Kort samengevat
Deze beleidsregels beschrijven hoe het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden aanvragen voor omgevingsvergunningen voor wateractiviteiten beoordeelt, met een focus op grondwateronttrekkingen. Ze treden in werking op 1 januari 2025.
Wat het reguleert
- De beoordeling van aanvragen voor omgevingsvergunningen voor wateractiviteiten.
- De voorwaarden waaronder grondwateronttrekkingen zijn toegestaan.
- De relatie tussen een vergunning en de eigendomssituatie van de locatie.
- De afweging van belangen bij het verlenen van vergunningen.
Wie het aangaat
- Iedereen die een wateractiviteit wil uitvoeren waarvoor een omgevingsvergunning nodig is.
- Aanvragers van vergunningen voor grondwateronttrekkingen.
Kernpunten
- Een vergunning wordt alleen verleend als de aangevraagde activiteit in overeenstemming is met de doelen van het waterbeheer.
- De eigendomssituatie van de locatie is in beginsel geen beoordelingscriterium, tenzij er sprake is van een evidente privaatrechtelijke belemmering.
- Voor grondwateronttrekkingen geldt dat deze zo doelmatig mogelijk en met de laagst mogelijke hoeveelheid onttrokken grondwater moeten worden uitgevoerd.
- Bij grondwateronttrekkingen boven 10 miljoen m³ per jaar is een Milieueffectrapportage (MER) verplicht, en boven 1,5 miljoen m³ per jaar moet een MER-beoordeling plaatsvinden.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.