← Nederland

Omgevingsvisie gemeente Waalwijk (Waalwijk)

In het kort

Deze wet beschrijft de Omgevingsvisie van de gemeente Waalwijk, een langetermijnvisie (richting 2050) voor de fysieke leefomgeving, die ook de sociale leefomgeving meeneemt. Het doel is om een veilige, gezonde en kwalitatief goede leefomgeving te behouden en te ontwikkelen, waarbij de gemeente samenwerkt met inwoners, ondernemers en partners.

Wat het reguleert

Wie het aangaat

Kernpunten

Wettekst

/akn/nl/act/gemeente/2026/CVDR757781 /join/id/stop/work_006 /akn/nl/act/gm0867/2025/Regeling8189186dfc8f456d91cdd21286cb6a1a /join/id/stop/work_019 2026-02-25 2026-02-25 /akn/nl/act/gemeente/2026/CVDR757781/nld@2026-02-26 /join/id/proces/gm0867/2025/procedure82ad6db230b2430ca80ea09d2a57a26d 2026-02-26 2026-02-26 /akn/nl/act/gm0867/2025/Regeling8189186dfc8f456d91cdd21286cb6a1a/nld@2026-02-24;14331625 /akn/nl/act/gm0867/2025/Regeling8189186dfc8f456d91cdd21286cb6a1a /akn/nl/act/gm0867/2025/Regeling8189186dfc8f456d91cdd21286cb6a1a/nld@2026-02-24;14331625 /join/id/stop/work_019 1 Omgevingsvisie gemeente Waalwijk 1 Inleiding 1.1 Voorwoord De gemeente Waalwijk is voor mij een thuis. Ik woon al tientallen jaren met veel plezier in Sprang-Capelle. Vanuit die persoonlijke verbondenheid voelt het als een voorrecht om als wethouder te mogen werken aan de toekomst van onze drie kernen: Waalwijk, Sprang Capelle en Waspik. Deze Omgevingsvisie laat zien waarom het hier zo fijn leven is en hoe we dat richting 2050 samen willen vasthouden en versterken. We leven in een tijd die snel verandert. Het klimaat en de natuur vragen om meer zorg. Tegelijkertijd volgen technologische vernieuwingen elkaar in hoog tempo op. Denk aan de smartphone, sociale media en kunstmatige intelligentie. Die ontwikkelingen beïnvloeden hoe we wonen, werken en met elkaar omgaan. Technologie kan helpen, maar is niet het antwoord op alles. Een goede samenleving maken we vooral samen, in onze straten en wijken, waar we elkaar ontmoeten en helpen. Daarom benutten we onder andere de grote woningbouwopgave als motor om ook andere doelen te bereiken: brede welvaart (niet alleen economie, maar ook gezondheid, veiligheid en leefkwaliteit) en ‘ontmoeten & verbinden’. Concreet betekent dit dat we inzetten op bijvoorbeeld: meer woningen met tegelijkertijd meer groen, ruimte voor ontmoetingsplekken, minder parkeren op straat, betere mogelijkheden voor deelmobiliteit en fiets, en een sterker openbaar vervoer met vaker rijdende en snellere lijnen. Deze visie komt niet alleen uit het stadhuis. We hebben deze visie stap voor stap gemaakt met inwoners, ondernemers, verenigingen en partners. De afgelopen twee jaar trokken we de kernen in en spraken we met elkaar over wat onze gemeente sterk maakt en waar we aan willen werken. Ook online deelden veel mensen hun ideeën. Samen vormden deze gesprekken de ruggengraat van deze omgevingsvisie. De omgevingsvisie is onze stip op de horizon voor de fysieke leefomgeving: hoe we wonen, werken, leren, ontspannen en ons verplaatsen, in samenhang met gezondheid, veiligheid en een sterke leefkwaliteit. Dat vraagt om keuzes, om afwegen en om samenhang. Én om een houding van ‘ja, mits’: ruimte voor initiatieven die aantoonbaar bijdragen aan de kwaliteit van onze gemeente. Deze visie is geen eindpunt maar een startpunt: een uitnodiging om door te werken in programma’s en plannen, samen met inwoners, bedrijven en partners in de regio. Onderweg kijken we wat werkt, we leren en sturen bij waar dat nodig is. Juist die open, lerende manier van werken maakt dat we stap voor stap een gemeente Waalwijk bouwen waar we trots op zijn en blijven. Als ik met inwoners spreek of door onze gemeente fiets, ervaar ik de kracht van onze gemeenschap. Deze omgevingsvisie vangt die kracht in een verhaal en nodigt uit om mee te doen. Ik nodig u van harte uit om mee te lezen, mee te denken en mee te doen. Want de toekomst van gemeente Waalwijk maken we samen. Ad de Jong Wethouder Ruimtelijke Ordening, Mobiliteit en Omgevingswet 1.2 De Omgevingsvisie van de gemeente Waalwijk Figuur 1: In de omgevingsvisie komen de fysieke en sociale leefomgeving samen Het is belangrijk goed voorbereid te zijn op de toekomst. Daarom maken we een omgevingsvisie. Hierin denken we na over hoe we willen dat onze gemeente er in de toekomst uitziet en welke keuzes we daarvoor moeten maken. De gemeente Waalwijk staat de komende jaren voor verschillende vraagstukken. Het gaat onder meer over de vraag naar passende en betaalbare woningen, het verbeteren van het openbaar vervoer en maatschappelijke voorzieningen, zorgen voor levendige centra, het toekomstbestendig maken van de economie en het klimaatadaptief maken van de leefomgeving. Al deze vraagstukken hebben te maken met hoe we onze leefomgeving gebruiken. Het zijn complexe vraagstukken waar vaak niet één panklare oplossing voor is. Om goede keuzes te maken voor de toekomst van de gemeente Waalwijk moeten we bedenken: "Wat voor gemeente willen we zijn?". Dat doet de gemeente niet alleen, maar samen met inwoners, ondernemers, (maatschappelijke) partners en andere overheden. Met een gezamenlijk beeld kunnen plannen worden gemaakt voor de toekomst van de gemeente Waalwijk. De omgevingsvisie van de gemeente Waalwijk beschrijft de visie op de fysieke leefomgeving op de lange termijn (richting 2050). Het is daarom een visie op hoofdlijnen. Dit neemt niet weg dat we duidelijke ambities uitspreken en heldere keuzes maken. De fysieke leefomgeving is de ruimte waar we wonen, werken, leren en ontspannen. Het gaat om heel veel onderwerpen. Denk bijvoorbeeld aan wonen, mobiliteit, recreatie, natuur en landschap, bedrijvigheid en maatschappelijke voorzieningen, maar ook onderwerpen als duurzaamheid, veiligheid en gezondheid zijn onderdeel van de fysieke leefomgeving. In de omgevingsvisie leggen we nadrukkelijk de verbinding tussen de fysieke leefomgeving en de sociale leefomgeving (zie figuur 1). De manier waarop we onze stad, dorpen en buitengebied (de fysieke leefomgeving) gebruiken is geworteld in de manier waarop we met elkaar als gemeenschap samenleven (onze sociale leefomgeving). Zo komt de vraag naar een mantelzorgwoning voort uit de vergrijzing en de manier waarop onze ouderenzorg is georganiseerd. Het is daarom van belang om in de omgevingsvisie de sociale en fysieke leefomgeving in samenhang te bekijken. De gemeenteraad heeft de opdracht gegeven om gelijktijdig met het opstellen van de omgevingsvisie een strategische visie te ontwikkelen voor de gemeente Waalwijk. De strategische visie is een kapstok en een fundament waarin de lange lijnen voor de toekomst van de gemeente zijn geschetst. Het is een strategische visie waar keuzes die gemaakt moeten worden voor de toekomst van onze gemeente aan kunnen worden opgehangen. De koers voor de strategische visie is in februari 2025 vastgesteld door de gemeenteraad. De omgevingsvisie werkt de keuzes uit de strategische visie verder uit voor de fysieke leefomgeving, met ambities die het fijne leven in de gemeente Waalwijk versterken. Hierbij is het belangrijk om de verschillende thema’s in samenhang met elkaar af te wegen. We maken heldere keuzes over wat wel of geen prioriteit heeft en wat waar kan. Op deze manier is het straks duidelijk of nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen voldoende bijdragen aan de lange termijn doelen van de omgevingsvisie. De omgevingsvisie geeft richting en inspireert. Het maakt duidelijk waar we voor staan en waar we naartoe willen. Dit helpt ons om samen te werken aan een gelukkige, gezonde en veilige leefomgeving voor inwoners van de gemeente Waalwijk. Een samenvatting van de omgevingsvisie kan gevonden worden in bijlage II.III Samenvatting Omgevingsvisie Waalwijk. 1.3 De Omgevingswet en de omgevingsvisie Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Deze wet bundelt verschillende wetten en regels voor onder meer ruimtelijke ordening, bouwen, natuur, water en milieu. De Omgevingswet gaat over de fysieke leefomgeving en activiteiten die hierop gevolgen (kunnen) hebben. De fysieke leefomgeving is zoals gezegd een breed begrip en omvat in ieder geval bouwwerken, infrastructuur, bodem- en watersystemen, lucht, landschappen, natuur en erfgoed. Daarbij bepaalt de wet nadrukkelijk dat gevolgen voor de fysieke leefomgeving ook gevolgen voor de mens zijn; het gaat dus ook over onderwerpen als welzijn, gezondheid en veiligheid. De Omgevingswet is gericht op het in onderlinge samenhang ‘bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit’ (artikel 1.3a Omgevingswet). Hier gaat het om het beschermen van de kwaliteiten. Anderzijds is de wet ook gericht op het ‘doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving’ (artikel 1.3b Omgevingswet). Ontwikkelingen moeten dus bijdragen aan het versterken van de kwaliteit van onze fysieke leefomgeving. Een belangrijk uitgangspunt is om de fysieke leefomgeving integraal te benaderen. Integraal of samenhangend werken gaat over het kijken naar de samenhang tussen verschillende onderwerpen en het afwegen van verschillende perspectieven en belangen. Dit betekent dat we kijken naar het grotere plaatje en daarna een afweging maken. Een open blik en samenwerken zijn belangrijk bij deze manier van werken. De bundeling van wetgeving zorgt voor inzichtelijkere regels. Daarbij moet de wet zorgen voor snellere besluitvorming en meer ruimte bieden voor lokaal maatwerk. Het idee daarachter is om meer ruimte te bieden aan initiatieven volgens het principe van ‘ja mits’ in plaats van ‘nee tenzij’. Dit vraagt om een andere denk- en werkwijze van ons als gemeente, andere overheden, burgers en bedrijven. De Omgevingswet kent een aantal ‘kerninstrumenten’ waarmee overheden de doelen van de wet in de praktijk kunnen brengen. Eén van de verplichte instrumenten voor gemeenten is de omgevingsvisie. De Omgevingswet bepaalt dat iedere gemeente voor het gehele eigen grondgebied een omgevingsvisie moet hebben. De visie is zelfbindend voor de gemeente en bevat geen regels voor burgers, bedrijven of andere overheden. De omgevingsvisie wordt juridisch vertaald in het omgevingsplan. Het omgevingsplan bevat wel regels voor burgers, bedrijven of andere overheden. Gemeenten kunnen ervoor kiezen om aanvullend op de omgevingsvisie te werken met programma’s. Een programma geeft aan hoe gemeenten de omgevingsvisie of onderdelen daarvan wil realiseren. Het bevat concrete maatregelen voor bescherming, beheer, gebruik en ontwikkeling van de leefomgeving. Het programma kan gericht zijn op een beleidsthema (bijv. groen), gebied of project (bijv. het centrum) of een milieuwaarde (veiligheidsplan). De verschillende instrumenten van de Omgevingswet worden toegelicht in paragraaf 6.4 Operationalisering in Omgevingswet-instrumenten. 1.4 Een gezamenlijk proces 1.4.1 Participatie (intern en extern) De kwaliteiten en opgaven van de gemeente Waalwijk Sinds 2023 hebben we diverse stads- en dorpsgesprekken gevoerd over de toekomst van onze gemeente. Deze gesprekken hebben we als basis gebruikt voor het gesprek over deze omgevingsvisie. Na de zomer van 2024 zijn we met verschillende partijen in gesprek gegaan over de kwaliteiten en opgaven in de gemeente. Omdat dit onderdeel ook relevant is voor de strategische visie (zie paragraaf 1.4.2), zijn we samen opgetrokken. We hebben inwoners gevraagd hoe zij de gemeente Waalwijk zien. Aan welke kenmerken inwoners denken en waar de gemeente de komende jaren mee aan de slag moet gaan. Op de markt in Waspik, Sprang-Capelle en Waalwijk zijn we hierover met mensen in gesprek gegaan. Daarnaast hebben we een online enquête uitgezet met vragen over de kwaliteiten van en opgaven voor de gemeente. We hebben hierover ook gesprekken gevoerd binnen het gemeentehuis met de ambtelijke organisatie, college en raad en er is een uitvoerige analyse van de beleidsstukken gedaan. Op basis van deze inbreng hebben we vier verschillende ontwikkelrichtingen opgesteld. De koers van de gemeente Waalwijk In oktober 2024 zijn we in gesprek gegaan over de koers van de gemeente. Deze gesprekken hebben we, aan de hand van de genoemde vier ontwikkelrichtingen, gevoerd tijdens bijeenkomsten in alle kernen en voor onze partners. Daarnaast hebben we met een online enquête gepeild hoe mensen tegen bepaalde keuzes over de ontwikkelrichtingen aankijken. We zijn hierover ook weer in gesprek gegaan met ambtenaren, college en raad om te horen hoe zij tegen de ontwikkelrichtingen aankijken. Op basis van deze gesprekken is één koers voor de gemeente Waalwijk opgesteld. Dit is verwerkt in het koersdocument omgevingsvisie Waalwijk. In het koersdocument wordt het gezamenlijke toekomstbeeld neergezet met keuzes op hoofdlijnen. Het laat zien hoe we willen dat de gemeente er in 2050 uitziet en hoe we hier samen wonen, werken, leren en ontspannen. Het is onze stip op de horizon. Het koersdocument is daarmee het vertrekpunt voor de omgevingsvisie. De gemeenteraad heeft het koersdocument vastgesteld in februari 2025. De omgevingsvisie van de gemeente Waalwijk In april 2025 zijn we over de omgevingsvisie in gesprek gegaan met inwoners, organisaties, bedrijven en verenigingen. Tijdens bijeenkomsten hebben we gesproken over de ambities en doelen die in de omgevingsvisie zijn opgenomen. Per gebied hebben we gesproken over de ambities en konden mensen aangeven op welke ambitie meer of minder ingezet zou moeten worden (zie hoofdstuk 5 voor de gebieden). Er zijn bijeenkomsten georganiseerd in Waspik, Sprang-Capelle en Waalwijk. In het gemeentehuis was een bijeenkomst voor de diverse partners van de gemeente Waalwijk. Daarnaast was er een online vragenlijst uitgezet waarbij mensen konden aangeven welke ambitie ze in welk gebied belangrijk vinden. In bijlage II.I Participatieverslag en bijlage II.II Resultaten online vragenlijsten participatie beschrijven we wat de resultaten van het participatietraject zijn. 1.4.2 De strategische visie van de gemeente Waalwijk De onderlinge samenhang tussen de strategische visie en de omgevingsvisie is sterk. We zien de strategische visie zoals gezegd als sturend verhaal, als kapstok, richtinggevend bij beleids- en besluitvorming, op hoog abstractieniveau. De omgevingsvisie benut dit verhaal in het uitwerken van een koers voor de fysieke leefomgeving. Het is de fysieke vertaling van de strategische opgaven. Voor het sociaal domein zijn de strategische aspecten verder uitgewerkt in de koers sociaal domein en het programma Samen Redzaam (het bijbehorende implementatieplan). Deze verbindingen willen we daar waar mogelijk zo goed mogelijk benutten door integraal samen te werken, zodat het fysieke en het sociale domein elkaar kunnen versterken. Verder is relevant dat er een Economische Verkenning is gemaakt. De uitgangspunten uit deze verkenning zijn ook meegenomen in de omgevingsvisie. 