Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vijfheerenlanden houdende regels omtrent het VTH-Beleid 2021-2024 Sterk in omgaan met verscheidenheid1.Inleiding Voor u ligt het vergunning-, toezicht- en handhavingsbeleid 2021-2024 (lees verder: VTH-beleid) van de gemeente Vijfheerenlanden. Dit VTH-beleid schetst het kader waarbinnen wij uitvoering geven aan de vergunning-, toezicht- en handhavingstaken (VTH-taken) op het gebied van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo); bouwen en milieu. De ODRU voert als belangrijke partner in mandaat de Wabo-taken milieu uniform uit voor haar gemeenten. Afstemming van deze taken en de uniforme borging is vastgelegd in het door het Algemeen Bestuur van de ODRU vastgestelde Koersdocument 2019-2022. Hiermee is de afstemming op bestuurlijk niveau geborgd en wordt voldaan aan de eisen die het omgevingsrecht stelt aan uitvoering en afstemming met de omgevingsdienst. In opdracht van de gemeente adviseert de VRU op vergunningen en voert toezicht uit op het gebied van brandveiligheid. Dit VTH-beleid geeft weer hoe wij een eenduidige werkwijze en een integrale afweging van de inzet van beschikbare middelen willen bereiken. Het biedt de belangrijkste basis voor het jaarlijks opstellen van het uitvoeringsprogramma voor VTH. Vanwege de ontwikkelingen omtrent het omgevingsrecht, zoals de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb), verandert de komende jaren veel in de werkwijze van de VTH-taken. Om deze reden is dit VTH-beleid een dynamisch document dat wij tussentijds aanpassen indien de veranderende wet- en regelgeving hierom vraagt. In dit beleid volgen we de systematiek van de “BIG 8” cyclus uit de wet VTH. De verschillende stappen in de cyclus vormen samen het VTH-beleid en het uitvoeringsprogramma VTH. Ook geven de stappen richting aan de systematiek van doorwerking en evaluatie. In bijlage 4 van de bijlagenbundel staat een uitgebreide uitleg van de “BIG 8” cyclus. Dit VTH-beleid is tot stand gekomen door afstemming tussen verschillende interne en externe partijen. Het beleid is op 22 juni 2021 vastgesteld door het college en ter kennisname naar de gemeenteraad gestuurd. Waarom een VTH-beleid? Vergunningverlening, toezicht en handhaving zijn voor de overheid in relatie tot belanghebbenden belangrijke instrumenten. Initiatiefnemers willen graag hun ideeën realiseren, terwijl omwonenden willen dat hun belangen worden beschermd. Met dit beleidsplan zijn wij transparant over wat we doen, waarom we het doen, welke keuzes we maken bij het uitvoeren van onze VTH-taken en hoe we dit organiseren. Over welke VTH-taken gaat dit beleidsplan? Dit VTH-beleid ziet toe op de wettelijke taken omtrent de (fysieke) leefomgeving voor zover hieraan een vergunningen-, toezicht- en/of handhavings-component vastzit. Voor de volledige uiteenzetting van de reikwijdte, het wettelijk- en bestuurlijk kader verwijzen wij naar de bijlagen 3, 5 en 6 in de bijlagenbundel. Leeswijzer Dit VTH-beleid bestaat uit twee delen. Deel 1, dat voor u ligt, geeft de hoofdlijnen van onze visie, uitgangspunten, doelen, prioriteiten en strategieën op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving weer. In deel 2 (de bijlagenbundel) worden de onderwerpen uit het eerste deel gedetailleerd uitgewerkt. In dit VTH-beleid verwijzen wij naar bijlagen uit de bijlagenbundel. Bijlage 1 van de bijlagenbundel bevat een overzicht van veel gebruikte afkortingen. 2.Ontwikkelingen Terugkijken De gemeente Vijfheerenlanden is op 1 januari 2019 ontstaan door een fusie van de gemeenten Leerdam, Vianen en Zederik. De eerste jaren hierna moesten het beleid en de werkprocessen worden afgestemd. Het vorige VTH-beleid was overgenomen van de (voormalige) gemeente Vianen en daardoor minder van toepassing op situaties in de voormalige gemeente Leerdam en Zederik. Ons vorige VTH-beleid is door ons geëvalueerd en door IBT beoordeeld. Daar kwamen een aantal verbetervoorstellen uit. Hieronder enkele van deze verbetervoorstellen: Het beleid volgens de planning – en control cyclus van de Big8 te volgen. Instrumenten, strategieën en protocollen goed op elkaar afstemmen. Monitoring en evaluatie als continue proces opstellen. Het onderdeel Milieu duidelijk terug laten komen in het beleid, met name in de strategieën. Het inzichtelijk maken van de benodigde middelen. De volledige evaluatie en de verbetervoorstellen zijn terug te vinden in bijlage 7. Vooruitkijken De gemeente staat voor een mooi Vijfheerenlanden dat gezond en duurzaam is voor iedereen. Met het coalitieakkoord en het collegeprogramma brengen wij focus aan in de ontwikkelingen van onze gemeente. In bijlage 8 staan de belangrijkste uitgangspunten voor het VTH-beleid uit deze visie-documenten. Deze uitgangspunten hebben we meegenomen in het opstellen van onze missie, visie, doelstellingen en prioriteiten. Vooruitkijken betekent ook het in kaart brengen van de ontwikkelingen die op ons pad komen de komende beleidsperiode. Wij maken een onderscheid in de juridische, maatschappelijke en organisatorische ontwikkelingen. Hiernaast geven wij een korte opsomming van de belangrijkste ontwikkelingen. Een uitgebreide beschrijving is te vinden in bijlage 8. De inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) vragen de meeste aandacht. Deze twee wetten vormen een uitdaging op het gebied van de werkprocessen, een andere manier van werken en financiën. In bijlage 6 worden deze twee wetten nader toegelicht. Juridische ontwikkelingen In samenwerking met de Utrechtse partners nemen wij o.a. deel aan pilots voor het model van de Omgevingstafel zodat het begeleiden van een aanvraag ‘Omgevingswetproof’ wordt. Ook wordt in Utrechts samenwerkingsverband gewerkt aan het Omgevingswetproof maken van het beleid (zie hoofdstuk 11 samenwerkingspartners). Maatschappelijke ontwikkelingen Door een reeks ingrijpende maatschappelijke ontwikkelingen zoals polarisatie, steeds mondiger inwoners, ondermijning, de ontwikkelingen in de agrarische sector, waterbeheer en klimaatverandering en -adaptatie worden de VTH-werkzaamheden complexer en wellicht ook belangrijker. Ook zien wij uitdagingen m.b.t. de woningbouwopgave (3.850 woningen in Vijfheerenlanden tot 2040), en de transformatieopgave. Door deze ontwikkelingen, waaronder het Coronavirus, staat de gemeente voor allerlei organisatorische en financiële vraagstukken. Dit heeft invloed op de manier van (samen)werken op het gebied van VTH. Wij proberen hier in dit VTH-beleid op in te spelen. Organisatorische ontwikkelingen De afgelopen jaren lag de focus vooral op het inrichten van de nieuwe organisatie met een nieuw bestuur en de veranderende personele bezetting. De juridische én maatschappelijke ontwikkelingen vragen ook een andere manier van werken, waardoor een verbreding van functies binnen de gemeente plaatsvindt. In het coalitieakkoord wordt de Omgevingswet expliciet genoemd en de uitgangspunten van de Omgevingswet (de wens om zaken te vereenvoudigen, meer ruimte te geven aan initiatieven en maatwerk mogelijk maken) sluiten goed aan bij de visie van de gemeente. In ons collegeprogramma wordt de ontwikkeling op het gebied van dienstverlening toegelicht. Vooral de digitale dienstverlening zal de komende periode meer aandacht krijgen. De monitoring van dienstverlening zal worden uitgewerkt in het uitvoeringsprogramma VTH. 3.Missie en Visie In dit hoofdstuk beschrijven wij onze missie en visie. Deze missie en visie vloeien voort uit de verbeterpunten van het vorige beleid, eerder benoemde ontwikkelingen en het coalitieakkoord. Deze missie is waar wij voor staan als gemeente en de visie geeft weer hoe de afdeling VTH invulling geeft aan deze missie. Missie Sterk in omgaan met verscheidenheid Visie Het behouden en bevorderen van een gezonde en duurzame leefomgeving voor iedereen, waarin we vanuit een positieve grondhouding initiatieven en ontwikkelingen behandelen, vraagstukken integraal benaderen en eigen verantwoordelijkheid en naleefgedrag van inwoners en bedrijven stimuleren. 4.Uitgangspunten Vanuit onze missie en visie hebben wij onderstaande uitgangspunten opgesteld en gesplitst in algemene en specifieke uitgangspunten voor Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving. Deze uitgangspunten vormen de basis voor de invulling van onze missie en visie en het vertrekpunt voor de ontwikkeling van onze doelstellingen en acties voor de komende beleidsperiode. Algemene uitgangspunten We passen regels consequent toe en leveren maatwerk waar nodig. We beoordelen en behandelen gelijke gevallen op gelijke wijze. We kennen onze omgeving (inwoners, ondernemers, buurten, wijken, gebieden, gebouwen etc.) zo goed mogelijk. We werken vanuit een positieve grondhouding (de ja, mits-gedachte) en gaan eerst het gesprek aan (mediation). We communiceren open, duidelijk en transparant over ons gevoerde beleid en we zijn duidelijk over de rol van onze inwoners en ondernemers over wanneer wat verwacht wordt met welk resultaat. We werken risicogestuurd en hebben hierbij aandacht voor de verscheidenheid in onze gemeente. We gaan uit van het principe: goed gedrag beloont zichzelf. Als inwoners en ondernemers verzoeken, vergunningaanvragen en dergelijke compleet en volgens de regels indienen, komt dat de snelheid van afhandeling ten goede. We blijven op een constructieve manier (persoonlijk) in contact met inwoners/ondernemers. Vergunningverlening We beoordelen initiatieven vanuit mogelijkheden en oplossingen. (“Ja, mits..” i.p.v. “Nee, tenzij..”). We handelen aanvragen zo snel mogelijk af en in ieder geval binnen de beslistermijnen. De diepgang van de beoordeling van aanvragen is afhankelijk van de risico’s van de activiteit (Wij werken risicogestuurd). Wij erkennen en koesteren de verscheidenheid in onze gebiedstypen, inwoners en bedrijven. Vergunningverlening vindt plaats volgens de Vergunningenstrategie in bijlage 15. Toezicht Het toezicht voeren we ‘slim’ (doelmatig, efficiënt en effectief) uit. Bij constateringen van overtredingen met acuut gevaar wordt direct opgetreden. De wijze en diepgang van het toezicht is afhankelijk van de risico’s van de betreffende activiteit (wij werken risico- gestuurd). We houden buurt-, wijk-, gebied-, thema- of objectgericht toezicht. Onze toezichthouders voeren het toezicht zoveel mogelijk integraal en in samenwerking met andere partijen uit. Wij stimuleren goed naleefgedrag. Toezicht vindt plaats volgens de Toezichtstrategie in bijlage 16. Handhaving We hebben oog voor de situatie ‘achter’ de overtreding/overtreder. Bij constateringen van overtredingen met acuut gevaar wordt direct opgetreden. Mediation en het stimuleren van het eigen oplossingsvermogen zijn belangrijke onderdelen van het voortraject. Bij spoedeisende omstandigheden is bestuursrechtelijke handhaving het sluitstuk van een voortraject waarbij mogelijke oplossingen zijn bekeken en afgewogen. Handhaving vindt plaats volgens de Handhavingsstrategie zoals vermeld in bijlage 17. 5.Doelstellingen Het is aan ons de taak om in te spelen op de verschillende ontwikkelingen (hoofdstuk 2) en uitvoering te geven aan onze missie en visie (hoofdstuk 3). Daarom stellen wij 5 doelstellingen op. Deze doelstellingen zullen jaarlijks in het Uitvoeringsprogramma VTH worden uitgewerkt in activiteiten in de monitoringstool. In deze tool vertalen we de regionale productbladen en nemen we per productblad acties op, stellen we een planning vast, benoemen we de verantwoordelijke en belichten we de aanpak voor het komende jaar. Op die manier maken wij de doelstellingen concreet en haalbaar. In de pijl op de volgende pagina gaan wij van visie naar uitvoering. Allereerst geven we daarin weer wat we willen bereiken (onze visie), wat we daarvoor gaan doen (de activiteiten in de monitoringstool) en wanneer we tevreden zijn (het gewenste resultaat). Onze 5 beleidsdoelstellingen: De komende beleidsperiode realiseren wij aangepaste werkwijzen en processen aan de Omgevingswet, zodat volgens de uitgangspunten van deze wet gewerkt kan worden. De komende beleidsperiode de koppeling tussen beleid en uitvoering versterken en nadrukkelijker sturen op prioriteit en inzet. De komende beleidsperiode realiseren wij aangepaste werkwijzen en processen op het stelsel van private kwaliteitsborging zodat wij erop toe kunnen zien dat de markt zijn verantwoordelijkheid neemt. De komende beleidsperiode realiseren wij de implementatie van een uniforme uitvoering van werkzaamheden a.d.h.v. de risicoanalyse en prioritering. De komende beleidsperiode realiseren wij een VTH-cyclus die voldoet aan de wettelijke kwaliteitseisen voor de uitvoering van de VTH-taken. 6.Omgevingsanalyse Gemeente Vijfheerenlanden bestaat uit verschillende steden en dorpen met elk hun eigen karaktereigenschappen en een omvangrijk buitengebied. Ondernemers, bewoners, organisaties, beheerders van natuurgebieden en het Waterschap zijn medeverantwoordelijk en bepalen met de gemeente de leefbaarheid, kwaliteit van de leefomgeving en veiligheid van bouwwerken en de gemeente zelf. Een verdere uitwerking van de omgevingsanalyse kunt u vinden in bijlage 9 van de bijlagenbundel. Steden en dorpen 16 kernen Eigen identiteit Afwisselend geheel Kleinschalige voorzieningen op korte afstand Grootschalige voorzieningen centraal gelegen Ontmoetingsplaats per kern Verkeer en vervoer Driehoek van autosnelwegen: A15, A2 en A27 Provinciale wegen zijn de verbindingen tussen de kernen. Hoog aantal verplaatsingen per auto en doorgaand verkeer Industrie- en bedrijfsterreinen 3 gezoneerde bedrijfsterreinen: de glasfabriek, kaasfabriek en bedrijventerrein de Hagen/de Biezen Gaasperwaard, Nieuw Schaik en aantal terreinen in kernen Hoge vraag naar bedrijfspercelen Wateren en groenvoorzieningen Waterhuishoudkundig gebied Alblasserwaard – Vijfheerenlanden Blauwe en groene verbindingen Groene aders, waterlopen en waterkeringen Ecologische verbindingen Klimaatadaptatie Landelijk gebied Agrarische sector Oeverwallen Veengebieden Bodemdaling Intensief grondgebruik Afname biodiversiteit 7.Prioriteiten Er zal nooit voldoende capaciteit zijn om alle VTH-taken uitputtend uit te voeren; dit betekent dan ook keuzes maken en prioriteiten stellen. We doen dit aan de hand van een prioriteitstelling waar een risicoanalyse aan ten grondslag ligt. Hiermee maakt het team vergunningen, toezicht en handhaving keuzes ten aanzien van de inzet van capaciteit en middelen. De risicoanalyse en prioritering voor de Wabo-taken bouwen is gemaakt door de gemeente (zie bijlage 11 voor de volledige risicoanalyse en prioritering van de Wabo-taken bouwen). De ODRU heeft in overleg met de gemeente een risicoanalyse uitgevoerd voor milieutaken (ook in bijlage 11). Hieronder worden de 5 hoogste én laagste prioriteiten van de Wabo-taken bouwen en milieu weergegeven. De inzet op activiteiten met een lage prioriteit is minder dan op activiteiten met een hoge prioriteit. Er valt te denken aan de diepgang van toetsing van een vergunningaanvraag, de bezoekfrequentie van toezicht en de wijze