/akn/nl/act/provincie/2024/CVDR704322 /join/id/stop/work_006 /akn/nl/act/pv26/2023/omgevingsvisie /join/id/stop/work_019 2023-11-24 2023-11-24 /akn/nl/act/provincie/2024/CVDR704322/nld@2024-01-01 /join/id/proces/pv26/2023/1_1060_nieuweregeling 2024-01-01 2024-01-01 /akn/nl/act/pv26/2023/omgevingsvisie/nld@1060 /akn/nl/act/pv26/2023/omgevingsvisie /akn/nl/act/pv26/2023/omgevingsvisie/nld@1060 /join/id/stop/work_019 v1 Omgevingsvisie provincie Utrecht Voorwoord Soesterduinen (bron Utrecht Marketing, foto Kostas Brejaart) Omgevingsvisie. Het klinkt abstract, maar eigenlijk gaat het over een heel eenvoudige en concrete vraag: hoe willen wij dat onze provincie er in 2050 uitziet? Naar verwachting wonen er over dertig jaar een kwart meer mensen in de provincie Utrecht dan nu. De provincie Utrecht is aantrekkelijk: we hebben prettige dorpen en steden met goede voorzieningen en een mooi en divers buitengebied. Denk bijvoorbeeld aan het Groene Hart, de Utrechtse Heuvelrug en de Grebbelinie. Steeds meer mensen willen hier wonen, werken en recreëren. Alleen: de ruimte die we hebben groeit niet mee. En als het autogebruik evenredig met de bevolking toeneemt, komt de leefbaarheid van dorpen en steden verder onder druk te staan. De provincie Utrecht staat voor een grote uitdaging: hoe zorgen we ervoor dat we op zo’n manier groeien, dat iedereen hier prettig en gezond kan leven? Het gaat om veel meer dan voldoende huizen bouwen alleen. Inwoners gaan naar hun werk, verbruiken energie en hebben behoefte aan groen en recreatie. Om onze provincie mooi en leefbaar te houden en tegelijkertijd ruimte te bieden aan de ontwikkelingen die op ons afkomen, zetten we in op combineren en concentreren. Woningbouw willen we in de eerste plaats binnen steden en dorpen en rondom knooppunten. De ruimte die we beschikbaar hebben willen we zoveel mogelijk op meerdere manieren gebruiken. Bijvoorbeeld door aan de rand van een recreatiegebied duurzame energie op te wekken. Of door beplanting te verwerken in hoogbouw en de daken te benutten voor zonnepanelen. Het vergroten van de duurzaamheid is een belangrijke ambitie van de provincie. Daarnaast vinden we het belangrijk om in te spelen op wat specifieke gebieden nodig hebben. Binnen het landelijk gebied hebben we aandacht voor bijvoorbeeld het behouden van de vitaliteit van de kleine kernen, het tegengaan van bodemdaling en de verduurzaming van de landbouw. Voor u ligt de Omgevingsvisie van de provincie Utrecht waarin bovenstaande richting uitgebreider staat beschreven. We schreven hem niet alleen. Veel verschillende partijen, gemeenten en waterbeheerders gaven hun input en daar hebben wij dankbaar gebruik van gemaakt om te komen tot een evenwichtig geheel. Door samen te werken met anderen in programma’s, kunnen we de visie omzetten in concrete plannen. Dat vraagt van ons als provincie om een andere manier van (samen)werken, gebaseerd op wederzijds vertrouwen en met oog voor ieders rol en verantwoordelijkheid. Maar soms zijn er ook heldere kaders en regels nodig. Die beschrijven we in onze Omgevingsverordening die we in samenhang met de Omgevingsvisie hebben ontwikkeld. Zo gaan we er met z’n allen voor zorgen dat het in onze provincie ook in de toekomst goed en prettig wonen, werken en leven is. Namens het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht, Huib van Essen Gedeputeerde Omgevingsvisie, Ruimtelijke Ordening, Energietransitie en Klimaat Hoofdstuk
- Inleiding De provincie Utrecht in 2020: beslaat zo’n 1550 vierkante kilometer, grenst aan vier andere provincies, heeft 26 gemeenten, vier waterschappen en circa 1,35 miljoen inwoners. De toekomst laat zich niet exact voorspellen. Eén ding is echter zeker: Utrecht ziet er in 2050 anders uit dan nu. De komende 30 jaar pakken we omvangrijke, complexe en urgente opgaven aan. Er is veel ruimte nodig voor duurzame ontwikkeling van diverse functies, zoals wonen, werken, mobiliteit, energie, recreatie, natuur en landbouw. Tegelijkertijd is het onze ambitie om de bestaande Utrechtse kwaliteiten verder te versterken. Het is belangrijk om nu al na te denken over de juiste balans tussen opgaven en Utrechtse kwaliteiten en keuzes te maken die daarvoor nodig zijn. Wij hebben hiervoor deze Omgevingsvisie vastgesteld. Utrecht/Nieuwegein A12 (bron provincie Utrecht, foto Martijn van Veelen) Over de omgevingsvisie In deze Omgevingsvisie leggen we onze integrale lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving van de provincie Utrecht vast. Dat is inclusief sociale aspecten die fysiek neerslaan, zoals toegankelijkheid en inclusiviteit. De Omgevingsvisie is een instrument uit de Omgevingswet die volgens planning per 1 januari 2022 in werking treedt. De Omgevingsvisie is een samenvoeging van onder andere de ruimtelijke structuurvisie, mobiliteitsvisie, natuurvisie en het bodem-, water- en milieuplan. Zolang de Omgevingswet niet in werking is getreden, heeft de Omgevingsvisie werking onder de bij deze plannen en visies behorende wetten. De Omgevingsvisie vormt een samenhangend pakket met de instrumenten Programma’s en Omgevingsverordening. In onze Omgevingsvisie bezien wij groen, water, energie, bebouwing, infrastructuur, cultuurhistorie en landelijk gebied in onderlinge samenhang (zie kaart :
- Provincie Utrecht 2020 ). Hiermee bieden wij ruimte voor duurzaam gebruik en ontwikkeling, voor sociale samenhang en zorgen wij voor behoud of verbetering van kwaliteit in de Utrechtse leefomgeving. De Omgevingsvisie gaat uit van een adaptieve aanpak; het is een groeidocument. Zo kunnen we flexibel inspelen op nieuwe ontwikkelingen en inzichten. Samenhang Visie, verordening en programma (bron provincie Utrecht) Vertrouwen en verantwoordelijkheid De Omgevingsvisie is op grond van de Omgevingswet zelfbindend voor de provincie Utrecht. Zelfbindend betekent dat de Omgevingsvisie alleen voor de provincie Utrecht verplichtingen schept. De Omgevingsvisie werkt dus niet rechtstreeks door in de omgevingsvisies van gemeenten en waterschappen. Andere overheden, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties, bedrijven en inwoners zijn wél gebonden aan de regels en normen die in onze Omgevingsverordening worden gesteld. Goed bestuur houdt in dat wij bij het opstellen van onze Omgevingsvisie rekening houden met het beleid van andere overheden (Rijk, buurprovincies, gemeenten en waterschappen) en dat andere overheden de Omgevingsvisie provincie Utrecht meenemen in visievorming en beleid. Deze Omgevingsvisie beoogt dat we vertrouwen geven en denken in kansen. En dat wij kaders meegeven en verantwoordelijkheid nemen voor onze provinciale belangen. Samenwerking Om de opgaven die op de provincie Utrecht afkomen te kunnen realiseren, is integrale samenwerking met andere overheden en met de samenleving essentieel. Wij nemen deel aan diverse trajecten waarin bestuurlijke afspraken tot stand komen: binnen de provincie Utrecht, maar ook boven-provinciaal en nationaal. Bijvoorbeeld de Omgevingsagenda landsdeel Noordwest, het programma U Ned, de Ruimtelijk Economische Ontwikkelstrategie (Randstad en Brainport Eindhoven), het Ruimtelijk Economisch Programma U16, de Woondeal regio Utrecht, de Regio Deals Bodemdaling Groene Hart, Foodvalley en Vitale wijken Overvecht, Batau en Vollenhove. En ook het project Sterke Lekdijk, de Regionale Energie Strategieën U16, Amersfoort en Foodvalley, de Erfgoed Deal Hoornwerk Grebbedijk, het UNESCO Werelderfgoed Hollandse Waterlinies en Neder-Germaanse Limes en het Interbestuurlijk Programma Vitaal Platteland Hollands-Utrechts veenweidegebied. Deze trajecten gaan soms over delen van de provincie en soms over de provincie als onderdeel van een groter verband. Ook neemt de provincie Utrecht deel aan verschillende boven-provinciale samenwerkingsverbanden, zoals het Bestuurlijk Platform Groene Hart, het Programma Nieuwe Hollandse Waterlinie, de Samenwerkingsagenda Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug en de regio Foodvalley. We willen voorkomen dat deze sporen naast elkaar staan. Daarom zoeken wij met de gebieds- en opgavegerichte invulling van de Omgevingsvisie naar verbindingen. Wij staan immers gezamenlijk voor dezelfde regionale, provinciale, boven-provinciale en nationale opgaven en moeten gezamenlijk antwoorden vinden, ieder vanuit de eigen positie. Voorts willen wij de kracht van de energieke samenleving benutten. Initiatieven van inwoners, maatschappelijke organisaties en bedrijven die bijdragen aan realisatie van de maatschappelijke opgaven en versterking van de Utrechtse kwaliteiten bieden wij de ruimte en ondersteunen we. Balans maatschappelijke opgaven en Utrechtse kwaliteiten (bron: koersdocument provincie Utrecht, november 2018) Totstandkoming omgevingsvisie en -verordening In mei 2017 is de Startnotitie Omgevingsvisie en -verordening verschenen. Hierin staan de richtinggevende keuzes over het totstandkomingsproces en de inhoud van de Omgevingsvisie en -verordening. Eveneens hebben wij de toekomstige trends en ontwikkelingen verkend als basis voor een visie op de toekomst. Als volgende stap hebben we in de eerste helft van 2018 samen met medeoverheden, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties, bedrijven en inwoners nagedacht over de provincie Utrecht van de toekomst. Met als resultaat de ‘Horizon Utrecht 2050’. Deze visie op de lange termijn maakt duidelijk wat de kansen, opgaven en uitdagingen voor onze fysieke leefomgeving zijn en vormt de basis voor de visie in deze Omgevingsvisie. De basis voor de Omgevingsvisie en -verordening hebben wij neergelegd in het Koersdocument ‘Koersen met kwaliteit’. Hierin geven wij richting aan de maatschappelijke thema’s die nu en in de toekomst aan de orde zijn. De kern: nieuwe ontwikkelingen concentreren en combineren om zo de Utrechtse kwaliteiten te beschermen en te ontwikkelen. Provinciale Staten hebben het Koersdocument op 10 december 2018 vastgesteld. In 2019 hebben we de thematische koersen uit het Koersdocument uitgewerkt en gebiedsgericht gemaakt voor de concept Ontwerp Omgevingsvisie. Hiervoor hebben wij onder andere verschillende ateliers met experts, werkbijeenkomsten en regiodialogen georganiseerd. Ook hebben diverse interactieve werksessies met leden van Provinciale Staten plaatsgevonden. Eind 2019 hebben wij de concept Ontwerp Omgevingsvisie vastgesteld voor consultatie van de deelnemers aan deze bijeenkomsten. Ook voor de Omgevingsverordening is een concept Ontwerp gemaakt die we eveneens ter consultatie hebben voorgelegd. In de periode januari – februari 2020 hebben over beide documenten diverse overleggen met maatschappelijke organisaties, waterbeheerders, gemeenten, buurprovincies en Rijk plaatsgevonden. De reacties hebben we meegenomen bij het opstellen van de Ontwerp Omgevingsvisie en -verordening. Op 17 maart 2020 hebben Gedeputeerde Staten de ontwerpen van beide documenten vastgesteld. Omdat de Omgevingswet naar verwachting 1 jaar later dan gepland wordt ingevoerd (namelijk op 1 januari 2022), was het nodig om in plaats van de Omgevingsverordening een Interim Omgevingsverordening, kortweg Interimverordening, te maken. De Omgevingsverordening kan namelijk niet onder de huidige wetgeving in werking treden; dat kan alleen onder de nieuwe Omgevingswet. De Ontwerp Omgevingsvisie en de Ontwerp Interimverordening hebben in de periode van 22 september tot en met 2 november 2020 ter inzage gelegen. In die periode kon iedereen die dat wilde reageren door een zienswijze in te dienen. Er is gedurende deze periode ook een hoorzitting georganiseerd. Op basis van de 173 ingekomen zienswijzen is een Nota van Beantwoording opgesteld. Hierin zijn op basis van de zienswijzen diverse wijzigingsvoorstellen voor de Ontwerp Omgevingsvisie en Interimverordening opgenomen. De Omgevingsvisie en Interim Omgevingsverordening zijn op 1 april 2021 in werking getreden. Tijdlijn Omgevingsbeleid provincie Utrecht Achtergrond omgevingswet Lees hier: Box Achtergrond omgevingswet Milieueffectrapport Ter ondersteuning van de visievorming en de besluitvorming over de Omgevingsvisie en -verordening hebben wij een milieueffectrapport (planMER) laten opstellen. Deze hebben Gedeputeerde Staten op 17 maart 2020 in definitieve vorm vastgesteld. Het planMER geeft inzicht in de effecten van het nieuwe beleid uit de Omgevingsvisie op de Utrechtse leefomgeving. Hierbij is niet alleen gekeken naar de gevolgen voor het milieu, maar ook naar de gevolgen voor bijvoorbeeld wonen en sociale inclusiviteit. Deze brede integrale beoordeling past bij de Omgevingswet. Ook geeft het planMER inzicht in de synergie of mogelijke tegenstrijdigheden tussen de verschillende ambities uit de Omgevingsvisie. Tussentijdse resultaten van het planMER zijn gebruikt om de ontwerpen te verbeteren. Het planMER geeft aanbevelingen om ook bij realisatie en uitvoering van beleid en regels optimaal de synergie te benutten en negatieve effecten te voorkomen Het planMER is tegelijk met de beide Ontwerpen ter inzage gelegd. Ook heeft de Commissie voor de milieueffectrapportage een toetsingsadvies gegeven op het planMER. De Commissie is van oordeel dat het planMER de essentiële informatie bevat om een besluit te nemen over de Omgevingsvisie, waarin het milieubelang volwaardig wordt meegewogen. Op de binnengekomen zienswijzen en het advies van de Commissie is een reactie gemaakt. Dit heeft niet geleid tot een aanvulling op het planMER of wijziging in de teksten van de Omgevingsvisie en Interimverordening. Participatie totstandkoming omgevingsvisie Bij de totstandkoming van de Omgevingsvisie heeft participatie een belangrijke rol ingenomen. Door vroegtijdig met elkaar in gesprek te gaan komen verschillende perspectieven, kennis en creativiteit snel op tafel. Daarmee vergroten we de kwaliteit en de herkenbaarheid van oplossingen. In opmaat naar het Koersdocument hebben wij met een breed publiek gesproken over hoe de Utrechtse leefomgeving er in 2050 uit kan zien. Op vier verschillende locaties wisselden gedeputeerden en provinciale ambtenaren met belanghebbenden van gedachten over dilemma's rond opgaven. Tijdens een Trends, Plans & Food brainstorm gaven jongeren antwoord op de vraag hoe om te gaan met de schaarse ruimte. Via een digitale enquête konden inwoners aangeven wat Utrecht ook in 2050 een mooie provincie maakt om te wonen, te werken en te leven. Via ontwerpend onderzoek is met een vast Tourteam van experts gebouwd aan een verhaal- en beeldlijn
- De provincie Utrecht heeft deze diverse oogst in de Horizon Utrecht 2050 samengebracht. Op weg naar het concept Ontwerp van Omgevingsvisie en -verordening zijn binnen de regio's U16, Amersfoort en Foodvalley in drie rondes dialogen met medeoverheden, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en bedrijfsleven gevoerd. Aanvullend op de regiodialogen is een bijeenkomst voor jongeren georganiseerd waarin zij konden meepraten over hún ideale provincie Utrecht van de toekomst. Ook zijn er bijeenkomsten geweest voor inwoners en belanghebbenden én voor volksvertegenwoordigers. Daarnaast zijn video's ontwikkeld waarin we ondernemers vragen hoe zij anticiperen op vraagstukken van de toekomst en wat zij daarin nodig hebben van ons of anderen. En we zijn met alle gemeenten en waterschappen ambtelijk en bestuurlijk in gesprek gegaan over de thema's waar wij de grootste veranderingen doorvoeren, zoals wonen, werken en energie en waar we elkaar het meest tegenkomen, het landelijk gebied. Leeswijzer In Hoofdstuk
