Welstandsnota Gemeente Bloemendaal 2013De raad van de gemeente Bloemendaal; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 12 februari 2013; besluit; gelet op artikel 9.1 van de Bouwverordening Bloemendaal, en gelet op artikel 12a eerste lid van de Woningwet, de Welstandsnota gemeente Bloemendaal 2013 vast te stellen en in werking te laten treden op de dag na publicatie. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Bloemendaal, gehouden op 25 april
(1900). In Duin en Daal/Bloemendaalse Park staan vrijstaande villa's op grote kavels in een bosrijke omgeving. Bijzonder aan dit gebied is de fraaie ligging langs de Kennemerduinen en Bloemendaalse bos. Daarnaast heeft door het vele (particuliere) groen, de gebogen en hellende wegen met daarlangs veelal teruggelegen cultuurhistorisch van belang zijnde villa's, dit gebied een zeer waardevol karakter. Dit gebied is daarom ook door de Rijksdienst voor de Monumentenzorg aangewezen als Beschermd Dorpsgezicht. Het centrumgebied gelegen langs de Bloemendaalseweg heeft van de hele gemeente het hoogste voorzieningenniveau. Het bestaat uit de historische Voorbuurt tussen Mollaan en Potgieterweg, de Buurt van Bloemendaal en het kerkplein. In het centrum, de Buurt van Bloemendaal, zijn aaneengesloten panden met voornamelijk een winkelfunctie gesitueerd. Van deze gesloten gevelwanden is de oostzijde in 1904 tot stand gekomen. Overveen De Bloemendaalseweg en de Julianalaan alsmede het knooppunt op de kruising van deze wegen vormen de hoofdstructuur van de kern Overveen. De Julianalaan gaat over in de Zeeweg die leidt tot Bloemendaal aan Zee. Aan de zuidzijde van de kern loopt de spoorlijn naar Zandvoort. De bebouwing kent een duidelijk onderscheid tussen het oostelijk en westelijk gedeelte en de bebouwingstypologie is vergelijkbaar met de kern Bloemendaal. Ten oosten van de Bloemendaalseweg is de bebouwing planmatig van opzet met veelal geschakelde en twee-onder-één-kap woningen. Aan de westzijde is de bebouwing grootschaliger en is op ruimere kavels gesitueerd in een groene omgeving met een kronkelend en hellend wegenpatroon. Bijzondere elementen in de openbare ruimte zijn de onverharde voetpaden langs de rijbaan in het villagebied Kweekduin. Aan de noordoostkant van de kern staan een aantal typische gestapelde portiekflats uit de jaren '50, nieuwbouw en voorzieningen. Het monumentale gemeentehuis is net buiten de kern gesitueerd en is ten opzichte van de weg hoger gelegen. Het centrum van Overveen is net als in Bloemendaal aan weerszijden van de Bloemendaalseweg gelegen. Ook hier bestaat de bebouwing uit aaneengesloten panden van verschillende architectonische stijlen met op de begane grond voornamelijk winkelfuncties. Een architectonisch fraai pand is de Albert Heijn op de hoek van de Tetterodeweg. Het gedeelte ten zuiden van het spoor met stadsvilla’s en oude bebouwing rondom de kruising van de Bloemendaalseweg met de Zijlweg heeft door de aanwezige bebouwingskarakteristiek een fraai straatbeeld. Op het terrein van het voormalige marine hospitaal zal in de toekomst woningbouw gesitueerd worden. Aerdenhout De stedenbouwkundige structuur van Aerdenhout is opgebouwd uit vier kwadranten gescheiden door de kruisende wegen; Bilderdijklaan/Boekenroodeweg en de Zandvoorterweg. De kwadranten ten westen van de Bilderdijklaan/Boekenroodeweg vormen het grootste gedeelte van de kern Aerdenhout en worden gekenmerkt als villagebieden. Deze gebieden zijn ruim van opzet met grote vrijstaande villa's op ruime groene kavels. Opvallend is de woonbuurt ten westen van de Bovenweg, ontsloten door de Karel Doormanlaan. Dit Bovenwegkwartier kent een planmatig opbouw. De buurt is in de vijftiger jaren in een groene omgeving gesitueerd met woonblokken van geschakelde eengezinswoningen en daaromheen bungalowachtige vrijstaande bebouwing. De oostelijke kwadranten tussen de Houtvaartkade en de Bilderdijklaan/Boekenroodeweg hebben voornamelijk een planmatige opzet en zijn opgebouwd met herenhuizen, twee-onder-één-kap villa's en soms geschakelde (3 tot 4) villa-achtige woningen in diverse architectonische stijlen. Voor de dagelijkse voorzieningen richt Aerdenhout zich op de gemeente Heemstede. Bennebroek In het zuid-oostelijke punt van de gemeente ligt de kern Bennebroek. Bennebroek is de dichts bebouwde kern van de gemeente Bloemendaal. De bebouwingsdichtheid in de voormalige zelfstandige gemeente Bennebroek is historisch gegroeid en is het gevolg van het ontbreken van buitengebieden. De gemeente Bennebroek lag ingeklemd tussen de gemeentes Heemstede, Bloemendaal en Hillegom en de Ringvaart van de Haarlemmermeer. De kern kent een compacte structuur en bebouwingsdichtheid met een kleinschalig en dorps karakter. De stedenbouwkundige structuur van Bennebroek wordt bepaald door de Bennebroekervaart die loopt van de Ringvaart van de Haarlemmermeer tot aan de Leidsevaart. De Rijksstraatweg vormt de noord-zuidroute en de Zwarteweg, Bennebroekerlaan en de Meerweg vormen de oost-west route. De gebieden zijn divers en lopen uiteen van Lintbebouwing langs de Bennebroekerlaan en de Reek, planmatig woonwijken (Meerwijk, Lage Duin, Bloemhof en Bloemveld), villagebieden (Het Duin, Krakeling) vrijstaande villa's op grote kavels in een bosrijke omgeving ten noord-oosten van de Meerweg, de locatie van GGZ inGeest, en het sportveldencomplex het Rottegat. Voor de dagelijkse voorzieningen wordt in voldoende mate voorzien door twee supermarkten en de winkels langs de Zwarteweg en de Bennebroekerlaan. Vogelenzang In het zuidelijkste puntje van de gemeente ligt Vogelenzang. Vergeleken met de andere kernen is Vogelenzang in oppervlakte een stuk kleiner en kent het geen villagebieden. De kern is gelegen in het weidse open landschap van de strandvlakte met de gelijknamige polder. Door dit open landschap ontstaat een ander beeld, voornamelijk minder besloten ten opzichte van de overige kernen. De kern kent een compacte structuur en bebouwingsdichtheid met een kleinschalig en dorps karakter. De stedenbouwkundige structuur van Vogelenzang wordt bepaald door de doorgaande Vogelenzangseweg. Ter hoogte van de Graaf Florislaan is het hart van de oude kern gelegen en vormt de kerk een belangrijk oriëntatiepunt. Aan weerszijden van de Vogelenzangseweg zijn in de jaren ’60 een aantal planmatige woonwijken gerealiseerd. De oorspronkelijke lintbebouwing is hoofdzakelijk gesitueerd in het hart van het dorp langs de Vogelenzangseweg en de Graaf Florislaan. Bijzonder zijn de woningblokken aan de Vogelenzangseweg, met een architectonische samenhang bestaande uit relatief kleine woningen van één laag met een evenwijdige kaprichting afgewisseld door kopgevels. Grootschalige villagebieden met een bosrijke omgeving ontbreken in Vogelenzang, alleen ten noorden van de kern, langs de Bekslaan, zijn een aantal villa's gesitueerd. Aan de noordoostkant hebben in de jaren ’80 de laatste ruimtelijke ontwikkelingen plaatsgevonden. Vogelenzang-oost is hoofdzakelijk opgebouwd met geschakelde en twee-onder-één-kap woningen. 2.2 GEBIEDSINDELING Op basis van de ruimtelijke analyse zijn zes voor Bloemendaal typerende gebiedscategorieën te onderscheiden. Vervolgens zijn binnen de categorieën deelgebieden onderscheiden, die een duidelijk waarneembare samenhang in bebouwingsvorm hebben, zie kaart A blz. 47. 1.Dorpscentra In de dorpscentra bestaat er een grote diversiteit aan gebouwen, ruimten en/of functies. De dynamiek en het collectief gebruik zijn groot. Deze dynamiek is vaak historisch gegroeid door de centrale ligging aan belangrijke structuurlijnen en assen. Vanwege de grote verscheidenheid en activiteiten zijn deze gebieden kwetsbaar en liggen ingrepen wat betreft hun vormgeving niet voor de hand. De context vraagt echter wel om ontwikkeling van nieuwe kenmerken gerelateerd en beargumenteerd vanuit de bestaande waarden en eigenschappen. In het bijzonder de toepassing van reclame en de inrichting van de openbare ruimte spelen voor wat betreft de verschijningsvorm en de beleving een belangrijke rol. In de gemeente Bloemendaal zijn de volgende dorpscentra te onderscheiden: - Centrum Bloemendaal - Centrum Overveen - Centrum Bennebroek - Oude Kern Bennebroek - Centrum Vogelenzang 2.Villagebieden <15 won./ha In de villagebieden staan vrijstaande grootschalige woningen op grote kavels (1-15 won./
