Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Zuidplas (Zuidplas)
Waar gaat deze regeling over?
Deze verordening regelt diverse aspecten van de openbare orde, veiligheid, volksgezondheid en het milieu binnen de gemeente Zuidplas. Het stelt regels vast voor vergunningen en ontheffingen voor activiteiten die invloed hebben op deze gebieden.
Voor wie: Inwoners en organisaties die activiteiten willen uitvoeren waarvoor een vergunning of ontheffing van de gemeente Zuidplas nodig is; Het college van burgemeester en wethouders en andere bevoegde bestuursorganen die besluiten nemen over vergunningen en ontheffingen.
In één oogopslag
- Land
- Nederland
- Rechtsgebied
- Belastingrecht
- Artikelen
- 319
- Bron
- cvdr.overheid.nl
- Tekst opgehaald op
- Uitleg bijgewerkt op
Wat regelt deze regeling?
- De procedures en voorwaarden voor het aanvragen, verlenen, wijzigen en intrekken van vergunningen en ontheffingen.
- De algemene weigeringsgronden voor vergunningen en ontheffingen, zoals openbare orde, veiligheid, volksgezondheid en milieubescherming.
- De termijnen waarbinnen besluiten over aanvragen moeten worden genomen.
- De mogelijkheid om voorschriften en beperkingen te verbinden aan vergunningen en ontheffingen.
Voor wie geldt deze regeling?
- Inwoners en organisaties die activiteiten willen uitvoeren waarvoor een vergunning of ontheffing van de gemeente Zuidplas nodig is.
- Het college van burgemeester en wethouders en andere bevoegde bestuursorganen die besluiten nemen over vergunningen en ontheffingen.
Wat zijn de kernpunten?
- Een besluit op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt binnen acht weken genomen, met een mogelijke verlenging van ten hoogste acht weken.
- Vergunningen en ontheffingen zijn persoonlijk, tenzij anders bepaald, en er kunnen voorschriften en beperkingen aan verbonden zijn.
- Een vergunning of ontheffing kan worden geweigerd in het belang van de openbare orde, openbare veiligheid, volksgezondheid of milieubescherming.
- Aanvragen die minder dan drie weken voor de beoogde activiteit worden ingediend, kunnen worden geweigerd als een behoorlijke behandeling niet mogelijk is.
Belastingrecht
Wettekst
Wettekst
Inhoudsopgave (319)
- Artikel 1:1 Definities
- Artikel 1:2 Beslistermijn
- Artikel 1:3
- Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen
- Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing
- Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing
- Artikel 1:7 Termijnen
- Artikel 1:8 Weigeringsgronden
- Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden
- Artikel 2:2
- Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen
- Artikel 2:4 Afwijking termijn
- Artikel 2:5 Te verstrekken gegevens
- Artikel 2:6 Verspreiden geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen
- Artikel 2:7
- Artikel 2:8
- Artikel 2:9 Vertoningen op openbare plaatsen
- Artikel 2:10 Het plaatsen van voorwerpen
- Artikel 2:10a Straatreclame
- Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen va
- Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg
- Artikel 2:13
- Artikel 2:14 Winkelwagentjes
- Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp
- Artikel 2:16 Openen straatkolken e.d
- Artikel 2:17 Kelderingangen e.d
- Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen
- Artikel 2:19
- Artikel 2:20
- Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting
- Artikel 2:22 Objecten onder hoogspanningslijn
- Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs
- Artikel 2:24 Definities
- Artikel 2:25 Evenementenvergunning
- Artikel 2:25a Klein evenement
- Artikel 2:25b Meerjarige evenementenvergunning
- Artikel 2:26 Ordeverstoring
- Artikel 2:27 Definitie
- Artikel 2:28 Exploitatievergunning openbare inrichting
- Artikel 2:28a Terrassen
- Artikel 2:29 Sluitingstijd
- Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting
- Artikel 2:31 Verboden gedragingen
- Artikel 2:32 Handel in openbare inrichtingen
- Artikel 2:33 Ordeverstoring
- Artikel 2:34 Het college als bevoegd bestuursorgaan
- Artikel 2:34a Definities
- Artikel 2:34b Schenktijden paracommerciële rechtspersonen, privébijeenkomsten en bij
- Artikel 2:34c Schenktijden voor commerciële kantines
- Artikel 2:34d Ontheffingen
- Artikel 2:34e Prijsacties horeca
- Artikel 2:34f
- Artikel 2:34g Voorschriften aan vergunningen
- Artikel 2:36 Kennisgeving exploitatie
- Artikel 2:37 Nachtregister
- Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister
- Artikel 2:39 Speelgelegenheden
- Artikel 2:40 Kansspelautomaten
- Artikel 2:40a Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat
- Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal
- Artikel 2:42 Plakken en kladden
- Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap en dergelijke
- Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen
- Artikel 2:45 Betreden van plantsoenen en dergelijke
- Artikel 2:46 Rijden over bermen en dergelijke
- Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen
- Artikel 2:48 Verboden drank- en drugsgebruik
- Artikel 2:48a Lachgasverbod
- Artikel 2:49 Hinderlijk gedrag bij of in gebouwen
- Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten
- Artikel 2:50a Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties
- Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen of bromfietsen
- Artikel 2:52 Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein e.d
- Artikel 2:53 Bespieden van personen
- Artikel 2:54
- Artikel 2:55
- Artikel 2:56
- Artikel 2:57 Loslopende honden
- Artikel 2:58 Verontreiniging door honden
- Artikel 2:59 Gevaarlijke honden
- Artikel 2:60 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren
- Artikel 2:61
- Artikel 2:62 Loslopend vee
- Artikel 2:63 Duiven
- Artikel 2:64 Bijen
- Artikel 2:65 Bedelarij
- Artikel 2:66 Definitie
- Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister
- Artikel 2:68 Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter van het Wetboek van Strafr
- Artikel 2:69
- Artikel 2:70 Handel in horecabedrijven
- Artikel 2:71 Definitie
- Artikel 2:72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdage
- Artikel 2:73 Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling
- Artikel 2:73a Carbidschieten
- Artikel 2:74 Drugshandel op straat
- Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding
- Artikel 2:76 Veiligheidsrisicogebieden
- Artikel 2:77 Cameratoezicht op openbare plaatsen
- Artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen
- Artikel 3:1 Begripsbepalingen
- Artikel 3:2 Bevoegd bestuursorgaan
- Artikel 3:3 Nadere regels
- Artikel 3:4 Seksinrichtingen
- Artikel 3:5 Gedragseisen exploitant en beheerder
- Artikel 3:6 Sluitingstijden
- Artikel 3:7 Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke) sluiting
- Artikel 3:8 Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder
- Artikel 3:9 Straatprostitutie
- Artikel 3:10 Sekswinkels
- Artikel 3:11 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografische go
- Artikel 3:12 Beslissingstermijn
- Artikel 3:13 Weigeringsgronden
- Artikel 3:14 Beëindiging exploitatie
- Artikel 3:15 Wijziging beheer
- Artikel 3:16 Overgangsbepaling
- Artikel 4:1 Begripsbepaling
- Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten
- Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten
- Artikel 4:4
- Artikel 4:5 Onversterkte muziek
- Artikel 4:6 Overige geluidhinder
- Artikel 4:7 Straatvegen
- Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte doen
- Artikel 4:9 Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putte
- Artikel 4:10 Begripsbepalingen
- Artikel 4:11 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden
- Artikel 4:12
- Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz
- Artikel 4:14 Stankoverlast door gebruik van meststoffen
- Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame
- Artikel 4:16 Vergunningsplicht lichtreclame
- Artikel 4:17 Begripsbepaling
- Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen
- Artikel 4:19 Aanwijzing kampeerplaatsen
- Artikel 4:20 Vervoer van gevaarlijke stoffen
- Artikel 5:1
- Artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d
- Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen
- Artikel 5:4 Defecte voertuigen
- Artikel 5:5 Voertuigwrakken
- Artikel 5:6 Kampeermiddelen en andere voertuigen
- Artikel 5:7 Reclamevoertuigen
- Artikel 5:8 Grote voertuigen
- Artikel 5:9 Uitzichtbelemmerende voertuigen
- Artikel 5:10 Parkeren van voertuigen met stankverspreidende stoffen
- Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen
- Artikel 5:12 Overlast van fiets of bromfiets
- Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen of leden- of donateurwerving
- Artikel 5:14 Begripsbepaling
- Artikel 5:15 Ventverbod
- Artikel 5:16 Venten met gedrukte stukken
- Artikel 5:17 Definitie
- Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden
- Artikel 5:18a Locaties en tijden
- Artikel 5:19 Standplaatsen in winkelcentra
- Artikel 5:20 Gronden voor intrekking
- Artikel 5:20a Rechtsopvolging
- Artikel 5:22 Begripsbepaling
- Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt
- Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water
- Artikel 5:25 Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen
- Artikel 5:26 Aanwijzingen ligplaats
- Artikel 5:27 Verbod innemen ligplaats
- Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken
- Artikel 5:29 Reddingsmiddelen
- Artikel 5:30 Veiligheid op het water
- Artikel 5:31 Overlast aan vaartuigen
- Artikel 5:32 Crossterreinen
- Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden
- Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vu
- Artikel 5:35 Begripsbepaling
- Artikel 5:36 Verboden plaatsen
- Artikel 5:37 Hinder of overlast
- Artikel 6:1 Strafbepaling
- Artikel 6:2 Toezichthouders
- Artikel 6:3 Binnentreden woningen
- Artikel 6:4 Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening
- Artikel 6:5 Overgangsbepaling
- Artikel 6:6 Citeertitel
- Artikel1:1 Definities
- Artikel1:2 Beslistermijn
- Artikel1:3 (vervallen)
- Artikel1:4 Voorschriften en beperkingen
- Artikel1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing
- Artikel1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing
- Artikel1:7 Termijnen
- Artikel1:8 Weigeringsgronden
- Artikel2:1 Samenscholing en ongeregeldheden
- Artikel2:2 (vervallen)
- Artikel2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen
- Artikel2:5 (Vervallen)
- Artikel2:6 Verspreiden geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen
- Artikel2:7 (vervallen)
- Artikel2:8 (vervallen)
- Artikel2:9 Vertoningen op openbare plaats
- Artikel2:10 Het plaatsen van voorwerpen
- Artikel2:10a Straatreclame
- Artikel2:12 Maken, veranderen van een uitweg
- Artikel2:13 (vervallen)
- Artikel2:14 (Vervallen)
- Artikel2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp
- Artikel2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen
- Artikel2:19 (vervallen)
- Artikel2:20 (vervallen)
- Artikel2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting
- Artikel2:22 Objecten onder hoogspanningslijn
- Artikel2:23 Veiligheid op het ijs
- Artikel2:24 Definities
- Artikel2:25 Evenementenvergunning
- Artikel2:25a Klein evenement
- Artikel2:26 Ordeverstoring
- Artikel2:27 Definitie
- Artikel2:28 Exploitatie openbare inrichting
- Artikel2:28a Terrassen
- Artikel2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting
- Artikel2:34a Definities
- Artikel2:34e Prijsacties horeca
- Artikel2:34f (vervallen)
- Artikel2:34g Voorschriften aan vergunningen
- Artikel 2:35 Definitie
- Artikel2:37 Nachtregister
- Artikel2:38 Verschaffing gegevens nachtregister
- Artikel2:39 Speelgelegenheden
- Artikel2:40a Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat
- Artikel2:42 Plakken en kladden
- Artikel2:43 Vervoer plakgereedschap en dergelijke
- Artikel2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen
- Artikel2:45 Betreden van plantsoenen en dergelijke
- Artikel2:46 Rijden over bermen en dergelijke
- Artikel2:48 Verboden drank- en drugsgebruik
- Artikel2:48a Lachgasverbod
- Artikel2:50a Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties
- Artikel 2:50b Messen en andere voorwerpen als steekwapen
- Artikel2:51 Overlast door het stallen van fietsen of bromfietsen tegen privé-eigen
- Artikel 2:51a Overlast door het foutief stallen van fietsen of bromfietsen in de ope
- Artikel2:54 (Vervallen)
- Artikel2:55 (Vervallen)
- Artikel2:56 (Vervallen)
- Artikel2:57 Loslopende honden
- Artikel2:58 Verontreiniging door honden
- Artikel2:59 Gevaarlijke honden
- Artikel2:60 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren
- Artikel2:61 (vervallen)
- Artikel2:62 Loslopend vee
- Artikel2:64 Bijen
- Artikel2:65 Bedelarij
- Artikel2:66 Definitie
- Artikel2:67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister
- Artikel2:69 (vervallen)
- Artikel2:71 Definitie
- Artikel2:72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdage
- Artikel2:73 Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling
- Artikel2:73a Carbidschieten
- Artikel2:74 Drugshandel op straat
- Artikel2:74a Openlijk drugsgebruik
- Artikel2:75 Bestuurlijke ophouding
- Artikel2:76 Veiligheidsrisicogebieden
- Artikel 2:79 Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet
- Artikel2:80 Sluiting voor publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf
- Artikel3:2 Bevoegd bestuursorgaan
- Artikel3:3 Nadere regels
- Artikel3:4 Seksinrichtingen
- Artikel3:13 Weigeringsgronden
- Artikel3:14 Beëindiging exploitatie
- Artikel3:16 Overgangsbepaling
- Artikel4:1 Begripsbepaling
- Artikel4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten
- Artikel4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten
- Artikel4:4 (vervallen)
- Artikel4:5 Onversterkte muziek
- Artikel4:6 Overige geluidhinder
- Artikel4:7 Straatvegen
- Artikel4:9 Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putte
- Artikel4:12 (vervallen)
- Artikel4:13 Opslag voertuigen,vaartuigen,mest,afvalstoffen enz
- Artikel4:14 (vervallen)
- Artikel4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame
- Artikel4:16 (vervallen)
- Artikel4:17 Begripsbepaling
- Artikel4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen
- Artikel4:20 Vervoer van gevaarlijke stoffen
- Artikel5:1 (vervallen)
- Artikel5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf en dergelijke
- Artikel5:3 Te koop aanbieden van voertuigen
- Artikel5:6 Kampeermiddelen en andere voertuigen
- Artikel5:7 Reclamevoertuigen
- Artikel5:8 Grote voertuigen
- Artikel5:9 Uitzichtbelemmerende voertuigen
- Artikel5:13 Inzameling van geld of goederen of leden- of donateurwerving
- Artikel5:17 Definitie
- Artikel5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden
- Artikel5:18a Locaties en tijden
- Artikel5:19 Standplaatsen in winkelcentra
- Artikel5:20 Gronden voor intrekking
- Artikel5:20a Rechtsopvolging
- Artikel5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water
- Artikel5:25 Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen
- Artikel5:26 Aanwijzingen ligplaats
- Artikel5:28 Beschadigen van waterstaatswerken
- Artikel5:30 Veiligheid op het water
- Artikel5:32 Crossterreinen
- Artikel5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden
- Artikel5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vu
- Artikel5:35 Begripsbepaling
- Artikel5:36 Verboden plaatsen
- Artikel5:37 Hinder of overlast
- Artikel6:2 Toezichthouders
- Artikel6:3 Binnentreden woningen
- Artikel6:4 Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening
- Artikel6:5 Overgangsbepaling
- Artikel6:6 Citeertitel
- Artikel 7
- Artikel 2:74a Openlijk drugsgebruik
- Artikel 2:80 Sluiting voor publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf
- Artikel 6.1 Strafbepaling
- Artikel 6.2 Toezichthouders
- Artikel 6.4 Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening
- Artikel 6.6 Citeertitel
Algemene Plaatselijke Verordening gemeente ZuidplasInhoudsopgave
Hoofdstuk 1 ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1:1Definities
Artikel 1:2Beslistermijn
Artikel 1:3
Artikel 1:4Voorschriften en beperkingen
Artikel 1:5Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing
Artikel 1:6Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing
Artikel 1:7Termijnen
Artikel 1:8Weigeringsgronden
Hoofdstuk 2 OPENBARE ORDE EN VEILIGHEID, VOLKSGEZONDHEID EN MILIEU
Afdeling 1 Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden
Artikel 2:1Samenscholing en ongeregeldheden
Artikel 2:2
Artikel 2:3Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen
Artikel 2:4Afwijking termijn
Artikel 2:5Te verstrekken gegevens
Artikel 2:6Verspreiden geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen
Artikel 2:7
Artikel 2:8
Artikel 2:9Vertoningen op openbare plaatsen
Afdeling 2 Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Artikel 2:10Het plaatsen van voorwerpen
Artikel 2:10aStraatreclame
Artikel 2:11(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg
Artikel 2:12Maken, veranderen van een uitweg
Artikel 2:13
Artikel 2:14Winkelwagentjes
Artikel 2:15Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp
Artikel 2:16Openen straatkolken e.d
Artikel 2:17Kelderingangen e.d
Artikel 2:18Rookverbod in bossen en natuurterreinen
Artikel 2:19
Artikel 2:20
Artikel 2:21Voorzieningen voor verkeer en verlichting
Artikel 2:22Objecten onder hoogspanningslijn
Artikel 2:23Veiligheid op het ijs
Afdeling 3 Evenementen
Artikel 2:24Definities
Artikel 2:25Evenementenvergunning
Artikel 2:25aKlein evenement
Artikel 2:25bMeerjarige evenementenvergunning
Artikel 2:26Ordeverstoring
Afdeling 4 Toezicht op openbare inrichtingen
Artikel 2:27Definitie
Artikel 2:28Exploitatievergunning openbare inrichting
Artikel 2:28aTerrassen
Artikel 2:29Sluitingstijd
Artikel 2:30Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting
Artikel 2:31Verboden gedragingen
Artikel 2:32Handel in openbare inrichtingen
Artikel 2:33Ordeverstoring
Artikel 2:34Het college als bevoegd bestuursorgaan
Afdeling 5 Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Drank- enHorecawet
Artikel 2:34aDefinities
Artikel 2:34bSchenktijden paracommerciële rechtspersonen, privébijeenkomsten en bijeenkomsten derden
Artikel 2:34cSchenktijden voor commerciële kantines
Artikel 2:34dOntheffingen
Artikel 2:34ePrijsacties horeca
Artikel 2:34f
Artikel 2:34gVoorschriften aan vergunningen
Afdeling 6 Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Artikel 2:34Begripsbepaling
Artikel 2:36Kennisgeving exploitatie
Artikel 2:37Nachtregister
Artikel 2:38Verschaffing gegevens nachtregister
Afdeling 7 Toezicht op speelgelegenheden
Artikel 2:39Speelgelegenheden
Artikel 2:40Kansspelautomaten
Afdeling 7a Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat
Artikel 2:40aTegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat
Afdeling 8 Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
Artikel 2:41Betreden gesloten woning of lokaal
Artikel 2:42Plakken en kladden
Artikel 2:43Vervoer plakgereedschap en dergelijke
Artikel 2:44Vervoer inbrekerswerktuigen
Artikel 2:45Betreden van plantsoenen en dergelijke
Artikel 2:46Rijden over bermen en dergelijke
Artikel 2:47Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen
Artikel 2:48Verboden drank- en drugsgebruik
Artikel 2:48aLachgasverbod
Artikel 2:49Hinderlijk gedrag bij of in gebouwen
Artikel 2:50Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten
Artikel 2:50aVerbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties
Artikel 2:51Neerzetten van fietsen of bromfietsen
Artikel 2:52Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein e.d
Artikel 2:53Bespieden van personen
Artikel 2:54
Artikel 2:55
Artikel 2:56
Artikel 2:57Loslopende honden
Artikel 2:58Verontreiniging door honden
Artikel 2:59Gevaarlijke honden
Artikel 2:60Houden van hinderlijke of schadelijke dieren
Artikel 2:61
Artikel 2:62Loslopend vee
Artikel 2:63Duiven
Artikel 2:64Bijen
Artikel 2:65Bedelarij
Afdeling 9 Bestrijding van heling van goederen
Artikel 2:66Definitie
Artikel 2:67Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister
Artikel 2:68Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter van het Wetboek van Strafrecht
Artikel 2:69
Artikel 2:70Handel in horecabedrijven
Afdeling 10 Consumentenvuurwerk
Artikel 2:71Definitie
Artikel 2:72Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen
Artikel 2:73Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling
Artikel 2:73aCarbidschieten
Afdeling 11 Drugsoverlast
Artikel 2:74Drugshandel op straat
Afdeling 12 Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
Artikel 2:75Bestuurlijke ophouding
Artikel 2:76Veiligheidsrisicogebieden
Artikel 2:77Cameratoezicht op openbare plaatsen
Artikel 2:78Gebiedsontzeggingen
Hoofdstuk 3 REGULERING PROSTITUTIE, SEKSBRANCHE EN AANVERWANTE ONDERWERPEN
Afdeling 1 Begripsbepalingen
Artikel 3:1Begripsbepalingen
Artikel 3:2Bevoegd bestuursorgaan
Artikel 3:3Nadere regels
Afdeling 2 Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels e.d.