waarop handhavingsverzoeken in behandeling worden genomen (nu doen of later inplannen). De werkwijze prioritair werken is te vinden in bijlage 10. Top 5 hoogste prioriteiten Wabo-taken bouwen Publieke- en bedrijfsfunctie complex (bijeenkomst, gezondheidszorg, industrie, agrarisch, logies, etc.) Woonfunctie complex Omgevingsvergunning brandveilig gebruik Slopen/veranderen in beschermd stads- en dorpsgezicht of monument complex Handelen in strijd met bestemmingsplan uitgebreid Top 5 laagste prioriteiten Wabo-taken bouwen Melding brandveilig gebruik Bouwwerken onder Wkb bouwbesluittoetsvrij Bouwwerk geen gebouw zijnde eenvoudig Uitvoeren werk en werkzaamheden (aanleggen) Reclame Top 5 hoogste prioriteiten Wabo-taken milieu Autosloperij Overige industrie chemisch Tankstations met LPG Afvalstoffen Garage met tankstation Top 5 laagste prioriteiten Wabo-taken milieu Gasdrukregel- en meetstation Riool- en poldergemalen Telefooncentrale Olietank particulier Veehouderijen graasdieren 8.Strategieën Welke strategieën passen we toe om naleving te borgen en bevorderen? Preventiestrategie (voorkomen) Communicatiestrategie (Voor)overleg Buurtbemiddeling en mediation Toezichthouders zichtbaar buiten aanwezig Zie ook bijlage 13 en 14 in de bijlagenbundel Vergunningenstrategie (reguleren) Risicogericht toetsen Vaste toetsingskaders Beleidsregel intrekken vergunningen Zie ook bijlage 15 en 25 in de bijlagenbundel Toezichtstrategie (controleren) Risicogericht toezicht Preventief toezicht Actief toezicht Reactief toezicht Zie ook de bijlage 16 in de bijlagenbundel Handhavingsstrategie (optreden) Landelijke Handhavingsstrategie (LHS) Risicogericht handhaven Handhaving tegen bestuursorganen Zie ook de bijlage 17 in de bijlagenbundel Gedoogstrategie (gemotiveerd accepteren) Landelijk beleid (Grenzen aan gedogen) Zie ook bijlage 20 in de bijlagenbundel 9.VTH-organisatie Algemeen Besluitvorming op (vergunnings)aanvragen, toezicht en handhaving zijn een kerntaak van de gemeente, die hierin duidelijk haar verantwoordelijkheden heeft en neemt. Bestuur, directie, netwerkmanagers en de medewerkers van het team (de teams) hebben ieder hun eigen rol en verantwoordelijkheid. In bijlage 6 van de bijlagenbundel wordt dit nader uitgewerkt. Hieronder een korte beschrijving van de organisatie en kwaliteitscriteria die van toepassing zijn. Organisatie en financiën De uitvoering van de VTH-taken op het gebied van de Wabo-taken bouwen is ondergebracht bij het team Vergunningen, Toezicht en Handhaving. In het uitvoeringsprogramma VTH en het jaarverslag wordt de formatie die zich met de uitvoering van deze taken bezighoudt beschreven. De in de beleidsnota beschreven doelen en prioriteiten worden in beginsel uitgevoerd binnen het beschikbare budget. Indien blijkt dat de formatie bijstelling behoeft dan zal dit via de reguliere begrotingscyclus worden aangekaart. De Wabo-taken milieu zijn (wettelijk verplicht) neergelegd bij de ODRU. Daarnaast worden provinciale bedrijven in de gemeente Vijfheerenlanden gecontroleerd door de RUD Utrecht voor de provincie Utrecht. De bouwtaken voor deze provinciale bedrijven zijn gemandateerd aan de gemeente. Met betrekking tot brandveiligheid adviseert de VRU in opdracht van de gemeente op vergunningaanvragen voor bouw, milieu en evenementen en houdt toezicht op de realisatie (nieuwbouw), bestaande bouw, milieu en evenementen. Kwaliteit(scriteria) Dit VTH-beleid maakt onderdeel uit van de beleidscyclus zoals wettelijk vastgelegd in het Besluit omgevingsrecht (Bor). Door het volgen van deze beleidscyclus wordt de kwaliteit van de VTH-taken in de organisatie geborgd. De kwaliteit van de uitvoering van deze taken wordt bovendien geborgd door de op 11 juni 2020 door de raad vastgestelde ‘Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht gemeente Vijfheerenlanden’, waarin is aangegeven dat de gemeente bij de uitvoering van de VTH-taken de landelijke kwaliteitscriteria hanteert. De toezichthouders zijn aangewezen en aangesteld door het college van B&W voor de uitvoering van hun taken waarbij er op persoons- en functieniveau een scheiding is tussen vergunningverlening, toezicht en handhaving. Daarnaast hanteren wij een roulatiesysteem met betrekking tot de toezichthouders, waardoor niet jaren achtereen dezelfde ambtenaren betrokken zijn bij dezelfde zaken. Bij de activiteiten met betrekking tot milieu is bij de Omgevingsdienst Regio Utrecht en VRU sprake van een roulatiesysteem waardoor niet jaren achterheen dezelfde ambtenaren bij dezelfde inrichtingen betrokken zijn. Ook bepalen de landelijke kwaliteitscriteria op welke wijze de gemeentelijke organisatie borgt dat de uitvoering van de VTH-taken door de gemeente en externe partijen structureel op een adequaat niveau plaatsvindt. Instrumenten om deze kwaliteit te borgen, zijn bijvoorbeeld het VTH-beleid, uitvoeringsprogramma VTH, werkprocessen, protocollen en monitoring en verslaglegging. De resultaten zullen jaarlijks worden geëvalueerd en hiervan verslag worden gedaan in het jaarverslag. Vanuit haar taak tot Interbestuurlijk toezicht (IBT) ziet de Provincie hier op toe en de rapportages worden ter informatie aan de gemeenteraad en provincie gezonden 10.Monitoring en evaluatie Sluitstuk van de toepassing en uitvoering van het beleid en de diverse processen is de verantwoording over de inspanningen en resultaten. Daarin staat de vraag centraal of de geleverde inspanningen hebben bijgedragen aan het realiseren van de gestelde doelen en of de ingezette maatregelen succesvol zijn geweest. Daarom moet beleid periodiek geëvalueerd en gemonitord worden. Zo wordt de beleidscirkel gesloten. De evaluatie bestaat uit het beoordelen van jaarresultaten en het effect hiervan op de uitgangspunten en doelstellingen uit het beleid. Er wordt periodiek gemonitord aan de hand van het beleid om de tussenresultaten te beoordelen, jaarlijks verslag gelegd over het uitvoeringsprogramma VTH en het beleid wordt tussentijds geëvalueerd. Hieronder worden monitoring, verantwoording en evaluatie van het beleid verder toegelicht. Monitoring Een goede registratie vergemakkelijkt het vervolgtraject (repressief toezicht en sancties) en verschaft inzicht in de hele keten vanaf een vergunning tot en met een overtreding en de naleving. Het voordeel hiervan is dat alle (handhavings)partners profiteren van de informatie. Het registreren van kwantitatieve en kwalitatieve gegevens is met name van belang voor het te voeren beleid, de in te zetten capaciteit en de verantwoording naar het bestuur en management. De voortgang van VTH wordt periodiek gemonitord op basis van het uitvoerings-programma VTH en de monitoringstool doelstellingen en acties. Deze monitoring wordt gebruikt om te beoordelen of de gestelde doelen uit het VTH-beleidsplan worden behaald. De ODRU en VRU rapporteren periodiek aan de gemeente over de door hen behaalde resultaten. Verantwoording Na afloop van het kalenderjaar wordt een jaarverslag opgesteld voor het college, waarin tenminste over de volgende onderwerpen wordt gerapporteerd: De uitvoering en voortgang van de voorgenomen activiteiten uit het uitvoeringsprogramma VTH; Of de uitvoering van deze activiteiten heeft bijgedragen aan de voortgang van de beleidsdoelen uit het VTH-beleidsplan; Of het VTH-beleidsplan (mede op basis van bovenstaande) eventueel aangepast moet worden. Of de VTH-organisatie nog voldoet aan de wettelijke kwaliteitscriteria. Het college maakt het jaarverslag bekend aan de gemeenteraad en Gedeputeerde Staten. Evaluatie Voordat een beleidsperiode is verstreken, wordt ten behoeve van het nieuwe beleid een evaluatie uitgevoerd. Er wordt dan beoordeeld of: Vastgestelde beleidsdoelen uit het VTH-beleidsplan zijn bereikt; De voorgenomen activiteiten uit het VTH-beleidsplan zijn uitgevoerd; Er aan de afspraken is voldaan die met externe partijen zijn gemaakt. Ook deze evaluatie documenteren wij in het jaarverslag en de resultaten worden gebruikt voor het nieuwe VTH-beleid voor de volgende beleidsperiode en het uitvoeringsprogramma VTH voor het volgende jaar. 11.Samenwerkingspartners Voor de realisatie van haar doelstellingen is de gemeente mede afhankelijk van andere partijen. Dit hoofdstuk beschrijft welke samenwerkingspartners en overlegvormen er zijn en hoe de samenwerking wordt gestructureerd. Dit is geen uitputtend overzicht, maar dit zijn de meest voorkomende samenwerkingspartners. Regionaal overleg Er wordt in de regio Utrecht al vanaf 2010 door 18 gemeenten, ODRU, RUD, VRU en de Provincie Utrecht actief samengewerkt om ervaringen te delen, kennis uit te wisselen en projecten af te stemmen. De gemeente Vijfheerenlanden participeert hier ook actief in. Eén van de doelen is om in gezamenlijkheid de kwaliteit en uniformering van het VTH-beleid, Uitvoeringsprogramma VTH en VTH evaluaties te vergroten. Ook is de voorbereiding van de Omgevingswet in deze samenwerking opgepakt. Door het bestuurlijk ondertekenen van een Samenwerkingsovereenkomst Omgevingswet (SOK-OW) is dit proces geformaliseerd. De volgende werkgroepen zijn geformeerd. Dit kan afhankelijk van de behoefte wijzigen. Omgevingstafel Platform Omgevingsinformatie Meervoudige vergunningverlening Toepasbare regels en vragenbomen VTH-uitvoeringsstrategie (voorheen VTH-beleid) Samenwerkingsvoorziening TH Utrecht Bruidsschat/Tijdelijk Omgevingsplan Archivering Oefenen met het DSO Daarnaast is er nog een aantal andere samenwerkingsinitiatieven, zoals: Warme overdracht bodemtaken Structurele effecten Omgevingswet Opleidingen Veiligheidsregio Utrecht (VRU) De Veiligheidsregio Utrecht adviseert de gemeente in het kader van de vergunningverlening (bouwen, milieu, gebruik) op het gebied onderdeel brandveiligheid, bereikbaarheid en bluswatervoorzieningen, brandveiligheid en gezondheidsaspecten bij evenementen en ruimtelijke ordening inclusief externe veiligheid van brandveilig gebruik. Ook voert de VRU op dit gebied het toezicht uit. De samenwerkingsafspraken tussen de VRU en de gemeente liggen vast in een DVO TUO. De VRU rapporteert jaarlijks over de uitgevoerde werkzaamheden en stelt jaarlijks in overleg met de gemeente een jaarplan/jaarprogramma op. Omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU) De Omgevingsdienst voert voor de gemeente Vijfheerenlanden de wettelijke én enkele aanvullende (milieu)taken uit. De samenwerkingsafspraken tussen de ODRU en de gemeente liggen vast in een dienstverleningsovereenkomst (hierna: DVO). De ODRU rapporteert ieder kwartaal en jaarlijks over de voortgang van de uitvoering van haar taken. Ook stelt de ODRU jaarlijks een uitvoeringsprogramma op. De regievoerder ODRU van de gemeente ziet hierop toe. Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht (RUD Utrecht) De Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht verleent vergunningen, houdt toezicht, handhaaft en adviseert voor de taken waarbij de provincie Utrecht het bevoegde gezag is. Provincie Utrecht De provincie Utrecht heeft de (wettelijke) taak om de samenwerking tussen bestuursorganen op het gebied van de VTH-taken te coördineren door middel van het Interbestuurlijk Toezicht (IBT). De Provincie Utrecht monitort of en in hoeverre gemeenten voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen, onder andere op het gebied van het omgevingsrecht. Het IBT richt zich zowel op de taken vergunningenverlening, toezicht en handhaving, als op ruimtelijke ordening, milieu, externe veiligheid en erfgoed/monumenten. In de provinciale verordening systematische toezichtinformatie is vastgelegd welke informatie de provincie van de gemeenten jaarlijks wil ontvangen op de onderdelen van het omgevingsrecht. Op basis van de aangeleverde informatie vindt de beoordeling plaats. Hierbij kan het oordeel uitkomen op ‘adequaat’, ‘redelijk adequaat’ of ‘niet adequaat’. Politie Het Milieuteam van de politie Midden Nederland valt voor wat betreft aansturing onder het functioneel parket Amsterdam. Op het gebied van strafrechtelijke milieuzaken zijn de milieu-agenten het eerste aanspreekpunt voor de gemeente. Daarnaast is de local office het vaste aanspreekpunt voor de gemeente, de Boa’s en de omgevingsdienst. Afhankelijk van de positionering van de overtreding in de matrix van de Landelijke Handhaving strategie komt het Milieuteam vroeg of later in beeld. Openbaar Ministerie (OM) In het geval strafrechtelijk optreden is vereist, bijvoorbeeld bij de vervolging van milieuovertredingen, waarbij sprake is van economische delicten, vindt afstemming plaats met het functioneel parket te Amsterdam. De vervolging van overtredingen openbare ruimte worden afgehandeld door het OM Midden-Nederland. Waterschap Rivierenland De samenwerking tussen de waterschappen en gemeenten heeft betrekking op het toezicht en handhaving van zaken die grondwater of oppervlaktewater gerelateerd zijn, zoals waterkwaliteit en -kwantiteit, medegebruik van openbaar water en nautisch toezicht op vaarbewegingen. Ook adviseert het waterschap de gemeente over waterhuishoudkundige gevolgen en bij vergunningverlening en handhaving van lozingen op de riolering. Daarnaast stelt het waterschap een waterschapsverordening vast. De waterschapsverordening bevat regels voor waterkeringen, watergangen en grondwater. Rijkswaterstaat De samenwerking tussen Rijkswaterschap en de gemeente heeft betrekking op waterkwaliteit en wegen. De gemeente valt geheel binnen het beheergebied van Midden-Nederland (RWS-MN), met uitzondering van alle raakvlakken met de Lek. Rijkswaterstaat en Waterschap Rivierenlanden werken nauw samen wat betreft het monitoren versterken van de veiligheid van de waterkeringen. Deel 2 Bijlagenbundel 7 juni 2021 Inleiding In april 2016 is een wijziging van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in werking getreden, waarmee verbeteringen van het stelsel van Vergunningen, toezicht en handhaving (VTH) een wettelijke verankering hebben gekregen. Op grond van de Wet VTH en de daarvan afgeleide Verordening Kwaliteit VTH hebben gemeenten, het college van B&W, de plicht een integraal vergunningen- en handhavingsbeleid te formuleren en dat jaarlijks uit te werken in uitvoeringsprogramma’s. Het college informeert de gemeenteraad, gedeputeerde staten en partners over het vastgestelde beleid, de uitvoeringsprogramma’s en doet daar jaarlijks verslag van. Verder evalueert het college de ingezette formatie en middelen. De wet VTH gaat beleidsneutraal over in de Omgevingswet. De artikelen die de verplichtingen voor het VTH-beleid en bijbehorende documenten regelen, staan vanaf inwerkingtreding van de Omgevingswet in het Omgevingsbesluit. De strategieën in deze bijlagebundel zijn ook getoetst aan de wetgeving in het Omgevingsbesluit. Er wordt in de regio Utrecht al vanaf 2010 door 18 gemeenten, ODRU, RUD, VRU en de Provincie Utrecht actief samengewerkt om ervaringen te delen, kennis uit te wisselen en projecten af te stemmen. De gemeente Vijfheerenlanden participeert hier ook actief in. Eén van de doelen is om in gezamenlijkheid de kwaliteit en uniformatie van