- Visie gaan we in op de visie op 2050, de kwaliteiten van de topregio Utrecht en de maatschappelijke opgaven. Hoofdstuk
- Basis bevat onze sturingsfilosofie, onze provinciale belangen en onze uitgangspunten voor het beleid. In Hoofdstuk
- Beleid voor een gezonde en veilige leefomgeving staan onze ambities en beleidskeuzes voor zeven beleidsthema’s: stad en land gezond; klimaatbestendig en waterrobuust; duurzame energie; vitale steden en dorpen; duurzaam, gezond en veilig bereikbaar; levend landschap, erfgoed en cultuur; toekomstbestendige natuur en landbouw. In Hoofdstuk
- Gebieden brengen wij de ambities en keuzes gebiedsgericht samen en geven we aan wat dit betekent voor keuzes in de regio’s U16, Amersfoort en Foodvalley. Hoofdstuk
- Uitvoering geven we aan hoe we uitvoering willen geven aan deze Omgevingsvisie via programma’s, samenwerken, regionaal programmeren, participatie, gebiedsaanpak en de Omgevingsverordening. In de visie is ter inspiratie een aantal illustratieve tekstboxen opgenomen. bevat een verklarende woordenlijst. De Omgevingsvisie bevat meerdere kaarten. In Hoofdstuk
- (Visie) zijn kaarten opgenomen voor de Utrechtse kwaliteiten, de positionering van Utrecht in Midden-Nederland en de hoofdlijnen van de provinciale visie op de ontwikkeling tot
- Hoofdstuk
- (Gebieden) is een aantal uitsneden van deze visiekaart opgenomen. De aanduidingen op deze kaarten zijn indicatief. Dit betekent dat de aanduidingen bij benadering op de kaart zijn opgenomen. Bij de uitvoering van de Omgevingsvisie zal waar nodig een meer precieze ligging worden bepaald. Enkele aanduidingen zijn overgenomen uit de themakaarten van Hoofdstuk 4.. Het betreft bijvoorbeeld het stedelijk gebied en het Natuurnetwerk Nederland. De kaarten in Hoofdstuk
- (Beleid) bieden een meer gedetailleerde uitwerking van het beleid voor een gezonde en veilige leefomgeving op basis van de zeven beleidsthema’s. Deze aanduidingen zijn waar mogelijk precies op de kaart weergegeven conform de geografische ligging ervan. De thematische kaartbeelden zijn aangevuld met collages die een impressie geven van de beoogde ontwikkelingen. De collages zijn tevens samengevoegd tot Panorama Utrecht
- De geaceerde woorden in de tekst in de betreffende hoofdstukken verwijzen naar de (legenda van de) bijbehorende kaartbeelden. De Omgevingsvisie is digitaal te raadplegen via https://ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht.nl/. Hier is de tekst te lezen en te doorzoeken en zijn de themakaarten en visiekaart gekoppeld aan de tekst. De digitale vindplaats van deze kaartlagen is ook opgenomen in bijlage 2.bij deze Omgevingsvisie, zodat de bestanden te downloaden zijn. Bij een geconstateerd verschil tussen de pdf-versie en het digitale plan, is het digitale plan leidend. Zodra de Omgevingswet wordt ingevoerd, is de Omgevingsvisie te raadplegen via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). De gearceerde woorden in de tekst worden in het DSO opgenomen als hyperlinks. Verhaalijn en opbouw Omgevingsvisie provincie Utrecht Hoofdstuk
- Visie Wij willen dat de provincie Utrecht het groene, gezonde en slimme middelpunt van Nederland blijft, ook in
- Daarbij staan we voor een flinke uitdaging: het aantal inwoners, woningen, banen en verplaatsingen groeit fors. Het grondgebied is te klein om al deze ruimtevragers los van elkaar een plek te bieden. Onze grootste opgave is daarmee de vraag hoe wij de verschillende functies ruimtelijk met elkaar kunnen combineren. Ook zal het nodig zijn om prioriteiten te stellen en keuzes te maken. Niet alles kan altijd en overal. In dit hoofdstuk positioneren wij eerst onze provincie binnen Nederland en Europa. Vervolgens schetsen we de hoofdlijnen van onze visie op Utrecht in
- Dit doen wij aan de hand van keuzes op zeven beleidsthema’s. Hierbij brengen wij ook de relevante Utrechtse kwaliteiten en opgaven in beeld. Amersfoort Eemhaven (bron: Utrecht Marketing, foto Kostas Breejaart) Paragraaf 2.1 Kwaliteiten, opgaven en positionering Utrecht Wanneer we naar de provincie Utrecht vanuit de lucht kijken, dan valt de grote variatie aan ruimtelijke functies op (zie kaart
- Utrechtse kwaliteiten). Al deze functies hebben door de eeuwen heen gezorgd voor een divers en veelkleurig landschap van hoge kwaliteit. Rivieren, kanalen, regionale watersystemen, energievoorzieningen, steden, dorpen, sporen, wegen, recreatieterreinen, natuurgebieden en landbouwgronden wisselen elkaar af. Niet zichtbaar, maar net zo goed van belang is de (diepe) ondergrond. Deze bevat een groot aantal ruimtelijke functies, denk aan: grondwaterwinning voor drinkwater, warmte-koudeopslag en aardwarmte, funderingen, tunnels, kabels, leidingen en archeologisch erfgoed. Het ruimtegebruik is telkens aangepast aan de wensen van die tijd. Met respect voor de bestaande Utrechtse kwaliteiten moeten we ook de komende tijd weer een antwoord vinden op omvangrijke, complexe en urgente opgaven. Daarbij gaat het om afname van bodem-, water- en milieukwaliteit; klimaatverandering; transitie naar een nieuw energiesysteem; forse behoefte aan wonen en werken; toename van mobiliteit; druk op landschap, erfgoed, natuur en biodiversiteit en grote verandering van landbouw. Zeker in het Groene Hart en aan de Zuidoostzijde van de stad Utrecht speelt een grote stapeling van opgaven die vraagt om een gezamenlijke en integrale aanpak. Visie 2050 = kwaliteiten, opgaven en positie (bron: provincie Utrecht) Utrecht vervult als centraal gelegen provincie een belangrijke functie binnen ons land. Het is een topregio in midden Nederland (zie kaart 3: Positionering provincie Utrecht). De mix van historische steden en dorpen en gevarieerd landschap, erfgoed en natuur op korte afstand van elkaar maakt onze provincie uniek. Zij fungeert als draaischijf en verbindt de Randstad met de rest van ons land. Deze draaischijffunctie heeft betrekking op het wegen- en spoornet Nederland en op het Amsterdam-Rijnkanaal. Ook ons groenblauwe netwerk werkt verbindend. Het heeft een cruciale rol in het Europese en nationale natuurnetwerk en vormt de overgang van laag naar hoog, van nat naar droog en van veen naar zand. De provincie Utrecht wordt aan de zuidzijde grotendeels begrensd door het Rivierengebied en heeft een belangrijke rol in de zoetwatervoorziening van West-Nederland. Het Groene Hart, de Hollandse Waterlinies en het Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug zijn in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) door het Rijk benoemd als waardevolle landschappen. De Hollandse Waterlinies (Nieuwe Hollandse Waterlinie en Stelling van Amsterdam) en de Neder-Germaanse Limes zijn daarnaast voorgedragen als UNESCO Werelderfgoed. En de Grebbelinie ligt als waterlinie tussen de Utrechtse Heuvelrug en de Veluwe. De provincie Utrecht is een gewilde plek om te wonen, werken, ontmoeten en ontspannen. De regio’s U16, Amersfoort en Foodvalley maken onderdeel uit van het centrale deel van het Stedelijk Netwerk Nederland uit de NOVI. De groei van inwoners, bedrijven, arbeidsplaatsen en vervoersbewegingen is hier het meest manifest. Er zijn goede verbindingen met het nabijgelegen Schiphol en de andere luchthavens. De stationsgebieden Utrecht Centraal (inclusief Beurskwartier/ Lombokplein en Merwedekanaalzone) en Amersfoort Centraal (inclusief Langs Eem en Spoor) zijn belangrijke (inter)nationale knooppunten welke worden benut voor een samenhangende ontwikkeling van wonen, werken, bereikbaarheid en leefbaarheid. Utrecht Leidsche Rijn, de A12 Zone tussen de snelwegknooppunten Lunetten en Oudenrijn, Utrecht Lunetten-Koningsweg, Utrecht Science Park/ Rijnsweerd en Amersfoort Schothorst (De Hoef-West) zijn eveneens toplocaties voor wonen en werken. Onze inwoners hebben een relatief hoog opleidingsniveau. Er ontstaat een bloeiende kenniseconomie met kenniscentra, bedrijven en proeftuinen op het gebied van gezondheid (regio’s U16 en Amersfoort) en agrifood (regio Foodvalley) die samenwerken met andere delen van ons land. Het Utrecht Science Park heeft zich ontwikkeld tot het hart van de gezondheidsgerelateerde economie in Nederland en heeft een internationale aantrekkingskracht. Zoals ook blijkt uit de European Regional Competitiveness Index behoort de provincie Utrecht met dit alles al jaren tot de absolute top van de meest competitieve regio’s in de Europese Unie. Paragraaf 2.2 Utrecht 2050 Met zeven beleidsthema’s geven we richting aan de ontwikkeling en de bescherming van onze gezonde en veilige leefomgeving. In 2050 hebben wij een inclusieve en circulaire provincie Utrecht: waarin stad en land gezond zijn; die klimaatbestendig en waterrobuust is; waarin duurzame energie een plek heeft; met vitale steden en dorpen; die duurzaam, gezond en veilig bereikbaar is; met een levend landschap, erfgoed en cultuur; die een toekomstbestendige natuur en landbouw heeft. Zeven samenhangende beleidsthema's (bron: provincie Utrecht) Deze zeven thema’s vragen om een brede blik. Ze staan niet op zichzelf, maar kennen samenhang en relaties in boven- en ondergrond. Deze bezien we vanuit het algemene belang, de integrale aanpak en de lange termijn. De zeven thema’s zorgen gezamenlijk voor integrale, toekomstgerichte oplossingen voor onze opgaven waarmee de Utrechtse kwaliteiten per saldo worden behouden of versterkt. Dit bereiken we door nieuwe ontwikkelingen te combineren en te concentreren, zorgvuldig om te gaan met de schaarse ruimte en kwaliteiten en door ontwerp en innovatie te stimuleren. Al deze thema’s zijn in verband te brengen met ons streven naar een duurzame, circulaire en in alle opzichten gezonde en vitale provincie. Dit betekent dat herbruikbaarheid van grondstoffen en producten ontstaat en dat waardevernietiging en verlies aan biodiversiteit wordt voorkomen. Kortom: met de ambities in deze Omgevingsvisie dragen wij bij aan het verbeteren van de brede welvaart waarbij wij onder brede welvaart zowel de kwaliteit van leven in het hier en nu verstaan, als die van latere generaties of die van mensen elders in de wereld. De gewenste richting om onze fysieke leefomgeving te ontwikkelen en te beschermen verschilt per regio of gebied. Zij is afhankelijk van de specifieke kenmerken en identiteit. Vandaar dat we in de Omgevingsvisie maatwerk aanbrengen in onze ambities en ons beleid voor de regio’s U16, Amersfoort en Foodvalley. Zie verder Hoofdstuk
- De zeven thema’s werken we uit, waarbij we met vetgedrukte tekst verwijzen naar aanduidingen op Kaart
- Visie provincie Utrecht
- De afzonderlijke thematische kaartlagen van de visiekaart zijn als afbeeldingen in de legenda opgenomen. Panorama, Utrecht 2050 (bron: Provincie Utrecht) Stad en land gezond Utrechtse kwaliteit en opgave De leefomgeving van de provincie Utrecht biedt veel kansen voor gezond leven. Onze steden en dorpen worden omringd door groene landschappen. Een schone en rustige omgeving is vaak nabij. Wij hebben een samenhangend hoofdroutenetwerk voor wandelen, fietsen en varen. Dit netwerk verbindt onze woon-, werk- en leefgebieden met het ruime vrijetijdsaanbod, aantrekkelijke recreatiegebieden, landschappen en natuurgebieden. Onze provincie heeft per saldo de schoonste economie van Nederland door het dienstverlenende karakter met relatief weinig vervuilende bedrijven. We gebruiken onze leefomgeving echter steeds intensiever. Dit leidt tot afname van de bodem-, water- en milieukwaliteit. De veerkracht van ons bodem- en watersysteem staat onder druk. Er is een toenemende vraag naar drinkwater. Tegelijkertijd neemt de verontreiniging van het drink- en oppervlaktewater door medicijnresten, hormonen en microplastics toe. De afname van fijnstof in de lucht die de afgelopen jaren is opgetreden, vlakt af. Stikstofoxiden in de atmosfeer leiden tot de vorming van fijnstof en smog. Dit leidt onder andere tot verschraling van natuurgebieden en afname van biodiversiteit. Zonder extra inspanningen nemen geluid- en lichthinder verder toe. Mensen ervaren, door de toename van inwoners en bezoekers, steeds vaker een gevoel van drukte. Keuze In onze woon-, werk- en leefgebieden bevorderen we de gezondheid. Wij zetten in op verbetering van de luchtkwaliteit, vermindering van hinder door geluid, geur en licht en geen toename van externe veiligheidsrisico's. Zo leidt de omslag naar het benutten van duurzame energiebronnen in het algemeen tot schonere lucht en hebben we aandacht voor de mogelijke effecten op geluidhinder en de mogelijke risico's van deze energiebronnen. Ook maken we ons sterk voor genoeg groene, rustige gebieden in en in de nabijheid van stad en dorp om te ontspannen. Dit is voor nu en de toekomst belangrijk. De verwachte groei van mensen en activiteiten in onze provincie zorgt immers voor intensiever ruimtegebruik. Eveneens stimuleren we dat onze woon-, werk- en leefgebieden zo worden ingericht dat deze uitnodigen tot wandelen en fietsen en daarmee tot gezond gedrag. Stimuleren tot bewegen helpt ook bij het verminderen van de CO2-uitstoot van mobiliteit. We zetten in op de Ontwikkeling van een groenblauwe en recreatieve structuur die robuust is langs bestaande doorgaande waterlopen Amstel, Angstel, Vecht, Grote Heijcop/ Bijleveld/ Geer, Oude Rijn/ Leidsche Rijn, Singel Utrecht, Kromme Rijn, Hollandsche IJssel, Inundatiekanaal Lunetten/ Laagraven, Amsterdam-Rijnkanaal, Merwedekanaal, Nederrijn-Lek, Diefdijk, Linge, Zouweboezem, Eem/ Grift, Valleikanaal, Laak en de beken rond Amersfoort. En wij bieden voldoende gelegenheid om te zwemmen. We versterken stad land verbindingen en investeren in groen in en om bebouwd gebied, recreatieve verbindingen, recreatiezones en -terreinen. Belangrijke gebieden hiervoor zijn Haarzuilens, Oud Zuilen, Noorderpark, Amelisweerd, Laagraven, Park Oudegein en het gebied van de Hollandse IJssel. Rond Amersfoort en Veenendaal zullen een aantal gebiedseigen groene gebieden worden ontwikkeld. Ook de groene scheggen uit het Ontwikkelperspectief Utrecht Nabij zorgen voor betere verbinding tussen stad en land. In de groene scheggen groeien groen en landschap mee met de verstedelijking naar een meer robuuste structuur die tot diep in het stedelijk kerngebied beleefbaar is. De rivieren en waterwegen zijn de belangrijkste natuurlijke ruimtelijke dragers. Het programma Groen Groeit Mee ondersteunt dat stad en land optimaal met elkaar worden verbonden en recreatieve landschappen bereikbaar en toegankelijk worden gemaakt. Paragraaf 4.1 Stad en land gezond. Klimaatbestending en waterrobuust Utrechtse kwaliteit en opgave Utrecht is rijk aan water. De grote