Nadere regels subsidies gemeente GroningenHET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN GRONINGEN; (BD 11.2583046); Gezien het voorstel 18 april 2011; ’Gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 3 van de Algemene subsidieverordening gemeente Groningen; BESLUIT: de Nadere regels subsidies gemeente Groningen vast te stellen. Wijzingen en inhoudsopgave Deel1– Algemeen Paragraaf 1.1 Indieningsvereisten en procedureregels Artikel1Begripsbepalingen In aanvulling op de begripsbepalingen die zijn opgenomen in de ASV wordt voor de toepassing van deze nadere regels verstaan onder: Verplicht subsidiedocument: een document dat alle gegevens bevat die vereist zijn voor een zorgvuldige beoordeling van de aanvraag voor subsidieverlening of subsidievaststelling en waarvan de indiening verplicht is gesteld op grond van de wet, de Algemene subsidieverordening gemeente Groningen of bij beschikking tot subsidieverlening of beschikking tot subsidievaststelling. Indieningsdatum: de uiterste datum waarop een verplicht subsidie-document moet zijn ingediend. De Algemene termijnenwet is van toepassing. Tijdige indiening: een verplicht subsidiedocument is tijdig ingediend als het voor de uiterste indieningsdatum door het college is ontvangen. Bij verzending per post is een verplicht subsidiedocument tijdig ingediend als het voor de uiterste indieningsdatum ter post is bezorgd, mits het niet langer dan een week na de uiterste indieningsdatum is ontvangen. Uitstelverzoek: een verzoek om uitstel voor het indienen van een verplicht subsidiedocument. Artikel2Indieningsvereisten 1.Als een aanvraag om een jaarlijkse subsidie niet voor de uiterste indieningsdatum is ingediend, stelt het college de aanvrager eenmaal in de gelegenheid de aanvraag alsnog in te dienen. Het college stelt daarvoor een uiterste datum voor welke de aanvraag moet zijn ingediend. 2. Het college neemt te laat ingediende aanvragen om subsidieverlening niet in behandeling tenzij de aanvrager aannemelijk maakt dat sprake is van overmacht, ter beoordeling door het college. 3. Als een verplicht subsidiedocument tijdig maar onvolledig is ingediend, stelt het college de aanvrager eenmaal in de gelegenheid om dit aan te vullen. Het college stelt daarvoor een uiterste datum, voor welke de aanvulling moet zijn ingediend. De beslistermijn schort op voor de duur van de gestelde termijn. Indien bij de toepassing van deze nadere regels de datum van binnenkomst van de aanvraag een rol speelt, geldt als datum van indiening de datum waarop de volledige of de volledig gemaakte aanvraag is binnengekomen. 4. Als een subsidieaanvrager niet in staat is een verplicht subsidiedocument tijdig in te dienen wegens omstandigheden die het college zijn aan te rekenen dan zal het college de indieningsdatum opschorten. De opschorting eindigt zodra de hiervoor bedoelde omstandigheden zich niet meer voordoen. Het college maakt de opschorting van de indieningsdatum schriftelijk aan de subsidieaanvrager of -ontvanger bekend. 5. Als de in lid 3 bedoelde uiterste termijn ongebruikt is verstreken, doet het college schriftelijk mededeling van die constatering en stelt zij de aanvrager op de hoogte van de consequenties van dit verzuim. Dit kan zijn: de aanvraag buiten behandeling stellen; subsidie ambtshalve vaststellen. 6. Zodra drie maanden zijn verstreken sinds de dag waarop het college het verzuim als bedoeld in lid 3 van dit artikel heeft vastgesteld, kan het college de subsidieverlening intrekken of ambtelijk vaststellen. Artikel3Uitstelverzoeken 1.Een aanvrager kan eenmalig een uitstelverzoek indienen voor maximaal acht weken. Dit kan schriftelijk of langs elektronische weg. 2.Het college weigert een uitstelverzoek als: dit onbevoegd is ingediend; dit later is ingediend dan 2 weken voor voor de uiterste indieningsdatum tenzij er sprake is van overmacht of zwaarwichtige redenen, in welk geval een kortere termijn dan twee weken aanvaardbaar is; dit naar het oordeel van het college niet is voorzien van een deugdelijke motivering. 3.Het college beslist schriftelijk zo spoedig mogelijk op een uitstelverzoek doch uiterlijk binnen twee weken na ontvangst daarvan. Artikel4 Ontheffing tussenrapportage In afwijking van het bepaalde in artikel 6 lid 1 onder c van de ASV behoeven subsidieontvangers uit de volgende categorieën geen tussenrapportage in te dienen: Basissubsidie Amateur Kunst; Subsidies voor accommodaties; Subsidies voor wijkorganisaties; Subsidies lager dan € 10.000,- in welk geval de subsidieverlening en -vaststelling samenvallen. Artikelsgewijze toelichtingAlgemeenMet het oog op de voortgang van het subsidieproces gelden er nadere regels rond de indiening van subsidiedocumenten. Subsidiedocumenten zijn aanvragen om subsidieverlening of subsidievaststelling, tussentijdse rapportages en eventuele andere verplicht gestelde documenten. Het gaat hier niet zozeer om aanscherping van onze huidige handelwijze maar om verduidelijking en om de codificatie van een al langere tijd gebruikelijke gedragslijn. Het doel is om verduidelijking en uniformiteit van de aanvraag- en verantwoordingsprocedure te bereiken. Artikel 1. BegripsbepalingenVerplicht subsidiedocumentEen verplicht subsidiedocument is een document dat essentieel is voor het nemen van een deugdelijk subsidiebesluit. Dat zijn een aanvraag om subsidieverlening, een tussentijdse rapportage waarvan de indiening bij verordening, nadere regel of bij beschikking verplicht is gesteld of een aanvraag om subsidievaststelling. Als aan een aanvraag om subsidieverlening een belangrijk onderdeel ontbreekt, zoals een Wnt-verklaring of een activiteitenplan, dan beschouwt het college de indiening als onvolledig. Hetzelfde geldt als aan een aanvraag om subsidievaststelling bijvoorbeeld het activiteitenverslag of de accountantsverklaring ontbreekt. Ook dan beschouwt het college dit subsidiedocument als onvolledig. De bepalingen uit artikel 2 zijn dan van toepassing. Tijdige indieningMet de hier gekozen formulering sluiten we aan bij artikel 6:9 Awb. Dit artikel heeft echter betrekking op de indiening van bezwaar- of beroepschriften. Met betrekking tot de tijdige indiening van aanvragen om subsidieverlening of -vaststelling of andere verplichte subsidiedocumenten ontbreken bepalingen in de Awb. De Algemene termijnenwet is van toepassing. Dat houdt in dat een gestelde termijn die eindigt op een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag wordt verlengd tot de eerste dag die geen zaterdag, zondag of een algemeen erkende feestdag is. Artikel 2. IndieningsvereistenHet college sluit met de formulering van dit artikel aan bij artikel 6:11 Awb. Als na de herinnering een aanvraag om subsidieverlening niet of te laat wordt ingediend, kan het college besluiten om die aanvraag niet te behandelen. Er wordt dan geen subsidie verstrekt. Analoog hieraan zal het college een subsidieaanvraag niet buiten behandeling stellen vanwege te late indiening als het college van mening is dat de aanvrager redelijkerwijs niet in verzuim is. Is een verplicht gestelde tussentijdse rapportage of een aanvraag om subsidievaststelling onvolledig ingediend, dan stelt het college de subsidieontvanger eenmaal schriftelijk in de gelegenheid de rapportage en/of de aanvraag om subsidievaststelling aan te vullen en stelt daarbij een uiterste termijn binnen welke de aanvulling in bezit moet zijn van het college. De onvolledigheid kan een document betreffen, zoals een accountants- of een Wnt-verklaring, maar het kan ook gaan om de vereiste rechtsgeldige ondertekening of een cruciaal onderdeel van de begroting of van een financieel verslag. Als de gestelde uiterste termijn ongebruikt is verstreken dan zendt het college een brief waarin het verzuim wordt geconstateerd. Artikel 3. UitstelverzoekenUit de motivering van het uitstelverzoek moet blijken dat een tijdige indiening van een verplicht subsidiedocument voor de subsidieontvanger respectievelijk de subsidieaanvrager onmogelijk is en dat het college op grond van de aangevoerde reden redelijkerwijs niet tot het oordeel kan komen dat de aanvrager in verzuim is. Artikel 3 lid 3 - Beslissing op uitstelverzoekenHet college beslist binnen 14 dagen na ontvangst van een uitstelverzoek of dit wordt ingewilligd. Gebeurt dat niet op tijd dan kan de aanvrager het college met een beroep op de Wet dwangsommen bij niet tijdig beslissen in gebreke stellen. Het college heeft dan maximaal 14 dagen de gelegenheid om het besluit alsnog te nemen. Gebeurt dat niet binnen die termijn dan verbeurt het college een dwangsom overeenkomstig artikel 4:17 Awb. Als het college een uitstelverzoek weigert, handhaaft het college de geldende indieningstermijnen. Paragraaf 1.2 Risicoprofiel en fonds subsidies gemeente Groningen Artikel 5 Samenwerkingspartner en fonds subsidies gemeente Groningen 1. Ter nadere invulling van artikel 20 lid 2 van de ASV kan het college in het kader van de beoordeling van de subsidievaststelling toestaan dat een instelling het behaalde resultaat op door de gemeente verleende subsidie(
- s)mag doteren aan het eigen vermogen. De gemeente beoogt hiermee te voorzien in de risico’s in de bedrijfsvoering en draagt hiermee bij in de continuïteit van de relatie. 2. Deze regeling is voorbehouden aan relaties/instellingen waarmee een langdurige(
- r)subsidierelatie bestaat dan wel wordt beoogd, zijnde een zogeheten samenwerkingspartner, die: gedurende tenminste 3 opeenvolgende kalenderjaren een subsidie heeft ontvangen van tenminste € 100.000,- waarbij voor bestaande relaties geldt dat in deze jaren is voldaan aan de verplichtingen zoals opgenomen in artikel 17 lid 3 of lid 5 van de ASV; en bij welke het aandeel van de gemeentelijke subsidie in het totaal van de baten in de geconsolideerde jaarrekening tenminste 25% en maximaal 75% bedraagt. 3. Dotaties aan het weerstandsvermogen zijn uitsluitend met instemming van het college mogelijk in het “fonds subsidies gemeente Groningen”. Wij definiëren dit fonds zoals bedoeld in richtlijn 640 inzake de verslaglegging van organisaties zonder winststreven. Wij stellen tenzij anders overeengekomen geen beperkingen aan de hoogte van de jaarlijkse dotatie anders dan dat deze uitsluitend mogelijk zijn indien het totale beschikbare weerstandsvermogen lager is dan het totaal van het vastgestelde risicoprofiel. Artikel 6 Risicoprofiel en weerstandsvermogen 1. Toepassing van bovenstaand artikel kan alleen plaatsvinden op basis van een door het college vastgesteld risicoprofiel. In dit door de samenwerkingspartner op te stellen document is kwalitatief beschreven en cijfermatig in relatie tot het beschikbare weerstandsvermogen uitgewerkt: welke risico’s er mogelijk zijn; wat de kansen van intreding zijn; en wat de mogelijke impact per omschreven risico is als deze zich daadwerkelijk voordoet. Het gemeentelijke risico kan nooit hoger zijn dan de jaarlijkse subsidie. Het college treedt zo nodig in overleg met de instelling over het aangeleverde risicoprofiel. 2. Het weerstandsvermogen wordt gedefinieerd zoals omschreven in artikel 373 boek 2 BW vermeerderd met de bestemmingsfondsen (voor zover het hier geen toekomstige uitvoeringsverplichtingen betreffen) en de voorzieningen voor zover betrekking hebbende op personeel, zoals o.a. ziekte en reorganisatie. 3. Als subsidiabel risico wordt in ieder geval aangemerkt voor een periode van 12 maanden de in de tariefstelling begrepen overhead. 4. Als niet subsidiabele risico’s worden in ieder geval benoemd: directe uitvoeringskosten personeel als gevolg van reorganisatie; risico’s op niet door de gemeente gesubsidieerde activiteiten; inhaalafschrijvingen als gevolg van het beëindigen van de subsidie activiteit. 5. Instellingen die een beroep doen op de relevante bepalingen zoals bovenstaand, dienen dat verzoek gelijktijdig met de aanlevering van het risicoprofiel te doen bij de jaarlijkse tussenrapportage over desbetreffend subsidiejaar. Later ingediende verzoeken worden betrokken bij de vaststelling van de subsidie in het volgende kalenderjaar. 6. De beoordeling van bovenstaand verzoek vindt plaats in het kader van de subsidievaststelling ingevolgde de artikelen 17 en 18 van de ASV. 7. Een voorstel van de instelling om een onttrekking te doen aan het fonds subsidies gemeente Groningen vereist toestemming van het college. 8. Bij beëindiging van de activiteiten en/of liquidatie van de instelling, dan wel indien het eigen vermogen tussentijds een zodanige hoogte heeft verkregen dat daarmee in de geformuleerde risico’s kan worden voorzien, valt het fonds subsidies gemeente Groningen ingevolge artikel 10 ASV geheel of gedeeltelijk toe aan de gemeente. Artikel 7 Bevoegdheid college en slotbepaling 1. In bijzondere gevallen kan het college gemotiveerd afwijken van de voorgaande bepalingen. 2. [vervallen] Deel 2– Sectoren en beleidsvelden Hoofdstuk1Werk en inkomen Paragraaf 1.1 Arbeidsmarktbeleid en maatschappelijke participatie Artikel1.1Subsidiabele activiteiten Het college kan subsidie verstrekken ten behoeve van: activiteiten die gericht zijn op de deelname aan het arbeidsproces dan wel op het verbeteren van de positie op de arbeidsmarkt van werklozen; activiteiten die gericht zijn op het voorkomen van werkloosheid; overige activiteiten die gericht zijn op het bevorderen van de maatschappelijke participatie van mensen die langdurig zijn aangewezen op een inkomen op minimumniveau. Artikel1.2Bijzonder bepalingen/verplichtingen 1.Een aanvraag om subsidieverlening voor activiteiten waarop ook een beroep is of zal worden gedaan op fondsen van de Europese Unie, is tijdig ingediend indien deze aanvraag vóór 15 november in het boekjaar voorafgaand aan het boekjaar waarin de activiteiten worden uitgevoerd, is ingediend. 2.Het college kan op een aanvraag als bedoeld in het eerste lid een besluit nemen onder de voorwaarde van subsidieverlening door of vanwege de Europese autoriteit overeenkomstig de betreffende aanvraag. 3.Het college kan in verband met een doelmatige verdeling van het beschikbare budget aan subsidieontvangers met gelijksoortige activiteiten de verplichting opleggen dat zij functioneel samenwerken en hun activiteiten op elkaar afstemmen. Artikel1.3Aanvullende weigeringsgronden Het college kan in aanvulling op artikel 9 van de Algemene subsidieverordening gemeente Groningen een subsidieaanvraag ook weigeren indien: de subsidieontvanger zich blijkens zijn statuten niet dan wel in onvoldoende mate inzet voor de bestrijding van de werkloosheid en/of de bevordering van de maatschappelijke participatie van mensen die langdurig zijn aangewezen op een inkomen op minimumniveau; de activiteiten leiden tot doorkruising van andere werkgelegenheidsbevorderende activiteiten; de activiteiten leiden tot onredelijke concurrentie jegens derden; de activiteiten niet arbeidsmarktrelevant zijn. Artikel 1.4 Subsidieplafond en verdelingsregels 1. Voor elk kalenderjaar is voor het subsidiëren van de activiteiten als bedoeld in artikel 1:2 het bedrag beschikbaar zoals dat in de begroting voor het betreffende kalenderjaar is vastgesteld. 