het VTH-beleid, VTH Uitvoeringsprogramma en VTH evaluaties te vergroten. Ook is de voorbereiding van de Omgevingswet in deze samenwerking opgepakt. Door het bestuurlijk ondertekenen van een Samenwerkingsovereenkomst Omgevingswet (SOK-OW) is dit proces geformaliseerd. Er zijn diverse werkgroepen geformeerd. Dit kan afhankelijk van de behoefte wijzigen. In dit regionale verband is een format opgesteld voor het VTH-beleid. De voorliggende set van beleidsnotitie en bijlagenbundel is op basis daarvan opgesteld. Ook het uitvoeringsprogramma VTH en het jaarverslag zullen conform de regionale formats worden opgesteld. De komende periode wordt in Utrechts samenwerkingsverband gekeken naar het Omgevingswetproof maken van het VTH-beleid. De verplichte basistaken (milieu) die de ODRU uitvoert voor haar gemeenten worden uniform uitgevoerd. Afstemming van deze basistaken en de uniforme borging is vastgelegd in het Koersdocument 2019-2022. Het Koersdocument is door het Algemeen Bestuur van de ODRU vastgesteld. Dit Algemeen Bestuur bestaat uit wethouders van de 15 deelnemende gemeenten van de ODRU. Hiermee is ook de afstemming op bestuurlijk niveau geborgd en wordt er voldaan aan de eisen die het omgevingsrecht stelt aan uitvoering en afstemming op OD-schaalniveau. Specifiek voor de milieutaken zijn in ODRU-verband afspraken gemaakt over risicogestuurd toezicht en het toepassen van de (op één punt aangepaste) landelijke handhavingsstrategie. De strategieën in deze bijlagebundel gelden Wabo-breed. En in bijlage 17 wordt de specifieke afwijking aangegeven. Leeswijzer Het gemeentelijke VTH-beleid 2021-2024 bestaat uit twee onderdelen. Het eerste deel geeft op een visuele manier kort de hoofdlijnen weer van de missie & visie, uitgangspunten, doelen, prioriteiten en strategieën op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Het tweede deel is de voorliggende bijlagenbundel waarin de onderwerpen uit het eerste deel verder zijn uitgewerkt. De volgorde van de bijlagen in deze bijlagenbundel volgt de volgorde in het VTH-beleid 2021-2024. Deel 2 is van toepassing op het taakveld bouwen en milieu. Daar waar dat niet zo is zal dit afzonderlijk worden aangegeven. Bijlage1:Lijst met veel gebruikte afkortingen Wetgeving en besluiten AIM Activiteitenbesluit Internet Module AMvB Algemene Maatregel van Bestuur APV Algemene Plaatselijke Verordening AVG Algemene Verordening Gegevensbescherming Awb Algemene wet bestuursrecht Bbl Besluit bouwwerken leefomgeving Bevi Besluit externe veiligheid inrichtingen Bor Besluit omgevingsrecht Brzo Besluit risico’s zware ongevallen BWT Bouw- en woningtoezicht HUP Handhavingsuitvoeringsprogramma LHS Landelijke Handhavingsstrategie Mor Ministeriële regeling omgevingsrecht Ow Omgevingswet Rav Regeling ammoniak en veehouderij Revi Regeling externe veiligheid inrichtingen RO Ruimtelijke Ordening Wabo Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Wav Wet ammoniak en veehouderij Wed Wet op de economische delicten Wet Bibob Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur Wet VTH Wet vergunningen, toezicht en handhaving (is de werknaam) Wet WOZ Wet Waardering Onroerende Zaken Wgh Wet geluidhinder Wgv Wet geluidhinder en veehouderij Wkb Wet kwaliteitsborging voor het bouwen Wnb Wet natuurbescherming Wm Wet milieubeheer Wro Wet ruimtelijke ordening Organisaties CJIB Centraal Justitieel Incassobureau EU Europese Unie IenW Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat ILT Inspectie Leefomgeving en Transport JenV Ministerie van Justitie en Veiligheid NVWA Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit ODRU Omgevingsdienst regio Utrecht OM Openbaar Ministerie RUDU Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu SMK Strategische milieukamer SZW Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid VNG Vereniging Nederlandse Gemeenten VRU Veiligheidsregio Utrecht Milieu CO2 koolstofdioxide EED Energy Efficiency Directive/Europese Energie-Efficiency Richtlijn ETS EU Emissions Trading System/Europees systeem voor emissiehandel IPPC Integrated Pollution Prevention and Control kWh kiloWatt hour LAP Landelijk Afvalbeheerplan LAVS Landelijk Asbestvolgsysteem LGR Landelijk Grondwater Register LPG Liquefied Petroleum Gas MEE Meerjarenafspraak energie-efficiëntie ETS-ondernemingen MJA3 Meerjarenafspraak energie-efficiëntie 2001-2020 NRB Nederlandse Richtlijn Bodembescherming PFAS Poly- en perfluoralkylstoffen PFOA Perfluoro octanoic acid PFOS Perfluoroctaansulfonzuur PGS Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen RRGS Register Risicosituaties Gevaarlijke Stoffen Overig B&W College van burgemeester en wethouders BAG Basisregistratie Adressen en Gebouwen BBT Beste beschikbare technieken BOA Buitengewoon opsporingsambtenaar BSBm Bestuurlijke Strafbeschikking milieu DSO Digitaal Stelsel Omgevingswet EV Externe veiligheid IBP Interbestuurlijk Programma IBT Interbestuurlijk Toezicht LOB Last onder bestuursdwang LOD Last onder dwangsom MTG Maximaal toelaatbare geluidsbelasting NEC National Emission Ceiling/Nationaal emissieplafond OBM Omgevingsvergunning beperkte milieutoets PV Proces-verbaal RIE Richtlijn Industriële Emissies SOK Samenwerkingsovereenkomst TUO Taakuitvoeringsovereenkomst Bijlage2:Begrippenlijst Begrip Toelichting Ambtelijke waarschuwing of constateringsbrief Brief naar aanleiding van een controle waarbij wel een overtreding is vastgesteld. In de brief wordt aangegeven welke maatregelen getroffen moeten worden om de overtreding te beëindigen en binnen welke termijn (hersteltermijn) dit moet zijn uitgevoerd. In deze brief worden eventuele sancties aangekondigd. Basistaken (milieu) Het basistakenpakket van de Omgevingsdiensten is (nu nog) vastgelegd in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo, artikel 5.3 4e lid) en het Besluit Omgevingsrecht (artikel 7.1). Het gaat om de VTH-taken op het gebied van milieu waarvoor de gemeente bevoegd gezag is. Onder de Omgevingswet zijn de basistaken vastgelegd in het Besluit Omgevingsrecht. De in de ODRU deelnemende gemeenten hebben gezamenlijk een Koers vastgesteld. Daarin zijn Koerstaken benoemd, dat zijn de taken bovenop de basistaken die alle ODRU-gemeenten in lijn met de Koers onderbrengen bij de ODRU na de inwerkingtreding van de Omgevingswet, bijvoorbeeld milieutoezicht bij activiteiten. Beginselplicht tot handhaving Uitgangspunt dat het bevoegd gezag verplicht is om op te treden bij een geconstateerde overtreding. De term ‘beginselplicht’ impliceert dat er omstandigheden kunnen zijn om van handhaven en/of het opleggen van een sanctie af te zien. Dit is in het recht geregeld via artikel 5:5 Awb (het bestuursorgaan legt geen bestuurlijke sanctie op voor zover voor de overtreding een rechtvaardigingsgrond bestond) en artikelen 39 en verder van het Wetboek van strafrecht (strafuitsluitingsgronden). Uit de rechtspraak volgt voorts dat overwogen kan worden van handhaven af te zien als er concreet zicht op legalisatie bestaat, of wanneer handhavend optreden zodanig onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen, dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien. Bij verzoek om handhaving kan voorlopig van handhaving worden afgezien omdat wegens het bestaan van een redelijk handhavingsbeleid betrokkenen eerst de gelegenheid krijgt om de overtreding ongedaan te maken. Verzoeken om handhaving worden eveneens getoetst aan dit beleid, hetgeen kan inhouden dat aan laag-prioritaire zaken niet direct aandacht wordt geschonken. Begunstigingstermijn (artikel 5:24 lid 2 en artikel 5:32a lid 2 Awb) Termijn die wordt gesteld in een bestuursdwang- of dwangsombeschikking waarbinnen de overtreder de overtreding ongedaan kan maken zonder dat de bestuursdwang wordt uitgevoerd of een dwangsom moet worden betaald. Belangenafweging Bij de voorbereiding van besluiten moet het bevoegd gezag de betrokken belangen afwegen. Aan de ene kant kunnen dit bijvoorbeeld zijn de persoonlijke, economische en financiële belangen van een overtreder. Aan de andere kant de gemeentelijke taak om toezicht te houden op de naleving van wet- en regelgeving, veiligheid, voorkomen dat een dergelijke overtreding op meerdere locaties in de gemeente plaatsvindt (precedentwerking) en dergelijke. Mede op basis van deze belangenafweging bepaald het bevoegd gezag of er handhavend wordt opgetreden, welke termijn er wordt gehanteerd, of er een sanctie wordt opgelegd Bestuurlijk Omgevingsberaad Centraal bestuurlijk overleg over het stelsel VTH onder leiding van de Minister van IenM, gericht op afstemming van de verschillende taken en verantwoordelijkheden. Aan het Bestuurlijk Omgevingsberaad doen in ieder geval mee: de ministers van IenM en JenV, drie vertegenwoordigers van de omgevingsdiensten, vertegenwoordigers van de bevoegde overheden en het OM. Bestuurlijke boete Een boete die door een daartoe bevoegde overheidsdienst zonder tussenkomst van het OM of een rechter kan worden opgelegd. Het CJIB verzorgt de inning en incasso van bestuurlijke boetes van diverse overheidsdiensten, waaronder de NVWA, de Inspectie SZW en de Inspectie Leefomgeving en Transport. Bestuurlijke strafbeschikking Een strafrechtelijke boete die bij strafbeschikking wordt opgelegd ter afdoening van relatief eenvoudige overtredingen. De gevallen waarin dit instrument kan worden toegepast zijn opgenomen in het Feitenboekje Bestuurlijke strafbeschikking milieu- en keurfeiten. Bestuursdwangbeschikking (last onder bestuursdwang) (artikelen 5:21 t/m 5:31c Awb) Bestuursdwang is het optreden door het bevoegd gezag tegen een overtreding op kosten van de overtreder. De definitie van last onder bestuursdwang in de Awb luidt: ’Onder last onder bestuursdwang wordt verstaan: de herstelsanctie inhoudende: een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding, en de bevoegdheid van het bestuursorgaan om de last door feitelijk handelen ten uitvoer te leggen, indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd.’ Artikel 5:25 Awb bepaald dat de kosten van toepassing van bestuursdwang op de overtreder verhaald kunnen worden. Tegen een bestuursdwangbeschikking kan bezwaar worden gemaakt, een voorlopige voorziening worden gevraagd (mits bezwaar is ingediend) en (hoger) beroep worden ingesteld. Bevinding Waarneming die ten aanzien van een bepaald onderwerp van onderzoek tijdens een inspectie wordt gedaan. Na beoordeling ervan kunnen bevindingen leiden tot de kwalificatie wel/geen overtreding. Bevoegd gezag Het bestuursorgaan dat bevoegd is een handhavingsbesluit te nemen of een besluit te nemen op een aanvraag om omgevingsvergunning. Doorgaans is dat het college van burgemeester en wethouders van de gemeente. Uitzondering is bijvoorbeeld het college van Gedeputeerde Staten (bijvoorbeeld bij provinciale milieu-inrichtingen). Dwangsombeschikking (last onder dwangsom) (artikel 5:31d t/m 5:36 Awb) Een last onder dwangsom betekent dat een overtreding binnen een bepaalde periode ongedaan moet worden gemaakt. Als dit niet binnen die periode is gebeurd, dan moet de overtreder een boetebedrag (dwangsom) betalen. Een last onder dwangsom is bedoeld om de overtreding ongedaan te maken of verdere overtreding of een herhaling van de overtreding te voorkomen. De definitie van een last onder dwangsom in de Awb luidt als volgt: Onder last onder dwangsom wordt verstaan: de herstelsanctie inhoudende: een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding, en de verplichting tot betaling van een geldsom indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd. Tegen een last onder dwangsombeschikking kan bezwaar worden gemaakt, een voorlopige voorziening worden gevraagd (mits bezwaar is ingediend) en (hoger) beroep worden ingesteld. Functioneel Parket Specialistisch, landelijk opererend onderdeel van het OM, dat zich toelegt op de bestrijding van complexe fraude en milieucriminaliteit. Fysieke leefomgeving De fysieke leefomgeving omvat de inrichting van de woonwijk/gemeente inclusief de wegen, parken, industrieterreinen. De kwaliteit van de fysieke leefomgeving wordt deels bepaald door de milieukwaliteit. Gedoogbeschikking Een schriftelijk besluit van het bevoegde gezag voor het afzien van het gebruik van ter beschikking staande bestuursrechtelijke handhavingsinstrumenten voor een bepaalde termijn. Gedoogstrategie Een bestuurlijk vastgesteld document, waarin is vastgelegd in welke situaties en onder welke condities inzet van sancties tegenover overtreders tijdelijk achterwege kan blijven. Geheel of gedeeltelijke intrekking vergunning of ontheffing Naast een last onder dwangsom of last onder bestuursdwang kan een bestuursorgaan ook als sanctie de vergunning of ontheffing geheel of gedeeltelijk intrekken. Door intrekking van een vergunning of ontheffing ontneemt het bevoegde gezag de overtreder de juridische basis van zijn activiteit. Gelijkwaardige oplossing Er is sprake van een afwijking van (een of meerdere voorschriften van) een vergunning/ontheffing/vrijstelling, maar het door de rechtsregel beschermde belang wordt in dezelfde mate of beter gewaarborgd. Handhaven Door toezicht en het toepassen van bestuursrechtelijke, strafrechtelijk of privaatrechtelijke middelen bereiken dat geldende rechtsregels worden nageleefd. Handhavingsbeleid Dit is een beleid(snota) voor alle betrokken beleidsvelden. Daarin staat een beschrijving van de gemeentelijke prioriteiten, de doelen, de strategieën en de activiteiten. Het beleid is afgestemd met andere betrokken bestuursorganen (zoals Waterschap, Provincie en dergelijke). Handhavingsstrategie Bestuurlijk vastgesteld document, waarin de basisaanpak voor het bestuursrechtelijk en strafrechtelijk optreden bij overtredingen is vastgelegd. De handhavingsstrategie omvat ten minste: een op elkaar afgestemd bestuursrechtelijk – strafrechtelijk optreden tegen overtreding van de gestelde milieunormen; een passende reactie op geconstateerde overtredingen; een stringentere reactie bij voortduring van de overtreding; een regeling voor optreden tegen overtredingen door de eigen organisatie en andere overheden; transparantie over te stellen termijnen voor het opheffen van (standaard)overtredingen en over de zwaarte van sancties daarvoor. Handhavingsuitvoeringsprogramma Jaarprogramma waarin wordt omschreven welke handhavingsactiviteiten er zullen worden uitgevoerd. Hierbij is rekening gehouden met de onderkende risico’s en de vastgestelde prioriteiten. In dit programma staat ook een overzicht van de financiering en de capaciteit. Handhavingsverzoek Een handhavingsverzoek is een verzoek aan de overheid om handhavend op te treden tegen de overtreding van een bestuursrechtelijke norm. Een handhavingsverzoek dient schriftelijk en gemotiveerd ingediend te worden en kan niet anoniem. Integrale handhaving Het afstemmen en samenbrengen van handhavingsactiviteiten binnen verschillende taakvelden en/of organisaties. Interventie Actieve handeling om een geconstateerd probleem op te lossen. Legalisatie (concreet zicht
