← Nederland

Omgevingsvisie gemeente Maastricht (Maastricht)

In het kort

Deze wet, genaamd "Omgevingsvisie gemeente Maastricht 2040", schetst een overkoepelend beeld van de toekomst van Maastricht als een gezonde, duurzame en leefbare stad, met behoud en versterking van haar unieke karakter. Het dient als leidraad voor de toekomstige ontwikkeling van de stad en geeft richting aan beslissingen en projecten.

Wat het reguleert

Wie het aangaat

Kernpunten

Wettekst

/akn/nl/act/gemeente/2026/CVDR760755 /join/id/stop/work_006 /akn/nl/act/gm0935/2026/omgevingsvisie /join/id/stop/work_019 2026-04-17 2026-04-17 /akn/nl/act/gemeente/2026/CVDR760755/nld@2026-04-18 /join/id/proces/gm0935/2026/1_35_nieuweregeling 2026-04-18 2026-04-18 /akn/nl/act/gm0935/2026/omgevingsvisie/nld@35 /akn/nl/act/gm0935/2026/omgevingsvisie /akn/nl/act/gm0935/2026/omgevingsvisie/nld@35 /join/id/stop/work_019 v1 Omgevingsvisie gemeente Maastricht Voorwoord Beste inwoners, ondernemers en partners van Maastricht, Voor u ligt de omgevingsvisie Maastricht

  1. Deze visie schetst een overkoepelend beeld van de toekomst van onze stad: een gezonde, duurzame en leefbare stad, waarbij we het unieke karakter van Maastricht koesteren en versterken. Een stad waar iedereen zich thuis voelt, waar brede welvaart vooropstaat en er volop ruimte is om te ontmoeten, te bewegen, te ondernemen en te vernieuwen. We staan voor niet geringe uitdagingen, die ons aanzetten tot het tonen van ambitie, reflecteren op onze kernwaarden en het definiëren van een duidelijke richting. Zo bouwen we letterlijk aan een toekomstbestendige woningmarkt, bereiden we onze stad voor op de gevolgen van een veranderend klimaat, versterken we de biodiversiteit en investeren we in een vitale economie. Tegelijkertijd bewaken we samen de steeds veranderende balans tussen ontwikkeling en vernieuwing enerzijds, en behoud anderzijds. We maken ruimte voor nieuwe verhalen en voor monumenten van de toekomst. Maar dat doen we steeds met eerbied voor onze rijke geschiedenis als Vestingstad en voor de verhalen die onze stad gemaakt hebben tot wat ze vandaag is. Deze visie is niet vanachter een bureau geschreven, maar ontstaan vanuit een intensief proces van samenwerking en participatie. Inwoners, organisaties en ondernemers uit alle delen van onze gemeente hebben actief meegedacht, hun zorgen gedeeld, ideeën aangedragen en hun droombeelden en ambities uitgesproken. We installeerden een burgerberaad, dat inhoudelijke adviezen uitbracht die zijn verwerkt in de omgevingsvisie. De diversiteit aan bijdrages van de grote hoeveelheid participanten vormt, samen met de inzet van het ambtelijke kernteam, dan ook de hoeksteen van deze visie. Ik ben oprecht dankbaar voor de betrokkenheid en de openheid waarmee zoveel Maastrichtenaren hun inzichten met ons hebben gedeeld. Ook de gemeenteraad heeft een wezenlijke bijdrage geleverd aan deze omgevingsvisie. We zijn in diverse gesprekken en inspirerende werksessies samen de diepte ingegaan. De raad heeft scherpe vragen gesteld, duidelijke prioriteiten benoemd en richting gegeven in het maken van de finale keuzes. Door deze intensieve dialoog is de omgevingsvisie niet alleen ambitieus, maar ook realistisch: stevig verankerd in de opgaven van vandaag tegen de horizon van
  2. Laten we samen koers zetten naar een Maastricht dat krachtig groeit, met respect voor dat wat al geworteld is. Een stad die vernieuwt zonder te vergeten, en die verbindt vanuit verschillen. Een stad waarvan haar unieke karakter en waarden zoals brede welvaart niet abstract blijven, maar zichtbaar en tastbaar worden in straten, buurten en het leven van haar inwoners. Namens het college van Burgemeester en Wethouders Maastricht, Frans Bastiaens Wethouder Stedelijke Ontwikkeling Samenvatting Maastricht 2040: een compacte stad met ruimte voor iedereen In Maastricht klinken toekomstplannen op oude stenen - vernieuwing met een hart voor het verleden. In 2040 is Maastricht een stad waar mensen zich thuis voelen, ruimte ervaren om te leven en te ondernemen, elkaar ontmoeten en verblijven in fijne buurten, langs de Maas, op de campus of in het centrum. De stad is zichtbaar veranderd, maar heeft haar karakter en identiteit behouden. We kiezen daarbij bewust voor ruimtelijke kwaliteit en evenwichtige groei: door te verdichten en in te breiden binnen de bestaande stad houden we het buitengebied open en versterken we het historische centrum. Dat is niet eenvoudig. Het vraagt zorgvuldigheid, creativiteit en samenwerking, maar biedt ook kansen voor een leefbare, toegankelijke en toekomstbestendige stad. Deze Omgevingsvisie 2040 schetst een overkoepelend beeld van de toekomst van onze stad: een gezonde, duurzame en leefbare stad, waarbij we het unieke karakter van Maastricht koesteren en versterken. Verdichten met kwaliteit en oog voor de mens We bouwen de komende jaren aan 8.000 tot 12.000 extra woningen, vooral binnen het bestaand stedelijke gebied. Verdichting is geen doel op zich, maar een slimme manier om meer ruimte te bieden aan woon-, werk- en ontmoetingsplekken. Zo blijft de stad compact én leefbaar. Nieuwe woningen komen in allerlei vormen: betaalbaar, levensloopbestendig, geschikt voor alleenstaanden, gezinnen en ouderen. Alles met oog voor kwaliteit, diversiteit en de kracht van de buurten. Een veerkrachtige stad met brede welvaart als fundament Maastricht kiest voor brede welvaart. Niet alleen financiële voorspoed telt, maar ook gezondheid, culturele verrijking, veiligheid, werkgelegenheid en sociale verbondenheid. We investeren in sterke buurten met toegankelijke voorzieningen, ruimte voor ontmoeting en kansen om mee te doen voor iedereen, in elke levensfase. Het gaat om wijken waar je je veilig voelt en gezond kunt leven, bewegen en leren. Energiearmoede wordt bestreden met slimme, collectieve oplossingen zodat verduurzaming ook haalbaar is voor mensen met een smalle beurs. De kracht van de stad zit in de mensen en dus versterken we sociale netwerken. Zo bouwen we samen aan een veerkrachtige stad met sterke gemeenschappen, die tegen een stootje kan - fysiek, economisch én sociaal. Een sterke kennis- en maakstad Van Brightlands tot binnenstad: Maastricht is een plek waar ideeën tot leven komen. Als internationale kennis- en maakstad bieden we ruimte aan innovatieve bedrijven, ambachtelijke ondernemers en creatieve geesten. De Maastricht Brightlands Campus en de Einstein Telescope trekken nieuwe bedrijvigheid en inwoners aan. In de binnenstad ontstaat ruimte voor creatieve en ambachtelijke werkplekken die samen met winkels en horeca de vertrouwde dynamiek versterken en vernieuwen. Zo blijft Maastricht een stad van talent, ambities en vernieuwingskracht. Meer groen, meer water, meer leefkwaliteit Groen is essentieel voor onze gezondheid en draagt bij aan ons welzijn en een duurzaam klimaat. De stad wordt daarom de komende jaren groener. Een groene stadszoom zal als parkachtige zone de overgang vormen naar het omliggende land-schap. Deze stadszoom biedt ruimte voor recreatie en ontspanning en beschermt tegelijkertijd de kwetsbare natuur. Ook water krijgt meer ruimte in de stad, om beter gewapend te zijn tegen droogte, hitte en hevige regenval – én om nieuwe plekken te maken voor rust, verkoeling en natuur. Bereikbaar, toegankelijk en duurzaam onderweg De stad wordt veiliger en beter bereikbaar. Met ruimte voor lopen, fietsen en openbaar vervoer stimuleren we meer gezondere en duurzame manieren van verplaatsing. De auto blijft welkom, maar we zetten stapsgewijs in op een autoluwer centrum – met aantrekkelijke alternatieven voor de auto. Er wordt steeds vaker aan de stadsranden geparkeerd, en logistiek wordt efficiënter en schoner georganiseerd. Zo verbeteren we tegelijkertijd de bereikbaarheid én leefbaarheid. Hoofdstuk 1 Inleidend hoofdstuk Paragraaf 1.1 Wat is een omgevingsvisie? In een omgevingsvisie legt een gemeenteraad voor de fysieke leefomgeving haar lange termijn ambities en maatschappelijke opgaven vast. De visie dient als leidraad voor de toekomstige ontwikkeling van de stad en geeft richting aan de beslissingen en projecten die bijdragen aan de ambities van Maastricht. Inhoudelijk omvat deze omgevingsvisie alle ruimtelijke thema’s die van belang zijn voor de inrichting en ontwikkeling van Maastricht. Waarbij de fysieke leefomgeving in de brede zin wordt opgevat: behalve naar ruimtelijk-economische thema’s kijken we ook naar bijvoorbeeld veiligheidsaspecten, gezondheid en sociale vraagstukken. De nieuwe omgevingsvisie wordt door de gemeenteraad van Maastricht vastgesteld. Ze bindt alleen het bestuursorgaan, in dit geval de gemeente Maastricht, die de visie heeft opgesteld. Daarnaast fungeert de omgevingsvisie ook als belangrijk kader voor betrokken partijen die onze stad maken. De gemeente zal toekomstige plannen en projecten beoordelen op de mate waarin deze in de visie passen. Paragraaf 1.2 Totstandkoming van de nieuwe omgevingsvisie De omgevingsvisie is gebaseerd op drie pijlers: het gesprek met de stad, beleidsontwikkeling en een omgevingseffectrapportage. Het gesprek met de stad Er is met bewoners en partners gesproken over de richting waarin we de stad ruimtelijk kunnen ontwikkelen. Dit deden we om de omgevingsvisie beter te maken, belangen helder te krijgen en de zeggenschap van de stad in dit proces te vergroten. De participatie heeft op verschillende manieren vorm gekregen. Om te beginnen stelden we een burgerberaad in. Hiervoor bestond veel animo en het leverde 15 goede en concrete adviezen op. Verder hielden we een stadsbrede participatieavond en zeven sessies in de stadsdelen. Bij deze gesprekken legden we inwoners zo goed als mogelijk ruimtelijke vertalingen voor het betreffende stadsdeel en concrete keuzes voor. Zo kon de potentiële lijn van de omgevingsvisie voor het stadsdeel worden aangescherpt. Diverse avonden kenden een grote opkomst en leverden prettige en zinvolle gesprekken op over de toekomst van het stadsdeel. We hielden ook een digitale enquête over de thema’s water(overlast), wonen, beweging en ontmoeting, vergroening en de binnenstad. Aan dit verdiepend onderzoek hebben meer dan 2.400 mensen meegedaan. Ook spraken we met verschillende partners van Maastricht waarbij we ideeën uitwisselden. Verder hebben (burger-)raadsleden tijdens diverse bijeenkomsten met de gemeenteraad inhoudelijk gereageerd op concept-richtingen uit de nieuwe omgevingsvisie. Beleidsontwikkeling Beleidsontwikkeling, de tweede pijler, is bij een gemeentelijke overheid een voortdurend proces. Sinds de vaststelling van de vorige omgevingsvisie in 2020 zijn de stadsvisie, sociale visie en economische visie geactualiseerd. Ook zijn bijvoorbeeld de Transitievisie Warmte en Energie, de Woonprogrammering 2021 – 2030 en de Grond- en vastgoednota vastgesteld. Op regionaal niveau zijn de Agenda Zuid-Limburg, de Regionale Energiestrategie en Panorama Zuid-Limburg opgesteld. Deze beleidsdocumenten waren de inhoudelijke basis voor de actualisatie van deze omgevingsvisie. De omgevingseffectrapportage De derde pijler vormt een omgevingseffectrapportage. De gemeente Maastricht heeft bij het opstellen van de omgevingsvisie ook een omgevingseffectrapportage ingezet.1 Deze rapportage laat ten aanzien van milieu- en omgevingseffecten zien waar het nieuwe ruimtelijk beleid leidt tot kansen en waar tot risico’s, en wat het potentieel doelbereik van de beleidsuitspraken zijn. In de Omgevingseffectrapportage worden de ruimtelijke ingrepen in de stad, die worden onderzocht in het kader van de actualisatie, beoordeeld op hun waarschijnlijke of mogelijke effecten op onze maatschappelijke opgaven en ambities van Maastricht. Ruimtelijke ingrepen zijn bijvoorbeeld het vergroenen van straten en het toevoegen van woningbouw in het stationsgebied. De rapportage gaf aanknopingspunten voor het verbeteren en aanscherpen van het beleid. Ontwerp omgevingsvisie Laatste stap van het totstandkomingsproces was de ontwerp omgevingsvisie. De wijzigingen ten opzichte van het voorontwerp kwamen mede voort uit de bespreking tijdens het Domein Fysiek op 9 april 2025, gesprekken met (strategische) partners in de stad en medeoverheden, en de beoordeling in de omgevingseffectrapportage. Het College van Burgemeester en Wethouders heeft de ontwerp omgevingsvisie van 4 juli tot en met 29 augustus vrijgegeven voor het inbrengen van zienswijzen. Uiteindelijk hebben 43 personen en organisaties zienswijzen (reacties) ingediend. Ook deze hebben geleid tot aanpassingen. Tegelijkertijd heeft, op verzoek van het college, de Commissie voor de Milieueffectrapportage een advies opgesteld. Dit is op 8 oktober 2025 ontvangen en heeft geleid tot de laatste aanpassingen aan deze omgevingsvisie, het duidelijker weergeven hoe bepaalde keuzes tot stand zijn gekomen en in de concretisering na vaststelling van de omgevingsvisie. In januari 2026 is de omgevingsvisie vastgesteld door de gemeenteraad van Maastricht. De visie wordt nader uitgewerkt en gepreciseerd in omgevingsprogramma’s en het omgevingsplan. Paragraaf 1.3 Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk leest u hoe de stad ervoor staat en welke uitdagingen we voor ons zien (hoofdstuk 2). Daarna volgt wat voor stad we willen zijn en welke ambities we hebben (hoofdstuk 3). Hoofdstuk 4 beschrijft de (ruimtelijke) hoofdkeuzes aan de hand van vijf bewegingen. In hoofdstuk 5 zijn die hoofdkeuzes per thema nader uitgewerkt in beeld en tekst. Hoofdstuk 6 geeft de totaalkaarten van deze visie weer. Hoofdstuk 7 vertaalt de visie naar de zeven stadsdelen van Maastricht. Hoofdstuk 8 beschrijft hoe we de uitvoering van ruimtelijke ingrepen willen organiseren. In hoofdstuk 9 gaan we in op de werkwijze en opbrengst van de omgevingseffectrapportage. Hoofdstuk 10 gaat over de inzet van het voorkeursrecht op basis van de omgevingsvisie. Dit document wordt afgesloten met een begrippenlijst en het bronnen- en eindnotenoverzicht. De weergegeven kaarten in de omgevingsvisie, met uitzondering van de kaarten gehanteerd in hoofdstuk 10, zijn agenderend en richtinggevend aan plannen en projecten. De aanduiding van profielen, raamwerk en stedelijke opgaven is indicatief en duidt niet de exacte grens van de betreffende ontwikkeling aan. Bij verandering van de situatie is de hier uitgezette richting het uitgangspunt. Hoofdstuk 2 Waar staan we en wat komt op ons af? Paragraaf 2.1 Maastricht, een stad die nooit af is In 2013 werden op de Cannerberg sporen ontdekt van een nederzetting uit de bandkeramiekcultuur, waar landbouwers zich zo’n 5.300 jaar geleden vestigden op de vruchtbare lössgronden tussen Maas en Rijn. Afgezien van rondtrekkende jagers en verzamelaars waren deze boeren vermoedelijk de eerste vaste bewoners van het gebied dat nu tot de gemeente Maastricht behoort. Maastricht zoals wij het kennen, kreeg vorm in de Romeinse tijd, strategisch gelegen bij een doorwaadbare plaats in de Maas. Na het vertrek van de Romeinen ontwikkelde de stad zich in de Middeleeuwen tot een belangrijk religieus, handels-, nijverheids- en bestuurscentrum, en bleef Maastricht groeien. Na een periode van economische stagnatie werd in de 19e eeuw in de stad nieuw leven geblazen. De aanleg van de Zuid-Willemsvaart en de opkomst van industrieën in glas en keramiek luidden een nieuwe fase in. Maastricht werd Nederlands’ eerste echte industriestad. Met de komst van de spoorwegen verbeterden de verbindingen met de rest van Nederland, Duitsland en België sterk, wat de verdere groei van Maastricht stimuleerde. Aanvankelijk vond de uitbreiding van de stad nog plaats binnen de oude stadswallen, maar tegen het einde van de 19e eeuw ontstonden de eerste wijken daarbuiten, waaronder aan de zuidkant het Villapark. Na 1950 breidde het bebouwde oppervlak zich stap voor stap verder uit. Tot 1970 verrezen rondom de stad diverse grootschalige modernistische wijken, zoals Caberg, Belfort en Malpertuis. Ook de parochiewijk Pottenberg, inmiddels aangewezen als een wederopbouwgebied van nationaal belang, werd gebouwd. Latere uitbreidingen concentreerden zich vooral rond dorpen die bij de stad waren gevoegd, zoals Amby, Scharn en Heer. In Randwyck ontstond vanaf de jaren zeventig een nieuw stadsgebied met de universiteit, het provinciehuis en een ziekenhuis. Ondanks een tijdelijke stilstand in de stedelijke ontwikkeling door de financiële en vastgoedcrisis, kende Maastricht in de afgelopen drie decennia succesvolle herontwikkelingen. Zo werden oude fabrieksterreinen zoals Céramique en het Sphinxgebied nieuw leven ingeblazen. Na ondertunneling van de A2 werd de Groene Loper ontwikkeld. Deze heeft de leefkwaliteit enorm verbeterd. Verder kregen ook verouderde stadsbuurten als Malberg en Mariaberg door een grondige herstructurering een nieuwe toekomst. De conclusie moge duidelijk zijn: Maastricht is nooit ‘af ’, ook niet in