- ha)in een bosrijke omgeving. Daarnaast hebben deze gebieden, door het vele (particuliere) groen, de gebogen en hellende wegen met daarlangs veelal teruggelegen cultuurhistorisch van belang zijnde villa's, een zeer waardevol karakter. De gebieden worden gekenmerkt door de verscheidenheid aan architectuur, bouwvormen en situering van de hoofdmassa op de kavel. In villagebieden zijn de reeds aanwezige (cultuurhistorisch waardevolle) stedenbouwkundige en architectonische eigenschappen van een zodanige kwaliteit dat het beleid vooral gericht moet zijn op handhaven (consolideren) van de bestaande kwaliteiten en eigenschappen. In geval van verandering of vervanging van bestaande elementen dient de nadruk te liggen op conformeren aan de reeds aanwezige context en waar mogelijk het herstellen van verloren waarden. In de gemeente Bloemendaal zijn de volgende villagebieden <15 won./ha te onderscheiden: - Dennenweg de Krullenlaan e.o. - Duinwijckweg - Bloemendaalse park / Duin en Daal - Villagebied Overveen - Villagebied Aerdenhout - Villagebied Bennebroek - Veldlaan en Zuidlaan e.o - Bekslaan - Parkgebied Bennebroek 3.Woongebieden > 15 won./ha De woongebieden van Bloemendaal hebben elk een eigen identiteit. Wat betreft de woningdichtheid (> 15 won./
- ha)en bebouwingstypologie hebben deze gebieden wel dezelfde eigenschappen. Deze gebieden kennen in bebouwing een planmatig en samenhangend karakter vergeleken met de ruim opgezette villagebieden. In de gebieden komen voornamelijk (half)open woonblokken, aaneengesloten bebouwing van 3 tot 4 woningen, twee-onder-één-kap woningen en enkele vrijstaande woningen voor. De volgende woongebieden (>15 won./
- ha)zijn in de gemeente Bloemendaal te onderscheiden: - Brederodelaan, Schulzlaan, S. v/d Kolkweg (Duinlustpark I) - Boslaanbuurt - Kinheimpark - Bovenwegkwartier - Binnenweg westzijde - Park Tetrode - Veen en Duin - Dompvloedslaan e.o. - Kennemerpark - Joan Mauritsplein en Oranje Nassaulaan e.o. - Spiegelenburghlaan e.o. - Zonnebloemlaan e.o. - Woongebied Bennebroek - Woongebied Vogelenzang 4.Grootschalige complexen De categorie grootschalige complexen herbergt alle deelgebieden die worden gekenmerkt door grootschalige bebouwing. Deze bebouwing kan zowel hoogbouw als laagbouw zijn. Kenmerkend is dat er veelal sprake is van alzijdige oriëntatie van de gebouwen. De meeste grootschalige complexen zijn monofunctioneel. Onder deze gebieden vallen het terrein van het Park Brederode (voormalig Psychiatrisch Ziekenhuis), Pompstation Leiduin, de zone langs de Zeeweg en het terrein van GGZingeest (De Geestgronden) met verschillende voorzieningen. De volgende grootschalige complexen zijn in de gemeente Bloemendaal te onderscheiden: - Park Brederode (voormalig Psychiatrisch Ziekenhuis) - Watertoren Zeeweg e.o. - Pompstation Leiduin - Geestgronden 5.Sport en recreatie Sportcomplexen en maneges worden gekenmerkt door de grote ruimtes (soms in directe relatie met het landschap), veelal omrand met hoog opgaand groen dat het zicht op ruimte en bebouwing veelal ontneemt (coulissen en gesloten ruimtes). De bebouwing bestaat voornamelijk uit één bouwlaag met plat dak met veelal een utilitaire uitstraling. Bloemendaal aan Zee is daarentegen een afwijkend gebied met op het strand gerichte recreatievoorzieningen. Voor de sport- en recreatiecomplexen geldt daarentegen dat handhaving van de basiskwaliteit voldoende is. In de gemeente Bloemendaal zijn de volgende sport- en recreatiegebieden te onderscheiden: - Sportcomplexen (Bergweg / Brederodelaan, Zomerzorgerlaan, Mariënweide en Vogelenzang) - Rottegat - Linnaeushof - Bloemendaal aan Zee - Bloemendaalse strand 6.Landelijk gebied De categorie landelijk gebied herbergt alle bebouwing buiten de bebouwde kom. Het onderscheid tussen bebouwde en onbebouwde kom is vastgesteld in de gemeentelijke Artikel 19 nota. In de typering van het landelijk gebied is een onderscheid gemaakt tussen het duinlandschap, het open (agrarisch) weidelandschap, landgoederen, parken en overige bosgebieden. Door het conserverend beleid dat de gemeente voert ten aanzien van het duingebied en de landgoederen vormen deze gebieden bijzondere welstandsgebieden waarbij extra aandacht uit dient te gaan naar consolidatie en respect voor de aanwezige landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Daarnaast dient er extra aandacht uit te gaan naar het behoud van de kleinschaligheid en karakteristieken van het open weidelandschap rond Vogelenzang en ten oosten van Boekenrode, waarbij zichtrelaties en openheid de belangrijkste kwaliteitsaspecten zijn. In de gemeente Bloemendaal zijn de volgende landelijke gebieden te onderscheiden: Duinlandschap, landgoederen, parken en overige bosgebieden Open (agrarisch) weidelandschap 2.3 WELSTANDSREGIMES Met de vertaling naar welstandsregimes wordt aangegeven in welke gebieden men meer regulering wenst en in welke gebieden minder. In sommige gebieden moet de lat hoog liggen omdat de historische kwaliteit hierom vraagt, in andere gebieden wordt een extra inspanning gevraagd omdat het gebied in belangrijke mate bijdraagt aan het collectieve beeld. In bepaalde gebieden ligt de nadruk op het mogelijk maken van toevoegen van nieuwe waarden binnen de bestaande context, in andere gebieden is conformeren aan de bestaande eigenschappen de juiste toon. Daarnaast zijn er gebieden aan te wijzen waar de thematiek niet veel anders is als in andere (vergelijkbare) gebieden elders, ook buiten de gemeente. Voor deze neutrale gebieden kunnen veelal min of meer universeel te noemen uitgangspunten en criteria worden opgesteld en moet het ook mogelijk zijn de criteria te standaardiseren. Het vaststellen van het welstandsregime is cruciaal voor het opstellen van de welstandscriteria. De volgende welstandsregimes per gebied zijn te onderscheiden: Beschermd stads- of dorpsgezicht (extra bescherming gericht op consolidatie van de historische context) Bijzondere welstandsgebieden (extra inspanning tot voordeel van de ruimtelijke kwaliteit) Reguliere welstandsgebieden (normale inspanning gericht op het handhaven van de basiskwaliteit) Welstandsvrije gebieden (geen inspanning en welstandstoezicht) Hierna worden de deelgebieden zoals genoemd in paragraaf 2.2 ingedeeld naar welstandsregime. 1.Beschermd stads- of dorpsgezicht Bloemendaal kent nu één Rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht: Bloemendaalse Park / Duin en Daal. De gemeente heeft een specifiek en gedetailleerd bestemmingsplan voor dit gebied. Dit gebied heeft een zeer monumentaal en waardevol karakter. Villagebieden < 15 won./ha Bloemendaalse Park / Duin en Daal 2. Bijzondere welstandsgebieden Door de bijzondere ruimtelijke context en cultuurhistorische betekenis kan het merendeel van de gemeente Bloemendaal als bijzonder getypeerd worden. Voor 27 gebieden is daarom een bijzonder welstandsregime van toepassing. Het gaat dan om de gebieden waar extra aandacht voor de ruimtelijke kwaliteit wenselijk wordt geacht. Het welstandstoezicht kan dan gericht worden op het versterken van de bestaande en/of gewenste kwaliteit. Dorpscentra Centrum Bloemendaal Centrum Overveen Centrum Bennebroek Oude Kern Bennebroek Centrum Vogelenzang Villagebieden < 15 won./ha Dennenweg en Krullenlaan e.o. Duinwijckweg Villagebied Overveen Villagebied Aerdenhout Villagebied Bennebroek Veldlaan en Zuidlaan e.o Bekslaan Woongebieden > 15 won./ha Duinlustparkweg e.o. Boslaanbuurt Kinheimpark Bovenwegkwartier Binnenweg westzijde Park Tetrode Grootschalige complexen Park Brederode (voormalig Psychiatrisch Ziekenhuis) Geestgronden (Instelling voor Psychiatrisch zorg) Watertoren Zeeweg e.o. Pompstation Leiduin Sport en recreatie Sportcomplexen (Bergweg/Brederodelaan, Zomerzorgerlaan, Mariënweide, Vogelenzang) Bloemendaal aan Zee Landelijk gebied Duinlandschap, landgoederen, parken en overige bosgebieden Parkgebied Bennebroek Open (agrarisch) weidelandscha 3. Reguliere welstandsgebieden In Bloemendaal