2. Wanneer voor enig kalenderjaar het totaalbedrag van de aanvragen het bedrag als bedoeld in het eerste lid overschrijdt, worden de aanvragen toegekend op basis van de volgorde van binnenkomst bij het college. Toelichting bij hoofdstuk 1 Nadere regels subsidies gemeente GroningenParagraaf 1.1 Arbeidsmarktbeleid en maatschappelijke participatieArtikel 1:1 Subsidiabele activiteitenHet gaat in dit artikel hoofdzakelijk om activiteiten die duidelijk ten doel hebben de kansen van langdurig werklozen op de reguliere arbeidsmarkt te vergroten. Het kan hierbij gaan om werk-/leerprojecten maar ook om scholingstrajecten op allerlei niveaus. Uitgangspunt moet zijn dat er uiteindelijk voor de betrokken deelnemers aan de projecten betere kansen ontstaan op de reguliere arbeidsmarkt. Hiernaast kan het gaan om projecten die in het kader van arbeidsinschakeling een bijdrage leveren aan het vergroten van de maatschappelijke participatie van mensen die langdurig zijn aangewezen op een inkomen op minimumniveau. Artikel 1:2 Bijzondere bepalingen/verplichtingenIn het eerste en tweede lid gaat het in de praktijk om een beroep op het Europees Sociaal Fonds. De gemeente fungeert hierbij als doorgeefluik. De Europese regeling stelt hier als voorwaarde voor de verstrekking van een subsidie dat de gemeente ofwel het te subsidiëren project zelf uitvoert ofwel zich garant stelt voor de goede uitvoering van het te subsidiëren project. Artikel 1:3 Aanvullende weigeringsgrondenHet onder a gestelde heeft ten doel te voorkomen dat puur commerciële activiteiten worden gesubsidieerd. Onder b tot en met d worden in dit artikel situaties genoemd waarin subsidieverstrekking overbodig dan wel strijdig is met de doelstelling van werkloosheidsbestrijding. Om aanvragen hierop te kunnen beoordelen zal, indien nodig, extern nader advies worden ingewonnen. Gedacht kan worden aan het UWV voor wat betreft de arbeidsmarktrelevantie en bedrijfsorganisaties (voor de verschillende bedrijfstakken) als het gaat om het aspect van oneerlijke concurrentie. Paragraaf 1.2Armoedebeleid Onderstaande Nadere regel is gebaseerd op de Algemene subsidieverordening gemeente Groningen (ASV). Artikel1.5Subsidiabele activiteiten Het college kan subsidie verlenen aan instellingen die in belangrijke mate en effectief, daar waar nodig op een innoverende wijze, een bijdrage leveren aan het doorbreken van de armoede-overdracht van ouder op kind. Daarnaast kan subsidie worden verleend voor activiteiten die eraan bijdragen dat een bredere doelgroep met een laag inkomen kan meedoen in de samenleving, een betere kwaliteit van leven kan hebben en/of stappen kan zetten naar het voorkomen of oplossen van (dreigende) armoede. Ook kunnen te subsidiëren initiatieven bijdragen aan een betere herkenning van armoede in de samenleving of het doorbreken van het taboe erop. Artikel1:6 Doelgroep Personen met een inkomen tot 120% van de geldende bijstandsnorm en/of die in traject zijn bij of gebruik maken van de schuldhulpverlening van de Groningse Kredietbank (GKB), te weten: gezinnen met kinderen tot 18 jaar jongvolwassenen tot en met 23 jaar volwassenen zonder kinderen vanaf 24 jaar Artikel1:7 Subsidie per activiteit De subsidie voor de onder 1. genoemde activiteiten bedraagt maximaal 100% van de noodzakelijke kosten. Artikel1:8 Bijzondere bepalingen/verplichtingen Met betrekking tot de inhoud van de activiteiten zijn de volgende bepalingen van toepassing: plannen voor activiteiten worden altijd samen met ervaringsdeskundigen gemaakt. Daar waar het gaat om activiteiten voor kinderen worden kinderen én hun ouders betrokken. waar mogelijk is sprake van samenwerking/ coalitievorming/verbinding met andere (maatschappelijke) partijen plaats te vinden, zodat in gezamenlijkheid een groter resultaat bereikt wordt; de activiteiten worden regelmatig geëvalueerd met mensen uit de doelgroep. Daar waar het gaat om activiteiten voor kinderen worden kinderen én hun ouders betrokken. de activiteiten verantwoord zijn in het licht van de benodigde investering (menskracht en geld). Het project/programma, initiatief of de te subsidiëren aanpak is of draagt zoveel mogelijk bij aan: inzet vanuit de samenleving voor mensen in armoede. een totaal aan activiteiten en voorzieningen die elkaar aanvullen, versterken en/of versnellen. herkenning van armoede binnen de samenleving en de verbinding naar ‘een volgende stap’. laagdrempeligheid en toegankelijkheid door de wijze van bejegening, een zo eenvoudig mogelijke inrichting en het niet botsen met andere projecten of regels. mensgerichtheid en ruimte voor maatwerk. het daadwerkelijk verzachten of wegnemen van barrières zodat de persoon de regie op het leven kan versterken of terugkrijgen. ondersteuning of aandacht die zolang duurt als de persoon dit nodig heeft zodat de persoon niet terugvalt. Artikel1:9 Beoordeling aanvragen Bij de beoordeling van een subsidieaanvraag weegt het college, indachtig de volgorde bepaling van de doelgroep, de onder a. tot en met k. genoemde onderdelen afzonderlijk dan wel in onderlinge samenhang beschouwd en de mate waarin de verschillende aanvragen invulling geven aan bedoelde activiteiten en geeft uitsluitsel daarover, die kan luiden: Komt in aanmerking voor subsidieverlening. Komt eerst niet aanmerking voor subsidie, wordt in gelegenheid gesteld om aanvraag aan te vullen. Komt niet in aanmerking voor subsidie omdat door andere aanbieders voldoende wordt voorzien in de geboden activiteiten. Voldoet niet of onvoldoende aan de gestelde voorwaarden, komt niet in aanmerking voor subsidieverlening. Het college kan op grond van individuele en bijzondere omstandigheden hiervan afwijken. Artikel1.10Weigeringsgronden Het college weigert een aanvraag als de voorgenomen activiteit(
- en)van de aanvragende instelling niet toegankelijk is voor de gehele doelgroep; het gaat om leer-werktrajecten; het gaat om re-integratietrajecten; de activiteiten voor volwassenen niet kortdurend zijn. Aanvragen die niet tijdig zijn binnengekomen volgens de bepalingen van de Algemene subsidieverordening gemeente Groningen (ASV) worden geweigerd. Artikel1.11Subsidieplafond en verdelingsregels Voor de subsidiabele activiteiten in het kader van armoedebeleid wordt jaarlijks een subsidieplafond ingesteld. Ingeval de toegelaten instellingen (die aan de voorwaarden voldoen) gezamenlijk meer subsidie aanvragen dan er aan budget beschikbaar is, wordt de subsidie toebedeeld naar rato van het bedrag van de subsidieaanvraag. Paragraaf1.3Subsidieregeling voormalige vergoeding ouderbijdrage schoolfonds Artikel1.12Begripsbepalingen Schoolbestuur: Het eindverantwoordelijke orgaan voor de beslissingen die in verband met de school worden genomen over het onderwijs. Vrijwillige ouderbijdrage: een vrijwillige financiële bijdrage van ouders aan de school van hun kind. Het schoolbestuur stelt vast hoe hoog deze bijdrage is. Het schoolbestuur bepaalt ook waaraan de school de ouderbijdrage besteedt. Het geld wordt gebruikt voor activiteiten of materialen die niet bij het verplichte lesprogramma horen. Artikel1.13Doel van de regeling Het doel van de regeling is dat scholen (bekostiging gaat via de schoolbesturen) financieel tegemoet gekomen kunnen worden ter voorziening in de kosten van de zogeheten ontbrekende vrijwillige ouderbijdragen die ouders doorgaans betalen ten behoeve voor het schoolfonds voor hun kind die onderwijs volgt bij een onderwijsinstelling. Een en ander is erop gericht dat kinderen in die schooljaargang kunnen blijven meedoen aan diverse door de school te organiseren activiteiten, zoals onder meer geformuleerd in de desbetreffende bepalingen van de onderwijswetten (vgl. o.a. artikel 13 lid 1 onder e van Wet op Primair onderwijs en 24a lid 1 onder d Wet op het Voortgezet onderwijs). Tot en met schooljaar 2020/2021 kende de gemeente de Beleidsregels vergoeding ouderbijdrage Schoolfonds (VOS) op basis waarvan ouders met een minimum inkomen een vergoeding konden krijgen voor de betaling van de vrijwillige eigen bijdrage. Nieuwe wetgeving heeft bepaald dat kinderen van ouders niet mogen worden uitgesloten van activiteiten als de vrijwillige ouderbijdrage door de ouder niet wordt of kan worden betaald. De VOS is ingetrokken zodat individuele ouderaanvragen niet meer mogelijk zijn. De beschikbare middelen die aan onderhavige subsidieregeling zijn verbonden dienen als vervanging. De bedoelde gelden kunnen als subsidie worden verstrekt aan de verschillende schoolbesturen, waarbij verdeling en toedeling plaats vindt op basis van historische gegevens over de jaren 2017-2019, zoals die bij de gemeente bekend zijn. Artikel1.14Doelgroep Schoolbesturen waaronder de verschillende scholen vallen; de scholen zelf kunnen geen subsidie aanvragen of rechtstreeks ontvangen. Artikel1.15Subsidiabele kosten Het moet gaan om de inzet van middelen die zijn bedoeld (uit zogeheten categorie 4) voor extra activiteiten buiten het verplichte onderwijsprogramma, georganiseerd door het bevoegd gezag, waaronder: excursies, introductiekamp, kerstviering, bijles, huiswerkbegeleiding en examentraining en langdurige extra-curriculaire activiteiten zoals tweetalig onderwijs. Artikel1.16Subsidievoorwaarden 1.Ingeval van subsidietoekenning is het schoolbestuur gehouden om de ontvangen subsidie te verdelen onder hun scholen, een en ander als vervanging van de Vos-gelden. 2.De besturen verdelen de gelden onder hun scholen op basis van de historische gegevens. 3.In de verantwoordingsinformatie in verband met de subsidievaststelling geeft het bestuur naast de algemene verantwoordingsvoorwaarden van de ASV aan welke scholen hoeveel middelen dat jaar hebben ontvangen. Artikel1.17Aanvraagprocedure en besluitvorming 1.Aanvragen dienen tijdig conform de ASV te worden ingediend. 2.Schoolbesturen die reeds een subsidierelatie hebben uit andere hoofde, kunnen daarin de aanvraag samenvoegen, mits apart benoemd. 3.Voor het kalenderjaar 2022 kunnen aanvragen worden ingediend van 1 januari tot 1 maart 2022. Voor de kalenderjaren daarna geldt de aanvraagtermijn zoals vermeld in artikel 7 van de ASV. 4.Beoordeling van de aanvraag en toekenning van subsidie aan het schoolbestuur vindt plaats op basis van historische gegevens, zoals deze in de periode 2017-2019 onder de toepassing van de VOS door de gemeente zijn verzameld. 5.Ingeval van toekenning zal dat percentage en bijbehorend bedrag in de subsidie-verleningsbeschikking worden vermeld. Artikel1.18Subsidieplafond 1.Het subsidieplafond van deze regeling bedraagt € 142.500,-. 2.Voor aanvragers die niet in de historische gegevens zoals vermeld in voorgaand artikel zijn opgenomen is een bedrag van € 7.550,- beschikbaar. 3.Mocht het totaal van de subsidieaanvragen hoger zijn dan het subsidieplafond, wordt eerst beoordeeld op basis van de historische gegevens, zoals die bij de gemeente bekend zijn, en daarna op volgorde van binnenkomst. Artikel1:19Bevoegdheid college Het college kan in verband met bijzondere omstandigheden afwijken van voorgaande bepalingen. Hoofdstuk2Economie en werkgelegenheid Paragraaf 2.1Maatwerkadvies mkb Artikel2.1begripsbepaling In deze paragraaf gelden in aanvulling op de bepalingen in de ASV en de begripsbepalingen in deel 1 de volgende begripsbepalingen: Mkb onderneming: een natuurlijke persoon of een onderneming met rechtspersoonlijkheid die maximaal 250 medewerkers in loondienst heeft. Artikel 2.2Doel De subsidieregeling maatwerkadvies mkb heeft als doel om mkb ondernemingsactiviteiten op het gebied van bedrijfsontwikkeling, innovatie, strategisch HRM, impact ondernemen en digitalisering te stimuleren. Artikel2.3Doelgroep 1. Deze regeling staat uitsluitend open voor mkb ondernemingen. 2. Subsidie op grond van deze paragraaf dient ten goede te komen aan de vestiging van mkb ondernemingen die fysiek gevestigd zijn in de gemeente Groningen. Artikel2.4Subsidiabele activiteiten 1. Het college kan subsidie op grond van deze paragraaf verstrekken voor: het door een externe deskundige laten opstellen van een adviesplan. Dit adviesplan betreft bijvoorbeeld (maar niet uitsluitend) een financieringsplan, procesoptimalisatieplan, marketing & salesplan, bedrijfsplan of beleidsplan; de aanschaf van nieuwe producten, processen en diensten bij een externe leverancier voor digitalisering en/of ter ondersteuning van nieuwe verdienmodellen; het door een externe leverancier laten verbeteren van bestaande producten, diensten of processen door toepassen van digitalisering; het uitvoeren van een cybersecurity scan door een externe leverancier voor het versterken van digitale weerbaarheid. 2. Niet voor subsidie in aanmerking komende activiteiten: trainingen, workshops en opleidingen; abonnementen of licenties; de aanschaf van hardware; Search Engine Optimization en Search Engine Advertising; Webhostingkosten; kosten van uren van eigen werknemers; kosten die niet inzichtelijk gemaakt kunnen worden; kosten die reeds worden gefinancierd met andere subsidie(s). Artikel2.5Subsidie per activiteit 1. De hoogte van een te verstrekken subsidie bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 2500,- per aanvraag. Er kan maximaal een aanvraag per mkb onderneming worden gesubsidieerd. 2. Subsidies onder de €1000,- worden niet verstrekt. Artikel2.6Procedurele bepalingen 1. Voor de aanvraag dient gebruik te worden gemaakt van het door het college vastgestelde formulier, te vinden op de gemeentelijke website. 2. Bij het aanvraagformulier dient het volgende worden bijgesloten: de offerte van een externe adviespartij. Hieruit blijkt dat de eigen bijdrage aan de subsidiabele kosten minimaal 50% bedraagt; een KVK uittreksel; een kopie van een bankafschrift met daarop het zakelijke rekeningnummer. 3. De aanvraag voor de subsidie kan met ingang van 1 augustus tot en met 15 december 2023 worden ingediend. 4. De subsidie wordt, indien toegekend, direct vastgesteld. Artikel2.7Bijzondere bepalingen/verplichtingen De ontvanger van de subsidie is verplicht om: de activiteit conform de aanvraag uit te voeren; uiterlijk binnen 3 maanden na de verstrekking van de subsidie zijn gestart met de activiteit; uiterlijk binnen 12 maanden na verstrekking van de subsidie de activiteit te hebben gerealiseerd; desgevraagd aan te tonen dat de activiteit conform de aanvraag heeft plaatsgevonden door middel van een factuur met betalingsbewijs; schriftelijk een melding te doen wanneer er (deels) niet aan de verplichtingen voldaan kan worden. Artikel2.8Aanvullende weigeringsgronden 1. Het college weigert de subsidie: de aanvraag, of de activiteit waarvoor de subsidie is aangevraagd, niet in overeenstemming is met het bepaalde in deze regeling; er al andere subsidies zijn verleend voor de activiteiten bedoeld in deze paragraaf in 2023 of volgende jaren; de subsidie minder bedraagt dan €1000; de vestiging waarvoor de subsidie wordt aangevraagd niet gevestigd is in de gemeente Groningen; de aanvraag geen mkb onderneming betreft; de aanvrager in het kader van haar bedrijfsactiviteiten alleen een online winkel exploiteert zonder ook over een fysieke vestiging in de gemeente Groningen te beschikken; de ingehuurde externe deskundige niet staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel; de ingehuurde externe deskundige een moeder-, dochter- of zusteronderneming is van de aanvrager; de ingehuurde externe deskundige eerste- of tweedegraads familie is van de aanvrager. 