  3. De stedelijke ontwikkeling richt zich nu op de huisvesting van onderwijs en sport en het toevoegen van woningen en ruimte voor werk. Denk ook aan de herontwikkeling van het Trega-Zinkwit-terrein, de beoogde herbestemming van het ENCI-terrein, evenals de afbouw van het vastgoed aan de Groene Loper. Paragraaf 2.2 Identiteit van Maastricht Voor het ‘Maastricht van morgen’ hebben we de afgelopen jaren verschillende bouwstenen gelegd. Belangrijk zijn de Economische visie ‘Maastricht kiest voor kwaliteit en innovatie’, de Sociale visie ‘Van vangnet naar trampoline’, de Cultuurvisie ‘Cultuur maakt Maastricht, Maastricht maakt cultuur’ en de overkoepelende Stadsvisie ‘Perspectief voor een gezonde stad’. Deze bouwstenen geven richting aan onze visie op Maastricht in
  4. Maastricht wil in 2040 een gezonde stad zijn waarin welvaart en welzijn met elkaar in balans zijn. Een stad met een vitale samenleving, krachtige economie, aantrekkelijke leefomgeving en levendige cultuur. De Stadsvisie identificeert daarbij zes thema’s: inclusieve stad, woonstad, kennisstad, ontmoetingsstad, groene stad en netwerkstad.2 De inclusieve stad biedt kansen voor elke Maastrichtenaar, met daarin een cruciale rol voor het onderwijs. De aanpak van de ‘mismatch’ tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt en de verhoogde arbeidsparticipatie maken dat iedereen meetelt en meedoet in de samenleving. In de woonstad kan iedereen zich thuis voelen. We willen een stad zijn met een diversiteit aan passende woon- en leefomgevingen voor alle doelgroepen en een mix van woonsferen, van levendigheid tot rust. In de kennisstad trekken we niet alleen talent aan, maar houden we dit ook vast. Een werkstad waar veranderingen beginnen en doorgroeien, waar innovatie plaatsvindt en mensen initiatief nemen. We gaan daarbij uit van een licht groeiend inwonertal. Dit is geen doel op zich, maar groeiende welvaart en vitale werkgelegenheid zijn dat wél. De ontmoetingsstad voelt als een plein dat een warm en veilig welkom biedt aan iedereen die wil genieten van de schoonheid en dynamiek in Maastricht. Er is een gezonde balans tussen inwoners en bezoekers, die samen genieten van cultuur, horeca, winkels en de monumenten. De groene stad is een leefbare stad met schone lucht en robuuste stadsnatuur, goed verbonden met het magnifieke Heuvelland. Maastricht is verrijkt en verbonden met groen en water. Dat maakt de stad klimaatadaptief en leefbaar gedurende alle seizoenen en weersomstandigheden. De netwerkstad zorgt tot slot voor een gezonde combinatie van eigenheid en de noodzakelijke schaalgrootte om een economische positie te verwerven in Europa. We kunnen niet alles zelf, daarvoor zijn we als Maastricht te klein. De Euregio Maas-Rijn biedt met zijn steden, landschap en universiteiten een fantastisch vestigings- en verblijfsklimaat voor bewoners, bedrijven en bezoekers. Al deze gedaantes van het Maastricht in 2040 hebben een ruimtelijke component. In deze omgevingsvisie brengen we ze fysiek bij elkaar door op zoek te gaan naar synergie, maar ook naar de randvoorwaarden en onmogelijkheden, simpelweg omdat niet alles wat we willen past in de beschikbare fysieke ruimte. Paragraaf 2.3 Trends en ontwikkelingen De omgevingsvisie dient ook in te spelen op trends en ontwikkelingen in de maatschappij. Niet alleen hebben deze invloed op onze leefomgeving, ze kunnen ook meer focus aanbrengen in de aanpak van of het anticiperen op de uitdagingen voor Maastricht. Demografische ontwikkelingen Het inwoneraantal van Maastricht is al decennia vrij stabiel. Zonder specifiek beleid op dit gebied zal dit tot 2040 waarschijnlijk zo blijven. Beleidsarme prognoses laten een wisselend beeld voor 2040 zien, variërend tussen lichte groei danwel krimp van het aantal inwoners. Wat wel is veranderd en blijft veranderen, is de samenstelling van de Maastrichtse bevolking. Zo hebben we in Maastricht te maken met een sterke vergrijzing, een afnemende beroepsbevolking en ontgroening. In combinatie met de relatief lage arbeidsparticipatie zet dit vitale sectoren en voorzieningen onder druk, terwijl tegelijkertijd de zorgbehoefte sterk toeneemt. Het versterken van gemeenschappen, netwerken en de veerkracht van mensen is hard nodig om hier goed op in te spelen. Voorzieningen en verbondenheid onder druk De kwaliteit en diversiteit van het voorzieningenaanbod en de sociale cohesie staan onder druk. Door veranderende voorkeuren en behoeften, stijgende kosten, arbeidstekorten en bijvoorbeeld online aankopen veranderen de detailhandel en horeca. Het traditionele verenigingsleven heeft steeds vaker te maken met teruglopende aantallen leden en vrijwilligers. Deze veranderingen leiden op sommige plekken in de stad tot vermindering en verschraling van voorzieningen. Gecombineerd met andere ontwikkelingen als individualisering en digitalisering van de samenleving bedreigt dit de de sociale cohesie. Mensen ontmoeten elkaar minder en hebben minder (écht) contact met elkaar, terwijl ze hieraan wel een sterke behoefte hebben. Er is extra aandacht nodig om ontmoetingsplekken op verschillende niveaus te behouden of versterken, en hiermee ook de sociale cohesie. Ontwikkelingen op de woningmarkt De laatste jaren is het woningtekort in Nederland opgelopen, met stijgende prijzen en langere wachttijden tot gevolg. In combinatie met kleiner wordende huishoudens en meer alleenstaanden neemt ook op de Maastrichtse woningmarkt de spanning toe. Intussen neemt de diversiteit in woonbehoeften toe en groeit de vraag naar andere woonvormen toe. Denk aan nieuwe vormen van samenwonen, kleinere betaalbare woningen en combinaties van wonen met zorg voor senioren. Dit vraagt om aanpassingen aan de bestaande woningvoorraad en een adaptieve aanpak in de nieuwbouw. De onzekerheden over de ontwikkeling van demografie en woningbehoefte zijn immers groot. Inflatie en armoede Nederland kent een hoge inflatie. En ook al vlakt deze af, de gevolgen hiervan zullen nog lang voelbaar zijn. Zeker voor de mensen die al moeite hadden om rond te komen. Hoewel de gemeente op de inflatie geen invloed heeft, is het wel goed om na te denken hoe we met beleid kunnen bijdragen aan de bestaanszekerheid van huishoudens. En hoe we de positieve ontwikkelingen in onze stad ten goede kunnen laten komen aan alle inwoners. Tweedeling en segregatie De brede welvaart in Maastricht is relatief laag. Daarnaast bestaan er grote verschillen tussen mensen, die bovendien vaak leven in gescheiden werelden. Zo zijn de verschillen in gemiddelde levensstandaard tussen bijvoorbeeld Nazareth en Sint Pieter groot. Het meest kwetsbaar zijn de buurten met een concentratie van corporatiebezit. De segregatie kan nog eens worden versterkt door verdere digitalisering en ‘robotisering’ van arbeidsplaatsen. Transities naar duurzame energie, circulariteit en klimaatneutraliteit De energie-, materiaal- en klimaattransitie vragen om ruimte, keuzes en middelen. Denk aan ruimtelijke ingrepen voor het aardgasvrij maken van woningen en gebouwen, ruimte voor circulaire bedrijvigheid en energieopwekking en het verzwaren van het elektriciteitsnet en opslag mogelijkheden. Het anticiperen op toenemende weersextremen en vergroenen (en verblauwen) van de stad vraagt om meer ruimte voor natuur en water. Om ons huidige niveau van welvaart ook voor toekomstige generaties te behouden, moeten we Maastricht toekomstbestendiger maken en zuiniger en/of effectiever omgaan met onze grondstoffen, door in te zetten op minder gebruik, hergebruik, circulariteit en innovaties. Schaarse ruimte, zowel boven als onder de grond De druk op de ruimte is groot. Om al onze ambities te realiseren en te zorgen voor een veerkrachtig en toekomstbestendig Maastricht moeten we goed afwegen welke ruimte – boven en ondergronds – we waarvoor inzetten. Dus welke functies, voorzieningen en projecten willen we toestaan en hoeveel ruimte willen we daaraan geven? Dit vraagt om scherpere keuzes en een sterkere inzet op meervoudig ruimtegebruik en verdichting, met behoud en liefst verbetering van de leefkwaliteit. Grensoverstijgende opgaven De maatschappelijke opgaven en transities van nu zijn misschien wel meer dan voorheen niet alleen binnen de eigen gemeentegrens op te lossen. Dit vraagt om goede samenwerking en afstemming, binnen en ook buiten de grenzen van onze eigen gemeente en gemeentelijke organisatie. De ligging van Maastricht biedt kansen als verbindende schakel tussen (internationale) regio’s en als knooppunt tussen economische kerngebieden. Vertrouwen in de overheid en het bestuur Een goede relatie tussen overheid en samenleving is van cruciaal belang voor het ontwikkelen van de fysieke leefomgeving. Steeds meer functioneert de gemeente als partner in gezamenlijke projecten met organisaties en bewoners. In andere projecten volstaat een faciliterende rol of is juist een regisserende rol van de gemeente noodzakelijk. Dat vraagt om een flexibele werkwijze en goed contact en verbinding met de samenleving. Maastricht zet hier sterk op in met haar stadsdeelwethouders en het gebiedsgericht werken. Niet voor niets is verbondenheid de rode draad van het Maastrichts coalitieakkoord. Toch neemt het vertrouwen in de overheid af, en lijkt de overheid de verbinding met de samenleving soms kwijt te zijn. In het participatietraject voor deze visie klonk de hartenkreet dat het vertrouwen en de verbinding tussen overheid en samenleving moeten worden hersteld. In dit verband is er een grote behoefte aan samenwerking met de stad bij het uitvoeren van de omgevingsvisie. Gezondheid: de brede benadering Gezondheid wordt een steeds belangrijker maatschappelijk thema. Het gaat dan ook om de mentale gezondheid; steeds meer mensen kampen met problemen als eenzaamheid, overspannenheid en depressies. Daarnaast is er ook steeds meer aandacht voor preventie: het bevorderen van een goede gezondheid en voorkomen dat mensen ziek worden. De fysieke leefomgeving kan hierin een belangrijke rol spelen, door bijvoorbeeld goede huisvesting, een gezonde en schone luchtkwaliteit en leefomgeving en een goede bereikbaarheid van zorg en onderwijs. Maar ook het participeren in de maatschappij door te sporten en te bewegen, contact te maken met de natuur en elkaar te ontmoeten werkt positief. Geopolitieke spanningen De wereldwijd toenemende geopolitieke spanningen leiden tot verhoogde militaire activiteiten, cyber-dreigingen en economische onzekerheden. Dit beïnvloedt de (gevoelens van) veiligheid, vrije handel en politieke stabiliteit. Specifiek voor het ruimtelijk domein kan dit leiden tot de inzet van grond en infrastructuur voor militaire doeleinden. Ook de druk op de energiezekerheid en grondstoffen kan toenemen. Daarnaast kunnen door conflicten migratiestromen ontstaan met gevolgen voor de woonbehoeften. Paragraaf 2.4 De Maastrichtse uitdagingen samengevat Samengevat zijn dit de belangrijkste vier uitdagingen die we met het ruimtelijk beleid willen aanpakken: Maastricht kent een relatief lage brede welvaart en relatief grote verschillen in brede welvaart tussen mensen, die ook nog eens vaak leven in gescheiden werelden. Deze segregatie kan de sociale samenhang en cohesie in de stad en in de buurten in de weg staan. Mensen met een laag inkomen hebben een veel lagere brede welvaart. Hun arbeidsparticipatie en sociaaleconomische positie zijn ten opzichte van het landelijk gemiddelde laag. Dat maakt deze groep kwetsbaar, wat ook terug te zien is in lagere gezondheidscijfers van Maastricht en Zuid-Limburg ten opzichte van de rest van Nederland.4 Maastricht moet, net als de rest van Nederland, doorpakken op de grote maatschappelijke transities zoals het verduurzamen van mobiliteit en transport, omgaan met klimaatverandering, de warmte- en energietransitie met behoud van de beschikbaarheid en betaalbaarheid van energie, het herstel van natuur en biodiversiteit en de transitie naar een circulaire economie. De kosten van deze transities kunnen niet door iedereen worden gedragen (denk bijvoorbeeld aan de gevolgen van hoge energiekosten voor huurders in een verouderde woning). Daardoor kunnen de verschillen tussen groepen mensen zonder aanvullende maatregelen groter worden. Maastricht en de regio Zuid-Limburg kennen als gevolg van de demografische ontwikkeling steeds grotere arbeidstekorten. Ook in de komende twee decennia zal naar verwachting sprake zijn van een sterfteoverschot.5 Dit leidt tot verder oplopende tekorten op de arbeidsmarkt, ook in vitale sectoren als zorg en onderwijs, en gaat ten koste van de welvaart in de regio.6 Ruimtelijke ingrepen moeten daarom (ook) bijdragen aan het aantrekkelijker maken van het vestigingsklimaat en verduurzamen van de regionale economie. Sociaal contact en voldoende beweging zijn van groot belang voor mensen. De leefomgeving in Maastricht nodigt minder uit tot bewegen dan die in andere gemeenten. De openbare ruimte is minder toegankelijk. In combinatie met de mate van segregatie staat het welzijn van mensen onder druk. Ontmoeting en contact via netwerken zijn essentieel om de eigen regie en veerkracht van mensen te vergroten. Ruimtelijk vraagt dit om goede verbindingen in wijken, sociaal veilige en goed bereikbare ontmoetingsplekken en voorzieningen in de buurten. Hoofdstuk 3 Visie & Strategie Paragraaf 3.1 Visie: Waar gaan we voor? De overkoepelende ambitie van het ruimtelijk beleid is in het kort: De stedelijke ontwikkeling en inrichting van de openbare ruimte dragen bij aan de groei van brede welvaart voor iedere Maastrichtenaar. Brede welvaart gaat in de kern over het welzijn van mensen. Het is een maatstaf voor alles dat mensen van waarde vinden. Naast materiële welvaart gaat het ook om zaken als gezondheid, onderwijs, milieu en leefomgeving, sociale verbondenheid, persoonlijke ontplooiing en (on)veiligheid. Het gaat zowel om de kwaliteit van leven in het ‘hier en nu’, als om de effecten van onze manier van leven op het welzijn van mensen op andere plekken en van toekomstige generaties. In duidelijke taal: we streven voor iedereen naar een gezonde leefomgeving, een fijne woning, een veilige woonomgeving en een goede en passende baan, zonder dat dit ten koste gaat van andere mensen of toekomstige generaties. Onder deze brede ambitie zijn zeven concrete ruimtelijke ambities voor Maastricht geformuleerd: Paragraaf 3.2 Strategie: Hoe werken we hiernaar toe? Om de zeven ambities te bereiken, hanteren we een koers die bestaat uit de volgende strategieën. Evenwichtige bevolkingsopbouw als voorwaarde voor brede welvaart We richten ons beleid op een evenwichtige bevolkingsopbouw in Maastricht door personen tussen 25 en 45 jaar aan te trekken en duurzaam te binden aan onze stad. We zetten in op kwalitatieve groei: een groei van de beroepsbevolking waarmee de verhouding tussen werkende mensen en gepensioneerden verbetert. Met een evenwichtigere bevolkingsopbouw worden zowel de Maastrichtse samenleving als economie vitaler en meer toekomstbestendig. De negatieve gevolgen van de vergrijzing zwakken af en dit kan het tekort op de arbeidsmarkt verkleinen. Hierdoor kunnen het verdienvermogen en de economische draagkracht groeien waarmee we noodzakelijke investeringen in de stad kunnen financieren. Bovendien lukt het zo beter om voorzieningen, zoals zorgfuncties, scholen, winkels en verenigingen, maar ook het culturele aanbod, in stand te houden. Cijfermatig gaat het om een nieuwe aanwas in 2040 van ongeveer 10 tot 15 duizend extra inwoners in de leeftijdscategorie 25 tot 45 jaar en hun kinderen. Met een groei van deze omvang treden enerzijds de geschetste positieve effecten op. Anderzijds past dit bij de maat van onze stad en onze wens om het welzijn van alle inwoners te behouden. In de gesprekken met onze inwoners en partners van de stad wordt het belang van deze kwalitatieve groei erkend (onder andere in advies 14 van het Burgerberaad over werkgelegenheid en een gezondere verdeling tussen de leeftijdsgroepen). Wel zijn er verschillende inzichten en zorgen over de bandbreedte en draagkracht van de stad. Daarnaast geeft de mer-beoordeling de mogelijke risico’s van groei aan. Om deze redenen is deze bandbreedte naar beneden bijgesteld.7 Hoe werken we aan deze strategie? Door het creëren van een goed vestigingsklimaat met een gezonde leefomgeving, aantrekkelijke woningen en voorzieningen en carrièrekansen. Door hiermee meer afstudeerders en schoolverlaters vast te houden.8 Door hiermee talent aan te trekken als noodzakelijke aanvulling op de huidige beroepsbevolking (waaronder ook praktisch geschoolden, internationale studenten en expats).9 Compacte stad Maastricht is een compacte stad in een groen landschap. En dat willen we blijven. Dit komt ook meermaals terug in de gevoerde gesprekken. Die compactheid heeft namelijk voordelen. In een compacte stad zijn zoveel mogelijk dagelijkse functies dichtbij de woonplek. Denk aan werk, onderwijs, zorg, cultuur, sport, winkels en recreatie. Goed te bereiken voor iedereen, (vooral) óók lopend of met de fiets. Voor nieuwe ruimtevragen, bijvoorbeeld voor werk of wonen, wordt binnen de bestaande stedelijke contour van de stad een plek gezocht. We bouwen dus verder waar al een stad is. Die compactheid beperkt het aantal verkeersbewegingen en bevordert ontmoeting en sociale verbondenheid. Een compacte stad levert voordelen op, zoals bereikbaarheid, nabijheid van voorzieningen, ruimte voor ontmoeting en cohesie. Maar het vraagt óók iets van de bestaande stad. We zullen moeten verdichten: meer functies en opgaven op hetzelfde aantal vierkante meters. Dat vraagt om hoger bouwen, meervoudig ruimtegebruik en een efficiënter gebruik van de bestaande woningvoorraad. De inzet is steeds het tot stand brengen van aantrekkelijke stedelijke woonmilieus met een hogere bevolkingsdichtheid. Deze strategie maakt het noodzakelijk functies zorgvuldig in te passen en keuzes te maken. Soms kunnen we simpelweg niet alles realiseren en moeten we prioriteiten stellen. De concurrentie om ruimte neemt toe, er moeten soms compromissen worden gesloten. En met verdichting kan de geluidhinder toenemen, de luchtkwaliteit achteruitgaan, of kan de (sociale) veiligheid onder druk komen. De ruimtedruk maakt het noodzakelijk om zuinig om te gaan met ruimte en oog te hebben voor het voorkomen en/ of reduceren van deze mogelijke negatieve gevolgen. Verdichting is hierbij geen doel op zich, maar altijd een middel om opgavegericht en gebiedsgericht de stad te verbeteren en de kwaliteit van de leefomgeving (per saldo) te verbeteren. Hoe werken we aan deze strategie? Nieuwe stedelijke functies worden zorgvuldig afgewogen en zoveel mogelijk gerealiseerd door verdichting en meervoudig ruimtegebruik. De focus ligt op clustering bestaande voorzieningen en op locaties die al goed bereikbaar zijn. We verdichten de stad gebiedsgericht, rekening houdend met het bestaande karakter en erfgoed, een goede balans tussen groen en parkeren en een weloverwogen variatie in ge-wenste woningdichtheden en mate van functiemenging. We leggen duidelijke randvoorwaarden vast voor de gewenste verdichting en het mengen van werken en wonen. We brengen bij inpassingsvraagstukken voor- en nadelen voor omwonenden in kaart. We bewaken hierbij de leefkwaliteit door de binnen de stad door gevolgen inzichtelijk te maken voor zaken als geluid, lucht, externe veiligheid, trillingen, licht en geur. Al deze thema’s maken integraal onderdeel uit van de planvorming. Daarbij houden we altijd zorgvuldig rekening met de bestaande ruimtelijke kwaliteit en het erfgoed. Op deze manier bouwen we verder aan gebieden die mensen waarderen: plekken waar identiteit en erfgoed behouden zijn en waar in de loop der jaren met aandacht en kwaliteit aan is gewerkt. Bij de inpassing van nieuwe energievoorzieningen houden we vroegtijdig in het planproces rekening met veiligheids- en mogelijke hinderaspecten. Maastricht is een netwerkstad verbonden met Nederland en Europa Voor een middelgrote stad als Maastricht is een sterke verbondenheid met de (Eu)regio, de Brainport Eindhoven en de Randstad een must. Onze opgaven overstijgen de eigen gemeentegrens, en gelukkig hoeven we ook niet alles alleen te doen. Maastricht is immers onderdeel van een poli-centrische Euregio waarin steden en grotere kernen van elkaar verschillen qua profiel en specialisatie. Door deze verschillen te benutten, beschikt de Euregio als geheel over een completere arbeidsmarkt en een aantrekkelijk voorzieningenaanbod. Zuid-Limburg is een eigenstandig functionerende stedelijke regio met grootstedelijke voorzieningen, waardevolle onderwijs- en kennisinstellingen, een omvangrijke diensteneconomie, maakindustrie en een sterk ontwikkelde vrijetijdseconomie. Die regionale economie zal zich echter moeten doorontwikkelen en vernieuwen om ook in de toekomst vitaal te blijven
  5. De focus moet daarbij liggen op goede verbindingen en het benutten van de kansen waarmee de steden en kernen elkaar kunnen aanvullen. Zij verschillen van elkaar en kunnen zo onderling van toegevoegde waarde zijn. Kansen voor die doorontwikkeling zijn er door betere (Eu)regionale samenwerking. Ons adagium daarbij luidt: ‘Wat goed is voor Zuid-Limburg en de Euregio, is goed voor Maastricht’. Door samenwerking en het ‘uitlenen’ van elkaars voorzieningen en kwaliteiten wordt de regio sterker dan de som der delen. De koers van de samenwerking is vastgelegd met de Agenda Zuid-Limburg. Panorama Zuid-Limburg bevat het ruimtelijk toekomstbeeld dat hiervoor is ontworpen (zie figuur 4)
  6. Daarnaast werkt Maastricht samen met de gemeenten Heerlen, Sittard-Geleen, Roermond, Weert en Venlo, de provincie Limburg en het Rijk in het programma Limburg Centraal. Deze partijen ontwikkelen een verstedelijkingsstrategie, waarbij deze Limburgse steden samen een meerkernige grootstad vormen en profiteren van elkaars nabijheid en complementariteit. En waarbij woningbouw wordt gebruikt als hefboom om de Brede Welvaart in de provincie te verhogen. Ook zijn er door de strategische ligging van de Euregio mogelijkheden voor een sterkere oriëntatie op Brainport Eindhoven, de Randstad, België (Leuven, Brussel en verder) en Duitsland (Düsseldorf, Aachen en verder). Maastricht wil als onderdeel van Zuid-Limburg in de komende jaren deze kansen verzilveren, door op een duurzame en verantwoorde manier demografisch en economisch te groeien. De Zuid-Limburgse economie kan, aangejaagd door de ecosystemen van Brightlands en de mogelijke komst van de Einstein Telescope, een schaalsprong maken, en daarmee Nederland in figuurlijke zin groter maken. Bijvoorbeeld door toegang te bieden tot een groot arbeidspotentieel met goed opgeleid en internationaal georiënteerd talent. Met ruimte voor aantrekkelijk en betaalbaar wonen en werken, en een hoge leefkwaliteit, kan Maastricht functioneren als kennis- en culturele schakel in de Euregio. Hoe werken we aan deze strategie? Door intensiever en grensoverstijgend samen te werken, onder meer op basis van de Agenda Zuid-Limburg. Daarbij wordt er ingezet op het beter benutten en elkaar laten aanvullen van onderlinge verschillen en specialisaties. Deze voorgestelde aanpak komt ook naar voren uit het participatietraject. Door verdichting en clustering van wonen, werken en voorzieningen op goed bereikbare plekken in en nabij de aantrekkelijke woonmilieus, met name ook rondom OV-knooppunten. Door het clusteren van wonen, werken en voorzieningen bij knooppunten in de stedenband van Zuid-Limburg. Het energiesysteem van de toekomst De energietransitie vraagt om ruimte voor het opwekken, transporteren en opslaan van duurzame energie (inclusief warmte en mogelijk waterstof ). Daarnaast zijn, als gevolg van de toenemende vraag naar elektriciteit bij het verwarmen van gebouwen, mobiliteit en industriële processen, grote investeringen nodig in netverzwaring.. In onze strategie proberen we die ruimte zo goed mogelijk te bieden. Tegelijkertijd blijven we werken aan energiebesparing. Daarnaast is de warmtetransitie waarbij alle gebouwen van het aardgas af gaan een enorme uitdaging. Neem bijvoorbeeld de gebouwen in het historische centrum en de betaalbaarheid van energie voor alle huishoudens. De transitie knelt zowel op korte als lange termijn. Onze regionale economie is sterk afhankelijk van energie. Netwerkbeheerders van het landelijke en regionale elektriciteitsnetwerk hebben naar verwachting 10 tot 15 jaar nodig om hun netwerken te verzwaren. Tot die tijd blijft er sprake van netwerk-congestie, met wachtlijsten voor nieuwe aansluitingen, niet alleen voor bedrijven, maar ook voor woningbouw. Zonder een effectieve korte en lange termijn aanpak voor deze netwerkcongestie komen veel stedelijke ontwikkelambities in dit document in het gedrang. Als de groeiende vraag naar elektriciteit doorzet, kan de termijn waarin netcongestie speelt langer worden. Dat maakt het des te belangrijker om het gehele energiesysteem van de toekomst (centraal en decentraal samen) in balans te houden. Een aantal bedrijven in Maastricht met energie-intensieve maakprocessen vormt een aparte categorie. De werkgelegenheid van deze bedrijven en hun toeleveranciers is van grote waarde voor de regionale economie. Hoewel de bedrijven primair zelf verantwoordelijk zijn voor de verduurzaming van hun bedrijfsprocessen, zijn ze op onderdelen ook afhankelijk van de overheid, bijvoorbeeld voor het mogelijk maken van transport van duurzame energie. Hoe werken we aan deze strategie? Door actief samen te werken met netbeheerders op basis van een planmatige gebieds-aanpak en na te gaan waar we in overleg de procedure en voortgang van vergunningaanvragen kunnen versnellen We zoeken en maken ruimte voor energie. De betaalbaarheid van energie voor huishoudens heeft aandacht in onze transitievisie. We blijven inzetten op vraagbeperking door bijvoorbeeld de isolatie van gebouwen, de inzet van energiehubs samen met ondernemers en de ontwikkeling van (regionale) warmtenetten. We onderzoeken of het wenselijk is een tracé-reservering te maken voor de mogelijke aansluiting van Chemelot op het Warmtenet Zuid-Limburg (WZL). Ook bekijken we het nut van een gezamenlijke lobby voor het doortrekken van het landelijk waterstofnetwerk, de Delta Rijncorridor, naar Maastricht. We zetten in op zon-op-daken om onze gemeentelijke doelstelling in het kader van de regionale elektriciteitsopwekking zoveel als mogelijk te halen. Ook gaan we in gesprek met de regio over aanvullende energieopwekking en doelen. Bij de inpassing van energievoorzieningen houden we vroegtijdig in het planproces rekening met de mogelijke gevolgen voor veiligheid en hinder. Aanpak stikstof In de nabijheid van Maastricht liggen 7 Natura 2000-gebieden met kwetsbare habitats. Voor de bescherming van specifieke habitats is in 2004 Europese wetgeving vastgesteld. Landen moeten in aangewezen Natura 2000-gebieden zodanige maatregelen nemen dat de kwetsbare flora en fauna zich kan herstellen en voor de toekomst beschermd blijft. Op dit moment staat geen enkel Natura 2000-gebied bij Maastricht er goed voor. Vanwege de overbelasting van de gebieden is een toename van de stikstofdepositie hier niet toegestaan. Ontwikkelingen die depositie zouden veroorzaken zijn hierdoor niet mogelijk. Dit heeft zonder ingrijpen veel impact voor vele gemeentelijke projecten en vergunningaanvragen. Het terugdringen van de stikstofdepositie kan bij elk project om andere maatregelen vragen. Bij de vergunningverlening wordt onderscheid gemaakt naar het stikstofeffect tijdens de bouwfase en de gebruiksfase. Als bijvoorbeeld alleen de bouwfase van een project een knelpunt oplevert, kan de aanlevering van prefab-materialen en het gebruik van elektrisch materieel vaak al veel oplossen. Bij gemeentelijke projecten kan het ook nodig zijn het programma en/of de fasering aan te passen. Tot slot verkennen we mogelijkheden om kwetsbare gebieden te verbeteren en/of af te schermen, zodat de natuur zich hier kan herstellen. Hoe werken we aan deze strategie? Bij civiele projecten passen we als gunningcriterium waar mogelijk Schoon en Emissieloos Bouwen toe. Hiermee dagen we de aannemers uit om elektrisch materieel in te zetten. Samen met partners als de Provincie en het Waterschap willen we inzetten op het creëren van bufferzones rond de Natura 2000-gebieden. Hier wordt niet langer bemest en worden geen chemische gewasbeschermingsmiddelen gebruikt. In plaats daarvan komt er ruimte voor nieuwe natuur, recreatieve zones en agrarisch natuurbeheer. Hellingen kunnen worden voorzien van bloemrijk grasland of struikgewas. De droogdalen waar op akkers na hevige regenval nu vaak wateroverlast ontstaat, worden omgevormd tot ‘groene verbindingen’. Om dit mogelijk te maken, is het wel nodig om in deze zones slim (pacht)gronden te ruilen en gerichte aankopen te doen. Hoofdstuk 4 Maastricht maakt vijf bewegingen Op basis van de uitdagingen waar we voor staan en onze ambities en visie op Maastricht passen we ons ruimtelijk beleid aan. Maastricht kiest voor evenwichtige groei binnen een compacte stad. De prioriteit ligt bij de transformatie van de bestaande woningvoorraad door vervanging, splitsing en verduurzaming. Transformatie is noodzakelijk om de bestaande woningvoorraad efficienter te gebruiken en te verduurzamen. Daarnaast zetten we in op nieuwbouw die de doorstroming op de woningmarkt bevordert en het mogelijk maakt stedelijke leefmilieus toe te voegen die aantrekkelijk zijn voor talentvolle professionals en jonge gezinnen. Juist deze groepen hechten aan levendige, gemengde en goed bereikbare omgevingen. Daarom verdichten we vooral op goed ontsloten locaties, met oog voor functiemenging, identiteit en sociale samenhang. Het compacte stad - principe geldt ook voor economische functies. Door winkels en bedrijven slim te positioneren en bedrijventerreinen efficiënt te benutten, voorkomen we leegstand en versterken we de nabijheid van voorzieningen. Dit draagt bij aan vitale