is voor 10 gebieden een regulier welstandsregime van toepassing. Hier dient de ruimtelijke kwaliteit en het welstandstoezicht gericht te zijn op het handhaven van de basiskwaliteit van de gebieden. Deze gebieden kunnen afwijkingen van de bestaande ruimtelijke structuur en ingrepen in de architectuur van de gebouwen zonder al te veel problemen verdragen. De welstandscriteria beschrijven daarom de basiskwaliteiten van deze gebieden. Woongebieden > 15 won./ha Veen en Duin Dompvloedslaan e.o. Kennemerpark Joan Mauritsplein en Oranje Nassaulaan e.o. Spiegelenburghlaan e.o. Zonnebloemlaan e.o. Woongebieden Bennebroek Woongebied Vogelenzang Linnaeushof Rottega 4. Welstandsvrije gebieden In de gemeente Bloemendaal komt slechts één welstandsvrij gebied voor, te weten het Bloemendaalse strand. Voor dit gebied geldt geen toets aan redelijke eisen van welstand. Op verzoek van aanvrager of ambtshalve kunnen bouwplannen of bouwwerken (achteraf) worden voorgelegd aan de welstandscommissie voor toetsing aan de Excessenregeling zoals opgenomen in hoofdstuk 1, 1.8 Bloemendaalse strand 39.Bloemendaalse strand Hoofdstuk 3 Beleidsregels betreffende de welstandscriteria 3.1 INLEIDING De welstandstoetsing wordt bij kleine bouwplannen gebaseerd op de ‘welstandscriteria voor veel voorkomende kleine bouwwerken’, de zgn. sneltoetscriteria. Grotere bouwplannen of kleine bouwplannen die vergunningplichtig zijn, worden door de welstandscommissie beoordeeld op basis van de gebiedsgerichte welstandscriteria, welstandscriteria voor specifieke bouwwerken en/of de algemene welstandscriteria. In dit hoofdstuk worden achtereenvolgens de algemene welstandscriteria, gebiedsgerichte welstandscriteria, welstandscriteria voor specifieke bouwwerken en de welstandscriteria voor veel voorkomende kleine bouwwerken (sneltoetscriteria) behandeld. 3.2 ALGEMENE WELSTANDSCRITERIA Toelichting In deze paragraaf worden de algemene welstandscriteria genoemd die bij iedere welstandsbeoordeling worden gehanteerd. Deze paragraaf is gebaseerd op de notitie 'Architectonische kwaliteit, een notitie over architectuurbeleid, van prof. Ir Tj. Dijkstra
(1985), die mede aanleiding is geweest voor de nieuwe Woningwet. De in deze paragraaf genoemde algemene welstandscriteria richten zich op de zeggingskracht en het vakmanschap van het architectonisch ontwerp en zijn terug te voeren op vrij universele kwaliteitsprincipes. De algemene welstandscriteria liggen (haast onzichtbaar) ten grondslag aan elke planbeoordeling omdat ze het uitgangspunt vormen voor de uitwerking van de gebiedsgerichte en objectgerichte welstandscriteria. In de praktijk zullen die uitwerkingen meestal voldoende houvast bieden voor de planbeoordeling. In bijzondere situaties, wanneer de gebiedsgerichte en de objectgerichte welstandscriteria ontoereikend zijn, kan het nodig zijn expliciet terug te vallen op de algemene welstandscriteria. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer een bouwplan (slaafs) is aangepast aan de gebiedsgerichte welstandscriteria, maar het bouwwerk zelf zo onder de maat blijft dat het op den duur zijn omgeving negatief zal beïnvloeden. Ook wanneer een bouwplan afwijkt van de bestaande of toekomstige omgeving maar door bijzondere schoonheid wél aan redelijke eisen van welstand voldoet, kan worden teruggevallen op de algemene welstandscriteria. De welstandscommissie kan burgemeester en wethouders in zo'n geval gemotiveerd en schriftelijk adviseren van de hardheidsclausule gebruik te maken en af te wijken van de gebiedsgerichte en objectgerichte welstandscriteria. Hoewel dit gebruik van de hardheidsclausule betekent dat de welstandscommissie elke valide argumentatie kan aanvoeren om het plan te beoordelen, zal dit in de praktijk betekenen dat het betreffende plan alleen op grond van de algemene welstandscriteria wordt beoordeeld en dat de bijzondere schoonheid van het plan met deze criteria overtuigend kan worden aangetoond. Het niveau van 'redelijke eisen van welstand' ligt dan uiteraard hoog, het is immers redelijk dat er hogere eisen worden gesteld aan de zeggingskracht en het architectonisch vakmanschap naarmate een bouwwerk zich sterker van zijn omgeving onderscheidt. 3.2.1 Relatie tussen vorm, functies en constructie Een bouwwerk wordt primair gemaakt om een bepaalde functie te vervullen. Hoewel het welstandstoezicht slechts is gericht op de uiterlijke verschijningsvorm, kan de vorm van het bouwwerk in de meeste gevallen niet los worden gezien van de gebruikseisen en de mogelijkheden die materialen en technieken bieden om een doelmatige constructie te maken. De verschijningsvorm heeft mede tot taak het gebruik van het bouwwerk en de wijze waarop dit in materiële zin wordt mogelijk gemaakt, aan de waarnemer duidelijk te maken. Gebeurt dit niet dan is de verschijningsvorm een loos gebaar. Dat wil overigens niet zeggen dat de verschijningsvorm rechtstreeks moet voortkomen uit functie en constructie. Er zijn daarnaast andere factoren die daarop invloed kunnen hebben. Voor vormgeving gelden in iedere cultuur bepaalde regels, net zoals een taal zijn eigen grammaticale regels heeft om zinnen en teksten te maken. Als de regels van de taal worden verhaspeld of ongeïnspireerd worden gebruikt, wordt een tekst verwarrend of saai. Precies zo wordt een bouwwerk verwarrend of saai als de regels van de architectonische vormgeving niet bewust worden gehanteerd. Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat de verschijningsvorm een herkenbare relatie heeft met de functie en de constructie van het bouwwerk, terwijl de vormgeving daarnaast ook zijn eigen samenhang en logica heeft. Daaruit volgt dat een bouwwerk waarbij de verschijningsvorm de vitale verbinding met functie en constructie mist, waardoor de vorm een loos gebaar is geworden, meestal niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. Een bouwwerk waarvan de vorm niet meer is dan een optelsom van de eisen van functie en constructie, zal over het algemeen evenmin aan redelijke eisen van welstand voldoen. Dit betekent dat een bouwwerk niet voldoet aan redelijke eisen van welstand als bijvoorbeeld: de massaopbouw en de gevels niet in overeenstemming zijn met de interne ruimtelijke structuur; de architectonische uitdrukking evident strijdig is met de constructieve opbouw; de constructieve detaillering van de onderdelen het architectonisch concept niet ondersteunt. 3.2.2 Relatie tussen bouwwerk en omgeving Bij het oprichten van een gebouw is sprake van het afzonderen en in bezit nemen van een deel van de algemene ruimte voor particulier gebruik. Gevels en volumes vormen zowel de externe begrenzing van de gebouwen als ook de wanden van de openbare ruimte. Het gebouw is een particulier object in een openbare context; het bestaansrecht van het gebouw ligt niet in het eigen functioneren alleen, maar ook in de betekenis die het gebouw heeft in zijn stedelijke of landschappelijke context. De gebiedsgerichte welstandscriteria dienen ertoe de welstandsbeoordeling op dit punt verder inzichtelijk te maken. Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat het een positieve bijdrage levert aan de kwaliteit van de openbare (stedelijke of landschappelijke) ruimte. Daarbij worden hogere eisen gesteld naarmate de openbare betekenis van het bouwwerk of van de omgeving groter is. Een bouwwerk voldoet in het algemeen niet aan redelijke eisen van welstand als bijvoorbeeld: de hoofdvorm van het bouwwerk en de aard en opbouw van de gevels niet zijn gerelateerd aan de kenmerken van de landschappelijke of stedenbouwkundige omgeving; de hoofdvorm van het bouwwerk en de opbouw van de gevels geen bijdrage leveren aan de karakteristiek van de bestaande omgeving en de verwachte ontwikkeling daarvan; het bouwwerk geen bijdrage levert aan de beoogde kwaliteit van de openbare ruimte. 