2. Het college kan de subsidie weigeren indien ter zake van de kosten een (financiële) verplichting is aangegaan voordat het college de aanvraag heeft ontvangen. Artikel2.9 Subsidieplafond en verdeelregels 1. De hoogte van deze regeling bedraagt € 468.000,- voor het tijdvak 2023. 2. Als het totaal van de subsidieaanvragen hoger is dan het beschikbare (deel)budget, dan wordt dat (deel)budget over de op tijd ingediende en complete aanvragen verdeeld op volgorde van binnenkomst. Paragraaf 2.2Energiebesparing mkb Artikel2:10 Begripsbepaling In deze paragraaf gelden in aanvulling op de bepalingen in de ASV en de begripsbepalingen in deel 1 de volgende begripsbepalingen: Mkb-onderneming: een natuurlijke persoon of een onderneming met rechtspersoonlijkheid die maximaal 250 medewerkers in loondienst heeft. Artikel 2:11 Doel De subsidie op grond van deze paragraaf (Energiebesparing mkb) heeft als doel om mkb-ondernemingen minder energie te laten verbruiken. Artikel 2:12 Doelgroep 1. Subsidie op grond van deze paragraaf staat uitsluitend open voor mkb-ondernemingen met een elektriciteitsverbruik van maximaal 15000 kWh en een gasverbruik van maximaal 15000 m3. 2. Subsidie op grond van deze paragraaf dient ten goede te komen aan de vestiging van mkb-ondernemingen die fysiek gevestigd zijn in de gemeente Groningen en gehuisvest zijn in een bedrijfspand. Artikel 2:13 Subsidiabele activiteiten Het college kan subsidie op grond van deze paragraaf verstrekken voor: Het aanschaffen van energiebesparende producten of het gebruik maken van een door de gemeente aangewezen dienstverlenende partij om op het vestigingsadres van de mkb-onderneming kleine energiebesparende maatregelen uit te voeren. Artikel 2:14 Subsidie per activiteit 1. De subsidie bedoeld onder artikel 2.13 onder 1. bedraagt maximaal € 300,- euro per aanvraag. 2. De hoogte van de subsidie bedoeld onder artikel 2.13 onder 2. heeft een tegenwaarde die gelijk is aan de kosten van de inzet van de door de gemeente aangewezen dienstverlenende partij, vermeerderd met de ter plaatse aangewende producten. De tegenwaarde bedraagt in totaal maximaal € 300,-. Artikel2:15 Procedurele bepalingen 1. De aanvraag voor de subsidie kan vanaf 1 oktober 2023 tot en met 31 december 2023 worden ingediend. 2. De subsidie wordt, indien toegekend, direct vastgesteld. 3. In afwijking van artikel 6 eerste lid aanhef ASV wordt een aanvraag voor subsidie op grond van deze paragraaf ingediend via de app ‘Groningen Werkt Slim’. 4. Aanvragen die op een andere wijze worden ingediend, worden niet in behandeling genomen. 5. Ondernemers die geen toegang gekregen hebben tot de GWS-app, maar wel denken aanspraak te kunnen maken op de subsidie, kunnen een verzoek daartoe doen op https://groningenwerktslim.app/. Op deze website is tevens alle informatie over de regeling te vinden. 6. De mkb-ondernemer kan slechts gebruik maken van 1 (één) activiteit, te weten de activiteit genoemd onder 2:13 onder 1. of de activiteit genoemd onder 2:13 onder 2. 7. De mkb-ondernemer krijgt de subsidie niet in geld uitbetaald maar ontvangt via de app een digitaal tegoed. 8. De mkb-ondernemer kan slechts 1 maal gebruik maken van deze regeling. 9. De toekenning van dit digitale tegoed geldt als de beschikking subsidievaststelling zoals bedoeld in artikel 17 derde lid ASV. 10. Het digitale tegoed is uitsluitend inwisselbaar voor gebouwgebonden energiebesparende artikelen bij de bij deze regeling aangesloten bouwmarkten en winkels respectievelijk voor de dienstverlening en producten van de door de gemeente aangewezen partij. 11. Bij een keuze voor een subsidie op grond van artikel 2:13 onder 2. accepteert de aanvrager dat de energiebesparende artikelen uitsluitend worden verstrekt als deze ook ter plekke worden geplaatst of geïnstalleerd door de door de gemeente aangewezen partij. Artikel 2:16 Bijzondere bepalingen/verplichtingen 1. Op grond van deze regeling is uitsluitend het aanschaffen van energiebesparende artikelen toegestaan. Hierop kan steekproefsgewijs worden gecontroleerd. 2. De aanvrager zal ervoor zorgdragen dat het pand en de plaatsen waarvoor de energiebesparende artikelen zijn bedoeld toegankelijk zijn voor de medewerkers van de door de gemeente aangewezen partij. 3. In het geval van een keuze voor de activiteit als bedoeld in artikel 2:13 onder 2. vervalt de subsidie indien door toedoen of nalatigheid van de aanvrager voor de tweede keer een afspraak op het afgesproken tijdstip geen doorgang kan vinden, of de plaatsing van de energiebesparende artikelen niet mogelijk is, om welke reden ook. 4. De ontvanger van de subsidie is verplicht om: de activiteit conform de aanvraag uit te voeren en/of mogelijk te maken; uiterlijk 31 januari 2024 het digitale tegoed te hebben ingewisseld. 5. Digitale tegoeden die niet voor 1 februari 2024 zijn ingewisseld, komen te vervallen. Artikel2:17 Aanvullende weigeringsgronden In aanvulling op de weigeringsgronden genoemd in artikel 9 ASV, weigert het college de subsidie indien: de aanvraag, of de activiteit waarvoor de subsidie is aangevraagd, niet in overeenstemming is met het bepaalde in deze paragraaf; er al eerder subsidie is verleend voor de activiteiten bedoeld in deze paragraaf in 2023 of 2024; de vestiging waarvoor de subsidie wordt aangevraagd niet gelegen is in de gemeente Groningen; de aanvraag geen mkb-onderneming betreft. Artikel 2:18 Subsidieplafond en verdeelregels 1. het subsidieplafond voor de subsidie op grond van deze paragraaf bedraagt € 210.000- voor het tijdvak 1 oktober 2023 tot en met 31 december 2023. 2. Als het totaal van de subsidieaanvragen hoger is dan het beschikbare (deel)budget, dan wordt dat (deel)budget over de op tijd ingediende en complete aanvragen verdeeld op basis van volgorde van binnenkomst. Paragraaf 2.3 Specialistisch Energie Advies Bedrijven Artikel2.19 Begripsbepaling In deze paragraaf gelden in aanvulling op de bepalingen in de ASV en de begripsbepalingen in deel 1 de volgende begripsbepalingen: Bedrijf: een actieve onderneming met rechtspersoonlijkheid welke ingeschreven staat bij de Kamer van Koophandel. Artikel2.20 Doel De subsidie als bedoeld in deze paragraaf heeft als doel om bedrijven binnen de gemeente Groningen (financieel) inzicht te geven in de haalbaarheid van CO2 beperkende maatregelen door bij te dragen in de kosten van specifieke onderzoeken. De focus ligt daarbij op het MKB. Het gaat hierbij om maatregelen die bijdragen aan de beleidsdoelstellingen van de gemeente en niet genoemd worden in de Erkende Maatregelen Lijst (EML) zoals gepubliceerd in de Staatscourant op 8 juni 2023. Artikel 2.21 Doelgroep 1. Deze regeling staat uitsluitend open voor bedrijven met een verbruik van minimaal 15000 m3 aardgas en/of 15000 kWh elektriciteit. 2.Subsidie op grond van deze paragraaf dient ten goede te komen aan 1 (één) vestiging van een bedrijf dat fysiek gevestigd is in de gemeente Groningen. Artikel 2.22 Subsidiabele activiteiten 1. Het college kan subsidie op grond van deze paragraaf verstrekken voor het door een regionaal, extern deskundige laten opstellen van een adviesplan. Dit adviesplan betreft in ieder geval een optimaliseringsplan aangaande de beperking van CO2 uitstoot en een investeringsplan inclusief terugverdientijd. Het gaat daarbij om de volgende onderzoeken: onderzoek naar mogelijkheden voor zonthermie; onderzoek naar het delen van proceswarmte; onderzoek in de overstap naar CO2 koeling inclusief restwarmte; onderzoek naar het verhogen van de energie efficiëntie binnen een bedrijf; onderzoek naar de vervanging van gasgestookte installaties naar elektrische installaties; onderzoek naar andere specialistische, bedrijfsgebonden CO2 besparingsmogelijkheden. 2. Niet voor subsidie in aanmerking komende activiteiten: de aanschaf van materialen of producten; abonnementen of licenties; de aanschaf van hardware; kosten van uren van eigen werknemers; kosten die niet inzichtelijk gemaakt kunnen worden; kosten die reeds worden gefinancierd met andere subsidie(s). Artikel 2.23 Subsidie per activiteit 1. De hoogte van de subsidie bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 7500,- per aanvraag. Een bedrijf kan maximaal 1 (één) maal gebruik maken van deze regeling. 2.Subsidies onder de € 1000,- worden niet verstrekt. Artikel 2.24 Procedurele bepalingen 1. Voor de aanvraag dient gebruik te worden gemaakt van het door het college vastgestelde formulier, digitaal op te vragen via gws.app@groningen.nl 2.Bij het aanvraagformulier dient het volgende worden bijgesloten: de offerte van een externe, regionale adviespartij. Hieruit blijkt dat de eigen bijdrage aan de subsidiabele kosten minimaal 50% bedraagt; een KVK uittreksel van maximaal 3 maanden oud; een kopie van een bankafschrift met daarop het zakelijke rekeningnummer; een kopie van de meest recente jaarafrekening energie (gas/elektriciteit). 3. De aanvraag voor de subsidie moet uiterlijk 31 december 2024 worden ingediend. 4.De subsidie wordt tot en met een bedrag van € 5000,- direct vastgesteld. Subsidies hoger dan € 5000,- worden vastgesteld na overlegging van een factuur. Artikel 2.25 Bijzondere bepalingen/verplichtingen De ontvanger van de subsidie is verplicht om: de activiteit conform de aanvraag uit te voeren; het onderzoek dient uitgevoerd te worden door een partij gevestigd in Friesland, Groningen of Drenthe. Uitzonderingen zijn alleen mogelijk na schriftelijke toestemming van de gemeente. uiterlijk binnen drie maanden na de verstrekking van de subsidie zijn gestart met de activiteit; uiterlijk binnen twaalf maanden na verstrekking van de subsidie de activiteit te hebben gerealiseerd; desgevraagd aan te tonen dat de activiteit conform de aanvraag heeft plaatsgevonden door middel van een factuur met betalingsbewijs; schriftelijk een melding te doen wanneer er (deels) niet aan de verplichtingen voldaan kan worden. Artikel 2.26 Aanvullende weigeringsgronden 1. Het college weigert de subsidie: de aanvraag, of de activiteit waarvoor de subsidie is aangevraagd, niet in overeenstemming is met het bepaalde in deze regeling; er al andere subsidies zijn verleend voor de activiteiten bedoeld in deze paragraaf in 2023 of volgende jaren; de subsidie minder bedraagt dan € 1000,-; de vestiging van het bedrijf waarvoor de subsidie wordt aangevraagd niet gevestigd is in de gemeente Groningen; de aanvraag geen formele onderneming of organisatie betreft; de ingehuurde externe deskundige niet staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel als zodanig; de ingehuurde externe deskundige een moeder-, dochter- of zusteronderneming is van de aanvrager; de ingehuurde externe deskundige eerste- of tweedegraads familie is van de aanvrager; de ingehuurde externe deskundige is niet gevestigd in de provincie Friesland, Groningen of Drenthe 2. Het college kan de subsidie weigeren indien ter zake van de kosten een (financiële) verplichting is aangegaan voordat het college de aanvraag heeft beoordeeld. Artikel 2.27 Subsidieplafond en verdeelregels 1. Het subsidieplafond van deze paragraaf bedraagt € 100.000,- voor het tijdvak 1 oktober 2023 tot en met 31 december 2024. 2.Als het totaal van de subsidieaanvragen hoger is dan het beschikbare (deel)budget, dan wordt dat (deel)budget over de op tijd ingediende en complete aanvragen verdeeld op volgorde van binnenkomst. Paragraaf 2.4 Subsidieregeling energiezuinig en duurzaam warm buiten zitten horeca Artikel 2:28 begripsbepaling In deze paragraaf gelden in aanvulling op de bepalingen in de ASV en de begripsbepalingen in deel 1 de volgende begripsbepalingen: De-minimisverordening: de Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) op de-minimissteun, Pb EU L 352/9 van 24 december 2013; erkende installateur: vakbekwame installateur die is aangesloten bij de branchevereniging Techniek Nederland dan wel een andere branchevereniging; horecaonderneming: onderneming die volgens de registratie bij de Kamer van Koophandel valt onder een van de volgende SBl-codes: 55.10.1 Hotel-restaurants; 56.1 Restaurants, cafetaria's en dergelijke; 56.10 Restaurants, cafetaria's en dergelijke en ijssalons; 56.10.1 Restaurants; 56.10.2 Cafetaria's, lunchrooms, snackbars, ijssalons, eetkramen en dergelijke; 56.3 Cafés. warmtekussen: energiezuinige terrasverwarming in de vorm van warmtekussens, die elektrisch opgeladen kunnen worden. Warmtedeken: energiezuinige terrasverwarming in de vorm van warmtedeken, die elektrisch opgeladen kunnen worden. Deken: dekens die geschikt zijn om buiten te gebruiken ter vervanging van terrasheaters. Terrasheater: een terrasverwarmer (op gas of elektriciteit) in een staande of hangende variant, die het lichaam via de lucht verwarmt en niet rechtstreeks. Artikel 2:29 Doel De subsidie heeft tot doel ondernemers te stimuleren die energiezuinige en duurzame warme terrassen te realiseren en het gebruik van terrasheaters te verminderen. Artikel 2:30 Doelgroep Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan horecaondernemingen die gevestigd ofwel een vestiging hebben in de gemeente Groningen en de subsidie ten behoeve van de vestiging(