- op)Het vooruitzicht dat een overtreding binnen de geldende regels toegestaan kan worden. Voorwaarde is dat er door de overtreder concreet om gevraagd moet worden, bijvoorbeeld door het aanvragen van een omgevingsvergunning. Legalisatietoets Toets om na te gaan of legalisatie van een overtreding mogelijk is. Motiveringsbeginsel In de Algemene wet bestuursrecht vastgelegd beginsel dat besluiten goed gemotiveerd moeten zijn, feiten moeten kloppen en de motivering moet logisch en begrijpelijk zijn. Nalevingstrategie Bestuurlijk vastgesteld document, waarin is vastgelegd met welke instrumenten naleving wordt gerealiseerd en welke rol handhaving daarbinnen speelt. Een nalevingstrategie bevat in ieder geval een toezichtstrategie, een handhavingsstrategie en een gedoogstrategie. Normadressaat Natuurlijke of rechtspersoon voor wie een bepaalde norm of voorschrift geldt. Omgevingsdiensten Diensten van provincies en gemeenten voor de uitvoering van de VTH-taken. De Omgevingsdiensten werden eerder ook aangeduid als Regionale Uitvoeringsdiensten (RUD’s). Overtreding Een afwijking van een rechtsregel, waarbij geen sprake is van een gelijkwaardige oplossing (zie artikel 5:1 lid 1 Awb). Preventieve handhaving Het vergunningsproces en het al dan niet vergunning-gebonden toezicht op activiteiten en/of gebruik. Preventiestrategie De strategie is gericht om burgers en ondernemers spontaan wet- en regelgeving te laten naleven. Privaatrechtelijke handhaving Handhaven op grond van civiel recht in plaats van bestuurs- en/of strafrecht. Dit gebeurt bijvoorbeeld als het om eigendomsrecht gaat. Programmatisch handhaven Een structurele en integrale aanpak van de handhaving. Daarbij zijn prioriteiten gesteld en de handhavingsactiviteiten op elkaar afgestemd. Bij een programmatische aanpak worden beleid en uitvoering van beleid opgevolgd door evaluatie en bijsturen. Het bevoegd gezag stelt een dergelijk uitvoeringsprogramma jaarlijks vast. Rechtsgelijkheid Rechtsbeginsel dat bepaalt dat gelijke gevallen gelijk dienen te worden behandeld en ongelijke verschillend naar de mate van het verschil. Rechtvaardigingsgrond Omstandigheid die de wederrechtelijkheid van een handeling bij nader inzien wegneemt. Mogelijke reden om uiteindelijk geen sanctie op te leggen. Repressieve handhaving Met repressie wordt bedoeld het herstellen van situaties die in strijd zijn met de geldende wet- en regelgeving of een verleende vergunning. Sanctie Straf of maatregel die wordt toegepast als rechtsregels worden overschreden. Schulduitsluitingsgrond Omstandigheid die de verwijtbaarheid van een handeling bij nader inzien wegneemt. Mogelijke reden om uiteindelijk geen sanctie op te leggen. Strafuitsluitingsgrond Er zijn twee categorieën strafuitsluitingsgronden: rechtvaardigheidsgronden en schulduitsluitingsgronden. Strafrechtelijke handhaving Strafrechtelijke handhaving betekent dat, na het instellen van een proces-verbaal, strafvervolging wordt ingesteld. Strategische milieukamer Overleg tussen het Functioneel Parket van het OM, de inspecteurs-generaal van de ILT, NVWA en de Inspectie SZW, de Nationale Politie, een vertegenwoordiging van de Omgevingsdiensten en het bestuurlijk bevoegd gezag. De SMK stelt de landelijke prioriteiten vast voor de strafrechtelijke handhaving en de afstemming van de strafrechtelijke handhaving op de bestuurlijke handhaving. Toezicht Het controleren of en in hoeverre wettelijke bepalingen worden nageleefd. Toezichthouder Toezichthouders zijn ambtenaren die door of namens het college benoemd zijn om te controleren of de rechtsregels worden nageleefd. In hun functie als toezichthouder mogen deze ambtenaren elke plaats, met uitzondering van een woning, betreden. Indien noodzakelijk kunnen ze ook met bijzondere toestemming van de burgemeester een woning zonder toestemming van de bewoner betreden, zelfs tegen de wil van de eigenaar of bewoner (op grond van de Algemene wet op het binnentreden). Toezichtstrategie Bestuurlijk vastgesteld document, waarin is vastgelegd welke vormen van toezicht worden onderscheiden en wat de basiswerkwijze daarbij is. Voorlopige maatregel Een maatregel opgelegd door de rechter of de officier van justitie ter voorkoming van verdere overtreding van de wet. Voornemen last of voorwaarschuwing Schriftelijke waarschuwing van het bevoegde gezag waarin wordt aangekondigd dat, vanwege een geconstateerde overtreding, het voornemens is een bestuursrechtelijke sanctie op te leggen. In dit voornemen wordt een termijn gegeven waarbinnen de overtreder de gelegenheid krijgt om mondeling of schriftelijk zijn zienswijze naar voren te brengen op de voorgenomen bestuursrechtelijke sanctie (artikel 4:8 Awb). VTH Kwaliteitscriteria Landelijke kwaliteitscriteria die inzichtelijk maken welke kwaliteit burgers, bedrijven en instellingen, maar ook overheden onderling en opdrachtgevers mogen verwachten bij de uitvoering of de invulling van taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH-taken). Wraken Op schriftelijke wijze aangeven dat het bestuursorgaan zich het recht voorbehoudt om handhavend op te treden, maar daar niet per direct aan toe komt. Zienswijze (artikel 4:8 Awb e.v.) De belanghebbenden kunnen hun visie geven op de vraag of er sprake is van een overtreding, of er goede redenen zijn handhaving (tijdelijk) achterwege te laten en op de vraag welke belangen daarmee gediend zouden zijn. Daarnaast kan gereageerd worden op voorgenomen dwangsombedragen en begunstigingstermijn voor zover deze bij het vragen van een zienswijze al bekend zijn. De zienswijze kan mondeling of schriftelijk worden ingediend bij het bevoegde gezag. Zorgvuldigheidsbeginsel In de Algemene wet bestuursrecht vastgelegd rechtsbeginsel, dat de overheid een besluit zorgvuldig moet voorbereiden en nemen: correcte handeling van de burger, zorgvuldig onderzoek naar de feiten en belangen, procedure goed volgen en deugdelijke besluitvorming. Bijlage3:Reikwijdte VTH-beleid Vijfheerenlanden Het VTH-beleid van de gemeente heeft betrekking op de volgende taakvelden en in ieder geval op de daarbij aangegeven onderdelen. Dit betreft echter geen limitatieve opsomming. Nr. Taakveld Verantwoordelijk Onderdelen 1. Milieu ODRU Milieu-inrichtingen Aanbieden, storten of verbranden afvalstoffen Bodem Indirecte lozingen Verwijdering asbest Slopen (meldingen en controle hierop) Handhavingsverzoeken m.b.t. asbest en slopen Adviestaak Wabo Ontheffing route gevaarlijke stoffen 2. Bouwen en wonen Gemeente Aanleg, bouw- en oprichtingsfase (vergunning, toezicht) Monumenten en archeologie Aanlegvergunning Vellen houtopstand In-/uitritten Reclame 3. Ruimtelijke ordening Gemeente Illegaal gebruik van bouwwerken en gronden Illegale sloop, bouw of aanleg Woonkwaliteit/Onveilige bewoning (o.a. permanente bewoning recreatiewoningen) 4. Brandveiligheid Gemeente en VRU Advies brandveiligheid (waaronder evenementen) Toezicht tijdens de bouw Toezicht gebruik bouwwerken (zorginstellingen, bijeenkomst, onderwijs, sport, industrie, logies, kamerverhuur, winkel) Toezicht evenementen Toezicht milieu (integraal met ODRU) Toezicht bij meldingen brandonveilige situaties Integrale toezicht- en handhavingsacties 4. Omgevingsveiligheid Gemeente en VRU Activiteiten met gevaarlijke stoffen met aandachtsgebieden brand, explosie en gifwolk 5. Overige activiteiten Gemeente Klachten Verzoeken tot handhaving Bijlage4:De Big-8 Cyclus Inleiding In dit beleid volgen we de systematiek van de “BIG 8” cyclus uit de wet VTH. De verschillende stappen in de cyclus vormen samen het VTH-beleid en het uitvoeringsprogramma. Ook geven de stappen richting aan de systematiek van doorwerking en evaluatie. In dit VTH-beleidsplan geven wij de BIG 8 cyclus weer aan de hand van iconen. Ieder icoon staat voor een bepaalde stap uit de cyclus. Hieronder word per icoon uitgewerkt welke inhoudelijke stukken hierbij horen. Figuur 1 BIG 8 cyclus Overzicht stappen Prioriteiten & Doelen Ter behoeve van de prioriteiten en doelen voor de komende beleidsperiode beschrijven we in het VTH-beleid: De verbeterpunten uit de evaluaties van het vorige beleid De visie van de gemeente aan de hand van bijvoorbeeld het coalitieakkoord en andere visiedocumenten. De relevente ontwikkelingen voor de komende periode Strategie De missie van de gemeente komt terug in het VTH-beleidsplan. De strategie van het VTH-beleidsplan wordt bepaald door het uitwerken van deze missie in de visie voor VTH. Programma & Organisatie Vanuit de missie en visie stellen we een aantal hoofddoelstellingen op. In de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s worden deze doelstellingen uitgewerkt in acties voor dat betreffende jaar in het uitvoeringsprogramma. Werkwijze Door middel van een risicoanalyse en priortering geven wij vorm aan de werkwijze van onze VTH-taken. Uitvoering Door middel van het beschrijven van onze uitvoeringsstrategieën voor V, T en H geven wij weer hoe wij uitvoering geven aan onze VTH-taken. Programma-evaluatie Wij maken de beschikbare personele en financiële middelen voor de komende beleidsperiode inzichtelijk. Aan de hand van dit inzicht kunnen we monitoren of de gestelde doelen haalbaar zijn en/of deze moeten worden aangepast. In het jaarlijkse uitvoeringsprogramma gaan wij hier voor dat specifieke jaar verder op in. Beleids evaluatie Met de beleidsevaluatie maken we de beleidscyclus rond. In het VTH-beleid beschrijven we de manier van evalueren van het beleid en de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s. Bijlage5:Bestuur en organisatie Besluitvorming op (vergunnings)aanvragen, toezicht en handhaving zijn een kerntaak van de gemeente, die hierin duidelijk haar verantwoordelijkheden heeft en neemt. Het bestuur, de directie en de zelforganiserende teams hebben ieder hun eigen rol en verantwoordelijkheid. De zelforganiserende teams en de netwerkmanagers hebben onder andere als taak interne processen aan te sturen. Daarvoor is het nodig om het (gewenste) verloop van primaire werkprocessen inzichtelijk te maken, te structureren en te bewaken. Naast de bestuurlijke verantwoordelijkheid, zal duidelijk moeten zijn wie operationeel verantwoordelijk is voor vergunningverlening, toezicht en handhaving (wie is verantwoordelijk voor de activiteit, (tussen)resultaten en besluitvormingsmomenten). In het kader van deze beleidsnota past het dan ook om de diverse rollen en verantwoordelijkheden van de actoren nader te beschrijven. De rol van de gemeenteraad Nadat het college vastgestelde VTH-beleid, uitvoeringsprogramma en jaarverslag worden heeft vastgesteld worden die in het kader van de controlerende taak van de gemeenteraad ter kennisname aan de raad verstuurd. Het jaarverslag dient dan ook als evaluatie van het uitvoeringsprogramma VTH en daarin wordt gerapporteerd aan de raad hoe en of de gestelde doelen zijn bereikt. De het college van burgemeester en wethouders Het college stelt het VTH-beleid, het Jaarverslag en het Jaarprogramma vast en heeft de plicht om deze te delen met de gemeenteraad en de provincie Utrecht. De rol van samenwerkingspartners Het doel is samen met o.a. politie, VRU, ODRU, burgers, bedrijven en instellingen verder te werken aan vergunningverlening, toezicht en handhaving. Een ieder zal daarom op zijn of haar eigen verantwoordelijkheid worden aangesproken; elk individu, elke organisatie kan namelijk op eigen wijze in meer of mindere mate een bijdrage leveren aan een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving. De samenwerking op verschillende niveaus zal de komende periode worden geïntensiveerd, waarbij zoveel mogelijk wordt aangesloten bij bestaande overlegvormen. De belangrijkste samenwerkingspartners met betrekking tot het VTH-beleid staan benoemd in hoofdstuk 11 Samenwerkingspartners van het VTH-beleidsplan 2021-2024. Coördinatie en afstemming in de regio Er wordt in de regio Utrecht al vanaf 2010 door 18 gemeenten, ODRU, RUD, VRU en de Provincie Utrecht actief samengewerkt om ervaringen te delen, kennis uit te wisselen en projecten af te stemmen. De gemeente Vijfheerenlanden participeert hier ook actief in. Eén van de doelen is om in gezamenlijkheid de kwaliteit en uniformatie van het VTH-beleid, VTH Uitvoeringsprogramma en VTH evaluaties te vergroten. Ook is de voorbereiding van de Omgevingswet in deze samenwerking opgepakt. Door het bestuurlijk ondertekenen van een Samenwerkingsovereenkomst Omgevingswet (SOK-OW) is dit proces geformaliseerd. In dit regionale verband is een format opgesteld voor het VTH-beleid. De voorliggende set van beleidsnotitie en voorliggende bijlagenbundel zijn op basis daarvan opgesteld. Ook het uitvoeringsprogramma VTH en het jaarverslag zullen conform de regionale formats worden opgesteld De rol van de Provincie Utrecht (IBT) De provincie Utrecht heeft de (wettelijke) taak gekregen om de samenwerking tussen bestuursorganen op het gebied van de VTH-taken te coördineren door middel van het Interbestuurlijk Toezicht (hierna: IBT). De Provincie Utrecht ziet toe op, of en in hoeverre gemeenten voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen, onder andere op het gebied van het omgevingsrecht. Het IBT richt zich zowel op de taken vergunningenverlening, toezicht en handhaving, als op ruimtelijke ordening, milieu, externe veiligheid en erfgoed/monumenten. In de provinciale verordening systematische toezichtinformatie is vastgelegd welke informatie de provincie van de gemeenten jaarlijks wil ontvangen op de onderdelen van het omgevingsrecht. Op basis van de aangeleverde informatie vindt de beoordeling plaats. Hierbij kan het oordeel uitkomen op ‘adequaat’, ‘redelijk adequaat’ of ‘niet adequaat’. Bijlage6:Wettelijk kader Inleiding Hieronder staat een beknopte opsomming van landelijke wet- en regelgeving die een rol speelt in het VTH-beleid 2021-2024. Deze opsomming is niet uitputtend. Gemeentewet In artikel 125 lid 2 en 3 van de Gemeentewet staat dat het college van B&W of de burgemeester een bevoegdheid heeft om handhavend op te treden. Letterlijk staat er dat het college of de burgemeester een last onder bestuursdwang kan opleggen. Wie een last onder bestuursdwang kan opleggen, mag in plaats hiervan op grond van artikel 5:32 lid 1 Awb ook een last onder dwangsom opleggen. Aan het bestuursorgaan die deze handhavende bevoegdheden heeft, worden in de Awb ook allerlei toezichtsbevoegdheden gegeven. Dit artikel in de gemeentewet vormt dus de wettelijke basis voor het college of de burgemeester om toezicht uit te oefenen en de herstelsancties (last onder bestuursdwang en last onder dwangsom) op te leggen. Het college heeft de bevoegdheid om toezichthouders aan te stellen. Daarnaast stelt het college op grond van artikel 142 Wetboek van Strafvordering Buitengewoon opsporingsambtenaren (BOA’