3.2.3 Betekenissen van vormen in de sociaal-culturele context Vormen ontstaan primair vanuit de functie van een bouwwerk en de wijze waarop en het materiaal waarvan zij zijn gemaakt. Maar als vormen regelmatig in een bepaald verband zijn waargenomen dan krijgen zij een zelfstandige betekenis en roepen zij, los van gebruik en constructie, bepaalde associaties op. Pilasters in classicistische gevels verwijzen naar zuilenstructuren van tempels, transparante gevels van glas en metaal roepen associaties op met techniek en vooruitgang. In iedere bouwstijl wordt gebruik gemaakt van verwijzingen en associaties naar wat eerder of elders reeds aanwezig was of naar wat in de toekomst wordt verwacht. De kracht of de kwaliteit van een bouwwerk ligt echter vooral in de wijze waarop die verwijzingen en associaties worden verwerkt en geïnterpreteerd binnen het kader van de actuele culturele ontwikkelingen, zodat er concepten en vormen ontstaan die bruikbaar zijn in de bestaande maatschappelijke realiteit. Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat verwijzingen en associaties zorgvuldig worden gebruikt en uitgewerkt en geen valse pretenties uitdrukken. Een bouwwerk voldoet niet aan redelijke eisen van welstand als het bijvoorbeeld: niet integer is naar tijd, dat wil zeggen dat het op grond van zijn uiterlijk niet in de tijd kan worden geplaatst waarin het werd gebouwd of verbouwd. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer bij nieuwbouw in bestaande (monumentale) omgeving de aanwezige vormen en detailleringen zodanig worden geïmiteerd dat niet meer duidelijk is wat authentiek is en wat nieuw is toegevoegd; niet integer is naar functie, dat wil zeggen dat de architectonische uitdrukking van het bouwwerk niet in overeenstemming is met zijn (oorspronkelijke en/of nieuwe) functie en met de wijze waarop die functie in de regio doorgaans is vormgegeven; niet integer is naar plaats, dat wil zeggen dat het niet doet wat men op de plaats van het bouwwerk verwacht of wat de plek van het bouwwerk vraagt; niet integer is naar schaal, dat wil zeggen dat de schaal van het bouwwerk niet voortkomt uit de grootte of de betekenis van de bouwopgave. Grote bouwwerken kunnen uiteraard binnen hun eigen grenzen geleed zijn, mits ze ook altijd als eenheid te lezen zijn. 3.2.4 Evenwicht tussen helderheid en complexiteit Een belangrijke eis die aan een ontwerp voor een gebouw mag worden gesteld is dat er structuur wordt aangebracht in het beeld. Een heldere structuur biedt houvast voor de waarneming en is bepalend voor het beeld dat men vasthoudt van een gebouw. Symmetrie, ritme, herkenbare maatreeksen en materialen maken het voor de gemiddelde waarnemer mogelijk de grote hoeveelheid visuele informatie die de gebouwde omgeving geeft, te reduceren tot een bevattelijk beeld. Het streven naar helderheid mag echter niet ontaarden in simpelheid. Een bouwwerk moet de waarnemer blijven prikkelen en intrigeren en zijn geheimen niet direct prijsgeven. Er mag best een beheerst beroep op de creativiteit van de voorbijganger worden gedaan. Van oudsher worden daarom helderheid en complexiteit als complementaire begrippen ingebracht bij het ontwerpen van bouwwerken. Bij een gebouwde omgeving met een hoge belevingswaarde zijn deze beide elementen tegelijk aanwezig in een evenwichtige en spanningsvolle relatie. Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat er structuur is aangebracht in het beeld, zonder dat de aantrekkingskracht door simpelheid verloren gaat. Een bouwwerk voldoet niet aan redelijke eisen van welstand als bijvoorbeeld: de massaopbouw en/of de structuur van de gevels geen herkenbare samenhang vertonen; de massaopbouw en/of de structuur van de gevels door overmatige simpelheid een storende factor zijn in de omgeving. 3.2.5 Duidelijke maatverhoudingen De maatverhoudingen van een bouwwerk zijn van groot belang voor de belevingswaarde ervan, maar vormen tegelijk één van de meest ongrijpbare aspecten bij het beoordelen van ontwerpen. De waarnemer ervaart bewust of onbewust de maatverhoudingen van een bouwwerk, maar wáárom de maatverhoudingen van een bepaalde ruimte aangenamer, evenwichtiger of spannender zijn dan die van een andere, valt nauwelijks vast te stellen. Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat het een samenhangend stelsel van maatverhoudingen heeft dat beheerst wordt toegepast in ruimtes, volumes en vlakverdelingen. Een bouwwerk voldoet niet aan redelijke eisen van welstand als bijvoorbeeld: het stelsel van maatverhoudingen in massa, opbouw en gevels onduidelijk is en/of niet consequent wordt toegepast; de afmetingen en verhoudingen van de gevelelementen niet in harmonie en verhouding zijn tot elkaar en het totale gevelvlak; de dakhelling en het dakvlak niet in goede verhouding staan tot de hoofdmassa; toegevoegde elementen (zoals een dakkapel, een aanbouw of een zonnecollector) te dominant zijn ten opzichte van de hoofdmassa en/of de vlakverdeling verstoren. 3.2.6 Materiaal, textuur, kleur en licht Door middel van materialen, kleuren en lichttoepassingen krijgt een bouwwerk uiteindelijk zijn visuele en tactiele kracht: het wordt zichtbaar en voelbaar. De keuze van materialen en kleuren is tegenwoordig niet meer beperkt tot wat lokaal aan materiaal en ambachtelijke kennis voorhanden is. Die keuzevrijheid maakt de keuze moeilijker en het risico van een onsamenhangend beeld groot. Als materialen en kleuren teveel los staan van het ontwerp en daarin geen ondersteunende functie hebben maar slechts worden gekozen op grond van decoratieve werking, wordt de betekenis ervan toevallig en kan het afbreuk doen aan de zeggingskracht van het bouwwerk. Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat materiaal, textuur, kleur en licht het karakter van het bouwwerk zelf ondersteunen en de ruimtelijke samenhang met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan duidelijk maken. Een bouwwerk voldoet niet aan redelijke eisen van welstand als bijvoorbeeld: het gebruik van materialen en kleuren geen ondersteuning geeft aan de architectonische vormgeving; het gebruik van materialen en kleuren niet bijdraagt aan de beoogde samenhang met de omgeving; het gebruik van materialen en kleuren een samenhang suggereert die een juiste interpretatie van de aard en de ontstaansperiode van het bouwwerk belemmert. 3.3 GEBIEDSGERICHTE WELSTANDSCRITERIA Voor alle welstandsgebieden zijn uitwerkingen gemaakt. Deze gebiedsgerichte uitwerkingen dienen gezien te worden als een beoordelingskader gerelateerd aan de bestaande ruimtelijke context. Een beoordelingskader omvat het beeld dat een beoordelaar nodig heeft voor toetsing van bouwplannen en dat een ontwerper gebruikt om een context gerelateerd ontwerp te vervaardigen dat een meerwaarde vormt in zijn omgeving. Er is geen sprake van absolute meetbare criteria maar van een argumentatiegrond voor ontwerp en planbeoordeling. De gebiedsgerichte criteria zijn dus minder concreet dan de objectgerichte criteria voor veel voorkomende kleine bouwplannen (sneltoetscriteria). Het zijn relatieve criteria, die ruimte laten voor een interpretatie. De criteria vormen op deze manier discussiepunten waarmee de planindiener en/of ontwerper een dialoog kan aangaan met de gemeente en/of welstandscommissie. Bij bouwaanvragen kan deze interpretatie al in een vroeg stadium onderwerp van gesprek zijn met de welstandscommissie. Dit wordt zeker aanbevolen bij twijfel of grote afwijkingen van de criteria. Een gebiedsgericht beoordelingskader bestaat uit de volgende onderdelen: Gebiedsbeschrijving Een korte beschrijving van het gebied, waarbij aandacht wordt besteed aan de ontstaansgeschiedenis, de stedenbouwkundige of landschappelijke structuur, de vormgeving van de bebouwing alsmede het materiaal- en kleurgebruik en de detaillering daarvan. Aanvullend beleid De aanvullende beleidsinstrumenten die de gemeente inzet in het gebied; Beleid, waardebepaling en ontwikkeling Een samenvatting van het beleid, de te verwachten en/of gewenste ontwikkelingen en de waardering voor het gebied op grond van de belevingswaarde en eventuele bijzondere cultuurhistorische, landschappelijke, stedenbouwkundige en/of architectonische werken; Het voor het gebied geldende welstandsregime. Welstandscriteria De welstandscriteria zijn onderverdeeld in criteria betreffende de situering van het bouwwerk in zijn omgeving, de massa en vorm van het gebouw, de detaillering en het kleur- en materiaalgebruik.