- en)in de gemeente Groningen aanvragen en besteden. Artikel 2:31 Subsidiabele activiteiten 1. Het college kan subsidie op grond van deze paragraaf verstrekken voor het aanschaffen van: warmtekussens inclusief bijbehorende lader en oplaadinfrastructuur; warmtedekens inclusief bijbehorende lader en oplaadinfrastructuur; dekens inclusief personaliseringskosten; Artikel 2:32 Subsidie per activiteit 1. De hoogte van een te verstrekken subsidie bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 5.500,- per aanvraag. Een horecaonderneming komt slechts eenmaal voor subsidie in aanmerking. 2. .Subsidies onder de € 150,- worden niet verstrekt Artikel 2:33 Procedurele bepalingen 1. Voor de aanvraag dient gebruik te worden gemaakt van het door het college vastgestelde formulier, te vinden op gemeente.groningen.nl 2. Bij het aanvraagformulier dient het volgende worden bijgesloten: de offerte van een externe partij. Hieruit blijkt dat de eigen bijdrage aan de subsidiabele kosten minimaal 50% bedraagt; een KVK uittreksel van maximaal één jaar oud; een kopie van een bankafschrift met daarop het zakelijke rekeningnummer. 3. De aanvraag voor de subsidie moet uiterlijk 1 oktober 2025 worden ingediend. 4. De subsidie wordt, indien toegekend, direct vastgesteld. Artikel 2:34 Bijzondere bepalingen/verplichtingen De ontvanger van de subsidie is verplicht om: de activiteit conform de aanvraag uit te voeren; uiterlijk binnen 3 maanden na de verstrekking van de subsidie zijn gestart met de activiteit; uiterlijk binnen 6 maanden na verstrekking van de subsidie de activiteit te hebben gerealiseerd; desgevraagd aan te tonen dat de activiteit conform de aanvraag heeft plaatsgevonden door middel van een factuur met betalingsbewijs; schriftelijk een melding te doen wanneer er (deels) niet aan de verplichtingen voldaan kan worden; de maatregelen voor een energiezuinig en bestendig duurzaam terras worden gerealiseerd bij de vestiging van de aanvrager in de gemeente Groningen; na de uitgevoerde activiteiten mag er op het terras geen terrasheater meer zijn. Artikel 2:35 Aanvullende weigeringsgronden 1. Het college weigert de subsidie: de aanvraag, of de activiteit waarvoor de subsidie is aangevraagd, niet in overeenstemming is met het bepaalde in deze regeling; er al andere subsidies zijn verleend voor de activiteiten bedoeld in deze paragraaf in 2023 of volgende jaren; het subsidiebedrag minder bedraagt dan €150,-; de vestiging waarvoor de subsidie wordt aangevraagd niet gevestigd is in de gemeente Groningen; de aanvrager geen mkb onderneming betreft; de horecaonderneming niet beschikt over documenten waaruit blijkt dat zij gerechtigd is om het terras te exploiteren; 2. Het college kan de subsidie weigeren indien ter zake van de kosten een (financiële) verplichting is aangegaan voordat het college de aanvraag heeft ontvangen. Artikel 2:36 Subsidieplafond en verdeelregels 1. De hoogte van deze regeling bedraagt € 115.000,- voor het subsidietijdvak 2024 en 2025. 2. Als het totaal van de subsidieaanvragen hoger is dan het beschikbare (deel)budget, dan wordt dat (deel)budget over de op tijd ingediende en complete aanvragen verdeeld op volgorde van binnenkomst. [Het besluit van het college van burgemeester en wethouders van 4 juni 2024, bekendgemaakt in Gemeenteblad 2024, 263335, bevat een kennelijke verschrijving. Waar paragraaf 2.3 staat opgenomen wordt bedoeld: paragraaf 2.4.] Hoofdstuk3Jeugd en onderwijs Paragraaf 3.1 Voorschoolse educatie Artikel 3:1Begripsbepalingen 1. Kwaliteitskader voorschoolse en vroegschoolse voorzieningen in Groningen: De wettelijke en door gemeente Groningen beschreven bovenwettelijke gemeentelijke eisen vve, onderdeel van het beleidsplan ’Een goede start voor alle jonge kinderen’. 2. Voorschoolse educatie (ve): Maatregelen en programma’s gericht op het spelenderwijs stimuleren van de brede (taal-) ontwikkeling van jonge kinderen (2 tot 4 jaar) met als doel de startcondities van kinderen te verbeteren bij hun entree op de basisschool Voorschoolse educatie wordt altijd aangeboden in een groep met enkel kinderen in de leeftijd van 2 tot 4 jaar. 3. Vve-programma: Een sterk programma waarin op gestructureerde en samenhangende wijze de ontwikkeling wordt gestimuleerd van kinderen in de leeftijd van 2 tot 6 jaar op het gebied van rekenen, taal, motoriek en de sociaal-emotionele ontwikkeling. Dit programma wordt uitgevoerd volgens de kwaliteitseisen zoals vastgelegd in: de Wet IKK – Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang; de Wet OKE – Ontwikkelingskansen door kwaliteit en educatie; het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie en de bovenwettelijke gemeentelijke eisen vve, opgenomen in het Kwaliteitskader voorschoolse en vroegschoolse voorzieningeneducatie gemeente Groningen 2023-2026. Aan een vve-programma is een ouderprogramma gekoppeld. 4. Vve-geïndiceerde kinderen: Kinderen vanaf 2 jaar die door de JGZ geïndiceerd zijn voor vve (vve-geïndiceerde peuter/doelgroeppeuter). 5. Vve-geregistreerd kindcentrum: Een kindcentrum dat is opgenomen in het Landelijk Register Kinderopvang en dus voldoet aan de eisen die voor een dergelijke opneming gelden, en ook geregisterd staat als vve-locatie en daarmee minimaal aan de geldende wettelijke vve-eisen voldoet. 6. Maximaal uurtarief: Het maximaal te vergoeden uurtarief dat het rijk hanteert voor de tegemoetkoming in de kosten voor de kinderopvang voor ouders. 7. Kostprijs: De kostprijs voor uitvoering van de wettelijke eisen voor de kinderopvang voor een kinderopvangorganisatie, toegespitst op peuters van 2 tot 4 jaar. 8. Kwaliteitsontwikkeling: De verdere ontwikkeling van kwaliteit door een organisatie die al voldoet aan de wettelijke vve-eisen en geregistreerd is als vve-locatie, om te voldoen aan de Groningse kwaliteitsnormen, zoals omschreven in het Kwaliteitskader voorschoolse educatie gemeente Groningen 2023-2026. 9. Ouderbijdrage: De eigen inkomensafhankelijke bijdrage die ouders/verzorgers aan de voorschoolse instellingen betalen. Deze bijdrage is gebaseerd op het aantal uren voorschoolse educatie dat wordt afgenomen en wordt berekend aan de hand van het maximaal uurtarief en de kinderopvangtoeslagtabel die door het rijk is vastgesteld voor het betreffende jaar. 10. Kinderopvangtoeslagtabel: Jaarlijks door het rijk vastgestelde tabel die laat zien hoeveel procent van de kosten de ouder/verzorger vergoed krijgt. Daarbij geldt een maximumtarief per uur en een maximum aantal uren dat men vergoed kan krijgen. 11. Horizontale peutergroep: In een horizontale groep zitten kinderen van dezelfde leeftijdscategorie, in dit geval kinderen (peuters) van 2 tot 4 jaar. 12. Vve-ouderprogramma: Een programma voor ouders met kinderen van 2 tot 6 jaar die deelnemen aan voor- en vroegschoolse educatie. En waarbij de activiteiten aansluiten bij het vve-programma. 13. KOT-peuter: Kind van ouders die een beroep kunnen doen op de kinderopvangtoeslagregeling conform de Wet kinderopvang (WKO). 14. Niet-KOT-peuter: Kind van ouders die geen beroep kunnen doen op de kinderopvangtoeslagregeling conform de WKO. Artikel 3:2Subsidiabele activiteiten 1. Het college kan aan de houder van een vve-geregistreerd kindcentrum subsidie verlenen voor de uitvoering van voorschoolse educatie door de realisatie van kindplekken, voor toeleiding naar vve en voor versterking ouderbetrokkenheid middels uitvoering van een ouderprogramma.. 2.Het college kan aan de houder van een vve-geregistreerd kindcentrum subsidie verlenen voor kwaliteitsontwikkeling op het gebied van de (bovenwettelijke) kwaliteitseisen op de volgende gebieden: Gedifferentieerd opbrengstgericht werken; Doorgaande ontwikkelingslijn naar het basisonderwijs incl. warme overdracht en digitalisering; Vroegsignalering en vroeg-interventie in samenwerking met onderwijs (zorg en ondersteuning); NT2-programma’s gericht op peuters van nieuwkomers. Daarnaast kan een subsidie aangevraagd worden voor de inzet van de pedagogisch beleidsmedewerker op basis van het aantal vve-peuters. 3. Het college kan aan de houder van een vve-geregistreerd kindcentrum subsidie verlenen voor het versterken van de aansluiting van het voor- en het vroegschoolse aanbod op de volgende gebieden:2. Schakelgroep van 3/4-jarigen Verlengde voorschoolse educatie in de zomerperiode Artikel 3:3Subsidie kindplaatsen voorschoolse educatie De subsidie voor voorschoolse educatie bestaat uit een bijdrage per uur per geplaatst kind. Hierbij hanteren we de volgende tabel: Doelgroep Basistarief bekostigd door Rijk of gemeente Ouderbijdrage Doelgroeppeuters van wie ouders geen recht hebben op kinderopvangtoeslag 16 uur bekostigd door gemeente Ouderbijdrage over 8 uur Doelgroeppeuters met ouders die wel recht hebben op kinderopvangtoeslag 16 uur, waarvan 8 uur bekostigd door gemeente en 8 uur door Rijk Ouderbijdrage over 8 uur Niet-doelgroeppeuters met ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag 16 uur bekostigd door gemeente Ouderbijdrage over 16 uur Niet-doelgroeppeuters met ouders die wel recht hebben op kinderopvangtoeslag 16 uur bekostigd door Rijk Ouderbijdrage over 16 uur Artikel 3:4Bijzondere bepalingen en verplichtingen 1. In aanvulling op de artikelen 6 en 16 van de Algemene subsidieverordening gemeente Groningen moet de aanvraag om subsidieverlening voor voorschoolse educatie zijn voorzien van: een opgave van het aantal kinderen en vve-geïndiceerde kinderen, gesplitst in KOT en niet-KOT, voor wie de subsidiabele activiteiten worden uitgevoerd; een volledig ingevuld, door de gemeente aangeleverd, financieel en inhoudelijk format aanvraag en verantwoording “Optimale ontwikkelingskansen voor ieder kind”. 2. De ontvanger van een subsidie voor voorschoolse educatie: voldoet aan de wettelijke vve-eisen; voldoet of zal binnen een overeengekomen termijn voldoen aan het Kwaliteitskader voorschoolse educatie gemeente Groningen 2023-2026. 3. Voorschoolse educatie wordt uitgevoerd ten behoeve van vve-geïndiceerde kinderen en niet-vve geïndiceerde kinderen: gedurende 16 uur per week; verspreid over 3 of 4 dagdelen; gedurende minimaal 40 weken per jaar. 4. De instelling levert gegevens voor de vve-monitor van GGD Groningen en voor de gemeentelijke vve-monitor. Artikel 3:5Rapportage verplichtingen In aanvulling op artikel 16 van de Algemene subsidieverordening gemeente Groningen legt de subsidieontvanger verantwoording af door gebruikmaking van de daartoe beschikbaar gestelde financiële en inhoudelijke formats behorende bij het PvE Optimale ontwikkelingskansen voor ieder kind 2023-2026. Artikel3:6Weigeringsgronden 1. Het college weigert subsidie indien: De instelling geen geregistreerde vve-locatie heeft. Er niet gewerkt wordt met horizontale peutergroepen. 2. Het college kan subsidie weigeren indien er niet binnen de overeengekomen termijn wordt voldaan aan de Groningse kwaliteitseisen. Artikel 3:7 Subsidieplafond en verdelingsregels 1. Voor voorschoolse educatie zijn de subsidieplafonds gelijk aan de daarvoor in de gemeentebegroting opgenomen bedragen. 2.Aanvragen worden beoordeeld door een team van deskundigen, bestaande uit ten minste een inhoudelijk beleidsmedewerker en contractmanager van de gemeente Groningen, geformuleerd in een uit te brengen advies aan het college. 3.Als het totaal van de subsidieaanvragen hoger is dan de subsidieplafonds, dan is de verdeelwijze als volgt: vve-kindplaatsen gaan voor op andere subsidieaanvragen voor voorschoolse educatie; de verdeling van de middelen voor de overige subsidiabele activiteiten vindt plaats naar rato van het aantal vve-geïndiceerde kinderen per locatie, dan wel groep. 4. Als na bovenstaande verdeelwijze nog middelen resteren dan worden deze over nadien ontvangen subsidieaanvragen verdeeld op basis van de volgorde waarop ze bij het college zijn binnengekomen. 5.Eindbeoordeling en advisering ligt bij het team van deskundigen, zoals genoemd in lid 2 van dit artikel. Paragraaf 3.3 Jongerenwerk (vervallen) Paragraaf 3.4Opstap, opstapje, instapje (vervallen zijn de artikelen 3:13 tot en met 3:17).f [Klik hier om het document te downloaden] Paragraaf 3.5 Cultuureducatie (vervallen zijn de artikelen 3:18 tot en met 3:23). [Klik hier om het document te downloaden] Paragraaf 3.6Materiële financiële gelijkstelling onderwijs (vervallen zijn de artikelen 3:24 tot en met 3:29) [Klik hier om het document te downloaden] Paragraaf 3.7Kinderactiviteiten (vervallen) Paragraaf 3.8Wetenschap & techniek Artikel 3:35Begripsbepaling In aanvulling op het begrippenkader zoals vastgelegd in de verordening wordt voor de toepassing van deze paragraaf verstaan onder: a. activiteiten wetenschap & techniek: activiteiten van de in artikel 3:36 genoemde functie, die gericht is op kinderen en jongeren in de leeftijd van 4 – 18 jaar; b. stedelijk: activiteiten die op een centrale locatie in de stad plaatsvinden en die gericht zijn op kinderen en jongeren uit de gehele stad; c. wijkgericht: activiteiten die op een locatie in de wijk plaatsvinden en die gericht zijn op kinderen en jongeren uit die wijk. Artikel 3:36Subsidiabele activiteiten Het college kan subsidie verlenen voor activiteiten wetenschap & techniek in het kader van de volgende functie: het ontdekken en ontwikkelen van talenten op het gebied van wetenschap & techniek. Artikel 3:37Subsidie per activiteit De subsidie voor de in artikel 3:36 genoemde activiteiten bedraagt maximaal 100% van de noodzakelijke kosten. Artikel 3:38Bijzondere bepalingen/verplichtingen 1.Met betrekking tot de inhoud van de activiteiten wetenschap & techniek zijn de volgende verplichtingen van toepassing: de activiteiten zijn zowel stedelijk als ook wijkgericht; de activiteiten vinden buiten schooltijd plaats. 2.Met betrekking tot de subsidieaanvraag zijn de volgende bepalingen van toepassing: de subsidieaanvraag moet zijn voorzien van een activiteitenaanbod, onderscheiden in: laagdrempelige inloopactiviteiten, cursorische activiteiten, evenementen en projecten; naar stedelijke en wijkgerichte activiteiten. een inschatting van het aantal te bereiken kinderen/jongeren per onderscheiden activiteit; een plan van aanpak voor samenwerking met andere relevante partijen; een plan van aanpak voor het realiseren van cofinanciering vanuit het rijk, de provincie, het bedrijfsleven, fondsen, eigen inkomsten e.d.; een plan van aanpak voor scholing voor vrijwilligers. Artikel 3:39Subsidieplafond en verdelingsregels 1.Voor de in artikel 3:36 genoemde activiteiten is het subsidieplafond gelijk aan de in de begroting hiervoor opgenomen bedragen. 