variëteit van het watersysteem in onze provincie (bestaande uit rivieren, kanalen, sloten en beken) heeft een belangrijke functie in de wateraanvoer en -afvoer. Op de Utrechtse Heuvelrug infiltreert veel regenwater, een belangrijke bron voor drinkwaterwinning, de (levensmiddelen-) industrie en de natuur- en landbouwgebieden langs de flanken. Met de klimaatbestendige wateraanvoer kan bij droogte vanuit het Amsterdam-Rijnkanaal en de Lek extra zoetwater naar West-Nederland worden aangevoerd. Dit ter voorkoming van onder andere bodemdaling in het veenweidegebied en verzilting in de Hollandsche IJssel. De uiterwaarden langs de Nederrijn en Lek zijn onderdeel van een uniek rivierenlandschap. De Lekdijk en de Grebbedijk beschermen een groot deel van Midden- en West-Nederland tegen overstromingen. Klimaatverandering heeft vele gevolgen voor onze leefomgeving. De winters worden zachter en natter. De zomers worden warmer en droger. Ook komen weerextremen vaker voor. Heftige regenbuien in korte tijd kunnen vaker leiden tot overstroming en wateroverlast. Lang aanhoudende droogte leidt tot vermindering van de beschikbaarheid van oppervlakte- en grondwater. In de steden is de kans op hittestress het grootst vanwege verdichting en verstening. Keuze Wij zetten ons in voor een klimaatbestendige en waterveilige provincie samen met waterbeheerders, gemeenten en Rijk. We dragen zorg voor Aantrekkelijke en toekomstbestendige dijken en omgeving langs de Nederrijn en Lek. Dit doen we in samenhang met maatregelen om de zoetwateraanvoer naar West-Nederland bij droogte te garanderen via de Klimaatbestendige wateraanvoer. Daarbij verzilveren we meekoppelkansen met andere functies als natuur, recreatie, energie en mobiliteit. We benutten het hydrologische systeem van de Utrechtse Heuvelrug om Regenwater vast te houden en te infiltreren. In de veenweidegebieden nemen we een mix aan maatregelen voor het Tegengaan van bodemdaling in 2030 met 50%. Wij breiden de bestaande grondwaterwinningen uit met zoekgebieden drinkwaterwinning Eiland van Schalkwijk en Eemdijk. We zorgen dat de kwaliteit van ons oppervlakte- en grondwater voldoet aan de doelen uit de Kaderrichtlijn Water en de doelen voor het overig water. Nieuwe ontwikkelingen in stedelijk en landelijk gebied richten we klimaatadaptief (groen en blauw) in. Zie verder Paragraaf 4.1.2 . Duurzame energie Utrechtse kwaliteit en opgave In onze provincie zijn er mogelijkheden voor duurzame energie. De transitie naar een nieuw energiesysteem draagt bij aan het tegengaan van klimaatverandering en aan een duurzaam betaalbaar energiesysteem voor alle inwoners. We gaan toe naar energiebesparing en --opwekking uit hernieuwbare bronnen. De huidige opgave binnen de provincie Utrecht is om alternatieven te vinden voor een energieverbruik van 100 Petajoule per jaar. Dit kan via besparing en door ruimte te geven voor duurzame energie. Het benutten van energie uit bodem en water biedt ook potentie voor de energietransitie. Om energie op een veilige en verantwoorde manier uit bodem en water te halen, is een goede ruimtelijke afweging met andere functies vereist. Opwekking, opslag en levering van duurzame energie heeft impact op onze leefomgeving in stad en land. Het vergt zorgvuldige ruimtelijke inpassing. Keuze Onze ambitie is om in 2050 een CO2-neutrale provincie te zijn. Daartoe stimuleren wij allereerst energiebesparing. Elektriciteit en warmte halen we uit duurzame energiebronnen als wind, zon, bodem, water en biomassa. Er zijn grote veranderingen nodig in verschillende sectoren: gebouwde omgeving, bedrijven, mobiliteit en landbouw. Het vraagt opschaling van de inzet van bewezen technologie, de ontwikkeling van innovaties en de toepassing van slimme ruimtelijke combinaties in al deze sectoren. Nieuwe technieken voor duurzame energieopwekking faciliteren wij als ze minder impact op onze leefomgeving hebben. Voor deze technieken bieden we ruimte voor experimenten, mits het gezond en veilig is. In grote delen van onze provincie geven wij ruimte om in het proces van de Regionale Energiestrategieën (regio's U16, Amersfoort en Foodvalley) met lokaal draagvlak op zoek te gaan naar geschikte locaties voor wind- en zonne-energie. Een zorgvuldige landschappelijke inpassing is belangrijk. Hiervoor stellen we enkele algemene en gebiedsspecifieke voorwaarden, mede op basis van de Utrechtse kwaliteiten. Rijnenburg is in beeld als (tijdelijk) energielandschap (en voor de lange termijn als zoekrichting grootschalige integrale ontwikkeling wonen-werken-bereikbaarheid). Zie verder paragraaf 4.3 Vitale steden en dorpen Utrechtse kwaliteit en opgave Mensen vinden de provincie Utrecht aantrekkelijk om in te wonen en te werken. De regio U16 en de regio Amersfoort behoren tot de meest gespannen woningmarktregio's in Nederland. De grote steden Utrecht en Amersfoort, en ook de andere steden en dorpen in de provincie Utrecht, zijn een populaire vestigingsplaats voor zowel inwoners als bedrijven en groeien snel. Onze provincie heeft de tweede economie van Nederland en is exporteur van zakelijke en financiële diensten aan de rest van ons land. Daarnaast is de provincie sterk op het gebied van ICT, transport en logistiek, life sciences & health en agrifood. De behoefte aan wonen en werken is fors. Door het toenemend aantal huishoudens houdt de druk op de woningmarkt aan. Tot 2050 zijn 170.000 tot 202.000 extra woningen nodig om aan de volledige behoefte te voldoen (bron: Primos 2020). Voor de periode tot 2040 (de scope voor programmeren in de Ontwerp Omgevingsvisie) is de opgave 133.200 tot 165.700 woningen. Voor kleinere kernen speelt het vraagstuk hoe deze kernen vitaal te houden. De werkgelegenheid groeit tot 2050 stevig met naar verwachting 100.000 banen en dat is ook nodig voor een goede woon-werkbalans. Het zoeken naar ruimte voor woningen, werklocaties en voorzieningen hangt samen met het zoeken naar ruimte om onze steden en dorpen gezond, veilig, duurzaam en bereikbaar te maken. Keuze Wij kiezen er in algemene zin voor om de ruimtevraag voor wonen en werken op een duurzame wijze te accommoderen via Binnenstedelijke en binnendorpse ontwikkeling. En met aandacht voor bereikbaarheid, klimaatadaptatie, energietransitie, gezondheid en inclusiviteit. Daarbij is een aantal locaties specifiek benoemd als Potentiële locatie voor integrale ontwikkeling wonen en werken rondom knooppunten. Het gaat om de knooppunten Woerden, Maarssen, Breukelen, Utrecht Zuilen, Utrecht Overvecht, Nieuwegein City, Houten, Bunnik, Driebergen-Zeist, Amersfoort Schothorst (De Hoef-West), Amersfoort Vathorst, Veenendaal Centrum en Veenendaal-De Klomp. Een aantal locaties biedt meer kansen. Deze zijn benoemd als Prioritaire locatie voor grootschalige integrale ontwikkeling wonen en werken rondom knooppunten. Het gaat om de locaties Utrecht Leidsche Rijn, Utrecht Centraal Station (Beurskwartier/ Lombokplein en Merwedekanaalzone), Utrecht Lunetten-Koningsweg, Utrecht Science Park/ Rijnsweerd en Amersfoort Centraal Station (Langs Eem en Spoor). Twee locaties zijn opgenomen als Zoekrichting voor grootschalige integrale ontwikkeling wonen-werken-bereikbaarheid: de A12 Zone tussen de snelwegknooppunten Lunetten en Oudenrijn en Vathorst-Bovenduist. Naar verwachting kunnen we hiermee voldoen aan de woningbehoefte tot in ieder geval
- Om goed in te kunnen spelen op mogelijke planuitval houden we ruimte voor overprogrammering. Op basis van de verdere uitwerking van de genoemde locaties en zoekrichtingen bepalen we of en zo ja wanneer eventuele andere locaties nodig zijn en nader onderzocht moeten worden. Dit pakken we in regionaal verband samen met gemeenten en zo nodig met buurprovincies op. Rijnenburg is aangegeven als Lange termijn zoekrichting grootschalige integrale ontwikkeling wonen-werken-bereikbaarheid (en allereerst als (tijdelijk) energielandschap). Om het wonen in onze provincie voor iedereen betaalbaar te houden, willen we dat ten minste de helft van de nieuw te bouwen woningen behoort tot het sociale of middeldure segment. Naast de omvangrijke opgave krijgen kleinere steden en dorpen zo mogelijk passende ontwikkelruimte om te bouwen ten behoeve van lokale vitaliteit. We zetten in op herstructurering, verduurzaming en efficiënter gebruik van bestaande bedrijventerreinen en zijn selectief met het bieden van ruimte voor nieuwe, nog niet geplande bedrijventerreinen. Zie verder Paragraaf 4.4 Duurzaam, gezond en veilig bereikbaar Utrechtse kwaliteit en opgave Onze provincie is centraal gelegen en goed bereikbaar. Zij heeft uitstekende OV-, fiets- en wegverbindingen, ligt aan het drukbevaren Amsterdam-Rijnkanaal en is gelegen nabij mainport Schiphol. Utrecht is de draaischijf van Nederland en mede daardoor dé ontmoetingsplek bij uitstek. Zo'n acht miljoen mensen zijn in staat om binnen 45 OV-minuten de best bereikbare plek van Nederland te bereiken: Utrecht Centraal Station. Als gevolg van demografische en economische ontwikkelingen is er sprake van een toename van de mobiliteit. De Nationale Markt- en Capaciteitsanalyse laat zien dat zes van de 11 nationale urgente capaciteitsproblemen (weg en spoor) in 2040 zich in de provincie Utrecht voordoen. Ook op de fietspaden en in de tram en de bus wordt het drukker. Het bestaande infrastructuurnetwerk kan de groei niet opvangen. In onze provincie is de ruimte beperkt. Dit vraagt om een mobiliteitssysteem dat efficiënt met ruimte omgaat en in samenhang met de keuze voor nieuwe woon- en werklocaties wordt ontwikkeld. Keuze We willen dat Utrecht goed bereikbaar blijft en streven daarom naar het beter benutten van het spoor- en hoogwaardig OV-netwerk met aandacht voor het beter benutten van het hoofdwegennet en het beter benutten van het provinciaal wegennet. Dit is essentieel voor een vitale provincie. Wij bezien bereikbaarheid in samenhang met wonen, werken, voorzieningen, duurzaamheid, gezondheid en veiligheid. Daarbij zetten we in op knooppuntontwikkeling om overstap tussen vervoerwijzen mogelijk te maken en het OV- en fietsgebruik te stimuleren. Al dan niet in combinatie met nieuwe parkeervoorzieningen. We zien verdere ontwikkelingsmogelijkheden bij de twee belangrijkste multimodale knooppunten in de provincie Utrecht: Utrecht Centraal Station en Amersfoort Centraal Station. In aanvulling hierop benutten we het netwerk aan Bestaande knooppunten (spoor en hoogwaardig OV). Ook ontwikkelen we enkele nieuwe knooppunten: Utrecht Lunetten-Koningsweg, Utrecht Science Park en Westraven. Tussen deze knooppunten verkennen we de mogelijkheid om aanvullende hoogwaardige OV-verbindingen (prioritaire verbinding hoogwaardig OV, nader te verkennen verbinding hoogwaardig OV) te realiseren. Deze verbindingen kunnen op termijn worden doorgetrokken, zoals naar station Utrecht Leidsche Rijn, de polder Rijnenburg en/of via Zeist naar Amersfoort Centraal Station. Door verschillende vervoerswijzen beter op elkaar te laten aansluiten, willen we bereiken dat men straks naadloos kan overstappen van de ene naar de andere vervoerswijze en zorgeloos kan reizen. De fiets is een schone wijze van vervoer, bevordert de gezondheid en vervult een belangrijke functie voor korte afstanden en in het voor- en natransport. Tussen een aantal woon-, werk- en leefgebieden leggen we een regionaal netwerk van (snel)fietsroutes aan. Voor het goederenvervoer zetten we in op betere benutting van de bestaande vaarwegen en verduurzaming van het vervoer over land. Zie verder Paragraaf 4.5 Levend landschap, erfgoed en cultuur Utrechtse kwaliteit en opgave De provincie Utrecht kent een rijkdom aan landschap, erfgoed en cultuur. Deze rijkdom wordt door inwoners en bezoekers hoog gewaardeerd en is belangrijk voor onze culturele identiteit, welzijn en vestigingsklimaat. In het landelijk gebied onderscheiden we vijf karakteristieke landschappen: Eemland, Gelderse Vallei, Groene Hart, Rivierengebied en Utrechtse Heuvelrug. In deze landschappen liggen aardkundige waarden. Ook wordt onze provincie gekenmerkt door een zeer hoge dichtheid aan historische buitenplaatsen. Het meest bekende zijn de gordels langs de Vecht en de Stichtse Lustwarande. Verder lopen door de provincie Utrecht vier grote voormalige waterlinies, ons militair erfgoed: Nieuwe Hollandse Waterlinie, Grebbelinie, Oude Hollandse Waterlinie en Stelling van Amsterdam. De Nieuwe Hollandse Waterlinie is voorgedragen als UNESCO Werelderfgoed, als uitbreiding van de Stelling van Amsterdam. Ook het archeologisch erfgoed van de Neder-Germaanse Limes is genomineerd voor de UNESCO Werelderfgoedlijst. Ten slotte hebben we een gevarieerd en goed bereikbaar cultuuraanbod. Door ruimtelijke veranderingen in onze leefomgeving en door intensief ruimtegebruik staan het landschap en het erfgoed onder druk. Dijkversterkingen, benutting van duurzame energiebronnen, uitbreiding van steden en dorpen, aanleg van nieuwe infrastructuur, intensivering van de landbouw: alles heeft invloed op hoe ons landschap en/of ons erfgoed er uit zien. Onze voornaamste opgave is om de aanwezige waarden te beschermen en te benutten als dragers en aanjagers van omgevingskwaliteit. Een andere belangrijke opgave die we hebben, is het in stand houden van een aantrekkelijke culturele infrastructuur waarin iedereen kan meedoen. Keuze Wij beschermen en benutten landschappelijke, aardkundige, cultuurhistorische en archeologische waarden als dragers en aanjagers van omgevingskwaliteit. Daarbij stimuleren we de inzet van creatieve verbeeldingskracht. Dit doen we om de kwaliteit en identiteit van onze fysieke leefomgeving te versterken. In onze landschappen ontwikkelen we met de kernkwaliteiten van het landschap mee en stimuleren anderen dat ook te doen. Binnen onze Cultuurhistorische hoofdstructuur leggen wij de focus op historische buitenplaatszones, militair erfgoed, agrarische cultuurlandschappen, archeologisch waardevolle zones en historische infrastructuur. We Verzilveren de kwaliteiten van linie en limes via onder andere de uitzonderlijke universele waarden van (genomineerd) UNESCO Werelderfgoed Hollandse Waterlinies en Neder-Germaanse Limes. Wij zorgen voor monumenten en dragen bij aan een hoogwaardig cultureel aanbod dat meegroeit met het aantal inwoners. Zie verder Paragraaf 4.6 Levend landschap, erfgoed en cultuur. Toekomstbestendige natuur en landbouw Utrechtse kwaliteit en opgave Onze provincie heeft een netwerk met robuuste natuur waarin vier grote diverse systemen liggen: Rivierengebied, Veenweidegebied, Eemvallei en Utrechtse Heuvelrug. Dit netwerk maakt onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland met daarin verschillende Natura 2000-gebieden. De natuur, de biodiversiteit en de functies die het ecosysteem heeft staan onder druk. De toegenomen stikstofdepositie in natuurgebieden verhoogt de voedselrijkdom en draagt bij aan bodemverzuring. Hierdoor neemt de biodiversiteit af en verdwijnen bijzondere planten en dieren. Ook klimaatverandering heeft invloed op planten en dieren. De waarde van oudere