- BLOEMENDAALSe park Duin en daal Gebiedsbeschrijving Het villagebied Bloemendaalse Park Duin en Daal is gelegen ten zuidwesten van de kern Bloemendaal en wordt aan de westzijde begrensd door de Hoge Duin en Daalseweg, aan de oostzijde door de Bloemendaalseweg, aan de zuidzijde door de Midden Duin en Daalseweg/Parkweg en aan de noordzijde door de Zomerzorgerlaan. Het gebied omvat drie villaparken. Het Bloemendaalse Park is in 1885 gesticht als eerste villapark in Bloemendaal, gelegen op een overgangsgebied van het oude naar het jonge duingebied. Tegen het eind van de 19e eeuw nam de exploitatie van villaparken sterk toe met als eerste het in Engelse landschapsstijl ontworpen park ‘Duin en Daal’ (1897/1898) direct ten westen van het Bloemendaalse Park. Vanaf 1900 werd het villapark Hoog Hartenlust ontwikkeld op het hooggelegen overbos van de buitenplaats Hartenlust. Naast de villaparken kent het gebied enkele fraaie wandelgebieden te weten Thijsse’s Hof (eerste heempark in Nederland met op het grootste deel van het terrein het oorspronkelijke duingebied van Zuid-Kennemerland, met duinbos, een duinvallei, duinheide, een duinplas met moeras en een duin, waarbij de inheemse flora rijk vertegenwoordigd is), het Bloemendaalsebos (met hertenkamp), Het Kopje en het wandelpark Caprera met openluchttheater. In het gebied heeft wonen altijd centraal gestaan, waardoor er vrijwel geen winkels zijn en slechts enkele utiliteitsgebouwen zoals een schoolgebouw, enkele horecavestigingen en een klein waterleidingcomplex. Het gebied kent een grillige structuur van gebogen en hellende wegen met vele richtingsveranderingen en zeer eenvoudige profielindelingen begeleid door particulier en openbaar groen. De geasfalteerde wegen zijn relatief smal en aan beide zijden voorzien van geasfalteerde en met grind bestrooide trottoirs die een gering hoogteverschil met de rijweg kennen. De wegen worden overschaduwd door het volwassen geboomte in de tuinen van de villa’s, welke tevens het zicht op de villa’s ontneemt. De overwegend vrijstaande bebouwing bestaat uit middelgrote en grote villa’s. Met uitzondering van Hoog Hartenlust, staan deze op grote en onregelmatig gevormde kavels op ruime afstand van de weg. Alleen het gebied rond de Jozef Israëlsweg kent minder volumineuze en dichter opeen geplaatste bebouwing. In de villaparken Bloemendaalse Park en Duin en Daal zijn representatieve voorbeelden te vinden van schilderachtige-rustieke villa’s, schilderachtige villa’s met Engelse invloed en op Hollandse 18e eeuwse profane bouwkunst (baksteenbouw) geïnspireerde villa’s. Hoewel veel villa’s zijn gebouwd volgens overeenkomstige bouwstijlen bestaat er een grote diversiteit in verschijningsvorm en detailleringen. In de naoorlogse decennia zijn enkele zeer grote villa’s gesplitst, ook de meeste bijbehorende koetshuizen en garages zijn als individuele woning in gebruik genomen. Beleid, waardebepaling en ontwikkeling Het bosrijke gebied is karakteristiek voor een villagebied uit de periode rond 1900 met een bijzondere landschappelijke aanleg op het merendeels geaccidenteerde terrein met enkele grote hoogteverschillen. Een overwegend slingerend wegenpatroon geflankeerd door ruime percelen, waarop zich gevarieerde villabebouwing bevindt die merendeels tussen 1880 en 1920 is gebouwd. Het gebied is te omschrijven als kwalitatief hoogwaardig woongebied in zowel de openbare ruimte als architectuurrijke villabebouwing. De openbare ruimte is eenvoudig ingericht, waardoor de openbare en particuliere groenvoorzieningen beeldbepalend zijn. Daarnaast kent het gebied enkele waardevolle wandelgebieden. Er is sprake van een grote vrijheid aan individuele vormgeving en positionering van de villabebouwing ten opzichte van de weg, waardoor de diversiteit van de bebouwing groot is. Het is van belang deze diversiteit te behouden. Diverse panden zijn uit algemeen belang opgenomen als provinciale monumenten in het Monumenten Selectie Project gezien de cultuurhistorische- en architectonische waarde. Welstandsregime Het villagebied Bloemendaalse park/Duin en Daal is aangewezen als beschermd stads- of dorpsgezicht. Het gebied is karakteristiek voor een villagebied uit de periode rond 1900 dat gekenmerkt wordt door een ruimtelijke en historische samenhang. Het beleid is erop gericht de bestaande ruimtelijke, cultuurhistorische en architectonische kwaliteiten te respecteren. Hierbij is het bestemmingsplan voor het beschermd dorpsgezicht Bloemendaalse Park/Duin en Daal richtinggevend. Er is sprake van grote diversiteit in vormgeving, situering op de kavel en bebouwingsmassa van de villa’s. Daarbij zijn de kavels veelal weelderig begroeid en omgeven door bosrijk gebied. Voor toetsingscriteria voor villabebouwing wordt verwezen naar paragraaf 3.4 welstandscriteria voor specifieke bouwwerken, villabebouwing en buitenhuizen. Afstemming van aan- en uitbouwen, toevoegingen aan het dakvlak en bijgebouwen op de hoofdbebouwing is het belangrijkste item. Welstandscriteria: -Ligging in de omgeving Behouden van de huidige cultuurhistorische, architectonische en karakteristieke uitstraling van het gebied, met de bijzondere landschappelijke aanleg op het merendeels geaccidenteerde terrein met enkele grote hoogteverschillen. Behoud van de groene besloten uitstraling van de bos en duin omgeving en weelderige erfbeplanting met een verzorgd en samenhangend beeld van bij voorkeur natuurlijke erfafscheidingen. Bij vervangende nieuwbouw is de teruggelegen positie en oriëntatie van de oorspronkelijke bebouwing richtinggevend. Voor toetsingscriteria voor villabebouwing wordt verwezen naar paragraaf 3.4 welstandscriteria voor specifieke bouwwerken, villabebouwing en buitenhuizen -Massa en vorm van het gebouw Verscheidenheid in architectuur, bouwhoogte en volume bij villa’s behouden. Bij geschakelde woningen dient het hoofdgebouw te worden afgestemd op de belendende bebouwing. -Detaillering van het gebouw Verscheidenheid in detaillering, kleur- en materiaalgebruik bij villabebouwing behouden (bij voorkeur géén kunststoftoepassingen). Bij geschakelde woningen dient het kleur- en materiaalgebruik te worden afgestemd op de belendende bebouwing. Tegengaan van sterk contrasterende kleuren met de omgeving. Behouden van gevelbepalende ornamenten en daklijsten. Voor toetsing van veel voorkomende kleine bouwwerken wordt verwezen naar paragraaf 3.5 sneltoetscriteria voor veel voorkomende kleine bouwplannen.
