarnaast geldt voor de locaties N57 Entree Noord en Oeverbos Vlaardingen/Maassluis dat mogelijke effecten van de windturbines op de ecologie niet zijn uit te sluiten maar naar verwachting wel te mitigeren zijn. Voor alle bovengenoemde locaties geldt dat in de uitwerking naar aantal en plaatsing van de windturbines, nadrukkelijk de effecten op de specifieke natuurwaarden en cumulatieve effecten veroorzaakt door deze locaties in combinatie met andere windenergie locaties onderzocht moeten worden. Voor locaties in het Natuurnetwerk Nederland is mogelijk compensatie aan de orde conform artikel 2.3.2 van de Omgevingsverordening. Significante effecten moeten mogelijk worden gemitigeerd of gecompenseerd. RecreatieDe locaties Beneluxplein, N57 Entree Noord, Haringvlietdam, Oeverbos Vlaardingen/Maassluis, Hartel Oost en Plaatweg (nu: Brielse Maasdijk) en Rozenburg Landtong liggen (gedeeltelijk) in recreatiegebieden of landschappelijk waardevolle gebieden (beschermingscategorie 2). Voor deze locaties geldt dat een zorgvuldige afweging nodig is om te komen tot een turbineopstelling passend bij de aard, de inrichting en het recreatieve gebruik van de locatie. Aspecten die daarbij een rol spelen zijn bijvoorbeeld de gevolgen voor de toegankelijkheid, de gebruiksmogelijkheden en voor de beleving van landschap, stilte en/of rust. In deze gebieden is de Beleidsregel compensatie natuur, recreatie en landschap Zuid-Holland 2013 van toepassing. LandschapDe opgenomen locaties zijn geschikt voor het creëren van een lijnopstelling of cluster aansluitend aan technische infrastructuur, grootschalige bedrijvigheid of grootschalige scheidslijnen land/water. Voor een aantal locaties is dat binnen de locatie zelf mogelijk voor anderen niet. Op die locaties is de lijn te creëren in samenhang met bestaande windturbines of andere nog te realiseren locaties voor windenergie. Bij de ontwikkeling van locaties moet nadrukkelijk naar deze samenhang worden gezocht. Ook moet de mogelijke interferentie met andere of bestaande locaties voor windenergie worden onderzocht. Zonne-energie Wat wil de provincie bereiken? De provincie wil de energietransitie realiseren door het opwekken van zonne-energie te ondersteunen met behoud en bescherming van het landschap en de onbebouwde ruimte in Zuid-Holland. Daarom kijkt de provincie vooral naar de mogelijkheden om zonne-energie op te wekken binnen bestaand stads- en dorpsgebied, bij voorkeur op het dak. Door de inzet van diverse maatregelen waaronder een subsidieregeling, een handreiking en enkele onderzoeken, wil de provincie de realisatie van zonne-energie stimuleren. Rolkeuze Samenwerkend Uitwerking Stimuleren Zonne-energie op dakenZuid-Holland heeft veel daken die kunnen worden benut voor het opwekken van zonne-energie. Met het Aanvalsplan ‘Zon op Dak’ stimuleert de provincie dat op zoveel mogelijk hiervoor geschikte daken zonnepanelen worden geplaatst. Dit doet de provincie door: aanmoedigen zon op dak en dubbel ruimtegebruik, conform provinciale uitwerking van de zonneladder; energiecoöperaties en eigenaren van daken bij elkaar te brengen; het bieden van ondersteuning en advies bij het aanvragen van subsidies; de ontwikkeling van kennis over bijvoorbeeld nieuwe financieringsmogelijkheden. Met de subsidieregeling ‘Zonnig Zuid-Holland’ stimuleert de provincie de toepassing van zonnepanelen op met name grote daken. Deze subsidieregeling draagt bij aan: het onderbrengen van daken bij energiecoöperaties; de kosten die nodig zijn om zonnepanelen op moeilijkere (maar wel geschikte) plaatsen te installeren; zon op waterbassins, indien er eerst een constructie gebouwd moet worden; zon op parkeerterreinen, indien er eerst een constructie gebouwd moet worden. Handreiking ruimtelijke kwaliteit zonne-energie-actualiserenToch zijn er ook initiatieven om zonnevelden buiten bestaand stads- en dorpsgebied (BSD) aan te leggen. Om handvaten te bieden voor het ontwikkelen van zonnevelden met een meerwaarde voor de omgeving heeft de provincie een Handreiking ‘ruimtelijke kwaliteit zonne-energie Zuid-Holland’ ontwikkeld. De handreiking is voor ontwikkelaars en gemeenten en bevat een toelichting op het beleid, een stappenplan, praktische informatie en voorbeelden voor het uitwerken van zonnevelden. Een goed ontworpen en beheerd zonneveld kan bijdragen aan de verbetering van de biodiversiteit ter plaatse. Daartoe zal de