Artikel 3:4Seksinrichtingen
Artikel 3:5Gedragseisen exploitant en beheerder
Artikel 3:6Sluitingstijden
Artikel 3:7Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke) sluiting
Artikel 3:8Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder
Artikel 3:9Straatprostitutie
Artikel 3:10Sekswinkels
Artikel 3:11Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke
Afdeling 3 Beslissingstermijn en weigeringsgronden
Artikel 3:12Beslissingstermijn
Artikel 3:13Weigeringsgronden
Afdeling 4 Beëindiging exploitatie; wijziging beheer
Artikel 3:14Beëindiging exploitatie
Artikel 3:15Wijziging beheer
Afdeling 5 Overgangsbepaling
Artikel 3:16Overgangsbepaling
Hoofdstuk 4 BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET UITERLIJKAANZIEN VAN DE GEMEENTE
Afdeling 1 Geluidhinder en verlichting
Artikel 4:1Begripsbepaling
Artikel 4:2Aanwijzing collectieve festiviteiten
Artikel 4:3Kennisgeving incidentele festiviteiten
Artikel 4:4
Artikel 4:5Onversterkte muziek
Artikel 4:6Overige geluidhinder
Afdeling 2 Bodem-, weg- en milieuverontreiniging
Artikel 4:7Straatvegen
Artikel 4:8Natuurlijke behoefte doen
Artikel 4:9Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen
Afdeling 3 Het bewaren van houtopstanden
Artikel 4:10Begripsbepalingen
Artikel 4:11Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden
Artikel 4:12
Afdeling 4 Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast
Artikel 4:13Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz
Artikel 4:14Stankoverlast door gebruik van meststoffen
Artikel 4:15Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame
Artikel 4:16Vergunningsplicht lichtreclame
Afdeling 5 Kamperen buiten kampeerterreinen
Artikel 4:17Begripsbepaling
Artikel 4:18Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen
Artikel 4:19Aanwijzing kampeerplaatsen
Afdeling 6 Vervoer gevaarlijke stoffen
Artikel 4:20Vervoer van gevaarlijke stoffen
Hoofdstuk 5 ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING VAN DE GEMEENTE
Afdeling 1 Parkeerexcessen en stopverbod
Artikel 5:1
Artikel 5:2Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d
Artikel 5:3Te koop aanbieden van voertuigen
Artikel 5:4Defecte voertuigen
Artikel 5:5Voertuigwrakken
Artikel 5:6Kampeermiddelen en andere voertuigen
Artikel 5:7Reclamevoertuigen
Artikel 5:8Grote voertuigen
Artikel 5:9Uitzichtbelemmerende voertuigen
Artikel 5:10Parkeren van voertuigen met stankverspreidende stoffen
Artikel 5:11Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen
Artikel 5:12Overlast van fiets of bromfiets
Afdeling 2 Collecteren
Artikel 5:13Inzameling van geld of goederen of leden- of donateurwerving
Afdeling 3 Venten
Artikel 5:14Begripsbepaling
Artikel 5:15Ventverbod
Artikel 5:16Venten met gedrukte stukken
Afdeling 4 Standplaatsen
Artikel 5:17Definitie
Artikel 5:18Standplaatsvergunning en weigeringsgronden
Artikel 5:18Standplaatsvergunning en weigeringsgronden
Artikel 5:18aLocaties en tijden
Artikel 5:19Standplaatsen in winkelcentra
Artikel 5:20Gronden voor intrekking
Artikel 5:20aRechtsopvolging
Afdeling 5 Snuffelmarkten
Artikel 5:22Begripsbepaling
Artikel 5:23Organiseren van een snuffelmarkt
Afdeling 6 Openbaar water
Artikel 5:24Voorwerpen op, in of boven openbaar water
Artikel 5:25Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen
Artikel 5:26Aanwijzingen ligplaats
Artikel 5:27Verbod innemen ligplaats
Artikel 5:28Beschadigen van waterstaatswerken
Artikel 5:29Reddingsmiddelen
Artikel 5:30Veiligheid op het water
Artikel 5:31Overlast aan vaartuigen
Afdeling 7 Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden
Artikel 5:32Crossterreinen
Artikel 5:33Beperking verkeer in natuurgebieden
Afdeling 8 Verbod vuur te stoken
Artikel 5:34Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken
Afdeling 9 Verstrooiing van as
Artikel 5:35Begripsbepaling
Artikel 5:36Verboden plaatsen
Artikel 5:37Hinder of overlast
Hoofdstuk 6 STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN
Artikel 6:1Strafbepaling
Artikel 6:2Toezichthouders
Artikel 6:3Binnentreden woningen
Artikel 6:4Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening
Artikel 6:5Overgangsbepaling
Artikel 6:6Citeertitel
Hoofdstuk1ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel1:1Definities
In deze verordening wordt verstaan onder: bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994; bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Omgevingswet; beperkingengebiedactiviteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994; college: het college van burgemeester en wethouders; gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties; parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht; voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens en kinderwagens, en rolstoelen; weg: weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994.
Artikel1:2Beslistermijn
Artikel1:3(vervallen)
Artikel1:4Voorschriften en beperkingen
Artikel1:5Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing
De vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald.
Artikel1:6Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing
De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd: indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist; indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; indien de houder dit verzoekt.
Artikel1:7Termijnen
Artikel1:8Weigeringsgronden
Hoofdstuk2OPENBARE ORDE EN VEILIGHEID, VOLKSGEZONDHEID EN MILIEU Afdeling1 Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden
Artikel2:1Samenscholing en ongeregeldheden
1.Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden 2.Degene die op een openbare plaats: aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing; is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen.
3.Het is verboden zich te begeven naar of te bevinden op openbare plaatsen die door het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van wanordelijkheden zijn afgezet.
4.De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid gestelde verbod.
5.Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.
6.[vervallen]
Artikel2:2(vervallen)
Artikel2:3Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen
1.Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet openbare manifestaties, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten minste 48 uren voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester.
2.De kennisgeving bevat: naam en adres van degene die de betoging houdt; het doel van de betoging; de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en van beëindiging; de plaats en, voor zover van toepassing, de route en de plaats van beëindiging; voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling; maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een regelmatig verloop te bevorderen.
3.Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.
4.Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk uiterlijk op de werkdag die aan de dag van dat tijdstip voorafgaat vóór 12.00 uur.
5.De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden op verzoek een kennisgeving in behandeling nemen buiten deze termijn.
Artikel 2:4(Vervallen)
Artikel2:5(Vervallen)
Artikel2:6Verspreiden geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen
1.Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan te bieden op door het college aangewezen openbare plaatsen.
2.Het college kan het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren.
3.Het verbod is niet van toepassing op voor het huis-aan-huis verspreiden of het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en afbeeldingen.
4.Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
Artikel2:7(vervallen)
Artikel2:8(vervallen)
Artikel2:9Vertoningen op openbare plaats
1.Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids op te treden op door de burgemeester in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu aangewezen openbare plaatsen 2.De burgemeester van het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren.
3.De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod.
4.Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Afdeling2 Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Artikel2:10Het plaatsen van voorwerpen
(vervallen)
Artikel2:10aStraatreclame
(vervallen) Artikel2:11(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg. (vervallen)
Artikel2:12Maken, veranderen van een uitweg
(vervallen)
Artikel2:13(vervallen)
Artikel2:14(Vervallen)
Artikel2:15Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp
Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of voor het wegverkeer hinder of gevaar ontstaat.
Artikel 2:16Openen straatkolken e.d
Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te maken of af te dekken.
Artikel 2:17(Vervallen)
Artikel2:18Rookverbod in bossen en natuurterreinen
Vervallen (opgenomen in artikel 3.35 Verordening Fysieke Leefomgeving)
Artikel2:19(vervallen)
Artikel2:20(vervallen)
Artikel2:21Voorzieningen voor verkeer en verlichting
(vervallen)
Artikel2:22Objecten onder hoogspanningslijn
(vervallen)
Artikel2:23Veiligheid op het ijs
1.Het is verboden: voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren of in gevaar te brengen; bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de veiligheid geplaatst op de onder a bedoelde ijsvlakten te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op enige andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te belemmeren.
2.Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de Omgevingsverordening Zuid-Holland.
Afdeling 3 Evenementen
Artikel2:24Definities
1.In deze afdeling wordt onder evenement verstaan: elke voor een publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: bioscoop- en theatervoorstellingen; markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g , van de Gemeentewet en artikel 5:22; kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; activiteiten als bedoeld in artikel 2:9 en 2:39. sportwedstrijden, niet zijnde vechtsportevenementen waaronder begrepen free fight, vale tudo, cage fight, kickboksen, MMA en al hun vergelijkbare varianten.
2.Onder evenement wordt mede verstaan: een herdenkingsplechtigheid; een braderie; een optocht op de weg, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3; een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg; een straatfeest of buurtbarbecue;
3.In deze afdeling wordt onder klein evenement verstaan een eendaags evenement waarbij: het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 150 personen; de activiteiten plaatsvinden tussen 09:00 uur en 23:00 uur; geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 09.00 uur of na 23.00 uur, dan wel in dit tijdsbestek het maximaal toelaatbare geluidsniveau van 80 dB(A) op de gevels van omringende woningen niet wordt overschreden; de activiteiten niet plaatsvinden op de rijbaan, (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een belemmering vormen voor het verkeer en de hulpdiensten; en slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 25 vierkante meter per object.