wijken én aan duurzame mobiliteit. Het nieuwe ruimtelijk beleid vraagt om zorgvuldige keuzes. Ruimte is schaars, belangen verschillen. Met duidelijke kaders voor meervoudig ruimtegebruik en respect voor erfgoed bouwen we aan een toekomstbestendig Maastricht. Door participatie zorgen we voor draagvlak in de samenleving; door oog te hebben voor het voorkomen van hinder verhogen we de kwaliteit. Met de volgende vijf bewegingen – de grootste veranderingen ten opzichte van ons huidig ruimtelijk beleid – definiëren we het nieuwe ruimtelijk beleid en geven we de stedelijke ontwikkeling richting: a. Een groene stad b. Vitale wijken met een kloppend hart c. Ruimte voor werken in de stad d. Een veelzijdig centrum e. Een volwassen campus Paragraaf 4.1 Een groene stad De stad wordt de komende jaren op verschillende manieren vergroend. Per buurt werken we aan voldoende bomen, groenoppervlak, en schaduw. Maar ook aan een koel buurtparkje in de buurt, en zicht op groen vanuit de woning. De oevers van de Maas worden vergroend en ingericht met verblijfsplekken en recreatieve wandel- en fietsroutes. De Maas en haar oevers is niet alleen een waterweg en identiteitsdrager, maar krijgt ook betekenis als stedelijke ontmoetingsplek en groen-blauwe levensader die de stad verbindt met het landschap. Maastricht is een compacte stad in een groen landschap. Daarbij investeren we niet alleen in de stad, maar nemen we ook een actieve rol in de transitie van het buitengebied. Het buitengebied is een volwaardig onderdeel van de stad en blijft overwegend groen, in een bepaalde mate weids en open en zo veel mogelijk vrij van verstedelijking. We investeren in het landschap en gaan op zoek naar goede combinaties van recreatie, duurzame landbouw, energieopwekking, water en natuur. We creëren een parkachtige groene stadszoom, wateropslag en groene uitlooproutes naar de buitengebieden. Door bufferzones te maken, herstellen we de natuur en verlagen we de recreatieve druk op de kwetsbare natuurgebieden. Een bijkomend voordeel is dat we sneller tot duurzame oplossingen komen in het stik-stofdossier en dus kunnen blijven bouwen aan onze mooie stad. Zowel in de stad als in het buitengebied creëren en herstellen we groenblauwe verbindingen. Deze verbindingen dragen als netwerk bij aan diverse beleidsdoelen. Het netwerk maakt ons minder kwetsbaar voor de klimaatverandering (met name door het beter kunnen opvangen van wateroverlast), biedt koele plekken in de zomer, draagt bij aan de biodiversiteit en nodigt uit tot meer bewegen in de buitenruimte. Dit laatste draagt bij aan de gezondheid en recreatiemogelijkheden van onze inwoners en bezoekers. We zien ook mogelijkheden om met deze strategie de omliggende natuurgebieden te versterken, recreatieve uitloop te stimuleren en tegelijkertijd meer perspectief te creëren voor de agrariërs. Gelet op de urgente problematiek in Zuid-Limburg op het gebied van waterkwaliteit, waterbeschikbaarheid en waterveiligheid, nemen we de thema’s water en bodem vroegtijdig en volwaardig mee in ruimtelijke afwegingen. Door de klimaatverandering en een grote druk op de beschikbare ruimte wordt het steeds lastiger om de bescherming tegen hoogwater beheersbaar, betaalbaar en ruimtelijk inpasbaar te houden. Het volstaat daarom bij de hoogwateropgave niet langer dat naar dijken en waterkeringen wordt gekeken. We moeten de opgave meer benaderen in samenhang met de ruimtelijke activiteiten aan en op enige afstand van de Maas. De grootste winst is te behalen door vanaf het begin de waterveiligheid mee te nemen in de ruimtelijke ordening. Paragraaf 4.2 Vitale wijken met een kloppend hart Op wijk- en buurtniveau concentreren we (dagelijkse) voorzieningen en ontmoeting – buurtwinkelcentra, primair onderwijs, het verenigingsleven, zorg, openbaar vervoer – zoveel mogelijk in de ‘kloppende harten’. De kloppende harten zijn voor iedereen – ook oud en jong met een kleinere actieradius – toegankelijk. Op en rond de kloppende harten bouwen we levensloopbestendige en zorggeschikte appartementen voor senioren, waarin zij met zorg dicht bij huis langer zelfstandig thuis kunnen blijven wonen. Zo komt de doorstroming in de wijk op gang en komen eengezinswoningen vrij voor jonge gezinnen. Op geschikte plekken in de buurt voegen we woningen toe die bijdragen aan een ‘solidaire mix’. Dit doen we op een compacte manier zodat bestaande groenstructuren niet worden aangetast. In en rond de kloppende harten investeren we in de openbare ruimte om die veiliger, aantrekkelijker en bereikbaarder te maken en het bewegen te stimuleren. De nadruk ligt daarbij op het bevorderen van actief vervoer (met name lopen en fietsen) en (toevoegen van) verkoelend groen, met zitbankjes als ideale plekken voor (spontane) ontmoeting. Een goed voorbeeld is het centrum van Belfort. Van sommige van de kloppende harten, zoals bijvoorbeeld in De Heeg, willen we de kwaliteit verhogen. Ook investeren we in goede wandel- en fietsroutes in en tussen buurten en voorzieningen. Samen met het vergroenen van onze gemeente is ontmoeting het meest gehoorde onderwerp in alle gesprekken die we met onze bewoners en partners gevoerd hebben. Ook het burgerberaad geeft hier verschillende adviezen over (adviezen 2, 3, 4, 5 en 11 gaan over het faciliteren van ontmoeting). Daarom behouden, stimuleren en faciliteren we een fijnmazig en gevarieerd stedelijk netwerk met verschillende vormen van ontmoetingsplekken. Hiermee helpen we bij het bouwen van gemeenschappen. We verbeteren de levensvatbaarheid van voorzieningen door in te zetten op een hoofdwinkel-structuur, waarbij we winkels (en soms ook andere voorzieningen) clusteren in de kloppende harten. We zetten in op een vitaal en veerkrachtig Maastricht, met vitale en veerkrachtige (woon)buurten. Niet voor niets was het thema veerkracht het onderwerp van ons Burgerberaad. In navolging van zijn adviezen (met name advies 12 en 9 over het toevoegen van betaalbare woningen en het verbinden van jong en oud) doen we dit door het toevoegen van het juiste diverse woningaanbod en (kleinschalige) bedrijvigheid op specifieke locaties in de stad. Hiermee willen we niet alleen in de woningbehoefte voorzien, maar ook zorgen voor aangename en gemengde woonbuurten met een goede mix van wonen voor verschillende doelgroepen, voorzieningen, een kwalitatieve leefomgeving en werkgelegenheid. Zo gaan we de huidige segregatie tegen en maken we buurten veerkrachtiger. Nieuw ten opzichte van het bestaande beleid is dat we meer ruimte willen bieden voor het toevoegen van woningen gericht op doorstroming van ouderen en kleine huishoudens in de stadsrand. Hiermee creëren we een betere mix aan bewoners, verminderen we segregatie en versterken we het bestaansrecht van buurtvoorzieningen, wat bijdraagt aan de veerkracht van de buurtbewoners. Het concept van gemengde buurten passen we toe in alle buurten. Paragraaf 4.3 Ruimte voor werken in de stad Essentieel voor een bloeiende en groeiende stad is voldoende ruimte voor werken, ondernemen en daarmee ook produceren. We willen de juiste ruimtelijke condities en plek bieden voor praktisch en theoretisch opgeleiden, voor maak- en kennisindustrie, voor starters en doorgroeiers, voor het werken in verschillende verschijningsvormen dus. Dit komt ook tegemoet aan ook advies 14 van het Burgerberaad. Terwijl de behoefte aan ruimte voor bedrijvigheid zoals innovatieve/circulaire maakeconomie zal groeien, weten we ook dat de geschikte locaties schaars zijn. Daarom zullen we het ruimtegebruik op bedrijventerreinen optimaliseren door intensivering (bijvoorbeeld door hoger te bouwen) en waar mogelijk herschikking van bedrijvigheid. We zetten (multimodaal) bereikbare bedrijventerreinen met een hoge milieucategorie vooral in voor (circulaire) bedrijven en industrie met deze hoge milieucategorieën. Bedrijven met een lagere milieucategorie stimuleren we te verplaatsen naar het stedelijk weefsel. Om deze zorgvuldig ruimtelijk in te passen, stellen we voorwaarden aan het type bedrijven, de bedrijfsvoering, de omvang en inpassing om eventuele verstoring van de omgeving en overlast te voorkomen. Uitbreidingsmogelijkheden voor bedrijfslocaties onderzoeken we in de stad en op regionale schaal. We ontwikkelen – naar het voorbeeld van het Eiffelgebouw – aantrekkelijke locaties voor ondernemerschap in hybride gebouwen, bijvoorbeeld in het centrum. We spelen hiermee in op de trend dat bedrijven zich graag vestigen in of dichtbij het centrum van Maastricht omdat (potentiële) werknemers dit waarderen. Hierbij sturen we op een mix van werken en andere functies zoals horeca, cultuur, onderwijs, recreatie en wonen. We creëren in de spoorzone nieuwe gemengde hoogstedelijke stadsbuurten met een combinatie van wonen, werken en passende voorzieningen. We investeren in productieve buurten voor starters, midden- en kleinbedrijf en doorgroeiers en zetten bij nieuwe ontwikkelingen in op betaalbare bedrijfsruimte in woonbuurten bedoeld voor lokaal ondernemerschap (zoals stadsverzorgende, ambachtelijke en zorgdienstverleners). Tegelijkertijd zijn we terughoudend met het omzetten van bestaande ‘ruimte voor werk’ naar andere functies. Paragraaf 4.4 Een veelzijdig centrum Het centrum van Maastricht is een succesvolle ontmoetingsplek met een grote aantrekkingskracht op mensen van in en buiten de stad. Onze winkelstad met diverse horecavoorzieningen en andere publieksfuncties in het historische centrum vormen met het nabij gelegen prachtige landschap een uniek decor voor miljoenen ontmoetingen op jaarbasis. Tegelijkertijd heeft het centrum ruim 20.000 bewoners en is er veel werkgelegenheid. Deze optelsom maakt dat er momenten zijn waarop de leefbaarheid, maar zeker ook de kwaliteit van het centrum als ontmoetingsplek, onder druk staat. We maken daarom een aantal gerichte keuzes. We versterken de aantrekkingskracht van het centrum. Niet door meer mensen aan te trekken, maar door in te zetten op diversiteit, kwaliteit en vernieuwing. We transformeren het centrum van een plek om te winkelen naar een plek om te winkelen, vertoeven, beleven, ontmoeten en ontplooien. Zo verhogen we het aantal motieven om het centrum te bezoeken en houden we het centrum ook aantrekkelijk voor de inwoners van het centrum zelf en van heel Maastricht. We koesteren de verscheidenheid aan sferen. Met aandacht voor erfgoed, kunst en historie wordt de identiteit van de verschillende delen van het centrum versterkt. Zo zorgt het industrieel verleden van het Sphinxkwartier voor de sfeer en identiteit van deze culturele hotspot. Terwijl bijvoorbeeld de kracht van het Jekerkwartier met pittoreske straatjes, de historische omwalling en het Stadspark bestaat uit de afwisseling van relatieve rust en dynamiek op specifieke plekken. Naast drukke(re) plekken zijn er ook bewust rustige plekken in het centrum, zodat er ook altijd ruimte is voor een rustige wandeling of een praatje maken op een bankje. Die rust past ook bij de woonstraten in het centrum. We voegen groen toe waardoor, in combinatie met schaduw door bebouwing, koele routes en plekken ontstaan. De Maasoevers worden beter betrokken bij het dagelijkse stadsleven door het realiseren van meer verblijfsplekken en wandelroutes met bomen en schaduw langs de Maas. Hierdoor is het ook op warme zomerdagen goed toeven in het centrum. In de openbare ruimte geven we de hoogste prioriteit aan de voetganger en fietser. In de praktijk betekent dit met name iets voor de rol en positie van de auto. We willen in stappen het aantal parkeerplekken op afstand van het centrum uitbreiden. Waarna ook stapsgewijs het autoluwe gebied in het centrum wordt uitgebreid. Op plekken waar behoefte is aan ruimte voor bijvoorbeeld groen, ontmoeten of fietsparkeren worden autoparkeerplekken op straat en binnenterreinen verwijderd. Voor steeds meer bezoekers en forenzen wordt het zo vanzelfsprekender om te parkeren op afstand. Autoparkeren in bezoekersparkeergarages in het centrum blijft mogelijk. Voor wie minder goed ter been is of na een theaterbezoek graag in de auto naar huis gaat, blijven er plekken in de garages, vaak vooraf te reserveren. Het centrum blijft daarnaast met de auto bereikbaar voor bijvoorbeeld bewoners en zorgverleners, maar ook voor bevoorrading, bezorging en dienstverlening. Wel zal het totaal aantal auto’s dat dagelijks het centrum inrijdt per saldo afnemen. Door functiemenging in het centrum zal zowel het aantal inwoners als aantal banen in het centrum toenemen. De bestaande panden worden efficiënter gebruikt of krijgen een nieuw leven. Dit zorgt ervoor dat ook op doordeweekse dagen winkels en horecagelegenheden voldoende aanloop hebben. Tegelijkertijd blijft het bewaken van de leefbaarheid in het centrum continu aandacht vragen. Daarom is het aantal evenementen en nachtvergunningen voor horeca beperkt. Ook wordt de dynamiek in het centrum ruimtelijk beter gespreid door een deel van de bezoekers – waaronder Maastrichtenaren – te verleiden naar het Sphinxkwartier, het Radium en de stadsweide, de Maasoevers en via het stationsgebied naar Centrum Oost aan de Groene Loper te gaan. Daarnaast blijven we inzetten op activering van de drie andere specifieke (Eu)regionale ontmoetings-gebieden buiten het centrum: de Health Campus, Retailpark Belvédère en het Geusseltpark. Met die extra plekken krijgen de huidige centrumbezoekers meer keuze. Dat zorgt voor enige ontspanning op de drukste plekken in de binnenstad en houdt de luwere plekken relatief rustig. Paragraaf 4.5 Een volwassen campus Een belangrijke troef voor onze economie is de Brightlands Maastricht Health Campus. Deze campus is samen met de andere Brightlands Campussen een katalysator voor een toekomstbestendige kennisgedreven economie. Speerpunten hierbij zijn het vergroten van de valorisatie - het (commercieel) benutten van de kennis die hier wordt ontwikkeld - en het faciliteren van uitwisseling van kennis door ontmoeting. Naast het directe belang van de Health Campus voor inwoners als centrum voor goede zorg en preventie, profiteert ook een groot deel van de economie van de aanwezigheid van de campussen. Het ecosysteem van bedrijven beperkt zich al lang niet meer tot de Brightlands Campussen in Zuid-Limburg. Zo profiteert bijvoorbeeld ook de (maak)industrie van technologie die wordt ontwikkeld op campussen: ze kan hiermee haar aanbod met nieuwe innovatieve en duurzame producten uitbreiden. Zo maken de kennis- en maakeconomie samen de regionale economie over de gehele linie sterker. We investeren daarom in de openbare ruimte op en rond de campus, waarbij we kiezen voor vergroening, ruimte voor ontmoeting en recreatie. Op het nabijgelegen bedrijvenpark Maastricht-Zuid reserveren we ruimte voor groeiende productiebedrijven die voortkomen uit of goed passen bij dit ecosysteem. We bieden ruimte voor woningbouw gericht op studenten en doelgroepen die zijn verbonden aan de campus (Phd’s, tijdelijke en startende werknemers van universiteit en ziekenhuis, startende ondernemers). Deze toevoeging van studentenhuisvesting en andere aan de campus verbonden doelgroepen zetten we ook door in het geval dat de groei van studenten in de komende jaren afneemt. We zetten in op snelle treinverbindingen binnen de regio en naar Eindhoven, de Randstad en bijvoorbeeld Brussel. Ook investeren we in betere (fysieke) verbindingen tussen de campus en de omliggende buurten en stad, wat de samenwerking met de (maak) industrie, de creatieve sector en de opleidingen versterkt. Ook sturen we op betaalbare bedrijfsruimten voor starters en voegen we – voor Limburg unieke – woon- en werkmilieus