provincie ook de handreiking ruimtelijke kwaliteit zonne-energie uitbreiden met voorbeelden en suggesties voor inrichting en beheer gericht op het bevorderen van de biodiversiteit. OnderzoekenOnderzoek ruimtelijke impact zonthermie - De provincie start een onderzoek om inzichtelijk te maken of en welke voorwaarden van toepassing zijn bij de realisatie van een zonthermie-veld. Het onderzoek moet leiden tot aanbevelingen voor de ruimtelijke inpassing van zonthermie. Op basis hiervan kan, indien nodig, het omgevingsbeleid worden aangepast en de handreiking ruimtelijke kwaliteit zonne-energie worden aangevuld. Dit als handvat bij het uitwerken en beoordelen van initiatieven voor zonthermie velden en installaties. Onderzoek zonnepanelen als teelt ondersteunende voorziening of meervoudig ruimtegebruik in de vorm van agri-PV. Het gaat hierbij om een permanente voorziening. De provincie vindt dit een interessante ontwikkeling en start een onderzoek om inzichtelijk te maken of en onder welke voorwaarde zonnepanelen kunnen worden ingezet als teelt ondersteunende voorziening of agri-PV. Daarbij wordt onderzocht: de verschijningsvorm, het mogelijke toepassingsgebied, eventuele randvoorwaarden voor de toepassing en aanbevelingen voor de landschappelijke inpassing. Op basis van de resultaten van het onderzoek kan, indien nodig, een voorstel worden gedaan voor aanpassing van het omgevingsbeleid en de handreiking ruimtelijke kwaliteit zonne-energie. Hangende dit onderzoek worden initiatieven voor zonnepanelen als teelt ondersteunende voorziening beoordeeld op basis van het ruimtelijke kwaliteitsbeleid en landschappelijke inpassing. Nadere uitwerking ruimtelijke uitgangspunten zonne-energieDe ruimtelijke uitganspunten die de provincie hanteert voor realisatie van zonne-energie volgen de provinciale zonneladder en zijn te vinden in de toelichting op de verordening. Beleidsdoel 3-2 Verduurzaming gebouwde omgeving 3-2 Verduurzaming gebouwde omgeving Voor het benutten van beschikbare warmte werken wij aan het uitbreiden van warmtenetten. In de toekomst zijn de regionale warmtetransportnetten de verbinding tussen aanbieders en gebruikers van warmte; prima geschikt om kassen en steden te verwarmen. Nieuwe woningen en gebouwen worden zoveel mogelijk energieneutraal opgeleverd. Maatregelen van 3-2 Verduurzaming gebouwde omgeving Bevorderen duurzame verwarmingsvoorziening Wat wil de provincie bereiken? De provincie draagt bij aan het betrouwbaar, betaalbaar, duurzaam en veilig beschikbaar stellen van warmte voor het stedelijk gebied. Daarvoor is een goede infrastructuur nodig zoals mogelijkheden voor opslag en transport van warmte, onder meer via regionale warmtetransportnetten met onafhankelijk netbeheer. De provincie stimuleert en faciliteert projecten waarbij restwarmte, geothermie en lokale bronnen optimaal benut worden voor de verschillende vormen van warmtevoorziening. De provincie werkt aan de optimalisatie van duurzame warmtebronnen in Zuid-Holland (restwarmte, geothermie, aquathermie en andere bronnen) en zet zich in voor de totstandkoming van een robuust, publiek beheerd warmtetransportsysteem voor Zuid-Holland. Daarnaast ondersteunt de provincie innovaties voor de optimalisatie voor duurzame warmte, zoals de ontwikkeling van slimme warmtenetwerken. Rolkeuze Samenwerkend Beleidsdoel 3-3 Duurzaam energie- en grondstoffensysteem in de industrie 3-3 Duurzaam energie- en grondstoffensysteem in de industrie Een goede energievoorziening heeft een efficiënte, robuuste en slimme energie-infrastructuur nodig. Om de energietransitie aan te jagen zet de provincie ook stevig in op innovatie. We zetten hierbij onder meer in op het vernieuwen van zowel het energie- als het grondstoffensysteem. In de grondstoffentransitie zetten we in op zorgvuldig omgaan met zowel schaarse grond- als brandstoffen. Maatregelen van 3-3 Duurzaam energie- en grondstoffensysteem in de industrie Bijdragen aan een CO2 emissiearme en circulaire industrie Wat wil de provincie bereiken? In het kader van de maatregel ‘bijdragen aan een CO2 emissiearme en circulaire industrie in Zuid-Holland’ zet de provincie de volgende instrumenten in: 1. Bedrijven zijn wettelijk verplicht energiebesparende maatregelen te treffen met een terugverdientijd tot vijf jaar. Provincies zijn voor een deel van de bedrijven bevoegd gezag. De Omgevingsdiensten voeren uit. 2. De provincie beschikt over een aantal additionele (niet wettelijke) instrumenten die ingezet kunnen worden om bedrijven te stimuleren energie te besparen. Zo informeren omgevingsdiensten (op verzoek van de provincie) bedrijven proactief over besparingsmogelijkheden en draagt de provincie via subsidie bij aan verdiepende besparingsstudies bij bedrijven. 