Artikel2:25Evenementenvergunning
1.Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.
2.Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, als de organisator ten minste 14 dagen voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester.
8.Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een wedstrijd op of aan de weg, voor zover in het geregeld onderwerp wordt voorzien door artikel 10 en 148, van de Wegenverkeerswet 1994.
10.Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel2:25aKlein evenement
(Opgenomen in artikelen 2:24 en 2:25)
Artikel 2:25bMeerjarige evenementenvergunning
4.De meerjarige evenementenvergunning wordt verleend voor de duur van maximaal 5 jaar.
5.Indien uit de melding als bedoeld in het derde blijkt dat het evenement niet voldoet aan het bepaalde in het tweede lid zal de melding worden gezien als een aanvraag voor een evenementenvergunning als bedoeld in artikel 2:24.
Artikel2:26Ordeverstoring
1.Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.
2.[vervallen] 3.[vervallen] Afdeling4 Toezicht op openbare inrichtingen
Artikel2:27Definitie
1.In deze afdeling wordt onder openbare inrichting verstaan een hotel, restaurant, pension, café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis of elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden bereid of verstrekt.
2.Een buiten de in het eerste lid bedoelde besloten ruimte liggend deel waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt, waaronder in ieder geval een terras, maakt voor de toepassing van deze afdeling deel uit van die besloten ruimte.
Artikel2:28Exploitatie openbare inrichting
Artikel2:28aTerrassen
[vervallen]
Artikel 2:29Sluitingstijd
Artikel2:30Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting
1.De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor een of meer openbare inrichtingen tijdelijk andere dan de krachtens artikel 2:29 geldende sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen.
2.Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 13b van de Opiumwet voorziet.
Artikel2:31 verboden gedragingen Het is verboden in een openbare inrichting: de orde te verstoren; voor bezoekers zich te bevinden na sluitingstijd of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:30, eerste lid.
Artikel 2:32Handel in openbare inrichtingen
Artikel 2:33(Vervallen)
Artikel 2:34Het college als bevoegd bestuursorgaan
Indien een openbare inrichting geen inrichting is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treedt het college op als bevoegd bestuursorgaan voor de toepassing van artikel 2:28 tot en met 2:31.
Afdeling5 Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet
Artikel2:34aDefinities
In deze afdeling wordt verstaan onder: alcoholhoudende drank; horecabedrijf; horecalokaliteit; inrichting; paracommerciële rechtspersoon; sterke drank; slijtersbedrijf; zwak-alcoholhoudende drank; dat wat daaronder wordt verstaan in de Alcoholwet.
Artikel 2:34b schenktijden paracommerciële rechtspersonen, privébijeenkomsten en bijeenkomsten derden 1. Een paracommercieel rechtspersoon die zich richt op het organiseren van activiteiten van sportieve, sociaal-culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard kan alcoholhoudende drank uitsluitend verstrekken vanaf 12.00 uur tot uiterlijk 00.30 uur tijdens een activiteit die wordt uitgeoefend in verband met de statutaire doelen van de rechtspersoon.
Artikel 2:34cSchenktijden voor commerciële kantines
In een inrichting, niet door een paracommerciële rechtspersoon uitgebaat, welke deel uitmaakt van een gebouw, dat uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij één of meer sportorganisaties of - instellingen of welke zich richt op sociaal-culturele, levensbeschouwelijke of godsdienstige activiteiten kan alcoholhoudende drank uitsluitend verstrekken vanaf 12:00 uur tot uiterlijk 00:30 uur tijdens een activiteit die wordt uitgeoefend in verband met de statutaire doelen van de rechtspersoon.
Artikel 2:34dOntheffingen
Artikel2:34ePrijsacties horeca
Ter bescherming van de volksgezondheid of in het belang van de openbare orde is het verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende dranken te verstrekken voor gebruik ter plaatse tegen een prijs die voor een periode van 24 uur of korter lager is dan 60% van de prijs die in de betreffende horecalokaliteit of op het betreffende terras gewoonlijk wordt gevraagd.
Artikel2:34f(vervallen)
Artikel2:34gVoorschriften aan vergunningen
De burgemeester kan aan een vergunning voor een horecabedrijf en een slijtersbedrijf als bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet voorschriften verbinden. Deze voorschriften kunnen alleen worden gesteld: ter bescherming van de volksgezondheid, of in het belang van de openbare orde, of ter bevordering van de naleving van artikel 20 van de Alcoholwet.
Afdeling6 Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Artikel 2:35Definitie
In deze afdeling wordt verstaan onder inrichting: elke al dan niet besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot kamperen wordt verschaft.
Artikel 2:36Kennisgeving exploitatie
Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is verplicht binnen drie dagen daarna daarvan schriftelijk kennis te geven aan de burgemeester.
Artikel2:37Nachtregister
[vervallen]
Artikel2:38Verschaffing gegevens nachtregister
Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die inrichting volledig en naar waarheid naam, adres, woonplaats, geboortedatum, geboorteplaats, betrekking, dag van aankomst en de dag van vertrek te verstrekken.
Afdeling7 Toezicht op speelgelegenheden
Artikel2:39Speelgelegenheden
1.Dit artikel verstaat onder speelgelegenheid: een voor het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.
5.Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Afdeling7A Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat
Artikel 2:40Kansspelautomaten
Wet: de Wet op de kansspelen kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder c, van de Wet; hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder d, van de Wet; laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder e, van de Wet.
Artikel2:40aTegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat
1.In dit artikel wordt verstaan onder: exploitant: natuurlijke persoon of de bestuurder van een rechtspersoon of, indien van toepassing, de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijke persoon, voor wiens rekening en risico de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend; bedrijf: de bedrijfsmatige activiteit die plaatsvindt in een voor het publiek toegankelijk gebouw, niet zijnde een seksinrichting, of een daarbij behorend perceel of enig andere ruimte, niet zijnde een woning die als zodanig in gebruik is.
2.De burgemeester kan gebouwen, gebieden of bedrijfsmatige activiteiten aanwijzen waar(op) het verbod uit het derde lid van toepassing is. Een gebouw of gebied wordt uitsluitend aangewezen als in of rondom dat gebouw dan wel in dat gebied naar het oordeel van de burgemeester de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid onder druk staat. Een aanwijzing van een gebouw of gebied kan zich tot één of meer bedrijfsmatige activiteiten beperken. Een bedrijfsmatige activiteit wordt uitsluitend voor de gehele gemeente aangewezen als naar het oordeel van de burgemeester de leefbaarheid of openbare orde en veiligheid door de bedrijfsmatige activiteit onder druk staat.
3.Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester een bedrijf te exploiteren: in een door de burgemeester op grond van het tweede lid aangewezen gebouw of gebied voor door de burgemeester benoemde bedrijfsmatige activiteiten; of indien de uitoefening van het bedrijf een door de burgemeester op grond van het tweede lid aangewezen bedrijfsmatige activiteit betreft.
4.Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het derde lid weigeren: in het belang van het voorkomen of beperken van overlast of strafbare feiten; indien de leefbaarheid in het gebied door de wijze van exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed; de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is; indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn; indien er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; indien de vestiging of de exploitatie in strijd is met een geldend bestemmingsplan, een geldend ruimtelijk exploitatieplan, een geldende beheersverordening, een geldend voorbereidingsbesluit of de Wet milieubeheer.
5.De vergunning wordt aangevraagd door de exploitant. Een aanvraag voor een vergunning wordt ingediend door gebruikmaking van een door de burgemeester vastgesteld formulier. Bij de aanvraag voor een vergunning wordt vermeld voor welke bedrijfsmatige activiteiten de vergunning wordt gevraagd, en worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden overlegd: de persoonsgegevens en een geldig identiteitsbewijs van de exploitant; het adres waar de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend; een recent, niet ouder dan drie maanden zijnde, uittreksel van het handelsregister bij de Kamer van Koophandel; indien van toepassing de verblijfstitel van de exploitant of beheerder; een document waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is over de ruimte te beschikken waarin het bedrijf wordt gevestigd.
6.Indien de burgemeester dat nodig acht voor de beoordeling van een aanvraag kan hij verlangen dat aanvullende gegevens worden overlegd.
7.Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het derde lid intrekken of wijzigen indien: door het bedrijf de openbare orde wordt aangetast of dreigt te worden aangetast; of door het bedrijf de leefbaarheid in het gebied door de wijze van de exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed; of de exploitant in enig opzicht van slecht levensgedrag is; of de exploitant betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten in of vanuit het bedrijf dan wel toestaat dat strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed; of er strafbare feiten in het bedrijf hebben plaatsgevonden of plaatsvinden; of er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; of de bedrijfsmatige activiteiten door de exploitant zijn beëindigd dan wel sprake is van een gewijzigde exploitatie; of redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is; of de vestiging of de exploitatie in strijd is met een geldend bestemmingsplan, een geldend ruimtelijk exploitatieplan, een geldende beheersverordening, een geldend voorbereidingsbesluit, de Wet milieubeheer of een gebiedsplan.
8.Indien een bedrijf in strijd met het verbod uit het derde lid van deze bepaling wordt geëxploiteerd of indien een van de situaties als bedoeld in het zevende lid, sub a tot en met i, van toepassing is, kan de burgemeester de sluiting van het bedrijf bevelen.
9.Het is een ieder verboden een overeenkomstig het achtste lid van deze bepaling gesloten bedrijf te betreden of daarin te verblijven.
10.De sluiting kan door de burgemeester worden opgeheven indien later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven.
11.De exploitant is verplicht elke verandering in de uitoefening van zijn bedrijf waardoor deze niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning opgenomen gegevens zo spoedig mogelijk aan de burgemeester te melden. De burgemeester verleent een gewijzigde vergunning, als het bedrijf aan de vereisten voldoet.