- Centrum bloemendaal Gebiedsbeschrijving Het deelgebied wordt gekenmerkt door een stedelijk karakter en vormt het winkelcentrum van de kern van Bloemendaal. De kern Bloemendaal heeft van de hele gemeente het hoogste voorzieningenniveau. Voor dit gebied kan men spreken over een organisch gegroeide lintbebouwing met aaneengesloten en vrijstaande panden. Door de geschakelde panden en daardoor gesloten bebouwingswand doet het niet vermoeden dat daarachter de panden zijn gesitueerd op grote kavels en de (privé) buitenruimte een veel meer open en groen karakter kent. De bebouwing staat over de gehele lengte van het lint op de kop van de kavel met de ontsluiting aan de weg. Daarnaast zijn er grootschalige complexen die veelal teruggelegen zijn gesitueerd ten opzichte van de weg. Aan de oostzijde van de Hartenlustlaan is er sprake van meer vrijstaande bebouwing op grote groene kavels. Aan de Verlengde Koepellaan, de Genestetweg en de Rustenburgherweg staat zeer karakteristieke aaneengesloten bebouwing. De bebouwing bestaat meestal uit twee tot drie bouwlagen met een kap die meestal met de kopgevel op de weg is gesitueerd. Van oorsprong kennen deze individuele panden een verticale gevelgeleding, met smalle staande raamopeningen. De detaillering en ornamentiek komen voornamelijk tot uiting in het gebruik van rol-/speklagen, gootlijsten en gevelornamenten. De panden zijn opgebouwd in baksteen en pannendaken in aardkleuren of wit geschilderd. De architectuurstijlen en -kenmerken kennen een rijke diversiteit met stijlkenmerken van begin 20ste eeuwse Neoclassicisme, Overgangsarchitectuur, Amsterdamse School en Traditionalisme. De diversiteit van de grotendeels historische bebouwing is vrij groot, waardoor een afwisselend beeld ontstaat. Het beeld wordt bepaald door het vele gebruik van verschillende reclamemiddelen. Behalve veel reclameborden op straat worden verticaal gelede gevels vaak doorbroken door brede horizontale reclamemiddelen, boeiboorden en luifels over de gehele gevel breedte. In combinatie met het verbreden van de ramen op de begane grond is dit een sterke aantasting van de overwegend verticale gevelgeleding. Reclames loodrecht op de gevel komen ook veelvuldig voor, waarbij de reclameborden in verschillende hoogtes tegen de gevels zijn geplaatst. De openbare ruimte wordt gedomineerd door de verkeersfunctie en de (sfeer)verlichting/reclameborden over de weg. Het profiel kent een relatief eenvoudige indeling, bestaande uit een rijbaan en aan weerzijden parkeerstroken en relatief smalle trottoirs. De historisch ogende verlichting versterkt het profiel in lengterichting. Beleid, waardebepaling en ontwikkeling De Bloemendaalse weg biedt een terugblik in de historie van alle opeenvolgende tijdsbeelden van de kern en is onderhevig aan een sterke dynamiek. Afwisseling, plaatsing op de kavel, kleinschalige parcellering, gevelgeleding en detaillering zijn de belangrijkste beeldbepalende factoren. Enkele historische panden zijn bijzondergoed geconserveerd, wat heeft geresulteerd in opname zowel op de gemeentelijke lijst van waardevolle panden als op de Rijksmonumentenlijst. Andere historische panden zijn daarentegen door aanpassing van de gevel aan de winkelfunctie, reclamematerialen, geveldoorbrekingen en rolluiken sterk aangetast in hun waarde. Welstandsregime Het gebied is benoemd tot bijzonder welstandsgebied. Welstandstoezicht is hier gericht op aandacht voor gevelwijzigingen, gevelreclame en bouwwerken aan voorzijde. Belangrijk daarbij is het voorkomen van aantasting van de verticale geleding van gevels en extra aandacht voor wat betreft maatvoering en materialisering van gevelreclames en rolluiken. Waar mogelijk kan de historische kwaliteit worden aangevuld met eigentijdse vormgeving en architectuur passend binnen de bestaande context. Dat betekent dat de schaal en het ontwerp van nieuwbouw moeten worden aangepast aan de historische structuur, gevelgeleding en verkaveling waarin deze gelegen is. Het hoeft niet noodzakelijk een exacte kopie van de al aanwezige architectuur te zijn. Welstandscriteria: -Ligging in de omgeving Behouden en herstellen van het diverse ruimtelijk karakter van de bebouwing als geheel, herhaling voorkomen. Aansluiten op het ritme, ontsluiting, materialisering en kleinschalige gevelparcellering van de bestaande bebouwing. De bebouwing dient met de voorgevel min of meer haaks georiënteerd te zijn op de hoofdweg. Het hoofdgebouw staat daarbij op de kop van de kavel. Kleinschalige verspringing van voorgevelrooilijn en goothoogte van bebouwing onderling binnen de bestaande uitersten van de belendende percelen is mogelijk. -Massa en vorm van het gebouw Oorspronkelijke verticale gevelindelingen behouden en waar mogelijk herstellen. Samenvoeging van bestaande panden op de begane grond ten behoeve van winkelvergroting is alleen toelaatbaar indien de individualiteit van elk pand wordt gerespecteerd. Accentuering in bouwhoogte van hoekbebouwing is alleen mogelijk indien dit vanuit stedenbouwkundig oogpunt beargumenteerd kan worden. In het algemeen zijn een (samengesteld) zadeldak, schilddak of mansardekap met de nokrichting haaks op de weg meest wenselijk. De gevel wordt bij voorkeur beëindigd met een stevige lijst. Aan de verschijningsvorm van de voorgevel worden hoge eisen gesteld. Zowel vanuit de context als vanuit het gebouw op zichzelf. Bij vrijstaande, naar voren springende of bij hoekbebouwing tevens aandacht voor de verschijningsvorm van de zijgevels. Met name zijramen leveren een belangrijke bijdrage aan de verlevendiging van zijgevels. -Detaillering van het gebouw Dichte gevels (muren) op voetgangersniveau moeten worden voorkomen, evenals het volledig uitvoeren als pui van de begane grond, waardoor de bovengevel als het ware gaat zweven. In de pui- of gevelstructuur aansluiting zoeken bij ritmiek van de bovengevel. Geen toepassing van kleuren die sterk contrasteren met de omliggende bebouwing. Kleuren van dakpannen en metselwerk op elkaar afstemmen. Bijzondere aandacht voor de entree en eventuele symmetrie van het pand is wenselijk, met uitzondering van hoekpunten. Vormgeving van het dak afstemmen op de bestaande bebouwde omgeving of de stijl van het betreffende pand. Bij voorkeur baksteen in aardkleuren en kozijnen in verschillende tinten wit geschilderd (bij voorkeur géén kunststoftoepassingen), en dakbedekking in dakpannen. In de detaillering is een interpretatie van of reactie op de specifieke historische ornamentiek (hardstenen toevoegingen, plinten, banden en speklagen) wenselijk. Voor toetsing van veel voorkomende kleine bouwwerken wordt verwezen naar paragraaf 3.5 sneltoetscriteria voor veel voorkomende kleine bouwplannen. Aanvullende criteria voor reclame-uitingen In het algemeen mogen reclames aan gevels niet hoger worden aangebracht dan de onderzijde van de raamdorpels van de eerste verdieping. Reclame-uitingen aan de voorgevel voldoen in ieder geval aan redelijke eisen van welstand indien: reclame-uiting evenwijdig aan de gevel aangebracht maximaal 0.40 m hoog en niet breder dan 60% van de gevelbreedte is; reclame-uiting haaks op de gevel aangebracht maximaal 0.80 m hoog en 0.80 m breed is; reclame-uiting niet bestaat uit mechanisch bewegende delen; geen lichtcouranten of lichtreclame met veranderlijk of intermitterend licht zijn toegepast; geen daglichtreflecterende reclame is toegepast; geen dakreclame is toegepast; het geen reclame-uitingen betreft voor diensten of producten, die niet in het pand plaatsvinden respectievelijk worden verkocht; reclame-uitingen niet zijn aangebracht op bouwlagen met een woonbestemming of bouwlagen met een bedrijfsbestemming zonder publieksfunctie; reclame-uitingen niet het uitzicht op de openbare ruimte ernstig belemmeren; rolluiken aan de buitenzijde van de gevel zijn niet toegestaan; rolluiken aan de binnenzijde dienen minimaal 75% open/transparant te zijn.