2.Als het totaal van de subsidieaanvragen hoger is dan het subsidieplafond dan is de verdeelwijze als volgt: op tijd ingediende vervolgaanvragen hebben voorrang boven andere aanvragen; als na bovenstaande verdeelwijze nog middelen resteren dan worden deze verdeeld over de overige, op tijd ingediende subsidieaanvragen die het beste voldoen aan artikel 3:36 en 3:38. Toelichting Artikel 3:36 De activiteiten zijn gericht op leren ontwerpen, onderzoeken en ontdekken en het stimuleren van nieuwsgierigheid, creativiteit en oplossend vermogen. De activiteiten stimuleren de belangstelling voor wetenschap & techniek op jonge leeftijd met als doel dat meer jeugdigen op latere leeftijd kiezen voor een technische opleiding. Artikel 3:38lid 1 onder a. De activiteiten vinden zowel stedelijk als wijkgericht plaats, maar de nadruk dient te liggen op wijkgerichte activiteiten. Het aantal kinderen dat aan de activiteiten meedoet, is daarbij maatgevend. Artikel 3:38lid 2 onder c. Onder andere relevante partijen worden bijvoorbeeld Kunstencentrum groep, Science Center Noord, SKSG, MJD en het bedrijfsleven verstaan. Artikel 3:39lid 2 onder b. Welke subsidieaanvragen het beste voldoen wordt bepaald aan de hand van de volgende criteria: het ontdekken en ontwikkelen van talenten op het gebied van wetenschap & techniek (artikel 3:36); het realiseren van activiteiten in de wijken (artikel 3:38 lid 1 onder a.); samenwerking met relevante partijen (artikel 3:38 lid 2 onder c.); het realiseren van cofinanciering (artikel 3:38 lid 2 onder d.), in de volgorde waarin de criteria genoemd zijn. Paragraaf 3.9Sport- en spelcontainers (vervallen) Paragraaf 3.10Schakelgroepen jonge kinderen Artikel 3:45Begripsbepaling Artikel 3:45 Begripsbepaling In aanvulling op het begrippenkader zoals vastgelegd in de verordening wordt voor de toepassing van deze paragraaf verstaan onder: a. schakelgroepen jonge kinderen i. in een schakelgroep wordt intensieve en uitgebreide taalstimulering aangeboden, uitgevoerd door een extra leerkracht (VVE gekwalificeerd) en gekoppeld aan een breed erkend VVE programma dat tevens wordt uitgevoerd in de reguliere groep; ii. een schakelgroep kan binnen of buiten de reguliere groep worden vormgegeven; b. doelgroepkinderen kinderen in de groepen 1 tot en met 3 waarvan de ouders een laag opleidingsniveau hebben conform de gewichtenregeling of kinderen die opgroeien in een niet stimulerende taalrijke thuisomgeving; c. VVE programma een erkend voorschools programma waarin op gestructureerde en samenhangende wijze de ontwikkeling wordt gestimuleerd van kinderen in de leeftijd van 2,5 tot 7 jaar op het gebied van rekenen, taal, motoriek en de sociaal-emotionele ontwikkeling. d. ouderprogramma programma bedoeld om ouders te ondersteunen bij de ontwikkelingsstimulering van hun kind. Dit programma is opgenomen in de databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugd Instituut. Artikel 3:46Subsidiabele activiteiten Het college kan aan een schoolbestuur subsidie verlenen voor het organiseren van schakelgroepen met als doel achterstanden op basisvaardigheden zoals taal en rekenen te voorkomen en de leerwinst van doelgroepkinderen die hebben deelgenomen aan een schakelgroep te verhogen. Artikel 3:47Bijzondere bepalingen/verplichtingen 1. Met betrekking tot de inhoud van de schakelgroepen jonge kinderen zijn de volgende verplichtingen van toepassing: leerlingen in de schakelgroep ontvangen de extra taalstimulering tenminste 10 uur per week en gedurende een schooljaar; het gemiddelde aantal leerlingen in een schakelgroep is 10, met een minimum van 8 en een maximum van 12 per groep; deelnemende scholen registreren ten behoeve van de lokale VVE Monitor. 2. De subsidieaanvraag moet zijn voorzien van: een indicatie van het aantal doelgroepkinderen; het aantal schakelgroepen. Artikel 3:48Subsidieplafond en verdelingsregels 1. Voor de in artikel 3:46 genoemde activiteiten is het subsidieplafond gelijk aan de in de begroting hiervoor opgenomen bedragen. 2. Als het totaal van de subsidieaanvragen hoger is dan het subsidieplafond dan is de verdeelwijze als volgt: op tijd ingediende vervolgaanvragen hebben voorrang boven andere aanvragen; als na bovenstaande verdeelwijze nog middelen resteren dan worden deze verdeeld over de overige, op tijd ingediende subsidieaanvragen die het beste voldoen aan artikel 3:46 en 3:48. Toelichting De VVE groepen/schakelgroepen voldoen aan de kwaliteitseisen voor VVE die de onderwijsinspectie heeft gesteld. Instellingen die subsidie ontvangen werken aan de punten die uit de VVE bestandsopname als verbeterpunten naar voren zijn gekomen. In de Bestuursafspraken G4/G33-Rijk Effectief benutten van vve en extra leertijd voor jonge kinderen zijn hierover aanvullende afspraken gemaakt. Artikel 3:45 onder bDe indicatie vindt in de voorschoolse leeftijd plaats via het consultatiebureau. Het gaat hierbij om kinderen in de groepen 1 tot en met 3 van wie de ouders een laag opleidingsniveau hebben, conform de gewichtenregeling of kinderen die opgroeien in een niet stimulerende taalrijke thuisomgeving. Artikel 3:45 onder cDit programma is opgenomen in de databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugd Instituut. Artikel 3:46Een schakelgroep bestaat uit gemiddeld 10kinderen met een minimum van 8 en een maximum van 12. Voor een lager aantal kinderen wordt een lager bedrag gesubsidieerd. Voor een hoger aantal kinderen geldt het maximaal aan te vragen bedrag. Artikel 3:47De schakelgroepen worden zoveel mogelijk uitgevoerd in aansluiting op en in doorgaande lijn met een voorschoolse VVE programma. Toelichting Paragraaf 3.11Schakelgroepen nieuwkomers Artikel 3:50Begripsbepaling In aanvulling op het begrippenkader zoals vastgelegd in de verordening wordt voor de toepassing van deze paragraaf verstaan onder: schakelgroepen: in een schakelgroep wordt tijdelijk intensieve taalondersteuning geboden aan kinderen die de Nederlandse taal niet of nauwelijks spreken doelgroepkinderen: kinderen vanaf 6 jaar die de Nederlandse taal niet spreken en bij de instroom in de schakelgroep korter dan 1 jaar in Nederland verblijven (nieuwkomers). Artikel 3:51Subsidiabele activiteiten Het college kan subsidie verlenen voor het tot stand brengen van vier schakelgroepen op vier locaties (inclusief de coördinatie hiervan) en het lesgeven van de Nederlandse taal aan doelgroepkinderen met als doel door te stromen in het reguliere onderwijs. Artikel 3:52Subsidie per activiteit De subsidie voor de in artikel 3:51 genoemde activiteiten bedraagt maximaal 50% van de noodzakelijke kosten tot een maximum van € 40.000 per groep. Artikel 3:53Bijzondere bepalingen/verplichtingen 1.Met betrekking tot de inhoud van de schakelgroepen nieuwkomers zijn de volgende verplichtingen van toepassing: het programma voor de schakelgroepen voor nieuwkomers sluit zodanig aan op het regulier onderwijsprogramma dat doelgroepkinderen kunnen doorstromen; nieuwkomers nemen maximaal 1,5 jaar deel aan een schakelgroep voor nieuwkomers en stromen vervolgens door naar een reguliere (buurt) school; deelnemende scholen registreren het aantal kinderen dat heeft deelgenomen aan de schakelgroep en doorstroomt in het reguliere basisonderwijs. 2.De subsidieaanvraag moet zijn voorzien van: de eigen bijdrage van het schoolbestuur aan de schakelgroep voor nieuwkomers; een indicatie van het aantal doelgroepkinderen; het aantal schakelgroepen. Artikel 3:54Subsidieplafond en verdelingsregels 1.Voor de in artikel 3:51 genoemde activiteiten is het subsidieplafond gelijk aan de in de begroting hiervoor opgenomen bedragen. 2.Als het totaal van de subsidieaanvragen hoger is dan het subsidieplafond dan is de verdeelwijze als volgt: op tijd ingediende vervolgaanvragen hebben voorrang boven andere aanvragen. Indien het totaal van de geldige vervolgaanvragen hoger is dan het subsidieplafond, dan worden de aanvragen naar rato toegekend; Indien na het toekennen van de vervolgaanvragen het subsidieplafond nog niet bereikt is, dan worden de resterende aanvragen naar rato toegekend. Paragraaf 3.12Rebound (vervallen zijn de artikelen 3:55 tot en met 3:59) Paragraaf 3.13Jeugdhulp Artikel 3:60Begripsbepalingen In aanvulling op het begrippenkader zoals vastgelegd in de verordening wordt voor de toepassing van deze paragraaf verstaan onder: Collectieve jeugdhulp in het onderwijs: collectief aangeboden ondersteuning op school gericht op leerlingen met ondersteunings- en zorgvragen, zodat zij in staat worden gesteld om optimaal gebruik te maken van het hen geboden onderwijs, en zo ondersteund worden dat zij zich optimaal kunnen ontwikkelen binnen hun eigen mogelijkheden. Deze ondersteuning is toegankelijk zonder zorgtoewijzing. Artikel 3:61Subsidiabele activiteiten Het college kan subsidie verlenen voor collectieve jeugdhulp in het onderwijs. Artikel 3:62Bijzondere bepalingen en verplichtingen Met betrekking tot de in houd van de collectieve jeugdhulp in het onderwijs zijn de volgende aanvullende bepalingen van toepassing: collectieve jeugdhulp in het onderwijs vindt plaats in het kader van de Jeugdwet en de Wet passend onderwijs en is aanvullend op (collectieve) ondersteuning die het onderwijs zelf biedt in het kader van Passend onderwijs; collectieve jeugdhulp in het onderwijs vervangt (een deel van) de individuele jeugdhulp in school waarvoor individuele leerlingen in het kader van de Jeugdwet en op basis van een individuele zorgtoewijzing voor in aanmerking zouden komen; de inzet van collectieve jeugdhulp in het onderwijs vindt altijd plaats in overleg met de gemeente Groningen; de hulp voldoet tenminste aan de kwaliteitseisen van de Jeugdwet en de AVG; de meldcode kindermishandeling wordt gehanteerd; de onderwijsinstelling en de jeugdhulpaanbieder zijn aangesloten bij de verwijsindex Zorg voor Jeugd Groningen. Artikel 3:63Subsidieplafond en verdelingsregels 1. Voor de in artikel 3.61 genoemde activiteiten wordt jaarlijks een subsidieplafond ingesteld. 2. Als het totaal van de subsidieaanvragen hoger is dan het subsidieplafond, is de werkwijze als volgt: op tijd ingediende vervolgaanvragen hebben voorrang boven andere aanvragen; als na bovenstaande verdeelwijze nog middelen resteren dan worden deze over de overige, op tijd ingediende subsidieaanvragen verdeeld op basis van welke subsidieaanvragen het beste voldoen aan artikel 3.61 en 3.62. Paragraaf 3.14Ondersteuning Schoolbibliotheek (vervallen) Paragraaf 3.15Leerlingbegeleiding (vervallen) Paragraaf 3.16School Maatschappelijk Werk (vervallen) Paragraaf 3.17Vensterscholen Artikel 3:78Begripsbepaling In aanvulling op het begrippenkader zoals vastgelegd in de verordening wordt voor de toepassing van deze paragraaf verstaan onder: Vensterschool: Een samenwerkingsverband van onderwijs en kinderopvang, dat zich richt op de ontwikkeling van kinderen vanuit een gezamenlijk pedagogisch fundament. Schoolbestuur: Het bestuur/bevoegd gezag van een Vensterschool. Positief opgroeien: Het streven van de gemeente Groningen waarbij kinderen, samen met hun ouders, gezond, veilig en kansrijk opgroeien in een stimulerende – bij voorkeur eigen – omgeving, waarin kinderen alle kansen krijgen om hun talenten te ontwikkelen, actief mee te doen en hun stem te laten horen. Vensterschool 3.0: Een in de gemeente Groningen gevestigde school, die een intensieve en vergaande samenwerking heeft met partners in de wijk. Een vensterschool is een pedagogische (inclusieve) voorziening georganiseerd rond de ontwikkelbehoefte van kinderen. Waarin ouders mee doen, mee praten en beslissen en kinderen een stem hebben. Artikel 3:79Doelgroep Subsidie kan uitsluitend aangevraagd worden door Schoolbesturen. Schoolbesturen kunnen op basis van een Plan van Aanpak Vensterschool 3.0, mogelijk verwerkt in een wijkplan of als onderdeel van hun schoolplan een subsidieaanvraag doen. Daarbij geldt dat: meerdere partijen zijn betrokken bij de ontwikkeling en uitvoering van het Plan van Aanpak; de te subsidiëren activiteiten dragen bij aan het realiseren van de ambitie van Positief Opgroeien. Artikel 3:80 Subsidiabele activiteiten Het college kan voor de volgende activiteiten subsidie verstrekken: De doorontwikkeling naar de vorming van Vensterschool 3.0, met inachtneming van het bepaalde in artikel 3:82 lid 1. Activiteiten die bijdragen aan het bevorderen van talentontwikkeling en voorkomen van segregatie, met inachtneming van het bepaalde in artikel 3:82 lid 2. Artikel 3:81Subsidie per activiteit 1.De subsidie voor de in artikel 3:80 genoemde activiteiten bedraagt maximaal € 15.000,- per Vensterschool. 2.Het college kan in bijzondere gevallen, ter beoordeling van het college, ten gunste van de aanvrager afwijken van de het maximum genoemd in het eerste lid. Artikel3:82Bijzondere bepalingen/verplichtingen 1. Voor de subsidieverstrekking voor activiteiten als bedoeld in artikel 3:80 eerste lid, gelden de volgende bepalingen: Voor subsidie komen de volgende kosten in aanmerking: tijdelijke extra personele inzet op locatie; tijdelijke inhuur van specifieke externe deskundigheid; deskundigheidsbevordering en gezamenlijke studiedagen van personeel in relatie tot de doorontwikkeling van Vensterschool 3.0. Om voor subsidie in aanmerking te komen dient sprake te zijn van scholen met een achterstandsscore, conform de gegevens van het CBS en DUO, waarin wordt gewerkt aan tenminste 2 van de volgende resultaten, waarbij uitwerking wordt gegeven in een eigen specifieke plan: De samenwerkende kernpartners school en kinderopvang en waar mogelijk de Jeugdgezondheidszorg (JGZ) en WIJ-team werken volgens een gezamenlijke pedagogisch en educatieve visie; De medewerkers van school en kinderopvang werken vanuit één aansturing als één team samen met elkaar en met andere partijen en maken optimaal gebruik van elkaars expertise; De samenwerkende partners; school, kinderopvang, JGZ, WIJ-team en andere partijen stemmen inhoudelijk en organisatorisch programma’s en activiteiten op elkaar af zodat doorgaande leer- en ontwikkelingslijnen (incl. daar waar nodig passende ondersteuning) ontstaan en zij dagarrangementen kunnen realiseren voor ouders die dat willen en kinderen die extra naschools aanbod nodig hebben; De samenwerkende partners onderwijs, kinderopvang, JGZ en WIJ-team realiseren een gezamenlijke ondersteuningsstructuur en werken samen aan het realiseren van voorwaarden die maken dat alle kinderen optimaal kunnen profiteren van het geboden onderwijs; De samenwerkende partners (school, kinderopvang en waar mogelijk de JGZ en WIJ-team) realiseren een gezamenlijke ouderbeleid. 2. Voor de subsidieverstrekking voor activiteiten als bedoeld in artikel 3:80 tweede lid, geldt dat de te subsidiëren activiteiten dienen te zijn gericht op: Het ontdekken en ontwikkelen van diverse talenten van kinderen; Het opdoen van nieuwe, bredere of verdiepende kennis of ervaring door kinderen; Versterking van studievaardigheden van kinderen; Het als school en kinderopvang, samen met betrokken partners in de wijk, actief bijdragen aan het ontwikkelen en borgen van een dekkend talentvol en ontdekkend aanbod voor kinderen van 0 -13 jaar, passend bij de wensen in de wijk, met als doel om de ambities van Positief Opgroeien te realiseren, bij voorkeur in de wijken waar wij als gemeente Positief Opgroeien stimuleren (Selwerd/Paddepoel/Tuinwijk, Lewenborg, Beijum, de Korrewegwijk en De Wijert). Artikel 3:83Aanvullende weigeringsgronden Het college kan subsidie weigeren indien niet of onvoldoende voldaan wordt aan de bepalingen van artikel 3:82. Artikel 3:84Subsidieplafond en verdelingsregels 1.Voor het totaal van de in artikel 3:80 genoemde activiteiten is het subsidieplafond gelijk aan de in de begroting hiervoor opgenomen bedragen. 2.Als het totaal van de subsidieaanvragen hoger is dan het subsidieplafond dan is de verdeelwijze als volgt: De Vensterschool met een hoger aantal leerlingen met (een risico
- op)een onderwijsachterstand heeft voorrang boven een Vensterschool met een lager aantal leerlingen met (een risico