14.In afwijking van het derde lid geldt dit verbod voor de exploitant die op het moment van inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit reeds onder het aanwijzingsbesluit vallende bedrijfsmatige activiteiten verricht, voor die bestaande activiteiten op bestaande locaties eerst drie maanden na inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit of met ingang van inwerkingtreding van het besluit tot weigering of intrekking van een door hem aangevraagde vergunning, voor zover dat eerder is.
15.Op de vergunning als bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
16.Op de vergunning als bedoeld in het derde lid is de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur van toepassing.
Afdeling 8 Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
Artikel 2:41Betreden gesloten woning of lokaal
Artikel2:42Plakken en kladden
1.Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen of te bekladden.
2.Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is: een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere wijze aan te brengen of te doen aanbrengen; met kalk, teer of een kleur of verfstof een afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te doen aanbrengen.
3.Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing indien gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.
4.Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen.
5.Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden te gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.
6.Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen hebben op de inhoud van de meningsuitingen en bekendmakingen.
7.De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.
Artikel2:43Vervoer plakgereedschap en dergelijke
1.Het is verboden op de weg of openbaar water enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer, kleur- of verfstof of verfgereedschap te vervoeren of bij zich te hebben.
2.Het verbod is niet van toepassing als de genoemde materialen of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor handelingen als verboden in artikel 2:42.
Artikel2:44Vervoer inbrekerswerktuigen
1.Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te vervoeren of bij zich te hebben.
2.Het verbod is niet van toepassing als de bedoelde werktuigen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen.
Artikel2:45Betreden van plantsoenen en dergelijke
Artikel2:46Rijden over bermen en dergelijke
1.Het is verboden met voertuigen die niet voorzien zijn van rubberbanden te rijden over de berm, de glooiing of de zijkant van een weg, tenzij dit door de omstandigheden redelijkerwijs wordt vereist.
2.Dit verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de Omgevingsverordening Zuid-Holland of de waterschapsverordening.
Artikel 2:47Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen
Artikel2:48Verboden drank- en drugsgebruik
Artikel2:48aLachgasverbod
[vervallen]
Artikel 2:49Hinderlijk gedrag bij of in gebouwen
Artikel 2:50Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten
Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek toegankelijk portaal, wachtlokaal voor een openbaar vervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling of een andere soortgelijke, voor het publiek toegankelijke ruimte dan wel deze te verontreinigen of te bezigen voor een ander doel dan waarvoor de desbetreffende ruimte is bestemd.
Artikel2:50aVerbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties
[vervallen]
Artikel 2:50bMessen en andere voorwerpen als steekwapen
Artikel2:51Overlast door het stallen van fietsen of bromfietsen tegen privé-eigendom
Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur, de gevel van een gebouw of in de ingang van een portiek als dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de gebruiker van dat gebouw of dat portiek of als daardoor die ingang versperd wordt.
Artikel 2:51aOverlast door het foutief stallen van fietsen of bromfietsen in de openbare ruimte
Artikel 2:52Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein en dergelijke
Het is verboden op de door het college of de burgemeester aangewezen uren en plaatsen zich met een fiets of bromfiets te bevinden op een door het college of de burgemeester aangewezen terrein waar een markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid gehouden wordt die publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is aan de bezoekers van het terrein.
Artikel 2:53Bespieden van personen
Artikel2:54(Vervallen)
Artikel2:55(Vervallen)
Artikel2:56(Vervallen)
Artikel2:57Loslopende honden
1.Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen: binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zonder dat die hond aangelijnd is; op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, begraafplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het college aangewezen plaats; op de weg zonder voorzien te zijn van een halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen; buiten de bebouwde kom op een door het college aangewezen plaats als de hond niet is aangelijnd.
2.Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.
3.Het eerste lid, aanhef en onder a tot en met c, is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden of die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond.
Artikel2:58Verontreiniging door honden
1.Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft, is verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond onmiddellijk worden verwijderd.
2.Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden.
3.De eigenaar of houder van een hond is verplicht, indien hij zich met de hond op een plaats als bedoeld in het eerste lid bevindt, een plasticzakje of schepje voor de directe verwijdering van de uitwerpselen van de hond bij zich te hebben.
4.Het eerste en tweede lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden.
Artikel2:59Gevaarlijke honden
1.Als de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag gevaarlijk of hinderlijk acht, kan het de eigenaar of houder van die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare plaats of op het terrein van een ander.
2.De eigenaar of houder van de hond aan wie een aanlijngebod is opgelegd, is verplicht de hond kort aangelijnd te houden, met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter.
3.De eigenaar of houder van de hond aan wie een aanlijn- en muilkorfgebod is opgelegd, is naast de verplichting bedoeld in het tweede lid verplicht de hond voorzien te houden van een muilkorf die: vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of van beide stoffen; door middel van een stevige leren riem zodanig rond de hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is; en zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn.
4.Onverminderd het bepaalde in artikel 2:57, eerste lid, onder c, dient een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn van een door de bevoegde minister op aanvraag verstrekt uniek identificatienummer door middel van een microchip die met een chipreader afleesbaar is.
Artikel2:60Houden van hinderlijke of schadelijke dieren
(vervallen)
Artikel2:61(vervallen)
Artikel2:62Loslopend vee
De rechthebbende op herkauwende of eenhoevige dieren of varkens die zich bevinden in een weiland of op een terrein dat niet van de weg is afgescheiden door een deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te zorgen dat zodanige maatregelen getroffen worden dat dit vee die weg niet kan bereiken.
Artikel 2:63(Vervallen)
Artikel2:64Bijen
(vervallen)
Artikel2:65Bedelarij
Het is verboden op een openbare plaats te bedelen om geld of andere zaken in door het college ter voorkoming of beëindiging van overlast aangewezen gebieden.
Afdeling9 Bestrijding van heling van goederen
Artikel2:66Definitie
In deze afdeling wordt verstaan onder handelaar: de handelaar als bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.
Artikel2:67Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister
1.De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere wijze overdraagt, in een doorlopend en een door of namens de burgemeester gewaarmerkt register en daarin vermeldt hij onverwijld: a. het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het goed; b. de datum van verkoop of overdracht van het goed; c. een omschrijving van het goed, daaronder begrepen - voorzover dat mogelijk is - soort, merk en nummer van het goed; d. de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van het goed; e. de naam en het adres van degene die het goed heeft verkregen.
2.De burgemeester kan vrijstelling verlenen van deze verplichtingen.
3.Op de aanvraag om een vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 2:68Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter van het Wetboek van Strafrecht
De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht: de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te stellen: dat hij het beroep van handelaar uitoefent met vermelding van zijn woonadres en het adres van de bij zijn onderneming behorende vestiging; van een verandering van de onder a, sub 1, bedoelde adressen; als hij het beroep van handelaar niet langer uitoefent; dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs van een misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren is gegaan; de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of register ter inzage te geven; aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk zichtbaar zijn; een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie dagen in bewaring te houden in de staat waarin het goed verkregen is.
Artikel2:69(vervallen)
Artikel 2:70Handel in horecabedrijven
(Dit artikel is verplaatst naar artikel 2:32)
Afdeling 10 Consumentenvuurwerk
Artikel2:71Definitie
In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan vuurwerk dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik.
Artikel2:72Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen
1.Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of nevenbedrijf consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen dan wel voor het ter beschikking stellen aanwezig te houden, zonder een vergunning van het college.
2.Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing.
Artikel2:73Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling
1.Het is verboden consumentenvuurwerk te gebruiken op een door het college in het belang van de voorkoming van gevaar, schade of overlast aangewezen plaats.
2.Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te bezigen als dat gevaar, schade of overlast kan veroorzaken.
3.De verboden zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1, van het Wetboek van Strafrecht.
Artikel2:73aCarbidschieten
1.Het is verboden zonder vergunning van het college carbid te schieten (acetyleengas of gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen op explosieve wijze tot verbranding te brengen).
2.Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet wapens en munitie, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen of het Wetboek van Strafrecht.
Afdeling11 Drugsoverlast
Artikel2:74Drugshandel op straat
Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op een openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om, al dan niet tegen betaling, middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.
Artikel2:74aOpenlijk drugsgebruik
Het is verboden op of aan de weg, op een andere openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben.
Afdeling12 Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
Artikel2:75Bestuurlijke ophouding
De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen groepen van personen op een door hem aangewezen plaats indien deze personen het bepaalde in artikel 2:1, 2:10, 2:11, 2:16, 2:18, 2:47, 2:48, 2:49, 2:50, 2:74 van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Zuidplas groepsgewijs niet naleven.
Artikel2:76Veiligheidsrisicogebieden
De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens, dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied, met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als veiligheidsrisicogebied.
Artikel 2:77Cameratoezicht op openbare plaatsen
De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet besluiten tot plaatsing van vaste camera's voor een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats
Artikel 2:78Gebiedsontzeggingen
Artikel 2:79Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet
Artikel2:80Sluiting voor publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf
Hoofdstuk3REGULERING PROSTITUTIE, SEKSBRANCHE EN AANVERWANTE ONDERWERPEN
Afdeling 1 Begripsbepalingen
Artikel 3:1Definities
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar; escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend; sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te worden verkocht of verhuurd; exploitant: de natuurlijke persoon of personen of rechtspersoon of rechtspersonen die een seksinrichting of escortbedrijf exploiteert, dan wel exploiteren en de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon of rechtspersonen bevoegde natuurlijke persoon of personen; beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent, dan wel uitoefenen in een seksinrichting of escortbedrijf; bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met uitzondering van: de exploitant; de beheerder; de prostituee; het personeel dat in de seksinrichting werkzaam is; toezichthouders die zijn aangewezen op grond van artikel 6.2 van deze verordening; andere personen wier aanwezigheid in de seksinrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is.
Artikel3:2Bevoegd bestuursorgaan
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester.
Artikel3:3Nadere regels
Met het oog op de in artikel 3:13 genoemde belangen, kan het college over de uitoefening van de bevoegdheden zoals genoemd in dit hoofdstuk nadere regels vaststellen.
Afdeling 2 Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en dergelijke
Artikel3:4Seksinrichtingen
Artikel 3:5Gedragseisen exploitant en beheerder
Artikel 3:6Sluitingstijden
Artikel 3:7Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke) sluiting
Artikel 3:8Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder
Artikel 3:9Straatprostitutie
Artikel 3:10Sekswinkels
Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een sekswinkel te exploiteren in door het college in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving aangewezen gebieden of delen van de gemeente.