- centrum overveen Gebiedsbeschrijving Het centrum van Overveen is gelegen aan weerszijden van de Bloemendaalseweg, welke de doorgaande route naar Bloemendaal vormt en wordt doorkruist door de spoorlijn. Het gedeelte ten noorden van het spoor heeft een besloten steenachtig karakter en wordt begeleid door vrijwel gesloten gevelwanden. Het noordelijk deel van het centrum Overveen wordt gekenmerkt door vrijstaande villa-achtige bebouwing in een groene setting. Het gedeelte ten zuiden van de spoorlijn heeft een opener landelijker karakter met aan de westzijde sporadische vrijstaande bebouwing omgeven door groen en aan de oostzijde een gesloten teruggelegen gevelwand waarbij er ter hoogte van de kruising met de Zijlweg sprake is van pleinvorming. Verder naar het zuiden staan aan de oostzijde van de Korte Zijlweg een aantal vrijstaande bebouwingselementen zoals de kerk. De Zijlweg is een smalle straat met aan weerszijden gesloten gevelwanden. In de gebieden direct ten noorden van het spoor en rondom de kruising met de Zijlweg overheersen detailhandel en horeca functies. Het straatbeeld wordt hier gekenmerkt door toevoegingen aan gevels in de vorm van reclame-toepassingen en uitstallingen. De openbare ruimte is gericht op doorgaand verkeer en sober ingericht met geasfalteerde en beklinkerde rijbanen begeleid door parkeerstroken en trottoirs. Het pleintje ter hoogte van de kruising met de Zijlweg is ingericht met een overwegende parkeerfunctie. De gevelwanden langs de Zijlweg en het gebied direct ten noorden van de spoorlijn kenmerken zich door hun gesloten karakter van 2 of 3 bouwlagen en een kap. In de opbouw van de gevelwanden zijn door het verschil in vormgeving, nok en goothoogte, gevelbreedte, kapvorm, kaprichting en kleur- en materiaalgebruik individuele gevels duidelijk herkenbaar. Hierdoor is er sprake van een sterke verticale geleding in de gevelwanden. Een overdaad aan reclame-toepassingen aan de gevels heeft een negatieve invloed op het beeld. De gebouwen van Albert Heijn en het voormalige postkantoor zijn door hun specifieke architectuur twee opvallende bebouwingselementen in het centrum van Overveen. De openbare ruimte van het centrum van Overveen is voor een deel zo ingericht dat de verkeersfunctie aan importantie afneemt en de openbare ruimte meer als verblijfsgebied is ingericht. Ter hoogte van het pleintje is de samenhang in het gevelbeeld veel groter. Er is sprake van een samenhangende gesloten gevelwand opgebouwd uit twee bouwlagen van gele bakstenen en een forse evenwijdig kap van donkere dakpannen. Een sterke ritmering overheerst de gevel en het dakvlak met kleine dakkapellen op het dakvlak en grote ramen op de verdieping. De ritmering op de begane grond wordt verstoord door afwijkende winkelpuien, zonweringen en reclame-toepassingen aan de gevel. De witte kozijnen, fraaie gootlijsten en schoorstenen zorgen voor een verzorgde detaillering in het gevelbeeld. Het pand op de kop van de Zijlweg is een markant en duidelijk herkenbaar bebouwingselement. Beleid, waardebepaling en ontwikkeling Het centrum Overveen is een gebied met een tweeledig karakter. Naast gedifferentieerde gesloten gevelwanden met veelal detailhandelfuncties komen vrijstaande bebouwingselementen omgeven door groen voor. Het is van belang de centrumfunctie van het gebied te versterken. Hierbij is het terugdringen van de invloed van reclame-toepassingen op het gevarieerde gevelbeeld van belang. Tevens zijn er vergaande plannen voor de ontwikkeling van het terrein van het voormalig marinehospitaal. Welstandsregime Het gebied is benoemd tot bijzonder welstandsgebied. Welstandstoezicht is hier gericht op aandacht voor gevelwijzigingen, reclame-toepassingen en bouwwerken aan de voorzijde. Belangrijk daarbij is het voorkomen van aantasting van of het herstellen van de oorspronkelijke vormgeving van (historische) gevels en extra aandacht voor wat betreft maatvoering en materialisering van gevelreclames en rolluiken. Waar mogelijk kan de historische kwaliteit worden aangevuld met eigentijdse vormgeving en architectuur passend binnen de bestaande context. Welstandscriteria: - Ligging in de omgeving Zoveel mogelijk behouden van tweeledig karakter van het gebied met gesloten gevelwanden ten opzichte van vrijstaande bebouwing omgeven door groen. Gedifferentieerde karakter van gevelwanden zoveel mogelijk behouden door de oorspronkelijke individuele vormgeving van de gevels en daken te respecteren. De samenhang in de gevelwand ter hoogte van de kruising met de Zijlweg herstellen middels eenheid in vormgeving van winkelpuien met afstemming op het gevelbeeld als geheel. - Massa en vorm van het gebouw Oorspronkelijke gevelindelingen zoveel mogelijk behouden en waar mogelijk herstellen. Bij samenvoegen van bestaande panden op de begane grond ten behoeve van winkelvergroting bij voorkeur de individualiteit van elk pand respecteren. In het algemeen zijn een (samengesteld) zadeldak, schilddak of mansardekap het meest wenselijk. De nokrichting is hierbij van ondergeschikt belang. Accentuering in bouwhoogte van hoekbebouwing is alleen mogelijk indien dit vanuit stedenbouwkundig oogpunt beargumenteerd kan worden. Aan de verschijningsvorm van de voorgevel worden hoge eisen gesteld. Zowel vanuit de context als vanuit het gebouw op zichzelf. Bij vrijstaande of naar voren springende bebouwing tevens aandacht voor de verschijningsvorm van dezijgevels. Met name zijramen leveren een belangrijke bijdrage aan de verlevendiging van zijgevels. - Detaillering van het gebouw Dichte gevels (muren) op voetgangersniveau moeten zoveel mogelijk worden voorkomen, evenals het volledig uitvoeren als pui van de begane grond, waardoor de bovengevel als het ware gaat zweven. In de pui- of gevelstructuur aansluiting zoeken bij ritmiek en materiaal- en kleurgebruik van de bovengevel. Zoveel mogelijk behouden van gevelbepalende ornamenten en daklijsten. zoveel mogelijk tegengaan van het gebruik van sterk contrasterende kleuren met de omgeving. Bij voorkeur baksteen in aardkleuren en kozijnen in verschillende tinten wit geschilderd (bij voorkeur géén kunststoftoepassingen), en dakbedekking in dakpannen. Voor toetsing van veel voorkomende kleine bouwwerken wordt verwezen naar paragraaf 3.5 sneltoetscriteria voor veel voorkomende kleine bouwplannen. Aanvullende criteria voor reclame-uitingen In het algemeen mogen reclames aan gevels niet hoger worden aangebracht dan de onderzijde van de raamdorpels van de eerste verdieping. Reclame-uitingen aan de voorgevel voldoen in ieder geval aan redelijke eisen van welstand indien: reclame-uiting evenwijdig aan de gevel aangebracht maximaal 0.40 m hoog en niet breder dan 60% van de gevelbreedte is. reclame-uiting haaks op de gevel aangebracht maximaal 0.80 m hoog en 0.80 m breed is. reclame-uiting niet bestaat uit mechanisch bewegende delen. geen lichtcouranten of lichtreclame met veranderlijk of intermitterend licht zijn toegepast. geen daglichtreflecterende reclame is toegepast; geen dakreclame is toegepast; het geen reclame-uitingen betreft voor diensten of producten, die niet in het pand plaatsvinden respectievelijk worden verkocht; reclame-uitingen niet zijn aangebracht op bouwlagen met een woonbestemming of bouwlagen met een bedrijfsbestemming zonder publieksfunctie; reclame-uitingen niet het uitzicht op de openbare ruimte ernstig belemmeren. rolluiken aan de buitenzijde van de gevel zijn niet toegestaan; rolluiken aan de binnenzijde dienen minimaal 75% open/transparant te zijn.