1.4.3 Milieueffectrapportage In een milieueffectrapportage (mer) worden de milieueffecten in beeld gebracht van de ontwikkelingen en ambities die in de omgevingsvisie zijn beschreven. De mer biedt daarmee een onderbouwde basis voor de besluitvorming en zorgt ervoor dat de gemeente in haar keuzes volwaardig rekening houdt met de effecten van haar beleid op het milieu en de omgeving. De mer bevat een foto van de leefomgeving. Hierin wordt de huidige staat binnen de gemeente, de autonome ontwikkeling en het huidige beleid beschreven. Daarnaast bevat de mer een beoordeling van de alternatieven (de ontwikkelrichtingen) en van het voorkeursalternatief (de conceptontwerp-omgevingsvisie). De wettelijke grondslag voor de milieueffectrapportage is opgenomen in afdeling 16.4 van de Ow. Een mer moet opgesteld worden indien de omgevingsvisie het kader vormt voor mer-(beoordelings-)plichtige projecten of als ontwikkelingen zijn opgenomen in de omgevingsvisie die mogelijk significante gevolgen hebben voor Natura 2000-gebieden waarvoor een passende beoordeling moet worden gemaakt (Ow artikel 16.36). Voor de omgevingsvisie van de gemeente Waalwijk zijn beide gevallen niet op voorhand uit te sluiten. Naar verwachting zal de omgevingsvisie het kader vormen voor mer-(beoordelings-)plichtige projecten. Het gaat bijvoorbeeld om ontwikkelingen die kunnen worden aangemerkt als stedelijk ontwikkelingsproject (categorie J11 uit bijlage V van het Omgevingsbesluit). Verder liggen er ook Natura 2000-gebieden in en naast de gemeente Waalwijk, waar een passende beoordeling voor nodig is. De resultaten van de milieueffectrapportage worden beschreven in paragraaf 6.7 Samenhang milieueffectrapportage. Het volledige milieueffectrapport kan gevonden worden in bijlage II.IV Milieueffectrapport. 1.5 Leeswijzer De omgevingsvisie moet een integrale visie voor de lange termijn voor de fysieke leefomgeving van de hele gemeente zijn. Daarmee raakt het aan veel beleid waar de gemeente mee werkt. In de omgevingsvisie hebben we de strategische beleidsuitspraken uit het betreffende beleid overgenomen. Met actualisaties van de omgevingsvisie kan stap voor stap steeds meer beleid geïntegreerd worden. Hoofdstuk 2 omvat een beschrijving van de identiteit van de gemeente Waalwijk vanuit historisch en geografisch perspectief. Ook hebben we in dit hoofdstuk de opgaven voor de toekomst benoemd. Dit hoofdstuk vormt het vertrekpunt voor de toekomst. In hoofdstuk 3 is de koers voor 2050 beschreven. Dit is de stip op de horizon waar we op koersen. In hoofdstuk 4 hebben we die visie thematisch uitgewerkt. Hier worden de belangrijkste ambities per thema of onderwerp beschreven. In dit hoofdstuk staat de omgevingsvisiekaart. Op deze kaart zijn de voornaamste ambities, kansen en uitdagingen voor onze gemeente weergegeven. In hoofdstuk 5 hebben we de langetermijnvisie uitwerkt voor de verschillende deelgebieden. Dit is belangrijk als opmaat voor het omgevingsplan. Hoofdstuk 6 geeft een toelichting op de manier waarop we de ambities uit de omgevingsvisie kunnen realiseren. We beschrijven de doorwerking in andere Omgevingswetinstrumenten en de wijze waarop de omgevingsvisie wordt gemonitord en geactualiseerd. Verder zijn in dit hoofdstuk de programma’s opgenomen waar we aan werken. 2 De gemeente Waalwijk nu 2.1 Inleiding Om te bepalen wie we nu zijn en waar we in de toekomst willen zijn, moeten we eerst goed weten waar we vandaan komen. Daarom wordt in dit hoofdstuk ingegaan op de historische ontwikkeling van de gemeente Waalwijk en de gemeente vandaag de dag, ook in zijn regionale context. Dit geeft inzicht in het karakter van de gemeente en de bijzondere kwaliteiten. Daarnaast kijken we naar de opgaven en uitdagingen die op de gemeente afkomen. Als gemeente opereren we niet in een vacuüm. Daarom kijken we ook naar de nationale, provinciale en regionale context. Deze elementen vormen het fundament waarop de omgevingsvisie is gebouwd. 2.2 Van toen tot nu De eerste vaste bewoners Onze gemeente is ontstaan in het gebied De Langstraat. In dit gebied lagen de kernen Baardwijk, Waalwijk, Besoijen, Sprang, Capelle, Vrijhoeve, Nieuwe Vaart, Waspik boven en Waspik beneden. De Langstraat maakte eeuwenlang deel uit van een groot veengebied. Het Oude Maasje stroomde ten noorden van dit veengebied en de hoger gelegen zandgronden vormden een zuidelijke grens. De hoger gelegen oeverwallen langs de rivieren waren van oudsher aantrekkelijke plekken voor mensen om zich te vestigen. Vanuit de woonplaatsen langs de Maas is men in de 11e eeuw begonnen het zuidelijk gelegen veengebied te ontginnen door sloten parallel aan elkaar te graven, zodat het water weg kon stromen. De ontgonnen veengronden waren in eerste instantie geschikt voor akkerbouw, maar door de ontwatering ging het veen oxideren waarbij veen afgebroken werd (inklinkt). Hierdoor kwam het maaiveld steeds lager te liggen. Om het gebied waar mensen woonden te beschermen, werden kades aangelegd tegen het overstromingswater vanuit de rivier en tegen water uit aangrenzende veenontginningen. Deze kades werden zijdwenden en achterkades of zeines genoemd. Als het bouwland te laag kwam te liggen, ontgon men een nieuw stuk veen en werd het oude akkerland gebruikt als wei- en hooiland. Na verloop van tijd kwam het bouwland op grote afstand van het dorp te liggen en werd het dorp verplaatst. De ontginningen en de bewoningslinten verschoven zo op in zuidelijke richting. Voor de afvoer van het veen werd gebruik gemaakt van vaarten die naast al bestaande zijdewende in noordelijke richting naar de Maas werden gegraven. Na de vervening kwamen de ontveende gronden alsnog ter beschikking aan de Langstraat-dorpen. Deze periode vormde de basis voor de landschappelijke structuur van de gemeente. In het landschap zijn duidelijk lijnen te zien van noord naar zuid door de ontginningen en de lijnen van De Langstraat van west naar oost (zie figuur 2). Figuur 2: Kaartbeeld landschappelijke structuren in 1846 Bron: ‘s-Gravenhage: Provinciale Staten, Geoplaza VU Bescherming tegen het water Rond 1270 maakte De Langstraat deel uit van de Grote of Zuidhollandse Waard. Deze waard was voorzien van een grote dijkring. De huidige Meerdijk was daar een deel van. Als gevolg van de doorgaande stijging van de zeespiegel, de ontginning (en daardoor daling van het maaiveld) en de turfwinning nam de invloed van de zee in de Grote Waard steeds meer toe. Bij de Sint Elisabethsvloeden in 1421 overstroomde grote delen van de Grote Waard en ontstond een groot verdronken gebied met een afwisseling van vertakte getijdegeulen die onder invloed van eb en vloed stonden. Hierbij werden de oorspronkelijke dorpen, die iets noordelijker lagen dan de huidige, zwaar beschadigd. Als reactie op de watersnood werd in het midden van de 15e eeuw de Winterdijk aangelegd direct ten noorden van het bewoningslint. Achter deze dijk konden de beschadigde dorpen zich weer langzaam opbouwen en zo ontstond er een lintbebouwing: de huidige Grotestraat. Deze nieuwe as is dus iets zuidelijker gelegen dan de oorspronkelijke lintbebouwing. Ook de zuidkant van Waalwijk had last van hoog water dat vanuit ’s-Hertogenbosch kwam. Als gevolg hiervan zijn in de 17e eeuw onder andere het Galgenwiel en Hoefsven ontstaan. Om de waterafvoer richting de Maas beter te kunnen reguleren, is tussen 1766 en 1795 de Baardwijkse Overlaat aangelegd. Het grote inundatiegebied van de Baardwijkse Overlaat is gelegen tussen ’s-Hertogenbosch en Doeveren. Ter hoogte van Doeveren mondde de overlaat uit in het Oude Maasje. Het systeem van dijken en sluizen werd ook ingezet voor militaire inundaties. Pas met het graven van het Afwateringskanaal van 's-Hertogenbosch naar Drongelen tussen 1907 en 1911 verloor de overlaat zijn militaire functie. De Langstraat fungeerde binnen de militaire Zuiderwaterlinie als inundatiegebied. Hier hebben enkele verdedigingswerken gestaan, zoals de batterij ten noorden van Capelle, een aantal batterijen ten zuiden van Capelle en het retranchement bij Waspik. Waalwijk als centrum voor leer en schoenen Als gevolg van toenemende veeteelt in de streek groeide vanaf het begin van de 19e eeuw de leer- en schoenenindustrie. Waar het voorheen om kleinschalige leerlooierijen en schoenenmakers ging, ontstonden in deze periode schoenfabrieken en industriële leerlooierijen die hun stempel op de handel en ontwikkeling van Waalwijk hebben gedrukt. Er werden nieuwe kerken gebouwd en de gemeente Waalwijk, Besoijen en Baardwijk werden samengevoegd. Bevorderlijk voor deze groei was ook de aanleg van de spoorlijn tussen ’s-Hertogenbosch en Lage Zwaluwe, het Halvezolenlijntje. In deze periode werden ook de haaks op de Grotestraat liggende dammen en mijnen, waar de fabrieksarbeiders woonden, aangelegd. Daar bouwden de rijkere bewoners de eerste tweelaagse huizen in Waalwijk. Na de bloeiperiode van de leer- en schoenenindustrie in de 19e en vroege 20e eeuw onderging Waalwijk aanzienlijke veranderingen. De stad, ooit het centrum van de Nederlandse schoen- en lederwarenproductie, zag deze industrie in de loop van de 20e eeuw geleidelijk afnemen door globalisering en concurrentie uit lagelonenlanden. Desondanks bleef de erfenis van deze industrie een belangrijke rol spelen in de lokale cultuur en economie. Samen de gemeente Waalwijk Aan het begin van de 20ste eeuw werden in de provincie Noord-Brabant diverse gemeenten samengevoegd. Zo ontstond uit de gemeenten Baardwijk, Besoijen en Waalwijk in 1922 de nieuwe gemeente Waalwijk en een jaar later werden Capelle, Vrijhoeve en Sprang samengevoegd tot de gemeente Sprang-Capelle. De huidige gemeente Waalwijk met de kernen Waspik boven, Waspik beneden, Sprang-Capelle en Waalwijk is in 1997 gevormd. 2.3 De gemeente Waalwijk in de regio De gemeente Waalwijk ligt in het noorden van de provincie Noord-Brabant, tussen Tilburg (19

  1. km)in het zuiden, Breda (29
  2. km)in het westen, het rivierengebied in het noorden en ’s-Hertogenbosch in het oosten (22 km). Gemeente Waalwijk is onderdeel van regio Hart van Brabant. Daarin werkt de gemeente samen met Dongen, Gilze en Rijen, Goirle, Heusden, Hilvarenbeek, Loon op Zand, Oisterwijk, Tilburg, Alphen-Chaam en Baarle-Nassau. Deze regionale samenwerking is in ontwikkeling. Gemeenten, waterschappen en provincie werken steeds meer op een groter schaalniveau samen aan (strategische) opgaven in de fysieke leefomgeving. De gemeente Waalwijk neemt deel aan de Stedelijke Regio Breda – Tilburg (SRBT) en de Stedelijke Regio ’s-Hertogenbosch (SRSHR). In de SRBT zitten naast de gemeenten uit Hart van Brabant ook de gemeente Altena, Breda, Drimmelen, Etten-Leur, Geertruidenberg, Moerdijk, Oosterhout en Zundert. Daarnaast zijn ook de provincie Noord-Brabant en de waterschappen Brabantse Delta, De Dommel, Rivierenland en Aa en Maas betrokken bij deze regionale samenwerking. Gezamenlijk wordt gewerkt aan programma’s en projecten in het fysiek domein en op economisch vlak. De regio Midden-Brabant heeft diverse belangrijke nationale oost-west georiënteerde hoofdinfrastructuurassen met de A59, A58, Bergsche Maas, Wilhelminakanaal en de spoorlijn Breda-Eindhoven. De gemeente Waalwijk ligt zelf niet (meer) aan een spoorlijn. Via verschillende modaliteiten (weg, water en spoor) verbinden deze hoofdinfrastructuurassen de regio met de internationale ontwikkelingsassen voor logistieke en kennisgerichte activiteiten. De logistieke ontwikkelingsas loopt vanuit de randstad via Mainport Rotterdam door het westen van Brabant naar Vlaamse Ruit. De kennisgerichte ontwikkelingsas gaat vanuit de Randstad door het oosten van Brabant via Brainport Eindhoven richting het Ruhr- en Rijngebied. De ligging van Midden-Brabant wordt daarom ook wel gesymboliseerd als een hashtag (#) (zie figuur 3). De gemeente Waalwijk is een typische middelgrote gemeente. We zijn een belangrijk werkgelegenheidscentrum en hebben een bovenlokaal aanbod aan voorzieningen, zoals een regionaal gezondheidscentrum, theater, sportaccommodaties en (woon)winkels. We zien dat deze voorzieningen enerzijds door opschaling en centralisatie en anderzijds door verdunning van huishoudens, vragen om voldoende ‘massa’ (genoeg mensen). Tegelijkertijd hebben we te maken met opgaven waar meer middelgrote gemeenten mee kampen, zoals de duurzame mobiliteitstransitie en stedelijke (sociale) problematiek. Gezamenlijk met andere middelgrote steden zien we kansen om een rol te spelen in de verstedelijkingsopgave van Noord-Brabant. De gemeente Waalwijk is daarom onderdeel van samenwerkingsverband Midstad. Een samenwerking met andere middelgrote gemeenten in Noord-Brabant. Structureel overleg met provincie en andere middelgrote steden is daarbij van belang. In de strategische visie van de gemeente Waalwijk ‘Brug naar de Toekomst’ staan we stil bij de rol van de gemeente ‘in de regio’ en in regionale samenwerking. Waalwijk werkt vanuit een zelfbewuste positie in de regio aan lokale en (sub)regionale opgaven. Juist vanwege onze geografische ligging kan de gemeente toewerken naar een sleutelpositie als partner in de regio. We zetten in op Waalwijk als centrumgemeente voor De Langstraat dat in het Brabants mozaïek als middelgrote stad de verbinding vormt tussen de grotere steden Tilburg, ‘s-Hertogenbosch en omliggende gemeenten. Vanuit daar kijken we scherp naar wat onze doelstellingen zijn en welke samenwerkingen daar logischerwijs het meest aan bijdragen. Voorbeelden van thema’s waarbij het opzoeken van samenwerking voor de hand liggend én noodzakelijk is: mobiliteit, een sterke economie, de energietransitie en onderwijs. Op deze onderwerpen is samen optrekken met omliggende gemeenten en de stedelijke regio's de route om stappen te zetten. Samenwerking is geen doel op zich en moet functioneel zijn. We constateren echter dat steeds meer vraagstukken wel vragen om samenwerking over (gemeente)grenzen heen. We kijken per vraagstuk wat de juiste schaal om opgave(