- s)aan. Deze Boa’s hebben opsporingsbevoegdheden binnen het strafrecht. Naast de herstelsancties in het bestuursrecht kent het bestuursrecht ook een bestraffende sanctie. De wettelijke basis voor de raad om in een verordening op te nemen dat op overtreding van wettelijke voorschriften een bestuurlijke boete kan worden opgelegd, is artikel 154b Gemeentewet. De Boa’s hebben de bevoegdheid om een bestuurlijke strafbeschikking aan te kondigen. Uiteindelijk legt de officier van justitie de strafbeschikking op. Algemene wet bestuursrecht (Awb) In de Awb (hoofdstuk 5) worden geen bevoegdheden tot het verlenen van vergunningen of het uitvoeren van toezicht en handhaving toebedeeld aan bestuursorganen, maar worden aan de hiertoe bevoegde bestuursorganen en daartoe aangewezen ambtenaren instrumenten gegeven (een gereedschapskist om mee te werken). De voornaamste handhavingsinstrumenten die beschreven staan, zijn de herstelsancties in titel 5.3 van Hoofdstuk 5 te weten de last onder bestuursdwang (afdeling 5.3.1) en de last onder dwangsom (afdeling 5.3.2). Deze instrumenten bieden een bestuursorgaan de bevoegdheden om zelf de overtreding geheel of gedeeltelijk ongedaan te maken of te beëindigen dan wel de overtreder een dwangsom op te leggen om dit zelf te doen. Daarnaast staat in titel 5.4 Awb een bestraffende sanctie opgenomen; te weten een bestuurlijke boete. Deze sanctie beoogt leed toe te voegen aan de overtreder en mag naast een herstelsanctie worden opgelegd. Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) De Wabo is een kaderwet waarmee bevoegd gezag (bij gemeente meestal het college van B&W) één integraal besluit tot vergunningverlening kan nemen waarbij in een besluit diverse aspecten aan de orde kunnen komen met betrekking tot de fysieke leefomgeving (zoals ruimte, milieu, natuur alsook aspecten met betrekking tot bouwen, monumenten en brandveiligheid). Met deze diverse deelvergunningen beoogt de wetgever diverse belangen te beschermen. In hoofdstuk 5 van de Wabo staan bepalingen over de uitvoering en handhaving van de Wabo. In artikel 5.2 Wabo staat een algemene bepaling opgenomen dat het bevoegde gezag zorg moet dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van bepalingen bepaald bij of krachtens de Wabo en een aantal in de Wabo genoemde wetten. In artikel 5.5. Wabo wordt daaraan toegevoegd dat het college zorg moet dragen voor een goede kwaliteit van de uitvoering en handhaving. In artikel 5.3 Wabo is de instelling van de omgevingsdiensten geregeld. Wet Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (Wet VTH) De wet VTH is op 14 april 2016 in werking getreden. Het doel van deze wet is een veilige en gezonde leefomgeving, door het bevorderen van de kwaliteit en samenwerking bij de uitvoering van het omgevingsrecht. De wet is een invulling van de Wabo, formaliseert de Omgevingsdiensten en regelt de randvoorwaarden voor gemeenten en provincies om tot een hogere kwaliteit te komen. Zo wordt het basistakenpakket van de omgevingsdiensten wettelijk vastgelegd en worden gemeenten verplicht een verordening kwaliteit VTH te hebben. In deze verordening dient de gemeenteraad de kaders vast te leggen waaraan de uitvoering van de basistaken minimaal dient te voldoen. VTH verordening De gemeenteraad heeft op grond van artikel 5.4 lid 1 aanhef en onder b Wabo een Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht Vijfheerenlanden (VTH-verordening) vastgesteld op 11 juni 2020. Deze verordening heeft betrekking op de kwaliteit van de uitvoering en handhaving van de wetten (onder andere de Wabo, Wet ruimtelijke ordening, Wet milieubeheer, Natuurbeschermingswet) voor wat betreft de taken die de gemeente zelf uitvoert als de taken die in mandaat worden uitgevoerd door bijvoorbeeld de Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU) en de Veiligheidsregio Utrecht (VRU) uitvoert. In de VTH-verordening is bepaald dat op de uitvoering en de handhaving van alle taken de landelijke kwaliteitscriteria van toepassing zijn. De gemeente vraagt de externe partners of zij voldoen aan de landelijke kwaliteitscriteria middels een verklaring. AMvB VTH Naast de wet VTH is er ook de zogenaamde AMvB VTH (Besluit tot wijziging van het Besluit omgevingsrecht (verbetering vergunningverlening, toezicht en handhaving)), welke op 1 juli 2017 in werking is getreden. In deze AMvB wordt een vertaalslag gemaakt naar het Bor. Ook zijn procescriteria opgenomen voor vergunningverlening; Besluit omgevingsrecht In het BOR wordt onder meer invulling gegeven aan diverse bepalingen van hoofdstuk 5 (Uitvoering en handhaving) van de Wabo. In artikel 5.7 Wabo lid 1 staat dat in een AMvB regels worden gesteld over: een strategische en programmatische uitvoering en handhaving van het bepaalde bij of krachtens de betrokken wetten door de betrokken bestuursorganen; een onderling afgestemde uitoefening van bevoegdheden met betrekking tot de uitvoering en handhaving, bedoeld onder a, en de daarmee samenhangende werkzaamheden tussen de bij de handhaving betrokken bestuursorganen en de onder hun gezag werkzame toezichthouders alsmede over de afstemming van deze werkzaamheden op de werkzaamheden van de instanties die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens de betrokken wetten; over de prioriteitstelling bij de uitvoering en handhaving voor zover die prioriteitstelling van bovenregionaal belang is. In artikel 7.2 lid 5 en 6 van het BOR staat dat het Uitvoerings- en handhavingsbeleid (voor zover handhaving en toezicht valt onder de Wabo) ten minste inzicht moet geven in: de prioriteitenstelling met betrekking tot de uitvoering van de krachtens het eerste en tweede lid voorgenomen activiteiten; de methodiek die de bestuursorganen gebruiken om te bepalen of de krachtens het eerste en tweede lid gestelde doelen worden bereikt; de daarin opgenomen objectieve criteria voor het beoordelen van aanvragen voor en beslissen over een omgevingsvergunning en het afhandelen van meldingen, en de werkwijze bij vergunningverlening en het afhandelen van meldingen. de afspraken die door de bestuursorganen onderling en met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving zijn gemaakt, over de samenwerking bij en de afstemming van de werkzaamheden; de wijze waarop het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de betrokken wetten bepaalde wordt uitgeoefend om de krachtens het eerste en tweede lid gestelde doelen te bereiken; de rapportage van de bevindingen van degenen die toezicht hebben uitgeoefend en het vervolg dat aan die bevindingen wordt gegeven, waarbij tevens aandacht wordt besteed aan de aard van de geconstateerde overtredingen; de wijze waarop bestuurlijke sancties alsmede de termijnen die bij het geven en uitvoeren daarvan worden gehanteerd en de strafrechtelijke handhaving onderling worden afgestemd, waarbij tevens aandacht wordt besteed aan de aard van de geconstateerde overtredingen; de wijze waarop de bestuursorganen handelen na overtredingen die zijn begaan door of in naam van die bestuursorganen of van andere organen behorende tot de overheid. In artikel 7.1 van het BOR zijn de basistaken van de omgevingsdiensten beschreven. Voor deze basistaken die verplicht worden overgedragen aan een omgevingsdienst moet het Uitvoerings- en handhavingsbeleid bovendien regionaal zijn afgestemd. Bovenstaande verplichtingen gelden voor de activiteiten waarvan de handhaving verloopt via Hoofdstuk 5 van de Wabo (en bijvoorbeeld niet voor de activiteiten van artikel 2.2 Wabo (kapvergunningen etc.). Overige wetten reikwijdte VTH-beleidsplan Hieronder volgt nog een opsomming van andere wetten die in relatie staan met de reikwijdte van dit beleid. Ook deze opsomming is geen uitputtende lijst. Bouwbesluit 2012 Het Bouwbesluit bevat de bouwtechnische voorschriften waaraan zowel de bestaande bouwwerken alsmede de nieuw te realiseren bouwwerken dienen te voldoen. Tevens wordt in het Bouwbesluit de verplichting tot het indienen van een sloopmelding dan wel een melding brandveilig gebruik geregeld en welke procedure beide meldingen dienen te doorlopen; Wet natuurbescherming (Wnb) Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. In deze wet zijn opgegaan de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en Faunawet en de Boswet. In hoofdstuk 7 van deze wet is handhaving geregeld. In dit hoofdstuk staat onder andere welke bestuursorganen zijn belast met toezicht en handhaving. Er worden handhavingsinstrumenten genoemd en een koppeling gemaakt met de Wabo. Wet economische delicten (Wed) Een toezichthouder kan bij het constateren van bepaalde overtreding ook kiezen voor het strafrechtelijke spoor. In de wet economische delicten staan in artikel 1 en 1a veel verwijzingen naar wetsartikelen. Overtreding van die wettelijke artikelen is een delict in de zin van de Wet economische delicten (Wed). Ook in een lokale verordening kan een verwijzing staan naar de Wed. De ODRU heeft eigen BOA’s m.b.t. de milieutaken. De BOA’s zijn dan bevoegd om strafrechtelijke bevoegdheden toe te passen bij het uitvoeren van hun toezicht. De BOA’s mogen ook een proces-verbaal opmaken en een sanctie aankondigen. Het OM beslist uiteindelijk of er daadwerkelijke tot vervolging wordt overgegaan en legt mogelijk een sanctie op. Wet Ruimtelijke Ordening (Wro) Vanaf 1 juli 2008 is de Wro in werking getreden. De Wet ruimtelijke ordening (Wro) regelt hoe ruimtelijke plannen tot stand komen en welke bestuurslaag voor deze plannen verantwoordelijk is. Daarnaast regelt de Wro de verhoudingen in het ruimtelijk domein tussen de verschillende overheden en bestuursorganen in Nederland. Wet milieubeheer (Wm) De Wet milieubeheer (Wm) regelt een groot aantal verschillende aspecten en wordt daarom wel als een raamwet beschouwd. De wet legt in grote lijnen vast welke wettelijke instrumenten er zijn om het milieu te beschermen en welke uitgangspunten daarvoor gelden. De nadere uitwerking op detailniveau wordt geregeld via AmvB’s en ministeriële regelingen. Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen (Wkpb) Sinds 2007 is in de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken (Wkpb) geregeld dat overheden inzicht geven in welke beperkingen zij op eigendom hebben gelegd. Bijvoorbeeld het aanwijzen van een pand als gemeentelijk monument of het opleggen van een last onder bestuurdwang of dwangsom. Vanaf 1 januari 2021 kunnen inwoners, ondernemers en overige partijen alle informatie over beperkingen en bijbehorende brondocumenten bij één partij vinden: het Kadaster. Het doel van deze wet is om eenvoudig inzicht te geven in door de overheid opgelegde beperkingen op een stuk grond of een gebouw. Sinds 2007 regelt de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken (Wkpb) dat de burger inzicht heeft over welke beperkingen de overheid mogelijk heeft gesteld aan wat er met een huis of een stuk grond (onroerende zaak) gedaan mag worden, of waar de burger rekening mee moet houden. Zowel het Rijk als provincies, waterschappen en gemeenten kunnen besluiten nemen waaruit de beperkingen voortvloeien op een perceel, huis of gebouw. Alle beperkingen zijn voor burgers te raadplegen via een kadastraal bericht, aan te vragen via internet bij het Kadaster. Echter de gemeentelijke beperkingenbesluiten (brondocumenten) zelf moet een burger nu nog bij de desbetreffende gemeente opvragen. Deze huidige vorm van de Wkpb bestaat nu ruim tien jaar en door betrokkenen wordt gesteld dat de Wkpb nooit tot wasdom is gekomen. Met het project Beter Kenbaar (gemeenten, Kadaster, ministerie van BZK) is een verbetering van de dienstverlening, een modernisering van de registratie en de aanlevering van de publiekrechtelijke beperkingen beoogd. Nieuwe wetgeving Omgevingswet De komst van de Omgevingswet betekent dat er veel verandert. De wet bundelt 26 bestaande wetten voor onder meer bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur. In de Omgevingswet staat de decentrale besluitvorming door de gemeente centraal. Gemeenten krijgen meer beleidsvrijheid en verantwoordelijkheid en meer mogelijkheden om lokale afwegingen te maken en rekening te houden met gezondheid en wensen van inwoners. Ook maakt de wet het mogelijk om beter in te spelen op actuele ontwikkelingen. De gemeenten krijgen hiervoor nieuwe (kern)instrumenten, die zij kunnen inzetten om hun doelen en ambities t.a.v. de fysieke leefomgeving te verwezenlijken, namelijk de omgevingsvisie, het programma en het omgevingsplan. Een omgevingsvisie is een strategische visie, met ambities en beleidsdoelen, voor de lange termijn voor de gehele fysieke leefomgeving. De gemeente stelt voor het gehele grondgebied 1 omgevingsvisie vast. Het programma bevat de uitwerking van beleid en bevat maatregelen die leiden tot de gewenste kwaliteit van de fysieke leefomgeving (omgevingswaarde). Er zijn verplichte (geluid en dreigende overschrijding van omgevingswaarden) en onverplichte programma’s. Het omgevingsplan neemt binnen de Omgevingswet een prominente rol in. De gemeente kan de gewenste kwaliteit van de fysieke leefomgeving, zoals beschreven in de omgevingsvisie, concreter maken door die ook stevig juridisch vast te leggen. Het omgevingsplan bevat juridisch bindende regels voor de gemeente en haar burgers en ondernemers. De regels kunnen betrekking hebben op de gehele gemeente of op slechts delen daarvan. Met de komst van de Omgevingswet per 1 juli 2022 (verwachte inwerkingtredingsdatum) moet een groot aantal rijksregels decentraal (in het omgevingsplan) worden geregeld, zoals verschillende milieuregels uit het Activiteitenbesluit. Deze specifieke rijksregels zijn opgenomen in de bruidsschat om te voorkomen dat er een juridisch gat ontstaat voor onderwerpen c.q. specifieke regels die tot het moment van inwerkingtreding landelijk geregeld werden, maar na inwerkingtreding van de Omgevingswet gedecentraliseerd zijn. Het Rijk verwacht namelijk niet van gemeenten om een omgevingsplan (waar deze onderwerpen voortaan in geregeld gaan worden) direct bij inwerkingtreding van de Omgevingswet vast te stellen. De gemeente krijgt wel de verantwoordelijkheid voor deze regels. Tijdens een overgangsfase kunnen gemeenten keuzes maken over hoe én of deze tijdelijke regels worden opgezet. Onder de Omgevingswet zullen de algemene rijksregels minder vergunningplichten voor activiteiten bevatten. Voor de meest voorkomende activiteiten, zoals milieubelastende activiteiten en bouwactiviteiten, geldt nog steeds een plicht om een omgevingsvergunning aan te vragen. De wetgever heeft op rijksniveau voor zoveel mogelijk activiteiten algemene regels gemaakt. Daardoor heeft de initiatiefnemer van een activiteit niet meer altijd toestemming nodig. Ten aanzien van de omgevingsvergunning wijzigt het volgende: De reguliere procedure wordt standaard De vergunning van rechtswege vervalt Eén loket, gemeenten bij meervoudige aanvragen bevoegd gezag Meldingen en aanvragen komen binnen via DSO, per mail of analoog Nieuwe definities, begrippen en terminologie Nieuwe aanvraagvereiste m.b.t. participatie De ‘knip’ (en Wet kwaliteitsborging voor het bouwen, Wkb) Omgevingsvergunning geen omgevingsdocument, wel verplichting na 5 jaar verwerken in het omgevingsplan Nieuw toetsingskader inhoudelijke beoordeling en toezicht en handhaving. Invoeringsbesluit van de Omgevingswet Aangezien we het huidige VTH-beleid en de