Artikel 3:11Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke
Afdeling3 beslissingstermijn en weigeringsgronden
Artikel 3:12Beslissingstermijn
Artikel3:13Weigeringsgronden
Afdeling4Beëindiging exploitatie en wijziging beheer
Artikel3:14Beëindiging exploitatie
Artikel 3:15Wijziging beheer
Afdeling 5 Overgangsbepaling
Artikel3:16Overgangsbepaling
(Gereserveerd)
Hoofdstuk 4 BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE
Afdeling 1 Geluidhinder en verlichting
Artikel4:1Begripsbepaling
Vervallen (opgenomen in de Verordening Fysieke Leefomgeving)
Artikel4:2Aanwijzing collectieve festiviteiten
(vervallen)
Artikel4:3Kennisgeving incidentele festiviteiten
(vervallen)
Artikel4:4(vervallen)
Artikel4:5Onversterkte muziek
(vervallen)
Artikel4:6Overige geluidhinder
(vervallen)
Artikel4:7Straatvegen
(vervallen)
Afdeling 2 Bodem-, weg- en milieuverontreiniging
Artikel 4:8Natuurlijke behoefte doen
Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.
Artikel4:9Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen
(vervallen)
Afdeling 3 Het bewaren van houtopstanden
Artikel 4:10Begripsbepalingen
[vervallen]
Artikel 4:11Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden
[vervallen]
Afdeling 4 Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast (Vervallen: opgenomen in Verordening Fysieke Leefomgeving)
Artikel4:12(vervallen)
Artikel4:13Opslag voertuigen,vaartuigen,mest,afvalstoffen enz
(vervallen)
Artikel4:14(vervallen)
Artikel4:15Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame
(vervallen)
Artikel4:16(vervallen)
Afdeling 5: Kamperen buiten kampeerterreinen (Vervallen: opgenomen in Verordening Fysieke Leefomgeving)
Artikel4:17Begripsbepaling
Vervallen (opgenomen in de Verordening Fysieke Leefomgeving)
Artikel4:18Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen
(vervallen)
Artikel 4:19(Vervallen)
Artikel4:20Vervoer van gevaarlijke stoffen
(vervallen)
Afdeling 6 Vervoer gevaarlijke stoffen (Vervallen: opgenomen in Verordening Fysieke Leefomgeving)
Hoofdstuk5ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE HUISHOUDING VAN DE GEMEENTE Afdeling1. Parkeerexcessen en stopverbod
Artikel5:1(vervallen)
Artikel5:2Parkeren van voertuigen van autobedrijf en dergelijke
Artikel5:3Te koop aanbieden van voertuigen
Artikel 5:4Defecte voertuigen
Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden, langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te parkeren.
Artikel 5:5Voertuigwrakken
Artikel5:6Kampeermiddelen en andere voertuigen
1.Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt: langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen of te hebben op een door het college aangewezen weg, waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte of schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente; op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.
2.Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer en Besluit activiteiten leefomgeving.
3.Het in het eerste lid is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingsverordening Zuid-Holland.
Artikel5:7Reclamevoertuigen
1.Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel om daarmee handelsreclame te maken.
2.Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.
3.Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is van toepassing.
Artikel5:8Grote voertuigen
1.Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.
2.Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door het college aangewezen weg, waar dit parkeren naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte.
3.Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg worden geplaatst of gehouden.
4.Het tweede lid is voorts niet van toepassing op werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00 uur.
5.Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde verboden ontheffing verlenen.
Artikel5:9Uitzichtbelemmerende voertuigen
Artikel 5:10Parkeren van voertuigen met stankverspreidende stoffen
[Gereserveerd]
Artikel 5:11Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen
Artikel 5:12Overlast van fiets of bromfiets
Afdeling 2 Collecteren
Artikel5:13Inzameling van geld of goederen of leden- of donateurwerving
1.Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden, dan wel in het openbaar leden of donateurs te werven als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.
Instellingen die zijn vermeld op het landelijke collecte rooster van het Centraal Bureau Fondsenwerving en die geld of goederen inzamelen in de aan hen door het Centraal Bureau Fondsenwerving toegewezen periode en drie maanden voor de inzameling bij het college hebben gemeld dat van de toegewezen periode gebruik wordt gemaakt, en in de gemeente Zuidplas gevestigde verenigingen en stichtingen die krachtens hun statuten en activiteiten een doel nastreven dat van algemeen belang is, die geld of goederen inzamelen buiten de periodes die door het Centraal Bureau Fondswerving zijn toegewezen aan gecertificeerde instellingen, die voldoen aan de volgende voorwaarden:
De collectanten zijn onbezoldigd en worden, indien zij jonger zijn dan 16 jaar, begeleid door een volwassene.
De collectanten moeten tijdens het collecteren een door vereniging of stichting gewaarmerkt geldig legitimatiebewijs dragen waarop in ieder geval de naam en/of doel van de vereniging en stichting en de periode waarin wordt gecollecteerd staan vermeld;
De inzameling vindt niet plaats op maandag tot en met zaterdag voor 8.00 uur en na 21.00 uur;
Uiterlijk vier weken voor aanvang van de inzameling moet aan het college melding worden gedaan van de inzameling onder vermelding van de naam van de inzamelende instelling, naam contactpersoon, het doel waarvoor de opbrengst is bestemd, de plaats, datum en het tijdstip van de inzameling; bij een inzameling van geld dient de collecteopbrengst binnen 14 dagen na afloop van de collecte, door middel van een door de leiding van de collecte ondertekende collectestaat, te worden verantwoord bij de gemeente; bij inzameling van geld mag uitsluitend worden gecollecteerd met collectebussen die zijn verzegeld of met een sleutelslot of plombe zijn afgesloten en waarop duidelijk de naam en/of doel van de collecterende instelling staat vermeld.
Afdeling 3 Venten
Artikel 5:14Begripsbepaling
Artikel 5:15Ventverbod
Artikel 5:16Venten met gedrukte stukken
Afdeling 4 Standplaatsen (Vervallen: opgenomen in de Verordening Fysieke Leefomgeving)
Artikel5:17Definitie
Vervallen (opgenomen in Verordening Fysieke Leefomgeving)
Artikel5:18Standplaatsvergunning en weigeringsgronden
(vervallen)
Artikel5:18aLocaties en tijden
(vervallen)
Artikel5:19Standplaatsen in winkelcentra
(vervallen)
Artikel5:20Gronden voor intrekking
(vervallen)
Artikel5:20aRechtsopvolging
(vervallen)
Afdeling 5 Snuffelmarkten
Artikel 5:22Begripsbepalingen
Artikel 5:23Organiseren van een snuffelmarkt
Afdeling 6 Openbaar water
Artikel5:24Voorwerpen op, in of boven openbaar water
(vervallen)
Artikel5:25Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen
(vervallen)
Artikel5:26Aanwijzingen ligplaats
(vervallen)
Artikel 5:27(Vervallen)
Artikel5:28Beschadigen van waterstaatswerken
(vervallen)
Artikel 5:29Reddingsmiddelen
Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.
Artikel5:30Veiligheid op het water
1.Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden.
2.Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de Omgevingsverordening Zuid-Holland of het bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet.
Artikel 5:31Overlast aan vaartuigen
Afdeling 7 Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden (Vervallen: opgenomen in Verordening Fysieke Leefomgeving)
Artikel5:32Crossterreinen
(vervallen)
Artikel5:33Beperking verkeer in natuurgebieden
(vervallen)
Afdeling 8 Verbod vuur te stoken (Vervallen: opgenomen in Verordening Fysieke Leefomgeving)
Artikel5:34Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken
(vervallen)
Afdeling 9 Verstrooiing van as (Vervallen: opgenomen in Verordening Fysieke Leefomgeving)
Artikel5:35Begripsbepaling
(vervallen)
Artikel5:36Verboden plaatsen
(vervallen)
Artikel5:37Hinder of overlast
(vervallen)
Hoofdstuk 6 STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN
Artikel 6:1Strafbepaling
Overtreding van de in deze verordening opgenomen artikelen en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie.
Artikel6:2Toezichthouders
1.Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast:
Ambtenaren van de politie, als bedoeld in artikel 2, onder a, van de Politiewet 2012; alsmede, ambtenaren van het team Handhaving en het team Openbare Orde en Veiligheid gemeente Zuidplas voor zover het betreft zaken welke aan zijn toezicht zijn toevertrouwd.
2.Het college dan wel de burgemeester kan daarnaast andere personen met dit toezicht belasten.
Artikel6:3Binnentreden woningen
Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner.
Artikel6:4Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening
Deze verordening treedt met ingang van de dag na de dag van bekendmaking in werking. Op hetzelfde tijdstip vervallen de volgende verordeningen: Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Zuidpias, vastgesteld op 4 januari 2010; Wijzigingsverordening Algemene Plaatselijke Verordening, vastgesteld op 30 juni 2010; Wijzigingsverordening Algemene Plaatselijke Verordening, vastgesteld op 26 oktober 2010; Algemene Plaatselijke Verordening Zuidpias 2010, vastgesteld op 28 juni 2011; Wijzigingsverordening Algemene Plaatselijke Verordening 2013, vastgesteld op 16 april 2013; Wijzigingsverordening Algemene Plaatselijke Verordening 2013b,vastgesteld op 11 maart 2014.
Artikel6:5Overgangsbepaling
Besluiten, genomen krachtens de verordeningen bedoeld in artikel 6:4, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.
Artikel6:6Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Zuidplas.
Aldus vastgesteld in de openbare digitale raadsvergadering van 23 maart 2021.de plv. griffier, J.J.A. van Houwelingen de voorzitter,J.F. WeberToelichting
HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1:1Begripsomschrijvingen
Voor een aantal specifieke begrippen, dat wil zeggen begrippen die op een bepaald onderdeel van de verordening betrekking hebben, zijn in de desbetreffende afdeling definities opgenomen. Over de in artikel 1:1 opgenomen definities kan het volgende worden opgemerkt.