  3. n)op te pakken. Dat kan (sub)regionaal zijn, als het vraagstukken betreft die net de lokale grenzen overschrijden, zoals in een gebiedsgerichte aanpak (GGA). Dat doen we ook in grotere samenwerkingsverbanden. Op dit moment is Waalwijk primair gefocust op de regio Hart van Brabant, waar we samenwerken op onder andere het gebied van (jeugd)zorg, economie, klimaat- en energie. We zien dat de SRBT in toenemende mate het juiste schaalniveau blijkt om strategische opgaven, in de fysieke leefomgeving op te pakken, zoals woningbouw, mobiliteit en (ruimtelijke) economie. Daarom investeren we de komende jaren extra op de versterking deze samenwerking. In regionale samenwerking neemt Waalwijk – op diverse schaalniveaus – een proactieve rol. Figuur 3: De gemeente Waalwijk in de regio met de hoofdinfrastructuur en regionale bedrijventerreinen (roze cirkels) 2.4 Identiteit en kernwaliteiten 2.4.1 Inleiding “Waalwijk, waar we elkaar nog kennen. Een gemeente met meer dan 50.000 inwoners. Waar we houden van aanpakken. Het is er goed wonen, veilig opgroeien, leren, ondernemen en werken.” - Dienstverleningsvisie 2021 gemeente Waalwijk (het inwoneraantal is aangepast naar de situatie op 1 januari 2024) De bovenstaande tekst beschrijft de identiteit van de gemeente Waalwijk. Dit is de identiteit waar mensen zich in herkennen, maar nog wel wat algemeen. Het scherp hebben van de identiteit is belangrijk voor het opstellen van de omgevingsvisie, omdat die identiteit relatief stabiel is en dus een stevige basis biedt voor een langetermijnvisie. Vanuit de identiteit kunnen we toekomstbestendig keuzes maken die passen bij het karakter van de gemeente Waalwijk. De identiteit bestaat uit meerdere kernkwaliteiten. Dat zijn de kenmerken waar we als gemeente trots op zijn en die samen het verhaal vertellen over wat Waalwijk voor een gemeente is. Onze kernkwaliteiten zijn: 1. een veelzijdig landschap;2. een levendige samenleving en3. een sterke economie. In de volgende subparagrafen beschrijven we wat die kernkwaliteiten betekenen. 2.4.2 Een veelzijdig landschap De gemeente Waalwijk ligt op een uniek grens- en overgangsgebied. De Bergsche Maas en het rivierenlandschap in het noorden en de Brabantse zandgronden in het zuiden zorgen voor een bijzonder landschap met verschillende bodemtypes. Tussen de noordelijke kleigrond en de zuidelijke zandgrond is een veenlandschap ontstaan. Het overgangsgebied tussen het rivierengebied en de zandgronden loopt van Ossendrecht naar Maashees en wordt de ‘Naad van Brabant’ genoemd (zie figuur 4). De gemeente Waalwijk ligt in een grensgebied van klei-, zand- en veengrond. Dit gebied wordt gekenmerkt door bijzonder kwelwater dat hier omhoog komt. Dit zorgt voor specifieke natuurtypes, zoals de afwisseling tussen open en dichtbegroeide gebieden en natte en droge gebieden, wat zorgt voor een veelzijdig landschap. Het bijzondere aan het bodemprofiel in de gemeente is het feit dat verschillende bodemsoorten op elkaar liggen, namelijk klei-op-veen-op-zand. Dit maakt het een aardkundig waardevol gebied en hierdoor kan de historische ontwikkeling goed afgelezen worden. De veengronden zijn ontstaan door de agrarische veenontginning, het kleipakket verwijst naar de Sint Elisabethsvloed en het getijdengebied wat hierdoor is ontstaan. Uiteindelijk werd het gebied hierdoor bij uitstek geschikt als hooiland. Dit werd gebruikt om de runderen op te laten grazen. Deze runderen werden weer gebruikt voor de leerindustrie. De lijnstructuur van de bodemsoort (de oost-west lijnen) en de vaarten door de ontgingen (de noord-zuid lijnen) zijn nog steeds zichtbaar in ons landschap. Figuur 4: De strook veengrond die door Noord-Brabant loopt, ook wel bekend als de Naad van Brabant Bron: Brabantinzicht.nl, bewerkt door KuiperCompagnons Het samenspel tussen bodem en water heeft gezorgd voor een uniek natuurgebied in onze gemeente: De Westelijke Langstraat. Dit beschermd natuurgebied ligt tussen Waspik en Waalwijk. De verschillende bodemlagen zorgen voor een uniek en nat ecosysteem. Sloten, vennen, graslanden, moerassen en veen wisselen elkaar af. In de Westelijke Langstraat leven de Grote en Kleine Modderkruiper. De Grote Modderkruiper is een zeldzame vissoort. Daarnaast groeien op verschillende plekken autochtone bomen en struiken, zoals de zwarte els en Gelderse roos. Deze plantensoorten zijn directe nakomelingen van de planten die zich hier na de ijstijd spontaan hebben gevestigd en zich uit lokaal plantmateriaal hebben vermeerderd. Deze planten zijn daarmee vanuit cultuurhistorie en ecologie van groot belang, omdat ze ons landschappelijk erfgoed uitdragen en bijdragen aan de biodiversiteit. In het zuidoosten ligt Waalwijk tegen natuurgebied de Loonse- en Drunense Duinen en Leemkuilen dat één van de grootste stuifzandgebieden van West-Europa is. Onze gemeente ligt in streek De Langstraat. “De Langhe Straet”, zoals het vroeger heette, was oorspronkelijk een dijk door een moerassig landschap tussen het Oude Maasje en de hoger gelegen Brabantse zandgronden. Deze dijk staat nu bekend als de Winterdijk. Aan deze dijk vestigden zich begin vorige eeuw de eerste inwoners. Door opkomend water is deze dijk met de bebouwing steeds opgeschoven. De oost-westlijnen die daardoor in het landschap zijn ontstaan zijn nog steeds herkenbaar. Van noord naar zuid zijn de waterlopen zichtbare structuren. Door de noord-zuid en oost-west structuur van lijnen ontstonden hiertussen vlakken. Op strategische plekken ontstonden punten, zoals havens. Deze structuur van lijnen, vlakken en punten is kenmerkend voor De Langstraat. De Langstraat ontwikkelde zich tot hét centrum voor de schoen- en lederindustrie. Tegenwoordig zijn in het gebied veel historische elementen zichtbaar die naar deze periode verwijzen, zoals voormalige spoorlijn Halvezolenlijn wat tegenwoordig een wandel- en fietspad is (het Halvezolenpad) en verschillende gebouwen. De gemeente is tegenwoordig onderdeel van Noord-Brabant, maar in het verleden behoorde een groot deel van de huidige gemeente Waalwijk tot Holland. De Hollanders waren niet katholiek zoals de Brabanders, maar protestant. Dit heeft tot een lange religieuze strijd geleid. De verschillende kerken in onze gemeente maken deze historie zichtbaar. Tegenwoordig heeft deze strijd plaatsgemaakt voor een gemeenschapsgevoel en zijn de religieuze gebouwen belangrijke ontmoetingsplekken. 2.4.3 Een levendige samenleving De gemeente kent een levendige afwisseling van de hechte dorpen Waspik en Sprang-Capelle en de actieve stad Waalwijk. Waalwijk wordt gezien als een stad met een dorps karakter en Waspik en Sprang-Capelle worden omschreven als ‘ons kent ons’. De samenleving is gevarieerd met verschillende leeftijden, achtergronden, religies en culturen. De gemeente kent een rijk verenigingsleven en door het jaar heen worden veel evenementen georganiseerd. In elke kern zijn de basisvoorzieningen op orde. Onze jongste inwoners kunnen in hun eigen woonplaats naar school en voortgezet onderwijs kan op alle niveaus in de gemeente worden gevolgd. Voor een middelgrote stad als Waalwijk zijn er veel culturele voorzieningen, zoals Theater De Leest en het Schoenenkwartier. Daarnaast heeft de gemeente Waalwijk een groot sportaanbod op hoog niveau. RKC Waalwijk is een voetbalclub op professioneel niveau en HV Tachos een handbalvereniging op het hoogste niveau. Elke kern heeft een binnensportaccommodatie en sportvelden. Waalwijk heeft een grote diversiteit aan vecht- en verdedigingsporten en elke kern heeft één of meerdere eigen voetbalclub(s). Voor de zwembaden geldt dat zowel het binnenbad Olympia als buitenbad Zidewinde een regionale functie heeft. 2.4.4 Een sterke economie In de gemeente Waalwijk heerst een sterke werkmentaliteit. Onze mensen weten van aanpakken. Gemeente Waalwijk heeft een snelgroeiende economie en we zijn één van de gemeenten in Nederland met de meeste banen per inwoner. Het is echt een werkgelegenheidsgemeente. Onze sterke economie is vooral te danken aan de logistiek en groothandel en een brede basis in de maakindustrie. De bruto toegevoegde waarde van de Waalwijkse economie bedroeg in 2023 ongeveer € 3,3 miljard, wat een toename van 28% was ten opzichte van 2014. Deze groei is nauw verbonden met de sterke banengroei in dezelfde periode. De belangrijkste sectoren die bijdragen aan deze economische waarde zijn de industrie, logistiek (vervoer en opslag) en (groot)handel. De sector ‘logistiek en groothandel’ kent de afgelopen 10 jaar de sterkste groei in aantal banen, namelijk zo’n 60%, met in totaal ruim 9.500 banen (bron: Economische Verkenning gemeente Waalwijk). De identiteit van onze gemeente is nauw verbonden met de economische geschiedenis, met name door het Schoenenkwartier en de lederwarenindustrie. Het midden- en kleinbedrijf is sterk aanwezig in Waspik, Sprang-Capelle en Waalwijk. Bijna de helft van de banen in de gemeente Waalwijk (48%) is te vinden in het midden- en kleinbedrijf (MKB), dat bestaat uit 476 vestigingen. Dit onderstreept de positie van Waalwijk als MKB-gemeente. De centrale ligging van de gemeente heeft er mede voor gezorgd dat we zijn uitgegroeid tot de hotspot van Nederland op logistiek gebied. In de gemeente zijn veel (grote) logistieke distributiecentra en transportbedrijven gevestigd. Via de havens worden goederen op internationaal niveau van A naar B gebracht en de A59 en N261 zijn belangrijke transportaders. Waalwijk staat op de kaart als logistieke schakel tussen Rotterdam, Antwerpen en het Europese achterland. Naast logistiek heeft de gemeente Waalwijk een aantal sterke sectoren die al decennialang geworteld zijn in onze gemeente. Piet Klerkx opende in 1928 zijn eerste meubelzaak in Waalwijk. Mandemakers is in Waalwijk uitgegroeid tot keukengigant en Van Mossel Automotive Group is uitgegroeid tot een van de grootste automotive bedrijven in Europa. Zij zijn nog steeds sterk verbonden met onze gemeente met hoofdkantoren en opleidingscentra. De schoen- en lederindustrie die de gemeente in de 19e eeuw op de kaart zetten is nog steeds present. Onze gemeente huisvest de hoofdkantoren van verschillende nationale en internationale schoen- en ledermerken. 2.4.5 Onze kwaliteiten Figuur 5 laat de huidige kwaliteiten van de gemeente Waalwijk zien. Deze bestaan uit: 1. Veelzijdig landschap: Bijzondere combinatie van landschappen klei, veen en zand. Uniek natuurgebied Westelijke Langstraat. Rijke historie met De Langstraat als ruggengraat. 2. Diverse samenleving: Diversiteit in inwoners en evenementen/festiviteiten. Toegankelijke voorzieningen voor alle leeftijden. Groot sportaanbod in alle kernen. 3. Sterke economie: (Intern)nationale logistieke hotspot. Sterke sectoren met langdurige geschiedenis in de gemeente. Gemeente van aanpakken: hoge werkgelegenheid en sterke MKB. Figuur 5: Huidige kwaliteiten in de gemeente Waalwijk 2.5 Opgaven voor de toekomst 2.5.1 Inleiding Uit de vorige paragraaf blijkt dat we veel kwaliteiten bezitten die het waard zijn om te behouden. Tegelijkertijd komen opgaven op ons af die om aandacht vragen en waar we richting de toekomst mee aan de slag moeten. Trends en ontwikkelingen kunnen de bestaande kwaliteiten onder druk zetten of juist een kans bieden om kwaliteit toe te voegen. Daar waar meerdere ontwikkelingen samenkomen kunnen ook dilemma’s of koppelkansen aan het licht komen. Kortom: alles waar we in de volgende hoofdstukken een antwoord op moeten formuleren. In de strategische visie zijn drie strategische lijnen ontwikkeld die sturing moeten geven in het aanpakken van de opgaven (zie figuur 6). De drie strategische lijnen zijn: 1. Sturen op Brede Welvaart. Bijdragen aan de gemeenschap komt centraal te staan in alles wat we doen en de keuzes die we maken. Dat doen we voor én met de gemeenschap. Bijvoorbeeld door samenwerking tussen het onderwijs, het bedrijfsleven en de gemeente. 2. Bouwen aan een verbonden samenleving. Binnen de gemeente Waalwijk bestaan hechte gemeenschappen. Die zetten we (nog meer) in hun kracht, door ecosystemen als de basis te nemen in alles wat we doen. Onder andere door inwoners, ondernemers, maatschappelijke partners en gemeenschappen met elkaar te verbinden. Brede Welvaart is hierin als overkoepelende kapstok omarmd. Bij de omgevingsvisie wordt deze lijn doorgetrokken en wordt Brede Welvaart ook als kader en sturingsinstrument gebruikt bij de verdere uitwerking van de opgaven die zich voordoen in de fysieke leefomgeving. Brede Welvaart gaat in essentie over het welzijn van mensen. Het is een maatstaf voor alles dat mensen van waarde vinden. Naast materiële welvaart gaat het ook om zaken als gezondheid, onderwijs, milieu en leefomgeving, sociale cohesie, persoonlijke ontplooiing en veiligheid. Het gaat zowel om de kwaliteit van leven in het ‘hier en nu’, als om de effecten van onze manier van leven op het welzijn van mensen op andere plekken en voor toekomstige generaties. Figuur 6: De drie strategische lijnen uit de strategische visie gemeente Waalwijk 2.5.2 Opgaven voor omgeving en landschap Een gezonde bodem en voldoende en schoon water zijn belangrijk voor een veilig leven. We lopen steeds meer tegen de grenzen van ons bodem- en watersysteem aan. We moeten daarom beter rekening houden met ons water en onze bodem door ‘water en bodem sturend’ te werken. Hierbij is het bodem- en watersysteem sturend in onze keuzes, zoals voor plekken die we nodig hebben voor het opslaan van water of het verhogen van het waterpeil. De bodem moet een sturende factor zijn in de keuze voor nieuwe geschikte bouwlocaties en de wijze waarop we zo’n ontwikkeling vervolgens inpassen. Er kunnen met het realiseren van een nieuwe ontwikkeling namelijk ook kansen benut worden die ten gunste komen aan de kwaliteit van het water, de bodem en de landschappelijke inrichting. We moeten ervoor zorgen dat we met het gebruik van het land de bodem minder uitputten. De biodiversiteit in de bodem - het bodemleven – is een onmisbaar onderdeel voor een goed functionerende, gezonde bodem. Het is de drijvende kracht achter veel belangrijke bodemprocessen en heeft daarmee een belangrijke rol in het functioneren van het hele ecosysteem. Het bodemleven is de basis van natuurinclusieve landbouw. Een levende bodem vormt de basis voor de biodiversiteit boven de grond. De mens is onderdeel van de natuur. Voor een gezond leven op een leefbare planeet hebben we de natuur nodig, maar het groen en de natuur in de gemeente worden beïnvloed door klimaatverandering en zijn momenteel eenzijdig. Natuurgebied Westelijke Langstraat en de naastgelegen Loonse en Drunense Duinen en Leemkuilen staan onder druk. Door in te zetten op een samenhangend netwerk van diverse groengebieden met een hoge biodiversiteit kunnen extremen, zoals hitte of wateroverlast, beter opgevangen worden. Ook is het behoud van biodiversiteit van belang voor onze voedselvoorziening. Daarnaast draagt meer groen bij aan de gezondheid van onze inwoners. Het is een opgave om het groen zowel kwantitatief als kwalitatief te verbeteren. Dit is nodig binnen het bestaande groen en de gebieden met weinig biodiversiteit, zoals bedrijventerreinen en agrarische gronden. Hier liggen kansen op het gebied van erfgoed, bijvoorbeeld door historische groenstructuren en landschapselementen te herstellen. Klimaatverandering, met steeds meer extremen in weersomstandigheden, vraagt om aanpassing van onze leefomgeving. Door de ligging aan de Bergsche Maas is de gemeente kwetsbaar voor overstromingen. In de kernen is veel verharding aanwezig en met name op grote delen van de bedrijventerreinen is weinig groen. Het buitengebied bestaat grotendeels uit agrarische gronden, waar water vaak niet goed kan worden vastgehouden en de biodiversiteit laag is. Om de gezondheid van de inwoners en de leefomgeving beter te beschermen is het nodig om de gemeente klimaatadaptief in te richten, zowel in de openbare ruimte als op particuliere gronden. Dat kan door meer ruimte te geven aan water, minder verharding toe te passen en meer groen te creëren. Samen met de samenleving werken we aan het groen inrichten van percelen ten behoeve van klimaatadaptatie wat bijdraagt aan een fijne en aantrekkelijke omgeving. Door klimaatverandering warmt de aarde op. Dat komt mede door het gebruik van fossiele brandstoffen. We moeten de omslag maken naar duurzame energie. Dat betekent dat we de energievraag moeten beperken en daarna energiebronnen optimaal moeten benutten. Het vormgeven van dit nieuwe energiesysteem gaat over opwekken, opslaan en transporteren. Dat vraagt om een andere inrichting van onze onder- en bovengrond, verduurzamen van onze gebouwen en bewuster omgaan met energie. We moeten hierin keuzes maken die bijdragen aan de welvaart en welzijn van onze huidige en toekomstige generaties. 