voorliggende bijlagenbundel al getoetst hebben aan het Invoeringsbesluit van de Omgevingswet, plaatsen we hieronder de relevante artikelen. Uiteraard gaan met de komst van de Omgevingswet de Wabo, wet VTH, het Bouwbesluit 2012, etc. ook over in de Omgevingswet. In artikel 13.6 wordt aangegeven waar met de uitvoerings- en handhavingsstrategie inzicht in moet worden gegeven. Deze elementen zijn gelijk aan de elementen uit het voormalige artikel 7.2, zesde en zevende lid, van het Besluit omgevingsrecht. De uitvoerings- en handhavingsstrategie biedt in ieder geval inzicht in: de prioriteitenstelling voor het verrichten van de werkzaamheden, bedoeld in artikel 13.5, eerste lid; de methode die wordt gebruikt om te bepalen of de doelen, bedoeld in artikel 13.5, eerste lid, worden bereikt; de criteria die worden gebruikt bij het beoordelen van en beslissen op aanvragen om omgevingsvergunningen en het beoordelen van meldingen als bedoeld in artikel 4.4, eerste lid, van de wet; en de werkwijze bij het verlenen van omgevingsvergunningen en het beoordelen van meldingen als bedoeld in artikel 4.4, eerste lid, van de wet. De handhavingsstrategie biedt ook inzicht in: de afspraken die door bestuursorganen onderling en met de instanties die zijn belast met de strafrechtelijke handhaving zijn gemaakt over samenwerking bij en afstemming van werkzaamheden; de wijze waarop toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet wordt gehouden; de wijze waarop wordt gerapporteerd over bevindingen over de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet en eventueel daaraan verbonden consequenties; de wijze waarop bestuurlijke sancties en termijnen die bij het opleggen en ten uitvoer leggen daarvan worden gehanteerd en de strafrechtelijke handhaving onderling worden afgestemd; en de wijze waarop wordt gehandeld na geconstateerde overtredingen die zijn begaan door of in naam van een bestuursorgaan of een andere tot de overheid behorende instantie. In artikel 13.7 wordt aangegeven welke elementen in ieder geval behoren tot de wijze waarop toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet wordt uitgeoefend (artikel 13.6, tweede lid, onder b). Deze elementen zijn afkomstig uit artikel 10.3 van de Regeling omgevingsrecht. Tot de wijze waarop toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet wordt gehouden, bedoeld in artikel 13.6, tweede lid, onder b, behoort in ieder geval: de wijze waarop toezicht wordt voorbereid, uitgaande van een register waarin in ieder geval IPPC-installaties zijn opgenomen; de frequentie waarmee routinematig toezicht wordt gehouden, waarbij die frequentie voor IPPC-installaties, afhankelijk van de milieurisico’s, het nalevingsgedrag en de aanwezigheid van een gecertificeerd milieuzorgsysteem, ten minste is: eenmaal per drie jaar bij beperkte milieurisico’s; en eenmaal per jaar bij grote milieurisico’s; en de termijn waarbinnen na het vaststellen van een ernstige klacht, ernstig ongewoon voorval of ernstige overtreding niet-routinematig toezicht wordt gehouden, waarbij die termijn voor IPPC-installaties is: na het vaststellen van een ernstige klacht, ernstig ongewoon voorval of ernstige overtreding: zo spoedig mogelijk en in voorkomend geval voor de verlening of wijziging van een omgevingsvergunning; of na het vaststellen van een ernstige overtreding: in ieder geval binnen zes maanden. Tot de wijze waarop wordt gerapporteerd over bevindingen over de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet en eventueel daaraan verbonden consequenties, bedoeld in artikel 13.6, tweede lid, onder c, behoort in ieder geval: de termijn waarbinnen een rapportage wordt gedeeld met betrokkenen, waarbij die termijn voor rapportage met betrekking tot IPPC-installaties twee maanden is; en de termijn waarbinnen en mate waarin een rapportage openbaar wordt gemaakt, waarbij die termijn voor rapportage met betrekking tot IPPC-installaties vier maanden is en de artikelen 19.3 tot en met 19.5 van de Wet milieubeheer van overeenkomstige toepassing zijn. Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) Met de komst van de Wkb heeft het bevoegd gezag bij de toetsing van de aanvraag en het toezicht tijdens de bouw geen inhoudelijke rol meer met betrekking tot de bouwtechnische voorschriften en zal het bevoegd gezag niet meer toetsen of het aannemelijk is dat het bouwwerk hieraan voldoet. Dit wordt namelijk door marktpartijen gedaan. Het bevoegd gezag toetst nog wel aan welstand, ruimtelijke ordening en omgevingsveiligheid (zowel bij de toetsing van de aanvraag als tijdens de bouw). Daarnaast controleert het bevoegd gezag de risicobeoordeling die door een private partij geleverd wordt. Vervolgens blijft het bevoegd gezag verantwoordelijk voor de toezicht op de bestaande bouw en eventuele handhaving. 1 juli 2022 is de beoogde inwerkingtreding. De nieuwe wet geldt dan eerst alleen nog voor een bepaald type bouwwerken (“Gevolgklasse 1, gedefinieerd in artikel 1:35 Bouwbesluit). Na 1 januari 2024 wordt de werking mogelijk uitgebreid tot alle nieuwe bouwwerken. Bijlage7:Evaluatie Integraal Handhavingsbeleid Inleiding In dit hoofdstuk wordt een samenvatting gegeven van de evaluatie van het “Handhavingsbeleid Vianen 2016-2018 ‘Oog voor leefbaarheid’”. Het geldende handhavingsbeleid was oorspronkelijk vastgesteld voor de gemeente Vianen en niet gericht op de gemeenten Leerdam en Zederik. Met ingang van 1 januari 2019 is dit beleid vanuit pragmatische overwegingen van toepassing verklaard op de hele gemeente Vijfheerenlanden. In dat beleid zijn de algemene beleidsuitgangspunten van de gemeente Vijfheerenlanden op het gebied van toezicht en handhaving geformuleerd. Het beleid beperkt zich tot toezicht en handhaving van de regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving zoals: bouwen, ruimtelijke ordening, milieu en brandveiligheid. Overige beleidsterreinen zijn buiten beschouwing gelaten. In deze evaluatie is zowel de beoordeling van de portefeuillehouders, juristen, toezichthouders/handhavers/vergunningverleners en beleidsadviseurs VTH van de gemeente opgenomen als van de provincie. Dit laatste in het kader van het Interbestuurlijk toezicht (IBT), de wettelijke taak die de provincie heeft op de uitvoering van wettelijke taken door de gemeente. 1. Evaluatie Handhavingsbeleid Dit evaluatieverslag is tot stand gebracht door de beleidsadviseurs VTH (milieu en bouwen). Allereerst zijn de beleidsdoelen en bijbehorende activiteiten uit het beleidsplan en bijbehorende documenten in een overzichtelijke structuur geplaatst. Vervolgens zijn documenten geanalyseerd en hebben interviews plaatsgevonden met de teams, portefeuillehouders en met de ODRU en VRU om te beoordelen in hoeverre de activiteiten zijn gehaald en daarmee de beleidsdoelstellingen uit het beleidsdocument zijn behaald. Relatie tot de Wabo Deze evaluatie is onderdeel van de wettelijk voorgeschreven beleidscyclus (‘Big 8’). Evaluatie beleidsdoelen De gemeente heeft 7 beleidsdoelen opgenomen in het handhavingsbeleid. Hieronder wordt aangegeven of deze behaald zijn of niet en wat de input is voor het nieuwe beleid. In het originele evaluatieverslag is de toelichting hierop terug te vinden. Het behouden en bevorderen van de kwaliteit van de leefomgeving, door structureel en volgens het vastgelegde beleid te handhaven. Behaald Meenemen in nieuw beleid Het bevorderen van de eenheid in uitvoering van de handhaving door het realiseren van een integrale en interactive aanpak. Behaald In- en externe partijen actief betrekken zodat dit nog meer bevorderd kan worden. Het creeëren van draagvlak door onder andere het verbeteren van de in- en externe samenwerking en communicatie Deels behaald Eerst in gesprek gaan en het versimpelen van de brieven moet onderdeel worden van het werkproces. Het streven naar een uniforme en gelijke aanpak Niet behaald Duidelijk formuleren van beleid en bekend maken onder medewerkers Het programmamatisch, planmatig en cyclisch oppakken van het handhavingsbeleid Behaald Vergunningen en Milieu meenemen in het nieuwe beleid Een heldere bestuurlijke regie op het terrein van toezicht en handhaving Deels behaald Meer aandacht aan tussentijdse evaluaties en aan milieu. Evaluatie van het Toets- en toezichtprotocol Bouwbesluit Deels behaald Aandacht voor het toezichtprotocol en de inwerkingtreding van de Wkb. Conclusie De in het voor Vijfheerenlanden van toepassing verklaarde Handhavingsbeleid Vianen 2016-2018 opgenomen beleidsdoelstellingen zijn geëvalueerd. Over het algemeen kan gesteld worden dat de nodige inspanningen zijn verricht om de beleidsdoelstellingen na te streven dan wel te verwezenlijken. Uit de interviews en documentenanalyse kan geconcludeerd worden dat: het beleidsdocument specifiek opgesteld is voor de voormalige gemeente Vianen en minder of niet toegepast kon worden op situaties in Leerdam en Zederik; door het personeelsverloop (vast- en inhuur) de doelstellingen uit het beleid niet consequent en eenduidig zijn toegepast of geïnterpreteerd; dat vanaf de start van de nieuwe gemeente Vijfheerenlanden de werkzaamheden programmatisch, planmatig en cyclisch opgepakt zijn; er veel tijd is geïnvesteerd om van drie verschillende administraties, rekening houdend met overdracht van taken, nieuwe automatiseringsprogramma’s et cetera, één VTH-organisatie te bouwen het VTH-beleid voor bouwen en milieu nog teveel los van elkaar lijken te staan. Verbetervoorstellen Op basis van bovenstaande conclusies worden onder andere onderstaande verbetervoorstellen voorgesteld. Deze zullen tezamen met de verbetervoorstellen die gedaan zijn bij de evaluatie van de beleidsdoelstellingen in acht genomen worden bij het gemeenteproof maken van het nieuw VTH-beleid. Nieuwe sanctietabel maken want de huidige levert in de praktijk veel problemen op; Het beleid volgens de planning- en controlcyclus van de ‘big 8’ te volgen. De strategische cyclus om de vier jaar evalueren en de operationele cyclus jaarlijks evalueren en programmeren in de vorm van een Jaarverslag /Uitvoeringsprogramma; Instrumenten, strategieën, protocollen goed afstemmen zodat de beleidsdoelen van het college op een goed uitvoeringsniveau bereikt worden. Monitoring en evaluatie is een continu proces. Vaststelling van het uitvoeringsprogramma en het jaarverslag gebruiken als tussentijdse ijkpunten voor het resultaat en voor het beleid. De gemeentelijke organisatie laten voldoen aan de meest actuele kwaliteitscriteria en de VTH-taken volgens de wet en het beleid op een adequaat niveau uitvoeren. Het VTH-proces verder te optimaliseren en meer sturen op de beschreven (of nog te beschrijven) processen en waar nodig verbeteren; De kwaliteit van de interactie en communicatie met de inwoners verbeteren door de wijze van nalevingscommunicatie verder te ontwikkelen en intensiveren, brieven leesbaar maken voor de doorsnee aanvrager, omgevingsbewust, doelgroepgericht voor te lichten; De samenwerking met de verschillende ketenpartners consolideren dan wel intensiveren. 2. Bevindingen en beoordeling VTH 2019 door IBT In het Interbestuurlijk toezicht (IBT) is geregeld dat de provincie toeziet hoe gemeenten hun taken uitoefenen. Dit doen zij door jaarlijks het VTH-beleid van de gemeente te evalueren. Het originele evaluatieverslag van de provincie is in bezit van de gemeente. Daaruit kwamen de volgende verbeterpunten: Rapportage en evaluatie Voer periodiek een rapportage uit ten aanzien van het VTH-beleid voor RO, BWT en Milieu, stel deze vast en stuur deze ter informatie aan de gemeenteraad. Toelichting: Bij het op te stellen nieuwe beleid dient het huidige beleid (van de voormalige gemeenten Vianen) te worden geëvalueerd. Strategisch beleid Actualiseer het beleid voor RO en BWT en stel beleid vast voor de Milieutaken (Beleid voor Milieu ontbreekt) gebaseerd op een actuele analyse van problemen, formuleer in dit beleid gemotiveerd welke “meetbare” doelen u zichzelf stelt en maak het beleid bekend aan de gemeenteraad. Toelichting: het huidige (verlengde) beleid ziet alleen op toezicht en handhaving voor RO- en bouwtaken. Het beleid moet dus worden geactualiseerd én uitgebreid ten aanzien van vergunningverlening en aanverwante taken én ten aanzien van milieutaken (zie ook verbeterpunt 4 over uniform VTH-beleid voor de basistaken). Bij IBT is bekend dat de gemeente Vijfheerenlanden actief heeft meegewerkt aan een regionaal format, waarop het beleid van de gemeente Vijfheerenlanden wordt gebaseerd. Maak in het te actualiseren beleid inzichtelijk welke afspraken u heeft gemaakt met andere betrokken bestuursorganen en de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving, over de samenwerking bij en afstemming van de werkzaamheden. Stel uniform VTH-beleid vast voor de basistaken (inclusief een analyse van problemen en een prioritering) op minimaal het schaalniveau van de Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU) en stuur dit beleid ter informatie aan de gemeenteraad. Operationeel beleid Stel een nalevingsstrategie vast voor Milieu en maak deze bekend aan de gemeenteraad. Geef daarbij inzage in: Welke toezichtstrategieën worden gebruik om de doelen te bereiken. Hoe wordt omgegaan met overtredingen begaan door de eigen organisatie of andere overheidsorganen. De wijze waarop het toezicht op de naleving van het bij of krachtens betrokken wetten bepaalde wordt uitgeoefend om de krachtens het eerste lid gestelde doelen te bereiken (toezichtstrategie). De rapportage van de bevindingen van degenen die toezicht hebben uitgeoefend en het vervolg dat aan die bevindingen wordt gegeven. Programma en organisatie Stel het uitvoeringsprogramma voor RO en BWT, dat voor het uitvoeringsjaar 2019 op 20 augustus 2019 en voor het uitvoeringsjaar 2020 op 31 maart 2020 is vastgesteld, eerder vast zodat bij aanvang van het nieuwe jaar de uitvoering kan plaatsvinden volgens een actueel programma en rekening kan worden gehouden met de conclusies en aanbevelingen uit het jaarverslag. Stel het uitvoeringsprogramma van de ODRU jaarlijks tijdig, voor aanvang van het nieuwe jaar, vast en maak voor het uitvoeringsprogramma van de ODRU ook gebruik van de in regionaal verband ontwikkelde productbladen. Maak de personele en financiële middelen, die nodig zijn voor het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten, inzichtelijk en waarborg deze in de begroting. Toelichting: Het alleen inzicht geven in de beschikbare personele en financiële middelen is onvoldoende, er moet ook inzicht worden gegeven in de benodigde middelen. Stem de uitvoeringsprogramma’s voor RO, BWT en Milieu af met de organen die belast zijn met strafrechtelijke handhaving (politie, OM). Voorbereiding, uitvoering en monitoring Zorg voor meer inzicht in de aanwezige werkprocessen en procedures voor RO, BWT en Milieu zodat duidelijk is hoe wordt gewerkt en op welke manier het toezicht en de uitvoering van de bestuurlijke sancties is vastgelegd. Conclusie De verbeterdoelstellingen uit onze eigen evaluatie en de evaluatie van het IBT nemen we