toe in bijvoorbeeld de spoorzone. We investeren in betere (fysieke) verbindingen van de campus met de Maas, de omliggende buurten en de stad. Ook wordt de verbinding en samenwerking met de (maak)industrie, de creatieve sector en de opleidingen versterkt. Het talent kan aangetrokken worden uit Nederland, maar ook Euregionaal en internationaal talent is noodzakelijk om aan de vraag van de werkgevers te kunnen voldoen (studenten, grenswerkers, kenniswerkers en kundewerkers). Hoofdstuk 5 Ruimtelijke vertaling per thema Paragraaf Voor negen thema’s met de grootste ruimteclaim is het ruimtelijke beleid nader uitgewerkt. Het gaat om vier thema’s die verband houden met de stedelijke bebouwing (wonen, economie, ontmoeten en cultuur & cultureel erfgoed), vier thema’s die samen het stedelijk netwerk vormen (water & bodem, groen, energie en mobiliteit) en het thema leefbaarheid dat overal aan de orde is. Paragraaf 5.1 Wonen Doelen en ambities Maastricht heeft een duidelijk doel voor wonen, namelijk voldoende beschikbaarheid van woningen, kwaliteit en betaalbaarheid. Ofwel: voldoende woningen die voldoen aan (tenminste de minimale landelijke) kwaliteitseisen en die betaalbaar zijn voor de woningzoekenden waarvoor ze zijn bedoeld. Het verhogen van de woontevredenheid draagt bij aan het binden van (nieuwe) inwoners aan de stad en het waardebehoud van woningen. De doelen die de stad daarmee nastreeft zijn niet nieuw. En komen ook veelvuldig terug in het participatietraject. Bij het voorzien in de woningvraag hebben we evenredig aandacht voor alle doelgroepen, met: Woningen voor (onder andere afgestudeerde) starters en jonge gezinnen in met name stedelijke woonmilieus. Dit woonmilieu is uniek in Zuid-Limburg en draagt daarmee bij aan een divers samengestelde en evenwichtige regionale woningvoorraad. Woningen die inspelen op de vergrijzing door het toevoegen van geclusterde en zorggeschikte nultredenwoningen en het aanpassen van bestaande woningen. Voldoende woonruimte voor studenten in het MBO, HBO en WO, met name door meer grootschalige studentenhuisvesting met een zwaartepunt op de campus Randwyck. Woonwagenstandplaatsen voor woonwagenbewoners. In de woningvraag wordt primair voorzien door woonruimteverdeling en het efficiënter gebruik van de bestaande woningvoorraad. Er wordt gestreefd naar betaalbare, duurzame en levensloopbestendige woningen met een goede woonkwaliteit waar het gezond wonen is voor iedereen. Dit passen we toe bij zowel nieuwbouw als bij omvorming van de bestaande woningvoorraad of bebouwing. Met een flexibel woningaanbod willen we kunnen inspelen op de dynamische woningmarkt. De woningvraag is variabel in omvang en samenstelling (onder andere door snel veranderende migratiestromen). Met bijvoorbeeld ‘tijdelijke’ verplaatsbare woonconcepten en tijdelijke huurcontracten, bijvoorbeeld bij doorstroomwoningen in het kader van de Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen, behouden we flexibiliteit. We vergroten de diversiteit aan kwalitatief goede woonmilieus voor alle doelgroepen. We zetten in op een goede sociale samenhang en spreiding van doelgroepen in de buurten. Door te sturen op een combinatie van verschillende prijsklassen, gaan we segregatie tegen. Denk aan het uitbreiden van wonen met zorg, behouden van gezinswoningen in het centrum en toevoegen van groepswonen, woonwagens en tiny houses. We werken aan een evenwichtige regionale woningvoorraad door in te zetten op “fair share”. Dat wil zeggen een betere verdeling van sociale huurwoningen en woningen voor urgente doelgroepen en aandachtsgroepen over de regiogemeenten. Ruimtelijke keuzes voor wonen Gezonde groei aan de hand van adaptieve programmering We streven naar brede welvaart voor iedereen. Om dat te kunnen bewerkstelligen, is een evenwichtige bevolkingssamenstelling nodig. Daarom zet Maastricht in de periode tot 2040 in op een groei van circa 10 tot 15 duizend inwoners, specifiek door het aantrekken van mensen tussen 25 en 45 jaar en hun kinderen. Daarmee wordt tegenwicht gevormd voor de (dubbele) vergrijzing waar de stad mee te maken heeft. Samen met de reeds bestaande krapte op de woningmarkt levert dit een aanzienlijke woningbehoefte op. Enerzijds is deze groei van inwoners geen zekerheid, anderzijds is niet exact te voorspellen hoeveel efficiënter de bestaande woningvoorraad gebruikt kan worden. Daarom blijven we werken met een adaptieve woonprogrammering die tussentijds kan worden bijgestuurd als dit nodig is. Met adaptief programmeren verkleinen we de kans op over- en onderaanbod. We monitoren hiervoor continu de huishoudensontwikkeling, de ontwikkeling van de werkgelegenheid, de ontwikkeling van het aantal studenten, het percentage leegstand en het bouw-tempo in de praktijk. Andere bronnen voor de programmering zijn een periodiek woningbehoefte-onderzoek en de stadsmonitor. Hierin enquêteren we de tevredenheid over de leefkwaliteit en voorzieningen als onderwijs en zorg. Verdichten in de stad Om de gewenste ontwikkeling van de bevolking te bereiken, zijn tot 2040 ongeveer 8.000 tot 12.000 woningen nodig. Hiermee wordt de huidige Woonprogrammering 2021 - 2030 feitelijk doorgetrokken tot
  7. In lijn met het principe van de compacte stad realiseren we deze bouwopgave in bestaand bebouwd gebied. Verdichten, oftewel de toename van het aantal bewoners per hectare, gebeurt aan de hand van een zorgvuldig kader met gebiedsspecifieke doelen, instrumenten en randvoorwaarden. Een efficiënter gebruik van de bestaande woningvoorraad is daarvoor, naast aanvullende nieuwbouw, essentieel. Daarbij zetten we in op een mix van bewoners in alle wijken, met aandacht voor het tegengaan van segregatie én het verbeteren van de leefomgeving (bijvoorbeeld gezonder en veiliger) voor iedereen.12 Verdichten is nooit een doel op zich, maar blijft slechts een middel om beleidsdoelen van een wijk of buurt te behalen. Het efficiënter gebruik van woningen en de nieuwbouw moeten iets toevoegen aan de buurt. Doorstroming door het stimuleren van aantrekkelijke alternatieven Een belangrijk aandachtspunt bij het verbeteren van de woningvoorraad en tegengaan van de mismatch op de woningmarkt is het bevorderen van doorstroming: het stimuleren van verhuizing naar een woning die beter past bij de grootte van het huishouden en de zorgbehoefte. Denk bijvoorbeeld aan ouderen wiens kinderen het huis uit zijn en idealiter van een gezinswoning naar een levensloopbestendige kleinere woning verhuizen. Daarmee komt een gezinswoning vrij voor (aankomende) gezinnen die op hun beurt weer een starterswoning achterlaten. Maar dan moet er wel een passende woning zijn om deze ‘verhuistrein’ in gang te zetten. Dit is een veelgehoorde oproep uit het participatietraject. Om de doorstroming in de woningmarkt aan te wakkeren, stimuleren we daarom de (ver)bouw van betaalbare, levensloopbestendige appartementen en zorggeschikte woningen in diverse typologieën en vormen (denk aan knarrenhof, serviceflats, hofje, woning-delen). Ook werken we de randvoorwaarden uit voor het realiseren van een mantelzorgwoning. Dat maakt het bij mantelzorg mogelijk door te stromen op het eigen perceel. Groei in vitale veerkrachtige buurten (ook in de stadsrand) Ook in de randen van de stad zet de vergrijzing de komende jaren door. De woningbehoefte zal hier daarom ten eerste worden ingevuld door het efficienter benutten van de bestaande woningvoorraad, bijvoorbeeld door het aanpassen van bestaande gezinswoningen voor ouderen, splitsen en omzetten van bestaande woningen en andere samenwoonvormen. Daarnaast wordt meer ruimte geboden voor het toevoegen van nieuwe woningen gericht op doorstroming van onder andere ouderen en kleine huishoudens binnen de stad. Deze woningen zijn bij voorkeur zorggeschikt, gelegen in een zogenaamde woonzorgzone. Dit zijn zo’n dertien locaties in Maastricht waar 24-uurs gezondheidszorg kan worden geboden, vaak in of nabij het kloppende hart van de buurt met dagdagelijkse voorzieningen en openbaar vervoer.13 Het toevoegen van deze woningen draagt bij aan het draagvlak van voorzieningen, een gezonde mix van bewoners en doorstroming in de woningmarkt, waarbij het mogelijk is om te verhuizen in de eigen buurt. Hierbij hechten we veel belang aan balans in de buurt en differentiatie. Zo kan een buurt met een overgroot deel corporatiewoningen verder differentiëren door het toevoegen van duurdere huur- en koopwoningen. En in een buurt met veel koopwoningen en weinig sociale huur voegen we betaalbare huur- en koopwoningen toe zodat hier meer doelgroepen kunnen worden gehuisvest. Dit steeds met zorg voor de kwaliteiten en het karakter van de buurt. Het is dus zeker niet zo dat alle buurten hetzelfde moeten worden, maar de stedelijke woonopgave vraagt wel om een betere verdeling van de verschillende woningcategorieën over de verschillende buurten. Hoogstedelijke ontwikkeling rond knooppunten In en rond de OV-knooppunten (bijvoorbeeld stationskwartier, campus Randwyck en Hart van West) realiseren we woningbouw in een hoogstedelijk milieu. Hier worden wonen en werken gemengd, met (stedelijke) voorzieningen en goede regionale verbindingen vlakbij. De spoorzone – grofweg het gebied tussen Trega-Zinkwit en de Health Campus – zal een grote transformatie ondergaan. Hier willen we in verschillende deelgebieden stedelijke ontwikkeling op gang brengen met een gemengd programma van wonen, werken en voorzieningen. We bouwen aantrekkelijke, groene, autoluwe woonmilieus waarmee we talenten en gezinnen willen aantrekken en vasthouden. Ook voegen we zorggeschikte appartementen toe nabij buurtvoorzieningen en zorg voor senioren, om zo de doorstroming op de woningmarkt op gang te brengen. Een aandachtspunt bij verdergaande verdichting rond het spoor (maar ook elders in de stad) is dat meer bewoners overlast kunnen ondervinden van geluid of trillingen. Om dit vroegtijdig bij de stedelijke ontwikkelingen te signaleren, hebben we hiervoor aandachtsgebieden op kaart gezet (zie ook paragraaf 5.9). Nieuwe gemengde stadsbuurten, ook aantrekkelijk voor 25- tot 45-jarigen We ontwikkelen een aantal nieuwe stadsbuurten met een eigen karakter, zoals Trega-Zinkwit (zie ook hoofdstuk 10) en Annadal. Voor Trega- Zinkwit ligt de nadruk op betaalbare, ruime appartementen met buitenruimte en compacte grondgebonden gezin-woningen met tuin. Deze buurten worden groen, kindvriendelijk en autoluw, met collectief groen en parkeervoorzieningen voor auto’s. Ook hier liggen de voorzieningen en het openbaar vervoer op loop- en fietsafstand. Bij de ontwikkeling van Annadal wordt ingezet op een woon- en werkgebied met een gericht profiel, met name voor specifieke doelgroepen zoals starters en studenten. Regionale afstemming We stemmen het aanbod van woonmilieus op regionale schaal af om dit in 2040 zo passend mogelijk te maken. Onderdeel hiervan is de regionale spreiding van bijzondere doelgroepen en studenten. De woningbouwopgave voor Maastricht wordt daarmee grotendeels maar niet noodzakelijkerwijs alleen binnen de eigen gemeente ingevuld. Uitvoering Wonen: ‘hoe gaan we dit doen?’ De gemeente bouwt de gewenste woningen niet zelf, maar faciliteert en stimuleert dit via samenwerking en afspraken met woningcorporaties en projectontwikkelaars. We stellen daarbij in vergunningen en het omgevingsplan eisen aan de betaalbaarheid en het woningoppervlak van nieuwe woningbouwprojecten
  8. Een van de uitgangspunten is dat een verplicht aandeel van de woningen in nieuwe projecten betaalbaar moet zijn. De (buurt)specifieke eisen op het vlak van betaalbaarheid en het woningoppervlak zijn uitgewerkt in de Notitie ‘Gebiedsgerichte uitwerking minimumpercentages betaalbare woningbouw’ (en straks in het Volkshuisvestingsprogramma en/of omgevingsplan). Waar mogelijk benutten we de bestaande voorraad beter, door meer concepten van kamerbewoning mogelijk te maken en woningen te splitsen. Bij de herbestemming van bestaande gebouwen kijken we of het wenselijk en mogelijk is deze om te vormen tot woningen. Ook bouwen we compacter en hoger en maken we het onder voorwaarden mogelijk bestaande woongebouwen ‘op te toppen’. Dit maakt het voor bijvoorbeeld verenigingen van eigenaren mogelijk groot onderhoud en verduurzaming te financieren. We houden bij al deze ingrepen rekening met het effect op de leefbaarheid. Er zijn nu twee aparte regimes voor het splitsenen omzetten van bestaande woningen. We onderzoekende mogelijkheden om deze meer gelijk te trekken en dit op te nemen in het Omgevingsplan en het Volkshuisvestingsprogramma. We behouden een diversiteit aan woonmilieus in karakteristieke buurten, variërend van levendig binnenstedelijk wonen tot stedelijk wonen nabij voorzieningen en groen. Bij ieder woonmilieu is verdichten mogelijk, maar met verschillende instrumenten. We zetten in op een betere spreiding van betaalbare woningen over de stad, ook om segregatie tegen te gaan en in te zetten op sociale samenhang in de buurten. We stimuleren doorstroming door het faciliteren van de ontwikkeling van nieuwe aantrekkelijke woonmilieus voor starters, jonge gezinnen en senioren. We focussen op het toevoegen van stedelijke woonmilieus, zodat het woningaanbod complementair blijft aan het meer landelijk wonen in de regio. Daarnaast sturen we ook in de stadsrand aan op concentratie en verdichting van woningen op specifieke plekken in de kloppende harten. Andere – niet fysieke – maatregelen om de doorstroming te stimuleren, staan in het Programma Wonen, Zorg en Welzijn. In het kader van de uitwerking van dit programma zorgen we voor duidelijke regels voor mantelzorgwoningen. We maken met woningcorporaties en zorgpartijen afspraken over aantrekkelijke (kleinschalige) woon-zorgconcepten voor mensen die, om zelfstandig te kunnen blijven wonen, een zorg- en/of begeleidingsvraag hebben.15 We maken heldere afspraken over de prioritering van wijkaanpak, het benutten van beschikbare subsidies en het koppelen van verduurzaming aan leefbaarheids- en onderhoudsopgaven. De gemeente faciliteert waar mogelijk door het bieden van tijdige informatie, goed afgestemde vergunningverlening, ondersteuning bij participatie en het gezamenlijk aanvragen en benutten van middelen van Rijksoverheid en provincies. Zo ontstaat een stabiele, voorspelbare en gezamenlijke aanpak waarmee corporaties en gemeente de verduurzaming van de woningvoorraad versneld en doelgericht kunnen realiseren. Het aanbod van woonmilieus wordt op regionale schaal afgestemd. Hierbij vragen we de Provincie regie te nemen en met de regio harde en afrekenbare afspraken te maken over het bouwen van meer sociale huurwoningen en een eerlijke verdeling van urgente doelgroepen over de kleinere kernen buiten de steden (“fair share”). We maken ook ruimte voor andere woonmilieus zoals zorgwoningen en wonen met zorg (met ondersteuning vanuit welzijnspartners), groepswonen, woonwagens en tijdelijke woningen/flex-woningen. Hiermee kunnen we verschillende doelgroepen bedienen en inspelen op bijvoorbeeld migratiestromen. We zetten hierbij ook in op Collectief Particulier Opdrachtgeverschap. (Grootschalige) studentenhuisvesting vindt zoveel mogelijk plaats bij OV-knooppunten enonderwijsconcentratiegebieden, of in het stedelijk woonmilieu. Een substantieel deel van deze opgave landt in en aan de randen van de campus Randwyck. Daarnaast is er ruimte voor kleinschalige toevoegingen verspreid over de stad. We zetten in op het behouden van de huidige woningvoorraad. In het huidige beleid moeten alleen in centrum-stedelijke buurten bestaande gezinswoningen behouden blijven. Met de