2.5.3 Opgaven voor de samenleving De bevolking van de gemeente Waalwijk blijft tot 2040 groeien. In 2040 zijn er iets meer dan 56.500 inwoners. Het aantal eenpersoonshuishoudens, zowel bij jongeren als ouderen, neemt toe. Hierdoor neemt ook de vraag naar woningen toe. Er moeten de komende tijd meer woningen bijkomen die aansluiten op de behoefte van de inwoners. Van belang is dat we woningen bouwen die bijdragen aan een evenwichtige bevolkingsopbouw in de toekomst. Het is een opgave om te kijken wat daarvoor de meest geschikte locaties zijn, dichtbij voorzieningen en met een goede bereikbaarheid. We willen dat onze gemeente een fijne en aantrekkelijke plek blijft met woningen voor alle doelgroepen, van starters, jonge gezinnen, alleenstaanden, mensen wiens kinderen het huis uit zijn tot senioren. Daarnaast is het van belang dat het groeien van het aantal inwoners niet alleen iets betekent voor het aantal woningen of de bereikbaarheid, maar ook voor het voorzieningenniveau, zoals sport, cultuur, onderwijs, huisartsenzorg en andere vormen van zorg en ondersteuning. Het is van belang dat we hier oog voor hebben bij de fysieke ontwikkelingen en daarbij de verbinding maken met het sociaal domein. De gemeente Waalwijk heeft, net als de rest van Nederland, te maken met vergrijzing. Vooral het aantal inwoners van 75 of ouder gaat fors groeien de komende 10 jaar, van iets meer dan 5.200 naar ruim 7.300 inwoners in 2040. De zorgvraag zal daarmee toenemen. Door nationaal beleid is het uitgangspunt dat ouderen langer zelfstandig thuis wonen. Dat heeft een effect op onze zorg en vraagt meer van inwoners die mantelzorg verlenen. Niet alle huidige woningen zijn voldoende levensloopbestendig en moeten aangepast worden zodat ouderen prettig in hun eigen huis kunnen wonen. We streven naar een leefomgeving die gericht is op ontmoeten en die toegankelijk is, zodat ouderen, jongeren en alle inwoners veel meer in verbinding kunnen leven. Ouderen, met name alleenstaanden, zijn kwetsbaarder voor eenzaamheid. Het is belangrijk dat zij elkaar en andere mensen kunnen ontmoeten. Aan deze doelstelling wordt onder andere gewerkt vanuit het programma Samen Redzaam. Ook in dat programma maken we de verbinding met de fysieke en sociale leefomgeving die gezond en gelukkig ouder worden stimuleert en faciliteert. De openbare ruimte is op sommige plekken nog onvoldoende ingericht voor ouderen, doordat deze slecht toegankelijk is en koele plekken of rustplekken ontbreken. We willen werken aan een openbare ruimte waar al onze inwoners zich welkom voelen en waar bewegen, spelen en ontmoeten in een gezonde en groene omgeving mogelijk is. De komende jaren is het een opgave om onze leefomgeving, woningen en maatschappelijke voorzieningen beter in te richten op de vergrijzende bevolking. Tegelijkertijd mogen we onze andere inwoners niet uit het oog verliezen. Ook voor jongeren kan de openbare ruimte aantrekkelijker ingericht worden en ontmoeten meer worden gestimuleerd met voorzieningen die aansluiten bij hun wensen en behoeften. In de gemeente werken veel arbeidsmigranten. Zij en hun gezin maken gebruik van zorg, woningen en onderwijs. Het is onze opgave om samen met inwoners te werken aan hun redzaamheid en toe te werken naar sociale en fysieke gezondheid en zingeving. Als gemeente willen we bijdragen aan een gezond en gelukkig leven voor alle inwoners. Samen met de Koers Sociaal Domein werken we aan samenredzaamheid door het versterken van de veerkracht van de gemeenschap en van al onze inwoners. Veel inwoners van de gemeente maken dagelijks gebruik van de auto. Met de auto is Waalwijk goed te bereiken en is men binnen een half uur in ‘s-Hertogenbosch, Tilburg of Breda, maar dit systeem loopt tegen grenzen aan. Er ontstaan vaak knelpunten op de A59 en N261 en dit zorgt voor overlast (files, geluidsoverlast en slechtere luchtkwaliteit). Robuust en frequent openbaar vervoer wordt gemist, waardoor veel mensen terugvallen op de auto. Gezien de woningbouwopgave en vergrijzing is het van belang een robuust openbaar vervoernetwerk te hebben, zodat de druk op de wegen en openbare ruimte niet toeneemt. De gemeente, de regio en de provincie Noord-Brabant onderschrijven gezamenlijk de ambitie voor de realisatie van een BusRapidTransit-verbinding Tilburg – Efteling – Waalwijk – ’s-Hertogenbosch, een snelle regionale buslijn. Partijen werken samen om de haalbaarheid in kaart te brengen met als doel hoogwaardig openbaar vervoer over deze as te realiseren. Naast een robuust OV-systeem dient er aandacht te zijn voor goede en veilige fiets- en wandelroutes, zowel recreatief als functioneel. Een omslag naar duurzame mobiliteit vraagt niet alleen wat van de inrichting, maar ook om een gedragsverandering. 2.5.4 Opgaven voor de economie De gemeente Waalwijk heeft zoals gezegd een robuuste economie, met de havens, lokale MKB en kleine en grote familiebedrijven, agrarische bedrijven, de logistiek en groothandel en het woonwinkelcluster. De economie blijft aantrekken. De vraag van bedrijven naar ruimte blijft dan ook aanwezig. Dit kan echter niet overal ingepast worden, omdat andere opgaven ook ruimte vragen, zoals waterveiligheid, woningbouw en klimaatadaptatie. Voor de groei van onze economie is energie randvoorwaardelijk; zonder de toevoer van energie kunnen bedrijven niet uitbreiden. Waalwijk wil het karakter als werkgelegenheidsgemeente behouden, maar wil ook een economie die bijdraagt aan Brede Welvaart voor de gemeente en een klimaatneutrale en duurzame economie. Onze economie moet bijdragen aan het welzijn van onze inwoners, zowel materieel als immaterieel. Ondernemingen bevorderen de Brede Welvaart bijvoorbeeld door het bieden van werkgelegenheid, bijdragen aan de mobiliteitsopgave en de klimaatdoelen, het verbinden van ondernemers met onderwijs of de zorg. De vraag is hoe hierin een balans gevonden kan worden. Hierin dient een integrale afweging te worden gemaakt. Het winkelgebied van Waalwijk heeft te maken met concurrentie van onder andere online winkels en grotere steden in de regio zoals ’s-Hertogenbosch, Tilburg en Breda. Het centrum van Waalwijk kampt met leegstand en inwoners geven aan dat het centrum daardoor minder aantrekkelijk is. Als gemeente werken we al op verschillende manieren aan het aantrekkelijk houden van ons centrum en het geven van een nieuwe invulling aan ruimte die leeg staat, zoals met het Masterplan Binnenstad en de herontwikkeling van winkelcentrum De Els. In de dorpen is het noodzakelijk om de voorzieningen te behouden, omdat deze bijdragen aan de leefbaarheid. Het is van belang om de winkelgebieden te transformeren naar winkel- en verblijfsgebieden waarmee ook ingezet kan worden op vergroening, ontmoeting en uitdragen van (cultuur-) historie. 2.5.5 De opgaven Figuur 7 laat de opgaven zien waar de gemeente Waalwijk voor staat. Deze bestaan uit: 1.Omgeving en landschap: Water en bodem zijn sturend. Zorgen voor een gezonde leefomgeving met biodiverse natuur en groene kernen. Werken aan een duurzame en klimaatadaptieve gemeente. 2. Samenleving: Werken aan een duurzame mobiliteitstransitie. Samen redzaam. Voldoende en passende woningen. 3. Economie: Omslag naar een duurzame en circulaire economie. Een economie die bijdraagt aan Brede Welvaart. Inzetten op levendige centra. Figuur 7: Huidige opgaven in de gemeente Waalwijk 2.6 Nationaal, provinciaal en regionaal beleid 2.6.1 Inleiding Als gemeente opereren we niet in een vacuüm. We dienen rekening te houden met ons bestaand beleid en regionale afspraken. Deze integreren we in de omgevingsvisie. Daarnaast is de omgevingsvisie onder de Omgevingswet een verplicht instrument voor het Rijk, provincies en gemeenten. Als gemeente dienen we rekening te houden met de ambities en uitgangspunten uit de omgevingsvisies van hogere overheden. Op lokaal, regionaal, provinciaal en nationaal niveau liggen grote uitdagingen op het gebied van economie, samenleving, omgeving en landschap die vragen om een integrale benadering. Deze uitdagingen zijn soms tegelijkertijd kansen. 2.6.2 De Nationale omgevingsvisie In het kader van de invoering van de Omgevingswet heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. In de nationale omgevingsvisie geeft het Rijk een langetermijnvisie aan voor de toekomstige ontwikkelingen van de leefomgeving in Nederland. In Nederland staan we voor urgente maatschappelijke opgaven die zowel lokaal als regionaal, nationaal en internationaal gelden, zoals klimaatverandering, de energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. De NOVI biedt perspectief om voort te bouwen op bestaande landschappen en historische steden. In de NOVI zijn vier prioriteiten opgesteld: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzes. Die zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteren van verschillende belangen en opgaven: combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; afwentelen wordt voorkomen. 2.6.3 Ontwerp Nota Ruimte Naast de NOVI werkt de rijksoverheid aan een Nota Ruimte. Deze moet in 2026 gereed zijn. Totdat de nieuwe Nota Ruimte klaar is, geldt de NOVI als beleid. Momenteel ligt er het ontwerp van de Nota Ruimte. Het ontwerp Nota Ruimte is een ruimtelijke visie op heel Nederland en is de uitwerking van de NOVI. Het biedt een overzicht van de nieuwe richtingen, ruimtelijke beelden en keuzes voor nu, straks en later. Het gaat om de keuzes die al zijn gemaakt en ingezet in verschillende nationale programma’s, keuzes die aanvullend nodig zijn en nog gemaakt moeten worden in de (ontwerp) Nota Ruimte en keuzes die in de Nota Ruimte geagendeerd worden voor later. Naast de omgevingsvisie en ontwerp Nota Ruimte werkt het Rijk met de NOVEX. In het programma NOVEX staan drie doelen centraal: het versnellen van de uitvoering van de NOVI, het versterken van de ruimtelijke regierol van de Rijksoverheid en het vernieuwen van de samenwerking in de (uitvoerings)relatie met provincies en in gebieden. NOVEX richt zich op het ‘hoe’ en volgt daarbij twee sporen: het provinciale spoor en het spoor van de NOVEX-gebieden. De gemeente Waalwijk behoort bij het NOVEX-gebied Stedelijk Brabant. Hier wordt ingezet op de realisatie van 94.000 woningen tot 2030 en de bijbehorende werkgelegenheid. NOVEX Stedelijk Brabant vormt een integraal onderdeel van de ruimtelijke puzzel van de Provincie Noord-Brabant. De ontwerp Nota Ruimte hanteert drie ruimtelijke principes die richtinggevend zijn voor deze visie: 1. Meervoudig ruimtegebruik - Ruimte is schaars en waardevol. Het Rijk zoekt waar het kan naar mogelijkheden voor functiecombinaties en naar efficiënt ruimtegebruik met behoud van ruimtelijke kwaliteit. 2. Gebiedskenmerken centraal – Het Rijk beschermt en benut wat er is en ontwikkelen nieuwe, onderscheidende ruimtelijke kwaliteit. Hierbij wordt lokaal en regionaal gewerkt aan passende oplossingen. 3. Zoveel mogelijk voorkomen van afwentelen – Het Rijk schuift problemen niet zonder meer door naar elders of naar toekomstige generaties en streeft naar een rechtvaardige verdeling van de lusten en lasten. In de ontwerp Nota Ruimte zijn keuzes gemaakt aan de hand van vier integrale thema’s. De thema’s zijn 1) Wonen, werken en bereikbaarheid; 2) Economie en energie; 3) Landbouw en natuur; en 4) Water en bodem. 1. Wonen, werken en bereikbaarheid De bevolkings- en economische groei zijn de drijvende kracht achter de ontwikkeling van Nederland. Deze groei blijft niet beperkt tot de grote steden Amsterdam, Rotterdam-Den Haag, Utrecht en Eindhoven, maar biedt ook kansen voor nabijgelegen stedelijke regio’s, zoals de Brabantse stedenrij. Het Rijk werkt in de ontwerp Nota Ruimte met een strategie VISTA: versterken, initiëren, stimuleren, transformeren en accommoderen (zie figuur 8). De strategie ‘stimuleren’ is van toepassing op de gemeente Waalwijk, wat duidt op een verstedelijkingsopgave en schaalsprong. Waalwijk Centrum Driessen is opgenomen als één van de 127 regionaal grootschalige woningbouwlocaties. Daarnaast is de gemeente Waalwijk onderdeel van de ‘L-centrumstadsregio’. In deze regio zijn economische dynamiek en concentratie van (regionale) voorzieningen verdeeld over één of meerdere middelgrote steden. OV-knooppunten vormen belangrijke schakels: hier is de regio aanhaakt op het (inter)nationale netwerk en vormt hiermee de logische plek voor nieuwe publiekstrekkende regionale voorzieningen en ruimte-intensief werken. In het NOVEX-gebied Stedelijk Brabant werken de Rijks­overheid, de provincie Noord-Brabant en de regio samen aan het opvangen van groei in de Brabantse Stedenrij en Brainportregio, het ontwikkelen van ov-knooppunten en het vernieuwen van de naoorlogse woonwijken. Waalwijk maakt onderdeel uit van de Brabantse Stedenrij. In deze aanpak wordt uitgegaan van regiokernen. Stad Waalwijk vormt samen met Sprang, Driessen en Kaatsheuvel één regiokern, terwijl Waspik, Capelle en Nieuwe Vaart daarbuiten vallen. Dit heeft consequenties voor de schaal van woningbouw: grootschalige projecten versus kleinschalige uitbreidingen. Deze positie vraagt om een expliciete reflectie op de rol die Waalwijk voor zich ziet in de verstedelijkingsopgave. Als middelgrote stad biedt Waalwijk kansen voor groei die niet alleen bijdragen aan het woningaanbod, maar ook een impuls geven aan de ruimtelijke kwaliteit, het voorzieningenniveau en de bereikbaarheid per openbaar vervoer; een essentiële bouwsteen voor duurzame stedelijke ontwikkeling. Ook in Sprang liggen kansen voor ruimtelijke ontwikkeling, mede dankzij de strategische ligging aan de route richting Tilburg en nabijheid van voorzieningen in Waalwijk en Kaatsheuvel. Deze positie biedt mogelijkheden voor het versterken van de regionale verbindingen en het verbeteren van het openbaar vervoer, wat essentieel is voor duurzame groei. Voor de overige kernen binnen de gemeente is het van belang dat zij goed verbonden blijven met Waalwijk en Sprang-Capelle, waar de regionale OV-verbindingen, voorzieningen en het merendeel van de werkgelegenheid geconcentreerd zijn. Een sterke interne samenhang draagt bij aan de leefbaarheid en bereikbaarheid van de hele gemeente. De verstedelijkingsopgave moet bijdragen aan Brede Welvaart, niet alleen binnen de stedelijke kernen, maar ook in het omliggende buitengebied. Daarbij is het essentieel dat natuurlijke systemen, zoals natuurgebieden en ruimte voor water, worden beschermd. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dienen de leefbaarheid te versterken en vergroening te borgen. De balans tussen Waalwijk als logistieke topregio en de verstedelijkingsopgave vraagt om een zorgvuldige afweging, die in samenwerking met de Provincie Noord-Brabant en regionale partners gemaakt moet worden. 2. Economie en energie Het Rijk streeft naar een brede en gevarieerde economische basis die voorziet in basisbehoeften van Nederlanders en bijdraagt aan de strategische autonomie van Europa als geheel. In de Nota wordt met name ingegaan op strategische locaties, zoals internationale havens en brainports. Daarnaast wil het Rijk inzetten op behoud en versterking van bedrijventerreinen met unieke kenmerken. Voor Waalwijk betekent dit dat haar haven en bedrijventerreinen mogelijk een strategische rol kunnen vervullen in de nationale economie. Door ruimte beter te benutten en de productiviteit te verhogen, kan Waalwijk bijdragen aan een robuuste economische basis. In de gemeente Waalwijk vraagt dit om een zorgvuldige afweging en moet gepaard gaat met een investering in mobiliteit en leefbaarheid. Naast het borgen en beter benutten van bestaande werkruimte ziet het Rijk mogelijkheden voor extra ruimte. Dit moet bijdragen aan een versterking van de economische dynamiek door in te zetten op een breed pallet aan werkgelegenheid, voor zowel theoretisch als praktisch geschoolden. Energiebeschikbaarheid zal de komende jaren een belangrijke randvoorwaarde zijn voor andere ontwikkelingen. Het Rijk wil daarom prioriteit geven aan de forse uitbreiding en verzwaring van de energie-infrastructuur en hier meer regie op pakken. 3. Landbouw en natuur De Nota Ruimte benadrukt het belang van een zorgvuldige omgang met landbouwgrond en de bescherming van Natura 2000-gebieden. Rondom deze gebieden wordt extra ingezet op het combineren van functies zoals landbouw, natuurbeheer en recreatie. Het Rijk stimuleert deze beweging met agrarisch natuurbeheer en een afwegingskader voor functiewijziging van landbouwgrond. Voedselzekerheid moet hiermee gewaarborgd worden. Voor Waalwijk betekent dit maatwerk en samenwerking met agrariërs en natuurorganisaties. 4. Water en bodem Waterveiligheid en zoetwatervoorziening zijn cruciale thema’s. Waalwijk ligt aan een grote rivier en moet rekening houden met toekomstige rivierverruiming en zoetwatertekorten. De strategie richt zich op lokaal water vasthouden, bergen en vergroenen. Dit vraagt om een robuuste inrichting van de stad en het buitengebied, waarbij vitale functies op minder kwetsbare locaties worden gesitueerd. Figuur 8: Kaart VISTA (bron: Ontwerp Nota Ruimte, pagina 188-189, Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening) 2.6.4 Provinciale omgevingsvisie Algemeen De Brabantse omgevingsvisie is een samenhangende visie op de fysieke leefomgeving van provincie Noord-Brabant. De omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Dat gaat om ambities op gebied van de energietransitie, een ‘klimaatproof’ Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Als basisopgave voor de komende jaren werkt de provincie aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit De komende jaren werkt de provincie, van een aanvaardbare leefomgevingskwaliteit in 2030, toe naar goede leefomgevingskwaliteit in 2050 waarbij op alle aspecten beter dan het wettelijke minimumniveau wordt gescoord. Een gezonde leefomgeving gaat bijvoorbeeld om het stimuleren van bewegen en meer groen. Twee aandachtspunten zijn het behouden van de kwaliteit van ons grondwater bestemd voor menselijke consumptie en het verbeteren van de luchtkwaliteit. Een veilige leefomgeving gaat om het terugbrengen van risico’s en voorbereid zijn op calamiteiten. Aandacht gaat uit naar de veiligheid rondom het vervoer van gevaarlijke stoffen. Waterveiligheid vanwege klimaatverandering wordt besproken bij ‘werken aan een klimaatproof Brabant’. Een goede omgevingskwaliteit gaat om het werken aan alle opgaven vanuit het verbeteren van landschappelijke en stedelijke kwaliteiten, waarbij bijvoorbeeld rekening moet worden gehouden met natuurlijke, cultuurhistorische en aardkundige dragers en structuren. Werken aan de Brabantse energietransitie In 2050 wil de provincie 100% duurzame energie, grotendeels afkomstig uit Noord-Brabant. Als tussendoel stelt de provincie in 2030 ten minste 50% reductie van broeikasgassen ten opzichte van de uitstoot in 1990 en ten minste 50% duurzame energie. De provincie: Werkt samen met de regio’s vanuit de regionale energiestrategie aan deze opgave. Sluit aan bij de Nationale Energieagenda. Wentelt de opgaven in beginsel niet af op onze omgeving (of andere provincies). Verbindt de energieopgave met zoveel mogelijk andere maatschappelijke opgaven. Gaat uit van meervoudig en zorgvuldig ruimtegebruik. Sluit energieopwekking in het Natuurnetwerk Brabant in principe uit. Houdt rekening met de ondergrond. Werken aan een klimaatproof Brabant In 2050 is Brabant klimaatbestendig en waterrobuust ingericht. Sinds 2020 handelt Brabant al klimaatbestendig en waterrobuust. In 2030 wil de provincie de eerste grote gebiedsopgaven daartoe gerealiseerd hebben. De provincie werkt aan: Een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting. De herontwikkeling van het beeklandschap. Het ondersteunen van de ontwikkeling van nieuwe teelten en teeltsystemen. Een robuust aantrekkelijk rivierenlandschap bij Maas en Merwede. Werken aan de slimme netwerkstad In 2050 functioneert het stedelijk netwerk van Brabant als één samenhangend duurzaam en concurrerend netwerk van steden en dorpen als onderdeel van de Noordwest-Europese metropool. Brabant kenmerkt zich dan door een sterke sociale cohesie, een excellent en duurzaam woon-, leef- en vestigingsklimaat met een comfortabel, betrouwbaar en multimodaal verkeers- en vervoersysteem en een uitstekende (digitale) infrastructuur. Voor 2030 streeft de provincie naar samenwerking met Brabantse partijen aan de transformatie van het bestaand bebouwd gebied van Brabant. Ondersteund door de digitale ontwikkelingen wil de provincie belangrijke stappen zetten in de richting het woon-, leef- en vestigingsklimaat in 2050 met een comfortabel, betrouwbaar en multimodaal verkeers- en vervoersysteem. Het doel is dat bewoners uit alle lagen van de bevolking zich verbonden voelen met hun omgeving en met elkaar, doordat zij meedenken en meedoen aan de veranderingen in hun omgeving. De provincie werkt aan: Duurzame verstedelijking. Slimme en duurzame mobiliteit. Werken aan een concurrerende, duurzame economie In 2050 is Brabant een top kennis- en innovatieregio in Europa. Het doel is dat producten, materialen en grondstoffen op alle onderdelen van de Brabantse economie in verregaande mate worden hergebruikt. Niet- hernieuwbare hulpbronnen worden behouden. Het streven naar waarde voor mens, natuur en economie gaan hand in hand. De Brabantse economie is verregaand circulair. In 2030 werkt de provincie aan een circulaire economie door duurzamer om te gaan met de beschikbare grondstoffen en natuurlijke bronnen. Samen met maatschappelijke partners wordt het gebruik van niet vernieuwbare grondstoffen (mineraal, fossiel en metalen) verminderd volgens de landelijke afspraken met 50%. De provincie werkt aan: Innovatie voor een circulaire economie. Digitalisering. Een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Agrofood. Oog voor sociale impact. Het goede voorbeeld. 2.6.5 Ontwikkelstrategie Stedelijke Regio Breda - Tilburg (SRBT) De Stedelijke regio Breda-Tilburg (SRBT) sluit aan bij de leefwereld van onze inwoners. Het is vanuit het Daily Urban System (DUS) een logische en passende schaal om opgaven in de fysieke leefomgeving op te pakken. Het Daily Urban System verwijst naar het dagelijkse functionele gebied van mensen. Het is eigenlijk het gebied of regio waar mensen in hun dagelijks leven in wonen, werken en leven. De SRBT is bovendien een schaal die door Rijk en provincie worden gezien als een geschikte gesprekspartner; een strategisch samenwerkingsverband. Om invulling te geven aan de regionale invulling van grote opgaven in de fysieke leefomgeving is de Ontwikkelstrategie SRBT vastgesteld. Het doel van de Ontwikkelstrategie SRBT is: leven, wonen en werken in een groene, gezonde en inclusieve stedelijke regio en het vergroten van die Brede Welvaart in een goede verdeling over stad en land. Het verdelen van meer Brede Welvaart als een goed mozaïek over stad en land kan alleen door: de kwaliteit van water, landschap en natuur te benutten en te versterken; de economie toekomstbestendig te maken; het vestigingsklimaat voor wonen en werken te verbeteren; de ruimtelijke kwaliteit te verhogen; samen gericht te investeren in de - voor de regio extra grote – mobiliteitstransitie. De visie voor de stedelijke regio Breda - Tilburg is opgebouwd vanuit vijf ontwikkelprincipes: 1. Bodem- en watersystemen zijn sturend bij ruimtelijke ontwikkelingen; robuustheid van de ondergrond is leidend. 2. We realiseren, faciliteren en stimuleren interactiemilieus en innovatie; economische innovatie en verstedelijking gaan hand in hand. 3. De juiste woning op de juiste plek; werk-met-werk-maken voor een duurzame woningvoorraad. 4. Versnellen mobiliteitstransitie en vergroten nabijheid; meer mobiliteitsgelijkheid. 5. Groen en voorzieningen groeien mee met verstedelijking; verstedelijking bevordert gezondheid in SRBT. Deze vijf ontwikkelprincipes zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Ze vormen in samenhang het ambitiepakket en de beleidsinhoudelijke basis voor de strategieën en de uitwerkingen die daaruit voortkomen. 2.6.6 Kernagenda regio Hart van Brabant In het regionaal verband Hart van Brabant werkt de gemeente samen met regiogemeenten aan de kernagenda. In de agenda zijn de gezamenlijke opgaven en activiteiten opgesteld voor het sociaal, fysieke en economische domein. Deze kernagenda loopt tot de gemeenteraadverkiezingen van 2026. Daarna wordt een nieuwe kernagenda opgesteld. Deze zal naar verwachting minder uitvoering worden dan de huidige. Dit zijn de taken uit de huidige kernagenda. 1. We bepalen de gezamenlijke inzet van de Hart van Brabantgemeenten voor de regionale omgevingsagenda (ROA).2. Energietransitie en klimaatadaptatie: we willen in 2030 de CO₂ uitstoot met 49% verminderd hebben en in 2050 energieneutraal zijn. Dit doen we onder andere door het huidige energieverbruik terug te brengen (20% volgens REKS 1.0) en op alternatieve wijze energie op te wekken (1TWh volgens REKS 1.0). In 2050 willen we onze regio klimaatbestendig en waterrobuust hebben ingericht.3. Grondstoffen: we werken aan een optimale afvalscheiding, verhogen de kwaliteit van de ingezamelde afvalstromen en dragen hiermee bij aan een hoogwaardige recycling. Hiermee leveren we een bijdrage aan een circulaire economie en voorkomen we dat waardevolle grondstoffen worden verbrand.4. Ontwikkeling stedelijke regio’s: alle gemeenten in Midden-Brabant hebben een stevige woningbouwopgave. Deze opgaven willen de gemeenten combineren met een kwaliteitsverbetering van de leefomgeving, op het vlak van leefbaarheid, gezondheid en vitaliteit.5. Woningbouw: alle gemeenten in de regio hebben een forse woningbouwopgave. 6. Bedrijventerreinen: het ontwikkelen van bedrijventerreinen om ruimte te bieden aan bestaande bedrijven en nieuwe ruimtevragers.7. We onderschrijven de ambities uit de Regionale Mobiliteitsagenda 2021 en zijn erop gericht de regio leefbaar en bereikbaar te houden voor de inwoner en forens, van de vervoerder tot aan de bezoeker aan onze regio. We werken aan duurzamere vormen van vervoer en dragen bij aan de reductie van CO₂ (50% reductie in 2030 ten opzichte van 1990 en CO₂-neutraal in 2050). 8. In het landelijk gebied is de druk toegenomen en streven we naar een evenwichtige balans van functies, kwaliteiten en ontwikkelingen. De regionale omgevingsagenda (ROA) en regionale investeringsagenda (RIA) zijn aan de kernagenda gekoppeld. De ROA maakt inzichtelijk hoe acties gezamenlijk bijdragen aan het bereiken van de ambities. De RIA koppelt publieke en private partijen aan elkaar voor het aanpakken van de opgaven. 3 De koers voor de toekomst van de gemeente Waalwijk 3.1 Inleiding Om te zorgen dat de gemeente Waalwijk ook in 2050 een prettige gemeente is om te wonen, werken, verblijven en leren willen we in ieder geval de kwaliteiten die we al hebben (paragraaf 2.4 Identiteit en kernkwaliteiten) behouden en versterken. Tegelijk willen we ook kwaliteiten toevoegen en moeten we inspelen op de trends en ontwikkelingen die op ons afkomen (paragraaf 2.5 Opgaven voor de toekomst). De omgevingsvisie vormt de nadere uitwerking van de strategische visie voor de fysieke leefomgeving. Het uitgangspunt van de koers van de strategische visie is dat de gemeente Waalwijk bouwt aan de bruggen van de toekomst via drie integrale, strategische lijnen: 1. Sturen op Brede Welvaart, 2. Bouwen aan een verbonden samenleving, en 3. Benutten van de kracht van verscheidenheid. De drie strategische lijnen staan niet op zichzelf, maar hangen met elkaar samen en versterken elkaar. Dit geldt ook voor de doelen en uitgangspunten in de verschillende thema’s in hoofdstuk 4. Gezamenlijk dragen de doelen op die thema’s bij aan een duurzame balans tussen onze natuurlijke omgeving, onze gemeenschap en onze economie en daarmee aan de Brede Welvaart van onze samenleving. Voor een gezonde en veilige toekomst is het belangrijk dat we de verschillende componenten in samenhang bekijken, dat we bruggen bouwen tussen de verschillende thema’s. De natuurlijke omgeving en netwerken zijn randvoorwaardelijk voor ontwikkelingen in onze economie en woningvoorraad en de kwaliteit van het leven van onze inwoners. 