mee in de missie, visie en doelstellingen in het VTH-beleidsplan. In het uitvoeringsprogramma worden specifieke acties geformuleerd bij de verschillende doelstellingen. Ook hier komen specifieke acties naar voren uit deze evaluaties. Bijlage8:Bestuurlijk- en beleidskader 8.1. Coalitieakkoord 2019-2022 In het Coalitieakkoord ‘Sterk in verscheidenheid’ maakt het college op hoofdlijnen de volgende keuzes bekend die mede leidend zijn bij het uitvoeren van taken die vallen binnen de reikwijdte van dit beleidsplan: Kerngericht werken en overheidsparticipatie Wij respecteren de verschillen tussen de diverse kernen en wijken Kerngericht werken is de norm Wonen Door woningbouw blijven onze kernen en voorzieningen vitaal Verkeer en openbare ruimte Onze openbare ruimte is schoon, heel en veilig Duurzaamheid Vijfheerenlanden is een duurzame gemeente In iedere kern pakken we de energietransitie op Wij maken klimaatadaptatie onderdeel van ons beleid Dienstverlening Met onze digitale dienstverlening zijn we ‘bij de tijd’ Ruimtelijke ontwikkeling Door de invoering van de Omgevingswet geven we meer ruimte aan initiatieven Ons platteland blijft leefbaar en vitaal Strategische visie Wij pakken onze doelstellingen samen met onze partners op 8.2. Programmabegroting 2021 Het Coalitieakkoord 2019-2022 ‘Sterk in verscheidenheid’ is verwerkt en uitgewerkt in de Programmabegroting 2021 waarin het volgende is opgenomen: Vijfheerenlanden is dichtbij Als gemeente willen wij echt ‘de eerste overheid’ zijn. Dichtbij en ten dienste van onze inwoners. Wij vinden het belangrijk dat onze inwoners bij ons terecht kunnen. Fysiek in onze drie locaties, maar ook telefonisch en digitaal via de website of met emailcontact. Vijfheerenlanden pakt haar rol als strategisch partner op lokaal en regionaal niveau Veel van onze speerpunten en de maatschappelijk opgelegde opgaven overstijgen de grenzen van onze gemeente. Samenwerking is de sleutel om het gewenste effect te kunnen bereiken. Het Interbestuurlijk Programma (IBP) legt de basis voor samenwerking. Het is zaak dat wij onze doelstellingen voldoende onder de aandacht blijven brengen bij onze partners van bijvoorbeeld de Regio U10 en de Regio Alblasserwaard/Vijfheerenlanden. Hierdoor kunnen wij synergie bereiken bij het realiseren van onze doelstellingen. Participeren in regio’s is des te belangrijker omdat de planningshorizon van belangrijke overheidsprogramma’s vaak ver in de toekomst ligt. Vijfheerenlanden is financieel gezond Vijfheerenlanden is gevormd vanuit een situatie van drie financieel gezonde gemeenten. Hierdoor hebben we een financieel gezonde basis met een gemiddeld structureel sluitende begroting. Hierbij kijken wij niet alleen naar de inkomstenkant, maar ook naar de uitgavenkant. Wij hebben bijzondere aandacht voor risicomanagement en de ontwikkeling van onze grondexploitaties. 8.3. Ontwikkelingen Er komen diverse ontwikkelingen op de gemeente af die van invloed kunnen zijn op de uitvoering van de VTH-taken. Deze ontwikkelingen hebben wij onderverdeeld in juridische ontwikkelingen, maatschappelijke ontwikkelingen en organisatorische ontwikkelingen en deze worden hieronder verder uitgewerkt. 8.3.1 Juridische ontwikkelingen Wet kwaliteitsborging voor het bouwen In mei 2019 is de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) door de Eerste Kamer aangenomen. Inwerkingtreding van de wet zal bij koninklijk besluit worden bepaald. Dit kan voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan op verschillende tijdstippen worden vastgesteld. Door deze wetswijziging wordt een nieuw stelsel van kwaliteitsborging voor het bouwen geïntroduceerd. Dit betekent dat bouwpartners zelf de kwaliteitsborging dienen te regelen en daarbij zelf maatregelen moeten nemen zodat aan het Bouwbesluit 2012 wordt voldaan. De gemeente beoordeelt als bevoegd gezag niet meer direct op deze aspecten maar wel op de ruimtelijke ordening, omgevingsveiligheid en de welstand van het te realiseren bouwwerk. Op 17 januari 2019 is een bestuursakkoord gesloten tussen het ministerie van Binnenlandse Zaken en de VNG over de implementatie en invoering van de wet. Het akkoord regelt de rol van de gemeente na invoering van de wet en bevat afspraken over de voorwaarden voor inwerkingtreding. Het akkoord gaat uit van invoering per 1 januari 2022, tegelijk met de Omgevingswet. De invoering is inmiddels uitgesteld tot 1 juli 2022. Die invoering zal gefaseerd plaatsvinden. Er wordt gestart met de seriematige nieuwbouw. Het eindbeeld van het Rijk is dat uiteindelijk alle categorieën bouwwerken overgaan naar de private sector. Afhankelijk van de precieze vorm waarin de voorstellen worden doorgevoerd, leidt dit op middellange termijn tot consequenties voor de gemeente. Met de invoering van de Omgevingswet zal zowel beleidsmatig als op het niveau van de uitvoering hierop worden ingespeeld. Via de jaarlijkse verslaglegging zal de gemeenteraad hierover worden geïnformeerd. Omgevingswet De Omgevingswet is een fundamentele herziening van het omgevingsrecht en huidige wetgeving. Volgens planning zal de Omgevingswet op 1 juli 2022 in werking treden. In de Omgevingswet zullen alle wettelijke bepalingen, besluiten en regelingen opgaan die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. De wet heeft als maatschappelijke doelen (artikel 1.3 Omgevingswet) het in onderlinge samenhang: bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, en doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften. Gemeenten, provincies en waterschappen krijgen binnen de Omgevingswet meer ruimte om hun eigen beleid te bepalen. Het bestuur van de provincie stelt daartoe een omgevingsvisie en omgevingsverordening vast. Het bestuur van de gemeente wordt eveneens uitgenodigd om een omgevingsvisie op te stellen, met daarin het gewenste resultaat voor de fysieke leefomgeving. Vervolgens is er voor de gemeente de opdracht om gebiedsdekkende omgevingsplannen, met functietoedeling en met regels voor activiteiten op te stellen. Mede in aansluiting op de omgevingsplannen worden toezichts- en handhavingsinstrumenten ingezet. Dit nieuwe stelsel voor de fysieke leefomgeving heeft meerdere gevolgen voor de taakuitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving. De gemeente bereidt zich daar via een implementatieprogramma op voor. In dit implementatieprogramma is ook de samenwerking met de Utrechtse partners opgenomen. Voor het vergunningverleningsproces en de dienstverlening heeft de inwerkingtreding van de Omgevingswet aanzienlijke gevolgen. Een belangrijk aspect is dat de duur van de vergunningenprocedure sterk wordt ingekort; alle aanvragen moeten in principe via de reguliere procedure binnen 8 weken worden afgehandeld. Ook de wijze waarop vergunningaanvragen getoetst worden verandert. De Omgevingswet vraagt om een integrale afweging, met als uitgangspunt: ‘Hoe kunnen we dit initiatief mogelijk maken?’ Bij vergunningaanvragen waar meerdere overheden regels voor stellen, wordt er één bevoegd gezag aangewezen als coördinator van het afhandelingsproces. Dit zal meestal de gemeente zijn. De Omgevingswet gaat uit van een gelijkwaardige informatiepositie voor alle betrokkenen, waaronder de initiatiefnemer. Dit houdt in dat de geldende regels begrijpelijk ontsloten moeten worden en dat er zaakgericht gewerkt moet worden. Op die manier kunnen initiatiefnemers het vergunningverleningsproces volgen. Verder wordt participatie bij een vergunningaanvraag verplicht. Deze eis verplicht initiatiefnemers om informatie te verschaffen over de wijze waarop de belangen van belanghebbenden zijn gehoord en hoe het resultaat daarvan is verwerkt in het plan. Dit alles vraagt om een zorgvuldig proces. Een proces van overleg over het initiatief met bestuurlijke partners, ketenpartners en belanghebbenden. In het geval van een complexe aanvraag zal dat naar verwachting niet binnen 8 weken kunnen worden doorlopen. In samenwerking met de Utrechtse partners nemen we deel aan pilots om via het model van de Omgevingstafel een uitgebreider vooroverleg in te richten dat het begeleiden van een aanvraag Omgevingswetproof maakt. De inzet is dat het vooroverleg zich afspeelt via de Omgevingstafel en voordat de formele vergunningaanvraag wordt ingediend en de afhandeltijd van 8 weken gaat lopen. Aan de Omgevingstafel komen (in een of meerdere sessies) de initiatiefnemer en alle betrokkenen bij elkaar. Het initiatief wordt dan besproken vanuit de gedachte om het mogelijk te maken. Vanuit de gemeente en de ketenpartners kunnen bestuurlijke prioriteiten en randvoorwaarden zoals de energietransitie (energiebesparing en -opwekking) aan de orde worden gesteld. De Omgevingstafel levert de initiatiefnemer een integraal advies op, waarmee hij de vergunningaanvraag kan opstellen en indienen. Daarna kan de vergunning in acht weken worden afgehandeld. De voorbereiding op de invoering van de Omgevingswet wordt in de regio Utrecht door de verschillende partijen (provincie, gemeenten, omgevingsdiensten, waterschappen) gezamenlijk opgepakt onder de titel Regiosamenwerking Omgevingswet. Er zijn twaalf werkgroepen ingesteld, waaronder de werkgroepen ‘VTH Uitvoeringsstrategie’ en ‘meervoudige vergunningverlening’. Gemeente Vijfheerenlanden is in diverse werkgroepen vertegenwoordigd. De (voorlopige) resultaten zijn meegenomen bij het opstellen van dit VTH beleidsplan. Figuur 2 Regiosamenwerking m.b.t. de Omgevingswet Gezondheidsbeleid Gezondheidsbeleid is al een gemeentelijke taak maar wordt met de komst van de Omgevingswet belangrijker. Een van de hoofddoelen van de Omgevingswet is om gezondheid een plek te geven binnen de fysieke leefomgeving. Want de fysieke leefomgeving heeft invloed op de gezondheid van burgers. De inrichting van de omgeving kan hiertoe bijdragen. Denk bijvoorbeeld aan: een gezondere leefomgeving (bijvoorbeeld levensloopbestendig wonen, meer bewegen, sociale veiligheid, ontmoeten, groen, gezonde lucht, geluidkwaliteit); het verminderen van gezondheidsverschillen. De Omgevingswet biedt gemeenten en provincies daarvoor de mogelijkheid om expliciet en vroegtijdig gezondheid en (fysieke) veiligheid te betrekken bij ruimtelijke planvorming en beslissingen. Bijvoorbeeld door vergunningen te weigeren vanwege ernstige gezondheidsrisico’s (artikel 5.32 Ow). De vraag is nog hoe dat precies gedaan moet worden. Met dit VTH-beleidsplan en de ontwikkeling van omgevingsplannen en het opdoen van ervaringen met de Omgevingstafel starten we met de invoering van dit nieuwe aspect van het gezondheidsbeleid. 8.3.2 Maatschappelijke ontwikkelingen Polarisatie en mondigheid van de burger De maatschappij en omgeving veranderen. In een complexere samenleving neemt de culturele, economische en etnische diversiteit toe, dit kan leiden tot polarisatie en individualisering. Daarbij worden burgers en ondernemers steeds ‘mondiger’ en weten zij de gemeente steeds beter te vinden. Enerzijds kan dit leiden tot meer handhavingsverzoeken, anderzijds tot een grotere behoefte aan participatie. Burgers nemen regelmatig zelf en samen het initiatief om de vormgeving van hun leefomgeving en andere maatschappelijke belangen ter hand te nemen. De overheid kiest er dan ook voor om meer en meer te ‘dereguleren’. De verantwoordelijkheid van de inwoners wordt daarmee groter. In lijn met de Omgevingswet vraagt dit om een andere rol van VTH-medewerkers. Ondermijning Ondermijning is een steeds groter thema in de landelijke en lokale politiek en verschijnt op vele agenda’s in het publiek domein. De aanpak van ondermijning is al langer geen exclusieve taak van de politie en het Openbaar Ministerie. Een effectieve aanpak van ondermijning vraagt om een georganiseerde (lokale) overheid die alle middelen en instrumenten inzet die ze tot haar beschikking heeft. De aanpak die de gemeente hierbij hanteert staat beschreven in de Beleidsregels Wet Bibob gemeente Vijfheerenlanden. Ontwikkelingen milieu De stikstofproblematiek heeft door een uitspraak van de Raad van State grote gevolgen voor onder meer woningbouw, aanleg van nieuwe snelwegen en de landbouw. Er is een handelingskader opgesteld aan de hand van het advies van het RIVM over risicogrenzen voor PFOS, PFOA en GenX (stofgroep PFAS). Met lokaal beleid blijft het voor decentrale bevoegde gezagen mogelijk om beargumenteerd af te wijken van de landelijke norm. Duurzaamheid In de maatschappij krijgt verduurzaming veel aandacht, ook binnen Vijfheerenlanden is dit een belangrijk uitgangspunt. Op 4 februari 2021 heeft de gemeenteraad het Samenhangend duurzaamheidsbeleid vastgesteld. In het beleid staan drie duurzaamheidsthema’s centraal: Energiek en verantwoord Circulair en schoon Klimaatbestendig en biodivers. Woningbouwopgave De druk op de woningmarkt in de provincie Utrecht is hoog. Om te zorgen dat huidige en toekomstige inwoners van de provincie woningen kunnen vinden, moet er veel worden gebouwd de komende dertig jaar. Samen met de gemeenten, corporaties en ontwikkelaars kan de provincie Utrecht ervoor zorgen dat deze woningen betaalbaar, toekomstbestendig en bereikbaar zijn. De gemeente Vijfheerenlanden heeft op 16 juli 2020 de woonvisie vastgesteld. Wij zetten ons in op een duurzaam en solidair leefklimaat. De Woonvisie beschrijft op hoofdlijnen waar Vijfheerenlanden naar oe wil de komende jaren op het gebied van wonen, passend binnen de ambities zoals die zijn neergelegd in de regionale samenwerkingsverbanden U16, en de netwerksamenwerking Alblasserwaard-Vijfheerenlanden. Het aantal huishoudens blijft de komende jaren toenemen. In totaal gaat het voor de periode 2020-2040 om een extra behoefte van ruim 3.860 woningen. Onrechtmatige bewoning recreatieparken De gemeente heeft ook te maken met onrechtmatige bewoning van recreatieparken. Hiervan is sprake als het woongebruik in strijdig is met de recreatieve bestemmingsvoorschriften. De gemeente heeft hiervoor apart beleid opgesteld (zie Beleidsregels tegengaan permanente bewoning recreatieverblijven in bijlage 26). Veel onrechtmatige bewoners van deze parken zijn arbeidsmigranten. De gemeente is, net als andere Nederlandse gemeente nog op zoek naar een permanente oplossing voor de huisvesting van deze laatste doelgroep. 