omgevingsvisie zetten we overal in de stad in op behoud van bestaande woonfuncties. Omzetten naar een andere functie of sloop willen we alleen toestaan als daarmee voldoende maatschappelijke meerwaarde wordt bereikt. Woningen samenvoegen– waardoor bijvoorbeeld een gesplitst pand weer een gezinswoning wordt - mag wel, omdat hierbij de woonfunctie niet verloren gaat en de resulterende woning wellicht een hogere kwaliteit heeft dan de oude. We creëren meer flexibiliteit in het woningaanbod door het bouwen van woonconcepten (bijvoorbeeldvoor kamerbewoning) die makkelijker zijn aan te passen aan andere woonwensen en door toepassing van tijdelijke woningen. In deze visie zijn zoeklocaties voor woonwagenstandplaatsen aangewezen. Op basis van een nieuw onderzoek naar de behoefte aan woonwagenstandplaatsen en de uitbreidingsmogelijkheden op de reeds aangewezen zoeklocaties kunnen we in de toekomst aanvullende zoeklocaties aanwijzen. We blijven adaptief programmeren. De huidige Woonprogrammering zal plaats maken voor een Volkshuisvestingsprogramma waarin de woningbehoefte en -opgave van reguliere doelgroepen wordt gecombineerd met aandachtsgroepen en urgente doelgroepen. De onzekerheid over de toekomstige woningbehoefte blijft groot, met name door de moeilijk te voorspellen ontwikkeling van de migratie. Daarom volgen we de ontwikkelingen nauw keurig. We stellen het programma indien nodig bij om onder- of overaanbod te voorkomen. Onderdeel van adaptief programmeren is ook dat we inzetten op de houdbaarheid van vergunningen. Als niet tijdig van de vergunning gebruik wordt gemaakt, wordt deze ingetrokken. In de spoorzone creëren we aantrekkelijke woonmilieus in hogere dichtheden dichtbij werk, voorzieningen in eigen stad en steden in de regio. De volledige spoorzone (inclusief alle deelgebieden) zal een aanzienlijk deel van de totale nieuwbouw van Maastricht invullen. We voegen woningen toe aan de Health Campus voor studenten en werknemers (short-stay en starters) in een goede verhouding tot de werk- en onderzoekslocaties. Dit draagt bij aan de levendigheid en het ecosysteem op de campus. Op verschillende plekken in de stad worden wonen en werken gecombineerd. Deze plekken houden zo hun dynamiek en er blijft voldoende ruimte voor ondernemers met stadsverzorgende bedrijvigheid. In productieve buurten waar werkgelegenheid de hoofdmoot vormt, is onder voorwaarden beperkt ruimte voor wonen. Paragraaf 5.2 Economie Doelen en ambities In de Economische Visie 2040 ‘Maastricht kiest voor kwaliteit en innovatie’ is als ambitie opgenomen: “Een innovatieve, duurzame en weerbare Maastrichtse economie, met kansrijke banen nu en in de toekomst in een sterke kennisstad en -regio. Een inclusieve economie, waarbij ruimte is voor creativiteit en ondernemerszin met oog voor de leefkwaliteit en gezondheid van iedere inwoner.” De nadruk ligt op een gezond evenwicht tussen economische welvaart en maatschappelijk welzijn voor onze stad, oftewel brede welvaart. Een goed functionerende economie biedt inwoners werk en inkomen. Daarmee is er een wenkend perspectief op een blijvende brede welvaart voor de inwoners. Aan deze ambitie wordt langs drie lijnen gewerkt. Het centrum wordt economisch verder getransformeerd tot een ‘place to become’, een aantrekkelijke plek om te winkelen, vertoeven, beleven, ontmoeten en ontplooien. De gebouwde omgeving bevat een gebalanceerde mix aan functies (detailhandel, horeca, recreatie, cultuur, wonenen werken). Kennis, innovatie en vakmanschap: we willen graag dat kennis en vakmanschap op het gebied van gezondheid (zoals voeding en life sciences) ,duurzaamheid (zoals circulariteit) en creativiteit (zoals de kunsten en de creatieve industrie) zich verder ontwikkelen en zichtbaarder worden. Door ze meer toe te passen en in te zetten, gaan ook inwoners hiervan. De Brightlands Maastricht Health Campus speelt hierin een belangrijke rol. Ondernemersklimaat, arbeidsmarkt en ruimte om te ondernemen: we werken aan een vestigings- en ondernemersklimaat dat de vestiging van nieuwe en doorontwikkeling van bestaande bedrijvenoptimaal ondersteunt. Maastrichtse werkgevers moeten in onze stad en regio voldoende en gekwalificeerde werknemers vinden. In een stad die beschikt over voldoende en passende bedrijfsruimte, bijvoorbeeld op bedrijventerreinen en kantorenlocaties. Tegelijkertijd hebben structurele en in elkaar grijpende veranderingen in de economie zoals de energietransitie en de transitie naar een circulaire economie direct invloed op het vestigingsklimaat in Maastricht. Met zorgvuldig ruimtelijk beleid willen we een bijdrage leveren aan de betaalbaarheid en leveringszekerheid van energie en willen we lokaal produceren en hergebruiken ruimtelijk faciliteren. Ruimtelijke keuzes voor economie We continueren het ruimtelijk beleid op het gebied van economie, maar voeren ook een aantal nadrukkelijke wijzigen door. De belangrijkste wijzigingen zijn: We worden veel terughoudender in het transformeren van bedrijventerreinen naar andere functies, zoals in het verleden wel is gebeurd in bijvoorbeeld Beatrixhaven (maaiveld parkeren bij P+R-voorziening) en Lanakerveld (zonneweide), met uitzondering van de Karosseer, waar we de levensvatbaarheid van de bedrijvigheid onderzoeken en de mogelijkheden tot meer woonruimte. We faciliteren meer dan nu kleinschalige bedrijvigheid in het centrum en de woonbuurten op plekken waar dit past. Diversiteit en selectiviteit Door grote geopolitieke veranderingen, de energietransitie en het einde aan goedkoop Nederlands gas, tekorten op de arbeidsmarkt en de transitie naar een circulaire economie staat de huidige economie van Nederland voor grote veranderingen. Maar wat precies die veranderingen zullen zijn en hoe de Europese en Nederlandse economie er over enkele decennia uitzien, is onduidelijk. Dit geldt daarmee ook voor de Maastrichtse en Zuid-Limburgse economie. Diversificatie heeft de regionale economie de afgelopen decennia veel robuuster gemaakt. De Maastrichtse economie rust op een aantal sterke pijlers: onderwijs en onderzoek, dienstverlening, overheid, maakindustrie en handel- en vrijetijdseconomie zoals winkels, horeca en events voor bewoners en bezoekers. We willen – gelet op de grote onzekerheden– dat brede pallet aan gezonde economische pijlers zoveel mogelijk in stand houden. Dit vraagt ook om voldoende en gekwalificeerde werknemers. Tegelijkertijd dwingt het gebrek aan ruimte om selectief te zijn. Bijvoorbeeld grootschalige extensieve bedrijvigheid zoals logistiek en opslag passen niet in Maastricht. Ruimte voor ondernemen Essentieel voor een bloeiende stad met een groeiend inwoneraantal is voldoende ruimte voor werken en ondernemen. Die ruimte willen we bieden in de hele stad, waarbij we specifieke verschijningsvormen van bedrijvigheid koppelen aan specifieke delen van de stad. Een belangrijke motor voor onze (regionale) economie is het Brightlands ecosysteem, en in het bijzonder de Health Campus. Hier realiseren we ruimte voor een bundeling van klinische research & development, zorg, kennisintensieve bedrijvigheiden hoogwaardig/universitair medisch en daarbij passend onderwijs. Op het nabij gelegen bedrijvenpark Maastricht-Zuid reserveren we ruimte voor groeiende bedrijven die voortkomen uit of goed passen bij het ecosysteem van Brightlands. Belangrijk is een sterke relatie tussen enerzijds onderzoeken onderwijs en anderzijds de maakindustrie, wat we hedendaagse kenniseconomie noemen. Uiteindelijk moet zo een groot deel van de regionale economie profiteren van het Brightlands-ecosysteem. Een andere motor voor werkgelegenheid vormt ons centrum met zijn historische en levendige binnenstad waar volop gerecreëerd wordt. We versterken de mix van functies zoals detailhandel, horeca, cultuur, kantoor en wonen, en breiden deze uit, afhankelijk van de locatie en marktontwikkelingen. Zo kan de binnenstad van Maastricht nog meer doorgroeien van ‘place to buy’ naar ook een ‘the place to meet’ en ‘the place to become’, waar inwoners, forenzen en bezoekers elkaar ontmoeten en zich kunnen ontplooien. Het hart van de stad waar behalve geconsumeerd ook gemaakt, gewerkt, geleerd, gebouwd en gerecreëerd wordt. Ook willen we leegstaande ruimte boven winkels, waar mogelijk, beter benutten voor bijvoorbeeld wonen. In en rond het centrum geven we ruimte aan kantoorlocaties. De kantorenmarkt focust zich steeds meerop dit soort aantrekkelijke locaties, vaak in bestaande gebouwen nabij openbaar vervoer en voorzieningen. Nieuwe kantoorlocaties hebben een gunstig energielabel, zijn bij voorkeur geschikt voor (meerdere) kleine kantoorgebruikers en hybride werken en/ofbieden mogelijkheden voor multifunctioneel gebruik. We continueren het beleid voor de stedelijke werklocaties, zodat in en bij woonwijken ruimte beschikbaar blijft voor (startend) midden- en kleinbedrijf. Enkele locaties (productieve buurten) kunnen verkleuren door het toevoegen van woningen onder voorwaarde dat de werkgelegenheid op de locatie groeit. Ter versterking van de buurt- en wijkeconomie faciliteren we verschillende vormen van ondernemen en werken in en bij de woonwijken. Op dit moment is er al sprake van ‘stedelijke werklocaties’, ‘kloppende harten’ met detailhandel, ‘levendige straten/gebieden’ en een specifieke invulling van voormalige commerciële / maatschappelijke panden. Ook is er de mogelijkheid voor het ‘werken aan huis’. We breiden dit uit met het faciliteren van (betaalbare)bedrijfsruimte voor stadsverzorgende kleinschalige bedrijven op de grotere goed bereikbare ontwikkellocaties, in combinatie met bijvoorbeeld gestapelde woningen. Denk daarbij aan bijvoorbeeld kleinschalige installateurs, aannemers en bewerkingsbedrijven die ook voor consumenten diensten of verbouwingen leveren. Tegelijkertijd zijn we terughoudend met het omzetten van bestaande ‘ruimte voor werk’ naar andere functies. Ruimte voor circulaire en maakeconomie De vraag naar extra bedrijventerreinen neemt naar verwachting toe, terwijl de ruimte voor uitbreiding in Maastricht schaars is. Onderzoek wijst uit dat binnen afzienbare tijd een tekort ontstaat aan beschikbare bedrijfsruimte op de bedrijventerreinen in Maastricht. Dat tekort kan oplopen tot 50, mogelijk zelfs 75 hectare in
  9. De vraag is echter ook onzeker. We weten immers niet hoe de regionale economie zich ontwikkelt. Er is sprake van een groeiend tekort aan personeel. Bovendien zijn er steeds meer nieuwe manieren van werken en ondernemen die niet noodzakelijkerwijs moeten landen op een bedrijvenpark of zelfs beter passen in de stad. Daarom maken we een aantal ruimtelijke keuzes en hanteren we op bedrijvenparken en stedelijke werklocaties een gecombineerde aanpak. Behouden: vanwege het tekort aan bedrijfslocaties worden bedrijvenparken en stedelijke werklocatiesin principe niet omgezet naar andere functies Herstructureren: er wordt gestuurd op het juiste bedrijf (qua milieucategorie en energiegebruik) op de juiste plek. Hiervoor is schuifruimte nodig ook buiten bedrijfsterreinen, waar bedrijven tijdelijk een plek vinden. Thematiseren: om beter te profiteren van elkaars nabijheid en gezien de kenmerken van een bedrijfslocatie is het soms nodig aan een locatie een specifiek profiel te verbinden. Daar kan dan bij het vestigingsbeleid op worden gestuurd. Intensiveren: de beschikbare ruimte moet waar mogelijk en zinvol beter worden benut. Dat kan met extra bouwlagen en/of een groter bouwoppervlak, dubbelgebruik met bijvoorbeeld zonnepanelen op overkappingen van voorraden en parkeerplaatsen en parkeren op bouwlagen. Uitbreiden: we doen onderzoek naar en bereidende uitbreiding voor van bedrijvenparken, deels als schuifruimte bij herstructurering en deels om det oekomstige vraag in te kunnen vullen. Onderdeel hiervan zijn de ventiellocaties in figuur 7 waar uitbreiding wordt onderzocht. Vanwege de verwachte groei van de circulaire industrie en bouw worden de bestaande bedrijvenparken Beatrixhaven (trimodaal) en ENCI (via water) ingezet voor dit type bedrijvigheid, met de benodigde hoge milieucategorie
  10. Er is echter niet direct ruimte voorhanden. Om hierin te voorzien, zoeken we passende plekken voor (niet of weinig overlast gevende) bedrijven in het stedelijk gebied. De uitbreiding van bedrijvenparken is een stedelijk en regionaal vraagstuk. We gaan op zoek naar uitbreidingsmogelijkheden nabij de bestaande bedrijvenparken op locaties die goed ontsloten zijn of kunnen worden. Dit onderzoek pakken we ook op met onze buurgemeenten. Tegelijkertijd is het van belang de vraag naar en het aanbod van (nieuwe)bedrijfsterreinen binnen en buiten de gemeente te monitoren. Een mogelijke uitbreidingslocatie is Lanakerveld. De locatie van de zonneweide op Lanakerveld krijgt op termijn, na afloop van het contract, weer de oorspronkelijk bestemde functie van bedrijventerrein. Met als uitgangspunt dat het opgestelde vermogen door dubbelgebruik (bijvoorbeeld door zon-op-dak) blijft behouden. Circulaire economie Alle economische sectoren zijn richting 2040 in transitie van een lineaire naar circulaire productie. Daarbij zal overal naar manieren worden gezocht om minder, langer en/of opnieuw materiaal, energie en grondstoffen te gebruiken
  11. Zoals beschreven in het programma circulaire economie heeft Maastricht een ambitie voor (en eerste ervaringen met) circulariteit op alle gebieden: bouw, bedrijven, landbouw, woningen, inkoop, monumenten, etc. Deze transitie vraagt ruimte: voor productie, voor de verzameling van materialen en hergebruik en voor de aangepaste, circulaire productieprocessen. De extra ruimtebehoefte beperkt zich niet tot bestaande bedrijfslocaties. Ze varieert van een repaircafé, recyclepunt,verkooppunten voor tweedehands producten tot een circulair ambachtscentrum, hergebruik van bouwmaterialen en grote (industriële) verwerking en opslag op bedrijventerreinen (hoge milieucategorie, multimodaal bereikbaar). Het gemeentelijk afvalbeleid voor huishoudelijk afval richt zich op het verhogen van het afvalscheidingspercentage en reduceren van de hoeveelheid restafval. Ook dit vraagt om ruimte voor milieuperrons op vanuit iedere buurt goed toegankelijke en bereikbare plekken. Verduurzaming en klimaatadaptatie Bedrijven nemen het initiatief om hun productieprocessen en de gebouwde omgeving te verduurzamen. De gemeente stimuleert en faciliteert deze transitie met een gebiedsgerichte aanpak die energievraag en aanbod bij elkaar brengt, slimme oplossingen voor netcongestie en het creëren van ruimte voor energieopwekking en energieopslag. Dit gebeurt in samenwerking met de ondernemers en wordt zoveel mogelijk geïntegreerd op de eigen bedrijfskavel, door bijvoorbeeld meervoudig ruimtegebruik. Ook zal er op veel bedrijvenparken in Maastricht worden geïnvesteerd in klimaatadaptatie, bijvoorbeeld voor het voorkomen van wateroverlast na een hevige regenbui. Veel van die investeringen zullen – gelet op de beperkte openbare ruimte – op eigen terrein een plek moeten krijgen. Arbeidsparticipatie Een belangrijk streven vanuit onze stadsvisie eneconomische visie is dat iedereen meedoet en in staatwordt gesteld mee te profiteren van de economische ontwikkeling. Op dit moment is de arbeidsparticipatie in Maastricht relatief laag. Tegelijkertijd zijn er tekorten aan personeel. Door het aantrekken en binden van 25- tot 45-jarigen (zowel praktisch als theoretisch opgeleid) in onze stad nemen arbeidstekorten af. Dan nog echter blijven er genoeg mogelijkheden over voor de zittende beroepsbevolking.Sterker nog: door het ruimtelijk economisch beleid, waarbij er meer banen komen in onze compacte stad, groeien de mogelijkheden op werk voor deze specifieke groep. Bijvoorbeeld omdat reistijden beperkt blijven en er geen auto nodig is. Het kan dan wel noodzakelijk zijn deze groep bij te scholen en begeleiden naar de arbeidsmarkt. Arb eidsmarkt Als grensregio kunnen Maastricht en Zuid-Limburg in bredere zin niet zelf voorzien in de vraag van werkgevers naar medewerkers met kennis en kunde. Het aantrekken en behouden van (inter)nationalestudenten, grenswerkers en internationals is onmisbaar. We verkennen met de regio of we dit kunnen versterken met een regionaal programma. Uitvoering Economie: ‘hoe gaan we dit doen?’ Bedrijventerreinen krijgen waar nodig een thematisch profiel. Zo reserveren we ruimte op Maastricht-Zuid voor groeiende bedrijven die voortkomen uit of goed passen bij het Brightlands-ecosysteem (denk aan medische scale ups op het gebied van regeneratieve geneeskunde, imaging, med-tech en celkweek) en blijft Beatrixhaven primair een bedrijvenpark voor zwaardere (circulaire) industrie. We gaan met het Omgevingsprogramma Ruimte voor werken, aan de slag met het herstructureren van bedrijvenparken zodat we ruimte creëren voor innovatieve/circulaire economische activiteitenen (maak)industrie die passen bij en ten goede komt aan de Maastrichtse economie. We stimuleren bedrijven om hun beschikbare ruimte beter te benutten. Waar zinvol en passend staan we extra bouwlagen en groter bouwoppervlak toe of stimuleren we dubbelgebruik en/of het delen van gemeenschappelijke voorzieningen zoals parkeerruimte, wateropvang of energieopslag. We onderzoeken, ook met buurgemeenten, de uitbreiding van bedrijvenparken en monitorende vraag naar en het aanbod van (nieuwe) bedrijfsterreinen op stedelijke en regionale schaal. Ook zetten we hiervoor ons situationeel grondbeleid in. We doen onderzoek naar de mogelijkheden om betaalbare bedrijfsruimte te realiseren. We ontwikkelen beleid om per gebied te kunnen sturen op een bij de woonomgeving passende verhouding tussen wonen en werken. Dat kan bijvoorbeeld door het toepassen van normen in de plinten van kantoor- en woongebouwen voor midden- en kleinbedrijf dat produceert (minimaal 20%, maximaal 80% werkruimte). We sturen op basis van de Economische Visie met de uitgifte van gemeentelijke kavels op specifieke bedrijfstakken die de Maastrichtse economie versterken. Met partners als de provincie Limburg, het MUMC en de universiteit werken we aan de doorontwikkeling van de Health Campus als onderdeel van het Brightlands-ecosysteem. Hier realiseren we ruimte voor een bundeling van klinische zorg, kennisintensieve bedrijvigheid en universitair medisch onderwijs. Met onze partners investeren we daarnaast in de buitenruimte en gebiedsontwikkeling van de Health Campus, bijvoorbeeld door het doortrekken van de Groene Loper tot op de campus. Met bewoners, ondernemers, eigenaren en instellingen stimuleren we een kwaliteitsverhoging van de binnenstad. We ontwikkelen hiervoor verschillende sfeergebieden met een positieve invloed op de openbare ruimte, bijvoorbeeld door het toevoegen van groen. We stimuleren ook initiatieven vanuit de markt die zich richten op wonen en/of werken in leegstaande ruimtes boven winkels. Uitgangspunt daarbij blijft het in stand houden van een aaneengesloten winkelfront op de begane grond. De levendige straten van en naar de binnenstad versterken we door het faciliteren en concentreren van kleinschalig (ambachtelijk) ondernemerschap, startups, scale ups en kunstateliers in een mix van functies. We stimuleren de vrijetijdseconomie door het verbinden van de stad met het buitengebied en de regio via onder andere aantrekkelijke groenewandel-, fiets- en vaarroutes. We blijven de Structuurvisie Ruimtelijke Economie Zuid-Limburg (SVREZL) en de hieringemaakte regionale afspraken hanteren als uitgangspunt voor ruimtelijk-economische structuurvraagstukken. Voor de Euregionale en internationale doelgroep ontwikkelen we een regionaal programma, in afstemming met de Arbeidsmarktregio Zuid-Limburg. We gaan adaptief (lees: flexibel) programmeren. De toekomstige extra benodigde bedrijfsruimte is moeilijk exact te voorspellen en blijft dus onzeker. We zijn onder meer afhankelijk van landelijke en regionale ontwikkelingen c.q. wetgeving, intensiverings-en herstructureringsmogelijkheden en de te vinden ‘schuifruimte’ in het stedelijk weefsel. Daarom volgen we deze ontwikkelingen nauwkeurig. En stellen het programma indien nodig bij om onder- of overaanbod te voorkomen. Paragraaf 5.3 Ontmoeten Doelen en ambities Ontmoeting is een belangrijk onderdeel van het leven in de buurt, stad en regio. Het is essentieel voor de fysieke en mentale gezondheid van mensen en daarmee de kwaliteit van leven van onze inwoners. Ontmoeting zorgt voor sociale samenhang in de buurten, en draagt bij aan het verminderen van segregatie (doelgroepen die in gescheiden leefwerelden leven); mensen leren elkaar kennen en kunnen zich onderdeel voelen van een gemeenschap. Elkaar ontmoeten heeft daarnaast ook een economische functie voor onze stad doordat het bijdraagt aan kennisdeling, innovatie en ondernemerschap. Niet voor niets kwam het belang van het bieden van meer ruimte en voorzieningen voor ontmoeting zo nadrukkelijk naar voren in de gevoerde gesprekken en het burgerberaad over de omgevingsvisie. Maastricht zet in het toekomstperspectief voor de stad dan ook sterk in op ontmoeten. We willen in 2040 een stad zijn met genoeg ruimte om elkaar te ontmoeten in een veilige omgeving. Het stimuleren en faciliteren van ontmoeten is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van overheid, inwoners, maatschappelijke organisaties, instellingen en bedrijven. De overheid kan ontmoeten op meerdere manieren stimuleren en faciliteren. Bijvoorbeeld door het subsidiëren van activiteiten of de inzet van professionals op locaties. Of door via ruimtelijke ordening en een goede inrichting van de openbare ruimte te sturen op de beschikbaarheid van (maatschappelijk) vastgoed en (maatschappelijke) functies. De omgevingsvisie richt zich op dit laatste. Door het stimuleren en faciliteren van ontmoeten willen we: bijdragen aan de integratie en sociale cohesie (ook van nieuwkomers), de sociale veiligheid en het tegengaan van tweedeling/ongelijkheid en eenzaamheid/sociaal isolement; stimuleren van de veerkracht van mensen; bijdragen aan de fysieke, sociale en mentale gezondheid en een gezonde levensstijl. Hierbij hoort ook het beperken van overlast als gevolg van ontmoeten; stimuleren van kennisuitwisseling, innovatief economisch verkeer en ondernemerschap zodat de stad kan functioneren als carrièreroltrap; bijdragen aan de aantrekkelijkheid van Maastricht door het stimuleren van actieve cultuur-participatie en benutten en beleven van cultureel erfgoed, groen en natuur. Ruimtelijke keuzes voor ontmoeten In het kader van ontmoeten hanteren we twee strategieën. a. Een aanpak van bovenaf waarbij we als overheid sturen op een fijnmazig netwerk aan ontmoetingsplekken met een goede bereikbaarheid, kwaliteit, leefbaarheid, diversiteit en inclusiviteit. b. Een aanpak van onderop waarbij we initiatiefnemers (zoveel mogelijk) ruimte geven en waar nodig en gewenst faciliteren bij het creëren van ontmoetingsplekken. Daarnaast streven we naar differentiatie tussen ontmoetingsgebieden, zodat het aanbod goed aansluit op de behoefte vanuit verschillende doelgroepen. Bij de sturing op het aantal ontmoetingsplekken (en dus de fijnmazigheid van het netwerk daarvan) houden we rekening met de actieradius van de beoogde gebruikers. Oudere bewoners in een woonzorgzone hebben bijvoorbeeld een kleinere actieradius dan jongeren die bereid zijn de stad door te fietsen voor hun favoriete skateplek. Het gaat niet alleen om ontmoeting van al bestaande relaties en gemeenschappen. Het gaat ook om ‘publieke familiariteit’. Juist deze lichte, spontane en herhaalde vormen van ontmoeting in de buurt zijn essentieel voor stadsbewoners. Hierdoor voelen bewoners zich eerder thuis in een buurt. Buurten moeten daarom aantrekkelijke openbare ruimten hebben die geschikt zijn voor contact en ontmoeting (ook zoals Klasien Horstman het bij de aftrap van het Burgerberaad noemde: de ‘sociale riolering' (- lees: sociale verbindingen -). Dit draagt ook bij aan een sociaal veilige leefomgeving. We streven naar aangename, laagdrempelige, toegankelijkere en toekomstbestendige ontmoetingsplekken in de buurt en stad als geheel, waar inwoners van Maastricht in al hun diversiteit zich welkom voelen. De plekken dragen hiermee bij aan de versterking van inwoners en gemeenschappen, door positieve effecten op de veerkracht, bestaanszekerheid, gelijke kansen en positieve gezondheid. We hebben daarbij ook de verantwoordelijkheid – mede op basis van het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap – om de openbare ruimte en (openbare) gebouwen toegankelijk te maken én te houden. Toegankelijkheid is daarmee geen voorziening, maar een recht. Dit doen we in nauwe samenwerking met ervaringsdeskundigen en belangenorganisaties. Zo bouwen we stap voor stap aan een stad waar iedereen zich vrij kan bewegen. We werken conform het verdrag ook aan en met een lokale inclusie agenda. Onze ambitie bestaat uit: Toegankelijke openbare ruimte: stoepen, paden, pleinen en parken, maar ook voor voetgangers toegankelijke bruggen en tunnels worden drempelvrij en goed begaanbaar ingericht. Toegankelijke gebouwen: Nieuwe gebouwen en verbouwingen moeten voldoen aan toegankelijkheidseisen (bijvoorbeeld met drempelvrije entrees). Toegankelijk openbaar vervoer en mobiliteit: openbaarvervoerhaltes, routes en overstappunten worden toegankelijk gemaakt voor iedereen (bijvoorbeeld met geleidelijnen). Toegankelijke informatie en bewegwijzering: borden, route-informatie en digitale tools worden duidelijk en voor iedereen bruikbaar (bijvoorbeeld met duidelijke en contrastrijke bewegwijzering). Toegankelijke voorzieningen: speelplekken, sportlocaties en publieke gebouwen worden zo ingericht dat iedereen kan meedoen. Ontmoetingsplekken per schaalniveau We maken in de stad onderscheid naar verschillende plekken voor verschillende vormen van ontmoeten en verschillende doelgroepen op (Eu)regionaal, stedelijk en wijk en buurtniveau: a. (Eu)regionale ontmoetingsgebieden b. Stedelijke centra op stadsniveau c. Kloppende harten op wijk- en buurtniveau d. Informele ontmoetingsplekken in de buurten
  12. (Eu)regionale ontmoetingsgebieden Dit zijn verschillende (Eu)regionale ontmoetingsgebieden in Maastricht; de binnenstad, de Health Campus, Retailpark Belvédère en het Geusseltpark. De binnenstad is een succesvolle ontmoetingsplek en is inclusief het Sphinxkwartier en de stationsomgeving verbonden met het centrale deel van de Groene Loper (Centrum Oost). Om de aantrekkingskracht van de binnenstad ook in de toekomst te behouden, zetten we in op de transformatie van dit gebied van een plek om te winkelen naar een plek om te winkelen, vertoeven, beleven, ontmoeten en ontplooien (van ’place to buy’ naar ‘place to meet’ en ‘place to become’). Er komt meer plek voor wonen en ondernemerschap en we zorgen voor een betere spreiding van de bezoekers. We stimuleren meerdaags (zakelijk) bezoek, bewaken de kwaliteit van het aanbod en het blijven aansluiten daarvan op de behoeften van bezoekers en inwoners van Maastricht zelf. Dit is een wens die ook uit het participatietraject naar voren kwam. Op specifieke momenten is het druk en daarom zetten we in op meer spreiding in tijd en ruimte. Dat doen we met meer parkeerfaciliteiten en openbaar-vervoerhaltes (‘bronpunten’) aan de stadsranden en daaraan gekoppelde looproutes, die samen de bezoekersstromen beter spreiden over de stad. Ook continueren we onze inzet om de parkeerdruk in het centrum te verminderen door tariefdifferentiatie en het parkeren op afstand (permanent en een overloopterrein voor pieken). De evenwichtige ruimtelijke spreiding krijgt verder vorm door het creëren van sfeergebieden. Sfeergebieden zijn delen van het centrum met een eigen identiteit en aantrekkingskracht, zoals het Kernwinkelgebied, het Jekerkwartier, het Sphinxkwartier, Wyck en het Stokstraatkwartier. De exacte invulling van de sfeergebieden wordt bepaald samen met de bewoners en ondernemers in het gebied. Op het niveau van de hele binnenstad letten we daarbij op het behoud van diversiteit tussen de sfeergebieden, voldoende luwe plekken, groen, het betrekken van de Maasoevers, de positie van bronpunten (parkeerlocaties, openbaar vervoer en fietsenstallingen), looproutes en verscheidenheid. Zo is het ruwe, experimentele karakter van het Sphinxkwartier iets wat in andere delen van het centrum, of zelfs de hele stad, ontbreekt en dus behouden moet blijven. Ook (luwe) ontmoetingsplekken in het centrum zonder commercieel oogmerk worden gekoesterd en verbeterd, zodat het centrum aantrekkelijk blijft voor alle inwoners van Maastricht. Evenementen zijn van grote betekenis voor Maastricht. Van de grote evenementen, waarmee we de identiteit van de stad en haar bewoners laten zien, tot aan de kleinschalige evenementen in de wijk die de ontmoetingsfunctie van de bewoners stimuleren. Daarnaast hebben evenementen een economisch belang. We bewaken de leefbaarheid en levendigheid van de binnenstad door het aanwijzen van evenementlocaties verspreid over de stad, met bijbehorende dagennorm en voorwaarden voor geluid.19 Voor de drie andere specifieke (Eu)regionale ontmoetingsgebieden buiten het centrum - de Health Campus, Retailpark Belvédère en het Geusseltpark – geldt dat we blijven inzetten op de activering hiervan. Dit zijn verschillende typen gebieden met elk een concentratie van eigen specifieke functies zoals kantoren, MECC en MUMC+ op de Health Campus, grootschalige en perifere detailhandel op Retailpark Belvédère en een sportpark/stadion met kantoren in het Geusseltpark. De exacte invulling van de sfeergebieden wordt bepaald samen met bewoners en ondernemers in het gebied. Vanuit het totaal vraagt het ruimtelijk beleid aandacht voor het behoud van diversiteit tussen de sfeergebieden, voldoende luwe plekken, groen, het betrekken van de Maasoevers, de positie van bronpunten (parkeerlocaties, openbaar vervoer en fietsstallingen) en looproutes. Maar denk ook aan verscheidenheid. Zo is het ruwe, experimentele karakter van het Sphinxkwartier iets wat in andere delen van het centrum, of zelfs de stad, ontbreekt en dus behouden moet blijven. Ook (luwe) ontmoetingsplekken zonder commercieel oogmerk in het centrum worden gekoesterd en verbeterd, zodat het centrum aantrekkelijk blijft voor alle inwoners van Maastricht. Evenementen zijn van grote betekenis voor Maastricht. Van de grote evenementen, waarmee we de identiteit van de stad en haar bewoners laten zien, tot aan de kleinschalige evenementen in de wijk die de ontmoetingsfunctie van de bewoners stimuleren. Daarnaast hebben evenementen een economisch belang. We bewaken de leefbaarheid en levendigheid van de binnenstad door het aanwijzen van evenementlocaties verspreid over de stad, met bijbehorende dagennorm en voorwaarden voor geluid.19 Daarnaast blijven we inzetten op activering van de drie andere specifieke (Eu)regionale ontmoetings-gebieden buiten het centrum: de Health Campus, Retailpark Belvédère en het Geusseltpark. Dit zijn verschillende type gebieden met elk een concentratie van eigen specifieke functies zoals kantoren, MECC en MUMC+ op de Health Campus, grootschalige en perifere detailhandel op Retailpark Belvédère en een sportpark/stadion met kantoren in het Geusseltpark.