houtopstanden voor CO2-reductie wordt steeds duidelijker: jonge aanplant zal pas na tientallen jaren structureel hieraan bijdragen. Beleefbare natuur en een groene omgeving worden belangrijker. De landbouw in onze provincie zorgt voor duurzame voeding en is een belangrijke beheerder van ons aantrekkelijke cultuurlandschap. Er is vooral grondgebonden landbouw, melkveehouderij en fruitteelt in de provincie Utrecht aanwezig. Samen met regio Foodvalley en provincie Gelderland spelen wij een grote rol in de transitie naar een gezond en duurzaam voedselsysteem. De landbouw staat voor een grote verandering. De transitie naar een gezond en duurzaam voedselsysteem is een actueel en urgent thema. Dit in combinatie met een robuust bodem- en watersysteem en versterking van de biodiversiteit. Daarnaast komt tot 2030 in onze provincie circa 1,3 miljoen vierkante meter aan agrarische bebouwing vrij. Bodemdaling in de veenweiden leidt tot CO₂-uitstoot, verdroging van natuur en hogere lasten vanwege het waterbeheer. Dit vraagstuk zorgt voor een spanningsveld in relatie tot een rendabel agrarisch gebruik van de gronden, de landschappelijke kwaliteit van het landelijk gebied en een robuust bodem- en watersysteem. Keuze Onze ambitie is om een robuust klimaatbestendig natuurnetwerk van hoge kwaliteiten met hoge biodiversiteit te ontwikkelen. Bestaande natuurgebieden (Natura 2000-gebieden en Natuurnetwerk Nederland) worden beschermd, verder ontwikkeld en onderling beter verbonden tot één samenhangend Groot natuursysteem. Voor 2040 realiseren we in totaal 3.000 hectares natuur in de Groene contour. Grote natuureenheden worden ecologisch met elkaar in verbinding gebracht (Rivierengebied en Veenweide-plassengebied). Daarnaast onderzoeken wij de kansen voor uitbreiding van houtopstanden die bijdragen aan CO2-reductie. De stikstofproblematiek pakken we gebiedsgericht aan. Wij stimuleren de Transitie naar een duurzame landbouw die circulair, natuurinclusief, klimaatneutraal en diervriendelijk is. Daarbij is de economische rentabiliteit van agrarische bedrijven en een Duurzame toekomst van de glastuinbouwconcentratiegebieden een belangrijk uitgangspunt. En we stimuleren dat de landbouw dicht bij de inwoners staat (streekproducten, recreatie e.d.). Tot 2030 hebben we de ambitie dat de landbouw de nutriëntenkringlopen heeft gesloten, zelfvoorzienend in energie is en daarnaast deels ook opereert als groene energieproducent voor derden. Zie verder Paragraaf 4.7 Toekomstbestendige natuur en landbouw Hoofdstuk
- Basis Onze grootste opgave, het ruimtelijk combineren van de verschillende functies die een plek zoeken in onze provincie, pakken wij aan vanuit onze sturingsfilosofie en onze uitgangspunten voor omgevingsbeleid. Onze sturingsfilosofie geeft aan op welke wijze wij ons beleid willen realiseren. Dit biedt een kader voor de inzet van ons instrumentarium en de wijze waarop we willen samenwerken. Onze uitgangspunten geven aan hoe wij de grootste opgave op willen pakken. We kiezen daarbij voor een gebiedsgerichte, integrale aanpak waarbij we kwaliteiten en ontwikkelingen bij elkaar brengen in geconcentreerde en gecombineerde vorm. We houden daarbij oog voor lokale behoeften. Om het instrumentarium dat de Omgevingswet ons biedt in te kunnen zetten, moeten we motiveren waarom we een onderwerp op provinciaal niveau oppakken. Deze motivering noemt de wetgever ‘provinciaal belang’. Dit hoofdstuk ronden wij af met onze provinciale belangen, als opmaat naar ons beleid in Hoofdstuk 4.. Fort bij Vechten - Waterliniemuseum (bron: Utrecht Marketing) Paragraaf 3.1 Sturingsfilosofie Onze sturingsflosofie: We bieden ruimte voor ontwikkelingen die passen bij de Utrechtse kwaliteiten, met het principe ‘lokaal wat kan, provinciaal wat moet’ als basis en met de nadrukkelijke wens de doelen in samenwerking te halen. Elke ontwikkeling vraagt een eigen aanpak, die gericht is op het nut en de bruikbaarheid en die passend is bij de behoefte. Wij vinden gebiedsgerichte samenwerking en een oplossingsgerichte houding belangrijk; alleen als we gebruik maken van ieders toegevoegde waarde in kennis, ervaring en creativiteit komen we tot een goede aanpak van de maatschappelijke opgaven. Dit vergroot de kans op synergievoordelen, slimme combinaties en integrale afwegingen. Samenwerkingsafspraken vormen hierbij de basis. Wij vertrouwen er daarbij op dat iedereen zich, net als wij, verantwoordelijk voelt voor de fysieke leefomgeving. Maar bieden wel voldoende waarborgen waar dat nodig is. Bijvoorbeeld als belangen elkaar in de weg zitten en dit een keuze vraagt of als bescherming nodig is tegen denken en handelen vanuit korte termijn belangen. Op deze manier handelen we in overeenstemming met de zorgplicht zoals verwoord in de Omgevingswet. Bij ruimte bieden aan ontwikkelingen vinden wij adaptiviteit belangrijk. Door mee te bewegen, bij te sturen of juist te intensiveren kunnen we onze doelen het best halen. Hiervoor gebruiken wij monitoring, zodat we weten wat de effecten zijn van ons beleid en wanneer we ons beleid of onze uitvoering aan moeten passen. De vier rollen van de provincie Utrecht (bron: provincie Utrecht) Bij het werken in de geest van onze sturingsfilosofie vervullen we verschillende rollen, afhankelijk van de opgave. Stimuleren: facilitator, aanleveren van expertise en capaciteit, subsidieverstrekker, motivator et cetera. In deze rol ondersteunen we andere partijen bij hun samenwerking en het uitvoeren van projecten. Participeren: coördinator, ontwikkelaar, partner, netwerker, samenwerker, deelnemer et cetera. In deze rol werken we samen met vooral andere overheden en maatschappelijke organisaties aan onze eigen opgaven of aan opgaven van de andere partijen, bijvoorbeeld in gebiedsontwikkelingen. Realiseren: opdrachtgever, trekker, regisseur et cetera. In deze rol zijn we leidend, ondernemend, aansturend, maken we prestatieafspraken, zorgen we voor regionaal programmeren, voeren we regie. Reguleren: regelstellend ten behoeve van het provinciaal belang en de provinciale wettelijke taken. In deze rol stellen we in de Omgevingsverordening, als dit doelmatig en doeltreffend is, (instructie)regels over het omgevingsplan en de waterschapsverordening en waar nodig regels voor burgers en bedrijven. Bij veel opgaven vervullen wij een mix van deze rollen en werken we samen met diverse partijen. Paragraaf 3.2 Uitgangspunten voor ons omgevingsbeleid Voor ons omgevingsbeleid hanteren wij twee centrale uitgangspunten. We kiezen gebiedsgericht voor integrale, toekomstgerichte oplossingen waarmee we de Utrechtse kwaliteiten per saldo behouden of versterken, zo nodig met compenserende maatregelen. We concentreren en combineren nieuwe ontwikkelingen, om zorgvuldig om te gaan met schaarse ruimte en kwaliteiten en door ontwerp en innovatie te stimuleren. Er blijft ook ruimte beschikbaar voor lokale opgaven. Uitgangspunten omgevingsbeleid provincie Utrecht (bron: provincie Utrecht) Gebiedsgerichte, integrale en toekomstgerichte oplossingen Deze Omgevingsvisie bevat algemeen geldend beleid en specifiek beleid voor de verschillende delen van de provincie Utrecht. Het algemeen geldend beleid staat in het thematische deel van onze Omgevingsvisie (Hoofdstuk 4.). Dit werkt door in het gebiedsgerichte deel van de Omgevingsvisie (Hoofdstuk 5.). De gebiedsgerichte uitwerking en (afspraken om te komen tot) keuzes stemmen we af met regionale partijen. Daarbij zorgen we er voor dat alle relevante belangen betrokken worden en zorgvuldig tegen elkaar afgewogen worden. Verder letten wij erop dat we toekomstgerichte en toekomstbestendige keuzes maken. Dit zorgt voor een goede ruimtelijke ordening en draagt bij aan het verbeteren van de brede welvaart. Ook bij de omslag van ruimtelijk beleid naar Omgevingsbeleid blijft dit een belangrijk uitgangspunt. Bij de uitvoering van ons Omgevingsbeleid gaan we uit van regionale afstemming. Samen met gemeenten, waterschappen en andere partners pakken we de regionale programmering op van woningbouw en werklocaties en mogelijk ook van energie en stedelijke voorzieningen zoals kantoren en retail. Wij zien het als onze taak om ervoor te zorgen dat het proces van regionale afstemming ertoe leidt dat vraag en aanbod per regio en onderwerp in balans is of wordt gebracht. Utrechtse kwaliteiten behouden of versterken De Utrechtse kwaliteiten zijn de kwaliteiten die belangrijk zijn voor de uitstraling en aantrekkelijkheid van de provincie Utrecht en voor het behoud van een duurzame en veilige leefomgeving. Het gaat om: de groene kwaliteiten, zoals natuur, landschap en erfgoed; de blauwe kwaliteiten, zoals bodem, water en lucht; de rode kwaliteiten, zoals economische ontwikkeling, bereikbaarheid, energie en een vitaal bebouwd gebied; de sociale kwaliteiten zoals voorzieningen, sociale samenhang, cultureel aanbod en inclusiviteit. Deze kwaliteiten bieden kansen om opgaven te realiseren, maar stellen ook voorwaarden. Het is onze ambitie het fijne woon-, werk- en leefklimaat in onze provincie op peil te houden als we keuzes maken voor de aanpak van de opgaven. Dit doen we door voor alle opgaven gebiedsgerichte keuzes te maken die passen bij de Utrechtse kwaliteiten in het betreffende gebied. Als we echter moeten kiezen voor een oplossing die kwaliteiten aantast zullen we hiervoor zo nodig compenseren in een vorm die recht doet aan de betreffende kwaliteiten. Hiermee zorgen we ervoor dat in totaliteit alle kwaliteiten en opgaven in voldoende mate ruimte krijgen en kunnen groeien. Via plussen en minnen maken wij een integrale afweging, zodat elke ontwikkeling per saldo bijdraagt aan kwaliteitsverbetering. We brengen hiervoor de bestaande kwaliteiten in beeld, zie Hoofdstuk
- en Hoofdstuk 4.. De uitvoering hiervan is verwoord in Hoofdstuk 6.. Voor sommige grote opgaven is veel ruimte nodig, zoals verstedelijking en de energietransitie. Dit zorgt voor een grote druk op de ruimte. Het is dan ook een uitdaging om de vele opgaven een plek te geven. Het inpassen hiervan heeft impact op de omgeving. Daarom kiezen we ervoor de schaarse ruimte efficiënt te benutten en functies slim te combineren. We hanteren bij het ruimte zoeken voor de opgaven het principe ‘inbreiding gaat voor uitbreiding’. Bij een nieuwe ontwikkeling kijken we dus eerst waar locaties benut kunnen worden binnen gebieden die al een vergelijkbare functie hebben, voordat we een claim leggen op ‘nieuwe’ gebieden. Bij uitbreiding kiezen wij ervoor om te zoeken naar grootschalige locaties waar we nieuwe ontwikkelingen concentreren en combineren. De voordelen van dit principe: ontwikkelingen kunnen robuust en duurzaam vormgegeven worden; ontwikkelingen passen bij de ondergrond en kunnen we goed aansluiten op bestaande of nieuwe netwerken; ontwikkelingen kunnen elkaar versterken en kunnen bijdragen aan lokale vraagstukken; er ontstaan schaalvoordelen voor ontwikkeling van bijbehorende voorzieningen, mee-ontwikkelen van groen en water, maatregelen voor klimaatbestendigheid, mee-ontwikkelen van openbaar vervoer etc.; de impact van ontwikkelingen blijft beperkt tot een relatief klein gebied; de eventueel benodigde compensatie kan makkelijker gevonden worden dan bij verspreide locaties; het onderscheid tussen het bestaande bebouwde gebied en de onbebouwde groene omgeving blijft scherp en er kan aandacht besteed worden aan een kwalitatief goede overgang tussen stad en land; het draagt bij aan behoud en ontwikkeling van onze aantrekkelijke landschappen, het cultureel erfgoed en de biodiversiteit van de natuur. De keuze voor concentreren betekent niet dat elders niets meer kan of mag. Voor lokale opgaven blijft er ruimte. Ontwerp, innovatie en ondernemerschap stimuleren De aanwezige kwaliteiten en waarden zijn onderdeel van het DNA van de leefomgeving en vormen een inspiratiebron voor ruimtelijk ontwerp. We zetten kwaliteiten en waarden in ten behoeve van verbetering van de omgevingskwaliteit en als startpunt van nieuwe ontwikkelingen. Dat doen we bijvoorbeeld door gebruik te maken van ontwerpend onderzoek, door de inzet van de creatieve verbeeldingskracht van kunstenaars en vormgevers en door samenwerking met innovatieve ondernemers. We stimuleren anderen dat ook te doen. Het inpassen en mogelijk maken van nieuwe ontwikkelingen vraagt, gezien de beperkte ruimte, om creativiteit, verhaal en beeld. Voor transitieopgaven is de inzet van creatieve verbeeldingskracht en innovatief ondernemerschap essentieel. Daarmee kunnen we tot innovatieve oplossingen komen die functies koppelen, beperkte ruimte in beslag nemen en de kwaliteit en leefbaarheid behouden of zelfs versterken. Dit kan betrekking hebben op de inhoud, de vorm en de procesinrichting. Zie ook Hoofdstuk
- Uitvoering. Geo-data en geo-toepassingen: wij delen Lees hier: Box Geo-data en geo-toepassingen: wij delen Ontwerpend onderzoek Groene Hart Lees hier: Box Ontwerpend onderzoek Groene Hart Paragraaf 3.3 Provinciale belangen Ons omgevingsbeleid maken we voor onderwerpen die wij van provinciaal belang achten. Om het provinciaal belang aan te kunnen geven, moeten we motiveren waarom een bepaald onderwerp op provinciaal niveau wordt opgepakt. Hierna volgt onze lijst van provinciale belangen met een toelichting op de overwegingen. Hierbij zijn ook de wettelijke taken opgenomen, om eenduidigheid in onze werkwijze te brengen. De aard van het provinciaal belang bepaalt welke instrumenten we voor een opgave inzetten. De provinciale belangen zijn ingedeeld conform de paragrafen in hoofdstuk