- op)een onderwijsachterstand. De achterstandsscore wordt berekend door DUO en CBS. Paragraaf3.18Tijdelijke regeling jongeren activiteiten COVID-19 [vervallen] Paragraaf3.19Subsidieregeling Jeugd expertise netwerk Noord-Nederland (JENN) [vervallen] Paragraaf 3.20 Subsidieregeling taalhuizen arbeidsmarktregio Groningen Artikel 3:103 Afkortingen en begripsomschrijvingen WEB: Wet educatie en beroepsonderwijs. Taalhuis: een herkenbare, fysieke plek die als ontmoetingsruimte van de wijk, het dorp of de stad fungeert waar iedereen terecht kan die aan de slag wil met basisvaardigheden als lezen, schrijven, spreken, rekenen en digitale vaardigheden. Daarnaast is het een helpdesk voor taalvrijwilligers. Het doel is een laagdrempelige voorziening te creëren ter bestrijding van laaggeletterdheid. Contactgemeente: gemeente Groningen. Arbeidsmarktregio Groningen: omvat de gemeenten Aa en Hunze, Assen, Eemsdelta, Groningen, Het Hogeland, Midden-Groningen, Noordenveld, Oldambt, Pekela, Stadskanaal, Tynaarlo, Veendam, Westerkwartier en Westerwolde. Artikel 3:104 Doelstelling De subsidie heeft tot doel het opzetten, uitvoeren en realiseren van non-formele educatie zoals is vastgelegd in het beleidsplan en de WEB, middels het opzetten van taalhuizen, werven en trainen van vrijwilligers, aanschaf en onderhoud lesmateriaal en het aangaan van samenwerkingsverbanden met uitvoerders. Met als uiteindelijke doel het creëren van een laagdrempelige voorziening ter bestrijding van laaggeletterdheid. Artikel 3:105 Subsidiabele activiteiten Het college kan subsidie verstrekken voor het opzetten en in standhouden van taalhuizen in de arbeidsmarktregio. Artikel 3:106 Voorwaarden Om voor subsidie in aanmerking te komen dient de aanvrager onderdeel uit te maken van reeds bestaande netwerken en samenwerkingsverbanden inzake bibliotheek- en welzijnsactiviteiten, een en ander in samenhang met de werving, binding en training/begeleiding van (taal)vrijwilligers en tevens te voldoen aan het hetgeen (aanvullend) is op genomen in een Programma van eisen dienaangaande. Artikel 3:107 Aanvraag Aanvragen voor subsidie kunnen worden ingediend voor 1 november voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de subsidie betrekking heeft. Aanvraag dient te bestaan uit een beschrijving en begroting van de activiteiten. Artikel 3:108 Beoordeling subsidieaanvraag Binnen 8 weken wordt de subsidieaanvraag beoordeeld. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden in hoeverre tegemoet wordt gekomen aan de eisen van de reeds bestaande infrastructuur rond het fenomeen taalhuizen in de arbeidsmarktregio. Artikel 3:109 Subsidieplafond en verdelingsregels Voor het subsidiëren van de activiteiten als bedoeld in deze regeling is een kwart van het bedrag beschikbaar dat jaarlijks door het ministerie van OCW voor de WEB wordt verstrekt. Dit bedrag, een kwart van het educatiebudget, is tevens het subsidieplafond. Artikel 3:110 Duur en inwerkingtreding Deze subsidieregeling treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking. Paragraaf 3.21 Tijdelijke vervolg-regeling jongeren activiteiten COVID-19 Artikel3:111 Begripsbepalingen [vervallen] Artikel3:112 Doel van de regeling [vervallen] Artikel3:113 Doelgroep [vervallen] Artikel3:114 Subsidiabele kosten [vervallen] Artikel3:115 Aanvraagprocedure [vervallen] Artikel 3:116 Subsidieplafond en verdeelregel [vervallen] Artikel 3:117 Bevoegdheid college [vervallen] Artikel 3:118 Tijdelijke nadere regel [vervallen] Paragraaf 3.22 Subsidieregeling regie- en beheerfunctie GRONG Artikel 3:119 Doel van de regeling Het doel van de regeling is naast het bieden van een (aanvullend) aanbod voor jongeren van 12-27 jaar, om de gevolgen van de coronamaatregelen voor hun mentale en fysieke gezondheid te verminderen, de website GRONG.nl verder uit te bouwen als instrument voor jongerenparticipatie in de gemeente Groningen. Artikel 3:120 Subsidiabele kosten 1. De aan de regie- en beheerfunctie gerelateerde kosten voor de organisatie, werking en promotie van de doelstelling van het platform GRONG uit te voeren door een instelling die over voldoende, uit de praktijk gebleken, bewezen expertise beschikt. 2. Beoordelingscriteria activiteit regie- en beheerfunctie: de mate waarin jongeren actief worden betrokken bij de organisatie van activiteiten en deze zijn opgepakt met, voor en door jongeren en in hoeverre de activiteit bijdraagt aan het vergroten van jongerenparticipatie, de mate waarin de activiteiten in samenwerking met maatschappelijk betrokken partners wordt vormgegeven, de mate waarin de activiteit aanvullend is op het bestaande aanbod, de mate waarin de activiteit door kan gaan na versoepeling of opheffen coronamaatregelen, de mate waarin het bezoekersaantal van de website gaat toenemen in de subsidieperiode, of en in welke mate publicatie plaatsvindt van het aanbod op GRONG.nl en of deze dagelijks wordt geactualiseerd, of er plannen worden voorbereid en uitgerold, gericht op structurele borging van het platform GRONG.nl, of er een communicatieplan is gemaakt hoe publiciteit te krijgen voor jongerenparticipatie en het aanbod op GRONG.nl, of er een plan is hoe de groei van GRONG.nl meetbaar wordt gemaakt. Artikel 3:121 Aanvraagprocedure 1. De regeling opent op 1 oktober 2021. 2. De uiterste datum voor het indienen van een aanvraag is 15 oktober 2021. 3. De schriftelijk gemotiveerde aanvraag dient overeenkomstig artikel 6 lid 1 van de ASV te bestaan uit: een activiteiten- en communicatieplan, een op de activiteiten gerichte begroting van de kosten en inkomsten, met daarbij inzicht biedend op de te verwachten uitgaven in 2021 en 2022. Artikel 3:122 Subsidieplafond Het subsidieplafond van deze regeling bedraagt € 100.000,-. Paragraaf 3.23 Subsidieregels Jeugd expertise netwerk Noord-Nederland (JENN) Artikel3:123 Begripsbepalingen Jeugd expertise netwerk Noord-Nederland (verder genoemd: JENN) Het JENN heeft drie verschillende functies: Consultatie en advies Organiseren van hulp Kennis- en leerfunctie Deze functies zijn beschreven en toegelicht in de kamerbrief van 17 juni 2020 VWS kenmerk 1700326-20496. Zie ook: https://jennoord.nl Artikel3:124 Doel van de subsidieregeling De gemeente Groningen is voor de jeugdhulpregio’s Groningen, Friesland en Drenthe in de ‘Regeling specifieke uitkering opzet expertisecentra jeugdhulp 2020’ aangewezen als coördinerend gemeente voor de opzet en realisatie van het bovenregionale jeugdexpertisenetwerk. Deze subsidieregeling stimuleert initiatieven en (bovenregionale) expertise netwerken in Noord- Nederland zodat aan jongeren en gezinnen die kampen met zeer complexe en meervoudige hulpvragen, waarvoor binnen de bestaande mogelijkheden/zorginfrastructuur geen passende oplossing voorhanden is, adequaat en op maat (domein overstijgende) hulp en ondersteuning kan worden gegeven. De subsidieregeling is aanvullend op al lopende initiatieven, in het verlengde van en als aanvulling op de gemeentelijke zorgplicht uit de Jeugdwet en als uitwerking van bovengenoemde kamerbrief. Om invulling te geven aan de doelstelling van het netwerk, welke bijdragen aan de ambities ‘geen kinderen tussen wal en schip: 0 zoekende jeugdigen, ouders en professionals met een vraag naar expertise en passende zorg’ worden middelen verstrekt aan initiatieven die vallen binnen de functies van het JENN Voor de functie ‘Consultatie en advies’ worden er zogeheten impulsgelden voor de organisatie, instandhouding en doorontwikkeling van de regionale expertteams in de drie Jeugdhulpregio’s Groningen, Friesland en Drenthe beschikbaar gesteld. Als bovenregionaal netwerk sluit het JENN zoveel mogelijk aan bij de bestaande infrastructuur en de verstevigt daartoe verbinding. Daarom is de opdracht van het JENN, waar het gaat om individuele casuïstiek in Noord-Nederland, belegd bij de regionale expertteams. De beschikbare middelen zijn gericht op de verdere ondersteuning, facilitering en doorontwikkeling van de regionale expertteams. Bij de functie ‘Organiseren van hulp’, gaat het om een financiële bijdrage in de (ontwikkel-, onderzoeks- en pilot) kosten van een initiatief dat bijdraagt aan de doelstellingen van het netwerk. Een initiatief kan zijn een nieuwe of innovatieve voorziening/dienst voor jeugdigen met een complexe hulpvraag. Bij de ‘Kennis- en leerfunctie’ gaat het om financiële ondersteuning voor initiatieven die bijdragen aan het ontwikkelen (bijvoorbeeld onderzoek of monitoring), delen of het toepassen van kennis. Dit alles in het licht van de doelstelling van het JENN. In bepaalde gevallen kan het mogelijk en wenselijk zijn om complexe programma’s/initiatieven die naar verwachting een langere doorlooptijd kennen intentioneel te subsidiëren voor meerdere jaren (max. T+3). Basis voor de intentionele subsidieverlening is een meerjarig activiteitenplan en begroting waarin ook de jaarlijkse activiteiten en daarbij behorende noodzakelijke kosten zijn opgenomen. Subsidieverstrekking vindt dan intentioneel plaats voor de gehele periode met verlening op jaarbasis. De jaarlijkse tussenrapportages kunnen, na akkoord, fungeren als subsidieaanvraag voor het volgende jaar. Definitieve vaststelling van dergelijke subsidieverlening vindt plaats na afronding van de activiteiten in een later te bepalen kalenderjaar (max. T+3). Artikel3:125 Doelgroep Jongeren tot 23 jaar met weinig voorkomende ernstige psychiatrische en anderszins complexe problematiek voor wie gespecialiseerde hulp nodig is en die nu geen passende zorg krijgen. Zie hiertoe https://jennoord.nl/ onder documenten: ‘doelgroep en knelpunten per doelgroep’. Het gaat hierbij om passende zorg voor de doelgroep afkomstig uit Drenthe, Friesland en Groningen Artikel3:126 Subsidiabele activiteiten 1. Impulsgelden in het kader van de functie ‘consultatie en advies’ voor de organisatie/instandhouding en de doorontwikkeling van de regionale expertteams in de drie Jeugdhulpregio’s Groningen, Friesland en Drenthe. 2. Subsidie voor initiatieven die bijdragen aan een oplossing voor de problematiek en de ambitie van het JENN. Het betreft ontwikkel- en/of opstartkosten voor: het organiseren van hulp: initiatieven die het zorglandschap verbeteren (bijvoorbeeld door het verbreden van bestaande of door het ontwikkelen van nieuwe hulpvormen), kennis- en leerfunctie: benodigde kennis en expertise in Noord-Nederland vergroten en aanvullen door scholing, training of andere vormen van kennisdelen. Artikel3:127 Verkenningsfase Voorafgaand aan de aanvraagprocedure geldt een verkenningsfase. Het JENN beoogt daarmee in samenspraak en afstemming te komen tot een betere onderbouwing van de aanvragen ook gericht op een betere regionale en landelijke aansluiting bij soortgelijke of relevante andere initiatieven. In deze fase gelden de onderstaande voorwaarden als richtsnoer. Als de gezamenlijke conclusie is dat het initiatief bijdraagt aan de ambitie van het JENN en de genoemde aspecten voldoende zijn verkend, nodigt het JENN de indieners uit een aanvraag in te dienen. Het JENN kan ook zelf initiatief nemen voor een verkenning op een thema en oproepen tot specifieke subsidieaanvragen. Artikel3:128 Subsidievoorwaarden 1. Met betrekking tot het onderdeel ‘Consultatie en advies’ (impulsgelden) gelden de volgende subsidievoorwaarden: Voor de component doorontwikkeling dient via de jeugdhulpregio jaarlijks een plan en begroting in te worden ingediend. Onderdeel van de jaarlijkse verantwoording is deelname van de regionale expertteamleden aan een JENN-bijeenkomst in verband met de netwerk-, kennis- en leerfunctie. Daarbij wordt aangegeven: wat de door ontwikkelplannen van het betreffende jaar waren; wat is gerealiseerd; wat dit heeft opgeleverd; wat het ontwikkelplan voor het nieuwe jaar is. Ook wordt verkend of gezamenlijke ontwikkelpunten in bovenregionaal verband opgepakt kunnen worden. Voor de component organisatie en instandhouding (bemensing regionaal expertteam) dient jaarlijks een begroting en verantwoording van de middelen te worden ingediend. De aanvrager committeert zich aan het volgende: deelname van de voorzitter(
- s)van het regionale expertteam aan het reguliere voorzittersoverleg van voorzitters regionaal expertteams en projectleider/voorzitter JENN; voor het monitoren van casuïstiek wordt gebruik gemaakt van de landelijk ontwikkelde monitor. Leden van de regionale expertteams dragen daarnaast bij aan het duiden van de uitkomsten van de monitoring; deelname van de voorzitters regionale expertteams aan jaarlijkse actualisatie van de JENN platen en inbreng van de ‘rode draden analyse’ van de regionale expertteams. 2. Met betrekking tot de onderdelen ‘Organiseren van hulp’ en de ‘Kennis- en leerfunctie’ gelden de volgende subsidievoorwaarden: Er wordt getoetst op de mate waarin het initiatief impact heeft op de geformuleerde doelstelling ‘Geen kinderen tussen wal en schip: 0 zoekende jeugdigen, ouders en professionals met een vraag naar expertise en passende zorg’ en bijdraagt aan mogelijkheden voor het beter kunnen voorzien in passende zorg voor de doelgroep met multi-complexe hulpvragen. In de subsidieaanvraag moet worden opgenomen: omschrijving en onderbouwing van het initiatief; een plan van aanpak waarin ook de wijze van monitoring omschreven wordt; een duidelijke omschrijving van de doelgroep en de omvang daarvan het knelpunt in de zorg en waarom huidige aanbod niet in de vraag kan voorzien. Een duidelijke en concrete beschrijving van de gewenste resultaten of verandering en de haalbaarheid daarvan. De resultaten of veranderingen hebben bij voorkeur een bredere impact dan alleen een effect binnen de eigen instelling. Inzichtelijk wordt gemaakt: verbinding met andere relevante ontwikkelingen in Noord-Nederland, verbinding met relevante netwerken en ketenpartners in Noord-Nederland en oriëntatie op beschikbare kennis in (Noord) Nederland; alsmede de wijze waarop jongeren en ouders meedenken of anderszins een rol hebben in het initiatief De aanvraag bevat een plan voor de continuïteit en de borging van de opbrengsten/resultaten. In geval het initiatief het starten van nieuw zorgaanbod betreft dit ook uitzicht op structurele financiering. Aannames over vervolg reguliere structurele financiering zijn vooraf getoetst. Artikel3:129 Aanvraag- en beoordelingsprocedure 1.In afwijking van het bepaalde in artikel 7 van de ASV kunnen subsidieaanvragen gerelateerd aan artikel 3:126 onder 2. gedurende het gehele kalenderjaar worden ingediend, echter niet nadat de verkenning zoals genoemd in artikel 3:127 heeft plaatsgevonden. 2. Bij de aanvraag dient gebruik te worden gemaakt van het daartoe beschikbaar gestelde aanvraagformulier, op te vragen bij ContracteringMO@groningen.nl. 3. Het JENN is een netwerkorganisatie, waaraan een coördinator is verbonden. Via de netwerk coördinator wordt het uitgebrachte advies van het JENN aangeleverd. 4. De beoordeling van de aanvragen wordt gedaan door een team van deskundigen en wordt geformuleerd in een uit te brengen advies van het JENN aan het college. Het college van de gemeente Groningen neemt een besluit over het al dan niet toekennen van de subsidieaanvraag. Artikel3:130 Subsidieplafond en verdeelregel 1. Het subsidieplafond van deze subsidieregeling is gelijk aan het bedrag dat daartoe in de geldende jaarlijkse JENN-begroting is opgenomen. De bedragen die beschikbaar zijn in het kader van artikel 3:126 lid 1 worden jaarlijks opgenomen in de JENN-begroting. 