  13. Stedelijke centra op stadsniveau De twee stedelijke centra, het Hart van West (Brusselse Poort) en De Leim (in Heer), zijn stadsdeelcentra met een grote winkelconcentratie gericht op de omliggende stadsdelen. We houden de gewenste dynamiek en het (economisch) draagvlak in stand door het grote aanbod van winkels en meerdere supermarkten hier te behouden en waar mogelijk te verbreden met ook daarbij passende bedrijvigheid, zorg en onderwijs, horeca, maatschappelijke voorzieningen, culturele activiteiten en wonen op verdiepingen. Tussen de (Eu)regionale ontmoetingsplekken, de stedelijke centra en de kloppende harten op wijk- en buurtniveau zijn levendige routes aangewezen. Deze vormen aantrekkelijke en veilige verbindingen voor ontmoeting in en tussen buurten.
  14. Kloppende harten op wijk- en buurtniveau Om een goede spreiding en voldoende draagvlak nu en in de toekomst te garanderen, zetten we in in op een clustering en concentratie van voorzieningen en ontmoetingsplekken op wijk- en buurtniveau. In principe doen we dat in de kloppende harten, maar er kunnen redenen zijn om te kiezen voor concentratie bij andere (ontmoetings-) voorzieningen, zoals de wijkservicepunten. De kloppende harten zijn kleinere centrale ontmoetingsgebieden waar naast de winkelconcentratie kansen liggen voor zorg en onderwijs, horeca, maatschappelijke voorzieningen en culturele activiteiten. Hiermee versterken de functies elkaar en behouden we enerzijds voldoende (economisch) draagvlak en anderzijds de gewenste fijnmazigheid en verdeling over de stad. We verhogen de aantrekkingskracht van deze harten door waar nodig de buitenruimte en loop- en fietsroutes toegankelijker, veiliger en aantrekkelijker te maken. We volgen hierbij de uitgangspunten van het VN-Verdrag Handicap, en de daaruit voortkomende lokale inclusie agenda. Hiermee worden de plekken ook aantrekkelijker voor een breder publiek en meerdere doelgroepen, conform het advies van het burgerberaad. Ook concentreren we nieuwe woningen bij deze centra, bijvoorbeeld in de vorm van appartementen en zorgwoningen. Als de functie van een ‘kloppend hart’ onder druk komt te staan, proberen we met gerichte (publiek-private) investeringen in te grijpen, denk bijvoorbeeld aan kloppend hart De Heeg.20 Hoewel de gemiddelde afstand van woning tot maatschappelijke basisvoorzieningen in Maastricht op dit moment korter is dan het landelijk gemiddelde, is de verwachting dat de druk op voorzieningen (zoals scholen en zorg) door de vergrijzing zal toenemen. Ook hebben buurthuizen, gemeenschapshuizen en trefcentra het lastig om hun exploitatie rond te krijgen door onder andere het teruglopend aantal verenigingen en leden. Daarom willen we het gebruik van het maatschappelijk vastgoed beter laten aansluiten op de (veranderende) behoeftes van de buurt (bijvoorbeeld van de doelgroep jongeren). Om de levensvatbaarheid van deze voorzieningen te vergroten, maken we een aantal ruimtelijke keuzes. We streven naar een goede dekking over de stad van maatschappelijke basisvoorzieningen, waar mogelijk geclusterd in en nabij bestaande (sociale ontmoetings-) voorzieningen, zoals het ‘kloppend hart’ van de buurt. Buurtgerichte en publiekstrekkende functies zoals zorg, kinderopvang en sport, worden daarom idealiter geconcentreerd in of zeer nabij de ‘kloppende harten’ met winkels. Ongebruikte mogelijkheden voor detailhandel op locaties buiten de hoofdwinkelstructuur (zoals buiten het kernwinkelgebied, de stedelijke centra en kloppende harten) worden – in lijn met de wens tot concentratie – afgebouwd. Op die plekken kunnen zich waar mogelijk ten behoeve van ontmoeting andere functies vestigen. Denk aan een kleinschalige sportvoorziening (zoals yoga), sociale ontmoetingsplekken zoals een buurtbrök, co-working of een bedrijfsverzamelgebouw met een aantal bedrijfjes. Andersom gaan we terughoudend om met het omzetten van maatschappelijke naar andere functies. Kleinschalige buurtevenementen spelen een grote rol bij ontmoeting, sociaal contact en het mentale welzijn. In het fysieke welzijn spelen sportevenementen een belangrijke rol. Ze inspireren op een laagdrempelige manier inwoners om meer te (gaan) bewegen. Daarom faciliteren we waar mogelijk kleinschalige evenementen in de buurt die de ontmoeting van de bewoners stimuleren.21
  15. Informele ontmoetingsplekken in de buurten Naast de (Eu)regionale ontmoetingsgebieden, stedelijke centra en de kloppende harten zijn er in Maastricht veel informele, vaak kleinere ontmoetingsplekken. Deze hebben in veel gevallen een grote betekenis voor de buurtbewoners en zijn essentiële bouwstenen in de voorzieningenstructuur voor gemeenschappen. We zien dit bijvoorbeeld in voormalige maatschappelijke en commerciële gebouwen (zoals winkelplinten, kerken en scholen die leeg komen te staan) en in de openbare ruimte (in parken/ groenzones en langs de Maasoevers). Goede voorbeelden zijn kunstenaarsateliers, huiskamers, kinderboerderijen als Daalhoeve of Hoeve Rome, buurtbröks, bedrijfsverzamelgebouwen, broedplaatsen, kinderopvang, sporten en spelen in groene openbare ruimten, de sportschool in de kerk van Mariaberg en de repetitieruimte van PhilZuid in de Theresiakerk. Vanwege de grote maatschappelijke waarde van dit soort plekken moet de gemeente hier zorgvuldig mee omgaan. Huishoudens en nieuwe woningen werden de afgelopen decennia gemiddeld steeds kleiner. Daarmee neemt het belang van plekken voor ontmoeting in het bouwblok, de straat en de buurt toe. Daarom hanteren we in buurten waar we op buurt- en straatniveau informele ontmoetingen willen stimuleren en de sociale veiligheid willen borgen de volgende stedenbouwkundige principes. Solidaire mix en veerkrachtige buurten: we combineren verschillende doelgroepen in buurten en stimuleren ontmoeting in het gebouw en tenminste in de openbare ruimte. Buurtbewoners hoeven niet bij elkaar op de koffie, maar alleen al het zien van bekende gezichten en elkaar tegenkomen en respecteren is belangrijk. Straat van de toekomst: we werken aan straten die niet worden gedomineerd door verkeers- en parkeerruimte, maar ook plek bieden aan groen, water, verblijven, bewegen, spelen en ontmoeten. Een goede inrichting en oriëntatie van het vastgoed in en rond ontmoetingsgebieden kan ontmoeten stimuleren. Denk hierbij aan: levendige plinten met diverse publieke en interactieve functies en voldoende betaalbare ruimte voor maatschappelijke en werkfuncties; de voordeuren van woningen en andere panden zijn gericht op de straat, het park of de route naar een fietsenstalling of parkeerplaats. Ontmoetingsplekken per thema Aanvullend op deze ruimtelijke indeling in de stad van algemene voorzieningen waar mensen elkaar kunnen ontmoeten, besteden we (in lijn met het advies van de burgerraad) aandacht aan de ontwikkeling van ontmoetingsplekken die bijdragen aan specifieke doelen en doelgroepen: a. Culturele ontmoetingsplekken en cultureel erfgoed b. Scholen en schoolomgevingen als ontmoetingsplek voor kind en gezin c. Groene en koele ontmoetingsplekken gericht op gezondheid en bewegen d. Woonzorgzones met geconcentreerde zorg op wijk- en buurtniveau gericht op gezond ouder worden e. Sport en recreatie bij clubs, in binnen- en buitensportaccommodaties en openbare voorzieningen a. Culturele ontmoetingsplekken en erfgoed Cultuur en cultureel erfgoed nemen een prominente plaats in in de stad. Toegankelijke culturele plekken – variërend van het theater en bibliotheken tot culturele broedplaatsen – zijn er niet alleen voor het presenteren van kunst, maar ook voor creatie, educatie en ontmoeting. Ook een deel van het cultureel erfgoed kan bij uitstek dienen als ontmoetingsplek, vanwege kenmerken, ligging en oriëntatie. Zo kunnen kerken door afnemend of eindigend religieus gebruik worden ingezet voor maatschappelijke nevenfuncties of herbestemming. Ook kunst in de openbare ruimte kan onze stad in het algemeen en ontmoetingsplekken in het bijzonder aantrekkelijker maken. b. Scholen en schoolomgevingen Maastricht is een saamhorige stad waar inwoners zich thuis moeten voelen. Scholen en sportvoorzieningen kunnen de verbondenheid tussen inwoners vergroten. Met de integrale huisvestingsplannen voor het onderwijs en de binnensport spelen we in op de verdere ontwikkeling van de betrokken wijken waarbij de school als aanwinst voor de omgeving wordt ervaren. We willen dat alle kinderen en jongeren in een gezonde, beweegvriendelijke en veilige omgeving kansrijk en inclusief kunnen opgroeien en zijn of haar talenten kunnen ontwikkelen. Onderwijs, bewegen en sporten en de hieraan verbonden onderwijs- en sportgebouwen spelen hierin een grote rol. De school en het schoolgebouw vormen het middelpunt van de wijk. Een plek waarin niet alleen ontmoeting tussen jeugdigen, maar ook tussen buurtgenoten onderling en tussen buurt-genoten en jeugdigen plaatsvindt. Na schooltijd kunnen de schoolgebouwen worden benut voor sociaal-culturele doeleinden, waardoor ze een bredere functie krijgen binnen de wijk of buurt. De schoolbesturen omarmen deze ambitie. Om de schoolomgevingen groen, veilig en beweegvriendelijk te maken of houden, zijn we bereid concessies te doen aan de autobereikbaarheid en het aantal autoparkeerplaatsen bij de school. c. Groene en koele ontmoetingsplekken Groene en koele ontmoetingsplekken variëren van een zitbankje langs een wandelroute tot een ligweide in het stadspark. Met name in de zomermaanden is er behoefte aan ontmoeting en verkoeling omdat het door klimaatverandering langere periodes warm is in de stad. Sommige groene ontmoetingsplekken, zoals het stadspark, de Groene Loper en delen van de Pietersberg, zijn hierdoor steeds vaker druk met soms ook nadelige gevolgen voor de natuur. Daarom creëren we een (parkachtige) groene stadszoom en groene uitlooproutes naar de buitengebieden. d. Woonzorgzones met geconcentreerde zorg op wijk- en buurtniveau Door grote veranderingen en opgaven in de zorg (alsmaar groeiende zorgvraag, beperkt budget en personeel) is er al enige tijd een tendens gaande naar extramuralisering, integratie in de samenleving, thuiszorg, preventie en het stimuleren van een gezonde leefstijl. Dit heeft ook impact op het vastgoed dat zorginstellingen gebruiken en dus ook op de ruimtelijke ordening. Denk hierbij alleen al aan de verschuiving van intramurale zorg op grootschalige locaties naar geïntegreerde zorg en preventie op kleinere locaties in de stad. We maken hierbij de volgende ruimtelijke keuzes: het stimuleren van een gezonde leefomgeving, met openbare ruimten gericht op bewegen en ontmoeten, met zicht op groen; integreren van ruimte voor zorg in de stad. Dat doen we op verschillende manieren en op verschillende plekken. In de Health campus worden mensen opgeleid en wordt er gewerkt aan innovaties en preventie als deeloplossing voor de groeiende zorgvraag. We werken aan woonzorgzones: geclusterde seniorenappartementen en zorgcentra in de buurtharten met een toegankelijke openbare ruimte en voorzieningen, en ruimte voor ontmoeting. Deze zorgzones zijn vanwege de driehoek van welzijn, zorg en gebouwen interessante locaties om (toekomstige) woon-zorgontwikkelingen te faciliteren. De zonering is geen harde begrenzing, maar geeft wel richting aan afspraken met partners (over bijvoorbeeld het levensloopbestendig maken van woningcomple

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.