- CENTRUM BENNEBROEK Gebiedsbeschrijving Het centrum van Bennebroek bestaat uit de historische lintbebouwing langs de Reek/hoek Binnenweg, het deel van de Rijksstraatweg gelegen tussen de Zwarteweg, en de Bennebroekervaart en de bebouwing langs de Bennebroekerlaan gelegen tussen de Duinlaan en de Schoollaan. Bennebroek is oorspronkelijk gegroeid als een lintdorp langs de Binnenweg-Schoollaan. In de middeleeuwen ontstond een soort assenkruis met de Bennebroekervaart. De oudste 17e eeuwse bebouwing ligt langs de Reek, aan de noordzijde van de Bennebroekervaart. Later werd ook aan de zuidzijde van de Bennebroekervaart gebouwd. Dit gebeurde vooral op het zand, in westelijke richting. De Rijksstraatweg (N208) kent een breed straatprofiel, bestaande uit een geasfalteerde rijbaan welke aan weerszijden begeleid wordt door een rode fietssuggestiestrook en trottoir van betontegels. De Bennebroekerlaan kent eveneens een breed straatprofiel, bestaande uit een geasfalteerde rijbaan met aan één zijde begeleid door een parkeerstrook en een breed trottoir van betontegels en aan één zijde een smal trottoir met daarop bomen. De weg krijgt hierdoor een uitstraling welke is te vergelijken met die van een laan. De Reek bestaat uit klinkers met een enigszins historische uitstraling met in de berm/talud van de Bennebroekervaart een rij monumentale lijlinden. Kenmerkend voor de straatwanden in dit gebied is, dat de bebouwing is georiënteerd op de straten. Langs de openbare weg staat een vrijwel aaneengesloten straatwand, die bestaat uit een lange rij individuele huizen en winkels (waaronder dienstverlening). De meeste hiervan hebben een historische vormgeving met staande vensters en een traditionele detaillering in baksteen en hout met pannen op de daken. Beleid, waardebepaling en ontwikkeling Doel van het beleid is het beschermen en handhaven van de besloten ruimtelijke structuur van de gevelwanden. Inzet van het bestemmingsplan is behoud van de cultuurhistorische aspecten en het kleinschalig karakter. Het beschermen van deze kwaliteiten is basis voor de ruimtelijke ontwikkeling, maar dient niet te leiden tot bevriezing van de bestaande toestand (waarbij wel extra aandacht dient te worden geschonken aan veranderingen in de verschijningsvorm van de beeldbepalende panden genoemd in het bestemmingsplan). De te verwachten dynamiek bestaat uit uitbreiden van woonhuizen, functiewijziging van winkelpanden voor andere commerciële doeleinden. Ook zullen er aanvragen worden gedaan voor het plaatsen van bijgebouwen op het achtererf. Welstandsregime Het gebied is benoemd tot bijzonder welstandsgebied. Het welstandsbeleid is er op gericht de bestaande cultuurhistorische waarden te behouden en extra aandacht te besteden aan eventuele nieuwe ontwikkelingen. Welstandscriteria: - Ligging in de omgeving Zoveel mogelijk de oorspronkelijke verticale gevelindelingen behouden. De rooilijn van de voorgevel van de hoofdmassa ligt parallel aan de weg. De rooilijnen hebben kleine verspringingen ten opzichte van elkaar. Het pand staat in de rooilijn, op het maaiveld en heeft een duidelijke voorzijde met entree. - Massa en vorm van het gebouw De gebouwen zijn individueel en afwisselend. Per erf/kavel een hoofdmassa is qua maat en schaal aangepast aan de gebouwen rondom. Verschijningsvorm verschilt van het buurpand waardoor de individualiteit van het pand goed herkenbaar is. Gebouwen zijn voorzien van een kap (tenzij het bestemmingsplan anders aangeeft). De nok staat bij smalle percelen dwars op, en ligt bij bredere percelen, evenwijdig aan de weg. Vensters staan verticaal en overwegend op regelmatige afstand. Goothoogten, kapvormen en gevelbeëindigingen verschillen. Opbouwen en aanbouwen waaronder erkers en dakkapellen zijn ondergeschikt en toegevoegd. - Detaillering van het gebouw Dichte gevels (muren) op voetgangersniveau moeten zoveel mogelijk worden voorkomen, evenals het volledig uitvoeren als pui van de begane grond, waardoor de bovengevel als het ware gaat zweven. In de pui- of gevelstructuur aansluiting zoeken bij ritmiek en materiaal- en kleurgebruik van de bovengevel. Zoveel mogelijk behouden van gevelbepalende ornamenten en daklijsten. zoveel mogelijk tegengaan van het gebruik van sterk contrasterende kleuren met de omgeving. Bij voorkeur baksteen in aardkleuren en kozijnen in verschillende tinten wit geschilderd (bij voorkeur géén kunststoftoepassingen), en dakbedekking in dakpannen. Reek: het afwisselen van baksteen in aardkleuren en wit geschilderde gevels komen afwisselend voor en is het meest wenselijk. Voor toetsing van veel voorkomende kleine bouwwerken wordt verwezen naar paragraaf 3.5 sneltoetscriteria voor veel voorkomende kleine bouwplannen. - Aanvullende criteria voor reclame-uitingen In het algemeen mogen reclames aan gevels niet hoger worden aangebracht dan de onderzijde van de raamdorpels van de eerste verdieping. Reclame-uitingen aan de voorgevel voldoen in ieder geval aan redelijke eisen van welstand indien: reclame-uiting evenwijdig aan de gevel aangebracht maximaal 0.40 m hoog en niet breder dan 60% van de gevelbreedte is; reclame-uiting haaks op de gevel aangebracht maximaal 0.80 m hoog en 0.80 m breed is; reclame-uiting niet bestaat uit mechanisch bewegende delen; geen lichtcouranten of lichtreclame met veranderlijk of intermitterend licht zijn toegepast; geen daglichtreflecterende reclame is toegepast; geen dakreclame is toegepast; het geen reclame-uitingen betreft voor diensten of producten, die niet in het pand plaatsvinden respectievelijk worden verkocht; reclame-uitingen niet zijn aangebracht op bouwlagen met een woonbestemming of bouwlagen met een bedrijfsbestemming zonder publieksfunctie; reclame-uitingen niet het uitzicht op de openbare ruimte ernstig belemmeren; rolluiken aan de buitenzijde van de gevel zijn niet toegestaan; rolluiken aan de binnenzijde dienen minimaal 75% open/transparant te zijn.
- Oude Kern BENNEBROEK Gebiedsomschrijving Tot de jaren vijftig lag dit complex als een landgoed in het open poldergebied bij Bennebroek. Door de groei van het dorp heeft de bebouwing geleidelijk het klooster omsloten. In het gebied bevinden zich een klooster met de kloostertuin, een vrij recente uitbreiding van het klooster in de vorm van een appartementengebouw, een school die door verschillende uitbreidingen als een olievlek steeds verder is gegroeid en tot slot de brandweerkazerne annex gemeentewerf. Het gevolg van deze ontwikkeling is dat de oude kern is ingesloten en als besloten, ontoegankelijke enclave in het dorp ligt. Voor het kloostercomplex is in 2009 is een bouwvergunning verleend voor het verbouwen van het klooster tot appartementengebouw met 22 appartementen, het bouwen van een half ondergrondse parkeergarage en een appartementengebouw met 22 appartementen. Beleid, waardebepaling en ontwikkeling Het beleid voor dit gebied is terughoudend. Binnen het gebied zijn een aantal gebouwen en terreinen met cultuurhistorische waarde. Aanvullend beleid Het gebied ligt centraal in Bennebroek. Aan het eind van de vorige eeuw is nabij de kern van het dorp een seminarie gebouwd dat vervolgens is uitgegroeid tot een klooster met een kerk, een pastoriewoning en twee begraafplaatsen. Voor dit gebied geldt geen aanvullend beleid. Wel wordt in de cultuurhistorische notitie aandacht besteed aan dit gebied. Zo wordt de kloostertuin bij het St. Luciaklooster beschouwd als een intieme oase en behoort dit klooster, samen met kerk, pastorie, begraafplaats en school tot een van de belangrijkste historische complexen binnen Bennebroek. Ook de villa Duinlust (Schoollaan) die herinnert aan een voormalige buitenplaats en aan de functie als woonhuis voor de rector van het St. Luciaklooster heeft bijzondere cultuurhistorische waarde. Het St. Luciaklooster kan beschouwd worden als een “nieuwe” buitenplaats. Welstandsregime Het gebied is benoemd tot bijzonder welstandsgebied. Het welstandsbeleid is er op gericht de bestaande cultuurhistorische waarden te behouden en extra aandacht te besteden aan eventuele nieuwe ontwikkelingen. Welstandscriteria : - Ligging in de omgeving De bebouwing is georiënteerd op de straat. Publieke en representatieve functies zijn gericht op de (belangrijkste) straat; Blinde straatwanden vermijden. Hoofdbebouwing staat aan de straatzijde, bijgebouwen hebben een ondergeschikte positie en liggen zo mogelijk terug. Minder aantrekkelijke functies worden zoveel mogelijk aan het oog onttrokken en in ieder geval niet aan de voorzijde gesitueerd. - Massa en vorm van het gebouw De gebouwen zijn individueel en afwisselend. Aanbouwen staan herkenbaarheid van de hoofdmassa niet in de weg. Representatieve functies zijn ingezet als verbijzondering van de gevels. - Detaillering van het gebouw Dichte gevels (muren) op voetgangersniveau moeten zoveel mogelijk worden voorkomen, evenals het volledig uitvoeren als pui van de begane grond, waardoor de bovengevel als het ware gaat zweven. In de pui- of gevelstructuur aansluiting zoeken bij ritmiek en materiaal- en kleurgebruik van de bovengevel. Zoveel mogelijk behouden van gevelbepalende ornamenten en daklijsten. zoveel mogelijk tegengaan van het gebruik van sterk contrasterende kleuren met de omgeving. Bij voorkeur baksteen in aardkleuren en kozijnen in verschillende tinten wit geschilderd (bij voorkeur géén kunststoftoepassingen), dakbedekking van dakpannen. Voor toetsing van veel voorkomende kleine bouwwerken wordt verwezen naar paragraaf 3.5 sneltoetscriteria voor veel voorkomende kleine bouwplannen.
- centrum vogelenzang Gebiedsbeschrijving Het centrum van Vogelenzang bestaat uit de Vogelenzangseweg, de Kerkweg met op de kop van de straat de kerk en begraafplaats en aan de oostkant de Graaf Florislaan. Oorspronkelijk lag de dorpskern van Vogelenzang langs de Graaf Florislaan. Dit is nog duidelijk herkenbaar aan de karakteristieke panden. De Vogelenzangseweg doorsnijdt de kern van noord naar zuid en dient als hoofdontsluiting voor de woongebieden van Vogelenzang. De Vogelenzangseweg kent een breed straatprofiel, bestaande uit een geasfalteerde rijbaan welke aan weerszijden begeleid wordt door een breed trottoir van betontegels met daarop hoge bomen. De weg krijgt hierdoor een uitstraling welke is te vergelijken