3.2 De gemeente Waalwijk in 2050 In 2050 is Waalwijk een gemeente waarin Waspik, Sprang-Capelle en Waalwijk in eigenheid verbonden zijn. We delen een rijke geschiedenis en de ligging in het diverse landschap, maar de kernen hebben ook hun eigen karakter. We omarmen deze diversiteit en versterken de kwaliteiten van elke kern. We kijken naar de kernen op zichzelf, maar ook naar de verbindingen onderling. Een goede verbinding is daarbij essentieel. Brede Welvaart is onze algemene onderlegger. Dus alle ontwikkelingen in onze gemeente dragen bij aan het welzijn van onze inwoners, zowel materieel als immaterieel. Onze kwaliteiten, zoals het prachtige landschap, natuur en erfgoed zijn nog altijd onze parels. Het gebied De Langstraat, waar onze gemeente onderdeel van is, vertelt het verhaal van onze gezamenlijke geschiedenis. De Westelijke Langstraat is een bijzonder natuurgebied dat onze kernen letterlijk met elkaar verbindt. De kernen zelf zijn aantrekkelijke en aangename groene leefomgevingen voor mens, plant en dier. Onze gemeente is een krachtig ecosysteem, met natuurlijk groen en een robuuste groenblauwe dooradering. We hebben keuzes gemaakt om onze kwaliteiten te koesteren, te beschermen, uit te dragen en te versterken. Door woningen te bouwen waar behoefte aan is en niet meer van hetzelfde, hebben we in 2050 een evenwichtige woningvoorraad. Die kentering in het beleid hebben we rond 2025 ingezet. We zagen namelijk dat na 2030 ons inwoneraantal niet toenam door natuurlijke bevolkingsgroei (meer geboortes dan sterfte), maar doordat mensen van buiten de gemeente hier kwamen wonen. We hebben deze groei benut als vliegwiel om ook andere ambities te realiseren. De groei in aantallen is geen doel op zich, maar moet bijdragen aan het welzijn, oftewel de Brede Welvaart van onze inwoners, ondernemers, werknemers, organisaties, verenigingen en bezoekers. Daarbij is het van belang dat we op alle fronten meegroeien, zodat het voorzieningenniveau passend blijft bij de behoefte. Door de groei voornamelijk binnenstedelijk op te vangen, hebben we onze groene identiteit weten te behouden. In 2050 werken we volgens een sociale, coöperatieve aanpak als het gaat om zorg, maatschappelijke voorzieningen en onderwijs. Inwoners en organisaties werken samen met de gemeente. Dat is ook de essentie van Samen Redzaam. De sociale en fysieke leefomgeving versterken elkaar op dit punt. Onze economie draagt hieraan bij. Onze economie bestaat nu uit een rijk palet aan sectoren die sterke wortels hebben in de gemeente. Doordat we in 2025 zijn gestart met Brede Welvaart als algemene onderlegger, hebben we toen de basis kunnen leggen voor het welzijn van onze toekomstige generaties. Tot 2050 hebben we flink geïnvesteerd in duurzame mobiliteit. Ons mobiliteitssysteem was en blijft een randvoorwaarde voor andere ontwikkelingen. In alle kernen hebben we de bodem (inclusief het bodemleven), het groen en water kwalitatief en kwantitatief verbeterd, zodat we klimaatbestendig zijn en profiteren van een hoge biodiversiteit. Ook dit draagt bij aan de Brede Welvaart, gezondheid en het welbevinden. Figuur 9 laat zien hoe de gemeente Waalwijk er in 2050 uit kan zien. Figuur 9: Collage van de gemeente Waalwijk in 2050 3.3 Hoe we tot de koers zijn gekomen Twee hoofdkeuzes, vier ontwikkelrichtingen Uit de inventarisatie en analyse van bestaand beleid en gesprekken met raad, college, de ambtelijke organisatie en de samenleving blijkt dat Waalwijk veel kwaliteiten heeft om trots op te zijn. Tegelijkertijd spelen trends, ontwikkelingen en opgaven die de kwaliteiten in gevaar kunnen brengen. Er is al veel beleid en op veel terreinen wijzen de neuzen dezelfde kant op. Tegelijkertijd zijn er ook grote verschillen in de overtuigingen van mensen hoe problemen moeten worden opgelost. Met behulp van ontwikkelrichtingen zijn de verschillen in beeld gebracht en is onderzocht wat de gevolgen zijn voor de omgeving. Er zijn vier ontwikkelrichtingen opgesteld, op basis van twee hoofdkeuzes: de mate van groei en de invulling aan deze groeiopgave. Zetten we in op de geplande groei van 7.500 extra inwoners of zien we kansen voor een schaalsprong, van niet alleen meer mensen (25.000 extra inwoners) maar ook een groei van de economie? Zetten we de lijn van ons bestaande beleid voort of gaan we op een nog vernieuwender manier te werk? Naar één ontwikkelrichting: het gesprek over de toekomst van de gemeente Waalwijk De vier ontwikkelrichtingen hebben we vervolgens gebruikt om met elkaar in gesprek te gaan over de toekomst van de gemeente Waalwijk, intern (raad, college en ambtelijk), maar ook met de samenleving. Inwoners, organisaties en experts hebben meegedacht en hun ideeën en voorkeuren voor de toekomstige ontwikkeling van de gemeente aangegeven (zie bijlageII.I Participatieverslag). Op veel vlakken is een voorkeur uitgesproken voor vernieuwender beleid. Er werd gezien dat gematigde groei kan helpen om ook andere ambities te realiseren. Hierbij werd gevraagd om eerst te investeren in de meest urgente zaken, zoals mobiliteit en verblijfsklimaat. Deze inzichten hebben geholpen bij het opstellen van de koers voor de gemeente Waalwijk in 2050. 4 De thematische uitwerking 4.1 Inleiding In hoofdstuk 3 De koers voor de toekomst van de gemeente Waalwijk, hebben we de kern van onze visie op de toekomst van de gemeente bepaald. Die hebben we uitgewerkt in figuur 10 met daarin: De drie strategische kernambities in het midden. Deze zijn het uitgangspunt in alles wat we doen. De doelen uit de omgevingsvisie in de groene ring daaromheen. Als deze in balans zijn, is sprake van een duurzame omgeving, die bijdraagt aan de strategische kernambities. In de ‘buitenring’ de negen ambities of thema’s. Een thema draagt niet uitsluitend bij aan één van de doelen, maar kan aan meerdere doelen bijdragen. Soms zal een thema wel meer raakvlakken hebben met het ene doel dan met het andere. In figuur 22 heeft de buitenring daarom een startpositie, maar kan die als het ware flexibel draaien rondom de binnenring van de doelen. Voor Samen leven, samen bewegen is een passend woonaanbod en vitale kernen van belang, maar ook een gezonde omgeving waarin water- en bodem de basis zijn en we biodiverse en beleefbare natuur en groen hebben waar onze inwoners elkaar kunnen ontmoeten, bewegen en spelen. Figuur 10: Diagram met de strategische kernambities, doelen en negen thema's In deze omgevingsvisie worden talrijke ambities en doelen beschreven. In nieuwe ontwikkelingen komen alle ruimteclaims en financiële consequenties om ze daadwerkelijk te realiseren samen. In omvangrijke ontwikkelingen kunnen de ambities soms letterlijk gestapeld worden, door bijvoorbeeld een gebouwde parkeervoorziening te realiseren of een grote daktuin aan te leggen. We gaan daarom zoveel mogelijk op zoek naar combinaties van ambities en meervoudig ruimtegebruik. In kleinere projecten of ontwikkelingen is dat soms niet mogelijk. Dit vraagt per project om maatwerk om tot een zo optimaal mogelijk resultaat te komen, waarbij alle belangen integraal afgewogen worden en we zoveel mogelijk werken aan een bijdrage aan al onze ambities. 4.2 Geslaagd landschap met een krachtig ecosysteem 4.2.1 Inleiding Een gezonde en toekomstbestendige leefomgeving is de voorwaarde voor Brede Welvaart, sterke gemeenschappen en de kracht van verscheidenheid. Door zorgvuldig om te gaan met onze natuurlijke systemen, zoals water, bodem en groen, dragen we bij aan de kwaliteit van leven van alle inwoners. Een klimaatbestendige en natuurrijke omgeving versterkt niet alleen de gezondheid, veiligheid en het welzijn van onze inwoners, maar biedt ook ruimte voor ontspanning, bewegen en ontmoeting. Groen en natuur hebben als gevolg van deze maatschappelijke baten een economische waarde. Daarnaast brengt een duurzame inrichting van onze leefomgeving mensen samen. Groene en waterrijke plekken nodigen uit tot contact, versterken de sociale samenhang en maken wijken en kernen prettiger, sociaal veiliger en leefbaarder. Door in te zetten op een veerkrachtig landschap benutten we de diversiteit binnen onze gemeente: van stedelijke dynamiek tot rustige, natuurrijke gebieden. Bovendien heeft natuur intrinsieke waarde. Een rijke en diverse natuur, met verschillende soorten planten en dieren, heeft een eigen bestaansrecht. De leefomgeving moet duurzaam en toekomstbestendig zijn. Door hernieuwbare energie te benutten, klimaatadaptieve maatregelen toe te passen en circulair om te gaan met grondstoffen, verkleinen we onze ecologische voetafdruk en versterken we de veerkracht van onze gemeente. Zo werken we aan Brede Welvaart voor onze inwoners nu en voor toekomstige generaties. 4.2.2 Water en bodem als basis Inleiding De gemeente Waalwijk ligt op de grens van het rivierengebied in het noorden en de zandgronden in het zuiden. Daardoor is in onze gemeente zowel klei-, zand- als veengrond te vinden. In het noorden bestaat de bodem uit klei, mede door de rivieren Bergsche Maas en Oude Maasje. Dit loopt over in veengronden rondom de Westelijke Langstraat waar natte en droge gebieden elkaar afwisselen. In het zuiden hebben we drogere zandgronden. In de toekomst willen we deze verschillende bodemtypes en het watersysteem sturend laten in onze keuzes. We zullen de mogelijkheden beter moeten benutten door het historische landschap en het watersysteem mee te nemen, door beter gebruik te maken van de ruimte en ons beter bestand te maken tegen klimaatverandering. Water en bodem sturend Ons water- en bodemsysteem is de basis waarop we leven. Het is belangrijk de capaciteit van ons water- en bodemsysteem als uitgangspunt te nemen. Dat betekent dat bij toekomstige nieuwe ontwikkelingen het water- en bodemsysteem sturend is in onze keuzes. In eerste instantie in de keuze voor nieuwe geschikte bouwlocaties. Wanneer vanwege een zwaarwegend maatschappelijk belang een ontwikkeling op een locatie nodig is die niet optimaal is vanuit het perspectief van het water- en/of bodemsysteem, dan zijn water en bodem sturend voor de wijze waarop we een ontwikkeling vervolgens inpassen. Er kunnen met de wijze van inpassen namelijk ook juist kansen benut worden, die ten gunste komen aan de kwaliteit van het water, de bodem, ecologie en de landschappelijke inrichting. Hiermee voorkomen we verzakking en wateroverlast. Risico’s signaleren we vroegtijdig. Hierbij hanteren we de volgende uitgangspunten: 1. Niet afwentelen: we nemen in deze tijd en binnen ons grondgebied verantwoordelijkheid voor een gezond water- en bodemsysteem. We schuiven gevolgen niet af op toekomstige generaties, andere gebieden of functies.2. Voorbereiden op extremen: door klimaatveranderingen zullen we vaker te maken hebben met extreme weersituaties. We bereiden ons hierop voor door bij de inrichting van onze leefomgeving rekening te houden met extreme neerslag, periodes van hitte en droogte. 3. Water en bodem integraal aanpakken: we kijken in samenhang naar wateroverlast, droogte en de bodem door te werken aan een betere sponswerking van de bodem en bodemleven waardoor kwaliteit van water en de bodem verbetert. 4. Werken aan meerlaagsveiligheid: werken aan onze veiligheid stopt niet bij de dijken en keringen. We richten de leefomgeving in zodat er ruimte is om wateroverlast op te vangen en schade te beperken. 5. Bodemverstoring beperken: we voeren zo min mogelijk grondbewerking uit en dekken de bodem zo min mogelijk af met kunstmatige materialen. Nieuwe verontreiniging staan we niet toe. 6. We herstellen ecosysteemprocessen door ze opnieuw te introduceren en ze te integreren in de inrichting en het beheer van onze leefomgeving. 7. Historische elementen in het landschap benutten we voor het oplossen van klimaatvraagstukken. Bijvoorbeeld door het herstellen van historische waterlopen. Beschermen van het watersysteem voor gezonde natuurgebieden Onze gemeente heeft direct te maken met de invloed van twee Natura 2000-gebieden, te weten: Westelijke Langstraat en Loonse en Drunense Duinen en Leemkuilen. Om de doelen voor deze twee natuurgebieden te bereiken heeft de provincie Noord-Brabant de Aanpak Landelijk Gebied (ALG) vastgesteld en werken we regionaal samen met gebiedspartners die te maken hebben met deze twee gebieden in een zogenoemde Groenblauwe Gebiedsgerichte Aanpak (GGA). De ALG richt zich op: De uitvoering van opgaven in de GGA-gebieden. Hier is het herstel van de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden het meest noodzakelijk. Versterking van de uitvoeringskracht om de wettelijke doelen voor natuur, water en bodem te realiseren. Keuzes en prioriteiten stellen door keuzes te maken in uitvoeringsprojecten. In het kader van de ALG wordt binnen de GGA’s gekeken naar het treffen van concrete maatregelen die bijdragen aan natuurherstel. Belangrijk daarbij is dat maatregelen geen onevenredige effecten met zich meebrengen voor inwoners van onze gemeente, met name in het stedelijk gebied. In GGA Westelijke Langstraat werken we aan een hogere en stabiele waterstand, waardoor er meer schoon kwelwater in het gebied blijft. Hierdoor wijzigen de omstandigheden bij landbouwgrond, woningen en wegen doordat de ontwateringsdiepte kan wijzigen. In GGA Loonse en Drunense Duinen en Leemkuilen wordt onder andere gewerkt aan vernatting van het gebied en het verbeteren van de waterkwaliteit. Bij de Loonse en Drunense Duinen en Leemkuilen is er via het grondwater een link naar het (grond)waterbeheer van de gemeente Waalwijk, zoals watergangen van Meerdijk en Zanddonk die water ontvangen uit de surfvijver via een pomp. Als de waterstand in de surfvijver te ver daalt (meestal in de zomer), mag er niet meer worden gepompt, omdat dit nadelige gevolgen heeft voor de Drunense Duinen. Voor beide GGA-gebieden hanteren we een minimale ontwateringsdiepte zodat de veiligheid van woningen en wegen gewaarborgd blijft. We werken aan een gezamenlijke aanpak door samen de beste oplossing te vinden voor een stabiele waterstand. Zie voor een nadere toelichting van de GGA’s paragraaf 4.2.3 Biodiverse en beleefbare natuur en groen, subparagraaf Waardevolle natuurgebieden beschermen. Schoon en veilig water Schoon water uit de kraan voelt vanzelfsprekend, maar dat is het zeker niet. De vraag naar drinkwater neemt toe en hiermee kunnen mogelijk tekorten ontstaan. We beschermen daarom ons waterwingebied. Wij kijken verder dan de plek waar het water de gemeentegrens passeert. Als er door ons handelen een vervolgeffect te verwachten is buiten de gemeentegrens, dan nemen we dit mee in onze overwegingen. Andersom zorgen we dat we goed op de hoogte blijven van plannen die bovenstrooms van Waalwijk plaatsvinden en effect kunnen hebben op de waterhuishouding in onze gemeente. Deze afspraken staan in het Integraal Waterplan Waalwijk 2025-2027. Infiltreren is ons uitgangspunt. Hierbij benutten we de zandgronden zo goed als mogelijk. Wanneer we een reconstructie of herontwikkeling uitvoeren, infiltreren we zoveel mogelijk zodat we het grondwater zo goed mogelijk aanvullen. Tevens stimuleren we infiltratie bij de particuliere terreinen. Negatieve effecten van hogere waterstanden op gebouwen (zoals ondergelopen kelders of aantasting van funderingen) willen we zoveel mogelijk voorkomen. Waar infiltreren niet mogelijk is, voeren we het regenwater vertraagd af. Daarnaast nemen we de drinkwaterbelangen en de weging van het waterbelang mee in de toetsing van initiatieven. In het Integraal Waterplan Waalwijk 2025-2027 beschrijven we onze aanpak voor het doelmatig scheiden van waterstromen (vuilwater en hemelwater) bij rioolvervanging. Tijdens zo’n rioolvervanging koppelen we zo veel mogelijk regenwater af van het gemengd rioolstelsel. Daardoor ontstaat er meer ruimte in het riool voor het vuilwater en het restant van aangesloten regenwater. Het effect van deze aanpak is dat riool overstorten minder vaak en een kleinere hoeveelheid rioolwater op onze watergangen lozen. Dit komt de kwaliteit van het oppervlaktewater ten goede. Het uiteindelijke doel is om het overstorten geheel te voorkomen. Bovendien beperken we de hoeveelheid (afval)water dat naar de centrale rioolwaterzuiveringsinrichting moet worden getransporteerd. Droge voeten door meer ruimte te bieden aan het water De ligging aan de Bergsche Maas