3. Via de regeling energie infrastructuur op industrieterreinen helpt de provincie bij het oplossen van knelpunten in kleinschalige, lokale energie infrastructuur, bijvoorbeeld in het gebruik van restwarmte en waterstof. Ook kleinschalige projecten waarbij CO2 uit de industrie wordt geleverd aan de glastuinbouw, vallen binnen deze regeling. 4. De provincie zet actief in op de ontwikkeling en de instandhouding van regionale netwerken die bijdragen aan een CO2 emissiearme en circulaire industrie. Dit gebeurt bijvoorbeeld door de inbreng van expertise en contacten en door te werken aan gezamenlijke producties (zoals verkennende studies en regionale plannen). Netwerken die specifiek gericht zijn op innovaties kunnen een beroep doen op de regeling voor Regionale Netwerken voor Innovatie in Zuid-Holland. 5. Via het (subsidie)programma energie & klimaat kunnen ondernemers subsidie aanvragen voor het testen en demonstreren van nieuwe technologieën en het marktrijp maken van innovaties door gebruik te maken van de regionale field lab structuur. 6. Voor het financieel ondersteunen van verduurzamingsprojecten wordt volop ingezet op het benutten van Europese fondsen. Hiervoor is in regionaal verband een gezamenlijk aanpak ontwikkeld, waarbij op basis van een continue pijplijn aan potentieel kansrijke initiatieven de ‘match’ wordt gezocht met bijpassende fondsen. De komende jaren gaat dat in ieder geval leiden tot een aantal openstellingen vanuit het Kansen voor West 3 programma en het Just Transition Fund. 7. De realisatie van een CO2 emissiearme en circulaire industrie in Zuid-Holland zal mogelijk een extra ruimtevraag met zich mee brengen. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om de aanleg van nieuwe energie infrastructuur (zie beleidskeuze ‘regionale energie infrastructuur’) en het bieden van ruimte voor de ontwikkeling van nieuwe, duurzame clusters van bedrijven. Vanuit de Omgevingswet beschikt de provincie over een aantal formele instrumenten, die ingezet kunnen worden om ruimtelijke processen op regionale schaal te versnellen (bijvoorbeeld de provinciale coördinatieregeling en het inpassings-plan). Inzet van deze instrumenten staat nooit op zichzelf, maar dient deel uit te maken van een bredere regionale aanpak (zie d.). De provincie vindt het belangrijk dat er voldoende ruimte is voor (nieuwe) duurzame bedrijven. 8. De provincie helpt om barrières weg te nemen voor bedrijven om te investeren in verduurzaming. Dit gebeurt bijvoorbeeld via de gebiedsgerichte stikstofaanpak in het Haven Industrieel Complex (HIC) en deelname aan het versnellingshuis energietransitie HIC. Rolkeuze Samenwerkend Programmeren en eventueel prioriteren van regionale energie infrastructuur in provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (pMIEK) Wat wil de provincie bereiken? Regionale energie-infrastructuur met voldoende capaciteit is een belangrijke conditie voor verduurzaming en realisatie van toekomstbestendige ruimtelijke ontwikkelingen. Door de toenemende druk op die infrastructuur signaleren verschillende partijen dat meer regie nodig is op de programmering en mogelijk prioritering van regionale energie-infrastructuur. De provincie start met partners een gezamenlijk integraal programmeringsproces voor de middellange termijn (2030-2040) op in Zuid-Holland het Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (pMIEK). De provincie is vanuit haar brede betrokkenheid bij vraag- en aanbodsectoren van energie hierin procescoördinator met integrale ruimtelijke blik. Waar relevant wordt afgestemd met nationale en gemeentelijke processen en programma’s, zoals onder meer het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE), Landelijk MIEK, Programma Energie Hoofdinfrastructuur (PEH), de Regionale Energiestrategieën (RES’en),Cluster Energiestrategieën (CES’en), Regionale Agenda Laadinfrastructuur (RAL) en Transitievisies Warmte (TVW’s). In de programmering wordt nadrukkelijk afstemming gezocht met sectorale plannen. Rolkeuze Presterend Uitwerking De programmering van