- Integrale en gemeentegrensoverschrijdende gebiedsontwikkelingsprojecten die bijdragen aan de provinciale belangen kunnen wij ook als provinciaal belang aanmerken. In dit verband noemen wij het programma Hart van de Heuvelrug. Stad en land gezond Provinciaal belang Toelichting Bevorderen van een gezonde leefomgeving De provincie heeft wettelijke/ (boven)regionale taken op het gebied van geluid, stilte, luchtkwaliteit, geur en waterkwaliteit. Het betreft het beperken van de milieubelasting vanuit diverse bronnen naar waarden die niet negatief bijdragen aan de gezondheid van onze inwoners. Bevorderen van een veilige inrichting van de leefomgeving De provincie heeft wettelijke/ (boven)regionale taken op het gebied van waterveiligheid, externe veiligheid en verkeersveiligheid op en rond de provinciale infrastructuur. Versterken van onderlinge relatie tussen ‘stad’ en ‘land’ De zones rondom de kernen vormen de verbinding tussen het stedelijk en het landelijk gebied. Ze hebben invloed op kwaliteit en uitstraling van de steden en dorpen en van het landelijk gebied. Tegengaan leegstand en verrommeling draagt bij aan vitaliteit van de kern. Zodanige condities scheppen dat een goede recreatieve structuur wordt behouden en versterkt. De recreatieve structuur bestaat uit routenetwerken, waterwegen en voorzieningen zoals recreatieterreinen, verblijfsaccommodaties en zwemwater. Het overschrijdt gemeente- en provinciegrenzen. De provincie richt zich op een evenwichtige spreiding van toeristen en recreanten over stad en landelijk gebied, een op de vraag aansluitend aanbod en zorg voor behoud van stilte voor de rustzoekende mens. Bevorderen van een inclusieve samenleving De provincie kan met haar taken voor de fysieke leefomgeving ook voorwaarden scheppen voor een inclusieve samenleving. Bijvoorbeeld op het gebied van openbaar vervoer of de woningbouwprogrammering. Ook kan ze hiermee bijdragen aan sociale samenhang en aan dat iedereen mee kan doen in de maatschappij. Klimaatbestendig en waterrobuust Provinciaal belang Toelichting Bevorderen van een klimaatbestendige leefomgeving. De aanpak van de door klimaatverandering veroorzaakte wateroverlast, hittestress, overstromingen en droogte is vaak regionaal. Er is ruimte nodig voor afdoende klimaatbestendige ingrepen en regionale afstemming en samenwerking om te komen tot een klimaatadaptieve inrichting van de fysieke leefomgeving. Ontwikkelen van een robuust en duurzaam bodem- en watersysteem. De provincie heeft wettelijke taken op het gebied van de bodem- en watersystemen (zowel grond- als oppervlaktewater). Toekomstige veranderingen en ontwikkelingen vragen om het behoud van een duurzaam evenwicht tussen benutten en beschermen op provinciaal niveau. Het regionale bodem- en watersysteem is de drager van de bovengrondse ruimtelijke ontwikkelingen. Het systeem stopt niet bij gemeentelijke grenzen en vraagt om regionale keuzes. Waarin de provincie rekening houdt met gebied specifieke belangen en opgaven. Bevorderen van het afremmen van bodemdaling. Afremmen van bodemdaling vergt een gemeentegrensoverschrijdende, (boven)regionale aanpak. Duurzame energie Provinciaal belang Toelichting Bijdragen aan het verminderen van energiegebruik. De provincie draagt bij aan de inzet op besparing om de impact van de energietransitie te verminderen. Als de energievraag afneemt, wordt de druk op de ruimte voor het realiseren van duurzame energie beperkter. Bevorderen van en voldoende ruimte bieden aan de realisatie van duurzame energiebronnen. De realisatie van duurzame energiebronnen vergt een regionale aanpak, omdat de impact veelal verder gaat dan een individuele gemeente. De uitwerking van provinciale en nationale ambities voor energietransitie vraagt om regie op provinciaal schaalniveau. Daarnaast zijn wij bevoegd gezag voor het mogelijk maken van een deel van de duurzame energieprojecten. Vitale steden en dorpen Provinciaal belang Toelichting Bevorderen van binnenstedelijke ontwikkeling. Binnenstedelijke ontwikkeling, dat wil zeggen binnen het stedelijk gebied van steden, dorpen en overige kernen, inclusief transformatie, herstructurering en de aanpak van leegstand, heeft bovengemeentelijke aspecten, omdat we te maken hebben met regionale markten voor woon- en werk- en kantoorlocaties. Het gaat daarbij om regionale afstemming en het creëren van een gelijk speelveld in alle gemeenten. Voldoende ruimte bieden voor het realiseren van een op de behoefte aansluitend aanbod van woningen en woonvoorzieningen. Er is een regionale woningmarkt die vraagt om regionale programmering en afstemming. Het gaat om een aanbod dat op regionaal niveau in kwantitatieve en kwalitatieve zin is afgestemd op de (toekomstige) behoefte en de vraag van alle woningzoekenden, qua woningtype en woonmilieu en qua betaalbaarheid. Voldoende ruimte bieden voor het functioneren en versterken van een vitale, circulaire en innovatieve regionale economie. De markten voor kantoren en bedrijventerreinen functioneren op regionaal niveau. Dit vraagt om regionale programmering en afstemming. Het gaat om een aanbod dat op regionaal niveau in kwantitatieve en kwalitatieve zin aansluit bij de behoefte. Voldoende ruimte bieden voor behoud en versterking van een goede retailstructuur. Een gevarieerd en bereikbaar aanbod van winkels is medebepalend voor de binnenstedelijke kwaliteit en de typering van woonmilieus. Ontwikkelingen in de ene gemeente kunnen gevolgen hebben voor de retailstructuur in de andere gemeente. Duurzaam, gezond en veilig bereikbaar Provinciaal belang Toelichting Zorgdragen voor en voldoende ruimte bieden aan goede, duurzame en veilige bereikbaarheid van woon-, werk- en vrijetijdslocaties. Mobiliteitssystemen overstijgen veelal het lokale niveau en zelfs het regionale niveau. Het gaat om het zo optimaal en zo duurzaam mogelijk afstemmen van ruimtelijke ontwikkeling en mobiliteit, én het met elkaar verbinden van vraag en aanbod en een verdere integratie van de verschillende vervoerwijzen en netwerken. Zorgdragen voor instandhouding van de provinciale infrastructuur en een adequaat provinciaal OV-netwerk. De provincie heeft een verantwoordelijkheid voor provinciale wegen en fietsinfrastructuur, traminfrastructuur en regionaal openbaar vervoer en heeft als decentrale OV-autoriteit een wettelijke verantwoordelijkheid voor de instandhouding van het regionale openbaar vervoer. Levend landschap, erfgoed en cultuur Provinciaal belang Toelichting Ontwikkelen van kernkwaliteiten van het landschap en behouden van aardkundige waarden. De landschappen vormen gemeentegrensoverschrijdende structuren en kwaliteiten. Ook voor de natuur zijn de landschappen van groot belang. De aardkundige waarden zijn deel van de landschappelijke kwaliteiten. Beschermen en benutten van de waarden van de cultuurhistorische hoofdstructuur. De Cultuurhistorische hoofdstructuur omvat bovengemeentelijke en deels bovenprovinciale structuren waarbij de provincie zorgt voor de eenheid in aanpak van beschermen en benutten. Beschermen en benutten van de Outstanding Universal Value van UNESCO Werelderfgoed. De provincie heeft een wettelijke taak ervoor te zorgen dat de kernkwaliteiten van de bovengemeentelijke structuren van de Neder-Germaanse Limes, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam als (voorlopig) UNESCO Werelderfgoed niet worden aangetast. Zorgdragen voor een hoogwaardig aanbod cultuur en erfgoed. De provincie bevordert het restaureren van rijksmonumenten, het beheren van archeologische vondsten (wettelijke taak), het in stand houden van molens en kasteelmusea, het organiseren van festivals, het aanbieden van cultuur- en erfgoededucatie via het onderwijs en het faciliteren van het bibliotheeknetwerk (wettelijke taak). Toekomstbestendige natuur en landbouw Provinciaal belang Toelichting Ontwikkelen en versterken van een robuust netwerk van natuur met hoge kwaliteit, en bevorderen van een betere beleefbaarheid. De provincie heeft een wettelijke taak voor de totstandkoming en instandhouding van het Europees en Nationaal Natuurnetwerk. Beleefbaarheid van en maatschappelijke betrokkenheid bij natuur dragen bij aan draagvlak voor natuur en daarmee aan de bescherming ervan. Behouden en versterken van de biodiversiteit. De provincie heeft een wettelijke taak voor het behoud/ herstel van een gunstige staat van instandhouding van beschermde en bedreigde soorten en hun leefomgeving, en voor de preventie en beheersing van de introductie en verspreiding van invasieve uitheemse soorten. Daarnaast heeft de provincie zorgplicht voor behouden en versterken biodiversiteit. Beschermen en ontwikkelen van houtopstanden. De provincie heeft een wettelijke en bovenregionale taak voor behouden en beschermen houtopstanden. Vanuit het Klimaatakkoord heeft de provincie samen met andere partijen de opdracht tot vergroting van het oppervlak houtopstanden. Bevorderen van een duurzame en economisch rendabele landbouw. De agrarische sector beheert ongeveer de helft van het grondgebied in de provincie Utrecht. Het is belangrijk dat de sector economisch vitaal blijft en deze rol kan blijven vervullen. Vanuit het provinciale belang voor gebruik en kwaliteit van het landelijk gebied bieden we mogelijkheden voor een transitie naar een circulaire, natuurinclusieve, klimaatneutrale en diervriendelijke landbouw (kringlooplandbouw), met behoud van gebiedskwaliteiten en gezonde leefomgeving. Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst Lees hier: Box Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst Hoofdstuk
- Beleid voor een gezonde en veilige leefomgeving Het motto van de Omgevingswet is ‘ruimte voor ontwikkeling, waarborgen voor kwaliteit’. De Omgevingswet staat voor een goede balans tussen het benutten en beschermen van de fysieke leefomgeving en geeft mee dat lokale afwegingen mogelijk zijn als een veilige en gezonde omgeving daarbij gebaat is. In dit hoofdstuk beschrijven wij ons beleid voor die gezonde en veilige leefomgeving in zeven thema’s. Wij richten ons daarbij, in lijn met de wet, vooral op de fysieke leefomgeving. Dit heeft vanzelfsprekend ook alles te maken met de sociale en veilige leefomgeving. Daar start dit hoofdstuk mee en dit loopt als een rode draad door de zeven beleidsthema’s waarin wij ons beleid uitwerken. Utrecht stadsrand SOIA Utrecht (bron: Utrecht marketing) Gezonde en veilige leefomgeving Wij hebben ons beleid uit diverse beleidsplannen samengenomen in deze Omgevingsvisie. We beschrijven dit beleid op hoofdlijnen in de rode draad en in zeven samenhangende beleidsthema’s. Verdieping is te vinden in de beleidsuitwerkingen, visies, programma’s en plannen waarnaar in de tekst verwezen wordt. Ieder thema start met enkele themakaarten. De vetgedrukte tekstpassages in de paragrafen verwijzen naar de afzonderlijke objecten die op deze kaarten opgenomen zijn. Zie ook de Leeswijzer. De thematische kaartbeelden zijn aangevuld met collages die een impressie geven van de beoogde ontwikkelingen. Deze collages zijn opgenomen aan het einde van dit hoofdstuk. Met ons omgevingsbeleid dragen wij bij aan een gezonde en veilige leefomgeving in de provincie Utrecht. Het gaat daarbij in de eerste plaats om de fysieke omgeving. Denk aan woonmilieus (dichtheid en type bebouwing), de aanwezigheid van voorzieningen (winkels, openbaar vervoer, scholen, ziekenhuizen, etc.), de mate van functiemenging voor aantrekkelijke woon-, werk- en leefmilieus en de kwaliteit van groen en water in de leefomgeving. Maar zeker zo belangrijk is de sociale omgeving en de veiligheid van de leefomgeving. Om prettig te kunnen wonen, moeten mensen zich thuis kunnen voelen. En mensen moeten zich veilig voelen, zowel sociaal als in het verkeer. Ook een gezonde leefomgeving is belangrijk. Het gaat dan zowel om zaken die te maken hebben met het milieu, als om de mate waarin de openbare ruimte de bewoners uitnodigt om gezonde keuzes te maken in wonen, werken, recreatie en vervoer. Onze provincie heeft een prettige, leefbare omgeving, zoals ook het coalitieakkoord 2019-2023 ‘Nieuwe Energie voor Utrecht’ aangeeft: “Utrecht is een provincie om trots op te zijn. Gevarieerd, bruisend en met een rijke historie. Met een grote verscheidenheid aan levensstijlen, culturen en persoonlijke voorkeuren. Een provincie in de verstedelijkte Randstad met een divers landschap met veel groen en levendige steden en dorpen. De prachtige natuur- en recreatiegebieden, historische polderlandschappen, centrale ligging en mooie kunst en cultuur zorgen ervoor dat veel mensen graag in onze provincie willen wonen en recreëren.” Om onze provincie zo te houden, en met nieuwe ontwikkelingen hieraan bij te dragen, hanteren we onze uitgangspunten voor omgevingbeleid zoals opgenomen in Hoofdstuk 3.: we kiezen voor gebiedsgerichte ontwikkelingen die bijdragen aan de Utrechtse kwaliteiten en we concentreren en combineren nieuwe ontwikkelingen. Daarbij bieden we ook ruimte voor lokale opgaven. De gezonde en veilige leefomgeving loopt als een rode draad door onze Omgevingsvisie. Wij werken hierin samen met gemeenten, waterschappen en andere partijen, dragen bij of ondersteunen waar gewenst en volgen op welke manier gemeenten en waterbeheerders van hun bevoegdheden gebruik maken voor het realiseren van een gezonde en veilige leefomgeving. De kennis en expertise van de GGD wordt hierbij benut. We hanteren 6 hoofdprincipes waar we naar streven bij de ontwikkeling van een gezonde en veilige leefomgeving en die aansluiten bij elementen van brede welvaart. De basis hiervoor wordt gevormd door het natuurlijke systeem van bodem, water en natuur. a. Er is, in relatie tot het aantal inwoners en bezoekers, voldoende, kwalitatief hoogwaardige groenblauwe ruimte, deels rustig/ stil, die voor verschillende doelgroepen uitnodigend is. b. Voor hun dagelijkse verplaatsingen gaan mensen voornamelijk lopend, met de fiets of het OV. Dit moeten zij veilig kunnen doen. Goederen- en personenvervoer levert zo min mogelijk schadelijke emissies op. c. Inrichting en gebruik zijn aangepast aan de eisen van het klimaat, en gezondheid en veiligheid zijn daarbij geborgd. d. Er zijn zo min mogelijk schadelijke emissies vanuit industrie, opwekking van energie en de landbouw. De landbouw draagt positief bij aan de gezondheid van mens en natuur. e. De ruimtelijke inrichting draagt bij aan een inclusieve samenleving en versterkt de sociale cohesie. f. De economie is circulair, er komen zo min mogelijk voor de gezondheid schadelijke emissies of producten in de leefomgeving terecht en bouwen vindt plaats met materialen die bijdragen aan een gezonder leven. De basisprincipes van ciculaire economie (bron: Rood T en Hanemaaijer A., :Waarom een ciculaire economie", PBL Den Haag 2017) Inclusieve samenleving Een gezonde en veilige omgeving is van belang voor onze inwoners, de mensen die in onze provincie werken en onze bezoekers. Wij vinden het belangrijk dat iedereen betrokken is en mee kan doen. Daarvoor stimuleren wij een inclusieve samenleving. Wij zoeken naar kansen waardoor zoveel mogelijk mensen een zinvolle bijdrage leveren via werk en/of maatschappelijke taken. We gebruiken de mogelijkheden die we hebben om te zorgen dat er geen kennis- en/of financiële drempels zijn om gebruik te maken van het aanbod van zorg, opleiding en openbaar vervoer. We stimuleren dat er woningen zijn voor alle doelgroepen. We zetten onze stimulerende en faciliterende rol in waar het nodig is om de digitalisering van de samenleving, in relatie tot hetgeen we van provinciaal belang achten, in goede banen te leiden. Zie ook Paragraaf 4.4 en Paragraaf 4.5, daar waar het gaat om 'een woning voor iedereen', 'bedrijfsvestiging' en ‘kwaliteit voor de OV-reiziger’. Cultuur en erfgoed bieden bewoners van de provincie ontspannings- en ontmoetingsmogelijkheden. Een herkenbaar landschap zorgt voor een gevoel van ergens thuishoren. Een groene omgeving stimuleert dat mensen elkaar ontmoeten, en ook sport en recreatie dragen bij aan ontmoetings- en ontspanningsmogelijkheden en meer bewegen. Voorzieningen in steden en dorpen bieden ontmoetingsplekken, zoals buurthuizen, bibliotheken, gebedshuizen en horeca. Wij willen deze functies behouden en verder ontwikkelen. Circulariteit Wereldwijd neemt de vraag naar grondstoffen toe, terwijl de voorraden afnemen. Veel grondstoffen die we gebruiken komen nu uit het buitenland. In een circulaire economie zijn we veel minder afhankelijk van nieuwe grondstoffen (uit het buitenland). Producten die in een lineaire