8.3.3 Organisatorische ontwikkelingen Digitale dienstverlening In het coalitieakkoord is expliciet de ontwikkeling van de digitale dienstverlening genoemd. De uitgangspunten met betrekking tot dienstverlening zijn: Vijfheerenlanden is dichtbij Het gaat hierbij primair om onze inwoners en bedrijven en wat zij op welk moment nodig hebben. Welke accommodaties hier voor nodig zijn, is een afgeleide van die behoefte. ‘Dichtbij’ betekent ook dat wij de kwaliteit van onze communicatie verbeteren. Wij stellen een ‘versimpelteam’ in om de kwaliteit van onze schriftelijke communicatie te verbeteren. Met onze digitale dienstverlening zijn we ‘bij de tijd’ Om de dienstverlening op peil te brengen en te houden, investeren wij de komende jaren bijna € 1 miljoen extra in digitale dienstverlening. Het uitgangspunt hierbij is ‘de basis op orde’. We streven er niet naar om koploper te zijn, maar willen voor wat betreft digitale dienstverlening wel leveren wat onze inwoners en bedrijven redelijkerwijs van hun gemeente mogen verwachten. Waar mogelijk hebben we hierbij oog voor deregulering. We sluiten aan op (wettelijk verplichte) landelijke voorzieningen. Ook wil de gemeente Vijfheerenlanden toegerust zijn op het werken met en leveren aan het Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO). De gemeente is een informatieintensieve organisatie met een primaire focus op dienstverlening. Daarom zijn wij afhankelijk van een goed werkende informatievoorziening en -systemen, waarbij inwoners erop moeten kunnen vertrouwen dat hun gegevens in goede handen zijn bij de gemeente (AVG-wetgeving). Bijlage9:Omgevingsanalyse Vijfheerenlanden Algemeen De gemeente Vijfheerenlanden is ontstaan op 1 januari 2019 door een fusie van de gemeenten Leerdam, Vianen en Zederik. Vijfheerenlanden is een landelijke en groene gemeente, centraal gelegen in het land, gelegen op het overgangsgebied van het veengebied van west-Nederland (Het Groene Hart) en het oostelijk rivierengebied. Het is een mix van vijf oost-west lopende stroomruggen met klei-op-veen gebieden daartussen, omgeven door oeverwallen van de Lek en de Linge en van kleinere veenstroompjes als de Laak (Lakerveld) en de Lede (Leerbroek). Wat bewoning betreft kent het gebied een lange geschiedenis, de bewoning gaat deels (in ieder geval in Zijderveld) zelfs terug tot voor de jaartelling. De geschiedenis is zichtbaar in het landschap de verschillende steden, dorpen en kleine kernen. De gemeente vindt het belangrijk om recht te doen aan deze rijke historie. Figuur 3 Plattegrond van de gemeente Vijfheerenlanden Specificatie per gebied Gemeente Vijfheerenlanden bestaat uit verschillende gebieden met elk hun eigen karaktereigenschappen. Het is niet meer vanzelfsprekend dat de gemeente de belangrijkste rol speelt in het behouden van de kwaliteit van de leefomgeving in deze gebieden. Ondernemers, bewoners, organisaties, beheerders van natuurgebieden en het Waterschap zijn medeverantwoordelijk en bepalen met de gemeente de leefbaarheid, de kwaliteit van de leefomgeving en veiligheid van bouwwerken. Hieronder volgt een omgevingsanalyse per gebied. Landelijk gebied Het uitgebreide landelijk gebied is een belangrijk kenmerk van Vijfheerenlanden. Bij het agrarisch natuur- en landschapsbeheer heeft van oudsher de agrarische sector een grote rol. Het gebied is divers, door de ligging deels op oeverwallen en deels op veengebieden. Deze tegenstellingen zijn zichtbaar in het landschap en zorgen er voor dat zowel veeteelt als akkerbouw en fruitteelt in het gebied mogelijk zijn. Het huidige intensieve grondgebruik, de afname van de biodiversiteit en natuur vragen om een andere benadering. De gemeente wil hierbij graag samen optrekken met de agrarische ondernemers en natuurorganisaties om deze omslag op een verantwoorde manier te maken. In het westelijke deel van Vijfheerenlanden is het gebied onderhevig aan bodemdaling. De bodemdaling zet in door onder meer oxidatie van het veen. Hierbij komt veel CO2 vrij. Deze uitstoot draagt ook bij aan de klimaatveranderingen. Daarnaast leidt de bodemdaling tot schade aan huizen en infrastructuur. De bodemdaling moet daarom worden geminimaliseerd. De gronden zullen hiervoor moeten vernatten. De gemeente wil grondgebruik dat past bij de bodem en streeft naar klimaatslimme landbouw. Steden, dorpen en kleine kernen Gemeente Vijfheerenlanden bestaat uit zestien verschillende woonkernen. Elk van deze kernen heeft een eigen identiteit en karakter. Dit maakt onze gemeente tot een afwisselend geheel, waar iedereen een omgeving kan vinden die bij hem past. De grotere kernen, Vianen en Leerdam (met respectievelijk ca. 19.000 en 17.000 inwoners) hebben een passend voorzieningenniveau met winkels, horeca en cultuur. In de kleinere kernen vindt men meer ruimte en rust. De bewoners van het buitengebied kunnen op korte afstand gebruik maken van de voorzieningen, zoals onderwijs, sport en medische zorg, in de (nabij gelegen) dorpen of steden. Kleinschaligere voorzieningen dichterbij en grootschaligere voorzieningen op meer centraal gelegen plaatsen, maar altijd binnen redelijke reisafstand. De aanwezigheid van een ontmoetingsplaats per kern vindt de gemeente belangrijk. Verkeer en vervoer De gemeente Vijfheerenlanden is gelegen in en nabij de driehoek van de autosnelwegen A15, A2 en A27. De belangrijkste verbindingen tussen de kernen in de gemeente zijn de provinciale wegen N484 (verbinding A2), N848 (verbinding A15) en de N327 (verbinding A2). Door de nabijheid van de snelwegen is het aantal verplaatsingen per auto in de gemeente Vijfherenlanden hoog en is er sprake van doorgaand verkeer. De verkeersstructuur is hier ook op (in)gericht: de diverse plaatsen in de gemeente zijn over het algemeen direct verbonden met de snelwegen en/of oeververbindingen van de rivieren. De gemeente Vijfheerenlanden wordt door verschillende openbaarvervoersdiensten ontsloten zoals de bus, de trein, de fietsveer en voetveer. Er zijn verschillende buslijnen, onder meer in de richting van Gorinchem, Culemborg, Utrecht, Oosterhout, Breda en Rotterdam. In Vianen is een groot regionaal busstation te vinden. Leerdam is gelegen aan de MerwedeLingelijn, de spoorlijn tussen Geldermalsen en Dordrecht. Het aanwezige fietsknooppuntennetwerk dekt nagenoeg het gehele recreatieve fietsnetwerk in de gemeente. De utilitaire fietsroutes (woon-werkroutes) zijn met name aanwezig in de kernen. De mobiliteitsvisie wordt naar verwachting in februari 2021 door de raad vastgesteld. Industrie- en bedrijfsterreinen Er zijn drie gezoneerde bedrijventerreinen in Vijfheerenlanden: de glasfabriek in Leerdam, de kaasfabriek in Schoonrewoerd en het industrie/bedrijventerrein de Hagen/de Biezen in Vianen. Daarnaast zijn er de bedrijventerreinen Gaasperwaard in Vianen, Nieuw Schaik in Leerdam ligt en kennen de kernen Meerkerk, Ameide en Lexmond hun eigen terreinen. De huidige bedrijventerreinen van Vijfheerenlanden zijn nagenoeg vol maar de vraag naar bedrijfspercelen blijft hoog. In een op te stellen visie op bedrijfsterreinen zal deze ruimtebehoefte onderbouwd worden en de uitbreidingsmogelijkheden worden benoemd. In de visie zal ook aandacht worden besteed aan het verduurzamen van onze bedrijfsterreinen. Wateren en groenvoorzieningen De gemeente maakt deel uit van het waterhuishoudkundige gebied Alblasserwaard-Vijfheerenlanden, dijkring 16 en 42. Het historisch gebied Vijfheerenlanden wordt aan drie kanten begrensd door een waterkering. Deze waterkeringen zorgen voor lage overstromingskansen van de gemeente Vijfheerenlanden. Met Rijkswaterstaat en het Waterschap Rivierenland wordt nauw samengewerkt om de veiligheid van de waterkeringen te monitoren en indien nodig te versterken. Groene aders langs wegen, fietspaden en waterlopen zijn belangrijke ecologische verbindingen. Deze groene en blauwe verbindingen zorgen voor een toename en verspreiding van biodiversiteit. Daarnaast zorgen deze verbindingen dat populaties, zoals bijvoorbeeld herten, marters en amfibieën, uit verschillende gebieden met elkaar kunnen mengen. Deze verbindingen zijn belangrijk en barrières in de verbindingen moeten worden voorkomen. Blauwe en groene verbindingen zijn van belang in het landelijke en in het stedelijk gebied. Daarnaast helpen ze om de leefomgeving meer klimaatbestendig te maken. Voldoende groen en bomen verlagen de temperatuur in dorpen en steden. De blauwe verbindingen kunnen extra water opvangen bij heftige buien en het water vasthouden voor tijden van droogte. Ook de aanwezigheid van water zorgt voor meer koelte in de kern bij warme zomers. Specificatie per taakveld Specificatie Milieu Binnen het bedrijvenbestand waarvoor de gemeente bevoegd gezag is, zijn drie IPPC-bedrijven, 16 tankstations (waarvan 9 met LPG- installatie) en enkele grotere industriële bedrijven. Binnen de gemeente zijn tevens 5 vuurwerkverkoop- en opslagpunten aanwezig, waarvoor de gemeente bevoegd gezag is. Het aantal provinciale bedrijven bedraagt vijf, waarvan één BRZO-bedrijf. Specificatie Bouwen en wonen & Ruimtelijke ordening In de gemeente Vijfheerenlanden worden jaarlijks ongeveer 600 omgevingsvergunningen aangevraagd. Hiervan hebben ongeveer 300 aanvragen betrekking op bouwen en ongeveer 150 op ruimtelijke ordening. De overige aanvragen hebben betrekking op brandveilig gebruik, sloop, houtopstanden, in- en uitritten en reclame. Specificatie Brandveiligheid Het objectenbestand van de gemeente Vijfheerenlanden, waarmee de VRU uitvoering geeft aan de Taakuitvoeringsovereenkomst (TUO), bestaat uit vergunning- en meldingsplichtige bouwwerken brandveilig gebruik, evenementen, AMvB Brandveiliggebruik en Basishulpverlening en Overige plaatsen (BGBOP) en bouwwerken algemeen gebruik. Deze laatste categorie objecten bestaat voor een groot deel uit industriegebouwen welke opgenomen zijn in het Activiteitenbesluit. Het objectenbestand, waarvoor de gemeente als bevoegd gezag verantwoordelijk is, komt voort uit het preventieonderzoek en wordt periodiek geactualiseerd. Bijlage10:Risicoanalyse per taakveld Risico-analyse toelichting Voor alle relevante activiteiten die in het kader van de Wabo bouwen en milieu worden uitgevoerd, is een risico inschatting gemaakt. Voor de Wabo bouwen taken wordt dit risico bepaald volgens een vaste methodiek, waarbij verschillende beoordelingscriteria in acht zijn genomen, te weten: Gezondheid: De mate waarin sprake kan zijn van aantasting van de menselijke gezondheid Veiligheid: De mate waarin sprake kan zijn van menselijk en dierlijk letsel, al dan niet met dodelijk gevolg Leefomgeving: De mate waarin de omgevingskwaliteit wordt aangetast Financieel: De hoogte van de kosten voor de gemeente Bestuurlijk: De te verwachten afbreuk en/of schade aan het imago, beeld, geloofwaardigheid en vertrouwen van burgers in het bestuurlijk apparaat en haar besluitvorming. De score is bepaald door voor elk criterium een inschatting te maken (op een schaal van 0 tot 4) van het effect van slecht naleefgedrag. Dit levert een risico inschatting op ten aanzien van de effecten van slecht naleefgedrag. Gezien het feit dat bij sommige activiteiten vaker sprake is van overtredingen en dus een grotere kans op slecht naleefgedrag, wordt aanvullend bepaald wat het risico is op slecht naleefgedrag. Afhankelijk van het algemene risico op slecht naleefgedrag, komt er nog een vermenigvuldiging op het gemiddelde risico van het effect van slecht naleefgedrag. De prioriteit die wordt gegeven aan een activiteit is gebaseerd op het uiteindelijke gemiddelde risico. Deze prioritering is sturend voor onze inzet. De werkwijze voor het prioritair werken is te vinden in bijlage 11. Hierna geven we per onderwerp in tabellen de ingeschatte risico’s per criteria, de ingeschatte kans op slecht naleefgedrag, het gemiddelde risico en de daaraan gekoppelde prioriteit weer voor alle Wabo bouw-activiteiten. Voor de milieutaken heeft de ODRU (in overleg met de gemeente) een risicoanalyse uitgevoerd. De resultaten hiervan staan in tabel 6. De ODRU beschrijft de activiteiten in kolom 2 en het totaal van de risicoanalyse staat in kolom 3. De prioriteiten zijn aangegeven aan de hand van klassen. Klasse I is de hoogste prioriteit en klasse V is de laagste prioriteit. Doorwerking risicoanalyse In de volgende bijlage (bijlage 11) wordt de werkwijze prioritair werken toegelicht. Deze bijlage beschrijft hoe er omgegaan kan worden met de prioriteiten die gesteld zijn aan de hand van de risicoanalyse in deze bijlage. 1 Risicoanalyse bouwen Activiteit Gezondheid Veiligheid Leefomgeving Financieel Bestuurlijk Kans op slecht naleefgedrag Gemiddeld risico Prioriteit Bouwwerken onder Wkb bouwbesluittoetsvrij 0 0 2 1 1 Hoog 1,0 1. Laag Woonfunctie eenvoudig 1 2 2 1 1 Middel 1,6 1. Laag Woonfunctie complex 3 3 2,5 2 2 Middel 2,9 2. Gemiddeld Publieke- en bedrijfsfunctie eenvoudig (bijeenkomst, gezondheidszorg, industrie, agrarisch, logies, onderwijs, sport, winkel) 1,0 1,5 1,5 1,5 1,5 Middel 1,6 1. Laag Publieke- en bedrijfsfunctie complex (bijeenkomst, gezondheidszorg, industrie, agrarisch, logies, onderwijs, sport, winkel) 2,5 3,0 3,0 2,5 3,0 Middel 3,2 3. Hoog Kantoorfunctie eenvoudig 1 2 2 1 1 Middel 1,6 1. Laag Kantoorfunctie complex 2 3 2 1 2 Laag 2,0 2. Gemiddeld Overige gebruiksfuncties eenvoudig 1 2 2 1 1 Hoog 1,8 1. Laag Overige gebruiksfuncties complex 2 3 3 2 2 Laag 2,4 2. Gemiddeld Bouwwerk geen gebouw zijnde eenvoudig 0,5 1 1 1 1 Hoog 1,2 1. Laag Bouwwerk geen gebouw zijnde complex 1,5 2 1,5 1,5 1,5 Laag 1,6 1. Laag 2. Risicoanalyse ruimtelijke ordening Activiteit Gezondheid Veiligheid Leefomgeving Financieel Bestuurlijk Kans op slecht naleefgedrag Gemiddeld risico Prioriteit Uitvoeren werk en werkzaamheden (aanleggen) 0,0 1,0 2,0 1,0 1,0 Hoog 1,3 1. Laag Handelen in strijd met het bestemmingsplan regulier 1,0 1,0 2,5 2,0 1,5 Middel 1,8 1. Laag Handelen in strijd met het bestemmingsplan uitgebreid 2,0 2,0 3,0 2,0 2,5 Laag 2,3 2. Gemiddeld Handelen in strijd met het bestemmingsplan tijdelijk 1,0 1,0 2,0 1,0 1,5 Middel 1,5 1. Laag 3. Risicoanalyse brandveiligheid Activiteit Gezondheid Veiligheid Leefomgeving Financieel Bestuurlijk Kans op slecht naleefgedrag Gemiddeld risico Prioriteit Omgevingsvergunning brandveilig gebruik 2,5 3,0 2,0 2,0 3,0 Middel 2,9 2. Gemiddeld Melding brandveilig gebruik 1,0 2,0 0,0 0,5 1,5 Laag 1,0 1. Laag 4. Risicoanalyse sloop Activiteit Gezondheid Veiligheid Leefomgeving Financieel Bestuurlijk Kans op slecht naleefgedrag Gemiddeld risico Prioriteit Sloopvergunning (o.b.v. bestemmingsplan) 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 Hoog 1,3 1. Laag Slopen/veranderen in beschermd stads- en dorpsgezicht of monument eenvoudig 1,0 1,0 2,0 2,0 2,0 Hoog 2,1 2. Gemiddeld Slopen/veranderen in beschermd stads- en dorpsgezicht of monument complex 2,0 1,0 3,0 3,0 3,0 Middel 2,8 2. Gemiddeld 5. Risicoanalyse verordeningen Activiteit Gezondheid Veiligheid Leefomgeving Financieel Bestuurlijk Kans op slecht naleefgedrag Gemiddeld risico Prioriteit Vellen van een houtopstand 0,0 0,0 3,0 0,5 2,0 Middel 1,3 1. Laag In- en uitritten 0,0 1,0 2,0 1,0 1,5 Middel 1,3 1. Laag Reclame 0,0 0,0 2,0 0,5 1,0 Hoog 0,9 0. Zeer laag 6. Risicoanalyse milieutaken Code Beschrijving activiteit Totaal Klasse/prioriteit WM04 Autosloperij 37,1 I WM35 Overige industrie chemisch 36,8 I WM46 Tankstations met LPG 36,6 I WM02 Afvalstoffen 36,0 I WM13 Garage met tankstation 35,1 II WM26 Loonbedrijven cat 3/4 30,9 II WM47 Tankstations zonder LPG 29,9 II WM32 Overige 29,8 II WM34 Overige industrie 29,7 II WM31 Opslag- en transportbedrijven cat 3/4 28,7 II WM52 Vuurwerk 28,3 II WM15 Garage zonder tankstation cat 3/4 27,9 II WM55 Zwembaden 27,9 II WM50 Veehouderijen varkens/kippen 27,7 II WM29 Metaal- en elektrabedrijven cat 3/4 27,2 II WM06 Bouw- en houtbedrijven cat 3/4 26,6 III WM12 Drukkerijen cat 3/4 24,5 III WM1