Bebouwde kom De reikwijdte van een aantal artikelen in deze verordening is beperkt tot de bebouwde kom. Voor het begrip ‘bebouwde kom’ kan aangesloten worden bij de aanwijzing van Gedeputeerde Staten van de bebouwde kom krachtens artikel 27, tweede lid, van de Wegenwet. Nadeel is dat een dergelijke aanwijzing niet altijd actueel is. Ook is het mogelijk om de bebouwde kom aan te geven op een kaart die bij de verordening is gevoegd. Deze kaart maakt deel uit van de verordening en moet dus mee gepubliceerd worden. Een ander, praktisch alternatief is om als de definitie te hanteren: het gebied binnen de grenzen van de bebouwde kom die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de WVW 1994. beperkingengebiedactiviteit hierbij wordt verwezen naar de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet. Dit begrip komt voor in diverse artikelen van de APV. Volgens genoemde bijlage is een beperkingengebied een bij of krachtens de wet aangewezen gebied waar vanwege de aanwezigheid van een werk of object regels gelden over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor dat werk of object. Een beperkingengebiedactiviteit is een activiteit binnen een beperkingengebied. bevoegd gezag Met de term "bevoegd gezag" is aangehaakt bij de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Dit begrip is van toepassing op de vergunning voor aanleg of veranderen van een weg (artikel 2:11 APV) en het vellen van houtopstanden (artikel 4:11 APV). De vergunning voor het aanleggen of veranderen van een weg is aangewezen in artikel 2.2, eerste lid onder d van de Wabo en de vergunning voor het vellen van houtopstanden in artikel 2.2, eerste lid onder g van de Wabo. De Wabo kan ook van toepassing zijn op het gebruik van de weg anders dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, namelijk als het gaat om het opslaan van roerende zaken (artikel 2:10 APV). De ontheffing voor het opslaan van roerende zaken is aangewezen in artikel 2.2, eerste lid, onder j en k van de Wabo.
De omgevingsvergunning wordt door één bevoegd gezag beoordeeld en doorloopt één procedure. De beslissing op de aanvraag kent ook één procedure van rechtsbescherming. Het bevoegd gezag is in de meeste gevallen het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar het project in hoofdzaak zal worden verricht. In een beperkt aantal gevallen berust de bevoegdheid tot toestemmingsverlening niet bij het college van burgemeester en wethouders, maar bij het college van gedeputeerde staten en in enkele gevallen bij een minister. Het bevoegd gezag is integraal verantwoordelijk voor het te nemen besluit en is tevens belast met de bestuursrechtelijke handhaving. Zie verder ook de toelichting bij de artikelen 2:10, 2:11 en 4:11 van deze verordening.
Daarnaast komt in de APV op verschillende plaatsen de term ''bevoegd bestuursorgaan'' voor. Daarmee wordt dan gedoeld op ofwel het college van burgemeester en wethouders, ofwel de burgemeester. De Wabo brengt hierin geen verandering.
Bouwwerk Deze omschrijving verwijst naar artikel 1 van de Bouwverordening Zuidplas: "elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren";
Gebouw Deze omschrijving verwijst naar de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet (voorheen: artikel 1, eerste lid, van de Woningwet): “bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt”.
Handelsreclame In het vierde lid van artikel 7 van de Grondwet, betreffende de vrijheid van meningsuiting, wordt handelsreclame (commerciële reclame) met zoveel woorden buiten de werking van dit artikel geplaatst. Dit is vooral van belang in verband met het bepaalde in het eerste lid van artikel 7 van de Grondwet, dat zich volgens vaste jurisprudentie verzet tegen een vergunningsstelsel voor de verspreiding van gedrukte stukken e.d.
Aan een vergunningsstelsel voor handelsreclame staat het grondwetsartikel niet in de weg. Onder het begrip "reclame" dient te worden verstaan: iedere vorm van openbare aanprijzing van goederen en diensten. Door dit te beperken tot "handelsreclame" heeft de in het vierde lid geformuleerde uitzondering slechts betrekking op reclame voor commerciële doeleinden in de ruime zin des woords en omvat zij elk aanbod van goederen en diensten (onder een "commercieel belang te dienen" moet mede worden begrepen: dienstig te zijn tot koop en verkoop. HR 11-05-1982, NJ 1983, 68), maar is zij niet van toepassing op reclame voor ideële doeleinden. Dit betekent niet dat handelsreclame helemaal niet beschermd wordt. Voorschriften voor handelsreclame zullen de toets aan artikel 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en artikel 19 van het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR) moeten kunnen doorstaan. Deze verdragsbepalingen verzetten zich echter niet tegen een vergunningsstelsel.
Openbaar water Een "openbaar water" in de zin van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek is ieder water, dat open staat voor het publiek. "Openbaar" is hier dus synoniem aan "feitelijk voor het publiek toegankelijk".
Een openbare plaats Hiervoor is aangehaakt bij de Wet openbare manifestaties (Worn). Artikel 1, eerste lid, Wom bepaalt wat een openbare plaats is, namelijk een plaats die krachtens bestemming of vast gebruik open staat voor het publiek. Deze definitie kent dus twee criteria. Ten eerste moet de plaats open staan voor het publiek. Dat wil volgens de memorie van toelichting zeggen "dat in beginsel eenieder vrij is om er te komen, te vertoeven en te gaan; dit houdt in dat het verblijf op die plaats niet door de gerechtigde aan een bepaald doel gebonden mag zijn (...). Dat de plaats "open staat" betekent verder dat geen sprake is van een meldingsplicht, de eis van voorafgaand verlof, of de heffing van een toegangsprijs voor het betreden van de plaats". Op grond hiervan zijn bijvoorbeeld stadions, postkantoren, warenhuizen, restaurants, musea, ziekenhuizen en kerken geen "openbare plaatsen". Ook de hal van het gemeentehuis valt buiten het begrip "openbare plaats".
Het tweede criterium is dat het open staan van de plaats moet zijn gebaseerd op bestemming of vast gebruik. "De bestemming ziet op het karakter dat door de gerechtigde aan de plaats is gegeven blijkens een besluit of blijkens de uit de inrichting van de plaats sprekende bedoeling. Een openbare plaats krachtens vast gebruik ontstaat wanneer de plaats gedurende zekere tijd wordt gebruikt als had deze die bestemming, en de rechthebbende deze feitelijke toestand gedoogt", aldus de memorie van toelichting (TK 1985-1986, 19 427, nr. 3, p. 16).
Voorbeelden van openbare plaatsen in de zin van artikel 1, eerste lid, Wom zijn: openbare wegen, plantsoenen, speelweiden en parken en vrij toegankelijke gedeelten van overdekte passages, van winkelgalerijen, van stationshallen en van vliegvelden, openbare waterwegen en recreatieplassen.
Omdat de definitie van het begrip "openbare plaats" ook een aantal "besloten plaatsen" als bedoeld in artikel 6, tweede lid. Grondwet kan omvatten, is in artikel 1, tweede lid, Wom expliciet aangegeven dat onder een openbare plaats niet wordt begrepen een gebouw of besloten plaats als bedoeld in artikel 6, tweede lid, Rechthebbende Hieronder wordt verstaan de rechthebbende naar burgerlijk recht.
Weg Uit de begripsomschrijving van "openbare plaats" blijkt dat de weg daar onderdeel van uitmaakt. In de wetgeving bestaan verschillende definities van het begrip "weg". In de APV is aansluiting gezocht bij de definitie in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet, te weten de voor het openbaar verkeer openstaande weg.
Verschillende bepalingen in de APV hebben betrekking op (verboden) gedragingen "op of aan de weg". De term "aan de weg" duidt begripsmatig op een zekere nabijheid ten opzichte van de weg. Daaronder vallen bijvoorbeeld voortuinen van huizen en andere open ruimtes die aan de weg zijn gelegen. Daaronder valt echter niet wat zich binnenshuis bevindt of afspeelt. Ook treinstations vallen buiten het bereik van de APV. Artikel 27 van de Spoorwegwet en de daarop gebaseerde Algemeen Reglement Vervoer regelen het bevoegd gezag inzake veiligheid, orde en rust op en om stations.
Parkeren De definitie van ‘parkeren’ haakt aan bij de definitie ervan in artikel 1 van het RVV 1990. Dit artikelonderdeel verstaat onder parkeren: het laten stilstaan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden of lossen van goederen. De gegeven definitie bewerkstelligt dat enkele vormen van doen of laten staan van voertuigen, die moeten worden ontzien, buiten de werking van de voorgestelde verbodsbepalingen blijven. Het onmiddellijk in- en uitstappen van personen en het onmiddellijk laden en lossen van goederen zijn dan immers activiteiten die door de modelbepalingen niet worden bestreken. Evenmin zullen deze bepalingen van toepassing kunnen zijn ten aanzien van voertuigen die bij een garagebedrijf stilstaan om benzine te tanken; ook in dit geval is er geen sprake van parkeren Voertuig De definitie van ‘voertuig’ haakt aan bij de definitie ervan in artikel 1 van het RVV 1990. ‘Voertuigen’ in de zin van dit artikel zijn: fietsen, bromfietsen, gehandicaptenvoertuigen, motorvoertuigen, trams en wagens. Voor kleine voertuigen, zoals kruiwagens, kinderwagens, rolstoelen en dergelijke is een uitzondering gemaakt, omdat anders sommige bepalingen een te ruime strekking zouden krijgen.
Artikel 1:2Beslistermijn
Het uitgangspunt van artikel 4:13 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is dat in het wettelijk voorschrift de termijn aangegeven wordt waarbinnen de beschikking gegeven dient te worden. Zo kan worden nagegaan wat voor iedere situatie een goede beslistermijn is. In de APV is de beslistermijn vastgesteld op acht weken (eerste lid). Tijdig beslissen is een rechtsplicht voor elk bestuursorgaan.
Het merendeel van de aanvragen zal binnen acht weken kunnen worden afgehandeld. Meer ingewikkelde aanvragen, zeker die waarvoor meerdere adviezen moeten worden ingewonnen, vergen soms meer tijd. In dat geval kan de beslistermijn op grond van artikel 1:2, tweede lid met ten hoogste acht weken worden verlengd. Op grond van artikel 4:14 Awb wordt de aanvrager van dit verlengingsbesluit in kennis gesteld.