economie na gebruik worden vernietigd of verbrand, worden in een circulaire economie gebruikt om grondstoffen uit te halen. Dit leidt tot andere productontwerpen, andere productieprocessen en andere verdienmodellen. Hoewel de overgang naar een circulaire economie vraagt om nieuwe vaardigheden op allerlei niveaus en over de hele keten, heeft deze overgang per saldo een positief effect op de werkgelegenheid. Bovendien levert een circulaire economie een substantiële bijdrage aan de energie- en klimaatdoelen. Bij hergebruik van materialen in nieuwe toepassingen letten we op de gezondheidseffecten en effecten op de kwaliteit van bodem, water, lucht en biodiversiteit. Circulariteit kan doorwerken in de uitvoering van alle in deze Omgevingsvisie opgenomen thema’s. Dit thema zal dus altijd een rol spelen bij de uitwerking van de Omgevingsvisie in programma’s. Paragraaf 4.1 Stad en land gezond In een gezonde en veilige samenleving bevordert de fysieke leefomgeving de gezondheid en veiligheid van de inwoners. Ook stimuleert de fysieke leefomgeving een plezierige samenleving waar iedereen volwaardig aan kan deelnemen. Met ons beleid voor milieu en gezondheid en voor recreatie en toerisme dragen wij hieraan bij. Gezondheid heeft vele aspecten, denk bijvoorbeeld aan schone lucht, water en bodem (zie ook Paragraaf 4.2, hinder, donkerte, goed wonen, werk en/of maatschappelijke bijdrage (zie ook Paragraaf 4.4, de aanwezigheid en bereikbaarheid van voorzieningen en de mogelijkheid voor ontmoeting, ontspanning en beweging (zie ook Paragraaf 4.5, Paragraaf 4.6 en Paragraaf 4.7). Voor de mogelijkheid tot ontmoeting, ontspanning en beweging door zowel de inwoner als bezoeker is de provincie Utrecht aantrekkelijk. De provincie heeft een rustgevend buitenleven met bossen, stiltegebieden, rivieren, monumenten en een eindeloos polderlandschap, en daarnaast een stedelijk en dorps leven met levendige terrassen, musea vol prachtige kunst en bruisende (internationale) festivals. De provincie Utrecht heeft een goede toeristisch-recreatieve structuur. Deze bestaat onder andere uit bovenlokale dagrecreatieterreinen, recreatiezones, verblijfsrecreatie, zwemwateren en een recreatief hoofd(route)netwerk met aantrekkelijke wandel- en fietspaden en vaarroutes. Binnen deze structuur spelen andere voorzieningen die van belang zijn voor de inwoner en bezoeker ook een grote rol, zoals gevarieerde culturele voorzieningen, horeca, natuurgebieden en historisch erfgoed. Op wegen, het fietsnetwerk voor het dagelijks gebruik tussen woning en werk of opleiding, in de natuur- en recreatiegebieden e.d. wordt het steeds drukker. Ook neemt de diversiteit van het gebruik toe. Mensen ervaren mede hierdoor meer stress. Stilte voor de rustzoekende mens wordt steeds belangrijker, maar staat vaker onder druk. Groene en rustige gebieden, waar een gevoel van ruimte wordt ervaren, zijn belangrijk om te kunnen herstellen van de drukte elders. Paragraaf 4.1.1 Milieu en gezondheid Ambities 2050: wij streven naar een gezonde en veilige leefomgeving: de milieukwaliteit is goed, de veiligheid is gewaarborgd, bewegen wordt gestimuleerd, er zijn voldoende ontspannings- en ontmoetingsmogelijkheden en iedereen doet mee. 2040: Voor bestaande woningen en andere geluidgevoelige gebouwen streven we naar het niet verder toenemen van de geluidhinder; een geluidsbelasting van maximaal 60 dB is, gegeven de huidige infrastructuur, acceptabel. 2040: wij hebben voldoende stiltegebieden. 2040: wij streven er naar de toename van risico's van opslag en transport van gevaarlijke stoffen en van straling door hoogspanningslijnen te beperken, evenals geur- en geluidhinder door industriële bedrijven en lichthinder. 2030: wij streven naar het voldoen aan de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) voor luchtkwaliteit in de hele provincie. 2030: wij streven er naar dat de gezondheidsrisico's als gevolg van geluidsbelasting minimaal zijn, waarbij we voor nieuwbouw voor woningen en andere geluidgevoelige gebouwen streven naar het voldoen aan de WHO-advieswaarden voor geluid. Hierna is het beleid weergegeven waarmee we deze ambities willen bereiken. De vetgedrukte woorden in de tekst zijn weergegeven op themakaart
- Milieu en gezondheid. Ook zijn verwante legenda-eenheden op andere kaarten vetgedrukt. Bevorderen van een gezonde en veilige leefomgeving Een gezonde en veilige leefomgeving is belangrijk voor iedereen, nu en in de toekomst. De beperkte ruimte in onze provincie wordt intensief gebruikt. Veel ruimtevragende functies blijven groeien en er komen nieuwe ruimtevragers bij. Inrichting en gebruik van de leefomgeving hebben invloed op gezondheid. De toenemende drukte kan tot gezondheidseffecten leiden. Het beschermen en bevorderen van gezondheid is ons doel bij al ons beleid en ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. Daar waar wij effectief bij kunnen dragen aan de sociale leefomgeving, willen wij dit ook oppakken.Bij veiligheid gaat het om externe veiligheid vanwege opslag, be- en verwerken en transport van gevaarlijke stoffen, veiligheid vanwege ontwikkelingen zoals energietransitie en klimaatverandering (bijvoorbeeld overstromingen en natuurbranden, zie ook Paragraaf 4.2) en verkeersveiligheid (zie ook Paragraaf 4.5). Veiligheid heeft te maken met de inrichting van de omgeving en neemt vaak ook letterlijk ruimte in. Ontwikkeling van een samenhangend groenblauw netwerk Mensen zijn aantoonbaar gezonder als ze in een bruikbare en bereikbare groene omgeving wonen. Zo'n omgeving maakt ontspanning mogelijk en stimuleert bewegen en ontmoeten. Door de grote druk op de ruimte is het noodzakelijk om onze groenblauwe ruimte efficiënt en multifunctioneel in te delen en te benutten. Wij richten ons daarom op de Ontwikkeling van een groenblauwe en recreatieve structuur en gebieden die meerdere van onze doelen ondersteunen, zoals een gezonde leefomgeving, klimaatbestendige leefomgeving, natuur/biodiversiteit en recreatie, en die passen bij het bodem- en watersysteem. Deze groenblauwe structuren vormen ook een belangrijke basis voor ons andere beleid. Deze aspecten komen aan de orde in onder andere Paragraaf 4.1.2, Paragraaf 4.2.2, Paragraaf 4.4.1 en Paragraaf 4.7.
- Bewegen stimuleren De inrichting van de leefomgeving willen we zodanig vormgeven dat deze uitnodigt om te bewegen. Wij focussen onder meer op de bereikbaarheid van woon- en werklocaties en van natuur- en recreatiegebieden te voet, met fiets en OV. Wij stimuleren en faciliteren ook andere partijen dit te doen door middel van onder andere het aanbod van ondersteunende instrumenten en het delen van kennis en informatie. Wij richten ons ook op het ontwikkelen daarvan. Menging van functies kan leiden tot kortere afstanden tussen wonen, werken en voorzieningen. Ook dat kan leiden tot meer bewegen en willen we waar mogelijk stimuleren. Dit doen we onder andere via de aanleg van snelfietsroutes. De uitwerking van dit aspect is vooral terug te vinden in Paragraaf 4.1.2 en Paragraaf 4.
- Verbeteren luchtkwaliteit Onze lucht wordt al jaren langzaam schoner, maar is nog lang niet op een gezond niveau. We streven naar een permanente verbetering van de luchtkwaliteit in de provincie Utrecht om de gezondheid van onze inwoners te bevorderen en de invloed op onze natuur te beperken. We streven ernaar om uiterlijk in 2030 in de provincie Utrecht minimaal te voldoen aan de WHO-advieswaarden. Tot 2050 streven wij naar het verder verbeteren van de luchtkwaliteit, omdat een verdere verlaging van de concentraties van schadelijke stoffen nog steeds substantiële gezondheidswinst oplevert. Verwachting is dat de WHO haar advieswaarden richting 2050 zal aanscherpen. Belangrijke bronnen van luchtverontreiniging binnen de provincie Utrecht zijn wegverkeer, binnenvaart, landbouw en houtrook. Een veelheid aan grote en kleine bronnen in binnen- en buitenland bepaalt gezamenlijk de kwaliteit van onze lucht. Met alleen provinciaal en gemeentelijk beleid kunnen wij de luchtkwaliteit beperkt verbeteren. We richten ons binnen onze mogelijkheden bijvoorbeeld op schoon vervoer en verduurzaming van de landbouw en op het verbeteren van de luchtkwaliteit bij kwetsbare functies, zoals scholen en zorginstellingen. We hebben om het doel te halen echter ook het Rijk en de Europese Unie nodig. Verminderen geluidsbelasting De geluidhinder neemt toe in onze provincie. Het is ons streven vanaf 2030 nieuwbouw voor geluidgevoelige gebouwen vooral nog te laten plaatsvinden op locaties die voldoen aan de WHO-advieswaarden voor geluid. Dit vraagt om aandacht bij nieuwe woningbouwplannen en bij wijzigingen in de infrastructuur (weg/spoor/tram), bedrijvigheid en windmolens. Het beleid zal zich meer richten op het reduceren van het blootstellingsniveau. Er wordt meer ingezet op preventie en inspanningen om risico’s voor de gezondheid aan te pakken. De geluidsbelasting van bestaande woningen onder directe invloed van (spoor)wegen, vliegverkeer en industrie willen we in 2040 teruggebracht hebben tot maximaal 60 dB. Daar zijn aanpassingen of (ingrijpende) maatregelen voor nodig. En dit vraagt aandacht bij (de inpassing van) ruimtelijke ontwikkelingen en nieuwe OV- of weginfrastructuur, zodat het aantal ernstig gehinderden niet toeneemt. Bij zo’n 12% van alle woningen in de provincie Utrecht is de geluidsbelasting hoger dan 60 dB. We realiseren ons dat we deze doelen alleen in goede samenwerking met onze partners kunnen halen. We willen samen met hen een agenda geluid opstellen waarin doelen en de mogelijke maatregelen worden opgenomen. Maatregelen kunnen variëren, afhankelijk van de specifieke omstandigheden, van het kiezen van de juiste locatie tot maatregelen in het ontwerp, zoals situering ruimtes in gebouwen en van de gebouwen zelf, verkeersmaatregelen en groen in de buitenruimte. Hiermee kunnen we gezondheidseffecten van geluidsbelasting beperken. De gemeente maakt de afweging of nieuwbouw van geluidgevoelige bebouwing met hoge geluidsbelastingen acceptabel is. De provincie is als wegbeheerder verantwoordelijk voor het verminderen van geluidhinder langs provinciale wegen. Bij een toename van geluidhinder moet de provincie maatregelen nemen om aan haar wettelijke taak – het handhaven van geluidproductieplafonds – te voldoen. Wij willen de ontwikkeling van nieuwe geluidgevoelige gebouwen met hoge geluidsbelastingen langs provinciale wegen zoveel mogelijk voorkomen via regelgeving in onze verordening. Het aantal woningen langs provinciale wegen met een geluidsbelasting binnen de geluidscontour 61 dB willen wij vanwege de gezondheidseffecten de komende jaren verminderen. Ten behoeve van de aanwezige woningen met een hoge geluidsbelasting langs onze wegen worden, mits doelmatig, reducerende maatregelen getroffen, zoals het aanbrengen van geluidsreducerend asfalt en geluidsgoten. In het actieplan omgevingslawaai is dit beleid verwoord. In de provincie Utrecht zorgt vliegverkeer voor steeds meer geluidhinder. Op rijksniveau worden besluiten genomen die van invloed zijn op het gebruik van het luchtruim van de provincie Utrecht. We zetten er op in om toenemende hinder door vliegverkeer hierbij te voorkomen, zoals bij herziening van de luchtruimindeling. In onze provincie is er in beperkte mate ruimte voor diverse vormen van kleine en recreatieve luchtvaart. Dit mag, als dit op een goede manier ingepast kan worden in de omgeving en de hinder voor mens en dier zo beperkt mogelijk wordt gehouden. We gaan terughoudend om met nieuwe luchthavens voor kleine en recreatieve luchtvaart in de provincie. In stiltegebieden zijn recreatieve drones niet toegestaan. Luchthavens met een duidelijk maatschappelijk belang, zoals heliplatforms bij ziekenhuizen, ondersteunen we wel. Ook hierbij hebben we uiteraard aandacht voor de kwaliteit van de leefomgeving. Het intensieve gebruik van onze leefomgeving zorgt voor steeds meer geluidhinder, terwijl de behoefte aan rust en ontspanning groot is. Stiltegebieden vervullen een rol in die behoefte. Behalve voor de rustzoekende inwoner, is stilte ook van belang voor de beleving van het landschap en natuur. In de provincie Utrecht hebben wij 14 stiltegebieden aangewezen. In deze gebieden handhaven wij de rust die aanwezig is. Ook willen we waar mogelijk bijdragen aan behoud van gebieden waar de geluidsbelasting relatief laag is in de nabijheid van steden. Ter bescherming van de stiltegebieden nemen we regels in onze Omgevingsverordening op. Hiermee beperken we geluid producerende activiteiten. Hieronder vallen ook windturbines. Tegelijkertijd is de energietransitie een grote opgave waar we voldoende zoekruimte voor op willen nemen. De vele kwaliteiten van onze provincie stellen hieraan beperkende voorwaarden. In een aantal gebieden is het stiltebeleid de belangrijkste beperkende factor voor plaatsing van windturbines. Dit zijn echter vaak ook open gebieden waarvoor concrete en qua draagvlak kansrijke initiatieven voorgesteld kunnen worden. Daarom nemen wij op dat gemeenten dit toe kunnen staan mits de situering zodanig is dat de effecten op het stiltegebied zo beperkt mogelijk zijn en voor de effecten zoveel als mogelijk is aangesloten op geluidsniveau van de stiltegebieden. We vinden het daarbij belangrijk dat er regionale afstemming over heeft plaatsgevonden, bijvoorbeeld in het kader van de RES’en. We verwachten dat slechts in en nabij een zeer beperkt aantal stiltegebieden daadwerkelijk windturbines zullen en kunnen worden geplaatst. Beperken van externe veiligheidsrisico’s Het huidige ruimtegebruik en nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen daarin levert veiligheidsvraagstukken op in relatie tot de opslag, het be- en verwerken en het transport van gevaarlijke stoffen. We werken op verschillende manieren aan een veilige leefomgeving en het beperken van externe veiligheidsrisico's. We werken met onze partners (gemeenten, omgevingsdiensten, veiligheidsregio) samen om risico's in beeld te brengen en te zoeken naar maatregelen om die risico's te beperken en normoverschrijding voor externe veiligheid bij inrichtingen en transport te voorkomen. Dit geschiedt in vervolg op het provinciaal uitvoeringsprogramma externe veiligheid 2015-2020 in het kader van het Programma Gezond en Veilig dat wordt opgesteld. Wij streven, bij inrichtingen en transport, waar mogelijk naar verlaging van bestaande externe veiligheidsrisico's. We kiezen voor het ruimtelijk scheiden van bedrijven die met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen werken (BRZO-bedrijven) en kwetsbare functies. We beperken de toename van risico's voor mensen in de meest risicovolle zone rond stationslocaties van het 'basisnet spoor' en rond het 'basisnet weg'. Het basisnet betreft de spoorwegen en wegen waarover vervoer van gevaarlijke stoffen mag plaatsvinden. We beperken het transport van gevaarlijke stoffen in de bebouwde kom door het coördineren en actualiseren van een provincie dekkende gemeentelijke routering. Voor nieuwe risico's, zoals het gebruik