2. Subsidieaanvragen worden beoordeeld en toegekend op basis van volgorde van binnenkomst. Artikel 3:131 Bevoegdheid college Op grond van bijzondere omstandigheden kan het college gemotiveerd afwijken van een van bovenstaande bepalingen. Paragraaf 3.24 Subsidieregeling Naschoolse opvang plus Artikel 3:132 Begripsbepaling In deze paragraaf gelden in aanvulling op de bepalingen in de ASV en de begripsbepalingen in deel 1 van de Nadere regels subsidie gemeente Groningen de volgende begripsbepalingen: NSO+: Naschoolse opvang plus. Naschoolse opvang: Opvang die in overeenstemming is met de kinderopvang zoals geregeld in de Wet kinderopvang. Cluster 3 onderwijs: Een vorm van speciaal onderwijs voor leerlingen met een lichamelijke en/of verstandelijke beperking. Jeugdhulpaanbieder: Is een natuurlijk persoon of rechtspersoon die beroepsmatig jeugdhulp verleent en een financiële relatie heeft met de gemeente, een en ander in het kader van de Jeugdwet. Kinderopvanginstelling: Is een georganiseerde voorziening waar jonge kinderen met een verstandelijke, en soms ook lichamelijke, beperking worden opgevangen tijdens de werk- of studieuren van hun ouders. Monitoringssysteem: Een systematische manier waarop een kinderopvanginstelling de kwaliteit van de opvang, het pedagogisch handelen, en de veiligheid en gezondheid van kinderen continu bewaakt, evalueert en waar nodig verbetert. Wlz: Wet langdurige zorg. DMO: Directie maatschappelijke ontwikkeling. Wko: Wet kinderopvang. Artikel3:133 Doel en doelgroep van de regeling Deze subsidieregeling biedt aanvullende financiering (Jeugdwet) voor passende naschoolse opvang aan leerlingen van 4 tot en met 14 jaar zittende op de Van Lieflandschool en/of De Wingerd in Groningen, evenals toekomstige instellingen waar cluster 3-onderwijs wordt aangeboden. Het betreft kinderen met een verstandelijke en soms ook lichamelijke beperking. Hiermee wordt kansengelijkheid gecreëerd voor deze kinderen en de gezinnen waarin zij opgroeien. Artikel3:134 Subsidiabele activiteiten Het college kan subsidie verlenen aan een kinderopvanginstelling die naschoolse opvang duidelijk ten doel heeft gesteld en hiermee passende naschoolse opvang biedt. Het gaat hierbij om het bevorderen van (sociale) ontwikkeling, integratie, vrijetijdsbesteding, sociale vaardigheden, het hebben van en/of ondersteunen bij sociale contacten. Het gaat in deze subsidieregeling derhalve om een aanvullende subsidie. Het hoofdbestanddeel van de naschoolse opvang plus wordt gefinancierd vanuit de Wko, via onder meer eigen bijdragen en kinderopvangtoeslagen door de ouders. Artikel 3:135 Subsidieaanvrager Subsidie kan worden aangevraagd door een kinderopvanginstelling die bekend is met de doelgroep en beschikt over uit de praktijk gebleken ervaring, ook wat betreft de coördinatie en samenwerking met de daartoe geschikte jeugdhulpaanbieder(s). Artikel 3:136 Subsidievoorwaarden Om in aanmerking te komen voor de subsidie vanuit deze subsidieregeling gelden voor de kinderopvanginstelling de volgende subsidievoorwaarden: Het bieden van passende naschoolse opvang voor kinderen van 4 t/m 14 jaar die speciaal onderwijs cluster 3 volgen, als ook voor kinderen die een Wlz-indicatie hebben en extra zorg nodig hebben. Opvang moet structureel geschikt zijn voor minimaal 8 kinderen voor tenminste 6 maanden aaneengesloten. Te beschikken over een monitoringssysteem ter verrekening van subsidie aan de deelnemende regiogemeenten. Artikel 3:137 Aanvraag Aanvragen voor subsidie kunnen, in afwijking van artikel 7 van de ASV gemeente Groningen, worden ingediend voor 1 november voorafgaande aan het kalenderjaar waarop de subsidie betrekking heeft. De aanvraag dient te bestaan uit een activiteitenplan en een financiële begroting. Artikel 3:138 Beoordeling subsidieaanvraag Binnen 8 weken wordt de subsidieaanvraag beoordeeld door een team van deskundigen bestaande uit tenminste een inhoudelijk beleidsmedewerker, contractmanager en financieel adviseur van de gemeente (DMO), geformuleerd in een uit te brengen advies aan het college. De subsidie wordt slechts aan één kinderopvanginstelling verstrekt. Artikel 3:139 Subsidieplafond Voor de in artikel 3:134 genoemde activiteiten is het subsidieplafond gelijk aan het in de begroting hiervoor opgenomen bedrag. Artikel 3:140 Duur en inwerkingtreding Deze subsidieregeling treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking. Artikel 3:141 Bevoegdheid college en slotbepaling In bijzondere gevallen kan het college gemotiveerd afwijken van de voorgaande bepalingen. Paragraaf 3.25 Subsidieregeling Jonge (12 – 27 jaar) nieuwkomers richting opleiding, participatie of werk Artikel 3:142 Begripsbepaling In deze paragraaf gelden in aanvulling op de bepalingen van de ASV en deel 1 van de Nadere regels subsidie gemeente Groningen de volgende begripsbepalingen: GOTU: Geen Onderwijs Toch Uitdaging; een lokale aanpak in Groningen gericht op jongeren van 12 tot 18 jaar die geen onderwijs volgen en geen startkwalificatie of ander perspectief hebben en op de wachtlijst staan voor de Internationale Schakelklas. Jongvolwassene: Een persoon van 18 jaar of ouder, tot maximaal 27 jaar, woonachtig in de gemeente Groningen, die niet actief deelneemt aan onderwijs, werk of een re-integratietraject. ISK: Internationale Schakelklas; een onderwijstraject voor anderstalige jongeren gericht op integratie in het reguliere onderwijs of vervolgonderwijs. Activeringstraject: een begeleid traject gericht op persoonlijke ontwikkeling, participatie, taalvaardigheid, arbeidstoeleiding of terugkeer naar onderwijs. Nieuwkomers: Personen die recent in Nederland zijn aangekomen met een asielachtergrond. Dit betreft zowel asielzoekers die nog in procedure zijn als statushouders die een verblijfsvergunning hebben ontvangen. Gemeentelijk programma nieuwkomers: Afdeling binnen de gemeente Groningen die beleid en uitvoering rondom opvang, huisvesting, integratie en participatie van statushouders, asielzoekers en Oekraïense ontheemden coördineert. IND: Immigratie- en Naturalisatiedienst; de overheidsorganisatie die verantwoordelijk is voor de uitvoering van het vreemdelingenbeleid in Nederland, waaronder het beoordelen van aanvragen voor verblijf, asiel en naturalisatie. COA: Centraal Orgaan opvang asielzoekers; verantwoordelijk voor de opvang, begeleiding en ondersteuning van asielzoekers in Nederland tijdens hun asielprocedure. AMV: Alleenstaande Minderjarige Vreemdeling; een kind onder de 18 jaar dat zonder ouders of wettelijke voogd naar Nederland is gekomen om asiel aan te vragen. Nidos: Verantwoordelijk voor de voogdij en begeleiding van alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV’
- s)in Nederland. Artikel 3:143 Doel en doelgroep van de regeling Deze subsidieregeling heeft tot doel om jongeren van 12- 18 jaar (18-) die wachten op deelname aan de ISK, en jongeren van 18 jaar tot maximaal 27 jaar met een migratieachtergrond die buiten het reguliere onderwijs en arbeidsproces vallen, perspectief te bieden door middel van activerings- en onderwijstrajecten. De jongeren dienen woonachtig te zijn in de gemeente Groningen. Betreft een programma/initiatief met als doel om activiteiten, onderwijs en begeleiding te verzorgen bedoeld voor personen in de doelgroep 18- en die nog geen plek hebben verkregen op de ISK maar daar wel op aangewezen zijn. Betreft een programma/initiatief met als doel om activiteiten, onderwijs en begeleiding te verzorgen, als voorbereiding op regulier onderwijs of de reguliere arbeidsmarkt, bedoeld voor personen die: tussen de 18 en 27 jaar zijn; geen onderwijs volgen en geen werk hebben; vallen onder de doelgroep Nieuwkomers; (mogelijk) uitgestroomd zijn uit de ISK zonder doorstroomperspectief; gemotiveerd zijn om deel te nemen aan een activeringstraject. Artikel 3:144 Subsidiabele activiteiten Het college kan subsidie verlenen aan een initiatief of programma zoals genoemd onder de onderdelen I. en II. Subsidie kan worden verstrekt voor de kosten van huur van een locatie, personeelskosten voor de begeleiding en ondersteuning, en materiaalkosten. Subsidie in het kader van bovenstaande kan worden /wordt verstrekt ten behoeve van activiteiten die bijdragen aan: Activering van jongeren via trajecten gericht op: persoonlijke ontwikkeling; culturele expressie; taal- en burgerschapsvaardigheden; sociale participatie en integratie; arbeidstoeleiding of terugkeer naar/ voorbereiding op (regulier) onderwijs; het bieden van ritme, structuur en motivatie; Persoonlijke begeleiding en coaching van jongere; Versterking van de ketensamenwerking tussen ISK, maatschappelijke partners, onderwijs en gemeente; Outreachend jongerenwerk gericht op de doelgroep. Artikel3:145 Subsidieaanvrager en aanvraagprocedure 1. Aanvragen voor subsidie kunnen, in afwijking van artikel 7 van de ASV gemeente Groningen, worden ingediend voor 1 november voorafgaande aan het kalenderjaar waarop de subsidie betrekking heeft. Voor de kalenderjaren na 2026 geldt de aanvraagprocedure zoals opgenomen in de ASV. 2. Per categorie (I. of II.) dient een afzonderlijke subsidieaanvraag te worden ingediend. 3. Elke aanvraag bevat ten minste een: omschrijving van de activiteiten; onderbouwing van de doelgroep, aantallen en aanpak; toelichting op de beoogde groepsgrootte van deelnemers; begroting en dekkingsplan; inzicht in de samenwerking met andere partijen, zoals ISK, jongerenwerk of wijkteams; beschrijving van de frequentie en wijze van monitoring en evaluatie. Artikel 3:146 Subsidievoorwaarden Om voor subsidie (zowel I. als II.) in aanmerking te komen dient de aanvrager -zijnde een rechtspersoon zonder winstoogmerk- te beschikken over aantoonbare inmiddels uit de praktijk gebleken ervaring(
- en)in de regio en stad Groningen op het gebied van begeleiding en coaching ten behoeve van de deelnemers van de doelgroep. Dat deze beschikt over een netwerk en samenwerking met adequate mogelijkheden van informatie-uitwisseling met het gemeentelijk programma nieuwkomers, COA, coördinatiepunt ISK, Nidos en AMV-programma’s. Voor de jaren na 2026 kunnen ook soortgelijke initiatieven (eveneens uitvoering door rechtspersoon) in aanmerking komen voor subsidie indien uit programma’s, plannen en evaluaties de overtuiging blijkt dat dit tot een succesvolle bijdrage kan leiden aan het behalen van de in artikel 3: 133 opgenomen doelstelling en ruim voldoende kan scoren op hetgeen in artikel 3:138 is genoemd. De regeling voor 2026 voor de 18+ doelgroep betreft een pilot. Deze regeling geldt daarom in eerste instantie voor één jaar. Een vervolg is afhankelijk van evaluatie van de pilot en van beschikbaarheid van structurele middelen. [Artikel 3:146 bevat een kennelijke verschrijving. Waar naar artikel 3:133 wordt verwezen, wordt artikel 3:143 bedoeld. Waar naar artikel 3:138 wordt verwezen, wordt artikel 3:147 bedoeld.] Artikel 3:147 Beoordeling subsidieaanvraag Binnen 2 weken wordt de subsidieaanvraag (mits deze volledig
- is)beoordeeld door een team van deskundigen bestaande uit tenminste een inhoudelijk beleidsmedewerker, contractmanager en financieel adviseur van de gemeente, geformuleerd in een uit te brengen advies aan het college. Ingeval van meerdere subsidieaanvragen wordt bij de beoordeling gebruik gemaakt van een score-criteria tabel, waarbij per onderdeel max. 5 punten kan worden toegekend. De subsidie wordt in dat geval verstrekt aan de hoogste scorende rechtspersoon. Score tabel Scores (1-5) Ia Ervaring en bewezen resultaat: De aanvrager heeft aantoonbare ervaring met het faciliteren van deelnemers binnen de gemeente Groningen en kan positieve resultaten over uitstroom onderbouwen. Er wordt actief gebruik gemaakt van eigen expertise en netwerk om activiteiten te realiseren. Ib Bereik en doelgroep: De aanvraag richt zich op een duidelijk aantal deelnemers en is toegankelijk en aantrekkelijk voor een diverse groep kinderen en jongeren. Er wordt expliciet rekening gehouden met verschillen in achtergrond, cultuur en taal. Ic Inzet ervaringsdeskundigen: Er worden ervaringsdeskundigen ingezet, bijvoorbeeld vluchtelingen die lessen verzorgen voor andere vluchtelingen. Id Programma-inhoud: Het programma is afwisselend en gericht op taalontwikkeling, persoonlijke ontwikkeling, burgerschap, culturele expressie en voorbereiding op onderwijs of arbeidsmarkt. Ie Urenomvang en begeleiding: Er is voldoende wekelijkse begeleiding, onderwijs en ondersteuning. Daarnaast is er een duidelijk plan voor dagelijkse aanwezigheid en begeleiding van kinderen. If Locatie en toegankelijkheid: De activiteiten vinden plaats op een geschikte, toegankelijke en goed bereikbare locatie binnen de stad Groningen. Ig Netwerk en samenwerking: De aanvrager beschikt over een relevant netwerk binnen de gemeente Groningen en stemt structureel af met de procescoördinator. Er is aansluiting bij instellingen zoals COA, ISK, AMV-programma, Nidos en gemeentelijke programma’s voor nieuwkomers. Ih Persoonlijke begeleiding en maatwerk: De aanvrager biedt persoonlijke begeleiding en maatwerk, en onderhoudt duurzaam contact met de doelgroep. Ii Signalering en probleemoplossing: Er is aandacht voor mogelijke barrières die deelname kunnen belemmeren (praktisch, sociaal, cultureel). De aanvraag bevat concrete strategieën om deze drempels weg te nemen. Ij Taal en communicatie: De communicatie met de jongeren is begrijpelijk en toegankelijk. Beheersing van de Arabische taal is een pré en wordt positief meegewogen. Artikel 3:148 Subsidieplafond Er geldt een subsidieplafond van €600.000. Voor onderdeel I. bedraagt het subsidieplafond in 2026 een bedrag van €250.000. Voor onderdeel II. is in 2026 een bedrag van € 350.000 beschikbaar. Voor de jaren daarna zijn voor de beide onderdelen de subsidieplafonds gelijk aan de in de gemeentebegroting hiervoor opgenomen bedragen. Het college kan bepalen dat er tussen de beide componenten verschuiving kan plaatsvinden. Artikel 3:149 Inwerkingtreding Deze subsidieregeling treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking. Artikel 3:150Bevoegdheid college en slotbepaling In bijzondere gevallen kan het college gemotiveerd afwijken van de voorgaande bepalingen. De regeling m.b.t. onderdeel II. geldt in eerste instantie voor één jaar. Een vervolg is afhankelijk van evaluatie van de pilot en van beschikbaarheid van structurele middelen. Paragraaf 3.27 Subsidieregeling Pilots Aanvullende hulp jeugd en gezin Artikel3:163Begripsbepalingen In deze nadere regel wordt verstaan onder: Aanvullende hulp (AH): definitie van individuele jeugdhulp in kader van de gemeentelijke pilots en de aankomende regionale inkoop aanvullende hulp, niet vallend binnen de huidige Open House-overeenkomst. Het gaat hierbij onder andere om jeugdhulp bij complexe en soms meervoudige, opvoed- en opgroeiproblemen, zoals mentale problemen en gedragsuitdagingen, angst- dwang- en stemmingsproblematiek, scheidingsproblematiek. AH voorkomt onnodige inzet van zwaardere hulp en versterkt het gewone leven. Deze hulp is direct inzetbaar en in de toekomst zo mogelijk zonder indicatie. Ook professionals kunnen laagdrempelig gebruik maken van de in de aanvullende hulp aanwezige deskundigheid. Basis jeugdhulp (BJH): de jeugdhulp die door Stichting WIJ Groningen geboden wordt en zoals omschreven in de Verordening Jeugdhulp gemeente