maakt ons kwetsbaar voor overstromingen. Waterschap Brabantse Delta, de provincie Noord-Brabant en bewoners hebben daarom de afgelopen jaren geïnvesteerd in het veilig maken van de Overdiepse Polder. Er is meer ruimte gemaakt voor het water. Op die manier worden de risico’s op overstroming beperkt. Bij extreem hoge waterstanden kan de Bergsche Maas namelijk een deel van het overtollige water kwijt in deze polder. We blijven in het overstromingsgebied van de Bergsche Maas (waaronder de Overdiepse polder) tot 2050 samenwerken aan integraal riviermanagement en dijkverbetering. In onze gebouwde omgeving maken we ook meer ruimte voor water. Bijvoorbeeld door het vervangen van tegels door groen. We werken aan het kwantitatief en kwalitatief verbeteren van het groen en water zodat we klimaatbestendig zijn en profiteren van een hoge biodiversiteit. Dit draagt bij aan de Brede Welvaart doordat het de gezondheid en het welbevinden van onze inwoners verhoogt. Zij leven hierdoor in een veilige omgeving waar hitte, droogte en wateroverlast worden beperkt. Slim omgaan met de ondergrond Het wordt steeds drukker in de ondergrond door de energietransitie en klimaatadaptatie. Waar mogelijk zullen gemengde rioolsystemen vervangen worden door gescheiden stelsels waarbij vuil water en regenwater apart worden afgevoerd. Dat vraagt om meer ruimte in de ondergrond. We kijken hoe we slim deze verschillende opgaven kunnen combineren zodat het onder en boven de grond veilig is. Klimaatbestendig werken is het uitgangspunt. Dat geldt zowel voor de keuze waar we ingrepen doen in de ondergrond als voor de manier waarop we dat doen. We kijken per gebied waar we het regenwater kunnen infiltreren en hoe we een hemelwaterstructuur kunnen aanleggen om zoveel als mogelijk af te koppelen. Dit beschrijven we in paragraaf 4.2.4 Duurzaam en klimaatrobuust, subparagraaf Klimaatrobuust en biodivers. Middels inrichting en beheer gaan we bodemprocessen beter benutten om extra koolstof vast te leggen en we brengen alternatieven voor koolstofvastlegging in beeld (bijvoorbeeld met drasland en biochar). Nieuwe taken vragen om nieuw beleid Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn nieuwe taken naar de gemeente gekomen waar nog geen beleid voor is. Het gaat bijvoorbeeld om graven in sterk verontreinigde grond en voormalige stortplaatsen. Ook zijn er diverse thema’s die gerelateerd zijn aan bodem waarover nog keuzes gemaakt moeten worden (zoals bijvoorbeeld ontplofbare oorlogsresten, vitale bodems en bodemenergie). Samenvatting speerpunten Wij nemen het water- en bodemsysteem als uitgangspunt bij ruimtelijke ontwikkelingen om verzakking en wateroverlast te voorkomen en de natuurlijke balans te behouden. Wij anticiperen op extreme weersomstandigheden zoals hitte, droogte en hevige neerslag door water en bodem integraal aan te pakken en de sponswerking van de bodem te verbeteren. Wij werken regionaal samen met onder andere de provincie, waterschappen en natuurorganisaties aan een Groenblauwe Gebiedsgerichte Aanpak (GGA). Voor beide GGA-gebieden streven we naar de beste oplossing voor het behouden van de gebieden, deze te versterken tegen verdroging en vervuiling en te zorgen voor een stabiele waterstand t.b.v. de natuur, maar we hanteren daarbij een minimale ontwateringsdiepte zodat de veiligheid van woningen en wegen gewaarborgd blijft. Wij bevorderen infiltratie en beperken wateroverlast. Bij overstromingsrisico’s maken wij ruimte voor water, zoals in de Overdiepse Polder. Wij beschermen de drinkwatervoorziening door infiltratie te stimuleren, waterverbruik te verminderen en de kwaliteit van waterlopen te verbeteren, zoals vastgelegd in het Integraal Waterplan Waalwijk 2025-2027. Wij streven ernaar dat hemelwater zo veel mogelijk wordt verwerkt op het perceel waar het valt en wordt geïnfiltreerd in de bodem. Wij benutten de ondergrond efficiënt voor waterberging, energievoorziening en klimaatadaptatie en vervangen gemengde rioolsystemen door gescheiden systemen. Wij versterken de biodiversiteit (in de bodem en boven de grond) en zorgen voor meer groen en water in de stedelijke omgeving om hittestress en wateroverlast te verminderen en de leefbaarheid te vergroten. Wij ontwikkelen nieuw beleid voor taken zoals bodemverontreiniging, ontplofbare oorlogsresten en bodemenergie en bepalen of dit in de omgevingsvisie of een uitvoeringsprogramma wordt opgenomen. We stimuleren de eigenaar om tegels te vervangen door groen en om hemelwater af te koppelen van de riolering en op eigen perceel te verwerken. Wij stellen duidelijke normen voor waterberging (60 mm bij nieuwbouw) en drooglegging (70
  4. cm)en verankeren deze eisen in beleid en regelgeving. 4.2.3 Biodiverse en beleefbare natuur en groen Inleiding Voor onze inwoners willen we de beleving van groen dichterbij brengen, want dat draagt bij aan de fysieke en mentale gezondheid van onze inwoners. Groen versterkt ons immuunsysteem, levert een prettig uitzicht op, faciliteert rust, ontspanning en positieve emoties. Een groene leefomgeving stimuleert de fysieke, cognitieve, sociale en emotionele ontwikkeling. Het stimuleert dat mensen naar buiten gaan en daar spelen, bewegen, elkaar ontmoeten (wat sociale interactie bevordert en eenzaamheid tegengaat), de natuur beleven en zich prettig en veilig voelen. Dit draagt bij aan Brede Welvaart. De mens is onlosmakelijk verbonden met de natuur en heeft deze nodig om te bestaan. De natuur voorziet ons van zuurstof, voedsel, water, een stabiel klimaat en talloze andere levensnoodzakelijke elementen. Tegelijkertijd heeft de natuur de mens niet nodig om te overleven; zij functioneert zelfstandig en in balans, indien er geen menselijke tussenkomst is. Dit besef onderstreept het belang van zorg en respect voor onze natuurlijke omgeving. In onze gemeente willen we toe naar een basis waarbij mensen en natuur samenleven en sprake is van voldoende biodiversiteit, in zowel natuurgebieden, het buitengebied als in (hoog)stedelijk gebied. Zo kan onze gemeente uitgroeien tot een krachtig ecosysteem met natuurlijk groen en een robuuste groenblauwe dooradering. Dit komt niet alleen de natuur ten goede, maar ook de leefbaarheid en gezondheid van onze inwoners. Waardevolle natuurgebieden beschermen De beschermde natuurgebieden in en rond de gemeente Waalwijk, zoals de Westelijke Langstraat, de Loonse en Drunense Duinen en Leemkuilen en het Eendennest blijven we beschermen. Dat doen we samen met de provincie en andere gebiedspartners in de Groenblauwe Gebiedsgerichte Aanpak (GGA) door de randzones rondom Natura 2000-gebieden te herstellen en versterken en door de gebieden van Natuurnetwerk Brabant te verbinden. De aan te pakken opgaven zijn onder andere het tegengaan van versnippering van natuur, stikstofreductie en het verbeteren van de natuurkwaliteit. Via een Groenblauwe Gebiedsgerichte Aanpak (GGA) voor ‘Westelijke Langstraat’ en ‘Loonse en Drunense Duinen en Leemkuilen’ werken we regionaal samen aan een integrale opgave voor deze Natura 2000-gebieden. Dat betekent invulling geven aan de wettelijke opgaven voor natuur en water en tegelijk werken aan een goed landbouwperspectief, de woningbouwopgave en de energietransitie. De provincie Noord-Brabant is trekker van deze samenwerking. Daarnaast werken we samen met gebiedspartners, zoals Waterschap Brabantse Delta, Staatsbosbeheer, ZLTO Langstraat, Agrarische Natuurvereniging Slagenland en gemeente Loon op Zand. Gezamenlijk werken we aan de volgende opgaven: Natuurherstel van het Natura 2000-gebied. Afronden NatuurNetwerk Brabant. Optimaliseren van de waterhuishouding en het herstel van natuurlijke kwelstromen. Verbeteren van de waterkwaliteit en behalen van de KaderRichtlijnWater-doelen. Cultuurhistorch waardevol landschap behouden (slagenlandschap). Perspectief voor de blijvende boeren in de overgangszones om te kunnen blijven boeren, in evenwicht met de omgeving. Als gemeente geven we al op verschillende manieren invulling aan de opgaven van de GGA. In Landgoed Driessen maken we ruimte voor infiltratie zodat het kwelwater in het Labbegat uitkomt. Daarnaast zetten we ons als gemeente samen met het waterschap in voor het realiseren van schoon oppervlaktewater. Dit blijven we op lange termijn doen door doelmatig hemelwater af te koppelen van de riolering. Dit is vastgelegd in het Integraal Waterplan Waalwijk 2025-2027. De omslag naar duurzame vormen van landbouw moeten we als eerste maken met de agrariërs rondom de Westelijke Langstraat. Als gemeente staan we positief tegenover agrariërs die hun grond willen inzetten voor een andere functie die de natuurwaarde van de Westelijke Langstraat verhoogt, zoals natuurbeheer. We faciliteren en stimuleren de mogelijkheden om agrariërs hiervoor te vergoeden in samenwerking met de provincie (groene en blauwe diensten), zoals met de Stimuleringsregeling Landschap (Stila). De natuurwaarden in de Westelijke Langstraat en Loonse en Drunense Duinen en Leemkuilen staat onder druk van toenemende recreatie. We willen deze gebieden ontzien. Dat doen we door andere gebieden aantrekkelijk en geschikter te maken om te recreëren, zoals de Overdiepse Polder en de zandgronden in het zuidelijke deel van de gemeente. Hier liggen kansen voor kleinschalige recreatie als verbreding van de landbouw. Een goede (fiets-)verbinding tussen deze gebieden en de kernen is daarbij van belang. In Het Hoefsven werken we met een zonering om de natuur te beschermen. In het noorden is ruimte voor actieve recreatie en tegen de Loonse en Drunense Duinen juist rust en natuur. Ook het stedelijk gebied en de woonwijken zelf gaan we meer geschikt maken om de functie van groene verblijfsruimte te vervullen. Hierdoor wordt het dichter bij huis mogelijk om te recreëren en tot rust te komen in een groene omgeving. In de gemeente beschikken we over waardevolle groengebieden (dit is onderdeel van de groene hoofdstructuur van de gemeente) die we willen beschermen om hun ecologische waarden, maar waar we ook mogelijkheden blijven zien voor het beleven van het groen en de natuur door de mens. Dat zijn onder andere het Wandelpark, Hoefsvengebied, De Vest, Halvezolenpark, de Muzenkamer, het Groene Venster en Sprangse Duin. Per gebied dient een goede afweging te worden gemaakt over de balans tussen beschermen en toevoegen van groen en beleven door de mens. Naast de waardevolle groengebieden, bestaat de groene hoofdstructuur uit lijnvormige elementen. Dit zijn alle gemeentelijke bomenrijen, bomenlanen, hagen en andere groenvakken in de als groene hoofdstructuur aangemerkte straten en wegen. Onderscheid wordt gemaakt tussen bestaande groene hoofdstructuur en te ontwikkelen of (verder) te versterken groene hoofdstructuur (zie figuur 11). Ecologische verbindingszones Ecologische verbindingszones (EVZ’
  5. s)zijn essentieel voor het behoud en herstel van biodiversiteit. Ze zorgen ervoor dat dieren en planten zich veilig kunnen verplaatsen tussen natuurgebieden, wat bijdraagt aan gezonde ecosystemen. In de gemeente Waalwijk zijn al diverse EVZ’s gerealiseerd, waaronder langs de Bergsche Maas, de Sprangsche Sloot en het Afwateringskanaal. Deze zones versterken de natuurlijke leefomgeving en verhogen de ecologische waarde van onze gemeente. Om de biodiversiteit verder te ondersteunen, werken we samen met de provincie Noord-Brabant aan de ontwikkeling van nieuwe verbindingszones. Belangrijke projecten zijn de verbinding tussen de Westelijke Langstraat en natuurgebied Eendennest, evenals een corridor naar ’s-Gravenmoer. Daarnaast gaan we samen met grondeigenaren en de provincie onderzoeken of we de uiterwaarden langs de Bergsche Maas (Overdiepsche Uiterwaard, Capelsche Uiterwaard en delen van de Gansooiensche Uiterwaard) ook kunnen ontwikkelen als een EVZ. Daarmee ontstaat een belangrijke droge verbinding tussen de Biesbosch ten westen van onze gemeente en de uiterwaarden van de Maas ten oosten van onze gemeente (zie ook paragraaf 5.8.5 onder het kopje ‘Zeekleilandschap’). Deze uitbreidingen zorgen voor een robuuster netwerk, waarin flora en fauna beter beschermd blijven. Door het behouden en uitbreiden van EVZ’s versterken we de natuur én de leefbaarheid in onze gemeente. Verhogen van de kwantiteit en kwaliteit van het groen Niet alleen in het buitengebied, maar ook in de kernen verbeteren we het groen, zowel kwantitatief als kwalitatief. Kwantitatief betekent dat we meer groen aanleggen. Het liefst zien we groen in alle straten, want iedereen heeft recht op groen. We maken ook meer verbindingen met het buitengebied. Door nieuwe woningen vooral binnenstedelijk te bouwen, behouden we het landschappelijke groen in het buitengebied. Daarnaast draagt meer groen bij aan een klimaatbestendige leefomgeving, wat de nadelige klimaateffecten, zoals hitte-, droogte- en wateroverlast vermindert en de gezondheid van de leefomgeving verhoogt. Kwalitatief zorgen we met keuzes over bijvoorbeeld beplanting en ecologisch beheer voor het verhogen van de biodiversiteit. Door op verschillende vlakken aan groenverbetering te werken zorgen we dat de gemeente kan uitgroeien tot een krachtig ecosysteem met natuurlijk groen en een robuuste groenblauwe dooradering. We stimuleren onze inwoners en bedrijven om te vergroenen. Daarnaast werken we met groennormen per project en niet per gebied. Zo zorgen we dat er overal voldoende groen aanwezig is. De groennormen zijn opgesteld ter behoud en versterking van het groen en de biodiversiteit. Deze zijn vastgelegd in de Richtlijn Groen en Biodiversiteit. De normen zijn afhankelijk van het type gebied en/of het type project. De normen betreffen minimale eisen tot 2030. We werken aan een toename van het groen in de woonomgeving met 10% en vergroten van de biodiversiteit met 5% in 2030 ten opzichte van 2019. Iedere inwoner moet binnen 300 meter toegang hebben tot een groenvoorziening. In 2019 zijn klimaatstresstesten uitgevoerd die inzicht gaven in gebieden die onvoldoende klimaatbestendig waren. We blijven ons inzetten om de urgente gebieden klimaatbestendig te maken. De stresstest moet elke zes jaar geactualiseerd worden. Deze zullen we dus komende tijd gaan vernieuwen. Mochten hier zaken uit naar voren komen, dan zullen we deze acties meenemen en hier in toekomstige planvorming rekening mee houden. Voor de periode na 2030 wordt gestreefd naar een verdere toename van groen en biodiversiteit. In 2050 heeft de gemeente een groene woonomgeving met in elke straat bomen (er is een bedekking door boomkronen van minimaal 30%). We hebben voor mens en dier aantrekkelijke parken en alle gebouwen hebben klimplanten en dakgroen. Er is een zichtbaar hoge biodiversiteit, wat betekent dat inwoners dagelijks meermaals in aanraking komen met verschillende soorten wilde kruiden en wilde dieren als vogels en insecten. Grote bomen dragen in hogere mate dan kleine bomen bij aan klimaatadaptatie en zijn belangrijk voor de biodiversiteit. Ze bieden meer schaduw en verkoeling, kunnen meer fijnstof afvangen en water