van nanotechnologie, de elektrificatie van de maatschappij en het gebruik van nieuwe vormen van opwekking, opslag en vervoer van energie, richten wij ons op het volgen van de landelijke kennisontwikkelingen en op het benutten van de expertise van de Veiligheidsregio Utrecht. Bij het gebruik van nieuwe energietoepassingen gaat het bijvoorbeeld om de inzet van LNG (vloeibaar gas), waterstof en het gebruik van een buurtbatterij. Het is belangrijk dat provincie en gemeenten als bevoegd gezag de Veiligheidsregio Utrecht vroegtijdig om advies vragen bij nieuwe risico's. Als daar aanleiding voor is zal de provincie locatiebeleid ontwikkelen voor nieuwe risicobronnen en regels vaststellen, waarbij aangegeven wordt waar ontwikkelingen mogelijk zijn. In veel gevallen kunnen met maatregelen de risico's beperkt worden. Door klimaatverandering kunnen vitale en kwetsbare functies een groter risico lopen op uitval. Samen met Rijk, veiligheidsregio en andere partners brengen wij de risico's in beeld en onderzoeken wij maatregelen. Beperken van toename van risico’s door straling en geur- en lichthinder Wij zetten ons in voor het beperken van risico's door straling, geur en licht. Wij hanteren het voorzorgsbeginsel ten aanzien van hoogspanningslijnen. Wij willen, waar dit betaalbaar en effectief is, een bijdrage leveren aan het ondergronds brengen van hoogspanningslijnen in woongebieden. Voor geur volgen wij, in lijn met de Omgevingswet, in principe het gemeentelijk beleid voor onze vergunningverlening aan industriële bedrijven. Wel ontwikkelen wij, in overleg met de gemeenten, een algemeen normenkader voor de vergunningverlening aan bedrijven en geven aan wanneer wij willen terugvallen op dit normenkader, bijvoorbeeld omdat er geen gemeentelijk geurbeleid is of omdat wij, mede op basis van klachten, het gemeentelijk beleid te streng of te soepel vinden. Via het algemeen normenkader stimuleren wij bovendien een zoveel mogelijk uniforme aanpak binnen de provincie. Er zijn enkele specifieke situaties waarbij sprake is van cumulatie als gevolg van geuremissies van diverse bedrijven en/of waarbij de geuremissies provincie- en/of gemeentegrensoverschrijdend zijn. Een algemeen normenkader zal daarvoor ontoereikend zijn. Voor die situaties willen we het initiatief nemen om, gezamenlijk met de andere provincies en betrokken gemeenten, te onderzoeken hoe het best vormgegeven kan worden aan een gebiedsgerichte aanpak. Wij zetten ons in om onnodige lichtvervuiling te voorkomen, bijvoorbeeld bij de provinciale wegen en via ons landschapsbeleid. Dit gaat hand in hand met het voorkomen van onnodig energiegebruik. Uitvoering geven aan beleid voor ‘milieu en gezondheid' Vanuit de rollen stimuleren/ participeren/ realiseren: Voornemen tot opstellen van een sociale agenda. Opstellen Programma Gezond en Veilig en samenwerkingsagenda´s op specifieke milieuthema´s, namelijk lucht, geluid en externe veiligheid. Beschikbaar stellen van instrumenten ten behoeve van een integrale afweging bij ruimtelijke ontwikkelingen en het ondersteunen bij de toepassing daarvan. Onderzoek naar gebiedsgerichte aanpak geurhinder. Vanuit de rol reguleren: Instructieregels voor stiltegebieden en luchthavens. Voornemen voor opstellen regels voor ruimtelijke ontwikkelingen rondom BRZO- bedrijven. Beleidsregels voor het verlenen van tijdelijke ontheffingen voor het gebruik van niet aangewezen terreinen voor luchtvaart.Binnen 2 jaar na vaststelling Omgevingswet vaststellen van geluidproductieplafonds voor alle provinciale wegen. Instructieregel voor het bouwen van geluidgevoelige gebouwen in de 61 dB contour rond provinciale wegen. Ontwikkeling normenkader geur. Beschikbaar voor informatie en communicatie: Beschikbaar stellen (GIS) data en informatie betreffende de situatie en de mogelijke maatregelen voor een gezonde en veilige leefomgeving. Paragraaf 4.1.2 Recreatie en toerisme Ambities 2050: het (recreatie)groen is in gelijke tred ontwikkeld met de verstedelijkingsopgave. Het aanbod van de toeristisch-recreatieve voorzieningen en routes in de provincie sluit in kwaliteit en kwantiteit goed aan op de behoeften van zowel onze inwoners als de bezoekers, is duurzaam, goed bereikbaar en toegankelijk. 2030: de recreatiezones en -terreinen voor bezoekers en inwoners worden optimaal benut en beleefd en zijn daar waar mogelijk uitgebreid. De vindbaarheid, bereikbaarheid en toegankelijkheid van het vrijetijdsaanbod is toegenomen. Er heeft ontwikkeling plaatsgevonden naar een duurzame vrijetijdseconomie waar inwoners, ondernemers en bezoekers van kunnen profiteren. 2030: er zijn voldoende vitale vakantieparken/recreatiewoningen voor verblijfsrecreatie. Hierna is het beleid weergegeven waarmee we deze ambities willen bereiken. De vetgedrukte woorden in de tekst zijn weergegeven op themakaart
- Recreatie en toerisme. Ook zijn verwante legenda-eenheden op andere kaarten vetgedrukt. Vrijetijdsbesteding De mogelijkheid tot vrijetijdsbesteding is een belangrijk onderdeel van de leefbaarheid in steden, dorpen en buitengebied. Het provinciaal recreatie- en toerismebeleid is gericht op het realiseren van een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving waar recreanten en toeristen hun tijd door kunnen brengen. Ons beleid richt zich op de recreatiezones en -terreinen, het recreatief hoofd(route)netwerk, verblijfsrecreatie en toerisme en sport. We streven naar functiecombinaties met (het benutten van) natuur, cultuur, landbouw, erfgoed en klimaatadaptatie. De beleidsdoelen zijn uitgewerkt in het vierjaarlijkse Programma Recreatie en Toerisme. Ook de bestuurlijke samenwerking op het gebied van recreatie (waaronder de recreatieschappen) en het beheer en financiering van terreinen, routes en andere voorzieningen is hierin meegenomen. Verder wijzen wij zwemwaterlocaties aan en zien toe op de veiligheid en waterkwaliteit van de zwemwateren. Recreatief groen De recreatiebehoefte neemt de komende jaren toe, evenals het toerisme. Om die reden vinden wij gebiedsontwikkeling ten behoeve van bovenlokale recreatie en bereikbaarheid - voor vooral langzaam verkeer - van belang en stimuleren wij ontwikkelingen die hieraan bijdragen. Hierbij moeten vraag en aanbod op elkaar worden afgestemd. Ook de schaalsprong in verstedelijking en de klimaatverandering hebben invloed op de recreatiebehoefte. Zo is er in de buurt van woningen behoefte aan ruimte voor bewegen, ontspannen en ontmoeten. Dit draagt bij aan een goed woon- en vestigingsklimaat. Wij vinden het belangrijk dat de totstandkoming van het (recreatie)groen gelijke tred houdt met de verstedelijking. Nieuwe gebieden en extra voorzieningen zullen naast de verstedelijking een plek moeten krijgen. Daarvoor kijken we allereerst naar het areaal aan bovenlokaal dagrecreatieterrein enrecreatiezones, dat bedoeld is om bestaande (bovenlokale) recreatiefuncties te behouden en nieuwe (bovenlokale) recreatiefuncties een plek te kunnen geven. Hiervoor regelen we dat in de recreatiezones geen ontwikkelingen plaats kunnen vinden die behoud en realisatie van recreatief groen belemmeren. Daarbij willen wij in deze zones onder voorwaarden ruimte bieden voor nieuwe (bovenlokale) recreatievoorzieningen. De bestaande bovenlokale dagrecreatieterreinen houden, passend bij de andere provinciale belangen, ruimtelijke mogelijkheden om een kwaliteitsslag te kunnen maken om aan de (veranderende) vraag van recreanten te kunnen voldoen. Wij willen dit areaal van recreatiezones en (bovenlokale) dagrecreatieterreinen dan ook behouden en we stimuleren een optimale benutting. Uitbreiding is nodig om aan de groeiende behoefte te kunnen voldoen. We kijken ook naar mogelijkheden voor extra opvang in gebieden die nu nog een beperkte opvangcapaciteit hebben. In de drukste gebieden, nabij de grote stedelijke gebieden van Amersfoort en Utrecht, zoeken we naar combinaties van functies in de groene ruimte. Recreatief gebruik en beleving integreren we met andere functies, zoals natuur, landbouw, energie, erfgoed en cultuur. Samen met de verbindingen in een netwerk kan hierbij gedacht worden aan een parkachtige setting, die tevens dient als buffer tussen de verstedelijkte gebieden. Dit biedt kansen om de groene kwaliteiten en de beleving van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, de Stelling van Amsterdam en de Grebbelinie te versterken. Een samenhangende aanpak is hiervoor noodzakelijk. Bij het proces van de verdere verstedelijking onderzoeken we samen met onze partners hoe we groen mee kunnen laten groeien. Hiervoor dient het programma 'Groen Groeit Mee'. Groen Groeit Mee Wonen in de provincie Utrecht, is wonen in een groene omgeving in het hart van Nederland. Bossen, parken, fiets- en wandelroutes zijn altijd dichtbij, zichtbaar en goed bereikbaar. Groen is een groot gemeenschappelijk goed, dat voor een essentieel deel bijdraagt aan de kwaliteit van leven én daarmee ook aan de economie. Groen Groeit Mee is de afspraak dat we gezamenlijk bij alle ruimtelijke plannen, projecten en gebiedsontwikkelingen, de groenontwikkeling in evenwichtige verhouding en volwaardig meenemen. Zo wordt groen voor alle Utrechters meer zichtbaar, beleefbaar en bereikbaar. Er lopen diverse initiatieven en programma's met een 'groene' ambitie in de provincie Utrecht. Dit versnipperde landschap vormt een risico voor de ambitie om 'groen' in voldoende mate mee te laten groeien. Er is een samenhangende aanpak nodig. In het programma Groen Groeit Mee werken partners samen aan het krachtig positioneren van groene opgaven. Om bij de totstandkoming van verstedelijking de ontwikkeling van het (recreatief) groen gelijke tred te laten houden, onderzoeken we samen met onze partners hoe we groen kwantitatief mee kunnen laten groeien. Dit kan zowel via groenblauwe dooradering in de kernen als via gebieden en routes buiten de kernen. Waar mogelijk wordt de verbinding met andere programma's gelegd. De manier waarop we dit kunnen bereiken en hoe dit bekostigd kan worden maken deel uit van dit programma. Naar aanleiding van de uitkomsten van het programma Groen Groeit Mee en de vraag vanuit de regio's bepalen wij of en waar aanpassing of uitbreiding van de recreatiezones en bovenlokaal dagrecreatieterrein wenselijk is. Wij passen de Omgevingsverordening daarop dan aan. Zie ook de Box Groen Groeit Mee. Groen groeit mee Lees hier: Box Groen Groeit Mee Recreatief hoofd(route)netwerk Het recreatief hoofd(route)netwerk bestaat uit een samenhangend geheel van (boven)regionale routes voor onder andere wandelen, fietsen en varen, met toeristische overstappunten (TOP's). Het netwerk loopt door de afwisselende en cultuurhistorisch waardevolle landschappen van de provincie Utrecht en sluit aan bij horeca, attracties, musea en andere bezienswaardigheden. Het recreatieve netwerk verbindt bovendien de stedelijke gebieden met de recreatieve landschappen. Wij zetten ons in voor behouden, versterken en verder ontwikkelen van het huidige recreatieve hoofd(route)netwerk voor onder andere fietsen, wandelen en het recreatietoervaartnet voor inwoners en bezoekers. De benodigde hoogte- en dieptematen van de vaarwegen leggen wij vast. Ook het toevoegen van nieuwe verbindingen, waaronder in en vanuit woonkernen, is van belang. Verder streven wij naar (groene) corridors (verbindingen) vanuit woonwijken naar het omliggend gebied en gebieden voor buitenrecreatie. Het geheel moet op een aantrekkelijke manier met elkaar verbonden zijn, zodat er een uitgekiend en fijnmazig netwerk van aantrekkelijke groenblauwe verbindingen ontstaat die zowel sportief, recreatief als utilitair te gebruiken zijn (zie ook Paragraaf 4.1.1). Vakantieparken/recreatiewoningen Wij streven naar voldoende vitale vakantieparken/Recreatiewoningen voor verblijfsrecreatie. Dit is gericht op voldoende kwaliteit van het verblijfsrecreatief aanbod dat aansluit bij de vraag van de bezoeker. Hiermee wordt toegewerkt naar een vitale en duurzame vrijetijdssector. Verpaupering en oneigenlijk gebruik zoals permanente bewoning en ondermijnende criminaliteit is ongewenst. In een aantal gemeenten speelt permanente bewoning van recreatiewoningen al langdurig. Om een effectieve aanpak van bestaande permanente bewoning landelijk, provinciaal en regionaal mogelijk te maken, kiezen wij voor een integrale gezamenlijke aanpak, samen met betrokken gemeenten en andere partners. Bij de integrale aanpak wegen we de economische, sociale, woon-, veiligheids- en natuuraspecten mee. We stimuleren duurzaamheid. Het staat voorop dat vakantieparken gezond en vitaal zijn. Voor parken met een uitzichtloos toekomstperspectief willen wij met pilots zoeken naar oplossingen. Transformatie naar een andere bestemming kan dan een mogelijkheid zijn. Vrijetijdseconomie/toerisme De verwachting is dat het bezoek door buitenlanders doorgroeit van 18 miljoen in 2017 naar 29 miljoen bezoekers in