Groningen. Doelgroep: ouders en jeugdigen in de zin van de Jeugdwet, waaronder dus ook verlengde jeugdhulp wordt verstaan. Hoog-specialistische jeugdhulp (HSJ): toekomstige individuele jeugdhulp in het kader van de regionale transformatie en inkoop van de hoog-specialistische jeugdhulp. Inkoop Aanvullende Hulp Jeugd en Gezin RIGG (ingang overeenkomst uiterlijk 1/1/ 2028): dit betreft de toekomstige inkoop van aanvullende hulp door de RIGG die in 2026 van start zal gaan. Jeugdhulp: jeugdhulp in de zin van artikel 1.1 van de Jeugdwet. Jeugdhulpaanbieder: de rechtspersoon die bedrijfsmatig jeugdhulp doet verlenen onder verantwoordelijkheid van het college, zoals genoemd in de definitie van jeugdhulpaanbieder in artikel 1.1 van de Jeugdwet. Langjarig Perspectief transformatie jeugdhulp in Groningen: het document waarin de ontwikkelrichting van en de regionale kaders voor het jeugdhulplandschap in de jeugdregio Groningen worden beschreven, vastgesteld in het RBOJ d.d. 15 februari 2025. Notitie Strategie Pilots aanvullende hulp jeugd en gezin gemeente Groningen en Midden-Groningen: het document waarin de inhoudelijke, financiële en contractuele keuzes die nodig zijn om de pilots Aanvullende Hulp uit te voeren worden beschreven, vastgesteld in het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Groningen d.d. 16 december 2025. Open House-overeenkomst: huidige overeenkomst Open House uitvoering Diensten Jeugdwet tussen jeugdhulpaanbieder en de RIGG. RBOJ: Regionaal Bestuurlijk Overleg Jeugd, zoals bedoeld in artikel 7 van de Centrumregeling Jeugdregio Groningen 2025. Specialistische Jeugdhulp in de huidige overeenkomst: individuele jeugdhulp op grond van de Open House-overeenkomst. Startnotitie AH: Startnotitie aanvullende hulp jeugd en gezin gemeente Groningen, zoals vastgesteld in de gemeenteraadsvergadering van 24 september 2025. Artikel3:164Doel van de regeling De gemeente Groningen wil, samen met de andere Groninger gemeenten en samenwerkingspartners de jeugdhulp eenvoudig, laagdrempelig en toegankelijk organiseren. Dat vindt plaats vanuit de visie ‘voor het kind, vanuit het gezin’ en staat in het teken van de-medicaliseren, normaliseren en het leren omgaan met lastige levensgebeurtenissen die bij opgroeien horen. Daartoe willen we de jeugdhulp slimmer, meer integraal en doelgerichter inzetten. Achterliggend doel is het normaliseren en beheersbaar houden van de kosten in het jeugdzorglandschap, zodat zwaardere jeugdhulp beschikbaar blijft voor degenen die dat het meeste nodig hebben. In verband hiermee worden een 2-tal pilots uitgevoerd. De te subsidiëren pilots (artikel 3:165) zijn gericht op de ontwikkeling van de AH, binnen de kaders van het regionaal vastgestelde Langjarig perspectief in aansluiting op en in samenhang met de BJH en HSJ. Met de AH hulp is specialistische expertise laagdrempelig en dicht bij/in de leefwereld van het gezin beschikbaar; inclusief het onderwijs. Met de pilots onderzoeken wij ook of de ondersteuning aan jongeren meer groepsgericht kan plaatsvinden en bij welke soort ondersteuning deze vorm kan worden toegepast. Ook willen we leren welke samenwerkingsafspraken rondom de analyse van de ondersteuningsvraag en andere werkwijzen passen bij de AH. De pilots dienen als voorbereiding op de inkoop van aanvullende jeugdhulp die in 2026 start, met een beoogde ingangsdatum van 1 januari 2028. Artikel3:165Subsidiabele activiteiten/kosten Er is subsidie beschikbaar voor: Pilot voortgezet onderwijs- specialistische jeugdhulp en Pilot specialistische hulp dichtbij. De subsidie is beschikbaar voor ontwikkelkosten. Ontwikkelkosten zijn onder andere: Ontwerp en uitwerking van de pilotaanpak en vertaling van onderzoeksvragen. Projectmanagement, coördinatie en afstemming met gemeenten, WIJ Groningen, onderwijs en lokale teams. Inrichting van nieuwe werkprocessen, interventies of samenwerkingsstructuren. Monitoring, evaluatie, dataverzameling en rapportages. Pilot-specifieke scholing of training. Deelname aan gezamenlijke bijeenkomsten, leerkringen en reflectiesessies. Communicatie- en implementatiekosten die direct betrekking hebben op de pilot. Niet toegestaan als ontwikkelkosten: Zorgkosten. Structurele formatie of reguliere bedrijfsvoering. Investeringen die geen directe link hebben met de pilot. Ten aanzien van de kosten is artikel 2.3 van het Besluit Jeugdwet van toepassing, waarin regels zijn opgenomen met betrekking tot een reële prijsstelling en kostprijselementen. Artikel3:166Subsidieaanvrager Subsidie kan worden aangevraagd door een jeugdhulpaanbieder zoals bepaald in de begripsomschrijving. Artikel3:167Subsidievoorwaarden Op de subsidieverlening zijn de onderstaande voorwaarden van toepassing die de aanvrager binnen de pilot moet opzetten qua inhoud. De nadere uitwerking van de pilotopzet gebeurt in de eerste fase samen met de gemeente Groningen. De precieze inhoud, aanpak en opzet van de pilot worden in de eerste fase gezamenlijk uitgewerkt met de gemeente(
- n)en Stichting WIJ Groningen, de betrokken onderwijsinstellingen en huisartsen. Eisen aan de inhoudelijke invulling van de pilot (pilotopzet & samenwerking): Werkt actief mee aan de nadere inhoudelijke uitwerking en ontwikkeling van de pilot. Neemt structureel deel aan de gezamenlijke werkgroep met gemeenten Groningen en/of Midden-Groningen ten behoeve van de gezamenlijke uitwerking van de pilot. Maakt gebruik van bestaande lokale en regionale structuren (zoals lokale teams, scholen en wijkprofessionals) en stemt de hulp vooraf en gedurende het traject af met de betreffende gemeente. Werkt samen met relevante netwerkpartners, waaronder onderwijsinstellingen, WIJ Groningen, lokale teams en andere betrokken aanbieders. Hanteert de uitgangspunten van de Startnotitie AH, waaronder normaliseren, demedicaliseren, vroegsignalering en een integrale gezinsbenadering. Draagt zorg voor continuïteit van hulp gedurende de looptijd van de pilot, tenzij de gemeente anders beslist. Maakt leeropbrengsten beschikbaar en overdraagbaar voor de verdere regionale inkoop en doorontwikkeling van Aanvullende Hulp. Eisen aan de organisatie van de aanvrager (kwaliteit, verantwoording & bedrijfsvoering) Deze voorwaarden gaan over wat er organisatorisch van de aanvrager wordt verwacht om de pilot verantwoord en professioneel uit te voeren: Zorgt voor inzet van deskundig en gekwalificeerd personeel, passend bij de aard van de pilot en conform relevante wet- en regelgeving. Draagt bij aan monitoring, evaluatie en leeropbrengsten, en levert tijdig de benodigde gegevens aan volgens de regionale monitoringskaders. De aanvrager werkt mee aan toetsen, casuïstiekbesprekingen en evaluatiemomenten. Biedt transparantie in werkwijze, voortgang en resultaten, inclusief: Werkt volgens de gezamenlijke afgesproken planning en mijlpalen en stemt eventuele afwijkingen vooraf af met de gemeente. Informeert de gemeente over omstandigheden die van invloed kunnen zijn op de uitvoering van de pilot, bijvoorbeeld: personele problemen, wijzigingen in partnerschappen of uitvoeringsrisico’s. Artikel3:168Subsidieaanvraag 1.De aanvraag wordt conform artikel 6 van de Algemene subsidieverordening Groningen ingediend en bevat een uitwerking van de pilot, overeenkomstig de hieronder genoemde aanvullende indieningsvereisten, alsmede een op de activiteiten van de pilot gerichte begroting. 2.Aanvragen worden bij het college ingediend vóór 30 januari 2026 via het mailadres contractering@groningen.nl Aanvullende indieningsvereisten: De subsidieaanvraag bevat een bijlage van maximaal 10 pagina’s A4, lettertype calibri 11, (exclusief planning) waarin de aanvrager: Eerste reactie en reflectie geeft op de ambities en vraagstukken van de betreffende pilots uit de Notitie strategie pilots; Eerste schets geeft van hoe de ambities en vraagstukken vertaald kunnen worden in activiteiten; Inzicht geeft in de eigen ervaring en deskundigheid voor het uitvoeren van de pilot en het oppakken van deze vraagstukken; Beschrijft op welke manier wordt samengewerkt met de gemeente en belangrijke stakeholders waar van toepassing zoals Stichting WIJ Groningen, betrokken onderwijsinstellingen en huisartsen. Begroting (ontwikkelkosten) De subsidieaanvraag bevat een begroting. Alleen ontwikkelkosten mogen worden opgenomen in de begroting. Zorg gerelateerde kosten maken geen onderdeel uit van de subsidiabele kosten en worden gefinancierd vanuit de Overeenkomst uitvoering Diensten Jeugdwet Open House met de RIGG (zie Begrippenlijst). Dat betekent dat de subsidieaanvrager hiervoor gecontracteerd dient te zijn. Artikel3:169Beoordeling subsidieaanvraag 1.De beoordeling van op tijd ingediende en complete aanvragen wordt uitgevoerd door een commissie van deskundigen (o.a. beleidsadviseur, contractmanager, business controller en inhoudelijk specialist). Alle aanvragen worden eerst verzameld en daarna gelijktijdig beoordeeld. 2.De commissie bestaat uit een oneven aantal leden van minimaal 5 (vijf) en maximaal 7 (zeven). Gedurende de beoordelingsperiode is het niet mogelijk met de commissie en vertegenwoordigers van de gemeente Groningen en Midden Groningen die betrokken zijn bij de beoordeling contact op te nemen over de pilots en de beoordeling hiervan. 3.Per pilot worden de ingediende subsidieaanvragen beoordeeld aan de hand van in artikel 3:170 opgenomen beoordelingskader en wordt de subsidie verleend aan de jeugdhulpaanbieder met de hoogst scorende subsidieaanvraag. 4.De beoordeling vindt plaats in twee stappen: Individuele beoordeling – iedere beoordelaar kent zelfstandig een score toe per onderdeel. Consensusgesprek – de commissie bespreekt de individuele beoordelingen en komt tot een gezamenlijke, uniforme beoordeling. 5.Per onderdeel van het beoordelingskader wordt een cijfer toegekend tussen 0 en 10. Alleen de hoogste scorende subsidieaanvraag zal ook een subsidieverlening ontvangen. Deze scores vormen samen de totaalscore en de basis voor het advies aan het college voor de vervelening van de subsidieaanvraag. 6.Na toewijzing/toekenning van de beide pilots kunnen geen nieuwe aanvragen worden ingediend. Artikel3:170Beoordelingskader pilots AH De ingediende pilotvoorstellen worden beoordeeld aan de hand van het onderstaande beoordelingskader. Per onderdeel wordt een score toegekend van 0, 2, 4, 6, 8 of 10 punten. Hoe beter het voorstel aansluit op het afwegingskader van de Gemeente Groningen (zie bijlage Notitie Strategie Pilots), hoe hoger de score. De subsidieaanvraag bevat een bijlage van maximaal 10 pagina’s A4, calibri 11, exclusief planning en begroting 1. Vraagstukken pilots – reflectie en invulling Gewogen op volledigheid, scherpte en aansluiting op de pilotdoelen. Beoordelingscriteria: De aanvrager geeft antwoord op de ambities en vraagstukken van de betreffende pilots uit de Notitie Strategie Pilots en reflecteert hierop. De aanvrager geeft een duidelijke schets van de uitvoering van de pilot(s); Het voorstel toont een duidelijke relevantie voor de pilot en de regionale ontwikkelopgave. Score: 0 – 10 punten 2. Relevante ervaring en deskundigheid Beoordeling van de kennis, ervaring en deskundigheid van de aanvrager. Beoordelingscriteria: De aanvrager toont aantoonbare ervaring met aanvullende hulp, vergelijkbare pilots en relevante methodieken die relevant zijn voor de uitvoering van de pilots. Deskundigheid van het personeel is passend bij de aard en doelgroep van de pilot. Score: 0 – 10 punten 3. Samenwerking met gemeente en stakeholders Beoordeling van kwaliteit, betrokkenheid en realisme van samenwerkingsrelaties. Beoordelingscriteria: De samenwerking met de gemeente is helder beschreven en realistisch geborgd. Indien van toepassing: samenwerking met Stichting WIJ Groningen, onderwijsinstellingen, huisartsen en andere betrokken professionals is overtuigend uitgewerkt. Het voorstel toont begrip van het regionale speelveld en benut bestaande structuren. Score: 0 – 10 punten 5. Begroting (ontwikkelkosten) Beoordeling van de financiële onderbouwing. Beoordelingscriteria: De subsidieaanvraag bevat een afzonderlijke begroting die aansluit bij de beschreven activiteiten. Alleen ontwikkelkosten zijn opgenomen (conform regeling). Het is duidelijk dat zorgkosten niet zijn opgenomen (worden via de RIGG-contractering gedekt). De aanvrager is gecontracteerd voor aanvullende hulp via RIGG of motiveert hoe deze borging wordt gerealiseerd. Score: 0 – 10 punten Artikel3:171Subsidieplafond en verdeelregel Het subsidieplafond van deze subsidieregeling is gelijk aan het bedrag dat daartoe in de geldende jaarlijkse begroting is opgenomen. Artikel3:172Aanvullende weigeringsgronden De aanvragen moet minimaal twee jaar ervaring hebben met het daadwerkelijk verlenen van gecontracteerde jeugdhulp binnen de Open House-overeenkomst. Artikel3:173Bevoegdheid college Op grond van bijzondere omstandigheden kan het college gemotiveerd afwijken van een van bovenstaande bepalingen. Artikel3:174Duur van de subsidieregeling Deze subsidieregeling geldt tot en met het tijdstip van ingang van de nieuwe regionale overeenkomst aanvullende hulp (zie begrippenlijst). Hoofdstuk4Welzijn, gezondheid en zorg Paragraaf 4.1Algemeen Artikel 4:1 Begripsbepalingen Artikel4:2 Relevante procedure (vervallen) Artikel4:3 Subsidie per activiteit (vervallen) Artikel4:4 Hoogte subsidieplafond in het algemeen Het subsidieplafond voor activiteiten die gesubsidieerd worden op basis van dit hoofdstuk is gelijk aan de hiervoor in de begroting opgenomen bedragen, tenzij in de betreffende paragraaf daarvan afgeweken wordt. Paragraaf 4.2 Emancipatie en vrouwenzaken (vervallen zijn de artikel 4:5 tot en met 4:8) Paragraaf 4.3 Internationale betrekkingen Artikel 4.9 Begripsbepaling In aanvulling op het begrippenkader zoals vastgelegd in de verordening en in paragraaf 4.1 wordt voor de toepassing van deze paragraaf verstaan onder: mondiale bewustwording: het verschaffen van inzicht aan de burgers en het stimuleren van activiteiten op het gebied van ontwikkelingssamenwerking, democratisering, mensenrechten en duurzame ontwikkeling. De werkzaamheden vinden plaats op basis van wederkerigheid in internationale - en ontwikkelingssamenwerking; [vervallen] [vervallen] Artikel4:10 Subsidiabele activiteiten 1.[vervallen] 2.Het college kan subsidie verlenen voor mondiale bewustwording, te weten: het geven van informatie aan de bevolking van de gemeente Groningen over de problematiek in een land door middel van voorlichting en bewustwordingsactiviteiten; steun aan de opbouw van de democratie van een land; het stimuleren van burgers en overheden om actief mee te werken aan het oplossen van sociaal-economische en maatschappelijke vraagstukken in een land; de uitwisseling van ambtenaren en stages van ambtenaren van de gemeente Groningen en van een land; het werven van fondsen voorzover die zullen worden ingezet in concrete ontwikkelingsprojecten in een land. Artikel4:11 Bijzondere bepalingen/verplichtingen De ontvanger van subsidie voor mondiale bewus