energie-infrastructuurprojecten op middellange termijn bevat de volgende onderdelen: Borging betrokkenheid van partners• Een integraal overzicht van de ontwikkeling van energievraag en -aanbod (zoals opwek, woningbouw, mobiliteit, industrie en glastuinbouw) voor het bepalen van knelpunten en kansen in Zuid-Holland Een richtinggevende regionale leidraad voor het maken van integrale afwegingen en werkwijze met integrale criteria Diverse ontwikkelpaden en beoordeling langs integrale criteria Gezamenlijke keuze voor ontwikkelpad Borging van gemaakte afspraken. Bij de te maken afspraken over de uitvoering kan eventueel ruimtelijk instrumentarium worden ingezet, zoals ruimtelijke reserveringen in de provinciale omgevingsverordening. De provincie kan er in voorkomende gevallen voor kiezen om ook financieel bij te dragen aan (regionale) energie-infrastructuurprojecten, zoals ook wordt gedaan bij het Botlek Stoomnetwerk (zie ook Programma ‘Bijdragen aan een CO2-emissiearme en circulaire industrie maatregel C: regeling energie-infrastructuur op industrieterreinen) Stimuleren van flexibiliteit en efficiëntie van het energiesysteem Wat wil de provincie bereiken? Flexibel en efficiënt gebruik van beschikbare energie-infrastructuur beperkt de behoefte aan (nieuwe) netwerkcapaciteit. Opslag van elektriciteit, warmte, of waterstof kan als buffer dienen van de capaciteit in het energiesysteem. Conversie tussen energiedragers (elektriciteit, warmte, waterstof) heeft in Zuid-Holland veel potentie door de grote aanwezigheid van industrie. Om optimaal gebruik te maken van de energie-infrastructuur is samenwerking essentieel. (Proces)innovaties, vraag- en aanbodsturing, conversie en opslag kunnen lokaal en regionaal bijdragen aan een efficiëntere benutting energie-infrastructuur, en bijdragen aan realisatie van bestaande doelen voor bijvoorbeeld zon op daken bij grotere bedrijven in de RES’en. Rolkeuze Presterend Uitwerking De provincie Zuid-Holland zet in op de ontwikkeling en toepassing van vraag- en aanbodsturing, conversie- en opslagmethoden en procesinnovaties door de volgende activiteiten: De provincie Zuid-Holland verkent hoe bestaand instrumentarium verbreed kan worden ingezet ter beperking of voorkoming van schaarste in capaciteit op de energie-infrastructuur. De provincie stimuleert (proces)innovaties en samenwerking met betrekking tot vraag- en aanbodsturing en conversie- en opslagmethoden om systeemflexibiliteit te vergroten en/of infrastructuurimpact te beperken. Dit doet de provincie door handelingsopties in kaart te brengen die impact op de energie-infrastructuur kunnen beperken bij initiatieven voor verduurzaming De provincie stimuleert de toepassing van de handelingsopties die de flexibiliteit en efficiëntie van het energiesysteem vergroten door te verbinden met ruimtelijke ontwikkelingen, gebieden of bedrijventerreinen waarbij netcongestie een rol speelt of waar dit ingezet kan worden als mogelijk alternatief voor netuitbreidingen. Beleidsdoel 4-1 Innovatie: richting duurzaam en digitaal 4-1 Innovatie: richting duurzaam en digitaal Alle negen economische top sectoren zijn in Zuid-Holland aanwezig. In Rotterdam bevindt zich het grootste Haven Industrieel Complex van Europa. Zuid-Holland is met het zeer prominente glastuinbouwcluster een wereldspeler in de voedselketen. Als spelers van essentieel belang voor de economie van Nederland en van de regio moeten zij zich vernieuwen en aanpassen als gevolg van energietransitie en digitalisering. Het vermogen om snel op deze ontwikkelingen in te spelen is bepalend voor onze concurrentiekracht. Innovatie, in het algemeen maar met name op deze gebieden, is essentieel. Zeker ook voor het mkb. Wij stimuleren deze innovatie via subsidieregelingen, actieve rollen in regionale samenwerkingsverbanden en bijvoorbeeld het Startup in Residence programma. Efficiënt goederenvervoer en een optimaal functionerend logistiek systeem, zoals opgenomen in onze ambitie ’Bereikbaar Zuid-Holland’, is daarbij essentieel voor zowel de tuinbouw in de greenports als het Haven Industrieel Complex. Maatregelen van 4-1 Innovatie: richting duurzaam en digitaal Bevorderen Innovatie Greenports Wat wil de provincie bereiken? De Greenports moeten, om in de toekomst als economisch cluster hun concurrentiekracht te behouden en versterken, nieuwe

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.