- Ook voor het binnenlands bezoek geldt een stijgende lijn. Dit vertaalt zich in bestedingen en werkgelegenheid. We willen, gelet op deze autonome groei van bezoekers, zorgen voor spreiding van voorzieningen met een goede match tussen vraag en aanbod. Daarbij zetten wij in op goed bereikbare en toegankelijke voorzieningen. Een aanbod dat, in kwaliteit en kwantiteit, goed aansluit op de behoeften van zowel inwoners als bezoekers. We stimuleren duurzame ontwikkeling van de vrijetijdseconomie. Het vrijetijdsbeleid richt zich op het verzilveren van de kansen met daarbij aandacht voor de balans tussen bezoeker en bewoner. Meer concreet betekent het dat we keuzes maken voor doelgroepen bezoekers die passen bij het profiel van de provincie Utrecht. Tevens zoeken wij mogelijkheden om het bezoek van toeristen en recreanten te spreiden in ruimte en tijd. De te nemen maatregelen richten zich op marketing en een goed management van vrijetijdseconomie oftewel bestemmingsmanagement. Hiervoor is ontwikkelen van kennis, vergaren van data en doen van onderzoek nodig. Uitvoering geven aan beleid voor ‘recreatie en toerisme’ Vanuit de rollen stimuleren/ participeren/ realiseren: Opstellen programma Recreatie en Toerisme en jaarlijkse uitvoeringsagenda. Subsidieverordening recreatie en toerisme. Agenda Vitaal Platteland en de opvolger hiervan. Sturing op en samenwerking met Recreatieschappen, Recreatie Midden Nederland en Routebureau. Vragen gemeenten om bescherming van en ontwikkeling recreatie in de recreatiezones. Integrale aanpak vakantieparken met alle partners opstarten. Opstellen integrale visie vakantieparken. Onderzoek naar groei van (recreatief) groen in gelijke tred met verstedelijkingsopgave. Programma Groen Groeit Mee. Vanuit de rol reguleren: Instructieregel voor onder voorwaarden rode ontwikkelingen toestaan om recreatieve voorzieningen te realiseren. Regels ter voorkoming van permanente bewoning en ander oneigenlijk gebruik van recreatiewoningen. Beschikbaar voor informatie en communicatie: Programma met visie en handreiking recreatiezones. Paragraaf 4.2 Klimaatbestendig en waterrobuust Nederland heeft een opgave om de gevolgen van klimaatverandering zo goed mogelijk op te vangen. Ook wij hebben daar een verantwoordelijkheid in. Daarvoor willen wij de fysieke leefomgeving klimaatbestendig en waterrobuust maken. Het is belangrijk dat wij bij ontwikkelingen rekening houden met een robuust bodem- en watersysteem, een klimaatbestendige en waterveilige leefomgeving en een perspectief voor bodemdalingsgebieden. Het bodem- en watersysteem (zowel grond- als oppervlaktewater) vormt van nature de basis voor onze leefomgeving en daarmee voor onze samenleving. Het bodem- en watersysteem, zoals weergegeven in de afbeelding, beschouwen wij als één integraal systeem. Het systeem voorziet ons bijvoorbeeld van draagkracht om te wonen, ruimte voor (boven- en ondergrondse) bouwactiviteiten en infrastructuur voor wonen en werken (inclusief kabels en leidingen), schoon drinkwater, voldoende én schoon water voor natuur, mogelijkheden voor recreatie, energieproductie (aquathermie, bodemenergie en aardwarmte), en het systeem is een voedingsbodem voor de landbouw. Ook zijn er aardkundige en archeologische waarden opgenomen in het systeem om rekening mee te houden en zijn er historische bodem- en grondwaterverontreinigingen aanwezig. Door toenemend gebruik staat het bodem- en watersysteem onder druk. Het bodem- en watersysteem in onze provincie kenmerkt zich door een grote diversiteit en kwaliteiten. Het veenweidegebied in het westen van de provincie heeft veengrond met een hoge grondwaterstand die kunstmatig beheerst wordt. De bodem langs de grote rivieren en het Kromme Rijngebied bestaat hoofdzakelijk uit klei. De gebieden rondom de Utrechtse Heuvelrug bestaan uit zandgronden en beeksystemen zorgen voor afwatering. Op de Utrechtse Heuvelrug infiltreert een groot deel van het regenwater dat een belangrijke bron is voor de drinkwaterwinning en water voor de (levensmiddelen)industrie en de natuur- en landbouwgebieden langs de flanken. Een deel van het grondwater komt in kwelgebieden aan de oppervlakte. Dit zorgt voor een bijzondere biodiversiteit. Een goede bodemkwaliteit draagt bij aan een gezond bodemleven voor een vruchtbare bodem en bezit meer waterbergend vermogen. Het oppervlaktewatersysteem vormt een belangrijke basis voor het functioneren van ons landelijk en stedelijk gebied. Het watersysteem draagt bij aan cultuurhistorische betekenis van uiteenlopende landschappen in onze provincie. Het veenweidegebied, de Nieuwe Hollandse Waterlinie, de Grebbelinie, de Stelling van Amsterdam en de aardkundige waarden verspreid over onze provincie zijn hiervan mooie voorbeelden. Een goede waterkwaliteit draagt bij aan een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. En tegelijkertijd kan een robuust watersysteem het aanwezige gebruik faciliteren en goed inspelen op extreme neerslagsituaties en perioden van droogte. Via onze rivieren (Nederrijn en Lek), kanalen (Amsterdam-Rijnkanaal, Merwedekanaal en Valleikanaal) en het regionale watersysteem kan onder normale omstandigheden voldoende zoetwater worden aan- en afgevoerd. Door een stelsel aan dijken en keringen wordt onze provincie beschermd tegen overstromingen. Aanwezige groenblauwe dooradering in stedelijk gebied is essentieel voor klimaatadaptatie, gezondheid, biodiversiteit en recreatie. Karakteristiek voor de (veen)weidegebieden zijn de verschillende cultuurhistorische waardevolle verkavelingspatronen met smalle kavels en veel sloten en de aanwezigheid van (veen)kaden, dijkjes, lintdorpen, oude dorpskernen, boerderijlinten, kronkelende veenriviertjes, openheid, vee, (weide)vogels, rietlanden en moerassige delen. De veenweidegebieden zijn, ook op Europees niveau, de best bewaarde cultuurlandschappen die ingericht zijn voor de landbouw. Daarnaast zijn ook de openheid, rust en stilte unieke kwaliteiten van (veen)weidegebieden. Paragraaf 4.2.1 Duurzaam en robuust bodem- en watersysteem Ambities 2050: het bodem- en watersysteem (zowel grondwater als oppervlaktewater) is blijvend robuust en kan veerkrachtiger omgaan met grote hoeveelheden neerslag en droogte. Hier werken wij continu aan. 2050: de ondergrond en het bodem- en watersysteem worden duurzaam gebruikt, waarbij gebruik en functies van de ondergrond en het bodem- en watersysteem in samenhang met de bovengrondse opgaven worden bekeken, zodat de juiste functie op de juiste plek ligt. 2050: wij hebben op een veilige en verantwoorde manier de duurzame energie die het bodem- en watersysteem levert zo optimaal mogelijk benut. 2050: nieuwe opkomende stoffen, zoals medicijnresten, microplastics en PFAS, in het grond- en oppervlaktewater zijn integraal onderdeel van het waterkwaliteitsbeleid. 2040: wij zorgen dat er altijd voldoende en schoon drinkwater is, zelfs wanneer zich een extreme groei van de drinkwatervraag zou voordoen. Besparen van drinkwater en voorkomen van verspilling van grondwater zijn daarbij essentiële randvoorwaarden. 2027: wij voldoen aan de doelen voor de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW-doelen). Hierna is het beleid weergegeven waarmee we deze ambities willen bereiken. De vetgedrukte woorden in de tekst zijn weergegeven op themakaart
- Duurzaam en robuust bodem- en watersysteem. Ook zijn verwante legenda-eenheden op andere kaarten vetgedrukt. Bodem- en watersysteem Het bodem- en watersysteem levert een belangrijke bijdrage aan het realiseren van veel van onze doelen. Met het oog op een blijvend gebruik van het bodem- en watersysteem in de toekomst is bescherming van het systeem essentieel. Daarom formuleren wij voor de verschillende aspecten van het bodem- en watersysteem doelen, randvoorwaarden en kaders, die in het regionaal water- en bodemprogramma en de Omgevingsverordening zijn opgenomen. We werken samen met waterbeheerders, gemeenten, drinkwaterbedrijven en andere partners aan een duurzaam en robuust bodem- en watersysteem (zowel grondwater als oppervlaktewater). Hiermee geven we ook invulling aan de KRW-doelen en beschermen we het grondwater voor menselijke consumptie, waaronder drinkwater en voor verdrogingsgevoelige natuurgebieden. De opgaven waar de provincie Utrecht de komende jaren voor staat vragen om keuzes: waar is het bodem- en watersysteem te benutten voor maatschappelijke opgaven? Waar vraagt het systeem om bescherming, zodat ook voor de langere termijn een evenwichtig systeem is gewaarborgd? Waar vraagt het systeem om versterking, zodat het systeem ook in zeer natte en zeer droge periode robuust is? Dit vraagt om slim realiseren van nieuwe opgaven in een optimale combinatie met de kwaliteiten van het bodem- en watersysteem en een duurzaam gebruik van de ondergrond. En dit vraagt om bewust omgaan met de mogelijkheden en beperkingen van het bodem- en watersysteem in relatie tot ruimtelijke ontwikkelingen. Daarmee blijft een aantrekkelijke leefomgeving gewaarborgd, ook in
- Om te komen tot een veilig en verantwoord duurzaam gebruik van de ondergrond ontwikkelen we in samenwerking met andere overheden een gebiedsgerichte 3d-afwegingssystematiek voor de ondergrond. Dit omvat o.a. een afweging tussen gebruik van de ondergrond voor de energieopgave en voor de drinkwateropgave. Dit sluit aan bij de Rijksstructuurvisie Ondergrond (STRONG) en wordt nader uitgewerkt in een programma. Versterken van het bestaande bodemsysteem We werken aan het versterken van het bestaande bodemsysteem. De fysieke en chemische kwaliteit van de bodem moet op sommige plekken worden verbeterd en op andere plekken worden behouden. Tegelijkertijd is onze bevoegdheid met betrekking tot de chemische bodemkwaliteit veranderd. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt de Wet bodembescherming (Wbb) en zijn gemeenten bevoegd gezag voor de bodemkwaliteit. We stellen een nieuw programma op waarin we onder andere beschrijven hoe we het bodemsaneringsprogramma gaan afronden en hoe we samenwerken met andere overheden bij mobiele bodem- en grondwaterverontreinigingen. Wat betreft de aanpak van diffuse (mobiele) verontreinigingen en (mobiele) opkomende stoffen in bodem en grondwater werken we mee aan kennisontwikkeling, kennisoverdracht en bewustwording. We bundelen de kennis over de kwaliteit van de bodem en bijbehorend grondwatersysteem door één provinciaal bodeminformatiesysteem te realiseren samen met onze partners: gemeenten en waterschappen. Dit zogeheten BIS zal aansluiten bij de landelijke ontwikkelingen in het kader van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) en de Basisregistratie Ondergrond (BRO). Verbeteren van de grondwaterkwaliteit We verbeteren de kwaliteit en kwantiteit van de grondwaterlichamen (voldoende en schoon grondwater) om te voldoen aan de KRW-doelen. We beschermen het grondwater ten behoeve van de volgende functies: menselijke consumptie, toekomstige drinkwaterwinning (strategische grondwatervoorraden) en grondwaterafhankelijke natuur en landbouw. We pakken historische grondwaterverontreinigingen aan en hanteren hierbij het volgende kader in ons beleid: De KRW-doelen en de Grondwater-richtlijn (GRW) zijn leidend in ons beleid; De kwaliteit van het grondwater moet aansluiten op de functies en opgaven in het gebied; De kwaliteit van het grondwater moet (waar relevant) geleidelijk worden verbeterd. We willen controle blijven houden op de grondwaterkwaliteit en de (historische) verontreinigingen. De opgaven waar we voor staan en de situatie van het bodem- en grondwatersysteem verschillen per gebied. Daarom willen we zo veel mogelijk per gebied gezamenlijk met waterbeheerders, gemeenten, drinkwaterbedrijven en andere partners het beleid en de aanpak van het (bodem-) en grondwatersysteem bepalen. Uitbreiden van mogelijkheden voor drinkwaterwinning Drinkwaterbedrijven en overheden zijn samen verantwoordelijk voor het duurzaam veiligstellen van de openbare drinkwatervoorziening. Dit wordt ook wel de ‘zorgplicht drinkwater’ genoemd. Voor de bescherming van de bestaande drinkwaterwinningen in onze provincie hebben wij een Beschermingszone drinkwaterwinning. Vanwege de bevolkingsgroei en de toenemende bedrijvigheid hebben we tot 2050 extra drinkwater nodig, waarvoor oppervlakte- en grondwater wordt onttrokken. Hiervoor ontwikkelen we samen met de drinkwaterbedrijven nieuwe grondwaterwinningen en breiden we bestaande grondwaterwinningen uit. Een nieuwe winning bij Schalkwijk en uitbreiding van de winning Eemdijk zien wij als de beste opties om hierin te voorzien. Voor beide locaties is een zoekgebieden drinkwaterwinning aangewezen. Bij het ontwikkelen van nieuwe drinkwaterwinningen zoeken we naar een combinatie van functies, zoals het winnen van grondwater voor de productie van drinkwater in combinatie met natuurontwikkeling. Het is van belang om daarnaast een deel van het grondwater te beschermen, om ook de groei van de drinkwatervraag op te kunnen vangen op de langere termijn en in extreme situaties (zoals nu nog niet voorziene extra sterke bevolkingsgroei of een veel hoger verbruik per persoon). Daartoe beschermen we het gebied dat we de strategische grondwatervoorraad noemen (in onder andere de landelijke Structuurvisie Ondergrond (STRONG) wordt dit de Aanvullende Strategische Voorraden genoemd). Bij onttrekkingen uit deze grondwatervoorraden geldt als uitgangspunt dat deze voorraden niet worden uitgeput. Op het moment dat de maatschappelijke opgaven meer ruimte vragen, ten koste van de strategische grondwatervoorraad, zullen we de begrenzing en de bescherming van deze strategische grondwatervoorraad heroverwegen. Daarvoor ontwikkelen wij een adaptieve aanpak voor adequate bescherming van de strategische grondwatervoorraden in de provincie Utrecht. De aanpak gaat onderdeel uitmaken van het (nog op te stellen) programma en gaat aansluiten bij de ontwikkeling van de 3d-afwegingssystematiek van de ondergrond. We werken ook samen met de drinkwaterbedrijven en andere stakeholders om drinkwater te besparen en verspilling van grondwater te voorkomen. Dit laatste doen we door onder andere laagwaardige grondwateronttrekkingen te ontmoedigen om zo voldoende grondwater te hebben, nu en voor de toekomst. Bodem- en watersysteem provincie Utrecht (bron: provincie Utrecht, 2020) Verbeteren van de oppervlaktewaterkwaliteit We zetten in op het verbeteren van de oppervlaktewaterkwaliteit. Voor het bereiken van een goede kwaliteit van het oppervlaktewater geven we uitvoering aan de KRW. Per 2022 leggen wij actuele doelen voor ecologie en chemie vast voor de aangewezen KRW-waterlichamen voor het 3e stroomgebiedbeheerplan. De waterschappen en andere actoren voeren maatregelen uit om deze doelen te bereiken. Zo nodig stimuleren wij partijen om een bijdrage te leveren aan het doelbereik. Voor de wateren die niet als KRW-waterlichaam zijn aangewezen leggen we eveneens ecologische doelen vast. We doen dit samen met de waterschappen en in samenhang met de KRW-doelen. Ook de opkomende stoffen en microplastics vormen een bedreiging voor schoon en gezond water. De ambities ten aanzien van nieuwe stoffen zijn vastgelegd in het position paper "Delta-aanpak waterkwaliteit" van de gezamenlijke provincies. Hiervoor willen wij beleidsdoelen opstellen. In een regionaal water- en bodemprogramma worden alle doelen voor het oppervlaktewater vastgelegd. Veilig en verantwoord meer energie uit bodem- en watersysteem halen Met de energietransitie wordt steeds meer gekeken naar duurzame energiebronnen aanwezig in het bodem- en watersysteem en ondergronds: aquathermie, ondiepe bodemenergie, aardwarmte. We zetten ons in om op een veilige en verantwoorde wijze voor mens, bodem, water, milieu en natuur meer duurzame energie uit bodem- en watersysteem halen. Dit doen we door onderzoek, innovatie en de inzet van nieuwe technieken, zoals aquathermie en aardwarmte, te stimuleren en waar mogelijk ruimte te geven aan het ontwikkelen van ondiepe bodemenergie waaronder WKO (warmte-koude-opslag (zie ook Paragraaf 4.3). Ook de eerder genoemde 3d-afwegingssystematiek voor de ondergrond gaat een stimulans zijn op een veilige en verantwoorde wijze, in samenhang met ander functies en gebruik van de ondergrond (zoals grondwater voor drinkwater, meer duurzame energie uit het bodem- en watersysteem te benutten. Mijnbouw, anders dan aardwarmte, past niet in ons beeld van duurzaam bodembeheer en een duurzame energievoorziening. Nieuwe initiatieven voor mijnbouw anders dan aardwarmte zullen we dus zo veel mogelijk weren. De provincie is voor open bodemenergiesystemen (WKO) bevoegd gezag. De provincie heeft een wettelijke adviesrol in het kader van de Mijnbouwwet bij vergunningaanvragen van mijnbouwactiviteiten (bijvoorbeeld aardwarmte). Bij ons advies stemmen wij af met gemeenten, waterbeheerders en drinkwaterbedrijven. Hiermee zorgen we er voor dat regionale en lokale belangen worden meegenomen in de vergunningverlening en in de uitvoering van aardwarmteprojecten in de provincie Utrecht. Uitvoering geven aan beleid voor ‘duurzaam en robuust bodem- en watersysteem’ Vanuit de rollen stimuleren/ participeren/ realis