De mededeling aan de aanvrager schort de termijn niet op, het is een beleefdheidsvoorschrift om te laten weten dat de termijn niet wordt gehaald. Het is dus geen besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb. De aanvrager kan geen bezwaar maken of beroep instellen tegen het verlengingsbesluit. Wel kan de aanvrager, als hij vindt dat de verlenging niet redelijk is, het college of de burgemeester in gebreke stellen en daarna beroep instellen tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag.
De kapvergunning (artikel 4:11) valt onder artikel 2.2, eerste lid, onder respectievelijk d en g, van de Wabo. De beslistermijn op een aanvraag om een omgevingsvergunning is dezelfde als in het eerste lid is opgenomen: acht weken (artikel 3.9, eerste lid, van de Wabo).
Artikel 3.9, tweede lid, van de Wabo bepaalt dat de beslistermijn niet met acht, maar slechts met zes weken kan worden verlengd. Daarom is voor de genoemde ontheffing of vergunning een afwijking van het tweede lid opgenomen onder verwijzing naar artikel 3.9 van de Wabo.
Vanwege het vervallen van artikel 1:2 lid 3 vervalt de toelichting op dit artikel.
Dienstrichtlijn Op vergunningprocedures is voor wat betreft diensten artikel 13 van de Dienstenrichtlijn van toepassing. Het derde lid bepaalt dat de aanvraag binnen een redelijke, vooraf vastgestelde termijn wordt behandeld. De termijn van acht weken van artikel 1:2 voldoet daaraan.
Artikel 13, derde lid, van de Dienstenrichtlijn bepaalt voorts dat de beslistermijn eenmaal door de bevoegde instantie mag worden verlengd, indien dit gerechtvaardigd wordt door de complexiteit van het ondenwerp. Dit houdt in dat voor verlenging een stevige motivering is vereist met gebruikmaking van dit criterium. De verlenging en duur ervan worden met redenen omkleed vóór het verstrijken van de oorspronkelijke termijn ter kennis van de aanvrager gebracht worden. Het tweede lid is een implementatie van deze verplichting.
Artikel 1:3Indiening aanvraag
[vervallen]
Artikel 1:4Voorschriften en beperkingen
In literatuur en jurisprudentie is men het erover eens dat de bevoegdheid tot het verbinden van voorschriften in beginsel aanwezig is in die gevallen waarin het al dan niet verlenen van die vergunning of ontheffing ter vrije beslissing staat van het beschikkende orgaan. Toch verdient het uit een oogpunt van duidelijkheid aanbeveling deze bevoegdheid uitdrukkelijk vast te leggen. Daarbij moet ook - ten overvloede - worden aangegeven dat die voorschriften uitsluitend mogen strekken ter bescherming van de belangen in verband waarmee het vereiste van vergunning of ontheffing is gesteld.
Niet-nakoming van voorschriften die aan een vergunning of ontheffing verbonden zijn, kan grond opleveren voor intrekking van de vergunning of ontheffing dan wel voor toepassing van andere administratieve sancties. In artikel 1:6 is deze intrekkingsbevoegdheid vastgelegd.
De vraag of bij niet-nakoming van vergunningsvoorschriften bestuursdwang kan worden toegepast, wordt in het algemeen bevestigend beantwoord. Doordat in het tweede lid van artikel 1:4 naleving van deze voorschriften wordt omschreven als verplichting, wordt hierover alle onzekerheid weggenomen. Toepassen van bestuursdwang is overigens niet mogelijk, wanneer alleen voorschriften zijn overtreden, die slechts beogen het toezicht op de naleving van de vergunning of ontheffing te vergemakkelijken, maar geen verband houden met de bescherming van het belang of de belangen met het oog waarop de vergunning of ontheffing is vereist.
In de in deze APV opgenomen algemene strafbepaling (artikel 6:1) wordt overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde met straf bedreigd. Daardoor staat ook straf op het overtreden van aan een vergunning of ontheffing verbonden voorschriften.
Artikel 1:5Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing
Een vergunning wordt persoonlijk genoemd als die alleen of vooral is verleend vanwege de persoon van de vergunningaanvrager (diens persoonlijke kwaliteiten, zoals het bezit van een diploma of een bewijs van onbesproken levensgedrag). De persoonlijke vergunning is in beginsel niet overdraagbaar, tenzij de regeling dat uitdrukkelijk bepaalt of dit uit de aard van de vergunning voortvloeit. Een voorbeeld van een persoonsgebonden vergunning is de vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Drank- en Horecawet. Deze wet bepaalt dat voor het verkrijgen van een vergunning de nodige diploma's moeten zijn gehaald. Een persoonlijke vergunning is ook de standplaatsvergunning. Dit vanwege het persoonlijke karakter van de ambulante handel en omdat het aantal aanvragen om vergunning het aantal te verlenen vergunningen meestal overtreft.
Artikel 1:6Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing
De in het eerste lid genoemde intrekkings- en wijzigingsgronden hebben een facultatief karakter ("kan"). Het hangt van de omstandigheden af of tot intrekking of wijziging wordt overgegaan. Zo zal niet iedere niet-nakoming van vergunningsvoorschriften leiden tot intrekking van de vergunning. Met name het rechtzekerheids- en het vertrouwensbeginsel beperken nogal eens de bevoegdheid tot wijziging en intrekking.
Als wordt overwogen de vergunning of ontheffing in te trekken ofte wijzigen, worden belanghebbenden in de gelegenheid gesteld hun bedenkingen in te dienen (artikel 4:8 Awb).
Artikel 1:7Termijnen
Artikel 1:7 bepaalt dat de vergunning of ontheffing in beginsel voor onbepaalde tijd geldt. Dit vloeit mede voort uit artikel 11 van de Dienstenrichtlijn, dat stelt dat vergunningen geen beperkte geldingsduur mogen hebben, tenzij: a. de vergunning automatisch wordt verlengd of alleen afhankelijk is van de voortdurende vervulling van de voorwaarden; b. het aantal beschikbare vergunningen beperkt is door een dwingende reden van algemeen belang; c. een beperkte duur gerechtvaardigd is om een dwingende reden van algemeen belang.
Over punt b: Uit Europese Dienstenrichtlijn volgt dat een vergunning in beginsel voor onbepaalde tijd geldt. Maar wanneer het aantal vergunning logischerwijs beperkt is, bijvoorbeeld omdat de gemeente geen onbeperkt grondgebied heeft, mag de markt juist niet gesloten blijven voor nieuwe aanbieders omdat de bestaande aanbieders voor onbepaalde tijd alle beschikbare vergunningen in handen hebben. In dat geval moet geregeld een transparante en onpartijdige "herverdeling" van de schaarse vergunningen worden georganiseerd.
Over punt c: Als gemeenten een vergunning voor bepaalde tijd verlenen, moeten zij beargumenteren waarom deze beperking nodig is en de evenredigheidstoets kan doorstaan. Sommige vergunningen lenen zich uit de aard alleen voor verlening voor bepaalde tijd. Dit is bijvoorbeeld het geval bij een evenementenvergunning of een standplaatsvergunning voor een oliebollenkraam rond de jaarwisseling.
Artikel 1:6 bepaalt dat bij gewijzigde omstandigheden de vergunning kan worden gewijzigd of ingetrokken. Het ligt ook daarom in de rede dat een vergunning voor onbepaalde duur blijft gelden indien de omstandigheden niet wijzigen. Pas bij gewijzigde omstandigheden dient de vergunning opnieuw te worden bezien. Ook daarbij wordt rekening gehouden met de noodzaak- en proportionaliteitseis. Bij geringe wijziging van omstandigheden die geen gevolgen hebben voor het algemeen belang, kan de vergunning niet worden gewijzigd of ingetrokken. De noodzaak daarvoor ontbreekt.
Tweede lid Uit ABRvS 02-11-2016, ECLI:NL:RVS:2016:2927, blijkt dat schaarse vergunningen zich naar hun aard niet lenen voor verlening voor onbepaalde tijd omdat dat zich niet met het formele gelijkheidsbeginsel, waarin tevens een beginsel van gelijke kansen besloten ligt. Het voor onbepaalde tijd verlenen van schaarse vergunningen (meer aanvragers dan beschikbare vergunningen) kan immers tot gevolg hebben dat de markt voor nieuwe aanbieders feitelijk ontoegankelijk wordt. Met dit tweede lid wordt duidelijk gemaakt dat schaarse vergunningen in ieder geval moeten worden aangemerkt als vergunningen die zich naar hun aard niet lenen voor verlening voor onbepaalde tijd.
Artikel 1:8Weigeringsgronden
Vergunningstelsels zijn in de APV als volgt geformuleerd: een verbodsbepaling om een bepaalde activiteit te verrichten behoudens vergunning. In artikel 1:8 zijn de algemene gronden voor het weigeren van een vergunning opgenomen. Alleen als er voor een vergunning andere weigeringsgronden gelden dan de in artikel 1:8 genoemde, worden die in het betreffende artikel genoemd.
Overlast (openbare orde) Vanouds is de APV een openbare orde en overlast-verordening. Het begrip 'overlast' komt in het EGrecht bij de toetsing van uitzonderingen op het vrij verkeer niet voor. Ook de Dienstenrichtlijn spreekt niet over overlast. Het milieubegrip omvat echter alle soorten van overlast die gerelateerd zijn aan de omgeving/het milieu. Te denken valt aan geluidsoverlast, geurhinder, overlast veroorzaakt door stof, afval e.d. Overlast, veroorzaakt door vuurwerk, valt eveneens onder bescherming van het milieu of zelfs gezondheid.
Verkeersveiligheid (openbare veiligheid) De verkeersveiligheid valt aan te merken als een dwingende reden van algemeen belang als bedoeld in artikel 9 van de Dienstenrichtlijn (rule of reason). Maar ook is er sprake van een belang dat te scharen valt onder de volksgezondheid, als het voorkomen van verkeersslachtoffers het te beschermen belang betreft.
Veilligheid van personen en gezondheid (volksgezondheid)