en CO₂ opnemen en zijn goed voor de biodiversiteit omdat er meer dieren in een grote boom kunnen leven. Oude en volwassen bomen behouden we daarom zoveel mogelijk. Hierbij hanteren we een vergunningsplicht voor kappen van in beleid aangewezen bomen. Waar behoud niet mogelijk is zorgen we voor herplanting door te werken met een herplantplicht voor het kappen van (vergunningsplichte) bomen. Voor het duurzaam behoud van bomen moet worden gewerkt volgens het Handboek Bomen (van het Norminstituut Bomen). Dat geldt zowel voor het bestaande openbaar gebied als ontwikkelingsgebieden die in de toekomst openbaar worden. Daarnaast draagt meer groen bij aan een klimaatbestendige leefomgeving, wat de nadelige klimaateffecten, zoals hitte-, droogte- en wateroverlast, vermindert en de gezondheid van de leefomgeving verhoogt. Groen is om ons heen De beleving van groen brengen we niet alleen dichterbij de inwoners door meer groen toe te voegen. We communiceren ook duidelijk over het groen en trekken samen met partners op. We maken ons groen meer beleefbaar, door natuurwaarde toe te voegen, ook in de woonstraten. In de communicatie maken we helder wat we als gemeente doen in het groen en waarom. Soms zijn natuurinclusieve maatregelen, zoals maaibeleid of bepaald onderhoud, niet duidelijk. Dit willen we beter uitleggen. Zo weten inwoners wat we doen en waarom we dit doen en kunnen we hen inspireren om zelf aan de slag te gaan met groen. Werken aan een omgeving die functioneert als één groen en krachtig ecosysteem kan de gemeente namelijk niet alleen. Daarvoor zijn veel investeringen nodig, in zowel de aanleg als het beheer. Samenwerking met inwoners, organisaties en bedrijven is daarom essentieel. We stimuleren duurzame en biodiverse keuzes, zoals met het NK tegelwippen of tips voor vergroening. Met natuureducatie zorgen we voor meer begrip over en draagvlak voor natuurinclusieve maatregelen én maken we de natuur direct meer beleefbaar. Natuureducatie heeft zowel in recreatiegebieden als in de reguliere woonstraten toegevoegde waarde. Ook dicht bij huis, in de woonstraten, zetten we in op vernatuurlijking en creëren hier begrip voor. Mensen waren gewend om wilde planten als onkruid te zien en deze te willen bestrijden. Nu maken we in inrichting en beheer juist bewust plaats in onze woonomgeving voor deze wilde planten en voor de daarbij horende wilde dieren, zoals vogels en insecten. We leren inwoners met een andere blik naar stadsnatuur te kijken, zodat zij gaan ervaren dat zij deel uitmaken van het stedelijk ecosysteem en zodat zij wilde kruiden, wilde dieren en ook natuurlijke processen positief gaan beleven en waarderen. Samenvatting speerpunten Wij zorgen voor meer groen in de leefomgeving, omdat dit bijdraagt aan gezondheid, ontspanning, sociale interactie en biodiversiteit. Wij behouden en versterken natuurgebieden zoals de Westelijke Langstraat, Loonse en Drunense en Duinen en Leemkuilen en het Eendennest, in samenwerking met partners zoals de provincie en waterschappen, onder andere via de Groenblauwe Gebiedsgerichte Aanpak. Wij versterken de biodiversiteit door bestaande en nieuwe ecologische verbindingszones aan te leggen, zoals tussen de Westelijke Langstraat en het Eendennest. Wij ondersteunen agrariërs bij de transitie naar duurzame vormen van landbouw en onderzoeken vergoedingsmogelijkheden voor natuurbeheer. Wij maken recreatie mogelijk zonder natuurgebieden te overbelasten, door alternatieve recreatiegebieden aantrekkelijker te maken. Wij verhogen de kwaliteit en kwantiteit van groen in kernen en wijken en hanteren duidelijke groennormen bij herinrichting en nieuwbouw. Wij werken aan een klimaatbestendige gemeente door groen en wateroppervlak te vergroten, bomen te behouden en hittestress en wateroverlast te verminderen. Wij informeren en inspireren inwoners om zelf bij te dragen aan vergroening door educatie, communicatie en initiatieven zoals het NK tegelwippen. Wij zetten in op vernatuurlijking, ook in de woonstraten, om natuurbeleving dicht bij huis te brengen. Figuur 11: Kaart met groenstructuren in de gemeente Waalwijk 4.2.4 Duurzaam en klimaatrobuust Inleiding De gemeente Waalwijk zet zich in voor een duurzame toekomst met schone energie, een klimaatrobuuste en biodiverse leefomgeving en een verantwoorde consumptie en productie. We stimuleren hernieuwbare energie, versterken natuur en waterbeheer en bevorderen circulaire economie. Zo werken we samen aan een veerkrachtige, groene en leefbare gemeente voor huidige en toekomstige generaties. Energie In 2043 is de gemeente Waalwijk klimaatneutraal en in 2050 klimaatbestendig. Concreet betekent dit dat we ernaar streven dat onze CO₂-uitstoot in 2030 met 49% is beperkt ten opzichte van het niveau van 1990 en in 2043 onze CO₂-uitstoot nagenoeg nul is of dat de nog aanwezige uitstoot is gecompenseerd (klimaatneutraal). REKS Het terugbrengen van onze CO₂-uitstoot doen we op verschillende manieren. Met de regio Hart van Brabant werken we aan de Regionale Energie- en Klimaatstrategie Hart van Brabant. Dat doen we op de volgende manieren:1. We besparen energie door gebouwen energiezuinig te maken. Bijvoorbeeld door te isoleren, eventueel middels dak- en gevelgroen. Zo gaat geen kostbare warmte en energie verloren. 2. We wekken duurzame energie op zodat we minder afhankelijk zijn van fossiele brandstoffen. Dat doen we door energie op te wekken uit wind en zon. 3. We verwarmen duurzaam door gebruik te maken van restwarmte uit de industrie, het water of bodemwarmte. 4. We passen onze omgeving aan zodat de gevolgen van klimaatverandering beter worden opvangen. Dat combineren we met de opwekking van energie. 5. Samen moeten we de omslag naar een klimaatneutraal en klimaatbestendig Waalwijk maken. Inwoners, organisaties en bedrijven mogen meedenken en we zorgen dat iedereen kan meeprofiteren. Energie besparen In de gebouwde omgeving werken we aan het verhogen van het energielabel. Dit energielabel laat zien hoe energiezuinig een woning is. Hoe hoger het label, hoe minder energie verloren gaat. Tot 2030 zorgen we dat alle gemeentelijke gebouwen een energielabel hebben van tenminste C. Dat doen we onder andere door het beter isoleren van onze gebouwen. We staan positief tegenover ontwikkelingen van particuliere woningeigenaren om hun woning te verduurzamen. Samen met woningcorporaties gaan we in gesprek over het verduurzamen van hun woningen en met bedrijven kijken we welke stappen zij kunnen zetten. We hebben een gemeentelijk energieloket, waar onze inwoners terecht kunnen voor vragen over het verduurzamen van hun woning. Als gemeente stellen we de komende tijd beleid op om het toekomstige duurzame energiesysteem van de gemeente vorm te kunnen geven. We houden rekening met beschikbare energiebronnen, het verwachte energieverbruik tot 2050 en mogelijke besparingen en de provinciale en landelijke aanpak. Het beleid (wellicht in de vorm van een programma onder de Omgevingswet) zal worden opgebouwd uit een aantal onderdelen: het (verplichte) warmteprogramma, een visie op het energiesysteem van de toekomst en de grootschalig opwek met als tijdshorizon 2050. Op nationaal niveau wordt gewerkt aan vernieuwde wet- en regelgeving voor de energietransitie. Niet alleen om het toekomstige energiesysteem te regelen, maar ook om overheden instrumenten te bieden om de energietransitie uit te kunnen voeren. Zo komt er een nieuwe Energiewet, een Wet collectieve warmte (Wcw)en, daaraan gekoppeld, de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw). De Wgiw brengt aanpassingen aan in de Omgevingswet, waarmee gemeenten onder andere een aanwijsbevoegdheid krijgen. Ze kunnen via het omgevingsplan gebieden aanwijzen die aardgasvrij worden. Gemeenten moeten dan wel in een verplicht warmteprogramma beschrijven hoe en wanneer gebieden van het aardgas gaan. Opwekken en transporteren van duurzame energie In 2030 wekken we de helft van onze behoefte aan elektriciteit zelf op. Op twee locaties maken we ruimte voor grootschalige opwekking van windenergie: één bij bedrijventerrein Haven 8-Oost en het Ecopark in Waalwijk (met de werknaam Windpark Haven-Ecopark), en één in het polderlandschap ten noordoosten van Waspik en ten noordwesten van Sprang-Capelle (met de werknaam Windpark Buitenpolders). Daarnaast zijn locaties aangewezen voor de realisatie van zonneparken, in totaal maximaal 15 hectare, verdeeld over tenminste twee parken van maximaal 10 hectare. Zonneparken op (particuliere) gronden zijn niet wenselijk, met uitzondering van de in de beleidsvisie GODE aangewezen middelgrote zonnevelden. Daarnaast wekken we zelf energie op met zonnepanelen op de meeste daken van het gemeentelijk vastgoed. En stimuleren we zonnepanelen op de bedrijfsdaken van gebouwen op de bedrijventerreinen. In veel gevallen stellen we dit zelfs verplicht bij de verkoop van bedrijfspercelen. Locaties voor grootschalige opwek ontwikkelen we als energiehubs. Deze hubs voorzien in opslag, overslag en distributie van energie (zowel warmte als elektriciteit uit zon en wind). Deze hubs koppelen we aan (groot)verbruikers, aan laadpleinen voor elektrisch rijden en verbinden we met gebiedsopgaven, zoals klimaatadaptatie en biodiversiteitsherstel. Daarnaast moet de capaciteit van ons stroomnet worden uitgebreid om te voldoen aan de toenemende energievraag, die de komende jaren door elektrificatie verder zal toenemen. Hiervoor moeten in de hele gemeente nieuwe hoogspannings- en middenspanningsstations en elektriciteitshuisjes (transformatorhuisjes) worden geplaatst. We onderzoeken hoe deze zorgvuldig ingepast kunnen worden, rekening houdend met de bodem, (groene) beeldkwaliteit en veiligheid. De aanleg van de energie-infrastructuur is een taak van de netbeheerder. Als gemeente willen we dit maximaal faciliteren om netcongestie en belemmeringen van andere ontwikkelingen te voorkomen. We wijzen specifieke ruimtes aan die bijdragen aan de energietransitie. Bovengronds doen we dat in de vorm van zoekgebieden voor opwek, ruimte reserveringen voor energyhubs op bedrijventerreinen of door in wijken in te zetten op collectieve voorzieningen, zoals energie- en warmteopslag. Ondergronds definiëren we ‘hoofdroutes’ voor energieopslag en -transport, zoals langs de Halvezolenlijn. Hoewel kleine windmolens geen grote bijdrage leveren aan de algehele energietransitie kunnen ze wel een lokale bijdrage leveren aan het energieneutraal maken van individuele (agrarische) bedrijven in het landelijk gebied. Een kleine windmolen is een wenselijke ontwikkeling als deze bijdraagt aan lokale verduurzaming, geen onevenredige afbreuk doet aan de ruimtelijke kwaliteit en de leefomgeving er geen onevenredige hinder van heeft. De voorwaarden voor de ontwikkeling van kleine windmolens zijn uitgewerkt in de beleidsnotitie kleine windmolens. Duurzaam verwarmen De gemeente is in het Klimaatakkoord aangewezen als regisseur van de warmtetransitie. In 2021 heeft de gemeente een Transitievisie Warmte opgesteld. Om woningen aardgasvrij te kunnen maken, moeten deze goed zijn geïsoleerd (minimaal label B). In Waalwijk is de isolatie van ongeveer 70% van de woningen nog onvoldoende. We kiezen er daarom voor om ons eerst te richten op het besparen op het gebruik van aardgas door middel van het isoleren van de woningen. Daarom kiezen we ervoor om voorlopig nog niet op grootschalige wijze woningen en gebouwen aardgasvrij te maken. Uiteindelijk zullen er wijken aangewezen worden die van het gas afgaan. Dat is nu nog niet gedaan. Investeringen dragen we samen en samen profiteren we De omslag naar duurzame energie vraagt om veel investeringen. We vinden het belangrijk dat iedereen kan meedoen en kan bijdragen naar vermogen. Op dit moment zien we hiervoor de meeste potentie bij grotere bedrijven. Inwoners kunnen bijdragen naar vermogen. Zowel in de verduurzaming van de warmtevoorziening (‘van het gas af’) als voor de opwek van duurzame elektriciteit door middel van windmolens en zonnepanelen. Als gemeente willen wij daarbij de ruimte geven aan lokale en regionale initiatieven van inwoners en bedrijven onder de voorwaarde dat de lokale gemeenschap en bewoners in de buurt van het windpark of zonneveld voor tenminste 50% mede-eigenaar zijn. We zorgen dat iedereen kan meeprofiteren van de omslag naar een duurzame gemeente. Bijvoorbeeld doordat energiekosten lager worden door het isoleren van woningen. Of doordat straten prettiger en leefbaarder worden door klimaatadaptatie. Klimaatrobuust en biodivers Het klimaat verandert. We hebben vaker te maken met extremen, zoals periodes met hoge temperaturen, met weinig neerslag of juist heel veel. Onze omgeving passen we aan zodat we deze gevolgen beter kunnen opvangen. Dat doen we door te vergroenen en vernatuurlijken (zie paragraaf 4.2.3 Biodiverse en beleefbare natuur en groen) en door ‘water en bodem sturend’ te werken (zie paragraaf 4.2.2 Water en bodem als basis). Daarnaast maken we slimme combinaties met het opwekken van energie. Bijvoorbeeld door de opwekking van windenergie te combineren met bossen of door zonnevelden te combineren met wateropvang en het verhogen van de biodiversiteit. Het uitgangspunt is dat geen enkel (nieuw) dakoppervlak onbenut blijft voor een (drie-, vier-) dubbelfunctie. Dit passen we zorgvuldig in, rekening houdend met de bodem, (groene) beeldkwaliteit, ondergrond en veiligheid. In de visie Duurzaam Waalwijk staat dat we in 2050 60% van het totaal verhard oppervlak afgekoppeld hebben en door middel van infiltratie of vertraagde afvoer naar oppervlaktewater verwerken. Momenteel is circa 10% afgekoppeld. Tijdens het afkoppelen zorgen we voor passende maatregelen in kwetsbare gebieden zoals grondwaterbeschermings-gebieden. Zo beschermen we ook de kwaliteit van het grondwater en voeden we de grondwatervoorraad. Dat is van belang om onze drinkwatervoorziening in stand te houden. Perceeleigenaren, zoals gemeente, burgers en bedrijven, hebben een eigen verantwoordelijkheid voor het hemelwater dat op hun eigen terrein valt. Dit is vastgelegd in artikel 2.16 van de Omgevingswet. Om de omgeving klimaatadaptief te maken werken we aan de volgende zaken:1. Hemelwater wordt zoveel mogelijk verwerkt op het perceel waar het valt. 2. Bij bestaande verharding stimuleren we de eigenaar om tegels te vervangen door groen en om hemelwater af te koppelen van de riolering en op eigen perceel te verwerken. 3. Hemelwater wordt bij voorkeur geïnfiltreerd in de bodem.4. 60mm neerslag willen we (op termijn) lokaal kunnen verwerken zonder schade aan gebouwen. Het is steeds vaker langdurig droog. Deze droogte kunnen we bestrijden door water vast te houden waar het valt. Om hittestress te verminderen combineren we groen en water op een slimme manier: in de ideale vorm (bij voldoende ruimte) met meer bomen die schaduw geven in combinatie met waterberging. Zowel ondergronds als bovengronds zoeken we ruimte voor water. Vanuit de provincie Noord-

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.